Naar beginpagina
Genealogie HOUDEWIND, van Warmenhuizen
>index
I. Cornelis, alleen bekend van twee zoons, Adriaen en Pieter.
Uit onbekende relatie(s):
1. Adriaen CORNELISZ, volgt II.
2. Pieter CORNELISZ.
II. (van I) Adriaen CORNELISZ, ook bekend als Adriaen Cornelisz Noortent, burgemeester van Warmenhuizen, heemraad van Geestmerambacht, overl. tussen 28 juni 1637 en 8 febr. 1640, tr. 1° Maritgen SIJMONS, dr van Barber CORNELISDOCHTER, tr. 2° Jannetgen ARIAENSDR, dr van Adriaen Cornelisz ROOTHOOFT en Anna SIJBRANTS, wed. van Sijmon HARCKSZ.
Daar in 1647 van Symon Adriaensz van Warmenhuizen, zoon van zal. Adriaen Cornelisz te Warmenhuizen, op een verre reis getrokken zijnde voor meer dan 17 jaar geen tijding is bekomen, wordt aangenomen dat hij dezer wereld is overleden. Zijn nalatenschap wordt nu verdeeld, onder de voorwaarde, dat mocht voorschreven Symon Adriaensz binnen 24 jaar weer te voorschijn komen iedere erfgenaam gehouden zal zijn zijn erfdeel terug te geven met de verkregen baten. De verdeling vindt plaats door tussenspreken van Mr Johan van Nordingen en Mr Andries Schagen, advocaten, mitsgaders Adriaen Cornelisz Sevenhuijsen oud-schepen van Alkmaar en Jan Reyersz secretaris te St. Maarten. De gespecificeerde nalatenschap wordt getaxeerd op 10258 gld 1 penn. Vanwege een testament van de bestemoeder Barber Cornelisdochter van Symon Adriaens en Guyrtgen Adriaens wordt hiervan 1325 gld afgetrokken ten gunste van de kinderen van Pieter Cornelisz Clercq wonende te St. Maarten geteeld bij Guyrtgen Adriaens zal. ged. wezende een volle zuster van gemelde Symon Adriaensz. Van het restant gaat de helft naar de genoemde kinderen, met nog een vierdepart van de andere helft, en komen de andere 3 vierdeparten aan Adriaen Meynertsz buurman te Warmenhuizen als man en voogd van Anna Adriaensdochter, Cornelis Symonsz als wettige voogd van de kinderen van Adriaen Adriaensz, en Adriaen Garbrantsz Schoenmaker poorter van Alkmaar als man en voogd van Teetgen Adriaensdochter, zusters en broer van Symon Adriaensz van halve bedde. Zij ondertekenden als Pieter Cornelisz Clercq, Ariaen Meijnderts Crabbedaem, Cornelis Sijmonsz Warmenhuijsen, Aerian Garbrantsz. 1
In 1613 prelegateert Barber Cornelisdr van St. Maarten bij codicil aan Elico Sijmonsdr haar dochter omtrent 11 geerzen liggende met haar voornoemde dochter gemeen in Phillipseven, en institueert zij tot haar erfgenamen in al haar overige goederen haar voornoemde dochter of descendenten en bij representatie de kinderen Guert en Sijmon van haar overleden dochter Maritgen Sijmons geprocreëerd bij Adriaen Cornelisz, in hun moeders plaats 2.
In 1623 wordt een codicil opgemaakt door Adriaen Cornelisz oud-schepen van Warmenhuizen en Jannetgen Aeriaensdr zijn huisvrouw. Zij prelegateren aan Aeriaen Aeriaensz, Anna Aeriaens en Teet Aeriaens hun kinderen gezamenlijk een akker zaadland in de banne van Warmenhuizen, groot omtrent 2 geerzen 8 snees, belend ten oosten de Delftsloot, ten zuiden de gemene vaart, ten westen Cornelis IJven, nog een stuk weiland aldaar op 't Noorteijnt, groot omtrent 1 gars 9 snees, belend ten zuiden de Gouwen Halsbant, ten noorden de weduwe en erfgenamen van Rijcquert Pietersz met de Halsbant, item nog de helft van een stuk weiland genaamd Banckelandt in de banne van Valkkoog, groot in 't geheel omtrent 4 geerzen 4 snees, waarvan Guijert Aeriaens en Sijmon Aeriaens, voorkinderen van voorschreven Adriaen Cornelisz, de wederhelft toekomt, en nog de helft van een akker zaadland genaamd Geerslant in de banne van St. Maarten, groot in 't geheel omtrent 26 snees, waarvan Pieter Cornelisz, comparants broer, de wederhelft toekomt, met zodanige verstande dat na 't overlijden van de eerste van beide comparanten niet meer dan de ene helft en ten overlijden van de langstlevende de andere helft van de voorschreven goederen op hun voorschreven kinderen zal komen. 3
In 1629 testeren voor de notaris te Schoorl Adriaen Cornelisz oud-schepen te Warmenhuizen en Jannetgen Adriaensdr zijn huisvrouw. Zij hebben als kinderen Adriaen Adriaens, Anna Adriaens en Teet Adriaens. Zij heeft voorkinderen Cornelis Symonsz, Lijsbet Symonsdr, en Maritgen Symonsdr die overleden is en een kind nagelaten heeft. 4
In Warmenhuizen hebben in 1607 Adriaen Cornelisz Roothooft, als vader en voogd van Jannetgen Adriaensdr, en Adriaen Harcxz als geordonneerde voogd van de nagelaten kinderen van Sijmon Harcxz zal. zijn broer, ter presentie van de voornoemde Jannetgen Adriaensdr, moeder van de kinderen, en Dirck Harcxz als oom, in het weesboek doen registreren voor de voorzegde kinderen, bij namen Lijsbeth Sijmonsdr, Maritgen Sijmonsdr en Cornelis Sijmonsz, de goederen hun aanbestorven door het overlijden van Sijmons Sijmonsdr hun bestemoeder, als volgt. Een stuk land genaamd de Hoochven, groot omtrent 7 geerzen, in deze banne, belend ten zuiden en westen de weduwe van Claes Allertsz, ten noorden Dirck Harcxz, de helft van een stuk land genaamd de Dappersven gemeen met Dirck Harcxz hun oom, benoorden de voorschreven Hoochven, groot deze helft omtrent 3 geerzen, een zaadakker groot omtrent 11 snees, belend ten oosten de weduwe van Claes Allertsz, ten westen de erfgenamen van Lambert Ewoutsz. Nog van de erfgenamen van Anna Ponsiaens 100 gld met rente (in de marge: op 1 april 621 ontvangen door Adriaen Cornelisz van Jan Lambertsz). Nog van Jannetgen Adriaensdr hun moeder 25 gld en van Adriaen Harcxz hun oom en voogd 78 gld 5 st (in de marge: op 24 december 1608 de 100 gld door Adriaen Harcxz in rekening gebracht en daarom hier geroyeerd, ook de 25 gld van hun moeder doorgedaan). Nog komt aan de kinderen 40 gld van Dirck Harcxz hun oom van de toegift van het huis van de bestemoeder (in de marge: met nog zekere landhuur ondergebracht in een obligatie). Nog komt de kinderen toe hun gerechte portie van een rentebrief van de zijde van hun vader aangekomen, waarvan Aeryen Harcx te Alkmaar beheerder is. 5
In Warmenhuizen heeft op 4 februari 1611 Jacob Dircxz, gecommitteerde voogd van 't nagelaten kind van Adriaen Cornelisz Roothooft genaamd Sybrant Adriaensz, die van God almachtig in zijn memorie geslagen is, ter presentie van Adriaen Cornelisz als man en voogd van Jannetgen Adriaensdr zuster van Sybrant Adriaensz, als vaderlijke erfenis de volgende goederen doen registreren. Een stuk weiland in de banne van Schoorl, groot omtrent 532 roeden Schoorlse maat, liggende aan de Henendijck ten oosten, gebruikt door Marijtgen Frericxdr te Schoorl, nog een stuk zaadland te St. Maarten genaamd [...]geven, groot 2½ gars 18 roeden, belend ten zuiden Anna Sijbrantsdr, ten westen Sijmon Dircxz Craemer, ten oosten Trijn Cornelis Stammis[?], nog aan geld 300 gld door zijn vader bij testament vermaakt, welke penningen onder zijn moeder Anna Sijbrantsdr zijn, en nog dekens, lakens en kussens. Zijn moeder belooft hem te onderhouden voor de jaarlijkse inkomsten van haar voornoemde kind. 6
In 1624 verklaarden in Warmenhuizen Aerian Cornelisz (Seylemaker) als man en voogd van Lijsbeth Sijmonsdr en Jan Michielsz als man en voogd van Maritgen Sijmonsdr hun derdepart van 355 gld 5 st aan Cornelis Sijmonsz getransporteerd te hebben, beloofde Adriaen Cornelis Noortent aan Cornelis Sijmonsz deze penningen te helpen innen, en beloofde Cornelis Sijmonsz de 355:5:0 terug te betalen aan de weduwe van Adriaen Harcxz en de boedel daarvan te bevrijden 7.
In 1637 wordt een codicil gemaakt door Jannitgen Ariens huisvrouw van Adriaen Cornelisz te Warmenhuizen. Zij heeft alsnog gelaudeerd en geapprobeerd de huwelijkse voorwaarden tussen haar man en haar alsmede de testamenten vóór dato dezes verleden. Zij verklaarde dat haar jongere kinderen toentertijd nog jong zijnde aanmerkelijk meer hebben gehad dan haar voorkinderen, in consideratie dat als de ouders van de jongere kinderen zouden komen af te sterven terwijl die kinderen nog jong waren deze des te beter van onderhoud zouden mogen worden voorzien. Die consideratie is niet meer op zijn plaats omdat de meesten nu getrouwd zijn en de jongste al 20 jaar is. Zo heeft testante begeerd dat Lysbet Symons haar dochter voor de ene helft en Cornelis Symonsz Lijndreijer haar zoon voor de andere helft vooruit zullen hebben een stuk land, groot omtrent 6 geerzen 1½ snees, genaamd Broertges Ven [te Warmenhuizen], belend ten zuiden Cornelis Ryckertsz eigenaar van 't land genaamd de Halsbant, ten noorden de weduwe van Arien Pietersz Karel, ten oosten de gemene weg, ten westen de gemene vaart. Als de kinderen van Cornelis Symonsz zonder wettige geboorte sterven zal zijn portie naar testantes bloede gaan, welverstaande dat in zulk geval Maritgen Abrahams zijn tegenwoordige huisvrouw de lijftocht van het genoemde halve land zal hebben. 8
In 1640 testeert Jannitgen Adriaensdr weduwe van Adriaen Cornelisz van Warmenhuizen, nu wonende binnen Alkmaar. Zij herroept alle eerdere testamenten en codicillen. Zij prelegateert aan haar zoon Cornelis Sijmonsz Warmenhuijsen de 200 gld die hij haar schuldig is, nog aan Lijsbet Sijmons haar dochter 170 gld te ontvangen van Teetgen Adriaens haar dochter die dit bedrag aan testatrices boedel moet uitkeren, evenzo 200 gld aan haar zoon Adriaen Adriaens en 200 gld aan haar dochter Anna Adriaens, door hen bij huwelijk genoten, en aan Teetgen Adriaens haar jongste dochter een lijfrentebrief van 50 gld 's jaars. Verder institueert zij de dochter Lysbet Jans van haar dochter Maritgen Symons in een blote legitieme portie waarvoor zal volgen een stuk land in Schoorl en een akker zaadland in St. Maarten. Nominerende tot haar erfgenamen Adriaen Adriaensz met een stuk land genaamd Broetges Ven, groot 6 geerzen 1½ snees, te Warmenhuizen, en haar vier kinderen Cornelis Sijmonsz en Lijsbet Sijmons, mitsgaders Anna Adriaensdr en Teetgen Adriaensdr, beschreven stukken land in Warmenhuizen en Valkkoog, en nog 200 gld uit de gereedste goederen. Gedaan binnen Alkmaar ten huize van Adriaen Cornelis Sevenhuijsen. 9
In 1641 herroept Jannitgen Aeriaensdr weduwe van Aerien Cornelisz, wonende te Alkmaar, eerdere beschikkingen en disponeert zij opnieuw, waarbij zij o.a. de kinderen van haar zoon Aerien Aeriens institueert in twee geerzen land in St. Maarten gemeen liggende met de voorschreven kinderen en Teetgen Aeriensdr, en nog in een zaadakker genaamd de akker op de Delft in Warmenhuizen, groot omtrent 31½ snees, en aan geld 800 gld, boven de 170 gld genoten door hun zal. vader, van het conserveren waarvan zij bij dezen zijn gevrijd 10.
Uit het eerste huwelijk:
1. Guijert ARIAENS, tr. Pieter Cornelisz CLERCQ.
2. Sijmon ARIAENSZ.
Uit het tweede huwelijk:
1. Ariaen ARIAENSZ, volgt IIIa.
2. Anna ARIAENS, tr. Adriaen MEYNERTSZ.
3. Teetgen ARIAENS, geb. ca. 1617, volgt IIIb.
IIIa. (van II) Ariaen ARIAENSZ, overl. tussen 8 febr. 1640 en 5 dec. 1641, tr. 1° N.N., tr. 2° Lijssebeth WILLEMSDR, dr van Willem Adriaensz BRUIJNEMAN.
In Koedijk wordt de inventaris geregistreerd van de goederen bevonden in de nagelaten boedel en sterfhuis van Adriaen Adriaensz en Lijssebeth Willemsdr, in hun leven wonende te Koedijk, ten verzoeke van Cornelis Sevenhuijsen oud-schepen van Alkmaar, Pieter Cornelisz buurman te St. Maarten, Michiel Michielsz buurman te Warmenhuizen, omen van vaderszijde, mitsgaders Arent Sijmensz Prins en Jacob Adriaensz Bruijneman, vrunden van moederszijde. (In de marge staat vermeld dat de kinderen op 12 juni 1664 de kinderen getrouwd en voldaan zijn.) De aangegeven verdeling tussen Adriaen en Casteleijn vond plaats op 30 januari 1658 ten overstaan van weesmeesters, voogden en de E. Casteleijn van de Hondsbossche en duinen te Petten getrouwd zijnde aan Marijgen Adriaensdr, in presentie van Jacob Adriaensz Bruyneman, volgens een deelbrief door partijen gemaakt. De goederen achtergelaten door Lijssebeth Willems zijn een huis en erf in Koedijk, belend ten zuiden Aris Sijmensz Prins, ten noorden Dirck Adriaensz, en verder 2 stukken land in Koedijk, en 3 stukken land, in Oudkarspel, Warmenhuizen en Bergen, 8 obligaties (tezamen inhoudende 3300 gld), 350 gld in de buidel, en de al door de kinderen verdeelde meubelen. De goederen van Adriaen Adriaensz, zoals blijkt bij schrift van deling, zijn, eerst de goederen die hij van zijn broer Sijmen Adriaensz heeft genoten, bestaande uit een stuk land in Valkkoog en 2 rentebrieven, dan de goederen die de kinderen hebben geërfd van de moeder van Adriaen Adriaensz, bestaande uit 3 stukken land, in Valkkoog, Warmenhuizen en St. Maarten, en 500 gld berustende onder de omen Cornelis Sijmensz en Adriaen Cornelis Zevenhuijsen, en tenslotte nog een stuk land in Valkkoog en een obligatie, met pro memorie dat het huis en erf voor de helft de kinderen aangedeeld was vanwege hun vaders erfenis. 11
Uit het eerste huwelijk:
1. Sijmon ADRIAENSZ, volgt IVa.
2. Anna ADRIAENSDR, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 4 maart 1635, volgt IVb.
Uit het tweede huwelijk:
1. Marijtgen ARIAENSDR, verm. ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 13 juni 1638, tr. Koedijk 5 aug. 1657 Jacob Jansz SCHATTER, ook Broesen, notaris, kastelein van de Hondsbossche en duinen van Petten.
Op 23 juli 1657 compareerden Jacob Schatter [doorgehaald: geseyt Broesen], notaris en kastelein in de Hazepolder, toekomende bruidegom, ter eenre, en Maritje Adriaens dochter van Adriaen Adriaensz woonachtig te Koedijk, geassisteerd met Adriaen Sevenhuijsen, raad en weesmeester van Alkmaar, haar oom, mitsgaders Jan Adriaensz Schotvanger en Jacob Gerritsz voogden, ter andere zijde, en verklaarden voorgenomen te hebben in de echte staat te treden, op voorwaarde dat beide beddegenoten tot onderstand hun goederen volgens te maken inventaris zullen aanbrengen, en is voorts expres geconditioneerd dat er geen gemeenschap van goederen zal zijn, maar dat bij afwezigheid van kinderen de langstlevende 1000 gld zal genieten uit de nalatenschap van de eerstoverledene 12. Op 17 oktober van hetzelfde jaar revoceren Jacob Jansz Broesen anders geseijt Schatter, notaris en kastelein te Petten, en Maritgen Aeriaensdr, geëchte man en vrouw, de huwelijkse voorwaarden gepasseerd voor notaris Jacob de Haes op 23 juli 13.
In 1668 testeren Jacob Schatter, kastelein en secretaris van de Hontsbossche, en Maritje Adriaens, echteluiden (zij hebben geen kinderen). Hij prelgateert al zijn kleren aan zijn broer Cornelis Bouman en nog 60 gld jaarlijks uit te keren door zijn huisvrouw. Zijn huisvrouw krijgt al zijn goederen in lijftocht. Bij haar overlijden zullen zijn zusters, Aeltjen, Grietjen en Machtelt, komen te erven van hem. Als testatrice eerst komt te overlijden krijgt haar man de lijftocht van haar verbonden goederen. 14
2. Ariaen Ariaensz HOUDEWINT, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 11 sept. 1639, volgt IVc.
IIIb. (van II) Teetgen ARIAENS, geb. ca. 1617, ondertr. Alkmaar 17 april 1644 Adriaen GARBRANTSZ, schoenmaker, zn van Anna ADRIAENS.
Op 4 april 1644 worden in Alkmaar huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Adriaen Garbrantsz Schoenmaecker, geassisteerd met Anna Adriaens zijn moeder, en Teetgen Adriaens, geassisteerd met Jannitgen Adriaens haar moeder mitsgaders met Cornelis Sijmonsz Warmenhuysen haar [halve] broer en Adriaen Cornelisz Sevenhuijsen haar [halve] schoonbroer. De bruidegom zal 1500 gld inbrengen en het echtpaar mag in het huis van zijn moeder wonen voor 160 gld huur, en na de dood van zijn moeder is het huis van hem. Teetgen Adriaens brengt 600 gld in en goederen als in de geannexeerde inventaris [niet aanwezig]. 15
Ten behoeve van Anna ['obiit' later toegevoegd] en Arien, kinderen van Adriaen Garbrantsz Schoenmaker en Teetgen Adriaens, beiden overleden, brengen Adriaen Cornelisz Sevenhuijsen, oud-schepen en oud-raad, en Johan van Everdingen, notaris en procureur, als toeziende en administrerende testamentaire voogden van de voorschreven kinderen, in 1654 ter weeskamer van Alkmaar een lange lijst van rentebrieven en obligaties in, en nog de helft van een stuk land in Valkkoog, groot in 't geheel 8½ gars, en land op de Stroet, groot omtrent 5 geerzen, gebruikt door Mayl Jansz. Op 29 november 1667 doet Mr Cornelis Sevenhuijsen Adriaensz, mede wegens zijn zuster Trijntge Sevenhuijsen weduwe van Jacob de Haes notaris te Alkmaar, rekening en bewijs ter presentie van Adriaen Cornelisz Sevenhuijssen, in naam van zijn overleden vrouw oom van de voornoemde kinderen. Op 5 november 1670 verklaart Mr Cornelis Sevenhuijsen volkomen rekening ontvangen te hebben van alle bovenstaande goederen en bedankt hij de weesmeesters. [Het is onduidelijk wat er met de zoon Arien gebeurd is.] 16
Op 31 december 1652 testeert in Alkmaar Adriaen Garbrantsz schoenmaecker, ziek te bedde liggende. Hij stelt tot voogden over zijn twee onmondige kinderen Adriaen Cornelisz Sevenhuijsen, schepen en raad dezer stede, zijn zwager, en Johan van Everdingen, notaris en procureur alhier, met uitsluiting van de weesmeesters. Na de dood an zijn kinderen zonder descendenten zullen zijn goederen erven op Jacob Adriaensz, zijn oom wonende op Langedijk, voor 1/3, item aan Adriaen Claesz de zoon van Griet Adriaensz zijn moei, voor 1/3, en de kinderen van Maritge Adriaens mede zijn overleden moei, voor 1/3, welverstaande dat Adriaen Jacobsz, de zoon van de voorschreven Jacob Adriaensz, vóór alle delng zal genieten de somme van 200 gld. 17
Uit dit huwelijk:
1. Annetje ADRIAENS, ged. (nederd. geref.) Alkmaar 2 april 1645.
2. Arien ADRIAENSZ, ged. (nederd. geref.) Alkmaar 7 febr. 1648.
3. Jannetien ADRIAENS, ged. (nederd. geref.) Alkmaar 5 mei 1649.
IVa. (van IIIa) Sijmon ADRIAENSZ, tr. Griet THEUNIS.
In Warmenhuizen verklaren in 1676 Symon Adriaensz Schoorldam, schepenmaker, ter eenre, en Claes Thonis zijn zwager en oom over zijn kinderen geteeld bij Griet Theunis zal. ged., mitsgaders vervangende in dezen Cornelis Theunisz zijn broer en meer omen van de voorschreven kinderen, ter andere zijde, te zijn overeengekomen dat dezelve Sijmon Adrijaensz met zijn kinderen zal blijven in gemeenschap van goederen tot kennelijk wederzeggen toe, en verklaart in 1677 Jacob Cornelisz Huijsman schuldig te wezen aan Theunis Sijmonsz, de zoon van Sijmon Adriaensz, alhier ter weesmkamer, 200 gld ter oorzake van een obligatie tegen 4 gld ten honderd (op 21 oktober 1686 bekent Sijmon Adriaensz hiervan voldaan) 18.
In Warmenhuizen verkoopt in 1671 Maerten Pouwelisz Varckendrijver buurman te Schoorldam aan Sijmon Adriaensz c.s. tegenwoordig burger dezer stede een vrije overreed, overpad en notweg gelegen bewesten 't huis en erf van comparant, beginnende uit het zuiden tot op het Reeckerstuck aan het pad of de gang toebehorende Sijmon Adriaensz c.s.; Sijmon Adriaensz c.s. [zijn nu] de possesseurs van voorschreven Reeckerstuck mitsgaders het stuk land bewesten de Reecker genaamd het Hoeckstuck 19.
Uit dit huwelijk:
1. Adriaen SIJMONSZ, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 26 sept. 1660.
2. Adriaen SIJMONSZ, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen febr. 1665.
3. Theunis Sijmonsz OVERSLOOT, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 2 nov. 1670, burgemeester ald. 20, impost op begr. ald. 6 febr. 1751 (impost 6), maakt huwelijksvoorw. Warmenhuizen 21 nov. 1711 (geen gemeenschap van goederen 21) met Trijntje Cornelis KEUNIS, impost op begr. ald. 21 nov. 1711 (impost 6).
In Alkmaar testeert in 1707 Teunis Sijmonsz Oversloot, meerderjarige jongeman wonende alhier, ziek te bedde liggende; hij prelegateert aan Trijntje Frans weduwe bij wie tegenwoordig is inwonende 200 gld en daarenboven de hele inboedel die hij in haar huisje heeft, en institueert tot zijn universele erfgenaam Jan Adriaansz Houdewint wonende te Schoorl 22.
In 1751 worden door de gaarder van Warmenhuizen de bezittingen subject de 10e penning en 10e verhoging getaxeerd van Teunis Sijmonsz Oversloot, zonder wettige descendenten te Warmenhuizen overleden. Dit zijn, onder Warmenhuizen, een huis en erf op het Noordendt, belend ten noorden de weduwe van Jacob Klaasze, een klein huisje, belend ten zuiden Jan van 't Eijlant, ten noorden eerstgenoemd huis en erf, een stuk grasland genaamd de Halsband, groot ruim 9 geerzen, belend ten zuiden Jannetje Schipper, ten westen de Heerevaart, een stukje grasland genaamd het Haartje, groot 6 geerzen 10½ snees, belend ten noorden Dirk uijt 't Bos, ten oosten de aanvaart, een stuk grasland met een tuintje bewesten voornoemd huis, groot 6 geerzen of daaromtrent, belend ten zuiden het land door Aerjen Harksz gebruikt, ten noorden de Heerevaart, een akkertje in Joostkeesesloot, groot 9 snees, belend ten oosten Aerjen Harksz, ten westen Hendrik Bos, een hoekje rietland in de Nieuwe Greb, groot omtrent 3 geerzen, belend ten oosten de Heerevaart, ten zuiden de Gereformeerde diaconie van Koedijk, verder 2 gemenelandsobligatiën van elk 100 gld dd. 1 oktober 1741, en onder Harenkarspel, een stuk grasland groot omtrent 5½ gars, belend ten zuiden Willem Keele, ten noorden de Heerevaart, een akkertje aan 't Rogvenslootje, groot 17 snees, belend ten oosten Albert Bregman, ten westen de erven Jan Grootebregh, en een akkertje aan dezelfde sloot groot 11 snees, belend ten oosten en westen Jan Hogebergh. Hiervan is de 80e penning betaald aan de kerkmeester Cornelis Biersteker van Warmenhuizen.
In 1712 testeren Theunis Sijmonsz Oversloodt en Trijntie Cornelis, echte man en vrouw wonende te Warmenhuizen. Zij vernietigen hun huwelijkse voorwaarden dd. 21 november 1711. Testateur legateert aan zijn neef Jan Adriaensz Houdewindt wonende in de banne van Schoorl een derdepart in 2 stukken Reeckerlant aan elkaar gelegen in de Noorder Reecker aan Schoorldam in de bannen van Warmenhuizen en Schoorl, gemeen met voornoemde Houdewindt c.s., aan zijn neef Bouwen Hendriksz te Koedijk 200 gld, en aan zijn neef Theunis Rensz op Tjallewal ook 200 gld. Verder testeren zij op de langstlevende. 23
In 1740 worden in Warmenhuizen door de gaarder voor de 20e penning en 10e verhoging de goederen getaxeerd van Trijntie Cornelis Keunis, zonder descendenten overleden. Van alle vermelde goederen en rentebrieven bezit zij de helft. Het betreft een huis en erf op het Noordendt, belend ten oosten de Heerevaert, ten westen de Heerestraet, een huisje en erf ten zuiden hiervan, belend ten oosten de Heerevaert, ten zuiden de weduwe van Dirk Eijlandt, een stuk grasland genaamd de Halsbandt met het kleine weidje, tezamen groot omtrent 9 geerzen 4 snees, belend ten zuiden Pieter Vader, ten oosten de Heerewegh, een stuk grasland met het tuintje annex, groot 6 geerzen 4 snees, belend ten zuiden, noorden en oosten de Heerevaart, een akker zaadland groot 9 snees, belend ten westen Hendrick Borst, ten noorden de Wittendel, een stuk grasland genaamd de Haerte, groot 7 geerzen, belend ten zuiden en westen de Kerckebattens, een stukje rietland in de Greb, groot 3 geerzen, een lijfrentebrief van 600 gld ten lijve van Teunis Zijmensz Oversloot oud 69 jaar, een lijfrentebrief van 1000 gld ten lijve van idem, nog een lijfrentebrief van 1000 gld ten lijve van idem (deze voor de helft getaxeerd op 135 gld, de vorige op 120 gld), een losrentebrief van 1600 gld, een stuk weiland in Harenkarspel groot 6 geerzen, belend ten zuiden Willem Cornelisz Keele, ten westen en noorden de Heerevaert, een akkertje zaadland groot 1 gars 5 snees, belend ten oosten secretaris Bregman, ten westen Jan Grootebregh, ten zuiden de Heerevaart, een akkertje zaadland groot 11 snees, belend ten oosten en westen Jan Grootebreg, ten zuiden de Heerevaert, een stukje weiland in Zuid-Scharwoude groot 2 geerzen 9 snees, gebruikt door Pieter Schilder, belend ten zuiden Dirck Heijn, ten noorden Jan Sandt, en 2 akkertjes zaadland, groot 1 gars, gebruikt door Dirck Peen, belend ten westen Jan Jonas, ten oosten Gerrit Hooglandt.
IVb. (van IIIa) Anna ADRIAENSDR, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 4 maart 1635 (Anne, dr van Arijaen Arijaensz van Crabbedam), tr. 1° Koedijk 18 jan. 1660 Hendrick Bouwensz CLERCQ, schoenmaker, overl. tussen 31 mei 1678 en 2 mei 1680 24, zn van Bouwen Jansz CLERCQ en Maritie PIETERS, tr. 2° ald. 30 maart 1681 Jan Poulusz KLEIJENBURCH, impost op begr. ald. 7 jan. 1716 (impost 6, dubbeld recht, wat niet strookt met het getrouwd geweest zijn) zn van Paulus MEIJNDERTSZ, schepen (1666-1676) en weesmeester (1670-1672) 25 van Koedijk, en Anna JANS.
In 1659 testeren 4 kinderloze broers (met achternaam Bel) en zusters na het overlijden van de langstlevende o.a. aan de kinderen van hun overleden zuster Maritie Pieters, met namen Cornelis Bouwensz Clercq, Jan Bouwensz Clercq, Maritie Bouwens en Neel Jans anders Neel Bouwensdr 26.
In Koedijk verkoopt in 1658 Pieter Jansen Olijwaijer aan Hendrick Bouwens Clercq onze buurvrijer een voorhuis, keuken en 2 boeten met het erf, rooiende van de schoorsteen af staande tussen de voorschreven keuken en de keuken van Gleijn Cornelis lijnrecht tot aan het huis van Reijer Bartelmies, op Kumbuyrt, belend ten zuiden voorschreven Reijer Bertelmies, ten noorden IJff Gerrets, ten oosten Gleijn Cornelis annex, dragen in 1662 de armenvoogden een oude bouwvallige achterkeuken en schuur met erf, eertijds toekomende Gleijn Cornelis Backer, door hun voorzaten verkocht, op aan Hendrick Bouwens Clercq schoenmaker, op Cumbuijrt, annex met de koper, belend ten zuiden Reijer Bartelmies, ten noorden IJf Gerrets (op 23 maart 1660 1-17-8 betaald als 40e penning), verkoopt in 1662 Reijer Bertelmies aan Hendrik Bouwens Clercq schoenmaker een huis en erf op Cumbuijrt, belend ten noorden de koper, ten zuiden Jacob Andries, met gebruik van de wijk aan de Zuidzijde van het huis, en verkopen in 1663 Pieter Gerrits Schipper voor de helft, Duijf Pieters geassisteerd met Pieter Pieters Timmerman haar broer wonende buiten de Boompoort te Alkmaar voor ¼, Aerien Louwers en Aerein Willems beiden poorter en gorters te Alkmaar voor ¼, aan Henrick Bouwens Clercq schoenmaker een stuk weiland in de Waerdermeer groot omtrent 4 geerzen, belend ten westen en zuiden de ringsloot van de voorschreven meer, ten oosten de leegen Kijberich 27.
In Bergen verkopen in 1675 de erfgenamen van zal. Jan Jacobsz Keyns aan Heyndrick Bouwensz Klerk buurman op Koedijk een stuk weiland in de Middelreeker polder groot omtrent 5 geerzen, belend ten westen Pouwelis Meijndersz, ten oosten Cornelis Aerjensz Visser, ten zuiden de Veersloodt, en verkoopt in 1677 Duifie Wouters wonende op Koedijk weduwe van Jan Bouwisz Clercq, geassisteerd met Aerien Jansz Boon haar stiefvader, ook als moeder en voogdesse van haar minderjarige kinderen, aan Hendrick Bouwisz Clercq haar zwager een derdepart van een stuk weiland groot in 't geheel omtrent 3½ gars in de Middelrecker polder beoosten de watermolen, belend ten westen dezelve molen, ten oosten Poulis Meijnders, ten zuiden de gemene vaart, item nog een derdepart in een stuk weiland groot omtrent 7 geerzen in de voorschreven polder, belend ten zuiden Jacob Gerrits Rijppelandt, ten noorden Cornelis Isbrants als bruiker, ten oosten de huisarmen, beide onderdeel en gemeen met de koper 28.
In Koedijk verkopen in 1677 Michgiel Aerjens van St. Pancras en Hendrick Bouwens Clercq, ook met volmacht van hun verdere vrunden, allen naaste vrunden en dientengevolge erfgenamen van zal. Cornelis Pietersz Bel, hun overleden oom, aan Jan Fredrickx Swaech een huis en erf op 't Suytent, belend ten noorden de koper, ten zuiden Jan Pieters Wilp, verkoopt in 1678 Dirck Pieters Klooster, voorheen onze buurman nu wonende te Bergen, aan Cornelis Bouwens Clercq en Hendrick Bouwens Clercq een huis en erf, met de bruikwaar van de Mient achter 't huis nog een jaar in huur, op 't Suijtent, belend ten zuiden Jacob Jansen Spierdijck, ten noorden Pieter Gerrets Schipper, welke kopers 't huis vermangelen met Willem Louwers voor een oud bouwvallig huis en erf op 't Suijtent, belend ten noorden Willem Jansen Loot, ten zuiden Duijfje Wouters met haar kinderen (op 27 september 1684 verklaart Jan Pouwels getrouwd met Anna Aerjens afstand gedaan te hebben van haar portie of helft t.b.v. Cornelis Bouwens Clercq), en verkopen in 1680 Jacob Jansen Spierdijck en de erfgenamen van Aechte Willems aan de weduwe en de zoon van Hendrick Bouwens Clercq een stukje weiland genaamd 't Garsdelweijtje groot 4 geerzen 4 snees 2 roeden beoosten 't Garsdel, belend ten westen 't voorschreven Garsdel, ten zuiden de Braemsloot 29.
In Bergen heeft in 1678 Willem Louwerisz buurman op Koedijk vermangeld en opgedragen aan Cornelis en Hendrick Bouwisz Clercq gebroeders wonende op Koedijk, een akker geestland groot omtrent 90 roeden op Baeckmer, belend ten oosten Gerrit Pietersz Keurs, ten westen de erven Jacob Jansz Spierdijck, ten zuiden de erven Cornelis Grave, ten noorden de Baecmerdijck 30.
In Koedijk worden op 1 maart 1681 huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Jan Pouwels, bejaarde jonggezel, en Anne Aerjens weduwe van Hendrick Bouwens schoenmaker, geassisteerd met de secretaris [Cornelis Bouwens Clercq] haar zwager, in houdende dat er geen gemeenschap van goederen zal zijn, met op 9 maart 1681 toevoeging van de bepaling dat de langstlevende het vruchtgebruik zal hebben, en herroepen op 9 april 1683 Jan Pouwels en Anne Aerjens, echte man en vrouw, de bepaling van 9 maart 1681 bekrachtigd op 17 maart 1683, om alle discontent, kwestie en verschillen na 't overlijden van de ene of de andere te verhoeden 31.
In Warmenhuizen verkopen in 1685 Willem Hendricksz Kuijper wonende te Zuid-Scharwoude, ook als voogd benevens Cornelis Cornelisz Vader over Cornelis Hendricksz wonende te Alkmaar, Pieter Adriaensz Ploeger wonende te Zuid-Scharwoude in huwelijk hebbende Trijn Garbrantsz, benevens nog Willem Kuijper voor Aelt Garbrants, Maertje Garbrants en Pieter Garbrantsz, aan Jan Pouwelsz wonende te Koedijk een vijfde van een stuk land genaamd de Kieftekamp in de Nieuwe Greb, in 't geheel 7½ gars, gemeen met Pieter Pietersz c.s., belend ten zuiden Symen Adriaensz, ten westen de Vuijle Greb, en verkopen in 1699 Jan Jacobsz in huwelijk hebbende Annetje Mijghiels wonende te Alkmaar als enige erfgenaam van Cornelis Mijghielsz Maarschalk, en Jan Pouwels wonende te Koedijk, aan Pieter Pietersz Kleyenburch wonende te Alkmaar, nl. Jan Jacobsz een vijfde in een stuk land genaamd het Kruijs mitsgaders een vijfde in de Kieftecamp en het aangewas, en Jan Pouwels een tiende in de Kieftecamp en het aangewas, gemeen met de koper c.s. 32.
Op 20 februari 1687 is te Koedijk Jan Pouwels als oudste zoon lasthebber en voogd van zijn moeder Anne Jans inzake haar zaadlanderijen geërfd van haar broeder 33.
In Koedijk verkoopt in 1698 Arien Pietersz Kales wonende te Bergen aan Jan Poulusz een stuk weiland in de Maere genaamd het Noorder Oudie, groot 5 geerzen 8 snees, belend ten zuiden de erfgenamen van Jan Bouwentsz Croonen, ten oosten de grafelijkheid, voor een schuldbekentenis van 821 gld, en verkoopt in 1706 Jan Jansz Kuijper alias Breetland aan Jan Poulusz Cleijenburgh een stuk weiland op het Suijteynde, groot ruim 12½ gars, genaamd de Zegersweijd, belend ten westen de Heerewegh, ten noorden Jacob Stammis, ten zuiden Pieter Mandebrouwers, voor 2500 gld 34.
In 1700 is Jan Poulusz Kleijenburch pachter in de Vroonlanden van De Zuijder Spruijl, groot 2 morgen en 476 roeden.
In 1713 testeert Jan Paulusz Kleijberg wonende te Koedijk, met als universele erfgenaam zijn broer Gerrit Paulusz Kleijberg of bij vooroverlijden zijn kinderen en verdere descendenten bij representatie, met uitsluiting van de weeskamer en met als voogd van zijn minderjarige erfgenamen Pieter Dirksz IJfs wonende op het Zuijdend van Koedijk en Dirk Pietersz molenaar van de Viaanse molens, of de langstlevende van hen (hij tekent als Jan Poulsen) 35.
Uit het eerste huwelijk:
1. Bouwen Hendriksz CLERCQ, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 nov. 1660, impost op begr. ald. 18 april 1724 (impost 3), tr. ald. 7 dec. 1692 Anne NANNINGHS, bij huwelijk jongedochter van Langedijk.
2. Adriaen Hendriksz CLERCQ, ged. (nederd. geref.) Koedijk 16 aug. 1665.
3. Adriaen Hendriksz CLERCQ, ged. (nederd. geref.) Koedijk 28 juli 1669.
4. Maertie Hendriks CLERCQ, ged. (nederd. geref.) Koedijk 29 okt. 1673.
IVc. (van IIIa) Ariaen Ariaensz HOUDEWINT, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 11 sept. 1639 (Ariaen, zn van Ariaen Ariaensz, getuige Teet Ariaens), in 1688 en 1694 samen met Trijn Harks vermeld als lidmaat te Catrijp, tr. Trijn HARCKS, dr van Harck Jansz DECKER.
Adriaen Adriaensz Houdewint komt omstreeks 1668 enkele keren voor op de schepenrol van Schoorl, o.m. als aangewezen voogd. Voor de 200e penning wordt onder Catrijp Aerien Aeriensz op 13 april 1665 aangeslagen op 20-0-0, en Aerien Aeriensz Houdewint met het erf van Neel Harcxz op 31 juli 1677, 8 april 1678 en 20 augustus 1678 Aanslagen op 23-7-6 36. In het nieuwe meetboek van 1682 zijn de vermeldingen van Adriaen Adriaensz Houdewint: onder I, Catryper geestland, aan de Noorderlaen, 246 r, bewesten de Heerewech zijn hofstee, 25 r, onder K, weiland te Catryp, aan de weg, 548 r, onder S (Straet), bos aan de Heerewech, 55 r, onder IJ, de Reeckers, over de nieuwe sloot aan de sloot, 471 r 37.
In Koedijk is in 1678 Hendrick Bouwensz Clercq 500 gld schuldig aan zijn zwager Aerjen Aerjens Houdewint te Schoorl, tegen 5 percent, en is in 1679 Pieter Gerrets Loots, buurman en herbergier te Schoorldam, aan Aerjen Aerjens wonende te Catrijp onder Schoorl, Sijmen Aerjensz te Warmenhuizen en hun zwager Hendrick Bouwens Clerck te Koedijk, 400 gld schuldig ter zake van verschenen en onbetaalde landhuur, van land achter zijn huis in de Reecker verscheiden jaren in huur gebruikt, voor welke schuld een afbetalingsregeling getroffen wordt 38.
Uit dit huwelijk:
1. Aerjen Aerjens, overl. vóór 1688, ondertr. Schoorl 31 dec. 1684 (huwelijkse voorstellingen te Schoorl op 31 dec. 1684, 7 jan. 1685 en 14 jan. 1685: Ariaen Ariaensz jongeman van Schoorel tot Catrijp met Maertje Cornelis jonge dochter tot Coedijk), tr. Koedijk 14 jan. 1685 Maertje Cornelis CLERCK, ged. (nederd. geref.) ald. 17 aug. 1659, overl. ald. 22 sept. 1699 39, impost op begr. Koedijk 25 sept. 1699 (impost 6 gld), dr van Cornelis Bouwensz CLERCK, secretaris ald., en Neel PIETERSDR, die hertr. met Jacob Jansz STAMMIS, schepen ald. vanaf 1658 tot 1720, weesmeester vanaf 1697 tot 1728.
In Koedijk worden in 1684 huwelijkse voorwaarden opgesteld door Aerjen Aerjens jonggezel toekomende bruidegom wonende te Catrijp onder Schoorl, geassisteerd met Aerjen Aerjens Houdewint zijn vader, en Maertje Cornelis jongedochter bruid alhier, geassisteerd met onze secretaris haar vader; indien er geen kinderen zijn is er geen gemeenschap van goederen, in welk geval het vruchtgebruik van de goederen van de eerstoverledene aan de langstlevende komt tot diens overlijden of hertrouwen 40.
2. Harck Adriaensz HOUDEWIND, volgt Va.
3. Jan Ariaansz HOUDEWIND, volgt Vb.
Va. (van IVc) Harck Adriaensz HOUDEWIND, in 1694 te Groede vermeld als belendend (zie Gens Nostra '48-'49, blz. 38), tr. Anna HENDRICKS, dr van Hendrick Adriaensz KUIJPER.
Op 20 december 1693 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Harck Adriaensz Houtdewindt, jongeman wonende tot Schoorl, toekomende bruidegom, en Anna Hendrix, mede wonende als voren 41.
Uit dit huwelijk:
1. Arien Harksz, volgt VIa.
Vb. (van IVc) Jan Ariaansz HOUDEWIND, doet belijdenis Schoorl 31 okt. 1701, diaken ald. 13 mei 1703, ouderling ald. 16 april 1713, lidmaat in Catrijp en Bregdorp in 1708 en 1713, tr. 1° Schoorl 4 dec. 1695 Maertjen CLAES, overl. vóór 1700, tr. 2° 1700 Neeltje JANS.
In Koedijk verkoopt in 1708 Bouwen Hendriksz Clercq aan Jan Ariensz Houdewint te Katrijp in de banne van Schoorl, een stuk land in de Mare groot omtrent 12 geerzen, belend ten noorden de erfgenamen van Ds Lieranus, ten zuiden de heer Theodorus Groenhorst, voor 550 gld 42.
In Warmenhuizen verkoopt in 1717 Theunis Sijmonsz Oversloodt aan Jan Adriaensz Houdewint een derde in een stuk Reeckerlandt genaamd de Eerste Reecker, groot omtrent 4 geerzen, gemeen en onderdeel met de koper c.s., belend ten zuidoosten Hendrick Jansz, ten noorden Hoogtwoud de houtkoper 43.
In 1700 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Jan Adriaansz Houdewint, weduwnaar wonende te Katrijp in de banne van Schoorl, en Neeltje Jans, meerderjarige jongedochter wonende te Hargen. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn, en als hij als eerste sterft zonder kinderen zal zij behalve haar eigen inbreng de helft van zijn nalatenschap krijgen 44
Uit het tweede huwelijk:
1. Trijntje, ged. (nederd. geref.) Schoorl 1 jan. 1702.
2. Ariaen, ged. (nederd. geref.) Schoorl 11 maart 1703.
3. Maartje Jans, ged. (nederd. geref.) Schoorl 14 dec. 1704, volgt VIb.
VIa. (van Va) Arien Harksz HOUDEWIND, in 1718 diaken te Schoorl, tr. 1° Aaltje FREDRIKS, geb. Bregtdorp, ged. (nederd. geref.) Schoorl 8 okt. 1690, doet belijdenis ald. 23 nov. 1711, overl. vóór 1724, dr van Fredrick JANSZ, in 1700 diaken ald., lidmaat (steeds samen met Trijn Claes) in 1788 en 1694 (Bregtdorp),en in 1708 en 1713 (Bregtdorp en Catrijp), en Trijntje CLAES, tr. 2° Maertje Pieters COSTER, die hertr. met Pieter HUIJSMAN.
In Warmenhuizen verkoopt in 1721 Adriaan Harksz Houdewindt wonende te Groet aan Teunis Sijmensz Overs[loodt], weesmeester, de helft in een stukje rietland, geroot in 't geheel omtrent 3 geerzen, gemeen met de koper, in de Greb, genaamd de Bijlkamp, belend ten zuiden de diaconie van Koedijk, ten noorden Pieter Decker, ten oosten de ringsloot, met de oude waarbrieven, voor 75 gld 45.
In 1718 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Arien Harksz Houdewint wonende in de banne van Schoorl, geassisteerd met Jan Kuijper zijn oom en voogd mede wonende aldaar, en Aeltje Fredricks, geassisteerd met Fredrick Jansz haar vader insgelijks wonende in de jurisdictie van Schoorl. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Als hij als eerste sterft zonder kinderen krijgt zij de helft van zijn nalatenschap. Als zij als eerste sterft zonder kinderen zal hij de goederen door haar ingebracht en de goederen staande huwelijk door haar aangeërfd aan haar erfgenamen moeten uitkeren. 46
Op 18 januari 1724 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Arie Harksz Houdewint, weduwnaar te Groet, en Maertje Pieters Coster, meerderjarige jongedochter. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Als hij als eerste sterft zonder kinderen uit dit of eerder huwelijk, zal zij de helft van zijn nalatenschap krijgen. Als zij de eerststervende is zonder kinderen, zal hij alles hebben wat zij met de dood omntruimt. De langstlevende zal eventueel voogd of voogdesse over de kinderen zijn, met uitsluiting van de weeskamer. 47
In 1745 transporteren Pieter Huijsman wonende te Groet als in huwelijk hebbende Maartje Pieters Koster eerder weduwe van Arien Harkze Houdewind, mitsgaders dezelve Maartje Pieters Koster geassisteerd met haar voornoemde man, aan Dirk Kruijt een obligatie van 900 gld gesteld op de naam van Evert Teunisz als voogd van Adriaan Harksz Voordewind dd. 1 juli 1704, welke obligatie aan de voornoemde Maartje Pieters Coster bij afdeling tussen haar en haar kinderen in huwelijk verwekt bij de voornoemde Adrien Harksz Houdewind dd. 22 juni 1745 in eigendom is aanbedeeld 48.
Uit het eerste huwelijk:
1. Hark Ariensz, volgt VIIa.
Uit het tweede huwelijk:
1. Neeltje Ariaansdr, volgt VIIb.
2. Antje Ariens, impost op begr. Bergen (N.-H.) 17 febr. 1775 (impost 3, overleden in de Molenbuurt), ondertr. Alkmaar 8 juli 1753, attestatie om te trouwen ald. 22 juli 1753 (naar Bergen), tr. Bergen (N.-H.) 22 juli 1753 Pieter BEEMSTER.
In 1766 testeren Pieter Beemster en Antje Ariens Houdewind, echtelieden, wonende te Bergen. Indien er geen kinderen zijn op de langstlevende, maar na dode van de langstlevende zal de gemeenschappelijke boedel half om half verdeeld worden onder hun naaste vrienden. Als zij als eerste overlijdt en haar moeder dan nog leeft krijt die de blote legitieme portie. 49
In 1781 testeert in Bergen Pieter Beemster. Hij herroept zijn eerdere beschikkingen, in het bijzonder die van 30 september 1766. Als erfgenaam van zijn helft (de andere helft komt aan de vrienden van zijn overleden huisvrouw) benoemt hij zijn neef Arie Maartensz, bij diens vooroverlijden zijn huisvrouw Jannetje Jansdr Krap, en als die ook overleden is Antje Aarjens hun dochter. 50
3. Trijntje Ariensdr, volgt VIIc.
4. Sijtje Ariens, ondertr. (impost) Koedijk 21 dec. 1765 (impost 6 samen), tr. ald. 5 jan. 1766 Jan Cornelisz SMIT, ged. (nederd. geref.) ald. 2 jan. 1735, zn van Cornelis Jansz SMIT en Maartje JANS.
5. Maartje Ariens, impost op begr. Bergen (N.-H.) 16 sept. 1794 (pro deo, overleden op Oudburg), tr. Zijpe 3 april 1763 Cornelis NEEF, geb. ald., die hertr. met Ariaantje KWAK.
VIb. (van Vb) Maartje Jans HOUDEWIND, ged. (nederd. geref.) Schoorl 14 dec. 1704, overl. ald. 21 juni 1727, begr. ald. (grafsteen in de kerk van Schoorl), tr. Simon Cornelisz DALENBERG, diaken in 1725, schepen van Schoorl, impost op begr. ald. 6 juni 1765 (impost 6, aangever zijn zoon Hendrik Dalenbergh), zn van Cornelis Symonsz DALENBERG en Antje PIETERS, die hertr. met Antje Hendricks LOET, en Aafje Aalberts PATER.
In 1724 testeren Simon Cornelisz Daalenbergh en Maartje Jans Houdewind wonende in de jurisdictie van Schoorl. Zij herroepen de huwelijkse voorwaarden dd. 15 december 1722 voor notaris Dirk Hoflaan te Schagen, en testeren op de langstlevende, met de legitieme portie aan eventuele kinderen met aanstelling van elkaar tot voogd of voogdesse met uitsluiting van de weeskamer. 51
In 1724 testeren Simon Cornelisz Daalenbergh en Maartje Jans Houdewind wonende in de jurisdictie van Schoorl. Zij herroepen de huwelijkse voorwaarden dd. 15 december 1722 voor notaris Dirk Hoflaan te Schagen, en testeren op de langstlevende, met de legitieme portie aan eventuele kinderen met aanstelling van elkaar tot voogd of voogdesse met uitsluiting van de weeskamer. 51
In Koedijk verkoopt in 1725 Symon Cornelisz Dalenburgh wonende te Katrijp, als getrouwd met Maertie Jans Houdewind enige nagelaten dochter en erfgenaam van Jan Ariensz Houdewind, aan Claes Hansen een stuk land in de Mare groot omtrent 12 geerzen, belend ten noorden de erfgenamen van Ds Lieranus, ten zuiden de heer Theodorus Groenhout, voor 125 52.
Op 2 juni 1730 maken Sijmon Cornelisz Dalenberg en Antje Hendriks Loet, echtelieden wonende in de jurisdictie van Schoorl, hun uiterste wil. Zij herroepen hun huwelijkse voorwaarden gemaakt op 28 oktober 1728 voor notaris Dirk Hoflaan. Als hij als eerste overlijdt zonder kinderen na te laten vermaakt hij aan zijn broer Cornelis Cornelisz Dalenberg of diens descendenten de helft van de landen die hij, testateur, met zijn broer Cornelis Cornelisz Dalenberg tegenwoordig in gemeenschap heeft of nog in gemeenschap zou mogen krijgen, en institueert hij voor het overige zijn huisvrouw Antje Hendriks Loet tot enige erfgenaam. Als zij de eerststervende is zonder kinderen na te laten institueert zij haar vader Hendrik Cornelisz Loet indien nog in leven in de legitieme portie, en voor het overige haar man Sijmon Cornelisz Dalenberg tot erfgenaam. Als er wel kinderen zijn dan krijgen die de legitieme portie en testeren zij aan de langstlevende die gehouden zal zijn de kinderen groot te brengen tot hun huwelijkse staat of mondige dagen, stellende elkaar tot voogd of voogdesse met uitsluiting van de weeskamer. 53
Uit dit huwelijk:
1. Antje DALENBERG, ged. (nederd. geref.) Schoorl 8 juni 1727.
VIIa. (van VIa) Hark Ariensz HOUDEWIND, schepen (verschillende keren in de periode 1751-1773) van Schoorl, impost op begr. ald. 26 nov. 1777 (impost 3), ondertr. (impost) Koedijk 14 maart 1744 (impost 3 voor haar) Dieuwertje Ariensdr MEEG, ged. (nederd. geref.) ald. 1 sept. 1720, impost op begr. Schoorl 19 nov. 1786 (impost 3), dr van Arien Jansz MEEG, schepen (1745-1753) 25, weesmeester (1741-1763) 25 van Koedijk, pacht vroonland in 1720 en 1721, en Anna Hendriks BUTTER.
In het lidmatenboek van Schoorl, onder Bregtdorp en Catrijp: op 25 februari 1745 Hark Arijense Houdewind met attestatie van Groet. Op 30 april 1747 is Hark Houdewind diaken. In 1754 zijn Hark Houdewind en Divertje Ariensd lidmaat te Bregtdorp.
In Schoorl verkoopt in 1754 de gemachtigde van Mr Gerardus Bernardus Heijmenbergh wonende binnen Alkmaar aan Hark Houdewint wonende alhier een akker geestland te Aagtdorp, groot 53 roeden, belend ten zuiden de erve Pieter Kraak, ten westen de Heereweg, voor 1½ st iedere roede, dus 3 gld 16 st 8 penn, en verkoopt in 1766 bij mangeling aan Hendrik Dalenberg mede wonende alhier een akker geestland, groot 125 roeden, te Catrijp, belend ten zuiden en noorden de koper, voor een akker geestland groot 100 roeden in Bregtdorp (getaxeerd op 60:0:0) 54.
Op 14 februari 1744 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Hark Ariensz Houdewind, minderjarige jongman geassisteerd mer Sijmon Dalenbergh zijn oom en ten dezen verkozen voogd, wonende te Groet en Schoorl, en Dieuwertje Ariens Meegh, minderjarige jonge dochter geassisteerd met haar vader Arien Jansz Meegh, beiden wonende te Koedijk. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Bij overlijden zonder kinderen testeren zij op de langstlevende mits de toekomende bruidegom als langstlevende aan de vader van de toekomende bruid zijn legitieme portie zal uitkeren; bij kinderen zal de langstlevende voogd of voogdesse zijn, met uitsluiting van de weeskamer. (Hij tekent als Hark Aarjensz Houdewint, zij als Diewer Aeryens Meegh.) 55
Uit dit huwelijk:
1. Arijen, ged. (nederd. geref.) Schoorl 2 mei 1745.
2. Aaltje Harks, ged. (nederd. geref.) Schoorl 25 april 1751, volgt VIIIa.
3. Antje, geb. ca. 1754, volgt VIIIb.
4. Arian Harksz, ged. (nederd. geref.) Schoorl 29 juni 1756, volgt VIIIc.
5. Jacob, geb./ged. (nederd. geref.) Schoorl 11/24 juni 1759, volgt VIIId.
VIIb. (van VIa) Neeltje Ariaansdr HOUDEWIND, impost op begr. Schoorl 1 febr. 1800 (impost 3), ondertr. (impost) ald. 6 mei 1752 (impost 3 voor beiden) Hendrik Aalbertsz WOLBRINK, impost op begr. ald. 28 febr. 1763 (pro deo).
In Schoorl bekent in 1782 Maartje Pieters Schouten weduwe van Luytje de Jongh wonende te Hargen 500 gld schuldig te zijn aan Neeltje Arians Houdewint wonende te Bregtdorp, tegen 3 percent in 't jaar, met als onderpand een huis en erf te Hargen en 2 stukken weiland in de Hargerpolder (voldaan 22 febr. 1789). 56.
In 1754 zijn Hendrik Wolbrink & Neeltje Ariensdr Houdewind lidmaten in Bregtdorp.
Uit dit huwelijk:
1. Grietje WOLBRINK, ged. (nederd. geref.) Schoorl 11 maart 1753, impost op begr. ald. 12 nov. 1786 (impost 3).
2. Ariaantje WOLBRINK, ged. (nederd. geref.) Schoorl 21 juli 1754.
3. Aalbert WOLBRINK, ged. (nederd. geref.) Schoorl 21 dec. 1755, impost op begr. ald. 12 jan. 1774 (pro deo).
4. Aarie WOLBRINK, ged. (nederd. geref.) Schoorl 24 sept. 1757, impost op begr. ald. 19 jan. 1759 (impost 3).
5. Aarie WOLBRINK, ged. (nederd. geref.) Schoorl 4 febr. 1759.
6. Maartje WOLBRINK, ged. Schoorl 29 maart 1761, impost op begr. ald. 30 okt. 1764 (pro deo).
VIIc. (van VIa) Trijntje Ariensdr HOUDEWIND, overl. Schagen (aan de Slikkerdijk) 31 mei 1794, impost op begr. ald. 1 juni 1794 (impost 3), ondertr. Zijpe 31 dec. 1757, ondertr. (impost) ald. 31 dec. 1757 (pro deo), tr. ald. 15 jan. 1758 Cornelis Jansz HOUVAST, impost op begr. Zijpe 26 juli 1776 (impost 3).
In Schoorl bekent in 1782 Maartje Pieters Schouten weduwe van Luytje de Jonge wonende te Hargen schuldig te zijn aan Tryntje Arians Houdewind wonende aan de Wieringerwaard 500 gld, met als onderpand 2 stukken land in de Hargerpolder en nog 7 stukjes land 57.
In 1793 compareerde voor weesmeesters van Wieringerwaard Trijntje Ariens Oude-wind, weduwe van Cornelis Houvast, met een verklaring van de bewindhebbers van de Oost-Indische Compagnie te Amsterdam dat haar zoon Jan Cornelisz Houvast, die naar Oost-Indië was uitgevaren, op 6 november 1786 was overleden, en verzocht de gelden van voornoemde zoon in de weeskamer berustende, namelijk 3 gld 3 st voor het bewijs van zijn vader en 36 gld 4 st wegens een vierde gedeelte in de erfenis van Pieter Cornelisz Voorman die een oom is geweest van haar zoon, tezamen bedragende 39:7:0, aan haar te geven 58.
In 1794 bekent Cornelis Pietersz Slik wonende in de Wieringerwaard 200 gld schuldig te zijn aan Trijntje Ariensdr Houdewind, weduwe van Cornelis Houvast, wonende aan de Slikkerdijk tussen Schagen en de Zijpe, geleend op 1 januari 1794 en af te lossen op 1 januari 1795, prelegateert Trijntje Ariensdr Houdewind, weduwe van Cornelis Houvast, wonende aan de Slikkerdijk bij de Westvriesche Dijk, ziek te bedde liggende, aan haar zoon Arien Houvast het huis dat zij thans bewoont en stelt tot voogd over haar na te laten kinderen Cornelis Queldam, hoofdingeland van de Wieringerwaard, en wordt de waarde van de boedel van wijlen Trijntje Ariensdr Houdewind, gewoond hebbende aan de Slikkerdijk en aldaar op 31 mei 1794 overleden, gesteld op 562:2:0, door Arien Houvast, Arien Gerritsz Smit in huwelijk hebbende Maartje Houvast wonende te Oudkarspel en Cornelis Queldam als voogd over Antje Houvast, welke Arien, Maartje en Antje de enige nagelaten kinderen en erfgenamen ab intestato zijn 59.
Uit dit huwelijk:
1. Jan HOUVAST, ged. (nederd. geref.) Zijpe 1 okt. 1758, impost op begr. ald. 22 jan. 1762.
2. Arien Cornelisz HOUVAST, ged. (nederd. geref.) Zijpe 31 aug. 1760, koopman, ondertr. (impost) ald. 20 jan. 1798 (impost 15 voor hem) Aarjaantje ROGGEVEEN.
In 1793 ontvangt Arij Cornelisz Houvast, nagelaten zoon van Cornelis Houvast, 39:7:0 van de weesmeesters van Wieringerwaard [hij tekent als Aarjen Cornelisse Houvast) 58.
3. Jan Cornelisz HOUVAST, overl. 6 nov. 1786.
4. Maartje HOUVAST, tr. Arien Gerritsz SMIT.
5. Antje Cornelis HOUVAST, ged. (nederd. geref.) Wieringerwaard 20 okt. 1771, ondertr. (impost) Oudkarspel 8 april 1797 (impost 3 voor hem) Cornelis ROOTJES.
VIIIa. (van VIIa) Aaltje Harks HOUDEWIND, ged. (nederd. geref.) Schoorl 25 april 1751, impost op begr. Koedijk 27 mei 1805 (pro deo), ondertr. (impost) Schoorl 18 juni 1773 (impost 3 voor haar), ondertr. (impost) Koedijk 19 juni 1773 (impost 3 voor hem) Jan Cornelisz KEIJZER, geb. ca. 1751, ged. (mennon.) Langedijk 20 maart 1774, in 1784 en 1789 vermeld als voorzanger in Koedijk van de mennonistische gemeente in Langedijk en omgeving, zn van Cornelis Jansz KEIJSER, op 9 januari 1750 gekozen tot diaken van de mennonistische gemeente van Langedijk en omgeving, en Maartje Louris RUS.
In 1773 testeren Jan Cornelisz Keijser en Aaltje Harks Houwdewindt, echte man en vrouw wonende te Koedijk, op elkaar; de langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen behoorlijk op te voeden, en voor het geval dat er geen kinderen zijn worden voorzieningen voor eventuele overlevende ouders getroffen 60.
In Broek op Langedijk verkoopt in 1775 Jan Cornelisz Ceijser wonende te Koedijk aan Arien Schuytemaker een akker zaadland groot 6 snees 13½ roe, belend ten oosten de Oosterdijk van de Geestmerambacht, ten westen de weduwe van Cornelis Wagemaar, voor 133 gld 10 st, en aan Jacob Volkerstsz een akker zaadland genaamd Aaltgenackertje van IJff, groot 5 snees 15 roeden, belend ten noorden Willem Blocker, ten zuiden Teunis Canne, voor 174 gld, verkoopt Jan Keijzer wonende te Koedijk in 1781 aan Jan van der Werff een akker zaadland groot 9 snees 3 roeden, belend ten noorden Jan Cantsen, ten zuiden Willem Blokker, voor 292:16:0, en aan Dirk Bergen twee akkers zaadland genaamd Remmesland[?], groot 6 snees 16 roeden, belend ten westen Aarjen Bijl, ten oosten de weduwe van Dirk Jansz Keijzer, en de helft in de Biene, groot 7 snees 10 roeden, belend ten noorden Pieter Miesz, ten zuiden de Mennoniete gemeente van Broek, voor 486:4:0, en in 1784 aan Frans Burger een akkertje zaadland van 3 snees, belend ten zuiden Aarjen Wagenaar, ten noorden Willem Blokker, voor twee stuivers[!] 61.
In Oudkarspel verkoopt in 1781 Pieter Lourisz Rus wonende in de Woudmeer aan Jan Cornelisz Keijser wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 6 geerzen, belend ten noorden Dirk Garmentsz, voor 650, verkopen in 1785 Joost Symonsz Molenaar en Dirk Keyser, als last en procuratie hebbende van de gezamenlijke erfgenamen van Dirk Garmentsz, en de voogden van de minderjarige erfgenamen van Lysbeth Slootemaker, beiden op 't Noordeijnde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel overleden, o.a. aan Jan Keijser wonende op 't Noordeynde van Koedijk een huis en erf aldaar onder de banne van Oudkarspel, belend ten noorden de weduwe van Symon Blauw, voor 1115, bekent in 1785 Jan Keyser wonende te Koedijk schuldig te zijn aan Pieter Butter 1200 gld, tegen 3½ percent, waaraan hij 2 stukken weiland verbindt, groot tezamen 15 geerzen (op 4 maart 1788 hiervan 700 en op 10 augustus 1795 alles afgelost), verkoopt in 1786 de weduwe van Pieter Letes aan Jan Keyser wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 7 geerzen 3 snees, voor 1250, en verkoopt in 1788 Jan Keijser aan Jacob Symonsz, beiden op 't Noordeijnde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel, een stuk weiland aldaar, groot 7½ gars, belend ten noorden Jacob Nierop, ten zuiden de weduwe van Gerrit Zevenhuijsen, voor 1000 62.
In Oudkarspel verkoopt in 1795 Jan Keijzer, wonende ten noorden Koedijk, aan Dirk Hoogwater te Koedijk een stuk weiland, belend ten zuiden Teunis Visscher, ten noorden Gerrit Diepsmeer, groot 4 geerzen 7 snees 16 roeden, voor 397 gld 15 st, bekent in 1800 Jan Keijzer, wonende in deze banne ten noorden Koedijk, schuldig te zijn aan de municipaliteit van Oudkarspel 500 gld, spruitende uit onbetaalde huurpenningen van dorpslanden, voorgeschoten gelden tot betaling der ordinaire en extraordinaire verpondingen, dijk-, sluis- en molengelden, dorpslasten en door hem ontvangen gelden, tegen 4 ten honderd 's jaars, verbindende een stuk weiland, groot circa 9 geerzen aan de Saskerslot, belend ten zuiden de comparant, ten noorden de Saskersloot(geroyeerd op 5 april 1800), en bekent in 1802 Jan Keijzer, wonende in deze banne aan het Noordeinde van Koedijk, schuldig te zijn aan de gezamenlijke erfgenamen van Pieter Louwrisz Rus, aan het Noordeinde van Oudkarspel in de banne van Haringcarspel gewoond hebbende, 600 gld tegen interest van 4 gld ten honderd, verbindende speciaal een stuk weiland ten noorden van Koedijk, belend ten oosten Klaas Appetijd, ten westen de comparant, groot 7 geerzen 3 snees (geroyeerd 2 april 1806) 63.
In Oudkarspel verklaart in 1798 Jan Keijzer, wonende ten noorden Koedijk in deze banne, ontvangen te hebben 212 gld 10 st toebehorende de minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Louris Bies in huwelijk verwekt bij Aaltje Bouwens, tegen jaarlijks 5 gld ten honderd. Op 20 maart 1801 is dit bedrag verminderd tot 124 gld vermits het overlijden van een der twee genoemde kinderen en afdeling van deszelfs erfportie voor de helft aan de moeder en de andere helft voor 2/3 aan de halve broer en zusters en 1/3 aan het nu nog levende kind verbleven. 64 Pieter IJfsz en Cornelis Rus zijn de administrateurs. Op 8 maart 1803 is het resterende bedrag van 124 gld nog niet betaald en verbindt Jan Keijzer hieraan een stuk weiland in deze banne, groot 5 geerzen 9 snees 7 roeden. 65
In Oudkarspel in 1803 verkoopt Jan Keijzer, in deze banne aan het Noordeinde van Koedijk wonende, aan Guurtje Pietersdr Diepsmeer, weduwe van Jan Stam, te Koedijk wonende, een stuk weiland aan de Saskersloot, groot 9 geerzen, belend ten zuiden de verkoper, ten noorden de voorschreven sloot, voor 1053 gld, stelt dezelfde Jan Keijzer tot securiteit van 124 gld, als hij per resto schuldig is aan de minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Louwris Bies en Aaltje Bouwens speciaal een stuk weiland groot volgens de legger 5 geerzen 9 snees 7 roeden op kohier fol. 45 No. 8, en is hij schuldig aan Willem Zevenhuizen te Schoorldam 250 gld, rente 5 gld ten honderd, verbindende speciaal datzelfde stuk weiland 66.
In Oudkarspel verkoopt in 1806 Jan Keizer aan Cornelis Diepsmeer een stuk weiland groot 7 geerzen 3 snees, belend ten zuiden Klaas Luit, ten noorden Pieter Hoogwater, voor 1320 gld 67.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis Jansz KEIJZER, geb. 6 aug. 1773, ged. (nederd. geref.) Koedijk 8 april 1798 ('mennist'), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 2 april 1798, dagloner, bij impost op trouwen in Koedijk jongeman van Oudkarspel, overl. Koedijk 22 juli 1820 (in huis nr 7, zoon van Jan Kijzer en Aaltje Houdewind, echtelieden gewoond hebbende in de gemeente van Oudkarspel), ondertr. (impost) ald. 28 febr. 1802 (impost 3 voor haar) Neeltje Cornelis WILLEGRIJP, geb. ald. 27 nov. 1779, ged. (nederd. geref.) Koedijk 24 juni 1804 ('mennist'), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 18 juni 1804, overl. ald. 30 dec. 1827, dr van Cornelis Jansz WILLEGRIJP, is in 1771 pachter van vier percelen land van Bartholomies Jansz Krook 68, en Neeltje Jacobsdr de VRIES.
In Oudkarspel verkoopt in 1807 Jan Keizer aan Cornelis Jansz Keizer een huis en erf op 't Noordeind van Koedijk onder de banne van Oudkarspel, belend ten noorden Jacob Blaauw, ten zuiden Jacob Nierop, voor 350 gld, waarvan 200 gld gereed en voorts in 6 achtereenvolgende jaren elk jaar 25 gld met de interest van 5 procento, dus mei 1808 32 gld 10 st, mei 1809 31 gld 5 st [enz.] 69.
In april 1828 komt ten verzoeke van Arien Hartland, landman wonende te Koedijk, als aanbehuwde van Cornelia, oud 14 [moet 17 zijn], Jannetje, 12, en Jacoba Keyzer, mede 12 jaar, minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Cornelis Keyzer, overleden op 24 juli 1820, in leven landman te Koedijk, en van wijlen Neeltje Willigrijp, overleden op 29 december 1827 te Koedijk, een familieraad bijeen bestaande uit voornoemde Arien Hartland, Jacob de Graaf, molenaarsknecht wonende te Schoorldam gemeente Warmenhuizen, aanbehuwd oom, alle drie [sic] van vaderszijde, Cornelis Zuyen, landman wonende te Velsen, aanbehuwd oom, Jacob Ruyter, landman wonende te Oudkarspel, laatstgenoemde van moederszijde, en nog de goede bekenden Pieter Butter, landman wonende te Koedijk, en Jan Kalverdijk, landman wonende te Noord-Scharwoude. Als voogd wordt benoemd Arien Hartland, landman wonende te Koedijk, oom, en als toeziend voogd Jacob Ruiter, neef van moederszijde. In mei 1828 vindt beëdiging plaats van Matthijs Kroon, burgemeester van Oudkarspel, als taxateur van de roerende goederen in de boedel van wijlen Neeltje Willegrijp. In juli 1828 wordt Arien Hartland door de familieraad geauthoriseert om de nalatenschap te repudiëren. 70
2. Dieuwertje Jans KEIJSER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 nov. 1774, overl. ald. 25 nov. 1843, ondertr. (impost) ald. 21 april 1798 (impost 3 voor hem, zij onder de banne van Oudkarspel), ondertr. (impost) Zijpe 22 april 1798 (impost 3 voor haar, hij van Koedijk) Arien Pietersz HARTLAND, geb. 8 okt. 1771 (volgens het Registre civique van 1812, 'cultivateur'), ged. (nederd. geref.) Koedijk 13 okt. 1771, overl. ald. 29 jan. 1846, zn van Pieter Ariensz HARTLAND, landbouwer, schepen (1779-1781) 25 ald., volgens het Registre civique van 1812 geboren op 29 oktober 1729, 'cultivateur', en Trijntje Jans WILLIGRIJP.
Op 31 maart 1846 wordt de nalatenschap aangegeven van Arie Hartland, overleden ab intestato te Koedijk op 29 januari 1846, door Aaltje Hartland, huisvrouw van, en in dezen geassisteerd door, Hendrik Schoonhoven, arbeider, wonende te Koedijk. Zijn enige erfgename is zijn dochter Aaltje Hartland. Tot de nalatenschap is geen vast goed behorende. 71
3. Maartje KEIJSER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 4 mei 1777, impost op begr. ald. 4 mei 1777 (impost 3).
4. Maartje KEIJZER, geb. Koedijk 26 mei 1787, ged. (nederd. geref.) ald. 3 juni 1787 (doopgetuige Antje Harksdr Houdewind, i.p.v. de vader die van de Menno-godsdienst is), dagloonster (bij huwelijk), tr. Warmenhuizen 24 jan. 1813 Jacob de GRAAF, geb. ald. ca. 1791, dagloner, zn van Jan de GRAAF en Neeltje ZWAKMAN.
5. Hark KEIJZER, impost op begr. Koedijk 24 mei 1784 (impost 3).
VIIIb. (van VIIa) Antje HOUDEWIND, geb. ca. 1754, overl. Groot-Schermer 18 mei 1807, ondertr. (impost)/tr. Schoorl 9 nov./1 dec. 1782 Simon BROUWER, schoolmeester, voorzanger, zn van Pieter Joffer BROUWER en Jannetje BRUIJN.
In Zuid- en Noordschermer testeren in 1790 Simon Brouwer, schoolmeester van dit dorp, en Antje Houdewint, echtelieden wonende alhier, zij ziekelijk te bedde, op de langstevende, legaterende aan ieder kind 50 gld bij meerderjarig worden, met uitsluiting van de weeskamer 72.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter BROUWER, geb. Schoorl 22 juni 1783, ged. (nederd. geref.) ald. 29 juni 1783 (doopgetuige Aaltje Houdewint), schilder, tr. Schermerhorn 27 maart 1814 Bregtje GLEINIS, geb. ca. 1793, dr van Jacob GLEINIS en Ariaantje de GOEDE.
2. Dieuwertje BROUWER, geb./ged. (nederd. geref.) Groot-Schermer 2/4 sept. 1785, overl. Oudkarspel 16 mei 1863 (wonende te Schagen), tr. Noord-Scharwoude 23 april 1815 Aldert SIJPHEER, geb. ald. ca. 1784, overl. ald. 23 dec. 1854, zn van Jacob SIJPHEER, grutter, en Anna VISSER.
3. Jan(ne)tje BROUWER, geb./ged. (nederd. geref.) Groot-Schermer 11/16 dec. 1787, tr. Heerhugowaard 23 okt. 1814 Wouter KOPPEN, geb. Schermerhorn ca. 1777, dagloner, zn van Wouter KOPPEN en Maartje KUIPER.
4. Neeltje BROUWER, geb./ged. (nederd. geref.) Groot-Schermer 4/11 okt. 1789.
5. Jacob BROUWER, geb./ged. (nederd. geref.) Groot-Schermer 13/25 sept. 1791.
6. Trijntje BROUWER, geb./ged. (nederd. geref.) Groot-Schermer 13/16 febr. 1794, tr. Noord-Scharwoude 25 mei 1818 Dirk HOFF, geb. ald. ca. 1784, landbouwer, zn van Pieter HOFF en Jantje van der HORST, wedn. van Guurtje BEEMSTER.
VIIIc. (van VIIa) Arian Harksz HOUDEWIND, ged. (nederd. geref.) Schoorl 29 juni 1756, schepen ald., impost op begr. Koedijk 8 sept. 1803 (impost 3), ondertr. (impost) Schoorl 19 nov. 1791 (impost 3, zij jongedochter van Koedijk), ondertr. (impost) Koedijk 19 nov. 1791 (impost 3 voor haar), tr. ald. 4 dec. 1791 (hij met betoog van Schoorl) Neeltje Pieters BURGERS, ged. (nederd. geref.) ald. 1 mei 1768, dr van Pieter Klaasz BURGER en Antje KLAAS.
In Schoorl bekennen in 1787 Arian en Jacob Houdewind wonende alhier schuldig te wezen aan Dirk Duyn mede alhier woonachtig 600 gld tegen 3 per cento in 't jaar, met als speciale hypotheek een stuk weiland in de Grootdammerpolder, groot 396 roeden, belend ten oosten Cornelis Boertjes, ten westen Breelaen, nog een stuk weiland gelegen als voren, groot 375 roeden, belend ten westen Dirk Hoogvorst, ten oosten Pieter Kruyf, en nog een stuk zaadland te Bregtdorp, groot 420 roeden, belend ten noorden Cornelis Dalenberg, ten zuiden de erven Hendrik Dalenberg (geroyeerd 12 juni 1807), en bekent in 1791 Arian Cornelis Groenveld wonende aan de Oude Sluys in de Zijpe in publieke veiling verkocht te hebben en nu op te dragen aan Arian en Jacob Houdewind wonende alhier de helft in een stukje Rekerland in de Grootdammerpolder gemeen met de kopers, zijnde helft groot 388½ roe, belend ten westen de Tarwdyk, ten oosten de erven Jan Schravezand, voor 308 gld 73.
Uit dit huwelijk:
1. Antje, geb. Koedijk 21 okt. 1796, ged. (nederd. geref.) ald. 23 okt. 1796 (doopgetuige Geertje Jansdr Glijnis), impost op begr. ald. 21 okt. 1797 (impost 3).
2. Pieter, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 28 april/5 mei 1799, impost op begr. ald. 13 nov. 1799 (impost 3).
VIIId. (van VIIa) Jacob HOUDEWIND, geb./ged. (nederd. geref.) Schoorl 11/24 juni 1759, boer, tussen 1786 en 1792 verscheidene keren genomineerd als armmeester en als schepen (2 keer met Bregtdorp), landbouwer, volgens het Registre civique van 1812 geboren op 17 juni 1759, paijsan, overl. Schoorl 28 sept. 1827, ondertr. (impost) ald. 5 nov. 1791 (impost voor beiden 3) Antje Jans MODDER, ged. (nederd. geref.) ald. 6 jan. 1770 (doopgetuige Maartje Garmondsdr Wieringh), dr van Jan Cornelisz MODDER en Ariaantje Cornelis VISSER.
In Schoorl verkoopt in 1799 Hendrik Groot wonende alhier aan Jacob Houdewind mede alhier woonachtig een akker geestland te Bregtdorp, groot 72½ roe, belend ten zuiden Dirk Hoogvorst, ten noorden Gerrit Egbertsz, item nog een akkertje dito land aldaar, groot 41½ roe, belend ten noorden Louris Kos, ten zuiden Pieter Blankendaal, boven het Middelpad, voor 20 gld 74.
Uit dit huwelijk:
1. Ariaantje, geb./ged. (nederd. geref.) Schoorl 11/16 juni 1793, volgt IXa.
2. Dieuwertje, geb./ged. (nederd. geref.) Schoorl 25/31 aug. 1794, volgt IXb.
3. Aafje, geb./ged. (nederd. geref.) Schoorl 22/25 okt. 1795, volgt IXc.
4. Jan, geb./ged. (nederd. geref.) Schoorl 10 nov. 1797, volgt IXd.
5. Maartje, geb. ca. 1803, overl. Schoorl 4 maart 1811.
IXa. (van VIIId) Ariaantje HOUDEWIND, geb. Schoorl 11 juni 1793, ged. (nederd. geref.) ald. 16 juni 1793 (doopgetuige Antje Wit), dienstmaagd (bij eerste huwelijk), overl. Alkmaar 19 okt. 1843, tr. 1° Broek op Langedijk 21 maart 1813 Jan BUISMAN, ged. (nederd. geref.) Schermerhorn 24 jan. 1790 (doopgetuige Aagje Cornelisdr Zijp), landbouwer, overl. St. Pancras 6 febr. 1829, zn van Cornelis BUISMAN en Maaijke Hendriksdr BRITSMA, tr. verm. 2° ald. 27 dec. 1829 Cornelis KUIJPER, ged. (nederd. geref.) Winkel 8 nov. 1778, dagloner (bij huwelijk), koopman, werkman, zn van Klaas Jansz KUIJPER en Dieuwertje Cornelis BREET.
Op 14 februari 1829 wordt Johannes Bri[t]sma, smid te Schermerhorn, benoemd als toeziende voogd van Jacob Buijsman [Buisman], oud 9 jaar, kind van wijlen Jan Buijsman overleden te Sint Pancras op 6 februari 1829, en Ariaantje Houdewind wonende te Sint Pancras, door een familieraad bestaande uit Johannes Brisma, ijzersmid te Schermerhorn, neef, Dirk Doorenbos, arbeider te Schermerhorn, aanbehuwd oom, beiden van moederszijde, en Jan Houdewind, herbergier aan de Burgerbrug, oom, Simon Borsten, dagloner te Broek op Langedijk, en Jacob Smit, herbergier te Sint Pancras, beiden aanbehuwd oom, de 3 laatsten van moederszijde. Een familieraad met dezelfde samenstelling besluit op 19 december 1829 Jan Houdewind als voogd in plaats te stellen van Ariaantje Houdewind ingeval van haar herhuwelijk met Cornelis Kuijper, koopman te Alkmaar. 75
Uit het eerste huwelijk:
1. Cornelis BUISMAN, geb. St. Pancras, gem. Broek op Langedijk 27 dec. 1813, overl. ald. 2 mei 1814.
2. Maartje BUISMAN, geb. St. Pancras, gem. Broek op Langedijk 20 nov. 1814, overl. St. Pancras 26 dec. 1819.
3. Maaijke BUISMAN, geb. St. Pancras 20 maart 1817, overl. ald. 7 juni 1817.
4. Cornelis BUISMAN, geb. St. Pancras 23 nov. 1818, overl. ald. 25 nov. 1827.
5. Jacob BUISMAN, geb. St. Pancras 21 maart 1821, broodbakker, overl. Den Helder 30 april 1863, tr. ald. 29 maart 1846 Hillegonda Alberta BRUIJN, geb. Medemblik 23 febr. 1819, overl. Den Helder 26 dec. 1893, dr van Pieter BRUIJN, brugwachter, en Neeltje BORST, die hertr. met Johan van der WEL.
6. Maartje BUISMAN, geb. St. Pancras 27 juni 1822, overl. ald. 19 sept. 1822.
7. Dirk BUISMAN, geb. St. Pancras 4 mei 1824, overl. ald. 8 juli 1824.
8. Antje BUISMAN, geb. St. Pancras 26 febr. 1827, overl. ald. 7 sept. 1827.
IXb. (van VIIId) Dieuwertje HOUDEWIND, geb. Schoorl 25 aug. 1794, ged. (nederd. geref.) ald. 31 aug. 1794 (doopgetuige Aaltje Harksdr Houdewind), overl. St. Pancras 22 dec. 1876, tr. 1° Assendelft 30 dec. 1821 Jan SCHOONE, geb. ald. ca. 1799, veehouder, arbeider, overl. ald. 22 nov. 1826, zn van Klaas Gijsbertsz SCHOONE, veehouder, en Guurtje Pieters HANSEN, tr. 2° St. Pancras 11 dec. 1828 Jacob SMIT, geb. ald. ca. 1784, kastelein, herbergier ald., zn van Jan Klaasz SMIT en Maartje Cornelis MAAT, wedn. van Hendrina VROEGOP.
Uit het eerste huwelijk:
1. Antje SCHOONE, geb. Assendelft 1 jan. 1823.
2. Guurtje SCHOONE, geb. Assendelft 7 april 1824.
3. Guurtje SCHOONE, geb. Assendelft 22 juni 1825.
Uit het tweede huwelijk:
1. Maartje SMIT, geb. St. Pancras 2 april 1832.
2. Jacob SMIT, geb. St. Pancras 5 mei 1834, landbouwer, tr. ald. 6 jan. 1867 Jantje de BOOD, geb. Graft (Noordend) 28 mei 1634, dienstbode (bij huwelijk), dr van Dirk de BOOD, lijnbaander, en Maartje LELY.
IXc. (van VIIId) Aafje HOUDEWIND, geb. Schoorl 22 okt. 1795, ged. (nederd. geref.) ald. 25 okt. 1795 (doopgetuige Antje Ariansdr Wit), overl. Broek op Langedijk 16 mei 1859, ondertr./tr. ald. 3/8 aug. 1819, tr. kerkel. (nederd. geref.) Zuid-Scharwoude 8 aug. 1819 Simon BORSTEN, geb. Broek op Langedijk vóór of in 1792, landbouwersknecht, dagloner, arbeider, overl. ald. 13 okt. 1855, zn van Pieter Gerritsz BORSTEN en Antje Poulis BUTTER.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter BORSTEN, geb. Broek op Langedijk 25 nov. 1819, overl. ald. 15 maart 1821.
2. Pieter BORSTEN, geb. Broek op Langedijk 11 juni 1822, arbeider (bij huwelijk), kooiman, overl. ald. 18 maart 1880, tr. ald. 13 mei 1849 Wijbreg DEKKER, geb. Broek op Langedijk 18 dec. 1824, dienstbare (bij huwelijk), overl. ald. 17 aug. 1916, dr van Aarjen Harmensz DEKKER, dagloner, venter, en Geertje IJFS.
3. Jacob BORSTEN, geb. Broek op Langedijk 10 febr. 1830, overl. ald. 7 april 1830.
4. Antje BORSTEN, geb. Broek op Langedijk 6 aug. 1831, overl. ald. 7 aug. 1831.
5. Antje BORSTEN, geb. Broek op Langedijk 9 mei 1833, overl. ald. 24 sept. 1904, tr. ald. 6 mei 1880 Abraham SCHERMER, geb. Broek op Langedijk 21 sept. 1812, koopman, overl. ald. 9 juli 1904, zn van Pieter SCHERMER, landbouwer, en Neeltje VROEGOP, wedn. van Guurtje VROEGOP.
IXd. (van VIIId) Jan HOUDEWIND, geb. Schoorl 10 nov. 1797, ged. (nederd. geref.) ald. 10 nov. 1797 (doopgetuige Antje Ariaansdr Wit), boerenknecht, arbeider, tapper, kastelein, slachter, en vleeshouwer, overl. Zijpe (aan de Burgerbrug) 20 dec. 1859, tr. 1° Schoorl 24 aug. 1821 Maartje KOORN, geb. Zuid-Zijpe 16 april 1797, ged. (doopgetuige Aaftje Koorn), overl. Zijpe (aan de Burgerbrug) 27 nov. 1842, dr van Teunis KOORN en Neeltje JONKER, tr. 2° ald. 19 april 1845 Aagtje GRIN, geb. ald. 7 okt. 1818, dienstmeid (bij huwelijk), overl. Zijpe (aan de Burgerbrug) 10 dec. 1890, dr van Jacob GRIN en Trijntje SCHRAVESANT.
Uit het eerste huwelijk:
1. Maartje, geb. Zijpe 13 nov. 1821, overl. ald. (aan de Burgerbrug) 22 jan. 1823.
2. Maartje, geb. Zijpe 8 nov. 1823, volgt Xa.
3. Neeltje, geb. Zijpe 22 maart 1825, overl. ald. (aan de Burgerbrug) 18 aug. 1825.
4. Teunis, geb. Zijpe 27 april 1828, volgt Xb.
Uit het tweede huwelijk:
1. Trijntje, geb. Zijpe 21 nov. 1847, volgt Xc.
2. Jacob, geb. Zijpe 21 jan. 1849, inlands kramer, koopman, overl. Alkmaar 22 dec. 1906.
Op 13 februari 1907 wordt de nalatenschap aangegeven van Jacob Houdewind, overleden te Alkmaar op 22 december 1906, zonder beroep, zonder bloedverwanten in rechte linie. De aangever is Jan de Lange Corneliszoon, kassier en commissionnair in effecten, als executeur-testamentair volgens testament van 6 september 1906 voor notaris Mr A.P.H. de Lange te Alkmaar. In dat testament legateert de erflater aan zijn zuster Trijntje Houdewind, in gemeenschap van goederen gehuwd met Pieter Knynsberg arbeider te Schagerbrug, aan zijn zuster Antje Houdewind gehuwd met Cornelis Voelé te Petten, aan Maartje Houdewind (zie aan het slot) gehuwd met Jan Brouwer te Tessel, aan zijn zuster Grietje Houdewind weduwe van Klaas Beeldman, en aan zijn zuster Ariaantje Houdewind buiten gemeenschap van goederen gehuwd met Jan Govers te Burgerbrug. Voor het overige zijn zijn zusters Antje en Ariaantje zijn erfgenamen, met 50 voor de executeur-testamentair. Het saldo is 1691,80½. De aangever verklaarde dat ware de erflater zonder testament gestorven de erfgenamen zouden geweest zijn (1) zijn broer van halven bedde Teunis Houdewind te Zijpe voor 5/60, (2) zijn zuster van helen bedde Trijntje Houdewind voornoemd voor 11/60, (3) zijn zuster van helen bedde Antje Houdewind voornoemd voor 11/60, (4) zijn zuster van helen bedde Grietje Houdewind voornoemd voor 11/60, (5) zijn nicht Neeltje Bouwens dienstbode te Oudorp (hiervoor niet genoemd) bij plaatsvervulling voor haar moeder Jantje Houdewind vooroverleden zuster van helen bedde voor 11/60, (6) Ariaantje Houdewind voornoemd zuster van helen bedde voor 11/60, en dat de erflater in de wandel en ook bij testament de legataresse Maartje Houdewind als zijn zuster heeft genoemd, maar dat gebleken is dat deze was een natuurlijk niet erkend kind van Maartje Houdewind vooroverleden zuster van helen bedde van de erflater. [Daardoor moet Maartje Houdewind 13,80 aan successierechten over het legaat van 100 betalen i.p.v. 5,52 zoals Trijntje en Grietje Houdewind.] 76
3. Antje, geb. Zijpe 2 april 1850, volgt Xd.
4. Simon, geb. Zijpe 9 maart 1851, overl. ald. (aan de Burgerbrug) 13 sept. 1851.
5. Grietje, geb. Zijpe 3 maart 1852, overl. ald. (aan de Burgerbrug) 12 mei 1852.
6. Grietje, geb. Zijpe 6 febr. 1853, landbouwster (bij huwelijk), overl. Schoorl 21 mei 1935, tr. ald. 23 sept. 1894 Klaas BEELDMAN, geb. Bergen (N.-H.) 8 okt. 1858, timmerman, overl. Schoorl 29 sept. 1905, zn van Cornelis BEELDMAN, koopman, en Jannetje SWAAN, landbouwster.
In november 1905 wordt de nalatenschap aangegeven van Klaas Beeldman, overleden te Schoorl op 29 september 1905. De aangevers zijn Grietje Houdewind, veehoudster te Schoorl, en Jannetje Zwaan wonende te Bergen weduwe van Cornelis Beeldman. De erflater was de echtgenoot van de eerste aangeefster met wie hij in gemeenschap van goederen gehuwd was, en laat geen bloedverwanten in rechte lijn na. Zijn erfgenamen ab intestato zijn zijn moeder, de tweede aangeefster en zijn broer Pieter Beeldman, landman te Bergen. In verband met een akte van uiterste wil heeft tot erfgenamen nagelaten zijn echtgenote voor ¾ en zijn moeder voor ¼. Tot de gemeenschap van goederen behoren: actief huis, erf, wei- en bouwland en bos, kadastraal Schoorl C94, 104, 106, 10, 793 en 678, tezamen groot 2 ha 42 a 6 ca, in eigen gebruik, gewaardeerd op 3500, huisraad en inboedel op 740, contante gelden 71, tezamen 4301, passief o.a. van Jacob Houdewind te Alkmaar geleend geld rentende 4%, per resto 100. Na aftrek van begrafeniskosten blijft een saldo van 1991,72. 77
7. Jannetje, geb. Zijpe 13 juni 1854, volgt Xe.
8. Ariaantje, geb. Zijpe 19 febr. 1856, volgt Xf.
9. Symon, geb. Zijpe 2 sept. 1858, overl. ald. (aan de Burgerbrug) 18 sept. 1858.
Xa. (van IXd) Maartje HOUDEWIND, geb. Zijpe 8 nov. 1823, dienstmeid, overl. ald. (aan de Burgerburg, ten huize van haar vader) 10 juni 1844, heeft niet-huwelijkse relatie met N.N.
Uit deze verbintenis:
1. Maartje, geb. Zijpe (aan de Burgerbrug) 2 mei 1843, volgt XIa.
Xb. (van IXd) Teunis HOUDEWIND, geb. Zijpe 27 april 1828, arbeider, veedrijver, overl. ald. (aan de Schagerbrug) 22 nov. 1909, tr. ald. 3 mei 1856 Geertje BREED, geb. Wieringerwaard 5 febr. 1827, overl. Zijpe 18 okt. 1899, dr van Pieter BREED en Neeltje MEELDIJK.
Uit dit huwelijk:
1. Jan, geb. Zijpe 7 mei 1865, veedrijver, overl. ald. 29 juli 1949.
2. Pieter, geb. Zijpe 21 juni 1866, volgt XIb.
Xc. (van IXd) Trijntje HOUDEWIND, geb. Zijpe 21 nov. 1847, overl. ald. 19 mei 1931, tr. 1° Schoorl 18 febr. 1875 Jacob de GRAAF, geb. Schoorldam, gem. Schoorl 20 nov. 1846, boerenknecht, arbeider, tuinman (bij overlijden), overl. ald. 12 mei 1885 (aangever o.a. Arnoldus Vink, notaris wonende te Schoorldam gemeente Warmenhuizen, patroon van de overledene), zn van Pieter de GRAAF, arbeider, sluiswachter, en Gerritje KOOL, heeft niet-huwelijkse relatie 2° met N.N., tr. 3° Zijpe 27 juni 1891 Pieter KNEIJNSBERG, geb. ald. (aan de Belkmerweg) 2 april 1851, arbeider, overl. ald. 5 nov. 1933, zn van Thijs KNEIJNSBERG en Iefje NIEUWENHUIZEN, wedn. van Lena VISSER.
Uit de eerste verbintenis:
1. Aagje de GRAAF, geb. Buiterduin, gem. Schoorl 28 april 1877, tr. Zijpe 9 mei 1903 Albert DEKKER, geb. ca. 1872, landman, zn van Cornelis DEKKER en Wilhelmina Dorothea HAGEN.
2. Geertje de GRAAF, geb. Schoorl 13 mei 1882, tr. Den Helder 21 jan. 1905 Jacob KAPITEIN, geb. Harenkarspel 14 febr. 1881, stoker, zn van Neeltje KAPITEIN.
Uit de tweede verbintenis:
1. Jan, geb. Schoorldam, gem. Schoorl 18 maart 1888.
Xd. (van IXd) Antje HOUDEWIND, geb. Zijpe 2 april 1850, overl. Petten 31 okt. 1918, tr. Callantsoog 26 okt. 1873 Cornelis VOETEE, geb. Hazepolder, gem. Zijpe 23 okt. 1849, arbeider, dijkwerker, overl. Petten 6 sept. 1924, zn van Adrianus VOETEE, arbeider, en Cornelia de WAARD.
Uit dit huwelijk:
1. Jan VOETEE, geb. Petten 1 aug. 1875, arbeider, tr. ald. 24 dec. 1899 Elizabeth VRIESMAN, geb. ald. 13 dec. 1874, dr van Jan VRIESMAN, arbeider, en Truytje de WAARD.
2. Cornelia VOETEE, geb. Petten 6 maart 1878, overl. ald. 26 april 1891.
3. Aagje VOETEE, geb. Petten 4 maart 1880, overl. ald. 15 mei 1914.
4. Adrianus VOETEE, geb. Petten 1 juli 1883, dijkwerker, tr. ald. 13 maart 1910 Pietertje SNIP, geb. Schoorl 2 dec. 1885, dr van Dirk SNIP, arbeider, en Trijntje de JAGER.
5. Grietje VOETEE, geb. Petten 27 sept. 1886, tr. Zijpe 1 okt. 1910 Jacob SCHOTVANGER, geb. ald. 23 mei 1881, arbeider, zn van Jacob SCHOTVANGER, arbeider, en Trijntje WORTEL.
6. Cornelis VOETEE, geb. Petten 16 febr. 1890, dijkwerker (bij huwelijk), smid, tr. ald. 25 jan. 1914 Dieuwertje KATER, geb. Den Helder 13 febr. 1893, dr van Albert KATER, arbeider, en Maria SMIT.
Xe. (van IXd) Jannetje HOUDEWIND, geb. Zijpe 13 juni 1854, overl. Groet, gem. Schoorl 24 juni 1886, tr. Schoorl 22 juni 1884 Jacob BOUWEN, geb. Groote Keeten, gem. Callantsoog 6 juni 1857, arbeider, duinarbeider, overl. Schoorl 12 maart 1935, zn van Jacob BOUWEN, arbeider, en Neeltje HOFDIJK, die hertr. met Maartje DENIJS.
Op 28 december 1886 wordt de nalatenschap aangegeven van Jannetje Houdewind, overleden te Schoorl op 24 juni 1886, echtgenote van Jacob Bouwen, arbeider te Schoorl. De aangever is haar echtgenoot, als vader en voogd over Neeltje Bouwen, de enige erfgename. De nalatenschap bestaat uit een actief van 90, waartoe behoort de helft van een huis en erf te Schoorl, kadastraal A490, groot 3 a, waarvan echter 80 ca toebehoort aan de Staat der Nederlanden. 78
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje BOUWEN, geb. Groet, gem. Schoorl 4 jan. 1886, dienstbode, tr. Schoorl 9 mei 1907 Jacob BOUWEN, geb. Den Helder 27 nov. 1873, korporaal-torpedist, zn van Jan BOUWEN, arbeider, en Jannetje KOSSEN, gescheiden echtgenoot van Grietje ZON.
Xf. (van IXd) Ariaantje HOUDEWIND, geb. Zijpe 19 febr. 1856, overl. Schoorl 1 jan. 1928, tr. Zijpe 22 juni 1889 Jan GOVERS, geb. ald. 29 april 1845, doende boerenbedrijf, landman, herbergier, overl. Schoorl 15 maart 1929, zn van Klaas GOVERS, landman, en Neeltje ERIKS, laatst wedn. van Ariaantje GOOTJES, eerder wedn. van Antje BREGMAN.
Uit dit huwelijk:
1. Aagtje GOVERS, geb. Zijpe (aan de Burgerbrug) 13 febr. 1890, overl. ald. (aan de Groote Sloot) 15 juni 1895.
2. Neeltje GOVERS, geb. Zijpe (aan de Burgerbrug) 19 april 1891, tr. Schoorl 8 febr. 1919 Haije RIJPMA, geb. Wonseradeel 19 aug. 1884, ambtenaar, zn van Johannes RIJPMA en Wypkjen BANGMA.
3. Jan GOVERS, geb. Zijpe (aan de Burgerbrug) 23 april 1892, landbouwer, overl. Schoorl 20 febr. 1921.
XIa. (van Xa) Maartje HOUDEWIND, geb. Zijpe (aan de Burgerbrug) 2 mei 1843, overl. Texel 27 mei 1926, tr. Petten 24 sept. 1865 (met toestemming van haar voogden Teunis Houdewind en Dirk Brommer, beiden wonende te Zijpe) Jan BROUWER, geb. ald. 6 aug. 1839, arbeider (in 1914) op Texel, werkman, veehouder, aannemer (in 1897), overl. ald. 23 maart 1918, zn van Jacob BROUWER en Pietertje LANGEDIJK.
Uit dit huwelijk:
1. Jacob BROUWER, geb. Petten 21 jan. 1866, zeeman, tr. Texel 5 mei 1889 Jantje PLAATSMAN, geb. ald. 7 maart 1864, dr van Pieter Pietersz PLAATSMAN, schipper en boer, en Bregje BOON.
2. Cornelis BROUWER, geb. Petten 31 maart 1868, zeeman, overl. Groningen 13 febr. 1949, tr. Texel 31 okt. 1890 Neeltje van LENTEN, geb. ald. 11 nov. 1866, dr van Abraham van LENTEN, arbeider, werkman, en Cornelia KRIJNEN.
3. Jan BROUWER, geb. Petten 23 maart 1870, zeeman, tr. Texel 31 mei 1895 Johanna KOK, geb. Zijpe 29 april 1869 (Anna Paulownapolder), dr van Michiel KOK, arbeider, en Ariaantje DAALDER.
4. Pieter BROUWER, geb. Petten 14 jan. 1873, dekknecht, visserman, overl. Texel 21 febr. 1921, tr. Haarlemmermeer 22 april 1911 Elizabeth HOGENBIRK, geb. Sloten (N.-H.) 14 maart 1881, dr van Jacob HOGENBIRK, schoenmaker, en Jaapje BROERTJES.
5. Neeltje BROUWER, geb. Petten 26 maart 1875, tr. Den Helder 2 dec. 1897 Dirk GRAVEMAKER, geb. Egmond aan Zee 10 sept. 1866, korporaal kok, zn van Arie GRAVEMAKER, loods, en Pietertje de ZEEUW.
6. Teunis BROUWER, geb. Petten 13 maart 1878, werkman, wegwerker.
7. Adrianus BROUWER, geb. Texel 31 mei 1880, werkman, tr. ald. 17 maart 1905 Neeltje GEUS, geb. ald. 10 febr. 1880, dr van Gerrit Antonieszoon GEUS, metselaar, en Martje KNOL.
8. Klaas BROUWER, geb. Texel 17 okt. 1882, schipper.
9. Martinus BROUWER, geb. Texel 9 dec. 1884, fabrieksarbeider, tr. Haarlemmermeer 12 aug. 1914 Antje OOR, geb. Aalsmeer 13 juli 1892, dr van Dirk OOR, bloemist, en Haasje MAARSE.
XIb. (van Xb) Pieter HOUDEWIND, geb. Zijpe 21 juni 1866, arbeider, veehouder, overl. ald. 19 april 1941, tr. ald. 28 april 1894 Elizabeth BRUIN, geb. St. Maarten 25 sept. 1870, dr van Simon BRUIN, landman, en Dieuwertje DALENBERG.
Uit dit huwelijk:
1. Geertje, geb. Zijpe 18 sept. 1894, volgt XIIa.
2. Simon, geb. Zijpe 8 sept. 1901, volgt XIIb.
XIIa. (van XIb) Geertje HOUDEWIND, geb. Zijpe 18 sept. 1894, overl. ald. 13 okt. 1962, tr. ald. 14 okt. 1916 Simon DELVER, geb. Zijpe 22 okt. 1888, melkrijder, zn van Hillebrand DELVER, arbeider, en Jantje SCHRIEKEN.
Uit dit huwelijk:
1. Hillebrand DELVER, geb. Zijpe 30 dec. 1917.
XIIb. (van XIb) Simon HOUDEWIND, geb. Zijpe 8 sept. 1901, bloemistknecht, fortwachter, medewerker Staatsbosbeheer, overl. Zijpe 8 maart 1971, tr. Schoorl 4 juni 1936 Jannetje SPEUR, geb. Heerhugowaard 20 juni 1907, overl. Schoorl 5 febr. 2000, dr van Muus SPEUR, arbeider, en Aafje ROOS.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter.
Noten
NHA = Noord-Hollands Archief te Haarlem
RAA = Regionaal Archief Alkmaar
1. RAA NA Alkmaar 136 (notaris Pieter Franssoon Ocker) fol. 257v, 6 dec. 1647.
2. RAA ONA Schagen 4548 (notaris Pieter Pietersz) akte 101, 12 maart 1613.
3. RAA NA Alkmaar 25 (notaris Huijbert Jacobsz van der Lijn) fol. 190v, 20 jan. 1623.
4. RAA ONA Schoorl 4765 (notaris Gerrit Reyersz) akte 18, 7 okt. 1629.
5. RAA ORA Warmenhuizen 6016 (Weesboek) fol. 244, 27 november 1607.
6. RAA ORA Warmenhuizen 6016 (Weesboek) fol. 14, 4 febr. 1611.
7. RAA ORA Warmenhuizen 6016 (Weesboek), in de marge van fol. 247.
8. RAA NA Alkmaar 105 (notaris Claes Fransz Ocker) fol. 227, 18 juni 1637.
9. RAA NA Alkmaar 110 (notaris Cornelis van der Gheest) fol 68, 8 febr. 1640.
10. RAA NA Alkmaar 121 (notaris Baert Jansz Heerencarspel) fol. 141v, 5 dec. 1641.
11. RAA ORA Koedijk 6244 (Weesboek), fol. 95.
12. RAA NA Alkmaar 220 (notaris Jacob de Haes) fol. 86v, 23 juli 1657.
13. RAA NA Alkmaar 190 (notaris Jan Hertogh) fol. 163, 17 okt. 1657.
14. RAA NA Alkmaar 244 (notaris Jacob Walichsz Brederoe) fol. 141, 1 jan. 1668.
15. RAA NA Alkmaar 145 (notaris Jan van Everdingen) fol. 10, 4 april 1644.
16. RAA ORA Alkmaar 23 (Weeskamer), 31 jan. 1654.
17. RAA NA Alkmaar 159 (notaris Aris Cornelisz Heemskerck) fol. 263, 31 dec. 1652.
18. RAA ORA Warmenhuizen 6016 (Weesboek), fol. 117 25 maart 1676, fol. 122v 3 mei 1677.
19. RAA ONA Warmenhuizen 5137 (notaris Adriaen Jansz Glas) fol. 71, 16 mei 1671.
20. RAA ORA Warmenhuizen 5999 blz. 206, 18 mei 1728.
21. RAA ONA Warmenhuizen 5139 (notaris Cornelis Koningh) akte 103, 21 nov. 1711.
22. RAA NA Alkmaar 398 (notaris Aris van der Mieden) akte 67, 25 sept. 1707.
23. RAA ONA Warmenhuizen 5139 (notaris Cornelis Koningh) akte 132, 3 april 1712.
24. RAA ORA Koedijk 6221 2e stuk blz. 145, 2 mei 1680, belend de weduwe en zoon van Hendrick Bouwens.
25. RAA J.P. Geus, Schouten, secretarissen, schepenen en weesmeesters te Koedijk, 1580-1811, Capelle a/d IJssel 1984.
26. RAA NA Alkmaar 184 (notaris Jacob van Beijeren) blz. 577, 29 nov. 1659.
27. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk, blz. 11 6 febr. 1658, blz. 102 12 febr. 1662, blz. 108 22 april 1662, blz. 146 10 mei 1663.
28. RAA ORA Bergen 2169, fol. 323 13 nov. 1675, fol. 344 25 mei 1677.
29. RAA ORA Koedijk 6221 2e stuk, blz. 32 28 jan. 1677, blz. 92 en 94, 31 mei 1678, blz. 160 13 juni 1680.
30. RAA ORA Bergen 2170 fol. 7, 22 mei 1678.
31. RAA ORA Koedijk 6234 (Diverse schepenakten), akte 77 1 maart 1681, akte 81 9 april 1683.
32. RAA ORA Warmenhuizen 5997, blz. 72 2 febr. 1685, blz. 423 28 jan. 1699.
33. RAA ORA Koedijk 6215, 20 febr. 1687.
34. RAA ORA Koedijk 6222 fol. 162v en 6221 1e stuk fol. 133v, 13 mei 1698, 6222 fol. 226 4 nov. 1706.
35. RAA NA Alkmaar 352 (notaris Kaspar Seullijn) akte 293, 3 okt. 1713.
36. RAA OA Schoorl 82 (Kohier 200e penning).
37. RAA OA Schoorl 57 (Nieuw meetboek 1682).
38. RAA ORA Koedijk 6235 (Diverse schepenakten), blz. 5 8 juni 1678, blz. 27 25 nov. 1679.
39. Jb. C.B.G. XVIII (1964), blz. 74.
40. RAA ORA Koedijk 6234 akte 85, 30 dec. 1684.
41. RAA NA Alkmaar 212 (notaris Cornelis Heijmenbergh) akte 13, 20 dec. 1693.
42. RAA ORA Koedijk 6222 fol. 236, 8 maart 1708.
43. RAA ORA Warmenhuizen 5998 blz. 304, 9 mei 1717.
44. RAA NA Alkmaar 391 (notaris Aris van der Mieden) akte 96, 29 dec. 1700.
45. RAA ORA Warmenhuizen 5998 blz. 433, 19 juni 1721.
46. RAA NA Alkmaar 477 (notaris Cornelis van Eijck) akte 325, 14 april 1718.
47. RAA NA Alkmaar 484 (notaris Cornelis IJffen) akte 26, 18 jan. 1724.
48. RAA NA Alkmaar 540 (notaris Adrianus Bolten) akte 51, 3 juli 1745.
49. RAA ONA Bergen 220 (notaris Willem Lodewijk Ivangh) akte 86, 30 sept. 1766.
50. RAA ONA Bergen 221 (notaris Willem Lodewijk Ivangh) akte 75, 31 augustus 1781.
51. RAA NA Alkmaar 484 (notaris Cornelis IJffen) akte 202, 16 juni 1724.
52. RAA ORA Koedijk 6223 fol. 64, 2 mei 1725.
53. RAA NA Alkmaar 492 (notaris Arent Klaver) akte 102, 2 juni 1730.
54. RAA ORA Schoorl 903, fol. 5 29 april 1754, fol. 188 17 maart 1766.
55. RAA NA Alkmaar 564 (notaris Adrianus Bolten), 14 febr. 1744.
56. RAA ORA Schoorl 904 fol. 188, 25 maart 1782.
57. RAA ORA Schoorl 904 fol. 189, 25 maart 1782.
58. RAA ORA Wieringerwaard 6628 (Boedelpapieren), 1793.
59. RAA ONA Schagen 4659 (notaris Gualtherus Mattheeus), akte 37 14 april 1794, akte 52 28 mei 1794, akte 69 28 juli 1794.
60. RAA NA Alkmaar 634 (notaris Adrianus van der Burgh) akte 29, 6 juli 1773.
61. RAA ORA Broek op Langedijk 6187, blz. 392 en 393v, 7 maart 1775, blz. 494 31 jan. 1781, blz. 502 20 april 1781, blz. 548, tussen 19 april en 1 okt. 1784.
62. RAA ORA Oudkarspel 6064, fol. 30 16 maart 1781, fol. 79 4 maart 1785, fol. 84 4 maart 1785, fol. 102 1 mei 1786, fol. 120v 17 jan. 1788.
63. RAA ORA Oudkarspel 6065, fol. 32 10 aug. 1795, fol. 85v 19 maart 1800, fol. 130 1 okt. 1802.
64. RAA ORA Oudkarspel 6078 (Weesboek) fol. 185v, 1 nov. 1798.
65. RAA ORA Oudkarspel 6079 (Boedelpapieren), 1 nov. 1798.
66. RAA ORA Oudkarspel 6065, fol. 143 4 febr. 1803, fol. 144v 1 maart 1803, fol. 145 2 april 1803.
67. RAA ORA Oudkarspel 6067 fol. 3v, 17 febr. 1806.
68. RAA OA Koedijk 20d, 4 dec. 1771.
69. RAA ORA Oudkarspel 6067 fol. 18, 5 jan. 1807.
70. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 19, nr 33 26 april 1828, nr 40 14 mei 1828, nr 59 4 juli 1828.
71. NHA Memories van successie 1818-1902, 105 (kantoor Alkmaar, 1846 1e halfjaar), 21.
72. RAA ONA Zuid- en Noordschermer 6573a (notaris Klaas Renses), 30 april 1790.
73. RAA ORA Schoorl 905, fol. 8v 21 mei 1787, fol. 67v 7 april 1791.
74. RAA ORA Schoorl 906 fol. 75, 1 maart 1799.
75. NHA Vredegerecht Alkmaar, kanton 1, 20, nr 12 14 febr. 1829, nr 114 19 dec. 1829.
76. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 6/2133.
77. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar, 6/1133.
78. NHA Memories van successie 1818-1902, 161 (kantoor Alkmaar, 1e helft 1886), 4/5719.
Cuijk, 28 juni 2011.
H. & A.B. de Vries-Doyle
Jan van Cuijkstraat 46,
5431 GC Cuijk.
Tel. 0485-313614.
Elektronisch adres: hab.devries-doyle@home.nl
>index
Terug naar het begin.
# # # G E N K W A # # #