Naar beginpagina
Genealogie RUS, van het Noordeinde van Koedijk
(12 generaties)
>index
I. Cornelis Reijersz RUS (ook Ruijsch), geb. ca. 1525, overl. vóór 9 mei 1600 1, tr. N.N.
Bij de verpachting van vroonlanden in 1574 wordt door Cornelis Reyers alias Rus van 't Noorteynde van Koedijk voor 36 gld gemijnd de Duve Lourisweyde, groot 1 morgen 617 roeden, met de aanwas in het oosten in de Groote Cleymeer, boven de 226 roeden die Wouter Jansz daarin pretendeert te hebben, gelegen in de banne van Koedijk tussen de banne van Oudkarspel in 't Noorden, De Groote Cleymeer in het Oosten, de Noorden Veersloot in 't Zuiden, de Coedyckergraft in t Westen 2. Dezelfde weide wordt in 1544-1545 vermeld als in 1533 beleend door Reyer Pieter Gerryts zoon van Koedijk, geldende 26 pond 3; mogelijk is deze de vader van Cornelis Reyers Rus.
In Alkmaar verkopen in 1589 Cornelis Adriaensz Prins en Allert Jansz aan Cornelis Reijersz van Koedijk een huis en erf buiten de Oude Geesterpoort, belend ten zuiden Willem Reyersz, ten noorden Willeboort Cornelisz, voor 318 gld, tebetalen 100 gld gereed en de rest op 3 aankomende meidagen; waarborg voor de verkopers is Cornelis Cornelisz Smit met zijn 3 hofsteden liggende naast elkaar over de Geest, belend ten zuiden Willem Jacobsz, ten noorden Magdaleen Pietersdr 4.
In Alkmaar verkoopt in 1592 Cornelis Reyersz van Koedijk, nu wonende alhier, aan Jan Cornelisz Steenhuijs en Jan Thomasz als voogden van Annetgen Cornelisdr, 't nagelaten kind van wijlen Cornelis Lubbrantsz en Anna Thomasdr, een jaarlijkse losrente van 37 gld 10 st, losbaar met 600 gld, met als onderpand zijn huis en erf bewesten de Oude Gracht dichtbij de Wal tussen het Clarissen- en Munickenbolwerck, belend ten zuiden Willem Reyersz, ten noorden Willeboort Willemsz 5.
In 1594 testeert Cornelis Reijersz Ruijsch van Coedyck, nu inwonende poorter der stede Alckemaer, gekomen zijnde tot de ouderdom van omtrent 69 jaar, wat hardhorend. Hij nomineert tot zijn erfgenamen Pieter Cornelisz, Adriaen Cornelisz, Reijer Cornelisz en Lijsbeth Cornelisdochter, zijn kinderen, mitsgaders Pieter Jansz, Gerrit Jansz, Maritgen Jansdochter, Eelke Jansdr en Jannitgen Jansdr, allen kinderen van zal. Jan Cornelisz, zijn overleden zoon, en dat in plaats van hun vader bij representatie. Behoudelijk dat voornoemde Lijsbeth Cornelisdr als prelegaat zal hebben en vooruit nemen 150 gld als beloning van haar getrouwe diensten die zij hem testateur en zijn zal. huisvrouw bewezen heeft, en hem testateur nog dagelijks bewijzende is. 6
In Oudkarspel heeft in 1597 Pyeter Cornelisz van Alkmaar opgedragen aan Wouter Woutersz wonende op 't Noorteynde van Koedijk een akker zaadland, groot omtrent 13 snees, belend ten zuiden de Saskersloot, ten noorden Cornelis Reijersz Hopman, met 10 snees oude dyckxx, met als borg Cornelis Reyersz van Alkmaar, vader van Pyeter Cornelisz, met een akker zaadland in Oudkarspel, belend ten oosten Cornelis Reyersz Hopman, ten zuiden Maertjen Pyeters 7.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Cornelisz (RUS).
2. Adriaen Cornelisz.
Als mede-voogd van de nagelaten weeskinderen van zal. Freeryck Geleijnesz en zijn zal. huisvrouw Guijert Jansdr, buren in hun leven op 't Noortent van Koedijk in de banne van Oudkarspel, wordt genoemd: Aerian Reijersz [sic] Russes, Aerien Cornelisz Russes, Aerian Cornelisz van Koedijk, Adriaen Cornelis uit Oudkarspel, Adriaen Reyersz van Koedijk 8.
3. Reijer Cornelisz, geb. ca. 1563, volgt IIa.
4. Jan Cornelisz, volgt IIb.
5. Lijsbeth CORNELISDR.
IIa. (van I) Reijer Cornelisz RUS, geb. ca. 1563, schout van Koedijk (1596-1603) 9 en St. Pancras, secretaris van Geestmerambacht en van Warmenhuizen, landmeter, in de periode 1593-1596 vermeld als Schotvanger en als Lantmeter, overigens slechts één keer aangetroffen met achternaam Rus (in 1597) 10, tr. Maritgen ARISDR, overl. vóór 9 nov. 1602.
In 1593 heeft Reyer Cornelis Schotvanger aan Jan Pieter Luytgis en Jacob IJfs 2 akkertjes zaadland te Oudkarspel verkocht, groot samen omtrent 17½ snees, belend ten oosten Cornelis Reyersz Rus, ten zuiden Jan Cornelis Rus, met zijn aanwas in de Oostergreb, ten noorden de gemeente van Oudkarspel, en stelt hij tot hypotheek een akker zaadland in Koedijk, groot omtrent 10½ snees, belend ten noorden, oosten en zuiden Grafelijkheids vroonlanden, ten westen Jan Hopman 11.
In Koedijk verkoopt in 1593 Huybert Gerrytsz aan Reyer Cornelisz Schotvanger zijn helft van de zaadakker achter Jacob Jan Symens, de andere helft toekomende Jan Cornelisz Hopman, groot in 't geheel omtrent 21 snees, en bekent in 1594 Willem Jacob Jacob IJsbrants aan Reyer Cornelis Schotvanger 400 gld 16 st 8 penn schuldig te zijn wegens de koop van een halve akker op 't Noortendt, groot omtrent 10½ snees, elke snees 39 gld ½ st, met 6 snees oudedyck 12.
Bij verkoop en verhuur van vroonlanden in Koedijk in het jaar 1594 komen de volgende vermeldingen voor: No. 17 Luytgen Pietersweyde, 3 morgen 59 roeden, ingehuurd door Reyer Cornelis Schotvangers voor 139 £, borgen Gerrit Geleyns van Koedijk en zijn broer Pieter Cornelis Reyers, No. 23 Jacob Hillebrantsweyde, 2 morgen 300 roeden, koper Reyer Cornelis van Koedijk, voor 495£, borgen Gerrit Geleynsz van Koedijk en Pieter Cornelisz wonende te Alkmaar, No. 73 Reyer Cornelis Lantmeter en Gerrit Geleynes beiden van Koedijk borgen voor Cornelis Cornelis molenaar van de Cleymeer, No. 78 Syburgh Jacobs Lutkeweyde, 1 morgen 146 roeden, koper Reyer Cornelis Lantmeter, voor 262£, borgen Gerrit Geleyns en Cornelis Cornelis molenaar van de Cleymeer 13.
In Koedijk verkoopt in 1595 Jan Pietersz Over aan Reyer Cornelisz Schotvanger en Gerryt Gleynisz omtrent 9 snees wezende 't Hooch van Jacob Hilbrants' rietveld als het 24e stuk van de Grafelijkheids vroonlanden aan 't Oostendt van Jacob Hilbrandtsweyde als het 23e stuk van de vroonlanden, met 238 roeden in oude onkosten waarvan de kopers 110 roeden tot hun last nemen, belast 't hele rietveld met 12 gld 's jaars die wordt betaald door Jan Pieters en zijn erven, stelt in 1600 Gerryt Gleynisz tot hypotheek de verbeterschap van een halve weide wezende vroonland door hem en onze schout Reyer in 1594 gekocht van de Grafelijkheid, genaamd Jacob Hilbrantswyde, verkoopt in 1601 Gerryt Gleynis aan Reyer Cornelis schout alhier de helft van Jacob Hilbrantsweyde, verkocht vroonland, wezende de 23e partij, de andere helft toekomende de voorschreven schout, de hele partij belast met 95 gld jaarlijkse erfpacht, met nog een gedeelte van de 24e partij, verkoopt in 1606 Jan Pieter Boeykis aan Pieter Boeykis zijn vader de Jacob Hilbrantsweyt belast met een jaarlijkse erfpacht van 95 gld aan de Grafelijkheid (in de kantlijn: Jan Olbrants poorter te Alkmaar als man en voogd van Barber Pieters Backer en Jacob Symonsz als man en voogd van Guerte Pietersdr, vervangende de mede-erfgenamen van de vader van hun huisvrouwen, hebben verklaard dat dit land weer komt op schout Reyer als oud-possesseur, 20 nov. 1611[?]), en wordt in 1620 de Jacob Hilbrantsweyde verkocht door Joncker Johan van Cijpestaeyn wonende op het huis te Hillegom 14.
In Koedijk verkoopt in 1596 Jan Gerryt Jan Nannis aan Reyer Cornelis Lantmeter een akker zaadland in 't Harpedel, groot omtrent 5 snees, belend ten noorden Reyer voorschreven, ten zuiden Jan Dircx, met als hypotheek een stukje weiland genaamd Maritge Paat Groot Lantge, groot omtrent 8 snees, belend ten westen het erf van Frans Migchiels, ten zuiden de Veersloot, recht achter Pieter Gerryts Calis, is in 1597 Reyer Cornelis schout alhier borg met een akker zaadland in 't Harpedel, groot omtrent 13 snees, belend ten zuiden Jan Dircx, ten noorden Pieter Gerryts Calis, voor Pieter Cornelis [nu] poorter te Alkmaar en Pancras Jansz Cramer van St. Pancras, bij de verkoop door hen van een stuk land een week eerder gekocht, verkoopt in 1598 Reyer Cornelisz schout aan Jan Hilbrantsz zijn huis en erf waar hij lange tijd in gewoond heeft, belend ten zuiden Aris Jacobsz, ten noorden Anna Allertsdr, belast met 4 gld 16 st 's jaars, voor 787 gld 10 st, met als hypotheek een akker zaadland in 't Harpedel, groot omtrent 13 snees, belend ten oosten het Harpedel, ten zuiden Jan Dircxz Drachtich, ten noorden Pieter Gerrytsz Calis, en verkoopt in 1600 aan Maerten Symonsz een akker zaadland in 't Harpedel, groot omtrent 12 snees, belend ten noorden Pieter Gerryts Calis, ten zuiden de weduwe van Jan Dircx Drachtich, in ruil voor de helft van een stuk land beoosten de Daelmeer in de banne van St. Pancras, de andere helft toekomende Willem Jansz Schotsman, groot in 't geheel 5 geerzen, belend ten zuiden Meyert IJff, ten noorden Willem Eylis 15.
In 1599 wordt getuigenis geleverd door Cornelis Tielmansz van der Eijnde, landdrost van Westfriesland en het Noorderquartier, ten verzoeke van Reijer Cornelis, schout van Koedijk en St. Pancras, over een gebeurtenis 5 of 6 jaar geleden over het al of niet bezitten van hoornbeesten door Pieter de Boer wonende te St. Pancras 16.
In Koedijk verkopen in 1600 de voogden van de weduwe en kinderen van Mr Pieter Allerts, geassisteerd met IJf Allerts oom van de kinderen, aan Reyer Cornelis schout het huis en erf door Mr Pieter met de dood ontruimd, belend ten zuiden Jan Aerjans Snyder, ten noorden Jan en Gerryt Aernts gebroeders, welk huis en erf in 1606 verkocht werd door Jan Pieter Boeyckis waarbij hij tot hypotheek stelt de verbeterschap van een stuk vroonland gekocht van schout Reyer en zijn vader te Warmenhuizen borg is met een akker land in Warmenhuizen 17.
In 1602 testeert Katherina Arisdochter, huisvrouw van Allert Pietersz Bommers gebuur te Bergen in Kennemerland, o.a. aan de kinderen van haar overleden zuster Maritgen Arisdochter, bij namen Cornelis en Jan Reijerszonen, Eelke, Ariaentge en Geurtgen Reijersdochteren, geprocreëerd bij Reijer Cornelisz schout te Koedijk 18.
In Koedijk is in december 1604 verkocht aan Reyer Cornelisz alias schout Reyer een akkertje en een tuintje, groot tezamen omtrent ½ gars, het snees voor 13 gld, belend ten noorden de Staelsloot, ten westen en oosten de Grafelijkheid 19.
Voor notaris Huijbert Jacobsz van der Lijn te Alkmaar verklaren in 1604 Reijer Cornelisz eertijds schout te Koedijk, oud 40 jaar, en Huijbert Gerritsz van Koedijk verzocht te zijn geweest te bemiddelen in de herberg van 't Boochgen inzake een geschil tussen Cornelis Thonis Spaens stuurman te Graft en Gerrit Jansz van Koedijk, geeft in 1604 Arent Jacobsz Biersteecker poorter dezer stede machtiging aan Reijer Cornelisz eertijds schout te Koedijk nu wonende te Warmenhuizen, geeft in 1611 Jacob Jacobsz eertijds korenkoper alhier machtiging aan Reyer Cornelis alias Schoudt Reyer buurman te Warmenhuizen, geeft Cornelis Garbrantsz wonende buiten de Boompoort in 1614 machtiging aan Reyer Cornelisz gezworen landmeter en procureur te Warmenhuizen om te compareren voor schout en schepenen van Kalverdijk jegens Pieter Thijsz aldaar, en wordt in 1619 Reijer Cornelisz vermeld als secretaris van Geestmerambacht 20.
In 1612 wordt Reijer Cornelis, landmeter te Warmenhuizen, door het Hof van Holland gecondemneerd tot betaling van 348 gld 19 st 4 penn, aan Pieter Meyster te Utrecht, over de derde termijn van de koop van een stuk land genaamd Leijtschebos, verschenen Kerstmis 1610, met de interest van dien tegen de penning 16 vanaf de verschijndag tot de betaling toe 21.
In 1623 verklaart Reijer Cornelisz, tegenwoordig secretaris van Geestmerambacht, ten verzoeke van Aucke Jansz, Jacob Claesz en Jan IJffsz, gewezen verkiezers van de schepenen van Koedijk, dat hij van het jaar 1596 tot het jaar 1603 incluis het schoutambt van Koedijk bediend heeft (hij geeft uitleg over gevolgde procedures) 22.
In 1636 verkoopt Reijer Cornelisz anders Schout Reijer, secretaris te Warmenhuizen, als grootvader en voogd van de kinderen van Guijrtgen Reijers mede-erfgenamen van Trijn Arisdr in haar leven huisvrouw van Allert Pietersz Bommer, mitsgaders als last en procuratie hebbende van Pieter Jansz wonende te Bergen voor hemzelf en als oom en voogd van de nagelaten kinderen van zal. Cornelis Jansz zijn broer, en Dirck Sijmonsz mede van Bergen als gecoren voogd van de jonge onmondige kinderen van zal. Jan Arisz geteeld bij zijn tweede huisvrouw Maritgen Jansdr, mitsgaders Aris Jansz wonende te Alkmaar over de Geest voor hemzelf en Cornelis Reijersz buurman te Koedijk voor hemzelf en de rato caverende voor Jan Sijmonsz getrouwd hebbende Aeriaentgen Reijers zijn zuster wonende te Warmenhuizen, tezamen mede-erfgenamen van Trijn Arisdr, met procuratie gepasseerd voor Jacob van der Geest in 1635, aan Jeuriaen Hansz Cramer een camer met erf binnen Alkmaar aan de Noordzijde van de Bordeelsteech, belend ten oosten de regenten van de gemeente van de Mennonisten met een gemene muur, ten westen de koper c.s., belast met 50 gld hoofdsom, met de oude kwijtschelding door wijlen Allert Bommer verkregen op 7 november 1624 23.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis REIJERSZ.
In 1629 verklaart Jan Jansz Boombaer, poorter te Alkmaar, dat Cornelis Reijersz, buurman op 't Noorteijnde van Koedijk, zich geconstitueerd heeft als borg voor Cornelis Jansz Bombaers comparants broer, voor de somme van 45 gld 24.
In Koedijk is in 1643 Cornelis Reijersz ten noorden belend aan een huis op het Noortendt verkocht door Maerten IJffsz aan Claes Pietersz Harponier 25.
2. Jan REIJERSZ.
3. Eelke REIJERSDR.
4. Ariaentge REIJERSDR, tr. Jan SIJMONSZ.
5. Geurtgen REIJERSDR, volgt IIIa.
IIb. (van I) Jan Cornelisz RUS, overl. vóór 28 juli 1594, tr. N.N.
In 1592 belenden Cornelis Reijers Rus en Jan Cornelis Rus een akker zaadland in Oudkarspel die verkocht is door Reyer Cornelis Schotvanger 11. Deze Reyer Cornelis Schotvanger is identiek met de latere schout Reijer Cornelisz, en hij en Jan Cornelis Rus zijn zoons van genoemde Cornelis Reijers Rus.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Jansz, volgt IIIb.
2. Gerrit Jansz, geb. ca. 1591, volgt IIIc.
3. Maritgen JANSDR.
4. Eelke JANSDR.
5. Jannitgen JANSDR.
IIIa. (van IIa) Geurtgen REIJERSDR, tr. N.N.
Uit dit huwelijk onbekende kinderen.
IIIb. (van IIb) Pieter Jansz RUS, tr. Griet PIETERS, overl. vóór 30 jan. 1669, dr van Pieter Pietersz TWISCH en Alit JANS.
Bij de verpachting van vroonlanden in 1614 wordt No. 55, De Batouw, groot 2 morgen 231 roeden, met de aanwas in 't Oost in de Somersloot, in 't West, Noordwest en Noord in 't Harkedel, laatst gebruikt door Jacob Jacob Cornelis Wouters, gemijnd door Pieter Jansz Rus van Koedijk voor 125£, met als borgen Gherryt Jans en Jan Pietersz [bij No. 59 zijn Pieter Jansz Rus en Jan Pietersz de borgen voor Gerryt Jansz Rus van Koedijk] 26.
In verpondingsboeken van Oudkarspel komen de volgende vermeldingen voor. In 1615 onder Volgen die buieren van Coedick die in Outcarspel gelandet syn Pieter Jansz Rus 1 gars ½ snees, nl. eerst 8½ snees over een van de 5 akkers bewesten de Diepsmeer, belend ten noorden Jan Jansz Aengaende, ten zuiden de weduwe Griet van [Jan] Voorborch, nog 4 snees over 2 tuintjes aan elkaar verheeld beoosten de Greb, belend ten noorden Koedijker kerkeland, ten zuiden Nomke IJssebrant. In 1627 onder Koedijck 1627 Pieter Jans Rus 1 gars ½ snees, ontfanckt van de suiderste 5 acker 8 snees. In 1638 onder Coedick 4-0-0 Pieter Janssen Rus wedu 2-4-0, wijst op Jan Aerians Schotfanger 0-2-10 (van dat haer lant te hooch was gestelt so ist bij de schotvanger aengenomen), ontvangt van Alit Jans haar moeder 1-10-0, in 1649 onder Coedick verpondinge Jacop Reyers erve 1-10-0 wijst op de weduwe van Pieter Jansz Rus en op de lijst onder Coedick Pieter Jansz Rus wedu 5-10-0. 27
In Oudkarspel is in 1660 de weduwe van Pieter Jansz Rus belend ten zuiden aan een stuk weiland weiland in de Vuyle Grep verkocht door Jan Pouwels wonende te Alkmaar aan Jan Jansz Breelant wonende te Koedijk, en verkoopt in 1661 Jan Pietersz molenaer met zijn consorten en Aerjen Bartelmiesz met zijn consorten aan Griet Pieters weduwe van Pieter Jansz Rus 2/3 gars in een stuk land groot in 't geheel 9 geerzen achter de Nieuwe Grep, belend ten westen de Nieuwe Grep, ten zuiden Rinckelema(?), ten noorden Lucasweijt 28.
In Oudkarspel verkoopt in 1662 Jacob de Haes, notaris te Alkmaar, als last en procuratie hebbende van de heer Jacob van der Does, burgemeester in 's-Gravenhage, aan Griet Pieters, weduwe van Pieter Jansz Rus, wonende te Koedijk een stuk weiland en een akker zaadland daar terzijde aan gelegen, de weide genaamd de Coogeweijt en de akker genaamd de Bruijn, gelegen op het Noorteijnde van Koedijk, de weide groot 10 geerzen 9 snees 6 roeden, de zaadakker 1 gars 7 snees 16 roeden, in 't geheel 12 geerzen 5 snees 2 roeden, de weide belend ten zuiden Dr Coor[n]hart, ten oosten Bruijneman, ten noorden de voorschreven zaadakker, ten westen de Mient alhier, de zaadakker belend ten noorden Heijndrick Joosten, ten zuiden en westen het voorschreven weiland, ten oosten Heijndrick Aelberts 29.
In verpondingsboeken van Oudkarspel staan de volgende vermeldingen. In 1615 onder Volgen die buieren van Coedick die in Outcarspel gelandet syn Alyt Jans de weduwe van Pr. Prs. Twisch 2 geerzen, nl. eerst 1 gars over een akker genaamd Boonoort aan de Diepsmeer, belend ten zuiden de erven IJff Pieter Wyerts, ten noorden Jan Syverts, nog 1 gars over Oudeiaepsacker benoorden Saskersloot, belend ten noorden en oosten Maertgen Jans. In 1627 onder Koedijck 1627 Aelyt Jans 2 geerzen. In vermoedelijk omstreeks 1655 [niet 1630 als in de inventaris aangegeven] 1-0-0 Griet Pieters Rus een akker genaamd Bonoort beoosten aan de Diepsmeer, 1-0-0 Griet Pieters Rus een akker genaamd Oude Jaepsacker, 1-0-0 de weduwe van Pieter Jansz Rus 2 akkers aan elkaar, 9-0-0 de weduwe van Pieter Jansz Rus c.s. een weide genaamd Breetslick, en 6-0-0 Griet Pieters Rus weduwe c.s. een weide genaamd het Hardelant, 1-0-0 voornoemde Griet Pieters een akker, 0-4-0 Griet Pieter Rus weduwe een akker. 30
Uit dit huwelijk:
1. Lysebet Pieters.
2. Jan Pietersz, diaken van de Gereformeerde Kerk in Koedijk 31, overl. vóór 30 jan. 1669.
In Oudkarspel verkopen in 1656 de erfgenamen van Mijdert Jansz aan Jan Pieters Rus wonende op Koedijk een stuk weiland van 3 geerzen gemeen met Ariaan Schotvanger, bewesten de Diepsmeer, belend ten oosten de Hochwaert, ten noorden Pieter Jansz van Huijskebuijert, ten zuiden de koper 32.
In 1662 bekent Jan Pietersz Rus wonende te Koedijk schuldig te wezen aan Maritie Pieters weduwe van Floris Floris Wildeman, poorterse van Alkmaar, 2657 gld 18 st, te betalen over 2 jaar met de interest van dien tegen 3 gld 10 st ten honderd in 't jaar, met als borgen Cornelis Pietersz Rus wonende te Koedijk en Jan Jansz Klaij wonende in de Diepsmeer 33.
In Koedijk wordt in 1664 een copie ingeschreven van een overeenkomst van 15 juni 1664 tussen Floris Floris Wildeman te Alkmaar ter eenre, en Jan Pietersz buurvrijer te Koedijk, voor zichzelf en voor zijn moeder, zuster en andere broers, ter andere zijde, over deling en scheiding van rietland in de Noorder Cleijmeer, volgens welke Wildeman het achterste of westelijke deel krijgt, en Jan Pieters Rus c.s. het voorste of westelijke deel. In hetzelfde jaar had Floris Florissen Wildeman de helft van dat rietland, gemeen met Griet Pieters en haar kinderen, gekocht van Jacob Jansen Cruijswerck en Pieter Jansen Cruijswerck 34.
3. Pieter Pietersz, volgt IVa.
4. Cornelis Pietersz, overl. Koedijk kort vóór 27 nov. 1680.
In 1672 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Cornelis Pieters en Trijntje Pieters ten huize van Jacob Pieters en Cornelis Pieters Russe, omen van de bruid 35.
Op 27 november 1680 wordt in Koedijk voor de erfgenamen van Cornelis Pietersz Rus ten behoeve van de collaterale successie diens nalatenschap getaxeerd, namelijk de helft van een huis, erf en tuintje oversloot op 200, de helft van de Hoge Weijt 1163-10-0, een halve akker 96, en een half tak- of bosland 13, totaal 1472-10-0 36.
5. Jacob Pietersz, impost op begr. Koedijk 30 dec. 1702 (impost 2 keer 6 gld, ongehuwd overleden, aangever Willem Ariensz Huijsman).
In 1679 is Jacob Pieters Rus in het Noordend van Koedijk ten noorden belendend aan een huis en erf door de kinderen en kleinkinderen van zal. Pieter Cornelis Meech verkocht aan Jan Gerrets Rus 37.
Jacob Pietersz Rus wonende te Koedijk testeert in 1700, legateert aan de 2 nagelaten kinderen van Aeltje Pieters, met namen Willem en Pieter Adriaensz, elk 250 gld, legateert aan de kinderen van Trijntje Pieters, met namen Pieter, Maertje en Grietje Cornelis, mede elk 250 gld, nomineert als universele erfgenamen de kinderen van Pieter Arisz, en bepaalt dat Aefje Aris zal genieten de renten en vruchten van zaadland in Oudkarspel bij de Saskersloot genaamd Oue-Jacobsacker haar leven lang en meer niet 38.
In Koedijk wordt in 1703 vanwege de erfgenamen van Jacob Pietersz Rus door Jacob Jans Stammis de belasting voor de collaterale successie betaald, over een huis en erf op het Noordeinde getaxeerd op 225 gld, een tuintje van 1 snees gelegen achter het Noordeind 15 gld, in Bergen de helft van van een elzenbosje in de Oubergerpolder van 5 snees 50 gld, in Oudkarspel een weiland van 12 geers 1440 gld en zaadland van 12 snees 120 gld 39.
6. Aris Pietersz, volgt IVb.
IIIc. (van IIb) Gerrit Jansz RUS, geb. ca. 1591, overl. verm. kort vóór 3 mei 1663 40, tr. N.N.
Bij de verpachting van vroonlanden in 1614 wordt No. 59, Garbrant Pouwelsweyde, groot 3 morgen 23 roeden, met de aanwas in 't oost in de Somersloot, laatst gebruikt door Gerrit Pietersz Jonge Gerrit van Koedijk, gemijnd door Gherryt Jansz Rus van Koedijk voor 150£, met als borgen Pieter Jansz Rus en Jan Pietersz 41.
In 1626 getuigen Gerrit Jansz Rusch, buurman te Koedijk, oud omtrent 35 jaar, en Claes Jansz backer, poorter van Alkmaar, oud omtrent 28 jaar, verzocht zijnde door Aerian IJffsz Cramer als voogd van de kinderen van wijlen Jan Pietersz Soetelieff, dat zij verleden winter geweest zijn bij Pieter Gerritsz Backer in zijn leven wonende te Warmenhuizen, ziekelijk bij de haard zittende, dewelke aan elk van hen beleden heeft dat hij omtrent 2 jaar geleden 100 gld opgenomen had Jan Pietersz Soetelieff, zeggende dat hij wilde dat deze uit zijn nalatenschap vooruit aan diens kinderen betaald zouden worden, en getuigt Gerrit Jansz Rus, buurman te Koedijk, oud omtrent 35 jaar, ten verzoeke van Wouter Pietersz Spijcker wonende te Koedijk als voogd van de nagelaten weeskinderen van Jan Pietersz Soetelieff, dat hij in de winter laatstleden geweest is ten huize van Pieter Gerritsz Backer te Warmenhuizen, dewelke ziekelijk zijnde bij de haard zat en tegen hem getuige en anderen gezegd heeft dat hij zijn zoon Gerrit Pietersz Vetter van zijn moeders erfenis voldaan heeft, onder vertoning van een akte daarvan 42.
Bij de verpachting van vroonlanden op 13 oktober 1633 op 't stadhuis te Alkmaar wordt de Noortooster helft van Foppe Pieterswaijde, groot 3 morgen 270 roeden, laatst gebruikt door Sijmon Pietersz Papen, gemijnd door Gerrit Jansz Rus voor 184£, met als borgen Garbrant Jacobsz en Jacob Adriaensz van Koedijk, de Willem Foppiswaijde akias de Metinge, groot 3 morgen 68 roeden, met de aanwas in het Oost in de Somersloot, laatst gebruikt door Claes Pietersz Sinter alias Moersjongste, eveneens gemijnd door Gerrit Jansz Rus, voor 182£, met dezelfde borgen, en wordt bij een verpachting aan Jacob Ariensz Bruijneman en aan Ghermant Jacobsz Tesselaer mede als borg vermeld Gerrit Jansz Rus(ch) 43.
In Koedijk is in 1634 Gerrijt Jansz Rus mede-voogd van de kinderen van Cornelis Jansz Soetelieff 44.
Voor de notaris in Noord-Scharwoude compareren in 1637 Jan Gleynisz Breelant, Gerrit Jansz (Rus) en Cornelis Reijersz Stammes, allen van Koedijk, als gecommitteerden van de Oude Greb 45.
In Koedijk verkopen in 1638 de kinderen van Jacob Claesz Cleijenburch een huis en erf aan Jan Jansen, belend ten noorden Gerrit Jansz Rus, ten zuiden Griet Pieters, en verkoopt in 1644 Jan Jansz alias Cleijn Jan te Huiswaard aan Gerrit Jansz Rus een huis en erf op 't Noordend, belend ten zuiden de koper, ten noorden Cornelis Jacobsz Folkers 46.
In Oudkarspel verkoopt in 1651 Reijer Jacopssen wonende op Sijbelhuijse in de banne van Harenkarspel aan Gerrit Janssen Rus wonende op Koedijk de helft van een stuk weiland, omstreeks 3 geerzen 11 snees 10 roeden, gemeen en onderdeel met Gerrit Jansz Kaeckien wonende te Warmenhuizen, groot in 't geheel 7 geerzen 9 snees, belend ten westen Gerrit Bouwens van Koedijk, ten zuiden Croone weduwe [de weduwe van Croon Jans] van Alkmaar, ten noorden de banscheiding van Warmenhuizen, en verkoopt in 1653 Gerriet Jansz wonende te Warmenhuizen aan Gerriet Jansz Rus wonende op Koedijk de helft van een stuk weiland groot in 't geheel 8 geerzen in de Vulle Grep, belend ten westen Gerriet Louris wonende op Koedijk, ten noorden Cornelis Timmerman mede van Koedijk 47.
In Koedijk wordt op 8 januari 1670 in de weeskamer voor de kinderen van wijlen Dirck Aerjens en Alit Pieters, van wie de voogden zijn Cornelis Gerrets Rus en Huybert Gerrets Slommer, ingebracht een obligatie op Pieter Gerrets Rus, anders Pieter Jansen Molenaer te Amsterdam op de molen 't Schaep, ten pryckel van Cornelis Gerrets 48
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis Gerritsz, volgt IVc.
2. Jan Gerritsz, volgt IVd.
3. Pieter Jansz, geb. Koedijk, volgt IVe.
IVa. (van IIIb) Pieter Pietersz RUS, tr. Maartje Pieters MEEGH, dr van Pieter Cornelisz MEEGH en Reynu SIJMENS, die hertr. met Jan Cornelisz SCHUIJTEMAKER.
In Koedijk is op 29 december 1667 Aris Pieters, als oom van zijn broers kinderen, eiser tegen Cornelis Jacob Volckers en Jan Gerrets Rus, om de voogdijschap te aanvaarden over de voorschreven kinderen van Pieter Pieters Rus geprocureerd bij Maartje Pieters; de voogdij is gewillig aanvaard 49.
Opmerkingen en kinderen bij dit huwelijk:
In Koedijk worden in de weeskamer door Jan Pieters Rus en Jacob Pieters Rus, als ooms en bloedvoogden van de 2 kinderen van hun overleden broer Pieter Pieters Rus en Maertjen Pieters, met Jan Cornelis Schuijtmaker als stiefvader, goederen ingebracht. Namelijk een akker zaadland, groot omtrent 8 snees, in de Vuijle Greb in de banne van Oudkarspel, belend ten zuiden Gerret Reijers Slommer, ten noorden de erfgenamen van Trijn Jans Goutsmit (in de marge: op 6 april 1672 verklaren de voogden Cornelis Jacobs Volckers en Jan Gerrets Rus, in presentie van Almer Jansen en Cornelis Pieters Volckers die met de 2 voornoemde dochters getrouwd zijn, dat deze akker is toebedeeld aan Alit Pieters), en een obligatie van 900 gld berustende onder de grootmoeder en voornoemde ooms. De moeder van de kinderen competeert nog 78 gld, waarvan een gedeelte is betaald door Jan Schuijtemaker (in de marge: de moeder is ook overleden). Op 30 januari 1669 volgt er een aanbreng door de voogden Cornelis Jacob Volckers en Jan Gerrets Rus in presentie van Jacob Pieters Rus en Sijmen Pieters Meech als ooms, betreffende het erfdeel van hun moeder, hun oom Jan Pieters, en van de grootmoeder van vaderszijde, namelijk een akker zaadland, groot omtrent 21 snees, aan de Somersloot, belend ten zuiden Aerjen Pieters Aengaende, ten noorden Pieter Jacob Volckers, toebedeeld aan Trijn Pieters, en een vierdepart rietland, groot omtrent in 't geheel 10 geerzen, in de Noorder Cleijmeer, belend ten zuiden Jan Bertelmies, ten oosten de ringesloot, ten noorden de erfgenamen van Pieter Gleynis Amerael met hun weiland, gemeen met Floris Wildeman en voornoemde Ameraels erven, toebedeeld aan Alit Pieters. Verder zijn er nog obligaties berustende onder Jacob Pietersz Rus (2200 gld), Aris Pieters Rus (600 gld), Jan Gerrets Rus (100 gld) en Jacob Gerrets Rijplant (100 gld), en nog enkele roerende goederen en tegoeden. 50
1. Trijn Pieters, volgt Va.
2. Alit Pieters, volgt Vb.
IVb. (van IIIb) Aris Pietersz RUS, schepen van Oudkarspel 51, impost op begr. Koedijk 16 mei 1702 (impost 6; overleden in de banne van Oudkarspel), tr. N.N. Cornelis VOLCKERTS, dr van Cornelis Jacobsz VOLCKERTS.
In Oudkarspel verkoopt in 1660 Sijmon Fransz wonende in Broek aan Aris Pietersz buurman te Koedijk een huis en erve op 't Noorteijnde van Koedijk, belend ten noorden Jacob Jansz, ten zuiden Dirck Jansz, en verkoopt in 1661 Willem Claesz wonende te Noord-Scharwoude, ook voor zijn twee broers Dirck Claesz en Claes Claesz mede wonende aldaar, aan Aris Pietersz wonede te Koedijk 1½ gars land in een stuk weiland groot in 't geheel 9 geerzen gelegen bij Koedijk 52.
In Koedijk verkoopt in 1660 Aris Pieters, onze buurman op 't Noortent in de ban van Oudkarspel, aan Jan Pieters anders Cleyn Pietje Jans een huis en erf op 't Noortent, belend ten noorden Pieter Brelandt, ten zuiden Jan Aenges, voor een custingbrief van 200 gld; bij inschrijving van de schuldbekentenis wordt de koper Jan Pietersz de zoon van Pieter Pietersz Cleijn Piedt genoemd 53.
In Oudkarspel verkopen in 1678 Jacob Pieters en Cornelis Pietersz wonende te Koedijk aan Aris Pietersz, wonende op 't Noorteijnde van Koedijk in onze banne, een akker zaadland gelegen achter de Diepsmeer, groot omtrent 12 snees, belend ten noorden Jan Pietersz Nouweman, ten zuiden Pieter Cornelisz als bruiker, en verkoopt in 1685 Mr Claas Wringh (chirurgijn) wonende te Alkmaar, als executeur van de boedel van zal. Dr Cornelis Cornhart, aan Aris Pietersz Rus en Volkert Cornelisz, beiden wonende te Koedijk in onzen bedrijve, een stuk groedland genaamd het Nieuwelant, groot 4 geerzen 2 snees 15 roeden, belend ten oosten de erfgenamen van Garbrant Levendig, ten westen Pieter Cornelisz Rus, ten zuiden de Grebsloot, item een stuk land genaamd 't Breelant met een dam annex het voorgaande stuk gelegen, groot 5 geerzen 9 snees 10 roeden 54.
In Oudkarspel verkoopt in 1693 Cornelis Claasz wonende te Noord-Scharwoude aan Aris Pietersz Rus en Volckert Cornelis, beiden wonende te Koedijk in dezen bedrijve, een derdepart in een stuk weiland groot in 't geheel omtrent 9 geerzen bij 't Noordeijnde van Koedijk achter de Nieuwe Greb, belend ten westen de ringsloot van de Greb, ten zuiden Pieter Cornelisz Rus, ten noorden Pieter Arisz Rus, gemeen en onderdeel met de kopers voor de resterende 2 derdeparten, verkoopt in 1697 Bouwen Jansz Huijskebuurt aan Aris Pietersz Rus, oud-schepen dezer heerlijkheid, een stukje grasland groot omtrent 2½ gars bij de Diepsmeer, belend ten oosten de Ringsloot, ten noorden de koper, ten zuiden Cornelis en Jacob Stammes, en verkoopt in 1699 Jan Hendriksz Hartland wonende te Koedijk aan Aris Pieters Rus aldaar een zesdepart in een stukje grasland in 't geheel omtrent 2 morgen bij de Vuijle Greb, belend ten oosten 't dorpsland van Oudkarspel, ten westen en zuiden de koper, gemeen en onderdeel met de koper en met Lambert Jansz Brommer en Jan IJsz 55.
Aris Pietersz Rus wonende op het Noordeijnde van Koedijk in de banne van Oudkarspel testeert in 1700, prelegateert aan de kinderen van Pieter Arisz zijn overleden zoon zijn 'eigenlijke' huisraad en kleren, testeert aan Aefje Aris zijn dochter de blote legitieme portie, en institueert in alle verdere goederen de kinderen van Pieter Arisz zijn gewezen zoon 56.
In Koedijk compareren in 1653 voor de weeskamer Cornelis Jacob Volkerts als vader van zijn kinderen, Adriaen Bartholomeus als oom en Aris Pietersz als zwager van de kinderen; de boedel blijft onverdeeld bij de vader 57.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Arisz, volgt Vc.
2. Aefje Aris, overl. vóór 5 sept. 1709, tr. Oudkarspel 7 april 1697 Pieter Jacobsz FIJNEMAN, impost op begr. ald. 6 febr. 1709 (impost 3, volgens decisie van de schout en secretaris), zn van Jacob Pietersz FIJNEMAN.
In Oudkarspel testeren in 1700 Pieter Jacobsz Fijneman, regerend burgemeester alhier, en zijn huisvrouw Aaf Aris. De vader van testatrice indien in leven krijgt de legitieme portie, de langstlevende mag de goederen van de eerststervende blijven bezitten, en na het overlijden van de langstlevende zullen de goederen naar elke zijde gaan. Van de goederen van elk is een inventaris gemaakt. 58
In Oudkarspel verkoopt in 1702 Pieter Jacobsz Fijneman, oud-burgemeester alhier, ook voor zijn broer Jacob Fijneman, aan Jan Pietersz Volckers wonende te Koedijk 2 akkers zaadland, tezamen groot 4 geerzen 1 snees 14½ roe, belend ten noorden de erven Ds Christianis, ten zuiden Reijer Adriaansz Groenvelt 59.
IVc. (van IIIc) Cornelis Gerritsz RUS, overl. vóór 2 maart 1685 60 en 61, tr. N.N.
In Koedijk verkoopt in 1651 Cornelis IJsbrants aan Cornelis Gerritsz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Gerrit Reijersz Slommer, ten zuiden de weduwe van Pieter IJffsz 62.
In Oudkarspel verkoopt in 1678 Maerten Cornelisz Soetelief wonende te Zuid-Scharwoude aan Cornelis Gerritsz Rus wonende te Koedijk de helft van een stuk weiland in onze banne te Koedijk, belend ten westen de Vaert, ten zuiden de banscheiding van Oudkarspel en Koedijk, ten noorden Dr Coorn, groot in 't geheel omtrent 4 geerzen 9 snees en onderdeel met Pieter Soetelief secretaris te Zuid-Scharwoude, voor een custingbrief 63.
In Warmenhuizen verkoopt in 1682 Theuwis Meyertsz geassisteerd met Adriaen Jacobsz Stroper aan Cornelis Gerritsz Rus wonende te Koedijk een perceel land binnen de Oude Greb, groot 4 geerzen 9 snees, belend ten noorden de koper 64.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Cornelisz, volgt Vd.
2. Jan Cornelisz, geb. ca. 1662, volgt Ve.
IVd. (van IIIc) Jan Gerritsz RUS, overl. vóór 5 febr. 1685 65, tr. N.N.
In augustus 1653 wordt in Oudkarspel door de baljuw een proces aangespannen tegen een aantal inwoners van de banne van Koedijk die (in Oudkarspel) tijdens de predicatie van de gewone wekelijkse bededag bevonden waren te werken, onder andere tegen Jan Gerritsz de Mennoniete predikant [ongetwijfeld is dit Jan Gerritsz Rus], samen met Reijer Sijmonsz, Pieter Pietersz en Cornelis Pietersz in zijn gezelschap. De eis tegen Jan Gerritsz was betaling van 4 keer 6 gld, dus 6 gld per persoon. Het proces stond in de periode van 28 augustus 1653 t.e.m. 28 april 1654 6 keer op de baljuwsrol van Oudkarspel, zonder vermelding van een vonnis. Op 26 september 1653 verklaarden Jan Aeriaensz Stammis en Dirck Pieter IJffsz, schepenen van Koedijk als gemachtigden van de schepenen en regeerders van Koedijk, dat in Koedijk met speciale toestemming de predicatie om 9 uur gehouden werd, en dat daarom de gedaagden niet in overtreding waren omdat zij bevonden waren dit uur van de bededag niet overtreden te hebben. De baljuw persisteert bij zijn eis. Op 10 maart 1654 houden schepenen van Oudkarspel de zaak in advies tot de naaste rechtdag, mits de gedaagden de schout van Koedijk voor hen zal brengen om onder ede een verklaring te doen. 66
Op 1 oktober 1653 heeft Jan Gertsz van Koedijk te Edam de vermaning gedaan, waarbij ook een afvaardiging van Zaandam en Westzaan aanwezig was; kennelijk kwam Jan Gertsz van Koedijk vaker in Edam op uitnodiging van Jasper Jansz, zoals tussen 2 en 9 september 1657 67.
In Koedijk verkoopt in 1653 Jan Gerritsz Rus aan Cornelis Jacob Volckersz c.s. een hoekje erf vóór de huizen van het dorp, belend ten noorden de koper, ten oosten de Heerwech, ten zuiden verkoper, ten westen de gemene vaart, wordt in 1665 Jan Gerrets Rus genoemd als diaken van de gereformeerde kerk [wat hoogst onwaarschijnlijk is omdat hij mennoniet was, vrij zeker zelfs Mennoniets predikant; bedoeld zal zijn zijn neef Jan Pietersz Rus die op 28 september 1664 als diaken genoemd wordt], en verkopen in 1679 de kinderen en kindskinderen van zal. Pieter Cornelisz Meech aan Jan Gerrets Rus een huis en erf op 't Noordend, belend ten zuiden Pieter Jacob Volckers, ten noorden Jacob Pietersz Rus 68.
In Koedijk heeft op 30 mei 1657 Jan Gerritsz Rus ter presentie van Gerrit Reijersz Slommer en Jan Dircxz, voogden over zijn drie kinderen, wegens hun moeders erfenis te weesboek gebracht een akker zaadland groot omtrent 11 snees, belend ten zuiden de Wester IJde, ten noorden Hendrick Jansz huijsbruijer, en nog 1050 gld aan geld berustende onder de vader 69.
In Oudkarspel verkoopt in 1668 Jan Gerritsz Noom wonende te Koedijk, ook voor Gerrit Pietersz Koster en Willem Pietersz wonende in de Limmercoogh, aan Jan Gerritsz Rus wonende te Koedijk een akker zaadland groot omtrent 17 snees aan de Diepsmeer, belend ten noorden de koper, ten zuiden de erfgenamen van Geertje Pieters, en verkopen in 1680 Symon en Jan Pietersz Meegh, beiden wonende te Koedijk, ook voor Cornelis Pietersz Volkertsz op Koedijk en voor Aerjen Willemsz wonende te Schermerhorn, mitsgaders Claes Jacobsz mede wonende te Koedijk, tezamen erfgenamen van de weduwe van Pieter Cornelisz Meegh, aan Jan Gerritsz Rus wonende te Koedijk een akker zaadland beoosten de nieuwe Greb, belend ten noorden de erven van Jacob Gerritsz Rijpland, ten zuiden Cornelis Gerritsz Rus, groot in 't geheel omtrent 2 geerzen 70.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Jansz, volgt Vf.
2. Cornelis Jansz, impost op begr. Koedijk 21 juli 1702 (impost 3, betaald door Pieter IJffs).
3. Aaltje JANS, tr. Jan LEENDERTSZ, overl. vóór 24 dec. 1709.
IVe. (van IIIc) Pieter Jansz RUS, op 8 januari 1670 in Koedijk vermeld als Pieter Gerrets Rus anders Pieter Jansen Molenaer te Amsterdam op de molen 't Schaep 48, geb. Koedijk, molenaar (in Amsterdam op 19 januari 1668 als Pieter Jansz Rus van Koedijk, molenaar, poortereed gedaan en 't klein recht betaald), begr. Sloterdijk 17 aug. 1678 (Pieter Jansz Rus wonende aan de moutmolen staande aan de 100 roe bij de Haarlemmerpoort aan de Nieuwewegh), tr. Marritje DIRCX, begr. ald. 4 dec. 1669 (huisvrouw van Pieter Jansz [het oorspronkelijke patroniem Gerrits was doorgehaald en vervangen door Jansz] Rus wonende in de moutmolen dicht bij de poort), dr van Dirck REIJNDERSZ LAUWES en Geert JANS.
In Alkmaar verklaren Willem Jansz en Cornelis Cornelisz, beiden meelmolenaar te Alkmaar, ten verzoeke van Pieter Jansz meelmolenaar te Medemblik, dat van de verkochte molens in Alkmaar 't staande en lopende gereedschap door 2 schepenen wordt getaxeerd om van de kooppenningen te worden afgetrokken omdat daarvoor geen 40e penning betaald wordt 71.
In Medemblik wordt in 1665 Pieter Jansz Molenaer, wonende aan de Zuidzijde van 't Westeijnde (het eerste perceel naar het oosten toe), voor het haardstedengeld aangeslagen voor 2£ 72.
In Opperdoes bewijst in 1673 Pieter Jans Molenaer wonende te Amsterdam, genegen om te hertrouwen, aan zijn 5 kinderen Maertien, Jan, Trijntje, Dirck en Geertje, geprocreëerd bij Marij Dircks zal., zijn overleden huisvrouw, tot hun moeders erfenis 4 tiendeparten van een halve moutmolen met dezelfde parten van 't huis en erf, de molen genaamd 't Schaep, staande en liggende buiten de Haarlemmerpoort aan de Laegewech te Amsterdam, waarbij Cornelis Jans Raper wonende te Opperdoes als getrouwd hebbende Aef Dircxs zuster van voorschreven Marij Dircks zal., Jan Barents getrouwd hebbende Trijn Dircxs, mitsgaders Geert Dircxs zuster als voren, verklaren 't voorschreven bewijs te accepteren, vertrouwende dat de voorschreven kinderen door dit bewijs hun gerechtigheid wel zijn hebbende (alleen Jan Barents ondertekent niet maar zet een merk), en worden in 1677 als eigenaars van de Lutjeweijd bezuiden 't Zuijderpadt genoemd Cornelis Jansz Raper voor 1/4, Pieter Dircksz voor 1/4, Heijndrick Pietersz Visser voor 3/16, Pieter Molenaer voor 1/16, Reijnder Dircxz voor 1/8 en Pouwels Cornelis voor 1/8 73.
In Amsterdam heeft op 19 oktober 1673 Pieter Jansz moutmolenaar, ingevolge een accoord gepasseerd tussen hem en Cornelis Jansz oom van zijn kinderen te Opperdoes voor notaris Mr Volkert Bijkerck op 17 oktober 1673, bewezen zijn vijf kinderen Marretie oud 16, Jan 13, Trijn 10, Dirck 7 en Giertie 4 jaar van wie de moeder was Marretie Dircks, tezamen voor moeders erfenis, 4 tiendeparten in de helft van de moutmolen genaamd het Schaep buiten de Haarlemmerpoort op de Treckwegh, met dezelfde parten van 't huis en erf aldaar mede staande en gelegen 74.
Door het molenaarsgilde van Amsterdam is op 2 februari 1668 17-10-0 ontvangen van Pieter Jansen Rus (in hetzelfde rekeningenboek komt de naam Pieter Jansen of Pieter Jansz verschillende malen eerder en later voor); op 12 oktober 1677 is Pieter Jansz een van de nieuwe overluiden, die op 15 oktober 1678 opgevolgd was vanwege diens overlijden 75.
In Kalslagen verkoopt in 1675 Jacoba Jacobsdr, weduwe en boedelhoudster van Jan Aertsz Besuijen in zijn leven korenmolenaar te Kalslagen, geassisteerd met Claes Pietersz Backer haar stiefvader en vercoren voogd in dezen, met consent van de schout als oppervoogd van de nagelaten weeskinderen van voornoemde Jan Aerts Besuijen geprocreëerd bij voorschreven Jacoba Jacobsdr, aan Willem Pietersz Lucht en Jan Pietersz [moet zijn: Pieter Jansz] Rus, beiden korenmolenaars te Amsterdam, een windkorenmolen met huizinge, werve, potinge en plantinge staande en gelegen aan 't huis ter Lucht, belend ten oosten Adriaen Elbertsz, ten zuiden de Drecht, ten westen Willem Jacobsz Buijser, ten noorden voornoemde Adriaen Elbertsz, met de eigendom van de gehele sloot ten noorden van 't voorschreven erf, belast met 600 gld tegen 4½ gld ten honderd mitsgaders 5 gld 's jaars tot de recognitie en het recht van de wind, de windbrief van 3 augustus 1651, voor 1100 gld waarvan 800 gld gereed en de resterende 300 gld op 3 meidagen beginnende 1676, en verkopen in 1694 Dirck Pietersz Rus, Pieter Boogaart als getrouwd zijnde met Trijntie [moet zijn: Geertie] Pieters Rus, Claas Meijnders als weduwnaar en boedelhouder van Geertie [moet zijn: Trijntie] Pieters Rus en Trijntie Hillebrants weduwe en boedelhoudster van Jan Pietersz Rus, tezamen voor de helft, en Gerrit Cornelisz Buijser en Dirck Claasz de Hoop als voogden over de 2 minderjarige erfgenamen van Willem Pietersz Buijser, en Dirck Willemsz, voor de andere helft, aan Dirck Dircxz een windkorenmolen belast met 400 gld, voor 200 gld (in de kantlijn: de losse goederen getaxeerd op 160 gld zodat de 40e penning ontvangen is over 440 gld [vanwege 400+200-160=440]) 76
In Alkmaar compareerden in 1688 voor de notaris Jan Pietersz Rus molenaar op de moutmolen van 't Witte Schaap buiten de Haerlemmerpoort der stad Amsterdam op de Lagewegh, Dirck Pietersz Rus, Claes Meijndersz Westerman getrouwd met Trijntie Pieters Rus, en Pieter Bogaart in huwelijk hebbende Geertie Pieters Rus, allen wonende binnen deze stad, kinderen en erfgenamen van Pieter Jansz Rus en Maritie Dircx van Opperdoes, in hun leven echteluiden gewoond hebbende op de voorschreven molen, en gaven te kennen dat zij op 23 januari 1685 enige van de nagelaten goederen hebben verdeeld, namelijk de paarden, bedden met toebehoren, linnen en wollen (waar een briefje apart van is), dat de rest van de roerende goederen, huisraad en anders, door Jan Pietersz Rus is aanvaard en behouden tegen betaling aan de gemene boedel van 284 gld op Kerstmis 1685, welke somme hij met nog 400 gld wegens 2 paarden op 21[?] juli 1686 heeft voldaan, waarvan ieder zijn portie genoten heeft, met verdere nagelaten effecten. Van de nalatenschap is nog het volgende onverdeeld, namelijk de helft van de voornoemde moutmolen, huis en tuinen genaamd het Witte Schaap, belast met 1000 gld tegen 4 percent sedert Allerheiligen 1687 aan de erfgenamen van Simon Leendersz Molenaar, de helft in een korenmolen, huis en tuin staande aan het huis ter Lugt onder Kalslagen in de Veenen, belast met 200 gld, een stuk weiland groot omtrent 100 roeden te Opperdoes, een custingbrief ten laste van Lucas Jansz Spruijt, eerder molenaar te Medemblik nu buiten Hoorn aan de Noordermolen, van 1250 gld tegen 4 percent waarop nu nog resteert 200 gld en wegens verlopen interest 64 gld vervallen tot mei 1688 incluis, eindelijk een orgel staande tegenwoordig ten huize van Jan Pietersz Rus, nog de huurpenningen van de halve moutmolen sedert mei 1688 ten laste van de voornoemde Jan Pietersz Rus die de molen tegenwoordig voor de helft in huur gebruikt voor 12 gld 12 st per week, waarop in mindering 122 gld is betaald. (Ondertekeningen: Jan Pietersz Rus, Dirck Pietersz Rus, Klaes Meijndersz Westerman, Pieter Boogaert.) 77
Uit dit huwelijk:
1. Marretie Pieters, geb. ca. 1657.
2. Jan Pietersz, geb. Medemblik ca. 1660, ged. (mennon.) Hoorn 29 maart 1682 78, volgt Vg.
3. Trijntje Pieters, geb. ca. 1663, tr. Claes Meijndersz WESTERMAN.
4. Dirk Pietersz, geb. ca. 1666, volgt Vh.
5. Geertje Pieters, geb. Amsterdam ca. 1669, volgt Vi.
Va. (van IVa) Trijn Pieters RUS, overl. vóór 1680, tr. Koedijk 17 jan. 1672 Cornelis Pietersz VOLCKERTS, overl. Heiloo, impost op begr. Koedijk 23 april 1717 (pro deo), zn van Pieter Jacobsz VOLCKERTS en Lijsbet DIRCKX, die hertr. met Neeltje JANS, en Anna JANS.
In Koedijk maken op 29 januari 1672 Cornelis Pieters, bruidegom, geassisteerd met Pieter Jacob Volckers zijn vader, ter eenre, en Trijn Pieters, bruid, geassisteerd met Cornelis Jacob Volckers en Jan Gerrets Rus haar wettige voogden, ter andere zijde, huwelijkse voorwaarden ten huize van Jan Pieters en Cornelis Pieters Russe, omen van de bruid, op 't Noortende van het dorp (ondertekeningen: Cornelis Pieters Volkerts, Trin Pieters, Corneles Jacob Volkerts, Jan Gerritsz Rus, Jacob Pietersz Rus) 79.
In Koedijk verkopen de kinderen en kindskinderen van zal. Pieter Cornelis Meech, waaronder Cornelis Pieters Volckers wegens zijn vrouw en zijn vrouws zuster, verkopen aan Jan Gerrets Rus een huis en erf op Noortent, belend ten zuiden Pieter Jacob Volckers, ten noorden Jacob Pieters Rus 80.
In Koedijk is in 1684 Symen Pieters Meech voogd over de kinderen van Cornelis Pieters Volckers en zijn overleden huisvrouw, en is in 1695 Cornelis Pieter Volckers als in huwelijk gehad hebbende Trijn Pieters, dochter van Pieter Pietersz Rus, eiser contra Neel Pieters weduwe van Willem Aertsz en erfgename van Simon Pietersz Meegh, gedaagde, over een grafstede in de kerk door laatstgenoemde aan Cornelis Pieter Volckers geschonken 81.
In Oudkarspel verkoopt in 1696 Cornelis Pietersz Groot als in huwelijk hebbende Guurt Jans Tol voor de ene helft, en verder als gemachtigde van de oppervoogden over Claes Cornelisz zijn vrouws voorzoon geteeld bij Cornelis Claasz Kistemaker voor de wederhelft, aan Cornelis Pietersz Volckerts te Koedijk een stuk weiland genaamd 't Grontgat, belend ten oosten 't Grontgatslootje, ten noorden de ringsloot van de Moorsmeer 82.
In Koedijk verkoopt in 1699 Cornelis Pietersz Volckers aan Jacob Pietersz als voogd over de oude kinderen van Cornelis Pietersz Volckers genaamd Maertie, Grietie en Pieter Cornelisz, omtrent 2½ snees land in een akker zaadland groot in 't geheel omtrent 20 snees aan de Somersloot, belend ten noorden Volcker Cornelisz, ten zuiden Willem Hendricksz, voor 60 gld, en verkoopt in 1703 Cornelis Pietersz Volckers op 't Noordeinde aan Pieter van der Dussen te Utrecht een huis en erf waar comparant nu woont, belend ten noorden Pieter Jansz Rus, ten zuiden Dirck Ariensz, voor 400 gld 83.
In 1703 bekent Cornelis Pietersz Volckers wonende op het Noordeijnde van Koedijk schuldig te wezen aan Heer Pieter van der Dussen wonende te Utrecht 550 gld landhuur van 1700 tot 1703, en draagt op 5 rode kalfkoeien, 2 dito zwarte, 2 zwarte kalfvaarzen en een rode dito, en in 1705 draagt Cornelis Pietersz Volckers wonende op het Noordeijnde te Koedijk op aan Hendrick Hooghwout wonende te Alkmaar al zijn roerende goederen, linnen, wollen (enz., o.a. een koepraam en 2 melkschuitjes), alles tot vermindering van een somme van 400 gld 84.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Cornelisz VOLKERTS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 2 juli 1673, tr. 1° Oudkarspel 19 febr. 1702 Aafje PIETERS, ondertr. (impost) 2° ald. 30 jan. 1723 (pro deo), tr. ald. 14 febr. 1723 Maartje CORNELIS, wed. van N.N.
In Oudkarspel verkoopt in 1721 Pieter Cornelisz Volckerts, onze burger, weduwnaar van Aafje Pieters, voor hemzelf en als vader en voogd van zijn minderjarig kind bij zijn voornoemde huisvrouw verwekt, aan Jan van Twuijver, notaris en procureur wonende te Zuid-Scharwoude, een huis en erf op het Zuijdeijnde van Oudkarspel, beoosten de straat, belend ten noorden Pieter [Cornelisz] Schoenmaker, ten zuiden Aris Cornelisz, voor 180 gld 85.
2. Maertie Cornelis VOLCKERTS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 15 sept. 1675.
3. Grietie Cornelis VOLCKERTS, ged. (nederd. geref.) Koedijk aug. 1677.
4. Lysbet Cornelis VOLCKERTS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 21 sept. 1679.
Vb. (van IVa) Alit Pieters RUS, overl. Schermerhorn vóór 15 nov. 1683, tr. 1° Koedijk 22 febr. 1671 Almer JANSZ, bij huwelijk jonggezel van de Burg [Enigenburg], tr. 2° Aerien Willemsz HUIJSMAN, meelmolenaar te Schermerhorn, overl. ald. vóór 29 nov. 1685, die hertr. met Maertje ELBERTS.
In Warmenhuizen compareren voor de weesmeesters in 1683 Adriaen Willemsz molenaar te Schermerhorn en Jacob Pietersz Rus wonende te Koedijk als oudoom over de kinderen Willem Adriaensz en Pieter Adriaensz van Adriaen Willemsz voorschreven geteeld bij Allijt Pieters zaliger gedachte, dewelken verklaarden geaccordeerd te zijn over de moederlijke erfenis in dezer voege dat de twee kinderen zullen hebben en genieten een stuk land in de banne van Warmenhuizen genaamd het Leegh, groot ruim 9 geerzen, belend ten westen Olbrants Hoogh, ten zuiden Cornelis Wittebroot, mits de vader de kinderen zal onderhouden en opvoeden tot hun mondige dagen of huwelijkse staat, tenzij hij vóór die tijd overlijdt, in welk geval die alimentatie en onderhouding om de rente van de kinderen zal ophouden zonder dat de kinderen iets ten laste van de boedel mogen pretenderen (ondertekend: Aerien Willemsz molenaer, Jacop Pietersz Rus) 86
In 1685 compareren in Warmenhuizen Jacob Pietersz Rus als oudoom wonende te Koedijk en Pieter Willemsz Meyerts als oom, over de twee nagelaten kinderen van Adriaen Willemsz Huysman in zijn leven meelmolenaar te Schermerhorn en Aellytje Pieters diens eerdere huisvrouw mede overleden aldaar en brengen hun vaders erfenis ter weeskamer, als volgt. Een stuk weiland in Warmenhuizen, groot omtrent 4½ gars, belend ten zuiden de erven Cornelis Hendricksz Raet, ten oosten de Heerevaert, nog omtrent 2½ gars land in St. Maarten gemeen met Jan Pietersz Buijis c.s., nog hetgeen hun vader competeert in een lijfrente afkomstig van diens ouders, nog een best bed met toebehoren, een bijbel en de kleren van hun vader en moeder, tegenwoordig in bewaring bij Jan Jacobsz Seltus, nog een recht in een onverdeelde erfenis van Jacob Reyertsz Debbighael, en nog 715 gld die hun stiefmoeder op Kerstmis 1685 aan hen uitkeren moet. Op 22 maart 1690 compareerden nog hun omen Pieter Willemsz Meyerts en Jan Thysen, die nog 533 gld 6 st 12 penn aanbrachten van een losrente op naam van Adriaen Pietersz Karel. Ook hebben o.a. de voogden nog aangebracht 166 gld 13 st 4 penn wegens de erfenis van Lysebet Pieters overleden te Koedijk. 87
Voor de weesmeesters van Warmenhuizen hebben in 1700 Willem Adriaensz bejaarde jongeman ter eenre, en Jacob Pietersz Rus en Pieter Willemsz Meyers voogden van de minderjarige broer Pieter Adriaensz ter andere zijde, gedeeld met approbatie van de weesmeesters. Na de deling is nog aan Pieter Adriaansz een legaat van 250 gld ten deel gevallen uit de erfenis van Jacob Pietersz Rus overleden te Koedijk, hetgeen de weduwe van Pieter Arisz onder zich op interest zal behouden. Op 25 februari 1706 verklaart Pieter Adriaensz door de erfgenamen van Jacob Pietersz Rus welbetaald te zijn. 88
Uit het tweede huwelijk:
1. Willem Adriaensz HUIJSMAN.
2. Pieter Adriaensz HUIJSMAN.
Vc. (van IVb) Pieter Arisz RUS, impost op begr. Koedijk 12 mei 1700 (impost 6; uit de banne van Oudkarspel), tr. ald. 2 febr. 1687 Reijnouw Jans STAMMIS, ged. (nederd. geref.) ald. 25 dec. 1661, impost op begr. Koedijk 21 sept. 1736 (impost 3), dr van Jan Cornelisz STAMMIS 89, in 1667 schepen ald., diaken ald. 28 sept. 1664, en Aef JACOBS, die hertr. met Arien Jansz HOOGEBOOM.
In Oudkarspel draagt in 1696 Cornelis Jansz Stammis te Koedijk over aan Pieter Arisz Rus mede aldaar, zijn zwager, omtrent 2½ gars land bewesten de Diepsmeer, belend ten noorden de Snijderssloot, bekennende geheel voldaan te zijn met andere goederen uit de boedel van de moeder daartegen in deling genoten 90.
Opmerkingen en kinderen bij dit huwelijk:
In Oudkarspel zijn in 1703 Sasker Pietersz en Hendrik Adriaansz Klinckert, als verzochte voogden over de nagelaten weeskinderen van Pieter Arisz [er staat: Aris Pietersz] Rus overleden op 't Noort-eynde van Koedijk in deze banne, geteeld bij Reijnouw Jans zijn nagelaten vrouw, met haar overeengekomen over hun vaders erfenis, en brengen de goederen in door de kinderen geërfd van hun grootvader Aris Pietersz Rus en hun [oud]oom Jacob Pietersz Rus. De moeder heeft al 804 gld aan de kinderen uitbetaald, door de voogden gebruikt in 't voldaan van de legaten door Jacob Pietersz Rus gelegateerd. Verder zal de moeder ieder kind een stal koeien uitkeren wanneer tot hun mondige jaren of huwelijkse staat gekomen. Volgen de goederen geërfd van de grootvader Aris Pietersz Rus, eerst onder Oudkarspel: een stuk grasland genaamd de Breetslijk, groot omtrent 9 geerzen (aangedeeld aan Gerrit Pietersz Diepsmeer getrouwd met Trijntje Pieters), 1 gars grasland gemeen met Claas Joostes in de Waart in een stuk genaamd 't Zuijderst Hardlant (aangedeeld aan Cornelis Pietersz Butter getrouwd met Grietje Pieters), een akker zaadland genaamd de Lange Akker, groot omtrent 2 geerzen, belend ten noorden het dorp van Oudkarspel (aangedeeld als boven), een akker zaadland in de Slof, groot 1 gars, belend ten noorden Gert Jansz Lienman, een akker groot 6 snees genaamd Jan Duijfisakker, belend ten zuiden Pieter Rus (aangedeeld aan Cornelis Pietersz Butter), een akker achter de Diepsmeer, groot 1 gars, belend ten zuiden Sijmen Borst als bruiker, de helft in een akkertje gemeen met Dirk Pietersz Volckers, in 't geheel groot omtrent 3 snees (aangedeeld aan Jan Pietersz IJfs getrouwd met Maartje Rus), 4 bedden met 40 lakens, en een kevi. Volgen de goederen geërfd van Jacob Pietersz, onder Oudkarspel: een stuk grasland genaamd de Hoogeweijt, groot omtrent 12 geerzen, belend ten noorden de weduwe van Jacob Hendriks, onder Koedijk: een tuintje of holkje land, groot 1 snees, achter de huizen, belend ten zuiden Bouwen Slommer, een huis en erf, belend ten zuiden Pieter Rus (dit tuintje en huis aangedeeld aan Gerrit Pietersz Diepsmeer als getrouwd met Trijntje Pieters), onder Bergen: een bosje els, groot 2 snees, gemeen met Volckert Cornelisz, en nog 3 bedden met 3 dekens, en 2 kevi's (Gerrit Diepsmeer zijn portie hiervan genoten). Wijders is geconditioneerd dat Reijnouw Jans de gemelde goederen gekomen van Aris en Jacob Pietersz Rus tot haar gebruik zal hebben gedurende de alimentatie van haar kinderen 91
In 1707 verklaarde Cornelis Pietersz Butter wonende te Koedijk in de heerlijkheid van Oudkarspel, als getrouwd met Grietje Pieters, zijn deel van de onroerende goederen ontvangen te hebben, waaronder het niet eerder vermelde zaadland in de Saskerssloot, groot omtrent 1 gars, in 1714 verklaarde Gerrit Pietersz Diepsmeer wonende te Koedijk, als getrouwd met Trijntje Pieters, met Adriaan Jans Hoogeboom als in huwelijk hebbende Reijnouw Jans zijn schoonmoeder, en met Hendrik Adriaan Klinckert en Garbrant Dircxz gesteld tot voogden over de minderjarige kinderen van Pieter Arisz Rus en Reijnouw Jans, in gemoede te hebben afgedeeld, blijvend nog gereserveerd de stal koeien, in 1717 verklaarde Jan Pietersz IJfs als in huwelijk hebbende Maartje Pieters Rus eveneeens als hiervoor afgedeeld te hebben 92.
In Oudkarspel hebben twee van de vier staken erfgenamen ab intestato van Jan Pietersz Stam [alias Rus] bij publieke veiling goederen verkocht hun aanbedeeld bij onderhandse scheiding op 13 december 1769. In 1770 transporteren deze erfgenamen, namelijk de erfgenamen van Maartje Pieters Stam getrouwd met Jan Pietersz IJffs en de erfgenamen van Grietje Pieters Stam getrouwd met Cornelis Pietersz Butter, beiden zusters van Jan Pietersz Stam, aan Pieter Claasz Geus wonende te Koedijk een huis en erf op het Noordeijnde van Koedijk in de banne van Oudkarspel, belend ten zuiden Sijmon Miesz, ten noorden Sasker Pietersz, voor 664, aan Cornelis Jansz IJffs een stuk weiland in de Vuijle Greb genaamd de Haijweijd, groot 5 geerzen, belend ten noorden Pieter Men, ten zuiden de erve Aagt Huijberts, voor 440, aan dezelfde een stuk weiland in de Snijdersloot genaamd het Slikje, groot 4½ gars, belend ten zuiden IJff Bouwens, ten noorden de Snijdersloot, voor 270, aan Dirk Garbrantsz een stuk weiland benoordwesten de Diepsmeer genaamd het Hoofdje, groot 6 geerzen, belend ten noorden de koper, ten zuiden de ringsloot van de Diepsmeer, voor 450, aan Pieter Cornelisz Butter een akker zaadland in de Vuijle Greb, groot 1 gars, belend ten noorden Trijntje Pieters, ten zuiden Pieter Butter, voor 200, en aan de voogden van de minderjarige Bouwen Dirksz Backer een akker zaadland bij de Swarte Molen, groot 1 gars, belend ten noorden Jan Nierop, ten zuiden Sijmon Molenaar, voor 160. 93
In Oudkarspel verkoopt in 1778 de lasthebber van de erfgenamen van Maartje Pieters Rus voor een derde, van de erfgenamen van Grietje Pieters Rus voor een derde en van de erfgenamen van Trijntje Pieters Rus voor een derde, aan Cornelis Oostveen, secretaris van Koedijk wonende te Alkmaar, een akker zaadland op Luijmoort, groot 11 snees, belend ten zuiden Maartje Butter, ten noorden Cornelis Butter, voor 153, en aan Cornelis Butter wonende te Koedijk een akker zaadland gelegen als voren, groot 9 snees, belend ten zuiden de voorgaande akker, ten noorden Cornelis Stam, voor 130 94.
1. Grietje Pieters, ged. (nederd. geref.) Koedijk 4 jan. 1688, volgt VIa.
2. Jan Pietersz, ged. (nederd. geref.) Koedijk 24 juli 1689, jong overleden.
3. Trijntje Pieters, ged. (nederd. geref.) Koedijk 20 mei 1691, volgt VIb.
4. Maartje Pieters, ged. (nederd. geref.) Koedijk 25 mei 1692, volgt VIc.
5. Lysbet Pieters, ged. (nederd. geref.) Koedijk 11 okt. 1693.
6. Aafje Pieters, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 mei 1695.
7. Jan Pietersz, alias Stam, ged. (nederd. geref.) Koedijk 24 juni 1696, impost op begr. ald. 11 juli 1769 (impost 12, dubbeld recht).
8. Cornelis Pietersz, alias Stam, ged. (nederd. geref.) Koedijk 26 jan. 1698, impost op begr. ald. 14 jan. 1756 (impost 6, dubbeld recht).
9. Aafje Pieters, alias Stam, ged. (nederd. geref.) Koedijk 14 nov. 1700 (de vader Pieter Arissen zaliger, getuige Jacob Jansen Stammes), overl. ald. 16 nov. 1773, impost op begr. ald. 16 nov. 1773 (impost 15), tr. Koedijk 20 dec. 1733 IJff BOUWENS, alias IJff Pietersz, ged. (nederd. geref.) ald. 2 nov. 1695, impost op begr. ald. 11 juni 1777, zn van Bouwen IJFFEN en Maartje JANS, wedn. van Trijntje Jacobs de JONG.
In 1736 testeren IJf Bouwensz alias IJf Pietersz en zijn vrouw Aafje Pieters Rus, wonende te Koedijk, op de langstlevende; een eventueel nog levende vader of moeder van de eerststervende krijgt de legitieme portie, en na het overlijden van de langstlevende gaat de erfenis half om half aan de bloedvrinden 95.
In 1762 approberen IJff Bouwens anders IJff Pieters en Aafje Pieters Rus, echteluiden te Koedijk, het testament van 3 juli 1736 voor notaris Jan van Twuijver te Noord-Scharwoude, doch begeren dat ter laatster dood uit de overgebleven nalatenschap vóór alle deling overgegeven moet worden aan Cornelis Jansz IJffs, zusterszoon van testatrice en tegenwoordig dienstknecht ten huize van testatrice, (onder meer) het huis, erf en werf op het Noordende van Koedijk zoals door testateuren wordt bewoond en gebruikt, belend ten zuiden Jan Luijt, ten noorden Claas Theunisz. Boven het vorenstaande gelegateerde zijn betreffende testateur alleen gerechtigd zijn twee neven IJff Pietersz op Koedijk en Pieter Jansz in de watermolen van de Klaijmeer, en met betrekking tot testatrice haar broer Jan Stam en haar zuster Trijntje Pieters Rus, item de kinderen van Maartje Pietersz Rus, en eindelijk de gezamenlijke kinderen van haar zuster Grietje Pieters Rus in huwelijk verwekt bij haar eerste man Cornelis Pietersz Butter op Koedijk. 96
In 1768 testeren IJff Bouwens en Aafje Pietersz Rus, echtelieden wonende te Koedijk, op elkaar. De langstlevende testateert aan Cornelis Jansz IJffsz, zusterszoon van testatrice, het huis en erf en werf op het Noordende van Koedijk, zoals door testateuren bewoond en gebruikt, belend ten zuiden Jan Appetijt, ten noorden Claas Theunisz, (enz.), en aan Rainoutje Jans Lammerschaag, dochter van Machteld Gerrits Diepsmeer in huwelijk verwekt bij Jan Hillebrandsz Lammerschaag, twee stukken aan elkaar gelegen land in Oudkarspel genaamd de Omloop en Wiepkebos, groot tezamen 2 geerzen, belend ten oosten Jan Stam, ten westen de Noordijk. Voor het overige zijn de erfgenamen van hem, zijn neef Pieter Jansz in de watermolen van de Cleijmeer voor 1/3, zijn neef Pieter Jansz 1/3, en Maartje Pieters dochter van evengenoemde Pieter Jansz 1/3, en van haar, haar broer Jan Stam, haar zuster Trijntje Pietersz Rus weduwe van Gerrit Diepsmeer, en de gezamenlijke kinderen van haar zuster Grietje Pieters Rus in huwelijk verwekt bij haar eerste man Cornelis Pietersz Butter, wonende op Koedijk, ten dele in de banne van Oudkarspel. 97
Vd. (van IVc) Pieter Cornelisz RUS, te Koedijk pachter van vroonland in 1689,1700,1709,1716 en 1721, overl. Koedijk 9 juni 1727, impost op begr. ald. 13 juni 1727 (impost 3), tr. 1° N.N., tr. 2° Maartje Pieters SLOMMER, dr van Pieter Gerritsz SLOMMER en Trijntje JACOBS.
In Koedijk is in 1681 Trijn Jans weduwe van Jacob Gerrets Rijplant, ook als moeder en voogdesse van haar kinderen, aan Pieter Cornelis Rus 1100 gld schuldig per rest van meerdere somme blijkende ter weesboek door Jacob Gerrets haar man debet gebleven aan crediteurs enige tijd geleden getrouwde vrouw, op te brengen op 25 november 1681 met een jaar interest tegen 4 percent 98.
In Oudkarspel verkopen in 1680 Symon Pietersz Meegh en Dirck Jansz Molenaer als voogden over de nagelaten kinderen van zal. Cornelis Jacobsz Bruijneman aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland groot omtrent 3 geerzen 3 snees, belend ten zuiden de gemeente van Oudkarspel, ten noorden de Grebmeer of de Ringsloot vandien, verkoopt in 1684 Pieter Cornelisz Soetelief wonende te Zuid-Scharwoude aan Pieter Cornelisz Rus wonenende te Koedijk de helft in een stuk grasland in 't Noordeijnde van Koedijk, groot in 't geheel 4 geerzen 8 snees 53 roeden 6 voeten, gemeen en onverdeeld met de koper voor de wederhelft, belend ten zuiden de banscheiding van Oudkarspel en Koedijk, ten westen de Agtergragt, ten noorden doctor Kooms erve, verkoopt in 1685 Mr Claas Wringh chirurgijn wonende te Alkmaar, als executeur van de boedel van Dr Cornelis Coornhart, aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een akkertje zaadland groot 10 snees 5 voeten in 't Noordeinde van Koedijk in dezen bedrijve, belend ten westen het Nieuwelant, ten noorden 't Breelant, ten oosten de scheiding, en Joannis Rijplant bedienaar des Goddelijken Woords in Eenigenburg, als last hebbende van Trijn Jans weduwe van Jacob Rijplant, zijn moeder, wonende te Koedijk, aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een stukje weiland genaamd Rinkelant groot 4 geerzen en een half, belend ten oosten Pieter Jansz Rus, ten westen de Ringsloot van de Nieuwe Greb 99.
In Warmenhuizen verkoopt in 1685 Cornelis Claesz, ook voor Anne Sijverts zijn moeder en Lijsbet Claes zijn zuster, allen wonende te Koedijk, en voor Jacob Claesz zijn broer wonende in de Beemster, aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een perceel land in de Nieuwe Greb genaamd Jan Brouwersven, groot omtrent 10 geerzen, belend ten zuiden erve Jan Gerritsz Rus, ten oosten Jan Cornelisz Grootsant c.s., ten westen de Heerevaert, met de oude waarbrieven, de jongste van 30 januari 1641 100.
In Bergen verkoopt in 1685 Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Gerrit Lambertsz onze buurman een akker geestland, belend ten noorden de koper, ten oosten de schouwbeek, ten zuiden Jacob Adriaensz Groot 101.
In 1686 worden verklaringen afgelegd door o.a. Pieter Cornelisz Rus en Dirck Jansz Mulder, beiden wonende aan het Noordeijnde en in de banne van Koedijk (over een geschil met de ingelanden van de beide Grebben) 102.
In Broek op Langedijk verkoopt in 1688 Jan Willemsz Ettes, regent alhier, ook als vader van zijn onmondige kinderen bij zal. Tryn Louris, aan Pieter Cornelisz Rus te Koedijk een stuk weiland genaamd Aef Jansweytje aan 't Graftje, groot 5 snees, belend ten noorden Jan Aelbrechts, ten zuiden Pieter Boogert 103.
In Oudkarspel verkopen in 1690 de executeurs van het testament van zal. Adriaen Koorn aan Claes Albertsz Blocdijck en Pieter Cornelisz Rus, beiden wonende te Koedijk, een stuk weiland genaamd d'Hoogeweijdt achter het Noordeijnde van Koedijk, belend ten zuiden en noorden Bouwen Gerritsz Slommer, ten westen de Botsoolsloot, ten oosten de mient van Kalverdijck, groot omtrent 16 geerzen 6 snees, voor een custingbrief van 3630 gld, en verkoopt in 1701 Cornelis Adriaensz Man wonende op St. Pancras, ook voor Cornelis Jansz en Jan Jacobsz Dapper zijn omen en Joris Hendriksz zijn neef, aan Pieter Cornelisz Rus te Koedijk een akker zaadland groot 10 snees beoosten de Zuijder Greb, belend ten zuiden Jan Pietersz Volckers, ten noorden Jan Hoogwater, voor 100:0:0 104.
In 1696 verklaren Jacob Pietersz Nellis [hij ondertekent 'Nelles'] wonende in de Zijpe en Pieter Cornelisz Rus in huwelijk hebbende Maertje Pieters, voor henzelf en voor hun zusters en snaars Dieuwer Pieters en Neltje Pieters, tezamen kinderen van zal. Trijn Jacobs die een enige dochter was van zal. Nel Reijersz, en mitsdien gerechtigd tot een legaat van 2500 gld van Griete Reijers weduwe van Willem Jansz van t Kalff te Wormerveer overleden, bij haar testament dd. 11 december 1694 voor notaris Simon Oosterhooren gepasseerd, hiervan wel betaald te zijn 105.
In Koedijk verkoopt in 1698 Bouwen Gerritsz Slommer aan Pieter Cornelisz Rus de helft in een stuk weiland, in 't geheel groot 5 geerzen 3 snees 6 roeden, belend ten noorden Jan Poulusz, ten westen Hendrick Levendigh, ten zuiden Gerrit Jacobsz Rijplant, voor 965 gld, en verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus aan Pieter Cornelisz Rus een half weiland genaamd de Platven, groot in 't geheel 5 geers 3 snees 6 voet, waarvan de koper de wederhelft bezit, belend ten oosten de Ringsloot van de Noorder Cleijmeer, ten zuiden Gerrit Jacobsz Rijplant, voor 951:18:12 106.
In Oudkarspel verkoopt in 1714 Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Cornelis Dircxz wonende in de Zijpe een stuk weiland op 't Noordeijnde van Koedijk in onze banne benoorden de Greb genaamd Breeland, belend ten westen Maarten Kleijboer, ten oosten Volckert Cornelisz, voor 100 107.
Op 4 juni 1727 bekent Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk schuldig te wezen aan Pieter van Singelen wonende te Alkmaar 250 gld en aan Gerret Bouwensz Slommer te Koedijk 200 gld, spruitende beide schulden uit deugdelijk aangetelde penningen de eerste met een interest van 8 gld in 't jaar, waarvoor comparant niet alleen verbindt zijn roerende en onroerende goederen, maar per rato der somme cedeert al zijn koebeesten mitsgaders al zijn meubiele goederen, boeren- en bouwgereedschap, hooi en stro enz., en dat in mindering der voorschreven schulden 108.
In 1722 Pieter Cornelisz Rus en Maartje Pieters, echte man en vrouw wonende te Koedijk, aan hun kinderen Trijntje, Anna, Pieter en Aagje Pieters Rus, verklarende dat hun dochter Trijntie Pieters Rus getrouwd met Arie Jacobs Voller heeft genoten 2000 gld of de waarde vandien, Anne Pieters Rus getrouwd met Harment Dircks Tesselaar 200 gld en Pieter Pieters Rus 200 gld, al die gelden zonder rente 109.
In Koedijk zijn in 1684 Bouwen Gerrets Slommer, ter eenre, en Pieter Cornelis Rus getrouwd met Maertjen Pieters een broers dochter van Bouwen Slommer voornoemd, ten andere zijde, geaccordeerd over de erfenis die Maertjen Pieters bestorven was door overlijden van haar peet Aecht Gerrets, volgens een testament door haar met haar broer Bouwen Gerrets gemaakt voor notaris Jacob van Beijeren te Alkmaar op 7 juni 1670 110.
Uit het tweede huwelijk:
1. Trijntje Pieters, ged. (mennon.) Langedijk 3 dec. 1702, volgt VId.
2. Anne Pieters, ged. (mennon.) Langedijk 27 april 1710, volgt VIe.
3. Pieter Pietersz, volgt VIf.
4. Aagje Pieters, volgt VIg.
5. (doodgeb. kind) Pieters, impost op begr. Koedijk 27 febr. 1698.
Ve. (van IVc) Jan Cornelisz RUS, geb. ca. 1662, impost op begr. Koedijk 26 maart 1740 (oud 77 jaar, 3 gld, aangever Cornelis Jansz Rus), tr. Maartje FEDDES 111, impost op begr. ald. 7 april 1731 (impost 3, betaald door Jan Cornelisz Rus), dr van Fedde VOLKERTSZ 112, in 1666 lid van de mennonistische gemeente in Langedijk, en Anna GERRITSDR.
In Koedijk verkoopt in 1695 Jan Arentsz Prins aan Bouwen Gerritsz Slommer en Jan Cornelis Rus een weiland van 5 geers 2 snees bewesten de Cleijmeer, belend ten zuiden Nanningh Gesteranus, ten noorden Jan Poulus, ten westen Hendrick Levendigh, ten oosten de Ringsloot, tegen een lijfrente van 200 gld per jaar, getaxeerd op 1312 gld, en verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus aan Pieter Cornelisz een half weiland genaamd de Platven, groot in 't geheel 5 geers 3 snees 6 voet, waarvan de koper de wederhelft bezit, belend ten oosten de Ringsloot van de Noorder Cleijmeer, ten zuiden Gerrit Jacobsz Rijplant, voor 951:18:12 113.
In Oudkarspel verkopen in 1698 Aalt Dirks, weduwe van Hendrik Butter overleden op 't Noorteijndt van Koedijk, Pieter Butter en Dirk Mulder beiden als omen en bloedvoogden van de kinderen van voornoemde Hendrik Butter, aan Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk een vijfdepart in een stuk grasland genaamd de Buijne, groot in 't geheel omtrent 10 geerzen, gemeen met de kinderen van Adriaan Kuijper te Groet c.s., belend ten zuiden Adriaan Schagen Hoogelant, ten noorden Cornelis Stammes, bij Koedijk 114.
In Broek op Langedijk verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Cornelis Feddes een stukje zaadland van omtrent 2 snees, belend ten westen de koper, ten oosten Dirck Pieters Slooves 115.
In Oudkarspel transporteert in 1723 de lasthebber van de kinderen en erfgenamen van Jr Jacob van Foreest en Vrouwe Maria Sweers, echtelieden gewoond hebbende te Hoorn, na verkoop bij publieke veiling aan Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland in de Zuidwesthoek van de Diepsmeer, groot omtrent 9 geerzen, belend ten westen de ringsloot van dezelve meer, ten oosten de koper, zijnde het tweede stuk bezuiden de Westerwegh, voor 3 gld 116.
In Koedijk verkopen in 1734 de 7 kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Pietersz Volkers aan Jan Cornelisz Rus een huis en erf op het Noordeijnde, belend ten zuiden Arien Dirksz Dickstael, ten noorden Jan Pietersz Butter, voor 84 117.
Uit dit huwelijk:
1. Anna Jans, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, volgt VIh.
2. Trijntje Jansdr, ged. (mennon.) Langedijk 6 nov. 1718, volgt VIi.
3. Cornelis Jansz, alias Cornelis Rus de Oude, geb. ca. 1704, impost op begr. Koedijk 29 nov. 1776 (impost 12, ongehuwd).
In Oudkarspel verkopen in 1749 Garbrand en Jacob Ferdinand Rijpland wonende te Alkmaar aan Cornelis Rus wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 5 snees, voor 67, en verkoopt in 1764 Cornelis Men wonende te Koedijk o.a. aan Cornelis en Gerrit Rus, mede aldaar woonachtig, een stuk weiland genaamd Wisemslik, groot 7½ gars, belend ten noorden Pieter Hartog, ten zuiden IJff Bouwens, voor 880 118.
In 1750 testeren Cornelis en Gerrit Jansz Rus, volle broers wonende te Koedijk, op de langstlevende 119.
In Oudkarspel verkoopt in 1766 Cornelis Dalenberg als last en procuratie hebbende van Arien Kuijper aan Cornelis en Gerrit Rus wonende te Koedijk de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 10 geerzen, belend ten noorden IJff Bouwens, ten zuiden Pieter Rus d'Jonge, voor 500, verkoopt in 1767 heer Wigbold Adriaan Grave van Nassau Woudenberg, rentmeester-generaal van de domeinen van Westvriesland en het Noorderquartier, o.a. aan Cornelis en Gerrit Jansz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd de Bagijneweijd geabandonneerd door Antje Jans, groot 9 geerzen 3 snees 10 roeden, en een stuk weiland in de Diepsmeer aan de Westkant geabandonneerd door Tijs Tijsz Slootemaker, groot 9 geerzen, voor 450, verkoopt in 1770 Pieter Rus aan Cornelis en Gerrit Rus, allen wonende te Koedijk, een akker zaadland, groot 10 snees 18 roeden, belend ten noorden de Snijdersloot, ten zuiden Cornelis Rus, voor 240, en verkoopt in 1773 Cornelis Rus d'Oude wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig een akker zaadland aan de Snijderssloot, groot 11 roeden, belend ten zuiden Cornelis Bies, ten noorden de Snijderssloot, met nog een akker zaadland in de Vuijle Greb, groot 7 snees, belend ten zuiden Jacob Volkerts, ten noorden de verkoper, voor een lijfrentebrief inhoudende een jaarlijkse lijfrente van 30 gld ten lijve van comparant, oud 68 jaar, 't eerst op 11 mei 1774 120.
In 1771 testeren Cornelis Rus en Gerrit Jansz Rus, volle broers, op elkaar; van de langstlevende zijn de enige erfgenamen Pieter Rus de Jonge, Maartje Jans Rus huisvrouw van Willem Pietersz en Cornelis Rus de Jonge, buiten de volgende legaten: aan de vier kinderen van Pieter Laurentsz Rus elk 200 gld, het kind van Maartje Rus in huwelijk verwekt bij Cornelis Keijser 200 gld, de vier kinderen van Cornelis Bies en Antje Croon elk 200 gld, de drie kinderen van Jan Croon elk 200 gld, het kind van Cornelis Rus en Maartje Croon 200 gld, en aan Cornelis Croon 50 gld en daarenboven het vruchtgebruik van een stuk land in Oudkarspel genaamd het Botje, groot omtrent 3 geersen, waarvan hij Cornelis Croon gedurende zijn vruchtgebruik de verponding en verdere lasten zal moeten betalen 121.
In Koedijk verkoopt in 1772 Cornelis Rus de Oude, oud omtrent 82[?] jaar, aan zijn neef Cornelis Rus de Jonge land groot 6 geers, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden Gerbrand Levendig, ten westen de Agtergragt, voor een lijfrente van 200 gld 's jaars gedurende het leven van de verkoper 122.
In Koedijk verkoopt in 1773 Cornelis Rus de Oude, oud 68 jaar, aan Jan Pietersz Rus een huis en erf op het Noordeinde, belend ten zuiden IJff Pietersz, ten noorden Jan Men, en 3 morgen 2 geers 9 snees land achter het huis, belend ten zuiden Willem Pietersz, ten noorden Jan Men, voor een lijfrente van 225 gld 's jaars ten behoeve van de verkoper zijn leven lang 123.
In Schoorl verkoopt in 1773 Cornelis Rus de Oude wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede te Koedijk woonachtig een akkertje bosland te Aagtdorp, groot 27 roeden, belend ten zuiden Joost Klaasz, ten noorden de weduwe van Klaas de Geus, met nog een akkertje bosland als voor, groot 16 roeden, belend ten zuiden Cornelis Pover, ten noorden de erven van Jacob Spierdijk, voor 30 gld 124.
In Oudkarspel verkopen in 1784 de gezamenlijke erfgenamen van Cornelis en Gerrit Jansz Rus aan Jan Rus wonende te Koedijk 20/21 in een stuk weiland genaamd Botslik, groot circa 3 geerzen, belend ten zuiden 't dorp van Oudkarspel, ten noorden de Botsoolsloot, voor 500 125.
4. Gerrit Jansz, impost op begr. Koedijk 21 nov. 1705 (impost 3).
5. Maartje Jans, ged. (mennon.) Langedijk 10 mei 1721, volgt VIj.
6. Gerrit Jansz, impost op begr. Koedijk 10 mei 1771 (impost 12, dubbeld recht).
In Oudkarspel verkoopt in 1762 Mr Gerardus Bernardus Heijmenberg wonende te Alkmaar o.a. aan Gerrit en Cornelis Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd de Vuijle Greb met een akker zaadland, tezamen groot 10 geerzen 6 snees, belend ten noorden Oom Aalbert, ten zuiden de verkoper, ten oosten Stapel Hendrik, voor 535:10:0 126.
In Koedijk verkopen in 1762 Gerrit en Cornelis Rus aan Cornelis Rus de Jonge en Pieter Rus de Jonge 4/6 van een rietbos groot geheel 2 geers 9 snees 18 roe, waarvan Cornelis Rus de overige 2/6 bezit; die verkrijgt nu 1/6 en Pieter Rus de Jonge 3/6, belend ten zuiden de erven van Lourens Schouten, ten zuiden Maarten Mulder, voor 50 gld 127.
7. Pieter Jansz, alias Pieter Rus de Oude, impost op begr. Koedijk 10 aug. 1778 (impost 3), ondertr. (impost) ald. 10 mei 1727 (impost ieder 3), tr. ald. 25 mei 1727 Magtelt Ariens GLEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 30 dec. 1696, impost op begr. ald. 3 nov. 1761, dr van Arian HENDRICKSEN en Treyn JANS.
In Koedijk verkoopt in 1727 Anne Jans, weduwe van Jan Pietersz Rus, aan Pieter Jansz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Claas Pietersz, ten zuiden Harmen Barentsz, met een oude kwijtschelding van 1723, voor 75 gld 128.
In Koedijk wordt op 7 september 1727 Nederduits-gereformeerd gedoopt Pieter, een meerderjarige, na gedane belijdenis; de ouders Jan Pietersz Rus en Maartje Feddis waren gelijk hij geweest was Mennonieten. Het is aannemelijk dat feitelijk Jan Cornelisz Rus, en niet ene (verder onbekende) Jan Pietersz Rus, de vader was van de dopeling. Een van de argumenten voor deze aanname is dat Jan Cornelisz Rus in 1699 in Broek op Langedijk aan Cornelis Feddes [broer van Maartje Feddis] een stuk zaadland verkoopt, belend o.a. de koper.
In Oudkarspel verkoopt in 1733 de lasthebber van de gezamenlijke erfgenamen van Maartje Aalberts overleden te Zuid-Scharwoude aan Pieter Jansz Rus wonende te Koedijk een akkertje zaadland, groot 7 snees, belend ten zuiden de Saskerssloot, ten noorden Pieter Pietersz Rus, voor 42 gld (ook vermeld in Zuid-Scharwoude 129), en verkoopt in 1743 IJff Cornelisz Stam wonende te Akersloot aan Pieter Janz Rus wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 10 snees 18 roeden, belend ten noorden de Snijerssloot, ten zuiden Poulus de Backer, voor 200 130.
In Warmenhuizen verkopen in 1734 de voogden over de innocente zoon Pieter Jansz Breelandt van wijlen Jan Pietersz Breelant en de voogden van Jan Cornelisz Breelandt minderjarige zoon van Cornelis Jansz Breelandt die mede een zoon was van Jan Pietersz Breelant aan Gerrit Slommer en Pieter Jansz Rus te Koedijk, een stuk rietland zijnde de helft in de Noordzijde van de Kieftekamp, groot 3 geerzen 2 snees, gelegen in de Rietgreb, belend ten zuiden Adriaen Hardlandt, ten noorden de diaconie van Koedijk 131, voor 46 gld waarover aan de gaarder de 40e penning en 10e verhoging betaald wordt.
In Warmenhuizen verkoopt in 1743 IJff Cornelisz Stammes aan Pieter Rus wonende te Koedijk een stuk grasland in de Oude Greb, groot 7 geerzen, belend ten oosten Jacob Cooten, ten westen de weduwe van Jan Boon 132.
In Oudkarspel verkoopt de rentmeester-generaal van de domeinen in Westfriesland en het Noorderkwartier o.m. een stuk weiland in de Diepsmeer geabandonneerd door Pier Jansz Rus, groot 9 geerzen, voor 100, en verkopen in 1778 Pieter Rus d'Oude en Magteld Adriaans aan Jan Stam wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 7 snees, belend ten noorden Jan Keijser, ten zuiden de Zaskersloot, voor 126 133.
In Koedijk heeft in 1778 Pieter Rus de Oude, weduwnaar van Magteld Adriaan, als erfgenamen ab intestato de kinderen en kindskinderen van 3 overleden zusters van hem voor de helft, en de kinderen en kindskinderen van een vooroverleden zuster en van twee vooroverleden broers van Magteld Ariens voor de andere helft 134. De nalatenschap bestaat uit een huis op 't Noordeinde, belend ten noorden Pieter Klaasz, ten zuiden Pieter Men (450 gld), in Warmenhuizen weiland in de Oude Greb van 7 geerzen, belend ten westen Jan Men, ten oosten de weduwe van Jacob Butter (500 gld), in Oudkarspel zaadland aan de Zaskersloot van 7 snees, belend ten noorden Jan Keiser, ten zuiden de Saskersloot (100 gld).
In Koedijk verkopen in 1778 de erfgenamen van Pieter Rus de Oude en Machteld Ariaans, echtelieden alhier overleden, aan Mies Sijmons een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten noorden Pieter Claasz Volkers, ten zuiden Pieter Men, voor 655 gld 135.
In 1733 testeren voor de notaris in Zuid-Scharwoude Pieter Jansz Rus en Magteld Adriaans wonende te Koedijk, op de langstlevende; bij overlijden zonder kinderen testeert hij aan zijn broers Cornelis en Gerrit Jansz Rus, zij aan haar 2 zusters Maartte en Lijsbet Adriaans, maar als die beiden overleden zijn aan testateurs zusters Trijntje, Antje en Maartje Jans, of de langstlevende van hen, behalve dat de langstlevende van laatstgemelden moet uitkeren aan testatrices broer Jan Adriaansz indien nog in leven 10 gld eens 136.
In Bergen verklaren in 1759 Reijer Gerritsz Bakker wonende te Petten, als zoon en erfgenaam van Gerrit Reijertsz Bakker aldaar overleden, voor de ene helft, en Jan Aarjensz Gleijnis en Lijsbeth Aarjens mitsgaders Pieter Rus d'Oude als in huwelijk hebbende Magteld Aarjens, allen wonende te Koedijk, zijnde broer en zusters en enige erfgenamen van Maartje Aarjens, in leven laatst huisvrouw van voorgemelde Gerrit Reijersz Bakker, tezamen voor de wederhelft, in publieke veiling verkocht te hebben en nu opdragen aan Jan Croon mede te Koedijk woonachtig een stuk weiland in de Middel Reekerpolder, groot omtrent 7 geerzen, genaamd de Blauw, belend ten oosten de koper, ten zuiden Cornelis Stam, ten westen de Togt, ten noorden de Prince van Rubemprê, voor 212 gld 137.
8. Jan Jansz, impost op begr. Koedijk 26 okt. 1724 (impost 3).
Vf. (van IVd) Pieter Jansz RUS, impost op begr. Koedijk 16 nov. 1705 (impost 3, betaald door Pieter Cornelisz Molenaer), tr. Maartje LOURIS, impost op begr. ald. 2 febr. 1715 (impost 3), dr van Louris, bekend van twee zoons, Willem Lourisz en Jan Lourisz Winder, en twee dochters, Guurtje Louris en Maartje Louris.
In Oudkarspel belendt in 1685 Pieter Jansz ten oosten aan 't Rinkelant verkocht door Trijn Jansz, weduwe van Jacob Rijplant, aan Pieter Cornelisz Rus 138,
In Koedijk verkoopt in 1687 Jacob Veddis te Broek op Langedijk, getrouwd met [ontbrekend] van hier, aan Aerjen Cornelis Nieudorp en Pieter Jansz Rus twee akkertjes zaadland, samen 10 snees, in 't Cromdel annex elkaar, belend ten zuiden Jan Arents Prins, ten westen Dirck Jansen Muller, voor 100 gld 139.
In Koedijk zijn in 1689 Pieter Jansen Rus en Pieter Cornelisz Rus borgen voor Bouwen Slommer 140.
In Oudkarspel verkopen in 1692 de erfgenamen van zal. Pieter Adriaansz Paardebos en Guurt Jans te Noord-Scharwoude aan Pieter Jansz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland in de Diepsmeer groot omtrent omtrent 9 geerzen, voor 25 gld en de lasten over 1691, verkoopt in 1695 Gerrit Jacobsz Rijplant wonende te Koedijk, ook voor Maaritie Jacobs weduwe aldaar zijn zuster, Ds Johannes Rijplandt predikant in Eenigenburg en Cornelis Harcsz mede aldaar als getrouwd geweest zijnde met zijn zuster Neel Jacobs en erfgenaam van het overleden kind daarbij verwekt, aan Pieter Jansz Rus wonende te Koedijk een akker zaadland genaamd Twee Saadackers, groot tezamen omtrent 2 geerzen 14 roeden, belend ten zuiden de stad Alkmaar, ten westen het Hoefjen, en verkoopt in 1699 Jan Hendriksz Hartlant wonende te Koedijk aan Pieter Jansz Rus mede wonende te Koedijk een akker zaadland groot omtrent 10 snees in de Vuijle Greb, belend ten noorden Cornelis Jansz Nierop, ten zuiden Cornelis Stammes c.s., voor 245:0:0 141.
In Warmenhuizen verkoopt in 1707 Roelof Clasz Hoogeboom in huwelijk hebbende Maartje Halfswaagh wonende te Schagen aan Cornelis Jansz Koningh de helft van een stuk rietland beoosten de Riedgreb genaamd Lucasweijdt, groot de helft omtrent 6 geerzen, gemeen met de weduwe van Pieter Jansz Rus, belend ten noorden Gerret Jansz Leenman, ten zuiden voorschreven weduwe 142.
In Oudkarspel verkoopt in 1709 Maartje Louwris, weduwe en boedelhoudster van Pieter Jansz Rus, wonende te Koedijk, voor haarzelf voor de ene helft, en voor Aaltje Jans weduwe en boedelhoudster van Jan Leendertsz, wonende op 't eiland Wieringen, voor de andere helft, aan Gerrit Bouwensz Slommer mede te Koedijk wonende een akker zaadland benoorden de Snijderssloot groot omtrent 10 snees, belend ten zuiden Huijbert Slommer, ten noorden de koper 143.
Uit dit huwelijk:
1. Louris Pietersz, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, volgt VIk.
2. Jan Pietersz, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, volgt VIl.
3. (doodgeb. kind) Pieters, impost op begr. Koedijk 25 juni 1698 (impost 3).
4. Grietje Pieters, ged. (nederd. geref.) Koedijk 19 maart 1719 (als volwassen dochter, haar vader en moeder, overleden zijnde, behoorden tot de Mennonieten), ondertr. (impost) ald. 10 maart 1719 (impost 3) N.N.
Vg. (van IVe) Jan Pietersz RUS, geb. Medemblik ca. 1660, ged. (mennon.) Hoorn 29 maart 1682 78, molenaar (heeft in Amsterdam op 14 februari 1680 als Jan Pietersz Rus van Medemblik, molenaar, het poortergeld betaald), overl. 1694 78, ondertr. (pui) Amsterdam 3 febr. 1685 (hij van Medemblik wonende buiten de Haarlemmerpoort, zij van Hoorn), tr. (mennon.) Hoorn 25 febr. 1685 Trijntje HILLEBRANDS, geb. ald. ca. 1664, in 1687 van Hoorn naar Amsterdam overgedragen en in 1695 (van de doopsgezinde gemeente) afgezonderd om een buitentrouw 78.
In Amsterdam worden in 1689 gelijktijdig als molenaars van 'Het Schaep' vermeld Jan Pieterse en Willem Pieterse, in 1691 Jan Pieter en Jannetie of Pieter Wille[m]sz. (In het Staetboeck van 1636-1664, Gilden en brouwersgilde inv. nr. 872, wordt in 1657 vermeld zowel Willem Pieterse sijn vrou als Jannetie Gerrits Willem Pr sijn vrou. Dit suggereert dat de moutmolen 't Schaep voor de helft in het bezit is geweest van Willem Pietersz en later van Pieter Willemsz, zoon van Willem Pietersz en Jannetie Gerrits.) 144
Op 15 oktober 1692 is Jan Pietersz Rus een van de nieuwe overluiden van het molenaarsgilde van Amsterdam. Op 16 oktober 1693 was Jan Pietersz Rus al opgevolgd, en wordt een obligatie van 400 ten laste van hem vermeld, op 12 februari 1693 aan hem op interest gedaan. Op 12 oktober 1694 en 13 oktober 1695 wordt deze obligatie nog vermeld. Op 17 mei 1696 is de obligatie afgelost, met nog 20 interest van 5/4 jaar. 75
Uit dit huwelijk:
1. (kind) Jans, begr. Sloterdijk 6 jan. 1689 ('t kind van Jan Pietersz Rus wonende aan de moutmolen van 't Schaep).
2. (kind) Jans, begr. Sloterdijk 20 dec. 1690 (een kind van Jan Pietersz in de moutmolen 't Schaep).
Vh. (van IVe) Dirk Pietersz RUS 145, geb. ca. 1666, korenmolenaar te Schermerhorn, overl. tussen 1 april 1722 en 4 mei 1724, tr. 1° (schepenbank) Alkmaar 8 febr. 1688 Aeffje PIETERS, ondertr. 2° ald. 1 aug. 1706 (betoog gegeven), ondertr. (impost) ald. 30 juli 1706 (impost 6 voor haar, hij weduwnaar te Schermerhorn) Jannetje Cornelis van der MAAR, dr van Cornelis Claasz van der MAAR en Susannetje JORIS, wed. van Jan Michielsz van DORP.
In Amsterdam wordt Dierck Pietersen Rus van het molenaarsgilde in 1691 vermeld als een van de 'uitkopers', op de lijst voorafgegaan door Pieter Bogert en Claes Meijndertsz Westerman, evenals Dirck Pieters Rus in 1693 voorafgegaan door Pieter Boogert en Klaes Meijndertsz Westerman. In 1696 wordt onder 'Schaap' zowel Dierck Pieters als Pieter Willemsen vermeld. 146
Op 9 februari 1696 is door het molenaarsgilde van Amsterdam 6-10-0 van het Schaep ontvangen. Op 4 juni 1696 is door het gilde 400 aan Dirck Pieters Rus op interest gegeven. Deze obligatie wordt nog vermeld op 18 oktober 1697 en 11 oktober 1698, en wordt op 9 juli 1699 afgelost. Op 14 oktober 1701 is Dirck Pietersz een van de nieuwe overluiden, als zodanig afgegaan op 18 oktober 1703. 147
In Schermerhorn verkoopt in 1701 Cornelis Willemsz van der Meulen korenmolenaar te De Rijp, met volmacht van zijn moeder Sijtje Cornelis, aan Dirck Pietersz Rus korenmolenaar alhier een windkorenmolen met een huis en werf, ofwel de meelmolen genaamd De Hoop, op de kant van de Schermerringsloot, belend ten zuiden de Verdolven Wijde, ten oosten de Mijserdijck, ten westen en noorden de voorschreven ringsloot, voor een custing- of schuldbrief waarin Dirck Pieters Rus aan de weduwe Sijtjen Cornelis een schuld bekent van 5000 gld voor deze koop, te betalen 2000 gld gereed en de resterende 3000 gld elk jaar 400 gld, beginnende mei 1702. In de kantlijn zijn aflossingen aangetekend in mei 1702, 1703, 1704 en 1705. Op 2 mei 1724 compareerde Jannetje van der Maar met een copie kwitantie van Meijndert Bek oud-secretaris te De Rijp als houder van de custingbrief, met de vermelding dat de custingbrief is voldaan op 300 gld lopend op interest na. Een ingeplakt briefje van 11 augustus 1772 vermeldt dat door Cornelis Rus en de verdere erfgenamen van wijlen Jan de Groot en Geertje Rus deze hypotheek van 300 gld afgelost is. 148
In Schermerhorn verkopen in 1702 Elbert Germentsz Boon woonachtig te Berkhout voor de ene helft, en Teecke Sijmonsz en Albert Gerritsz uit de Schermer als wettige voogden over 't minderjarige kind van Cornelis Muesz voor de andere helft, aan Dirck Pietersz Rus meelmolenaar alhier een vrij stuk land genaamd de Verdolven Weijd liggende in Buijtendijk op 't Swedt, groot omtrent 2 3/16 mat, belend ten zuiden het Swedt, ten oosten 't Oude Veer, ten noorden de koper, voor 100 gld, verkoopt in 1704 Isbrant Dircksz Kales alhier aan Dirck Pietersz Rus korenmolenaar alhier een stukje land in de Westerse Buytendijxweijde, groot 3 achelen 1 metje, belend ten westen de ringsloot van de Schermeer, ten oosten de Dijk, ten noorden Dirck Adel (de 40e penning is 1:2:8), en bekent in 1705 Dirck Pietersz Rus korenmolenaar alhier buurman te Schermerhorn aan Cornelis Sijvertsz Olij alias Heerschip een schuld van 400 gld, tegen 4 gld ten honderd in 't jaar, waarvoor hij zijn korenmolen genaamd De Hoop met zijn huis, schuur en erf verbindt 149.
In Schermerhorn bekent in 1706 Dirck Pietersz Rus korenmolenaar schuldig te wezen aan Pieter Dircksz Rus, Aeriaentje Dircx en Maeritje Dircx, zijn kinderen geprocreëerd bij Aeffjen Pieters zijn eerder overleden huisvrouw, elk 500 gld voor hun moeders erfenis volgens accoord met de vrienden en voogden van de voornoemde kinderen als staat in het weesboek op folio 204, welke penningen comparant onder zich mag houden zonder rente tot de mondige jaren van de kinderen of hun huwelijk, en stelt hij als onderpand zijn windkorenmolen genaamd de Hoop met zijn huis en werf op de kant van de ringsloot van de Schermeer, belend ten westen de ringsloot, ten oosten de Mijserdijck 150.
In Schermerhorn verkopen in 1708 de erfgenamen van wijlen Trijn Cornelis Adelsdr en de voogden over Claas Arentsz Vanger aan Dirck Pietersz Rus korenmolenaar alhier een stuk land in Mijsen genaamd Jan Viscoopers Seugecamp, groot 4 achelen 1½ vierling ½ metje, belend ten westen Cuijperssloot, ten oosten Mr Michiel Ruijser (de 40e penning is 5:10:2), verkoopt in 1709 Aeltje Meurs weduwe en boedelhoudster van Dirck Adel van Medemblik aan Dirck Pietersz Rus een stukje land in Binnendijck genaamd 't Seijke, groot 2½ achel 1 vierling 1½ metje, belend ten zuiden Jacob Houtkooper, ten noorden Claas Roobol (de 40e penning is 1:8:8), verkopen in 1710 Cornelis Jacobsz Houtkooper en Dirk Jacobsz Houtkooper, voor henzelf en ook voor Jan Danser als voor de onmondige kinderen van hun overleden broer Heertje Jacobsz Houtkooper, aan Dirck Pietersz Rus meelmolenaar alhier een stuk land in Binnendijck genaamd de Lange Acker, groot 4 achelen 3 vierling 1 metje, belend ten westen annex Mr Michiel Ruijsers akker, ten zuiden de koper, ten noorden de erve Adriaen Boon, voor iedere achel 30 gld (de 40e penning is 3:7:8), verkoopt in 1710 Gerrit Abelsz Bleij oud-schepen en vroedschap alhier aan Dirck Pietersz Rus meelmolenaar alhier een stuk land genaamd de Treen in Mijsen op de Gon.[?], groot in onkosten 40½ achel 1½ metje, belend ten westen de weduwe van Mr Gerbrant Muesz, ten noorden de banscheiding, ten zuiden de Gouwsloot, voor 995 ontvangen contante penningen en een custing- of schuldbrief van 699 gld (geroyeerd op 4 mei 1724), en verkoopt in 1711 Dirck Pietersz Rus meelmolenaar alhier aan de onmondige kinderen van Jan Heijndricksz in de Schermeer een stuk land in Buijtendijck in de Westerbuijtendijxweijde, groot 3 achelen 1 metje, belend ten noorden voornoemde kinderen, ten westen de ringsloot van de Schermer, voor 124 gld, ontvangen van de voogden Pieter Maertensz Koster en Cornelis Klaasz Backer 151.
In Schermerhorn transporteert in 1711 Dirck Pietersz Rus meelmolenaar alhier aan Gerrit Abelsz Bleij onze mede-buurman een stuk land in de Mijserpolder genaamd Legekamp, groot 4 achelen 6½ metje, belend ten zuiden Jan Woestenbergh, ten noorden Jan Hoogelant, hebbende dit verruild, transporteert in ruil Gerrit Abelsz Bleij aan Dirck Pietersz Rus een stuk land in de polder van Mijsen genaamd de Vierdeijmt, groot 5½ achel, belend ten oosten de Dijck met Cornelis Gerritsz, ten zuiden Pieter Jansen Jong, hebben in 1712 Cornelis Claesz Kuijper en Pieter Pietersz Buijsman, omen en wettige voogden over de 3 nagelaten weeskinderen van zal. Jan Thaemsz Hases en Grietje Sijmons, publiek verkocht en transporteren nu aan Dirck Pietersz Rus meelmolenaar alhier een huis en erf mitsgaders nog een erf of hofstede, alles bewesten de Sluijs, belend ten oosten Pieter Pietersz Cort, ten westen de weduwe Lijsbet Pieters, de voorschreven hofstede belend ten westen de koper, ten oosten de gemene burengang van Pieter Cort c.s., voor een schuldbrief van 283 gld te betalen in 3 termijnen waarop 25 gld betaald is, en stelt in 1716 Dirck Pietersz Rus zich borg voor 500 gld met als onderpand zijn meelmolen die daarmee nog belast kan worden, belend ten westen de Schermerringsloot, ten oosten de Mijserdijk, voor Daniel Senige pachter van 't gemaal over Alkmaar en 't ressort vandien voor 't lopende jaar ingaande 1 augustus 152.
In Schermerhorn verkopen in 1722 de schepenen aan Dirk Rus meelmolenaar alhier een huis en erf op 't Westent, belend ten oosten Taams Claasz, ten westen Claas de Backer, voor 4 gld 153.
In Schermerhorn bekent in 1724 Jannetje van der Maar weduwe van Dirk Rus wonende alhier, voogdesse over haar minderjarige kinderen geprocreëerd bij gemelde Dirk Rus, schuldig aan Pieter Koster en Taams Heeris de aangestelde voogden over Maartje Dirks Rus voordochter van haar overleden man, een somma van 625 gld, te betalen over een jaar met drie ten honderd interest 154.
Op 14 augustus 1706 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Dirk Pietersz Rus meelmolenaar te Schermerhorn, weduwnaar, en Jannetje Cornelis van der Maar wonende te Alkmaar, weduwe; er zal geen gemeenschap van goederen zijn 155.
In 1719 testeren Dirk Pietersz Rus, meelmolenaar, en Jannetje Cornelis van der Maar, echtelieden wonende te Schermerhorn. Hij heeft op 3 augustus 1706 voor weesmeesters van Schermerhorn aan zijn 3 kinderen uit een voorgaand huwelijk bewijs gedaan, elk 500 gld. Vanwege verslechtering van de staat van testateur veranderen zij het huwelijkscontract van 14 augustus 1706 in die zin dat zijn voorkinderen als zijn erfgenamen alleen hun legitieme portie zullen ontvangen, en stellen voor het overige zijn 3 nakinderen aan als universele erfgenamen. 156
In een testament van 1713 van Cornelis Claasz van der Maar, gedaan ten huize van de testateur in de Vergulde Doofpot op het Dronkenoort te Alkmaar, wordt Jannetje als een van zijn kinderen genoemd en wordt o.a. Dirk Rust als executeur van het testament en als eventuele voogd over minderjarige erfgenamen genoemd 157.
In Schermerhorn verkoopt in 1724 Jannetje van der Maar, weduwe en boedelhoudster van Dirk Rus in zijn leven korenmolenaar alhier, voogdesse over haar kinderen bij dezelve geprocreëerd, geassisteerd met Cornelis Liets Schout alsmede Pieter Coster en Taams Heeres vroedschappen, voogden over de voorkinderen van voornoemde Dirk Rus geprocreëerd bij diens eerdere huisvrouw Aafje Pieters, aan Gerrit Kroon alhier een stukje land in Mijsen genaamd 't Adeltje, groot 6 achelen 11 roeden 11½ duim, belend ten westen Pieter Eijcs, voor 301:118:0, idem aan Jan Snijder wonende in de bedijkte Schermer een huis en erf alhier, belend ten oosten Pieter de Haan met een erf van 12 voet breed bewesten 't huis met 't onderhoud van de straat daarneven, voor 97:0:0, idem aan Klaas Gertsz Bleij alhier een stuk land in Mijsen genaamd de Troon, groot 1882 roeden 15 voet, belend ten westen Garbrant Miesz, voor 1129:15:0, idem aan Klaas Pietersz Bakker wonende te Twisk een stukje land in Binnendijk, groot 3½ achel 2½ metje, doch bij meting 170 roeden 7 voet, belend ten oosten Pieter Keetman, voor 77:0:0, idem aan Reijer Pietersz Bak wonende alhier een stukje land genaamd de Lange Akker, groot 4 achelen 3 vierling 1 metje, belend ten zuiden Klaas Pietersz Bakker, voor 127:7:0, idem aan Jan de Bakker alhier een huis en erf alhier op 't Westendt, belend ten oosten Taams Klaas, voor 20:0:0 154.
Uit het eerste huwelijk:
1. Pieter Dirksz.
2. Aeriaentje Dirks.
3. Maeritje Dirks.
4. (kind) Dirks, geb. ca. 1697, begr. Amsterdam (Karthuizer Kerkhof) 15 sept. 1698.
Uit het tweede huwelijk:
1. Geertje Dirks, overl. Schermerhorn 28 jan. 1772, impost op begr. ald. 29 jan. 1772 (impost 3), ondertr. (impost) De Rijp 29 april 1746 (impost 3 voor hem), attestatie om te trouwen ald. 15 mei 1746, tr. Schermerhorn 15 mei 1746 Jan Cornelisz de GROOT, ged. (nederd. geref.) De Rijp 25 nov. 1711, op 19 juni 1746 in Schermerhorn ingekomen met attestatie als Jan de Groot, molenaar van De Rijp, impost op begr. Schermerhorn 9 mei 1772 (impost 3), zn van Cornelis de GROOT en Neeltje BARENTS.
2. Cornelis Dirksz, ged. (nederd. geref.) Schermerhorn 26 dec. 1713, volgt VIm.
Vi. (van IVe) Geertje Pieters RUS, geb. Amsterdam ca. 1669, overl. vóór 27 nov. 1717, ondertr. ald. 2 april 1688 (hij van Kampen, wonende te Alkmaar, oud 25 jaar, geassisteerd met zijn vader Johannes Bongaert, zij van Amsterdam, oud 18 jaar, wonende te Hoorn, ouders dood, geassisteerd met haar broer Jan Pietersz Rus), tr. (schepenbank) Alkmaar 4 april 1688 Pieter BOOGAERT, geb. Kampen ca. 1662, tinnegieter, zn van Johannes BONGAERT.
In 1705 testeren Pieter Boogaert, meester tinnegieter, en Geertje Pieters Rus, echtelieden te Alkmaar, op elkaar indien zij zonder kinderen komen te overlijden 158.
In 1717 bewijst Pieter Bogart wonende te Alkmaar, in huwelijk gehad hebbende Geertie Pieters Rus en voornemens zich weder in de huwelijkse staat te begeven, aan zijn kinderen Johannes, Catharina, Huijbert, Pieter, Dirk en Marijtie Bogarts geteeld bij zijn overleden huisvrouw, als hun moeders erfenis, ten overstaan van Dirk Pieters Rus meelmolenaar te Schermerhorn als oom van 's moeders zijde, ieder 25 gld, te betalen ten mondige dagen of huwelijkse staat 159.
Uit dit huwelijk:
1. Johannes BOOGAERT.
2. Catharina BOOGAERT.
3. Huijbert BOOGAERT.
4. Pieter BOOGAERT.
5. Dirk BOOGAERT.
6. Marijtie BOOGAERT.
VIa. (van Vc) Grietje Pieters RUS, alias Stam, ged. (nederd. geref.) Koedijk 4 jan. 1688, overl. Oudkarspel, impost op begr. Koedijk 4 nov. 1761 (impost 6), begr. ald., tr. 1° Oudkarspel 14 maart 1706 Cornelis Pietersz BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 9 jan. 1678, impost op begr. ald. 5 juni 1729 (impost 3), zn van Pieter Jansz BUTTER, schepen van Oudkarspel 160, en Trijn Cornelisdr VOLCKERS, ondertr. (impost) 2° ald. 7 nov. 1731 (impost 6 samen) Pieter Pietersz HARTOG, die hertr. met Trijntje ALBERTS.
Op 4 januari 1770 hebben twee van de vier staken erfgenamen van Jan Pietersz Stam [alias Rus] de hun toegedeelde onroerende goederen uit de erfenis bij openbare veling verkocht, waaronder de staak van Grietje Pieters Stam die een volle zuster was van Jan Pietersz Stam. Deze staak bestaat uit Jan Cornelis Butter, Pieter Hanse getrouwd met Afie Cornelis Butter, Pieter Cornelisz Butter, Maartje Cornelis Butter weduwe van Claas de Geus, en Sijmon de Groot als als vrouw hebbende Maartje Pieters Hartog, wezende voornoemde Jan, Afie, Pieter en Maartje Cornelis Butter nagelaten kinderen van Grietje Pieters Stam in huwelijk verwekt bij wijlen Cornelis Pietersz, en de voornoemde huisvrouw van Simon de Groot ook een dochter van Grietje Pieters Stam, in huwelijk verwekt bij voornoemde Pieter Hartog. Cornelis Jansz IJffs en Pieter Cornelis Butter worden gemachtigd om alles aan de kopers te transporteren en de kooppenningen te ontvangen. 161
In Oudkarspel heeft in 1731 Grietje Pieters Rus, weduwe en boedelhoudster van zal. Cornelis Pietersz Butter overleden op het Noordeynde van Koedijk in onze banne, geassisteerd met haar zwager Gerrit Pietersz Diepsmeer, voornemens wederom te treden in de huwelijkse staat, aan haar kinderen Maartje, Jan, Aafje en Pieter Cornelisz Butter hun vaderlijke erfportie bewezen. Eerstelijk aan Maartje Cornelis Butter, reeds de 24 jaar gepasseerd en van haar minderjarigheid ontheven, de helft in een stuk weiland genaamd het Nieuweland, groot deze helft omtrent 2 geerzen, in het Westeijnde van de Saskerssloot gemeen met de weduwe van Klaas Joosten, nog 100 gld, een stal koeien en een bed met toebehoren. Aan de andere 3 kinderen tezamen een akker in de Saskerssloot, groot omtrent 12 snees, een stukje weiland onder Warmenhuizen, groot 3 geerzen, genaamd Tippetuijn, een weidje onder Oudkarspel benoorden Koedijk aan de Reeckerdijk, groot 3 geerzen, voorts ieder 100 gld en een stal koeien. Is nog overeengekomen dat de comparante in het huis waar zij tegenwoordig in woont, horende tot de gemene boedel van de grootvader en grootmoeder van de minderjarigen van 's vaders zijde, haar leven lang zal mogen blijven wonen zonder enige huurpenningen te betalen, mits jaarlijks betalende de verpondingen en zij het huis behoorlijk zal repareren en onderhouden 162
In Oudkarspel bekennen in 1761 Maartje, Jan, Aafje en Pieter Cornelisz Butter uit handen van hun aangetrouwde vader Pieter Hartog en overleden moeder Grietje Pieters voldaan te zijn van hun vaderlijk bewijs 163.
in Oudkarspel hebben de gecommitteerde raden op 19 januari 1712 verkocht aan Cornelis Pietersz Butter wonende op 't Noordeijnde van Koedijk de helft in een stuk weiland op 't Noordeijnde, groot omtrent 4 geerzen, gemeen en onverdeeld met Claas Joosten in de Heerhugowaard, genaamd het Nieuweland, belend ten zuiden de kinderen van Pieter Arisz Rus, laatst gepossideerd door Trijn Jacobs, weduwe van Jacob Hendriks, wonende te Koedijk, voor 304 gld 164.
In Oudkarspel verkoopt in 1721 Maartje Aalberts, weduwe en boedelhoudster van Jan Maartensz Breelant wonende te Zuid-Scharwoude, aan Cornelis Butter, oud-schepen dezer heerlijkheid, een stukje weiland, groot omtrent 3 geerzen, benoorden Koedijk, belend ten westen de Noorder Reekerdijk, ten zuiden Ds Johannes Rijpland, genaamd het Hemke, voor 130 gld, en verkoopt in 1722 Maartje Jans, bejaarde vrijster wonende op Huijskebuurt onder de heerlijkheid van Warmenhuizen, als testamentaire erfgename van zal. Jan Bouwensz Appetijt, aan Cornelis Pietersz Butter, oud-schepen van Oudkarspel, een stukje weiland op het Noordeijnde van Koedijk in onze banne, genaamd Wissenslijk, groot in verponding 3 geerzen 5 snees en in de omslag 4 geerzen, belend ten westen Cornelis Jansz Noomkes, ten noorden Pieter Jansz Butter, voor 350 gld 165.
In Warmenhuizen verkopen in 1728 Teunis Symensz Oversloot en Cornelis Willemsz Keele, burgemeesters, [bij verkoop van geabandonneerde huizen en land] aan Cornelis Butter te Koedijk een stukje grasland genaamd Tusselthuijn [of Fippethuijn], groot 3 geerzen 3 snees 10 roeden, bij Huiskebuurt, belend ten noorden en westen de Heerevaert, ten zuiden Mevrouw van Honthorst 166. Over de koopsom van 100 gld wordt op 12 mei 1728 2:10:0 als 40e penning betaald. In 1729 verkoopt in Warmenhuizen Aris Schuijt wonende te Oudkarspel aan Cornelis Butter wonende te Koedijk een stukje rietland genaamd Volkers Aengewas, groot 1 gars 6 snees 5 roeden, in de Rietgreb, belend ten oosten de ringsloot, ten westen de weduwe van Gerrit Bregman, ten noorden Jan Cornelisz Huijs 167. Over de koopsom van 30 gld wordt op de datum van overdracht 0:15:0 als 40e penning betaald.
In Bergen verkopen in 1770 erfgenamen van wijlen Jan Pietersz Stam [=Rus], onder wie Jan Cornelisz Butter, Pieter Hansz getrouwd met Aafje Butter, Pieter Cornelisz Butter en Maertje Cornelis Butter weduwe van Claes de Geus, nagelaten kinderen van Grietje Pieters Stam in huwelijk verwekt bij Cornelis Pietersz, aan Pieter Rus de Jonge wonende te Koedijk een stukje land in de Ouburger Polder, groot in verponding 24 roeden, zijnde met hout beplant, belend ten westen de heer van Bergen, ten oosten Pieter Boldewijn, voor 77 gld, en aan Jan Cornelisz Butter een stuk weiland in het Mangelpolder, groot in verponding 593 roeden, belend ten westen Jan Stam, ten oosten Cornelis Maat, voor 390 gld 168.
In Oudkarspel verkoopt in 1731 Klaas Hendricxz Knecht wonende te Spaardam als in huwelijk hebbende Maartje Jacobs aan Pieter Pietersz Hertogh wonende op het Noordeynde van Koedijk in onze banne een huis en erf op het Noordeynde van Koedijk, belend ten zuiden de weduwe van Cornelis Butter, ten noorden Louwris Claesz, ten westen de Heerewegh, voor 50 gld contant, verkoopt in 1733 Claas Willems Houwen wonende te Zuid-Scharwoude, als last en procuratie hebbende van de gezamenlijke erfgenamen van Maartjen Aalberts overleden te Zuid-Scharwoude, o.m. aan Pieter Hartog wonende op het noordeijnde van Koedijk in onze banne een stukje weiland op het Noordeynde van Koedijk aan de Reeckerdijk, groot omtrent 2 geerzen, belend ten oosten Jan Cornelis Stam, ten zuiden de erven Cornelis Butter, ten noorden Jan Pietersz IJfs, voor 32 gld contant, verkopen in 1735 de adminstrateurs van de spagestoken landen aan Pieter Hartogh een door Pieter Schietnet spagestoken erf of hofstede op 't Noordeynde van Koedijk, belend ten zuiden Pieter Butter, ten noorden de kinderen van Cornelis Butter, en verkopen in 1736 Cornelis Vader oud-burgemeester en Pieter Cornelis Volkerts oud-schepen, gecommitteerden van de verdere regenten als collecteurs van de verpondingen, o.m. aan Pieter Hartogh onze confrater wonende te Koedijk een stuk grasland, groot 4 geerzen, genaamd het Wissenslik, belend ten westen Pieter Butter, ten oosten de weduwe van Cornelis Butter, ten noorden de ringsloot van de Greb, voor 88 gld 169.
In Zuid-Scharwoude verkopen in 1733 de gezamenlijke erfgenamen van Maartjen Aalberts o.a. aan Pieter Hartog omtrent 2 geerzen weiland gelegen in de banne van Oudkarspel aan de Rekerdijk, belend ten oosten Jan Cornelis Stam, ten zuiden de erve Cornelis Butter, ten noorden Jan Koeten 170.
In Warmenhuizen verkoopt in 1757 Cornelis Jansz Schoenmaker wonende te Koedijk aan Pieter Hartog wonende te Koedijk in de jurisdictie van Oudkarspel een stukje weiland, groot 10 snees, belend ten noorden de koper, ten zuiden Cornelis Jansz IJff, ten westen de Rekerdijk, voor 40 gld 171, waarover aan de gaarder de 40e penning betaald wordt.
In Oudkarspel verkopen in 1757 de regenten van Oudkarspel, tot bekoming van achterstallige verpondigen, o.m. aan Pieter Enigenburg en Pieter Hartog een stuk weiland genaamd de Heynstholle benoorden de Saskerssloot, belend ten oosten de ringsloot van de Diepsmeer, ten westen Jacob Garments, groot 17 geerzem 17 roeden, voor 220, verkopen in 1758 de regenten, ter bekoming van achterstallige verpondingen, aan Pieter Hartog een weidje genaamd Noomkesacker, gelegen aan de banscheiding van Warmenhuizen, belend de kinderen van Cornelis Butter, groot 2 geerzen 6 snees, 7 roeden, voor 80, verkopen in 1760 Pieter Hartog en Jan Luijt wonende te Koedijk aan Gerrit Kos wonende in de Diepsmeer een akker zaadland, groot 11 snees, belend ten noorden Frederik Oversloot, ten zuiden 't gemene land, verkoopt in 1761 Pieter Rus de Jonge wonende te Koedijk aan Pieter Hartog mede aldaar woonachtig een gedeelte van 2 derdeparten van het Hartenlant, groot 2 geersen 8 snees, belend ten oosten de Hoevaart, gemeen met Pieter Hartog, voor 100, en Pieter Hartog aan Pieter Rus de Jonge een akker zaadland genaamd de Ruijtersakkers, groot 1 gars 10 snees, belend ten zuiden de koper, ten noorden Cornelis Stam voor 100 172.
In Oudkarspel verkoopt in 1762 Pieter Hartog wonende te Koedijk onder deze banne voor de ene helft, en de erven van Grietje Pieters voor de wederhelft, aan Dirk Garments Witlok mede aldaar woonachtig een huis en erf aan het Noordeijnde van Koedijk onder deze banne, belend ten zuiden de verkopers, ten noorden Claas Louwrisz Bies, voor 215, waarbij de verkopers als eigenaars van het huis en erf ten zuiden van het gemelde huis voor hen en hun successoren 't recht van overpad reserveren over het erf van het gemelde huis aan de Noordkant van het huis van de verkopers, en verkoopt in 1765 Pieter Hartog wonende te Koedijk aan Dirk Garmentsz Witlok mede aldaar woonachtig 2 akkers zaadland in de Diepsmeer annex elkaar, groot 15½ snees, belend ten zuiden Pieter Kronen, ten noorden de erven Ariaan Dijkstaal, voor 1 173.
In Oudkarspel verkoopt in 1767 Pieter Kroon aan Pieter Hartogh, beiden aldaar [sic] woonachtig, een stuk weiland, groot 7½ gars, belend ten noorden Cornelis Lourisz, ten zuiden Jacob Volkers, voor 540 174.
Uit het eerste huwelijk:
1. Maartje Cornelis BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 maart 1707, ondertr. (impost) Oudkarspel 24 jan. 1733 (impost 3 voor haar), tr. Koedijk 8 febr. 1733 Claas Bouwensz GEUS, ged. (nederd. geref.) ald. 15 dec. 1709, zn van Bouwen Jacobsz GEUS en Trijntje Dirks BAENMAN.
In Koedijk verkopen de voogden Louris Pietersz Rus en Jan Pietersz Stam over de kinderen van Cornelis Arentsz alhier overleden aan Claas Bouwens een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten zuiden Pieter Garmentsz Swetsman, ten noorden Cornelis Ariensz Jonker, voor 152 175.
2. Pieter Cornelisz BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 22 febr. 1711, impost op begr. ald. 13 juni 1711 (impost 3), impost op begr. Oudkarspel 13 juni 1711 (impost 3).
3. Pieter Cornelisz BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 febr. 1713, impost op begr. ald. 1 aug. 1713 (impost 3), impost op begr. Oudkarspel 31 juli 1713 (impost 3).
4. Jan Cornelisz BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 22 juli 1714, ondertr. (impost) ald. 6 nov. 1751 (impost 3, voor haar), ondertr. (impost) Oudkarspel 5 nov. 1751 (impost 3 voor hem, zij van Koedijk), tr. Koedijk 21 nov. 1751 (hij met betoog uit Oudkarspel) Antje JANS, impost op begr. ald. febr. 1781 (impost 6), dr van Trijntje PIETERS (bij huwelijk in Koedijk in 1744 weduwe van Oudorp).
In Bergen in 1763 hebben Jan Butter wonende te Koedijk als in huwelijk hebbende Antje Jans, ook voor zijn vrouws zuster Maartje Jans mede te Koedijk woonachtig, gezamenlijke kinderen van Trijntje Pieters laatst huisvrouw van Cornelis Aarjensz Timmerman, ieder voor 1/6, item dezelve Jan Butter als zich sterk makende voor Arien Cornelisz Timmerman wonende te Lutjewinkel en voor Jan en Willem Cornelisz Timmerman beiden te Koedijk woonachtig, zijnde kinderen en mede-erfgenamen van wijlen Cornelis Aarjensz Timmerman voornoemd, ieder voor 1/6, gezamenlijk voor 5/6 eigenaars van 't hierna beschreven land gemeen en onverdeeld met de koper als in huwelijk hebbende een dochter en mede-erfgenaam van voornoemde Cornelis Ariensz Timmerman, publiek verkocht en dragen nu op aan Jan Cornelisz Krook mede te Koedijk woonachtig vijfzesde in een stuk weiland in de Zuijder Reekerpolder genaamd de Heijt, groot in 't geheel omtrent 2 morgen, belend ten ziden Jacob Spierdijk, ten westen de Dijk of Halewegh, ten noorden de Brittom, ten oosten Jan Gerritsz Kluft, belast met het onderhoud der brug en vrijdom van overpad ten behoeve van 't land van Jan Kluft voornoemd hier beoosten aan gelegen, voor 275 gld 176.
5. Pieter Cornelisz BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 22 juli 1714.
6. Aafje Cornelis BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 april 1721, overl. ald. 14 maart 1789, ondertr. (impost) ald. 4 dec. 1745 (impost 3 voor hem), ondertr. (impost) Oudkarspel 5 dec. 1745 (impost 3 voor haar), tr. Koedijk 19 dec. 1745 Pieter Claasz HANSEN.
7. Pieter Cornelisz BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 4 juli 1724, overl. Koedijk onder Oudkarspel 5 april 1811.
In Bergen verkoopt in 1764 Simon de Groot wonende te Obdam, als in huwelijk hebbende Maartje Pieter Hartogh zijnde een dochter en mede-erfgenaam van wijlen Grietje Pieters, in leven huisvrouw van Pieter Hartogh, te Koedijk overleden, aan Pieter Cornelisz Butter te Koedijk woonachtig de helft van een stuk weiland in de Mangelpolder, groot in 't geheel omtrent 6 morgen, belend ten zuiden de Molensloot, ten westen de Zaksloot, ten noorden de uitwatering van de Ouburgerpolder, ten oosten de Jaagwegh, item nog de helft in een stuk land mede aldaar, groot in 't geheel ruim 1 morgen, belend ten noorden de Molensloten, ten oosten de Jaagwegh, ten zuiden Arent Jonker, ten westen Mr Arent de Lange, beide gemeen en onverdeeld met Pieter Hansz te Koedijk woonachtig, voor 500 gld 177.
In Oudkarspel verkoopt in 1779 Lambert Brommen wonende in de Zijpe aan Pieter Butter wonende te Koedijk onder deze banne een gars weiland gemeen met de koper en de weduwe van Pieter IJffs, belend ten zuiden en noorden de koper, voor 125, bekent in 1785 Jan Keyser wonende te Koedijk aan Pieter Butter schuldig te zijn 1200 gld, tegen 3½ percent, waaraan hij 2 stukken weiland verbindt, groot tezamen 15 geers (op 4 maart 1788 hiervan 700 en op 10 augustus 1795 alles afgelost), verkopen in 1786 de voogden van de minderjarige erfgenamen van Pieter Jansz IJffsz wonende op Koedijk aan Pieter Butter mede wonende op Koedijk 1/6 in een stuk weiland, groot in 't geheel 6 geerzen, genaamd 't Hartland, gemeen met de koper, voor 125, bekent in 1786 Cornelis Jacobsz Volkerts schuldig te wezen aan Pieter Butter 250 gld, met als onderpand 2 stukken land bij de Greb, groot 15 geerzen, en verkoopt in 1789 Arien Swan wonende te Warmenhuizen aan Pieter Cornelisz Butter wonende op 't Noordeynde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel een weiland aldaar, groot 2 geerzen 1 snees, belend ten noorden de koper, voor 550 178.
In Oudkarspel verkoopt in 1807 Pieter Cornelisz Butter aan Pieter Jacobsz Nierop een huis en erf op 't Noordeinde van Koedijk onder de ban van Oudkarspel, belend ten zuiden Theunis Admiraal, ten noorden 't dorp Oudkarspel, voor 500 gld, te voldoen in 10 achtereenvolgende jaren ieder jaar 50 gld, te beginnen mei 1808 179.
Op 20 december 1811 wordt machtiging verleend tot verkoop van de boedel van Pieter Cornelisz Butter, overleden te Oudkarspel op 5 april 1811: (1) aan Jacob Kerkmeer als voogd van Antje Kerkmeer, 16 jaar, nagelaten dochter van Klaas Kerkmeer bij zijn eerder overleden huisvrouw Elisabeth Beekhuis, mede-erfgenaam uit hoofde van haar overleden vader van haar achterneef Pieter Cornelisz Butter, (2) aan dezelfde als voogd van Maartje Kerkmeer, 11 jaar, in tweede huwelijk verwekt bij Guurtje Smit thans hertrouwd met Pieter Rootjes, (3) aan Jan Aale Runk voor zijn kinderen Jan, 17 jaar, Dieuwertje, 16 jaar, en Jannetje, 13 jaar, in huwelijk verwekt bij wijlen Maartje de Groot, (4) aan Jan Gerritsz IJffs voor zijn zoon Gerrit IJffs, 17 jaar 180.
Op 3 juni 1812 blijkt de verkoop der meubelen behorende tot de nalatenschap van Pieter Cornelisz Butter, gewoond hebbende op het Noordeinde van Koedijk onder de gemeente Oudkarspel en overleden op 5 april 1811, door de gezamenlijke erfgenamen, 157,84 opgebracht te hebben; de genoemde erfgenamen waren: Pieter Butter Cz, Jan Butter Cz, Antje Butter Cdr, Klaas Hooghuis als in huwelijk hebbende Trijntje Butter Ldr, Cornelis Hansen Pz, Klaas Hansen Pz, allen te Koedijk woonachtig, Cornelis de Jong als in huwelijk hebbende Maartje Hansen Pdr wonende te Schoorl, Jan Gerrits IJffs als vader en voogd over de minderjarige Gerrit IJffs wonende te Koedijk, Pieter de Groot, Cornelis de Groot, Jan Ale Runk als vader en voogd over de minderjarigen Jan, Dieuwertje en Jannetje Runk, allen mede woonachtig te Koedijk, Pieter Geus Kz te Koedijk onder de gemeente Oudkarspel woonachtig, Klaas Geus Cz, Cornelis IJffd Gz als in huwelijk hebbende Aafje Geus Cdr, wonende te Koedijk, Simon Jonker als in huwelijk hebbende Maartje Geus Cdr wonende te Koedijk onder de gemeente Oudkarspel, Cornelis Kostelijk als in huwelijk gehad hebbnde wijlen Trijnje Geus Cdr wonende te Broek op Langedijk, Cornelis Bies wonende te Zuid-Scharwoude, Maartje Bies, Willem Kerkmeer, beiden wonende te Oudkarspel, Simon Stammis als in huwelijk hebbende Trijntje Kerkmeer, Jacob Kerkmeer als voogd van de minderjarige Antje Kerkmeer wonende te Oudkarspel, ook als voogd over de minderjarige Maartje Kerkmeer, Cornelis Kuijper als in huwelijk gehad hebbende wijlen Guurtje Kerkmeer wonende te Edam, Klaas de Groot, Marcus de Groot, beiden te Obdam woonachtig, Gerrit Witte als in huwelijk hebbende Grietje Groot woonachtig te Oude Niedorp, Pieter Wagemaker als in huwelijk hebbende Elisabeth de Groot wonende aan de Oudendijk, Jan Bakker als in huwelijk hebbende Maartje Groot wonende in de Heerhugowaard, Albert Boot en Marcus de Groot als voogden over de minderjarigen Simon en en Jan Boot wonende in de Heerhugowaard, Schermeer en te Obdam 181.
Uit het tweede huwelijk:
1. Maartje Pieters HARTOG, ged. (ned. herv.) Koedijk 30 nov. 1732 (bij haar doop krijgt de vader abusievelijk het patroniem 'Jansz'), tr. Sijmon de GROOT.
In Bergen verkoopt in 1764 Simon de Groot wonende te Obdam, als in huwelijk hebbende Maartje Pieter Hartogh zijnde een dochter en mede-erfgenaam van wijlen Grietje Pieters, in leven huisvrouw van Pieter Hartogh, te Koedijk overleden, aan Pieter Cornelisz Butter te Koedijk woonachtig de helft van een stuk weiland in de Mangelpolder, groot in 't geheel omtrent 6 morgen, belend ten zuiden de Molensloot, ten westen de Zaksloot, ten noorden de uitwatering van de Ouburgerpolder, ten oosten de Jaagwegh, item nog de helft in een stuk land mede aldaar, groot in 't geheel ruim 1 morgen, belend ten noorden de Molensloten, ten oosten de Jaagwegh, ten zuiden Arent Jonker, ten westen Mr Arent de Lange, beide gemeen en onverdeeld met Pieter Hansz te Koedijk woonachtig, voor 500 gld 177.
VIb. (van Vc) Trijntje Pieters RUS, alias Stam, ged. (nederd. geref.) Koedijk 20 mei 1691, impost op begr. ald. 4 juni 1778 (impost 30), ondertr. (impost) ald. 3 maart 1714 (impost 6 voor Gerrit Pietersz Diepsmeer), ondertr. (impost) Oudkarspel 2 maart 1714 (impost 6 voor haar), tr. Koedijk 18 maart 1714 Gerrit Pietersz DIEPSMEER, ged. (nederd. geref.) ald. 9 juli 1684, veehouder, schepen van Koedijk, op 21 april 1736 aangesteld als schout en bode van Koedijk, landbouwer, overl. vóór 26 juni 1748, zn van Pieter Pietersz jonge NOOMCKE en Machtelt WOUTERS.
In Koedijk verkoopt in 1721 Gerrit Pietersz Diepsmeer aan Arien Cornelis Bruijneman een huis en erve op het Noordeinde, belend ten noorden Jan IJffsz Schotfanger, ten zuiden Pieter Cornelisz Rus, voor 150 182.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Gerritsz DIEPSMEER 183, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 jan. 1715, veehouder en landbouwer ald., per 24 maart 1748 benoemd als schout en bode van Koedijk, in 1744 en 1780 genoemd als molenmeester van de polder Diepsmeer, in 1748 diaken van de gereformeerde kerk, in 1779 assistent-brandmeester te Koedijk, impost op begr. Koedijk 5 april 1788 (impost 30), tr. ald. 23 april 1747 Maartje Pieters STAM, ged. (nederd. geref.) ald. 2 maart 1727, overl. Koedijk 27 nov. 1798, impost op begr. ald. 29 nov. 1798 (impost 30), dr van Pieter Jacobsz STAMMIS, op 29 nov. 1750 op lijst van verpondingen te Koedijk, en Grietje Jans GROOT.
2. Magteld Gerrits DIEPSMEER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 10 aug. 1721, impost op begr. ald. 21 maart 1787 (impost 15), ondertr. (impost) ald. 8 april 1747 (impost 12, samen), tr. Koedijk 23 april 1747 Jan Hillebrandsz LAMMERSCHAAG, ged. (nederd. geref.) ald. 25 dec. 1720, schipper, impost op begr. ald. 11 nov. 1786 (impost 15), zn van Hillebrand Jansz LAMMERSCHAAG en Aafje CLAASDR.
In Koedijk verkoopt in 1761 Jacob Smit te Uitgeest, gehuwd met Agie Pietersz Rus eerder weduwe van Arien Cornelisz Maat, aan Jan Hillebrandsz een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten zuiden Jan Ariensz Cuijper, ten noorden Jan Hart, en een ledig erf benoorden het voorhuis, belend ten noorden Arien Hoogwater, ten zuiden Pieter Arisz c.s., voor 340 gld 184.
VIc. (van Vc) Maartje Pieters RUS, alias Stam, ged. (nederd. geref.) Koedijk 25 mei 1692, impost op begr. ald. 13 nov. 1731 (impost 3), ondertr. (impost) Oudkarspel 30 nov. 1715 (impost 6 samen), tr. ald. 15 dec. 1715 (beiden wonende op 't Noord-eynde van Koedijk in de banne van Oudkarspel) Jan Pietersz IJFFS, alias Coet(en(e)s), impost op begr. Koedijk 5 maart 1737 (impost 3), wedn. van Aafje Pieters BUTTER.
Op 4 januari 1770 hebben twee van de vier staken erfgenamen van Jan Pietersz Stam [alias Rus] de hun toegedeelde onroerende goederen uit de erfenis bij openbare veiling verkocht, waaronder de staak van Maartje Pieters Stam die een volle zuster was van Jan Pietersz Stam. Deze staak bstaat uit Pieter Rus de Jonge getrouwd met Afie Jans IJffs, Cornelis Jansz IJffs, Maartje Dirks meerderjarige nagelaten dochter, item Pieter Diepsmeer, IJff Bouwensz, en Pieter Rus de Jonge als door weesmeesters van Koedijk aangestelde voogden over Bouwen Dirks minderjarige nagelaten zoon van wijlen Trijntje Jans IJffs. Cornelis Jansz IJffs en Pieter Cornelisz Butter worden gemachtigd om alles aan de kopers te transporteren en de kooppeningen te ontvangen. 161
In Oudkarspel worden in 1739 Gerrit Diepsmeer en Pieter Hartogh tot voogden aangesteld over de nagelaten kinderen van Jan Pietersz IJfs en Maartje Pieters, te Koedijk onder onze banne overleden [in feite slechts één kind, Cornelis Jansz IJffs). Op 7 september 1741 wordt ingebracht: de helft van een stuk weiland onder Warmenhuizen genaamd de Kloosterweijdt, groot in 't geheel omtrent 8 geerzen, de helft in een akker zaadland onder Oudkarspel in de Sneijdersloot, groot in 't geheel 3 snees, de helft van 3 snees zaadland in een grotere akker genaamd de Klosacker, en nog 464:11:8. Op 25 juni 1754 heeft Pieter Hartog als voogd over Cornelis Jansz IJffs zijn laatste rekening gedaan, uitkomende op 845:13:14, ontvangen door Cornelis Jansz IJffs 185
In Oudkarspel in 1716 bewijst Jan Pietersz IJfs, wonende op 't Noordeijnde van Koedijk onder de voorschreven heerlijkheid, hebbende zich ten tweede huwelijk begeven, zijn voorkind Pieter Jansz IJfs, geteeld bij zijn eerste huisvrouw Aafjen Pieters Butter, zijn moederlijke erfportie, namelijk een akkertje zaadland bezuiden de Snijderssloot, komende met het Westeinde aan de ringsloot van de Grebmeer, groot omtrent 8 snees, en neemt aan het kind te alimenteren en op te voeden tot zijn 25e jaar of huwelijk en dan het gemelde zaadland te laten volgen, met genoegen van Cornelis Pietersz Butter, oom, en Pieter Jansz Butter, grootvader van het kind 186.
In Noord-Scharwoude verkopen in 1742 Pieter Jansz IJfs, Pieter Jansz Rus en Dirk Bouwens Backer, ieder voor een vierde, alsmede Gerrit Pietersz Diepsmeer en Pieter Pietersz Hartog als voogden over het minderjarige weeskind van Jan IJfs genaamd Cornelis Jansz IJfs voor het laatste vierde part, aan Aarjen Dirks Schouten alhier een voorhuis boven en een werkhuisje beneden de straat, beide met hun erven, bezuiden de kerk, belend ten noorden Maarten Jansz Sant, ten oosten Aarjen Jacobsz Jongkint annex, ten zuiden Hark Aarjensz, voor 48 gld, aan Claas Huijberts Twisk wonende te Zuid-Scharwoude een akkertje zaadlan van 6 snees beoosten het dorp in de Koog in de Potjesloot, belend ten westen Jan Willemsz Duysent, ten oosten de koper, voor 12 gld ieder snees, als gezamenlijke erfgenamen van Cornelis Jansz Hoogeboom alhier overleden, allen wonende te Koedijk, aan Jan Gerritsz Strybes mede-regent een zuidend van een akker zaadland in de Koog in de Wuijversloot, belend ten noorden de koper annex, ten westen Hendrik Jansz Heeman, voor 132 gld, aan Aarjen Jansz Heeman burgemeester een westend van een akker zaadland van 7 snees beoosten het dorp in de Koog bij de Oosterdijk, belend ten oosten Claas Aarjensz Swielder annex, ten zuiden Jan Gerritsz Strijbes, voor 105 gld, aan Jacob Pietersz Pannekeet een akkertje zaadland beoosten het dorp in de Paapmersloot van 7 snees, belend ten zuiden voorschreven sloot, ten oosten Jan Jansz Backer, voor 56 gld, en aan Jacob Pietersz Pannekeet een akkertje zaadland van 6 snees 10 roeden bewesten het dorp in de Paapmersloot, belend ten westen de erven Pieter Lourisz Houtkooper, ten oosten de erven Pieter Dirksz Sloovis, voor 45 gld 187.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje Jans IJFFS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 2 mei 1717, ondertr. (impost) ald. 27 febr. 1740 (impost 3 voor hem), tr. ald. 20 maart 1740 Dirk Bouwensz BACKER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 7 aug. 1712, impost op begr. ald. 7 febr. 1774 (impost 3), zn van Bouwen Jacobsz GEUS en Trijntje Dirks BAENMAN, die hertr. met Gerbregtje TIEDES.
2. Aafje Jans IJFFS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 febr. 1719, bij huwelijk jongedochter van 't Noordend van Koedijk onder Oudkarspel, impost op begr. Koedijk 1 jan. 1773 (impost 6), ondertr. (impost) ald. 14 jan. 1741 (impost 3 voor hem), ondertr. (impost) Oudkarspel 14 jan. 1741 (impost 3 voor haar, van 't Noordeijnde van Koedijk), tr. Koedijk 29 jan. 1741 Pieter Jansz RUS, alias Pieter Rus de Jonge, ged. (nederd. geref.) ald. 11 maart 1742 (na gedane belijdenis), landbouwer, in 1743 lidmaat van de Nederduits Gereformeerde gemeente in Koedijk, impost op begr. Koedijk 12 okt. 1779 (impost 6), zn van Jan Pietersz RUS en Anna Jans RUS.
In 1770 testeren Pieter Rus de Jonge en Aafie Jans IJffs, echtelieden wonende te Koedijk, op de langstlevende het recht, levenslang of tot hertrouwen, van boedelhouder- of boedelhoudsterschap, met recht van vertering en aliënering, met aan kinderen die opponeren alleen de naakte portie, en met benoeming van elkaar tot eventuele voogden met uitsluiting van de weeskamer 188.
In Oudkarspel verkoopt in 1741 Cornelis Bregman wonende te Schagen als last en procuratie hebbende van heer Frederik Vicomte de Roest wonende te Brussel aan Pieter Jansz Rus wonende te Koedijk 3 stukken weiland in de Diepsmeer, tezamen groot 27 geerzen, belend ten noorden Lourus Rus, voor 100 gld, verkoopt in 1748 Arent Jansz wonende te Koedijk aan Pieter Jansz Rus mede wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 8 snees, belend ten zuiden Sijmon Muusz, ten noorden Jacob Butter, voor een lijfrentebrief inhoudende een jaarlijkse lijfrente van 11, 't eerste jaar 22, verkoopt in 1759 Cornelis Symonsz Molemaar wonende te Koedijk aan Pieter Rus de Jonge wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 4½ snees, belend ten noorden de Saskersloot, ten zuiden de weduwe van Claas de Geus, voor 70, verkoopt in 1761 Pieter Rus d'Jonge wonende te Koedijk aan Pieter Hartog mede aldaar woonachtig een gedeelte van 2 derdeparten van het Hartenland, groot 2 geerzen 8 snees, belend ten oosten de Hoevaart, gemeen met Pieter Hartog, en omgekeerd een akker zaadland genaamd de Ruijtersakker, groot 1 gars 10 snees, belend ten zuiden de koper, ten noorden Cornelis Stam, beide voor 100, en verkopen in 1763 Pieter Pietersz Rus, Maartje Pieters Rus weduwe van Dirck Cornelisz Kak wonende in de Zijpe en Pieter Capiteyn weduwnaar van Anna Pieters Rus wonende te Dirkshorn, ook voor zijn minderjarige kinderen Cornelis en Pieter Capiteyn, aan Pieter Rus d'Jonge wonende te Koedijk een stuk land achter de Riedsgrep, groot 4½ gars, belend ten zuiden Maartje Lourens Rus, ten westen de weduwe van Gerrit Diepsmeer, voor 71 189.
In Bergen in 1748 verkoopt Jacob Jansz Volkerts wonende te Koedijk aan Pieter Jansz Rus de Jonge mede te Koedijk woonachtig de helft in een elstbosje in de Ouburger polder, groot in 't geheel 60 roeden, gemeen en onverdeeld met de koper, belend ten noorden de banscheiding tussen Bergen en Schoorl, ten zuiden heer Willem Adriaan Grave van Nassau, voor 25 gld, en is Pieter Jansz Rus de Jonge wonende te Koedijk aan Arent Jansz Volkerts, oud 59 jaar, mede op Koedijk woonachtig, een jaarlijkse lijfrente van 2 gld schuldig 190.
In Oudkarspel verkoopt in 1767 heer Wigbold Adriaan Grave van Nassau Woudenberg, rentmeester-generaal van de domeinen in Westvriesland en het Noorderquartier, aan Pieter Jansz Rus de Jonge wonende te Koedijk een stuk weiland in de Vuijle Grepo geabandonneerd door Cornelis Kos, groot 7 geerzen, nog een dito geabandonneerd door Willem Sevenhuijsen c.s., groot 8 geerzen, genaamd de Vuijle Grep, nog een dito in de Vuijle Grep geabandonneerd door Louris Rus c.s., groot 7 geerzen 6 snees, nog een dito genaamd Loodge de Horn geabandonneerd door de gemeente te Warmenhuizen, groot 10 geerzen 1 snees 11 roeden, voor 750, en verkopen in 1773 Pieter IJfsz, Cornelis IJfsz, Dirk Bouwensz en Pieter Rus, allen wonende te Koedijk, aan Pieter Dirksz Mulder en Huijbert Dirksz Hooghuijs mede aldaar woonachtig een akker zaadland, groot 19 snees, belend ten noorden Jan Meeg, ten westen de Diepsmeer, voor 101 gld 191.
In Oudkarspel verkopen in 1781 Jan en Cornelis Rus, Jan Hartland, Jacob Nierop, Pieter Diepsmeer de Jonge, Antje Pieters Rus en de voogden over Grietje Rus, voor ¼, mitsgaders de voogden over de minderjarige kinderen van Pieter Jansz IJffs en Trijntje Butter mede voor ¼, aan Cornelis Jansz IJffs, allen te Koedijk woonachtig, de helft in een stuk weiland genaamd IJdaweijd, groot in 't geheel 10 geerzen, waarvan de wederhelft de koper is toebehorende, voor 600 192.
3. Geertje IJFFS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 23 aug. 1722, impost op begr. ald. 4 okt. 1722 (impost 3).
4. Cornelis Jansz IJFFS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 7 april 1724, impost op begr. ald. 27 mei 1724 (impost 3).
5. Cornelis Jansz IJFFS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 24 nov. 1726, impost op begr. ald. 12 jan. 1727.
6. Cornelis Jansz IJFFS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 14 nov. 1728.
In Oudkarspel verkopen in 1770 Cornelis Jansz IJffs en Pieter Cornelisz Butter, beiden als op 4 januari 1770 voor notaris Andries Bootsman te Alkmaar gemachtigd door 2 van de 4 staken erfgenamen van Jan Pietersz Stam [alias Rus], nl. die van Maartje Pieters Stam en die van Grietje Pieters Stam, o.m. aan Cornelis Jansz IJffs een stuk weiland in de Vuijle Greb genaamd de Haijweijd, groot 5 geerzen, belend ten noorden Pieter Men, ten zuiden de erve Aagt Huijbers, voor 440, en aan dezelve wonende op het Noordeijnde van Koedijk een stuk weiland in de Snijderssloot genaamd het Slikje, groot 4½ gars, belend ten zuiden IJff Bouwens, ten noorden de Snijdersloot, voor 270 gld, verkoopt in 1771 IJff Pietersz IJffs aan Cornelis Jansz IJffs, beiden wonende te Koedijk, een akker zaadland, groot 15 snees, belend ten noorden de koper, ten zuiden IJff Bouwens, voor 50, en Cornelis Jansz IJff aan IJff Pietersz IJffs een akker zaadland, groot 13 snees, belend ten noorden de Saskersloot, ten zuiden Cornelis Sijmonsz Glas, voor 50, verkoopt in 1773 Bouwen Dirksz Backer wonende te Koedijk aan Cornelis Jansz IJffs mede wonende aldaar een achtstepart in een stuk weiland genaamd IJdeweijd, groot dit gedeelte 1 gars 3 snees, voor 75, en verkoopt in 1778 Maartje Dirks wonende te Koedijk aan Cornelis IJffsz mede aldaar woonachtig een portie in een stuk weiland aan de Snijerssloot, groot in 't geheel 10 geerzen, belend ten zuiden voornoemde sloot, ten noorden Aagje Huijberts, voor 100 193.
VId. (van Vd) Trijntje Pieters RUS, ged. (mennon.) Langedijk 3 dec. 1702, overl. Huiskebuurt, impost op begr. Warmenhuizen 21 dec. 1729 (onder de classis van onvermogen), impost op begr. Koedijk 23 dec. 1729 (pro deo), begr. ald., ondertr. (impost) ald. 3 febr. 1703 (6 gld voor Trijn Pieters, dochter van Pieter Cornelis Rus, de bruidegom van de Zijpe) Aris Jacobsz VOLDER, overl. Huiskebuurt, impost op begr. Warmenhuizen 12 jan. 1732 (onder de classis van onvermogen), impost op begr. Koedijk 13 jan. 1732 (pro deo), begr. ald., zn van Jacob Arisz VOLDER.
In Koedijk verkopen in 1706 Gerrit Bouwensz Slommer en comparants broer en zuster aan Aris Jacobsz Volder een huis en erf op het Noordeijnde, belend ten noorden Niesje Bouwents, ten zuiden IJeffje Aris, voor 200 gld, en verkopen in 1711 Cornelis Backer wonende in de Schermeer en Jan Muijgen te Akersloot, als omen en bloedvoogden van de 3 minderjarige kinderen van Claes Reijersz overleden op Huiswaard, aan Aris Jacobsz Volder, op het Noordeijnde, een huis en erf te Huiswaard, belend ten zuiden Jan Siewertsz, ten noorden Pieter Ariensz, voor 200 gld, op dezelfde dag voor hetzelfde bedrag doorverkocht aan Jacob Luijtjes, watermolenaar op Oudorp 194.
In Koedijk verkoopt in 1728 Aris Jacobsz Volder aan Cornelis Pietersz Schuijtemaker een huis en erf op het Noordeijnde, belend ten zuiden Cornelis Ariensz Bruijneman, ten noorden Cornelis Bouwentsz Cromdel, voor 30 195.
Uit dit huwelijk:
1. Jacob Arisz VOLDER, ondertr. (impost) 1° Warmenhuizen 18 april 1733 (voor hem, in de classis van onvermogen) Antie JANS, bij impostaangifte in Warmenhuizen jongedochter in de Wieringerwaard, tr. 2° Stijntje GERRITS, wed. van N.N.
In Wieringerwaard worden in 1751 huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Jacob Arisz Volder wonende in de Wieringerwaard, weduwnaar, en Stijntje Gerrits, weduwe, wonende aldaar; er zal geen gemeenschap van goederen zijn, winst en verlies staande huwelijk zal zijn voor rekening van de bruid 196.
2. Cornelis Arisz VOLDER, ondertr. (impost) Warmenhuizen 28 maart 1733 (impost 3 voor hem), ondertr. (impost) Oudkarspel 28 maart 1733 (impost 3 voor haar) Maartje Jans BUTTER, bij impostaangiftes jongedochter op het Noordend van Koedijk in de banne van Oudkarspel, impost op begr. Koedijk 14 dec. 1762 (impost 3), dr van Jan Pietersz BUTTER en Aaltje PIETERS.
3. Claas Arisz VOLDER.
In Oudkarspel verkopen im 1763 Pieter Pietersz Rus, Maartje Pieters Rus weduwe van Dirk Cornelisz Kak wonende in de Zijpe, en Pieter Capiteyn weduwnaar van Anna Pieters Rus wonende te Dirkshorn ook voor zijn 2 minderjarige kinderen Cornelis en Pieter Capiteyn, aan Claas Arisz Volder wonende te Koedijk een akker zaadland genaamd het Peperland, belend ten zuiden Bartolomies Krook, ten noorden Pieter Butter, voor 200:0:0 197.
VIe. (van Vd) Anne Pieters RUS, ged. (mennon.) Langedijk 27 april 1710, ondertr. (impost) Oudkarspel 11 dec. 1719 (impost 3 voor hem, Garbrand Dircxz, jongman, wonende op 't Noordeinde van Koedijk in de banne van Oudkarspel), ondertr. (impost) Koedijk 16 dec. 1719 (impost 3 voor haar) Garment Dircksz DIRKMAET, alias Tesselaar, op de lidmatenlijst van de Mennonitische gemeente van Langedijk en Koedijk vermeld als Garment Dirks Dirkmaet, op welke lijst ook zijn vrouw Anne Pieters Rus voorkomt, zn van Dirck Aerjens DIRCKMAET.
In Warmenhuizen verkoopt op 19 februari 1726 Jan Hendricksz Hoet wonende te Petten aan Garbrant Dircksz Tesselaer wonende te Koedijk een stuk grasland genaamd de Bijl, groot 11 geerzen 9 snees, in de Greb, belend ten noorden Cornelis Aldersz, ten westen de Merrievelde, ten oosten Koddebos, voor 100 gld 198.
In Oudkarspel verkopen op 20 mei 1738 Lourus Pietersz Rus en Cornelis Jansz Rus, als voogden over de onmondige kinderen van Garbrant Dirksz en Anna Pieters, beiden op 't Noordeijnde van Koedijk overleden, aan Sijmon Muusz, mede wonende te Koedijk, een huis en erf op 't Noordeijnde van Koedijk onder onze banne, belend ten zuiden Jan Butter, ten noorden Arijaan Hogeboom, voor 20 gld 199.
Uit dit huwelijk:
1. Dirk Garmentsz (DIRKMAET), tr. Lijsbeth Cornelis SLOOTEMAKER, dr van Cornelis Tijsz SLOOTEMAKER en Maartje Jacobs van de KAMER.
In Oudkarspel verkoopt in 1749 Claas Pover, wonende op het Noordeijnde van Koedijk in onze banne, aan Dirk Garmentsz wonende te Koedijk een huis en erf op het Noordeijnde van Koedijk onder onze banne, belend ten zuiden Pieter Jansz Rus de Jonge, ten noorden Zijmon Muusz, voor 425 200.
In Oudkarspel compareren op 11 augustus 1784, als erfgenamen van Dirk Garmentsz overleden op 't Noordeijnde van Koedijk onder de banne van Oudkarsel, Cornelis Capiteijn te St. Maarten, Pieter Dirksz Brederoode in de Zijpe, Pieter Zeeman te Oudkarspel, Trijntje Zeeman en Zeger Heeman als getrouwd met Guurtje Zeeman, en Pieter Zeeman, te Noord-Scharwoude en Oudorp woonachtig, Trijntje Volder in de Wieringerwaard, Aris Volder op 't Noordeijnde van Koedijk, Jan Volder op de Creijl, Antje Volder in de Winkelderweren, Maartje Volder te Lambertschaag, Jan Abrahamsz als getrouwd met Trijntje Volder te Koedijk, Cornelis Groot als getrouwd met Trijntje Dirksmaat, Dirk Dirksz Maat, Pieter van der Werff, Jan van der Werff en Dirk Keijser te Broek woonachtig, Jan Sijmonsz Molenaar te Koedijk, als voogden over de 5 minderjarige kinderen van Dirk Jansz Maat, verder Dirk Bus als getrouwd met Maartje Aris Dik, Louris Jansz Dik als getrouwd met Jannetje Aris Dik, Louris Aris Dik, Pieter Arisz Dik, allen te Knollendam woonachtig, Pieter van der Werff als getrouwd met Aagtje Aris Dik, item dezelve Pieter van der Werff, Jan van der Werff, Cornelis van der Werff en Antje van der Werff, allen te Broek woonachtig, Jan Sijmonsz Molenaar te Koedijk, en Dirk Jacobsz Kroone in de Wijk woonachtig. Zij verklaren volmachtig te maken Jan Sijmonsz Molenaar, wonende op Koedijk, en Dirk Keijser te Broek op Langedijk, om vanwege de comparanten benevens de voogden over de minderjarige erfgenamen van Lijsbeth Slootemaker gezamenlijk de nagelaten boedel te helpen inventariseren, en stellen henluiden tot mede-redders en executeurs van de boedel, om in alle voorkomende zaken met de andere erfgenamen de boedel behoorlijk te brengen tot liquiditeit. 201
Op 6 september 1765 testeren Dirk Garmontsz en Lijsbeth Cornelis, echte man en vrouw wonende op het oordeinde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel, op elkaar, de kinderen van de langstlevende in de legitieme portie. Als de laatststervende geen kinderen heeft dan gaat de erfenis half om half naar wederzijdse erfgenamen ab intestato. Eventueel krijgt haar moeder Maartje Jacobs, weduwe van Cornelis Tijssen, de legitieme portie, en stellen zij elkaar tot voogden met uisluiting van de weesmeesters. 202
In Oudkarspel testeert op 14 januari 1783 Lijsbeth Slootemaker, weduwe van Dirk Garmentsz, wonende op 't Noordeijnde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel. Zij had met haar man een testament gemaakt bij notaris Andries Bootsman te Alkmaar op 6 september 1765, en testeert opnieuw. Zij benoemt tot haar universele erfgenamen de kinderen van haar zuster Jaapje Slootemaker bij Dirk Witlok en bij Aris Jacobsz Volder, en eventuele verdere kinderen, in plaats van hun moeder Jaapje Slootemaker, voor de ene helft, en haar zuster Trijntje Slootemaker, thans te Schagen woonachtig, voor de wederhelft, en als die zonder kinderen overlijdt aan de eerder genoemde kinderen. 203
VIf. (van Vd) Pieter Pietersz RUS, staat op de ledenlijst van 1731 van de Mennonistische gemeente Langedijk, overl. Schoorldam, impost op begr. Warmenhuizen 8 aug. 1740 (onvermogend), begr. Koedijk, ondertr. (impost) ald. 11 jan. 1721 (impost 3, voor Pieter Pietersz Rus) Maartje Ariensdr POSKER, staat op de ledenlijst van 1731 van de Mennonistische gemeente Langedijk.
In Warmenhuizen verkoopt in 1732 Jan Eddesz Schipper te Schoorldam aan Adriaen Schagen en Pieter Pietersz Rus mede wonende te Schoorldam een huis en erf te Schoorldam, belend ten oosten Jan Willemsz Joncker, ten zuiden de Heerewegh, ten westen de Trekvaart, ten noorden de Haven voor een lijfrente van 65 gld, welke kopers het huis doorverkopen aan Pieter Jacobsz Kamper 204, waarvoor aan de gaarder op 8 oktober 1732 over 550 gld voor de 40e penning 12:10 en 10e verhoging 1-5-0 betaald wordt.
In Warmenhuizen bekent in 1734 Pieter Pietersz Rus wonende te Schoorldam 110 gld schuldig te wezen aan Jan Vrericksz 's-Gravesant wonende in de Zijp, waarvoor hij zijn boerenhuis, erf en boet te Schoorldam verbindt, belend ten westen en noorden de Reeckerdijck, ten zuiden de Damsloot 205, waarover hij aan de gaarder 2:10:0 voor de 40e penning en 0:3:0 voor de 10e verhoging betaalt. In 1735 verkopen Pieter Jacobsz Kampen wonende te Schoorldam voor de helft, Willem Poskers wonende in de Zijp en Pieter Pietersz Rus te Schoorldam tezamen voor de helft, aan Jan Witlock een boerenhuis en erf te Schoorldam, belend ten oosten Jan Willemsz Joncker, ten zuiden de Heerewegh, ten westen de Trekvaart, voor 305 gld in 3 termijnen 206, waarvoor op 17 mei 1735 aan de gaarder de 40e penning en 10e verhoging betaald wordt.
Op 6 mei 1739 wordt in het gaardersboek van Warmenhuizen spagestoken land van Pieter Rus in de Greb vermeld als belendend. In 1751 verkopen de armenmeesters van Warmenhuizen aan Antje Pietersze Rus, Pieter Pietersz Rus, Maartje Pietersz Rus en Jan Pietersz Rus een huis en erf te Schoorldam, belend ten oosten Dirk Swart, ten westen Jan Smit, ten zuiden de Heereweg 207.
Opmerkingen en kinderen bij dit huwelijk:
Pieter Pietersz Rus voor ¼, Maartje Pieters Rus weduwe van Dirk Cornelisz Kak wonende in de Zijpe insgelijks voor ¼, en Pieter Capiteyn wonende te Dirkshorn weduwnaar en boedelhouder van zijn overleden huisvrouw Anna Pieters Rus ook voor ¼, en nog dezelve Pieter en Maartje Rus mitsgaders Pieter Capiteyn als vader en vogd van zijn 2 minderjarige kinderen Cornelis en Pieter Capiteyn in huwelijk verwekt bij zijn overleden huisvrouw Anna Pieters, tezamen erfgenamen van hun overleden broers zoon Jan Pietersz Rus [sic] op 10 december 1762 in de Zijpe overleden voor het resterende vierdepart, verkopen in Oudkarspel in 1763 aan Pieter Rus d'Jonge wonende te Koedijk een stuk weiland achter de Riedsgrep, groot 4½ gars, belend ten zuiden Maartje Lourens Rus, ten westen de weduwe van Gerrit Diepsmeer, voor 71:0:0, aan Claas Arisz Volder wonende te Koedijk een stuk zaadland genaamd het Peperland, belend ten zuiden Bartolomies Krook, ten noorden Pieter Butter, voor 200:0:0, aan Cornelis Jansz IJffs mede aldaar een akker zaadland aan de Saskersloot, groot 13 snees, belend ten zuiden Pieter Croonen, ten noorden de Saskersloot, voor 174:0:0, aan Pieter Claasz Bakker mede aldaar een akker zaadland genaamd Jan Almers Akkertje, groot 9 snees, belend ten zuiden de erven ArieDijkstaal, ten noorden Pieter Lourensz Rus, voor 102:0:0, en aan Jacob Volkertsz mede aldaar een akker genaamd het Testamentje, groot 9 snees, belend ten zuiden Jacob Garmentsz, ten noorden Pieter Enigenburg, voor 60:0:0 197.
1. Antje Pieters, volgt VIIa.
2. Pieter Pietersz, ged. (nederd. geref.) Schoorl 6 mei 1764, volgt VIIb.
3. Willem Pietersz, overleden in 't water te Schoorldam, impost op begr. Warmenhuizen 3 febr. 1749 (onvermogend), begr. Koedijk.
4. Arien Pietersz, overl. Schoorldam, impost op begr. Warmenhuizen 24 febr. 1750 (onvermogend), begr. Koedijk.
5. (kind) Pieters, overl. Schoorldam, impost op begr. Warmenhuizen 1 mei 1733 (impost 3).
6. (kind) Pieters, overl. Schoorldam, impost op begr. Warmenhuizen 1 mei 1733 (impost 3).
7. Maartje Pieters, volgt VIIc.
8. Jan Pietersz, overl. Zijpe 10 dec. 1762, impost op begr. ald. 10 dec. 1762 (impost 6, ongehuwd).
VIg. (van Vd) Aagje Pieters RUS, impost op begr. Koedijk 12 okt. 1765 (Agie Rus, gesepareerde huisvrouw van Jacob Smit, impost 3), tr. 1° ald. 6 april 1732 Arien Cornelisz MAET, alias Baanman, ged. (nederd. geref.) ald. 2 nov. 1698, impost op begr. Koedijk 1 nov. 1759 (impost 3), zn van Cornelis Dirksz BAANMAN en Sybrigh CORNELIS, ondertr. (impost) 2° ald. 14 juni 1760 (impost 3 voor haar) Jacob SMIT, bij betaling van de impost in Koedijk weduwnaar te Uitgeest.
In Koedijk verkoopt in 1761 Jacob Smit te Uitgeest, gehuwd met Agie Pietersz Rus eerder weduwe van Arien Cornelisz Maat, aan Jan Hillebrandsz een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten zuiden Jan Ariensz Cuijper, ten noorden Jan Hart, en een ledig erf benoorden het voorhuis, belend ten noorden Arien Hoogwater, ten zuiden Pieter Arisz c.s., voor 340 gld 184.
In 1759 testeren Arien Cornelisz Maet en zijn huisvrouw Aegje Pieters Rus, te Koedijk woonachtig, op de langstlevende, instituerende niettemin het nagelaten kind Pieter Cornelisz van hun enige dochter in de naakte legitieme portie, met als eventuele voogden IJf Pieters te Koedijk en Jan Klugt te Limmen 208.
In Koedijk zijn op 3 januari 1760 Aegie Pieters Rus, weduwe, erfgename en boedelhoudster van Arien Cornelisz Maet gewoond hebbende en overleden alhier, ter eenre, en IJff Pietersz en Jan Cluft, Jan Cluft wonende te Limmen, als bij testanemtaire dispositie van 20 februari 1759 voor notaris Jan Croll aangestelde voogden over het enige kind Pieter Cornelisz van hun dochter en minderjarige mede-erfgenaam of gesubstitueerde erfgenaam, ter andere zijde, in alle min en vriendschap verdragen over de deling 209.
Uit het eerste huwelijk:
1. Maartje Ariens BAANMAN, ged. (nederd. geref.) Koedijk 13 dec. 1733, impost op begr. ald. 27 jan. 1759 (impost nihil), ondertr. (impost) ald. 25 maart 1758 (impost samen 6), tr. Koedijk 9 april 1758 Cornelis JOOSTEN, ged. (nederd. geref.) ald. 23 maart 1732, zn van Joost Cornelisz KARPER en Neeltje Gerrits KUIJPER, die hertr. met Maartje ARIENS.
2. Trijntje ARIENS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 17 juli 1735, impost op begr. ald. 25 juli 1735 (impost 3).
VIh. (van Ve) Anna Jans RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, ondertr. (impost) Koedijk 13 april 1715 (impost 6) Jan Pietersz RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, impost op begr. Koedijk 8 juli 1724 (impost 3), zn van Pieter Jansz RUS en Maartje LOURIS.
In Koedijk verkoopt in 1723 Diewertie Maertens weduwe van Willem van Campen aan Jan Pietersz Rus een huis en erve op 't Noordeijnde, belend ten noorden Claes Pietersz, ten zuiden comparante en Harmen Barentsz, voor 115, en verkoopt in 1727 Anne Jans, weduwe van Jan Pietersz Rus, aan Pieter Jansz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Claas Pietersz, ten zuiden Harmen Barentsz, met een oude kwijtschelding van 1723, voor 75 210.
In Koedijk verkoopt in 1741 Juff. Margaretha van Daverveld te Alkmaar, weduwe van Gerrit Rijpperland in leven dienaar van Gods woord te Petten, aan de kinderen van Jan Rus weiland achter de huizen van 't Noordeind genaamd de Bon, groot 4 geers, belend ten zuiden de kinderen van Ds Rijpperlandt, ten noorden de kinderen van Hendrik Levendich, voor 700 gld, verkoopt in 1748 Arent Jansz Volkers aan de kinderen van Jan Rus rietland van 2 geers in de Noorder Cleijmeer, belend ten noorden de erven van Cornelis Nierop, ten zuiden het Wildemansbos, belast met een jaarlijkse lijfrente van 23 gld per jaar voor de verkoper, en kopen in 1750 de kinderen van Jan Rus van de erfgenamen van Ds Rijpperland 7 geers 9 snees 10 roe weiland achter de huizen van 't Noordeind, belend ten noorden de kopers, ten zuiden de erven van Gerrit Slommer, voor 1000 gld 211.
In Oudkarspel verkoopt in 1744 Lourus Rus wonende te Koedijk aan Anne Jans weduwe van Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 8 geerzen 4 snees, belend ten noorden de koopster, ten zuiden de ringsloot van de Diepsmeer, voor 122:10:0 212.
Uit dit huwelijk:
zie verder bij VIl.
VIi. (van Ve) Trijntje Jansdr RUS, ged. (mennon.) Langedijk 6 nov. 1718, ondertr. (impost) Koedijk 16 nov. 1718 (impost 6) Louris Pietersz RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, op 24 april 1743 gekozen tot diaken van de mennonistische gemeente in Langedijk, zn van Pieter Jansz RUS en Maartje LOURIS.
In 1714 en 1721 is Louris Pietersz Rus pachter van vroonland, in 1723/4 koper van 't Slick, groot 1 morgen en 364 roeden, in de Vroonlanden. In 1738 213 heeft Louris Pieters Rus de 20e penning en 10e verhoging betaald over de nalatenschap van Grietie Cornelis, zonder descendenten overleden.
In Koedijk verkopen in 1724 Gerrit Bouwentsz Slommer en Jan Pietersz Rus, samen voogden over de kinderen van Huijbert Bouwentsz Slommer overleden alhier, aan Jan Maertensz Slommer een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten noorden Louris Pietersz Rus [in 1710 de weduwe van Pieter Jansz Rus], ten zuiden Jan IJffsz Schotvanger [in 1710 Jan IJffsen] 214.
In Oudkarspel in 1729 transporteert Christiaan Blom, deurwaarder van het thesaurierscomptoir van Alkmaar, aan Lourens Pietersz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd Jan Allertsven bewesten en benoorden de Diepsmeer, groot in de verponding 8 geerzen 3 snees 10 roeden, belend ten noorden de weduwe van Jan Pietersz Rus, ten oosten en zuiden de ringsloot van dezelve meer, voor 105 gld contant en een custingbrief van 210 gld, gekocht in publieke veiling op het raadhuis van Alkmaar op 10, 11 en 15 december 1728, transporteert Louwris Pietersz Rus wonende te Koedijk, als last en procuratie hebbende van Pieter Jansz Wagenmaacker en Albert Pietersz Keijzer wonende op het eiland Wieringen gepasseerd aldaar (aan Den Oever) op 13 april 1729, aan Gerrit Bouwens Slommer mede te Koedijk woonachtig een stuk weiland in de Diepsmeer, groot omtrent 7 geerzen, belend ten westen Johannes Rijpland, ten oosten de erve Pieter Cornelisz Rus, in publieke veiling gekocht voor 85 gld, en verkopen Jan Hartland wonende te Koedijk als vader en voogd van zijn minderjarige kinderen geteeld bij zijn overleden huisvrouw Maartje Ariens, Pieter Almertsz Boer wonende te Oudkarspel als voogd over de minderjarige kinderen van Anna Maartens Breeland en Jan van Twuijver wonende te Zuid-Scharwoude als voogd over het minderjarige kind van Jan Maartens Breeland, elk voor een derdepart, aan Louwris Pietersz Rus mede wonende te Koedijk een akkertje zaadland in de Diepsmeer, aan de Westkant, groot omtrent 14 snees, belend ten zuiden de erven van de Vrouw van Maasdam, ten noorden de erve Cornelis Aldertsz, voor 2 gld 215.
In Koedijk verkopen in 1729 Pieter Almaertsz de Boer te Oudkarspel en Hendrick Bregman te Harenkarspel als voogden over de kinderen van Jan Pietersz Kuyper en Anne Maertens, overleden onder de banne van Harenkarspel, voor 1/3, de eerste comparant nog van het kind van Jan Maertensz Breeland overleden te Zuid-Scharwoude, voor 1/3, en Jan Hartland te Koedijk voor 1/3, aan Louris Pietersz Rus een boomgaardje van 1 snees op 't Noordeinde, belend ten westen de koper, ten oosten Pieter Jacobsz, voor 16 gld, en verkopen Louris Willemsz voor de ene helft en de eerder genoemde kopers als hiervoor voor de andere helft aan Louris Pieters Rus zaadland op het Noordeinde, groot 7 snees, belend ten westen de koper, ten oosten Pieter Jansz Diepsmeer, voor 91 gld 216.
In Warmenhuizen verkopen in 1735 de gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en Westfriesland, inzake verkoping van geabandonneerde huizen en landerijen, aan Louris Pietersz Rus wonende te Koedijk grasland genaamd het land van Aris Schuijt, groot 9 geerzen 10 roeden, in de Greb, belend ten oosten de erven van Huijbert Slommer, ten westen Koddebos, ten noorden de ringsloot 217, waarvoor op 12 mei 1735 aan de gaarder over 2-2-0 de 40e penning en 10e verhoging betaald wordt.
In Oudkarspel verkoopt in 1735 Theodorus Heijmenbergh woonachtig te Alkmaar, als last en procuratie hebbende van Matthias Franciscus Cloet tegenwoordig wonende te Utrecht, aan Lourus Pietersz Rus wonende te Koedijk 2 stukken land het ene genaamd de Vuijle Greb, groot 4½ gars, belend ten noorden de koper, ten zuiden de Vuijle Greb-sloot, het andere genaamd Oom Anges-land, groot 5 geerzen 8 snees 13 roeden, belend ten noorden Garment Dirksz, ten zuiden en westen de kinderen van Huijbert Slommer, voor 400 gld 218.
In Koedijk verkoopt in 1740 Pieter Croon aan Lourus Rus een huis en erf op 't Noordend, belend ten zuiden de koper, ten noorden Pieter Garments, voor 100 gld, verkoopt in 1742 Jan Jansz de Groot getrouwd met Maartje Cornelis aan Louris Rus een hofsteetje, belend ten noorden Arie Dickstaal, ten oosten de koper, voor 40 gld, en verkoopt in 1747 Arien Grootzant te Nieuwe Niedorp aan Lourens Rus 1 gars 9 snees 8 roe in land genaamd de Benneweijt, groot in 't geheel 2½ morgen, op 't Noordend, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden Hillebrand Schipper, voor 20:12:8 219.
In Oudkarspel transporteren schout en schepenen, vanwege publieke verkoping door gecommitteerden op 12 januari 1741, aan Lourus Rus wonede te Koedijk 2 stukken land in de Diepsmeer, groot tezamen 17 geerzen 8 snees 13 roeden, afkomstig van Claas Hanse en Jan Vader, voor 10 gld, verkoopt in 1744 Claas Pover wonende te Koedijk onder onze banne aan Lourus Rus wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 10 snees, belend ten zuiden Cornelis Stam, ten noorden de erven van de heer Gerrit Warmenhuijsen, voor 90, verkoopt in 1741 Lourus Rus wonende te Koedijk aan Anne Jansz weduwe van Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig, de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 8 geerzen 4 snees, belend ten noorden de koopster, ten zuiden de ringsloot van de Diepsmeer, voor 122:10:0, verkoopt in 1747 Adriaan Groodsant wonende te Nieuwe Niedorp aan Lourus Rus wonende te Koedijk, eerstelijk ¾ in een stuk weiland gemeen met 't Gemene Land, groot 5 geerzen 11 snees 5 roeden, belend ten oosten de heer Heijmenberg, ten westen het Gemene Land, met nog een stuk weiland genaamd de Bennewijd, groot 4 geerzen 7 snees 16 roeden, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden de Kleijmeersringsloot, voor 71, en verkoopt in 1750 Cornelis Baanman wonende te Koedijk aan Lourus Rus mede te Koedijk woonachtig een akker zaadland, groot 11 snees, belend ten zuiden Jan Jansz de Groot, ten noorden de Onweerssloot, voor 110 220.
Uit dit huwelijk:
zie verder bij VIk.
VIj. (van Ve) Maartje Jans RUS, ged. (mennon.) Langedijk 10 mei 1721, impost op begr. Koedijk 21 aug. 1762 (impost 3), ondertr. (impost) ald. 6 febr. 1723 (impost 3 voor haar) Pieter Arentsz CROON, ged. (mennon.) Langedijk 31 maart 1720, impost op begr. Koedijk 25 mei 1768 (impost 3).
Uit dit huwelijk:
1. Antje Pieters CROON, tr. Cornelis BIES.
2. Jan Pietersz CROON.
3. Maartje Pieters CROON, impost op begr. Koedijk 26 juni 1759 (impost 3), ondertr. (impost) ald. 21 dec. 1753 (impost 6, samen) Cornelis Jansz RUS, alias Cornelis Rus de Jonge (later Cornelis Rus de Oude), ged. (nederd. geref.) ald. 12 maart 1752 (als bejaarde, was eerst mennist, doch weer afgevallen), impost op begr. Koedijk 19 sept. 1788 (impost 15), zn van Jan Pietersz RUS en Anna Jans RUS, wedn. van Trijntje Barthelmies KROOK.
In Koedijk worden in 1764 tot voogden over Antje Cornelis, oud 9, en Maartje, 6 jaar, minderjarige kinderen van Maartje Pieters alhier overleden in huwelijk verwekt bij Cornelis Rus de Jonge, tezamen voor ¼ mede-erfgenamen ab intestato van hun grootmoeder Maartje Jans, in leven huisvrouw van Pieter Croonen, alhier overleden, aangesteld Cornelis Rus de Jonge, de eigen vader, Arent Jonker en Jacob Spek, allen wonende alhier, voor de deling van de boedel met Pieter Croonen en verdere erfgenamen. De kinderen worden toebedeeld een stukje land onder Oudkarspel, groot 4 geerzen, belend ten zuiden Cornelis Aartsen, ten westen de Vaarsloot, voor 400, onder conditie dat dit land tot 1764 incluis door der kinderen grootvader Pieter Croon voor de lasten gebruikt moet worden. 221
In 1754 testeren Cornelis Rus de Jonge en Maartje Pieters Croon, echteluiden wonende te Koedijk, op de langstlevende; haar vader Pieter Croon en moeder Maartje Jans zien af van hun legitieme portie; eventuele kinderen krijgen hun blote legitieme portie 222.
In Koedijk verkoopt in 1752 Anna Pieters Muls aan Cornelis Jans Rus de Jonghe een huis en erf op 't Noordeind, belend ten zuiden Jan Ariens de Groot, ten noorden Jan Nierop, voor 350 gld 223.
In 1754 is Pieter Rus de Jonge wonende op Koedijk 400 gld schuldig aan Pieter Boldewijn mede op Koedijk woonachtig, af te lossen een jaar na dezes met een interest van 2 gld 10 st voor elke 100 gld 224.
In Broek op Langedijk verkopen in 1754 de erfgenamen van Jacob Jewitsz en Antje Harments aan Cornelis Rus wonende te Koedijk een stuk weiland in de banscheiding van Broek en Zuid-Scharwoude genaamd Weijertsweijt, groot 21 geerzen 9 snees 14 roeden, belend ten zuiden de Meijerssloot, ten noorden Meester Jannesloot, voor 676 gld 1 st 2 penn, verkoopt in 1754 de weduwe van Jan Pos aan Cornelis Rus wonende te Koedijk een stukje weiland genaamd de Koedijker Kerkeweijt, bewesten Tollenaer, benoorden Meijerssloot, voor 30 gld, en verkoopt in 1755 Pieter Diepsmeer wonende te Koedijk als last en procuratie hebbende van heer Abraham Burmans aan Kornelis Rus de Jonge wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd het Harde Weijdje, groot 6 geerzen, belend ten zuiden de Maijerssloot, ten noorden de koper, voor 160 gld 225.
In Oudkarspel verkopen in 1754 heer Adriaan Bijll en de twee nagelaten dochters van Jan Bijll aan Cornelis Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd de Hardeweijd, groot 3 morgen 240 roeden, belend ten noorden Arien Kuijper, ten zuiden Claas Jasperz Reijn, voor 1070, en verkopen in 1755 de gezamenlijke erfgenamen van Claas Duijn en Neel Jans Schenk te Oude Niedorp overleden aan Cornelis Rus wonende te Koedijk 3 geerzen in een stuk weiland, groot in 't geheel 10 geerzen, belend ten zuiden Pieter Rus de Jonge, ten noorden Bouwe IJffsz, voor 230 226.
In Koedijk verkoopt in 1763 Neeltje Levendigh te Zaandam aan Cornelis Rus de Jonge weiland genaamd de Oosterweeld, groot 4 geers 5 snees in 't Harpedel, belend ten westen de schout Pieter Diepsmeer, ten oosten 't Harpedel, voor 316 gld 227.
In Koedijk verkoopt in 1772 Cornelis Rus de Oude, oud omtrent 82 jaar, aan zijn neef Cornelis Rus de Jonge land groot 6 geers, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden Gerbrand Levendig, ten westen de Agtergragt, voor een lijfrente van 200 gld 's jaars gedurende het leven van de verkoper 122.
In Koedijk verkoopt in 1773 Harmen Schouten in de Diepsmeer in de banne van Oudkarspel aan Cornelis Rus de Jonge weiland groot 4½ geers genaamd 't Harpedel, belend ten westen 't Harpedel, ten zuiden Pieter Arisz, voor 498 gld, en verkoopt in 1777 Cornelis Rus aan Jan Ariensz Hartland een half rietbos geheel groot 3 geers, belend ten zuiden de Wildeman, ten noorden Cornelis Stam, voor 50 gld 228.
In 1774 nomineert Cornelis Rus de Jonge wonende te Koedijk zijn dochter Maartje Cornelis Rus tot zijn enige en universele erfgenaam, met de voorwaarde dat zij van het deel buiten de legitieme portie alleen het vruchtgebruik heeft, welke deel na haar overlijden aan haar kinderen zal komen; als executeurs worden aangesteld Jan Willemsz Waagmeester en Cornelis Pietersz Kroon, beiden wonende te Koedijk 229.
In 1787 benoemt Cornelis Rus de Oude wonende te Koedijk tot zijn algehele erfgenamen de vier nagelaten kinderen van wijlen zijn dochter Maartje Cornelis Rus, met o.a. de bepaling dat de kinderen nooit iets mogen nalaten aan hun vader Arien Geel, met als executeurs en eventuele voogden Jan Rus en Jacob Nierop wonende te Koedijk en Jan Waagmeester wonende in de Zijpe 230.
In Oudkarspel verkopen in 1788 Cornelis Rus d'Oude en Arien Geel aan Cornelis Rus de Jonge, allen wonende te Koedijk, een stuk zaadland groot 4 geerzen, belend ten zuiden Jan Abraham, ten noorden 't dorp van Oudkarspel, voor 676 231.
In Oudkarspel verkopen in 1804 Arie Geel en Cornelis Geel wonende in de Zuidzijpe en Klaas Bos of Jongejan wonende te Burghorn, tezamen ab intestato erfgenamen van Cornelis Rus de Oude, te Koedijk gewoond hebbende en overleden, aan Pieter Hoogwater te Koedijk een akker zaadland aan de Veer, groot 5 snees, belend ten zuiden Cornelis Men, ten noorden Arie Schuijt, voor 125 gld, en aan Hillebrand Klaasz Lammertschaag te Koedijk een stuk weiland genaamd de Buijne, belend ten zuiden en noorden Cornelis Rus, groot 10 geerzen, voor 850 gld 232.
4. Cornelis Pietersz CROON.
VIk. (van Vf) Louris Pietersz RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, op 24 april 1743 gekozen tot diaken van de mennonistische gemeente in Langedijk, ondertr. (impost) Koedijk 16 nov. 1718 (impost 6) Trijntje Jansdr RUS, ged. (mennon.) Langedijk 6 nov. 1718, dr van Jan Cornelisz RUS en Maartje FEDDES 111.
In 1714 en 1721 is Louris Pietersz Rus pachter van vroonland, in 1723/4 koper van 't Slick, groot 1 morgen en 364 roeden, in de Vroonlanden. In 1738 213 heeft Louris Pieters Rus de 20e penning en 10e verhoging betaald over de nalatenschap van Grietie Cornelis, zonder descendenten overleden.
In Koedijk verkopen in 1724 Gerrit Bouwentsz Slommer en Jan Pietersz Rus, samen voogden over de kinderen van Huijbert Bouwentsz Slommer overleden alhier, aan Jan Maertensz Slommer een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten noorden Louris Pietersz Rus [in 1710 de weduwe van Pieter Jansz Rus], ten zuiden Jan IJffsz Schotvanger [in 1710 Jan IJffsen] 214.
In Oudkarspel in 1729 transporteert Christiaan Blom, deurwaarder van het thesaurierscomptoir van Alkmaar, aan Lourens Pietersz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd Jan Allertsven bewesten en benoorden de Diepsmeer, groot in de verponding 8 geerzen 3 snees 10 roeden, belend ten noorden de weduwe van Jan Pietersz Rus, ten oosten en zuiden de ringsloot van dezelve meer, voor 105 gld contant en een custingbrief van 210 gld, gekocht in publieke veiling op het raadhuis van Alkmaar op 10, 11 en 15 december 1728, transporteert Louwris Pietersz Rus wonende te Koedijk, als last en procuratie hebbende van Pieter Jansz Wagenmaacker en Albert Pietersz Keijzer wonende op het eiland Wieringen gepasseerd aldaar (aan Den Oever) op 13 april 1729, aan Gerrit Bouwens Slommer mede te Koedijk woonachtig een stuk weiland in de Diepsmeer, groot omtrent 7 geerzen, belend ten westen Johannes Rijpland, ten oosten de erve Pieter Cornelisz Rus, in publieke veiling gekocht voor 85 gld, en verkopen Jan Hartland wonende te Koedijk als vader en voogd van zijn minderjarige kinderen geteeld bij zijn overleden huisvrouw Maartje Ariens, Pieter Almertsz Boer wonende te Oudkarspel als voogd over de minderjarige kinderen van Anna Maartens Breeland en Jan van Twuijver wonende te Zuid-Scharwoude als voogd over het minderjarige kind van Jan Maartens Breeland, elk voor een derdepart, aan Louwris Pietersz Rus mede wonende te Koedijk een akkertje zaadland in de Diepsmeer, aan de Westkant, groot omtrent 14 snees, belend ten zuiden de erven van de Vrouw van Maasdam, ten noorden de erve Cornelis Aldertsz, voor 2 gld 215.
In Koedijk verkopen in 1729 Pieter Almaertsz de Boer te Oudkarspel en Hendrick Bregman te Harenkarspel als voogden over de kinderen van Jan Pietersz Kuyper en Anne Maertens, overleden onder de banne van Harenkarspel, voor 1/3, de eerste comparant nog van het kind van Jan Maertensz Breeland overleden te Zuid-Scharwoude, voor 1/3, en Jan Hartland te Koedijk voor 1/3, aan Louris Pietersz Rus een boomgaardje van 1 snees op 't Noordeinde, belend ten westen de koper, ten oosten Pieter Jacobsz, voor 16 gld, en verkopen Louris Willemsz voor de ene helft en de eerder genoemde kopers als hiervoor voor de andere helft aan Louris Pieters Rus zaadland op het Noordeinde, groot 7 snees, belend ten westen de koper, ten oosten Pieter Jansz Diepsmeer, voor 91 gld 216.
In Warmenhuizen verkopen in 1735 de gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en Westfriesland, inzake verkoping van geabandonneerde huizen en landerijen, aan Louris Pietersz Rus wonende te Koedijk grasland genaamd het land van Aris Schuijt, groot 9 geerzen 10 roeden, in de Greb, belend ten oosten de erven van Huijbert Slommer, ten westen Koddebos, ten noorden de ringsloot 217, waarvoor op 12 mei 1735 aan de gaarder over 2-2-0 de 40e penning en 10e verhoging betaald wordt.
In Oudkarspel verkoopt in 1735 Theodorus Heijmenbergh woonachtig te Alkmaar, als last en procuratie hebbende van Matthias Franciscus Cloet tegenwoordig wonende te Utrecht, aan Lourus Pietersz Rus wonende te Koedijk 2 stukken land het ene genaamd de Vuijle Greb, groot 4½ gars, belend ten noorden de koper, ten zuiden de Vuijle Greb-sloot, het andere genaamd Oom Anges-land, groot 5 geerzen 8 snees 13 roeden, belend ten noorden Garment Dirksz, ten zuiden en westen de kinderen van Huijbert Slommer, voor 400 gld 218.
In Koedijk verkoopt in 1740 Pieter Croon aan Lourus Rus een huis en erf op 't Noordend, belend ten zuiden de koper, ten noorden Pieter Garments, voor 100 gld, verkoopt in 1742 Jan Jansz de Groot getrouwd met Maartje Cornelis aan Louris Rus een hofsteetje, belend ten noorden Arie Dickstaal, ten oosten de koper, voor 40 gld, en verkoopt in 1747 Arien Grootzant te Nieuwe Niedorp aan Lourens Rus 1 gars 9 snees 8 roe in land genaamd de Benneweijt, groot in 't geheel 2½ morgen, op 't Noordend, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden Hillebrand Schipper, voor 20:12:8 219.
In Oudkarspel transporteren schout en schepenen, vanwege publieke verkoping door gecommitteerden op 12 januari 1741, aan Lourus Rus wonede te Koedijk 2 stukken land in de Diepsmeer, groot tezamen 17 geerzen 8 snees 13 roeden, afkomstig van Claas Hanse en Jan Vader, voor 10 gld, verkoopt in 1744 Claas Pover wonende te Koedijk onder onze banne aan Lourus Rus wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 10 snees, belend ten zuiden Cornelis Stam, ten noorden de erven van de heer Gerrit Warmenhuijsen, voor 90, verkoopt in 1741 Lourus Rus wonende te Koedijk aan Anne Jansz weduwe van Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig, de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 8 geerzen 4 snees, belend ten noorden de koopster, ten zuiden de ringsloot van de Diepsmeer, voor 122:10:0, verkoopt in 1747 Adriaan Groodsant wonende te Nieuwe Niedorp aan Lourus Rus wonende te Koedijk, eerstelijk ¾ in een stuk weiland gemeen met 't Gemene Land, groot 5 geerzen 11 snees 5 roeden, belend ten oosten de heer Heijmenberg, ten westen het Gemene Land, met nog een stuk weiland genaamd de Bennewijd, groot 4 geerzen 7 snees 16 roeden, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden de Kleijmeersringsloot, voor 71, en verkoopt in 1750 Cornelis Baanman wonende te Koedijk aan Lourus Rus mede te Koedijk woonachtig een akker zaadland, groot 11 snees, belend ten zuiden Jan Jansz de Groot, ten noorden de Onweerssloot, voor 110 220.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Lourisz, impost op begr. Koedijk 21 okt. 1720 (impost 3).
2. Maartje Louris, ged. (mennon.) Langedijk 2 okt. 1740, volgt VIId.
3. Pieter Lourisz, volgt VIIe.
VIl. (van Vf) Jan Pietersz RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, impost op begr. Koedijk 8 juli 1724 (impost 3), ondertr. (impost) ald. 13 april 1715 (impost 6) Anna Jans RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, dr van Jan Cornelisz RUS en Maartje FEDDES 111.
In Koedijk verkoopt in 1723 Diewertie Maertens weduwe van Willem van Campen aan Jan Pietersz Rus een huis en erve op 't Noordeijnde, belend ten noorden Claes Pietersz, ten zuiden comparante en Harmen Barentsz, voor 115, en verkoopt in 1727 Anne Jans, weduwe van Jan Pietersz Rus, aan Pieter Jansz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Claas Pietersz, ten zuiden Harmen Barentsz, met een oude kwijtschelding van 1723, voor 75 210.
In Koedijk verkoopt in 1741 Juff. Margaretha van Daverveld te Alkmaar, weduwe van Gerrit Rijpperland in leven dienaar van Gods woord te Petten, aan de kinderen van Jan Rus weiland achter de huizen van 't Noordeind genaamd de Bon, groot 4 geers, belend ten zuiden de kinderen van Ds Rijpperlandt, ten noorden de kinderen van Hendrik Levendich, voor 700 gld, verkoopt in 1748 Arent Jansz Volkers aan de kinderen van Jan Rus rietland van 2 geers in de Noorder Cleijmeer, belend ten noorden de erven van Cornelis Nierop, ten zuiden het Wildemansbos, belast met een jaarlijkse lijfrente van 23 gld per jaar voor de verkoper, en kopen in 1750 de kinderen van Jan Rus van de erfgenamen van Ds Rijpperland 7 geers 9 snees 10 roe weiland achter de huizen van 't Noordeind, belend ten noorden de kopers, ten zuiden de erven van Gerrit Slommer, voor 1000 gld 211.
In Oudkarspel verkoopt in 1744 Lourus Rus wonende te Koedijk aan Anne Jans weduwe van Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 8 geerzen 4 snees, belend ten noorden de koopster, ten zuiden de ringsloot van de Diepsmeer, voor 122:10:0 212.
Uit dit huwelijk:
1. (kind) Jans, impost op begr. Koedijk 2 nov. 1718 (impost 3).
2. (kind) Jans, impost op begr. Koedijk 2 nov. 1718 (impost 3).
3. Pieter Jansz, ged. (nederd. geref.) Koedijk 11 maart 1742, volgt VIIf.
4. Maartje Jans, volgt VIIg.
5. Cornelis Jansz, ged. (nederd. geref.) Koedijk 12 maart 1752, volgt VIIh.
VIm. (van Vh) Cornelis Dirksz RUS, ged. (nederd. geref.) Schermerhorn 26 dec. 1713, korenmolenaar, tr. ald. 2 juni 1748 Lijsbeth Pieters de BOER, wed. van N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Jannetje Cornelisdr, ged. (nederd. geref.) Schermerhorn 30 maart 1749, volgt VIIi.
2. Dirk Cornelisz, ged. (nederd. geref.) Schermerhorn 14 febr. 1751.
VIIa. (van VIf) Antje Pieters RUS, bij impost op trouwen jongedochter van Schoorldam, ondertr. (impost) Warmenhuizen 5 okt. 1750 (impost voor de bruid 3) Pieter CAPITEYN, bij impost in Warmenhuizen op trouwen wonende te Dirkshorn.
Opmerkingen en kinderen bij dit huwelijk:
In Harenkarspel worden in 1767 tot voogden aangesteld Gerrit Jansz Sart wonende te Dirkshorn en Dirk Capiteijn wonende te Lammertschaag over de twee minderjarige kinderen van Pieter Capiteijn in huwelijk verwekt bij Antje Pieters Rus (vermits het overlijden van Dirk Capiteijn wordt op 2 mei 1769 Arie Kapiteijn tot voogd aangesteld) 233.
1. Cornelis CAPITEYN.
2. Pieter CAPITEYN.
VIIb. (van VIf) Pieter Pietersz RUS, ged. (nederd. geref.) Schoorl 6 mei 1764 (na gedane belijdenis, van de Mennoniten tot ons overgekomen), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 3 mei 1764 (samen met zijn vrouw Antje Stevensdr Roderwijn, wonende in Schoorldam), ondertr. (impost) Warmenhuizen 10 nov. 1754 (de bruidegom jongeman te Schoorldam, onvermogend, de bruid op de Kerkbuurt) Antje Stevensdr RODERWIJN, doet belijdenis (nederd. geref.) Schoorl 3 mei 1764 (samen met haar man Pieter Pieterzen Rus, wonende in Schoorldam), dr van Aafje AARYANS.
Bij de dopen van kinderen in Schoorl mocht de vader niet als getuige optreden, als van Mennonieten afkomst en niet gedoopt zijnde.
In Warmenhuizen verkoopt in 1766 Jacob Sluijs wonende te Schoorldam aan Pieter Rus wonende te Schoorldam een huis en erf aldaar, belend ten zuiden de Heereweg, ten westen de koper, ten oosten de armen van Warmenhuizen, voor een schuldbekentenis van 90 gld 234.
In het lidmatenboek van Schoorl, onder Schoorldam, zijn op 26 april 1779 Pieter Pietersen Rus en Antje Stevensdr Roderwijn uitgeschreven naar Uitgeest.
In 1759 is Pieter Rus wonende te Schoorldam, als getrouwd met Antje Stevens dochter van Aafje Aaryans dochter van Anne Cornelis Rijkes, voor 1/130 erfgenaam van Cornelis Rijkes 235.
Uit dit huwelijk:
1. Maartje, ged. (nederd. geref.) Schoorl 23 nov. 1755, impost op begr. Warmenhuizen 19 jan. 1756 (onvermogend).
2. Pieter, ged. (nederd. geref.) Schoorl 26 juni 1757, overl. Schoorldam, impost op begr. Warmenhuizen 13 juli 1757 (onvermogend).
3. Pieter, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 1 okt. 1758, overl. Schoorldam, impost op begr. Warmenhuizen 7 okt. 1759 (onvermogend).
4. Maartje, ged. (nederd. geref.) Schoorl 2 nov. 1760, impost op begr. Warmenhuizen 28 jan. 1763 (impost 3).
5. Arien, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 9 juni 1765, impost op begr. ald. 7 april 1766 of 1 nov. 1768 (impost 3).
6. Pieter, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 9 juni 1765, impost op begr. ald. 1 nov. 1768 of 7 april 1766 (impost 3).
VIIc. (van VIf) Maartje Pieters RUS, tr. 1° Dirk Cornelisz KAK, geb. Zijpe 11 okt. 1733, impost op begr. ald. 29 juni 1762 (pro deo), zn van Cornelis Pietersz KAK en Anne DIRKS, ondertr. (impost) 2° ald. 7 mei 1763 (pro deo, zij abusievelijk aangeduid als jongedochter) Jan Tomasz SMIT.
Opmerkingen en kinderen bij het eerste huwelijk:
Op 24 april 1763 geeft in Zijpe Maartje Pieters Rus bewijs voor haar zoon Pieter Dirksz Kack, oud 2 jaar, verwekt bij haar overleden man Dirk Cornelisz Kack; op 23 november 1796 tekent de armenvoogd Jan Waagmeester voor ontvangst 236. Het bewijs voor het kind van Dirk Kornelisz Kak en Maartje Pieters Rus bestaat uit 2 ducaten, zijnde 10:10:0 237.
1. Pieter Dirksz BREDERODE, ged. (nederd. geref.) Zijpe 15 febr. 1761, werkman, overl. Uitgeest 20 sept. 1827, tr. Koedijk 4 maart 1787 Maartje Cornelisdr BLAAUW, ged. (nederd. geref.) ald. 27 febr. 1763, impost op begr. ald. 7 mei 1805 (pro deo), dr van Cornelis SIJMONSZ en Jannetje JANS.
Uit het tweede huwelijk:
1. Maartje Jans SMIT, ged. (nederd. geref.) Zijpe 28 okt. 1764.
VIId. (van VIk) Maartje Louris RUS, ged. (mennon.) Langedijk 2 okt. 1740, impost op begr. Koedijk 13 nov. 1779 (impost 3), ondertr. (impost) 1° ald. 26 maart 1741 (impost 3 voor haar) Cornelis Jansz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 2 okt. 1740, op 9 januari 1750 gekozen tot diaken van de mennonistische gemeente van Langedijk en omgeving, impost op begr. Koedijk 27 mei 1762 (impost 3), zn van Jan Cornelisz KEIJSER, tot leraar gekozen van de mennonistische gemeente van Langedijk op 2 april 1714, en Dieuwer DIRX, ondertr. (impost) 2° Koedijk 21 maart 1767 (impost 6), tr. ald. 5 april 1767 Sijmon Cornelisz GRAAFFSANT, alias Schuytemaker, wedn. van Grietje Maartens NOORDWEST.
In Broek op Langedijk verkoopt in 1750 Aarjen Kaas aan Kornelis Jansz Keijser zaadland genaamd de helft van de Biene, groot 7 snees 10½ roe, belend ten oosten de weduwe van Dirk Duijn, ten westen Jan en Grietje de Waal, voor 203:3:8, verkopen in 1752 de erfgenamen van Pieter Jansz Bijl aan Cornelis Jansz Keijser een akker zaadland in 't Wout, groot 1 gars 6 snees 2 roeden, belend ten noorden Cornelis Gluur, ten zuiden de weduwe van Cornelis Wagenaar, voor 343:18:0, verkoopt in 1754 Cornelis Jansz Keijser aan Cornelis Dirksz Keijser een akker zaadland genaamd het Venendje, groot 4 snees 15 roeden, belend ten oosten de weduwe van Dirk Jansz Keijser, ten westen de kinderen van Zeger Kostelijk, voor 100 gld, verkoopt in 1759 Cornelis Jansz Keijser wonende te Koedijk aan Pieter Ellen een akker zaadland in 't Wout, groot 18 snees 2 roeden, belend ten noorden de weduwe van Dirk Jansz Keijser, ten zuiden de weduwe van Cornelis Wagenaer, voor 325 gld 10 st, en verkopen in 1765 Kornelis Backer wonende te Oude Niedorp voor de ene helft, en de erven Pieter Pietersz Rus en de erven Kornelis Jansz Keijser tezamen voor de wederhelft, aan Pieter Ellen een stukje weiland voor de huizen aan 't Grafje, groot 2 geerzen 6 snees, belend ten noorden Simon Slot, ten zuiden de erven Pieter Boogert, voor 187 gld 10 st 238.
In Koedijk worden in 1767, ten verzoeke van Maartje Laurens Rus voornemens te hertrouwen, over Jan Keijser, oud 15 jaar, minderjarige nagelaten zoon van Cornelis Keijser in huwelijk verwekt bij Maartje Laurens Rus, tot voogden aangesteld Pieter Laurens Rus en Cornelis Rus de Jonge, beiden wonende alhier, om met haar en haar meerderjarige dochter Dieuwertje Keijser de gemene boedel te verdelen van wijlen Cornelis Keijser en Maartje Laurens Rus. Aan de voornoemde Jan Keijser is bij scheiding op 3 april 1767, voor ondergetekende secretaris [Bootsman] als notaris te Alkmaar gepasseerd en op 4 april 1767 door weesmeesters geapprobeerd, in voldoening van zijn vaders erfdeel toebedeeld: (1) een stuk land onder Oudkarspel, groot ruim 9 geerzen, genaamd de Margriets Hoogeweyd, belend ten westen Dirk Jansz Dirkemaat, ten noorden de Saskersloot, (2) een akker zaadland onder Broek op Langedijk, groot ruim 7 snees, belend ten zuiden Oloff Cornelisz, ten oosten de Oosterdijk, (3) een bed met zijn toebehoren zoals hij Jan Keijser hetzelve ten huize van zijn moeder gebruikt en beslaapt 239
In Broek op Langedijk hebben in 1770 de weesmeesters aangesteld Pieter Ellen en Cornelis Keijser, beiden wonende alhier, tot voogden over het minderjarige kind van Cornelis Jansz Keijzer overleden te Koedijk. De voogden brengen in een akker zaadland genaamd Boogertendt, belend ten oosten de erven van Cornelis Bakker annex, nog 231 gld 11 st contante penningen berustende onder Cornelis Keijser. Op 6 maart 1774 verklaart het weeskind Jan Cornelisz Keijser zich voldaan en bedankt hij de voogden. 240
In 1767 maken Sijmon Cornelisz Graafsant, weduwnaar, en Maartje Laurens Rus, weduwe van Cornelis Keijser, wonende te Koedijk, huwelijkse voorwaarden waarin bepaald wordt dat er geen gemeenschap van goederen zal zijn en dat van de wederzijdse inbreng een inventaris opgemaakt zal worden, en schiften en delen Maartje Lourens Rus weduwe van, en in gemeenschap van goederen getrouwd geweest met, wijlen Cornelis Keijzer, zijnde thans de bruid van Sijmon Cornelis Graafsand, ten deze met haar bruidegom geassisteerd, ter eenre, en Dieuwertje Cornelis Keijzer meerderjarige dochter van voornoemde Cornelis Keijser, thans de bruid van Cornelis Claasz Pover, ook met haar bruidegom geassisteerd, en Pieter Laurensz Rus en Cornelis Rus de Jonge als door de weesmeesters van Koedijk aangestelde voogden over de minderjarige nagelaten zoon van voornoemde Cornelis Keijser genaamd Jan Keijser, bij de comparante ter eenre in huwelijk geprocreëerd, ter andere zijde, waarbij o.a. aan de weduwe toegewezen wordt een huis en erf aan 't noordeinde van Koedijk, belend ten noorden Jacob Volkerts, ten zuiden Pieter Laurens Rus 241.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jan Cornelisz KEIJZER, geb. ca. 1751, ged. (mennon.) Langedijk 20 maart 1774, in 1784 en 1789 vermeld als voorzanger in Koedijk van de mennonistische gemeente in Langedijk en omgeving, ondertr. (impost) Schoorl 18 juni 1773 (impost 3 voor haar), ondertr. (impost) Koedijk 19 juni 1773 (impost 3 voor hem) Aaltje Harks HOUDEWIND, ged. (nederd. geref.) Schoorl 25 april 1751, impost op begr. Koedijk 27 mei 1805 (pro deo), dr van Hark Ariensz HOUDEWIND, schepen (verschillende keren in de periode 1751-1773) van Schoorl, en Dieuwertje Ariensdr MEEG.
In Broek op Langedijk verkoopt in 1775 Jan Cornelisz Ceijser wonende te Koedijk aan Arien Schuytemaker een akker zaadland groot 6 snees 13½ roe, belend ten oosten de Oosterdijk van de Geestmerambacht, ten westen de weduwe van Cornelis Wagemaar, voor 133 gld 10 st, en aan Jacob Volkerstsz een akker zaadland genaamd Aaltgenackertje van IJff, groot 5 snees 15 roeden, belend ten noorden Willem Blocker, ten zuiden Teunis Canne, voor 174 gld, verkoopt Jan Keijzer wonende te Koedijk in 1781 aan Jan van der Werff een akker zaadland groot 9 snees 3 roeden, belend ten noorden Jan Cantsen, ten zuiden Willem Blokker, voor 292:16:0, en aan Dirk Bergen twee akkers zaadland genaamd Remmesland[?], groot 6 snees 16 roeden, belend ten westen Aarjen Bijl, ten oosten de weduwe van Dirk Jansz Keijzer, en de helft in de Biene, groot 7 snees 10 roeden, belend ten noorden Pieter Miesz, ten zuiden de Mennoniete gemeente van Broek, voor 486:4:0, en in 1784 aan Frans Burger een akkertje zaadland van 3 snees, belend ten zuiden Aarjen Wagenaar, ten noorden Willem Blokker, voor twee stuivers[!] 242.
In Oudkarspel verkoopt in 1781 Pieter Lourisz Rus wonende in de Woudmeer aan Jan Cornelisz Keijser wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 6 geerzen, belend ten noorden Dirk Garmentsz, voor 650, verkopen in 1785 Joost Symonsz Molenaar en Dirk Keyser, als last en procuratie hebbende van de gezamenlijke erfgenamen van Dirk Garmentsz, en de voogden van de minderjarige erfgenamen van Lysbeth Slootemaker, beiden op 't Noordeijnde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel overleden, o.a. aan Jan Keijser wonende op 't Noordeynde van Koedijk een huis en erf aldaar onder de banne van Oudkarspel, belend ten noorden de weduwe van Symon Blauw, voor 1115, bekent in 1785 Jan Keyser wonende te Koedijk schuldig te zijn aan Pieter Butter 1200 gld, tegen 3½ percent, waaraan hij 2 stukken weiland verbindt, groot tezamen 15 geerzen (op 4 maart 1788 hiervan 700 en op 10 augustus 1795 alles afgelost), verkoopt in 1786 de weduwe van Pieter Letes aan Jan Keyser wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 7 geerzen 3 snees, voor 1250, en verkoopt in 1788 Jan Keijser aan Jacob Symonsz, beiden op 't Noordeijnde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel, een stuk weiland aldaar, groot 7½ gars, belend ten noorden Jacob Nierop, ten zuiden de weduwe van Gerrit Zevenhuijsen, voor 1000 243.
In Oudkarspel verkoopt in 1795 Jan Keijzer, wonende ten noorden Koedijk, aan Dirk Hoogwater te Koedijk een stuk weiland, belend ten zuiden Teunis Visscher, ten noorden Gerrit Diepsmeer, groot 4 geerzen 7 snees 16 roeden, voor 397 gld 15 st, bekent in 1800 Jan Keijzer, wonende in deze banne ten noorden Koedijk, schuldig te zijn aan de municipaliteit van Oudkarspel 500 gld, spruitende uit onbetaalde huurpenningen van dorpslanden, voorgeschoten gelden tot betaling der ordinaire en extraordinaire verpondingen, dijk-, sluis- en molengelden, dorpslasten en door hem ontvangen gelden, tegen 4 ten honderd 's jaars, verbindende een stuk weiland, groot circa 9 geerzen aan de Saskerslot, belend ten zuiden de comparant, ten noorden de Saskersloot(geroyeerd op 5 april 1800), en bekent in 1802 Jan Keijzer, wonende in deze banne aan het Noordeinde van Koedijk, schuldig te zijn aan de gezamenlijke erfgenamen van Pieter Louwrisz Rus, aan het Noordeinde van Oudkarspel in de banne van Haringcarspel gewoond hebbende, 600 gld tegen interest van 4 gld ten honderd, verbindende speciaal een stuk weiland ten noorden van Koedijk, belend ten oosten Klaas Appetijd, ten westen de comparant, groot 7 geerzen 3 snees (geroyeerd 2 april 1806) 244.
In Oudkarspel verklaart in 1798 Jan Keijzer, wonende ten noorden Koedijk in deze banne, ontvangen te hebben 212 gld 10 st toebehorende de minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Louris Bies in huwelijk verwekt bij Aaltje Bouwens, tegen jaarlijks 5 gld ten honderd. Op 20 maart 1801 is dit bedrag verminderd tot 124 gld vermits het overlijden van een der twee genoemde kinderen en afdeling van deszelfs erfportie voor de helft aan de moeder en de andere helft voor 2/3 aan de halve broer en zusters en 1/3 aan het nu nog levende kind verbleven. 245 Pieter IJfsz en Cornelis Rus zijn de administrateurs. Op 8 maart 1803 is het resterende bedrag van 124 gld nog niet betaald en verbindt Jan Keijzer hieraan een stuk weiland in deze banne, groot 5 geerzen 9 snees 7 roeden. 246
In Oudkarspel in 1803 verkoopt Jan Keijzer, in deze banne aan het Noordeinde van Koedijk wonende, aan Guurtje Pietersdr Diepsmeer, weduwe van Jan Stam, te Koedijk wonende, een stuk weiland aan de Saskersloot, groot 9 geerzen, belend ten zuiden de verkoper, ten noorden de voorschreven sloot, voor 1053 gld, stelt dezelfde Jan Keijzer tot securiteit van 124 gld, als hij per resto schuldig is aan de minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Louwris Bies en Aaltje Bouwens speciaal een stuk weiland groot volgens de legger 5 geerzen 9 snees 7 roeden op kohier fol. 45 No. 8, en is hij schuldig aan Willem Zevenhuizen te Schoorldam 250 gld, rente 5 gld ten honderd, verbindende speciaal datzelfde stuk weiland 247.
In Oudkarspel verkoopt in 1806 Jan Keizer aan Cornelis Diepsmeer een stuk weiland groot 7 geerzen 3 snees, belend ten zuiden Klaas Luit, ten noorden Pieter Hoogwater, voor 1320 gld 248.
In 1773 testeren Jan Cornelisz Keijser en Aaltje Harks Houwdewindt, echte man en vrouw wonende te Koedijk, op elkaar; de langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen behoorlijk op te voeden, en voor het geval dat er geen kinderen zijn worden voorzieningen voor eventuele overlevende ouders getroffen 249.
2. Dieuwertje Cornelisdr KEIJSER, impost op begr. Koedijk 7 nov. 1767 (impost 3), ondertr. (impost) ald. 21 maart 1767 (impost samen 6), tr. ald. 5 april 1767 Cornelis Klaasz POVER, impost op begr. Koedijk 20 jan. 1805 (impost 3), verm. zn van Klaas Jansz POVER en Trijntje Jans BUTTER, die hertr. met Neeltje Pieters IJFS.
VIIe. (van VIk) Pieter Lourisz RUS, gedoopt als bejaarde en aangenomen (nederd. geref.) Koedijk 1755, overl. Harenkarspel, impost op begr. ald. 3 dec. 1781 (impost 6, om te Oudkarspel begraven te worden), impost op begr. Oudkarspel 3 dec. 1781 (impost 6), impost op begr. Koedijk 250 2 april 1782 (impost 3), begr. Oudkarspel 6 dec. 1781 (graf in de kerk gekocht voor 7:5:0, 't grote doodkleed 0:12:0), ondertr. (impost) Koedijk 2 maart 1754 (impost 6, samen), tr. ald. 17 maart 1754 Aaltje Jans GORTER, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 27 febr. 1729, begr. ald. 7 april 1800 als de weduwe van Pieter Rus (in de kerk, 12:13:0), dr van Jan GORTER.
In Oudkarspel verkoopt in 1759 heer Henricus van Wijk wonende te Alkmaar aan Pieter Lourisz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd Dirk Jacobszweyd, groot 7 geerzen 3 snees, voor 590 gld 251.
In Koedijk verkoopt in 1769 Pieter Laurentsz Rus aan Cornelis Croon te Huijskebuurt onder Warmenhuizen een huis en erf op 't Noordend, belend ten noorden Maartje Laurens Rus, ten zuiden Dirk Pietersz, voor 500 gld, en verkoopt in 1770 Pieter Laurens Rus aan Jacob Volkers een akker zaadland gelegen in Del, belend ten westen Maartje Laurens, ten zuiden schout Diepsmeer, groot 8 snees, voor 142 gld 252.
In Oudkarspel verkoopt in 1770 Pieter Lourisz Rus wonende te Koedijk aan de weduwe van Jacob Butter wonende te Koedijk in de banne van Oudkarspel een akker zaadland, groot 10 snees, belend ten noorden Cornelis Bies, ten zuiden Cornelis Stam, voor 116, verkoopt in 1770 Pieter Lourisz Rus aan Cornelis Jansz IJffs, beiden wonende te Koedijk, een stuk weiland, groot 7 geerzen 3 snees, genaamd Dirk Jacobsweijd, belend ten zuiden IJff Bouwens, ten noorden Jan d'Groot, voor 290, en omgekeerd koper aan verkoper een stuk weiland, groot 7 geerzen 2 snees, belend ten zuiden Pieter Boldewijn, ten noorden Arien Hoogwater, voor 225, verkoopt in 1770 Pieter Rus aan Cornelis en Gerrit Rus, allen wonende te Koedijk, een akker zaadland, groot 10 snees 18 roeden, belend ten noorden de Snijdersloot, ten zuiden Cornelis Rus, voor 240, en verkoopt in 1771 de rentmeester-generaal van Westfriesland en het Noorderkwartier o.m. aan Pieter Lourisz Rus een vierdepart in een stuk weiland gemeen met de koper, genaamd Rentenaar, groot 2 geerzen 2 snees 18 roeden, voor nihil 253.
In 1777 compareren Jan Keyser en Cornelis Tijsse als voogden over de vier minderjarige kinderen van Pieter Laurens Rus wonende in de Woutmeer; deze kinderen krijgen elk 200 gld als legaat van de onlangs overleden Cornelis Rus de Oude volgens het testament van 18 april 1771 voor notaris Bootsman; de vader Pieter Laurentsz Rus stelt tot zekerheid 7 geers land onder Oudkarspel en 6 geers land genaamd Ouwejansweid 254.
In Schoorl bekende in 1777 Pieter Lourisz Rus van Langedijk bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Dirk Garmentsz te Koedijk, een stukje bosland in de Aagtdorperpolder, groot 67 roeden, belend ten oosten de erven van Reyer Kruyf, ten westen de kerk van Schoorl, voor 20 gld, item groot 25 roeden, belend ten zuiden IJff Bouwensz, ten noorden de erven van Guurtje Cornelis, voor 42 gld, item groot 11¾ roe, belend ten oosten Jacob Spierdijk, ten westen Cornelis Stam, voor 18 gld 255.
In Oudkarspel verkoopt in 1781 Pieter Lourisz Rus wonende in de Woudmeer aan Cornelis Pietersz Kroone wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 9 geerzen, belend ten zuiden de koper, voor 777, en aan Jan Cornelisz Keijser wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 6 geerzen, belend ten noorden Dirk Garmentsz, voor 650 256.
In Oudkarspel is in 1802 Jan Keijzer wonende in deze banne aan het Noordeinde van Koedijk 600 gld schuldig, tegen een interest van 4 gld ten honderd, aan de gezamenlijke erfgenamen van Pieter Louwrisz Rus, aan het Noordeinde van Oudkarspel in de banne van Harenkarspel gewoond hebbende, verbindende daarvoor een stuk weiland in deze banne ten noorden van Koedijk gelegen, belend ten oosten Klaas Appetijd, ten westen de comparant, groot 7 geerzen 3 snees (geroyeerd op 2 april 1806) 257.
In 1772 geven Jan Gorter de Jonge, Pieter Rus als in huwelijk hebbende Aaltje Gorter en Cornelis Bijpost als getrouwd met Maartje Gorter, dezelve Aaltje Gorter en Maartje Gorter elk door haar man geassisteerd en gequalificeerd, broer en zusters en tezamen voor de helft erfgenamen ab intestato van wijlen Cornelis Gorter, wonende de eerste comparant in de Zijp en de andere onder Haringcarspel, machtiging aan hun vader Jan Gorter [wonende te Oudkarspel], voor de wederhelft erfgenaam van zijn zoon Cornelis Gorter, om hun aandeel in 3 huizen en een stukje land in Alkmaar te verkopen 258.
Opmerkingen en kinderen bij dit huwelijk:
In 1776 worden door de weesmeesters der heerlijkheid Haringcarspel Pieter Lourisz Rus en Cornelis Bijpost, beiden alhier woonachtig, aangesteld als voogden over Louris, Jan, Maartje en Cornelis Pietersz Rus, minderjarige kinderen van voornoemde Pieter Lourisz en Aaltje Jans Gorter, in het bijzonder om 800 gld te ontvangen welke de voornoemde kinderen aanbestorven zijn van Cornelis en Gerrit Rus, beiden te Koedijk overleden 259.
Over de lidmaten in Oudkarspel zijn er de volgende gegevens. In 1779 staan op de lidmatenlijst o.a., met nummering vanaf de Kerklaan noordwaarts: nr 65 Pieter Louwrens Rus, obiit 1780, nr 66 Aaltje Jans Gorter, huisvrouw. In 1782 worden op belijdenis aangenomen o.a. Jan Pietersz Rus, Lourens Pietersz Rus en Maartje Pieters Rus. Op de lidmatenlijst van vermoedelijk 1785 worden in de Noordbuurt o.a. vemeld, met doorlopende nummering: nr 95 Aaltje Gorter, nr 96 Lourens Rus, en in de Diepsmeer: nr 131 Jan Louwrens [sic] Rus, nr 131 Aagje Mailis. In 1786 wordt Crelis Rus aangenomen.
1. Louris Pietersz, ged. (nederd. geref.) Koedijk 16 febr. 1755, volgt VIIIa.
2. Jan Pietersz, ged. (nederd. geref.) Koedijk 20 maart 1757, volgt VIIIb.
3. Maartje Pieters, ged. (nederd. geref.) Koedijk 17 juni 1759, volgt VIIIc.
4. Cornelis Pietersz, geb. Koedijk 8 mei 1765 (volgens het Registre Civique de geboortedatum van Cornelis Rus, cultivateur te Harencarspel), ged. (nederd. geref.) ald. 19 mei 1765, volgt VIIId.
VIIf. (van VIl) Pieter Jansz RUS, alias Pieter Rus de Jonge, ged. (nederd. geref.) Koedijk 11 maart 1742 (na gedane belijdenis), landbouwer, in 1743 lidmaat van de Nederduits Gereformeerde gemeente in Koedijk, impost op begr. Koedijk 12 okt. 1779 (impost 6), ondertr. (impost) ald. 14 jan. 1741 (impost 3 voor hem), ondertr. (impost) Oudkarspel 14 jan. 1741 (impost 3 voor haar, van 't Noordeijnde van Koedijk), tr. Koedijk 29 jan. 1741 Aafje Jans IJFFS, ged. (nederd. geref.) ald. 5 febr. 1719, bij huwelijk jongedochter van 't Noordend van Koedijk onder Oudkarspel, impost op begr. Koedijk 1 jan. 1773 (impost 6), dr van Jan Pietersz IJFFS, alias Coet(en(e)s), en Maartje Pieters RUS, alias Stam.
In Oudkarspel verkoopt in 1741 Cornelis Bregman wonende te Schagen als last en procuratie hebbende van heer Frederik Vicomte de Roest wonende te Brussel aan Pieter Jansz Rus wonende te Koedijk 3 stukken weiland in de Diepsmeer, tezamen groot 27 geerzen, belend ten noorden Lourus Rus, voor 100 gld, verkoopt in 1748 Arent Jansz wonende te Koedijk aan Pieter Jansz Rus mede wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 8 snees, belend ten zuiden Sijmon Muusz, ten noorden Jacob Butter, voor een lijfrentebrief inhoudende een jaarlijkse lijfrente van 11, 't eerste jaar 22, verkoopt in 1759 Cornelis Symonsz Molemaar wonende te Koedijk aan Pieter Rus de Jonge wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 4½ snees, belend ten noorden de Saskersloot, ten zuiden de weduwe van Claas de Geus, voor 70, verkoopt in 1761 Pieter Rus d'Jonge wonende te Koedijk aan Pieter Hartog mede aldaar woonachtig een gedeelte van 2 derdeparten van het Hartenland, groot 2 geerzen 8 snees, belend ten oosten de Hoevaart, gemeen met Pieter Hartog, en omgekeerd een akker zaadland genaamd de Ruijtersakker, groot 1 gars 10 snees, belend ten zuiden de koper, ten noorden Cornelis Stam, beide voor 100, en verkopen in 1763 Pieter Pietersz Rus, Maartje Pieters Rus weduwe van Dirck Cornelisz Kak wonende in de Zijpe en Pieter Capiteyn weduwnaar van Anna Pieters Rus wonende te Dirkshorn, ook voor zijn minderjarige kinderen Cornelis en Pieter Capiteyn, aan Pieter Rus d'Jonge wonende te Koedijk een stuk land achter de Riedsgrep, groot 4½ gars, belend ten zuiden Maartje Lourens Rus, ten westen de weduwe van Gerrit Diepsmeer, voor 71 189.
In Bergen in 1748 verkoopt Jacob Jansz Volkerts wonende te Koedijk aan Pieter Jansz Rus de Jonge mede te Koedijk woonachtig de helft in een elstbosje in de Ouburger polder, groot in 't geheel 60 roeden, gemeen en onverdeeld met de koper, belend ten noorden de banscheiding tussen Bergen en Schoorl, ten zuiden heer Willem Adriaan Grave van Nassau, voor 25 gld, en is Pieter Jansz Rus de Jonge wonende te Koedijk aan Arent Jansz Volkerts, oud 59 jaar, mede op Koedijk woonachtig, een jaarlijkse lijfrente van 2 gld schuldig 190.
In Oudkarspel verkoopt in 1767 heer Wigbold Adriaan Grave van Nassau Woudenberg, rentmeester-generaal van de domeinen in Westvriesland en het Noorderquartier, aan Pieter Jansz Rus de Jonge wonende te Koedijk een stuk weiland in de Vuijle Grepo geabandonneerd door Cornelis Kos, groot 7 geerzen, nog een dito geabandonneerd door Willem Sevenhuijsen c.s., groot 8 geerzen, genaamd de Vuijle Grep, nog een dito in de Vuijle Grep geabandonneerd door Louris Rus c.s., groot 7 geerzen 6 snees, nog een dito genaamd Loodge de Horn geabandonneerd door de gemeente te Warmenhuizen, groot 10 geerzen 1 snees 11 roeden, voor 750, en verkopen in 1773 Pieter IJfsz, Cornelis IJfsz, Dirk Bouwensz en Pieter Rus, allen wonende te Koedijk, aan Pieter Dirksz Mulder en Huijbert Dirksz Hooghuijs mede aldaar woonachtig een akker zaadland, groot 19 snees, belend ten noorden Jan Meeg, ten westen de Diepsmeer, voor 101 gld 191.
In Oudkarspel verkopen in 1781 Jan en Cornelis Rus, Jan Hartland, Jacob Nierop, Pieter Diepsmeer de Jonge, Antje Pieters Rus en de voogden over Grietje Rus, voor ¼, mitsgaders de voogden over de minderjarige kinderen van Pieter Jansz IJffs en Trijntje Butter mede voor ¼, aan Cornelis Jansz IJffs, allen te Koedijk woonachtig, de helft in een stuk weiland genaamd IJdaweijd, groot in 't geheel 10 geerzen, waarvan de wederhelft de koper is toebehorende, voor 600 192.
In 1770 testeren Pieter Rus de Jonge en Aafie Jans IJffs, echtelieden wonende te Koedijk, op de langstlevende het recht, levenslang of tot hertrouwen, van boedelhouder- of boedelhoudsterschap, met recht van vertering en aliënering, met aan kinderen die opponeren alleen de naakte portie, en met benoeming van elkaar tot eventuele voogden met uitsluiting van de weeskamer 188.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Pietersz, ged. (nederd. geref.) Koedijk 22 sept. 1743, volgt VIIIe.
2. Cornelis Pietersz, ged. (nederd. geref.) Koedijk 20 febr. 1746, volgt VIIIf.
3. Maartje Pieters, ged. (nederd. geref.) Koedijk 7 april 1748, volgt VIIIg.
4. Trijntje Pieters, ged. (nederd. geref.) Koedijk 8 maart 1750, volgt VIIIh.
5. Reynouw Pieters, ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 dec. 1751, volgt VIIIi.
6. Antje Pieters, ged. (nederd. geref.) Koedijk 29 dec. 1754, impost op begr. ald. 1 maart 1804 (impost 3), ondertr. (impost) ald. 1 jan. 1782 (impost samen 6), tr. Koedijk 13 jan. 1782 Arien Hendriksz BUTTER, ged. (nederd. geref.) ald. 17 febr. 1754, dagloner, landbouwer (bij overlijden), overl. ald. 10 maart 1817 (als moeder aangegeven: Grietje Kuiper), zn van Hendrik Jansz BUTTER en Geertje Jans KUIPER, die hertr. met Ariaantje Jansdr HILLEGON.
In 1787 testeren Arie Butter en Antje Pieters Rus, echtelieden wonende op Koedijk, op de langstlevende, ten ware op 't overlijden van de eerststervende kind of kinderen 260.
In Koedijk verkopen in 1782 diakenen van de gereformeerde kerk aan Arie Butter een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten noorden Arie Claasz, ten zuiden de weduwe van Cornelis Willigrijp, voor 82 261.
In Oudkarspel verkoopt in 1808 Dirk Dirkmaat wonende te Opmeer aan Arien Butter wonende te Koedijk een akkertje zaadland, belend ten oosten Hillebrand Lammerschaag, ten westen Cornelis Rus, voor 100 262.
7. Grietje Pieters, ged. (nederd. geref.) Koedijk 22 april 1759, volgt VIIIj.
VIIg. (van VIl) Maartje Jans RUS, ondertr. (impost) Koedijk 7 april 1742 (impost samen 6), tr. ald. 29 april 1742 Willem PIETERSZ.
Uit dit huwelijk:
1. Jantje WILLEMS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 10 maart 1743.
VIIh. (van VIl) Cornelis Jansz RUS, alias Cornelis Rus de Jonge (later Cornelis Rus de Oude), ged. (nederd. geref.) Koedijk 12 maart 1752 (als bejaarde, was eerst mennist, doch weer afgevallen), impost op begr. ald. 19 sept. 1788 (impost 15), ondertr. (impost) 1° ald. 5 juni 1751 (impost 30, samen), tr. Koedijk 27 juni 1751 Trijntje Barthelmies KROOK, ged. (nederd. geref.) ald. 6 juni 1729, dr van Bartelmies Jansz KROOK en Jannetje Jans WIERING, ondertr. (impost) 2° ald. 21 dec. 1753 (impost 6, samen) Maartje Pieters CROON, impost op begr. Koedijk 26 juni 1759 (impost 3), dr van Pieter Arentsz CROON en Maartje Jans RUS.
In Koedijk verkoopt in 1752 Anna Pieters Muls aan Cornelis Jans Rus de Jonghe een huis en erf op 't Noordeind, belend ten zuiden Jan Ariens de Groot, ten noorden Jan Nierop, voor 350 gld 223.
In 1754 is Pieter Rus de Jonge wonende op Koedijk 400 gld schuldig aan Pieter Boldewijn mede op Koedijk woonachtig, af te lossen een jaar na dezes met een interest van 2 gld 10 st voor elke 100 gld 224.
In Broek op Langedijk verkopen in 1754 de erfgenamen van Jacob Jewitsz en Antje Harments aan Cornelis Rus wonende te Koedijk een stuk weiland in de banscheiding van Broek en Zuid-Scharwoude genaamd Weijertsweijt, groot 21 geerzen 9 snees 14 roeden, belend ten zuiden de Meijerssloot, ten noorden Meester Jannesloot, voor 676 gld 1 st 2 penn, verkoopt in 1754 de weduwe van Jan Pos aan Cornelis Rus wonende te Koedijk een stukje weiland genaamd de Koedijker Kerkeweijt, bewesten Tollenaer, benoorden Meijerssloot, voor 30 gld, en verkoopt in 1755 Pieter Diepsmeer wonende te Koedijk als last en procuratie hebbende van heer Abraham Burmans aan Kornelis Rus de Jonge wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd het Harde Weijdje, groot 6 geerzen, belend ten zuiden de Maijerssloot, ten noorden de koper, voor 160 gld 225.
In Oudkarspel verkopen in 1754 heer Adriaan Bijll en de twee nagelaten dochters van Jan Bijll aan Cornelis Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd de Hardeweijd, groot 3 morgen 240 roeden, belend ten noorden Arien Kuijper, ten zuiden Claas Jasperz Reijn, voor 1070, en verkopen in 1755 de gezamenlijke erfgenamen van Claas Duijn en Neel Jans Schenk te Oude Niedorp overleden aan Cornelis Rus wonende te Koedijk 3 geerzen in een stuk weiland, groot in 't geheel 10 geerzen, belend ten zuiden Pieter Rus de Jonge, ten noorden Bouwe IJffsz, voor 230 226.
In Koedijk verkoopt in 1763 Neeltje Levendigh te Zaandam aan Cornelis Rus de Jonge weiland genaamd de Oosterweeld, groot 4 geers 5 snees in 't Harpedel, belend ten westen de schout Pieter Diepsmeer, ten oosten 't Harpedel, voor 316 gld 227.
In Koedijk verkoopt in 1772 Cornelis Rus de Oude, oud omtrent 82 jaar, aan zijn neef Cornelis Rus de Jonge land groot 6 geers, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden Gerbrand Levendig, ten westen de Agtergragt, voor een lijfrente van 200 gld 's jaars gedurende het leven van de verkoper 122.
In Koedijk verkoopt in 1773 Harmen Schouten in de Diepsmeer in de banne van Oudkarspel aan Cornelis Rus de Jonge weiland groot 4½ geers genaamd 't Harpedel, belend ten westen 't Harpedel, ten zuiden Pieter Arisz, voor 498 gld, en verkoopt in 1777 Cornelis Rus aan Jan Ariensz Hartland een half rietbos geheel groot 3 geers, belend ten zuiden de Wildeman, ten noorden Cornelis Stam, voor 50 gld 228.
In 1774 nomineert Cornelis Rus de Jonge wonende te Koedijk zijn dochter Maartje Cornelis Rus tot zijn enige en universele erfgenaam, met de voorwaarde dat zij van het deel buiten de legitieme portie alleen het vruchtgebruik heeft, welke deel na haar overlijden aan haar kinderen zal komen; als executeurs worden aangesteld Jan Willemsz Waagmeester en Cornelis Pietersz Kroon, beiden wonende te Koedijk 229.
In 1787 benoemt Cornelis Rus de Oude wonende te Koedijk tot zijn algehele erfgenamen de vier nagelaten kinderen van wijlen zijn dochter Maartje Cornelis Rus, met o.a. de bepaling dat de kinderen nooit iets mogen nalaten aan hun vader Arien Geel, met als executeurs en eventuele voogden Jan Rus en Jacob Nierop wonende te Koedijk en Jan Waagmeester wonende in de Zijpe 230.
In Oudkarspel verkopen in 1788 Cornelis Rus d'Oude en Arien Geel aan Cornelis Rus de Jonge, allen wonende te Koedijk, een stuk zaadland groot 4 geerzen, belend ten zuiden Jan Abraham, ten noorden 't dorp van Oudkarspel, voor 676 231.
In Oudkarspel verkopen in 1804 Arie Geel en Cornelis Geel wonende in de Zuidzijpe en Klaas Bos of Jongejan wonende te Burghorn, tezamen ab intestato erfgenamen van Cornelis Rus de Oude, te Koedijk gewoond hebbende en overleden, aan Pieter Hoogwater te Koedijk een akker zaadland aan de Veer, groot 5 snees, belend ten zuiden Cornelis Men, ten noorden Arie Schuijt, voor 125 gld, en aan Hillebrand Klaasz Lammertschaag te Koedijk een stuk weiland genaamd de Buijne, belend ten zuiden en noorden Cornelis Rus, groot 10 geerzen, voor 850 gld 232.
In 1754 testeren Cornelis Rus de Jonge en Maartje Pieters Croon, echteluiden wonende te Koedijk, op de langstlevende; haar vader Pieter Croon en moeder Maartje Jans zien af van hun legitieme portie; eventuele kinderen krijgen hun blote legitieme portie 222.
In Koedijk worden in 1764 tot voogden over Antje Cornelis, oud 9, en Maartje, 6 jaar, minderjarige kinderen van Maartje Pieters alhier overleden in huwelijk verwekt bij Cornelis Rus de Jonge, tezamen voor ¼ mede-erfgenamen ab intestato van hun grootmoeder Maartje Jans, in leven huisvrouw van Pieter Croonen, alhier overleden, aangesteld Cornelis Rus de Jonge, de eigen vader, Arent Jonker en Jacob Spek, allen wonende alhier, voor de deling van de boedel met Pieter Croonen en verdere erfgenamen. De kinderen worden toebedeeld een stukje land onder Oudkarspel, groot 4 geerzen, belend ten zuiden Cornelis Aartsen, ten westen de Vaarsloot, voor 400, onder conditie dat dit land tot 1764 incluis door der kinderen grootvader Pieter Croon voor de lasten gebruikt moet worden. 221
Uit het tweede huwelijk:
1. Antje Cornelis, geb. ca. 1754, impost op begr. Koedijk 6 maart 1769 (impost 12, dubbeld recht).
2. Maartje Cornelisdr, geb. ca. 1757, volgt VIIIk.
VIIi. (van VIm) Jannetje Cornelisdr RUS, ged. (nederd. geref.) Schermerhorn 30 maart 1749, overl./impost op begr. ald. 14/16 dec. 1790, ondertr. (impost) ald. 23 okt. 1779 (impost 3 voor haar, hij pro deo), tr. Schermerhorn 7 nov. 1779 Pieter Klaasz PEEN, overl. ald. 4 okt. 1790.
De regenten van Schermerhorn sturen drie memories, op 28 februari, 2 april en 11 april 1791, aan de burgemeesters en regeerders van Alkmaar als ambachtsheren met verzoek tot interventie in een geschil tussen de diakenen en de weesouders van Schermerhorn als boelberedders van de nalatenschap van Jannetje Rus overleden op 13 december 1790, weduwe van Pieter Peen, nalatende 3 kinderen, enerzijds, en de crediteuren van de nagelaten boedel anderzijds; het geschil betrof voornamelijk uitgekeerde vacatiegelden en kleding voor de kinderen 263.
Uit dit huwelijk:
1. Lijsbeth Pieters PEEN, ged. (nederd. geref.) Schermerhorn 3 sept. 1780, dienstbode (bij eerste huwelijk), overl. Graft 26 juli 1842, tr. 1° ald. 27 juli 1813 Dirk VUIK, geb. ald. ca. 1761, landbouwer, zn van Syvert VUIK, broodbakker, en Maria KLAASDR, tr. 2° Graft 12 mei 1816 Jan Jansz RUS, ged. (nederd. geref.) ald. 12 juli 1767, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 18 juni 1792, landbouwer, overl. Graft 26 okt. 1821, zn van Jan Jansz RUS, op 13 december 1767 met Geertje Jansdr Plugboer met attestatie van Ursem vertrokken naar Graft, en Grietje Jans PLUGBOER, bij huwelijk jongedochter van de Noorddijk.
2. Dirk Pietersz PEEN, geb. Schermerhorn 6 juli 1783, metselaar, overl. ald. 9 jan. 1858, tr. 1° ald. 5 dec. 1802 Ariaantje Everts NINGS, tr. 2° Schermerhorn 10 maart 1816 Grietje MIJL, geb. ca. 1793, dr van Maartje MIJL.
3. Jannetje Pieters PEEN, ged. (nederd. geref.) Schermerhorn 19 dec. 1790.
VIIIa. (van VIIe) Louris Pietersz RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 16 febr. 1755, impost op begr. Zijpe 29 maart 1802, ondertr. ald. 5 mei 1793, ondertr. (impost) ald. 4 mei 1793 (impost voor haar: onvermogend), ondertr. (impost) Harenkarspel 26 april 1793 (impost 3 voor hem), tr. Zijpe 19 mei 1793 Neeltje Pietersdr KOSSEN.
In Zijpe in 1802 heeft Neeltje Pieters Coszen, weduwe van Louwris Rus, aan hun kinderen Pieter en Jan Louris Rus voor 't vadersbewijs ieder 100 gld bewezen, uit te keren bij meerderjarigheid of huwelijk, en worden tot voogden over Pieter en Jan Louwris Rus, kinderen van wijlen Louwris Rus en Neeltje Pietersz Cossen, benoemd Cornelis Hopman wonende in de Zijpe en Jan Rus wonende op Langedijk 264.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Lourisz, geb. St. Maartensbrug, Zijpe 29 juli 1794, ged. (nederd. geref.) ald. 3 aug. 1794 (doopgetuige Maartje Pieters Rus), boerenknecht, overl. Zijpe aan de Grootesloot 22 juli 1827.
2. Jan Lourisz, geb./ged. (nederd. geref.) St. Maartensbrug, Zijpe 3/4 okt. 1795, volgt IXa.
VIIIb. (van VIIe) Jan Pietersz RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 20 maart 1757, boer, bouwman, burgemeester 265 van Oudkarspel, adjunct-maire ald., overl. ald. 22 okt. 1813, ondertr. (impost) Harenkarspel 17 april 1784 (impost 6 voor hem), ondertr. (impost) Oudkarspel 17 april 1784 (impost 6 voor haar) Aagje Cornelis MEIJLIS, ged. (nederd. geref.) ald. 27 juni 1762, overl. ald. 3 okt. 1807, dr van Cornelis Jansz MEIJLIS en Griet Jans KERKMEER.
In Oudkarspel verkoopt in 1787 heer Wigbold Adriaan Grave van Nassau Woudenberg, rentmeester-generaal, o.a. aan Jan Rus weiland in de Geestmerambacht genaamd Heyntjezool, groot 7 geerzen 9 snees 7 roeden, voor 153, en zaadland groot 1 gars 10 snees 16 roeden voor 2, en verkopen in 1791 de gezamenlijke erfgenamen van Cornelis Maijlis en Grietje Jans Kerkmeer o.a. aan Jan Rus een huis en erf, belend ten zuiden Arien Schuyt, ten noorden de weduwe van Pieter Voogt, voor 900, een stuk weiland, groot 17 geerzen 11 snees, genaamd van Olven, belend ten noorden Pieter van Schagen, ten zuiden de kerk van Noord-Scharwoude, voor 1397:10:0, een stuk weiland in de Dergmeer, groot 13 geerzen 7 snees 10 roeden, belend ten westen de weduwe van Jan Strooper, ten oosten Cornelis Kos, voor 354:5:0, de helft in een stuk zaadland genaamd Sakkersven, de Zuidzijde, groot 4 geerzen 6 snees 1¼ roe, belend ten zuiden een akker genaamd Roosendaal, voor 391:19:1, een akker zaadland, groot 1 gars 6 snees, genaamd 't Aanbeelt, belend ten zuiden de koper, voor 108 266.
In Oudkarspel verkoopt in 1798 Jan Pietersz Schuit wonende alhier o.m. aan Jan Rus mede wonende alhier een akker zaadland op de Vork, belend ten oosten Pieter Kleijer, ten westen Cornelis Bakker, groot 14 snees, voor 206 gld 11 st 267.
Te Oudkarspel is op 23 october 1813 overleden Jan Rus, van beroep geweest boer en bouwman alsmede adjunct maire, nalatende 2 minderjarige kinderen, Maartje oud 14 jaar en Aafje 12 jaar, in huwelijk verwekt bij Aagje Meijlis, reeds in 1806 aldaar overleden. Er zijn geen voogden, en de vrederechter en zijn griffier hebben zich op 26 oktober naar het sterfhuis begeven, waarin Jan Butter, boer en bouwman, woonde, als in huwelijk hebbende Aaltje Rus, dochter van de overledene. Met medewerking van de dochter zijn goederen geïnventariseerd en is een vertrek verzegeld. Op 2 november is een familieraad bijeengekomen voor de minderjarige kinderen van Jan Rus en diens vrouw overleden op 3 oktober 1807, bestaande uit Cornelis Rus, boer te Tutgenhorn, broer van de overleden vader, Cornelis Wijn, boer en bouwman te Oudkarspel, in huwelijk hebbende Maartje Rus zuster van de overledene, Jan Keizer, dagloner te Koedijk, neef, Jan Butter, boer en bouwman te Oudkarspel, in huwelijk hebbende Aaltje Rus dochter van de overledene, Pieter Vis, boer te Zuidschermer in de banne van Akersloot, in huwelijk hebbende Jantje Meijlis zuster van de overleden moeder, en Klaas Kroon, veldwachter te Oudkarspel, neef. Cornelis Rus wordt benoemd tot voogd en Jan Butter tot toeziend voogd. Op dezelfde dag verzoekt Cornelis Rus als voogd om ontzegeling, die de volgende dag zal plaatsvinden. Op 16 november wordt een proces-verbaal opgemaakt van de verkoop van dieren en meubelen, waarvan de opbrengst Fr 6158,67 bedraagt. 268
Uit dit huwelijk:
1. Grietje, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 29 okt. 1785.
2. Pieter, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 20 maart 1787.
3. Aaltje, geb./ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 4/10 mei 1789.
4. Aaltje Jans, geb./ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 2/3 febr. 1793, volgt IXb.
5. Maartje, geb. Oudkarspel 11 juni 1795, ged. (nederd. geref.) ald. 14 juni 1795 (doopgetuige Lijsbet Cornelis Maijlis).
6. Jan, geb./ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 8/12 sept. 1796.
7. Maartje, geb./ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 30 april/2 mei 1799, volgt IXc.
8. Aafje, geb./ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 18/19 april 1801, volgt IXd.
VIIIc. (van VIIe) Maartje Pieters RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 17 juni 1759, overl. Oudkarspel 22 okt. 1823, ondertr. (impost) ald. 6 jan. 1786 (impost 6 voor hem), ondertr. (impost) Harenkarspel 6 jan. 1786 (impost 6 voor haar, Neeltje Pieters Rus) Cornelis Jansz WIJN, dagloner.
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje WIJN, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 19 mei 1787, overl. Harenkarspel 8 sept. 1829, tr. ald. 3 aug. 1817 Rens RENTENAAR, ged. (nederd. geref.) Kalverdijk, banne Harenkarspel 9 jan. 1780, timmermansknecht, arbeider, overl. Harenkarspel 12 dec. 1857 (aangever behuwdzoon Cornelis Fraij, verwer), zn van Cornelis RENTENAAR, timmerman, en Trijntje SCHIPPER.
2. Pieter WIJN, geb./ged. Oudkarspel 29/30 nov. 1788.
3. Pieter WIJN, geb./ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 12/17 jan. 1790.
4. Guurtje WIJN, geb. Oudkarspel 21 dec. 1796, ged. (nederd. geref.) ald. 25 dec. 1796 (doopgetuige Trijntje Wijn), overl. Koedijk 28 maart 1871, tr. Oterleek 29 april 1821 Harmen KRAMER, geb./ged. (nederd. geref.) Oudendijk 15/21 sept. 1794, slager, vleeshouwer, landbouwer, koopman, veehandelaar, handelaar in onroerend goed, overl. Koedijk 8 dec. 1887, zn van Sijmen Harmensz CRAMER en Aaltje Aarnouts LOUW.
Over de succesvolle loopbaan van Harmen Kramer, vooral als handelaar in onroerend goed, is te lezen in De Gouden Engel nr 20, voorjaar 2009, blz. 32-36, 't Is ienmaal goed ..., de nalatenschap van Harmen Kramer", door Jack Muijs. De waarde van zijn nalatenschap bedroeg 822.251,03.
VIIId. (van VIIe) Cornelis Pietersz RUS, geb. Koedijk 8 mei 1765 (volgens het Registre Civique de geboortedatum van Cornelis Rus, cultivateur te Harencarspel), ged. (nederd. geref.) ald. 19 mei 1765, boer, bouwman en landbouwer te Tuitjenhorn, op 24 december 1826 zonder beroep te Spanbroek, in 1834 arbeider te Harenkarspel, overl. ald. 31 okt. 1840 (bij aangifte van overlijden zijn kennelijk abusievelijk als ouders Albert Rus en Aaltje Krans opgegeven), ondertr. (impost) ald. 26 jan. 1798 (impost elk 30) Grietje ROOSCH, ged. (nederd. geref.) Harenkarspel 24 juni 1770, overl. ald. 12 febr. 1826, dr van Reijer Albertsz ROOS en Guurtje PRONK.
In 1799 worden in Harenkarspel benoemd Cornelis Ewoudsz wonende te Tuitjenhorn in 't Hien en Cornelis Rus op Coudoven onder Haringcarspel woonachtig, en Theunis Bregman mede onder Haringcarspel woonachtig, de twee laatste als administrerende voogd en de eerste als toeziende voogd, over zodanige minderjarige kinderen als door Reijer Roosch bij zijn overleden huisvrouw Maartje Ewouds zijn verwekt 269.
Op 1 oktober 1801 zijn Cornelis P. Rus en Grietje Reijers, echtelieden, als lidmaten ingekomen in Harenkarspel van Oudkarspel (in 1827 naar Spanbroek). Op de lidmatenlijsten worden Cornelis Rus en Grietje Roos(ch) vermeld in 1801 en 1807 onder 'Tuitjenhorn en Sijpelhuizen'. Op 1 januari 1804 wordt Cornelis Rus aangesteld tot diaken.
In Schoorl bekenden in 1811 de kinderen en erfgenamen van wijlen Reijer Roosch te Harenkarspel overleden, onder wie Cornelis Rus als in huwelijk hebbende Grietje Roosch, op 4 februari 1810 te hebben doen verkopen en bij dezen op te dragen aan Hendrik Hogewegen wonende te Schoorldam de helft van een stukje land bij de Crabbedammerbrug genaamd het Driestaltje, groot in zijn geheel 253½ roede, voor 50 gld 270.
In 1834 is Cornelis Rus in Harenkarspel aangever van het overlijden van zijn 'neef' Jan Rus, zoon van Albert [Jansz] Rus en Grietje Jans Kuiper. Vergelijking van zijn handtekenig bij deze aangifte met de handtekening van Cornelis Rus die in 1813 door de vrederechter benoemd wordt tot voogd over de twee minderjarige kinderen van zijn broer Jan Rus geeft dat het om dezelfde persoon gaat. De kwalificatie 'neef' kan in de tegenwoordige betekenis van het woord niet juist zijn.
Ìn Harenkarspel verklaarde in 1778 Reijer Roos wonende alhier zijn kind Grietje Reijersz Roos, oud 8 jaren, in huwelijk verwekt bij zijn overleden huisvrouw Dieuwertje [sic] Pronk, te bewijzen 4000 gld, ten overstaan van Jacob Pronk, oom van 's moeders zijde 271.
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje, geb./ged. (nederd. geref.) Tuitjenhorn/Harenkarspel 6/12 sept. 1802, volgt IXe.
VIIIe. (van VIIf) Jan Pietersz RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 22 sept. 1743, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 7 maart 1771, landbouwer, impost op begr. ald. 9 jan. 1793 (impost 6), ondertr. (impost) 1° Koedijk 28 maart 1772 (impost 6), tr. ald. 12 april 1772 Trijntje Joosten VERWER, ged. (nederd. geref.) ald. 3 jan. 1745, overl. Koedijk 24 april 1780, dr van Joost Claasz VERWER en Claartje WILLEBERTS, ondertr. (impost) 2° ald. 11 jan. 1782 (impost samen 12), tr. ald. 3 febr. 1782 Trijntje Ariens HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 21 april 1743, overl. ald. 6 mei 1790, impost op begr. ald. 29 mei 1790 (impost 6), dr van Arien Jansz HARTLAND, weesmeester (1747-1748) van Koedijk, en Neeltje Gerrits KLEIJENBURGH.
In Oudkarspel verkoopt in 1773 Cornelis Rus d'Oude wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig een akker zaadland aan de Snijderssloot, groot 11 snees, belend ten zuiden Cornelis Bies, ten noorden de Snijderssloot, met nog een akker zaadland in de Vuijle Greb, groot 7 snees, belend ten zuiden Jacob Volkerts, ten noorden de verkoper, voor een lijfrentebrief van 30 gld ten lijve van comparant, oud 68 jaar, 't eerst op 11 mei 1774 272.
In Koedijk verkoopt in 1773 Cornelis Rus de Oude, oude 68 jaar, aan Jan Pietersz Rus een huis en erf op het Noordeinde, belend ten zuiden IJff Pietersz, ten noorden Jan Men, en 3 morgen 2 geers 9 snees land achter het huis, belend ten zuiden Willem Pietersz, ten noorden Jan Men, voor een lijfrente van 225 gld 's jaars ten behoeve van de verkoper zijn leven lang, en verkoopt in 1782 Jan Rus, tegen verruiling van 10 geers land onder Oudkarspel en 11 geers onder St. Pancras, aan Jan Hartland een akker van 5 snees, belend ten zuiden Pieter Hartland, ten noorden Jan Visser, getaxeerd op 60 273.
In Schoorl verkoopt in 1773 Cornelis Rus de Oude wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede te Koedijk woonachtig een akkertje bosland te Aagtdorp, groot 27 roeden, belend ten zuiden Joost Klaasz, ten noorden de weduwe van Klaas de Geus, met nog een akkertje bosland als voor, groot 16 roeden, belend ten zuiden Cornelis Pover, ten noorden de erven van Jacob Spierdijk, voor 30 gld 124.
In 1782 stelt Jan Pietersz Rus wonende te Koedijk, te kennen gevende dat hij in gemeenschap van goederen getrouwd zijnde met Trijntje Joosten Verwer, met zijn huisvrouw op 2 oktober 1772 voor notaris Adrianus van der Burg had gemaakt een mutueel testament, en alzo zijn vrouw was komen te overlijden met achterlating van twee minderjarige kinderen, Pieter en Klaartje Jans Rus, en hij voornemens is zich ten tweede huwelijk te begeven, tot mede-voogden over de twee minderjarige kinderen Cornelis Rus en Gerrit IJffsz, beiden wonende te Koedijk, en beschrijft hij de overeengekomen verdeling met zijn kinderen 274.
In Broek op Langedijk verkoopt in 1782 Jan Rus aan Jan Hardland, beiden wonende te Koedijk, 2 akkers zaadland, groot 15 snees 9 roeden, belend ten zuiden de erven van Pieter Jansz Hardland, ten noorden Pieter Aarjensz Hardland, voor 108 gld 275.
In Oudkarspel verkoopt in 1782 Jan Hartland wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig een stuk weiland, groot 8 geerzen 3 snees 10 roeden, genaamd Heijmenbergsweijd, voor 700, en verkopen in 1784 de gezamenlijke erfgenamen van Cornelis en Gerrit Jansz Rus aan Jan Rus wonende te Koedijk 20/21 in een stuk weiland genaamd Botslik, groot circa 3 geerzen, belend ten zuiden 't dorp van Oudkarspel, ten noorden de Botsoolsloot, voor 500 276.
In 1790 bewijst Jan Rus wonende te Koedijk zijn zoon Arien Jansz Rus, in huwelijk verwekt bij zijn laatste en onlangs overleden huisvrouw Tryntje Ariens Hartland, als zijn moederlijke erfportie ¼ van twee stukken land aan elkaar verheeld achter het huis, belend ten noorden Cornelis Men, ten zuiden Klaas Boldewijn, ½ in een stuk land onder de banne van Oudkarspel genaamd het Sapel Hendrik, groot in 't geheel 8 geersen, belend ten oosten de Meestelsloot, ten noorden het vuile Grebslootje, een akker zaadland onder Oudkarpsel genaamd het Wette Entje groot 8 snees, belend ten noorden de Snydersloot, ten westen de Ringsloot van de Greb, en in contante penningen 600 gld, en benoemt hij tot zijn enige erfgenamen zijn drie kinderen, met namen Klaartje, Pieter en Arie Jansz Rus, elk voor een derde, met als voogden Cornelis Rus en Jacop Nierop, beiden wonende te Koedijk 277.
In 1772 testeren Jan Pietersz Rus en Trijntje Joostes Verwer, echte man en vrouw wonende te Koedijk, op de langstlevende, met voorzieningen na het overlijden van de langstlevende en voor als de langstlevende hertrouwt 278.
In 1782 testeren Jan Rus en Tryntje Ariens Hartland, echtelieden wonende te Koedijk, op elkaar als er bij 't overlijden van de eerststervende geen kinderen van hem of van hun beiden in leven zijn, anders benoemt hij zijn voorkinderen, kinderen en zijn tegenwoordige huisvrouw in gelijke porties als universele erfgenamen, en zij haar eventuele kinderen in de legitieme portie, maar wanner de testatrice de langstlevende zal zijn en overlijdt zonder kinderen, dan zijn haar erfgenamen de twee voorkinderen van testateur in huwelijk verwekt bij Tryntje Joosten Verwer, met als eventuele voogden Cornelis Rus en Gerrit IJffs wonende te Koedijk 279.
Uit het eerste huwelijk:
1. Pieter Jansz, ged. (nederd. geref.) Koedijk 25 april 1773.
2. Klaartje Jansdr, ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 febr. 1775, volgt IXf.
3. Pieter Jansz, ged. (nederd. geref.) Koedijk 25 febr. 1776, volgt IXg.
4. Aafje Jans, ged. (nederd. geref.) Koedijk 22 mei 1777.
5. Aefje Jans, ged. (nederd. geref.) Koedijk 9 aug. 1778.
Uit het tweede huwelijk:
1. Arien Jansz, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 29 nov./5 dec. 1784, volgt IXh.
2. Cornelis Jansz, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 23/29 okt. 1786.
VIIIf. (van VIIf) Cornelis Pietersz RUS, alias Cornelis Rus de Jonge, ged. (nederd. geref.) Koedijk 20 febr. 1746, landbouwer, volgens het Registre civique van 1812 geboren op 20 februari 1744, 'cultivateur', overl. Koedijk 8 juli 1813, ondertr. (impost) 1° ald. 12 april 1776 (impost samen 6), tr. ald. 28 april 1776 Grietje Pieters AANGAANDE, ged. (nederd. geref.) Koedijk 13 jan. 1743, impost op begr. ald. 17 febr. 1790 (impost 3), dr van Pieter Arisz AANGAANDE en Trijntje JACOBS, tr. 2° Maartje Pieters IJS 280, wed. van IJff CORNELIS.
In Koedijk verkopen in 1780 de diakenen van de Gereformeerde Armen aan Cornelis Pietersz Rus een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten zuiden Arien Voogden, ten noorden Arien Pover, voor 87 gld 281.
In Schoorl verkoopt in 1787 Dirk Pietersz wonende te Koedijk aan Cornelis Rus mede aldaar een houtbosje te Aagtdorp, groot 94 roeden, belend ten westen Jan Abramsz, ten zuiden Pieter Arisz, ten oosten Pieter Butter, voor 73 gld, verkopen in 1798 de voogden van de minderjarige kinderen van Louris Bies in Koedijk overleden geprocreëerd bij Aaltje Cornelis Bouwens, nog voornoemde Aaltje Bouwens geassisteerd met haar man, aan Cornelis Rus voornoemd (een van de 4 voogden) een houtbosje te Aagtdorp, groot 25 roeden, belend ten oosten en zuiden Cornelis IJfsz, voor 17 gld, en verkoopt in 1807 Pieter IJffs wonende te Koedijk, als voogd over de minderjarige kinderen van wijlen Cornelis Bies in Koedijk overleden geprocreëerd bij Aaltje Cornelis Bouwens, aan Cornelis Rus mede aldaar woonachtig een houtbosje te Aagtdorp, groot 25 roeden, belend ten oosten en zuiden Cornelis IJffs, voor 17 gld 282.
In Oudkarspel verkopen in 1788 Cornelis Rus d'Oude en Arien Geel aan Cornelis Rus de Jonge, allen wonende te Koedijk, een stuk zaadland groot 4 geerzen, belend ten zuiden Jan Abraham, ten noorden 't dorp van Oudkarspel, voor 676, en verkoopt in 1795 Pieter Jonkina [moet zijn: Jongkind] schoolmeester te Koedijk aan Cornelis Rus een stuk weiland genaamd de Harde Weid, groot 10 geerzen, belend ten zuiden Guurtje Reynen, ten noorden de erve Cornelis Rus de Oude, voor 1600 gld 283.
In Oudkarspel verkoopt in 1809 Eyf Pieterse Eyfs wonende op het Noordeynd van Koedijk onder Oudkarspel aan Cornelis Rus wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 10 snees, aan de Vuijle Grep-sloot, belend ten noorden voornoemde sloot, ten zuiden Jacob Nierop, voor 140 gld 284.
Op 20 augustus 1813 compareerden Pieter Diepsmeer, bouwman wonende te Koedijk, en zijn huisvrouw Reinouw Pietersdr Rus, Jacob Nierop, bouwman mede wonende te Koedijk, en zijn huisvrouw Trijntje Pietersdr Rus, Pieter Jansz Rus, bouwman wonende te Bergen, Arie Jansz Rus, bouwman wonende te Koedijk, Arie Gerritsz Hartland, bouwman wonende te Koedijk, en zijn huisvrouw Klaartje Jansdr Rus, Dirk Kooij, timmermansbaas wonende te Zuid-Scharwoude, en zijn huisvrouw Aafje Jans Hartland, Jan Klooster, bouwman wonende te Koedijk, en zijn huisvrouw Neeltje Jansdr Hartland, Jan Jongkind, schoolonderwijzer op het eiland Wieringen, Andries Kansen, bouwman te Broek op Langedijk, en zijn huisvrouw Neeltje Jongkind, zijnde voornoemde Reinouw Pietersdr Rus en Trijntje Pietersdr Rus volle zusters van nu wijlen Cornelis Pieters Rus overleden te Koedijk op 8 juli 1813, en dus ieder voor een vijfde portie, de voornoemde Pieter Jansz Rus, Arien Jansz Rus en Klaartje Jans Rus nagelaten kinderen van Jan Pietersz Rus die een volle broer is geweest van de voornoemde nu wijlen Cornelis Pietersz Rus en dus tezamen voor een vijfde portie, de voornoemde Aafje Jansdr Hartland en Neeltje Jans Hartland nagelaten kinderen van Maartje Pietersdr Rus, in huwelijk verwekt bij Jan Ariensz Hartland, welke Maartje Pieters Rus mede een volle zuster is geweest van wijlen voornoemde Cornelis Rus, en dus tezamen mede voor een vijfde portie, en de voornoemde Jan Jongkind en Neeltje Jongkind, benevens Trijntje Jongkind wonende te Bergen minderjarig en ongehuwd, nagelaten kinderen van Grietje Pietersdr Rus, in huwelijk verwekt bij Pieter Jongkind, welke Grietje Pietersdr Rus mede een volle zuster is geweest van meervoornoemde wijlen Cornelis Pietersz Rus en alzo tezamen insgelijks voor een vijfde portie gerechtigd om zich te gedragen als erfgenamen ab intestato van wijlen dezelve Cornelis Pietersz Rus, Pieter Ariensz Aangaande, bouwman wonende te Koedijk, Grietje Ariens Aangaande meerderjarig en ongehuwd als dienstmeid wonende te Broek op Langedijk, Jacob Pietersz Butter, bouwman wonende onder Oudkarspel, Jacob Blauw, bouwman wonende in de Zijpe, en zijn huisvrouw Trijntje Pietersdr Butter, zijnde de voornoemde Pieter Ariensz Aangaande en Grietje Ariens Aangaande nagelaten kinderen van Aris Pietersz Aangaande, en de voornoemde Jacob Pietersz Butter en Trijntje Pietersdr Butter nagelaten kinderen van Maartje Pietersdr Aangaande, in huwelijk verwekt bij Pieter Jacobsz Butter, en welke voornoemde Aris Pietersz Aangaande en Maartje Pietersdr Aangaande zijn geweest een volle broer en zuster van wijlen Grietje Pietersdr Aangaande welke is geweest de huisvrouw van de voorgemelde Cornelis Pietersz Rus, die verklaarden machtig te maken eerdergenoemde Jacob Nierop en Pieter Jansz Rus om de boedel en nalatenschap van Cornelis Pietersz Rus en zijn vooroverleden huisvrouw Grietje Pietersdr Aangaande op te maken en door verkoop af te wikkelen 285.
Op 12 oktober 1813 worden ten verzoeke van de gemachtigden van de erfgenamen van Cornelis Pietersz Rus en Grietje Pieters Aangaande ten overstaan van Cornelis van Oostveen in de Herberg te Koedijk bij veiling verkocht: (1) een huis en erf op het Zuideinde van Koedijk, nr 101, belend ten noorden Cornelis Men, ten zuiden Pieter Diepsmeer, aan Cornelis Blaauw, bouwman wonende te Koedijk, voor 200 gld, (2) een stuk weiland genaamd Kerkeweid, gelegen over de Zomersloot in de banne van Broek, groot 11 geerzen of 3 ha 23 a 55 ca, belend ten zuiden en westen Simon Slot, aan Cornelis Gootjes, bouwman wonende in de Heerhugowaard, voor 649 gld, (3) een stuk weiland genaamd de Wuyversweid aan de Zomersloot onder de banne van Broek, groot 11 geerzen of 3 ha 22 a 55 ca, belend ten noorden Pieter Zwetsman, ten zuiden Simon Slot, aan Pieter Borsenius, bouwman te Koedijk, voor 693 gld, (4) een stuk weiland genaamd de Groene Palen aan de Zomersloot onder de banne van Zuid-Scharwoude, groot 9 geerzen of 2 ha 63 a 90 ca, belend ten zuiden Cornelis Sinter, ten noorden de weduwe van Jan Stam, aan Klaas de Boer, broodbakker te Koedijk, voor 585 gld, (5) een stuk weiland genaamd de Meynding bewesten de Zomersloot onder de banne van Koedijk, groot 9 geerzen of 2 ha 63 a 90 ca, belend ten zuiden de weduwe van Jan Stam, ten noorden Cornelis van Oostveen, aan Klaas de Boer, broodbakker te Koedijk, voor 603 gld, (6) een stuk weiland genaamd de Hoekweid aan de Nieuwe Togt onder de banne van Koedijk, groot 8 geerzen of 2 ha 34 a 58 ca, belend ten noorden Cornelis van Oostveen, ten zuiden Reyer Grootewal, aan Klaas de Boer, broodbakker te Koedijk, voor 616 gld, (7) een stuk weiland genaamd het Zandje, groot 6 1/3 gars of 1 ha 85 a 72 ca, belend ten noorden Hilbrand Jansz, ten zuiden Pieter Zwetsman, aan Guurtje Diepsmeer weduwe van Jan Stam, voor 582 gld 13 st 5 penn, (8) een stuk weiland genaamd Jacob Tysz-stuk aan de Westkant van de Daalmeer in de banne van Koedijk, groot 7½ gars of 2 ha 19 a 92 ca, belend ten zuiden Arien Hartland, ten noorden Jesse van Wyk, aan Pieter Hart, bouwman wonende in de Schermeer, voor 472 gld, (9) een rietbos in de Zuider Kleymeer onder Koedijk, groot 1 gars of 29 a 32 ca, belend ten westen Simon Molenaar, ten oosten het vuurbaken van Petten, voor 17 gld, (10) een akker zaadland in de Diepsmeer onder de banne van Oudkarspel, groot 1 gars of 29 a 32 ca, belend ten zuiden Pieter Stam, ten westen de Meersloot, aan Jan Blaauw, bouwman te Koedijk, voor 43 gld, (11) een houtbos in de banne van Schoorl aan de banscheiding, groot 70 roeden of 8 a 55 ca, belend ten oosten Cornelis Molenaar, ten westen en noorden Jan de Waal, op 30 gld opgehouden, (12) een houtbos even benoorden het voorgaande, belend ten oosten Jan de Waal, aan Jan Groenewoud, maire van Koedijk, voor 15 gld, (13) een gars of 29 a 32 ca in een stuk land in de Daalmeer genaamd het Molenstuk, groot 9 geerzen of 2 ha 63 a 90 ca, gemeen met Jan Groenewoud, aan Jan Groenewoud, maire te Koedijk, voor 28 gld, (14) een gars of 29 a 32 ca in een stuk land in de Laageweide, groot 8 geerzen of 2 ha 64 a 58 ca, gemeen met Jan Groenewoud, aan Simon Molenaar, bouwman te Koedijk, voor 32 gld 286.
Op 23 en 24 december 1813 wordt de inventaris opgemaakt door notaris Cornelis van Oostveen op verzoek van de gemachtigden van de erfgenamen van Cornelis Pietersz Rus en Grietje Pietersdr Aangaande; de kleren en contante penningen zijn getaxeerd op 67:11:8, en verder worden nog vermeld een huis en erf en 5 stukken land volgens Jan de Waal tot de nalatenschap behorende 287.
Op 1 maart 1814 wordt bij veiling in de Herberg te Koedijk ten overstaan van notaris Cornelis van Oostveen ten verzoeke van de gemachtigden van de erfgenamen van Cornelis Pietersz Rus en Grietje Pietersdr Aangaande verkocht: (1) een huis en erf op het Noordeinde van Koedijk, belend ten noorden Klaas de Boer, ten zuiden Klaas de Geus, aan Jan Commandeur, bouwman wonende te Koedijk, voor 450 gld, (2) een stuk weiland, groot 8 geerzen, onder Oudkarspel, belend ten westen Jan de Waal, ten noorden Laurens Blaauw, aan Jan de Waal, bouwman wonende te Koedijk, voor 600 gld, (3) een stuk dito, groot 6 geerzen, onder Oudkarspel, genaamd de Kerkeslik, belend ten oosten Cornelis Volkers, ten noorden Arie Hartland, aan Jacob Pietersz Butter, bouwman wonende te Koedijk, voor 246 gld, (4) een stuk bouwland, groot 4 geerzen, gelegen als voren, belend ten noorden de gemeente Oudkarspel, ten zuiden de weduwe van Jan Stam, aan Anthonij Schaaps, koopman wonende te Alkmaar, voor 388 gld, (5) een dito als voren, groot 5 snees, genaamd het Broekje, belend ten zuiden Cornelis IJfs, ten noorden de Saskersloot, aan Hilbrand Klaasz Lammertschaag, bouwman wonende te Koedijk, voor 70 gld, (6) een stuk land onder Koedijk, groot 4½ gars, belend ten noorden Cornelis de Groot, ten zuiden de Haaskesloot, aan Cornelis de Groot, bouwman wonende te Koedijk, voor 324 gld 288.
In 1782 testeren Cornelis Pietersz Rus en Grietje Pieters Aangaande, echtelieden te Koedijk, op elkaar, eventueel voor haar vader en hun kinderen de legitieme portie, en als de langstlevende overlijdt en er geen kinderen zijn, half om half aan de wederzijdse vrinden, met legatering door haar van haar kleren, goud en zilver aan de dochters van haar broer en van haar zuster 289.
In 1792 testeren Cornelis Rus en Maartje Pieters IJs, aanstaande man en vrouw wonende alsnog te Koedijk doch op hun vertrek staande naar Emmerik, op de langstlevende, met aan eventuele kinderen de legitieme portie, maar als zij de eerststervende is, dan zijn haar eventuele voorkinderen mede-erfgenamen, maken zij huwelijkse voorwaarden met de bepaling dat er geen gemeenschap van goederen zal zijn, testeren zij nogmaals als echtelieden wonende te Emmerik, de testateur als eerststervende aan testatrice, de testatrice als eerststervende onder achterlating van kinderen uit een vorig huwelijk aan haar kinderen en haar man, en wordt de staat en inventaris opgemaakt van alle goederen als Cornelis Rus in zijn huwelijk met Maartje Pieters IJs heeft in- en aangebracht, ten verzoeke van voornoemde Cornelis Rus, o.a. een huis en erve beoosten de weg, belend ten noorden Dirk Ploeger, ten zuiden het volgende huis, en een huis bewesten de weg, belend ten noorden met het voorgaande, ten zuiden de weduwe van Cornelis de Geus 290.
In 1792 benoemt Maartje Pieters IJs, weduwe en krachtens testament voor secretaris en schepenen van Koedijk erfgenaam van haar man Cornelis IJff mitsgaders voogdesse over haar bij hem verwekte twee kinderen, met namen Maartje en Neeltje, mede-erfgenamen in de legitieme portie, tot voogden Arien Schuit te Oudkarspel en Jan Rus en Pieter Diepsmeer te Koedijk, en bewijst zij haar kinderen hun vaderlijke erfportie 291.
Uit het eerste huwelijk:
1. Pieter Cornelisz, ged. (nederd. geref.) Koedijk 19 jan. 1777, impost op begr. ald. 27 jan. 1777 (impost 3).
2. Pieter Cornelisz, ged. (nederd. geref.) Koedijk 12 juli 1778, impost op begr. ald. 1 juni 1779 (impost 3).
3. Pieter Cornelisz, ged. (nederd. geref.) Koedijk 13 juni 1779.
4. Maartje Cornelis, ged. (nederd. geref.) Koedijk okt. 1781.
VIIIg. (van VIIf) Maartje Pieters RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 7 april 1748, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 10 maart 1768, overl. ald. 17 maart 1810, ondertr. (impost) Koedijk 19 dec. 1767 (impost samen 6), tr. ald. 3 jan. 1768 Jan Ariensz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) ald. 3 jan. 1734, zn van Arien Jansz HARTLAND, weesmeester (1747-1748) van Koedijk, en Neeltje Gerrits KLEIJENBURGH.
In Koedijk compareerden Jan Cloosterboer alhier en Dirk Kooij te Langedijk, gezamenlijke erfgenamen van Maartje Pieters Rus overleden op 17 maart 1810, weduwe van Jan Ariensz Hartland. Op naam van Jan Kloosterboer komt het huis en erf nr 59, belend ten noorden Harmen Claasz Jager, ten zuiden Cornelis Molenaar, op naam van Dirk Kooy te Zuid-Scharwoude een rietbos van 3 geerzen in de Kleimeer. 292
In Koedijk verkoopt in 1777 Cornelis Rus aan Jan Ariensz Hartland een half rietbos, geheel 2 geers, belend ten zuiden de Wildeman, ten noorden Cornelis Stam, voor 50 gld, en verkoopt in 1782 Jan Rus tegen verruiling van 10 geers land onder Oudkarspel en 11 geers onder St. Pancras aan Jan Hartland een akker van 5 snees, belend ten zuiden Pieter Hartland, ten noorden Jan Visser, getaxeerd op 60 293.
In Oudkarspel verkoopt in 1782 Jan Hartland aan Dirk Butter, beiden te Koedijk woonachtig, de helft in een akker zaadland, groot 6½ snees, belend ten noorden de Saskersloot, ten zuiden Cornelis d'Geus, gemeen met de wederhelft met Pieter Diepsmeer, voor 129, en verkoopt in 1782 Jan Hartland wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig een stuk weiland, groot 8 geerzen 3 snees 10 roeden, genaamd Heijmenbergsweijd, voor 700 294.
In Broek op Langedijk verkoopt in 1782 Jan Rus aan Jan Hardland, beiden wonende te Koedijk, 2 akkers zaadland, groot 15 snees 9 roeden, belend ten zuiden de erven van Pieter Jansz Hardland, ten noorden Pieter Aarjensz Hardland, voor 108 gld 275.
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje Jans HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 2 okt. 1768, impost op begr. ald. 10 nov. 1768 (impost 3).
2. Neeltje Jans HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 okt. 1769, impost op begr. ald. 8 nov. 1769 (impost 3).
3. Aafje Jans HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 28 okt. 1770, ondertr. (impost) ald. 26 april 1800 (impost 3 gld voor haar) Dirk Cornelisz KOOIJ, timmermansbaas te Zuid-Scharwoude, wedn. van N.N.
4. Neeltje Jans HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 24 nov. 1771, overl. ald. 6 okt. 1820, ondertr. (impost) ald. 25 april 1801 (impost samen 6) Jan Dirksz KLOOSTERBOER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 13 maart 1768, bouwman, overl. ald. 4 maart 1840, zn van Dirk Jansz KLOOSTER en Neeltje Pieters BURGER.
5. Antje Jans HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 dec. 1772.
6. Arien Jansz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 16 jan. 1774.
7. Antje Jans HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 11 juni 1775, impost op begr. ald. 20 juli 1775 (impost 3).
VIIIh. (van VIIf) Trijntje Pieters RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 8 maart 1750, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 12 maart 1774, overl. ald. 22 okt. 1822, ondertr. (impost) Koedijk 4 juni 1774 (impost 3 voor haar), tr. ald. 19 juni 1774 Jacob Dirksz NIEROP, geb. Eenigenburg ca. 1754, landbouwer, overl. Koedijk 19 april 1821, zn van Dirk Jansz NIEROP en Maartje Jacobs de BOER.
Uit dit huwelijk:
1. Aafje NIEROP, ged. (nederd. geref.) Koedijk 30 okt. 1774.
2. Maartje NIEROP, ged. (nederd. geref.) Koedijk 22 sept. 1776.
3. Antje Jacobs NIEROP, ged. (nederd. geref.) Koedijk 3 mei 1778, overl. ald. 9 juni 1842, tr. Cornelis Simonsz BAKKER, ged. (nederd. geref.) ald. 2 jan. 1780, zn van Sijmon BACKER en Antje Pieters VOLKERS.
4. Pieter Jacobsz NIEROP, ged. (nederd. geref.) Koedijk sept. 1781, overl. Oudkarspel 15 febr. 1821, ondertr./tr. ald./Koedijk 1/18 mei 1807 Maartje Pieters GEUS, geb./ged. (nederd. geref.) Oudkarspel/Koedijk 25 okt./4 nov. 1787, overl. Egmond-Binnen 23 maart 1834, dr van Pieter Claasz (de) GEUS en Neeltje Jansdr BOU(W)MAN, die hertr. met Cornelis WARDENAAR, kuiper te Oudkarspel.
Ten verzoeke van Maartje Pieters Geus, eerder weduwe van Pieter Nierp, thans huisvrouw van Cornelis Wardenaar kuiper in Oudkarspel, moeder en voogdesse over haar 4 minderjarige kinderen Klaas, oud 14, Trijntje 11, Neeltje 8 en Jacob Nierp 7 jaar, bij haar in huwelijk verwekt door wijlen Pieter Nierp, komt in 1824 een familieraad bijeen, bestaande uit Dirk Nierp landbouwer te Koedijk, oom, Jacob Bregman landbouwer te Harenkarspel aanbehuwd oom, Cornelis Bakker dagloner te Koedijk, aanbehuwd oom, allen van vaderszijde, en Cornelis Geus, oom, Klaas Geus, neef, beiden landbouwer te Koedijk, Symon Jonker, neef, landbouwer te Oudkarspel, alle drie van moederszijde, die, na eerder verzuim, haar als voogd herstelt met haar tegenwoordige man Cornelis Wardenaar als mede-voogd, en Dirk Nierp benoemt tot toeziend voogd 295.
5. Dirk Jacobsz NIEROP, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 14/17 dec. 1786, dagloner, landbouwer, overl. ald. 20 maart 1829, ondertr. ald. 6 april 1810 Grietje Jans STAMMIS.
VIIIi. (van VIIf) Reynouw Pieters RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 dec. 1751, overl. ald. 15 jan. 1821, ondertr. (impost) ald. 15 maart 1777 (impost samen 6), tr. Koedijk 27 april 1777 Pieter Pietersz DIEPSMEER, geb. 2 april 1754 (volgens het Registre civique van 1812, 'paisan'), ged. (nederd. geref.) ald. 7 april 1754, veehouder en landbouwer ald., werd op 4 maart 1786 als opvolger van zijn vader aangesteld als schout en bode van Koedijk, na de inval van de Fransen afgezet in begin 1795, in 1811 boer en, boekhouder van de binnenlandse omslagen, bouwman, overl. Koedijk 4 dec. 1819, zn van Pieter Gerritsz DIEPSMEER 183, veehouder en landbouwer ald., per 24 maart 1748 benoemd als schout en bode van Koedijk, in 1744 en 1780 genoemd als molenmeester van de polder Diepsmeer, in 1748 diaken van de gereformeerde kerk, in 1779 assistent-brandmeester te Koedijk, en Maartje Pieters STAM.
Op 13 september 1813 geven Pieter Diepsmeer, bouwman, en Reinouw Pietersdr Rus zijn huisvrouw, machtiging aan Cornelis Diepsmeer en Jacob Nierop, beiden bouwlieden te Koedijk, en Pieter Jansz Rus, bouwman wonende te Bergen, om al hun goederen, roerende en onroerende, te verkopen en de opbrengst af te geven en te distribueren aan diegenen welke daartoe, en bij preferentie, als concurrenten, volgens de wet gerechtigd zullen bevonden worden 296. Op 12 oktober 1813 verkopen de gemachtigden van Pieter Diepsmeer en Reinouw Pietersdr Rus bij veiling een huis en erf op het Zuideinde van Koedijk, nr 101, belend ten noorden Cornelis Men, ten zuiden Pieter Diepsmeer, voor 200 gld of 420 francs, aan Cornelis Blaauw, bouwman te Koedijk 297.
In Oudkarspel verkopen in 1785 Jan Symonsz Molenaar en Dirk Keyser, als last en procuratie hebbende van de gezamenlijke erfgenamen van Dirk Garmentsz, en de voogden over de minderjarige erfgenamen van Lysbeth Slootemaker, beiden op 't Noordeynde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel overleden, o.a. aan Pieter Diepsmeer schout te Koedijk een stuk weiland achter de huizen op 't Noordeynde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel, groot 4 geerzen 9 snees, belend ten noorden Cornelis Butter, ten zuiden de weduwe van Almer Zijp, voor 1082:10:0 298.
Op 30 december 1813 erkent Pieter Diepsmeer, bouwman wonende te Koedijk, 600 gld schuldig te zijn aan Jan Groenewoud en Pieter Stam, tegen 5 ten honderd in het jaar, terug te betalen in 6 termijnen, met als onderpand een huis en erf te Koedijk, nr 102, belend ten zuiden Klaas Appetijt, ten noorden Cornelis Blaauw 299.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Pietersz DIEPSMEER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 juli 1778, impost op begr. ald. 13 febr. 1801 (impost 6).
2. Jacob Pietersz DIEPSMEER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 10 sept. 1780, volgens het Registre civique van 1812 geboren op 7 september 1781, 'paisan', overl. Koedijk 22 febr. 1856, tr. ald. 13 juli 1806 Geertje Pieters BORSENIUS, geb./ged. (nederd. geref.) ald. 15/23 juli 1786, overl. Koedijk 9 mei 1835, dr van Pieter Dirksz BORSENIUS, landbouwer, en Antje Hendriks BUTTER, boerin (bij overlijden).
3. Aafje Pieters DIEPSMEER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 25 mei 1783, overl. ald. 15 febr. 1834, ondertr. (impost) 1° ald. 16 april 1803 Jacob VERWER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 16 maart 1777, overl. ald. 26 juli 1808, zn van Klaas Joosten VERWER en Jannetje Jacobs KLAVER, tr. 2° ald. 18 nov. 1810 Pieter Jansz STAM, geb. 10 juni 1755 (volgens het Registre civique van 1812, 'paisan'), ged. (nederd. geref.) Koedijk 14 nov. 1756, boer, bouwman, landbouwer brandmeester op de lijst van brandgasten van 30 april 1779, op 1 juli 1816 adjunct-maire van Koedijk, landman, overl. Koedijk 18 jan. 1831, zn van Jan Pietersz STAM, landbouwer, in 1771 commandeur van de brandweer en genoemd als armenvoogd van Koedijk, en Guurtje Pieters DIEPSMEER, alias Prins, laatst wedn. van Aagje Pietersdr BRAAVEN, eerder wedn. van Trijntje Jansdr LAMMERSCHAAG.
4. Maartje Pieters DIEPSMEER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 26 april/1 mei 1785, overl. St. Maarten 23 okt. 1854, tr. Jan FRAAY, geb. Eenigenburg 2 okt. 1785, veldwachter in 1836 en vanaf 1843 plaatselijk ontvanger te St. Maarten, overl. ald. 30 april 1852, zn van Pieter Jansz FRAAY en Grietje Jans van der OORT.
5. Jan Pietersz DIEPSMEER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 2/4 febr. 1787, landbouwer en ontvanger van de Binnen Omslagen (dijks- en polderlasten) van de Oud eigen- en vroonlanden te Koedijk, overl. ald. 20 jan. 1834, tr. ald. 14 juni 1829 Maartje DUIN, geb. Koedijk 23 dec. 1788, overl. ald. 13 juni 1845, dr van Jan Cornelisz DUYN en Antje Jacobsdr SMIT, die hertr. met Aldert NOBEL.
6. Trijntje Pieters DIEPSMEER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 12/15 maart 1789, overl. ald. 16 april 1806.
7. Grietje Pieters DIEPSMEER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 11/17 okt. 1790, overl. ald. 15 mei 1870, tr. ald. 15 sept. 1811 Jan Lourensz RUITER, ged. (nederd. geref.) Schagen 23 sept. 1787, dagloner, overl. Koedijk 31 dec. 1827, zn van Lourens RUITER, boer, en Grietje DUINMAYER.
8. Antje Pieters DIEPSMEER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 19 febr./4 maart 1792, impost op begr. ald. 8 mei 1793 (impost 3).
9. Cornelis Pietersz DIEPSMEER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 25/29 mei 1796, impost op begr. ald. 17 aug. 1796 (impost 6).
VIIIj. (van VIIf) Grietje Pieters RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 22 april 1759, overl. Oterleek 19 aug. 1795 (volgens het lidmatenregister van Oterleek voor Noord-Schermer en Stompetoren), ondertr. Bergen (N.-H.) 6 april 1783 (beiden wonende te Koedijk; op 20 april 1783 attestatie gegeven om te Koedijk te kunnen trouwen), ondertr. (impost) Koedijk 4 april 1783 (impost 3 voor haar), tr. ald. 21 april 1783 Pieter Pietersz JONGKIND, ged. (nederd. geref.) St. Maarten 27 nov. 1763, schoolmeester, onderwijzer, overl. Bergen (N.-H.) 27 dec. 1824, zn van Pieter Maartensz JONGKIND en Neeltje PIETERS, die hertr. met Belitje Pieters HOOGLAND.
Op 27 oktober 1793 zijn Pieter Jongkind en Grietje Pieters Rus met attestatie in Oterleek aangekomen van Koedijk.
In Oudkarspel verkoopt in 1795 Pieter Jonkina [moet zijn: Jongkind] schoolmeester te Koedijk aan Cornelis Rus een stuk weiland genaamd de Harde Weid, belend ten zuiden Guurtje Reynen, ten noorden de erve Cornelis Rus de Oude, voor 1600 gld 300.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter JONGKIND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 23 nov. 1783, impost op begr. ald. 12 mei 1787 (impost 3).
2. Jan JONGKIND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 19 dec. 1784, schoolonderwijzer op het eiland Wieringen.
3. Aafje JONGKIND, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 11/18 dec. 1785.
4. Neeltje Pieters JONGKIND, geb. 1 okt. 1788, ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 okt. 1788, tr. Broek op Langedijk 22 maart 1812 Andries Dirksz KANSEN, geb. ald. 1780, landbouwer, bouwman, zn van Dirk KANSEN, landbouwer, en Maartje SLOT.
5. Pieter JONGKIND, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 30 sept./3 okt. 1790.
6. Maartje JONGKIND, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 febr./12 maart 1792.
7. Pieter JONGKIND, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 4/30 juni 1793.
VIIIk. (van VIIh) Maartje Cornelisdr RUS, geb. ca. 1757, impost op begr. Zijpe 8 april 1785, ondertr. (impost) ald. 3 jan. 1777 (impost 6 voor hem), ondertr. (impost) Koedijk 11 jan. 1777 (impost 6 voor haar), attestatie om te trouwen Zijpe 19 jan. 1777, tr. Koedijk 26 jan. 1777 Arien Ariensz GEEL, ged. (nederd. geref.) Zijpe 31 aug. 1755, overl. ald. 19 okt. 1794, zn van Arien Ariensz GEEL en Eva Gijsbers BLANKENDAAL, die hertr. met Neeltje Pietersdr van der OORT.
In 1777 testeren Arien Ariensse Geel en Maartje Cornelis Rus, echtelieden wonende te Koedijk, op elkaar, met voorziening voor eventueel nog levende ouders of de legitieme portie voor eventuele kinderen 301.
In 1794 compareren voor de notaris in Schagen Neeltje Pietersdr, weduwe van Arien Ariensz Geel, ter eenre, en Gerrit Wit en Jan Waagmeester als door voornoemde Arien Ariensz Geel bij akte dd. 3 april 1786 voor notaris Jan van Stipriaan te Schagen aangestelde voogden over zijn kinderen in eerste huwelijk verwekt bij wijlen Maartje Cornelisdr Rus, met namen Arien, Cornelis, Jan en Eva Ariensdr Geel, wegens de moederlijke erfportie, en bij testament dd. 10 april 1786 over de vaderlijke erfportie, allen wonende te Zijpe. Er zijn vier nakinderen, verwekt bij comparante. De vier voorkinderen zullen voor hun moederlijke erfportie 100 gld hebben, uit te keren bij meerderjarigheid, en voor hun vaderlijk erfdeel 760 gld, dus tezamen 860 gld. 302
In Koedijk verkoopt in 1795 Dirk Nierop aan de kinderen van Arie Geel en Maartje Cornelis Rus een stuk land, groot 3 geerzen 6 snees 13 roe, belend ten zuiden de weduwe van Arie Klaasz Bakker, ten westen de Vaarsloot, voor 339 303.
Uit dit huwelijk:
1. Arie(n) Ariensz GEEL, ged. (nederd. geref.) Koedijk 7 dec. 1777, koopman, kastelein, landman, tr. 1° Maartje BORST, tr. 2° Zijpe 11 juli 1840 Vrouwtje HOPMAN, geb. ald. 1814, dienstmaagd (bij huwelijk), dr van Klaas Hendriksz HOPMAN, arbeider, en Trijntje Pieters DEKKER.
2. Cornelis Ariensz GEEL, ged. (nederd. geref.) Zijpe 11 april 1779, landman, overl. ald. (aan de Groote Sloot) 15 sept. 1846, tr. 1° Lijsbeth MULDER, geb. ca. 1772, overl. ald. 14 febr. 1837, tr. 2° Zijpe 22 juni 1839 Maartje BES, geb. Oude Niedorp 21 jan. 1819, dr van Jacob Cornelisz BES, schoenmaker, en Geertje van KEULEN.
3. Jan Ariensz GEEL, ged. (nederd. geref.) Koedijk 21 jan. 1781.
4. Eva Ariensdr GEEL, geb. ca. 1782, ged. (nederd. geref.) Zijpe 13 april 1788 (oud 6 jaar, moeder overleden, doopgetuige Neeltje Pieters van der Oort), ondertr. ald. 12 april 1800 (hij van Schagen) Klaas Jansz BOS.
5. (kind) Ariens GEEL, impost op begr. Zijpe 2 april 1785.
IXa. (van VIIIa) Jan Lourisz RUS, geb. St. Maartensbrug, Zijpe 3 okt. 1795, ged. (nederd. geref.) ald. 4 okt. 1795 (doopgetuige Petronella van der Gracht), boerenknecht, landman, arbeider, woonde in Schagen aan de Lagedijk, overl. Schagen 5 febr. 1864, tr. 1° Zijpe 28 april 1821 Antje BESTEVAAR, geb. Schagen ca. 1793, dr van Klaas BESTEVAAR en Pietertje ROOTJES, tr. 2° Zijpe 12 juni 1825 Jannetje KOS, geb. Wieringerwaard ca. 1791, doende boerenbedrijf, dr van Jacob KOS, landman, en Dieuwertje KOOIJ, wed. van Arie STINS.
Uit het tweede huwelijk:
1. Neeltje, geb. Zijpe 8 maart 1826, volgt Xa.
2. Dieuwertje, geb. Schagen 6 nov. 1827, overl. ald. 5 maart 1829.
3. Aafje, geb. Schagen 22 juli 1830, overl. ald. 7 okt. 1842.
IXb. (van VIIIb) Aaltje Jans RUS, geb. Oudkarspel 2 febr. 1793, ged. (nederd. geref.) ald. 3 febr. 1793 (doopgetuige Maartje Rus), overl. ald. 13 dec. 1859, tr. Oudkarspel 8 maart 1812 Jan Cornelisz BUTTER, geb. Koedijk 14 aug. 1786, ged. (nederd. geref.) ald. 20 aug. 1786 (doopgetuige Maartje Pietersdr Aangaande), bouwman, landbouwer, landman, slachter en vleeshouwer, overl. Oudkarspel 21 nov. 1860, zn van Cornelis Jacobsz BUTTER, landbouwer, en Neeltje Pietersdr KUIJPER.
Uit dit huwelijk:
1. Aagje BUTTER, geb. Oudkarspel 26 april 1812, ged. (nederd. geref.) ald. 3 mei 1812 (doopgetuige Maartje Pieters Rus), overl. ald. 17 juni 1812.
2. Cornelis BUTTER, geb. Oudkarspel 29 sept. 1813, ged. (nederd. geref.) ald. 3 okt. 1813 (doopgetuige Barber Halfschepel), landman, landbouwer (bij tweede huwelijk), overl. ald. 15 juli 1861, tr. 1° Oudkarspel 28 april 1839 Antje KALVERDIJK, geb. ald. 15 okt. 1817, overl. ald. 15 jan. 1845, dr van Cornelis KALVERDIJK, landman, en Aaltje KERKMEER, tr. 2° Oudkarspel 20 juli 1854 Maartje LODDER, geb. Winkel 8 jan. 1822, dienstbare (bij huwelijk), dr van Cornelis LODDER, boerenknecht, en Trijntje KEESMAN.
3. Aagtje BUTTER, geb. Oudkarspel 25 nov. 1815, dienstbare (bij eerste huwelijk), landbouweresse (bij tweede huwelijk), overl. ald. 23 mei 1877, tr. 1° ald. 8 mei 1836 Lourens BIES, geb. Zuid-Scharwoude, gem. Scharwoude 4 dec. 1814, landman, landbouwer, overl. Zuid-Scharwoude 4 febr. 1841, zn van Cornelis BIES, landbouwer, en Grietje WAGENAAR, tr. 2° Oudkarspel 13 febr. 1842 Evert BOON, geb. ald. 8 sept. 1806, ged. (nederd. geref.) Zuid-Scharwoude 14 sept. 1806 (doopgetuige Elisabeth P. Luchtboer), ijzersmid, overl. Oudkarspel 30 juni 1886, zn van Jan BOON, ijzersmid, en Geertje WAGEMAKER, wedn. van Trijntje WOGNUM.
OP 22 januari 1878 wordt de nalatenschap aangegeven van Aagje Butter, overleden te Oudkarspel op 23 mei 1877, zonder bloedverwanten in rechte lijn na te laten, echtgenote van Evert Boon. Aangever is de nagelaten weduwnaar Evert Boon, zonder beroep, te Oudkarspel woonachtig. Ingevolge haar testament van 24 februari 1876 voor notaris Pieter Hulst te Zuid-Scharwoude is hij haar enige erfgenaam, van de helft van de gemeenschappelijke boedel. Het actief van die boedel bestaat uit: in Oudkarspel een huis ingericht tot smederij en erf, kadastraal D52, groot 8 a 40 ca, waardig 3500, een huis en erf sectie D [zonder verdere gegevens] waardig 3500, een akker bouwland beneden de Wijdesloot, kad. B578, groot 26 a 78 ca, met nr 579, 3 a 80 ca water, waardig 700, in Harenkarspel 4 percelen weiland in de Woudmeer, kad. sectie G nrs 149, 150, 151, 153, tezamen groot 7 ha 43 a 90 ca, waardig 9600, in Zuid-Scharwoude 2 percelen bouwland en water, kad. sectie A nrs 159, 160, 161, groot 22 a 60 ca, waardig 520, een akker bouwland sectie A nr 167 land 19 a 90 ca, nr 168 water 12 a 0 ca, waardig 650, een dito sectie C nr 276 land 34 a 60 ca, nr 275 water 12 a 60 ca, waardig 1120, verder aan roerende goederen in totaal 1378, dan nog verschillende effecten en vorderingen, huishuur en landhuur, tezamen 27966,29, lasten 2434,22, rest als zuiver saldo 25531,97. De helft hiervan, met aftrek van 300 begrafeniskosten, geeft als nalatenschap 12465,985. 304
Op 22 januari 1886 wordt de nalatenschap aangegeven van Evert Boon, overleden te Oudkarspel op 30-6-1886, zonder achterlating van bloedverwanten in rechte lijn. Baten 29129,01, lasten en schulden 3496,235, saldo 25632,775. De aangevers zijn Jan Boon Casperszoon, smid, en Jan Butter Corneliszoon, landman, beiden wonende te Oudkarspel, als uitvoerders van de uiterste wilsbeschikkingen en beredders van de nalatenschap, daartoe benoemd bij testament dd. 3-4-1886 voor notaris P.G. Duker te Zuid-Scharwoude. In het testament legateert hij: (1) aan Jan Boon Caspersz, smid te Oudkarspel, zoon van wijlen mijn broer Casper Boon, bij vooroverlijden zijn wettige afkomelingen bij plaatsvervulling, het door hem bewoonde huis te Oudkarspel, kadastraal sectie D nrs 742 en 743, met de in het huis uitgeoefend wordende smederij met alle werktuigen en gereedschappen voor zover die mij toebehoren, met de verplichting daarvoor in de nalatenschap in te brengen 800 gulden, voorts mijn gouden horloge met dito ketting, dito signet en dito sleutel, (2) aan Klaas Kroon Klaasz te Oudkarspel, thans gehuwd met Aafje Nieuwland, bij vooroverlijden zijn wettige afkomelingen, duizend gulden, (3) aan Jan Butter, landman te Oudkarspel, zoon van wijlen Cornelis Butter die een broer was van mijn overleden vrouw Aagje Butter, bij vooroverlijden zijn wettige afkomelingen, al mijn weiland in de Woudmeer onder Harenkarspel, voor de inbreng van 6000 gulden. Tot erfgenamen heeft hij benoemd voor de ene helft mijn naaste bloedverwanten, voor de andere helft die van zijn overlijden vrouw Aagje Butter, zodanig als zij door de wet tot haar nalatenschap zouden zijn geroepen indien zij tegelijk met hem overleden ware. Volgt een opgave van de uitgebreide nalatenschap. Het voordeel voor de eerste legataris bedraagt 2540, dat voor de derde legataris 1200. De zuivere nalatenschap te verdelen over de erfgenamen bedraagt 20858,275. De naaste bloedverwanten van Aagje Butter zijn: (a) Jan Butter, landman te Oudkarspel, enig kind van haar broer Cornelis Butter, (b) de drie kinderen van haar broer Jan Butter, met namen Maartje Butter, gehuwd met Gerbrand Slotemaker landman te Harenkarspel, en de minderjarigen Pieter en Cornelis Butter, zijnde Maartje geboren uit het huwelijk van Jan Butter met diens eerste huisvrouw Antje Kroon, en de minderjarigen Pieter en Cornelis uit zijn echt met Trijntje Wiers thans gehuwd met Jan Wijn landman te Nieuwe Niedorp. 305
4. Jan BUTTER, geb./ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 7/22 febr. 1818, landman, overl. ald. 10 april 1874, tr. 1° ald. 16 mei 1847 Antje KROON, geb. Oudkarspel 31 dec. 1824, overl. ald. 8 maart 1867, dr van Matthijs KROON, burgemeester en secretaris ald., en Maartje KUIJPER, tr. 2° Oudkarspel 22 okt. 1870 Trijntje WIERS, geb. Nieuwe Niedorp 28 dec. 1836, dienstbare (bij eerste huwelijk), overl. ald. 15 jan. 1915, dr van Pieter WIERS, landman, timmerman, en Guurtje WIT, die hertr. met Jan WIJN.
Op 15 oktober 1874 wordt de nalatenschap aangegeven van Jan Butter Janszoon, overleden te Oudkarspel op 10 april 1874. De aangevers zijn: (1) Trijntje Wiers, vroeger wonende te Oudkarspel, nu wonende te Nieuwe Niedorp, zijn weduwe, met hem in gemeenschap van goederen gehuwd, ook als voogdesse over haar minderjarige kinderen Pieter en Cornelis Butter, (2) Gerbrand Slotemaker, landman te Oudkarspel, in gemeenschap van goederen gehuwd met Maartje Butter, (3) Jan Butter Corneliszoon, landman te Oudkarspel, als voogd over de minderjarigen Jan en Matthijs Butter. De overledene liet als enige afkomelingen na zijn 5 kinderen, de bovengenoemde Maartje, Jan en Matthijs Butter uit zijn huwelijk met wijlen Antje Kroon, en de genoemde Pieter en Cornelis Butter uit zijn huwelijk met de aangeefster Trijntje Wiers, alsmede het kind waarvan laatstgenoemde op het overlijden des erflaters zwanger was, genaamd Jan Butter, op 13 juni 1874 geboren, op 20 september daaraanvolgende overleden. De erflater had bij testament dd. 10 maart 1871 voor notaris Willem Frederik George Lodewijk Gouwe zijn echtgenote Trijntje Wiers benoemd tot zijn erfgenaam van al hetgeen waarover hij zou mogen beschikken, zijnde een zevende gedeelte zijner nalatenschap. De gemeenschap van goederen met zijn weduwe Trijntje Wiers bestaat uit: (a) 5 huizen met erven, stal en enige percelen wei- en bouwland en water in de gemeente Oudkarspel, kadastraal sectie B nrs 11, 232, 65, 261, 27,l 159, 187, 190, 90, 92, 93, 322, 467,l 468, 469, 470, 471, 472, 473, 474, 475, 476, 477, D nrs 199, 200, 565, 566, 567, 582, 583, tezamen groot 20 ha 14 a 80 ca, (b) een stuk bouwland in de gemeente Noord-Scharwoude, kad. B642, groot 8 a 70 ca, (c) een stukje tuingrond in de gemeente Zuid-Scharwoude, sectie C nr 115, groot 12 a 60 ca, (d) 14 percelen bouwland en een perceel water in de gemeente Broek op Langedijk, sectie B nrs 483, 1024, 1025, 1026, 1027, 1028, 1029, 1030, 1031, 1032, 1033, 1034, 1035, 1036, 1037, tezamen groot 3 ha 99 a 90 ca, (e) 36 percelen wei-, bouw- en rietland en water in de gemeente Harenkarspel, sectie F nrs 129, 190, 191, 192, 193, 194, 195, 196, 197, 198, 199, 200, 201, 202, 203, 204, 205, 206, 207, 208, 213, 214, 215, 216, 605, 606, 607, 608, G nrs 94, 95, 262, 207, 208, 288, 289, 291, tezamen groot 19 ha 7 a 50 ca, (f) een onverdeeld derdedeel in de gemeente Harenkarspel, G221, groot 2 ha 10 a 20 ca. 306
5. Pieter BUTTER, geb./ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 2/23 april 1820, overl. ald. 3 dec. 1823.
6. Jacob BUTTER, geb. Oudkarspel ca. 30 juni 1822, overl. ald. 21 juli 1822.
7. Pieter BUTTER, geb./ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 4/27 juni 1824, overl. ald. 10 nov. 1825.
8. Pieter BUTTER, geb. Oudkarspel 25 nov. 1825, overl. ald. 17 dec. 1825.
9. Pieter BUTTER, geb. Oudkarspel 12 febr. 1830, overl. ald. 24 febr. 1830.
IXc. (van VIIIb) Maartje RUS, geb./ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 30 april/2 mei 1799, overl. Zuid-Scharwoude 1 april 1840, tr. Oudkarspel 17 dec. 1826 Arien van TWUIJVER, geb. Zuid-Scharwoude ca. 1806, kantoorbediende, landman, zn van Jacob van TWUIJVER, burgemeester en secretaris ald., en Dieuwertje BLOM.
In 1827 testeert Maartje Rus, huisvrouw van Arie van Twuijver Jacobsz, landman wonende te Zuid-Scharwoude; zij legateert aan haar man al hetgeen waarover zij krachtens de wet kan beschikken 307.
Uit dit huwelijk:
1. Dieuwertje van TWUIJVER, tr. 1° Cornelis STAM, tr. 2° Heerhugowaard 28 maart 1875 Jan HELDER, zn van Jan HELDER en Guurtje KLOMP.
IXd. (van VIIIb) Aafje RUS, geb. Oudkarspel 18 april 1801, ged. (nederd. geref.) ald. 19 april 1801 (doopgetuige Neeltje P. de Graaf), overl. ald. 19 febr. 1882, tr. Zuid-Scharwoude 22 april 1827 Gerbrand NIEUWLAND, geb./ged. ald. 23/25 nov. 1804, boer, landman, broodbakker, overl. Oudkarspel 25 juni 1867, zn van Jan Gerbrantsz NIEUWLAND, broodbakker, en Aafje Dirks KOOIJ.
Uit dit huwelijk:
1. Aagtje NIEUWLAND, geb. Oudkarspel 14 jan. 1828, overl. Zuid-Scharwoude 31 okt. 1840.
2. Aafje NIEUWLAND, geb. Oudkarspel 10 dec. 1829, dienstbare (bij huwelijk), overl. ald. 12 juli 1905, tr. ald. 16 mei 1852 Klaas Klaasz KROON, geb. Oudkarspel 26 mei 1822, landman, overl. ald. 27 nov. 1902, zn van Klaas KROON en Grietje KUIJPER.
3. Wantje NIEUWLAND, geb. Zuid-Scharwoude 24 maart 1832.
IXe. (van VIIId) Aaltje RUS, geb./ged. (nederd. geref.) Tuitjenhorn/Harenkarspel 6/12 sept. 1802, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 10 april 1822, winkelierster te Kalverdijk, als lidmaat in Harenkarspel in 1827 vertrokken naar Spanbroek en op 2 september 1831 tegelijk met Cornelis Rus teruggekomen van Spanbroek, overl. Harenkarspel 20 jan. 1869, tr. 1° Spanbroek 24 dec. 1826, echtscheiding Harenkarspel 16 aug. 1838 Johannes de VRIES, geb. Barendrecht ca. 1802, molenaarsknecht, zn van Hendrik de VRIES en Jannigje de PATER, heeft niet-huwelijkse relatie 2° met N.N.
Op 25 januari 1838 kreeg Aaltje Rus, winkelierster te Harenkarspel, bij dispositie van de rechtbank van eerste aanleg te Alkmaar toestemming om gratis te procederen tegen haar echtgenoot Jan de Vries, vroeger winkelier, laatstelijk gedetineerd geweest in het tuchthuis te Woerden, tegenwoordige woon- en verblijfplaats onbekend, zij willende tot ontbinding van het huwelijk overgaan; op 15 maart 1838 heeft zij van de rechtbank kracht van gewijsde bekomen. Binnen de daarvoor gestelde termijn heeft haar echtgenoot niet gereageerd waarop op 16 augustus 1838 door de burgemeester van Harenkarspel de scheiding uitgesproken is.
Uit de tweede verbintenis:
1. Reijer, geb. Harenkarspel 30 nov. 1838, volgt Xb.
2. Grietje, geb. Harenkarspel 20 febr. 1841, overl. ald. 11 dec. 1841.
IXf. (van VIIIe) Klaartje Jansdr RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 febr. 1775, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 14 april 1797, overl. Bergen (N.-H.) 28 nov. 1842, ondertr. (impost) Noord-Scharwoude 20 jan. 1797 (impost samen 6) Arien Gerritsz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 3 jan. 1773, landbouwer, volgens het Registre civique van 1812 'cultivateur' geboren op 28 december 1773, overl. Bergen (N.-H.) 30 maart 1850, zn van Gerrit Ariensz HARTLAND, boer, en Dieuwertje Dirks BORSENIUS.
In Koedijk verkopen in 1797 de meerderjarige, en de voogden van de minderjarige, kinderen en erfgenamen van wijlen Cornelis Bies en wijlen Antje Kroon, echtelieden gewoond hebbende te Koedijk, aan Arien Hartland een huis en erf, belend ten zuiden de weduwe van Klaas Hillebrans, ten noorden de Mennonietenkerk, voor 830 gld, verkopen in 1797 Pieter Rus en Arien Hartland in huwelijk hebbende Klaartje Rus aan Klaas Joosten Verwer 4½ gars land, belend ten zuiden en noorden de koper, voor 500 gld, verkoopt in 1797 Lourens Bies aan Arien Hartland een stuk land genaamd de Tuin, belend ten oosten huizen, ten westen [ ], land van ½ snees belend ten oosten Jan Stam, ten westen de Vaarsloot, voor 170 gld, en verkopen in 1804 Arie Geel en Cornelis Geel in de Zijp en Klaas Bos in St. Maarten aan Arie Gerretsz Hartland 2 morgen weiland achter de huizen op 't Noordeinde genaamd de Mewisweid, belend ten noorden de weduwe van Jan Stam, ten zuiden Cornelis Meu, voor 915 gld 308.
In Oudkarspel verkoopt in 1806 Jacob Sijmonsz Blaauw aan Arien Hartland 5 akkers zaadland, groot tezamen 52 snees, belend ten zuiden Willem Zevenhuysen en Cornelis Rus, ten noorden Jacop Nierop, voor 737:10 309.
In Koedijk verkoopt in 1809 Arien Gerretsz Hartland aan Arien Rus, ten eerste huis en erf no. 18 in 't Noordeinde, belend ten zuiden Hillebrand Klaasz Lammerschaag, ten noorden Hillebrand Jansz Lammerschaag, voor 275 gld, ten tweede weiland genaamd Mewisweid van 2 morgen met weiland annex genaamd de Tuin van 7 snees, achter de huizen op het Noordeinde, belend ten zuiden Cornelis Meu, ten noorden de weduwe van Jan Stam, voor 318 gld, verkoopt in 1809 Pieter Jansz Rus te Bergen aan Arien Gerretsz Hartland ten eerste huis en erf no. 22 op het Noordeinde, belend ten zuiden IJf Gerret IJfsz, ten noorden Cornelis Meu, voor 340 gld, ten tweede ¾ weiland van 4 morgen in 't geheel genaamd Bon, achter de huizen op het Noordeinde, belend ten zuiden Willem Boldewijn, ten noorden Cornelis Meu, voor 450 gld, verkoopt in 1809 Arie Rus te Koedijk aan Arien Gerretsz Hartland ¼ van het weiland als hiervoor, en verkoopt in 1811 Cornelis Mewe aan Arie Gerretsz Hartland een stukje bouwland genaamd de Tuin van omtrent ½ snees achter de huizen op het Noordeinde, belend ten noorden Willem Winter, ten zuiden de Aelsloot, voor 1 gld 310.
In 1842 testeren Arien Gerritszoon Hartland, landman, en diens huisvrouw Klaartje Rus, wonende op het Woud te Bergen, op elkaar (zij overleden op het Woud te Bergen op 28 november 1852) 311.
Op 12 juli 1850 wordt de nalatenschap aangegeven van Arie Gerritszoon Hartland, landman, gewoond hebbende op de plaats Woud en Duin op het Woud te Bergen, overleden te Bergen op 30 maart 1850. De aangevers zijn: (1) Jannetje Bruin, weduwe van Jan Hartland, doende boerenbedrijf, wonende in de Wogmeer, gemeente Hensbroek, als moeder en voogdesse van haar drie minderjarige kinderen Arie, Pieter en Klaartje Hartland in huwelijk verwekt bij haar op 15 oktober 1846 in haar gemelde woonplaats overleden man Jan Hartland, (2) Trijntje Hartland, huisvrouw van, en in dezen bijgestaan door, Simon Dalenberg, landman te Groet, (3) Arien Hartland, schoolonderwijzer te Koedijk, voor zichzelf en als voogd over de drie minderjarige kinderen Arie, Pieter en Jan Hartland, de enige nagelaten kinderen van Gerrit Hartland, in leven landman, en zijn huisvrouw Reinoutje Koster, beiden gewoond hebbende te Koedijk, de eerstgenoemde overleden op 24, de laatstgenoemde op 26 augustus 1849, (4) Dieuwertje Hartland, , huisvrouw van, en in dezen bijgestaan door, Antonie Pijs, landman te Bergen. Zijn erfgenamen zijn zijn genoemde kinderen en kleinkinderen. Tot de nagelaten gemeenschappelijke boedel welke tussen hem en zijn vooroverleden vrouw Klaartje Rus heeft bestaan horen de navolgende onroerende goederen, waarvan hij 5/8 heeft nagelaten: (1) een stuk rietland of rietbos in de Noorder Kleimeer, gemeente Koedijk kadastraal A237, groot 71 a 40 ca, (2) een stuk weiland in de Geestmerambacht in de gemeente Oudkarspel in de Vuile Grep, kad. A71, groot 2 ha 28 a 50 ca, (3) 5 akkers bouwland gelegen als voren, kad. A86, groot 1 ha 30 a 30 ca, (4) 3 akkers bouwland gelegen als voren, kad. sectie A nrs 23 en 24, groot 89 a 90 ca, (5) een akker bouwland gelegen als voren, kad. A95, groot 21 a 40 ca, (6) een stuk weiland in de gemeente Warmenhuizen in de Oude Grep, kad. D231, groot 1 ha 69 a 90 ca, (7) een stuk weiland gelegen als voren, kad. sectie D nrs 236 en 237, groot 2 ha 94 a. 312
Uit dit huwelijk:
1. Jan HARTLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 16/23 aug. 1801, boerenknecht, landman, boer in Egmond-Binnen in 1835 en 1836, landman in Wognum en Hensbroek, overl. Hensbroek 15 okt. 1846, tr. Bergen (N.-H.) 11 jan. 1833 Jan(ne)tje BRUIN, geb. Veenhuizen 11 jan. 1808, dienstbaar in boerenbedrijf (bij huwelijk), dr van Jan Cornelisz BRUIN en Ariaantje SCHROOR, boerin.
2. Gerrit HARTLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 21/27 nov. 1803, boer, landbouwer, landman, overl. ald. 24 aug. 1849, tr. Bergen (N.-H.) 28 jan. 1838 Reinoutje KOSTER, geb. Heerhugowaard 13 juni 1815, dienstmeid (bij huwelijk), overl. Koedijk 26 aug. 1849, dr van Maarten KOSTER, dagloner, en Antje de VRIES, winkelierster in Alkmaar in 1838.
Op 29 oktober 1849 wordt de nalatenschap aangegeven van Gerrit Hartland, overleden te Koedijk op 24 augustus 1849. De aangever is Arien Hartland, schoolonderwijzer te Koedijk, als voogd over de 3 minderjarigen Arie, Pieter en Jan Hartland, en in die kwaliteit de verplichting vervullende waartoe des erflaters op 26 augustus 1849 overleden huisvrouw Reinoutje Koster als moeder en voogdesse der genoemde minderjarigen gehouden was. De genoemde 3 kinderen zijn de erfgenamen van de erflater, die in gemeenschap van goederen gehuwd was. Het actief bestaat uit de helft van: (1) een huis en erf op het Noordeinde van Koedijk, kadastraal A24, groot 6 a 50 ca, (2) een stukje bouwland of tuintje op het Noordeinde van Koedijk, kad. A203a, groot 5 a 90 ca, (3) een stuk weiland tegen de Diepsmeer te Koedijk genaamd de Breedalen, kad. A286, groot 2 ha 52 a 60 ca, (4) een rietbos in de Kleimeer te Koedijk, kad. A330, groot 1 ha 19 a 80 ca, (5) een stuk weiland in de Oude Greb, onder Warmenhuizen, kad. D230, groot 2 ha 31 a 60 ca. 313
Op 29 oktober 1849 wordt de nalatenschap aangegeven van Reinoutje Koster, weduwe van Gerrit Hartland, overleden te Koedijk op 2 augustus 1849. De aangever is Arien Hartland, schoolonderwijzer te Koedijk, als voogd over de 3 minderjarigen Arie, Pieter en Jan Hartland. De erfgenamen zijn de genoemde kinderen. Het actief is als in de aangifte van haar overleden echtgenoot Gerrit Hartland. 314
3. Arien HARTLAND, geb. Koedijk 19 sept. 1805, ged. (nederd. geref.) ald. 22 sept. 1805 (doopgetuige Grietje Molenaar), overl. ald. 12 sept. 1812.
4. Pieter HARTLAND, geb. Koedijk 19 dec. 1807, ged. (nederd. geref.) ald. 25 dec. 1807 (doopgetuige Antje Beekhuis), boer, arbeider, overl. Bergen (N.-H.) 16 april 1842, tr. ald. 4 okt. 1840 Neeltje MUIS, geb. Velsen 11 febr. 1810, ged. (nederd. geref.) ald. 25 febr. 1810 (doopgetuige Hillegonda Zuijen), overl. Nieuwe Niedorp 28 sept. 1855, dr van Jan MUIS en Maartje BOUWENS, die hertr. met Pieter SCHOON.
5. Trijntje HARTLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 23 sept./7 okt. 1810, overl. Groet, gem. Schoorl 26 jan. 1882, tr. Bergen (N.-H.) 1 juli 1832 Sijmon DALENBERG, geb./ged. (nederd. geref.) Groet 27 aug./17 sept. 1809, landman, boer, arbeider, veehouder te Groet, gem. Schoorl, overl. ald. 3 sept. 1889, zn van Cornelis Cornelisz DALENBERG, maire van Groet in 1811, landman, en Antje Jansdr HOOGVORST.
Op 7 juni 1882 wordt de nalatenschap aangegeven van Trijntje Hartland, overleden te Groet op 26 januari 1882, zonder huwelijkse voorwaarden gehuwd met Symon Dalenberg Corneliszoon. De aangevers zijn: (1) Symon Dalenberg Corneliszoon, zonder beroep te Groet, (2) Cornelis Dalenberg Symonszoon, landman te Zijpe, (3) Pieter van Lienen, landman te Groet, in gemeenschap van goederen gehuwd met zijn tegenwoordige huisvrouw Maartje Dalenberg, (4) Arie Dalenberg Symonszoon, landman te Groet. Bij testament op 23 augustus 1881 voor notaris P. van Leeuwen verleden heeft zij aan haar zoon Arie Dalenberg gelegateerd de haar toekomende helft in (a) een huis met boet en erf te Groet in de gemeente Schoorl aan de straatweg, kadastraal Groet A403, ter grootte van 5 a 50 ca, (b) een stuk weiland genaamd het Dentroke[?] Weidjen in de Groetergeest te Groet, kad. A170, ter grootte van 1 ha 15 a 30 ca, (c) een stuk weiland (vroeger bouwland) genaamd Arie Blomsakkertje, kad. Groet A217, ter grootte van 21 a 70 ca, (d) een stuk weiland (vroeger bouwland) kad. Groet A219, ter grootte van 18 a 70 ca, (e) een stuk weiland (vroeger bouwland) genaamd Lourenskrogtje, kad. Groet A220, ter grootte van 34 a 20 ca, waarvoor hij bij haar overlijden 2350 moet inbrengen, met het vruchtgebruik voor haar man. Voor de bepaling van de nalatenschap worden deze percelen gewaardeerd op opv. 500, 2455, 500, 425, 780, alsook 3 percelen bosland, kad. Groet sectie A nrs 327, 347 en 352, tezamen groot 64 a 90 ca, op 1500, roerende goederen op 300, vordering wegens huurpenningen 93,89, vordering ten laste van C. Dalenberg 819,90, item ten laste van P. van Lienen 323, gereed geld 200, totaal 7896,79. De schulden bedragen 5543,975, blijft 2352,815, waarvan de helft 1176,40¾, waarvan nog 125 begrafeniskosten af moet. 315
Op 26 maart 1890 wordt de nalatenschap aangegeven van Sijmon Dalenberg Corneliszoon, ab intestato overleden te Groet, gemeente Schoorl, op 3 september 1889. De aangevers zijn Cornelis Dalenberg Sijmonszoon, landman te Zijpe, Arie Dalenberg Sijmonszoon, landman te Groet gemeente Schoorl, Pieter van Lienen, landman en gemeente-ontvanger te Schoorl, als gehuwd in gemeenschap van goederen met Maartje Dalenberg. Zijn erfgenamen zijn zijn drie genoemde kinderen geboren uit zijn huwelijk met mede wijlen Trijntje Hartland. De nalatenschap bestaat uit kleren en linnengoed waardig geschat 25, contanten 116, een perceel weiland te Groet in de Hargerpolder, kadastraal sectie A nr 10, groot 1 ha 99 a 60 ca, waardig geschat 2141, verminderd met de begraafkosten ad 90, dus zuiver 2051. 316
6. Arien HARTLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 26 april/2 mei 1813, hoofdonderwijzer ald., overl. ald. 22 febr. 1886, tr. Koedijk 5 nov. 1848 Anna ELLERMAN, geb. Koog aan de Zaan 20 maart 1809, overl. Heiloo 30 april 1890, dr van Jurriaan ELLERMAN en Aaltje MOLENAAR.
Op 20 maart 1886 wordt de nalatenschap aangegeven van Arien Hartland, overleden te Koedijk op 22 februari 1886, in leven hoofd der openbare school te Koedijk. De aangeefster is Anna Ellerman, zijn weduwe. Hij heeft geen descendenten, en heeft blijkens zijn testament dd. 31 oktober 1849 verleden voor notaris Simon Adrianus de Lange te Alkmaar zijn echtgenote tot enige erfgename benoemd. De nalatenschap bestaat uit de helft der huwelijksgemeenschap, waarvan het actief bestaat uit roerende goederen 500, een vordering op de gemeente Koedijk wegens tractement van 147,22, contanten 450, een schuldvordering op Arie Hartland te Broek op Langedijk groot 2000, waarvan rente 16,39, nog diverse aandelen en obligatie met rente, waaronder 2 aandelen in de Groote Russische Spoorwegmaatschappij ieder geschat op 250, totaal 5149,65. Het passief bedraagt 10,70 wegens geneeskundige behandeling, saldo 5138,95, waarvan de helft 2419,475, waarbij nog een correctie van 11,325 opgeteld moet worden. 317
Op 16 augustus 1890 wordt de nalatenschap aangegeven van Anna Ellerman, overleden te Limmen (in de tekst Heiloo) op 30 april 1890, weduwe van Arien Hartland, zonder bloedverwanten in rechte lijn na te laten. De aangever is Arie Hartland, zonder beroep wonende te Broek op Langedijk, als uitvoerder van haar testament dd. 16 februari 1889 voor notaris Arnoldus Vonk te Schoorldam gemeente Warmenhuizen. In dat testament legateert zij 240 gulden, bij vooroverlijden aan de wettige afkomelingen, aan (1) de wettige kinderen van wijlen mijn broer Jan Ellerman geboren uit diens huwelijk met Barbera Heinis (2) de wettige kinderen van wijlen mijn zuster Hester Ellerman, (3) de wettige kinderen van wijlen mijn broer Dirk Ellerman, (4) de wettige kinderen van wijlen mijn zuster Sijbrecht Ellerman, (5) Klaartje Hartland gehuwd met Jacob Wouters wonende te Lambertschaag, welke Klaartje is een dochter van Jan Hartland broer van wijlen mijn echtgenoot, en eveneens 240 gulden aan (6) de wettige afkomelingen bij plaatsvervulling van wijlen Trijntje Hartland, in leven gehuwd met Simon Dalenberg te Groet, welke Trijntje een zuster was van mijn echtgenoot, (7) de wettige afkomelingen van wijlen Dieuwertje Hartland, in leven gehuwd met Anthonie Peijs of Pijs thans wonende te Noord-Scharwoude, een zuster van wijlen mijn echtgenoote. Als erfgenamen benoemde zij Pieter Hartland, wonende te Heiloo, kind van wijlen Gerrit Hartland, broer van haar echtgenoot, bij vooroverlijden zijn wettige afkomelingen, voor de helft, en Arien Hartland, wonende te Broek op Langedijk, als hiervoor, bij vooroverlijden zijn echtgenote Trijntje Dirkmaat, eveneens voor de helft. De nalatenschap bestaat uit diverse effecten, in totaal waardig geschat 2955,50, met na aftrek van begrafeniskosten ad 148,85 als zuiver bedrag 2806,65 en 1126,65 na aftrek van de 7 legaten. 318
7. Cornelis HARTLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 31 mei/12 juni 1814, overl. ald. 1 juli 1814.
8. Dieuwertje HARTLAND, geb. Koedijk 4 nov. 1815, overl. Bergen (N.-H.) (op het Woud) 11 maart 1852, tr. ald. 25 mei 1843 Antonie PEIJS, geb. Uitgeest 24 sept. 1818, landman, zn van Klaas PEIJS, werkman, boer, en Maartje BONKENBURG, die hertr. met Guurtje BOURGONJE.
Op 10 april 1852 wordt de nalatenschap aangegeven van Dieuwertje Hartland, overleden te Bergen op 11 maart 1852, door: Antonie Pijs, landman wonende op de plaats Woud en Duin, op het Woud, te Bergen, als vader en voogd van zijn 6 minderjarige kinderen Klaas, Arie, Pieter, Klaartje, Jan en Gerrit Pijs, verwekt in zijn huwelijk met Dieuwertje Hartland. Haar erfgenamen zijn de genoemde kinderen, en zij heeft geen onroerende goederen nagelaten. 319
9. Neeltje HARTLAND, geb. Koedijk 14 dec. 1817, overl. ald. 21 dec. 1817.
IXg. (van VIIIe) Pieter Jansz RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 25 febr. 1776, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 14 april 1797 (op 7 januari 1808 naar Bergen samen met Antje Cornelisdr Men), boer en bouwman te Bergen (N.-H.) op het Wout, landman, rentenier, overl. 't Woud, gem. Bergen 11 dec. 1859, ondertr. (impost) 1° Koedijk 20 jan. 1797 (impost 3, de bruid geboren te Bergen, abusievelijk Trijntje genoemd), impost op trouwen Bergen (N.-H.) 22 jan. 1797 (impost 3 voor haar) Antje Cornelisdr MEN, ged. (nederd. geref.) ald. 23 nov. 1777, overl. ald. 12 juli 1808, dr van Cornelis MEN en Grietje JONKER, tr. 2° Bergen (N.-H.) 13 nov. 1808 Aaltje Cornelis JONKER, ged. (nederd. geref.) ald. 11 nov. 1779, overl. ald. (op het Woud) 13 juni 1809, dr van Cornelis JONKER en Grietje Frederiks OVERSLOOT, wed. van Jan SWAKMAN, tr. 3° Bergen (N.-H.) 5 mei 1811 Dieuwertje KLUFT, ged. (nederd. geref.) Groot-Schermer 3 sept. 1786, overl. Bergen (N.-H.) 24 nov. 1814, dr van Jacob Pietersz KLUFT, dagloner, en Gerritje Cornelisdr BAKKER, tr. 4° Heerhugowaard 23 juni 1816 Ariaantje SCHROOR, ged. (nederd. geref.) Venhuizen 29 jan. 1775, boerin, overl. Bergen (N.-H.) 25 maart 1844, dr van Jan SCHROOR en Jannetje BRAKENHOF, wed. van Jan Cornelisz BRUIN.
In Koedijk verkopen in 1804 Grietje Schermer weduwe van Cornelis Jonker te Bergen en Pieter Rus alhier, aan Klaas Appetijd een weiland genaamd de Huiskesweid, groot 4 morgen achter het Zuideinde, belend ten zuiden Cornelis Zwaan, ten noorden de weduwe van Arie Houdewind, voor 2000, aan Grietje Schermer voornoemd een half weiland genaamd de Batouw, geheel 7 geers aan de Haaskessloot, belend ten noorden gemelde sloot, ten oosten de Zomersloot, in 't geheel publiek geveild en verkocht voor 712, dus de helft 356, aan Pieter Hart in de Schermer 3½ snees zaadland in Engeland onder Koedijk, belend ten zuiden de Korreweid, ten noorden Pieter Borsenius, voor 57, aan Hendrik Glynis 6 snees zaadland in 't Harpedel, belend ten zuiden Cornelis Sinter, ten noorden Gerret Klaasz Bouwens, voor 70 320.
In 1805 testeren Pieter Jansz Rus en Antje Cornelis Men, echtelieden wonende te Koedijk, op elkaar, met eventueel de legitieme portie voor kinderen, in 1809 testeren Pieter Jansz Rus en Aaltje Cornelis Jonker, echtelieden wonende in Bergen in Kennemerland, op elkaar, met eventueel de legitieme portie voor kinderen, maar wanneer de eerststervende kinderen uit een eerder huwelijk achterlaat, dan zijn die kinderen en haar man de erfgenamen, maken in 1811 Pieter Jansz Rus, boer en bouwman te Bergen, ter eenre, en Dieuwertje Kluft, ter andere zijde, huwelijkse voorwaarden, met bepaling dat er geen gemeenschap van goederen zal zijn, en testeert in 1811 Pieter Jansz Rus, boer wonende te Bergen in Kennemerland, aan zijn huisvrouw Dieuwertje Kluft 321.
In Koedijk verkoopt in 1809 Pieter Jansz Rus te Bergen aan Arien Gerretsz Hartland een huis en erf (nr 22) op het Noordeinde, belend ten zuiden IJf Gerretsz IJfsz, ten noorden Cornelis Men, voor 340, en ¾ weiland in 't geheel 4 morgen genaamd Bon, achter de huizen, voor 450, belend ten zuiden Willem Boldewijn, ten noorden Cornelis Men 322.
In 1812 heeft Pieter Rus bouwman wonende in de gemeente Bergen overgedraen aan Arie Rus bouwman wonende te Koedijk een stuk zaadland in Oudkarspel genaamd de Hijweid, groot 1 ha 46 a 61 ca, of ca. 5 geerzen, belend ten zuiden Jan de Waal, ten noorden Teunis Timmerman, van welk stuk comparant verklaart wel eigenaar te zijn waarvan de bewijzen in 1799 bij de invasie der Engelse en Russische armee zijn verloren geraakt, voor 378 francs of 180 gld Hollands 323.
In 1819 testeert Pieter Rus, bouwman wonende te Bergen. Hij legateert aan zijn huisvrouw Ariaantje Schroor het vruchtgebruik van al datgene waarover de wet hem op zijn overlijden toestaat, en ontslaat haar van de verplichting tot borgtocht. Als voogd over zijn kinderen in eerder huwelijk verwekt wordt Arie Hartland, bouwman te Koedijk, aangesteld. 324
In 1835 benoemt Pieter Rus, landman, wonende op het Woud te Bergen, zijn huisvrouw Ariaantje Schroor tot zijn erfgename 325.
Op 29 november 1809 en 20 januari 1810 compareren Pieter Jansz Rus weduwnaar, en in gemeenschap van goederen getrouwd geweest zijnde met, en erfgenaam voor een kindsgedeelte van, nu wijlen zijn overleden huisvrouw Aaltje Cornelis Jonker, ter eenre, en Dirk Zwakman en Fredrik Cornelis Jonker als voogden over het minderjarige nagelaten voorkind Jan Jansz Swakman mede-erfgenaam van zijn moeder Aaltje Cornelis Jonker, ter andere zijde, alles krachtens testament van 22 maart 1809 voor dezelfde notaris gepasseerd, en regelen de nalatenschap door aan Jan Jansz Swakman toe te wijzen een stuk land in de Bergermeer, groot 3½ morgen, en in contante penningen 550 gld 326.
In 1819 testeert Ariaantje Schroor, huisvrouw van Pieter Rus bouwman wonende ten Bergen; zij legateert aan haar man al datgene waarover de wet haar op haar overlijden toestaat, en benoemt Jacob Paardebos, bouwman wonende in de Heerhugowaard, tot voogd over haar minderjarige kinderen in eerder huwelijk verwekt bij Jan Bruin 327.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jan Pietersz, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 5/6 mei 1798, volgt Xc.
2. Cornelis Pietersz, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 9/11 okt. 1801, volgt Xd.
3. Pieter, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 27 febr./4 maart 1804.
4. Grietje, geb. Koedijk 31 okt. 1806, ged. (nederd. geref.) ald. 8 nov. 1806 (doopgetuige Aaltje Cornelis Jonker), overl. Bergen (N.-H.) 20 juni 1809.
Uit het derde huwelijk:
1. Pieter Willem, geb. Bergen (N.-H.) 1 febr. 1812.
2. Trijntje, geb. Bergen (N.-H.) 11 juli 1813, overl. ald. 26 maart 1841.
3. Pieter, geb. Bergen (N.-H.) 24 nov. 1814, volgt Xe.
IXh. (van VIIIe) Arien Jansz RUS, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 29 nov./5 dec. 1784, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 5 april 1810 als Arie Rus, bouwman, landbouwer, volgens het Registre civique van 1812 'cultivateur' geboren op 29 november 1789, overl. Koedijk 19 april 1814, tr. ald. 27 dec. 1812 Antje Klaasdr de JONG, ged. (nederd. geref.) Zuid-Zijpe 25 jan. 1789 (doopgetuige Maartje Pieters Vlinius), naaister, dr van Klaas Pietersz de JONG, arbeider te Kalverdijk, en Geertje Pietersdr VLINIUS.
In Koedijk verkoopt in 1809 Arie Rus aan Arien Gerrets Hartland ¼ weiland, in 't geheel groot 4 morgen genaamd de Bon, waarvan de overige ¾ verkocht werd door Pieter Jansz Rus te Bergen 328.
In 1812 heeft Pieter Rus bouwman wonende in de gemeente Bergen overgedragen aan Arie Rus bouwman wonende te Koedijk een stuk zaadland in Oudkarspel genaamd de Hijweid, groot 1 ha 46 a 61 ca, of ca. 5 geerzen, belend ten zuiden Jan de Waal, ten noorden Teunis Timmerman, van welk stuk comparant verklaart wel eigenaar te zijn waarvan de bewijzen in 1799 bij de invasie der Engelse en Russische armee zijn verloren geraakt, voor 378 francs of 180 gld Hollands 323.
Uit dit huwelijk:
1. Aariëntje, geb. Harenkarspel 1 sept. 1814, overl. Koedijk 25 april 1831.
Xa. (van IXa) Neeltje RUS, geb. Zijpe 8 maart 1826, op 1 juni 1887 in Heerhugowaard uitgeschreven naar Schagen, overl. Schagen 31 dec. 1890, tr. 11 mei 1851 Gerrit RAVEN, geb. Zijpe 17 nov. 1828, akkerbouwer, arbeider, vertrok met zijn gezin zonder Trijntje op 29 april 1876 naar Heerhugowaard, overl. Heerhugowaard 24 nov. 1886, zn van Nanne RAVEN en Trijntje OOM.
Uit dit huwelijk:
1. Trijntje RAVEN, geb. Schagen 22 jan. 1852, dienstbode, tr. St. Maarten 19 mei 1875 Dirk KRABMAN, geb. ald. ca. 1850, zn van Pieter KRABMAN en Antje MAREES.
2. Nan RAVEN, geb. Schagen 11 febr. 1854, boerenknecht (bij huwelijk), kaasmaker, tr. ald. 3 mei 1884 Neeltje SCHRIEKEN, geb. Zijpe 18 juli 1860, dr van Klaas SCHRIEKEN en Maartje WATERTOR.
3. Jan RAVEN, geb. Schagen 28 dec. 1855, arbeider, tr. Anna Paulowna 4 mei 1882 Maartje de WAARD, geb. Barsingerhorn 4 maart 1858, dr van Abraham de WAARD, koopman, en Aagje ERIX.
4. Pieter RAVEN, geb. Schagen 30 dec. 1857, overl. ald. 5 febr. 1864.
5. Jannetje RAVEN, geb. Schagen 7 april 1859.
6. Jannetje RAVEN, geb. Schagen 19 sept. 1860, op 18 februari 1881 in Heerhugowaard uitgeschreven naar Schagen, tr. Heerhugowaard 17 april 1887 Klaas WITSMEER, geb. ald. 26 mei 1859, arbeider, zn van Klaas WITSMEER, landbouwer, en Dieuwertje KEIZER.
7. Reinuwtje RAVEN, geb. Schagen 21 febr. 1862.
8. Pieter RAVEN, geb. Schagen 27 febr. 1864, op 14 februari 1881 in Heerhugowaard uitgeschreven naar Hensbroek, tr. Heerhugowaard 24 april 1890 Antje de JONG, geb. Wijdenes ca. 1866, dr van Klaas de JONG en Maartje van MEURS.
9. Aafje RAVEN, geb. Schagen 31 okt. 1867.
Xb. (van IXe) Reijer RUS, geb. Harenkarspel 30 nov. 1838, arbeider, landbouwer, overl. ald. 14 april 1916, tr. ald. 18 maart 1869 Maartje ZIJP, geb. Harenkarspel 22 febr. 1844, dr van Simon ZIJP, landbouwer, en Grietje BOMMER.
Uit dit huwelijk:
1. (levenl. dr), geb. Harenkarspel 23 maart 1871, overl. ald. 23 maart 1871.
2. Simon, geb. Harenkarspel 17 april 1872, overl. ald. 8 juli 1872.
3. Simon, geb. Harenkarspel 24 juni 1873, overl. ald. 18 juli 1873.
4. Simon, geb. Harenkarspel 12 juli 1874, volgt XIa.
5. Aaltje, geb. Harenkarspel 27 aug. 1876, overl. ald. 14 dec. 1883.
6. Cornelis, geb. Harenkarspel 23 juli 1878, overl. ald. 6 sept. 1878.
Xc. (van IXg) Jan Pietersz RUS, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 5/6 mei 1798, landbouwer te Bergen (N.-H.) op het Wout, overl. ald. 13 mei 1825, tr. Neeltje Cornelis DALENBERG, geb. Groet 30 dec. 1801, ged. (nederd. geref.) ald. 1 jan. 1802 (doopgetuige Trijntje Gerrits Jonker), melkverkoopster, overl. Alkmaar 9 jan. 1863, dr van Cornelis Cornelisz DALENBERG, maire van Groet in 1811, landman, en Antje Jansdr HOOGVORST, die hertr. met Gerrit VISSER, boerenknecht, landman.
Als lidmaten in Hargen en Camp worden op 29 april 1822 vermeld: Jan Pieters Rus en Neeltje Cornelis Dalenberg, vertrokken.
Uit dit huwelijk:
1. Antje, geb. Schoorl 16 febr. 1822, overl. Bergen (N.-H.) 7 aug. 1825.
2. Grietje, geb. Bergen (N.-H.) 12 aug. 1823.
3. Trijntje, geb. Bergen (N.-H.) 15 okt. 1824, overl. Alkmaar 22 nov. 1876, tr. ald. 13 sept. 1846 Klaas COSTER, geb. ald. 8 jan. 1817, timmermansknecht en timmerman te Alkmaar, overl. ald. 6 mei 1867, zn van Pieter COSTER en Gijsbertje van NIENES.
Op 9 april 1877 wordt de nalatenschap aangegeven van Trijntje Rus, overleden te Alkmaar op 22 november 1876, zonder erfgenamen in rechte lijn na te laten. De aangever is Abraham de Vries, verwer, glazenmaker en winkelier te Alkmaar, als uitvoerder van haar testament, bij welk testament de erflaatster gelegateerd heeft aan de uitvoerder Abraham de Vries een pakhuis en erf, ingericht als werkplaats, te Alkmaar op de hoek van de Paardensteeg en de Achterstraat, kadastraal A1839, aan Neeltje de Vries, oudste dochter van de aangever en wijlen haar zuster van halve bedde Grietje Visser, een huis en erf aan de Noordzijde van de Paardensteeg, kadastraal A1805, groot 58 ca, benevens de hele inboedel, dus ook haar kleren en sieraden op de dag van haar overlijden aanwezig, aan haar broer Cornelis Visser van halve bedde 450 gld, aan de minderjarige Neeltje Visser, oudste dochter van Cornelis Visser, 200 gld, en benoemd heeft tot haar erfgenamen haar neef en nichten Abraham, Grietje en Hermina de Vries, kinderen van de aangever Abraham de Vries en haar zuster Grietje Visser van halve bedde, ieder voor een gelijk aandeel. Als de erflaatster een testament gemaakt had zouden haar erfgenamen zijn geweest haar broer van halve bedde de legataris Cornelis Visser voor een derde, haar nicht Trijntje Visser, dochter van wijlen haar broer van halve bedde Jan Visser uit diens huwelijk met Maria de Vries, voor een derde, en de legataris Neeltje de Vries en de door erflaatster benoemde erfgenamen Abraham, Grietje en Hendriena de Vries, kinderen van de zuster Grietje Visser van halve bedde van de erflaatster en de aangever Abraham de Vries, tezamen voor een derde. Het actief bedraagt 2773,485, waaronder het huis en erf kadastraal A1805 waardig 600, en het huis ingericht als werkplaats kadastraal A1839, groot 64 ca, waardig 825. Het passief bedraagt 127,305. 329
Xd. (van IXg) Cornelis Pietersz RUS, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 9/11 okt. 1801, timmerbaas in Zuid-Schermer, timmerman, poldertimmerbaas, overl. Alkmaar 18 mei 1886, tr. 1° Akersloot 14 mei 1824 Maartje VADER, geb./ged. (nederd. geref.) Zuid-Schermer 11/17 okt. 1802, overl. Zuid- en Noordschermer (wonende te Driehuizen) 12 mei 1825, begr. Driehuizen 17 mei 1825 (in graf 56, eigendom van Cornelis Rus), dr van Dirk VADER, lid gemeentebestuur van Akersloot, en Bregje BRAAK, tr. 2° ald. 13 aug. 1826 Antje VADER, geb. Zuid-Schermer 29 juli 1806, ged. (nederd. geref.) ald. 3 aug. 1806 (aan de Zuidervaart, doopgetuige Bregje Braak), overl. Schermeer, gem. Graft 29 jan. 1865, begr. Driehuizen 2 febr. 1865 (in graf 56, nadat dit graf schoongemaakt is), dr van Jan VADER, landman, in 1839 assessor der gemeente Akersloot, en Trijntje SCHERMER.
Op 25 oktober 1886 wordt de nalatenschap aangegeven van Cornelis Pietersz Rus, overleden te Alkmaar op 18 mei 1886. De aangevers zijn: (1) Jan Oderkerk wonende te Alkmaar, als in gemeenschap van goederen gehuwd met Trijntje Rus, (2) Jacob Cornelis Vonk, procureur aldaar, als curator in het faillissement van Willem Rus, timmerman, thans wonende te Council Bluffs in Noord-Amerika, (3) Antje Schermer, weduwe van Pieter Rus, veehoudster te Zuidschermer, als voogdes van Jan en Dirk Rus, (4) Cornelis Rus Pieterszoon aldaar, (5) Pieter Rus Pieterszoon aldaar, (6) Willem Schermerhorn, veehouder te Zuid- en Noordschermer, als in gemeenschap van goederen gehuwd met Aaltje Rus, (7) Jan Rus, veehouder in de Schermeer gemeente Zuid- en Noordschermer, (8) Dirk Rus, veehouder in de Schermeer gemeente Schermerhorn, (9) Willem Besse, veehouder te Graft, als in gemeenschap van goederen gehuwd met Antje Rus, (10) Cornelis Rus, veehouder in de Starnmeer gemeente Akersloot, (11) Arie Rus, veehouder te Groot-Schermer. De enige erfgenamen zijn zijn 7 voornoemde kinderen Trijntje, Jan, Dirk, Antje, Willem, Cornelis en Arie Rus, ieder voor 1/8, en zijn voornoemde kleinkinderen Cornelis, Pieter, Aaltje, Jan en Dirk Rus, ieder voor 1/40, bij plaatsvervulling van hun vader des erflaters zoon Pieter Rus. Het actief van de gemeenschappelijke boedel bedraagt 1901,78, het passief 5, met saldo 1896,78, waarvan de helft 948,39 bedraagt, waarvan nog 178,96 begrafeniskosten afgaat. (In de kantlijn staan iets andere bedragen.) 330
Uit het eerste huwelijk:
1. Antje, geb. Zuid- en Noordschermer 16 april 1825, overl. Driehuizen, gem. Zuid- en Noordschermer 23 april 1825, begr. Driehuizen 24 april 1825 (in graf 56).
Uit het tweede huwelijk:
1. Pieter, geb. Zuid- en Noordschermer 4 aug. 1827, volgt XIb.
2. Trijntje, geb. Zuid- en Noordschermer 5 maart 1829, overl. Driehuizen, gem. Zuid- en Noordschermer 20 mei 1829.
3. Trijntje, geb. Zuid- en Noordschermer 4 sept. 1830, overl. Schermeer, gem. Graft 26 sept. 1838, begr. Driehuizen 29 sept. 1838 (in graf 56).
4. Jan, geb. Zuid- en Noordschermer 29 okt. 1831, volgt XIc.
5. Antje, geb. Zuid- en Noordschermer 22 dec. 1833, volgt XId.
6. Dirk, geb. Schermeer, gem. Graft 9 juni 1835, volgt XIe.
7. Willem, geb. Schermeer, gem. Graft 17 jan. 1838, volgt XIf.
8. Trijntje, geb. Schermeer, gem. Graft 14 sept. 1839, overl. Alkmaar 18 febr. 1905, tr. Zuid- en Noordschermer 28 april 1867 Jan ODERKERK, geb. Oterleek 22 dec. 1839, zn van Rijk ODERKERK en Maartje AKKERMAN, boerin.
Op 14 april 1905 wordt de nalatenschap aangegeven van Trijntje Rus door haar man Jan Oderkerk, zonder beroep, wonende te Alkmaar, bedragende 1317,21, de baten o.a. bestaande uit de helft van 2 obligaties ten laste van Rusland en van 2 obligaties ten laste van Oostenrijk. Zij laat geen erfgenamen in rechte lijn na en heeft bij testament op 6 mei 1867 voor notaris Jan Sikkel haar man tot enige erfgenaam benoemd. 331
9. Cornelis, geb. Schermeer, gem. Graft 22 okt. 1841, volgt XIg.
10. Arie, geb. Schermeer, gem. Graft 16 aug. 1843, volgt XIh.
11. (doodgeb. kindje), begr. Driehuizen 26 sept. 1845 (in graf 56).
12. Klaas, geb. Schermeer, gem. Graft 15 juli 1848, overl. ald. 19 juli 1848, begr. Driehuizen 20 juli 1848.
Xe. (van IXg) Pieter RUS, geb. Bergen (N.-H.) 24 nov. 1814, landman, veehouder, veehandelaar, in 1882 koopman te Alkmaar, vertrok op 22 juni 1884 uit Alkmaar naar Haarlemmermeer, overl. Haarlemmermeer 29 dec. 1902, tr. 1° Akersloot 28 april 1839 Lijsbeth VADER, geb. ald. 29 juli 1815, overl. Schermeer 23 febr. 1867, dr van Jan VADER, landman, in 1839 assessor der gemeente Akersloot, en Trijntje SCHERMER, tr. 2° Alkmaar 24 juni 1875, gescheiden van tafel en bed ald. 22 juni 1882 (door de arrondissementsrechtbank) van Maartje van der OORD, geb. Akersloot 13 aug. 1818, dr van Wijbrand van der OORD, landman, en Trijntje Pieters OTERLEEK, wed. van Jacob HOUTKOOPER.
In 1839 testeren Pieter Rus Pieterszoon, landman, en zijn vrouw Elisabeth Vader, wonende in de Noordschermer onder de gemeente van Oterleek, op elkaar 332.
Uit het eerste huwelijk:
1. Pieter, geb. Oterleek 27 juni 1840, volgt XIi.
2. Jan, geb. Oterleek 2 juli 1841, volgt XIj.
3. Dirk, geb. Oterleek 11 sept. 1844, volgt XIk.
4. Trijntje, geb. Oterleek 25 nov. 1847, overl. Alkmaar 13 maart 1936, tr. ald. 30 dec. 1875 Reinder BAKKER, geb. Andijk 1 febr. 1841, landbouwer, zn van Cornelis BAKKER, landbouwer, en Maartje BLOKKER.
XIa. (van Xb) Simon RUS, geb. Harenkarspel 12 juli 1874, landbouwer, overl. Alkmaar 15 juni 1939, tr. Harenkarspel 11 juni 1897 Cornelia BLANKMAN, geb. ald. 22 okt. 1875, dr van Jan BLANKMAN, landman, en Jantje ERIX.
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje, geb. Harenkarspel 3 febr. 1898, volgt XIIa.
2. Jantje, geb. Harenkarspel 21 sept. 1899, volgt XIIb.
3. Reijer, geb. Harenkarspel 30 aug. 1901, volgt XIIc.
4. Jan, geb. Harenkarspel 18 okt. 1902, volgt XIId.
5. Simon, geb. Harenkarspel 27 aug. 1907, overl. ald. 12 febr. 1912.
6. Martinus, geb. Harenkarspel 18 april 1910, volgt XIIe.
7. Simon, geb. Harenkarspel 23 jan. 1915, volgt XIIf.
XIb. (van Xd) Pieter RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 4 aug. 1827, landman, veehouder, op 5 april 1866 met zijn gezin in Bergen uitgeschreven naar Zuid- en Noordschermer, overl. Zuid- en Noordschermer 2 april 1885, tr. ald. 26 jan. 1856 Antje SCHERMER, geb. ald. 6 febr. 1835, dr van Cornelis SCHERMER, landman, en Aaltje LOOTJES.
Op 18 september 1885 wordt de nalatenschap opgegeven van Pieter Rus Corneliszoon, overleden te Zuid- en Noordschermer op 2 april 1885, echtgenoot van Antje Schermer. De aangevers zijn: (1) zijn weduwe Antje Schermer, veehoudster in de Schermeer in de gemeente Zuid- en Noordschermer, als voogdes over haar onmondige kinderen Jan Rus en Dirk Rus, (2) Cornelis Rus, landman aldaar, (3) Pieter Rus, landman aldaar, (4) Aaltje Rus aldaar. De erflater laat genoemde 5 kinderen bij Antje Schermer na, en heeft op 21 februari 1865 bij testament voor notaris Jacobus Stikkel zijn vrouw Antje Schermer benoemd tot zijn erfgenaam voor het beschikbare deel. Hierdoor is zijn weduwe voor 1/4 en ieder van zijn kinderen voor 3/20 erfenaam. De baten van de gemeenschappelijke boedel bedragen 11399,39, waaronder een inschuld van 4000 ten laste van Jacob Heinis Janszoon en een inschuld van 1000 ten laste van Arie Rus te Groot-Schermer, de schulden bedragen 6725,995. De begrafeniskosten zijn 5. De zuivere nalatenschpa bedraagt 2270,77. 333
Op 29 maart 1912 wordt aangifte gedaan van de nalatenschap van Antje Schermer, overleden te Bergen op 13 december 1911, weduwe van Pieter Rus. De aangevers zijn: (1) Cornelis Rus, zonder beroep, wonende te Bergen, (2) Pieter Rus, zonder beroep, wonende in de Zijpe, (3) Willem Schermerhorn, veehouder in de gemeente Zuid- en Noorschermer, ter waarneming van de rechten van Aaltje Rus als met haar gehuwd in gemeenschap van goederen, (4) Jan Rus, zonder beroep, wonende te Bergen, (5) Dirk Rus, kastelein te Schoorl, hun kinderen en haar enige erfgenamen. De baten bestaan o.a. uit een huis en erf te Bergen, kadastraal N901, groot 4 a 60 ca, met verkoopwaarde geschat op 2500, een schuldvordering ten laste van Willem Schermerhorn van 5000, een schuldvordering ten laste van Dirk Rus van 4000, en bedragen in totaal 23356,505. De zuivere nalatenschap bedraagt 22930,055. 334
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis, geb. Bergen (N.-H.) 2 april 1857, landman, zijn lijk gevonden Warmenhuizen 10 juni 1913.
Op 27 augustus 1913 wordt de nalatenschap aangegeven van Cornelis Rus, ongehuwd, overleden te Bergen op 10 juni 1913. De aangevers zijn: (1) Jan Rus, zonder beroep, wonende te Bergen, (2) Willem Schermerhorn, veehouder te Zuid- en Noordschermer, optredende voor Aaltje Rus als met haar gehuwd in gemeenschap van goederen, (3) Dirk Rus, kastelein. Zijn erfgenamen zijn zijn 2 broers en 1 zuster als genoemd. De baten bedragen 6944,90, waaronder het huis en erf in Bergen kadastraal A901, groot 4 a 60 ca, gewaardeerd op 2300, en een schuldvordering ten laste van Willem Schermerhorn van 2000. De zuivere nalatenschap bedraagt 6780,15. 335
2. Pieter, geb. Bergen (N.-H.) 13 febr. 1859, landman, herbergier, overl. Zijpe 10 maart 1913, tr. Zuid- en Noordschermer 29 maart 1888 Antje BAS, geb. ald. 23 jan. 1866, dr van Willem BAS, winkelier, en Ariaantje WORTEL.
3. Aaltje, geb. Bergen (N.-H.) 21 mei 1861, overl. Zuid- en Noordschermer 18 aug. 1918, tr. ald. 15 april 1886 Willem SCHERMERHORN, geb. Zijpe 27 mei 1863, landman, veehouder, overl. Zuid- en Noordschermer 25 febr. 1938, zn van Willem SCHERMERHORN, landman, en Neeltje SLOOTEN.
Op 21 februari 1919 wordt aangifte gedaan van de nalatenschap van Aaltje Rus, overleden te Zuid- en Noordschermer op 18 augustus 1918. Executeur-testamentair is haar man Willem Schermerhorn, landman. Zij was in gemeenschap van goederen met hem gehuwd en heeft geen nakomelingen. Bij testament van 12 augustus 1918 bij notaris Jan van der Veen te Alkmaar is aan hem het vruchtgebruik gelegateerd en zijn haar erfgenamen voor de helft beide broers, Dirk Rus, kastelein te Schoorl, en Jan Rus, zonder beroep, wonende te Zuid- en Noordschermer, en voor de andere helft zijn bloedverwanten, zijnde zijn moeder Neeltje Slooten, zonder beroep, wonende te Stompetoren gemeente Oterleek, weduwe van Willem Schermerhorn, voor 1/8, en zijn 7 broers en zusters, Dirk Schermerhorn, zonder beroep, wonende te Alkmaar, Guurtje Schermerhorn, in gemeenschap van goederen gehuwd met Klaas de Geus landman wonende te Zuid- en Noordschermer, Jantje Schermerhorn, in gemeenschap van goederen gehuwd met Pieter de Boer landman wonende te Zuid- en Noordschermer, Wijbrand Schermerhorn, landman, wonende te Starnmeer gemeente Akersloot, Teunis Schermerhorn, landman, wonende te Zuid- en Noordschermer, en Evert Schermerhorn, caféhouder, wonende te Alkmaar, elk voor 1/8. De baten bedragen 12954,50, de lasten en schulden 2948,715, met als saldo 10005,785. Door Willem Schermerhorn is aan Dirk en Jan Rus ieder de helft van 5000 geschonken waarvan de schenker het vruchtgebruik houdt, blijkens een akte gepasseerd voor notaris Jan van Veen op 23 augustus 1919. 336
Op 27 augustus 1919 doen Willem Schermerhorn, landman te Zuid- en Noordschermer, Dirk Rus, landbouwer te Schoorl, en Jan Rus wonende te Zuid- en Noordschermer, aangifte van een schenking volgens een akte van 23 augustus 1910 voor notaris Jan van der Veen te Alkmaar, door Willem Schermerhorn aan Dirk Rus en Jan Rus, broers van wijlen zijn echtgenote, van 5000 gld gereed geld, evenwel met uitdrukkelijk voorbehoud ten behoeve van de schenker, geboren te Zijpe op 27 mei 1863, van het levenslange vruchtgebruik van het geschonken kapitaal, met ontheffing van de verplichting tot het stellen van zekerheid. 337
4. Jan, geb. Bergen (N.-H.) 25 april 1865, overl. Groot-Schermer, gem. Zuid- en Noordschermer 11 okt. 1924.
Op 11 april 1925 wordt de nalatenschap aangegeven van Jan Rus, overleden te Groot-Schermer op 11 oktober 1924, zonder bloedverwanten in rechte lijn na te laten. De aangever is Dirk Rus, wonende te Schoorl, broer en enige erfgenaam van de erflater. Het actief bedraagt 15238,64, waaronder een hypothecaire vordering van 3000 ten laste van Willem Rus, wonende te Zuid- en Noordschermer. Het passief bedraagt 442,75. 338
5. Dirk, geb. Zuid- en Noordschermer 23 april 1869, volgt XIIg.
XIc. (van Xd) Jan RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 29 okt. 1831, landman, veehouder, overl. Alkmaar 3 maart 1890, tr. Akersloot 11 febr. 1853 Dieuwertje van der OORD, geb. ald. 9 jan. 1831, overl. Heiloo 5 febr. 1907, dr van Wijbrand van der OORD, landman, en Trijntje Pieters OTERLEEK.
Op 19 juli 1890 wordt de nalatenschap aangegeven van Jan Rus Corneliszoon, overleden te Alkmaar op 3 maart 1890, echtgenoot van Dieuwertje van der Oord. De aangevers zijn: (1) Cornelis Rus, winkelier te Schermerhorn, (2) Willem Schermerhorn, veehouder te Heiloo, in gemeenschap van goederen gehuwd met Trijntje Rus, (3) Wijbrand Rus, wonende te Bergen, (4) Jan Rus, kastelein te Westgraftdijk gemeente Graft, (5) Jacob Rus, watermolenaar in de Schermeer gemeente Graft, (6) Maartje Rus, wonende te Alkmaar. De erfgenamen zijn de genoemde 6 kinderen uit het huwelijk met Dieuwertje van der Oord. De nalatenschap bestaat uit de helft van de gemeenschappelijke boedel. De baten van de boedel bedragen 17679,03, waaronder een inschuld van 5000 ten laste van R. Smit te Graft, een inschuld van 600 ten laste van Arie Ris, een inschuld van 1200 ten laste van Arie Knevel in de Schermeer, een inschuld van 1300 ten laste van Jan Rus Janszoon, een inschuld van 600 ten laste van Jacob Rus, inschulden van 1900 en 3000 ten laste van Cornelis Rus te Schermerhorn, en een inschuld van 3500 ten laste van Willem Schermerhorn; de schulden bedragen 39,60. Aftrek van 100 begrafeniskosten van de helft van het verschil levert 8719,715 als zuivere nalatenschap. 339
Op 17 mei 1907 wordt de nalatenschap aangegeven van Dieuwertje van der Oord overleden te Heiloo op 5 februari 1907, weduwe van Jan Rus Corneliszoon. De aangevers zijn: (1) Cornelis Rus winkelier te Schermerhorn, (2) Willem Schermerhorn melkslijter te Heiloo, in algehele gemeenschap gehuwd met Trijntje Rus, (3) Wijbrand Rus veehouder te Haarlemmerliede en Spaarnwoude, (4) Pieter Kalverboer veehouder te Akersloot, als gemachtigde van Neeltje Rus wonende te Groot-Schermer gemeente Zuid- en Noordschermer en van Krijntje Kalverboer weduwe van Jan Rus Janszoon wonende aldaar als voogden van de minderjarie Jan Rus Janszoon, (5) Jacob Rus watermolenaar te Graft, (6) Wybrand Spaan veehouder te Zuid- en Noordschermer, waarnemende de rechten van zijn echtgenote Maartje Rus met wie hij is gehuwd in gemeenschap van winst en verlies. De erflaatster laat 5 kinderen na als genoemd, elk erfgenaam voor 1/6, en 2 kleinkinderen, de genoemde Neeltje en Jan Rus, kinderen van haar vooroverleden zoon Jan Rus Janszoon en de genoemde Krijntje Kalverboer, tezamen voor 1/6. De baten bestaan o.a. uit een huis en erf te Heiloo, kadastraal B526, groot 3 a 30 ca, geschat op 2025, een hypothecaire lening aan de aangever Cornelis Rus van 400 en een vordering op Wijbrand Spaan van 2000. De zuivere nalatenschap bedraagt 3031,36, verhoogd wegens verplichte inbreng door wijlen Jan Rus Jr en Trijntje Rus tot 4477,63. 340
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis, geb. Zuid- en Noordschermer 24 dec. 1853, volgt XIIh.
2. Trijntje, geb. Zuid- en Noordschermer 6 aug. 1855, volgt XIIi.
3. Wijbrand, geb. Zuid- en Noordschermer 20 aug. 1856, landbouwer te Haarlemmerliede en Spaarnwoude, tr. Haarlemmerliede en Spaarnwoude 27 jan. 1892 Maartje van DILLEN, geb. Westzaan ca. 1849, dr van Klaas van DILLEN en Aaltje KOEMAN, wed. van Arie Klaas SMIT.
4. Jan, geb. Zuid- en Noordschermer 22 sept. 1857, volgt XIIj.
5. Jacob, geb. Zuid- en Noordschermer 11 april 1859, volgt XIIk.
6. Pieter, geb. Zuid- en Noordschermer 25 okt. 1860, overl. ald. 14 juli 1882.
7. Antje, geb. Zuid- en Noordschermer 8 nov. 1861, overl. ald. 5 aug. 1889, tr. ald. 26 april 1885 Arie RIS, geb. Jisp 27 jan. 1858, landman, overl. Groot-Schermer, gem. Zuid- en Noordschermer 23 april 1891, zn van Jan RIS, veehouder, en Geertje WIEDIJK.
Op 16 oktober 1889 wordt de nalatenschap aangegeven van Antje Rus, overleden te Zuid- en Noordschermer op 4 [5 volgens de Burgerlijke Stand] augustus 1889, echtgenote van Jan Ris. De aangevers zijn: (1) Jan Rus, veehouder in de Schermeer gemeente Zuid- en Noordschermer, ook handelende voor Dieuwertje van der Oord met wie hij in gemeenschap van goederen gehuwd is, (2) Jacob Rus, veehouder aldaar, (3) Cornelis Rus, winkelier te Schermerhorn, (4) Wijbrand Rus, wonende in de Schermeer gemeente Zuid- en Noordschermer, (5) Jan Rus, veehouder te Graft (Graftermeer), (6) Maartje Rus wonende in de Schermeer gemeente Zuid- en Noordschermer, (7) Willem Schermerhorn, veehouder te Heiloo, in gemeenschap van goederen gehuwd met Trijntje Rus. De erflaatster heeft geen nakomelingen nagelaten. Haar erfgenamen zijn haar ouders Jan Rus en Dieuwertje van der Oord, ieder voor een vierde, en haar bovengenoemde 6 broers en zusters. De nalatenschap bestaat uit de helft van de gemeenschappelijke boedel, waaronder een huis met kapberg, schuur en erf te Groot-Schermer gemeente Zuid- en Noordschermer, kadastraal D971, groot 6 a 40 ca, geschat op fl. 2000. De baten van de nalatenschap bedragen 2300, de lasten en schulden 2292,775, het saldo is 7,225. 341
Op 28 september 1891 wordt de nalatenschap aangegeven van Arie Ris, veehouder, overleden te Groot-Schermer gemeente Zuid- en Noordschermer op 23 april 1891. De erfgenamen zijn: (1) Neeltje Ris (zuster), gehuwd met Jan Wiedijk Klaaszoon veehouder te Groot-Schermer, (2) Jacob Ris (broer), winkelier te Kwadijk, (3) Isaäk Ris (broer), veehouder te Spijkerboor (kinderen van de overleden ouders Jan Ris en Geertje Wiedijk, elk 7/24), (4) Pieter Besse (halfbroer, kind van Geertje Wiedijk en Jacob Besse). De nalatenschap bestaat uit: (1) een vierde in een huismanswoning met schuur, erf en weiland aan het Zuideinde in Westgraftdijk in de gemeente Graft, kadastraal D nrs 121, 180, 461, en A337, samen groot 2.53.66 ha, het geheel geschat op 4800, een vierde dus 1200, (2) het erfdeel van Aris Ris aangekomen van Geertje Wiedijk ten bedrage van 803,805. 342
8. Maartje, geb. Zuid- en Noordschermer 20 okt. 1863, volgt XIIl.
XId. (van Xd) Antje RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 22 dec. 1833, overl. Graft 18 nov. 1907, tr. ald. 26 dec. 1856 Willem BESSE, geb. ald. 27 nov. 1830, pachter van een schutsluis, overl. Graft 9 mei 1896, zn van Pieter BESSE, landman, en Dieuwertje OLIJ.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis BESSE, geb. Assendelft 17 juli 1861, timmerman, tr. Graft 12 febr. 1899 Sijtje van ZALINGE, geb. ald. 6 aug. 1878, dr van Pieter van ZALINGE, slijter te Westgraftdijk, en Trijntje BOLDEWIJN.
2. Jan BESSE, geb. Assendelft 9 juli 1863, veehouder, tr. Graft 28 april 1889 Neeltje OORTWIJN, geb. Westzaan 10 dec. 1862, overl. Graft 19 jan. 1913, dr van Jan OORTWIJN en Grietje DIK.
XIe. (van Xd) Dirk RUS, geb. Schermeer, gem. Graft 9 juni 1835, landman, veehouder, overl. Alkmaar 12 nov. 1900, tr. Oterleek 15 okt. 1860 Neeltje SCHUIJTEMAKER, geb. Grosthuizen 18 febr. 1839, overl. Alkmaar 6 juni 1896, dr van Derk SCHUIJTEMAKER en Aaltje KNIP.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis, geb. Schermerhorn 19 sept. 1861, overl. ald. 28 april 1863.
2. Dirk, geb. Schermerhorn 20 jan. 1863, volgt XIIm.
3. Cornelis, geb. Schermerhorn 14 aug. 1864, kaaskoper te Alkmaar, op 30 november 1908 in Alkmaar uitgeschreven naar Venlo en op 3 augustus 1909 naar Brazilië.
4. Willem, geb. Schermerhorn 18 sept. 1865, overl. ald. 26 mei 1871.
5. Antje, geb. Schermerhorn 28 okt. 1866, overl. Heerhugowaard 26 aug. 1891, tr. Schermerhorn 21 april 1887 Cornelis VISSER, geb. Beemster 21 nov. 1864, landman, veehouder, zn van Reindert VISSER en Johanna Maria BLOM, die hertr. met Trijntje KOOIJMAN.
Op 21 maart 1892 wordt de nalatenschap aangegeven van Antje Rus, overleden te Akersloot op 26 augustus 1891, echtgenote van Cornelis Visser Reindertsz. De baten bedragen 400, de lasten en schulden 112,50, het saldo is 287,50. De aangevers zijn Dirk Rus, veehouder te Schermerhorn, en zijn echtgenote Neeltje Schuitemaker, en Cornelis Visser Reinertsz, veehouder te Heerhugowaard. Zij heeft geen nakomelingen en er is geen gemeenschap van goederen. Bij testament op 26 april 1887 voor notaris P.A. de Gelder heeft erflaatster haar echtgenoot benoemd tot haar erfgenaam van het beschikbare deel. Derhalve zijn haar ouders Dirk Rus en Neeltje Schuitemaker elk voor 1/8 erfgenaam en haar echtgenoot Cornelis Visser voor 1/4. 343
6. Aaltje, geb. Schermerhorn 28 dec. 1867, overl. ald. 19 maart 1868.
7. Pieter, geb. Schermerhorn 2 nov. 1870, bakker, reiziger, overl. Amsterdam 15 jan. 1903, tr. ald. 3 febr. 1898 Henriette NIEMANN, geb. Hagen, Duitsland ca. 1873, dr van Heinrich NIEMANN, schoenmaker, en Friederika vom STEIN.
8. Aaltje, geb. Schermerhorn 26 juli 1873, volgt XIIn.
XIf. (van Xd) Willem RUS, geb. Schermeer, gem. Graft 17 jan. 1838, timmerman in Nieuwe Niedorp, meester timmerman (1880), molenmaker, in Nieuwe Niedorp met zijn gezin uitgeschreven op 11 november 1881 naar Haarlem, in Schooten op 29 augustus 1882 ingeschreven vanuit Haarlem, op 23 mei 1884 uitgeschreven naar Brooklyn, Noord-Amerika, op 13 mei 1884 zijn dochter uitgeschreven naar Vlissingen en zijn vrouw en kinderen Elizabeth, Cornelis, Klaas, Sibbeltje en Willem uitgeschreven naar Spanbroek (die van daar op 9 april 1885 vertrokken naar Council Bluffs in de staat Iowa, Noord-Amerika), tr. Nieuwe Niedorp 31 aug. 1865 Sibbeltje Innes TACONIS, geb. ald. 25 jan. 1843, dr van Inne Thijsses TACONIS en Elizabeth RIS.
Bij vonnis der Arrondissements Rechtbank te Alkmaar, van den 31 Mei 1881, is WILLEM RUS, molenmaker, koopman en timmerman te Nieuwe Niedorp, verklaard te zijn in staat van faillissement, van af 28 Mei 1881. De EdelAchtb. Heer Mr. C. P. E. HANEGRAAF, lid dier Rechtbank, is tot Rechter-Commissaris, en de Procureur J. C. VONK, te Alkmaar, tot Curator in dien boedel benoemd. J. C. VONK.
De bekende en onbekende schuldeischers, de bevoorrechte pand- of hypotheek hebbende daaronder begrepen, van den gefailleerde WILLEM RUS, molenmaker, koopman en timmerman, wonende te Nieuwe Niedorp, worden mits deze opgeroepen om op Woensdag, den 29 Juni 1881, des voormiddags te 11½ uren, te verschijnen in een der localen der rechtbank op het Stadhuis te Alkmaar, ten einde over te gaan tot de verificatie hunner schuldvorderingen. De Curator in dien boedel, J. C. VONK.
De 2e verificatie van schuldvorderingen in het faillissement van WILLEM RUS, molenaar en timmerman enz. te Nieuwe Niedorp, is bepaald op Woensdag den 14 September 1881, des namiddags ten 1 ure, te houden in het gewone locaal der Arrondissements Rechtbank te Alkmaar, op het stadhuis aldaar. Crediteuren worden tot bijwoning en verifieering hunner vorderingen bij deze opgeroepen. De Curator, J. C. VONK.
De beraadslaging over het door den gefailleerde W. RUS, molenmaker enz. te Nieuwe Niedorp, zijnen crediteuren aangeboden accoord, zal plaats hebben Woensdag 5 October 1881, 's nam. 1 uur. De Curator in dien boedel, J. C. VONK.
Uit dit huwelijk:
1. Antje, geb. Nieuwe Niedorp 24 juni 1866, overl. ald. 1 juli 1866.
2. Inne, geb. Nieuwe Niedorp 31 okt. 1867.
3. Antje, geb. Nieuwe Niedorp 16 dec. 1868.
4. Cornelis, geb. Nieuwe Niedorp 22 mei 1870, overl. ald. 28 mei 1870.
5. Elizabeth, geb. Nieuwe Niedorp 23 juli 1872, overl. ald. 28 juni 1873.
6. Elizabeth, geb. Nieuwe Niedorp 25 juli 1874, overl. Spanbroek 11 juni 1892.
7. Maria Magdalena, geb. Nieuwe Niedorp 23 aug. 1875, overl. ald. 6 okt. 1875.
8. Cornelis, geb. Nieuwe Niedorp 25 dec. 1876.
9. Klaas, geb. Nieuwe Niedorp 28 sept. 1878.
10. Sibbeltje, geb. Nieuwe Niedorp 14 juni 1880.
11. Willem, geb. Schooten 6 juli 1883.
XIg. (van Xd) Cornelis RUS, geb. Schermeer, gem. Graft 22 okt. 1841, landman te Graft, veehouder, overl. Akersloot 9 febr. 1927, tr. ald. 27 april 1873 Antje VELTHUIJS, geb. ald. (in de Starnmeer) 16 jan. 1845, overl. Akersloot 21 dec. 1923, dr van Roelof VELDHUIJS, landman, en Jannetje DIK.
Op 8 september 1927 wordt de nalatenschap aangegeven van Cornelis Rus Corneliszoon, overleden op 9 februari 1927 te Akersloot. Executeur-testamentair is Helenus Adrianus de Man, administrateur wonende te Alkmaar, benoemd op 20 oktober 1923 bij akte gepasseerd voor notaris Joannes Engelbertus Heen. Erflater was gehuwd met Antje Velthuijs, overleden te Akersloot op 31 december 1923, uit welk huwelijk geen kinderen geboren zijn. De nalatenschap wordt verdeeld volgens het testament van 3 oktober 1918 voor notaris Christiaan Nolet te De Rijp. Een legaat van 1200, vrij van rechten en kosten, gaat naar de 5 kinderen van wijlen Jan Kuiper, arbeider in de Koogerpolder te Akersloot, overleden te Knollendam op 10 oktober 1921, uit zijn huwelijk met Antje Dik. De overige nalatenschap gaat naar Cornelia Dekker weduwe van Wies Velthuijs te Alkmaar, Grietje Velthuijs echtgenote van Pieter Davids te Starnmeer gemeente Graft, Jantje Velthuijs echtgenote van Cornelis Koppen te Westgraftdijk gemeente Graft, elk voor een derde. De zuivere nalatenschap bedraagt 7982,71. Wies Velthuijs was een broer van erflaters echtgenote Antje Velthuijs, Grietje Velthuijs en Jannetje Velthuijs zijn kinderen van Aris Velthuijs broer van Antje Velthuijs. 344
Op 2 september 1924 wordt de nalatenschap aangegeven van Antje Velthuijs, overleden te Akersloot op 31 december 1923, echtgenote van Cornelis Rus. Aangever is Helenus Adrianus de Man, boekhouder te Alkmaar, als executeur van haar testament dd. 20 oktober 1923 bij notaris Joannes Engelbertus Heenk. In dat testament legateert zij vrij van kosten aan Jan Kuiper, arbeider in de Koogerpolder, gemeente Akersloot, bij vooroverlijden aan zijn wettige nakomelingen, 1200 gld, en benoemt zij tot haar erfgenamen, ieder voor een derde, bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen: (1) Grietje Velthuijs, echtgenote van Pieter Davids te Akersloot, (2) Jannetje Velthuijs, echtgenote van Cornelis Koppen te Akersloot, kinderen van wijlen haar broer Aris Velthuijs, (3) Cornelia Dekker, weduwe van haar broer Wiets Velthuijs, te Heiloo. Haar nalatenschap bestaat uit de helft van de gemeenschappelijke boedel, hoofdzakelijk bestaande uit een boerenwoning, schuur, erf, tuin en 3 percelen land aan de Zuidkant van de Middenweg, kadastraal D nrs 179, 180, 181, 182 en 183, tezamen groot 9 ha 4 a 10 ca, gewaardeerd op 19000. De 3 erfgenamen krijgen samen 9288,67. 345
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis, geb. Assendelft 17 aug. 1876, overl. Akersloot 24 aug. 1897.
XIh. (van Xd) Arie RUS, geb. Schermeer, gem. Graft 16 aug. 1843, landman, veehouder, winkelier, koopman, in 1901 melkventer te Wormerveer, courantenbrenger, overl. ald. 6 aug. 1907, tr. Zuid- en Noordschermer 3 mei 1868 Neeltje HONIG, geb. ald. 1 jan. 1847, overl. ald. 9 okt. 1889, dr van Pieter HONIG, timmerman, landman, en Guurtje HOOGLAND.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis, geb. Graft 17 aug. 1869, overl. ald. 16 sept. 1869.
2. Cornelis, geb. Graft 13 okt. 1871, volgt XIIo.
3. Guurtje, geb. Zuid- en Noordschermer 29 juni 1873, volgt XIIp.
4. Antje, geb. Zuid- en Noordschermer 17 juli 1875, overl. ald. 3 april 1897, tr. ald. 29 maart 1896 Jan BAS, geb. Beemster ca. 1873, arbeider, landbouwer, zn van Jan BAS, winkelier, arbeider, en Helena de VRIES.
Op 15 oktober 1897 wordt de nalatenschap aangegeven van Antje Rus, overleden te Groot-Schermer gemeente Zuid- en Noordschermer, echtgenote van Jan Rus. De aangever is Jan Bas Janszoon, arbeider aldaar, als voogd over hun kind Helena Bas, die de enige erfgenaam is van haar moeder. De baten bedragen 104,555, de lasten en schulden 60, het saldo is 44,555. 346
5. Pieter, geb. Zuid- en Noordschermer 1 jan. 1877, volgt XIIq.
6. Trijntje, geb. Zuid- en Noordschermer 10 okt. 1878, volgt XIIr.
7. Maartje, geb. Zuid- en Noordschermer 1 aug. 1880, overl. ald. 17 aug. 1880.
8. Willem, geb. Zuid- en Noordschermer 2 okt. 1881, overl. ald. 10 dec. 1881.
9. Maartje, geb. Zuid- en Noordschermer 13 juni 1883, volgt XIIs.
10. Maria, geb. Zuid- en Noordschermer 21 okt. 1884, volgt XIIt.
11. Neeltje, geb. Zuid- en Noordschermer 19 aug. 1887, overl. Graft 9 mei 1977, tr. De Rijp 7 mei 1908 Jan HOEK, geb. Zuid- en Noordschermer 15 maart 1881, landman, overl. Graft 13 mei 1937, zn van Jacob HOEK, melkslijter, en Neeltje OORTWIJN.
XIi. (van Xe) Pieter RUS, geb. Oterleek 27 juni 1840, landman, woonde op het Woud te Bergen, overl. Bergen (N.-H.) 24 maart 1882, tr. Alkmaar 26 april 1868 Trijntje HOUTKOOPER, geb. ald. 28 nov. 1842, koffiehuishoudster ald. (gekomen van Bergen, vertrokken naar Haarlem) vanaf 27 april 1894 tot 5 mei 1896, overl. Alkmaar 7 mei 1921, dr van Jacob HOUTKOOPER en Maartje van der OORD.
Op 10 oktober 1882 wordt de nalatenschap geregistreerd van Pieter Rus, overleden te Bergen op 24 maart 1882, echtgenoot van Trijntje Houtkoper. Zij is de aangeefster, ook als voogdes over haar kinderen Pieter, Betje, Jacob, Dirk, Wybrand en Cornelis Rus. Bij uiterste wil van 20 februari 1870 bij notaris J. Stikkel heeft hij zijn vrouw tot erfgenaam benoemd, alzo voor een vierde. De baten van de gemeenschappelijk boedel bedragen 6935, de schulden 1496, waarmee de zuivere nalatenschap 1998 bedraagt. 347
Uit dit huwelijk:
1. Pieter, geb. Bergen (N.-H.) 16 april 1869.
In 1885 wordt onder Gesignaleerde personen" in het Algemeen politieblad het volgende vermeld. Rus, Pz. Pieter, 16 jaren, landman, laatst wonende te Bergen. Is naar Noord-Amerika vertrokken. Is bij vonnis van het Kantongerecht te Alkmaar, dd. 24 april jl., veroordeeld tot een boete van 20, subsidiair 3 dagen gevangenisstraf, wegens jachtovertreding. 348
2. Maartje, geb. Bergen (N.-H.) 24 april 1870, overl. ald. 19 jan. 1875.
3. Elisabeth, geb. Bergen (N.-H.) 21 juni 1873, volgt XIIu.
4. Jacob, geb. Bergen (N.-H.) 1 maart 1876, volgt XIIv.
5. Dirk Johannes, geb. Bergen (N.-H.) 17 nov. 1877, slager.
6. Wijbrand, geb. Bergen (N.-H.) 26 okt. 1879, volgt XIIw.
7. Cornelis, geb. Bergen (N.-H.) 17 jan. 1881, volgt XIIx.
XIj. (van Xe) Jan RUS, geb. Oterleek 2 juli 1841, veehouder, landman, overl. ald. 5 maart 1877, tr. ald. 27 april 1865 Geertje BLEIJ, geb. Ursem 18 mei 1841, kwam op 30 april 1880 met haar kinderen Grietje, Jan, Elisabeth en Bartholomeus uit Ursem naar Alkmaar, overl. Alkmaar 18 nov. 1880, dr van Jan BLEIJ en Grietje VET.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter, geb. Schermeer, gem. Oterleek 25 dec. 1865, volgt XIIy.
2. Grietje, geb. Oterleek 6 jan. 1868, dienstbode, overl. Alkmaar 28 okt. 1935, tr. ald. 10 mei 1891 Jacob GERTENAAR, geb. ald. 7 aug. 1861, kleermaker, overl. Alkmaar 21 jan. 1936, zn van Dirk de VRIES GERTENAAR, kleermaker, en Elisabeth de BLEIJKER.
3. Jan, geb. Oterleek 1 aug. 1869, timmerman, tuinman, in Alkmaar op 5 maart 1890 uitgeschreven naar Amsterdam, daar op 2 april 1890 ingeschreven en op 4 april 1895 uitgeschreven naar Londen.
4. Dirk, geb. Oterleek 4 april 1871, volgt XIIz.
5. Elizabeth, geb. Oterleek 10 febr. 1873, volgt XIIaa.
6. Bartholomeus, geb. Oterleek 9 dec. 1874, bloemist, in Alkmaar op 27 september 1892 ingeschreven uit Hillegom en op 14 oktober 1895 uitgeschreven naar Schiedam, in Alkmaar op 20 mei 1899 uitgeschreven naar Utrecht en op 21 januari 1901 naar Londen.
XIk. (van Xe) Dirk RUS, geb. Oterleek 11 sept. 1844, landman, overl. Berkhout 25 juli 1871, tr. Oterleek 24 april 1870 Maartje VADER, geb. Blokker 27 maart 1849, overl. Alkmaar 5 mei 1920, dr van Willem VADER, veehouder, en Guurtje TIMMERMAN, die hertr. met Cornelis GROOT, veehouder.
Op 11 augustus 1921 wordt de nalatenschap aangegeven van Maartje Vader, overleden te Alkmaar op 5 mei 1920, door haar weduwnaar Cornelis Groot Corneliszoon die in gemeenschap van goederen met haar gehuwd geweest is en door haar bij testament, op 16 januari 1919 verleden voor notaris Jan van der Veen te Alkmaar, tot uitvoerder van haar laatste wilsbeschikkingen benoemd. Haar enige erfgenamen krachtens de wet zijn haar twee zoons Willem Groot en Cornelis Groot, landlieden in de Schermeer onder de gemeente Oterleek, benevens haar kleinzoon de minderjarige Klaas Zijp staande onder voogdij van zijn vader Henricus Zijp, landbouwer te Beemster, geboren uit diens huwelijk met Elisabeth Rus overleden te Beemster op 26 april 1918, dochter van de erflaatster uit haar eerder huwelijk met Dirk Rus overleden te Berkhout op 25 juli 1871. De berekening van de nalatenschap van de erflaatster is nogal ingewikkeld, vanwege het eerste huwelijk van de aangever met Antje de Geus en een erfenis van zijn ouders Cornelis de Groot en Pietertje Wonder, en vanwege het eerste huwelijk van de erflaatster en een erfenis van haar vader Willem Vader. Zijn huwelijksaanbrengsten worden berekend op 44181,25½, de hare op 107444,13. De waarde van de gemeenschappelijke boedel bij haar overlijden is 81667,76. Vergeleken met beider huwelijksaanbreng levert dit een verlies op van 69957,63½, welk verlies verdeeld wordt in de verhouding der aanbrengsten, wat voor haar neerkomt op 49573,07½. Dit afgetrokken van haar aanbreng geeft 57871,05½. Hiervan krijgt hij vanwege de huwelijksgemeenschap een vierde deel, en van de rest, na aftrek van de begrafeniskosten, komt elk der 3 erfgenamen een derde deel toe, te weten 14308,25. 349
Uit dit huwelijk:
1. Elisabeth, geb. Berkhout 24 juni 1871, volgt XIIab.
XIIa. (van XIa) Aaltje RUS, geb. Harenkarspel 3 febr. 1898, overl. Alkmaar 22 aug. 1973, tr. Willem RUS, geb. St. Maarten 28 maart 1898, timmerman, bij zijn overlijden ruim 30 jaar medewerker bij Fa Jb. Kroon en Co te Oudkarspel, overl. St. Maarten 22 juli 1955, zn van Willem RUS, timmerman, winkelier bij overlijden, en Jannetje BLANKMAN, dienstbode bij huwelijk, winkelierster (na het overlijden van haar man).
Uit dit huwelijk:
1. Jannetje 'Jannie', geb. St. Maarten 1 juni 1923, overl. Wormerveer 21 juli 2007, tr. St. Maarten 11 juli 1945 Hendrik 'Henk' van den BERG, geb. Urk 18 april 1919, overl. Wormer 14 aug. 2003, zn van Jacob van den BERG en Jacobje TIMMERMAN.
2. Simon 'Siem', geb. St. Maarten 31 maart 1925, overl. 26 sept. 1990, tr. Ans AALDERS.
3. Cornelia 'Corry', geb. St. Maarten 15 mei 1926, overl. Barsingerhorn, gecremeerd Schagen (crematorium Schagerkogge) 8 dec. 2008, tr. Nam.
4. Maartje 'Marry', geb. St. Maarten 28 nov. 1927, tr. 29 okt. 1953 Joop van GEMERT.
5. Trijntje 'Tiny', geb. St. Maarten 9 mei 1929, tr. Kees.
6. Aaltje 'Alie', geb. St. Maarten 7 aug. 1930, overl. Alkmaar 19 juli 1951.
7. Hiltje 'Hilly', geb. St. Maarten 2 aug. 1932, tr. Fer.
8. Willy, geb. Stroet, gem. St. Maarten 7 mei 1934, tr. Gerrit Jan AUTSEMA, geb. Middelharnis 15 okt. 1933, overl. Huissen 17 maart 2005.
9. Guurtje 'Guus', geb. St. Maarten 8 mei 1936, tr. Klaas.
10. Reijer 'Rein', geb. Alkmaar 30 mei 1940, gemeente-ambtenaar, tr. Oegstgeest 21 maart 1969 Pieternella Marijke 'Nel' LANDKROON.
XIIb. (van XIa) Jantje RUS, geb. Harenkarspel 21 sept. 1899, overl. Alkmaar (wonende te Broek op Langedijk) 7 sept. 1933, tr. Willem HOPMAN, geb. Broek op Langedijk 29 april 1901, tuinbouwer, zn van Willem HOPMAN, landbouwer, en Aagje DEKKER.
Uit dit huwelijk:
1. Agatha HOPMAN, geb. Broek op Langedijk 29 juni 1930.
XIIc. (van XIa) Reijer RUS, geb. Harenkarspel 30 aug. 1901, landbouwer, tuinbouwer, tr. Adriaantje OTTO, geb. Broek op Langedijk 6 aug. 1901, dr van Martinus OTTO, arbeider, veldarbeider, en Aagje OTTO.
Uit dit huwelijk:
1. Simon, geb. St. Maarten 23 okt. 1928.
2. Martinus, geb. St. Maarten 8 sept. 1930.
3. Cornelia, geb. St. Maarten 24 mei 1934.
XIId. (van XIa) Jan RUS, geb. Harenkarspel 18 okt. 1902, landbouwer, tuinbouwer, overl. Stroet 24 okt. 1986, tr. 14 okt. 1926 Neeltje KEIZER, geb. Broek op Langedijk 1 nov. 1902, overl. St. Maarten 29 april 1991.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelia 'Corrie', geb. St. Maarten 29 jan. 1928, tr. Klaas ERIKS.
2. Hendrika 'Riek', geb. St. Maarten 23 jan. 1931, tr. Jannes LEIJEN.
3. Jan Simon 'Jan', geb. Alkmaar 30 sept. 1934, tr. 14 dec. 1965 Hillie LEIJEN.
4. Nellie E., tr. C. 'Kees' PLOEGER.
XIIe. (van XIa) Martinus RUS, geb. Harenkarspel 18 april 1910, landarbeider, schilder, overl. Den Helder 3 dec. 1985, tr. St. Maarten 24 juli 1936 Neeltje Jaapje 'Nel' VOS, geb. Westmaas 30 nov. 1911, overl. Den Helder 12 okt. 1983.
Uit dit huwelijk:
1. Simon, geb. St. Maarten 1 aug. 1938, overl. Den Helder 6 nov. 2007, tr. 10 juli 1964 Gusta van den BERG, overl. ald. 17 aug. 1993.
2. Adriaan 'André', geb. Den Helder 8 okt. 1941.
3. Martien, tr. 20 april 1972 T. VOS.
XIIf. (van XIa) Simon RUS, geb. Harenkarspel 23 jan. 1915, overl. Schagen 5 okt. 1992, tr. Barsingerhorn 19 jan. 1940 Vogeltje VEENSTRA, geb. Nieuwe Niedorp 29 okt. 1915, overl. Schagen 4 sept. 1988.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelia 'Lia', geb. Schagen 14 aug. 1942.
2. Ibeltje 'Ellie', geb. Wieringermeer 21 maart 1944, overl. Purmerend 23 aug. 1986, tr. Cees BREURE, zn van G.A. BREURE en A. DANE.
3. Simone, tr. 18 sept. 1970 F. VEENSTRA.
XIIg. (van XIb) Dirk RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 23 april 1869, landman, kastelein, caféhouder, overl. Schoorl 14 febr. 1936, tr. Zuid- en Noordschermer 3 mei 1894 Grietje OUD, geb. Graft 13 nov. 1863, overl. Alkmaar 5 april 1944, dr van Maarten OUD, arbeider, en Trijntje KONING.
Uit dit huwelijk:
1. Antje, geb. Schoorl 27 sept. 1895, vertrok op 17 september 1918 van Schoorl naar Schaasberg, overl. Weert 24 maart 1985, tr. Schoorl 20 juni 1918 Hendrik THEUNISSEN, geb. Langweer 10 sept. 1895.
2. Trijntje, geb. Schoorl 28 maart 1898, vertrok op 12 december 1923 naar Wormerveer, overl. Wormerveer 10 april 1979, tr. Schoorl 6 dec. 1923 Cornelis KUIJPER, geb. Wormer 17 jan. 1896, meubelmaker, overl. Wormerveer 20 maart 1953.
3. Pieter, geb. Schoorl 12 dec. 1901, overl. ald. 17 okt. 1922.
XIIh. (van XIc) Cornelis RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 24 dec. 1853, landman, winkelier (vanaf 1881, in 1907 te Schermerhorn), herbergier, kastelein, kruidenier, overl. St. Pancras 24 mei 1927, tr. Schermerhorn 24 april 1881 Anna Maria KLUFT, geb. ald. 10 dec. 1856, overl. St. Pancras 5 mei 1927, dr van Jan KLUFT, winkelier, en Grietje BRUNTINK.
Op 9 september 1927 wordt de nalatenschap aangegeven van Cornelis Rus, overleden te Sint Pancras op 24 mei 1927. De aangevers zijn: (1) Dirk Bruin Janszoon timmerman te Sint Pancras in gemeenschap van goederen gehuwd met Dieuwertje Rus, (2) Cornelis de Jager bloembollenkweker te Heiloo op voormelde wijze gehuwd met Grietje Rus, (3) Cornelis Koning smid te Broek op Langedijk op voormelde wijze gehuwd met Joanna Petronella Rus, (4) Jan Rus brood- en banketbakker te Heiloo, (5) Dirk Rus tuinier te Alkmaar, (6) Hendrik Jonker slager te Sint Pancras op voormelde wijze gehuwd met Anna Geertruida Rus. Zij verklaren ieder voor 1/6 gerechtigd te zijn nalatenschap, als de kinderen uit zijn huwelijk met Anna Maria Kluft (overleden te Sint Pancras op 5 mei 1927). Onder de baten vallen o.a. een huis, erf en tuin te Sint Pancras, kadastraal A2220, groot 6 a, waard 300, en vorderingen, o.a. op bovengenoemde H. Jonker 4000, D. Rus 500. Het zuivere saldo is 6759,20. 350
Uit dit huwelijk:
1. Dieuwertje, geb. Schermerhorn 9 okt. 1881, huishoudster (bij huwelijk), overl. St. Pancras 31 juli 1949, tr. ald. 13 febr. 1919 Dirk BRUIN, geb. ald. 18 jan. 1887, timmerman, zn van Jan BRUIN, schuitemaker, en Neeltje MADDEROM, wedn. van Hendrika IJFS.
2. Grietje, geb. Schermerhorn 14 april 1883, overl. Heiloo 22 nov. 1969, tr. Schermerhorn 10 jan. 1907 Cornelis de JAGER, geb. Heiloo 14 jan. 1883, bloembollenkweker, tuinman, bloemist, overl. Schermerhorn 3 febr. 1963, zn van Pieter de JAGER, bloembollenkweker, en Guurtje KRIJGSMAN.
3. Johanna Petronella, geb. Schermerhorn 15 sept. 1885, overl. Heiloo 18 juni 1956, tr. Schermerhorn 25 april 1906 Cornelis KONING, geb. Heiloo 17 okt. 1883, smid, overl. ald. 18 aug. 1960, zn van Jan KONING en Neeltje de GROOT, winkelierster.
4. Geertje, geb. Schermerhorn 27 febr. 1887, overl. ald. 29 sept. 1887.
5. Jan, geb. Schermerhorn 24 maart 1888, broodbakker te Heiloo, overl. ald. 24 mei 1953, tr. ald. 27 jan. 1911 Aaltje ZWARTJES, geb. Den Helder 2 okt. 1886, overl. Alkmaar 16 nov. 1964, dr van Pieter ZWARTJES en Fijtje de VRIES.
6. Dirk, geb. Schermerhorn 29 sept. 1891, tuinier, tuinman, keurmeester Coöp. Veilingsvereniging Alkmaar en Omstreken G.A., overl. Alkmaar 30 aug. 1964, tr. Schermerhorn 22 maart 1917 Antje van 't HOF, geb. Jisp 24 nov. 1894, overl. Alkmaar 20 maart 1974, dr van Jan van 't HOF, veehouder, en Aagje KRAMER.
7. Pieter, geb. Schermerhorn 4 mei 1894, overl. ald. 4 juli 1895.
8. Anna Geertruida, geb. Schermerhorn 28 mei 1897, overl. St. Pancras 6 maart 1972, tr. Schermerhorn 31 okt. 1923 Hendrik JONKER, geb. Doornspijk 14 okt. 1897, slager, overl. Alkmaar 7 nov. 1953.
9. Pieter, geb. Schermerhorn 6 nov. 1898, overl. ald. 8 sept. 1899.
10. Catharina Maria, geb. Schermerhorn 20 mei 1901, overl. Heiloo 27 mei 1901.
XIIi. (van XIc) Trijntje RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 6 aug. 1855, overl. Alkmaar 20 mei 1953, tr. Zuid- en Noordschermer 22 april 1877 Willem SCHERMERHORN, geb. Akersloot 10 juli 1851, landman, melkventer te Heiloo, overl. ald. 26 juli 1936, zn van Willem SCHERMERHORN en Neeltje VADER.
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje SCHERMERHORN, geb. Schagen 22 mei 1878, in Heiloo op 22 augustus 1899 uitgeschreven wegens vertrek naar Zijpe, tr. Heiloo 17 aug. 1899 Andries Lambertus ZUIDSCHERWOUDE, geb. Zijpe 9 april 1876, koopman, zn van Cornelis ZUIDSCHERWOUDE en Aagje DEKKER.
XIIj. (van XIc) Jan RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 22 sept. 1857, landman, veehouder, kastelein, arbeider (bij overlijden), overl. Groot-Schermer, gem. Zuid- en Noordschermer 18 juli 1904, tr. Akersloot 27 april 1884 Krijntje KALVERBOER, geb. ald. (in de Schermeer aan de Zuidervaart) 1 sept. 1863, naaister (bij overlijden), overl. Groot-Schermer, gem. Zuid- en Noordschermer 3 sept. 1922, dr van Jacob KALVERBOER, landman, en Neeltje LAKEMAN.
Op 7 februari 1905 wordt aangifte gedaan van de nalatenschap van Jan Rus, laatst gewoond hebbende te Groot Schermer gemeente Zuid- en Noordschermer, aldaar overleden op 18 juli 1904, door zijn weduwe Krijntje Kalverboer als voogdes van hun nog minderjarige kinderen Neeltje en Jan Rus. De nalatenschap bestaat uit de helft van de gemeenschappelijke boedel bestaande uit een huis, schuur en erf, kadastraal D904, groot 3 a 30 ca, geschat op 950,-, de inboedel geschat op 436,50, en gereed geld 8,83; de helft hiervan is 697,66½. 351
Op 9 mei 1923 wordt de nalatenschap aangegeven van Krijntje Kalverboer, overleden op 1 september 1922 te Groot-Schermer gemeente Zuid- en Noordschermer, weduwe van Jan Rus. De aangevers zijn haar 2 kinderen en erfgenamen, nl. Jan Rus, timmerman en aannemer te Heiloo, en Jacob Heinis, houthandelaar te Groot-Schermer gemeente Zuid- en Noordschermer, als in gemeenschap van goederen gehuwd met Neeltje Rus. Het actief van de nalatenschap bedraagt 7871,87, waaronder een huis en erf te Groot-Schermer gemeente Zuid- en Noordschermer, kadastraal G420, groot 163 a, waard 1400, het passief 552,33. 352
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje, geb. Zuid- en Noordschermer 16 febr. 1885, overl. Baarn 27 jan. 1963, tr. Zuid- en Noordschermer 22 juni 1916 Jacob HEINIS, geb. Oterleek 29 okt. 1874, houthandelaar, overl. Groot-Schermer 17 dec. 1957, zn van Klaas HEINIS, arbeider, en Neeltje STEKELBOS.
2. Jan, geb. Graft 14 mei 1887, timmerman, aannemer, op 27 april 1894 ingeschreven in Heiloo vanuit Alkmaar samen met zijn grootmoeder Dieuwertje Rus geb. van der Oord, overl. Heerhugowaard 25 mei 1975, tr. 1° Heiloo 3 dec. 1908, echtscheiding 12 april 1945 (bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar) Clara Maria HOOGLAND, geb. ald. 1 juli 1889, overl. ald. 30 nov. 1952, dr van Jakob HOOGLAND, schilder, en Geertruida van STEEG, tr. 2° Heiloo 30 juni 1945 Johanna KLOMPS, geb. Deventer 18 okt. 1902.
XIIk. (van XIc) Jacob RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 11 april 1859, landman, watermolenaar te Graft, landbouwer, overl. Alkmaar 12 maart 1939, tr. Zuid- en Noordschermer 26 april 1885 Trijntje WIEDIJK, geb. ald. 8 juli 1863, overl. Heiloo 7 maart 1937, dr van Frederik WIEDIJK, landman, en Trijntje HEINIS.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Cornelis, geb. Schermeer, gem. Graft 20 mei 1886, overl. Graft 21 juni 1886.
2. Trijntje, geb. Schermeer, gem. Graft 29 april 1888, assistent in de linnenkamer van het Stadsziekenhuis, overl. Alkmaar 14 maart 1973, tr. Zuid- en Noordschermer 6 okt. 1907 Pieter HOOGLAND, geb. ald. 16 sept. 1880, veehandelaar, bij overlijden assistent in het stadsziekenhuis, koopman, overl. Alkmaar 10 nov. 1928, zn van Jan HOOGLAND, veehandelaar, en Reinouwtje LAKEMAN.
3. Jan Cornelis, geb. Schermeer, gem. Graft 14 mei 1894, landbouwer, veehouder, overl. Alkmaar 9 okt. 1974, tr. Zuid- en Noordschermer 24 april 1919 Aaltje MEIJER, geb. Wijk aan Zee en Duin 15 okt. 1893, overl. Alkmaar 1 sept. 1970, dr van Jacob MEIJER, landbouwer, en Neeltje JONGEJANS.
XIIl. (van XIc) Maartje RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 20 okt. 1863, overl. Heiloo 10 april 1921, tr. Zuid- en Noordschermer 27 aug. 1891 Wijbrand SPAAN, geb. St. Pancras 24 okt. 1852, veehouder, overl. Heiloo 14 sept. 1924, zn van Cornelis SPAAN en Neeltje van der OORD, wedn. van Maartje GOOTJES.
Op 15 november 1921 wordt aangifte gedaan van de nalatenschap van Maartje Rus, overleden te Heiloo op 10 april 1921. De aangevers zijn Wijbrand Spaan particulier te Heiloo en Jan Spaan landman te Zuid- en Noordschermer. Zij was gehuwd met Wijbrand Spaan, aan wie zij bij testament op 17 augustus 1891 voor notaris Pieter Adrianus de Gelder te Oterleek haar nalatenschap vermaakt heeft, met voor haar zoon zijn wettelijk erfdeel. Aan Maartje Rus was bij akte van scheiding op 25 mei 1907 voor dezelfde notaris uit de nalatenschap van haar moeder Dieuwertje van der Oord, in leven weduwe van Jan Rus Corneliszoon, een vordering van 2000 ten laste van haar echtgenoot toebedeeld, onder verplichting om wegens overbedeling aan een der mededeelgenoten 207,08 uit te keren, terwijl bovendien op 1 januari 1909 de erflaatster uit de nalatenschap van haar moeder nog 310 verkregen heeft. De zuivere nalatenschap bedraagt 5187,20, waarvan ieder der aangevers de helft krijgt. Er volgt nog een uitgebreide suppletoire successiememorie door Wijbrand Spaan vanwege de nalatenschap van zijn moeder Neeltje van der Oord waaruit schulden van hem blijken aan zijn kinderen en aan zijn vader Cornelis Spaan, en na zijn vaders overlijden, wiens nalatenschap negatief was, aan zijn zuster Elisabeth. Nu is er voor de nalatenschap van Maartje Rus een negatief saldo van 6050,98. 353
Op 14 april 1925 wordt de nalatenschap aangegeven van Wijbrand Spaan, overleden te Heiloo op 14 september 1924, eerst weduwnaar van Maartje Gootjes, daarna van Maartje Rus. De aangevers zijn: (1) Cornelis Spaan Wijbrandsz, landbouwer te Koedijk, ook als lasthebber van Pieter Spaan, landbouwer te Sheridon, USA, en Jacob Wagenaar, landbouwer te Montagnac La Crempse (Frankrijk), in gemeenschap van goedere gehuwd met Elisabeth Spaan, (2) Willem Stroomer, hotelhouder te Bergen aan Zee, in gemeenschap van goederen gehuwd met Neeltje Spaan, (3) Johannes Jacobuszoon Gutker, landman te Warmenhuizen, in gemeenschap van goederen gehuwd met Maartje Spaan, (4) Jacob Spaan, landman in Zuid- en Noordschermer, (5) Jan Spaan. landman te Heiloo. Bij zijn eerste vrouw had de erflater 6 kinderen en bij zijn tweede één kind, als hiervoor genoemd. Het actief bedraagt 49760,39, waaronder een huis, erf, schuur, weiland en tuin te Zuid- en Noordschermer, kadastraal B nrs 26, 27, 28, 30, 30a, 31 en 304, samen groot 10.43.70 ha, met als opbrengst 27082,45, en een huis, erf en tuin te Heiloo, kadastraal B nrs 640 en 828, groot 2.84 a, met als opbrengst 5320. Het passief bedraagt 18686,135, waaronder een schuld van 1000 aan Jan Rus, timmerman en aannemer te Heiloo. De zuivere nalatenschap bedraagt 31074,255, waarin iedere erfgenaam met 1/7 competeert, d.w.z. 4439,18. 354
Uit dit huwelijk:
1. Jan SPAAN, geb. Zuid- en Noordschermer 10 sept. 1893, landbouwer, veehouder, in mei 1923 met vrouw en zoon in Zuid- en Noordschermer uitgeschreven naar Heiloo, tr. Zuid- en Noordschermer 31 okt. 1918 Neeltje RUS, geb. ald. 9 mei 1895, overl. Heiloo 6 okt. 1965, dr van Cornelis RUS, arbeider tot 1896, winkelier vanaf 1896, veehouder, en Neeltje RENSES.
XIIm. (van XIe) Dirk RUS, geb. Schermerhorn 20 jan. 1863, bakker, overl. Amsterdam 13 febr. 1899, tr. Schermerhorn 28 april 1889 Grietje VOERMAN, geb. ald. 13 maart 1864, dr van Eijse VOERMAN, gemeente-ontvanger, en Grietje ROL.
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje, geb. Alkmaar 18 aug. 1892, overl. Amsterdam 14 aug. 1955.
2. Margaretha Anna, geb. Amsterdam 6 sept. 1897.
XIIn. (van XIe) Aaltje RUS, geb. Schermerhorn 26 juli 1873, overl. Amsterdam 11 okt. 1951, tr. Alkmaar 13 maart 1901 Simon PLUIMGRAAFF, geb. St. Pancras 15 juni 1875, leraar boekhouden, overl. Amsterdam 8 mei 1951, zn van Klaas PLUIMGRAAFF en Adriana van DUIJN.
Uit dit huwelijk:
1. Adriana Neeltje PLUIMGRAAFF, geb. Alkmaar 5 okt. 1901.
XIIo. (van XIh) Cornelis RUS, geb. Graft 13 okt. 1871, arbeider tot 1896, winkelier vanaf 1896, veehouder, overl. Zuid- en Noordschermer 4 juli 1934, tr. ald. 14 juli 1894 Neeltje RENSES, geb. Graft 26 okt. 1867, overl. Groot-Schermer, gem. Zuid- en Noordschermer 18 jan. 1925, dr van Jan RENSES, landman, en Maartje BLOKKER.
Op 10 oktober 1925 wordt de nalatenschap aangegeven van Neeltje Renses, overleden te Groot-Schermer op 18 januari 1925, echtgenote van Cornelis Rus. De aangevers zijn: (1) Cornelis Rus, veehouder te Groot-Schermer, (2) Jan Spaan Wijbrandszoon, veehouder te Heiloo, als in gemeenschap van goederen gehuwd met Neeltje Rus, (3) Volkerts Visser, smid te Purmerend, als in gemeenschap van goederen gehuwd met Maartje Rus. Haar erfgenamen zijn haar man en haar 2 kinderen, als hiervoor vermeld, ieder voor een derde. De baten van de gemeenschappelijke boedel bedrage 5301,97, waaronder een huis en erf te Groot-Schermer gemeente Zuid- en Noordschermer, kadastraal D1734, groot 7 a 10 ca, en een perceel bouwland te Zuid- en Noordschermer, kadastraal D1439, groot 19 a 80 ca, tezamen geschat op 2100. De schulden bedragen 2301,42. De kosten van de begrafenis zijn 170 waartoe uit een begrafenisfonds 140 is ontvangen. Het zuivere saldo van de nalatenschap bedraagt 1460,27. 355
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje, geb. Zuid- en Noordschermer 9 mei 1895, overl. Heiloo 6 okt. 1965, tr. Zuid- en Noordschermer 31 okt. 1918 Jan SPAAN, geb. ald. 10 sept. 1893, landbouwer, veehouder, in mei 1923 met vrouw en zoon in Zuid- en Noordschermer uitgeschreven naar Heiloo, zn van Wijbrand SPAAN, veehouder, en Maartje RUS.
2. Maartje, geb. Zuid- en Noordschermer 1 dec. 1896, overl. Purmerend 25 dec. 1967, tr. Zuid- en Noordschermer 24 dec. 1919 Volkert VISSER, geb. Graft 26 dec. 1895, smid, overl. Purmerend 19 juni 1955, zn van Volkert VISSER, smid, en Maartje HEIJN.
3. Antje, geb. Zuid- en Noordschermer 11 dec. 1900, overl. ald. 25 juni 1901.
XIIp. (van XIh) Guurtje RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 29 juni 1873, overl. Wormerveer 20 febr. 1945, tr. Zuid- en Noordschermer 13 mei 1894 Jacob SLOOTEN, geb. ald. 2 april 1871, verver, overl. Wormerveer 13 maart 1944, zn van Willem SLOOTEN, verver, en Guurtje KREB.
Uit dit huwelijk:
1. Guurtje SLOOTEN, geb. Wormerveer 6 maart 1896.
2. Neeltje SLOOTEN, geb. Wormerveer 13 mei 1898, tr. ald. 15 okt. 1924 Jan Willem van der LAAN, geb. ca. 1903, linoleumbewerker, zn van Andreas van der LAAN, fabrieksarbeider, en Sijdina Hendrika WAAL.
3. Willem Arie SLOOTEN, geb. Wormerveer 15 april 1900, arbeider, broodbakker, op 17 juni 1922 in Assendelft uitgeschreven naar Wormerveer, aangifte van overlijden Wormerveer 9 april 1960, tr. Assendelft 28 mei 1921 Geertje BLEEKER, geb. ald. 13 jan. 1901, dr van Jan BLEEKER en Gerritje BAS.
4. Jacob Gerardus SLOOTEN, geb. Wormerveer 6 jan. 1906, kantoorbediende.
5. Maria Catharina SLOOTEN, geb. Wormerveer 22 aug. 1914.
XIIq. (van XIh) Pieter RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 1 jan. 1877, broodbakker, beschuitbakker (bij overlijden), overl. Zaandam 8 aug. 1924, tr. ald. 19 mei 1901, echtscheiding Haarlem 28 sept. 1920 (vonnis van de arrondissementsrechtbank) Aagje PEL, geb. Koog aan de Zaan 13 jan. 1879, dr van Jan PEL, zakkenplakker, en Adriaantje GROOT.
Uit dit huwelijk:
1. Arie Jan, geb. Broek in Waterland 10 okt. 1901, adjudant vliegtuigmaker der Koninklijke Marine, op 7 juni 1920 in Zaandam uitgeschreven naar vliegkamp de Mok in Den Helder, overl. Den Helder 8 febr. 1984, tr. Johanna Wilhelmina HEVEL, geb. Amsterdam 18 nov. 1901, overl. Den Helder 9 juli 1990, dr van Meerten HEVEL en Wilhelmina SMIT, wed. van Arend Andreas KRAEMER.
2. Adriaantje, geb. Broek in Waterland 24 febr. 1904.
XIIr. (van XIh) Trijntje RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 10 okt. 1878, overl. Avenhorn 2 mei 1944, tr. ald. 1 april 1900 Jan de REUS, geb. Grosthuizen, gem. Avenhorn 17 nov. 1875, landbouwer, arbeider, boerenknecht, overl. Alkmaar 28 febr. 1958, zn van Hendrik de REUS, arbeider, landbouwer, en Antje LIETS.
Uit dit huwelijk:
1. Anna de REUS, geb. Grosthuizen, gem. Avenhorn 27 dec. 1901.
2. Hendrik de REUS, geb. Grosthuizen, gem. Avenhorn 26 jan. 1913, tuinder, overl. Alkmaar 23 sept. 1958, tr. Middelie 27 febr. 1941 Maretje KLOK, Rode-Kruishulp, dr van Pieter KLOK, boer, en Neeltje PLAS.
XIIs. (van XIh) Maartje RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 13 juni 1883, overl. Groot-Schermer, gem. Zuid- en Noordschermer 29 april 1946, tr. Zuid- en Noordschermer 12 febr. 1905 Pieter WIEDIJK, geb. ald. 31 jan. 1880, veehouder, zn van Gerrit WIEDIJK en Trijntje SCHRAM.
Uit dit huwelijk:
1. Neeltje WIEDIJK, geb. Zuid- en Noordschermer 24 okt. 1907, tr. P. KOOY.
2. Gerrit WIEDIJK, geb. Zuid- en Noordschermer 24 april 1909, tr. J. KONING.
3. Trijntje WIEDIJK, geb. Zuid- en Noordschermer 28 jan. 1911, tr. C. KOSSEN.
4. Antje WIEDIJK, geb. Zuid- en Noordschermer 9 jan. 1915, overl. ald. 21 juni 1915.
5. Maartje WIEDIJK, geb. Zuid- en Noordschermer 31 okt. 1917, tr. J. OOSTERWIJK.
XIIt. (van XIh) Maria RUS, geb. Zuid- en Noordschermer 21 okt. 1884, overl. ald. 13 aug. 1950, tr. ald. 29 april 1906 Simon KAAIJ, geb. Zuid- en Noordschermer 4 sept. 1882, arbeider, zn van Gerrit KAAIJ, veehouder, en Aagje KRIEK.
Uit dit huwelijk:
1. Aagje KAAIJ, geb. Zuid- en Noordschermer 22 sept. 1906.
2. Neeltje KAAIJ, geb. Zuid- en Noordschermer 21 okt. 1908.
XIIu. (van XIi) Elisabeth RUS, geb. Bergen (N.-H.) 21 juni 1873, overl. Alkmaar 9 nov. 1954, tr. Haarlem 19 april 1899 Frans VERGAAIJ, geb. Alkmaar 2 april 1872, schipper, beurtschipper, overl. ald. 6 dec. 1961, zn van Frans VERGAAIJ, schipper, en Elisabeth van OOSTENBRUGGE.
Uit dit huwelijk:
1. Elisabeth VERGAAIJ, geb. Alkmaar 26 mei 1900, kantoorbediende.
2. Catharina Francisca VERGAAIJ, geb. Alkmaar 12 jan. 1904, kantoorbediende.
XIIv. (van XIi) Jacob RUS, geb. Bergen (N.-H.) 1 maart 1876, op 10 januari 1896 in Alkmaar uitgeschreven naar Nunspeet, tr. Anna SOESTWÄHNER, overl. Lünen (Duitsland) 1968 of 1969, die hertr. met Heinrich RÖMER.
Uit dit huwelijk:
1. Heinrich Jacob, geb. Brechten (Duitsland) 20 nov. 1907, op 15 juli 1917 uit Duitsland ingeschreven in Alkmaar bij Frans Vergaaij en Elisabeth Rus op Luttik Oudorp (later ambtshalve uitgeschreven).
2. Bernhard, geb. Eving thans Lünen-Brambauer (Duitsland) 1 april 1911, kapper, fabrieksarbeider, machinehoutwerker, verbleef vanaf 15 september 1917 vanuit Duitsland enige tijd in het gezin van Frans Vergaaij en Elisabeth Rus evenals zijn broer Heinrich Jacob Rus, overl. Heerhugowaard 5 juni 1988, tr. Alkmaar 23 nov. 1938 Hiltje OTTEN, geb. Gaasterland 13 jan. 1913, overl. Alkmaar 3 sept. 1992.
3. Peter.
XIIw. (van XIi) Wijbrand RUS, Ridder in de orde van Oranje-Nassau, geb. Bergen (N.-H.) 26 okt. 1879, bankwerker te Haarlem, smid (bij huwelijk), controleur arbeidsinspectie, overl. ald. 2 dec. 1941, tr. Schooten 11 sept. 1908 Dirkje Cornelia KEIJ, geb. Culemborg 10 jan. 1886, dienstbode (bij huwelijk), overl. Haarlem 9 mei 1966, dr van Klaas KEIJ, houtwerker, en Janna KOEDAM.
Uit dit huwelijk:
1. Ir Pieter Cornelis, geb. Schoten 6 sept. 1909, werktuigbouwkundige, inspecteur arbeidsinspectie, districtshoofd arbeidsinspectie, overl. Rotterdam 9 maart 1979, tr. Bloemendaal 6 juli 1944 Maria Catharina POSTEMA, geb. Soerabaja 16 aug. 1917, overl. Bloemendaal 3 april 1999.
2. Janna Johanna, geb. Schooten 11 maart 1912, verpleegster te Medan, Sumatra (Indonesië), overl. Rantau Prapat, Sumatra (in een Japans interneringskamp) 4 okt. 1945.
XIIx. (van XIi) Cornelis RUS, geb. Bergen (N.-H.) 17 jan. 1881, vleeshouwer, slager, vanaf 1921 chauffeur te Amsterdam, kwam met zijn gezin op 17 november 1909 in Amsterdam vanuit Baarn, vertrok op 15 mei 1911 van Amsterdam naar Alkmaar, kwam op 18 januari 1912 vanuit Alkmaar in Hoorn vanwaar hij op 2 november 1914 vertrok naar Sloten (N.-H.), overl. Amsterdam 5 okt. 1972, tr. 1° ald. 11 okt. 1906 Janette Maria KRUISBRINK, geb. Bloemendaal 24 okt. 1876, overl. Amsterdam 24 okt. 1918, dr van Jacobus Petrus KRUISBRINK en Johanna Maria SCHIMMEL, tr. 2° Sloten (N.-H.) 25 aug. 1920 Jeichiena Jantina STEL, geb. Wildervank 4 dec. 1891, overl. Amsterdam 13 juli 1979.
Uit het eerste huwelijk:
1. Pieter, geb. Baarn 4 juli 1907, taxichauffeur, tr. Sloterdijk, gem. Amsterdam 10 juli 1930 Theresia Maria Divera HAGENS, geb. Amsterdam 9 april 1913, overl. 17 nov. 2009, dr van Willem Christiaan HAGENS, telefoonchef, en Theresia Maria SEVERIJN.
2. Jacobus Petrus, geb. Baarn 7 maart 1909, overl. Alkmaar 27 juni 1989, tr. 30 aug. 1934 Maria Frederika HARMS, geb. Sloten (N.-H.) 24 febr. 1915, overl. Amsterdam 29 dec. 1993.
3. Cornelis, geb. Hoorn 30 okt. 1913, tr. 19 mei 1942 A.A. MOBRON.
Uit het tweede huwelijk:
1. Alida Elisabeth, geb. Amsterdam 18 sept. 1921.
2. Elisabeth Jeannette, geb. Amsterdam 29 jan. 1923, tr. 14 mei 1952 R.W. BORRIUS.
3. Hendrik Pieter, geb. Amsterdam 20 aug. 1927, overl. Julianadorp 18 juni 2001, gecremeerd Schagen (crematorium Schagerkogge) 22 juni 2001.
XIIy. (van XIj) Pieter RUS, geb. Schermeer, gem. Oterleek 25 dec. 1865, onderwijzer, kwam op 16 december 1884 in Egmond aan Zee vanuit Alkmaar en ging op 30 september 1892 naar Amsterdam, overl. Amsterdam 1 okt. 1920, tr. Egmond aan Zee 22 sept. 1898 Alida Catharina CONIJN, geb. Egmond-Binnen 30 maart 1867, overl. Amsterdam 2 okt. 1936, dr van Jacobus CONIJN en Elizebeth de JONGH.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Jacobus RUS, Officier in de Orde van Oranje-Nassau, geb. Amsterdam 19 dec. 1899, surnumerair grondbelasting, belastinginspecteur, overl. 's-Gravenhage 15 sept. 1967, tr. Fokje WIJNGAARD.
Bij overlijden van Jan Jacobus Rus was hij bestuurslid van de Stichting Haagse Hervormde Kindertehuizen, de Vereniging Kinderzorg in de classes 's-Gravenhage en Delft, en de Prot. Stichting Haagse Kinderdagverblijven, en administrerend diaken der Hervormde Gemeente 's-Gravenhage en haar instellingen.
2. Elisabeth Geertruida, geb. Amsterdam 20 aug. 1906, op 18 juni 1937 in Hilversum uitgeschreven naar Amersfoort, overl. Leusden 23 sept. 1947, tr. Hilversum 12 juni 1937 Arnoldus Franciscus Cornelis NIEUWENHUYSEN.
XIIz. (van XIj) Dirk RUS, geb. Oterleek 4 april 1871, landbouwer, veehouder, op 3 mei 1911 met zijn gezin ingeschreven in Schermerhorn uit Beemster, overl. Schermerhorn 25 maart 1929, tr. ald. 25 april 1901 Grietje HARTOG, geb. Beemster 2 mei 1876, overl. 7 juli 1964, dr van Willem HARTOG, veehouder, en Stijntje van der HORST.
Uit dit huwelijk:
1. Catharina Geertruida, geb. Beemster 2 mei 1902, overl. Schagen 23 aug. 1998, tr. 1° Pieter MOERBEEK, tr. 2° Pieter HOOGSCHAGEN.
2. Wilhelmina, geb. Beemster 11 april 1904, overl. Alkmaar 13 mei 1999, tr. Pieter LOS.
3. Geertje, geb. Beemster 27 juni 1906, hoofd van de Schaepmanschool te Alkmaar, overl. Alkmaar 18 dec. 1998.
4. Stijntje, geb. Beemster 4 juli 1908, overl. Twello 25 april 1986, tr. Alkmaar 6 jan. 1937 Willem PURMER, hoofdwerktuigkundige der KPM, overl. Twello 31 jan. 1994.
5. Johanna, geb. Schermerhorn 20 nov. 1910, tr. Alkmaar 15 jan. 1936 Jelle SIXMA, overl. Leeuwarden 21 nov. 1961.
6. Cornelia, geb. Schermerhorn 29 jan. 1919, tr. Alkmaar 4 dec. 1940 H.F.K. SCHOENMAKERS.
XIIaa. (van XIj) Elizabeth RUS, geb. Oterleek 10 febr. 1873, vroedvrouw, overl. Haarlem 29 mei 1926, tr. Amsterdam 22 maart 1906 Carel Alexander WAGENER, geb. ald. 7 april 1870, schilder, overl. Haarlem 21 juli 1928, zn van Christiaan Hendrik Johan WAGENER en Catharina Maria BEUKERS, gescheiden echtgenoot van Johanna Gerardina HAVERKAMP.
Uit dit huwelijk:
1. Maria Elisabeth WAGENER, geb. Amsterdam 26 april 1908.
XIIab. (van XIk) Elisabeth RUS, geb. Berkhout 24 juni 1871, overl. Alkmaar 26 april 1918, tr. Oterleek 16 jan. 1898 Henricus ZIJP, geb. Beemster 8 nov. 1868, veehouder, landbouwer, overl. ald. 15 sept. 1934, zn van Klaas ZIJP en Aaltje KLOOSTER, wedn. van Antje ZIJP.
Op 24 augustus 1921 verklaren Cornelis Groot Cornelisz, particulier te Alkmaar, en Henricus Zijp, landbouwer te Beemster, dat zij met de na te noemen Willem en Cornelis Groot bij akte van 24 augustus 1921 bij notaris J. van der Veen te Alkmaar hebben gedeeld de gemeenschap van goederen waarin de eerste comparant is gehuwd geweest met wijlen Maartje Vader gewoond hebbende te Alkmaar en aldaar overleden op 5 mei 1920, beiden in tweede echt, en de daarin vervatte nalatenschap der erflaatster die als ab intestato naliet haar zoons Willem en Cornelis Groot, geboren uit haar gezegde tweede huwelijk, en de minderjarige Klaas Zijp bij representatie van zijn moeder Elisabeth Rus geboren uit het huwelijk van de erflaatster met wijlen Dirk Rus, ieder voor 1/3, en dat zij met de genoemde heren Groot bij die scheiding om hen moverende redenen zijn overeengekomen het aandeel van de minderjarige, hetwelk was berekend op de geldelijke waarde van 14320,305, te verhogen met een bedrag van 6022,48, en met deze verhoging naar evenredigheid ieders aandeel te verminderen. Weshalve van de bevoordeling van 3446,54 door de eerste comparant aan genoemde minderjarige aangifte geschiedt. 356
Uit dit huwelijk:
1. Klaas ZIJP.
Noten
AWFG = Archiefdienst Westfriese Gemeenten te Hoorn
CBG = Centraal Bureau voor Genealogie te Den Haag
GAA = Gemeente/Stadsarchief Amsterdam
NA = Nationaal Archief te Den Haag
NHA = Noord-Hollands Archief te Haarlem
RAA = Regionaal Archief Alkmaar
WFF = Westfriese Families
ZSA = Zaans Streekarchief/Gemeentearchief Zaanstad, te Koog a/d Zaan
1. RAA ORA Oudkarspel 6076 fol. 76, 9 mei 1600: belend de erven Cornelis Reijersz Rus.
2. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 774b (Verpachting van vroonlanden op 22 april 1574), fol. 2v.
3. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Rekeningen) 1234, fol. 4.
4. RAA ORA Alkmaar 133 fol. 228, 10 mei 1589.
5. RAA ORA Alkmaar 312 (Schuldbekentenissen) fol. 224, 17 aug. 1592.
6. RAA NA Alkmaar 9 (notaris Henrick Dijrcxz van Seevanck) fol. 60v, 28 juli 1594.
7. RAA ORA Oudkarspel 6055 blz. 3, 25 maart 1597.
8. RAA ORA Oudkarspel 6076 (Weesboek), fol. 10v 26 april 1592, fol. 13v 18 mei 1593, fol. 16v 8 mei 1594, fol. 18 25 juni 1595, fol. 24 19 maart 1596.
9. RAA J.P. Geus, Schouten, secretarissen, schepenen en weesmeesters te Koedijk, 1580-1811, Capelle a/d IJssel 1984.
10. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 97v, 12 jan. 1597.
11. RAA ORA Koedijk 6218 blz. 67, 20 jan. 1593.
12. RAA ORA Koedijk 6218, blz. 68 17 jan. 1593, blz. 78 1594.
13. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 775b, No. 17, 23, 73, 78.
14. RAA ORA Koedijk 6218, blz. 82 1595, fol. 117v 8 mei 1600, fol. 125v 1 juni 1601, fol. 149 14 dec. 1606, fol. 176 21 juni 1620.
15. RAA ORA Koedijk 6218, blz. 88 1596, fol. 101 12 febr. 1597, fol. 108 14 mei 1598, 119v-A en 120, 28 sept. 1600.
16. RAA NA Alkmaar 32 (notaris Huijbert Jacobsz van der Lijn) fol. 93, 21 april 1599.
17. RAA ORA Koedijk 6218, fol. 119 29 juni 1600, fol. 148 [2 nov.?] 1606.
18. RAA NA Alkmaar 10 (notaris Henrick Dijrcxz van Seevanck) fol. 5, 9 nov. 1602.
19. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 147, 2 juni 1605.
20. RAA NA Alkmaar 34, fol. 219 24 april 1604, fol. 260 25 sept. 1604, 37 fol. 251v, 21 sept. 1611, 38 fol. 99v, 10 juni 1614, 40 fol. 31v, 4 dec. 1619.
21. NA Hof van Holland 2196 (Dingtalen), 30 jan. 1612.
22. RAA NA Alkmaar 55 fol. 224, 24 juni 1623.
23. RAA ORA Alkmaar 150 fol. 51v, 24 jan. 1636.
24. RAA NA Alkmaar 58 (notaris Jacob Cornelisz van der Gheest) fol. 121v, 9 mei 1629.
25. RAA ORA Koedijk 6218 2e stuk blz. 87, 15 jan. 1643.
26. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 775g (Verhuur van vroonlanden in 1614) No. 55, fol. 32.
27. RAA OA Oudkarspel 102 (Verponding van 1615) fol. 56v, 106 (Verponding van 1638 en 1649).
28. RAA ORA Oudkarspel 6057, blz. 118 23 juni 1660, blz. 342 11 maart 1661.
29. RAA ORA Oudkarspel 6057 blz. 382, 27 jan. 1662.
30. RAA OA Oudkarspel 102 (Verpondingsboek van 1615) fol. 56v, 103 (Verpondingsboek van 1627), 104 (Verpondingsboek van 1630 [vermoedelijk omstreeks 1655]), fol. 26, fol. 44v, fol. 49v, fol. 50v, fol. 52v.
31. RAA ORA Koedijk 6220 1e stuk blz. 108, 28 sept. 1664.
32. RAA ORA Oudkarspel 6057 blz. 206, 9 mei 1656.
33. RAA NA Alkmaar 260 (notaris Cornelis Kessel) fol. 4, 17 jan. 1662.
34. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk, blz. 196 22 juni 1664, blz. 163 10 jan. 1664.
35. RAA ORA Koedijk 6234 (Diverse schepenakten) fol. 53, 29 jan. 1672.
36. RAA OA Koedijk 21 fol. 23v, 27 nov. 1680.
37. RAA ORA Koedijk 6221 blz. 109, 12 jan. 1679.
38. RAA ONA Warmenhuizen 5138 (notaris Adriaen Jansz Glas) akte 274, 19 mei 1700.
39. RAA OA Koedijk 20a blz. 93, 1 maart 1703.
40. RAA ORA 6214 (Schepenrol) 3 mei 1663, opvolging van Gerret Jansen Rus als voogd van Aef Jans [Breelant].
41. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 775g (Verhuur van vroonlanden in 1614), No. 59, fol. 33.
42. RAA NA Alkmaar 57 (notaris Jacob Cornelisz van der Gheest), fol. 15v 18 juni 1626, fol. 41v, 1 aug. 1626.
43. NA Grafelijkheidsrekenkamer (Registers) 776a (Contrarol van de verpachtingen van de Vroonlanden), fol. 20v No. 23, fol. 30v No. 59, en fol. 31 No. 60 en 61.
44. RAA ORA Koedijk 6218 fol. 221, 31 jan. 1634.
45. RAA ONA Noord-Scharwoude 4067 (notaris Pieter Cornelisz), blz. 21 akte 11, 3 mei 1637, blz. 40 akte 24, 12 sept. 1637.
46. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk, blz. 8 5 dec. 1638, blz. 135 19 mei 1644.
47. RAA ORA Oudkarspel 6057, blz. 67 8 febr. 1651, blz. 133 4 febr. 1653.
48. RAA ORA Koedijk 6244 (Weesboek) fol. 168, 13 maart 1669.
49. RAA ORA Koedijk 6214 (Schepenrol), 29 dec. 1667.
50. RAA ORA Koedijk 6244 (Weesboek) fol. 149, 14 jan. 1665.
51. RAA ORA Oudkarspel 6058, blz. 319 en 320, 2 nov. 1680, fol. 137, 25 mei 1694.
52. RAA ORA Oudkarpsel 6057, blz. 304 3 febr. 1660, blz. 336 22 febr. 1661.
53. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk, blz. 56 24 juni 1660, 1e stuk blz. 27, 20 juni 1660.
54. RAA ORA Oudkarspel 6058, fol. 246 4 dec. 1678, fol. 441v 2 maart 1685.
55. RAA ORA Oudkarspel 6059, fol. 106v 1 jan. 1693, fol. 183v 14 jan. 1697, fol. 216 12 mei 1699.
56. RAA ONA Warmenhuizen 5138 (notaris Adriaen Jansz Glas) akte 275, 19 mei 1700.
57. RAA ORA Koedijk 6244 (Weeskamer) fol. 88, 11 febr. 1653.
58. RAA ONA Oudkarspel 4201 (notaris Jacob van Twuyver) akte 88, 2 mei 1700.
59. RAA ORA Oudkarspel 6060, 3 dec. 1702.
60. RAA ORA Oudkarspel 6085 fol. 442v, 5 maart 1685: belend de erfgenamen van Cornelis Gerritsz Rus.
61. RAA ORA Broek op Langedijk 6184 blz. 175, 17 maart 1686: belend de weduwe van Cornelis Gerritsz Rus.
62. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk blz. 280, 10 dec. 1651.
63. RAA ORA Oudkarspel 6058 blz. 211, 28 dec. 1678.
64. RAA ORA Warmenhuizen 5997 blz. 23, 15 dec. 1682.
65. RAA ORA Warmenhuizen 5997 blz. 74, 5 febr. 1685, erve Jan Gerritsz Rus belend in de Nieuwe Greb.
66. RAA ORA Oudkarspel 6051 (baljuwrol), 28 aug. 1653 t.e.m. 28 april 1654.
67. NHA Losse Aanwinsten 1367 (Dagboek van Jan Jansz houdende aantekeningen van de Doopsgezinde gemeenten van Westzaan en Zaandam, 1651-1657) blz. 89 en 183.
68. RAA ORA Koedijk 6219 2e stuk blz. 306, 6 maart 1653, 6220 2e stuk blz. 218, 21 mei 1665, 6221 blz. 109, 12 jan. 1679.
69. RAA ORA Koedijk 6244 (Weesboek) fol. 116, 30 mei 1657.
70. RAA ORA Oudkarpsel 6058, blz. 15 2 jan. 1668, blz. 295 2 febr. 1680
71. RAA NA Alkmaar 233 (notaris Henric de Vos) fol. 9v, 30 juni 1656.
72. AWFG OA Medemblik 202 (Haardstedengeld 1665).
73. AWFG ONA Opperdoes 4152 (notaris Volckert Bijkerck) akte 10, 17 okt. 1673, 4153 akte 15, 27 maart 1677.
74. GAA Weeskamer 33 (Inbrengregister) 19 oktober 1673.
75. GAA Gilden en brouwerscollege 873 (Staetboeck; molenaarsgilde).
76. NHA ORA Kalslagen, 837 13 mei 1675, 838 12 mei 1694.
77. RAA NA Alkmaar 271 (notaris Cornelis Kessel) akte 47, 26 nov. 1688.
78. GAA Lidmatenboek Friese Doopsgezinden Arcke Noach (De Zon).
79. RAA ORA Koedijk 6234 fol. 53, 29 jan. 1672.
80. RAA ORA Koedijk 6221 2e stuk fol. 109, 12 jan. 1679.
81. RAA ORA Koedijk 6295, 19 dec. 1684, 6215, 15 dec. 1695.
82. RAA ORA Oudkarspel 6059 fol. 174, 2 april 1696.
83. RAA ORA Koedijk 6222, fol. 175v 4 juni 1699, fol. 211v 5 nov. 1703.
84. RAA NA Alkmaar 429 (notaris Adriaan van der Hoeve), akte 166 5 nov. 1703, akte 218 29 mei 1705.
85. RAA ORA Oudkarspel 6061 blz. 5, 20 april 1721.
86. RAA ORA Warmenhuizen 6017 (Weesboek) fol. 166, 15 nov. 1683.
87. RAA ORA Warmenhuizen 6017 (Weesboek) fol. 185v, 29 nov. 1685.
88. RAA ORA Warmenhuizen 6017 (Weesboek) fol. 336, 17 maart 1700.
89. Een genealogie van Jan Cornelisz Stammis is gepubliceerd door dhr M. Stam, in Westfriese Families 5 (1959), 10-12, 21-27.
90. RAA ORA Oudkarspel 6059 fol. 167, 17 jan. 1696.
91. RAA ORA Oudkarspel 6077 2e stuk (Weesboek), 1 mei 1703.
92. RAA ORA Oudkarspel 6077 2e stuk (Weesboek), 8 sept. 1707, 21 juni 1714, 19 jan. 1717.
93. RAA ORA Oudkarspel 6063 fol. 54, 1 febr. 1770.
94. RAA ORA Oudkarspel 6063 fol. 149, 10 nov. 1778.
95. RAA ONA Zuid-Scharwoude 6578b (notaris Jan van 'Twuijver) akte 108, 3 juni 1736.
96. RAA NA Alkmaar 579 (notaris Adrianus Bolten) akte 100, 15 mei 1762.
97. RAA NA Alkmaar 701 (notaris Andries Bootsman) akte 461, 9 sept. 1768.
98. RAA ORA Koedijk 6235 fol. 62, 5 maart 1681
99. RAA ORA Oudkarspel 6058, blz. 319 2 nov. 1680, fol. 436 25 dec. 1684, fol. 444v 9 maart 1685, fol. 451v 15 april 1685.
100. RAA ORA Warmenhuizen 5997 blz. 72, 5 febr. 1685.
101. RAA ORA Bergen 2170 fol. 127, 8 nov. 1685.
102. RAA NA Alkmaar 270 (notaris Cornelis Kessel), aktes 47 en 48, 5 aug. 1686.
103. RAA ORA Broek op Langedijk 6184 blz. 207, 15 jan. 1688.
104. RAA ORA Oudkarspel 6059 fol. 76 en 77, 6 sept. 1690, 9 maart 1701.
105. ZSA ONA Zaandam 5798 (notaris Simon Oosterhooren) nr 85, 10 okt. 1696.
106. RAA ORA Koedijk 6222, fol. 162 13 mei 1698, fol. 177v 24 okt. 1699.
107. RAA ORA Oudkarspel 6060 fol. 89v, 1 sept. 1714.
108. RAA NA Alkmaar 432 (notaris Adriaan van der Hoeve) fol./akte 732, 4 juni 1727.
109. RAA ONA 354 (notaris Kaspar Seullyn) fol. 610, 7 aug. 1722.
110. RAA ORA Koedijk 6235 (Diverse schepenakten) blz. 105, 9 aug. 1684.
111. In Koedijk abusievelijk Maartje Vettis genoemd.
112. Voor de verpachting van percelen vroonland zie: J. P. Geus, De Vroonlanden bij Alkmaar, Capelle a/d IJssel 1987.
113. RAA ORA Koedijk 6222, fol. 192v 24 febr. 1695, fol. 177v 24 okt. 1699.
114. RAA ORA Oudkarspel 6059 fol. 197, 23 april 1698.
115. RAA ORA Broek op Langedijk 6184 blz. 415, 17 april 1699.
116. RAA ORA Oudkarspel 6061 blz. 59, 1723.
117. RAA ORA Koedijk 6223 fol. 125, 21 mei 1734.
118. RAA ORA Oudkarspel 6062, fol. 75 20 mei 1749, fol. 243 23 jan. 1764.
119. RAA NA Alkmaar 570 (notaris Adrianus Bolten), 12 dec. 1750.
120. RAA ORA Oudkarspel 6063, fol. 13v 17 febr. 1766, fol. 25 6 okt. 1767, fol. 67v 1 juli 1770, fol. 99 en 99v, 11 mei 1773.
121. RAA NA Alkmaar 704 (notaris Andries Bootsman) akte 889, 18 april 1771.
122. RAA ORA Koedijk 6226 fol. 36v, 25 april 1772.
123. RAA ORA Koedijk 6226 fol. 83, 8 mei 1773.
124. RAA ORA Schoorl 904 fol. 38, 10 mei 1773.
125. RAA ORA Oudkarspel 6064 fol. 66, 14 jan. 1784.
126. RAA ORA Oudkarspel 6062 fol. 206v, 4 jan. 1762.
127. RAA ORA Koedijk 6225 fol. 52v, 2 dec. 1762.
128. RAA ORA Koedijk 6223 fol. 76, 3 april 1727.
129. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6061, 14 april 1733.
130. RAA ORA Oudkarspel, 6061 blz. 307, 9 maart 1733, 6062 fol. 45, 31 mei 1743.
131. RAA ORA Warmenhuizen 9 april 1734.
132. RAA ORA Warmenhuizen 6000 blz. 235, 25 febr. 1743.
133. RAA ORA Oudkarspel 6063, fol. 34 20 aug. 1768, fol. 150v 10 nov. 1778.
134. RAA OA Koedijk 20d (collaterale successie) fol. 32, memorie van 1778.
135. RAA ORA Koedijk 6226 fol. 157v, 5 nov. 1778.
136. RAA ONA Zuid-Scharwoude 6577a (notaris Jan van 'Twuijver) akte 11, 26 april 1733.
137. RAA ORA Bergen 2176 fol. 86, 11 april 1759.
138. RAA ORA Oudkarspel 6058 fol. 451v, 15 april 1685.
139. RAA ORA Koedijk 6221 blz. 345, 6 maart 1687.
140. RAA ORA Koedijk 6221 blz. 104, 12 mei 1689.
141. RAA ORA Oudkarspel 6059, fol. 104v 19 nov. 1692, fol. 164 2 aug. 1695, fol. 220v 13 mei 1699.
142. RAA ORA Warmenhuizen 5998 blz. 68, 6 mei 1707.
143. RAA ORA Oudkarspel 6060 fol. 49, 24 dec. 1709.
144. GAA Gilden en brouwerscollege 866 (Het boeck van 't Sondaghmale).
145. Zie voor Dirk Pietersz Rus en diens voor- en nazaten als korenmolenaar te Schermerhorn: Korenmolen De Hoop in Schermerhorn, door P. Schotsman, Een nieuwe chronyke voor Schermereiland e.o. 11 (1994), blz. 17-27.
146. RAA Gilden en brouwerscollege 866 (Het boeck van 't Sondaghmale).
147. RAA Gilden en brouwerscollege 873 (Staetboeck; molenaarsgilde).
148. RAA ORA Schermerhorn 6310 fol. 53 en 563v, 23 juni 1701.
149. RAA ORA Schermerhorn 6310, fol. 62 20 maart 1702, fol. 85 10 mei 1704, fol. 99v 10 sept. 1705.
150. RAA ORA Schermerhorn 6320a (Weesboek) fol. 121v, 3 aug. 1706.
151. RAA ORA Schermerhorn 6310, fol. 148v 6 juni 1708, fol. 155v 12 jan. 1709, fol. 171 10 maart 1710, fol. 171v en 172 15 maart 1710, fol. 183 22 jan. 1711.
152. RAA ORA Schermerhorn 6310, fol. 183v en 184, 22 jan. 1711, fol. 201 en 201v, 12 maart 1712, fol. 247v 14 december 1716.
153. RAA ORA Schermerhorn 6311, 1 april 1722.
154. RAA ORA Schermerhorn 6311, 4 mei 1724.
155. RAA NA Alkmaar 397 (notaris Aris van der Mieden) akte 35, 14 aug. 1706.
156. RAA NA Alkmaar 406 (notaris Aris van der Mieden) akte 58, 25 nov. 1719.
157. RAA NA Alkmaar 403 (notaris Aris van der Mieden) akte 26, 11 juni 1713.
158. RAA NA Alkmaar 375 (notaris Cornelis van der Meer) akte 186, 15 mei 1705.
159. RAA NA Alkmaar 438 (notaris Abraham de Vos) akte 109, 27 nov. 1717.
160. RAA ORA Oudkarspel 6059 fol. 192, 24 nov. 1697.
161. RAA NA Alkmaar 703 (notaris Andries Bootsman) akte 656, 4 jan. 1770.
162. RAA ORA Oudkarspel 6078 (Weesboek) fol. 74, 7 nov. 1731.
163. RAA ORA Oudkarspel 6078 (Weesboek) fol. 75, 29 dec. 1761.
164. RAA ORA Oudkarspel 6060 fol. 69, 10 mei 1712.
165. RAA ORA Oudkarspel 6061, blz. 4 31 maart 1721, blz. 30 2 febr. 1722.
166. RAA ORA Warmenhuizen 5999 blz. 206, 18 mei 1728.
167. RAA ORA Warmenhuizen 5999 blz. 232, 4 jan. 1729.
168. RAA ORA Bergen 2177 fol. 110 en fol. 111v, 31 jan. 1770.
169. RAA ORA Oudkarspel 6061, blz. 269 8 mei 1731, blz. 306 9 maart 1733, blz. 358 12 febr. 1735, blz. 377 26 sept. 1736.
170. RAA ORA Zuid-Scharwoude 6160, 14 april 1733.
171. RAA ORA Warmenhuizen 6001 blz. 218, 28 nov. 1757.
172. RAA ORA Oudkarspel 6062, fol. 139 24 mei 1757, fol. 159 3 mei 1758, fol. 185v 24 mei 1760, fol 204v en fol. 205, 6 nov. 1761.
173. RAA ORA Oudkarspel 6062, fol. 222v 3 mei 1762, fol. 252 20 jan. 1765.
174. RAA ORA Oudkarspel 6063 fol. 18, 2 juli 1767.
175. RAA ORA Koedijk 6223 fol. 130v, 19 juli 1736.
176. RAA ORA Bergen 2176 fol. 198v, 9 maart 1763.
177. RAA ORA Bergen 2176 fol. 239v, 8 febr. 1764.
178. RAA ORA Oudkarspel 6064 fol. 1 1 mei 1779, fol. 84 4 maart 1785, fol. 92 15 febr. 1786, fol. 101v 1 mei 1786, fol. 130 1 mei 1789.
179. RAA ORA Oudkarspel 6067 fol. 19, 6 febr. 1807.
180. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 2 nrs 137-140, 20 dec. 1811.
181. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 3 nr 84, 3 juni 1812.
182. RAA ORA Koedijk 6223 fol. 31, 8 mei 1721.
183. WFF 36 (1995), blz. 134-143, Er waren meerdere families Diepsmeer II, door J.P. Geus.
184. RAA ORA Koedijk 6225 fol. 24v, 16 april 1761.
185. RAA ORA Oudkarspel 6078 (Weesboek) fol. 91v, 10 dec. 1739.
186. RAA ORA Oudkarspel 6078 (Weesboek) fol. 12, 12 maart 1716.
187. RAA ORA Noord-Scharwoude 6133 blz. 67, 68, 69, 70, 71 en 72, 20 febr. 1742.
188. RAA NA Alkmaar 703 (notaris Andries Bootsman) akte 781, 7 sept. 1770.
189. RAA ORA Oudkarspel 6062, fol. 30v 16 mei 1741, fol. 66v en 67, 28 mei 1748, fol. 163 29 mei 1759, fol. 204v en 205, 6 nov. 1761, fol. 230v 17 febr. 1763.
190. RAA ORA Bergen 2175, fol. 10v en 12v, 27 juni 1748.
191. RAA ORA Oudkarspel 6063 fol.25 6 okt. 1767, fol. 97 13 jan. 1773.
192. RAA ORA Oudkarspel 6064 fol. 28, 18 jan. 1781.
193. RAA ORA Oudkarspel 6063, fol. 54 1 febr. 1770, fol. 75v en 76, 13 mei 1771, fol. 102 11 nov. 1773, fol. 139 1 maart 1778.
194. RAA ORA Koedijk 6222, fol. 225v 4 nov. 1706, fol. 253 2 april 1711.
195. RAA ORA Koedijk 6223 fol. 80, 22 jan. 1728.
196. RAA ORA Wieringerwaard 6628 (Boedelpapieren), 29 april 1751.
197. RAA ORA Oudkarspel 6062 fol. 230v, 17 febr. 1763.
198. RAA ORA Warmenhuizen 5999 blz. 125, 19 febr. 1726.
199. RAA ORA Oudkarspel 6061, 20 mei 1738.
200. RAA ORA Oudkarspel 6062 fol. 75v, 20 mei 1749.
201. RAA ORA Oudkarspel 6072 akte 27, 11 aug. 1784.
202. RAA NA Alkmaar 698 (notaris Andries Bootsman) akte 69, 6 september 1765.
203. RAA ORA Oudkarspel 6072 akte 16, 14 jan. 1783.
204. RAA ORA Warmenhuizen 5999, blz. 258 en 259, 18 juni 1732, blz. 362 8 okt. 1732.
205. RAA ORA Warmenhuizen 6000 blz. 18, 31 aug. 1734.
206. RAA ORA Warmenhuizen 6000 blz. 37, 22 mei 1735.
207. RAA ORA Warmenhuizen 6001 blz. 46, 2 mei 1751.
208. RAA NA Alkmaar 651 (notaris Jan Croll) akte 13, 22 febr. 1759.
209. RAA ORA Koedijk 6236 (Diverse schepenakten) akte 11, 13 jan. 1760.
210. RAA ORA Koedijk 6223, fol. 45 29 april 1723, fol. 76 3 april 1727.
211. RAA ORA Koedijk 6224, fol. 32v 5 jan. 1741, fol. 77 4 jan. 1748, fol. 97 7 aug. 1750.
212. RAA ORA Oudkarspel 6062 fol. 51v, 19 mei 1744.
213. RAA ONA Koedijk 20 fol. 21, 8 juni 1738.
214. RAA ORA Koedijk 6223 fol. 54 v, 11 mei 1724.
215. RAA ORA Oudkarspel 6061, blz. 200 en 201, 8 mei 1729, blz. 202 8 mei 1729, 206 10 mei 1729.
216. RAA ORA Koedijk 6223, fol. 91v en 92, 19 mei 1729.
217. RAA ORA Warmenhuizen 6000 blz. 62, 17 mei 1735.
218. RAA ORA Oudkarspel 6061 blz. 375, 26 sept. 1735.
219. RAA ORA Koedijk 6224, fol. 21 7 jan. 1740, fol. 47 29 juni 1742, fol. 76v 6 nov. 1747.
220. RAA ORA Oudkarspel 6062, fol. 30 16 mei 1741, fol. 51 19 mei 1744, fol 51v 19 mei 1744, fol. 63v 16 mei 1747, fol. 79v 12 mei 1750.
221. RAA ORA Koedijk 6246 (Weesboek), fol. 56v 7 juni 1764, fol. 57 8 nov. 1764.
222. RAA NA Alkmaar 574 (notaris Adrianus Bolten), 18 mei 1754.
223. RAA ORA Koedijk 6224 fol. 105v, 4 mei 1752.
224. RAA NA Alkmaar 574 (notaris Adrianus Bolten), 27 april 1754.
225. RAA ORA Broek op Langedijk 6187, blz. 125 6 juni 754, blz. 130 6 juni 1754, blz. 147 8 mei 1755.
226. RAA ORA Oudkarspel 6062, fol. 109v 9 mei 1754, fol. 123v 13 mei 1755.
227. RAA ORA Koedijk 6225 fol. 63v, 10 maart 1763.
228. RAA ORA Koedijk 6226, fol. 73v 14 jan. 1773, fol. 134v 17 mei 1777.
229. RAA NA Alkmaar 634 (notaris Adrianus van der Burgh) akte 64, 12 nov. 1774.
230. RAA NA Alkmaar 736 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 271, 7 dec. 1787.
231. RAA ORA Oudkarspel 6064 fol. 121, 17 jan. 1788.
232. RAA ORA Oudkarspel 6065 fol. 162, 16 febr. 1804.
233. RAA ORA Harenkarspel 5988 (Weeskamer) fol. 85, 15 januari 1767.
234. RAA ORA Warmenhuizen 6002 blz. 92 en 94, 1 mei 1766.
235. RAA ONA Schagen 4612 (notaris Hendrik Hoflaan) aktes 438 en 442, 23 febr. 1759.
236. RAA ORA Zijpe 6584 (Staatboek) blz. 22, 24 april 1763.
237. RAA ORA Zijpe 6575 (Voogdijrekeningen en boedelpapieren) fol. 22, 24 april 1763.
238. RAA ORA Broek op Langedijk 6187, blz. 64 6 mei 1750, blz. 97 25 mei 1752, blz. 119 6 juni 1754, blz. 196 24 mei 1759, blz. 268 16 mei 1765.
239. RAA ORA Koedijk 6246 (Weeskamer) fol. 68, 24 maart 1767.
240. RAA ORA Broek op Langedijk 6199 (Weesboek) fol. 134, 19 juli 1770.
241. RAA NA Alkmaar 700 (notaris Andries Bootsman), akte 273 24 maart 1767, akte 275 3 april 1767.
242. RAA ORA Broek op Langedijk 6187, blz. 392 en 393v, 7 maart 1775, blz. 494 31 jan. 1781, blz. 502 20 april 1781, blz. 548, tussen 19 april en 1 okt. 1784.
243. RAA ORA Oudkarspel 6064, fol. 30 16 maart 1781, fol. 79 4 maart 1785, fol. 84 4 maart 1785, fol. 102 1 mei 1786, fol. 120v 17 jan. 1788.
244. RAA ORA Oudkarspel 6065, fol. 32 10 aug. 1795, fol. 85v 19 maart 1800, fol. 130 1 okt. 1802.
245. RAA ORA Oudkarspel 6078 (Weesboek) fol. 185v, 1 nov. 1798.
246. RAA ORA Oudkarspel 6079 (Boedelpapieren), 1 nov. 1798.
247. RAA ORA Oudkarspel 6065, fol. 143 4 febr. 1803, fol. 144v 1 maart 1803, fol. 145 2 april 1803.
248. RAA ORA Oudkarspel 6067 fol. 3v, 17 febr. 1806.
249. RAA NA Alkmaar 634 (notaris Adrianus van der Burgh) akte 29, 6 juli 1773.
250. Deze inschrijving lijkt onverklaarbaar.
251. RAA ORA Oudkarspel 6062 fol. 173v, 25 mei 1759.
252. RAA ORA Koedijk 6226, fol. 27v 21 dec. 1769, fol 33v 12 jan. 1770.
253. RAA ORA Oudkarspel 6063, fol. 62v 1 febr. 1770, fol. 66v en 67 1 juli 1770, fol. 67v 1 juli 1770, fol. 76v verm. 16 okt. 1771.
254. RAA ORA Koedijk 6246 (Weeskamer) fol. 120, 6 febr. 1777.
255. RAA ORA Schoorl 904, fol. 97v, 98 en 98v, 5 mei 1777.
256. RAA ORA Oudkarspel 6064 fol. 30, 16 maart 1781.
257. RAA ORA Oudkarspel 6065 fol. 130, 1 okt. 1802.
258. RAA NA Alkmaar 602 (notaris Pieter Groen) 14 dec. 1772.
259. RAA ORA Harenkarspel 5988 (Weeskamer) fol. 111, 24 nov. 1776.
260. RAA NA Alkmaar 735 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 200, 7 sept. 1787.
261. RAA ORA Koedijk 6226 fol. 223v, 16 mei 1782.
262. RAA ORA Oudkarspel 6067 fol. 39v, 25 mei 1808.
263. RAA OA Alkmaar 2356.
264. RAA ORA Zijpe 6585, fol. 27v 26 april 1802, 6580, fol. 42 26 juni 1802.
265. RAA ORA Oudkarspel 6065 fol. 177v, 4 febr. 1805.
266. RAA ORA Oudkarspel 6064, fol. 110v 1 nov. 1787, fol. 143 9 febr. 1791.
267. RAA ORA Oudkarspel 6065 fol. 59v, 27 febr. 1798.
268. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 4, nr 128 26 okt. 1813, nr 131 2 nov. 1813, nr 132 2 nov. 1813, nr 136 16 nov. 1813.
269. RAA ORA Harenkarspel 5988 (Weeskamer) fol. 166v, 13 maart 1799.
270. RAA ORA Schoorl 908 akte 53, 21 jan. 1811.
271. RAA ORA Harenkarspel 5988 (Weeskamer) fol. 114, 7 mei 1778.
272. RAA ORA Oudkarspel 6063 fol. 99 en 99v, 11 mei 1773.
273. RAA ORA Koedijk 6226, fol. 83 8 mei 1773, fol. 226v 20 aug. 1782.
274. RAA NA Alkmaar 718 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 10, 26 jan. 1782.
275. RAA ORA Broek op Langedijk 6187 blz. 513, 19 juni 1782.
276. RAA ORA Oudkarspel 6064, fol. 51v 25 juni 1782, fol. 66 10 jan. 1784.
277. RAA NA Alkmaar 744 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 123, 29 mei 1790.
278. RAA NA Alkmaar 623 (notaris Adrianus van der Burgh) akte 63, 2 okt. 1772.
279. RAA NA Alkmaar 718 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 98, 21 juni 1782.
280. In de overlijdensaangifte in 1813 van haar tweede man wordt zij vermeld als Maartje Pieters IJfs.
281. RAA ORA Koedijk 6226 fol. 187v, 12 mei 1780.
282. RAA ORA Schoorl 905 fol. 8, 7 mei 1787, 906 fol. 74, 23 aug. 1798, 907 fol. 18, 17 jan. 1807.
283. RAA ORA Oudkarspel 6064 fol. 121, 17 jan. 1788, 6065 fol. 31, 1 juni 1795.
284. RAA ORA Oudkarspel 6069 nr 6, 23 jan. 1809.
285. RAA NA Alkmaar 786 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 19, 20 aug. 1813.
286. RAA NA Alkmaar 786 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 23, 12 okt. 1813.
287. RAA NA Alkmaar 786 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 48, 23 en 24 dec. 1813.
288. RAA NA Alkmaar 787 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 3, 1 maart 1814.
289. RAA NA Alkmaar 719 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 130, 23 aug. 1782.
290. RAA NA Alkmaar 750 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 172 en 173, 5 sept. 1792, 751 akte 196, 4 okt. 1792, 751 akte 205, 16 okt. 1792.
291. RAA NA Alkmaar 750 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 120, 16 juli 1792.
292. RAA ORA Koedijk 6243 (Overboeking van eigendom wegens successie), blz. 27.
293. RAA ORA Koedijk 6226, fol. 134v 17 mei 1777, fol. 226v 20 aug. 1782.
294. RAA ORA Oudkarspel 6064, fol. 38 7 febr. 1782, fol. 51v 25 juni 1782.
295. NHA Vredegerecht Alkmaar kanton 1, 14 nr 32, 9 april 1824.
296. RAA NA Alkmaar 786 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 21, 13 sept. 1813.
297. RAA NA Alkmaar (notaris Cornelis van Oostveen) akte 23, 12 okt. 1813.
298. RAA ORA Oudkarspel 6064 fol. 97, 4 maart 1785.
299. RAA NA Alkmaar 786 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 52, 30 dec. 1813.
300. RAA ORA Oudkarspel 6065 fol. 31, 1 juni 1795.
301. RAA NA Alkmaar 684 (notaris Pieter de Lange) akte 40, 8 maart 1777.
302. RAA ONA Schagen 4659 (notaris Gualtherus Mattheeus) akte 90, 6 nov. 1794.
303. RAA ORA Koedijk 6227 fol. 160, 17 april 1795.
304. NHA Memories van successie 1818-1902, 148 (kantoor Alkmaar, 1877), 3/7257.
305. NHA Memories van successie 1818-1902, 161 (kantoor Alkmaar, 1886 1e halfjaar), 4/5711.
306. NHA Memories van successie 1818-1902, 145 (kantoor Alkmaar, 1874), 3/4321.
307. RAA NA Alkmaar 910 (notaris Michiel Johan de Lange) akte 70, 16 maart 1827.
308. RAA ORA Koedijk 6227, fol. 171v 4 febr. 1797, fol. 173 8 april 1797, fol. 176v 19 nov. 1797, fol. 249v 16 febr. 1804.
309. RAA ORA Oudarspel 6067 fol. 4v, 17 febr. 1806.
310. RAA ORA Koedijk 6229, akte 24 11 nov. 1809, akte 25 11 nov. 1809, akte 26 11 nov. 1809, akte 53 27 febr. 1811.
311. RAA NA Alkmaar 1315, aktes 118 en 119, 30 aug. 1842.
312. NHA Memories van successie 1818-1902, 117 (kantoor Alkmaar, 1850), 4/2079.
313. NHA Memories van successie 1818-1902, 116 (kantoor Alkmaar, 1849), 4/810.
314. NHA Memories van successie 1818-1902, 116 (kantoor Alkmaar, 1849), 4/812.
315. NHA Memories van successie 1818-1902, 154 (kantoor Alkmaar, 1882), 4/1796.
316. NHA Memories van successie 1818-1902, 168 (kantoor Alkmaar, 1889 2e halfjaar), 4/8441.
317. NHA Memories van successie 1818-1902, 161 (kantoor Alkmaar, 1886 1e halfjaar), 4/5371.
318. NHA Memories van successie 1818-1902, 169 (kantoor Alkmaar, 1890 1e halfjaar), 4/8895.
319. NHA Memories van successie 1818-1902, 119 (kantoor Alkmaar, 1852), 4/3413.
320. RAA ORA Koedijk 6227, fol. 245v, 246, 246v, 247, 16 febr. 1804.
321. RAA NA Alkmaar 777 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 37, 6 juli 1805, 781 akte 20, 22 maart 1809, 783 akte 23, 26 april 1811, 784 akte 48, 14 dec. 1811.
322. RAA ORA Koedijk 6229 fol. 25, 11 nov. 1809.
323. RAA NA Alkmaar 785 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 71, 5 dec. 1812.
324. RAA NA Alkmaar 972 (notaris Gerrit de Heer) akte 84, 12 juni 1819.
325. RAA NA Alkmaar 1308 (notaris Simon Adrianus de Lange) akte 111, 10 okt. 1835.
326. RAA NA Alkmaar 782 (notaris Cornelis van Oostveen) akte 2, 29 nov. 1809 en 20 jan. 1810.
327. RAA NA Alkmaar 972 (notaris Gerrit de Heer) akte 85, 12 juni 1819.
328. RAA ORA Koedijk 6229 fol. 26, 11 nov. 1809.
329. NHA Memories van successie 1818-1902, 147 (kantoor Alkmaar, 1876), 3/6798.
330. NHA Memories van successie 1818-1902, 161 (kantoor Alkmaar, 1e helft 1886), 4/5589.
331. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 6/676.
332. RAA NA Alkmaar 1312 (notaris Simon Adrianus de Lange), aktes 128 en 129, 26 sept. 1839.
333. NHA Memories van sucessie 1818-1902, 159 (kantoor Alkmaar, 1e helft 1885), 4/4633.
334. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 6/6252.
335. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 6/7498.
336. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/2109 en 7/3493.
337. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/3493.
338. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/8297.
339. NHA Memories van successie 1818-1902, 169 (kantoor Alkmaar, 1e helft 1890), 4/8792.
340. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 6/2299.
341. NHA Memories van successie 1818-1902, 168 (kantoor Alkmaar, 2e helft 1889), 4/8389.
342. NHA Memories van successie 1818-1902, 171 (kantoor Alkmaar, 1e helft 1891), 4/9753.
343. NHA Memories van successie 1818-1902, 172 (kantoor Alkmaar, 2e helft 1891), 4/9978.
344. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 8/300.
345. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/7515.
346. NHA Memories van successie 1818-1902, 183 (kantoor Alkmaar, 1e helft 1897), 5/4450.
347. NHA Memories van successie 1818-1902, 154 (kantoor Alkmaar, 1882), 4/1915.
348. CBG Algemeen politieblad 1885, blz. 1990, nr 5501.
349. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/4215.
350. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 8/653.
351. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 6/213.
352. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/6500.
353. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/1534.
354. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/8195.
355. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/8535.
356. NHA Memories van successie, kantoor Alkmaar 1903-1927, 7/5488.
Nawoord.
Belangrijke bijdragen voor deze genealogie zijn geleverd door het echtpaar Maarten & Bep Nooij-Dekker te Hilversum, de heer Klaas Zijp te Middenbeemster, en de heer J.D. voor den Dag te Alkmaar. Verder zijn gewaardeerde op- en aanmerkingen van enkele bezoekers van de webstek verwerkt.
Cuijk, 28 juni 2011.
H. & A.B. de Vries-Doyle
Jan van Cuijkstraat 46,
5431 GC Cuijk.
Tel. 0485-313614.
Elektronisch adres: hab.devries-doyle@home.nl
>index
Terug naar het begin.
# # # G E N K W A # # #