Naar beginpagina
Genealogie BLOM, van Hargen
(7 generaties)
>index
I. Cornelis Gerritsz BLOM, geb. ca. 1688, doet belijdenis Callantsoog 28 dec. 1707 (als Cornelis Gerretsz Duijnmaaijer, met zijn huisvrouw Neeltje Cornelis), duinmeier ald. vanaf 1707 tot nov. 1710, molenaar van de Harger watermolen vanaf 9 maart 1739, overl. na 27 maart 1755, ondertr. Zuid-Zijpe 7 aug. 1707 (Cornelis Gerretsz J.M. woonende in de Oude Zijp en Neeltie Cornelis J.D. van Petten), ondertr. (impost) Petten 13 aug. 1707 (pro deo, zij jongedochter van Petten, hij jonggezel uit de Zijp), tr. Zuid-Zijpe 21 aug. 1707 Neeltje Cornelis GROOT, ged. (nederd. geref.) Petten 8 juli 1685, overl. na 27 maart 1755, dr van Cornelis Willemsz GROOT, bakker, en Teetje Willems (TUIJT).
Op 28 juli 1708 worden verklaringen afgelegd door Maayns Willems huisvrouw van Claas Claasz Kat wonende in de Oude Zijpe in 't Vossegat, Neel Klaas oud 20 jaar [doorgehaald: en Willem Klaasz oud tien jaar], dochter [doorgehaald: en zoon van de genoemde Claas Claasz Kat], item Adriaen Cornelis Schenck deszelfs knecht oud 23 jaar, mitsgaders Cornelis Willems Groot wonende in Oud Petten oud 53 jaar, alsmede Aldert Adriaensz en Grietie Claas, man en vrouw wonende in Callantsoog, ter requisitie van de genoemde Claas Claasz Kat. De eerste drie deposanten verklaren dat Adriaen Pronck, duinmeier, met zijn zoon Jan Adriaensz Sonnevelt, benevens Cornelis Gersz mede duinmeier, allen wonende in en onder Callantsoog, op woensdag tegen de avond zijnde de 4e van de lopende maand ten huize van de requirant zijn gekomen toen de genoemde Adriaen Pronck de requirant heeft aangezegd dat zijn knecht en zoontje de nacht tevoren zijn paard gestolen hadden en daarna in het duin waren gereden om konijnen te vangen en dat de requirant zijn netten had gestolen en dat hij dezelve daarover heeft gegijzeld, maar deposanten verklaren, dat de genoemde Claas Claasz Kat op die avond met zijn vrouw naar bed is gegaan en die nacht niet buitenshuis is geweest, en Adriaen Cornelisz Schenck verklaart nog die nacht niet buitenshuis geweest te zijn. Cornelis Willemsz Groot verklaart dat Cornelis Gersz Duijnmaijer, zijn schoonzoon, enige dagen nadat dezelve benevens Adriaen Pronck ter requisitie van Hendrick Daij, dijkgraaf van de Oude Zijpe, een verklaring had afgelegd ten nadele van de requirant, met hem deposant en de requirant ten huize van Aldert Adriaensz in Callantsoog zijn geweest waar Cornelis Gersen bekende zeer kwalijk gedaan te hebben en door duinmeier Adriaen Pronck misleid te zijn, biddende de requirant en hem getuige als zijn vader zijnde om vergiffenis, belovende de verklaring de herroepen. Hij had wel een man te paard gezien maar vermits het zeer donker was en een geruime afstand tussen beiden, hij man noch paard kon herkennen. 1 Op 9 oktober 1708 verklaart Adriaen Cornelissen Schenck, oud omtrent 23 jaar, thans wonende in de Zijpe, ter requisitie van Claas Claasz Kat mede aldaar woonachtig, tussen 3 en 4 juli laatstleden te zijn gekomen met de zoon van de requirant van Callantsoog, enigszins van de drank bezoedeld en wel uit het huis van Aldert Adriaensz, vindende op hun weg het paard van Adriaen Pronck los lopend, op welk paard de attestant en des requirants zoon, vermits het duister en regenachtig weer om te schielijker thuis te komen, zijn gaan zitten, en na enige tijd 2 à 3 mensen ontmoet hebben, onder wie vermoedelijk de duinmeier Adriaen Pronck, waarop zij na nog een weinig gereden te hebben zich daarvan begaven en het paard hebben laten lopen 2.
In Callantsoog is op 16 januari 1711 Cornelis van de Huevel, baljuw en schout van Callantsoog, vanwege de Hoge Overigheid eiser in cas criminel contra Cornelis Gerritsz Duijnmaeijer in Callantsoog en deszelfs knecht bekend onder de naam Claes Duijnmaer, ingedaagden en defaillanten [niet verschenenen]. Alzo de ingedaagden tussen de 3e en 4e november 1710 op 't Schaegerpadt de persoon van Bessel Gijsbertsz, toen mede in 't Oogh woonachtig, diverse zeer zware wonden aan het hoofd, de armen, de linkerhand en de benen aangebracht hebben (met uitvoerige beschrijvingen), waardoor, ook door de tijdsduur en gebrek aan handreiking, dezelve Bessel Gijsbertsz omtrent een kwartier voor de dageraad aan de Zijperdijck is komen te overlijden, en zijlieden zo hebben gedaan openbare doodslag, dat verder dezelven niet alleen zijn gaan vluchten maar niettegenstaande de gedane indagingen tot vier malen niet zijn gecompareerd, zo concludeert de eiser dat de ingedaagden zullen worden gebannen uit Holland en Westvriesland zonder daar weer in te mogen komen, op pene van met de dood gestraft te worden, en dat al hun goederen zullen worden verbeurd verklaard. De leenmannen, alvorens te disponeren, ondervragen eerst Cornelis Jacopsz Vaeder, Adriaen Willemsz Vaeder en Adriaen Jansz Sonnevelt, en ordonneren het advies te nemen van twee neutrale rechtsgeleerden binnen Amsterdam (30 januari 1711). De leenmannen, doende recht op de zitting van 9 maart 1711 in dezelfde zaak, bannen de ingedaagden voor altoos uit het land van Holland en Westvriesland zonder daar ooit weer in te mogen komen, condemneren de ingedaagden in de kosten, en ontzeggen de verdere eis. 3
Op 1 januari 1711 worden door Adriaen Jansz Zonneveld alias Pronk, out omtrent 51 jaar, duinmeier in Callantsoog woonachtig, Thys Claesz omtrent 40, Jan Jacobsz Struyf omtrent 27 en Willem Arentsz circum 20 jaren oud, allen in de Zijpe aan de Ruijgeweg woonachtig, verklaringen geleverd ten verzoeke van Cornelis Gerritsz Duynmeyer of deszelfs huisvrouw Neeltje Cornelis in Callantsoog woonachtig. De eerste getuige verklaart op woensdag de 5e november laatstleden 's morgen naar het duin van de requirant is gaan zien wat hij aldaar mocht ontdekken wat met Bessel geschied was, waar hij enkele koperen strikken heeft zien staan waarvan 2 met een konijn, en bezijden 't Schagenpad de stok heeft gevonden welke Bessel bij zich droeg, zijnde een zware essen stok lang omtrent 6 voet, aan 't ene einde zo scherp dat daarmee wel door de huid gestoken kon worden, en dat hij weinig tijd daarna de heer Jacob van Stryen, oud-burgemeester van Amsterdam wonende in de Zijpe, had ontmoet benoorden de Oogmerklugt en met hem gesproken had, die aan de Zypdyk door en met zijn honden en knechts 12 strikken van Bessel verstopt op de helm in 't zand ontdekt had. De drie laatste getuigen verklaarden op 6 november laatstleden, toen zij ten dienste van de heer Kien in de Zijpe uit jagen waren, aan de Zypdyk 6 strikken met daarin 4 konijnen ontdekt hebben, welke strikken zij in Callantsoog aan de eerste comparant getoond hebben, die zei dat het strikken van Bessel waren, uit het maaksel, hem wel bekend. 4
In 1713 verklaren Pieter Bombaar, Pieter Zeeman en Jacob Bombaar, allen oud-schepenen van Callantsoog, ter requisitie van de regenten van de Oude Zijpe, dat ten tijde van zekere manslag begaan aan de persoon van Bessel Gijsbertsz op diezelfde dag het gerucht ontstond dat ene Cornelis Gerritsz Duijnmaijer met zijn knecht hetzelve had gedaan, dat vóór de middag op 't raadhuis in Callantsoog, in presentie van de twee eerste getuigen, als destijds regerende schepenen, leenmannen tegen Cornelis van den Heuvel, baljuw en schout, gezegd hebben de voorschreven Cornelis Gerritsen Duijnmaijer gevangen te nemen dewijl dezelve zich aldaar nog ophield en deszelfs knecht reeds voortvluchtig was, welke officier dit weigerde, zeggende geen dienders en geen gevangenis te hebben, tegen welk argument de tweede getuige zich verzet had. De eerste getuige verklaarde dat enige tijd daarna op zekere sessie op 't raadhuis, toen schepenen met de officier spraken overde voornoemde moord, aan de officier gezegd is dat er gezegd werd dat de genoemde Cornelis Gersen, op dezelfde avond als wanneer 's morgens door leenmannen order gegeven was aan de officier om tot gevangenneming over te gaan, nog te zijnen huize geweest was, die dat beaamde. De eerste en de laatste getuige verklaarden dat op de avond vóór het moorddadige feit bovengemelde Cornelis Duijnmaijer ten huize van de laatste getuige is geweest, en, sprekende over 't vangen van zijn konijnen, of Bessel Gijsbersz hem ook enige schade in zijn duin toebracht, antwoordde neen, nog Adriaen Pronck ook niet, maar hij zou ongelukkig zijn als hij er hem ontmoette, of iets dergelijks. 5
Bij de aanbesteding op 19 mei 1719 van het opspeten van de Kamper Wateringe vanaf de Oude Bregh van Kamp tot de Hargermolenuitgang in 10 parken, is het derde park aangenomen door Maerte Jonker voor 25, met als borgen Cornelis Mulder en Kornelis Duijnm[eijer], en van het slechten van wat opgekomen is uit de Campersloot en liggende langs de Camper Kay, te slechten op de Camper Kaij vóór donderdag 15 juni, is het tweede park aangenomen door Cornelis Gerritsz van Hargen voor 11:11:0 (109 roeden, de roede 17 duiten), met vermeld in de kantlijn dat Cornelis Gerritsz de helft betaald is. Bij de aanbesteding op 25 oktober 1730 van het verhogen en verzwaren van de Kaij bewesten de Slaperdijk is Gerrit Eversz voor 29:10:0 aannemer van het eerste park, met als borgen Willem Cloosterboer en Cornelis Duijnmaeijer. 6
In het verpondingskohier van 1731 van de huizen van Schoorl en Camp wordt onder Hargen bij No. 169 vermeld: Cornelis Duijnmeijer, een huis, door dezelve bewoond, getaxeerde huurwaarde 10:0:0, verponding 0:17:0 7.
Op 8 januari 1731 koopt Cornelis Gerritsz Blom 68 roe geestland in Hargen, geabandonneerd door de erven van Jan Adriaansz Breeroo, voor 10-4-0, op 5 maart 1733 koopt hij samen met Arent Willemsz van Sloot 814 roe in de Harger polder 3 (te quaad 199-10-14), en in 1745 worden verscheidene akkers in Hargen vermeld als geabandonneerd door Cornelis Gerritsz Blom 8. Hij is molenaar van de Harger polder vanaf 1739 (bij zijn verkiezing op 9 maart 1739 genaamd Cornelis Duijnmaijer), voor een molenaarshonorarium van 100 's jaars, tot 1747 9.
In Schoorl legt in 1750 Cornelis Gerritsz Blom wonende in de Hazepolder in de Zijp, oud 61 à 62 jaar, een verklaring af ten verzoeke van Adriaan Cuijper wonende te Hargen, over de Laagsloot in de Harger polder waar omtrent 25 jaar geleden deposant op de Nieuwebrug woonde 10.
In 1745 testeren Cornelis Gerritsz Blom en Neeltje Cornelis Groot, echte man en vrouw wonende in de Hazepolder. De eerststervende nomineert de langstlevende tot zijn of haar enige universele erfgenaam; bij herhuwelijk zal de langstlevende de geërfde goederen in vruchtgebruik hebben maar de eigendom ervan niet veranderen. De testateuren prelegateren na dode van de langstlevende aan hun jongste zoon Cornelis Cornelisz Blom een stukje land groot 3 geerzen in de Pettemerpolder, enaamd het Veentje, item alle meubelen, inboedel, boeren- en bouwgereedschap, koeien, paarden, wagen en sjees zoals op het vertrek van de testateuren uit de banne van Schoorl aan hem gelegateerde is overgelaten, nog aan dezelve hun jongste zoon een wiegje en bijbel met koperbeslag en een lessenaar. Na dode van de langstlevende nomineren zij hun kinderen, of hun descendenten bij representatie, tot universele erfgenamen. Zij verklaren niet boven de 8000 gld gegoed te zijn en dat dit testament geen fideïcommis behelst 11.
In 1746 compareerde Cornelis Gerritsz Blom wonende in de Hazepolder als in huwelijk hebbende Neeltje Cornelis Groot, dewelke door het overlijden van Willem Cornelisz Tuijt, op 27 maart 1744 in de Hazepolder intestatus overleden, de eigendom verkregen had van een kapitaal van 4000 gld aan obligaties ten Gemenelandscomptoir van Alkmaar, waarvan de zuiveren revenuen gelegateerd waren aan Trijntje Cornelis Tuijt ingevolge het testament van wijlen Cornelis Dekker gepasseerd voor notaris Arent Klaver alhier op 15 oktober 1731, en welke Trijntje Cornelis Tuijt op 25 september 1744 mede dezer wereld is overleden, en bekende uit handen van de heer Gerrit Post wonende alhier, als executeur van het voorschreven testament en administrateur van het gemelde usufruct, het voorschreven kapitaal ontvangen te hebben (bestaande uit 8 gespecificeerde obligaties) 12.
In Petten machtigen in 1754 Cornelis Gertsz Blom en Neeltje Cornelis Groot, echte man en vrouw, als erfgenamen ab intestato van Willem Commandeur, hun zoon Cornelis Blom om diverse obligaties te verkopen 13.
In Petten machtigen in 1754 Cornelis Gersz Blom en Neeltje Cornelis Groot, echte man en vrouw wonende in de Hargerpolder, hun zoon Cornelis Blom om te compareren voor schout en schepenen van de Zijp en te bekennen verkocht te hebben aan Jan Wartenhorst wonende in de Hazepolder zeker huis en erf op de Hazepolder, belend ten zuiden de weduwe van Aarjen Molenaer, ten westen, noorden en oosten de gemene weg, vor 350 gld die wel betaald zijn 14. Dit transport is geschied in Zijpe op 17 juni 1754 15.
In 1754 verkoopt Cornelis Blom wonende te Petten, als last en procuratie hebbende van zijn vader Cornelis Gerritsz Blom en zijn moeder Neeltje Cornelis Groot dd. 9 februari 1754 voor Cornelis Schagen wonende te Petten, aan Jan Stroo een obligatie van 600 gld, een van 800 gld en een van 600 gld, alle drie op 8 september 1732 bij notaris Arent Klaver getransporteerd uit de nalatenschap van Juffr. Mararetha Haring 16. In 1759 verkoopt Jan Stroo wonende binnen Alkmaar een obligatie van 600 gld, door hem bij onderhands transport getekend op 15 april 1759 te Groet verkregen van Cornelis Gerritsz Blom en Neeltje Cornelis Groot, echtelieden 17.
In Zijpe is op 23 juni 1745 ontvangen van Jacob Adriaansz Neeff 492 gld 5 st voor de 20e penning en 10e verhoging wegens de erfenis van Trijntje Cornelis Tuijt in de Hazepolder overleden op 25 september 1744, nagelaten aan haar nicht of vaders zusters dochter genaamd Neeltje Cornelis Groot, volgens de inventaris bestaande uit: onder Petten een stukje land genaamd het Tientje, groot 3 geerzen, belend ten oosten het Oogmerweijdje, ten noorden de Heer van Petten, getaxeerd op 200, in de Hazepolder een huis en erf, belend ten zuiden Arien Molenaar, ten noorden en westen de Heerewegh, getaxeerd op 250, en nog 11 obligatis van tezamen 8500 18.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit Cornelisz, ged. (nederd. geref.) Callantsoog 5 dec. 1708, volgt IIa.
2. Cornelis CORNELISZ, ged. (nederd. geref.) Callantsoog 29 mei 1710.
3. Jan Cornelisz, volgt IIb.
4. Cornelis Cornelisz, volgt IIc.
IIa. (van I) Gerrit Cornelisz BLOM, ged. (nederd. geref.) Callantsoog 5 dec. 1708, ondertr. Zijpe 19 maart 1740 Maartje Jacobs VEEN.
In Schoorl bekende in in 1759 Henricus van Wijk wonende te Alkmaar bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Gerrit Blom wonende te Groet een stuk weiland, groot 1093 roeden, gelegen in de Hemme onder de Groeder molen, belend ten noorden Adriaan Schellinkhout, ten zuiden de Groene Weg, voor 3 st iedere roede, dus 163 gld, en nog 176 roeden als hiervoor, belend ten noorden Jan Cuijper, ten zuiden Cornelis Metselaar, voor 3 gld, en bekenden in 1764 burgemeesteren van Schoorl en Camp, na vrijwillige afstand door de eigenaar ter bekoming van de achterstallige verpondingen, bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Gerrit Blom wonende in de jurisdictie van Groet een stukje weiland in de Hemme onder de Groeder molen, groot 360 roeden, belend ten westen de Hooge Weg, ten zuiden de koper, voor 70 gld 19.
Op 14 april 1768 testeren Gerrit Blom en Maartje Jacobs, geëchte man en vrouw wonende bij de Groeter molen in de banne van Groet, hij ziek te bedde liggende, op de langstlevende, en voor wat de langstlevende zal komen na te laten benoemen zij als universele erfgenaam Cornelis Cornelisz Blom, des testateurs broers zoon, thans bij hen inwonende 20.
In 1763 testeren in Bergen Gerrit Cornelis Blom en Maartje Jacobs Veen, echtelieden wonende onder de jurisdictie van Groet, de eerststervende op de langstlevende; na dode van de langstlevende gaan hun goederen half en half naar de wederzijdse vrinden 21.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis, geb. ca. 1741, overl. Groet 7 febr. 1763.
IIb. (van I) Jan Cornelisz BLOM, winkelier te Hargen, overl. Hargen, banne Schoorl, impost op begr. Schoorl 8 febr. 1786 (onvermogend), tr. Petten 2 juli 1740 Magdaleentje Aarjens SCHAGER, ged. (nederd. geref.) ald. 13 juli 1721, overl. Hargen, banne Schoorl, impost op begr. Schoorl 6 okt. 1786 (onvermogend), dr van Aarjen en Neeltje CORNELIS.
In Schoorl legateert in 1754 Sijmon Wijbetsz Swart wonende te Hargen aan Jan Blom wonende te Hargen en diens zoon Ariaan Jansz Blom 22.
In Schoorl eist in 1760 Jan Cornelisz Blom van Maartje Dirks Bos, beiden te Hargen, 35 gld 7 st voor van tijd tot tijd geleverde winkelwaren, en zijn in 1786 Cornelis Blom en Arie Hoogvorst, beiden wonende te Hargen, voogden over 't minderjarige kind van wijlen Jan Blom bij Magdaleentje Schager, oud circa 22 jaar 23.
In Schoorl wordt op 9 oktober 1786 de inventaris opgemaakt van de nalatenschap van wijlen Jan Blom en Magdaleentje Schager, in leven echte man en vrouw wonende te Hargen, laatst door voornoemde Magdaleentje Schager met de dood ontruimd, ten verzoeke van Arian Blom, Jacob Zwaen in huwelijk hebbende Antje Blom, Jannetje Blom, Cornelis Blom als oom van de minderjarige Maartje Blom, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Blom en Magdaleentje Schager. De onroerende goederen bestaan uit een huis en erf met 3½ roede land daar annex te Hargen, belend ten oosten Arian Blom, ten westen de Zandweg. Verder huisraad en inboedel, en in de winkel 6 bos zwavelstokken, een paar houten schalen en balans, 2 paar koperen dito, en bussen, trommels, meel en gort. 24
In Schoorl bekende in 1787 Cornelis Blom wonende te Hargen als voogd over het minderjarige kind van wijlen Jan Blom en Magdaleentje Schagen, in leven echte man en vrouw te Hargen, nevens de verdere meerderjarige erfgenamen, in publieke veiling verkocht te hebben en nu op te dragen aan Jacob Nieuwenhuyzen wonende te Hargen een huis en erf met 3½ roe land daar annex, te Hargen, belend ten oosten Arian Blom, ten westen de Zandweg, voor 141 gld 25.
In Schoorl testeren in 1740 Jan Cornelisz Blom en Magdaleentje Aarjens, echte man en vrouw wonende te Hargen in de banne van Schoorl, op de langstlevende, met als voorwaarde bij overlijden zonder kinderen, dat als zijn vader Cornelis Gerritsz Blom, mede in voorschreven banne woonachtig, bij zijn overlijden nog in levenis die enkel de legitieme portie krijgt, evenals haar moeder Neeltje Cornelis wonende in de Pettemer als die bij haar overlijden nog in leven is 26.
Uit dit huwelijk:
1. Ariaan Jansz, volgt IIIa.
2. N.N. Jans, impost op begr. Schoorl 23 okt. 1753.
3. Antje Jansdr, geb. Hargen, ged. (nederd. geref.) Schoorl 11 febr. 1753, volgt IIIb.
4. N.N. Jans, impost op begr. Schoorl 21 april 1761.
5. Jan Jansz, overl. Haarlem, impost op begr. Schoorl 8 sept. 1761, begr. Groet.
6. Trijntje Jans, impost op begr. Schoorl 20 maart 1781.
7. Jannetje Jans, geb. Schoorl 10 maart 1763, overl. ald. 25 dec. 1825, ondertr. (impost) ald. 29 mei 1784 (hij jongman van Groet, zij jongedochter van Hargen; zij onvermogend) Arie KOSSEN.
8. Maartje Jans, geb. Groet 1767, volgt IIIc.
IIc. (van I) Cornelis Cornelisz BLOM, burgemeester van Schoorl, molenaar van de Harger polder vanaf 1747 tot 1784, molenmeester van de Harger polder (als zodanig genoemd op 3 maart 1783, 7 maart 1785, 26 februari 1787, 2 maart 1789, in 1791 en op 29 april 1893), ook schepen van de heerlijkheid Schoorl en Camp (o.a. in 1788 en 1794), overl. Hargen, banne Schoorl, impost op begr. Schoorl 16 mei 1795 (impost 6, voor het lijk van Cornelis Blom te Hargen), ondertr. (impost) 1° Zijpe 24 nov. 1747 (pro deo, zij Trijntje Jans van Bergen jongedochter bij de Pettemerkluft in de Zijpe) Trijntje Jans BERGEN, ged. (nederd. geref.) ald. 4 maart 1725, impost op begr. Schoorl 12 april 1754 (impost 3), dr van Jan Jacobsz BERGEN, in 1747 op de lijst van weerbare mannen in de Zijpe als boer, vermogend, gereformeerd, aan de Belckmerwegh tussen de Burgerwegh en de Schoorlse Dijk, en Trijn JANS, ondertr. (impost) 2° Schoorl 22 maart 1755 (impost ieder 3) Grietje Remmerts KUNST, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 5 nov. 1730, impost op begr. Schoorl 26 juni 1764 (impost 3, om te Groet begraven te worden), begr. Groet, dr van Rem Willemsz KUNST en Grietje WILLEMS, ondertr. (impost) 3° Schoorl 31 aug. 1764 (impost 3 voor hem, weduwnaar van Schoorl), ondertr. (impost) Petten 2 sept. 1764 (impost 3 voor haar, jongedochter van de Hazepolder), tr. Schoorl 18 sept. 1764 Krijntje Jans TWISK, ged. (nederd. geref.) Zijpe 14 juli 1743, overl. Hargen, banne Schoorl, impost op begr. Schoorl 30 maart 1797 (impost 6), dr van Jan Hendriksz TWISK en Lijsbeth Pieters BLOM.
In Schoorl wordt op 17 maart 1755 o.a. Gerrit Blom tot voogd aangesteld over de minderjarige kinderen Cornelis, Trijntje en Jan van Cornelis Blom bij Trijntje Jans, op 10 september 1764 bovendien over de minderjarige kinderen Gerrit, Jacobus en Neeltje van Cornelis Blom bij Grietje Remmers.
In 1747 wordt Cornelis Gerritsz Blom als molenaar van de Hargerpolder opgevolgd door Cornelis Cornelisz Blom die in 1784 opgevolgd wordt door Jan Blom 9.
In Warmenhuizen verkoopt in 1754 Aaltje Barents een huis en erf met de werf en boet te Krabbendam, belend ten zuiden en oosten de Heerevaart, ten westen de Heereweg, ten noorden Pieter Elderhorst, aan Cornelis Blom, welke Cornelis Blom wonende te Hargen dit weer verkoopt aan Maartje Aarjensz Baijs wonende te Petten 27.
In Schoorl verkoopt in 1754 Hilletje Cornelis weduwe van Hendrik Jansz Breroe wonende te Groet aan Cornelis Blom wonende te Hargen een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 862 roeden, belend ten oosten Jan Hoogvorst, ten westen Maartje Pieters Santjes, nog een stuk weiland gelegen als voren, groot 766½ roede, belend ten noorden Tade de Jong, ten zuiden Arent Willemsz, voor een custingbrief ten lijve van verkoopster van jaarlijks 18 gld (getaxeerd op 507:15:0), verkoopt in 1755 Jan Arisz wonende te Camp aan Cornelis Blom wonende te Hargen een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 419 roeden, belend ten noorden de koper, ten zuiden de Mientsloot, voor een kustingbrief van jaarlijks 15 gld zolang comparant in levende lijve is (getaxeerd op 41:18:0), bekenden in 1758 burgemeesteren van Schoorl en Camp, na vrijwillige afstand door de eigenaar ter bekoming van achterstallige verpondingen, bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom wonende onder deze jurisdictie een stukje weiland in de Hargerpolder, groot 165 roeden, belend ten westen Willem Stroomer, ten oosten de koper, voor 25 gld, en ook nog in 1759 een stukje weiland in de Hargerpolder, groot 268 roeden, belend ten westen Aafje Stam, ten zuiden Maartje Dirks, voor 1 gld 28.
In Schoorl verkoopt in 1759 Jan Swakman wonende te Bergen, ook voor Ariaan Swakman wonende te Barsingerhorn en Maartje Swakman wonende te Uitgeest, aan Cornelis Blom wonende alhier een stukje weiland, groot 397 roeden, in de de Hargerpolder in de Laage Hoek, belend ten oosten de Nessendijk, ten noorden Jan Hoogvorst, voor 140 gld, verkoopt in 1763 Pieter Jansz Cuijper wonende alhier aan Cornelis Blom mede alhier woonachtig een stukje weiland in de Hargerpolder, groot 398 roeden, belend ten westen de koper, ten oosten Casper Coolmaijer, voor 50 gld, en verkoopt in 1769 de rentmeester-generaal van de domeinen in Westfriesland en het Noorderkwartier aan Cornelis Blom wonende alhier 2 percelen land, eerstelijk een stuk land groot 489 roeden genaamd 't Rosijneweijtje, belend ten oosten Aaltje Jacobs, ten westen de erve Gerrit Ariaansz, nog een stukje groot 335 roeden genaamd de Kamer, belend ten oosten de Meentsloot, ten westen het kind van Jan Stam, voor 10 gld 29.
In Schoorl in 1774 bekende Adriaan Bregman schout te Harenkarspel als last en procuratie hebbende van Trijntje Jans Schoorl wonende te Oudkarspel bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom mede regerend schepen alhier en Jan van Elst wonende op de Hazepolder onder Zijpe een stuk weiland, groot 337 ½ roe, in de Hargerpolder, belend ten oosten de diaconie van Camp, ten zuiden Cornelis Bakker, voor 67 gld en een een stukje weiland groot 465 roeden in de Hargerpolder, belend ten zuiden de Armen van Camp, ten noorden de Zuijderweg, voor 200 gld, en dragen evenzo de gezamenlijke erfgenamen van Jan Jacobsz Rentenaar op aan Cornelis Blom wonende alhier een stukje bosland te Bregtdorp bewesten het Middelpadt, groot 70 roeden, belend ten zuiden de erven van Cornelis Roode, ten noorden de weduwe van Adriaan Cuijper c.s., voor 105 gld 30.
In Schoorl verkoopt in 1776 de lasthebber van IJsbrand de Jongh, de erfgenamen van wijlen Barent de Jong en Aaltje Maartens Poel, en Jacob Houwen un huwelijk gehad hebbende Maartje Grootsand, wonende in Krommenie, Westzaan en Assendelft, aan Cornelis Blom regerend schepen alhier een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 1244 roeden, belend ten noorden Pieter Joffer, ten oosten en westen de koper, voor 650 gld, bekenden in 1778 Klaas IJsbrandsz als in huwelijk gehad hebbende Margrietje Bilderbeecq wonende alhier en Jacob Hovinh Georgeszoon namens zijn principalen bij publieke veiling verkocht te hebben en bij deze op te dragen aan Cornelis Blom de Oude wonende onder de jurisdictie van Schoorl een houtbosje te Bregtdorp, groot 60 roeden, belend ten noorden Hendrik Dalenberg, ten zuiden Jan Tysz, voor 67 gld, en bekende in 1781 de gemachtigde van de erfgenamen van Jan Pietersz Wyk bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom wonende alhier een akker geestland op de Neergeest te Hargen, groot 115 roeden, belend ten oosten Luytje de Jong, ten westen Reyer Landman, voor 68 gld, nog een akker geestland te Hargen, groot 75 roeden, belend ten westen de weduwe van Jacob Hoogvorst, ten oosten Jacob Ariensz, voor 50 gld, en nog 3 akkers geestland op de Warme-Geest te Hargen, belend ten oosten Arian Jorisz, voor 130 gld 31.
In Schoorl bekende in 1781 Hendrik Swemmer wonende alhier in publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom mede alhier woonachtig een houtbosje te Bregtdorp, groot 48 roeden, belend ten zuiden de erve Jan Kraak, ten noorden Cornelis Dalenbergh, voor 60 gld, bekenden in 1781 de diakenen van Groet en Camp bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom den Ouden alhier een stukje weiland in de Hargerpolder, groot 178 roeden, belend ten oosten het voor-ende van de erve Jacob Michielsz, ten zuiden de koper, voor 52 gld, bekenden in 1782 de executeuren van de nalatenschap van wijlen Adriaan Kuyper en Antje Rentenaar, beiden te Hargen overleden, in publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom wonende alhier een akker geestland te Hargen, groot 76 roeden, belend ten oosten Casper Koolmeyer, ten westen de erve Adam Jacobsz, voor 75 gld, nog een houtbosje te Bregtdorp, groot 31 roeden, belend ten noorden de erve Jan Jacobsz, ten oosten 't Middelpad, voor 37 gld, verkoopt in 1782 Jan Bakker wonende te Hargen aan Cornelis Blom wonende in de Harger watermolen een stuk weiland te Hargen, groot 572 roeden, belend te westen de Zandvaart, ten westen de Hargerweg, voor 650 gld, verkoopt in 1783 Jacobus Blom wonende alhier aan Cornelis Blom mede alhier woonachtig een huis staande te Hargen aan de Slaperdyk, belend ten westen dezelve, ten oosten de Oude Zandvaart, voor 155 gld, verkoopt in 1784 Pieter Tysz wonende alhier aan Cornelis Blom wonende alhier een houtbosje te Bregtdorp, groot 15½ roede, belend ten oosten Hark Jorisz, ten westen 't Middelpad, voor 35 gld, en bekenden in 1784 Cornelis Blom en Jacob Volkertsz als aangestelde executeuren van het testament van wijlen Jan Twisk te Hazepolder overleden, beiden wonende te Hargen, in publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom voornoemd een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 579 roeden, belend ten zuiden de weduwe van Gerrit Hoogvorst, ten noorden de erve Willem Wartenhoutt, voor 700 gld, en nog 2 stukjes weiland annex elkaar in de Hargerpolder, tezamen groot 577 roeden, belend ten noorden Jacobus Koedijker, ten oosten de Plaatsloot, voor 400 gld 32.
In Schoorl verkoopt in 1794 Cornelis Blom wonende te Hargen aan Jan van Elst wonende in de Hazepolder de helft in een stuk weiland in de Hazepolder gemeen met de koper, groot in 't geheel 465 roeden, belend ten oosten de weduwe van Dirk Koedijker, ten noorden de Camperkay, ten zuiden de Armen van Camp, voor 135 gld, en bekende in 1794 Cornelis Blom junior wonende te Groet, als last en procuratie hebbende van Dirk Halder predikant te Valkenburg bij Leiden dd. 25 augustus 1794 (aan Cornelis Blom schout te Groet om 3 stukken land te verkopen annex elkaar gelen in de Hargerpolder), bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom wonende te Hargen, 2 stukken weiland in de Hargerpolder, het ene groot 717½ roe, belend ten oosten Willem Schoen, ten westen de verkoper, voor 395 gld, en het andere groot 550½ roe, belend ten noorden de Munnikeweg, ten oosten de verkoper, voor 395 gld 33.
In Schoorl verklaren in 1796 Jacobus Blom wonende in de Hargerpolder, als last en procuratie hebbende van zijn schoonmoeder [=stiefmoeder] Kryntje Jans Twisk weduwe van Cornelis Blom, voor de helft van het nagenoemde land, item dezelve Jacobus Blom, Pieter en Jan Blom mede in voornoemde jurisdictie woonachtig, nog Cornelis Blom en Floris Kuyper als in huwelijk hebbende Antje Blom beiden wonende te Groet, allen meerderjarige kinderen en erfgenamen van wijlen Cornelis Blom voornoemd, tezamen voor de andere helft, in publieke veiling [op 18 januari 1796] verkocht te hebben en nu opdragen, stukken weiland in de Hargerpolder, namelijk genaamd de Oosterbronne groot 717½ roe, belend ten oosten Willem Schoen, ten westen Jan Bakker, aan Cornelis Mulder wonende te Petten voor 420 gld, genaamd de Westerbronne groot 550½ roe, belend ten oosten Jan Bakker, ten westen de Munnikeweg, aan dezelfde Cornelis Mulder voor 453 gld, genaamd de Koekebakker groot 397 roeden, belend ten zuiden Arian Schotvanger, ten noorden de weduwe van Gerrit Hoogvorst, aan Jan Twisk wonende onder Schoorl voor 330 gld, in de Laage Huik groot 300 roeden, belend ten noorden de Camperkay, ten zuiden de koopster, aan Maartje Klaas Grin weduwe van Sieuwert Oost wonende in de Zijpe voor 217 gld, 277 roeden belend ten noorden de koopster, ten zuiden Jan Kooter Hoogvorst, aan dezelfde koopster voor 135 gld, 337½ roe belend ten oosten de diaconie-armen van Camp, ten westen de gemene armen van Camp, aan Jan Twisk en Jan Gerritsz Hoogvorst wonende onder Schoorl voor 101 gld, verder akkers geestland te Hargen, namelijk genaamd de Bree-akker, groot 115 roeden, belend ten westen de koper, ten oosten Gerrit Knoeff, aan Arian Schotvanger wonende te Hargen voor 95 gld, op de Benedengeest 75 roeden, belend ten westen Hendrik Gutker, ten oosten Cornelis Schotvanger, aan Willem Gutker voor 89 gld, 76 roeden belend ten westen de koper, ten oosten Casper Koolmeyer, aan Hendrik Gutker voor 116 gld, en 3 akkers op de Warme-geest, tezamen groot 198 roeden, belend ten westen Hendrik Gutker, ten oosten de koper, aan Arian Jorisz Schotvanger wonende te Hargen voor 191 gld, nog houtbosjes te Bregtdorp, namelijk 15½ roe belend ten oosten de koper, ten westen't Middelpad, aan Jan Harksz wonende alhier voor 43 gld, 31 roeden belend ten noorden het Dorpsbosje, ten zuiden de weduwe van Jan Knaap, aan Floris Kuyper te Groet voor 23 gld, 70 roeden belend ten noorden de weduwe van Jan Knaap, ten zuiden Cornelis Boertjes, aan Jacobus Blom voornoemd voor 103 gld, 48 roeden belend ten noorden Jacob Doorn, ten zuiden de weduwe van Jan Kroon, aan Jan Nierop voornoemd [de schout] voor 32 gld, en een stukje bosland te Bregtdorp groot 60 roeden, belend ten noorden Cornelis Hillige, ten zuiden de erven Jan Krysman, aan Cornelis Mulder en Arie Spierdyk beiden wonende te Petten voor 95 gld 34.
Op 27 maart 1806 is er een akte van scheiding door Jannetje Pietersdr Vriesman weduwe en erfgenaam van Jan Blom, Trijntje Jansdr Bouwens weduwe en erfgenaam van Pieter Blom, Jacobus Blom, Antje Blom weduwe van Floris Kuiper, en Jacobus Blom en Jan Schravezand als redders van de boedel van wijlen Cornelis Blom en voogden over deszelfs kinderen en erfgenamen, wonende te Groet, te Hargen en in de Zijpe, te kennen gevende dat de nalatenschap van hun ouders, zijnde geweest Cornelis Blom die in huwelijk gehad heeft Trijntje Jansdr Bergen, Grietje Remmerts en Trijntje Jans Twisk, waarvan tot dusver de vaste goederen onverdeeld waren gebleven, en welke de comparanten alsnu, gelijk vorens de losse en roerende goederen waren verdeeld, met elkaar hadden gescheiden als volgt: (1) voor wijlen Cornelis Blom, en nu zijn nagelaten kinderen, een stuk land aan de Kogelaan groot 800 roeden, benevens 75 gld, en voor en in plaats van de helft van de Voorende hierna aan Jacobus Blom toe te scheiden 200 gld, (2) aan wijlen Jan Blom, en nu aan deszelfs weduwe, de Gorsijne en Krente weid groot 700 roeden, benevens 75 gld, (3) aan wijlen Pieter Blom, en nu deszelfs weduwe, de Triesteweid en de Beil groot 900 roeden, de Kamertjes groot 600 roeden, de Nessendijk groot 600 roeden, 2/3 van de Laijen groot 950 roeden, en 't weidje van Jan Aarsen à 400 roeden, (4) aan Jacobus Blom een stuk land genaamd de Koog groot 1244 roeden mits daarvan uitkerende 100 gld, het land genaamd de Voorende groot 950 roeden mits daarvan uitkerende 50 gld, de Vlapweid groot 950 roeden, het Krtoftje groot 200 roeden, een akker in de Pettemerpolder groot 650 roeden, 't land aan de Vaart à 550 roeden, en 't achterste van de Laijen groot 300 roeden, (5) aan Antje Blom, weduwe van Floris Kuiper, aan wie bevorens wel enige vaste goederen waren toegescheiden die intussen waren verkocht of overgelaten aan de voornoemde Cornelis Blom en Jacobus Blom, zoals die dan ook in de vorenstaande verdeling zijn begrepen; ter zake van de rampen die over het algemeen de ingezetenen van Schoorl en Groet, maar ook in het bijzonder de voornoemde Antje Blom, bij gelegenheid van de invasie van 1799 hebben getroffen, gelijk ook vermits het afbranden van de watermolen van de Groeterpolder het merendeel der landerijen onbruikbaar is geweest, waaromtrent de comparanten met elkaar hebben gerekend en zijn geaccordeerd 35.
In Schoorl worden op 27 maart 1755 huwelijkse voorwaarden opgesteld door Cornelis Blom, weduwnaar, en Grietje Remmerts, jonge dochter, beiden wonende te Hargen. Als zij als eerste overlijdt zonder kinderen van hen beiden na te laten, dan gaat alles naar haar man, maar eventueel aan Rem Willemsz haar vader wonende te Warmenhuizen de legitieme portie en al haar kleren. Als hij als eerste overlijdt zonder kinderen uit hun aanstaande huwelijk en er van zij drie voorkinderen nog in leven zijn, dan zal zijn bruid een kindsdeel krijgen, anders alles, met eventueel aan zijn vader of moeder de legitieme portie. 36
Op 28 augustus 1764 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Cornelis Blom, wonende te Hargen in de banne van Schoorl, weduwnaar, en Creyntje Jans Twisk, meerderjarige jongedochter wonende op Hazepolder. Als hij de eerststervende is zonder kinderen uit hun aanstaande huwelijk verwekt achter te laten, zal zij de halve gemene boedel trekken mitsgaders haar linnen en wollen kleren en haar verdere lichaamssieraden. Als zij de eerststervende is zonder achterlating van zaad zullen haar vrienden tevreden moeten zijn met hetgeen door haar ten huwelijk is aangebracht, zullende bestaan alleenlijk in haar linnen en wollen lijfstoebehorende kleren en lichaamssieraden, des dat bij vooroverlijden van haar vader dezelve zullen moeten genoten worden alleenlijk door haar zuster Antje Jans Twisk, wordende alleen als zij de eerststervende is de gemeenschap van goederen uitgesloten. 37
Op 19 januari 1779 legateert Jan Twisk, wonende op Hazepolder, aan zijn tegenwoordige dienstmaagd Lysbet Klaas Swalen, weduwe van Pieter Pietersz de Waart, 50 gld, aan zijn dochters zoon Jan Twisk Blom alle wollen en linnen kleren mitsgaders 't goud en zilver en verdere sieraden die tot zijn lichaam zullen hebben behoord, aan zijn dochters dochter Antje Cornelis Blom al het goud, zilver en verdere sieraden van testateurs laatste huisvrouw Antje Pieters de Waart, aan zijn dochter Cryntje Jans Twisk, huisvrouw van Cornelis Blom, zijn huisklok, de geverfde kast met 2 deuren met 't aarden slot daarop staande, het geverfde rechtbankje en de grootste spiegel, en institueert hij de kinderen en verdere nazaten van zijn 2 overleden zoons Hendrik Jansz Twisk en Cornelis Jansz Twisk in hun blote legitieme portie en zijn dochter Creyntje Jans Twisk, bij vooroverlijden derzelver zaad bij representatie, in al zijn verdere goederen 38.
In Petten op 1 september 1784 bij de verdeling van de nalatenschap van Jan Hendriks Twisk, gewoond hebbende en in maart 1784 overleden op de Hazepolder in de Zijpe, verkrijgt Cornelis Blom wonende te Hargen onder de banne van Schoorl, als in huwelijk hebbende Krijntje Jans Twisk, 7/9 van de nalatenschap van 2908:14:4, nl. 1/3 als gewoon erfgenaam en 4/9 als universeel erfgenaam omdat de andere 2 staken elk slechts de legitieme portie van 1/9 krijgen 39.
In Schoorl benoemt op 26 juli 1795 Kryntje Jans Twisk, weduwe van Cornelis Blom in leven oud-burgemeester van Schoorl en Camp, tot executeur van haar nalatenschap mitsgaders tot voogd over haar minderjarige erfgenamen Jacobus Blom wonende in de Harger polder, met macht te mogen verkopen en haar gehele nalatenschap te brengen tot een behoorlijke liquiditeit, en benoemt op 4 april 1797 Jacobus Blom, als executeur en voogd benoemd door Kryntje Jans Twisk op 26 juli 1795, uit kracht van de macht aan hem verleend, als surrogatie zijn broer Cornelis Blom, schout en secretaris van Groet, op zijn plaats, die verklaart de aanstelling te accepteren 40.
In Schoorl verklaart op 6 januari 1797 Krijntje Jansdr Twisk, weduwe van Cornelis Blom, codicillair disponerende, dat haar zoon Pieter Blom op 20 april 1796 heeft bekomen 3 koeien en een vaars, gerekend tegen 210 gld, item 2 bruine paarden tegen 225 gld, nog 2 wagens met tuigen mitsgaders een molbord en tuig, tegen 50 gld. Dit alles makende 485 gld, die Pieter Blom tot op heden zijn moeder schuldig is gebleven. Ingeval die schuld bij haar leven niet is betaald moet haar zoon Pieter de helft daarvan aan zijn zuster Antje uitkeren. (Volgen nog legaten aan Pieter en Antje, en ook sieraden aan haar dochters dochter Ariaantje Kuyper.) 41
Uit het eerste huwelijk:
1. Trijntje, impost op begr. Schoorl 5 nov. 1771 (impost 3).
2. N.N., impost op begr. Schoorl 31 okt. 1751.
3. Cornelis Cornelisz, geb. ca. 1752, volgt IIId.
4. Gerrit Cornelisz, ged. (nederd. geref.) Petten 9 sept. 1753, impost op begr. Schoorl verm. 9 okt. 1753 (kind van Cornelis Blom; impost 3).
5. Jan Cornelisz, geb. ca. 1754, volgt IIIe.
Uit het tweede huwelijk:
1. Neeltje, ged. (nederd. geref.) Petten 16 nov. 1755, impost op begr. Schoorl 14 mei 1766 (impost 3, aangegeven door haar broer Cornelis Blom de Jonge).
2. N.N., impost op begr. Schoorl 26 juli 1760 (impost 3).
3. N.N., impost op begr. Schoorl 23 aug. 1760 (impost 3).
4. Jacobus, geb. 7 sept. 1760 (volgens het Registre civique van 1812, 'paijsan'; geboren in (na)jaar 1761 volgens getuigenis van 7 personen in 1812 42), volgt IIIf.
5. Gerrit, geb. ca. 1762.
Uit het derde huwelijk:
1. Antje, geb. na 1764, impost op begr. Schoorl 5 sept. 1766 (impost 3).
2. Pieter, geb. na 1765, impost op begr. Schoorl 3 maart 1769 (impost 3).
3. Klaas, geb. na 1766, impost op begr. Schoorl 13 juni 1771 (impost 3).
4. N.N., impost op begr. Schoorl 26 sept. 1772 (impost 3).
5. Jan Twisk, geb. na 1769, impost op begr. Schoorl 27 dec. 1779 (impost 6).
6. Pieter, geb. na 1769, volgt IIIg.
7. Antje Cornelis, volgt IIIh.
IIIa. (van IIb) Ariaan Jansz BLOM, begr. Groet 22 sept. 1808 (Arie Jansz Blom van Hargen), ondertr. (impost) Schoorl 28 dec. 1765 (impost 3 voor hem), ondertr. (impost) Zijpe 27 dec. 1765 (impost 3 voor haar, Kennitje Hendriksdochter aan de Sint Maartensbrug), tr. Groet 12 jan. 1766 Kenouwtje Hendriks MEDENBLIK, ged. (nederd. geref.) Zuid-Zijpe 1 jan. 1739, dr van Hendrik Gerritsz MEDENBLIK en Maartje Cornelis HOOGSCHAGEN.
In Schoorl verkoopt in 1765 Hans Harmensz wonende alhier aan Ariaan Blom mede alhier woonachtig een huis, erf en boomgaard annex elkaar te Hargen, belend ten westen Jan Blom, ten oosten de weduwe van Cornelis Pool, voor 35 gld gereed geld en een custingbrief van 105 gld te betalen in 3 termijnen, verkoopt in 1798 Arian Blom wonende te Hargen aan zijn zoon Jan Blom een huisje en erf te Hargen, belend ten noordwesten Jacob Nieuwenhuisen, ten zuidoosten Jan Pool, voor 100 gld, en daarenboven dat de verkoper zijn leven lang een woning voor zijn verblijf daarin te zijnen behoeve zal behouden, en verkoopt in 1801 Ariaan Blom wonende te Hargen aan Klaas Mutsch wonende te Alkmaar een damschuit met zeil en treil, voor 500 gld 43.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Ariaansz, geb. Hargen ca. 1766, volgt IVa.
2. Cornelis Ariaansz, geb. Hargen ca. 1770, volgt IVb.
3. Gerrit Ariaansz, geb. Hargen ca. 1770, doet belijdenis (nederd. geref.) Schoorl 28 mei 1802, overl. ald. 12 dec. 1809, ondertr. (eerste gebod) ald. 6 mei 1798, ondertr. (impost) Schoorl 3 mei 1798 (beiden van Hargen, onvermogend), tr. ald. 20 mei 1798 Grietje Cornelis SCHAGER, alias Blaij, ged. (nederd. geref.) ald. 1 febr. 1767 (van Schoorldam), impost op begr. Schoorl 20 okt. 1804 (onvermogend, Grietje Blaij, huisvrouw van Gerrit Blom), dr van Cornelis Ariaansz SCHAGEN en Eijtje REMMERTSDR.
4. Jacob Ariaansz, geb. Hargen, volgt IVc.
5. Ariaan Ariaansz, impost op begr. Schoorl 15 juni 1780 (aangifte door Arian Blom, zijn kind, onvermogend).
IIIb. (van IIb) Antje Jansdr BLOM, geb. Hargen, ged. (nederd. geref.) Schoorl 11 febr. 1753, overl. Alkmaar 26 nov. 1834, ondertr. (impost) 1° Bergen (N.-H.) 30 april 1785 (zij geboortig onder de jurisdictie van Schoorl, doch beiden wonende alhier; impost ieder 6), tr. ald. 15 mei 1785 Jacob ZWAAN, ged. (nederd. geref.) ald. 31 okt. 1751, impost op begr. Bergen (N.-H.) 11 okt. 1794 (impost 6), zn van Cornelis Pietersz ZWAAN en Antje Cornelis LANGEDIJK, ondertr. (impost) 2° ald. 7 nov. 1795 (zij weduwe van Jacob Swaan, geboortig van Hargen onder de jurisdictie van Schoorl; impost ieder 6), tr. ald. 21 nov. 1795 Dirk Pietersz KLUFT, ged. (nederd. geref.) Bergen (N.-H.) 26 sept. 1756, overl. ald. 29 april 1806 (Antje Blom geeft het lijk aan van haar man Dirk Kluft oud 49 jaar), zn van Pieter Cornelisz KLUFT en Neeltje PIETERS.
Uit het eerste huwelijk:
1. Antje SWAAN, ged. (nederd. geref.) Bergen (N.-H.) 21 aug. 1791, overl. Bloemendaal 4 nov. 1830, tr. ald. 14 mei 1823 Nicolaas de GRAAFF, geb./ged. (nederd. geref.) Lisse 15/21 aug. 1785, predikant, overl. Haarlem 13 sept. 1857, zn van Simon de GRAAFF, bollenkweker, en Catolina LANGEVELD, wedn. van Antje VOORMANS, en die hertr. met Adriana Petra VROLIJK.
Uit het tweede huwelijk:
1. Pieter KLUFT, geb. Bergen (N.-H.) 5 mei 1796, ged. (nederd. geref.) ald. 15 mei 1796 (doopgetuige Jannetje Jansdr Blom), schoolonderwijzer, overl. Alkmaar 17 april 1824.
IIIc. (van IIb) Maartje Jans BLOM, geb. Groet 1767 (volgens een verklaring in 1817 van zeven personen 44), vermeld als lidmaat te Hargen en Kamp op 17 november 1801, zonder man, evenzo in 1814, overl. Zijpe 7 jan. 1837, ondertr. (impost) 1° Schoorl 1 febr. 1789 (impost ieder 3) Gerrit Harmens KNOEF, overl. Hargen, impost op begr. Schoorl 23 april 1798 (te Hargen overleden, impost 3), laatst wedn. van Neeltje Luijtjes de JONGH, eerder wedn. van Antje Saskers STAMMIS, ondertr. (eerste gebod) 2° ald. 1 juni 1800 (hij jongman, zij weduwe, beiden van Hargen), ondertr. (impost) ald. 1 juni 1800 (pro deo, beiden van Hargen), tr. Schoorl 15 juni 1800 Simon Jansz DALENBERG, ged. (nederd. geref.) ald. 7 febr. 1768 (doopgetuige Aaltje Pietersdr Laan [stiefmoeder van de vader]), arbeider, overl. Groet 6 maart 1808, zn van Jan Sijmonsz DALENBERG en Grietje Ariens WITLOK, tr. 3° Zijpe 17 jan. 1818 Klaas Jansz BREDERODE, ged. (nederd. geref.) Zuid-Zijpe 3 april 1757, overl. Zijpe 22 dec. 1835, zn van Jan Aldertsz BREDERODE en Grietje Aris LANGEDIJK, wedn. van Aafje BESTEVAAR.
In Schoorl bekenden in 1799 Maartje Blom weduwe van Gerrit Knoef, met Cornelis Ridder [spaties] als voogden over het minderjarige kind van wijlen Gerrit Knoef geprocreëerd bij [spaties], in publieke veiling verkocht te hebben en nu op te dragen aan Cornelis Oost en Klaas de Jonge in Compagnie, allen wonende te Petten, een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 439 roeden, belend ten zuiden Jan Jansz Gutker, ten oosten de Oudendijk, voor 220 gld, nog een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 718 roeden, belend nu ten zuiden de kopers, ten oosten de Oudendijk, aan Hendrik Hoogwegen wonende te Schoorl een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 630 roeden, belend ten zuiden Cornelis Oost in compagnie, ten oosten de Oudendijk, voor 322 gld, aan Maarten Hoogvorst wonende te Hargen een stuk of kroft geestland te Hargen op de Bovengeest, groot 249 roeden, belend ten oosten en westen de erve Maarten Koek, voor 5 gld 10 st, aan Floris Kuyper alhier een akker geestland, groot 66 roeden, belend ten oosten en westen de domeinen, met nog een dito akker groot 71 roeden belend als voren, beide te Hargen gelegen, voor 10 st, aan Arian Jorisz Schotvanger wonende te Hargen een kroft geestland, groot 178 roeden, belend ten westen de domeinen, ten noorden de weduwe van Gerrit Hoogvorst, voor 50 gld, aan Maarten Hoogvorst te Hargen een kroft geestland te Hargen, groot 135 roeden, belend ten westen Jan Knaap, ten oosten de diaconie van Camp, voor 14 gld, aan Cornelis Schotvanger te Hargen een akker geestland te Hargen, groot 72 roeden, belend ten westen Arien Jansz Schotvaner, ten oosten Willem Gutker, voor 41 gld, aan Jacob Vlam wonende te Warmenhuizen een houtbosje te Aagtdorp, groot 54¼ roede, belend Teunis Leck, voor 52 gld 45.
In Schoorl verkoopt in 1803 Simon Jansz Dalenberg, als in huwelijk hebbende Maartje Jans Blom eerder weduwe van Gerrit Knoef te Hargen overleden, aan Jan Jansz Bas mede te Hargen woonachtig een huis en erf met 10 roeden land te Hargen, belend ten oosten Maarten Hoogvorst, ten noorden de Heereweg, voor 260 gld en een custingbrief van 150 gld te betalen in 3 termijnen 46.
Op 1 december 1810 geeft Maartje Jans Blom consent aan haar zoon Jan Gerritsz Knoef om een huwelijk aan te gaan met Jannetje Kluijt (huwelijksbijlage).
In 1789 testeren Gerrit Knoeff en Maartje Jansdr Blom, echtelieden wonende onder de jurisdictie van Schoorl. Indien er geen kinderen zijn, ook niet van hem uit zijn vorig huwelijk, op de langstlevende. Hij heeft een voorzoon. Als er wel kinderen zijn, dan aan die alleen de naakte legitieme portie. Als bij zijn overlijden zijn voorzoon en en zij nog leven, dan krijen beiden een filiale portie. 47
Uit het eerste huwelijk:
1. Jan Gerritsz KNOEF, arbeider, overl. Zijpe (aan de Ruigenweg) 24 dec. 1830 (man van Jannetje Leijen), ondertr. (eerste gebod) Schoorl 2 dec. 1810 (zij, geboren te Egmond op den Hoef, met toestemming van haar moeder Aaltje Broot) Jannetje KLUIJT/LEIJEN 48, dr van Aaltje BROOD.
IIId. (van IIc) Cornelis Cornelisz BLOM, geb. ca. 1752, secretaris te Groet, schout ald., overl. Schoorl 10 sept. 1805, ondertr. (impost) 1° Zijpe 29 dec. 1776 (impost voor haar 6), attestatie om te trouwen ald. 19 jan. 1777 (betoog gezonden naar Groet en aldaar ongehinderd getrouwd) Trijntje Jansdr KOOMEN, ged. (nederd. geref.) ald. 5 maart 1758, overl. Groet maart 1787, dr van Jan Klaasz KOOMEN, in 1758 op de lijst van zakken zaad (Oud Arch. Zijpe L 134) Jan Coomen met 88 gerst in het 15e blok, zuyder G, en op 1 april 1758 heeft Jan Claasz Koomen 3½ morgen bezaaid land aan de Westzij van de Groote Sloot, en Guurtje Gerrits OOM, maakt huwelijksvoorw. 2° Bergen (N.-H.) 5 nov. 1790 met Trijntje Gerritsdr JONKER, geb. Groet ca. 1737 (bij overlijden 85 jaar, geboren te Groet), overl. ald. 17 april 1823 (aangevers behuwdzoon Cornelis Cornelisz Dalenberg. 69 jaar, landbouwer te Groet, en zoon Jan Jansz Hoogvorst, 48 jaar, landbouwer), dr van Gerrit JONKER en Trijntje IJSSENS, wed. van Jan Jansz HOOGVORST.
In Schoorl bekenden in 1778 Klaas IJsbrandsz, als in huwelijk hebbende Marrietje Bilderbeecq, wonende alhier, en Jacob Hovingh Georgeszoon namens zijn principalen, bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom de Jonge wonende onder de jurisdictie van Groet een stukje weiland te Hargen aan de Zandvaart onder de Groeder watermolen, groot 80 roeden, belend ten zuiden de weduwe van Adriaan Kuyper, ten noorden Casper Koolmeyer, voor 156 gld, draagt in 1781 evenzo Jan Nierop schout en secretaris, als executeur van de nalatenschap van wijlen Immetje Cornelis Braam, op aan Cornelis Blom de Jonge wonende onder Groet een stuk bosland onder Straat, groot 243 roeden, belend ten noorden Klaas Kapiteyn, ten noorden de verkopers, voor 292 gld, en idem groot 62½ roe, belend ten westen Jan Kraak, ten oosten Pieter Spaander, voor 70 gld, bekenden in 1782 de executeuren van de nalatenschap van wijlen Adriaan Kuyper en Antje Rentenaar, beiden te Hargen overleden in publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Cornelis Blom de Jonge wonende te Groet een houtbosje te Hargen, groot 45 roeden, belend ten noorden de erve Jacob Hoogvorst, ten zuiden de Wildernis, voor 44 gld, en verkoopt in 1784 Cornelis Blom de Jonge wonende te Groet, als mede-erfgenaam van Cornelis Leeuwen van Krabbendam, aan Pieter Staat te Krabbendam een stuk weiland genaamd de Steen-akkers in de Hempolder, groot 564 roeden, belend ten oosten de koper, ten westen Jan Bakker, belast met een jaarlijkse erfpacht van 12 gld 10 st ten behoeve van de Gereformeerde kerk te Schoorl, voor 315 gld 49.
In Schoorl verkoopt in 1787 Cornelis Blom de Jonge wonende te Groet aan Cornelis van der Vaart wonende te Dirkshorn een houtbosje gelegen te Hargen, groot 45 roeden, belend ten noorden Jan Bakker, ten zuiden de Wildernis, voor 75 gld, en verkoopt in 1790 Trijntje Gerrits Jonker weduwe van Jan Hoogvorst wonende te Groet aan Cornelis Blom schout te Groet en aldaar woonachtig een stuk wei- of hooiland in de Hemme onder Schoorl, groot 382 roeden, belend ten zuidoosten Jan Bakker, ten zuidwesten de Hoogeweg, voor 400 gld 50.
In Schoorl verkoopt in 1799 Cornelis Blom wonende te Groet aan Antonie Dremburg te Krabbendam woonachtig een stuk weiland in de Hemme onder de Groeter watermolen, groot 382 roeden, belend ten westen de Hooeweg, ten noorden Gerrit Jongeling, voor 100 gld en een custingbrief van 500 gld 51.
Op 11 mei 1790 worden voor de notaris te Bergen huwelijkse voorwaarden opgesteld door Cornelis Cornelisz Blom, weduwnaar en bruidegom, ter eenre, en Trijntje Gerritsdr Jonker, weduwe en bruid, ter andere zijde, beiden wonende te Groet, waarbij haar bezittingen beschreven en getaxeerd worden 52.
Uit het eerste huwelijk:
1. Gerrit, geb. Groet 23 jan. 1778, volgt IVd.
2. Guurtje, geb. Groet aug. 1786, volgt IVe.
3. Trijntje Cornelis, geb. Groet 9 mei 1787, volgt IVf.
IIIe. (van IIc) Jan Cornelisz BLOM, geb. ca. 1754, watermolenaar op de Harger molen, boer, impost op begr. Schoorl 6 dec. 1801 (onvermogend), ondertr. (impost) 1° ald. 16 jan. 1783 (impost 6 voor hem, jongman van Hargen; zij jongedochter uit de Zijpe), ondertr. (impost) Zijpe 11 jan. 1783 (impost 3 voor haar), tr. Schoorl 2 febr. 1783 Antje BLANKERS, geb. Zijpe 17 april 1757, impost op begr. Schoorl 14 febr. 1784 (impost 3), dr van Cornelis Hendriks BLANKERS en Grietje HEERTJES, ondertr. (impost) 2° ald. 11 aug. 1784 (hij weduwnaar van Hargen, zij jongedochter van Petten; impost 3 voor hem), tr. ald. 22 aug. 1784 Jan(ne)tje Pieters VRIESMAN, ged. (nederd. geref.) Petten 15 nov. 1761, overl. Groet 14 okt. 1809, dr van Pieter Willemsz VRIESMAN en Etje Jacobs MOS.
Vanaf 1784 is Jan Blom molenaar van de Harger polder, en in 1805 en 1806 wordt aan Jantje Vriesman, weduwe van Jan Blom, achterstallig maalloon betaald over 1798 en 1799 tot 20 september 1799 53.
In Petten geeft op 10 augustus 1784 Etje Jacobs Mos als moeder van haar minderjarige dochter Jannetje Pietersdr Vriesman consent dat dezelve zich in het huwelijk begeeft met Jan Blom, weduwnaar van Hargen onder Schoorl.
Uit het eerste huwelijk:
1. Antje Jans, impost op begr. Schoorl 20 febr. 1784 (impost 3).
Uit het tweede huwelijk:
1. Cornelis, geb. ca. 1785, impost op begr. Schoorl 27 juli 1788 (impost 3).
2. Pieter, ged. (nederd. geref.) Petten 26 nov. 1786 (uit de Hargermolen).
3. Cornelis, geb. ca. 1788, impost op begr. Schoorl 6 nov. 1789 (impost 3).
4. Aafje Jansdr, geb. ca. 1791, volgt IVg.
5. Cornelis, geb. Groet 28 juli 1792, volgt IVh.
6. Jacob, geb. Schoorl 4 aug. 1795, volgt IVi.
7. Gerrit, geb. Schoorl 20 juni 1795, volgt IVj.
8. Etje, geb. Hargen, banne Schoorl okt. 1797 (volgens getuigenverklaringen), volgt IVk.
IIIf. (van IIc) Jacobus BLOM, geb. 7 sept. 1760 (volgens het Registre civique van 1812, 'paijsan'; geboren in (na)jaar 1761 volgens getuigenis van 7 personen in 1812 42), boer, bouwman, schepen van Schoorl en Camp (o.a. in 1797 en 1808), overl. Schoorl 28 nov. 1829, ondertr. (impost) 1° ald. 23 sept. 1782 (impost ieder 6, samen 12) Dieuwertje Arians SCHOTVANGER, dr van Arien Jorisz SCHOTVANGER en Antje Dirksdr SCHOUTEN, ondertr. (eerste gebod) 2° ald. 15 april 1798, ondertr. (impost) Schoorl 14 april 1798 (impost ieder 3, beiden uit de Hargerpolder), tr. ald. 29 april 1798 Aafje Jans DALENBERG, geb. ald. 16 jan. 1773, doet belijdenis (nederd. geref.) Schoorl 28 mei 1802, overl. ald. 20 dec. 1835, dr van Jan Sijmonsz DALENBERG en Grietje Ariens WITLOK.
In Schoorl bekenden in 1782 de executeuren van de nalatenschap van Adriaan Kuyper en Antje Rentenaar, beiden de Hargen overleden, bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Jacobus Blom wonende alhier een huis staande te Hargen aan de Slaperdyk, belend ten zuiden dezelve dijk, ten oosten de Oude Zandvaart, voor 155 gld, dat hij in 1783 voor dezelfde prijs verkoopt aan Cornelis Blom mede alhier woonachtig 54.
In Schoorl bekende in 1797 Floris Kuyper als in huwelijk hebbende Antje Blom wonende alhier in publieke veiling verkocht te hebben en nu op te dragen aan Jacobus Blom wonende in de Hargerpolder en Cornelis Blom te Groet, 1/10 van een huismanswoning, erf en boet met 53 geersen 50 roeden land daar annex in de Hargerpolder, belend ten noorden het Mostertwegje, ten zuiden Casper Koolmeyer, van 6 geerzen weiland aldaar, belend ten zuiden de Mientesloot, ten noorden de Camperweg, van 6 geersen dito land, belend ten noordoosten Jan Hetzer, te zuidwesten de weduwe van Gerrit Hoogvorst, van 13 geerzen dito land aldaar in de Oude Lay, belend ten westen Jan Twisk, ten oosten Jacob Schotvanger, van 6 geerzen dito land aldaar, belend ten westen de Zandvaart, ten oosten de Hargerweg, van 8 geerzen dito land aan de Kooglaan, belend ten westen dezelve laan, ten oosten Hendrik Gutker, van 161 roeden land in de Pettemerpolder, belend ten zuiden de Mostertweg, ten noorden Jan Struyf, van een huis aan de Slaperdijk en Zandvaard te Hargen belast met 1/10 van 3 gld jaarlijkse erfpacht, voor 656 gld, en verkoopt in 1798 Floris Kuyper als in huwelijk hebbende Antje Cornelis Blom wonende te Groet aan Jacobus Blom wonende in de Hargerpolder 1/4 van huis en landerijen als hiervoor (maar zonder vermelding van het land in de Pettemerpolder) voor een custingbrief van 1500 gld, te betalen in gelijke termijnen van 300 gld, de eerste termijn wanneer het tegoed zijnde geld van mol- en ryloon vanwege de Hondtbossche door de koper ontvangen wordt, de 4 volgende termijnen op 1 november 1799, 1800, 1801 en 1802 (geroyeerd op 18 april 1799) 55.
Op 2 april 1798 zijn Cornelis Blom wonende te Groet en Arian Veldhuis voogden over de minderjarige kinderen van Jacobus Blom wonende in de Harger polder bij wijlen Dieuwertje Schotvanger, namelijk Antje ca. 12 jaar, Grietje 10 jaar, Cornelis 14 jaar en Krijntje 6½ jaar 56.
In Schoorl bekenden in 1800 Cornelis Blom, Jacobus Blom, Jan Blom en Trijntje Jans Bouwens weduwe van van Pieter Blom, allen te Hargen woonachtig, erfgenamen van wijlen Cornelis Blom en Kryntje Twisk te Hargen overleden, in publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Jacobus Blom wonende alhier een huis staande aan de Oostzijde van de Slaperdijk te Hargen, voor 176 gld, en verkopen in 1800 Jacob en Cornelis Blom, beiden thans te Hargen woonachtig, als bij testament [spaties] in 1799 van wijlen A. Schotvanger en Antje [spaties] executeurs, aan Jacobus Blom voornoemd en Arien Veldhuis, beiden te Hargen woonachtig, een huisje en erf met een kroftje geestland daar benoordwesten aan, groot 25 roeden, belend ten noorden de Heereweg, ten zuidwesten de erven Gerrit [spaties], voor 57 gld 57.
In Schoorl verkoopt in 1806 Arian Veldhuis wonende te Hargen, als last en procuratie hebbende van Maarten Hoogvorst mede te Hargen woonachtig, aan Jacobus Blom wonende te Hargen, Hendrik van Vladeracken wonende te Groet en Jan Klinkhamer wonende te Hazepolder, in compagnie, een huis en erf te Hargen, belend ten noordwesten Jan Gerritsz Hoogvorst, ten zuidoosten Maarten Hoogvorst, voor 300 gld, beknt in 1810 Jacobus Blom wonende te Hargen schuldig te wezen aan Jan Helling wonende te Alkmaar 500 gld, tegen 6 per cento per jaar, af te lossen over 3 jaar, met als speciale hypotheek verbonden een stuk weiland in de Hargerpolder, groot 1244 roeden, belend ten oosten Jacob de Boer, ten westen Cornelis Mulder, en een stuk weiland gelegen als voren, belend ten oosten de weduwe van Gerrit Hoogvorst, ten westen Cornelis Mulder, en bekende in 1811 Cornelis Gutker wonende te Hargen, als enige universele erfgenaam van wijlen Hendrik Gutker op 16 april 1810 te Schoorl overleden, bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Jacobus Blom wonende te Hargen een stukje zaadland op de Hargergeest in Lammersven, groot 342 roeden, belend ten westen de diaconie van Camp, ten oosten Siemon Cornelis Dalenberg, voor 130 gld 58.
Op 7 augustus 1807 testeren Jacobus Blom en Aafje Jansdr Dalenbergh, wonende onder jurisdictie van Schoorl. Als hij de eerststervende is benoemt hij zijn huisvrouw en de kinderen bij haar in huwelijk verwekt ieder voor een filiale portie ofwel kindsgedeelte, maar als hij dan geen voorkinderen nalaat benoemt hij haar tot zijn enige erfgenaam, die dan verplicht is de kinderen door hem verwekt te voeden tot hun mondige jaren of eerder geapprobeerde staat. Als zij de eerststervende is benoemt zij haar man in alles wat zij na zal laten, met de verplichting om hun kinderen te voeden en te verzorgen tot hun meerderjarigheid of andere goedgekeurde staat. Zij benoemen elkaar tot voogd, en hij benoemt nog tot voogden over zijn minderjarige voorkinderen Arie Velthuijs wonende te Hargen en Adrianus Petrus de Lange te Alkmaar woonachtig. 59
Op 27 maart 1806 is er een akte van scheiding tussen Joris Schotvanger, Cornelis Schotvanger, Dirk Schotvanger, Willem Gutker als in huwelijk hebbende Lijsebeth Schotvanger, Arien Velthuis als in huwelijk hebbende Teetje Schotvanger, Jacobus Blom als bij testament gestelde voogd over de erfportie van zijn kinderen genaamd Cornelis, Antje, Grietje en Krijntje, in huwelijk verwekt met wijlen Dieuwertje Schotvanger, en nog dezelve Jacobus Blom als gestelde voogd over de erfportie der minderjarige kinderen van Jacob Schotvanger genaamd Arien en Jan, wonende de comparanten te Hargen onder jurisdictie van Schoorl, en te Groet, ingevolge het testament van 19 september 1783 bij notaris Pieter de Lange en de acte codicillair van 14 september 1790 voor notaris Willem Lodewijk Ivangh te Bergen, over de deling van de nalatenschap van de ouders en de grootouders van de minderjarigen. Aan Jacobus Blom komt toe, als voogd over zijn kinderen, een broekweidje in de Oude Laij à 150 roeden, een weid genaamd de Paradijsweid groot 650 roeden, een akker op de Groetergeest à 157 roeden, belend ten westen Jan Knaap, ten oosten de Roomsche Kerk, mits uitkerend 7 gld vanwege zijn aandeel van 685 gld. 60
Uit het eerste huwelijk:
1. Cornelis Jacobusz, geb. Groet 9 nov. 1785, volgt IVl.
2. Antje, geb. Schoorl 15 sept. 1787, volgt IVm.
3. Grietje Jacobs, geb. Hargen, banne Schoorl verm. 21 okt. 1788, volgt IVn.
4. Ariaan, geb. Schoorl, overl. ald. 12 sept. 1791.
5. Krijntje, geb. Hargen, banne Schoorl 30 okt. 1793, volgt IVo.
6. (ongedoopt kind), impost op begr. Schoorl 30 okt. 1797 (impost 3).
Uit het tweede huwelijk:
1. Neeltje, geb. Schoorl 24 okt. 1798, volgt IVp.
2. Grietje, geb. Hargen, gem. Schoorl 22 maart 1801, volgt IVq.
3. Jan, geb. Groet 16 juni 1803, ged. (nederd. geref.) ald. 19 juni 1803 (doopgetuige Aaltje Cornelis Schipper), boerenknecht, overl. Schoorl 5 mei 1828.
4. Gerrit, geb./ged. (nederd. geref.) Groet 1/9 sept. 1804, volgt IVr.
5. Trijntje, geb./ged. (nederd. geref.) Groet 13/27 sept. 1807, volgt IVs.
6. Sijmon, geb. Groet 4 febr. 1809, ged. (nederd. geref.) ald. 12 febr. 1809 (doopgetuige Antje Dalenberg), geestelijk gebrekkig, overl. Schoorl 6 sept. 1836.
7. Pieter, geb./ged. (nederd. geref.) Groet 4 nov./2 dec. 1810, volgt IVt.
8. Klaas, geb. Schoorl 30 juli 1816, overl. ald. 17 nov. 1817.
IIIg. (van IIc) Pieter BLOM, geb. na 1769, overl. Schoorl 19 sept. 1799 (blijkens een bijlage bij het huwelijk van dochter Krijntje), ondertr. (impost) 1° ald. 6 sept. 1794 (impost 6, hij jongman te Hargen, zij jongedochter van de Slaper onder Groet) Trijntje Alberts DOF, ondertr. (impost) 2° ald. 14 mei 1796 (impost 6, hij weduwnaar van Schoorl, zij jongedochter van Zuid-Scharwoude), attestatie om te trouwen Zuid-Scharwoude 24 mei 1795 (naar Schoorl), tr. Schoorl 29 mei 1796 Trijntje Jansdr BOUWENS, ged. (nederd. geref.) Zuid-Scharwoude 22 sept. 1769, overl. Schoorl 21 maart 1800 (blijkens een bijlage bij het huwelijk van dochter Krijntje), dr van Jan Pieters BOUWENS en Neeltje Willems LANGERIJS.
In Schoorl testeren op 5 september 1796 Pieter Blom en Trijntje Jans Bouwens, echte man en vrouw wonende te Hargen, aan de langstlevende en na de dood van de langstlevende aan de kinderen of half en half aan de vrunden 61.
In Schoorl bekende in 1797 Floris Kuyper als in huwelijk hebbende Antje Blom wonende alhier in publieke veiling verkocht te hebben en nu op te dragen aan Pieter Blom wonende te Hargen een houtbosje te Bregtdorp, groot 31 roeden, belend ten noorden het dorp Schoorl, ten zuiden de weduwe van Jan Knaap, voor 30 gld 62.
Pieter Blom en Trijntje Jans Bouwens testeren op 25 oktober 1796 te Schoorl.
Uit het tweede huwelijk:
1. Krijntje, geb. Schoorl 20 okt. 1797 63, volgt IVu.
IIIh. (van IIc) Antje Cornelis BLOM, werkster (bij overlijden), overl. Broek op Langedijk 21 nov. 1830, ondertr. (impost) 1° Schoorl 19 okt. 1793 (impost 6 voor haar, aangever haar vader Cornelis Blom te Hargen; hij jongman van Groet) Floris Pietersz KUIJPER, landbouwer, overl. Alkmaar 1 okt. 1799, ondertr. (eerste gebod) 2° Schoorl 17 april 1808 Jan Simonsz PREKER, ged. (nederd. geref.) Barsingerhorn 11 maart 1770, overl. vóór 28 maart 1810, zn van Simon Jansz PREKER en Antje PIETERS, laatst wedn. van Antje POULIS, eerder wedn. van Jantje Cornelis MOLLEVANGER, alias Kaas, tr. 3° Heertje Cornelisz GOVERS, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 4/8 jan. 1775, dagloner, overl. Broek op Langedijk 10 mei 1822, zn van Cornelis Heertjes GOVERS en Trijntje Hillebrants JONGELING, wedn. van Trijntje Jans DOMPER.
In Schoorl verkoopt op 8 april 1799 Floris Kuyper wonende te Hargen aan Aris Jansz een akker geestland te Hargen, groot 66 roeden, belend ten oosten en westen de domeinenm met nog een akker dito land aldaar groot 71 roeden, belend als voren, voor 1 gld 10 st, en verkoopt in 1799 Harmanus Molenbrink wonende te Alkmaar aan Floriss Kuyper wonende te Hargen een huis en erf te Schoorl aan Straat, belend ten ziuiden Klaas Jonker, ten noorden Gerrits Driesz, met een daartegenover staande stal, belend ten zuiden en noorden Pieter Blankendaal, voor 500 gld 64.
Op verzoek van Ariaantje Kuyper, dienstmaagd wonende te Broek op Langedijk, hebben op 26 juli 1822 [ten behoeve van haar voorgenomen huwelijk] voor de vrederechter van Alkmaar, kanton nr 1, de getuigen Jacobus Blom, Arie Krans, Jan Knoef en Jan Twisk verklaard dat zij hebben gekend Floris Kuyper, landbouwer, gewoond hebbende binnen de gemeente Groet, en dat dezelve in de maand september 1799 tijdens de landing van de Engelsen en de Russen in Noord-Holland is geblesseerd geworden en alsdan in het hospitaal is gebracht binnen de stad Alkmaar, alwaar volgens hun informatiën dezelve Floris Kuyper op 1 oktober 1799 aan zijn bekomen blessure was komen te overlijden.
In Broek op Langedijk op 5 mei 1810 hebben de weesmmeesters aangesteld tot voogden over het minderjarige kind van wijlen Jan Preker geprocreëerd bij Antje Blom de personen van Jacobus Blom te Groet en Willem Zeun te Broek op Langedijk, om met de voornoemde moeder van het minderjarige kind genaamd Krijntje geboren op 26 april 1809, haar goederen te regeren en administreren, brengen de bovengemelde voogden te weesboek als vaderlijke erfportie, blijkens de rekening van de nalatenschap van Jan Preker gedaan voor schepenen op 28 maart 1810, de somme van 9 gld, en neemt de moeder op zich het minderjarige kind te onderhouden tot haar mondige jaren 65.
Uit het eerste huwelijk:
1. Ariaantje KUIJPER, geb. Schoorl 25 aug. 1794 (volgens getuigenverklaringen bij haar huwelijk), dienstmaagd (bij huwelijk), kroeghoudster, tr. Oudkarspel 18 aug. 1822 (bij de huwelijksproclamatie in Broek op Langedijk wordt hij weduwnaar van Grietje Klaas Duin genoemd en zij als geboren te Groet)_ Hendrik JOMAN, geb./ged. (nederd. geref.) ald. 11/15 dec. 1779, dagloner, landbouwer, overl. ald. 28 april 1842, zn van Hendrik Stoffelsz JOMAN en Dieuwertje Klaas van TWUIJVER, wedn. van Grietje VEEN.
2. Cornelis KUIJPER, geb./ged. (nederd. geref.) Schoorl 23/25 sept. 1796, landbouwer, groenteventer, tr. Westzaan 22 april 1832 Antje Jans GORTER, geb. ald. 5 april 1797, arbeidster (bij tweede huwelijk), dr van Jan GORTER en Aaltje EGBERTS, wed. van Jan KORSMAN.
Uit het tweede huwelijk:
1. Krijntje PREKER, geb./ged. (nederd. geref.) Broek op Langedijk 26/28 mei 1809, overl. Hensbroek 30 dec. 1860, tr. ald. 25 aug. 1836 Reindert BART, geb. ald., arbeider, overl. Hensbroek 30 dec. 1843, zn van Aldert Abrahamsz BART en Aafje Reinderts PELS.
Uit het derde huwelijk:
1. Cornelis GOVERS, geb./ged. (nederd. geref.) Broek op Langedijk 24/26 jan. 1812, arbeider, tr. Barsingerhorn 27 sept. 1838 Neeltje KEIZER, geb. ald. 1808, boerenmeid (bij huwelijk), dr van Cornelis KEIZER en Grietje LEIJENAAR.
2. Pieter GOVERS, geb./ged. Broek op Langedijk 9/22 jan. 1815.
IVa. (van IIIa) Jan Ariaansz BLOM, geb. Hargen ca. 1766, overl. ald. 7 aug. 1804, impost op begr. Schoorl 9 aug. 1804 (onvermogend), ondertr. (impost) ald. 17 mei 1788 (beiden onvermogend) Lijsbeth Gerrits HOUTKOOPER, alias Volkers, geb. Noord-Scharwoude 3 maart 1766, overl. Schoorl 7 febr. 1834, dr van Gerrit Aarjensz VOLKERS, alias Houtcoper, en Guurtje JANS, bij huwelijk jongedochter van Koedijk.
Op 17 mei 1788 geven in Hargen Aerjen Blom en zijn vrouw Kenepje Hendriks, als vader en moeder van Jan Blom, schriftelijk toestemming dat hun zoon Jan Blom in de huwelijkse staat word ingeschreven met Lijsebeth, jongedochter van Langedijk. Er is ook dd. 19 mei 1788 schriftelijke toestemming van Gerrit Volkers en Geurtje Jans dat Jan Blom en Lysebet Gerrit Volkers zich in de huwelijkse staat begeven.
In 1819 vindt beëdiging plaats van Jan Houtkopers wonende te Noordscharwoude en Elizabeth Houtkopers te Hargen gemeente Schoorl woonachtig, wegens aangeving der nalatenschap van wijlen Antje Houtkopers, overleden te Noordscharwoude op 6 januari 1819 en aldaar gedomicilieerd geweest 66.
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje Jans, geb. Hargen 20 okt. 1788, volgt Va.
2. Guurtje Jans, geb. Hargen, banne Schoorl ca. 1790, volgt Vb.
3. Leentje Jans, geb. Hargen 24 aug. 1791, overl. Schoorl 14 juni 1863, tr. ald. 7 febr. 1817 Jan de BOER, ged. (nederd. geref.) Bergen (N.-H.) 1 jan. 1785, dagloner te Schoorl, overl. Hargen, gem. Schoorl 10 dec. 1865, zn van Gerrit de BOER en Aagje Pieters HAN, wedn. van Marijtje van de VELDE.
Op verzoek van Leentje Blom wonende te Schoorl, met een certificaat van de schout dat zij behoeftig is, en voornemens als behoeftig persoon in huwelijk te treden met Jan de Boer dagloner te Schoorl, verklaren 7 personen dat zij, dochter van Jan Ariensz Blom overleden op 7 augustus 1804 en Lijsbet Houtkoper wonende te Schoorl, geboren is in Schoorl in augustus 1791, naar hun beste onthoud op de 24e 67.
4. Arie(n) Jansz, geb. Schoorl 19 jan. 1795, volgt Vc.
5. (kind), impost op begr. Schoorl 29 dec. 1797 (impost 3, kind van Jan Blom in de Hargerpolder).
IVb. (van IIIa) Cornelis Ariaansz BLOM, geb. Hargen ca. 1770, overl. Alkmaar 8 mei 1810, ondertr. (impost) Schoorl 8 aug. 1794 (onvermogend, hij jongman van Hargen, zij jongedochter van Krabbendam), ondertr. (impost) Warmenhuizen 9 aug. 1794 (pro deo, hij jongman van Hargen, zij jongedochter van Warmenhuizen) Aaltje Cornelis SMIT, geb. Krabbendam, gem. Warmenhuizen (volgens overlijdensaangifte), ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 10 febr. 1771 (doopgetuige Elisabeth Smit), overl. Castricum 6 febr. 1830, dr van Cornelis SMIT en Antje GERRITS.
Uit dit huwelijk:
1. Kenutje, impost op begr. Schoorl april 1799 (onvermogend).
2. Antje, geb. Hargen, gem. Schoorl 1796 (volgens verklaringen door inwoners van Hargen in 1796 te Schoorl geboren), volgt Vd.
3. Arie, geb. Castricum 15 juni 1800, ged. (nederd. geref.) ald. 29 juni 1800 (doopgetuige Elisabeth Smit), arbeider, overl. Egmond-Binnen 18 aug. 1831 (niet als weduwnaar genoemd), tr. ald. 4 dec. 1829 Aafje BOSCHMAN, geb. Egmond a/d Hoef 4 okt. 1794, ged. (nederd. geref.) ald. 5 okt. 1794, overl. Egmond-Binnen 12 juli 1830 (geen echtgenoot genoemd), dr van Cornelis BOSMAN en Trijntje MIKKELS.
4. Pieter, geb./ged. (nederd. geref.) Castricum 21/30 mei 1802, impost op begr. ald. 23 dec. 1803 (onvermogend), begr. ald. 24 dec. 1803.
5. Cornelis, geb./ged. (nederd. geref.) Castricum 26/28 aug. 1803, overl. ald. 18 dec. 1803, impost op begr. ald. 20 dec. 1803 (onvermogend).
6. Keetje, geb./ged. (nederd. geref.) Castricum 30/31 maart 1805, volgt Ve.
7. Trijntje, geb./ged. (nederd. geref.) Castricum 19 juni/10 juli 1808.
8. Cornelia, geb./ged. (nederd. geref.) Castricum 19/24 juni 1810, overl./begr. ald. 19/20 sept. 1811.
IVc. (van IIIa) Jacob Ariaansz BLOM, geb. Hargen, overl. Schoorl 2 april 1809, ondertr. (impost) ald. 12 febr. 1803 (onvermogend, hij jongman van Hargen, zij jongedochter van Egmond op den Hoef) Antje Cornelis DUINMEIJER, ged. (nederd. geref.) Egmond-Binnen 26 maart 1775, bij huwelijk jongedochter van Egmond a/d Hoef, overl. Den Helder 6 maart 1820, dr van Cornelis DUINMEIJER en Lijsbeth Jans van DRISSEL.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter, geb. Groet 22 febr. 1804, ged. (nederd. geref.) ald. 26 febr. 1804 (doopgetuige Jannetje Blom).
2. Lijsbeth (Elisabeth), geb. Zijpe 5 aug. 1805, ged. Noord-Zijpe (Oudesluis) 11 aug. 1805, volgt Vf.
3. Keetje, geb./ged. (nederd. geref.) Zijpe 3/7 febr. 1807, volgt Vg.
IVd. (van IIId) Gerrit BLOM, geb. Groet 23 jan. 1778, doet belijdenis (nederd. geref.) Schoorl 28 mei 1802 als Gerrit Cornelisz Blom, watermolenaar in de Groeter molen, als Gerrit Blom vermeld als lidmaat in 1810 in Hargen aan de molen, vanaf 1814 in Groet met zijn vrouw Trijntje Schouten in de Groeter molen, overl. Schoorl 13 mei 1860, tr. 1° ald. 26 okt. 1806 Maartje EVERTS, geb. ca. 1785, ged. (nederd. geref.) Groet 11 jan. 1807, overl. ald. 18 nov. 1809, begr. ald., tr. 2° Zijpe 17 febr. 1811 Trijntje SCHOUTEN, ged. (nederd. geref.) Schagerbrug, Zijpe 12 okt. 1783, overl. Groet 6 mei 1824, dr van Hendrik Johansz SCHOUTEN en Aaltje Cornelis GRAVEN, tr. 3° ald. 9 juni 1825 Baafje TENTIJ, ged. (nederd. geref.) Barsingerhorn 7 sept. 1788, overl. Groet 10 okt. 1828, dr van Barend Stevensz TENTIJ, wever, en Dirkje Dirks KUIPER, eerder gehuwd met Pieter BAS.
Ten verzoeke van Gerrit Blom, watermolenaar te Groet, voornemens een huwelijk aan te gaan met Baafje Tentij, arbeidster te Warmenhuizen, verklaren in 1825 zeven personen hem zeer wel te kennen als zoon van Cornelis Blom en Trijntje Jansdr Komen, en dat hun allen zeer wel voor staat dat Gerrit Blom op 23 januari 1778 geboren is te Groet en aldaar gedoopt. In een bijlage verklaart de schout van de gemeente Groet dat Gerrit Blom, watermolenaar te Groet woonachtig, in een zodanige behoeftige toestand verkeert dat hij voldoet aan de wettelijke bepalingen tot het wegnemen van pecuniële bezwaren bij het voltrekken van huwelijken. 68
Uit het eerste huwelijk:
1. Trijntje, geb. Groet 9 dec. 1807, ged. (nederd. geref.) ald. 25 dec. 1807 (doopgetuige Trijntje Blom), overl. Zijpe 17 mei 1870, tr. 1° Den Helder 2 aug. 1832 Willem MAREES, geb. Zuid-Zijpe 30 aug. 1804, ged. (nederd. geref.) ald. 2 sept. 1804 (doopgetuige Jantje Jans Marees), arbeider, overl. Den Helder 8 sept. 1845, zn van Pieter Jansz MAREES en Trijntje Willems HOPMAN, tr. 2° Barsingerhorn 12 aug. 1848 Arie GOED, geb. Zijpe (aan de Oudesluis) 2 aug. 1817, uurwerkhersteller, uurwerkmaker, overl. Huisduinen, gem. Den Helder 13 dec. 1874, zn van Jan GOED, arbeider, en Neeltje VOS, die hertr. met Trijntje VINK.
2. Cornelis, geb. Groet 23 okt. 1809, ged. (nederd. geref.) ald. 12 nov. 1809 (doopgetuige Aafje Jansdr Dalenberg), overl. ald. 14 juli 1817.
Uit het tweede huwelijk:
1. Hendrik, geb. Groet 29 juni 1811, overl. ald. 11 juli 1811.
2. Hendrik, geb. Groet 15 juli 1812, volgt Vh.
3. Aaltje, geb. Groet 8 dec. 1813, overl. ald. 24 nov. 1833.
4. Jan, geb. Groet 5 dec. 1814, overl. ald. 13 dec. 1815.
5. Jan, geb. Groet 11 febr. 1816, volgt Vi.
6. Neeltje, geb. Groet 5 maart 1817, overl. ald. 17 juni 1817.
7. Neeltje, geb. Groet 15 maart 1818, tr. Schoorl 9 mei 1847 Jan SNIP, geb. Hargen, gem. Schoorl 7 april 1814, landman, zn van Willem SNIP, landman, en Trijntje Jansdr DALENBERG, boerin.
Op 12 april 1855 vertrok Jan Snip met zijn gezin naar Amerika.
8. Cornelis, geb. Groet 17 maart 1820, overl. ald. 1 febr. 1821.
9. Cornelis, geb. Groet 8 juli 1821, overl. ald. 13 sept. 1822.
10. Cornelis, geb. Groet 20 febr. 1823, overl. ald. 7 april 1823.
Uit het derde huwelijk:
1. Cornelis, geb. Groet 17 sept. 1825, overl. ald. 18 nov. 1825.
IVe. (van IIId) Guurtje BLOM, geb. Groet aug. 1786, boerenmeid, overl. Koedijk 19 april 1822, tr. ald. 31 maart 1816 Pieter Cornelisz de GROOT, ged. (nederd. geref.) ald. 27 juni 1773, landbouwer, overl. Koedijk 17 sept. 1857, zn van Cornelis Jansz de GROOT, landbouwer, en Dieuwertje Pieters HANSEN, wedn. van Maartje Jacobsdr MEEG, en die hertr. met Maartje BRUIN, dienstmaagd (bij huwelijk).
Volgens een verklaring op 23 december 1816 is Guurtje Blom, boerenmeid wonende te Koedijk, dochter van wijlen Cornelis Blom en Trijntje Koomen, in augustus 1786 geboren te Schoorl 69.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje de GROOT, geb. Koedijk 4 april 1817, dienstbode (bij huwelijk), overl. Warmenhuizen 26 april 1894, tr. ald. 25 jan. 1867 Hark DEKKER, geb. Nieuwe Niedorp 2 dec. 1808, ged. (nederd. geref.) ald. 11 dec. 1808 (doopgetuige Maartje Burgers), arbeider, overl. Warmenhuizen 14 maart 1895, zn van Klaas DEKKER en Lijsbet BOERDIJK, wedn. van Aaltje GROEN.
2. Jan de GROOT, geb. Koedijk 8 aug. 1818, overl. ald. 3 sept. 1818.
3. Jan de GROOT, geb. Koedijk 22 nov. 1819, overl. ald. 2 sept. 1825.
4. Dieuwertje de GROOT, geb. Koedijk 7 mei 1821, overl. ald. 24 maart 1824.
IVf. (van IIId) Trijntje Cornelis BLOM, geb. Groet 9 mei 1787, overl. Koedijk 24 nov. 1852, ondertr. 1°/tr. ald. 25 april/12 mei 1807 Willem Klaasz BOLDEWIJN, geb. ald. 7 okt. 1776 70, ged. (nederd. geref.) Koedijk 13 okt. 1776, landbouwer, overl. ald. 7 mei 1817, zn van Klaas Pietersz BOLDEWIJN en Trijntje Willems WAAGMEESTER, tr. 2° ald. 2 dec. 1819 Cornelis Jansz BLAAUW, geb. Koedijk 6 jan. 1795, ged. (nederd. geref.) ald. 11 jan. 1795 (doopgetuige Aagtje Ariensdr Heeman), landbouwer, landman, overl. ald. 17 sept. 1860, zn van Jan Cornelisz BLAAUW en Antje Pietersdr VOLKERS.
In 1819 wordt op 2 oktober ten verzoeke van Trijntje Blom, landbouwster te Koedijk, weduwe van Willem Boldewijn in leven landbouwer te Koedijk en aldaar overleden in april 1817, als moeder en voogdesse over haar nog minderjarig kind Klaas Willemsz Boldewijn, oud 8 jaar, bij haar man in huwelijk verwekt, een familieraad belegd, bestaande uit Pieter Boldewijn landbouwer te Koedijk, Gerrit Boldewijn timmerman in de Schermeer, ooms, Klaas Appetijt landbouwer te Koedijk, oudoom, allen van vaderszijde, Gerrit Blom landbouwer te Groet, oom van moederzijde, Pieter de Groot landbouwer te Koedijk, aanbehuwd oom van moederszijde, en nog IJf Gerritsz IJfs landbouwer te Koedijk; tot toeziend voogd wordt Pieter Boldewijn benoemd, en na hertrouwen met haar inwonende dienstknecht Cornelis Blaauw mag zij de voogdij behouden en zal Cornelis Blaauw mede-voogd zijn. Op 13 oktober verklaren 7 getuigen dat Trijntje Blom, weduwe van Willem Boldewijn, boerin geboren is te Groet op 9 mei 1787 als dochter van wijlen Cornelis Blom en Trijntje Jans Komen, beiden gewoond hebbende te Groet. Op 13 november wordt Jan Groenewoud, schout en secretaris van de gemeente Koedijk, benoemd als taxateur van de roerende goederen in de gemene boedel van wijlen Willem Boldewijn, overleden te Koedijk op 7 mei 1817, en zijn nagelaten weduwe Trijntje Blom, landbouwster. 71
In 1821 testeert Trijntje Blom, huisvrouw van Cornelis Blaauw, landman, wonende te Koedijk. Zij legateert aan haar man Cornelis Blaauw al hetgene waarover zij volgens de wet te zijnen voordele mag beschikken, en herroept eerdere testamenten. 72
Op 22 januari 1853 wordt de nalatenschap aangegeven van Trijntje Blom, overleden te Koedijk op 24 november 1852. De aangevers: (1) Cornelis Blaauw Janszoon, landman te Koedijk, (2) Jan Oud, broodbakker aan de Burgerbrug in de Zijpe, als gehuwd zijnde met Trijntje Blaauw, (3) Jacob Groenewoud, landman te Koedijk, als gehuwd zijnde met Antje Blaauw, (4) Pieter Stam, landman te Koedijk als gehuwd zijnde met Cornelia Blaauw, allen in gemeenschap van goederen, zijnde de genoemde Trijntje, Antje en Cornelia Blaauw de enige nagelaten kinderen van de erflaatster in huwelijk verwekt met haar nagelaten man genoemde Cornelis Blaauw Jansz, (5) Dirk Butter Jacobszoon, en zijn huisvrouw Maartje IJfsz, wonende te Koedijk, laatstgenoemde ten dezen met eerstgenoemde bijgestaan, zijnde Maartje IJfs eerder weduwe van Klaas Boldewijn die op 12 oktober 1844 te Koedijk is overleden, handelende als moeder en voogdes en Dirk Butter Jacobszoon als mede-voogd, over de vijf minderjarigen Dieuwertje, Trijntje, Antje, Willem en Klaas Boldewijn, zijnde de enige nagelaten kinderen van Klaas Boldewijn in huwelijk verwekt met zijn huisvrouw Maartje IJfs, welke Klaas Boldewijn is geweest een zoon van de erflaatster in huwelijk verwekt met haar eerste man Willem Boldewijn, die op 7 mei 1817 te Koedijk is overleden. De erflaatster heeft bij haar testament dd. 30 november 1821 voor notaris Michiel Johan de Lange te Alkmaar aan haar man Cornelis Blaauw Janszoon al datgene gelegateerd waarover zij volgens de wet zou mogen beschikken. Tot de gemeenschappelijke boedel van de erflaatster en haar man Cornelis Blaauw Janszoon behoren: (1) een stuk rietland te Koedijk, kadastraal A242, groot -.77.60, (2) een stuk zaadland aldaar, A258, groot -.34.80, (3) een stuk weiland te Oudkarspel, A122, groot 2.10.-, (4) een stuk zaadland aldaar, A137, groot -.98.70, (5) een stuk zaadland aldaar, A229, groot -.14.60, (6) een houtbosje te Bergen, sectie B nrs 246 en 250, groot -.34.70. Tot haar afzonderlijke nalatenschap behoren nog: (1) een huis, erf en werf te Koedijk, A26, groot -.08.70, (2) een stuk weiland aldaar, A185, groot 2.01.70, (3) een stuk weiland aldaar, sectie A nrs 426 en 422, groot 1.86.30, (4) een stuk weiland te Oudkarspel, A173, groot 1.15.10, (5) een stuk weiland te Zuid-Scharwoude, A203, groot 2.71.80. Tot aan haar overlijden heeft zij het vruchtgebruik gehad van de volgende onroerende goederen, in blote eigendom van haar voorzoon Klaas Boldewijn die op 12 oktober 1844 te Koedijk is overleden: (1) de helft van een stukje rietland te Koedijk, A440, groot -.57.80, (2) een akker zaadland te Koedijk, A271, groot -.18.30, (3) een akker zaadland te Zuid-Scharwoude, sectie A nrs 128 en 129, groot -.28.40, (4) 2 akkers bouwland te Broek op Langedijk, sectie A nrs 1128, 1229, 1230 en 1231, groot -.43.10. [Er worden geen bedragen genoemd.] 73
Uit het eerste huwelijk:
1. Trijntje Willemsdr BOLDEWIJN, geb. Koedijk 18 aug. 1809, ged. (nederd. geref.) ald. 27 aug. 1809 (doopgetuige Grietje Bakker), overl. 27 juli 1817.
2. Klaas BOLDEWIJN, geb. Koedijk 9 juli 1811, ged. (nederd. geref.) ald. 14 juli 1811 (doopgetuige Grietje Bakker), landman, landbouwer, overl. ald. 12 okt. 1844, tr. Koedijk 28 april 1833 Maartje IJFS, geb. ald. 8 jan. 1813, boerin (bij haar tweede huwelijk), overl. ald. 10 febr. 1861, dr van IJf Pietersz IJFS en Dieuwertje Pieters VISSER, die hertr. met Dirk BUTTER, koopman (bij eerste huwelijk), landbouwer, landman (bij tweede huwelijk).
Uit het tweede huwelijk:
1. Trijntje BLAAUW, geb. Koedijk 6 mei 1818 (buiten huwelijk geboren, met als vader Cornelis Blaauw in dienst van de Nationale Militie), overl. Zijpe 29 april 1890, tr. ald. 24 april 1842 Jan OUT, geb. ald. ca. 1818, broodbakker aan de Burgerbrug, gem. Zijpe, overl. Zijpe 28 juni 1899, zn van Hendrik OUT en Dieuwertje KUIPER.
2. Antje BLAAUW, geb. Koedijk 27 juli 1820, overl. ald. 31 okt. 1903, tr. ald. 1 mei 1842 Jacob GROENEWOUD, geb. Koedijk 28 febr. 1818, landbouwer, landman, overl. ald. 6 sept. 1880, zn van Jan GROENEWOUD, boer, schout ald., en Lijsbeth VISSER.
3. Cornelisje BLAAUW, geb. Koedijk 7 okt. 1825, overl. ald. 6 maart 1886, tr. ald. 6 mei 1846 Pieter STAM, geb. Koedijk 2 maart 1819, landbouwer, landman, overl. ald. 19 april 1898, zn van Jan STAM, landbouwer, landman, en Maartje Jacobs BUTTER.
IVg. (van IIIe) Aafje Jansdr BLOM, geb. ca. 1791, dienstbaar, overl. Hargen, gem. Schoorl 21 maart 1847, tr. Dirk TELDER, ged. (nederd. geref.) Enkhuizen 21 april 1773 (doopgetuige Geertje van der Heiden), geneeskundige, horlogemaker (in 1813) Zijpe (aan de Keinsmerbrug 74), chirurgijn (in 1613), tapper (in 1816), 'buiten beroep' (1819-1821), inlands kramer (in 1822), venter (in 1829), zaakwaarnemer, zn van Klaas TELDER en Hiltje DIRKS.
Op 26 oktober 1847 wordt de nalatenschap aangegegeven van Aafje Blom, overleden te Hargen gemeente Schoorl op 21 maart 1847, weduwe van Dirk Telder. De aangevers zijn: (1) Hillegonda Telder, boerin op het Koegras, gemeente Helder, dochter van de overledene, geassisteerd door haar man Jan Waagmeester, landman aldaar, (2) Jannetje Telder, boerin te Hargen gemeente Schoorl, dochter van de overledene, geassisteerd door haar man Hendrik Gutker, landman aldaar. Tot haar nalatenschap behoort niets hoegenaamd, dan een weinig gering huisraad en inboedel en haar lijfsklederen; zij bezat geen sieraden. 75
Uit dit huwelijk:
1. Jan TELDER, geb. Groet 18 okt. 1810, ged. (nederd. geref.) ald. 9 dec. 1810 (doopgetuige Jannetje Vriesman), overl. ald. 10 jan. 1811.
2. Hillegonda Catharina TELDER, geb. Zijpe (aan de Keinsmeerbrug) 24 nov. 1811, tr. Schoorl 5 okt. 1834 Jan WAAGMEESTER, geb./ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 21/26 aug. 1810, landman, zn van Cornelis Jansz WAAGMEESTER en Trijntje Jacobsdr VLAM.
3. Johanna 'Jannetje' TELDER, geb. Zijpe (aan de Keinsmerbrug) 26 juni 1814, dienstbaar (bij huwelijk), overl. Schoorl 20 okt. 1904, tr. ald. 27 april 1839 Hendrik GUTKER, geb. ald. 23 aug. 1814, landman, overl. Schoorl 8 dec. 1891, zn van Cornelis Hendriksz GUTKER, boer, landman, en Trijntje Willemsdr GUTKER.
4. Johannes Theodorus TELDER, geb. Alkmaar 29 mei 1816, overl. ald. 10 juli 1820.
5. Didericus Petrus TELDER, geb. Alkmaar 19 aug. 1819, overl. ald. 31 maart 1821.
6. Catharina Wilhelmina TELDER, geb. Zwaag (aan 't Keern) 6 juni 1822, overl. Schoorl 28 sept. 1829.
IVh. (van IIIe) Cornelis BLOM, geb. Groet 28 juli 1792, dagloner te Schoorl, winkelier, arbeider (bij overlijden), overl. Zijpe (aan de Schagerbrug) 19 okt. 1846, tr. Groet 6 maart 1825 Engeltje van HOOR(E)N, geb./ged. (nederd. geref.) Oostgraftdijk 6/27 mei 1804, overl. Zijpe (aan de Schagerbrug) 5 nov. 1846, dr van Willem van HOORN en Neeltje Jans OVERDIJK.
Jacob Blom te Schoorl en Cornelis Leeuwen in de Zijpe, als administrateurs van de goederen van Cornelis Blom, verkopen in 1812 enige parken gehakt hout en zulks, en verhuren land aan Jan Klinkhamer, Wijbrand Basseleur, Cornelis Cornelisz Dalenberg, Hendrik Pol boer, Jan Delver, Pieter Meijerink en Aris Sieuwertsz Oost 76.
Ten verzoeke van Cornelis Blom, dagloner te Schoorl, zoon van Jan Blom, overleden op 6 februari 1800 te Groet, en Jannetje Vriesman, thans nog in leven en wonende aldaar, wordt in 1813 door zeven getuigen bevestigd dat Cornelis Blom op 28 juli 1792 te Groet geboren is 77.
Uit dit huwelijk:
1. Jannetje, geb. Groet 31 mei 1825.
2. Willem, geb. Groet 28 aug. 1826, overl. ald. 17 sept. 1826.
3. Jan, geb. Groet 22 sept. 1828, overl. Zijpe 25 mei 1846.
4. Willem, geb. Zijpe 22 febr. 1830, overl. ald. 16 dec. 1830 als Willem van Hooren Blom.
5. Neeltje, geb. Zijpe 1831, overl. ald. 27 aug. 1833.
6. Neeltje, geb. Zijpe 4 nov. 1833, overl. ald. 7 april 1836.
7. Willem, geb. Zijpe 4 nov. 1833, overl. ald. 13 sept. 1834.
8. Neeltje, geb. Zijpe 14 april 1839, overl. ald. 19 aug. 1839.
9. Etje, geb. Zijpe 24 dec. 1841, overl. ald. 10 jan. 1842.
10. Willem, geb. Zijpe 21 okt. 1845.
IVi. (van IIIe) Jacob BLOM, geb. Schoorl 4 aug. 1795, doet belijdenis (nederd. geref.) Groet 26 mei 1817, dagloner, werkman, arbeider, aannemer, overl. Schoorl 26 okt. 1859, tr. ald. 19 mei 1816 Antje DALENBERG, geb. ald. 15 okt. 1795 (volgens getuigenverklaringen bij haar huwelijk), doet belijdenis (nederd. geref.) Groet 26 mei 1817, overl. Schoorl 28 okt. 1863, dr van Cornelis Cornelisz DALENBERG, maire van Groet in 1811, landman, en Antje Jansdr HOOGVORST.
Volgens een verklaring op 1 mei 1816 van 7 getuigen is Jacob Blom, zoon van Jan Blom en Jannetje Vriesman, op 4 augustus 1795 te Schoorl geboren 78.
Volgens een verklaring op 1 mei 1816 van 7 getuigen is Antje Dalenberg, dochter van Cornelis Cornelisz Dalenberg en Antje Hoogvorst, geboren te Schoorl op 15 oktober 1795 79.
Uit dit huwelijk:
1. Jan, geb. Groet 7 april 1817, overl. ald. 22 sept. 1820.
2. Cornelis, geb. Groet 23 mei 1819, overl. Schoorl 6 juni 1836.
3. Jannetje, geb. Groet 21 okt. 1820, overl. Schoorl 18 juli 1836 (geboren te Groet op 22 oktober 1820).
4. Antje, geb. Groet 1 maart 1822, overl. ald. 1 april 1827.
5. Jan, geb. Groet 31 jan. 1824, volgt Vj.
6. Antje, geb. Groet 16 okt. 1827, overl. ald. 13 mei 1828.
7. Pieter, geb. Groet 17 juni 1829, volgt Vk.
8. Simon, geb. Groet 27 febr. 1833, volgt Vl.
9. Jacob, geb. Groet, gem. Schoorl 2 febr. 1835, arbeider, vrachtrijder, koopman, op 22 maart 1891 in Schoorl uitgeschreven naar Alkmaar, overl. Alkmaar 26 dec. 1905, tr. 1° Schoorl 23 aug. 1863 Trijntje BLOM, geb. ald. 27 febr. 1835, naaister op 23 augustus 1863, overl. Hargen, gem. Schoorl 2 maart 1888, dr van Pieter BLOM, landman, boer, werkman, en Neeltje JONKER, dienstbaar (bij huwelijk), wed. van Jan POOL, boerenknecht, arbeider, tr. 2° Alkmaar 28 aug. 1892 (getuigen o.a. Jan Jacobus Blom, veldwachter, 68 jaar, Pieter Blom, zonder beroep, 63 jaar, Simon Blom, 59 jaar, aannemer, allen broers van de bruidegom en wonende te Schoorl) Catharina BANT, geb. ald. 9 okt. 1837, overl. ald. 26 maart 1911, dr van Maartje BANT, wed. van Jan SWIDDE.
Op 13 oktober 1888 wordt de nalatenschap aangegeven van Trijntje Blom, overleden te Schoorl op 2 maart 1888. De aangever is Jacob Blom, vrachtrijder te Schoorl, haar man, blijkens testament dd. 2 december 1872 voor notaris Pieter van Leeuwen te Schoorldam haar enige erfgenaam. Haar nalatenschap bestaat uit de helft van een actief van grond te Groet, kadastraal A470, groot 9 a 10 ca, waardig 50, meubelen, huisraad en inboedel 60, 1 paard 50, 1 wagen 25, samen 185, een passief van 200 geleend van Pieter Blom te Schoorl. 80
10. Cornelis, geb. Schoorl 13 aug. 1840, arbeider, overl. ald. 30 nov. 1916, tr. ald. 21 april 1872 Pietertje MAAKAL, geb. Ursem 3 maart 1844, overl. Aagtdorp, gem. Schoorl 17 mei 1891, dr van Pieter MAAKAL, kramer, en Jannetje NOLIS.
IVj. (van IIIe) Gerrit BLOM, geb. Schoorl 20 juni 1795 (volgens zijn huwelijksakte), arbeider, werkman, overl. Aagtdorp, gem. Schoorl 20 nov. 1878, tr. Schoorl 4 april 1840 Aaltje Sijmons BAAS, geb. ald. 10 sept. 1797, ged. (nederd. geref.) ald. 17 sept. 1797 (doopgetuige Aaltje Jans Klaverbladt), overl. Aagtdorp, gem. Schoorl 18 juni 1874, dr van Sijmon Jacobsz BAAS en Antje Dirks LUIJT.
Uit dit huwelijk:
1. Jan, geb. Schoorl 13 juni 1834, volgt Vm.
2. Jannetje, geb. Schoorl 4 maart 1838, overl. ald. 9 maart 1839.
IVk. (van IIIe) Etje BLOM, geb. Hargen, banne Schoorl okt. 1797 (volgens getuigenverklaringen), doet belijdenis (nederd. geref.) Groet 26 mei 1817, winkelierster, bij huwelijk 'geboren in de Harger molen', overl. Schoorl 13 maart 1857, tr. ald. 17 maart 1816 Klaas van LIENEN, geb. Groet okt. 1784 (volgens getuigenverklaringen), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 26 mei 1817, dagloner, dorpsdienaar, veldwachter, overl. Hargen, gem. Schoorl 22 april 1847, zn van Jan van LIENEN, dagloner, en Geertje Cornelisdr KEESMAN.
Volgens een verklaring op 23 februari 1816 van 7 getuigen is Etje Jansdr Blom, zonder beroep wonende te Schoorl, dochter van Jan Blom in leven boer en Jannetje Vriesman thans nog wonende te Schoorl, in oktober 1797 te Schoorl geboren 81.
Volgens een verklaring op 23 februari 1816 van 7 getuigen is Klaas van Lienen, dagloner te Schoorl, zoon van wijlen Jan van Lienen dagloner en Geertje Cornelisdr Keesman, in oktober 1784 geboren te Schoorl 82.
Uit dit huwelijk:
1. Grietje van LIENEN, geb. Groet 23 jan. 1817.
2. Jannitje van LIENEN, geb. Schoorl 5 nov. 1819, overl. ald. 13 jan. 1820.
3. Jan van LIENEN, geb. Schoorl 6 maart 1821, landman, overl. Hargen, gem. Schoorl 21 mei 1849.
4. Cornelis van LIENEN, geb. Hargen, gem. Schoorl 16 sept. 1823, overl. Schoorl 25 okt. 1823.
5. Cornelis van LIENEN, geb. Schoorl 19 jan. 1825, overl. ald. 27 sept. 1827.
6. Jannetje van LIENEN, geb. Schoorl 27 dec. 1830, overl. Hargen, gem. Schoorl 8 sept. 1862, tr. Schoorl 30 nov. 1856 Jan BAKKER, geb. Kalverdijk, gem. Harenkarspel 26 juli 1831, landman, landbouwer (bij overlijden), overl. Hargen, gem. Schoorl 1 jan. 1897, zn van Cornelis BAKKER, landbouwer, en Neeltje WAIJBOER, die hertr. met Trijntje VETER.
7. Trijntje van LIENEN, geb. Schoorl 27 dec. 1830, overl. ald. 1 jan. 1831.
IVl. (van IIIf) Cornelis Jacobusz BLOM, geb. Groet 9 nov. 1785 (volgens de overlijdensakte), doet belijdenis (nederd. geref.) Schoorl 1809, dagloner, volgens het Registre civique van 1812 geboren op 18 november 1783, 'journalier', overl. Schoorl 11 dec. 1821, ondertr. (eerste gebod) ald. 9 juni 1805, tr. ald. 23 juni 1805 Aagje Willemsdr VRIESMAN, ged. (nederd. geref.) Petten 10 maart 1776, overl. Schoorl 15 sept. 1861, dr van Willem Pietersz VRIESMAN en Antje Jans WAAG.
Uit dit huwelijk:
1. Jacobus, geb./ged. (nederd. geref.) Groet 20 okt./2 nov. 1806, volgt Vn.
2. Willem, geb./ged. (nederd. geref.) Groet 13/20 aug. 1809, volgt Vo.
3. Dieuwertje, geb. Schoorl 23 aug. 1812, overl. ald. 17 nov. 1812.
4. Dieuwertje, geb. Hargen, gem. Schoorl 4 dec. 1813, volgt Vp.
5. Jan, geb. Schoorl 22 dec. 1816, volgt Vq.
IVm. (van IIIf) Antje BLOM, geb. Schoorl 15 sept. 1787 (volgens getuigenverklaringen vóór haar huwelijk geboren in september 1784, volgens haar overlijdensakte geboren op 15 september 1784), overl. Groet 21 okt. 1832, tr. Schoorl 24 maart 1816 Pieter SINT, geb. Zaandam dec. 1789 (volgens getuigenverklaringen voorafgaand aan zijn huwelijk voor de vrederechter te Oostzaandam), dagloner, boerenknecht, arbeider, overl. Groet, gem. Schoorl 22 okt. 1847, zn van Pieter SINT en Cornelisje van HOOREN.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter SINT, geb. Groet 18 april 1817, boerenknecht, tr. Zijpe 17 febr. 1838 Marijtje TOL, geb. ald. ca. 1814, dr van Jan TOL, vletschipper, en Antje OORT.
2. Dieuwertje SINT, geb. Groet 4 dec. 1826, tr. Schagen 1 mei 1852 Pieter BLOM, geb. ald. 18 febr. 1830, boerenknecht, dr van Willem BLOM, arbeider, werkman, en Ariaantje van der OORD.
IVn. (van IIIf) Grietje Jacobs BLOM, geb. Hargen, banne Schoorl verm. 21 okt. 1788, overl. Schoorl 25 mei 1823, tr. 1° ald. 19 jan. 1812 Aarjen Pietersz HOED, ged. (nederd. geref.) ald. 23 febr. 1783 (doopgetuige Antje Jansdr Swaan), dagloner, overl. Schoorl 23 sept. 1812, zn van Pieter Hendriksz HOED en Trijntje Jacobsdr VRIESMAN, tr. 2° ald. 29 dec. 1822 Arie van ZESSEN, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 24 dec. 1775, dagloner, zn van Gerrit van ZESSEN en Antje KLINKERT.
Ten verzoeke van Grietje Blom, zonder beroep, wonende te Hargen gemeente Schoorl, voornemens een huwelijk aan te gaan met Arie van Zessen, dagloner te Hargen gemeente Schoorl, verklaren in 1822 zeven personen dat zij, dochter van Jacobus Blom wonende te Hargen en wijlen Dieuwertje Schotvanger, geboren is op 21 oktober 1787 te Hargen 83. [Dit jaartal is onwaarschijnlijk gezien geboortejaren van eerdere kinderen in hetzelfde gezin; jaar 1788 lijkt waarschijnlijker.]
Uit het eerste huwelijk:
1. Pieter HOED, geb. Schoorl 30 april 1812, werkman, overl. ald. 2 juli 1843, tr. ald. 24 dec. 1837 Aaltje de JONG, geb. Schoorl 23 maart 1815, boerenmeid, overl. ald. 2 mei 1859, dr van Barend de JONG, werkman, en Antje POOL, die hertr. met Gerrit MOOT.
IVo. (van IIIf) Krijntje BLOM, geb. Hargen, banne Schoorl 30 okt. 1793, overl. Schoorl 27 jan. 1878, tr. ald. 2 febr. 1817 Jan KLAVERBLAD, geb./ged. (nederd. geref.) ald. 23/26 dec. 1793, boerenwerkbode, dagloner, arbeider, overl. Aagtdorp, gem. Schoorl 5 dec. 1886, zn van Jan KLAVERBLAD, dagloner, en Guurtje Germdr VISSER.
Uit dit huwelijk:
1. Jan KLAVERBLAD, geb. Hargen, gem. Schoorl 3 april 1817, overl. Schoorl 1 okt. 1819.
2. Dieuwertje KLAVERBLAD, geb. Schoorl 5 aug. 1818, overl. ald. 9 sept. 1819.
3. Jan KLAVERBLAD, geb. Schoorl 2 jan. 1821, overl. ald. 9 okt. 1830.
4. Dieuwertje KLAVERBLAD, geb. Schoorl 21 okt. 1823, tr. ald. 13 juli 1845 David van der KLOET, geb. Warmenhuizen 16 dec. 1819, arbeider, zn van Trijntje KUIPER.
Op de passagierslijst afgeleverd in New York op 11 juni 1855 van het schip Farvlinta van Rotterdam naar New York: David van der Kloet, 35, labourer, Dunertje [sic] Klaverblad, 31, his wife, Kryntje van der Kloet, 9, Jan van der Kloet, 8 84.
IVp. (van IIIf) Neeltje BLOM, geb. Schoorl 24 okt. 1798, overl. Zijpe 7 nov. 1873, tr. Schoorl 25 april 1817 Aarjen MODDER, geb. ald. ca. 24 aug. 1796, boerenwerkbode, karrijder, arbeider (bij overlijden), overl. Hargen, gem. Schoorl 20 sept. 1852, zn van Jan Cornelisz MODDER en Antje Ariaansdr WIT.
Op 2 juni 1874 wordt de nalatenschap aangegeven van Neeltje Blom, te Zijpe ab intestato overleden op 7 november 1873, laatst wonende te Hargen in de gemeente Schoorl. De aangevers zijn: (1) Arie Schager, arbeider te Petten, ook als voogd over Louise Schager, (2) Jacobus Modder, landman in de gemeente Schoorl, (3) Jacob Swarthof, watermolenaar te Burgerbrug in de gemeente Zijpe, als in huwelijk hebbende Antje Modder, (4) Simon Wognum, landman te Schoorl, als gemachtigde van Lourens Modder, arbeider te Calumet in de staat Illinois in Noord-Amerika. Haar enige erfgenamen zijn: (1) haar kleinkinderen Arie Schager, Louise Schager, en nu mede wijlen Antje Schager, bij plaatsvervulling van hun moeder wijlen Aafje Modder (die een dochter was van de erflaatster), (2) haar zoon Jacobus Modder, (3) haar dochter Antje Modder, (4) haar zoon Lourens Modder. In onroerend goed heeft zij nagelaten 21/40 in een huis en erf te Hargen in de gemeente Schoorl, kadastraal sectie A nrs 417 en 419, samen groot 3 a 7 ca. 85
Uit dit huwelijk:
1. Jan MODDER, geb. Schoorl 7 april 1817, overl. ald. 10 okt. 1838.
2. Aafje MODDER, geb. Schoorl 5 jan. 1819, overl. ald. 2 nov. 1819.
3. Aafje MODDER, geb. Schoorl 20 nov. 1820, dienstmeid (bij huwelijk), overl. Petten 26 maart 1873, tr. Zijpe 18 mei 1844 Arie SCHAGER, geb. ald. (bij de Burgerbrug) 31 aug. 1816, arbeider, watermolenaar, overl. ald. 5 sept. 1861, zn van Jan SCHAGER, watermolenaar, en Antje IJFSEN.
4. Klaas MODDER, geb. Schoorl 18 nov. 1822, overl. ald. 19 nov. 1822.
5. Jacobus MODDER, geb. Schoorl 30 okt. 1824, landbouwer, landman, overl. ald. 5 jan. 1898, tr. ald. 13 mei 1855 Antje HOOGVORST, geb. Schoorl 12 juni 1833, overl. ald. 14 aug. 1895, dr van Jan Jansz HOOGVORST en Guurtje BAKKER.
6. Antje MODDER, geb. Schoorl 11 juni 1827, overl. ca. 1827.
7. Antje MODDER, geb. Schoorl 9 juni 1828, overl. ald. 11 sept. 1892, tr. Zijpe 9 febr. 1850 Jacob Vroom SWARTHOF, geb. ald. (aan de Burgerbrug) 9 jan. 1820, timmerman, watermolenaar, overl. 2 april 1892, zn van Dirk ZWARTHOFF, timmerman, en Trijntje VROOM.
8. Trijntje MODDER, geb. Schoorl 20 mei 1829, overl. ald. 30 dec. 1830.
9. Louris MODDER, geb. Schoorl 24 maart 1834, arbeider te Calumet, Illinois (USA), tr. Schoorl 30 dec. 1860 Grietje ZWAKMAN, geb. ald. 25 okt. 1835, dr van Sijmon ZWAKMAN en Antje de BRUIJN.
10. Trijntje MODDER, geb. Schoorl 17 juli 1835, overl. ald. 4 dec. 1858.
IVq. (van IIIf) Grietje BLOM, geb. Hargen, gem. Schoorl 22 maart 1801, boerenmeid, dienstmaagd (bij huwelijk), overl. Schoorl 27 april 1869, tr. Pieter KEURIS, geb./ged. (nederd. geref.) Barsingerhorn 18/26 april 1801, boerenknecht, werkman, landman, overl. Schoorl 24 april 1850, zn van Jan KEURIS, landman, en Maartje LUIJT.
Ten verzoeke van Grietje Blom, boerenmeid wonende te Hargen, gemeente Schoorl, voornemens een huwelijk aan te gaan met Pieter Keuris, boerenknecht in Barsingerhorn, verklaren zeven personen dat zij, dochter van Jacobus Blom en Aafje Dalenberg, geboren is op 22 maart 1801 te Hargen, gemeente Schoorl 86.
Uit dit huwelijk:
1. Jan KEURIS, geb. Barsingerhorn 17 okt. 1822, arbeider, overl. Schoorl 27 okt. 1880, tr. 1° ald. 6 mei 1849 Anna DALENBERG, geb. ald. 10 mei 1824, overl. Schoorl 23 juni 1854, dr van Hendrik DALENBERG, landbouwer, landman, en Geertrui de WILDE, tr. 2° ald. 20 febr. 1859 Trijntje de JONG, geb. Oosthuizen 24 mei 1828, naaister (bij huwelijk), overl. Schoorl 7 okt. 1868, dr van Klaas de JONG, watermolenaar, en Guurtje JONKER.
2. Klaas KEURIS, geb. Kolhorn, gem. Barsingerhorn 3 jan. 1824, arbeider, overl. Schoorl 10 jan. 1879, tr. Antje KUIJPER, geb. ald. 3 okt. 1827, overl. ald. 12 mei 1894, dr van Jacob KUIJPER, werkman, en Martje DUIJNMAAIJER.
3. Maartje KEURIS, geb. Schoorl 23 jan. 1831, overl. ald. 5 febr. 1831.
4. Jacobus KEURIS, geb. Schoorl 20 april 1832, arbeider, koopman (bij overlijden), overl. Warmenhuizen 3 febr. 1889 (wonende te Schoorl), tr. Schoorl 12 jan. 1862 Maartje de JONG, geb. ald. 22 aug. 1831, boerenmeid (bij huwelijk), overl. ald. 29 maart 1881, dr van Cornelis de JONG, dagloner, en Trijntje BRUIJN, werkster.
5. Maartje KEURIS, geb. Schoorl 26 dec. 1835, overl. ald. 29 nov. 1873.
6. Aafje KEURIS, geb. Schoorl 13 maart 1842, overl. ald. 22 nov. 1916, tr. 1° ald. 19 febr. 1865 Arie de JONG, geb. Zijpe (aan de Ruigenweg) 20 aug. 1839, arbeider, overl. Hargen, gem. Schoorl 17 aug. 1866, zn van Klaas de JONG, arbeider, en Barber DISSEL, tr. 2° Schoorl 15 febr. 1874 Hendrik KNOEF, geb. Groet 5 juli 1818, arbeider, overl. Schoorl 2 juni 1890, zn van Jan KNOEF en Maijke PON, wedn. van Pietertje MINK.
IVr. (van IIIf) Gerrit BLOM, geb. Groet 1 sept. 1804, ged. (nederd. geref.) ald. 9 sept. 1804 (doopgetuige Aaltje Cornelis Schipper), landman, werkman, arbeider, overl. Petten 8 maart 1847, tr. Schoorl 24 april 1834 Mayke den HARTOG, geb. Zijpe 5 mei 1813, overl. Zaandam 28 maart 1877 (wonende te Zijpe), dr van Jan den HARTOG en Meinsje KRONENBURG, die hertr. met Johannes SESTIG, arbeider.
Uit dit huwelijk:
1. Jacobus, geb. Schoorl 10 april 1835, overl. ald. 29 april 1835.
2. Jacobus, geb. Schoorl 3 maart 1837, volgt Vr.
3. Jan, geb. Schoorl 19 okt. 1838, overl. Petten 11 juli 1843.
4. Meijnsje, geb. Schoorl 20 aug. 1841, volgt Vs.
5. Jannetje, geb. Petten 29 juni 1845, overl. ald. 25 dec. 1848.
IVs. (van IIIf) Trijntje BLOM, geb. Groet 13 sept. 1807, ged. (nederd. geref.) ald. 27 sept. 1807 (doopgetuige Antje Jacobusdr Blom), overl. Aagtdorp, gem. Schoorl 7 maart 1871, heeft niet-huwelijkse relatie 1° met N.N., tr. 2° Schoorl 16 nov. 1834 Jan Pietersz SMIT, geb. Oudendijk 21 maart 1801, ged. (nederd. geref.) ald. 22 maart 1801 (doopgetuige Aaltje Hips van Westerblokker), werkman, arbeider, overl. Schoorl 12 juni 1862, zn van Pieter Cornelisz SMIT en Doortje Jans HIPS.
Op 22 mei 1871 wordt de nalatenschap aangegeven van Trijntje Blom, overleden in de gemeente Schoorl op 7 maart 1871, zonder uiterste wil, in leven weduwe van Jan Pieterzoon Smit, met achterlating van drie kinderen en twee kleinkinderen. De aangevers zijn: (1) Pieter Mooi, koopman te Callantsoog, in gemeenschap van goederen gehuwd met Doortje Smit, (2) Jacob Smit, arbeider in de gemeente Schoorl, (3) Pieter Mooi voornoemd in hoedanigheid van voogd over de minderjarige Klaas Smit, (4) Neeltje Bobeldijk, weduwe van Jan Smit, wonende in de gemeente Schoorl, in hoedanigheid van voogdesse over haar twee minderjarige kinderen Trijntje en Jan Smit, geboren uit haar huwelijk met wijlen Jan Smit. Als onroerende goederen heeft de erflaatster achtergelaten te Aagtdorp in de gemeente Schoorl, kadastraal gemeente Schoorl sectie D, nr 505, een huis en erf groot 15 a 20 ca, en nr 260, bouwland groot 48 a 10 ca. 87
Uit de eerste verbintenis:
1. Jacobus, geb. Schoorl 4 okt. 1833, boerenknecht, overl. Aagtdorp, gem. Schoorl 9 nov. 1860 (aangever o.a. zijn halfbroer Pieter Smit).
Uit de tweede verbintenis:
1. Pieter SMIT, geb. Zijpe 15 april 1835, arbeider, overl. Aagtdorp, gem. Schoorl 10 sept. 1863.
2. Jan SMIT, geb. Zijpe 26 sept. 1837, arbeider, overl. Aagtdorp, gem. Schoorl 5 okt. 1869, tr. Schoorl 29 april 1866 Neeltje BOBELDIJK, geb. Oudorp 20 okt. 1845, overl. Schoorl 17 jan. 1924, dr van Jan BOBELDIJK, watermolenaar, en Geertje KONING, die hertr. met Jan Francies de BAKKER, polderwerker.
3. Doortje SMIT, geb. Zijpe 26 maart 1841, boerendienstmeid (bij huwelijk), overl. Callantsoog 18 juni 1890, tr. ald. 25 jan. 1867 Pieter MOOIJ, geb. ald. 1 sept. 1837, arbeider (bij huwelijk), koopman te Callantsoog, winkelier, overl. Den Helder 12 febr. 1931 (wonende te Callantsoog), zn van Jacob MOOIJ, arbeider, en Grietje KEURIS.
4. Jacob SMIT, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 8 april 1847, arbeider, boerenarbeider, overl. Schoorl 6 aug. 1914, tr. ald. 30 dec. 1870 Jacoba de JONG, geb. ald. 18 maart 1850, boerenmeid (bij huwelijk), overl. Schoorl 5 febr. 1911, dr van Klaas de JONG, arbeider, en Maartje PRINS.
5. Klaas SMIT, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 19 nov. 1849, arbeider, tr. Schoorl 28 febr. 1875 Dieuwertje BOON, geb. Groet, gem. Schoorl 31 jan. 1841, dr van Jacob BOON, hoefsmidsknecht, arbeider, en Jantje PLOEGER.
6. Frederik SMIT, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 10 aug. 1851, overl. Schoorl 19 maart 1852.
IVt. (van IIIf) Pieter BLOM, geb. Groet 4 nov. 1810, ged. (nederd. geref.) ald. 2 dec. 1810 (doopgetuige de moeder), landman, boer, werkman, overl. Schoorl 22 aug. 1838, tr. ald. 10 juni 1832 Neeltje JONKER, geb. Groet 16 maart 1807, ged. (nederd. geref.) ald. 22 maart 1807 (doopgetuige Guurtje Pieters Siewers), dienstbaar (bij huwelijk), overl. Schoorl 21 mei 1857, dr van Jan JONKER, watermolenaar, en Trijntje Cornelis SMIT.
Uit dit huwelijk:
1. Jacobus, geb. Schoorl 23 juli 1833, volgt Vt.
2. Trijntje, geb. Schoorl 27 febr. 1835, volgt Vu.
3. Aafje, geb. Schoorl 14 nov. 1837, overl. Schoorldam, gem. Schoorl 13 nov. 1904.
Op 17 juli 1905 wordt de nalatenschap aangegeven van Aafje Blom, overleden te Schoorldam onder Schoorl op 13 november 1804, ongehuwd. De aangevers zijn: (1) Grietje Speelman, weduwe van Jacobus Blom, wonende te Veenhuizen gemeente Heerhugowaard, (2) Pieter Raat arbeider, mede aldaar, als gehuwd in gemeenschap van goederen met Neeltje Blom, (3) Hendrik Klomp arbeider te Zijpe, als gehuwd in gemeenschap van goederen met Pietertje Blom, (4) Trijntje Blom, ongehuwd, dienstbode wonende te Veenhuizen. De enige erfgenaam van de erflaatster was haar volle broer Jacobus Blom te Veenhuizen voornoemd, overleden op 4 januari 1905 met achterlating van zijn weduwe Grietje Speelman en 3 kinderen uit het huwelijk als hiervoor genoemd. De overledene had het vruchtgebruik van een huis en erf te Schoorldam, kadastraal Schoorl D708, groot 5 a 53 ca, en Warmenhuizen D498, groot 40 ca, met de roerende oederen in het huis, haar gelegateerd door Pieter Jonker, in leven koopman en aldaar overleden op 27 juli 1903. Het batig saldo is 94,07. 88
IVu. (van IIIg) Krijntje BLOM, geb. Schoorl 20 okt. 1797 63, boerin, tr. ald. 21 april 1816 Klaas Hendriksz BAKKER, ged. (nederd. geref.) Barsingerhorn 10 juli 1791, dagloner, boer en bouwman in 1816 te Schoorl, landbouwer, in 1821 slachter en vleeshouwer, boer in 1829, marktschipper in 1831, vanaf 1835 landman, pontwachter (1859) in Haarlemmermeer, kastelein (1860), schepenjager, op 9 april 1856 met zijn vrouw Krijntje Blom en kinderen Willem, Antje en Louris, wonende in Hargen, uitgeschreven naar Haarlemmermeer, zn van Hendrik Klaasz BAKKER en Maartje Ariens KONKEL, alias Knielhout.
Op 21 maart 1816 wordt ten verzoeke van Arie Slot, bouwman wonende in Broek, als voogd over Krijntje Blom, 18 jaar, nagelaten dochter van wijlen Pieter Blom en Trijntje Jansdr Bouwens, door een familieraad Jacobus Blom, boer te Schoorl, tot toeziend voogd benoemd, en een week later geeft op verzoek van Arie Slot als voogd, de familieraad, bestaande o.a. uit Jacobus Blom, boer te Schoorl, oom van vaderszijde, Heertje Cornelis Govers, dagloner te Broek op Langedijk, aangehuwde oom van vaderszijde, Gerrit Blom, boer te Schoorl, neef van vaderszijde, Cornelis Bakker, dagloner te Schoorl, aangehuwde oom van moederszijde, toestemming tot een huwelijk met Klaas Hendriksz Bakker, dagloner te Schoorl 89.
In april 1861 komt Krijntje Blom vanuit Haarlemmermeer naar Oude Niedorp in het gezin van haar dochter Trijntje Bakker.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje BAKKER, geb. Schoorl 19 sept. 1816, boerin, overl. Oude Niedorp 18 mei 1892, tr. 1° Schoorl 4 april 1840 Theunis SNIP, geb./ged. (nederd. geref.) ald. 5/29 april 1810, landman, overl. ald. 1 april 1849, zn van Willem SNIP, landman, en Trijntje Jansdr DALENBERG, boerin, tr. 2° Oude Niedorp 30 maart 1851 Jan BROERSEN, geb. Opmeer 27 mei 1819, schipper, vrachtschipper en koopman te Oude Niedorp, overl. ald. 25 juli 1885, zn van Pieter BROERSEN en Maartje KOORN, wedn. van Jantje ERIKS.
2. Hendrik BAKKER, geb. Groet 7 juli 1818, overl. ald. 19 sept. 1818.
3. Hendrik BAKKER, geb. Groet 25 juli 1819, overl. Schoorl 20 sept. 1829.
4. Maartje BAKKER, geb. Groet 8 nov. 1821, overl. Groet, gem. Schoorl 7 jan. 1854, tr. 1° Schoorl 15 mei 1842 Jan GROOT, geb. Kolhorn, gem. Barsingerhorn 1 april 1817, schipper, zn van Jacob GROOT, schipper, en Guurtje SWART, tr. 2° Schoorl 30 april 1848 Jan BLOM, geb. Groet 11 febr. 1816, arbeider, watermolenaar, overl. Groet, gem. Schoorl 11 nov. 1889, zn van Gerrit BLOM, watermolenaar in de Groeter molen, als Gerrit Blom vermeld als lidmaat in 1810 in Hargen aan de molen, vanaf 1814 in Groet met zijn vrouw Trijntje Schouten in de Groeter molen, en Trijntje SCHOUTEN, die hertr. met Helena BAKKER.
Op 10 mei 1890 wordt de nalatenschap aangegeven van Jan Blom Gerritszoon, watermolenaar, overleden te Groet gemeente Schoorl op 11 november 1889. De aangeefster is Helena Bakker, zijn weduwe, in gemeenschap van goederen gehuwd, als uitvoerster van zijn uiterste wil dd. 19 oktober 1888 voor notaris Arnoldus Vonk te Schoorldam gemeente Warmenhuizen. In dat testament heeft hij haar ook benoemd tot vruchtgebruikster van zijn nalatenschap levenslang. Erfgenamen van de blote eigendom zijn: (1) Klaas Blom, koetsier te Heiloo, (2) Jan Blom, molenaar te Sint Pancras, (3) Gerrit Blom, arbeider te Alkmaar, (4) Elisabeth Blom, echtgenote van Jacob van Steeg, tuinman te Heiloo, (5) Pieter Blom, visser te Zijpe, (6) Cornelis Blom, smid te Alkmaar, (7) Hendrik Blom, molenaar te Groet gemeente Schoorl, (8) Helena Blom, minderjarig, ieder voor een achtstedeel, zijnde eerstgenoemde Klaas Blom geboren uit het eerste huwelijk van de erflater met Maartje Bakker, de overige kinderen uit zijn huwelijk met de aangeefster. Het actief van de gemeenschappelijke boedel bestaat uit: meubelen, huisraad en verdere inboedel, waardig geschat 507,50, contanten 850, tractement als molenaar 120, weiland in de Groeterpolder, kadastraal gemeente Groet A67, groot 1 ha 18 a 10 ca, waardig 2321, bouwland gemeente Groet A241, groot 31 a 90 ca, 330, samen 4128,50. Het passief, waaronder een hypothecaire schuld van 2000, bedraagt 2149,98. Het zuivere saldo is 1978,52, waarin de aangeefster de helft ad 989,26 competeert, vermits door de erflater bij zijn hertrouwen met Helena Bakker niets ten huwelijk werd aangebracht en door de aangeefster een som van 300. De nalatenschap bedraagt, na aftrek van 40 begrafeniskosten, 949,26. 90
5. Pieter BAKKER, geb. Schoorl 18 sept. 1823, boerenbedrijf, winkelier, koopman te Oude Niedorp, overl. ald. 10 dec. 1886, tr. Schoorl 6 mei 1849 Aaltje DELVER, geb. Zijpe 12 okt. 1819, naaister, vertrekt in 1888 uit Oude Niedorp naar Heerhugowaard, overl. Oudorp 24 mei 1889 (wonende te Heerhugowaard), dr van Klaas DELVER, landman bij de Burgerbrug, en Hendrikje HOET.
6. Neeltje BAKKER, geb. Schoorl 5 jan. 1827, tr. ald. 21 april 1851 Jacob ADMIRAAL, geb. Alkmaar 3 sept. 1818, arbeider, op 11 april 1855 met zijn gezin in Schoorl uitgeschreven wegens vertrek naar Noord-Amerika, zn van Gerrit ADMIRAAL en Antje MOOIJ.
7. Arien BAKKER, geb. Schoorl 4 aug. 1829, broodbakkersknecht bij Germent Borst te Oudkarspel vanaf 22 mei 1855 tot 27 mei 1862, winkelier, schipper, koopman (ook bij aangifte van zijn overlijden), arbeider ald. vanaf 1876, slachter (in 1898), overl. ald. 29 jan. 1900, tr. Noord-Scharwoude 28 april 1860 Trijntje STAM, geb. ald. 23 okt. 1835, dienstbare (bij huwelijk), overl. Oudkarspel 28 jan. 1898, dr van Willem STAM, schipper, en Grietje KEPPEL.
8. Hendrik BAKKER, geb. Schoorl 29 okt. 1831, schepenjager, op 2 juni 1866 ingeschreven in Haarlemmermmer uit Haarlem, tr. Haarlemmermeer 25 juni 1868 Maartje WAASDORP, geb. Rijnsburg 8 jan. 1835, dr van Dirk WAASDORP, arbeider, en Jannetje de MOOIJ, wed. van Christiaan KORSTMAN.
9. Antje BAKKER, geb. Schoorl 28 mei 1835, overl. ald. 10 febr. 1838.
10. Willem BAKKER, geb. Schoorl 6 sept. 1837.
11. Antje BAKKER, geb. Schoorl 23 april 1840, overl. Hillegom 9 sept. 1919, tr. Haarlemmermeer 26 april 1860 Leendert de VRIES, geb. Nieuwerkerk a/d IJssel 16 maart 1833, arbeider, overl. Hillegom 18 febr. 1919, zn van Jan de VRIES, arbeider, en Maria VERHOEFF.
12. Lourens BAKKER, geb. Schoorl 21 april 1841, overl. Hillegom 9 nov. 1862.
Va. (van IVa) Aaltje Jans BLOM, geb. Hargen 20 okt. 1788, overl. Schoorl 18 april 1859, heeft niet-huwelijkse relatie 1° met N.N., tr. 2° ald. 7 aug. 1814 Gerhard SEGBERTS, geb. Schöppingen ca. 1777, boer, overl. Hargen, gem. Schoorl 27 sept. 1856, zn van Adam SEGBERTS en Gertrud HUMMERS.
Volgens een verklaring op 23 juli 1814 van 7 getuigen, allen wonende te Hargen, is Aaltje Blom, doende boerenbedrijf en wonende te Hargen in de gemeente Schoorl, dochter van Jan Blom overleden op 10 augustus 1804 en Lijsbeth Volkertsz wonende te Hargen, op 20 oktober 1788 te Hargen geboren 91.
Uit de eerste verbintenis:
1. Keetje, geb. Hargen, gem. Schoorl 4 mei 1813, overl. ald. 17 aug. 1813.
Vb. (van IVa) Guurtje Jans BLOM, geb. Hargen, banne Schoorl ca. 1790, overl. Schoorl 4 dec. 1820, ondertr. (eerste gebod) 1° ald. 30 dec. 1809 (beiden te Hargen geboren en woonachtig, zij met toestemming van haar moeder Leijsje Volkers), tr. ald. 21 jan. 1810 (beiden geboren te Hargen) Jan (Koter) Cornelisz HOOGVORST, geb. Hargen, banne Schoorl, overl. Schoorl 25 juni 1810, zn van Cornelis Jansz HOOGVORST en Maartje Maartens KOEK, woont samen 2° met Anthonie WAGNER, geb. Schwatz, Bohemen 6 sept. 1787, overl. Schoorl 16 jan. 1844, zn van Anna Elisabetha WAGNER, tr. Dieuwertje DEKKER.
In 1813 wordt ten verzoeke van Guurtje Blom, wonende te Schoorl, als moeder en voogdesse over Jantje Hoogvorst, oud ruim 2 jaar, nagelaten minderjarige dochter van wijlen Jan Cornelisz Hoogvorst overleden te Schoorl op 25 juni 1810, door een familieraad Jan Twisk aangesteld als toeziend voogd 92.
Uit de eerste verbintenis:
1. Jannetje HOOGVORST, geb. Groet 26 sept. 1810, ged. (nederd. geref.) ald. 28 okt. 1810 (doopgetuige Jannetje Blom), dienstbaar (bij huwelijk), overl. Anna Paulowna 22 mei 1885 (aangever de zoon Jan Koter Hoogvorst, arbeider te Anna Paulowna), tr. Schoorl 20 april 1839 (zij ook genaamd Kooter) Jan HOOGVORST, geb. ald. 16 jan. 1816, landman, landbouwer, arbeider (bij overlijden), overl. Anna Paulowna 13 maart 1893 (aangever de zoon Jan Koter Hoogvorst, arbeider te Anna Paulowna), zn van Jan Gerritsz HOOGVORST, boer en bouwman, en Jannetje BAKKER.
Uit de tweede verbintenis:
1. Elizabeth WAGNER, geb. Schoorl 24 maart 1816, overl. Hargen 13 dec. 1859, tr. 1° Schoorl (ten huize van de bruidegom die door ziekte buiten staat was zich ten raadhuize te vervoegen) 19 jan. 1842 Klaas PEIJS, geb. Uitgeest 6 maart 1812, landman, overl. Schoorl 20 jan. 1842, zn van Klaas PEIJS, werkman, boer, en Maartje BONKENBURG, tr. 2° ald. 17 maart 1850 Cornelis POOL, geb. ald. 16 juli 1819, arbeider, zn van Jacob POOL, dagloner, arbeider, en Maartje van LIENEN.
Cornelis Pool vertrok op 1 mei 1866 naar Chicago in de Verenigde Staten van Noord-Amerika, samen met zijn twee dochters Helena en Maartje, de halfbroer Antonie Wagner van zijn overleden vrouw, diens vrouw Gerritje Bas, hun dochter Dieuwertje en Antonie's moeder Dieuwertje Dekker 93.
2. Maartje WAGNER, geb. Schoorl 13 april 1818, overl. ald. 20 okt. 1819.
3. Maartje WAGNER, geb. Schoorl 8 nov. 1819, overl. ald. 10 jan. 1820.
4. Guurtje WAGNER, geb. Schoorl 4 dec. 1820, overl. ald. 14 mei 1825.
Vc. (van IVa) Arie(n) Jansz BLOM, geb. Schoorl 19 jan. 1795 (volgens getuigenverklaringen), doet belijdenis (nederd. geref.) Groet 26 mei 1817, werkman, als enige zoon vrijgesteld van de Nationale Militie, op 1 april 1820 met zijn vrouw Antje Zevenhuijsen in Hargen en Camp vermeld als lidmaten, overl. Hargen, gem. Schoorl 24 april 1872, tr. Schoorl 8 nov. 1818 Antje ZEVENHUIJSEN, geb./ged. (nederd. geref.) Oude Niedorp 25 jan./28 febr. 1796, overl. Schoorl 17 dec. 1855, dr van Pieter ZEVENHUIJSEN en Antje Cornelisdr DALENBERG.
In 1818 wordt door 7 personen verklaard dat Arie Blom, zoon van Jan Blom overleden te Schoorl op 9 augustus 1804 en Lijsbeth Blom nog wonende te Schoorl, geboren is in januari 1795, mogelijk op de 19e op welke Arie Blom acht geboren te zijn 94.
Op 11 juli 1872 wordt de nalatenschap aangegeven van Arie Blom, overleden ab intestato te Schoorl op 24 april 1872. De aangevers zijn: (1) Jacob Oud [ondertekent als Jacob Out], landman in de gemeente Schoorl, als in huwelijk hebbende Antje Blom, (2) Fredrik Gutker, landman in de gemeente Schoorl, als in huwelijk hebbende Guurtje Blom, (3) Jan van Lienen, landman inn de gemeente Schoorl, als in huwelijk hebbende Elisabeth Blom. De enige erfgenamen zijn zijn drie genoemde dochters. De erflater heeft in onroerend goed nagelaten: (1) een bosje te Groet, gemeente Schoorl, kadastraal Groet A331, groot 16 a 10 ca, (2) een stuk bouwland aldaar, A333, groot 30 a 40 ca, (3) 5/8 in een stuk weiland genaamd de Scherpeweid aldaar, sectie A nrs 125 en 125bis, groot 2 ha 24 a 90 ca, (4) een vierdegedeelte in enige percelen wei- en bouwland aldaar, sectie A nrs 100, 101, 164, 166, 256, 257, 258 en 348, tezamen groot 6 ha 10 a 30 ca, (5) een vierdegedeelte in een huismanswoning met boet, erf en tuin en diverse percelen weiland in de gemeente Schoorl, sectie A nrs 304, 305, 331, 307, 308, 160,161 en 162, tezamen groot 8 ha 4 a 98 ca. [Geen bedragen genoemd.] 95
Uit dit huwelijk:
1. Jan, geb. Hargen, gem. Schoorl 25 jan. 1819, overl. ald. 26 april 1819.
2. Antje, geb. Schoorl 13 aug. 1820, volgt VIa.
3. Guurtje, geb. Schoorl 19 mei 1825, volgt VIb.
4. Elisabeth, geb. Schoorl 18 aug. 1826, overl. Groet, gem. Schoorl 15 nov. 1912, tr. Schoorl 6 mei 1849 Jan van LIENEN, geb. ald. 8 maart 1821, landbouwer, landman, overl. Hargen, gem. Schoorl 18 febr. 1878, zn van Hendrik van LIENEN en Cobusje HOOGVORST.
Op 27 januari 1913 wordt aangifte gedaan van de nalatenschap van Elisabeth Blom, overleden te Schoorl op 15 november 1912, weduwe van Jan van Lienen, gewoond hebbende te Hargen gemeente Schoorl, overleden zonder bloedverwanten in rechte lijn na te laten. De aangever is Antonie Johannes Peeck, burgemeester van Schoorl, als uitvoerder benoemd bij testament van 10 mei 1905 verleden voor notaris Lambert Top te Alkmaar. Er is ook nog een testament van 3 november 1899 bij notaris Van Toornenburgh. Erflaatster heeft o.a. aan de met namen genoemde kinderen van Jacob Kuijper Klaaszoon te Groet haar huis en erf met bouwland te Groet gelegateerd, waarvan het vruchtgebruik aan genoemde Jacob Kuijper, en een obligatie aan de minderjarige kinderen van wijlen Hendrik Kuijper die getrouwd was met Trijntje Zwaluw. Voor het overige zijn haar erfgenamen voor de ene helft de kinderen en afkomelingen van haar zuster Antje Blom getrouwd geweest met Jacob Out, beiden overleden, zijnde hun dochter Antje Out echtgenote van Cornelis Bakker, landman, hun dochter Dieuwertje Out echtgenote van Hermanus de Zeeuw, en hun kleindochter Trijntje Out getrouwd met Arent Kruik, haarmaker, bij plaatsvervanging van haar vader Arie Out, geboren uit diens huwelijk met Antje Brak, beiden overleden. Voor de andere helft zijn dat de kinderen en nakomelingen van haar zuster Guurtje Blom gehuwd geweest met Frederik Gutker, landman, beiden overleden, zijnde hun zoon Cornelis Gutker, landman, en de met namen genoemde 7 kinderen van hun overleden dochter Antje Gutker geboren uit haar huwelijk met Reijer Bas, allen wonende in de gemeente Schoorl voor zover niet anders vermeld. Het actief bedraagt 6689,225, waaronder 3 percelen weiland en bos in de gemeente Schoorl, nl. kadastraal A162 groot 1 ha 37 a 50 ca, A235 groot 83 a 10 ca, en A328 groot 59 a 10 ca, een perceel bos te Groet, kadastraal A426 en 542, samen groot 27 a 25 ca, tezamen geschat op 4320, en het huis en erf met weiland te Groet, kadastraal A272, 272a, 273, 273a en 385, samen groot 60 a 24 ca, geschat op 800. Het zuivere salco van de nalatenschap bedraagt 5203,90. 96
Vd. (van IVb) Antje BLOM, geb. Hargen, gem. Schoorl 1796 (volgens verklaringen door inwoners van Hargen in 1796 te Schoorl geboren), overl. Egmond-Binnen 27 juli 1838, tr. ald. 5 juli 1825 Jan BAKKER, geb. Berkhout 19 nov. 1803, ged. (nederd. geref.) ald. 20 nov. 1803 (doopgetuige Jantje Dirks Fokker), boerenknecht, boer, arbeider, overl. Egmond-Binnen 4 sept. 1867, zn van Jacob Jansz BAKKER en Grietje Dirks FOKKER, die hertr. met Neeltje WAARDIJK.
Uit dit huwelijk:
1. Grietje BAKKER, geb. Egmond-Binnen 7 mei 1825 (de ouders onechtelieden), overl. ald. 22 april 1826.
2. Aaltje BAKKER, geb. Egmond-Binnen 9 mei 1826, overl. ald. 22 febr. 1849.
3. Grietje BAKKER, geb. Egmond-Binnen 1 april 1828.
4. Cornelis BAKKER, geb. Egmond-Binnen 10 jan. 1838.
Ve. (van IVb) Keetje 'Cornelia' BLOM, geb./ged. (nederd. geref.) Castricum 30/31 maart 1805, overl. ald. 30 april 1880 (aangever o.a. behuwdzoon Willem Ineke, timmerman), tr. ald. 4 okt. 1838 Johannes Richardus van DIEPEN, geb. Babilonienbroek ca. 1804, landbouwer, zn van Johannes van DIEPEN en Regina Margaretha FOCK.
Uit dit huwelijk:
1. Johannes Godefridus van DIEPEN, geb. Castricum 23 nov. 1838, spoorwegarbeider, overl. Voorschoten 14 maart 1912, tr. Jozina PRINS.
2. Regina Margaretha van DIEPEN, geb. Castricum (op de Brabantsche Landbouw) 30 aug. 1841, overl. ald. (op de Brabantsche Landbouw) 2 okt. 1841.
3. Antje van DIEPEN, geb. Castricum (op de Brabantsche Landbouw) 30 aug. 1841, overl. ald. 20 nov. 1841.
4. Regina Margaretha van DIEPEN, geb. Castricum (op de Brabantsche Landbouw) 6 febr. 1843, overl. ald. (op de Brabantsche Landbouw) 20 april 1843.
5. Regina Margaretha van DIEPEN, geb. Castricum (op de Brabantsche Landbouw) 15 juli 1844, tr. ald. 9 dec. 1866 Willem INEKE, geb. ald. 27 febr. 1847, timmermansknecht (bij huwelijk), timmerman, zn van Doris INEKE, tuinier, en Mietje GRAPENDAAL.
6. Antje van DIEPEN, geb. Castricum (op de Brabantsche Landbouw) 1 nov. 1846, tr. ald. 24 nov. 1872 Klaas de JONG, geb. Assendelft 7 okt. 1837, arbeider, zn van Cornelis de JONG, wever, en Marijtje BALTES.
Vf. (van IVc) Lijsbeth (Elisabeth) BLOM, geb. Zijpe 5 aug. 1805, ged. Noord-Zijpe (Oudesluis) 11 aug. 1805 (doopgetuige Jantje Jans Blom), werkster (bij overlijden), overl. Den Helder 23 juli 1839 (ongehuwd), heeft niet-huwelijkse relatie met Anthonij SCHEFFER, geb. ca. 1794, overl. ald. 16 juli 1856 (geboorteplaats en ouders onbekend, weduwnaar [sic] van Elisabeth Blom).
Uit deze verbintenis:
1. Petrus SCHEFFER, geb. Den Helder 17 sept. 1830 (buiten huwelijk), werkman, sjouwer, overl. ald. 13 april 1861, tr. ald. 8 juli 1852 Grietje KEIZER, geb. Enkhuizen 27 nov. 1829, overl. Den Helder 21 maart 1902, dr van Jacob KEIZER, arbeider, en Aaltje NIEUWKERK.
Vg. (van IVc) Keetje BLOM, geb./ged. (nederd. geref.) Zijpe 3/7 febr. 1807, overl. Den Helder 15 febr. 1849, tr. ald. 14 jan. 1830 Geurt van den BROM, geb./ged. (nederd. geref.) Aarlanderveen 11/18 maart 1810, scheepstimmerman, overl. Den Helder 4 okt. 1888, zn van Laurens van den BROM, landman, en Adriana VERBOON, die hertr. met Johanna Philippina ROELOFS, en Johanna METS.
Uit dit huwelijk:
1. Lourens van den BROM, geb. Den Helder 21 mei 1830, werkman, tr. ald. 23 sept. 1852 Anna Helena WINTERBERGER, geb. Maastricht 3 maart 1832, dr van Johan WINTERBERGER, bij de aangifte van de geboorte van Anna Maria, erkennende de vader van haar te zijn, sergeant bij de tweede compagnie van het derde bataljon veldartillerie in Maastricht in garnizoen, en Maria Helena DOIJEN, naaister, bij de overlijdensaangifte op 27 april 1850 in Den Helder vermeld als Lena Doijain, ruim 35 jaar, geboren te Duinkerken.
Op 24 augustus 1852 wordt door de arrondissementsrechtbank te Den Helder, op verzoek van Anna Helena Winterberger, die verklaarde geen bloed- of aanverwanten in Nederland te hebben, buiten huwelijk verwekt doch erkende dochter van Johan Winterberger en Maria Helena Doijen, voor haar benoemd een voogd en een toeziende voogd, om toestemming tot haar voorgenomen huwelijk te geven.
2. Jacob van den BROM, geb. Den Helder 20 aug. 1834, overl. ald. 6 sept. 1834.
3. Adrianus van den BROM, geb. Den Helder 20 aug. 1834, overl. ald. 6 sept. 1834.
4. Arie van den BROM, geb. Den Helder 13 okt. 1835, overl. ald. 1 aug. 1839.
5. Adiaantje van den BROM, geb. Den Helder 6 jan. 1839, overl. ald. 6 dec. 1927, tr. ald. 21 okt. 1858 Adriaan RIEDEMAN, geb. Den Helder 17 jan. 1827, zeeman, zn van Hendrik RIEDEMAN, werkman, sjouwerman, en Antje HOOGERWERF.
6. Arie van den BROM, geb. Den Helder 13 juli 1841, scheepstimmerman, tr. ald. 23 juli 1863 Johanna WINKEL, geb. ald. 27 april 1842, dr van Jan WINKEL, metselaar, en Jannetje Jans GIELIS.
7. Adrianus van den BROM, geb. Den Helder 8 aug. 1844, werkman, overl. ald. 5 jan. 1924, tr. 1° ald. 10 sept. 1868 Antje de JONG, geb. Huisduinen, gem. Den Helder 30 mei 1831, overl. Den Helder 2 april 1875, dr van Klaas de JONG, in dienst der schutterij, en Neeltje KLORN, wed. van Marinus SCHERPENISSE, tr. 2° ald. 8 juli 1875 Immetje LUDEKE, geb. Zijpe 30 aug. 1843, overl. Den Helder 13 febr. 1922, dr van Klaas LUDEKE, broodbakker, werkman, en Maartje NOORDEN.
Vh. (van IVd) Hendrik BLOM, geb. Groet 15 juli 1812, voermansknecht, visserman, overl. Zijpe 5 april 1894, tr. Den Helder 1 febr. 1838 Catarina NEEFF, geb. ald. 23 nov. 1814, overl. Zijpe 11 april 1889, dr van Former NEEFF en Teetje Pieters STROOKER.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit, geb. Den Helder 9 mei 1838, visser, overl. Zijpe 5 april 1894, tr. ald. 15 maart 1873 Geertje LEHEUX, geb. Sneek 22 sept. 1828, dienstbode (bij huwelijk), overl. Zijpe (aan de Schagerweg) 25 dec. 1909, dr van Klaas Pietersz LEHEUX en Hinke Ymes SCHILSTRA.
2. Petronella Alberdina, geb. Den Helder 10 sept. 1839, volgt VIc.
3. Cornelia, geb. Den Helder 2 juni 1841, volgt VId.
4. Neeltje, geb. Den Helder 2 nov. 1843, tr. Zijpe 16 sept. 1871 Karel BEST, geb. Amersfoort 4 april 1828, brugwachtersknecht, zn van Johannes BEST en Elisabeth COMMENOT.
5. Cornelis, geb. Den Helder 16 april 1846, overl. ald. 7 juni 1852.
6. Trijntje, geb. Den Helder 1 sept. 1848, overl. ald. 10 sept. 1848.
7. Former, geb. Den Helder 26 nov. 1849, overl. ald. 20 maart 1858.
8. Cornelis, geb. Den Helder 4 jan. 1853, overl. ald. 19 maart 1858.
9. Trijntje, geb. Den Helder 14 juni 1855, volgt VIe.
10. Alberdina Hendrika, geb. Den Helder 4 maart 1858, volgt VIf.
Vi. (van IVd) Jan BLOM, geb. Groet 11 febr. 1816, arbeider, watermolenaar, overl. Groet, gem. Schoorl 11 nov. 1889, tr. 1° Schoorl 30 april 1848 Maartje BAKKER, geb. Groet 8 nov. 1821, overl. Groet, gem. Schoorl 7 jan. 1854, dr van Klaas Hendriksz BAKKER, dagloner, boer en bouwman in 1816 te Schoorl, landbouwer, in 1821 slachter en vleeshouwer, boer in 1829, marktschipper in 1831, vanaf 1835 landman, pontwachter (1859) in Haarlemmermeer, kastelein (1860), schepenjager, op 9 april 1856 met zijn vrouw Krijntje Blom en kinderen Willem, Antje en Louris, wonende in Hargen, uitgeschreven naar Haarlemmermeer, en Krijntje BLOM, boerin, wed. van Jan GROOT, schipper, tr. 2° Schoorl 8 okt. 1854 Helena BAKKER, geb. Alkmaar 21 juni 1831, overl. St. Pancras 13 okt. 1903, dr van Pieter BAKKER, timmermansknecht, landbouwer, landman, en Lijsbeth STEKELBOS.
Op 10 mei 1890 wordt de nalatenschap aangegeven van Jan Blom Gerritszoon, watermolenaar, overleden te Groet gemeente Schoorl op 11 november 1889. De aangeefster is Helena Bakker, zijn weduwe, in gemeenschap van goederen gehuwd, als uitvoerster van zijn uiterste wil dd. 19 oktober 1888 voor notaris Arnoldus Vonk te Schoorldam gemeente Warmenhuizen. In dat testament heeft hij haar ook benoemd tot vruchtgebruikster van zijn nalatenschap levenslang. Erfgenamen van de blote eigendom zijn: (1) Klaas Blom, koetsier te Heiloo, (2) Jan Blom, molenaar te Sint Pancras, (3) Gerrit Blom, arbeider te Alkmaar, (4) Elisabeth Blom, echtgenote van Jacob van Steeg, tuinman te Heiloo, (5) Pieter Blom, visser te Zijpe, (6) Cornelis Blom, smid te Alkmaar, (7) Hendrik Blom, molenaar te Groet gemeente Schoorl, (8) Helena Blom, minderjarig, ieder voor een achtstedeel, zijnde eerstgenoemde Klaas Blom geboren uit het eerste huwelijk van de erflater met Maartje Bakker, de overige kinderen uit zijn huwelijk met de aangeefster. Het actief van de gemeenschappelijke boedel bestaat uit: meubelen, huisraad en verdere inboedel, waardig geschat 507,50, contanten 850, tractement als molenaar 120, weiland in de Groeterpolder, kadastraal gemeente Groet A67, groot 1 ha 18 a 10 ca, waardig 2321, bouwland gemeente Groet A241, groot 31 a 90 ca, 330, samen 4128,50. Het passief, waaronder een hypothecaire schuld van 2000, bedraagt 2149,98. Het zuivere saldo is 1978,52, waarin de aangeefster de helft ad 989,26 competeert, vermits door de erflater bij zijn hertrouwen met Helena Bakker niets ten huwelijk werd aangebracht en door de aangeefster een som van 300. De nalatenschap bedraagt, na aftrek van 40 begrafeniskosten, 949,26. 90
Uit het eerste huwelijk:
1. Klaas, geb. Hargen, gem. Schoorl 25 maart 1849, volgt VIg.
2. Krijntje, geb. Hargen, gem. Schoorl 24 april 1850, overl. ald. 14 juli 1850.
3. Krijntje, geb. Hargen, gem. Schoorl 28 aug. 1851, overl. ald. 12 okt. 1851.
4. Trijntje, geb. Groet, gem. Schoorl 24 dec. 1852.
Uit het tweede huwelijk:
1. Gerrit, geb. Groet, gem. Schoorl 14 jan. 1855, volgt VIh.
2. Pieter, geb. Groet, gem. Schoorl 6 juni 1856, volgt VIi.
3. Jan, geb. Groet, gem. Schoorl 13 okt. 1857, overl. ald. 4 juni 1858.
4. Elizabet, geb. Groet, gem. Schoorl 30 maart 1859, volgt VIj.
5. Johannes, geb. Groet, gem. Schoorl 29 dec. 1860, volgt VIk.
6. Cornelis, geb. Groet, gem. Schoorl 26 juni 1862, volgt VIl.
7. Hendrik, geb. Groet, gem. Schoorl 3 nov. 1863, volgt VIm.
8. Helena, geb. Groet, gem. Schoorl 18 aug. 1871, overl. Hoorn 4 juli 1939, tr. Heiloo 5 mei 1898 Pieter MOOIJ, geb. Koedijk 8 nov. 1870, bloemist, tuinder, overl. Blokker 18 april 1964, zn van Pieter MOOIJ, timmerman, en Grietje SLOT.
Vj. (van IVi) Jan BLOM, geb. Groet 31 jan. 1824, arbeider, winkelier, veldwachter te Schoorl in 1892, overl. ald. 13 okt. 1903, tr. 1° ald. 30 april 1848 Vrouwtje BEELDMAN, geb. Bergen (N.-H.) 3 juni 1818, overl. Schoorl 13 juli 1868, dr van Pieter BEELDMAN en Trijntje BRUINEMAN, tr. 2° ald. 1 sept. 1872 Neeltje HOOGLAND, geb. Oude Niedorp 16 jan. 1821, overl. Schoorl 19 april 1891, dr van Siemon HOOGLAND en Guurtje WUMP, wed. van Johannes LUDEKE.
Uit het eerste huwelijk:
1. Antje, geb. Groet, gem. Schoorl 31 okt. 1848, overl. ald. 28 jan. 1854.
2. Trijntje, geb. Groet, gem. Schoorl 15 aug. 1850, overl. ald. 23 jan. 1854.
3. Jannetje, geb. Groet, gem. Schoorl 14 sept. 1851, volgt VIn.
4. Pieter, geb. Groet, gem. Schoorl 5 nov. 1852, volgt VIo.
5. Jacob, geb. Groet, gem. Schoorl 10 maart 1854, overl. ald. 24 maart 1854.
6. (levenl. kind), geb. Groet, gem. Schoorl 22 aug. 1855, overl. ald. 22 aug. 1855.
7. Jacob, geb. Groet, gem. Schoorl 1 dec. 1857, overl. ald. 21 dec. 1857.
Vk. (van IVi) Pieter BLOM, geb. Groet 17 juni 1829, arbeider, landman, veehouder, overl. Schoorl 27 april 1898, tr. ald. 7 nov. 1852 Aafje HOOGVORST, geb. ald. 7 sept. 1832, overl. Catrijp, gem. Schoorl 21 maart 1892, dr van Cornelis HOOGVORST en Neeltje DALENBERG.
Op 27 juni 1898 wordt de nalatenschap aangegeven van Pieter Blom, overleden te Schoorl op 27 april 1898, zonder testament. De aangever is Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk Duin, landman te Schoorl, in gemeenschap van goederen gehuwd met Neeltje Blom, de enige erfgename van haar vader, dochter uit diens huwelijk met Aafje Cornelisdochter Hoogvorst. Het actief bestaat uit: (1) twee stukken weiland en bos te Groet, kadastraal sectie A nrs 98, 103 en 470, tezamen groot 4 ha 93 a 10 ca, waardig 5140, (2) een stuk wei- en bouwland te Schoorl, sectie B nrs 587 en 646, en sectie C nr 314, tezamen groot 66 a 60 ca, waardig 430, (3) huisraad en inboedel en kleren, waardig 100, (4) een hypothecaire schuldvordering ten laste van Willem Schuit te Schoorl, met rente groot 201,83, (5) een vordering wegens landhuur (a) ten laste van Jacob Kruijff te Schoorl van 46,70, (b) ten laste van Abraham Pieter Duin aldaar van 41,67, (c) ten laste van C. de Graaf aldaar van 3,33, (6) contanten 10, (7) de onverdeelde helft van de nalatenschap van zijn zoon Jacob Blom overleden te Schoorl op 14 april 1898, 1436,97, tezamen 7460,50. Het passief bedraagt, incuslief 160 begrafeniskosten, 314,56. De zuivere nalatenschap beloopt 7145,94, verhoogd [om onduidelijke reden] met 40. 97
Uit dit huwelijk:
1. Antje, geb. Schoorl 26 okt. 1853, overl. ald. 16 juli 1859.
2. Cornelis, geb. Schoorl 12 mei 1856, overl. ald. 2 nov. 1861.
3. Jacob, geb. Schoorl 14 sept. 1860, overl. ald. 14 april 1898.
Op 22 juni 1898 wordt de nalatenschap aangegeven van Jacob Blom, overleden te Schoorl op 14 april 1898, ongehuwd, zonder testament. De aangever Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk Duin, landman te Schoorl, in gemeenschap van goederen gehuwd met Neeltje Blom, verklaart dat de enige erfgenamen van de erflater zijn diens vader Pieter Blom, op 27 april 1898 te Schoorl overleden, en zijn zuster Neeltje Blom voornoemd, ieder voor de helft. Het actief bestaat uit (1) een huis en erf, met weiland en bos te Schoorl, kadastraal sectie B nrs 659, 115, 117 en 351, samen groot 2 ha 27 a 10 ca, waardig 3000, (2) kleren en lijfstoebehoren 10, (3) een vordering op J. Pz Duin te Schoorl, met rente, 52,90, contanten 5, het passief bedraagt, inclusief 80 begrafeniskosten, 93,96, de zuivere nalatenschap is 3067,90. 98
4. Neeltje, geb. Schoorl 6 dec. 1862, volgt VIp.
Vl. (van IVi) Simon BLOM, geb. Groet 27 febr. 1833, arbeider, aannemer van aard- en dijkwerken, overl. Schoorl 3 nov. 1895, tr. ald. 17 mei 1863 Trijntje JONKER, geb. Groet, gem. Schoorl 4 nov. 1837, overl. Schoorl 5 jan. 1904, dr van Gerrit JONKER en Antje de JONG.
Op 5 februari 1896 wordt de nalatenschap aangegeven van Simon Blom, overleden op 3 november 1895 te Schoorl, tot erfgenamen achterlatende zijn kinderen Antje, Gerrit, Jacob, Arie, Jannetje, Maartje en Vrouwtje Blom. De aangevers zijn:(1) Arie Kuiper [ondertekent als Arie Kuijper], arbeider te Warmenhuizen, in gemeenschap van goederen gehuwd met Antje Blom, (2) Gerrit Blom, arbeider, (3) Jacob Blom, timmerman, (4) Arie Blom, kastelein, (5) Jannetje Blom, zonder beroep, allen wonende te Schoorl, (6) Trijntje Jonker, als langstlevende der ouders voogdes over Maartje en Vrouwtje Blom, bij de erflater in huwelijk verwekt. De nalatenschap bestaat uit een actief van 370, waaronder de helft van een huis, erf en tuin, kadastraal gemeente Groet sectie A, nrs 305 en 306, groot 13 a 34 ca, en een passief van 300, dus een zuiver saldo van 70. 99
Op 9 maart 1904 wordt de nalatenschap aangegeven van Trijntje Jonker, overleden te Groet gemeente Schoorl op 5 januari 1904, weduwe van Simon Blom. De aangevers zijn hun 7 kinderen: Arie Kuijper, kastelein te Schoorldam gemeente Schoorl, in gemeenschap van goederen gehuwd met Antje Blom, Simon Houtkoper, arbeider te Krabbendam gemeente Warmenhuizen, als voren gehuwd met Maartje Blom, Klaas Dekker, landman te Koedijk, als voren gehuwd met Vrouwtje Blom, Gerrit Blom, aannemer te Groet gemeente Schoorl, Arie Blom, arbeider aldaar, Jannetje Blom, zonder beroep, wonende aldaar, Jacob Blom, timmerman te St. Pancras. Het actief bedraagt 850,-, waaronder een huis en erf te Groet, kadastraal A305 en A306, samen groot 10 a 34 ca, waarde 600, het passief bedraagt 632,42, waaronder een schuldbekentenis met hypotheek verleden op 3 februari 1875 voor notaris Jan Bakker Schut. De nalatenschap is 108,97, de helft van het verschil. 100
Uit dit huwelijk:
1. Antje, geb. Schoorl 6 maart 1864, volgt VIq.
2. Gerrit, geb. Groet, gem. Schoorl 6 april 1866, aannemer, overl. Schoorl 26 sept. 1911.
Op 2 mei 1912 wordt de nalatenschap aangegeven van Gerrit Blom, overleden te Schoorl op 26 september 1911, zonder bloedverwanten in rechte lijn achter te laten. De aangevers zijn: (1) Arie Blom, aannemer te Schoorl, voor zichzelf en als lasthebber van Jacob Blom, landbouwer te Targum Grande, Kolonie Sjattaba, nabij Belle Horizonte, in Brazilië, (2) Arie Kuiper, schipper te Schoorldam gemeente Schoorl, in gemeenschap van goederen getrouwd met Antje Blom, (3) Wijnand Keizer, tuinier te Schoorl, in gemeenschap van goederen gehuwd met Jannetje Blom, (4) Simon Houtkooper, arbeider te Krabbendam gemeente Warmenhuizen, als voren gehuwd met Maartje Blom, (5) Klaas Dekker, landbouwer te Koedijk, als voren gehuwd met Vrouwtje Blom. De erfgenamen zijn zijn broers en zusters als genoemd, elk voor 1/6. Het actief bestaat o.a. uit een huis en erf met tuin te Groet, kadastraal A305 en 306, samen groot 13 a 34 ca, gewaardeerd op 1090, en bedraagt in totaal 2681,25. De zuivere nalatenschap bedraagt 887,165. 101
3. Jacob, geb. Groet, gem. Schoorl 20 febr. 1868, volgt VIr.
4. Arie, geb. Groet, gem. Schoorl 1 juni 1869, volgt VIs.
5. Jannetje, geb. Groet, gem. Schoorl 6 april 1871, overl. Schoorl 19 maart 1935, tr. ald. 21 sept. 1905 Wijnand KEIZER, geb. Zijpe 21 dec. 1866, landman, arbeider, tuinbouwer, overl. Koedijk 14 jan. 1938, zn van Christiaan KEIZER, arbeider, en Trijntje MAREES.
6. Jan, geb. Groet, gem. Schoorl 23 april 1872, overl. ald. 24 april 1872.
7. Maartje, geb. Groet, gem. Schoorl 17 maart 1873, volgt VIt.
8. Vrouwtje, geb. Groet, gem. Schoorl 27 febr. 1875, volgt VIu.
9. Jan, geb. Groet, gem. Schoorl 23 sept. 1876, overl. Schoorl 3 nov. 1876.
10. Jan, geb. Groet, gem. Schoorl 19 mei 1878, overl. Schoorl 3 juni 1878.
Vm. (van IVj) Jan BLOM, geb. Schoorl 13 juni 1834, overl. ald. 26 mei 1865, tr. ald. 9 mei 1858 Maria van RINSUM, geb. Zijpe 25 okt. 1834, overl. Schoorl 24 april 1911, dr van Dirk van RINSUM en Trijntje KEIZER.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit, geb. Schoorl 19 aug. 1859, volgt VIv.
2. Dirk, geb. Schoorl 26 nov. 1862, volgt VIw.
3. Jan, geb. Schoorl 14 juni 1865, volgt VIx.
Vn. (van IVl) Jacobus BLOM, geb. Groet 20 okt. 1806, ged. (nederd. geref.) ald. 2 nov. 1806 (doopgetuige Aafje Dalenberg), boerenknecht, arbeider, overl. Bergen (N.-H.) (Oostdorp) 28 maart 1864, tr. ald. 5 mei 1833 Antje POVER, geb. Warmenhuizen 15 april 1806, ged. (nederd. geref.) ald. 20 april 1806 (doopgetuige Guurtje Appetijt), overl. Bergen (N.-H.) (Oostdorp) 25 nov. 1875, dr van Klaas POVER en Grietje WIJN.
Uit dit huwelijk:
1. (doodgeb. kind), geb. Bergen (N.-H.) 14 mei 1836, overl. ald. 14 mei 1836.
2. Cornelis, geb. Bergen (N.-H.) 16 okt. 1836, overl. ald. 30 juni 1859.
3. Klaas, geb. Bergen (N.-H.) 22 maart 1839, overl. ald. 24 maart 1839.
4. Klaas, geb. Bergen (N.-H.) 4 febr. 1841, overl. ald. 6 febr. 1841.
Vo. (van IVl) Willem BLOM, geb. Groet 13 aug. 1809, ged. (nederd. geref.) ald. 20 aug. 1809 (doopgetuige Antje Waag), landman, overl. Schoorl 3 maart 1891, tr. 1° ald. 10 juni 1832 Jannetje GUTKER, geb./ged. (nederd. geref.) ald. 6/7 dec. 1806, overl. Schoorl 3 juli 1838, dr van Cornelis Hendriksz GUTKER, boer, landman, en Trijntje Willemsdr GUTKER, tr. 2° ald. 17 jan. 1846 Trijntje MINK, geb. Warmenhuizen 8 okt. 1818, overl. Schoorl 18 maart 1889, dr van Pieter MINK, onderwijzer der jeugd, en Meinsje SEVENHUISEN.
Op 21 december 1891 wordt de nalatenschap aangegeven van Willem Blom, overleden te Schoorl op 3 maart 1891, in leven landman te Schoorl. De aangever is Jan Duin, meel- en groentehandelaar te Schoorl, als uitvoerder van de uiterste wil van Willem Blom, gepasseerd dd. 1 februari 1891 ten overstaan van notaris Vonk, waarbij de erflater gelegateerd heeft: (a) aan zijn kinderen uit zijn huwelijk met Trijntje Mink, met namen Antje, Mijnsje, Trijntje zegge Dieuwertje, Grietje en Lijsbeth Blom, tezamen en ieder een gelijk deel van 5852 gulden, (b) aan zijn genoemde kinderen zijn meubelen, huisraad en inboedel tegen inbreng van de waarde daarvan door een deskundige toe te kennen, met benoeming tot uitvoerder van zijn uiterste wil en bezorger zijner begrafenis zijn schoonzoon Jan Duin wonende te Schoorldam gemeente Schoorl. Tot de nalatenschap des erflaters zijn gerechtigd: (1) Aagje Blom gehuwd met Dirk Kriller, timmerman te Oude Niedorp, (2) Gerrit Keijzer, koopman te Hargen gemeente Schoorl, Jannetje Keijzer te Schoorl en Trijntje Keijzer gehuwd met Jacob Muelink koopman te Schoorldam gemeente Warmenhuizen, bij representatie van hun moeder Trijntje Blom gehuwd geweest met Jan Keijzer, (3) Antje Blom gehuwd met Johannes Spruit landman te Schoorl, (4) Mijnsje Blom gehuwd met Cornelis Helder landman te Hargen gemeente Schoorl, (5) Dieuwertje Blom gehuwd met Jan Jongerling landman te Zijpe, (6) Grietje Blom gehuwd met de aangever Jan Duin, (7) Lijsbeth Blom gehuwd met Willem van Twuijver koopman te Bergen, elke partij voor 1/7, waarbij Aagje en de vooroverleden Trijntje Blom de enige kinderen zijn van de erflater uit zijn eerste huwelijk met Jannetje Gutker. De baten zijn: onroerende zaken te Schoorl, kadastraal sectie C, nr 659 huis, groot 0.00.77, nr 660 bouw weiland, groot 1.20.83, nr 708 schuur, groot 1.43, nr 709 weiland, groot 1.18.22, sectie D, nr 40 bos, groot 0.21.40, nr 381 weiland, groot [niet vermeld], nr 382 idem, groot 1.58.60, nr 383 idem, groot 0.94.70, nr 648 idem, groot 1.18.40, tezamen geschat op 10700, verder inboedel en diverse vorderingen, geeft een totaal aan baten van 27163,035, met na aftrek van schulden een nalatenschap van 26953,655, inclusief de legaten ten bedrage van 5852. 102
Uit het eerste huwelijk:
1. Aagje, geb. Schoorl 15 mei 1832, volgt VIy.
2. Trijntje, geb. Schoorl 7 mei 1834, volgt VIz.
3. Elisabeth, geb. Schoorl 8 april 1836, overl. ald. 17 sept. 1851.
Op 1 december 1851 wordt de nalatenschap aangegeven van Elisabeth Blom, overleden te Schoorl op 17 september 1851. De aangevers zijn Willem Blom, landman, en Trijntje Mink, diens huisvrouw en door hem bijgestaan, wonende te Schoorl, de eerste als vader en voogd van zijn in vroeger echt met Jannetje Gutker verwekte kinderen Aagje Blom, oud 18, en Trijntje Blom, oud 17 jaar, en beide aangevers als ouders van hun kinderen Antje Blom, oud 3, Mijntje Blom, oud 2, en Dieuwertje Blom, oud 1 jaar. De erfgenamen zijn haar genoemde vader Willem Blom voor 1/4, haar volle zusters Aagje en Trijntje Blom, ieder voor 21/80, haar zusters van halven bedde Antje, Mijnsje en Dieuwertje, ieder voor 3/40. Tot de nalatenschap behoren alleen de haar opgekomen erfdelen, nl. (a) haar erfdeel in de nalatenschap van haar moeder Jannetje Gutker, overleden te Schoorl op 3 juli 1838, (b) haar erfdeel in de nalatenschap van haar grootmoeder Trijntje Gutker, overleden te Schoorl op 13 maart 1842, (c) haar erfdeel in de nalatenschap van haar volle zuster Antje Blom. Het saldo van de gemeenschappelijke boedel van Willem Blom en Tijntje Gutker bedroeg 817,05, dat van de gemeenschappelijke boedel van Cornelis Gutker en zijn huisvrouw Trijntje Gutker 21580,60 waarvan hun dochter Jannetje Gutker 286,35 geërfd had. De erfdelen van Elisabeth Blom bedragen uiteindelijk 102,13 1/8, 286,35 en 97,13, samen ter gemakkelijker berekening afgerond op 486. 103
4. Antje, geb. Schoorl 20 mei 1838, overl. ald. 24 mei 1846.
Uit het tweede huwelijk:
1. Antje, geb. Schoorl 20 okt. 1847, volgt VIaa.
2. Meinsje, geb. Schoorl 23 nov. 1848, volgt VIab.
3. Dieuwertje, geb. Schoorl 11 aug. 1850, volgt VIac.
4. Grietje, geb. Schoorl 4 maart 1852, volgt VIad.
5. Lijsbeth, geb. Schoorl 22 jan. 1854, volgt VIae.
Vp. (van IVl) Dieuwertje BLOM, geb. Hargen, gem. Schoorl 4 dec. 1813, overl. Alkmaar 26 nov. 1844, heeft niet-huwelijkse relatie 1° met N.N., tr. 2° ald. 30 jan. 1842 Pieter KLEIJMEER, geb. Zuid-Schermer, gem. Zuid- en Noordschermer 3 juli 1813, schepenjager, voermansknecht, werkman, stalhoudersknecht, koopman, overl. Alkmaar 20 juli 1871, zn van Gerrit KLEIJMEER, dagloner, en Jantje HOUTKOPER, werkster (bij tweede huwelijk van haar zoon Pieter), wedn. van Geesje GLIJNES, en die hertr. met Jannetje van FURSTENBERG.
Uit de eerste verbintenis:
1. Cornelis, geb. Schoorl 29 aug. 1836, boerenknecht, overl. ald. 30 dec. 1913, tr. ald. 12 maart 1871 Jannetje BROUWER, geb. Zijpe 18 jan. 1836, overl. Schoorl 3 aug. 1912, dr van Pietertje BROUWER.
Uit de tweede verbintenis:
1. Gerrit KLEIJMEER, geb. Alkmaar 14 april 1842, overl. ald. 27 sept. 1842.
2. Gerrit KLEIJMEER, geb. Alkmaar 18 nov. 1843, tuinman, overl. ald. 4 okt. 1925, tr. ald. 26 juni 1870 Teunisje KABEL, geb. Wormerveer 13 aug. 1840, overl. Alkmaar 28 sept. 1930, dr van Trijntje KABEL.
Vq. (van IVl) Jan BLOM, geb. Schoorl 22 dec. 1816, werkman, arbeider, overl. ald. 10 april 1860, tr. ald. 2 mei 1841 Grietje HUIBERTS, geb. Kalverdijk, gem. Harenkarspel 1 jan. 1818, overl. Schoorl 30 juni 1906, dr van Maiert HUIBERTS, arbeider, en Guurtje WIJN.
Op 10 oktober 1906 wordt de nalatenschap aangegeven van Grietje Huiberts [t doorgehaald], overleden te Schoorl op 30 juni 1906, weduwe van Jan Blom Corneliszoon. De aangever en enige erfgenaam is haar zoon Cornelis Jansz Blom, landbouwer te Schoorl. Zij was in gemeenschap van goederen gehuwd, welke gemeenschap na de dood van haar man onverdeeld is gebleven. De gemeenschappelijke boedel bestond uit enige roerende goederen geschat op 200 en een huis en erf met bouwland in Schoorl, kadastraal B639, groot 22 a 10 ca, waardig geschat 1000. Het zuivere saldo van de nalatenschap bedraagt 396,12. 104
Uit dit huwelijk:
1. Aagje, geb. Schoorl 12 juni 1841, overl. ald. 21 dec. 1842.
2. Cornelis, geb. Schoorl 23 sept. 1843, overl. ald. 14 aug. 1845.
3. Cornelis, geb. Schoorl 30 dec. 1845, overl. ald. 5 april 1846.
4. Aagje, geb. Schoorl 6 febr. 1847, overl. ald. 17 april 1847.
5. Cornelis, geb. Schoorl 31 jan. 1849, landbouwer, overl. Alkmaar 16 juli 1925 (aangever is de vader van het diaconiehuis).
Vr. (van IVr) Jacobus BLOM, geb. Schoorl 3 maart 1837, arbeider, landbouwer (vanaf 1879), overl. Petten 27 maart 1915, tr. 1° ald. 20 juli 1863 Neeltje TIMMERMAN, geb. ald. 5 jan. 1837, overl. Petten 4 dec. 1872, dr van Teunis TIMMERMAN en Grietje BAKKER, tr. 2° ald. 30 maart 1873 Antje HOUTKOOPER, geb. ald. 2 nov. 1839, overl. Alkmaar 5 april 1922, dr van Oepke HOUTKOOPER, arbeider, en Trijntje JONGBLOED.
Uit het eerste huwelijk:
1. Gerrit, geb. Petten 28 april 1864, volgt VIaf.
2. Grietje, geb. Petten 11 juni 1865, volgt VIag.
3. Maaike, geb. Petten 23 febr. 1867, overl. ald. 21 febr. 1873.
4. Jannetje, geb. Petten 17 jan. 1869, overl. ald. 23 juli 1869.
5. Teunis, geb. Petten 5 dec. 1870, overl. ald. 10 jan. 1871.
Uit het tweede huwelijk:
1. Maaike, geb. Petten 2 mei 1874, volgt VIah.
2. Cornelia, geb. Petten 27 juli 1875, overl. ald. 13 aug. 1875.
3. Johannes, geb. Petten 3 aug. 1876, overl. ald. 12 dec. 1877.
4. Johannes Jacobus Gerrit, geb. Petten 21 jan. 1879, volgt VIai.
5. Cornelia Elisabeth, geb. Petten 18 aug. 1880, overl. ald. 18 sept. 1880.
Vs. (van IVr) Meijnsje BLOM, geb. Schoorl 20 aug. 1841, overl. Zaandam 12 mei 1907, tr. Petten 19 april 1863 Hendrikus BROUWER, geb. Heino 22 juni 1839, arbeider, polderwerker, overl. Zaandam 15 maart 1897, zn van Lambertus BROUWER, arbeider, en Willemina Hendrika van der LINDEN.
Uit dit huwelijk:
1. Maaike BROUWER, geb. Petten 25 nov. 1867, tr. Johannes BECHTOLD, geb. Vlijmen ca. 1864, los werkman, grondwerker, overl. Amsterdam 24 april 1902, zn van Adriaan BECHTOLD en Huiberdina van de WETERING.
2. Lambertus BROUWER, geb. Camp, gem. Schoorl 2 juli 1869, tr. Zaandam 9 okt. 1892 Gerritje TAVENIER, geb. Assendelft 21 maart 1870, dr van Hendrik TAVENIER, arbeider, en Neeltje KLUWE.
3. Johanna BROUWER, geb. Haarlemmerliede en Spaarnwoude 3 jan. 1874.
4. Gerrit BROUWER, geb. Haarlemmerliede en Spaarnwoude 31 aug. 1875, tr. 's-Hertogenbosch 13 nov. 1897 Maria SCHALKS, dr van Josephus SCHALKS en Geertruda MUREAU.
5. Wilhelmina Hendrika BROUWER, geb. Zaandam (in een keet bij de Spoorbrug) 21 jan. 1877, overl. ald. (in een keet bij de Spoorbrug) 22 april 1877.
6. Wilhelmina Hendrika BROUWER, geb. Zaandam (in een ark nabij de Spoorbrug) 21 maart 1878, tr. ald. 30 dec. 1900 Willem MAAS, geb. ald. 19 mei 1879, los werkman, zn van Jan MAAS, los werkman, en Klaasje WIEMAN.
Vt. (van IVt) Jacobus BLOM, geb. Schoorl 23 juli 1833, arbeider, overl. Heerhugowaard 4 jan. 1905, tr. Warmenhuizen 14 febr. 1864 Grietje SPEELMAN, geb. ald. 27 nov. 1837, overl. Zijpe 12 dec. 1914 (wonende te Heerhugowaard), dr van Pieter SPEELMAN en Neeltje BOON.
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje, geb. Oterleek 28 nov. 1864, tr. Heerhugowaard 6 febr. 1887 Pieter RAAT, geb. St. Pancras 26 dec. 1859, arbeider, zn van Cornelis RAAT, timmerman, arbeider, en Lucretia HENRIONET.
2. Pietertje, geb. Oterleek 8 mei 1866, volgt VIaj.
3. Trijntje, geb. Oterleek 27 mei 1870, dienstbode, tr. Sijbekarspel 2 sept. 1906 Jan SMIT, geb. ald. 12 okt. 1871, landbouwer, zn van Hendrik SMIT, arbeider, landbouwer, en Trijntje BRUIN, wedn. van Anna BOON.
Vu. (van IVt) Trijntje BLOM, geb. Schoorl 27 febr. 1835, naaister op 23 augustus 1863, overl. Hargen, gem. Schoorl 2 maart 1888, tr. 1° Schoorl 21 nov. 1858 Jan POOL, geb. ald. 10 okt. 1830, boerenknecht, arbeider, overl. Hargen 4 dec. 1861, zn van Jan POOL, werkman, dagloner, arbeider, en Volkje SNIP, tr. 2° Schoorl 23 aug. 1863 Jacob BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 2 febr. 1835, arbeider, vrachtrijder, koopman, op 22 maart 1891 in Schoorl uitgeschreven naar Alkmaar, overl. Alkmaar 26 dec. 1905, zn van Jacob BLOM, dagloner, werkman, arbeider, aannemer, en Antje DALENBERG, die hertr. met Catharina BANT.
Op 13 oktober 1888 wordt de nalatenschap aangegeven van Trijntje Blom, overleden te Schoorl op 2 maart 1888. De aangever is Jacob Blom, vrachtrijder te Schoorl, haar man, blijkens testament dd. 2 december 1872 voor notaris Pieter van Leeuwen te Schoorldam haar enige erfgenaam. Haar nalatenschap bestaat uit de helft van een actief van grond te Groet, kadastraal A470, groot 9 a 10 ca, waardig 50, meubelen, huisraad en inboedel 60, 1 paard 50, 1 wagen 25, samen 185, een passief van 200 geleend van Pieter Blom te Schoorl. 80
Uit het eerste huwelijk:
1. Jan POOL, geb. Hargen, gem. Schoorl 9 jan. 1859, overl. ald. 19 febr. 1859.
VIa. (van Vc) Antje BLOM, geb. Schoorl 13 aug. 1820, overl. Hargen, gem. Schoorl 3 april 1888, tr. Schoorl 25 mei 1845 Jacob OUT, geb. Zijpe 12 okt. 1821, metselaar, landman, overl. Groet, gem. Schoorl 19 mei 1907, zn van Hendrik OUT en Dieuwertje KUIPER.
Op 17 juli 1888 wordt de nalatenschap aangegeven van Antje Blom, overleden te Schoorl op 3 april 1888, in leven echtgenote van Jacob Out, gehuwd in gemeenschap van goederen. De aangevers zijn: (1) Jacob Out, landman, (2) Arie Out,landman, (3) Cornelis Bakker, landman, in gemeenschap van goederen gehuwd met Antje Out, (4) Hermanus de Zeeuw, broodbakker, als voren gehuwd met Dieuwertje Out, allen wonende te Schoorl. Haar erfgenamen zijn haar drie kinderen Arie, Antje en Dieuwertje Out, ieder voor een vierdegedeelte, als wordende het overige vierdegedeelte geërfd door haar man krachtens haar testament dd. 16 juli 1870 voor notaris Hendrik Jan de Lange te Alkmaar. De gemeenschap van goederen heeft tot actief: (1) een huis, boet en erf met tuin, bosland, wei- en bouwland te Schoorl, kadastraal sectie A nrs 161 en 486, te Groet sectie A nrs 166, 125, 126a, 164, 258 en 427, samen groot 5 ha 52 a 15 ca, waardig 9100, (2) een huis en erf , met het erfpachtrecht waarop het staat, te Schoorl sectie A nrs 370 en 372, groot 2 a 28 ca, waardig 700, (3) meubelen, huisraad, inboedel, vee, boeren- en bouwgereedschappen, 1794, (3) geld 25, samen 11619, tot passief, bestaande uit geleend geld (o.a. 4200 van de weduwe van Jan van Lienen, landbouwster te Schoorl), rente en landhuur, in totaal 7496,23. De helft van het saldo, verminderd met 50 begrafeniskosten, levert als zuivere nalatenschap 2011,385. 105
Uit dit huwelijk:
1. Antje OUT, geb. Hargen, gem. Schoorl 10 april 1846, overl. Schoorl 19 mei 1920, tr. ald. 14 jan. 1866 Cornelis BAKKER, geb. Zuid-Scharwoude 16 mei 1842, landman, landbouwer, overl. Schoorl 12 aug. 1920, zn van Pieter BAKKER, landbouwer, en Elisabeth de WILDE.
Op 11 december 1920 wordt de nalatenschap aangegeven van Cornelis Bakker, overleden te Schoorl op 12 augustus 1920, weduwnaar van Antje Out. De aangevers zijn: Jacob Bakker, landman te Schoorl, (2) Pieter Bakker, landman te Schoorl, (3) Willem Spruit, landbouwer te Schoorldam gemeente Warmenhuizen, als in gemeenschap van goederen gehuwd met Antje Bakker. Het actief van zijn nalatenschap bedraagt 7835, waaronder de helft van een huis, schuur, bouwland en weiland te Schoorl, kadastraal A nrs 85 en 617, samen groot 1.95.70 ha, weiland te Groet, kadastraal A10, groot 1.99.60 ha, en weiland te Petten, kadastraal C nrs 101 en 102, tezamen groot 2.20.00 ha, begroot op 7400, en het passief 1284,975, zodat resteert 6550,025, waar nog 1675,15 bij komt vanwege een onverdeelde nalatenschap van wijlen zijn echtgenote, en waarvan 120 begrafeniskosten af gaat, zodat de zuivere nalatenschap 8105,175 bedraagt. 106
2. Hendrik OUT, geb. Hargen, gem. Schoorl 28 dec. 1847, overl. ald. 27 juli 1848.
3. Arie Blom OUT, geb. Hargen, gem. Schoorl 12 dec. 1849, overl. ald. 24 dec. 1849.
4. Arie OUT, geb. Hargen, gem. Schoorl 22 dec. 1850, overl. ald. 23 juli 1851.
5. Arie OUT, geb. Hargen, gem. Schoorl 3 juli 1852, landman, overl. Groet, gem. Schoorl 12 dec. 1908, tr. Schoorl 11 april 1880 Antje BRAK, geb. Zijpe 29 aug. 1854, overl. Groet, gem. Schoorl 31 jan. 1890, dr van Arie BRAK, landman, en Trijntje van der SLUIJS.
6. Hendrik OUT, geb. Hargen, gem. Schoorl 6 nov. 1853, overl. ald. 16 febr. 1854.
7. Hendrik OUT, geb. Hargen, gem. Schoorl 2 sept. 1855, overl. ald. 2 nov. 1857.
8. Dieuwertje OUT, geb. Hargen, gem. Schoorl 7 jan. 1859, overl. Schoorl 13 jan. 1941, tr. ald. 2 mei 1886 Hermanus Hendricus de ZEEUW, geb. Groet, gem. Schoorl 15 sept. 1859, broodbakker, overl. Schoorl 23 febr. 1941, zn van Maarten de ZEEUW, broodbakker, en Suzanna Esther GROET.
VIb. (van Vc) Guurtje BLOM, geb. Schoorl 19 mei 1825, boerin, overl. Hargen, gem. Schoorl 29 sept. 1876, tr. Schoorl 2 mei 1847 Frederik GUTKER, geb. Hargen, gem. Schoorl 8 maart 1822, landman, boer, veehouder, overl. ald. 31 juli 1894, zn van Cornelis Hendriksz GUTKER, boer, landman, en Trijntje Willemsdr GUTKER.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje GUTKER, geb. Hargen, gem. Schoorl 3 aug. 1848, overl. ald. 15 febr. 1904, tr. Schoorl 28 april 1872, echtscheiding Alkmaar 27 sept. 1900 (Arrondissementsrechtbank) Cornelis DUIN, geb. Schoorl 7 aug. 1848, landman, overl. ald. 1 febr. 1920, zn van Jan DUIN, landman, en Cornelia HAVIK, boerin, die hertr. met Aaltje NIEUWLAND.
2. Antje GUTKER, geb. Hargen, gem. Schoorl 18 febr. 1853, overl. Aagtdorp, gem. Schoorl 7 febr. 1910, tr. Schoorl 1 febr. 1874 Reijer BAS, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 30 mei 1850, landman, overl. Schoorl 12 nov. 1909, zn van Jan BAS, landman, en Maartje WOGNUM, boerin.
3. Cornelis GUTKER, geb. Hargen, gem. Schoorl 9 febr. 1856, landman, veehouder, gemeente-ontvanger van Schoorl, overl. ald. 24 nov. 1916, tr. ald. 4 mei 1881 Elisabeth de JONG, geb. Catrijp, gem. Schoorl 16 april 1858, dr van Cornelis de JONG, landman, en Antje HOOGVORST.
4. Elizabet GUTKER, geb. Hargen, gem. Schoorl 13 mei 1863, overl. ald. 28 okt. 1863.
VIc. (van Vh) Petronella Alberdina BLOM, geb. Den Helder 10 sept. 1839, dienstbode (bij huwelijk), overl. Barsingerhorn 12 april 1922, tr. ald. 3 aug. 1865 Cornelis de BOER, geb. ald. 15 mei 1828, huis- en rijtuigschilder, verwer, schilder, overl. Barsingerhorn 1 febr. 1908, zn van Maarten de BOER, verwer, huis- en rijtuigschilder, en Neeltje RENZEN, wedn. van Klaartje PEETOOM.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrik de BOER, geb. Barsingerhorn 17 mei 1866, schilder (bij eerste huwelijk), magazijnknecht (bij tweede huwelijk), overl. Den Helder 18 nov. 1933, tr. 1° Barsingerhorn 18 mei 1890 Maartje SMIT, geb. ald. (aan de Kreil) 4 maart 1865, overl. Den Helder 6 mei 1904, dr van Andries SMIT, smidsknecht, en Neeltje BOONTJES, tr. 2° ald. 4 jan. 1906 Aagje DELVER, geb. Zijpe (aan de Belkmerweg) 6 maart 1869, overl. Den Helder 26 aug. 1929, dr van Jan DELVER, timmerman, en Maria Henriette OIJEVAAR, wed. van Wijbrant MUNTER.
2. Catharina de BOER, geb. Barsingerhorn 28 sept. 1868, overl. Amsterdam 12 nov. 1940, tr. Buiksloot 1 dec. 1893 Leendert WESTERNENG, geb. Edam 21 okt. 1870, timmerman, overl. Amsterdam 3 sept. 1939, zn van Jan WESTERNENG, arbeider, landman, en Cornelia FREEK.
3. Martinus de BOER, geb. Barsingerhorn 26 febr. 1871, overl. ald. 25 juli 1873.
4. Martinus de BOER, geb. Barsingerhorn 2 okt. 1873, overl. ald. 26 maart 1874.
5. Martinus de BOER, geb. Barsingerhorn 30 maart 1875, schilder, op 3 april 1893 in Barsingerhorn uitgeschreven naar Wieringerwaard, in Barsingerhorn op 9 november 1898 ingeschreven van Amsterdam, op 2 maart 1899 uitgeschreven naar Zegwaard, tr. Beverwijk 1 aug. 1907 Pieternella Margaretha van PERNIS, geb. Charlois 14 juli 1886, dr van Pieter van PERNIS, kleermaker, en Antonia OTTEVANGER.
6. Gerardus de BOER, geb. Barsingerhorn 6 juni 1876, schilder.
7. Grietje de BOER, geb. Barsingerhorn 12 aug. 1879, overl. ald. 25 april 1880.
8. Cornelia de BOER, geb. Barsingerhorn 12 aug. 1879, overl. ald. 10 sept. 1879.
9. Margaretha Maria de BOER, geb. Barsingerhorn 9 jan. 1881.
VId. (van Vh) Cornelia BLOM, geb. Den Helder 2 juni 1841, werkster, huishoudster (in 1891), overl. Amsterdam 6 juni 1927, tr. 1° Zijpe 16 mei 1863 Gerrit SCHOTVANGER, geb. Petten 20 jan. 1821, visser, schipper, overl. Zijpe 24 nov. 1866 (aangever Hendrik Blom, visser, behuwdvader), zn van Arien SCHOTVANGER, arbeider, en Maartje NOORDEN, heeft niet-huwelijkse relatie 2° met N.N.
Uit de eerste verbintenis:
1. Arie SCHOTVANGER, geb. Zijpe (aan het Kanaal) 30 okt. 1863, varensgezel te Amsterdam (bij eerste huwelijk), stationschef te Edam (bij tweede huwelijk), overl. ald. 21 mei 1940, tr. 1° Warmenhuizen 5 febr. 1887 Neeltje BREGMAN, geb. Schoorldam, gem. Warmenhuizen 18 maart 1864, overl. Edam 11 nov. 1918, dr van Jakob BREGMAN, schipper, en Engeltje GEEL, tr. 2° ald. 1 okt. 1919 Johanna RIJSWIJK, geb. ald. 23 april 1891, dr van Maarten RIJSWIJK, caféhouder, en Guurtje HEIJNIS.
2. Hendrik SCHOTVANGER, geb. Zijpe (aan het Kanaal) 27 jan. 1865, overl. ald. (aan de Burgervlotbrug) 18 aug. 1865.
3. Maartje SCHOTVANGER, geb. Zijpe (aan de Burgervlotbrug) 24 juni 1866, op 29 januari 1887 in Zijpe uitgeschreven naar Buiksloot.
Uit de tweede verbintenis:
1. Catharina, geb. Zijpe (aan het Noord-Hollandsch Kanaal) 19 mei 1869 (dochter van Cornelia Blom, sedert ruim 2 jaren weduwe van Gerrit Schotvanger overleden in de Zijpe), tr. ald. 8 april 1891 Klaas TOLMAN, geb. Buiksloot 1 aug. 1864, timmerman, zn van Cornelis TOLMAN, scheepstimmerman, en Ariaantje RINGELING.
2. Hendrik, geb. Zijpe (aan het Kanaal) 26 april 1872, schipper, tr. Amsterdam 29 maart 1906 Anna Jantina WIRTJES, geb. Wildervank 16 maart 1879, dr van Jan WIRTJES, tramcontroleur te Amsterdam, en Hillena Martgaretha LOFVERS.
3. Cornelia, geb. Zijpe (aan de Burgervlotbrug) 4 juni 1875, op 3 juli 1895 in Zijpe uitgeschreven naar Amsterdam.
4. Cornelis, geb. Zijpe (aan de Burgervlotbrug) 13 febr. 1879.
VIe. (van Vh) Trijntje BLOM, geb. Den Helder 14 juni 1855, tr. Koog aan de Zaan 4 juni 1882 Cornelis KUIJPER, geb. ald. 26 aug. 1856, timmermansknecht, timmerman, zn van Jan KUIJPER, turftonder, en Marijtje BAAS.
Uit dit huwelijk:
1. Marijtje KUIJPER, geb. Koog aan de Zaan 6 nov. 1883.
2. Hendrik KUIJPER, geb. Koog aan de Zaan 22 dec. 1885, tr. Sassenheim 12 aug. 1909 Geertruida van LEEUWEN, geb. Oegstgeest 5 maart 1882, dr van Wouter van LEEUWEN, arbeider, en Aaltje SPIERENBURG.
3. Cartrina KUIJPER, geb. Koog aan de Zaan 22 nov. 1887.
4. Jan KUIJPER, geb. Koog aan de Zaan 10 april 1890.
5. Alberdina Garetta KUIJPER, geb. Koog aan de Zaan 29 juni 1892.
VIf. (van Vh) Alberdina Hendrika BLOM, geb. Den Helder 4 maart 1858, overl. Amsterdam 18 dec. 1933, tr. Zijpe 10 mei 1884 Pieter BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 6 juni 1856, palingvisser, overl. Amsterdam 29 juni 1943, zn van Jan BLOM, arbeider, watermolenaar, en Helena BAKKER.
VIg. (van Vi) Klaas BLOM, geb. Hargen, gem. Schoorl 25 maart 1849, arbeider, koetsier, overl. Heiloo 11 nov. 1916, tr. ald. 4 maart 1877 Maartje MODDER, geb. Schermerhorn 27 maart 1856, overl. Oostzaan 24 febr. 1924, dr van Pieter MODDER en Marijtje OUDEJANS.
Uit dit huwelijk:
1. Maartje, geb. Heiloo 2 febr. 1878, overl. Grootebroek 1 nov. 1931, tr. Heiloo 24 nov. 1901 Pieter BREEKER, geb. Wieringerwaard 6 mei 1873, arbeider, overl. St. Maartensbrug, Zijpe 22 juni 1927, zn van Dirk BREEKER en Antje BOONACKER.
2. Marijtje, geb. Heiloo 26 okt. 1880, overl. Zaandam 25 nov. 1962, tr. Heiloo 7 nov. 1906 Jan HOPMAN, geb. Oudorp 30 jan. 1883, tuinman, overl. Oostzaan 9 juli 1961, zn van Pieter HOPMAN en Marijtje MIENIS.
3. Johannes, geb. Heiloo 10 juni 1883, volgt VIIa.
4. Pieter, geb. Heiloo 20 aug. 1886, volgt VIIb.
5. Nicolaas, geb. Heiloo 18 nov. 1890, bottelier bij de Koninklijke Marine, overl. Heiloo 28 juli 1957, tr. Den Helder 7 juni 1917 Antje DIRKS, geb. ald. 4 jan. 1896, dr van Jan Matthijs DIRKS, broodbezorger, en Maria LIEUWEN.
6. Simon, geb. Heiloo 19 nov. 1896, volgt VIIc.
VIh. (van Vi) Gerrit BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 14 jan. 1855, arbeider, overl. Alkmaar 22 sept. 1910, tr. ald. 18 mei 1884 Marijtje KLOOSTERBOER, geb. ald. 31 maart 1865, werkster (in 1912), overl. Heiloo 2 febr. 1941, dr van Pieter KLOOSTERBOER en Neeltje SCHOONEWIL.
Uit dit huwelijk:
1. Johannes, geb. Alkmaar 18 okt. 1884, schilder, overl. Zaandam 25 jan. 1969, tr. Purmerend 1 juni 1912 Trijntje HEILOO, geb. ald. 6 jan. 1890, overl. Zaanstad 15 jan. 1982, dr van Willem HEILOO, postbode, en Janna HARTOG.
2. Pieter, geb. Alkmaar 15 okt. 1885, volgt VIId.
3. Leendert, geb. Alkmaar 29 okt. 1886, volgt VIIe.
4. Dirk, geb. Alkmaar 15 jan. 1888, volgt VIIf.
5. Neeltje, geb. Alkmaar 13 juni 1889, overl. ald. 1 dec. 1920.
6. Gerrit, geb. Alkmaar 5 mei 1906, volgt VIIg.
VIi. (van Vi) Pieter BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 6 juni 1856, palingvisser, overl. Amsterdam 29 juni 1943, tr. Zijpe 10 mei 1884 Alberdina Hendrika BLOM, geb. Den Helder 4 maart 1858, overl. Amsterdam 18 dec. 1933, dr van Hendrik BLOM, voermansknecht, visserman, en Catarina NEEFF.
Uit dit huwelijk:
1. Gerardus Johannes, geb. Zijpe 16 aug. 1884, volgt VIIh.
2. Johannes Gerardus, geb. Den Helder 27 juli 1885, overl. ald. 1 aug. 1885.
3. Helena Catharina, geb. Zijpe 11 juli 1886, volgt VIIi.
4. Alberdina Pieternella, geb. Den Helder 19 maart 1900, overl. Amsterdam 27 nov. 1966, tr. ald. 30 sept. 1943 Johannes BURGERS, geb. ald. 29 dec. 1905, pianist, zn van Johannes BURGERS.
VIj. (van Vi) Elizabet BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 30 maart 1859, overl. Heiloo 23 maart 1940, tr. ald. 2 mei 1883 Jacob van STEEG, geb. ald. 17 febr. 1859, tuinman, tuinder, overl. Heiloo 17 maart 1928, zn van Gerard van STEEG en Hendrica HENDRIKS.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrica van STEEG, geb. Heiloo 19 aug. 1884, overl. Den Helder 17 maart 1952, tr. Velsen 13 jan. 1921 Gerardus Johannes BLOM, geb. Zijpe 16 aug. 1884, overl. Den Helder 31 okt. 1960, zn van Pieter BLOM, palingvisser, en Alberdina Hendrika BLOM, wedn. van Gerarda BRAS.
2. Gerrit van STEEG, geb. Heiloo 13 okt. 1885, tr. Gorinchem 12 april 1912 Christina Johanna VISSER, geb. Haarlem 7 jan. 1883, dr van Jan VISSER, agent van politie, en Gerdina de GROOT.
3. Helena van STEEG, geb. Heiloo 14 mei 1887, tr. ald. 17 nov. 1912 Dirk VISSER, geb. Alkmaar 13 okt. 1883 (de vader, zonder beroep, door uitstedigheid verhinderd), reiziger, zn van Jan VISSER en Trijntje STAM.
VIk. (van Vi) Johannes BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 29 dec. 1860, watermolenaar, boer, overl. Alkmaar 8 juni 1937, tr. Heiloo 28 mei 1886 Bregje HINRICHS, geb. ald. 6 dec. 1858, overl. Heemskerk 13 maart 1939, dr van Johan Siuts HINRICHS, timmerman en metselaar, timmermansbaas te Heiloo, en Hillegonda van der SLUIJS.
Bij de inschrijving voor de Nationale Militie in Schoorl in 1879, voor de lichting van 1880, is Johannes Blom, wonende te Egmond-Binnen, watermolenaarsknecht, uit hoofde van broederdienst vrijgesteld van dienst.
Uit dit huwelijk:
1. Helena, geb. Schoorl 8 mei 1888, overl. ald. 29 juni 1888.
2. Hillegonda, geb. St. Pancras 14 okt. 1891, volgt VIIj.
3. Helena, geb. St. Pancras 1 april 1897, volgt VIIk.
VIl. (van Vi) Cornelis BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 26 juni 1862, smid, overl. Den Helder 23 maart 1940, tr. Barsingerhorn 27 juli 1890 Marijtje MIDDELBEEK, geb. ald. 18 dec. 1865, overl. Den Helder 31 mei 1944, dr van Hendrik MIDDELBEEK, arbeider, watermolenaar, en Dieuwertje TUINMAN.
Uit dit huwelijk:
1. Jan, geb. Den Helder 28 juni 1891, volgt VIIl.
2. Dieuwertje, geb. Den Helder 26 juli 1893, lerares op een huishoudschool, overl. ald. 21 nov. 1967.
VIm. (van Vi) Hendrik BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 3 nov. 1863, landman, watermolenaar, overl. Schoorl 15 okt. 1939, tr. ald. 2 mei 1886 Antje JONGERLING, geb. Zijpe 15 jan. 1864, overl. Schoorl 20 febr. 1941, dr van Arie JONGERLING en Trijntje KNEIJNSBERG.
Uit dit huwelijk:
1. Johannes, geb. Schoorl (Straat) 2 mei 1887, volgt VIIm.
2. Arie, geb. Groet, gem. Schoorl 28 aug. 1891, schipper, tuinbouwer, arbeider, overl. Alkmaar 17 maart 1961, tr. Schoorl 9 okt. 1919 Cornelia KOOIJ, geb. Graft 19 febr. 1895, overl. Catrijp, gem. Schoorl 30 juli 1976, dr van Willem KOOIJ en Antje KREIJGER.
3. Helena, geb. Groet, gem. Schoorl 25 sept. 1893, overl. Zaandam 20 maart 1950.
4. Trijntje, geb. Groet, gem. Schoorl 4 dec. 1896, overl. Bergen (N.-H.) 29 dec. 1980, tr. Schoorl 10 maart 1921 Pieter van BODEGRAVEN, geb. Barsingerhorn 23 okt. 1896, boomkweker, overl. Alkmaar 13 maart 1964, zn van Klaas van BODEGRAVEN en Elisabeth HOOGLAND.
VIn. (van Vj) Jannetje BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 14 sept. 1851, overl. Alkmaar 14 okt. 1921, tr. Bergen (N.-H.) 2 juni 1878 Jan BEELDMAN, geb. ald. 16 okt. 1855, timmerknecht, timmerman, postbode (vanaf 1886), overl. ald. 2 dec. 1906, zn van Dirk BEELDMAN, winkelier, en Maartje BROUWER.
Uit dit huwelijk:
1. Maartje BEELDMAN, geb. Bergen (N.-H.) (in de Kerkbuurt) 7 nov. 1878, tr. ald. 29 juni 1902 Jacob WEBER, geb. Alkmaar 2 juni 1877, broodbakker, zn van Fredrik WEBER, broodbakker, en Kniertje DAANE.
2. Jan BEELDMAN, geb. Bergen (N.-H.) (op de Zuidergeest) 20 jan. 1881, timmerman, overl. ald. 18 juli 1897.
3. Vrouwtje Neeltje BEELDMAN, geb. Bergen (N.-H.) (op Oostdorp) 11 april 1885, overl. ald. (op Oostdorp) 18 jan. 1886.
4. Dirk BEELDMAN, geb. Bergen (N.-H.) (op Oostdorp) 16 dec. 1886, timmerman, tr. ald. 6 okt. 1911 Dirkje de JONG, geb. Nieuw-Lekkerland 19 juli 1884, dr van Pieter Johannes de JONG en Dirkje BURGER.
VIo. (van Vj) Pieter BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 5 nov. 1852, arbeider, overl. Schoorl 2 jan. 1875, tr. ald. 18 jan. 1874 Martje KUIJPER, geb. Hargen, gem. Schoorl 20 juli 1849, dr van Klaas KUIJPER, arbeider, en Trijntje van LIENEN, die hertr. met Jan BAREMAN, timmerman.
Uit dit huwelijk:
1. Vrouwtje, geb. Hargen, gem. Schoorl 5 okt. 1874, volgt VIIn.
VIp. (van Vk) Neeltje BLOM, geb. Schoorl 6 dec. 1862, tr. ald. 7 mei 1882 Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk DUIN, geb. ald. 19 febr. 1861, broodbakker, landman, overl. Catrijp, gem. Schoorl 28 maart 1901, zn van Dirk DUIN en Cornelia MULDER.
Uit dit huwelijk:
1. Dirk DUIN, geb. Warmenhuizen 1 juni 1886, tr. Schoorl 1 mei 1909 Elizabeth BAS, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 10 mei 1885, overl. Alkmaar 25 mei 1954 (wonende te Schoorl), dr van Reijer BAS, landman, en Antje GUTKER.
2. Pieter DUIN, geb. Warmenhuizen 10 sept. 1888, boekhouder, overl. Alkmaar 22 juni 1949 (wonende te Schoorl).
3. Cornelis DUIN, geb. Catrijp, gem. Schoorl 12 juni 1892, landman, tr. Schoorl 27 april 1922 Maartje DALENBERG, geb. Hargen, gem. Schoorl 24 april 1900, dr van Pieter DALENBERG, landman, en Klaartje van LIENEN.
VIq. (van Vl) Antje BLOM, geb. Schoorl 6 maart 1864, overl. ald. 29 aug. 1919, tr. ald. 5 mei 1889 Arie KUIJPER, geb. Schoorl 20 april 1864, kastelein en schipper te Schoorldam, gem. Schoorl, arbeider, winkelier, zn van Klaas KUIJPER, arbeider, en Trijntje van LIENEN.
Op 27 mei 1920 wordt de nalatenschap aangegeven van Antje Blom, overleden te Schoorl op 29 augustus 1919. De aangevers zijn: (1) Arie Kuijper, aannemer te Schoorldam gemeente Schoorl, weduwnaar van de erflaatster, (a) voor zichzelf als erfgenaam krachtens het na te noemen testament, (b) als vader en voogd over zijn minderjarig kind Jacob Kuyper, (2) Leonardus Nicolai [die ondertekent als Leonardus Nicolaï], brugwachter te Schoorldam gemeente Schoorl, in gemeenschap van goederen gehuwd met Trijntje Kuijper, (3) Simon Kuijper, arbeider te Schoorldam gemeente Schoorl, (4) Gerrit Kuyper, arbeider aldaar, (5) Jan Kuiper, arbeider aldaar, in gemeenschap van goederen gehuwd met Clasina Kuyper, (6) Nicolaas Kuyper, arbeider te Schoorl. Er is een testament van 31 maart 1917 verleden voor notaris P.J. Paurman te Schoorldam gemeente Warmenhuizen, waarin zij haar echtgenoot tot haar erfgenaam heeft benoemd voor het beschikbare gedeelte, en tot erfgenaam ab intestato haar 6 uit haar voormeld huwelijk geboren kinderen, genaamd Tryntje, Simon, Gerrit, Klasina, Nicolaas en Jacob Kuyper [tezamen voor ¾]. Het actief van de gemeenschappelijke boedel bedraagt 5110,50, waaronder een huis, erf en tuin in de gemeente Schoorl, kadastraal C nrs 867, 749 en 750, gewaardeerd op 4000. Het passief bedraagt 4514,60. De helft van het verschil verminderd met de begrafeniskosten geeft als zuiver saldo 87,95. 107
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje KUIJPER, geb. Schoorl 7 april 1890, tr. ald. 7 aug. 1913 Leonardus NICOLAÏ, geb. Schoorldam, gem. Schoorl 2 jan. 1890, schipper, brugwachter, zn van Atse NICOLAI, brugwachter, en Margaretha BOSCH.
2. Simon KUIJPER, geb. Schoorl 21 okt. 1891, arbeider, tr. ald. 8 juli 1915, echtscheiding 12 nov. 1946 Catharina de VET, geb. Bergen (N.-H.) ca. 1892, dr van Klaas de VET, visser, en Jannetje BAKKER.
3. Gerrit KUIJPER, geb. Schoorl 8 maart 1895, grondwerker, arbeider, tr. Alkmaar 23 aug. 1917 Maartje BLOEM, geb. Wormer ca. 1897, dr van Jan BLOEM, schipper, en Maartje HEINIS.
4. Klaasje (Clasina) KUIJPER, geb. Warmenhuizen 1 jan. 1893, tr. Schoorl 8 mei 1918 Jan KUIPER, geb. Warmenhuizen ca. 1890, landbouwer, arbeider, zn van Jacob KUIPER, landbouwer, en Dieuwertje JONKER.
5. Nicolaas KUIJPER, geb. Warmenhuizen 5 juni 1898, arbeider.
6. Jacob KUIJPER, geb. Schoorldam, gem. Schoorl 19 febr. 1903.
VIr. (van Vl) Jacob BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 20 febr. 1868, arbeider, timmerman te St. Pancras, op 10 oktober 1900 met zijn vrouw Neeltje Dalenberg en kinderen Neeltje, Simon, Klasina, Cornelis, Pieter en Trijntje in Schoorl uitgeschreven naar Koedijk, 21 november met zijn gezin ingeschreven in St. Pancras, op 7 november 1908 met zijn gezin daar uitgeschreven naar Brazilië, tr. Zijpe 13 aug. 1892 (met erkenning van dochter Neeltje) Neeltje DALENBERG, geb. Warmenhuizen 13 april 1868, dr van Cornelis DALENBERG, landman, en Klaasje HOOGVORST.
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje, geb. Zijpe 11 juli 1892.
2. Klasina, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 17 jan. 1895.
3. Simon, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 27 jan. 1895.
4. Cornelis, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 22 maart 1897.
5. Pieter, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 14 okt. 1898.
6. Trijntje, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 18 nov. 1899.
7. Jacob, geb. Koedijk 26 mei 1904.
VIs. (van Vl) Arie BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 1 juni 1869, arbeider, kastelein, tr. Avenhorn 28 april 1895 Geertje MOL, geb. ald. 12 aug. 1873, overl. Alkmaar 14 april 1908, dr van Jacob MOL, stoombootondernemer, en Pietertje SPAANS.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje, geb. Groet, gem. Schoorl 11 sept. 1895.
2. Jacob, geb. Groet, gem. Schoorl 23 sept. 1896, wegwerker, tr. Schoorl 22 dec. 1932 Aafje SPEUR, geb. Ursem 12 jan. 1902, dr van Muus SPEUR, arbeider, en Aafje ROOS.
3. Pietertje, geb. Groet, gem. Schoorl 4 sept. 1897, tr. Warmenhuizen 24 febr. 1921 Jan BLOEM, geb. Wormer 11 aug. 1898, arbeider, zn van Jan BLOEM, schipper, en Maartje HEINES.
4. Simon, geb. Schoorl 5 mei 1899.
VIt. (van Vl) Maartje BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 17 maart 1873, overl. Warmenhuizen 29 okt. 1918, tr. Schoorl 19 maart 1899 Simon HOUTKOOPER, geb. Zijpe (aan de Zijpersluis) 4 maart 1873, arbeider te Krabbendam, gem. Warmenhuizen, landbouwer, tuinbouwer, zn van Cornelis HOUTKOOPER, arbeider, en Grietje de JONG.
Uit dit huwelijk:
1. Margaretha HOUTKOOPER, geb. Warmenhuizen 6 juni 1899, overl. ald. 4 mei 1949, tr. ald. 9 aug. 1923 Floris WEZEL, geb. Jisp 5 april 1900, broodbakker, zn van Gerrit WEZEL, arbeider, schilder, en Pietronella PRAAG.
2. Trijntje HOUTKOOPER, geb. Warmenhuizen 15 juli 1900, tr. Zijpe 27 dec. 1924 Lourens BREED, geb. ald. 27 maart 1901, arbeider, zn van Klaas BREED, arbeider, veehouder, en Grietje BLOM.
3. Cornelis HOUTKOOPER, geb. Warmenhuizen 17 mei 1902, veldarbeider, arbeider, tr. Koedijk 8 juli 1927 Elisabeth Jacoba van der HAM, geb. ald. 24 sept. 1909, dr van Jan van der HAM, tuinbouwer, en Cornelia van der HAM.
4. Jannetje HOUTKOOPER, geb. Warmenhuizen 27 febr. 1904, tr. ald. 10 mei 1928 Pieter KOOIJ, geb. Anna Paulowna 25 okt. 1903, tuinbouwer, zn van Jan KOOIJ, tuinbouwer, en Antje BLAAUBOER.
5. Pieter HOUTKOOPER, geb. Warmenhuizen 6 jan. 1906, fabrieksarbeider, met zijn vrouw (wonende in Schoorldam) op 15 maart 1937 te Schoorl uitgeschreven naar Warmenhuizen (in feite Schoorldam), tr. Noord-Scharwoude 14 april 1932 Catharina Maria SCHELTUS, geb. ald. 7 jan. 1908, dr van Pieter SCHELTUS, arbeider, tuinbouwer, en Guurtje SCHOUTEN.
6. Simon HOUTKOOPER, geb. Warmenhuizen 22 jan. 1907.
7. Anna HOUTKOOPER, geb. Warmenhuizen 7 april 1911, op 8 april 1938 te Warmenhuizen uitgeschreven naar Harenkarspel (Dirkshorn), tr. Warmenhuizen 28 april 1938 Dirk de BOER, geb. Schagen 19 maart 1911, veehouder.
8. Vrouwtje HOUTKOOPER, geb. Warmenhuizen 21 mei 1914, op 4 april 1940 te Warmenhuizen uitgeschreven naar Zandvoort.
VIu. (van Vl) Vrouwtje BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 27 febr. 1875, overl. Koedijk 6 april 1922, tr. ald. 5 okt. 1899 Klaas DEKKER, geb. ald. 8 maart 1868, landbouwer, landman te Koedijk, zn van Jacob DEKKER en Antje BOLDEWIJN.
Op 26 september 1922 wordt de nalatenschap aangegeven van Vrouwtje Blom, overleden te Koedijk op 6 april 1922, echtgenote van Klaas Dekker Jacobsz, landbouwer te Koedijk. Haar man is executeur van haar testament van 29 december 1908 bij notaris P.J. Laurman te Schoorldam, waarbij zij hem benoemd heeft tot erfgenaam van het beschikbare gedeelte, d.w.z. 1/3, en krachtens de wet haar 2 kinderen, namelijk Jacob Dekker, landbouwer te Koedijk, en de minderjarige Simon Dekker, oud 13 jaar, elk voor 1/3. Haar nalatenschap is de helft van de gemeenschappelijke boedel. Het actief van de gemeenschappelijke boedel bedraagt 32770,87, waaronder een huis, erf, schuur en bouw- en weiland te Koedijk, kadastraal A nrs 864, 296, 138 en 1219, tezamen groot 1 ha 44 a 25 ca, gewaardeerd op 2178 plus nog 250 als aandeel in de naamloze vennootschap tot exploitatie van dorsmachines. [Geen vermelding van een passief.] 108
Uit dit huwelijk:
1. Jacob DEKKER, geb. Koedijk 28 juli 1900, landbouwer.
2. Simon DEKKER, geb. Koedijk 25 mei 1908.
VIv. (van Vm) Gerrit BLOM, geb. Schoorl 19 aug. 1859, arbeider, tr. ald. 8 nov. 1882 Elizabeth HARTLAND, geb. Koedijk 18 juli 1854, overl. Zijpe 17 jan. 1912, dr van Pieter HARTLAND, boerenarbeider, dagloner, visser, en Aagje HART.
Uit dit huwelijk:
1. Jan, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 21 okt. 1882 (kind van Elizabeth Hartland wonende te Koedijk, tijdelijk verblijf houdende alhier), overl. Schoorl 19 nov. 1882.
2. Aagje, geb. Schoorl (Straat) 1 okt. 1883, tr. Zijpe 29 april 1905 Dirk PRONK, geb. Anna Paulowna 13 febr. 1879, overl. Schagen 22 dec. 1950, zn van Cornelis PRONK, arbeider, en Elisabeth LEIJEN.
3. Jan, geb. Buiterduin, gem. Schoorl (Buiterduin) 7 sept. 1885, volgt VIIo.
4. Maria, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 13 jan. 1887, tr. Zijpe 1 april 1926 Gerrit BOONTJES, geb. Anna Paulowna 29 aug. 1882, arbeider, zn van Gerrit BOONTJES en Neeltje SCHAGER.
5. Pieter, geb. Zijpe 25 nov. 1889, overl. ald. 2 sept. 1890.
6. Pieter, geb. Zijpe 4 jan. 1892, timmerman, overl. Den Helder 3 april 1985, tr. Anna Paulowna 6 mei 1924 Catharina Cornelia NAP, geb. ald. 13 nov. 1895, overl. Den Helder 1983, dr van Nicolaas NAP en Antje KOS.
7. Neeltje, geb. Zijpe 28 sept. 1894.
8. Jacob, geb. Zijpe 23 jan. 1897, arbeider, op 28 februari 1921 met zijn vrouw te Zijpe uitgeschreven naar Anna Paulowna, tr. Barsingerhorn 16 mei 1919 Maartje van LEEUWEN, geb. Wieringerwaard 5 jan. 1898, dr van Jacob van LEEUWEN, arbeider, en Aagje ELLEN.
VIw. (van Vm) Dirk BLOM, geb. Schoorl 26 nov. 1862, arbeider, inlands kramer, koopman, tr. ald. 9 april 1885 Jantje WITSEN, geb. Zuid-Scharwoude 8 okt. 1861, dr van Jan WITSEN en Jantje WEIJDMAN.
Uit dit huwelijk:
1. (levenl. kind), geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 4 sept. 1885, overl. ald. 4 sept. 1885.
2. Maria, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 7 sept. 1886, overl. ald. 16 nov. 1886.
3. Jan, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 21 okt. 1887, overl. Oudorp 13 mei 1895.
4. Maria, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 15 okt. 1888, tr. Alkmaar 26 sept. 1912 Cornelis VRIES, geb. ald. 9 aug. 1883, stoker, zn van Klaas VRIES, schipper, en Guurtje SLINGER.
5. Dirk, geb. Schoorl (Straat) 8 okt. 1890, arbeider (bij huwelijk), tr. Alkmaar 10 dec. 1925 Grietje BAAS, geb. Haarlemmerliede 2 febr. 1898 als (dochter van Petronella Margaretha Meerens, ongehuwd, diensbode te Sloten; erkend bij het huwelijk van haar moeder), gewettigde dr van Muus BAAS, houtzaagmolenaar (bij zijn huwelijk), los werkman, arbeider, en Petronella Margaretha MEERENS, eerder gescheiden echtgenote van Klaas SCHOEN.
6. Cornelis, geb. Oudorp 21 febr. 1893, overl. ald. 16 febr. 1895.
7. Jannetje, geb. Oudorp 21 febr. 1893, overl. ald. 12 mei 1894.
8. Jannetje, geb. Oudorp 17 juni 1894, tr. Alkmaar 8 maart 1917 Albert SCHOONEWIL, geb. ald. 2 juli 1892, arbeider, zn van Pieter SCHOONEWIL, melkverkoper, arbeider, en Maartje DIJKMAN.
9. Cornelia, geb. Oudorp 17 april 1896, tr. Alkmaar 27 okt. 1921 Cornelis PEPERKAMP, geb. ald. 11 maart 1900, stoker, zn van Jan PEPERKAMP, werkman, en Guurtje WITSEN.
10. Jan, geb. Oudorp 20 mei 1897, overl. ald. 1 juni 1897.
11. Jan, geb. Oudorp 25 okt. 1898.
12. Anna, geb. Oudorp 14 jan. 1900, tr. Alkmaar 3 mei 1923, echtscheiding ald. 5 jan. 1933 (bij vonnis van de rechtbank) Johan de WAARD, geb. Bergen (N.-H.) 12 dec. 1891, arbeider, zn van Cornelis de WAARD, broodslijter, en Trijntje REMK.
13. Alida, geb. Oudorp 9 febr. 1901, tr. Alkmaar 18 mei 1922 Wilhelmus Johannes BIEMAN, geb. ald. 7 sept. 1893, tabaksbewerker, zn van Hendricus Jacobus BIEMAN, metselaar, koopman, en Sijtje LAKEMAN.
VIx. (van Vm) Jan BLOM, geb. Schoorl 14 juni 1865, arbeider, boerenarbeider, overl. ald. 12 maart 1954, tr. ald. 20 juni 1897 Aaltje JONKER, geb. Bregtdorp, gem. Schoorl 5 juli 1872, overl. Schoorl 8 febr. 1946, dr van Jan JONKER en Geertje STEEMAN.
Uit dit huwelijk:
1. Jan, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 7 april 1898, tuinbouwer te Schoorl.
2. Cornelis, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 13 aug. 1901, volgt VIIp.
3. Maria, geb. Schoorl 22 dec. 1903, overl. Alkmaar 7 okt. 1954 (wonende te Schoorl), tr. Schoorl 12 mei 1926 Thomas BOEKEL, geb. Krommenie 24 jan. 1899, chauffeur, zn van Pieter BOEKEL, veehouder, landbouwer, en Sara GROOT.
4. Sieuwert, geb. Schoorl 15 nov. 1910.
VIy. (van Vo) Aagje BLOM, geb. Schoorl 15 mei 1832, overl. Oude Niedorp 17 jan. 1914, tr. Schoorl 3 mei 1857 Dirk KRILLER, geb. Oude Niedorp 12 sept. 1833, timmermansknecht, timmerman, aannemer, overl. Noord-Scharwoude 23 okt. 1917, zn van Hendrik KRILLER en Maartje STIPRIAAN.
Uit dit huwelijk:
1. Jannetje KRILLER, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 3 febr. 1859, tr. Oude Niedorp 6 nov. 1881 Hendricus TAUBER, geb. Heerhugowaard 4 jan. 1855, timmerman, zn van Klaas TAUBER, ijzersmid, en Antje WAAL.
2. Maartje KRILLER, geb. Brechtdorp, gem. Schoorl 13 okt. 1861, overl. Deventer 4 jan. 1945 (wonende te Heerhugowaard), tr. Heerhugowaard 22 april 1883 Dirk STAM, geb. Nieuwe Niedorp (aan de Langereis) 1 juni 1860, landman, zn van Klaas Dirksz STAM, landman, en Maartje VOLKERTS.
3. Hendrik KRILLER, geb. Oude Niedorp 31 mei 1864, timmerman, tr. ald. 23 april 1886 Aafje HARINGHUIZEN, geb. ald. 15 maart 1861, dr van Jacob HARINGHUIZEN, landman, en Dieuwertje OVER.
4. Willem KRILLER, geb. Oude Niedorp 21 sept. 1866, timmerman, landbouwer te Heerhugowaard, overl. Alkmaar 11 april 1943 (wonende te Heerhugowaard), tr. Schoorl 8 mei 1898 Trijntje KRILLER, geb. Brechtdorp, gem. Schoorl 8 juli 1871, overl. Heerhugowaard 19 juni 1920, dr van Aris KRILLER, verwer, schilder, en Neeltje de GRAAF.
5. Trijntje KRILLER, geb. Oude Niedorp 24 maart 1869, overl. ald. 1 mei 1869.
6. Trijntje KRILLER, geb. Oude Niedorp 13 juli 1870, overl. ald. 6 jan. 1875.
7. Karel KRILLER, geb. Oude Niedorp 15 juni 1876, overl. Deventer 22 april 1945.
VIz. (van Vo) Trijntje BLOM, geb. Schoorl 7 mei 1834, overl. ald. 15 febr. 1869, tr. ald. 2 maart 1856 Jan KEIJSER, geb. Schoorl 21 jan. 1832, arbeider, landbouwer, landman, kastelein, winkelier, overl. ald. 19 juni 1916, zn van Gerrit KEIJSER, molenaar, en Elisabet VISSER, die hertr. met Marijtje TISSING.
In februari 1917 wordt de nalatenschap aangegeven van Jan Keijser, overleden te Schoorl op 19 juni 1916, weduwnaar van Marijtje Tissing overleden 16 april 1895, eerder weduwnaar van Trijntje Blom overleden 15 februari 1869. De aangevers zijn; (1) Gerrit Keijser, landman te Hargen gem. Schoorl, (2) Jacob Muelink, meubelmaker te Alkmaar, als in gemeenschap van goederen gehuwd met Trijntje Keijser, (3) Jan Keuris, werkman te Hargen gem. Schoorl, (4) Jacobus Keuris, werkman te Hargen gem. Schoorl. De erflater heeft 2 kinderen uit zijn eerste huwelijk als aangegeven, en 2 kleinkinderen, als vermeld, kinderen van zijn vooroverleden dochter Jannetje Keijser en Pieter Keuris. Bij testament dd. 21 januari 1910 bij notaris Top heeft de erflater tot universele erfgenaam benoemd zijn kleinzoon Jacobus Keuris van al hetgeen waarover hij kan beschikken, zodat zijn kinderen Gerrit en Trijntje elk erfgenaam voor 1/4 zijn, zijn kleinkind Jan keuris voor 1/8 en zijn kleinkind Jacobus Keuris voor 3/8. Het actief bedraagt 12219,74, waaronder een huis te Schoorl, kadastraal C nr 623, groot 45 ca, bouw- en weiland te Hargen gemeente Schoorl, kadastraal A nrs 89, 525, 535, 70, 178 en 509, samen groot 5 ha 6 a 90 ca, samen waard 10197,53, gedeeltelijk verhuurd voor 453,50 per jaar, een vordering van 200 op de aangever G. Keijser, en een vordering van 550 op de aangever Jan Keuris. Het passief bedraagt 412,28, en het zuivere saldo 11807,46. 109
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit KEIJSER, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 28 aug. 1856, landman, koopman te Hargen, gem. Schoorl, overl. Schoorl 28 juni 1935, tr. ald. 7 febr. 1921 Maartje JOON, geb. Ursem 28 aug. 1865, overl. Schoorl 19 jan. 1934, dr van Dirk JOON, metselaar, en Aaltje KNOL, wed. van Jacob PAUW.
2. Jannetje KEIJSER, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 1 sept. 1857, overl. ald. 3 okt. 1857.
3. Willem KEIJSER, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 24 okt. 1861, overl. Hargen, gem. Schoorl 19 mei 1874.
4. Cornelis KEIJSER, geb. Hargen, gem. Schoorl 12 april 1863, overl. ald. 14 juni 1863.
5. Jannetje KEIJSER, geb. Hargen, gem. Schoorl 20 aug. 1864, overl. ald. 12 jan. 1865.
6. Jannetje KEIJSER, geb. Hargen, gem. Schoorl 9 febr. 1866, overl. Bloemendaal 26 april 1915, tr. Schoorl 5 maart 1885 Pieter KEURIS, geb. Hargen, gem. Schoorl 18 maart 1863, metselaar, overl. Schoorl 14 jan. 1891 (aangever Jan Keijser, behuwdvader, winkelier, 58 jaar), zn van Jacobus KEURIS, arbeider, koopman (bij overlijden), en Maartje de JONG, boerenmeid (bij huwelijk).
7. Cornelis KEIJSER, geb. Hargen, gem. Schoorl 8 okt. 1867, overl. ald. 14 dec. 1867.
8. Trijntje KEIJSER, geb. Hargen, gem. Schoorl 31 dec. 1868, tr. Schoorl 6 mei 1888 Jacob MUELINK, geb. ald. 23 mei 1863, wagenmaker (bij huwelijk), koopman te Schoorldam, gem. Schoorl, meubelmaker te Alkmaar, overl. ald. 6 jan. 1937, zn van Dirk Jan Hendrik MUELINK, wagenmaker, en Trijntje KLUIT.
VIaa. (van Vo) Antje BLOM, geb. Schoorl 20 okt. 1847, overl. Bergen (N.-H.) 11 april 1939, tr. ald. 4 april 1869 Johannes SPRUIT, geb. Noord- en Zuid-Schermer 17 mei 1840, watermolenaar, landman, overl. Schoorl 16 april 1904, zn van Gerrit SPRUIT en Lijsbet PLAS.
Op 24 november 1904 wordt de nalatenschap aangegeven van Johannes Spruit, landman te Schoorl, aldaar ab intestato overleden op 16 april 1905, echtgenoot van Antje Blom. De aangevers zijn: Antje Blom, ook als voogdes van Willem Alexander Paulus Frederik Lodewijk, Jacob, Catharina Elisabeth en Trijntje Spruit, Gerrit Spruit werkman te Alkmaar, Willem Spruit werkman te Schoorldam, Johannes Spruit wisselwachter te Heerhugowaard, Cornelis Spruit werkman te Egmondermeer, Jan Spruit werkman in Schermerhorn, Pieter Spruit werkman te Aagtdorp gemeente Schoorl. Het actief bestaat o.a. uit een huis met verder getimmerte erf, tuin en bouwland, kadastraal Schoorl C516 en 517, samen groot 12 a 32 ca, gewaardeerd op 1100, weiland in de Aagtdorperpolder, kadastraal Schoorl D382, groot 1 ha 58 a 60 ca, gewaardeerd op 2250, bouwland kadastraal Schoorl C206, groot 16 a 60 ca, gewaardeerd op 40, en bedraagt in totaal 3786. Het passief bestaat o.a. uit 3 lenignen met hypotheek, samen 2000, en is in totaal 2090. De kinderen zijn ieder erfgenaam voor 84,80, een tiende van het halve verschil. 110
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit SPRUIT, geb. Bergermeer, gem. Bergen (N.-H.) 14 april 1870, werkman, arbeider.
2. Willem SPRUIT, geb. Bergermeer, gem. Bergen (N.-H.) 27 dec. 1872, werkman, arbeider, landman, overl. Schoorl 21 mei 1951, tr. ald. 20 april 1899 Antje BAKKER, geb. ald. 26 maart 1877, dr van Cornelis BAKKER, landman, landbouwer, en Antje OUT.
3. Johannes SPRUIT, geb. Bergermeer, gem. Bergen (N.-H.) 12 jan. 1874, broodbakker, wisselwachter, spoorwegarbeider, tr. Nieuwe Niedorp 29 april 1900 Maartje SCHOUW, dr van Dirk SCHOUW, koopman, en Trijntje WARNAAR.
4. Cornelis SPRUIT, geb. Bergermeer, gem. Bergen (N.-H.) 29 maart 1875, veldarbeider, werkman, tr. Uitgeest 12 okt. 1899 Cornelia Maria BUS, geb. ald. 7 dec. 1875, dr van Dirk BUS, landman, en Aagje VENNIK.
5. Jan SPRUIT, geb. Bergermeer, gem. Bergen (N.-H.) 23 april 1876, werkman, veldarbeider, landbouwer, tr. Koedijk 31 jan. 1902 Pietertje BEETS, geb. ald. 16 maart 1880, dr van Klaas BEETS, landbouwer, en Maartje VOLKERS.
6. Pieter SPRUIT, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 31 juli 1879, werkman, arbeider, tr. Schoorl 17 okt. 1901 Marijtje de VISSER, geb. Krommenie 22 dec. 1878, dr van Albert de VISSER, arbeider, fabrieksarbeider, en Trijntje BLAAUW.
7. Willem SPRUIT, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 9 dec. 1880, overl. ald. 21 nov. 1883.
8. Catharina Elisabeth SPRUIT, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 30 okt. 1882, tr. Schoorl 8 juni 1905 Jan BULT, geb. Bergen (N.-H.) (op Oostdorp) 16 nov. 1881, melkslijter, zn van Hendrik BULT, melkslijter, en Barber BEELDMAN.
9. Willem Alexander Paulus Frederik Lodewijk SPRUIT, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 22 febr. 1884, grondwerker, arbeider, tr. Wieringerwaard 14 nov. 1913 Trijntje de GRAAF, geb. Wieringen 12 sept. 1893, dr van Pieter de GRAAF, veldarbeider, en Klaartje SCHAGEN.
10. Jacob SPRUIJT, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 1 juni 1886.
11. Trijntje SPRUIT, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 12 sept. 1890, tr. Schoorl 27 febr. 1913 Cornelis van der ZEL, geb. Spanbroek 16 dec. 1887, kaasmaker, zn van Jacobus van der ZEL, gruttersknecht, en Antje COMPAS.
VIab. (van Vo) Meinsje BLOM, geb. Schoorl 23 nov. 1848, overl. ald. 6 jan. 1927, tr. ald. 3 nov. 1870 Cornelis HELDER, geb. Bergen (N.-H.) 12 dec. 1841, kastelein, landman (bij de geboorteaangiftes van de kinderen uit zijn tweede huwelijk), caféhouder, zn van Jan HELDER en Dieuwertje de GROOT, wedn. van Elisabeth HOOGVORST.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 3 febr. 1871.
2. Jan HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 15 jan. 1872, arbeider, tr. Warmenhuizen 9 nov. 1902 Lavina DAMIAANS, geb. Schoorldam, gem. Schoorl 16 juni 1878, dr van Johannes DAMIAANS en Vrouwtje IJPMA.
3. Grietje HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 31 juli 1873.
4. Dieuwertje HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 23 juli 1874, overl. ald. 2 aug. 1874.
5. Willem HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 4 mei 1875, postbeambte, tr. Broek in Waterland 12 juni 1901 Truida VET, geb. ald. 4 april 1879, dr van Sijmon VET, visser, en Grietje LOF.
6. Elizabet HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 24 nov. 1876.
7. Dieuwertje HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 28 nov. 1877, overl. Schoorl 26 april 1934, tr. Warmenhuizen 9 mei 1897 Pieter de GRAAF, geb. Schoorldam, gem. Schoorl 6 aug. 1865, landbouwer, zn van Willem de GRAAF, herbergier, landman, en Antje KOSSEN.
8. Antje HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 19 april 1879.
9. Meinsje HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 1 aug. 1880.
10. Maartje HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 10 febr. 1882.
11. (levenl. zn) HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 23 febr. 1883, overl. ald. 23 febr. 1883.
12. (levenl. dr) HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 31 maart 1884, overl. ald. 31 maart 1884.
13. Cornelia HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 2 maart 1887.
14. Bregtje HELDER, geb. Hargen, gem. Schoorl 30 april 1894.
VIac. (van Vo) Dieuwertje BLOM, geb. Schoorl 11 aug. 1850, overl. Warmenhuizen 14 mei 1941, tr. Schoorl 20 dec. 1873 Jan JONGERLING, geb. Zuid-Zijpe 9 okt. 1839, landman, arbeider, overl. Zijpe 27 jan. 1903, zn van Jacob JONGERLING en Antje SMIT, wedn. van Adriane 'Jaantje' de JONG.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje JONGERLING, geb. Straat, gem. Schoorl 18 juli 1877, dienstbode (bij huwelijk), tr. Warmenhuizen 28 okt. 1897 Cornelis VLAM, geb. ald. 24 mei 1874, landman, zn van Pieter VLAM, schuitenmaker, en Elisabeth KLANT.
2. Jeltje JONGERLING, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 2 juni 1881, tr. Petten 24 aug. 1902 Willem ZWAAN, geb. ald. 4 dec. 1877, kaasmaker, zn van Klaas ZWAAN, arbeider, koopman, winkelier, en Neeltje TIMMERMAN.
3. Willem JONGERLING, geb. Anna Paulowna 13 april 1884, arbeider, tr. Petten 2 febr. 1908 Aafje TIMMERMAN, geb. ald. 27 okt. 1881, dr van Jan TIMMERMAN, arbeider, en Guurtje BROUWER.
VIad. (van Vo) Grietje BLOM, geb. Schoorl 4 maart 1852, overl. ald. 18 aug. 1934, tr. ald. 21 april 1872 Jan DUIN, geb. Schoorl 13 sept. 1848, landman, korenmolenaar, graanhandelaar, overl. Schoorldam, gem. Schoorl 29 jan. 1921, zn van Dirk DUIN en Cornelia MULDER.
Op 13 juli 1921 wordt de nalatenschap aangegeven van Jan Duin Dirkszoon, overleden te Schoorldam gemeente Schoorl op 29 januari 1921, echtenoot van Grietje Blom. De aangevers zijn: (1) Grietje Blom zijn weduwe, (2) Willem Duin, meelhandelaar te Schoorldam gemeente Schoorl, (3) Willem de Graaf, landman te Schoorldam gemeente Warmenhuizen, in gemeenschap van goederen gehuwd met Cornelia Duin, (4) Cornelis Mienes, landman te Egmondermeer gemeente Bergen, als vader en voogd van zijn minderjarig kind Cornelis Mienes uit zijn huwelijk met wijlen zijn echtgenote Trijntje Duin [hij tekent als Cornelis Mienis]. De erflater heeft op 20 december 1920 voor notaris P.J. Laurman te Schoorldam gemeente Warmenhuizen zijn echtgenote benoemd tot zijn erfgenaam voor het beschikbare gedeelte. Als erfgenamen ab intestato liet de erflater na zijn genoemde kinderen Willem en Cornelis Duin, en kleinkind Cornelis Mienes opkomend voor zijn vooroverleden moeder Trijntje Duin. De nalatenschap bestaat uit de helft van de gemeenschappelijke boedel. Het actief van de boedel bedraagt 48723,19, waaronder een huis, schuur en erf en weiland, in de gemeente Schoorl kadastraal D nrs 648, 777, 895 en 896, en B nrs 114, 120, 54 en 71, tezamen groot 8 ha 15 a 50 ca, en een erf te Warmenhuizen, D790, groot 71 ca, gewaardeerd op 24952,50. Het passief bedraagt 104,12, de begrafeniskosten bedragen 305. De zuivere nalatenschap bedraagt 24004,535. 111
Uit dit huwelijk:
1. Cornelia DUIN, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 28 aug. 1875, overl. ald. 14 febr. 1876.
2. Willem DUIN, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 17 febr. 1877, graanhandelaar (bij huwelijk), meelhandelaar te Schoorldam, gem. Schoorl, tr. Schoorl 26 april 1906 Jannetje HOOGVORST, geb. Brechtdorp, gem. Schoorl 14 juni 1884, dr van Jan HOOGVORST, landman, en Grietje VOLDER.
3. Cornelia DUIN, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 6 juni 1878, tr. Schoorl 30 april 1899 Willem de GRAAF, geb. Schoorldam, banne van Warmenhuizen 18 sept. 1876, landbouwer (bij huwelijk), landman te Schoorldam, gem. Warmenhuizen, zn van Willem de GRAAF, herbergier, landman, en Antje KOSSEN.
4. Trijntje DUIN, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 18 sept. 1879, tr. Schoorl 3 mei 1903 Cornelis MIENIS, geb. Ursem 1 mei 1875, landman te Egmondermeer, gem. Bergen (N.-H.), zn van Cornelis MIENIS, kuiper, landman, en Geertje PLOMPER.
VIae. (van Vo) Lijsbeth BLOM, geb. Schoorl 22 jan. 1854, overl. Schagerbrug, Zijpe 22 jan. 1936, tr. Schoorl 29 april 1877 Willem van TWUIJVER, geb. Burghorn, gem. Schagen 23 juli 1848, arbeider, landman, koopman te Bergen (N.-H.), overl. Zijpe 2 juli 1911, zn van Pieter van TWUIJVER, arbeider, kramer, en Jannetje BLOM.
Uit dit huwelijk:
1. Willem van TWUIJVER, geb. Straat, gem. Schoorl 22 maart 1878, rijksveldwachter, overl. Den Helder 31 jan. 1968, tr. Schagen 20 nov. 1911 Neeltje HOUTKOOPER, geb. ald. 28 sept. 1891, overl. Den Helder 11 febr. 1973, dr van Aris HOUTKOOPER, arbeider, en Maartje ASJES.
2. Klaas van TWUIJVER, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 9 aug. 1880, agent van politie, overl. Wormerveer 16 okt. 1969, tr. Amsterdam 6 sept. 1923 Maartje NOORDA, geb. Landsmeer 15 nov. 1893, overl. Amstelveen 13 maart 1984, dr van Pieter NOORDA, koopman, en Bregtje KOEL.
3. Jannetje van TWUIJVER, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 24 dec. 1881, tr. Petten 1 juni 1902 Pieter VRIESMAN, geb. Zijpe (aan de Pettemerkluft) 2 jan. 1874, duinwachter, zn van Pieter VRIESMAN, arbeider, en Aaltje WILDEBOER.
4. Trijntje van TWUIJVER, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 17 dec. 1885, tr. Zijpe 30 nov. 1912 Jan van EETEN, geb. ald. (aan de Schagerbrug) 15 sept. 1882, wegwerker, zn van Pieter van EETEN, arbeider, en Duifje HUIBERTS.
VIaf. (van Vr) Gerrit BLOM, geb. Petten 28 april 1864, koopman, winkelier, pluimveehouder (bij overlijden), overl. Zijpe 20 juni 1938, tr. Petten 16 dec. 1894 Neeltje van BUUREN, geb. Zijpe 12 nov. 1867, overl. ald. 2 sept. 1951, dr van Pieter van BUUREN en Grietje GEEL.
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje Margaretha Anna, geb. Zijpe (nabij de Pettemerkluft) 23 okt. 1899, volgt VIIq.
2. Pieter Jacobus Johannes, geb. Zijpe (nabij de Pettemerkluft) 21 jan. 1902, volgt VIIr.
3. Grietje Catharina Cornelia, geb. Zijpe (aan de Pettemerkluft) 26 okt. 1904, volgt VIIs.
4. Jacoba Pieternella, geb. Zijpe (aan de Zypschen Dyk) 1 maart 1907, overl. ald. 9 juni 1911.
VIag. (van Vr) Grietje BLOM, geb. Petten 11 juni 1865, overl. Schoorl 7 juni 1943, tr. Zijpe 3 aug. 1889 Klaas BREED, geb. ald. 17 jan. 1866, arbeider, veehouder, overl. ald. 30 nov. 1935, zn van Pieter BREED, winkelier, en Trijntje GOVERS.
Uit dit huwelijk:
1. Anna BREED, geb. Zijpe 24 juli 1897, tr. 1° (echtscheiding) ald. 25 mei 1918 (met erkenning van een kind; hij was als Belgisch soldaat in Nederland geïnterneerd, verblijfplaats ouders onbekend) Hector TAILLEMAN, geb. Lierde-Ste-Marie (België) 9 okt. 1892, landarbeider, zn van Leon TAILLEMAN en Louise van de PONSEELE, tr. 2° Schoorl 5 juli 1923 Gerrit SELHORST, geb. ald. 7 febr. 1890, brandstoffenhandelaar, zn van Willem SELHORST en Trijntje SCHRIEKEN.
2. Klaas BREED, geb. Zijpe 8 juli 1899, melkventer (bij huwelijk), tr. ald. 1 maart 1924 Grietje KREIJGER, geb. ald. 23 jan. 1903, dr van Pieter KREIJGER, fouragehandelaar, en Cornelia de LEEUW.
3. Lourens BREED, geb. Zijpe 27 maart 1901, arbeider, tr. ald. 27 dec. 1924 Trijntje HOUTKOOPER, geb. Warmenhuizen 15 juli 1900, dr van Simon HOUTKOOPER, arbeider te Krabbendam, gem. Warmenhuizen, landbouwer, tuinbouwer, en Maartje BLOM.
4. Jan BREED, geb. Zijpe 3 juli 1903, arbeider, tr. Geertruida VOETEE, geb. Petten 10 jan. 1904, dr van Jan VOETEE, arbeider, en Elizabeth VRIESMAN.
VIah. (van Vr) Maaike BLOM, geb. Petten 2 mei 1874, overl. Alkmaar 23 nov. 1936, tr. Petten 20 aug. 1899 Arie SCHOTVANGER, geb. Zijpe 30 aug. 1874, vrachtrijder, schipper, overl. Alkmaar 31 mei 1943, zn van Lourens SCHOTVANGER, winkelier, en Ariaantje TATES.
Uit dit huwelijk:
1. Johanna Jacoba SCHOTVANGER, geb. Alkmaar 7 sept. 1900, tr. ald. 18 maart 1920 Nicolaas MOOIJ, geb. ald. 29 aug. 1894, smid, zn van Willem MOOIJ, koetsier, en Cornelia SELIE.
2. Adriana Louisa SCHOTVANGER, geb. Alkmaar 28 nov. 1902, overl. ald. 10 juni 1903.
3. Adriana Louisa SCHOTVANGER, geb. Alkmaar 8 maart 1906.
4. Louisa Jacoba SCHOTVANGER, geb. Alkmaar 14 juni 1907, overl. ald. 26 febr. 1922.
5. Lourens Johan SCHOTVANGER, geb. Alkmaar 20 aug. 1908.
VIai. (van Vr) Johannes Jacobus Gerrit BLOM, geb. Petten 21 jan. 1879, arbeider, landbouwer, dijkwerker, overl. Groet, gem. Schoorl 3 mei 1956, tr. Petten 17 mei 1903 Elizabeth BAREMAN, geb. Hargen, gem. Schoorl 22 sept. 1880, overl. Alkmaar 11 aug. 1953 (wonende te Schoorl), dr van Pieter BAREMAN, veldwachter, en Grietje OUT.
Uit dit huwelijk:
1. Grietje, geb. Petten 30 dec. 1906, tr. ald. 16 sept. 1928 Dirk Pieter KUIPER, geb. Callantsoog 31 dec. 1905, steenzetter, zn van Pieter KUIPER, steenzetter, aannemer, en Elisabeth SNIP.
2. Anna, geb. Petten 31 maart 1910, tr. Zijpe 8 juli 1930 Willem BIESBOER, geb. Oudkarspel 9 april 1908, zn van Pieter BIESBOER, vrachtrijder, en Marijtje SCHENK.
VIaj. (van Vt) Pietertje BLOM, geb. Oterleek 8 mei 1866, tr. 1° Zijpe 9 mei 1891 Teunis SCHOTVANGER, geb. ald. 1 okt. 1865, schipper, overl. Amsterdam 9 jan. 1900, zn van Lourens SCHOTVANGER, winkelier, en Ariaantje TATES, tr. 2° Zijpe 23 febr. 1901 Hendrik KLOMP, geb. Callantsoog 28 nov. 1860, vletschipper (bij tweede huwelijk), arbeider, overl. Zijpe 1 sept. 1935, zn van Cornelis KLOMP, landman, en Eva Jans van der BOOM, wedn. van Jantje van TIL.
Uit het eerste huwelijk:
1. Lourens SCHOTVANGER, geb. Zijpe 3 juli 1892, schipper, tr. ald. 27 nov. 1920 Cornelia Catharina LAPORT, geb. Middelburg 3 sept. 1895, dr van Johannes François LAPORT, schilder, en Pieternella KOSTER.
2. Grietje SCHOTVANGER, geb. Zijpe 3 okt. 1893, tr. ald. 26 maart 1921 Willem WATERTOR, geb. ald. (aan de Burgervlotbrug) 11 dec. 1896, arbeider, zn van Adam WATERTOR, arbeider, en Neeltje DELVER.
3. Jacobus SCHOTVANGER, geb. Zijpe 14 nov. 1894 (de vader door afwezigheid verhinderd), arbeider, tr. ald. 11 mei 1921 Maartje DEKKER, geb. ald. (aan de Belkmerweg) 10 juli 1898, dr van Pieter DEKKER, watermolenaar, arbeider, en Trijntje VOS.
VIIa. (van VIg) Johannes BLOM, geb. Heiloo 10 juni 1883, smid, concierge algemeen militair tehuis, overl. Den Helder 15 april 1923, tr. Warmenhuizen 10 juli 1912 Geertruida DAMIAANS, geb. ald. 20 maart 1880, overl. Den Helder 7 dec. 1938, dr van Johannes DAMIAANS en Vrouwtje IJPMA.
Uit dit huwelijk:
1. Nicolaas, geb. Den Helder 4 juli 1913, kruidenier, tr. ald. 8 maart 1940 Christina GOEDKNECHT, geb. ald. 23 april 1920, dr van Jan Levinus GOEDKNECHT en Geertje van LEEUWEN.
VIIb. (van VIg) Pieter BLOM, geb. Heiloo 20 aug. 1886, timmerman, assistent wegopzichter bij de Nederlandse Spoorwegen, overl. Zaandam 22 aug. 1939, tr. Heiloo 13 febr. 1913 Elisabeth BAKKUM, geb. Alkmaar 17 febr. 1886, overl. Wormerveer 14 jan. 1977, dr van Albert BAKKUM en Marijtje BERKHOUT.
Uit dit huwelijk:
1. Klaas, geb. Hoofddorp 8 sept. 1913, exportmanager verfindustrie, tr. Zaandam 31 okt. 1940 Johanna JONKER, geb. ald. 4 nov. 1915, dr van Jan JONKER en Elisabeth van de BURG.
2. Albertus, geb. Hoofddorp 20 okt. 1916, filiaalchef Amrobank, tr. Zaandijk 3 april 1947 Alida MOL, geb. ald. 1 sept. 1921, dr van Hermanus MOL en Guurtje GROOTES.
3. Pieter, geb. Hoofddorp 17 jan. 1918, kantoorchef olie-industrie, overl. Madeira 12 sept. 1982, tr. Zaandam 24 dec. 1947 Adriaantje ZWART, geb. ald. 10 nov. 1918, dr van Nicolaas ZWART en Trijntje KWAST.
4. Johan, geb. Hoofddorp 15 juli 1924, bedrijfsleider houtindustrie, tr. Zaandam maart 1951 Geertje ATTEMA, geb. Pingjum 26 mei 1921, dr van Siebe ATTEMA en Clasina KARSTEN.
VIIc. (van VIg) Simon BLOM, geb. Heiloo 19 nov. 1896, chef expeditie bij de PTT, overl. Alkmaar 24 jan. 1969, tr. 1° ald. 27 jan. 1921 Hendrika SMORENBERG, geb. ald. 23 nov. 1895, overl. Alkmaar 13 aug. 1948, dr van Vincentius Franciscus SMORENBERG en Aaltje LANGENDAM, tr. 2° Heiloo 27 juni 1951 Trijntje KANT, geb. Amsterdam 3 mei 1896, overl. Alkmaar 13 dec. 1970, dr van Jan KANT en Hiltje HUISMAN.
Uit het eerste huwelijk:
1. Johannes, geb. Alkmaar 1 dec. 1923, procuratiehouder Nederlandse Bank, tr. Hoorn 3 juni 1948 Maria HOKKELING, geb. ald. 5 sept. 1921, dr van Martinus HOKKELING en Aartje van RIEL.
2. Franciscus, geb. Alkmaar 15 aug. 1927, rijksambtenaar, tr. Haarlem 8 mei 1956 Catharina Susanna SMINK, geb. ald. 17 dec. 1932, dr van Willem Cornelis Evert SMINK en Catharina S. van de PAS.
VIId. (van VIh) Pieter BLOM, geb. Alkmaar 15 okt. 1885, stoffeerder, kaasmaker, overl. ald. 15 okt. 1969, tr. Oterleek 14 maart 1909 Trijntje MARS, geb. Noord- en Zuid-Schermer 28 dec. 1888, overl. Alkmaar 20 maart 1944, dr van Pieter MARS en Neeltje SCHOUTEN.
Uit dit huwelijk:
1. Maria Neeltje, geb. Barsingerhorn 1 jan. 1910, overl. Rosmalen 8 febr. 1992, tr. 3 okt. 1930 Cornelis van der SLIKKE, geb. Kruiningen 16 sept. 1901, belastingambtenaar, overl. Alkmaar 5 dec. 1973, zn van Adriaan van der SLIKKE en Maria ZWARTEPOORTE.
2. Gerrit, geb. Barsingerhorn 28 april 1913, bankwerker, lasser, machinist, tr. Amsterdam 3 sept. 1942 Lamberdina Anna VINK, geb. ald. 9 juli 1919, dr van Lou VINK en Lamberdina Anna VEERKAMP.
VIIe. (van VIh) Leendert BLOM, geb. Alkmaar 29 okt. 1886, tuinman, kaasmaker, overl. Heiloo 3 jan. 1979, tr. Oude Niedorp 1 okt. 1911 Jantje PEIJS, geb. Heerhugowaard 23 aug. 1889, overl. Alkmaar 23 april 1968, dr van Pieter PEIJS en Antje de BOER.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit, geb. Graft 12 nov. 1913, ambtenaar, tr. Nibbixwoud 1 okt. 1941 Christina Catharina Elisabeth BORSJES, geb. Zaandam 11 jan. 1912, dr van Johannes BORSJES en Grietje ZOET.
2. Antje, geb. Nibbixwoud 17 nov. 1922, tr. ald. 25 aug. 1949 Albert DOEF, geb. Grootebroek 20 jan. 1926, bakker, overl. Beemster 8 juli 1980, zn van Klaas DOEF en Suzanna KOOMEN.
VIIf. (van VIh) Dirk BLOM, geb. Alkmaar 15 jan. 1888, transportarbeider, landbouwarbeider, overl. Heiloo 21 dec. 1971, tr. Oterleek 27 juli 1924 Cornelia TERMAAT, geb. Schermerhorn 18 nov. 1889, overl. Heiloo 29 mei 1970, dr van Klaas TERMAAT, landbouwer, winkelier, en Jannetje KONING.
Uit dit huwelijk:
1. Klaas, geb. Heiloo 16 mei 1925, beambte, vrachtautochauffeur, tr. Alkmaar 1 dec. 1950 Jeanne Johanna GERRITSEN, geb. Amsterdam 19 mei 1925, dr van Adrianus W. GERRITSEN en Johanna LINDSEN.
VIIg. (van VIh) Gerrit BLOM, geb. Alkmaar 5 mei 1906, metaalbewerker, overl. Heiloo 10 dec. 1974, tr. Alkmaar 21 sept. 1933 Elisabeth SCHENKE, geb. ald. 17 mei 1906, overl. Heiloo 25 juli 1978, dr van Jan Hendrik SCHENKE en Anna Margaretha VOGEL.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit, geb. Alkmaar 26 dec. 1934.
2. Annie, geb. Heiloo 20 juli 1938, tr. ald. 12 juli 1961 J. SCHOONE, geb. Krommenie 22 dec. 1938, röntgentechnicus, zn van Jacob SCHOONE en T. de GROOT.
3. Cornelis, geb. Heiloo 1 mei 1945, tr. Alkmaar 15 aug. 1969 Annie AMBAGTSHEER, geb. ald. 29 dec. 1944, dr van Dirk AMBAGTSHEER en Annie RITS.
VIIh. (van VIi) Gerardus Johannes BLOM, geb. Zijpe 16 aug. 1884, overl. Den Helder 31 okt. 1960, tr. 1° ald. 22 dec. 1910 Gerarda BRAS, geb. ald. 29 okt. 1885, overl. Velsen 19 juli 1919, dr van Klaas BRAS en Cornelia Jacoba BAKKER, tr. 2° ald. 13 jan. 1921 Hendrica van STEEG, geb. Heiloo 19 aug. 1884, overl. Den Helder 17 maart 1952, dr van Jacob van STEEG, tuinman, tuinder, en Elizabet BLOM.
Uit het eerste huwelijk:
1. Pieter, geb. Velsen 4 juli 1919, stuurman, gouvernements-ambtenaar, tr. Curaçao 10 jan. 1947 Aura Teresita Leona VOS, geb. ald. 22 april 1925, dr van Johannes Thimotheus Maria VOS en Camila PASCUAL MONTE.
Uit het tweede huwelijk:
1. Alberdina Elisabeth, geb. Velsen 23 mei 1922, tr. Schagerbrug, Zijpe 23 mei 1944 Jan den HARTOG, geb. St. Maartensbrug, Zijpe 8 mei 1918, smid, zn van Willem den HARTOG en Engeltje VEUGER.
2. Hendrikus Gerardus, geb. Den Helder 14 maart 1928, controleleider gemeentelijke accountantsdienst, overl. ald. juni 2003, tr. Oosterwolde, gem. Ooststellingwerf 11 febr. 1961 Urbina Catharina KOORNSTRA, geb. Huizum 11 febr. 1933, dr van Hidde KOORNSTRA en Trijntje SMID.
VIIi. (van VIi) Helena Catharina BLOM, geb. Zijpe 11 juli 1886, overl. Heemskerk 1 aug. 1965, tr. Den Helder 14 maart 1918 Pieter BERGERS, geb. De Rijp 18 april 1881, dienaar der politie, arbeider, overl. Velsen 21 dec. 1942, zn van Steven BERGERS en Neeltje van WIERINGEN.
Uit dit huwelijk:
1. Nelida Alberdina BERGERS, geb. 7 juli 1919, overl. Heemskerk 16 dec. 1991, tr. Willem MUIJEN.
2. Pieter Steven BERGERS, geb. ca. 1921, seiner-telegrafist, overl. 14 mei 1940 (gesneuveld, aangespoeld Koudekerke 21 juli 1940).
VIIj. (van VIk) Hillegonda BLOM, geb. St. Pancras 14 okt. 1891, overl. ald. 2 nov. 1959, tr. Obdam 8 mei 1913 Jacob WIJN, geb. ald. 15 maart 1890, landbouwer, overl. St. Pancras 3 okt. 1963, zn van Andries WIJN en Geertje MIENES.
Uit dit huwelijk:
1. Geertje WIJN, geb. Obdam 30 juni 1913, overl. Heerhugowaard 17 juli 2000, tr. St. Pancras 30 okt. 1937 Hendrik KUIPER, geb. ca. 1908, tuinder, overl./begr. ald. 25/29 nov. 1988.
2. Johannes WIJN, geb. Obdam 15 aug. 1914, tuinder, bloembollenkweker, overl. St. Pancras 14 jan. 2000, tr. Grietje KUIPER.
3. Brechtje WIJN, geb. St. Pancras, gem. Koedijk 19 aug. 1916, overl. ald. 2 maart 1920.
4. Annie WIJN, geb. St. Pancras 28 dec. 1918, tr. ald. 24 juni 1943 Jan L. JIMMINK.
5. Brechtje WIJN, geb. St. Pancras 18 jan. 1926, tr. Dirk HANSEN.
6. Jacob WIJN, geb. St. Pancras 2 febr. 1935, vrachtautochauffeur, tr. Riet GROOT.
VIIk. (van VIk) Helena BLOM, geb. St. Pancras 1 april 1897, overl. Heemskerk 10 aug. 1962, tr. Koedijk 24 juni 1920 Hendrik de VRIES, geb. Wijk aan Zee en Duin 15 sept. 1889, tuinder, bloembollenkweker, overl. Heemskerk 7 jan. 1979, zn van Hendrik de VRIES, tuinder, veehouder, en Aletta HOOGLAND.
Uit dit huwelijk:
1. (levenl. kind) de VRIES, geb. Heemskerk 17 juli 1923, overl. ald. 17 juli 1923.
2. Aletta de VRIES, geb. Heemskerk 6 sept. 1925, overl. Beverwijk 16 okt. 1972, tr. Heemskerk maart 1949 Johannes MUIJS, geb. Beverwijk 12 nov. 1915, metselaar, overl. IJmuiden 23 maart 1993, zn van Gerrit MUIJS, arbeider, tuinder, en Roelfien BAKKER.
3. Johannes de VRIES, geb. Heemskerk 25 april 1927, tuinder, bloembollenkweker, overl. Beverwijk 27 aug. 2007, tr. Limmen 30 dec. 1954 Johanna Christina SCHOEN, geb. ald. 28 sept. 1925, dr van Jacob SCHOEN, boer, en Henriëtte Elisabeth KOOY.
4. Hendrik de VRIES, geb. Heemskerk 5 nov. 1932, wiskundige, tr. Manchester, Lancashire (England) 11 juni 1960 Audrey Barbara DOYLE, geb. ald. 20 nov. 1933, dr van Ernest Kenneth DOYLE en Margaret SANT.
5. Antonius Johannes de VRIES, geb. Heemskerk 11 febr. 1936, tuinder, bloembollenkweker.
VIIl. (van VIl) Jan BLOM, geb. Den Helder 28 juni 1891, smid, overl. Rhenen 10 nov. 1970, tr. Den Helder 26 sept. 1919 Neeltje van LEEUWEN, geb. ald. 27 juni 1890, overl. Cothen 17 dec. 1970, dr van Wijnand Pieter van LEEUWEN en Neeltje BLOM.
Uit dit huwelijk:
1. Marijtje 'Miep', geb. Den Helder 30 aug. 1920, overl. Cothen 7 okt. 2009.
VIIm. (van VIm) Johannes BLOM, geb. Schoorl (Straat) 2 mei 1887, landman, tuinman, overl. Laren (N.H.) 11 nov. 1952, tr. Schoorl 20 jan. 1910 Bouwen-Riena RIETDIJK, geb. Simonshaven 9 febr. 1890, overl. Haarlem 17 juli 1966, dr van Pieter RIETDIJK en Cornelia BEVAART.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrik Pieter, geb. Groet 13 juni 1910, verpleger, tr. Laren (N.H.) 7 juni 1941 Geertruida van der KAAP, geb. Nieuw-Weerdingen 20 okt. 1914, dr van Gerrit van der KAAP en Aaltje LIEBE.
2. Cornelia Anna, geb. Groet 16 febr. 1912, overl. Haarlem 9 juli 2003.
3. Antje, geb. Schoorl 9 maart 1919, tr. Laren (N.H.) 1 mei 1940 Rudolf van der GOOT, geb. Nijmegen 30 jan. 1908, zn van Georg Christiaan Frans van der GOOT en Allegonda E. de VINK.
4. Pieter Johannes, geb. Laren (N.H.) 21 nov. 1927, chauffeur-monteur, tr. 's-Gravenhage 2 maart 1949 Wilhelmina VERAAR, geb. ald. 16 okt. 1926, overl. Apeldoorn 30 jan. 1999, dr van Jacobus VERAAR en Frederika van OOIJEN.
VIIn. (van VIo) Vrouwtje BLOM, geb. Hargen, gem. Schoorl 5 okt. 1874, overl. Schoorl 12 dec. 1945, tr. ald. 18 dec. 1898 Dirk KUIJPER, geb. Zijpe 31 mei 1868, arbeider, landman, steenzetter, zn van Dirk KUIJPER, vletschipper, en Antje JONGBLOED.
In september wordt voor notaris Arend van Vlissingen, openbaar notaris voor Cook County in de staat Illinois van de Verenigde Staten van Noord Amerika, door Martje Kuijper, weduwe van Pieter Blom, wonende te Chicago, Cook County, te haren huize een akte verleden waarin zij verklaarde toestemming te geven aan haar dochter Vrouwtje Blom, wonende te Schoorl, voor het huwelijk voornemens aan te gaan met Dirk Kuiper, meerderjarige zoon van Dirk Kuiper en Antje Jongebloed, wonende te Petten. De notarisgetuigen waren Cornelis Kuijper, zonder beroep, en Albert van Keimpema, postbode, beiden wonende te Chicago. Op 27 september 1898 wordt de akte getekend als gezien door het Consulaat der Nederlanden te Chicago voor legalisatie van de handtekening van de notaris. [Bijlage bij het vermelde huwelijk.].
Uit dit huwelijk:
1. Dirk KUIJPER, geb. Schoorl 2 sept. 1899, arbeider, steenzetter, overl. ald. 13 febr. 1978, tr. ald. 11 juni 1925 Anna Cornelia SPRUIT, geb. Warmenhuizen 23 febr. 1900, overl. Schoorl 13 febr. 1970, dr van Willem SPRUIT, werkman, arbeider, landman, en Antje BAKKER.
2. Martje KUIJPER, geb. Callantsoog 14 aug. 1900, overl. Schoorl 25 jan. 1927.
Op 26 november 1927 wordt de nalatenschap aangegeven van Martje Kuijper, overleden te Schoorl op 25 januari 1927. De aangevers zijn: (1) Dirk Kuijper, landman te Schoorl, ook als gehuwd met Vrouwtje Blom en als vader over de minderjarige Gerrit Kuyper, (2) Dirk Kuyper Dirkszoon, arbeider aldaar, Pieter Kuyper, arbeider aldaar, Antje Kuyper, wonende aldaar, ouders, broers en zuster, erfgenamen van de erflaatster. De nalatenschap bestaat uit de helft van de nalatenschap van Jacob Kuyper, overleden te Schoorl op 15 september 1921, die bij akte gepasseerd op 4 januari 1921 te Schoorldam gemeente Warmenhuizen voor notaris P.J. Laurman het vruchtgebruik van zijn nalatenschap vrij van rechten legateerde aan zijn zwager Jan de Graaf, landman, en zijn zuster Martje Kuyper, echtelieden te Schoorl, en tot zijn erfenamen in gelijke delen benoemde Arie van Lienen Az te Schoorl en de erflaatster. De zuivere nalatenschap van de erflaatster bedraagt 3115. Tot de nalatenschap van Jacob Kuyper behoorde o.a. wei- en bouwland te Groet, kadastraal A nrs 114, 258, 397 en 396, tezamen groot 3 ha 94 a 90 ca, en een huis en erf te Schoorl, kadastraal A575, groot 18 a 12 ca, gewaardeerd op 10500. [De spelling varieert tussen Kuyper en Kuijper, de aangevers tekenen als Kuyper, uitgezonderd de ondertekening Dirk Kuiper Dirkszoon.] 112
3. Pieter KUIJPER, geb. Callantsoog 9 dec. 1901, steenzetter, tr. Jacoba MODDER.
4. Antje KUIJPER, geb. St. Pancras 4 sept. 1903, overl. Alkmaar 15 aug. 1934, tr. Johannes LEEUWENKAMP, dijkwerker.
5. Gerrit KUIJPER, geb. Schoorl 25 sept. 1917.
VIIo. (van VIv) Jan BLOM, geb. Buiterduin, gem. Schoorl (Buiterduin) 7 sept. 1885, arbeider, tr. Anna Paulowna april 1906 Johanna Catharina BIJL, geb. Den Helder 27 okt. 1883, dr van Jan BIJL en Johanna SMEERBORN.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit, geb. Den Helder 8 mei 1906.
VIIp. (van VIx) Cornelis BLOM, geb. Aagtdorp, gem. Schoorl 13 aug. 1901, overl. Schoorl 30 aug. 1951, tr. Cécile Eugénie le PRIEUR.
Uit dit huwelijk:
1. Alfred Louis Charles, geb. Schoorl 6 april 1948, overl. ald. 7 april 1948.
VIIq. (van VIaf) Neeltje Margaretha Anna BLOM, geb. Zijpe (nabij de Pettemerkluft) 23 okt. 1899, op 14 juni 1929 in Petten ingeschreven uit Amsterdam, heeft niet-huwelijkse relatie met N.N.
Uit deze verbintenis:
1. Co, geb. Zijpe (Pettemerkluft) 20 nov. 1917, tr. ald. 24 febr. 1943 Guurtje de WAARD, geb. ald. 25 dec. 1923, overl. Heiloo 26 juli 1995, dr van Klaas de WAARD en Aagje de VET.
VIIr. (van VIaf) Pieter Jacobus Johannes BLOM, geb. Zijpe (nabij de Pettemerkluft) 21 jan. 1902, arbeider, dijkwerker ald., tr. Schoorl 3 maart 1927 Johanna Martina TAMIS, geb. Den Helder 28 juni 1906, dr van Pieter TAMIS, arbeider, en Mietje Catharina JANSEN.
Uit dit huwelijk:
1. Jacoba Mietje, geb. Petten 20 sept. 1928, tr. O.J. BOOTSMA.
2. Gerrit, geb. Petten 21 juli 1930, tr. J. BOOTSMA.
VIIs. (van VIaf) Grietje Catharina Cornelia BLOM, geb. Zijpe (aan de Pettemerkluft) 26 okt. 1904, tr. ald. 26 nov. 1927 Dirk GILLES, geb. Amsterdam 5 sept. 1903, brugknecht, brugwachter, op 9 mei 1928 met vrouw en kind in Petten uitgeschreven naar Warmenhuizen, op 7 mei 1936 metvrouw en 3 kinderen in Warmenhuizen uitgeschreven naar Purmerend, zn van Fredrik Lodewijk GILLES en Frederika KLEIJMEER.
Uit dit huwelijk:
1. Frederika Neeltje GILLES, geb. Petten 5 febr. 1928.
2. Nelly Jacoba Margaretha GILLES, geb. Zijpe 11 juli 1929.
3. Gerda Alida GILLES, geb. Warmenhuizen 30 aug. 1932.
Noten
NA = Nationaal Archief te Den Haag
NHA = Noord-Hollands Archief te Haarlem
RAA = Regionaal Archief Alkmaar
WFF = Westfriese Families
1. RAA ONA Schagen 4581 (notaris Johannes Vermeer) akte 67, 28 juli 1708.
2. RAA ONA Schagen 4581 (notaris Johannes van der Meer) akte 68, 9 okt. 1708.
3. NHA ORA Callantsoog 6629 (Baljuwrol), 16 jan. 1711 en 9 maart 1711.
4. RAA ONA Schagen 4576 (notaris Huijbert Boertjes) akte 250, 1 jan. 1711.
5. RAA ONA Schagen 4581 (notaris Johannes vn der Meer) akte 99, 24 okt. 1713.
6. RAA Verenigde Harger- en Pettemerpolder 1.
7. NA Financie van Holland 516 (Verpondingen) dl. 14 (Schoorl en Camp, 27 febr. 1731), fol. 16v.
8. RAA OA Schoorl L82, geabandonneerde goederen.
9. RAA Verenigde Harger- en Pettemerpolder 3.
10. RAA ORA Schoorl 910, 27 maart 1750.
11. RAA NA Alkmaar 540 (notaris Jacob van Bodeghem) akte 61, 7 sept. 1745.
12. RAA NA Alkmaar 541 (notaris Jacob van Bodeghem) akte 44, 21 maart 1746.
13. RAA ORA Petten 2201 (Diverse schepenakten) 9 febr. 1754.
14. RAA ORA Petten 9 febr. 1754.
15. RAA ORA Zijpe fol. 62v, 17 juni 1754.
16. RAA NA Alkmaar 590 (notaris Pieter Groen), akte 5, 6 en 7, 22 febr. 1754.
17. RAA NA Alkmaar 595 (notaris Pieter Groen) akte 35, 22 mei 1759.
18. RAA Gaardersarchief Zijpe 6, 23 juni 1745.
19. RAA ORA Schoorl 903, fol. 75v 2 april 1759, fol. 143 2 jan. 1764.
20. RAA ONA Schagen 4631 (notaris Hendrik Hoflaan) akte 718, 14 april 1768.
21. RAA ORA Bergen 2182, 9 maart 1763.
22. RAA ORA Schoorl 909, 4 dec. 1740.
23. RAA ORA Schoorl 901, 8 sept. 1760, 18 dec. 1786.
24. RAA ORA Schoorl 912 (Allerhande schepenakten), 9 okt. 1786.
25. RAA ORA Schoorl 905 fol. 3, 12 febr. 1787.
26. RAA ORA Schoorl 906, 4 dec. 1740.
27. RAA ORA Warmenhuizen 6001, blz. 114 1 mei 1754, blz. 123 20 aug. 1754.
28. RAA ORA Schoorl 903, fol. 14 en 14v, 26 aug. 1754, fol. 19v en 20, 28 juli 1755, fol. 40v 10 april 1758, fol. 58 8 jan. 1759.
29. RAA ORA Schoorl 903, fol. 66 26 febr. 1759, fol. 141v 12 dec. 1763, fol. 244 3 juni 1769.
30. RAA ORA Schoorl 904, fol. 41, 41v en 44v, 31 jan. 1774.
31. RAA ORA Schoorl 904, fol. 69v 18 maart 1776, fol. 115v 13 april 1778, fol. 163v, 164 en 164v, 19 maart 1781.
32. RAA ORA Schoorl 904, fol. 169 9 april 1781, fol. 172v 6 aug. 1781, fol. 183v en 185, 25 maart 1782, fol. 195 14 okt. 1782, fol. 197 6 jan. 1783, fol. 227v 15 maart 1784, fol.234 en 234v, 28 aug. 1784.
33. RAA ORA Schoorl 905, fol. 121v 17 maart 1794, fol. 131 en 132, 27 okt. 1794, copie van procuratie fol. 132v.
34. RAA ORA Schoorl 906, fol. 14, 14v, 15, 15v, 16 en 16v, fol. 17, 17v, 18 en 18v, fol. 19, 19v, 20, 20v en 21, 22 febr. 1796, copie van de procuratie fol. 21v.
35. RAA NA Alkmaar 866 (notaris Michiel Johan de Lange) akte 25, 27 maart 1806.
36. RAA ORA Schoorl 910, 27 maart 1755.
37. RAA ONA Schagen 4629 (notaris Hendrik Hoflaan) akte 576, 28 aug. 1764.
38. RAA ONA Schagen 4635 (notaris Hendrik Hoflaan) akte 1119, 19 jan. 1779.
39. RAA ORA Petten 2202, 1 sept. 1784.
40. RAA ORA Schoorl 913 (Diverse schepenakten), 26 juli 1795, 4 april 1797.
41. RAA ORA Schoorl 913 (Diverse Schepenakten), 6 jan. 1797.
42. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 3 nr 166, 26 okt. 1812.
43. RAA ORA Schoorl 903 fol. 175v en 176, 24 jan. 1765, 906, fol. 68 23 april 1798, fol. 128 2 maart 1801.
44. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 8 nr 439, 20 dec. 1817.
45. RAA ORA Schoorl 906, fol. 77v, 78, 78v, 79, 79v, 80, 80v, 81, 81v, 8 april 1799.
46. RAA ORA Schoorl 906 fol. 171, 14 mei 1803.
47. RAA ONA Bergen 221 (notaris Willem Lodewijk Ivangh) akte 75, 18 okt. 1789.
48. Vermeld met de achternamen Kuijt, Kuit en Leijen.
49. RAA ORA Schoorl 904, fol. 114v 13 april 1778, fol. 159v en 161, 5 febr. 1781, 184v 25 maart 1782, fol. 222 26 jan. 1784.
50. RAA ORA Schoorl 905, fol. 10v, 31 dec. 1787, fol. 85 1 mei 1790.
51. RAA ORA Schoorl 906, fol. 99v en 100, 14 mei 1799.
52. RAA ONA Bergen 221 (notaris Willem Lodewijckz Ivangh) akte 107, 5 dec. 1790.
53. RAA OA Schoorl L130 (Rekenboek Harger polder) en L131 (Rekenboek Harger en Pettemer polder).
54. RAA ORA Schoorl 904, fol. 177 25 maart 1782, fol. 197 6 jan. 1783.
55. RAA ORA Schoorl 906, fol. 45 20 febr. 1797, fol. 70 en 71v, 24 september 1798.
56. RAA ORA Schoorl 901, 2 april 1798.
57. RAA ORA Schoorl 906, fol. 108v 17 febr. 1800, fol. 112 juni 1800.
58. RAA ORA Schoorl 907 fol. 12v, 9 juni 1806, 908, fol. 39 30 juli 1810. fol. 56 26 febr. 1811.
59. RAA NA Alkmaar 867 (notaris Michiel Johan de Lange) akte 57, 7 aug. 1807.
60. RAA NA Alkmaar 866 (notaris Michiel Johan de Lange) akte 24, 27 maart 1806.
61. RAA ORA Schoorl 913 (Diverse schepenakten) 5 sept. 1796.
62. RAA ORA Schoorl 906 fol. 46v, 20 febr. 1797.
63. Geboortedatum volgens het bevolkingsregister van Oude Niedorp.
64. RAA ORA Schoorl 906, fol. 86 8 april 1799, fol. 87v 18 april 1799.
65. RAA ORA Broek op Langedijk 6199 (Weesboek) fol. 265, 5 mei 1810.
66. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 9 nr 87, 31 juli 1819.
67. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 8 nr 411, 16 juni 1817.
68. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 16 nr 41, 30 april 1825.
69. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 7 nr 311, 23 dec. 1816.
70. Uit een familiebijbel Boldewijn als gekopieerd door Jan Lucas Folmer op 12 april 1927 (vriendelijke mededeling door de heer J.L. de Vries te Enschede).
71. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 10, nr 103 2 okt. 1819, nr 106 13 okt. 1819, nr 112 13 nov. 1819.
72. RAA NA Alkmaar 898 (notarissen Michiel Johan de Lange en Isaacus Petrus Poppelman) akte 236, 30 nov. 1821.
73. NHA Memories van successie 1818-1902, 119 (kantoor Alkmaar 1852), 4/4046.
74. RAA ONA Schagen 4682 akte 318, 31 aug. 1813.
75. NHA Memories van successie 1818-1902, 108 (kantoor Alkmaar, 1847 1e kwartaal), 184.
76. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 3 nr 26, 19 febr. 1812.
77. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 4 nr 19, 4 febr. 1813.
78. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 7 nr 330, 1 mei 1816.
79. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 7 nr 331, 1 mei 1816.
80. NHA Memories van successie 1818-1902, 165 (kantoor Alkmaar, 1888 1e halfjaar), 4/7262.
81. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 7 nr 309, 23 febr. 1816.
82. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 7 nr 310, 23 febr. 1816.
83. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 13 nr 69, 17 aug. 1822.
84. www.immigrantships.net/1800v9/farvlinta18550611.html.
85. NHA Memories van successie 1818-1902, 145 (kantoor Alkmaar, 1874), 3/4426.
86. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 13 nr 71, 17 aug. 1822.
87. NHA Memories van successie 1818-1902, 142 (kantoor Alkmaar, 1871), 3/1323.
88. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 6/478.
89. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 7, nr 317 21 maart 1816, nr 321 28 maart 1816.
90. NHA Memories van successie 1818-1902, 168 (kantoor Alkmaar, 1889 2e halfjaar), 4/8542.
91. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 5 nr 185, 23 juli 1814.
92. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 4 nr 68, 8 mei 1813.
93. WFF 41 (2000), blz. 131-134.
94. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 9 nr 46, 17 okt. 1818.
95. NHA Memories van successie 1818-1902, 143 (kantoor Alkmaar, 1872), 3/2442.
96. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 6/6985.
97. NHA Memories van successie 1818-1902, 185 (kantoor Alkmaar, 1898 1e halfjaar), 5/5177.
98. NHA Memories van successie 1818-1902, 185 (kantoor Alkmaar, 1898 1e halfjaar), 5/5174.
99. NHA Memories van successie 1818-1902, 180 (kantoor Alkmaar, 1895 2e halfjaar), 5/3357.
100. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 5/9843.
101. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 6/6085.
102. NHA Memories van successie 1818-1902, 171 (kantoor Alkmaar, 1891 1e halfjaar), 4/9647.
103. NHA Memories van successie 1818-1902, 118 (kantoor Alkmaar, 1851), 4/3094.
104. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 6/1839.
105. NHA Memories van successie 1818-1902, 165 (kantoor Alkmaar, 1888 1e halfjaar), 4/7340.
106. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/4489.
107. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/3535.
108. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/6150.
109. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/60.
110. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 6/40.
111. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/4912.
112. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 8/290.
Nawoord.
Deze genealogie BLOM bouwt voort op een eerdere genealogie samengesteld door wijlen de heer Wim Stoll te Den Helder. Veel informatie voor deze genealogie hebben wij in dank van de heer Pieter Schager te Alkmaar gekregen.
Cuijk, 28 juni 2011.
H. & A.B. de Vries-Doyle
Jan van Cuijkstraat 46,
5431 GC Cuijk.
Tel. 0485-313614.
Elektronisch adres: hab.devries-doyle@home.nl
>index
Terug naar het begin.
# # # G E N K W A # # #