Naar beginpagina

Kwartierstaat HOOGLAND - DE BOER

>index



Generatie I (>II)

1a Klaas HOOGLAND, geb. Beverwijk 7 juni 1822, tuinder, tr. Wijk aan Zee en Duin 16 mei 1847 Petronella BERGHUIS, geb. Uitgeest ca. 1823, dr van Mies BERGHUIS, kleermaker, en Cornelia INEKE, winkelierster.
1b Aaltje HOOGLAND, geb. Beverwijk 10 aug. 1824, overl. ald. 25 dec. 1855, tr. Wijk aan Zee en Duin 26 okt. 1845 Willem van der WAL, geb. Beverwijk ca. 1823, dagloner, zn van Dirk van der WAL, azijnmakersknecht, en Bartha BROUWER.
1c Johannes 'Jan' HOOGLAND, geb. Wijk aan Zee en Duin 24 maart 1826, tuinder, overl. ald. 8 nov. 1874, tr. ald. 21 mei 1854 Johanna Maria PLEGING, geb. Beverwijk 5 jan. 1827, overl. Wijk aan Zee en Duin 22 okt. 1876, dr van Johannes Dirk 'Dirk' PLEGING, tuinder, en Aletta WOUTERS.

Generatie II (<I, >III)

2. (>4, >5) Reinier HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 5/7 aug. 1796, tuinder, overl. Wijk aan Zee en Duin 19 jan. 1869, tr./tr. kerkel. (nederd. geref.) ald./Wijk aan Zee 3 maart 1822
3. (>6, >7) Maria Jannetta de BOER, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 25 april 1790, overl. Wijk aan Zee en Duin 3 jan. 1862, tr. 1° Beverwijk 6 aug. 1815 Gerhard Theodor MULLER, geb. Dordrecht ca. 1786, stuurman, overl. (a/b Z.M. schip van oorlog Tromp) 18 april 1821, zn van Johan Georg MULLER en Carolina Elisabeth SCHWIJKHART.
         Uit het tweede huwelijk:
    1. Klaas HOOGLAND, geb. Beverwijk 7 juni 1822, zie 1a.
    2. Aaltje HOOGLAND, geb. Beverwijk 10 aug. 1824, zie 1b.
    3. Johannes HOOGLAND, geb. Wijk aan Zee en Duin 24 maart 1826, zie 1c.


Generatie III (<II, >IV)

4. (<2) (>8, >9) Klaas HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 16 okt. 1763, doet op 6 april 1792 in Velsen belijdenis, tuinder, overl. Wijk aan Zee en Duin 10 nov. 1837, ondertr./tr. Velsen 30 jan./14 febr. 1796
      In 1809 worden in Wijk op Zee en Duin akten van indemniteit ontvangen, van het gemeentebestuur van Velsen, getekend op 1 februari 1809, voor Reynier, Jan, Arie, Hendrik en Elisabet Hogeland, resp. oud 13, 12, 11, 8 en 6 jaar, kinderen van Klaas Hoogland, geboren te Velsen, metterwoon van Velsen naar de Beverwijk vertrokken, en van het gemeentebestuur van Zoeterwoude namens de regenten van het weeshuis te Leiderdorp, getekend op 9 februari 1809, voor Klaas Hoogland, thans wonende te Velsen, doch vandaar vertrekkende naar Beverwijk of elders 2.
5. (<2) (>10, >11) Aaltje RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 5 april 1764, doet op 1 maart 1798 in Velsen belijdenis, begr. Velsen 30 mei 1805.
         Uit dit huwelijk:
    1. Reinier HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 5/7 aug. 1796, zie 2.
    2. Jan HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 20/26 nov. 1797, dagloner, overl. Wijk aan Zee en Duin 12 juli 1822.
    3. Arie HOGELAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 26 nov./30 dec. 1798, tuinder, tr. Wijk aan Zee en Duin 13 febr. 1834 Grietje de GROOT, geb. Egmond-Binnen ca. 1815, dienstbode, dr van Cornelis de GROOT, schulper, en Agie LEIJEN.
    4. Dirk HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 5/30 nov. 1800, begr. ald. 31 maart 1802.
    5. Gerrit HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 6/30 nov. 1800, begr. ald. 15 maart 1802.
    6. Hendrik HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 15/31 jan. 1802, kleermaker.
    7. Elisabeth HOOGLAND, geb./ged. (nederd. geref.) Velsen 9/11 sept. 1803, overl. Wijk aan Zee en Duin 5 okt. 1857, tr. 1° ald. 17 maart 1824 Gerrit REEHORST, geb. Beverwijk ca. 1800, tuinder, overl. Wijk aan Zee en Duin 20 mei 1839, zn van Casper REEHORST en Guurtje EVERTS, dagloonster, tr. 2° ald. 25 dec. 1841 Hendrik de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 30 jan./3 febr. 1805, tuinder, overl. Wijk aan Zee en Duin 18 sept. 1858, zn van Johannes de VRIES, tuinder, en Cornelia DUIJS.
        In 1855 testeert Hendrik de Vries Johanneszoon, wonende te Wijk aan Zee en Duin, aan zijn vrouw Elisabeth Hogeland, bij vooroverlijden aan hun enig kind Johannes, bij diens vooroverlijden aan de kinderen van Elisabeth Hogeland bij haar eerste man Gerrit Reehorst 3
6. (<3) (>12, >13) Klaas de BOER, ged. (nederd. geref.) Velsen 16 dec. 1764 (doopgetuige Neeltje Hofland), overl. Amsterdam 24 sept. 1805, ondertr. ald. 24 april 1789
7. (<3) (>14, >15) Johanna KETELAAR, ged. Amsterdam 5 april 1761, ondertr. 1°/tr. ald./Amstelveen 23 april/9 mei 1784 Jan de BRUIJN, overl. vóór 1789.
         Uit het eerste huwelijk:
    1. Clasiena Christina de BRUIJN, ged. Amsterdam 10 april 1785.
         Uit het tweede huwelijk:
    1. Maria Jannetta de BOER, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 25 april 1790, zie 3.


Generatie IV (<III, >V)

8. (<4) (>16, >17) Reinier HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Brummen 21 mei 1730, ondertr. Zoeterwoude 7 nov. 1759
9. (<4) (>18, >19) Marijtje van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 25 okt. 1739 (doopgetuige Marijtje van Velsen).
         Uit dit huwelijk:
    1. Hendrik HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 16 maart 1760.
    2. Arij HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 2 aug. 1761.
    3. Arij HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 30 okt. 1762, doet op 26 september 1788 in Velsen belijdenis, vertrekt op 10 januari 1791 met attestatie naar Heemstede.
    4. Klaas HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 16 okt. 1763, zie 4.
    5. Magteld HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 16 dec. 1764.
    6. Marijtje HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 15 juni 1766.
    7. Leendert HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 17 jan. 1768.
    8. Grietje HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 12 febr. 1769.
    9. Gerrit HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 12 febr. 1769.
    10. Leendert HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 26 mei 1771.
    11. Mensie HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 31 juli 1774.
    12. Johannes HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 31 juli 1774.
10. (<5) (>20, >21) Jan RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 3 sept. 1730, overl./begr. Brummen/Voorst 26/30 dec. 1809, ondertr./tr. ald. 29 jan./26 febr. 1758
11. (<5) (>22, >23) Elisabeth BULSINK, ged. (nederd. geref.) Voorst 13 febr. 1735, overl./begr. ald. 16/22 nov. 1797.
         Uit dit huwelijk:
    1. Rutger RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 17 dec. 1758.
    2. Maria RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 5 maart 1760, doet op 27 juni 1788 in Velsen belijdenis, ondertr./tr. Velsen 18 jan./3 febr. 1788 Johan Hendrik KLAAS.
    3. Hendrik RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 6 febr. 1763, overl./begr. Brummen/Voorst 29 juli/2 aug. 1811.
    4. Aaltje RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 5 april 1764, zie 5.
    5. Arend RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 8 dec. 1765.
    6. Egbert RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 10 juni 1770.
    7. Berendina RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 7 maart 1773.
    8. Egbert RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 23 okt. 1774.
    9. Hendrica RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 19 jan. 1777.
    10. Derk RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 23 jan. 1780.
12. (<6) (>24, >25) Mies Klaasz de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 31 jan. 1740 (doopgetuige Aagt Jans Valk), impost op begr. ald. 3 nov. 1797 (pro deo, van 't Gasthuys begraven), tr. 2° ald. 10 dec. 1775 Lobbregt Jans SPIJKERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 april 1730, dr van Jan Engelsz SPIJKERMAN en Wijntje Jacobs van der MAAR, ondertr. 1°/tr. Velsen/Beverwijk 17 dec. 1762/2 jan. 1763
13. (<6) (>26, >27) Marijtje Willems HOFLAND, overl. vóór 1775.
         Uit dit huwelijk:
    1. Willem de BOER, ged. (nederd. geref.) Velsen 10 juli 1763 (doopgetuigen Neeltje Hofland en Willem Hofland).
    2. Klaas de BOER, ged. (nederd. geref.) Velsen 16 dec. 1764 (doopgetuige Neeltje Hofland), zie 6.
    3. Cornelis de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 14 sept. 1766 (doopgetuige Neeltje Hofland).
    4. Simon de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 maart 1768 (doopgetuige Neeltje Hofland).
    5. Jan de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 maart 1770 (doopgetuige Trijntje Hofland).
    6. Dirk de BOER, geb. Beverwijk 3 febr. 1772, ged. (nederd. geref.) ald. 9 febr. 1772 (doopgetuigen Dirk Verkuijl en Willemijntje Verkuijl).
    7. Mies de BOER, geb. Beverwijk 2 dec. 1773, ged. (nederd. geref.) ald. 3 dec. 1773 (doopgetuige Trijntje Hofland).
14. (<7) (>28, >29) Johannes KETELAAR, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 10 dec. 1724 (doopgetuigen Frans Milius, Catlijntje Eijboon), bij overlijden wonende aan 't eind van de Groote Wittenburgerstraat, 3 kinderen nalatend, begraven op het St Anthoniskerkhof, begr. Amsterdam 17 aug. 1785, ondertr. 2° ald. 5 sept. 1776, ondertr. (impost) ald. 4 sept. 1776 (onvermogend) Lena JANS, ondertr. 1° Amsterdam 30 april 1751
15. (<7) (>30, >31) Christina THEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 23 nov. 1721 (doopgetuigen Barent Boingh en Maria van Meggele), begr. ald. 28 april 1775.
         Uit dit huwelijk:
    1. Maria Eliesabet KETELAAR, ged. Amsterdam 29 maart 1752.
    2. Gerret KETELAAR, ged. Amsterdam 16 dec. 1753.
    3. Neeltie KETELAAR, ged. Amsterdam 11 mei 1755.
    4. Anna KETELAAR, ged. Amsterdam 3 april 1757.
    5. Johanna KETELAAR, ged. Amsterdam 5 april 1761, zie 7.
    6. Elisabeth KETELAAR, ged. Amsterdam 13 jan. 1765.
    7. Pieter KETELAAR, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 29 okt. 1766.


Generatie V (<IV, >VI)

16. (<8) (>32, >33) Hendrik HENDRIKSZ, doet in Brummen belijdenis op 15 april 1730 als Hendrik Hendriks, zoon van de lange Hendrik, overl. Brummen 20 maart 1768, ondertr. ald. 24 juni 1729
17. (<8) Machteld Aalberts BECKER.
         Uit dit huwelijk:
    1. Reinier HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Brummen 21 mei 1730, zie 8.
    2. Willem Hendriksz HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Brummen 17 febr. 1732.
    3. Gerrit Hendriksz BEKER alias HOGELAND, ged. (nederd. geref.) Brummen 4 sept. 1735, tr. ald. 8 april 1774 Geertjen ARENDTS.
        In Brummen tr. geref. op 8 april 1774 Garrit Hendriks, j.m. geb. Brummen, met Geertjen Arendtz, j.d. geb. Brummen.
    4. Hendrina Hendriks HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Brummen 30 okt. 1740.
    5. Hendrik Hendriksz HOOGLAND, ged. (nederd. geref.) Brummen 5 jan. 1749.
18. (<9) (>36, >37) Ary Claas van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 23 nov. 1687 (doopgetuigen Tys Ariensen van Leeuwen en Neeltje Ariens), melkverkoper, ondertr. (impost) Leiden 21 febr. 1738
      In 1732 wordt voor de verponding de huurwaarde van goed van Arij Claas van Leeuwen in Zoeterwoude aan de Rijndijk getaxeerd op 24 gld 4.
19. (<9) (>38, >39) Meinsje WIJGEDOOGEN.
         Uit dit huwelijk:
    1. Klaes van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 19 okt. 1738 (doopgetuige Aeltje Huiwenberg).
    2. Marijtje van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 25 okt. 1739, zie 9.
    3. Grietje van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 26 maart 1741 (doopgetuigen Lijsbeth van Velsen en Jan Maartense).
    4. Lena van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 27 jan. 1743 (doopgetuige Marijtje van Velse).
    5. Claas van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 22 nov. 1744 (doopgetuige Marijtje van Felse).
    6. Lena van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 12 mei 1748 (doopgetuige Marijtje van Velsen).
20. (<10) (>40) Rutger HENDRIJKS, overl. vóór 1751, ondertr. 1° Voorst 13 febr. 1718 Mechteld GERRITSDR, begr. ald. 4 mei 1727, dr van Gerrit JANSENS, tr. 2° ald. 17 aug. 1727
21. (<10) (>42, >43) Aaltje GERRITS, ged. (nederd. geref.) Wilp 27 nov. 1707, ondertr. 2°/tr. Voorst 26 sept./7 okt. 1751 Jan JANSEN.
         Uit het eerste huwelijk:
    1. Garrit RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 1 okt. 1728, begr. ald. 15 febr. 1731.
    2. Jan RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 3 sept. 1730, zie 10.
    3. Hendrik RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 3 sept. 1730.
    4. Gerrit RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 8 nov. 1733.
    5. Derk RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 15 jan. 1736, begr. ald. 20 jan. 1736.
    6. Derk RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 20 jan. 1737, ondertr./tr. ald. 14/28 sept. 1760 Anneken ROELOFS, dr van Roelof JANSEN en Lisabeth HERMS.
    7. Anna-Maria RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 21 maart 1745.
    8. Berent RUTGERS, ged. (nederd. geref.) Voorst 27 okt. 1748.
22. (<11) (>44, >45) Hendrik BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 30 jan. 1707, smid in Voorst, overl./begr. Empe/Voorst 11 juni 1771, ondertr. 2°/tr. ald. 23 april/16 mei 1756 Anneke GERRITS, overl. ald. 23 mei 1765, dr van Gerrit BEHRENDS en Anneke WILLEMS, ondertr. 3°/tr. Voorst 17 nov./1 dec. 1765 Janneke LAMMERS, begr. ald. 19 nov. 1769, tr. 1° Zutphen 31 okt. 1731
         Uit het tweede huwelijk:
    1. Martinus BULSINK, ged. (nederd. geref.) Voorst 20 maart 1757.
    2. Anna Geertruyd BULSINK, ged. (nederd. geref.) Voorst 26 april 1761.
23. (<11) (>46, >47) Maria Jansdr BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Gorssel 25 nov. 1703, overl./begr. Voorst vóór 21 sept. 1755/25 sept. 1755.
         Uit dit huwelijk:
    1. Janna BULSINK, ged. (nederd. geref.) Voorst 5 okt. 1732, tr. Arent GERRITS.
    2. Elisabeth BULSINK, ged. (nederd. geref.) Voorst 13 febr. 1735, zie 11.
24. (<12) (>48, >49) Klaas Klaasz de BOER, geb. vóór 1 jan. 1700, ondertr. (impost) Beverwijk 15 aug. 1724 (beiden pro deo)
25. (<12) (>50, >51) Marijtje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 febr. 1703, impost op begr. ald. 3 juli 1775 (pro deo), begr. ald. 3 juli 1775 (onder de classis pro deo: 1:4:-, kleine klok 1/2 uur 1:-:-, doch van de diaconie begraven).
         Uit dit huwelijk:
    1. Martijntje de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 19 aug. 1725 (doopgetuige Luijtje Lammers), tr. ald. 23 mei 1751 Lambert KOSTER.
    2. Aagje Klaas de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 sept. 1727 (doopgetuige Aagje Jans Valk), overl. 1751, ondertr. (impost)/tr. ald. 13 jan./2 febr. 1749 Jan Pietersz BLAD, ged. (nederd. geref.) Oegstgeest 3 maart 1715, zn van Pieter Willemsz BLAD en Jacoba Hendriks WAGENAAR, die hertr. met Barentje van den BERG.
        Op 9 december 1751 5 verklaart Jan Blad, wedn. Aagje de Boer, geassisteerd met Marijtje Schotte als naaste bloedverwante van desselfs huisvrouw, een tweede huwelijk aan te zullen gaan, met Barentje van den Bergh, laatst wed. Harmen Poske, en geen goederen te hebben om zijn nagelaten kind te bewijzen.
    3. Albert Claasz de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 jan. 1733 (doopgetuige Jannetje Schotten), tr. Hillegont Abrams HILGENDOORN.
    4. Symon Klaasz de BOER, geb. Beverwijk, ondertr./tr. ald./Velsen 26 febr. 1758 Trijntje Willems HOFLAND, geb. Aalsmeer, dr van Willem Cornelisz HOFLAND en Geertje Willems de GRAAF.
    5. Jan de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 jan. 1736 (doopgetuige Aagje Jans Valk).
    6. Wijntje de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 april 1738 (doopgetuige Aagje Jans Valk).
    7. Mies Klaasz de BOER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 31 jan. 1740 (doopgetuige Aagt Jans Valk), zie 12.
26. (<13) (>52, >53) Willem Cornelisz HOFLAND, impost op begr. Velsen 9 juni 1770 (pro deo), ondertr. 1° Aalsmeer 28 jan. 1720, tr. Kudelstaart Grietje Klaes BLOMHOORN, overl. Aalsmeer 19 mei 1730, ondertr. 3° Velsen 16 dec. 1752 Neeltje Hendriks GRAAL, ondertr. 2° Aalsmeer 23 dec. 1730
      Op 20 december 1730 wordt voor de weeskamer van Aalsmeer bepaald door Willem Cornelisz Hofland, weduwnaar van Grietje Klaes Bloemhoorn ter eenre, en Gerrit Klaasz Bloemhoorn, oom en voogd over Cornelis, oud 8 jaar, Gerrit, 6 jaar, Geertje Willems Hofland, 4 jaar, ter andere zijde, dat de kinderen op de leeftijd van 25 jaar samen ƒ 1.10.0 en een uitzet zullen ontvangen 6.
           Uit het eerste huwelijk:
      1. Cornelis Willemsz HOFLAND, geb. 1722.
      2. Gerrit HOFLAND, ged. Aalsmeer 2 juli 1724.
      3. Geertjen HOFLAND, ged. Aalsmeer 4 aug. 1726.
    27. (<13) Geertje Willems de GRAAF, overl. vóór 1752, tr. 1° Pieter Klaasz NOORD, overl. vóór 1730.
           Uit het eerste huwelijk:
      1. Dirk NOORD, overl. Aalsmeer 18 juli 1730.
           Uit het tweede huwelijk:
      1. Marijtje Willems HOFLAND, zie 13.
      2. Trijntje Willems HOFLAND, geb. Aalsmeer, ondertr./tr. Beverwijk/Velsen 26 febr. 1758 Symon Klaasz de BOER, geb. Beverwijk, zn van Klaas Klaasz de BOER en Marijtje Alberts SCHOTTEN.
      3. Neeltje HOFLAND, geb. Aalsmeer, tr. 1° Velsen 15 nov. 1767 Dirk VERKUIJL, geb. ald., overl. vóór 1778, tr. 2° ald. 6 dec. 1778 Jan Pieter VONK, geb. Essen.
      4. Mattijsje 'Matje' HOFLAND, begr. Beverwijk 1 mei 1775 (onder de classis pro deo: 1:4:-, van de diaconie van Velsen begraven).
    28. (<14) (>56, >57) Gerrit KETELAAR, ged. (r.-k.) Amsterdam 16 okt. 1702 als Gerardus, overl. vóór 7 mei 1734, ondertr. ald. 5 nov. 1723, ondertr. (impost) ald. 3 nov. 1723 (onvermogend)
    29. (<14) (>58, >59) Marieke van der VEGT, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 27 sept. 1693, begr. ald. 13 jan. 1771, ondertr. 2° ald. 7 mei 1734 Andries van ZUIJLEN, geb. ca. 1704.
           Uit het eerste huwelijk:
      1. Johannes KETELAAR, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 10 dec. 1724, zie 14.
      2. Harmannus KETELAAR, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 15 sept. 1726 (doopgetuigen Adrianus Wijnberg, Catalijn van den Berg), begr. ald. 14 sept. 1727.
    30. (<15) Carsten TEDENS, geb. Amsterdam ca. 1691, kuiper, begr. ald. 8 sept. 1743, ondertr. ald. 9 dec. 1718
        In het poorterboek van Amsterdam in 1718: Carsten Tedens van Amsterdam, kuiper, als getrouwd met Anna Booying, dochter van Barent Gerritse, kleermaker, poorter 7.
        Bij begraven in Amsterdam in 1743: Carsten Tedens Kuyper op de Nieuwezijds Agterburgwal tussen de Raam- en Gasthuysmoolesteegen, 3 kinderen.
        Bij ondertrouw in Amsterdam in 1718: Carsten Tedens van Amsterdam, oud 27 jaar, op de Pijpemarkt, ouders dood, geassisteerd met zijn nicht Alida van Liesvelt, en Anna Boojing van Amsterdam, oud 30 jaar, op de Nieuwezijds Agterburgwal, geassisteerd met haar vader Barent Boojing.
    31. (<15) (>62, >63) Anna BOYING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 31 okt. 1688 (doopgetuigen Jacobus van Stolck, Cornelia Kuijpers), begr. ald. 2 april 1762.
           Uit dit huwelijk:
      1. Johanna THEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 15 maart 1720 (doopgetuigen Barent Boingh en Maria van Meggele), begr. ald. 17 okt. 1761, ondertr. ald. 16 juli 1750 Marten POGGEMIJER, geb. ca. 1721, zn van Joost POGGEMIJER, die hertr. met Hester SAKKELEU.
      2. Christina THEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 23 nov. 1721, zie 15.
      3. Barent TEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 5 dec. 1723 (doopgetuigen Barent Boingh en Maria Boingh).
      4. Bernardus TEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 3 juni 1725 (doopgetuigen Barent Boingh en Maria Boingh).
      5. Samuel TEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 5 maart 1727 (doopgetuigen Tohmas Aeton en Anna Scherphof).
      6. Maria TEDENS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 28 aug. 1729 (doopgetuigen Aalt Albertse Visser en Cornelis Boijingh).


    Generatie VI (<V, >VII)

    32. (<16) Hendrik HENDRIKSZ, alias lange Hendrik, ondertr. 2° Brummen 13 febr. 1722 Janna Willems van BURIK, tr. 1°
        In Brummen ondertr. geref. op 13 februari 1722 Hendrik Hendriks, weduwnaar van Reynte Willems, met Janna Willems van Burik, j.d., beyde won. alhier.
        Op 22 maart 1712 doen in Brummen Hendrik Hendriks uit Oeken en Reijntie Willems uit Oeken belijdenis.
             Uit het tweede huwelijk:
        1. Reijnder HENDRIKSZ, ged. (nederd. geref.) Brummen 26 okt. 1722.
        2. Anneken HENDRIKS, ged. (nederd. geref.) Brummen 27 mei 1725.
        3. Anneken HENDRIKS, ged. (nederd. geref.) Brummen 9 juni 1726.
      33. (<16) Reyntje WILLEMS, overl. vóór 1722.
             Uit dit huwelijk:
        1. Hendrik HENDRIKSZ, zie 16.
        2. Barendjen HENDRIKS, doet in Brummen belijdenis op 17 april 1729 als dochter van de lange Hendrik, uit Oeken.
        3. Jan HENDRIKSZ, ged. (nederd. geref.) Brummen 15 maart 1709.
        4. Lucas HENDRIKSZ, ged. (nederd. geref.) Brummen 31 mei 1711.
        5. Jan HENDRIKSZ, ged. (nederd. geref.) Brummen 16 juli 1713.
        6. Lucas HENDRIKSZ, ged. (nederd. geref.) Brummen 23 febr. 1716.
      36. (<18) (>72, >73) Claes Ariensz van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Koudekerk 29 maart 1654 (doopgetuige Fytie Claes), wordt op 10 april 1689 in Leiderdorp als Claes Ariensz van Leeuwen met Grietie Pieters Clinquenburgh op belijdenis aangenomen, tr. 1° (nederd. geref.) Leiderdorp 16 okt. 1678 Aechje Leenderts van RHIJN, overl. vóór 22 dec. 1680, tr. 2° (nederd. geref.) ald. 22 dec. 1680 Machtelt Jacobs BIDDE, overl. vóór 6 dec. 1681, tr. 3° (nederd. geref.) ald. 6 dec. 1681
          In Zoeterwoude wordt vermeld in de staat van overgeslagen personen enz. (1680-1681) onder 'onvermogenden', Claes Arensz van Leeuwen 1:0:-, in het register op het gemaal enz. [1680?] onder 'arbeidsluiden', Claes Arensz van Leeuwen met een vrouw, in het kohier op het gemaal enz. [ca. 1680] Klaas van Lewen, 2 personen, en in het kohier van het zoutgeld enz. (1681) Claes Arentsz van Leeuwen, arbeider met een vrouw en 1 kind onder 4 jaar 8.
          In Zoeterwoude verkoopt in 1687 Jan Cornelisz Cop voor 251 gld aan Claes Arentsz van Leeuwen een huis en erf aan de Hoghe Rijndijk omtrent de Swieter Sluijs, belend ten noorden de Rhyn, ten westen een gemeenschappelijke laan, ten zuiden Dirck Joosten, ten oosten de uiterdijk met een gemeenschappelijk gangpad van de Rhijndijk tot aan de Rhijn, aan weerszijden met een gemeenschappelijke sloot 9.
               Uit het eerste huwelijk:
          1. Jannitje van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 26 mei 1680 (doopgetuige Neeltje Jans).
               Uit het tweede huwelijk:
          1. Arien van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 5 okt. 1681 (doopgetuigen Jacob Ariensen en Maertie Ariens).
        37. (<18) (>74, >75) Grietie Pieters KLINKENBERG, ged. (nederd. geref.) Sassenheim 18 maart 1663.
            In 1724 verkoopt te Zoeterwoude Grietie Pietersdr Klinckenberg, huisvrouw van Claes Arentsz van Leeuwen, met procuratie van haar man, aan Arij Claasz van Leeuwen haar zoon een huis en erf aan de Hogenrijndijk omtrent de Swietersluijs voor ƒ 150, waarmee zij en haar man een schuld liquideren 10.
                 Uit dit huwelijk:
            1. Arien van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 16 juli 1684 (doopgetuige Maertje Ariens van Leeuwen).
            2. Grietie Klaas van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 24 febr. 1686 (doopgetuigen Floris Pietersz en Jannetie Pieters), tr. Jacobus Euwitsen TOORNVLIET.
            3. Ary Claas van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 23 nov. 1687, zie 18.
            4. Pieter van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 2 okt. 1689 (doopgetuigen Geertruid van Toor en Jacob Meesen).
            5. Jannetie Claas van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 12 nov. 1690 (doopgetuigen Willem van Leeuwen en Maertje van Leeuwen).
            6. Neeltie Claes van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 2 aug. 1693 (doopgetuigen Arijs van Leeuwen en Aaltge Pieters Buijtendijk).
            7. Pieter van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 21 aug. 1695 (doopgetuigen Symon Gerritse en Jannetie Pieters Klinkenberg).
            8. Geertruijt van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 11 juli 1700 (doopgetuigen Jacob Meese en Geertruyt Jacobs Klinkenberg).
            9. Antie van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 24 dec. 1702 (doopgetuige Antie Jaapick).
            10. Jan van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 29 april 1705.
            11. Maartien van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 11 mei 1710.
          38. (<19) (>76, >77) Leendert Jacobsz WIJGEDOOGEN, begr. Leiden tussen 11 sept. 1734 en 18 sept. 1734, tr. 1° (schepenbank) Voorschoten 27 nov. 1707 Aegje Jans OUDCOOP, overl. vóór 1715, wed. van Pieter Arisz IMMERZEEL, ondertr. 2° Leiden 23 nov. 1715
                 Uit het eerste huwelijk:
            1. Petronella WIJGEDOOGEN, ged. (r.-k.) Leiden 6 okt. 1711.
          39. (<19) (>78, >79) Maria Leenders van VELSEN, ged. (r.-k.) Oegstgeest 3 aug. 1687 (doopget. Pieter Janse en Maertie Cnelis).
                 Uit dit huwelijk:
            1. Meinsje WIJGEDOOGEN, zie 19.
            2. Jacobus WIJGEDOOGEN, ged. (r.-k.) Leiden 19 aug. 1720.
            3. Johannes WIJGEDOOGEN, ged. (r.-k.) Leiden 19 aug. 1720.
          40. (<20) Henderyk WILLEMS, tr. N.N.
                 Uit dit huwelijk:
            1. Rutger HENDRIJKS, zie 20.
          42. (<21) Garrit HERMENS, tr.
          43. (<21) Anneken.
                 Uit dit huwelijk:
            1. Hermina GERRITS, ged. (nederd. geref.) Wilp 11 jan. 1705.
            2. Derck GERRITS, ged. (nederd. geref.) Wilp 9 mei 1706.
            3. Aaltje GERRITS, ged. (nederd. geref.) Wilp 27 nov. 1707, zie 21.
          44. (<22) (>88, >89) Meijne BULSINCK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 5 mei 1671, ondertr./tr. ald. 3/17 april 1698
              In 1695 is Meijne Bulsinck lidmaat te Dinxperlo.
          45. (<22) (>90) Magdalena van der HORST.
                 Uit dit huwelijk:
            1. Garrit Jan BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 15 mei 1698, ondertr./tr. ald. 20 juni/15 juli 1723 Grietjen BOSMANS, dr van Willem BOSMANS.
            2. Christiaan BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 3 juli 1701.
            3. Adolph BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 29 juli 1703, ondertr. ald. 5 juni 1735 Anna Cathrina VEERBEEK, dr van Derk VEERBEEK.
            4. Hendrik BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 30 jan. 1707, zie 22.
            5. Janna BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 30 okt. 1712.
            6. Willemken BULSINK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 24 mei 1716, tr. Zutphen 7 maart 1743 Hendrik CASPERS, wedn. van Elisabeth GILBAERTS.
          46. (<23) Jan BOSMAN, overl. vóór 1706, tr.
          47. (<23) Egbertjen HARMS, tr. 2° Gorssel 17 sept. 1706 Teunis GERRIJTS, zn van Gerrijt JOLIJNK.
                 Uit het eerste huwelijk:
            1. Maria Jansdr BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Gorssel 25 nov. 1703, zie 23.
                 Uit het tweede huwelijk:
            1. Janna TEUNIS, ged. (nederd. geref.) Gorssel 18 juli 1707.
            2. Garrijtjen TEUNIS, ged. (nederd. geref.) Gorssel 9 nov. 1710.
            3. Harmen TEUNISZ, ged. (nederd. geref.) Gorssel 11 maart 1714.
            4. Harmen TEUNISZ, ged. (nederd. geref.) Gorssel 2 jan. 1718.
          48. (<24) Claas Claasz de BOER, wagenmaker, ondertr. 2°/tr. (schepenbank) Alkmaar 10/24 jan. 1700 Marijtje JANS, heeft niet-huwelijkse relatie 1° met
              Op 3 juni 1707 verklaart Claes Claesz de Boer, wagenmaker, wonende te Alkmaar, te cederen en transporteren aan Dr Petrus Juts en Monsr Jan Ruijmggaart, als voogden over Hendrick van Yperen, al zijn meubels, inboedel, huisraad en verdere roerende goederen (in de opsomming o.a. een nieuwe chaise, al het wagenmakersgereedschap, gezaagd eikenhout en iepenhout), alles in de huizinge van de voornoemde Hendrick van Yperen op het Ritsvoort, waar de transportant tegenwoordig in woont, door de voornoemde voogden in arrest genomen, van welke cessie en transport de comparant bekent wel betaald te zijn met ƒ 130, welke somme hij verschuldigd is wegens huishuur van 't gemelde huis verschenen 1706 en 1707, en nog ƒ 65 wegens een jaar huur van hetzelve huis ingegaan op 1 mei 1707 (hij tekent als Klaes Klaesse Boer, met soortgelijke handtekening als in de akte van 1 januari 1700 voor notaris Goosen Doorn in Beverwijk) 11.
              Op 1 januari 1700 12 verklaren Claas Claasz de Boer, thans wonende te Alkmaar, en Martijntje Jans, weduwe van Aerij Arents, tot elkaar geen pretentie van staat van huwelijk of trouwbeloften te hebben, onder voorwaarde dat hij haar binnen 14 dagen 50 gld moet uitkeren en hij haar jongste zoon Claas Claasz de Boer een 'deuvecater' van tenminste 3 gld zal geven. Op 17 januari verklaart Martijntje Jans 50 gld ontvangen te hebben.
          49. (<24) (>98, >99) Martijntje Jans van ECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 15 okt. 1659 (doopgetuige Anna Jacobs), ondertr. 1°/tr. ald. 23 april/11 mei 1683 Arent Adriaansz de WOLF, overl. vóór 1700.
                 Uit de eerste verbintenis:
            1. Arie de WOLF, ged. Beverwijk 28 mei 1684.
            2. Helena de WOLF, ged. Beverwijk 6 jan. 1686.
            3. Ariaantje de WOLF, ged. Beverwijk 30 mei 1687.
                 Uit de tweede verbintenis:
            1. Klaas Klaasz de BOER, geb. vóór 1 jan. 1700, zie 24.
          50. (<25) (>100, >101) Aalbert Miesz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 sept. 1674 (doopgetuige Teuntje Jacobs), impost op begr. ald. 31 aug. 1723 (pro deo), ondertr./tr. ald. 10/25 maart 1696
              In 1696 insinueert Aelbert Miesz Schotten aan Willem Jansz Rootbol, dat geïnsinueerde zich niet ontzien heeft zijn insinuants huisvrouw te zijnen huize te behouden, met enig goud, zilver, enz.; hij eist dat de geïnsinueerde binnen driemaal 24 uur insinuants huisvrouw Aechtje Jans uit zijn huis zal doen vertrekken 13.
              In Beverwijk verkoopt in 1702 Pieter Dircksz Vis, zoon en mede-erfgenaam van wijlen Dirck Garbrantsz, aan Aelbert Miesz een huis en erf aan de Arentswegh, strekkende tot achter Ds Petrus van Hulle, belend ten oosten de voornoemde van Hulle en Claes Jansz Gelijn, ten westen Sijmon van Poelenburgh, voor ƒ 387, te betalen de helft gereed, de helft mei 1703, zijnde belast met ƒ 6 's jaars erfpacht wat de koopsom vergroot met ƒ 150 14.
              In Beverwijk verkoopt in 1709 Aelbert Miesz Schotten alhier aan Maartje Robberts alhier een huis en erf aan de Arentswegh, strekkende tot achter aan 't erf van Mies Aelbertsz Schotten, die ten oosten belend is, belend ten westen de erfgenamen van Sijmon van Poelenburgh, voor 200 gld, te betalen de helft gereed mei 1709, de helft mei 1710, belast met 6 gld 's jaars wat de koopsom vergroot met ƒ 150 15.
              In Beverwijk verkopen in 1723 Frans Harduijnenbergh en Teuntje Mies Schotten, echteluiden alhier, administrateurs over de boedel van Marijtje Hendricx weduwe van Mies Aelbertsz Schotten, aan Aelbert Miesz Schotten alhier 3 vierdeparten in een huis en erf in de Kerckbuurt, belend ten noordoosten de diaconie alhier, ten zuidwesten Pieter Jacobsz Vroegop, genaamd het Stapelhuijs, waarvan koper een vierdepart competeert, voor ƒ 22-10-0 16.
              In Beverwijk leggen in 1722 Engel Jansz Hughtenburgh, wonende te Velsen, en Aalbert Miesse Schotten met zijn huisvrouw Aaghje Jans Valck, wonende te Beverwijk, een verklaring af over verkoop van rapen in 1721 op het land van secretaris Velsen, en testeren in 1723 Aalbert Miessen Schotten, ziekelijk, en Aaght Jans, zijn huisvrouw, op de langstlevende 17.
          51. (<25) (>102, >103) Aagt Jans VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 aug. 1674, impost op begr. ald. 14 dec. 1754.
              Op 19 april 1728 te Beverwijk prelegateert Aaght Jans Valk, weduwe van Aelbert Miessen Schotten, aan haar dochter Jannetje Aalberts Schotten, nomineert haar drie kinderen tot enige en universele erfgenamen, met als executeurs Hendrick Cornelisz Russel en Jan Vroeghop 18.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Aafje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 dec. 1698 (doopgetuige Wijntje Jans), overl. tussen 20 febr. 1737 en 28 april 1737, ondertr. (impost) ald. 11 mei 1723 (beiden pro deo) Hendrik Cornelisz RUSSEL, overl. vóór 24 jan. 1751.
                  Op 20 februari 1737 testeren Hendrik Cornelisz Russel en Aaffie Aalberts Schotten, op de langstlevende 19. Op 28 april 1737 is Hendrik Cornelisz Russel, weduwnaar en erfgenaam van zijn overleden huisvrouw Aafje Aalberts Schotte, voogd over zijn minderjarige dochter Claartje Russel; hij gaat voor een tweede keer trouwen 20.
              2. Jan Albertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 nov. 1700.
              3. Aalbert Albertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 jan. 1702 (doopgetuige Aagje Jans), overl. ald. 31 aug. 1723.
              4. Marijtje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 febr. 1703, zie 25.
              5. Jannetje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 juli 1704 (doopgetuige Wijntje Jans).
              6. Teuntje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 aug. 1705 (doopgetuige Marijtje Hendriks).
              7. Teunisje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 sept. 1707 (doopgetuige Marijtje Hendriks).
              8. Mies Albertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 sept. 1708, impost op begr. ald. 26 okt. 1711 (impost ƒ 3).
              9. Jannetje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 okt. 1709 (doopgetuige Wijntje Jans), impost op begr. ald. 27 maart 1762 (pro deo), ondertr. (impost) ald. 25 april 1732 (beiden pro deo), tr. Beverwijk 11 mei 1732 Lucas Willemsz BROEKKAMP.
              10. Teuntje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 jan. 1711 (doopgetuige Wijntje Jans).
              11. Teuntje Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 dec. 1711 (doopgetuige Swaantje Jans Valk).
              12. Hillegond Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 okt. 1713 (doopgetuige Swaantje Dirks).
              13. Fronica Alberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 24 febr. 1715 (doopgetuige Teuntje Mies).
            52. (<26) Cornelis Pietersz HOFLAND, ondertr./tr. Kudelstaart/Aalsmeer 29 aug./14 sept. 1690
                Geref. ondertr. Kudelstaart 29.8.1690: Cornelis Pieterz, j.m. van de Nes, woonende alhier, en Trijntje Willemsdr, j.d. van Aalsmeer, woonend aldaar. Getrouwd in Aalsmeer op 14.9.1690.
            53. (<26) Trijntje WILLEMS.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Willem Cornelisz HOFLAND, zie 26.
              2. Jantje HOFLAND, ged. Kudelstaart 21 juni 1705.
            56. (<28) Gerrit KETELAER, geb. ca. 1674, geelgieter, bij ondertrouw „van Laar”, begr. Amsterdam 15 dec. 1737 (Gerrit Ketelaar in de Tuijnstraat, laat 1 kind na), ondertr. ald. 21 okt. 1701, ondertr. (impost) ald. 19 okt. 1701 (onvermogend)
            57. (<28) (>114, >115) Sophia van HONSLAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 13 maart 1674, begr. ald. 22 april 1731.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Gerrit KETELAAR, ged. (r.-k.) Amsterdam 16 okt. 1702, zie 28.
              2. Elizabeth KETELAAR, ged. (r.-k.) Amsterdam 8 maart 1705.
              3. Maria KETELAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 15 jan. 1707 (doopgetuigen Philip de Craen, Margarita van Test).
              4. Maria KETELAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 20 aug. 1708 (doopgetuigen Margarita van Test begijntje, Philip de Kraan).
              5. Maria Cecilia KETELAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 27 mei 1714 (doopgetuigen Harmen Immingh, Gezina Exel).
              6. Hermannus KETELAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 1 nov. 1716 (doopgetuigen Guilielmus Wenningh, Gertrudis ter Lucht), begr. ald. (Westerkerkhof) 24 okt. 1717 (kind van Gerrit Ketelaar op de Sinel Treefsteeg).
            58. (<29) Jan Jansz van der VECHT, tr.
            59. (<29) Catrina Jans van ARENVORST.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Marieke van der VEGT, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 27 sept. 1693, zie 29.
            62. (<31) (>124, >125) Barent Gerritse BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 12 juni 1663 (doopgetuigen Harmen Jans, Judith Gerrits), kleermaker, begr. ald. 20 okt. 1730, ondertr. ald. 24 okt. 1687
                In het poorterboek van Amsterdam in 1686: Barent Gerritse kleermaker, zoon van Gerrit Barentsz in zijn leven mede kleermaker en poorter alhier, is een ingeboren poorter derzelver stede 21.
            63. (<31) (>126, >127) Maria van MEGGELEN, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 21 jan. 1665 als Merrijken (doopgetuige Cornelia Kuijpers), begr. ald. 8 okt. 1742.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Anna BOYING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 31 okt. 1688, zie 31.
              2. Gerrit BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 6 juni 1691 (doopgetuigen Guljam van Meggelen, Abigael de Wit).
              3. Johannis BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 25 nov. 1693 (doopgetuigen Johannes Boinoij, Catrina van Kempen).
              4. Samuel BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 21 nov. 1696 (doopgetuigen Pieter Jexen(?), Neeltie van Meggelen).
              5. Maria BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 14 sept. 1701 (doopgetuigen Abram Bannards, Marie Langevelt), ondertr. 1° ald. 1 jan. 1728 Aalt ALBERTSE, geb. Nijkerk, overl. vóór 1747, wedn. van Maria Barents van WILSHUIJZEN, ondertr. 2° Amsterdam 14 sept. 1747, ondertr. (impost) ald. 13 sept. 1747 (onvermogend) Jurrian ten HOOFT, wedn. van Jannetje KROON.
              6. Johannes BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 13 febr. 1705 (doopgetuigen Antony Seelaar, Maria van Hafsen), ondertr. ald. 19 maart 1731, tr. ald. (Nieuwe Kerk) 25 maart 1731 Trijntje van HONTHORST, wed. van Arie RUIJMST.
              7. Hendrik BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 9 okt. 1707 (doopetuigen Hendrik van IJbrids, Neeltje van Meggelen).


            Generatie VII (<VI, >VIII)

            72. (<36) (>144, >145) Arie Mathijsz van LEEUWEN, geb. ca. 2 febr. 1620 (Vroulichtmis 1622 twee jaar), ondertr. Alphen aan de Rijn 1648 (betoog gegeven op 16 febr. 1648 om te Leiden te trouwen), tr. Leiden
            73. (<36) (>146, >147) Jannetje Commers VOS.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Thijs Arisz van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Alphen aan de Rijn 25 nov. 1648 (doopgetuige Geertgen Claesdr), tr. Leiderdorp 13 okt. 1675 (hij jongeman wonende te Leiderdorp, zij jongedochter van Stompwijk wonende te Leiden) Neeltje Ariens van RHIJN, geb. Stompwijk, dr van Arent Cornelisz van RIJN en Aeltgen DIRCXDR, bij haar ondertrouw in Stompwijk werd zij vertegenwoordigd door Jochum Reynen als haar voogd.
                  In Zoeterwoude wordt vermeld in het concept-kohier van de belasting op het gemaal enz. van 1680, fol. 5, arbeider Mathijs Arentsz van Leeuwen, karnemelkverkoper, met zijn vrouw, een kind onder de 4 jaar, een weeskind boven de tien, aangeslagen om de armen te ontlasten, in de staat van overgeslagen personen voor het zoutgeld enz., 1680-1681, onder 'onvermogenden', Tys Ariensz van Leeuwen, ¾ kapitalist, op 3:5:12, in het register voor de belasting op het gemaal enz. [1680?], onder 'arbeidsluiden', Tys Arentsz van Leeuwen, man, vrouw, een weeskind boven de tien jaar, 2 kinderen onder de 4 jaar, in het kohier van het gemaal enz. [ca. 1680], onder 'arbeiders', Matys van Lewen, 3 personen, en in het kohier van het zoutgeld enz., Thijs Arentsz van Leeuwen, onvermogend, arbeider, man, vrouw, 1 kind boven de 10, 1 kind onder de 4 22.
              2. Willem Ariensen van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Koudekerk 1650 (doopgetuigen Fyttie Willems en Gerrit Gerritse).
              3. Claes Ariensz van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Koudekerk 29 maart 1654, zie 36.
              4. Jacob Arisz van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 5 nov. 1656 (doopgetuigen Gerrit Gerritsen en Gheertgen Matthyssen), metselaar, ondertr. 1° Leiden 16 jan. 1682 (hij geassisteerd met Willem Aryens van Leeuwen, zijn broer op de Oranjegraft, zij geboren te Esse), tr. (nederd. geref.) ald. (Pieterskerk) 8 febr. 1682 Ursula Cornelis SCHUTTELAER, overl. vóór 26 okt. 1708, ondertr. 2° ald. 26 okt. 1708, tr. (nederd. geref.) Leiden (Pieterskerk) 11 nov. 1708 Cornelia WATERBLOM, wed. van Paulus TRAWANT.
              5. Jan Arisz van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 8 febr. 1660 (doopgetuige Kniertje Ariens).
              6. Marijtje Ariens van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 6 aug. 1662 (doopgetuige Kniertje Ariens), overl. vóór 26 juni 1706, ondertr. Leiden 17 april 1688 (hij geassisteerd met Mathys van Leeuwen, zijn bekende te Leiderdorp, zij met Neeltje van Ryn haar schoonzuster te Leiderdorp), tr. (nederd. geref.) ald. 2 mei 1688 Willem van PEENEN, ged. (nederd. geref.) ald. 24 jan. 1666, saaiwerker, zn van Jan van PEENEN en Lijsbeth WILLEMS.
              7. Commer Arisz van LEEUWEN, ged. (nederd. geref.) Leiderdorp 2 maart 1667 (doopgetuige Kniertje Ariens).
            74. (<37) (>148, >149) Pieter Meessen CLINCKENBERCH, geb. ca. 1629, ondertr./tr. (nederd. geref.) Oegstgeest 12/26 juli 1654
                In 1658 heeft in Sassenheim Pieter Mees Clinckenberch van Maerten Jansz Warmont, voogd over de twee minderjarige kinderen van Jacob Jans Warmont en Jannetje Cornelis, gekocht „een huijs, barch, schuijr, potinge ende plantinge, met de werf ende een partije lants aen de werf vast te samen 5 honden 10 roeden gelegen ten eijnde de eerste cromte van de Kercklaen”, voor 1359 gld 23. In 1659 verkoopt in Warmond Pieter Meesz Clijnckenbergh, wonende in Sassenheim, aan Heijman Mourijns wonende te Warmond een partij lands genaamd „den ommeloper”, gelegen in de Veerpolder, groot 8 hond, hem aangekomen door het overlijden van Mees Pietersz Clinckenbergh zijn vader, voor 1500 gld 24.
            75. (<37) (>150, >151) Grietgen Florisdr van der VOORT, ged. (nederd. geref.) Leiden 2 aug. 1637.
                Op 17 maart 1661 verkoopt in Sassenheim Pieter Meesz Clinckenberch getrouwd met Grietje Floris, dochter van Floris Dammasz van de Voort bij Grietge Pieters, dochter en mede-erfgenaam van Lysbet Gerrits, in haar leven huisvrouw van Pieter Maertensz Gravesloot, aan Cornelis Jansz van der Bouchorst een partij wei- en teelland, groot 869 roeden, voor 2037:10:- 25.
                     Uit dit huwelijk:
                1. Marijtje Pieters KLINCKENBERGH, tr. (nederd. geref.) Sassenheim 1 mei 1689 Cornelis Pietersen GULDEMONT, eerder gehuwd met Grietje Daniels VERGOUW.
                2. Jannetgen Pieters KLINCKENBERGH, ged. (nederd. geref.) Sassenheim 17 nov. 1661, tr. Lisse 8 mei 1689 Symon Gerrits van BREDERODE, wedn. van Guurtje Jacobs LANGEVELT.
                3. Grietie Pieters KLINKENBERG, ged. (nederd. geref.) Sassenheim 18 maart 1663, zie 37.
                4. Jan Pieters KLINCKENBERGH, ged. (nederd. geref.) Sassenheim 1 nov. 1665.
                5. Cornelis Pieters KLINCKENBERGH, ged. (nederd. geref.) Sassenheim 27 maart 1667, tr. (nederd. geref.) ald. 2 aug. 1693 Jannetje Corssen van PELT, wed. van Dirck Cornelissen ADRICHEM.
              76. (<38) (>152, >153) Jacob Jansz WIJDOOGEN, ged. (nederd. geref.) Voorschoten verm. 25 mei 1636 (doopgetuigen 'de moeder' en Maertge Cornelis), begr. ald. 29 jan. 1711 (betaling van grafrechten, 15 st), tr. 1° Maertjen ARENTS, overl. vóór 1667, tr. 2° (schepenbank) ald. 13 febr. 1667
                  In Voorschoten verkoopt in 1668 Cornelis Jacobsz Hofflandt aan Jacob Jansz Wijdoogen een huis en erve in het Westeijnde van het dorp, belend ten westen Reijer Mouringsz van Tol, ten noorden Harmen Cornelis Koeijman en Jan Jansz Wijdoogen, ten oosten voornoemde Jan Jansz Wijdoogen, ten zuiden de Herewech, belast met 22½ st 's jaars aan de kerk van Voorschoten, voor 500 gld in gereed geld, verklaart in 1671 Jacob Olofsz van Leeuwen nomine uxoris erfgenaam van haar moeder Jannetge Jans, in haar leven weduwe van Hendrick Cornelisz van Geesdach, in het openbaar verkocht te hebben aan Jacob Jansz Wijtoogen een stukje teelland van 3 hond achter de kerk, belend ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwesten en noordwesten de kinderen en erfgenamen van Dirck Jansz van der Plas, ten noordoosten gemengder aarde met de weduwe van Cornelis Witteman, met conditie dat de koper als de weduwe dat wenst een sloot of greppel ter afscheiding moet schieten, voor 605 gld in gereed geld, en is Jacob Jansz Wijtoogen 300 gld schuldig, met interest 4 gld tegen 't honderd, aan de weeskinderen van Gerrit Jansz van Leeuwen, met als onderpand het stukje teelland als hiervóór gekocht 26.
                  In Voorschoten is in 1672 Jacob Jansz Wijdogen 250 gld schuldig aan Lambertus van Swieten, notaris te Leiden, op interest van 4 gld van 't honderd in 't jaar, met als onderpand het huis en erve aan de Voorwech, belend ten zuidoosten de Voorwech, ten zuidwesten Reijer Mourings van Tol, ten noordwesten en noordoosten Jan Wijdoge, en nog een huis en erve naast de Kercksloot, vanwege zijn huisvrouw Meijnsge Leenderts den Elsen, uit de boedel van zal. Marijtgen Cornelis weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, haar grootmoeder, bij scheiding aanbedeeld, op 18 mei 1775 wegens verkoop aan de bailliu weer uit dit verband ontslagen (voldaan op 25 april 1711 en geroyeerd op 16 juli 1711) 27. In 1672 wordt door de weeskinderen van Dirck Jansz van der Plas en Maertgen Joosten van Noord 20 gld ontvangen van Jacob Jansz Wijdooge, zijnde 2 jaar rente van 200 gld verschenen in 1672 28
                  In Voorschoten verklaart in 1675 Jacob Janse Wijdogen als getrouwd hebbende Mijnsge Leenderts den Elsen die mede-erfgenaam is geweest van Maertie Cornelisdochter, weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, en in die hoedanigheid het recht verkregen bij scheiding tegen de verdere erfgenamen op het navolgende huis en erve, verkocht te hebben aan de heer Franchois Points een huis en erve in 't dorp op de Kercksloot alwaar Jan Hendrickxe van den Berch de bierstekerij doende is, belend ten zuidoosten Jan Jacobsz Berckhout, ten zuidwesten de kinderen van Jan Cornelisz Egmont, ten noordwesten Pieter Leendertsz van Swieten, ten noordoosten de Kercksloot, voor 525 gld in gereed geld, verkoopt in 1676 Jacob Janse Wijdogen aan de heer Franchois Points, bailliu en schout, een stukje teelland van 3 hond achter de kerk, belend ten zuidoosten de Heerwegh, ten zuidwesten en noordwesten de kinderen en erfgenamen van Dirck Janse van der Plas, ten noordoosten gemengder aarde met de weduwe van Cornelis Witteman, voor 450 gld in gereed geld, en is in 1677 Jacob Jansz Wijdogen 100 gld schuldig aan Franchoijs Poijntz, baljuw en schout, waaraan hij verbindt zijn huis en erve in 't dorp op 't Westeijnde, belend ten oosten Jan Jansz Wijdogen, ten zuiden de Voorwegh, ten westen Reijer Mourisse van Tol, ten noorden de weduwe van Pieter Willemsz Wint (afgelost op 28 mei 1735, geroyeerd op 11 juni 1735) 29. In Voorschoten pacht Jacob Wijdogen in 1679 tienden in Voorschoten (voor £3), en is Jacob Jansz Wijdogen in de periode 1666-1678 verschillende keren borg voor andere pachters van tienden 30.
                  In Voorschoten verzoekt in 1706 [of eerder] Jacob Jansz Wijd'oge in een request dat het huisje staande aan de Achterwech nagelaten door zijn vader verkocht wordt ten beste van de gemene crediteuren, omdat hij niet graag dat boedeltje zou aanvaarden 31.
                  In Voorschoten verkopen in 1711 Mengsje Leenderts den Elsen, weduwe van Jacob Jansz Wijoogen, voor de ene helft, mitsgaders Leendert Jacobsz Wijdoogen, Louris Jacobsz Wijdoogen, Claes Cornelisz Immerseel getrouwd met Meijnsje Jacobs Wydoogen, Pieter Cornelisz van den Bergh in huwelijk hebbende Neeltje Jacobs Wydoogen, allen ook voor Jacob Cornelisz Bohemen in huwelijk hebbende Aagje Jacobs Wydooge, samen voor 5 zesdeparten in de wederhelft, aan Cornelis Jacobsz Wydoogen een huis en erve staande aan 't Westeinde in het dorp van Voorschoten, waarvan een zesde deel van de wederhelft de koper als mede erfgenaam competeert, belend ten oosten de weduwe van Gerrit van der Kuyk met een leeg erf, ten westen Cornelis Woutersz van Es, strekkende van de Dorpsstraat tot achter aan de 2 huizen van de diaconie-armen, met een pad tot aan de Heereweg, alles volgens de opdracht van 9 mei 1657, belast met een erfpacht van 22 st 8 penn 's jaars aan de kerk van Voorschoten, een losrente van 12 gld 10 st 's jaars, hoofdsom 200 gld, aan de erfgenamen van Jan Leendertsz Ruygrok, nog de belasting van een kapitaal van 100 gld aan de erfgenamen van wijlen baljuw Francois Poyntz, alles ten laste van de koper 32.
              77. (<38) (>154, >155) Meijnsje Leendertsdr den ELSEN.
                     Uit dit huwelijk:
                1. Cornelis Jacobsz WIJDOOGEN, overl. vóór 1758, tr. (schepenbank) Voorschoten 7 juni 1705 Trijntje Dirksdr van der ROT, bij huwelijk jongedochter van Delftgauw, begr. Leiderdorp 16 mei 1758.
                    In het verpondingskohier van Voorschoten van 1731 is Cornelis Jacobsz Wijdogen in het Middelblock eigenaar van een huis en erve met een koestal, verhuurd aan Crijn Teunisz Heemskerk voor 30 gld, doch voor de verponding getaxeerd op 43 gld, en huurt Cornelis Wijdogen buiten het dorp aan de Noordzijde voor 36 gld een bouwmanswoning, waarvan Cornelis Verdigal nomine uxoris eigenaar is 33.
                2. Leendert Jacobsz WIJGEDOOGEN, zie 38.
                3. Louris Jacobsz WIJDOOGEN.
                4. Meijnsje Jacobs WIJDOOGEN, tr. (schepenbank) Voorschoten 19 juni 1709 Claas Cornelisz IMMERSEEL.
                5. Neeltje Jacobs WIJDOOGEN, ondertr. (schepenbank) Zoeterwoude 11 febr. 1702 Pieter Cornelisz van den BERG, ged. (r.-k.) ald. 22 mei 1661 (doopgetuigen Cors Pietersz, Janneke Pieters), zn van Cornelis PIETERSZ en Meinsie ARIENS, wedn. van Aefje Claes van der VOORT.
                6. Aegje Jacobs WIJDOOGEN, tr. Jacob Cornelisz BOHEMEN.
              78. (<39) (>156, >157) Leendert Jansz van VELSEN, ondertr. Waddinxveen 21 april 1678 (attestatie gegeven in Oegstgeest op 8 mei 1678 om te trouwen), tr. (nederd. geref.) ald. 15 mei 1678 (hij: Leendert Jansse van Velsen j.m. van Oestgeest, met moeder Maertie Cornelis, zij: Aeltie Meertens de Blom, j.d. uit Zuideinde aan de Goutcade, met Marichie Claes Verschuir als [stief]moeder)
              79. (<39) (>158) Aeltie Maertensdr van der BLOM.
                     Uit dit huwelijk:
                1. Maarten Leendertsz van VELSEN, geb. Oegstgeest, bouwknecht, ondertr. 7 april 1713, tr. (schepenbank)/tr. kerkel. (r.-k.) Leiden 22 april 1713 Helena Frederiks van LEEUWEN, geb. Stompwijk, dr van Grietje JANS, die hertr. met Jan Claasz ERFFOORT, bouwman.
                2. Elisabeth van VELSEN, ged. (r.-k.) Oegstgeest 20 nov. 1682 (doopget. Cnelis Janse en Menxtie Jans), begr. Leiden tussen 4 juni 1757 en 11 juni 1757, ondertr. ald. 7 okt. 1707 Johannes MAARTENSZ, ged. (nederd. geref.) ald. 22 jan. 1681, begr. Leiden tussen 17 jan. 1767 en 24 jan. 1767, zn van Maerten ANTHONISZ, greinwerker, en Sara DANIELS.
                3. Joanna van VELSEN, ged. (r.-k.) Oegstgeest 29 jan. 1686 (doopget. Jan Simonse van Velsen en Maertie Cnelis).
                4. Maria Leenders van VELSEN, ged. (r.-k.) Oegstgeest 3 aug. 1687 (doopget. Pieter Janse en Maertie Cnelis), zie 39.
                5. Allegunda van VELSEN, ged. (r.-k.) Oegstgeest 14 mei 1694 (doopgetuigen Mathijs Arisse en Neeltje Aris).
              88. (<44) (>176) Willem BULSINCK, ondertr. Dinxperlo 13 febr. 1670
              89. (<44) (>178) Meke DRIESSEN.
                     Uit dit huwelijk:
                1. Meijne BULSINCK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 5 mei 1671, zie 44.
                2. Jacob BULSINCK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 25 april 1674, ondertr./tr. ald. 13 febr./6 maart 1698 Trijne BENNINCK, dr van Coendert BENNINCK.
                3. Jenneken BULSINCK, ged. (nederd. geref.) Dinxperlo 28 dec. 1679.
              90. (<45) Christiaan van der HORST, overl. vóór 1698, tr. N.N.
                     Uit dit huwelijk:
                1. Magdalena van der HORST, zie 45.
              98. (<49) (>196, >197) Jan Jacobsz van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 nov. 1628 (doopgetuige Barent Gerrits), overl. vóór 10 nov. 1677, ondertr./tr. ald. 27 dec. 1658/15 jan. 1659
              99. (<49) Belitje BASTIAENS.
                  In 1677 wordt een verklaring afgelegd door Belij Bastiaens, weduwe van Jan Jacobs 34.
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Martijntje Jans van ECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 15 okt. 1659 (doopgetuige Anna Jacobs), zie 49.
                  2. Jan Jansz van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 25 dec. 1661 (doopgetuige Magdaleentje Jans).
                  3. Magdaleentje Jans van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 30 dec. 1663 (doopgetuige Magdaleentien Jans).
                  4. Jacob Jansz van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 dec. 1665 (doopgetuige Maretje Cornelis).
                  5. Jacob Jansz van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 april 1668 (doopgetuige Stijntje Jans.
                100. (<50) (>200, >201) Mies Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26 juli 1654 (doopgetuigen Symon Meeusz Schotten en Maritge Meeus), tuinman, overl. vóór 9 maart 1714, ondertr. ald. 10 nov. 1673, attestatie om te trouwen Amersfoort 29 nov. 1673 (om te Beverwijk te trouwen), tr. Beverwijk 20 dec. 1673
                    In of kort na 1672 is Bartelmies Aelbers in Beverwijk bij de schutterij, onder het blauwe vaandel.
                    In Beverwijk bekent in 1688 Mies Aelbertsz Schotten wonende binnen dezer stede schuldig te wezen aan de minderjarige kinderen van wijlen Jacob de Hart en Sara Jacobs 235 gld, ter cause van de koop van een huis en erf in de Kerckbuerdt, te betalen de helft gereed, de helft mei 1689 35.
                    In Wijk aan Duin verkoopt in 1694 Ds Petrus van Hulle, bedienaar des Goddelijken woords te Zevenhoven, als in huwelijk hebbende Juffr. Maria van Mijerop dochter en mede-erfgenaam van zal. Jacob van Mijerop, aan Mies Aelbertsz Schotten, wonende in Beverwijk, een stukje land genaamd de Gier, met 't kleine snipje dat daaraan ten noorden gelegen is, tegenwoordig gemaakt tot een tuin, liggende aan de Cleyne Houtwegh, groot omtrent 1 morgen, belend ten zuiden de erfgenamen an zal. Juffr. Hillegont Hasselaer, ten zuidwesten de kerk van Beverwijk, ten oosten de Schoubeecq, voor 400 gld, en verkoopt in 1695 Juffr. Cornelia van Mijerop wonende te Beverwijk, van Hendrick op de Camp haar man gescheiden van tafel en bed volgens verbaal van 13 december 1694, en krachtens hun huwelijkse voorwaarden, aan Mies Albertsz Schotten, mede wonende te Beverwijk, 2 stukken geestland genaamd de Daele en de Belt, de eerste belend ten noorden Dr van Campen te Haarlem, ten zuiden van der Lijn te Alkmaar, ten noordwesten de Kuijckerswegh tot aan de Schouwbeecq toe, de Belt belend ten noorden Ds Fredricus Molerus, ten zuiden de erfgenamen van Dirck Garbrantsz, ten oosten de Heemskerckerwegh, haar aangekomen van haar vader zal. Jacob van Mijerop, voor 630 gld, te betalen 315 gld gereed, 315 gld op St. Jacob 1696 36.
                    In Beverwijk verkoopt in 1690 Hendrick Engelsz Vinckestijn wonende in 's-Gravenhage aan Mies Aelbertsz Schotten wonende binnen dezer stede een huis en erf genaamd de Gloeijende Oven in de Peperstraat, strekkende tot achteraan 't erf van de erfgenamen van de heer Momma, belend ten zuidoosten de heer officier dezer stede, ten noordwesten Mevr. van der Aa, belast met een rentebrief van 600 gld kapitaal ten behoeve van de heer Jacob van Mijerop officier dezer stede, tegen 4½ gld van de honderd in 't jaar, voor 130 gld boven de voornoemde 600 gld, en verkopen in 1694 de [met namen genoemde] erfgenamen van Lammert Dirksz aan Mies Aelbertsz Schoten wonende binnen dezer stede een huis en erf in de Kerckbuerdt, belend ten zuiden de weduwe van Jan Willemsz metselaer, ten noorden de koper, voor 295 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1695, 1/3 mei 1696 37.
                    In Beverwijk verkoopt in 1697 Juffr. Elisabeth de Bruijn wonende binnen dezer stede, weduwe, voor haarzelf en als voogdesse van Joannis Molerus, minderjarige zoon, en Nicolaes Molerus, medicinae doctor, meerderjarige zoon, tezamen erfgenamen van Ds Federicus Molerus, aan Mies Aelbertsz Schotten een huisje en erf in de Peperstraat, belend ten zuidoosten het wagenhuis van Matthijas Coddijn, voor 230 gld, te betalen de helft mei 1697 en de helft mei 1698, en verklaren in 1698 de [met namen genoemde] erfgenamen van Jacob van Mijerop in openbare veiling verkocht te hebben aan Mies Aelbertsz Schotten binnen dezer stede een huis en erf bestaande uit 2 woningen aan de Oostzijde van de Houtwegh, strekkende met zijn erf aan de tuin van Cornelis Cruijsvelt en aan 't erf van de kinderen van Cornelis Jansz Loots, belend ten noorden en noordoosten 't Nieuwen Weghjen, zijnde nog 4 jaren in huur voor 30 gld 's jaars, 't eerste mei 1699, reeds voldaan met 301 gld 38.
                    In 1699 verklaren Pieter Schuijt, regerend schepen van Wijk aan Duijn, en Tomas Louwers, ook te Wijk aan Duijn, ten verzoeke van Mies Aelberts Schotten, dat Schotten in de voorleden zomer heeft geteeld een stuk land met vetzaad ter grootte van een en een half morgen, zijnde een stuk land gelegen bezijden de laan van Oosterwijk 39. In 1700 verkoopt in Wijk aan Duin Mies Aelbertsz Schotten, wonende in Beverwijk, aan Gerrit Pietersz Schuijt twee stukken land genaamd de Daele en de Belt, de Daele belend ten noorden Dr van Campen te Haarlem, ten zuiden de erfgenamen van Van der Lijn te Alkmaar, ten noordwesten de Kuijckerswegh tot aan de Schouwbeecq toe, de Belt belend ten noorden de erfgenamen van Ds Fredericus Molerus, ten zuiden de erfgenamen van Dirck Garbrantsz, ten oosten de Heemskerckerwech, zijnde nog 5 jaar in huur aan Pieter Jansz Lammerden voor 100 gld 's jaars, voor 1800 gld 40.
                    In Beverwijk verklaren in 1700 Cornelis Jacobsz Vlaanderen en Cornelis Vlaanderen, beiden wonende te Amsterdam, als last hebbende van Jacob Gijsbertsz Vlaenderen, in openbare veiling verkocht te hebben aan Mies Aelbertsz Schotten een huis en erf in de Toornstraat, belend ten zuidoosten Riewert Jansz Graefmaker en Siewert Sijmisz, ten noordwesten Ourijn Aldertsz, belast met een duit thijns, voor 615 gld, te betalen de helft gereed, de wederhelft mei 1701, en verkoopt in 1701 Sr Johannis Boekers, oud-burgemeester, aan Mies Aelbertsz Schotten alhier een huis, schuur en erf op de Breestraat op de hoek van de Hobbesteegh, strekkende tot achter aan 't erf van de verkoper, belend ten noordoosten de Hobbesteegh, ten zuidwesten Claes Danielsz en de verkoper, voor 900 gld, te betalen 1/3 gereed, mei 1702 1/3 en mei 1701 1/3 41.
                    In Beverwijk verkopen in 1704 Grietje van Hulle, weduwe wonende te Haarlem, en de voogden van het nagelaten kind van wijlen Jannitie van Hulle, erfgenamen van Ds Petrus van Hulle, aan Mies Aelbertsz Schotten een huis en erf aan de Groote Houtstraat, voorheen geweest het armenweeshuis, strekkende tot achter aan Sijmon Poelenburgh en Claes Jansz Gelijn, belend ten noordoosten Jacob Dircksz Vis, ten zuidwesten Aelbert Miesz Schotten, voor ƒ 700, verkoopt in 1711 Mies Aelbertsz Schotten aan Cornelis Huijbertsz alhier een huis, erf en tuin aan de Groote Houtstraat, geweest het armenweeshuis, nu genaamd Toornwijck, strekkende tot achter aan de erfgenamen van Sijmon van Poelenburgh en Pieter Barentsz, belend ten noordoosten Jacob Dircksz Vis, ten zuidwesten Maartje Robberts, met de oude brief tussen Jacob van Myerop en Cornelis Cornelisz Rijnberckhout dd. 10 jun 1665, voor 800 gld, te betalen een vierdepart gereed en voorts met een vierdepart 's jaars op meidagen, en verklaren in 1711 Jacob Cornelisz Schaap wonende te Velsen, in huwelijk hebbende Celitje Jans Braak dochter en erfgenaam van Jan Jansz Braack, in openbare veiling verkocht te hebben aan Mies Aelbertsz Schotte alhier een huis en erf aan de Meijrstraat, strekkende tot achter aan het Achterweghje toe, belend ten zuidwesten Lauris Pietersz, ten noordoosten de gemene gang tussen dit huis en 't huis van Jopje Thijs, voor ƒ 400, te betalen de helft gereed, de helft mei 1712 (voldaan op 27 december 1721) 42.
                    In Wijk aan Duin heeft in 1707 Mies Aelbertsz Schotten wonende te Beverwijk openbaar verkocht aan Pieter Bastijaensz Huijsman en Adrijaentje Pieters weduwe van Cornelis Jansz Bierom, beiden mede wonende te Beverwijk, een stuk land genaamd de Gier met het kleine snipje daarbij dat ten noorden daaraan gelegen is, tegenwoordig een tuin toebehorende Willem Adrijaensz, groot omtrent 1 morgen, belend ten westen de heer Joannis Boelkens, ten zuidwesten de kerk van Beverwijk, ten oosten de Schouwbeeck, zijnde 6 jaar in huur ingegaan Kerstmis 1706 aan de voorschreven Willem Adrijaensz jaarlijks voor 33 gld, bij welke verkoop de verkoper aan zich heeft gehouden de wilg die ten tijde van de verkoping op 't bosje was staande, voor 450 gld, en verkopen in 1709 de executeurs van het testament van Abram Molerus, in zijn leven predikant te Wijk op Zee, aan Mies Aelbertsz Schotten wonende te Beverwijk een stuk geestland van omtrent 600 roeden, genaamd de Tuijn van Mies, belend ten westen de verkopers in hun qualiteit, zijnde gekocht door de heer Matthyas Coddijn, ten noorden de Banckenlaan, ten oosten de heer Isnout van Veen, ten zuiden Pieter Siewertsz, voor een schuldbekentenis van 325 gld (geroyeerd op 12 mei 1721) 43.
                    In Beverwijk verkoopt op 17 juni 1711 Mies Aelbertsz Schotten, tuinman binnen dezer stede, aan Sr Jacob de Groot, vroedschap dezer stede, een huis en erf aan de Coningstraat, strekkende tot achter aan 't erf van de weduwe en kinderen van Lambert Jacobsz Metselaer, belend ten noordoosten de koper en de erfgenamen van heer Hendrick Muijlman, ten zuidwesten Aelbert Pontsz en de erfgenamen van Hendrick Teunisz Zaal, met een vrije gang aan de noordoostzijde van dit huis, voor 630 gld, te betalen een derdepart gereed, een derdepart mei 1712, een derdepart mei 1713 (voldaan op 16 januari 1716) 44.
                    In Beverwijk verkoopt in 1716 Marij Hendricx, weduwe en erfgenaam van Mies Aelbertsz Schotten, binnen dezer stede, aan Jan de la Chambre, meester glazemaker en schilder alhier, een huis, schuur en erf op de Breestraat op de hoek van de Hobbesteegh, belend ten noordoosten de Hobbesteegh, ten zuidwesten de erfgenamen van Claes Danielsz, en Claes Poulusz Langevelt, voor ƒ 450, te betalen de helft gereed, de helft mei 1717 45.
                    In Wijk aan Duin bekennen in 1721 Frans Harduynenbergh en Teuntje Miessen Schotten, echteluiden wonende te Beverwijk, als aministrateurs van de boedel van wijlen Marijtje Hendricx indertijd weduwe van Mies Albertsz Schotten, mitsgaders zo nodig als voogd en voogdesse over de minderjarige nagelaten kinderen erfgenamen vn de voornoemde Marijtje Hendricx en Mies Schotten, volgens testamentaire dispositie van Mies Schotten voor notaris Jan Barrevelt te Beverwijk dd. 1 oktober 1720, in openbare veiling verkocht te hebben aan Cornelisz Velsen, secretaris alhier, een stuk geestland met de ganse opstal, groot omtrent 600 roeden, genaamd de Tuijn van Mies, gelegen ten westen van de koper, belend ten noorden de Banckenlaan, ten oosten Jan Schaap, ten zuiden Pieter Riewerts, belast met een jaarlijkse thijns doende in de verponding ƒ 2-16-8, voor 280 gld 46.
                    In Beverwijk testeren in 1702 Mies Aelbert Schotten en Marijtje Hendrickxe van Rossel op de langstlevende en de langstlevende op ieder der 2 dochters of hun kinderen en op de kinderen van hun 2 zonen Aelbert en Jacob Mies Schotten een vierde, en testeren in 1711 Mies Alberts Schotten, ziekelijk te bedde, en Marijtje Hendricx, op de langstlevende, met de kinderen hun legitieme portie, onder herroeping van het testament van 14 augustus 1702 voor Arent Rollerus, en wordt in 1720 de inventaris opgemaakt van Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Alberts Schotten, inhoudende een huis en erf in de Peperstraat, op de Meer, over 't school, in de Torenstraat, op de Houtweg, in de Peperstraat, 'Het Stapelhuijs' over 't school, en verder de schuur 'De Kat' op de Houtweg, een stuk land in Wijk aan Duin, 9 opstallen op eigen en op gehuurd land, en een inboedel 47.
                101. (<50) (>202, >203) Maritje Hendricx ROCHEL, impost op begr. Beverwijk 11 okt. 1720 (impost ƒ 3).
                    Op 1 maart 1682 doet Maritje Hendricks, huisvrouw van Mies Aelberts Schotten, te Beverwijk belijdenis. In Beverwijk compareren in 1714 Teunis Teunis de Waal, weduwnaar van Fronica Miessen, en Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Albertsz Schotten, als grootmoeder en bloedvoogdesse over het minderjarige nagelaten kind van wijlen Fronica Miessen en Cornelis Cornelisz Koningh, haar eerdere man zaliger, waarbij overeengekomen is dat Teunis Teunis de Waal het kind Cornelis Cornelisz Koningh zal opvoeden en 100 gld betalen van zijn moeders erfenis en 500 gld van zijn vaders erfenis, verklaren Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Albert Schotten, en Jacob Schotten ten verzoeke van Cornelis Phlipsz Crijghsman, meester bakker alhier, dat omtrent 1 januari 1710 aan Willem Hendriks Ras zal. ten huize van Crijghsman 342 gld betaald is voor een obligatie van 300 gld die Willem Henriksz Ras toekwam uit een boedel van Grietje Zalen, en testeert Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Albertsz Schotten, aan Teuntje Miessen al het goud, zilver en linnen en 500 gld voor trouwe hulp en aan haar, Aalbert Miessen, Jacob Miessen en tezamen Cornelis Cornelisz Coningh, Stijntje Teunis en Teunis Teunis de Waal vanwege haar overleden dochter Fronica Miessen, elke een vierdepart 48.
                    In Beverwijk verkoopt in 1716 Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Aelbertsz Schotten, aan Jan Jansz Voorhout binnen dezer stede een huis en erf aan het Eijlant, belend ten zuidoosten Hendrick Davitsz Krack en Jan Joosten Varenhorst, ten oosten Barent Jansz Boter, ten noordoosten Jan Aldertsz, ten noordwesten de erfgenamen van Cornelis Claesz Metselaer, ten noorden de Toornstraat, voor ƒ 350, te betalen ƒ 250 gereed, ƒ 100 te houden op interest 3 jaren vast 49.
                    In 1717 benoemt Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Aalbertsz Schotten, Symon Willemsz Slootmaacker en Cornelis Flipsz Crijghsman als voogden over na te laten kinderen, ook van Cornelis Cornelisz Koningh over hetgeen hem reeds van zijn vader vader en moeder opgestorven is, ten bedrage van 600 gld, noemt in 1720 Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Aalbertsen Schotten, Frans Hardduijnenbergh en diens huisvrouw om na haar dood haar begrafenis en nalatenschap te verzorgen, en zijn in 1723 Aelbert Miessen Schotten en Mies Jacobsz Schotten ieder voor een vierdepart mede-erfgenamen van wijlen Marijtje Hendricx, in haar leven weduwe van Mies Aalbertsen Schotten 50.
                    In Beverwijk verkopen Frans Harduijnenbergh en zijn huisvrouw Teuntje Mies, als administrateurs van wijlen Marijtje Hendricx weduwe van Mies Aelbertsz Schotten en voogden over de minderjarige kinderen, in 1720 aan Joannis Lincklaan wonende te Amsterdam een huisje en erf in de Peperstraat, belend ten zuidoosten de koper, voor ƒ 163, verder in 1721 aan Huijbert Dorlant, tuinman alhier, een huis en erf genaamd de Gloeyende Oven in de Peperstraat, belend ten zuidoosten Dr Theodorus van Zelst, ten noordwesten Jan Joosten Varenhorst, voor ƒ 260, te betalen 1/3 gereed, 1/3 Allerheiligen, 1/3 mei 1722, aan Bastijaen van Rossen een huis en erf aan de Meerstraat, belend ten zuidwesten Lauris Pietersz biersteecker, ten noordoosten de gemene gang tussen dit huis en het huis van Jopje Thys, voor ƒ 255, te betalen als voren, aan Dirck Leendertsz Knaap een huis en erf in de Toornstraat waar tegenwoordig Aelbert Schotten en Bruijn Otte in wonen, belend ten zuidoosten Jan Joosten Varenhorst en de erfgenamen van Willem Claesz Manevelt, ten noordwesten de koper, voor ƒ 340, te betalen als voren, aan Pieter Jacopsz Vroegop een huis en erf in de Kerckbuurt, belend ten zuidoosten Bruijn Otte, ten noorden het huis en erf gekocht door Aelbert Schotten, voor ƒ 120, te betalen als voren, aan Hendrick Davitsz Krack een schuur met erf aan de oostzijde van de Groote Houtwegh, voor ƒ 70, betaling als voren, en aan Mies Claesz Schotten wonende te Velsen een huis en erf bestaande uit 2 woninkjes aan de oostzijde van de Groote Houtwegh, belend ten noorden en noordoosten het Nieuwe Weghje, voor ƒ 185 51.
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Aalbert Miesz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 sept. 1674, zie 50.
                    2. Jacob Miesz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 maart 1676 (doopgetuige Teuntje Jacobse), impost op begr. ald. 29 juni 1722 (pro deo), ondertr. (nederd. geref.) ald. 2 febr. 1697, ondertr. (impost) Beverwijk 2 febr. 1697 (tezamen ƒ 6), tr. ald. 17 febr. 1697 Grietje Hendriks RAS, alias Zale, ged. (nederd. geref.) ald. 28 febr. 1676 (doopgetuige Neeltje Theunis), dr van Hendrick Theunisz RAS, doorgaans handelend onder de achternaam 'Saal', schoenmaker, tuinman (als zodanig vermeld in 1701) te Beverwijk, en Maartje ROBBERTS.
                        In 1699 Jacob Mies Schotten van Pieter Jan Lamberden een opstal van een tuin liggende in de banne van Wijk aan Duin, genaamd Mies Ooms Hooghje, voor 275 gld, te betalen de helft op St. Jacob 1699, de helft op St. Jacob 1700 39.
                    3. Teunisje Mies SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 jan. 1682 (doopgetuige Teunisje Jacobs).
                    4. Teuntje Mies SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk dec. 1685 (doopgetuige Teuntje Jacobs), overl. ald. 1753, ondertr. (impost) 1° ald. 20 sept. 1714 (impost ƒ 6, beiden wonende alhier) Evert NIEUWLAND, tr. 2° Frans HARDUYNENBERGH, geb. ca. 1682, impost op begr. Beverwijk 7 juni 1725 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) 3° ald. 10 maart 1729 (impost beiden ƒ 3), tr. ald. 27 maart 1729 IJf Cornelisz KNAP, veerschipper, gasthuismeester te Beverwijk, overl. 4 april 1729, laatst wedn. van Trijntje Jans SCHAAP, eerder wedn. van N.N.
                        Op 4 april 1726 52 is Jan Joosten Leempoel 400 gld schuldig aan Teuntje Miessen Schotten, weduwe van Frans Hardduijnenbergh, als voogdesse over de minderjarige kinderen van wijlen Marijtje Hendricx. Op 14 januari 1731 53 legateert Teuntje Miessen Schotten, laatst weduwe van IJff Cornelisz Knap, aan de 2 kinderen van Mies Jacobsz Schotten, de 3 kinderen van Aelbert Miessen, Neeltje de Lachambre waarvan zij dooppeet is, en Stijntje Teunis de Waal, dochter van Teunis Teunisz de Waal. Op 7 april 1750\NHA ONA Beverwijk 280 (notaris Abraham Henry Casteleyn) akte 71, 7 april 1750 testeert Teuntje Miesse Schotte, laatst weduwe van IJff Knap, aan de kinderen vam Stijntje Teunis de Waal bij Sander van Laar en bij Jan Verheul.
                        In Beverwijk is in 1736 Pieter Bos ƒ 300 schuldig aan Teuntje Mies Schotten waarvoor hij verbindt een huis en erf aan de Breestraet, strekkende tot de Coningstraat, belend ten noordoosten Jacob Cnegje, ten zuidwesten Jan van der Linden (geroyeerd op 2 augustus 1749), en verkoopt in 1738 Christoffel Gallemeijer wonede te Velsen als in huwelijk hebbende Jannetje Claasdr van den Bergh aan Teunisje Mesdr Schotten, weduwe, een huis en erf aan de Breestraat, belend ten zuidwesten het Brandsteegej, ten noordoosten Hendrikje Pieters Spijckers, comparants huisvrouw aangekomen bij legaat van Cornelis Jacobsz Oudt en Geertje Tomas uit hun testamentaire dispositie gepasseerd voor notaris Jan Barreveldt op 2 februari 1732, voor 440 gld 54.
                        In 1753 benoemt Teuntje Miesse Schotten, laatst weduwe van IJff Knap, als enige erfgenaam Stijntje Teunis de Waal, getrouwd met Jan Verheul 55.
                        Op 10 december 1720 zijn Frans Harduinenbergh en zijn vrouw Teuntje Miessen Schotten eisers tegen Cornelis van Oosten, wonende op de Blommarckt te Amsterdam, die schulden heeft aan wijlen Marijtje Hendricx voor het leveren van erwten 56.
                        Huwelijksvoorwaarden worden op 28 februari 1729 opgesteld tussen IJff Cornelisse Knap, regerent diaken van de gereformeerde kerk, mitsgaders veerschipper op Amsterdam, laast wednuwnaar van Trijntje Jans Schaap, en Teuntje Miessen Schotten, laast weduwe van Frans Harduynenbergh 57.
                        In Beverwijk verkoopt in 1712 Joost Joosten Varenhorst, meester schoenmaker alhier, aan IJff Cornelisz Knap, veerschipper, een huis en erf bestaande uit 2 woningen aan het Eijlant of anders op 't Weghje, belend ten oosten Cornelis Noom, ten westen Claes Pas, voor 145 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 Allerheiligen 1712, 1/3 mei 1713 58.
                        In Beverwijk verkopen in 1721 Cornelis Velsen, secretaris, als curateur over de insolvente boedel van wijlen Trijntje Hendricx Ras, laatst huisvrouw van Jan Janse van Gent, voor de helft, en Jacob Claesz Langevelt, gasthuismeester, het recht verkregen hebbende van voornoemde Jan Jansz van Gent, voor de helft, aan IJff Cornelisz Knap, veerschipper en mede gasthuismeester, een huis en schuur in de Bagijnestraat, belend ten zuidoosten Adrianis van Coevenhoven, ten noordwesten Jan Willemsz Valck, voor ƒ 105 59.
                        In Beverwijk verkoopt in 1726 IJff Cornelisz Knap alhier aan Hendrick Jacobsz de Munck wonende alhier een huis en erf bestaande uit 2 woninkjes staande aan het Eijlant of anders op 't Weghje, strekkende van 't voorschreven Weghje tot achter tegen de erven van Dirck Borte, Rijck Pas en Hendrick Davitsz Krack, belend ten oosten Rijck Pas, ten westen de voornoemde Krack, voor ƒ 120, te betalen ƒ 30 gereed en voorts ƒ 30 's jaars op meidagen, 3 termijnen 60.
                    5. Fronica Mies SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 juli 1686 (doopgetuige Trijntje Jacobs), overl. vóór 1727, ondertr. (impost) 1° ald. 27 juli 1706 (impost elk ƒ 3) Cornelis Cornelisz KONING, meester hoefsmid, ondertr. (impost) 2° ald. 10 april 1711 (impost voor haar ƒ 3, hij pro deo) Teunis Teunisz de WAAL, overl. vóór 1727, zn van Teunis Jansz de WAAL en Stijntje Jans BROERS, die hertr. met Pietertje Cornelis van LOENEN.
                        In Beverwijk zegt op 10 april 1711 61 Fronica Miessen, weduwe van Cornelis Cornelisz Koningh, geassisteerd met haar vader Mies Aalberts Schotten, haar kind Cornelis Cornelisz Koninghs ƒ 500 toe. In 1727 62 compareert Anthonij Scheepmaacker, meester hoefsmid alhier, als in huwelijk hebbende Pietertje Cornelis van Loenen, eertijds weduwe van Teunis Teunisz de Waal, in zijn leven weduwnaar van Fronica Miessen Schotten, dewelke in eerder huwelijk heeft gehad Kornelis Kornelisz Koningh, in zijn leven mede meester hoefsmid alhier. Hij ontvangt 80 gld. en 2 ducatons uit de nalatenschap van Fronica Miessen Schotten, op hem gedevolveerd bij 't overlijden van Teunis Teunisz de Waal, nagelaten zoon van Fronica Miessen Schotten.
                        Op 26 mei 1710 testeren Cornelis Cornelisz Koningh, meester hoefsmid, en Fronica Miessen Schotten, onder herroeping van de huwelijkse voorwaarden van 11 september 1706 bij Arent Rollerus 63.
                  102. (<51) (>204, >205) Jan Thamisz VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 febr. 1636 (doopgetuige Tryntgen Lamberts), overl. vóór 5 mei 1696, ondertr./tr. ald./Castricum 30 april/16 mei 1660
                      In 1672 is in Beverwijk Jan Thamisz bij de schutterij, onder het blauwe vaandel, met een musket.
                      In Beverwijk is in 1728 in openbare veiling verkocht door Jacob Jansz Kist, meelmolenaar, Cornelis Huijbertsz, tuinman binnen dezer stede, als executeurs van het testament van wijlen Jan Joosten Varenhorst voor de helft, Tamis Jansz Valck voor 1/3, Aecht Jans Valck voor 1/3, beiden alhier, en Zichem Ludema wonende te Haarlem in huwelijk hebbende Aafje Aerts, Olfert Pietersz schepen dezer stede en Tamis Valck als voogden over Lammert en Jan Aertsz, allen kinderen van Weijntje Jans Valck, voor 1/3, van de andere helft, als erfgenamen van wijlen Maart Jans Valck en Riewert Jansz Valck, de voorschreven Jan Joosten Varenhorst en Maart Jans Valck indertijd echteluiden, aan Hendrick Cornelisz Russel wonende binnen dezer stede een huis en erf in de Kerckbuurt genaamd de Groote Groene Poort, strekkende tot achter heer Hendrick Swart, belend ten noorden 't kerkhof, ten zuiden de Cleijne Groene Poort, voor 800 gld, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729, aan Pieter van Diest, doodgraver alhier, een huis en erf genaamd de Cleijne Groene Poort, voor 420 gld, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729,aan Jan Dominicus mede alhier en huis en erf in de Toornstraat, strekkende tot achter Gerrit Deuveman die ook ten noorden belend is, belend ten zuidoosten de erfgenamen van Willem Claesz Moneveldt, voor ƒ 100, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729, aan Lowies Vosmeer een huis en erf op de Meerstraat, strekkende tot de Achterwegh, belend ten noordoosten Jan Bornis Gunter, ten zuidwesten Sjoert Thomasz, voor ƒ 160, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729, en aan heer Petrus Hollebeeck, medicinae doctor alhier, een stuk land genaamd 't Ooster- en Westerleenlandt, liggende in Wijk aan Duin, belend ten oosten de weduwe van Joannis van Coevenhoven, ten zuiden de doopsgezinde gemeente te Beverwijk, zijnde nog 5 jaar in huur aan Jan Engelsz Spijckerman voor 40 gld 's jaars, voor ƒ 700 64.
                      In Wijk aan Duin verkopen de erfgenamen van wijlen Maart Jans Valck en Riewert Jansz Valck, zijnde Jan Joosten Varenhorst en Maartje Jans Valck indertijd geweest echteluiden, nl. Jacob Jansz Kist, meelmolenaar, en Cornelis Huybertsz, tuinman, binnen Beverwijk, als executeurs van het testament van Jan Joosten Varenhorst, van de helft, Tamis Jansz Valck voor 1/3, Aeght Jans Valck voor 1/3, beiden wonende te Beverwijk, en Zichum Ludema wonende te Haarlem in huwelijk hebbende Aeffie Aerts, Olfert Pietersz schepen te Beverwijk met voornoemde Tamis Jansz als voogden over Lammert en Jan Aertsz, allen kinderen van Weijntje Jans Valck, tezamen voor 1/3, van de andere helft, (1) aan Petrus Hollebeeck, medicinae doctor te Beverwijk, een stuk land genaamd Ooster en Wester Leenlandt, zijnde voor een gedeelte betuind, belend ten oosten de weduwe van Joannis van Coevenhoven, ten zuiden de Doopsgezinde Gemeente te Beverwijk en Cornelis Hoogh-landt, ten noorden Pieter Kool, ten westen de Wildernis, groot 2 morgen, voor ƒ 700, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729, (2) aan Jacob Moerbeeck een stuk land genaamd het Vormanelant, belend ten noorden de erfgenamen van Bastyaen Poulusz, ten zuiden de erfgenamen van Johan Pergens, ten oosten de Kerck-wegh, ten westen de Cleyne Houtwegh, nog 9 jaren in huur aan Pieter Moerbeeck voor 31 gld 10 st in 't jaar, de iepeboompjes aan 't westend van dit door de verkoper aan zichzelf gehouden, voor ƒ 430, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729, (3) aan Baltus Boeckholt, meester loodgieter, een stuk teelland genaamd de Lange Acker, de Vijffackerscroft en Francentuijntje, strekkende van de Groote Houtwegh tot aan het Kuijckersweghje, belend ten noorden de stad Haarlem en de stad Beverwijk, ten noordwesten en zuiden de voorschreven steden met de Boele-landen, gemeen en onverdeeld met de voornoemde steden, groot 1729 roeden, de Lange Acker nog 7 jaren in huur aan Claes Louritsz Huijgen voor 24 gld 's jaars, de 5-Ackerscroft en het tuintje nog 3 jaren in huur aan Jan Jacobsz Lampitt voor 36 gld 's jaars, voor ƒ 285, te betalen de helft gereed, de helft mei 1729 65.
                      In 1683 testeert Jan Thamis aan de kinderen geprocreëerd bij zijn overleden vrouw 66. Op 5 mei 1696 is er boedelscheiding tussen Rieuwert Jansz Valck, Maritje Jans Valck, Aelbert Miesz Schotten als in huwelijk hebbende Aechtje Jans Valck, en Willem Jansz Roodtbol als voogd over de minderjarige kinderen Wouter Jansz Valck en Wentje Jans Valck, nagelaten kinderen en erfgenamen van Jan Tamis Valck en Aefje Rieuwerts 67.
                  103. (<51) (>206, >207) Aefje RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 juli 1636 (doopgetuige Fytgen Willemsdr), overl. vóór 31 jan. 1683.
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Maartje Jans VALCK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 24 febr. 1661, overl. vóór 21 juli 1728, tr. Jan Joosten VARENHORST, tuinman, zn van Joost Jansz VARENHORST, kleermaker.
                        Op 13 februari 1730 wordt ontvangen uit de erfenis van Maartje Jans Valk door Zighem Ludema getrouwd met Aafje Aarts de Wolf, Lammert Aartsz de Wolf, Hendrick Cornelisz Russell getrouwd met Aafje Aalberts Schotten, en Claas de Boer getrouwd met Marijtje Aalberts Schotten 68.
                        Op 7 juni 1718 testeren te Beverwijk 69 Jan Joosten Varenhorst en Maartje Jans Valck, in de eerste plaats op elkaar, en verder o.m. aan Jan Thamisz Valck, zoon van Tamis Jansz Valck, een huisje en erf in de Peperstraat en de helft van een stuk land in Wijk aan Duin. Op 10 jan. 1727 70 wijzigt Maartje Jans Valck, ziekelijk, voorafgaand testament, met prelegatering aan verschillende personen en benoeming van Tamis Janse Valck, de kinderen van Wijntje Jans Valck, en Aaght Jans Valck, tot universele erfgenamen.
                        In Wijk aan Duin heeft in 1691 Hendrick op de Camp wonende te Beverwijk, als man en voogd van Cornelija van Mijerop die mede compareerde als het navolgende land van haar vader ten huwelijk gekregen, openbaar verkocht aan Jan Joosten Varenhorst wonende in Beverwijk een stuk land genaamd het Crommelandt, belend ten noorden Jacobus Plevier, ten zuiden Claes Sijmonsz van Nes, ten oosten de Kerckwegh, ten westen de Cleijne Houtwegh, zijnde dit land nog 11 jaar in huur aan Floris Jansz Block voor 42 gld 's jaars, voor 610 gld 71.
                        In Wijk aan Duin is in 1695 Harmen van den Heuvel, wonende te Beverwijk, 800 gld schuldig aan Jan Joosten Varenhost wonende te Beverwijk, met als onderpand een croft land gemaakt tot een tuin genaamd de Kennipcroft, groot omtrent 1308 roeden, belend ten oosten de Schouwbeeck, ten zuiden houder dezes, ten westen de Cleyne Houtwech, ten noorden de Kerk (geroyeerd op 24 januari 1698), en heeft in 1698 Ds Abraham Molerus, predikant te Wijk op Zee, openbaar verkocht aan Jan Joosten Varenhost wonende te Beverwijk een stuk land genaamd Ooster en Wester Leenlandt, voor een gedeelte betuind, belend ten oosten Adrianis en Joannis van Coevenhoven, ten zuiden Jan Pietersz Boschman en de weduwe van Fulphs Jansz, ten noorden Juffr. Laakeman, ten westen de Wildernis, groot omtrent 2 morgen, zijnde nog 5 jaar in huur aan Hendrick Saaltje voor 46 gld 's jaars, voor 900 gld, te betalen de helft gereed, de helft op 25 februari 1699 72.
                        In Wijk aan Duin verkoopt op 8 juni 1709 Claes van Poelenburgh wonende te Alkmaar, als voogd benevens de heer Albert Ahuijs over Theresia Ahuijs enige nagelaten dochter van wijlen Beatris van Poelenburgh, ook namens de medevoogd Albert Ahuijs, voor de helft, en nog last hebbende van Juffr. Cornelia van Poelenburgh bejaarde dochter, beiden wonende te Amsterdam, enige erfgenamen ab intestato van Cornelis van Poelenburgh in zijn leven notaris binnen Amsterdam, aan Jan Joosten Varenhorst, tuinman wonende te Beverwijk, een stuk teelland genaamd de Lange Acker, de Vijffackerscroft en Fransentuijntje, strekkende van de Groote Houtwegh tot achter aan het Kuijckersweghje, belend ten noorden de steden Haarlem en Beverwijk met de Noordercroften, ten zuiden de voorschreven steden met de Boelelanden, gemeen en onverdeeld met de voorschreven steden, voor een schuldbekentenis van 700 gld 73.
                        In Beverwijk verkoopt in 1723 Jan Varenhorst aan Gerrit Willemsz Bladt alhier een huis met zijn tuinen vanouds genaamd het Nonnenclooster, belend ten oosten Hendrick Harmensz Huijerman, ten zuidoosten Jan Cornelis Kneghten, ten zuidwesten de kinderen van Aernout Valckenburgh, ten noordoosten Willem Aerijensz, Maarten Jansz Stavast, de weduwe van Teunis Helderman, Rijck Pas, Maarten Aerijensz Boogaart, Grietje Gerrits, ten noorden Barent Woutersz, de erfgenamen van Jacob Gerritsz Sperwer, Jan Willemsz Havick, ten noordwesten de lijnbaan van Olfert Pietersz, voor een lijfrentebrief van 40 gld 's jaars ten behoeve van de verkoper en zijn huisvrouw Maart Jan Tamisz hun leven lang gedurende, doch de verkoper of zijn huisvrouw stervende zal de lijfrente op de helft verminderen, overzulks huis en tuinen getaxeerd op ƒ 250 contant 74.
                    2. Thamis Jansz VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 8 juli 1663.
                    3. Rieuwert Jansz VALCK, impost op begr. Beverwijk 24 maart 1707 (impost ƒ 3).
                    4. Aeghje Jans VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 mei 1668.
                    5. Thamis Jansz VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 juli 1670, overl. 1736, ondertr./tr. ald. 1/17 mei 1693 Barentje EVERTS, overl. 1734, wed. van Jan DIRCKSZ.
                        In Wijk aan Duin verkoopt in 1737 Jan Tamesz Valk, tuinman, wonende binnen de stede Beverwijk, aan Francois van Harencarspel, heer van de stede Beverwijk, Wijk op Zee, Wijk aan Duin, schepen der stad Amsterdam, etc., een stukje land genaamd de Tujn van Lynslager, groot op 't morgenboek 607 roeden, belend ten noordwesten de Heemskerkerweg, ten zuidoosten de Hoflanderweg, ten noordoosten de kerk van Beverwijk, ten zuidwesten de koper, hem comparant aangekomen de helft als erfgenaam van zijn vader Tames Jansz Valk en de andere helft bij legaat uit de boedel van zijn moei Maart Jans Valk, voor 1000 gld 75.
                    6. Wouter Jansz VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 8 mei 1672, ondertr. ald. 11 juni 1699 (zij van Egmond-Binnen) Maartje Jans MOIJ, dr van Neeltje WILLEMS.
                        Op 11 juni 1699 ondertr. geref. in Beverwijk Wouter Janz Valk, j.m. uijt de Beverwijk, met Maartje Jansz, j.d. van Egmond-Binnen. In 1702 testeren Wouter Jans Valck en zijn vrouw Marijtje Jans Moij, op elkaar 76.
                    7. Aagt Jans VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 aug. 1674, zie 51.
                    8. Wijntje Jans VALK, ondertr./tr. Beverwijk 7/23 april 1702 Aart Lammertsz de WOLF, zn van Lambert de WOLFF en Maritje AERENS.
                  114. (<57) Jan van HOENSELAER, geb. ca. 1643, kleermaker, bij huwelijk snijder, van Schenckenschans, ondertr. Amsterdam 27 okt. 1668
                      In het poorterboek van Amsterdam staat bij de datum 29 oktober 1669: Jan van Hoenselaer, kleermaker van Schenckenschans, gehuwd met Marregreta Glimmers, schoonvader Thomas Glimmer overleden, makelaar.
                  115. (<57) (>230, >231) Margriet MAES, alias Glimmer, geb. ca. 1634.
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Sophia van HONSLAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 13 maart 1674, zie 57.
                    2. Anna van HOENSELAER, ged. (r.-k.) Amsterdam 4 maart 1676, ondertr. ald. 14 febr. 1699 Otto BRANT, geb. Meppel ca. 1676, knoopmaker.
                    3. Elisabeth van HOENSELAER, ged. Amsterdam 16 maart 1678.
                  124. (<62) (>248, >249) Gerrit Barentsz BOING, ged. (nederd. geref.) Zwolle 8 okt. 1637, snijdergezel (bij huwelijk), kleermaker, ondertr. Amsterdam 21 okt. 1662
                      In Amsterdam heeft in 1665 Gerrit Barentse van Zwolle, kleermaker, zijn poortereed gedaan en 't klein poortergeld betaald 77.
                  125. (<62) (>250) Pieternella HARMENS, ged. (ev. luthers) Amsterdam 15 maart 1637.
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Barent Gerritse BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 12 juni 1663, zie 62.
                    2. Harmanis BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Noorderkerk) 20 febr. 1666 (doopgetuigen Jan Daniels, Trijntie Harmens).
                    3. Lijsbeth BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwezijdskapel) 5 mei 1668 (doopgetuigen Jan Daniels, Elisabeth Rohert).
                    4. Johannes BOING, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwezijdskapel) 10 jan. 1670 (doopgetuigen Jan Danielsz, Elisabeth Rohart), scheepstimmerman, ondertr. ald. 17 april 1694 Catrina van KEMPEN, geb. ald. ca. 1670, dr van Claes van KEMPEN.
                  126. (<63) (>252, >253) Jan AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 18 juli 1634 (doopgetuige Mary Jans), geelgieter, ondertr. ald. (kerk) 20 juni 1659
                  127. (<63) (>254, >255) Annetje KUIJPERS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 21 nov. 1632 (doopgetuige Annetjen Cornelis).
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Guilliam van MECHELEN, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 19 april 1662 (doopgetuigen Pieter Hendricsz, Magdeleentje Kuijpers), trekwerker, ondertr. ald. (kerk) 12 sept. 1687 Geertje TAMMES, geb. ca. 1666, dr van Lisbeth GATGE.
                    2. Maria van MEGGELEN, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 21 jan. 1665, zie 63.
                    3. Neeltje van MEGGELEN, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 27 april 1668 (doopgetuige Neeltien Ambrosius), ondertr. ald. 30 aug. 1698, ondertr. (impost) ald. 27 aug. 1698 (onvermogend) Hendrik YBRIGH, geb. Leiden ca. 1665, vaerentman.


                  Generatie VIII (<VII, >IX)

                  144. (<72) (>288, >289) Matthijs DIRCXZ, geb. ca. 1567, overl. tussen 7 sept. 1621 en 13 maart 1622, tr. 1° Geertgen CLAESDR, tr. 2°
                      In 1598 verkoopt in Zwammerdam Claertgen Heymensdr, weduwe van Jan Thoenisz timmerman (wonende te Moordrecht), met Dirck Heymensz timmerman als voogd, aan Mathys Dircxz rietdecker (wonende te Bodegraven) een erve met poting en planting gelegen naast het dorp van Bodegraven, waarvoor hij aan haar 150 schuldig is (betaald door Mathys Dircxz op 26 juni 1605) 78. Onder de weerbare mannen van Rijnland in 1599 komt onder Zwammerdam voor: Mathijs Dircksz riedtdecker, met een verrejager.
                      In de weeskamer van Bodegraven hebben de weeskinderen van Thijs Dircxz rietdecker een kist (met een doos) en wordt vanwege de weeskamer voor deze weeskinderen op 16 mei 1619 aan de kinderen van Pieter Dircxz in Oud Bodegraven 226-16-0 uitgezet en op 14 april 1621 als 248-9-8 weer gelicht, wordt op 5 februari 1621 aan Claes Mathysz en Pietergen en Neeltgen 50 gld betaald, wordt op 9 juli 1620 100 gld plus 5 gld van een jaar interest gelicht en betaald aan Jacop Mathysz en Claes Mathysz, en wordt nog aan Jacop Mathysz overgegeven een rentebrief van 212 gld 10 st van 20 juni 1614 op zijn vader en aan Claes Mathysz een obligatie van 105 gld 15 st op Gerrit Gerritsz Twaalfhoven 79.
                      In 1610 is in Hazerswoude Mathys Dircxz aan jonkvrouwe Enckenraet van Lodesteyn, weduwe van jonkheer Nanning Paedts, een jaarlijkse losrente schuldig van 36 gld, af te lossen met 600 gld, met als onderpand een stuk weiland groot 4½ morgen, belend oost en west comparant zelf, strekkende uit de Rijn over de Rijndijk zuidwaarts tot in de Caweteringe, patrimoniaal goed zonder pachten of renten, verkopen Cornelis Willemsz Craen, Jacob Hubertsz en Geryt IJewouts aan Thys Dircxz hun neef drie vierde parten van omtrent 14 hond hooiland gelegen in het Rietvelt, waarvan Thys Dircxz zelf het resterende vierde part te voren gecompeteerd heeft, en heeft Mathys Dircxz de 200 gld onder zich genomen die zal. Neeltgen Jacobsdr die weduwe was van Pieter Pietersz aan comparants 4 kinderen Jacob, Pietergen, Claes en Neeltgen gelegateerd heeft bij testament op 13 aug. 1607, en welke 200 gld nu uitgekeerd zijn door de erfgenamen van de voornoemde Neeltgen Jacobsdr, namelijk comparant, Cornelis Willemsz Craen, Jacob Hubertsz en Geryt Iewouts, waarbij comparant belooft zijn kinderen voornoemd een rente van 12 gld 10 st 's jaars te betalen 80.
                      In Hazerswoude verkoopt Thys Dircxz in 1613 aan Claes Symonsz kleermaker een huis en erve aan de Rijndijk in de Hoornsche polder, uit de dijksloot zuidwaarts ruim 6 roeden lang, belend oost comparant, west Jacob van Scherpenseel, is Thys Dircxz aan Jacob, Claes, Pietergen en Neeltgen, zijn 4 kinderen bij zal. Geertgen Claesdr zijn eerste huisvrouw, een jaarlijks losrente van 12 gld 10 st schuldig, met als hoofdsom 200 gld, hem aangeteld door schout en weesmeesters van Bodegraven uit de erfenis van [...] Aelberts hun oudoom van moeders zijde, met als onderpand 4½ morgen land in de Hoornsche polder, belend oost comparant, west jonkheer Jacob van Scherpenseel, noord Claes Symonsz met zijn huis en erve, verkoopt in 1617 Willem Aertsz, nu wonende te Hazerswoude, aan Thys Dircxz een vogelkooi met tam gevogelte en gereedschap, te verongelden voor 9 hond land, en is in 1618 Mathys Dircxz, wonende aan de Rijndijk, aan Steffen van Heussen wonende te Leiden, als vader en voogd van Gillis van Heussen zijn onmondige zoon, een losrente van 12 gld 's jaars schuldig, met 200 gld als hoofdsom, waarvoor hij als onderpand 4½ morgen land stelt, al bezwaard met een rente van een hoofdsom van 600 gld ten behoeve van jonkvrouwe Erckenraet van Lodesteyn, geconstitueerd in 1610 81.
                      In Hazerswoude testeert op 7 september 1621 Thijs Dircxz, ziekelijk te bedde liggende, welk testament door de contractbrieven van 13 maart 1622 geannuleerd is, en compareren in 1622 Jannetgen Dircxdr, weduwe van Thys Dircxz, in zijn leven gewoond hebbende te Hazerswoude aan de Rijndijk, geassisteerd met Pieter Maertsz haar halve broeder en Cornelis Geryt Nijsz, verder Jacob Tysz, Claes Tysz en Pietergen Tysdr geassisteerd met Jacob van Leeuwen secretaris, Arien Huygens de Vries en Cornelis Willemsz Craen als voogden over Neeltgen Tysdr, mondige en onmondige nagelaten kinderen van Thys Dircxz bij Geertgen Claesdr die zijn eerste huisvrouw was, verder voornoemde Cornelis Willemsz Craen, Jacob Hubertsz en Geryt Euwoutsz, voogden van de vijf [kinderen] gewonnen bij voornoemde Jannetgen Dircxdr, mitsdien erfgenamen van Thijs Dircxz, en delen zij de boedel, hierbij het testament van 7 september 1621 cesserende, waarbij de oudste zoon Jacob Mathijsz de 3½ morgen leenland met huis, barg, enz. aan de Rijndijk zal hebben en de verdere goederen ten profijte van zijn stiefmoeder laat, waarna de voornoemde Jannetje Dircxdr met de andere kinderen deelt en onder vruchtgebruik gehouden zal zijn de 5 kinderen op te voeden tot zij 19 jaar zijn of trouwen, bij welke gelegenheid zij elk 30 gld zullen krijgen, met namen Geertgen oud Vastenavent 1622 twaalf, Fijtgen Valckenburgermaerct 1621 negen, Dirc Kermis 1621 zeven, Maritgen Alrehyligen 1621 vier, Arien Vroulichtmis 1622 twee jaren 82.
                      In 1622 verkopen Jannetgen Dircxdr [weduwe van Thys Dircxz] in zijn leven gewond hebbende aan de Ryndyck geassisteerd met Piet Maertsz haar halve broeder wonende te Sgravenhage voor de ene helft, Pietergen Tijsdr geassisteerd met Jacob van Leeuwen, Claes Tysz, Jacob Tysz Arien Huygensz de Vries en Cornelis Willemsz Craen als voogden over Neeltgen Tysdr, mondige en onmondige kinderen van Thys Dircxz geprocreëerd bij Geertgen Claesdr, item voorzegde Jacob Tysz, Cornelis Willemsz Craen, Jacob Hubertsz en Geryt Euwoutsz, voogden over de 5 onmondige kinderen van Thijs Dircxz bij Jannetgen Dircxdr, aan Floris Danielsz wonende te Coudekerc 4 morgen 4 hond land aan de Ryndyck, belend oost Jacob Mathys, west Geryt Euwoutsz, zuid de Oude Gooch, voor 2820 gld, waarvoor Floris Daniels schuld bekent, idem aan Geryt Euwoutsz een stuk weiland te verongelden voor 4 morgen 2 hond te Buytenwech, waarvoor de koper met Cornelis Willemsz Craen en Jacob Hubertsz als borgen 2226 gld schuld bekent, idem aan Jan Cornelisz Coy 13 hond bouwland, waarvoor de koper met borgen Aert Willemsz en Jacob Bonen wonende te Coudekerc 822 gld schuld bekent, verkopen Pietergen Thysdr, Neeltgen Thysdr en de 5 kinderen geprocreëerd bij Jannetgen Dircxdr aan [Claes Thysz] 7 achtste parten van de helft van een vogelkooi van 9 hond land waarvan de weduwe van Thys Dircxz de helft en het resterende achtste part competeert, en verklaren Jacob Mathysz [] en Jannetgen Dircxdr zijn stiefmoeder geassisteerd met Pieter Maertsz haar halve broeder, aan de overige erfgenamen 225 gld schuldig te zijn, waarvoor zij i.h.b. 7/8 van een vogelkooi verbinden 83.
                           Uit het eerste huwelijk:
                      1. Jacob Mathijsz van LEEUWEN, geb. ca. 1594, timmerman, overl. vóór 21 jan. 1637, ondertr. (nederd. geref.) Leiden 8 nov. 1622 (hij timmerman, jongeman van Alphen, zij jongedochter van Leiden) Heijltgen Cornelisdr van BIJLEVELT.
                          Op 18 september 1622 wordt Jacob Mathijsz van Leeuwen, oud ca. 28 jaar, bij dode van zijn vader Mathijs Dirksz, en op 9 april 1623 Wouter Cornelisz van Toledo, oud ca. 42 jaar, na overdracht door Jacob Mathijsz van Leeuwen, beleend met land in Hazerswoude 84.
                      2. Pietergen MATHIJSDR.
                      3. Claes Mathijsz van LEEUWEN, tr. Barbara POUWELSDR, dr van Pouwels LEENDERTSZ en Neeltgen HUIJGENSDR.
                          In het kohier van het hoofdgeld van 1623 in Alphen onder 'Alpherhoorn': Claes Tijsz en Barbara Pouwelsdr, met hun kind genaamd Tijs 85.
                      4. Neeltgen MATHIJSDR, tr. (nederd. geref.) Alphen aan de Rijn 15 aug. 1624 Cornelis BOUWENSZ, wedn. van Claertgen JANS.
                    145. (<72) Jannetgen DIRCXDR, tr. 1° Aerien SCHOUT[...], ondertr. 3° Alphen aan de Rijn tussen 8 sept. 1623 en 17 nov. 1623 Pouwels LEENDERTSZ.
                        In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Haserswoude Rijndijck': Jannetgen Dircxdr weduwe van Tijs Dircxz, met Dirck, Arien, Geertgen, Fijtgen en Maritgen, haar kinderen 86.
                        In Hazerswoude verkopen in 1650 enerzijds de met name genoemde kinderen van wijlen Pouls Leenertsz die weduwnaar was van Jannetgen Dircxdr, en anderzijds [...rcxz(?)] wonende in de Langeweyt als getrouwd hebbende [...] nagelaten dochter van Aerien Schout [...(?)] in echt gewonnen bij voornoemde Jannetgen Dircxdr, en Dirck Thijsz wonende in Alpherhoorn en Arien Thijsz wonende in Koudekerk en Gerrit Gerritsz als getrouwd hebbende Geertgen Thijsdr, nagelaten kinderen van Tijs Dircxz geprocreëerd bij Jannetgen Dircxdr, aan Gerrit Gerritsz van Standingen een huizinge, boomgaard, poting en planting aan de Hogenrijndijck in de Hoornschepolder, verongeldende voor 2 hond 87.
                             Uit het eerste huwelijk:
                        1. Kniertje(?) AERIENSDR, tr. N.N. DIRCXZ(?).
                            Op 28 mei 1635 is in Benthuizen ene Kniertgen Ariensdr getuige bij de doop van twee kinderen van Willem Dircksz en Neeltgen Heyndrickx, en van een kind van Pieter Dircksz en Trijntgen Jacobsdr, welke twee echtparen tevens doopgetuigen bij elkaar zijn. In 1660, 1662 en 1667 is in Leiderdorp ene Kniertje Ariens getuige bij de doop van een kind van Arie Thysen (van Leeuwen) en Jannetje Kommers (Vos).
                               Uit het tweede huwelijk:
                          1. Geertgen Tijsdr van LEEUWEN, geb. ca. 23 febr. 1610 (Vastenavent 1622 twaalf jaar), tr. (nederd. geref.) Alphen aan de Rijn 3 dec. 1634 Gerrit Gerritsz van STANDIGHEN.
                          2. Fijtgen Tijsdr van LEEUWEN, geb. ca. 12 sept. 1612 (Valckenburgermaerct 1621 negen jaar).
                          3. Dirck Tijsz van LEEUWEN, geb. 1614 (Kermis 1621 zeven jaar [vermoedelijk de kermis te Hazerswoude]), bij eerste huwelijk kleermaker, jongeman van Alphen, wonende in Alpherhoorn, tr. 1° (nederd. geref.) Alphen aan de Rijn 27 okt. 1638 Maertgien JANSDR, overl. vóór 17 mei 1656, tr. 2° (nederd. geref.) ald. 17 mei 1656 Neeltjen CORNELISDR, overl. vóór 1667, tr. 3° Leiden 1667 Neeltjen JANSSEN.
                              In het weesboek van Alphen aan den Rijn wordt in 1656 vermeld: Dirck Mathysz, wonende in de Hoorn te Alphen, weduwnaar van Marritje Jansdr, met als hun kinderen Marritgen 14 jaar, Jannitgen 12 jaar, Jan 8 jaar en Feytgen 5 jaar, met als hun oudoom en voogd Jan Cornelisz van Veen, meester timmerman te Alphen 88.
                          4. Maritgen Tijsdr van LEEUWEN, geb. ca. 1 nov. 1617 (Alrehyligen 1621 vier jaar).
                          5. Arie Mathijsz van LEEUWEN, geb. ca. 2 febr. 1620 (Vroulichtmis 1622 twee jaar), zie 72.
                        146. (<73) (>292, >293) Commer Jacobsz VOS, vormer, ondertr. Benthuizen 19 juli 1620 (op 2 augustus 1620 attestatie op Koudekerk gegeven), tr. Koudekerk
                            In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Koudekerk': Commer Jacobsz, vormer, en Fijtgen Willemsdr, onvermogend; bij hen woont Aeltgen Willems, een oude dochter 89.
                            In 1649 verkoopt te Zoeterwoude Dirck Jacobsz Cox, wonende aan de Hoogenrijndijck, aan Commer Jacobsz mede wonende aldaar, „een werffgen grot omtrent dertien roeden zijnde een gedeelte van de vercoopers werf gelegen op seecker pat voorbij Swijeters wateringe”, belend ten westen het gemene pad, ten noorden verkoper, ten oosten de gemene sloot en ten zuiden de Hoogenrijndijck; betaald met een rentebrief van 6 gld 's jaars, losbaar met 130 gld 90.
                            In Zoeterwoude wordt in 1666 de weduwe van Commer Jacobsz aan de Rijndijck in het kohier van het haardstedengeld aangeslagen voor 2 haardsteden 91.
                        147. (<73) Fijtgen WILLEMSDR, bij ondertrouw in 1620 jonge dochter van Koudekerk.
                            In 1689 vindt in Zoeterwoude overdracht plaats door Willem Arisz van Leeuwen wonende tot Alpherhoorn, Claes Arisz van Leeuwen wonende tot Soeterwoude, Jacob Arisz van Leeuwen wonende tot Leijden, Willem van Peenen getrouwd met Maertie Ariensz van Leeuwen mede wonende tot Leiden, kindskinderen en erfgenamen van hun grootmoeder Fijtie Willems, die weduwe was van Commer Jacobsz Vos, aan Tys Arisz van Leeuwen, mede kindskind en erfgenaam, de nagelaten huizinge en erf aan de Hogerijndijk, omdat laatstgenoemde de nagelaten lasten van ƒ 100 betaald had en huis en erf niet meer dan ƒ 100 waard is 92.
                                 Uit dit huwelijk:
                            1. Jannetje Commers VOS, zie 73.
                          148. (<74) (>296, >297) Bartholomeus Pietersz CLINCKENBERCH, overl. vóór 8 okt. 1655, tr. 1° Joosgen GERRITSDR, overl. Sassenheim vóór 10 juni 1620, dr van Gerrit JORISZ, tr. 3° Trijntgen CORNELISDR, dr van Marijtgen LEENDERTSDR, ondertr. 2°/tr. Warmond 25 juli/8 aug. 1621
                              In 1620 zijn in Sassenheim vergaderd geweest Mees Pieters Clinckenberch, weduwnaar van Joosgen Gerritsdr, in haar leven woonachtig op Clinckenberch in Sassenheim en aldaar overleden, ter eenre, en Gerrit Jorisz wonende te Overveen als bestevader en voogd over Daniel Meesz, oud omtrent een half jaar, nagelaten weeskind van Joosgen voornoemd bij Mees Pietersz, waarbij overeengekomen is dat Mees Pieters 225 gld zal betalen aan zijn weeskind op zijn mondige dag of eerder huwelijkende 93.
                              In het kohier van het hoofgeld in 1623 komt onder 'Sassenheim' voor: Bartholomeus Pietersz van Clinckenberch en Jannetgen Jacobsdr zijn huisvrouw, met Daniel haar [sic] kind, en Lijsbeth Maertensdr van Leiden hun dienstmeid 94. Bartholomeus Pietersz Klinckenberg is in 1636 ambachtsbewaarder van Sassenheim, en is in 1628 en 1672 (in 1676 niet) pachter van Klinkenberg.
                              In Warmond verkoopt in 1631 Jan Jacobsz Scheur aan Mees Pietersz Clinckenberch wonende te Sassenheim, zijn zwager, een partij land genaamd de Ommelooper, gelegen in de Veerpolder, groot 803 roeden, voor 1000 gld gereed geld (boven de lasten van 202 gld 10 st kapitaal), welk land Jan Jacobsz Scheur op dezelfde dag door ruiling verkregen had van Barthout Willemsz van der Burch, verkoopt in 1632 Gerit van Griecken als getrouwd hebbende Grietgen Adriaensdr aan Mees Pietersz Clinckenberch wonende te Sassenheim 17 of 16½ hond land, belend ten zuidoosten comparant, ten zuidwesten Bouwen Cornelisz, ten noordwesten de abdij van Rijnsburg, ten noordoosten Willem Pietersz Clinckenberch, belast met 1/3 van 100 gld 's jaars losrente, losbaar de penning zestien, voor 2600 gld (met als specificatie lasten in kapitaal 539-6-10, gereed 866-13-5, custing 1583-7-0, 40e penning 74-12-0, geroyeerd 12 maart 1635), en verkopen in 1632 de erfgenamen van Cornelis Camerlijns aan Mees Pietersz Clinckenberch omtrent 2 morgen 4 hond 6½ roeden land, zijnde de helft van 5 morgen 2 hond 30 roeden waarvan de wederhelft Jan Cornelisz c.s. toebehoort, belend ten zuiden die wederhelft, ten zuidwesten Barthout Willemsz van der Burch c.s., ten noordwesten de abdij van Rijnsburg, ten noordoosten Gijsbert Jansz van der Codden, belast met de helft van 10 gld 's jaars, voor 2050 gld hun promptelijk toegeteld 95.
                              Bartholomees Pietersz van Clinckenberch wonende te Sassenheim maakt op 4 november 1639, ziekelijk te bedde liggende, tot zijn universele erfgenamen Daniel, Jacob, Dirck, Pieter en Jannetgen Bartholomeeszonen en -dochter, mitsgaders Trijntgen Cornelisdr zijn welbeminde huisvrouw, elk in een zesde part, en stelt zijn huisvrouw tot oppervoogd en zijn broer Dirck Pietersz van Clinckenberch tot toeziend voogd, zonder enige kennis van de weeskamer, waarna op 10 december 1639 hij en Trijntgen Cornelisdr, echteleiden te Sassenheim, beiden gezond en kloek, testeren, hij aan zijn voor- en nakinderen en aan Trijntgen Cornelisdr elk een kindsgedeelte, zij aan haar man, die dan binnen een jaar aan haar erfgenamen 1000 gld moet betalen en aan haar moeder Marijtgen Leendertsdr, indien nog in leven, haar legitieme portie 96.
                              In Sassenheim zijn in 1637 Mees Pietersz van Clinckenberch, weduwnaar van Jannetgen Jacobsdr, zijn overleden tweede huisvrouw, mitsgaders Jan en Cornelis Jacobszonen Scheur, moederlijke ooms, en Symon Joosten, behuwdoom, bloedvoogden van de drie nagelaten alsnog onmondige kinderen van voornoemde Jannetgen Jacobsdr geprocreëerd bij Mees Pietersz van Clinckenberch, met namen Jacob, oud 12 jaar, Dirc 9 jaar en Pieter 7 jaar, of daaromtrent, geaccordeerd dat Mees Pietersz van Clinckenberch de drie kinderen zal opvoeden tot de ouderdom van 20 jaar of eerder bij huwelijk, waarna hij hun elk hun derdepart van 1500 gld zal uitkeren en een gouden ring van hun moeder ter gedachtenis of de waarde ervan in geld zal geven, en dat de kinderen in eigendom krijgen een stuk land genaamd het Ommelopertgen in Warmond, groot 8 hond 3 roeden, belend ten noordwesten de heer van Hazerswoude, ten noordoosten Jan Jacobsz Rous, ten zuidoosten de kinderen van Sijmon Willeboortsz, ten zuidwesten Huijch Aryensz van Griecken met bruikwaar, welk land Mees Pietersz gedurende de minderjarigheid van zijn voornoemde kinderen zal blijven gebruiken 97.
                              In 1655 belenden in Warmond de erfgenamen van Mees Pieters van Klinckenbergh 98.
                              In 1660 verkopen in Warmond Jacob Meesz en Dirck Meesz van Clinckenbergh, ook voor hun zuster Jannetgen Mees, elk voor een derde part, te samen kinderen en erfgenamen van Mees Pietersz Clinckenbergh hun overleden vader, en nog Leendert Cornelis Cruiswech als getrouwd hebbende Tryntgen Cornelis, eerder weduwe van voornoemde Mees Pietersz Clinckenbergh, voor het resterende vierde part, aan Jan Arentsz van der Plas de helft van 5 morgen, 2 honden en 13 roeden lands, waarvan de wederhelft Gerrit Cornelis Entepool c.s. toebehoort, voor 2600 gld 99.
                                   Uit het eerste huwelijk:
                              1. Daniel Meessen CLINCKENBERCH, ged. (nederd. geref.) Warmond 12 jan. 1620, overl. vóór 31 mei 1671, tr. 1° Lysbeth Gerritsdr GRAVESLOOT, overl. 1652, dr van Gerrit Pietersz GRAVESLOOT en Crijntgen Jansdr WARMONT, tr. 2° Neeltgen JANS.
                                  Daniel Meessen Klinckenberg is huurder van Klinkenberg in onder meer 1645 en 1650, en ambachtsbewaarder van Sassenheim in 1652-1653.
                                     Uit het derde huwelijk:
                                1. Jannetgen Meessen CLINCKENBERCH, tr. Noordwijk 13 juni 1660 Christoffel Abrahams van HOUTEN.
                              149. (<74) (>298, >299) Jannetgen Jacobsdr SCHEUR.
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Josyntge Meessen CLINCKENBERCH, ged. (nederd. geref.) Warmond 11 okt. 1623.
                                2. Jacob Meessen KLINKENBERGH, ged. (nederd. geref.) Warmond 18 mei 1625, overl. Sassenheim 2 febr. 1706, tr. 1° Baertgen Cornelis HANS, overl. vóór 21 juni 1676, tr. 2° ald. 21 juni 1676 Geertruyd van THOOR, bij huwelijk 'jongedochter van Amsterdam'.
                                    In 1650 koopt in Warmond Jacob Mees Clinckenberch, wonende in Sassenheim, een stuk land van Leendert Cornelisz als getrouwd hebbende Tryntge Cornelisdr wonende te Noordwijk 100. In 1658 koopt in Sassenheim Jacob Meesz van Klinckenberch van Claes Dircxz Verruijt, beiden door het gerecht van Leiden aangesteld tot curator van de boedel van Jacob Jans Veltbrugge en Reijmpje Pieters, een huis, erf, boomgaard, looiwerf en vlasoven te Sassenheim, belend Arent Dircxsz Klinckenberch 101.
                                    Jacob Meessen Klinkenberg is ambachtsbewaarder van Sassenheim in 1656, 1658, 1660, 1663 en 1680.
                                    In 1706 machtigen in Sassenheim de erfgenamen ab intestato van Jacob Meesz van Klinkenberg, overleden in Sassenheim op 2 februari 1706, Hendrik Noyen koopman te Haarlem om te verkopen een huis in het dorp Sassenheim door voornoemde Jacob Mees Klinkenberg bewoond en verhuurd geweest, met een stuk grond van ongeveer 9 hond, welke erfgenamen zijn: Geertruijd van Thoor zijn weduwe, Bartholomeus van Klinkenberg, Pieter Symonsz Duijndam getrouwd met Jannetie Dircksdr van Klinkenberg, voornoemde Bartholomeus van Klinkenberg als oom en benopens Engeltie Cornelisdr Kruijshoek weduwe van Claes Dircksz van Klinkenberg voogd over de kinderen van Claes Dircksz van Klinkenberg, en nog als voogd benopens Claas Dircksz van Steijn gewezen weduwnaar van Maartie Dircks van Klinkenberg, Sijmon van Brederoode getrouwd met Jannetie Pieters van Klinkenberg, Claas van Leeuwen getrouwd met Grietie Pietersdr van Klinkenberg, Cornelis Claas Cruijshoek getrouwd met Joosje Danielsdr van Klinkenberg, mede voor Lysbet Danielsdr van Klinkenberg weduwe van Harmen Willemsz Schilperhoek, Jannetie Meesdr van Klinkenberg weduwe van Christoffel van Houten, Tryntie Cornelisdr weduwe van Bartholomeus Danielsz van Klinkenberg; de verkoper zal verantwoording afleggen aan Bartholomeus van Klinkenberg en Abraham van Houten 102.
                                3. Dirck Meessen CLINCKENBERCH, ged. (nederd. geref.) Warmond 3 okt. 1626, tr. Annetgen Pieters HEEMSKERCK, dr van Pieter Floris HEEMSKERCK en Aeltje Jans DONCKER, die hertr. met Claes Gerritsz GRAVESLOOT.
                                    In Voorhout verklaart in 1655 Dirck Meesz Clinckenberch, als getrouwd hebbende en zulks als man en voogd van Annetgen Pieterszdr, in 't openbaar verkocht te hebben en nu te transporteren aan Huijch Pietersz van der Cluft een stuk weiland, belend ten noordwesten Huijch Pietersz van der Linden, ten noordoosten Dirc Dammasz van der Voort, ten zuidoosten Pieter Gerritsz Capiteijn, ten zuidwesten de erfgenamen van Dammas Jeroensz Cluft, voor een schuldbrief van 1320 gld, te betalen een derdepart gereed en voorts op 1 april 1656 en 1657 telkens een derdepart 103.
                                    Dirck Meessen Klinckenberg is ambachtsbewaarder van Sassenheim in de jaren 1656, 1665-1667 en 1677, molenmeester van de Klinkenberger polder in 1657-1658, en testeert op 15 april 1676.
                                4. Pieter Meessen CLINCKENBERCH, geb. ca. 1629, zie 74.
                              150. (<75) (>300, >301) Floris Dammasz van der VOORT, bouwman te Leiden, herbergier in de Roscam te Zoeterwoude, ondertr. 2° Leiden 16 nov. 1639 (op 5 december 1639 attestatie naar Rijnsburg gegeven) Aechgen Jacobs van der DOES, geb. Leiderdorp, tr. 1°
                                  In 1634 verklaart Floris Dammasz wonende te Leiden aan Reijnoute Cornelisdr Hoogerbeets, weduwe van Garbrant Buijck, wonende te Hoorn, 2300 gld schuldig te wezen, met een losrente van 143 gld 15 st in 't jaar, en als borgen Hillegont Thonisdr wonende in Lisse, zijn moeder, en Pieter Maertsz, zijn schoonvader, wonende in Sassenheim 104.
                                  In 1638 compareren voor de weeskamer van Leiden Floris Dammasz van de Voorde, bouwman, vader over Dammas oud 14 jaar en Grietje oud ¾ jaar, of daaromtrent, zijn kinderen gewonnen bij Grietgen Pietersdr zijn overleden huisvrouw, ter eenre, Pieter Maertensz, grootvader, en Huybert Pietersz, oom, beiden wonende te Sassenheim, als gestelde voogden, ter andere zijde. Het bewijs van de moederlijke erfenis door de vader is overgeleverd, inhoudende dat de vader ieder kind 350 gld zal uitkeren bij diens ouderdom van 25 jaar of huwelijk, met als onderpand een huis en erve in Leiden aan de Sytgraft. In 1655 verklaarde Pieter Meesz Klinckenberch, voljaarde man van Grietgen Florisdr, nagelaten dochter van Floris Dammasz van de Voorde en Grietgen Pietersdr, beiden zal. ged., volkomen voldaan te zijn van de weeskamer en de voogden wegens zijn huisvrouw. 105
                                  Op 19 maart 1648 verklaren ten verzoeke van Jacob en Dirc Dammassoonen van der Voort, gebroeders, wonende te Lisse, de personen Annetge Henrixdr, huisvrouw van Roel Gerytsz Noordenburch, wonende in de Noortbuijrt te Zoeterwoude, Cornelis Jacobsz van der Does, lakenbereider wonende op de Gansvoort in Leiden, en Applonia Ysaax diens huisvrouw, dat zij op 16 december 1647 ten huize en voor het bedde van Floris Dammasz van der Voort, herbergier in de Roscam in Zoeterwoude, zijn geweest, in het bijzijn van de requiranten, dat Floris te kennen gaf te willen sterven bij 't oude katholieke geloof, gelijk onze voorouders gedaan hebben, waarop Dirc Dammasz aan zijn broer Floris vroeg „Wil je dan hebben dat ik een goed man laat halen?”, die daarop „Ja” antwoordde, waarna Annetge op verzoek wegging op zoek naar een katholieke priester, en verklaarde Claes Adriaensz van der Aa, wonende in de Suytbuyrt te Zoeterwoude, op de avond van diezelfde dag in de herberg geweest te zijn om een kan bier te drinken en toen aan Jacob Dammasz gevraagd had of zijn broer Floris begeerde dat een goed man zou komen, daarmee een katholieke rooms priester bedoelende, die daarop antwoordde „Ja, hoe eerder hoe liever” 106.
                                  In 1649 verkopen in Sassenheim Dammas Florisz meerderjarige zoon, en Pieter Maertensz grootvader en Huybert Pietersz oom als voogden over Grietgen Floris nog minderjarige dochter van Floris Dammas en Grietgen Pietersdr, mede-erfgenamen van za. Lysbet Gerritsdr hun grootmoeder, aan Cornelis Adriaens Kerclaen een partij hooi- of weiland te Sassenheim, van ongeveer 1 morgen, belend o.m. aan Cornelis Jacobsz Rous en Cornelis Cornelis Heemskerck, als beschreven in oude brieven van 25 mei 1610, voor 1277:3:- 107.
                                  In 1654 verklaren Jacob Dammasz van den Voort wonende te Sassenheim, oud omtrent 51 jaar, Dammas Florisz van den Voort, omtrent 31 jaar, en Leuntge Willemsdr van Balen diens huisvrouw, omtrent 26 jaar, wonende aan de Miening te Zoeterwoude, ten verzoeke van Pieter Leendertsz van Hoorn, herbergier in de Roscam te Zoeterwoude, dat ongeveer een jaar vóór St. Jacobsdag laatstleden zij present zijn geweest ten huize van Floris van Dam, in zijn leven secretaris van Zoeterwoude, bij de overdracht aan requirant van de helft van huis en erve waar nu requirant als boven genoemd woont, waarvan de andere helft hem nomine uxoris zelf toekomt 108.
                              151. (<75) (>302, >303) Grietgen Pietersdr GRAVESLOOT, begr. Leiden (Pieterskerk) 27 juli 1637 (wonende op de Zijdgracht).
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Dammas Florisz van der VOORDE, geb. Oegstgeest ca. 1622, franse kramer, bij ondertrouw wonende in Leiden op het hoekje van de Koornbrugge, tr. 1° Leuntge Willemsdr van BALEN, geb. ca. 1627, ondertr. 2° Leiden 4 mei 1676 Aryaentje LOUWYCK.
                                    In 1654 verkoopt in Sassenheim Dammis Florisz van de Voort aan Jan Gerritsz Croon een stuk patrinomiaal weiland van ongeveer 7 honden te Sassenheim, belend Cornelis Jacobsz Rous en Pieter Maertsz van Gravensloot, voor ƒ 1623:16:- 109.
                                2. Grietgen Florisdr van der VOORT, ged. (nederd. geref.) Leiden 2 aug. 1637, zie 75.
                              152. (<76) (>304, >305) Jan Jansz WIJDOOGEN, geb. ca. 1609, ondertr. Leiden 2 febr. 1634, tr. (nederd. geref.) ald. 19 febr. 1634 (Jan Janssen en Neeltgen Jans, met attestatie van Voorschoten)
                                  In Voorschoten is in 1640 Jan van Leeuwen gemachtigde van Jan Jansz Wijdogen, eiser, contra Frans Jacobsz de Puijt, gedaagde, en is in 1649 Frans van Singelshouck gemachtigde van schout en ambachtsbewaarders contra Jan Jansz Wijtoogen als principaal en Lenaert Lenertsz Duyst en Cornelis Mees wielmaker als borgen 110.
                                  In Voorschoten koopt in 1641 Claes Jansz Mageleijn van Cornelis Diricxz van Ruygenhouck wonende op de Reysedrecht in Aalsmeer voor 180 gld, en verkoopt hij op dezelfde datum voor een custingbrief van 185 gld aan Jan Jansz Wijdooge, mede wonende in het dorp van Voorschoten, een huizing en erve aan de Achterwech zoals het tegenwoordig beheind en betimmerd is, belast met 3 st 12 penn opstallige pacht 's jaars aan de kerk van Voorschoten, verkopen in 1649 Jan Cornelisz van der Maerck en Pieters Gijsbertsz van Adegeest, ambachtsbewaarders, in het openbaar aan Jan Jansz Wytogen een partij erf gelegen in 't Westeinde van Voorschoten, groot 25 roeden 3 voeten, voor 23 gld 10 st en een custingbrief van 127 gld 10 st (geroyeerd op 28 september 1656), verkoopt in 1651 Jan Jansz Wijdogen aan Claes Cornelisz van Rijn een ledig erf in 't Westeinde, groot 25¾ roeden, belend ten oosten Jacob Gerretsz Proost, ten zuiden de heer van Haserswoude en Jan Arentsz van der Werff, voor 150 gld gereed geld, en verkoopt in 1657 Jan Pietersz van Borsselen, als procuratie hebbende van de voogden van de minderjarige kinderen van zal. Wolphert van Leeuwen, in zijn leven baljuw en schout alhier, en Appolonia van der Meer, aan Jan Jansz Wijtdogen en Jacob Jansz van der Vos, elk voor de helft, een ledig erf in het Westeinde van Voorschoten, belend o.a. de Voorstraet en de kopers, voor 130 gld in drie delen 111.
                                  In Voorschoten is in 1663 Jan Jansz Wijdoge schuldig aan Cornelis Cornelisz van Rijn een losrente van 4 gld 's jaars, losbaar met 100 gld, met als onderpand zijn ledig erf in 't dorp, belend ten westen de weduwe van Leendert Jacobsz Coster en comparant, ten oosten de voornoemde van Rijn, strekkende van de Voorwech tot de Achterwech, en is in 1676 Jan Janse Wijdogen 34 gld 10 st schuldig aan de kinderen van Jan Danielse van Rijn, waaraan hij zijn huizinge en erf aan de Achterwech verbindt, belend o.m. hijzelf en Jacob Janse Wijdogen 112.
                                  Jan Jansz Wijdogen pacht in Voorschoten tienden in 1660 (voor £125), 1661 (voor £190), 1662 (voor £120), 1663 (voor £110), 1664 (voor £120), 1666 (voor £210), 1670 (voor £60), 1674 (voor £41), 1675 (voor £109 en £160) en 1680 (voor £3), waarbij 1 pond geldt voor 1,3 gulden, en treedt Jan Jansz Wijdogen in de periode 1662-1680 verschillende keren op als borg voor pachters van tienden 30.
                                  In Voorschoten wordt in 1676 in de inventaris van de boedel van de weeskinderen van Jan Danielsz van Rijn en Grietgen Cornelisdr van Leeuwen een obligatie vermeld ten laste van Jan Jansz Wijdooge van 11 juni 1651, voor de som van 34 gld 10 st, waarover op 6 september 1681 van Jan Jansz Wydooge voor 3 jaar interest ƒ 5:3:8 ontvangen is 113. In 1684 wordt in Voorschoten getuigenis afgelegd door o.m. Jan Jansz Wijdogen, oud omtrent 76 jaar, ten verzoeke van Pieter Cornelisz Helbergh 114.
                              153. (<76) Neeltgen JANSDR.
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Jacob Jansz WIJDOOGEN, ged. (nederd. geref.) Voorschoten verm. 25 mei 1636, zie 76.
                                2. Maertge Jansdr WIJDOOGEN, ged. (nederd. geref.) Voorschoten 16 okt. 1639 (doopgetuige Frans de Puyt).
                                3. Sara WIJDOOGEN, geb. Voorschoten, overl. vóór 21 maart 1678, ondertr. (schepenbank) Leiden 11 juli 1670 (hij geboren te Halteren, jongman, lakenberieder, geassisteerd met zijn broer Barent Boetman in de Colfmaeckersteech, zij geboren te Voorschoten, jongedochter, geassisteerd met Sara de Schregel haar [achter]nicht, op de Nieuwe Heeregraft), tr. ald. 20 juli 1670 Jan BOETMAN, geb. Halteren, lakenbereider, die hertr. met Maria MULDERS.
                                4. Leentje Jans WIJDOOGEN, overl. vóór 11 febr. 1685, tr. (nederd. geref.) Voorschoten 20 okt. 1675 Willem Klaasz MAGDALEIJN, die hertr. met Maartje Aryens VERBREE.
                                    In 1685 verklaart voor de weeskamer van Voorschoten Willem Claesz Maechdeleijn, weduwnaar van Leentje Jans Wydooge, geassisteerd met Gerrit Pietersz Helburgh, zijn twee onmondige kinderen verwekt bij Leentje Jans behoorlijk te zullen opvoeden 115.
                                5. Ary Jansz WIJDOOGEN, overl. vóór 27 febr. 1682, tr. Louwtje PIETERS, die hertr. met Gerrit Pietersz HELBURG.
                                    In Voorschoten dragen de executeurs van het testament van kapitein Cornelis Simonsz Hasius op aan Arij Jansz Wijdogen een huis en erve op de Vinckelaan, belend ten oosten Wouter Huybertsz, ten westen en zuiden de Vinckelaan, ten noorden Mees Jansz, voor 300 gld in contant geld 116.
                                    In Voorschoten is in 1682 Leuntjen Pietersdr, weduwe van Ary Jansz Wyd'ooge, als moeder en voogdesse van Jan Arisz Wijd'ooge oud 15 februari laatstleden 16 jaar, geaccordeerd over het vaderlijke bewijsgoed van het kind 117.
                              154. (<77) (>308, >309) Leendert Pietersz den ELSEN, geb. ca. 1615, tr.
                                  In 1652 wordt in Rotterdam een verklaring afgelegd door o.a. Maertgen Huyberts weduwe van Jan Willemsz, oud omtrent 69 jaar, Leendert Pietersz Elsen oud omtrent 36 jaar en Willem Jansz oud omtrent 25 jaar, allen wonende te Crooswijk 118, en is Leendert Pietersz Elsen wonende in Crooswijk 200 gld schuldig aan Maertjen Heijndricxdr, bejaarde ongehuwde dochter wonende te Ouderkerk 119.
                                  In Zoeterwoude is in 1657 Gysbert Jansz Knotter aan de weeskinderen van Leendert Pietersz den Elsen en Aechge Jansdr, beiden zal. ged., een jaarlijkse losrente van 50 gld schuldig 120.
                                  Voor notaris Johan van Campen te Leiden verklaart in 1660 Peter Pietersz den Elsen wonende te Zoeterwoude, ten huize van de comparant, als voogd over de 5 minderjarige kinderen van Leendert Pietersz den Elsen en Aeghie Jansdr, beiden overleden, in bewaring te hebben een rentebrief op Ghysbrecht Jansz Koster van 1000 gld van 1 maart 1657, een obligatie op Margriet den Dubbelden weduwe van Jacob de Haes met monsr Nicolaes de Haes als borg van 600 gld van 3 mei 1657, een obligatie op Willem Jansz van den Heuvel oom der voornoemde kinderen wonende in Krooswijk met Frans Dircxz als borg van 400 gld van 1 mei 1656, een obligatie op Jan Vrancken wonende te Stompwijk van 400 gld van 1 januari 1656, en een obligatie op Maertgen Cornelis te Voorburg van 300 gld van 8 april 1657, alle tegen 4 ten honderd interest. Comparant houdt van deze rentebrieven en obligaties de administratie en belooft aan de heer schout en schepenen van Hekelingen als oppervoogden naar behoren rekening te doen. 121
                              155. (<77) (>310, >311) Aeghie Jansdr van den HEUVEL.
                                     Uit dit huwelijk:
                                1. Jan Leendertsz den ELSEN.
                                    In Zoeterwoude verkoopt in 1685 Jan Leenderts den Elsen als mede-erfgenaam van zal. Maertie Cornelis, in haar leven weduwe en boedelhoudster van Pieter Pieters den Oude, zijn overleden grootmoeder, aan Louris Pieters van Eijck en Neeltje Leendertsdr diens huisvrouw, zijn zwager en zuster, de helft in een partij land grot in 't geheel 2 morgen 2 hond 24 roeden, waarvan de wederhelft de voorschreven Neeltie Leendertsdr is aanbedeeld, gelegen in de Geerpolder, belend ten noorden de erfgenamen van Joost Dirk Joosten, ten westen de kinderen van Groote Claes, ten zuiden de Vliet, ten oosten de kinderen van Jonge Pieter Pieters den Elsen, met verwijzing naar de scheiding van 27 mei en 24 juni 1672 voor notaris Cornelis de Haes binnen Leiden 122.
                                2. Meijnsje Leendertsdr den ELSEN, zie 77.
                                3. Neeltje Leendertsdr den ELSEN, tr. Louris Pietersz van EIJCK.
                                4. Marijtge Leendertsdr den ELSEN, overl. okt. 1671, tr. Pieter Pietersz van MAKELENBERCH.
                                5. Pieter Leendertsz den ELSEN.
                              156. (<78) (>312, >313) Jan Jansz van VELSEN, tr. (schepenbank) Leiden 22 april 1646
                                  In Oegstgeest verkoopt in 1666 Cors Jacobsz van Steenvoorden voor 550 gld aan Jan Jansz van Velsen een huis en erve aan de Hogemorsch, belend ten noordoosten de Hogemorschdijck, ten zuidoosten Pieter Gijsbertsz, ten zuidwesten de Rijn, ten noordwesten Jan Cornelis van der Sluijs 123.
                              157. (<78) (>314, >315) Maertgen Cornelisdr BORSBOOM.
                                  In Leiden verklaart in 1674 voor notaris Lambertus van Swieten Maertge Cornelisdr Borsboom, weduwe van Jan Jansz van Velsen, wonende op de Hogemors in Oestgeest, aan Willeboort Cornelis Oostenrijck scheepmaker te Voorschoten 150 gld schuldig te zijn, waarbij Pieter Jansz van Velsen en Simon Jansz van Velsen zich borg stellen voor hun schoonzuster Maertge Cornelis; zij ondertekent met Maertegen Cornelis Borsbom, haar zwagers tekenen een merk 124. In Oegstgeest verkoopt in 1687 Maartge Cornelisdr, weduwe en boedelhoudster van Jan Jansz van Velsen, voor 250 gld aan Cornelis Jansz van Velsen haar meerderjarige zoon een huis en erve aan de Hogemorsch, belend ten noordoosten de Hogemorschdijk, ten zuidoosten Pieter Gijsbertsz, ten zuidwesten de Rhijn, ten noordwesten Jan Cornelis van der Sluijs 125.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Cornelis Jansz van VELSEN.
                                      In Oegstgeest is in 1690 Cornelis Jansz van Velsen 100 gld schuldig aan Jan Marcus nu wonende tot Amersfoort, met als onderpand zijn huis aan de Hogemors (afgelost op 28 jan. 1696) 126.
                                  2. Leendert Jansz van VELSEN, zie 78.
                                  3. Gerritje Jansdr van VELSEN, geb. Oegstgeest, ondertr. Leiden 10 mei 1675 Leendert Florisz van OOSTERBAEN, geb. ald., lakenbereider ald., viskruier in 1687.
                                      In 1687 testeren Leendert Florisz Oosterbaen, viskruier, en Gerritge Jansdr van Velsen, echte man en vrouw wonende te Leiden, hij ziekelijk te bedde liggende, zij gezond, op de langstlevende. Als hij het eerst overlijdt moet zij binnen 6 weken 50 gld uitkeren aan Jannetge Floris Oosterbaen, zijn zuster, huisvrouw van Rowant Povijn, en 50 gld aan Floris Engelsz van Oosterbaen zijn broers zoon, evt. na zijn terugkeer uit Oostindië, en aan Jan Klaes Aleth zijn zwager de beste zwarte lakense mantel, en als zij de eerste overledene is, moet hij binnen 6 weken 30 gld uitkeren aan Maertge Cornelis Borsboom, weduwe van Jan Jansz van Velsen, haar moeder, maar als Maertge Cornelisdr Borsboom al overleden mocht zijn, aan de vrienden van Gerritge 127.
                                  4. Mensje Jansdr van VELSEN, ondertr./tr. (nederd. geref.) Oegstgeest 10 nov./17 dec. 1684 Andries Janse van der TEUIJD.
                                158. (<79) Maerten Michielsz van der BLOM, begr. Waddinxveen 6 sept. 1678 128, tr. 1° N.N., tr. 2° Marritgen Claas VERSCHUYR, begr. ald. 29 maart 1679.
                                    In 1678 testeert Marritgen Claas Verschuyr, weduwe van Maarten Michielsz van der Blom, wonende aan de Goutcade onder de jurisdictie van Blommendael, aan de kinderen van haar overleden man onder de voorwaarde dat deze kinderen aan haar naaste vrunden 10 gld en aan de armen of de diaconie der gereformeerde kerk te Waddinxveen 30 gld uitkeren 129.
                                         Uit het eerste huwelijk:
                                    1. Jan Maertensz van der BLOM, tr. Alphen aan de Rijn 1665 Aeltje Jans van der HANS.
                                    2. Cornelis Maertensz van der BLOM, overl. ca. 25 juni 1692, ondertr./tr. (nederd. geref.) Waddinxveen 11 aug./8 sept. 1675 Geertje Dircks KEIJSER.
                                    3. Maerten Maertensz van der BLOM, schepen in 1683 van Noord-Waddinxveen, begr. Waddinxveen 22 nov. 1692, ondertr. 1°/tr. (nederd. geref.) ald. 12/26 jan. 1676 Geertje Roelants VERSLUIS, begr. ald. 21 juli 1679, wed. van Jacob DIRXSE, ondertr. 2° Waddinxveen 19 jan. 1681 (attestatie gegeven om in Gouderak te mogen trouwen), tr. Gouderak Weyntje JOPPEN.
                                    4. Aeltie Maertensdr van der BLOM, zie 79.
                                    5. Aegje Maertensdr van der BLOM, ondertr./tr. (nederd. geref.) Waddinxveen 21 sept./29 okt. 1681 Gijsbert Maertensz ROSBERGEN.
                                    6. Maria Maertensdr van der BLOM, ondertr. Waddinxveen 9 jan. 1684 Bastiaen Jansz van der VLIET.
                                    7. Marrigje Maertensdr van der BLOM, tr. 1° Simon Pietersz de JONGH, overl. vóór 20 febr. 1684, ondertr. 2°/tr. (nederd. geref.) Waddinxveen 20 febr./18 maart 1684 Jan Jansz van der VLIET.
                                  176. (<88) Meine Willemsz BULLENS, woont te Lintelo, overl. vóór 1670, tr. N.N.
                                         Uit dit huwelijk:
                                    1. Willem BULSINCK, zie 88.
                                  178. (<89) Jacob DRIESSEN, overl. vóór 1670, tr. N.N.
                                         Uit dit huwelijk:
                                    1. Meke DRIESSEN, zie 89.
                                    2. Willem DRIESEN, ondertr. Dinxperlo 22 juli 1666 Geesken SIEBELINK, eerder gehuwd met Wessel BOLANT.
                                  196. (<98) (>392, >393) Jacob Jansz van NECK, overl. vóór 13 mei 1644, ondertr. Haarlem 17 okt. 1627, ondertr. Beverwijk okt. 1627 (zij van Haarlem, betoog verleend om te Haarlem te trouwen), attestatie verleend om in Haarlem te trouwen (nederd. geref.) Beverwijk okt. 1627, tr. Haarlem 6 nov. 1627
                                  197. (<98) (>394, >395) Martijntgen Barentsdr van SUIJDT, bij huwelijk jongedochter van Haarlem wonende buiten de Cruyspoort, overl. vóór 27 mei 1650.
                                      In Haarlem hebben in 1644 Stoffel de Waeij, smalwerker wonende buiten de Cruijspoort in de vrijdom dezer stede, in huwelijk gehad hebbende Perijntgen Barentsdr, en Martijntgen Barentsdr, weduwe van Jacob van Neck, wonende in Beverwijk, Perijntgen en Martijntgen met hun kinderen erfgenamen van zal. Barent van Suijt en Tryntgen Maertensdr, hun overleden vader en moeder, de nalatenschap van hun ouders verdeeld, waarbij het huis en erve buiten de Cruijspoort aan de Oostzijde van de Cruijsstraat op de hoek van de Langedycklaen waarin de voornoemde ouders beiden gestorven zijn aan Stoffel de Waeij nomine uxoris aangekomen is en Martijntgen 215 gld krijgt 130.
                                      In Beverwijk verkoopt in 1644 Jan van den Bogaerdt aan Martine Barentsdr van Zuijt, weduwe van Jacob Jansz van Neck, een achterhuisje met erfje en schoorsteen, voor 290 gld (voldaan op 27 mei 1650), en verkopen in 1650 Jan Jansz van Neck en David Pietersz, voogden over de weeskinderen van Martijntje Barents van Suijdt, in haer leven weduwe van Jacob Jansz van Neck, aan Baert Willemsz slootemaecker een achterhuisje met erfjen aan de Houtwech, belendt Jacob Paulusz en Jan van den Bogaerdt, met een koopbrief van 250 gld 131.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Jan Jacobsz van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 nov. 1628 (doopgetuige Barent Gerrits), zie 98.
                                      2. Barent Jacobsz van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 juni 1630 (doopgetuige Barent Gerritsz).
                                      3. Anneken Jacobs van NECK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 dec. 1633.
                                    200. (<100) (>400, >401) Aelbert Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 okt. 1631, hovenier, ondertr. ald. 2 sept. 1650 (zij van Amsterdam), tr. Amsterdam 18 sept. 1650
                                        In 1652 132 wordt Aelbert Mieus voor de achtste penning over een nieuw gebouwd huis aangeslagen voor ƒ 4:0:0. Kort vóór en in 1652 is te Beverwijk Aelbert Mieusz bij de schutterij, met een roer, opv. in de Achterwegh en bij 't Clooster. In 1652 is Aelbert Mieusz Schotten 1000 gld schuldig aan Pieter Fassin, voldaan op 12 juli 1670 133.
                                        In 1664 134 wordt een inventaris opgemaakt voor de voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Aelbert Mieusz Schotten geprocreëerd bij Theunisje Jacobs, mede erfgenamen voor een zesde part van wijlen Griet Jans, wed. Mieus Symonsz Schotten. Deze bestaat o.m. uit een tuin, genaamd de Raam, aan de Coningsstraat, een huis met erf aan de Bagijnestraat (belend ten Z.O. Lijsbeth Jans, ten N.O. de Coningsstraat), een obligatie van ƒ 500 ten laste van Jacob Mieusz Schotten, een boek van uitstaande schulden en ƒ 700 ten laste van Symon Mieusz Schotten over het huis aan de Coningsstraat.
                                    201. (<100) (>402) Teuntje JACOBS, geb. ca. 1624, ondertr. 2° Beverwijk 13 maart 1664 (hij van Haarlem), tr. ald. 2 april 1664 Abraham Jansz VERSCHEEPKER.
                                        In Beverwijk bekent Abraham Jansz Verscheepker wonende alhier in 1665 schuldig te zijn aan aan de minderjarige kinderen van Aelbert Mieusz Schotten, mede-erfgenamen van Griet Jans, hun grootmoeder, 64 gld 18 st 12 penn, met voor interest tegen de penning 25 in 't jaar, met als borgen Willem Dircksz, huistimmerman, met zijn huis en erf in de Cloosterstraet, en Hendrick Engelsz Backer, wonende alhier, en in 1664 150 gld tegen de penning 25 in 't jaar, verbindende zijn huis en erf in de Coningstraet, belend ten zuidwesten Sijmon Mieusz Schotten, ten noordoosten de officier dezer stede, op 19 mei 1670 door Hendrik Bieling en Cornelis Claesz Gael, voogden van de kinderen, met kennis van de weesmeesters uit het speciaal verband ontslagen dewijl het voorschreven onderpand voor minder prijs is verkocht als het belast is geweest (maar de kinderen zijn niet tekortgekomen) 135.
                                        In Beverwijk in 1668 bekent Abraham Verscheepker ten verzoeke van Robbert van Breen, impostmeester van de Wage, dat zijn huisvrouw heeft gekocht een „voete” vlees van Arent Wildeman voor een stoter het pond zonder wel te weten het gewicht vandien. Hendrick Theunisz, schoenmaker alhier, verklaart dat hij neffens Theuntje Jacobs, huisvrouw van Abraham Verscheepker, Aaltjen Jacobs en Lambert Bijns heeft gekocht van voornoemde Wildeman een vierendel vlees, elk voor een stoter het pond. 136
                                             Uit het eerste huwelijk:
                                        1. Sijmon Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 maart 1651 (doopgetuigen Meeus Symonsz en Geertge Meeusen), ondertr. ald. 29 nov. 1675 (zij van Amersfoort) Hendrikje THEUNIS.
                                            In Beverwijk ondertr. geref. op 29.11.1675 Simon Aelbertsen Schotten, j.m. van Beverwijck, met Hendrickje Theunis, j.d. van Amersfoort, beyde alhier.
                                        2. Jacob Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 okt. 1652 (doopgetuige Sybrichie Jans).
                                        3. Mies Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26 juli 1654, zie 100.
                                        4. Maartje Aelberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 juli 1656 (doopgetuigen Gerrit Jansz en Tryntge Miesen).
                                        5. Maarten Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 maart 1658 (doopgetuigen Floris Pietersz en Griet Jans).
                                        6. Jan Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 april 1660 (doopgetuigen Jacob Mieussen en Cornelisje Dirx).
                                        7. Jan Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 nov. 1662 (doopgetuigen Simon Miesse Schotte en Jannetje Pieters), ondertr./tr. ald. 20 nov./6 dec. 1683 Jannetje Adriaens STOUTENBURG, wed. van N.N.
                                      202. (<101) Hendrick ROCHEL, ondertr./tr. Amersfoort 11 april/5 mei 1661
                                      203. (<101) Fronica REYERS.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Maritje Hendricx ROCHEL, zie 101.
                                        2. Margrit ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 21 mei 1662.
                                        3. Ariaentjen ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 17 nov. 1663.
                                        4. Sophia 'Fijtje' HENDRICX, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 5 juli 1665, ondertr. 1° (schepenbank) Beverwijk 10 mei 1704 (zij: Fijtje Hendricx, jongedochter van Amersfoort; Vroonica Rijers, moeder van Vijtie Henderickx, consenteert in dit huwelijk met Louris Sijmonse), tr. ald. 1 juni 1704 Louris SIJMONSZ, ondertr. 2° (schepenbank)/tr. ald. 18 dec. 1716/3 jan. 1717 Jan DOMINICUS.
                                        5. Besseltje ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 9 juli 1667.
                                        6. Susanna ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 18 juli 1669.
                                        7. Reyertje ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 7 dec. 1671.
                                      204. (<102) Tames Jansz VALCKES, schoenmaker, leproosmeester, tr. Beverwijk 8 aug. 1621 (hij Tames Valckes uit Groeningerlant, zij van Beverwijk)
                                          In Wijk aan Duin wordt in 1628 Tamis Valcksz genoemd als schoenmaker, poorter van Beverwijk, leproosmeester 137.
                                          In 1649 verkoopt in Beverwijk Tamis Valcksz aan Evert Harmensz Claver een hoekje erf aan de Kerckstraet 138. In 1652 is Thamis Valcks ouder dan 60 jaar, en daarmee te oud voor de schutterij.
                                          In Beverwijk tr. ned. geref. op 8 augustus 1621 Tames Valckes, joncgesel uyt Groeningerlant, woonende hier ter stede, met Maritge Symons, jonge dochter van Beverwijck.
                                      205. (<102) (>410, >411) Maritge SIMONSDR.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Jenneken Thamis VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 nov. 1623, tr. Frans JOCHIMSZ.
                                        2. Eva (Iefgen) Thamis VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 mei 1627 (doopgetuige Aecht Lamberts), tr. Hendrick LAMBERTSZ.
                                        3. Jan Thamisz VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 31 maart 1632 (doopgetuige Tryn Lambertsdr).
                                        4. Aefje Thamis VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 juni 1633 (doopgetuigen Symon Meeusz Schotten en Maritge Meeus), tr. Sijbrant CORNELISZ.
                                            Op 15 maart 1694 machtigen Lammert Dircksz en Willem Jansz Robol, voogden over de nagelaten kinderen van Jan Tamisz, in zijn leven doodgraver, Riwert Jansz, zoon van de voornoemde Jan Tamisz, in zake de erfenis van Lammert Hendricksz, zoon van Eefge Tamis, zuster van Jan Tamisz, overleden op de thuisreis van Oostindien, ten behoeve van zichzelf en van zijn broer en zuster 139.
                                        5. Jan Thamisz VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 febr. 1636 (doopgetuige Tryntgen Lamberts), zie 102.
                                      206. (<103) (>412, >413) Rieuwert WILLEMSZ, graafmaker, huistimmerman, overl. tussen 13 aug. 1652 en 6 sept. 1658, tr.
                                          In 1652 is in Beverwijk Rieuwert Willems, in de Peperstraat, bij de schutterij.
                                          In 1650 leggen Rieuwert Willemsz, huistimmerman, en Jan Theunisz Weltevreen, beiden in Beverwijk, een verklaring af ten verzoeke van Frans Cornelisz Poelenburgh 140.
                                          In 1648 legt Ryeuwert Willemse graefmaker, een verklaring af ten verzoeke van Jan de Haes, weduwnaar van Engeltien Jans, wonende te Amsterdam 141, en verkopen in Beverwijk Jan Verswijn als man van Lucia Buijs en Paulus Busius als man van Eva Buijs, kinderen van wijlen Willem Henric Buys te Haarlem, aan Rieuwert Willems een huis en erf aan de Coningstraet 142. In 1652 verkoopt Rieuwert Willemsz huistimmerman aan Alexander Jacobsz, „salemaecker”, een huis en erf aan de Coningstraet 143.
                                          In 1658 verkopen te Beverwijk Jan Jansz huistimmerman als man van Hillegont Riewerts, Aelbert Claesz als man van Wendeltjen Riewerts, Cornelis Willemsz Netten als man van Maritje Riewerts, ook voor Aafjen Riewerts, kinderen en erfgenamen van Riewert Willems, allen alhier, aan Wouter Riewertsz, huistimmerman alhier, hun broer, de vier vijfdeparten in een huis aan de Toorenstraet waarvan hij al een vijfde heeft, voor ƒ 340 144.
                                      207. (<103) (>414, >415) Marijke WOUTERSDR.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Maria RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 okt. 1618.
                                        2. Hillegont RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 dec. 1620, overl. vóór 3 okt. 1661, ondertr. (schepenbank) ald. 12 april 1643 (hij van Wijkerduin), tr. ald. 26 april 1643 Jan Jansz de BOER, geb. omstreeks 1620, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 nov. 1643 (als bejaard manspersoon), timmerman, zn van Jan Claes de BOER en Ietgen WILLEMS.
                                            In 1661 zijn in Beverwijk Jan Jansz timmerman, voor zichzelf, en Wouter Riewertsz en Cornelis Willemsz als getrouwd hebbende Maritje Riewerts, als ooms en bloedvoogden van de nagelaten kinderen van wijlen Hillegondt Riewerts en voornoemde Jan Jansz, 150 gld schuldig aan Hendrick Boeling, weesmeester dezer stede 145.
                                        3. Cornelia RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 aug. 1623.
                                        4. Wouter RIEUWERTSZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 maart 1625 (doopgetuige Barentgen Hendricx), tr. N.N. CORNELIS, dr van Cornelis HERMANSZ.
                                            In 1654 wordt Wouter Rieuwertsz voor de achtste penning over een nieuw gebouwd huis aangeslagen voor ƒ 2:0:0 146. Kort vóór en in 1652 is Wouter Rieuwertsz in Beverwijk bij de schutterij, met een roer, opv. in de Peperstraat en in de Kerkbuurt. Op 21 juni 1653 verkoopt Wouter Rieuwertsz, huistimmerman, aan Jan Claesz schoolmeester een huis en erf bij de kerk 147.
                                            In Beverwijk koopt op 14 maart 1663 Wouter Riewertsz, huistimmerman, van Fijtje Pieters, weduwe van Lambert Willemsz, een huis en erf op de hoek van de Toorenstraet, strekkende tot achter aan Jan Thysz Colthof, belend ten oosten Mr Jan Claesz Benthuijsen, ten westen Siewert Symons, ten zuiden de koper, voor 1000 gld; Cornelis Hermans, schoonvader van Wouter Riewertsz, stelt zich borg 148.
                                        5. Maritge RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 maart 1628, tr. 1° Cornelis Willemsz NETTEN, ondertr. 2° ald. 24 maart 1667 (hij van Heusden, betoog gegeven) Hendrick JANSEN, bij ondertrouw jongeman van Heusden.
                                        6. Wendeltje (Weijntje) RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 febr. 1633 (doopgetuige Wendeltge Barentsdr), overl. 14 maart 1666, tr. Aelbert CLAESSEN, die hertr. met Maritje ADRIAENS.
                                        7. Aefje RIEUWERTS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 juli 1636 (doopgetuige Fytgen Willemsdr), zie 103.
                                      230. (<115) (>460, >461) Thomas Dircksz MAES, alias Glimmer, geb. ca. 1604, makelaar, overl. Amsterdam 24 mei 1654, begr. ald. 28 mei 1654 (in de Westerkerk, wonende in de Egelantiersstraet), ondertr. (pui) ald. 21 dec. 1633 (hij Thomas Dircksz van Amsterdam, geassisteerd met Dirck Thomasz Glimmer zijn vader, facteur, zij Dirckie Blauw van Amsterdam, geassisteerd met Lysbet Gerrits haar moeder, met consent van haar vader Dirck Jansz Blauw zo Jan Jacobsz Coster verklaarde)
                                          In het gildeboek van de makelaars te Amsterdam staat Thomas Maes als ingekomen op 9 oktober 1642, overleden 24 mei 1654, in de jaren 1641 t.e.m. 1647 onder rangnummer opv. 384, 361, 341, 324, 306, 296, 169.
                                      231. (<115) (>462, >463) Dirckie BLAUW, geb. ca. 1608.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Margriet MAES, geb. ca. 1634, zie 115.
                                        2. Maria MAES, alias Glimmer, tr. 1° vóór 19 juli 1678 Hendrik RUTGERSZ, dienaar, herkomst Delft (poorterboek Amsterdam 19 juli 1678), overl. vóór 28 febr. 1682, ondertr. 2° Amsterdam 28 febr. 1682 Willem Joosten de GLODDER, geb. ca. 1658, stalmeester, herkomst Delft (poorterboek Amsterdam 30 september 1682).
                                            Bij ondertrouw te Amsterdam: Willem de Godder van Delft, oud 24 jaar, in de Keijsersstraat, ouders dood, geassisteerd met Jan Dircksz zijn neef, en Maria Tomas Masius, van Amsterdam, weduwe van Hendrick Rutgers, wonende als voornoemd.
                                        3. Elisabeth MAES, alias Glimmer, geb. ca. 1642, tr. vóór 20 okt. 1668 Adolff van der HEIJDE, lakenbereider, herkomst Keulen (poorterboek Amsterdam 20 oktober 1668).
                                      248. (<124) Barent GERRITS, linnenwever, overl. vóór 28 mei 1648, tr. Zwolle 22 nov. 1636
                                          Op 27 september 1640 betaalt Berent Gerris van Suitloo 6 gulden voor het burgerrecht van Zwolle 149, en op 8 juli 1647 is Berent Gerris belendend in de Bitterstraat 150.
                                          Op 31 maart 1638 verkopen Berent Gerrijts en Judith Gerrijts zijn huisvrouw, wonende in de Bitterstraat „daer die Hoepe uythanct”, een jaarrente van 5 goltgeld aan Goesen Cornelis en Arentie Peters zijn huisvrouw, op 23 oktober 1638 kopen Berent Gerrytsen, linnenwever, en Judith Gerryts zijn huisvrouw de helft van een huis en wehre staande in de Bitterstraat, genaamd die Hoepe 151.
                                      249. (<124) (>498, >499) Judith GERRITS, doet in september 1640 in Zwolle belijdenis.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Gerrit Barentsz BOING, ged. (nederd. geref.) Zwolle 8 okt. 1637, zie 124.
                                        2. Lambert BARENTS, ged. Zwolle 19 nov. 1641.
                                        3. Lambert BARENTS, ged. (nederd. geref.) Zwolle 4 juni 1643.
                                        4. Gertruit BARENTS, ged. Zwolle 14 okt. 1645.
                                        5. Berentien BARENTS, ged. Zwolle 28 mei 1648.
                                      250. (<125) Harmen JANSZ, tr. N.N.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Trijntje HARMENS, ged. (ev. luthers) Amsterdam 30 sept. 1635.
                                        2. Pieternella HARMENS, ged. (ev. luthers) Amsterdam 15 maart 1637, zie 125.
                                      252. (<126) (>505) Ambrosius JANSZ, geb. ca. 1608, geelgieter, bij ondertrouw van Antwerpen, geassisteerd met zijn moeder Neel Jans, begr. Amsterdam (Westerkerk, ƒ 15) 7 nov. 1691 (Ambrosius Jansz in de Roosestraat), ondertr. ald. (kerk) 24 april 1632
                                      253. (<126) (>506, >507) Annetje GOVERTS, geb. Gouda ca. 1609, bij ondertrouw „van der Gouw” wonende in de Roosestraet, geassisteerd met haar vader Govaert Bastiaensz.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Geertruijt AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 1 febr. 1633 (doopgetuige Govaert Bastiaens).
                                        2. Jan AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 18 juli 1634, zie 126.
                                        3. Govert AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Oude Kerk) 1 mei 1636 (doopgetuigen Henrick Govertsz, Jannetje Aerts).
                                        4. Maritje AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 13 dec. 1637 (doopgetuige Belijtje Jans).
                                        5. Abraham AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 20 maart 1639 (doopgetuige Neel Jans).
                                        6. Henrick AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 21 okt. 1640 (doopgetuige Henrick Govertsz).
                                        7. Isack AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 20 dec. 1643 (doopgetuige Trijntje Hermans), geelgieter, bij zijn huwelijk in de Roosestraet, geassisteerd met zijn vader Ambrosius Jansz, ondertr. Amsterdam (kerk) 29 maart 1680 Trijntje ALBERTS, geb. ca. 1653, bij haar huwelijk van Amsterdam, geassisteerd met haar vader Albert Dammes, dr van Albert DAMMES.
                                        8. Neeltje AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 22 jan. 1645 (doopgetuige Belijtje Roemers).
                                        9. Henrick AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 8 sept. 1647 (doopgetuige Pieter Maertsz).
                                        10. Hendrick AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 21 okt. 1649 (doopgetuige Arent Willemsz), steenhouwer, ondertr. (kerk) ald. 7 mei 1678 Neeltje JACOBS, geb. ca. 1653, dr van Jacob LAMBERTSZ.
                                        11. Annetje AMBROSIUS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 22 mei 1653 (de moeder Annetje Cornelis, vermoedelijk per abuis; doopgetuige Pieter Martsz), ondertr. (kerk) ald. 24 april 1676 Frans Cornelisz van BORSEN, geb. ca. 1652, timmerman, zn van Cornelis FRANSZ.
                                      254. (<127) Guilliaem Teunisz KUIJPERS, geb. ca. 1605, koordenwerker, bij ondertrouw van Antwerpen, de moeder consenteert zo Harmen Allertsz verklaart, ondertr. Amsterdam (kerk) 8 april 1628
                                      255. (<127) (>511) Trijntje CORNELIS, geb. ca. 1605, bij ondertrouw van Leiden, geassisteerd met Jannetie Jans haar moeder.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Annetje KUIJPERS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 21 nov. 1632, zie 127.
                                        2. Samuel KUIJPERS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 3 okt. 1634 (doopgetuige Lysbet Teunis).
                                        3. Cornelia KUIJPERS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 29 mei 1644 (doopgetuige Geesje Samuels), ondertr. ald. (kerk) 27 april 1669 Jacob Hendricxz van STOLK, geb. ca. 1645, fulpwerker, bij ondertrouw van Rotterdam.
                                        4. Cornelis KUIJPERS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 19 mei 1647 (doopgetuige Henrick de Sommer).


                                      Generatie IX (<VIII, >X)

                                      288. (<144) (>576, >577) Dirck JACOBSZ, tr.
                                          Op 31 mei 1582 wordt Dirck Jacobsz bij dode van zijn vader Jacob Dircxsz beleend met 4 morgen land in Hazerswoude, en draagt hij het leen over aan Neeltken Jacobsdochter, weduwe van Peter Petersz, onder hulde door Aert Jacobsz 84. In 1593 testeren in Hazerswoude Dirck Jacobsz en Fytgen Jacobsdr „aenmerckende de broesheyt van smensschen leeven oock heuren soberen staet ende cleyn goet”, waarbij zij het vruchtgebruik van al hun goederen vermaken aan de langstlevende en hun zoon Mathys Dircxz na de dood van de langstlevende als erfgenaam institueren 152. In 1599 komt in het kohier van de kapitale lening Dirc Jacobsz voor onder Hazerswoude, 't Oosteynde, maar niet in 1600.
                                      289. (<144) Fytgen JACOBSDR.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Matthijs DIRCXZ, geb. ca. 1567, zie 144.
                                      292. (<146) Jacob BARENTSZ, geb. ca. 1568, tr.
                                          In het kohier van de weerbare mannen in Rijnland van 1599 komt onder Benthuizen, den Hogenboom, voor: Jacob Barentsz, met een verrejager.
                                          In 1622 verklaart Jacob Barentsz, wonende in Benthuizen, oud omtrent 53 jaar, in verband met het herstellen van de Weijpoortse Broucmolen, onder meer dat hij omtrent 15 jaar geleden gedurende 10 of 12 jaar bemalen heeft de Broucmolen staande aan de oostzijde van Weijpoortsche Vliet 153.
                                          In Benthuizen verkopen in 1660 Kommer Jacobsz Vos, wonende te Leiderdorp, voor een derde part, ook als procuratie hebbende van Jan Jansz Robbe peltier, wonende te Amsterdam, als man en voogd van Cornelis Jansdr, voor een derde part, verder de gemelde Kommer Jacobsz als oom en voogd van Maertgen Willemsdr Vos, nog minderjarige dochter van Willem Jacobsz Vos, en Arij Sijmonsz rietdekker wonende te Benthuizen, man en voogd van Baertgen Willemsdr Vos, dochter van Willem Jacobsz Vos, samen voor het resterende derde part, als kind en kindskinderen mitsgaders erfgenamen van Maertgen Jansdr, in haar leven weduwe van Jacob Barentsz, aan Susanna Proous weduwe van Mr Heijndrick van Teylingen, wonende te Rotterdam, een 'huysge op seeckere partije lants aencomende voorsz coopster gelegen int Langelant in Benthuysen', voor 56 gld 154.
                                      293. (<146) Maertgen JANSDR, overl. vóór 26 okt. 1660.
                                          In 1641 verklaart Maritge Jansdr Vos, weduwe van Jacob Barentsz, wonende in de jurisdictie van Benthuizen dicht bij de Weijpoort, out 78 jaar, ten verzoeke van Jacob Engelsz van Overvliet wonende onder het ambacht van Benthuizen, dat het land genaamd De Biter liggende aan de westzijde van Weijpoortse weg niet verenigd is geweest met de woninge liggende aan de oostzijde van Weijpoortse Vliet, welke woninge door requirant en zijn broers als erfgenamen van Engel Leendertsz van Overvliet verkocht is, met voor redenen van wetenschap o.a. dat zij dienstmaagd is geweest bij requirants vader en dikmaals in 't genoemde land de beesten heeft gemolken 155.
                                               Uit dit huwelijk:
                                          1. Neeltien Jacobsdr VOS, tr. Jan.
                                          2. Commer Jacobsz VOS, zie 146.
                                          3. Willem Jacobsz VOS, geb. ca. 1608, molenaar van de Brouckpolder in Zoeterwoude, ondertr./tr. Benthuizen 12 nov. 1634/26 jan. 1635 Neeltgen (of Neessien) CLAESDR, bij huwelijk jongedochter van Zoeterwoude.
                                              In 1645 wordt een verklaring afgelegd door Willem Jacobsz Vos, molenaar van de Brouckpolder in Zoeterwoude, wonende in de Weijpoort 156. In 1652 is Willem Jacobsz Vos, wonende in de Weypoort onder het ambacht van Zoeterwoude, aan Cornelis Henrixz van Witsenburch 300 gld schuldig, tegen een interest van 18 gld, met als borg Cors Gerytsz van der Laen, mede wonende aldaar 157.
                                        296. (<148) (>592, >593) Pieter Jacobsz CLINCKENBERCH, geb. ca. 1545, overl. tussen 30 dec. 1630 en 4 okt. 1631, tr.
                                            In 1577 wordt een verklaring afgelegd door Pieter Jacobsz, oud omtrent 31 jaar, buurman van Sassenheim, en in 1578 door Pieter Jacopsz, oud omtrent 33 jaar, buurman van Sassenheim 158.
                                            In Voorhout verkoopt in 1596 Pieter Jacobsz Clinckenberch wonende te Sassenheim aan Baerte Vranckendr, weduwe van Bartholomees Jansz Hoochteylingen, omtrent 1½ morgen land, belend als in oude brieven 159.
                                            In Sassenheim is Pieter Jacobsz Clinckenberch schuldig in 1593 aan IJsbrant van Merode, ambachtsheer van Zoeterwoude en Stompwijk, een losbare rente vam 25 gld 's jaars schuldig, met 400 gld als hoofdsom, met als onderpand zijn halve woning met de helft van 7 morgen en 2 hond land, waarvan de andere helft zijn schoonmoeder Reijertgen Jacobsdr competeert, belend ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwesten de abdij van Rijnsburg, ten noordwesten de Schousloot, ten noordoosten Meijntgen Barthouts, Maerten Pietersz weduwe te Warmond, in 1599 aan Aeltgen Gerritsdr weduwe van Philips van Sonnevelt wonende te Leiden een losbare rente van 18 gld 15 st 's jaars, hoofdsom 300 gld, met als onderpand 7 hond weiland en 7 hond teelland (gecasseerd 31 dec. 1630), in 1603 aan de H. Geest te Sassenheim een losbare rente van 37 gld 's jaars met als onderpand zijn woning met omtrent 7½ morgen land (gecasseerd 10 juni 1632) 160.
                                            In Voorhout verkoopt in 1617 Zeger Jansz aan Pieter Jacobsz Clinckenberch wonende te Sassenheim een stuk weiland van omtrent 1½ morgen, voor 875 gld, en verkoopt in 1621 Pieter Jacobsz Clijnckenberch wonende te Sassenheim aan Mateuwis Pietersz decker 1½ morgen weiland voor 750 gld 161.
                                            Pieter Jacobsz Clinckenberch is ambachtsbewaarder van Sassenheim in o.m. 1577, 1582, 1583, 1588, 1591, 1616, 1617, bewoonde het huis Ter Weegen, en pachtte een deel van Klinkenberg. In 1625 zijn Jan Pieters Schouten en Pieter Jacobsz Clinckenberch borg voor de kinderen en erfgenamen van Cornelis Willemsz Graeff 162.
                                            In het kohier van het hoofdgeld van 1623 wordt onder 'Sassenheim' vermeld: Pieter Jacobsz Clinckenberch en Trijn Woutersdr zijn huisvrouw, met Wouter en Willem hun kinderen; bij dezelfde woont Steven Woutersz hun zwager, en nog aldaar Jan Pietersz Clinckenberch en Trijntgen Pietersdr zijn huisvrouw met Pieter en Claes hun kinderen, item Grietgen Willemsdr van Oegstgeest en Maritgen Pietersdr hun meisjes 163.
                                            In 1621 testeren Pieter Jacobsz van Clinckenberch en Trijntgen Woutersdr, man en wijf wonende te Sassenheim, kloek en gezond, op de langslevende, met de helft aan de kinderen en eventuele kindskinderen in de plaats van hun ouders, voor wat betreft de gehuwde kinderen met aftrek van wat zij al voor hun huwelijk gehad hebben, voorts ten behoeve van Wouter Pietersz van Clinckenberch, die zeer zwak van natuur is en niet bekwaam om zijn kost te verdienen, een jaarlijkse rente van een hoofdsom van 1000 gld, en mocht Marijtgen Pietersdr, nagelaten weeskind van zal. Geertgen Pietersdr van Clinckenberch, hun dochter, bij Pieter Claesz haar man, overlijden zonder wettige kinderen, dan zal haar deel terugkomen aan de nabestaanden van testanten 164.
                                            In 1628 testeren Pieter Jacobsz Clinckenberch en Tryntgen Woutersdr, echte man en wijf wonende te Sassenheim, gezond van lichaam, met als algemene erfgenamen Jonge Dirck, Jacob, Willem, Wouter, Mees en Jan Pieterszonen, hun zonen, mitsgaders de kinderen van Oude Dirck Pietersz mede hun zoon, item Aeltgen, Marytgen, Tryntgen, Lysbeth en Reympgen, hun dochters, mitsgaders de nagelaten kinderen van Leentgen Pieters en 't nagelaten kind van Geertgen Pieters, hun overleden dochters, met de voorwaarde dat Oude Dirck Pietersz van de goederen aan zijn kinderen vermaakt het vruchtgebruik zal hebben en na zijn overlijden zijn huisvrouw Annatgen Willemsdr, zo zij dan nog leeft, de helft daarvan 165.
                                            In 1630 testeren Pieter Jacobsz van Clinckenberch en Trijntgen Woutersdr, echte man en wijf wonende te Sassenheim, „wesenden ten aensien van heuren hoogen ouderdomme in tamelijcken gesontheijt gaende en staende”. Zij legateren aan Wouter Pietersz hun zoon 1000 gld, door 500 gld uit te keren bij overlijden van elk van hen beiden, waarna hij gelijkelijk met de andere kinderen zal delen, maar hiervan alleen de rente genieten, te beleggen door hun andere zonen Willem, Jan en Bartholomeus Pieterszonen van Clinckenberch en de langstlevende, en ook hun zonn Dirck Pietersz clinckenberch, gezied meijster, zal van zijn erfdeel slechts de vruchten gebruiken 166.
                                        297. (<148) (>594, >595) Trijntgen WOUTERSDR.
                                            In 1631 legateren Trijntgen Woutersdr, weduwe van Pieter Jacobsz Clinckenberch wonende in Sassenheim, en Dirc Pietersz van Clinckenberch wonende te Noordwijk in de Cleij, aan Dirc Dircxz van Clinckenberch, zoon van Dirc Pietersz, te weten zij 200 gld en Dirc Pietersz de eigendom van zijn huisje in Noordwijk-Binnen aan de Cruyswech, omdat Dirc Dircxz van God almachtig met zeker accident bezorgd is 167.
                                            In 1633 nomineert Tryntgen Woutersdr, weduwe van Pieter Jacobsz van Clinckenberch wonende te Sassenheim, tot haar erfgenamen Jacob, Groote Dirck, Cleyn Dirck, Wouter, Willem, Mees en Jan Pieterszonen van Clinckenberch, haar zonen, mitsgaders Aeltgen, Marijtgen, Lijsbeth, Tryntgen, Reijmpgen Pietersdochteren en de kinderen van Leuntgen Pietersdr van Clinckenberch in hun moeders plaats, al haar kinderen, in een dertiende part, niet willende dat haar dochter Marijtgen Pietersdr die nog enige penningen schuldig is gehouden is hiervan iets in te brengen 168.
                                                 Uit dit huwelijk:
                                            1. Geertgen Pietersdr CLINCKENBERCH, tr. Pieter CLAESZ.
                                            2. Jacob Pietersz CLINCKENBERCH, woont in 1625 in Vlaardingerambacht en in 1640 in Sassenheim, tr. 1° Marijtgen Jansdr CLUFT, dr van Jan Dammasz CLUFT en Annetgen BARTHOUTSDR, ondertr. 2°/tr. Delft/Rotterdam 3 dec. 1639/1 jan. 1640 Tryntje GERRITS, wed. van Frans Willemsz van LANSCHOT.
                                                In 1625 verkopen in Sassenheim Jacob Pietersz van Clinckenberch als man en voogd van Marijtgen Jansdr, wonende in Vlaardingerambacht, en Bart Jacobsz en Jan Jacobsz als ooms en bloedvoogden over zijn kinderen bij Marijtgen Jacobsdr, met approbatie van de schout en Pieter Florisz en Bartholomeus Pietersz Clinckenberch weesmannen van Sassenheim, aan Louris Cornelis Houtman, buurman in Sassenheim, een partij weiland, belend Jacob Jansz Rousch, Cornelis Houtman te Voorhout, vader van voornoemde Louris, Pieter Jacobsz van Clinckenberch, comparants vader, Louris Cornelis, Jan Coppens en Cornelis zijn broer, welk land hem toebedeeld is bij de scheiding van wijlen Annetgen Barthouts, comparants huisvrouws moeder 169.
                                                In 1639 verkoopt Jacob Pietersz Clinckenberch wonende te Vlaardingen aan de voogden van de nagelaten kinderen van wijlen Pieter Jansz Plaveijer omtrent 50 stel(?) niet schoongemaakt vlas, 2 bedden met toebehoren, 2 koperen potten, 2 koperen ketels, 2 eiken kisten, 3 eiken tresoortjes, mitsgaders 50 gld over de koop van vlees en rookvlees, hem competerende van Jan Jacobsz Clinckenberch te Vlaardingen, en is wel voldaan met 60 gld die comparant aan de boedel van Pieter Jansz Plaveijer schuldig was vanwege de koop van een vette koe 170.
                                            3. Dirck Pietersz CLINCKENBERCH, geb. Sassenheim ca. 1572, overl. vóór 2 juli 1646, tr. 1° Maritgen Dignomsdr de ROO, dr van Dignom Jansz de ROO en Marijtgen ARENTSDR, tr. 2° ald. na 12 febr. 1602 Weijntgen ADRIAENSDR.
                                                In Warmond verkopen in 1646 Weijntgen Adriaensdr, weduwe van Dirck Pietersz Clinckenberch, voor de ene helft, mitsgaders Arent Dircxz wonende te Sassenheim, Dirck Dircxz wonende te Lisse, Jacob Dircxz wonende te Warmond, Evert Dircxz wonende te Sassenheim, Wilhem Granaet als getrouwd hebbende Leuntgen Dircxdr wonende te Voorschoten, en Aeltgen Dircxdr wonende te Warmond geassisteerd met Arent Dircxz, de kinderen, voor de andere helft, aan Cornelis Jansz Swanenburch wonende te Katwijk een huizinge enz. in de Kerckbuyrt, belend ten zuidoosten het Buierpadt, ten zuidwesten de pastorie, ten noordwesten de Heerewech, ten noordoosten de erfgenamen van Pieter van Leeuwen, voor een schuldbekentenis van 1025 gld 171.
                                            4. Dirck Pietersz CLINCKENBERCH, alias Meyster, tr. Annatgen WILLEMSDR.
                                                In 1632 verklaren Willem Dircxz en Grietgen Dircxdr, mede voor Reijmpgen Dircxdr, kinderen van Dirck Pietersz Clinckenberch alias Meijster, zich akkoord dat van 't kapitaal van de erfenis van hun zal. grootvader Pieter Jacobsz Clinckenberch een somme van 462 gld 6 st verstrekt is aan hun vader, voor het meesteren en cureren van zijn zere been en zijn noodzakelijk onderhoud 172.
                                            5. Wouter Pietersz CLINCKENBERCH.
                                            6. Willem Pietersz CLINCKENBERCH, geb. ca. 1589, tr. Dieuwertje JOOSTENSDR, dr van Joost ARIJENSZ en Maritje SYMONS.
                                                Willem Pietersz Clinckenberch is ambachtsbewaarder van Sassenheim in 1624, en gebruiker van Klinkenberg in 1628. In Oegstgeest is in 1629 Willem Pietersz Clinckenberch als man en voogd van Dieuwer Joostensdr mede-erfgenaam van Joost Arijensz, hun vader en schoonvader 173.
                                                In Warmond verkoopt in 1629 Gerit van Griecken als getrouwd hebbende Grietgen Adriaensdr mede-erfgenaam van Adriaen Willemsz en Maritgen Jansdr, aan Willem Pietersz Clinckenberch een partij land te verongelden voor 17 hond, belend ten noordwesten de abdij van Rijnsburg, ten noordoosten de abdij van Rijnsburg en Cornelis Willemsz van Alphen, ten zuidoosten de weduwe en erfgenamen van Adriaen Segersz, ten zuidwesten comparant zelf, voor een schuldbrief van 2530 gld 174.
                                                In 1632 wordt getuigenis geleverd door Willem Pietersz Clinckenberch, buurman in Sassenheim, oud omtrent 42 jaar 175.
                                                In Warmond verkoopt in 1635 Mees Pietersz Clinckenberch, als procuratie hebbende van Willem Pietersz Clinckenberch zijn broer gepasseerd voor notaris Jan Verheij te Amsterdam op 4 mei 1635, aan Jan Pietersz Clinckenberch zijn broer een partij land in de ongelden gecontribueerd voor 17 hond, belend ten noordwesten en noordoosten de abdij van Rijnsburg en Cornelis Willemsz van Alphen, ten zuidoosten de weduwe en erfgenamen van Adriaen Segersz, voor 65 gld gereed geld 176. In 1637 worden voorwaarden opgesteld volgens welke Willem Pietersz van Clinckenberg, wonende in Oostfriesland te Solberch, begeert op de beestenmarkt in Leiden in het openbaar gespecificeerde koebeesten te verkopen 177.
                                                In 1630 testeren Willem Pietersz Klinckenberch en Dieuwertgen Joostendr van Zuytwyck, echte man en wijf wonende in Sassenheim, op de langstlevende, die de kinderen moet opvoeden en bij de ouderdom van 24 jaar of eerder huwelijk hun tezamen 1200 gld moet uitkeren, met uitsluiting van weesmeesters 178.
                                            7. Bartholomeus Pietersz CLINCKENBERCH, zie 148.
                                            8. Jan Pietersz CLINCKENBERCH, overl. Sassenheim vóór 6 dec. 1637, tr. Trijntgen Pietersdr GRAVESLOOT, dr van Pieter Maertensz GRAVESLOOT, schepen, kerkmeester ald., en Lijsbeth Gerritsdr CLUFT.
                                                In Sassenheim koopt in 1629 Jan Pietersz Clinckenberch, buurman te Sassenheim, van de gecommitteerden van de ridderschap, edelen en steden van Holland en West-Friesland, 1½ hond land te Sassenheim gekomen van de pastorie aldaar in een kroft van een vijftal hond waarin de kerk van Warmond een morgen competeert en de rest Pieter Jacobsz Clinckenberch, voor 120 gld, en koopt in 1633 Jan Pietersz van Clinckenberch, buurman in Sassenheim, van Barbara Claesdr, weduwe van Jan Henricxsz Brebijl, en haar kinderen omtrent 7 honden teel- of weiland in Sassenheim voor 1750 gld, met als borg Jan Jansz van Kempen, linnenwever, zwager van Jan Pietersz van Clinckenberch 179.
                                                In Voorhout bekent in 1639 Trijntgen Pietersdr, weduwe van Jan Pietersz Clinckenberch, wonende te Saassenheim, geholpen met Mees Pieters Clinckenberch als haar gecoren voogd in dezen, in 't openbaar verkocht te hebben aan Pieter Dircxz Cortswager 3 morgen weiland, belend ten noordoosten Dammas Jeroensz van der Cluft, ten zuidoosten de Schoubare Wateringe, ten zuidwesten Jacob Dammasz van de Voort, ten noordwewsten Jacob Cornelisz Koenen in Den Haag en Dirck Dammaszoon van de Voort voornoemd [sic], voor 3000 gld 180.
                                                In 1644 verkoopt in Warmond Trijntgen Pietersdr, weduwe van Jan Pietersz Clinckenberch, wonende te Sassenheim, met Willem Crijnsz als haar voogd, aan Mr Jacob van der Munck, herbergier int Schilt van Vranckryck, een huis en erve in de Overbuijrt van Warmond 181, en in 1652 verkopen in Sassenheim Claes Jansz Clinckenberch en Willem Gooverts als man en voogd van Joosgen Jansdr Clinckenberch, ook voor Pieter Jansz Clinckenberch die uitlandig is, Jan Willemsz Entevoort als man en voogd van Leuntgen Jansdr Clinckenberch, verder Claes Jansz Clinckenberch en Jacob Jansz Veltbrugge als voogden over de nog vier minderjarige weeskinderen, enige erfgenamen van Jan Pietersz Clinckenberch gewonnen bij Trijntgen Pietersdr, aan Jan Cornelisz Warmonderdam buurman aldaar een stuk hooiland genaamd de Mient te Sassenheim, groot 10½ hond, voor 2218:16:- 182.
                                            9. Leuntgen Pietersdr CLINCKENBERCH, tr. N.N.
                                            10. Aeltgen Pietersdr CLINCKENBERCH, tr. Jan Gerritsz van BOUCKHORST.
                                                In 1639 testeren Jan Gerritsz Verbouckhorst en Aeltgen Pietersdr van Clinckenberch, echteluiden te Sassenheim, kloek en gezond. De langstlevende krijgt in vruchtgebruik het wei- en teelland met het kroftje daaraan gelegen te Sassenheim, belend ten zuidoosten en zuidwesten Gerrit Cornelisz, ten noordwesten de Heerwech, ten noordoosten Pieter Jansz van Naerdenburch, waarna het toekomt aan de universele erfgenamen Dirck, Gerrit, Cornelis, Pieter, Frans, Marijtgen en Annetgen, zijn zeven kinderen, met de langstlevende als oppervoogd, waarbij Jan Gerritsz als toeziend voogd zijn zwager Jacob Jansz van Wassenaer noemt en Aeltge Pietersdr haar broer Dirck Pietersz van Clinckenberch 183.
                                            11. Marijtgen Pietersdr CLINCKENBERCH.
                                            12. Lijsbeth Pietersdr CLINCKENBERCH, tr. 1° Adriaen BASTIAENSZ, tr. 2° Jan Jansz van KEMPEN, linnenwever te Sassenheim, overl. vóór 21 jan. 1636, tr. 3° Jan Jansz VELTBRUGGE, schoenmaker, overl. vóór 1644, tr. 4° Gerrit DINCLAGE.
                                                In 1627 compareren kinderen en kleinkinderen van Bastiaen Arijensz Bisdom, Aert Bastiaensz en Gerrit Huijgensz Cranendonck die zich destijds borg hadden gesteld voor de huwelijksgift van Adriaen Bastiaensz zal. aan Lijsbeth Pietersdr Clinckenberg geboortig van Sassenheim. Na het huwelijk werd bevonden dat de goederen van Adriaen Bastiaensz aanmerkelijk minder bedroegen dan bij huwelijk beloofd, waarom de borgen al tussen de 3000 en 4000 gld hebben voldaan. Nu verklaren de comparanten met Jan Jansz tegenwoordig getrouwd zijnde met voornoemde Lijsbeth Pietersdr Clinckenberch, geassisteerd met Willem Pietersz van Clinckenberch zijn zwager als oom en voogd van de kinderen die voornoemde Adriaen Bastiaensz bij haar geprocreëerd heeft, dat zij elkaar nimmermeer in die zaak zullen aanspreken of molesteren. 184
                                                In 1636 compareren in Sassenheim Lijsbeth Pietersdr van Clinckenberch, laatst weduwe van Jan Jansz van Kempen, in zijn leven linnenwever te Sassenheim, geassisteerd met Mees, Wouter en Dirc Pieters zonen, haar broers, en Jan Gerritsz Coppen, haar zwager, allen haar voogden, mitsgaders Jacob Jansz Veltbrugge en Joachim Dircxsz Rando wonende te Solberch in Oostvrieslant, vaderlijke ooms en voogden over de twee onmondige kinderen van Jan Jansz van Kempen bij Lijsbeth Pietersdr van Clinckenberch, met namen Trijntgen Jansdr, oud 5 jaar, en Niesgen Jansdr, oud 2 jaar 185.
                                            13. Trijntgen Pietersdr CLINCKENBERCH, ondertr./tr. Leiden 19 april/7 mei 1613 Cunier ENGELSZ.
                                            14. Reijmpgen Pietersdr CLINCKENBERCH, tr. Jacob Jansz van CAMPEN, schoenmaker.
                                                In Sassenheim koopt in 1619 Jacob Jansz van Cempen schoemaecker van Cornelis Taeckens schoemaecker een huis en erf met de looikuipen, voor 2100 gld, met zijn schoonvader Pieter Jacobsz van Clinckenberch als borg 186.
                                          298. (<149) (>596, >597) Jacob Jansz SCHEUR, schepen van Warmond 7 sept. 1592 187, tr.
                                              In Warmond verkoopt in 1596 Jan Jansz Swaeck waard aan Jacob Jansz Schuer zijn neef 1 morgen 4 hond 10 roeden weiland genaamd 't Ganseweytgen, belend ten noordoosten en zuidoosten de heer van Warmond, ten zuidwesten Zacharias Matthysz, ten noordwesten Marrij Jansdr, Cornelis Jan Mouwerings weduwe 188.
                                          299. (<149) (>598, >599) Fytgen CORNELISDR.
                                              In het kohier van het hoofdgeld van 1623 komt onder 'Warmond' voor: Fije Cornelisdr, weduwe van Jacob Jansz Scheur, met Cornelis haar zoon 189.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Jan Jacobsz SCHEUR, schepen van Warmond, o.a. op 5 maart 1624, waarbij hij tekent als Jan Jacop Scor, maakt huwelijksvoorw. Leiden 16 dec. 1615 met, ondertr./tr. Warmond 6/20 dec. 1615 Grietgen Sachariasdr van ENTEPOEL, overl. vóór 3 mei 1629, dr van Sacharias MATHIJSZ en Maritgen MATHIJSDR.
                                                  In het kohier van het hoofdgeld van 1623 komt onder 'Warmond' voor: Jan Jacobsz Scheur en Grietgen Sachariasdr zijn huisvrouw, met Oude Maritgen, Jacob en Jonge Maritgen, hun kinderen 189.
                                                  In Warmond in 1629 verkoopt Mathijs Jacobsz timmerman aan Jan Jacobsz Scheur, tegenwoordig wonende op de Rijpweteringe in de banne van Alckemade, zekere huizinge, barg, schuur en erve bij 't Warmonderveer, belend ten zuidwesten de weduwe en erfgenamen van Cornelis Willemsz Visscher, en voorts rondom comparant zelf, voor 1200£, delen Jan Jacobsz Scheur, weduwnaar van Grietgen Sachariasdr, in haar leven wonende te Warmond, ter eenre, en Tijs Sachariasz en Cornelis Sachariasz als omen en voogden over Oude Maritgen, oud 11 jaar, Jacob Jansz 9 jaar, Jonge Maritgen Jansdr 6 jaar en Neeltgen Jansdr 4 jaar, en verkoopt Jan Jacobsz Scheur, weduwnaar van Grietgen Sachariasdr, aan Willem Jansz Visscher 13 hond hooiland in de Veerpolder achter het bedijkte poeltje van Adriaen Pietersz en de weduwe van Adriaen Segersz, belend ten oosten de erfgenamen van Foij van Brouckhoven, ten zuiden comparant zelf, ten westen voorschreven bedijkte poeltje, ten noorden Willem Arentsz alias Willembuijer en de koper 190.
                                                  In Warmond transporteert in 1631 Barthout Willemsz van der Burch aan Jan Jacobsz Scheur een partij land genaamd de Ommelooper in de Veerpolder, groot 803 roeden, belend ten noordwesten de heer van Hazerswoude, ten noordoosten Jacob Jacobsz Rousch en zijn zuster Neeltgen, ten zuidoosten Sijmon Willeboortsz, ten zuidwesten de weduwe en erfgenamen van jonker Adam van der Duijn, getaxeerd op 1200 gld, belast met de helft van 22 gld 10 st 's jaars, losbaar in het geheel met 405 gld, waarvan de wederhelft ten last van Sijmon Willeboortsz is, in ruil voor een zekere huizinge en erve bij 't Warmonderveer, waarna Jan Jacobsz Scheur dit land verkoopt aan Mees Pietersz Clinckenberch wonende te Sassenheim, zijn zwager, voor 1000 gld in gereed geld (boven de last van 202 gld 10 st) 191.
                                                  In Warmond verkoopt in 1636 Jan Jacobsz Scheur, weduwnaar van Grietgen Sachariasdr van Entepoel, aan Foijt Sacharias van Entepoel zijn zwager 2 hond land in de Veerpolder alsnog gemeen met 10 hond toekomende de kinderen van voorschreven Grietgen Sachariasdr, belend ten noorden Willem Jansz Neeltgenbuijer, ten oosten de heer Brouckhoven, ten zuiden de koper, ten westen of noordwesten de kinderen van comparant, uit de boedel van Sacharias Mathysz zijn zal. schoonvader, voor 300 gld hem promptelijk aangeteld 192.
                                                  Op 16 december 1615 maken Jan Jacobsz Scheur, wonende te Warmond, toekomende bruidegom, geassisteerd met Fijtgen Cornelisdr zijn moeder en Dirc Cornelisz zijn oom en voogd, ter eenre, en Grietgen Zachariasdr mede wonende te Warmond, toekomende bruid, geassisteerd met Thijs Zachariasz haar broer en voogd, ter andere zijde, huwelijkse voorwaarden, waarbij Fijtgen Cornelisdr belooft 500 gld in te brengen en Grietgen Zachariasdr 4 morgen 1 hond land zal inbrengen 193.
                                              2. Cornelis Jacobsz SCHEUR, ondertr./tr. Warmond 18 okt./2 nov. 1625 Neeltgen HUYGEN.
                                              3. Jannetgen Jacobsdr SCHEUR, zie 149.
                                              4. Maertgen Jacobsdr SCHEUR, ondertr./tr. Warmond 27 jan./10 febr. 1619 Simon JOOSTEN, bleker te Katwijk a/d Rijn, wedn. van N.N.
                                            300. (<150) (>600, >601) Dammas Jacobsz van de VOORT, schepen van Lisse, ondertr. (schepenbank) ald. 21 jan. 1592, tr. ald. 4 febr. 1592 194
                                                In 1597 in Lisse verkoopt Gerard van der Laen wonende te Haarlem aan Dammis Jacobsz van de Voort onze medeschepen twee loostercampen, en is Dammis Jacobsz van der Voort schuldig aan Jacob Hugensz Gael te Haarlem een jaarlijkse losrente van 37 gld 5 st, losbaar met 500 gld, met als onderpand i.h.b. genoemde twee loostercampen 195. In 1600 hebben Dirck Anthonisz, Dammas Jacobsz van de Voordt als man en voogd van Hillegont Anthonisdr en Lenaert Meeusz als man en voogd van Maritgen Anthonisdr hun erfdeel van wijlen Barbara Jansdr, weduwe van Anthonis Vranckensz, als hun eerder toegedeeld, gescheiden 196. In 1601 verklaart in Lisse Jr Nijclaes Paedts van Zandthorst, dat hij volgens zekere beschreven voorwaarden op 27 december 1600 verkocht heeft, en nu opdraagt, aan Dammas Jacobsz van de Voort onze medeschepen een hofstede genaamd Beecksteijn met omtrent 8 morgen teelland, belend ten noordoosten de beeckwateringe van Voorhout, ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwesten Jan Pietersz Warmont, ten noordwesten comparant, nu Aernt Dircxz van Poelgeest, en verklaren Dammas Jacobsz van de Voort als principaal, en Jacob Dircxsz van de Voorde zijn vader als borg, vanwege de koop van Beeckesteijn een losbare rente van 100 gld schuldig te zijn aan Jr Nijclaes Paedts van Zandthorst (geroyeerd op 25 april 1611) 197.
                                                In Lisse verkoopt in 1601 Dammas Jacobs vande Voort, medeschepen, aan de gebroeders Dirck Anthonisz en Jan Anthonisz zijn rechten op twee partijen land gelegen op 't oosteinde, de ene een kroft van omtrent 7½ hond, de andere een halve ven van omtrent 10½ hond, volgens de inhoud van de scheidbrief van 29 april 1600, verkoopt in 1602 Aernt Dircxz van Poelgeest, waard in de Valck te Sassenheim, aan Dammas Jacobsz van de Voort medeschepen alle recht op een verkoopbrief door Nijclaes Paets van Zanthorst voor de schout gepasseerd op 3 februari 1600, over omtrent 3 morgen weiland op de Zassemherbeeck, verklaart in 1602 Dammas Jacobsz van de Voort dat hem is opgedragen door Aernt Dircxz van Poelgeest een bezegelde transfix inhoudende een stuk weiland van omtrent 3 morgen, waarvoor hij zijn hofstede Beeckesteijn met omtrent 6 morgen land hypothekeert, verkoopt in 1602 dezelfde Dammas aan Jan Jansz Pronck wonende te Sassenheim een stuk teelland van twee morgen, waarbij Jacob Dircxz vande Voorden zich voor zijn zoon garant stelt, en heeft in 1603 Dammas Jacobsz vande Voort, onze medeschepen, aan Gerrit Jansz de Monnick zijn rechten overgedragen op een kooprief van 3 december 1597, inhoudende 2 loosterkampen samen groot 3 morgen 198.
                                                In Lisse verklaren in 1612 Lenaert Fransz Keuyer, weduwnaar van Gaertruyt Mathijssendr, en de voogden van hun kinderen. op 5 april 1612 openbaar verkocht te hebben aan Dammas Jacobsz van de Voort en Jan Henricxz Brebijl een stuk land in erfpacht van de abdij van Leeuwenhorst, groot omtrent 16 hond, in Roversbrouck 199.
                                                In 1635 begeren Reijer en Jacob Dammaszonen, alsnog ongehuwde personen wonende te Lisse, kloek en gezond, dat als hun drie broers of hun kinderen enige goederen van hen mochten erven en die daarna kwamen te overlijden zonder kinderen achter te laten, dat die goederen alsdan zullen komen bij hun andere vrunden [van comparanten] van hun bloed, zonder vervreemd te mogen worden 200.
                                            301. (<150) (>602, >603) Hillegont Anthonisdr van der BURGH, geb. ca. 1568.
                                                In Voorhout verkoopt in 1623 Louris Rochusz [Roos], wonende te Lisse, aan Pieter Dammasz en Hillegont Anthonisdr, weduwe van Dammas Jacobsz, elk voor de helft, 16 hond land, belend ten noordwesten de weg genaamd de Vaert, ten noordoosten de verkoper, ten zuidoosten Neeltgen Pietersdr weduwe van Daniel Leenertsz van Tetrode, ten zuidwesten de Nieuwe Wateringe, voor 1225 gld, te betalen de helft gereed, de helft op 2 meidagen 201.
                                                In het kohier van het hoofdgeld van 1623, onder 'Lisse': Hillegont Anthonisdr, weduwe van Dammas Jacobsz van der Voort, met Anthonis, Reijer, Jan, Jacob en Dirck, haar kinderen; item Maritgen Jansdr van Warmond, haar dienstmeid, en Barber Cornelisdr, haar broers kind 202.
                                                In 1625 bekent in Sassenheim Hillegont Thonisdr, weduwe van Dammas Jacobsz, wonende te Lisse, geassisteerd met Reijer Dammasz haar zoon en voogd, schuldig te zijn aan de 7 kinderen van Cornelis Willems Graeff bij Grietgen Jansdr zijn eerste huisvrouw, 1250 gld vanwege koop van een partij land waar de nieuwe vaart door gegraven is, belend de erfgenamen van Hubert Henricxsz, Cornelis Sijmonsz, de kerk van Sassenheim en de nieuw gegraven vaart, met als borgen Thonis en Reijer Dammas' zonen 203.
                                                In 1630 koopt in Sassenheim, voor schouten en schepenen van Sassenheim en van Lisse, Hillegont Anthonisdr, weduwe van Dammas Jacobsz van der Voort, wonende in Lisse, geassisteerd met Jan Dammasz haar zoon en voogd, 2 morgen weiland gelegen in zowel Sassenheim als Lisse, waarvoor zij met haar zoon Jan Dammasz als borg 2000 gld schuldig te zijn aan Gerrit, Floris en Willem Willems zonen van Heemskerck, gebroeders, mitsgaders Claes Pietersz getrouwd met Marijtgen Willemsdr, Arijen Maertsz getrouwd met Neeltgen Willemsdr, Leendert Gerritsz getrouwd met Crijntgen Willemsdr en Jan Jacobsz onder de Linde getrouwd met Sijburch Willemsdr, allen erfgenamen van Willem Pietersz overleden te Sassenheim 204. In Lisse verklaren de verkopers dat zij op 5 maart 1630 verkocht hadden aan Peter Geritsz ten behoeve van Gerit Cornelisz zijn vader, welke Gerit Cornelisz terstond doorverkocht heeft aan Hillegont Antonisdr, deze 2 morgen weiland, belend ten zuidoosten en noordoosten Jan Pietersz Schouten, ten zuidwesten Gerit Willemsz en Jan Pietersz Wassenaer, ten noordwesten weiland gekocht door Claes Petersz en Dirck Fransz 205.
                                                In Lisse verkoopt in 1632 Barbara Claesdr, weduwe van Jan Henricxz Brebijl, aan Hillegont Thonisdr, weduwe van Dammis Jacobsz van der Voort, de helft van 16 hond land in Rouverbrouck waarvan de andere helft Hillegont Tonis is toekomende, zijnde de voorschreven 16 hond door hun zal. mannen tezamen in koop aangestaan, belend de voorste helft ten zuidoosten de wederhelft toerkomende Hillegont Tonis, ten zuidwesten de abdij van Leede, ten noordwesten Neeltge Peters met Tonis Dammasz, ten noordoosten Cornelis Laurents 206.
                                                     Uit dit huwelijk:
                                                1. Antonis Dammasz van de VOORT, overl. vóór 17 maart 1635, maakt huwelijksvoorw. Leiden 15 nov. 1629 met Trijntgen CLAESDR, overl. vóór 24 mei 1656, wed. van N.N.
                                                    In 1635 delen Trijntgen Claesdr, laatste weduwe van Thonis Dammasz, wonende in Lisse, geassisteerd met Pieter Florisz opte Poel haar oom en Pieter Cornelisz (van der Eijnden) haar neef, ter eenre, mitsgaders Hillegont Thonisdr grootmoeder met Reijer, Floris en Jacob Dammaszonen, allen gebroeders, vaderlijke omen en bloedvoogden over de twee onmondige kinderen die zij, Trijntgen Claesdr, in echte gewonnen heeft bij Thonis Dammasz voorschreven, met namen Thonis oud een half jaar en Hillegont oud 3 jaar, ter andere zijde 200.
                                                    Op 15 november 1629 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld door Thonis Dammasz van de Voort, jongman wonende te Lisse, en Trijntgen Claesdr, weduwe van Cornelis Hubertsz, haar overleden eerste man 207.
                                                    In Lisse verkoopt in 1635 Aris Cornelisz, man en voogd van Jacobge Huijberts, wonende te Sassenheim, aan Tryntge Claesdr, laatst weduwe van Tonis Dammisz, wonende te Lisse, een derdepart van 2 morgen 422 roeden land in de polder van Westgeest, belend ten zuidwesten de Trynelaen, ten noordwesten Aris Willemsz, ten noordoosten de abdij van Leede, ten zuidoosten de Herckwech, voor 1200 gld 208.
                                                    In Lisse op 24 mei 1656 verkopen Huijbert Cornelisz wonende te Wassenaar, Claes Cornelisz wonende te Sassenheim, Jan Cornelisz mede te Sassenheim, Cornelis Cornelisz Keyser als getrouwd hebbende Hillegont Tonisdr wonende te Lisse, Dirck Dammisz van der Voorde mede te Lisse als oom en voogd van Tonis Tonisz nagelaten zoon van zal. Tonis Dammesz, en nog de voorschreven Huybert en Claes als voogden van de 2 nagelaten kinderen van zal. Cornelis Cornelisz hun broer, met namen Cornelis en Geertge, gewonnen aan Tryntge Dircxdr van Naerdenburch, en dezelve nog als voogden van de 2 nagelaten kinderen van hun zal. zuster Neeltge Cornelisdr, met namen Peter en Aechge, gewonnen aan Jan Petersz Puijck van Velsen, erfgenamen van zal. Trijntge Claesdr, hun moeder en grootmoeder respectieve, aan Joris Claesz Wassenaer 8 hond land aan de Trijnenlaan, belend ten zuidoosten de Afterwech, ten zuidwesten de Trijnenlaan, ten noordwesten en noordoosten Huybert Aelberts, voor 850 gld, en aan Cornelis Arentsz een huis en erf groot 588 roeden gelegen omtrent de Engel in de Poelpolder, belend ten zuidoosten de ringsloot van de Lisserpoel, ten zuidwesten Peter Florisz, ten noordwesten en noordoosten Jan Cornelisz, voor 2000 gld 209.
                                                2. Reijer Dammasz van de VOORT, tr. Hester JANS, die hertr. met Joost Jacobsz VERMAES.
                                                    In Voorhout verkoopt op 10 april 1654 Joost Jacobsz Vermaes, als getrouwd hebbende Hester Jans die weduwe was van Reijer Dammasz van de Voort, aan Jacob Dammasz van de Voort omtrent 2 morgen hooiland gelegen aan de Nieuwe Teijlingerlaen, belend ten noordoosten de voorschreven laan, ten zuidoosten de Lijdtwech, ten zuiwesten Pieter Cornelisz, ten noordwesten de Wateringe van Voorhout, voor 1000 gld en een obligatie van 1000 gld te betalen op meidagen 1655 en 1656 telkens met 500 gld 210.
                                                    In Voorhout verklaren op 1 mei 1671 Samuel Louijs van den Hove als getrouwd hebbende Hillegont Reijers van der Voort, Cornelis Gerritsz van der Spoor als getrouwd hebbende Jannetje Reijers van der Voort, mitsgaders Dirck Dammisz van der Voort als voogd van Dammis Rijersz van der Voort, minderjarig, allen kinderen en erfgenamen van Reijer Dammisz van der Voort, te hebben verkocht op 31 december 1670 en alsnu te cederen aan Arij Maertsz Sprockenburch, Jan Arentsz Besemmaecker te Haarlem, Cornelis Arentsz Binnenhaven en Dirck Cornelisz Hoochteylingen, elk voor een vierdepart, een partij weiland genaamd de Veenkamp, groot omtrent 7½ hond, aan de Veenevaertsbrugge, belend ten noordwesten de Treckvaert tussen de steden Haarlem en Leiden, ten noordoosten de weduwe van Huijch Gerritsz, ten zuidoosten Huijch Pietersz, ten zuidwesten het Mallegat, voor 640 gld, te betalen op St. Peter ad cathedram een derdepart en voorts idem in 1672 en 1673, met bijvoeging van interest tegen 4 gld 10 st ten honderd in 't jaar 211.
                                                    In Lisse verkopen op 30 juni 1671 Samuel Lowijsz van den Hove als getrouwd met Hillegont Reijersdr van de Voort en Cornelis Gerritsz van der Spoor als getrouwd hebbende Jannitge Reijersdr van de Voort, mitsgaders Andries Lenertsz van der Codden als weesman te Oegstgeest als voogd van Dammis Reijersz van de Voort, onmondig weeskind, allen kinderen en erfgenamen van zal. Reijer Dammisz van de Voort, aan Sijmon Fransz van Leeuwen zekere partij hooiland genaamd de Leenmaet in de polder van de Roversbrouck, groot 15 hond of daaromtrent, belend ten noordoosten de weduwe van Nanningh Nanninghsz, ten zuidoosten de Cagermeer, ten zuidwesten Claes Petersz met bruikwaar, ten noordwesten de erfgenamen van Jacob Jacobsz Berchout en Aris Willemsz, met de belasting van 4 gld 14 st 8 penn 's jaars erfpacht, wezende de helft van 9 gld 9 st waarvan de wederhelft staat tot last van Peter Mathijsz in de Cage, aankomende de abdij van Leeuwenhorst, voor 2218 gld 8 st 12 penn 212.
                                                3. Floris Dammasz van der VOORT, zie 150.
                                                4. Jan Dammasz van de VOORT, geb. 2 febr. 1601.
                                                5. Jacob Dammasz van de VOORT, geb. 1 nov. 1602, overl. vóór 30 nov. 1656 213, tr. Maertge LENERTSDR  214.
                                                    In Voorhout verkoopt in 1646 Jan Jansz van Naerdenburch aan Jacob Dammasz van de Voort een partij zo wei- als teelland, groot 1 morgen 4 hond 40 roeden, volgens de oude brieven van 8 maart laatstleden, voor 1360 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op Petri ad cathedram 1647 en 1648 215.
                                                    In Lisse zijn in 1668 Maertge Lenertsdr, weduwe van Jacob Dammisz van de Voort, geassisteerd met Willem Cornelisz Moerkercken, timmerman te Sassenheim, ter eennre, en Dammis Jacobsz, Lenert Jacobsz, mondige, en Dirck Petersz als getrouwd hebbende Hillegont Jaobsdr, mitsgaders Dirck Dammisz van de Voort als oom en bloedvoogd van Marijtge Jacobs, Neeltge Jacobs en Jan Jacobsz, onmondige, kinderen van de voorschreven Jacob Dammisz geprocreëerd aan voorschreven Maertge Lenerts, ter andere zijde, geaccordeerd over het bewijs van het vaderlijk goed der kinderen. Zij geeft als onderpand haar huis en landen, groot omtrent 6 morgen, aan de Beeck, belend ten zuidoosten de Heerenwech, ten zuidwesten voorschreven Dirck Dammisz met bruikwaar, ten noordwesten en noordoosten voorschreven beek 216.
                                                    In Voorhout verkoopt in 1668 Maertje Leenderts, weduwe van Jacob Dammasz, wonende te Lisse, geassisteerd met Willem Cornelisz Moerkercken als haar gecoren voogd in dezen, aan Joffr. Aechken Adriaens van der Bijl wonende te Haarlem, 2 percelen land, 't eerste groot 1016 roeden, belend ten zuidoosten Thonis Thonisz van der Voort, ten zuidwesten Cors Gerritsz van der Cluft, ten noordwesten Jan Arijens van der Werff, ten noordoosten de voornoemde Cluft, 't tweede groot 1180 roeden, belend ten zuidoosten de Lijtwech, ten zuidwesten Pieter Cornelisz Erffort, ten noordwesten de Wateringe van Voorhout, ten noordoosten de Nieuwe Teijlingerlaen, voor de morgen om 1200 gld, bedragende voor de 2 percelen, groot tezamen 3 morgen 3 hond 96 roeden, de somme van 4392 gld 217.
                                                6. Dirck Dammasz van de VOORT, geb. 1 mei 1604, schepen van Lisse 218, tr. 1° Maertge Jans BREBIJL, dr van Jan Henricxz BREBIJL en Barbara Claesdr van ALCKEMADE, tr. 2° Maertge ADRIAENSDR, dr van Adriaen Jacobsz BOTCOOPER en Thieltgen PIETERS.
                                                    In Voorhout verkoopt in 1629 Wijer Gerytsz van Overmeer, brouwer in 's-Gravenhage, aan Dirck Dammasz van de Voort wonende te Lisse, eerst 8 hond 72 roeden land waarin de gehele Lydwech en rondom de halve sloten, nog 8 hond 68 rtoeden, voor een schuldbrief van 2199 gld, te betalen een derdepart gereed en de rest op 2 volgende meidagen 219.
                                                    In Lisse is in 1645 Dirck Dammasz als vader van zijn kinderen gewonnen bij Maertge Jans Brebijl, met als voogden Huijbert Jansz Brebijl en Adriaen Jansz Brebijl, voor een vierdepart mede-verkoper van omtrent 3 morgen land in Roversbrouck voor 1500 gld 220.
                                                    In Voorhout verkoopt in 1649 Dirck Dammesz van der Voort, buurman te Lisse, aan de heer Charles Looten wonende binnen Leiden, 2 partijen land, groot 't eerste omtrent 8 hond 72 roeden, 't andere groot omtrent 8 hond 78 roeden, belend in 't geheel ten zuidoosten Jacob Dammesz van der Voorde, comparants broer, met Gerrit Corsz van der Cluft, ten zuidwesten Cornelis Cornelisz Timmerman, ten noordwesten de erfgenamen van zal. Claes Cornelisz Corsteman, ten noordoosten de erfgenamen van zal. Dammes Jeroensz van der Cluft, voor 2544 gld 221.
                                                    In Lisse wordt op 11 maart 1650 Dirck Dammas van de Voort vermeld als mede-voogd over zijn 4 kinderen bij zal. Maertge Jans van der Byl mede een kind en erfgenaam van zal. Barbar Claesdr in haar leven weduwe van Jan Henricxz van der Byll 222.
                                                    Op 12 mei 1653 is Dirck Dammasz van der Voort wonende te Lisse aan Claes Corsteman, heer van Rosenburch, een losrente schuldig van 93 gld 15 st 's jaars, losbaar met 1500 gld 223.
                                                    In Lisse is op 12 juni 1653 Dirck Dammusz van de Voord schuldig aan de voogden over de 4 nagelaten weeskinderen van zal. Maritge Jansdr van der Byl gewonnen bij de voorschreven Dirck Dammisz, 1728 gld, tegen 4 gld in 't jaar 224.
                                                    In Lisse verkoopt in 1654 Dirck Dammasz van de Voord, oud-schepen van Lisse, aan Vrouwe Dorethea Berck, weduwe van de heer Josephus Coijman, vrouwe van Alblasserdam, wonende te Haarlem, 3 morgen land in Schermersgeest, belend ten zuidoosten de Heerewech, voorts rondom Jacob Dammisz van der Voord, voor 4000 gld 225.
                                                    In Voorhout verkoopt in 1657 Dirck Dammesz van de Voort, wonende aan de Voort in het ambacht van Lisse, een erfelijke losbare rente van 72 gld 's jaars aan Joffr. Marija Lerp, weduwe van Mr Lenardt van Bosvelt, losbaar met 1800 gld, met als onderpand een partij weiland groot omtrent 2 morgen 100 roeden gelegen aan de voorschreven Voort, belend ten noordoosten de voorschreven Voort, ten zuidoosten de comparant, ten zuidwesten Huijch Pietersz en Pieter Capiteijn, ten noordwesten Huych Pietersz Ponsman 226.
                                                    In Lisse in 1660 verkoopt en is schuldig Dirck Dammisz van der Voord aan Maria Corsteman, jongedochter wonende te Leiden, een losrente van 60 gld 's jaars, losbaar met 1000 gld, met als onderpand 2 morgen land met het huis daarop staande, gelegen bij de Hengel aan de Voordtlaan, belend ten zuidoosten de Herenwech, ten zuidwesten Peter Geritsz, ten noordwesten en noordoosten de comparant zelf 227.
                                                    In 1660 dient een zaak bij het Hof van Holland waarbij Gysbert Pieck van Thienhoven wonende te 's-Hertogenbosch eiser is contra Dirk Dammis van der Voort wonende te Lisse, om te bekennen of ontkennen de huurcedulle van 225 gld over 5 jaren landpacht van land in Roversbroeck tot 45 gld 's jaars, verschenen in de jaren 1649, 1650, 1651, 1652 en 1653; „ende niet en compareerde” 228.
                                                    In Lisse in 1662 verkoopt en is schuldig Dirck Dammisz van der Voord aan Vrouwe Dorethea Berck, weduwe van de heer Josephus Coijman, wonende te Haarlem, een jaarlijkse losrente van 56 gld, losbaar met 1400 gld, met als onderpand een stuk weiland omtrent de Voordtlaan aan zijn woning waarop hij tegenwoordig woont, groot 1½ morgen, belend ten zuidoosten de werf van zijn voorschreven woning, ten zuidwesten Peter Geritsz, ten noordwesten de comparant, ten noordoosten de Voord 229.
                                                    In Lisse bekent op 27 oktober 1667 Dirck Dammisz van der Voordt, met en benevens een partij land, achter de nagemelde woninge, in het ambacht van Voorhout gelegen en voor schout en schepenen aldaar op huiden te worden opgedragen, verkocht te hebben aan mevr. Dorothea Berck, vrouwe van Alblasserdam, een woning met bargen, schuur, boomgaard, potinge en plantinge, mitsgaders omtrent 4 morgen 5 hond land, zowel wei- als teelland, belend hebbende de woninge met omtrent 2 morgen 5 hond land, ten zuidoosten de Heerenwegh, ten zuidwesten Peter Gerritsz Capiteijn, ten noordwesten het partij in Voorhout, ten noordoosten over de Eyckervoorderlaen die onder het verkochte is inbegrepen de navolgende partij, belast met 25 st 's jaars, en de verdere omtrent 2 morgen, belend ten zuidoosten de Heerenwegh, ten zuidwesten over de Eijckervoorderlaen die onder het verkochte als voren gezegd begrepen is de voorgemelde partij, ten noordwesten Tonis Tonisz van der Voordt, ten noordoosten de kinderen van Cornelis Pietersz Heemstede, de woninge en de eerstgemelde partij land hem aanbedeeld bij de notariële scheiding van de boedel en goederen van zal. Maritgen Tonisdr in haar leven huisvrouw van Peter Dircxz Cortswager op 4 en 7 maart 1648 voor notaris Claes Verruijt te Leiden, en de laatste partij als begrepen staat in de scheiding van de boedel van Hillegont Tonis in haar levem weduwe van Dammis Jacobsz van der Voordt op 6 juli 1642, voor 11250 gld ('t land in Voorhout inbegrepen) mitsgaders een verering van 50 gld aan comparants huisvrouw, alles in gereed geld 230.
                                                    In Voorhout bekent op 27 oktober 1667 Dirck Dammasz van der Voort, wonende in het ambacht vcan Lisse, benevens andere partijen van landen in Lisse gelegen en mede op huiden voor schout en schepenen aldaar opgedragen, verkocht te hebben aan mevr. Dorothea Berck, vrouwe van Alblasserdam etc., wonende binnen de stad Haarlem, een partij weiland gelegen achter comparants woning op huiden aan gemelde vrouwe van Alblasserdam opgedragen, in dit ambacht van Voorhout groot omtrent 13 hond, belend ten noordoosten de Eyckenvoorder Laen, ten zuidoosten de koopster met haar gekochte in Lisse gelegen, en ook eensdeels Pieter Gerritsz Capiteijn, ten zuidwesten dezelve Capiteijn, ten noordwesten Huijch Pietersz van der Cluft en Huijch Pietersz van der Linde, als hem, comparant, bij scheiding van de goederen van zal. Maertgen Tonisdr, in haar leven eerste huisvrouw van Pieter Dircxz Cortswager, op 4 en 7 maart 1648 voor notaris Claes Verruijt te Leiden aanbedeeld, voldaan met tezamen 11250 gld mitsgaders een verering van 50 gld aan comparants huisvrouw (de gehele 40e penning is in Lisse betaald) 231.
                                                    Op 7 mei 1644 worden de kinderen van Dirc Dammesz van Voorden gewonnen bij Maritge Jansdr vermeld als mede-erfgenamen van haar moeder Barber Claesdr van Alckemade 232.
                                                    In Warmond verkopen in 1656 de kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Thieltgen Pieters, weduwe van Adriaen Jacobsz Botcooper, onder wie Dirck Dammas van der Voort als getrouwd hebbende Maertge Adriaensdr, een huis 233.
                                              302. (<151) (>604, >605) Pieter Maertensz GRAVESLOOT, geb. ca. 1565, schepen, kerkmeester van Sassenheim, overl. ald. tussen 11 juli 1660 en 17 maart 1661, tr.
                                                  In Lisse verkoopt in 1591 Pieter Maertsz, wonende te Sassenheim, als nazaat van Gerrit Dammasz Cluft, aan Jan Cornelisz Beeckman „een campe lants groot ontrent zeven hondt als die althans aen de Poel ten slote leyt in Roversbrouck”, welk land met andere partijen land Pieter Maertsz gekocht had van de voogden van de weeskinderen van voornoemde Gerrit Dammasz Cluft, belend o.m. Pieter Maertsz zelf, waarbij Maerten Claesz van Sgravensloot zijn vader, wonende te Sassenheim, zich als waarborg stelt met een stuk land genaamd Gyssenweyde van ca. 2 morgen 2½ hond in Sassenheim, en verkoopt in 1594 Pieter Maertsz van Gravesloot wonende te Sassenheim, man en voogd van Lijsbeth Gerrit Dammasz dochter, aan Wouter Jansz Brabijl twee percelen hooiland in Roversbrouck, het ene omtrent 9 hond, het andere omtrent 1 hond genaamd Rootsheul, met als waarborg Maerten Claesz van Gravesloot zijn vader, en bekent Wouter Jansz Brabijl hiervoor Pieter Maertsz 475 gulden schuldig te zijn, te betalen in drie termijnen 234.
                                                  In Sassenheim is in 1591 Pieter Maertsz 600 gulden schuldig aan Jan Marcusz, verkoopt in 1592 Pieter Maerts 7 hond weiland aan zijn zwager Dammis Gerritsz, is in 1593 Pieter Maertsz schepen, en verkoopt in 1594 in Lisse Pieter Maertsz van Gravesloot, wonende te Sassenheim, man en voogd van Lijsbeth Gerrit Dammasz dochter, met als waarborg Maerten Claesz van Gravesloot zijn vader, 2 percelen weiland in Roversbrouck, van ca. 9 hond en ca. 1 hond, voor 475 gulden aan Wouter Jansz Brabijl 235.
                                                  In Sassenheim verklaart in 1598 Pieter Maertsz dat hij van Neeltgen Gerrits zijn huisvrouws zuster onder hem heeft 674 carolusgulden en 4 stuivers, uitmakende al haar goederen, wat zij, Neeltgen, met broer Dammas erkent, waarmee Pieter Neeltgen alimenteert, en belooft hij die bij haar afsterven aan haar naaste erfgenamen te fourneren, waarvoor hij zijn woning, huis, schuur, potinge en plantinge met 10 morgen en 2½ hond land als onderpand stelt, worden in 1600 verklaringen afgelegd door o.m. Maerten Claesz, oud omtrent 58 jaar, en Pieter Maertsz, oud omtrent 34 jaar, geen ingeborenen maar geburen van Sassenheim sinds de laatste troebelen, en verklaringen afgelegd ten verzoeke van Pieter Maertsz, 'ingebooren ende buyrman tot Sassenhem', over uit welk land 't Laentje gedolven is [in welke laatste twee vermeldingen Pieter Maertsz toch één en dezelfde persoon moet zijn], verkoopt in 1609 Cornelis Claesz Corsteman aan Pieter Maertsz een stuk weiland van twee morgen, is in 1609 o.a. Pieter Maertsz kerkmeester van Sassenheim, en verkopen in 1610 Dieuwertgen Huijgendr, weduwe van Willem Dammasz in zijn leven schout te Warmond, voor de ene helft, en de 3 kinderen, of hun kinderen, van Willem Dammasz, voor de andere helft, aan Pieter Maertsz 1 morgen weiland, belend ten noordwesten de grafelijkheid, ten noordoosten de abdij van Leeuwenhorst, ten zuidoosten de weduwe van Willem Pietersz, ten zuidwesten Willem Jacobsz van der Weij 236.
                                                  In Lisse verkoopt in 1613 Pieter Maertensz van Sgravesloot, wonende te Sassenheim, aan Cornelis Taeckesz van der Blom, schoenmaker, voor 156 gld een leeg erf hem op 8 mei 1611 opgedragen door Jan Thonis Franckesz 237.
                                                  In het kohier van het hoofdgeld van 1623 wordt onder 'Sassenheim' vermeld: Pieter Maertsz en Lijsbet Gerritsdr zijn huisvrouw, met Annetgen en Huijbert, hun kinderen; bij dezelfde wonen Floris Dammasz en Grietgen Pietersdr zijn huisvrouw 238.
                                                  In 1620 verkoopt in Sassenheim Jan Pietersz van Wassenaer wonende te Lisse aan Pieter Maertsz medeschepen te Sassenheim de werf te Sassenheim met boomgaard, potinge en plantinge als in 1671 gekocht van Egbert van Bosveld en Pieter Henricxsz Laeckencooper te Haarlem, groot 776 roeden, voor 1370:4:6, op welke werf huizinge en getimmerte staat tegenwoordig Pieter Maertsz toebehorend 239. In 1621 koopt Pieter Maertsz, medeschepen, een huizinge van Jan Pietersz, welke huizinge genaast wordt door Jan Jansz 240. In 1625 bekent Pieter Maertsz, buurman te Sassenheim, aan Jan Maertsz Rousch, ook buurman te Sassenheim, 2400 gld schuldig te zijn vanwege de koop van omtrent 14 hond wei- en hooiland in Sassenheim 241. In 1632 verkoopt Pieter Maertsz, buurman in Sassenheim, aan Claes Jansz Santh wonende te Sassenheim de voorste helft van 5 hond en 70 roeden teelland waarvan de achterste helft toekomt aan Jan Jansz Kruissen, bode te Sassenheim, belend de Heerwech, de weduwe van Jan Dammasz, Pieter Maertsz, Teijlingerlaen 242.
                                                  Op 1 januari 1639 vindt te Sassenheim boedelscheiding plaats tussen Pieter Maertsz, weduwnaar van Lysbeth Gerritsdr, enerzijds, en Hubert Pietersz, Tryntgen Pietersdr weduwe van Jan Pietersz Clinckenberch met de schout als voogd, Arent Willeboorts in huwelijk hebbende Barbara Pietersdr, Cornelis Jacobsz Rouss in huwelijk hebbende Annetgen Pietersdr, en Jacob Jansz met Pieter Jansz gebroeders wonende te Lisse als voogden over Claes en Lenert Gerritszonen mitsgaders Claes Dircxsz Langeveld als geordonneerde voogd over Elijsabeth Gerritsdr, alle drie nagelaten kinderen van wijlen Gerrit Pietersz die mede een zoon was van Lysbeth Gerritsdr, en nog Floris Dammasz van de Voirde wonende te Leyden en voornoemde Pieter Maertsz met Huybert Pietersz voornoemd als door weesmeesteren van Leyden aangestelde voogden over de twee nagelaten kinderen van Gerritgen Pietersdr bij Floris van de Voirde voornoemd, allen kinderen, kindskinderen en universele erfgenamen van wijlen Lysbeth Gerritsdr overleden te Sassenhem 243. Pieter Maertsz krijgt hierbij de woning waarin Lysbet Gerrits gestorven is met 8 morgen weiland, en nog met 764 gulden 4 stuivers competerende blinde Neeltgen Gerrits waarvan aan haar 4½ procent rente per jaar betaald wordt, nog 7 hond weiland gelegen ten noordwesten van deze woning, en ca. 4 morgen 4½ hond land gekomen van het Marijenvonvent te Haarlem, nog 2 morgen 2 hond land genaamd de Dockweyde, nog 11 hond land naast den Dijkck of Mennewech, en nog 2 morgen 3½ hond land genaamd de Langecamp.
                                                  In 1647 verkoopt Pieter Maertsz, buurman te Sassenheim, aan Johan van den Kerchove, heer tot Heenvliet en houtvester over Holland en West-Friesland, 7½ roeden uit een stuk weiland in Sassenheim groot 6½ honden, om gebruikt te worden voor de nieuwe laan aan 't slot of huis te Teijlingen, voor 20 gulden 244. In 1655 verkopen in Sassenheim de erfgenamen van Claes Willemsz Heemskerck, die deze tot broer, oom en oudoom hebben, aan Pieter Maertensz, buurman te Sassenheim, omtrent 5½ hond teelland in 't westeinde, voor 1000:16:- 245.
                                                  In 1660 testeert op 7 juli en op 11 juli Pieter Maertsz van (s)Gravesloot, buurman te Sassenheim, ziekelijk te bedde liggende. In het laatste testament legateert hij aan Maertgen Arentsz, zijn dochters dochter die bij hem woont en handreiking doet, 100 gld, een gouden crusaat en de keur van zijn beddens met toebehoren, aan Maerten, zoon van Cornelis Jacobsz Rous, mede een crusaat, aan Maerten Claesz, zoon van Claes Gerritsz, een gelijk crusaat, aan Huijbertgen Huijbertsdr, dochter van Huijbert Pietersz geteeld bij Annetge Pieters, een stuk hooiland genaamd de Dockweij, groot 14 hond, en nog een stuk teelland groot 5½ hond daarvoor gelegen uitkomende op de Heerwech, waarvan de jaarlijkse vruchten aan het kind zullen komen, welk kind verder niets uit zijn boedel zal mogen eisen en anders slechts de legitieme portie zal verkrijgen, en institueert hij als zijn universele erfgenamen Barbara Pieters zijn dochter, getrouwd met Arent Willeboortsz van Ommedijc, voor 1/5, de 3 kinderen van Anna Pieters gewonnen bij Cornelis Jacobsz Rous voor 1/5, de 7 kinderen van Trijntge Pieters gewonnen bij Jan Pietersz Clinckenberch voor 1/5, Dammas en Grietgen Floris, kinderen van Floris Dammasz van der Voorde gewonnen bij Grietgen Pieters, voor 1/5, en nog de kinderen van Claes Gerritsz, en Lijsbet Gerrits, kinderen van Gerrit Pietersz, voor 't resterende vijfdepart, met een bijzondere voorziening voor de kinderen van Trijntge Pieters in verband met eerdere betalingen aan hun moeder. In het testament van 7 juli was er o.a. een aparte regeling voor de kinderen van Grietgen Pieters. Op 7 juli ondertekende Pieter Maertsz eigenhandig, maar op 11 juli stelde hij een merk. 246
                                                  Op 17 maart 1661 is er in Sassenheim boedelscheiding tussen de kinderen en kindskinderen van Pieter Maertensz Gravesloot, overleden in Sassenheim, in vijf delen, Arent Willeboortsz van Ommedyck man en voogd van Barbara Pieters voor een vijfde part, Maerten Jansz Warmont als voogd over de kinderen van Claes Gerritsz en Daniel Meesz Klinckenberch als voogd over zijn eigen minderjarige kinderen benevens de schout Gerrit van Meijburch en Krijn Willemsz van Egmont en Cornelis Jan Wouters weesmannen als oppervoogden over Joosjen en Lysbeth Daniels van Klinckenberch, kinderen van Lysbet Gerrits, en nog over Gerrit, Pieter en Maerten, kinderen van Claes Gerritsz, zijnde Lijsbet en Claes Gerrits kinderen van Gerrit Pietersz, voor een vijfde part, Claes Jansz Clinckenberch, Jan Willemsz Entevoort getrouwd met Joosgen Jans, Dammas Jansz Clinckenberch, Jan Pietersz Heemskerk getrouwd met Grietgen Jans en Pieter Jansz Clinckenberch, ook voor Gerrit Symonsz getrouwd met Lysbet Jans, kinderen van Trijntge Pieters bij Jan Pietersz Clinckenberch, voor een vijfde part, Dammis Florisz van de Voort en Pieter Meesz Clinckenberch getrouwd met Grietgen Floris, kinderen van Grietge Pieters bij Floris Dammasz van de Voort, voor een vijfde part, en Cornelis Jacobsz Rous als voogd over zijn kinderen Jacob, Arijen en Maerten, kinderen van Annetgen Pieters, voor het laatste vijfde part 247.
                                                  Op 17 maart 1661 verkopen in Sassenheim Arent Willemsz van Ommedyck getrouwd met Barbara Pieters voor 1/3, Claes Jansz Clinckenberch, Jan Willemsz Entevoort getrouwd met Leeuntje Jans, Willem Govertsz getrouwd met Joosgen Jans, Dammas Jansz Clinckenberch, Jan Pietersz Heemskerk getrouwd met Grietgen Jans en Pieter Jansz Clinckenberch, ook namens Gerrit Symonsz Huchtenburch getrouwd met Lysbet Jans, voor 1/3, en Dammas Florisz van de Voort en Pieter Meesz Clinckenberch getrouwd met Grietge Floris, allen mede-erfgenamen van Pieter Maerten Gravesloot hun vader en grootvader, aan Pieter Pietersz Hans de Jonge een „bequame welgelegen wooninge, huys, schuijr, stallinge, barge, pootinge en plantinge” te Sassenheim, groot 7 morgen en 339 roeden, voor 9058:18:19 (custingsbrief geroyeerd op 17 okt. 1664) 248.
                                              303. (<151) (>606, >607) Lijsbeth Gerritsdr CLUFT, overl. Sassenheim vóór 1 jan. 1639.
                                                  In Sassenheim 1623 verkoopt Pieter Maertsz als man en voogd van Lijsbett Gerritsdr die een volle zuster is van wijlen Dammas Gerritsz, overleden te Sassenheim, met de andere erfgenamen van dezelfde Dammas, aan Jaepgen Huijbertsdr, weduwe van voornoemde Dammas, de gerechte helft van zekere woning en 7 (omschreven) percelen land door genoemde Dammas met de dood ontruimd 249.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Hubert Pietersz GRAVESLOOT, overl. vóór 31 maart 1655, tr. 1° Hester WILLEMSDR, overl. vóór 19 mei 1636, dr van Joachim HENRICXSZ, tr. 2° Annetgen Pietersdr KLEIJS, dr van Pieter Pietersz KLEIJS.
                                                      In Sassenheim koopt in 1635 Hubert Pietersz wonende te Sassenheim van de ooms en momboirs over de onmondige kinderen van wijlen jonkheer Jacob van Amstel van Mijnden en jonkvrouwe Maria van Sparwoude, in hun leven heer en vrouwe van Loenresloot, twee partijen land liggende aan het dorp Sassenheim, en heeft in 1636 Hubert Pietersz buurman aldaar, weduwnaar van Hester Willemsdr, gedeeld met Reijnier Gerritsz wonende te Utrecht, oom en voogd over Neeltgen Joachims, nu oud 24 jaar en alsnog minderjarige dochter van voornoemde Hester Willems bij Joachim Henricxsz haar eerste man, waarbij o.a. Hubert Pieters twee erven liggende aan de zuidoostzijde van de Heerwech te Sassenheim, groot omtrent 160 roeden, zal hebben 250.
                                                      In 1655 hebben Annetgen Pieters weduwe van Huijbert Pietersz, geassisteerd met Pieter Pietersz Kleijs haar vader en Claes Aertsz Dou haar oom, en Pieter Maertsz grootvader en Arent Willeboort van Ommedijck bode te Oegstgeest, als voogden over Huybertge Huijberts oud omstreeks 1½ jaar, minderjarige dochter van voornoemde Huijbert Pietersz bij Annetgen Pieters, een overeenkomst getroffen over de opvoeding en de bezittingen van het kind 251.
                                                  2. Trijntgen Pietersdr GRAVESLOOT, tr. Jan Pietersz CLINCKENBERCH, overl. Sassenheim vóór 6 dec. 1637, zn van Pieter Jacobsz CLINCKENBERCH en Trijntgen WOUTERSDR.
                                                      In Sassenheim koopt in 1629 Jan Pietersz Clinckenberch, buurman te Sassenheim, van de gecommitteerden van de ridderschap, edelen en steden van Holland en West-Friesland, 1½ hond land te Sassenheim gekomen van de pastorie aldaar in een kroft van een vijftal hond waarin de kerk van Warmond een morgen competeert en de rest Pieter Jacobsz Clinckenberch, voor 120 gld, en koopt in 1633 Jan Pietersz van Clinckenberch, buurman in Sassenheim, van Barbara Claesdr, weduwe van Jan Henricxsz Brebijl, en haar kinderen omtrent 7 honden teel- of weiland in Sassenheim voor 1750 gld, met als borg Jan Jansz van Kempen, linnenwever, zwager van Jan Pietersz van Clinckenberch 179.
                                                      In Voorhout bekent in 1639 Trijntgen Pietersdr, weduwe van Jan Pietersz Clinckenberch, wonende te Saassenheim, geholpen met Mees Pieters Clinckenberch als haar gecoren voogd in dezen, in 't openbaar verkocht te hebben aan Pieter Dircxz Cortswager 3 morgen weiland, belend ten noordoosten Dammas Jeroensz van der Cluft, ten zuidoosten de Schoubare Wateringe, ten zuidwesten Jacob Dammasz van de Voort, ten noordwewsten Jacob Cornelisz Koenen in Den Haag en Dirck Dammaszoon van de Voort voornoemd [sic], voor 3000 gld 180.
                                                      In 1644 verkoopt in Warmond Trijntgen Pietersdr, weduwe van Jan Pietersz Clinckenberch, wonende te Sassenheim, met Willem Crijnsz als haar voogd, aan Mr Jacob van der Munck, herbergier int Schilt van Vranckryck, een huis en erve in de Overbuijrt van Warmond 181, en in 1652 verkopen in Sassenheim Claes Jansz Clinckenberch en Willem Gooverts als man en voogd van Joosgen Jansdr Clinckenberch, ook voor Pieter Jansz Clinckenberch die uitlandig is, Jan Willemsz Entevoort als man en voogd van Leuntgen Jansdr Clinckenberch, verder Claes Jansz Clinckenberch en Jacob Jansz Veltbrugge als voogden over de nog vier minderjarige weeskinderen, enige erfgenamen van Jan Pietersz Clinckenberch gewonnen bij Trijntgen Pietersdr, aan Jan Cornelisz Warmonderdam buurman aldaar een stuk hooiland genaamd de Mient te Sassenheim, groot 10½ hond, voor 2218:16:- 182.
                                                  3. Barbara Pietersdr GRAVESLOOT, tr. Arent Willeboortsz van OMMEDIJCK, geb. ca. 1594, bode te Oegstgeest, zn van Willeboort ARENTSZ en Jannetgen Cornelisdr de MONNICK.
                                                      In 1643 verkoopt in Sassenheim Arent Willeboorts van Ommedijck, bode te Oegstgeest, aan Cornelis Jacobsz Rous 3 morgen en 4 hond land in twee percelen in Sassenheim, belend o.m. aan Pieter Maertsz en de weeskinderen van Floris Dammasz, hem toebedeeld uit de goederen van wijlen Lysbeth Gerritsdr, in haar leven huisvrouw van Pieter Maertsz en zijn schoonmoeder, voor 5206:7:10 252.
                                                      In 1662 geven Arent Willeboortsz van Ommedijck en Barbara Pietersdr, echteluiden, te kennen dat zij in Oegstgeest bij de Veijverberch liggende hebben een woninge, als huis, schuur, barg, boomgaard, potinge en plantinge, mitsgaders omtrent 4 morgen weiland, nu bewoond en gebruikt door Pieter Thijsz van Sonnevelt hun zwager [schoonzoon], en willen zij dat na hun dood hem die woninge en landen onverdeeld toekomen, waarvoor hij 6600 gld in de boedel brengen zal 253.
                                                      In 1623 verklaren Pieter Cornelisz voor een vierdepart, en Arent Willeboortsz als bruiker van 't land toebehorende Hillegont en Immetgen Willeboortsdochters, zijn zusters, voor 3 vierdeparten, ter eenre, en Sijmon Claesz Colijn, ter andere zijde, allen geburen wonende te Oegstgeest, met elkaar geaccordeerd te wezen dat voornoemde Sijmon Claesz Colijn tot gerief van de zanderij van zijn hoge croft voor de woninge, gekomen van zijn zal. schoonvader Claes Pietersz, aan de Heerwech, de sloot gebruiken zal tussen de landen van voornoemde Pieter Cornelisz en van Hillegont en Immetgen Willeboortsdochters (met verdere bepalingen) 254.
                                                      In 1628 beloven Claes Jansz en Arent Willeboortsz, beiden buurluiden wonende te Poelgeest in het ambacht van Oegstgeest, nadien Jan Jacobsz Rousch wonende te Warmond tegenwoordig 14 hond land bezit eertijds gekomen van de abdij van Egmond, wezende een gedeelte van 24 morgen waarvan comparanten tezamen ruim de helft bezitten, hem vanwege door hem afgeloste losrente te vrijen en kosteloos en schadeloos te houden 255.
                                                      In 1637 geeft Arent Willeboortsz van Ommedyck, buurman in Oegstgeest, volmacht om in zijn naam te vorderen van Jan Willemsz van Woudendorp, korenkoper binnen Leiden, 21 gld 10 st 256.
                                                      In 1651 verhuurt de heer Johan Cnotter aan Arent Willeboortsz van Ommedyc, bode te Oegstgeest, omtrent 3 morgen weiland met de werf waarop de huizinge van de huurder staat, nog een stuk weiland groot 3 morgen 20 roeden in de oude Hofpolder, 4 hond teelland gekomen van Lodewijc Abrahamsz en 3 hond teelland gekomen van de kinderen en erfgenamen van Pieter Meutge, beide naast elkaar in de Geest gelegen, 10 hond 19 roeden hooiland gelegen aan de Poel bij de moeder van Jan Willemsz van Entevoort, en nog een stuk teelland groot 1 morgen 36 roeden, alle gelegen in Oegstgeest, in alles groot wezende omtrent 9 morgen 5 hond 75 roeden, voor 5 jaar beginnende St. Petri ad cathedram 1651, elk jaar voor 300 gld, en wordt getuigenis geleverd door Arent Willeboortsz van Ommedijck, bode te Oegstgeest, oud omtrent 57 jaar 257.
                                                      In 1662 is Arent Willeboortsz van Ommedijck, bode te Oegstgeest, schuldig aan Claes Dircxz, onmondig nagelaten weeskind van Dirck Claesz Claveren gewonnen bij Grietge Arentsdr, beiden zal., 125 gld, tegen 4 gld van 't honderd in 't jaar, met Pieter Thijsz van Sonnevelt als borg voor zijn schoonvader, en aan Pieter Thijsz van Sonnevelt zijn zwager [schoonzoon] 1600 gld, tegen dezelfde interest 253.
                                                  4. Annetgen Pietersdr van GRAVESLOOT, overl. Sassenheim vóór 2 dec. 1644, tr. Cornelis Jacobsz ROUSCH, zn van Jacob Jansz ROUS.
                                                      In 1644 hebben in Sassenheim Cornelis Jacobsz Rousch en Pieter Maertensz grootvader mitsgaders Huijbert Pietersz oom en Claes Gerritsz neef van moeders zijde als voogden over Jacob, 9 jaar, Arijen, 4½ jaar en Maerten 2 jaar, nagelaten weeskinderen van wijlen Annetgen Pietersdr overleden te Sassenheim, geteeld bij voornoemde Rous, een overeenkomst getroffen over de opvoeding van de kinderen 258. In 1660 draagt in Sassenheim Cornelis Jacobsz Rous in eigendom op aan Jacob, Arijen en Maerten, zijn drie kinderen bij Annetgen Pieters, 3 morgen 4 hond teelland in twee partijen aan elkaar in Sassenheim, belend o.m. Pieter Maertensz en Floris Dammasz, en 5 hond 20 roeden weiland aldaar, belend o.m. Pieter Maertensz, in voldoening van de erfenis van hun moeder, waarmee hij voor 5500 gulden gequiteerd is, met acceptatie door Pieter Maertensz, grootvader en voogd 259.
                                                      In 1636 is Cornelis Jacobsz Rousch schuldig aan Maritgen Gerritsdr, weduwe van Willem Pietersz van Heemskerck met haar kinderen en kindskinderen, en andere erfgenamen van wijlen Gerrit Willemsz van Heemskerck hun overleden zoon en broer, voor de ene helft, mitsgaders de kinderen en erfgenamen van wijlen Leentgen Pietersdr die ten tweede getrouwd is geweest met voornoemde Gerrit Willemsz van Heemskerck, voor de andere helft, 1245 gld vanwege de koop van de zuidwesthelft van een weiland te Sassenheim, waarbij Pieter Maertensz borg is voor Cornelis Jacobsz Rousch zijn zwager [schoonzoon] 260.
                                                  5. Gerrit Pietersz GRAVESLOOT, tr. Crijntgen Jansdr WARMONT, dr van Jan Pietersz WARMONT en Jannetgen Jeroensdr CLUFT.
                                                      In 1637 verklaren Hubert Pietersz vaderlijke oom en Jacob Jansz moederlijke oom, beiden wonende te Sassenheim, bloedvoogden over de drie alsnog onmondige kinderen van Gerrit Pietersz en Crijntgen Jansdr, beiden zal., volmachtig te maken Pieter Maertsz, vaderlijke grootvader van de drie kinderen, om in Amsterdam ter kamer van de Admiraliteit te mogen lichten en ontvangen alle penningen en goederen die voorschreven Gerrit Pietersz ter zake van verdiende gage of anders zouden mogen resterende zijn 261.
                                                  6. Grietgen Pietersdr GRAVESLOOT, zie 151.
                                                304. (<152) (>608) Jan WIJDOOGEN, tr.
                                                    In Haarlem verkoopt in 1611 Meynerts Jansz aan Jan Wijdooge een huis en erf in de Ramen in de Laeckenstraet, belend ten zuiden schepen Outgert Pietersz met een gemene muur, ten noorden Jan Jacobsz ook met een gemene muur, strekkende achter in 't westen aan Jan Jacobsz voorschreven, aan de noordzijde gemeen tot de zomerkeuken, voor 1900 gld, te betalen op 6 eerstkomende meidagen, met Gillis Wijdooge zijn vader als borg voor de twee eerste termijnen 262.
                                                    In Haarlem verkoopt op 27 april 1620 Jan Wijdtooge aan Balthasar Coijmans te Amsterdam een huis met erf in de Laeckenstraet, belend ten zuiden Outgert Pietersz. oud-schepen, met gemene muur en gemene goot, ten zuiden Joost Jansz met gemene muur uitgezonderd de muren van de zomerkeukens aan weerszijden, voor 1555 gld gereed 263.
                                                305. (<152) (>610, >611) Saerken BRUNEEL, 71.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Jacob WYDOOGHE, geb. ca. 1600, linnenwever.
                                                      In 1637 getuigt Jacob Wijtooch, lindewever te Voorschoten, oud 37 jaar (hij ondertekent met vloeiende hand als Jacob Wydooghe) 264.
                                                  2. Jan Jansz WIJDOOGEN, geb. ca. 1609, zie 152.
                                                308. (<154) (>616, >617) Pieter Pietersz den ELSEN, schepen van Zoetermeer (in 1640), overl. tussen 15 juli 1660 en 26 maart 1661, tr.
                                                    In Stompwijk in 1620 verkoopt Pieter Pietersz aan Pieter Cornelisz 2 hond flodderland, betaald met een schuldbrief van 36 gld, en verkopen Pieter Pietersz en Leendert Pietersz aan Jasper Pietersz hun broer omtrent 7 hond flodderland dat hun tezamen toekomt, waarvoor Leendert Pietersz 30 gulden in gereed geld en Pieter Pietersz een schuldbrief van 100 gulden krijgt 265.
                                                    In Zoetermeer draagt in 1620 Sr. Johannes de Laet als gemachtigde van zijn schoonmoeder joffr. Jaquelina Chombart op aan Pieter Pietersz (den Elsen) de ene en aan Symon Pietersz de andere helft van een helft van kavel 13 in de Soetermeersche polder, volgens de verkoop op 18 mei 1620 ten overstaan van notaris Jacob Verweij, waarvoor elk aan Jaquelina Chombart 1250 schuldig is (de eerste lost af op 4 augustus 1630, de tweede op 16 september 1621), met elkaar als borg, verkoopt in 1621 Symon Pietersz aan Pieter Pieter den Elsen een stuk land in de Soetermeerse polder, groot omtrent 2 morgen, zijnde een gedeelte van kavel 13, verkoopt in 1624 Symon Pietersz aan Pieter Pietersz den Elsen 3 morgen land met een nieuwe huizinge enz. erop, zijnde een gedeelte van kavel 13, belast met 400 gld aan Adriaen Cornelisz timmerman in de Jonge Prins en 200 gld aan Maertgen Evertsdr, weduwe van Jan van Nierop of haar zoon, voor een schuldbrief van 1150 gld (geroyeerd op 4 augustus 1630), is in 1640 Cornelis Maertensz van der Veur aan Pieter Pietersz den Elsen wonende in de Soetermeersche polder een losrente van 31 gld 5 st 's jaars schuldig, en verkopen in 1655 Johan van Heussen, ook namens Henrick Saner Ridder etc., en Abraham van Baersenburch, executeurs van het testament van zal. Johan Franchoijs Cortarolius, aan Pieter Pietersz den Elsen den Ouden een woning enz., samen 3 morgen 88 roeden 266.
                                                    In Leiden voor notaris Lambertus van Swieten bekent in 1665 Marijtgen Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, wonende in Zoeterwoude, ontvangen te hebben van de kinderen en erfgenamen van Henrick Willemsz Heijneef en Neeltgen Jansdr 2400 gld, in mindering van een rentebrief t.b.v. voorschreven Pieter Pietersz den Elsen voor schout en schepen van Corteraer op 4 augustus 1659 gepasseerd, welke 2400 gld verkregen zijn door verkoop van 4 morgen 4 hond land met een huizinge gelegen in het Langevelt in Corteraer 267. In Zoeterwoude komt in 1666 in het kohier van het haardstedengeld voor, aan de Vliet: Lambertus van Swieten, huurder de weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, 3 haardsteden, komt op 6 pond 268. In Voorschoten verbindt in 1676 Cornelis Jacobsz Hoflant tot meerdere zekerheid zijn huis en erf aan de noordzijde van de Heerwech, waar hij woont, aan een obligatie inhoudende als restant 100 gld kapitaal, met interest 4½ gld van 't honderd per jaar, bij notaris Lambertus van Swieten op 7 juni 1665 opgenomen t.b.v. de kindskinderen en erfgenamen van Pieter Pietersz den Elsen 269.
                                                309. (<154) (>618, >619) Maritgen CORNELISDR, overl. Zoeterwoude 27 sept. 1671.
                                                    In Voorschoten verkoopt in 1663 Annetge(?) Blaserusdr, weduwe en boedelhoudster van Leendert IJsbergen, aan Maartge Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, een huis en erve aan de Kercsloot in het dorp, belend ten zuidoosten verkoopster, ten zuidwesten de weduwe van Jan van Rietbrouck, ten noordwesten de weduwe van Leendert Pietersz Kercvliet, ten noordoosten de Kercsloot, voor 700 gld in gereed geld 270.
                                                    Voor notaris Johan van Campen testeert op 26 maart 1661 Maertgen Cornelisdr, gezond, weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, aan de kinderen van haar reeds overleden zoons, Louris, Leendert en Pieter Pietersz, waarbij zij o.a. aan de kinderen van Louris Pietersz haar woning met toebehoren alsmede omtrent 2 morgen 5 hond 56 roeden hooiland erachter gelegen in Zoetermeer in de Leijens prelegateert, aan de kinderen van Leendert Pietersz een huis en erve aan de kerksloot in Voorschoten legateert, waartegenover vergoeding aan de anderen, en zij Pieter Cornelisz haar broer, Quintijn Pietersz den Elsen haar zwager, Lambertus van Swieten en Willem Jansz van den Heuvel als voogden aanstelt, stelt op 18 augustus 1665 Maertgen Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, wonende in het ambacht Zoeterwoude, zich borg nopens de bevrijding van alle lasten op zekere huizingen met gebroken land en water gelegen in Corteraer en Cortevelt, door notaris van Swieten als procuratie hebbemde van de kinderen en erfgenamen van Heijndrick Willemsz Heijneeff en Neeltje Jansdr verkocht en op 8 juni laatsleden voor schout en schepen van Corteraer opgedragen, en maakt zij een codicil met soortgelijke inhoud als het testament van 1661, maar nu is Claesgen Jansdr, weduwe van Pieter [moet zijn: Louris] Pietersz, hertrouwd met Dirck Franssen, en is Willem Jansz van den Heuvel als voogd vervangen door Cornelis Claesz van Santvliet 271.
                                                    Voor notaris Lambert van Swieten in Leiden is in 1665 Cornelis Jacobsz Hoflandt aan Marijtgen Cornelisdr weduwe van Pieter Pietersz den Elsen een losrente van 27 gld 's jaars schuldig, met 600 gld als hoofdsom, verklaart Marytgen Cornelisdr, wonende in Zoeterwoude, ziekelijk doch gaande en staande, in 1667 in een testamentcodicil in toevoeging aan haar testament van 18 augustus 1665 bij notaris Johan van Campen, tot voogden over haar minderjarige erfgenamen en andere toezicht behoevende erfgenamen aan te stellen i.p.v. Pieter Cornelisz haar overleden broer haar broers zoon Gerret Pietersz wonende in Stompwijk en i.p.v. Cornelis Claesz van Santvliet tot medevoogd Dirck Willemsz van Rhoen haar buurman en bekende, en na de gedane scheiding van haar na te laten goederen tot voogden over de minderjarige kinderen van haar overleden zoon Pieter Pietersz den Elsen gewonnen bijj Claesgen Meessen, Pieter Cornelisz van Wassenaer wonende in Berkel en Cornelis Thonisz van Zuijlen wonende in Zoetermeer, die ook al voogden vanwege de moeder van de kinderen zijn, en machtigt in 1667 Marijtgen Cornelisdr als grootmoeder en voogdesse over de 5 nagelaten weeskinderen van Leendert Pietersz den Elsen haar zoon en Aeghie Jansdr, beiden zal., Dirck van Toorenburgh wonende te Leiden om te verschijnen voor schout en schepenen van Hoeckelingen als oppervoogden, om aldaar rekening te doen sedert de laatst gedane rekening van 5 juli 1660, en verder de rekening te sluiten en te voldoen en de erfportie van Meijnsgen Leendertsdr den Elsen als nu meerderjarig zijnde aan Jacob Jansz haar man uit te keren 272.
                                                    Voor notaris Lambert van Swieten in Leiden verklaart in april 1671 Marijtgen Cornelisdr weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, wonende te Zoetermeer, dat in tegenstellign tot haar uiterste wil van 26 maart 1669 bij notaris Cornelis de Haes dat Claesgen Jansdr, tevoren weduwe van haar zoon Louris Pietersz den Elsen en nu huisvrouw van Dirck Fransz, aan comparante voor huur van de woning en de landen in Zoeterwoude to 22 februari 1671 1200 en enige guldens schuldig is, en dat alle huurpenningen die Claesgen Jansdr en haar man schuldig zijn aan de kinderen van Louris Pietersz toebedeeld zullen worden, waartegenover de kinderen van Leendert Pietersz den Elsen haar zal. zoon 800 gld in obligaties of andere effecten zullen krijgen, evenals de kinderen van haar overleden zoon Pieter Pietersz den Elsen, en heeft in augustus 1671 Marijtgen Cornelisdr, ziekelijk te bedde liggende, in afwijking van haar testament van 26 maart 1669 bij notaris Cornelis de Haes en van 4 april 1671 bij notaris Lambert van Swieten, tot voogd over haar minderjarige en toezicht behoevende erfgenamen gesteld Mees Jorisz den Elzen haar neef i.p.v. Quintijn Pietersz den Elsen, haar zwager, die overleden is, en Gerrit Pietersz Koolen haar broers zoon 273.
                                                    In 1672 verkoopt in Zoeterwoude Lambertus van Swieten, notaris te Leiden, als executeur van de uiterste wil van Marijtge Cornelisdr, in haar leven weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, volgens haar testament van 16 maart 1669 voor notaris Cornelis de Haes in Leiden, aan Joost Dircxz van Vliet een partij hooiland van 9 hond 31 roeden in de Geerpolder naast de Rijnsloot van de Soetermeerse Meer, en vindt voor notaris Cornelis de Haes de deling plaats van de boedel en goederen van Marijtgen Cornelisdr door haar op 27 september 1671 in het ambacht Zoeterwoude met de dood ontruimd en achtergelaten, t.b.v. Jan Leendertsz de Elsen, Jacob Jansz Wijdoge getrouwd met Meijnsgen Leenderts den Elsen, Louris Pietersz van Eijck getrouwd met Neeltgen Leenderts, Pieter Pietersz van Makelenberch ten huwelijk gehad hebbende Marytgen Leenderts na september voorschreven overleden, meerderjarigen, en Pieter Leendertsz den Elsen, minderjarige, alle 5 kinderen van Leendert Pietersz den Elsen bij Aeghie Jans, tezamen voor een derde part, Jacob Jansz Berch getrouwd met Neeltgen Pieters den Elsen, Willem Arentsz van der Meer als man en voogd van Trijntgen Pieters den Elsen, meerderjarige, en Marijtgen Pietersdr mitsgaders Jan Pietersz den Elsen, minderjarigen, 4 kinderen van zal. Jonge Pieter Pietersz den Elsen bij Claesgen Meessendr, tezamen voor een derde part, wijders Dirck Cornelisz van der Miening als man en voogd van Neeltgen Lourisdr den Elsen, meerderjarige, Marijtgen Lourisdr, Trijntgen Lourisdr en Pieter Lourisz den Elsen, minderjarigen, 4 kinderen van wijlen Louris Pietersz den Elsen bij Claesgen Jansdr voor het resterende derde part, allen kindskinderen en erfgenamen ab intestato [sic] van voorschreven Marijtgen Cornelisdr hun grootmoeder, met als voogden voor de minderjarigen Mees Jorisz den Elsen, Lambrecht van Swieten en Dirck Willemsz van Roen 274.
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Leendert Pietersz den ELSEN, geb. ca. 1615, zie 154.
                                                    2. Pieter Pietersz den ELSEN, tr. Claesgen Meessen GROENEWEGEN, overl. vóór 11 mei 1667, dr van Mees Lenertsz GROENEWEGEN en Adriaentge CORNELISDR.
                                                        In 1650 bekent Pieter Pietersz den Elsen, wonende in de Soetermeerse meer aan de Ommedijck, een schuld aan Maritge Pieters, weduwe van Adriaen Dirxz Clover, mede wonende in de voorschreven meer, van 150 gld, op interest van 7 gld 10 st 275.
                                                        In Zoetermeer zijn in 1667 Jacob Jansz van den Berg, gehuwd met Neeltgen Pietersdr den Elsen, en Cornelis van Suijlen en Pieter Cornelisz Wassenaar als voogden van Trijntje Pietersdr, Maertge Pietersdr en Jan Pietersz den Elsen, nagelaten kinderen van Claesge Meesdr Groenewegen, voor een kwart erfgenamen van Mees Leendertsz Groenewegen, overleden aan het tweede Weegje onder Zoetermeer, zijn in 1676 Jacob Jansz Gergh gehuwd met Neeltje Pietersdr den Elsen, Maria Pietersdr den Elsen, Willem Ariensz van der Meer gehuwd met Trijntje Pietersdr den Elsen en Jan Pietersz den Elsen, allen kinderen van Pieter Pietersz den Elsen en Claesje Meesdr Groenewegen, voor een derde erfgenamen van Trijntje Meesdr Groenewegen, overleden in het tweede Weegje, en zijn in 1681 Willem Ariensz van der Meer en Neeltje, Jan en Maria Pieters den Elsen voor de helft erfgenamen van Trintje Meesdr de Groenewegen 276.
                                                        In Zegwaard delen in 1681, elk voor een kwart, Jan Pietersz den Elsen, Neeltgen Pietersdr den Elsen, Willem Ariensz van der Meer gehuwd met Trijntge Pieterdr den Elsen, en Marijtje Pietersdr den Elsen, allen kinderen van Claesgen Meesdr Groenewegen die een dochter was van Mees Leendertsz den Elsen, hun grootvader, gewoond hebbend in het tweede Weegje onder Zoetermeer 277.
                                                    3. Louris Pietersz den ELSEN, bij zijn huwelijk jongeman wonende op de Vliet in Zoeterwoude, overl. Zoetermeer vóór 29 mei 1662, ondertr./tr. (schepenbank) Stompwijk 23 dec. 1643/10 jan. 1644 Claesgen JANSDR, geb. ca. 1 nov. 1617, dr van Jan VRANCKEN en Neeltgen ROELENDR, die hertr. met Dirck FRANSZ.
                                                        In Stompwijk delen in 1646 de vier kinderen van za. Neeltgen Roelendr gewonnen bij Jan Vrancken, waaronder Claesgen Jansdr getrouwd met Louris Pietersz den Elsen, in de erfenis van za. Roel Jansz hun overleden grootvader, ruilt in 1646 Louris Pietersz den Elsen als man en voogd van Claesgen Jansdr met Cornelis Claesz Starre een vierde part van de helft van 9½ hond land, hem vanwege zijn vrouw aangekomen van Roel Jansz zijn vrouws overleden grootvader, voor net zo'n vierde part, en verkoopt in 1647 Louris Pietersz den Elsen wonende te Zoetermeer aan Gerrit Gerritsz en Jan Vranck Aelwijnsz een partijtje land in het Oosteinde van Stompwijk, wezende een vierde van de helft van 9½ hond land waarvan de wederhelft Maertgen Lenertsdr, weduwe van Roel Jansz, toekomt, belend ten oosten de weduwe van Cors Ariensz, ten westen Pieter Claesz van Camp, ten zuiden en noorden de kopers, voor een obligatie van 300 gld 278. In Zoetermeer verkoopt in 1653 Louris Pieterz den Elsen aan Louris Pietersz van Rhyn voor de ene helft en aan Claes Sijmonsz van der Lee en Gijsbrecht Cornelisz van den Bosch tezamen voor de andere helft een huisje, schuur en erf, met het slagturf- en flodderland daartoe behorend, groot omtrent 5½ hond, aan de Swaerslooter Buijttewech, waarvoor zij 465 gld schuldig zijn 279.
                                                        In Zoetermeer delen in 1662 volgens [de staat van de boedel] van 29 mei 1662 Claesgen Jansdr, weduwe van Louris Pietersz den Elsen overleden alhier aan de Vliet, geassisteerd met Jan Vrancken haar vader, ter eenre, mitsgaders Maertge Cornelisr weduwe van Pieter Pietersz den Elsen, geassisteerd met de schout, grootmoeder en voogdesse van de 4 nagelaten weeskinderen, ter andere zijde, met namen Neeltgen Louris oud Soetermeersche kermis toekomende 16 jaar, Marytgen Louris oud mei laatstleden 14 jaar, Trijntgen Louris oud uitgang mei 11 jaar, Pieter Lourisz den Elsen oud kermis laatstleden 9 jaar, elk of daaromtrent 280.
                                                  310. (<155) Jan Willemsz van den HEUVEL, overl. vóór 31 mei 1644, tr.
                                                      In 1657 is Aefgen Gerritsdr, weduwe van Cornelis Jansz Coppert, wonende op de Hoochdyck in de banne van Zwartewaal in het land van Voorne, 2100 gld schuldig aan Maertgen Huijberts, weduwe van Jan Willemsz, wonende in Crooswijk, te betalen met 700 gld op de eerste mei van 1658, 1659 en 1660, welke som aan comparante geleend is door zal. Jan Willemsz 281.
                                                  311. (<155) Maritgen HUIJBERTSDR, geb. ca. 1582.
                                                      In 1544 zijn Willem Pieters Tolwyck als eigen schuldenaar en Gerrit Crynsz van Dyck en Pieter de Bloot als borgen, allen wonende te Rotterdam, 1700 gld schuldig aan Maertgen Huybertsdr weduwe van Jan Willemsz wonende in Crooswijk 282. In 1652 wordt een verklaring afgelegd door o.a. Maertgen Huyberts weduwe van Jan Willemsz, oud omtrent 69 jaar, Leendert Pietersz Elsen oud omtrent 36 jaar en Willem Jansz oud omtrent 25 jaar 118.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Maritgen Jansdr van den HEUVEL, ged. Rotterdam (Crooswijk) 9 okt. 1618, overl. vóór 13 nov. 1665, ondertr. 1°/tr. (schepenbank) Stompwijk 23 nov./9 dec. 1642 Jan Jaspersz den ELSEN, zn van Jasper Pietersz den ELSEN en Oude Neeltgen WILLEMSDR, tr. 2° Gijsbert Jansz van ROON, maakt huwelijksvoorw. 3° Hillegersberg 22 nov. 1658 met Pieter Leendertsz POST, wedn. van Lijsbeth JORISDR.
                                                          In 1665 wordt de staat en inventaris opgemaakt van de goederen en uitschulden die Pieter Leendertsz Post met zijn overleden huisvrouw Maritgen Jansdr gemeenschappelijk bezeten heeft en die door de genoemde Maritgen Jansdr met de dood zijn ontruimd, ter presentie van Dirck Jansz Vermeer scheepstimmerman en Willem Jansz van [den] Heuvel als voogden over de nagelaten weeskinderen van voornoemde Maritgen Jansdr geprocreëerd bij Gijsbert Jansz van Roon, en nog Willem Jansz en Pieter [...] Sleper als voogden over het nagelaten weeskind van voornoemde Maritgen Jans waarvan de vader voornoemde Pieter Leendertsz Post is. In Hillegersberg waren op 22 november 1658 huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Maritgen Jans en Pieter Leendertsz Post; hij was weduwnaar van Lijsbeth Jorisdr en had op 16 november 1658 een regeling gemaakt voor zijn twee kinderen bij haar. Maritgen Jansdr had veel goederen ingebracht, o.a. een huis in het Swaenshals buiten Rotterdam, en haar kinderen bij Gijsbert Jansz van Roon waren in een akte van 28 november 1658 Jan, oud 10 jaar, Diewertgen 6 en Maritgen 3 jaar, of daaromtrent. Zij heeft staande het huwelijk een erfenis van 300 gld ontvangen bij de dood van haar moeder Maritgen Huijbertsdr, heeft nog een obligatie van 28 januari 1658 van 300 gld op haar broer Willem Jansz, met zijn broer Huijbert Jansz als borg, en een obligatie gepasseerd op 28 januari 1662 voor notaris Raphel Corfort. Pieter Leendertsz Post heeft zich op 1 januari 1665 borg gesteld voor Willem Jansz van den Heuvel, broer van voorschreven Maritgen Jansdr, voor 1125 gld. 283
                                                      2. Aeghie Jansdr van den HEUVEL, zie 155.
                                                      3. Huybert Jansz van den HEUVEL, geb. ca. 1624, tr. (schepenbank) Berkel 25 jan. 1648 (hij jongeman van Crooswijk, geassisteerd met Leendert Pietersz den Elsen zijn zwager, zij met Cornelis Hillebrantsz vanwege zijn vader) Neeltgen Hillebrantsdr OUWERVEST, dr van Hillebrant Jacobsz OUWERVEST en Maertgen Cornelisdr GROENEWEGEN.
                                                          In 1652 wordt in Rotterdam een verklaring afgelegd door o.a. Huybert Jansz van den Heuvel wonende te Crooswijk, oud 27 jaar 284.
                                                          In 1659 is Huijbert Jansz van den Heuvel, wonende op de Brouwersstede onder het dorp Hekelingen, 600 gld schuldig aan Lysbet Vliegers, bejaarde dochter wonende in Oud Beyerland, met als borg zijn schoonmoeder Maertge Cornelis, weduwe van Hillebrant Jacobsz, wonende in Berckel 285.
                                                      4. Willem Jansz van den HEUVEL, geb. ca. 1626, tr. 1° (schepenbank) Kralingen 18 april 1655 (hij jongeman wonende te Hillegersberg, zij jongedochter wonende te Kralingen) Maria FRANSEN, dr van Frans DIRCXZ en Arriaentgen SOUTEN, tr. 2° Machteld Cornelisdr van RIJN.
                                                          In 1650 verkoopt Huych Maertensz Bleyswyck aan Willem Jansz van den Heuvel, beiden wonende te Rotterdam, een zandschuit met toebehoren, met als weddenschap de bepaling dat als Bleyswyck naar Oost-Indië reist Van den Heuvel hem direct na zijn terugkomst 700 gld zal uitbetalen, met Huybert Jansz van den Heuvel en Arien Huijsman als borgen voor die 700 gld 286. In 1652 wordt een verklaring afgelegd door o.a. Maertgen Huyberts weduwe van Jan Willemsz, oud omtrent 69 jaar, Leendert Pietersz Elsen oud omtrent 36 jaar en Willem Jansz oud omtrent 25 jaar 118. In 1658 worden in Rotterdam verklaringen afgelegd op verzoek van Johan Blieck, pachter van het zoutgeld, over de afvraging van de huisvrouw van Willem Jansz van den Heuvel, bij afwezigheid van haar man, wonende in Crooswijk in de huizinge met landerijen genaamd het Paradijs, die antwoordde, zoals door haar man opgedragen, dat hij 50 koeien en een vaars heeft, zonder beesten op stal, maar dat deposanten op stal 21 koeien en 2 vaarzen gezien hebben 287.
                                                          In 1664 is in Rotterdam Willem Jansz van den Heuvel wonende in Crooswijk 170 gld 13 st schuldig aan Dirck Danielsz van Hey, koopman alhier, voor in 1659 en 1660 geleverde molenzeilen voor de watermolen van Ruybrouck en Cleynpolder, met Arriaentgen Souten, weduwe van Frans Dircxz, wonende aan de Ouden Dyck in Kralingen, als borg voor haar zwager [schoonzoon] 288. In 1665 is Willem Jansz van den Heuvel wonende in Crooswijk buiten de stad Rotterdam aan de Heer Jacob Versyden en Sr Cornelis van de Rivieren koopman binnen Rotterdam 1125 gld schuldig als recht van twee jaar pacht op het huis en de landerijen gelegen te Crooswijk genaamd het Paradijs, met als borg Pieter Leendertsz Post wonende in het Swaenehals 289.
                                                          In Stompwijk verkopen in 1676 Jan Hillebrantsz Overvest voor de ene helft en Machteld Cornelisdr van Rijn, weduwe van Willem Jansz van den Heuvel, voor de andere helft, aan Willem Leendertsz Groenewegen 4½ hond flodderland, belend ten oosten Ouwe Cornelis Dirksz, ten zuiden Floris Pietersz, ten westen de weduwe van Jeroen Dirk Jansz, ten noorden de kinderen van Jan Gerritsz, voor een schuldbrief van 220 gld 290.
                                                    312. (<156) (>624, >625) Jan Simonsz van VELSEN (ROIJ), overl. tussen 20 nov. 1662 en 15 jan. 1663, tr.
                                                        In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Jan Sijmons Roij, Lijsbeth Lenaertsdr zijn wijf, Pieter, Lenaert, Arien, Neeltgen, Jan en Maritgen Janszoons en -dochters 291.
                                                        In Voorschoten heeft op 1 januari 1630 Cornelis Dircxz Carreman wonende aan de Hogenrijndijck openbaar verkocht aan Jan Symonsz te Stompwijk, eerst een huis en erven met al hetgene daarop staat aan de Hogenrijndijck, groot 77 roeden, belend ten oosten de Rijn, ten zuiden het volgende huis en erve, ten westen de Rijndijck, ten noorden Aernt Barentsz, nog een huis en erve staande en gelegen als voren, groot 55 roeden, belend ten oosten de sloot liggende tussen deze huizinge en erve en de volgende 2 staalvelden die hij comparant zelf behoudt, ten zuiden de comparant met een hoekje erf en Trijn Claesdr, ten westen de Rijndijck, ten noorden 't voorgaande huis en erve, ten laatste nog 2 staalvelden liggende bezijden de andere, groot 28 roeden, belend ten oosten de Rijn, ten zuiden Dirck Jacobsz, ten westen de sloot die hij comparant zelf houdt, ten noorden de Poel, de voorgaande 3 partijen gezamenlijk belast met 5 gld 10 st 's jaars erfpacht, voor een schuldbrief van 960 gld, met Roeloff Jansz wonende te Stompwijk als borg, waarvan eerst 155 gld te betalen en daarna 130 gld 's jaars, beginnende mei 1631 292. In Voorschoten is in 1644 Jan Symonsz [van Velsen] eiser contra Cornelis Dircxz Carremans; schepenen omschrijven het recht van eiser op een vrije uitgang, maar ontzeggen de eiser zijn eis 293.
                                                        In Stompwijk verkoopt in 1645 Jan Symonsz Roij aan Willem Jansz Schakenbosch en Leendert Reynen 2 morgen kwaad flodderland of water liggende aan 3 partijen, waarvan 2 ieder groot 4½ hond, belend ten oosten Jan Bouwensz, ten westen en zuiden Lenert Reynen, ten noorden de weduwe van Jacob Willem Jannen, het derde partijtje groot 3 hond, belend ten oosten de vooschreven weduwe, ten westen Marijtgen Dircxdr, ten zuiden Lenert Reijnen voorschreven, ten noorden Cornelis Cornelisz Persoon, voor een obligatie van 800 gld 294.
                                                        In 1662 verklaart Jan Symonsz van Velsen wonende aan de Hogen[rijn]dijck te Voorschoten, ziekelijk van lichaam, te bedde liggende, goed en geraadzaam gedacht te hebben te voorzien in de voogdij, het beleid en het bestuur van de goederen die zijn na te laten kindskinderen, minderjarig en onmondig of ander toezicht behoevende, van hem comparant zullen komen te erven, en stelt Pieter Jansz van Velsen zijn zoon, Willem Jansz zijn neef en Willeboort Cornelisz van Oostenrijck zijn geode bekende vriend, aan tot voogden, gevende de voorschreven voogden zodanige last en macht als alle voogden toekomt, om in comparants boedel te delen, enz., ook na de deling, buiten alle bemoeienissen van baljuwen, schouten en weesmannen 295.
                                                        In 1663 verklaren in Stompwijk Pieter, Leendert, Jan en Simon Jansz van Velsen, Gerrit Louris van der Sloth als man en voogd van Neeltgen Jansdr van Velsen, Dirck Arentsz Westerwout als man en voogd van Marretgen Jansdr van Velsen, en Willem Jans Schaeckenbosch en Willeboort Cornelisz van Oostenrijck als voogden over de minderjarige kinderen van Ary Jansz van Velsen, kinderen, kindskinderen en erfgenamen van zal. Jan Simonsz van Velsen, op 15 januari 1663 aan Gerrit Cornelisz en Leendert Simonsz van der Lis een stuk goed toegemaakt hooiland gelegen in de Huijssitse polder achter het huis genaamd Poortje ter Loop, groot 1 morgen, 3 hond, 80 roeden, verkocht te hebben, en zijn in Voorschoten dezelfde erfgenamen overeengekomen dat aan de zoon Leendert voor 626 gld wordt aangedeeld de huizinge en erve staande en gelegen bij het Schou van Duvenvoorde, belend aan de ene zijde Dirck Arentsz voornoemd, aan de andere zijde Louris Arentsz, de erfgenamen van Carreman en de heer officier Hogeveen, strekkende voor van de Rijndijck tot achter in de Rijn, daar bij de verkoping van alle goederen de voornoemde Leendert Jans van zijn erfportie competerende is 374 gld, daaronder gerekend het voorschreven huis en erve voor 1000 gld, belast met een erfpacht van 5 gld 10 st 's jaars 296.
                                                    313. (<156) (>626, >627) Lijsbeth LEENDERTSDR.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Simon Jansz van VELSEN, overl. vóór 10 mei 1691, tr. (schepenbank) Leiden 10 juni 1651 (op attestatie van de bode van Voorschoten) Huybertgen Lourisdr van der SLOT.
                                                          In Voorschoten verkoopt in 1665 Claas Pietersz van Leeuwen aan Simon Jansz van Velsen een huis en erve aan de Hoogenrijndijck, buitendijks, belend ten noordwesten Dirck Cornelisz, ten zuidoosten de verkoper, strekkende voor van de Rijndijck tot achter in de Rhijn, voor 600 gld in gereed geld 297.
                                                          In Voorschoten verklaren in 1691 Jan Sijmonsz van Velsen, Cornelis Garbrantsz van Wouw in huwelijk hebbende Adriaentje Simons van Velsen, en Aeltje Simons van Velsen, meerderjarige kinderen en erfgenamen van wijlen Sijmon Jansz van Velsen, op 15 januari 1691 onder voorwaarden verkocht te hebben aan Jan Cornelisz van Leeuwen een huis enz. aan de Hoogen Rijndijk omtrent het Schouw van Duvenvoirde, belend ten zuidoosten de erfgenamen van Claes Pietersz van Leeuwen, ten noordwesten Jan Willemsz van Rijn, strekkende van de Hogen Rijndijk tot achter aan de Rijn, waarvan de jongste brief van 15 mei 1665 is, voor 220 gld gereed geld 298.
                                                          In 1680 benoemen Simon Jansz van Velsen en Hubertge Lourisdr, echte man en vrouw wonende te Voorschoten, als voogden over de minderjarige kinderen en verdere descendenten, de langstlevende als oppervoogd, en Aelbert Henricxz van der Does hun schoonzoon, Gerrit Lourisz van der Slot haar broer en Bastiaen Sterre hun beider bekende, als medevoogden 299.
                                                      2. Pieter Jansz van VELSEN, geb. ca. 1608, koopman van koeien, gras te velde staande en hooi 300, ook van koeien en paarden 301, overl. vóór 17 jan. 1702, tr. (schepenbank) Leiden 18 nov. 1640 Tryntgen Jans van RHOON.
                                                          In Voorschoten verkoopt in 1665 Claas Joppen van Cransom wonende te Leiden aan Pieter Jansz van Velsen een huis en erve aan de Rhijndijck, belend ten zuiden de weduwe van de heer Jan Meijnertsz van Aackeren, ten noorden Claas Pietersz van Leeuwen, strekkende voor van de Rhijndijck tot achter in de Rhijn, voor 1150 gld, en is in 1666 Pieter Jansz van Velsen eiser contra Leendert Leendertsz de Wilde, om restitutie van 75 gld kapitaal van geleende penningen volgens een notariële obligatie van 29 mei 1663, en dat met interest van 4 ten honderd te rekenen vanaf 29 mei 1665 302.
                                                          In 1667 verklaren Pieter Jansz van Velsen, oud 59, Floris Cornelisz Wint oud 53 en Leendert Florisz WWint oud 19 jaren, allen of daaromtrent, wonende aan de Ryndyck in Voorschoten, ten verzoeke van Gerret Lourisz van Sloth mede wonende aan de Rijndijck, dat zij daags na Hemelvaartsdag laatstleden ten verzoeke van requirant met hun schepen gevaren zijn om de mest te laden die de requirant van Cornelis Cornelisz Slobbe had gekocht, maar dat er niet genoeg was om daarmee een schip vol te laden 303.
                                                          Pieter Jansz van Velsen en Matthijs Ariensz van Velsen, zijn neef, wonende te Wassenaar, komen in 1694 overeen dat Pieter Jansz bij Matthijs Ariensz zal wonen en van Matthijs Ariensz zal genieten kost, drank, het bewassen, benaaien en verstellen van zijn kleren, bediening in ziekte en gezondheid, voor 80 gld in 't jaar, en dat na het overlijden van Pieter Jansz zijn erfgenamen daar tot de begrafenis zullen logeren, met spijs en drank ten laste van de boedel van Pieter Jansz 304.
                                                          In Voorschoten verklaren in 1702 Jan van der Meer en Diwertje Jans, ook voor Jan Gysen en Marytge Gysen, voor de ene helft, Arent Westerwout, Tys Arisz van Velsen en Jan Symonsz van Velsen, ook voor Leendert Westerwout, Cornelis Westerwout, Jan Westerwout, Gerrit Jacobsz van der Koij, Leenderts Arisz van Velsen, Cornelis Arisz van Velsen, Cornelis van Wouw, Leendert Jansz van Velsen, Adries Gleis en Aeltje Gerrits, samen voor de wederhelft, allen erfgenamen van Pieter Jansz van Velsen en Catryntje Jans van Roon, op voorwaarden op 16 januari 1702 aan Evert van 't Wout verkocht te hebben een huis en erve, belend ten zuiden Willem Breeklandt, ten noorden heer en meester Cornelis van der Meer, strekkende van de Rijndijk tot achter de Rijn, waarvan de jongste brief is van 17 april 1665, voor 235 gld contant 305.
                                                      3. Leendert Jansz van VELSEN, tr. Maartge Jansdr van LELIJVELT.
                                                          In Voorschoten verklaren in 1665 Maartge Jansdr van Lelijvelt, weduwe van Leendert Jansz van Velsen, geassisteerd met Jan Jacobsz van der Sluys, voor de ene helft, en Pieter Jansz van Velsen, Jan Jansz van Velsen, Simon Jansz van Velsen, Gerrit Lourisz van Sloth getrouwd met Neeltge Jansdr van Velsen, Dirck Arentsz Westerwout ten wijve hebbende Maartge Jansdr van Velsen, en ten laatste Willem Jansz Schakenbosch en Willebort Cornelisz van Oostenrijck, voogden over Cornelis, Mathijs en Neeltge Arijens van Velsen, minderjarige nagelaten kinderen van Arij Jansz van Velsen, allen erfgenamen van voornoemde Leendert Jansz van Velsen, openbaar verkocht te hebben aan Mr Gerard van Hoogeveen, hoofdofficier der stad Leiden, een woninge bestaande uit woonhuis, stalling, barg, schuur, boomgaard en erve, groot omtrent 1½ hond, gelegen omtrent het Schouw van Duvenvoorde, belend ten noorden voornoemde Dirck Arentsz Westerwout, ten zuiden Louris Arentsz van Steenvoorden, de erfgenamen van Carreman en de koper, strekkende van de Hoogenrijndijck tot achter in de Rhijn, belast met een erfpacht van 5 gld 10 st 's jaars, zijnde een gedeelte van 8 gld 's jaars aankomende de abdij van Leeuwenhorst, voor 1135 gld in gereed geld 306.
                                                      4. Ary Jansz van VELSEN, tr. (schepenbank) Leiden 6 mei 1646 Neeltgen Cornelisdr van BESUYEN.
                                                          In de weeskamer van Voorschoten heeft in 1673 Neeltgen Aryens van Velsen, nagelaten dochter van Ary Jansz van Velsen, verklaard in februari van dat jaar de ouderdom van 25 jaar bereikt te hebben, en daarom verzocht om haar penningen, zowel ten weeskamer als onder haar voogden Willem Jansz Schakenbos, Pieter Jansz van Velsen en Willeboort Cornelisz van Oostenrijk, waarop zij 241 gld 2 st 12 penn heeft ontvangen in voldoening van haar vierde part wat betreft de boedel van haar oom Leendert Jansz van Velsen en de erfenis van haar grootvader Jan Symonsz van Velsen, en hebben in 1676 Pieter Jansz van Velsen, Willem Jansz Schaekenbosch en Willeboort Cornelisz Oostenrijck als voogden over de kinderen en erfgenamen van zal. Ary Jansz van Velsen mitsgaders Leendert, Cornelis en Tys Arisz van Velsen, allen meerderjarige kinderen, verklaard hun deel uit de boedel van Leendert Jansz van Velsen hun oom ontvangen te hebben 307.
                                                      5. Neeltgen Jansdr van VELSEN, tr. Gerrit Lourisz van der SLOTH, hooilegger, zn van Louris Hubrechtsz van der SLOT.
                                                          In Voorschoten heeft in 1650 een gemachtigde van jonkheer Justus Nobelaer aan Gerrit Lourisz van der Slot in eeuwige erfpacht opgedragen een gedeelte van een uiterdijk tussen Floris Cornelisz van der Wint en Willem Gijsbertsz Teuijt, strekkende van de Rhijndijck tot achter in de Rijn, voor 6 gld 13 st 's jaars, te reduceren en kwijten met 176 gld 10 st (op 29 juni 1663 door de huisvrouw van Gerrit Lourisz van der Slot afgelost), en Gerrit Lourisz van Slot een schuld bekend aan Govert Oliviersz wonende te Leiden van 357 gld, met als onderpand zijn huis en erve aan de Wadding, belend ten noordoosten en zuidwesten de Ryndick, ten noordwesten Willem Hubertsz 308.
                                                          In Voorschoten verklaart in 1675 Gerrit Lourisz van der Sloth, hooilegger wonende aan de Hogen Rijndijck, tot meerdere zekerheid van een notariële obligatie verleden voor notaris Abram Verhage te Leiden op 30 mei 1675 t.b.v. Reimpie Dinckste weduwe van Isaeck Ieneijn, te verbinden een huis en erve aan de Hogen Rijndijck bij de steenplaats van de kinderen van Mattheus van Aacken, belend ten oosten de Rijn, ten noorden de Hogen Rijndijck, ten zuiden Floris Cornelisz Wint, ten noorden Bastiaen Aerentsz Starre, en verkoopt in 1678 Gerrit Lourisz van der Sloth aan Arij Abramsz van der Cluft een huis, erf en tuin aan de Hogenrijndijck, belend ten oosten de Rijn, ten westen de dijk, ten zuiden Floris Cornelisz Wint, ten noorden Bastiaen Sterre, met een recognitie van 10 st 's jaars, voor een custingbrief van 450 gld 309.
                                                      6. Jan Jansz van VELSEN, zie 156.
                                                      7. Marretgen Jansdr van VELSEN, overl. vóór 26 febr. 1680, tr. (schepenbank) Leiden 10 juni 1651 Dirck Arentsz WESTERWOUT, bouwman, overl. vóór 26 febr. 1680.
                                                          In 1676 testeren Dirck Arentsz Westerwout, bouwman, en Maaertje Jansdr van Velsen, echte man en vrouw wonende aan de Hogenrhyndyck bij 't Schouw van Duyvenvoorde in de vrije heerlijkheid van Voorschoten, hij ziekelijk te bedde liggnede, op de langstlevende, die gehouden zal zijn de kinderen van de eerstoverledene groot te brengen, waarbij, zonodig, hij als voogd Cornelis Arentsz zijn broer aanstelt en zij Zymen Jansz van Velsen haar broer, met uitsluiting van de schout en weesmannen van Voorschoten, en op 26 februari 1680 verklaart Cornelis Arentsz Westerwout wonende te Leiden, volgens testament van wijlen Dirck Arentsz Westerwout zijn broer en wijlen Maertgen Jans van Velsen diens huisvrouw, samen met wijlen Simon Jansz van Velsen aangesteld als medevoogd over de minderjarige kinderen, te willen dat in plaats van de overledenen nu voogden zullen zijn Arent Dircxz Westerwout, meerderjarige zoon van zijn broer, en Pieter Jansz van Velsen, oom van de kinderen 310.
                                                          In Voorschoten verkopen in 1690 Arent Dircx, Leendert Dircx en Jan Dircx Westerwout mitsgaders Gerrit Jacobsz Kooy in huwelijk hebbende Marijtge Dircx Westerwout, kinderen en erfgenamen van wijlen Dirck Arentsz Westerwout, aan Cornelis Dircx Westerwout 4 vijfde parten in een huis en omtrent 1 hond 50 roeden land, waarvan de koper het resterende vijfde part toekomt, aan de Hoogen Ryndyck, belend ten zuidoosten Mevrouw Hogeveen, ten noordwesten Gerrit Jansz Vlasvelt, strekkende van de Hoogen Ryndyck tot achter aan de Rijn (waarover de 40e penning 10 gld 9st bedraagt) 311.
                                                    314. (<157) (>628, >629) Cornelis Pietersz BORSBOOM, schipper, overl. vóór 25 febr. 1636, tr.
                                                        In het kohier van het hoofdgeld in 1623 onder 'Valkenburg': Cornelis Pietersz schipper met zijn huisvrouw Aeltgen Dircxdr en hun 5 kinderen Pieter, Arent, Willem, Maritgen en Cornelis, en in het kohier van de 200e penning van 1623: Cornelis Pietersz schipper, 5 pond, na verklaring geroyeerd 312. In Valkenburg verklaart in 1636 Leendert Cornelisz Vos, oudste kerkmeester van Valkenburg, vanwege het plotselinge overlijden van Cornelis Pietersz Borsboom en zich hiervoor sterk makende, met voorafgaande toestemming van de vrouwe van de heerlijkheid Valkenburg op 25 februari 1636 in de herberg van Adriaen Dircxz verkocht te hebben aan Cornelis Willems van Egmont 4 hond land op de Hogemorsch in Oegstgeest 313.
                                                    315. (<157) Aeltgen DIRCXDR.
                                                        In Valkenburg verklaart in 1651 Aeltge Dircxdr, weduwe van Cornelis Pietersz Borsboom, geassisteerd met Willem Cornelisz Borsboom, aan Claes Jacobsz van Assendelft een jaarlijkse losrente van 7 gld 10 st schuldig te zijn, met als hoofdsom 120 gld en met als onderpand een huis en erve in het dorp Valkenburg, belend ten westen de Rijndijck, ten noorden Jacob Jacobsz van der Marck, ten oosten de Rhijn, ten zuiden Jan Hendricxz van den Bosch, en is in 1653 Aeltgen Dircxdr, weduwe van Cornelis Pietersz Borsboom, geassisteerd met Jan Jansz haar zwager [schoonzoon], een losrente van 10 gld 's jaars, hoofdsom 200 gld, schuldig aan Cornelis Jansz Elstuijn en Jan Gerritsz Briole als huidige heiligegeestmeesters, met als onderpand een huis en erve in Valkenburg, strekkende van de Heerewech tot achter in de Rijn, tussen Jan Henricxz van den Bosch en Jacob Jacobsz van der Marck 314.
                                                             Uit dit huwelijk:
                                                        1. Pieter Cornelisz BORSBOOM.
                                                        2. Arent Cornelisz BORSBOOM.
                                                        3. Willem Cornelisz BORSBOOM.
                                                            In Leiden is in 1653 Willem Cornelisz Borsboom, schipper te Valkenburg, 122 gld schuldig aan Henric Claesz de Munt, veertig in de rade van Leiden, voor een rekening betaald aan Matheus Pietersz Kint 315.
                                                        4. Maertgen Cornelisdr BORSBOOM, zie 157.
                                                        5. Cornelis Cornelisz BORSBOOM.
                                                      392. (<196) Jan Jansz van NECK, tr.
                                                          In 1635 vertoont Cornelis van Houten een rentebrief van ƒ 100 ten behoeve van Jan van Eck den Ouden, gepasseerd op 20 mei 1612, bij de verkoop van een erf door Van Eck aan Aris Slootemaecker, belend de weduwe van Jan van Eck den Ouden, aan de Breestraet 316.
                                                      393. (<196) (>786, >787) Meyken van HOUTEN.
                                                          Op de lidmatenlijst van Haarlem: 16 april 1593 Mayken, de huisvrouw van Jan van Eecke, met attestatie van Middelburg.
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Jan Jansz van NECK, geb. ca. 1595, meester metselaar, overl. vóór 17 mei 1655, tr. Heijndrickge JANSDR.
                                                              In 1642 verklaart Govert Dircxz van Ruermont als getuige, dat hij 3 weken geleden, ten huize van Griet Dircks Butter, waardinne binnen Beverwijk, gehoord heeft dat ene Jan Jansz van Neck, metselaar, bij hem, getuige, zittende drinken, wel stoutelijk zonder woord of weerwoord Meijndert Philipsz, bierdrager, die aldaar een half vat bier bracht met zijn maat IJsbrant Pietersz, uitschold voor schelm en dief, en verklaren Pieter Jeroensz, raad en oud-schepen, mitsgaders Simon Lantskneght, komende bij Jan van Neck, dat zij ook die scheldwoorden gehoord hadden 317.
                                                              In 1643 verklaren Claes Gerritsz Reyn, Frerick Claesz Iong, Gerrit Arentsz brouwer en Cornelis Jeroensz, allen buurluiden te Velsen, ten verzoeke van de burgemeesters der stede Beverwijk, als arbiters over Jan van Neck, metselaar in de Wijk als eiser, ter eenre, en Jan Coppisz wonende te Edam ter andere zijde, dat Jan van Neck in voldoening van zijn geëiste penningen zal ontvangen van Jan Coppisz c.s. 60 gld, welke somme Jacob Schouten, notaris te Haarlem, aannam en verklaarde te voldoen aan de burgemeesters van Beverwijk, en Jacob Schouten beloofde Jan van Neck te zullen leveren al zijn metselaarsgereedschap door voornoemde Jan Coppisz c.s. te Edam gearresteerd [=in beslag genomen] 318.
                                                              In 1651 wordt o.m. door Jan Jansz van Neck, oud 56 jaar, een verklaring afgelegd 319.
                                                              In 1655 verkopen Robbert Maertensz, schoenmaker te Beverwijk, als man en voogd van Stijn Jans van Eck, Maertje Jans van Eck en Aerjaentje van Eck, kinderen en erfgenamen van Jan Jansz van Eck, in zijn leven burger dezer stede, aan Court Barentsz Backer een huis met erf in de Cloosterstraat, strekkende tot achter aan het erf van Maerten Aelbertsz, belend ten noordwesten IJsbrandt Pietersz, ten zuidoosten Court Barentsz zelf, voor ƒ 365 320.
                                                          2. Jacob Jansz van NECK, zie 196.
                                                          3. Susanne van NECK.
                                                              In 1646 wordt een verklaring afgelegd door Susanne van Neck 321.
                                                        394. (<197) Barent Gerritsz van SUIJDT, linnenwever, overl. Haarlem, tr.
                                                            In Haarlem verkoopt in 1606 Barent Gerritsz, linnenwever, aan Jan Jansz de Vriese een opstal en getimmerte van een huisje in de Rompelbuyrt tussen Cruys- en St. Janswech op de grond van Adriaen Claesz Brammer, dewelke grond in tijdelijke huur genomen is en aan de koper mede volgen zal tegen 36 st 's jaars, belend ten westen Jacob de Graeff met gemene muur en afschutsel, ten oosten Willem Jacobsz, ten zuiden strekkende aan de gemene laan, voor 48 gld, te betalen 12 gld gereed en de rest op 3 eerstkomende meidagen (in de marge: de brieven zijn gelicht door W. van de Meyde die de brievenimpost en het armengeld betalen zal, getekend Sr P. van de Meyde 18 dec. 1606) 322.
                                                            In Haarlem verkopen op 19 april 1619 Jaques Martens en Cristoffel de Milt, als voogden van de kinderen van Pieter Hooft, aan Barent van Suijdt een opstal en getimmerte van een huis buiten de Cruyspoorte op de grond van Jan Stuver, belend ten noorden Adriaen Frederixz Beukel, de weduwe van Jan Baertens, strekkende achter aan 't land van voorschreven Jan Stuver, met een pacht van 8 gld 8 st 's jaars aan Jan Stuver, voor 525 gld, te betalen 125 gld gereed op mei 1619, de rest op 4 daaraanvolgende meien telkens 100 gld 323.
                                                            In Haarlem verkopen op 14 juni 1621 Cornelis Quaekel voor een vierdepart en Joost Grave en Willem Jans Lossij organist te Amsterdam ook voor een vierdepart, en Pieter Henricxz, lakenkoper, voor de helft, aan Barent van Zuijt een erf waar zijn huis op staat buiten de Cruijspoort, groot 15 roeden 32 voeten, belend ten westen de Cruijswech, ten noorden Jan Smith, ten oosten en zuiden de verkopers, met de last van 200 gld hoofdsom aan de verkopers tegen de penning 16, voor 409 gld, te betalen op 4 achtereenvolgende Sint Pieter ad Cathedrams dagen waarvan 1621 al geweest is 324.
                                                            In Haarlem verkoopt in 1536 Barent van Zuijt aan de bedienaars ven de Gemeente der Mennonieten genaamd de huiskopers binnen deze stad, als geïnstitueerde erfgenamen van Pieter Bonel, achtervolgende de verkoping door de voorschreven verkoper zekere tijd geleden aan de voorschreven Bonel gedaan, een rf in de Rompelbeurs buiten de Cruijspoorte, belend ten noorden 't land van het Sint Barbaragasthuys, ten westen 't huis van Jan Jansz sleper, ten oosten de diaconie dezer stad, voor 162 gld 325.
                                                        395. (<197) (>790, >791) Cynken de VINCK  326, overl. Haarlem.
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Perina van SUYDT, ged. (nederd. geref.) Haarlem 7 febr. 1593.
                                                          2. Peeter van SUYDT, ged. (nederd. geref.) Haarlem 13 nov. 1594.
                                                          3. Anna van SUYDT, ged. (nederd. geref.) Haarlem 19 juli 1598.
                                                          4. Willem van SUYDT, ged. (nederd. geref.) Haarlem 7 dec. 1603.
                                                          5. Martijntgen Barentsdr van SUIJDT, zie 197.
                                                          6. Perijntgen Barentsdr van SUIJDT, ged. (nederd. geref.) Haarlem 26 dec. 1607, tr. Stoffel de WAEIJ, smalwerker.
                                                              In Haarlem verkoopt in 1644 Stoffel de Waij, ook voor Martijntgen Barents wonende te Beverwijk, weduwe van Jacob van Neck, aan Gerrit Batiaansz van Houten, cuijper, een huis met erve buiten de Cruijspoorte, belend ten zuiden Pieter Olican, ten noorden Pleun Jansz, voor 500 gld gereed geld 327.
                                                        400. (<200) (>800, >801) Mieus Sijmonsz SCHOTTEN, overl. vóór 22 nov. 1661, tr.
                                                            In Wijk aan Duin verkopt in 1638 Hillegont Cornelisdr, weduwe van Gerrit Pietersz ofte Gerrit Pieterooms, geassisteerd met Dirck Tamisz haar zwager [=schoonzoon], aan Mees Symonsz [Schotten], poorter van Beverwijk, de helft vann een stukje geestland genaamd het Dijckcroftgen, gemeen liggende met Jooris Cornelisz, schepen der stede Beverwijk, in 't geheel groot 715 roeden, belend ten zuidoosten de steden Haarlem en Beverwijk, ten noordoosten Willem Cornelis Fransz, ten noordwesten de Hofflanderwech, ten zuidwesten de erfgenamen van zal. IJsbrant Dircksz schoenmaecker, met de grond van de hele wal, voor 795 gld, te betalen 1/3 gereed Lucasmarkt 1638 verschenen, de andere 2 derdeparten Lucasmarkt 1639 en 1640, en verkoopt Joris Cornelisz, oud-burgemeester en nu regerend schepen van Beverwijk, aan dezelfde koper de wederhelft gelegen bij de Sint Aechtendijck, voor 795 gld 8 st 12 penn, te betalen 1/3 gereed verschenen Lucasmarkt 1638, de andere 2 derdeparten Lucasmarkten 1639 en 1640 328.
                                                            In Wijk op Zee verkoopt in 1639 Adrijaen Jacobsz Haken aan Mees Symonsz een houten schuur of huizingen met het erf beoosten het dorp, waar de voornoemde Mees Sijmonsz nu in woont, belend ten oosten Harman Harmansz van der Vlucht, ten zuiden Aelbert Cornelisz, de Wildernis en de verkoper, ten westen de gemene burenwagenweg, ten noorden de Zeewech, voor 200 gld, te betalen 35 gld gereed, voor 33 [?] 's jaars op Pinksterdagen [dit is doorgehaald] 329.
                                                            In Beverwijk verkoopt in 1644 Joost Jansz Cruijsvelt, wonende in Amsterdam, aan Mijes Simensz Schotten een erf genaamd het Raemerff, gelegen aan de Coningswech, en verkoopt in 1647 Mies Simensz Schotten aan Dirck Blevet twee strookjes erf, elk voor ƒ 25 330.
                                                            In Beverwijk wordt in 1652 Mieus Sijmons Schotten, horende bij de uitkopers en wachtvrije personen, voor de schutterij aangeslagen voor ƒ 2:10:0.
                                                            In 1651 worden verklaringen afgelegd ten verzoeke van Mieus Symonsz Schotten betreffende verspreide laster over zijn dochter Geert Mieus, dienstmeid bij Thomas Cornelisz, wagenmaker, en zijn vrouw Itgen Lamberts 331.
                                                            In 1652 leggen Gerrit Arentsz Brouwer en Eijmert Gerritsz Brouwer, 40 jaar, wonende te Velsen, een verklaring af ten verzoeke van Mieus Symonsz Schotten te Beverwijk, over 'ruijlinge van syn peerdt in de merct tot Valckenburgh' 332.
                                                            In 1650 geeft in Beverwijk Mieus Symonsz Schotten een hoekje erf van zijn tuin aan de Coningswegh aan zijn zoon Aelbert Mieusz Schotten 333.
                                                            In Beverwijk verklaart op 28 mei 1664 Wouter Lambertsz, burger dezer stede, schuldig te zijn aan de kinderen en kindskinderen van wijlen Mieus Symonsz Schotten en Griet Jans 925 gld, ter cause van koop van een camer en erf in de Bagijnenstraet, strekkende tot achter aan de gemene gang van Jan Thysz Colthof en Cornelis van Bennebroek, belend ten zuidoosten Lysbet Jans, ten noordwesten Floris Pietersz Boschman 334.
                                                            Op 17 augustus 1651 testeren Mieus Symonsz Schotten en Griet Jans aan hun dochter Jannetgen eens de somme van 100 gld, aan hun dochter Maritgen 25 gld jaarlijks, en aan hun zoon Jacob 30 gld jaarlijks, alles onder vermindering van hun erfportie 335.
                                                        401. (<200) Grietje JANS, overl. tussen 22 nov. 1661 en 26 jan. 1664.
                                                            In 1661 leggen Jan Claesz, omtrent 33 jaren, en Gerritge Kroese, omtrent 21 jaren, een verklaring af ten verzoeke van Griet, weduwe van Mies Symons Schotten (over een geschil met Davit Pietersz Verwer) 336.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Jan Mieusz SCHOTTEN.
                                                                Op 26 april 1650 testeert Jan Mieusz Schotten, jonggezel, in mening een reis te doen naar Oost-Indië, de legitieme portie aan zijn vader Mieus Symonsz Schotten en moeder Griet Jans, en institueert tot universele erfgenaam Jannitgen Mieus zijn zuster 337.
                                                                In Beverwijk geeft op 5 mei 1650 Jan Mieus Schotten, tegenwoordig te Beverwijk, volmacht aan zijn vader Mieus Symonsz Schotten om 50 stukken van achten op te eisen van Capiteyn Francken Gijseling, wonende te Oostende, vanwege buitgeld van een Hamburger en van een Lubecks schip, en nog van enige „concenillie” (veroverd en op St. Lucas in Spanje verkocht) 333.
                                                            2. Jannetgen Mieus SCHOTTEN.
                                                            3. Jacob Mieusz SCHOTTEN, ondertr. 1° Beverwijk 7 nov. 1659 Cornelisje DIRCKS, dr van Balichjen CORNELIS, ondertr. 2° ald. 7 juli 1672 (zij van „Walsburgh”, wonende alhier) Vrouwtje MATTHIJS, van Walsburgh.
                                                                In 1663 leggen Jacob Miessen Schotten en zijn huisvrouw Cornelisje Dirks een verklaring af, ten verzoeke van Willem Bouwens van der Maar, schout van Heemskerk en Castricum 338. In 1672 is Jacob Mieus Schotten bij de schutterij van Beverwijk, onder het oranje vaandel.
                                                                In 1663 is Jacob Mieusz Schotten ƒ 283:3:8 schuldig aan pacht van aalbessen, kruisbessen en andere vruchten van de zomer van 1662 339.
                                                                In 1664 heeft Jacob Miesz Schotten, erfgenaam ab intestato van Griet Jans, zijn overleden moeder, weduwe van Mies Symons Schotten, meubelen en goederen getransporteerd ten behoeve van de verdere kinderen en erfgenamen van Griet Jans 340.
                                                                In 1664 is er in Beverwijk een inventaris bij panding op Jacob Mieusz Schotten, gecondemneerde ten verzoeke van Stijntjen Willems, weduwe van Gerrit Jacobsz 341.
                                                                In Beverwijk zijn in 1671 Maerten Dircksz, Willem Dircksz en Jacob Mieusz Schotten als in huwelijk Cornelisje Dircks, kinderen van Balichjen Cornelis, voor 3/7 erfgenaam van wijlen Trijntje Cornelis, in haar leven bejaarde dochter, hun moei 342.
                                                            4. Trijntje Mies SCHOTTEN, overl. tussen 1666 en 1672, ondertr. Beverwijk 20 mei 1650 (hij van Zwijndrecht, wonende te Heemskerk), tr. Heemskerk 11 juni 1650 Floris Pietersz BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Zwijndrecht 3 mei 1622, zn van Pieter FLORISZ en Suzanna IEMANTSDR, in 1613 weduwe te Oud Beijerland, die hertr. met Dilleaantje WILLEMS.
                                                                In Beverwijk verkoopt in 1668 Floris Pietersz Boschman aan Jacob Willemsz Hagelingen een huis en erf in de Bagijnestraet, strekkende tot Arent Groenhout en Cornelis van Bennebroeck, belend ten zuidoosten Wouter Lambertsz, ten noordwesten de Coningstraet, voor een schuldbekentenis van 600 gld 343. In 1672 is in Beverwijk Floris Pieters Bosman bij de schutterij, onder het blauwe vaandel, met een roer.
                                                                In 1676 verklaren Louweris Garbrantsz, wonende te Heemskerk, en Cornelis Ariens Sgravema, buurvrijer te Noortdorp, ten verzoeke van Floris Pietersz Bosman, dat hij van Gerrit Dircks Bosman, te Noortdorp woonachtig, al zijn vetzaad gekocht had dat hij van zeker stuk land zou winnen 344.
                                                                Op 4 juni 1680 transporeert Floris Pietersz Boschman, burger binnen der stede Beverwijk, aan Cornelis Nannen, timmerman, en Gerrit Hendricxe, schavemaker, beiden wonende in de Beverwijk, eerstelijk de opstal ofte bomen, zowel fruit dragende als andere, mitsgaders aard- en zaaivruchten, zo dezelve tegenwoordig zijn staande op een croft land toekomende Pietertje Gerrits wonende te Sassenheim, groot 2 morgen, genaamd de Boeckcrofft, liggende in de banne van Wijk op Zee, belend ten oosten de Kerckwegh ten westen de Kleijne Houtwegh, ten noorden de erfgenamen van Jelis Albertsz, ten zuiden de kinderen van Cornelis Lambertsz, item van gelijken alles op een croft land toekomende Gerrit Dircxe Alckemade, wonende binnen de stede Beverwijk, genaamd mede de Boeckcrofft, liggende in de banne van Wijk op Zee, belend ten westen de Kerckwegh, ten oosten de banscheiding van de Wijk en Wijk aan Duin, ten noorden Cees Dielderweghie, ten zuiden de Vijffackerscroft, voor 600 gld (verkoper tekent als Floris Pietersz Bosman), en bekent op 5 juni 1680, 's morgens tussen 6 en 7 uren, Floris Pietersz Boschman, burger der stede Beverwijk, verkocht te hebben en dienvolgende bij dezen over te geven aan Gerrit Damius, wonende te Assendelft, een appelgrauw merriepaard van omtrent 4 jaar, met speelkar en hetgeen tot het karregereedschap en paardetuig is behorende, op heden aan voornoemde Damius geleverd volgens diens verklaring, voor 150 gld 345.
                                                                In Beverwijk heeft op 18 juli 1680 Floris Pieters Boschman in huur van de burgemeesters een stuk hooiland genaamd de Smeenhoeven in de Wijckerbroeck, in de jurisdictie van Wijk aan Duin, en is hij schuldig 45 gld als restant van 1679, 145 gld volle huur van 1680, en nog schuldig te worden 145 gld voor 1681, 1682 en 1683, tezamen 625 gld, waarvoor als onderpand dient alle opstal van comparants tuinen 346.
                                                            5. Simon Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 mei 1622, overl. tussen 1 juni 1671 en 1 juni 1672 347, ondertr. Amsterdam, tr. Beverwijk 5 juni 1645 (zij Jannetge Pieters van Annelt[?], wonende te Amsterdam, daar ondertrouwd) Jannetje PIETERS.
                                                                In 1663 348 hebben Symon Miesz Schotten en Cornelis Nannen als pachters van de boomgaard van Marquette betaald ƒ 52:19:12, ƒ 29:1:0 en ƒ 20:4:4. In 1667 wordt ten verzoeke van Symon Miesz Schotten te Beverwijk een verklaring afgelegd 349.
                                                                Op 17 juni 1670 leggen Anna Claes, weduwe van Dirck Lourens van Ravesteijn, Symon Mieusz Schotten, 48 jaar, en Cornelis Nanningsz, huistimmerman, 42 jaar, ten huize van wijlen Aegie van der Meer een verklaring af ten verzoeke van Grietgen Juriaens 350.
                                                                In Beverwijk vindt in 1674 de registratie plaats van een opdracht voor notaris Jan Coemans te Amsterdam door Jannetjen Pieters, weduwe van Sijmon Mieusz Schotten, met de notaris als haar gecoren voogd, tot verzekering van de 660 gld als zij schuldig is aan de weduwe van Willem Brugman volgens een obligatie van 2 mei 1671, en dat ten behoeve van Warnaer Brugman wonende alhier, erfgenaam van zijn moeder. (Hiervan betaalt zij een gedeelte, nl. een obligatie van 200 gld ten laste van Pieter Brugman, een ten laste van Pieter Brugman van 40 gld 19 st, en een rekening van 49 gld 5 st 8 penn ten laste van Pieter Brugman over verdiend loon.) 351
                                                                In Beverwijk hebben in 1679 de wettige curateuren van de insolvente boedel van Jannitien Pieters, weduwe van Sijmon Mieusz Schotten, in veiling verkocht aan Abram van Cuelen wonende alhier een huis en erf op de Achterwegh strekkende tot achter aan 't erf van Dirck Engelsz timmerman toe, belend ten noordoosten Dirck Engelsz voornoemd, ten zuidwesten het weeshuis, voor 370 gld, te betalen een derde gereed, en een derde mei 1680 en 1681.\.
                                                            6. Geertruydt Mieus SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 april 1624.
                                                            7. Claes Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 mei 1627, hovenier ald. 352, overl. tussen 11 april 1672 en 15 juni 1674, ondertr./tr. ald./Castricum 25 dec. 1648/10 jan. 1649 Maartje HARMENS, van Deventer, overl. tussen 11 april 1672 en 15 juni 1674.
                                                                Kort vóór en in 1652 is in Beverwijk Claes Mieusz bij de schutterij, met een musket, opv. in de Achterwegh en bij 't Clooster; in 1672 is Claes Mieus Schotten onder het blauwe vaandel (later doorgehaald).
                                                                Op 11 april 1672 is er in Beverwijk een certificaat dat „Claes Mieusz Schotten een persoon sonder eenige middelen ofte goederen te hebben, sijn handtwerck is in die borgerstuijnen te arbeijden om een gering daghloon, belast met vrouw en kinderen, ende mede dat sijn dochter Marij buijten haer vaders huys synde haer broodt moet winnen” 353.
                                                                In 1674 wordt in Beverwijk de inventaris opgemaakt van de goederen van wijlen Maritgen Harmens, weduwe van Claes Mieusz Schotten 354.
                                                            8. Aelbert Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 okt. 1631, zie 200.
                                                            9. Geertruyt Mieus SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 juli 1633, overl. na 1669, ondertr./tr. ald. 29 jan./5 maart 1655 Pieter Simonsz NIEUWPOORT, zn van Sijmon Jansz NIEUWPOORT, herbergier in de Moriaen, en Stijntje Laurensdr WIT.
                                                            10. Maritgen Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 jan. 1636, overl. na 1654.
                                                          402. (<201) Jacob GERRITS, tr. N.N.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Teuntje JACOBS, geb. ca. 1624, zie 201.
                                                          410. (<205) (>820, >821) Sijmon JANSZ, geb. ca. 1576, schoenmaker, leproosvaar, overl. vóór 17 juli 1656, ondertr. Alkmaar tussen 25 juli 1599 en 1 aug. 1599 (betoog naar Beverwijk)
                                                              In Beverwijk is op 20 april 1599 Thonis Jansz Schoemaecker, poorter van Beverwijk, schuldig aan Symon Jansz, de zoon van Jan Symonsz van Huyswaert, een jaarlijkse losrente van 32 gld, met als onderpand zijn huis en erf in de Kerckbuyrt, strekkende van de Heerwech tot achter aan Mr Jan zijn tuin, belend ten zuiden Tonis[?] Jaep, ten noorden Heyndrick Gerritsz 355.
                                                              In Beverwijk verkopen op 8 juni 1600 Claes Aelberts, poorter van Beverwijk, Symon Maertensz en Symon Willemsz, wonende in Beverwijk, als erfgenamen van zal. Guerte Symonsdr, aan Symon Jansz Schoemaecker, poorter van Beverwijk, een huis en erf in de Breestraet, strekkende tot achter aan Egbert Jansz zijn tuin, belend ten noorden Geert Jansdr, ten zuiden Gerrit Bartholomeus Cuper 356.
                                                              n Beverwijk transporteert op 3 maart 1605 Tonis Jansz, schoenmaker te Nortdorp in Heemskerk, aan Symon Jansz, mede schoenmaker, poorter binnen Beverwijk, een huis en erf in de Kerckbuiert, strekkende van de Heerewech tot achter aan Mr Jan zijn tuin, met een wagenweg achteruit, belend ten noorden Wendeltgen, ten zuiden Janis Lambertsz en Pieter Gerritsz, met Wouter Jansz, buurman te Uitgeest, als waarborg voor Tonis Jansz zijn broer, en belooft Symon Jansz Tonis Jansz schadeloos te houden van de losrentebrief als Mr Cornelis van der Hooch te Haarlem heeft te spreken op de voornoemde Tonis Jansz, zowel van de hoofdsom van 240 ponden als de verlopen rente sinds mei 1604, speciaal gehypothekeerd op het huis waar de voornoemde Symon Jansz tegenwoordig in woont (als gekocht van Tonis Jansz), met nog een huis op de Meer waar nu ene Symon Cornelisz in woont, voor welke bevrijding Symons Jansz verbindt het huis gekocht van Tonis Jansz (de rentebrief is afgedaan op 10 mei 1659) 357.
                                                              In Koedijk in 1625 verkoopt Symon Claesz Inctpottebacker, poorter van Alkmaar, als voogd van Jannetgen Sagerijs met autorisatie dd. 18 februari 1625 van het gerecht van Alkmaar, aan Symon Jansz, schoenmaker te Beverwijk, een vijfdepart van een stuk land genaamd Broeckslootsweyde waarvan de koper de andere parten competeert, bekent Symons Jansz te Beverwijk schuldig te zijn aan Jannetge Sachgerijs, poorterse te Alkmaar, 325 gld waarvoor hij het voorschreven vijfdepart gelegen achter Huiswaard verbindt, en verkoopt Symon Jansz te Beverwijk aan Pieter Jansz Helst 3/5 van 't voorschreven land waarvan Brecht Jans, weduwe van Jan Hendericx Gorter, in de voorschreven 3/5 een zesdepart competeert, zodat Pieter Jansz nu als eigendom heeft de achterhelft, belend ten zuiden de ringsloot, ten westen Jr Willem Perdesius, borg is Cornelis Pietersz Schoon, bakker te Alkmaar 358.
                                                              In 1632 verklaart Dirck Jacobsz Rinmeester, ten verzoeke van Cornelis Pietersz Schoon, bakker, als last en procuratie hebbende van Sijmon Jansz zijn zwager wonende in de Beverwijk, dat hij, getuige, omtrent 4 jaar geleden is geweest ten huize van Sijmon Jansz in de Wijk en daar gezien heeft rin [=run] die voorschreven Sijmon Jansz zei van Amersfoort te hebben, dewelke door hem, getuige, „gevierdeeld” werd, niet beter te weten als de Barbantse taan binnen Alkmaar 359.
                                                              In 1637 verkoopt in Beverwijk Simon Jansz Schoenmaeker aan Niclaes Pauw, ridder, heer van Bennebroek, 4 „graffsteden op onse lieve vrouwe choor in de kercke binnen deser stede” 360. In 1642 361 wordt een verklaring afgelegd door Simon Jansz Schoenmaecker, 67 jaar, Abram van Ende, 48 jaar, en Gerrit Jansz, 48 jaar.
                                                              In Wijk aan Duin in 1643 bekent Jan Cornelis de Boer, poorter van Beverwijk, schuldig te zijn Sijmon Janz schoenmaker aldaar 218 gld, ter cause van koop van een stukje geestland genaamd de Aelmisacker, groot omtrent 230 roeden, belend ten oosten de Hoge Hoflanderwegh, ten zuiden de steden Haarlem en Beverwijk, ten westen de Grote Houtwegh, ten noorden de erfgenamen van Gelis Aalbertsz, en bekent Dirck Dircksz, poorter van Beverwijk, schuldig te zijn Sijmon Jansz schoenmaker mede aldaar, 600 gld over de koop van 2 akkers geestland, groot tezamen 542 roeden, belend ten oosten de Hoge Hoflanderwegh, ten zuiden Jan Jansz Slommer, ten westen de Groote Houtwegh, ten noorden de koper (voldaan) 362.
                                                              In Beverwijk verkopen in 1656 Hendric Lambertsz als man en voogd van Yefgen Thamis, Jan van den Bogaerdt en Gerrit Dircksz als voogden over Jan en Aeffje Thamis, en Jan Thysz Colthoff zich sterk makende voor Jennetgen Thamis, allen dochters kinderen en erfgenamen van Symon Jansz Leproosvaer en Aecht Lamberts, aan Jan Claesz Breroo een huis en erf aan de Houtwech, strekkende achter tot aan 't nieuwe wegje, belend ten zuidoosten Maritgen Claesdr, ten zuidoosten 't erf van het weeshuis, ten noordoosten de verkopers, belast met 7 gld pacht, voor 620 gld 363.
                                                              In Beverwijk verkopen in 1662 Jan Thamisz, Frans Jochimsz als man en voogd van Jannetje Thamis, Hendrick Lambertsz als man en voogd van Eva Thamis, en Sijbrant Cornelisz als man en voogd van Aefjen Thamis, allen kindskinderen en erfgenamen van wijlen Sijmon Jansz, leproosvaer, een huis en erf aan de Houtwegh, belast met een duit thijns 364.
                                                          411. (<205) (>822, >823) Aecht LAMBERTS.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Maritge SIMONSDR, zie 205.
                                                          412. (<206) (>824) Willem LAMBERTSZ, geb. ca. 1565 365, gravenmaker, tr.
                                                              In Heemskerk wordt voor het haarstedengeld vermeld in 1604 Wilm Lambertsz met 1 schoorsteen en in 1606 Willem Lambertsz met 1 schoorsteen 366.
                                                              Volgens een kopie heeft in Beverwijk op 10 december 1612 Leijn Fierensz, poorter dezer stede, in erfpacht uitgegeven aan Willem Lambertsz, zijn mede-poorter, een erf bij de kerk, strekkende voor van de Heerwech tot achter het erf van voornoemde Leijn, belend ten westen de Heerwech, ten oosten Claes Jansz Linnewever, belast met een duit 's jaars, voor 8 gld 's jaars 367.
                                                              In 1617 belenden Claes Lamberts en Willem Lamberts in de Kerkcrocht 368.
                                                              In 1636 is Willem Lambertsz in Beverwijk belend in de Cloosterstraet, is Willem Lambertsz cum socijs belend bij de Heerewech 369, in 1638 verkoopt Willem Lambertsz, gravemaker, aan Bastiaen Dircksz Smit een huis en erf in de Cloosterstraet 370, in 1639 belendt Willem Lambrechts in de Cloosterstraet en in 1642 belendt Willem Lambertsz in de Kerckbuert 371.
                                                              In 1640 verkopen Willem Lambertsz als bestevader, Lambert Willemsz als oom, Gerrit Jansz als getrouwd hebbende Aecht Willemsdr, Nan Theunis als getrouwd hebbende Jannitgen Willemsdr, beiden behuwdooms, voogden over de onmondige kinderen van wijlen Cornelisgen Willemsdr hun dochter en zuster, aan Rieuwert Willemsz, mede oom van dezelfde kinderen, een huis en erf in de Kerckbuert, strekkende van de Heerewech tot achter aan het erf van Lambert Willemsz, belend ten noordwesten Simon Claessen van 't Hoffland, ten zuidwesten Lambert Willemsz met een gemene put, voor ƒ 270 372.
                                                          413. (<206) (>826) Aeffgen CORNELISDR, geb. ca. 1560.
                                                              In 1636 wordt in Beverwijk ten verzoeke van Guijrtgen Cornelisdr, weduwe van Lambert IJsbrandtsz, ten overstaan van Cornelis Lambertsz [schepen van Beverwijk] haar zoon, een getuigenis afgelegd door o.m. Aeffgen Cornelisdr, oud 76 jaar, huisvrouw van Willem Lambertsz alhier, over de Wijckerbroeck, waar Aeffgen Cornelisdr 50 jaar geleden nog ongetrouwd gewoond heeft 373.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Lambert WILLEMSZ, tr. Beverwijk 20 dec. 1620 (zij Fijtgen Pieters, van Landsmeer) Fijtgen PIETERSDR, bij huwelijk Fijtgen Pieters jonge dochter van Landsmeer.
                                                                  In Beverwijk koopt op 14 maart 1663 Wouter Riewertsz, huistimmerman, van Fijtje Pieters, weduwe van Lambert Willemsz, een huis en erf op de hoek van de Toorenstraet, strekkende tot achter aan Jan Thysz Colthof, belend ten oosten Mr Jan Claesz Benthuijsen, ten westen Siewert Symons, ten zuiden de koper, voor 1000 gld; Cornelis Hermans, schoonvader van Wouter Riewertsz, stelt zich borg 148.
                                                              2. Aechte WILLEMSDR, tr. Gerrit JANSZ.
                                                              3. Jannitgen WILLEMSDR, tr. Nan THEUNISZ, geb. ca. 1585.
                                                                  In 1648 verkoopt in Beverwijk Nan Teunisz aan Wouter Barentsz een huis in de Toorenstraet 374. In 1650 wordt een verklaring afgelegd door Nanningh Theunisz, 65 jaar 375.
                                                              4. Cornelisgen WILLEMSDR, tr. Cornelis THEUNISZ, zn van Theunisken JANS.
                                                              5. Rieuwert WILLEMSZ, zie 206.
                                                              6. Claes WILLEMSZ, alias Droogh, timmerman, overl. vóór 13 aug. 1628, tr. 1° N.N., ondertr. 2° Beverwijk tussen 14 juni 1621 en 3 juli 1622 (zij te Egmond, betoog om aldaar te trouwen) Anna GERRITS.
                                                                  In Beverwijk zijn op 13 augustus 1628 Anna Gerrits, weduwe van Claes Willemsz, geassisteerd met Jacop Gerritsz haar broer, ter eenre, en Rijeuwert Willemsz timmerman als oom en bloedvoogd van Trijntgen Clasdr, ter andere zijde, geaccordeerd dat Anna Gerritsdr haar kind geprocreëerd bij wijlen Claes Willemsz zal bewijzen als haar vaders erfenis 20 gld 376.
                                                                  In Beverwijk verkoopt in 1613 Harpar Heijndricksz, poorter dezer stede, aan Claes Willemsz en Claes Lambertsz, zijn mede-poorters, een erfje bij de kerk, strekkende voor van de Eemskerckerwech tot achter aan de weduwe van Frans Thomasz, belend ten noorden Adriaen Cornelisz, ten zuiden Claes Willemsz voornoemd, voor een rentebrief van 55 gld hoofdsom 377.
                                                            414. (<207) Wouter ROELOFFSZ, tr.
                                                            415. (<207) (>830) Marijtgen BARENTSDR.
                                                                In 1635 transporteren in Beverwijk Ryeuwert Willemsz, man en voogd van Marijtge Woutersdr, en Jan Dircksz, man en voogd van Roeloffgen Woutersdr, kinderen en erfgenamen van Marijtgen Barentsdr, hun rechten op de goederen die hun moeder en hun moei Wendeltgen Barentsdr hadden in Dieveren, aan Barent Jansz, stedehouder van Bloys wonende in Beverwijk, als getrouwd hebbende Margriet Heyndricks, dochter van Wendeltgen Barentsdr 378.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Marijke WOUTERSDR, zie 207.
                                                                2. Roeloffgen WOUTERSDR, tr. Jan DIRCKSZ.
                                                              460. (<230) (>920, >921) Dirck Thomasz GLIMMER, geb. verm. Zaltbommel ca. 1581, varende gezel (bij eerste huwelijk), makelaar, overl. ca. 1634, ondertr. 2° (pui) Amsterdam 21 dec. 1632 Fransken van 't COUTERE, ondertr. 1° (pui) ald. 27 dec. 1603 (hij Dierik Thomasz van Bommel, varende gezel, zij Grietgen Melisdr, geassisteerd met Lysbeth Pietersdr haar moeder)
                                                              461. (<230) (>922, >923) Grietgen MELISDR, geb. ca. 1579, overl. Amsterdam 27 juni 1628, begr. (als Grieten Melijs, de huisvrouw van Dirck Tomessen „int stat van Gelder”, 2 uren met de klokken van 3 gld beluid, ƒ 14, in de Oude Kerk).
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Thomas Dircksz MAES, geb. ca. 1604, zie 230.
                                                                2. Aeltgen Dirxdr MAES, geb. ca. 1606, ondertr. (pui) Amsterdam 7 juni 1630 (hij geassisteerd met Michiel Vloots zijn vader en Anna Ackermans, weduwe, zij geassisteerd met Dirck de Glimmer haar vader) Lambert VLOOTS, geb. ca. 1606.
                                                                3. Elisabeth MAES, alias Glimmer, geb. ca. 1615, ondertr. (pui) Amsterdam 21 okt. 1632 (hij van Harlingen, geassisteerd met Bauke Pieters zijn moeder, zij geassisteerd met haar vader Dirck Maesz de Glimmer, wonende op de N:Z: Voorburgwall) Baerent JANSZ, geb. ca. 1610, zn van Bauke PIETERS.
                                                                4. N.N. Dircks GLIMMER, begr. Amsterdam (Nieuwe Kerk) 30 maart 1621 (kind van Dirck Tomasz Glimmer bij de Corsbrug, ƒ 4).
                                                              462. (<231) (>924, >925) Dirck Jansz BLAEUW, tr.
                                                                  Op 4 september 1604 maakt Dirick Jansz Blaeuw, wonende binnen de stad Amsterdam, een codicil waarin hij begeert zo hij geraakt te sterven zonder wettige kinderen in 't leven na te laten, dat Popias van Paenderen, zijn oom [in feite moedersneef] te Haarlem, vooruit zal hebben, zoals testateur legateert bij dezen, de somme van 800 gld, om redenen hem daartoe zonderling bewegende 379.
                                                              463. (<231) Lysbet GERRITS.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Dirckie BLAUW, geb. ca. 1608, zie 231.
                                                              498. (<249) Gerrit HENDRICKSEN, schipper te Zwolle, tr. Zwolle 21 april 1618
                                                                  Huwelijksinschrijving te Zwolle: Gerrijdt Hendricksen wonende bij Timan Petersen karveelschippers ende Trijn Rolefsen, sa: Roleff Jacobsens kuiper dochter.
                                                              499. (<249) (>998, >999) Trijn ROLEFSEN, ged. Zwolle 5 jan. 1584 of april 1590, doet op 13 april 1623 als Trintgen Roelof, vrouw van Gerriet Hendricksen, schipper, in Zwolle belijdenis.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Judith GERRITS, zie 249.
                                                                2. Henrijck GERRIJTSEN, tr. Zwolle 17 sept. 1644 Wijmtijn ALBERTS, wed. van Peter FLORISSEN.
                                                                    Huwelijksinschrijving te Zwolle: Henryck Gerritsen Gerryt Henrycken schipper sone, ende Wijmtijn Alberts Peter Florissen, won. buyten de Vispoorte.
                                                                3. Roelof GERRITS, ged. (nederd. geref.) Zwolle 2 sept. 1621.
                                                                4. Roleff GERRITS, ged. (nederd. geref.) Zwolle 20 aug. 1626.
                                                              505. (<252) Neel JANS.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Ambrosius JANSZ, geb. ca. 1608, zie 252.
                                                              506. (<253) (>1012) Govaert BASTIAENSZ, ondertr. 1°/tr. Gouda 9/23 juli 1605 Marriken JASPERSDR, begr. ald. (St. Janskerk) 21 dec. 1608 (begrafeniskosten 4-18-0, luiden 2-17-0), ondertr. 2°/tr. ald. 14/29 maart 1609
                                                              507. (<253) Belijtje JANS.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Annetje GOVERTS, geb. Gouda ca. 1609, zie 253.
                                                                2. Hendrick GOVERTSZ, geb. Gouda ca. 1611.
                                                              511. (<255) Jannetie JANS.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Trijntje CORNELIS, geb. ca. 1605, zie 255.


                                                              Generatie X (<IX, >XI)

                                                              576. (<288) (>1152) Jacob DIRCXZ, tr.
                                                                  Op 16 december 1531 wordt Jacob Dirck Arijsz, na overdracht door Sijmon Hendricksz, beleend met 4 morgen land in Hazerswoude aan de Rijndijk, en verkrijgt hij een halve morgen als vrij eigen 84.
                                                                  In 1582 hebben in Hazerswoude Dirck Jacobsz en Aert Jacobsz, gebroeders, en Neeltgen Jacobsdr, weduwe van Pieter Pietersz, met Roelof Ariaensz als voogd, als erfgenamen en kinderen van Jacob Dircxz en Dirckgen Jacobsdr, bij loting geschift en gescheiden; Dirck Jacobsz zal hebben het westelijke weer land (strekkende zuidwaarts vanuit de Rijn tot de Dwarswetering), belend west Marye Willemsdr de weduwe van Willem Aertsz en de kerk van Hazerswoude, Aert Jacobsz het middelste weer, met erfpacht van 5 Hollandse ponden 's jaars aan de kerk van Alphen (samen met het land van Dirck Jacobsz), en Neeltgen Jacobsdr het oostweer land, dat zij te leen moet houden van het huis van Alckemade dat men ook Poelgeest noemt, staande in Oegstgeest, met de bepaling dat Dirck Jacobsz een oppad zal hebben over de huiswerf van Neeltgen en vandaar dwars over het land van Aert Jacobsz 380.
                                                              577. (<288) Dirckgen AERTSDR.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Dirck JACOBSZ, zie 288.
                                                                2. Aert JACOBSZ, tr. Lijsbeth BOUWENSDR.
                                                                    In het kohier van de kapitale lening van Rijnland van 1599 komt onder Hazerswoude, 't Oosteynde, voor Aernt Jacobsz' weduwe, in 1600 onder Hazerswoude, vermeerderinge, Lijsbeth Bouwensdr, weduwe van Aert Jacobsz, met haar kinderen, op 10 gld, en nog het dubbele hiervan, samen 30 gld, en in het kohier van het ruitergeld van Rijnland in 1602, onder Hazerswoude, 't Oosteynde, Lysbeth Bouwens, weduwe van Aert Jacobsz, met haar kinderen, op 15 gld.
                                                                3. Neeltgen JACOBSDR, tr. Pieter PIETERSZ.
                                                                    In het kohier van de kapitale lening in 1599 komt onder Hazerswoude, 't Oosteynde, voor Neeltgen Jacobs (naast Dirc Jacobs), in 1600 onder Hazerswoude, vermeerderinge, Neeltgen Jacobsdr, weduwe van Pieter Pietersz, aan de Rijndijk, met haar zoon, op 10 gld en met het dubbele daarvan 30 gld, in 1602 voor het ruitergeld onder Hazerswoude, 't Oosteynde, Neeltgen Jacobs, weduwe van Pieter Pietersz, met haar kinderen, op 10 gld.
                                                              592. (<296) (>1184) Jacob Claesz CLINCKENBERCH, pachter van Klinkenberg (1532-1564), overl. 1564, tr. 1° N.N., tr. 2°
                                                                  In Sassenheim wordt in 1543 voor de tiende penning Jacob Claesz Clinckenberch getaxeerd op 150 gld 's jaars voor het gebruik van 54 morgen land, waarover de tiende penning 15 gld bedraagt, evenzo in 1544, in 1553 voor het gebruik van een hofstede met 58 morgen en 1 hond land van de abdij te Rijnsburg op 210 gld, en nog van 4 morgen en 1½ hond land van mijnheer van Schenen te Colen op 28 gld, en in 1557 voor het gebruik van 58 morgen land van 't convent van Rijnsburg op 210 gld 381.
                                                                  In het morgenboek van 1544 van Rijnland 382: Die voorsz abdij die woeninghe van clinckenberch ende bruycker Jacob Claeszoon. Ende is groot lvii morgen cv roeden.
                                                                       Uit het eerste huwelijk:
                                                                  1. Bartholomeus Jacobsz CLINCKENBERCH, pachter van Klinkenberg (vanaf 1564, opgevolgd door zijn weduwe tot een jaar tussen 1603 en 1608), overl. tussen 1588 en 1593, tr. Fijtgen DIRCXDR.
                                                                      Bij advies van Dirck Kessel, rentmeester van de goederen van het convent van Rijnsburg, is in 1577 door de kamer van de rekening geaccordeerd met Bartholomeus Jacobsz Clinckenberch als dat hij in pacht zal hebben en gebruiken 52 morgen land van 't voorschreven convent, liggende omtrent het dorp Sassenheim aan verscheidene percelen en in diverse ambachten, voor 5 jaar ingaande Petri ad cathedram [22 februari] anno 1578, mits jaarlijks kermis daarvoor betalende aan de voornoemde rentmeester voor de eerste 3 jaren 140 en voor de resterende 2 jaren 140 ponden, alle van 40 groten Vlaams, met conditie dat men de woninge of huizinge van 't voorschreven land buiten zijn kosten wederom zal optimmeren tot redelijkheid en zulks hij zich daarin zal kunnen behelpen en zijn bouwerij exerceren, des zal de voorschreven Bartholomeus Jacobsz de wei- noch de hooilanden mogen insteken of bezaaien, en ook deze huur niemand anders overgeven in 't geheel of deel dan bij expres consent van de kamer of de voornoemde rentmeester 383.
                                                                      In het kohier van het hoofdgeld van 1623 wordt onder 'Warmond' vermeld: Fijtgen Dircxdr, weduwe van Bart van Clinckenberch 384.
                                                                  2. Dirck Jacobsz CLINCKENBERCH, geb. ca. 1528, overl. vóór 1580, tr. Tryn CORSSENDR.
                                                                      In 1577 wordt een verklaring afgelegd door Dirck Jacobsz Clinckenberch, oud omtrent 48 jaar, buurman van Warmond 385.
                                                                      In het morgenboek van Oegstgeest staat in 1580 en 1584/1585 onder Warmond vermeld dat Tryn Korssen, de weduwe van Dirck Jacobsz Clinckenberch, 3 morgen 1/2 hond gebruikt van de 11000 maagden te Warmond 386Hollandse studiën 8, door J.C. Besteman e.a., Dordrecht 1975: A.G. van der Steur, Johan van Duvenvoirde en Woude (1547-1610), heer van Warmond, admiraal van Holland.\, blz. 269, 17 november 1576 (Huisarchief Warmond nr 22), schade van inwoners van Warmond door plunderende soldaten: „Dirck Jacops Clinckenberch, benomen een coe met linden en dekens, tsm geraemt 50 gul”, en op blz. 263, ca. 1586-1590 (Huisarchief Warmond nr 69), inkomsten uit de heerlijkheid Warmond: o.m. Dirck Jacobsz Klinckenberch, uit een huis.
                                                                      In Warmond verkoopt in 1589 Thijs Gerritsz bakker te Warmond aan Katrijna Corssen, weduwe van Dirck Jacobsz Clinckenberch, een hofstede, schuur en croft, belend ten noordoosten Geertgen Gerritsdr weduwe van Willem Cornelisz Joncker en Dirck Cornelisz timmerman, ten zuidoostem Cornelis Pietersz scheepmaker, ten zuidwesten Engel Pietersz Coninck met Thonis Dammasz, ten noordwesten de Heerwech, belast met een hoofdsom van 125 gld, voor een schuldbekentenis van 875 gld, en verkoopt in 1590 Katrina Corssendr, weduwe van Dirck Jacobsz Clinckenberch, met Cornelis Dircxz haar zoon, aan Meyns Bartoutsdr weduwe van Maerten Pietersz een huis met erve, barg, schuur, potinge en plantinge, belend ten zuidwesten Anthonis Roelants, ten noordoosten Willem Bartouts, strekkende tot de Heerwech, die dit de volgende dag verkoopt aan Jan Jansz Swaeck, welke dit de dag daarop verkoopt aan Willem Vranckensz 387.
                                                                      In Warmond vindt in 1601 de overdracht plaats door Catryn Corssendr, weduwe van Dirck Jacobsz Clinckenberch, geholpen door Pieter Jacobsz Clynckenberch, met goeddunken van Tys Jacobsz en Dammas Willlemsz haar zwagers en Geertgen Dircxdr haar dochter, aan Cornelis Dirck Clinckenberch haar zoon, van een hofstede, belend ten noordoosten Dirck Cornelisz timmerman c.s., ten zuidoosten Cornelis Pietersz scheepmaker, ten zuidwesten Engel Pietersz Coninck en Thonis Dammasz, ten noordwesten de Heerwech (de koop is geschied vóór dato van de 40e penning) 388.
                                                                593. (<296) (>1186, >1187) Apollonia DIRCXDR.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Pieter Jacobsz CLINCKENBERCH, geb. ca. 1545, zie 296.
                                                                  2. Geertgen Jacobsdr CLINCKENBERCH, overl. vóór 1 jan. 1592, tr. Willem DIRCXZ.
                                                                      In Sassenheim in 1592 verkopen Willem Dircxz als vader en voogd over Trijntgen Willems zijn dochter geprocreëerd bij Geertgen Jacobsdr zijn huisvrouw zal., en Bartholomees Jacobsz Clinckenberch als oom en medevoogd van Trijntgen, aan Pieter Jacobsz Clinckenberch een vierdedeel van omtrent 6½ hond teelland, van een krocht teelland van 6½ hond, van 6 hond weiland, en van 3 hond weiland, van welke landen Cornelis Dircx de helft en voornoemde Pieter Jacobs ¼ bezit, alles uit de nalatenschap van Dirck Jansz bijgenaamd Grote Dirck en Lijsbeth Sijmonsdr zijn vrouw 389.
                                                                594. (<297) (>1188, >1189) Wouter STEVENSZ, tr.
                                                                    In Sassenheim wordt Wouter Stevensz in 1553 voor de tiende penning getaxeerd, voor gebruik van een hofstede met 16½ morgen ½ hond land, waarvoor hij zijn moeder van omtrent 10 morgen 50 gld huur betaalt, het convent van Puijel 6 gld 6 st huur, voor huur van een stukje van Neeltgen int Hout te Rijnsburg 2 gld 6 st huur, Dirck Jansz te Sassenheim 18 st huur, de pastoor van Sasenheim van een stukje geestland 8 st huur, voor zijn eigendom daarin nog getaxeerd op 13 gld, zodat hij voor de tiende penning 7 gld 7 st 10 penn moet betalen, waar nog bijkomt 2 st 8 penn omdat hij de kerk van Warmond 4 gld huur betaalt vanwege het aandeel van die kerk in de hofstede; in Sassenheim wordt Wouter Steevensz in 1557 getaxeerd vanwege gebruik van 2 morgen land van het convent van Puel op 6 gld 6 st, van omtrent 10 morgen land van zijn moeder Lysbet Steevens op 50 gld, van een halve morgen land van Neeltgen int Hout te Rijnsburg op 2 gld 15 st, van 1 morgen land van de kerk van Warmond op 4 gld, voor zijn hofstede in eigendom met zeker geestland groot omtrent 2 morgen 9 gld en voor zijn huis op 6 gld, in Lisse wordt Wouter Stevents onder „Zassem” in 1557 voor het gebruik van 1 morgen 2½ hont land van Jacop Pietersz te Warmond getaxeerd op 6 gld 390.
                                                                595. (<297) Reijmpgen JACOBSDR.
                                                                    In 1581 verkoopt voor schouten en schepenen van Lisse en van Sassenheim Reymtgen Jacobsdr, weduwe van Wouter Stevenszn, met Pieter Jacobszn Clinckenberch, wonende te Sassenheim, haar zwager en voogd, aan Albert Janszn en Engel Adriaenszn 5 morgen land in de Lageveen in het ambacht van Lisse, belend ten noordoosten de Delftwech, ten zuidoosten Aeltgen Banendr, weduwe van Gerrit Stevenszn, ten zuidwesten de vaart, waarbij zij haar woning verbindt met twee morgen land in Sassenheim, belend ten noordoosten Jacob Claeszn, ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwesten voornoemde Jacob Claeszn, ten noordwesten Pieter Jacobszn Clinckenberch en de voornoemde weduwe van Gerrit Stevenszn 391.
                                                                    In 1598 verkopen in Sassenheim Marijtgen Woutersdr, weduwe van Pieter Fransz, met schepen Dirck Fransz als haar voogd, Jan Woutersz, Cornelis Woutersz en Steven Woutersz, allen nagelaten kinderen en erfgenamen van Reijntgen Jacobsdr en Wouter Stevensz, aan Pieter Jacobsz Clinckenberch hun zwager vier vijfdeparten in de helft van de woning met omtrent 7½ morgen wei- en teelland, met nog vier vijfdeparten in 6½ hond liggende in een kroft van 13½ hond waarvan de rest de kerk van Warmond en de pastorie van Sassenheim competeert, in welke woning en land voornoemde Clinckenberch de helft competeert mitsgaders het vijfde part in de naam van Tryn Wouters zijn vrouw, mede kind en erfgenaam van voornoemde Reijn Jacobs en Wouter Stevensz 392.
                                                                    In Voorhout verklaren in 1599 Pieter Jacobsz Clinckenberch als man en voogd van Tryntgen Woutersdr, wonende te Sassenheim, Jan Woutersz wonende te Sassenheim, Cornelis Woutersz wonende te Gelderswou, Steven Woutersz wonende te Lisse, en Marytgen Woutersdr weduwe van Pieter Fransz, mede wonende te Lisse, geholpen door Dirck Fransz, allen broers en zusters, dat voorschreven Marytge Woutersdr in de deling der goederen van Reympgen Jacobszdr hun zal. moeder te lote is gevallen omtrent 1½ morgen land in Voorhout, belend ten zuiden en zuidoosten de Schousloot, ten zuidwesten Baerte Vranckendr, ten noordoosten Philps Joostensz met bruikwaar en Cornelis Jan Coppensz met eigen, ten noordwesten Lenaert Geryts met bruikwaar, waarvoor Marytgen of haar kinderen een uitweg mogen hebben over het land van voorschreven Pieter Jacobsz Clinckenberch, en langer niet 393.
                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                    1. Trijntgen WOUTERSDR, zie 297.
                                                                    2. Steven WOUTERSZ, geb. ca. 1569.
                                                                        In 1626 getuigen Pieter Jacobsz van Clinckenberch, oud omtrent 80 jaar, en Steven Woutersz, oud omtrent 57 jaar, beiden buurluiden in Sassenheim, ten verzoeke van Dirck Pietersz wonende in de Cleij onder Noordwijk, die in de vasten laatstleden omtrent 9 jaar geleden geweest zijn op de woning alwaar requirant tegenwoordig woont, maar toen Dirc Lenertsz Coomen, verhuurder van de woning 394.
                                                                    3. Cornelis WOUTERSZ.
                                                                        In 1585 verkoopt in Sassenheim Cornelis Woutersz aan Jan Woutersz zijn broer 8½ hond land, waarop een losrente van 9 gld 8 st 's jaars toekomende Jan Dircxz, en een losrente van 3 gld 's jaars toekomende Steven Woutersz, comparants broer 395.
                                                                    4. Jan WOUTERSZ.
                                                                        In Sassenheim verkoopt in 1585 Jan Woutersz aan Jan Jansz 1½ morgen land gelegen opten thuijn, verkoopt in 1602 Rombout Pietersz wielemaecker aan Jan Woutersz een schuur en erf, wezende het achterste deel van de huizinge genaamd de Wildeman, en is in 1606 Jan Wouters aan Pieter Maerts een losbare rente van 6 gld 's jaars schuldig 396.
                                                                    5. Marijtgen WOUTERSDR, tr. Pieter FRANSZ, zn van Frans DIRCKSZ en Aeffgen PIETERSDR.
                                                                        In 1600 verklaren in Sassenheim Dirck Fransz, Foijt Henricxz scheepmaecker tot Onderschie als man en voogd van Annetgen Fransdr, Willem Cornelisz tot Warmond als man en voogd van Neeltgen Fransdr, en voornoemde Dirck Fransz met Jan Woutersz en Pieter Jacobsz Clinckenberch als voogden over de onmondige kinderen van zal. Pieter Fransz, allen erfgenamen van zal. Aeffgen Pietersdr hun moeder, schoonmoeder en grootmoeder bij Frans Dircksz, door Gerrit Cornelis, enige zoon van Aeffgen Pietersdr en haar tweede man Cornelis Dircksz, ten volle betaald te wezen 397.
                                                                  596. (<298) (>1192, >1193) Jan Jacobsz SCHEUR, geb. ca. 1536 398, scheepmaker te Warmond, tr.
                                                                      In het kohier van de 10e penning van Warmond van 1561 wordt vermeld, in het Westeynde: Jan Jacobsz bruikt zijn hofstede, huis, barg en schuur, in eigen 399.
                                                                      In 1575 wordt getuigenis geleverd door Jan Jacopsz Schuer, oud omtrent 40 jaar, en getuigen, ten verzoeke van Jan Jacopszoon Schuer, Cornelis Willemsz den Haen en Jacop Cornelisz dat hij in huur van 't convent van de Barnarditen te Warmond gebruikt 10 hond weiland en in '73 en '74 luttel of weinig profijt gehad heeft maar grote schade geleden, omdat zijn koeien en beesten tot twee keer toe door de vijand daaruit geroofd zijn die hij elke keer tot zijn grote schade terug heeft moeten kopen en uit handen van de vijand lossen 400.
                                                                  597. (<298) Griete CORSSENDR, overl. Warmond vóór 10 febr. 1600.
                                                                      In Warmond bekent in 1598 Margriete Corssendr, weduwe van Jan Jacobsz Scheur, geassisteerd met Jacob Jansz haar zoon, aan Maria Geritsdr, huisvrouw van Gerit Roeliffs, en Roelof Geritsz haar zoon, een losbare rente van 6 gld 5 st 's jaars schuldig te zijn, hoofdsom 100 gld, met als onderpand haar huizinge en erve, belend ten westen Lyclaes Bartoutsz, ten oosten Barber Foyten weduwe van Gysbert Pietersz, strekkende voor van 't buurpad tot achter in de Lee toe, met Jacob Jansz als borg voor zijn moeder 401.
                                                                      In Warmond compareren in 1608 Fytgen Cornelisdr geholpen door de schout, Claes Jansz Scheur, Cors Jansz Scheur en Lysbet Jansdr geassisteerd bij Heyman Bouman, allen kinderen en erfgenamen van Griete Corssendr, hun moeder zal., en bekenden op 10 februari 1600 bij het leven van voorschreven Jacob Jansz Scheur met hem geaccordeerd te zijn, en nu alsnog accorderen bij tussenspreken van Cornelis Cornelis Vechtersz, Jan Heymansz, Lyclaes Baertoutsz en Jan Jansz Swaeck, met de schifting en scheiding der goederen achtergelaten door Griete Corssendr voornoemd, bij welke deling o.a. aan de weduwe van Jacob Jansz Scheur en haar kinderen toebedeeld is 8 hond 43 roeden land, belend ten zuidoosten de Lijtwech, ten zuidwesten de erfgenamen van Nyclaes van der Laen, ten noordwesten het Monickenhout, toekomende de heer van Warmond, ten noordoosten de Monickenlaen toekomende dezelfde heer, belast met een losrente van 23 gld 's jaars, aan Cors Jansz en Lysbet Jansdr het voorste gedeelte en aan Claes Jansz het achterste gedeelte van het huis waarin Griete Corssendr overleden is 402.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Jacob Jansz SCHEUR, zie 298.
                                                                      2. Claes Jansz SCHEUR, geb. Warmond, scheepmaker ald., ondertr. (nederd. geref.) Leiden 11 april 1597 Geertgen CORNELISDR, geb. ald., dr van Anna WILLEMSDR.
                                                                          In Warmond verkoopt in 1598 Lyclaes Bartoutsz aan Claes Jansz Scheur, scheepmaker te Warmond, 2 morgen land, belast met een losrente van 20 gld, voor een schuldbrief van 800 gld, en verkoopt in 1604 Pieter Pietersz Hans aan Claes Jansz Scheur, scheepmaker te Warmond, omtrent 2 morgen 4 hond 6½ roeden weiland, zijnde de helft van 5 morgen 2 hond 13 roeden eertijds gekomen van het convent van de Barnardieten te Warmond, waarvan de wederhelft toebehoort aan Jan Pietersz, belast met de helft van een losrente van 42 ponden 's jaars, van een losrente van 10 gld 's jaars en van een losrente van 18 ponden 's jaars, voor 1000 gld, te betalen op 10 eerstkomende Allerheiligendagen 403.
                                                                          In Warmond verkoopt in 1607 Claes Jansz Scheur, scheepmaker te Warmond, aan Gijsbert Jacobsz van der Codden een perceel hooiland, te verongelden voor 2 morgen, belend ten noordoosten de Groote Sloot, ten zuidoosten de Zijl, ten zuidwesten Foijt Cornelisz en Willem Baertoutsz, ten noordwesten Foijt Cornelisz voornoemd, voor 800 gld, waarvan 300 gereed en de rest 200 gld 's jaars, verkoopt in 1608 Claes Jansz Scheur aan het St. Elisabeth Vrouwengasthuis met de Leprosen te Leiden een losrente van 12 gld 's jaars, hoofdsom 200 gld, met als onderpand zijn huis, scheepmakerij en erve, belend ten noordoosten Barbara Foytendr, weduwe van Gysbert Pietersz, ten zuidoosten de Leede, ten zuidwesten Lyclaes Baertoutsz, ten noordwesten Cors en en Lysbet Jan Scheuren, is in 1609 Claes Jansz Scheur, scheepmaker, aan Adriaen Zegersz en Jan Heymansz, heiligegeestmeesteren, een jaarlijkse losrente van 9 gld, hoofdsom 150 gld, schuldig, met als onderpand zijn huis en scheepmakerij en voorts omtrent 16 hond land, belend ten noordoosten Gysbert Jacobsz van der Codden, ten zuidoosten Jan Pietersz Vogelair, ten zuidwesten Jan Lambrechtsz, ten noordwesten de abdij van Rijnsburg, en verkoopt in 1610 Claes Jansz Scheur, thans wonende te Kalslagen, aan Cornelis Cornelis Vechtersz omtrent 2 morgen 4 hond 6½ roeden, zijnde de helft van 5 morgen 2 hond 13 roeden, waarvan de wederhelft Jan Pietersz toebehoort, belend ten zuiden die wederhelft, ten zuidwesten Jan Lambrechtsz, ten noordwesten de abdij van Rijnsburg, ten noordoosten Gysbert Jacobsz van der Codden 404.
                                                                          In Warmond is Claes Jansz Scheur wonende te Kalslagen aan Jan Geritsz Beuckelaer, Heilige-Geestmeester, een jaarlijkse losrente van 6 gld 5 st schuldig, met als onderpand zijn huizinge en scheepmakerij te Warmond, belend ten zuidoosten de Leede, ten zuidwesten Lyclaes Bertoutsz, ten noorden Arijs Jansz comparants zwager, ten noordoosten Barbara Foijtendr, weduwe van Gijsbert Pietersz, en belooft in 1612 Claes Jansz Scheur, wonende te Kalslagen, kosteloos en schadeloos te houden Cornelis Heymansz van Dam en Jan Willemsz Verhouff, beiden wonende te Leiden, die als borg voor hem opgetreden zijn ten behoeve van Willem Willemsz Vrunt wonende te Haarlem voor een bedrag van 242 gld 405.
                                                                          In het kohier van het hoofdgeld van 1623 komt onder 'Warmond' voor: Claes Janszoon Scheur en Geerte Cornelisdochter zijn huisvrouw, met Aechgen, Duyffgen, Grietgen, hun kinderen 406.
                                                                          Bij de ondertrouw van Claes Jansz Scheur en Geertgen Cornelisdr was hij jongeman geboren te Warmond, scheepmaker, geassisteerd met Cornelis Dircxz Clinckenberch zijn cozijn, en zij jongedochter geboren te Leiden, geassisteerd met Anna Willemsdr haar moeder.
                                                                      3. Cors Jansz SCHEUR, geb. Warmond ca. 1573, tr. ald. ca. nov. 1610 Geerken PIETERSDR, geb. Nieuwe-Wetering.
                                                                          In Warmond wordt in 1599 getuigenis geleverd door Cors Jansz Scheur, oud omtrent 25 jaren 407.
                                                                          In Warmond verkoopt in 1615 Cors Jansz Scheur, thans wonende op de Maaslandsesluis, aan Jan Geritsz kleermaker zekere huizinge en erve, belend ten zuidwesten Lyclaes Baerthoutsz, ten noordwesten de Heerwech, ten noordoosten Barbara Foytendr, ten zuidoosten het buurpad, waarover de schout Adriaen Willemsz van Griecken met de huizinge en erven gekomen van Aris Jansz en Claes Jansz Scheur, evenals de koper, overpad zal hebben, voor 635 gld 15 st 3 penn 408.
                                                                      4. Lysbet Jansdr SCHEUR, geb. ca. 1566, tr. Arijs JANS.
                                                                          In Warmond zijn in 1612 Arijs Jansz als getrouwd hebbende Lijsbet Jan Scheurendr ter eenre, en Cors Jansz Scheur haar broer, ter andere zijde, geaccordeerd over de scheiding en deling der huizinge, erve en voorcroften hun door 't overlijden van hun ouders opgekomen en tegen Claes Jansz Scheur hun broer aanbedeeld zijnde; Arijs Jansz houdt de huizinge, Cors krijgt de schuur en het voorste croftgen en 500 gld 409.
                                                                    598. (<299) (>1196) Cornelis JAN MOURINGSZ, tr.
                                                                        In de kohieren van de 10e penning van Warmond staan de volgende gegevens. In 1553: Cornelis Jan Mouwerijnsz bruikt 23½ morgen land met huis, barg, schuur en boomgaard van Adriaen Gerijtsz brouwer te Leiden, voor 214 gld 's jaars, in 1558: Cornelis Jan Mouwerijnsz gebruikt 21 morgen 1½ hond land met huis, barg, schuur en boomgaard van Adriaen Gerytsz brouwer te Leiden, voor 189 gld 's jaars, en in 1561, in het Westeynde: Cornelis Jan Mouringsz bruikt 2 morgen eigen land, en bruikt van anderen 8 morgen 5 hond wei- en maailand met de hofstede, huis, barg en schuur, nog 6 morgen wei- en teelland, en 11 hond weiland 410.
                                                                    599. (<299) (>1198, >1199) Marie JANSDR, overl. vóór 9 april 1604.
                                                                        Inn 1576 verklaren Sacharias Mathysz, oud omtrent 37 jaar, en Foeyt Mathys Foeytensz, oud omtrent 23 jaar, ten verzoeke van Marytgen Jansdr, weduwe van Cornelis Jan Mourinsz, van Warmond, dat de voornoemde weduwe in huur gebruikt omtrent 4½ m land in Warmond omtrent de Zyl, dat zij in 1573 weinig profijt van dat land gehad heeft, nadien naar Haarlem overgegaan is en mede met haar beesten voortvluchtig in 't Westlandt is geweest, dat voorts requirante in hetzelfde jaar, zowel door vrienden als vijanden, ontroofd is van 6 koeien en 3 jonge beesten, dat in hetzelfde jaar, toen requirante in Leiden was, tussen Allerheiligen en Kerstmis haar woning door de vijand verbrand is, dat zij gedurend het beleg van Haarlem excessieve kosten gehad heeft van de vrienden en vijanden en soldaten in het voorschreven dorp, en dat requirante in 1574 geen profijt van het voorschreven land heeft gehad door belet van de vijand die bij dat land een schans had, en van haar door de vijand 4 koebeesten geslacht zijn en veel andere goederen van zuivel, kleren, enz. beroofd zijn, dat nog in hetzelfde jaar de molen waaronder het voorschreven land valt grotendeeld vernield is, en dat requirante in het jaar 1572 een grote aanval van soldaten gehad heeft 411.
                                                                        In 1577 verklaren Sacharias Mathys Janszoon, oud omtrent 38 jaar, en Foyt Mathys Foytenszoon, omtrent 24 jaar, ten verzoeke van Marie Jansdr, weduwe van Cornelis Mourinsz, mede wonende te Warmond, dat requirante omtrent 4½ morgen land liggende achter Warmond in huur gebruikt van 't kapittel ten Hoogelande binnen Leiden, dat zij het in 1575 niet rustelijk of vredelijk heeft kunnen gebruiken omdat zij het land ettelijke tijden uit vrees voor de vijand heeft moeten verlaten, en ook dat in hetzelfde jaar beesten door de vijand geroofd waren, en nog dat haar woning verbrand is en haar 11 koebeesten met 3 of 4 jonge koebeesten ontroofd zijn, enz. 412.
                                                                        In Warmond verkoopt in 1593 Marrytgen Jansdochter, weduwe van Cornelis Jan Mouwerincxz, met Leenart Cornelisz haar oudste zoon als voogd, aan Jan Heymansz 3½ hond land en nog een hond land toekomende de kerk van Warmond, belend ten noordoosten en zuidwesten de voorschreven Jan Heymansz zelf, strekkende van de Heerwech tot aan 't convent van de Barnarditen te Warmond toe, en stelt ter vrijwaring aan halve morgen geestland, gemengder voor en aarde met de kerk van Warmond, belend ten noordoosten Vechter Cornelisz, ten zuidwesten Claes Jansz wonende te Zevenhuizen, strekkende uit de Heerwech tot aan de Monyckenmuyer toe, en in 1594 aan Willem Baerthoutsz 3 hond teelland, „gemeynder iert en vuer” met 1½ hond geestland toekomende de kerk van Warmond, belend ten noordoosten Vechter Cornelisz, ten zuidwesten Jacob Jansz Rouys, strekkende uit de [ ] tot op 3 voet aan de Monyckenmuijer [ ] 413.
                                                                        In Warmond verklaren in 1622 Lenaert Cornelisz, Reijer Doedensz en Jan Sachariasz als getrouwd hebbende Grietgen Doedensdr, kinderen en representerende de plaats van Doe Reijersz eertijds man en voogd van Neeltgen Cornelisdr, Dirck Cornelisz, en Fytgen Cornelisdr de weduwe van Jacob Jansz Scheur geassisteerd bij Jan Jacobsz Scheur haar zoon, dat op 9 april 1604 voornoemde Lenaert Cornelisz, Doe Reijersz, Dirck Cornelisz en Fytgen Cornelisdr bij blinde loting gescheiden en gedeeld hebben hun woning als huizinge, schuur, bargen, boomgaarden en erve nagelaten door Maria Jansdr hun moeder zal. ged. 414.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Lenaert CORNELISZ, alias Goelen, tr. N.N. Jacobsdr van HEEMSKERCK, dr van Jacob Cornelisz COSTER en Adriana HUYGENDR.
                                                                            In Warmond verklaren in 1612 de weduwe Adriana Huygendr en de kinderen van Jacob Cornelisz, dat dezelfde Jacob Cornelisz in zijn leven verkocht heeft aan Lenaert Cornelisz hun zwager de helft van omtrent 2½ morgen land waarvan de wederhelft voornoemde Lenaert Cornelisz toekomt, belend ten noordoosten Lyclaes Barthoutsz, ten zuidoosten Jacob Jansz Rous, ten zuidwesten Jan Willemsz en Pieter Willemsz, ten noordwesten de Leede, belast met de helft van 25 gld 's jaars aan het gemene land van Holland en Westvriesland, voor 550 gld contant 415.
                                                                            In Warmond is in 1623 Lenaert Cornelisz Goelen schuldig aan Geertruijt van Berckenrode, weduwe van Gillis van Heussen, wonende te Leiden, een losrente van 24 gld 's jaars, hoofdsom 400 gld, met als onderpand 1 morgen teelland, belend ten zuidwesten de weduwe en erfgenamen van Jonge Cornelis Vechtersz, ten noordwesten en noordoosten Jan Sachariasz, ten zuidoosten de Heerwech, en zijn woninge, belend ten noordoosten Neeltgen Ariensdr weduwe van Vechter Cornelisz, ten zuidoosten de Leede, ten zuidwesten Jacob Heijmansz, ten noordwesten Gerit Harmansz Bontgen 416.
                                                                            In Warmond compareren in 1627 Lenaert Cornelisz alias Goelen, ter eenre, mitsgaders Oude Maritgen Lenaertsdr, weduwe van Pieter Gysbertsz, geassisteerd door Cornelis Jacobsz van Heemskerck haar oom, Lenaert Jansz als man en voogd van Jannetgen Lenaertsdr, Jan Lenaertsz, Jacob Cornelisz Coning als getrouwd hebbende Catarijn Lenaertsdr, Jonge Maritgen Lenaertsdr en Maritgen Lenaertsdr alias Jansgen, beiden geholpen door voornoemde Cornelis Jacobsz hun oom, allen kinderen van voornoemde Lenaert Cornelisz, ter andere zijde, verklarende Lenaert Cornelisz door zijn ouderdom onmachtig geworden om de landbouwerij te hanteren, transporteert hij ten behoeve van Oude Maritgen, Jacob Cornelisz Coning, Jonge Maritgen en Maritgen Jansgen de huizinge waarin hij woonachtig is, zijnde een gedeelte van de woninge nagelaten door Maria Jansdr zijn moeder, nog de zuidoostwaartse barg strekkende tot aan 't einde van het achtererf van de weduwe en kinderen van Dirck Cornelisz, mitsgaders de noordoosthoek van de voorboomgaard, alles als aanbedeeld door dode van Maria Jansdr voorschreven volgens de scheibrieven van 17 januari 1622, nog 2½ morgen land genaamd de Hoogeweijde, belend ten noordoosten Pieter en Foijt Lyclaeszonen, ten zuidoosten Huijch Adriaensz met bruikwaar, ten zuidwesten Barthout Willemsz c.s., ten noordwesten de Leede, belast met 25 gld 's jaars, te lossen met 400 gld, waarvoor zij zowel aan Lenaert Jansz als aan Jan Lenaertsz 500 gld moeten opbrengen, en waarvoor de kinderen aan hem zijn leven lang 100 gld 's jaars moeten uitkeren voor zijn onderhoud, nl. Jacob Cornelisz Coning, Oude Maritgen, Jonge Maritgen en Maritgen Jansgen elk 20 gld, en Lenaert Jansz en Jan Lenaertsz elk 10 gld 417.
                                                                        2. Neeltgen CORNELISDR, tr. Doe REIJERSZ, geb. ca. 1554, overl. vóór 17 jan. 1622, wedn. van Grietgen CORNELISDR.
                                                                            In Warmond verkoopt in 1591 Heynrick Cornelisz, wonende op de Nieuwe Weteringe in Alkemade, aan Doe Reyersz zijn zwager met de twee nagelaten weeskinderen van wijlen Grietgen Cornelisdr zijn zuster geprocreëerd, de helft van 14 hond land waarvan de andere helft de weeskinderen is aanbestorven bij het overlijden van Cornelis Aelbertsz en Duyfgen Jansdr, hun bestevader en bestemoeder, belend ten noordoosten het water geheten Stincsloot, ten zuiden de Wezen te Leiden, ten zuidwezten de erfgenamen van Jan van Adrichem, ten noordwesten Jacob Jansz op het Vrouwenven 418.
                                                                        3. Dirck CORNELISZ, alias Dirck Mary Jans, overl. vóór 19 dec. 1627, tr. Maritgen CORNELISDR.
                                                                            In Warmond verkopen in 1627 Maritgen Cornelisdr, weduwe van Dirck Cornelisz alias Dirck Mary Jans, geassisteerd met Louris Cornelisz haar broer, voor de ene helft, Claertgen Dircxdr ongehuwde persoon, gesterkt door Lenaert Cornelisz alias Goelen haar oom en voogd, Cornelis Dircxz Deecken, en Jacob Dircxz, zijnde niet meer als 22 jaar geholpen door voornoemde Lenaert Cornelisz zijn oom mitsgaders Jan Jacobsz Scheur zijn neef, tezamen voor de andere helft, erfgenamen van voorschreven Dirck Cornelisz hun vader, aan Symon Joostensz wonende te Katwijk op den Rijn omtrent 2 morgen 2 hond 94 roeden land genaamd 't Molenweytgen, belend ten noordoosten Jan Cornelisz alias Jan Maet c.s., ten zuidoosten Barthout Willemsz van der Burch, ten zuidwesten Jacob Heijmans, ten noordwesten Cornelis Cornelisz Voijs en Barthout Willemsz voorschreven, voor 1500 gld boven de lasten van 600 gld kapitaal, waarvan 500 gld gereed, en aan Barthout Willemsz, waard te Warmond, 1 morgen 4 hond 10 roeden land genaamd 't Ganseweijtgen, belend ten noordoosten en zuidoosten de heer van Warmond, ten zuidwesten Jr Guislain van der Laen, ten noordwesten de Vliet, voor 1100 gld, waarvan 1/3 gereed 419.
                                                                        4. Fytgen CORNELISDR, zie 299.
                                                                      600. (<300) (>1200) Jacob Dircxz van de VOORDEN, geb. ca. 1526, schepen van Lisse, overl. ald., tr.
                                                                          In Lisse verkoopt in 1582 Gerrit Dammasz Cluft wonende te Sassenheim aan Jacob Dircxz van de Voorden twee kampen land in Roversbrouck, de ene 10 hond groot genaamd de Poelcamp, de andere 11 hond genaamd t'Cleylandt, waaraan hij 3 morgen land in de Lageveen verbindt en waarbij Jheroen Dammasz zich borg stelt, i.h.b. met 2 morgen land in de Lageveen, en wordt als een belending genoemd „de voorden off anders genaempt Aeckevoordt”, verlangt in 1583 Adryaen Cornelisz Corsteman van Jacob en Cornelis Jonge Dircken betaling van onkosten door eiser voor hen gemaakt voor het hof van Holland, met de betaling waarvan zij op 10 juli laatstleden ten huize van Bouwen Cornelisz in aanwezigheid van Wouter Dircxz en Harman de Vries ingestemd hadden, en verkoopt in 1589 Aernt Gerritsz van Warmenhuysen, priester der stad Haarlem, aan Jacob Dircxz van de Voorden een kamp land van omtrent 16½ hond in de Lageveen, en wordt in 1590 Jacob Dircxz vande Voorden als schepen genoemd 420.
                                                                          In Lisse verklaart in 1592 Jacob Dircxz van de Voorden omtrent 21 jaar geleden aan Huych Cornelisz mondeling verkocht te hebben 2½ morgen land met huis, schuur, potinge en plantinge in de Liesbrouck, belend o.m. een weg genaamd Aeckenvoordt en de Lijdtwech, zoals hij dat van Florys Cornelisz gekocht had, met nog twee partijen land daarachter, gekocht op 22 juli 1571 van Florys Cornelisz, en draagt Huych Cornelisz dit nu over aan de erfgenamen van hem en van Lijsbeth Henricxdr, zijn laatste huisvrouw, met als waarborgen Cornelis Cornelisz alias Jonge Neel zijn vader en Jacob Hugensz te Katwijk zijn zwager 421.
                                                                          In Voorhout verkoopt in 1593 Pieter van der Meer wonende te Delft aan Jacob Dircxz Larum, buurman te Lisse, 2 morgen weiland, belend ten zuidoosten het laantje over het Wedde, ten zuidwesten Jacob Wiertsz, ten noordwesten Mees Doesz, ten noordoosten de westlaan van het huis van Teylingen, met de waring van 1583, waarvoor Jacob Dircxz Larum wonende te Sassenheim een jaarlijkse losrente van 18 gld 15 st, hoofdgeld 300 gld, schuldig is, en nog 600 gld 422.
                                                                          In 1597 verklaren in Lisse onder ede Cornelis Dircxsz van Larum, oud omtrent 80 jaar, Powels Reijnenz, oud omtrent 72 jaar, Jacob Dircxz van de Voorden, oud omtrent 70 jaar, Cornelis Cornelisz Neesvaer, oud omtrent 68 jaar, en Jan Henricxsz van Egmondt, oud omstreeks 55 jaar, ten verzoeke van Claes Cornelisz Corsteman, ook voor de weduwe en weeskinderen van wijlen Adrijaen Cornelisz Corsteman, mitsgaders Sijmon van Assendelff Jacobsz, ook voor Gerard van der Laen zijn zwager, gelanden aan de Kueckenduijn, dat de gelanden aan de Kueckenduijn van Teijlingen altijd vrij zijn geweest om uit dat duin zoden te halen om hun duindijken tegen de duinbeesten te maken en te repareren zonder de houtvester of zijn duinmeiers daarom te moeten vragen, en dat declaranten, uitgezonderd Pouwels Reijnenz, en hun ouders aan de duinkant gewoond hebben en van kindsbeen af opgevoed zijn 423. In 1599 verkoopt in Lisse Nijclaes Paedts van Zandthorst wonende te Wassenaer aan Jacob Dircxz van de Voorden een kampken omtrent 5 hond groot in de Liesbrouck 424.
                                                                          In 1607 wordt een getuigenis afgelegd door Jacop Dircxz van der Voort, oud omtrent 89 jaar, wonende te Lisse 425.
                                                                          In Lisse vindt in 1612 certificatie plaats van op 11 februari 1594 ten verzoeke van Claes Cornelisz Corsteman, gezworene van Lisse, geleverde getuigenissen, door o.a. Cornelis Dircxz van Larum, oud omtrent 75 jaar, en Jacob Dircxz van de Voorden, oud omtrent 68 jaar, gebroeders, die verklaarden dat Jonge Dirck Dircxz van Larum, hun vader za., een stuk ontoegemaakt veenland van omtrent 3 morgen in eigendom had, gelegen in de Lageveenen, met het noordwesteinde aan de Vaerdtlane, en dat zij met hun vader plachten „te maeyen, snijden, het seck snijelt, gras, fuijchte ende de rys hackten, staende wassende teynden haer landt, up de voirsz vaerdtlane ter halffer vaerdt”, en de Vaerdt doorgegraven hebben om hun land te verbeteren en te zanden met zand gekocht van Claes Foppensz te Noordwijkerhout 426.
                                                                          In Lisse leggen in 1613 ten verzoeke van de ambachtsbewaarders 9 geboren inwoners van Lisse, waaronder Jacop Dircxz van de Voorden, oud omtrent 88 jaar, getuigenis af over de ligging sinds mensenheugenis van duinwegen in de Wildernis van het Kueckenduijn van Teijlingen en in Nieuwenrodensduijn, en hebben in 1618 gescheiden en gedeeld Anthonis Lenaertsz Tetroede als getrouwd zijnde met Anna Jacopsdr, Gerrit Cornelisz man en voogd geweest van wijlen Aeltgen Jacopsdr, en Hillegont Anthonisdr, weduwe en boedelhoudster van Dammas Jacobsz van de Voort, geassisteerd door haar broer Cornelis Anthonisz van der Burch, als voogdesse van haar 6 wezen geprocreëerd bij voornoemde Dammas Jacopsz, geïnstitueerde erfgenamen van wijlen Jacop Dircxz van de Voorden en Elijsabet Dammasdr, beiden alhier overleden 427.
                                                                          In Lisse 428 en Voorhout 429 hebben op 26 januari 1618 de geïnstitueerde erfgenamen van wijlen Jacop Dircxsz van de Voorden en Elijsabet Dammasdr, beiden alhier [Lisse] overleden zijnde, gedeeld. De genoemde erfgenamen zijn: Anthonis Lenaertsz Tetroede als getrouwd zijnde met Anna Jacopsdr, Gerrit Cornelisz man en voogd geweest van wijlen Aeltgen Jacopsdr, en Hillegont Anthonisdr weduwe en boedelhoudster van Dammas Jacobsz van de Voort, geassisteerd met haar broer Cornelis Anthonisz van der Burch, als voogdesse van haar 6 wezen geprocreëerd bij voornoemde Dammas Jacopsz. De volgende percelen worden vermeld. Eerst 9 morgen 4 hond gelegen bij elkaar aan 4 partijen op een van welke de hofstede staat, belend tezamen ten noordoosten doorgaans een laan genaamd de Aeckenvoort, ten zuiden de Heerenwech, ten zuidwesten Jan Henricxz Brebyl met de weduwe van Floris Cock, en Gerrit Beeckesteyn met Jeroen Dammasz Cluft of nu zijn kinderen, ten noordwesten dezelfde Jeroen Clufts kinderen, belast met 25 st 's jaars, nog 3½ morgen gelegen aan 2 partijen bij elkaar, belend tezamen ten noordoosten Lourijs Rochusz Roos met Pieter Florisz van Heemstede, ten zuidoosten de Heerwech, ten zuidwestem doorgaans de laan genaamd Aeckenvoort, ten noordwesten Anthonis van Tetrode voornoemd, belast met 30 st 's jaars, nog 3½ morgen gelegen aan 2 kampen bij elkaar in de polder van Roversbrouck, belend tezamen ten noordoosten Cornelis Claes Willemsz en Willen Cornelisz Ponden met Jr Johan van Matenesse, ten zuidoosten dezelfde jonkheer, ten zuidwesten Dammas Jeroensz Cluft met Huybert Henricxz, ten noordwesten Sgravenwater genaamd de Poel, nog 13½ hond genaamd de Groote Poelcamp in dezelve polder, belend ten noordoosten Huijbert Henricxz, ten zuidoosten en zuidwesten de weduwe en erfgenamen van Huijch Henricxz, ten noordwesten Sgravenwater, nog 11 hond genaamd de Grevelingecamp in de polder van Lisserbrouck, belend ten noordoosten Jr Mathenesse, ten zuidoosten de Quadewech, ten zuidwesten Johan van assendelft, ten noordwesten Jan Dammasz Cluft, nog 16½ hond in de polder van de Lageveenen, belend ten noordoosten de erfgenamen van wijlen Pieter Pietersz, ten zuidoostem Cornelis Pietersz Keijser, ten zuidwesten Dignom Jansz Roo, ten noordoosten Oude Vaerlaen, nog 2 morgen genaamd Teylingerweijde, belend ten noordoosten en noordwesten de Beeckwateringe, ten zuidoosten de „Lyderen”[?] van Teylingen, ten zuidwesten Jacob Wiertsz; de hofstede staat in Lisse, 2 partijen land in Voorhout.
                                                                          In Voorhout wordt in 1648 als laatste serie erfgenamen van Maertgen Thonisdr van Tethrode [dochter van Annetgen Jacobsdr van de Voort], in haar leven de eerste huisvrouw van Pieter Dircx Cortswager, vermeld: Geryt Mouringsz, ook als procuratie hebbende van Dirck Mouringsz, nog zich sterk makende voor Kuniertgen Mouringsdr weduwe van Cornelis van Zijl, en nog van Jan Huijbertsz als man en voogd van Maertgen Mourings, kinderen van Maertgen Jacobs, item Jacob en Dirck Dammisz, ook voor Reijer Dammasz en voor de weduwe en erfgenamen van Floris Dammasz, kinderen van Dammas Jacobs, en eindelijk Pieter Gerytsz Capiteijn, ook voor zijn zuster Lijsbet Gerijts weduwe van Pieter Nicolaes, kinderen van Aeffgen [=Aeltgen] Jacobs 430.
                                                                      601. (<300) (>1202) Elisabeth DAMMASDR, overl. Lisse.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Dammas Jacobsz van de VOORT, zie 300.
                                                                        2. Aeltgen Jacobsdr van de VOORT, tr. Gerrit Cornelisz van 't NEST.
                                                                        3. Annetgen Jacobsdr van de VOORT, tr. Anthonis Lenaertsz van TETROEDE, zn van Lenaert Danijelsz van TETROEDE en Marijtje GERRITSDR.
                                                                            In Lisse hebben op 17 december 1602, op verzoek van Anthonis Lenaertsz van Tetroede, schout en schepenen zich vervoegd op een stuk teelland van 2 morgen in de Beeckcroft, door Dammas van de Voort, zwager van de requirant, op 19 april 1602 verkocht aan Jan Jansz Pronck, inwoner van Sassenheim, welk land nu door requirant als nader vrind en mage genaast werd, waarna op 7 januari 1603 voor de vierschaar van Lisse het land voor 975 gld aan requirant is overgedragen 431.
                                                                            In het kohier van het hoofdgeld van 1623, onder 'Lisse': Anthonis Lenaertsz Tethrode en Anna Jacobsdr zijn huisvrouw 432.
                                                                        4. Maritgen Jacobsdr van de VOORT, tr. Mourijn Cornelisz van ZIJL, die hertr. met N.N.
                                                                            In Lisse verklaren in 1616 Gerrit en Dirck Mourijnszonen, gebroeders, Engel Pietersz als man en voogd van Weijntgen Mourijnsdr, Mourijn Cornelisz als vader en Claes Cornelisz als oom, overzulks bloedvoogden van de 2 onmondige wezen Cunijertgen en Marijtgen Mourijnsdochteren, door Mourijn geprocreëerd bij wijlen Marijtgen Jacopsdr, zijn eerste huisvrouw, allen wonende in het lage land, en Jan Willeboortsz Kittel als getrouwd hebbende Gaertruyt Mourijnsdr, wonende te Warmond, als vanwege Maritgen Jacopsdr, hun overleden moeder, geïnstitueerde erfgenamen van wijlen Jacop Dircxz van de Voorden en Elijsabeth Dammasdr, hun bestevader en bestemoeder, gecontenteerd en betaald te wezen door Anthonis Lenaertsz Tetroede als man en voogd van Annetgen Jacopsdr en Gerrit Cornelisz als man en voogd van Aeltgen Jacopsdr, mitsgaders de wezen van wijlen Dammas Jacopsz van de Voort, als universele erfgenamen, met een somma van 3000 gld, als aan comparanten bij 2 testamenten gelegateerd is, waarboven de voornoemde van Tetroede en Gerrit Cornelisz nog 1900 gld betalen, „vuijt goede affectie ende om mit den anderen goede correspondentie te houden” 433.
                                                                        5. Hillegond Jacobsdr van de VOORT, overl. Lisse 1681, tr. Dirck Pietersz van BOURGOGNE.
                                                                            In Voorhout compareert op 26 februari 1722 Jacob Dirksz Bourgondien wonende te Lisse, enige nagelaten zoon en erfgenaam geweest zijnde van wijlen Hillegond Jacobsdr van der Voort in 1681 te Lisse overleden, te kennen gevende dat hem bij scheiding tussen hem en zijn zal. vader Dirk Pietersz Bourgondien op 5 juni 1698 voor notaris Adriaan Meus in voldoening van zijn moederlijke erfgenis onder andere aanbedeeld zijn het navolgende land, hetwelk hij verkocht heeft en nu cedeert aan Jacob Floorisz Bourgondien, eerst 1 morgen 4 hond in een stuk land gelegen aan 2 partijen in de Bekerpolder, tezamen groot omtrent 3 morgen 50 roeden, waarvan de resterende 1 morgen 2 hond 50 roeden de koper is toebehorende, tegenwoordig belend ten noordoosten Cornelis van der Horst en de werf van de molen van de voorschreven Bekerpolder, ten zuidoosten de Schouwateringh, ten zuidwesten en noordwesten de koper, nog een partit land genaamd de Middelweg, groot omtrent 2 morgen, liggende omtrent Teijlingen, tegenwoordig belend ten noordoosten de koper, ten zuidoosten de Schouwateringe, ten zuidwesten Cornelis Entepoel, ten noordwesten Cornelis van der Horst en de voornoemde Cornelis Entepoel, voor 1100 gld 434.
                                                                      602. (<301) (>1204, >1205) Anthonis VRANCKENSZ, geb. ca. 1538, schepen van Lisse, tr.
                                                                          In 1578 wordt in Lisse ten verzoeke van Anthonis Vranckens zoon getuigenis geleverd door Wouter Dircxssoon, omtrent 54 jaar, Floris Corneliszn, omtrent 44 jaar, en Cornelis Claessoon, omtrent 40 jaar, allen buurluiden van Lisse. De eerste getuige verklaart dat wijlen Dirck Willemszn, de bestevader van de requirant, tot zijn overlijden in het bezit was van drie stukken geestland van samen 4 hond, aan één waarvan wijlen Vranck Dircxszn, vader van de requirant, belend was, die verruild zijn voor andere 4 honden geestland, en van 1 hond geestland verruild voor een andere hond van het convent van Leeuwenhorst, waaraan wijlen Vranck Dircxszn voornoemd belend was. De tweede getuige verklaart dat voornoemde Dirck Willemszn nog een kamp lageveen van ongeveer 11 hond nagelaten heeft, de derde getuige verklaart dat Dirck Willemszn nog omtrent 4 hond nagelaten heeft, die Gerrit de Witte door ruiling met 4 andere honden verkregen heeft. Verder verklaren de getuigen Dirck Willemszn voornoemd gekend te hebben en buren van hem geweest te zijn 435.
                                                                          In Lisse in 1578 verkopen Floris Corneliszn en Cornelis Corneliszn, gebroeders van Lisse, en Jacob Huygenszn als man en voogd van Mechtelt Cornelisdr wonende te Katwijk, aan Anthonis Vranckenszn een stuk land van 1 morgen met een huis erop getimmerd, aan de zuidwestzijde de Speckerlaen, ten noordwesten en noordoosten Adriaen Corneliszn voornoemd, ten zuidwesten de Lydtwech 436, en wordt in het schepenprotocol Anthonis Vranckenszn genoemd als schepen op 6 mei, 25 mei en 13 juli.
                                                                          In Lisse leggen in 1580 Anthonis Vranckesz oud omtrent 42 jaar, Adriaen Cornelisz oud omtrent 37 jaar, beiden gezworen mannen van Rijnland, en Wouter Dircxz oud omtrent 60 jaar, allen buren en inwoners van het ambacht Lisse, een verklaring af t.b.v. de kerkmeesters over noodzakelijke afzanding van in erfpacht uit te geven percelen, krijgt in 1581 Anthonis Vranckensz 14 dagen uitstel om te antwoorden op een eis van Claes Gangeloffsz vanwege juffer vanden Bouchorst, verkoopt in 1581 Anthonis Vranckesz aan Anthonis van Dyck 10 honden land genaamd de Becamp in Lisserbrouck aan de Bredewech, waarvoor hij als waarborg een venne land van ca. 3½ morgen op het Oosteynde als waarborg stelt en ook nog Claes Cornelis Kerstens waarborgen stelt, is in 1581 Anthonis Vranckenz 4 gld 's jaars schuldig aan Cornelis Meesz Biltman, waaraan hij 16½ hond land verbindt, en heeft Wouter van Calcar, bode te Lisse, als curator over de verlaten en onbeheerde boedel van Reijn Wouterszoon en Willem Janszoon openbaar verkocht aan Anthonis Vranckenzoon 2 morgen 4½ hond land, voor 509 gld, te betalen in 4 jaarlijkse termijnen 437.
                                                                          In Lisse verkoopt in 1584 Anthones Vrancken aan meester Symon Jorysz chirurgijn en Gijsbert Dircxsz Gool, poorters der stad Leiden, 2 morgen land als hem aangekomen is van wijlen Dirck Willemsz van Castricum, zijn bestevader, belend o.m. ten noordwesten 'de vaert lane d'welck t'scheydt es van desen ambachte ende noortigerhout', met als borg Claes Corsteman Cornelisz waarvan Anthones Vrancken zwager is, en koopt Anthones Vrancken van Ghysbert Dircxz Gool 2 morgen land zoals die het openbaar gekocht had op 13 maart 1582, liggende over duin in de Lagevenen naast het vorige perceel 438.
                                                                          In Lisse transporteert in 1585 Anthonis Vrancken aan Adrijaen Corsteman Cornelisz een gezegelde schoutenbrief waarop vermeld staat dat Florys Cornelisz, Cornelis Cornelisz en Jacob Huygensz als man en voogd van Machtelt Cornelisdr, erfgenamen van Cornelis Cornelisz alias Jongeneel, aan Anthonis Vrancken in Lisse op 24 mei 1577 een kroft land van 7 hond aan de Speckerlane met een huis erop verkocht hebben, en verkoopt in 1586 Anthonis Vrancken een bezegelde schoutenbrief aan Adryaen Corsteman Cornelisz 439.
                                                                          In 1597 vindt in Lisse boedelscheiding plaats tussen Dammas Jacobsz van der Voordt als man en voogd van Hillegont Anthonisdr, Lenaert Barthelmees als man en voogd van Marijtgen Anthonisdr en Dirck Anthonisz, als erfgenamen voor de ene helft van Barbara Jansdr, in haar leven weduwe van Anthonis Vranckensz, en Cornelisz Vranckensz, Willem Vranckensz en Maerten Vranckensz, gebroeders, en Claes Cornelisz Corsteman, als ooms van vaders, en Hubert Cornelisz alias Cruijemer als neef van moeders zijde, bloedvoogden van Annetgen, oud 21 jaar, Jan, oud 19 jaar, en Cornelis, oud 16 jaar, nagelaten weeskinderen van de voornoemde Anthonis Vranckes en Barbara Jansdr, als mede-erfgenamen voor de andere helft, waarbij o.m. de oude kinderen tezamen krijgen percelen land groot omtrent 6 morgen anderhalf hond waarop eertijds een hofstede stond gekocht door wijlen Anthonis Vranckes uit de boedel van Pouwels Aelbertsz, en de jonge kinderen de hofstede met 5½ morgen land eertijds gekomen van Wollewijn Florijsz 440. In 1599 wordt in een kladakte een deling vermeld tussen Dirck Anthonisz, Dammas Jacobsz van de Voordt als man en voogd van Hillegont Anthonisdr, en Lenardt Meeusz als man en voogd van Maritgen Anthonisdr, van 9 morgen 3½ hond land aan 't Oosteinde, hun jegens de ooms en bloedvoogden van de onmondige kinderen van Anthonis Vranckensz ten deel gevallen, in de eerste plaats de vervallen hofstede van Pouwels Aelbertsz 441.
                                                                          Op 11 juli 1620 verlenen Hillegont Anthonisdr weduwe van Dammas Jacobsz wonende te Lisse, Leenert Meeusz getrouwd hebbende Maritgen Anthonisdr wonende te Naaldwijk, en Mathijs Jacobsz wonende te Rijnsburg getrouwd hebbende Anna Anthonisdr, zusters en zwagers van zal. Dirck Anthonisz, machtiging aan Cornelis Anthonisz van der Burch, deurwaarder van het Hof van Holland, hun broer en zwager, om te vervolgen jegens Maritgen Lenertsdr of Claes Dirckxz haar tegenwoordige man, zodanige erfenis als hun opbestorven en aangekomen zouden mogen wezen bij het overlijden van voornoemde Dirck Anthonisz 442.
                                                                          Op 16 februari 1621 dient een zaak voor het Hof van Holland waarbij Johan van Soutelande als procureuer van Claes Dircxz wonende te Voorhout als man en voogd van Maritgen Lenertsdr tevoren weduwe van Dirck Anthonisz, gedaagde, die dag had om te antwoorden op de eis van Cornelis Anthonisz van der Burch, deurwaarder ordinaris van dit hof, voor hemzelf en als procuratie hebbende van Hillegont Anthonisdr weduwe van Dammas Jacobsz, mitsgaders Lenert Meusz als man en voogd van Annetgen Anthonisdr, zijn zuster, impetrant, concludeert bij zekere middelen te zijn niet ontvankelijk, waartegen Franchois de Witte als procureur van de voorschreven impetrant persisteerde voor repliek. Nadat de gedaagde gepersisteerd had voor dupliek heeft het hof geordonneerd dat partijen schriftelijke stukken zullen leveren als elk believen zal. 443
                                                                          In Oegstgeest verkopen in 1630 Cornelis Anthonisz van der Burch, mitsgaders Hillegont Anthonisdr van der Burch, beiden wonende te Lisse, zij geassisteerd met Cornelis Anthonisz voornoemd haar broer, en Cornelis Anthonisz met procuratie van Marijtgen Anthonisdr zijn zuster wonende te Naaldwijk en van deszelfs kinderen, gepasseerd te Naaldwijk op 7 april 1630, aan Garbrant Pietersz en Willem Pietersz van Veen, gebroeders, de helft van 2 partijen weiland , waarvan de wederhelft toebehoort Mr Sijmon van Baarsdorp secretaris van Leiden, belend het ene partij genaamd de Voorweij, die in eigendom zal wezen aan voornoemde Garbrant Pietersz, ten noorden Claes Versteech, ten oosten en zuiden de abdij van Rijnsburg waarvan bruiker is Dirck Dircxz Vermae, ten westen de Leijerwech, 't andere partij genaamd de Lageweij, die in eigedom zal blijven van Willem Pietersz, belend ten noorden St. Catharijnengasthuis te Leiden ten oosten de Pastoorswateringe, ten zuiden Lenert Jacobsz, ten westen Diewer Claesdr met bruikwaar, voor een obligatie van 3325 gld 444.
                                                                      603. (<301) (>1206, >1207) Barbara JANSDR, overl. vóór 13 april 1597.
                                                                          In Lisse verklaren in 1592 Barbara Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Anthones Vranckensz, geassocieerd met Hubert Cornelisz van Heemstede haar neef, ter eenre, en Cornelis Vranckensz, Willem Vranckensz, Maerten Vranckensz en Claes Corsteman Cornelisz, man en voogd van Marytgen Vranckendr, als ooms en bloedvoogden van Hillegondt oud 23 jaar, Marytgen oud 22 jaar, Dirck oud 20 jaar, Annetgen oud 16 jaar, Jan oud 14 jaar, en Cornelis oud 11 jaar, nagelaten weeskinderen van voornoemde Anthones Vranckensz bij dezelfde Barbara Jansdr, als enige erfgenamen van voornoemde Anthones Vranckesz hun zal. vader, ter andere zijde, dat zij minnelijk boedelscheiding gehouden hebben. De woning met de koeien, paarden, bouwerij en de inboedel, met 3½ hond land genaamd 't Schaepweytgen, is geschat op 1000 gld, en de 18 morgen land eromheen op 300 gld per morgen, en het hond en het halve hond te Heemstede op 100 gld. Elk weeskind zal 350 gld uitgekeerd krijgen op de leeftijd van 26 jaar of bij huwelijk, met een bed of 50 gld, een bruidegoms- of bruidspak naar landmans staat, en Barbara Jansdr zal jaarlijk 126 gld rente uitkeren, dat is 21 gld per kind. Mocht Barbara Jansdr hertrouwen, dan zal zij elk kind nog 100 gld extra uitkeren. 445
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Hillegont Anthonisdr van der BURGH, geb. ca. 1568, zie 301.
                                                                          2. Marijtgen ANTHONISDR, geb. ca. 1569, tr. Lenaert MEEUSZ.
                                                                          3. Dirck ANTHONISZ, geb. ca. 1571, overl. vóór 29 juni 1606, ondertr. Lisse 8 jan. 1595, tr. (schepenbank) ald. 22 jan. 1595 446 Marijtgen Lenaertsdr van TETROEDE, dr van Lenaert Danijelsz van TETROEDE en Marijtje GERRITSDR, die hertr. met Claes DIRCXZ.
                                                                              In Lisse verkoopt in 1602 Dirck Thonis Franckensz, eertijds woonachtig te Heemstede, nu in Lisse, aan Meeus Meeusz van Hoochcamer het recht op een eigendomsbrief van 2 december 1597, inhoudende 3 morgen land genaamd Buschcamp in Lisserbrouck verkocht door Gerrit van der Laen, verkoopt in 1603 Lenaert Meeusz van Hillegom, nu wonende te Naaldwijk, uit naam van zijn vrouw aan Dirck Anthonisz zijn zwager het recht op 3 morgen land bij 't banhek op 't Oosteijnde, zoals hem van voornoemde Dirck Anthonisz en Dammas Jacobsz van de Voort, zijn zwagers, aanbedeeld was volgens de scheidbrief van 20 april 1660, hebben in 1603 Dirck Anthonisz en Jan Anthonisz, gebroeders, de 2 partijen land aan 't banhek gescheiden die zij samen van Dammas Jacobsz van de Voort gekocht hadden volgens de opdrachtbrief van 8 mei 1601, is op 29 juni 1606 Maritgen Lenertsdr van Tetroede, weduwe van Dirck Anthonisz, belendend, en verklaart in 1607 Claes Dircxz wonende te Voorhout, tegenwoordig man en voogd van Marijtgen Lenaertsdr, weduwe van Dirck Thonis Franckensz, op 18 januari 1607 openbaar diverse stukken land verkocht te hebben, zijn vrouw bij testament van haar overleden man aangekomen, met 2 oude eigendomsbrieven, de eerste van 5 mei 1581 bij verkoop door Michiel van Woerden als curator aan Anthonis Vranckensz, de tweede van 20 april 1600 bij scheiding door Dammas Jacobsz van de Voort en Lenert Meesz aan Dirck Thonis Franckensz 447.
                                                                          4. Annetgen ANTHONISDR, geb. ca. 1575, tr. Mathijs JACOBSZ.
                                                                          5. Jan THONIS FRANCKESZ, geb. ca. 1577, overl. ca. 1618, tr. Agnijes SIJMONSDR  448, overl. tussen 3 jan. 1639 en 27 febr. 1644, dr van Symon PIETERSZ, te Langevelt, die hertr. met Anthonis Claesz ALCKEMADE.
                                                                              In Lisse in 1611 verklaart Matthys Jacobsz wonende te Rijnsburg, als man en voogd van Annetgen Anthonisdr, in 1610 verkocht te hebben aan zijn zwager Jan Thonis Franckesz een derde part van een hofstede, bestaande uit huis, barg, en de poterie van dien, met 3 partijen land in de Oostpolder, de grootste van 5½ morgen, een kamp van omtrent 2 morgen, 4½ hond genaamd de drie 'zestalffhonden', en van 4 hond, benevens een scheidbrief van 14 maart 1587, verkoopt Jan Thonis Franckesz als gemachtigde van Cornelis Anthonisz zijn broer en Mathijs Jacobsz zijn zwager, aan Pieter Maertensz van Sgravesloot een leeg erf van omtrent 100 roeden uit zekere 4 honden land in de Oostgeest, evenzo een leeg erf van omtrent 75 roeden hieruit aan Symon Lourysz Roos die hierop een huis getimmerd heeft, alles eerder eigendom van zijn heertgen vader Vranck Dircxz, met een kopie of vidimus van een permutatie van 5 november 1568 door Gerrit de Witte, verkoopt Henrick Adriaensz Langevelt als gemachtigde van Symon van Assendelft in naam van zijn vrouw aan Jan Thonis Franckesz een stukje land genaamd 't Boecampken in Lisserbrouck, en verkoopt Henrick Adrijaensz Langevelt aan Jan Thonis Franckesz een perceeltje genaamd het Oscampken, zoals hij op 14 juni 1597 verkregen had van Dirck Adriaensz van Larum alias Robol bij permutatie 449.
                                                                              In Lisse verkoopt in 1612 Aechte Dircxdr, weduwe en boedelhoudster van Henrick Adriaensz Langevelt, met machtiging van Gerrit Jansz Croon getrouwd met de weduwe van Gerrit Claesz Sgravema, aan Jan Thonis Franckesz 7 hond land, verkoopt in 1613 Jan Thonis Franckesz voor 150 gulden aan Pieter Pouwelsz Coling het kleine stukje land genaamd Twecampgen dat hij op 26 mei 1611 van Henrick Adriaensz Langevelt gekocht had, verklaart in 1613 Jan Thonis Franckesz dat hij met machtiging van zijn broer Cornelis Anthonisz en zijn zwager Mathijs Jacobsz in 1608 aan Adriaen Cornelisz van Larem een leeg erf van ca. 125 roeden verkocht heeft, uit 4 hond land in de Oostgeest, waarop de koper nu een borden huis en planterie van jonge bomen gezet heeft, en in 1609 aan Cors Willemsz van Heemskerck 10 roeden land, die er nu een huis en planterie van jonge bomen op gezet heeft, en heeft in 1616 Dirck Engelsz van Larum, bezitter van de goederen van zal. Claes Jansz Hits, aan Jan Thonis Franckesz een croftje land van omtrent 5 hond overgedragen, dat Claes Jansz Hits eertijds van Claes Dircxz in naam van diens vrouw verkregen had 450.
                                                                              In Lisse testeert in 1618 Jan Thonis Franckesz, man en voogd van Agnijese Symonsdr, wezende ziekelijk van lichaam, aan de Heilige Geest te Lisse 100 gld, aan Cornelis Thonisz zijn broer, Hillegont, Marijtgen en Annetgen Thonisdochteren zijn zusters 4000 gld, met voorwaarde dat Marijtgen vooruit 500 gld zal trekken en de rest gelijkelijk verdeeld zal worden, en verder alles aan zijn vrouw 451.
                                                                          6. Cornelis Anthonisz van der BURCH, geb. ca. 1580, deurwaarder van het Hof van Holland, bij tweede huwelijk schout van Lisse, tr. 1° Eva de WITTE, dr van Cornelis de WITTE en Cornelia WIJBORCH, ondertr. 2°/tr. Lisse 19 april/10 mei 1626 Maria CLUTINGS, bij huwelijk jongedochter van Utrecht.
                                                                              In Lisse verkoopt in 1606 Cornelis Anthonisz aan Jan Anthonisz zijn broer een derde deel van een hofstede, als huis, barg en de poterie van geboomte, mitsgaders omtrent 9 morgen land in 3 partijen, op 't Oosteijnde, waarvan de andere twee derde parten Jan Anthonisz en zijn zuster Anna Anthonisdr competeren 452.
                                                                              Op 24 februari 1629 verklaart Cornelis Anthonisz van der Burch wonende te Lisse, te kennen gevende dat hij eertijds getrouwd geweest is met Eva de Witte, dochter van wijlen Cornelis de Witte geprocreëerd bij Cornelia Wijborch, en dat Cornelia Wijborch, nadat zij omtrent 18 jaar weduwe en boedelhoudster van voornoemde Cornelis de Witte was geweest, op 20 dezer maand februari mede is komen te overlijden, voor hemzelf en ook als vader en voogd van zijn kinderen geprocreëerd bij voorschreven Eva de Witte zich niet met de boedel van voorschreven Cornelis de Witte of van Cornelia Wijburch te willen bemoeien en de voorschreven boedel met de voet te stoten 453.
                                                                        604. (<302) (>1208) Maerten Claesz van GRAVESLOOT, geb. ca. 1540, schepen van Sassenheim, overl. ald. vóór 8 febr. 1632, tr. 2° Anna JORIAENSDR, geb. ca. 1526, ondertr. 3° Warmond okt. 1600, tr. Sassenheim Geertgen Cornelisdr COCK, tr. 1°
                                                                            In Haarlen op 10 januari 1577 constitueren Maerten Claesz en Griete Cornelisz, beiden van Heemstede, gearresteerden, Gael ad lites contra Willem Michielsz, schout aldaar, die zei gemachtigde te zijn van Jacques Grammay, om vanwege henluiden voor schepenen van Haarlem te rechte te komen 454.
                                                                            Op 27 juli 1577 legt Maerten Claesz, buurman te Sassenheim, oud omtrent 38 jaar, een verklaring af 455.
                                                                            Op 13 juli 1578 verklaart Reyer Huygen, buurman te Heemstede, oud omtrent 35 jaren, dat, hoewel hij mede als gedaagde en debiteur van zekere somme van penningen uit zake van landhuur verschenen anno 72 bekend en genomineerd staat, hij geen enkele bemoeienis heeft gehad met zekere uitspraak en arbitrage door schepenen der stad Haarlem gedaan op de eis door Willem Michielsz, schout van Heemstede, als gemachtigde van Jacques Grammaij tegen ene Maerten Claes en Griete Cornelisdr, nu wonende te Sassenheim en verweerders, om van hen elk een derdepart te hebben betaling van zekere landhuur verschenen anno 72 456.
                                                                            In 1579 verklaart Anna Joriaensdr, huisvrouw van Maerten Claesz, wonende te Sassenheim, oud omtrent 52 jaar, ten verzoeke van IJsbrant Dammisz uit de Kaag, dat in 't jaar 71 te Sassenheim te haren huize vergaderd zijn geweest de requirant, Maerten Cornelisz in zijn leven schout te Voorhout en Vranck Dircxz in zijn leven wonende te Lisse als voogden van de nagelaten weeskinderen van Mees Cornelisz van de Bilt, Cornelis Willemsz schout te Sassenheim en Jan Dammisz secretaris van Alkemade, dat deposante wel indachtig is dat door tussenspreken van voorschreven Cornelis Willemsz en Jan Dammisz met de voogden Maerten Cornelisz en Vranck Dircxz, mitsgaders Barent Coenensz deposantes zal. man, geaccordeerd is over de afkoop van een obligatie van 106 gld 457.
                                                                            In 1586 is Maerten Claesz schepen in Sassenheim, in 1592 oud-schepen, in 1600 worden verklaringen afgelegd door o.a. Maerten Claesz, oud omtrent 58 jaar, en Pieter Maertsz, oud omtrent 34 jaar, geburen van Sassenheim sinds de laatste troebelen, in 1601 is Maerten Claesz getuige en verkoopt hij aan Marijtgen Dammasdr, weduwe van Cornelis Jansz Arienmaat, voor 320 gld een huizinge en erve, belend o.m. de Heerwech en Maerten Claesz zelf 458 In Lisse verkoopt in 1596 Dirck Jansz van der Beeck, poorter der stad Leiden, aan Maerten Claesz, buurman te Sassenheim, omtrent 4½ morgen land in Sassemerbrouck over een water genaamd Cleijpoel 459.
                                                                            In 1602 verklaren Maerten Claesz en Geertgen Cornelisdr, man en wijf wonende te Sassenheim, wat hun uiterste wil is. Als Maerten Claesz het eerst overlijdt zal zijn vrouw, als hij geen kinderen bij haar geprocreëerd achterlaat, haar leven lang zijn vierdepart gebruiken van de huizinge en erve in het dorp van Sassenheim waarin zij tegenwoordig wonen; maar als de erfgenamen van Anna Joriaensdr, zijn overleden huisvrouw, dan begeren hun helft van de huizinge te verkopen, zal Pieter Maertsz zijn zoon moeten gedogen dat comparants vierdepart samen met de anderen 3 vierdeparten zal worden verkocht, waarna voornoemde Geertgen in plaats van het gebruik van het vierdepart de jaarlijkse vruchten en penningen zal hebben uit de verkoop van comparants vierdepart. Geertgen Cornelisdr wil dat als zij aflijvig geraakt vóór de voornoemde Maerten Claesz, zonder levende blijk en geboorte na te laten, hij zijn leven lang de lijftocht zal bezitten van de goederen die zij met de dood ontruimen zal. 460
                                                                            In het kohier van het hoofdgeld van 1623 wordt onder 'Sassenheim' vermeld: Maerten Claesz en Geertgen Cornelisdr zijn huisvrouw, met Maritgen Jan Cruijven hun meid, item Neeltgen Gerritsdr, blinde persoon bij hem inwonende 461.
                                                                            In Lisse in 1632 verkopen de (met namen genoemde) geïnstitueerde erfgenamen van Anna Jorimans, geweest hebbende de tweede huisvrouw van Maerten Claesz overleden te Sassenheim, aan Jan Danielsz smith te Sassenheim de voorste helft van 3 morgen 2 hond 6 roeden tijnsbaar land in Sassemerbrouck onder Lisse waarvan de achterste helft Pieter Maertsz toekomt, belend ten noordoosten Pieter Florisz met Cornelis Pietersz Keyser, ten zuidoosten de abdij van der Lee, ten zuidwesten Barbara Claes met de werf van Huybert Jansz, ten noordwesten de ringsloot van Lisserpolder, belast met de helft van 24 gld 's jaars, voor 1100 gld in drie termijnen, en verkoopt Geertge Cornelisdr, weduwe van Maerten Claesz wonende te Sassenheim, geassisteerd met Claes Pietersz Wassenaer, aan Peter Martensz mede wonende te Sassenheim de helft van de achterste helft van 3 morgen 2 hond 6 roeden tijnsbaar land, alzulks 501½ roeden, waarvan de andere helft van de achterste helft Peter Martensz en de voorste helft Jan Danielsz smith te Sassenheim toekomt, voor 575 gld in drie termijnen 462.
                                                                        605. (<302) (>1211) Griete CORNELISDR.
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Pieter Maertensz GRAVESLOOT, geb. ca. 1565, zie 302.
                                                                        606. (<303) (>1212, >1213) Gerrit Dammasz CLUFT, overl. vóór 10 juli 1588, tr. 2° Adriana JANSDR, dr van Jan PIETER CORSSEN, tr. 1°
                                                                            In 1557 wordt in Lisse Gerrit Dammasz getaxeerd voor de tiende penning voor een eigen huis staande op land van Claes Cornelisz wonende op de Aa op 6 gld, voor gebruik van 10 morgen 3 hond land van Claes Cornelisz voornoemd op 28 gld, en nog voor 2 morgen 2 hond van Jan Willemsz Schouten in de Lier op 23 gld, waarover de tiende penning 5 gld 14 st bedraagt, en wordt Geryt Dammasz in Sassenheim onder het hoofd „Lis” getaxeerd voor gebruik van 2 morgen 3½ hond van Claes Cornelisz op de Aa op 14 st 463.
                                                                            Op 9 augustus 1561 wordt Gerrit Dammensz te Sassem beleend met een morgen land, onder 'Alkemade (Abbenes)', na dode van Jan Cornelisz, en op 25 maart 1589 Dammas Gerritsz te Sassem bij dode van zijn vader Gerrit Dammasz 464.
                                                                            In 1577 verklaren Maerten Claesz, oud omtrent 38 jaar, en IJsbrant Maertensz, mede oud omtrent 38 jaar, buurluiden van Sassenheim, ten verzoeke van Geryt Dammasz, hun medebuurman, betreffende 6 morgen land ten noordoosten van 't huis te Teylingen in Voorhout, belend ten zuidoosten en noordoosten de weduwe van Dammas Gerytsz, ten zuidwesten de erfgenamen van Geryt Claesz, ten noordwesten de Lydtwech, dat zij wel weten dat de requirant in de jaren 73, 74 en 75 geen profijt van het voorschreven land heeft genoten, omdat in het jaar 73 het leger te Sassenheim is geweest en zijn woning werd verbrand, zodat hij in de genoemde jaren niet te Sassenheim heeft gewoond. In 76 heeft hij het land doen heinen en maaien, maar heeft van het hooi geen profijt gehad omdat het land zeer verwilderd was. (Ook is sprake van berovingen.) 455
                                                                            Op 20 januari 1578 verklaart Geryt Dammasz van Lisse, tegenwoordig te Noordwijkerhout, gecedeerd en getransporteerd te hebben aan Jan Baertsz, scheepmaker te Haarlem, alzulke 18 gouden karolusguldens jaarlijkse losrente als hem, comparant, of zijn kinderen geprocreëerd bij wijlen Barber Cornelisdr, zijn eerdere huisvrouw, bij dode van Cornelis Garbrantsz, vader van zijn eerdere huisvrouw en bestevader van hun kinderen, opgekomen en aanbestorven zijn, ter losse met 300 gelijke guldens, gehypothekeerd met een hofstede en omtrent 2 morgen toegemaakt land in het ambacht van Sassenheim, dd. 7 november 1562 465.
                                                                            In 1578 verkoopt voor een notaris in Haarlem Geryt Dammasz van Lisse, tegenwoordig wonende in het ambacht van Sassenheim, aan Jan Baertsz scheepmaker, poorter van Haarlem, 16 koeien, als 6 zwarte, 2 blauwbonte, 5 rode, 1 witte en 2 „bysde” koeien (een van de notarisgetuigen was Cornelis Claesz Sgravesloot, inwoner van Haarlem) 466.
                                                                            Vanwege pacht van 2 percelen land van de pastorie van Sassenheim, het ene groot omtrent 2½ morgen en het tweede 5 hond, tegen 20£ 's jaars, heeft Gherrit Dammasz in 1578 dit bedrag betaald aan de rendant van de geestelijke goederen 467.
                                                                            In Lisse verkoopt in 1582 Gerrit Dammaszn Cluft wonende te Sassenheim aan Jacob Dircszn van de Voorden 2 kampen land in Roverbroeck, de ene groot 10 hond genaamd de Poelcamp, belend ten noordoosten de erfgenamen van Cornelis Pieterszn, ten zuidoosten de boedel van Pieter Huygensz met erfpacht van de Barnarditen, ten zuidwesten de abdij van Egmond, ten noordwesten Sgravenwater, de andere 11 hond genaamd 't Cleylant, belend ten noordoosten Jr Jan van Mathenesse, ten zuidoosten de weduwe van Pieter Florys te Sassenheim, ten zuidwesten de voorschreven boedel, ten noordwesten de voorschreven erfgenamen, met Jheroen Dammaszn als borg 468. In Noordwijk wordt op 1 december 1584 Geryt Dammasz wonende te Sassemheim, man en voogd van Adriana Jansdr, met zwagers van hem vermeld als mede-erfgenaam van Jan Pieter Corssen, die in zijn leven een stuk land van 5 morgen 2 hond in Langevelt aan zijn zoon Cornelis Jansz verkocht had 469.
                                                                            In Lisse verkoopt in 1582 Gerrit Dammaz Cluft wonende te Sassenheim aan Claes Gerritsz 3 morgen land in Schermers croft, en in Sassenheim bekent in 1585 Geryt Dammisz 18 gld 's jaars schuldig te zijn aan Neeletgen Gerytsdr, weduwe van Gerijt Bruynensz, wonende te Leiden, met zijn woning als onderpand (afgelost op 1 mei 1604 door Pieter Maertsz), en verklaren Geryt Dammisz ter eenre, en Pieter van Noort Jacobsz en Pieter Jansz, als bloedvoogden van Dammis, Cors, Grietgen, Lysbeth en Neeltgen, nagelaten weeskinderen van zal. Barbara Cornelisdr geprocreëerd bij voornoemde Geryt Dammisz, ter andere zijde, overeengekomen te zijn over de uitkoop van de goederen en erfenis van voornoemde Barbara Cornelisdr, waardoor Dammis, Cors, Grietgen en Lysbeth elk 150 gulden krijgen, en Neeltgen, „overmits haer miserabiliteyt” [zij is blind], 350 gulden, en hij, Geryt Dammisz, de kinderen onderhouden zal tot hun twintigste jaar, met zijn woning aan de Heerwech als onderpand, en is in 1586 Gerrit Dammisz 18 gld en 15 stuivers 's jaars schuldig aan Symon Maertens thans wonende te Noordwijk t.b.v. diens weeskinderen Dirck, Claes en Aefgen bij Anne Dircxdr, met als onderpand zijn woning aan de Heerwech met huis, schuur, barg, potinge en plantinge met ca. 9 morgen land, met zijn broer Jeroen Dammisz wonende te Lisse als borg 470.
                                                                            In Lisse wordt land in de Lagevenen dat op 7 maart 1528 door Dammas Gerytsz gekocht is van Willem Stoop, voogd over de kinderen van Crelis Mathysz, op 10 juli 1588 als drie morgen toegemaakt land met nog een vrije laan tot het Kueckenduijn verkocht aan Claes Corsteman Cornelisz, door Pieter Aernts Brammer als man en voogd van Margryete Gerritsdr, Jheroen Dammasz Cluft en Pancras Dammasz Cluft gebroeders als ooms en bloedvoogden van Dammas, Cors, Lysbeth en Neeltgen Gerrits, zoon en dochters, nagelaten wezen van Gerijt Dammasz Cluft en Barbara Cornelisdr, in hun leven wonende te Sassenheim, en Pieter van Noordt Jacobsz poorter in Leiden en Pieter Jansz te Hillegom als naaste gemaagtaalden en voogden van de voornoemde wezen van moeders zijde 471.
                                                                            In Sassenheim in 1588 verkopen Pieter Brammer Aerntsz van Tol, scheepmaker te Leiderdorp, als man en voogd van Margriet Gerritsdr, Jeroen Dammasz Cluft en Pancraes Dammasz Cluft, als ooms en voogden van de weeskinderen van wijlen Gerrit Dammasz Cluft 'van den ouden bedde', aan Cornelis Jacobsz twee derde delen van de zesde part van omtrent 7 hond land genaamd Claercamp waarvan de voornoemde Cornelis Jacobsz het derde derde deel competeert, en verkopen, ook in Lisse, Pieter Aertsz Brammer, scheepmaker, als man en voogd van Griete Gerijtsdr, Jeroen Dammasz en Pancraes Dammasz, Pieter Jansz en Pieter Jacobsz van Noorde, als opv. ooms en neven van Dammis, Cors, Lijsbeth en Neeltgen, nagelaten onmondige kinderen van Gerijt Dammisz en Barbara Cornelisdr, met consent van bailiu en gezworen mannen van Rijnland als oppervoogden, aan Pieter Maertsz een woning als huis, schuur en barg, potinge en plantinge, met omtrent 10 morgen en 2½ hond land waar de woning op staat, en nog 7 hond land in een kamp van 4 morgen en 4 hond genaamd de Hooghcamp, en nog 3 (gespecificeerde) percelen in de Roversbrouck te Lisse van opv. 9 hond, 7 hond en 1 hond, waarbij nader aangegeven erfpachten, pachten en losrenten voor rekening van Pieter Maertsz komen 472.
                                                                            In Sassenheim compareren in 1588 Adriana Jansdr, weduwe van Gerijt Dammisz, met Claes Symons van Alckemade haar zwager en voogd, voor haarzelf en als moeder van haar drie kinderen Cornelis, Grieten en Huijbertgen Gerrits geprocreëerd bij Gerrit Dammisz, ter eenre, en Pieter Aertsz Brammer, scheepmaker, man en voogd van Griete Gerritsdr, mondige voordochter van genoemde Gerrit Dammisz, voor zichzelf, Jeroen Dammisz, Pancraes Dammisz, Pieter Jansz en Pieter Jacobsz van Noorde als opv. ooms en neven van Dammas, Cors, Lysbeth en Neeltgen, nagelaten onmondige kinderen van genoemde za. Gerrit Dammisz bij za. Barber Cornelisdr, zijn eerste huisvrouw, ter andere zijde. Op verzoek van Adriana, die zich bij de deling op de laatste mei jongstleden te kort gedaan acht, wordt door arbiters een uitspraak gedaan: zij met haar drie kinderen houdt de eigendommen in Noordwijkerhout waar zij woont en waar zij een voorzoon Cornelis Cornelisz heeft, en de andere partij moet onder meer haar 1000 gulden betalen 473.
                                                                            In Lisse delen in 1622 Jaepgen Huijbertsdr weduwe van Dammas Gerritsz, geassisteerd met Cornelis Huijbertsz haar broer, ter eenre, en Pieter Maertsz als man en voogd van Lysbeth Gerritsdr en vervangende Neeltgen Gerritsdr zijn huisvrouws zuster, item Gerrit Corszoon, Cornelis Corsz, Claes Corsz, Claes Dircxz in huwelijk hebbende Barbara Corssendr, Jan Ghijsbertsz als man en voogd van Grietgen Corssendr, mondige kinderen van Cors Gerritsz, mitsgaders Willem Sijmonsz weesman te Sassenheim en nazaat van Cors Gerritsz in die qualité als oppervoogd over Jan Corsz en Huijbertgen Corssendr, onmondige kinderen, en tezamen representerende de plaats van voorschreven Cors Gerritsz, voorts Jan Pietersz Brammer, ook vervangende Arent Pietersz Brammer uitlandige persoon, zijn broeder, beiden kinderen en representerende de plaats van Oude Grietgen Gerritsdr, allen volle zusters mitsgaders kinderen van volle broers en zusters van Dammas Gerritsz voorschreven, item Cornelis Gerritsz te Noordwijkerhout en Matheeus Pietersz te Voorhout als man en voogd van Jonge Grietgen Gerritsdr, tezamen halve broer en zuster, en allen mede geïnstitueerde erfgenamen van voorschreven Dammas Gerritsz 474.
                                                                            In Noordwijkerhout verkoopt in 1614 Adriana Jansdr, weduwe van Gerrit Dammasz, wonende te Noordwijkerhout, geassisteerd met Cornelis Cornelisz van Alckemade haar zoon, aan Symon Jansz van Alckemade 5 hond land, belend ten noordwesten Pieter Cornelisz Fits, ten noordoosten Michiel Claesz met bruikwaar, ten zuidoosten de koper, ten zuidwesten Cornelis Gerritsz, voor 260 gld gereed geld 475.
                                                                                 Uit het tweede huwelijk:
                                                                            1. Cornelis Gerritsz van der CLUFT, bouwman te Noordwijkerhout, schepen 476 ald., tr. Neeltgen DIRXDR.
                                                                                In Noordwijkerhout in 1617 hebben Joris Jansz Duijnmeijer en Cornelis Gerritsz Cluft, beiden wonende te Noordwijkerhout, land geruild, nl. dat Cornelis Gerritsz zal hebben omtrent 14 hond 66 roeden, belend ten noordwesten de maandagsschouwbare watering, ten noordoosten Huybert Cornelisz, te zuidoosten Cornelis Gerritsz zelf, ten zuidwesten Jan Ewoutsz en Huybert Meesz, en Joris Jansz zal hebben omtrent 10 hond, belend ten noordwesten de Cleijlaen, ten zuidwesten en zuidoosten Cornelis Gerritsz voornoemd, ten noordwesten Ouwe Pieter Cornelisz, en verkoopt Cornelis Gerritsz, buurman en gezworene te Noordwijkerhout, aan Jr Andries van Brouchorst, heer van Vliet, een jaarlijkse losrente van 100 ponden, te lossen met 1000 ponden, met als onderpand een hofstede met 3 morgen land, belend ten noordwesten de Buierwech, ten noordoosten Mathenesse, ten zuidoosten Ouwe Pieter Cornelisz, ten zuidwesten Jonge Jan Ewoutsz, nog 15 morgen land, belend ten noorden Pieter Claesz, ten noordoosten Pieter Cornelisz voorschreven en Marytgen Gerisdr, ten zuidoosten Marytgen voornoemd, ten zuidwesten de erfgenamen van Benting, ten noordwesten de Cleylaen, nog de lijfhuur van 5 morgen land, belend ten noordwesten de Maenendaechswateringe, ten noordoosten de erfgenamen van Cornelis Huybrechtsz, ten zuidoosten Gerrit Jacobsz te Noordwijk, ten zuidwesten Huybert Meesz te Noordwijk 477.
                                                                                In Noordwijkerhout hebben in 1621 Cornelis Gerritsz van der Cluft en Pieter Claesz Schoemaecker gemangeld, waarbij Cornelis Gerritsz zal hebben een akker geestland groot omtrent 90 roeden, belend ten zuidwesten Jonge Pieter Cornelisz, ten noordwesten de Groenewech, ten noordoosten Arent Verhooch, ten zuidoosten de Goijsloot of Goijwech, en Pieter Claesz omtrent 4 hond hooi- of weiland, belend ten noorden Pieter Claesz zelf, ten zuidoosten en zuidwesten Cornelis Gerritsz mede-comparant, met condities over het opzanden door Pieter Claesz van de voorschreven 4 hond land met zand van de croft van Cornelis Gerritsz en het opmaken door Cornelis Gerritsz van de sloot van de voorschreven croft door de Cleijlaen tot aan 't land van Jan Jansz toe, door welke sloot de zandpraam moet kunnen 478.
                                                                                In het kohier van het hoofdgeld van 1623 staat onder 'Noordwijkerhout' vermeld: Cornelis Gerritsz van der Cluft en Neeltgen Dircxdr zijn huisvrouw, met Adriaentgen Jansdochter zijn moeder en Harmpgen Barentsdr 't jonge wijf 479.
                                                                                In Noordwijkerhout verkoopt in 1624 Cornelis Gerritsz van der Cluft aan Jan Pietersz buurman te Noordwijkerhout een akker geestland groot omtrent 190 roeden, belend ten zuidwesten Jonge Pieter Cornelisz, ten noordwesten de Groenewech, ten noordoosten de erfgenamen van Arent van der Hooch, ten zuidoosten de Goijsloot of Goijwech, voor 300 gld 480.
                                                                                In Noordwijkerhout verkoopt in 1627 Jan Ewoutsz aan Cornelis Gherritsz van der Cluft, buurman te Noordwijkerhout, een stuk land groot omtrent 2 morgen, inbegrepen 2 roeden aan de noordwestzijde van de sloot, belend ten noordwesten Joris Jansz Duijnmeijer, ten noordoosten de koper, ten zuidoosten de erfgenamen van Ouwe Pieter Cornelisz, ten zuidwesten de erfgenamen van Maerten Huijbertsz, voor 375 gld, te betalen een derdepart gereed, een derdepart mei 1627, en 't resterende derdepart mei 1628 481.
                                                                                In Noordwijkerhout bekennen op 6 juni 1635 Cornelis Gerritsz van der Cluft en Neeltgen Dircxdr zijn huisvrouw, inwoners alhier, op 9 mei laatsleden verkocht te hebben en bij dezen opdragen aan Jan Claesz van Lyn wonende te Leiden hun hofstede als huizinge, schuren, gebouw, potinge en plantinge en het land waar dezelve hofstede op staat met de croft en duin daaraan gelegen, groot tezamen als gemeten door Jan Pietersz Dou op 28 april 1635, belend ten noordwesten de Keuckenduyn, ten noordoosten de heer van Mathenes, ten zuidoosten de koper met het land gekocht van Willem Jeroensz zal., ten zuidwesten de kinderen van Maerten Hubertsz, belast met 2 gld 's jaars erfpacht, nog een partij weiland gelegen aan 3 kampen, belend ten noorden en noordwesten de advocaat Valck, ten zuidoosten Adriaen Adriaensz de Boer, de rentmeesterkampen met de H. Geest, ten zuidwesten de erfgenamen van Huybrecht Miesz, en nog 5 stukken wei- of hooiland aan elkaar liggende ten einde zeker laantje, belend ten noordwesten Jan Jansz op de Geest met het voornoemde laantje, ten noordoosten Willem Jacobsz c.s., ten zuidoosten Jacob Maertensz Verdel, ten zuidwesten de erfgenamen van jonker rentmeester, alles tezamen nog belast met 150 gld, voor 4000 gld, welverstaande dat bevoorwaard is dat zij, comparanten, en de langstlevende hun leven lang de voorschreven hofstede en landen in huur hebben zullen voor 180 gld elk jaat (met verdere bepalingen) 482.
                                                                                Op 28 otober 1664 is er voor het Hof van Holland een proces van de gemene erfgenamen van Annitge Sijvers, weduwe van Hendrick Jansz Brebijl, contra de erfgenamen vn Neeltje Dircx, weduwe van Cornelis Gerritsz Cluft, mitsgaders de vrinden van zal. Cornelis Gerritsz Cluft, gelegateerden van voorschreven Neeltje Dircx, en een proces van de gemene erfgenamen van zal. Cornelis Gerritsz Cluft, wonende te Katwijk, contra de erfgenamen van Anna Sijverts 483.
                                                                                In 1630 testeren Cornelis Gerritsz van der Cluft, bouwman, en Neeltgen Dirxdr, echteluiden wonende in Noordwijkerhout, koek en gezond, op elkaar, en bij overlijden van de langstlevende de helft aan zijn en de helft aan haar naaste vrunden en erfgenamen, en legateren zij 300 gld aan Harman Barentsdr, sinds lang hun dienstmaagd, en in 1646 testeren Cornelis Gerijtsz van der Cluft en Neeltge Dirxdr, geëchte luiden, mitsgaders Harmentge Barentsdr van Delden, wonende te Noordwijkerhout op de woninge van Jan Claesz van Lijn, op de langstlevende, met uitkering aan de naaste vrunden van ieder bij overlijden van de langstlevende, en cassatie van de dispositie van 27 april 1630 484.
                                                                                In 1649 heeft Neeltge Dirx, weduwe van Cornelis Gerijtsz van der Cluft, wonende te Noordwijkerhout, getransporteerd aan Jan van Lijn wonende te Leiden alle koebeesten, paarden, varkens en andere bestialen, fouragie, vruchten, gereedschappen en alles tot de bouw behorende, mitsgaders inboedel en huisraad als uitgedrukt in de inventaris, in mindering van verschenen landpachten of die nog in haar leven zullen verschijnen 485.
                                                                            2. Grietgen Gerritsdr CLUFT, tr. Theus PIETERSZ.
                                                                            3. Huijbertgen Gerritsdr CLUFT.
                                                                          607. (<303) (>1214) Barbara CORNELISDR, overl. vóór 20 dec. 1578.
                                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                                            1. Dammas Gerritsz CLUFT, geb. ca. 1561, overl. Sassenheim tussen 20 juni 1620 en 23 maart 1621, maakt huwelijksvoorw. 1° Leiden 3 juli 1591 met Aeltgen GERRITSDR, eerder gehuwd met Jan CORNELISZ, tr. 2° Baertgen JACOBSDR, overl. vóór 5 febr. 1618, wed. van Jan, tr. 3° na 1 juni 1619 Jacopgen HUBERTSDR, dr van Hubert HENRICXZ en Neeltgen SIJMONSDR, die hertr. met Arijs CORNELISZ.
                                                                                Op 25 maart 1589 wordt Dammas Gerritsz te Sassem bij dode van zijn vader Gerrit Dammasz beleend met een morgen land, onder 'Alkemade (Abbenes)', op 31 januari 1598 Cors Cornelisz te Lis na koop van Dammas Gerritsz 486.
                                                                                In Sassenheim koopt in 1599 Dammas Geritsz een 'woninge als huijs, schuijr, barge, potinge ende plantinge mit synen erffve groot omtrent een hont lants', aan de Mennewech, wordt in 1600 ten verzoeke van Pieter Maertsz, ingeborene van Sassenheim, een verklaring afgelegd door o.m. Dammas Gerritsz, omtrent 38 jaar oud, over uit welk land 't Laentje gedolven is, verkoopt in 1600 Dammas Gerritsz aan zijn broer Cors Gerritsz 7 hond en 3½ hond weiland in de Hoochcamp, en verkoopt in 1601 Dammas Gerritsz aan Jan Harmansz een huizinge met omtrent een hond land 487.
                                                                                In Sassenheim verkoopt in 1609 Cornelis Claesz Corsteman aan Dammas Gerritsz een stuk teelland van 7 hond 5 roeden, belend ten zuidoosten de Heerewech, ten zuidwesten de verkoper, ten noordwesten Jan Maertsz, ten noordoosten Cornelis Dircxz, en nog een stuk teelland van 1 morgen 83 roeden, belend ten zuidoosten de Heerewech, ten zuidwesten Jan Huijgen, ten noordwesten Jan Maertsz, ten noordoosten de verkoper, wordt in 1612 een brief vermeld verleden door Dammas Gerritsz als principaal schuldenaar en Pieter Maertsz als borg ten profijte van Gerrit van der Hooch, inhoudende 1165 gld te betalen binnen Haarlem, delen in 1613 Dammas Gerits als weduwnaar en boedelhouder van de nagelaten goederen en boedel van zal. Aeltgen Geritsdr, voormaals weduwe van Jan Cornelisz, ter eenre, en Cornelis Janszoon, zoon en erfgenaam van Aeltgen Geritsz geprocreëerd bij Jan Cornelisz, ter andere zijde, en verkoopt in 1614 Cornelis Matheusz wonende te Oegstgeest aan Dammas Gerritsz 13½ hond land, belend ten oosten de kerk van Warmond, ten zuidoosten Jan Huijgen, ten zuiden Lijsbeth Thomasdr weduwe van Cornelis Jansz van Nieuburch, ten westen en noordwesten Dammas Gerritsz zelf 488.
                                                                                In 1615 testeert Dammas Gerritsz wonende te Sassenheim, aan Neeltgen Gerritsdr zijn volle zuster die blind is 300 gld boven haar portie, welke 300 gld bij haar (voor)overlijden genoten zullen worden door Jan Pietersz, zoon van Grietgen Gerritsdr, en verder aan Lijsbeth Gerritsdr zijn volle zuster, huisvrouw van Pieter Maertensz te Sassenheim, 1/8, aan voorschreven Neeltgen Gerritsdr 1/8, de twee kinderen Arent en Jan van Grietgen Gerritsdr, zijn overleden volle zuster, gewonnen bij Pieter Aertsz Brammer, 1/8, verder Cornelis Gerritsz zijn halve broer benevens Grietgen Gerritsdr, huisvrouw van Theus Pietersz, zijn halve zuster, tezamen 1/8, de zeven kinderen van zal. Cors Gerritsz, zijn overleden volle broer, gewonnen bij Trijntgen Garbrantsdr, met namen Gerrit, Cornelis, Claes, Jan, Barbara, Grietgen en Huijbertgen, elk 1/16, en aan de armen van Sassenheim 1/16 489.
                                                                                In 1618 is er in Sassenheim boedelscheiding tussen Dammas Gerritsz, buurman te Sassenheim, weduwnaar van Baertgen Jacobsdr, en Pieter Jansz, Sijmon Jacobsz en Cornelis Jacobsz als voogden over Cunera en Machtelt Jansdr, alsnog onmondige kinderen en erfgenamen van Baertgen Jacobsdr 490.
                                                                                In 1620 testeren Dammas Gerritsz en Jaepgen Huijbrechtsdr, man en wijf wonende in Sassenheim, hij ziekelijk. Hij testeert bij overlijden zonder kinderen 4000 gld aan zijn vrouw, en nog het huisraad en de inboedel, de koeien, paarden, schapen en ander bestiaal, en alle gereedschappen enz., en de inschulden, mits zij de uitschulden betaalt, voorts half om half aan zijn vrunden en zijn huisvrouw, en aan zijn blinde volle zuster Neeltgen Gerritsdr bovendien 1000 gld, en in 1621 wordt de inventaris opgemaakt van alle goederen door Dammas Gerritsz, in zijn leven gewoond hebbende te Sassenheim, met de dood ontruimd, gedaan makende door Jaepgen Huijbertsdr zijn nagelaten weduwe, ten behoeve van de naaste vrunden en de mede geïnstitueerde erfgenamen van Dammas Gerritsz (zeer uitgebreid). 491
                                                                                In 1623 geeft Pieter Maerten Claesz, wonende te Sassenheim, als getrouwd hebbende Elisabeth Gerritsdr, en als voogd van de nagelaten onmondige kinderen van wijlen Cors Gerritsz in zijn leven gewoond hebbende te Voorhout, allen tezamen erfgenamen van wijlen Dammas Gerritsz, in zijn leven gewoond hebbende te Sassenheim, machtiging aan een procureur voor het Hof en de Hoge Raad van Holland, om te ageren, specialijk jegens Gerrit en Cornelis Hubrechtszonen wonende te Lisse, en Arijs Gerritsz als getrouwd hebbende Jaepgen Huijbrechtsdr, weduwe van Dammas Gerritsz voornoemd, wonende te Sassenheim 492.
                                                                                In 1624 voor het Hof van Holland, in beroep op een eerder vonnis, wordt de eis van Pieter Maerten Claesz wonende te Sassenheim, als getrouwd hebbende Elijsabeth Gerritsdr mitsgaders als oom en voogd van de nagelaten onmondige kinderen van wijlen Cornelis [moet zijn „Cors”] Gerritsz, en vervangende zijn mede-consorten, allen als erfgenamen van Dammas Gerritsz, tegen Hendrik en Cornelis Huybrechtsz wonende te Lisse mitsgaders Aris Cornelisz wonende te Sassenheim als getrouwd hebbende Jaepge Huybrechts, weduwe van Dammas Gerritsz in zijn leven gewoond hebbende te Sassenheim, niet ontvankelijk verklaard, en wordt het vonnis geapprobeerd 493.
                                                                                In 1628 verklaren Arijs Cornelisz als man en voogd van Jaepgen Hubrechtsdr, ook vervangende zijn zwager Henric Hubertsz en de weduwe en kinderen van Cornelis Hubertsz, ter eenre, mitsgaders Pieter Maerten Claesz als man en voogd van Lijsbeth Gerritsdr, ook voor de verdere erfgenamen van zal. Dammas Gerritsz zijn overleden zwager, ter andere zijde, vriendelijk geaccordeerd te zijn over de kosten van hun proces, te weten dat Pieter Maertsz c.s. als gecondemneerde 42 gld aan voornoemde Arijs Cornelisz voldaan heeft, en over de erfenis van voornoemde Dammas Gerritsz ten volle vernoegd en betaald te zijn 494.
                                                                                Op 3 juli 1591 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Dammas Geritsz wonende te Sassenheim, geassisteerd met Jeroen Dammasz zijn oom en Pieter Maertensz zijn zwager, ter eenre, en Aeltgen Geritsdr, weduwe van Jan Cornelisz, ook te Sassenheim, geassisteerd met Cornelis Florisz Jonge Cocq te Lisse, haar oom; zij heeft een voorkind, Cornelis Jansz 495.
                                                                                In 1591 compareren in Sassenheim Aeltgen Gerritsdr, weduwe van Jan Cornelisz, geassisteerd door haar man Dammas Geritsz, ter eenre, en Jan Henricxsz te Lisse en Dirck Willemsz Cortswager te Oegstgeest, als ooms en voogden van Cornelis Jansz, omtrent 5 jaar oud, nagelaten weeskind van wijlen Jan Cornelisz en Aeltgen Geritsdr 496.
                                                                                In 1621 verklaren Sijmon Sijmonsz, oom en voogd, Cornelis Lenerts van Tetroede, behuwdoom, en Gerrit Dircxsz van Immerseel, neef, van Jaepgen Huijbrechtsdr, tegenwoordig weduwe van Dammas Gerritsz, allen wonende te Rijnsburg, dat er op 1 juni 1619 in Leiden scheiding en deling was tussen Huijbert Henricx haar vader, weduwnaar van Neeltgen Sijmons, wonende te Lisse, en Henric Huijberts, Cornelis Huijberts en Jaepgen Huijberts geassisteerd met Dammas Gerrits haar toekomstige man 497. In 1622 geven Henric en Cornelis Hubertszoenen en Jaepge Hubertsdr machtiging om te ageren, speciaal tegen Pieter Maertsz wonende te Sassenheim, man en voogd van Lijsbeth Gerritsdr, met zijn consorten, mede geïnstitueerde erfgenamen van Dammas Gerritsz 498. In 1623 attesteren schout en schepenen van Lisse ter instantie van de secretaris van Sassenheim getaxeerd te hebben de gerechte helft in het derde part van 3 morgen land in de polder van de Westgeest onder Lisse, als de weduwe van Dammas Gerritsz Cluft bij uitkoop van haar mans erfgenamen verkregen heeft, gemeen met Henrick en Cornelis Huberts zonen, haar broers, op 300 gld 499.
                                                                            2. Cors Gerritsz CLUFT, tr. Trijntgen GARBRANTSDR.
                                                                                In het kohier van het hoofdgeld van 1623 wordt onder 'Voorhout' vermeld: Gerrit Corsz, Huijbertgen Corsdr, en Henrick Gerritsz, dienstknecht 500.
                                                                            3. Grietgen Gerritsdr CLUFT, tr. Pieter Aertsz BRAMMER, scheepmaker in Leiderdorp.
                                                                            4. Lijsbeth Gerritsdr CLUFT, zie 303.
                                                                            5. Neeltgen Gerritsdr CLUFT.
                                                                          608. (<304) Gillis WIJDOOGEN, tr. 1° N.N., tr. 2° Elysabeth ADAMS.
                                                                              In 1611 verkopen de regeerders van Haarlem land in de Laeckenstraet, o.a. aan Gillis Wytooge een erf lang 66½ voet, breed van voren 23 voeten, op 't achtreinde 23¼ voet, voor 310 gld, te betalen op 5 eerstkomende meien 501.
                                                                              In Haarlem verkoopt in 1612 Jan Pouwelsz, timmerman, voor hemzelf en vervangende Henrick Henricksz, kleermaker, zijn zwager, aan Jan Adams, Gillis Wydtooge en Pieter Jansz Veralleman een huis en erf in de Laeckenstraet, belend Pieter Jansz aan de ene zijde, Dirck Adriaensz aan de andere zijde 502.
                                                                              In Haarlem verkopn in 1617 Gillis Wydooge, Pieter Jansz en Jan Adamsz gezamenlijk aan Jan Aertsz van Helmont een huis met erf in de Laeckenstraet, belend ten noorden Mr Wouter Cornelisz, ten zuiden Gerardt Beeckaert, voor 1550 gld, te betalen op 5 eerstkomende meien 503.
                                                                              In Haarlem verkopen op 27 oktober 1618 Roelandt van Dickelen den Ouden en Gillis Wydooge, als last hebbende van Roelandt van Dickelen den Jongen, hun resp. zoon en schoonzoon, aan Willem Roeloffsz cleermaecker en Hans van Doorne gezamenlijk een huis met erf op de Raemgraft, belend ten zuiden Cornelis Egbertsz, ten noorden met de halve eigendom van een poort onder dit huis en het huis van Jan van Dickelen, voor 1054 gld, waarbij Van Dickelen en Wydooge de waarnis binnen de eerste 3 jaren op zich nemen, met als onderpand van Van Dickelen zijn huis en erf op de Ossemarct en van Gillis Wydooge zijn huis en erf in Laeckenstraet, belend de ene zijde Pouwels Vermeersch, de andere zijde Thonis Faessen 504. (Op 26 april 1618 verkoopt Roelandt van Dickelen de Jonge aan Pieter Jansz Wydooge een huis en erf met dezelfde beschrijving voor 1215 gld, waarvan de custingbrief betaald zal worden aan Roelant van DFickelen den Ouden, Gillis Wydooge n Barthram Chitte 505.)
                                                                              In Haarlem verkoopt in 1731 Gillis Wydtooge aan Rogier Danielsz, vleeshouwer, een huis met erf in de Laeckenstraet, belend ten noorden Aert Cornelisz, ten zuiden Pouwels Vermersch, voor 1400 gld, te betalen op 7 eerstkomende meien tlekens een zevendepart, en zal bij assignatie van de eerste termijen 717 gld met de interest tegen 5 ten honderd betaald worden aan Pieter de zoon van Lieven Wijdtooge in voldoening van hetgeen de verkoper aan dezelve Pieter schuldig is 506.
                                                                              Op 21 november 1608 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Gillis Wydoge, weduwnaar van Lichtervelde, en Elysabeth Adams, jongedochter van Goch in de landen van Cleve, geassisteerd met Joris Adams, haar broer; er zal geen gemeenschap van goedereen zijn 507.
                                                                                   Uit het eerste huwelijk:
                                                                              1. Jan WIJDOOGEN, zie 304.
                                                                              2. N.N. WIJDOOGEN, tr. Roelandt van DICKELEN den JONGEN, zn van Roelandt van DICKELEN den OUDEN.
                                                                            610. (<305) Remeus BRUNEEL, linnenwever, overl. 19 febr. 1616, tr. 1° Lowyseken de LENNOYE, dr van Annette de BREACKE, tr. 2°
                                                                                In Haarlem verkoopt in 1591 Willem Jansz van Eyndhoven aan Remeus Bruyneel, linnenwever van Ronse in Vlaanderen, een schuur met een erf achter de huizinge van Jan Vercrayl op de Oude Graft op de hoek van 't Groote Heyligelandt, belend ten oosten Gerard Ruychaver, ten zuiden IJsbrant Adriaensz, ten westen Korsten Aertsz en Gerrit But, ten noorden Joost Symonsz en Jan van Crayl voornoemd, met een last van 250 gld hoofdsom, voor 267 gld, te betalen op 2 eerstkomende meien 508.
                                                                                Op 19 maart 1597 bekennen Adriaen van Robays, man en voogd van Lowyseken Bruneel, en Gillis Bruneel voor hemzelve, tezamen mede in dezen vervangende en als voogden van Daniel Bruneel, hun onmondige broer, allen kinderen van Remeeus Bruneel gewonnen bij Lowyseken de Lennoye hun zal. moeder, dat voorschreven Remeeus Bruneel verklaard heeft dat door hem enigszins ontvangen is van zekere „mobile” [goederen], zo verkocht als onverkocht, die gekomen waren van wijlen Annette de Bruecke, hun grootmoeder, elk 2 ponden, hoewel hun daarin alleen een derdepart toekomt en de andere 2 derdeparten toebehoren de andere erfgenamen en staken van de voorschreven Annette 509.
                                                                                Op 19 februari 1616 verkopen in Haarlem Josyna van Hoorne, weduwe van Remeus Bruneel, voor de helft, mitsgaders Gillis Bruneel voor hemzelve en als voogd van Ysack Bruneel zijn halve broeder, nog Barnaert Vogele getrouwd hebbende Louwysken Bruneel, Daniel Bruneel, Jacob de Schregele getrouwd hebbende Maycken Bruneel, Jan Wytooge getrouwd hebbende Saerken Bruneel, en Pieter Charle getrouwd hebbende Tanneken Bruneel, tezamen voor de helft, aan Abel Huyser een huis met een erf op 't Groot Heyligelandt achter de huizinge van Jan van Creijl, met een last van 200 gld, voor 950 gld, te betalen op 6 eerstkomende meien, met als borgen Adam Hulscher en Willem Egbertsz 510.
                                                                                     Uit het eerste huwelijk:
                                                                                1. Lowyseken BRUNEEL, geb. ca. 1574 (op 4 juli 1601 getuigenis door Lowyseken Bruyneels, huisvrouw van Adraen van Robays van Meenen, oud omtrent 27 jaren 511), tr. 1° Adriaen van ROBAYS, van Menen, ondertr. 2° Haarlem 6 febr. 1605 (hij weduwnaar van Moeskroen, zij weduwe van Adriaen van Robaijs) Barnaert VOGELE.
                                                                                    In Haarlem verkoopt op 15 januari 1607 Bernaert de Vogele, getrouwd hebbende Louwyseken Brunneel tevoren weduwe van Adriaen van Robais, aan Jan Buys, korenkoper, een huis met erf in de Oude Doelstraet op de hoek van de Stadtsvesten of Molendrift, voor 100 gld 512.
                                                                                    Op 19 oktober 1604 testeren Adriaen van Robays backer en Lowyseken Bruyneels van Ronse, geëchte luiden, Adriaen ziekelijk te bedde liggende, aan de langstlevende, mits als Adriaen de eerststervende is dat Lowyseken zal uitkeren aan zijn vrunden 6 gld eens, of als Lowyseken de eerststervende is dat Adriaen zal uitkeren aan Remeus Bruneel haar vader 50 gld 513.
                                                                                2. Gillis BRUNEEL, liewatier te Haarlem, ondertr. ald. 27 febr. 1594 (hij van Ronse, zij van Wervik), tr. ald. 27 maart 1594 Maijken SANGERS.
                                                                                    In Haarlem stelt op 16 augustus 1599 Willem van der Eecken, sayerwercker wonende op de Oudegraft, zich borg voor Jelis Bruneel ter somme van 27 gld 1 st uit zake van geleverd bier, afslaande 2 gld 5 st daarop betaald, en 30 st van vollebier, waarin hij op 5 augustus ll. gecondemneerd is ten behoeve van Willem van Trier als curateur van de boedel van Jaspar Lenertsz, om dezelve somme te betalen op 2 vierendeel jaars telkens de helft 514.
                                                                                    In Haarlem stelt op 27 juli 1604 Jelis Bruyneel, liewatier wonende op 't Heyligelandt, zich borg voor 't namptissement van 80 gld door Adriaen Robais op de 24e dezer tegen Floris Adriaensz Panael geobtineerd, om dezelve penningen in 't geheel of deel te restitueren indien bij sententie ten principale bevonden mocht worden zulks te behoren 515.
                                                                                    In Haarlem verkoopt in 1611 Dirck Frederixz aan Gillis Bruyneel een nieuw getimmerd huis met een erf in de Laeckenstraet, tussen Jacob Jacobsz metselaer en Jan Thonisz linnenwever, met een last van 300 gld, voor 1400 gld, te betalen 1/6 gereed en de rest op 5 meien, met als borg Pieter de Sangere den Ouden [zijn schoonvader] 516.
                                                                                3. Daniel BRUNEEL.
                                                                              611. (<305) (>1222) Josyna van HOORNE, tr. 1° Pieter COSIJN, overl. vóór 6 nov. 1585.
                                                                                  Op 6 november 1585 compareren Jozyne van Hoorne, weduwe van Pieter Cosyn van Menen in Vlaanderen, geassisteerd met Jan en Pieter van Hoorne haar broers als voogden, en Jan, Laurens en Joos van der Buerij, gebroeders van Swevegem, als omen en voogden van 's vaders zijde, van de twee nagelaten kinderen van wijlen Pieter Cosyn gewonnen bij Jozyne van Hoorne, genaamd Joos, 7 jaren, en Syntgen, 4 jaren. De kinderen krijgen als vaders bewijs 120 ponden groten Vlaams; Jozyne zal de kinderen onderhouden en daarboven 10 ponden Vlaams met voornoemde 120 ponden betalen bij mondige jaren of huwelijk 517
                                                                                  Op 22 januari 1624 verklaren Josina van Hoorne, de nagelaten weduwe van Remeus Bruijneel, en Pieter Cornelisz smalwercker, ingezetenen van Haarlem, hoe dat Jan Adamsz zich verbonden had om Anthonis Huygen Keyser steenhouwer te Rotterdam, Pieter Balthasar Verdonck den Ouden en Gillis van Elslandt beiden koopluiden aldaar, te indemneren, kosteloos en schadeloos te houden van een borgtocht van 1000 gld op 't verzoek van Ysack Bruijneel, hun, comparanten, zoon en zwager respective, ten einde dezelve Ysack Bruijneel geadmitteerd zou worden als makelaar van granen te Rotterdam, willende zij, comparanten, zo veel hun enigszins doenlijk is, hiervan Jan Adamsz indemneren, en staan voor hem in voor 500 gld, elk van hen 250 gld 518.
                                                                                       Uit het eerste huwelijk:
                                                                                  1. Joost Pietersz COSIJN, geb. ca. 1578, smalwerker.
                                                                                      In Haarlem stelt op 23 mei 1612 Joost Casyn, smalwerker van Menen, zich borg voor Jan Henricxz wonende ter Weeuwe in 't Crayenest te Heemstede, om voor het gewijsde te voldoen op en tegen Govert Poter, welke Jan Henricxz constitueert Ryser op en tegen Govert Pottoir lywaetpacker 519.
                                                                                  2. Syntgen Pieters COSIJN, geb. ca. 1581.
                                                                                       Uit het tweede huwelijk:
                                                                                  1. Maycken BRUNEEL, tr. Jacob de SCREGELE, zn van Geleyn de SCREGELE.
                                                                                      In Haarlem verkopen op 14 mei 1619 Jan van den Kerckhove als gemachtigde van Jacob de Schregel, Abraham de Schregel, IJsack de Schregel en Jan van Fecchel man en voogd van Lievijntgen de Schregel, kinderen en erfgenamen van wijlen Geleyn de Schregel, met procuratie gepasseerd te Leiden op 25 april 1619 voor notaris Claes van der Meer, voor de helft, nog Jan van den Kerckhove voorschreven, voor hem zelve [plus nog een stoet Kerckhoves], erfgenamen van Syntgen van den Kerckhove in haar tijd weduwe van Michiel van Heede van Roeselare, voor de andere helft, aan Caerl van de Base een huis met erf op 't Cleyne Heyligelant waar de Vergulden Laurier uithangt, tussen Cornelis Walters en Henrick Henricxz, voor 1200 gld, te betalen op 5 meien, de eerste mei 1619 520.
                                                                                  2. Saerken BRUNEEL, zie 305.
                                                                                  3. Tanneken BRUNEEL, tr. Pieter CHARLE.
                                                                                  4. Ysack BRUNEEL.
                                                                                      In Haarlem verkoopt in 1620 Jacob de Nobel aan Ysack Bruneel een huis met een erf op de Voldersgraft, belend ten zuiden Pietergen Pietersdr weduwe van Jan Cryneman, ten noorden Cornelia Henricx weduwe van Claes Henricxz huydecooper, voor 800 gld boven de lasten, te betalen op 6 eerstkomende meien, met als borg Jan Adamsz, en Pieter Joosten aan Ysack Bruneel een erf achter zijn huis op de Voldersgraft, voor 100 gld, te betalen op 4 eerstkomende meien 521.
                                                                                      In Haarlem verkoopt in 1622 Ysack Bruneel wonende te Rotterdam aan Jacob de Poorter en Adam Huyser tezamen voor de ene helft, en aan Jan Willemsz voor de andere helft, een huis met een erf op de Voldersgraft, belend ten zuiden Pietergen Pietersdr weduwe van Jan Cryneman, ten noorden Cornelis Henricx en Pieter Joosten met gemene muren, voor 750 gld, te betalen op 5 meiendagen 522.
                                                                                616. (<308) (>1232) Pieter Lourisz den ELSEN, schepen van Stompwijk 523, overl. tussen 9 maart 1622 en 14 dec. 1622, tr.
                                                                                    In Stompwijk verkoopt in 1601 Pieter Lourisz aan Cornelis Adriaensz [Sman] zijn zwager omtrent 15 hond slagturfland, belend ten oosten Neeltgen IJsbrantsdr de weduwe van Louris Symonsz, ten westen Jan Vrancken, ten zuiden Jonge Pieter Lourisz comparants broer [halfbroer], ten noorden Lenert Gerrit Dirken, verkoopt in 1602 Pieter Lourisz den Ouden aan Cornelis Adriaensz zijn zwager omtrent 3 hond land achter de kapel te Wilsveen, hem comparant aangekomen bij de verdeling van de boedel van zijn vader Louris Zymonsz, verkoopt in 1603 Oude Pieter Lourisz aan Jan Joachumsz te Voorschoten ½ morgen slagturfland eertijds gekomen van Aechte Backer, en koopt in 1603 Oude Pieter Lourisz van Cornelis Lenertsz Hets te Loosduinen omtrent 1 morgen land, met een custingbrief van 325 gld 524.
                                                                                    In Stompwijk zijn in 1604 Pieter Lou Zymonsz en Pieter Pietersz Colyn geld schuldig aan Jan Govertsz te Leidschendam, namelijk Pieter Lourisz 6 gld 10 st 's jaars voor 4 hond land en Pieter Pietersz 2 gld 15 st 's jaars voor 6 hond land, verkoopt in 1604 Joost Gerritsz aan Oude Pieter Lourisz den Elsen 3½ hond land, verkoopt in 1606 Joris Claesz aan Pieter Lourisz den Elsen omtremt 3½ hond slagturfland, verkoopt in 1607 Pieter Lourisz den Elsen aan Cornelis Symonsz wonende aan de Ommedyck 2 hond land aan de Ommedyck belast met 30 st 's jaars toekomende de Heer van Mathenes, belend ten oosten Cornelis van Nierop, ten zuiden de Meer, ten westen de koper, ten noorden de Ommedyc, voor 20 gld te betalem mei 1608, en verkoopt in 1607 Dielof Adriaensz wonende te Wilsveen aan Pieter Lourisz den Elsen, bij naasting van Cornelis Lenertsz Keyser, omtrent 1 morgen hooiland, belend ten oosten en noorden Symon Govertsz, ten westen Cornelis Claesz, ten zuiden de Ommedycxse Wateringe, voor een schuldbekentenis van 450 gld 525.
                                                                                    In Stompwijk heeft in 1608 Pieter Louwen den Elsen aan Pieter en Lenert Pietersz zijn zoons elk de helft van omtrent 7 hond flodderland overgedragen en aan Pieter Tonisz zijn zwager [schoonzoon] omtrent 2 hond flodderland, verkoopt in 1609 Pieter Lourisz den Elsen aan Pieter Tonisz zijn zwager [schoonzoon] een strook erf, belend ten oosten en zuiden comparant, ten westen Jonge Leen Joris, ten noorden de Stompwycxse wech, verkoopt in 1612 Cryn Symonsz [Visscher] wonende te Wilsveen aan Pieter Lourisz den Elsen omtrent 4 hond land gelegen aan de Ommedyck voor een custingbrief van 375 gld, verkoopt in 1613 Pieter Lourisz den Elsen aan Pieter Tonisz zijn zwager [schoonzoon] omtrent 5½ hond land, wezende een deel van 6 hond waarvan het resterende halve hond mede de koper toekomt, verkoopt in 1614 Pieter Lourisz den Elsen als vader en voogd van de minderjarige Jasper Pietersz aan Adriaen Aertsz wonende in Wilsveen omtrent 4½ hond flodderland, voor een custingbrief van 75 gld, en heeft in 1616 Oude Pieter Lourisz den Elsen aan zijn zoon Jasper Pietersz omtrent 3½ hond land als huwelijksgeschenk gegeven 526.
                                                                                    In Stompwijk cedeert in 1617 Pieter Lourisz den Elsen, wonende in het oosteinde van Stompwijk, aan Quinting Pietersz den Elsen zijn zoon omtrent 2½ hond flodderland en aan Jan Cornelis Gerritsz zijn zwager [schoonzoon] een perceel flodderland van omtrent 5 hond gekomen van Willem Pietersz van Rijn, en nog omtrent 3 hond flodderland gekomen van Neeltje Huijgen, en draagt in 1620 Pieter Lourisz den Elsen 4 hond land over aan Arent Meesz, die hem daarvoor 125 gulden schuldig is 527.
                                                                                    In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Meijnsgen Jorisdr weduwe van Pieter Lourisz, Quintijn en Maritgen Pieterszoon en -dochter 528.
                                                                                    In Stompwijk hebben in 1623 Meijnsgen Jorisdr weduwe van Pieter Louris den Elsen geassisteerd met Joris Pietersz haar zoon, ter eenre, en Pieter Teunisz als man en voogd van Weyntgen Pietersdr, Joris Pietersz, Pieter Pietersz, Jan Cornelis Gerritsz als amn en voogd van Jannetgen Pietersdr, Huybrecht Pietersz, Jasper Pietersz, Quinting Pietersz, Cornelis Meesz als man en voogd van Maritgen Pietersdr en Arent Meesz als man en voogd van Neeltgen Pietersdr, kinderen en zwagers [schoonzoons] van de voornoemde Pieter Lourisz den Elsen en Meijnsgen Jorisdr, en derhalve erfgenamen van wijlen Pieter Lourisz hun vader, ter andere zijde, minnelijk gescheiden, waarbij aan Huybrecht Pietersz den Elsen 1 morgen hooiland, geschat op 600 gld, is toebedeeld, welk bedrag als 300 gld gereed geld en op 2 mei 1634 en 1635 telkens 150 gld aan de gezamenlijke kinderen ter verdeling toekomt, evenals nog 600 gld die Jasper Pietersz en 350 gld die Arent Meesz de boedel schuldig is, en al het overige aan de moeder in eigendom komt 529.
                                                                                617. (<308) Meijnsgen JORISDR.
                                                                                    In Stompwijk verkoopt in 1627 Meijnsgen Jorisdr, weduwe van Pieter Lourisz den Elsen, met Cornelis Arentsz den ouden snijer als haar voogd, aan Quitingh Pietersz haar zoon haar woning, als huis, schuur, barg en geboomte, met omtrent 2 morgen land en nog 3½ hond slagturfland, onder voorwaarde dat zij haar leven lang in de kamer staande op de voornoemde woning zal mogen blijven wonen, met door haar zoon te verzorgen voorzieningen; hiervoor is Quinting Pietersz den Elsen aan Meijnsgen Jorisdr zijn moeder 1650 gld schuldig 530.
                                                                                         Uit dit huwelijk:
                                                                                    1. Weijntje Pietersdr den ELSEN, overl. vóór 19 dec. 1652, tr. 1° Pieter Tonisz GHYSEN, geb. ca. 1577, overl. vóór 5 okt. 1626, zn van Tonis GHYSEN, ondertr. 2°/tr. (schepenbank) Stompwijk 24 april/11 mei 1632 Claes Cornelisz VERCADE.
                                                                                        In Stompwijk verklaren in 1627 Weijntje Pietersdr, weduwe en boedelhoudster van Pieter Teunisz, wonende in de Soetermeersche bedijkte polder, met Joris Pietersz en Pieter Pietersz den Elsen haar broers, ter eenre, en Jan Teunisz vervangende Cornelis Jacobsz van Immerseel, als broer en zwager van de voornoemde Pieter Teunisz, en als zodanig ooms en voogden van de zes nagelaten weeskinderen, met namen Wouter Pietersz, op Lichtmis 1627 20 jaar, Louris Pietersz, 8 dagen na St. Jan 1627 18 jaar, Anna Pietersdr, na Lichtmis 1627 17 jaar, Maerten Pietersz, op Stompwijkse kermis 1626 15 jaar, Jan Pietersz, op Stompwijkse kermis 1626 10 jaar, en Pieter Pietersz, op Stompwijkse kermis 1626 8 jaar, ter andere zijde, dat zij vanwege uitkoop op 5 okt. 1626 ten overstaan van schout en weesmannen geaccordeerd zijn 531. In 1653 verklaren in Zoetermeer Claes Cornelisz Vercade, weduwnaar van Weijntje Pietersdr, wonende in de Soetermeersemeerpolder, voor de ene helft, en Lourus Pietersz van Elsen, Pieter Pietersz van Elsen en Jacob Cornelisz Vroomen als getrouwd hebbende Annetjen Pieter van Elsen, drie kinderen en erfgenamen van Weijntjen Pietersdr gewonnen bij Pieter Thonisz haar eerste man, voor de andere helft, op 19 december 1652 aan Hubrecht Pieters den Elsen wonende te Leiden een partij hooiland in de Soetermeerschemeerpolder openbaar verkocht te hebben 532.
                                                                                        In Stompwijk getuigt in 1602 Pieter Tonisz, zoon van Tonis Ghyssen, oud omtrent 25 jaar, in 1603 Pieter Tonisz, zoon van Tonis Gysen, oud omtrent 26 jaar, verkoopt in 1608 Joost Gerritsz wonende te Wilsveen aan Pieter Tonisz omtrent 3 hond flodderland en nog 2 hond flodderland, verkoopt in 1617 Pieter Tonis Ghysen aan Dirc Adriaensz een perceel hooiland verongeld voor 1½ hond, voor een obligatie van 252 gld, en verkoopt in 1620 (ook in Zoetermeer) Sr Johannes de Laet wonende te Leiden aan Pieter Thonisz de westzijde van de halve kavel no. 9, groot 4 morgen 534 roeden, in de Soetermeersche polder 533.
                                                                                        In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'De Ommedijck ende de Zoetermeerse polder in Stompwijck' voor: Pieter Thonis Gijsen, Weijntgen Pietersdr zijn vrouw, Wouter, Louris, Annetgen, Maerten, Jan, en Pieter Pieters zonen en dochter 534.
                                                                                        Voor schepenen van Stompwijk compareren voor ondertrouw Joris Pietersz den Elsen als gecoren voocht van Weyntgen Pietersdr zyn zuster, weduwe van wylen Pieter Teunis Gysen, bruijdt, en Claes Cornelis Vercade, jonggesel van Haserwoude, bruijdegom.
                                                                                    2. Joris Pietersz den ELSEN, tr. Maritgen JANSDR, dr van Jan JACOPSZ en Maritgen CORNELISDR, eerder gehuwd met Mees Aernt REYNEN.
                                                                                        In Stompwijk hebben in 1608 Cornelis Jansz Cock in huwelijk hebbende Fytgen Aerntsdr, tegenwoordig wonende in Voorburg, en Joris Pietersz den Elsen in huwelijk hebbende de weduwe van Mees Aerntsz, in vriendschap zekere landen gekomen van de boedel van wijlen Aernt Meesz verdeeld, verkoopt in 1611 Jan Joachimsz Bosch wonende in Wateringen aan Joris Pietersz omtrent 2 hond flodderland gekomen van Lou Jan Phillipsz en omtrent 3 hond flodderland gekomen van Cornelis Cornelisz, verkoopt in 1612 Cornelis Corsz aan Joris Pietersz den Elsen een perceel flodderland verongeld voor 1 hond, voor 5 gld gereed geld, en verkoopt in 1613 Joris Pietersz als getrouwd hebbende de weduwe van Mees Aernt Reynen aan Jasper Pietersz zijn broer 4½ hond flodderland, belend ten oosten Cornelis Jansz Cock c.s., ten westen Willem Jansz den Elsen c.s., ten zuiden Lenert Cornelis Huybrechtsz, ten noorden Cornelis Crynen Wouters, voor een obligatie van 50 gld 535.
                                                                                        In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Joris Pieter Louwen, Maritgen Jansdr zijn wijf, Cornelis, Jan, Mees en Jacob Joriszonen 536.
                                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1620 Joris Pietersz den Elsen aan Arent Meesz omtrent ½ morgen flodderland voor een schuldbrief van 40 gulden, verkoopt in 1623 Joris Pietersz den Elsen aan Cornelis Mees de helft van 3 hond slagturfland, verkoopt in 1632 Crijn Gijsbrechtsz aan Joris Pietersz den Elsen 1½ hond veenland, voor een gezamenlijke custingbrief van 850 gld ten laste van 6 kopers, en delen in 1636 Jacob Jorisz, Mees Jorisz, Arent Meesz, Jan Meesz en Cornelis Meesz, de kinderen en erfgenamen van Joris Pietersz den Elsen en Maritgen Jansdr zijn huisvrouw, beiden zal., waarbij Cornelis Meesz de erfenis krijgt die komen zal of vervallen is in de boedel van Cornelis Jansz Cock 537.
                                                                                    3. Pieter Pietersz den ELSEN, zie 308.
                                                                                    4. Leendert Pietersz den ELSEN, tr. N.N.
                                                                                        In Stompwijk zijn in 1622 Leendert Pietersz den Elsen, zoon en erfgenaam van Pieter Lourisz den Elsen za., en Meynsgen Jorisdr zijn moeder, overeengekomen dat hij met een som van 300 gulden voldaan is over de erfenis van zijn vader en de toekomstige erfenis van zijn moeder, en dat hij aan zijn twee of eventueel meerdere kinderen 50 gulden zal uitkeren als hun bestemoeders erfenis (op 9 mei 1635 is ƒ 25 betaald aan Maritgen Leendertsdr en op 13 juni 1644 ƒ 25 aan Jacob Leendertsz), en verkoopt in 1629 Leendert Pietersz den Elsen aan Sr Marcus Maninchet, wonende te Leiden, een huis en erf voor 107 gulden en 18 stuivers gereed geld, gevolgd door naasting in 1631 door Cornelis Cornelisz Jongesnyer 538.
                                                                                    5. Jannetgen Pietersdr den ELSEN, tr. Jan Cornelisz van der CLAEU, ged. (nederd. geref.) Wilsveen 12 nov. 1589 (doopgetuigen Gerrit Pietersz en Lou Ghysen), zn van Cornelis GERRIT BARTHOUTSZ en Machtelt Jansdr van VELSEN.
                                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1646 Cors Hubertsz Clercq aan Jan Cornelis Gerritsz buurman in Wilsveen een partijtje flodderland verongeld voor 3 hond goed land, gelegen in Wilsveen, belend ten oosten Pieter Aelwijnsz cum socio, ten zuiden Dirck Ary Wijbensz, ten westen de koper, ten noorden Jacob Pietersz Bosch, voor een obligatie van 300 gld, en verkopen in 1655 Jan Cornelis Gerritsz en zijn zoon Pieter Jansz van der Claeu aan Arij Cornelisz Groenewegen mede wonende aan de Ommedijck 2 partijtjes flodderland van 3 en 2½ hond, en nog de voornoemde Pieter Jansz een partijtje flodderland van 1½ hond, voor 100 gld gereed geld en een schuldbrief van 550 gld 539.
                                                                                    6. Huybrecht Pietersz den ELSEN.
                                                                                        In Stompwijk koopt Huybrecht Pietersz den Elsen, wondende te Leiden, in 1615 van Cornelis Maerten Huygen een perceel hooiland te verongelden voor 1½ hond, voor een obligatie van 188 gld, en verkoopt hij in 1616 dit perceel aan zijn zwager Pieter Tonisz voor dezelfde prijs, waarvan 50 gld in gereed geld en 46 gld 's jaars, en verkoopt Huybrecht Pietersz de Elsen in 1623 aan Cornelis Cornelisz Persoon 1 morgen hooiland voor een schuldbekentenis van 600 gld 540.
                                                                                    7. Jasper Pietersz den ELSEN, tr. Oude Neeltgen WILLEMSDR, dr van Willem JAN JACOBSZ en Marijtgen CORNELISDR.
                                                                                        In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Jasper Pietersz den Elsen, Neeltgen Willemsdr zijn wijf en Jan Jaspersz 541.
                                                                                        In Stompwijk is in 1622 Jasper Pietersz 700 gld schuldig aan zijn vader Pieter Louris Simonsz wegens koop van omtrent een morgen hooiland (gecasseerd op 33 juli 1631), verkoopt (ook in Zoetermeer) in 1623 Jan Louris wonende in Voorschoten aan Jasper Pietersz de helft van een halve kavel land in de Soetermeersche polder, namelijk kavel nr 13, voor een termijnbrief van 1600 gld, verkoopt in 1632 Jasper Pietersz den Elsen aan Cornelis Cornelisz Persoon 3½ hond flodderland of water, en verkoopt in 1635 Jasper Pietersz den Elsen aan Claes Cornelisz Vercade een partijtje land van 1½ hond voor 500 gld en aan Louris Pietersz den Elsen een partijtje land van 1½ hond voor 500 gld 542.
                                                                                        In Zoetermeer verkoopt in 1624 Jan Lourisz van Voorschooten nu wonende in 's-Gravenhage aan Grietgen Vincken Dircxdr, weduwe van Cornelis Heymansz, wonende in Leiden, een custingbrief sprekende op Jasper Pietersz wonende in Stompwijk, inhoudende nog 533 gld 6 st 6 pe 543.
                                                                                        In Stompwijk verkopen in 1642 Roelant Jansz als bestevader van de kinderen van Jan Vrancken geprocreëerd bij Neeltgen Roelendr, mitsgaders Jan Vrancken als vader en voogd, aan Jasper Pietersz den Elsen een gedeelte van 2 morgen land groot 200 roeden, te verongelden voor 2 hond veenland, voor een schuldbrief van 620 gld, verkoopt in 1644 Jasper Pietersz den Elsen aan Maerten Danielsz een partijtje flodderland, verongeld voor 2½ hond, voor 520 gld gereed geld, en verkoopt in 1646 Jasper Pietersz den Elsen aan Gerrit Pietersz Colen 3 partijtjes flodderland, van 7 hond, vanouds gebroken, belend ten oosten Pieter Symonsz, ten westen Neel Reynen, ten zuiden de verkoper, ten noorden Pieter Cornelisz backer, van 2 hond, goed land, belend ten oosten Claes Cornelisz Vercade, ten westen Cornelis Willemsz, ten zuiden Geertgen Cors, ten noorden de verkoper, en van 1 hond, met een schuur erop, belend ten oosten Jan Leendertsz Pan, ten westen Jan Arentsz, ten zuiden Leendert Arentsz, ten noorden de koper, voor een schuldbrief van 1150 gld, verkoopt in 1646 Jasper Pietersz wonende in Den Haag aan Leendert Arentsz Jongesnyder een partij veenland van 1 hond, belend ten oosten Jan Leendertsz Pan, ten westen Jan Ary Claes, ten zuiden de koper, ten noorden Gerrit Pietersz Colen, voor een obligatie van 280 gulden, en verkoopt in 1648 (ook in Zoetermeer) Jasper Pietersz den Elsen wonende te 's-Gravenhage aan Sr. Abraham Tristram wonende in Voorburg de helft van een halve kavel land in de Soetermeersche meerpolder, deels in Zoetermeer, deels in Stompwijk, voor een schuldbrief van 2700 gld 544.
                                                                                    8. Quinting Pietersz den ELSEN, tr. Marijtje Pietersdr van VEUR, dr van Pieter Pietersz van VEUR en Apollonia BOUWENSDR.
                                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1623 Quinting Pietersz den Elsen aan Jan Cornelis Gerrit Baerthoutsz wonende in Wilsveen omtrent 2½ hond flodderland gelegen in Wilsveen, voor 36 gulden, verkoopt in 1632 Crijn Gijsbertsz aan Quintingh Pietersz een partijtje veenland, te verongelden voor 1 hond, voor een gezamenlijke custingbrief van 850 gld ten laste van 6 kopers, verkoopt in 1633 Quinting Pietersz den Elsen aan Cornelis Jan Claesz 5½ roeden land voor 12 gulden, verkoopt in 1634 Leendert Huybrechtsz wonende te Veur aan Quinting Pietersz den Elsen een partijtje land, te verongelden voor 3½ hond, voor een schuldbrief van 575 gulden, en verkoopt in 1635 Pieter Gerritsz de Haes aan Quinting Pietersz den Elsen 3 hond flodderland of water, voor 30 gld 545. In Zoetermeer verkoopt in 1638 Quinting Pietersz den Elsen aan Huybrecht Huygensz ½ morgen houtland en gebroken land, liggende in Buyttewech aan 2 akkers, gekocht van Cornelis Meesz wonende te Leiden op 29 febr. 1636, voor 122 gld 19 st 6 penn 546.
                                                                                        In Stompwijk verkopen in 1639 Maerten Pietersz, mede voor zijn kinderen, Jan Cornelisz als voogd van zijn moeder Leuntgen Symonsdr, en Jan Abrahamsz, aan Quinting Pietersz den Elsen een partijtje land, te verongelden voor 1 hond, voor 60 gulden gereed geld, op 28 oktober 1639 genaast door Symon Pietersz waarna Symon Pietersz het land in 1640 verkoopt aan Quinting Pietersz den Elsen voor 140 gld gereed geld, verkoopt in 1640 Anthonij van der Horst, deurwaarder aan den Hove van Holland, als procuratie hebbende van Dirck Dammis en als getrouwd hebbende Maritgen Jan Louwendr, aan Quinting Pietersz den Elsen de helft van een partij weiland, groot 6½ hond, voor een schuldbrief van 353 gld, en verkoopt in 1640 Quinting Pietersz den Elsen aan Roelant Jansz een partij weiland, verongeld voor 6½ hond, belend ten oosten Leendert Govert's erfgenamen, ten westen jr. van der Nath, ten zuiden de Stompwycxe wateringe, ten noorde Ary Cornelis Corsz,voor een obligatie van 454 gld 10 st 547.
                                                                                        In Voorschoten verklaren in 1645 Quinting Pietersz en Pieter Pietersz, wonende in Stompwijk, op 11 maart 1643 verkocht te hebben aan Huijbert Crijnen en Vincent Lourisz een hoekje weiland van 1 hond, belend ten zuiden de Vlieth, ten westen en noorden de eerste verkoper, ten oosten Pieter Pietersz met bruikwaar, met recht van overpad over het land van verkopers en over het land van Pieter Pietersz, opv. hun schoonvader en vader 548.
                                                                                    9. Maritgen Pietersdr den ELSEN.
                                                                                    10. Neeltje Pietersdr den ELSEN, tr. (schepenbank) Stompwijk 2 febr. 1618 549 Arent MEESZ, zn van Mees Aernt REYNEN en Maritgen JANSDR.
                                                                                        In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder „De Ommedijck ende de Zoetermeerse meer in Stompwijck”: Arent Meesz en Neeltgen Pietersdr zijn vrouw, en Mees Arentsz 550.
                                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1627 Arent Meesz aan Floris Gerritsz wonende in de Zoetermeerse polder ½ morgen flodderland, voor een custingbrief van 69 gld, verkoopt in 1632 de weduwe van Gerrit Willemsz geassisteerd met haar kinderen en zwagers aan Arent Meesz 4½ hond flodderland, en draagt in 1641 Arent Meesz aan Quinting Pietersz den Elsen de helft van 1½ hond veenland op, voor 142 gld 90 st gereed geld 551.
                                                                                  618. (<309) (>1236, >1237) Cornelis CLAES NEEL JORISZ, schepen van Stompwijk 552, overl. vóór 2 juli 1628, tr. 2° Lijsbeth Willemsdr den ELSEN, overl. vóór 22 nov. 1656, dr van Willem Jansz den ELSEN en Judith PIETERSDR, tr. 1°
                                                                                      In Stompwijk is in 1601 Cornelis Claes Neel Jorisz 260 gld schuldig aan Cornelis Gerrit Barthoutsz vanwege koop van omtrent 3 hond land, belend ten oosten Lenert Jan Reynen, ten westen Antonis Gerritsz, ten noorden de Stompwycxse Wech, ten zuiden Hillebrant Adriaensz, verkoopt in 1605 Cornelis Claes Neel Jorisz aan Jan Jansz Schouten omtrent 4 hond slagturfland, belend ten oosten Pieter Claesz Colyn, ten westen Cornelis Barthoutsz, ten noorden Pieter Claesz voornoemd, ten zuiden Cornelis Aryen Woutersz, verkoopt in 1606 Cornelis Claesz, nagelaten zoon van Claes Neel Jorisz, aan Cornelis Huygens de helft van omtrent 4 morgen, 2 hond en zekere roeden land, voor 500 gld, verkoopt in 1609 Cornelis Claesz aan Dirc Lambrechtsz een stukje erf, en verkoopt in 1611 Cornelis Claes Neel Jorisz aan Pieter Claesz Sterre 3 hond land 553.
                                                                                      In Stompwijk in 1613 verklaren Cornelis Claes Neel Jorisz geweest de weduwnaar van Neeltgen Pietersdr, ter eenre, Pieter Pieters den Elsen man en voogd van Maritgen Cornelisdr, Pieter Pietersz Colyn en Pieter Lenertsz als ooms en bloedvoogden van Pieter oud geworden Allerheiligen 1610 19 jaar, Adriaentgen oud geworden jaarsdag 1611 17 jaar, Tryntgen oud geworden mei 1610 14 jaar, Jan oud geworden mei 1610 9 jaar, en Maritgen oud geworden grote vastenavond 1611 6 jaar, nagelaten kinderen van voorschreven Neeltgen Pietersdr bij voorschreven Cornelis Claesz, ter andere zijde, op 8 februari 1611, ter presentie van o.a. Joris en Adriaen Claeszonen, broers van de boedelhouder, Lenert Govertsz behuwde bestevader en Cornelis Garrebrantsz behuwdoom der voorschreven kinderen, geaccordeerd te zijn over de erfenis van hun moeder, nadat de staat des boedels op schrift gesteld was, zijn de nagelaten weeskinderen van Neeltgen Pietersdr bij Cornelis Claes Neel Jorisz geaccordeerd over de verdeling van drie stukken land, van 2 morgen 3 hond, van 2 morgen 2½ hond en van 3 hond, zoals de kinderen volgens de uitkoopbrief voor hun moeders erfenis bewezen is, en hebben Pieter Pietersz den Elsen man en voogd van Maritgen Cornelisdr, Pieter Pietersz Colyn en Pieter Lenertsz als ooms en voogden van Pieter Cornelisz en Adriaentgen Cornelisdr, nagelaten weeskinderen van Neeltgen Pietersdr bij Cornelis Claes Neel Jorisz openbaar aan Huych Cornelisz te Veur verkocht een perceel hooiland verongeld wordend voor 2 morgen 5½ hond, en nog een perceel hooiland genaamd de Byl verongeld voor 1 hond, voor een custingbrief van 1325 gld 554.
                                                                                      In Stompwijk verkopen in 1616 Pieter Cornelisz, Pieter Pietersz Colyn als oom en voogd van Jan Cornelisz mitsgaders Adriaentgen, Tryntgen en Jonge Maritgen Cornelisdochters, nagelaten kinderen van Neeltgen Pietersdr geprocreëerd bij Cornelis Claesz, aan Pieter Pietersz den Elsen 5 zesdeparten van een perceel flodderland tegenwoordig verongeld voor 2 hond, waarvan het resterende zesdepart de koper in de naam van zijn vrouw toekomt, voor 12 gld 10 st gereed geld 555.
                                                                                      In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Cornelis Claes Neel Jorisz en Lijsbet Willemsdr zijn wijf met Jan, Maritgen, Claes, Louris en Neeltgen Corneliszoons en -dochters 556.
                                                                                      In Stompwijk in 1629 hebben Pieter Pietersz den Elsen als man en voogd van Maritgen Cornelisdr, Pieter Cornelisz Colen, Jacob Pietersz Hofflant als man en voogd van Ariaentgen Cornelisdr, Jan Cornelisz en Claes Jacobsz als man en voogd van jonge Maritgen Cornelisdr, elk voor een vijfde part, aan Lijsbeth Willemsdr, nagelaten weduwe van Cornelis Claes Neel Jorisz, een halve morgen land verkocht, belend ten oosten Jasper Pietersz den Elsen, ten westen en noorden koopster, ten zuiden de Ommedijck, belast met 200 gld kapitaal toekomende de kinderen van Leendert Vrancken, voor 100 gld gereed geld, en hebben Pieter Pietersz als man en voogd van Maritgen Cornelisdr, Jan Cornelisz, Claes Jacobsz als man en voogd van Jonge Maritgen Cornelisdr, aan Pieter Cornelisz Colen en Jacob Pietersz Hofflant de drie delen in 1½ morgen land verkocht, hun bij kaveling aangekomen van hun zal. vader Cornelis Claes Neel Jorisz, belend ten oosten Lijsbeth Willemsdr, ten westen Cornelis Cornelisz Persoon, ten zuiden Jonge Leendert Jorisz, ten noorden de Stompwijcxsche wech, voor 500 gld gereed geld 557.
                                                                                      In Stompwijk in 1629 is Lijsbeth Willemsdr, geassisteerd met Pieter Pietersz den Elsen, aan Leendert Vrancken en Trijntgen Cornelisdr gedurende 12 jaar een jaarlijkse losrente van 12 gulden en 10 stuivers schuldig, tot onderhoud van de kinderen van voornoemde Leendert Vrancken en zijn huisvrouw, volgens testament gemaakt door zal. Cornelis Claes Neel Jorisz en de scheid- of kavelbrief gemaakt tussen Lijsbeth Willemsdr en de voorkinderen van voornoemde Corenlis Claesz, na 12 jaar te lossen met 200 gulden kapitaal (gelost door Jan Vrancken op 12 maart 1642, ondertekend door Pieter Pieters den Elsen en Pieter Cornelis Coolen), en verklaren Lijsbeth Willemsdr, weduwe en boedelhoudster van Cornelis Claes Neel Jorisz, geassisteerd met Pieter Pietersz den Elsen, ter eenre, en Pieter Cornelisz, Pieter Pietersz den Elsen als getrouwd hebbende Maritgen Cornelisdr, Jacob Pietersz scheepmaecker als getrouwd hebbende Ariaentgen Cornelisdr, Jan Cornelisz, Leendert Vrancken als getrouwd hebbende Trijn Cornelisdr voor zijn kinderen volgens het testament van zal. Cornelis Claesz voornoemd, en Claes Jacobsz te Voorburg als getrouwd hebbende Jonge Maritgen Cornelisdr, als erfgenamen van voornoemde Cornelis Claesz hun vader, ter andere zijde, dat zij op 2 juli 1628 de boedel gescheiden hebben (met beschrijving van de deling) 558.
                                                                                      In Stompwijk verkoopt in 1630 Cornelis Leendertsz wonende te Voorschoten aan Lysbeth Willemsdr, weduwe van Cornelis Claes Neel Jorisz, een partijtje flodderland van omtrent 3 hond, belend ten oosten en noorden koopster, ten westen Jan Bouwensz, ten zuiden de weduwe van Pieter Jonge Louwen, voor een obligatie van 30 gld, en bekent in 1635 Jan Vrancken als man en voogd van Lysbeth Willemsdr, die weduwe en boedelhoudster was van Cornelis Claes Neel Jorisz, uitkoop te hebben gedaan jegens Adriaen Claes Neel Jorisz als oom en voogd van de vijf onmondige kinderen bij voornoemde Cornelis Claesz, met namen Claes Cornelisz oud 22 jaar, Louris Cornelisz oud 20 jaar, Neeltgen Cornelisdr oud 18 jaar, Willem Cornelisz oud 12 jaar en Machtelt Cornelisdr oud 8 jaar; de boedel was op 20 maart 1635 overlegd en op schrift gesteld 559.
                                                                                      In Stompwijk zijn in 1656 geaccordeerd over de deling, met smaldeling op 25 november 1656, Jan Vrancken wonende in Stompwijk omtrent de Knip, weduwnaar van Lijsbet Willemsdr, die te voren weduwe was van Cornelis Claesz van Rijn, ter eenre, mitsgaders Claes Cornelisz van Rijn, Willem Cornelisz van Rijn, Jacob Cornelisz Rijckaert getrouwd hebbende Neeltie Cornelisdr van Rijn, Claes Dirck Leenertsz als man en voogd van Machtelt Cornelisdr van Rijn, met Claes en Willem ook als ooms en voogden en Dirck Claesz van Rijn voor zichzelf en ook vervangende de weesmeesters van Voorburg als oppervoogden, van de 7 minderjarige weeskinderen van zal. Louris Cornelisz van Rijn, overleden in Voorburg, allen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van zal. Lijsberth Willemsdr hun overleden moeder, schoonmoeder en grootmoeder, ter andere zijde 560.
                                                                                           Uit het tweede huwelijk:
                                                                                      1. Claes Cornelisz van RHIJN, geb. ca. 1613, overl. tussen 23 nov. 1656 en 7 nov. 1657, ondertr./tr. (schepenbank) Stompwijk 2/16 aug. 1637 Cniertgen ARIAENSDR, dr van Adriaen AERTSZ.
                                                                                          In Stompwijk heeft in 1645 Claes Cornelisz van Rhijn openbaar verkocht aan Mees Pietersz Coppel wonende in Veur een stuk hooiland gelegen recht achter de hofstede van de heer Sixtus, groot omtrent 1 morgen 42 roeden, waarvan genomen en verkocht t.b.v. de nieuwe trekweg 73 roeden, blijvende over 5 hond 64 roeden of daaromtrent, belend ten oosten Jan Cornelisz van Leeuwen, ten zuiden Johan van Dijnen, ten westen Joris Henricxz van Leeuwen, ten noorden de Ringsloot en daarover de nieuwe trekweg, voor 430 gld, te betalen meidag eerstkomende in gereed geld, en verkoopt in 1648 Jan Pietersz van Swieten aan Claes Cornelisz van Rhijn een partij veenland, groot 9½ hond goed land, belend ten oosten Arij Lenert Gerritsz, ten zuiden de weduwe van Jan Cornelis Dircken, ten westen de verkoper c.s., ten noorden de Stompwijcse wech, voor een schuldbrief van 1450 gld 561.
                                                                                          In Stompwijk verkoopt in 1650 Claes Cornelisz van Rijn wonende in Wilsveen aan Lenert Arentsz een partijtje flodderland verongeld wordende voor 3 hond goed en 4 hond kwaad land, belend ten oosten Jan Vredericxz, ten zuiden Arij Pietersz, ten westen Arij Lucasz, ten noorden de Stompwijcksche binnenwateringe, voor een obligatie van 600 gld, aan Willem Cornelisz mede wonende aldaar een partijtje flodderland verongeld wordende voor 3 hond kwaad en 4½ hond goed land, belend ten oosten Arij Lenert Gerritsz, ten zuiden de weduwe van Jacob Leendertsz, ten westen de koper, ten noorden Cornelis Cornelisz van Eijck, voor 125 gld gereed geld en 5 gld speldegeld, 50 st voor de armen, en verkoopt in 1651 Claes Arentsz Westermeer wonende aan de Ommedijck aan Claes Cornelisz van Rijn en Matheus Maertensz een partij veenland in Wilsveen verongeld wordende voor 1 hond, belend ten oosten Willem Willemsz, ten zuiden Pieter Leendertsz van der Veer, ten westen Arij Jansz Sman, ten noorden Dirck Jansz Cluijt, voor een schuldbrief van 1070 gld 562.
                                                                                      2. Louris Cornelisz van RHIJN, geb. ca. 1615, overl. Voorburg vóór 1 juni 1654, tr. Ariaentgen ARENTSDR, dr van Arendt LENARTSZ.
                                                                                          In Voorburg verklaren in 1654 Cornelis Crijnsz Corper ter eenre, en Ariaentgen Arentsdr, weduwe van Louris Cornelisz van Rhijn, geassisteerd met Cornelis Arentsz backer haar broer, mitsgaders Claes Cornelisz van Rhijn, oom en zulks bloedvoogd van de nagelaten weeskinderen van voornoemde Louris Cornelisz geprocreëerd bij voorschreven Ariaentgen Arents, ter andere zijde, dat hij, Cornelis Crijnsz, en Louris Cornelisz vanaf enige jaren terug tot nu toe in gemeen eigendom hebben bezeten zekere huizinge en erve met omtrent 3 hond land op 't Oosteijnde, waaruit 8 roeden in 't vierkant verkocht is aan Roelant Joosten scheepmaker, en dit op 6 januari 1654 gedeeld te hebben, en verklaart in 1654 Ariaentgen Arentsdr, weduwe van Louris Claesz van Rhijn, geassisteerd met Cornelis Arentsz backer haar broer en Claes Cornelisz van Rhijn haar zwager, op 27 februari 1654 openbaar verkocht te hebben aan Cornelis Meesen, schipper te Leiden, een stukje teelland of warmoesland op 't Oosteijnde achter de scheepmakerij van Roelant Joosten, verongeld voor 1½ hond, belend ten oosten Cornelis Crijnsz Corper met de wederhelft van 't voorschreven land, ten zuiden het uitpad van 12 voet, ten westen het uitpad van Roelant Joosten c.s., breed 4 voet, ten noorden de Heerwech, belast met de helft van 15 st 's jaars en nog de helft van 7 st 12 penn 's jaars, voor 555 gld 563.
                                                                                          In Voorburg is in 1658 Ariaentgen Arentsdr, weduwe van Louris Cornelisz van Rhijn, als principaal, geassisteerd met Cornelis Arentsz backer haar broer, mitsgaders dezelfde Cornelis Arentsz backer en Cornelis Crijnsz Corper, en Cuniertgen Ariensdr weduwe van Claes Cornelisz van Rhijn wonende in Wilsveen in de banne van Stompwijk, in dezen geassisteerd met Willem Cornelisz van Rhijn haar zwager als oom en voogd over haar minderjarige kinderen bij de gemelde Claes Cornelisz van Rhijn geprocreëerd, tezamen als borgen, aan de 7 minderjarige kinderen van Louris Cornelisz van Rhijn zal. geprocreëerd bij de voorschreven Ariaentgen Arentsdr, 325 gld schuldig uit zake van aangetelde penningen, aan haar, principale comparante, huiden door weesmeesteren alhier en de voogden aangeteld, met als onderpand haar helft van zekere huizinge en erve welke zij naast Cornelis Crijnsz Corper bezit 564.
                                                                                          In Stompwijk compareert in 1657 Pieter Cornelisz Coolen, als door schout en weesmeesters van Voorburg geauthoriseerd voor de navolgende opdracht uit naam van de 7 minderjarige weeskinderen van zal. Louris Cornelisz van Rijn overleden te Voorburg, geassisteerd met de weesmeesters van Voorburg als oppervoogden, en verklaart dat Claes Cornelisz van Rijn, in zijn leven oom en bloedvoogd over de gemelde weeskinderen, op 23 november 1656 openbaar verkocht had, en nu opgedragen wordt, aan Willem Cornelisz van Rijn, mede oom en bloedvoogd, wonende in Wilsveen, een partij ten dele heel, ten dele gebroken, veen en flodderland, wezende het noordwaartse omtrent derdepart in een stuk in 't geheel verongeld voor 7 hond, tussen de Ommedijck en de Stompwijcksewech achter de woning van Jan Vrancken, de voornoemde weeskinderen aangekomen bij smaldeling uit de boedel van Lijsbeth Willemsdr, hun zal. grootmoeder, die laatst huisvrouw was van Jan Vrancken voornoemd, groot zijnde dit verkochte hele land omtrent 2 hond, evenwel niet hoger te verongelden dan voor 1 hond 75 roeden, 't gebroken land te verongelden voor ½ hond, belend ten oosten Arij Crijnen, ten zuiden Pieter Leendertsz Boonenberch cum socio met de middelste partij, ten westen Arij Cornelisz van Leeuwen, ten noorden de koper, voor een schuldbrief van 500 gld, met als borgen Gerrit Pietersz Coolen wonende in Stompwijk en Cornelis Jansz Velsen wonende aan de Voorwech in Zoetermeer 565.
                                                                                          In Voorburg verkopen in 1684 Ariaentge Arentsdr, weduwe van Louris Cornelisz van Rhijn, Dirck Lourisz en Jan Lourisz van Rhijn mitsgaders Gerrit Goossen getrouwd met Grietje Louris van Rijn, samen ook voor Cornelis en Lenaert Lourisz van Rhijn mitsgaders Jan Dircksz van Paridon getrouwd hebbende Trijntje Louris van Rijn, hun absente broers en zwager, tezamen nagelaten kinderen van voornoemde Louris Cornelisz van Rijn bij voorschreven Ariaentgen Arents verwekt, aan de heer Zacharias Swart, ontvanger van de 200e penning en vroedschap van 's-Gravenhage, het achterste of noordwaartse gedeelte van zekere huizinge en erve in 't Oosteijnde, met de eigendom nan 't gemene bleekveld, erf, uitpad en de sloten ter weerszijden van de huizinge gelegen, waarin de kinderen en erfgenamen van Cornelis Crijnen Corper de wederhelft competeert, nu mede door de voornoemde heer de Swart gekocht, met (gespecificeerde) lasten, voor 100 gld gereed en een obligatie van 400 gld 566.
                                                                                          In Voorburg compareert in 1643 Arendt Lenartsz, oom en door het Hof van Holland geordonneerde voogd van Leentge Cornelis Costersdr, enige nagelaten dochter en erfgenaam van wijlen Cornelis Cornelisz Coster en Leentge Lenartsdr zal., te kennen gevende dat voorschreven Leentge Cornelis Costersdr op 9 januari 1643 verkocht had aan de weduwe van Mathijs Muller wonende in Den Haag zeker huis en erve met omtrent 1½ morgen teelland daaraan gelegen, nu genaast en toegewezen aan Cornelis Crijnsz Corper en Louris Cornelisz nomine uxoris, neven van de voornoemde verkoopster, zo heeft hij uit kracht van zijn voorschreven commissie en authorisatie van 3 maart 1643, alhier vertoond en voorgelezen, 't voorschreven verkochte huis, erve en land met potinge en plantinge opgedragen aan voornoemde Cornelis Crijnsz Coster en Louris Cornelisz, belend ten oosten Cornelis Thijelmansz, ten zuiden de Vliet, ten westen Arendt Lenartsz, ten noorden de Heerwech, belast met een opstallige rente van 15 st 's jaars toekoende de kerk te Voorburg, en nog 7 st 12 penn 's jaars Lourisgeld toekomende de possesseur van de Loo, voor 1000 gld als nu gereed ontvangen en een schuld- of constitutiebrief van 950 gld 567.
                                                                                          In Voorburg verkopen in 1659 Cornelis Crijnsz Corper, schipper, en Ariaentgen Arentsdr, weduwe van Louris Cornelisz van Rhijn, geassisteerd met Cornelis Arentsz backer haar broer, aan Sr Pouwels van Sevenhuijsen hun 2 derdeparten van zeker gemeen erfje waarin Sr Sevenhuijsen als actie en transport hebbende van Joost Roelantsz Oostvoorendijck het verdere derdepart is competerende, gelegen ten westen van de gemene huizinge en erve van verkopers, voor 50 gld 568.
                                                                                          In Voorburg worden in 1663, bij verkoop uit de boedel van Huybrecht Willemsz Gerdijn en Arientge Dircxdr, beiden zal., als erfgenamen van de moeder Maertge Jacobs, in haar leven weduwe van Dirck Gerritsz, genoemd: Cornelis Arentsz Duijvesteijn, Jacob Arentsz, Oude Claes Arentsz, Pieter Arentsz en Jonge Claes Arentsz, elk voor zichzelf, en Cornelis Crijnen Corper getrouwd hebbende Leentgen Arentsdr, Ariaentgen Arents weduwe van Louris Cornelisz van Rhijn, geassisterd met haar broer Cornelis Arentsz Duijvesteijn, en Lenaert Adriaensz van Oosterwijck getrouwd hebbende Zijtgen Arentsdr 569.
                                                                                      3. Neeltgen CORNELISDR, geb. ca. 1617, tr. Jacob Cornelisz RIJCKAERT.
                                                                                      4. Willem Cornelisz van RIJN, geb. ca. 1622, ondertr./tr. (schepenbank) Stompwijk 7/24 jan. 1645 Jannetgen Jansdr van VELSEN, ged. (nederd. geref.) Wilsveen 5 juli 1620 (doopgetuigen Leendert Jansz, Maritgen Huygendr en Tryntgen Leendertsdr), dr van Jonge Jan Leendertsz van VELSEN, schepen (1633), ambachtsbewaarder van Stompwijk (1637), en Lysbeth Cornelisdr SCHOUT.
                                                                                          In Stompwijk legt in 1651 Willem Cornelisz van Rijn, oud omtrent 29 jaar, een verklaring af, en verkoopt in 1652 Pieter Lenertsz van der Veer wonende in Wilsveen aan Willem Cornelisz van Rijn mede in Wilsveen een partij flodderland verongeld wordende voor 6 hond kwaad land, belend ten oosten Cornelis Hubertsz, ten zuiden Jan Gerrit Crijnen, ten westen Jan Gerritsz voorschreven en Dirck Jansz Cluijt, ten noorden Claes Cornelisz van Rijn cum socio, nog een partij flodderland verongeld wordende voor 1 hond goed land, belend ten oosten en zuiden Dirck Jansz Cluijt, ten westen Dirck Crijnen, ten noorden de Wilsveensche binnenwateringe, nog een partij veenland verongeld wordende voor 1¼ hond goed land mitsgaders nog de helft van nog zo'n 1¼ hond goed land in Wilsveen, tezamen belend ten oosten Jan Cornelisz van der Eijck, ten zuiden Jan Pietersz Visser, ten westen Arij Pietersz, ten noorden Arij Pietersz voorschreven c.s., voor een schuldbrief van 1400 gld 570.
                                                                                      5. Machtelt Cornelisdr van RIJN, geb. ca. 1627, ondertr./tr. (schepenbank) Stompwijk 2/19 okt. 1649 Claes DIRCK LEENDERTSZ.
                                                                                    619. (<309) (>1238, >1239) Neeltgen Pietersdr COLIJN.
                                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                                      1. Maritgen CORNELISDR, zie 309.
                                                                                      2. Pieter Cornelisz COLEN, geb. ca. 1 nov. 1591, tr. Jorisgen DIRCXDR, dr van Dirck ARIENSZ.
                                                                                          In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Pieter Cornelisz Colijn, Jorisgen Dircxdr zijn vrouw, Neeltgen, Maechtelt en Arien Pieters zoon en dochters (onvermogend) 556.
                                                                                          In Stompwijk verkopen in 1630 de voogden van de weeskinderen van wijlen Adriaen Claesz en wijlen Geertgen Dircxdr (in Voorschoten) aan Pieter Cornelisz Coolen een partijtje veenland van 2 hond 21 roeden, voor een schuldbrief van 406 gld, draagt in 1632 Dirck Ariensz aan Pieter Cornelisz Cole voor zijn huisvrouws huwelijksgoed omtrent ½ hond flodderland over en aan elk van zijn zes kinderen, waaronder Pieter Cornelisz Cole als getrouwd hebbende Jorisgen Dircxdr, een zesde deel van zijn huis en erf en van een stuk land, verkoopt in 1632 Dirck Ariensz aan Pieter Cornelisz Cole een partijtje flodderland van 1 morgen, voor een schuldbrief van 75 gulden, verkoopt in 1638 Claes Diricxz aan Pieter Cornelisz Coolen een partijtje kwaad flodderland van 3 hond, belend ten oosten Cornelis Leendertsz Decker, ten westen de koper, ten zuiden Claes Jacobsz van der Marck, ten noorden de erfgenamen van Cornelis Corsz, voor 48 gld gereed geld, en legt in 1640 Pieter Cornelisz Coolen een verklaring af over een recht van overpad over een stuk land waarop hij nog zijn vader had helpen steken 571.
                                                                                          In Stompwijk verkoopt in 1642 Pieter Pietersz van Veur aan Pieter Cornelisz Colen een partijtje flodderland van ½ morgen, belend ten oosten de kinderen van Adriaen Dircxz, ten westen Arent Cornelisz, ten zuiden de koper, ten noorden de kinderen van Pieter Jacobsz Ham, voor een obligatie van 150 gld en Jacob Pietersz Hofflant aan Pieter Cornelisz Colen de helft van een partijtje land groot 1½ morgen voor 700 gld gereed geld, verkoopt in 1644 Pieter Cornelisz Colen, medeschepen, aan Claes Jansz Visser een partijtje flodderland, te verongelden voor 2 hond, voor 48 gld gereed geld, en verkopen in 1646 Cornelis Pietersz en Reijer Pietersz Swugers aan Pieter Cornelisz Colen 1½ hond flodderland, belend ten oosten de kinderen van Arien Dircxz, ten westen Arent Cornelisz Fynenburger, ten zuiden Pieter Cornelisz voorschreven, ten noorden Maerten Bouwensz, voor een obligatie van 380 gld 572.
                                                                                          In Stompwijk verkoopt in 1650 Pieter Cornelisz Colen aan Cornelis Lenert Gerritsz een partijtje flodderland verongeld wordende voor 2 hond goed land, in de Starrevaertsche polder, belend ten oosten en zuiden Gerrit Dircxz, ten westen de weduwe van jonge Cornelis Jorisz, ten noorden Matheus Pietersz, voor 90 gld gereed geld, heeft in 1652 Pieter Cornelisz Colen, na eerder uit de hand verkocht te hebben aan Cornelis Reijnen de Jonge, na naasting overgedragen aan Leendert Cornelisz Jonge Decker, comparants schoonzoon wonende aan de Ommedijck, een partij flodderland verongeld voor 3 hond kwaad en 5½ hond goed land, voor een obligatie van 120 gld, die dit meteen doorverkoopt aan zijn vader Cornelis Lenertsz, en verkoopt in 1656 Pieter Cornelisz Colen aan Aelwijn Fredricxz een erfje met een halve schuur gekomen van Hubert Lenertsz, in de Starrevaertsche polder, belend ten oosten Cornelis Cornelisz van Stompwijck, ten zuiden de Stompwijcsche wateringe, ten westen Leenert Cornelis Leenertsz, ten noorden de navolgende partij, nog een partij flodderland gekomen als voren, te verongelden met het erf voorschreven voor 1½ hond, belend ten oosten Cornelis Cornelisz van Stompwijck, ten zuiden voorgaand erf, ten westen Cornelis Leenert Gerritsz, ten noorden Cornelis Arentsz backer, voor een obligatie van 96 gld 573.
                                                                                      3. Ariaentgen CORNELISDR, ged. (nederd. geref.) Wilsveen 16 okt. 1594 (doopgetuigen Adriaen Jansz schout van Stompwijk en Maritgen Jansdr), tr. Jacob Pietersz HOFFLANT.
                                                                                          In Stompwijk verkoopt in 1642 Jacob Pietersz Hofflant aan Pieter Corrnelisz Coolen de helft van een partijtje land, groot 1½ morgen, belend ten oosten Jan Vrancken, ten zuiden en westen Cornelis Cornelisz Persoon, ten noorden de Stompwycxe wateringe, voor 700 gld gereed geld, en in 1643 verkoopt Joris Heyndricxz van Leeuwen aan Jacob Pietersz Hoflant scheepmaker een partijtje flodderland, groot 2 hond, belend ten oosten en westen Claes Dircxz c.s., ten zuiden Jacob Pietersz c.s., ten noorden Claes Dircxz, voor 140 gld gereed geld 574.
                                                                                      4. Trijntgen CORNELISDR, geb. mei 1596, tr. Leendert VRANCKEN.
                                                                                      5. Jan Cornelisz van RHIJN, geb. mei 1601, tr. Ariaentge Jacobsdr BERGEN, dr van Jacob Claesz BERGEN, die hertr. met Cornelis Arentsz DUIJVESTEIJN, bakker te Voorburg.
                                                                                          In Stompwijk verkoopt in 1656 Cornelis Arentsz backer, wonende te Voorburg, getrouwd hebbende Ariaentge Jacobsdr, tevoren weduwe en boedelhoudster van Jan Cornelisz Colen, aan Leenert Cornelis Leenertsz een erfje met een halve schuur gekomen van Hubert Leenertsz, in de Starrevaertsche polder, nog een partij flodderland gekomen als voren, met het erf 1½ hond, en nog een partijtje flodderland gekomen van Jan van Duijnen, voor een obligatie van 120 gld (op dezelfde datum verkoopt Pieter Cornelisz Colen eenzelfde halve schuur op een erfje, en een soortgelijk stuk flodderland, met Cornelis Arentsz backer als noordelijke belender) 575.
                                                                                          In Voorburg verkopen in 1671 Cornelis Arentsz Duijvesteijn, weduwnaar van Ariaentge Jacobsdr, die tevoren in huwelijk gehad heeft Jan Cornelisz van Rhijn, voor de ene helft, Cornelis Jansz van Rhijn voorzoon van voorschreven Ariaentge Jacobs, Adriaen Cornelisz Duijvesteijn, Jacob Cornelisz Duijvesteijn en Maerten Jacobsz s'Gravemade als getrouwd hebbende Leentge Cornelis Duijvesteijn, nog tezamen vervangende Jan Cornelisz Duijvesteijn, nakinderen van voorschreven Ariaentge Jacobs, tezamen voor 5 zesdeparten in de wederhelft, aan Jacob Aelbrechtsz Veen getrouwd hebbende Geertge Cornelis Duijvesteijn aan wie het resterende zesdepart van de wederhelft competeert, zekere huizinge en erve, schuur en bargen, met een croft teelland groot omtrent 3 hond in 't Oosteijnde, belend ten oosten Aeltge en Neeltge Jansdr, ten zuiden de Heerwech, ten westen Dirck Cornelisz van der Haes en de erfgenamen van heer Magnus, ten noorden de Lijwech, met diverse lasten, voor 575 gld 576.
                                                                                      6. Jonge Maritgen Cornelisdr van RHIJN, geb. ca. 27 febr. 1605, tr. Claes Jacobsz BERGEN, zn van Jacob Claesz BERGEN.
                                                                                          In Voorburg verkopen de 4 kinderen en erfgenamen van Cornelis Jacobsz Bergen verwekt bij Jaepge Simonsdr aan de gezamenlijke kinderen en erfgenamen van Maertge Cornelis van Rhijn, in haar leven weduwe en boedelhoudster van Claes Jacobsz Bergen, de helft van een erf of stukje land liggende gemeen in de croft teelland van de kopers in 't Oosteijnde aan de Heerwech naast de laan, waarin de kinderen en erfgenamen van Ariaentge Jacobs Bergen, hun moei, verwekt bij Cornelis Arentsz Duijvesteijn, de wederhelft is competerende, voor 40 gld, te betalen aan Jr Anthonij van Stembor in mindering van achterstallige landpacht 577.
                                                                                          In Voorburg verkopen in 1684 Cornelis Claes van Bergen en Geertgen Claes van Bergen weduwe van Gerrit Aemsz Gerdijn, elk voor een derdepart, en nog beiden mitsgaders Lenaert Jansz Starre als voogd over de minderjarige kinderen van Oude Jan Jansz en Cornelis Jansz, alsmede Jonge Jan Jansz Starre, Bastiaen Cornelisz van der Speck, Cornelis Cornelisz en Maria Cornelis van der Speck, tezamen erfgenamen van 't minderjarige kind van Neeltge Claes van Bergen verwekt bij Bastiaen Jansz Starre, beiden zal., voor 't resterende derdepart, aan Trijntge Cornelis van Dulcom, weduwe van Arien Lenaertsz Vergou, zeker huis en schuur met een croft teelland daaraan gelegen in 't Oosteijnde, verongeldende voor 1 hond 75 roeden, met lasten, voor 800 gld in contante penningen 578.
                                                                                    624. (<312) (>1248, >1249) Sijmon Pietersz ROIJ, schepen van Stompwijk in 1602 579, overl. vóór 7 mei 1623, tr.
                                                                                        In het kohier van morgentalen van Stompwijk, opgemaakt ca. 1600, komen na elkaar voor als eerste inschrijving: (1) Symon Pietersz Roy, van zijn vader, gekomen zijnde van Cornelis Dircxsz Clerck, in 't geheel gemeten op 10 morgen, waarvan deze 5 morgen heeft, (2) Jannitgen, weduwe van Pieter Jansz Roy, van de voorschreven landen van Clerck, 5 morgen, gebruiker Jacop Pietersz in den Elst 580.
                                                                                        In de lijst van de weerbare mannen in Stompwijk en Wilsveen in 1599 onder 'de Vliet': Symon Pietersz Roey, met een lans, en in het kohier van de kapitale lening van 1599 in Stompwijk en Zoeterwoude onder 'de Vliet': Symon Pietersz Roy. In het kohier van de 200e penning van 1625 in Voorschoten 'Aenden Leytschendam': de weduwe van Sijmon Pietersz Roij uit Stompwijk, 10 gld 581.
                                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1606 Symon Pietersz Roy aan Adriaen Willemsz omtrent 5 hond land, belend ten oosten Tonis Jansz, ten westen Cornelis Gerrit Barthoutsz, ten zuiden de Ommedycxe Wateringe, ten noorden Roel Jansz 582.
                                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1621 Sijmon Pietersz Rooij aan Leendert Cornelisz Boon omtrent 2 hond kwaad flodderland, hebben in 1623 Aechgen Baerthoutsdr, weduwe van Symon Pieters zoon Roey, geassisteerd met Baerthout Symonsz haar gecoren voogd, ter eenre, en Baerthout Symonsz de Roey, Jan Symonsz, Gerrit Jacobsz Ham in huwelijk hebbende Maritgen Sijmonsdr, Dirck Leendertsz als man en voogd van Pleuntgen Symonsdr, en Gerritgen Symonsdr, weduwe van Symon Cornelisz, geassisteerd met Baerthout Symonsz haar broer, allen tezamen zoons, dochters en zwagers [schoonzoons] van Aechgen Baerthouts en Symon Pietersz, ter andere zijde, in vrienschap gedeeld, waarbij Aechgen Baerthouts zal blijven bezitten het huis en erf aan de Vliet met omtrent 5 morgen land, belend ten oosten Willem Pieren, ten westen Pieter Ewutsz, ten zuiden jr. van der Nath, ten noorden de Vliet, verkopen in 1641 Huybrecht Dircxsz en Abraham Engelsz beiden wonende te Leiden, elk voor zijn gedeelte van 1 morgen land, en Lourens Gerritsz en Symon Gerritsz voor ½ morgen land, aan Baerthout Symons Roy, Jan Symons Roy en Geritgen Symonsdr hun voorschreven gedeelten in 5 morgen land, wezende elke morgen belast met 36 stuivers 's jaars, voor een schuldbrief van 3087 gld 10 st, te betalen de helft mei 1641 en de helft meidag 1642, en hebben in 1641 Barthout Symonsz Roy, Jan Symonsz Roy en Gerritgen Symonsdr in vriendschap de woning en landen aan de Treckwech, geldend voor 5 morgen, gedeeld 583.
                                                                                    625. (<312) Aechgen BARTHOUTSDR.
                                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                                      1. Barthout Sijmonsz ROIJ, overl. vóór 1 jan. 1653, tr. Jannetgen GERRITSDR.
                                                                                          In het kohier van het hoofdgeld van 1623 komt onder 'Voorschoten, dorp' voor: Barthout Symonsz en Jannetgen Gerritsdr zijn huisvrouw, met Pieter, Gerrit, Annetgen, Jan en Neeltgen hun kinderen 584.
                                                                                          In Stompwijk verkoopt in 1629 Gerrit Jacobsz Ham aan Barthout Sijmonsz Roij een tiende part van een woning gelegen aan de Vliet, met 5 morgen land daaraan gelegen, belast met 18 stuivers 's jaars aan het St. Catharijnengasthuis te Leiden, voor 325 gld, waarvan 100 gld in gereed geld en de rest in mei 1630 te betalen, wordt in 1639 aan Baerthout Symonsz Roy voor de aanleg van de trekweg tussen Delft en Leiden langs de Vliet 81 gld 14 st 5 penn uitbetaald voor 24½ roeden, en verklaart in 1653 Jannetgen Gerritsdr, weduwe en boedelhoudster van Barthout Sijmonsz, geassisteerd met Gerrit Barthoutsz haar zoon, op 1 januari 1653 openbaar verkocht te hebben aan Cornelis Symonsz wonende te Veur „seeckere wooninge als huijsinge, schuijr, barch, pootinge en plantinge”, met omtrent 2 morgen land, gelegen aan de Treckwech genaamd het Pintgeterloop, belend ten oosten Jan Pietersz Coppel, ten zuiden de erfgenamen van Gerritge Symonsdr, ten westen Ansem Arentsz van der Werff c.s., ten noorden de Vliet, belast met 3 gld 6 st 's jaars aan het St. Catharijnengasthuis te Leiden en nog een losbare rente van 6 st 's jaars aan de erfgenamen van jonkheer Cornelis van der Nath, met de bepaling dat de 3 morgen van Jan Symonsz en de kinderen van Gerritge Symonsdr mitsgaders de 5 morgen toebehorende de voorschreven erfgenamen van jonkheer van der Nath uitpad over het verkochte zullen hebben, en omgekeerd, voor 2165 gld waarvan 1000 in gereed geld en de rest in 2 jaarlijkse termijnen 585.
                                                                                          In Voorschoten verkoopt in 1634 Barthout Symonsz wonende in de banne van Stompwijk aan Claes Cornelisz van Brederode een huis enz., belend ten oosten Gerrit Cornelisz van Rietbrouck, ten zuiden de sloot tussen Jan Pietersz van Leeuwen en de koper, ten westen Jan Cornelis Cornelisz van Couwenhoven c.s., ten noorden de Dorpswech, voor 700 gld gereed geld 586.
                                                                                      2. Jan Simonsz van VELSEN (ROIJ), zie 312.
                                                                                      3. Maritgen Sijmonsdr ROIJ, tr. (schepenbank) Voorschoten 17 jan. 1606 587 Gerrit Jacobsz HAM, zn van Jacob Jansz HAM en Tryntgen PHILLIPSDR.
                                                                                      4. Pleuntgen Sijmonsdr ROIJ, tr. Dirck LEENDERTSZ.
                                                                                      5. Gerritgen Sijmonsdr ROIJ, tr. Sijmon CORNELISZ, overl. vóór 7 mei 1623.
                                                                                    626. (<313) (>1252) Lenert JAN REYNEN, schepen van Stompwijk 588, overl. tussen 26 dec. 1608 en 4 febr. 1609 589, tr.
                                                                                        In Stompwijk wordt op 14 januari 1614 de akte van scheiding en deling ingeschreven tussen Applonia Dircxdr, weduwe van Lenert Jan Reynen, geassisteerd met Gielis Adriaensz haar zwager, ter eenre, en Jan en Dirck Lenertszonen, Pieter Cornelisz wonende te Wassenaar man en voogd van Aeltgen Lenertsdr, Adriaen Cornelis Corsz man en voogd van Applonia Lenertsdr, Roelant Jansz schoemaecker man en voogd van Maritgen Lenertsdr, Lenert Jansz van Velsen man en voogd van Jannitgen Lenertsdr, Jan Symonsz man en voogd van Lysbeth Lenertsdr, mitsgaders Maritgen, Trijntgen, Leentgen en Cryntgen Lenertsdochters geassisteerd met Dirc Aryensz hun oom en voogd, nagelaten kinderen van voorschreven Lenert Jan Reynen bij Applonia Dircxdr geprocreëerd, ter andere zijde, die verklaarden op verleden 29 januari geaccordeerd te zijn over de scheiding en deling van de nagelaten boedel. Van de [uitgebreide] deling moeten 2 gelijk luidende scheibrieven opgemaakt worden, ondertekend door de comparanten, uitgezonderd Leentgen voor wie haar man Aernt Cornelisz en Cryntgen voor wie haar man Cornelis Lenertsz tekenen op 14 januari 1615, en uitgezonderd Gielis Adriaensz die op 9 maart 1616 heeft getekend. Op dezelfde datum koopt Roel Jansz schoemaecker van de overige kinderen hun elfde delen in 2 morgen 4½ hond hooi- en weiland, voor een custingbrief van 1363 gld 7 st 12 penn, en evenzo Adriaen Cornelis Corsz in een stuk slagturfland verongeld voor 3 hond, een perceel flodderland verongeld voor 3 hond en 2 percelen flodderland verongeld voor 4½ hond, voor een obligatie van 109 gld 1 st 4 penn 590.
                                                                                    627. (<313) (>1254) Applonia DIRCXDR, overl. vóór 5 aug. 1631.
                                                                                        In Stompwijk verkoopt in 1615 Applonia Dircxdr, weduwe van Lenert Jan Reynen, geassisteerd met Jan Lenertsz haar zoon, aan Jan Lenertsz van Velsen bijgenaamd Jonge Jan omtrent een halve morgen flodderland, voor een obligatie van 70 gld 591.
                                                                                        In het kohier van het hoofdgeld van 1623 onder 'Stompwijk': Appelonia Dircxdr, weduwe van Leen Jan Reijnen, Dirck en Maritgen Lenaerts zoon en dochter, met Leentgen Arisdr dienstmaagd 592.
                                                                                        In Stompwijk verkoopt op 5 augustus 1631 Cornelis Leendertsz Jonge Leen aan Roelant Jansz schoemaecker comparants part in de woning en landen door Apollonia Dircxde zal., in haar leven weduwe van Leendert Jan Reynen, zijn schoonmoeder, nagelaten, voor 300 gld gereed geld, en verkopen in 1632 Dirck Leendertsz, Arent Cornelisz Jongesnyer als getrouwd hebbende Leentgen Leendertsdr, Arij Cornelis Corsz van der Eijck als getrouwd hebbende Pleuntgen Leendertsdr, Jan Symonsz Roij als getrouwd hebbende Lijsberth Leendertsdr, Roelant Jansz als getrouwd hebbende Maritgen Leendertsdr, Pieter Cornelisz als getrouwd hebbende Aeltgen Leendertsdr, Maritgen Leendertsdr geassisteerd met Dirck Gillisz Clover, en Pieter en Willem Leendertszonen [van Velsen], allen erfgenamen van zal. Appolonia Dircxdr, aan Sijmon Jansz Scheer zekere woninge enz., groot met het aanliggende land 3 morgen 3½ hond, belend ten oosten Joris Pietersz den Elsen, ten westen de erfgenamen van Pieter Jonge Louwen, ten zuiden Pieter Jansz Coningh c.s., ten noorden de Stompwycxe Binnenwateringe, nog 11 hond kwaad flodderland gelegen omtrent de Ommedyck, belend ten oosten Cornelis Claesz, ten westen Jacob Claesz, ten zuiden de Ommedycxe Wateringe, ten noorden de weduwe van Daniel Arentsz, en nog 3½ hond kwaad flodderland, belend ten oosten Dirck Lourisz, ten westen Jan Willem Jannen, ten zuiden Jeroen Gerritsz, ten noorden Vranck Ariensz, voor een custingbrief van 3700 gld 593.
                                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                                        1. Applonia LEENDERTSDR, geb. ca. 1571, overl. vóór 1 nov. 1655, tr. 1° (nederd. geref.) Wilsveen 4 juni 1600 Jan WILLEM CLAESZ, overl. tussen 6 maart 1608 en 4 febr. 1609, tr. 2° Adriaen Cornelisz van EIJCK, zn van Cornelis CORSZ.
                                                                                            In Stompwijk verklaart in 1607 Applonia Lenertsdr, huisvrouw van Jan Willem Claesz wonende te Wilsveen, oud omtrent 36 jaar, ten verzoeke van Pieter Adriaensz, pachter van de kaarsen, ongel en smeer over Leiden en geheel Rijnland, van de termijn ingegaan april 1607, dat zij op zaterdag 10 november jl. met een boomtgen smeer of ongel van omtrent 6½ pond op de markt in Leiden is geweest 594.
                                                                                            In Stompwijk delen in 1609 Applonia Lenertsdr wonende te Wilsveen, weduwe van Jan Willem Claesz, geassisteerd met haar broer Jan Lenertsz, ter eenre, en Lenert Willem Claesz als oom en Dirc Gerritsz als weesmeester en behuwdoom, als zodanig voogden van Willem oud omtrent verleden mei 6 jaar en Cryntgen oud verleden kermisdag 5 jaar, nagelaten weeskinderen van Jan Willemsz bij Applonia Lenertsdr, in 't bijwezen van o.a. Dirc Lenertsz, Lenaert Jansz van Velsen en Roelant Jansz schoemaker, broer en zwagers van de weduwe, de achtergelaten boedel volgens de beschreven staat ervan, waarbij kinderen zowel van hun vader als van hun bestevader Lenert Jan Reynen erven; de weduwe stelt als onderpand haar woning enz., groot omtrent 2 morgen, in Wilsveen, belend ten westen Huybrecht Cornelisz, ten noorde de Wilsveense wech, ten zuiden Lou Ghysen, ten oosten de kapel van Wilsveen 595. In 1611 is Catharina Cornelisdr, weduwe van Maerten Adriaensz Snijer, wonende te Wilsveen, een losrente van 2 gld 3 st 's jaars schuldig aan de voogden van de weeskinderen van wijlen Jan Willem Claesz geprocreëerd bij Applonia Lenertsdr, heeft Jonge Jan Pietersz [anders geheten Jan Wouters] wonende te Wilsveen aan Lenert Willemsz en Dirc Gerritsz, als ooms en voogden van de nagelaten weeskinderen van wijlen Jan Willemsz bij Applonia Lenertsdr, een custingbrief, resterende 300 gld, sprekende op Adriaen Pietersz Neef te Zoetermeer, overgedragen, te betalen 50 gld 's jaars, en is in 1612 Adriaen Gerritsz wonende te Rijswijk aan de voogden van de nagelaten weeskinderen van zal. Jan Willem Claesz bij Applonia Lenertsdr wonende te Wilsveen een losrente van 3 gld 2½ st 's jaars schuldig, met als hoofdsom 50 gld 596.
                                                                                            In Stompwijk verkoopt in 1603 Jan Willem Claesz aan Hendrick Dircxz Bogge, brouwer in De Drie Haringen te Delft, een custingbrief op Quijrin Dircxz wonende te Nieuwkoop in het ambacht van Pijnacker, resterend 325 gld, en verkoopt in 1608 Jan Willem Claesz wonende te Wilsveen aan Adriaen Aryensz Jonge Myenteman wonende te Zoetermeer 2 hond flodderland 597.
                                                                                            In Stompwijk verkoopt in 1614 Adriaen Cornelis Corsz wonende te Wilsveen aan Cryn Sijmonsz Visscher mede wonende aldaar een perceel flodderland te verongelden voor 1 hond, gelegen in Wilsveen, voor 70 gld gereed geld, en aan Cornelis Vechtersz een perceel flodderland verongeld voor 3½ hond goed en ½ hond kwaad, en nog een perceel flodderland verongeld voor 3 hond, voor een custingbrief van 80 gld, verkoopt in 1615 Adriaen Cornelis Corsz wonende te Wilsveen aan Lenert Lenertsz wonende op de Vliet 2 percelen flodderland tezamen verongeld voor 4½ hond, comparant aangekomen door koop en deling uit de boedel van zijn schoonvader zal. Lenert Jan Reynen, voor 12 gld, en verkoopt in 1616 Adriaen Cornelis Corsz wonende te Wilsveen aan Claes Dircxz een perceel flodderland verongeld voor 1½ hond, voor een obligatie van 150 gld 598.
                                                                                            In het kohier van het hoofdgeld van 1623, onder 'Stompwijk': Arien Cornelisz van Eijck, Pleuntgen Lenaertsdr zijn wijf, Willem Jansz van den Bosch voorzoon, Jan Ariensz en Lenaert Ariensz 599.
                                                                                            In Stompwijk in 1621 verkoopt Cornelis Corsz aan Adriaen Cornelis Corssen 3 hond flodderland, belend ten oosten Cornelis Adriaensz Sman, ten westen Claes Colen en Bouwen Cornelisz, ten zuiden Pieter Alewijnsz, ten noorden de Stompwyckse Binnenwateringe, verkoopt Pieter Claesz Sterre aan Arij Cornelisz 2½ hond slagturfland, belend ten oosten Pieter Gerritsz, ten westen Pieter Claes Coelen, ten zuiden Arij Claes Neel Jorisz, ten noorden Leendert Gerritsz, verkoopt in 1624 Adriaen Cornelis Corsz van der Eyck aan de heer Tuining secretaris van graaf Heyndrick van Nassouwe, wonende in Den Haag, een stuk hooiland aan de Ommedyck voor 1050 gld, verkoopt in 1627 Adriaen Eeuwoutsz aan Adriaen Cornelis Corsz van Eijck wonende in Wilsveen omtrent 5 hond flodderland, te verongelden voor 3 hond goed en 2 hond kwaad, voor 70 gld gereed geld, verkoopt in 1628 Leendert Hillebrantsz aan Ary Cornelis Corssen van Eyck een partijtje flodderland van 2 hond, voor 40 gld gereed geld, verkoopt in 1630 Leendert Cornelisz Jonge Schout aan Arij Cornelisz van Eijck een partijtje flodderland van 2 hond, voor een obligatie van 40 gld, draagt in 1632 Ary Cornelisz van der Eijck aan Jan Ariensz zijn zoon als huwelijksgoed 6 hond goed en 4½ kwaad flodderland op, en ruilt in 1634 Arij Corsz van der Eyck land met Michiel Willemsz 600.
                                                                                            In Stompwijk verkoopt in 1640 Ary Cornelis Corsz van der Eyck aan Claes Arentsz een partijtje flodderland van 6 hond, belend ten oosten Ary Cornelisz Sman, ten westen Ghys Leendertsz, ten zuiden Pieter Alewynsz c.s., ten noorden de Stompwycxe binnewateringe, voor een obligatie van 180 gld, verkoopt in 1642 Ary Cornelisz van der Eyck aan Cornelis Aryensz van der Eyck zijn zoon een huizinge enz., te verongelden voor ½ hond kwaad land, belend ten oosten Gerrit Dircxz, ten zuiden de Stompwycxe wateringe, ten westen en noorden de verkoper, voor 300 gld, waarvan 100 gld mei 1542, en telkens 100 gld de volgende 2 jaren, verkopen in 1642 Claes Jansz Visser voor de ene helft en de erfgenamen van Aeltgen Cornelisdr voor de andere helft aan Ary Cornelisz van der Eyck 9 hond kwaad flodderland, belend ten oosten Gornelis Gysen, ten westen de weduwe van Maerten Bouwensz, ten zuiden Maertgen Cornelisdr, ten noorden Ghys Willem Ghysen, voor een schuldbrief van 410 gld, verkoopt in 1643 Ary Cornelisz van der Eyck aan Leendert Lourens van de Roen een partij land te verongelden voor 2 morgen, belend ten oosten de vaarsloot of Teunis Jansz, ten westen Jan Gerritsz en Neeltgen Jansdr, ten zuiden de erfgenamen van Teunis Jansz, ten noorden de molenwateringe, voor een obligatie van 2000 gld, en verklaart in 1644 Garbrant Jansz van der Gaech op 21 januari 1644 openbaar verkocht te hebben aan Ary Cornelisz van der Eyck 2 partijen land elk te verongelden voor 5 hond, en nog 2 hond, makende samen 2 morgen, belend in 't geheel ten oosten Cornelis Barthoutsz c.s., ten westen Adriaen Adriaensz Hammerlaen, ten zuiden Jacob Jansz van den Berch, ten noorden de Achterwech, voor een schuldbrief van 3680 gld 601.
                                                                                            In Stompwijk verkoopt in 1645 Arij Cornelisz van der Eijck aan Cornelis Adriaensz van der Eijck zijn zoon 1 morgen flodderland, belend ten oosten Jan Jansz Schouten de Jonge, ten westen Baerthout Cornelisz den Dil, ten zuiden de weduwe van Michael Spruytwater, ten noorden voorschreven Jan Schouten c.s., voor een obligatie van 200 gld, verklaart in 1647 Arij Cornelisz van Eijck wonende in Wilsveen op 19 december 1646 openbaar verkocht te hebben, een partij heel veenland liggende omtrent de Soetermeersche meer met consent om te mogen verslagturven, aan Dirck Cornelisz Jongesnijer 2 hond, voor een custingbrief van 791 gld, zowel aan Cornelis Ariensz van Groenewegen als aan Arij Lenertsz Boonenburch wonende aan de Ommedijck 177 roeden, te verongelden voor 1½ hond, voor een custingbrief van 700 gld, en verkoopt in 1648 Adriaen Cornelisz van der Eijck wonende in Wilsveen aan Jan Pietersz Dusseldorp wonen