Naar beginpagina
Genealogie OOSTERHOORN
(10 generaties)
>index
I. Nicolaes Aerntsz OOSTERHOORN, predikant, als proponent in 1583 beroepen te Assendelft (in Repertorium van Nederlandse hervormde predikanten vermeld als Claes Arentsz Oosterhaern, pred. te Assendelft + Westzaan 1583, overl. 1586 1), vermoedelijk afkomstig van Osterhorn in Sleeswiik-Holstein, tr. Swaentgen HAERMENSDR, overl. na 1595.
Geen van de twee bekende kinderen van Nicolaes Aerntsz Oosterhoorn heeft een dochter Swaentgen, wel hebben allebei een dochter Niesje. Mogelijk is de moeder van zijn twee zoons een Niesje, hoewel de jongste van de twee testeert aan zijn moeder Swaentgen.
In Assendelft wordt in 1584 getuigenis geleverd door o.a. Nicolaes Oosterhorn, predikant 2.
In Assendelft is in 1595 Swaentgen Haermensdr, weduwe van Nicolaes Oosterhorn in zijn leven predikant te Assendelft, geassisteerd met Gerrit IJsbrantsz, waagmeester, een jaarlijkse losrente van 6 gld schuldig aan de Ermehuyssitteren (afgekocht op 5 juni 1606) 3.
Uit dit huwelijk:
1. Arent Claesz OOSTERHAREN, volgt IIa.
2. Abraham Claesz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1574, volgt IIb.
IIa. (van I) Arent Claesz OOSTERHAREN, predikant (in Repertorium van Nederlandse hervormde predikanten vermeld als Arnoldus Nicolai Oosterhaern (zoon van Claes Arentsz), pred. te Sloten (NH) 1584, Oostzaan 1585, Castricum 1587, Nootdorp 1596, afgezet als remonstrant 1619, overl. Nootdorp 1622 1), tr. N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Agneta ARENTSDR.
In Wilsveen doet op 9 april 1599 belijdenis Agneta, jongedochter, dochter van de predikant Arent Claesz Oosterharen; met goede getuigenis vertrokken in mei 1614.
2. Henrick Arentsz OOSTERHAERN, doet belijdenis (nederd. geref.) Nootdorp 18 april 1604, predikant te Delft (in Repertorium van de Nederlandse hervormde predikanten vermeld als Henricus Oosterhaern (zoon van Arnoldus Nicolai), geb. Oostzaan (?), pred. te (Ter Horst in Utrecht?), Hillegom 1612, afgezet als remonstrant 1619, remonstrants pred. te Zaltbommel 1621, Buren/Beusichem en Wijk bij Duurstede 1629, Arnhem 1630, afgezet 1633 1), tr. Athalia JACOBSDR, dr van Jacob Claesz BLOCK en Annetgen CORNELISDR.
In Nootdorp doet op 18 april 1604 belijdenis Henrick Arentsz Oosterharen, predikantszoon, vertrokken naar Leiden.
In 1613 zijn Henricus Arnoldi, dienaar des Goddelijke Woords te Delft, getrouwd hebbende Athalia Jacobsdr, voor de ene helft, en Balten Huijbrechtsz cuijper als geordonneerde voogd over Claes Jacobsz, beiden nagelaten kinderen en erfgenamen van wijlen Jacob Claesz Block en Annetgen cornelisdr, voor de andere helft, impetranten tegen Wouter Cornelisz Brant van Mierlo, burger te Rotterdam, als principale debiteur, en Adriaen Adriaensz als possesseur van der impetranten hypotheek, om te kennen of ontkennen de schuldbrief en rentebrief, beide dd. 29 mei 1603 (om 300 gld over 2 jaren custing tot 150 gld 's jaars, verschenen meidag 1612 en 1613, met de interest vandien) 4.
Op 27 juli 1620 exhibeerden voor het Hof van Holland Dirck Boot, als procureur van Henricus Arnoldi dienaar des Goddelijken Woords te Delft en Nicolaes Block te 's-Gravenhage, een constitutiebrief door Jan Pieters soon, steenhouwer aldaar, gepasseerd op 18 november 1616 voor schout en schepenen aldaar (een schuldbekentenis van 1400 gld aan Henricus Arnoldi en Nicolaes Block vanwege de koop van een huis en erf bezuiden de Groenmarct in de Warmoesstraet, belend ten noorden de huizinge en erf van Cornelis Cater door hem aan Jan Phillipsz metselaer verkocht, ten oosten de Heerstraet, ten westen Adriaen van der Burch, ten zuiden de verkoper, door Pieter Sijmons soon aan hem overgedragen); gerequireerde wordt gecondemneerd om de constitutiebrief te voldoen 5.
Op 4 mei 1621 compareerden voor het Hof van Holland Jan van Tongeren als procureur van Henricus Arnoldi dienaar des H. E. te Delft en Nicolaes Block, mede aldaar, impetranten van decreet die hadden doen dagvaarden Mr Hendrick Roos, secretaris te Rotterdam, vanwege zijn schoonmoeder, opposant, en Jan Lenertsz Schouten als curateur over de boedel van Alewijn Slevis [Clovis?], mede opposant en koper, en Adriaen Adriaensz van Sgravesande wonende te Rotterdam, gedaagden (over proclamaties en geboden aldaar solemptelijk gedaan) 6.
Op 3 maart 1622 compareerden voor het Hof van Holland Christiaen Rhoon, als procureur van Henricus Arnoldi dienaar, gewoond hebbende te Delft, en Niclaus Block aldaar, impetranten, die dag hadden om te antwoorden op de redenen cas van oppositie gedaan door Adriaens Adriaensz Sgravesande alias van der Meer, huistimmermen, wonende te Rotterdam (over een inventaris en stukken die al eerder ingeleverd hadden moeten zijn 7.
3. Nicolaes, geb. Castricum ca. 1588, predikant (in Repertorium van Nederlandse hervormde predikanten vermeld als Nicolaus Oosterhaern (zoon van Arnoldus Nicolai), geb. Castricum ca. 1588, rector te Geertruidenberg 1609 tot 1610, pred. in Noorden 1612, afgezet als remonstrant 1619, later remonstrants pred. te Gouda en Utrecht ca. 1619 8), ondertr. Delft 28 juni 1609 Geertruit Jans van HALMAL.
In Nootdorp doet op 24 maart 1606 belijdenis Nicolaus Arnoldi, student, naar Leiden op 21 januari 1607. Op 18 oktober 1605 te Leiden ingeschreven als Nicolaas Arnoldi Oosterhaeren, Castricomensis, Theol., 17 jaar. Hij studeerde onder Jacobus Arminius.
Mede-ondertekenaar van de Remonstrantie van 14 januari 1610 gericht aan de Staten van Holland was Nicolaus Osterhaern mr. tot Noorden.
4. Maritien Arents.
In Nootdorp doet op paasdag 1610 belijdenis Maritien Arents Oosterharen.
IIb. (van I) Abraham Claesz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1574, secretaris van de banne van Westzaan en de banne van Krommenie (als zodanig het eerst vermeld op 18 december 1608 9), tr. Theunisje SYMONS, dr van Symon CLAESZ, op 9 december 1586 collecteur van de nieuwe verpondingen te Assendelft, en Marytgen CLAES COSTERS.
In Assendelft testeert in 1592 Abraham Claesz, kloek en gezond, buurvrijer; als hij zonder kinderen sterft stelt hij tot zijn universele erfgename zijn lieve en zeer beminde moeder Swaentgen, weduwe van Nicolaes Aerntsz, in zijn leven predikant te Assendelft 10.
In de banne van Westzaan bekennen in 1613 Egbert Huygen en Abram Claesz, onze inwonende buurluiden, gekocht te hebben van Willem Claesz, mede buurman in onze ban, een stuk land bij de kerk, groot 569 roeden, belend ten zuiden de kerk, ten noorden de weduwe van Dirck Copges en Jan Claesz, voor 1141 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1614 en 1615, telkens een derdepart (betaald door de kopers op 20 februari 1615), gevolgd door de opdracht 11.
In de banne van Westzaan bekent in 1616 Abraham Claesz, onze secretaris, gekocht te hebben van Egbert Huygensz, mede onze buurman, 2 stukken land, het ene genaamd Dirck Mannenbreet, groot 256 roeden, op en binnen de Everenwechsloot, belend ten zuiden Anne Cornelis, weduwe, ten noorden de weduwe van Dirck Mansg, nog een akker achter Dirck Tamisz op de Twisch, groot 155 roeden, belend ten zuiden Dirck Michielsz, ten noorden Guert Willemsdr, voor 462 gld 7 st 8 penn, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 achtervolgende meidagen, gevolgd door de opdracht 12.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1622 Heynderick Cornelisz als man en voogd van Guijertgen Theunisdr wonende in de Middel aan Abram Claesz Osterhorn mede buurman aldaar de helft van een huis en erf op 't Laentgen benoorden de kerk, belend ten noorden en zuiden Egge Huijgensz en Abram Claesz voorschreven, met een vrije gang over 't land om naar en van 's Heerenwech te gaan, voor 137 gld 10 st 13.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1623 Cornelis Claesz, ijzerkramer wonende op 't Weijver, aan Abram Claesz buurman te Westzaan een hoekje land, groot omtrent 50 roeden, op de Twisch, belend ten noorden Claes Pietersz, ten zuiden de erfgenamen van Dirck Cobge, voor 22 gld 14.
In de banne van Westzaan bekent in 1624 Abram Claesz Oosterhooren, buurman te Westzaan, schuldig te wezen aan Gerrit Pietersz, nagelaten kind van Griete Gerritsdr zal., wonende op Wormerveer, een jaarlijkse losrente van 5 gld, hoofdgeld 100 gld, met als onderpand een stukje land ganaamd Dirck Mannenbreetgen, groot 256 roeden, liggende voor Jan Arisz Backer uit op en binnen de Everwechsloot, belend ten zuiden Anna Cornelisdr, weduwe, ten noorden Aechte Claes Valckes, weduwe (betaald op 7 mei 1629) 15.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1627 Abram Claesz Ostterhooren, onze secretaris, aan Pieter Claesz houtkoper c.s., mede onze buurman, een akkertje land op de Twisch voor Jan Arisz Backer uit, groot omtrent 35 roeden, belend ten noorden Pieter Claesz c.s., ten zuiden Dirck Copges weduwe, voor 18 gld 16.
In de banne van Westzaan bekent in 1628 Abram Claesz Oosterhooren gekocht te hebben van Jan Claesz, als man en voogd van Thryn Jansdr, en Cornelis Jansz Gorter c.s., als voogden van Claes en Teunis Jansz, mede onze buurluiden, een half huis en erf met een vrije gang naar en van 's Heerenwech, in de Kerckbuert op 't Laentgen, belend ten noorden Claes Claesz [Nanningen], ten zuiden Jacob Michielsz en Abram Claesz, voor 160 gld, te betalen op 2 eerstkomende meidagen, te weten 1626 en 1627, telkens de helft, gevolgd door de opdracht aan Abram Claesz Oosterhooren onze secretaris 17.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1629 Abram Claesz Oosterhooren, secretaris te Westzaan, aan Claes Abramsz, tegenwoordig schoolmeester te Westzaan, een huisje en erf in de Kerckbuert aan de Nieuwe Zijd, belend ten noorden Claes Claesz Nanningen, ten zuiden Jacob Michielsz en Abram Claesz voorschreven, onder conditie dat dit huis en erf een vrij pad heeft aan de noordzijde van het huis van Jan Michielsz zo wijd als het tegenwoordig afgedeeld is, om naar en van 's Heerenwech te gaan, voor 300 gld 18.
Op verzoek van schepenen en vroedschappen van Westzaan, uit naam van Abraham Claesz Oosterhooren secretaris aldaar, die het secretariaat nu den tijd van 36 jaren tot contentement van een iegelijk bediend en waargenomen heeft, alzo hij gekomen is tot de ouderdom van in de 69 jaren en van God de Heere bezocht met beroerte, waardoor hij onbekwaam is geworden zonder assistentie van zijn zoon Claes Abrahams Oosterhooren 't officie te bedienen, en hij belast is geweest met 10 kinderen waarvan er nog 7 in leven zijn, voor 't merendeel zijn assistentie van node hebbende, en wezende van geringe en sobere middelen, wordt door de Grafelijkheidsrekenkamer toegestaan dat de voorschreven Claes Abrahams Oosterhooren de plaats van de voorzeide Abraham Claesz Osterhooren bij ziekte en absentie zal mogen gadeslaan en bedienen en zijn vader 't onderhoud in zijn oude dagen zal helpen verzorgen. Daarop heeft de voorschreven Claes Abrahamsz de behoorlijke eed gedaan in handen van die van de rekening, gedaan ten burele van de Camere van de rekening in den Hage op 8 februari 1644. 19
Uit dit huwelijk:
1. Sijmon Abrahamsz, volgt IIIa.
2. Claes Abrahamsz, volgt IIIb.
3. Theunis Abrahamsz, volgt IIIc.
4. Jan Abrahamsz, geb. ca. 1610 20, volgt IIId.
5. Griet Abrahams, volgt IIIe.
6. Niesje Abrahams, volgt IIIf.
7. Neel ABRAHAMS, volgt IIIg.
8. Maritje ABRAHAMS, volgt IIIh.
IIIa. (van IIb) Sijmon Abrahamsz OOSTERHOOREN, tr. Griete BAERTS.
In de banne van Westzaan bekennen in 1628 Willem Jansz Verweel en Symon Abramsz, onze geburen, gekocht te hebben van Pieter Gerritsz wonende in 't Suydtent een huis en erf in de Crabbelbuyert, strekkende het erf achter tot het hek toe, belend ten noorden Arian Baertsz, ten zuiden Maritgen Claes Hases, voor 1200 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1628, 1629 en 1630, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht met conditie dat Arian Baertsz een sloot mag schieten uit zijn eigen land tot 't hek toe, waarin tot believen van de kopers een koepraam mag liggen, en bekent in 1630 Symon Abramsz wonende te Westzaan in de Crabbelbuert schuldig te wezen Pieter Gerretsz Hooft, koopman te Amsterdam, een jaarlijkse losrente van 42 gld 2 st, losbaar met 842 gld 2 st, met als onderpand zijn halve huis en erf waar hij tegenwoordig in woont in de Crabbelbuert, belend ten noorden Aerian Baertsz, ten zuiden Cornelis Claesz teerkoper (op 30 mei 1637 ten volle betaald) 21.
In de banne van Westzaan bekent in 1655 Claes Symonsz [Oosterhooren] wonende in de Kerckbuyert schuldig te wezen de nagelaten kinderen van zal. Claes Abramsz Oosterhoorn een jaarlijkse losrente van 22 gld 10 st, hoofdsom 500 gld, met als onderpand een huis en erf in de Kerckbuyert, belend ten zuiden Ariaen Jansz All, ten noorden Anna Gerrits. Compareerde mede Lucas Claesz, als voogd in dezen van Griete Baerts, dewelke hebben geconsenteerd in de belasting van 't voornoemde huis en erf voor haar voornoemde zoon. Op 21 augustus 1657 heeft Jan Claesz, zoon van Claesz Abramsz, de hoofdsom met rente ontvangen. 22
Uit dit huwelijk:
1. Aeltgen SIJMONS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 5 okt. 1626.
2. Claes Sijmonsz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 15 okt. 1628, volgt IVa.
3. Trijn SIJMONS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 10 nov. 1630, volgt IVb.
4. Phillips Sijmonsz (OOSTERHOOREN), ged. (nederd. geref.) Westzaan 30 okt. 1633, volgt IVc.
5. Sijmon Sijmonsz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 5 okt. 1636, volgt IVd.
IIIb. (van IIb) Claes Abrahamsz OOSTERHOOREN, schoolmeester (als zodanig vermeld in de periode 1629-1639) te Westzaan, klerk (van de secretaris van de banne van Westzaan, als zodanig vermeld op 7 augustus 1643 23), secretaris van de banne van Westzaan (als zodanig o.a. vermeld op 17 februari 1645 24), ook tresorier ald. (als zodanig vermeld op 7 augustus 1653 25), overl. 15 sept. 1653 26, begr. ald., tr. Trijntje DIRCX, overl. tussen 10 dec. 1682 en 24 dec. 1682, dr van Dirck JANSZ en Ghriete CORNELISDR.
In de banne van Westzaan wordt in de weeskamer voor Guert en Thrijn Dircxdochteren, geprocreëerd door Dirck Jansz bij Ghriete Cornelisdr zal. ged., 350 gld aangegeven door Dirck en Jan Cornelisz als omen en voogden, gekomen van hun bestemoeder en berustende onder de vader. Op 15 augustus 1628 bekent Claes Abramsz als man en voogd van Thrijn Dirckx, ook vanwege Jan Pietersz Vinck als man en voogd van Guert Dircx, voldaan te zijn. 27
In de banne van Westzaan bekent in 1629 Gerret IJsbrantsz wonende in 't Zuytend gekocht te hebben van Jan Pietersz Vinck [wonende op Zaandam] en Claes Abramsz buurman te Westzaan een stuk land groot 381 roeden, liggende achter Jan IJsbrantsz, uit 2 kampen over de Gouw, belend ten noorden Jan en Claes Jacobssoonen, ten zuiden Jacob Claesz en Gerret Jacobsz, voor 399 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1630 en 1631 (voldaan door Gerret IJsbrantsz op 18 april 1645), gevolgd door de opdracht, en verkopen in 1630 Claes Abramsz, schoolmeester te Westzaan, c.s. aan Dirck Claesz wonende in t'Zuytendt een stuk land groot 646 roeden, liggende voor Dirck Gerretsz, uit een kamp over de Reeff, belend ten noorden en zuiden Arent Jansz, voor 726 gld 10 st, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1631 en 1632 28.
In de banne van Westzaan bekent in 1637 Jasper Maertensz Wielemaecker wonende in de Crabbelbuert gekocht te hebben van Cornelis Claesz Trijserier en Claes Abramsz Oosterhooren, mede onze buurluiden, de Noordzijde van de ven als afgedeeld groot 126 roeden in de Kerckbuert aan de weg, belend ten noorden Pieter Cornelisz en Cornelis Dircxsz Mannen, ten zuiden de verkoper, voor 522 gld, met de conditie dat de koper langs door op de rooiing tot zijn kosten, zo hoog als naar zijn believen, moet schoeien, hekken en alleen onderhouden, te betalen 137 gld 6 st 12 penn gereed en mei 1638 en 1639 telkens weer 137 gld 6 st 12 penn, en op mei 1640 de resterende 110 gld, verkopen in 1638 Cornelis Claesz Trijserier en Claes Abramsz Oosterhooren wonende in de Kerckbuert aan Jan Huijbertsz chirurgijn wonende in de Crabbelbuert een erfje liggende achter Claes Cornelisz en Jan Pietersz Hooren hun worven, groot 21 roeden, belend ten noorden de verkopers, ten zuiden Jan Pietersz Hooren, oost en west breed 30 en 31 voet, zuiden en noorden lang 8 roeden 5 voet, zodat 5 voet blijft tussen Jaspers hek en 't gekochte erf tot een gemene gang (met condities), voor 97 gld, en verkopen in 1639 Cornelis Claesz Trijserier en Claes Abramsz Oosterhooren, beiden buurluiden te Westzaan, aan Symon Aeriansz c.s. wonende in de Crabbelbuert een erfje liggende achter de weduwe van Jan de Lappers, beginnende 5 voet in Jaspers ven of hek af tot de Zuidkant van de ven, belend ten noorden de verkopers, ten zuiden Jan Pietersz van Hooren (met condities), voor 64 gld, te betalen op Vrouwendag 1640 29.
In de banne van Westzaan bekent in 1642 Sijmon Tonisz Verweel, als voogd in dezen van Marij Jansz met haar kinderen weduwe van Pieter Cornelisz wonende in de Kerckbuert, gekocht te hebben van Cornelis Claesz Tryserier en Claes Abramsz Oosterhooren mede wonende aldaar, een erfje in de Kerckbuert, oost en west breed 24 voet, zuiden en noorden 8 roeden 1 voet, beginnende 5 voet van Jaspers hek af te meten, en dat tot de Zuijerwal toe, belend ten westen en noorden de verkopers, ten oosten Symon Aeriansz c.s., ten zuiden Jan Pietersz Hoorn, te betalen op 25 februari 1643 64 gld 13 st 6 penn, bekent in 1643 Claes Abramsz Oosterhooren, notaris publiek, onze buurman, gekocht te hebben van Pieter van Beeckesteijn, schout te Westzaan en Krommenie, een hoekje land groot omtrent 200 roeden, in de Kerckbuert aan de weg, belend ten zuiden het kerkhof, ten noorden koper en verkoper, voor 549 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1644 en 1645, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, en verkoopt in 1643 Claes Abramsz Oosterhooren wonende te Westzaan aan Alewijn Jansz Beschoudt wonende op Wormerveer een erfje te Westzaan benoorden de kerk, groot 27½ roede, belend ten noorden Claes Abramsz voorschreven, ten zuiden het kerkhof, voor 170 gld 30.
In de banne van Westzaan bekennen in 1646 Claes Abramsz en Jan Abramsz Oosterhooren, onze geburen, gekocht te hebben van Dirck Gerritsz Spaens mede onze buurman een stuk land genaamd Arisgisven, groot 1286 roeden, liggende achter Dirck Heijndricksz Copges uit, op en over de Gouw, belend ten zuiden Niesge Pieters, ten noorden Jan en Gerrit IJsbrantszoonen en Heyn Jansz, voor 2572 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1646, 1647 en 1648, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 31.
In de banne van Westzaan bekent in 1646 Sijmon Claesz Tuijmel wonende in de Kerckbuert gekocht te hebben van Cornelis Claesz Keesen en Claes Abramsz Oosterhooren secretaris, beiden wonende te Westzaan, een erfje in de Kerckbuert beginnende 5 voet van Jaspers hek af te meten tot de Suyer Wal toe, belend ten westen Jasper Maertsz, ten oosten Marij Jans, ten noorden de verkopers, ten zuiden Jan Pietersz Hoon, met een onverhinderde overgang bij Jaspers hek langs om naar en van 's Heeren Wech te gaan (met onderhoudsbepalingen), voor 64 gld 13 st 6 penn die de koper mag houden op interest jaarlijks tegen 5 gld ten honderd 32.
In de banne van Westzaan in 1651 bekent Claes Abramsz Oosterhooren gekocht te hebben van Sijmon Dircksz wonende in de Kerckhuert 2 akkers land liggende ten enden malkanderen achter Willem Peerbooms, groot tezamen 306 roeden, voor 633 gld 11 st, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, gevolgd door de opdracht, en verkoopt Mieus Cornelis wonende in de Kerckbuijrt aan Claes en Jan Abramsz Oosterhooren de Zuiderhelft van zijn worf in de Kerckbuijrt, belend ten noorden de verkoper, ten zuiden Sijmon Jansz, voor 167 gld 10 st 33.
In de banne van Westzaan in 1653 bekent Jasper Maertsz wonende in de Kerckbuert gekocht te hebben van Cornelis Claesz en Claes Abramsz Oosterhooren secretaris, mede buurluiden te Westzaan, een erfje in de Kerckbuert, belend ten oosten Marij Jans, ten westen de koper, mitsgaders nog een gang tussen Thijs Cornelisz en het huis van Heyndrick Gerrit Scheepers, groot tezamen omtrent 32 roeden, voor 107 gld, onder conditie dat de voorschreven Jasper Maertsz de voorschreven somme houdt op interest jaarlijks tegen 5 ten honderd, bekent Jan Heyndricxz van de Stadt wonende aan de Hoogendijck schuldig te zijn aan Cornelis Aeriansz Broers tegenwoordig schepen en Claes Abramsz Oosterhooren secretaris te Westzaan een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld, met als onderpand een huis en erf bij de Hoogendyck, belend ten oosten Claes Daen, ten westen Dirck Heijndricxz Smit, mitsgaders een boeischuit met zijn toebehoren, groot omtrent 3 lasten, en verkoopt Alewyn Jansz Lieshoudt wonende op Wormerveer, ook voor zijn mede-erfgenamen van zijn moeder Claesgen Dircxdr, aan Claes Abramsz Oosterhooren secretaris te Westzaan een huis en erf in de Kerckbuert, belend ten noorden de koper, ten zuiden 't kerkhof, voor 266 gld 34.
In de banne van Westzaan bekennen op 2 juni 1654 Jan Dircxe Jannes en Cornelis Jansz Pouwels, wonende beiden op Wormerveer, schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van zal. Claes Abramsz Oosterhooren, in zijn leven secretaris van Westzaan, een jaarlijkse losrente van 103 gld 10 st, hoofdsom 2300 gld, stellende tot een speciale hypotheek 2 stukken land benoorden Wormerveer, belend ten zuiden Jan Dircxe, ten noorden Dirck Pietersz Naijer, groot 1200 roeden, nog een stuk land benoorden Wormerveer, groot omtrent 200 roeden, belend ten noorden Wijbrant de Cuijper, ten zuiden Jan Jansz Noomtie. In de kantlijn: van deze hoofdsom competeren de kinderen van Pieter Ariaen Baertsz 300 gld, waarvan zij jaarlijks naar rato interest zullen ontvangen; deze 300 gld zijn op 27 april 1660 opgebracht aan Baert Ariaens om aan zijn zuster de overhandigen, en op 11 mei 1660 bekent Jacobus Willemsz hiervan voldaan te zijn. Op 9 juni 1671 is de inhoud dezes aan de weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhooren door Cornelis Jansz Poulus voldaan. 35
In de banne van Westzaan bekent in 1655 Pieter Ariensz Broers wonende te Westzaan schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van zal. Claes Abramsz Oosterhoorn, in zijn leven secretaris te Westzaan, een jaarlijkse losrente van 10 gld, hoofdsom 200 gld, met als onderpand een huis en erf in de Middel, belend ten zuiden Gerrit Huygen, ten noorden Willem Allertsz (op 29 mei 1685 bekent Simon Oosterhooren, een van de kinderen, betaald te zijn) 36.
In de banne van Westzaan bekent in 1655 Claes Symonsz [Oosterhooren] wonende in de Kerckbuyert schuldig te wezen de nagelaten kinderen van zal. Claes Abramsz Oosterhoorn een jaarlijkse losrente van 22 gld 10 st, hoofdsom 500 gld, met als onderpand een huis en erf in de Kerckbuyert, belend ten zuiden Ariaen Jansz All, ten noorden Anna Gerrits. Compareerde mede Lucas Claesz, als voogd in dezen van Griete Baerts, dewelke hebben geconsenteerd in de belasting van 't voornoemde huis en erf voor haar voornoemde zoon. Op 21 augustus 1657 heeft Jan Claesz, zoon van Claesz Abramsz, de hoofdsom met rente ontvangen. 22
In Krommenie bekent in 1657 Gerrit Jansz Roodt, oud-schepen, te Krommeniedijk, schuldig te zijn de nagelaten weeskinderen van zal. Claas Abrahamsz Oosterhoren, in zijn leven secretaris te Westzaan, verwekt aan Tryntje Dirksdr, 300 gld tegen 4 gld ten honderd (op 8 juni 1670 bij kwitantie van Trijn Dirckx gebleken voldaan te zijn), bekent in 1657 Lambert Willemsz Backer wonende in de Vlus schuldig te zijn de voornoemde weeskinderen 500 gld tegen 4 gld ten honderd (op 20 augustus 1664 betaald en geroyeerd), bekent in 1657 Dirck Gerritsz Roodt wonende te Krommeniedijk schuldig te zijn de voornoemde weeskinderen 100 gld tegen 4 gld ten honderd, met als borg zijn vader Gerrit Jansz Roodt (op 11 december 1664 voldaan en geroyeerd), bekent in 1661 Claas Jansz Schouten, mr timmerman alhier, schuldig te zijn de voornoemde weeskinderen 100 gld tegen 4 gld ten honderd (in oktober 1676 wettelijk opgeëist, op 13 juni 1686 voldaan en geroyeerd), en bekent in 1663 Jacob Pietersz wonende te Krommenie schuldig te zijn de voornoemde weeskinderen 300 gld tegen 4 gld ten honderd 37.
In de banne van Westzaan bekent in 1658 Jan Maertsz uit 't Zuijteijnde gekocht te hebben van Trijn Dircx, weduwe van Claes Abramsz Oosterhooren, en Jan Pietersz Vinck, hen sterk makende voor Sijmon Cornelisz van Heiloo c.s., een stuk land genaamd Coppesvenn, groot 619 roeden, zijnde onder testament verbonden dat het niet vervreemden mag, liggende in 't Zuijteijnde achter Dijrck Cornelisz Jongh, belend ten zuiden Gerrit Pietersz Ouwerijkxx, ten noorden Griette Claes, waarbij de kopers zich garant stellen mocht enige zwarigheid ontstaan, te betalen op 3 vrouwendagen, te weten 1658, 1659 en 1660, telkens een derdepart 38.
In Krommenie is in 1659 Maerten Poulusz Mol wonende in 't Noordtend schuldig aan de weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhooren te Westzaan een jaarlijkse rente van 12 gld (gecasseerd op 6 juni 1695) 39.
In Krommenie transporteert in 1671 Simon Oosterhoorn, notaris te Zaandam, als last hebbende van zijn moeder Tryntie Dircx, weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhoorn, in zijn leven secretaris van Westzaan, van wie op 7 augustus 1670 de inventaris is opgemaakt voor notaris Jacob Gruijs, aan Pieter Oosterhoorn, indertijd secretaris van Krommenie, 2 bezegelde rentebrieven, de ene van 300 gld, de andere van 200 gld, ten laste van Jan Jansz Mijsen te Krommeniedijk 40.
In Westzaan verkopen in 1683 Abraham en Symon Claessoonen Oosterhoorens benevens Dirck Pietersz Broeck en Pieter Jacobsz Kool als gestelde voogden over de nagelaten minderjarige kinderen van zal. Griete Claes en ook die van zal. Jan Claesz Oosterhooren, verder nog instaande voor Annetje Alberts Koel weduwe van Jan Claesz Oosterhooren vermeld, tezamen erfgenamen van zal. Trijntje Dircx in haar leven weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhooren, in zijn leven secretaris geweest van de banne van Westzaan, aan Cornelis Jansz Konst te Oostzaan een huis en erf te Westzaan aan de Nieuwe Zijde, belend ten zuiden de verkopers, ten noorden de weduwe van Zijb. Arisz cum socio, voor een termijn- of rentebrief van 1000 gld te voldoen in 3 termijnen, en Abraham en Simon Claesz Oosterhooren benevens Dirck Pietersz Broeck voogden [kennelijk Peter Jacobsz Kool vergeten te vermelden] over de minderjarige kinderen van zal. Griete Claes Oosterhooren, en ook over het voordichtertje van zal. Jan Oosterhooren, verder nog instaande voor Annetje Alderts Kool nagelaten weduwe van voorschreven Jan Oosterhooren als moeder en voogdesse van haar onmondige kinderen bij de voorschreven Jan Oosterhooren in huwelijk verwekt, tezamen erfgenamen van zal. Trijntje Dircx weduwe in haar leven van zal. Claes Abrahamsz Oosterhooren die secretaris is geweest van de banne van Westzaan, aan Claes Claesz Groot bakker te Westzaan een stuk land te Westzaan bewesten de Heerenweg, belend ten zuiden het kerkhof van de gereformeerde kerk aldaar, ten noorden Jacob Gerritsz Ses en Cornelis Jansz Konst, voor een termijn- of custingbrief van 529 gld te betalen in 3 termijnen 41.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1654 Trijntien Dircx, weduwe van Claes Abramsz [Oosterhoorn], in zijn leven secretaris van Westzaan, aan de erfgenamen van zal. Aeltien Han[n]emans, in haar leven brouwster te Haarlem in 't Hoeffyseer, een huis en erf te Westzaan bij de parochiekerk, belend de koopster ten wederzijden daarvan, voor 168 gld 42.
In 1658 testeert Thrijntje Dirckz, weduwe van Claas Abrahamsz Oosterhooren in zijn leven secretaris te Westzaan. Zij persiseert bij het testament door haar benevens haar man op 25 oktober 1652 gemaakt voor notaris Adriaan Schagen te Westzaan, dezelve ampliërend alleen in de volgende gevallen. Zij prelegateert aan Pieter, Abraham, Jan, Sijmon en Dirck Claassoon Oosterhooren mitsgaders Griete Claes Oosterhooren, 6 kinderen van haar, bij vooroverlijden deszelfs wettige descendenten, elk 200 gld, om redenen dat door haar overleden dochter Aaltie en ook door Maritje ten huwelijk gaande wel zo veel en mogelijk meer is genoten, en zo er meer komen te trouwen en mede zoals voorschreven door haar uitgezet worden zo zal voor dezelve dit prelegaat cesseren. Als kindskinderen ongetrouwd overlijden dan moet alles boven hun legitieme portie overgaan op broers en zusters, eventueel terug naar haar magen. 43
In Krommenie bekent in 1658 Lambert Claasz Backer, wonende alhier in 't Noordtendt, schuldig te zijn aan Trijntje Dircx, weduwe van Claas Abrahamsz Oosterhooren, 8 gld, Grietje Claas haar dochter, beiden te Westzaan, 4 gld, en Pieter Oosterhooren, secretaris, 8 gld, tezamen een jaarlijkse losrente van 20 gld, losbaar met 200 gld aan de eerstgenoemde en de laatstgenoemde, 100 gld aan de als tweede genoemde, met als speciale onderpand een huis en erf met alle aankleven vandien in 't Noordtendt, belend ten zuiden Dirck Poulusz, ten noorden Floris Willemsz. Op 3 juli 1684 is door order van Pieter van den Broeck als mede-erfgenaam van de houders dezes door mij, secretaris, wettelijk opzeggen gedaan aan Lammert Claesz Backer te Krommenie. 44
In de banne van Westzaan bekent in 1676 Gerrit Aris Outjes, wonende aan de Nieuwe Sijd te Westzaan, van Trijntje Dircx, weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhooren, gekocht te hebben een akker land achter de koper uit, aan zijn erf, belend ten zuiden Simon Dircsz, ten noorden Stijn Jans, weduwe, groot volgens 't maatboek 125 roeden, voor 156 gld 5 st, welke de koper bekent schuldig te zijn tegen een interest van 5 gld ten honderd in 't jaar 45.
In 1680 testeert Trijntje Dircx, weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhooren, in zijn leven secretaris van de banne van Westzaan. Zij approbeert het testament gemaakt door haar en haar man op 25 oktober 1652 voor notaris Arijaen Alberti Schagen, doende daarin alleen teniet de clausule waarbij schepenen van Westzaan tot executeurs worden gesteld. Zij prelegateert aan haar zoon Simon Claesz Oosterhooren wonende te Zaandam, in erkentenis van de vele getrouwe diensten in haar hoge ouderdom van hem genoten, de 2 stukjes schilderij met de lijsten waarin zij comparante en haar man naar het leven zijn afgemaald. Wijders prelegateert zij aan haar zoon Abraham Claesz Oosterhoorn, nog ongetrouwd, 200 gld (als ook genoten door de getrouwde kinderen). Tot voogden van de onmondige erfgenamen stelt zij haar 3 zonenen Pieter, Abraham en Simon Oosterhoorn in 't generaal, Mr Anthonis Steps in huwelijk gehad hebbende Maritje Claes Oosterhooren tot mede-voogd van hun kinderen, Annetje Alberts Kost, weduwe van Jan Oosterhoorn, en Pieter Jansz Vinck tot mede-voogdesse en mede-voogd van de kinderen bij dito Annetje Alberts door voorschreven Jan Oosterhooren verwekt, Pieter Jacobsz Kool over Aeffje Jans Oosterhooren nagelaten dochter van Jan Oosterhooren en Trijntje Jacobs Kool, Dirck Pietersz Broeck tot mede-voogd over de kinderen van Griet Claes Oosterhooren, sluitende zij comparante alle weeskamers uit. Zij verklaart in de 200e penning 3000 gld te contribueren. 46
In de banne van Westzaan is op 26 november 1682 Trijntje Dircx, weduwe van Claes Abrahamsz Oosterhooren, als geïnstitueerde erfgenaam van haar overleden zoon Pieter Claesz Oosterhooren, eiser contra Jan Bartelsz, beiden van Westzaan, die van Pieter Claesz 129:10:0 geleend had, welke zaak ook 10 december 1682 op de rol staat. Op 24 december 1682 is Jan Bartelsz wonende te Westzaan in de Middel eiser contra Abraham en Simon Claesz Oosterhooren, mede-erfgenamen van zal. Trijntje Dircx, in haar leven weduwe te Westzaan. 47
Uit dit huwelijk:
1. Griete Claes, ged. (nederd. geref.) Westzaan 2 sept. 1629, volgt IVe.
2. Pieter Claesz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 6 april 1631, volgt IVf.
3. Aeltgen Claes, ged. (nederd. geref.) Westzaan 20 febr. 1633.
4. Maritje Claes, ged. (nederd. geref.) Westzaan 14 jan. 1635, tr. Mr Anthonij STEPS, chirurgijn te Oostzaandam.
Op 28 december 1657 worden ten huize van Pieter Claasz Oosterhoorn te Krommenie huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Mr Anthonij Steps [ondertekent als Antonij Steps], chirurgijn te Zaandam in de banne van Oostzaan, en Maritje Claas Oosterhoorn [ondertekent als Marij Claes Oosterhoorn], jongedochter te Westzaan, geassisteerd met Pieter Claasz Oosterhoorn, secretaris van Krommenie, haar broer. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Als hij de eerststervende is zal zij al zijn goederen genieten en altoos behouden. Als zij de eerststervende is zal hij behoorlijke inventaris van haar goederen maken en die zijn leven lang of tot wederhuwelijk bezitten. 48
5. Abraham Claesz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 5 april 1637, volgt IVg.
6. Jan Claesz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 4 sept. 1639.
7. Jan Claesz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 15 jan. 1642, volgt IVh.
8. Sijmon Claesz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 10 jan. 1644, volgt IVi.
9. Dirck Claesz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 14 febr. 1649, collecteur (van 't gemaal, bieren enz., over Westzaan) (als Dirck Oosterhooren, genoemd in 1669 49), overl. 24 dec. 1671 50, begr. Westzaan.
IIIc. (van IIb) Theunis Abrahamsz OOSTERHOOREN, overl. Westzaan tussen 29 febr. 1652 en 28 maart 1653, tr. 1° Aeff AERIANS, overl. vóór 7 april 1648, dr van Aerian Pietersz BROERS, tr. 2° Marij JANS.
In de banne van Westzaan bekent in 1629 Theunis Abramsz, buurvrijer te Westzaan, schuldig te wezen Gerrit Jansz Gorter en Alewer Arians, weeskinderen in de Crabbelbuijert, een jaarlijkse losrente van 5 gld, hoofdgeld 100 gld, waaraan Abram Claesz Oosterhooren, mede onze buurman, verbindt, als borg voor zijn voorschreven zoon, een stuk land genaamd het Breetgen, liggende voor de erfgenamen van Jan Arisz uit op en binnen de Euverwechsloot, groot 266 roeden, belend ten zuiden Anna Cornelisdr, weduwe, ten noorden de erfgenamen van Claes Jelige 51.
In de banne van Westzaan in 1632 heeft Theunis Abramsz wonende in de Crabbelbuyert gekocht van Thys Hendricxz als voogd van Jannetgen Gerretsdr, mede buurluiden aldaar, een huis en erf in de Crabbelbuijert, belend ten noorden Pieter Gerretsz Bols, ten zuiden de erfgenamen van Cornelis Claesz Volckes, voor 612 gld 10 st, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1632, 1633 en 1634, telkens een derdepart, gevolgd door de opracht, en verkoopt Theunis Abramsz wonende in de Crabbelbuert aan Pieter Gerretsz Bols, mede buurman aldaar, een klein hoekje erf in de Crabbelbuert, belend ten noorden Pieter Gerretsz voorschreven, ten zuiden Theunis Abramsz, voor 17 gld 52.
In de banne van Westzaan worden in 1648 de goederen ingebracht die Theunis Abramsz zijn 6 kinderen, met namen Gerret, Trijn, Abram, Aerian, Symon en Aeltgen, geprocreëerd bij zijn overleden huisvrouw Aeff Aerians, tot hun moeders erfenis bewezen heeft, nl. tezamen 1200 gld, waarover Theunis Abramsz als vader ter eenre, en Pieter Aeriansz, Cornelis Aeriansz, Claes Aeriansz, Heyndrick Aeriansz, Jan Claes Poirt en Claes Dicxz Buijs, voogden, ter andere zijde, geaccordeerd zijn (de vader tekent als Teunis Abramsz Oostehooren) 53.
In de banne van Westzaan bekent in 1650 Cornelis Claesz Cuyper wonende op 't Weyven schuldig te wezen de weeskinderen van z.g. Theunis Abrams wonende in de Crabbelbuert een jaarlijkse losrente van 45 st, hoofdsom 50 gld (op 16 mei 1651 voldaan), bekent in 1651 Dirck Jansz Valckes wonende in de Kerckbuert schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van Theunis Abramsz en zijn overleden huisvrouw Aeff Aerians een jaarlijkse losrente van 13-10-0, hoofdsom 300 gld (op 18 juni 1658 bekent Abram Theunis als mede-erfgenaam voldaan te zijn), en bekent in 1651 Claes Cornelisz Outges wonende in de Middel schuldig te wezen de weeskinderen van Theunis Abramsz wonende in de Crabbelbuert een jaarlijkse losrente van 4 gld 10 st, hoofdsom 100 gld (betaald op 24 maart 1654) 54.
In de banne van Westzaan bekent in 1651 Jan Symonsz Polsen wonende in de Middel gekocht te hebben van Teunis Abramsz Oosterhooren en Gerrit Jansz Smit een stuk land groot 135 roeden, liggende achter de koper een kamp uit, belend ten zuiden Jan Sijmon Clases, ten noorden de koper, voor 286 gld, te betalen primo mei 1652 precies, bekent in 1652 Joris Claesz wonende te Wormerveer gekocht te hebben van Teunis Abramsz Oosterhooren wonende te Westzaan een akker land genaamd die Goren, groot 120 roeden, liggende te Wormerveer bezuiden de Kuipsloot, belend ten zuiden Jan Willemsz Pontman, den noorden de koper, voor 200 gld die comparant mag houden op interest tegen 4 gld ten honderd, verkoopt in 1652 Theunis Abrahamsz Oosterhooren wonende in de Crabbelbuert aan Willem Maertsz Schipper wonende in de Middel een stuk land groot 223 roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Guert Salms, ten noorden Cornelis Jansz Schoemaecker, voor 421 gld 5 st, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1653 en 1654 telkens de helft, verkopen in 1652 Gerrit Jansz Smit en Theunis Abrahamsz Oosterhooren, beiden wonende te Westzaan, aan Mr Willem Cornelisz Twat, Gerrit Jansz IJff en Claes Pietersz van 't Kalff, allen wonende aldaar, een akker land groot 142 roeden, in de Middel achter Dirck Gerrit Risses uit, een kamp over de Wateringh, voor 266 gld 10 st, en aan Dirck Gerrit Ris wonende in de Middel een stuk land groot 127 roeden, liggende achter de 2 kampen van de koper over de Wateringh, belend ten zuiden Neel Willems, ten noorden Trijn Willems, voor 220 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1653 en 1654 55.
In de banne van Westzaan worden in 1653 aangesteld tot voogden: Sijmon Dircxz van Abram Theunis, Pieter Aeriansz van Gerret Theunis, Jan Abramsz van Aeltgen Theunis, Cornelis Aerians van Symon Theunis, Claes Aeriansz van Trijn Theunis 56.
In de banne van Westzaan bekent in 1654 Claes Pietersz gekocht te hebben van Cornelis Adriaensz c.s. als voogden van de kinderen van zal. Teunis Abramsz een huis en erf in de Krabbelbuijrt te Westzaan, belend ten noorden de weduwe van Pieter Gerritsz Boels, ten zuiden Jan Cornelisz Valckes, voor 868 gld, te betalen op 1 mei 1655, gevolgd door de opdracht 57.
In de banne van Westzaan bekent in 1659 Cornelis Dircxz Huijgen, oud-schepen van de banne van Westzaan, schuldig te zijn de 3 nagelaten minderjarige kinderen van zal. Teunis Abrams te weten Arian, Sijmon en Aeltie, een jaarlijkse losrente van 24 gld, hoofdgeld 600 gld, met als onderpand een stuk land genaamd Paelvenn, groot 1070 roeden, liggende achter Pieter Kees Stappers uit, belend ten noorden Arian Pietersz, ten zuiden de comparant (op 16 juni 1665 bekent Jan Abrahamsz Oosterhoorn als voogd van de kinderen voldaan te zijn), en bekent in 1665 Abraham Teunisz Oosterhoorn wonende alhier schuldig te zijn Sijmon en Aeltje Teunis, nagelaten weeskinderen van zal. Teunis Abrahamsz, een jaarlijkse losrente van 12 gld, hoofdsom 300 gld, verbindende een stuk land op Ruyghoort groot omtrent 1600 roeden, genaamd de Viermat, belend ten noorden Claes Keesen, ten zuiden Dirck Gerritsz Spaens (op 8 januari 1669 bekent Jan Abrahamsz Oosterhoorn als voogd van de kinderen voldaan te zijn) 58.
In de banne van Westzaan bekent op 14 januari 1666 Marij Jans, weduwe van Teunis Abramsz, gekocht te hebben van Jan Abramsz Oosterhoorn, oud-schepen in deze jurisdictie, en Sijmon Oosterhoorn, als mede-erfgenamen van zal. Claes Abramsz Oosterhoorn, in zijn leven secretaris dezes dorps, hem sterk makende voor zijn moeder en de verdere erfgenamen, een erf in de Kerckbuurt te Westzaan aan de Oostzijde, belend ten zuiden Zijmon Jansz Verweel, ten noorden Neel Abrahams, strekkende op 't Westent van het huis van de voorschreven Sijmon Jansz noordaan 2 stenen, voorbij 't Noortent van de overige planken en aan 't oost mede even breed, van 't zelve huis af te meten, mits dat Neel Abrams een vrije overgang zal houden over 't voorschreven verkochte erf naar de brug toe, om aan en van 's Heeren weg te komen, gelijk tot nog toe door haar is genoten, voor 140 gld, te betalen primo mei 1666 59.
In de banne van Westzaan in 1666 bekent Jan Claesz Waker gekocht te hebben van Marij Jans, weduwe van Teunis Abrahamsz Oosterhooren, te Westzaan, 2 strepen land, 't ene genaamd de Groote Acker, gelegen achter Balgjes uit, op en binnen de Wateringh, groot 214 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden Jan Claesz Broers, de andere genaamd Besjeslandt, groot 183 roeden, gelegen achter Vrederic Baerts uit, op en over de Wateringh, belend ten zuiden Dirck Zalm, ten noorden Jan Sijmon Claeses, en dat tezamen voor 496 gld 5 st, te betalen primo mei 1666, en bekent Jan Claesz Broers, hem sterk makende voor zijn moeder Aagte Dirckx wonende in de Middel, gekocht te hebben van Marij Jans, weduwe van Teunis Abrahamsz, mede wonende te Westzaan, een stuk land in de Middel achter de koopster aan de huizen, groot 240 roeden, belend ten zuiden Dirck Maertsz, ten noorden Dirck Gerritsz Ris, voor 336 gld, te betalen op 3 meidagen 1666, 1667 en 1668, telkens een derdepart (waarna de opdracht aan Aegte Dircx, weduwe van Claes Claesz Broers, geaccepteerd door haar zoon Jan Claesz) 60.
In de banne van Westzaan wordt in 1624 de inventaris gemaakt van de goederen die de 4 jonge kinderen van Arian Pietersz (onder wie Aefge) zijn aanbestorven van hun bestemoeder. Op 3 maart 1631 bekent Theunis Abramsz als man en voogd van Eefgen van zijn [haar] oom Cornelis Gerritsz de somme van 100 gld in volle betaling ontvangen te hebben. 61
In de banne van Westzaan wordt in 1630 de inventaris opgemaakt van de goederen van Jannetgen Aeriansdr en Aeffgen Aeriansdr, de twee jongste voorkinderen van Aerian Pietersz Broers, en bekent op 4 maart 1631 Theunis Abramsz als man en voogd van Aeffgen Ariansdr 84 gld ontvangen te hebben van zijn schoonvader Arian Pietersz 62.
In de banne van Westzaan bekent in 1659 Marij Jansz, weduwe van Teunis Abrams, wonende in de Kerckbuijrt, schuldig te zijn de 3 minderjarige kinderen van zal. Cornelis van Durstadt een jaarlijkse losrente van 24 gld, hoofdgeld 600 gld, met als onderpand 2 strepen land achter Claes Soetemelck uit, end aan end, belend ten noorden Dirck Gerris Ris, ten zuiden Dirck Maertsz, groot 500 roeden, nog een streep land groot 183 roeden, liggende op en over de Watering voor Jan Cornelisz uit, belend ten noorden Gerrit Jansz genaamd Besjeslant (opgebracht op 20 mei 1664) 63.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1687 Jan Dircsz Backer als wettige gestelde voogd over Maritje Jans, nagelaten weduwe van Theunis Abrahamsz Oosterhooren te Westzaan overleden, aan Muys Cornelisz Relck mede te Westzaan woonachtig een huis en erf te Westzaan in de Kerckbuirt, aan en beoosten de wegsloot, belend ten zuiden Aagt Sijmon Jannes, ten noorden Claes Muesz, voor 520 gld, te betalen op 3 meidagen, de eerste al verstreken 64.
Uit het eerste huwelijk:
1. Gerrit Theunisz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 15 febr. 1632, volgt IVj.
2. Trijn THEUNIS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 16 april 1634.
3. Abraham Theunisz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 9 maart 1636, volgt IVk.
4. Aerjan Theunisz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 7 maart 1638, volgt IVl.
5. Symon Theunisz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 20 mei 1640.
6. Aeltgen THEUNIS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 5 okt. 1642.
7. Mary THEUNIS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 28 mei 1645.
IIId. (van IIb) Jan Abrahamsz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1610 20, schepen van Westzaan, in 1671 vermeld als schepen van Westzaan in het kwartier van Westzaandam 65, verwer, ouderling, overl. tussen 9 sept. 1680 en 16 okt. 1680, tr. 1° Lysbeth CLAES, overl. vóór 25 jan. 1639, tr. 2° Wollement Pieters 'Womke' WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 20 nov. 1611, overl. vóór 6 dec. 1650, dr van Pieter Pietersz WALS, schepen ald. (als zodanig genoemd in 1620 en 1621 66), en Marij CLAESDR, wed. van Goosen Jansz MARLING.
In de banne van Westzaan bekent in 1637 Jan Abramsz onze buurvrijer wonende in de Kerckbuert gekocht te hebben van Symon Abramsz, die zeide procuratie te hebben van Sr Pieter Gerretsz Hooff koopman te Amsterdam, de helft van een huis en erf in de Crabbelbuert te Westzaan, belend ten noorden Aerian Baertsz, ten zuiden de weduwe van Dirck Claesz, voor 800 gld, te betalen 200 gld mei eerstkomende, de rest op 5 meidagen daaraanvolgende 1638-1642, telkens 120 gld, gevolgd door de opdracht, en bekent in 1640 Hendrick Dircxsz Wou wonende in de Crabbelbuert gekocht te hebben van Jan Abramsz wonende te Zaandam in de Molenbuert een half huis en 't halve erf in de Crabbelbuert, belend ten zuiden Lysbet Pieters, weduwe, ten noorden Aerian Baertsz, voor 750 gld, te betalen 150 gld Kerstmis eerstkomende, de rest op 6 meidagen 1642-1647 (betaald op 10 april 1686) 67.
In de banne van Westzaan zijn op 25 januari 1639 Jan Abramsz als vader van Lysbet Jans geprocreëerd bij Lysbet Claes zijn overleden huisvrouw, ter eenre, en Engel Claesz en Huybert Cornelisz als omen en voogden ter andere zijde, overeengekomen dat de moeders erfenis zal zijn 200 gld onder de vader berustende, die het kind zal opbrengen met behouden goed tot haar 18 jaren of tot zij komt te huwelijken, met als onderpand een half huis en erf in de Crabbelbuyert, belend ten noorden Arian Baertsz, ten zuiden Lysbet Pietersdr 68.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1644 Claes Teuwesz, als last hebbende van Teuwis Claesz scheepstimmerman zijn vader wonende op Zaandam, aan Cornelis Pietersz en Jan Abramsz Oosterhooren mede buurluiden aldaar een erf groot 69½ roede te Zaandam achter de Slootemaeckers, belend ten oosten en westen de verkoper, voor 1285 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1644, 1645 en 1646 69.
In de banne van Westzaan bekent in 1647 Jan Abramsz Oosterhooren, voor hemzelf en als last hebbende van Cornelis Pieter Jacobses, beiden op Zaandam, vermangeld te hebben aan Mr Abram Lenersz, chirurgijn aldaar, een erf te Zaandam op 't Seemanspadt, belend ten westen Cornelis Pietersz Kistemaecker, ten oosten Maerten Cornelisz Seeman c.s., en dat aan een part scheeps, op welke mangeling Mr Abram Lenertsz moet uitkeren 180 gld, te betalen op 2 eerstkomende Sint Jacobsdagen 1648 en 1649, waarbij het voorschreven erf getaxeerd is op 200 gld gereed geld, en bekent in 1648 Mr Abram Lenertsz, chirurgijn wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Cornelis Pietersz en Jan Abramsz, mede aldaar, een erfje liggende te Zaandam op 't Seemanspadt, breed 4 roeden, lang aan de rooipalen toe, belend ten westen Cornelis Pietersz Kistemaecker, ten oosten de koper, voor 250 gld die de koper onder zich mag houden op interest jaarlijks tegen 4 ten honderd 70.
In de banne van Westzaan in 1649 bekent Jan Abramsz wonende te Zaandam gemangeld te hebben aan Cornelis Cornelis Swager mede aldaar een erfje groot omtrent 12 roeden liggende achter Jan Maertses, belend ten westen de erfgenamen van Theuwis Claesz, ten westen Jan Abramsz voorschreven, en dat aan hem liggende als voren onder conditie dat Cornelis Cornelisz aanneemt [een straat] te maken en te onderhouden voor twee derden, voor 100 gld door het gerecht getaxeerd (op 4 april 1662 gebleken voldaan te zijn), bekent Jan Maertsz Slootemaecker als last hebbende van Cornelis Cornelisz Swager, allen wonende op Zaandam, vermangeld te hebben aan Jan Abramsz Oosterhooren wonende te Zaandam een erf groot omtrent 7 roeden liggende achter Jan Maertsz, belend ten noorden en oosten Cornelis Cornelisz Swager, en dat aan een erf liggende als voren, onder conditie dat Jan Maertsz uit naam van Cornelis Cornelis Swager aanneemt een straat te maken en te onderhouden voor 2 derden, voor 50 gld door het gerecht getaxeerd, en bekent Jan Maertsz Slootemaecker te Zaandam gekocht te hebben van Jan Abramsz Oosterhooren mede aldaar een erfje groot omtrent 7 roeden liggende achter de koper, belend ten oosten Jan Abramsz voorschreven, ten noorden de erfgenamen van Theuwis Claesz, voor 150 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Sint Jacobsdagen 1650 en 1651, gevolgd door de opdracht 71.
In de banne van Westzaan wordt op 6 december 1650 opgesteld een inventaris van de goederen die Jan Abramsz Oosterhooren wonende te Zaandam, zijn kinderen, met namen Pieter Jansz, Goosen Jansz, Abram Jansz en Symon Jansz, die hij geprocreëerd en gewonnen heeft bij Womken Pieters zijn overleden huisvrouw, tot 's moeders erfenis bewezen heeft. Elk kind krijgt als geld een som van 500 gld berustende onder de vader, die verder met Pieter Pietersz Wals en Willem Pietersz wonende te Jisp als omen veraccordeerd is over de opvoeding. De vader stelt tot onderpand een huis en erf te Zaandam in de Molenbuert, belend ten zuiden Nan Jansz Muijs, ten noorden Cornelis Jacobsz Schoen. De zoon Goossen Jansz haalt zijn deel op op 8 juli 1664, Pieter Jansz Wals op 4 januari 1667, Abraham Jansz Oosterhooren op 29 mei 1668, en Symon Janse Oosterhoorn op 29 januari 1669. 72
In de banne van Westzaan bekent in 1651 Jan Abramsz Oosterhooren wonende te Zaandam, voor hem en zijn mede-consorten, gekocht te hebben van Nanningh Jansz Muijser mede wonende aldaar de helft van een stuk land groot in 't geheel 1029 roeden, liggende achter de weduwe van Barent Bartensz Grol uit op de Wateringh, belend ten noorden Jelle Jansz, ten zuiden Trijntjen Aecht Jansz, voor 1050 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht aan Claes en Jan Abramsz, en bekent in 1652 Claes Abramsz Oosterhooren, zeggende last te hebben van Jan Abramsz Oosterhooren zijn broer, gekocht te hebben van Thieleman Heyndricksz c.s., voogden over de onmondige kinderen van zal. Nan Jansz Muyser, de helft van zeker huis en erf te Zaandam in de Molenbuert, zijnde de Noordzijde, belend ten noorden de originele koper, ten zuiden de kinderen voorschreven, voor 2000 gld, te betalen op 5 eerstkomende meidagen, telkens een vijfdepart, gevolgd door de overdracht aan Jan Abrahamsz Oosterhooren (voldaan op 4 april 1662 73.
In de banne van Westzaan bekent Jan Abramsz Oosterhoorn, schepen van Westzaan, gekocht te hebben in 1653 van Tielman Heijndricxe, als voogd van de onmondige kinderen van zal. Nanning Jansz Muijser en ook procuratie hebbende van de andere voogden, allen wonende te Zaandam, een helft van een stuk land groot in 't geheel 1028 roeden liggende achter Barent Grols weduwe achteruit met de zijde op 's Heeren Wateringh, belend ten zuiden de erfgenamen van Trijntjen Aecht Jans, voor 875 gld, en in 1654 van Jacob Janse Ommekome, beiden wonende te Zaandam, een stuk land achter Kees Smits uit op en beoosten de Wateringh, belend ten zuiden Reijer Claese, ten noorden Jan Koenen, voor 749 gld, gevolgd door de opdracht 74.
In de banne van Westzaan bekennen in 1655 Cornelis Pieter Jacobsz en Jan Abramsz Oosterhoorn oud-schepen, beiden wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Jan Jansz swager c.s., mede wonende te Zaandam, als erfgenamen van Jan Kees Baerenden, zekere stuk land te Westzaan achter Kees Schoen, groot 815 roeden, belend ten noorden Neel Pieters, ten zuiden de erfgenamen van Trijntien Aecht Jans, voor 1691 gld 2 st 8 penn, te betalen op 3 eerstkomende Vrouwendagen 1655, 1656 en 1657, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 75.
In de banne van Westzaan verkopen in 1657 Jan Abramsz Oosterhoorn oud-schepen en Cornelis Jacobsz Schoen c.s. aan Sebastiaen Huijs als last hebbende van Jan Pietersz Gijsen, allen wonende te Zaandam, een huis en erf op het Voochtepadt naast aan de Dijcksloot, belend ten zuiden Jacob Heeremansz, ten noorden de gemene sloot van 't pad, voor 750 gld 76.
In Uitgeest bekent in 1657 Sieu Claesdr, weduwe van Claes Jacobsz, wonende in onze banne in de Wouden, geassisteerd met Pieter Garbrantsz onze buurman aldaar, schuldig te wezen aan Jan Abrahamsz Oosterhoorn wonende in Zaandam in de Blauwe Hant, een jaarlijkse losrente van 5 gld, te lossen met 120 gld, met als onderpand een huis en erf in de Wouden, belend ten oosten Gerrit Gerritsz, ten zuiden en noorden de Notsloot, ten westen Sijmon Dircxz 77.
In 1658 bekent Poulus Engelsz buurman te Krommenie schuldig te zijn aan Jan Abrahamsz Oosterhooren wonende te Westzaandam 1000 gld tegen 4 gld ten honderd, met als borg voor haar zoon Jannitge Poulus, weduwe van Engel Jacobsz 78.
In de banne van Westzaan bekent in 1659 Sebastiaen Huijs, secretaris ondergeschreven, als last hebbende van Jan Abramsz Oosterhoorn, presiderende schepen van Westzaan, gekocht te hebben van Dirck Haijndricxz Copjes te Westzaandam een ven, groot 675 roeden, op en bewesten de Gouwe, belend ten noorden de koper, ten zuiden Aris Arisz Bes, voor 1080 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1659, 1660 en 1661, telkens een derdepart 79.
In 1661 bekent Vredrik Krispiaansz Visscher wonende te Krommeniedijk schuldig te zijn aan Jan Abrahamsz Oosterhooren wonende te Zaandam in de jurisdictie van Westzaan 200 gld tegen 4 gld ten honderd 80.
In de banne van Westzaan verkopen in 1661 Abram Theunisz voor hemzelf, Claes Jansz 't Hooft als voogd, ook zij beiden voor de andere erfgenamen van zal. Claes Claesz Machaije, wonende te Westzaan, aan Jan Abramsz Oosterhoorn, oud-schepen, woonachtig te Westzaandam, een stuk land genaamd de Halve Vijffmadt, groot 1083 roeden, liggende op Ruijghoort, belend ten oosten Klaes Kees Dirck Baerts, ten westen Pieter Aris Dieuwer, voor 1287 gld 81.
In Assendelft verkopen in 1661 Duijff Claes Gysse weduwe van Jan Cornelisz Engelen, geassisteerd met Sijmon en Claes Jansz de Nouwers haar 2 zonen, mitsgaders Willem Dirk Huygen en Claes Adriaensz als mede-erfgenamen van Jan Cornelisz Engelen en voor de verdere erfgenamen, aan Jan Abrahamsz Oosterhoorn wonende te Westzaandam en Pieter Claesz Oosterhoorn secretaris te Krommenie elk de helft in een stuk land genaamd de Boveegh achter 't huis, groot in 't geheel 741 roeden, liggende in 't Noortent beoosten de weg, belend ten noordoosten Cornelis Jansz Coninck, ten zuidoosten Cornelis Cornelisz Muessen, ten zuidwesten de weduwe van Gerrit Gerritsz Huygen met haar kinderen, ten noordwesten Arent Pietersz Stort, voor 1263 gld 1 st 82.
In 1661 zijn Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen te Westzaan, en Cornelis Dircksz Huijgen, oud-schepen te Westzaan, gecontracteerd dat, alzo dezelve Huijgen aan voornoemde Oosterhooren een obligatie van 1000 gld schuldig is, boven een somme van 1500 gld, dezelve Huijgen aan voornoemde Oosterhooren in 't verlopen van 4 jaren, 1661, 62, 63, 64 zal transporteren een stuk land van 1070 roeden gelegen op de Gouw, belend ten zuiden dito Huygen, ten noorden Adriaen Pietersz 83.
In 1661 testeert Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen van het kwartier van Westzaandam behorende onder de jurisdictie van Westzaan, ziekelijk. Eerstelijk verklaart hij zijn 4 kinderen bij zijn laatst overleden huisvrouw Wumke Pieters geprocreëerd en alsnog levende zonen en enige kinderen, genaamd Pieter, Goossen, Abraham en Sijmon, hun moeders erfenis bewezen te hebben. Hij legateert aan Bregtje Jacobs, zijn oudste dienstmaagd, de interest van 400 gld, haar leven lang of tot haar huwelijk. Hij wil dat zijn oudste zoon Pieter in eigendom zal hebben terstond na testateurs overlijden beide huizen en erven met de aankleve vandien die hij comparant tegenwoordig bewonende is, liggende bij elkaar te Westzaandam, belend ten noorden Cornelis Jacobsz Schoen, ten zuiden Adriaen Cornelisz Kaaskooper, mitsgaders een bleekveld achter Jan Maertsz Smit, daarenboven al het gereedschap tot de verwerij behorende, waarvoor die 7500 gld in de gemene boedel zal inbrengen. Hij institueert Goosen in de legitieme portie tenzij die bepaalde strikte voorwaarden betreffende zijn erfopvolging goedkeurt. Verder institueert hij in 3 vierdeparten van zijn na te laten goederen, mitsgaders in wat de legitieme portie van Goossen te boven gaat bij diens disapprobatie, zijn zonen Pieter, Abraham en Sijmon, waarbij voor de laatste geldt, evenals eventueel voor Goossen, dat hij zijn verkregen middelen niet mag beheren vóór hij 30 jaar is; in alle gevallen bij vooroverlijden aan hun descendenten. Gepasseerd ten huize van de testateur. 84
In de banne van Westzaan in 1662 bekent Jan Abramsz Oosterhoorn, schepen van Westzaan, wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Claes Pietersz, hem sterk makende voor de andere voogden van de erfgenamen van zal. Grietje Pieters, wonende te Westzaan, een stuk land, groot 719 roeden, liggende in een kamp over de Gouw, belend achter Dirck Heynen uit ten noorden de koper, ten zuiden Cornelis Gerritsz Jonghkees, voor 1185 gld, te betalen op 3 vrouwendagen 1662, 1663 en 1664, telkens een derdepart (gevolgd door de opdracht), en verkoopt Jan Abramsz Oosterhoorn, voor hemzelf en als last hebbende van Cornelis Pieter Jacobsz, wonende te Zaandam, aan Jan Gerritsz Kegh, mede aldaar wonende, een erfje, groot 18 roeden, te Zaandam aan de weg voor Jacob Claesz Broocker uit, belend ten westen de koper, ten oosten de verkopers, voor 90 gld 85.
In de banne van Westzaan verkopen in 1663 Claes IJsbrantsz en Ariaen IJsbrantsz, voor henzelf voor de ene helft en als omen en voogden van de jonge kinderen van Gijs Pieter Gijsen en zal. Dieuwer IJsbrants voor de andere helft, aan Jan Abramsz Oosterhoorn en Cornelis Pieter Jacobsz, allen wonende te Zaandam in de Molenbuert, een stukje land, groot in 't geheel 679 roeden, te Zaandam in de Molenbuert, voor 1595 gld, te betalen op 3 vrouwendagen 1663, 1664 en 1665, telkens een derdepart 86.
In de banne van Westzaan verkopen in 1664 Jan Abramsz Oosterhoorn c.s. aan Pieter Cornelisz Twat, als voogd van Hillegunt Cornelis weduwe van Willem Joresz te Zaandam, een erf op Jacob Schoenenpad, belend ten oosten Ariaen Jansz Pitt, ten westen de verkopers, groot 30 voeten bij de sloot langs, voor 195 gld 87.
In Krommenie verkoopt in 1664 Kornelis Willemsz Backer, oud-schepen, aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen van Westzaan, een huis en boomgaard tot het nieuwe huis toe op 't Madt, belend ten westen Jan Jacobsz Mostaet, ten oosten Pieter Claesz, voor 1355 gld 88.
In de banne van Westzaan belijden in 1665 Jan en Claes Gerritsz Ouwekees wonende te Zaandam van Jan Abrahamsz Oosterhoorn gekocht te hebben een akker land, groot 229 roeden, op 't einde van de Watering, belend ten noorden Gerrit Ouwekees, ten oosten Pieter Willemsz Reus, voor 360 gld 13 st 8 penn, te betalen op 3 eerstkomende vrouwendagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart (op 4 september 1669 bekent Jan Abrahamsz Oosterhooren betaald te wezen) 89.
In 1665 testeert Jan Abrahamsz Oosterhooren, ziekelijk. Eerstelijk verklaart hij aan zijn 4 bij zijn reeds overleden huisvrouw Wumke Pieters geprocreëerde en alsnog levende zonen en enige kinderen, genaamd Pieter, Goosen, Abraham en Sijmon Jansz Oosterhooren, hun moeders erfenis bewezen te hebben. Ten tweede revoceert hij zijn testament bij dezelfde notaris van 1661. Ten derde legateert hij vooruit aan Bregje Jakobs zijn oudste dienstmaagd, als zij in zijn dienst op zijn overlijden is, de interest van 400 gld haar leven lang of tot haar huwelijk toe. Ten vierde prelegateert hij aan Abraham en Sijmon, zijn 2 jongste zonen, elk 600 gld om redenen dat Pieter en Goosen zijn 2 oudste zoenen elk zo veel of meer ten huwelijk hebben genoten. Ten vijfde nomineert hij in alle verdere goederen als universele erfgenamen Pieter, Goosen, Abraham en Sijmon Oosterhooren. 90
In 1666 testeert Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen en regerend vroedschap van het kwartier van Westzaandam behorende onder de jurisdictie van Westzaan. [Dit testament verschilt weinig van dat van 1661; nu legateert testateur aan Bregje Jacobs de interest van 800 gld.] 91
In de banne van Westzaan bekent op 25 maart 1666 Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen en secretaris, gekocht te hebben van de voogden van de minderjarige kinderen van zal. Jan Jacobsz Vet en Hillegont Pieters te Zaandam overleden, een stuk land gelegen achter de kinderen van Jan IJsbrantsz uit een kamp over de Gouw, belend ten zuiden de Koper, ten noorden Griet Claes Ettes, groot 488 roeden, voor 793 gld, te betalen primo mei 1667 92.
In de banne van Westzaan bekent in 1669 Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen, van Lourus Bouwensz Ket wonende te Zaandam gekocht te hebben de helft van een huis en erf te Zaandam bij de Overtoom, belend ten zuiden Ewout van Vliet, ten noorden d'Oude Hollantsche Tuyn, gemeen met ene Jan Cornelissen, voor 2100 gld, te betalen de helft gereed mei eerstkomende en de wederhelft mei 1670 (waarna de opdracht door Simon Oosterhooren als last en procuratie hebbende van Lourens Bouwenz Ket) 93.
In 1670 wordt vanwege Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud- schepen en -vroedschap te Westzaandam, een insinuatie gedaan aan Pieter Dircsz van Frederikstad, mede wonende te Zaandam, dat zij op 4 juni 1654 een contract hebben gesloten voor notaris Adriaen Albertus Schagen, waarin de insinuant zou geobligeerd zijn de geïnsineerde te leren en volkomen te onderrichten 't ambacht van verwen, waarvoor de geïnsinueerde zekere somme van penningen zou betalen, en was gestipuleerd dat de geïnsinueerde nooit in de banne van Westzaan, noch ook aan de Oostzijde van Zaandam, zou mogen zelf een verwerij op te zetten of iemand anders te leren met het voornemen zulks te doen, en dat insinuant is bericht geworden dat de geInsinueerde van mening zou zijn een verwerij op Oostzaandam op te richten en te dien fine alreeds aldaar woonachtig was, wat niet behoort; het antwoord was dat de insinuant doen mocht wat hij kon 94.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1670 Jan Abramsz Oosterhooren, oud-schepen alhier, ook instaande voor Cornelis Pieter Jacobsz wonende te Zaandam, aan Guirte Dircx, weduwe, mede wonende aldaar, een erfje te Zaandam op Jacob Schrenenpad, belend ten oosten Pieter Jacobsz Papier, ten westen de verkoper, breed zijnde bij de sloot langs 25 voeten, voor 134 gld 10 st 95.
Op 26 augustus 1671 compareren Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen, ook voor Jan Cornelisz en Willem Willems Boekebinder, allen wonende te Zaandam, ter eenre, en Ewout van Vliet, notaris te Delfshaven, ter andere zijde, en verklaren hun geschil over de osendrop ter wederzijden van zeker huis en erf bij de Overtoom aldaar, gebouwd door de voorschreven Van Vliet en nu toebehorende de notaris [Simon Oosterhooren], te submitteren aan 't oordeel van Floris Cloeck, advocaat te Amsterdam, en Jan Gerritsz Ouwekees en Meyndert Arentsz, koopluiden te Zaandam. Op 12 september 1671 approberen de partijen de uitspraak. 96
In de banne van Westzaan in 1672 verkoopt Arent Aukes Metselaer aan Jan Abrahamsz Oosterhooren en Jan Hendrixsz Kardinael, regerende schepenen alhier, een huis en erf te Zaandam op 't Zuijder Jaep Mensenpadt, belend ten oosten Maerten Naijer, ten westen Jan Dircxz Verveen, en verkoopt Sijmon Cornelisz Huijgen, ook voor de verdere kinderen en erfgenamen van zal. Cornelis Dircsz Huijgen en Niesje Abrahams, wonende te Westzaan, aan Jan Abrahamsz Oosterhoorn, regerend schepen wonende te Zaandam, een stuk land te Westzaan in de Crabbelbuirt, op en bezuiden de Mallegatssloot, belend ten zuiden de weduwe van Jan Garbrantsz en Pieter Aeghte Heijnis, ten noorden dito sloot, strekkende van de huizen af tot de Gouw toe, groot 752 roeden, voor 940 gld 97.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1674 Dirck Cornelisz Huygen wonende te Zaandam, als mede-erfgenaam van zijn broer Symon Cornelisz Huygen, wijders instaande voor alle verdere erfgenamen, aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen, wonende te Zaandam, 2 stukken land op en beoosten de Gouw, naast elkaar, belend ten zuiden Dirck Jacobsz Vet, ten noorden Willem Gerritsz Snie c.s., tezamen groot 576 roeden, voor 576 gld 98.
In 1675 is er een certificatie door o.a. Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud 64 jaar, diverse malen geweest zijnde schepen en ook ouderling van de Gereformeerde Kerk aan de Westzijde van Zaandam 99.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1675 Jan Dircsz No, als speciaale last en procuratie hebbende van Aagje Pieters, weduwe van Maerten Claesz Nomen, aan Jan Abrahamsz Oosterhooren en Pieter IJsbrantsz Leest, elk voor de helft, allen wonende te Zaandam, een custingbrief houdende ten laste van Wouter Lourisz Smit zal. gewoond hebbende op de Koogh 1000 gld 100.
In 1676 testeert Jan Abrahamsz Oosterhoorn, oud-schepen van Westzaandam, ziek zijnde naar lichaam doch volkomen gebruikende zijn zinnen en verstand. Hijn heeft kinderen bij zijn laatst overleden huisvrouw Wumke Pieters. Hij prelegateert aan Bregje Jacobs, zijn oudste dienstmaagd, indien zij op zijn overlijden in zijn dienst is, de rente van 800 gld haar leven lang of tot haar huwelijk toe. Hij verklaart tot zijn mede-erfgenamen de 3 kinderen van zijn overleden zoon Goossen en de 2 kinderen van zijn overleden zoon Abraham, en dat in hun legitieme portie. Het is zijn wil dat zijn oudste zoon Pieter in eigendom zal hebben terstond na zijn overlijden beide huizen en erven, met alle aankleve van dien, die hij tegenwoordig bewonende is, staande bij elkaar te Westzaandam, belend ten noorden Cornelis Jacobsz Schoen, ten zuiden Ariaen Cornelis Kaeskooper, nog het bleekveld achter het huis van Jan Pietersz, en nog alle kuipen, ketels, boeije, kleinschuit en al het verdere gereedschap tot de ververij. Hij institueert tot universele erfgenamen Pieter en Simon Jansz Oosterhooren, zijn 2 zonen. 101
In Assendelft heeft in 1676 Jan Abrahamsz Oosterhooren wonende te Westzaandam gekocht van de curateures van de geabandonneerde boedel van Anna Gerrits Hamm, weduwe van Jan Gerritsz Huijgen, een stuk land genaamd het Corte Ventje met het vierde in de Vuijtkaijck in Maerte Sijmesweer, groot tezamen 1497¼ roeden, liggende in de Noorderpolder, belend ten noordoosten Marijtje en Cornelis Miessis, ten zuidwesten Bartholomeus Willemsz en Gerrit Jellissen, voor 1197 gld 16 st, te betalen op 3 meidagen 1676, 1677 en 1678, en verkoopt in 1677 Louris Claesz Croon alhier aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, wonende aan de Westzijde te Zaandam, een stuk land genaamd d'Halvemaatje in de Noorderpolder, groot 509½ roede, belend ten noordoosten Jacob Jan Meijndertsz, ten zuidwesten Marij Crelis Miessis, voor 300 gld 102.
In 1677 geeft Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-burgemeester in de banne van Westzaan, volmacht aan Aris Arisz, korenmolenaar te Zaandam, om voor het gerecht van Kalverdijk te compareren om aldaar aan te nemen de opdracht van 11 geerzen land in het gebied van Kalverdijk die Evert Cornelisz Beeck, korenmolenaar te Warmenhuizen, ten behoeve van hem comparant zal passeren, en de opdracht of kwitantie over te nemen 103.
In Assendelft in 1677 verkoopt Pieter Claesz Oosterhooren aan Jan Abramsz Oosterhooren zijn oom de helft van een stuk land genaamd de Booveegh, groot in 't geheel 741 roeden, belend ten noordoosten Jochem Jacobsz, ten zuidwesten Gerrit Gerritsz Huijgen, voor 350 gld, en verkoopt Cornelis Pietersz Floren alias Schudje aan Jan Abrahamsz Oosterhooren wonende te Westzaan een stuk land in de Noorderpolder genaamd Noomkelandt, groot 624 roeden, belend ten noordoosten de kinderen can Claes Bouwissen, ten zuidwesten Jan Joosten, voor 550 gld 104.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1677 Claes Claesz Jas wonende te Wormerveer aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen alhier, een stuk land, groot omtrent 550 roeden, achter Wormerveer aan de Dijcksloot, belend ten noorden de weduwe van Jan Visscher, ten zuiden Dirck Cornelis Blauw, voor 700 gld, en aan Jan Abrahamsz Oosterhooren voor 6/29, Aerjan Jansz d'Wit en Aegte Pieters weduwe van Haijmo Jansz Zanen elk voor 8/29, Marij Jans weduwe van Jan Visscher voor 5/29, en Marij Jans weduwe van Pieter Claesz Prins voor de resterende 2/29, allen wonende in deze banne, een huis en erf te Wormerveer, belend ten westen Alit Alberts, weduwe, ten oosten Neeltje Bruijnen, waarbij de koper een pad van 4 voeten over dit erf bewesten het huis om moet gedogen, met de conditie dat de verkoper zo lang hij leeft in het huis zal mogen wonen, mits doende behoorlijk onderhoud en hij de verponding en elk jaar 20 gld huur betaalt, voor 700 gld 105.
Op 5 november 1679 maakt Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen in de banne van Westzaan, woonachtig te Zaandam, tamelijk gezond, een codicil. Hij approbeert het testament van 7 juni 1676 uitgezonderd hetgeen hierna volgt. Al hetgeen hij op zijn zoon Pieter Jansz Oosterhooren had gemaakt boven de legitieme portie en onder afslag van hetgeen daarop in rekening kan worden gebracht, zal komen op deszelfs [twee] kinderen, welke kinderen hij verklaarde in 't overige van dezelve filiale portie tot zijn mede-erfgenamen te institueren, waarvan de interest tot hun mondigheid aan de vader of moeder zal komen. 106
Op 16 oktober 1680 verklaren Pieter Cornelisz Vat, oud-schepen, Pieter en Simon Jansonen Oosterhooren, allen te Zaandam, te kennen gevende dat zij benevens Dirck Dircksz Maetjes zal. bij testament van zal. Jan Arahamsz Oosterhooren, in zijn leven oud-schepen aldaar, op 7 juni 1676 waren gesteld tot voogden over de kinderen van zal. Goossen en Abraham Jansonen Oosterhooren en tot administrateurs van hun goederen, in plaats van Dirdck Doirksz Maetjes te stellen tot voogd Jochem Isbrants Kleijnsorgh, mede oud-schepen aldaar 107.
Op 9 janauri 1682 geven Sijmon Jansz Oosterhooren en Lijsbet Pieters, weduwe en boedelhoudster van Pieter Jansz Oosterhooren, wonende te Zaandam, tezamen erfgenamen van zal. Jan Abrahamsz Oosterhooren, machtiging aan Sr Daniel Leijts, notaris en procureur aldaar, teneinde in hun rechten waar te nemen en te vervolgen zodanige zaken als zijluiden zouden mogen goed vinden 108.
In de banne van Westzaan wordt in 1640 ingebracht door Jan Abramsz als man en voogd van Wumken Pieters ten behoeve van haar voorkind Stijntgen Gooses, in presentie van Jan Pietersz (ondertekent als Jan Pietersen Marling), oud-schepen van Wormer, als bestevader van 't voorschreven weeskind, 250 gld berustende onder de voorschreven Jan Abramsz, zijnde de voorschreven Jan Abramsz ter eenre en de voorschreven Jan Pietersz als bestevader en voogd van 't voorschreven kind, ter andere zijde, overeengekomen dat Jan Abramsz aanneemt het kind op te brengen met behuden goed voor de rente van de voorschreven somme, tot zijn 18 jaren toe, met als onderpand een huis en erfje te Zaandam in de Molenbuyert, belend ten noorden Cornelis Jacobsz, ten zuiden Nan Jansz. Op 24 januari 1651 compareren Jan Abramsz in dezen genomineerd, ter eenre, en Pieter Pietersz (ondertekent als Pieter Pietersz Wals) en Willem Pietersz als omen en voogden van Stijntgen Gooses hun overleden zusters kind, ter andere zijde, en is geaccordeerd dat het kind zal hebben tot moeders erfenis 500 gld berustende onder de stiefvader (met voorwaarden als hiervoor). Op 1 juni 1655 bekent Claes Cornelisz als man en voogd van Stijntien Goosen van de somme van 750 gld uit handen van Jan Abramsz voldaan te zijn. 109
In Krommenie bekent in 1657 Claes Willemsz Boontje wonende in de Vlus schuldig te zijn de nagelaten kinderen van zal. Wumke Pietersdr verwekt door Jan Abrahams Oosterhorn wonende te Zaandam 500 gld tegen 4 gld ten honderd (op 8 februari 1670 wettelijk opgeëist van de debiteur, op 30 januari 1691 wettelijk opgeëist van de erfgenamen van zal. Claes Willemsz Boontje uit order van Pieter Gose, en op 13 februari bekende Pieter Goosen voldaan te zijn) 110.
In de banne van Westzaan bekent in 1658 Sijmon Symonsz wonende te Westzaan schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van zal. Wimpje Pieters een losrente van 7 gld, hoofdgeld 200 gld, met als borg Griete Baerts geassisteerd met Cornelis Claesz Keesen (op 28 januari 1671 bekent Jan Abrahamsz Oosterhoorn, vader van de kinderen, voldaan te zijn) 111.
Uit het eerste huwelijk:
1. Lysbet JANS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 25 april 1638.
IIIe. (van IIb) Griet Abrahams OOSTERHOOREN, tr. Pieter Cornelisz BROERS, watermolenaar te Westzaan, overl. vóór 11 mei 1667, zn van Cornelis Pietersz BROERS.
Op 11 mei 1667 testeert Grietje Abrahamsdochter, weduwe van Pieter Cornelisz Water-Molenaar, wonende te Westzaan. Aan haar 3 dochters Aaltje, Mary en Hilgond, voor zover bij haar overlijden nog in leven, vermaakt zij de kleren tot haar lijf behorende, zonder dat aan haar zonen Cornelis en Sijmon Pieterszoenen Broers daarvan iets zal komen tenzij alle drie haar dochters kwamen te ontbreken. De kinderen die tegenwoordig nog bij haar wonen, nl. Cornelis, Symon, Aaltje en Hilgond, of enige van dien (ongetrouwd zijnde) haar komende te overleven, zullen de volle possessie van huis, huisraad enz. hebben, en na trouwen of overlijden van de laatste hiervan zal er deling zijn tussen haar kinderen of hun descendenten in de plaats van hun ouders. De getuigen zijn Jan Oosterhooren en Symon Claasz Jel. De zoons Cornelis en Symon verklaren met deze dispositie van hun moeder volkomen tevreden te zijn. Gedaan bij de watermolen te hunnen huize. 113
In de banne van Westzaan bekent in 1627 Pieter Cornelisz Broers wonende in de Middel gekocht te hebben van Cornelis Dircksz Mannen mede buurman aldaar een huisje, hooihuis en erf in de Kerckbuijert, belend ten noorden Egge Huijgen en het kerkhof, ten zuiden Cornelis Dircksz voorschreven, voor 190 gld, te betalen een derdepart gereed deze mei, de rest op 2 meidagen daaraanvolgende, te weten 1628 en 1629, gevolgd door de opdracht 114.
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje PIETERS.
2. Cornelis Pietersz BROERS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 21 aug. 1633.
3. Mary PIETERS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 11 maart 1635 (gedoopt als Maretgen).
4. Hillegont Pieters BROERS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 14 juni 1637.
5. Hillegont PIETERS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 27 febr. 1639 (doopgetuige de moeder van de huisvrouw van de vader [Theunisje Simons]).
6. Sijmon Pietersz BROERS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 22 sept. 1641.
IIIf. (van IIb) Niesje Abrahams OOSTERHOOREN, tr. Cornelis Dircksz HUIJGEN, schepen te Westzaan, zn van Dirck ARENTSZ 115 en Guerte HUIJGENS, wedn. van Maritgen ARIANSDR.
In de banne van Westzaan verkopen in 1664 Arent Cornelisz Pie, voor hemzelf en als last hebbende van Jan Abramsz Oosterhoorn, voogd van Niessie Abrams weduwe van Cornelis Dircxz Huijgen, en Dirck Cornelisz voor hemzelf, wonende te Westzaan, aan Cornelis Cornelisz Jongetrijn, wonende bij de Hoogendijck, een huis en erf daaraan genaamd het Dijcklant, groot 126 roeden, aan de Overtoom, belend ten noorden de Hoogendijck, ten zuiden de koper, voor 1200 gld, en bekent in 1665 Cornelis Ariaensz Brones wonende in de Kerckbuirt gekocht te hebben van Jan Abramsz Oosterhoorn als broer en voogd in dezen van Niesjen Abrams, wonende mede aldaar, een stuk land, groot 1070 roeden, genaamd Poelven, liggende voor Jan Risses uit, op en over de Gouw, belend ten zuiden Niesjen Abrams, weduwe, ten noorden Ariaen Pietersz, voor 1875 gld, te betalen op 3 vrouwendagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart (waarna de opdracht) 116.
In de banne van Westzaan bekennen in 1665 Jan en Claes Gerritsz Ouwekees Sardams gekocht te hebben van Dirck Cornelis Huijgen, als last hebbende van zijn moeder Niesjen Abrams van Westzaan, een stuk land, groot 481 roeden, genaamd het Stuk van Pieter Ives, liggende achter de verkoper uit een kamp over de Gouw, belend ten noorden Aris Arisz, ten zuiden Pieter Ariaensz Timmerman, voor 650 gld, te betalen op 3 vrouwendagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart (geroyeerd op 4 september 1669, op de verklaring van Dirck Cornelisz Huijgen, als zoon en voogd van zijn moeder Niesje Abrahams, weduwe, in 't geheel betaald te wezen) 117.
In de banne van Westzaan bekent in 1665 Pieter Cornelisz Schoenmaker wonende in de Krabbelbuyrt gekocht te hebben van Dirck Cornelisz Huijgen als last hebbende van zijn moeder Niesjen Abrams, mede aldaar wonende, een stuk land achter de koper uit 2 kampen over de Gouw op het Mallegadt, belend ten zuiden Aris Arisz, ten noorden Maerten Claes Heynes, voor 643 gld 15 st, te betalen op 3 vrouwendagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart 118.
In de banne van WEstzaan in 1665 belijden Jan en Claes Gerritsz Ouwekees wonende te Zaandam gekocht te hebben van [Jan] Abramsz [Oosterhoorn], als voogd van Niesjen Abrams weduwe van Cornelis Claesz Huijgen, en Arent Cornelis Pie en Sijmon Cornelisz als voogden over de kinderen van Cornelis Dircksz Huijgen, een akker land genaamd de Twee Bientjes, groot 268 roeden, belend ten zuiden Gerrit Pieters Ourick, ten noorden Dirck Jacobsz Vet, voor 335 gld, te betalen op 3 vrouwendagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart, en verkopen dezelfde verkopers aan Cornelis Ariaensz Broers wonende in de Kerckbuiert een akker land genaamd Jan Stuijversacker, groot 106 roeden, belend op en over de Gou ten zuiden de weduwe van Jacob Joris, ten noorden Cornelis Ariaensz Broers, voor 122 gld 10 st 119.
In de banne van Westzaan verklaren in 1668 Arent Cornelisz Pie en Symon Cornelisz Huygen, als zonen en voogden van hun moeder Niesje Abrahams [in feite stiefmoeder van Arent] wonende te Westzaan, dat hun zuster Trijn Cornelis tot haar moeders erfenis had genoten 1000 gld berustende onder de voorschreven Niesje Abrahams, onder speciaal verband van een stuk land groot 800 roeden gelegen achter haar huizinge, belend ten zuiden de weduwe van Jan Garbrantsz, ten noorden Aagte Gerrits; alzo hiervan akte is gepasseerd in 't renteboek ten laste van Jan Louw deze geroyeerd 120.
In de banne van Westzaan bekent in 1670 Symon Cornelisz Huygen, als voogd over zijn moeder Niesje Abrahams, weduwe van Cornelis Dircsz Huygen, wonende in de Crabbelbuiert, schuldig te wezen de weeskinderen van zal. Willem Pieter Nijntjes te Zaandam 600 gld tegen 4 gld ten 100, met als onderpand een huis en erf in de Crabbelbuirt mitsgaders 't land daarachter aan, belend ten noorden de Mallegatsloott, ten zuiden de erfgenamen van Jan Garbrantsz, groot omtrent 1000 roeden, nog een ventje van 403 roeden over de Gouw, belend ten zuiden de kinderen van Jacob Jansz Vet, ten noorden de comparant, en nog een akker (deze brief geroyeerd op 14 april 1674) 121.
In de banne van Westzaan is in 1619 de baljuw eiser contra Cornelis Dircxz alias Kees Ghuert Huygen, over een delict gepleegd met anderen langs 's Heerenwech waarbij zij een oude man van 70, nl. Claes Pietersz Walich, mishandeld hebben en in 't water gegooid, willende hem met zoden doen zinken. De eis is verbanning voor 10 jaar uit het baljuwschap van Beverwijk en een boete. De gedaagde ontkent. Op 11 juli 1619 verwijzen schepenen de zaak naar baljuw en leenmannen van Beverwijk. 122
In de banne van Westzaan bekent in 1620 Cornelis Dircxz alias Kees Guert Huygen wonende in de Crabbelbuert gekocht te hebben van Pieter Baertsz wonende te Zaandam in de banne van Oostzaan een huis en erf met een tuintje liggende achter aan de worf in de Crabbelbuert, belend ten noorden de weduwe van Claes Gerritsz, ten zuiden Symon Cornelisz Cuyper, voor 800 gld, te betalen een achtstepart gereed, de rest op 7 eerstkomende jaren 1621-1627 telkens op 1 maart; compareerde mede Egbert Huygensz als voogd in dezen van Guerte Huygen als borg voor Cornelis Dircxz haar zoon 123.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1624 Egbert Huygensz, als wettelijke voogd van Guert Huygen zijn zuster, onze geburen, aan Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuert 3 akkertjes land, groot omtrent tezamen 180 roeden, liggende achter Pieter Heynen uit, belend ten zuiden Jan Keesge Wouwer, ten noorden Jan Heynderick Janses, voor 150 gld, en verkoopt in 1625 Cornelis Dircksz wonende in de Crabbelbuiert aan Jan Heijndericxz mede buurman aldaar 3 akkers land, liggende zijd aan zijd in de voorschreven Crabbelbuiert achter Pieter Heynen uit, groot tezamen 183 roeden, belend ten noorden Jan Heijndericxz, ten zuiden Jan Cornelisz Wou, voor 150 gld 124.
In de banne van Westzaan in 1626 verkoopt Jan Arentsz wonende in de Crabbelbuert aan Cornelis Dircxz mede buurman aldaar een erfje liggende op de Crabbelbuert aan de weg waar zijn huis op staat, belend ten noorden Jan Jansz van Oosten, ten zuiden Pieter Pietersz, voor 145 gld, waarvoor Cornelis Dircxz aan zijn oom Jan Arentsz een jaarlijkse losrente van 6 gld schuldig is totdat Jan Arentsz overleden zal zijn, met als onderpand het gekochte erfje, en bekent Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuert gekocht te hebben van Vastert Claesz c.s. wonende op Wormerveer een stuk land groot 1163 roeden liggende achter Jan Arentsz uit, belend ten noorden de erfgenamen van Claes Cornelisz, ten zuiden Vastert Claesz zelf, nog een stukje land groot 125 roeden liggende als voren, belend ten noorden Cornelis Dircxz, ten zuiden Allert Jansz c.s., voor 1481 gld 4 st, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1627 en 1628 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 125.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1628 Dirck Gerretsz Cater wonende in 't Zuytent aan Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuert een stuk land groot 420 roeden liggende achter Jan Arentsz, uit 2 kampen van de werf, belend ten noorden Cornelis Jansz, ten zuiden de weduwe van Claes Neesen, voor 600 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1628, 1629 en 1630 telkens een derdepart, verkoopt in 1628 Pieter Dircxz aan Cornelis Dircxz, beiden in de Crabbelbuert, de helft van een stuk land genaamd de Berchven, groot in 't geheel omtrent 860 roeden, benoorden het Weyver, belend ten noorden het Papenweer, ten zuiden het voorschreven Weyver, met conditie dat als binnen 5 jaar Cornelis Dircxz dit verkoopt hij het verschil in prijs aan Pieter Dircxz zal afstaan, voor 600 gld, verkoopt in 1629 Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuert aan Pieter Jansz Grieten wonende in de Middel een stuk land groot 355 roeden liggende achter Pieter Jansz uit op de Twisch, belend ten noorden de erfgenamen van Cornelis Dircxz, ten zuiden Maeretgen Gerretsdr, voor 450 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 jaren, te weten 1630 en 1631, en verkoopt in 1630 Jacob Claesz wonende in de Crabbelbuert aan Cornelis Dircxz, onze mede-broeder in 't schepenambt, een stuk land groot 358 roeden, liggende achter Dirck Claesz uit op de Twisch, belend ten noorden Claes Cornelisz, ten zuiden Jan Jansz Heynis, voor 400 gld, te betalen op 4 eerstkomende meidagen, te weten 1630, 1631, 1632 en 1633 126.
In de banne van Westzaan in 1631 bekent Cornelis Dircxz Huygen wonende in de Crabbelbuyert gekocht te hebben van Allert Jansz, Pieter Jansz IJp en Dirck Claesz, armenvoogden, als bewindhebbers van de boel en goederen van Jan Arentsz zal. ged., een stuk land achter Cees Stappes uit, op en binnen de Gouw, groot 751 roeden, belend ten noorden Allert Jansz, ten zuiden Pieter Willemsz, voor 935 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1632 en 1633, gevolgd door de opdracht, verkoopt Cornelis Valckesz wonende aan de Hoogendyck aan Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuyert een zesdepart van een stuk land genaamd het Ghouwesteck, groot omtrent ½ mad, liggende achter Pieter Dircxz uit op en bij de Gouw, belend ten noorden Pieter Heyndricxz, ten zuiden Jan Heyndricxz, voor 66 gld, en verkoopt Ocken Symonsz wonende te Purmerend aan Cornelis Dircxz Huygen wonende in de Crabbelbuyrt 2 akkers land liggende zijd aan zijd achter Heyndrick Baers uit een kamp binnen de Watering, groot tezamen 406 roeden, belend ten noorden Heyndrick en Willem Pieterssoonen, ten zuiden Heyndrick Claesz Baers, voor 642 gld 4 st, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1632, 1633 en 1634 127.
In de banne van Westzaan bekent in 1631 Pieter Dircxz Huygen wonende in de Crabbelbuyert schuldig te wezen Cornelis Dircxz een jaarlijkse losrente van 15 gld, af te lossen na 6 jaar met 300 gld, met als onderpand een stuk land groot 215 roeden achter Pieter Dircxz uit een kamp binnen de Gouw, belend ten noorden, oosten en zuiden Pieter Heyndricxz 128.
In de banne van Westzaan is in 1631 Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuyert eiser contra Dirck Thijsz wonende op Wormerveer. De eiser heeft aan de gedaagde verkocht een last rogge voor 95 gld die de gedaagde binnen 6 weken zou betalen. Gedaagde heeft de rogge niet willen ontvangen zodat die nog in de schuit van Claes Dircxz ligt. 129
In de banne van Westzaan op 20 januari 1632 verkoopt Pieter Willemsz Lys wonende in de Kerckbuyert aan Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuijert een stuk land groot 218 roeden liggende achter Jan Arentsz uit, op en binnen de Gouw, belend ten noorden Cornelis Dircxz, ten zuiden Cornelis Willemsz, voor 354 gld, te betalen op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1632, 1633 en 1734, verkoopt Ocken Symonsz poorter te Purmerend aan Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuyert 2 akkers land, groot tezamen 303 roeden, liggende achter Heyn Claes de Baes, uit een kamp binnen de Watering, belend ten noorden Cornelis Dircxz, ten zuiden Heyndrick Claesz Boers, voor 450 gld, te betalen op 3 Vrouwlichtmisdagen 1632, 1633 en 1634, en verkoopt Valck Valcksz wonende aan de Dyck aan Cornelis Dircxz wonende in de Crabbelbuijert een zesdepart van een stuk land genaamd het Gouwsstuckgen liggende achter Pieter Dircxz uit op en binnen de Gouw, groot omtrent in 't geheel een half mad, belend ten noorden Pieter Heyndricxz, ten zuiden Jan Heyndricxz, voor 66 gld 130.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1632 Dirck Symonsz wonende in 't Suytent aan Cornelis Dircxz Huijgen wonende in de Crabbelbuyert een huis en erf met het land achteraan, groot omtrent 411 roeden. in de Crabbelbuyert, voor 2210 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1632, 1633 en 1634 131.
In Westzaan zijn in 1634 Cornelis Dircxz Huygen als vader van zijn drie kinderen genaamd Thrijn, Arent en Neeltgen, gewonnen bij Maritgen Ariansdr zal. ged. zijn eerdere huisvrouw, en Arian Pietersz als bestevader, Pieter Gerritsz en Pieter Jansz Verweel als omen en voogden van de voorschreven kinderen, met elkaar veraccordeerd dat Cornelis Dircxz zijn drie kinderen tot moeders erfenis heeft bewezen 2970 gld, voor de renten waarvan hij zijn kinderen met behouden goed zal opbrengen tot hun mondige jaren of huwelijk, met als onderpand een huis en erf met het land achteraan strekkende aan de Gouw toe in de Crabbelbuyert, groot 't land 1 morgen, belend ten noorden Pieter Heyndricxz Vrieses, ten zuiden Jacob Claesz, ten zuiden [sic] Pieter Heyn voorschreven, nog een stuk land genaamd Paelven liggende achter Kees Stappers uit op en aan de Gouw, groot omtrent 1000 roeden, belend ten noorden de erfgenamen van Gerrit Gerritsz, ten zuiden Cornelis Dircxz, nog een akker land bezuiden het voorschreven land, groot 106 roeden, belend ten noorden Paelven, ten zuiden Allert Jansz. Op 3 maart 1654 bekent Arent Cornelisz zijn part uit handen van Cornelis Dircxz Huijgen zijn vader ontvangen te hebben. Op 16 januari 1663 bekent Pieter Dircx als getrouwd hebbende Neeltien Cornelis zijn part in haar moeders erfenis ontvangen te hebben. Op 13 januari 1665 hebben Arent Cornelis Pie en Dirc Cornelis (Huigen) het stuk land genaamd de Paelven doen royeren en van de verbintenis in dezen ontslagen. 132
In de banne van Westzaan bekent in 1654 Cornelis Dircxz Huygen wonende in de Crabbelbuiert schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van zal. ged. Claes Cornelisz Cop wonende te Zaandam een jaarlijkse losrente van 22 gld 10 st, hoofdsom 500 gld, met als onderpand een stuk land genaamd Jan Pieters, groot 651 roeden, liggende achter Kees Stappers op en binnen de Gouw, belend ten zuiden Cornelis Dircxz voornoemd, tem noorden Jacob Jansz Veeringman 133.
In de banne van Westzaan bekent in 1650 Cornelis Dircxz Huygen wonende in de Crabbelbuert schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van z.g. Griet Jacobs, gewezen huisvrouw van Jan Remmen in de Schermeer, een jaarlijkse losrente van 32 gld 10 st, hoofdsom 700 gld, verbindende een stuk land genaamd het Dycklant met het huisje daarop bij de dijk, belend ten zuiden de Dycksloot, ten westen de Tochten 134.
In de banne van Westzaan bekent in 1658 Cornelis Dircx Huijgen schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van Claes Dircx Huijgen een jaarlijkse losrente van 20 gld, hoofdsom 500 gld, met als onderpand de Paalven, groot 1070 roeden, te Westzaan, belend ten noorden Arian Pietersz, ten zuiden comparant (voldaan op 14 december 1660) 135.
Op 28 februari 1675 geven Arent Cornelisz Huijgem alias Arent Pie, Dirck Cornelisz Huijgen en Pieter Dircksz de Jongh in huwelijk gehad hebbende Neeltjen Cornelis Huijgen, woonachtig te Westzaan en Zaandijk respectievelijk, als mede-erfgenamen van hun overleden broer Sijmon Cornelisz Huijgen, ook voor de absente mede-erfgenamen, machtiging aan Reijnier Intis, poorter van Amsterdam, om te innen zodanige sommen van penningen als iemand te Amsterdam woonachtig zijnde aan de boedel door de gemelde Sijmon Cornelisz Huijgen nagelaten schuldig is en blijken zal bij het schuldregister van de voorschreven Sijmon Cornelisz Huijgen of authentieke extracten 136.
Uit dit huwelijk:
1. Dirck Cornelisz HUIJGEN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 5 okt. 1636, tr. Marij JACOBSDR.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1674 Dirck Cornelisz Huygen wonende te Zaandam, als mede-erfgenaam van zijn broer Symon Cornelisz Huygen, wijders instaande voor alle verdere erfgenamen, aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen, wonende te Zaandam, 2 stukken land op en beoosten de Gouw, naast elkaar, belend ten zuiden Dirck Jacobsz Vet, ten noorden Willem Gerritsz Snie c.s., tezamen groot 576 roeden, voor 576 gld 98.
In 1670 testeren Dirck Cornelisz Huijgen en Marij jacobsdr, wonende te Zaandijk; zijn moeder Niesje Abrahams krijgt eventueel haar legitieme portie 137.
2. Symon Cornelisz HUIJGEN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 27 maart 1639 (doopgetuige de moeder van de huisvrouw van de vader [Theunisje Simons]).
3. Gerret Cornelisz HUIJGEN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 27 maart 1639 (doopgetuige de moeder van de huisvrouw van de vader [Theunisje Simons]).
4. Aecht CORNELIS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 28 april 1641.
5. Guertgen CORNELIS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 1 febr. 1645.
6. Teunisgen CORNELIS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 22 april 1647.
IIIg. (van IIb) Neel ABRAHAMS, tr. N.N.
In 1664 prelegateert Neel Abrahams, weduwe, wonende in de Kerckbuirt in Westzaan, aan Pieter Mieusz alias Piet Heyn, haar oudste zoon, een bed met een peluw, een oorkussen en een witte katoenen deken, mitsgaders aan Aeltje en Dieuwertje Mieusdochteren, haar 2 dochters die alsnog bij haar zijn wonende, tezamen een bed, een peluw en 2 oorkussens, met 2 dekens, nl. een witte en een blauwe, en dat om de goede en getrouwe diensten die zij van dezelve kinderen heeft genoten of nog zal genieten (gedaan ten huize van de comparante, in presentie van Adriaen Jansz Al, regerend schepen van Westzaan, en Dirck Claesz Oosterhooren) 138.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter MIEUSZ, alias Pieter Heyn.
2. Aeltje MIEUS.
3. Dieuwertje MIEUS.
IIIh. (van IIb) Maritje ABRAHAMS, tr. Dirck Pietersz SNIJER.
Op 9 en 23 september 1680 verklaren Maritje Abrahams weduwe van Dirck Pietersz Snijer, geassisteerd met Jan Abrahamsz Oosterhooren haar broer, Jan Maertsz Noomen in huwelijk hebbende Maritje Dircx, Tieleman Engelsz getrouwd met Aeltje Dircx, en Poulus Gerritsz als man en voogd van Thuenisje Dircx, allen te Zaandam behalve Jan Maertsz Noomen te Amsterdam, kinderen en erfgenamen van zal. Dirck Pietersz Snijder, veraccordeerd te wezen dat Poulus Gerritsz het huisje en erf hetwelk Maritje Abrahams tot nog toe heeft bewoond, op 't Blauwe Padt, in volle eigendom zal hebben, voor de waring ervan Jan Abrahamsz Oosterhooren zich verbindt, des dat Poulus Gerritsz eerstelijk daarop zal uitkeren 175 gld waaruit zullen moeten worden betaald alle schulden tot laste van de boedel van Maritje Abrahams lopende, dat het overschot zal gedeeld worden in 4 portiën waarvan Maritje Abrahams en haar 3 kinderen ieder een vierde zullen genieten, en dat Poulus Gerrits verder geobligeerd zal wezen Maritje Abrahams zowel in ziekte als in gezondheid zo lang zij leeft te onderhouden. Verder zal zij aanstonds aan haar kinderen overgeven en laten verdelen haar huisraad en inboedel uitgezonderd een bed met zijn toebehoren. 139
Uit dit huwelijk:
1. Maritje DIRCX, tr. Jan Maertsz NOOMEN.
2. Aeltje DIRCX, tr. Tieleman ENGELSZ.
3. Theunisje DIRCX, tr. Poulus GERRITSZ.
IVa. (van IIIa) Claes Sijmonsz OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 15 okt. 1628, schuitvoerder, koopman, impost op begr. Koog aan de Zaan 30 nov. 1709 (impost 6; aangever Hendrick Cornelisz Backer), tr. Marij Willems PEEREBOOM, impost op begr. ald. 13 april 1706 (impost 6; aangever Hendrick Cornelisz Backer).
In de banne van Westzaan bekent in 1652 Claes Symonsz Oosterhooren wonende te Westzaan schuldig te wezen Marij Dircx, het nagelaten weeskind van zal. ged. Dirck Dircxz Butter en Aeffgen Gerrits aldaar, een jaarlijkse losrente van 9 gld, hoofdsom 200 gld, met als borg Willem Willemsz Pereboom alhier (opgebracht op 15 december 1654) 140.
In 1663 bekent Cornelis Pietersz Bleijcker wonende te Westzaan schuldig te wezen aan Claes Symonsz Oosterhooren wonende op Zaandijk 1100 gld tegen 4 gld ten honderd in 't jaar 141.
In 1664 hebben Klaas Sijmonsz Oosterhooren, koopman en schuitvoerder op de Koog, ter eenre, en Adriaan Willemsz Peerboom wonende te Westzaan, ter andere zijde, gecontracteerd dat Oosterhooren aan Peerboom ter hand heeft gesteld 1934 gld 8 st (waarin begrepen de grote schuit met alle aanhorigheden die voornoemde Peerboom vanwege Oosterhooren tegenwoordig voerende is). Peerboom brengt 150 gld in. Met regelingen over het delen van winst en verlies. 142
In 1664 bekent Phillips Symonsz Bravert, schuitvoerder te Westzaan, schuldig te zijn aan Claas Sijmonsz Oosterhooren 1100 gld tegen 4 gld ten honderd 143.
Op 9 november 1666 wordt een insinuatie ten verzoeke van Claes Sijmonsz Oosterhooren gedaan aan Heijndrick Jansz Aren wonende te Westzaan die op 24 maart 1666 van hem heeft gekocht 14 tonnen lijnzaad, zo duur als Sijmon Gerritsz, die mede van dezelfde soort gekocht had, daarvoor betaalde, namelijk 12 gld 10 st voor ieder ton, en nog 4 ton voor 14 gld 't stuk, te betalen op de reis, van welke kooppenningen te betalen de koper tot nog toe is gebleven in gebreke, onder voorwendsel dat hij, de koper, 't voorschreven zaad wederom in de molen van hem, Oosterhooren, heeft gebracht, voorgevende dat de koop zou zijn geschied in dier voege dat de koper het zaad kon terugleveren als hij het niet kon verkopen, hetwelk volgens de verkoper absoluut tegen de waarheid strijdig is. De verkoper maant de koper om de kooppenningen te betalen en het zaad te halen (als staande tegenwoordig te zijnen pericule). 144
Op 8 december 1666 geeft Claes Sijmonsz Oosterhooren, koopman op de Koog, machtiging aan Heyndrick IJsbrants Spaens, notaris en procureur op Zaandijk, om te ontvangen van Heijndrick Jansz Aren wonende te Westzaan 218 gld vanwege koop en leverantie van lijnzaad 145.
In 1667 bekent Claes Gerritsz, wonende op de Koog, van Claes Sijmonsz Oosterhooren, koopman mede wonende aldaar, gekocht te hebben een boeierschuit, groot omtrent 2 lasten, met mast, zeilen, staand en lopend want, zoals dezelve reilt en zeilt, en nog bij rest van meerdere somme daarop schuldig te wezen 90 gld, te betalen over een jaar na dato van dezen (notarisgetuige o.a. Pieter Jansz Wals [=Oosterhooren]) 146.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1669 Mieus Lourisz, meester timmerman wonende op de Koogh, aan Claes Symonsz Oosterhooren, koopman, mede aldaar, voor de ene, en aan Pieter Cornelisz Blauw, koopman te Hoorn, voor de andere helft, de helft van een erf, in 't geheel groot 36¾ roede, op de Koogh aan de Zaan, afgedolven van een stuk land genaamd de Kooghven, zijnde 't zelve erd gemeen met Jan Lourisz Musses, belend ten oosten Jonge Willem, ten westen de verkoper c.s., voor 258 gld 7 of 8 penn 147.
In de banne van Westzaan in 1674 kopen een aantal personen, onder wie Claes Symonsz Oosterhooren voor een negendepart, van Jacob Pietersz Backer een volmolen, erf en gereedschappen, genaamd de Swarte Bontcen, staande op de Koogh, met een vrije gang van 's Heeren weg, voor 2500 gld, te betalen in 3 termijnen, en van Sijmon Cornelisz Honingh, wonende op Zaandijk, een papiermolen, genaamd de Wever, met zijn erf en gereedschappen, staande bezuiden het Guytspadt, met een vrije gang en overslag over 't land van Dirck All mitsgaders een vrije overgang over 't land van Jacob Dircsz Quack mits de koper gehouden blijft plankjes te leggen om over te gaan en jaarlijks daarvoor 3 gld 3 st te betalen aan de Quacq, nog een erf te Zaandijk aan de Zaan tegenover 't Guytspadt als het afgedeeld ligt, belend ten zuiden Jochem Jacobsz Leenen c.s., ten noorden Meijndert Garbrantsz c.s., met bepalingen, voor 5675 gld, te betalen in 3 termijnen 148.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1676 Dirck Claesz Suijcker als mede-erfgenaam van zijn vader Claes Cornelis Dirck Baarts, wijders instaande voor alle verdere erfgenamen van dezelve, mitsgaders als gelast van de weduwe en en erfgenamen van Haijndrick Kees Dirck Baerts, aan Claes Sijmonsz Oosterhooren wonende op de Koogh een huis en erf te Westzaan aan de Nieuwe Sijd, belend ten zuiden Cornelis Arisz, ten noorden de erfgenamen van Neel Claes, voor 280 gld, en verkoopt in 1677 Claes Pietersz Baes wonende te Westzaan aan Claes Simonsz Oosterhoorn en Adryaen Willemsz Peereboom, beiden wonende op de Koogh, een huis en erf in de Kerckbuirt te Westzaan op 't pad zonder naam, belend ten oosten Jan Swart, ten westen Jan Jansz van Zanen, met een vrij pad naar en van 's Heeren weg, voor 240 gld 149.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1682 Thijs Dircksz aan Claes Sijmonsz Oosterhooren, beiden op de Koogh woonachtig, een huis en erf op de Koogh aan de Zaan, belend ten zuiden Cornelis Cornelisz Meijn, ten noorden de koper, voor 875 gld, te betalen in zodanige termijnen als in 't verlijboek staat genoteerd 150.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1682 Claes Sijmonsz Oosterhooren wonende op de Koog aan Dirck Cente wonende te Westzaan een huis en erf te Westzaan aan de Nieuwe Zijde, belend ten zuiden Cornelis Arisz, ten noorden Pieter Cornelisz Kroon, voor 875 gld te betalen in 3 termijnen, en verkoopt in 1683 Claes Claesz Muijs wonende te Koog aan Claes Sijmonsz Oosterhooren mede aldaar woonachtig 2 erven te Koog op de Schipperslaen, ieder erf breed 25 voet, de noordersloot zijnde 12 voet en de zuidersloot 30 voet uit het vasteland, met recht op de helft van de noordersloot, voor 229 gld 151.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1686 Jan Lourusz Muus te Koog aan Claas Symonsz Oosterhooren mede aldaar een stijfselmakerij met deszelfs worf te Koog aan de Zaan, belend ten zuiden Muus Louwes, ten noorden Jan Willemz Gorter, met conditie dat de verkoper behoudt aan de zuidkant de breedte van 20 voeten, te meten op het westend van de voeting van Muus Louwes van zijn huis af noordaan tot 20 voeten incluis en aan de oostkant, echter aan de westkant van 't pakhuisje dat de verkoper toebehoort te meten mede 20 voeten noordaan, voor 4115 gld, te betalen in 3 termijnen 152.
In 1700 geeft Claes Sijmonsz Oosterhooren, koopman wonende op de Koog, machtiging aan Arendt Dircksz van Naarden, zijn zwager [schoonzoon], om te compareren voor schout en schepenen van Hoorn, Medemblik en Enkhuizen, om te transporteren zodanige huizen en erven als hem comparant hebben toebehoord en nu onlangs door hem zelf zijn verkocht, en de kooppenningen te innen 153.
Ten verzoeke van van Claas Sijmonsz Oosterhooren, koopman te Koog, verklaart op 16 april 1704 Arijaen Jansz Ligthart, oud omtrent 49 jaar, wonende te Koog, dat hem nog zeer wel indachtig is dat op des requirants erf aan de noordkant een fok (zo die genaamd wordt) heeft gestaan op het uiterste gedeelte van des requirants erf, welke fok over enige jaren (zonder in de precieze tijd bepaald te willen zijn) door een zeer harde wind is omvergewaaid, echter de requirant vervolgens dezelve weder heeft doen opbouwen en die toentertijd zo veel binnen de noordwal van des requirants erf heeft doen maken dat buiten de fok een bekwaam deel [= plank] kon worden gelegd dat daarop requirants weeg [=wand] kon worden geteerd. Compareerde mede Arijaen Claasz Kuijnderts, oud 25 jaren, die een soortgelijke getuigenis gaf. En verklaarden attestanten eenparig de voorschreven weeg van des requirants pakhuis dikwijls en menigmaal staande op de voorschreven deel liggende op de grond van de requirant gezien te hebben. 154
Op 30 januari 1710 zijn Hendrick Cornelisz Backer, woonachtig te Koog, in huwelijk gehad hebbende Aafje Claas Oosterhoorn, ter eenre, en Aeltje Claes bejaarde dochter, Grietje Claes weduwe van Claes Boijsz, Arent Dircksz van Naerden in huwelijk hebbende Mary Claes, voor zo veel het nood zij met dezelve geassisteerd met Arent Visser getrouwd met Guurtje Claes, en Symon Symonsz Louw in huwelijk hebbende Tryn Claes, beiden insgelijks met hun vrouwen geassisteerd, Jan Jansz Louwe als testamentaire voogd over de minderjarige kinderen van zal. Abraham Claesz Oosterhooren, en nog Jacob Peereboom als bij testamentaire dispositie aangestelde voogd over de onmondige zoon van Gerrit Onderwater verwekt bij Griete Claes deszelfs vooroverleden huisvrouw, allen kinderen en erfgenamen van zal. Claes Symonsz Oosterhooren en Marij Willems, wonende allen in de banne van Westzaan, ter andere zijde, te kennen gevende dat de eerste comparant bij uiterste wil van wijlen zijn voorgemelde huisvrouw was gemaakt tot vruchtgebruiker van al haar nagelaten goederen, zowel van die zij reeds had bezeten als die zij van de voorgemelde Mary Willems zal. op het afsterven van de voorschreven Claes Symensz Oosterhooren, die de gemene boedel tot zijn dood in 't geheel moest possideren, had te verwachten, overeengekomen dat als uitkoop de eerste comparant, in plaats van voldoening van de genoemde uiterste wil, in volle eigendom zal hebben alles wat hij reeds van zijn voorgemelde huisvrouw zal. in lijftocht was bezittende en daarenboven 1000 gld uit de gemene boedel 155.
Op 23 september 1710 geven Grietie Claas Oosterhooren, Arent Dircxz van Naarden in huwelijk hebbende Maritie Claas Oosterhooren, beiden wonende te Koog, en Sijmon Sijmonsz Louw getrouwd met Trijntie Claas Oosterhooren wonende te Oostzaandam, volmacht aan Pieter Broerse, notaris en procureur te Wormerveer, ten einde hen ad lites waar te nemen 156.
In 1682 testeren Claes Symonsz Oosterhooren, koopman, en Marij Willems Perebooms, geëchte luiden wonende op de Koog. Zij stellen tot hun erfgenamen hun kinderen hoofd voor hoofd, bij vooroverlijden hun descendenten in de plaats van hun ouders, mits dat de langstlevende van de testateuren zal blijven zitten in volle possessie van de ganse boedel, zonder gehouden te zijn tot enige inventaris te maken of rekening te doen, waartegen de langstlevende de na te laten onmondige kinderen zal opbrengen tot hun mondige dag of huwelijk. Als de langstlevende hertrouwt moet die de kinderen als vaders- of moedersgoed de helft van de boedel bewijzen. De langstlevende zal voogd zijn over de onmondige kinderen met uitsluiting van de weeskamer. 157
In 1693 testeren Claas Sijmonsz Oosterhooren, koopman, en Marij Willems Peerebooms, geëchte luiden wonende op de Koog, hij ziek te bedde. Zij approberen het testament van 5 juli 1682 voor notaris Simon Oosterhooren. Indien iemand van hun kinderen of kindskinderen tegen het testament kwam aan te kanten, zo verklaarden zij dezulke ongehoorzamen in de blote legitieme portie te institueren. 158
Op 2 juni 1701 testeren Claas Sijmonsz Oosterhooren, koopman, en Marij Willems, geëchte luiden wonende op de Koog, vermits hun ouderdom redelijk gezond. Zij institueren hun kinderen en kleinkinderen in de legitieme portie, in het overige elkaar. Als de langstlevende hertrouwt moet die de kinderen en kindskinderen voor vaders of moeders erfenis de helft bewijzen van de boedel zoals die alsdan bevonden zal worden. Als de langstlevende overlijdt wordt verder gelijkelijk verdeeld over de kinderen of kleinkinderen in de plaats van hun ouders. Er is sprake van een dochter Grietje getrouwd met Claas Boijs, een dochter Trijn getrouwd met Sijmon Sijmonsz Louw, een overleden zoon Abraham met kinderen, en een overleden dochter Grietje met een zoon Sijmon Gerritsz. Schoonzoons mogen het vruchtgebruik hebben als er kinderen zijn, maar bij overlijden van de kinderen zonder nazaad moeten de goederen teruggaan naar de maagschap van de testateuren. Het gedeelte dat testateurs hebben in de papiermolens de Wever en de Boncsem zal niet mogen worden verkocht buiten de maagschap van de testateurs. De langstlevende zal voogd zijn over minderjarige erfgenamen, met uitsluiting van de weeskamer. Gepasseerd te Koog ten huize van de testateuren. 159
Uit dit huwelijk:
1. Abraham Claesz, volgt Va.
2. Griete Claes, volgt Vb.
3. Trijntje Claes, ondertr. (impost) Koog aan de Zaan 28 sept. 1697 (impost 6 voor haar, hij jongeman te Oostzaandam) Sijmon Sijmonsz LOUW, geb. 1654, overl. 2 maart 1711 (oud 56 en ½[?] jaar 160), begr. Westzaandam (Westerkerk).
4. verm. Theunis Claesz.
In 1693 testeert Theunis Claesz Oosterhooren, bejaarde jongeman wonende te Oostzaandam. Indien hij ongetrouwd komt te sterven is zijn enige erfgename Trijntje Theunis, huisvrouw van Dirck Claesz Storm, wonende te Oostzaandam, zijn peet, bij vooroverlijden zijn haar kinderen de erfgenamen. 161
5. Aefje Claes, impost op begr. Koog aan de Zaan 22 juli 1707 (impost 3; aangever Claes Sijmonsz Oosterhooren), ondertr. (impost) Westzaandam 1 febr. 1698 (impost 12 samen, hij jongeman te Westzaandam, zij jongedochter te Koog) Hendrick Cornelisz BACKER, zn van Cornelis Claasz BACKER, mr scheepstimmerman te Zaandam.
Op 18 maart 1705 testeren Hendrick Cornelisz Backer en Aaffje Claas Oosterhooren, echte man en vrouw wonende te Koog. Indien hun huwelijk door de dood wordt gescheiden zonder kinderen uit dit huwelijk in leven na te laten, benoemen zij elkaar tot enige erfgenaam, met voor eventuele ouders de legitieme portie. Als dan de langstlevende hertrouwt moet die aan de erfgenamen van de eerststervende laten volgen de helft des boedels. Als de langstlevende overlijdt zonder hertrouwd te zijn zal de nalatenschap van dezelve in twee gelijke delen verdeeld worden om door wderzijdse vrunden ab intestato genoten te worden. 162
Op 14 mei 1710 testeert Hendrick Cornelisz Backer, weduwnaar, wonende te Koog, onpasselijk. Hij legateert aan zijn broers dochter Eeffie Claas alle jaren 75 gld, haar leven lang, aan Marij Abrahams zijn tegenwoordige dienstmaagd 60 gld gedurende 20 eerstkomende jaren tot haar overlijden, beginnende met het sterfjaar van testateur, en daarenboven alle kleren van testateurs overleden huisvrouw die haar best zullen passem en aan Marij en Trijn Claas, zusters van zijn overleden huisvrouw, alle verdere kleren van zijn gemelde overleden huisvrouw. Tot enige erfgenaam institueert hij zijn vader Cornelis Claasz Backer wonende te Westzaandam, en wanneer zijn vader overlijdt moeten de goederen devolverev op de 3 kinderen van testateurs zuster, in gelijke portiën, bij overlijden hun descendenten bij representatie van hun ouders. 163
In 1717 verklaart Hendrick Cornelisz Backer, koopman te Koog, nagelaten zoon van Cornelis Claesz Backer, in zijn leven mr scheepstimmerman te Zaandam, dat zijn vader in het jaar 1694 heeft gemaakt en getimmerd een fluitschip, lang 114 voet, wijd 27 voet, hol in 't ruim 12 voet, 't voordek hoog aan boord 6 voet 5 duim, alles Amsterdamse houtmaat, door des comparants vader verkocht en geleverd aan schipper Arent Heeren Scholl van Ameland en zijn gemene reders, waarvoor de kooppeningen zijn betaald, zijnde genaamd de Juffrouw Alida, dat nu het schip hermeten zijnde te Amsterdam is lang bevonden 114 voet, wijd 27 voet 3 duim, hol 12 voet, 't voordek 6 voet 5 duim, wordende gevoerd door schipper Pieter Buijs van Amsterdam 164.
6. Maritje Claes, volgt Vc.
7. Aaltje Claes, impost op begr. Koog aan de Zaan 24 maart 1730 (impost 30; aangegeven te Westzaan door Symon Onderwater), begr. ald. 26 maart 1730 ( 2).
Op 20 juni 1712 verklaren getuigen ten verzoeke van Arend Dircksz van Naarden wonende te Koog, dat zij op 14 juni 1712 hebben gezien dat achter op de plaats van het huis van de requirant in de zuiderschutting van Aaltie Claas Oosterhooren 17 rafters [=planken] waren afgenomen en uit de oosterschutting van gemelde Aaltie Claas 12 rafters, en dat er aan de wal van Aaltie Claas in de Zaan een brede modderpraam voorzien van lading lag. Toen zij op de werf van de requirant waren gekomen hebben zij ook gezien dat zekere persoon (woonachtig te Westzaan als hun bericht was) was staande op de werf van de gezeide Aaltie Claas Oosterhooren, met zijn slikbeugel door het gat van de zuiderschutting in de haven van de requirant bezig bezig was en zijn slikbeugel zoals die vol modder was weer heeft leeg gemaakt, zeggende ick sal er nu uijtscheijden want het is aldaar diep genoeg 165.
8. Grietje Claes, impost op begr. Koog aan de Zaan 26 dec. 1730 (impost 15, aangever Symon Onderwater), tr. Claas BOIJSZ.
9. Guurtje Claes, tr. Arent VISSER.
IVb. (van IIIa) Trijn SIJMONS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 10 nov. 1630 (doopgetuige Theunisgen Sijmonsdr, moeder van de vader), overl. vóór 28 jan. 1676, tr. Cornelis Pietersz BLEECKER, die hertr. met Lijsje Willems PEREBOOM, en Griet JANS.
In de banne van Westzaan bewijst op 28 januari 1676 Kappeteijn Cornelis Pietersz Bleeker zijn kinderen Sijmon, oud 17, Baefje 14 en Aeltje 10 jaar, geprocreëerd bij zal. Trijn Sijmons, elk kind 33 gld 7 st, samen 100 gld, als geaccordeerd met Jan Abramsz Oosterhoorn, Claes Sijmonsz Oosterhoorn en Sijmon Sijmonsz Oosterhoorn; op 2 september 1692 bekennen Baefje Cornelis en Aeltje Cornelis voldaan te zijn, ook wegens 't versterf van hun broer 166.
Uit dit huwelijk:
1. Sijmon Cornelisz BLEECKER, ged. (nederd. geref.) Westzaan 16 febr. 1659 (doopgetuige Marrij Pieters), overl. vóór 2 sept. 1692.
2. Baefje CORNELIS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 27 okt. 1661 (doopgetuige Maarij Pieters), tr. Dirck Cornelisz WESEL, zn van Cornelis Jansz WESEL, schuitvoerder, veerschipper op Amsterdam, en Grietje PIETERS.
In 1693 geven Jan Cornelisz Wesel ter eenre, en Baeffje Cornelis weduwe van Dirck Cornelisz Wesel, geassisteerd met Claes Simonsz Oosterhooren haar oom, wonende te Zaandijk, ter andere zijde, te kennen twee jaar geprobeerd te hebben dat de eerste comparant met de marktschuit de laatste comparante toebehorende op Amsterdam vaart, maar dat zij bevonden hebben dat zij beiden uit de verdiensten niet konden bestaan. Door tussenspreken van Floris d'Lange, Jan Pietersz Haijn, Cornelis van der Laij en Jacob Honingh zijn zij verdragen dat de laatste comparante vrijwillig zal laten gaan aan de eerste comparant de schuit met alle toebehoren voor 1160 gld, waarvan 800 gld voor de schuit en de rest voor haar pretentie op het marktveer, welke somme van 1180 gld verrekend wordt als volgt: 310 gld contant, 270 gld afgetrokken van de obligatie van 540 gld aan de weduwe en boedelhoudster van Cornelis Jansz Wesel, de resterende 580 gld te betalen precies over een jaar. 167.
3. Baart BLEECKER, ged. (nederd. geref.) Westzaan 2 nov. 1664 (doopgetuige Vrouwtje Cornelis).
4. Aeltje CORNELIS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 4 april 1666 (doopgetuige Marij Pieters).
5. Grietje CORNELIS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 21 nov. 1668 (doopgetuige Vrouwtje Cornelis), jong overleden.
IVc. (van IIIa) Phillips Sijmonsz (OOSTERHOOREN), ged. (nederd. geref.) Westzaan 30 okt. 1633 (doopgetuige de moeder van de vader), tr. Vrouwtje CORNELIS.
Uit dit huwelijk:
1. Wijve PHILLIPS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 24 febr. 1664 (doopgetuige Trijn Sijmons).
2. Cornelis PHILLIPSZ, ged. (nederd. geref.) Westzaan 7 juli 1665 (doopgetuige Trijn Sijmons).
3. Cornelis PHILLIPSZ, ged. (nederd. geref.) Westzaan 17 nov. 1666 (doopgetuige Trijn Sijmons).
4. Wijve(tie) Phillips OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 17 juni 1668, volgt Vd.
5. Cornelis PHILLIPSZ, ged. (nederd. geref.) Westzaan 25 mei 1670 (doopgetuige Marritje Gerrets).
6. Cornelis PHILLIPSZ, ged. (nederd. geref.) Westzaan 15 nov. 1671 (doopgetuige Trijn Sijmons).
7. Sijmon Phillipsz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 22 okt. 1673 (doopgetuige Trijn Sijmons).
IVd. (van IIIa) Sijmon Sijmonsz OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 5 okt. 1636 (doopgetuige de moeder van de vader), tr. Lijsje Willems PEREBOOM, die hertr. met Cornelis Pietersz BLEECKER.
In 1666 verkoopt in 1666 Symon Symonsz Oosterhooren, winkelier te Westzaan, en draagt bij dezen over, aan Claas Sijmonsz Oosterhooren zijn broer (die mede compareert), koopman op de Koog, een boeierschuit met toebehoren, een eiken kleerkast met alle linnen en wollen kleren daarin, 2 bedden met toebehoren, alle stoelen en stoelkussens, een kinderbedje met toebehoren, 3 tafels, alle hoeden, alle kousen en garen en al wat wat verder van de winkel dependerende is, alle ketels en potten en al hetgeen daarbij behorende is, een eiken persje, een schakel, een sleetje, en voorts al het verdere huisraad, voor 400 gld, en de tweede comparant en acceptant verklaarde toe te staan dat de transportant al dezelve precario, zo lang als hij acceptant daarmee tevreden zal wezen, zal mogen bezitten en gebruiken 168.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1681 Jan Jansz van Zanen aan Sijmon Sijmonsz Oosterhooren, beiden wonende te Westzaan, de breedte van 1½ roede erf bewesten het huis en erf van de koper in de Kerckbuirt te Westzaan op 't Boogaertpadt, strekkende van 't pad zuidwaarts tot de sloot toe, waarbij naast de verkochte 1½ roede zal moeten blijven open en onverspaad op de rooiing van 't genoemde pad een gang van 6 voeten waarover de koper zal hebben een vrije gang of pad, voor 70 gld 169.
Op 28 augustus 1691 liquideren Lijsje Willems Peerebooms, weduwe van Sijmon Sijmonsz Oosterhoorn, en Willem Sijmonsz Oosterhoorn alias Peereboom, beiden te Westzaan, een rekening die zij enige tijd herwaarts met elkaar hebben gehad (het ging over 170 gld) 170.
Uit dit huwelijk:
1. Willem Sijmonsz, kwartiermeester, overl. vóór of op 13 sept. 1711.
Op 15 augustus 1708 compareren Claas Sijmonsz Oosterhooren, koopman te Koog, en Dirck Willemsz Schots, koopman te Westzaan, voor henzelf en voor Jacob Peereboom mede te Koog, ter eenre, en Willem Sijmonsz Oosterhooren alias Peereboom, wonende te Westzaan, ter nadere zijde, te kennen gevende dat de laatste comparant onder executie was gebracht van diverse imposten die de laatste aan de comptoiren van de Gemen-Landsmiddelen schuldig en ten achteren was, belopende met de executiekosten omtrent ruim 200 gld, de eerste comparanten verzoekende de notaris dit te voldoen, belovende dezelve binnen 2 maanden aan dezelve Van Broeck te restitueren, stellende henzelven tot volkomen debiteurs in dezen 171.
Op 20 januari 1710 is Willem Simonsen Oosterhoorn vam Wessanen als kwartiermeester in dienst getreden bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie, kamer Zeeland, en op het schip Oostersteyn van Vlissingen vertrokken, en op 9 augustus 1710 in Batavia aangekomen. Bij de afrekening op de datum van aankomst van zijn gage à 14 per maand over 6 maanden en 20 dagen, bedragende 93:6:10, is hij 84:13:6 te kwaad gebleven. Vanwege zijn overlijden in Azië is hij op 13 september 1711 uit dienst getreden. 172
2. verm. Hilgont Sijmons OOSTERHOORN, volgt Ve.
IVe. (van IIIb) Griete Claes OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 2 sept. 1629, tr. Aris Pietersz van BROECK, schoenmaker, zn van Pieter Gerretsz van BROECK en Marij CORNELIS.
In de banne van Westzaan verkopen in 1684 Dirck Pietersz Broeck, Abraham en Symon Claaszoon Oosterhoorens, als wettige gestelde voogden over de twee nagelaten minderjarige kinderen van zal. Aris Pietersz Broeck en Griet Claes Oosterhoorens, item Pieter Arisz Broeck voor hemzelf, allen in deze banne woonachtig, aan Willem Jansz Aris(ses) een stukje land liggende te Westzaan in de Middel, beoosten en aan de huizen, belend ten noorden Symon Gerritsz Visser, ten zuiden Pieter Egbertsz Steur, groot 261 roeden, voor 137 gld 173.
In de banne van Westzaan zijn in 1671 Dirck Pietersz Broek, Gerrit Pietersz Broek en Cornelis Pietersz Broek, van 's vaders zijde, en Pieter, Abraham en Simon Oosterhooren, van 's moeders zijde, gesteld tot voogden over de kinderen van zal. Aris Pietersz Broek en Griete Claes, alhier te Westzaan in de Middel overleden 174.
In de banne van Westzaan wordt door Marij Cornelis aan haar kinderen gewonnen bij haar eerdere man Pieter Gerretsz van Broeck hun vaders erfenis bewezen, van welke kinderen Aris Pietersz op 22 mei 1663 verklaart zijn deel ontvangen te hebben 175.
In 1664 is Aris Pietersz Broeck [tekent als Aris Pietersz schoemaker] wonende te Westzaan borg voor Gerrit Pietersz Broeck zijn broer ook wonende te Westzaan 176.
In de banne van Westzaan wordt in 1671 de inventaris opgemaakt van de goederen toebehorende Pieter 7, Aeltje 5 en Aris 1/4 jaar, nagelaten kinderen van zal. Aris Pietersz van Broek en Griet Claes Oosterhooren in de Middel overleden, bestaande uit: (1) een huis en erf mitsgaders land in de Middel benoorden de weg (verkocht voor 680 gld op 3 mei 1672), (2) 500 gld berustende onder Gerrit Pietersz van Broek op rente, (3) 100 gld op rente ten laste van Lambert Claesz Backer te Krommenie, (4) nog na gedane rekening 17-3-8, op aangifte van Dirck en Gerrit Pietersz van Broek, item Simon en Dirck Claesz Oosterhooren, tezamen als mede-voogden van de voorschreven kinderen, ook namens de mede-voogden. Op 3 mei 1672 zijn van de opbrengst van 't verkochte huis 300 en 200 op rente uitgezet, de rest van 153 berustende onder Gerrit Pietersz Broek als administrerende voogd. Op 12 mei 1678 wordt de laatste rekening gedaan, onderetekend door Dirck Pietersz Broeck, Gerrit Pietersen Broeck en S. OOsterhooren. Op 17 mei 1695 verklaren Pieter Arisz van Broek voor hemzelf en Cornelis Jansz Last als getrouwd met Aaltje Aris van Broeck ieder met 1/3 voldaan te zijn. Op 8 januari 1697 verklaart Aris van Broeck, nu mede meerderjarig, voldaan te zijn. 177
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Arisz van BROECK, ged. (nederd. geref.) Westzaan 13 febr. 1664, notaris ald., tr. ald. 2 jan. 1684 (hij in de Kerckbuurt, zij in de Krabbelbuurt) Aagje Claas KAAT, dr van Claes Pietersz KAET en Guirte GERRITS.
In 1686 is er een deling tussen de weduwe en kinderen van Dirck Gerretsz Spat, ter eenre, en de kinderen van Claes Pietersz Kaet en Guirte Gerrits te Westzaan overleden, onder wie Pieter van Broeck getrouwd met Aagte Claas, ter andere zijde, van de koopmanschap met elkaar gehad in granen, zowel tarwe als rogge 178.
2. Aeltje Aris van BROEK, ged. (nederd. geref.) Westzaan 24 jan. 1666, tr. Westzaandam 23 nov. 1687 (hij wonende op 't Zilverpat, zij wonende bij de Dam) Cornelis Jansz LAST.
3. Eefje Aris van BROEK, ged. (nederd. geref.) Westzaan 1 dec. 1669.
4. Aris van BROEK, ged. (nederd. geref.) Westzaan 19 april 1671, ondertr. (impost) 1° Westzaandam 3 febr. 1701 (impost 15 voor hem), tr. ald. 20 febr. 1701 (hij van 't Kuijperspat, zij jongedochter van Purmerend) Jannetje van der LEIJ, ondertr. (impost) 2° ald. 22 juni 1720 (impost 30 voor hem), tr. Westzaandam 7 juli 1720 (hij op t'Kuyperspadt, zij jongedochter van Purmerend) Trijntje LOUWEN.
In 1700 koopt Abraham Claasz Oosterhooren, als last hebbende van Aris van Broeck, van Jacob Dircsz Gorter, wonende allen te Zaandam, en huis en erf te Westzaandam op de Noorder Nieuwendyck, belend ten oosten de verkoper, ten westen Trijn Dircs Corter 179.
IVf. (van IIIb) Pieter Claesz OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 6 april 1631, secretaris van Krommenie vóór 1670, notaris in Wormerveer vanaf 1670 tot 1672, tr. 1° Trijn GERRITS, tr. 2° Margrieta van WULLENDAL.
In Krommenie verkoopt in 1654 Jan Jansz Koperslager wonende te Krommenie aan Pieter Claesz Oosterhooren, secretaris alhier, een huis en erf beoosten en tegenover de kerk, belend ten noorden Hendrick van den Hove, brouwer in de Eene Ster te Haarlem, ten zuiden Pieter Willemsz Hes, voor 1056 gld 17 st 8 penn 180.
In Krommenie bekent in 1657 Nan Isbrantsz schuldig te wezen aan Pieter Claasz Oosterhoorn, secretaris alhier, een jaarlijkse losrente van 18 gld, hoofdsom 450 gld, met als onderpand zijn huis en erf op de Heiligewech, belend ten oosten Neeltje Oomis, weduwe, ten westen Hilgont Jans (voldaan in 1706) 181.
Op verzoek van Pieter Oosterhoorn, tot nu toe bij gunste secretaris van Krommenie en Krommenieërdijk, en Sijmon Oosterhoorn, zijn klerk, beiden notarissen, de eerstgenoemde vele jaren en de laatste een geruime tijd het notarisambt in de jurisdictie van Westzaan, Krommenie en Krommenieërdijk hebbende geëxerceerd, aan de Grafelijkheidsrekenkamer om de voorschreven bediening te mogen continueren, welke toestemming nodig is vanwege een onlangs aangenomen resolutie, wordt op 21 janauri 1664 toegestaan dat zij dit mogen doen in de jurisdictie van Krommenie, Kromenieërdijk en 't gedeelte van de jurisdictie van Westzaan genaamd Wormerveer 182.
In Krommenie verkopen in 1668 Pieter Cornelis Saenen van Wormer, Willem Jansz Piets, Willem Gerritsz Benist, Claes Claesz Gavis en Joseph Cornelis Gorter, ook voor hun mede-erfgenamen van zal. Gerrit Arisz, voor zekere tijd hier overleden, aan Pieter Oosterhoorn, secretaris, een stuk land genaamd Claes Deckersven, groot 1260 roeden achter 't Noordent, belend ten noorden Pieter Poulusz Raegels[?], voor 1877 gld 183.
Op 26 mei 1669 geeft Pieter Oosterhooren, notaris te Krommenie, machtiging aan Simon Oosterhooren, notaris te Zaandam, zijn broer, om op te dragen aan Trijntje Dircx, weduwe, woonachtig te Westzaan, een rentebrief sprekende op Cornelis Gerritsz van der Laen wonende te Krommenie, monterende in kapitaal 550 gld, dd. 17 juni 1663, item nog een rentebrief ten laste van Jan Jansz Mijsen wonende te Krommeniedijk, monterende 300 gld in kapitaal, dd. 10 september 1656, en eindelijk nog een rentebrief ten laste van Pieter Groenvelt wonende te Amsterdam, monterende 300 gld kapitaal, dd. 16 maart 1668, alle gevestigd op onroerende goederen en gepasseerd voor het gerecht van Krommenie, en te bekennen, gelijk comparant alreeds doet bij dezen, van dezelve opdrachten voldaan te wezen en dezelve Trijntje Dircx te quiteren 184.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1669 Simon Oosterhooren, notaris te Zaandam, als last en procuratie hebbende van zijn broer Pieter Oosterhooren, aan Trijntje Dircx, weduwe, wonende te Westzaan, een rentebrief van 500 kapitaal ten laste van Cornelis Gerritsz van der Laen wonende te Krommenie, een rentebrief van 300 gld kapitaal ten laste van Jan Jansz Mijser wonende te Krommeniedijk, en een rentebrief van 300 gld kapitaal ten laste van Pieter Groenvelt wonende te Amsterdam, voor 1100 gld 185.
In 1669 geeft Pieter Oosterhooren wonende te Haarlem volmacht aan Pieter Jansz Wals wonende te Zaandam om voor het gerecht van Assendelft te bekennen schuldig te wezen aan Jan Abrahamsz Oosterhooren 300 gld tegen 3½ ten honderd, met als onderpand de helft in een stuk land groot in 't geheel 741 roeden in de banne van Assendelft in 't Noordendt beoosten de weg, belend ten noordoosten Cornelis Jansz Koningh, ten zuidwesten de weduwe van Gerrit Gerritsz Huyge 186.
In Krommenie verkoopt in 1670 Pieter Oosterhoorn, wonende te Haarlem, aan zijn broer Symon Oosterhoorn, notaris aan de Westzijde van Zaandam, 1/21 in de papiermolen, erven, schuur, 'laangen' genaamd de Mol, belend ten oosten Joseph Cornelisz Gorter, ten westen Wouter Dircxz van Dijck, voor 230 gld contant, en koopt in 1672 Jan Hendricxz Sluijter van Pieter Oosterhoorn, notaris te Wormerveer, een huis en erf in de Kerckstraet, belend ten westen de weduwe van mr Jan danenburch, ten noorden Jacob Pietersz Root, voor 1100 gld 187.
In Krommenie verkoopt in 1677 Sijmon Claesz Oosterhoorn, notaris te Zaandam, als last en procuratie hebbende van zijn broer Pieter Claesz Oosterhoorn wonende te Westzaan, procuratie gepasseerd bij notaris Jan Cornelisz Velsen in Beverwijk op 15 november 1673, aan zijn broer Abram Claesz Oosterhoorn wonende te Westzaan een stuk land genaamd Claes Deckersven, groot 1060 roeden, belend ten zuiden de weduwe van Jan Pietersz Tuijck, ten noorden de weduwe van Pieter Pouwelsz Raechels, voor 1150 gld contant 188.
Op 28 juni 1669 testeren Pieter Claesz Oosterhooren, mede notaris, en Joffrou Margrieta van Wullendal, te Krommenie woonachtig, echte man en vrouw. Als zij zonder kinderen of verdere descendenten bij elkaar geprocreëerd overlijden, is de langstlevende de universele erfgenaam van de eerststervende, mits de langstlevende eventueel de legitieme portie zal uitreiken van de vader of moeder van de eerststervende. 189
Uit het eerste huwelijk:
1. Klaas Pietersz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 13 febr. 1661.
2. Trijntje Pieters OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 7 april 1666.
IVg. (van IIIb) Abraham Claesz OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 5 april 1637, koopman te Zaandam, overl. Westzaandam 13 maart 1700 (oud 62 jaar 11 maanden 190), begr. Oostzaandam (Oosterkerk), attestatie om te trouwen Westzaandam 27 febr. 1684, tr. (naar de Oostzij, zij jongedochter van de Oostzij op 't Kattegat) Neeltje Pieters LOUWE, overl. 26 jan. 1726 (oud 70 jaar 1 maand 26 dagen 190), impost op begr. ald. 29 jan. 1726 (impost 15, te Oostzaandam begraven; aangever Johannes Walingius), begr. Oostzaandam (Oosterkerk).
Op 18 februari 1675 testeert Abraham Claesz Oosterhooren, bejaarde jongeman woonachtig te Zaandam, als hij zonder descendenten komt te overlijden aan zijn moeder Trijntje Dircx, weduwe wonende te Westzaan, als enige erfgenaam buiten een legaat aan de huiszittenarmen en de kerkarmen in de Regel van Westzaan elk 500 gld 191.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1675 Neel Cornelis, als last en procuratie hebbende van haar man Jan Harcsz, aan Abraham Claesz Oosterhooren wonende te Zaandam zekere custingbrief houdende de rest 170 gld van meerdere somme ten laste van Jan Jacobsz Malmuijden mede te Zaandam woonachtig 192.
Op 4 januari 1684 sluiten Theunis Ariaansz en Abraham Claesz Oosterhooren, beiden wonende op de Koog, een contract van koop, waarbij Theunis Ariaansz verkoopt zijn damschuit, lang 49 voet, wijd op de kleine sluis, met mast, zeil, fok en alle verdere toebehoren, nu liggende op de Koog, voor eerstelijk 220 gld zo nodig op dito schuit, schuldig uit kracht van bijlbrief aan de mr timmerman die de schuit gemaakt heeft, en daarenboven 630 gld aan de crediteuren van de eerste comparant in mindering op comparants achterwezen 193.
In de banne van Westzaan bekent in 1685 Abraham Claasz Oosterhooren, koopman te Zaandam, gekocht te hebben van Heijndrick Jansz Kramer, bakker aldaar woonachtig, een huis en erf te Westzaandam aan de Hoogenzeedijck, belend ten oosten Fredrick de Noorman, ten westen Juriaen de Houtsager, voor 1300 gld, te betalen 800 gld op mei naastkomende, 250 gld primo mei 1687, en de resterende 250 gld een jaar daarna (op 1 juni 1687 ten volle betaald), waarna de opdracht 194.
In de banne van Westzaan worden op 27 april 1700 Pieter van Broeck, wonende te Westzaan, Aris van Broeck en Claas Sijmonsz Oosterhoorn, wonende te Westzaandam, gesteld tot voogden over de 2 [aangenomen dat dit 5 moet zijn] onmondige kinderen van Neeltje Pieters Louwe geteeld bij Abram Claasz Oosterhoorn te Westzaandam overleden 195.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1715 Neeltje Pieters, weduwe van Abraham Claesz Oosterhoorn, aan Jacob Ghysen Ommecomme, beiden wonende te Westzaandam, een tuin en tuinhuis en het verdere opgetimmerde te Westzaandam op 't Silverpad, belend ten westen de weduwe van Sijmon Claesz Oosterhoorn, ten oosten Cornelis Aldertsz Corssen, voor 1025, de helft gereed betaald en de wederhelft te betalen over een jaar 196.
In 1733 compareren Cornelis Jansz Aarses, Pieter Jansz Aarses, IJSbrant Koningh in huwelijk hebbende Maritje Willems Joor nagelaten dochter van Willem Alewynsz Joor en Trijntje Jan Aarses, en Jogghem IJsbrantsz Cleijnsorgh als voogd van Jacob Adraansz Dam minderjarige nagelaten zoon van Adriaan Dam en Hilgont Jan Aarses, allen wonende te Westzaandam, ter eenre, en Johannes Walingius in huwelijk hebbende Neeltje Abrahams Oosterhoorn wonende te Oostzaandam, ter andere zijde, tezamen [ieder] voor een vijfdepart erfgenamen ab intestato van Neeltje Dirks Aarses minderjarige nagelaten dochter van Dirk Jansz Aarses en Trijntje Abrahams Aarses, gewoond hebbende en overleden te Westzaandam. Er was enig geschil ontstaan vanwege de testamentaire disposities van Maartje Jans Bloem, weduwe van Jan Cornelis Aarses, en van Neeltje Pieters Louwe, weduwe van Abraham Oosterhoorn, beide voor notaris Philip van der Stengh te Zaandam gepasseerd, zijnde beiden grootmoeders van de voormelde Neeltje Dirks Aarses. De comparanten zijn hierover verdragen en delen de nalatenschap. 197
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje Abrahams OOSTERHOORN, volgt Vf.
2. Claes Abrahamsz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 25 april 1688, impost op begr. ald. 9 april 1698 (impost 6).
3. verm. Aeltje Abrams OOSTERHOORN, volgt Vg.
4. Neeltje Abrahams, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 25 dec. 1694, volgt Vh.
5. Klaas Abrahamsz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 18 dec. 1697, impost op begr. ald. 17 maart 1703 (impost 6).
6. Grietje Abrahams OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 12 sept. 1700, impost op begr. ald. 24 mei 1727 (impost 15, te Oostzaandam begraven; aangever Johannes Walingius), ondertr. (impost) ald. 16 dec. 1719 (impost 30 samen) Anthony KNOGH.
IVh. (van IIIb) Jan Claesz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 15 jan. 1642, Franse schoolmeester te Hoorn, overl. vóór 5 sept. 1680, tr. 1° Trijntje Jacobs KOOL, tr. 2° Annetje Alberts KOEL, dr van Albert Maertsz KOEL en Hillegont JANS.
In 1671 verklaren Jan Oosterhooren, Franse schoolmeester binnen Hoorn, weduwnaar van Tryntje Jacobs Kool, ter eenre, en Pieter Jacobsz Kool en Gerrit Pietersz Metselaer wonende te Zaandam, als omen en bloedvoogden over Aeffje Jans Oosterhooren, nagelaten weeskind door hem gewonnen uit zijn voorschreven huisvrouw, ter andere zijde, veraccordeerd te zijn (alles op approbatie van de weesmeesters te Hoorn) dat hij Oosterhooren zal blijven behouden alle effecten van de boedel door hem en zijn voorschreven huisvrouw in 't gemeen bezeten, en, aangezien de gemelde boedel bevonden is zeer weinig in avance te staan, dat de gemelde Oosterhooren alleen nog het kind te zijnen laste zal alimenteren en opvoeden tot de ouderdom van 25 jaar of andere geapprobeerde state 198.
Op 20 januari 1678 wordt Jan Oosterhooren, getrouwd met Annetje Alberts Koel, genoemd als een van de erfgenamen van Albert Maertsz Koel en diens zoon Maarten Albertsz Koel 199.
In de banne van Westzaan verkopen in 1684 Abraham en Sijmon Claaszonen Oosterhoorens, gebroeders, wonende te Zaandam, als gelasten van Annetje Alberts Koel weduwe van Jan Claesz Oosterhooren, te Hoorn woonachtig, aan Cornelis Jansz Wit, regerend schepen alhier te Westzaan, een stukje land, groot 100 roeden, genaamd het Drijebiertje, te Westzaan achter de Nieuwe Zijde, belend ten noorden Simon Oosterhooren bovengemeld, voor 25 gld 200.
In de banne van Westzaan verkopen in 1685 Srs Abraham en Symon Claaszonen Oosterhoorn, beiden te Zaandam, als omen en voogden over Aefje Jans, nagelaten minderjarig dochtertje van Jan Claasz Oosterhoorn en deszelfs huisvrouw binnen de stad Hoorn overleden, aan Dirck Pietersz Baen wonende te Westzaan een akkertje land, groot 102 roeden volgens 't maatboek, liggende te Westzaan achter Sijmon Jan van Zanen in de Kerckbuert, belend ten zuiden de erven Philips Pieter Baertsz, ten noorden Adriaan Jansz, voor 17 gld 17 st 201.
In 1682 is er een deling tussen de kinderen en kindskinderen van zal. Albert Maartsz Koel en Hillegont Ians, tevens erfgenamen van Marten Albertsz Koel, onder wie Annetje Alberts Koel wonende te Hoorn 202.
Uit het eerste huwelijk:
1. Aefje Jans, ged. (nederd. geref.) Hoorn 5 sept. 1669, impost op begr. Zaandijk 15 jan. 1716 (pro deo, aangever Claas Oosterhoren).
2. Trijntie Jans, ged. (nederd. geref.) Hoorn 14 mei 1673.
Uit het tweede huwelijk:
1. Albert Jansz, ged. (nederd. geref.) Hoorn 14 mei 1673.
2. Albert, ged. (nederd. geref.) Hoorn 23 juli 1674, volgt Vi.
3. Hilgondt Jans, ged. (nederd. geref.) Hoorn 3 nov. 1675.
4. Claes Jansz, ged. (nederd. geref.) Hoorn 29 mei 1676.
5. Trijntie Jans, ged. (nederd. geref.) Hoorn 5 sept. 1680.
IVi. (van IIIb) Sijmon Claesz OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 10 jan. 1644, notaris in Westzaandam, overl. 18 febr. 1700 (oud 56 jaar 46 dagen 203), impost op begr. ald. 21 febr. 1700 (impost 15), begr. ald., ondertr. Krommenie 14 april 1669, tr. ald. Dieuwertje Willems de JONG, impost op begr. Westzaandam 7 april 1724 (impost 15), begr. ald. 8 april 1724 (in graf 93 in de kerk, 5), dr van Willem Gavesz de JONG en Duijfje Claes van DAM.
In 1664 verzoekt aan de Grafelijkheidsrekenkamer Daniel Akkerman, secretaris van Jisp, om als hij absent is een gezworen klerk te mogen employeren, waarmee burgemeesters en regeerders van Jisp accoord gaan, waartoe hij heeft verzocht Symon Oosterhoorn, bij het Hof van Holland geadmitteerde notaris en zoon van de overleden secretaris van Westzaan. Dit wordt toegestaan behoudelijk dat Sijmon van Oosterhoorn hieruit geen pretentie bij aflijvigheid van de suppliant op hetzelve secretarisschap zal mogen hebben. 204
In 1670 is er een verzoek door Simon Oosterhoorn, notaris, aan de Grafelijkheidsrekenkamer, verklarende dat hij op 24 mei 1666, toen Lodewijck van Schorrenberch, in zijn leven notaris in de banne van Westzaan, was overleden, mondelinge admissie bekwam om in deszelfs plaats als notaris te mogen succederen, en willende dit notarisschap continueren, waarop hem toegestaan wordt het notarisambt aan de Westzijde van Zaandam en wijders in de banne van Westzaan te bedienen 205.
In 1670 verklaren Ewout van Vliet, notaris te Delfshaven, ter eenre, en Simon Oosterhooren, notaris te Zaandam, ter andere zijde, dat hij Oosterhooren van Van Vliet gekocht heeft een huis en erf bij de Overtoom te Westzaandam, belend ten zuiden Willem Willemsz Boekebinder, ten noorden Jan Abrahamsz Oosterhooren cum socio, te leveren primo mei 1671, waarvoor Oosterhoorn zal betalen 4000 gld gereed of op interest houden tegen 4 per cento 206.
In de banne van Westzaan transporteert op 30 april 1671 Ewout van Vliet, notaris te Delfshaven, aan Simon Oosterhooren, notaris te Zaandam, een huis en erf te Westzaandam bij de Overtoom, belend ten noorden Jan Abrahamsz Oosterhooren c.s., ten zuiden Willem Willemsz Boekebinder, voor 4615 gld 207.
In de banne van Westzaan verkopen in 1685 Srs Sijmon Claesz Oosterhooren en Jan Jochumz Leener, beiden te Zaandam, aan Anthonij Wattouw, wijnkoper mede aldaar woonachtig, een huis en erf te Westzaandam op het Kuijperspadt, belend ten westen de erven Theuwis Arentz Sluijck, ten oosten Adrijaen Kints, voor 1500 gld, te betalen 300 gld gereed, de rest te houden op rente tegen 4 procento in 't jaar 208.
Sijmon Oosterhoorn, notaris, nog het notarisambt geëxerceerd hebbende in de banne van Westzaan, dan dewijl de verdiensten gering en op verre na niet capabel zijn zich daarmee te kunnen generen en daarom tot onderhoud van zijn familie is genoodzaakt geweest tot het aannemen van andere affairen en commissiën hem te laten employeren, bij welke occasie hij dan genoodzaakt wordt zo nu en dan van huis en buitendorps te gaan en enige tijd te verblijven, verzoekt op 19 december 1698 toestemming zijn zoon Claes Oosterhoorn, onlangs mede tot notaris gecreëerd, de plaats van suppliant in deszelfs absentie te vervullen, welk verzoek wordt toegestaan 209.
In 1699 stelt Simon Oosterhooren, wonende te Zaandam, zich borg voor Dominicus Hartcamp, pachter te Amsterdam voor gemenelandse imposten en stadsaccijnzen. Compareerde mede Dieuwertje Willems, zijn huisvrouw, die verklaarde met haar man zonder huwelijkse voorwaarden getrouwd te zijn, en zich mede tot borg stelde. 210
Op 31 juli 1706 verklaren Dominicus Hartcam, koopman te Amsterdam, ter eenre, en Diewertie Willems, weduwe en boedelhoudster van Simon Oosterhooren, wonende te Westzaandam, ter andere zijde, hoe dat de eerste comparant en de laatste comparantes man zal. vele en diverse zaken en imposten van de gemene middelen concernerende in gemeenschap hebben gehad en gedaan, in zoverre nu nog enige openstaande rekeningen tussen de comparanten worden bevonden waarover dezelven elkaar niet wel hebben kunnen verstaan, en voor de gecommitterde raden van de Staten van Holland en Westfriesland proces begon gemoveerd te worden, zijn nu geaccordeerd alle resterende geschillen aan de decisie en arbitrage van Adrijaen van Santen, schout te Wormer, en Claas Cornelisz Groot, regerend schepen te Westzaandam, te onderwerpen, om na voorgaande wederzijdse defensie, zonder hulp van practizijns, binnen 3 maanden na het passeren dezes, of anders zo ras het ogenblik zal zijn, te decideren 211.
Op 6 april 1708 geven Dieuwertje Willems de Jongh, weduwe van Simon Oosterhooren notaris te Zaandam, Claas Sijmonsz Oosterhooren en Willem Sijmonsz Oosterhooren, allen voor henzelf, item Sijmon Claasz Groot getrouwd met Trijntje Sijmons Oosterhooren, en Pieter Jansz Kuijper als man en voogd van Duijfje Simons Oosterhooren, allen te Westzaandam woonachtig, volmacht aan Sr Mattheus Stipel, procureur te 's-Gravenhage, om voor het Hof van Holland of de Hoge Raad hun zaken waar te nemen 212.
In 1673 testeren Simon Oosterhooren, notaris, en Dieuwertje d'Jongh, geëchte luiden wonende te Zaandam. Zij benoemen tot hun erfgenamen de kinderen door hen te procreëren, hoofd voor hoofd, mits de langstlevende zal blijven zitten in volle possessie van de gemene boedel, welke langstlevende gehouden zal zijn de kinderen op te brengen en onderhouden, maar bij aangaan van een nieuw huwelijk de kinderen de helft van de dan aanwezige boedel zal bewijzen, met de langstlevende tot voogd met uitsluiting van de weesmeesters. Als er geen kinderen zijn is de langstlevende de enige erfgenaam, met voor eventuele ouders de legitieme portie. 213
Op 11 februari 1700 testeren Simon Oosterhooren, notaris, ziek te bedde liggende, en Dieuwertje Willems de Jongh. Zij approberen het testament van 24 november 1673 voor notaris Sebastiaen Huijs te Westzaandam, maar bij nadere dispositie zal de langstlevende zo die van huwelijk komt te veranderen mogen volstaan vóór deszelfs trouwdag een derdepart van de gemeenschappelijke boedel aan hun kinderen voor vaders of moeders goed te bewijzen, buiten en behalve de huisraad, inboedel en juwelen, door de langstlevende alleen ondeelbaar te behouden (met nadere bepalingen over voogden). 214
Op 25 november 1708 wordt een contract gesloten tussen Dieuwertje Willems de Jongh, weduwe en boedelhoudster van Sijmon Claasz Oosterhooren, in zijn leven notaris, ter eenre, en Sr Claas Sijmonsz Oosterhooren, mede notaris, beiden woonachtig te Westzaandam. Als zij te rade mocht worden om uit en van haar huis en erf (waar zij nu is woonachtig) te gaan, zal de tweede comparant alsdan hetzelve mogen aannemen, benevens de tuin, boomgaard, plantagie en huizinge, op het Silverpadt, voor 5000 gld contant, of daarvan de eerste comparant interest betalem jaarlijks tegen drie per canto, en de som dan bij haar overlijden in de boedel brengen (met verdere bepalingen). 215
Uit dit huwelijk:
1. Klaas Simonsz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 2 aug. 1671.
2. Claes Sijmonsz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 17 dec. 1673, volgt Vj.
3. Dirck Sijmonsz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 6 okt. 1675, overl. 2 juni 1683 216, begr. ald. (Westerkerk).
4. Jannetje Sijmons, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 1 juli 1677.
5. Willem Sijmonsz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 1 okt. 1679, impost op begr. ald. 17 dec. 1714 (impost 15, aangever Claas Oosterhooren).
6. Trijntje Sijmons, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 13 juni 1683, volgt Vk.
7. Duijfje Sijmons, ged. (nederd. geref.)/ged. (mennon.) Westzaandam 9 jan. 1686/23 jan. 1716, volgt Vl.
8. Dirck Sijmonsz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 4 april 1688.
IVj. (van IIIc) Gerrit Theunisz OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 15 febr. 1632, tr. Marij WILLEMS, die hertr. met Joost Harmensz BACKER, en Claas SIJMONSZ.
In de banne van Westzaan wordt op 9 november 1666 Abraham Teunis Oosterhooren tot voogd gesteld over Maritje Gerrits en Adriaen Teunis over Aaffje Gerrits, nagelaten kinderen van Gerrit Theunisz geprocreëerd bij Marij Willems 217.
In de banne van Westzaan wordt op 15 februari 1667 de inventaris opgesteld van de goederen die Marij Willems, ten overstaan van Joost Harmensz haar tegenwoordige man, haar kinderen Aaffje en Maritje Gerritsdochteren geprocreëerd bij zal. Gerrit Theunisz haar eerdere man, bewezen heeft, in presentie van Abraham Theunisz Oosterhooren, de rato caverende voor Adriaan Theunisz Oosterhooren zijn broer. Op 11 maart 1698 bekennen Aefje en Martie voldaan te zijn. 218
In de banne van Westzaan wordt op 1 oktober 1669 de inventaris ingediend van de goederen die Joost Harmensz wonende te Zaandam in de Molenbuert bewezen heeft aan Guertje Joostsdr die hij geprocreëerd heeft bij Maarij Willems, bestaande uit 50 gld, aangegeven door Claas Sijmonsz en Marij Willems, als man van dezelve, en Cornelis Gijsen, die verder verklaarden verdragen te wezen hetzelve kind met behouden goed op te brengen, tot haar mondige jaren of huwelijk toe; ook neemt de stiefvader voornoemd aan, ingeval Marij Willems mocht komen te sterven, [het kind] alzo te alimenteren en te verzorgen 219.
Uit dit huwelijk:
1. Aaffje GERRITS.
2. Maritje GERRITS.
IVk. (van IIIc) Abraham Theunisz OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 9 maart 1636, overl. tussen 10 jan. 1679 en 8 febr. 1680, tr. Marij CLAES, dr van Claes Claesz MACHAIJE.
In de banne van Westzaan verkopen in 1661 Abram Theunisz voor hemzelf, Claes Jansz 't Hooft als voogd, ook zij beiden voor de andere erfgenamen van zal. Claes Claesz Machaij(e), wonende te Westzaan, aan Jan Abramsz Oosterhoorn, oud-schepen, woonachtig te Westzaandam, een stuk land genaamd de Halve Vijffmadt, groot 1083 roeden, liggende op Ruijghoort, belend ten oosten Klaes Kees Dirck Baerts, ten westen Pieter Aris Dieuwer, voor 1287 gld, en aan Jan Cornelisz Ouwejans aan de Hoogendijck een stuk land genaamd de Slapersvenn, groot 1144 roeden, liggende in de Oosterwillen op de Gouwe, belend ten zuiden Pieter Dirck Arisz, ten noorden Aechte Gerris, voor 1530 gld 220.
In de banne van Westzaan bekent in 1667 Abraham Theunisz Oosterhooren wonende te Westzaan van Lucas Jansz wonende buiten Amsterdam gekocht te hebben de helft in een huis en erf in de Kerckbuirt te Westzaan, belend ten zuiden Cornelis Adrijaensz Broers, ten noorden de gemene steeg, voor 550 gld, te betalen 100 gld gereed en de rest mei 1668 (op 13 februari 1677 voldaan) 221.
In de banne van Westzaan in 1670 bekent Abraham Theunisz Oosterhooren wonende te Westzaan van Lucas Jansz wonende buiten Amsterdam gekocht te hebben de helft van een huis en erf in de Kerckbuirt te Westzaan, belend ten zuiden Cornelis Aryaansz Broers, ten noorden de gemene gang, voor 450 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1670, 1671, 1672, telkens een derdepart (waarna de opdracht van het halve huis en erf waarvan de wederhelft de koper alreeds toebehoort), en verkoopt Abram Theunisz Oosterhooren aan Cornelis Arijaensz Broers, regerend schepen, wonende te Westzaan, een strook erf in de Kerckbuirt te Westzaan, belend ten zuiden de koper, ten noorden de verkoper, strekkende van de weg af tot het westeinde van het huis van Cornelis Pietersz toe, breed van de osendrop van het huis van de koper af 8 voeten rechtdoor, met conditie dat de koper vrij aan 't voorschreven hoekje erf met een kleine schuit voorbij verkopers erf zal mogen aan- en afvaren, en wijders dat de koper 't hek of de schutting zal moeten maken en onderhouden tot de hoogte van 6 voeten en hoger niet, voor 100 gld 222.
In de banne van Westzaan in 1670 verkoopt Abraham Teunisz Oosterhoorn wonende te Westzaan aan Lucas Jans wonende buiten Amsterdam een stukje land gelegen beoosten Westzaan op de Weelsloot, belend ten zuiden Gerrit Cornelis Jum, ten noorden Jacob Keesz Crogt Jans, groot 125 roeden, voor 91 gld 10 st, en verkoopt Cornelis Plemp als gemachtigde van de gemene crediteuren van zal. Pieter Lambertsz aan Abraham Thuenis Oosterhoorn, allen wonende te Westzaan, een hoekje land beoosten Westzaan bezuiden de Weelsloot, belend ten noorden Gerrit Jansz Risses, ten zuiden Jan Solt, voor 12 gld 223.
In Wormer bekent in 1671 Abraham Teunise Oosterhoorn 780 gld schuldig te zijn, wegens de verkoop aan hem van een damschuit, groot omtrent 6 lasten, door Teeuwes Pietersz als oom em voogd van de kinderen van Jan Pieterse Pilkes en Pieter Jansz Trompetter als lasthebber van zijn zuster Guert Jans weduwe van Jan Pieters Pilkes 224.
In de banne van Westzaan bekent in 1679 Abraham Theunisz Oosterhooren, koopman wonende te Westzaan, schuldig te wezen Anna Michiels van den Boogaart 350 gld tegen 5 per cento, verbindende een huis en erf in de Kerckbuirt, belend ten zuiden de weduwe van Cornelis Aryaansz Broers, ten noorden de Gemene Steegh (op 4 september 1681 voldaan met 100 ducatons) 225.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1680 Marij Claes, weduwe en boedelhoudster van Abraham Theunisz Oosterhooren, aan Willem Jansz Kieft, beiden wonende te Westzaan, een stukje land, volgens het maatboek groot 48 roeden, op de Gouw een weer breed bezuiden de Weelsloot, belend ten noorden Gerrit Jansz, ten zuiden Claes Haijndricsz, voor 12 gld 226.
In de banne van Westzaan bekent in 1680 Johannes Junius, chrurgijn te Westzaan, van Marij Claes, weduwe van Abraham Teunisz Oosterhooren, mede aldaar woonachtig, gekocht te hebben een huis en erf in de Kerckbuirt te Westzaan, belend ten zuiden Aagt Jans, weduwe, ten noorden een gemeen pad, voor 975 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt 227.
Uit dit huwelijk:
1. Theunis OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 3 okt. 1660, tr. 1° Hillegom 9 sept. 1685 (hij Anthonij Oosterhoorn van Amsterdam, zij van Hoorn, met attestatie van Amsterdam en Hoorn) Marytie SWITSER, tr. 2° ald. 7 okt. 1692 (zij met attestatie van Haarlem) Alida VERSCHUEREN, wed. van Outger SWITSER.
In Assendelft verkoopt in 1693 Theunis Oosterhoorn, in huwelijk hebbende Alida Verschuijr tevoren weduwe van Outger Switser, wonende te Haarlem, een losrentebrief van 40 ponden jaarlijks en na de jongste reductie 32 ponden, losbaar met 800 gld, ten laste van het Gemeneland van Holland en Westfriesland ten comptoir Haarlem op de naam van Huijbert Theunis van Hensbeecq dd. 25 juni 1654 228.
Op 5 januari 1694 verklaren Teunis Oosterhooren, wonende te Haarlem, ter eenre, en Louris Claesse Spanjaert, wonende te Zaandam aan de Oostzijde, ter andere zijde, dat de tweede comparant voor de eerste comparant zal malen op de gerstmolen dewelke voor rekening van de eerste comparant wordt getimmerd bij de Wateringhsbrugh aan 't Meerpadt te Oostzaan, voor 4 eerstkomende jaren, en de eerste comparant zal de tweede comparant betalen wekelijks 7 gld 10 st, ieder jaar een bekwaam vet varken en nog telkenjare 75 gld (getuige is Jan Heijndricksz Sluijck) 229.
Gezien het verzoek van Theunis Oosterhoorn, koopman te Haarlem, is hem op 15 december 1694 het recht van de wind verleend tot een pelmolen door hem gedaan bouwen in de banne van Oostzaan aan het Meerpadt, voor een erfpacht van 12 ponden vanaf de tijd dat de voorschreven molen gesteld is geweest en begonnen heeft te malen 230.
In het lidmatenboek van Haarlem, 1 april 1695: belijdenis door Theunis Oosterhorn, echteman, geboortig te Westzaan, met als getuige zijn vrouw.
2. Aafje Abrahamsz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 17 dec. 1662.
IVl. (van IIIc) Aerjan Theunisz OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 7 maart 1638, overl. vóór 3 mei 1683, attestatie om te trouwen ald. 2 juli 1662 (naar Oostzaan; hij jonggezel te Westzaan in de Kerckbuurt, zij jongedochter te Oostzaan) Duijfje CORNELIS, overl. Oostzaan 22 nov. 1694 231, die hertr. met Pieter Dircksz REP.
Op 21 november 1697 geven Teunis Arijaansz Oosterhooren, Jacob Arijaansz Oosterhooren en Grietje Aijaans, kinderen en erfgenamen van zal. Teunis Arijaen Oosterhooren en Duyffje Cornelis, wonende te Oostzaan, machtiging om te ontvangen van Pietert Dircsz Rep, wonende mede te Oostzaan, voldoening van zodanig recht als hun, comparanten, tot laste van de voorschreven Rep ter zake van vaders- en moedersgoed toekomt 232.
Uit dit huwelijk:
1. Teunis Aerjansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (Kathoecken) 1 april 1663.
2. Theunis Ariaansz, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (Cathoecken) 1 juni 1664, volgt Vm.
3. Jacob Aerjansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Oostzaan 17 juni 1666.
4. Jacob Ariaansz, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (Cathoeck) 19 mei 1669.
5. Giertje Aerjans, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (Kathoeken) 4 jan. 1673, volgt Vn.
6. Aechje AERJANS, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (Cathoecken) 3 juni 1675.
IVm. (van IIId) Pieter Jansz OOSTERHOOREN, alias Wals (aanvankelijk), overl. tussen 16 okt. 1680 en 23 mei 1681, tr. Lijsbeth Pieters BLEECKER, overl. Amsterdam 23 aug. 1715 (oud 72 jaar, weduwe 233), begr. Westzaandam (Westerkerk), die hertr. met Pieter Claesz MENS.
Bij de deling van de boedel nagelaten door Jan Abrahamsz Oosterhooren tussen de geïnstitueerde erfgenamen Pieter en Sijmon Jansonen Oosterhooren volgens het testament van 7 juni 1676 verkrijgt Pieter Jansz Oosterhooren: 2 huizen, erven, bleekveld, schuit, boeier en gereedschappen in de Molenbuirt te Zaandam, aan de Zaan, belend ten zuiden Arijaen Cornelisz, ten noorden Cornelis Jacobsz Schoen, voor 7500, 3 lijfrentebrieven ten lijve van Wumke, Stijntje en Pieter, kinderen van Pieter Jansz Oosterhooren en Lijsbet Pieters, voor 1500, een ton indigo voor 400, totaal 9400, waarvoor tekent Lijsbet Pieters, weduwe en boedelhoudster van Pieter Jansz Oosterhooren, geassisteerd met haar broer Jan Pietersz Bleecker, koopman 234.
In 1702 geven Pieter Pietersz Oosterhooren, wonende te Zaandam, en Pieter Pietersz Mens, wonende te Amsterdam, als in huwelijk hebbende Styntie Pieters, kinderen van Pieter Jansz Oosterhooren verwekt aan Lijsbeth Pieters, te kennen dat zij alle goederen als hun aangekomen zijn van hun vader en van hun grootvader Jan Abrahamsz Oosterhooren, tot nu toe door hen gemeen bezeten, nu verdelen, nl. aan de eerste comparant een huis en erf, verwerij en alle gereedschappen vandien, door hem tegenwoordig bewoond te Westzaandam in de Molenbuurt, belend ten noorden Arend Cornelisz Bont, ten zuiden de tweede comparant, aan de tweede comparant een huis en erf ter plaatse als voren, naast aan en ten zuiden van het eerstgenoemde huis, belend ten zuiden Baardt Adrijaensz Ransdorp; de verdere effecten zijn ook verdeeld 235.
Op 16 juni 1688 zijn Lijsbeth Pieters Bleeckers, weduwe van Pieter Jansz Oosterhooren, voornemens zich in een ander huwelijk te begeven, ter eenre, en Sijmon Jansz Oosterhooren, oom, en Simon Claesz Oosterhooren, neef, van haar kinderen en naastbestaande bloederwanten, ter andere zijde, overeengekomen bij vorm van uitkoop, dat zij haar 4 kinderen voor vaders goed zal bewijzen ieder 350 gld en daarenboven dezelve behoorlijk behoudens goed opvoeden, blijvende zij eigenaresse van de verdere gemene boedel 236.
Op 15 december 1715 hebben Pieter Pietersz Oosterhooren wonende te Westzaandam, ter eenre, en Pieter Pietersz Mens in huwelijk hebbende Stijntie Pieters Oosterhooren wonende te Amsterdam, ter andere zijde, kinderen en dienvolgens ieder voor de helft erfgenaam van hun moeder Lijsbet Pieters Bleeckers, in haar leven gewoond hebbende te Westzaandam doch te Amsterdam overleden, haar nalatenschap verdeeld, nl. aan de eerste comparant een obligatie onder de hand ten laste van hemzelf van 2500 gld kapitaal waarvan afgelost 500 gld, blijvende overzulks 2000 gld, aan de laatste comparant een obligatie op naam van Lijsbeth Pieters Bleecker dd. 6 april 1707 van 600 en idem dd. 9 oktober 1702 van 1000 gld, en is het verschil vereffend 237.
Uit dit huwelijk:
1. Wumke PIETERS.
2. Stijntje Pieters OOSTERHOORN, overl. Amsterdam, impost op begr. Westzaandam 23 dec. 1726 (impost 30, te Amsterdam overleden, om te Westzaandam begraven te worden; aangever Pieter Oosterhoren), ondertr. (impost) ald. 14 jan. 1702 (impost 30 voor haar, hij weduwnaar te Amsterdam) Pieter Pietersz MENS, koopman te Amsterdam, overl. ald., impost op begr. Westzaandam 13 jan. 1720 (impost 30, te Amsterdam gestorven, hier begraven; aangever Pieter Pietersz Oosterhoorn), begr. ald. 16 jan. 1720 (in graf 80 in de kerk, 5), wedn. van Guurtje Hendriks CARDINAAL.
Op 1 mei 1703 wordt ten verzoeke van Sr Pieter Pietersz Mens, koopman te Amsterdam, een insinuatie overgebracht aan Cornelis Claesz Groot wonende te Westzaandam. De insinuant verklaart dat hij met geïnsinueerde ten overstaan van 3 à 4 onpartijdige mannen, nu enige tijd verleden, zeker accoord heeft aangegaan dat geïnsinueerde aan de noordkant van diens huis, om het licht behoorlijk in zijn huis te kunnen scheppen, zou mogen maken een ovaal glas, en dat hij heeft bevonden dat in plaats van het ovaal door geïnsinueerde een groot kozijn aldaar is gesteld. Insinuant heeft enige keren aan de geïnsinueerde verzocht het kozijn weg te nemen waarin de geïnsinueerde nalatig is bevonden, en verzoekt nu dit alsnog te doen. De geïnsinueerde verklaart dat van het ovaal onwaarheid te zijn. 238
3. Pieter Pietersz, impost op begr. Westzaandam 7 mei 1731 (impost 2 x 6, ongetrouwd), begr. ald. 8 mei 1731 (in graf 90 in de kerk, 5).
4. Trijntje Pieters OOSTERHOORN, geb. ca. 1673, overl. 5 okt. 1697 (oud 24 jaar 239), begr. Westzaandam (Westerkerk).
IVn. (van IIId) Goossen Jansz OOSTERHOORN, alias Sturc, verwer te Krommenie, overl. ca. 1670, tr. 1° Westzaandam 14 aug. 1661 (beiden van hier) Griete JACOBS, tr. 2° ald. 11 nov. 1662 (zij jongedochter aan de Oostzijde) Geertruijt 'Geertje' GERRITS, geb. ca. 1644, impost op begr. Krommenie 22 sept. 1705 (pro deo), dr van Gerrit PIETERSZ, zeilmaker (bij huwelijk), varentman, en Lijsbeth Jansdr RIJSER, die hertr. met Gerrit Engelsz MAN.
In Krommenie verkoopt in 1666 Cornelis Jansz te Krommeniedijk aan Goossen Jansz Oosterhooren, verwer, een losrente van 6 gld 's jaars 240.
In 1666 verzoekt Goossen Jansz Oosterhooren aan notaris Sijmon Oosterhooren een insinuatie te bezorgen aan Arent Alberts Neef, notaris en koopman te Zaanda, om te verzoeken de penningen, zoals die nog onder hem heeft als voogd en administrateuer van de goederen van zijn huisvrouw, te betalen of anderszins te verzekeren, en aan te bieden zo er nog enige kwestie tussen hen is die op te lossen door uitspraak van rechtsgeleerden of goede mannen 241.
In 1669 geven Goosen Jansz Oosterhooren, en de notaris Arent Albertsz Neef voor Aechtien Garmits als oom en last hebbende van Pieter Gerritsz, volmacht aan de procureuer Frederick Meyer wonende te Amsterdam om uit hun naam Cornelis Jansz Maeslandt, indien hij onwillig is cautie te stellen voor de vermindering van 't kapitaal, met middel van recht daartoe te constringeren 't welk hij als vruchtgebruik is bezittende, mitsgaders Michiel Koedijck te constringeren de inventaris door hem gemaakt van de goederen door zal. Marij Jans nagelaten bij ede te versterken 242.
Op 13 januari 1672 worden de goederen ten weesboek ingebracht van Jan, Pieter en Gerrit Goosens, nagelaten weeskinderen van zal. Goose Jansz Oosterhoorn verwekt bij Geertje Gerrits tegenwoordig hertrouwd met Gerrit Engelsz Man en door dezelve ingebracht, bestaande uit de somme van 9 gld 9 st. Op 9 mei 1708 compareren Jan Goosen Oosterhoorn, Pieter Goosen Oosterhoorn, instaande voor hun broer Gerrit Goosen Oosterhoorn, en bekennen hiervan voldaan te zijn. 243
In Krommenie verkopen in 1690 de kinderen en voogden [van de kinderen] van Gosen Jansz aan Gerret Engels Man een huis en erve op 't Made, belend ten westen Karsie van 't Padtje, ten oosten de weduwe van J. Mostert, voor 750 gld 244.
In 1672 testeert Gerrit Engelsz Man, buurman te Krommenie, ziek te bedde. Hij verklaart indien hij zonder wettige descendenten komt te overlijden te legateren aan Gerrit Goossensz, de jongste zoon van testateurs huisvrouw geprocreëerd bij Goossen Jansz Oosterhooren, al zijn kleren, en tot zijn enige erfgenaam nadrukkelijk te constitueren Geertje Gerrits zijn lieve huisvrouw, om zonderlinge liefde hen daartoe porrende, en ook omdat bijkans al hetgeen hij nu in eigendom heeft van haar, zijn huisvrouw, gekomen is. 245
Uit het tweede huwelijk:
1. Jan Goossensz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 17 aug. 1664, volgt Vo.
2. Pieter Goossensz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 aug. 1666, volgt Vp.
3. Gerrit Goossensz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 15 juni 1670, volgt Vq.
IVo. (van IIId) Abraham Jansz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1634 112, mr zeilemaker 246, tr. Guijrtie JACOBS, dr van Jacob Gerritsz NEL, koopman in houtwaren te Zaandam, schepen, die hertr. met Jochem Arentsz KADT, koopman te Amsterdam.
In de banne van Westzaan wordt op 8 maart 1678 de inventaris opgesteld van de goederen die Guijrtie Jacobs haar 2 kinderen Grietie Abrams, oud 9, en Wempie Abrams, 6 jaar, geprocreëerd bij zal. Abram Jansz Oosterhooren, tot hun vaders erfenis bewezen heeft, ten overstaan van Jan Abramsz Oosterhooren, bestevader en voogd van de voorschreven kinderen, nl. elk 25 gld. De moeder, geassisteerd met haar vader Jacob Gerritsz Nel, neemt op zich de kinderen behoudens goed op te brengen tot hun mondige of huwbare jaren toe. 247
Uit dit huwelijk:
1. Grietje Abrahams, geb. ca. 1668, impost op begr. Westzaandam 25 febr. 1704 (impost dubbeld recht, als collateraal subject, 12; aangever Claes Oosterhooren).
2. Wumpje Abrahams, geb. 5 sept. 1671, volgt Vr.
IVp. (van IIId) Sijmon Jansz OOSTERHOOREN, koopman en houtkoper te Zaandam, weesvader van 't Armenweeshuis te Zaandam 248, diaken (van de gereformeerde kerk te Westzaandam 249), impost op begr. Westzaandam 16 juni 1704 of 29 sept. 1712 (impost 30, aangever Pieter Oosterhoorn, of 6, aangever Dirck Oosterhooren), tr. 1° Dieuwer WALIGS, overl. vóór 22 mei 1674, tr. 2° ald. 27 sept. 1676 (hij weduwnaar in de Molenbuurt, zij jongedochter in de Kerckbuurt) Trijn CLAES, dr van Claes Arentsz JOOR, tr. 3° ald. 14 sept. 1681 (hij weduwnaar op het Haringpad, zij weduwe in de Molenbuurt) Eeffje JANS, wed. van Cornelis Cornelisz KEESEN.
Op 22 mei 1674 zijn Sijmon Jansz Oosterhooren, weduwnaar van Dieuwertje Waligs, ter eenre, en Claes Arentsz Joor als voogd over Abraham Sijmons oud 7, Claes Cornelisz Nomen als voogd over Wentje Sijmons oud 4, Claes Sijmonsz Decker als voogd over Dirck Sijmonsz oud 6, en Jan Dircsz No als voogd over Claes Sijmonsz oud 2 jaren, allen nagelaten kinderen van zal. Dieuwertje Waligs aan dezelve verwekt door de gemelde Sijmon Jansz, allen wonende te Zaandam, ter andere zijde, veraccordeerd nopende 't moedersgoed, nl. dat de eerste comparant aanneemt zijn kinderen op te voeden tot hun trouwdag of mondigheid toe, en belooft alsdan elk voor moedersgoed te voldoen met 50 gld. Op 4 januari 1695 verklaren Abaham Sijmonsz, Pieter Pietersz Spaens getrouwd met Wumpje Sijmons, en Claes Sijmonsz voldaan te wezen, en is ook getoond bij quitantie van Dirck Sijmonsz Oosterhooren dat die mede voldaan is. Echter moet nog opgebracht worden aan de eerste drie kinderen de somme van 100 gld, die uitgezet is. 250
In de banne van Westzaan bekent in 1681 Simon Jansz Oosterhooren wonende te Zaandam van de kinderen van zal. Rem Jacobsz, te Zaandam overleden, gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam op 't Haringpadt, belend ten westen Grietje Davits, ten oosten Geertje Willems, voor 1155 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt door Pieter Sijmons Kalff als voogd van Jacob Remmenszoon en de mede-erfenamen van zal. Rem Jacobsz, in zijn leven grootschipper te Zaandam 251.
Bij de deling van de boedel nagelaten door Jan Abrahamsz Ooterhooren tussen de geïnstitueerde erfgenamen Pieter en Sijmon Jansonen Oosterhooren volgens het testament van 7 juni 1676 verkrijgt Sijmon Jansz Oosterhooren: een stuk land op Ruijgoort groot 1083 roeden, voor 812, een stuk land in de Krabbelbuirt te Westzaan op de Mallegatssloot, strekkende van de huizen tot de Gouw toe, groot 752 roeden, voor 705, een half huis en erf bij de Overtoom te Zaandam gemeen met Jan Cornelisz Kleijbroeck, belend ten zuiden Simon Oosterhooren, ten noorden Jan Jochemsz Leenen, voor 1900, een stuk groesland[?] in de Speceterpolder in Harenkarspel, groot omtrent 11 geers, voor 1100, een stuk land genaamd Korteventje met ...[?]part in de Buijtenkaijck, tezamen groot 1497¾ roeden, in de Noorderpolder te Assendelft, gekomen van Anna Gerrit Hammes, een stuk land gelegen als voren genaamd 't Noomkelant gekomen van Claes Pietersz Schudt, groot 6249 roeden, een stuk land genaamd het Halve Meetje aan de Lagendijck gelegen als voren, groot 509 roeden, gekomen van Lou Kroon, tezamen voor 2047, de helft van een obligatie van 600 gld, komt alhier 300, een custingbrief ten laste van Haijndrick Dircsz Wouw te Westzaan pro reste 200, 5 obligaties samen 636, een vierenzestigste scheepspart 125, in geld 75, totaal 9400 234.
In 1684 compareren Grietje Cornelis Ouwekees, weduwe en boedelhoudster van Cornelis Jansz Kesen, geassisteerd met Claes Cornelisz Groot, regerend burgemeester te Zaandam, haar zoon en gekoren voogd in dezen, ter eenre, en Simon Jansz Oosterhooren in huwelijk hebbende Eeffje Jans die weduwe was van Cornelis Cornelisz Kesen gewezen zoon van de eerste comparante, allen wonende te Zaandam, ter andere zijde. De eerste comparante geeft te kennen dat zij met haar voorschreven zoon Cornelis Cornelisz in 1670 of vóór die tijd is veraccordeerd dat hij voor 't gebruik van 't erf voor zo veel hij dat met huizing, schuren en hout zou betimmeren en bezetten, item voor 't gebruik van de zaagmolen genaamd het Roodt Hart, aan haar toebehorende, jaarlijks boven de erfpacht van 't molenerf aan haar 200 gld zou betalen, naderhand verminderd tot 180 gld. Hij, de tweede comparant, belooft die 180 gld jaarlijks te betalen. Na haar overlijden krijgt hij de molen voor 500 gld. 252
In de banne van Westzaan verkopen in 1684 Jacob Claasz Schaepherder voor de helft, Jan Heijndricksz, Claas Heijndricksz en Dirck Pietersz Louw ieder voor hemzelf voor een achtste, nog tezamen instaande voor Cornelis Jansz Bouman mede voor een achtste, allen te Zaandam en Aalsmeer woonachtig, aan Sr Sijmon Jansz Oosterhooren, houtkoper te Zaandam, een stuk land, groot omtrent 706 roeden, te Zaandam op en bewesten de Nieuwe Vaart, belend ten zuiden de weduwe van Walich Claesz Nomen, ten noorden de erfgenamen van Gerret Oudekees, voor 500 gld, te betalen de helft gereed, de andere helft over een jaar na dato dezes 253.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1685 Sijmon Jansz Oosterhoorn, koopman wonende te Zaandam, aan Jan Jansz Tip, wonende te Westzaan, een ven, groot 752 roeden, te Westzaan op en bezuiden de Mallegatssloot achter de worf van Claes Theunisz van Graft, belend ten zuiden de erfgenamen van Pieter Kees Heijnes, ten noorden de erven Cornelis Aegte Heijnes, voor 515 gld 18 st 254.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1686 Sr Simon Jansz Oosterhooren, koopman te Zaandam, aan Theunis Claesz Draij, mede aldaar, een huis en erf te Westzaandam op het Haringpadt, belend ten oosten Geesje Davidts, ten westen Griet Symons, voor 1200 gld, te betalen in 3 termijnen 255.
In 1703 geeft Sijmon Jansz Oosterhooren, koopman in houtwaren te Westzaandam, volmacht aan Sr Pieter Mattheusz, mr timmerman te Veere in Zeeland, om in te vorderen van de erven van ene Jacob Jansz te Veere zodanige somme van penningen als hem, constituant, van de gemelde erfgenamen deugdelijk is competerende 256.
Op 23 september 1676 worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Simon Jansz Oosterhooren, weduwnaar, en Trijn Claes, jongedochter, geassisteerd met haar vader Claes Arentsz Joor, allen wonende te Zaandam. Als zij vóór hem overlijdt zonder kinderen, zullen haar erfgenamen alles hebben wat zij heeft aangebracht en staande huwelijk aangeërfd. 257
Op 12 september 1681 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Simon Jansz Oosterhooren, weduwnaar, en Eeffje Jans, weduwe, wonende te Westzaandam, nl. dat op 't scheiden van 't huwelijk, al of niet kinderen uit dit huwelijk nagelaten, de langstlevende uit hun gemene boedel vóór alle deling zal trekken 1000 gld 258.
Uit het eerste huwelijk:
1. Abraham Sijmonsz, geb. ca. 1666, volgt Vs.
2. Dirck Sijmonsz, geb. ca. 1667, tr. Westzaandam 11 dec. 1689 (zij jongedochter uit de Horn) Lijsbet JOCHEMS, dr van Jochem IJsbrantsz KLEIJNSORGH en Neeltje CORNELIS, die hertr. met Abraham Pietersz BILDERBEEK.
Op 30 december 1689 verklaart Dirck Sijmonsz Oosterhooren, in huwelijk hebbende Lijsbet Jochems, dochter van zal. Jochem IJsbrantsz Kleijnsorgh, wonende te zaandam, geëxamineerd hebbende de uiterste wil van Jochem IJsbrantsz Kleijnsorgh op 28 augustus 1688 voor notaris Jacob Gruijs te Westzaan gepasseerd, na rijp overleg uit de nalatenschap zijn huisvrouw competerende aan te nemen en te verkiezen de legitieme portie en ook de trebellianique portie voor zo veel dezelve in dezen plaats zou mogen hebben 259.
Op 29 september 1690 wordt aan Dirck Simonsz Oosterhooren, buurman te Zaandam, verleend het recht van de wind tot een wagenschotszaagmolen die hij van voornemen is op te richten bewesten of achter de Kruijskerck in de banne van Westzaan, mits daarover betalende een erfpacht van 4 ponden 260.
Op 24 november 1689 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Dirck Sijmonsz Oosterhooren, geassisteerd met Sijmon Jansz Oosterhooren zijn vader, en Lijsbet Jochems, geassisteerd met IJsbrant Jochemsz Kleijnsorgh haar broer en voogd, allen wonende te Zaandam. Als hij vóór haar overlijdt zonder descendenten bij elkaar geprocreëerd na te laten, zal zij behouden alle goederen als zij ten huwelijk zal hebben aangebracht. 261
3. Wumpje Sijmons, geb. ca. 1669, volgt Vt.
4. Claes Sijmonsz, geb. ca. 1671, volgt Vu.
Uit het derde huwelijk:
1. Stijntje Sijmons, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 14 maart 1683.
Va. (van IVa) Abraham Claesz OOSTERHOOREN, alias Abram Kool, begr. Oostzaandam 16 maart 1699 (in de kerk, 6:10), tr. Lopje Pieters PEL, impost op begr. Westzaandam 21 april 1729 (impost 3, 't overlijden van Lopje Pieters te Westzaandam; aangever Simon Abrahamse), begr. (aangifte in grafboek) ald. 23 april 1729 (Lopije Pieters Pel, na de Koogh), begr. Koog aan de Zaan 24 april 1729 (Lopje Pieters van Zaandijk, kerkrecht 4, kleden 1-16-0), dr van Pieter Adriaensz van SOMEREN, mede-bezitter van de Oude Pelmolen te Zaandijk, en Impje CORNELIS, die hertr. met Fredrick KRIJNEN.
Op 1 mei 1702 geeft Fredrick Crijne [ondertekent als Freeck Krynen] wonende te Koog, in huwelijk hebbende Lopje Pieters, eertijds weduwe van Abraham Sijmonsz [moet zijn Claasz] Oosterhooren, machtiging aan Arendt Dircsz van Naarden, mede wonende te Koog, om te vorderen en ontvangen de penningen als hem, comparant, van debiteuren binnen de steden Hoorn, Enkhuizen als elders deugdelijk competeren 262.
Op 26 juni 1714 verklaren Guirtie Abrahams Oosterhooren, Sijmon Abrahamsz Oosterhooren, Claas Maartsz Quack getrouwd met Impie Abrahams Oosterhooren en Maritje Abrahams Oosterhooren, allen kinderen van wijlen Abraham Claasz Oosterhooren die een zoon was van Claas Sijmonsz Oosterhooren en Marij Willems Perebooms, in hun leven echteluiden te Koog overleden, en uit dien hoofde mede-erfgenamen van hun grootvader en grootmoeder, deugdelijke verantwoording ontvangen te hebben uit handen van Jan Jansz Louwe, koopman te Westzaandam, dewelke, eerst door de voornoemde overledenen tezamen ingevolge hun dispositie op 12 juli 1701 en nog door de voornoemde grootvader separatim ingevolge zijn testament voor notaris Schabalje te Amsterdam dd. 24 paril 1709, is gequalificeerd, niet alleen tot voogd over de comparanten destijds nog minderjarig maar ook tot administrateur van alle goederen als comparanten van hun grootvader en grootmoeder zouden komen te erven 263.
Op de lidmatenlijst van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente van Koog en Zaandijk wordt in de periode 1691-1703 vermeld Loppie Pieters vrouw van Abram Kool, ook als Loppie Pieters uit de Pelmoolen, weduwe (in het gezin van Cornelis Evertsz en zijn vrouw Krijntje), en in de periode 1703-1729 Loppie Pieters uit de Pelmoollen, overleden in 1729, met in 1712 (gedoopt) Guertie Abrams haar dochter, in 1726 Guertje Abrams, vrouw van Jan Muesse, naar Zaandam vertrokken.
Op 13 april 1701 wordt uit naam van Vrerick Krijnen een insinuatie overgebracht aan Jan de Jager, waarin de insinuant verklaart dat hij en zijn huisvrouw geld heel nodig hebben en de tegenwoordige huisvrouw van de geïnsinueerde nog 500 gld schuldig is aan de voorschreven Lopje Pieters, waarvan hij betaling vraagt. De geïnsinueerde bekent de 500 gld schuldig te zijn, en verklaart daarvan interest betaald te hebben en de insinuant zal gaan spreken; zijn vrouw, genaamd Marijtje Pieters, bevestigt de schuld. 264
In september 1706 doen Frans Cornelisz Buijser en Marij Cornelis, broer en zuster, bij elkaar ongetrouwd wonende te Koog, mitsgaders Gerrit Cornelisz Buijser te Koog overleden [toegevoegd], kinderen en mede-erfgenamen van zal. Cornelis Gerritsz Buijser en Marij Franse, te Koog overleden, uitkoop van de andere erfgenamen, onder wie Fredrick Krijne getrouwd met Lopje Pieters, Jan Pietersz Pel, Aarjan Pietersz Pel, Thijs Claasz Raven als wettige voogd over Cornelis Cornelisz Pel nagelaten zoon van zal. Cornelis Pietersz Pel, Claas Barentsz Decker getrouwd met Neeltje Pieters, en Pieter Pietersz Pel, gezamenlijke kinderen van zal. Pieter Adriaensz van Zomeren en Impje Cornelis, welke Impje een dochter was van de voorgemelde Cornelis Buijser en Marij Franse 265
Op 2 februari 1709 verklaren Claas Sijmonsz Oosterhooren, koopman te Koog, ter eenre, en Fredrik Krijne, mede te Koog, als man en voogd van Lopje Pieters gewezen huisvrouw van Abraham Claasz Oosterhooren, ter andere zijde, te kennen gevende dat zij proces met elkaar voor het gerecht van deze banne hebben gehad, met de eerste comparant als eiser en de tweede in zijn kwaliteit als gedaagde, welk gerecht had verwezen naar goede mannen, nl. Sijmon Claasz Baas, oud-burgemeester, Claas Arisz Kaaskooper en Dirck Claasz Heijn, zo te Zaandijk als Koog, geaccordeerd te zijn door tussenspraak van opgemelde goede mannen, met assistentie van Aarjan Pietersz Pel en Arent Claasz Visser, koopluiden te Zaandijk, dat de laatste comparant in contanten gelde zal betalen aan de eerste comparant 600 gld, en dat de pretentie van de tweede comparant ten laste van de kinderen van Abraham Oosterhooren geteeld bij Lopje Pieters inzake de nagelaten boedel van zal. Pieter Adriaansz van Zomeren en deszelfs huisvrouw is afgedaan 266.
Als mede-erfgenamen van Pieter Pietersz Pel worden vermeld Sijmon Abramse Oosterhooren en Claas Maart(en)se Quak in huwelijk hebbende Impje Abrams Oosterhooren, in 1738 bij machtiging voor het beheer 267 en in 1739 bij de verdeling 268 van de nalatenschap.
Uit dit huwelijk:
1. Sijmon Abrahamsz, volgt VIa.
2. Impje Abrahams OOSTERHOORN, ondertr. (impost) Koog aan de Zaan 6 sept. 1710 (impost 3 voor haar, hij jongeman te Oostzaandam) Claes Maertzen QUACK.
3. Maritje Abrahams OOSTERHOORN, alias Kool, ged. (mennon.) Koog aan de Zaan 1713, als Mari Abrams Kool, meid van Hendrick Cornelisz Backer (weduwnaar van haar tante Aeffie Claes), op de lidmatenlijst van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente van Koog en Zaandijk vermeld als Mary Abrahams Oosterhoorn gestorven in februari 1732, impost op begr. Koog aan de Zaan 22 febr. 1732 (impost 6 als ongetrouwd; aangever Symon Abrahamse).
4. Guertje Abrams (KOOL), ondertr. (impost) Westzaandam 21 dec. 1714 (impost 12 samen) Jan Jansz MUESSE.
Vb. (van IVa) Griete Claes OOSTERHOOREN, tr. Gerrit Gerritsz ONDERWATER, zn van Gerrit Arentsz ONDERWATER en Trijn CLAES.
Op 25 augustus 1705 bewijst in de banne van Westzaan Gerrits Gerritsz Onderwater wonende op de Koog, gewezen weduwnaar van Grietje Claas Oosterhoorens, zijn minderjarige zoon Sijmon Gerritsz Onderwater, oud 11¾ jaar, geteeld bij dezelve zijn overleden huisvrouw, 200 gld berustende onder de vader, ten overstaan van Claas Sijmonsz Oosterhooren en Hendrik Cornelisz Backer mede te Koog, als gestelde voogden, waarvoor de vader en de grootvader zich verbinden en voor de vruchten waarvan de vader zijn zoon zal moeten grootmaken. Op 12 november 1715 bekent Sijmon Gerritsz Onderwater, meerderjarig door trouw, voldaan te zijn. 269
Op 2 mei 1715 verklaart Sijmon Gerritsz Onderwater wonende te Koog, door de trouw meerderjarig zijnde en nagelaten zoon van zal. Grietie Claas Oosterhooren, en uit dien hoofde mede-erfgenaam van zijn grootvader en grootmoeder van 's moeders zijde, uit handen van Hendrick Cornelisz Backer als aangestelde voogd over des coparants persoon en deszelfs goederen uit de voorschreven boedel en nalatenschap gekomen, ontvangen te heben deugdelijke rekening en alles de comparant competerende 270.
Op 24 oktober 1706 hebben Trijn Claas, weduwe van Gerrit Arentsz Onderwater, wonende te Koog, ter eenre, en Neeltje Gerrits, Gerrit Gerritsz Onderwater en Arent Gerritsz Onderwater, kinderen en erfgenamen van hun vader verwekt aan de eerste comparante, wonende allen te Koog als Westzaandam, een contract opgesteld over het bewonen en bezitten door Arent Gerritsz Onderwater van huis, erf, werf en helling 271.
Uit dit huwelijk:
1. Sijmon Gerritsz ONDERWATER, geb. ca. nov. 1693, ged. (mennon.) Koog aan de Zaan 27 jan. 1725, tr. Grietje SIJMONS, ged. (mennon.) ald. 29 jan. 1724, dr van Simon Jansz KUIJPER.
In 1716 wordt een machtiging gegeven door Sijmon Gerritsz Onderwater ten huwelijk hebbende Grietie Sijmons, Pieter Jansz Cuijper en Cornelis Jacobsz Honing als aangestelde voogden over Jan Sijmonsz Kuijper, kinderen en overzulks tezamen erfgenamen van hun vader Simon Jansz Kuijper te Koog overleden, alwaar de comparant ook alsmede insgelijks te Westzaandam en Zaandijk woonachtig zijn, inzake procedures als de overleden Simon Jansz Cuijper en zijn broer Willem Jansz Kuijper, mede te Koog woonachtig, hebben tegen ene Nicolaes Vereem 272.
Op 21 juni 1717 wordt de inventaris opgemaakt van de goederen van wijlen Sijmon Jansz Kuijper en Hillegont Jacobs Honing, in tijden echteluiden te Koog en aldaar overleden, ten verzoeke van Pieter Jansz Kuijper te Zaandam en Cornelis Jacobsz Honing te Zaandijk woonachtig, als voogden van Jan Sijmonsz Kuijper, op aangeven van Sijmon Gerritsz Onderwater, ten huwelijk hebbende Grietie Sijmons, gevolgd door de deling door Sijmon Gerritsz Onderwater, ter eenre, en Pieter Jansz Kuijper en Cornelis Jacobsz Honing, ter andere zijde 273.
Vc. (van IVa) Maritje Claes OOSTERHOOREN, alias Coolles, vermeld op de lidmatenlijst van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente van Koog en Zaandijk als Mari Claes Coolles, gestorven in december 1712, vrouw van Arent van Neerden, impost op begr. Koog aan de Zaan 24 dec. 1719 (impost 3, aangever Symen Onderwater), ondertr. (impost) ald. 4 febr. 1696 (impost 12 samen) Arent Dircksz van NAERDEN, zn van Dirk Arentsz van NAERDEN en Guirt Jans (SCHILP).
In 1709 verklaart Adriaen Claesz Kuijnder, oud 29 jaren, wonende te Wormerveer, ten verzoeke van Arend Dircksz van Naarden wonende te Koog, dat alle zodanige mondkost en victualie als de requirant in 1702 aan een commandeur Speelman, diertijds voerende het schip de Veermanskaij, heeft geleverd, waren deugdzaam en beste leverbare eetbare waren, zonder dat zijns wetens daaraan iets het allerminst heeft gemankeerd, wel min dat daar iets is bij geweest dat enig bederf onderworpen was. Compareerde mede Susanna Agens, bejaarde dochter wonende te Koog, die bovendie verklaarde dat toen de voorschreven goederen in de schuit van de requirant zouden worden geladen de huisvrouw van de voorschreven commandeur aldaar present was en, nadat zij dezelve victualie had gezien en gevisiteerd, door haar voor goed leverbare eetwaren is ontvangen. De eerste getuige heeft als knecht met de requirant gevaren en de voornoemde goederen te Koog heeft helpen laden en te Hoorn wederom heeft helpen lossen. 274
Uit dit huwelijk:
1. Dirck Arentsz van NAERDEN.
2. Claes Arentsz van NAERDEN.
3. Aeltje Arents van NAERDEN, impost op begr. Koog aan de Zaan 10 febr. 1720 (pro deo).
4. Maritje Arents van NAERDEN, impost op begr. Westzaandam 3 april 1732 (impost 6).
5. Jannetje Arents van NAERDEN, ged. (mennon.) Koog aan de Zaan 24 jan. 1728, ondertr. (impost) ald. 4 febr. 1724 (impost ieder 3, hij jongeman te Wormerveer, zij jongedochter te Koog) Cornelis GERRITSZ, ged. (mennon.) ald. 24 jan. 1728, zn van Gerrit JEVITSZ.
6. Jacob Arentsz van NAERDEN, impost op begr. Wormerveer 13 juni 1739 (impost 3, laat 1 kind na; aangever Willem Arents), tr. Aaltje DIRKS, impost op begr. ald. 18 juni 1739 (impost 3).
7. Willem Arentsz van NAERDEN, impost op begr. Koog aan de Zaan 24 nov. 1741 (pro deo).
8. Guurtje Arents van NAERDEN, ged. (mennon.) Koog aan de Zaan 24 jan. 1728, ondertr. (impost) Westzaandam 28 okt. 1718 (hij te Westzaandam, zij te Koog, impost ieder 6) Pieter Gerritsz KOETER, ged. (mennon.) Koog aan de Zaan 24 jan. 1728.
9. Sijmon Arentsz van NAERDEN, ged. (mennon.) Koog aan de Zaan 25 jan. 1727, impost op begr. ald. 13 juli 1759 (impost 3), ondertr. (impost) Westzaandam 19 jan. 1725 (impost ieder 3, zij jongedochter te Westzaandam, hij jongeman te Koog) Aafje GERRITS, ged. (mennon.) Koog aan de Zaan 25 jan. 1727.
Vd. (van IVc) Wijve(tie) Phillips OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 17 juni 1668 (doopgetuige Trijn Sijmons), ondertr. Rotterdam 19 okt. 1692 Cornelis KEIJSER.
Uit dit huwelijk:
1. Kornelis KEIJSER, ged. (nederd. geref.) Rotterdam 5 febr. 1693 (doopgetuigen Gillis Keijser, Sijmon Oosterhoorn, Vrouwtie Kornelis, Ida Verhage).
Ve. (van IVd) Hilgont Sijmons OOSTERHOORN, ondertr. (impost) Westzaandam 4 juli 1699 (impost 3 voor hem, zij Hillegont Jans Oosterhooren jongedochter van Amsterdam [bij doop van haar kinderen is haar patroniem 'Sijmons']) Heyndrik Cornelisz KOCK.
Uit dit huwelijk:
1. Jakobus HEYNDRIKSZ, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 25 april 1700.
Vf. (van IVg) Trijntje Abrahams OOSTERHOORN, impost op begr. Westzaandam 1 dec. 1717 (impost 6), begr. ald. 2 dec. 1717 (in graf 174 in de kerk, 5), ondertr. (impost) ald. 30 april 1707 (impost ieder 30), tr. Westzaandam 15 mei 1707 Dirck Jansz AARSES, burgemeester ald. 275, impost op begr. ald. 15 nov. 1718 (impost 15), zn van Jan Cornelisz AARSES en Maritje Jans BLOEM.
Op 7 mei 1707 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Dirck Jansz Arisses, minderjarige jongman, geassisteerd met Marij Jans Bloems zijn moeder, item Lubbert Lourisz, Cornelis Sijmonsz Muesz, Isbrant Jochimsz Kleijnsorgh en Jacob Claasz Decker, zijn voogden, en Trijntje Abrahams Oosterhooren, minderjarige dochter, geassisteerd met Neeltie Pieters Louw haar moeder, item Pieter van Broeck, Aris van Broeck en mij, notaris [Claas Oosterhooren], als haar voogden, allen wonende in de banne van Westzaan. Als er geen kinderen zijn kan de weduwe of weduwnaar van de eerststervende kiezen om de helft van de boedel uit te keren aan de erfgenamen van de eerststervende of uit te keren de goederen door de eerststervende aangebracht en de goederen door deze staande huwelijk aangeërfd. Als er wel kinderen zijn wordt de weeskamer uitgesloten en zal de langstlevende voogden over de kinderen mogen stellen. 276
Op 15 februari 1718 bewijst Dirck Jansz Aarsses, oud-schepen van de banne van Westzaan, weduwnaar en boedelhouder van Trijntie Abrahams te Westzaandam overleden, ingevolge een testament dd. 22 juli 1710 voor notaris Hendrick Kreet te Zaandam, hun 2 kinderen Neeltje en Abraham Dircksz Aarsses hun moeders goed, hierover verdragen met Cornelis Lourisz Louwe, Johannes Walingius en Cornelis Jansz Aarsses, nl. dat hij op de meerderjarigheid van de kinderen ieder voor de helft zal bewijzen een losrentebrief van 2200 gld kapitaal, een losrentebrief van 800 gld en een losrentebrief van 880 gld kapitaal, en dan nog aan Abraham Dirck Aarsses 304 gld, waartegen Neeltie Dirck Aarsses, zo zij zich wel gedraagt en in alles de eerste comparant ordentelijk gehoorzaamt, alle kleren, zilver en goud, zo juwelen als lijfsieraden, die ten lijve van de huisvrouw van de eerste comparant behoord hebben 277.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Dirksz AARSES, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 25 maart 1708, impost op begr. ald. 30 april 1708 (impost 15).
2. Neeltje Dirks AARSES, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 18 aug. 1709, impost op begr. ald. 31 okt. 1709 (impost 15).
3. Jan Dirksz AARSES, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 21 sept. 1710, impost op begr. ald. 16 nov. 1710 (impost 6).
4. Neeltje Dirks AARSES, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 29 nov. 1711, impost op begr. ald. 31 jan. 1733 (impost 2 x 30, ongetrouwd).
5. Jan Dirksz AARSES, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 6 mei 1714, impost op begr. ald. 31 mei 1714 (impost 6).
6. Abram Dirksz AARSES, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 21 juli 1715, impost op begr. ald. 9 juni 1718 (impost 6).
Vg. (van IVg) Aeltje Abrams OOSTERHOORN, tr. Jacob PITT.
Uit dit huwelijk:
1. Jacob PITT, ged. (nederd. geref. (Reformed Protestant Dutch Church)) New York, New York (USA) 8 febr. 1721 als zoon van Jacob Pit en Aeltje Abrams (doopgetuigen Pieter Lammertse en zijn vrouw Marretje Bennet).
2. Elizabeth PITT, ged. (nederd. geref. (Reformed Protestant Dutch Church)) New York, New York (USA) 2 dec. 1724 als dochter van Jacob Pitt en Aeltje Abramse Oosterhoorn (doopgetuigen Jacob Koning, Mayke Koning).
3. Willem PITT, ged. (nederd. geref. (Reformed Protestant Dutch Church)) New York, New York (USA) 2 april 1727 als zoon van Jacob Pitt en Aeltje Abramse (doopgetuigen Pieter Lammertse en zijn vrouw Marytje Bennet).
4. Nicolaas PITT, ged. (nederd. geref. (Reformed Protestant Dutch Church)) New York, New York (USA) 30 nov. 1729 als Jacob Pitt en Aaltje Abrams (doopgetuigen Pieter Snyder en zijn vrouw Catharina).
Vh. (van IVg) Neeltje Abrahams OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 25 dec. 1694, overl. 4 maart 1750 (ruim 36 jaar 278 [moet 56 jaar zijn]), begr. Oostzaandam (Oosterkerk), ondertr. (impost) Westzaandam 8 juli 1713 (impost 30 voor haar, hij jongeman te Oostzaandam) Johannes WALINGIUS, geb. 1679, koopman, overl. 31 aug. 1750 (oud 70 jaar 2 maanden 278), begr. Oostzaandam (Oosterkerk), zn van Ds Johannes WALINGIUS en Aaltje Cornelis NOMEN.
Op 13 februari 1714 geeft Johannes Walingius, koopman te Zaandam, in huwelijk hebbende Neeltie Abrahams Oosterhooren, staande op zijn vertrek naar Hamburg, machtiging aan zijn huisvrouw en aan zijn zwager Dirck Jans Arisses wonende te Zaandam, om alle comparants zaken waar te nemen, specialijk om alle obligatiën als de comparant nomine uxoris tot voldoening van haar vaders erfdeel zijn aanbedeeld te mogen verkopen en transporteren 279.
Op 5 februari 1715 verklaart Dirck Jansz Arisses, regerend burgemeester te Westzaandam, als last en procuratie hebbende van Johannes Walingius getrouwd met Neeltje Abrahams Oosterhooren, tegenwoordig uitlandig zijnde, verkocht te hebben en op te dragen aan Cornelis Claasz Kock, Sijmon Jansz Honing, Pieter Pietersz Spaans en Sijmon Claasz Groot, als gestelde en gesurrogeerde voogden over de gezamenlijke minderjarige kinderen van Pieter Jansz Gijssen, 6 obligatiën, alle gedateerd 19 april 1702, elk van 1000 gld kapitaal 280.
Uit dit huwelijk:
1. Abram WALINGIUS, ged. (nederd. geref.) Oostzaandam 1 juli 1714, begr. ald. 12 juli 1714 (in de kerk, 2:10).
2. Neeltje WALINGIUS, ged. (nederd. geref.) Oostzaandam 6 mei 1717.
3. Anne WALINGIUS, overl. 2 mei 1782 (oud 63 jaar 6 maanden 17 dagen 278), begr. Oostzaandam (Oosterkerk), tr. ald. 15 juli 1753 Barent VENSTRA.
4. Trijntje WALINGIUS, ged. (nederd. geref.) Oostzaandam 19 nov. 1720.
5. Johannes WALINGIUS, ged. (nederd. geref.) Oostzaandam 24 jan. 1723.
6. Joannis WALINGIUS, ged. (nederd. geref.) Oostzaandam 17 aug. 1724.
7. Trijntje WALINGIUS, ged. (nederd. geref.) Oostzaandam 20 dec. 1733, overl. 15 april 1800 (oud 66 jaar 3 maanden 278), begr. ald. (Oosterkerk).
Vi. (van IVh) Albert OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Hoorn 23 juli 1674, eerste stadsklerk ter secretarie van Amsterdam, tr. Lucia WINTER, dr van Ds Gerardus WINTER, predikant te Noord-Zijpe, en Agatha PIJL DOEDES.
Voor schepenen van Amsterdam bekennen op 13 april 1717 Hendrik Hop, bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie ter kamere dezer stad, als in huwelijk hebbende Sara Johanna Bailli, en Mr Dionys Jan Bailli, beiden mede-erfgenamen van wijlen Andries Rijkaert hun oom maternel, volgens testament door hem gepasseerd op 16 februari 1713 voor notaris Jan Valkenburg alhier, als ook executeurs van hetzelve testament en ook voor hun mede-executeur Harmen Alexander Roël, professor in de theologie te Utrecht en mede-erfgenaam uit hoofde van zijn huisvrouw Cornelia Bailli, verkocht te hebben aan Albert Oosterhoorn, premier stadsklerk ter secretarie dezer stede, een huis en erf op de Keysersgragt naast of bezuiden het huis genaamd de Groene Helm, belend ten zuiden Ds Johannes Sibing van Herinkhuysen, met een gemene muur, doorgaans, en een gemene loden goot, voor, en achter aan de tuin met een gemene schutting, ten noorden Jacob Teyler, doorgaans, muur tegen muur en aan de tuin met een gemene schutting, strekkende voor van de straat tot achter aan Adriaen van der Kruyssen op zijn uiterste grond, zullende de koper hem met het prieel als anderzins hebben te gedragen naar de keur dezer stede, en zijn water moeten opvangen en leiden op en over zijn eigen grond, voor 9996 281.
In Amsterdam is op 1 juni 1726 bij executie verkocht aan Albert Oosterhoorn voor Clasina Winter een obligatie ten laste van 't Gemenelands Comptoir te Haarlem, gedateerd 1 oktober 1710, groot in kapitaal 1500 gld, toebehoord hebbende Hendrikje Keyser, laatst weduwe van Jan Volders, voor 95%, makende in kapitaal 1425, die de voornoemde Albert Oosterhoorn voor Clasina Winter te borde gebracht heeft op 20 mei 1727 282.
In Amsterdam compareren op 28 augustus 1726 Johannes Wildenberg, mr huistimmerman, en Harmanus Wildenberg, mede huistimmerman, als volgens ordinaris kwijtscheldingsbrief van 13 november 1725 de eigendom bekomen hebbende tot het perceel nagemeld, dat door hen is afgebroken en opnieuw, nadat in de grond het behoorlijke getal van masten, volgens de keur dezer stad, was geheid geworden, het volgende perceel gebouwd is, en bekennen verkocht te hebben aan Albert Oosterhoorn, eerste stadsklerk ter secretarie dezer stad, een huis en erf in de Egelantierstraat, aan de zuidzijde, tussen de eerste en tweede dwarsstraat, belend ten oosten Pieter Blom, notaris, met een gemene muur, voor, alzo de voornoemde Pieter Blom dezelve muur uit de grond tot de hoogte van dit huis en zulks tot boven toe bekostigd en betaald heeft, en achter met een gemeen houten schuttinkje, ten westen Johannes Westerhout alwaar dit perceel zijn eigen vrije muur heeft. tot zo lang toe als hij, Westerhout, of zijn recht verkrijgende, dezelve muur met het heien uit de grond tot de hoogte van dit huis toe van voren uit de straat tot achter aan de muur van 't huis van Cornelis Binkhorst toe, voor de helft, op en volgens taxatie van de rooimeesters dezer stad, mede komt te bekostigen en te betalen aan de koper of eigenaar van dit perceel, na welke voldoening dezelve muur ook een gemene muur staat te worden, hebbende dit perceel zijn eigen vrije loden goten, strekkende voor van de straat met een plaatsje van 4½ voet, ter breedte van dit huis, tot achter aan 't huis van Cornelis Binkhorst, alwaar het open plaatsje van dit perceel de muur van dezelve Binkhorst gebruikt tot een schuilmuur, voorts vangende en leidende zijn water op en over zijn eigen grond, voor 5800 contant 283.
In Amsterdam heeft op 21 januari 1727 Johannes Wildenberg, mr timmerman, als gemachtigde van Jan Winter, stadsroedrager alhier, die door testamentaire dispositie door wijlen zijn moeder Agatha Pyl Doedes, in haar leven weduwe van Ds Gerardus Winter in zijn leven predikant in de Noord-Zijpe, gepasseerd op 15 september 1719 voor notaris Mr Jan Snoek hier ter stede, bij prelegaat is gemaakt het perceel nagemeld, welk perceel de voornoemde Agatha Pyl Doedes verkregen heeft als enige dochter en erfgenaam ab intestato van Jan Egbertsz Pyl, die enige zoon en erfgenaam ab intestato is geweest van Janneken Cornelis Pot die dochter en erfgenaam was van Cornelis Jansz Pot, welke Cornelis Jansz Pot de eigendom van het na te noemen perceel bekomen had voor de ene helft door een kwijtscheldingsbrief dd. 12 februari 1580 en de wederhelft bij erfenis van de ouders van Aagke Cornelis Hooft zijn huisvrouw opbestorven was, verkocht aan Albert Oosterhoorn, eerste stadsklerk ter secretarie, constituants behuwdbroeder, een huis en erf op de Nieuwezytsvoorburgwal, tussen de Roosemarynsteeg en Roskamsteeg achter het Meysjes Burgerweeshuys, genaamd de Moerebeyeboom, belend ten zuiden de erfgenamen van Salomon Dierkens alwaar dit perceel een eigen vrije muur heeft, ten noorden nu of eertijds de erfgenamen van Dirk Schoneman alwaar dit perceel mede zijn eigen vrije muur is hebbende, strekkende voor van de burgwal tot achter aan Servaes van Neer of zijn rechthebbende met een gemene muur zo verre daartegen getimmerd is, onder conditie dat het keukentje van dit perceel staande tegen het huis van hem van Neer niet verder of hoger, of de plaats van dit perceel meer, zal mogen worden betimmerd als tegenwoordig is, ook heeft het huis van hem, van Neer, de vrijheid zijn vensters te mogen openen over de plaats van dit perceel, des dat hij, van Neer, zou gehouden wezen glazen koekoeken of schuine kisten te maken zonder het opstoten van de vensters te hinderen, voor 8000 contant 284.
In Amsterdam bekent op 13 januari 1734 Albert Oosterhoorn, als volgens ordinaris kwijtschelding dd. 28 augustus 1726 de eigendom verkregen hebbende van het perceel nagemeld, verkocht te hebben aan Johannes Wildenberg, mr timmerman, een huis met erf in de Egelantierstraat, aan de zuidzijde, tussen de eerste en tweede dwarsstraat, zoals in de kwijtscheldingsbrief van 28 augustus 1726, voor 4500 op interest 285.
Uit dit huwelijk:
1. Anna, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Oosterkerk) 19 juli 1711, volgt VIb.
2. Gerrit, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 23 sept. 1716 (doopgetuigen Johanna Winter, Agatha Pijl Doedes).
Vj. (van IVi) Claes Sijmonsz OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 17 dec. 1673, notaris in de banne van Westzaan, impost op begr. Westzaandam 29 okt. 1731 (impost 3; aangever Simon Groot), begr. ald. 30 okt. 1731 (in graf 93 in de kerk, 5), ondertr. (impost) 1° ald. 23 maart 1696 (impost voor hem 15, voor haar 6), tr. Westzaandam 8 april 1696 Wumpje Abrahams OOSTERHOOREN, geb. 5 sept. 1671, overl. 27 mei 1713 286, impost op begr. ald. 29 mei 1713 (impost 15, aangever Willem Oosterhooren), begr. ald. (Westerkerk), dr van Abraham Jansz OOSTERHOOREN, mr zeilemaker 246, en Guijrtie JACOBS, ondertr. (impost) 2° Westzaandam 10 jan. 1715 (impost 15 voor hem, zij jongedochter te Oostzaandam), tr. ald. 10 febr. 1715 Eefje Theunis SPECK.
Op 17 juni 1700 geeft Claes Oosterhoorn aan de Grafelijkheidsrekenkamer als suppliant te kennen dat hij op 19 december 1698 ten verzoeke en dienste van Simon Oosterhoorn, notaris te Zaandam, zijn vader, nu op 18 februari 1700 overleden, geadmitteerd was om het notarisambt in de banne van Westzaan bij wettige absentie of ziekte van zijn vader zal. waar te nemen, dat suppliants vader sedert die tijd zeer veel ziekelijk was en naderhand met een langdurige en kwijnende ziekte is bezocht geweest en suppliant toen het notarisambt in de banne van Westzaan uitgeoefend heeft met veel genoegen van de ingezetenen, aan welke uitoefening suppliant zeer veel gelegen is en waartoe hij van jongstaf aan bekwaam gemaakt is, en verzoekt hij ootmoediglijk dat hij geadmitteerd wordt tot het notarisambt van zijn vader, waartoe hij is geadmitteerd en geconsenteerd 287.
Bij de aangifte van het lijk van Claes Oosterhooren is de volgende opmerking gezet: Claes Oosterhoren, in zijn leven gewezen notaris te Zaandam, doch daarvan vrijwillig afgestaan voor welke afstand hij 1/3 van de verdiensten genoten heeft van diegene die in zijn plaats gekomen is, zijnde dit lijk bij proviso aangegeven onder de classis van 3, doch sustineer ik dat hij als notaris 15 moet betalen.
Op 1 april 1696 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Claes Simonse Oosterhooren, jongeman wonende te Westzaandam, geassisteerd met Simon Oosterhooren mede notaris, zijn vader, en Wumpje Abrahams, jongedochter, wonende mede aldaar, geassisteerd met Jochem Arentsz Kadt koopman te Amsterdam, haar behuwdvader [stiefvader]. Alle goederen zullen gemeen zijn. Edoch zo dit huwelijk wordt gescheiden zonder kinderen moet de langstlevende met de vrunden van de eerststervende volgens versterfrecht delen. 288
Op 26 november 1697 testeren Claas Symonsz Oosterhooren en Wumpje Abrahams Oosterhoorens, wonende te Westzaandam op het Silveren Padt, beiden redelijk gezond, willende dat de huwelijkse voorwaarden van 1 april 1696 gehouden worden als nooit gepasseerd. De eerststervende benoemt de langstlevende als universele erfgenaam mits er geen kinderen zijn. Ingeval hij de eerststervende is en zijn vader Simon Claasz Oosterhooren of zijn moeder Dieuwertje Willems d'Jongh wonende te Zaandam dan nog in leven is institueert hij dezelve in de blote legitieme portie, ingeval zij de eerststervende is idem ten aanzien van haar moeder of grootvader. 289
Op 14 februari 1708 verhuurt Claas Sijmonsz Oosterhoorn, notaris te Westzaandam, als man en voogd van Wimpje Abrahams Oosterhoorn, ook voor deszelfs schoonmoeder Guertje Jacobs Nel o.a. ook weduwe geweest van Abraham Jansz Oosterhoorn, mede te Westzaandam, aan Trijntje Stoffels, weduwe en boedelhoudster van Jacob Cornelisz Schoen, mede te Westzaandam, een werf waar de houtzagersmolen de Stadt[?] reeds op was staande, te Westzaandam 290.
Uit het eerste huwelijk:
1. Maartje Claes OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 2 febr. 1698, volgt VIc.
2. Guurtje Claes OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 25 okt. 1699, volgt VId.
3. Dieuwertje Claes OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 3 juli 1701, impost op begr. ald. 22 aug. 1702 (impost 15).
4. Sijmon Claesz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 24 jan. 1703, impost op begr. ald. 10 febr. 1703 (impost 15).
5. Dieuwertje Claes OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 16 aug. 1705, impost op begr. ald. 10 okt. 1705 (impost 15).
6. Simon Claesz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 20 febr. 1707, impost op begr. ald. 15 aug. 1707 (impost 15).
7. Simon Claesz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 17 maart 1709.
Vk. (van IVi) Trijntje Sijmons OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 13 juni 1683, overl. 1 april 1752 291, impost op begr. ald. 2 april 1752 (impost 15), begr. ald. 6 april 1752 (in graf 214 in de kerk, 5), ondertr. (impost) Westzaandam 24 april 1706 (impost ieder 15), tr. ald. 9 mei 1706 Simon Claesz GROOT, geb. ca. 1682 292, koopman, burgemeester ald., overl. (in graf 215 in de kerk, 15), impost op begr. Westzaandam 27 juli 1737 (impost 15), begr. ald. (Westerkerk) (in graf 215 in de kerk, 15; oud 54 jaar 11 maanden 24 dagen 291), zn van Claas Cornelisz GROOT, vroedschap, koopman ald., traanroeier (als zodanig aangesteld op 1 maart 1674, als opvolger van Claes Claesz Nel 293) te Westzaandam.
In 1716 leggen opvarenden ter walvisvangst op Groenland met het fluitschip genaamd de Juffrouw Clara, wordende gecommnadeerd door de commandeur Claas Heijnsz van Marken onder de directie en administratie van Simon Claasz Groot van Zaandam, een verklaring af ten verzoeke van Simon Claasz Groot (over een ruzie over een geharpoeneerde walvis) 294.
Op 3 december 1716 bekent Simon Claasz Groot, koopman wonende te Westzaandam, in publieke veiling verkocht te hebbeb en nu op te dragen aan Srs Frans en Carel Geun, koopluiden te Amsterdam, en hun verdere reders, een fluitschip genaamd de Kruijskerck van Westsaandam, lang 110 voeten, wijd 26 voet, hol 12 voet, 't voordek hoog aan boord 6 voet 7 duim, alles Amsterdamse houtmaat, met alle toebehoren, en bekent hij van de kooppenningen van 8500 gld voldaan te zijn, met als borgen Claas Cornelisz Groot en Cornelis Arisse Veen, koopluiden te Zaandam, en bekent Claas Cornelisz Groot, regerend vroedschap en koopman te Westzaandam, verkocht te hebben aan Simon Claasz Groot, insgelijks te Westzaandam woonachtig, en zijn gemene mede-reders, 48/64 in 't fluitschip, alzo de rest van 16/64 aan de voorgaande reders in eigendom blijft, genaamd het Raathuijs van Westsaendam, lang 103 voet 9 duim, wijd 24¾ voet, hol 11¾ voet, het voordek hoog aan boord 6 voet 3 duim, alles Amsterdamse houtmaat, met alle toebehoren, en bekent hij van de kooppenningen van 4125 gld betaald te zijn, met als borgen Cornelis Arisz Veen en Cornelis Claasz Groot, mede wonende te Westzaandam 295.
Op 22 januari 1717 verklaart Simon Claasz Groot, koopman te Zaandam, verkocht te hebben en op te dragen aan Cornelis Claasz Knol, Pieter Pietersz Spaans en Cornelis Jansz Haringh, mede wonende aldaar, als executeurs van het testament en administrateurs der goederen van Claas Claasz Vrient te Zaandam overleden, een obligatie staande op naam van de erven van Pieter Claasz Blauw dd. 1 oktober 1710, van 1000 gld kapitaal 296.
Op 23 janauri 1717 amplieert Claas Cornelisz Groot, regerend vroedschap te Westzaandam, zijn besloten testament van 15 juni 1706, o.a. met de bepaling dst zijn zoon Simon Claasz Groot na des testateurs overlijden in deling zal mogen aannemen een huis en erf in de Molenbuirt, belend ten zuiden de weduwe van Cornelis Nomen, ten noorden Willem Sijmonsz Adel en Dirck Pietersz Baes, en dat voor 1000 gld, prelegaterende aan zijn voornoemde zoon datgene en welke somme van penningen als het voornoemde huis en erf meer dan de voornoemde 1000 gld mocht bevonden worden waardig te wezen 297.
In 1718 bekent Pieter Brouwer, mr scheepstimmerman wonende te zaandam, verkocht te hebben aan Simon Groot, koopman te Zaandam, en zijn verdere mede-reders, en over te dragen, een fluitschip, lang 105½ voet, wijd 27 voet, hol 12 voet, 't voordek hoog aan boord 6 voet 8 duim, alles Amsterdammer houtmaat, voor dato genaamd geweest de Brouwerij en door de koper genaamd de Generaal, met alle deszelfs opstaande rondhout, staande en lopende want, ankers, kabels, touwen, zeilen en verdere gereedschappen vandien, en van de kooppenningen ter somme van 9000 gld voor de koop en 600 gld voor kielen, breeuwen en repareren voldaan te zijn, met als borgen Jacob Cardinaal en Cornelis Jan Aarsses, koopluiden te Zaandam 298.
Op 28 december 1718 wordt het besloten testament dd. 15 juni 1706 van Claas Cornelisz Groot geopend, nu onlangs te Westzaandam overleden; de zoon Simon wordt daarin als mede-administrateur genoemd 299.
In 1720 verkoopt Simon Groot, regerend burgemeester te Westzaandam, aan Pieter Pietersz Spaans, Cornelis Jansz Aarsses en Gerrit Cornelisz Nomen, wonende ter plaatse voormeld, als voogden over Aagie Cornelis Cem, minderjarige dochter van Cornelis Cornelisz Cem geprocreëerd bij Aagie Pieters Gijssen, een losrentebrief op naam van Jacob van der Laij en Sijmon Thijse Boij als voogden over Stijntie Gaves, van 1000 gld kapitaal 300.
Uit dit huwelijk:
1. Aegje Sijmons GROOT, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 28 nov. 1708, impost op begr. ald. 15 dec. 1708 (impost 3, aangever Willem Oosterhooren).
2. Sijmon Sijmonsz GROOT, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 17 sept. 1710, impost op begr. ald. 14 nov. 1710 (impost 3, aangever Willem Oosterhooren).
3. Aagje Sijmons GROOT, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 24 dec. 1711, overl. 30 nov. 1752 291, impost op begr. ald. 2 dec. 1752 (impost 15, laat kind na), begr. ald. (Westerkerk), tr. Jacob Maartensz NOMEN.
Vl. (van IVi) Duijfje Sijmons OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 9 jan. 1686, ged. (mennon.) ald. 23 jan. 1716 (bij de Verenigde Doopsgezinde Gemeente), overl. ald. 19 maart 1723, impost op begr. Westzaandam 22 maart 1723 (impost 3), begr. ald. 23 maart 1723 (in graf 93 in de kerk, 5), ondertr. (impost) ald. 11 juni 1707 (impost ieder 30, hij te Koog, zij te Westzaandam) Pieter Jansz KUIJPER, koopman te Westzaandam, zn van Jan Sijmonsz KUIJPER en Neeltje WILLEMS.
Op 15 december 1705 verklaart Neeltje Willems, weduwe wonende te Koog, te vervolmachtigen haar zoon Pieter Jansz Kuijper om haar zaken waar te nemen 301. Op 19 februari 1706 stelt Pieter Jansz Kuijper, vanwege de procuratie hem verleend door Neeltje Willems. in zijn plaats Sr Pieter van Broeck, notaris en procureur te Westzaan 302.
Op 5 juni 1713 verklaren Gerrit Jansz Rogge en Jan Klinckert wonende te Zaandam, ten verzoeke van Pieter Jansz Kuijper koopman te Zaandam, dat de requirant in hun bijzijn op 23 april laatstleden heeft bevracht ene Jan Gerritsz van Dokkum, voerende zeker kofschip, die aanstonds zou vertrekken en varen naar Hamburg alwaar zijn losplaats zou zijn, met speciale conditie van bevrachting dat de voornoemde schipper geen goederen van iemand anders zou mogen laden, zo alhier als tussenwegen, en dat vervolgens na behouden arrivement de requirant voor vrachtpenningen aan de voorschreven schipper zou moeten betalen als zij met elkaar zijn geconvenieerd 303.
In 1717 verklaart Pieter Jansz Cuijper, koopman te Zaandam, verkocht te hebben aan Pieter Albertsz Bleecker, mede koopman te Zaandam, 5/8 van het fregatschip genaamd de Margareta Gallerij, gevoerd wordende door kapitein Claas Hooffd, lang 92 voet, wijd 26 voet 5 duim, hol in 't ruim 12 voet, de bak en schans navenant, met alle toebehoren, voor de somme van 4375 gld, contant voldaan 304.
In 1717 bekent Pieter Jansz Kuijper, koopman te Zaandam, verkocht te hebben aan Sr Gerrit Reverand, koopman te Amsterdam, en zijn gemene reders, en op te dragen, een fluitschip, lang 95 voet 4 duim, wijd 25 voet 1 duim, hol in 't ruim 11 voet 4 duim, genaamd de Sint Jan, met alle toebehoren en gereedschappem, en van de kooppenningen van 8000 gld voldaan te zijn, met als borgen Gerrit Jansz Rogge en Jacob Cardinaal, koopluiden te Zaandam [hij tekent als Pieter Jansz Cuijper] 305.
Op 16 juli 1718 wordt vanwege Pieter Jansz Kuijper, wonende te Westzaandam, een insinuatie overgebracht aan de personen van Jan Cornelisz Kuijper, de weduwe Gerrit Blauw & zoon, Cornelis Dircx IJff en Willem Gerritsz Bruijgom, allen in de banne van Westzaan woonachtig, mede-reders van een fregatschip genaamd de Margareta Galleij gevoerd wordende door kapitein Claas Hooft, en nog aan Jan Mats wonende te Westzaan als gepretendeerde mede-reder, die, behalve de laatste, de directie en administratie hebben gehad en aan wie al herhaaldelijk rekening verzocht is, hebben toegestaan dat [op bezit van] de insinuant op 28 januari 1717 binnen Amsterdam gearresteerd [=beslag gelegd] werd, en niet hebben voldaan aan gerechtelijke vonnissen 306.
In 1720 bekent Pieter Jansz Cuijper, koopman te Zaandam, verkocht te hebben en nu op te dragen ten behoeve van Sr Jacob Papegaij te Amsterdam, en dat wel voor rekening van de heer Jacob Theengs de Jong, raad ter Admiraliteit, residerende en woonachtig binnen de stad Edam, een fluitschip genaamd de Haringios[?], lang 100 voet 8 duim, wijd 24 voet 10 duim, hol in 't ruim 11 voet 2 duim, 't verdek naast de grote mast hoog aan boord 6 voet 4 duim, met alle deszelfs rondhout, staande en lopende want, ankers, kabels, touwen, zeilen en verdere gereedschappen, conform de inventaris daarvan gemaakt, voor 6075 gld waarvan de comparant bekent voldaan te zijn, met als borgen Srs Jacob Cardinaal en Aarent Blauw, kooplieden te Zaandam 307.
Uit dit huwelijk:
1. Sijmon Pietersz KUIJPER, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 12 sept. 1708, impost op begr. ald. 7 mei 1722 (impost 3; Pieter Jansz Kuyper zijn kind).
2. Neeltje Pieters KUIJPER, ged. (nederd. geref.) Oostzaandam 17 dec. 1739 (op belijdenis).
Vm. (van IVl) Theunis Ariaansz OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (Cathoecken) 1 juni 1664, overl. Wormer 20 nov. 1709 231, begr. Oostzaan 23 nov. 1709 231, ondertr. 1° ald. 19 okt. 1690 308 Dieuwertje DIRCX, overl. ald. 30 aug. 1694 231, ondertr. 2° Oostzaan 12 aug. 1696 231 Aegje WILLEMS.
Op 5 april 1693 testeren Theunis Adrijaensz Oosterhooren en Dieuwertje Dircx, echteluiden wonende te Oostzaandam, op de langstlevende. Maar als hun huwelijk kwam te scheiden zonder kinderen daaruit verwekt na te laten, en hij de eerststervende is en zijn moeder dan nog leeft, krijgt zijn moeder de legitieme portie. Als er wel kinderen zijn zal de langstlevende gehouden zijn dezelve op te voeden tot hun mondige jaren of huwelijkse staat, en voogd zijn, met uitsluiting van de weesmeesters. (Hij tekent als Teunis Ariensz Oosterhooren.) 309
Op 16 augustus 1696 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld door Theunes Adriaensz Oosterhoor(e)n, weduwnaar, en Aghie Willems, jongedochter, beiden wonende te Oostzaan. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. De bruid zal de keus hebben om te participeren in winst en verlies staande huwelijk, of niet welke dan voor rekening van de bruidegom zijn, mits dat de bruid of haar erfgenamen hierover besluiten binnen 6 weken na het scheiden van het bedde of anders naar gelegenheid van zaken. De bruidegom brengt in de helft van een pelmolen op het Meerpadt in de banne van Oostzaan waarvan de wederhelft toebehoort zijn neef Teunis Abrahamszoon, een bed met zijn toebehoren (enz.) en een comenijswinkel met al wat daartoe behoort. Door de bruid wordt te dezen huwelijk aangebracht 3000 gld, 2 bedden, 8 lakens (enz. [meer dan door hem]). Als er geen kinderen uit dit huwelijk nagelaten worden zal uit de gereedste goederen van de eerststervende 100 gld gaan naar de langstlevende. 310
Op 14 juli 1697 testeren Theunis Arijaensz Oosterhooren en Aagje Willems, echteluiden wonende te Oostzaan. Zij revoceren het huwelijkscontract van 12 augustus 1696 gepasseerd voor notaris Arijaen van Gellinchuysen te Haarlem, en testeren op elkaar als er geen kinderen zijn. Maar al hij de eerststervende is en zijn zoon Arijaen Theunisz uit een vorig huwelijk geteeld nog in leven is, zal dezelve zoon mede-erfgenaam zijn, waarbij zij vóór alle deling haar kleren tot haar lijf behorende zal hebben en zijn zoon zijn kleren en bovendien 50 gld. 311
Uit het eerste huwelijk:
1. Ariaan Theunisz, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (op 't Weer) 25 aug. 1694.
2. Trijntie Theunis OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (Kerckbuert) 7 okt. 1791.
Uit het tweede huwelijk:
1. Willem Theunisz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (op 't Weer) 8 sept. 1697.
2. Willem Theunisz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (op 't Weer) 17 okt. 1700.
3. Duijfje Theunis OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (op 't Weer) 19 april 1705, volgt VIe.
4. Willem Theunisz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Oostzaan 5 mei 1709.
Vn. (van IVl) Giertje Aerjans OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (Kathoeken) 4 jan. 1673, ondertr. ald. 12 april 1699 231 Dirck FRANSZ.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter DIRCKSZ, ged. (nederd. geref.) Oostzaan 9 mei 1700 (in de Haal).
2. Duijfie DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (in de Haal) 18 juni 1702.
3. Duijfje DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (Kathoeke) 13 dec. 1705.
4. Aagje DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (Kathoeke) 13 maart 1707.
5. Frans DIRCKSZ, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (Kathoeke) 13 maart 1709.
6. Aegje DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (Kathoeke) 4 jan. 1711.
Vo. (van IVn) Jan Goossensz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 17 aug. 1664, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 23 jan. 1695, impost op begr. ald. 4 juni 1728 (impost pro deo, begr. in de kerk 4; aangever zijn zoon Claas Jansz Oosterhoorn), tr. Krommenie 14 jan. 1685 Grietje NANNINGS, ged. (nederd. geref.) ald. 29 aug. 1655, impost op begr. ald. 3 dec. 1720 (pro deo, begr. in de kerk 4), dr van Nanning IJSBRANTSZ, regent van 't weeshuis te Krommenie 312, komenijhouder, kramer, en Trijn GERRITS.
In Krommenie verkopen in 1685 Garmet Cornelisz benevens de voogden van de onmondige kinderen van zal. Kees Jan en Erm Garmetse aan Jan Gosen een huis en erf op de Heijligewegh, belend ten oosten Trijn Jacobsz, ten Jan Pietersz Veer, voor 712 gld, te betalen in twee termijnen 313.
In Assendelft verkoopt in 1686 Jan Goosz Oosterhoorn wonende te Krommenie, als mede-erfgenaam van Jan Abrahamsz Oosterhoorn zijn grootvader, en zulks bij scheiding hem aanbedeeld, aan Sijmon Jansz Oosterhoorn te Zaandam de helft in een stuk land groot in 't geheel 771 roeden genaamd de Boveegh, in de Noorderpolder, belend ten noordoosten Trijn Jochems, ten zuidwesten de kinderen van Gerrit Huijgen, voor 200 gld 314.
In de banne van Westzaan verkoopt in 1686 Jan Goossenz Oosterhooren, wonende te Krommenie, aan Sr Meynders Arentz te Zaandam een stuk land genaamd het Ventje, groot 413 roeden, item een stukje land genaamd Drieacker, groot 163 roeden, naast elkaar op en over de Gouw, achter Pieter Janz Borrits uit, belend ten zuiden Dirck Jacobsz Vet, ten noorden de weduwe van Heyndrick Gerritsz Snier, voor 226 gld 315.
In Krommenie verkopen in 1698 Weijntie Crelis, laatst weduwe van Cornelis Jansz Cartis, en de kinderen van dezelfde Cartis, aan Jan en Pieter Goosen Oosterhoorn 1/16 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschappen genaamd de Witte Duijff, mitsgaders 1/16 in een stuk land genaamd de Velt bij de voorschreven molen, belend ten zuiden de Noordtdijck, ten noorden verkopers, voor 37 gld contant; de koper zal gehouden zijn elk jaar 7000 lb te laten beuken 316.
In Krommenie bekent in 1703 Jan Goosen Oosterhoorn wonende op de Heijligewegh schuldig te zijn Gerrit Eggisz Haantje wonende te Wormerveer 500 gld, spruitende 300 gld uit aangetelde gelden, en 200 gld over leverantie van winkelwaren, tegen 3 gld 10 st van 't honderd in 't jaar, waaraan hij verbindt zijn huis en erf op de Heijligewegh, belend ten oosten Claas Mighielsz, ten westen de weduwe van Jan Veen 317.
In Krommenie verkopen in 1721 Jan Goosens Oosterhoorn voor hemzelf en Goose Pietersz de rato caverende voor zijn moeder Guurt Pieters weduwe van Pieter Oosterhoorn, aan Arijs Claese Heijnes en Jan Gerritse de Vries 1/16 in een hennepkloppersmolen genaamd de Witte Duijf, voor 17 gld 318.
Op 28 december 1684 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Jan Goossensz Oosterhooren, jongeman wonende te Krommenie, geassisteerd met Simon Jansz Oosterhooren, koopman te Zaandam, zijn voogd, en Griet Nannings, bejaarde dochter, wonende te Krommenie. Als zij komt te overlijden zonder kinderen zal hij mogen volstaan met aan haar erfgenamen uit te keren de goederen en effecten die zij ten huwelijk aangebracht heeft. 319
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje Jans, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 juli 1685.
2. Goose Jansz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 maart 1687.
3. Lysbet Jans, ged. (nederd. geref.) Krommenie 23 juli 1690, impost op begr. ald. 12 aug. 1709 (pro deo, begr. in de kerk 4).
4. Goosen Jansz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 okt. 1692.
5. Claas Jansz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 okt. 1692.
6. Claas Jansz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 juni 1694, volgt VIf.
7. Simon Jansz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 april 1696, volgt VIg.
Vp. (van IVn) Pieter Goossensz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 aug. 1666, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 23 jan. 1995, impost op begr. ald. 17 nov. 1711 (impost 3, begr. in de kerk 4), tr. Guert PIETERS, impost op begr. Krommenie 4 maart 1728 (pro deo, begr. in de kerk 4).
In Krommenie verkoopt in 1699 Cornelis Pietersz Bokis, de rato caverende voor zijn moeder Alet Gerrit Keijsers weduwe van Pieter Bokis, aan Pieter Goosz Oosterhoorn 1/44 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschappen genaamd de Witte Duijf, staande bewesten Krommenie, voor 35 gld contant 320.
In Krommenie verkoopt in 1718 IJsbrant Brantse aan Guert Pieters weduwe van Pieter Oosterhoorn een [venwousje?] achter het huis van comparant achter de sloot van de Heyligeweg, groot 26 roeden, belend ten oosten Griet Jans, ten westen Jeyes Febbes de Vries, voor 98 gld 321.
Op 22 april 1689 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Pieter Goossensz Oosterhooren, jongeman, geassisteerd met de notaris [Simon Oosterhooren], en Guirtje Pieters, jongedochter, geaasisteerd met Thijs Jacobs Kuijper haar oom, allen wonende te Krommenie. Als zij zonder kinderen uit dit huwelijk verwekt de eerststervende is, zal hij aan haar erfgenamen moeten uitkeren hetgeen zij ten huwelij zal hebben aangebracht, dat alleen bestaande in de kleren van linnen en wollen tot haar lijf behorende. 322
Uit dit huwelijk:
1. Goosen Pietersz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 jan. 1690, volgt VIh.
2. Tryntje Pieters, impost op begr. Krommenie 9 juni 1701 (impost 3).
3. Pieter Pietersz, impost op begr. Krommenie 29 aug. 1702 (pro deo).
4. Pieter Pietersz, impost op begr. Krommenie 29 april 1709 (impost 3, begr. in de kerk 2).
5. Claas Pietersz, volgt VIi.
Vq. (van IVn) Gerrit Goossensz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 15 juni 1670, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 3 juni 1696, attestatie om te trouwen 1° Westzaan 7 mei 1690 (zij jongedochter te Westzaan in de Krabbelbuurt), tr. Krommenie 7 mei 1690 Maartje PIETERS, tr. 2° ald. 18 juli 1694 (zij jongedochter van Westgraftdijk) Maartje JACOBS, impost op begr. ald. 7 sept. 1725 (pro deo, begr. in de kerk 4).
In Krommenie verkopen in 1692 Jasper Jacobsz Cuijper, Dirck Gerritsz met de verdere erfgenamen, aan Gerrit Goosen Oosterhoorn een huis en erf op het Westeijnt van de Heijligewegh, belend ten oosten Cornelis Heijndricksz van Assem, ten westen Pieter Claesz Gorter, voor 661 gld 323.
In 1725 testeren Gerrit Gose Oosterhoorn en Maertje Jacobs, echte man en vrouw wonende te Krommenie, hij zwak en pijnlijk te bedde liggende, aan de langstlevende en aan hun dochter of deszelfs zaad de legitieme portie; bij hertrouwen van de langstlevende zal die aan hun dochter de helft van de boedel moeten geven 324.
Uit het eerste huwelijk:
1. Guertje GERRITS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 27 mei 1691.
2. Guurtie GERRITS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 8 maart 1693.
3. Maartie GERRITS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 7 maart 1694.
Uit het tweede huwelijk:
1. Tryntie GERRITS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 13 febr. 1695.
2. Trijn GERRITS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 maart 1698.
3. Claes Gerrits, ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 juli 1699, impost op begr. ald. 22 juni 1705 (pro deo).
4. Trijntie GERRITS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 mei 1701.
Vr. (van IVo) Wumpje Abrahams OOSTERHOOREN, geb. 5 sept. 1671, overl. 27 mei 1713 286, impost op begr. Westzaandam 29 mei 1713 (impost 15, aangever Willem Oosterhooren), begr. ald. (Westerkerk), ondertr. (impost) ald. 23 maart 1696 (impost voor hem 15, voor haar 6), tr. Westzaandam 8 april 1696 Claes Sijmonsz OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) ald. 17 dec. 1673, notaris in de banne van Westzaan, impost op begr. Westzaandam 29 okt. 1731 (impost 3; aangever Simon Groot), begr. ald. 30 okt. 1731 (in graf 93 in de kerk, 5), zn van Sijmon Claesz OOSTERHOOREN, notaris ald., en Dieuwertje Willems de JONG, die hertr. met Eefje Theunis SPECK.
Op 14 februari 1708 verhuurt Claas Sijmonsz Oosterhoorn, notaris te Westzaandam, als man en voogd van Wimpje Abrahams Oosterhoorn, ook voor deszelfs schoonmoeder Guertje Jacobs Nel o.a. ook weduwe geweest van Abraham Jansz Oosterhoorn, mede te Westzaandam, aan Trijntje Stoffels, weduwe en boedelhoudster van Jacob Cornelisz Schoen, mede te Westzaandam, een werf waar de houtzagersmolen de Stadt[?] reeds op was staande, te Westzaandam 290.
Op 1 april 1696 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Claes Simonse Oosterhooren, jongeman wonende te Westzaandam, geassisteerd met Simon Oosterhooren mede notaris, zijn vader, en Wumpje Abrahams, jongedochter, wonende mede aldaar, geassisteerd met Jochem Arentsz Kadt koopman te Amsterdam, haar behuwdvader [stiefvader]. Alle goederen zullen gemeen zijn. Edoch zo dit huwelijk wordt gescheiden zonder kinderen moet de langstlevende met de vrunden van de eerststervende volgens versterfrecht delen. 288
Op 26 november 1697 testeren Claas Symonsz Oosterhooren en Wumpje Abrahams Oosterhoorens, wonende te Westzaandam op het Silveren Padt, beiden redelijk gezond, willende dat de huwelijkse voorwaarden van 1 april 1696 gehouden worden als nooit gepasseerd. De eerststervende benoemt de langstlevende als universele erfgenaam mits er geen kinderen zijn. Ingeval hij de eerststervende is en zijn vader Simon Claasz Oosterhooren of zijn moeder Dieuwertje Willems d'Jongh wonende te Zaandam dan nog in leven is institueert hij dezelve in de blote legitieme portie, ingeval zij de eerststervende is idem ten aanzien van haar moeder of grootvader. 289
Op 17 juni 1700 geeft Claes Oosterhoorn aan de Grafelijkheidsrekenkamer als suppliant te kennen dat hij op 19 december 1698 ten verzoeke en dienste van Simon Oosterhoorn, notaris te Zaandam, zijn vader, nu op 18 februari 1700 overleden, geadmitteerd was om het notarisambt in de banne van Westzaan bij wettige absentie of ziekte van zijn vader zal. waar te nemen, dat suppliants vader sedert die tijd zeer veel ziekelijk was en naderhand met een langdurige en kwijnende ziekte is bezocht geweest en suppliant toen het notarisambt in de banne van Westzaan uitgeoefend heeft met veel genoegen van de ingezetenen, aan welke uitoefening suppliant zeer veel gelegen is en waartoe hij van jongstaf aan bekwaam gemaakt is, en verzoekt hij ootmoediglijk dat hij geadmitteerd wordt tot het notarisambt van zijn vader, waartoe hij is geadmitteerd en geconsenteerd 287.
Bij de aangifte van het lijk van Claes Oosterhooren is de volgende opmerking gezet: Claes Oosterhoren, in zijn leven gewezen notaris te Zaandam, doch daarvan vrijwillig afgestaan voor welke afstand hij 1/3 van de verdiensten genoten heeft van diegene die in zijn plaats gekomen is, zijnde dit lijk bij proviso aangegeven onder de classis van 3, doch sustineer ik dat hij als notaris 15 moet betalen.
Uit dit huwelijk:
zie verder bij Vj.
Vs. (van IVp) Abraham Sijmonsz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1666, houtkoper te Zaandam 325, impost op begr. Westzaandam 10 okt. 1737 (impost 15), begr. ald. 15 okt. 1737 (in graf 37 in de kerk, 5), tr. 1° ald. 19 sept. 1688 (zij jongedochter uit de Horn) Trijntje JOCHEMS, dr van Jochem IJsbrantsz KLEIJNSORGH en Neeltje CORNELIS, tr. 2° Westzaandam 20 aug. 1694 (zij jongedochter wonende in de Kerkbuurt) An(ne)tje Jans CRONENBURGH, ged. (nederd. geref.) ald. 18 juni 1673, impost op begr. ald. 2 jan. 1706 (impost 6), dr van Jan Gerritsz CRONENBURGH en Neel CLAAS, ondertr. (impost) 3° Westzaandam 3 maart 1714 (impost ieder 6), tr. ald. 18 maart 1714 (zij jongedochter op 't Stuermanpadt) Maartje SIJMONS.
In de banne van Westzaan verklaart in 1689 Abraham Sijmonsz Oosterhoorn het recht van de wind verkregen te hebben voor een zaagmolen gebouwd te Westzaandam op een gehuurd erf omtrent de kerk, genaamd Abrams Offerhanden, onder een erfpacht van 4 ponden 's jaars 326.
In 1710 wordt een contract gesloten tussen Jan Cornelisz Nomen en Abraham Symonsz Oosterhooren, houtkoper, beiden woonachtig te Westzaandam, dat de tweede comparant of zijn erven aan de eerste comparant of zijn erven zal moeten opdragen een stuk land, groot volgens het maatboek 539 roeden, te Westzaandam in de Molenbuurt op en bewesten de gemene nieuwe vaart, belend ten noorden de tweede comparant, ten zuiden Cornelis Cornelisz Nomen, voor 650 gld contant. Als laatst de tweede comparant aflijvig is geworden of de molen van de tweede comparant genaamd Abrams Offerhand in 't geheel of deels verkocht of op een ander land geplaatst zal worden, dan zal de tweede comparant of zijn erven de voorgemelde opdracht moeten doen en de eerste comparant of zijn erven moeten betalen, doch ingeval de tweede comparant mocht resolveren om de opdracht eerder te doen, hetzij over een half jaar, een jaar of langer, zo zal de eerste comparant of zijn erven gehouden zijn zulks te aanvaarden. 327
Op 11 augustus 1688 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Abraham Sijmonsz Oosterhooren, geassisteerd met Sijmon Jansz Oosterhooren zijn vader, en Trijntje Jochems, jongedochter, geassisteerd met Jochem IJsbrantsz haar vader en IJsbrant Jochemsz haar broer, allen wonende te Zaandam. Als hij vóór haar overlijdt zonder descendenten bij elkaar geteeld, zal zij houden alle goederen als zij ten huwelijk zal hebben aangebracht en staande huwelijk zal hebben aangeërfd [hij tekent als Abraham Sijmonsz Oosterhoorn]. 328
Op 4 augustus 1689 verklaren IJsbrant Jochemsz Kleijnsorgh voor hemzelf en als voogd van zijn zusters Lijsje en Aaltje Jochems, erfgenamen ab intestato van zal. Trijntje Jochems, gewezen huisvrouw van Abraham Sijmons Oosterhooren, ter eenre, en gemelde Abraham Sijmonsz Oosterhooren, allen wonende te Zaandam, ter andere zijde, wederzijds voldaan te wezen, de tweede comparant ook vanwege de erfenis van de moeder van zijn gewezen huisvrouw 329.
Op 16 augustus 1694 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Abraham Sijmonsz Oosterhooren, weduwnaar, en Antje Jans Cronenburgh, geassisteerd met haar vader Jan Gerritsz Cronenburgh, allen wonende te Zaandam. Als hun huwelijk mocht scheiden zonder kinderen daaruit verwekt na te laten, zal de langstlevende de keus hebben om de erfgenamen van de eerststervende te laten volgen hetgeen de eerststervende ten huwelijk heeft aangebracht en de eerststervende staande huwelijk aangeërfd is, zonder begroting daarvan, of anders de helft van de boedel. 330
Op 21 juli 1703 testeren Abraham Sijmonsz Oosterhooren en Antje Jans Kronenburgh, geëchte luiden wonende te Westzaandam in de Molenbuirt, hij onpasselijk, op de langstlevende als uit hun huwelijk geen kinderen worden nagelaten, met aan eventuele ouders nog in leven de legitieme portie. Als de langstlevende overlijdt zonder kinderen zal de nalatenschap worden genoten voor de ene helft door zijn vrienden, voor de andere helft door haar vrienden, als ab intestato. 331
Uit het tweede huwelijk:
1. Jan Abrahamsz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 26 dec. 1694.
2. Jan Abrahamsz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 1 jan. 1696, impost op begr. ald. 13 juli 1703 (impost 3).
3. Dirk Abrahamsz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 24 febr. 1697.
4. Claas Abrahamsz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 17 jan. 1700, impost op begr. ald. 16 juni 1700 (impost 3).
5. Klaas Abrahamsz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 20 dec. 1702.
6. Jan Abrahamsz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 16 jan. 1704, volgt VIj.
7. Sijmon Abrahamsz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 15 juli 1705, impost op begr. ald. 22 okt. 1705 (impost 6).
Vt. (van IVp) Wumpje Sijmons OOSTERHOOREN, geb. ca. 1669, impost op begr. Westzaandam 23 sept. 1722 (impost 15), begr. ald. 26 sept. 1722 (in graf 282 in de kerk, 5), tr. Pieter Pietersz SPAENS de OUDE, impost op begr. ald. 31 okt. 1702 (impost 15, aangever zijn schoonvader Sijmon Jansz Oosterhooren), zn van Pieter Pietersz SPAANS en Maritje ENGELS.
Op 22 mei 1689 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Pieter Pietersz Spaans, jongeman, geassisteerd met Dirck Jansz Kuijper, oud-schepen in de banne van Westzaan, en Wumpje Sijmons, jongedochter, geassisteerd met Simon Jansz Oosterhooren, koopman wonende in de banne van Westzaan. Als zij sterft vóór hem zonder kinderen uit dit huwelijk verwekt na te laten, zal hij gehouden wezen aan haar erfgenamen uit te keren alle goederen door haar ten huwelijk aangebracht en staande huwelijk aangeërfd. 332
Op 13 mei 1690 testeren Pieter Pietersz Spaans en Wumpje Sijmonsdr, geëchte luiden wonende te Zaandam op Rustenburgh. Zij approberen het huwelijkscontract van 22 mei 1689 voor zo veel dat met dezen accordeert, en institueren tot hun erfgenamen hun kinderen, des dat de langstlevende zal mogen blijven zitten in de volle possessie van de ganse boedel, zonder gehouden te wezen enige staat of inventaris te maken, en gehouden zal wezen hun gezamenlijke kinderen op te voeden. Zo de langstlevende mocht resolveren zich weder ten andere huwelijk te begeven, zo zal die hun gezamenlijke kinderen voor vaders of moeders goed bewijzen de helft des boedels. De langstlevende zal voogd zijn, met uitsluiting van de weesmeesters. Als er geen kinderen zijn en hij de eerststervende is, institueert hij haar tot zijn enige erfgename, maar als zij dan hertrouwt moet de helft naar zijn erfgenamen gaan. Als zij de eerststervende is, is hij haar enige erfgenaam, met eventueel aan haar vader en aan haar grootmoeder van moederszijde de legitieme portie. 333
Op 9 juli 1689 delen Pieter Pietersz Spaans de Oude, geassisteerd met Sijmon Jansz Oosterhooren zijn schoonvader, en de voogden van Pieter Pietersz Spaans de Jonge, kinderen van zal. Pieter Pietersz Spaans en Maritje Engels, de erfenis ter waarde van 31614:4:0 van hun overleden ouders, grootvader Engel Pietersz van moederszijde en grootmoeder Zijtje Willems van vaderszijde 334.
Uit dit huwelijk:
1. Maritje Pieters SPAANS, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 21 mei 1690, ondertr. (impost) ald. 16 maart 1709 (impost ieder 6 gld), tr. ald. 31 maart 1709 (Jan Maartense Edelman, jongman in de Leege Horn, met Maritje Pieters Spaans, jongedochter op 't Rustenburg) Jan Maartensz EDELMAN, ged. Westzaandam 17 juli 1689, impost op begr. ald. 26 mei 1730 (impost 3), begr. ald. 27 mei 1730 (in de kerk, in graf nr 410, 5), zn van Maerten Dircksz EDELMAN en Trijntje PIETERS.
Op 29 maart 1709 wordt een huwelijkscontract opgesteld tussen Jan Maartsz Edelman, minderjarige jongman, geassisteerd met Maerten Dircksz Edelman zijn vader, en Maritie Pieters, minderjarige dochter, geassisteerd met Wempie Sijmons Oosterhooren haar moeder, allen wonende te Westzaandam. Als dit huwelijk door de dood gescheiden wordt zonder daaruit kinderen in leven nagelaten, zal de langstlevende de optie hebben om met de erfgenamen van de eerststervende half en half te delen of aan de vrienden van de eerststevende te laten volgen alle goederen en effecten als door de eerststervende ten huwelijk aangebracht. 335
2. Eefje Pieters SPAANS, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 15 febr. 1693.
3. Sijtje Pieters SPAANS, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 12 sept. 1694.
4. Pieter Pietersz SPAANS, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 7 dec. 1695.
5. Dirck Pietersz SPAANS, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 31 aug. 1698.
6. Sijtje Pieters SPAANS, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 5 juni 1701.
Vu. (van IVp) Claes Sijmonsz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1671, stijfselmaker, zaagmolenaar, koopman in houtwaren, impost op begr. Westzaandam 31 dec. 1726 (impost 30; aangever Jan Abramse Oosterhoren), begr. ald. 2 jan. 1727 (in graf 89 in de kerk, 5), tr. ald. 15 febr. 1693 (zij jongedochter wonende bij de Dam) Lijsbet DIRKS, impost op begr. Westzaandam 15 mei 1743 (impost 30), dr van Maritje PIETERS.
In 1700 wordt een attestatie geleverd door Claes Symonsz Oosterhooren, Cornelis Claasz Gruijs en Albert Jansz Bleecker, allen stijfselmakers wonende in de jurisdictie van Oost- en Westzaandam, ten verzoeke van de gezamenlijke stijfselmakers wonende te Oostzaan 336.
In 1707 is Claas Sijmonsz Oosterhooren als zaagmolenaar contractant voor d'Oijevaar 337.
In 1718 bekent Claas Sijmonsz Oosterhooren, koopman in houtwaren wonende te Westzaandam, verkocht te hebben en over te dragen aan Simon Groot te Westzaandam een losrentebrief op naam van Jacob van der Laij en Sijmon Thijsz Boij als voogden over Stijntie Gaves, van 1000 gld kapitaal 338.
In 1705 testeren Claas Sijmonsz Oosterhooren, houtkoper, en Lijsbeth Dircx, echte man en vrouw wonende te Westzaandam, op elkaar indien zij geen kinderen nalaten, behalve als zij de eerststervende is en dan haar moeder Maritie Pieters nog in leven is, in welke geval die de blote legitieme portie krijgt. Als er wel nagelaten kinderen zijn krijgen die ook slechts de legitieme portie en moet de langstlevende de kinderen onderhouden en opvoeden, en als de langstlevende hertrouwt moet die dan de kinderen hun vaders of moeders erfdeel bewijzen en zal de langstlevende eventueel voogd zijn met uitsluiting van de weesmeesters. 339
Uit dit huwelijk:
1. Dirck Claesz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 8 mei 1695.
2. Dieuwertje Claes, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 20 mei 1696, impost op begr. ald. 2 febr. 1697 (impost 3).
3. Dirk Claasz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 7 juli 1697, volgt VIk.
4. (doodgeb. kind), impost op begr. Westzaandam 12 nov. 1699 (impost 3).
5. Dieuwertje Claes, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 1 febr. 1702, volgt VIl.
6. Maartje Claes, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 27 maart 1704, impost op begr. ald. 31 juli 1704 (impost 6).
7. Marritje Claes, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 1 nov. 1705, impost op begr. ald. 20 nov. 1705 (impost 6).
8. Maritje Claes, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 1 mei 1707, impost op begr. ald. 2 mei 1707 (impost 6).
9. Maritje Claes, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 7 okt. 1708, impost op begr. ald. 10 jan. 1709 (impost 6).
10. Sijmon Claesz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 17 sept. 1710, impost op begr. ald. 18 nov. 1710 (impost 6).
11. Sijmon Claesz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 4 juli 1712, impost op begr. ald. 16 nov. 1746 (impost 3), begr. ald. 17 nov. 1746 (in graf 58 in de kerk, 5), ondertr. (impost) Westzaandam 13 juli 1736 (impost ieder 6), tr. ald. 24 juli 1736 Aaltje Joggems KAS.
12. (doodgeb. kind) Sijmons, impost op begr. Westzaandam 13 april 1714 (geen impost).
VIa. (van Va) Sijmon Abrahamsz OOSTERHOOREN, alias Kool, impost op begr. Koog aan de Zaan 18 sept. 1749 (impost 3; aangever Cornelis Cornelisz Soon), ondertr. (impost) 1° ald. 25 dec. 1706 (impost nihil; aangegeven in Westzaan, beiden te Koog) Maritje PIETERS, ondertr. (impost) 2° ald. 30 maart 1720 (pro deo, hij weduwnaar en zij jongedochter te Koog) Dieuwer ARYAENS, ondertr. (impost) 3° Koog aan de Zaan 31 dec. 1728 (aangegeven in Westzaan, mennos, beiden te Koog, 3e gebod 16 januari 1729) N.N.
Op de lidmatenlijst van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente van Koog en Zaandijk wordt in de periode 1703-1729 vermeld: 1728 (gedoopt) Dieuwertje Dirckse, vrouw van 1713 (gedoopt) Symon Abrams Kool en zijn vrouw Mari Pieters overleden in 1718.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jannetje Simons, ged. (mennon.) Koog aan de Zaan 26 jan. 1732, impost op begr. ald. 3 sept. 1784 (impost 15, weduwe van Egbert Zoon), tr. Egbert Cornelisz ZOON, ged. (mennon.) ald. 26 jan. 1732.
2. Claes Sijmonsz, impost op begr. Koog aan de Zaan 19 maart 1712 (pro deo).
3. Aeltje Sijmons, impost op begr. Koog aan de Zaan 17 juli 1716 (pro deo).
4. (kind) Sijmons, impost op begr. Koog aan de Zaan 12 febr. 1718 (pro deo).
5. Guertje Sijmons, geb. ca. 1712, ged. (mennon.) Oostzaandam 17 maart 1742 (bij de Waterlandse Doopsgezinde gemeente, 29 jaar), overl. Westzaandam 27 nov. 1753, ondertr. (impost) Westzaan 12 dec. 1733 (hij jongeman te Aalsmeer, zij jongedochter te Koog pro deo, mennos) Jan Cristiaansz de VOS.
6. Antje Sijmons OOSTERHOORN, ged. (mennon.) Koog aan de Zaan 30 jan. 1745, impost op begr. ald. 22 maart 1779 (impost 3; huisvrouw van [onleesbaar], laat 2 minderjarige kinderen na), ondertr. (impost) Westzaandam 31 okt. 1749 (impost ieder 3) Pieter HEERTJES.
Uit het tweede huwelijk:
1. Claes Sijmonsz, impost op begr. Koog aan de Zaan 16 juni 1727 (pro deo).
VIb. (van Vi) Anna OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Oosterkerk) 19 juli 1711 (doopgetuigen Joannes Winter, Annetie Alberts), begr. ald. (Noorderkerk) 7 juni 1764 als weduwe van Arend Rog-aar, ondertr. ald. 14 okt. 1734 (hij geassisteerd met zijn vader Jan Rogaar, Nederduits Gereformeerd predikant, zij met haar vader Albert Oosterhoorn) Arent ROGAER, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 24 febr. 1713 (doopgetuigen Arent van der Boot, Barbertje van Loo), zn van Jan ROGAER, predikant, en Marretje van der BOOT.
Voor schepenen van Amsterdam compareren op 24 januari 1747 Arent Rogaer en Anna Oosterhoorn, echtelieden, zijnde zij met haar man geassisteerd en door hem geauthoriseerd, aan welke Anna Oosterhoorn, onder andere effecten, het nagemelde perceel is geassigneerd door haar vader Albert Oosterhoorn in voldoening van haar moeders erfenis, ingevolge de akte van bewijs door voornoemde Albert Oosterhoorn op 13 juni 1729 gepasseerd op 13 juni 1729 voor notaris Willem de Nijs hier ter stede gepasseerd, en ingevolge de akte van quitantie door hen, comparanten, op 4 november 1734 voor Samuel Wiselius, notaris, alhier verleden, en welk perceel bij ordinaris opdrachtbrief op 21 januari 1727 was getransporteerd, en bekennen verkocht te hebben aan Dirk Wilemaker een huis en erf op de Nieuwe Sydsvoorburgwal tussen de Rosemarijnsteeg en Roskamsteeg, achter het Mijsjes Burgerweeshuijs, nu of vanouds genaamd de Moerbijeboom, zoals in genoemde opdrachtbrief, voor 9600 contant 340.
Uit dit huwelijk:
1. Maria ROGAER, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 20 nov. 1735 (doopgetuigen Jan Rogaer, Barbara Rogaer).
2. Jan ROGAER, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 24 juni 1740 (doopgetuigen Jan Rogaer, Catrina Vergenst), begr. ald. (Noorderkerk) 28 jan. 1785 als Jan Rog-aar Arendsz.
3. Albert Oosterhoorn ROGAER, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 15 aug. 1742 (doopgetuigen Helena Wielemaker, Dirk Wielemaker), solliciteur, begr. ald. (Noorderkerk) 14 okt. 1779 als Albert Oosterhooren Rog-aar, ondertr. ald. 28 febr. 1772 (zijn ouders dood, hij geassisteerd met Jan Rog-aar Arendsz zijn broer, zij met haar moeder Jacoba Boerman; hij ondertekent als Albert Oosterhoorn Rog-aar) Anna Sara ALWEL, geb. Venhuizen ca. 1751, dr van Jacoba BOERMAN.
VIc. (van Vj) Maartje Claes OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 2 febr. 1698, overl. 1768 (volgens grafsteen 1767, oud 70 jaar 10 maanden 286), impost op begr. ald. 14 dec. 1768 (impost 30, vrouw van de schout Pieter Leur, laat meerderjarige voordochter na), begr. ald. (Westerkerk) 17 dec. 1768 (in graf 58 in de kerk, 5), ondertr. (impost) 1° Westzaandam 8 jan. 1723 (impost ieder 30), tr. ald. 24 jan. 1723 Cornelis Arentsz BONT, impost op begr. ald. 12 okt. 1728 (impost 3; aangever Simon Groot), ondertr. (impost) 2° Westzaandam 5 april 1736 (impost ieder 15), tr. ald. 22 april 1736 (hij weduwnaar op 't Baanpad, zij weduwe in de Kerckbuert) Cornelis DUIJN, impost op begr. ald. 27 okt. 1750 (impost 30), wedn. van N.N., ondertr. (impost) 3° Westzaandam 21 juli 1753 (impost ieder 30) Pieter LEUR, schout van de banne van Westzaan, impost op begr. Westzaandam 27 nov. 1772 (impost 30, schout en dijkgraaf mitsgaders notaris in de banne van Westzaan, laat minderjarig kind na), wedn. van N.N.
Uit het eerste huwelijk:
1. Antje Cornelis BONT, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 19 juli 1724.
2. Wumpje Cornelis BONT, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 24 febr. 1726, impost op begr. ald. 14 sept. 1729 (impost 3, kind van Cornelis Bont; zou ook Arent of Antje kunnen betreffen)).
3. Arent Cornelisz BONT, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 13 maart 1728, impost op begr. ald. 2 maart 1732 (impost 3, een kind van Cornelis Bont; zou ook Antje of Wumpje kunnen betreffen).
Uit het tweede huwelijk:
1. Wumpje Cornelis DUIJN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 11 dec. 1737.
VId. (van Vj) Guurtje Claes OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 25 okt. 1699, impost op begr. ald. 1 april 1750 (impost 3), begr. ald. 2 april 1750 (in graf 319 in de kerk, 5), ondertr. (impost) Westzaandam 4 nov. 1735 (impost ieder 6), tr. ald. 25 nov. 1735 (hij op 't Stuermanspad, zij in de Molenbuert) Pieter Sijmonsz OLIJ, ged. (nederd. geref.) ald. 3 juli 1701, zn van Sijmon Pietersz OLIJ en Neeltje JANS.
Uit dit huwelijk:
1. Wumpje Pieters OLIJ, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 7 april 1737.
VIe. (van Vm) Duijfje Theunis OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (op 't Weer) 19 april 1705, ondertr. ald. 11 april 1727, attestatie om te trouwen ald. 27 april 1727 (betoog op Oostzaandam) Pieter Roelofsz MEIJN.
Uit dit huwelijk:
1. Immetje Pieters MEIJN, ged. (nederd. geref.) Oostzaandam 30 sept. 1728.
2. Aagje Pieters MEIJN, ged. (nederd. geref.) Oostzaandam 2 jan. 1730.
3. Impje Pieters MEIJN, ged. (nederd. geref.) Oostzaandam 13 juli 1738.
VIf. (van Vo) Claas Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 juni 1694, ondertr. (impost) 1° ald. 19 juli 1720 (impost elk 3), tr. ald. 11 aug. 1720 Aagtje Claas van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 jan. 1695, impost op begr. ald. 10 maart 1735 (impost 3, begr. in de kerk 4; aangever Sijmon Claase de Jong), dr van Claas Gerritsz van LEIJDEN en Trijntje IJSBRANTS, ondertr. (impost) 2° ald. 12 dec. 1744 (impost 3 voor hem, zij jongedochter van Zaandijk), ondertr. (impost) Zaandijk 11 dec. 1744 (impost 3 voor haar, weduwe) Maartje HENDRIKS.
In Krommenie verkopen in 1625 Claes Heijndriksz Jannes en Jacob Heijndriksz Jannes, ook voor hun moeder Jannetje Claas weduwe van Heijndrik Clase Jannes, aan Claas Jansen Oosterhoorn een huis en erf op de Heijligeweg, belend ten oosten IJsbrant Baertsen, ten westen Jeijes de Vries, voor 700 gld 341.
In Krommenie worden in 1727 als erfgenamen van Engeltje Claas genoemd Claas Gerritse van Leije voor de helft, als vader en voogd van zijn onmondige zoon Claas Clase van Leije voor 1/6, Gerrit Clase van Leije voor 1/6 en Claas Janse Oosterhoorn in huwelijk hebbende Aegje Claas mede voor 1/6 342.
In 1728 geven erfgenamen van wijlen Claes Gerretsen van Leijden, onder wie Claas Jansen Oosterhoorn in huwelijk hebbende Aagje Claes van wie moeder is Trijntje IJsbrants, volmacht aan Gerrit Claesen van Leije om van alle debiteuren, zo binnen Amsterdam als elders, de penningen te ontvangen 343.
In Krommenie verkopen in 1745 de voogden over de onmondige erfgenamen van wijlen Cornelis Grootewal aan Claes Oosterhoorn en Guertje Willems weduwe van Gerret Claesz 1/20 in een huis, erf en asmolen op Duijnkerken, belend ten zuiden Claes Jansz Paeu, ten noorden de weduwe van Jacob Dirksz, voor 51 gld 344.
Uit het eerste huwelijk:
1. Trijntje Klaas, ged. (nederd. geref.) Krommenie 27 april 1721, ondertr. (impost) ald. 17 sept. 1746 (impost 3 voor haar) Pieter Jansz KAT.
2. Jan Klaasz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 aug. 1723.
3. Grietje Klaas, ged. (nederd. geref.) Krommenie 31 maart 1726, impost op begr. ald. 6 april 1726 (impost 3, begr. op het kerkhof 1, samen met haar tweelingzusje).
4. Lijsbet Klaas, ged. (nederd. geref.) Krommenie 31 maart 1726, impost op begr. ald. 6 april 1726 (inpost 3, begr. op het kerkhof 1, samen met haar tweelingzusje).
5. Jan Klaasz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 14 dec. 1727, impost op begr. ald. 21 jan. 1728 (impost 3, begr. op het kerkhof 10 st).
6. Jan Klaasz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 28 mei 1730.
VIg. (van Vo) Simon Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 april 1696, overl. ald. 18 jan. 1780, ondertr. (impost) ald. 22 nov. 1715 (impost ieder 6), tr. Krommenie 8 dec. 1715 Aafje Gerrits SWART (oorspronkelijk wel Aegje geheten), overl. 1746, dr van Gerrit Willemsz SWART, koopman, rolbereider, en Magtelt CORNELIS.
In Krommenie verkoopt in 1721 Cornelis Willemse Huijge aan Symon Janse Oosterhoorn een huis en erve aan het pad naar Wormerveer, belend ten oosten Roeloff Roeloffse, ten westen Cornelis Nol, voor 529 gld contant 345.
Op 22 april 1733 geeft Symon Oosterhoorn, koopman en rolbereider te Krommenie, ook als mede-erfgenaam van zijn schoonvader za. Gerrit Willemsz Swart alhier overleden, ook voor de verdere erfgenamen, machtiging aan Sr van den Uijl secretaris te Sneek om penningen te ontvangen van Frans Seijlstra, majoor der stad Sneek 346.
In Krommenie verkoopt in 1733 Symon Oosterhoorn aan Pieter Claasz de Jong 1/22 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschap genaamd de Witte Duijf, voor 25 gld, verkoopt in 1733 Neeltje Cornelis weduwe van Baltus Woutersen aan Sijmon Oosterhoorn 1/20 in een huis en erf alsmede in de asmolen met gereedschap staande op Duijnkerke, belend ten zuiden Claas Jansz Peer, ten noorden Hendrick Pietersz, voor 66 gld, en verkoopt in 1735 Symon Moeriaan aan Symon Oosterhoorn 1/22 in de Witte Duijf, voor 8 gld 10 st 347.
In Krommenie verkopen in 1757 de erfgenamen van Iede David en Pieter Brugman aan Simon Oosterhoorn een stuk land bij de Kerksloot, groot 975 roeden, belend ten oosten een werfje toebehorende het gemene land, ten zuiden de weduwe van Jan Middelhoven, ten noorden de Kerksloot, voor 365 gld 12 st 348.
Op 22 november 1715 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Sijmon Jansen Oosterhoorn, geassisteerd met zijn vader Jan Goosen Oosterhoorn, beiden wonende te Krommenie, en Aafje Gerrits, geassisteerd met haar vader Gerrit Willemse Swart en Willem Clasen Eyf, burgemeester, als haar wettige mede-voogd, allen woonachtig aldaar. Als hij vóór haar overlijdt zonder kinderen bij elkaar verwekt na te laten, dan zal er geen gemeenschap van goederen wezen en zal zij mogen volstaan met aan zijn erfgenamen uit te keren de goederen en effecten door hem ten huwelijk aangebracht alsmede hem staande huwelijk opgestorven. 349
In 1733 testeren Sijmon Jansen Oosterhoorn en Aefje Gerrits, echte man en vrouw wonende te Krommenie, revocerende alle voorgaande testamenten en de huwelijkse voorwaarden, aan de langstlevende de ganse boedel, daarna aan de kinderen of kindskinderen met uitsluiting van de weeskamer van Krommenie 350.
Op 29 juli 1699 wordt voor de weeskamer van Krommenie en Krommeniedijk de inventaris opgemaakt van de goederen ingebracht door Gerrit Willem Gerritsen voor zijn onmondig kind Aefje Gerrits geprocureerd bij Magteltje Cornelis, voor haar moeders goed, ten overstaan van Willem Claesz Sondagh, wettige voogd. Deze bestaan uit een kapitaal van 1525, onder de vader berustende, een somme geld van 275 (op 9 mei 1708 geamplieerd met 25, uitgezet aan Claes Joop op interest, later aan Jacob Heyndricksz Jannes), en de kleren van haar moeder. De vader stelt voor het kapitaal van 1525 gld als onderpand zijn twee huizen en erven, naast elkaar op de Heijligewegh, belend ten oosten Cornelis Poulus Jansz, ten westen Willem Cornelisz Backer. Nog wordt op 19 juni 1715 door de vader benevens burgemeester Eijf als mede-voogd ingebracht een somme van 200 en nog 47 van de weduwe van Jan Handloop volgens een transportbrief. Hierop zal de vader interest tegen 4 gld van 't honderd in 't jaar betalen. Nota: deze somme is gekomen van de erfenis van Willem Clase Sondag en Mari Jans. [Het volgende, dd. 25 maart 1716, is doorgehaald en afgesloten met Dit alles bij abuis: de inventaris is geamplieerd met 500 gld waarvan 300 gld spruitende uit de erfenis van haar grootvader en de andere 200 gld uit de legitieme portie van haar overleden grootmoeder, welke somme van 500 onder de vader Gerrit Willemsz is berustende, waarvoor hij tot securiteit speciaal 2 stukken land op de Melcksloot verbindt, groot tezamen 1262 roeden.] Op 2 december 1716 verklaart Sijmons Jansz Oosterhoorn, getrouwd zijnde met Aefje Gerrits, van de inventaris ten volle voldaan te zijn. 351
Uit dit huwelijk:
1. Aagje Simons, impost op begr. Krommenie 12 juli 1721 (impost 3, begr. in de kerk 2).
2. Lijsbet Simons, impost op begr. Krommenie 21 juli 1721 (impost 3, begr. in de kerk 2).
3. Grittie Simons, impost op begr. Krommenie 27 juli 1723 ( 3, begr. in de kerk 2).
4. Aagje Simons, geb. ca. 9 maart 1723, overl. Westzaan 1748, ondertr. (impost) ald. 11 nov. 1747 (zij te Krommenie, hij te Westzaan, impost 6 voor hem) Cornelis Pietersz van ZANEN.
5. Jan Simonsz, geb. ca. juli 1724, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 juli 1749, volgt VIIa.
6. Grietje Simons, impost op begr. Krommenie 21 nov. 1727 (impost 3, begr. in de kerk 2).
7. Willem Simonsz, geb. 6 dec. 1729, volgt VIIb.
8. Grietje Simons, geb. Krommenie 12 maart 1731, volgt VIIc.
9. Lijsbeth Simons, geb. juli 1733, volgt VIId.
10. Cornelis Simonsz, impost op begr. Krommenie 18 april 1743 (impost 6).
VIh. (van Vp) Goosen Pietersz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 jan. 1690, rolreder, impost op begr. ald. 22 april 1769 (impost 6, begr. in de kerk 4), ondertr. (impost) 1° ald. 28 april 1713 (impost ieder 3), tr. Krommenie 13 mei 1713 Trijntje IJsbrants VISSER, ged. (nederd. geref.) ald. 5 dec. 1683, overl. ald. 1 dec. 1747 352, impost op begr. Krommenie 5 dec. 1747 (impost 6, begr. in de kerk 4), dr van IJsbrant Pietersz VISSER en Engeltje ALLERTS, ondertr. (impost) 2° ald. 27 juli 1748 (impost ieder 6) Trijntje Pieters GORTER, ged. (nederd. geref.) ald. 30 aug. 1722, impost op begr. Krommenie 7 maart 1794 (impost 3, begr. in de kerk 4), dr van Pieter Jacobsz GORTER en Guurtje HENDRIKS, die hertr. met Jan Claasz BAKKER.
In Krommenie verkopen in 1720 Cornelis Gerritse Nol voor zichzelf, Symon Jansen Louwe weesvader voor het kind van Maarten Gerritsen en de rato caverende voor de erfgenamen van Gerrit Jacobsen Rolmeter en Duijfje Symons beiden te Krommenie overleden, aan Goosen Pietersz Oosterhoorn een huis en erf in het Noordend, belend ten noorden het Vermaningspat, ten zuiden Meijndert Jaspersen, voor 550 gld 353.
In Krommenie verkopen in 1740 Cornelis van der Cruijse voor hemzelf en de rato caverende voor zijn zuster Antje van der Cruijse, Cornelis Grootewal en Josep Engels backer als voogden van Aaltje van der Cruijsen, kinderen van wijlen Ro van der Cruijse, voor de ene helft, en Goose Oosterhoorn als procuratie hebbende van Trijntje Cornelis Mantjes voor de wederhelft, aan Goose Oosterhoorn, Gerrit van Vliet en Jan Hekelaar een huis en erf alsmede een paardenasmolen op het Kruijspat, belend ten noorden de weduwnaar Willem Cuijper, voor 675 gld 354.
In Krommenie verkoopt in 1742 Jan Middelhoven, ook voor zijn broer Jacob Middelhoven, aan Goose Oosterhoorn en Dirk Jonkers een huis en erf op 't Blok, belend ten oosten de weduwe van Jan Tuijck, ten westen de kinderen van Pieter Jansz Krook, en nog 2 akkers beoosten de Vaert, de ene 235 roeden, de ander 162 roeden, belend als hiervoor, voor 405 gld 5 st, verkopen in 1744 de erfgenamen van wijlen Jacob Hendrikse Jannes aan Gose Oosterhoorn 1/20 in een hennepkloppersmolen genaamd de Haan, voor 50 gld, en verkoopt in 1746 Dirk Cornelis Jonkers aan Goosen Oosterhoorn de helft van een huis en erf, belend ten oosten de weduwe van Jan Tuijck, ten westen de kinderen van wijlen Pieter Jansz Crook, voor 250 gld 5 st 355.
In Krommenie verkoopt in 1754 Heijndrick Visser aan Goose Oosterhoorn 2/3 in een stuk land met zijn end op Woutjesdwars, groot 928 roeden, belend ten noorden Willem Boonen, ten zuiden de kinderen van Cornelis de Wit, waarin de koper het andere derdepart toekomt, voor 200 gld, verkoopt in 1755 Dirk Jonker aan Goose Oosterhoorn 3 stukken land op de Weelsloot, voor 557 gld, verkopen in 1757 de erfgenamen van Aldert Visser aan Goose Oosterhoorn een akker land genaamd de Bijlakker gelegen voor de Vlus, groot 181 roeden, belend ten zuiden en noorden de weduwe van Pieter Gorter, voor 10 st, verkopen in 1758 de erfgenamen van Maartje Tijse en Maartje IJsbrants Visser, beiden getrouwd geweest met Dirk Cornelis Jonker onlangs overleden, aan Goose Oosterhoorn een huis en erf op 't end van de Heijligeweg, genaamd Pellicaan, belend ten oosten Simon Oosterhoorn, ten westen de Endijk, voor 75 gld, koopt in 1761 Goose Oosterhoorn van de weduwe van Bendert Teunisse een stuk land genaamd de Ven, groot 906 roeden, gelegen achter de Vlus, belend ten zuiden Gerrit Weijsman, ten noorden Lubbert Jansz, voor 203 gld 17 st, en verkoopt in 1762 Claas Pietersz Oosterhoorn als last hebbende van Maarten Pieterse Kloppenmaker wonende in Oostzaandam aan Goose Oosterhoorn 2 stukjes land, tezamen 966 roeden, belend ten zuiden en noorden de koper, ten oosten Cornelis Hek, voor 96 gld 12 st 356.
In 1720 testeren Goosen Pietersen Oosterhoorn en Trijntje Isbrants, echteluiden te Krommenie, indien er geen kinderen zijn aan de langstlevende die binnen 6 weken na de dood van de eerststervende de kleren aan de vrienden moet geven, eventueel aan zijn moeder Guiert Pieters de legitieme portie 357.
In 1754 benoemen Goosen Oosterhoorn en Tryntje Pieters Gorter, echte man en vrouw te Krommenie, tot voogden over hun onmondige kinderen de langstlevende en Claas Pietersz Oosterhoorn en Jan Hekelaar, beiden te Krommenie 358.
Uit het eerste huwelijk:
1. Aagje Goosen, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 juli 1714.
Uit het tweede huwelijk:
1. Guurtje Goosen, ged. (nederd. geref.) Krommenie 8 sept. 1748, overl. Zaandijk 13 juni 1812, attestatie om te trouwen 1° Oostzaandam 19 nov. 1769 (naar Krommenie; hij jongeman op 't Francepad, zij jongedochter te Krommenie) Dirk Arendsz JONKMAN, ondertr. 2° Zaandijk 18 maart 1787 (impost 3 voor hem, weduwnaar te Zaandijk, zij weduwe te Krommenie) Steven Jansz KUINE, geb. ca. 1739, overl. ald. 26 aug. 1812, wedn. van N.N.
VIi. (van Vp) Claas Pietersz OOSTERHOORN, impost op begr. Krommenie 1 febr. 1770 (impost 15, begr. in de kerk 4), ondertr. (impost) Assendelft 18 dec. 1727 (pro deo voor haar, hij van Krommenie), ondertr. (impost) Krommenie 20 dec. 1727 (pro deo), tr. ald. 4 jan. 1728 Antje Dircks JONGEWAART, geb. ca. 1701.
Uit dit huwelijk:
1. Dirk Claasz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 7 nov. 1728, volgt VIIe.
2. Guurtje Klaas, ged. (nederd. geref.) Krommenie 7 nov. 1728, ondertr. (impost) ald. 16 juni 1753 (impost ieder 3) Jan Dirksz NOOMES.
3. Trijntje Klaas, ged. (nederd. geref.) Krommenie 15 okt. 1730.
4. Aagje Klaas, ged. (nederd. geref.) Krommenie 15 okt. 1730.
5. Pieter Klaasz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 juni 1732.
6. Grietje, ged. (nederd. geref.) Krommenie 28 aug. 1735.
7. Grietje Klaasdr, geb. Krommenie 20 aug. 1737 (volgens de aangifte van haar overlijden), ged. (nederd. geref.) ald. 25 aug. 1737, overl. Wormer 10 juli 1823, ondertr. (impost) Krommenie 15 juni 1764 (impost 15 voor haar, hij van Wormer) Cornelis Jansz BOON.
Op 15 januari 1824 heeft Maarten van Orden, vrederechter van het tweede kanton te Zaandam, opgevende te zijn executeur in de nalatenschap van wijlen Grietje Klaasdr Oosterhoorn weduwe van Cornelis Boon, overleden te Wormer op 10 juli 1823, de eed afgelegd 359.
8. Pieter Claasz, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 18/25 okt. 1739, volgt VIIf.
VIj. (van Vs) Jan Abrahamsz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 16 jan. 1704, impost op begr. ald. 12 sept. 1783 (impost 3), begr. ald. 16 sept. 1783 (in graf 37 in de kerk, 5; van 't Paapepadt), ondertr. (impost) Westzaandam 7 okt. 1729 (impost ieder 6), tr. ald. 23 okt. 1729 (hij in de Kerkbuurt, zij op de Noorder Nieuwendijk) Anna LEUR, impost op begr. ald. 1 aug. 1770 (impost 3), begr. Westzaandam 4 aug. 1770 (in graf 37 in de kerk, 5).
In Amsterdam compareren op 21 januari 1738 Maria Leur, meerderjarige dochter, en Daniel van Hooven en deszelfs huisvrouw Anna Leur met haar man geassisteerd en door hem geauthoriseerd, zijnde de gemelde Maria en Anna Leur nagelaten kinderen van wijlen Jacob Leur en in die qualiteit door het voorafsterven van hun gemelde vader mitsgaders door het overlijden van Baltus Leur gerechtigd tot een derde in de helft in 't nagemelde perceel naar luid het testament van Baltus Fredriksz door hem op 10 juli 1699 voor Wilhelmus Silsius, notaris, alhier gepasseerd, welke Baltus Fredriksz 't recht tot de helft van 't gemelde perceel bekomen heeft bij brief van willig decreet voor het Hof van Holland gepasseerd op 7 april 1699, en bekennen, de eerste comparante met de gemelde Daniel van Hooven geassisteerd als haar gekoren voogd in dezen, Abraham van der Poel, Cornelis van Engelen en de voornoemde Daniel van Hooven hun vierendelen verkocht te hebben aan Pieter Leur, Jan Abraham Oosterhoorn en Maria Leur tezamen een derdepart van een huis en erf op de Westzijde van de Nieuwegragt tegenover de Princesluijs, naast het hoekhuis van de Angelierstraat, strekkende voor van de straat tot achter aan de gemelde Angelierstraat, voor 1450 contant 360.
Uit dit huwelijk:
1. Antje Jans, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 7 febr. 1731, volgt VIIg.
2. Kaatje Jans, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 26 nov. 1732, volgt VIIh.
3. Abraham Jansz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 20 febr. 1737, volgt VIIi.
VIk. (van Vu) Dirk Claasz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 7 juli 1697, burgemeester ald., zaagmolenaar, impost op begr. ald. 4 nov. 1778 (impost 30, weduwnaar, laat na 6 meerderjarige kinderen en 1 minderjarig kleinkind), begr. Westzaandam 7 nov. 1778 (in graf 89 in de kerk, 5; uit de Moolenbuurt), ondertr. (impost) ald. 6 sept. 1720 (impost ieder 15), tr. ald. 22 sept. 1720 (beiden in de Molenbuurt) Grietje Aarjans GIJSEN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 1 dec. 1700, impost op begr. ald. 5 mei 1770 (impost 30), begr. ald. 10 mei 1770 (in graf 89 in de kerk, 5), dr van Arijan GIJSEN en Jannetje DIRCX.
In 1726 is Dirk Oosterhooren als zaagmolenaar mede-contractant voor de Oranjeboom 361.
In 1785 bekennen Jannetje Oosterhoorn, weduwe van Cornelis Jansz, Dieuwertje Oosterhoorn, weduwe van Klaas Heynes, Maritje Oosterhoorn, meerderjarig en ongehuwd, Gerrit Groot als in huwelijk hebbende Trijntje Oosterhoorn, te Westzaandam woonachtig, ontvangen te hebben van Adriaan Oosterhoorn en Willem Walraven als aangestelde voogden voor Hillegond Willems Bas weduwe van Minne Pietersz Haan, 100 gld uit de nalatenschap van Hilgond Bas 362.
Op 27 maart 1753 testeren Dirk Oosterhoorn, burgemeester, en Grietje Arejans Gijsen, man en vrouw wonende te Westzaandam, op de langstlevende, die gehouden zal zijn om de kinderen uit dit huwelijk op te brengen, en stellen zij elkaar aan tot voogd met uitsluiting van de weesmeesters. Met als voorwaarden: (1) een kapitaal van 30000 gld zal onverdeeld blijven onder bewaring van de voogden, met de interest waarvan de 3 jongste kinderen, met namen Grietje, Maartje en Trijntje, zullen moeten worden onderhouden tot de jongste zal gekomen zijn tot de ouderdom van 22 jaar, (2) hun zoon Arejan Oosterhoorn zal voor 5000 gld mogen aannemen de houtzagersmolen cum annexis genamd d'Oyevaar, met 2 stukken land samen groot circa 1000 roeden, item het woonhuis en erf door zijn ouders bewoond geweest, item het woonhuis en erf op het Baanpad door des testateurs knecht bewoond, belend ten oosten en westen de erven Cornelis Duijn, (3) dat buiten de voornoemde 3 jongste kinderen de andere op hun erfenis moeten worden gekort al hetgeen zij zullen hebben genoten voor boelgave, uitzet of anders bij huwelijk. Tot executeurs en voogden worden gesteld Gerrit Poel en Jan Heijnis te Westzaandam. 363
Uit dit huwelijk:
1. (kind) Dirks, impost op begr. Westzaandam 26 april 1721 (impost 3), begr. ald. 29 mei 1721 (in graf 328 in de kerk, 2:10).
2. Aarjan Dirksz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 19 juli 1722, impost op begr. ald. 31 mei 1729 (impost 15), begr. ald. 2 juni 1729 (kind, in de kerk, 2:10).
3. Lijsbeth Dirks, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 2 juli 1724, impost op begr. ald. 14 juli 1724 (impost 15), begr. 15 juli 1724 (kind, in graf 328 in de kerk, 2:10).
4. Lijsbeth Dirks, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 8 juli 1725, volgt VIIj.
5. Jannetje Dirks, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 3 maart 1728, volgt VIIk.
6. Adriaan Dirksz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 4 juli 1731, volgt VIIl.
7. Dieuwertje Dirks, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 1 nov. 1733, volgt VIIm.
8. Maartje Dirks, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 11 april 1736, impost op begr. ald. 3 mei 1736 (impost 15), begr. ald. 4 mei 1736 (kind, in graf 328 in de kerk, 2:10).
9. Klaas Dirksz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 15 mei 1738, impost op begr. ald. 31 mei 1738 (impost 15), begr. ald. 2 juni 1738 (kind, in graf 328 in de kerk, 2:10).
10. Grietje Dirks, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 25 juni 1741, volgt VIIn.
11. Maartje Dirks, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 24 april 1743, impost op begr. ald. 7 dec. 1796 (impost 12, als ongehuwd), begr. ald. 10 dec. 1796 (in graf 89 in de kerk, 5; Bouwmanspadt).
12. Trijntje Dirks, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 27 sept. 1744, volgt VIIo.
VIl. (van Vu) Dieuwertje Claes OOSTERHOOREN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 1 febr. 1702, impost op begr. ald. 30 jan. 1763 (impost 30, weduwe van Gerrit Poel), begr. ald. 3 febr. 1763 (in graf 256 in de kerk, 5), ondertr. (impost) 1° Westzaandam 12 april 1721 (impost ieder 30) Hendrik Alewijnsz SALM, zn van Alewijn SALM, burgemeester van Zaandam, en Grietje Cornelis DRAIJ, ondertr. (impost) 2° Westzaandam 18 jan. 1737 (impost 30 voor haar, zij weduwe te Westzaandam, hij weduwnaar van Oostzaandam) Gerrit Maartensz POEL, ged. (nederd. geref.) ald. 20 mei 1700, impost op begr. ald. 25 nov. 1755 (impost 30), begr. Westzaandam 29 nov. 1755 (in graf 256 in de kerk, 5), zn van Maerten Jansz POEL, collecteur van de impost (van de karossen, wagens en sjezen ingegaan 1 oktober 1713 364) te Oostzaandam, en Aeltje GERRETS, laatst wedn. van Annitje Dirks DAM, eerder wedn. van N.N.
Uit het tweede huwelijk:
1. Claas Gerritsz POEL, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 3 april 1740.
2. Klaas POEL, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 30 aug. 1741, impost op begr. ald. 12 febr. 1763 (impost 30), begr. ald. 12 febr. 1763 (in graf 336 in de kerk, 5), ondertr. (impost) Westzaandam 12 dec. 1759 (impost ieder 30) Neeltje LOUWE.
VIIa. (van VIg) Jan Simonsz OOSTERHOORN, geb. ca. juli 1724, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 juli 1749, overl. 7 juli 1777, impost op begr. ald. 7 juli 1777 (impost 30, begr. in de kerk 4), begr. ald. 10 juli 1777 (op zijn grafzerk: Hier leyt begraven / Jan Oosterhoorn / in sijn Ed. leven regent / te Krommenie obiit 1777 7m/7d / oud circa 53 Jaaren. / Aaltje van Vliet. De aangifte geschiedde 10 Juli d.a.v. classe 30-; op 29 Jan. 1797 werd Aaltje van Vliet ter begraving aang.) 365), ondertr. (impost) 1° Krommenie 19 juli 1749 (impost ieder 6) Lijsbet Dirks OOMS, ged. (nederd. geref.) ald. 29 aug. 1723, dr van Dirk Dirksz OOMS en Antje CLAAS, ondertr. (impost) 2° ald. 14 april 1759 (impost ieder 30) Aaltje Gerrits van VLIET, ged. (nederd. geref.) Krommenie 20 mei 1734, impost op begr. ald. 29 jan. 1797, dr van Gerrit Hendriksz van VLIET en Lijsbet PIETERS, die hertr. met Gerrit Claasz ROOD.
In Krommenie verkoopt in 1756 Cornelis Huijbertsz aan Jan Oosterhoorn een huis en erf op 't Weijver, belend ten oosten de weduwe van Pieter Papier, ten westen Jacob Lugt, voor 135 gld, verkoopt in 1756 Pieter de Vries wonende te Wormer aan Jan Oosterhoorn een stuk land genaamd Jorisven, groot 595 roeden, belend ten zuiden en noorden de weduwe van Claes de Boer, voor 178 gld 10 st gereed, verklaart in 1757 Johannes Beets als last en procuratie hebbende van Pierre des Madures wonende te 's-Gravenhage op 22 december 1756 verkocht te hebben aan Jan Oosterhoorn een stuk land op de Kerksloot, groot 608 roeden, belend ten oosten, westen en noorde de koper, voor 205 gld gereed, verkopen in 1758 Simon Oosterhoorn en Cornelis Klink(?), weesmeester en armenvoogden, aan Jan Oosterhoorn een huis en erf te Krommeniedijk, belend ten noorden Cornelis Zwan, ten zuiden Jacob Swiep of een leeg erf, voor 30 gld gereed, verkoopt in 1762 Willem Bermo als last hebbende van de erfgenamen van wijlen Harmen Gerritsz aan Jan Oosterhoorn een huis en erf op 't end van 't Weijver oversloot, belend ten westen Jacob Duijn, ten oosten Jan Tysz Cot(?), voor 240 gld, en verkoopt in 1762 Cornelis Spaans, ook voor de erfgenamen van Dirk Tulp en Trijntje Spaans, aan Jan Oosterhoorn een huis en erf op 't Vermaningspat, belend ten oosten Jacob Middelhoven en Gerbrant Haseven, voor 300 gld 366.
In Krommenie bewijst in 1759 Jan Oosterhoorn, weduwnaar van Lijsbet Dirks Ooms, hun 2 onmondige kinderen Dirk, oud 4, en Simon, 2 jaar, ten overstaan van Jan Hekelaar en Cornelis Schenk hun voogden, hun moeders erfenis, nl. aan ieder 6500 gld blijvende onder de vader die gehouden is van de renten zijn kinderen op te brengen tot hun mondige dagen, waarvoor hij verbindt zijn woonhuis en erf met een pakhuis daarachter op de Wal in 't Zuijdend, belend ten zuiden Trijntje Pieters, ten noorden Wieric Riedeman, idem een huis en erf gelegen als voren benoorden de kerk, belend ten zuiden Gerrit van Orden, ten noorden de weduwe van Pieter Gorter, item 3 stukken land aan elkaar gedamd, tezamen groot ca. 2800 roeden, gelegen bij de kerksloot, belend ten zuiden dito sloot, ten noorden de weduwe van Jan Middelhoven, item een snuiftabaksmolen met het land waar de molen op staat, genaamd de Huijsman, onder de banne van Assendelft, item een dito molen met zijn land genaamd de Huijsvrouw, gelegen als voren naast de voorgaande, item 2 stukken buitendijks land gelegen als voren, groot 2000 roeden, genaamd Lelieven en Lapslandt, belend ten zuiden de erven Jan Cabel, ten noorden Engel Knaap, item een stuk land in deze banne op de Indijk, groot 588 roeden, belend ten zuiden de weduwe van Jan Middelhoven, ten noorden de weduwe van Jan Jasperse Reijne. Op 23 juli 1755 compareert Jan Oosterhoorn als vader en erfgenaam van Dirk Oosterhoorn die op 31 augustus 1761 is overleden, en bewijst nu zijn zoon Simon Jansz Oosterhoorn 10000 inclusief het erfdeel van Simon wegens diens broer, welk bedrag de vader in obligatiën op 't Gemeneland zal fourneren, geaccepteerd door de voogd Jan Hekelaar. 367
Op 16 oktober 1752 testeren Jan Symonsen Oosterhoorn en Lijsbet Dirks Ooms, echteluiden te Krommenie, aan de langstlevende en daarna aan de kinderen met uitsluiting van de weeskamer 368.
In Uitgeest bekent op 15 april 1779 Willem Cornelisz de Jong schuldig te wezen ten behoeve van Juffr. Aaltje van Vliet, weduwe van de heer Jan Oosterhoorn, 1500 gld, ter zake van door de heer Cornelis van Vliet aan comparant opgeschoten penningen, tegen 3 gld van 't honderd in 't jaar, verbindende specialijk al zijn landerijen in de banne van Uitgeest, groot in 't geheel 10 morgen 471 roeden (geroyeerd op 20 april 1793) 369.
Uit het eerste huwelijk:
1. Dirk Jansz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 5 nov. 1752.
2. Dirk Jansz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 maart 1755, overl. ald. 31 aug. 1761.
3. Simon Jansz, ged. (nederd. geref.) Krommenie 5 sept. 1756, volgt VIIIa.
Uit het tweede huwelijk:
1. Lijsbet, geb. Krommenie 7 april 1760 (volgens de overlijdensakte), ged. (nederd. geref.) ald. 13 april 1760, overl. ald. 22 febr. 1828, ondertr. (impost) 1° Krommenie 13 aug. 1784 (impost ieder 30) Pieter BOELHOUWER, geb. 7 febr. 1750, overl. ald. 24 juni 1793 (oud 43 jaar 4 maanden 17 dagen 370), begr. ald., ondertr. (impost) 2° Krommenie 14 mei 1802 (impost ieder 30) Maarten de LANGE, overl. ald. 10 jan. 1820 (oud 70 jaar 2 maanden 30 dagen 370), zn van Gerrit de LANGE en Aagje SCHOEN.
Op 11 juli 1828 wordt een akte van beëdiging opgemaakt ten verzoeke van Simon Bakker, zonder beroep, en Gerrit Bloemendaal, fabrikeur, beiden wonende te Krommenie, als door wijlen Lysbeth Oosterhoorn weduwe van Maarten de Lange, gewoond hebbende te Krommenie en aldaar op 22 februari 1828 overleden, bij testament dd. 6 september 1826 voor notaris Willem Arnoldus Haselaar te Haarlem gepasseerd, benevens Willem Smit, notaris te Assendelft, gecommitteerde executeuren, inzake hun aangifte van memorie op 23 juni 1828 te Zaandam 371.
2. Dirk van VLIET OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 2 jan. 1763.
3. Dirk van VLIET OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 11/12 aug. 1764, impost op begr. ald. 29 mei 1769 (impost 30).
4. Aafje van VLIET OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 9/16 aug. 1767, impost op begr. ald. 1 mei 1769 (impost 30).
5. Gerrit van VLIET OOSTERHOORN, geb. Krommenie 4 juli 1769 (volgens de overlijdensakte), ged. (nederd. geref.) ald. 9 juli 1769, volgt VIIIb.
6. Aefje van VLIET OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 19/20 sept. 1772, impost op begr. ald. 21 mei 1773 (impost 30).
7. Kornelis van VLIET OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 16/18 febr. 1776.
VIIb. (van VIg) Willem Simonsz OOSTERHOORN, geb. 6 dec. 1729, overl. Krommenie 25 maart 1783, impost op begr. ald. 28 maart 1783 (impost 30, begr. in de kerk 4), begr. ald. 1 april 1783, ondertr. (impost) 1° Krommenie 16 april 1762 (impost 15 voor hem, zij jongedochter te Oostzaandam), tr. (schepenbank) 2 mei 1762 Lijsbet Pieters ALE, overl. ald. 20 juni 1772, impost op begr. ald. 22 juni 1772 (impost 30, aangever Simon Oosterhoorn), ondertr. (impost) 2° Krommenie 4 nov. 1774 (impost ieder 30) Aafje Jacobs LAKEMAN, geb. ald. 9 april 1738, overl. ald. 12 jan. 1795, impost op begr. Krommenie 14 jan. 1795 (impost 30, aangever Jacob Lakeman), dr van Jacob Jansz LAKEMAN en Bregje Jacobs MIDDELHOVEN, wed. van Dirk HOOFD.
In Uitgeest verkopen in 1780 Jan Lakeman, als last en procuratie hebbende van Pieter Sevenhuijse, voor een derdepart, Jacob Lakeman voor een zesdepart, en Willem Oosterhoorn in huwelijk hebbende Afie Lakeman, tezamen de enige erfgenamen ab intestato van wijlen Antje Jacobs Bus te Krommenie overleden, aan Jacob Lakeman, wonende te Krommenie, 5 zesdeparten in een stuk land in de polder van de Broek, genaamd Aagt Moijesven, groot 1654 roeden, met de uiterdijk daarvoor gelegen in de Wouderpolder, groot 513 roeden, belend ten zuiden Cornelis Dirks Swart, ten noorden Huijbert Eenhoorn in compagnie, voor 564:7:10 372.
Uit het tweede huwelijk:
1. Jacob, geb. 23 okt. 1776, overl. 15 nov. 1776.
2. Jacob LAKEMAN OOSTERHOORN, geb. Krommenie 6 nov. 1777 (volgens de overlijdensakte), volgt VIIIc.
3. Simon, geb. 26 mei 1780, overl. Krommenie 6 jan. 1819.
In 1814 wordt ten verzoeke van Cornelis Bek, koopman in De Rijp, behuwdbroeder van Simon Oosterhoorn Wz, een familieraad belegd te Krommenie ten huize van Jacob Lakeman Oosterhoorn, ingevolge een vonnis van de Rechtbank ter Eerster Instantie te Haarlem dd. 6 mei 1814. De familieraad bestaat uit: Jacob Lakeman Oosterhoorn, zeildoekfabrikeur, broer, Simon Oosterhoorn Jansz, zonder beroep, neef, Gerrit Klaasz van Leiden, zeildoekfabrikeur, neef, Gerrit Bakker, winkelier, neef, Gerrit van Vliet Oosterhoorn, koopman, neef, Simon Bakker, papierfabrikeur, neef, Maarten de Lange, rentenier, behuwdneef, allen wonende te Krommenie, en Jan Boon Jr, koopman in De Rijp, behuwdneef. De familieraad besluit bij algemene stemmen dat het noodzakelijk is dat, zoals verzocht, aan de persoon van Simon Oosterhoorn Wz worde toegevoegd een raadgever tot behoud van zijn persoon en nog aanwezige goederen, die tevens de staat des boedels, inventaris en rekening zal opmaken en daarvan jaarlijks behoorlijke verantwoording doen. 373
Op 29 juli 1819 wordt een akte van beëdiging, ingevolge de wet op het recht van successie, opgemaakt voor Jacob Lakeman Oosterhoorn, fabrikeur te Krommenie, omtrent zijn aangifte als enige geïnstitueerde erfgenaam van wijlen zijn broer Simon Oosterhoorn Willemsz, op 6 januari 1819 te Krommenie overleden, achtervolgens zijn testamentaire dispositie op 18 februari 1808 ten overstaan van notaris Jacobus Alberti te Krommenie 374.
VIIc. (van VIg) Grietje Simons OOSTERHOORN, geb. Krommenie 12 maart 1731, overl. ald. 14 dec. 1801, impost op begr. ald. 16 dec. 1801 (impost 30), ondertr. (impost) 1° Krommenie 27 dec. 1755 (impost ieder 6), tr. (schepenbank) ald. Claas Gerritsz van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) ald. 22 juli 1728, impost op begr. Krommenie 30 juni 1766 (impost 15), zn van Gerrit Claasz van LEIJDEN en Guurtje Willems BAKKER, ondertr. (impost) 2° ald. 22 okt. 1767 (impost 30 gld voor haar), ondertr. (impost) Westzaandam 23 okt. 1767 (impost 30 voor hem, zij weduwe te Krommenie) Arent IJsbrandsz SLUIJK, geb. ca. 1733, ged. (mennon.) ald. 16 jan. 1756, koopman, diaken van de Doopsgezinde Gemeente te Krommenie, aandeelhouder van de papiermolen 'de Koot' te Assendelft voor 1/32 part en van de hennepkloppersmolen 'de Haan' te Krommenie voor 1/40 part, impost op begr. Krommenie 19 okt. 1798 (impost 30), begr. ald. 20 okt. 1798, zn van IJsbrant Arentsz SLUIJCK, houtkoper, en Jacobje Aris SEIJLEMAKER, wedn. van Maritje Jans SCHILP (alias SCHULP).
Op 9 november 1801 testeert Grietje Simons Oosterhoorn, weduwe van Arent Sluijk, wonende alhier, ziek te bedde. Zij prelegateert aan haar zoon Simon haar houtzaagmolen genaamd de Oliphant met al deszelfs gereedschappen en schuren, alsmede haar woonhuis en erf benevens de houtschuur, beide te Krommenie in 't Noordend, en eindelijk haar pakhuizen achter het Blok te Krommenie, en nomineert tot haar universele erfgenamen haar kinderen Gerrit Klaasz van Leijden en Simon Sluijk, of ieders zaad bij vooroverlijden, ieder de helft. 375
In 1782 geeft Trijntje Baas, weduwe van Jan Kopjes, wonende te Krommenie, volmacht aan Pieter Koekebakker, koopman mede aldaar, om haar houtzagersmolen genaamd D'olijphant met erf, schuren, gereedschappen en verdere aanhorigheden, staande aldaar aan en bezuiden het Watermoolenspad, beoosten 't huis en erf van de weduwe van Cornrelis Schods, mitsgaders 6 akkers land, naast en bezuiden mitsgaders beoosten de molen, samen met 't erf van de molen groot 617 roeden, verkocht aan Arent Sluijk, koopman te Krommenie, voor 2000 gld, aan de koper te transporteren en de kooppenningen te ontvangen 376.
In Uitgeest verklaren op 29 januari 1788 Dirk Swart wonende te Krommenie, meerderjarige nagelaten zoon van Cornelis Dirksz Swart, voor zichzelf, Arent Dingman, Thijs Kat en Poulis Pluijm, de twee eersten te Krommenie, de laatste te Marken-Binnen, als aangestelde voogden over de twee nog minderjarige kinderen van de genoemde Cornelis Dirksz Swart gewoond hebbende en overleden te Krommenie, diens gezamenlijke erfgenamen, in publieke veiling verkocht te hebben en dienvolgens bij dezen over te dragen aan Arent Sluijk, te Krommenie woonachtig, een Uijtterdijk in de Wouderpolder, groot 1733 roeden, belend ten zuiden de weduwe van J. Oosterhoorn, ten noorden Jacob Lakeman, tot primo januari 1789 in huur bij Jacob Groot, voor 660 gld 14 st 2 penn 377.
Uit het eerste huwelijk:
1. Gerrit Claasz van LEIJDEN, impost op begr. Krommenie 4 okt. 1756 (impost 3, begr. in de kerk 2).
2. Gerrit Claasz van LEIJDEN, geb./ged. Krommenie 16/23 april 1758, zeildoekfabrikeur, overl. ald. 25 jan. 1822, ondertr. (impost) ald. 27 juni 1783 (impost ieder 30) Maartje Pieters van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 april 1759, overl. ald. 23 juni 1820, dr van Pieter Cornelisz van LEIJDEN, schepen ald., en Duijfje Gerrits IJFF.
3. Aagje Claas van LEIJDEN, geb. Krommenie 15 juli 1759, ged. (nederd. geref.) ald. 15 juli 1759 (gedoopt als Aafje), begr. ald. 17 juni 1784 (in de kerk, 4; impost 15, aangever Klaas Haan).
4. Aafje Claas van LEIJDEN, impost op begr. Krommenie 13 juni 1764 (impost 3, begr. in de kerk 2).
Uit het tweede huwelijk:
1. Simon Arentsz SLUIJK, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 maart 1769, overl. ald. 19 jan. 1810, ondertr. (impost) ald. 31 aug. 1798 (impost ieder 30 gld), tr. Krommenie 16 sept. 1798 Engeltje Klaas de JONG, geb./ged. ald. 8/14 maart 1773, overl. ald. 7 jan. 1810, dr van Klaas IJsbrandsz de JONG en Jannetje Hendriks BAKKER, volgens het lidmatenboek van Assendelft op 12 mei 1810 vertrokken naar Steenwijk.
Op 12 maart 1822 vindt familieberaad plaats ten verzoeke van Gerrit Bakker, toeziend voogd, ter benoeming van een voogd over de minderjarige kinderen van wijlen Simon Sluyk, overleden te Krommenie op 19 januari 1810, en Engeltje de Jong, overleden te Krommenie op 17 januari 1810, met namen Arent, 19 jaar, Jannetje, 17 jaar, en Klaasje, 13 jaar, zulks in plaats van hun overlden voogd Gerrit Klaasz van Leyden, de familieraad bestaande uit Klaas Winter, arbeider, 45 jaar, oom, IJsbrand de Jong, arbieder, 50 jaar, Jacob Oosterhoorn, fabrikeur, 44 jaar, Pieter de Jong, arbeider, 41 jaar, Jan Oosterhoorn, landmeter, 37 jaar, en Fredrik Bloemendaal, fabrikeur, 33 jaar, de 5 laatstgenoemden neven, allen wonende te Krommenie; tot voogd is benoemd Fredrik Bloemendaal 378.
VIId. (van VIg) Lijsbeth Simons OOSTERHOORN, geb. juli 1733, impost op begr. Krommenie 7 okt. 1797 (impost 15; aangever haar zoon Gerrit Bakker), ondertr. (impost) ald. 30 april 1756 (impost ieder 6) Harmen Gerritsz BAKKER, ged. (nederd. geref.) ald. 17 sept. 1730, overl. 1782, impost op begr. Krommenie 6 april 1782 (impost 15, begr. in de kerk 4), zn van Gerrit Harmensz BAKKER en Neeltje Willems KARMEN.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit BAKKER, ged. (nederd. geref.) Krommenie 2 april 1758, impost op begr. ald. 20 mei 1758 (impost 3, begr. in de kerk 2).
2. Gerrit BAKKER, ged. (nederd. geref.) Krommenie 17 febr. 1760, impost op begr. ald. 3 april 1760 (impost 3, begr. in de kerk 2).
3. Gerrit BAKKER, ged. (nederd. geref.) Krommenie 17 jan. 1762, impost op begr. ald. 25 jan. 1762 (impost 3, begr. in de kerk 2).
4. Aafje BAKKER, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 mei 1763, impost op begr. ald. 27 juni 1763 (impost 3, begr. in de kerk 2).
5. Gerrit BAKKER, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 1/7 april 1765, winkelier, koopman, overl. ald. 3 febr. 1820.
6. Simon BAKKER, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 nov./4 dec. 1768, impost op begr. ald. 12 jan. 1769 (impost 6, begr. in de kerk 2).
7. Simon BAKKER, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 9/15 okt. 1769, impost op begr. ald. 21 okt. 1769 (impost 6, begr. in de kerk 2).
8. Simon BAKKER, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 21/24 febr. 1771, papierfabrikeur ald., overl. 1847.
Simon Bakker was papierfabrikant met de molens 'de Koot' en 'de Huisvrouw' onder de naam firma Simon Bakker en Co. Hij liet een dagboek na met talloze bijzonderheden over familie, kennissen en vrienden en over gebeurtenissen in en buiten Krommenie. (Gegevens van D. H. van Vliet te Krommenie.)
9. Willem BAKKER, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 28 sept./1 okt. 1775, impost op begr. ald. 2 nov. 1775 (impost 6, begr. in de kerk 2).
VIIe. (van VIi) Dirk Claasz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 7 nov. 1728, impost op begr. Westzaan 18 nov. 1796 (impost 3), ondertr. (impost) Krommenie 31 okt. 1750 (impost ieder 3) Hester Dirks NO(O)MES, ged. (nederd. geref.) ald. 16 mei 1717, dr van Dirk Allertsz NO(O)MES, schoenmaker, en Grietje DIRKS.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis Dirksz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 27 aug. 1752, volgt VIIId.
2. Pieter Dirksz, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaan 3/6 april 1755, volgt VIIIe.
3. Claas Dirksz, ged. (nederd. geref.) Westzaan 23 sept. 1759 (doopgetuige Aagje Dirks Nomes).
4. Dirk, ged. (nederd. geref.) Westzaan 10 okt. 1762 (doopgetuige Aagje Dirks Noome), overl. Amsterdam 7 febr. 1827 (zonder goederen of kinderen na te laten), tr. Krommenie 24 dec. 1820 IJda Johanna KROONEMAN, geb. Amsterdam ca. 1780, dr van Jan KROONEMAN en Maria HONKEMULDER.
5. (kind) Dirks, impost op begr. Westzaan 15 juli 1769 (impost 3).
VIIf. (van VIi) Pieter Claasz OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 18/25 okt. 1739, overl. ald. 8 mei 1824, ondertr. (impost) ald. 22 mei 1766 (impost ieder 15, zij jongedochter te Krommeniedijk) Wijntje Frederiks BAK, geb. ca. 1744, overl. Krommenie 20 nov. 1821, dr van Frederik Cornelisz BAK en Grietje Claas MOLENAAR.
In Uitgeest verkoopt op 9 januari 1787 Pieter Oosterhoorn, wonende te Krommenie, aan Huijbert Eenhoorn, wonende te Krommeniedijk, de helft van de volgende stukken land (grootte in roeden), 't Amsterdammerland 3978, Klaas Bolsland 2821, de Boendersvenne 4004½, 't land van de kaarsemaker 2490, 't Castricummerland 1608½, het Meerstuk 1608½, Jaspersvennen 1984, de Noordijksven 1865, uitmakende tezamen 28 morgen 344½ roeden broekland, alsmede de Afteruijterdijk 732, de Uijterdijk de Timmerwerff 531, de Groote Uijtterdijk 1076, de Klijne Uijterdijk 127½, de Uijtterdijk van Jaspersven 39, de Uijtterdijk van de Verwersven 463, de Uijtterdijk benoorden 674, de Lourisgis 500, het Rietveld 160½, 't Rietland 194½, 't Rietland 35, de Uijterdijk van de Noordijksven 259½, de halve Uijterdijk van Jacob veerman 84½, uitmakende tezamen 6 morgen 76½ roeden buitenland. Dus in 't geheel de helft van 34 morgen 421 roeden zowel broek- als buitenland, waarvan de wederhelft de koper [getrouwd met Henrikje Bak] in eigendom is toebehorende, gemeen en onverdeeld, voor 4000 gld 379.
Op 15 mei 1824 verzoekt Johannes Alberti, kantoorbediende wonende te Krommenie, toelating tot het doen van de eed, als expert ter taxering der nalatenschap van wijlen Pieter Oosterhoorn te Krommenie benoemd door Klaas en Frederik Oosterhoorn te Krommenie wonende, als enige nagelaten meerderjarige kinderen van voorschreven Pieter Ooosterhoorn 380.
Uit dit huwelijk:
1. Grietje, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 juli 1767.
2. Klaas Pietersz, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 25 febr./2 maart 1777, volgt VIIIf.
3. Frederik, geb. Krommenie 18 sept. 1781 (volgens de overlijdensakte op de zestiende), ged. (nederd. geref.) ald. 23 sept. 1781, volgt VIIIg.
VIIg. (van VIj) Antje Jans OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 7 febr. 1731, impost op begr. Westzaan 11 dec. 1797 (impost 3), tr. 1° ald. 25 juni 1757 Jan Dirksz IJFF, ondertr. 2° ald. 12 mei 1771, ondertr. (impost) Westzaan 10 mei 1771 (impost ieder 3), tr. ald. 26 mei 1771 Cornelis Gerritsz SPAT, ged. (nederd. geref.) ald. 22 okt. 1741, zn van Gerrit Jansz SPAT en Aegje Jans IJFF, ondertr. (impost) 3° Westzaan 7 april 1785 (impost ieder 3) Jacob Gerritsz JONGEWAARD, ged. (nederd. geref.) ald. 11 jan. 1734, zn van Gerrit Pietersz JONGEWAERT en Guurtje NAGTEGAEL, wedn. van Neeltje Jans STAP.
Uit het eerste huwelijk:
1. Dirk Jansz IJFF, ged. (nederd. geref.) Westzaan 3 april 1763 (doopgetuige Aagje Jans IJff).
2. Anna Jans IJFF, ged. (nederd. geref.) Westzaan 2 dec. 1764 (doopgetuige Anna Leur).
Uit het tweede huwelijk:
1. Gerrit Cornelisz SPAT, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaan 29 sept. 1773/3 okt. 1774.
VIIh. (van VIj) Kaatje Jans OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 26 nov. 1732, impost op begr. ald. 4 aug. 1770 (pro deo, met haar kind), begr. ald. 7 aug. 1770 (in graf 428 in de kerk, 5), ondertr. (impost) Westzaandam 27 juni 1760 (impost ieder 6), tr. ald. 13 juli 1760 Teeuwis Jansz KEIJZER, ged. (nederd. geref.) ald. 25 okt. 1735, zn van Jan KEIJSER en Antje Teewis DUIJVES.
Uit dit huwelijk:
1. Antje Teeuwis KEIJZER, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 8 nov. 1761, impost op begr. ald. 30 maart 1762 (pro deo).
2. Jan Teeuwisz KEIJZER, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 26 febr. 1764, cipier, overl. Zaandam (Westzijde) 4 april 1842.
3. Pieter Teeuwisz KEIJZER, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 13 okt. 1765.
4. Teeuwis Teeuwisz KEIJZER, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 18 nov. 1767, koopman, overl. 17 dec. 1829, ondertr. (impost) 1° ald. 3 aug. 1792 (beiden pro deo) Nelletje Gerrits SMIT, impost op begr. ald. 15 jan. 1805 (impost 3), begr. Westzaandam 17 jan. 1805 (in graf 81 in de kerk, 5; laat 5 onmondige kinderen na), ondertr. (impost) 2° ald. 16 jan. 1812 (salaris 2) Trijntje BERGERS, geb. Jisp 10 april 1786, ged. (nederd. geref.) ald. 16 april 1786 (doopgetuige Leentje Kuijper), overl. Zaandam (Westzijde) 18 mei 1843, dr van Jan BERGERS en Grietje PRAAG, die hertr. met Jelle BAKKER.
Op 12 februari 1820 compareert Teuwis Keyzer Jr, wonende te Zaandam op de Hogendyck, gedagvaard namens J.F. Terbeck wonende te Zaandam voor de vrederechter om zich met de requirant te bevredigen omtrent de eis welke dezelve alsdan zal doen, strekkende dat hij het huis met nr 625 op het Haringpad van de gedaagde had gehuurd, bij monde en op woord van eer voor 120 gld in het jaar voor de tijd van een jaar ingaande de laatste april 1821. De gedaagde, Teuwis Keyzer Junior, heeft dit ontkend. De vrederechter verwijst naar de bevoegde rechter. 381
5. (kind) KEIJZER, impost op begr. Westzaandam 4 aug. 1770, begr. ald. 7 aug. 1770 (in graf 428 in de kerk, 2:10).
VIIi. (van VIj) Abraham Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 20 febr. 1737, overl. Zaandam 25 jan. 1815, ondertr. (impost) Westzaandam 4 mei 1764 (impost 3 voor hem, zij pro deo), tr. ald. 20 mei 1764 (hij op 't Hollandse Pad, zij op 't Boumanspad) Grietje van HOORN, begr. ald. 26 maart 1813 (diaconie).
Uit dit huwelijk:
1. Jan Abrahamsz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 4 sept. 1765, volgt VIIIh.
2. Cornelis Abrahamsz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 29 nov. 1767, impost op begr. ald. 17 juni 1768 (impost 3), begr. ald. 19 juni 1768 (op het gemene kerkhof, 0:10).
3. Cornelis Abrahamsz, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 31 dec. 1770/1 jan. 1771, impost op begr. ald. 27 april 1772 (impost 3), begr. ald. 1 mei 1772 (op het gemene kerkhof, 0:10).
VIIj. (van VIk) Lijsbeth Dirks OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 8 juli 1725, impost op begr. ald. 6 mei 1777 (impost 30, heeft 1 meerderjarige zoon), begr. ald. 8 mei 1777 (in graf 362 in de kerk, 5), ondertr. (impost) Westzaandam 21 juni 1748 (impost ieder 30), tr. ald. 7 juli 1748 Sijmon DEKKER, ged. (nederd. geref.) ald. 4 okt. 1724, impost op begr. Westzaandam 3 jan. 1780 (impost 30, weduwnaar, heeft 1 meerderjarige zoon), zn van Dirk Sijmonsz DEKKER en Guertje Arends BLOEM.
Uit dit huwelijk:
1. Dirk Sijmonsz DEKKER, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 13 febr. 1752.
VIIk. (van VIk) Jannetje Dirks OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 3 maart 1728, impost op begr. ald. 4 juli 1799 (impost 6), begr. ald. 6 juli 1799 (in graf 378 in de kerk, 5; van 't Papierpadt), ondertr. (impost) Westzaandam 10 juli 1750 (impost ieder 30), tr. ald. 26 juli 1750 (beiden in de Molenbuert) Cornelis Jansz KEESEN, impost op begr. ald. 20 nov. 1780 (pro deo, laat 2 minderjarige kinderen na; aangever Simon Heynis).
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje Cornelis KEESEN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 11 juli 1751.
2. Neeltje Cornelis KEESEN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 5 aug. 1753, overl. Zaandam 28 maart 1827, ondertr. (impost) Westzaandam 21 april 1780 (impost ieder 6), tr. ald. 7 mei 1780 (hij op 't Bouwmanspad, zij in de Kerkbuurt) Simon Claasz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) ald. 29 aug. 1756, overl. Zaandam 17 maart 1832, zn van Klaas Sijmonsz HEIJNIS en Dieuwertje Dirks OOSTERHOORN.
3. Grietje Cornelis KEESEN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 8 febr. 1756, ondertr. (impost) ald. 10 febr. 1802 (impost samen 30) Gerrit de LEEUW, wedn. van N.N.
4. Aagtje Cornelis KEESEN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 29 jan. 1764, overl. Zaandam 27 juli 1837, ondertr. (impost) Westzaandam 11 april 1800 (impost samen 12) Lodewijk SCHOLTEN, wedn. van N.N.
Op 26 november 1823 wordt geregistreerd dat Aagje Cornelisdr Keesen, weduwe van Lodewijk Scholten, wonende te Zaandam, bij testament van 7 september 1823 voor notaris Evenblij gepasseerd, enige universele erfgenaam is van Gerrit Scholten, overleden te Zaandam op 21 mei 1823 382. Op 20 januari 1824 heeft Aagje Cornelisdr Keesen, weduwe van Lodewijk Scholten, wonende te Zaandam, opgevende te zijn erfgenaam ex testamento van wijlen Gerrit Scholten, overleden te Zaandam op 21 mei 1823, de eed afgelegd 383.
VIIl. (van VIk) Adriaan Dirksz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 4 juli 1731, begr. ald. 15 sept. 1807 (in graf 338 in de kerk, 5), ondertr. (impost) 1° ald. 15 juni 1753 (impost ieder 30), tr. Westzaandam 1 juli 1753 (beiden in de Molenbuurt) Aafje IJsbrants KONING, ged. (nederd. geref.) ald. 8 febr. 1730, impost op begr. ald. 16 april 1768 (impost 15, laat 4 minderjarige kinderen na; aangever Cornelis Jansz Keeze), begr. Westzaandam 19 april 1768 (in graf 335 in de kerk, 5), dr van IJsbrand Jansz KONING en Maartje Willems JOOR, ondertr. (impost) 2° ald. 6 sept. 1771 (impost ieder 30), tr. ald. 22 sept. 1771 (hij weduwnaar in de Kerkbuurt, zij weduwe op de Zuyder Nieuwendijk) Maartje Pieters KEGH, impost op begr. Westzaandam 18 april 1795 (impost 30), begr. ald. 21 april 1795 (oud 65 1/12 jaar, in graf 338 in de kerk, 5), wed. van N.N.
Uit het eerste huwelijk:
1. Dirk Aarjansz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 22 sept. 1754, impost op begr. ald. 28 aug. 1781 (impost 30, laat huisvrouw na; aangever Albert Rep), begr. ald. 1 sept. 1781 (in graf 335 in de kerk, 5; uit de Moolenbuurt), ondertr. (impost) Westzaandam 17 juli 1778 (impost ieder 30), tr. ald. 2 aug. 1778 (hij in de Kerkbuurt, zij op 't Dampad) Willemijntje BLOEMKOLK, geb. ca. 1748, overl. Zaandam (Westzijde) 8 dec. 1819, dr van Evert BLOEMKOLK en Trijntje de WIT, die hertr. met Gerrit DUURKANT.
Op 1 juni 1820 hebben Teeuwis Jansz Keyzer en Albert Schipper, executeurs van het testament van wijlen Willemyntje Bloemkolk, overleden te Zaandam op 8 december 1819, de eed afgelegd. 384
2. Maartje Aarjans, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 3 sept. 1758, volgt VIIIi.
3. Grietje Adriaans, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 27 dec. 1761, volgt VIIIj.
4. IJsbrant Aarjansz, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 27 maart 1768, impost op begr. ald. 25 nov. 1794 (impost 30, als ongehuwd), begr. ald. 29 nov. 1794 (in graf 335 in de kerk, 5).
5. (kind), impost op begr. Westzaandam 13 febr. 1765 (impost 6), begr. ald. 15 febr. 1765 (in graf 328 in de kerk, 2:10).
VIIm. (van VIk) Dieuwertje Dirks OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 1 nov. 1733, impost op begr. ald. 25 juli 1799 (impost 6), begr. ald. 27 juli 1799 (in graf 89 in de kerk, 5; Bouwmanspadt, nalatende mondig kind), ondertr. (impost) Westzaandam 3 okt. 1755 (impost 30 voor haar, hij te Oostzaandam), ondertr. (impost) Oostzaandam 3 okt. 1755 (impost 30 voor hem), attestatie om te trouwen ald. 19 okt. 1755 (hij op de Zuyddyk, zij aan de Westzijde; betoog naar de Westzijde), tr. Westzaandam 19 okt. 1755 (hij aan de Oostziide, zij in de Kerkbuurt) Klaas Sijmonsz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Oostzaandam 11 maart 1731, zn van Zymon HEIJNIS en Trijntje SPEKHAM.
Uit dit huwelijk:
1. Simon Claasz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 29 aug. 1756, overl. Zaandam 17 maart 1832, ondertr. (impost) Westzaandam 21 april 1780 (impost ieder 6), tr. ald. 7 mei 1780 (hij op 't Bouwmanspad, zij in de Kerkbuurt) Neeltje Cornelis KEESEN, ged. (nederd. geref.) ald. 5 aug. 1753, overl. Zaandam 28 maart 1827, dr van Cornelis Jansz KEESEN en Jannetje Dirks OOSTERHOORN.
2. Dirk Klaasz HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 31 aug. 1757.
3. Grietje Klaas HEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 19 sept. 1759, impost op begr. ald. 9 juni 1760 (impost 3, een kind van Claas Heijnis).
VIIn. (van VIk) Grietje Dirks OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 25 juni 1741, aangifte voor begraven ald. 5 maart 1809 (pro deo, weduwe van Willem Walraven, laat 4 meerderjarige kinderen na), begr. ald. 11 maart 1809 (in graf 251 in de kerk, 5), ondertr. (impost) Westzaandam 5 dec. 1766 (impost ieder 30), tr. ald. 21 dec. 1766 (hij op 't Stuurmanspad, zij in 't Noord-end van de Molenbuurt) Willem WALRAVEN, geb. ca. 1743, aangifte voor overlijden ald. 3 jan. 1809 (pro deo, 65 jaar, gehuwd, laat 3 meerderjarige kinderen na).
Uit dit huwelijk:
1. François 'Frans' WALRAVEN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 30 sept. 1767, sluiswachter ald., overl. Zaandam 30 nov. 1831, tr. Trijntje Klaas KNOTS, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 15/18 maart 1772, overl. Zaandam 21 febr. 1821, dr van Klaas KNOTS en Maritje HORIER.
In 1812 was te Westzaandam Frans Walraven, sluiswachter, wonende alhier in de Molenbuurt, gedagvaard om zich te bevredigen met comparanten (Pieter Stuurman en Zoon), over betaling van 101 gld 2 st 8 penn, wegens geleverde boter en turf. Frans Walraven erkende de schuld, maar kon door omstandigheden de schuld niet voldoen. Hij vraagt om inschikkelijkheid. 385
2. Dirk WALRAVEN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 7 mei 1769, overl. Zaandam (Westzijde) 8 febr. 1818.
3. Catharina WALRAVEN, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 7/11 okt. 1772, overl. Zaandam 15 dec. 1812, tr. Sieuwert SWART, mr schilder, overl. ald. 15 nov. 1821, zn van Wessel SWART en Trijntje KRONENBERG.
Op 17 november 1821 is er ten verzoeke van Frans Walraven wonende te Zaandam, als oom van Willem, oud twaalf jaren, en Wessel Swart, oud 10 jaren, minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Sieuwert Swart, overleden te Zaandam op 16-11-1821, en wijlen Catharina Walraven, aldaar overleden op 15-12-1812, ten huize van Sieuwert Swart op het Hollansche Pad een familieraad van aanverwanten van de minderjarigen, van vaderszijde Claas Noomen, neef, Hendrik Knots, neef, van moederszijde Frans Walraven, oom, Simon Heijnis, neef, Teewis Jansz Keyzer, neef. Tot voogd is gekozen Hendrik Knots, tot toeziend voogd Teewis Jansz Keyzer. 386
Ten verzoeke van Hendrik Knots en Teewis Jansz Keyzer wonende te Zaandam, als voogd en toeziende voogd over Willem Swart oud 12 jaren en Wessel Swart oud 10 jaren (als eerder), heeft op 20 december 8121 een familieraad bestaande uit, van vaders zijde Claas Noomen, neef, Klaas Knots, neef, Hendrik Denker, goede vriend, van moeders zijde Frans Walraven, oom, Simon Heynis, neef, Jan Keyzer Tz, neef, wonende allen te Zaandam, de voogd en toeziende voogd geauthoriseerd om alle goederen behorende tot de nalatenschap van Sieuwert Swart te verkopen 387.
4. Jan WALRAVEN, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 5/9 febr. 1777, impost op begr. ald. 1 nov. 1777 (impost 15).
5. Grietje WALRAVEN, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 30 april/6 mei 1778, overl. Zaandam 7 mei 1847 (ongehuwd).
VIIo. (van VIk) Trijntje Dirks OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 27 sept. 1744, impost op begr. ald. 3 jan. 1794 (impost 6), begr. ald. 4 jan. 1794 (in graf 328 in de kerk, 5; Hollandtspadt), ondertr. (impost) Westzaandam 25 juni 1773 (impost ieder 30), tr. ald. 11 juli 1773 (hij in de Kerkbuurt, zij in 't Noord-end van de Molenbuurt) Gerrit Claasz GROOT, ged. (nederd. geref.) ald. 30 maart 1746, zn van Claas Cornelisz GROOT en Geertje Claas COONING.
Uit dit huwelijk:
1. Geertje GROOT, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 22/27 mei 1774.
2. Geertje GROOT, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 13/14 april 1776, impost op begr. ald. 25 april 1776 (impost 3).
3. Dirk GROOT, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 10/14 nov. 1779, impost op begr. ald. 4 dec. 1779 (impost 6).
VIIIa. (van VIIa) Simon Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 5 sept. 1756, overl. ald. 22 aug. 1833, ondertr. (impost) 1° ald. 9 mei 1783 (impost ieder 30) Grietje Floris HOUWERTJES, ged. (nederd. geref.) Assendelft 12 maart 1757, impost op begr. Krommenie 22 jan. 1788 (impost 15, begr. in de kerk 4), dr van Floris Garbrandsz HOUWERTJES, winkelier, en Maartje Pieters KORVER, ondertr. (impost) 2° ald. 30 april 1801 Maartje Cornelis van ORDEN, geb. ald. 12 aug. 1758 (volgens de overlijdensakte), ged. (nederd. geref.) Krommenie 27 aug. 1758, overl. ald. 13 april 1835, dr van Cornelis Gerritsz van ORDEN en Geertje Lammerts KONING, wed. van Cornelis de WILDE.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jan Simonsz, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 15/18 april 1784, volgt IXa.
VIIIb. (van VIIa) Gerrit van VLIET OOSTERHOORN, geb. Krommenie 4 juli 1769 (volgens de overlijdensakte), ged. (nederd. geref.) ald. 9 juli 1769 (doopgetuige Grietje Oosterhoorn), koopman, verfmaler, overl. ald. 15 febr. 1849, ondertr. (impost) Krommenie 2 okt. 1789 (impost ieder 30) Neeltje Pieters van LEIJDEN, geb./ged. (nederd. geref.) ald. 11/15 maart 1767, impost op begr. ald. 16 nov. 1810, dr van Pieter Cornelisz van LEIJDEN, schepen van Krommenie, en Duijfje Gerrits IJFF.
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 12/13 juni 1790, volgt IXb.
2. Duijfje, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 14/18 dec. 1791, volgt IXc.
3. Barbertje, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 23/25 mei 1794.
4. Trijntje, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 20 mei 1798, volgt IXd.
5. Lijsbeth, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 11/19 jan. 1806, volgt IXe.
VIIIc. (van VIIb) Jacob LAKEMAN OOSTERHOORN, geb. Krommenie 6 nov. 1777 (volgens de overlijdensakte), koopman, zeildoekfabrikeur, overl. ald. 3 febr. 1840, ondertr. (impost) ald. 27 juni 1800 (impost ieder 30) Grietje SEEBACH, geb. Krommenie 27 maart 1777 (volgens de overlijdensakte), ged. (nederd. geref.) ald. 30 april 1777, overl. ald. 11 nov. 1866.
Uit dit huwelijk:
1. Aafje, geb. Krommenie 22 april 1801, overl. ald. 3 april 1867.
2. Willem, geb. Krommenie 24 aug. 1803, volgt IXf.
3. Jannetje, geb. Krommenie 10 jan. 1812, overl. ald. 25 okt. 1819.
VIIId. (van VIIe) Cornelis Dirksz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaan 27 aug. 1752 (doopgetuige Aachje Dirks Noome), sedert 1801 afwezig, ondertr. (impost) ald. 6 mei 1786 (beiden pro deo), tr. ald. 21 mei 1786 Neeltje Pieters BAKKER, impost op begr. Westzaan 4 juli 1797 (pro deo).
Uit dit huwelijk:
1. Pieter, geb. Westzaan 30 juli 1787, ged. (nederd. geref.) ald. 5 aug. 1787 (doopgetuige Sjoutje Pieters Bakker), impost op begr. West-Knollendam 21 mei 1801 (pro deo).
2. Dirk, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaan 13/20 sept. 1789, volgt IXg.
3. Hester, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaan 10/12 febr. 1792, impost op begr. ald. 2 dec. 1805 (geen bedrag vermeld).
4. Jacob, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaan 10/19 okt. 1794, volgt IXh.
5. Klaas, geb. Westzaan 1 april 1797, ged. (nederd. geref.) ald. 9 april 1797 (doopgetuige Maartje Alderts Bakker), impost op begr. ald. 27 sept. 1797 (pro deo, een kind van Cornelis Oosterhoorn).
VIIIe. (van VIIe) Pieter Dirksz OOSTERHOORN, geb. Westzaan 3 april 1755 (bij ondertrouw in Zaandijk in 1797 wordt abusievelijk als geboortedatum 3 april 1756 vermeld), ged. (nederd. geref.) ald. 6 april 1755 (doopgetuige Judikje Laat), broodbakker, overl. Wormer 3 april 1820, ondertr. (impost) 1° Westzaan 19 dec. 1783 (impost ieder 3) Trijntje Willems LOOTS, ged. (nederd. geref.) ald. 29 mei 1757, impost op begr. Wormer 3 april 1796 (impost 3), dr van Willem Adriaensz LOOTS en Neeltje Jans TIP, ondertr. 2° Zaandijk 22 april 1797 (impost 3 voor haar, weduwe van Zaandijk), ondertr. (impost) Wormer 20 april 1797 (impost 3 voor hem, weduwnaar), tr. Zaandijk 7 mei 1797 Kaatje Jans van PUFFELEN, geb. Krommenie 12 okt. 1767 (vermeld bij ondertrouw in Zaandijk in 1797), wed. van Pieter Cornelisz BAKKER.
Uit het eerste huwelijk:
1. Klaas, geb./ged. (nederd. geref.) Wormer 22/24 okt. 1784.
2. Willem, geb./ged. (nederd. geref.) Wormer 17/18 nov. 1787, fuselier (van de eerste compagnie van het tiende bataljon Nationale Militie), overl. Brugge, West-Vlaanderen 21 mei 1816.
3. Klaas, geb./ged. (nederd. geref.) Wormer 7 okt. 1792, volgt IXi.
Uit het tweede huwelijk:
1. Maartie, geb. Wormer 12 juni 1798.
2. Dirk, geb./ged. (nederd. geref.) Wormer 23/26 juni 1803, impost op begr. ald. 5 juli 1803 (impost 3).
VIIIf. (van VIIf) Klaas Pietersz OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 25 febr./2 maart 1777, overl. ald. 9 jan. 1842, ondertr. Zaandijk 25 aug. 1797 (impost 30 voor haar; betoog verleend om op 30 september 1797 te Krommenie te trouwen), ondertr. (impost) Krommenie 24 aug. 1797 (impost 30 voor hem, zij van Zaandijk) Jannetje Dirks de BRUIJN, geb. Zaandijk 29 dec. 1772 (volgens de overlijdensakte), ged. (nederd. geref.) ald. 1 jan. 1773, overl. Krommenie 13 sept. 1846, dr van Dirk de BRUIJN en Hendrikje DUNNEBIER.
Uit dit huwelijk:
1. Hendrikje, geb. Krommenie 23 okt. 1800 (volgens de overlijdensakte), ged. (nederd. geref.) ald. 26 okt. 1800, volgt IXj.
VIIIg. (van VIIf) Frederik OOSTERHOORN, geb. Krommenie 18 sept. 1781 (volgens de overlijdensakte op de zestiende), ged. (nederd. geref.) ald. 23 sept. 1781, winkelier, zaakwaarnemer, zeildoekmeter, overl. ald. 21 dec. 1853, tr. 1° Duifje Gerrits van LEIJDEN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 27/30 mei 1790, overl. ald. 28 dec. 1813, dr van Gerrit Claasz van LEIJDEN, zeildoekfabrikeur, en Maartje Pieters van LEIJDEN, tr. 2° ald. 17 nov. 1822 Hillegond HEIJNIS, geb. Krommenie 20 nov. 1794, dr van Willem Dirksz HEIJNIS en Trijntje Jans KORSIEL.
Uit het eerste huwelijk:
1. Wentje, geb. ca. 1811, overl. Krommenie 2 febr. 1817.
Uit het tweede huwelijk:
1. Wijntje, geb. Krommenie 22 aug. 1825, overl. ald. 2 okt. 1826.
2. Trijntje, geb. Krommenie 7 sept. 1826, volgt IXk.
3. Wijntje, geb. Krommenie 14 mei 1829, dienstbode (bij huwelijk), overl. Wormerveer 2 juli 1902, tr. ald. 23 okt. 1853 Dirk SCHUT, geb. ald. 17 sept. 1829, kuiper, overl. Wormerveer 28 dec. 1910, zn van Teeuwis SCHUT, kantoorbediende, fabrieksopzichter, en Guurtje WITBAARD.
4. Pieter, geb. Krommenie 21 febr. 1833, volgt IXl.
5. Neeltje, geb. Krommenie 19 maart 1835, volgt IXm.
VIIIh. (van VIIi) Jan Abrahamsz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 4 sept. 1765, overl. Zaandam 19 nov. 1828, ondertr. (impost) 1° Westzaandam 14 mei 1789 (impost 3 voor hem), tr. ald. 31 mei 1789 (hij op 't Papepad, zij te Oostzaan) Bregje van LEEUWEN, ondertr. (impost) 2° ald. 1 april 1791 (pro deo), tr. Westzaandam 17 april 1791 (hij weduwnaar op 't Papepad, zij jongedochter op 't Huysmanspad) Jannetje Jans BUIJS, impost op begr. ald. 26 juli 1799 (pro deo), begr. ald. 28 juli 1799 (op het gemene kerkhof, 1; Blaauwpadt, nalatende 2 onmondige kinderen), ondertr. (impost) 3° Westzaandam 27 mei 1803 (pro deo), tr. ald. 12 juni 1803 (zij weduwe) Maritje Jans SCHILP, ged. (nederd. geref.) ald. 12 febr. 1764, dr van Jan Josephsz SCHILP en Eijtje Klaas SMIT, wed. van N.N., ondertr. (impost) 4° Westzaandam 8 juli 1808 (pro deo), tr. ald. 24 juli 1808 Grietje SLIKKER, geb. Zaandam ca. 1788, overl. ald. 7 sept. 1829, dr van Dirk SLIKKER, schippersknecht, en Jannetje BONNET.
Uit het tweede huwelijk:
1. Abraham, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 27 juni/3 juli 1791, impost op begr. ald. 3 april 1805 (pro deo), begr. ald. 4 april 1805 (op het gemene kerkhof, 1).
2. Dirkje, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 14 april 1793, impost op begr. ald. 6 juli 1793 (pro deo), begr. ald. 9 juli 1793 (op het gemene kerkhof, 0:10).
3. Grietje, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 8/13 sept. 1795, impost op begr. ald. 24 sept. 1795 (pro deo), begr. ald. 27 sept. 1795 (op het gemene kerkhof, 0:10).
4. Jan, geb. Westzaandam 22 nov. 1797, ged. (nederd. geref.) ald. 26 nov. 1797 (doopgetuige Dirkje Schouten), impost op begr. ald. 6 april 1798 (pro deo), begr. Westzaandam 8 april 1798 (op het gemene kerkhof, 0:10; Paapepadt).
5. Jan, geb. Westzaandam 31 mei 1799, ged. (nederd. geref.) ald. 2 juni 1799 (doopgetuige Dirkje Schouten), overl. Zaandam 27 sept. 1815 (Westzijde).
Uit het vierde huwelijk:
1. Grietje, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 30 juli/26 aug. 1810, aangifte voor begraven ald. 24 okt. 1810 (pro deo, 12 weken oud).
2. Grietje, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 26 maart/10 mei 1812, volgt IXn.
3. Jannetje, geb. Zaandam 26 juli 1816, volgt IXo.
VIIIi. (van VIIl) Maartje Aarjans OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 3 sept. 1758, begr. Amsterdam (Oude Kerk) 12 april 1803, ondertr. (impost) 1° Westzaandam 6 juli 1781 (impost ieder 30), tr. ald. 22 juli 1781 (hij op de Hogendijk, zij in de Kerkbuurt) Albert REP, ged. (nederd. geref.) Oostzaan (op de Overtoom) 30 dec. 1759, impost op begr. Westzaandam 13 april 1798 (impost 6), zn van Aart Jansz REP en Lieuwtje Jijes MUL, ondertr. 2° Amsterdam 22 okt. 1802 (hij weduwnaar van Christina Vriese, zij weduwe van Albert Rep, beiden gereformeerd), ondertr. (impost) Westzaandam 19 okt. 1802 (impost 30 voor haar, hij weduwnaar van Amsterdam) Mattheus SCHONEVELD, begr. Amsterdam (Oude Kerk) 3 maart 1808, wedn. van Christina VRIESE.
Uit het eerste huwelijk:
1. Aafje REP, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 27 dec. 1791/1 jan. 1792, impost op begr. ald. 20 febr. 1792 (impost 15).
2. Aafje REP, geb. Westzaandam 11 juli 1793, ged. (nederd. geref.) ald. 20 juli 1793 (doopgetuige Grietje Oosterhoorn), impost op begr. ald. 8 okt. 1798 (impost 15).
3. Aafje REP, geb. Westzaandam 15 jan. 1798, ged. (nederd. geref.) ald. 21 jan. 1798 (doopgetuige Grietje Oosterhoorn), tr. Zaandam 20 juli 1823 Barend KEIJZER, geb. ald. ca. 1800, mr timmerman, zn van Jacob Jansz KEIJZER, mr verwer, en Margaretha GUIJKENS.
VIIIj. (van VIIl) Grietje Adriaans OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Westzaandam 27 dec. 1761, overl. Zaandam (Westzijde) 3 maart 1815, ondertr. (impost) Westzaandam 23 sept. 1785 (impost ieder 30), tr. ald. 9 okt. 1785 (hij op de Hogendijk, zij in de Kerkbuurt) Teeuwis Jansz KEIJZER, ged. (nederd. geref.) ald. 28 nov. 1762, houtkoper, zn van Jan Jansz KEIJZER en Grietje Claas van ES.
Ten verzoeke van Teeuwis Jansz Keyzer wonende te Zaandam, als vader en voogd van zijn minderjarige dochter Grietje bij wijlen zijn echtgenote Grietje Ariaans Oosterhoorn overleden te Zaandam op 3 maart 1815, compareerden op 19 februari 1817 de naastbestaanden, te weten van vaderszijde Jan Keyzer Teeuwisz, broer, Jan Jansz Keyzer Jr, oom, Jacob Keyzer, oom, van moederszijde Simon Heynis, neef, Frans Walraven, neef, Dirk Walraven, neef, allen wonende te Zaandam. De vergadering van de raad der naastbestaanden heeft tot toeziend voogd benoemd Jan Jansz Keyzer. 388
Uit dit huwelijk:
1. Jan KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 25/28 juni 1786, houtzager, overl. Zaandam (Westzijde) 11 febr. 1858, tr. ald. 28 maart 1813 Grietje WEERWAG, geb./ged. (nederd. geref.) Jisp 17/22 april 1787, overl. Zaandam (Westzijde) 9 okt. 1872, dr van Barend WEERWAG, koopman, en Hilletje VERMAAS.
2. Adriaan KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 30 juni/6 juli 1788, impost op begr. ald. 12 juli 1788 (impost 15).
3. Aafje KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 11/13 mei 1792, tr. 1° Zaandam 28 maart 1813 François Jacobsz 'Frans' WALRAVEN, geb. Goes 20 jan. 1788, schrijnwerker, overl. Wissekerke 15 juli 1820, zn van Jacob WALRAVE en Cornelia OVERSLUIS, winkelierster, tr. 2° Zaandam 25 aug. 1822 Pieter EDELBOS, geb. Hoorn ca. 1798, goudsmidsknecht, zn van Jan Jochemsz EDELBOS en Grietje PIETERS.
Ten verzoeke van Aafje Keyzer, eerder weduwe van Frans Walraven Jacobsz, thans herhuwelijkt aan Pieter Edelenbosch, wonende te Zaandam, als moeder en voogdesse over haar minderjarige kinderen, met namen Jacob, oud 7, en Guurtje Walraven, 5 jaren, aan haar in eerder huwelijk verwekt door haar voormelde vooroverleden echtgenoot Frans Walraven Jacobsz, welke op 15 juli 1820 te Wissekerke in Zeeland gestorven is, heeft op 21 september 1823 een familieraad bestaande uit, van vaders zijde Frans Walraven, neef, Barend Keyzer, neef, van moeders zijde Teeuwis Jansz Keyzer, grootvader, Jan Keyzer Teeuwisz, oom, Jacob Jansz Keyzer, oudoom, wonende allen te Zaandam, goedgevonden dat de requirante de voogdij houdt en dat haar echtgenoot Pieter Edelenbosch aan haar als bijvoogd wordt toegevoegd 389.
4. Grietje KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 6/12 mei 1799, overl. Zaandam (Westzijde) 11 sept. 1863, tr. ald. 10 juli 1825 Jan van LIJNEN, geb. ald. ca. dec. 1803, houtkoper, koopman, overl. Zaandam (Westzijde) 2 juli 1864, zn van Bastiaan van LIJNEN, broodbakker, en Aafje VOLMER.
IXa. (van VIIIa) Jan Simonsz OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 15/18 april 1784, landmeter, overl. ald. 25 april 1845, ondertr. (impost) ald. 12 nov. 1802 (impost ieder 6) Aagje Jacobs BROMMER, ged. (nederd. geref.) Holysloot 30 mei 1784, overl. Krommenie 27 dec. 1862, dr van Jacob BROMMER en Eefje Cornelis KNOL.
Uit dit huwelijk:
1. Simon, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 mei 1803, volgt Xa.
2. Eefje, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 18/19 april 1807, volgt Xb.
3. Grietje, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 13/20 jan. 1811, volgt Xc.
IXb. (van VIIIb) Aaltje van VLIET OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 12/13 juni 1790, impost op begr. ald. 5 okt. 1809, ondertr. (impost)/tr. ald. 27 juni/12 juli 1807 Johannes ALBERTI, geb. Zaandijk 8 aug. 1786, kantoorbediende, overl. Krommenie 20 dec. 1828, zn van Jacobus ALBERTI, burgemeester ald., en Lijsbeth BEETS, die hertr. met Antje WAAGMEESTER.
Op 11 december 1828 wordt ten verzoeke van Johannes Alberti, kantoorbediende wonende te Krommenie, als vader en voogd over zijn minderjarige kinderen Lysbeth en Aaltje Alberti, in huwelijk verwekt met wijlen zijn op 5 oktober 1809 te Krommenie overleden huisvrouw Aaltje van Vliet Oosterhoorn, aan hem machtiging gegeven door een familieraad, bestaande uit van vaderszijde [quod non] Gerrit Bloemendaal, fabrieksdirecteur, oom, Johannes Kuyper, koekebakker, mede oom, Simon Bakker, zonder beroep, neef, en van moederszijde Pieter van Leyden, zeildoekfabrikeur, neef, Cornelis van Leyden, zeildoekfabrikeur, neef, en Jan van Leyden, zeildoekfabrikeur, neef, allen wonende te Krommenie, om te renuntiëren van de gemene boedel van hun grootouders Gerrit van Vliet Oosterhoorn en Neeltje Pieters van Leyden, de laatste op 16 november 1810 te Krommenie overleden 390.
Op 24 juni 1829 wordt ten verzoeke van Jacobus Alberti, burgemeester van Krommenie, als grootvader van vaderszijde over Aaltje Alberti, nagelaten dochter van wijlen Johannes Alberti met deszelfs vooroverleden huisvrouw Aaltje van Vliet Oosterhoorn in huwelijk verwekt, aan hem machtiging gegeven door een familieraad. bestaande uit van vaderszijde bij mangel van bloedverwanten de goede bekenden Simon Bakker, zonder beroep, Willem Deugt, winkelier, en Fredrik Oosterhoorn, werkman, en van moederszijde Gerrit van Vliet Oosterhoorn, zonder beroep, grootvader, Gerrit Bloemendaal, fabrieksdirecteur, behuwdoom, en Johannes Kuyper, koekebakker, mede behuwdoom, om in naam van de minderjarige Aaltje Alberti de nalatenschap van haar vader te repudiëren 391.
Op 24 juni 1829 wordt aan Willem Smit, notaris te Assendelft, als gemachtigde van Antje Waagmeester, thans huisvrouw van Pieter Ton wonende te Naarden, moeder en voogdesse over Eva, Jacobus, Willem en Trijntje Alberti, allen nog minderjarig, uit haar huwelijk met nu wijlen Johannes Alberti verwekt, machtiging gegeven om de nalatenschap van de vader te repudiëren, door een familieraad bestaande uit van vaderswege Jacobus Alberti, burgemeester en grootvader, de goede bekenden Simon Bakker, zonder beroep, en Gerrit Bloemendaal, fabrieksdirecteur, van moederszijde bij mangel van bloedverwanten de goede bekenden Johannes Kuyper, koekebakker, Willem Deugt, winkelier, en Fredrik Oosterhoorn, werkman 392.
Uit dit huwelijk:
1. Lijsbeth ALBERTI, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 jan./28 febr. 1808, overl. ald. 4 maart 1875, tr. ald. 20 juni 1830 Dirk van der WART, geb. Krommeniehorn 7 aug. 1805, notaris, overl. Krommenie 2 april 1866, zn van Pieter van der WART, broodbakker, en Siltje DUIJT.
2. Aaltje ALBERTI, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 5/15 okt. 1809, tr. ald. 4 dec. 1831 Hermanus SCHREUDER, geb./ged. (nederd. geref.) Oterleek 26/30 juli 1808, apotheker, zn van Jan SCHREUDER, chirurgijn, en Guurtje BOMBAAR.
IXc. (van VIIIb) Duijfje van VLIET OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 14/18 dec. 1791, overl. ald. 18 okt. 1816, tr. ald. 26 juni 1814 Willem DEUGT, ged. (nederd. geref.) Alkmaar 7 febr. 1790, overl. Krommenie 15 sept. 1835, zn van Cornelis DEUGD en Trijntje HEEMSTEE, die hertr. met Aafje Frederiks BAKKER.
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje DEUGT, geb. Krommenie 6 okt. 1814, overl. ald. 20 mei 1836, tr. ald. 6 okt. 1833 Simon GOEDHART, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 4/31 dec. 1809, timmermansknecht, timmerman, overl. ald. 2 mei 1898, zn van Pieter GOEDHART, timmerman, en Jannetje Dirks KUIJP, die hertr. met Maartje de JONG.
2. Cornelis DEUGT, geb. Krommenie 21 sept. 1816, overl. ald. 7 febr. 1820.
IXd. (van VIIIb) Trijntje van VLIET OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 20 mei 1798, overl. ald. 3 sept. 1876, tr. 1° ald. 28 juli 1816 Gerrit BLOEMENDAAL, geb. Assendelft 20 jan. 1790, fabrikeur, overl. Krommenie 7 juli 1832, zn van Cornelis Fredriksz BLOEMENDAAL en Barber Gerrits CORVER, tr. 2° ald. 31 mei 1835 Jan AVIS, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaan 10/14 maart 1779, koopman, overl. Krommenie 7 sept. 1840, zn van Cornelis Dingnumsz AVIS, schatter (op 11 december 1823 de eed afgelegd als schatter voor de personele belastingen in de gemeenten Koog aan de Zaan, Zaandijk, Oostzaan, Jisp, Wormer en Wijdewormer 393), en Cornelisje Cornelis SCHAGEN, wedn. van Maria BOCKING.
Op 20 november 1832 wordt ten verzoeke van Trijntje van Vliet Oosterhoorn wonende te Krommenie een familieraad belegd ter benoeming van een toeziende voogd over haar minderjarige kinderen, met namen Barbertje, 15 jaar, Neeltje, 9 jaar, en Cornelia, 3 jaar, in huwelijk verwekt bij haar man Gerrit Bloemendaal overleden op 7 juli 1832 te Krommenie. De familieraad, bestaande uit Fredrik Bloemendaal, zeildoekfabrikeur, oom, Gerrit van Vliet Oosterhoorn, grootvader van moederszijde, Johannes Kuyper Hendrikszoon, oom van moederszijde, koekebakker, Willem Deugt, papierfabrikeur, oom van moederszijde, Pieter Goedhart, timmerman te Assendelft, oom van vaderszijde, Dirk van der Wart, notaris, neef van de overledene, wonende zijlieden, behalve Pieter Goedhart, te Krommenie, heeft Fredrik Bloemendaal tot toeziende voogd benoemd. 394
Op 16 april 1835 wordt ten verzoeke van Trijntje van Vliet Oosterhoorn, weduwe van Gerrit Bloemendaal, te Krommenie woonachtig, voornemens een tweede huwelijk aan te gaan met Jan Avis, koopman te Krommenie, deze bij het voltrekken van het huwelijk benoemd tot medevoogd van haar minderjarige kinderen Barbertje, Neeltje en Cornelis Bloemendaal, door een familieraad bestaande uit Fredrik Bloemendaal, fabrikeur te Krommenie, oom, Pieter Goedhart, timmerman te Assendelft, oudoom, van vaderszijde, en van moederszijde Willem Deugt, fabrikeur te Krommenie, oom, en Johannes Kuyper, koekebakker te Krommenie, en de goede bekenden Albert Schuyt, timmerman te Krommenie, en Cornelis Avis, koopman te Krommenie 395.
Uit het eerste huwelijk:
1. Barbertje BLOEMENDAAL, geb. Krommenie 9 mei 1817, overl. ald. 28 aug. 1897, tr. ald. 27 juni 1841 Casper van LEIJDEN, geb. Krommenie 25 febr. 1817, fabrikant, overl. ald. 15 okt. 1881, zn van Pieter van LEIJDEN en Guurtje EMMER.
2. Gerrit BLOEMENDAAL, geb. Krommenie 21 nov. 1821, overl. ald. 30 april 1822.
3. Neeltje BLOEMENDAAL, geb. Krommenie 27 sept. 1823, overl. ald. 6 febr. 1888, tr. ald. 5 juli 1846 Pieter FOOR, geb. Krommenie 11 maart 1822, geëmployeerde, commissionair, overl. ald. 14 febr. 1889, zn van Willem FOOR, zaakwaarnemer, papierfabrikant, en Elisabeth DORREBOOM.
4. Cornelia BLOEMENDAAL, geb. Krommenie 10 aug. 1826, overl. ald. 21 aug. 1826.
5. Cornelia BLOEMENDAAL, geb. Krommenie 3 sept. 1829.
6. Gerrit BLOEMENDAAL, geb. Krommenie 4 dec. 1831.
Uit het tweede huwelijk:
1. Jan AVIS, geb. Krommenie 16 mei 1836, koopman, commissionair, overl. ald. 23 juni 1900, tr. Wormerveer 22 sept. 1859 Antje HARTOG, geb. ald. 8 jan. 1836, dr van Benjamin HARTOG, chirurgijn, genees- en heelkundige, en Niesje de WIT.
IXe. (van VIIIb) Lijsbeth van VLIET OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 11/19 jan. 1806, overl. ald. 1 maart 1878, tr. ald. 6 mei 1827 Johannes KUIJPER, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 7/9 dec. 1804, koekebakker, overl. ald. 8 okt. 1870, zn van Hendrik KUIJPER en Cornelia Catharina KROMHOUT.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelia Catharina KUIJPER, geb. Krommenie 22 dec. 1827, overl. ald. 6 juli 1897, tr. ald. 25 juni 1857 Cornelis WALIG, geb. Krommenie 13 aug. 1824, burgemeester/secretaris, notaris, overl. ald. 1 aug. 1892, zn van Jan WALIG, leraar Doopsgezinde Gemeente te Krommenie, predikant, en Anna HONIG.
2. Neeltje KUIJPER, geb. Krommenie 20 okt. 1829, overl. ald. 7 juli 1833.
3. Hendrik KUIJPER, geb. Krommenie 22 febr. 1832, koekbakker, banketbakker, tr. ald. 27 aug. 1854 Catharina Alida van EDEN, geb. ald. 17 nov. 1827, overl. Krommenie 17 juli 1889, dr van Jan van EDEN, fabrikeur, en Sijbreg de JONG.
4. Neeltje KUIJPER, geb. Krommenie 13 dec. 1839, tr. ald. 12 sept. 1867 Hendrik GROENEWEGEN, geb. Amsterdam ca. 1842, bloemist, zn van Jacob Cornelis GROENEWEGEN, hortulanus, en Agathe Barendina KUIJPER.
IXf. (van VIIIc) Willem LAKEMAN OOSTERHOORN, geb. Krommenie 24 aug. 1803, fabrieksknecht, geëmployeerde (bij de zeilfabriek), koopman (in 1845), overl. ald. 9 nov. 1847, tr. ald. 26 april 1838 Maartje BAARS, geb. Krommenie 29 mei 1815, dienstbaar (bij huwelijk), overl. ald. 25 jan. 1873, dr van Reijer BAARS, koopman, en Aaltje VISSER.
Uit dit huwelijk:
1. Jacob, geb. Krommenie 10 febr. 1839, timmerman, wiskundige.
2. Jansje, geb. Krommenie 4 mei 1840, volgt Xd.
3. Aaltje, geb. Krommenie 30 april 1841, overl. ald. 27 juni 1868.
4. Klaas, geb. Krommenie 31 mei 1842, overl. ald. 6 juli 1842.
5. Reijer, geb. Krommenie 25 juli 1843, arbeider, overl. ald. 8 febr. 1868.
6. Willem, geb. Krommenie 9 mei 1845, volgt Xe.
7. Dirk, geb. Krommenie 29 juli 1846, overl. ald. 22 okt. 1846.
8. Grietje, geb. Krommenie 29 juli 1846, overl. ald. 20 nov. 1846.
9. Grietje Aafje, geb. Krommenie 20 jan. 1848, dienstbode (bij huwelijk), tr. Graft 20 juli 1871 Johan de GROOT, geb. ald. (Noordeind) 13 febr. 1846, koopman, zn van Pieter de GROOT, koopman, en Zwaantje NIBBERING.
IXg. (van VIIId) Dirk OOSTERHOORN, geb. Westzaan 13 sept. 1789, ged. (nederd. geref.) ald. 20 sept. 1789 (doopgetuige Trijntje Willems Loots), arbeider, overl. Zaandam 25 mei 1834, tr. 1° ald. 30 jan. 1820 Maartje de BOER, geb./ged. (nederd. geref.) Oostzaan 14/21 maart 1790, overl. Zaandam 6 nov. 1822, dr van Jan de BOER en Leuntje Gerrits SCHUITEMAKER, tr. 2° ald. 1 febr. 1824 Regina LOETS, geb./ged. (nederd. geref.) Ballum, gem. Vlieland 16 sept./3 okt. 1784, dr van Kiliaan LOETS en Elisabeth Willems OTTE, vroedvrouw, wed. van Sjoert Janses KOK.
Uit het eerste huwelijk:
1. Cornelis, geb. Zaandam 6 april 1820, volgt Xf.
2. Jan, geb. Zaandam 11 sept. 1822, overl. ald. 17 nov. 1822.
Uit het tweede huwelijk:
1. Neeltje, geb. Zaandam 28 nov. 1824, overl. ald. 27 aug. 1829.
IXh. (van VIIId) Jacob OOSTERHOORN, geb. Westzaan 10 okt. 1794, ged. (nederd. geref.) ald. 19 okt. 1794 (doopgetuige Sjoutje Bakker), papiermakersknecht, papiermaker, overl. Koog aan de Zaan 5 maart 1854, tr. ald. 12 mei 1822 Cornelia van der HAVEN, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 7/14 febr. 1796, overl. Koog aan de Zaan 9 nov. 1871, dr van Jacobus van der HAVEN en Diena LIJST.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis, geb. Koog aan de Zaan 25 jan. 1823, volgt Xg.
2. Jacobus, geb. Koog aan de Zaan 1 dec. 1824, volgt Xh.
3. Johanna, geb. Koog aan de Zaan 2 febr. 1827, volgt Xi.
4. Pieter, geb. Koog aan de Zaan 10 jan. 1830, volgt Xj.
IXi. (van VIIIe) Klaas OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Wormer 7 okt. 1792, werkman, broodbakker, overl. Zaandijk 11 mei 1838, tr. Wormer 5 juni 1814 Lijsbet CENTEN, geb. verm. ald. 15 aug. 1793, ged. (nederd. geref.) ald. 18 aug. 1793, overl. Zaandijk 2 jan. 1849, dr van Dirk Carelsz CENTEN en Antje Jans KOEMAN.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje, geb. Middelie 15 sept. 1815, overl. Zaandijk 22 aug. 1830.
2. Dirk, geb. Middelie 6 april 1817, overl. ald. 14 juni 1817.
3. Trijntje, geb. Zaandijk 30 sept. 1833, overl. Hilversum 10 mei 1895, tr. Zaandijk 13 mei 1855 Simon van EXTER, geb. Wormerveer 22 aug. 1831, broodbakker te Koog aan de Zaan, koopman te Hilversum, overl. ald. 1 jan. 1917, zn van Klaas van EXTER, broodbakker, en Cornelia STOLP.
IXj. (van VIIIf) Hendrikje OOSTERHOORN, geb. Krommenie 23 okt. 1800 (volgens de overlijdensakte), ged. (nederd. geref.) ald. 26 okt. 1800, overl. ald. 19 jan. 1867, tr. Krommenie 27 juni 1824 Cornelis Maartensz BAKKER, geb. ald. 20 mei 1801, ged. (nederd. geref.) ald. 24 mei 1801 (doopgetuige Antje van Leiden), commissionair, kantoorbediende, zeildoekfabrikeur, geëmployeerde zeildoekfabriek, zn van Maarten BAKKER, fabrikeur, zeildoekfabrikant, en Maartje KABEL.
Op 5 augustus 1836 wordt ten verzoeke van Cornelis Bakker, arbeider, en deszelfs huisvrouw Hendrikje Oosterhoorn, woonachtig te Krommenie, te kennen gevende dat Guurtje Dekker, overleden op 15 mei 1836 te Krommenie, hun kinderen Maarten, Jannetje, Maartje, Grietje en Klaas, opv. oud 11, 9, 7, 5 jaren en 7 maanden, bij testamentaire dispostie in de blote eigendom had gesteld een huis en erf te Krommenie op het Padlaan, belend ten oosten Guurtje Neze, ten westen de gebroeders Van Leyden, en hen, comparanten, in het vruchtgebruik vandien, en vanwege de bouwvalligheid van het huis het voor de minderjarigen het voordeligst zou zijn het huis te verkopen, waarvoor een voogd nodig is, door een familieraad, bestaande uit Nan Bakker, geëmployeerde bij de zeildoekfabriek, oom, Pieter Kabel, arbeider, oom, Jan Kabel, winkelier, neef, Klaas Oosterhoorn, timmerman, grootvader, Fredrik Oosterhoorn, arbeider, oudoom, en goede bekende Dirk van der Wart, notaris, een voogd benoemd, nl. Klaas Oosterhoorn, die geauthoriseerd wordt het huis te verkopen 396.
Uit dit huwelijk:
1. Maarten BAKKER, geb. Krommenie 22 maart 1825, arbeider, tr. ald. 27 juni 1849 Trijntje DEKKER, geb. ald. 12 mei 1825, dr van Pieter DEKKER, arbeider, fabrieksdirecteur, en Bregje de JONG.
2. Jannetje BAKKER, geb. Krommenie 11 nov. 1826, tr. ald. 27 juni 1852 Dirk GORTER, geb. Wormerveer 13 febr. 1827, timmerman, zn van Lammert GORTER, timmermansknecht, timmerman, en Niesje de WIT.
3. Maartje BAKKER, geb. Krommenie 14 okt. 1828, tr. ald. 31 aug. 1856 Tewis SCHOTTEN, geb. Zaandam 2 jan. 1831, broodbakker, zn van Hendrik Pieter SCHOTTEN, broodbakker, en Lijsbeth KEIJZER.
4. Grietje BAKKER, geb. Krommenie 11 aug. 1830, tr. ald. 6 sept. 1857 Frederik BAKKER, geb. Nieuwendam 27 juni 1830, koopvaardijkapitein, zn van Tjebbe BAKKER, zeilmaker, koopvaardijkapitein, en Maijke Haijkes MELLEMA.
5. Klaas BAKKER, geb. Krommenie 17 jan. 1836, scheepskapitein, tr. Hoorn 11 nov. 1869 Barendina SMIT, geb. ald. 26 sept. 1844, dr van Abraham SMIT, broodbakker, en Elisabeth GREEUW.
6. Cornelis BAKKER, geb. Krommenie 14 dec. 1838, kantoorbediende (bij huwelijk), overl. Rotterdam 1 febr. 1926, tr. Zwartewaal 9 mei 1866 Maria BARMOND, geb. ald. 15 mei 1839, dr van Pieter BARMOND, koopman, en Lena KOK.
7. Hendrik BAKKER, geb. Krommenie 20 okt. 1841, banketbakker, overl. Hoorn 5 jan. 1929, tr. ald. 23 jan. 1868 Johanna SMIT, geb. ald. 1 mei 1847, overl. Hoorn 13 juni 1912, dr van Abraham SMIT, broodbakker, en Elisabeth GREEUW.
8. Dieuwertje BAKKER, geb. Krommenie 17 okt. 1843, tr. ald. 10 maart 1870 Jan Jacobus van WAAS, geb. Wognum 15 nov. 1848, kashouder, zn van Robertus van WAAS, genees- en heelmeester, geneesheer, en Aleida Geertruida van ZELM.
IXk. (van VIIIg) Trijntje OOSTERHOORN, geb. Krommenie 7 sept. 1826, overl. Wormerveer 18 jan. 1890, tr. 1° Krommenie 7 sept. 1851 Klaas EMMER, geb. Wormerveer 1 nov. 1828, schippersknecht, overl. ald. 25 okt. 1855, zn van Cornelis EMMER en Jantje RENSES, tr. 2° ald. 26 febr. 1871 Jan KROOK, geb. Wormerveer 30 juni 1822, winkelier, fabriekwerker, overl. ald. 7 nov. 1880, zn van Klaas KROOK, olieslagersknecht, en Maartje SCHOORL, wedn. van Trijntje de GROOT.
Uit het eerste huwelijk:
1. Johanna EMMER, geb. Wormerveer 20 maart 1852, tr. ald. 20 aug. 1876 Gerrit HILLE, geb. Krommenie 21 maart 1851, broodbakker, zn van Gerrit HILLE, schuitemaker, scheepstimmerman, en Aafje TUIN.
2. Hillegonda EMMER, geb. Wormerveer 1 maart 1854, overl. ald. 6 juli 1931, tr. ald. 30 dec. 1877 Bernardus LAARKAMP, geb. Wormerveer 26 aug. 1853, pelder, zn van Joseph LAARKAMP, boodschaploper, en Johanna KONING.
3. Klasina EMMER, geb. Wormerveer 6 april 1856, naaister (bij huwelijk), tr. ald. 20 dec. 1900 Willem de BOER, geb. mog. Zaandijk 18 okt. 1851, militair apothekersbediende, zn van Pieter de BOER, winkelier, en Hendrika IHNKE, wedn. van Jansje EMMER.
IXl. (van VIIIg) Pieter OOSTERHOORN, geb. Krommenie 21 febr. 1833, fabrieksarbeider, overl. ald. 31 jan. 1913, tr. 1° ald. 9 juni 1864 Trijntje BAARS, geb. Krommenie 8 nov. 1832, dienstbode (bij huwelijk), overl. ald. 20 dec. 1869, dr van Baart BAARS, schoenmaker, en Aagtje SMIT, tr. 2° ald. 11 febr. 1872 Femmetje EGGEN, geb. Krommenie 14 juli 1839, overl. ald. 20 dec. 1883, dr van Pieter EGGEN, timmermansknecht, en Marijtje VENLET.
Uit het eerste huwelijk:
1. Frederik, geb. Krommenie 21 april 1865, volgt Xk.
2. Baart, geb. Krommenie 20 nov. 1866, overl. ald. 22 juli 1868.
3. Hillegonda, geb. Krommenie 9 aug. 1868, tr. ald. 16 april 1899 Cornelis van VLIET, geb. ald. 24 maart 1860, koopman, zn van Hendrik van VLIET, papiermakersknecht, en Engeltje KOOME.
Uit het tweede huwelijk:
1. Marijtje, geb. Krommenie 29 nov. 1872.
2. Pieter, geb. Krommenie 20 maart 1874, overl. ald. 3 febr. 1875.
3. Pieter, geb. Krommenie 25 dec. 1875, volgt Xl.
IXm. (van VIIIg) Neeltje OOSTERHOORN, geb. Krommenie 19 maart 1835, overl. Wormerveer 4 maart 1912, tr. ald. 27 juli 1862 Tijmen STELLING, geb. ald. 29 april 1838, timmerman, overl. Wormerveer 13 juli 1918, zn van Jan STELLING, arbeider, timmerman, en Antje KUIT.
Uit dit huwelijk:
1. Anna STELLING, geb. Wormerveer 5 okt. 1863, overl. ald. 4 juni 1940, tr. ald. 5 juni 1887 Klaas OOSTHUIJZEN, geb. Wormerveer 22 sept. 1863, schippersknecht, zn van Jan OOSTHUIJZEN, schippersknecht, en Aaltje SCHILP.
2. Hillegonda STELLING, geb. Wormerveer 11 nov. 1865, tr. ald. 12 aug. 1888 Jan Barend LURSEN, geb. ald. 7 aug. 1864, onderwijzer, zn van Barend Jan LURSEN, muziekonderwijzer, en Geertje KAAN.
3. Jan STELLING, geb. Wormerveer 17 sept. 1867, timmerman, tr. ald. 19 mei 1895 Catharina Elisabeth van het KAAR, geb. Koog aan de Zaan 6 aug. 1871, overl. Wormerveer 17 juli 1924, dr van Dirk van het KAAR, timmerman, en Hilletje de VRIES.
4. Trijntje STELLING, geb. Wormerveer 21 mei 1872, tr. ald. 13 okt. 1895 Gerrit KERKHOVEN, geb. ald. 6 mei 1869, spoorbeambte, zn van Klaas KERKHOVEN, meelmolenaar, fabrieksarbeider, en Neeltje VISSCHER.
IXn. (van VIIIh) Grietje OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaandam 26 maart/10 mei 1812, dienstbode (bij huwelijk), overl. Zaandam 19 dec. 1867, tr. ald. 26 juni 1836 Pieter KEIJZER, geb. ald. 5 okt. 1812, houtzager, arbeider, overl. Zaandam (Westzijde) 30 sept. 1877, zn van Teeuwis Teeuwisz KEIJZER, koopman, en Trijntje BERGERS.
Uit dit huwelijk:
1. Grietje KEIJZER, geb. Zaandam 23 juni 1837, dienstbode (bij huwelijk), overl. ald. (Oostzijde) 25 juni 1868, tr. ald. 1 sept. 1867 Jan HARTOG, geb. Zaandam (Oostzijde) 3 aug. 1841, visser, overl. ald. 7 maart 1931, zn van Gerrit HARTOG, visser, en Maartje KUIT, die hertr. met Grietje KWAK, en Maartje de RUIJTER.
2. Jan KEIJZER, geb. Zaandam (Westzijde) 29 juni 1841, spoorwegarbeider, besteller, tr. ald. 4 jan. 1880 (met certificaat van onvermogen voor Jan Keijzer, spoorwegarbeider, en Maria Elisabeth Knuijvers) Maria Elisabetha Martina KNUIJVERS, geb. Groningen 30 jan. 1839, dienstbode (bij huwelijk), dr van Theodorus Joannes KNUIJVERS en Grietje HENDRIKS.
3. Trijntje KEIJZER, geb. Zaandam (Westzijde) 4 okt. 1843, overl. ald. 26 dec. 1904, tr. ald. 9 mei 1886 Fokke de BOER, geb. Oostzaan 12 sept. 1846, houtzaagmolenaar, los werkman (bij overlijden), overl. Zaandam 24 mei 1922, zn van Jan de BOER, arbeider, en Trijntje SMIT.
4. Teeuwis KEIJZER, geb. Zaandam (Westzijde) 21 juli 1845, los werkman, overl. ald. 12 aug. 1911 (ongehuwd).
5. Jannetje KEIJZER, geb. Zaandam (Westzijde) 21 jan. 1849, overl. ald. 12 mei 1922, tr. ald. 19 febr. 1871 Jan BRINKMAN, geb. Zaandam 8 nov. 1847, spinner, overl. ald. 11 nov. 1912, zn van Hendrik BRINKMAN, houtzager, en Leentje van der WERFF.
IXo. (van VIIIh) Jannetje OOSTERHOORN, geb. Zaandam 26 juli 1816, naaister (bij huwelijk), overl. ald. 14 dec. 1869, tr. ald. 25 mei 1851 Jan de BOER, geb. Zaandam 12 febr. 1820, houtzager, overl. ald. 29 mei 1867, zn van Aaltje de BOER.
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje de BOER, geb. Zaandam 9 febr. 1852.
2. Jan de BOER, geb. Zaandam 25 febr. 1860, pakhuisknecht, tr. ald. 17 juli 1898 Sijtje VERWEEL, geb. ald. (Krabbelbuurt) 17 febr. 1865, dr van Pieter VERWEEL en Cornelia de BOER.
Xa. (van IXa) Simon OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 mei 1803, timmermansknecht (bij huwelijk), timmerman, overl. Edam 4 mei 1869, tr. Wormerveer 11 juni 1826 Sieuwtje ROL, geb./ged. (nederd. geref.) ald. 20/26 dec. 1803, overl. Edam 31 okt. 1847, dr van Klaas Hannesz ROL en Maartje Claas ROL.
Uit dit huwelijk:
1. Aagje, geb. Krommenie 18 sept. 1827, overl. ald. 30 sept. 1827.
2. Klaas, geb. Krommenie 28 febr. 1829, overl. ald. 30 maart 1835.
3. Aagje, geb. Krommenie 11 febr. 1831, huishoudster (bij huwelijk), overl. Amsterdam 11 dec. 1914, tr. Jisp 8 mei 1870 Dirk WITKAMP, geb. Krommenie 15 okt. 1825, broodbakker, zn van Sijser WITKAMP, broodbakker, en Grietje BOUWERS, wedn. van Neeltje JAAPIES.
4. Jan, geb. Krommenie 7 juli 1833, timmerman, overl. Edam 5 aug. 1912, tr. Oosthuizen 1 mei 1859 Jopje van DUIJN NOTTELMAN, geb. Noord-Scharwoude 24 sept. 1835, overl. Edam 20 mei 1925, dr van Johannes NOTTELMAN, genees- en heelmeester, en Aaltje Genis KORVER.
Op 11 september 1879 gaat in Edam Jan Simons Oosterhoorn, timmerman en makelaar aldaar, een vennootschap aan met Johannes Korver Nottelman, voor uitoefening van de zoutziederij, gevolgd door aankoop van de zoutziederij De Star. Op 5 augustus 1893 is de eerste verificatievergadering in het faillissement van Jan Simonszoon Oosterhoorn, timmerman, aannemer en metselaar te Edam.
5. Klaas, geb. Krommenie 16 sept. 1836, overl. Parijs (Frankrijk) 21 okt. 1883, tr. 1867 Gabriëlle STENBERCK.
6. Johannes, geb. Edam 18 juni 1839, broodbakker Zaandam (tot 1878), bakker te Nieuwer-Amstel (in 1886), overl. Leiden 5 maart 1930, tr. 1° Westzaan 4 mei 1862 Willemina VERDONK, geb. ald. (Krabbelbuurt) 29 juli 1839, overl. Alkmaar 12 jan. 1878, dr van Dirk VERDONK, winkelier, en Maartje SMIT, winkelierster, tr. 2° ald. 5 mei 1878 Aaltje van der STAM, geb. Zaandijk 23 sept. 1835, dr van Lourens van der STAM, schippersknecht, en Trijntje MOOIJ, die hertr. met Elias van KAMPEN.
Op 1 maart 1864 wordt Johannes Oosterhoorn, brood- en koekbakker te Zaandam, failliet verklaard; op 30 maart 1864 is de eerste verificatievergadering.
Op 17 december 1884 is Johannes Simon Oosterhoorn koopman en kruidenier, wonende Oudezijds Armesteeg 33 te Amsterdam, op 17 februari 1885 is er een deliberatie over een faillissementsaccoord.
7. Maartje, geb. Edam 28 juni 1841, tr. Nieuwendam 4 aug. 1871 Andries WEST, geb. Enkhuizen 16 mei 1837, veldwachter, zn van Dirk WEST en Trijntje METZON, wedn. van Geertje EELTJES.
8. Grietje, geb. Edam 27 sept. 1843, overl. ald. 17 sept. 1882, tr. ald. 10 juni 1866 Lourens van der WERF, geb. Edam 20 sept. 1842, timmermansknecht, winkelier, bode van de Purmer (bij overlijden), overl. Edam 21 april 1909, zn van Maarten van der WERF, schipper, winkelier, en Eefje DEKKER, die hertr. met Antje GRAVENDIJK.
9. Simon, geb. Edam 24 april 1846.
Xb. (van IXa) Eefje OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 18/19 april 1807, overl. Oterleek 14 dec. 1891, tr. 1° Krommenie 8 juni 1828 Jan Jacobsz BOON, geb. Knollendam ca. 1801, arbeider, boerenknecht, overl. Krommenie 21 april 1836, zn van Jacob BOON, mennist, en Neeltje KIST, tr. 2° ald. 10 febr. 1839 Pieter Willem Jacob Hendrik van der LIPPE 397, geb./ged. Aurich, Pruisen (Duitsland) 21/27 april 1807, timmermansknecht, broodbakker, overl. Schoorl 9 nov. 1883 (volgens de overlijdensadvertentie), zn van Willem Karel van der LIPPE en Ida Geertruida MOLENAAR, wedn. van Pietertje GLAS.
Op 13 mei 1836 wordt ten verzoeke van Eva Oosterhoorn, weduwe van Jan Boon overleden op 22 april 1836 te Krommenie, voor hun kinderen Neeltje, 5 jaar, Aagje, 3 jaar, en Jacoba, 1 jaar, door een familieraad bestaande uit Jacob Boon, winkelier, grootvader, Dirk Wipkes, olieslager, behuwdbroer, beiden woonachtig te West-Knollendam, Simon Kaper, arbeider, behuwdbroer, wonende te Wormerveer, Jan Oosterhoorn, zonder beroep, grootvader, Simon Oosterhoorn, timmermansknecht, broer, beiden wonende te Krommenie, Jan Stolp, arbeider te Wormerveer, behuwdbroer, een toeziende voogd aangesteld, nl. Simon Kaper [de term (behuwd)broer slaat op de vader opv. de moeder] 398.
Uit het eerste huwelijk:
1. Aagtje BOON, geb. Krommenie 18 mei 1829, overl. ald. 9 juni 1829.
2. Neeltje BOON, geb. Krommenie 30 aug. 1830, overl. De Rijp 23 april 1899, tr. ald. 4 april 1852 Abram NOË, geb. ald. 13 maart 1828, kramer, koopman, overl. De Rijp 4 febr. 1871, zn van Jan NOË, arbeider, vleeshouwer, koopman, en Aaltje KOSTER.
3. Aagtje BOON, geb. Krommenie 26 febr. 1833, winkelierster (bij tweede huwelijk), overl. Oude Niedorp 28 maart 1905, tr. 1° ald. 22 nov. 1857 Jacob GLAS, geb. Hoogwoud 1 okt. 1814, ijzersmid, overl. Oude Niedorp 25 maart 1867, zn van Luitje GLAS, broodbakker, en Antje STINS, wedn. van Guurtje van EERDEN, tr. 2° ald. 28 april 1871 Pieter MEIJER, geb. Hoorn 8 dec. 1831, zadelmaker, overl. Oude Niedorp 3 aug. 1920, zn van Jan MEIJER, kleermaker, en Trijntje WELS, wedn. van Trijntje STAPEL.
4. Jacoba BOON, geb. Krommenie 4 juli 1834, tr. Schoorl 19 april 1857 Willem HULLEMAN, geb. Edam 6 jan. 1823, broodbakker, zn van Jan HULLEMAN, broodbakker, en Susanna MEIJERINK, die hertr. met Maritje MUNNICH.
5. Jannetje BOON, geb. Krommenie 26 aug. 1836, overl. ald. 16 jan. 1872, tr. ald. 24 mei 1857 Jacob de JONG, geb. Krommenie 2 febr. 1832, fabrieksarbeider, winkelier, overl. ald. 23 maart 1891, zn van Arijan de JONG, arbeider, en Risje BOGH.
Uit het tweede huwelijk:
1. Willem van der LIPPE, geb. Krommenie 8 jan. 1840, verver, tr. Akersloot 31 dec. 1865 Guurtje VENNIK, geb. Graft 13 april 1843, dr van Jan VENNIK, landman, en Appolonia MUIJS.
2. Ida Geertruida van der LIPPE, geb. De Rijp 11 febr. 1842, tr. Schoorl 1 juli 1866 Pieter Christiaan van der BLONK, geb. Hoorn 11 juni 1837, broodbakker, zn van Jacobus Nicolaas van der BLONK, arbeider, en Johanna Catharina KRUL, winkelierster, wedn. van Grietje van der MEER.
3. Johan Carel van der LIPPE, geb. De Rijp 28 jan. 1846, chef veldwachter, landarbeider, overl. Noordwijk 19 mei 1931, tr. 1° Delft 6 aug. 1873 Lena DIJKSHOORN, geb. Vlaardingen 18 nov. 1837, overl. Noordwijk 22 mei 1879, dr van Paulus DIJKSHOORN en Jacoba HOOGENDIJK, wed. van Simon NOORDAM, tr. 2° Rijnsburg 22 mei 1879 Petronella OUDSHOORN, geb. ald. 21 maart 1854, overl. Leiden 20 mei 1937, dr van Cornelis Willemsz OUDSHOORN en Hermina van LEEUWEN.
Xc. (van IXa) Grietje OOSTERHOORN, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 13/20 jan. 1811, winkelierster, overl. Wormerveer 16 nov. 1870, tr. Krommenie 4 juli 1830 Jan Hendriksz STOLP, geb./ged. (nederd. geref.) Westzaan 22/31 aug. 1800, arbeider, houtzagersknecht, klein koopman, koopman, overl. Wormerveer 7 april 1856, zn van Hendrik Willemsz STOLP, arbeider, en Antje Huiges KUIJZER.
Uit dit huwelijk:
1. Jan STOLP, geb. Wormerveer 1 maart 1831, schippersknecht, overl. ald. 6 aug. 1924, tr. ald. 5 sept. 1858 Neeltje KAPER, geb. Wormerveer 31 jan. 1832, overl. ald. 16 april 1916, dr van Simon KAPER, arbeider, reiziger, en Aaltje BOON.
2. Hendrik STOLP, geb. Wormerveer 24 jan. 1833, schippersknecht, overl. ald. 21 dec. 1851.
3. Simon STOLP, geb. Wormerveer 16 febr. 1834, overl. Veenhuizen, gem. Norg 4 dec. 1903.
Op 26 augustus 1896 is Simon Stolp opgenomen in de penitentiaire inrichting te Veenhuizen, veroordeeld te Haarlem wegens landloperij, eerder 2 maal veroordeeld wegens landloperij/bedelarij met opzending.
4. Aagje STOLP, geb. Wormerveer 17 juni 1836, overl. ald. 16 nov. 1857.
5. Pieter STOLP, geb. Wormerveer 15 april 1838.
6. Jacob STOLP, geb. Wormerveer 21 juni 1839, schippersknecht, tr. ald. 17 jan. 1864 Grietje SMIT, geb. ald. ca. 1837, dr van Jan SMIT en Grietje OUD.
7. Antje STOLP, geb. Wormerveer 19 sept. 1841, tr. ald. 10 sept. 1871 Cornelis ROL, geb. ald. 27 maart 1844, timmerman, zn van Jan ROL, werkman, en Roelofje HOLKAMP.
8. Eva STOLP, geb. Wormerveer 29 maart 1847, tr. Zaandam 3 sept. 1882 Fredrik BOT, geb. ald. 5 mei 1834, stucadoor, zn van Cornelis BOT, touwslager, en Elisabeth SALM, wedn. van Aafje HEIJN.
9. Willem STOLP, geb. Wormerveer 1 juli 1849, overl. ald. 21 dec. 1849.
10. Sieuwertje STOLP, geb. Wormerveer 28 maart 1851, tr. Wormer 25 maart 1877 Henderikus Bernardus SIEMER, geb. Zaandam (Westzijde) 8 juli 1850, timmerman, zn van Bernardus Anthonie SIEMER, molenmaker, en Geertruida MOURUS.
11. Hendrik STOLP, geb. Wormerveer 8 aug. 1853, barbier, overl. ald. 5 dec. 1918, tr. ald. 1 dec. 1878 Anna KELDER, geb. Wormerveer 8 aug. 1858, overl./begr. Utrecht/Wormerveer 24/26 sept. 1919, dr van Simon KELDER, Jz, papiermaker, en Elsje VET.
Xd. (van IXf) Jansje LAKEMAN OOSTERHOORN, geb. Krommenie 4 mei 1840, overl. ald. 13 febr. 1933, tr. ald. 15 dec. 1867 Fokke VALK, geb. Krommenie 13 sept. 1830, timmerman, arbeider, zn van Jan VALK, arbeider, koopman, en Geertruijda BAKKER, wedn. van Antje van HOORN.
Uit dit huwelijk:
1. Willem VALK, geb. Krommenie 17 nov. 1868, arbeider, tr. Assendelft 6 okt. 1894 Jansje KOOMEN, geb. ald. 16 mei 1867, dr van Cornelis KOOMEN, koopman, winkelier, en Trijntje JONGEJANS.
Xe. (van IXf) Willem LAKEMAN OOSTERHOORN, geb. Krommenie 9 mei 1845, koopman, tr. Assendelft 22 aug. 1874 Keetje KRANENBURG, geb. ald. 21 aug. 1844, dr van Klaas KRANENBURG, arbeider, en Trijntje van den BERG.
Uit dit huwelijk:
1. Willem, geb. Assendelft 30 sept. 1875, overl. ald. 22 aug. 1876.
Xf. (van IXg) Cornelis OOSTERHOORN, geb. Zaandam 6 april 1820, arbeider, boerenarbeider, werkman, overl. Beemster 3 febr. 1862, tr. ald. 8 juni 1845 Stijntje BRUGMAN, geb. ald. 5 okt. 1815, dr van Christiaan BRUGMAN en Antje KREEFT.
Uit dit huwelijk:
1. Dirk, geb. Beemster 6 sept. 1846.
2. Anna, geb. Beemster 9 febr. 1849, overl. Middelie 17 okt. 1897, tr. ald. 2 mei 1875 Meindert SLAGT, geb. Ursem 7 april 1845, arbeider, brugwachter, slachter, overl. Middelie 5 mei 1909, zn van Arie SLAGT, arbeider, schoenmaker, en Trijntje de VRIES.
3. Christiaan, geb. Beemster 19 april 1851, hoefsmid, smid, tr. Wijdewormer 30 april 1876 Guurtje TIMMER, geb. ald. 3 maart 1855, dr van Cornelis TIMMER, schilder, en Hillegond BRUNTINK.
4. Martinus, geb. Beemster 18 aug. 1853, overl. ald. 4 maart 1858.
5. Maria Jacoba, geb. Beemster 18 maart 1857, tr. 1° Edam 2 mei 1880 Cornelis SLAGT, geb. Middelie 15 maart 1856, arbeider, zn van Arie SLAGT, arbeider, schoenmaker, en Trijntje de VRIES, tr. 2° Hoorn 6 jan. 1888 Klaas DAPPER, geb. ald. 11 april 1851, arbeider, zn van Jacob DAPPER, landman, tuinman, en Trijntje BAKKER, wedn. van Dieuwertje RUITER.
Xg. (van IXh) Cornelis OOSTERHOORN, geb. Koog aan de Zaan 25 jan. 1823, schuitenmakersknecht, schepenmaker, scheepstimmerman, overl. Zaandam 25 aug. 1872, tr. Koog aan de Zaan 1 juli 1849 Catharina HUIJSMAN, geb. Zaandam 18 nov. 1824, dienstbode (bij huwelijk), overl. ald. 17 febr. 1891, dr van Hendrik HUIJSMAN, koorndrager, en Jannetje KEG, die hertr. met Cornelis DEKKER.
Uit dit huwelijk:
1. Jacob, geb. Koog aan de Zaan 7 febr. 1851, houtzagersknecht, overl. Utrecht 25 juli 1916, tr. Zaandijk 29 nov. 1874 Neeltje LANSMAN, geb. ald. 16 nov. 1844, werkster (bij huwelijk), overl. Utrecht 22 nov. 1925, dr van Meindert LANSMAN, arbeider, sluiswachter, en Aafje NIEUWSTAD.
2. Jansje, geb. Koog aan de Zaan 31 mei 1852, overl. Zaandam 7 jan. 1875.
3. Hendrik, geb. Koog aan de Zaan 26 okt. 1853, verfhoutmolenaar, overl. ald. 1 april 1938, tr. Zaandam 23 juli 1882 Magrieta SCHOLTS, geb. Zwolle 2 dec. 1856, dr van Johannes SCHOLTS, metselaar, en Hendrina van DORSTEN.
4. Cornelis, geb. Zaandam 29 nov. 1859, overl. ald. 11 febr. 1860.
5. Cornelia, geb. Zaandam (Westzijde) 18 maart 1861, verpleegster (in het Christelijk Gesticht voor Krankzinnigen en Zenuwlijders Veldwijk te Ermelo, vanaf de opening in 1886 tot tot haar huwelijk), overl. Ermelo 29 maart 1927, begr. ald. 1 april 1927 (begraafplaats op Veldwijk), tr. ald. 5 sept. 1890 Anne LOOT, geb. Leeuwarden 15 april 1862, timmerman, magazijnmeester (van het Christelijk Gesticht voor Krankzinnigen en Zenuwlijders Veldwijk te Ermelo, ging in 1929 met pensioen na 43 dienstjaren), overl. Hardinxveld 4 dec. 1948, begr. Ermelo 8 dec. 1948 (begraafplaats op Veldwijk, in hetzelfde graf als zijn vrouw), zn van Marten LOOT en Aaltje de VRIES.
6. Maria Magdalena, geb. Zaandam (Westzijde, in het vaartuig liggende aan het Ameland) 1 febr. 1865, tr. ald. 17 febr. 1891 Cornelis Willem DEKKER, geb. ald. (Westzijde) 27 febr. 1865, pakhuisknecht, pelder, zn van Cornelis DEKKER, Hz, olieslager, en Alida POSCH.
7. Cornelis, geb. Zaandam (in het vaartuig liggende aan het Ameland) 3 juni 1867, overl. ald. 21 aug. 1872.
Xh. (van IXh) Jacobus OOSTERHOORN, geb. Koog aan de Zaan 1 dec. 1824, timmermansknecht, timmerman, overl. Zaandam 1 maart 1893, tr. 1° ald. 19 aug. 1855 Jannetje SLOT, geb. ald. 30 dec. 1821, overl. Zaandam 28 okt. 1883, dr van Jacob SLOT, arbeider, en Neeltje VEENMAN, tr. 2° ald. 9 nov. 1884 Maartje AVONDROOD, geb. Oostzaan 2 april 1827, overl. Zaandam 9 jan. 1895, dr van Gerrit AVONDROOD en Maartje SCHUITEMAKER, die hertr. met Klaas MARS.
Uit het eerste huwelijk:
1. Cornelia, geb. Koog aan de Zaan 5 mei 1856, overl. ald. 30 mei 1856.
2. Jacob, geb. Koog aan de Zaan 26 sept. 1857, overl. Bloemendaal 24 maart 1936.
3. Cornelis, geb. Koog aan de Zaan 8 aug. 1861, broodbakkersknecht, broodbakker, overl. Zaandam 15 juni 1936, tr. ald. 27 okt. 1889 Jacoba Catharina Maria van den BOSCH, geb. ald. (Oostzijde) 29 maart 1861, dr van Pieter van den BOSCH, broodbakker, en Guurtje ROGGE.
Xi. (van IXh) Johanna OOSTERHOORN, geb. Koog aan de Zaan 2 febr. 1827, overl. ald. 28 juli 1903, tr. ald. 8 mei 1853 Jan CARBAAT, geb. Zaandijk 31 jan. 1825, timmermansknecht, timmerman, molenmaker, zn van Gerrit KARBAAT, timmerman, timmermansknecht, en Grietje de BOER.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit CARBAAT, geb. Koog aan de Zaan 3 febr. 1854, timmermansknecht, timmerman, tr. ald. 12 mei 1878 Gerritje TIMMER, geb. Wormerveer 2 maart 1857, dr van Dirk TIMMER en Trijntje MARS.
2. Cornelia CARBAAT, geb. Koog aan de Zaan 27 juni 1856, tr. ald. 1 mei 1881 Wouter van de WAAL, geb. Ginneken 24 jan. 1858, bloemist, zn van Jan Hendrik van de WAAL, winkelier, en Klaaske GELDMAKER.
3. Jacob CARBAAT, geb. Koog aan de Zaan 10 jan. 1863, winkelier, tr. ald. 2 sept. 1888 Marijtje KUIJPER, geb. ald. 7 aug. 1865, dr van Gerrit KUIJPER, sigarenmaker, en Lijsbet van HARWIJNE.
4. Jan CARBAAT, geb. Koog aan de Zaan 12 maart 1866, overl. Rhenen 24 mei 1925.
5. Pieter CARBAAT, geb. Koog aan de Zaan 5 okt. 1869.
Xj. (van IXh) Pieter OOSTERHOORN, geb. Koog aan de Zaan 10 jan. 1830, timmermansknecht, timmerman, tr. ald. 24 febr. 1861 Stijntje KARMAN, geb. Westzaan 17 juni 1828, dienstbode (bij huwelijk), dr van Willem KARMAN, arbeider, en Susanna KIT.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelia, geb. Koog aan de Zaan 21 april 1862, tr. ald. 23 juli 1882 Klaas KAAT, geb. Zaandijk 21 jan. 1860, verfmolenaarsknecht, fabrieksarbeider, zoutzieder, overl. Rotterdam 19 jan. 1927, zn van Jacob KAAT, zandverschieter, arbeider, en Trijntje SCHILP.
2. Willem, geb. Koog aan de Zaan 26 mei 1865, houtzager, overl. ald. 21 okt. 1936, tr. Zaandijk 19 maart 1891 Maartje STOFFELS, geb. Zaandam 8 febr. 1868, overl. Koog aan de Zaan 4 mei 1920, dr van Arend STOFFELS, olieslager, en Francina DOVES.
3. Susanna, geb. Koog aan de Zaan 1 dec. 1867, overl. ald. 22 maart 1878.
4. (levenl. zn), geb. Koog aan de Zaan 2 maart 1871, overl. ald. 2 maart 1871.
Xk. (van IXl) Frederik OOSTERHOORN, geb. Krommenie 21 april 1865, barbier, winkelier, op 15 oktober 1891 in Heemstede ingeschreven van Amsterdam, overl. Heemstede 16 sept. 1935, tr. Krommenie 18 juli 1895 Aaltje VEKEN, geb. ald. 15 maart 1869, overl. Heemstede 23 jan. 1946, dr van Cornelis VEKEN, tapper, en Grietje KONING.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Cornelis, geb. Heemstede 10 aug. 1897, barbier, sigarenwinkelier, begrafenisondernemer, overl. ald. 28 jan. 1969, tr. 1° ald. 12 juni 1923 Hendrika Johanna Josina van AMSTEL, geb. Heemstede 4 febr. 1897, overl. ald. 8 april 1953, dr van Willem Adrianus van AMSTEL en Francina Cornelia SERNÉ, tr. 2° 1955 Maria WOUT, geb. Krommenie 19 okt. 1917, overl. Heemstede 6 mei 2003.
2. Grietje Trijntje 'Tineke', geb. Heemstede 24 okt. 1899, overl. ald. 27 sept. 1945 (ten gevolge van een noodlottig ongeval), tr. ald. 23 maart 1932 Jan DAUDEY, geb. Haarlem 11 juni 1896, boekhandelaar, zn van Jan Willem DAUDEY, bloemist, en Geertrui van den BERG.
3. Trijntje Alida, geb. Heemstede 17 jan. 1902, winkelbediende.
Xl. (van IXl) Pieter OOSTERHOORN, geb. Krommenie 25 dec. 1875, sigarenmaker, overl. ald. 19 maart 1938, tr. Uitgeest 22 mei 1904 Guurtje AKKIES, geb. Krommenie 23 jan. 1877, overl. 23 jan. 1933, dr van Jan AKKIES, arbeider, winkelier, en Neeltje JONGEJANS.
Uit dit huwelijk:
1. Femmetje, geb. Krommenie ca. 1905, overl. ald. 23 aug. 1920.
Noten
BloysBelonjeNH = Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins, Mr J. J. Belonje, Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord-Holland
NA = Nationaal Archief te Den Haag
NHA = Noord-Hollands Archief te Haarlem
SAA = Stadsarchief Amsterdam, te Amsterdam
WA = Waterlands Archief te Purmerend
ZSA = Zaans Streekarchief/Gemeentearchief Zaanstad, te Koog a/d Zaan
1. F.A. van Lieburg, Repertorium van Nederlandse hervormde predikanten tot 1816, Dordrecht 1996, dl 1 blz. 183.
2. NHA ORA Assendelft 1994 fol. 216v, 28 sept. 1584.
3. NHA ORA Assendelft 1997 fol. 115v, 4 juni 1595.
4. NA Hof van Holland 2203, 17 okt. 1613.
5. NA Hof van Holland 2241, 27 juli 1620.
6. NA Hof van Holland 2244, 4 mei 1621.
7. NA Hof van Holland 2246, 3 maart 1622.
8. F.A. van Lieburg, Repertorium van Nederlandse hervormde predikanten tot 1816, Dordrecht 1996, dl 1 blz. 184.
9. ZSA ORA Westzaan 1566 akte 176, 18 dec. 1608.
10. ZSA ORA Assendelft 1996 fol. 240, 27 maart 1592.
11. ZSA ORA Westzaan 1576, akte 305 en 306, 20 maart 1613.
12. ZSA ORA Westzaan 1568, fol. 169v en 170, 1 mei 1616.
13. ZSA ORA Westzaan 1579 fol. 212v, 29 maart 1622.
14. ZSA ORA Westzaan 1571 fol. 99v 16 juni 1623.
15. ZSA ORA Westzaan 1899 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 148v, 6 april 1624.
16. ZSA ORA Westzaan 1572 fol. 298v, 16 nov. 1627.
17. ZSA ORA Westzaan 1572, fol. 72 en 72v, 15 jan. 1626.
18. ZSA ORA Westzaan 1573 fol. 188v, 20 april 1629.
19. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 170 fol. 194, 8 maart 1644.
20. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol.277, 14 maart 1677.
21. ZSA ORA Westzaan, 1573, fol. 61v en 62, 18 maart 1628, 1574 fol. 17v, 18 maart 1630.
22. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 188, 20 juli 1655.
23. ZSA ORA Westzaan 1577 fol. 315v, 12 febr. 1643.
24. ZSA ORA Westzaan 1577 fol. 344v, 26 febr. 1643.
25. ZSA ORA Westzaan 1580 fol. 282v, 7 aug. 1653.
26. ZSA G.J. Boekenoogen, Grafzerken in de Ned. Herv. kerk te Westzaan, nr 43 (grafnummer 38.
27. ZSA ORA Westzaan 1915 (Staatboek) fol. 79, 30 jan. 1624.
28. ZSA ORA Westzaan 1573, fol. 136 en 136v, 1 febr. 1629, fol. 289 14 febr. 1630.
29. ZSA ORA Westzaan 1576, fol. 218 29 juni 1637, fol. 306 20 juli 1638, fol. 372 21 april 1639.
30. ZSA ORA Westzaan 1577, fol. 262 bis 22 mei 1642, fol. 344v en 345 26 febr. 1643, fol. 371v 6 april 1643.
31. ZSA ORA Westzaan 1578, fol. 381 en 381v, 19 april 1646.
32. ZSA ORA Westzaan 1579 fol. 14v, 1 nov. 1646.
33. ZSA ORA Westzaan 1580, fol. 37 en 37v, 23 febr. 1651, fol. 49 11 maart 1651.
34. ZSA ORA Westzaan 1580, fol. 236 10 jan. 1653, fol. 265 10 april 1653, fol. 281 24 juli 1653.
35. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 46v, 2 juni 1654.
36. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 179, 12 jan. 1655.
37. ZSA ORA Krommenie 1474 (Rentebrieven t.b.v. wezen), fol. 139 30 mei 1657, fol. 140 22 aug. 1657, fol. 141 19 sept. 1657, fol. 157 15 juni 1661, fol. 173 20 juni 1663.
38. ZSA ORA Westzaan 1582 fol. 36, 21 febr. 1658.
39. ZSA ORA Krommenie 1399 fol. 138, 7 aug. 1659.
40. ZSA ORA Krommenie 1402 fol. 71, 29 april 1671.
41. ZSA ORA Westzaan 1588, fol. 75 en 76, 4 febr. 1683, fol. 83v en 84, 11 maart 1683.
42. ZSA ORA Westzaan 1581 fol. 22v, 26 febr. 1654.
43. ZSA ONA Zaandijk 6393 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens) akte 9, 22 jan. 1658.
44. ZSA ORA Krommenie 1399 fol. 91v, 4 juni 1658.
45. ZSA ORA Westzaan 1586 fol. 164, 26 maart 1676.
46. ZSA ONA Zaandam 5766 (notaris Sebastiaen Huijs) akte 115, 23 okt. 1680.
47. ZSA ORA 1516 (Schepenrol), 26 nov. 1682 - 24 dec. 1682.
48. ZSA ONA Zaandijk 6393 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens), 28 dec. 1657.
49. ZSA ONA Westzaan 5416 (notaris Jacob Claasz Gruijs) fol. 154, 15 maart 1669.
50. ZSA G.J. Boekenoogen, Grafzerken in de Ned. Herv. kerk te Westzaan, nr 43 (grafnummer 58).
51. ZSA ORA Westzaan 1899 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 251, 27 nov. 1629.
52. ZSA ORA Westzaan 1574, fol. 224 en 224v, 20 jan. 1632, 1575 fol. 3, 24 april 1632.
53. ZSA ORA Westzaan 1916 (Staatboek) fol. 298, 7 april 1648.
54. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen), fol. 77v 6 dec. 1650, fol. 78v 3 jan. 1651, fol. 81v 28 febr. 1651.
55. ZSA ORA Westzaan 1580, fol. 39v 23 febr. 1651, fol. 144 1 febr. 1652, fol. 160 15 febr. 1652, fol. 167 en fol. 173v, 29 febr. 1652.
56. ZSA ORA Westzaan 1908 (Benoeming van voogden) fol. 11, 28 maart 1653.
57. ZSA ORA Westzaan 1581, fol. 47 en 47v, 26 maart 1654.
58. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen), fol. 271 27 mei 1659, fol. 378 12 juni 1665.
59. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 324, 14 jan. 1666.
60. ZSA ORA Westzaan 1583, fol. 332, fol. 332v en 333, 25 febr. 1666.
61. ZSA ORA Westzaan 1915 (Staatboek) fol. 80, 14 febr. 1624.
62. ZSA ORA Westzaan 1916 (Staatboek) fol. 5, 23 maart 1630.
63. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 262, 7 jan. 1659.
64. ZSA ORA Westzaan 1589 fol. 90v, 15 mei 1687.
65. NHA ONA Wormerveer 5705 (notaris Pieter Claesz Oosterhoorn) akte 13, 19 dec. 1671.
66. WA ORA Jisp 371, fol. 103v 10 mei 1620, fol. 113 11 dec. 1621.
67. ZSA ORA Westzaan 1576 fol. 195 en 195v, 9 april 1637, 1577 fol. 85v, 4 okt. 1640.
68. ZSA ORA Westzaan 1916 (Staatboek) fol. 97, 25 jan. 1639.
69. ZSA ORA Westzaan 1578 fol. 116, 24 maart 1644.
70. ZSA ORA Westzaan 1579, fol. 89v 5 dec. 1647, fol. 98 21 jan. 1648.
71. ZSA ORA Westzaan 1579, fol. 298, fol. 298v, fol. 299 en 299v, 29 juli 1649.
72. ZSA ORA Westzaan 1917 (Staatboek) fol. 338, 6 dec. 1650.
73. ZSA ORA Westzaan 1580, fol. 18v en 19, 9 febr. 1651, fol. 186v en 187, 28 maart 1652.
74. ZSA ORA Westzaan 1581, fol. 15 31 dec. 1653, fol. 21v en 22, 12 maart 1654.
75. ZSA ORA Westzaan 1581, fol. 130v en 131, 25 febr. 1655.
76. ZSA ORA Westzaan 1581 fol. 432, 19 maart 1657.
77. NHA ORA Uitgeest 221 (Hypotheken) fol. 120, 16 juli 1657.
78. ZSA ONA Krommenie 3044 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 31, 13 april 1658.
79. ZSA ORA Westzaan 1582 fol. 116v, 3 april 1659.
80. ZSA ONA Krommenie 3044 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 42, 30 jan. 1661.
81. ZSA ORA Westzaan 1582 fol. 258, 17 febr. 1661.
82. ZSA ORA Assendelft 2011 fol. 96v, 13 juni 1661.
83. ZSA ONA Krommenie 3042 (notaris Pieter Claesz Oosterhooren) akte 177, 8 juli 1661.
84. ZSA ONA Krommenie 3042 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) fol. 185, 9 sept. 1661.
85. ZSA ORA Westzaan 1583, fol. 48 9 febr. 1662, fol. 85v 6 april 1662.
86. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 125 v, 4 jan. 1663.
87. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 205v, 15 febr. 1664.
88. ZSA ORA Krommenie 1400 fol. 134, 8 mei 1664.
89. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 281, 5 febr. 1665.
90. ZSA ONA Krommenie 3045 (notaris Pieter Claesz Oosterhoorn) akte 1, 10 aug. 1665.
91. ZSA ONA Krommenie 3045 (notaris Pieter Claesz Oosterhooren) akte 2, 5 febr. 1666.
92. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 339v, 25 maart 1666.
93. ZSA ORA Westzaan 1584 fol. 219v, 21 maart 1669.
94. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simn Oosterhooren) fol. 46, 16 mei 1670.
95. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 55v, 31 juli 1670.
96. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simon Oosterhooren), fol. 236v 26 aug. 1671, fol. 244 12 sept. 1671.
97. ZSA ORA Westzaan 1585, fol. 176v 4 febr. 1672, fol. 198v 14 april 1672.
98. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 269, 1 maart 1674.
99. ZSA ONA Zaandam 5766 (notaris Sebastiaen Huijs) akt 73, 7 febr. 1675.
100. ZSA ORA Westzaan 1586 fol. 78v, 28 maart 1675.
101. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 202, 7 juni 1676.
102. ZSA ORA Assendelft 2012, fol. 225 22 april 1676, fol. 245 8 febr. 1677.
103. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 300, 30 mei 1677.
104. ZSA ORA Assendelft 2013, fol. 8v 25 mei 1677, fol. 13v 20 okt. 1677.
105. ZSA ORA Westzaan 1586, fol. 290 en 290v, 18 nov. 1677.
106. ZSA ONA Zaandam 5784 (notaris Simon Oosterhooren) akte 258, 5 nov. 1679.
107. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren ) akte 127 16 okt. 1680.
108. ZSA ONA Zaandam 5786 notaris Simon Oosterhooren) akte 8, 9 jan. 1682.
109. ZSA ORA Westzaan 1916 (Staatboek) fol. 124v, 7 mei 1640.
110. ZSA ORA Krommenie 1474 (Rentebrieven t.b.v. wezen) fol. 137, 14 maart 1657.
111. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 253v, 23 juli 1658.
112. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 211, 19 juni 1671.
113. ZSA ONA Krommenie 3045 (notaris Pieter Claesz Oosterhooren) akte 3, 11 mei 1667.
114. ZSA ORA Westzaan 1672, fol. 267v en 268, 8 mei 1627.
115. ZSA ORA Westzaan 1576 akte 153, 26 juni 1612: Guerte Huygensdr, weduwe van Dirck Arentsz, wonende in de Crabbelbuert, koopt land in de Crabbelbuert.
116. ZSA ORA Westzaan 1583, fol. 210v 28 febr. 1664, fol. 271v 22 jan. 1665.
117. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 276v, 5 febr. 1665.
118. ZSA ORA Westzaan 1583 fol. 277, 5 febr. 1665.
119. ZSA ORA Westzaan 1583, fol. 286 en 286v, 19 febr. 1665.
120. ZSA ORA Westzaan 1917 (Staatboek) fol. 175, 1 jan. 1668.
121. ZSA ORA Westzaan 1902 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 56v, 16 sept. 1670.
122. ZSA ORA 1504 (Schepenrol), 13 juni 1619 - 11 juli 1619.
123. ZSA ORA Westzaan 1569 fol. 745, 14 maart 1620.
124. ZSA ORA Westzaan 1571, fol. 185 10 febr. 1624, fol. 284 23 jan. 1625.
125. ZSA ORA Westzaan 1572, fol. 60 en 60v, 2 jan. 1626, fol. 75 en 75v, 20 jan. 1626.
126. ZSA ORA Westzaan 1573, fol. 18v 24 jan. 1628, fol. 112v 10 dec. 1628, fol. 141 15 febr. 1629, fol. 287 14 febr. 1630.
127. ZSA ORA Westzaan 1574, fol. 139v en 140, 27 febr. 1631, fol. 154v, 27 febr. 1631, fol. 193 23 juli 1631.
128. ZSA ORA Westzaan 1574 fol. 190, 10 juli 1631.
129. ZSA ORA Westzaan 1506 (Schepenrol), 24 juli 1631.
130. ZSA ORA Westzaan 1574, fol. 215v, fol. 223v en fol. 225, 20 jan. 1632.
131. ZSA ORA Westzaan 1575 fol. 6, 30 april 1632.
132. ZSA ORA Westzaan 1900 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 36, 14 dec. 1634.
133. ZSA ORA Westzaan 1900 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 253, 15 aug. 1645.
134. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 73, 24 mei 1650.
135. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 248v, 28 mei 1658.
136. ZSA ONA Zaandijk 6395 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens), 28 febr. 1675.
137. ZSA ONA Zaandam 5755 (notaris Cornelis Dircxz Kleijn) akte 287, 18 jan. 1670.
138. ZSA ONA Zaandam 5779 (notaris Sijmon Oosterhooren) fol. 15, 13 maart 1664.
139. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 116, 9 en 23 sept. 1680.
140. ZSA ORA Westzaan 1901 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 112v, 15 aug. 1652.
141. ZSA ONA Zaandam 5760 (notaris Isbrandt van Houwert) fol. 180, 10 okt. 1663.
142. ZSA ONA Krommenie 3043 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 67, 31 december 1664.
143. ZSA ONA Krommenie 3043 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 68, 31 dec. 1664.
144. ZSA ONA Zaandam 5779 (notaris Sijmon Oosterhooren) fol. 83v, 9 nov. 1666.
145. ZSA ONA Zaandam 5779 (notaris Sijmon Oosterhooren) fol. 98v, 8 dec. 1666.
146. ZSA ONA Zaandam 5780 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 19v, 11 febr. 1667.
147. ZSA ORA Westzaan 1584 fol. 261, 26 sept. 1669.
148. ZSA ORA Westzaan 1585, fol. 252 en 251v, 11 jan. 1674.
149. ZSA ORA Westzaan 1586, fol. 192v 21 mei 1676, fol. 263 13 mei 1677.
150. ZSA ORA Westzaan 1587 fol. 303v, 5 febr. 1682.
151. ZSA ORA Westzaan 1588, fol. 18v en 19, 30 april 1682, fol. 66 4 febr. 1683.
152. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 342, 10 jan. 1686.
153. NHA ONA Zaandam 5820 (notaris Claes Oosterhooren) akte 39, 20 maart 1700.
154. NHA ONA Zaandam 5822 (notaris Claas Oosterhooren) akte 128, 16 april 1704.
155. NHA ONA Zaandam 5834 (notaris Johan Hendrick Haeckx) akte 76, 30 jan. 1710.
156. NHA ONA Zaandam 5826 (notaris Claas Oosterhooren) akte 86, 23 sept. 1710.
157. ZSA ONA Zaandam 5786 (notaris Simon Oosterhooren) akte 77, 5 juli 1682.
158. ZSA ONA Westzaan 5427 (notaris Pieter van Broeck) akte 72, 27 sept. 1693.
159. NHA ONA Zaandam 5821 (notaris Claas Oosterhooren) akte 10, 2 juni 1701.
160. BloysBelonjeNH dl. 5, Westerkerk Zaandam, nr 46.
161. ZSA ONA Zaandam 5795 (notaris Simon Oosterhooren) akte 35, 7 maart 1693.
162. NHA ONA Zaandam 5823 (notaris Claas Oosterhooren) akte 31, 18 maart 1705.
163. NHA ONA Zaandam 5826 (notaris Claas Oosterhooren) akte 56, 14 mei 1710.
164. NHA ONA Zaandam 5832 (notaris Claas Oosterhooren) akte 29, 22 maart 1717.
165. NHA ONA Westzaan 5827 (notaris Claas Oosterhooren) akte 34, 20 juni 1712.
166. ZSA ORA Westzaan 1918 (Staatboek) fol. 149v, 28 jan. 1676.
167. ZSA ONA Zaandam 5795 (notaris Simon Oosterhooren) akte 1, 1 jan. 1693.
168. ZSA ONA Krommenie 3043 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 102, 4 juli 1666.
169. ZSA ORA Westzaan 1587 fol. 282, 4 dec. 1681.
170. ZSA ONA Westzaan 5427 (notaris (Pieter van Broeck) akte 23, 23 aug. 1691.
171. NHA ONA Westzaan 5431 (notaris Pieter van Broeck) akte 40, 15 aug. 1708.
172. NA VOC 12732 fol. 37.
173. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 154v, 24 febr. 1684.
174. ZSA ORA Westzaan 1908 (Aanstelling van voogden), 19 mei 1671.
175. ZSA ORA Westzaan 1916 (Staatboek) fol. 27v, 29 dec. 1644.
176. ZSA ONA Westzaan 5416 (notaris Jacob Claasz Gruijs) fol. 84, 13 juli 1664.
177. ZSA ORA Westzaan 1918 (Staatboek), fol. 58 31 juli 1671, fol. 176v 12 mei 1678.
178. ZSA ONA Westzaan 5428 (notaris Pieter van Broeck) akte 7, 24 febr. 1686.
179. NHA ONA Zaandam 5820 (notaris Claes Oosterhooren) akte 26, 30 jan. 1700.
180. ZSA ORA Krommenie 1398 fol. 55v, 8 mei 1654.
181. ZSA ORA Krommenie 1399 fol. 9v, 16 maart 1657.
182. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 174 fol. 206v, 21 jan. 1664.
183. ZSA ORA Krommenie 1401 fol. 18v, 17 febr. 1668.
184. ZSA ONA Zaandijk 6394 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens), 26 mei 1669.
185. ZSA ORA Westzaan 1584 fol. 258v, 29 aug. 1669.
186. ZSA ONA Zaandam 5780 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 339, 28 sept. 1669.
187. NHA ORA Krommenie 1402, fol. 35 9 mei 1670, fol. 109 30 april 1672.
188. NHA ORA Krommenie 1403 fol. 27v, 15 jan. 1677.
189. ZSA ONA Zaandijk 6391 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens), tussen blz. 168 en 169, 28 juni 1669.
190. BloysBelonjeNH dl. 5, Oosterkerk Zaandam, nr 74.
191. ZSA ONA Zaandam 5766 (notaris Sebastiaen Huijs) akte 79, 18 febr. 1675.
192. ZSA ORA Westzaan 1586 fol. 73, 14 maart 1675.
193. ZSA ONA Zaandam 5788 (notaris Simon Oosterhooren) akte 7, 14 jan. 1684.
194. ZSA ORA Westzaan 1588, fol. 267 en 257v, 8 maart 1685.
195. ZSA ORA Westzaan 1909 (Aanstelling van voogden), 27 april 1700.
196. ZSA ORA Westzaan 1932 (Boedelpapieren), 23 jan. 1715.
197. NHA ONA Zaandam 5926 (notaris Willem Hondius) akte 155, 15 juli 1733.
198. ZSA ONA Zaandam 5766 (notaris Sebastiaen Huijs) akte 50, 17 dec. 1671.
199. ZSA ONA Zaandam 5784 (notaris Simon Oosterhooren) akte 61, 20 jan. 1678.
200. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 172, 23 maart 1684.
201. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 264, 22 febr. 1685.
202. ZSA ONA Zaandam 5786 (notaris Simon Oosterhooren) akte 38, 28 maart 1682.
203. BloysBelonjeNH dl. 5, Westerkerk Zaandam, nr 175.
204. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 174 fol. 287, 15 okt. 1664.
205. NA Grafelijkheisrekenkamer (Registers) 175 fol. 228v, 4 april 1670.
206. ZSA ONA Zaandam 5766 (notaris Sebastiaen Huijs) akte 43, 11 nov. 1670.
207. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 121v, 30 april 1671.
208. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 320, 14 juni 1685.
209. NA Grafelijkheidsrekenkamer 179 (Registers) fol. 505v, 19 dec. 1698.
210. NHA ONA Zaandam 5820 (notaris Claes Oosterhooren) akte 9, 13 juli 1699.
211. NHA ONA Zaandam 5824 (notaris Claas Oosterhooren) akte 19, 31 juli 1706.
212. NHA ONA Westzaan 5431 (notaris Pieter van Broeck) akte 22, 6 april 1708.
213. ZSA ONA Zaandam 5766 (notaris Sebastiaen Huijs) akte 60, 24 nov. 1673.
214. NHA ONA Zaandam 5810 (notaris Daniel Leijts) fol. 189, 11 febr. 1700.
215. NHA ONA Westzaan 5431 (notaris Pieter van Broeck) akte 48, 25 nov. 1708.
216. BloysBelonjeNH dl. 5, Zaandam Westerkerk, nr 175.
217. ZSA ORA Westzaan 1908 (Benoeming van voogden), 9 nov. 1666.
218. ZSA ORA Westzaan 1917 (Staatboek) fol. 151, 15 febr. 1667.
219. ZSA ORA Westzaan 1918 (Staatboek) fol. 10, 1 okt. 1669.
220. ZSA ORA Westzaan 1582, fol. 258 en 258v, 17 febr. 1661.
221. ZSA ORA Westzaan 1584 fol. 81v, 21 juli 1667.
222. ZSA ORA Westzaan 1584, fol. 298 en 299, 13 maart 1670.
223. ZSA ORA Westzaan 1585, fol. 24v en 25, 8 mei 1670.
224. WA Wormer 339, fol. 193v en 194, 16 april 1671.
225. ZSA ORA Westzaan 1902 (Obligaties t.b.v. wezen) fol. 174v, 10 jan. 1679.
226. ZSA ORA Westzaan 1587 fol. 92, 8 febr. 1680.
227. ZSA ORA Westzaan 1585, fol. 140 en 140v, 16 mei 1680.
228. ZSA ORA Assendelft 2014 fol. 271, 26 aug. 1693.
229. ZSA ONA Zaandam 5808 (notaris Daniel Leijts) fol. 3, 5 jan. 1694.
230. NA Grafelijkheidsrekenkamer 179 (Registers) fol. 172, 15 dec. 1694.
231. NHA DTB Oostzaan 13 (Dagboek van Jan Symonsz Daelder).
232. ZSA ONA Zaandam 5799 (notaris Simon Oosterhooren) akte 163, 21 nov. 1697.
233. BloysBelonjeNH dl. 5, Westerkerk Zaandam, nr 173.
234. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 260, 23 mei 1681.
235. NHA ONA Zaandam 5821 (notaris Claas Oosterhooren) akte 153, 8 okt. 1702.
236. ZSA ONA Zaandam 5792 (notaris Simon Oosterhooren) akte 66, fol. 183, 16 juni 1688.
237. NHA ONA Zaandam 5830 (notaris Claas Oosterhooren) akte 120, 15 dec. 1715.
238. NHA ONA Zaandam 5822 (notaris Claas Oosterhoorn) akte 38, 1 mei 1703.
239. BloysBelonjeNH dl. 5, Westerkerk Zaandam, nr 186.
240. NHA ORA Krommenie 1400 fol. 191, 7 mei 1666.
241. ZSA ONA Zaandam 5779 (notaris Sijmon Oosterhooren) fol. 68, 20 sept. 1666.
242. ZSA ONA Amsterdam 5763 (notaris Arent Albertsz Neef) fol. 250, 23 jan. 1669.
243. ZSA ORA Krommenie 1487 (Staatboek) fol. 124, 13 jan. 1672.
244. NHA ORA Krommenie 1403 fol. 417, 27 april 1690.
245. ZSA ONA Westzaan 5424 (notaris Pieter Claesz Oosterhoorn) fol. 1, 27 mei 1672.
246. ZSA ONA Zaandam 5781 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 84, 16 aug. 1670.
247. ZSA ORA Westzaan 1918 (Staatboek) fol. 174v, 8 maart 1678.
248. ZSA ORA Westzaan 1585 fol. 274, 22 maart 1674.
249. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 220, 19 okt. 1684.
250. ZSA ONA Zaandam 1918 (Staatboek) fol. 117, 22 mei 1674.
251. ZSA ORA Westzaan 1587 fol. 210, 27 maart 1681.
252. ZSA ONA Zaandam 5788 (notaris Simon Oosterhooren) akte 65, 25 mei 1684.
253. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 211, 13 juli 1684.
254. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 246v, 8 febr. 1685.
255. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 353, 7 febr. 1686.
256. NHA ONA Zaandam 5822 (notaris Claas Oosterhooren) akte 29, 9 april 1703.
257. ZSA ONA Zaandam 5783 (notaris Simon Oosterhooren) fol. 232, 23 sept. 1676.
258. ZSA ONA Zaandam 5785 (notaris Simon Oosterhooren) akte 289, 12 sept. 1681.
259. ZSA ONA Zaandam 5793 (notaris Simon Oosterhooren) akte 125, 30 dec. 1689.
260. NA Grafelijkheidsrekenkamer 178 (Registers) fol. 315, 29 sept. 1690.
261. ZSA ONA Zaandam 5793 (notaris Simon Oosterhooren) akte 109, 24 nov. 1689.
262. NHA ONA Zaandam 5821 (notaris Claas Oosterhooren) akte 93, 1 mei 1702.
263. NHA ONA Zaandam 5828 (notaris Claas Oosterhooren) akte 97, 26 april 1714.
264. NHA ONA Zaandijk 6402 (notaris Hendrick IJsbrantsz Spaens, 13 april 1701.
265. NHA ONA Westzaan 5430 akte 52, 14 en 25 sept. 1706.
266. NHA ONA Westzaan 5431 (notaris Pieter van Broeck) akte 56, 2 febr. 1709.
267. NHA ONA Zaandam 5902 (notaris Pieter Leur) akte 81, 28 juni 1738.
268. NHA ONA Zaandam 5902 (notaris Pieter Leur) akte 119, 14 mei 1739.
269. ZSA ORA Westzaan 1920 (Staatboek) fol. 146, 25 aug. 1705.
270. NHA ONA Zaandam 3830 (notaris Claas Oosterhooren) akte 4, 2 mei 1715.
271. NHA ONA Westzaan 5430 (notaris Pieter van Broeck) akte 58, 24 okt. 1706.
272. NHA ONA Zaandam 5831 (notaris Claas Oosterhooren) akte 147, 1 okt. 1716.
273. NHA ONA Zaandam 5832 (notaris Claas Oosterhooren) aktes 59 en 59a, 21 juni 1717.
274. NHA ONA Zaandam 5825 (notaris Claas Oosterhooren) akte 164, 29 jun2i 1709.
275. NHA ONA Zaandam 5829 (notaris Claas Oosterhooren) akte 95, 5 febr. 1715.
276. NHA ONA Zaandam 5824 (notaris Claas Oosterhooren) akte 108, 7 mei 1707.
277. NHA ONA Zaandam 5832 (notaris Claas Oosterhooren) akte 138, 15 febr. 1718.
278. BloysBelonjeNH dl. 5, Oosterkerk Zaandam, nr 152.
279. NHA ONA Zaandam 5828 (notaris Claas Oosterhooren) akte 73, 13 febr. 1714.
280. NHA ONA Zaandam 5892 (notaris Claas Oosterhooren) akte 95, 5 febr. 1715.
281. SAA Archief van schepenen, kwijtscheldingsreg. 91 fol. 39v, 13 april 1717.
282. SAA Archief van schout en schepenen 2176 (Kwijtscheldingen bij executie) fol. 129v, 1 juni 1726.
283. SAA Archief van schepenen, kwijtscheldingsreg. 100 fol. 65v, 28 aug. 1726.
284. SAA Archief van schepenen, kwijtscheldingsreg. 101 fol. 6, 21 jan. 1727.
285. SAA Archief van schepenen, kwijtscheldingsreg. 108 fol. 1, 13 jan. 1734.
286. BloysBelonjeNH dl. 5, Westerkerk Zaandam, nr 184.
287. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 180 fol. 104, 17 juni 1700.
288. ZSA ONA Zaandam 5809 (notaris Daniel Leijts) fol. 50, 1 april 1696.
289. ZSA ONA Westzaan 5428 (notaris Pieter van Broeck) akte 66, 26 nov. 1697.
290. NHA ONA Westzaan 5431 (notaris Pieter van Broeck) akte 11, 14 febr. 1708.
291. BloysBelonjeNH dl. 5, Zaandam Westerkerk, nr 146.
292. NHA ONA Zaandam 5825 (notaris Claas Oosterhooren) akte 139, 13 april 1709: Sijmon Claasz Groot, oud 26 jaren.
293. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 175, fol. 505, 1 maart 1674.
294. NHA ONA Zaandam 5831 (notaris Claas Oosterhoorn) akte 128, 1 sept. 1716.
295. NHA ONA Zaandam 5831 (notaris Claas Oosterhooren), akte 181 en akte 182, 3 dec. 1716.
296. NHA ONA Zaandam 5832 (notaris Claas Oosterhooren) akte 8, 22 jan. 1717.
297. NHA ONA Zaandam 5832 (notaris Claas Oosterhooren) akte 9, 23 jan. 1717.
298. NHA ONA Zaandam 5832 (notaris Claas Oosterhooren) akte 154, 2 april 1718.
299. NHA ONA Zaandam 5832 (notaris Claas Oosterhooren) akte 263, 28 dec. 1718.
300. NHA ONA Zaandam 5833 (notaris Claas Oosterhooren) akte 55, 21 maart 1720.
301. NHA ONA Zaandam 5823 (notaris Claas Oosterhooren) akte 110, 15 dec. 1705.
302. NHA ONA Zaandam 5823 (notaris Claas Oosterhooren) akte 132, 19 febr. 1706.
303. NHA ONA Zaandam 5827 (notaris Claas Oosterhooren) akte 149, 5 juni 1713.
304. NHA ONA Zaandam 5832 (notaris Claas Oosterhooren) akte 28, 13 maart 1717.
305. NHA ONA Zaandam 5832 (notaris Claas Oosterhooren) akte 38, 15 april 1717.
306. NHA ONA Zaandam 5832 (notaris Claas Oosterhooren) akte 175, 17 juli 1718.
307. NHA ONA Zaandam 5833 (notaris Claas Oosterhooren) akte 78, 3 nov. 1720.
308. NHA DTB Oostzaan 13 (Dagboek van Jan Symons Daelder).
309. ZSA ONA Zaandam 5795 (notaris Simon Oosterhooren) akte 50, 5 april 1693.
310. NHA ONA Haarlem 541 (notaris Adriaen van Gellinchuijsen) akte 158, 16 aug. 1696.
311. ZSA ONA Zaandam 5799 (notaris Simon Oosterhooren) akte 83, 14 juli 1697.
312. ZSA ONA Krommenie 3043 (notaris Pieter Claasz Oosterhooren) akte 24, 17 jan. 1664.
313. ZSA ORA Krommenie 1403 fol. 284v, 6 mei 1685.
314. ZSA ORA Assendelft 2014 fol. 55v, 18 jan. 1686.
315. ZSA ORA Westzaan 1588 fol. 344v, 22 jan. 1686.
316. ZSA ORA Krommenie 1404 fol. 318, 3 okt. 1698.
317. ZSA ORA Krommenie 1405 fol. 114, 7 febr. 1703.
318. ZSA ORA Krommenie 1407 fol. 98. 3 okt. 1721.
319. ZSA ONA Krommenie 5788 (notaris Simon Oosterhooren) akte 171, 28 dec. 1684.
320. NHA ORA Krommenie 1404 fol. 279v, 15 nov. 1699.
321. NHA ORA Krommenie 1406 fol. 207, 29 april 1718.
322. ZSA ONA Zaandam 5793 (notaris Simon Oosterhooren) akte 44, 22 april 1689.
323. NHA ORA Krommenie 1404 fol. 30v, 29 april 1692.
324. ZSA ONA Krommenie 3052 (notaris Jacob Beets) akte 466, 29 jan. 1725.
325. NHA ONA Zaandam 5281 (notaris Claas Oosterhooren) akte 149, 4 april 1701.
326. ZSA ORA Westzaan 1652 (Hypotheken wegens verleend windrecht) fol. 37, 15 dec. 1689.
327. NHA ONA Zaandam 5834 (notaris Johan Hendrick Haeckx) akte 83, 19 april 1710.
328. ZSA ONA Zaandam 5792 (notaris Simon Oosterhooren) akte 86 (fol. 230), 11 aug. 1688.
329. ZSA ONA Zaandam 5793 (notaris Simon Oosterhooren) akte 79, 4 aug. 1689.
330. ZSA ONA Zaandam 5796 (notaris Simon Oosterhooren) akte 115, 16 ug. 1684.
331. NHA ONA Zaandam 5822 (notaris Claas Oosterhooren) akte 55, 21 juli 1703.
332. ZSA ONA Zaandam 5793 (notaris Simon Oosterhooren) akte 53, 22 mei 1689.
333. ZSA ONA Zaandam 5793 (notaris Simon Oosterhooren) akte 185, 13 mei 1690.
334. ZSA ONA Zaandam 5793 (notaris Simon Oosterhooren) akte 73, 9 juli 1689.
335. NHA ONA Zaandam 5825 (notaris Claas Oosterhooren) akte 133, 29 maart 1709.
336. NHA ONA Zaandam 5820 (notaris Claes Oosterhooren) akte 84, 20 sept. 1700.
337. NHA ONA Zaandam 5822 (notaris Claas Oosterhooren) akte 1g, 11 jan. 1707.
338. NHA ONA Zaandam 5832 (notaris Claas Oosterhooren) akte 144, 4 febr. 1718.
339. NHA ONA Zaandam 5823 (notaris Claas Oosterhooren) akte 5, 17 jan. 1705.
340. SAA Archief van schepenen, kwijtscheldingsreg. 121 fol. 2, 24 jan. 1747.
341. ZSA ORA Krommenie 1407 fol. 239, 26 okt. 1725.
342. ZSA ORA Krommenie 1490 (Staatboek) fol. 236, 19 nov. 1727.
343. ZSA ONA Krommenie 3055 (notaris Jacob Beets) akte 678, 31 maart 1728.
344. ZSA ORA Krommenie 1410 fol. 106v, 5 febr. 1745.
345. ZSA ORA Krommenie 1407 fol. 89v, 29 april 1721.
346. ZSA ONA Krommenie 3059 (notaris Jacobus Beets) fol. 1062, 22 april 1733.
347. ZSA ORA Krommenie 1409, fol. 4 25 sept. 1733, fol. 7 6 nov. 1733, fol. 70 29 april 1735.
348. ZSA ORA Krommenie 1411 fol. 120v, 11 maart 1757.
349. ZSA ONA Krommenie 3048 (notaris Jacob Beets) akte 46, 22 nov. 1715.
350. ZSA ONA Krommenie 3059 (notaris Jacob Beets) akte 1074, 1 juni 1733.
351. ZSA ORA Krommenie 1490 (Staatboek) fol. 19, 29 juli 1799.
352. ZSA G.J. Boekenoogen, Grafzerken in de Ned. Herv. kerk te Krommenie, nr 7.
353. ZSA ORA Krommenie 1407 fol. 56, 17 april 1720.
354. ZSA ORA Krommenie 1409 fol. 240, 29 april 1740.
355. ZSA ORA Krommenie 1410, fol. 22 27 april 1742, fol. 74 7 febr. 1744, fol. 146v 7 okt. 1746.
356. ZSA ORA Krommenie 1411, fol. 56v 30 april 1754, fol. 74v 29 april 1755, fol. 130 2 sept. 1757, fol. 145 5 mei 1758, fol. 185v 6 febr. 1761, fol. 206 6 febr. 1762.
357. ZSA ONA Krommenie 3049 (notaris Jacob Beets) fol. 226, 23 dec. 1720.
358. ZSA ONA Krommenie 3066 (notaris Jacob Beets) fol. 723, 9 april 1754.
359. NHA Vredegerecht Zaandam kanton 1 (Westzaandam) 412, 1824 nr 6, 15 jan. 1824.
360. SAA Archief van schepenen, kwijtscheldingsreg. 112 fol. 1v, 21 jan. 1738.
361. NHA ONA Zaandam 5822 (notaris Claas Oosterhooren) akte 1uu, 28 febr. 1726.
362. NHA ONA Zaandam 6095 (notaris Albert Booker) akte 194, 9 sept. 1785.
363. NHA ONA Zaandam 6003 (notaris Michiel Beets) akte 41, 27 maart 1753.
364. NHA ONA Zaandam 5828 (notaris Claas Oosterhooren) akte 108, 15 mei 1714.
365. BloysBelonjeNH dl. 4, NH Kerk Krommenie, nr 79.
366. ZSA ORA Krommenie 1411, fol. 103 28 mei 1756, fol. 107 24 sept. 1756, fol. 115 11 febr. 1757, fol. 147 30 juni 1758, fol. 209 19 maart 1762, fol. 215 17 sept. 1762.
367. ZSA ORA Krommenie 1495 (Staatboek) fol. 1, 11 april 1759.
368. ZSA ONA Krommenie 3066 (notaris Jacob Beets) fol. 687, 16 okt. 1752.
369. NHA ORA Uitgeest 222 (Hypotheken) fol. 90, 15 april 1779.
370. ZSA G.J. Boekenoogen, Grafzerken in de Ned. Herv. kerk te Krommenie, nr 73.
371. NHA Vredegerecht Beverwijk 14, 1828 nr 28, 11 juli 1828.
372. NHA ORA Uitgeest 215 fol. 315, 28 nov. 1780.
373. NHA Vredegerecht Beverwijk 10, 1814 nr 5, 26 mei 1814.
374. NHA Vredegerecht Beverwijk 11, 1819 nr 23, 29 juli 1819.
375. ZSA ONA Krommenie 3094 (notaris Jacobus Alberti) akte 275, 9 nov. 1801.
376. ZSA ONA Westzaan 5484 (notaris Simon Jongewaard Jr) akte 4945, 18 dec. 1782.
377. NHA ORA Uitgeest 216 fol. 167, 29 juli 1788.
378. NHA Vrede- en politiegerecht Beverwijk 12, 1822 akte 6, 12 maart 1822.
379. NHA ORA Uitgeest 216 fol. 101, 9 jan. 1787.
380. NHA Vredegerecht Beverwijk 12, 1824 nr 23, 15 mei 1824.
381. NHA Vredegerecht Zaandam kanton 1 (Westzaandam) 410, 1820 nr 6, 12 febr. 1820.
382. NHA Vredegerecht Zaandam kanton 1 (Westzaandam) 412, 1823 nr 89, 26 nov. 1823
383. NHA Vredegerecht Zaandam kanton 1 (Westzaandam) 412, 1824 nr 8, 20 jan. 1824.
384. NHA Vredegerecht Zaandam kanton 1 (Westzaandam) 410, 820 nr 46, 1 juni 1820.
385. NHA Vredegerecht Zaandam kanton 1 (Westzaandam) 406 nr 64, 2 juni 1812.
386. NHA Vredegerecht Zaandam kanton 1 (Westzaandam) 411, 1821 nr 88, 17 nov. 1821.
387. NHA Vredegerecht Zaandam kanton 1 (Westzaandam) 411, 1821 nr 103, 20 dec. 1821.
388. Vredegerecht Zaandam kanton 1 (Westzaandam) 409 nr 11, 19 febr. 1817.
389. NHA Vredegerecht Zaandam kanton 1 (Westzaandam) 412, 1823 nr 72, 21 sept. 1823.
390. NHA Vredegerecht Beverwijk 14, 1828 nr 48, 11 dec. 1828.
391. NHA Vredegerecht Beverwijk 14, 1829 nr 35, 24 juni 1829.
392. NHA Vredegerecht Beverwijk 14, 1829 nr 36, 24 juni 1829.
393. NHA Vredegerecht Zaandam kanton 1 (Westzaandam) 412, 1823 nr 97, 11 dec. 1823.
394. NHA Vredegerecht Beverwijk 15, 1832 nr 39, 20 nov. 1832.
395. NHA Vredegerecht Beverwijk 16, 1835 nr 17, 16 april 1835.
396. NHA Vredegerecht Beverwijk 16, 1836 nr 34, 5 aug. 1836.
397. Gegevens over de familie Van der Lippe zijn deels overgenomen uit de kwartierstaat van Johan Carel van der Lippe (geboren in 1963).
398. NHA Vredegerecht Beverwijk 16, 1836 nr 27, 13 mei 1836.
Cuijk, 28 juni 2011.
H. & A.B. de Vries-Doyle
Jan van Cuijkstraat 46,
5431 GC Cuijk.
Tel. 0485-313614.
Elektronisch adres: hab.devries-doyle@home.nl
>index
Terug naar het begin.
# # # G E N K W A # # #