Naar beginpagina
Kwartierstaat HINRICHS - VAN DER SLUIS
>index
Generatie I (>II)
1a Aaltje HINRICHS, geb. Heiloo 4 jan. 1844, overl. ald. 31 juli 1882, tr. ald. 5 mei 1867 Jan Willem van de POLL, geb. Alkmaar 3 nov. 1838, timmermansknecht (bij huwelijk), timmerman, overl. Heiloo 7 jan. 1882, zn van Willem van de POLL, warmoezier, en Johanna Barendina ROCHEL.
1b Bregje HINRICHS, geb. Heiloo 17 juni 1845, overl. ald. 6 juni 1858.
1c Johannes Dirk HINRICHS, geb. Heiloo 29 april 1848, seinwachter, oppasser (bij overlijden), overl. Stad Almelo 23 febr. 1887, tr. ald. 31 juli 1873 Frederika Johanna NIJKAMP, geb. ald. ca. 1845, dienstbode (bij huwelijk), overl. Enschede 1915, dr van Johannes NIJKAMP, machinist, en Berendina PEZIE.
1d Petronella HINRICHS, geb. Heiloo 9 maart 1850, ongehuwd, overl. ald. 10 nov. 1884.
1e Catharina HINRICHS, geb. Heiloo 18 juni 1852, ondertr. ald., tr. ald. 5 jan. 1880 Gerrit van der KOLK, geb. Wijk aan Zee en Duin 17 febr. 1842, tuinder, overl. Beverwijk 17 okt. 1938, zn van Christiaan van der KOLK, dagloner, tuinder, en Jansje PLETTING.
1f Jacob HINRICHS, geb. Heiloo 8 mei 1854, timmermansknecht, overl. ald. 2 febr. 1886, tr. ald. 29 april 1880 Adriana van den BERG, geb. Egmond-Binnen 6 maart 1858, overl. Heiloo 27 mei 1885, dr van Cornelis van den BERG, schulper, landman, en Matje BROUWER.
1g Hendrik Hermanus HINRICHS, geb. Heiloo 22 juni 1856, boerenknecht, vrachtrijder, overl. ald. 2 okt. 1927, tr. ald. 1 maart 1894 Jacoba Cornelia OLREE, geb. Zierikzee 19 aug. 1863, overl. Heiloo 20 nov. 1927, dr van Jacob OLREE en Jacoba van den BERGE.
Op 25 juni 1928 wordt de nalatenschap aangegeven van Hendrik Hermanus Hinrichs, overleden te Heiloo op 2 oktober 1927, echtgenoot van Jacoba Cornelia Olree. Volgens zijn testament van 3 april 1897 voor notaris C.W.A. van de Wall te Alkmaar zijn zijn erfgenamen zijn echtgenote, thans overleden, voor ¾, en zijn bovengenoemde dochter voor ¼. Het actief van de gemeenschap bedroeg op 2 oktober 1927 1850, waaronder een huis en erf te Heiloo, kadastraal B381, groot 1 a 67 ca, gewaardeerd op 1800, het passief bestaande uit de begrafeniskosten 150, zodat het saldo der nalatenschap 775 is. 1
Op 25 juni 1928 wordt de nalatenschap aangegeven van Jacoba Cornelia Olree, overleden te Heiloo op 10 november 1927, weduwe van Hendrik Hermanus Hinrichs. De aangever is Leendert Cornelis Esveldt, slager te Zaandam, in gemeenschap van goederen gehuwd met Hendrika Jacoba Cornelia Hinrichs, haar enige dochter. Het actief van de nalatenschap bedraagt 1610, waaronder 1575 als 7/8 van de verkoopwaarde van het huis en erf, het passief 202,50. 2
1h Dirk HINRICHS, geb. Heiloo 21 nov. 1857, overl. ald. 25 sept. 1858.
1i Bregje HINRICHS, geb. Heiloo 6 dec. 1858, overl. Heemskerk 13 maart 1939, tr. Heiloo 28 mei 1886 Johannes BLOM, geb. Groet, gem. Schoorl 29 dec. 1860, watermolenaar, boer, overl. Alkmaar 8 juni 1937, zn van Jan BLOM, arbeider, watermolenaar, en Helena BAKKER.
Bij de inschrijving voor de Nationale Militie in Schoorl in 1879, voor de lichting van 1880, is Johannes Blom, wonende te Egmond-Binnen, watermolenaarsknecht, uit hoofde van broederdienst vrijgesteld van dienst.
1j Maria HINRICHS, geb. Heiloo 18 dec. 1859, overl. ald. 18 juni 1860.
1k (levenl. kind) HINRICHS, geb. Heiloo 24 dec. 1862.
Generatie II (<I, >III)
2. (>4, >5) Johan Siuts HINRICHS 3, geb./ged. (ev. luthers) Oldendorf/Esens (O.-Fr.) 17/23 april 1815, timmerman en metselaar, timmermansbaas te Heiloo, overl. ald. 2 jan. 1892, tr. Heemskerk 10 dec. 1843
3. (>6, >7) Hillegonda van der SLUIJS, geb. Heemskerk 1 febr. 1818, overl. Heiloo 2 jan. 1892.
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje HINRICHS, geb. Heiloo 4 jan. 1844, zie 1a.
2. Bregje HINRICHS, geb. Heiloo 17 juni 1845, zie 1b.
3. Johannes Dirk HINRICHS, geb. Heiloo 29 april 1848, zie 1c.
4. Petronella HINRICHS, geb. Heiloo 9 maart 1850, zie 1d.
5. Catharina HINRICHS, geb. Heiloo 18 juni 1852, zie 1e.
6. Jacob HINRICHS, geb. Heiloo 8 mei 1854, zie 1f.
7. Hendrik Hermanus HINRICHS, geb. Heiloo 22 juni 1856, zie 1g.
8. Dirk HINRICHS, geb. Heiloo 21 nov. 1857, zie 1h.
9. Bregje HINRICHS, geb. Heiloo 6 dec. 1858, zie 1i.
10. Maria HINRICHS, geb. Heiloo 18 dec. 1859, zie 1j.
11. (levenl. kind) HINRICHS, geb. Heiloo 24 dec. 1862, zie 1k.
Generatie III (<II, >IV)
4. (<2) (>8, >9) Johann Diedrich HINRICHS, geb. ca. 1780, Arbeiter, Warfsmann, overl./begr. Oldendorf 10/14 sept. 1847, tr. Werdum (O.-Fr.) 2 mei 1807
5. (<2) (>10, >11) Adelheid JANSSEN, geb./ged. Gröninger Häuser/Werdum (O.-Fr.) 29 aug./1 sept. 1778, overl./begr. Oldendorf/Esens (O.-Fr.) 8/14 april 1845.
Uit dit huwelijk:
1. Hinrich Heeren HINRICHS, geb./ged. Schillhörn/Werdum (O.-Fr.) 19/22 mei 1809, Arbeiter, warfsman, overl. Oldendorf 1860, tr. Esens (O.-Fr.) 31 maart 1839 Taalke Margaretha JANSSEN, geb./ged. Bense/Werdum (O.-Fr.) 4/6 febr. 1815, overl. Oldendorf 25 jan. 1863, dr van Frerich JANSSEN, Warfsmann, en Ikke Margaretha HERBUR.
2. Johan Siuts HINRICHS, geb./ged. (ev. luthers) Oldendorf/Esens (O.-Fr.) 17/23 april 1815, zie 2.
6. (<3) (>12, >13) Jacob van der SLUIJS, geb./ged. (nederd. geref.) Heemskerk 12/30 mei 1790, dagloner, tuinder (bij overlijden), overl. ald. 23 nov. 1848, tr. ald. 2 febr. 1817
In 1813 verkoopt Jacob van der Sluis, dagloner te Heemskerk, aan Lourens Schuijtemaker, schoolonderwijzer te Heemskerk, een stukje teelland, genaamd Kerkenakkertje en Pieter Krofje, gelegen aan de Wijkerweg, in eigendom bekomen op 30 mei en 12 september 1812 bij notaris Niehout van der Veen te Alkmaar 4.
In februari 1849 wordt door Lobberegtje Berghuis de nalatenschap aangegeven van Jacob van der Sluijs, haar man, overleden te Heemskerk op 23 november 1848. Erfgenaam is zijn weduwe voor het beschikbare deel, blijkens testament op 3 augustus 1848 gepasseerd bij notaris Jan de la Chambre Karshoff te Beverwijk. Hun kinderen zijn Hillegonda van der Sluijs getrouwd met Jan Hendriks, timmerman te Heiloo, Petronella van der Sluijs, meerderjarig en ongehuwd, dienstbode te Haarlem, en de minderjarige kinderen Gerrit, Maria en Jan, met hun moeder als voogdesse. De nagelaten onroerende goederen bestaan uit de helft van een huis, schuur en erf in Heemskerk in de Kerkbuurt, kadastraal D149, groot 3 a 60 ca. Van deze nalatenschap is geen successie verschuldigd. 5
7. (<3) (>14, >15) Lobbregtje BERGHUIS, geb./ged. (nederd. geref.) Heemskerk 10/18 febr. 1798, overl. ald. 25 okt. 1860.
Uit dit huwelijk:
1. Hillegonda van der SLUIJS, geb. Heemskerk 1 febr. 1818, zie 3.
2. Gerrit van der SLUYS, geb. Heemskerk 12 nov. 1819, overl. ald. 20 jan. 1820.
3. Petronella van der SLUYS, geb. Heemskerk 21 dec. 1820.
4. Jan van der SLUYS, geb. Heemskerk 16 mei 1823, overl. ald. 27 juli 1833.
5. Gerrit van der SLUYS, geb. Heemskerk 29 maart 1825, overl. ald. 21 sept. 1826.
6. Gerrit van der SLUIS, geb. Heemskerk 8 maart 1827, tuinman (bij huwelijk), dagloner, arbeider, landbouwer ald. (in de Kerkbuurt), overl. Zijpe 30 juli 1881 (op 13 augustus 1881 is zijn lijk gevonden in het Noord-Hollands Kanaal bij St. Maartensvlotbrug), tr. Egmond-Binnen 1 nov. 1857 Sijtje SCHOEN, geb. Alkmaar 8 febr. 1831, dienstbode (bij huwelijk), overl. Heemskerk 11 febr. 1886, dr van Cornelis SCHOEN, watermolenaar, en Antje PRINSEN.
7. Hendrik van der SLUYS, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 25 febr./23 maart 1828, overl. ald. 12 juli 1829.
8. Willem van der SLUYS, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 4 mei/8 juni 1829, overl. ald. 12 juli 1829.
9. Maria van der SLUIS, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 6 maart/10 april 1831, overl. Wijk aan Zee en Duin 9 mei 1894, tr. ald. 15 jan. 1854 Lodewijk OLDENBURG, geb. ald. 24 juli 1824, boer, schulper, arbeider, overl. Wijk aan Zee en Duin 25 mei 1891, zn van Lodewijk OLDENBURG en Jannetje ASSIES, bouwvrouw.
10. Jan van der SLUYS, geb. Heemskerk 24 april 1836, overl. ald. 1 mei 1836.
11. Jan van der SLUYS, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 29 aug./30 sept. 1838.
Generatie IV (<III, >V)
8. (<4) Hinrich CHRISTOPHERS, geb. ca. 1753, Hausmann, Heuermann, inwoner van Edelserloog, overl. Warfe 11 sept. 1798, tr. 2° Werdum (O.-Fr.) 18 juni 1789 Anke AEYLDS, geb. ca. 1760, overl. Warfe 22 okt. 1805, dr van Eilt TJARKS, Hausmann in Stedesdorf, en Lükke Margarethe, tr. 1°
Uit het tweede huwelijk:
1. Aeyld HINRICHS, geb. Warfe 22 juni 1790, overl. ald. 11 juli 1790.
2. Aeyld Tjarks HINRICHS, geb. Warfe 25 dec. 1791.
3. Christopher HINRICHS, geb. Warfe 11 aug. 1794.
4. (doodgeb. kind) HINRICHS, geb. Warfe 14 jan. 1797, begr. Werdum (O.-Fr.) 14 jan. 1797.
5. Ette Margarethe HINRICHS, geb. Warfe 4 maart 1798, tr. Werdum (O.-Fr.) 18 maart 1820 Harm Ewen BEHRENDS, geb. Wallum 14 april 1790, zn van Berend Ewen UPKEN, Hausmann in Wallum, en Eyte HARMS.
9. (<4) Ette Margarethe HINRICHS, geb. ca. 1753, overl. Warfe 10 juli 1788.
Uit dit huwelijk:
1. Johann Diedrich HINRICHS, geb. ca. 1780, zie 4.
2. Tomke HINRICHS, geb./ged. Edenserloog/Werdum (O.-Fr.) 17/20 april 1785, overl. Warfe 10 sept. 1798.
3. Ulferd HINRICHS, geb./ged. Edenserloog/Werdum (O.-Fr.) 2/10 juli 1788, overl. Warfe 26 okt. 1789.
10. (<5) (>20, >21) Johann HEEREN, geb. ca. 1749, Warfsmann, overl. Gröninger Häuser 26 febr. 1782, tr. Werdum (O.-Fr.) 6 juli 1777
11. (<5) (>22, >23) Inse HEEREN, geb. ca. 1757, overl. Gröninger Häuser 20 juli 1813, tr. 2° Werdum (O.-Fr.) 4 dec. 1785 Sjud SIBERNS, geb. ca. 1759, Warfsmann, overl. Gröninger Häuser 30 april 1824, zn van Siebern SIEBELS, Warfsmann in Burhafe, en Anke.
Uit het eerste huwelijk:
1. Adelheid JANSSEN, geb./ged. Gröninger Häuser/Werdum (O.-Fr.) 29 aug./1 sept. 1778, zie 5.
2. Heere Janssen MEIER, geb. Gröninger Häuser 16 okt. 1779, Warfsmann, Arbeiter, tr. 1° Werdum (O.-Fr.) 4 nov. 1805 Trienke GÖCKEN, geb. 1773, overl. Gröninger Häuser 22 jan. 1806, dr van Göcke HINRICHS, Warfsmann in Osteraccum, en Maria, tr. 2° Werdum (O.-Fr.) 2 mei 1807 Frauke GÖCKEN, geb. ca. 1783, dr van Göcke HINRICHS, Warfsmann in Osteraccum, en Maria.
3. Berend JANSSEN, geb. Gröninger Häuser 30 sept. 1781, overl. ald. 1 okt. 1781.
Uit het tweede huwelijk:
1. Anke SJUDS, geb. Gröninger Häuser 5 febr. 1786, overl. Altharlingersiel 7 maart 1828, tr. 1° Werdum (O.-Fr.) 22 febr. 1807 Ulrich Janssen JULIUS, geb. ca. 1788, Dienstknecht, zn van Johann Hinrich JULIUS en Gretke ULRICHS, die hertr. met Metke Maria JANSSEN, tr. 2° Werdum (O.-Fr.) 12 april 1818 Christoffer ÖHLRICHS, geb. ca. 1789, Arbeiter, overl. Schillhörn 3 febr. 1848, zn van Öhlrich CORDES en Ette Margaretha.
2. Gesche Margarete SJUDS, geb. Gröninger Häuser 18 aug. 1788, overl. Neuharlingersiel 9 aug. 1829, tr. Werdum (O.-Fr.) 4 mei 1811 Hinrich Janssen SIBERNS, geb. Neuharlingersiel 21 dec. 1780, Arbeiter, overl. Neuharlingersiel 8 okt. 1853, zn van Sibern CHRISTOFFERS en Teite JÜRGENS.
3. Sibern SJUDS, geb. Gröninger Häuser 2 dec. 1790.
4. Jan SJUDS, geb. Gröninger Häuser 24 sept. 1794, overl. ald. 2 okt. 1794.
5. Janna SJUDS, geb. Gröninger Häuser 25 okt. 1795, heeft niet-huwelijkse relatie 1° met Eilt SJAMKEN, geb. Bettenwarfen 20 maart 1786, Deichrichter, overl. Bettenwarfen 11 mei 1830, tr. 2° Werdum (O.-Fr.) 3 april 1825 Jan Rolfs REMMERS, in Thunum, zn van Remmer SIEBERNS en Maria Elisabeth.
6. Siebelt Sjudts SIEBERNS, geb. Gröninger Häuser 13 mei 1798, Arbeiter, overl. Werdum (O.-Fr.) 10 jan. 1871, tr. Middoge 20 juni 1824 Talke Margarete WEHEN, geb. 14 jan. 1799, overl. Neuharlingersiel 18 mei 1856, dr van Gerd WEHEN en Gesche.
12. (<6) (>24, >25) Jan Derks van der SLUIS, geb. Nieuwleusen verm. ca. 1739 of ca. 1749, doet op 25 september 1785 als Jan Dirkse belijdenis in Castricum, overl./begr. Heemskerk 19/21 febr. 1807, ondertr. Nieuwleusen 24 maart 1769 (Jan Derks, j.m. in den Hulst, met Hilligen Roelofs, j.d. wonende in den Hulst; alhier getrouwd)
Op 30 april 1786 zijn Jan Dirkse en Hilligje Roelofs met attestatie uit Castricum naar Heemskerk vertrokken.
13. (<6) Hilligje ROELOFS, geb. ca. 1744, doet belijdenis (nederd. geref.) Castricum 10 april 1783, dagloonster, overl. Heemskerk 23 juni 1814.
In 1813 verleent Hillegond Roelofs, weduwe van Jan Dirkse van der Sluis, dagloonster te Heemskerk, toestemming aan haar zoon Barend van der Sluis,'préposé der douanen', 30 jaar oud, gestationeerd in Harderwijk, om te trouwen met Jannetje Pietersdr Groen, ongeveer 20 jaar oud, wonende te Zandvoort, dochter van Pieter Groen en Trijntje Dirksz Schaap 6.
Uit dit huwelijk:
1. Janna van der SLUIS, ged. (nederd. geref.) Zwartsluis 11 febr. 1770 (doopgetuige Jannigjen Jans).
2. Margjen van der SLUIS, ged. (nederd. geref.) Zwartsluis 1 aug. 1773 (doopgetuige Hermptien Derks).
3. Dirk van der SLUIS, ged. (nederd. geref.) Zwartsluis 29 juni 1775 (doopgetuige Hermijntjen Derks), kleermaker, overl. Heemskerk 4 sept. 1837, tr. 1° Aatje HASTIG, tr. 2° ald. 28 juni 1818 Maartje MASENS, geb. ald. ca. 1774, overl. Heemskerk 31 maart 1826, dr van Willem MASENS en Antje Jans de JONG, tr. 3° ald. 27 aug. 1826 Henderiekie KORTHOUWER, geb. Kortenhoef ca. 1791, overl. Heemskerk 10 juni 1831, wed. van Pieter BORGER.
In 1818 testeert Dirk van der Sluis, kleermaker te Heemskerk, aan zijn tegenwoordige huisvrouw Maartje Masens 7.
4. Hendrik van der SLUIS, ged. (nederd. geref.) Zwartsluis 20 okt. 1778 (doopgetuige Hermpien Derks).
5. Marijtje van der SLUIS, geb. Castricum 1 maart 1782, ged. (nederd. geref.) ald. 3 maart 1782 (doopgetuige Dirkje Jans).
6. Barend van der SLUIJS, geb. Bakkum 12 okt. 1783, preposé der douanen, schoenmaker, werkman, brievenbesteller, postloper, tr. Harderwijk 21 juni 1813 Jannetje Pietersdr GROEN, geb. Zandvoort 13 okt. 1792, overl. Uitgeest 21 nov. 1848, dr van Pieter Jansz GROEN en Trijntje Dirks SCHAAP.
7. Klaas van der SLUIJS, geb./ged. (nederd. geref.) Heemskerk 6/10 dec. 1786, dagloner, jachtopziener, overl. ald. 14 febr. 1855, tr. 1° ald. 25 maart 1812 Aagje DUIN, geb./ged. (r.-k.) Heemskerk 22 jan. 1793, overl. ald. 30 juni 1818, dr van Wouter Dirksz DUIN en Hendrika HEYSTEK, tr. 2° ald. 20 sept. 1818 Jannetje HESSING, geb./ged. (nederd. geref.) Heemskerk 20 jan./8 febr. 1795, overl. ald. 25 dec. 1825, dr van Hendrik HESSING, koetsier ald. (bij de heer van Assendelft), en Grietje ZWEEKHORST.
In 1818 testeert Klaas van der Sluis, dagloner te Heemskerk, aan zijn tegenwoordige vrouw Jannetje Hessing en aan de kinderen van zijn eerste vrouw Aagje Duijn met als voogd zijn broer Dirk, kleermaker te Heemskerk 8.
8. Jacob van der SLUIJS, geb./ged. (nederd. geref.) Heemskerk 12/30 mei 1790, zie 6.
14. (<7) (>28, >29) Gerrit BERGHUIS, geb. Doesburg (onder Ede), ged. (nederd. geref.) Ede 3 febr. 1754, koetsier, overl. Heemskerk 12 okt. 1823, ondertr. 1°/tr. Beverwijk 3/7 mei 1788 Wijntje Gerrits BLAD, ged. (nederd. geref.) ald. 19 dec. 1762 (doopgetuige Lobbregt Jansze Spijkerman), dr van Gerrit Gerritsz BLAD en Cornelia Jans SPIJKERMAN, tr. 2° Heemskerk 25 april 1790
Uit het eerste huwelijk:
1. Willem BERGHUIS, geb./ged. (nederd. geref.) Heemskerk 10/12 okt. 1788.
15. (<7) (>30, >31) Pietertje SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Velsen 1 april 1759, overl. Heemskerk 25 okt. 1821.
Uit dit huwelijk:
1. Willem BERGHUIS, geb./ged. (nederd. geref.) Heemskerk 5/12 juni 1791, overl. ald. 25 dec. 1814.
2. Mies BERGHUIS, geb./ged. (nederd. geref.) Heemskerk 14/17 febr. 1793, kleermaker, overl. Uitgeest 14 febr. 1839, tr. ald. 13 mei 1821 Cornelia INEKE, geb. ald. 22 sept. 1797, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 13 okt. 1799 (Luthers gereformeerd), winkelierster, dr van Hermanus INEKE, landman, en Trijntje Doedes WILDEMAN.
3. Fredrik BERGHUIS, geb./ged. (nederd. geref.) Heemskerk 13/14 juni 1795.
4. Lobbregtje BERGHUIS, geb./ged. (nederd. geref.) Heemskerk 10/18 febr. 1798, zie 7.
Generatie V (<IV, >VI)
20. (<10) (>40, >41) Heere BOYUNGS, tr. 2° Werdum (O.-Fr.) 27 febr. 1744 Wilhelmina MEINDERTS, tr. 1° ald. 18 mei 1734
21. (<10) (>42, >43) Alheit TJARKS, geb. ca. 1714, overl. Husens 9 sept. 1749.
Uit dit huwelijk:
1. Fulke HEEREN, geb. Husens 21 maart 1735.
2. Gesche Maria HEEREN, geb. Husens 29 nov. 1736.
3. Tjark HEEREN, Warfsmann neu. Friedr.-Groden, tr. Werdum (O.-Fr.) 29 juni 1774 Anke Margarethe HEEREN, geb. Klein Charlottengroden 5 dec. 1746, dr van Hero WARRINGS, Hausmann, Erbpächter, en Anke MARTENS.
4. Ricleff HEEREN, geb. ca. 1744, overl. Husens 2 mei 1749.
5. Johann HEEREN, geb. ca. 1749, zie 10.
22. (<11) Hero UPKEN, Schiffer in Altfunnixsiel, tr. 1° 1739 Heilke JOHANSEN, uit Berdum, overl. vóór 1744, ondertr. 3° Werdum (O.-Fr.) 26 okt. 1759 Rinste EDEN, dr van Ede HAYEN, Einwohner in Thunum, tr. 2° Funnix 31 jan. 1744
23. (<11) Gesche BERENDS, geb. ca. 1719, overl. Funnix 26 juni 1759.
Uit dit huwelijk:
1. Inse HEEREN, geb. ca. 1757, zie 11.
24. (<12) (>48, >49) Derk HENRIKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 18 aug. 1700, ondertr. ald. 17 maart 1736 (Derk Henriks, j.m. in den Hulst, met Marijtgen Derks, j.d. uit de Ruite; getrouwd alhier)
25. (<12) Marijtjen DERKS.
Uit dit huwelijk (bij alle dopen: in den Hulst):
1. Henrik DERKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 6 maart 1737.
2. Jan Derks van der SLUIS, geb. Nieuwleusen verm. ca. 1739 of ca. 1749, zie 12.
3. Hermtjen DERKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 27 nov. 1740, overl. Zwartsluis 9 okt. 1826, ondertr. Nieuwleusen 26 mei 1764 (Hermen Jans, weduwnaar uit de Ruite, met Hermtje Derks, j.d. uit de Hulsten; alhier getrouwd) Harm Jans de BOER, geb. ca. 1741, overl. Zwartsluis 30 aug. 1814, wedn. van Jennigjen JANS.
4. Klaasjen DERKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 17 maart 1743.
5. Fennigjen DERKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 7 maart 1745.
6. Trijntjen DERKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 10 sept. 1747.
7. Roelof DERKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 10 jan. 1751, ondertr. ald. 4 maart 1781 (hij jongman in den Hulst, zij jongedochter van Ruitenveen), tr. ald. Marrigjen JANS.
8. (dochtertje) DERKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 29 juli 1753.
9. Jantjen DERKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 24 aug. 1755.
28. (<14) (>56, >57) Willem Aelbertsz van den BERGHUIS, geb. Harskamp, ged. (nederd. geref.) Otterlo 19 april 1696, ondertr. 1° ald. juni 1733, tr. ald. 19 juli 1733 (hij als Willem Albertzen, j.m. van Harskamp, zij als Hendrina Hendrikzen, j.d. van Harskamp) Hendrina HENDRIKSEN, overl. vóór 1744, tr. 2° Ede 30 aug. 1744 (hij als Willem Albertse, weduwnaar van Hendrijntje Hendrix, te Doesborgh, zij als Jantje Frerix, j.d. geboortig van Lunteren)
In het verpondingsboek van Ede van 1737-1751 wordt Willem Aelbers als volgt vermeld: onder Harscamp, van 't huis Harscamp 35-11-0, van Ceel Willemsen 3-3-0, samen 38-14-0, bruiksschatting 5-10-0, totaal 44-4-0, onder Lunteren, de Goor 0-15-4, d'Goor van Evert Wilemsen 0-15-4, 1 schepel in veen der Enk en Hul [?] 0-10-8, samen 2-1-0, bruiksschatting 0-5-8, totaal 2-6-8 9.
In 1722 is Hendrina Hendricksen te Harskamp, j.d. van Hendrick Jansen, lidmaat in Otterlo.
Uit het eerste huwelijk:
1. Aalbert WILLEMSZ, geb. Harskamp, ged. (nederd. geref.) Otterlo 27 juni 1734.
2. Besseltje Willems BERGHUIS, geb. Harskamp, ged. (nederd. geref.) Otterlo 31 juli 1735, ondertr. Ede 19 april 1765, tr. ald. 5 mei 1765 (hij jongman van Veenendaal) Claes JANZEN.
3. Aalbert WILLEMSZ, geb. Harskamp, ged. (nederd. geref.) Otterlo 17 febr. 1737.
4. Gijsbert WILLEMSZ, geb. Harskamp, ged. (nederd. geref.) Otterlo 19 okt. 1738.
5. Gijsbert BERGHUIS, geb. Harskamp, ged. (nederd. geref.) Otterlo 27 okt. 1740, overl. Beverwijk 28 maart 1808 (voor de successie: 68 jaar, 2 kinderen uit 1 huwelijk), tr. ald. 11 okt. 1778 Marijtje VROEGOP, ged. (nederd. geref.) ald. 5 maart 1751 (doopgetuige Lijsbeth Vroegop), dr van Jacob Jansz VROEGOP en Magtelt Arents van SITTERT.
29. (<14) (>58, >59) Jantje FREDERIKS, ged. (nederd. geref.) Lunteren 7 jan. 1712.
In het lidmatenboek van Ede: in 1744 Jantje Frerix te Doesborgh en in 1751 Jantje Fredrikse, vrouw van Willem Aalbertse, te Doesburg; in 1756 vertrekt Jantje Fredriks met attestatie naar Barneveld.
Uit dit huwelijk:
1. Frederik BERGHUIS, geb. Doesburg (onder Ede), ged. (nederd. geref.) Ede 15 april 1745, impost op begr. Beverwijk 13 dec. 1781, begr. ald. 13 dec. 1781, onder de classis pro deo: 1:4:-, grote klok 1/4 uur 3:-:-).
2. Hendrientje WILLEMS, geb. Doesburg (onder Ede), ged. (nederd. geref.) Ede 22 jan. 1747.
3. Dirk BERGHUIS, geb. Doesburg (onder Ede), ged. (nederd. geref.) Ede 4 mei 1749, tapper, overl. Velsen 13 aug. 1827, ondertr./tr. ald. 21 okt./7 nov. 1784 Geertje HARMSE, geb. ca. 1760, overl. ald. 7 nov. 1833.
4. Hendrik WILLEMSZ, geb. Doesburg (onder Ede), ged. (nederd. geref.) Ede 6 juni 1751.
5. Gerrit BERGHUIS, geb. Doesburg (onder Ede), ged. (nederd. geref.) Ede 3 febr. 1754, zie 14.
30. (<15) (>60, >61) Mies Miesz SCHOTTEN, ged. Beverwijk 20 dec. 1730, impost op begr. ald. 2 april 1770 (pro deo), begr. ald. 2 april 1770 (onder de classis pro deo: 1:4:-, kleine klok 1/2 uur 1:-:-), ondertr. (impost) Beverwijk 13 jan. 1753 (beiden pro deo), tr. ald. 4 febr. 1753
31. (<15) (>62, >63) Lobbregt Jans SPIJKERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 april 1730, tr. 2° ald. 10 dec. 1775 Mies Klaasz de BOER, ged. (nederd. geref.) ald. 31 jan. 1740 (doopgetuige Aagt Jans Valk), impost op begr. Beverwijk 3 nov. 1797 (pro deo, van 't Gasthuys begraven), zn van Klaas Klaasz de BOER en Marijtje Alberts SCHOTTEN.
Uit het eerste huwelijk:
1. Wijntje SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Velsen 26 mei 1754, begr. Hillegom 7 april 1789, ondertr./tr. ald. 18 juli/10 aug. 1783 Jan Hendrik KOGENHOP, bij eerste huwelijk uit Braambeke in het Osnabrugse en wonende te Haarlem, die hertr. met Eva ROTTELER.
Wijntje Schotten kwam als lidmaat in Beverwijk op 6 juni 1781 met attestatie uit Amsterdam, en in Hillegom op 8 augustus 1783 met attestatie uit Beverwijk.
2. Pietertje SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Velsen 28 maart 1756, overl. ald. 17 sept. 1757.
3. Jannetje SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Velsen 15 mei 1757, overl. Amsterdam 9 maart 1846, tr. ald. 20 april 1786 Engbert Juriens DRIJFHOUT, geb. ca. 1766, zn van Janke EGBERTS.
4. Pietertje SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Velsen 1 april 1759, zie 15.
5. Mies SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Velsen 11 mei 1760.
6. Antje Mies SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 juli 1761, impost op begr. ald. 22 nov. 1763 (pro deo).
7. Aaltje SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 okt. 1763, impost op begr. ald. 7 jan. 1764 (pro deo).
8. Mies SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 jan. 1765, impost op begr. ald. 5 febr. 1782, begr. ald. 5 febr. 1782 (onder de classis pro deo: 1:4:-, grote klok 1/4 uur 3:-:-.
9. Aaltje SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 febr. 1766, ondertr./tr. Hillegom 28 okt./13 nov. 1791 Hendrik SEEL, geb. ald.
10. Antje (Anna) SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 juli 1769, overl. Heemskerk 7 mei 1836 (vrouw van Jan Afterheide, dagloner wonende op Assumburg), ondertr. (impost) Beverwijk 14 juli 1797 (hij uit Heemskerk, zij pro deo), ondertr. (impost) Heemskerk 14 juli 1797 (pro deo voor hem, wonende alhier, geboortig van Braams, zij jongedochter te Beverwijk) Jan ACHTERHEIDE, dagloner.
Generatie VI (<V, >VII)
40. (<20) (>80, >81) Boyung RICKLEFS, geb. 1651, erbgesessener Hausmann in Klein Husens, overl. Husens 14 dec. 1716, tr. 1° Werdum (O.-Fr.) 26 mei 1674 Tomcke HAYEN, dr van Haye TJARKS, tr. 2°
Uit het eerste huwelijk:
1. Ricklef BOYINGS, geb. Werdum (O.-Fr.) 21 okt. 1676, overl. ald. 2 juli 1682.
2. Haye BOYINGS, geb. Werdum (O.-Fr.) 9 dec. 1678, overl. ald. 29 nov. 1688.
3. Trienke BOYINGS, overl. Werdum (O.-Fr.) 10 sept. 1688.
4. Ricklef BOYINGS, geb./ged. Werdum (O.-Fr.) 21 dec. 1686, overl. ald. 21 dec. 1686.
5. Rickleff BOINKS, geb. Werdum (O.-Fr.) 28 juni 1688, overl. ald. 10 nov. 1715.
6. Haye BOINGS, ondertr. Werdum (O.-Fr.) 10 sept. 1717 Anne Cathrin ADDEN, dr van Adde HAYEN, vornehmer Hausmann in Husens, en Alste.
41. (<20) Fulke, geb. ca. 1669, overl. Klein Husens 3 maart 1721.
Uit dit huwelijk:
1. Tombcke BOYINGS, overl. Werdum (O.-Fr.) 25 dec. 1755, tr. 1° ald. 28 april 1729 Hertken OLTMANNS, geb. ald. 18 aug. 1676, erbgesessener Hausmann te Gröninger Häuser (Seriem), Kirchen- und Armenvorsteher in Werdum, overl. Gröninger Häuser 24 juni 1741, zn van Oltmann HERTKENS, vornehmer Hausmann, en Rienelt TANNEN, tr. 2° Werdum (O.-Fr.) 28 mei 1743 Marten ALBERTS, erbgesessener Hausmann in Werdum (O.-Fr.), overl. ald. 21 aug. 1755.
2. Heere BOYUNGS, zie 20.
3. Gretke BOYUNGS, geb. 1 sept. 1704, overl. Werdum (O.-Fr.) 19 juli 1778, tr. ald. 7 mei 1737 Heere FOLCKERTS, geb. ca. 1708, Heuermann in Nord Werdum, in 1778 Einwohner im Kirchdorf (Werdum), uit Addenhausen, overl. Werdum (O.-Fr.) 4 sept. 1778, zn van Folkert FRERKS en Hauke.
4. Friese BOYINGS, geb. ca. 1711, overl. Klein Husens 14 juni 1750.
42. (<21) Tjark JANSSEN, geb. ca. 1682, Warfsmann, Maurer, Grützmacher, overl. Gastriege 23 april 1756, tr.
43. (<21) Gesche, geb. ca. 1691, overl. Gastriege 10 juni 1756.
Uit dit huwelijk:
1. Ocke TJARKS, geb. ca. 1713, overl. Gastriege 19 jan. 1738.
2. Alheit TJARKS, geb. ca. 1714, zie 21.
3. Johann TJARKS, geb. 10 nov. 1716, Maurer, begr. Werdum (O.-Fr.) 20 juni 1786, tr. ald. 29 okt. 1742 Wolberich CLASSEN, geb. ca. 1717, overl. ald. 12 maart 1795, dr van Class HINRICHS, Einwohner in Oldendorf (Esens).
4. Gretke TJARKS, geb. Gastriege 29 jan. 1722, overl. ald. 11 febr. 1722.
5. Mense TJARKS, geb. Gastriege 14 sept. 1723, Maurer, overl. Gastriege 24 jan. 1777, tr. Werdum (O.-Fr.) 1 dec. 1750 Anke EDEN, geb. Nord Werdum 5 mei 1730, overl. Gastriege 21 okt. 1808, dr van Ede EDEN, Warfsmann, Grützmacher, en Wüpke JANSSEN.
6. Hilke TJARKS, geb. Gastriege 21 maart 1729, overl. Werdum (O.-Fr.) 16 mei 1805, tr. ald. 15 dec. 1762 Hilrich Euken PETERS, geb. Edenserloog 1 juli 1738, Maurer, Warfsmann, overl. Werdum (O.-Fr.) 30 aug. 1805, zn van Peter HILLRICHS en Fraucke ONNEN.
7. Hinrich TJARKS, geb. Gastriege 11 nov. 1731, tr. Werdum (O.-Fr.) 3 mei 1756 Assel CHRISTOFFERS, geb. ca. 1733, overl. Gastriege 27 juni 1758, dr van Christoffer JANSSEN, Einwohner in Endzettel, en Ette.
48. (<24) Henrik STEVENS, tr.
49. (<24) Hermtjen DERCKS, doet belijdenis (nederd. geref.) Nieuwleusen 17 maart 1695 (Hermtjen Derks, huisvrouw van Henrik Stevens in den Hulst).
Uit dit huwelijk:
1. (kind) HENRIKS, begr. Nieuwleusen maart 1695 (op het kerkhof, kind van Henrik Stevens en Hermtjen Derx wonende in het Rouveensche gebied).
2. Annechien HENRIKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 24 nov. 1695.
3. Steven HENRIKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 19 dec. 1697 (in den Hulst).
4. Derk HENRIKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 18 aug. 1700, zie 24.
5. Jan HENRIKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 25 febr. 1703 (in den Hulst), begr. ald. 19 maart 1703.
6. Trijntjen HENRIKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 25 febr. 1703 (in den Hulst).
7. Jan HENRIKS, ged. (nederd. geref.) Nieuwleusen 28 okt. 1707 (in den Hulst).
56. (<28) (>112) Aelbert DIRCKSZ, ondertr. Otterlo 22 mei 1692, tr. ald. 5 juni 1692 (hij als Albert Dirkz j.m. soon van Dirk Albertz tot Bennekom, zij als Garbregt Willems j.d. van wijlen Willem Ceelen tot Harskamp, getuige voor de bruid is Gerrit Peterz haar verwant; in 1702 is dit echtpaar lidmaat in Otterlo, wonende te Harskamp)
In het verpondingsboek van Ede van ca. 1690, onder Harscamp: Albert Dercksen, huis, hof van 't huis Harscamp 35-11-0, van Seel Willemsen 3-3-0 10.
In de verponding in Ede als verdeeld in 1713, onder Harscamp: Jacob Hendricksen, van 't huis Harscamp, huis, hof, Berghuijs genaamd, 10 molder, 5 schaar, 9 voer hooi: aan Albert Dercksen, 35-11-0 11.
In het verpondingsregister van Ede van 1714-1719, onder Harscamp: Albert Dercksen, van 't huis Harscamp 35-11-0, van Ceel Willemse 3-3-0, samen 38-14-0, ook in de periode 1720-1728 met de spellingen 'Derksen' en 'Willemsen' 12.
57. (<28) (>114, >115) Garbrecht WILLEMS.
Uit dit huwelijk:
1. Niesje AELBERTS, geb. Harskamp, ged. (nederd. geref.) Otterlo 19 april 1693, tr. ald. 7 aug. 1712 (hij als Jorden Willemse, j.m. soone van Willem Jordense in Stoutenburgh onder Leusden, zij als Niesijen Aelberts, j.d. van Aelbert Dircksen tot Harskamp onder Otterloo) Jorden WILLEMSZ, zn van Willem JORDENSZ.
2. Willem Aelbertsz van den BERGHUIS, geb. Harskamp, ged. (nederd. geref.) Otterlo 19 april 1696, zie 28.
3. Jannetje AELBERTS, geb. Harskamp, ged. (nederd. geref.) Otterlo 27 nov. 1698, overl. vóór 1754, tr. ald. 12 febr. 1727 (hij als Jan Hendricksen j.m. soon van Hendrick Jantsen, zij als Jantijn Aelberts j.d. van Aelbert Dircksen, beyde tot Harskamp onder Otterloo) Jan HENDRICKSEN, ged. ald. 9 okt. 1701, zn van Hendrick JANTSEN en Besseltje GERRITS, die hertr. met Neeltje BARENDS.
Op 2 september 1718 is Jantijen Aelberts, j.d. van Aelbert Dircksen, te Harskamp, lidmaat in Otterlo.
4. Hendrickjen AELBERTS, geb. Harskamp, ged. (nederd. geref.) Otterlo 25 mei 1704, overl. vóór 1754, tr. ald. 20 nov. 1729 Willem EVERSEN.
In 1722 is Hendrickijen Aelberts te Harskamp, j.d. van Aelbert Dircksen, lidmaat in Otterlo.
58. (<29) Frederik HERMSEN, overl./begr. Lunteren 26 febr./3 maart 1772, tr. 2° ald. 20 febr. 1728 (Frederik Hermsen, wedn. van Hendrijkje Claasse, met Aaltje Teunisse, j.d., beyde onder Lunteren) Aaltje TEUNISSE, tr. 1° (nederd. geref.) ald. 4 sept. 1707 (Frerijk Hermsen, j.m. van Driehuysen, met Hendrijcken Claes, j.d. uyt de Veen)
In lidmatenboek van Lunteren: op 22 april 1707 als lidmaat aangenomen Frerick Hermsen, Peter Jansens neef (aen den Hul, Drie-huysen, Achter-veenen).
Uit het tweede huwelijk:
1. Jantje FREDERIKS, ged. (nederd. geref.) Lunteren 16 juli 1730, tr. ald. 25 febr. 1755 (Jan Masseling, j.m. geboore van Gendringen gewoont hebbende te Doorn, met Jantje Freeriks, j.d. geboore en woonende onder Lunteren) Jan MASSELING.
2. Hendrikje FREDERIKS, ged. (nederd. geref.) Lunteren 7 maart 1734.
59. (<29) (>118, >119) Hendrikje CLAASSEN, ged. (nederd. geref.) Lunteren 23 jan. 1678, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 10 april 1696 (Hendrickjen Claes, in de Veen, dochter van Clas Jansen).
Uit dit huwelijk:
1. Gijsbertjen FREDERIKS, ged. (nederd. geref.) Lunteren 22 juli 1708, ondertr. ald. 2 nov. 1738 Cornelis WILLEMS.
2. Claes FREDERIKS, ged. (nederd. geref.) Lunteren 23 febr. 1710.
3. Jantje FREDERIKS, ged. (nederd. geref.) Lunteren 7 jan. 1712, zie 29.
4. Hermijntjen FREDERIKS, ged. (nederd. geref.) Lunteren 7 juli 1715, overl. vóór 1756, tr. Ede 12 jan. 1744 Robbert TEUNISSE, geb. Ederveen, die hertr. met Jenneke LAURENS.
5. Grietje FREDERIKS, ged. (nederd. geref.) Lunteren 7 jan. 1720.
60. (<30) (>120, >121) Bartelmies Jacobsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 sept. 1698 (doopgetuige Mary Hendriks), overl. 1730, ondertr. (impost) ald. 26 okt. 1720 (beiden pro deo)
Op 8 maart 1723 is Mies Jacobsz Schotten voor een vierdepart mede-erfgenaam van wijlen Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Aalbertsen Schotten 13.
In Beverwijk verkoopt in 1728 Louris Pieters, weduwnaar van Antje Ziewerts die een dochter was van Ziewert Symons, aan Mies Jacobsz Schotten een huis, schuur en erf aan de Houtstraet, strekkende tot achter Cornelis Cramer, belend ten noorden de tuin van de verkoper, ten westen Aeght Jacobs, waarvoor Mies Jacobsz Schotten 190 gld schuldig is aan Louris Pieters 14.
61. (<30) (>122, >123) Aaltje Menno COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk juli 1698 (doopgetuige Trijntje Pieters), impost op begr. ald. 19 nov. 1762 (weduwe van Pieter van Stigt, impost 3), tr. 2° ald. 15 nov. 1733 Pieter Willemsz van STIGT.
In Beverwijk stelt in 1759 Aaltje Coelombie, weduwe van Pieter van Stigt, als voogden over haar na te laten kinderen Nicolaas Meerhuyzen en Pieter Venlet aan 15.
Uit het eerste huwelijk:
1. Menno SCHOTTEN, ged. Beverwijk 27 juni 1723, turfdrager, overl. Amsterdam 27 dec. 1792, tr. 1° ald. 25 juni 1753 (hij wonende te Amsterdam) Trijntje BONT, overl. ald. 23 april 1779, tr. 2° Amsterdam 17 maart 1786 Helena LINCKERS, geb. Hagen, Duitsland, overl. Amsterdam 23 jan. 1799, wed. van Hendrik MOORMAN.
2. Bartelmies SCHOTTEN, ged. Beverwijk 25 jan. 1728.
3. Pieter SCHOTTEN, ged. Beverwijk 14 aug. 1729.
4. Mies Miesz SCHOTTEN, ged. Beverwijk 20 dec. 1730, zie 30.
Uit het tweede huwelijk:
1. Jozijntje van STIGT, ged. Beverwijk 17 maart 1737.
2. Willem van STIGT, ged. Beverwijk 1 juli 1742.
62. (<31) (>124, >125) Jan Engelsz SPIJKERMAN, ged. (r.-k.) Beverwijk 6 dec. 1700 (doopgetuige Marijtje), overl. 1737, ondertr. (impost) ald. 29 aug. 1723 (impost 3 voor hem, zij pro deo)
Op 10 juni 1727 verklaart Jan Engelsz Spijkerman aan Jacob Theunisz van Steenis voor 200 verkocht te hebben het recht van het leggen van bruggen tot de notweg in Wijckbroeck en de nog in gebruik zijnde bruggen, mitsgaders bijbehorende papieren, met referentie naar een akte van 16 juli 1631 te Beverwijk gepasseerd voor notaris Damiaan Vergouw 16.
In Beverwijk verkoopt in 1729 Jan Engels Spijkerman wonende alhier, zoon en mede-erfgenaam van Maertje Floris Boshman bij akte van scheiding op 17 februari 1727 gepasseerd bij notaris Barreveldt, aan Cornelis Engel Spijkeran zijn broer een huis en erf op de Achterwech, strekkende tot aan 't erf van Baltus Boekhout die ook ten noordoosten en met een gemene gang belend is, en Jan Schaap, ten zuidwesten de erfgenamen an Joris Jansz Verbindt en IJsbrant Craemer, voor 180 gld 17.
63. (<31) (>126, >127) Wijntje Jacobs van der MAAR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 okt. 1700 (doopgetuige Willemtje Cornelis), impost op begr. ald. 29 aug. 1777 (pro deo), begr. ald. 29 aug. 1777 (onder de classis pro deo: 1:4:-, grote klok 1/2 uur 3:-:-, doch van de diaconie begraven).
Uit dit huwelijk:
1. Engel Jansz SPIJKERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 juni 1724.
2. Jacob Jansz SPIJKERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 sept. 1725, vertrekt in 1751 naar Amsterdam, tr. Johanna WEIJER.
3. Cornelis Jansz SPIJKERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 aug. 1726.
4. Lobbregt Jans SPIJKERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 april 1730, zie 31.
5. Cornelia Jans SPIJKERMAN, impost op begr. Beverwijk 4 nov. 1777 (impost 3), begr. ald. 4 nov. 1777 (onder de classis van 3 gld: 1:4:-, kleine klok 1/2 uur 1:-:-), ondertr. (impost) ald. 9 nov. 1753 (impost 3 voor hem, zij pro deo), tr. Beverwijk 25 nov. 1753 Gerrit Gerritsz BLAD, ged. (nederd. geref.) ald. 15 juni 1727 (doopgetuige Eva Blad), impost op begr. ald. 26 mei 1796 (pro deo), zn van Gerrit Gerritsz BLAD en Aaltje Lammerts van DIJK, die hertr. met Johanna 'Antje' MEIJ.
In Beverwijk testeren op 1 november 1777 Gerrit Blad en Cornelia Spijkerman, wonende in het Clooster, zij ziek te bedde, op de langstlevende die de kinderen moet grootbrengen 18.
In 1754 verzoekt Gerrit Gerritsz Blad de weeskamer om een voorschot uit de gemene boedel van zijn moeder Aaltje Lammers en zijn overleden vader Gerrit Blad; hij krijgt 100 19.
Generatie VII (<VI, >VIII)
80. (<40) (>160) Ricklef HINRICHS, erbges. Hausmann in Husens, overl. Werdum (O.-Fr.) 6 febr. 1675, tr.
81. (<40) Friese, overl. Werdum (O.-Fr.) 4 juni 1677.
Uit dit huwelijk:
1. Boyung RICKLEFS, geb. 1651, zie 40.
2. Hayke RICKLEFFS, tr. Werdum (O.-Fr.) 26 mei 1687 Aische JOHANSEN, begr. ald. 23 sept. 1707, dr van Johan TJARTS, Hausmann in Buttforde.
112. (<56) Dirk ALBERTSZ, tr. N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Aelbert DIRCKSZ, zie 56.
114. (<57) (>228) Willem CEELEN, overl. ca. 1691, tr.
In de verponding van Ede over 1671 met de bruiksschatting, onder Harskamp: Willem Ceelen, van 't huis te Harscamp, 35-11-0 + 5-0-0, van Jan Jacobs 3-3-0, op 9 juli 1675 betaald 20.
In register en ontvangst in Ede van de verponding van 1680 en de halve verponding van 1681, onder Harscamp: Willem Ceelen 2-7-0, Extra 1-3-8, nog 1-3-8, geeft 4-14-0; Willen Ceelen van 't huis te Harscamp 35-11-0, van 3-3-0, bruikschatting 5-0-0, Extra 19-7-0, nog 24-7-0, geeft 87-8-0 21.
In Verpondingsposten in Ede van 1647 en 1651 als verdeeld in ca. 1682, onder Harscamp, Jacob Henricksen, van 't huis Harscamp, huis, hof, Berchhuijs genaamd, 10 molder, 5 schaar [weiland], 9 voer hooi: Willem Ceelen 35-11-0, en Ceel Willemsen van 't huis Harscamp, huis, hof, 5 molder, 3 voeder hooi 17-5-0: o.a. Willem Ceelen 3-3-0 (2 keer vermeld) 22
In 1690 zijn in Otterlo Willem Ceelen en Besseltje Hendrikse zijn huisvrouw te Harskamp lidmaat.
115. (<57) Besseltje HENDRIKSE.
Uit dit huwelijk:
1. Ceel WILLEMS.
In de verponding van Ede over 1671 met de bruiksschatting, onder Harskamp": Ceel Willems, voor enig land van 't huis te Harscamp 1-3-12 + 0-15-0, op 12 februari 1675 is de 1-3-12 voldaan door Willem Ceelen en de 15 st op 6 april 1677 door Willem 23.
2. Aaltje WILLEMS, tr. Gerrit PETERS.
In Harskamp in Verpondingsposten van 1647 en 1651 als verdeeld in ca. 1682, Ceel Willemsen van 't huis Harscamp huis, hof, 5 molder, 3 voeder hooi, 17-5-0: o.a. Gerrit Petersen van 't nieuwe huis bevorens Gijsbert Ceele 1-3-12 24.
In 1690 zijn Gerrit Peters en Aaltje Willems zijn huisvrouw lidmaten te Harskamp.
In het verpondingsboek van Ede van ca. 1690, onder Harscamp: Gerrit Petersen, huis, hof, van 't huis Harscamp 11-3-0, van Ceel Willemsen 1-3-12 25
In het verpondingsregister van Ede van 1714-1719, onder Harscamp: Gerrit Petersen van 't huis Harscamp 11-3-0, van Ceel Willemsen 1-3-2, samen 12-6-12 26.
3. Garbrecht WILLEMS, zie 57.
4. Hendrik WILLEMSE, ondertr./tr. Otterlo 19 jan./9 febr. 1696 Gerritje WILLEMS, dr van Willem EVERS.
118. (<59) (>236) Claes JANSEN, tr.
In Ede in Verpondingsposten van 1647 en 1651 als verdeeld in [ca.] 1682, onder Lunteren en Meulunteren", Willem Jansen 't Veen, huis, hof, 6½ molder, 6 schaar: Claes Jansen 15-3-8 27.
In Ede in Ligger van de verponding van 1682 [in feite ca. 1690], onder Lunteren en Meulunteren: Claes Jansen, huis, hof in 't Veen 5-3-8 (ervóór, doorgehaald: 15-3-8) 28.
In een kopie uit de maancedulle van Ede van 1704, onder Lunteren en Meu Lunteren: Claes Jansen, van 't goed Veen 5-3-8, van zijn moeder 2-10-1; Claes Jans' weduwe, van 't Hooge Veentgen 1-2-1 29.
119. (<59) Grietjen HENDRIKS.
Uit dit huwelijk:
1. Maaitjen CLAASSEN, ged. (nederd. geref.) Lunteren 21 jan. 1677.
2. Hendrikje CLAASSEN, ged. (nederd. geref.) Lunteren 23 jan. 1678, zie 59.
3. Gerrit CLAASSEN, ged. (nederd. geref.) Lunteren 16 okt. 1681.
4. Jan CLAESEN, ged. (nederd. geref.) Lunteren 16 okt. 1681, ondertr. ald. 17 maart 1709 (Jan Claesen uyt de Veen, j.m., met Styntjen Masen, j.d. van Doesburgh) Stijntje MASEN.
Op 6 april 1703 doet in Lunteren belijdenis: Jan Claesen in de Veen, Claes Jansenssoon.
In het verpondingsregister van Ede over 1714-1719, onder Lunteren: Jan Claesen, van scholtis Otters 't herengoed 5-3-8, van bouw- en weiland 2-10-0, totaal 7-13-8 30.
120. (<60) (>240, >241) Jacob Miesz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 maart 1676 (doopgetuige Teuntje Jacobse), impost op begr. ald. 29 juni 1722 (pro deo), ondertr. (nederd. geref.) ald. 2 febr. 1697, ondertr. (impost) Beverwijk 2 febr. 1697 (tezamen 6), tr. ald. 17 febr. 1697
In 1699 Jacob Mies Schotten van Pieter Jan Lamberden een opstal van een tuin liggende in de banne van Wijk aan Duin, genaamd Mies Ooms Hooghje, voor 275 gld, te betalen de helft op St. Jacob 1699, de helft op St. Jacob 1700 31.
121. (<60) (>242, >243) Grietje Hendriks RAS, alias Zale, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 febr. 1676 (doopgetuige Neeltje Theunis).
Uit dit huwelijk:
1. Bartelmies Jacobsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 sept. 1698, zie 60.
2. Willem Jacobsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 okt. 1700 (doopgetuige Willem Hendriks).
3. Willem Jacobsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 aug. 1702 (doopgetuige Trijntje Hendriks).
4. Hendrik Jacobsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 19 sept. 1703 (doopgetuige Marijtje Hendriks).
5. Maritje Jacobs SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 sept. 1704 (doopgetuige Aagt Jans).
6. Marij Jacobs SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 juli 1708.
7. Willem Jacobsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26 maart 1710 (doopgetuige Besje Zale).
122. (<61) (>244, >245) Menno Jansz COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 31 dec. 1673 (doopgetuigen Abrahamus Braekenburgh, Grietje de Gojer), impost op begr. ald. 29 april 1722 (pro deo), ondertr./tr. (nederd. geref.) ald. 14 febr./13 maart 1697
In Beverwijk verkoopt op 25 januari 1708 Jan Aldertsz, wagenmaker binnen dezer stede, aan Minno Jansz wonende binnen dezer stede een huisje en erf in de Kerckbuurt, strekkende tot achter 't erf van de verkoper genaamd de Swaan die ook ten noorden belend is, belend ten zuiden Abrahamus Postumus en Neeltje Laurits, voor een lijfrente van 51 gld 's jaars, welke huisje getaxeerd is op 175 contant, de lijfrente ingang genomen hebbende op 1 januari 1705 ten lijve van Gerrit van der Aerde 32.
In Beverwijk verkopen op 23 september 1723 Jan Karelsz Sparendam en Abram van der Ende, beiden wonende binnen dezer stede, als omen en bloedvoogden over de nagelaten kinderen en erfgenamen van wijlen Minno Jansz Coelenbie, in zijn leven wonende alhier, aan Cornelis Jacobsz Booij, nachtwaker alhier, een huisje, erf en schuur in de Kerckbuurt, strekkende tot achter aan 't erf van Jan Aldertsz genaamd de Swaan waaraan 't ook ten noorden belend is, belend ten zuiden Pieter van Diest en Jan Jansz Voorhout, voor 227, te betalen de helft gereed, de helft mei 1724 33.
123. (<61) (>246, >247) Josijntje Pieters DELFT, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 jan. 1671 (doopgetuige Aeghje Heindricks).
Uit dit huwelijk:
1. Aaltje Menno COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk juli 1698, zie 61.
2. Pieter COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26 juli 1699 (doopgetuige Lysbeth Pieters).
3. Assa COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 aug. 1700 (doopgetuige Francijntje Coelombie).
4. Pieter COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 nov. 1701 (doopgetuige Diewertje Pieters).
5. Jan COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 nov. 1702 (doopgetuige Hester Coelombie), vertrekt in 1735 naar Amsterdam, tr. Beverwijk 8 april 1725 Ida VOOGT, wed. van N.N.
6. Assa Mennes COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 jan. 1704 (doopgetuige Hester Coelombie), tr. (nederd. geref.) ald. 15 nov. 1733 Pieter Claasz de VRIES, wedn. van N.N.
7. Dieuwertje COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 dec. 1704 (doopgetuige Diewertje Pieters), impost op begr. ald. 30 juni 1749 (pro deo).
8. Jannetje COELOMBIE, geb. ca. 1706, vertrekt in 1737 naar Haarlem, ondertr. 1° Bennebroek 14 mei 1729, ondertr. (impost) Beverwijk 13 mei 1729 (hij wonende te Bennebroek, zij pro deo), tr. (nederd. geref.) ald. 29 mei 1729 (hij weduwnaar van Bennebroek) Arij Cornelisz van HOUTEN, wedn. van Trijntje Engels OUWEKIND, tr. 2° ald. 19 dec. 1734 Boudewijn NIJBOER.
Op 16 april 1736 zijn Jannetie Coelenbie en Boudewijn Nieuboer in Haarlem komen wonen 34.
9. Vroutje COELOMBIE, ged. Beverwijk 24 aug. 1707.
10. Pieter COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26 sept. 1708 (doopgetuige Lijsbet Pieters), impost op begr. ald. 28 okt. 1775 (pro deo), begr. ald. 28 okt. 1775 (onder de classis pro deo: 1:4:-, van 't Gasthuys begraven), tr. 1° Velsen 15 aug. 1734 Geertruij van der HULST, geb. Overveen, dr van waarsch. Thomas Evertsz van der HULST en verm. Immetje van LEEUWEN, tr. 2° Beverwijk 31 maart 1737 Trijntje BAKKER.
11. Kornelis COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 maart 1710 (doopgetuige Francijn Coelombie).
12. Vroutje COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 mei 1711 (doopgetuige Hester Coelombie).
13. Josijntje COELOMBIE, impost op begr. Beverwijk 29 sept. 1800 (pro deo), tr. 1° Haarlem 27 mei 1764 Jan DANKERS, tr. 2° Beverwijk 18 mei 1788 (hij geboren te Hunnepel, Roomsch) Jan BAKKER.
124. (<62) (>248, >249) Engel Rieuwertsz SPIJKERMAN, overl. Beverwijk 6 april 1708, impost op begr. ald. 14 april 1708 (impost 3), ondertr. (schepenbank) ald. 24 sept. 1700, ondertr. (impost) Beverwijk 24 sept. 1700 (impost elk 3), tr. ald. 17 okt. 1700
In Beverwijk verkoopt in 1727 Jan Engelsz Spijckerman wonende binnen dezer stede, zoon en mede-erfgenaam van Maritje Floris Bosman indertijd weduwe van Engel Riewertsz die een zoon en mede-erfgenaam was van wijlen Aeltje Cornelis waarvan het navolgende huisje en erf is gekomen, aan Jan Pietersz van der Vloet het voorschreven huisje en erf in de Cloosterstraat, srekkende tot achter Jacob Sijmonsz van Dijck, belend ten noordwesten Gijsbert van Alphen, ten zuidoosten de stedepet [put], voor 78 gld; de koper zal niet gehouden wezen aan enige reperatiën, lasten of onderhoud van de beek aan de zuidoostzijde 35.
125. (<62) (>250, >251) Maartje Floris BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 jan. 1672, impost op begr. ald. 10 febr. 1727 (pro deo), tr. 2° Willem Jacobs (IJven) van der MAAR, ged. (nederd. geref.) ald. dec. 1686 (doopgetuige Weintje Ieven), zn van Jacob IJven van der MAAR en Hillegond SIMONS.
In Beverwijk verkoopt in maart 1709 Cornelis Cornelisz de Boer, huistimmerman alhier, aan Maartje Floris Bosman, weduwe van Engel Riewertsz, een huis en erf in de Cloosterstraat, strekkende tot achteraan 't erf van Claes Jansz van Nes, belend ten noordwesten de erfgenamen van Dirck van der Stoel, ten zuidoosten de diaconie van de gereformeerde kerk alhier, met een gemene put en gemene gang met de erfgenamen van der Stoel, voor 130, welke huis in augustus 1709 door haar verkocht wordt aan Maartje Robbertsz voor 135, te betalen de helft gereed, de helft mei 1710 36.
Op 20 mei 1712 compareren Marytje Floris, weduwe van Engel Rieuwertse Spykerman, wonende in de Beverwijk, ter eenre, en Cornelis Rieuwertse Spyckerman wonende binnen de stad Haarlem en Claes Rieuwertse Spyckerman mede woonachtig in de Beverwijk, als voogden over de 4 minderjarige kinderen van de voorschreven Engel Rieuwertse Spykerman bij de eerste comparante verwekt, ter andere zijde, te kennen gevende dat de voornoemde Engel Rieuwertse Spyckerman, met haar, comparante, zijnde getrouwd in gemeenschap van goederen, op 6 april [er staat juni] 1708 was komen te overlijden, nalatende 4 kinderen, met namen Jan, Deliana, Aeltje en Cornelis Engels Spyckerman, bij haar verwekt, zonder dat hij van zijn goederen heeft gedisponeerd, hebbende alleen bij akte van voogdij de eerste comparante benevens de tweede comparanten aangesteld tot voogden over zijn voornoemde minderjarige kinderen. Zij, eerste comparante, van mening zijnde zich weder ten huwelijk te begeven, en de tweede comparanten ziin met elkaar overeengekomen dat de eerste comparante ten behoeve van haar 4 minderjarige kinderen overgeeft een stuk wei- of hooiland, groot omtrent 3 morgen 61 roeden in de Waarderpolder buiten de stad Haarlem, item een huisje en erf in de Beverwijk op de hoek van 't Klooster bij de put, nog een zesdepart in 2 huizen binnen Haarlem, een op de Burgwal en een in de Klyne Houtstraat, en eindelijk al hetgeen nog open en uitstaande is van de boedel van Willemina Floris van Schooten mits dat de kosten op de processen vallende voor rekening van de kinderen zullen zijn, alles voor zoveel de portie van de voornoemde Engel Rieuwertse Spykerman aangaat, en de eerste comparante zal behouden alle verdere goederen. 37
In Beverwijk verklaart op 23 juli 1713 Willem IJven van der Maar, binnen dezer stede, in huwelijk hebbende Maartje Floris Boschman tevoren weduwe van Engel Riewertsz, getrouwd geweest in gemeenschap van goederen, welke Engel Riewertsz in zijn leven een zoon en mede-erfgenaam is geweest van Aeltje Cornelis weduwe van Riewert Cornelisz, ingevolge de akte van scheiding tussen zijn huisvrouw en haar kinderen bij Engel Riewersz verwekt voor notaris Casparus Noppen te Haarlem op 20 mei 1712 gepasseerd en achter deze akte geregistreerd, verkocht te hebben aan Grietje Gerrits, weduwe van Adriaen van de Trappen, alhier, een huis en erf in de Bagijnestraat, strekkende tot achter aan de schuur van Jan Cornelisz Schaap, voor 230 38.
In Beverwijk verkoopt in 1723 Jacobus van der Biese wonende te Haarlem, in huwelijk hebbende Juffr. Catharina Schoute bevorens weduwe van Aris Cornelisz Blom waarvan het navolgende huis is gekomen, aan Maartje Floris Bosman alhier een huis en erf op de Aghterwegh, belend ten noordoosten een gemene gang van twee huizen daaraan belend, ten zuidwesten Joris Jansz Verbint, voor 110, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1724, 1725 39.
Op 10 februari 1727 40 compareren Jan Engelse Spijckerman en Willem Cornelis Lijnslager in huwelijk hebbende Dilliaantje Engels Spijckerman, kinderen en erfgenamen van wijlen hun moeder Maartje Floris Bosman. Zij accepteren de boedel en beloven hun halve broer Floris Willems, nagelaten minderjarige zoon van Maartje Floris verwekt bij Willem Jacobs van der Maar, te onderhouden.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jan Engelsz SPIJKERMAN, ged. (r.-k.) Beverwijk 6 dec. 1700, zie 62.
2. Aeltjen Engels SPIJKERMAN, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 okt. 1702 (doopgetuige Pieter[?] Riewers).
3. Dilleaantje Engels SPIJKERMAN, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 okt. 1702 (doopgetuige Lijsbeth Gerrits), impost op begr. ald. 4 nov. 1776 (pro deo), begr. ald. 4 nov. 1776 (onder de classis pro deo: 1:4:-, van de diaconie begraven), ondertr. (impost) Beverwijk 17 sept. 1723 (impost 3 gld voor haar, hij pro deo) Willem Cornelisz LIJNSLAGER.
Op 13 april 1728 testeren Willem Cornelis Lijnslager en Dilleaantje Engels Spijkerman, op de langstlevende 41.
In Beverwijk verkoopt in 1740 Willem Cornelis Lijnslager aan Cornelis Crijgsman, meester broodbakker alhier, een huis, schuur en erf aan de Smitstraat, strekkende tot het erf van Sluijs die ook ten noordoosten belendt, belend ten zuidwesten Gerrit Gerrits, voor 275 gld 42.
4. Cornelis Engelsz SPIJKERMAN, ged. (r.-k.) Beverwijk 12 juni 1704 (doopgetuige Cnelis Riwersse).
In Wijk aan Duin verkopen in 1729 Joannis van Coevenhoven, Adrianis van der Meij in huwelijk hebbende Debora van Coevenhoven en Pieter van Coevehoven, tezamen kinderen van Catherina Valckenburgh en Adrianis van Coevehoven in zijn leven burgemeester van Beverwijk, aan Cornelis Engelsz Spijkerman wonende te Beverwijk een stuk tuinland genaamd op de banscheidinge van Hillegond Cornelis, groot 404 roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Jan Aldertsz, ten westen de Groote Houtwegh, ten oosten de Arentswegh, ten noorden de verkopers, voor 215, te betalen de helft gereed op mei, de helft Allerheiligem 1729, en verkoopt de koper dit land aan Juffr. Marija van Poelenburgh wonende te Beverwijk, nog tot Kerstmis 1729 in huur aan Teunis Jansz voor 16 gld, voor 300 gld 43.
In Beverwijk verkoopt in 1730 Cornelis Engels Spijkerman, meerderjarige jongeman wonende tegenwoordig te Amsterdam, aan Gerrit van Bergen, meester schoenmaker, een huis en erf op de Achterwegh, strekkende tot achter aan de werf van Claes Jansz Dekker, belend ten noordoosten Dekker voorschreven, mede Jan Schaap, ten zuidwesten de erfgenamen van Joris Jansz Verbint en van IJsbrant Cramer, voor 200 gld 44.
5. Aaltje Engels SPIJKERMAN, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 aug. 1705 (doopgetuige Maartje Symis), begr. ald. 11 aug. 1768 (onder de classis van 3 gld: 1:16:-, grote klok 1/2 uur 5:-:), ondertr. (impost) 1° ald. 13 febr. 1728 (impost voor elk 3), tr. Beverwijk 29 febr. 1728 Jacob Teunisz van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Velsen 14 april 1697 (doopgetuigen Willen Arentse, Dorothe Jacobs de Hart), meester broodbakker, impost op begr. Beverwijk 9 nov. 1751 (impost 3), zn van Theunis Cornelisz van STEENIS en Sara Jacobs de HART, wedn. van Jannetje Jentis van der HEIJDE, tr. 2° ald. 27 juli 1760 Enoch REMI, eerder gehuwd met N.N.
Op 23 juli 1726 45 testeert Aaltje Engels, ziekelijk te bedde, aan haar moeder.
In 1757 wordt in Wijk op Zee en Duin als Hondsbos morgengeld ontvangen van de weduwe van Jacob van Steenis 1.15.0, voor 1 morgen 764 roeden 46.
Op 8 december 1728 testeren Jacob Theunisz van Steenis, meester broodbakker, en Aaltje Engels Spijckerman, op elkaar 47.
Op 22 november 1751 stelt Aaltje Spijkerman, weduwe van Jacob van Steenis, Jacob Joosten Leempoel en Agge Roscam Kool tot voogden aan over haar 5 nog minderjarige kinderen Sara, Marijtje, Teunis, Cornelia en Aagje van Steenis 48.
In Beverwijk verkopen in 1723 Jan Barrevelt en Agge Jansz Roscam thesaurier, als voogden over Anna Jentis van der Heijde, minderjarige dochter, en Jacob Teunisz van Steenis, broodbakker alhier, in huwelijk hebbende Jannitje Jentis van der Heijde, kinderen en tezamen erfgenamen van wijlen Jopje Melis Roscam en Jentis Jacobsz van der Heijde, indertijd echteluiden gewoond hebbende alhier, aan Grietje Gerrits Plemp, weduwe van Aerijaen van de Trappen, een huis, erf en pakhuis aan de Breestraat, strekkende tot achter aan 't erf van de Doopsgezinde Vermaning, belend ten noordoosten de herberg de Prins, ten zuidwesten het huis, erf en schuur in koop aangestaan door heer Pieter Kool, voor 900, te betalen de helft gereed, de helft mei 1724, belast met 2½ st 's jaars, en aan de heer Pieter Kool, koopman alhier, een huis, erf en schuur bestaande uit 2 woninkjes annex elkaar aan de Breestraat, belend ten zuidwesten Joannis Rollerus, ten noordoosten de berriegang of het steegje waarin dit huis, erf noch schuur geen [sic] uitgang heeft (met bepalingen over o.a. dak en muur), voor 1000, te betalen de helft gereed, de helft mei 1724 49
Op 28 februari 1728 50 compareren Jacob Theunisz van Stenis, weduwnaar van Jannitje Jentis van der Heyden, ter eenre, en Jan Joosten Leempoel en Hendrick Berckhuijsen, als voogden over zijn minderjarige dochter en over haar erfenis van de moederlijke goederen. Hij is van plan te hertrouwen. Op 2 mei 1731 51 verklaart Jacob Theunisz van Steenis, meester broodbakker, verkocht en overgedragen te hebben aan Huygh Jansz van Velsen, meester molenaar tot Heemskerk, het recht van leggen van bruggen tot de notwegh in Wyckbroeck ... enz.
In Beverwijk verkoopt in 1729 Sijmon Alberts wonende te Zandvoort, man en voogd van Marijtje Willems eertijds weduwe van Aerijen van Zitteren zoon en erfgenaam van Willem Aerijens van Zitteren, aan Jacob Teunis van Steenis, meester broodbakker alhier, en huis en erf in de Breestraat, strekkende tot achter aan de uitgang van Aeijen Dekker, en ook nog een loods en erf aan de Meijrstraat, strkkende tot achter aan de molenwerf, belend ten noordoosten Jannitje Jacobs, voor 800 gld 52.
In Wijk aan Duin heeft in 1731 Jacob Teunisz Steenis, meester broodbakker te Beverwijk, bij ruiling getransporteerd aan Sr Baltus Boekholt, mr loodgietern aldaar, een stuk land genaamd het Kerkebuitendijkje, belend ten zuidwesten de Kerk...[?], ten noorden de St. Agtendijk, in ruil voor de helft van een stuk land in Heemskerk aan de Suijdtmaatweg genaamd de Clijne Neelst[?]-maaden, groot in 't geheel 2964 roeden, en daarboven 20 gld aan geld 53.
In Beverwijk verkoopt in 1732 Cornelis Flipse Krijsman, meester boodbakker, aan Gerrit de Vries, schepen, en Jacob Teunis Steenis, meester broodbakker, een huis en erf op de Achterwegh, strekkende tot achter aan Scheepmaker, belend ten noordoosten de Peperstraat, ten zuidwesten Hendrik Davidts Krack, voor 400, en ruilt in 1733 Jacob Teunis van Steenis met Hendrik Davidts Krack een half huis en erf op de Achterwegh (als eerder gekocht) voor een stuk land in Wijk aan Duin genaamd Sieteke[?]buytendijck, groot 965 roeden, belend ten noorden de Sint Aagtendijck 54.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1733 Hendrik Davitsz Krack, broodbakker binnen Beverwijk, aan Jacob Teunisz van Steenis, mede broodbakker te Beverwijk, een stuk land genaamd Kerkebuytendijkje, groot 965 roeden, belend ten zuiden de kerk van Beverwijk, ten noorden de St. Aagtendijk, doende in de verponding 7-10-12, betaald met de ruiling van een half huis en erf in Beverwijk op de Agterweg, strekkende van de straat tot achter aan Antonij Scheepmakers, belend ten noordoosten de Scheepmaker 55.
In Wijk aan Duin heeft in 1737 Jacob Teunisz Steenis, meester broodbakker in Beverwijk, bij ruiling getransporteerd aan Sr Baltus Boekholt, meester loodgieter aldaar, een stuk land genaamd het Kerkebuitendijkje, belend ten zuidwesten de kerk...[?], ten noorden de St. Agtendijk, in ruil voor de helft van een stuk land in Heemskerk aan de Suijdtmaatweg genaamd de Cleijne Naalst[?]-maaden, groot in 't geheel 2964 roeden en daarboven 20 gld aan geld 56.
Uit het tweede huwelijk:
1. Floris Willemsz van der MAAR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 7 aug. 1712, begr. ald. 22 mei 1782 (onder de classis van 3 gld: 1:4:-, grote klok 1/2 uur 5:-:-), tr. 1° ald. 11 febr. 1733 (zij te Wijk op Zee) Kniertje Daniels SCHOON, overl. vóór 1754, dr van Daniel SCHOON en Jopje PIETERS, ondertr. (impost) 2° Beverwijk 13 dec. 1754 (impost beiden 3), tr. ald. 29 dec. 1754 Aaltje Lammerts van DIJK, begr. ald. 25 febr. 1767 (onder de classis van 3 gld: 2:2:-, grote klok 1/2 uur 5:-:-, graf schoonmaken 3:-:-), wed. van Gerrit Gerritsz BLAD, tr. 3° Beverwijk 31 jan. 1770 Johanna 'Antje' MEIJ, impost op begr. ald. 20 okt. 1798 (pro deo), die hertr. met Gerrit Gerritsz BLAD.
In Uitgeest verkopen in 1736 de weduwe van Daen Schoon en Jan Danielsz Schoon, zoon en mede-erfgenaam van gemelde Daen Schoon, beiden wonende te Wijk op Zee, ook voor Floris Willemsz van der Maer als in huwelijk hebbende Cniertje Daniels mede erfgename van meergemelde Daen Schoon, wonende in de Beverwijk, aan Jacob Schoon wonende te Overveen 1/3 van de Groote Hem, de 1/3 groot [niet ingevuld], belend ten zuiden Cornelis Jansz Swan, ten noorden de Buijtenhem, voor 10 gld 57.
Op 25 december 1754 58 compareert Floris Willemsz van der Maar, weduwnaar van Cuniertje Daniels Schoon. Hij gaat weer trouwen en wenst zijn zwager Willem Lijnslager en Teunis Knaap, raad en schepen, als medevoogden over hun kind Jannetje van der Maar.
In 1736 is er scheiding van de boedel van Jacobus Daniels Schoon, tussen Floris Willemse van der Maar als in huwelijk hebbende Cniertje Daniels Schoon, en Jan Daniels Schoon, kinderen van Daniel Schoon en Jopje Pieters, en Marijtje Kaaij, weduwe van Daniel Schoon 59.
In 1740 testeren Floris Willems en Kniertje Daniels Schoon, op de langstlevende 60.
2. Hillegond Willems van der MAAR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 24 jan. 1713.
3. Jacob Willemsz van der MAAR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26 mei 1715.
126. (<63) (>252, >253) Jacob IJven van der MAAR, impost op begr. Beverwijk 19 maart 1721 (pro deo), tr. 1° Maretje JANS, overl. vóór 1673, tr. 2° Anne JANS, overl. vóór 1 dec. 1687, ondertr. 3°/tr. ald. 1/16 dec. 1687 Hillegond SIMONS, wed. van N.N., tr. 4°
In Beverwijk verkoopt op 23 oktober 1676 Maritjen Gerrets, weduwe van Dirck Thomasz, wonende alhier, aan Jacob IJven van der Maer mede wonende alhier een huis en erf op de Couwen Horn, strekkende tot achter aan de weid van Meerwijck, belend ten noordwesten Arent Engelsz, ten zuidoosten Aerjaentje Sijmons, voor 240 gld, te betalen de helft gereed en de helft mei 1677 (de koop was eerst aangegeven door Daniel Danielsz Smit, die hem heeft overgedaan aan Jacob IJven) 61.
In Beverwijk bekent in 1678 Jacob IJven wonende alhier schuldig te wezen de kinderen en erfgenamen van wijlen Aeryaantje Sijmons in haar leven wonende alhier 240 gld, met als onderpand zijn huis en erf 62.
In Beverwijk is in 1672 Jacob IJven bij de schutterij, onder het oude vendel, met een musket. Op 23 februari 1721 benoemt Jacob IJven van der Maar zijn tegenwoordige huisvrouw Lobbrig Cornelis tot voogd 63.
In Beverwijk verkoopt op 15 maart 1680 Jacob Iven wonende alhier aan Jan Pietersz alhier een huis en erf op de Couwenhoorn, strekkende tot achter aan Meerwijck, belend ten zuidoosten Jan Paulusz, ten noordwesten de verkoper, voor 205 gld, te betalen 70 gld gereed, mei 81 en 82 50 gld en mei 83 35 gld 64.
In Beverwijk verkoopt in 1687 Jacob IJven van der Maar, wonende binnen dezer stede, aan Gerrit Antonisz alhier een huis en erf op de Couwenhoorn, belend ten noordwesten Arent Engelsz, ten zuidoosten Jan Pietersz, voor 170 gld, te betalen 1/3 gereed, mei 1688 en 1689 telkens 1/3 65.
Op 17 maart 1692 attesteren burgemeesters van Beverwijk dat zij wel kennen en lange jaren gekend hebben Jacob IJven van der Maar, commandeur op Groenland (wonende binnen de stad Beverwijk), dat dezelve hem (hun wetens) altijd eerlijk en wel heeft gecomporteerd en gehouden, en zijn eigen brood heeft gegeten zonder ooit tot laste van de plaats geweest te zijn 66.
In Beverwijk blijkt in 1698 volgens een kopie van een akte gepasseerd voor notaris Jan Cornelisz Velsen, dat Jacob IJve van der Maer, wonende binnen dezer stede, bekent schuldig te wezen aan Annitje Baltis, weduwe van Isack de Hart, 200 gld, zo over huishuur als geleende penningen, en daar hij niet wel kan voldoen verklaart hij in mindering van zijn schuld over te geven 3 bedden, 6 dekens, 12 slopen, 6 oorkussens, 2 kasten, 2 kisten, 6 slaaplakens, en al zijn andere goederen (die hij mag gebruiken, tot het ontvangen van de penningen door comparante) 67
Op 4 maart 1685 doen te Beverwijk Jacob IJven en Annetje Jans zijn huisvrouw belijdenis.
Uit het eerste huwelijk:
1. Lysbeth van der MAAR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 aug. 1672 (doopgetuigen Aeghje Cornelis en Weintje IJven).
2. Trijntje van der MAAR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 aug. 1672 (doopgetuigen Aeghje Cornelis en Weintje IJven).
Uit het tweede huwelijk:
1. Klaes van der MAAR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 aug. 1673 (doopgetuige Weyntje Yven).
2. Trijntje van der MAAR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 juni 1677 (doopgetuigen Voockel Jans en Willemijntje Cornelis).
Uit het derde huwelijk:
1. Willem Jacobs (IJven) van der MAAR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk dec. 1686 (doopgetuige Weintje Ieven), tr. Maartje Floris BOSMAN, ged. (nederd. geref.) ald. 20 jan. 1672, impost op begr. ald. 10 febr. 1727 (pro deo), dr van Floris Pietersz BOSMAN en Dilleaantje WILLEMS, wed. van Engel Rieuwertsz SPIJKERMAN.
In Beverwijk verkoopt in maart 1709 Cornelis Cornelisz de Boer, huistimmerman alhier, aan Maartje Floris Bosman, weduwe van Engel Riewertsz, een huis en erf in de Cloosterstraat, strekkende tot achteraan 't erf van Claes Jansz van Nes, belend ten noordwesten de erfgenamen van Dirck van der Stoel, ten zuidoosten de diaconie van de gereformeerde kerk alhier, met een gemene put en gemene gang met de erfgenamen van der Stoel, voor 130, welke huis in augustus 1709 door haar verkocht wordt aan Maartje Robbertsz voor 135, te betalen de helft gereed, de helft mei 1710 36.
Op 20 mei 1712 compareren Marytje Floris, weduwe van Engel Rieuwertse Spykerman, wonende in de Beverwijk, ter eenre, en Cornelis Rieuwertse Spyckerman wonende binnen de stad Haarlem en Claes Rieuwertse Spyckerman mede woonachtig in de Beverwijk, als voogden over de 4 minderjarige kinderen van de voorschreven Engel Rieuwertse Spykerman bij de eerste comparante verwekt, ter andere zijde, te kennen gevende dat de voornoemde Engel Rieuwertse Spyckerman, met haar, comparante, zijnde getrouwd in gemeenschap van goederen, op 6 april [er staat juni] 1708 was komen te overlijden, nalatende 4 kinderen, met namen Jan, Deliana, Aeltje en Cornelis Engels Spyckerman, bij haar verwekt, zonder dat hij van zijn goederen heeft gedisponeerd, hebbende alleen bij akte van voogdij de eerste comparante benevens de tweede comparanten aangesteld tot voogden over zijn voornoemde minderjarige kinderen. Zij, eerste comparante, van mening zijnde zich weder ten huwelijk te begeven, en de tweede comparanten ziin met elkaar overeengekomen dat de eerste comparante ten behoeve van haar 4 minderjarige kinderen overgeeft een stuk wei- of hooiland, groot omtrent 3 morgen 61 roeden in de Waarderpolder buiten de stad Haarlem, item een huisje en erf in de Beverwijk op de hoek van 't Klooster bij de put, nog een zesdepart in 2 huizen binnen Haarlem, een op de Burgwal en een in de Klyne Houtstraat, en eindelijk al hetgeen nog open en uitstaande is van de boedel van Willemina Floris van Schooten mits dat de kosten op de processen vallende voor rekening van de kinderen zullen zijn, alles voor zoveel de portie van de voornoemde Engel Rieuwertse Spykerman aangaat, en de eerste comparante zal behouden alle verdere goederen. 37
In Beverwijk verklaart op 23 juli 1713 Willem IJven van der Maar, binnen dezer stede, in huwelijk hebbende Maartje Floris Boschman tevoren weduwe van Engel Riewertsz, getrouwd geweest in gemeenschap van goederen, welke Engel Riewertsz in zijn leven een zoon en mede-erfgenaam is geweest van Aeltje Cornelis weduwe van Riewert Cornelisz, ingevolge de akte van scheiding tussen zijn huisvrouw en haar kinderen bij Engel Riewersz verwekt voor notaris Casparus Noppen te Haarlem op 20 mei 1712 gepasseerd en achter deze akte geregistreerd, verkocht te hebben aan Grietje Gerrits, weduwe van Adriaen van de Trappen, alhier, een huis en erf in de Bagijnestraat, strekkende tot achter aan de schuur van Jan Cornelisz Schaap, voor 230 38.
In Beverwijk verkoopt in 1723 Jacobus van der Biese wonende te Haarlem, in huwelijk hebbende Juffr. Catharina Schoute bevorens weduwe van Aris Cornelisz Blom waarvan het navolgende huis is gekomen, aan Maartje Floris Bosman alhier een huis en erf op de Aghterwegh, belend ten noordoosten een gemene gang van twee huizen daaraan belend, ten zuidwesten Joris Jansz Verbint, voor 110, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1724, 1725 39.
Op 10 februari 1727 40 compareren Jan Engelse Spijckerman en Willem Cornelis Lijnslager in huwelijk hebbende Dilliaantje Engels Spijckerman, kinderen en erfgenamen van wijlen hun moeder Maartje Floris Bosman. Zij accepteren de boedel en beloven hun halve broer Floris Willems, nagelaten minderjarige zoon van Maartje Floris verwekt bij Willem Jacobs van der Maar, te onderhouden.
127. (<63) Lobbregtje CORNELIS.
Op 7 juni 1734 bevindt zich in de inventaris van Cornelis Arijensz van Trappen een obligatie van 30 vanwege huurschuld ten laste van Lobberigh Cornelis, weduwe van Jacob IJven van der Maar 68.
Uit dit huwelijk:
1. Wijntje van der MAAR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk juli 1698 (doopgetuige Trijntje Pieters).
2. Wijntje Jacobs van der MAAR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 okt. 1700 (doopgetuige Willemtje Cornelis), zie 63.
3. Cornelis Jacobsz van der MAAR, impost op begr. Beverwijk 31 mei 1724 (pro deo).
Generatie VIII (<VII, >IX)
160. (<80) Hinrich RICKLEFFS, overl. Werdum (O.-Fr.) 12 jan. 1670, tr. N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Ricklef HINRICHS, zie 80.
228. (<114) Ceel WILLEMSZ, tr. N.N.
In een verpondingsboek van Ede van 1651, onder Harscamp: Ceel Willemsz heeft van de weduwe van Jr Ripperda huis, hof van 3/4 spint, 4 molder gezaais een deel leeg, de koeien met de paarden op de gemeente, wat hooiland tot 3 voeder hoois, 13-15-0 69.
In Verpondingsposten in Ede van 1647 en 1651 als verdeeld in [ca.] 1682, onder Harscamp: Ceel Willemsen, van 't huis Harscamp, huis, hof, 5 molder, 3 voeder hooi, 17-5-0, verdeeld in: Jan Evertsen Mulder 1-11-12, Gerrit Petersen van 't nieuwe huis, bevorens Gijsbert Ceele, [geen bedrag], 't huis Harscamp 6-6-0, Jan Jacobsen 3-1-0, Jan Willemse, bevorens Gerrit Petersen, 1-3-12, Willem Ceelen 3-3-0, Jan Willemsen, bevorens Rijck Jansen, 0-15-12 70.
Uit dit huwelijk:
1. Willem CEELEN, zie 114.
2. Gijsbert CEELEN, tr. Annetje WILLEMS.
In de verponding van Ede over 1671 met de bruiksschatting, onder Harskamp: Wilem Stevens' weduwe, vervangen door Gijsbert Ceelen, 8-16-8, bruiksschatting 2-10-0, van de vicarie 1-16-0 71.
In het verpondingsboek van Ede van ca. 1690, onder Harscamp: Gijsbert Ceelen, van 't nieuwe huis, bevorens Gerrit Petersen, 1-3-12 72 Met deze post van 1-3-12 voor huis en hof wordt Gijsbert Ceelen vermeld tot in het verpondingsboek van 1737-1751 waarin Wyn Ellersen in 1745 als zijn opvolger staat 73.
In Otterlo is in 1690 te Harskamp lidmaat Annetje Willems, huisvrouw van Gijsbert Ceelen.
236. (<118) Jan CLAESEN, tr. N.N.
In de verponding over 1671 van Ede met de bruiksschatting, onder Lunteren: Jan Claesen's weduwe 2-8-4, op 29 augustus 1675 voldaan door Gerrit Jansen 74.
In de verpondingsposten in Ede van 1647 en 1651 als verdeeld in ca. 1682, onder Lunteren en Meulunteren, Bessel Willemsen huis, hof, 1 molder, 2-8-0: Jan Claesen's weduwe 1-0-8 27.
Uit dit huwelijk:
1. Claes JANSEN, zie 118.
2. Gerrit JANSEN.
240. (<120) (>480, >481) Mies Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26 juli 1654 (doopgetuigen Symon Meeusz Schotten en Maritge Meeus), tuinman, overl. vóór 9 maart 1714, ondertr. ald. 10 nov. 1673, attestatie om te trouwen Amersfoort 29 nov. 1673 (om te Beverwijk te trouwen), tr. Beverwijk 20 dec. 1673
In of kort na 1672 is Bartelmies Aelbers in Beverwijk bij de schutterij, onder het blauwe vaandel.
In Beverwijk bekent in 1688 Mies Aelbertsz Schotten wonende binnen dezer stede schuldig te wezen aan de minderjarige kinderen van wijlen Jacob de Hart en Sara Jacobs 235 gld, ter cause van de koop van een huis en erf in de Kerckbuerdt, te betalen de helft gereed, de helft mei 1689 75.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1694 Ds Petrus van Hulle, bedienaar des Goddelijken woords te Zevenhoven, als in huwelijk hebbende Juffr. Maria van Mijerop dochter en mede-erfgenaam van zal. Jacob van Mijerop, aan Mies Aelbertsz Schotten, wonende in Beverwijk, een stukje land genaamd de Gier, met 't kleine snipje dat daaraan ten noorden gelegen is, tegenwoordig gemaakt tot een tuin, liggende aan de Cleyne Houtwegh, groot omtrent 1 morgen, belend ten zuiden de erfgenamen an zal. Juffr. Hillegont Hasselaer, ten zuidwesten de kerk van Beverwijk, ten oosten de Schoubeecq, voor 400 gld, en verkoopt in 1695 Juffr. Cornelia van Mijerop wonende te Beverwijk, van Hendrick op de Camp haar man gescheiden van tafel en bed volgens verbaal van 13 december 1694, en krachtens hun huwelijkse voorwaarden, aan Mies Albertsz Schotten, mede wonende te Beverwijk, 2 stukken geestland genaamd de Daele en de Belt, de eerste belend ten noorden Dr van Campen te Haarlem, ten zuiden van der Lijn te Alkmaar, ten noordwesten de Kuijckerswegh tot aan de Schouwbeecq toe, de Belt belend ten noorden Ds Fredricus Molerus, ten zuiden de erfgenamen van Dirck Garbrantsz, ten oosten de Heemskerckerwegh, haar aangekomen van haar vader zal. Jacob van Mijerop, voor 630 gld, te betalen 315 gld gereed, 315 gld op St. Jacob 1696 76.
In Beverwijk verkoopt in 1690 Hendrick Engelsz Vinckestijn wonende in 's-Gravenhage aan Mies Aelbertsz Schotten wonende binnen dezer stede een huis en erf genaamd de Gloeijende Oven in de Peperstraat, strekkende tot achteraan 't erf van de erfgenamen van de heer Momma, belend ten zuidoosten de heer officier dezer stede, ten noordwesten Mevr. van der Aa, belast met een rentebrief van 600 gld kapitaal ten behoeve van de heer Jacob van Mijerop officier dezer stede, tegen 4½ gld van de honderd in 't jaar, voor 130 gld boven de voornoemde 600 gld, en verkopen in 1694 de [met namen genoemde] erfgenamen van Lammert Dirksz aan Mies Aelbertsz Schoten wonende binnen dezer stede een huis en erf in de Kerckbuerdt, belend ten zuiden de weduwe van Jan Willemsz metselaer, ten noorden de koper, voor 295 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1695, 1/3 mei 1696 77.
In Beverwijk verkoopt in 1697 Juffr. Elisabeth de Bruijn wonende binnen dezer stede, weduwe, voor haarzelf en als voogdesse van Joannis Molerus, minderjarige zoon, en Nicolaes Molerus, medicinae doctor, meerderjarige zoon, tezamen erfgenamen van Ds Federicus Molerus, aan Mies Aelbertsz Schotten een huisje en erf in de Peperstraat, belend ten zuidoosten het wagenhuis van Matthijas Coddijn, voor 230 gld, te betalen de helft mei 1697 en de helft mei 1698, en verklaren in 1698 de [met namen genoemde] erfgenamen van Jacob van Mijerop in openbare veiling verkocht te hebben aan Mies Aelbertsz Schotten binnen dezer stede een huis en erf bestaande uit 2 woningen aan de Oostzijde van de Houtwegh, strekkende met zijn erf aan de tuin van Cornelis Cruijsvelt en aan 't erf van de kinderen van Cornelis Jansz Loots, belend ten noorden en noordoosten 't Nieuwen Weghjen, zijnde nog 4 jaren in huur voor 30 gld 's jaars, 't eerste mei 1699, reeds voldaan met 301 gld 78.
In 1699 verklaren Pieter Schuijt, regerend schepen van Wijk aan Duijn, en Tomas Louwers, ook te Wijk aan Duijn, ten verzoeke van Mies Aelberts Schotten, dat Schotten in de voorleden zomer heeft geteeld een stuk land met vetzaad ter grootte van een en een half morgen, zijnde een stuk land gelegen bezijden de laan van Oosterwijk 31. In 1700 verkoopt in Wijk aan Duin Mies Aelbertsz Schotten, wonende in Beverwijk, aan Gerrit Pietersz Schuijt twee stukken land genaamd de Daele en de Belt, de Daele belend ten noorden Dr van Campen te Haarlem, ten zuiden de erfgenamen van Van der Lijn te Alkmaar, ten noordwesten de Kuijckerswegh tot aan de Schouwbeecq toe, de Belt belend ten noorden de erfgenamen van Ds Fredericus Molerus, ten zuiden de erfgenamen van Dirck Garbrantsz, ten oosten de Heemskerckerwech, zijnde nog 5 jaar in huur aan Pieter Jansz Lammerden voor 100 gld 's jaars, voor 1800 gld 79.
In Beverwijk verklaren in 1700 Cornelis Jacobsz Vlaanderen en Cornelis Vlaanderen, beiden wonende te Amsterdam, als last hebbende van Jacob Gijsbertsz Vlaenderen, in openbare veiling verkocht te hebben aan Mies Aelbertsz Schotten een huis en erf in de Toornstraat, belend ten zuidoosten Riewert Jansz Graefmaker en Siewert Sijmisz, ten noordwesten Ourijn Aldertsz, belast met een duit thijns, voor 615 gld, te betalen de helft gereed, de wederhelft mei 1701, en verkoopt in 1701 Sr Johannis Boekers, oud-burgemeester, aan Mies Aelbertsz Schotten alhier een huis, schuur en erf op de Breestraat op de hoek van de Hobbesteegh, strekkende tot achter aan 't erf van de verkoper, belend ten noordoosten de Hobbesteegh, ten zuidwesten Claes Danielsz en de verkoper, voor 900 gld, te betalen 1/3 gereed, mei 1702 1/3 en mei 1701 1/3 80.
In Beverwijk verkopen in 1704 Grietje van Hulle, weduwe wonende te Haarlem, en de voogden van het nagelaten kind van wijlen Jannitie van Hulle, erfgenamen van Ds Petrus van Hulle, aan Mies Aelbertsz Schotten een huis en erf aan de Groote Houtstraat, voorheen geweest het armenweeshuis, strekkende tot achter aan Sijmon Poelenburgh en Claes Jansz Gelijn, belend ten noordoosten Jacob Dircksz Vis, ten zuidwesten Aelbert Miesz Schotten, voor 700, verkoopt in 1711 Mies Aelbertsz Schotten aan Cornelis Huijbertsz alhier een huis, erf en tuin aan de Groote Houtstraat, geweest het armenweeshuis, nu genaamd Toornwijck, strekkende tot achter aan de erfgenamen van Sijmon van Poelenburgh en Pieter Barentsz, belend ten noordoosten Jacob Dircksz Vis, ten zuidwesten Maartje Robberts, met de oude brief tussen Jacob van Myerop en Cornelis Cornelisz Rijnberckhout dd. 10 jun 1665, voor 800 gld, te betalen een vierdepart gereed en voorts met een vierdepart 's jaars op meidagen, en verklaren in 1711 Jacob Cornelisz Schaap wonende te Velsen, in huwelijk hebbende Celitje Jans Braak dochter en erfgenaam van Jan Jansz Braack, in openbare veiling verkocht te hebben aan Mies Aelbertsz Schotte alhier een huis en erf aan de Meijrstraat, strekkende tot achter aan het Achterweghje toe, belend ten zuidwesten Lauris Pietersz, ten noordoosten de gemene gang tussen dit huis en 't huis van Jopje Thijs, voor 400, te betalen de helft gereed, de helft mei 1712 (voldaan op 27 december 1721) 81.
In Wijk aan Duin heeft in 1707 Mies Aelbertsz Schotten wonende te Beverwijk openbaar verkocht aan Pieter Bastijaensz Huijsman en Adrijaentje Pieters weduwe van Cornelis Jansz Bierom, beiden mede wonende te Beverwijk, een stuk land genaamd de Gier met het kleine snipje daarbij dat ten noorden daaraan gelegen is, tegenwoordig een tuin toebehorende Willem Adrijaensz, groot omtrent 1 morgen, belend ten westen de heer Joannis Boelkens, ten zuidwesten de kerk van Beverwijk, ten oosten de Schouwbeeck, zijnde 6 jaar in huur ingegaan Kerstmis 1706 aan de voorschreven Willem Adrijaensz jaarlijks voor 33 gld, bij welke verkoop de verkoper aan zich heeft gehouden de wilg die ten tijde van de verkoping op 't bosje was staande, voor 450 gld, en verkopen in 1709 de executeurs van het testament van Abram Molerus, in zijn leven predikant te Wijk op Zee, aan Mies Aelbertsz Schotten wonende te Beverwijk een stuk geestland van omtrent 600 roeden, genaamd de Tuijn van Mies, belend ten westen de verkopers in hun qualiteit, zijnde gekocht door de heer Matthyas Coddijn, ten noorden de Banckenlaan, ten oosten de heer Isnout van Veen, ten zuiden Pieter Siewertsz, voor een schuldbekentenis van 325 gld (geroyeerd op 12 mei 1721) 82.
In Beverwijk verkoopt op 17 juni 1711 Mies Aelbertsz Schotten, tuinman binnen dezer stede, aan Sr Jacob de Groot, vroedschap dezer stede, een huis en erf aan de Coningstraat, strekkende tot achter aan 't erf van de weduwe en kinderen van Lambert Jacobsz Metselaer, belend ten noordoosten de koper en de erfgenamen van heer Hendrick Muijlman, ten zuidwesten Aelbert Pontsz en de erfgenamen van Hendrick Teunisz Zaal, met een vrije gang aan de noordoostzijde van dit huis, voor 630 gld, te betalen een derdepart gereed, een derdepart mei 1712, een derdepart mei 1713 (voldaan op 16 januari 1716) 83.
In Beverwijk verkoopt in 1716 Marij Hendricx, weduwe en erfgenaam van Mies Aelbertsz Schotten, binnen dezer stede, aan Jan de la Chambre, meester glazemaker en schilder alhier, een huis, schuur en erf op de Breestraat op de hoek van de Hobbesteegh, belend ten noordoosten de Hobbesteegh, ten zuidwesten de erfgenamen van Claes Danielsz, en Claes Poulusz Langevelt, voor 450, te betalen de helft gereed, de helft mei 1717 84.
In Wijk aan Duin bekennen in 1721 Frans Harduynenbergh en Teuntje Miessen Schotten, echteluiden wonende te Beverwijk, als aministrateurs van de boedel van wijlen Marijtje Hendricx indertijd weduwe van Mies Albertsz Schotten, mitsgaders zo nodig als voogd en voogdesse over de minderjarige nagelaten kinderen erfgenamen vn de voornoemde Marijtje Hendricx en Mies Schotten, volgens testamentaire dispositie van Mies Schotten voor notaris Jan Barrevelt te Beverwijk dd. 1 oktober 1720, in openbare veiling verkocht te hebben aan Cornelisz Velsen, secretaris alhier, een stuk geestland met de ganse opstal, groot omtrent 600 roeden, genaamd de Tuijn van Mies, gelegen ten westen van de koper, belend ten noorden de Banckenlaan, ten oosten Jan Schaap, ten zuiden Pieter Riewerts, belast met een jaarlijkse thijns doende in de verponding 2-16-8, voor 280 gld 85.
In Beverwijk testeren in 1702 Mies Aelbert Schotten en Marijtje Hendrickxe van Rossel op de langstlevende en de langstlevende op ieder der 2 dochters of hun kinderen en op de kinderen van hun 2 zonen Aelbert en Jacob Mies Schotten een vierde, en testeren in 1711 Mies Alberts Schotten, ziekelijk te bedde, en Marijtje Hendricx, op de langstlevende, met de kinderen hun legitieme portie, onder herroeping van het testament van 14 augustus 1702 voor Arent Rollerus, en wordt in 1720 de inventaris opgemaakt van Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Alberts Schotten, inhoudende een huis en erf in de Peperstraat, op de Meer, over 't school, in de Torenstraat, op de Houtweg, in de Peperstraat, 'Het Stapelhuijs' over 't school, en verder de schuur 'De Kat' op de Houtweg, een stuk land in Wijk aan Duin, 9 opstallen op eigen en op gehuurd land, en een inboedel 86.
241. (<120) (>482, >483) Maritje Hendricx ROCHEL, impost op begr. Beverwijk 11 okt. 1720 (impost 3).
Op 1 maart 1682 doet Maritje Hendricks, huisvrouw van Mies Aelberts Schotten, te Beverwijk belijdenis. In Beverwijk compareren in 1714 Teunis Teunis de Waal, weduwnaar van Fronica Miessen, en Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Albertsz Schotten, als grootmoeder en bloedvoogdesse over het minderjarige nagelaten kind van wijlen Fronica Miessen en Cornelis Cornelisz Koningh, haar eerdere man zaliger, waarbij overeengekomen is dat Teunis Teunis de Waal het kind Cornelis Cornelisz Koningh zal opvoeden en 100 gld betalen van zijn moeders erfenis en 500 gld van zijn vaders erfenis, verklaren Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Albert Schotten, en Jacob Schotten ten verzoeke van Cornelis Phlipsz Crijghsman, meester bakker alhier, dat omtrent 1 januari 1710 aan Willem Hendriks Ras zal. ten huize van Crijghsman 342 gld betaald is voor een obligatie van 300 gld die Willem Henriksz Ras toekwam uit een boedel van Grietje Zalen, en testeert Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Albertsz Schotten, aan Teuntje Miessen al het goud, zilver en linnen en 500 gld voor trouwe hulp en aan haar, Aalbert Miessen, Jacob Miessen en tezamen Cornelis Cornelisz Coningh, Stijntje Teunis en Teunis Teunis de Waal vanwege haar overleden dochter Fronica Miessen, elke een vierdepart 87.
In Beverwijk verkoopt in 1716 Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Aelbertsz Schotten, aan Jan Jansz Voorhout binnen dezer stede een huis en erf aan het Eijlant, belend ten zuidoosten Hendrick Davitsz Krack en Jan Joosten Varenhorst, ten oosten Barent Jansz Boter, ten noordoosten Jan Aldertsz, ten noordwesten de erfgenamen van Cornelis Claesz Metselaer, ten noorden de Toornstraat, voor 350, te betalen 250 gereed, 100 te houden op interest 3 jaren vast 88.
In 1717 benoemt Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Aalbertsz Schotten, Symon Willemsz Slootmaacker en Cornelis Flipsz Crijghsman als voogden over na te laten kinderen, ook van Cornelis Cornelisz Koningh over hetgeen hem reeds van zijn vader vader en moeder opgestorven is, ten bedrage van 600 gld, noemt in 1720 Marijtje Hendricx, weduwe van Mies Aalbertsen Schotten, Frans Hardduijnenbergh en diens huisvrouw om na haar dood haar begrafenis en nalatenschap te verzorgen, en zijn in 1723 Aelbert Miessen Schotten en Mies Jacobsz Schotten ieder voor een vierdepart mede-erfgenamen van wijlen Marijtje Hendricx, in haar leven weduwe van Mies Aalbertsen Schotten 89.
In Beverwijk verkopen Frans Harduijnenbergh en zijn huisvrouw Teuntje Mies, als administrateurs van wijlen Marijtje Hendricx weduwe van Mies Aelbertsz Schotten en voogden over de minderjarige kinderen, in 1720 aan Joannis Lincklaan wonende te Amsterdam een huisje en erf in de Peperstraat, belend ten zuidoosten de koper, voor 163, verder in 1721 aan Huijbert Dorlant, tuinman alhier, een huis en erf genaamd de Gloeyende Oven in de Peperstraat, belend ten zuidoosten Dr Theodorus van Zelst, ten noordwesten Jan Joosten Varenhorst, voor 260, te betalen 1/3 gereed, 1/3 Allerheiligen, 1/3 mei 1722, aan Bastijaen van Rossen een huis en erf aan de Meerstraat, belend ten zuidwesten Lauris Pietersz biersteecker, ten noordoosten de gemene gang tussen dit huis en het huis van Jopje Thys, voor 255, te betalen als voren, aan Dirck Leendertsz Knaap een huis en erf in de Toornstraat waar tegenwoordig Aelbert Schotten en Bruijn Otte in wonen, belend ten zuidoosten Jan Joosten Varenhorst en de erfgenamen van Willem Claesz Manevelt, ten noordwesten de koper, voor 340, te betalen als voren, aan Pieter Jacopsz Vroegop een huis en erf in de Kerckbuurt, belend ten zuidoosten Bruijn Otte, ten noorden het huis en erf gekocht door Aelbert Schotten, voor 120, te betalen als voren, aan Hendrick Davitsz Krack een schuur met erf aan de oostzijde van de Groote Houtwegh, voor 70, betaling als voren, en aan Mies Claesz Schotten wonende te Velsen een huis en erf bestaande uit 2 woninkjes aan de oostzijde van de Groote Houtwegh, belend ten noorden en noordoosten het Nieuwe Weghje, voor 185 90.
Uit dit huwelijk:
1. Aalbert Miesz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 sept. 1674 (doopgetuige Teuntje Jacobs), impost op begr. ald. 31 aug. 1723 (pro deo), ondertr./tr. ald. 10/25 maart 1696 Aagt Jans VALK, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 aug. 1674, impost op begr. ald. 14 dec. 1754, dr van Jan Thamisz VALK en Aefje RIEUWERTS.
In 1696 insinueert Aelbert Miesz Schotten aan Willem Jansz Rootbol, dat geïnsinueerde zich niet ontzien heeft zijn insinuants huisvrouw te zijnen huize te behouden, met enig goud, zilver, enz.; hij eist dat de geïnsinueerde binnen driemaal 24 uur insinuants huisvrouw Aechtje Jans uit zijn huis zal doen vertrekken 91.
In Beverwijk verkoopt in 1702 Pieter Dircksz Vis, zoon en mede-erfgenaam van wijlen Dirck Garbrantsz, aan Aelbert Miesz een huis en erf aan de Arentswegh, strekkende tot achter Ds Petrus van Hulle, belend ten oosten de voornoemde van Hulle en Claes Jansz Gelijn, ten westen Sijmon van Poelenburgh, voor 387, te betalen de helft gereed, de helft mei 1703, zijnde belast met 6 's jaars erfpacht wat de koopsom vergroot met 150 92.
In Beverwijk verkoopt in 1709 Aelbert Miesz Schotten alhier aan Maartje Robberts alhier een huis en erf aan de Arentswegh, strekkende tot achter aan 't erf van Mies Aelbertsz Schotten, die ten oosten belend is, belend ten westen de erfgenamen van Sijmon van Poelenburgh, voor 200 gld, te betalen de helft gereed mei 1709, de helft mei 1710, belast met 6 gld 's jaars wat de koopsom vergroot met 150 93.
In Beverwijk verkopen in 1723 Frans Harduijnenbergh en Teuntje Mies Schotten, echteluiden alhier, administrateurs over de boedel van Marijtje Hendricx weduwe van Mies Aelbertsz Schotten, aan Aelbert Miesz Schotten alhier 3 vierdeparten in een huis en erf in de Kerckbuurt, belend ten noordoosten de diaconie alhier, ten zuidwesten Pieter Jacobsz Vroegop, genaamd het Stapelhuijs, waarvan koper een vierdepart competeert, voor 22-10-0 94.
In Beverwijk leggen in 1722 Engel Jansz Hughtenburgh, wonende te Velsen, en Aalbert Miesse Schotten met zijn huisvrouw Aaghje Jans Valck, wonende te Beverwijk, een verklaring af over verkoop van rapen in 1721 op het land van secretaris Velsen, en testeren in 1723 Aalbert Miessen Schotten, ziekelijk, en Aaght Jans, zijn huisvrouw, op de langstlevende 95.
Op 19 april 1728 te Beverwijk prelegateert Aaght Jans Valk, weduwe van Aelbert Miessen Schotten, aan haar dochter Jannetje Aalberts Schotten, nomineert haar drie kinderen tot enige en universele erfgenamen, met als executeurs Hendrick Cornelisz Russel en Jan Vroeghop 96.
2. Jacob Miesz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 maart 1676, zie 120.
3. Teunisje Mies SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 jan. 1682 (doopgetuige Teunisje Jacobs).
4. Teuntje Mies SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk dec. 1685 (doopgetuige Teuntje Jacobs), overl. ald. 1753, ondertr. (impost) 1° ald. 20 sept. 1714 (impost 6, beiden wonende alhier) Evert NIEUWLAND, tr. 2° Frans HARDUYNENBERGH, geb. ca. 1682, impost op begr. Beverwijk 7 juni 1725 (impost 3), ondertr. (impost) 3° ald. 10 maart 1729 (impost beiden 3), tr. ald. 27 maart 1729 IJf Cornelisz KNAP, veerschipper, gasthuismeester te Beverwijk, overl. 4 april 1729, laatst wedn. van Trijntje Jans SCHAAP, eerder wedn. van N.N.
Op 4 april 1726 97 is Jan Joosten Leempoel 400 gld schuldig aan Teuntje Miessen Schotten, weduwe van Frans Hardduijnenbergh, als voogdesse over de minderjarige kinderen van wijlen Marijtje Hendricx. Op 14 januari 1731 98 legateert Teuntje Miessen Schotten, laatst weduwe van IJff Cornelisz Knap, aan de 2 kinderen van Mies Jacobsz Schotten, de 3 kinderen van Aelbert Miessen, Neeltje de Lachambre waarvan zij dooppeet is, en Stijntje Teunis de Waal, dochter van Teunis Teunisz de Waal. Op 7 april 1750\NHA ONA Beverwijk 280 (notaris Abraham Henry Casteleyn) akte 71, 7 april 1750 testeert Teuntje Miesse Schotte, laatst weduwe van IJff Knap, aan de kinderen vam Stijntje Teunis de Waal bij Sander van Laar en bij Jan Verheul.
In Beverwijk is in 1736 Pieter Bos 300 schuldig aan Teuntje Mies Schotten waarvoor hij verbindt een huis en erf aan de Breestraet, strekkende tot de Coningstraat, belend ten noordoosten Jacob Cnegje, ten zuidwesten Jan van der Linden (geroyeerd op 2 augustus 1749), en verkoopt in 1738 Christoffel Gallemeijer wonede te Velsen als in huwelijk hebbende Jannetje Claasdr van den Bergh aan Teunisje Mesdr Schotten, weduwe, een huis en erf aan de Breestraat, belend ten zuidwesten het Brandsteegej, ten noordoosten Hendrikje Pieters Spijckers, comparants huisvrouw aangekomen bij legaat van Cornelis Jacobsz Oudt en Geertje Tomas uit hun testamentaire dispositie gepasseerd voor notaris Jan Barreveldt op 2 februari 1732, voor 440 gld 99.
In 1753 benoemt Teuntje Miesse Schotten, laatst weduwe van IJff Knap, als enige erfgenaam Stijntje Teunis de Waal, getrouwd met Jan Verheul 100.
Op 10 december 1720 zijn Frans Harduinenbergh en zijn vrouw Teuntje Miessen Schotten eisers tegen Cornelis van Oosten, wonende op de Blommarckt te Amsterdam, die schulden heeft aan wijlen Marijtje Hendricx voor het leveren van erwten 101.
Huwelijksvoorwaarden worden op 28 februari 1729 opgesteld tussen IJff Cornelisse Knap, regerent diaken van de gereformeerde kerk, mitsgaders veerschipper op Amsterdam, laast wednuwnaar van Trijntje Jans Schaap, en Teuntje Miessen Schotten, laast weduwe van Frans Harduynenbergh 102.
In Beverwijk verkoopt in 1712 Joost Joosten Varenhorst, meester schoenmaker alhier, aan IJff Cornelisz Knap, veerschipper, een huis en erf bestaande uit 2 woningen aan het Eijlant of anders op 't Weghje, belend ten oosten Cornelis Noom, ten westen Claes Pas, voor 145 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 Allerheiligen 1712, 1/3 mei 1713 103.
In Beverwijk verkopen in 1721 Cornelis Velsen, secretaris, als curateur over de insolvente boedel van wijlen Trijntje Hendricx Ras, laatst huisvrouw van Jan Janse van Gent, voor de helft, en Jacob Claesz Langevelt, gasthuismeester, het recht verkregen hebbende van voornoemde Jan Jansz van Gent, voor de helft, aan IJff Cornelisz Knap, veerschipper en mede gasthuismeester, een huis en schuur in de Bagijnestraat, belend ten zuidoosten Adrianis van Coevenhoven, ten noordwesten Jan Willemsz Valck, voor 105 104.
In Beverwijk verkoopt in 1726 IJff Cornelisz Knap alhier aan Hendrick Jacobsz de Munck wonende alhier een huis en erf bestaande uit 2 woninkjes staande aan het Eijlant of anders op 't Weghje, strekkende van 't voorschreven Weghje tot achter tegen de erven van Dirck Borte, Rijck Pas en Hendrick Davitsz Krack, belend ten oosten Rijck Pas, ten westen de voornoemde Krack, voor 120, te betalen 30 gereed en voorts 30 's jaars op meidagen, 3 termijnen 105.
5. Fronica Mies SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 juli 1686 (doopgetuige Trijntje Jacobs), overl. vóór 1727, ondertr. (impost) 1° ald. 27 juli 1706 (impost elk 3) Cornelis Cornelisz KONING, meester hoefsmid, ondertr. (impost) 2° ald. 10 april 1711 (impost voor haar 3, hij pro deo) Teunis Teunisz de WAAL, overl. vóór 1727, zn van Teunis Jansz de WAAL en Stijntje Jans BROERS, die hertr. met Pietertje Cornelis van LOENEN.
In Beverwijk zegt op 10 april 1711 106 Fronica Miessen, weduwe van Cornelis Cornelisz Koningh, geassisteerd met haar vader Mies Aalberts Schotten, haar kind Cornelis Cornelisz Koninghs 500 toe. In 1727 107 compareert Anthonij Scheepmaacker, meester hoefsmid alhier, als in huwelijk hebbende Pietertje Cornelis van Loenen, eertijds weduwe van Teunis Teunisz de Waal, in zijn leven weduwnaar van Fronica Miessen Schotten, dewelke in eerder huwelijk heeft gehad Kornelis Kornelisz Koningh, in zijn leven mede meester hoefsmid alhier. Hij ontvangt 80 gld. en 2 ducatons uit de nalatenschap van Fronica Miessen Schotten, op hem gedevolveerd bij 't overlijden van Teunis Teunisz de Waal, nagelaten zoon van Fronica Miessen Schotten.
Op 26 mei 1710 testeren Cornelis Cornelisz Koningh, meester hoefsmid, en Fronica Miessen Schotten, onder herroeping van de huwelijkse voorwaarden van 11 september 1706 bij Arent Rollerus 108.
242. (<121) Hendrick Theunisz RAS, doorgaans handelend onder de achternaam 'Saal', geb. ca. 1633 109, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 juni 1660 (Heindrick Theunissen, een bejaarde persoon op gedane belijdenis), schoenmaker, tuinman (als zodanig vermeld in 1701) ald., tr. ald. 14 juni 1658
In Beverwijk verkoopt in 1668 David Pietersz, verwer, aan Hendrick Theunisz een huis en erf in de Peperstraat, strekkende tot de heer van Meeresteijn, belend ten noordwesten de weduwe en kinderen van Wormer, ten zuidoosten het slot van Coningsbergen, voor een schuldverklaring van 550, weer verkocht voor dezelfde prijs aan Dielof Cornelisz Immerseel 110.
In Beverwijk verkoopt in 1668 Hendrick Theunisz, schoenmaker, aan Maritjen Cornelis, weduwe van Joannes Jacobsz, een huis en erf in de Kerckbuerdt, strekkende tot de erfgenamen van Frans Cornelisz Poelenburgh, belend ten noorden Trijntje Pieters, weduwe van Jan Jansz Kuijper, ten zuiden de gemelde erfgenamen, voor 261:11:8 111.
In Beverwijk verkoopt in 1674 Willem Jansz Breda, weduwnaar van Jannetje Pieter Jacobs, aan Hendrick Theunisz, schoenmaker, een huis en erf in de Cloosterstraet, strekkende tot Jan Pietersz Block, belend ten oosten Nan Corsz Smit, ten westen de kinderen van Jan Dircksz Scherp, hem comparant aangekomen bij erfenis van Pieter Jacobsz, linnenwever, die zijn huisvrouws vader was, voor een schuldbekentenis van 230 112.
In Beverwijk bekent in 1674 Hendrick Theunisz wonende alhier schuldig te wezen Jan Cornelisz Velsen, secretaris, 100 gld, verbindende zijn huis en erf in de Coningstraet, strekkende tot achter aan het huis van Stijntje Willems, belend ten zuidwesten de Bagijnestraet, ten noordwesten Claas Claver (op 20 juni 1686 voldaan) 113.
In Beverwijk verkoopt in 1675 Hendrick Theunisz wonende alhier aan Dirck Arijaen van Egmondt een huis en erf in de Cloosterstraet, strekkende tot achter aan 't erf van an Pietersz Block, belend ten oosten Nan Cornelisz Smit, ten westen de kinderen van Jan Dircksz Scherp, voor 235 gld contant, daarbij nog een errfpacht van 30 st 's jaars 114.
In 1677 wordt een verklaring afgelegd over Hendrick Saeltje, Pieter Cornelis Suijtboer en Engel Claesz Boers, die samen stukken land in Heemskerk gepacht hadden en daarover onenigheid gekregen hebben 115.
In Beverwijk bekent in 1679 Hendrick Teunisz, schoenmaker wonende alhier, schuldig te wezen Cornelis Jansz Velsen, secretaris, 325 gld, ter cause van koop van vruchten in verschillende tuinen gekocht, als te Baart Symonsz, Laurens Jacobsz en in de boomgaard van mijn heer de Geer (betaald en gerooid op 24 juni 1682) 116.
In Beverwijk verkoopt in 1682 Grietje Mieuwis, weduwe van Jan Cornelisz Immerseel, wonende alhier, aan Hendrick Teunisz Saal wonende alhier een huis en erf in de Bagijnestraet, voor 292 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1683 en 1/3 mei 1684 (geroyeerd op 20 juni 1686) 117.
In Beverwijk verkopen in 1685 Arent Rollerius, als procuratie hebbende van Cornelis Meersbeeck in huwelijk hebbende Janneken Boelkens, en Aeltje Boelkens weduwe van Cornelis Holleman, beiden wonende te Amsterdam, aan Hendrick Teunisz Saal wonende alhier een huis en erf in de Cloosterstraet, belend ten noordwesten Pieter Florisz Boschman, ten zuidoosten Maert Jorisz, voor 125 gld, te betalen 1/3 gereed, mei 1686 en mei 1687 een derdedeel 118.
In Wijk op Zee verkoopt in 1689 Hendrick Teunisz Saal wonende in Beverwijk aan Gerrit Lubbertsz van den Brinck een huis en erf in de Kerckstraet strekkende tot achter aan het gemene slop, belend ten oosten Cornelis Clijnde, ten westen Maerten Jansz Groen, voor 700 gld, waarvan 200 gereed en voorts 100 gld 's jaars (voldaan en geroyeerd op 27 juni 1695) 119.
In Beverwijk verkoopt in 1691 Hendrick Teunisz Saal, wonende binnen dezer stede, aan Trijntje Willems, weduwe wonende te Haarlem, een custingbrief van 700 gld kapitaal waarvan al 300 gld betaald is, ten laste van ene Gerrit Lubbertsz wonende te Wijk op Zee, ter cause van een huis en erf binnen 't voorschreven dorp gekocht op 10 mei 1689, voor 363 gld 10 st, en verkoopt in 1693 Sijmon Evertsz de Braack wonende in De Rijp aan Hendrick Teinis Zaall binnen dezer stede een huis en erf in de Cloosterstraat, belend ten westen Cornelis Aerijensz, ten oosten de gang tussen dit huis en 't huis van Pieter Florisz Boschman, welke gang, de put en de pomp daarin staande door de eigenaars van dit huis en 't huis van Pieter Florisz Boschman voornoemd gemeen gebruikt worden, voor 500 gld, te betalen de helft gereed, de wederhelft mei 1694 120.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1692 Pieter Wildeman, tegenwoordig wonende te Beverwijk, als zoon en mede-erfgenaam van wijlen Arent Wildeman, aan Hendrick Teunisz Zaal, mede wonende te Beverwijk, een stuk teelland met de opstal van tuinderij genaamd de Brouwerscroft, groot omtrent 1179 roeden, belend ten oosten de Oudendijck, ten zuiden de Zeewegh, ten westen Dirck Engelsz, ten noorden Jacob Pietersz, voor 590 gld, welke tuin door Hendrick Teunisz Saal in 1696 verkocht wordt aan Dirck Engelsz wonende aan 't Heck voor 1100 gld, te betalen 300 gld gereed, voorts 200 gld 's jaars, de eerste termijn 8 oktober 1696 121.
In Beverwijk verkoopt in 1698 Hendrick Teunisz Zaal, wonende binnen dezer stede, aan Pieter Philipsz Mol, bakker te Uitgeest, een huis en erf in de Cloosterstraat, belend ten westen IJtje Cornelis, ten oosten de gang tussen dit huis en 't huis van Pieter Florisz Boschman, voor 525 gld en 2 zilveren ducatons, te betalen 100 gld 's jaars, en bekent in 1701 Pieter Dircksz Vis, tuinman alhier, schuldig te zijn Hendrick Teunisz Zaal, mede tuinman alhier, 225 gld, te betalen interest 4 gld 10 st in 't jaar 122.
In Beverwijk verkopen in 1715 Cornelis Krijsman en Cornelis Huybertsz, wettige voogden over het minderjarige nagelaten kind van Grietje Hendricx, voor een derdepart, Jan Jansz van Gent wonende alhier, als in huwelijk gehad hebbende Trijntje Henricx, uit kracht van de gemeenschap der goederen voor een zesdepart, Harmanis Nieulandt, schepen, en Cornelis Velsen, secretaris, als curateurs over de gerepudieerde boedel van Trijntje Hendricx Ras, voor een zesdepart, en Teunisje Hendricx, weduwe alhier, voor een derdepart, gezamenlijke erfgenamen van wijlen Hendrick Teunisz en Maartje Robberts, in hun leven wonende alhier, aan Jan Adryaensz scheepmaacker een huis en erf in de Kerckbuurt, strekkende tot achter aan 't erf van de herberg de Zwaan die ook ten oosten belend is, belend ten westen de verkopers, voor 330, te betalen de helft mei 1715, de helft mei 1716, aan Claes Riewertsz, meester huistimmerman, een huis en erf in de Kerckbuurt, strekkende tot achter aan de schuur van Sijmon Vroegop, belend ten noordoosten het huis in koop aangestaan door Jan Aryensz Vroegop, ten zuidwesten voorschreven Symon Vriegop, voor 175, te betalen de helft mei 1715, de helft mei 1716, aan Claes Riewertsz een huis en erf in de Breestraat, strekkende tot de Aghterwegh, belend ten noordoosten Cellitje Harmens, ten zuidwesten Cornelis Jansz Poorter, voor 165, te betalen de helft mei 1715, de helft mei 1716, aan Jacob Gerritsz Metselaer alhier een huis en erf in de Cloosterstraat, strekkende achtraan tot de Raamcroft van de erfgenamen van Dirck Engelsz, timmerman, belend ten westen de verkoprs nu koop aangestaan door Willem Jansz Mannevelt, ten zuiden de gang tussen dit huis en Gerrit van Laar, voor 100, te betalen de helft mei 1715, de helft mei 1716, en aan Abram Aeryaensz van der Ende binnen dezer stede een huis en erf in de Cloosterstraat, strekkende tot achter aan 't erf van Claes Jansz van Nes, belend ten noordwesten de erven van wijlen Dirck van der Stoel, ten zuidwesten de diaconie, voor 80, te betalen de helft gereed, de helft mei 1716 123.
243. (<121) Maartje ROBBERTS.
In Beverwijk in 1706 verkoopt Neeltje Steenis, weduwe van Gerrit Bartelmiesz Klock, wonende binnen dezer stede, aan Maartje Robberts, weduwe alhier, een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot de Achterwegh, belend ten noordoosten Cellitje Harmans, ten zuidwesten Cornelis Jansz Poorter, voor 277 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 op mei 1707, 1/3 op mei 1708, en verklaart Sr Jan van der Woude, wonende binnen dezer stede, in openbare veiling verkocht te hebben aan Maartje Robberts, weduwe van Hendrick Teunisz Saal, wonende alhier, een huis en erf bestaande uit 2 woninkjes genaamd de Kaetsen aan de Coningswegh, strekkende tot achter Joris Jansz Verbint, belend ten noorden Aris Cornelisz Blom, ten zuidwesten de kinderen van Sijmon Rijnberckhout, voor 195, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1707, 1/3 mei 1708 124.
In Beverwijk in 1709 verkoopt Aelbert Miesz Schotten alhier aan Maartje Robberts alhier een huis en erf aan de Arentswegh, strekkende tot achteraan 't erf van Mies Aebertsz Schotten die ten oosten belend is met Pieter Barentsz, belend ten westen de erfgenamen van Sijmon van Poelenburch, voor 200, te betalen de helft gereed mei 1709, de helft mei 1710, belast met 6 gld 's jaars wat de koopsom vergroot met 150, verkoopt Maartje Floris Bosman aan Maartje Robberts het huis en erf in de Cloosterstraat [op 8 maart 1709 gekocht voor 130] voor 135, te betalen de helft gereed, de helft mei 1710, verkoopt Pieter Florisz de Mol binnen dezer stede aan Maartje Robberts weduwe alhier een huis en erf in de Cloosterstraat, strekkende tot aan de Raem-croft van de erfgenamen van Dirck Engelsz timmerman, belend ten westen Aelbert de Harder, ten oosten de gang tussen dit huis en 't huis van Adryaen van Hede, voor 475, belast met een erfpacht van 3 gld 15 st 's jaars wat de koopsom verhoogt met 93:15:0, en koopt Maartje Robberts een huis in de Peperstraat voor 130, te betalen de helft gereed, de helft mei 1710 125.
In 1710 126 verklaart Jan Janse van Gent dat Maartje Robberts aan hem en zijn vrouw 380 voorgeschoten had en dat hij als voldoening enig meubilair in volle eigendom gegeven heeft, waarvan akte op 4 januari 1709. Op 6 april 1714 127 geeft Maartje Robberts, weduwe van Hendrick Teunis Ras, volmacht aan Paulus Dier, mede notaris, en Jan Louritsz Compagnje om uit haar naam zich te vervoegen in het sterfhuis van haar zoon zal. Willem Hendricx Ras op de Hofgeest in Velsen, om haar legitieme portie op te eisen volgens zijn huwelijkse voorwaarden met Aryaantje Cornelis Voort, gepasseerd bij notaris de Nijs te Amsterdam.
In Beverwijk verkoopt op 7 juli 1711 Albert de Harder wonende te Amsterdam aan Maartje Robberts wonende alhier een huis en erf in de Cloosterstraat, strekkende tot achter aan 't erf van Jan Joosten Varenhorst, belend ten noordwesten Jan Jansz van Nes, ten zuidoosten de koopster, voor 116 gld, te betalen de helft gereed, de helft mei 1712 128.
Op 25 mei 1717 129 is er boedelscheiding onder de erfgenamen van Maartje Robberts. Cornelis Krijghsman en Cornelis Huyberts, als voogden over Mies Jacobs, minderjarige zoon van wijlen Jacob Miesen en Grietje Hendricx, een derde, Jan Jans van Gent, in huwelijk gehad hebbende Trijntje Hendriks, een zesde, evenals Cornelis Velsen als curator over de gerepudieerde boedel van Trijntje Hendrix, Teunisje Hendricx, weduwe van Jacob Pietersz, een derde. Verder Jan Lourits Compagnje voor zichzelf en Jan Adriaansz Scheepmaacker en Adriaan Voorhout als voogden over Casparina van Nes, minderjarige nagelaten dochter van wijlen Casper van Nes en Trijntje Hendricx, als legaat elk 250; dit was oorspronkelijk 500 elk.
Uit dit huwelijk:
1. Teunisje Hendriks RAS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 30 jan. 1661 (doopgetuige Aelte Wilhems), ondertr./tr. ald. 8/24 maart 1697 Jacob Pietersz COELEMAY, overl. vóór 25 mei 1717.
2. Willem Hendriksz RAS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 juli 1664 (doopgetuige Aeltje Wilhems), overl. 1714, tr. Aryaantje Cornelis VOORT.
3. Jacob Hendriksz RAS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 jan. 1667 (doopgetuige Aeltje Wilhems).
4. Grietje Hendriks RAS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 febr. 1676, zie 121.
5. Trijntje Hendricx RAS, alias Zaal, tr. 1° Louris DIRCKSZ, ondertr. 2° (schepenbank) Beverwijk 27 okt. 1696 (hij: weduwnaar van Amsterdam), betoog gegeven ald. 26 nov. 1696 Caspar van NES, wedn. van N.N., ondertr. 3° (schepenbank) ald. 8 mei 1699 (hij: Jan Jansz Stoffelsz jongeman van Gent in Gelderlandt), betoog gegeven Beverwijk 26 mei 1699 Jan Jansz van GENT.
In Beverwijk verklaren blijkens copie extract van 20 april 1715 Jan Adrijensz scheepmaacker en Adrijaen Voorhout, voogden over Casparina van Nes, minderjarige nagelaten dochter van wijlen Trijntje Hendricx Ras, mitsgaders Jan Louritsz Companje, meerderjarige nagelaten zoon van dezelve Trijntje Hendricx Ras, de erfenis van hun moeder te repudiëren 130.
In Beverwijk verkopen in 1716 Harmanis Nieulant en Cornelis Velsen, curateuren over de gerepudieerde boedel van wijlen Trijntje Hendricx, indertijd weduwe van Louris Dircksz en gewezen huisvrouw van Jan Jansz van Gent, voor de ene helft, en Jan Jansz van Gent wonende alhier, in huwelijk gehad hebbende Trijntje Hendrixz, voor de andere helft, aan Jan Willemsz wonende te Oostzaan een huis, erf en camer in de Bagijnestraat, belend ten zuidoosten het huis en erf van de verkopers, ten noordwesten Trijntje Fulphs, voor 510, te betalen 1/3 mei 1716, 1/3 mei 1717, 1/3 mei 1718 131.
In Beverwijk verkopen in 1721 Cornelis Velsen, secretaris, als curateur over de insolvente boedel van wijlen Trijntje Hendricx Ras, laatst huisvrouw van Jan Janse van Gent, voor de helft, en Jacob Claesz Langevelt, gasthuismeester, het recht verkregen hebbende van voornoemde Jan Jansz van Gent, voor de helft, aan IJff Cornelisz Knap, veerschipper en mede gasthuismeester, een huis en schuur in de Bagijnestraat, belend ten zuidoosten Adrianis van Coevenhoven, ten noordwesten Jan Willemsz Valck, voor 105 104.
244. (<122) (>488, >489) Jan Cornelisz COELENBIER, geb. ca. 1638, ged. (nederd. geref.) Haarlem 16 juli 1667 (catechumenus, oud 29 jaar, doopgetuige Jelis Jelisz Heynsbergen), bij huwelijk jongeman van Haarlem wonende in de Kleyne Houtstraat, impost op begr. Beverwijk 7 maart 1697 (impost 3), ondertr./tr. (nederd. geref.) Haarlem 28 aug./11 sept. 1667
Op 3 december 1673 nemen Jan Colomby en Assa Brakenburgh voor het eerst deel aan het heilig avondmaal te Beverwijk, na met attestatie uit Haarlem gekomen te zijn.
245. (<122) (>490, >491) Assa BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Oude Kerk) 28 febr. 1636 (doopgetuigen Dirck Jansz, Grietgen Rijckhart, Hester Evers), bij huwelijk wonende in de Groote Houtstraat jongedochter van Amsterdam.
Uit dit huwelijk:
1. Johannes COELENBIER, ged. (nederd. geref.) Haarlem 23 sept. 1668 (doopgetuigen Jelis Jelisz Heijnsbergen, Sara Brakenburg), ondertr. 1° ald. 13 juni 1694, attestatie om te trouwen ald. 27 juni 1694 (akte gegeven voor Bloemendaal) Lijsbeth ROEVE, overl. vóór 1700, wed. van Cornelis STRAATE, ondertr. 2°/tr. Haarlem 31 okt./14 nov. 1700 Johanna van der SPRANG, wed. van Cornelis MULRAET.
2. Hester Jans COELENBIER, ged. (nederd. geref.) Haarlem 26 mei 1670 (doopgetuigen Jillis Jillisz Heijnsbergen, Sara Brakenburgh), komenijhoudster te Beverwijk, tr. Jacob GERRITSZ.
In Beverwijk verkoopt in 1716 Abram Pietersz Cruijtpenningh wonende in Wijk aan Duin, als in huwelijk gehad hebbende Lijsbeth Jans van Nes, een dochter en voor een vijfdepart erfgenaam van Jan Hans van Nes en Cornelia Jacobs, in hun leven echteluiden te Beverwijk, aan Hester Coelenbier, komenijhoudster alhier, een huis en erf aan de Coningstraat, belend ten zuidwesten de Bagijnestraat, ten noordoosten Jacob de Groot, voor 120, te betalen de helft gereed, de helft mei 1716 132.
In Beverwijk testeren in 1720 Jacob Gerritsz en Hester Jans; zij legateert aan Francijntje Coelenbie, aan Jannitje Coelenbie, dochter van Menno Coelenbie, aan Aaltje Coelenbie en aan Asje, dochter van Jan Coelenbie te Haarlem 133.
3. Menno Jansz COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 31 dec. 1673, zie 122.
4. Cornelis COELENBIER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 19 april 1676 (doopgetuigen Hendrick Janse, Petronella Braeckenburgh).
5. Francijntje COELOMBIE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 okt. 1677 (doopgetuigen Dirck Lucassen, Grietje Jans), overl. 1739, tr. 1° ald. 20 dec. 1699 Jacob van der ARENT, tr. 2° Jan Karelsz SPARENDAM, later Van den Bos, geb. ca. 1657.
In Beverwijk testeren in 1717 Jan Carels Sparendam, ziek, en Francijntje Coelenbie, op de langstlevende en op hun dochter Aaltje Jans, en leggen in 1734 Jan Karelsz van den Bos, oud 77 jaar, en Francijntje Coelombie, oud 57 jaar, echtelieden, een verklaring af 134.
In Beverwijk in 1723 verkoopt Huijbert Dorlant alhier aan Jan Karelsz Sparendam alhier een huis en erf genaamd de Gloeijende Oven in de Peperstraat, belend ten zuidoosten Dr Theodorus van Zelst, ten noordwesten Jan Joosten Varenhorst, voor 280, bekent Jan Karelsz Sparendam schuldig te wezen Louwies Vosmeer, tuinman alhier, 400 gld tegen 4 ten honderd, verbindende een lijnbaan binnen dezer stede aan de Wyck op Zee-er Wagenwegh, belend ten zuidoosten Hendrik Muilman als eigenaar van de plaats genaamd den Doelen of nu Zeewyck, en de lijnbaan van Cornelis Aerijensz van der Meer, ten noordwesten de Wagenwegh, met nog een mishoekje voor zover het nog is, tegenover de zij van voornoemde lijnbaan, achter 't huisje van comparant dat nu verkocht is, verkoopt Jan Karelsz Sparendam aan Barent Harmensz een lijnbaan aan de Wyck aan Zee-er Wagenwegh [als eerder] voor een koopbrief van 200, belast met 8 's jaars erfpacht wat de koopsom vergroot met 200, en verkoopt Jan Karelsz Sparendam aan Lowies Vosmeer een huis en erf aan de Zeewegh voor 160 gld 135.
246. (<123) Pieter Adriaensz DERKS, ondertr. Beverwijk 6 febr. 1671 (hij van Delft), tr. ald. 4 maart 1671
247. (<123) (>494) Aeltje Jans VELSEN.
Uit dit huwelijk:
1. Josijntje Pieters DELFT, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 jan. 1671, zie 123.
2. Lijsbeth Pieters DELFT, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 mei 1672 (doopgetuigen Cornelis Jansz, Annetje Harmens), impost op begr. ald. 15 febr. 1730 (impost 3), ondertr. ald. 27 aug. 1694 Jan Gerritsz PEREBOOM.
3. Trijntje Pieters DELFT, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 maart 1674 (doopgetuige Aegje Jans), tr. Cornelis KNAP.
4. Dieuwertje Pieters DELFT, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 8 dec. 1676 (doopgetuige Aegt Jans), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. sept. 1691 (als Dieuwertje Pieters), overl. vóór 2 nov. 1738, tr. ald. 13 juli 1698 Abraham Adriaansz van der ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 maart 1666, baander ald., overl./impost op begr. ald. 11/17 nov. 1739, zn van Adriaen Abrahamsz van den ENDE en Dirckgen JANS.
Op 30 april 1722 testeren Abram Arijens van der Ende en Dieuwertje Pieters, ziekelijk, op elkaar 136. Op 2 november 1738 treft Abraham Arijensz van der Enden voorzieningen betreffende het testament van 30 april 1722 met zijn overleden huisvrouw Diewertje Pieters; hij heeft twee kinderen, Ary van der Enden en Pieter van der Enden, waarvan de laatste minderjarig is en over wie Arij van der Enden en Jan Janse van der Enden tot voogden aangesteld worden 137.
In Beverwijk verkoopt in 1708 Tomas Sijmonsz Bom, wonende binnen dezer stede, aan Abram Aerijensz alhier een huis en erf met een lijnbaan daarachter, zo in Beverwijk als in Wijk aan Duin zijnde de zuidzijde van de banen, belend ten noorden Claes Jansz van Nes en Evert Verlaen, ten zuiden de weduwe van Cornelis Grasbos, zijnde gemeen met Evert Verlaen de wagenweg met de put, tot beider gebruik en onderhoud, voor 400, te betalen de helft gereed, de wederhelft mei 1709 138.
In Beverwijk verkopen in 1715 de erfgenamen van Hendrick Teunisz [Ras] en Maartje Robberts aan Abram Aeryaensz van der Ende binnen dezer stede een huis en erf in de Cloosterstraat, strekkende tot achter aan 't erf van Claes Jansz van Nes, belend ten noordwesten de erfgenamen van wijlen Dirck van der Stoel, ten zuidwesten de diaconie, voor 80, te betalen de helft gereed, de helft mei 1716 139.
In Beverwijk verkoopt in 1719 Adrianis van Coevenhoven, curateur over de gerepudieerde boedel van wijlen Claes Jansz van Nes, aan Abram Arijensz van der Ende, wonende alhier, een huis, erf en land daaraan gelegen met de opstal van tuinderij en houtgewas, liggende zowel in Beverwijk als in Wijk aan Duin aan de banen, strekkende tot achter aan de Heerewech, belend ten zuiden de baan van Lambert Woutersz, ten noorden Jan Maarte Kesen als bruiker, belast met een erfpacht van 10 gld 10 st, welke koper de ongelden over 1719 tot zijn last heeft genomen, voor 200, te betalen de helft gereed, de helft mei 1720 140.
In 1740 141 wordt de inventaris opgemaakt van Abram Arijense van der Ende, overleden Beverwijk 11 november 1739, ten verzoeke van Jan van der Ende en Arijen Abramse van der Ende, als voogden over Pieter van der Ende, minderjarige nagelaten zoon van Abram van der Ende, volgens akte van 2 november 1738 bij Abraham Henrij Kastelijn. Hierin, op de Kloosterstraat, een huis en erf met een baanhuis en een baan, een baanhuis met een baan, een huis en erf, een loods met erf. Als mobiele goederen o.m. de gehele winkel in 't voorhuis.
5. Adriaentje Pieters DELFT, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 24 sept. 1679 (doopgetuige Aegt Jans).
248. (<124) (>496, >497) Rieuwert CORNELISZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 maart 1617, overl. vóór 23 juni 1669, ondertr. (schepenbank) ald. 6 nov. 1644 (zij wonende te Velsen), tr. nov. 1644
Rieuwert Cornelisz was kort vóór en in 1652 in Beverwijk bij de schutterij, met een musket, opv. in de Nieuwe Steeg en op de Meer. Als beurtschipper op Amsterdam wordt hij vermeld als schipper en als borg voor andere schippers van 1650 tot 1661 142. In 1648 143 leggen Quijrijn Hendricsz, Willem Jansz en Gillis Claesz op verzoek van Rieuwert Cornelisz, veerschipper op Amsterdam, een verklaring af over de belasting van de boot.
In Beverwijk leggen in 1660 144 op verzoek van Dirck Cornelisz Schaep, pachter van de Wage, Riewert Cornelisz en Frans Thomasz een verklaring af; zij hadden beiden een vierde deel van een koe gekocht van Jan Cornelisz Poelenburg. In 1669 koopt Aeltje Cornelis, weduwe van Riewert Cornelisz, een huis en erve in de Bagijnestraet 145.
249. (<124) (>498, >499) Aeltje CORNELIS, overl. tussen 4 febr. 1695 en 25 nov. 1697.
In 1695 machtigt Aeltje Cornelis, weduwe van Riewert Cornelisz, Pieter Jansz van Bolswaert, wonende te Haarlem, om haar recht en gerechtigheid te vorderen jegens de erfgenamen van Willemijntje Floris van Schoten. In 1697 wordt deze machtiging vernieuwd door Cornelis, Claes en Engel Riwersz, gebroeders, ook namens Pieter Riewersz, allen kinderen en erfgenamen van Aeltje Cornelis hun moeder. In 1698 machtigen Cornelis, Engel, Claes en Pieter Riewersz, gebroeders, meerderjarige kinderen en erfgenamen van Aeltje Cornelis, in haar leven weduwe van Riewert Cornelisz, Johan van Huyte, procureur voor beide de hoven van justitie in Holland 146.
In de zaak hangende voor het Hof van Holland tussen Cornelis, Engel en Claes Rieuwerts, gebroeders, ook voor hun broer Pieter Rieuwerts, allen meerderjarige kinderen en erfgenamen van wijlen Aeltje Cornelis, weduwe van Rieuwert Cornelisz, advoijerende de impetratie ende exploicteringe van seecker mandament van rauactie door de voornoemde Aeltje Cornelis benevens Pieter Jansz van Bolswaert als in huwelijk hebbende Guertje Philipsdochter van Schooten, van dit hof geïmpetreerd en gedaan exploiteren, mitsgaders de voornoemde Guertje Philipsdochter van Schooten, weduwe en boedelhoudster vcan voornoemde Pieter Jansz van Bolswaert, advoyerende de procedures op de naam van dezelve Pieter Jansz van Bolswaert gehouden, en zulks tezamen impetranten van mandament van rauactie, ter eenre, en Mr Jodocua Koussebandt, advocaat, en Cornelis van der Meer, medicinae doctor, beiden wonende te Haarlem, als executeurs van het testament van wijlen Willemijntje Florisdochter van Schooten, gedaagden, ter andere zijde, wordt op 18 december 1705 als volgt uitspraak gedaan. De gedaagden worden veroordeeld tot het maken van een nieuwe inventaris waarvan een authentieke kopie aan de impetranten moet worden overgeleverd. Daarin moet verwerkt worden, en aan impetrenten als enige [?] erfgenamen ab intestato uitgekeerd, een lijst van goederen [kennelijk in ieder geval deels niet in de oorspronkelijke inventaris vermeld], nl. boeken, brieven, munimenten, papierem en andere bescheiden, en onderscheidenlijk te specificeren, het kerkegoed in de Gravinnesteegh, nog 300 gld, nog gelijke 300 gld, nog hetgeen daarbij ging, nog 3 huizen, twee op de Burghwal en een in de Kleijne Houtstraet, nog de beste lakense mouwen, de beste lakense rok, de beste heresaaien schort, nog 500 gld, nog al het altaar- of kerkgoed of al wat de kerk aangaat aan de stoel van pater Everard gemaakt, nog hetgeen was in de kist onderaan, boven de Spin, achter in het hoogste kastje als het plankje uitgelicht was, boven op 't houthoekje op de trap, boven onder de oude kast aan elke zijde in de spin, achter of bij een plankje dat opgelicht moest worden, op de bedstede op de kamer van de voornoemde Willemijntje Florisdochter van Schooten, in de bedstede onder 2 sleutels, onder in de kast het plakje of plankje opgelicht zijnde en 't tweede tussen beide planken, nog 300 gld, nog 250 gld, nog 100 gld, nog gelijke 100 gld, nog 1000 gld, nog het beste tapijtkleed dat boven in de kast op de kamer lag, en het kleed op de voetbank van het altaar, nog het doodskleed, en het zilveren bord waar een zwaantje op staat, nog 3 bollen, een verguld kopje, nog de Paus, kast, strijkdeken, en het schilderij van de geboorte in 't kamertje, nog 25 gld, nog 6000 gld, nog 1000 gld. Ook moeten de legaten, giften of andere handelingen of contracten, simulatelijk in prejudictie van de placcaten van den lande aangelegd of gedisponeerd, aan of ten behoeve van enige zogezeide geestelijke persoen, kloppen, nonnen of andere Pausgezinde geördende personen, hoe die ook genaamd zouden mochten wezen, of aan enige Pauselijk gezeide geestelijke armen, gestichten of godshuizen, en moet de staat en inventaris geleverd worden van alle goederen of erfportie de voornoemde Willemijntje Florisdochter van Schooten bij dode van haar ouders aanbestorven. In een daaropvolgende akte in de zaak van dezelfde personen contra Jannetje van Erfford, meerderjarige dochter wonende te Haarlem, wordt de gedaagde gecondemneerd te voorschijn te brengen en te exhiberen de ingelegde brieven in zekere aantekeningen van Willemijntje Florisdochter van Schooten, breder ten processe vermeld, nog zeker ingelegd briefje, gesloten in bewaring van haar, gedaagde, gelaten, mitsgaders nog de brieven die geweest zijn datgene geweest was boven en onder de kasse aan elke zijde, nog moet gedaagde te voorschijn brengen en exhiberen al het altaargoed door de voornoemde Willemijntje Florisdochter van Schooten aan pater Everard, of diegenen die te eniger tijd aan deszelfs stoel zouden succederen, vermaakt en in bewaring van haar, gedaagde, gelaten. Nog wordt dezelfde gedaagde gecondemneerd aan de impetranten te doen visie, lecture en copie athentique van alle donatiën, contracten, gelimiteerde conditiën en instructiën, mitsgaders over te leveren pertinente staat en inventaris van alle goederen van de voornoemde Willemijntje Florisdochter van Schooten, door haar aanvaard en geadministreerd of die haar zouden wezen vermaakt. 147
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis Rieuwertsz SPIJKERMAN, impost op begr. Beverwijk 3 april 1715 (impost twee keer 6 gld, voor het lijk van Cornelis Rieuwertsz, nooit getrouwd, van Overveen hier gevoerd).
In 1672 is Cornelis Rieuwerts in Beverwijk bij de schutterij, onder het oranje vaandel, met een musket. Cornelis Rieuwerse Spij(c)kerman wordt vermeld in het transportboek van Haarlem, voor aankoop op 7 april 1707 en 13 augustus 1710.
In Beverwijk is in 1692 Aerijen Elijasz, wonende binnen dezer stede, aan Cornelis Riewertsz, huistimmerman alhier, 150 gld schuldig, tegen 5 gld van de 100 gld, en is in 1694 Cornelis Willemsz Kneghjen, wonende binnen dezer stede, aan Cornelis Riewertsz, huistimmerman, 300 gld schuldig, tegen 4 gld 10 st voor iedere 100 gld 148.
In Beverwijk verkoopt in 1696 Aerijen Elijasz, wonende binnen dezer stede, aan Cornelis Riewertsz, huistimmerman binnen dezer stede, een huis met erf bestaande uit 3 woninkjes op de Paterswegh, belend ten noordwesten de banen, voor 157 gld 10 st 149.
Op 20 maart 1715 testeert Cornelis Rieuwertse Spijckerman, althans wonende te Overveen, ziekelijk. Hij stelt tot zijn enige erfgenamen de 2 kinderen van zijn broer Claas Rieuwertse Spykerman, het kind van zijn overleden broer Jan Rieuwertse Spykerman, en de 4 kinderen van zijn broer Engel Rieuwertse Spykerman, of degenen van deze kinderen die op testateurs afsterven in leven zijn, hoofd voor hoofd in gelijke gedeeltes, onder conditie dat zijn nalatenschap zal komen onder de nagenoemde voogden en executeurs van dit testament en onder de administratie van dezelven onverdeeld moeten blijven de tijd van 12 jaren na testateurs afsterven, en dat middelerwijl de vruchten, na aftrek van alle lasten en kosten, zullen worden beheerd en gebruikt tot beter en rijkelijker onderhoud, alimentatie en opvoeding van de gemelde kinderen. Voorts begeerde de testateur dat gedurende de gemelde tijd de gelden die Joris Jansz Hamburger, schipper, van hem onder zich heeft niet zullem mogen worden opgeëist mits betaald de interest, item wilde hij dat de 2 huizen te Haarlem, het ene in de Klyne Houstraat aan de oostzijde, 't andere op de Burgwal in 2 partijen bewoond wordende, afkomstig van Willemina van Schoten, zullen blijven gemeen en onverkocht het leven lang gedurende van Willem Jansz Roos dewelke de directie en administratie daarvan hebben zal, ten ware nochtans de hierna genoemde voogden en executeurs anders mochten oordelen. Qualificerende hij, testateur, tot executeurs van dit testament, tot administrateurs van zijn boedel en naltenschap, en tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen, zijn broer Claas Rieuwertse Spykerman en Willem Jansz Roos mitsgaders tot toeziende mede-executeur en voogd Sr Claas de Wit, met uitsluiting van weesmeesters en anderen. 150
In Wijk aan Duin verkopen in 1727 Sr Willem Roos en Claas de Wit, beiden wonende te Haarlem, executeurs van het testament van wijlen Cornelis Rieuwertsz Spijkerman gepasseerd voor notaris Casparus Noppen te Haarlem op 20 maart 1715, voogden over deszelfs minderjarige erfgenamen in het voorschreven testament vermeld, aan Grietje Gerrits Plemp, weduwe van Adryaen van de Trappen, wonende te Beverwijk, een stuk land in Wijck-broeck genaamd de Twee-madt, belend ten noordwesten de kadijk van de banscheiding van deze banne en Heemskerk, ten westen de erfgenamen van Jan van Vollenhoven de Ouden en de erfgenamen van Dirck Claesz van den Hoeff, ten zuiden vanouds Keniertje Jans, nog een stuk in Wyck-broeck genaamd de Naarden, groot omtrent 1203 roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Dirck Clasz van den Hoeff, ten westen de Wateringh, ten noorden de kadijk, voor 725 gld, de helft 1 maart, de helft op Allerheiligen 1727 151.
In Beverwijk verkopen in 1727 Willem Roos en Claas de Wit beiden wonende te Haarlem, executeurs van het testament van wijlen Cornelis Riewerts Spijckerman, met procuratie van notaris Casper Noppen, aan Pieter Cornelisz Backer wonende alhier een huis en erf aan de Breestraat, belend ten noordoosten de erfgenamen van Evertje Hendricx, ten zuidwesten Egbert Elseneur, voor 390, te betalen de helft gereed, de helft Allerheiligen 1727, en aan Willem Cornelisz Lijnslager, wonende binnnen dezer stede, een huis met erf bestaande uit 3 woninkjes op de Paterswegh met de schuur daarachter, strekkende van de weg met een snip tot achter heer Johannis van Coevenhoven die ook ten zuidoosten belend is, belend ten noordwesten de banen, voor 180 gld 152.
2. Claes Rieuwertsz SPIJKERMAN, meester huistimmerman, impost op begr. Beverwijk 19 febr. 1720 (impost 6), ondertr. (schepenbank)/tr. ald. 13/29 sept. 1686, tr. kerkel. (r.-k.) ald. 29 sept. 1686 (getuigen Trijntje Fransse, Trijntje Bartholomeeus) Dieuwertje Frans van HOOGE, dr van Frans TOMASZ en Trijntje PIETERS.
In Beverwijk in 1688 verkoopt op 16 april Treijntje Frans, bejaarde dochter, aan Claes Rieuwertsz in huwelijk hebbende Diewer Fransdr haar zuster, allen wonende binnen dezer stede, kinderen en erfgenamen van wijlen Frans Tomasz en Treijntje Pieters, de helft van een huis en erf aan de Breestraet, belend ten zuiden Willem van der Burgh, ten noorden Koenraet Kies, voor 350 gld, en verkoopt op 5 juni Claes Riewertsz wonende binnen dezer stede, als in huwelijk hebbende Diewertje Frans, dochter en mede-erfgenaam van wijlen Frans Tomasz en Trijntje Pieters, in hun leven echte man en vrouw binnen dezer stede, aan Treyntje Frans, bejaarde dochter binnen dezer stede, de helft van een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot aan 't erf van Willem van der Burgh, belend ten zuiden de voornoemde van der Burgh, ten noorden Coenraet Kies, waarin de verkoper de wederhelft competeert als in huwelijk hebbende een dochter van Frans Tomasz en Treijntje Pieters, voor 350 gld 153.
In Beverwijk verkoopt op 25 juni 1691 Jacob Jansz Sluijs wonende binnen dezer stede, in huwelijk hebbende Trijntje Frans, dochter en mede-erfgenaam van Frans Tomisz en Trijntje Pieters in hun leven wonende binnen dezer stede, aan Claes Riewertsz mede alhier een huis en erf aan de Breestraadt over de Blocksteegh, strekkende tot achter aan 't erf van Willem van der Burgh die ten zuiden daaraan belend is, belend ten noordem Teunis Jansz Helderman 154.
In Beverwijk verkopen in 1715 de erfgenamen van wijlen Hendrick Teunisz [Ras] en Maartje Robberts aan Claes Riewertsz, meester huistimmerman alhier, een huis en erf in de Kerckbuurt, strekkende tot achteraan de schuur van Sijmon Vroegop, belend ten noordoosten het huis in koop aangestaan door Jan Adrijaensz Vroegop, ten zuidwesten de voorschreven Symon Vroegop, voor 175, te betalen de helft mei 1715, de helft mei 1716, en een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot de Aghterwegh, belend ten noordoosten Cellitje Harmens, ten zuidwesten Cornelis Jansz Poorter, voor 165, te betalen de helft mei 1715, de helft mei 1716 155.
In Beverwijk hebben op 8 juni 1720 Jan Barrevelt, notaris, en Bastijaen van Rossen, boomkweker alhier, wettige voogden over Jan Engelsz, Dilliaantje Engels, Maartje Engels en Cornelis Engelsz, nagelaten kinderen van wijlen Engel Riewertsz, mitsgaders over Jan Jansz, nagelaten kind van wijlen Jan Riewers, tegenwoordig uitlandig in Oost-Indië, mitsgaders Nicolaes Steenhuysen, schoolmeester van 't armenkinderhuis te Haarlem, in 't kinderhuis opgenomen hebbende Marijtje Pieters, minderjarige dochter van Pieter Riewertsz, gezamenlijke erfgenamen ab intestato van wijlen Claes Riewertsz, der kinderen oom, in openbare veiling verkocht, aan Claes Paulusz Langevelt wonende te Haarlem een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot de Aghterwegh, belend ten noordoosten de erfgenamen van Celletje Harmens, ten zuidwesten Cornelis Jansz Poorter, voor 125, te betalen de helft gereed, de helft mei 1721, aan Jan de la Chambre, meester glazemaker, een huis en erf in de Kerckbuurt, belend ten noordoosten Aert Lubbertsz, ten zuidwesten Sijmon Vroegop, zijnde nog een jaar in huur aan Adam Jansz voor 23, voor 125, te betalen de helft gereed, de helft mei 1721, aan Wouter Barentsz alhier een huis en erf op de Couwenhoorn, strekkende tot achter aan 't weidje van Joris Janse Verbint, belend ten zuidoosten IJff Cornelisz Knap, ten noordwesten Jacob Pietersz Wijngaert, zijnde nog een jaar in huur aan Claes Pietersz Hans voor 20, voor 100, te betalen de helft gereed, de helft mei 1721, en aan Mr Jan van Gennip, advocaat alhier, een huis en erf aan de Breestraat over de Blocksteegh, belend ten zuiden de erfgenamen van Jean Ostame, ten noorden de weduwe van Teunis Jansz Helderman, voor 300, te betalen de helft gereed, de helft mei 1721 156.
Op 2 oktober 1723 verkopen de voogden over de onmondige kinderen van Engel Rieuwerts, mede-erfgenamen van wijlen Claas Riewerts Spijckerman, o.m. een obligatie van 1000 157.
3. Jan Rieuwertsz SPIJKERMAN, begr. Haarlem 5 juli 1696, tr. (schepenbank) ald. 15 jan. 1690 (hij jongman van Beverwijk, zij jongedochter van Alkmaar), tr. kerkel. (r.-k.) ald. (St. Anna-statie) 15 jan. 1690 Maria Jans HICK/VAN HEK, die hertr. met Nicolaes PROVO.
Op 8 februari 1698 compareert Juffr. Maria van Hek, laatst weduwe en boedelhoudster van Jan Riewerse en nu huisvrouw van Sr Nicolaes Provo, wonende te Haarlem, geassisteerd met dezelve haar man en Sr Jacobus Opmeer, haar gekoren voogden in dezen, en nog als moeder en voogdesse over haar onmondig kind bij haar voornoemde man Jan Riewerse zal. geprocreëerd, te kennen gevende dat Pieter Janse Bolswaert mitsgaders Pieter, Claes en Engel Rieuwerse, haar overleden mans broers, voor het Hof van Holland een proces hebben gemoveerd tegen Mr Judocus Kousebant en Doctor Cornelis van Meer als executeurs van het testamewnt van Willemina van Schooten zal., en dat zij, comparante, na gedaan onderzoek bevonden heeft dat dit proces op zeer losse gronden en abusieve prateis is gefundeerd en ook directelijk strijdig met het compromis gemaakt door comparantes voorschreven man en zijn broers mitsgaders Pieter Janse Bolswaert, de voorschreven executeurs benevens de andere erfgenamen op 12 februari 1691 ten tijde dat de voorschreven executeurs de goederen wilden sequestreren, en verklaart zij van het voorschreven proces af te staan, niet willende dat in haar regarde verder aan 't proces tegen de voorschreven heren voogden zal mogen worden voortgegaan 158.
4. Engel Rieuwertsz SPIJKERMAN, zie 124.
5. Pieter Rieuwertsz SPIJKERMAN, tr. Engeltje PIETERS.
250. (<125) (>500, >501) Floris Pietersz BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Zwijndrecht 3 mei 1622, ondertr. 1° Beverwijk 20 mei 1650 (hij van Zwijndrecht, wonende te Heemskerk), tr. Heemskerk 11 juni 1650 Trijntje Mies SCHOTTEN, overl. tussen 1666 en 1672, dr van Mieus Sijmonsz SCHOTTEN en Grietje JANS, ondertr. 2°/tr. Beverwijk/Aalbertsberg 21 aug./6 sept. 1671
In Beverwijk verkoopt in 1668 Floris Pietersz Boschman aan Jacob Willemsz Hagelingen een huis en erf in de Bagijnestraet, strekkende tot Arent Groenhout en Cornelis van Bennebroeck, belend ten zuidoosten Wouter Lambertsz, ten noordwesten de Coningstraet, voor een schuldbekentenis van 600 gld 159. In 1672 is in Beverwijk Floris Pieters Bosman bij de schutterij, onder het blauwe vaandel, met een roer.
In 1676 verklaren Louweris Garbrantsz, wonende te Heemskerk, en Cornelis Ariens Sgravema, buurvrijer te Noortdorp, ten verzoeke van Floris Pietersz Bosman, dat hij van Gerrit Dircks Bosman, te Noortdorp woonachtig, al zijn vetzaad gekocht had dat hij van zeker stuk land zou winnen 160.
Op 4 juni 1680 transporeert Floris Pietersz Boschman, burger binnen der stede Beverwijk, aan Cornelis Nannen, timmerman, en Gerrit Hendricxe, schavemaker, beiden wonende in de Beverwijk, eerstelijk de opstal ofte bomen, zowel fruit dragende als andere, mitsgaders aard- en zaaivruchten, zo dezelve tegenwoordig zijn staande op een croft land toekomende Pietertje Gerrits wonende te Sassenheim, groot 2 morgen, genaamd de Boeckcrofft, liggende in de banne van Wijk op Zee, belend ten oosten de Kerckwegh ten westen de Kleijne Houtwegh, ten noorden de erfgenamen van Jelis Albertsz, ten zuiden de kinderen van Cornelis Lambertsz, item van gelijken alles op een croft land toekomende Gerrit Dircxe Alckemade, wonende binnen de stede Beverwijk, genaamd mede de Boeckcrofft, liggende in de banne van Wijk op Zee, belend ten westen de Kerckwegh, ten oosten de banscheiding van de Wijk en Wijk aan Duin, ten noorden Cees Dielderweghie, ten zuiden de Vijffackerscroft, voor 600 gld (verkoper tekent als Floris Pietersz Bosman), en bekent op 5 juni 1680, 's morgens tussen 6 en 7 uren, Floris Pietersz Boschman, burger der stede Beverwijk, verkocht te hebben en dienvolgende bij dezen over te geven aan Gerrit Damius, wonende te Assendelft, een appelgrauw merriepaard van omtrent 4 jaar, met speelkar en hetgeen tot het karregereedschap en paardetuig is behorende, op heden aan voornoemde Damius geleverd volgens diens verklaring, voor 150 gld 161.
In Beverwijk heeft op 18 juli 1680 Floris Pieters Boschman in huur van de burgemeesters een stuk hooiland genaamd de Smeenhoeven in de Wijckerbroeck, in de jurisdictie van Wijk aan Duin, en is hij schuldig 45 gld als restant van 1679, 145 gld volle huur van 1680, en nog schuldig te worden 145 gld voor 1681, 1682 en 1683, tezamen 625 gld, waarvoor als onderpand dient alle opstal van comparants tuinen 162.
Uit het eerste huwelijk:
1. Pieter Florisz BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 dec. 1650, ondertr. 1°/tr. ald./Aalbertsberg 8/23 april 1684 Annetje Adriaens van BERGH, ondertr. 2° Beverwijk 11 aug. 1687, tr. Aalbertsberg Geertje Willems PUT, ondertr. 3°/tr. Beverwijk/Egmond 6/22 mei 1695 Aeltje Melis ROSCAM, die hertr. met Bastijaen van ROSSEN.
In of kort na 1672 is in Beverwijk Pieter Florisz Boschman bij de schutterij, onder het oranje vaandel, met een musket.
In Beverwijk verkoopt in 1684 Jan Baptist, die op dezelfde dag 2 huizen gekocht had van Jan en Grietje Jans Verlaen, kinderen en erfgenamen van Jan Gerrytsz Verlaen, een van die twee aan Pieter Florisz Boschman, belend ten noordoosten Pieter Poulusz en Willem Evertsz Claver, ten zuidwesten Claes Cruijsveldt, voor 625 gld; Pieter Florisz Boschman verkoopt dit in 1686 aan Claes Ottersz Brughman en Jan Ottersz Brughman, beiden wonende te Haarlem, voor 353 gld 163.
In Beverwijk verkopen in 1685 de erfgenamen van David Pietersz en Treijntje Jans Ketelaers aan Pieter Florisz Boschman een huis en erf in de Cloosterstraat, belend ten zuidoosten de erfgenamen van Lijsbet Jans, ten noordwesten Hendrick Jacobsz Nacker, voor 650 gld, te betalen 1/3 gereed, mei 1686 en mei 1687 telkens 1/3 164.
In Beverwijk verkoopt in 1723 Bastijaen van Rossen, in huwelijk gehad hebbende Aeltje Melis die bevorens weduwe en erfgenaam is geweest van Pieter Florisz Bosman waarvan het navolgende huis is gekomen, aan Gerrit Willemsz Bladt, timmerman alhier, een huis, erf en camer in de Cloosterstraat, voor 335 gld, te betalen in 7 termijnen beginnende Allerheligen 1723 165.
2. Jannetje Floris BOSMAN, ondertr. Beverwijk 31 dec. 1680 (hij van Aalbertsberg, zij van Beverwijk wonende te Haarlem), tr. Haarlem 19 jan. 1681 Gerrit WILLEMS.
3. Bartholomeus Florisz BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 jan. 1656, ondertr. ald. 4 maart 1679 (betoog overhandigd om buiten te gaan trouwen) Maritje Simons van SCHOREL, ged. (nederd. geref.) ald. 6 okt. 1647 (doopgetuigen Ariaentge Symons, Heyndricge Gerrits), dr van Sijmon Cornelisz van SCHOORL, schoenmaker, en Maritje GERRITS, bij haar eerste huwelijk 'jongedochter van Amersfoort'.
4. Grietje Floris BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 jan. 1658.
5. Jan Florisz BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 maart 1660.
6. Annetje Floris BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 sept. 1662.
7. Maritje Floris BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 juli 1664.
8. Coenraat Florisz BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 nov. 1666.
251. (<125) (>502, >503) Dilleaantje WILLEMS.
In 1652 maakt Andries Hellerus, wonende binnen Beverwijk, ziekelijk te bedde, een codicil waarin hij o.a. prelagateert aan Deleantgen Willems zijn dienstmeid 150 gld en aan haar zuster Claesjen 25 gld 166.
Uit dit huwelijk:
1. Maartje Floris BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 jan. 1672, zie 125.
252. (<126) (>504, >505) IJff Bouwensz van der MAER, wagenmaker, biersteker te Castricum, overl. vóór 22 jan. 1677, tr.
In Castricum verkoopt in 1635 Jan Dieloffsz van Heemskerk aan IJff Bouwensz, nu wonende te Castricum, een huis en erf in de Kerckbuert, belend ten zuiden Bancris Arijsz met de halve sloot, ten westen het kerkhof, ten noorden de Dingstal, ten oosten de Buerewech, voor 800 gld, te betalen op 3 meien, en is in 1636 IJff Bouwensz schuldig aan Barbar Jansdr een losrente met hoofdsom 400 gld, met als hypotheek zijn huis en werf, groot omtrent 200 roeden, belend ten zuiden Bancris Arijsz, ten westen het kerkhof, ten noorden de Dingstal, ten oosten de Buerwech 167.
In Wijk aan Duin zijn in 1640 Jan Fransz en Claes Pietersz, als ingaarders van de boelceduul toebehorende de kinderen van Willem Jansz Netten, eisers contra Iven Bouwens wonende te Castricum, om betaling van 81 gld 10 st over de koop van een koebeest 168.
In Castricum vermeld voor het morgengeld (in het begin, d.w.z. kort bij de kerk): Eyff/IJff Bouwensz, in 1640 0-90 [0 morgen 90 roeden] 0:0:6 [bedrag], in 1641 0-90 0:0:12, in 1642 0:0:6, in 1643 0:0:10, in 1644 0-90 0:0:6, in 1645 1-218 0:3:8 169.
In Castricum is in 1643 IJff Bouwensz, buurman te Castricum, schuldig aan Jan Cornelisz d'Jong z.g., d.w.z. aan Kniertge Claesdr zijn weduwe, een hoofdsom van 80 gld, met als onderpand zijn huis en erf waar hij in woont, belend ten oosten de gemene weg, ten zuiden Banckeris Arentsz, ten westen het kerkhof, ten noorden de Dinghstal, en bekent in 1644 IJff Bouwemsz, wagenmaker, schuldig te wezen Heindrick van der Hove, brouwer van de Eene Star te Haarlem, 250 gld, welke hij zal mogen houden zonder interest zo lang hij van de voornoemde brouwer bierend blijven zal, mits hij zal halen en betalen met gereed geld 170.
In 1645 bekent Eijff Bouwensz, wagenmaker en buurman te Castricum, schuldig te wezen aan Gerrit Bouwensz zijn broer 400 gld, en transporteert hij aan Gerrit Bouwensz al zijn roerende goederen, linnen, wollen, gereedschap, hout en alle andere huisraad in en om comparants huis, door comparant alleen te bezitten bij gedogen tot de voorschreven som zal zijn voldaan 171.
In Castricum in 1648 is Wybrant van den Berge, als last hebbende van Eijff Bouwensz, gewezen biersteker te Castricum, eiser contra de erfgenamen van Maerte Pouwelsz, gewezen molenaar aldaar, om betalign van 7 gld 16 st ter zake van geleverde bieren (gedaagden worden gecondemneerd), en eiser contra de erfgenamen van Aerian Banckertsz, in zijn leven buurman te Castricum, om betaling van 3 gld 4 st ter zake van een half vat zwaar bier (gedaagden worden gecondemneerd) 172.
253. (<126) (>506, >507) Lijsbeth WILLEMS, turfvolster te Beverwijk in 1666.
In Beverwijk verklaart op 15 december 1666 Lijsbet Willems, huisvrouw van If Bouwens, turfvolster alhier, ten verzoeke van Herman Bauman, impostmeester van de turf, dat zij en haar maat hebben gevuld in een schuit die voor rekening van Jacob Michiels was, dat er meer uit gevuld is dan 253 manden, maar dat zij niet weet hoeveel meer 173.
(Kopie van een akte op 10 oktober 1670 gepasseerd voor notaris Jan Cornelis Poorter te Beverwijk.) Lysbeth Willems, weduwe van IJf Bouwensz, wonende te Beverwijk, maakt volmachtig al haar meerderjarige zoons, Willem en Jakob IJven, mitsgaders Cornelis A[ertsen] haar zwager (=schoonzoon], om zich te vervoegen in het sterfhuis van wijlen Pieter Willemsz haar broer, in zijn leven gewoond hebbende te Akersloot en aldaar overleden, en aldaar voor haar te accepteren zodanige erfenis als haar van gemelde Pieter Willemsz nagelaten, mitsgaders in cas van liquidatie, overeenkomst of uitkoop met de weduwe van gemelde Pieter Willemsz, of degenen die het bewind zal toevertrouwd zijn, het nodige te doen en verder de 20e pennng voor de collaterale successie te betalen 174.
Uit dit huwelijk:
1. Willem IJven van der MAER, geb. ca. 1634 175, overl. vóór 25 maart 1678, ondertr. 1° Beverwijk 15 febr. 1664 (hij van Castricum), tr. Castricum 2 maart 1664 Lijsbeth Abrahams van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 maart 1640, overl. vóór 1667, dr van Abraham Adriaensz van den ENDE, linnenwever, en Josijntje FRANSSEN, ondertr. 2° ald. 5 aug. 1667 (op 21 augustus betoog gegeven), tr. Heemskerk 21 aug. 1667 Neeltje JANS, overl. vóór 1669, ondertr. 3° Beverwijk 26 okt. 1669 Aeghje Cornelis BORST, dr van Cornelis Claesz BORST, bakker, en Dirckie ARIS, wed. van Gerrit Claesz GAEL, en die hertr. met Hillebrant Jacobsz van BEMMEL, en Hendrick de BRUIJN.
In Beverwijk verkopen op 24 april 1670 Cornelis Claesz Borst voor de ene helft, Aris Cornelisz Borst en Arent Cornelisz Fluijt als man en voogd van Anna Cornelis Borst, kinderen van wijlen Dirckjen Aris geprocreëerd bij de voorschreven Cornelis Claesz Borst, elk voor een derdepart van de wederhelft, aan Willem IJven als man en voogd van Aechtie Cornelis de helft en 2 derdeparten van een huis en erf aan de Breestraet, belend ten zuidwesten de erfgenamen van Symon Hansz van Nes, ten noordoosten Jan Dircksz Smit 176.
In 1672 is in Beverwijk Willem IJven bij de schutterij, onder het blauwe vaandel, met een musket; vermoedelijk kort daarna is hij vervangen door Michiel Willems van der Maar.
In Beverwijk compareert in 1685 Floris Jansz van Groet, geassisteerd met Jan Dircks van Groet zijn vader; hij trekt belediging en beschuldiging tegen het dochtertje van wijlen Willen IJven van der Maer in en zal de proceskosten betalen (hij had gezegd dat haar vader kleren van iemands land had gestolen) 177.
In Beverwijk verkoopt in 1699 Hendrick de Bruijn, bakker alhier, man en voogd van Aeghje Cornelis die mede-erfgenaam is geweest van wijlen Cornelis Claesz Borst en weduwe van Willem IJven, aan Pieter Moerbeeck binnen dezer stede een huis, erf en schuur aan de Breestraat, strekkende tot de Coningswegh toe, belend ten zuidwesten Maartje Sijmons van Nes, ten noordoosten de weduwe van Jan Dircksz Smit, voor 770 gld, te betalen met 70 gld 's jaars ingaande mei 1699 178.
2. Wijntje IJven van der MAAR, geb. ca. 1638, ondertr. Beverwijk 14 aug. 1665 (hij van Nieuweveen, zij van Castricum), tr. ald. 2 sept. 1665 Cornelis Aertsz KAAP, geb. Nieuwveen, overl. vóór 23 mei 1681.
In Beverwijk wordt in 1681 een verklaring afgelegd door Wyntje IJven, weduwe Cornelis Arisz Kaap, omtrent 43 jaar oud 179. In 1688 en 1689 wordt Weyn IJven vermeld als schipper op de lotingslijsten voor vaarbeurten op Amsterdam 180.
3. Bouwen IJven van der MAAR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 sept. 1649, ondertr. 1° ald. 29 nov. 1670 (zij van Texel) Geertje CORNELIS, overl. vóór 1691, ondertr. 2° ald. 5 jan. 1691 Grietje LOUWRENS, overl. 4 jan. 1692, wed. van N.N., ondertr. 3°/tr. Beverwijk 1/17 febr. 1692 Judit Pieters PIEROT, overl. vóór 1702, tr. 4° ald. 10 jan. 1702 Lysbeth DIRKS, eerder gehuwd met N.N.
In 1672 is in Beverwijk Bouwen IJven bij de schutterij, onder het oranje vaandel, met een musket.
In Beverwijk transporteert in 1677 IJven van der Maar aan Lysbeth Willems, weduwe van IJff Bouwens van der Maar, zijn moeder, de opstal van een tuin, bestaande uit kruisbessen, aalbessen en vruchtbomen, op een morgen land genaamd de Boelelanden te Wijk aan Duin aan de Groote Houtwech, toebehorend de stad Haarlem 181.
In Beverwijk verklaart op 4 januari 1692 Bouwen IJven van der Maar, wonende alhier, dat hij enige weken geleden, nadat hij van de Moscovisien vaert was thuis gekomen, ziek is geworden en enige tijd ziek te bedde heeft gelegen, dat hij niet bekwaam was om uit te kunnen gaan, dat daarna zij huisvrouw Griet Louweris mede is ziek geworden, waarvan zij is komen te overlijden 182.
4. Jacob IJven van der MAAR, zie 126.
Generatie IX (<VIII, >X)
480. (<240) (>960, >961) Aelbert Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 okt. 1631, hovenier, ondertr. ald. 2 sept. 1650 (zij van Amsterdam), tr. Amsterdam 18 sept. 1650
In 1652 183 wordt Aelbert Mieus voor de achtste penning over een nieuw gebouwd huis aangeslagen voor 4:0:0. Kort vóór en in 1652 is te Beverwijk Aelbert Mieusz bij de schutterij, met een roer, opv. in de Achterwegh en bij 't Clooster. In 1652 is Aelbert Mieusz Schotten 1000 gld schuldig aan Pieter Fassin, voldaan op 12 juli 1670 184.
In 1664 185 wordt een inventaris opgemaakt voor de voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Aelbert Mieusz Schotten geprocreëerd bij Theunisje Jacobs, mede erfgenamen voor een zesde part van wijlen Griet Jans, wed. Mieus Symonsz Schotten. Deze bestaat o.m. uit een tuin, genaamd de Raam, aan de Coningsstraat, een huis met erf aan de Bagijnestraat (belend ten Z.O. Lijsbeth Jans, ten N.O. de Coningsstraat), een obligatie van 500 ten laste van Jacob Mieusz Schotten, een boek van uitstaande schulden en 700 ten laste van Symon Mieusz Schotten over het huis aan de Coningsstraat.
481. (<240) (>962) Teuntje JACOBS, geb. ca. 1624, ondertr. 2° Beverwijk 13 maart 1664 (hij van Haarlem), tr. ald. 2 april 1664 Abraham Jansz VERSCHEEPKER.
In Beverwijk bekent Abraham Jansz Verscheepker wonende alhier in 1665 schuldig te zijn aan aan de minderjarige kinderen van Aelbert Mieusz Schotten, mede-erfgenamen van Griet Jans, hun grootmoeder, 64 gld 18 st 12 penn, met voor interest tegen de penning 25 in 't jaar, met als borgen Willem Dircksz, huistimmerman, met zijn huis en erf in de Cloosterstraet, en Hendrick Engelsz Backer, wonende alhier, en in 1664 150 gld tegen de penning 25 in 't jaar, verbindende zijn huis en erf in de Coningstraet, belend ten zuidwesten Sijmon Mieusz Schotten, ten noordoosten de officier dezer stede, op 19 mei 1670 door Hendrik Bieling en Cornelis Claesz Gael, voogden van de kinderen, met kennis van de weesmeesters uit het speciaal verband ontslagen dewijl het voorschreven onderpand voor minder prijs is verkocht als het belast is geweest (maar de kinderen zijn niet tekortgekomen) 186.
In Beverwijk in 1668 bekent Abraham Verscheepker ten verzoeke van Robbert van Breen, impostmeester van de Wage, dat zijn huisvrouw heeft gekocht een voete vlees van Arent Wildeman voor een stoter het pond zonder wel te weten het gewicht vandien. Hendrick Theunisz, schoenmaker alhier, verklaart dat hij neffens Theuntje Jacobs, huisvrouw van Abraham Verscheepker, Aaltjen Jacobs en Lambert Bijns heeft gekocht van voornoemde Wildeman een vierendel vlees, elk voor een stoter het pond. 187
Uit het eerste huwelijk:
1. Sijmon Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 maart 1651 (doopgetuigen Meeus Symonsz en Geertge Meeusen), ondertr. ald. 29 nov. 1675 (zij van Amersfoort) Hendrikje THEUNIS.
In Beverwijk ondertr. geref. op 29.11.1675 Simon Aelbertsen Schotten, j.m. van Beverwijck, met Hendrickje Theunis, j.d. van Amersfoort, beyde alhier.
2. Jacob Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 okt. 1652 (doopgetuige Sybrichie Jans).
3. Mies Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26 juli 1654, zie 240.
4. Maartje Aelberts SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 juli 1656 (doopgetuigen Gerrit Jansz en Tryntge Miesen).
5. Maarten Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 maart 1658 (doopgetuigen Floris Pietersz en Griet Jans).
6. Jan Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 april 1660 (doopgetuigen Jacob Mieussen en Cornelisje Dirx).
7. Jan Aelbertsz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 nov. 1662 (doopgetuigen Simon Miesse Schotte en Jannetje Pieters), ondertr./tr. ald. 20 nov./6 dec. 1683 Jannetje Adriaens STOUTENBURG, wed. van N.N.
482. (<241) Hendrick ROCHEL, ondertr./tr. Amersfoort 11 april/5 mei 1661
483. (<241) Fronica REYERS.
Uit dit huwelijk:
1. Maritje Hendricx ROCHEL, zie 241.
2. Margrit ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 21 mei 1662.
3. Ariaentjen ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 17 nov. 1663.
4. Sophia 'Fijtje' HENDRICX, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 5 juli 1665, ondertr. 1° (schepenbank) Beverwijk 10 mei 1704 (zij: Fijtje Hendricx, jongedochter van Amersfoort; Vroonica Rijers, moeder van Vijtie Henderickx, consenteert in dit huwelijk met Louris Sijmonse), tr. ald. 1 juni 1704 Louris SIJMONSZ, ondertr. 2° (schepenbank)/tr. ald. 18 dec. 1716/3 jan. 1717 Jan DOMINICUS.
5. Besseltje ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 9 juli 1667.
6. Susanna ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 18 juli 1669.
7. Reyertje ROCHEL, ged. (nederd. geref.) Amersfoort 7 dec. 1671.
488. (<244) (>976, >977) Cornelis Jansz COELENBIER, tr.
In Haarlem verkopen in 1643 Johan, Jacob en Cornelis van Teijlingen, gebroeders, aan Cornelis Jansz Coelenbier een huis en erve in de Lange Veerstraet recht over de Korte Veerstraet, belend Gerrit Pietersz aan de ene en de weduwe van Jacob Jansz Smuijser aan de andere zijde, met een last van 1000 gld die de verkopers erop houden, voor 1600 gld, te betalen 1/5 in gereed geld en daarna 4 meidagen, met als borgen Jan Cornelisz Coelenbier en Dirck Jansz Coelenbier 188.
In het verpondingskohier van Haarlem van 1650 wordt Cornelis Jansz Coelenbier (in de index: Coelombie) vermeld in de Lange Veerstraat, homanschap X, in de poort, voor 18-12-8 189.
In Haarlem machtigt in 1666 Cornelis Jansz Coelombij, pompmaker en koperslager tegenwoordig zijnde binnen deze stad, Cornelis Sesmus(?), apotheker, en Jan Cornelisz Groen, om te onderhandelen met zijn crediteuren over een accoord 190, en verkoopt in 1668 verkoopt Cornelis Jansz Coelenbier, zoon en mede-erfgenaam van Jan Cornelisz Coelenbier, aan Ysabella van Werve, laatst weduwe van Jan Hendricx Millaert, een kamer in de Lange Veerstraet, aan weerszijden belend aan de koopster, voor 500 gld contant 191.
489. (<244) Pietertge CORNELIS.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Cornelisz COELENBIER, geb. ca. 1638, ged. (nederd. geref.) Haarlem 16 juli 1667, zie 244.
2. Beletje COELENBIER, geb. ca. 1642, ged. (nederd. geref.) Haarlem 16 okt. 1668 (catechumena, oud 26 jaar, doopgetuige Fransientje Mulraets).
490. (<245) (>980, >981) Menno Rijchartsz BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 4 febr. 1607 (doopgetuige Henrick Tielmans), begr. Haarlem 28 maart 1658, ondertr. Amsterdam 3 mei 1631 (geboden gehad in Sloterdijk)
Mr. Menno Rychartsz Brakenburg vestigde zich kort voor 1648 te Haarlem en ondertekende de formulieren van de Dortsche Synode.
491. (<245) (>982, >983) Vroutjen ALBERTS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 14 okt. 1607 (doopgetuige Lieve de Bruijn), bij ondertrouw geassisteerd met Albert Albertsz en Marrij Claes haar ouders wonende in de Angelierstraet, begr. Haarlem 5 jan. 1662.
Uit dit huwelijk:
1. Sara Mennesdr BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 7 maart 1632 (doopgetuige Albert Albertsz), tr. Haarlem 2 maart 1662 Gillis Gillisz van HEYNSBERGEN, wedn. van N.N.
2. Abraham Mennesz BRAKENBURGH, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 25 sept. 1633 (doopgetuige Rijchart Mennensz), praeceptor der Latijnse school, begr. Haarlem 13 aug. 1676, tr. Amsterdam 13 nov. 1666 Grietje de GOYER, dr van Elbert Cornelisz de GOYER en Cathlijntje ANTHONISDR.
3. Isaac BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 19 nov. 1634 (doopgetuige Haesje Rijchards).
4. Assa BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Oude Kerk) 28 febr. 1636, zie 245.
5. Elisabeth Mennesdr BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 15 sept. 1637 (doopgetuige Philip de Bruijn), tr. 1° Haarlem 31 juli 1663 Paulus van HEEREVEEN, tr. 2° Abraham UYLENBROEK, tr. 3° 6 jan. 1673 Johan WAGERS, wedn. van Catherina de la BORNIE.
6. Rijchart BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 2 jan. 1639 (doopgetuige Hester Evers).
7. Petronella Mennesdr BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 17 april 1640 (doopgetuige Maritje Claes), tr. Haarlem 16 april 1675 Hendrik JANSZ.
8. Stijntgen BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Oude Kerk) 3 okt. 1641 (doopgetuigen Jan Otsen, Sara Wissels, Aeltje Claesdr).
9. Rijchart BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Noorderkerk) 5 april 1643 (doopgetuigen Jan Jansz Winckelman, Maria Winckelman).
10. Rebecca BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Noorderkerk) 13 nov. 1644 (doopgetuigen Hester Everts, Trijntgen Alberts).
11. Rebecca BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Haarlem 12 april 1646.
12. Rebecca Mennesdr BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 13 april 1648, tr. Haarlem 22 april 1668 Simon Pietersz van AARDENBURG.
13. Richard Mennesz BRAKENBURG 192, ged. (nederd. geref.) Haarlem 22 mei 1650, portretschilder, dichter, overl. ald. 28 dec. 1702, ondertr./tr. Leeuwarden 7/22 jan. 1671 Aelke Hendriksdr FENNEMA.
Op 20 april 1687 wordt te Leeuwarden Richaeus Braeckenburgh. mr schilder, als aangehuwde oom benoemd tot medecurator van Lyntie (18 jr), Feijcke (16 jr) en Hendrik Jans (12 jr), kinderen van Jan Feijckes, bode aan het Hof van Friesland, en Grietie Hendricks, beiden overleden.
Richard Brakenburg werd op 17 oktober 1671 burger van Leeuwarden, was als kunstschilder leerling van Adriaan van Ostade, werd lid der Vlaamsche kamer van Rhetorica De Witte Angieren te Haarlem, trad op 3 december 1687 als meester schilder toe tot het St. Lucasgilde te Haarlem. Op 27 en 28 maart 1703 vond er een veiling plaats van zijn nagelaten bezittingen in een zaal van de Prinsenhof (Gazet van Haarlem 10 maart 1703).
14. Albertus Mennesz BRAKENBURGH, ged. (nederd. geref.) Haarlem 22 nov. 1651, begr. ald. 3 juni 1692, tr. ald. 26 dec. 1674 Lysbeth Adamsdr MULLER.
494. (<247) Jan VELSEN, tr. N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Aeltje Jans VELSEN, zie 247.
2. Cornelis Jansz VELSEN, smid, ondertr. 1°/tr. Beverwijk 29 mei/14 juli 1669 Aeghje HEINDRICKS, ondertr. 2° Amsterdam 17 juli 1689 (Corn. Jansz van Velsen van de Beverwijck, smit, wedn. Aeghie Hendricx, woont in de Beverwijck, en Marritje Jacobs van A. oud 36 jaer op de Brouwersgracht ouders doot, geass. met haar mottje Hendrickje Jacobs), ondertr. Beverwijk 17 juli 1659 (hebben hun betoog overgeleverd van hun ondertrouw te Amsterdam) Maretje JACOBS, geb. ca. 1653.
3. Jacob Jansz VELSEN, ondertr./tr. Beverwijk 2/18 juni 1673 Aeght JANS.
496. (<248) (>992, >993) Cornelis RIEUWERTSZ, biersteker, overl. vóór 10 febr. 1642, tr.
In Velsen is in 1617 Cornelis Rieuwertsz, biersteker in de Beverwijk, eiser contra Gerrit Willemsz Haecken, om betaling van 23 gld 14 st over geleverd bier met de kosten; schepenen condemneren de gedaagde 193.
In 1664 zijn Riewert Cornelisz, zich ook sterk makende voor Maritie Conelis zijn zuster, kinderen van wijlen Cornelis Riewertsz, oom en zusterlingen en mede-erfgenamen van wijlen Rijewert Jacobsz die een zoon was van wijlen Jacob Thomasz en Risje Riewerts in zijn leven wonende te Amsterdam [in tegenstelling tot het kleine aantal genoemde erfgenamen van moederszijde staat het grote aantal genoemde erfgenamen van vaderszijde] 194.
In Beverwijk verkoopt in 1616 Reijer Bastiaensz, wonende te Wijk op Zee, aan Cornelis Rieuwertsz, poorter dezer stede, een huis en erf op de Meer, strekkende van de Meer tot aan Jan Claesz laeckencooper, belend ten zuidwesten Dirck Baertsz, ten noordoosten Jop Dircksz, vrij huis, erf en platingdijk, betaald met een custingbrief van 1000 gld 195.
In Beverwijk stelt in 1659 196 Trijntje Cornelis, weduwe van Cornelis Riewertsz, een codicil op waarin het testament van 4 juli 1645 bij notaris Nicolaes d'Assonville te Haarlem en het codicil van 27 september 1649 bij notaris Jan Cornelisz Velsen bevestigd wordt, en waarin o.m. Rochus van Veen en Willem Cornelis van Poelenburg tot voogden over haar onmondige erfgenamen aangesteld worden.
497. (<248) (>994, >995) Trijntje CORNELISDR, steenkoopster, bierbeschooister, tr. 1° (schepenbank) Beverwijk 8 febr. 1609 (hij uit Beverwijk, zij van Heemskerk) Lambert CORNELISZ, overl. vóór 8 dec. 1612, zn van Cornelis LAMBERTSZ, burgemeester (o.a. in 1592 197) ald., schepen (o.a. in 1594 en 1600 198) ald., en Maritgen JORISDR.
In 1625 199 geeft Trijntgen Cornelisdr, weduwe van Cornelis Riewertsz, volmacht aan Joris Cornelisz, weesmeester, om custingpenningen te ontvangen van een custingbrief gepasseerd voor schout en schepenen van Sparendam op 16 januari 1623, van Claes Jansz Schipper.
In Beverwijk bekent in 1625 Tryntgen Cornelis, weduwe van Cornelis Ryeuwerden, geassisteerd met Joris Cornelisz, burgemeester, schuldig te zijn aan Baert Claesz, buurman te Westzaan, 500 gld, spruitende uit koop en leverantie van een schuit van 5 lasten, te betalen 1/3 gereed, de resterende 2/3 op 24 februari 1626 200.
In Uitgeest verkoopt in 1631 Trijntgen Cornelisdr, geassisteerd met Joris Cornelisz haar voogd in dezen, beiden woonachtig in de Beverwijk, aan Aerien Pouwelsz onze buurman een stuk land genaamd Clatereyd, groot omtrent 22 snees, belend ten oosten de Coochdijck, ten zuiden Cornelis Nannen en de Vaersloot, ten westen de Langmeer, ten noorden de vaarsloot van Guierte Cornelis 201.
In Beverwijk is in 1639 Cornelis Willemsz van Toern, poorter van Beverwijk, aan Tryntgien Cornelisdr, weduwe van Cornelis Rieuwerdsz, een jaarlijkse losrente van 27 gld. schuldig (afgelost op 31 mei 1641) 202, verkopen in 1642 Cornelis Lambertsz, zoon van Trijntgen Cornelis weduwe van Cornelis Rieuwerts, als haar voogd, en zoon Dirck Lambertsz, aan Lauris Reael, brouwer te Amsterdam, een stukje weiland voor zijn hofstede, strekkende van de Heerwech tot in de Wijckermeer, voor 3115 gld, en is in 1647 is Jan Arentsz kleermaker 250 gld schuldig aan Trijntje Cornelis, weduwe van Cornelis Rieuwertsz 203. In 1651 is Claes Biertensz slotemaecker een jaarlijkse losrente van 5 gld. schuldig aan Trijntgen Cornelisdr steencoopster, in 1652 verkoopt Arent Schout te Campen aan Trijntgen Cornelis steenkoopster een huis en erf in de Nieuwe Steech voor 655 gld, waarvoor zij zich geassisteerd met haar zoon Rieuwert Cornelis schuldig verklaart, sluit Trijntgen Cornelisdr, weduwe van Cornelis Rieuwerts, een overeenkomst met Jan Baert over de waterlozing van zijn huis in de Nieuwe Steech, en is Joost Jansz de Wolff 300 gld schuldig aan Trijntgen Cornelis, biersteekster 204.
In 1653 is Sander Willemsz Smit een jaarlijkse losrente van 6 gld 7 st en Wijbrant Dauwensz alhier een jaarlijkse losrente van 5 gld schuldig aan Trijntgen Cornelisdr steenkoopster 205.
In Heemskerk verkopen in 1655 Cornelis Jansz Hoogeduijn en Jan Laurensz Hoogeduijn, gebroeders, aan Trijntie Cornelis steenkoopster in Beverwijk een akker geestland genaamd de Beslooten Acker, groot 561 roeden, belend ten oosten de Kuijkerswech, ten zuiden Cornelis Laurensz Stuijffsant, ten westen dat Holle Beeckie, ten noorden de Holle Beeckscroft, voor 800 gld, verkoopt in 1657 Claes Jansz Cleybroeck aan Trijntje Cornelis steenkoopster, beiden wonende te Beverwijk, een croft geestland aan Duin genaamd de Hoffstee, groot omtrent 788 roeden, belend ten oosten Jacob Cije, ten zuiden Willem Lourisz, ten westen de Voorwech, ten noorden de Bavenlaen, voor 1000 gld, verkopen in 1659 Lambert Jacobsz onze buurman aan Duin en Louris Jacobsz wonende te Wijk aan Duin, als omen en voogden van de kinderen van zal. Maerten Jacobsz, aan Thrijntgen Cornelis steenkoopster in Beverwijk een stukje land genaamd Neel Aelwertscamp in de Noorder Polder, groot omtrent 1272 roeden, belend ten oosten Coeren, ten westen Leeghlant, ten zuiden Sartogenven, ten noorden Cleijnmeer, voor 1400 gld, verkopen in 1660 Louris Willemsz buurman op 't Hoflant in Wijk aan Duin, Dirck Willemsz, Cornelis Lourisz als getrouwd met Maritje Willems, Gerrit Gysberts als getrouwd met Lysbet Willemsz, voor henzelf en voor de verdere kinderen en erfgenamen van wijlen Willem Lourisz in zijn leven buurman aan Duin, aan Trijntje Cornelisdr steenkoopster in Beverwijk een croft teelland groot omtrent 1½ morgen, genaamd Jonghe Dirckencrofjen, belend ten oosten de Cleijne Houtwech, ten zuiden Jancewaij, ten westen de Schouwbeeck, ten noorden Louris Jansz Lamberden, voor 1200 gld, verkopen in 1663 Baert Sijmonsz, Gerrit Sijmonsz, Jan Sijmonsz en Willem Sijmonsz, onze buurluiden, ook voor Jacob Sijmonsz en Dirck Sijmonsz hun broers, aan Trijntje Cornelisdr steenkoopster in Beverwijk een croftje land genaamd Pieter Voochtencroft, groot 606 roeden, belend ten westen de Groote Houtwech, ten noorden en oosten de stad Alkmaar, ten zuiden Jan van Schooten, voor 900 gld, en verkopen in 1664 Jannitje Jansdr, weduwe van Willem Maertsz, en Seeger Seegersz als oom van de kinderen, aan Trijntjen Cornelis steenkoopster te Beverwijk een croftje geestland groot omtrent een halve morgen, belend ten oosten Louris Engelsz, ten zuiden Cornelis Willemsz, ten westen Aerjan Blom, ten noorden de verkopers, voor 600 gld [alle kopen met gereed geld] 206.
In Beverwijk is in 1661 Jan Gerritsz Block schuldig aan Trijntjen Cornelis, steenkoopster, 73 gld, zijnde rest van meerdere somme ter cause van steen en kalk aan hem geleverd, en nog 16 gld 8 st over 4½ jaar verlopen interest (voldaan op 18 aug. 1665) 207.
In Beverwijk testeert in 1662 Trijntjen Cornelis, weduwe van Cornelis Riewerts, steenkoopster en bierbeschooister, aan Cornelis Lamberts, haar zoon bij Lambert Cornelisz haar eerdere man, aan Maritje Cornelis haar dochter, mitsgaders aan de kinderen van wijlen Dirck Lambertsz, de kinderen van Riewert Cornelisz en de kinderen van wijlen Cornelis Cornelisz, op de plaats van hun vaders, mede haar zonen, elk een vijfde part; Riewert heeft al 1184:10:0 ontvangen en verkrijgt het vruchtgebruik van het erfdeel van zijn kinderen 208.
In Beverwijk verkoopt op 12 april 1609 Jacop Jansz Hampson, wonende te Amsterdam, aan Lambert Cornelisz, poorter van Beverwijk, een huis en erf, strekkende tot achter aan Dirck Joosten, belend ten zuidwesten Louris Maertensz, ten noordoosten Jannetgen Pietersdr 209.
In Beverwijk verkopen op 1 mei 1609 Joris Cornelisz, Mr Willem chirurgijn als man en voogd van Adriana Cornelisdr, en Lambert Cornelisz, erfgenamen van Maritgen Jorisdr, aan Pieter Camps, koopman te Amsterdam, een huis en erf met een schuur, strekkende tot aan 't Achterwechgen, belend ten zuiden Jan Jacopsz wielmaker, ten noorden Claes Harmansz 210.
In Wijk aan Duin verkopen Mr Willem Jansz, chirurgijn, en Lambert Cornelisz, beiden poorters in de Beverwijk, op 26 maart 1609 aan Jelis Aelbertsz, burgemeester van Beverwijk, een stuk land genaamd de Rietcamp, groot omtrent 1024 roeden, belend ten zuidoosten Aryan van Zonnevelt wonende te Leiden, ten zuidwesten de Schouwatering en de nonnen van 't Zijlclooster te Haarlem, ten noordwesten Joffr. Maria van Adrichem, ten noordoosten Maritgen Everts en de comparanten zelf, en op 25 maart 1612 aan Willem Cornelisz, bakker in de Beverwijk, 2 derdeparten van een mad land in de Rietcamp, gemeen en ongedeeld met Maritgen Joris, weduwe van Jacop Aryaents, en Joris Cornelisz, belend de Rietcamp in 't geheel ten zuidwesten Jelis Aelbertsz, ten noordwesten de erfgenamen van Jan Havicxz zal., ten noordoosten de erfgenamen van Claes Jansz in zijn leven secretaris van Beverwijk, ten zuidoosten Aryaen van Zonnevelt wonende te Leiden 211.
Op 8 december 1612 verklaart Dirckgen Sijmonsdr, huisvrouw van Thonis Willemsz tegenwoordig waard in de Nijeupoort, oud omtrent 44 jaar, ten verzoeke van Joris Cornelisz wonende in de Beverwijk als oom en voogd van de nagelaten kinderen van zal. Lambert Cornelisz zijn broer, dat in de nazomer van 1611 te haren huize, nog op de Hoeve wonende, is geweest wijlen Lambert Cornelisz en Jan de Backer van Egmond op Zee, en dat Jan de Backer zei dat hij enige dagen bevorens aan de voornoemde Lambert Cornelis verkocht had een gediend schuitje voor niet ouder dan 6 of 7 jaar 212.
Uit het eerste huwelijk:
1. Cornelis LAMBERTSZ, steenkoper, veerschipper op Amsterdam, ondertr. (schepenbank) Beverwijk 22 april 1646 (eerste proclamatie, zij wonende te Soest), tr. ald. 6 mei 1646 Geertien JANS.
In Beverwijk is op 3 maart 1667 Cornelis Lambertsz, veerschipper op Amsterdam, schuldig aan Rochus van Veen een jaarlijkse losrente van 8 gld over 400 gld, met als onderpand een huis op de Meijr, strekkende tot aan het Achterwegje, belend ten noordoosten de kinderen van Cornelis van Tooren, ten zuidwesten Arent Wildeman (voldaan op 23 december 1676), en aan Anthony van Mierop 600 gld, met als onderpand een huis en erf in de Toorenstraet, strekkende tot achter aan de tuin van Cruijsveldt, belend ten noordwesten de weduwe van Jan Dircksz Scherp, Maritjen van der Boomgaerdt, Belitjen Maertens en Aelbert Aelbertsz, ten zuidoosten Pietertje Laurens met haar kinderen (voldaan op 23 december 1670) 213.
In Beverwijk wordt op 6 december 1669 de inventaris gemaakt vanwege Jan Dircksz Duijn, triumphater jegens Cornelis Lambertsz Steencoper wonende hier ter stede, met als vaste goederen van de laatste vermeld een huis en erf op de Meijr, bewoond door de gecondemneerde, een huis en erf in de Nieuwe Steegh, bewoond door Claes Melisz, en een huis en erf in de Toorenstraet, bewoond door Dirck Lambertsz 214.
In Beverwijk worden in 1670 bij executie in veiling verkocht, bij begeren van Jan Evertsz kalkbrander en de erfgenamen van wijlen Jan Dircksz Duijn, na geobtineerde vonnissen ten laste van Cornelis Lambertsz, steenkoper, in zijn leven wonende hier ter stede: (1) aan Aerijaen Gerritsz Scheepmaker een huis, erf en kaai, strekkende tot achter aan het Achterstrantje, belend ten zuidwesten Arent Wildeman, ten noordoosten de Schouwbeeck, (2) aan Jan Cornelisz Immerseel een huis en erf in de Toorenstraet, strekkende tot aan de tuin van Cruijsveldt, belend ten noordwesten Jacob de Hart, Thomas Jansz van den Bogaerdt, Dirck Sijmonsz Castricum en Aelbert Aelbertsz, ten zuidoosten Pietertje Laurens met haar kinderen, belast met een duit tijns 's jaars, (3) aan Dirck Sijmonsz Castricum een huis en erf in de Nieuwe Steegh, strekkende tot de gemene gang van Battje Jans, belend ten oosten de erfgenamen van Trijntje Cornelis, ten westen Dirck Jacobsz 215.
2. Dirck LAMBERTSZ, geb. ca. 1611, veerschipper op Amsterdam, overl. vóór 21 aug. 1659, ondertr. (schepenbank) Beverwijk 13 mei 1634 (zij van Velsen), tr. ald. 28 mei 1634 Cuniertje ENGELSDR, steenkoopster, biersteekster, dr van Engel Sijmonsz ENDELGEEST en Griet LUYTGEN.
In 1653 verkoopt in Beverwijk Jan Cornelisz Velsen, als curator over de desolate boedel van Cornelis Cornelisz alias Broer, kuiper in zijn leven alhier, aan Dirck Lambertsz en Jan Dircks Scherp een huis, erf en kaai op de Meijr, belend o.a. Trijntje Cornelis, biersteekster 216.
In Beverwijk is op 21 augustus 1659 Alexander Jacobsz Salemaker, althans wonende te Haarlem, schuldig aan Cunier Engels, steenkoopster alhier, 106:3:8 uit leverantie van steen en kalk, met als onderpand zijn huis op de Achterwegh (voldaan op 23 juni 1662) 217.
In Beverwijk op 19 mei 1660 verkopen Kunier Engels, biersteekster, weduwe van Dirck Lambertsz, voor haarzelf, mitsgaders Cornelis Lambertsz, veerschipper op Amsterdam, als oom en bloedvoogd over de nagelaten kinderen van Dirck Lambertsz zijn broer, aan Cornelis van Halewijn, burger der stad Haarlem, de helft in een huis, erf en kaai op de Meijr, belend ten zuidwesten Tryntjen Cornelis, waarvan de wederhelft competeert Jan Dirckx Scherp, herbergier, zijnde het gehele huis en erf belast met 7 st 4 penn jaarlijks, voor 640, vorr betaling van schulden over geleverde bieren gemaakt ten tijde van het leven van de voornoemde Dirck Lambertsz zal. aan Sr Anthonij van Halewijn, brouwer in de brouwerij van de Twee Ruijten te Haarlem, en bekent Kunier Engels verkocht te hebben aan Cornelis van Halewijn recht en eigendom van zekere schuldbrief van 110:3:8, ten laste van Alexander Jacobsz Salemaecker en op zijn huis en erf op de Achterwegh, en een schuldbrief van 214 ten laste van Allert Thomasz en op zijn huis en erf te Wijk op Zee 218.
Op 24 maart 1638 is o.a. Dirck Lambertsz, man en voogd van Knier Engels, oom van de 4 ongelijke onmondige kinderen van Griet Luyts, weduwe van Engel Sijmonsz Endelgeest, geprocreëerd staande huwelijk 219.
In Velsen verkopen in 1642 de kinderen en schoonzoons van zal. Engel Sijmonsz en Griet Luytgen in hun leven wonende te Velsen, onder wie Cornelis Engelsz Endelgeest, ook voor Dirck Lambertsz man en voogd van Knier Engelsdr, land en een hofstede 220.
Op 7 september 1662 221 bekent te Beverwijk Kunier Engels, weduwe van Dirck Lambertsz, bierbeschooister, aan Jan Dircksz Scherp, herbergier binnen deze stede, schuldig te zijn een jaarlijkse losrente van 52 gld, met haar huis, erve en kaai aan de Meijr tot onderpand. Borg is Trijntgen Cornelis, weduwe van Cornelis Riewertsz, steenkoopster en bierbeschooister alhier.
In Beverwijk verkopen in 1674 Lourens Sijmonsz Roaen in huwelijk hebbende Meijnsjen Jans, mitsgaders Claes Cruijsveldt en Aris Cornelisz Borst als wettige voogden over Trijntjen Jans, minderjarige dochter, beiden erfgenamen van wijlen Jan Dircksz Scherp, aan Aeltje Cornelis weduwe alhier 812-6-0 wezende het restant ten laste van Cunier Engels, weduwe van Dirck Lambertsz bierbeschooier, en op haar huis, erf en kaai gepasseerd op 8 september 1662 222.
In Beverwijk verkopen in 1675 Lambert Dircksz en Cornelis van Groenendijck als voogd over de nagelaten kinderen van wijlen Grietje Dircks, zoon en dochterskinderen van wijlen Cunier Engels in haar leven weduwe van Dirck Lambertsz, wonende alhier, aan Maerten Sijmonsz Fortuijn alhier een huis, erf, kaai en schuurtje op de Meijr, strekkende tot achter het schuurtje van de kinderen van wijlen Nicolaes Cotjens en wederom van dit schuurtje af tot achter aan het erf van Jan Gerritsz Gorter, belend ten noordoosten de weduwe van Floris Cornelisz Dorregeest, ten zuidwesten de gemene gang, voor 1125-0-0, te betalen een derde gereed, en een derde mei 1676, mei 1677 223.
Uit het tweede huwelijk:
1. Cornelis CORNELIS RIEUWERTSZ, beurtschipper.
In 1651, 1652, 1653, 1655 en 1654 wordt Cornelis Rieuwertsz, en in 1654 en 1656 Cornelis Cornelis Rieuwertsz, vermeld als beurtschipper op Amsterdam en als borg voor andere schippers, meestal tezamen met Rieuwert Cornelisz, ook met Theunis Cornelisz Roos 224.
Op 13 mei 1654 getuigen Gys Jansz, oud omtrent 50 jaar, Cornelis Joppen, 28 jaar, buurluiden te Wijk op Zee, en Dieloff Cornelisz, 32 jaar, wonende te Beverwijk, ten verzoeke van de baljuw van Bloijs, dat zij deze achternamiddag ten huize van Cornelis Jansz herbergier te Beverwijk in het gezelschap van Jan den diender, mede wonende te Beverwijk, hebben zitten drinken, en aldaar is ingekomen Cornelis Cornelis Rieuwertsz die beschonken was en zeer vijandig heeft gesproken en uitgevallen met scheldwoorden tegen de gemelde diender die behoorde uit de kamer te gaan als er zulke eerlijke luiden kwamen als hij, Cornelis Rieuwertsz, (enz.) 225.
2. Rieuwert CORNELISZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 maart 1617, zie 248.
3. Nicolaes CORNELISZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 juni 1619.
4. Maritje CORNELIS, ondertr. Beverwijk 26 april 1648 (voor schepenen; attestatie verleend) Cornelis Hendricsz van LIMMEN.
In Beverwijk bekennen in 1674 Maritie Cornelis, weduwe van Cornelis Hendricsz van Limmen, en Dr Cornelis Groenendijck als man en voogd van Cornelia Cornelis van Limmen haar dochter bij Cornelis Hendricsz van Limmen geprocreëerd, ontvangen te hebben van Johan van Schoten wonende te Haarlem 850 gld, hun gelegateerd door wijlen Engel Gerretsz van Schoten en Aeltjen Roelen, in hun leven echte man en vrouw wonende te Haarlem, volgens testament van 25 augustus 1666 gepasseerd voor Willem van Kittensteijn notaris te Haarlem, en de uitspraak daarop gevolgd door Mr Dammas Guldewagen en Willem van Groenhout, advocaten, op 22 januari 1674, ten beste van de kinderen van Willem Sijmonsz Ruijmgaerdt zo de voorschreven Cornelia Cornelis van Limmen geraakt te sterven zonder wettige descendenten na te laten, met als onderpand haar huis en erf op de Meyr 226.
In Beverwijk verkoopt in 1693 Sr Jacobus Opmeer, goudsmid binnen dezer stede, als man en voogd van Juffr. Cornelia van Limmen te voren weduwe van Sr Cornelis Groenendijck en dochter en erfgenaam van Marijtje Cornelis in haar leven weduwe van Cornelis Hendricksz van Limmen, welke Marijtje Cornelis is geweest dochter en mede-erfgenaam van wijlen Trijntje Cornelis, van wie het navolgende huis en erf is gekomen, aan Sr Joannes Boelkens, vroedschap dezer stede, een huis en erf met een gang waarnaast aan de zuidwestzijde een kaai met de gerechtigheid en eigendom van de bierstal daarbij, aan de Mijerstraat, belend ten zuidwesten Maarten Sijmonsz Fortuijn, ten noordoosten het navolgende huis, erf en kaai, item nog een huis en schuur met een gang aan de zuidwestzijde mitsgaders met een kaai aan de Mijerstraat, belend ten noordoosten Jan Jansz Braack, ten zuidwesten het voorgaande huis, erf en kaai, voor 5200 gld, te betalen 1/3 van 3200 gld gereed en mei 1694 en 1695 telkens nog 1/3, en de resterende 2000 gld tegen een interest van 4 ten honderd 227.
498. (<249) (>996) Cornelis Pietersz OUWENEEL, schepen (o.a. in 1629 228) van Velsen, tr.
In Velsen verkopen in 1630 Anna Dircxdochter weduwe van Adryaen Sijmonsz Roos, geassisteerd met Engel Sijmonsz haar wettige voogd, voor haarzelf, item Aris Sijmonsz Roos en Louris Sijmonsz Roos mitsgaders Pouwels Jansz man en voogd van Engeltgen Dircxdr met Thomas Aelbertsz man en voogd van Griet Dircxdr en Fredrick Dircx, als omen en bloedvoogden over de 8 onmondige nagelaten kinderen van voornoemde Anna Dircxdr geprocreëerd bij Adryaen Sijmonsz Roos, en met advies van Claes Fredericx Jongh en Gerrijt Fredericx, eigen omen van de voorschreven weduwe, aan Gerrijt Fredericx voornoemd en Cornelis Pietersz Ouwe Neel, buurluiden te Velsen, elk de helft van een stuk land genaamd d'Achterste Buijtendijck gelegen in de Buijtendijck, groot omtrent 9½ hond, belend ten oosten de Velsermeer, ten zuiden Heijndrick Arentsz c.s., ten westen Claes Cornelisz Neeskens c.s., ten noorden Willem van Trier, voor 450 gld, te betalen 1/3 gereed, 2/3 op navolgende meidagen 229.
In Velsen verkopen op 11 februari 1632 Reijer Bastiaensz wonende te Wijk op Zee, Pieter Riewertsz man en voogd van Guertgien Outgers, Cornelis Willemsz van Thoorn man en voogd van Anneken Outgers, Dirck Outgersz, en Joris Cornelisz uit de naam en als voogd benevens Adrijaen Dirxz die hij in dezen vervangt, over de kinderen van Sijmon Outgersz zal. ged., altezamen poorters van Beverwijk, nl. Reijer Bastiaensz voor de helft en de verdere comparanten voor de andere helft, gemeen en onverdeeld, aan Cornelis Pietersz Oude Neel, buurman in Bresaep, een croft geest- of teelland, groot 1½ morgen, belend ten oosten Cornelis Pietersz Oude Neel voornoemd, ten zuiden de erfgenamen van Aeff Thamis, ten westen de Nattewecht, ten noorden Hans Gerrijtsz van Goor. Cornelis Pietersz voornoemd zal moeten laten volgen 2 jaar huur nog aan Jan Cornelisz Post voor 34 gld 's jaars, die hij ieder jaar daarvan zal trekken. Voor 1500 gld, te betalen 400 gld gereed, en de rest op 2 Lucasmarktdagen 1632 en 1633. 230
In 1642 worden ten verzoeke van Tamis Claes c.s. verklaringen afgelegd door Cornelis Pietersz, oud-schepen te Velsen, Jan Dircxz, welboren man te Velsen, en Borrit Jeroensz, oud-schepen te Velsen; Cornelis Pietersz verklaart dat hij landen is hebbende gelegen ten noorden van de landen van Aecht Tamis zal., welke hij tegenwoordig verhuurt 't honderd voor een rijksdaalder, eer minder als meer, en dat de landen van Aecht Tamis zal. veelal slechter zijn als die van hem, en Borrit Jeroensz verklaart dat hij buurlanden heeft, en nog in huur voor omtrent een rijksdaalder 't honderd, en weet dat de landen omtrent de landen van Aecht Tamis zal. veel minder in prijs zijn geweest 231.
In Velsen verkopen in 1643 Cornelis Pietersz Oude Neel voor zichzelf, mitsgaders Marijtgen Cornelisdr weduwe van Engel Pieters Oude Neel, geassisteerd met voornoemde Cornelis Pietersz haar zal. mans broer, zo voor haarzelve en vervangende al haar kinderen, aan Louris Engelsz Bos een vrij wegje, om te varen grint en modder, met het land, genaamd de Kerckweg, over dit voorschreven wegje of gescheiden liggende van 't bosje west[?], voor 7 gld 10 st 232.
In Velsen verkopen in 1655 Aelbert Cornelisz, Rywert Cornelisz, Louris Cornelisz en Dirck Nannen, allen nomine uxorum afwezende, erfgenamen van Cornelis Pietersz Ouweneel, aan Cornelis Guldewagen, burgemeester van Haarlem, een stuk hooiland in Velserbrouck genaamd de Korenkroft, groot omtrent 2 mad, belend ten oosten de officier Jan Schatter, ten zuiden de kinderen van Arent Jan Arenden, ten westen de Coorecamp, ten noorden de Lichtcamp, belast met een notweg, voor 3950 gld 233.
499. (<249) (>998, >999) Marijtjen Gerrits van SCHOTEN.
Op 5 maart 1653 transporteert in Velsen Marytgen Gerrits, weduwe van Cornelisz Pietersz Ouweneel, geassisteerd met Cornelis Heijndricxz, schepen, haar gecoren voogd, aan Adrianus Boelens wonende te Beverwijk een stuk geestland, groot omtrent 2 morgen, belend ten oosten de Zeewech, ten zuiden Sr Johan Schatter, ten westen de Buijrwech, ten oosten het Zeepadt, ten noorden de bruiker Gerrit Jeroensz, voor 1160 gld, te betalen op 2 termijnen (gekocht op openbare veiling op 8 januari 1653) 234.
In Velsen verkoopt in 1655 Marijtjen Gerrits, weduwe van Cornelis Pietersz Ouweneel, geassisteerd met Cornelis Heijndrixz haar gecoren voogd in dezen, aan Aris Jans, buurman te Velsen, een huis, erf en werf met de aankleve vandien, groot omtrent 1½ morgen, belend te zuiden en oosten Dammas Guldewagen, ten westen de Wildernis van Brederode, ten noorden de koper, met een vrije notweg oostwaarts uit tot de Houtwech toe, met dijk, dam, weg en watering, voor 2800 gld, en aan Claes Luijdens wonende te Amsterdam, een hoekje geestland, groot omtrent 50½ roede, belend ten oosten de Buijrwech, ten noorden de erfgenamen van Louris Baeck, ten westen en zuiden Marijtjen Gerrits, waarbij de koper gehouden zal wezen rondom het voorschreven land te stellen een bekwame heining en dezelve tot zijn kosten gedurig te onderhouden, voor 127-5-0 235.
Op 10 augustus 1661 testeert Maritjen Gerrits, weduwe van Cornelis Pietersz Oude Neelen, wonende binnen Beverwijk op de Achterwegh, ziekelijk. Zij benoemt tot haar enige erfgenamen Gerrit, Annetje, Neeltjen, Gooltjen en Guertjen Cornelis, haar 5 kinderen, elk voor een zesdepart, en de kinderen van haar dochter Aeltjen tezamen voor een zesdepart, waarvan Aeltjen haar leven lang zal genieten de vruchten, welke vruchten alsmede een somma van 300 gld door haar alreeds van testatrice genoten zullen strekken in voldoening van haar legitieme portie. De testatrice begeert dat ingeval iemand van de kinderen van Aeltjen kwam te overlijden bij het leven van de vader, dat dan het gedeelte van de erfenis van de overledene zal gaan op de kinderen van Aeltjen in leven zijnde. Na overlijden van de testatrice zullen haar 5 voornoemde kinderen elk inbrengen in de boedel 300 gld alreeds genoten mitsgaders dat Louris Cornelisz, getrouwd met voornoemde Annetje, boven de voornoemde 300 gld nog zal inbrengen 800 gld door hem daarenboven genoten met alle verschenen en onbetaalde renten. 236
Op 29 januari 1670 wordt in Velsen een transportakte opgesteld van de verkoop door Marie Gerrets, weduwe van Cornelis Pieterse Oueweneelen, geassisteerd met Dirck Nanninge van der Stoel, aan Niclaes Luyders te Amsterdam, van een hoekje land aan de zuidzijde van kopers huis, niet langer dan kopers erf, strekkende oost op aan de zuidzijde, belend Jacob Fije, met expresse conditie dat de koper moet laten naast zijn tuin een bekwame notweg om met hooiwagens als andere op het land te rijden en een greppel om het water van 't land voor zijn huis te lozen (niet gepasseerd) 237.
In Velsen verkopen op 29 mei 1675 Neeltje Cornelis, Aeltje Cornelis, Cornelis Gerritse, Aris Jansen Hogersteijn en Willem Engelse als voogden van de kinderen van Gerrit Cornelisse zal., Cornelis Louwerse, Pieter Louwerse en Jan Louwerse, als ooms van 't kind van Maertje Louwers alsmede voor henzelf, Claes Claver en Bartelmies Willemse als voogden van de kinderen van Gooltje Cornelis zal. en Dirck Nanningse van der Stoel als voogd van de kinderen van Guertje Cornelis zal., allen kinderen en kindskinderen van wijlen Maritje Gerrits van Schoten, in haar leven weduwe van Cornelis Pietersz Oude Neelen, aan Bartolemeus Schout wonende te Amsterdam [de helft] in een stuk weiland aan de Heerewegh, omtrent Schilpen, gemeen en onverdeeld met de heer Schatter, groot in 't geheel 5 morgen 4 roeden Rijnlandse maat, als te weten de weid 4 morgen 218 roeden, en het rietland 286 roeden, strekkende van de Heerewegh af oostaan tot in de Meyr toe, belend ten noorden Sr van Schoten, ten zuiden Gysbert Sijmense Lans, zijnde de helft belast met 1 gld 5 st 's jaars ten behoeve van de stad Haarlem en 1 st 14 penn ten behoeve van zijne Excellentie van Brederode, voor 3175, 1/3 reeds betaald, de resterende 2/3 te betalen op meidagen 1676, 1677, idem aan de heer Johan van Munten, burgemeester van Amsterdam, de helft van een stuk buitendijks land gemeen met de weduwe van Sijmen Roos, groot in 't geheel 2 morgen, belend ten westen de stad Haarlem, Beverwijk en Gysbert Lans, strekkende vandaar tot in de Meyr toe, belend ten noorden Juffr. Vroom, ten zuiden de erfgenamen van Van Santen, voor 910, te betalen op meidagen in 3 termijnen 1675, 1676, 1677, idem aan Pieter Jacobse Breetvelt 2 stukken teelland annex elkaar, tezamen groot 2 morgen 104 roeden Rijnlandse maat, gelegen aan het Achterweghie achter de hofstede Scheybeeck, strekkende van hezelve wegje westaan tot aan de Schoubeeck toe, belend ten zuiden Jacob Sij, ten noorden Sr Bentens c.s., voor 260, te betalen op 3 meidagen 1675, 1676, 1677 238.
Op 7 januari 1706 compareren voor een notaris in Haarlem Cornelis, Engel en Claas Rieuwerts, gebroeders, ook voor hun broer Pieter Rieuwerts, allen meerderjarige kinderen en erfgenamen van Aaltje Cornelis weduwe van Rieuwert Cornelisz, Guurtje Philips van Schooten weduwe en boedelhoudster van Pieter Jansz van Bolswaart, ter eenre, en de kinderen van Annetje Cornelis, bij namen Jan Laurensz Duineveld, ook voor zijn broers Willem em Pieter Laurensz Duineveld, de kinderen van Neeltje Cornelis, zijnde Hendrik Pietersz Kemp als in huwelijk hebbende Engeltje Aalberts, Maartje Aalberts en Gijsbert Aris Dreger nagelaten kind van Duifje Aalberts, de kinderen van Gerrit Cornelisz, bij namen Arij en Pieter Gerritsz Ouweneel, Cornelis Cornelisz Noom als in huwelijk hebbende Antje Gerrits Ouweneel, mitsgaders Pieter Bakker als in huwelijk hebbende Maartje Bakker, Pieter Gerrtisz Ouweneel en Dirk van der Stoel als voogden over Ermpje Bakker, gezamenlijke kinderen van Neeltje Gerrits Ouweneel, de kinderen van Gooltje Cornelis, te weten Dirk, Marijtje en Geertruid van der Stoel, het kind van Geurtje Cornelis te weten Marijtje Aris Hagestein geassisteerd met haar gekoren voogd in dezen Dirk van der Stoel, en eindelijk Jacobus en Pieter Kiliaan, ter andere zijde. De tweede comparanten verklaren te approberen en goed te keuren zeker vonnis uitgesproken door het Hof van Holland dd. 28 december 1705, geslagen tegen de heren Mr Jodocus Cousebant en Jacobus van der Meer medicinae doctor, als executeurs van het testament van Willempje Floris van Schooten, en dat uit dien hoofde de tweede comparanten aan de eerste comparanten laten volgen alle de goederen of erfportie welke de voorschreven Willempje Floris van Schoten van haar ouders heeft geërfd, nochtans dat dezelve goederen door 2 neutrale personen zullen worden getaxeerd, en verklaarden de eerste comparanten hetzelve te approberen. Verder zijn de gezamenlijke eerste en tweede comparanten geaccordeerd dat de goederen welke volgens de inventaris, door de heren executeurs over te leveren, zullen worden bevonden (na aftrek van al hetgeen volgens de taxatie door de eerste comparanten moet worden genoten) verdeeld te moeten worden, zullen worden verdeeld volgens de divisie in 32 portiën welke reeds gemaakt en geapprobeerd is in de eerste verdeling die tussen de respectievelijke comparanten voltrokken is. 239
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit Cornelisz OUWENEEL, tr. N.N.
In Velsen verkoopt in 1655 Gijsbrecht Cornelisz van der Burch, wonende te Nieuwkoop in de banne van Pijnacker, aan Gerrit Cornelisz Ouweneel een stuk hooiland in Velserbrouck genaamd de Dammer, groot omtrent 2 mad, belend ten oosten de Wijckermeer, ten zuiden Gerbrant Dobbitsz, ten westen de Westerlaen, ten noorden het land van de armen van Velsen, met dijk, dam, weg en watering, voor 1250 gld 240.
In 1696 worden als erfgenamen van Willemina Floris van Schooten o.a. genoemd Arien Gerritsz Ouweneel, Cornelis Cornelisz Noom als in huwelijk hebbende Annetie Gerrits Ouweneel, Pieter Gerrits Ouweneel, Dirk van der Stoel en Pieter Gerritsz Ouweneel als voogden over de minderjarige kinderen van Neeltie Gerrits Ouweneel, bij een machtiging om de uitstaande schulden van de boedel van Willemina van Schooten te innen 241.
2. Annetje CORNELIS, tr. Louris Cornelisz DUIJNMEIJER, duinmeier te Bakkum, zn van Cornelis WILLEMSZ en Doutgen JANSDR.
In 1660 verklaren Louris Cornelisz, duinmeier en buurman te Bakkum, en Jan Cornelisz anders Jan Jacopsz, duinmeier en buurman te Castricum [gebroeders], ten verzoeke van Jacop Willemsz, buurman te Castricum, en Hillegont Willemsz, huisvrouw van Pieter Symensz tegenwoordig in apperensie [hechtenis] in 's-Gravenhage, mede buurvrouw aldaar, dat zij verscheidene malen aan Jacop Willemsz, requirant, soo hont beetten als harmes ende soo gedrenckte als gevonden konijnen hebben verkocht 242.
In 1663 bekent Louris Cornelisz, duinmeier en buurman te Bakkum, schuldig te wezen aan Alit Cornelis zijn zuster, buurvrijster op 't Hoflandt, 750 gld ter zake van al over enige jaren geleende penningen, en belooft daarom een gelijke somme weder te betalen, met interest tegen 4 gld 10 st in 't jaar, en transporteert aan haar al zijn meubele goederen, koeien, paarden, schapen, hooi, stro, al zijn inboedel, en huisraad, voor voornoemde hoofdsom; Aellit Cornelis laat comparant de goederen ter liefde gebruiken 243.
In 1696 worden als erfgenamen van Willemina Floris van Schooten o.a. genoemd Willem Lourisz Duijnevelt, Jan Lourisz Duijnevelt en Pieter Lourisz van Duijnevelt, bij een machtiging om de uitstaande schulden van de boedel van Willemina van Schooten te innen 241.
3. Aeltje CORNELIS, zie 249.
4. Neeltjen CORNELIS, tr. Aelbert CORNELISZ.
In 1721 compareren voor een notaris in Haarlem Aalbert Jeroense van der Veldt en Cornelis Jeroense van der Velt, beiden kinderen van Jeroen Klaasse van der Velt en Maretje Aalberts, wonende te Overveen, Huijch van der Willege[n] als voogd over het minderjarige kind van Gijsbert Dreger die een zoon was van Arie Dreger en Duijffie Aalberts, wonende binnen Haarlem, Wouter Jacobse van de Vijver als in huwelijk hebbende Neeltje Hendricks Cempen, ook voor Willem Pieterse Winter als getrouwd mer Marijtje Cempen, wonende binnen deze stede, item Lijsbet Jans weduwe en boedelhoudster van Pieter Kempen wonende onder de vrijdom van deze stad, de 3 laatstgenoemde comparanten kinderen van Hendrick Pieterse Cempen en Neeltje Aalberts, zijnde de voornoemde Maretje Aalberts, Duijffie Aalberts en Engeltje Aalberts nagelaten kinderen van Neeltje Cornelis, en in die qualiteit uit de nalatenschap van Willemina van Schooten gekregen hebbende de navolgende obligatie, als breder blijkende bij een specificatie door notaris Mr Pieter Baas dd. 7 januari 1694, welke Willemina van Schooten volgens de verklaring van de comparanten een zuster en enige erfgenaam geweest is van de weduwe van Adriaan Janse Visscher genaamd Guertje van Schooten, en verklaren comparanten verkocht te hebben en nu overdragen ten behowve van de heer Rijnier Penijn een obligatie van 810 gld dd. 12 februari 1676 staande op naam van de weduwe van Adriaan Janse Visscher 244.
5. Gooltje CORNELIS, tr. Dirck Nanningsz van der STOEL, geb. ca. 1627, bakker, zn van Nanning JACOBSZ, bakker, van Uitgeest, en Guertje CLAES, wedn. van Weijntje Barents CRUIJSVELDT.
In Beverwijk is in 1660 Dirck Nanninckse Stoel één van de kinderen en erfgenamen van Guertje Claes, weduwe van Nannigh Jacobs backer 245. In 1666 wordt door o.m. Dirck Nannings, bakker, ongeveer 39 jaar, een verklaring afgelegd, en in 1667 testeren Dirck Nannings Backer en zijn vrouw Gooltje Cornelis 246.
6. Guertjen CORNELIS, tr. Aris Jansz HAGESTEIJN.
500. (<250) (>1000) Pieter FLORISZ, ondertr. 1°/tr. Zwijndrecht/'s-Gravendeel 29 mei/26 juni 1611 Janneken JORISDR, geb. Haarlem, overl. vóór 24 juli 1613, ondertr. 2°/tr. (nederd. geref.) Zwijndrecht/Dordrecht 24 juli/26 sept. 1613
501. (<250) Suzanna IEMANTSDR, in 1613 weduwe te Oud Beijerland, tr. 1° Pieter CORNELIS, overl. vóór 24 juli 1613.
Uit het tweede huwelijk:
1. N.N. Pieters BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Zwijndrecht 14 juli 1615.
2. Floris Pietersz BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Zwijndrecht 3 mei 1622, zie 250.
3. Jannetje Pieters BOSMAN, tr. Loosduinen 11 okt. 1654 Jan Willemsz VROEGHOP, alias Metselaer, ged. (nederd. geref.) Naaldwijk 25 april 1632, zn van Willem Florisz VROEGHOP en Barber CORNELIS.
502. (<251) (>1004, >1005) Willem Cornelisz van TOOREN, geb. ca. 1608, schipper, ondertr. (schepenbank) Beverwijk 8 nov. 1630 (zij van Amersfoort), tr. ald. 24 nov. 1630
In 1634 wordt ter requisitie van Cornelis Lamberts, ordinaris veerman in 't veer van Beverwijk en Amsterdam, een verklaring afgelegd door onder meer Willem Cornelisz van Thoorne, schipper, ongeveer 25 jaar oud 247.
Op 23 juni 1637 worden twee keer getuigenverklaringen afgegeven ten verzoeke van Mr Johannis Harmensz, chirurgijn en buurman te Uitgeest, over de patiënt Willem Cornelisz van Toorn en het accident aan diens been. De eerste keer verklaren Allert Arentsz Bonckenburch schout, Jacob Fransz en Claes IJsbrantsz, buurluiden binnen Uitgeest, dat op de zesde van deze maand in de herberg de Swan, waarvan Tijmen IJsbrantsz de waard is, aanwezig waren ene doctor Dilmans, ene Mr Hans en ene Mr Rieuwert, allen wonende binnen Beverwijk, die tegen de requirant zeiden dat zijluiden aldaar gekomen waren als onpartijdige personen om van hem te verstaan hoe het accident met Willem Cornelisz van Toorn stond toen dezelve van Uitgeest naar Beverwijk vertrok, en de requirant beginnende redenen te geven van dezelve zaak de voornoemde doctor de requirant verder spreken verhinderde en tegen de requirant zei dat die de patiënt ongeneselijk gemaakt heeft en de requirant uitgemaakt heeft voor kwakzalver, fielt en meer andere vuile en ongeschikte woorden, en nadat de doctor opgehouden was met schelden de requirant vroeg hoe de patiënt gesteld was eer hij, requirant, dezelve onder hem kreeg, waarop de voornoemde doctor en de meesters alle drie antwoordden dat de patiënt al ongeneselijk was. De tweede keer getuigen Albert Jacobsz, oud 70, Tijmen IJsbrantsz, oud 55, en Jacob Fransz, oud 41 jaren, of elk daaromtrent, dat zij Willem Cornelisz van Toorn wonende te Beverwijk en zijn huisvrouw met zijn moeder, in 't begin toen hij onder de requirant kwam om van zijn accident verlost te worden, hebben horen zeggen dat de meesters in Beverwijk hem hadden opgegeven, en dat hij dikwijls te Uitgeest op krukken zo hier zo daar is gegaan, dat zij hem dankbaar over Mr Jan hebben horen spreken, en zij wel weten dat de requirant eer hij het accidenet aan het been van de patiënt doorsneed de patiënt heeft voorgehouden hetgeen uit het accident zou kunnen ontstaan, nl. een geheel kwaad been met stinkende gaten waarop uiteindelijk de dood zou volgen, en het beste was dat het been zou stijf blijven met enige open gaten, doch dat hij nog wel met het stijve been zonder krukken zou kunnen gaan (enz., o.a. over afhalen door zijn vader en moeder, en dat de requirant geen betaling verlangde) 248.
503. (<251) Maritje GERRITS, bij haar eerste huwelijk 'jongedochter van Amersfoort', ondertr. 2° (schepenbank) Beverwijk 29 mei 1644 (zij van Amersfoort), tr. ald. 12 juni 1644 Sijmon Cornelisz van SCHOORL, schoenmaker, zn van Cornelis Symensz van SCOREL en Mary JANS.
In 1671 verkopen in Beerwijk Cornelis Claes Gael als voogd van Maritjen Sijmons, mitsgaders Deliaentje Willems, bejaarde dochter, kinderen en mede-erfgenamen van wijlen Maritje Gerrits, in haar leven laatst weduwe van Sijmon Cornelisz van Schoorl, aan Gerrit Hendricsz Schavenmaker twee derdedelen van een huis, erf en schuurtje aan de Breestraet, waarvan comparant [de koper], als in huwelijk hebbende Claesje Willems, mede dochter en erfgename, het resterende derdedeel competeert, strekkende tot het erf van wijlen Mr Pieter Brugman, belend ten noordoosten de erfgenamen van Cornelis Everts, ten zuidwesten Wouter Arentsz 249.
In Beverwijk transporteert op 19 augustus 1662 Neeltje Cornelis, bejaarde dochter wonende hier ter stede, als haar onderworden hebbende de boedel van zal. haar broer Dirck Cornelisz Schaep vanwege deszelfs nagelaten kinderen, aan Symon Cornelisz van Schoorl, schoenmaker, een huis en erf met het schuurtje aan de Breestraet, strekkende tot achter aan het erf van Cornelis Evertsz die ook ten noordoosten belend is, belend ten zuidwesten Wouter Arentsz. De achtergevel van het huis is een gemene muur met de voornoemde Cornelis Evertsz geslagen om de goot op te leggen, is bij gedoging en tot wederzeggen toe, mitsgaders het pothuis aan het schuurtje staande behoort aan de voornoemde Wouter Arentsz, voor 825 gld 250
Uit het eerste huwelijk:
1. Dilleaantje WILLEMS, zie 251.
2. Claesje WILLEMS, doet op 5 september 1660 in Beverwijk belijdenis als jonge dochter, tr. 1° Cornelis Claesz GAEL, weesmeester in Beverwijk, zn van Claes Gerritsz GAEL en Grietje CORNELISDR, wedn. van Geertge EVARTS, tr. 2° Gerrit Hendricksz SCHAEFMAKER, zn van Hendrick Claesz SCHAEFMAKER en Aefie GERRITS.
In 1650 verkoopt in Beverwijk Willem Jacobsz Kuijper aan Cornelis Claesz Gael een huis in de Coningstraet 251.
In Beverwijk verkoopt in 1673 Bartholomeus Cornelisz Hagenaer wonende te Amsterdam, nagelaten zoon van Neeltje Cornelis, als mede-erfgenaam voor 1/6 van de helft van de nagelaten goederen van Geertruijt Cornelis in haar leven weduwe van Cornelis Laurensz Meurs, aan Cornelis Claesz Gael, weesmeester, zijn erfportie bestaande uit losrentebrieven en obligatiën, voor 280 252.
In Beverwijk verkoopt in 1674 Cornelis Claesz Gael aan Bartholomeus Schout wonende te Amsterdam een huis, schuur en erf aan de Coningswegh, strekkende tot de koper, belend ten noordoosten de koper, ten zuidwesten de koper en Mr Jan Verbindt 253.
In Beverwijk verkoopt in 1674 Thijmon Thijmonsz, nagelaten zoon van Thijmon Cornelisz, wonende te Amsterdam, als mede-erfgenaam voor 1/6 van de helft van de nagelaten goederen van wijlen Gerrtruijt Cornelis, in haar leven weduwe van Cornelis Laurensz Meurs, comparants moei, aan Cornelis Claesz Gael zijn erfportie voor 297 254.
In Beverwijk verkopen in 1670 Gerrit Hendricsz Schaefmaecker en Abraham Hendricsz wonende te Amsterdam, zonen en mede-erfgenamen van Hendrick Claesz Schaefmaecker en Aafie Gerrits, aan Cornelis Jansz Slotemaecker, hun zwager, 2 derdedelen in een huis en erf in de Blocksteegh, belend ten noorden de erfgenamen van Hendrick van Wijck, ten zuidoosten en noordwesten Pieter Jacobsz Breedtveldt, ten zuidwesten de Blocksteegh 255.
Uit het tweede huwelijk:
1. Cornelis Sijmonsz van SCHOORL, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 8 okt. 1645 (doopgetuigen Adriaentge Symons, Heyndrickge Gerrits).
2. Maritje Simons van SCHOREL, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 okt. 1647 (doopgetuigen Ariaentge Symons, Heyndricge Gerrits), ondertr. ald. 4 maart 1679 (betoog overhandigd om buiten te gaan trouwen) Bartholomeus Florisz BOSMAN, ged. (nederd. geref.) ald. 2 jan. 1656, zn van Floris Pietersz BOSMAN en Trijntje Mies SCHOTTEN.
504. (<252) (>1008, >1009) Bouwen IJFFVENSZ, wielmaker, schepen van Heemskerk in 1622 en 1623, overl. vóór 8 maart 1640, tr.
In Heemskerk leggen op 1 januari 1621 Lambert Frederickxsz, oud schepen, en Jan Cornelisz Taruve, tegenwoordig schepen van Heemskerk, een verklaring af ten verzoeke van Bouwen IJffvensz, wielmaker en buurman te Heemskerk, over de moeder Wen Claesdr van zijn huisvrouw, die kort na de troebelen hertrouwd was met Willem Lourens van der Maer, schout vam Heemskerk en schuitevoerder, o.m. dat de 100 gld die zij eertijds bezeten had bij haar eerste man gestoken was in een huis te Uitgeest dat door de Spanjaarden afgebrand was, en verklaren op 21 januari 1621 Franciscus Stockius, predikant van Heemskerk en Castricum, en Alyt Cornelis, weduwe van Harmen Harmensz, dat zij negen tot tien weken geleden geroepen zijn ten huize van Bouwen IJffvensz aan het ziekbed van Wen Claesdr, die verklaarde dat zij de 100 gld min hadde dan niet toen zij met Willem van der Maer trouwde 256.
In Heemskerk in 1640 verkoopt Jan Pietersz wonende te Winkel als gemachtigde van Sij Pouelisdr weduwe van Aeris Cornelisz, buurvrouw te Winkel, aan Claer Willemsdr, weduwe van Bouwen IJfsen, de helft van 705 roeden weiland genaamd de Matten, waarvan de wederhelft de kinderen van wijlen Grietgen Aerisdr toebehoort, belend in 't geheel ten zuiden de Maer, ten westen de Hecksloot, ten noorden de erfgenamen van Cornelis Gerritsz, ten oosten de erfgenamen van Marij Suijckers te Haarlem, en verkopen Willem Lourensz van 't Heck, buurman tot Heemskerk, als wettig gekozen voogd voor Claer Willemsdr, weduwe van Bouwen IJffvensz, buurman en wielmaker te Heemskerk, voor de ene helft, en IJff Bouwensz, wielmaker tot Castricum, Pieter Bouwensz, wielmaker, Cornelis Claesz Blom, in huwelijk hebbende Ariaentje Bouwens, ook voor Lourens Bouwensz, scheepmaker te Saerdam, Willem Bouwensz, koetsier bij de Heren van Assendelft, en Gerrit Bouwensz, hun jongste broer, voor de andere helft, aan Dijrck Gerritsz Welbooren, buurman tot Heemskerk, ten behoeve van Anna Cornelisdr, weduwe van Gerrit Dyrcksz zijn overleden zoon, buurweduwe tot Egmond op den Hoef, huys, erve ende werve met alle het gereyt staande aan de Oosterzije, groot in 't geheel 270 roeden, belend ten oosten en zuiden Jaecop van de Broeck te Haarlem, ten westen Claer Willems zelve, ten noorden de Maeten, voor een termijnbrief van 763 gld, te betalen op 3 achtereenvolgende Lucasmarkten 1640, 1641, 1642 257
In Heemskerk verkopen in 1644 Willem Louerensz van 't Heck als voogd van Claer Willemsdr weduwe van Bouwen IJffsoon, onze buurweduwe, voor de ene helft, IJff Bouwensz, Louerens Bouensz, Willem Bouwensz, Gerit Bouwensz, Pieter Bouwensz, Cornelis Claesz Blom man en voogd van Aerian Bouwensdr, voor de andere helft, aan Cornelis Aelbartsz Lachers een stuk wei- of hooiland genaamd de Matten, groot 1805 roeden, belend ten zuiden de Maer, ten westen de Hecksloot, ten noorden Gysbert Maertsz en Marij Suijckerswaijtgen, voor een custingbrief van 3480 gld te betalen op drie eerstkomende Lucasmarkten, welke custingbrief door de verkopers voor 3200 gld verkocht wordt aan de regenten van het St. Elisabethgasthuis te Haarlem, verkopen in 1646 Claer Willemsdr weduwe van Bouwen IJFFsoon, buurweduwe te Heemskerk, IJff Bouwensz, Louerens Bouwensz, Pieter Bouwensz, Willem Bouwensz en Gerrit Bouwensz, Cornelis Claesz Blom man en voogd van Aerian Bouwensdr, zich sterk makende voor Claer Willemsdr hun moeder, aan heer Nicolaes van Rhenesse, o.a. vrijheer van Assendelft, een huis en erf op 't Veer waar Claer Willemsdr nu woont en haar leven lang zal blijven wonen mits zij het huis in goede reparatie houdt, belend ten oosten, zuiden en westen voornoemde heer, ten noorden de Veerlaen, voor een termijnbrief van 900 gld, in twee termijnen op Lucasmarkt, en IJff Bouwensz, Louerens Bouwensz, Pieter Bouwensz, Willem Bouwensz en Gerrit Bouwensz, allen kinderen en erfgenamen van Bouwen IJffsoen, ook voor hun moeder Claer Willemsdr, aan Cornelis Claesz Blom, man en voogd van Aerian Bouwensdr, mede erfgenaam van Bouwen IJffsoen hun overleden vader, een kroft teelland genaamd de Maercroft, groot 705 roeden, belend ten zuiden die van den Broeck, ten westen de Oosterwech, ten oorden de Maerlaen, ten oosten Cornelis Jaecopsz snijder, voor 1150 gld, contant of op interest naar wens van de koper 258.
505. (<252) (>1010, >1011) Claer WILLEMSDR.
Voor het haardstedengeld in Heemskerk wordt voor 1638 Claer Willemsdochter aangeslagen voor 3 schoorstenen (voorafgegaan door Pieter IJffsoon met 1 schoorsteen) 259.
Uit dit huwelijk:
1. IJff Bouwensz van der MAER, zie 252.
2. Pieter Bouwensz van der MAER, geb. ca. 1611, wielmaker, bij het geven van een getuigenis in september 1666 vermeld als Pieter Bouwensz, oud omtrent 52 jaar, buurman in de Kerckbuijrt te Heemskerk 260, overl. Heemskerk 30 jan. 1680, tr. IJfie CORNELIS, overl. ald. 30 jan. 1679, dr van Cornelis Lourensz SCHOUTEN.
In Heemskerk verkoopt in 1655 Ariaen Pietersz Cuijper, waard in Wijk op Zee, aan Pieter Bouwes, buurman te Heemskerk, een huisje met een erfje in de Kerckbuijrt, belend ten oosten Michiel Croisijn, ten zuiden 't armenhuisje van Dirck Cornelisz, ten westen de gemene weg, ten noorden Cornelis Willemsz, voor 200 gld, welke verkoop in 1656 herhaald wordt met iets andere bewoordingen, o.a. dat het huis en erf belast is met een dubbele stuiver aan de kerk 261.
In 1662 wordt Pieter Bouwensz van der Maer in het testament van Cornelis Lourensz Schouten vermeld als man en voogd van Ieffjen Cornelis, dochter van de testateur 262.
3. Ariaentje BOUWENS, tr. Cornelis Claesz BLOM, zn van Claes Aeriaensz BLOM en Trijn JANSDR.
In Heemskerk verkopen in 1665 Jan Jacob Heynstman en Claes Pietersz als last hebbende van zijn vader die impotent is, beiden alhier, aan Aerjan Bouwesdochter, weduwe van Cornelis Claesz Blom, en Aerjan Cornelisz Blom haar zoon, tezamen een stuk land genaamd Smalweer, groot 2012 roeden, belend ten oosten de Mantels, ten zuiden de Twaelffmaet, ten westen de Armen van Heemskerk, ten noorden Cornelis Claesz, voor 2400 gld 263.
In Heemskerk verkoopt in 1641 Cornelis Claesz Blom aan Loet en Dijrck Schoudt, brouwer te Haarlem, een huis, erf, werf, gepoot en geplant aan Duijn, groot 6 morgen 50 roeden, belend ten zuiden Aerian Lourensz Duven en Huychgen Willes, ten westen de wildernis, ten noorden de erfgenamen van Nelle Gerritsdr, ten oosten de Grooten Cijebeeck, voor een termijnbrief van 6000 gld, te betalen op 3 Lucasmarkten 1641, 1642, 1643 264.
In Heemskerk verkoopt in 1647 Claes Cornelisz Blom aan de regenten van het St. Elisabethgasthuis te Haarlem voor 1840 gld een custingbrief van 2080 gld 265.
4. Louris Bouwensz KET, alias van der Maar, scheepmaker, timmerman, boommaker te Zaandam, tr. 1° Hillegont ARIAENS, tr. 2° Barber Jans te MAATJES.
In Zaandam geven in 1649 de erfgenamen van zal. Pieter Ariaensz van Zaandam, onder wie Louris Bouwensz man en voogd van Hillegont Ariaens, volmacht aan Lysbeth Ariaens, hun mede-erfgenaam, om te ontvangen van de Bewindheeren van de Westindische Camer te Amsterdam alle maand- en buitgelden als voornoemde Pieter Ariaensz ten dienste van de voornoemde compagnie als timmerman verdiend heeft met het schip de Wakende Boey 266.
In de banne van Westzaan heeft in 1659 Louris Bouwensz zijn 4 kinderen, te weten Bouwen, Claes, Jan en Cornelis, geprocreëerd bij Hillegunt Ariaens, hun moeders erfenis bewezen, bestaande uit 600 gld berustende onder de vader, en zijn Cornelis Gerritsz Ouwe Kees en Claes Alewijnsz vervangende Claes Alewijnsz 't Hooft [?] en Cornelis Heijndricx Cardinael, voogden van de voorschreven kinderen, met de vader geaccordeerd dat die de kinderen zal alimenteren, dewelke daaraan verbindt zijn huis aan de Zaandammer Overtoom, belend ten zuiden Michiel Cornelisz Calff, ten noorden Lambert Jacobsz van Thuijn. Op 1 april 1670 verklaren Jan Lourisz, Cornelis Lourisz en Grietje Heyndricx nagelaten weduwe van Claes Lourisz, ook voor alle verdere erfgenamen, voldaan te zijn. 267
Op 31 oktober 1667 verklaart Grietje Aryaens, weduwe van Alewyn Francen, wonende te Zaandam, ziek te bedde, dat haar man zal. met Louris Bouwensz haar gewezen zwager, mede wonende te Zaandam, in eigendom had toebehoord, en met dezelve tot nog toe, zeker huis en erf op de Overtoom, belend ten zuiden Evert van Vliet, ten noorden de Oude Hollandsche Tuijn, en dat dezelve daarin enige jaren had gewoond, doch dat hij de laatste 12 jaren aan haar geen huurpenningen heeft betaald, willende dat Louris Bouwensz nog betaalt, waartoe hij enige malen is gemaand 268.
Op 24 november 1667 compareren Louris Bouwensz, timmerman wonende te Zaandam, en Cornelis Gerritsz Ouwekees, groot-schipper, nopende de erfenis van Bouwen Lourisz, gewezen zoon van de eerste comparant. Ouwekees heeft een voorschot gehad op zijn uitreding naar Oost-Indië uit het bewijs van 't moederlijke goed door Louris Bouwensz op 18 februari 1659 ter weeskamer van Westzaan bewezen. 269
Bij de deling in vieren op 19 januari 1668 door de erfgenamen ab intestato van zal. Marij Jans te Maatjes krijgt Louris Bouwensz Ket als getrouwd hebbende Barber Jans te Maatjes een huis en erf te Zaandam op Krimpenburgh ter waarde van 550 gld 270.
Op 31 december 1668 wordt machtiging verleend aan Louris Bouwensz van der Maar, boommaker te Zaandam, om een huis en erf op Crimpenburgh te transporteren 271.
Op 19 janauri 1669 verklaren Claes Alewyns 't Hooft, koopman te Oostzaandam, en Trijn Alewyns huisvrouw van Claes Heyndricsz Salm wonende te Westzaandam, ten verzoeke van Cornelis Bartelen wonende aldar, dat zij wel weten dat Louris Bouwensz, boommaker, schuldig is aan Cornelis Bartelen als erfgenaam van zijn zuster Griete Cornelis 66 gld 10 st; de gemelde somme is door zijn vrouw aan de vrouw van de requirant betaald 272.
In de banne van Westzaan bekent in 1669 Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen, van Lourus Bouwensz Ket wonende te Zaandam gekocht te hebben de helft van een huis en erf te Zaandam bij de Overtoom, belend ten zuiden Ewout van Vliet, ten noorden d'Oude Hollantsche Tuyn, gemeen met ene Jan Cornelissen, voor 2100 gld, te betalen de helft gereed mei eerstkomende en de wederhelft mei 1670 (waarna de opdracht door Simon Oosterhooren als last en procuratie hebbende van Lourens Bouwenz Ket) 273.
In de banne van Westzaan bekent in 1678 Louris Bouwensz Ket, als man en voogd van Barber Jans, aan Simon IJsbrantsz haar zwager, allen wonende te Zaandam, verkocht te hebben een huis en erf op Krimpenburgh, belend ten zuiden Claes Kuyper, ten noorden Griet d'Gorters, met de conditie dat de voorschreven Louris Bouwensz in 't achterhuis met zijn voornoemde huisvrouw, zo lang dito zijn huisvrouw leeft, zal mogen blijven wonende zonder huur te betalen, voor 291 gld 13 st 5 penn, waarmee dit huis ter weeskamer alhier ten behoeve van de huisvrouw van de voorschreven koper staat belast, hetwelk derhalve met dit transport wordt gemortificeerd 274.
5. Willem Bouwensz van der MAER, geb. ca. 1617, schout van Castricum (als zodanig o.a. vermeld op 3 november 1656 275), herbergier (in 't Hoff van Hollandt) te Beverwijk, tr. Catharina BERCKMANS.
In 1645 verkopen de weduwe en kinderen van Gerrit Jansz Helderman aan Jan Cornelis Bennebroeck, brouwer in de Twee Ruyten te Haarlem, en Willem Bouwensz, waard in 't Block, elk de helft van de herberg van de Morinne in de Breestraet, voor 5175, en verkoopt Willem Bouwens, waard in 't Hoff van Hollant, aan Jan Cornelis Bennebroeck, brouwer tot Haarlem, de helft van voornoemd huis in de Breestraet waar hij in woont, voor 2100 276. In 1651 verkoopt Arianus Boelens aan Willem Bouwens herbergier in 't Hoff van Hollandt een huis en erf aan de Eemskerckerwech, die het doorverkoopt aan Pieter Brugman 277.
Kort vóór en in 1652 is in Beverwijk Willem Bouwensz bij de schutterij, als landtspessaet, met een musket. Tussen 1645 en 1655 wordt Willem Bouwensz verschillende keren vermeld als herbergier in het Hoff van Hollandt in Beverwijk, op 6 september 1657 als schout te Castricum. Op 21 juni 1655 278 treedt Willem Bouwens van der Maar op als gemachtigde van de Heer van Assendelft voor ontvangst van de thijnspenning. Op 6 juni, 16 september, 11 oktober 1663 en 7 juli 1664 wordt Willem Bouwens van der Maar vermeld als schout van Castricum en Heemskerk.
In Heemskerk verkoopt op 9 februari 1656 Adriaen Boele wonende te Beverwijk aan Willem Bouwensz, herbergier in Beverwijk, een perceel land beplant met wilg en wassen elst en meer andere stalbomen, gelegen buiten Nordorp, belend ten oosten de heer van Meeresteijn, ten zuiden Adriaen Cornelisz Duijnmaijer, ten westen de Wildernis, ten noorden de Noort Madwech, voor 275 gld, terwijl een soortgelijke akte, waarin de koper schout van Castricum en herbergier in Beverwijk genoemd wordt, volgt op een akte dd. 20 juni 1656, en nog een akte dd. 2 juli 1658 waarin de koper schout van Heemskerk genoemd wordt, en verkoopt in 1661 Willem Bouwensz van de Maer onze schout aan Constantijn Sohier c.s. een perceel land aan de Wildernis, zoals het bepoot en beplant is, belend ten oosten Jeronimus Sohier, ten zuiden Aerjan Nol, ten westen de wildernis, voor 800 gld 279.
In 1662 geeft Willem Bouwensz van der Maer, schout van Heemskerk en Castricum, volmacht aan Homerus Imkes, makelaar te Amsterdam, om 14 gld te vorderen van Sinjeur de Wolf, wijnkoper te Amsterdam, over kosten door voornoemde De Wolf in het huis van de constituant verteerd 280.
In 1663 getuigt voor de heer van Markette o.m. Willem Bouwens van der Maer, leenman van den Huize van Markette 281.
In 1667 getuigt Jacob Teuniusz Drijver, groot-schipper wonende te Zaandam, ten verzoeke van Aagtge Huygen weduwe van Bernard van der Spijck, dat hij als schipper op 't schip 't Huijs van Assendelft de persoon van Bernard van der Spijck nooit als reder in 't voorschreven schip heeft gehad en nooit aangenomen in plaats van Willem Bouwensz van der Maer, en dienvolgens nooit enige uitgifte aan de voorschreven Spijck heeft gedaan, maar in contrarie aan de voorschreven Willem Bouwensz van der Maer 282.
In 1664 testeren Willen Bouwens van der Maar en Catharina Berckmans 283.
6. Gerrit Bouwensz KET, wagenmaker te Heemskerk in 1649, bode te Assendelft.
In 1649 geeft Pieter Jansz, schipper van Harderwijk, volmacht aan Sijmon Jansz leproosvaer om te ontvangen 48 gld als hem over leverantie van spaken van Gerrit Bouwensz, wagenmaker te Heemskerk, competerende zijn 284.
In 1658 is Gerrit Bouwensz Ket een getuige voor de notaris in Uitgeest in een zaak van Jr Ambrosius van Renoij en legt Gerrit Bouwensz, bode te Assendelft, een verklaring af ten verzoeke van Jr Ambrosius van Renoij, baljuw van Assendelft, dat veel ingezetenen tevreden zijn met de baljuw, andere (met namen erbij) niet, en is in 1666 Gerrit Bouwensz Ket een getuige voor de notaris in een zaak van Jonkvr. Anna de Renesse, vrijvrouwe van Assendelft en vrouwe van Heemskerk 285.
506. (<253) (>1012) Willem Louwerisz van 't HECK, overl. tussen 22 maart 1644 en 28 april 1646, tr.
Voor het haardstedengeld in Heemskerk voor 1638 wordt Willem Louerens vant Heck aangeslagen voor 2 schoorstenen 259.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1639 Willem Louwerisz van der Heck, buurman in Heemskerk, aan Louweris Reijndertsz, nu wonende te Velsen, de helft van de volmolen hem opgedragen door zijn zoon Jan Willemsz van der Heck, voor 1050 gld, te betalen 200 gld gereed, mei 1640 nog 200 gld, mei 1641 nog 650 gld 286.
In Wijk aan Duin in 1640 is Louweris Aerijaensz, molenaar te Beverwijk, actie hebbende van de weduwe geprefereerde op de halve verkochte volmolen van Jan Willemsz Gorter, eiser contra Willem Louwerisz wonende op de Maedtwech, possesseur van de wederhelft van de volmolen staande in Wijk aan Duin, is Willem Louwerisz van der Heck wonende op de Maedwech eiser contra Louweris Reijnerts, molenaar op de volmolen op de Gasthuijscroft in Wijk aan Duin, om betaling van 400 gld custingpenningen verschenen september 39 en mei 40, over koop van een halve volmolen, en is in 1641 Willem Louwerisz wonende op de Maedwech in Heemskerk eiser contra Louweris Aerijaensz Molebeecq, molenaar op de korenmolen in Beverwijk, die een halve volmolen gekocht heeft en niet betaald 287.
In de maand juni 1640 heeft Willem Louwerisz weder naar hem overgenomen door wanbetaling de helft van een volmolen, huizinge en schuur voor zoveel als hij had verkocht aan Louweris Reijndertsz 288.
In Wijk aan Duin heeft in 1641 Willem Louwerisz van der Heck, wonende op de Maedwech in Heemskerk, verkocht aan Louweris Aerijaensz Molebeeck, molenaar van de korenmolen in Beverwijk, de helft van een volmolen met het halve huis en schuur en de opstal vandien staande op de Gasthuijscroft, met de halve last van de wind de Grafelijkheid jaarlijks toekomende, voorts alles zo 't de comparant toegekomen is en de koper de wederhelft is gebruikende, voor 800 gld, te betalen op 4 termijnen 289.
In Heemskerk verkopen in 1646 Aeris Cornelisz Singuer als voogd van Marijtghen Jans, weduwe van Willem Louerensz van 't Heck, in zijn leven buurman te Heemskerk, Pieter Willemsz, IJf Bouwensz als man en voogd van Lijsbet Willems, die zich ook sterk maken voor Jan Willemsz, kinderen en erfgenamen van Willem Louerensz van 't Heck, aan de heer van Assendelft, Heemskerk, Castricum enz., een huis of timmeragie zonder de grond of erve 't welk de heer van Assendelft toebehoort, op de Maetwech, belend ten zuiden en westen de voorschreven Maetwech, ten noorden en oosten de heer van Assendelft, voor een termijnbrief van 500 gld 290.
In Heemskerk verkopen in 1647 Aeris Cornelisz Singuer, wettige voogd voor Marijtghen Jansdr weduwe van Willem Lourensz van 't Heck in zijn leven buurman alhier, Pieter Willemsz, ook vervangende zijn broer Jan Willemsz wonende te Hoorn, Iff Bouwensz rademaker wonende te Heemskerk man en voogd van Lijsbet Willemsdr, aan Lourens Dijrcksz en Neeltghen Dijrcksdr zijn zuster, nagelaten kinderen van Dijrck Jaecopsz en Guirte Willemsdr in hun leven wonende te Heemskerk, ten overstaan van Dijrck Cornelisz en Claes Cornelisz hun wettige voogden, een croftje teelland, groot omtrent 376 roeden, belend ten zuidoosten de Hoochdorperwech, ten zuidwesten de heer van Assendelft, ten noordwesten het Achterwechgen, ten noordoosten voornoemde kinderen, voor 825 gld te betalen over een jaar 291.
507. (<253) Marijtghen JANS.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Willemsz van der HECK, tr. Ermtje JANS.
Op 22 oktober 1670 zijn Kornelis Jansz van der Heck wonende te Hoorn, zoon van zal. Jan Willemsz van der Heck, en Jakob IJven wonende in de Beemster, zoon en procuratie hebbende van Lijsbet Willems wonende in de Beverwijk, tezamen erfgenamen ab intestato van Pieter Willemsz van der Heck overleden te Akersloot, ter eenre, en Ermtje Jans, weduwe van dezelve Pieter Willemsz, ter andere zijde, geaccordeerd nopende de schifting en deling van de boedel, te weten dat de voorschreven erfgenamen zullen genieten uit de penningen, die Floris Pietersz Huijsman in de Starmeer over de koop van een huis met 2 kavelingen land aldaar gelegen bij kustingbrief dd. 12 mei 1669 schuldig is, een somme van 3150 gld zonder meer, waarvan zij ook de 20e penning zullen moeten betalen (was getekend: Cornelis Jansen van der Heck, Jacob IJven Stam) 292.
2. Lijsbeth WILLEMS, zie 253.
3. Jan Willemsz van der HECK, gorter.
In Wijk aan Duin in 1638 bekennen Louweris Aerijaensz, molenaar binnen de stede Beverwijk, en Jan Willemsz de grutter, mede poorter van Beverwijk, dat hun verleend is de gerechtigheid van de wind van een volmolentje in Wijk aan Duin op zeker stuk hoog land toebehorende het gasthuis van Beverwijk, belend ten oosten de Groenelaen, ten zuiden de Naerderwech, ten westen de driesprong genaamd de Ses Weghen, ten noorden de wagenweg, onder de huur van 24 gld jaarlijks, aan de Grafelijkheid voor erfpacht jaarlijks 3 gld, en verkoopt Louweris Aerijaensz, molenaar te Beverwijk, aan Jan Willemsz van der Heck, nu wonende in de banne van Wijk aan Duin bij de volmolen, de halve volmolen staande op het Gasthuijslant waarvan de voornoemde Jan Willemsz van der Heck de wederhelft toebehoort, voor 1800 gld, te betalen de helft gereed, de wederhelft mei eerstkomende 1639 293.
In Beverwijk verkoopt in 1639 Jan Willemsz, wonende bij de volmolen in Wijk aan Duin, aan Coenraet Claes van Iperen een huis, kamer en erf op de Meyr, strekkende tot achter de Achterwech, belend ten zuiden de Brandsteech, ten noorden de koper 294.
In Wijk aan Duin in 1639 verkoopt Jan Willemsz van der Heck wonende in de banne van Wijk aan Duin aan Willem Louwerisz van der [eerst stond er vant] Heck, zijn vader, de helft van de volmolen op het gasthuisland, voor 800 gld, en verkopen de curateuren van de desolate boedel van Jan Willemsz, anders genaamd Jan de grutter, aan Sr Pieter Grint en Claes Pietersz van Opmeer, beiden wonende te Leiden, mitsgaders Lauweris Aeryaensz, molenaar van de korenmolen te Beverwijk, elk voor 1/3, de helft van de volmolen met de helft van de opstal van het huis en de schuur, de voorschreven Jan Willemsz toebehoord hebbende, voor 1160 gld, ten betalen 1/3 gereed tot 387 gld, zo ook 2 februari 1640 en 2 februari 1641 295.
In Wijk aan Duin op 13 november 1639 zijn de curateuren over de boedel van Jan Willemsz van der Heck eisers contra de crediteuren van Jan Willemsz van der Heck, gorter, nl. Louweris Aeryaenszz, molenaar van de korenmolen te Beverwijk, voor een custingbrief van 1120 gld, Pieter en Jan van Dijck voor 5 gld 17 st gemene-landsmiddelen, Trijntge Cornelis, steenkoopster, voor 103 gld 11 st geleverde materialen en 29 gld 15 st gehaalde bieren, is Willem Louwerisz wonende op de Maedtwech in de banne van Heemskerk eiser contra de andere crediteuren van Jan Willemsz van der Heck, nl. Maritgen Cornelisdr weduwe van Gerrits Jansz hoefsmid in de Beverwijk, Arent Pietersz bode voor 10 st 8 penn vanwege schutten, Jan Jansz Blommen en Jan Fransen, collecteuren van de verponding, voor 12 gld 15 st, Willempge Aeryans weduwe van Dirck Willemsz van Toorn voor 73 gld 11 st, is op 22 januari 1640 Jan Willemsz Gorter fugitief, en is er op 12 februari 1640 deling onder de crediteuren van Jan Willemsz van der Heck (die woonde in een volmolen, huizinge en schuur) 296.
Generatie X (<IX, >XI)
960. (<480) (>1920, >1921) Mieus Sijmonsz SCHOTTEN, overl. vóór 22 nov. 1661, tr.
In Wijk aan Duin verkopt in 1638 Hillegont Cornelisdr, weduwe van Gerrit Pietersz ofte Gerrit Pieterooms, geassisteerd met Dirck Tamisz haar zwager [=schoonzoon], aan Mees Symonsz [Schotten], poorter van Beverwijk, de helft vann een stukje geestland genaamd het Dijckcroftgen, gemeen liggende met Jooris Cornelisz, schepen der stede Beverwijk, in 't geheel groot 715 roeden, belend ten zuidoosten de steden Haarlem en Beverwijk, ten noordoosten Willem Cornelis Fransz, ten noordwesten de Hofflanderwech, ten zuidwesten de erfgenamen van zal. IJsbrant Dircksz schoenmaecker, met de grond van de hele wal, voor 795 gld, te betalen 1/3 gereed Lucasmarkt 1638 verschenen, de andere 2 derdeparten Lucasmarkt 1639 en 1640, en verkoopt Joris Cornelisz, oud-burgemeester en nu regerend schepen van Beverwijk, aan dezelfde koper de wederhelft gelegen bij de Sint Aechtendijck, voor 795 gld 8 st 12 penn, te betalen 1/3 gereed verschenen Lucasmarkt 1638, de andere 2 derdeparten Lucasmarkten 1639 en 1640 297.
In Wijk op Zee verkoopt in 1639 Adrijaen Jacobsz Haken aan Mees Symonsz een houten schuur of huizingen met het erf beoosten het dorp, waar de voornoemde Mees Sijmonsz nu in woont, belend ten oosten Harman Harmansz van der Vlucht, ten zuiden Aelbert Cornelisz, de Wildernis en de verkoper, ten westen de gemene burenwagenweg, ten noorden de Zeewech, voor 200 gld, te betalen 35 gld gereed, voor 33 [?] 's jaars op Pinksterdagen [dit is doorgehaald] 298.
In Beverwijk verkoopt in 1644 Joost Jansz Cruijsvelt, wonende in Amsterdam, aan Mijes Simensz Schotten een erf genaamd het Raemerff, gelegen aan de Coningswech, en verkoopt in 1647 Mies Simensz Schotten aan Dirck Blevet twee strookjes erf, elk voor 25 299.
In Beverwijk wordt in 1652 Mieus Sijmons Schotten, horende bij de uitkopers en wachtvrije personen, voor de schutterij aangeslagen voor 2:10:0.
In 1651 worden verklaringen afgelegd ten verzoeke van Mieus Symonsz Schotten betreffende verspreide laster over zijn dochter Geert Mieus, dienstmeid bij Thomas Cornelisz, wagenmaker, en zijn vrouw Itgen Lamberts 300.
In 1652 leggen Gerrit Arentsz Brouwer en Eijmert Gerritsz Brouwer, 40 jaar, wonende te Velsen, een verklaring af ten verzoeke van Mieus Symonsz Schotten te Beverwijk, over 'ruijlinge van syn peerdt in de merct tot Valckenburgh' 301.
In 1650 geeft in Beverwijk Mieus Symonsz Schotten een hoekje erf van zijn tuin aan de Coningswegh aan zijn zoon Aelbert Mieusz Schotten 302.
In Beverwijk verklaart op 28 mei 1664 Wouter Lambertsz, burger dezer stede, schuldig te zijn aan de kinderen en kindskinderen van wijlen Mieus Symonsz Schotten en Griet Jans 925 gld, ter cause van koop van een camer en erf in de Bagijnenstraet, strekkende tot achter aan de gemene gang van Jan Thysz Colthof en Cornelis van Bennebroek, belend ten zuidoosten Lysbet Jans, ten noordwesten Floris Pietersz Boschman 303.
Op 17 augustus 1651 testeren Mieus Symonsz Schotten en Griet Jans aan hun dochter Jannetgen eens de somme van 100 gld, aan hun dochter Maritgen 25 gld jaarlijks, en aan hun zoon Jacob 30 gld jaarlijks, alles onder vermindering van hun erfportie 304.
961. (<480) Grietje JANS, overl. tussen 22 nov. 1661 en 26 jan. 1664.
In 1661 leggen Jan Claesz, omtrent 33 jaren, en Gerritge Kroese, omtrent 21 jaren, een verklaring af ten verzoeke van Griet, weduwe van Mies Symons Schotten (over een geschil met Davit Pietersz Verwer) 305.
Uit dit huwelijk:
1. Jan Mieusz SCHOTTEN.
Op 26 april 1650 testeert Jan Mieusz Schotten, jonggezel, in mening een reis te doen naar Oost-Indië, de legitieme portie aan zijn vader Mieus Symonsz Schotten en moeder Griet Jans, en institueert tot universele erfgenaam Jannitgen Mieus zijn zuster 306.
In Beverwijk geeft op 5 mei 1650 Jan Mieus Schotten, tegenwoordig te Beverwijk, volmacht aan zijn vader Mieus Symonsz Schotten om 50 stukken van achten op te eisen van Capiteyn Francken Gijseling, wonende te Oostende, vanwege buitgeld van een Hamburger en van een Lubecks schip, en nog van enige concenillie (veroverd en op St. Lucas in Spanje verkocht) 302.
2. Jannetgen Mieus SCHOTTEN.
3. Jacob Mieusz SCHOTTEN, ondertr. 1° Beverwijk 7 nov. 1659 Cornelisje DIRCKS, dr van Balichjen CORNELIS, ondertr. 2° ald. 7 juli 1672 (zij van Walsburgh, wonende alhier) Vrouwtje MATTHIJS, van Walsburgh.
In 1663 leggen Jacob Miessen Schotten en zijn huisvrouw Cornelisje Dirks een verklaring af, ten verzoeke van Willem Bouwens van der Maar, schout van Heemskerk en Castricum 307. In 1672 is Jacob Mieus Schotten bij de schutterij van Beverwijk, onder het oranje vaandel.
In 1663 is Jacob Mieusz Schotten 283:3:8 schuldig aan pacht van aalbessen, kruisbessen en andere vruchten van de zomer van 1662 308.
In 1664 heeft Jacob Miesz Schotten, erfgenaam ab intestato van Griet Jans, zijn overleden moeder, weduwe van Mies Symons Schotten, meubelen en goederen getransporteerd ten behoeve van de verdere kinderen en erfgenamen van Griet Jans 309.
In 1664 is er in Beverwijk een inventaris bij panding op Jacob Mieusz Schotten, gecondemneerde ten verzoeke van Stijntjen Willems, weduwe van Gerrit Jacobsz 310.
In Beverwijk zijn in 1671 Maerten Dircksz, Willem Dircksz en Jacob Mieusz Schotten als in huwelijk Cornelisje Dircks, kinderen van Balichjen Cornelis, voor 3/7 erfgenaam van wijlen Trijntje Cornelis, in haar leven bejaarde dochter, hun moei 311.
4. Trijntje Mies SCHOTTEN, overl. tussen 1666 en 1672, ondertr. Beverwijk 20 mei 1650 (hij van Zwijndrecht, wonende te Heemskerk), tr. Heemskerk 11 juni 1650 Floris Pietersz BOSMAN, ged. (nederd. geref.) Zwijndrecht 3 mei 1622, zn van Pieter FLORISZ en Suzanna IEMANTSDR, in 1613 weduwe te Oud Beijerland, die hertr. met Dilleaantje WILLEMS.
In Beverwijk verkoopt in 1668 Floris Pietersz Boschman aan Jacob Willemsz Hagelingen een huis en erf in de Bagijnestraet, strekkende tot Arent Groenhout en Cornelis van Bennebroeck, belend ten zuidoosten Wouter Lambertsz, ten noordwesten de Coningstraet, voor een schuldbekentenis van 600 gld 159. In 1672 is in Beverwijk Floris Pieters Bosman bij de schutterij, onder het blauwe vaandel, met een roer.
In 1676 verklaren Louweris Garbrantsz, wonende te Heemskerk, en Cornelis Ariens Sgravema, buurvrijer te Noortdorp, ten verzoeke van Floris Pietersz Bosman, dat hij van Gerrit Dircks Bosman, te Noortdorp woonachtig, al zijn vetzaad gekocht had dat hij van zeker stuk land zou winnen 160.
Op 4 juni 1680 transporeert Floris Pietersz Boschman, burger binnen der stede Beverwijk, aan Cornelis Nannen, timmerman, en Gerrit Hendricxe, schavemaker, beiden wonende in de Beverwijk, eerstelijk de opstal ofte bomen, zowel fruit dragende als andere, mitsgaders aard- en zaaivruchten, zo dezelve tegenwoordig zijn staande op een croft land toekomende Pietertje Gerrits wonende te Sassenheim, groot 2 morgen, genaamd de Boeckcrofft, liggende in de banne van Wijk op Zee, belend ten oosten de Kerckwegh ten westen de Kleijne Houtwegh, ten noorden de erfgenamen van Jelis Albertsz, ten zuiden de kinderen van Cornelis Lambertsz, item van gelijken alles op een croft land toekomende Gerrit Dircxe Alckemade, wonende binnen de stede Beverwijk, genaamd mede de Boeckcrofft, liggende in de banne van Wijk op Zee, belend ten westen de Kerckwegh, ten oosten de banscheiding van de Wijk en Wijk aan Duin, ten noorden Cees Dielderweghie, ten zuiden de Vijffackerscroft, voor 600 gld (verkoper tekent als Floris Pietersz Bosman), en bekent op 5 juni 1680, 's morgens tussen 6 en 7 uren, Floris Pietersz Boschman, burger der stede Beverwijk, verkocht te hebben en dienvolgende bij dezen over te geven aan Gerrit Damius, wonende te Assendelft, een appelgrauw merriepaard van omtrent 4 jaar, met speelkar en hetgeen tot het karregereedschap en paardetuig is behorende, op heden aan voornoemde Damius geleverd volgens diens verklaring, voor 150 gld 161.
In Beverwijk heeft op 18 juli 1680 Floris Pieters Boschman in huur van de burgemeesters een stuk hooiland genaamd de Smeenhoeven in de Wijckerbroeck, in de jurisdictie van Wijk aan Duin, en is hij schuldig 45 gld als restant van 1679, 145 gld volle huur van 1680, en nog schuldig te worden 145 gld voor 1681, 1682 en 1683, tezamen 625 gld, waarvoor als onderpand dient alle opstal van comparants tuinen 162.
5. Simon Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 mei 1622, overl. tussen 1 juni 1671 en 1 juni 1672 312, ondertr. Amsterdam, tr. Beverwijk 5 juni 1645 (zij Jannetge Pieters van Annelt[?], wonende te Amsterdam, daar ondertrouwd) Jannetje PIETERS.
In 1663 313 hebben Symon Miesz Schotten en Cornelis Nannen als pachters van de boomgaard van Marquette betaald 52:19:12, 29:1:0 en 20:4:4. In 1667 wordt ten verzoeke van Symon Miesz Schotten te Beverwijk een verklaring afgelegd 314.
Op 17 juni 1670 leggen Anna Claes, weduwe van Dirck Lourens van Ravesteijn, Symon Mieusz Schotten, 48 jaar, en Cornelis Nanningsz, huistimmerman, 42 jaar, ten huize van wijlen Aegie van der Meer een verklaring af ten verzoeke van Grietgen Juriaens 315.
In Beverwijk vindt in 1674 de registratie plaats van een opdracht voor notaris Jan Coemans te Amsterdam door Jannetjen Pieters, weduwe van Sijmon Mieusz Schotten, met de notaris als haar gecoren voogd, tot verzekering van de 660 gld als zij schuldig is aan de weduwe van Willem Brugman volgens een obligatie van 2 mei 1671, en dat ten behoeve van Warnaer Brugman wonende alhier, erfgenaam van zijn moeder. (Hiervan betaalt zij een gedeelte, nl. een obligatie van 200 gld ten laste van Pieter Brugman, een ten laste van Pieter Brugman van 40 gld 19 st, en een rekening van 49 gld 5 st 8 penn ten laste van Pieter Brugman over verdiend loon.) 316
In Beverwijk hebben in 1679 de wettige curateuren van de insolvente boedel van Jannitien Pieters, weduwe van Sijmon Mieusz Schotten, in veiling verkocht aan Abram van Cuelen wonende alhier een huis en erf op de Achterwegh strekkende tot achter aan 't erf van Dirck Engelsz timmerman toe, belend ten noordoosten Dirck Engelsz voornoemd, ten zuidwesten het weeshuis, voor 370 gld, te betalen een derde gereed, en een derde mei 1680 en 1681.\.
6. Geertruydt Mieus SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28 april 1624.
7. Claes Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 mei 1627, hovenier ald. 317, overl. tussen 11 april 1672 en 15 juni 1674, ondertr./tr. ald./Castricum 25 dec. 1648/10 jan. 1649 Maartje HARMENS, van Deventer, overl. tussen 11 april 1672 en 15 juni 1674.
Kort vóór en in 1652 is in Beverwijk Claes Mieusz bij de schutterij, met een musket, opv. in de Achterwegh en bij 't Clooster; in 1672 is Claes Mieus Schotten onder het blauwe vaandel (later doorgehaald).
Op 11 april 1672 is er in Beverwijk een certificaat dat Claes Mieusz Schotten een persoon sonder eenige middelen ofte goederen te hebben, sijn handtwerck is in die borgerstuijnen te arbeijden om een gering daghloon, belast met vrouw en kinderen, ende mede dat sijn dochter Marij buijten haer vaders huys synde haer broodt moet winnen 318.
In 1674 wordt in Beverwijk de inventaris opgemaakt van de goederen van wijlen Maritgen Harmens, weduwe van Claes Mieusz Schotten 319.
8. Aelbert Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 okt. 1631, zie 480.
9. Geertruyt Mieus SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 juli 1633, overl. na 1669, ondertr./tr. ald. 29 jan./5 maart 1655 Pieter Simonsz NIEUWPOORT, zn van Sijmon Jansz NIEUWPOORT, herbergier in de Moriaen, en Stijntje Laurensdr WIT.
10. Maritgen Mieusz SCHOTTEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 jan. 1636, overl. na 1654.
962. (<481) Jacob GERRITS, tr. N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Teuntje JACOBS, geb. ca. 1624, zie 481.
976. (<488) (>1952, >1953) Jan Cornelisz COELEMBIER, meester koperslager, tr.
In Haarlem verkoopt op 4 februari 1623 Jan Cornelisz Coelembyer, koperslager, aan Bartram Beeckaert een huis met het erf in de Oude Raemen in de Bereyderstraet waar Swanenburch uithangt, belend Job Claesz Gyblanc, oud-schepen, aan de ene zijde, en Dirck Fredericxz aan de andere zijde, voor 1900 gld, te betalen op 10 eerstkomende meidagen telkens 200 gld, op de laatste termijn 150 gld 320.
In Haarlem verkopen in 1627 Geertruyt Jans voor haarzelf en Maycken Claes weduwe van Jan Jansz de Jonge, beiden geassisteerd met Jacob Anthonisz, stadssmid, kinderen en erfgenamen van Jan Jansz hoedemaecker zal. ged., aan Jan Cornelis Koelembier, koperslager, een huis in de Warmoesstraet op de hoekvan de Aneganck, dezelve Aneganck onder het huis gaande aan de zuidzijde, aan de noordzijde Jan Jansz van Kessel met gemene scheidsmuren, het erf of de plaats van dit huis komende achter de huizinge van de voorschreven Kessel met een gemene muur tot aan het erf van Jaques Werrebroeck, op welk erf of plaats is gemaakt een gemeen secreet, tot gemene kosten van dit huis met de huizen van de voorschreven Jan van Kessel en Jaques Werrebroeck, dat zij met hun drieën moeten onderhouden en waarvan elk met een pijp zijn gerief heeft. Met de lasten, eerst 300 gld, jaarlijkse tegen de penning 16, en nog 275 gld hoofdsom tegen jaarlijks 16 gld 10 st aan de stad Haarlem, voor 2700 gld boven de lasten, te betalen op 5 achtereenvolgende meidagen, waarvan met 1627 de eerste geweest is. Borgen voor de 2 eerste termijnen zijn Cornelis Cornelisz Coelembier en Jan Jansz Backer (de schuldbrief bij assignatie te maken op Harm de Witte, bakker). 321
In het verpondingskohier van Haarlem van 1628 wordt Jan Coelenbier als eigenaar en verhuurder van een pand in de Aneganck Noortsyde in homanschap Y aangeslagen voor 14-7-0, en Jan Cornelisz Coelenbier als eigenaar in de Warmoesstraet in homanschap Y voor 21-0-0, en in het verpondingskohier van 1650 wordt Jan Coelenbier voor dezelfde bedragen aangeslagen 322.
In Haarlem verkoopt in 1635 Jan Cornelisz Koelenbier aan Pieter Gyselaer een huis met erf in de Beryderstraet waar Swanenburch uithangt, recht tegenaan de Nyeuwe Remsstraet, belend ten noorden Job Claesz Gyblant, ten zuiden de huizinge van Joost Noose, voor 675 gld boven de last van 300 gld hoofdsom 323.
In Haarlem verkopen in 1636 Jan fransz, Lourens de Luytere, Chaerl de Hont en Gerard Beeckaerts als last en procuratie hebbende van Joost Warrebroeck als vader en erfgenaam van Jaques Warrebroeck, voor de helft, en de (vele) erfgenamen van janneken Caluwaerts in haar leven huisvrouw van Jaques voorneomd, aan Jan Cornelisz Coelembier een huis met erf in de Aneganck, belend ten oosten voornoemde Coelembier, ten westen de verkopers, met de last van 175 gld hoofdsom wezende de helft van 350 gld tezamen met de verkopers van het andere huis, voor 1900 gld op termijnen precies, met als borgen Gerrit Beeckaert en Chaerl de Hont 324.
In Haarlem verkopen in 1640 Aeltgen Jans, weduwe van Jan Joosten Lybaert, voor de ene helft, en Joost Lybaert, als voogd van de nagelaten kinderen van wijlen Jan Joosten voorschreven, voor de andere helft, aan Jan Cornelisz Coelenbier, koperslager, een huis en erve in de Aneganck, belend ten westen Jaecques Lambertijn, ten oosten Joost Michielsz, strekkende tot Joost Michielsz voorschreven, met de last van 800 gld, voor 1585 gld, te betalen over 5 jaar, met als borgen Henricus Gestranus de Jonge en Cornelis Coelenbier, verkoopt in 1643 Jan Cornelisz Coelenbier aan Ysaack Beck een huis en erve in de Aneganck waar tegenwoordig De Bonte Mantel uithangt, eertijds gekomen van het Vrouwenbroersconvent, belend aan de ene zijde de verkoper en aan de andere zijde Joost de Vlaming, achter strekkende aan de gemene heining aan de weduwe van Pieter Pietersz Schonck (met veel voorwaarden), met de last van 1000 gld die de verkoper erop houdt, voor 2000 gld te betalen over 5 jaar, en verkopen in 1643 Johan, Jacob en Cornelis van Teijlingen, gebroeders, aan Jan Cornelisz Coelenbier, koperslager, de kamer met erve in een gemene gang uitkomende in de Lange Veerstraet, naast de huizinge gekocht door Cornelis Jansz Coelenbier, voor 480 gld, te betalen 1/5 gereed en daarna 4 meidagen, met als borgen Cornelis Jansz en Dirck Jansz Coelenbier 325.
In 1643 testeren in Haarlem Jan Cornelisz Coelembier (hij ondertekent: Jan Cornelisz Coelombije), meester koperslager, en Belijtgen de Vondt, echte man en wijf, wonende in Haarlem, kloek en gezond, met nog 6 kinderen in leven, namelijk Cornelis, Jan, Dirck, Vijntgen, Franchijntgen en Janneken Jans Coelenbier, waarvan de oudste drie, te weten de drie zonen, reeds ten huwelijk besteed zijn, en hopelijk met de andere insgelijks zal kunnen geschieden; buiten de legitieme portie van de kinderen testeren zij op elkaar, waarbij na het overlijden van de langstlevende alles wat dan over is gelijkelijk onder de kinderen verdeeld zal worden maar elk ongehuwd kind vooruit zal hebben een goed bed met toebehoren, 3 paar kussenslopen en 600 carolusguldens, met uitsluiting van de weeskamer en deferentie aan hun tweede zoon Jan Jansz Coelembier 326.
In 1641 is Jan Cornelisz Coelenbier, koperslager, poorter en inwoner van Haarlem, een jaarlijkse rente van 45 gld schuldig aan Elijsabet van Maele, van 450 gld kapitaal, bevestigd in 1646 door Jan Cornelisz Colombije, koperslager, en de erfgenamen van wijlen Elijsabet van Maele 327.
In Haarlem verkoopt in 1658 Metje Dirks, weduwe van Mr Hendrick van Heeten, in zijn leven picqeur dezer stad, geassisteerd met Hendrick van Heten de Jonge haar zoon, aan Jan Cornelisz Coelenbier het sterke wel betimmerde huis met het erve in de Groote Houtstraet, belend ten zuiden verkoper, ten noorden Maerten Sadelmaker, achter strekkende aan de verkoper, voor 3400 gld, te betalen 1480 pond contant en de rest op 4 eerstkomende meidagen, en hebben op 25 juni 1659 Jan Cornelissen Coelembier en Cornelis van Campen, curateuren over de geabandonneerde boedel van Mr Henrick Picqeur de Jonge, aan Jan Cornelissen Coelembier en Willem Cornelissen timmerman samen, verkocht een huis met het erve mitsgaders paardenstal en tuin, aan de voorschreven Mr Hendrick Picqeur toebehorende, buiten de Groote Houtpoort tussen de Baen en de poort waar t Swarte Paert uithangt (met een lange lijst van belendingen), voor 4200 gld, te betalen op 4 eerstvolgende St. Jacobsdagen, met als borg Cornelis Jansz Coelembier 328.
In 1667 delen in Haarlem Cornelis Jansz Coelenbie, Theodorus Jansz Coelenbie, Gerrit Mulraet in huwelijk hebbende Franchina Coelenbie, Johannes Sinspenningh in huwelijk hebbende Janneken Coelenbie, en Daniel Hercules in huwelijk hebbende Belitgen Jans Coelenbie, erfgenamen van Jan Cornelisz Coelenbie hun resp. vader en grootvader, als volgt. Cornelis Jansz Coelenbie krijgt een huis en erf op de hoek van de Vestesteegh, in twee partijen bewoond, en een kamer met erf in een gangetje uitkomende op de Lange Veerstraet. Theodorus Jansz Coelenbier krijgt een huis met erve in de Franckesteegh alwaar t vergulde Hooft uithangt. Gerrit Mulraet krijgt een huis met erf in de Warmoesstraet op de hoek van de Anegangh alwaar De Vergulde Lantaren uithangt, en een huis en erf in de Smestraet. Johannes Sinspenningh krijgt een huis met erf in de Anegangh over de Franckesteegh, en een huis met erf in de Groote Houtstraet op de hoek van de Piekuersstal. Daniel Hercules zal hebben 3500 gld aan obligaties en contante penningen. Zij ondertekenen als: Cornelis Jansen Kolombij, Theodore Coulombye, Gerrijt Mulraet, Johannes Zinspenninck, Daniel Herculus. 329
977. (<488) Belijtgen de VONDT.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis Jansz COELENBIER, zie 488.
2. Jan Jansz COELEMBIER, geb. ca. 1615, vlaskoper te Haarlem, tr. (schepenbank) ald. 15 april 1635 Ytgen VORTGENS.
In Haarlem verkopen in 1636 Dirck Dircxz Keyser, mitsgaders Pieter Christiaensz bordugewercker[?] getrouwd hebbende Aeltgen Dircxdr en Grietgen Dircxdr weduwe van Cornelis Willemsz 't Vaendel met Dirck voornoemd haar broer, aan Jan Jansz Coelembier een huis met erf in de Smeedestraet, belend aan de ene zijde Hendrick Dircxz boeckvercoper, de andere zijde Jan Pietersz, met de oude brieven van 5 maart 1590 en 11 mei 1610, belast met 25 st 's jaars en een last van 900 gld hoofdsom, voor 950 gld, te betalen op 5 eerstkomende meiendagen, met als borgen Jan Cornelisz Coelembier en Jan Vortgens van Goch 330.
Op 2 november 1640 getuigt Lubbert Baerentsz, vlaskoper binnen Haarlem, oud omtrent 40 jaren, ten verzoeke van Jan Jansz Coelenbier, vlaskoper, hoe dat tegen hem gezegd was dat Jan Jansz Coelenbier geslapen had bij de meid die voor Coelenbier gewerkt had, en dat Coelenbier met Tryn Pietersdr naar zijn huis was gekomen, maar dat hij, deposant, dat niet gezegd had. Op 25 november 1640 wordt getuigd dat Neeltge Pietersdr, met haar dochters Griete en Tryn, aan de deur van Jan Jansz Coelenbier geweest was toen hij weg was in Alkmaar, en dat Neeltge zoveel gore woorden gebruikt heeft dat de vrouw van Jan Jansz Coelenbier zo geschrokken was dat zij op bed moest gaan liggen. 331
In Haarlem wordt in 1642 getuigenis geleverd door o.m. Jan Jans Coelombie, oud omtrent 28 jaar; hij ondertekent als Jan Jansen Koelombye 332. In 1642 verkoopt Harman Jansz vlascoper aan Jan Jansz Coelenbier een huis en erf in de Achterstraet tussen Naentgen Corstiaens, weduwe van Jochem Claesz vlascoper, en Heijndrick Barentsz, voor 1750 gld, te betalen op 5 eerstkomende en achtereenvolgende meien, met als borgen Jan Voortgens en Jan Coelenbier 333.
3. Dirck Jansz COELOMBIJE.
In Haarlem verkoopt in 1644 Cornelis Guldewagen, burgemeester, aan Dirck Coelenbier een huis en erf in de Groote Houtstraet, belend ten zuiden de weduwe van Mr Thomas Pietersz Breugel, ten noorden Jan Bardoel, met conditiën voor vertimmering, voor 3225 gld, te betalen 1/5 gereed en de rest op 4 daaraanvolgende meidagen, met als borgen Cornelis Cornelisz Coelenbier en Cornelis Jansz Coelenbier 334. In 1668 verkoopt Dirck Coelenbier aan Gerrit Mulraet een huis met erf in de Vranckesteegh genaamd 't Vergulde Hooft, belend ten zuiden Abram Gerritsz de Zanger, ten noorden Jan Claesz Cronenburch, achter strekkende aan Leendert van de Cooge, voor 1400 pond 335.
4. Vijntgen Jansdr COELOMBIJE.
5. Franchijntgen Jansdr COELOMBIJE, tr. (schepenbank) Haarlem 12 febr. 1645 Gerrit MULRAET.
6. Janneken Jansdr COELOMBIJE, ondertr./tr. (schepenbank) Amsterdam/Haarlem 27 mei/24 juni 1651 Johannes ZINSPENNINCK, bij huwelijk jongeman van Amsterdam, overl. vóór 27 april 1671.
980. (<490) (>1960) Rijck MENNESZ, geb. ca. 1580, cornet, droogscheerder, ondertekent bij ondertrouw als Rijcke Mennensoen van Marien Have, ondertr. Amsterdam (kerk) 21 febr. 1604
Rijck Mennesz, van Marienhafe (Oost-Friesland), diende eerst als soldenier en later als cornet onder Elbert Diercxz Emaus, vestigde zich in 1597 te Amsterdam als droogscheerder en werd lid van het lakenbereiders- en droogscheerdersgilde.
981. (<490) (>1962, >1963) Esther Evertsdr du CROCQUIE, geb. ca. 1586, bij ondertrouw geassisteerd met haar moeder Margriete Le Clerc.
Uit dit huwelijk:
1. Daniel RIJCKSZ, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 20 febr. 1605 (doopgetuige Maritje Graef).
2. Menno Rijchartsz BRAKENBURG, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 4 febr. 1607, zie 490.
3. Haesje RIJCHARTS.
4. Evert RIJCKSZ, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Oude Kerk) 9 jan. 1611 (doopgetuigen Jan Willems, Anne Machielsdr).
5. Grietgen RIJCHARTS.
982. (<491) Albert ALBERTSZ, droogscheerder, bij zijn ondertrouw van Dockum, ondertr. (kerk) Amsterdam 27 mei 1606
983. (<491) (>1966, >1967) Marry CLAES, geb. ca. 1584.
Uit dit huwelijk:
1. Vroutjen ALBERTS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 14 okt. 1607, zie 491.
2. Stijntje ALBERTS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 31 jan. 1610 (doopgetuige Maritje Jans), ondertr. ald. (kerk) 2 juni 1635 Dirck JANSZ, schoenmakersgezel, bij ondertrouw van Groningen, geassisteerd met zijn moeder Jannetie Harms, zn van Jannetie HARMS.
992. (<496) Rieuwert AERIAENSZ, biersteker te Beverwijk, overl. 5 aug. 1613 336, begr. ald. (in de Grote Kerk), tr.
Op het request van Rywaert Ariensz wonende in de Beverwijk, te kennen gevende dat hij in 1599 in pacht genomen had van de burgemeesters der stad Haarlem zeker eiland aan de oostzijde van de Beverwijk voor 12 jaar, waarop hij gaarne een vogelkooi zou leggen, verzoekende toestemming op een jaarlijkse recognitie. Gezien het schriftelijk advies van de rentmeester generaal van Kennemerland en Westfriesland, die daarvan oculaire inspectie genomen had, is door de rekenmeesters van de Grafelijkheid Rywaert Adriaensz geconsenteerd de verzochte vogelkooi te mogen leggen mits jaarlijks voor een recognitie betalende 30 schellingen, en dit onverminderd de gerechtigheid die de Grafelijkheid op de grond van 't voorschreven eiland of rietbos enigszins zou mogen hebben of pretenderen. 337
In Wijk aan Zee is in 1612 Rieuwert Aryaensz, biersteker te Beverwijk, eiser contra Dirck Pietersz te Wijk op Zee, om betaling van 5 gld van 3 halfvaten bier over lang gehad, met de kosten; schepen condemneren de gedaagde volgens de eis 338.
Op 24 juli 1614 bekennen Cornelis, Risgen en Pieter Rieuwertsz, alledrie volle broers en zuster, kinderen van Rieuwert Adriaensz in zijn leven poorter te Beverwijk, van Anna Claes, nagelaten weduwe van Rieuwert Adriaensz, voldaan te zijn van hun zal. vaders erfenis 339.
993. (<496) (>1986, >1987) Anna CLAESDR, overl. tussen 5 april 1636 en 10 febr. 1642.
In Heemskerk verkoopt op 21 oktober 1615 Anna Claesdr, weduwe van Ryeuwert Aeriaensz, poorteresse van Beverwijk, geassisteerd met Cornelis Ryeuwerts haar zoon, ook met machtiging van Trijn Claesdr, weduwe van Jan Pouwelsz, poorteresse binnen Haarlem, haar zuster, aan Reijer Thymansz en Willem Pietersz onze buurluiden aan Heemskerkerduin, 2 akkers zaadland in Noortdorp, belend ten zuiden voornoemde Willem Pietersz, ten westen de Luttick Cie, ten noorden Reyer Thymansz, ten oosten de Regulyiers uit Beverwijk, voor een termijnbrief van 635 gld, met conditie dat de akkers een vrije notweg hebben over een kroft vrij land genaamd Capmans kroft die tegenwoordig gebruikt wordt door Lourens Dirckxz, tot op de Grote Houtwech toe 340.
In Beverwijk is in 1616 Anna Claes, weduwe van Rieuwert Adrijaens, wonende alhier, eiser contra Lambert Jans Snyder, voor betaling van 27 gld huishuur 341.
In Beverwijk toont op 12 juli 1617 Maerten Claes, notaris te Beverwijk, zekere promesse dat Jan Gerrits ...maecker te Alkmaar, gepasseerd voor notaris te Alkmaar 17 juni voorleden, opgedragen heeft aan Anna Claesdr, weduwe van Rieuwert Adriaensz, poorteresse dezer stede, een huis en erf gelegen binnen de stad voornoemd, en verkoopt op 28 april 1639 Anne Claesdr, weduwe van Rieuwert Arijansz, geassisteerd met Jan Barentsz burgemeester haar gekoren voogd, aan Willem Michiels Put, wollewever alhier, een huis en erf in de Cloosterstraet 342.
Op 2 juli 1617 testeert Anna Claesdr, weduwe van Rieuwert Adriaensz, wonende in Beverwijk, verklarende dat zij in leven heeft 4 kinderen, als Cornelis, Risgen, Pieter en Guertgen, die haar rechte erfgenamen zullen wezen. Testatrice heeft gewild dat haar jongste dochter Guertgen, indien zij ongeguwd blijft, overmits zij haar kost niet wel kan verdienen vooruit 800 gld, behalve haar kindsgedeelte, zal hebben. Gepasseerd binnen Haarlem ten woonhuize van testatrices zuster op Oude Haerlem. 343
In Wijk aan Duin verkopen op 7 mei 1628 Anna Claes, weduwe van Rieuwert Aerijaensz, geassisteerd met Pieter Rieuwertsz haar zoon, ook Pieter Rieuwertsz voor hemzelf, poorter en poortersse van Beverwijk, aan Jacop Jansz Slommer, poorter van Beverwijk, een stukje hooiland of weiland in Wijckbrouck genaamd Suijtkamp, groot omtrent 643 roeden, belend ten oosten Joffr. Marij van Burch, ten zuiden de Sint Aechtendijck, ten westen de Groote Sluijssloot, ten noorden de koper, nog een croftje geestland genaamd d'Ackers bij Joosten Moolen, groot omtrent 411 roeden, met een elzenbosje op 't oosteinde, welke voorschreven akkers springen met een staartje in de banne van Beverwijk, belend ten oosten de gemene buur- of kerkenweg, ten zuiden de koper, ten westen 't Galghwechgen, ten noorden Meijns van Tooren en Maritgen Cornelisdr weduwe van Wessel Phillipsz, voor 1650 gld, te betalen op 3 Sinte Catrijnendagen 344.
In Beverwijk verkopen op 10 februari 1642 Joris Cornelisz burgemeester, als voogd over de nagelaten kinderen van wijlen Cornelis Rieuwertsz, voor een vierdepart, en Jeroen Jansz onze medebroeder in officio, als voogd van Guertgien Rieuwerts, voor een vierdepart, Guert Outgers, weduwe en boedelhoudster van Pieter Rieuwertsz, geassisteerd met voornoemde Joris Jansz, ook voor een vierdepart, mitsgaders Claes Cornelisz als man en voogd van Griet Jacobsdr, de dochter van Rischgen Rieuwerts, mede voor een vierdepart, erfgenamen van wijlen Anna Claesdr, weduwe van Rieuwert Aryansz, aan Trijntgen Cornelis, weduwe van Cornelis Rieuwertsz, een huis, erf en kaai op de Meyr, voor 900 gld 345.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis RIEUWERTSZ, zie 496.
2. Rusgen RIEUWERTS, tr. (schepenbank) Beverwijk 11 aug. 1619 (hij van 't Hoflandt, zij uit Beverwijk) Jacob THOMASZ, zn van Thomas MICHIELSZ.
3. Pieter RIEUWERTSZ, schepen van Beverwijk, overl. vóór 13 mei 1635 346, tr. (schepenbank) ald. 27 april 1614 Guirtgen OETGERSDR, overl. vóór 16 april 1644, dr van Oetger SIJMONSZ, schepen 347 van Heemskerk, kuiper, en Aechtgen CLAESDR 348.
Op 26 juni 1614 testeren Pieter Rieuwertsz en Guertgen Outgers uit de Beverwijk, soe wel zyluyden noch wesende jonck van jaeren evenwel considereerden de broscheyt des menschen levens op desen aerden als een schaduwe verganckelick zynde, op hun eventuele kinderen, en anders op de langstlevende 349.
In Wijk aan Duin in 1627 verkoopt Willem Willemsz Schipper, poorter van Haarlem, aan Pieter Rieuwertsz, poorter van beverwijk, eerst 2 zesdeparten in een stuk land in Wijckbrouck genaamd Sluijscamp, liggende gemeen en onverdeeld met Anna Claesdr, weduwe van Rieuwer Aerijaentsz en moeder van de voornoemde Pieter Rieuwertsz, belend in 't geheel ten oosten de Sluijssloot, ten westen de St. Aechtendijck, ten noorden Jacob Jansz Slommer poorter van Beverwijk, item 2 zesdeparten in een stukje geestland, eensdeels in Beverwijk, genaamd de Twee Ackers, belend ten oosten Meins Cornelisdr met haar kinderen, ten zuiden een gemene wagenweg, ten westen 't gasthuis van Beverwijk, ten noorden Maritgen Cornelisdr weduwe van Wessel Phillipsz poortersse van Beverwijk, en nog Wouter van Lievendael procureur der stad Haarlem, als curateur over de desolate boedel van Lijsbet Aedryaens Terriers, weduwe van Jelis Jansz in zijn leven poorter van Haarlem, aan Pieter Rieuwertsz 2 zesdeparten in beide voorschreven stukjes land 350.
In Beverwijk vindt in 1644 boedelscheiding plaats tussen Riewert Pietersz, Claes Pietersz en Cornelis Pietersz als getrouwd hebbende Aechien Pieters, ter eenre, en Joost Jansz Cruijsvelt en Willem Cornelisz Poelenburgh als voogden van Cornelis Pietersz, Maritgien Pieters en Annitgen Pieters, allen kinderen van wijlen Pieter Riewertsz en wijlen Guijrtgen Outgerts 351.
In Wijk aan Duin bekent in 1645 Jan Dircksz Duijn, poorter van Beverwijk, schuldig te zijn Cornelis, Maritge en Annetge Pieters, kinderen en erfgenamen van zal. Pieter Rieuwertsz en Guertgen Outgersdr, wonende allen te Amsterdam, 1960 gld ter cause van een stuk geestland genaamd Aertsenlandt, groot 1470 roeden, belend ten oosten Joris Cornelisz, ten zuiden en westen de comparant en Willem Cornelis Lans, ten noorden de comparant (geroyeerd) 352.
In Castricum is in 1603 Symon Garbrantsz alhier aan Guyrtgen Ougers wonende in de Beverwijk een losrente van 35 gld 's jaars schuldig, te lossen met 500 gld 353.
In 1619 transporteert in Beverwijk Maerten Claes, notaris en procureur, poorter der stede Beverwijk, aan Pieter Rieuwerts en Geurtgen Otgers, zijn zuster zwager [schoonzoon] en dochter, die tegenwoordig bij hem inwonen, een huis en erf met originele brief van opdracht van 25 april 1594, en verkoopt in 1626 in Heemskerk Pieter Rieuwertsz, burger van Beverwijk en voogd van Guiertgen Oetgersdr als erfgename van zal. Maerten Claesz, in zijn leven notaris dezer stede, aan Cornelis Sijmonsz wonende in Noortorp een kroft van omtrent 1812 roeden, belend ten zuiden de Schoubeeck en Willem Pietersz, ten westen de wildernis, ten noorden 't gasthuis te Wijk op Zee, ten oosten de koper 354.
In Beverwijk verkoopt in 1635 Geurtgie Outgers, weduwe van Pieter Rieuwerts, geassisteerd met Jan Barentsz weesmeester, aan Enoch Coymans een stuk land, en verkoopt in 1642 Geurt Outgersdr, weduwe van Pieter Rieuwertsz, in zijn leven schepen, geassisteerd met Willem Cornelisz tresorier, aan Andries Hellerus, apothecaris wonende tot Amsterdam, een huis, erf, schuur, boomgaard en kroft land aan de Zeeweg, voor 4500 gld 355.
In Wijk aan Duin in 1642 verkoopt Guert Ootgersdr, weduwe van Pieter Rieuwertsz, poortersse van Beverwijk, geassisteerd met Rieuwert Pietersz haar zoon, aan Claes Jacobsz Lakeman, poorter van Beverwijk, een stukje geestland genaamd 't Wintglop, groot omtrent 612 roeden, belend ten oosten de Kleijne Houtwegh, ten zuiden Dirck Ootgersz, ten westen de Schoubeecq, ten noorden 't Comisgilt van Haarlem, voor 680 gld, en verkoopt Guertgen Outgersdr, weduwe van Pieter Rieuwertsz, eertijds poortersse van Beverwijk, nu wonende in Amsterdam, geassisteerd met Claes Pietersz haar zoon, aan Dirck Thamisz, poorter van Beverwijk, en stukje geestland, belend ten oosten de Schoubeecq, ten zuiden Willem Florisz, ten westen de Kuijckerswegh, ten noorden St. Theunisacker, voor 670 gld 356.
In Wijk aan Duin verkopen in 1645 Rieuwert en Claes Pieterszoonen, mitsgaders Cornelis Pietersz getrouwd hebbende Aechtgen Pietersdr, allen kinderen en erfgenamen van zal. Pieter Rieuwertsz en Guertgen Outgersdr, allen wonende te Amsterdam, elk voor 1/3, aan Claes Jacobsz Lakeman, burgemeester der stede Beverwijk, de helft van een stuk buitendijks land gemeen en onverdeeld met het Gasthuijs binnen Beverwijk, groot in 't geheel omtrent 1200 roeden, belend ten westen de Sluijssloot, ten noorden Jr Anthony van Burch, strekkende uit het oosten van de St. Aechtendiujck af zuid op tot in de Wijckermeijr toe, hun bij loting uit de erfenis van hun moeder toegevallen, en verkoopt in 1646 de erfgenaam van Guert Outgers Cornelis Pietersz wonende te Amsterdam, ook als last en procuratie hebbende van Rieuwert Pietersz zijn broer als voogd over de 2 onmondige kinderen van Pieter Rieuwertsz en Guertgen Outgers zal., genaamd Maritgen en Annetgen, procuratie gepasseerd voor Jan de Graef notaris te Amsterdam op 11 januari 1646, aan Jan Dircksz Duyn, poorter van Beverwijk, een stuk geestland genaamd Katsenlant, groot 1470 roeden, belend ten oosten Joris Cornelisz, ten zuiden en westen de koper, hem comparant met zijn 2 zusters aangekomen, voor 1960 gld, te betalen in 4 achtereenvolgende termijnen, mei eerstkomende de eerste 357.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1649 Cornelis Pietersz, ook als procuratie hebbende van Maritgen Pieters en Annetgen Pieters, zijn zusters, allen wonende te Amsterdam, aan Evert Evertsz Backer, poorter van Beverwijk, een stuk geestland groot 1526 roeden, belend ten oosten de Kleijne Houtwegh, ten zuiden Frans Cornelisz Poelenburgh, ten westen Cornelis Engelsz en Jan Thomasz, ten noorden 't gasthuis van Beverwijk, voor 800 gld, te betalen 1/3 gereed, en op mei 1650 en 1651 nog een derdepart 358.
In Heemskerk verkoopt in 1656 Cornelis Willemsz, tegenwoordig schepen van Heemskerk, aan Aefgen Willems, bedaagde dochter binnen Haarlem, de helft van een kroft land genaamd de Halve Croft en nog de helft van een stuk weiland genaamd de Halve Weijt, aan elkaar gelegen, gemeen en onverdeeld met de kinderen en erfgenamen van Guiert Ootgers, groot de helft 1147 roeden, belend ten zuiden de heer van Meeresteijn, ten westen de Oosterwech, ten noorden de erfgenamen van Pieter Riviere in Den Haag, ten noorden en oosten Pieter Jacopsz Bruijn c.s., voor 1800 gld 359.
4. Guertgien RIEUWERTS.
994. (<497) (>1988) Cornelis DIRCK PIETERSZ, geb. ca. 1549, overl. tussen 19 okt. 1603 en 31 dec. 1604, tr.
In Heemskerk verkoopt in 1581 Jan Fredricxz aan Cornelis Dircxz [in de marge: Cornelis Dirck Pietersz] een hofstee, werf en land met de materialen van stenen en anders daarop zijnde aan d'Oesterzijde, zo Fredrick Jansz des comparants vader in zijn leven in eigendom bezeten heeft, eertijds gekomen van Floris Lourijsz, met een notweg die behoort tot een stuk weiland, genaamd Vrou Elyzabethscamp, toebehorende de heer van Assendelft, met een jaarlijkse losrente van 6 gld, losbaar met 100 gld, eertijds verleden de Nonnen in de Beverwijk, belend ten zuiden en oosten de erfgenamen van Jan Stevensdr te Haarlem, ten westen de Oesterwech, ten oosten Dirck de Vries te Haarlem en enigen te Leiden 360.
In Heemskerk in 1582 verkoopt Cornelis Dirck Pietersz aan Mr Jan Couck van Amsterdam een jaarlijkse losrente van 16 gld, losbaar met 256 gld, met als onderpand de helft van een weide met de helft van een morgen land in Heemskerk aan de Oosterzijde, belend ten zuiden de pastorie van Heemskerk, ten westen de Oesterwech, ten noorden de erfgenamen van Joffer Clemeijns Hannemans en van Dirck van Bekesteijn te Haarlem, ten oosten voornoemde Bekesteijn, en nog de hofstede, werf en kroft met het getimmerte waar hij nu woont, groot omtrent 10 hond land Hondsbossche maat, belend ten zuiden en oosten de erfgenamen van Havick Jansz en Louris Splintersz, ten westen de Oesterwech, ten noorden Dirck de Vries met enigen van Leiden, waarbij waarborgen zijn geworden Cornelis Dircxz en Aechtgen Dircxdr, broer en zuster van de huisvrouw van Cornelis Dirck Pietersz, verkopen Cornelis Dirck Pietersz en Dirck Gerritsz Coper zijn zwager als man en voogd van Maritghen Dircxdr, aan Jan Jorisz een akker land, belend ten zuiden Jan Jacopsz Keursz, ten westen een Schoubeeckgen, ten noorden de weduwe en erfgenamen van Jan Arijsz, ten oosten de Beijfferdse wech, en heeft in 1584 Cornelis Dirck Pietersz een zesde part van een kampje land, groot stijf 1 morgen, gemeen met Louris Jansz Schouten c.s., gekocht uit de desolate boedel van Alydt Jonge Willem op 26 mei 1583, voor 28 gld doorverkocht aan Cornelis Jacops 361.
In Heemskerk verkoopt in 1586 Cornelis Dircxz met Dirck Gerritsz zijn zwager van Akersloot aan Jonghe Louris Lourisz 2 maden hooiland in Breedtweer, gemeen met Bruijn Gerritsz van Uitgeest, belend ten zuiden Zijbrantghen Zijbrantsdr, ten westen de Schouwateringhe, ten noorden het Vrouwengilt te Haarlem, ten oosten het Edije, waarbij Cornelis Dirck Pietersz als onderpand opgeeft de halve weide en kroft benoorden de pastorie, belend ten noorden Bekesteijn te Haarlem en de erfgenamen vam Mr Jan van Ilpendam, ten westen de Oesterwech, ten zuiden voorschreven pastorie, ten oosten voorschreven Bekesteijn, en Bruijn Gerrits waarborg van Dirck Gerritsz alias Coper is, voor 2 obligaties van tezamen 275 gld, te betalen op de twee eerstkomende meidagen, en verkoopt in 1589 Cornelis Dirck Pietersz, buurman te Heemskerk, aan Maerten Claesz in Beverwijk een jaarlijkse losrente van 5 gld 5 st, af te lossen met 75 gld, waaraan hij verbindt de helft van de weide en kroft waarvan voornoemde Maerten Claesz de wederhelft toebehoort, belend ten zuiden de pastorie van Heemskerk, ten westen de Oesterwech, ten noorden Mr Jan van Riviere en Bekesteijn te Haarlem, ten oosten voornoemde Bekesteijn 362.
Op 10 april 1595 verklaren, ten verzoeke van Jaspar de Vries, Cornelis Dircxz, buurman te Heemskerk, oud omtrent 45 jaren, en Griete Dircxdr zijn huisvrouw, oud omtrent 48 jaren, dat zijluiden, schuldig zijnde aan de boedel van Balich van Paenderen 6 gld uit zake van gehaald laken, al vóór het beleg van Haarlem gehaald, nu omtrent 12 jaren geleden dezelve 6 gld betaald hebben aan Claes Jansz van Paenderen ten tijde dat hij woonde over 't Spaerne in de huizinge van de Arm, zoals dezelve Claes henluiden dikwijls daarom gemaand had en niet tevreden was totdat hij 't geld had 363.
In Heemskerk is op 18 juni 1647 aan de secretaris een rentebrief met afgetogen zegel overhandigd, gepasseerd voor schout en schepen van Heemskerk op 28 maart 1599 ten laste van Cornelis Dyrck Pietersse, van een jaarlijkse losrente van 12 gld 10 st, hoofdsom 200 gld, daarvoor verbindende zijn huis en het land ervoor gelegen, groot omtrent 1080 roeden, belend ten zuiden en oosten Cornelis Lourensse en Maritgen Cornelis weduwe van Willem van Foreest, ten westen de Oesterwech, ten noorden de dochters van Pieter van Sonnevelt, met Cornelis Jacopsz als borg 364.
In Haarlem constitueert Cornelis Dirick Pietersz van Heemskerk op 19 oktober 1603 Medenblick ad lites contra Cornelis Diricxz Goesinnen, om zijn zaken te vervolgen [voor de vierschaar van Haarlem] als gecommitteerden van de gemene-landsmiddelen 365.
Voor het haardstedengeld in Heemskerk van 1604 wordt de weduwe van Cornelis Dirck Pieters aangeslagen voor 2 schoorstenen 366.
In Heemskerk verkopen in 1616 Gerrit Pietersz, Wessel Phillipsz en Cornelis Rieuwertsz, allen poorters van Beverwijk, mitsgaders Quiryn Dirckxz mede poorter aldaar als oom en voogd van Baertgen Cornelisdr, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Cornelis Dirck Pietersz en Gryete Dirckxdr, in hun leven buurluiden te Heemskerk, aan Symon Arentsz een huis met erve en werve, enz., mitsgaders de kroft land daar vooraan gelegen, groot omtrent 1011 roeden, belend ten zuiden Cornelis Lourensz, ten westen de Oosterwech, ten noorden Cornelis Cornelisz Clock te Leiden, ten oosten de schout Heyndrick Lourensz van Veen, waarbij de heer van Assendelft met zijn daarachter gelegen weide een vrije notweg heeft over de laan van deze kroft tot op de Oosterwech, voor een termijnbrief van 1975 gld, aan Lourens Jansz buurman in Heemskerk de helft van een weide en een kroft land naast de andere liggende, gemeen en onverdeeld met Maerten Claesz in Beverwijk aan wie de andere helft toebehoort, deze helft groot 1148 roeden, belend ten zuiden de pastorie van Heemskerk, ten westen de Oesterwech, ten noorden Pieter van de Riviere en jonckheer Franchois van Beeckesteyn, ten oosten voornoemde Beeckesteyn alleen, en dat met de gehele wal aan de noordzijde, voor een termijnbrief van 2000 gld, en aan Jan Lambertsz buurman en mede schepen te Heemskerk een kampje hooiland genaamd het Oortgen glegen op Breedweer, groot omtrent 654 roeden, belend ten zuiden de Wateringe, ten westen de commandeurs te Haarlem, ten noorden de kampjes van Smidt, ten oosten Reyer Thymansz met bruikwaar, strekkende over wat Reyer Thymansz tegenwoordig gebruikt tot op de Maedwech toe, voor een termijnbrief van 560 gld (met in de kantlijn op 22 november 1622 de vermelding dat de erfgenamen de bijbehorende notweg niet hebben kunnen leveren en met de koper hierover zijn geaccordeerd) 367.
995. (<497) (>1990) Gryete DIRCXDR, geb. ca. 1546.
Voor het haardstedengeld in Heemserk voor 1606 wordt Griete Dircksdr aangeslagen voor 1 schoorsteen 368.
Uit dit huwelijk:
1. Hillegont CORNELISDR, tr. Gerrit PIETERSZ, alias Gerrit Pieterooms, zn van Pieter GERRITSZ en Marritgen CORNELISDR.
In Wijk aan Duin in 1638 verkoopt Hilegont Cornelisdr, weduwe van Gerrit Pietersz ofte Gerrit Pieterooms, geassisteerd met Dirck Tamisz haar zwager [=schoonzoon], aan Mees Symonsz, poorter van Beverwijk, de helft van een stukje geestland genaamd het Dijckcroftgen, gemeen liggende met Jooris Cornelisz schepen der stede Beverwijk, in 't geheel groot 715 roeden, belend ten zuidoosten de steden Haarlem en Beverwijk, ten noordoosten Willem Cornelis Fransz, ten noordwesten de Hofflanderwech, ten zuidwesten de erfgenamen van zal. IJsbrant Dircksz schoenmaecker, met de grond van de hele wal, voor 795 gld, te betalen 1/3 gereed op Lucasmarkt 1638 verschenen, de andere 2 derdeparten Lucasmarkt 1639 en 1640, en is dezelfde Hillegont, poortersse van Beverwijk, geassisteerd met Cornelis Theunisz onze secretaris, aan Maerten IJsbrantsz, buurman te Zaandam. een jaarlijkse losrente schuldig van 12 gld 10 st, hoofdsom 200 gld (geroyeerd op 29 juni 1641) 369.
In Beverwijk verkoopt in 1640 Hillegund Cornelisdr, weduwe van Gerrit Pietersz, geassisteerd met Dirck Taemissoon haar schoonzoon, aan Pieter Oelicksz wonende te Wijk op Zee een huis en erf, belend ten zuidoosten Simon Claesz, Dirck Dircksz en Jan van den Bomgaerde, ten noordoosten Rieuwert Willems, ten noordwesten Jan Barentsz en Jacques Marijn, vóór de Heerwech 370.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1640 Hillegont Cornelisdr, weduwe van Gerrit Pieter Ooms, poortersse van Beverwijk, geassisteerd met Wouter Pietersz haar zwager [=schoonzoon], aan Wouter Barentsz, poorter van Beverwijk, een stuk geestland, groot omtrent 200 roeden, belend ten oosten de Kerckelaen van Beverwijk, ten zuiden de banscheiding tussen Beverwijk en Wijk aan Duin, ten westen de Groote Houtwech, ten noorden Willem Bartholmeesz, voor 290 gld 371.
In Wijk aan Duin verkopen in 1641 Dirck Tamisz getrouwd hebbende Trijn Gerritsdr, Wouter Pietersz getrouwd hebbende Maertgen Gerritsdr, Grietgen Gerrits weduwe van Pieter Cornelisz Metselaer en Neeltgen Gerritsdr, beiden geassisteerd met hun voornoemde zwagers, allen kinderen en erfgenamen van zal. Hillegont Cornelisdr, weduwe van Gerrit Pietersz, hun vader en moeder, aan Willem Bartelmiesz poorter van Beverwijk een stukje geestland genaamd de Sieckesackers, groot omtrent 500 roeden, belend ten westen de Arentswegh, ten noorden Jacob Jansz Slommer en Grietgen Arus laatst weduwe van Willem Thijsz tegenwoordig getrouwd met Claes Cornelisz van 't Calf, ten oosten de Groote Houtwech, ten zuiden de banscheiding van Beverwijk met de kerk der voorschreven stede, voor 715 gld 372.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1615 Gerrit Pieters, anders genaamd Gerrit Pieterooms, te Beverwijk, aan Joffr. van Burch een akker geestland, groot omtrent 370 roeden, belend ten zuidwesten Jan Thonis wonende te Hem, ten noordwesten de Hooghe Hofflanderwech, ten noordoosten de koopster, ten zuidoosten de Laege Hofflanderwech, belast met 35 st jaarlijkse erfpacht, voor een obligatie van 292 gld 373.
In Beverwijk wordt in 1629 de overdracht ingeschreven van de geabandonneerde huizinge met erf van Pieter Pieter Dammisz, in de Breestraet, strekkende tot Barent Gijsbertsz, belend ten noordoosten Claes Pietersz Molenaer, ten zuidwesten Gillis Albarts, vanwege diens vlucht openbaar verkocht op 29 september 1627 aan Gerrit Pietersz 374.
In Beverwijk zijn in 1652 erfgenamen van Trijn Pieters, in haar leven weduwe van Davidt Lambertsz, o.a. Dirck Thamisz als getrouwd met Trijn Gerrits, Maritgen Gerrits, Quijrijn Hendricsz als getrouwd met Grietgen Gerrits, en Jan Jacobsz als getrouwd met Neeltgen Gerrits, nagelaten kinderen van Gerrit Pietersz 375.
2. Maritgen CORNELISDR, geb. ca. 1583 376, tr. Wessel PHILLIPSZ, zn van Phillips WESSELSZ, varkensdrijver te Beverwijk 377, waard in de Morriaen te Beverwijk.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1630 Maritgen Cornelisdr, weduwe van Wessel Phillipsz, waardin in de Moeriaen der stede Beverwijk, geassisteerd met Joris Cornelisz, oud-burgemeester van Beverwijk, aan Willem Bartelmiesz, tegenwoordig schepen van Beverwijk, 3 perceeltjes land, (1) een stukje land genaamd de Taruwcroft, belend ten oosten de weduwe van Jacop Jansz Slommer, ten westen de gemene Lij- of Notwech, ten noorden de Arentswech, (2) een croft land genaamd de Ghaeghcroft, belend ten zuiden de Arentswech, ten westen de Ghaeghwech, ten noorden de Grote Houtwech, ten oosten de weduwe van Bartholomeus Cornelisz en Willem Thijsz, (3) zeker eigendom de gemelde weduwe toebehorende beoosten de Grote Houdtwech tegenwoordig beplant met elzen, voor 2950 gld, te betalen 1/3 gereed, de rest op 2 jaarcustingen telkens 1/3 378.
In Beverwijk verkoopt in 1616 Wessel Phillipsz, waard in 't Moeriaenshooft, aan Harman Gerritsz cleermaker, poorter dezer stede, een huis en erf op de hoek van de Bagijnesteech, belend ten noorden de Conincxwech, ten oosten voornoemde steeg, ten zuiden Cornelis Claesz Keesoom, ten westen de gemene uitgang; nog compareerden Crijn Dircksz, welgeborene van Velsen, en Gerrit Pietersz, beiden poorters deze stede, en stelden zich waarborgen 379.
In Beverwijk heeft in 1624 Wessel Phillipsz, waard in 't Moriaens, 300 gld op interest genomen van Jannitgen Jacopsz zijn broers dochter, welke 300 gld gekomen zijn van Jannitgen Gerritsdr haar overleden bestemoeder (op 8 mei 1631 betaald door Maritgen Cornelisse, weduwe van Wessel Philipsz) 380.
In 1653 testeren Philps Wesselsz, Pietertje en Grietje Wesselsdochteren, broer en zusters, op de langstlevende(n), en na het overlijden van de langstlevende op hun zuster Cornelisje Wessels als enige erfgenaam, of haar kinderen of verdere descendenten 381.
In 1657 testeert Pietertje Wessels, bejaarde dochter wonende te Beverwijk; zij legateert aan Theunisje Jans, dochter van haar zuster, al haar kleren met haar goud en zilverwerk tot haar lijf behorende, en vermaakt aan haar broer Philps Wessels het bezit, gebruik en de vruchten van al haar goederen, en benoemt voor na het overlijden van haar voorschreven broer als universele erfgenaam haar zuster Cornelia Wessels 382.
Ten huize van Cornelia Wessels, weduwe van Jan Willemsz, biersteekster, testeert op 25 mei 1660 Philps Wesselsz, bejaarde jongman, liggende onmachtig zijns lichaams te bedde, en institueert tot zijn enige erfgenamen de kinderen en descendenten van voornoemde Cornelis Wessels, zijn zuster, waarvan zij haar leven lang de vruchten mag nemen, willende nog wijders dat na overlijden van testateurs zuster Cornelia de erfgenamen zullen uitreiken aan Marten Mieusz, zoon van zijn overleden zuster, 200 gld uit de gereedste goederen, tot een legaat 383.
3. Trijntje CORNELISDR, zie 497.
4. Baertgen CORNELISDR.
996. (<498) (>1992) Pieter Cornelisz alias OUWE NEELEN, schepen (o.a. in 1592 384 en in 1612 385) van Velsen, overl. vóór 22 sept. 1621, tr. N.N.
In Velsen bekennen op 10 oktober 1581 Pieter en Frederyck Corneliszoonen, gebroeders, Pieter Wyllemsz voor hemzelf en voor zijn andere zusters en broers, nog Cornelys Cornelysz en Claes Dircksz Roe als man en voogd van Maritgen Cornelisdr, gezamenlijk verkocht te hebben aan Cornelys Dirckz Baenman (volgt een lijst van stukken land, nl. een weiland genaamd Schilpersaet, het Loetge, de Myldelcroft, hoog geestland genaamd de Venesecroft) 386.
In Velsen verkoopt op 18 oktober 1581 Pieter Cornelysz aan Cornelys Dirckz Baenman een stuk hoog geestland genaamd de Cruijscroft, groot omtrent 1½ morgen, belend ten oosten de Houtwech, ten zuiden Frederick Cornelys, ten westen Arent van der Hooch, ten noorden [onleesbaar, Schylp?], met als borg Claes Dirckz Roe [houtkoper te Haarlem] 387.
In het verpondingsboek van Velsen beginnende 1584, onder 'Breesaep', Pieter Cornelisz gebruikt zijn eigen 1 morgen 3 hond land genaamd Baertecroft, 't morgen 's jaars getaxeerd op 4 gld 10 st, nog zijn eigen 1 morgen hooiland op de Gindersten Dammer 's jaars getaxeerd op 5 gld 11 st, nog heeft hij in huur 3 mad 1 hond hooiland in de Laenweer, 't morgen 's jaars getaxeerd op 5 gld 11 st, nog in huur 1 mad hooiland in de Cruyceven 't hond 's jaars getaxeerd op 18 st 8 penn, nog in huur van Freerck Cornelisz zijn broer 1 morgen geestland in Aercom, 't morgen 's jaars getaxeerd op 4 gld 10 st (doorgehaald), verder later ingevoegd in huur 1 morgen op de Meer bij Laddersbeeck 's jaars getaxeerd op 5 gld 11 st, zijn eigen helft van 't Legewandt groot 4½ hond gelegen benoorden Schilpen, 't hond 's jaars getaxeerd op 15 st, een vierendeel van een hond, de helft van 2 endjes, gekomen van Willem Backer, 't hond getaxeerd op 15 st, nog zijn eigen 1 morgen 5 hond land gelegen benoorden de hofstede van Aernt Engelsz, 't morgen getaxeerd 's jaars op 4 gld 10 st, en nog onder 'duijncroften geheten Breesaep', Pieter Cornelisz gebruikt 12 morgen 's jaars getaxeerd op 12 gld 388.
In Velsen verkoopt in 1586 Pieter Cornelys aan Dirck Fyck van Hoven 1½ mad land op de Grynsker Dammer, belend ten zuiden de pastorie van Velsen, ten noorden de heer Dirck Wit te Haarlem, ten oosten de Velsermeer, ten westen de Westlaen 389.
In velsen verkoopt in 1587 Dirck Allertsz alias Cleyntgen uit de Beverwijk aan Hendrick Engelsz en Pieter Cornelisz, buurluiden te Velsen, elk de helft van een stuk land genaamd 't Lage Wandt, groot 1½ morgen, belend ten oosten een gemene Buerwech, ten zuiden Willem Backer in de Beverwijk, ten westen Hendrick Engelsz voorschreven, ten noorden Jacob Engelsz 390.
In Velsen verkoopt in 1593 Matheus Wandelman, koopman te Amsterdam, aan Pieter Cornelisz, buurman in de Bresape, een stuk land genaamd de Tollenaersacker in Aercommerthienden, groot omtrent 7 hond, belend ten noorden Jacop Engelsz c.s., ten westen de Cleyne Houtwech, ten zuiden Hendrick Engels c.s,, ten oosten de Buerwech 391.
In Velsen verkoopt in 1600 Jan Gerrijtsz Schoterbosch, poorter te Haarlem, aan Pieter Cornelisz en Pieter Willemsz gezamenlijk een stuk land in Velzerbrueck op de Dammer genaamd Ciprianencamp, groot omtrent 5 maden, belend ten noorden de erfgenamen van Pieter Jansz Kies te Haarlem, ten zuiden Luydt Pietersz c.s., ten westen de Zantpoorterlaen, ten oosten de Velzerdijck, voor 1025 gld 392.
In Velsen verkoopt in 1602 Mr Nicolaes Evertsz Hulst, wonende te Velsen, aan Pieter Cornelisz de helft, Jeroen Heyndricsz een vierdepart en Pieter Willemsz en Cornelis Jansz van Haarlemmerliede elk een achtstepart, van een weide land genaamd de Schilperweijde, groot omtrent 3 morgen min 2 hond, in Aercom, belend ten oosten de Velzermeer, ten zuiden voornoemde Nicolaes Hulst zelf met de halve sloot, ten westen de Heerewech, ten noorden het convent van de Carthuizers buiten Amsterdam, voor 4350 gld, waarvan 4000 gld spruitende uit koop en de andere 350 gld uit zeker accoord, te betalen op 3 eerstkomende Kerstmissen, telkens een derdepart 393.
In Velsen wordt in 1607 door Heyndrick Engelsz te Velsen o.a. verkocht 5 morgen land in Aercom, belend ten oosten de Kerckelanden, ten zuiden Pieter Cornelisz en Auwel Jansz, ten westen de Zeewech, ten noorden Aernt Engelsz, en verkoopt in 1625 Auwel jansz een croft geest- of teelland, groot omtrent 1½ morgen, belend ten oosten Cornelis Pietersz Oude Neel, ten zuiden Aeff Jansz, ten westen de Waterwech, ten noorden Heijndrick Engelsz 394.
Op 14 juli 1610 verkoopt in Velsen Pieter Cornelisz, oud-schepen wonende in Bresaep, voor hem en de kinderen en erfgenamen van zal. Pieter Willemsz tezamen, elk de helft, aan Dirck Sijmonsz wonende in de Santpoorte een stuk land in de Velserbrouck op de Dammer voor 5 maden, belend ten noorden de erfgenamen van Pieter Jansz Kies te Haarlem, ten zuiden Marijtgen Sijmonsdr de huisvrouw van Luijt Pietersz c.s., ten westen de Zantporterlaen, ten oosten de Velserdijck 395.
In Velsen is in 1611 Marijtgen Sijmonsdr, huisvrouw van Luijt Pieters wonende in de Santpoort, eiser contra Pieter Cornelisz wonende in Bresaep, om geld voor een pintgen bier; gedaagde bekent dit schuldig te zijn 396.
In Velsen verkoopt in 1611 Arent Heijndricsz, brouwer wonende te Haarlem, aan Pieter Cornelisz, buurman in Bresaep, 2 croftjes in Aercom, aan elkaar, groot in 't geheel 1 morgen, belend ten oosten de Beurwech, ten zuiden de erfgenamen van Claes Fransz te Enkhuizen, ten westen de Schoubeecke, ten noorden de nagelaten kinderen van Cornelis Dammisz te Beverwijk 397.
In Velsen in 1615 zijn op 17 juni Claes Woutersz, Matthijs Heijndricxz, Cornelis Jansz Post, Cornelis Jansz Bruijn, Cornelis Cornelisz Leuter, Thamis Claesz en Dirck Jansz huistimmerman, eisers contra Willem Pieters om betaling van 40 gld spruitende uit zekere obligatie dd. 6 mei 1613, ook eisers contra Wouter Jansz, verder samen met Heyndrick Engelsz, Arent Engelsz en Aris Dircxz van Aecken eisers contra Pieter Cornelisz alias Pieter Oudenelen om betaling van 14 gld 18 st 1 penn van zijn croft binnen Aercom mitsgaders een zesdepart van 162 gld 12 st over een gedeelte van de Bresaep, met de kosten, volgens uitspraak van goede mannen (gedaagde zegt daarin nooit geconsenteerd te hebben), en zijn op 8 juli Claes Woutersz c.s. eisers contra Pieter Cornelisz Oudeneelen en Willem Pietersz. Op 17 juli condemneren schepenen Pieter Cornelisz alias Oude Neelen om de geëiste som bij provisie te namptiseren en condemneren schepenen Willem Pietersz 200 gld met interest te betalen maar absolveren hem van de overige eisen. De zaak tegen Pieter Cornelisz Oude Neelen wordt wegens wanbetaling op 13 december 1617 voortgezet en op 31 januari 1618, toen zijn zoon Jan Pietersz nog een verklaring aflegde, afgesloten. 398
In Velsen compareren op 22 september 1621 schout en schepenen van Velsen als collecteurs van de boelceel ten behoeve van Pieter Cornelisz Oude Neel zal. ged., contra Willem Dammisz en Willem Jeroensz, buurluiden te Velsen, als borgen voor Cornelis Engelsz in Beverwijk, om betaling van 10 gld 10 st als rest van koop van 2 schapen 399.
Op 12 maart 1640 wordt een accoord gesloten tussen Aeffgen Huygendr, weduwe van Jan Pietersz Ouweneelen, geassisteerd met Adam Cornelisz verwer haar kozijn en gecoren voogd, ter eenre, en Cornelis Pietersz Ouweneelen, buurman in Bresaep, Maritgen Cornelisdr, weduwe van Engel Pietersz Ouweneelen, geassisteerd met Aris Cornelisz buurman op de Hoffgeest in de banne van Velsen, item Neeltgen Engels en Ermtgen Engels, bij hen hebbende Garbrant Engels hun broer, mondige kinderen van voorschreven Engel Pietersz, en Cornelis Pietersz Ouweneelen en Aris Cornelisz tezamen voogden over de onmondige kinderen van Engel Pietersz voornoemd, zijnde de voornoemde Cornelis en Engel Pieterszonen geïnstitueerde erfgenamen van voornoemde Jan Pietersz Ouweneelen hun overleden broer, ter andere zijde. Verklarende Aeffgen Huygensdr dat bij testament dd. 13 april 1635 bij notaris Jacob Schoudt alles aan de langstlevende is die in 't geheel of deels tot zijn of haar nooddruft mag verkopen, aantasten of gebruiken zonder tegenzeggen van iemand. Na het overlijden van Jan Pietersz voornoemd zijn tussen Aeffgen Huygendr en Cornelis en Engel Pieters Ouweneelen verscheidene discoursen gevallen. Nu is geaccordeerd dat Aeffgen Huygendr zal blijven bezitten inboedel en huisraad, belovende aan de huisvrouw van Cornelis Pietersz Ouweneelen en aan voornoemde Maritgen Cornelisdr te betalen elk een rozenobel en aan ieder van hun beider zonen een ducaton, en daarenboven aan de voorschreven erfgenamen in 't gemeen een bed met peluw, 2 dekens, een kist met een tafel, een kannebert, een grote koperen ketel en enige boeken, en een somme van 1400 gld, de ene helft gereed, de andere mei 1640 (op 14 mei 1640 verklaarden Adam Cornelisz verwer en Aris Cornelisz Roos dat de penningen door Aeffgen Huygendr ten volle voldaan en betaald zijn). 400
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis Pietersz OUWENEEL, zie 498.
2. Engel Pietersz OUWENEEL, schepen van Velsen, overl. vóór nov. 1640, tr. Marijtgien Cornelis ROOS, dr van Cornelis Arisz ROOS en Alijt CORNELISDR.
In Velsen verkopen in 1631 Claes Jansz Kuijper en Jacob Claesz, gasthuismeesters in de Beverwijk, aan Engel Pietersz Ouweneel, buurman en schepen te Velsen, een stuk land genaamd Sint Anthoniscroft, groot 1 morgen, belend ten zuiden Engel Pietersz zelf, ten westen de Cleijne Houtwech, ten noorden Joris Cornelisz, ten oosten Joris Cornelisz met Engel Pietersz voornoemd, voor 500 gld, te betalen mei 1632, de 40e penning voor de helft alzo 't gasthuis vrij is voor de andere helft 401.
In Velsen verkopen in 1655 Neeltjen Engels, Barbara Engels, Gooltjen Engels, Ermpjen Engels en Trijntjen Engels, mitsgaders Willem Engelsz voor hemzelf en als voogd van zijn voornoemde zusters, item Cornelis Cornelisz Leenman als getrouwd hebbende Cornelisjen Engels, Claes Dirxz Roijer als getrouwd hebbende Aeltje Engels, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Engel Pietersz Ouweneel en Marijtjen Cornelis Roos, aan heer Pieter Oliecan, burgemeester van Haarlem, een huis, erf en werf met de aankleve vandien, mitsgaders een stuk land daaraan gelegen op Schillepen naast de woning van Sr van Teylingen, groot omtrent 3 morgen, item de helft van een perceel land gelegen op de Meer genaamd de Schilpweijt, groot ruim 4 morgen, behalve het weiland liggende gemeen met de weduwe van Cornelis Pieters Ouweneel, met de last van een notweg toekomende die van Adricommerduijn of een andere, nog met de last van 1 gld 5 st erfhuur 's jaars aan de rentmeester Jan de Wael te Haarlem, en van 1 st 14 penn 's jaars toekomende zijn excellentie van Brederode, voor 7000 gld, te betalen de helft gereed en het ander op mei 1655, en aan heer Johan Schatter, hoofdofficier te Haarlem, een stuk land genaamd Pieter Ouwenelenbosch aan de Kerckwech, voor 202 gld 402.
In Velsen verkopen in 1655 Neeltje en Barbara Engels, geassisteerd met Willem Engelsz hun broer, aan de kinderen van heer Johan van Opstraeten een stuk land genaamd de Haeder in Velserbrouck, groot omtrent 2 morgen, belend ten zuiden Cornelis Heyndricxz, ten westen de Wateringe, ten noorden de weduwe van Simon Cornelisz Lans, ten oosten de Velsermeer, voor 1500 gld, te betalen op 2 St. Petrusdagen ad cathedram, te weten 1655 en 1656 403.
In Velsen verkoopt in 1655 Pieter Arijsz van der Vaert, mr schoenmaker wonende te Haarlem, man en voogd van Trijntjen Engels van Schilpen, aan Pieter Olican, burgemeester van Haarlem, een halve croft land waarvan Willem Engelsz van Schilpen de wederhelft is competerende, belend ten zuiden Jr Jan van Teijlingen, ten oosten Ermtgen Engels en Claes Roijer, ten noorden advocaat Brugman, ten westen Willem Engelsz voornoemd en zijn zuster Gooltjen Engels, voor 585 gld 404.
In Velsen verkopen in 1640 de kinderen en kindskinderen van zal. Cornelis Arisz Roos en Alijt Cornelisdr in hun leven wonende op de Hoffgeest, onder wie de zoons Aris, Jacob, Jan en Willem, mede vervangende Marijtgien Cornelis en haar kinderen geprocreëerd bij Engel Pietersz Oude Neel haar zal. man, huizen en land 405.
In Velsen verkoopt in 1653 Marijtgen Cornelis, weduwe van Engel Pietersz, geassisteerd met Cornelis Heyndricxz, schepen, haar gecoren voogd, aan Heer Johan Schatter een stuk teelland gelegen tussen beken, groot omtrent 1 morgen, belend ten oosten Jan Engelsz, ten zuiden het Beundelwechjen, ten westen Jan Cornelisz Roos, ten noorden Jillis en Frederick Claesz, voor 788 gld, te betalen op 2 Sint Pietersdagen ad cathedram 406.
In Velsen verkopen in 1662 de erfgenamen van Jacob Cornelisz [Roos], onder wie Willem Engelsz, ook als procuratie hebbende van zijn zuster Annetje Engels gepasseerd te Haarlem voor notaris Willem van Kittesteijn op 20 maart 1662 en als voogd van zijn zusters Neeltjen, Trijntjen en Gooltjen Engels, Cornelis Cornelisz Leenman als getrouwd hebbende Cornelisje Engels, Claes Roijer als getrouwd hebbende Aeltjen en Cornelis Pietersz de Ruijter als getrouwd hebbende Maritien Engels, aan de kinderen van Cornelis Schatter een stuk hooiland groot 3½ mad op de herwaartse Dammer, belast met 13 st 4 penn 's jaars toekomende de heerlijkheid van Brederode, belend ten oosten de Velsermeer, ten zuiden Cornelis Willemsz Lans, ten westen de Westerlaen, ten noorden de dochter van Frans Kies, voor 2750 gld, te betalen op 2 St. Petridagen ad cathedram 1662 en 1663 407.
3. Jan Pietersz OUWENEEL, alias van Schilpen, overl. tussen 13 april 1635 en 25 febr. 1636, tr. Aeffgen HUIJGEN, wed. van Baert Gerritsz BUN.
In Velsen verkopen in 1623 Jacob Huygensz Gael, oud-burgemeester van Haarlem, en Jan Foppensz, wettige voogden over Jacobmina Vroom Fredricxdr weduwe van Claes Pouwelen, wonende te Haarlem, aan Jan Pietersz van Schilpen nu wonende te Schoten, een perceel land genaamd de Hader in Velserbroeck, groot 3 mad, volgens meting 2 mad 322 roeden 17 voet, belend ten oosten de Wyckermeer, ten zuiden de erfgenamen van Cornelis Willemsz Lans, ten westen de Wateringe, ten noorden Stijn Dircxdr, voor 1500 gld, te betalen op Sinte Pieters ad cathedram 1623, 1624 en 1625 (gecasseerd op 4 maart 1625) 408.
In Velsen verkoopt in 1623 Johannis Cock, koopman te Amsterdam, als man en voogd van Marijtgen van Winterswijck, aan Jan Pietersz Oude Neel, buurman te Schoten, een stuk hooiland in Velserbrouck, groot omtrent 3 mad, genaamd de Rietcamp, belend ten oosten Claes Cornelisz Neeskens, ten zuiden Dammis Pietersz, ten westen de Nieuwe Wateringe, ten noorden Matthijs Jansz te Velsen, met als waarborg voor Johannis Cock zijn schoonvader Augustijn van Winterswijck wonende te Amsterdam, voor 1625 gld, te betalen 1/3 gereed, 2/3 op 2 meidagen 1624 en 1625 409.
In Schoten zijn in 1626 o.a. Arent Jacobsz getrouwd met Cornelisgen Huijgen en Jan Pietersz getrouwd met Aeffgen Huijgen mede-erfgenamen van Cornelis Sijmonsz 410.
In Velsen verkoopt in 1631 Jan Pietersz Oude Neel van Velsen, nu wonende te Schoten, aan Rem Fonteijn, apotheker te Amsterdam, een stuk land genaamd de Hader in Velserbroeck, belend ten oosten de Velsermeer, ten zuiden Sijmon Cornelisz Lans, ten westen de Wateringe, ten noorden de erfgenamen van Stijn Dircx, groot 3 mad, voor 1600 gld.\.
In Schoten verkoopt op 29 december 1631 Jan Pietersz, getrouwd met Aeffgen Huygen eerder weduwe van Baert Gerritsz, aan Gysbert Arentsz alhier 4 hond land, belend ten oosten 't Spaarne, S.J. van Wassenberch, ten westen de stad Haarlem, ten noorden de erfgenamen van Gerrit van Schoterbosch, voor 1000 gld, te betalen de helft gereed, de helft december 1632 411.
In Velsen verkoopt op 9 juni 1632 Jan Pietersz Oude Neel, buurman te Schoten, aan Johan Gerrijtsz van Schotterbosch wonende te Haarlem, een stuk hooiland in Westbroeck, groot omtrent 3 mad, genaamd de Rietcamp, belend ten oosten Claes Cornelisz alias Claes Maertensz, ten zuiden Dammis Pietersz, ten westen de Nieuwe Wateringe, ten noorden de kinderen en erfgenamen van zal. Matthijs Jansz, zoals gekocht op 10 mei 1623, voor 1600 gld 412.
Ten verzoeke van Jan Pietersz Ouwe Neelen, buurman in Schoten, verklaren op 22 mei 1634 Aris Cornelisz Dregers, oud omtrent 66 jaren, en Cornelis Cornelisz Jonge Krieck, oud omtrent 41 jaren, buurluiden te Schoten en Schotervlieland resp., hoe dat zij op 24 maart 1634 samen met de producent zijn geweest in de herberg van Henrick Willemsz den Abt, genaamd 't Schilt van Vranckryck, te Haarlem in de Damstraet, en ene Thewes Dircksz Schoterman, tussen dewelken voor het gerecht van Schoten kwestie en proces was ontstaan nopende zekere somme van penningen die dezelve Schoterman van de producent eisende was 413.
Op 13 april 1635 testeren Jan Pietersz Ouweneelen en Aeffgen Huijgendr, echtelieden wonende te Schoten, Jan Pietersz ziekelijk zittende op een stoel bij 't vuur, doende de huwelijkse voorwaarden gepasseerd bij notaris Willem van Triere teniet. Zij hebben geen kinderen noch ouders in leven, en verklaten dat na de dood van de eerstgestorvene de langstlevende afstand zal moeten doen van zodanige landerijen, vaste en onroerende goederen als de eerstgestorvene ten huwelijk mag hebben aangebracht en die laten volgen aan de erfgenamen ab intestato van de eerstgestorvene, en ware het zake dat hiervan enige zouden zijn verkocht dat dezelve met gelijke somme als bij verkoping daarvan zou mogen zijn geprocedeerd. Ingeval van eerlijke nooddruft en behoeftigheid zouden goederen verkocht mogen worden. Gepasseerd ten huize van de testateur te Schoten. 414
In Schoten verkoopt op 25 februari 1636 Aeffken Huijgen, weduwe van Jan Pietersz Ouweneelen, geassisteerd met Jacob Schout, aan Sr Michiel de Decker, koopman te Haarlem, een stuk land met de huizinge daarop staande, belend ten zuiden Lijsbeth IJsbrants van Limmen en Gijsbert Arentsz, ten westen de Heerewech, ten noorden Trijn Engels, ten oosten de notweg genaamd Luttickerlaen, voor 900 gld, te betalen op 3 Sint Pietersdagen ad cathedram 415.
In Schoten verkopen in 1641 Aeffgen Huijgen, weduwe van Jan Pietersz, geassisteerd met Adam Cornelisz haar neef, mitsgaders Adam Cornelisz getrouwd hebbende Maritgen Arents nagelaten dochter van Cornelisgen Huijgen, ook vanwege zijn kinderen, aan Willem Sicxz te Amsterdam land 416.
Op 25 april 1620 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Jan Pietersz, jonggezel van Velsen, vermits de indispositie van zijn ouders, die oude personen zijn, geassisteerd met Engel Pietersz zijn broer, en Aeffgen Huygendochter, de nagelaten weduwe van Baert Gerritsz Bun, wonende in de banne van Schoten, geassisteerd met Cornelis Dircxz mede van Schoten wonende te Haarlem, haar neef en voogd. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn, als hij vóór haar sterft krijgt zij 1000 gld, als zij als eerste sterft krijgt hij 500 gld. 417
998. (<499) Gerrit Jacobsz (van SCHOTEN) 418, tr.
Op 1 december 1608 testeren Gerrit Jacobsz, buurman te Schoten, en Alidt Cornelisdr, zijn wettige huisvrouw, ten eerste dat de langstlevende ten overlijden van de eerstgestorvene zal blijven zitten in de gehele boedel en het sterfhuis en van alle goederen zal genieten de lijftocht en volkomen gebrui gedurende 't leven van dezelve langstlevende, en institueren zij, testanten, bij aflijvigheid van de langstlevende, tot hun erfgenamen Philps, Jacob, Floris, Guerte, Engel, Maritgen en Lysbeth, hun zeven kinderen, bij overlijden van enig van hen diens kinderen op de plaats van de aflijvige, welverstaande dat hun dochter Lysbeth Gerrits, van de Heere met een vallende ziekte, poplexie en andere zware accidenten gevisiteerd is, en doorzulks geheel onmachtig om iets te winnen, zo hebben dezelve aan haar vooruitgemaakt 500 gld, begerende dat hun kinderen haar deze somme vóór elke deling zullen voldoen uit de gereedste goederen om te haren profijt uitgezet te worden, onverminderd haar hereditaire portie 419.
Op 23 november 1620 delen Philps Gerritsz, Jacob Gerritsz, Floris Gerritsz, Engel Gerritsz en Cornelis Pietersz als getrouwd hebbende Maritgen Gerritsdochter, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Gerrit Jacobsz en Alidt Cornelisdochter, in hun tijd buurluiden de Schoten, de nalatenschap van hun ouders. Philps Gerritsz zal voor zijn portie hebben 2 maden land in Noortaeckendam, belend ten oosten de Havedyck, ten zuiden en noorden Jan Foppensz, ten westen de 9 hond land Engel Gerritsz hierna aanbedeeld mitsgaders Cornelis Dircxz c.s., en nog een stukje geestland aan Luttekelaen in de banne van Schoten, belend ten zuiden dezelve laan, ten westen en noorden Claes Martsz, ten oosten Gysbert Arentsz. Jacob Gerritsz zal voor zijn portie hebben de huizinge door hun ouders in hun leven bewoond, mitsgaders een derdepart van de landen bij hetzelve huis gelegen, belend ten westen de Heereweg, ten oosten de Reguliers, ten noorden Cornelis Dircxz, ten zuiden Aris Dircxz Roos met 't land van de stad van Haarlem, en nog 2 akkers land achter Schotercapelle, belend ten oosten de Middelwech, ten westem het Sandtpoordse Voetpadt, ten zuiden en noorden de weduwe van Huych Claesz. Floris Gerritsz zal hebben een derdepart in de landen bij 't voorschreven huis gelegen, en nog een stuk land op de Dammer in Velserbroeck, belend ten oosten de Wyckermeer, ten westen de Sandtpoorderlaen, ten noorden Jacob Vrancken, ten zuiden zeker Capelrijlant. Engel Gerritsz zal voor zijn portie hebben 9 hond land in Noortaeckerdam, belend ten oosten voorschreven Jan Foppensz, ten noorden Cornelis Dircxz, ten zuiden de Leprosen, ten westen de Vlielander Geest. Cornelis Pietersz vanwege zijn huisvrouw Maritgen Gerritsdochter zal voor zijn portie hebben een derdepart in de landen bij 't voorschreven huis gelegen, en nog een stuk land in de banne van Velsen genaamd de Coorncrocht, belend ten oosten de Schuttelcamp, ten westen de erfgenamen van Lysgen Roothooft, ten zuiden Hendrick van Berckenrode. 420
999. (<499) Alidt CORNELISDR.
Uit dit huwelijk:
1. Philips Gerritsz van SCHOTEN, tr. Trijntie PIETERSDR.
Op 26 mei 1684 hebben Pieter Schuijremans, weduwnaar van Maddeleentie Philips, ter eenre, en Pieter Jansz van Bolswaert, als in huwelijk hebbende Guijrtie Philips van Schooten, en Cornelis Zeeman, als vader en voogd over zijn minderjarige dochter Catarina Zeeman bij Aeltie Philips van Schooten, zusters van de voorschreven Magdaleentie Philips, ter andere zijde, welke eerste comparant met zijn voorschreven huisvrouw een huwelijkscontract had opgericht op 24 januari 1670 voor notaris Hendrick van Gellinckhuijsen waarbij door dezelven geen gemeenschap van goederen was gestipuleerrd, een accoord gesloten, waarbij o.a. de tweede comparanten de begrafeniskosten voor Magdaleentie Philips, nog boven aarde staande, op zich nemen 421.
Op 11 maart 1692 verklaart Guijrtie Philips van Schooten, huisvrouw van Pieter Jansz van Bolswaert, grotelijk te bedde liggende, dat zij in het jaar 1668 in de maand juni metterwoon en in de kost is geweest ten huize van Cornelis Seeman zal., in zijn leven tinnegieter binnen de stad Haarlem, haar zwager, en dat zij voor de kost bij dezelve Seeman heeft verteerd en besteed de somme van 80 gld jaarlijks en zo gedurende 7 jaren, en toen de huisvrouw van voornoemde Corelis Seeman, Aeltie Philips van Schooten, comparantes zuster, is komen te overlijden de voornoemde Cornelis Seeman met haar geaccordeerd is dat zij bij hem metterwoon zou blijven en zijn huishouden als gouvernante waarnemen; zij is bij hem 2 jaar blijven wonen, nl. van 23 juli 1675 tot het laatst van juni 1677, waarvoor zij nog geen penningen heeft genoten 422.
Op 28 mei 1692 verklaren Floris Seeman en Pieter Keeljaam getrouwd met Johanna Seeman, beiden kinderen van Cornelis Seeman, als erfgenamen van zijn dochter Catarina Seeman, zuster van de comparanten, verwekt bij Aeltie Philips Gerrits en Trijntge Pietersdr, aan Pieter Jansz van Bolswaert in eigendom te hebben aanbedeeld en overgegeven de helft in het huis met het erf in de Kleijne Houtstraet, hun, comparanten, aanbestorven en waarvan dezelve Bolswaert de wederhelft is aangekomen van zijn huisvrouw Guijrte Philips van Schooten 423.
2. Jacob GERRITSZ.
3. Floris Gerritsz van SCHOTEN, schilder, tr. Rijcklandt Willems BOL, dr van Willem Gerritsz BOL, moutmaker, en Henrickgen CLAES.
Op 29 december 1612 geven Gerryt Jacobsz van Schoten, nu inwoner der stad Haarlem, als vader van Florens Gerryts schilder, ter eenre, en Willem Gerrytszoon Boll, moutmaker, poorter van Haarlem, met Henrick Claesdr zijn huisvrouw, wezende vader en moeder van Rycklant Willems, ter andere zijde, toestemming tot het huwelijk van zoon en dochter. Gerryt Jacobsz zal inbrengen 1000 gld, en Willem Gerrytsz Bol en zij huisvrouw 1200 gld. Bij het sterven van enig van de voorschreven jongeluiden, hetzij met of zonder kinderen in 't leven na te laten, zal altoos de langstlevende 't aangebrachte huwelijksgoed en erfenissen staande huwelijk aangekomen, insgelijks de kleren, kleinodiën (enz.), naar zich toe nemen, waartegen de kinderen, of bij gebreke vandien de naaste erfgenamen, insgelijks de goederen van de eerstoverledene, ook met erfenissen, kleren (enz.) zullen hebben [dit lijkt tegenstrijdig]. Als hij als eerste overlijdt zonder kinderen krijgt zij 400 gld als een douarie. Verder zijn er bepalingen voor het overlijden van kinderen zonder wettige descendenten. 424
Op 31 maart 1673 verklaren Guijrtie van Schoten, nagelaten weduwe van Adriaen Jansz Visscher, en Willemtie van Schoten, bejaarde dochter, mede-erfgenamen ab intestato benevens hun broer Johan van Schoten van wijlen Gerrit Willemsz Boll hun oom, dat de gemelde Johan van Schoten bij scheiding is te beurt gevallen een vierdepart van een stuk veenland, groot in 't geheel 3 morgen 4½ hond, gelegen in out ofte zuyt Aechendam binnen de vrijheid van Haarlem; zij en Johan van Schoten geven machtiging om voor de leenmannen van het Huis van Naaldwijk, Honselersdijk en Wateringen het voorschreven derdepart te verlijen op naam van Johan van Schoten 425.
Op 5 mei 1690 testeert Willemtie Floris van Schoten, bejaarde dochter wonende binnen de stad Haarlem. Zij prelegateert aan Mr Pieter Leijnaer, advocaat, Dr Adriaen Berckenrode, Pieter Guiljaem wonende te St. Kapp[?], olderman aldaar, en deszelfs broer Jacobus Guiljaem nu in Spanje zijnde, haar vrunden van 's moeders zijde, tezamen 12000 gld, en bespreekt nog aan het kind van Maritie dochter van haar overleden nicht Annetie Cornelis van Breesaep 600 gld, met conditie dat ingeval het kind kwam te overlijden vóór zijn mondige jaren of trouwdag het geld zal versterven op de gezamenlijke kinderen of descendenten van Annetie Cornelis. Zij nomineert in al haar verdere goederen tot haar erfgenamen, telkens voor een negendepart, Guirtie Philips van Schoten haar nicht, getrouwd met Pieter Jansz van Bolswaert, item Aeltie Cornelis weduwe van Cornelis Rieuwerse [moet zijn diens vader, Rieuwert Cornelisz], mede haar nicht, item de gezamenlijke kinderen van voornoemde Annettie Cornelis van Bresaep, item de gezamenlijke kinderen van haar overleden neef Gerrit Cornelis, item de gezamenlijke kinderen van haar overleden nicht Neeltie Cornelis, item de kinderen van haar overleden nicht Gooltie Cornelis, item de gezamenlijke kinderen van Guerte Cornelis haar overleden nicht, item Grietie Willems van Schoten wonende te Schoten [wie is dit?], en Mr Pieter Leijnaer, Dr Adriaen Berckenrode, Pieter en Jacobus Guilljaem tezamen. Was verder testatrices expresse begeerte dat alles, uitgezonderd een somme van 1000 gld in iedere staak behalve die van de kinderen van Annettie Cornelis van Breesaep, zullen vererven op hun wettige kinderen of verdere descendenten. 426
Op 6 februari 1698 verklaren Arien Gerritsz, Pieter Gerritsz, Cornelis Cornelisz als in huwelijk hebende Annetie Gerrits, Jeroen Claesz als in huwelijk hebbende Maritie Alberts, Hendrick Pietersz van Kempen getrouwd hebbende Engeltie Alberts, kinderen van Aeltie [bedoeld zal zijn: Neeltie] Cornelis, Dirck van der Stoel. Maritie van der Stoel weduwe van Jan Philipsz azijnmaker, Cornelis Willemsz van Velsen in huwelijk hebbende Grietie Willems van Schooten, Dr Adrian Berckenrode, Pieter Kiliaen en Jacobus Kiliaen, altezamen mede-erfgenamen van Willemijne van Schooten, in haar leven bejaarde dochter te Haarlem, overleden op 14 oktober 1691, alsdat tot executeurs van haar uiterste wil waren gesteld Mr Judocus Cousebant en Dr Cornelis van der Meer, dat de voornoemde executeurs ordentelijk en eerlijk het lichaam hebben laten begraven en alle lijksplichten waargenomen, dat zij vervolgens zijn getreden tot het maken van de staat en inventaris en nazien van de boeken, charters en papieren, en daaronder hebben gevonden haar testament gepasseerd voor notaris Leonard van Asperen op 5 mei 1690 wezende daags na het overlijden van haar broer Jan van Schooten, item nog een akte door haarzelf op dezelfde datum geschreven waar zij bij stelde in hoeveel portiën de goederen moesten verdeeld worden en de namen van de personen daarbij gespecificeerd, altemaal zusterlingen en zusterlingskinderen van vaderszijde en een staak van moederszijde, item nog een akte van verdeling geschreven door Jan van Schooten en door Willemina van Schooten ondertekend dezelfde dag als zij haar testament heeft gepasseerd, mitsgaders nog enige aktes onder de hand. En alzo de comparanten door de contradictie van het testament en de aktes van verdeling verwering en processen tegemoet zagen, zo hebben de voornoemde executeurs te rade wezende de gezamenlijke erfgenamen comparanten in dezen op 12 december 1691 door notaris Pieter Baes laten voorlezen het voorschreven testament en de aktes van verdeling en nog enige disposities van legaten en uitdeling van kleren en andere zaken door Willemina van Schooten geschreven of ondertekend. Op dezelfde dag is verdeeld en aan deposanten overgeleverd, en is verder boelhuis gehouden, en zijn de comparanten wederom geconvoceerd op 12 juni 1692 en zijn alsdan verdeeld de rentebrieven, obligatiën en contante gelden, zonder dat de executeurs meer in handen hebben gehouden dan enige penningen tot betaling van de collaterale successie en tot vergoeding van de kwade schulden die de erfgenamen mochten zij aanbedeeld, en nog enige brieven van kwade schulden alzo de goederen van de boedel met enige fideïcommis waren bezwaard, en nog weinige dingen die in de verkoping van de inboedel vergeten waren. Voorts hebben de executeurs de gezamenlijke comparanten en erfgenamen op 2 september 1695 ten overstaan van Pieter Baes als notaris weder bij elkaar geroepen om rekening te doen en over te leveren al hetgeen overgebleven was, uitgezonderd Bolswaert, de kinderen van Aeltie Rieuwers [bedoeld: Cornelis] en die van Bakkum die de kinderen van Aeltie Cornelis hadden aangenomen te waarschuwen, waardoor de comparitie toen vruchteloos afliep. 427
In Haarlem verkopen in 1635 Hendrick Pieterssoon Gans, concierge van het stadhuis dezer stede, als getrouwd hebbende Tryntgen Willemsdr, ook voor Gerrit Willemsz en Cornelis Claesz Taenman getrouwd hebbende Jannetgen Willemsdr, zijn zwagers, mitsgaders voor de kinderen van Floris Gerritsz van Schooten geprocreëerd bij Rycklandt Willems, kinderen van Willem Gerritsz Bol en Henrickgen Claes, voor de ene helft, en Nicolaes Lubbertsz van de Weyde getrouwd hebbende Catharina Pieters en vervangende Adriaen PIetersz en Maritgen Pieters, zijn zwager en schoonzuster, kinderen van Pieter Claesz Winthout, voor de andere helft, erfgenamen van Claes Gerritssoon, aan Willem Willemsz, meester metselaar, een huis met erf op het Spaerne, belend aan de ene zijde Jan Jansz Backer, houtkoper, en aan de andere zijde Philpsz Gerritsz van Schooten, voor 1700 gld, te betalen op 5 achtereenvolgende meiendagen, het eerst mei 1635 428.
Op 27 januari 1653 testeert Catarijna Willems Bol, weduwe van Hendrick Pietersz Gans in zijn leven concierge van het stadhuis van Haarlem. Zij legateert vooreerst aan Willempgen, Jan en Aeltgen Floris van Schooten, kinderen van Rijcklandt Willems Bol, haar overleden zuster, onverminderd hun portie hereditair, 1000 gld, nog legateert zij aan Guijrtgen Floris van Schooten mitsgaders de voornoemde Willempgen, Jan en Aeltgen, mede onverminderd hun hereditaire portie, gezamenlijk, al haar inboedel en huisraad, zoals kleren, tafels, stoelen, koperwerk, goud en zilver (enz.), niets uitgezonderd, en in alle ongedisponeerde goederen. Tot haar universele erfgenamen institueert zij de voornoemde Guijrtgen, Willempgen, Jan en Aeltgen, elk voor een vierdepart, bij vooroverlijden hun wettige descendenten, met conditie dat de erfgenamen gehouden zullen zijn jaarlijks aan Jannitgen Willems Bol en Gerrit Willemsz Bol, haar zuster en broer, hun leven gedurende elk uit te keren een derdepart van de jaarlijkse renten en vruchten van de kapitale goedern die zij van haar zullen komen te erven, doch daaronder niet begrepen de gelegateerde goederen. Tot executeur en administrateur stelt zij de voornoemde Jan Florisz van Schooten, haar neef. 429
4. Guerte GERRITSDR.
5. Engel Gerritsz van SCHOTEN, tr. Aeltgen ROELEN.
In Zuid- en Noord-Akendam verkoopt op 17 maart 1670 Johan van Schooten wonende te Haarlem, als executeur van het testament van Engel Gerritsz van Schooten vermogens de codicillaire dispositie onder zijn eigen hand, uit kracht van de clausule reservatoir in zijn voorschreven testament geïnsereerd gepasseerd op 9 december 1667 present de notaris Willem van Kittesteyn, aan de diakenen van Aelbertsbergh en Overveen een stuk weiland groot 833 roeden, belend ten noordoosten de kinderen van Cornelis Dircx, ten zuidoosten de kinderen van Jan Fopsz, ten zuidwesten het St. Elisabethsgasthuis te Haarlem en ..., ten noordwesten Krijn Claesz c.s., belast met 11 stuivers 's jaars erfhuur, voor 1495 gld, te betalen op 3 eerstkomende St. Petri ad cathedrams dagen, de eerste dit jaar 1670 430.
Op 25 augustus 1666 testeren Engel Gerritsz van Schoten en Aeltie Roelen, geëchte luiden wonende binnen Haarlem. Het is hun wil en begeerte dat de langstlevende zal blijven in het volle bezit van de gehele boedel, zijn of haar leven gedurende. Als legatarissen worden o.a. genoemd Grietie Jacobs, oude bejaarde dochter, Jacob Willemsz Ruymgaert, Cornelis Hendricxe van Limmen, Maritie Cornelis en haar dochter Cornelia Cornelis (van Limmen), de 5 kinderen van Willem Symonsz Ruymgaert, Roeloff Hendricxe. De universele erfgenamen zijn de broers- en zusterskinderen van de testateurs, hoofd voor hoofd in gelijke portiën. 431
6. Marijtjen Gerrits van SCHOTEN, zie 499.
7. Lijsbeth GERRITSDR.
1000. (<500) Floris, alleen bekend van 3 zoons, tr. N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Coenraedt Florisz BOSMAN, geb. Zwijndrecht, schrijnwerker, ondertr./tr. (nederd. geref.) ald./Dordrecht 25 nov. 1611/1 jan. 1612 Stijnken Hendricksdr JOPPEN.
2. Pieter FLORISZ, zie 500.
3. Hendrick Fleurissen BOSMAN, houtvletter, tr. Zwijndrecht 14 febr. 1621 Mariken JACOBSDR, dr van Jacob CORNELISZ.
1004. (<502) (>2008, >2009) Cornelis Willemsz van TOOREN, geb. ca. 1584, biersteker te Beverwijk, tr.
In Beverwijk verkoopt op 25 augustus 1608 Jan Jansz Kinneman poorter van Alkmaar aan Cornelis Willemsz van Toren onze medepoorter een huis en erf [in de Breestraet], strekkende tot achter aan de Coninckswech, belend ten noordoosten Pieter Cornelisz Voocht, ten zuidwesten de Molensteech 432, is er in 1626 een ondervraging van Joris Cornelisz burgemeester en Cornelis Willems van Thoren biersteker, beiden in verleden februari als leenmannen op 't stadhuis gezeten, wordt in 1627 een verklaring afgelegd door Cornelis Willemsz van Thooren, oud ongeveer 45 jaar, poorter van Beverwijk, vinden in 1627 en 1629 (twee keer) zaken plaats ten huize van Cornelis Willemsz van Thooren, verklaart in 1634 Jacob Outgers oud schepen en ordinaris veerman in 't veer van de Beverwijk dat hij in 1632 ontboden is door Sr Nicolaes van Ryck van Ryetwyck, schout van Beverwijk, tezamen met Cornelis Willemsz van Thoren, Dirck Willemsz van Thoren, Jan Dircks, Gerrit Jansz, Maerten Claesz en Cornelis Lamberts mede ordinaris veerluiden in 't voornoemde veer, en is er een aanbesteding met bestek door Cornelis Willemsz van Thooren aan Maerten Pietersz Voocht voor de bouw van een achterhuis achter het huis van Cornelis Willemsz op de hoek van de Dodestraet 433.
In Wijk aan Duin verkoopt op 21 november 1610 Cornelis Willemsz van Thoorn, poorter van Beverwijk, aan Cornelis Pietersz Smacker, buurman in Heemskerk op Hoochdorp, anderhalve koegang gelegen in een weid beoosten het Hofflant, gemeen en ongedeeld met de heer Commandeur en met mijn Heere van Noortwycx cappelrye, belend ten oosten de heer van Assendelft met de weduwe van Gerrit Dircxz, ten zuiden de voornoemde heer van Assendelft met de weduwe van Thomas Michielsz, ten westen Aeryaen Pietersz met de weduwe van Heyndrick Claesz, ten noorden de banne van Heemskerk, voor 625 gld, met Outgert Symonsz, buurman en waard in de banne van Heemskerk te Noortdorp, als borg voor Cornelis Willemsz van Thoorn 434.
In Haarlem stelt op 24 april 1611 Jan Foppesz zich borg voor Cornelis Willemsz van Thoorn uit de Beverwijk, gearresteerde van Willem Jansz Potterloo, om 't gewijsde van schepenen van Haarlem te voldoen voor de voorschreven Cornelis Willemsz die Medenblick constitueert ad lites contra Willem Jansz Potterloo 435.
In Wijk aan Duin verkoopt op 9 september 1612 Cornelis Pietersz Voocht, wonende in de Beverwijk, aan Cornelis Willemsz van Thooren 1/16 van een stuk land genaamd het Wintglop, waarvan de helft toebehoort Guyrtgen Outgersz en 1/16 Anna Pietersdr, comparants zuster, en de koper toekwam 3 achtsteparten 436.
In Wijk aan Duin verkoopt op 21 oktober 1612 Cornelis Willemsz van Thoren aan Gijstgen Claesdr, weduwe van Gerrit Jansz Duynmeyer, in onze banne, een perceeltje land genaamd het Halve Haverlant, belend ten oosten Jan Michielszcroft, ten zuiden Gijsgen Claesdr zelf, ten westen Cornelis Pietersz Bosman, ten noorden het Lyen toebehorend Cornelis en Aris Dircxz 437.
In Haarlem heeft op 22 december 1612 Pieter Dircxz biersteker in de Wijk, en evenzo Cornelis Corstiaensz waard in de Wijk, geconstitueerd Jan van Velsen, procureur, ad lites tegen Cornelis van Thoorn, pachter van de bieren in de Wijk 438.
In Haarlem verklaart op 15 december 1614 Mathias van Lievendael als procureur van Beyer Cornelisz Poot zich grotelijks te bevinden bezwaard door zeker vonnis door schepenen in Haarlem gewezen op 29 november laatstleden te zijnen nadele en tot voordele van Cornelis Willemsz van Thoorn, mitswelk hij zich constitueert appellant of reformant aan de gecommitteerde raden van Holland 439.
In Haarlem stelt op 11 mei 1615 Symon Dirick Symonsz, poorter dezer stad, zich borg voor Cornelis van Toorn uit de Beverwijk, met zijn schuit gearresteerd ten verzoeke van Gerryt Jansz sceepmaker te Leimuiden, om voor hem 't gewijsde van schepenen te voldoen 440.
In Velsen is in 1623 Cornelis van Toorn eiser contra Huych Huygensz om betaling van 52 st van ½ vant bier, en contra Abraham Verstraeten om betaling van 5 gld van ½ vat bier 441.
In Wijk aan Duin op 4 november 1628 verkoopt Jan Gerritsz Roos, buurman in Velsen, als man en voogd van Anna Pietersdr, aan Cornelis Willemsz van Thoorn een strengetje land liggende gemeen met het land van de voorschreven Thooren, zijnde 1/16 in zeker stuk land genaamd het Wintglop, voor 60 gld, en verkoopt Cornelis Willemsz van Thoorn, poorter van Beverwijk, aan Gerrit Willemsz, zijn medepoorter, een strengetje geestland liggende gemeen in 't leenland hetwelk door voornoemde van Thoorn eerder mede aan voornoemde Gerrit Willemsz is verkocht, blijkende bij de leenbrief te Alkmaar in de leenkamer gepasseerd, in Heynencroft, groot 146 roeden, belend ten oosten Jooris Cornelisz, ten westen Jan Dircksz in de Bresape, voor 80 gld 442.
In Wijk aan Duin verkopen op 14 januari 1629 Cornelis Willemsz van Thoorn, voor hemzelf, en Meijns Cornelisdr, zijn moeder, geassisteerd met dezelve Cornelis van Tooren, aan Gerrit Willemsz hun medepoorter een stuk geestland genaamd de Langhe Ackersz, groot omtrent 1300 roeden, waarvan hun, comparanten, elk de helft competeert, belend ten oosten de Lijwech, ten zuiden 't gasthuis van Beverwijk, ten westen de Cleijne Houtwech, ten noorden de steden Haarlem en Beverwijk, voor 1900 gld, te betalen op 4 Lucasmarkten, 1629 de eerste 443.
In Beverwijk verkoopt in 1635 Cornelis Willemsz van Toorn aan Hans van Nes een stuk land van 618 roeden, belend ten noorden en westen Gerrt Jacobsz, verkoopt in 1638 Cornelis Willemsz van Toorn, onze mede-poorter, aan Frans Pels, boekdrukker, een huis en erf in de Breestraet, strekkende tot achter aan de Coonningswech, belend ten noordosten Gerrit Willemsz Vrancken, ten zuidwesten de Molensteech, en aan Joffrou Alydt Meermans, weduwe van Francoijs van Bergh, een custingbrief van 1103 gld 444.
In Beverwijk in 1639 verkoopt en is schuldig Cornelis Willemsz van Toorn, onze mede-poorter, aan Tryntgien Cornelisdr, weduwe van Cornelis Rieuwertsz, een jaarlijkse losrente van 27 gld, met als onderpand zijn huis en erf op de Meijr op de hoek van de Nieuwe Steech, strekkende tot achter het huis van de weduwe van Dirck Willemsz van Toorn, ook ten zuidwesten belend, evenzo aan Gerrit Jansz Wildeman een jaarlijkse losrente van 42 gld, te lossen met 840 gld, die hij, comparant, schuldig was aan wijlen Claes Hermansz, de vader van de huisvrouw van Wildeman, met als onderpand zijn huis en erf op de Meijr, strekkende tot het erf van de erfgenamen van Dirck van Toor die ook ten zuidwesten en de Nieuwe Steech belenden, nog belast zijnde met 750 gld, en aan Grietgien Dircksdr, weduwe van Oent Simons, wonende in Amsterdam, een jaarlijkse losrente van 36 gld, aflosbaar met 600 gld, met als speciale hypotheek zijn huis en erf aan de Bieuwe Steech, strekkende tot achter aan het erf van Rijck Cornelisz, belend ten noordwesten Aert de Backer en Pieter Pas, ten zuidoosten Dirck Brughman 445.
In Wijk aan Duin is in 1638 Cornelis Willemsz van Thoorn, poorter van Beverwijk, aan de weeskinderen van zal. Claes Pietersz Bas, poorter te Amsterdam, een jaarlijkse losrente van 38 schuldig, hoofdsom 800 (afgelost op 10 december 1640), is in 1639 Cornelis Willemsz van Toorn, poorter van Beverwijk, aan Pieter Dircksz Emans, poorter van Amsterdam, een jaarlijkse losrente van 25 gld schuldig, hoofdsom 400 gld (op 22 mei 1640 afgelost door Dierck Ootgertsz), en verkoopt in 1640 Cornelis Willemsz van Thoorn, poorter van Beverwijk, aan Willempjen Adriaensdr, laatst weduwe van Dirck Willemsz van Thoorn, in zijn leven comparants broer, poorter van Beverwijk, een achtenveertigstepart van het schip genaamd de Vergulden Lelije, een pinas groot omtrent 75 lasten, toebehorende schipper Jan Cornelisz Back van Wijk op Zee met zijn verdere gemene reders, voor 100 gld 446.
In Beverwijk in 1640 verkoopt Cornelis Willemsz van Toorn aan Claes Jacobsz Lakeman een huis en erf in de Nieuwe Steech, strekkende tot achter Rijck Cornelisz, belend ten oosten Sr Brugman en Jan Barentsz, ten westen Aert de Backer en Pieter Pas, aan Willempgien Aryaensdr, weduwe van Dirck Willemsz van Toorn, een schuit groot omtrent 10 lasten, zijnde een damloper, met al zijn toebehoren, in mindering van zodanige penningen als hij, comparant, aan de voornoemde weduwe volgens slot van rekening tussen henlieden gedaan nog schuldig is, verkoopt en is schuldig Cornelis Willemsz van Toorn aan Cornelis Engelsz Duijnmeijer, wonende in Wijkerduin, een jaarlijkse losrente van 15 pond 2 st 's jaars, losbaar met 241 pond 12 st, alzo comparant een somme van 200 schuldig op rente gekocht had van Mathys Hendricks waarvoor de voornoemde Cornelis Engelsz borg staat, en de resterende 41-12-0 spruitende uit zake van geleverde konijnen, verbindt hij tot een speciale hypotheek zijn huis en erf met de kooi en de platingdijk voor hetzelve huis op de hoek van de Nieuwe Steech, strekkende van de Meijr tot achter aan het erf van Dirck van Toorns weduwe en erfgenamen, en verkoopt en is schuldig Cornelis Willemsz van Toorn aan Cornelis Engelsz wonende te Wijk aan Duin, een jaarlijkse losrente van 15 gld 2 st, losbaar met 241 gld 12 st (als hiervoor), waarna op 19 april 1641 Cornelis Engels door handen van de tresorier Cornelis Lambertsz in mindering hiervan 84 gld 9 st 6 penn heeft ontvangen 447.
In Wijk aan Duin verkoopt op 25 maart 1640 Cornelis Willemsz van Toorn, poorter der stede Beverwijk, aan Willempgen Aerijaensdr, weduwe van Dirck Willemsz van Toorn, poortersse der stede Beverwijk, een stuk geestland, groot omtrent 1125 roeden, genaamd Schoutencroft, belend ten zuiden Jacob Jansz Slommer, ten westen de Schoubeeck, ten noorden de erfgenamen van zal. Gelis Aelbertsz, ten oosten de Galgwech, voor 1350 gld, en aan Dirck Outgertsz, comparants zwager, een stuk geestland genaamd 't Wintglob, groot omtrent 650 roeden, belend ten zuiden en oosten Claes Cornelisz Calf, ten noorden Guert Outgersdr weduwe van Pieter Rieuwertsz, strekkende van de Cleijne Houtwech tot aan de Schoubeeck, voor 750 gld 448.
In de inventaris opgemaakt op 27 juli 1656 van de goederen nagelaten door Adriaen Jacobsz van der Wijck, fabriekmeester der stad Alkmaar, wordt onder nr 21 vermeld een obligatie op Cornelis Willemsz van Thoren (te Beverwijk) van 200 gld kapitaal dd. 5 mei 1629, die gehouden wordt voor kwade schuld 449.
1005. (<502) (>2010, >2011) Annitgen OETGERSDR, geb. ca. 1582.
Op 17 juli 1627 is het leengoed te Wijk aan Duin bestaande uit 2 croften land, tezamen groot 1569 roeden, belend ten noorden Ootger Sijmonsz, ten oosten Aris Cornelisz, ten zuiden Lammert Isbrantsz, ten westen Cornelis Bos en Jan Cornelis, opgedragen aan Gerrit Willemsz van der Burg, oud omtrent 46 jaar, wonende in de Beverwijk, door Cornelis Willemsz van Tooren, biersteker in de Beverwijk, als man en voogd van Anna Ootgersdr 450.
Uit dit huwelijk:
1. Willem Cornelisz van TOOREN, geb. ca. 1608, zie 502.
2. Claes Cornelisz van TOOREN, geb. ca. 1610.
In 1634 legt in Beverwijk Claes Cornelisz van Tooren, jonggezel, poorter dezer stede, oud omtrent 23 jaar, een verklaring af ten verzoeke van Jan Willemsz gorter 451.
3. Aecht Cornelis van TOOREN, tr. N.N.
4. Meijnsgen Cornelis van TOOREN, tr. Sijmon Dircksz QUANT.
In 1643 is er een afvraging door notaris Simon Lantsknegt in naam van Meijnsgen Cornelis (vader is Cornelis van Toorn) over een zilveren kelk 452.
In Beverwijk verkoopt in 1676 Sijmon Dircksz Quant, in huwelijk hebbende Meijns van Tooren, aan de kinderen van Willem Cornelisz Poelenburch, met namen Aeltjen en Achtgen Willems, een derdepart van een negendepart van zekere erfenis haar aangekomen bij overlijden van Claes Jansz Beverwijck, bestaande in een huis en erf, custingbrief en een notariële akte van 400 gld, tezamen voor 70 gld 453.
1008. (<504) (>2016) IJef ZEGERSZ, tr.
In Heemskerk verkoopt in 1586 Jacop Huijgens aan IJef Zegersz zeker getimmerte met erf en aankleve liggende op de Maer, zo groot en klein als voornoemde Jacop Huijgens en zijn voorzaten het bezeten hebben, belend ten zuiden de Maersloet, ten westen de Maerlaen, ten noorden de Kerckbeeck, ten oosten de gemene Wateringhe, waar de kerk van Heemskerk jaarlijks 5 stuivers op heeft, met vrije aanvaart en afvaart als een gemene buursteiger, met dien verstande dat niemand zal mogen lossen op erf en werf zonder toestemming van de eigenaar, met als waarborgen Louris Aerijsz, Willem Willemsz, Arijs Dircxz en Jan Woutersz, dragen in 1607 Cornelis Claesz alias Jongkees, buurman aan duin, en Bouwen IJffvensz en Lourens Jansz, mede buurluiden, als oom en voogden van IJffve Willemsz, nagelaten zoontje van Willem IJffvensz zal., op aan Gerridt Cornelisz, mede buurman te Heemskerk, een huis, erf en aankleve met nog omtrent 200 roeden land, belend ten noorden Jacob Pietersz, ten westen de Wildernis, ten zuiden Cornelis Jeroensz, ten oosten de Schilpwech, met de last van 2 gld 10 st jaarlijkse losrente, en verkopen in 1622 Bouwen IJffsoen en Pieter IJffsoen, gebroeders, als zonen en voogd van Guiert Jacopsdr, weduwe van IJff Zegersz, hun moeder, nu ter tijd buurluiden van Heemskerk, aan Cornelis Aeriansz alias Buer, buurman te Noertdorp, alle rechten van een opdrachtbrief, voor een custingbrief van 159 gld (in de kantlijn: Cornelis Aeriansz ... biersteker heeft gekocht van Bouwen en Pietert IJffsoenen een huis en erf op de Maer) 454.
Voor het haardstedengeld in Heemskerk voor 1604 wordt Guert Iijven weduwe aangeslagen voor 1 schoorsteen, evenzo voor 1606 de weduwe van IJff Zegersz 455.
1009. (<504) Guiert JAECOPSDR.
Uit dit huwelijk:
1. Bouwen IJFFVENSZ, zie 504.
2. Pieter IJFFVENSZ.
3. Maritgen IJFFVENDR, tr. IJsbrant Willemsz van RIETWIJCK, werd in 1587 poorter van Alkmaar, van Heiloo, zn van Willem Cornelisz van RIETWIJCK, kastelein van Assumburg, en Aefgen PIETERSDR.
In Heemskerk worden in 1588 huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen IJsbrant Willemsz van Rietwijck en Maritgen IJefvendr, geassisteerd met Pieter Segersz haar oom en bestorven bloedvoogd, nu beiden wonende in Heemskerk; als hij eerst overlijdt zonder kinderen krijgt zij de helft van zijn goederen hem aangestorven van zijn moeder Aefgen Pietersdr, als zij eerst overlijdt zonder kinderen gaan haar goederen terug naar haar familie 456.
Beleningen door de graaf in Kennemerland, onder 'Egmond': nr 82, 24 honderd land in Wimmenum, waar zijn woning op staat (na 1525 gesplitst in 82A, 82B en 82C); nr 82A, een derde van het leen, 18-9-1574 Gerrit Willemsz Korffaer, burger van Amsterdam, voor IJsbrant van Rietwijck bij dode van Willem, diens vader, 19-1-1589 hulde van IJsbrant van Rietwijck, 27-3-1607 Boudewijn van Rietwijck Willemsz, voor IJsbrant van Rietwijck, zijn neef [(half)broerszoon], bij dode van IJsbrant, diens vader, 1-5-1630 Jacob Luck Woutersz, te Limmen bij overdracht door IJsbrant van Rietwijck IJsbrantsz; nr 82B, een derde van het leen, 12-1-1589 IJsbrant van Rietwijck bij overdracht door Willem, zijn neef [vadersneef], [met een derde?], 6-1-1590 Meinert van Rietwijck Cornelisz, bij dode van Willem van Rietwijck, zijn neef [moedersneef], met twee derde, verder als onder 82A; nr 82C, een derde van het leen, 15-10-1578 Willem van Rietwijck bij dode van Catharina, zijn nicht, 12-11589 IJsbrant van Rietwijck bij overdracht door Willem, zijn neef [vadersneef], verder als onder 82A 457.
In Alkmaar verkopen in 1591 Andries Thomasz van Leeuwarden als vader en voogd van zijn kinderen, Pieter Roemersz mede van Leeuwarden als vader en voogd van zijn 6 kinderen geprocreëerd bij Mary Thomasdr zijn huisvrouw, Cornelis Pietersz van Schagen als voogd van de 6 jongste kinderen van Aelbert Thomasz geprocreëerd bij Maritgen Aelbertsdr, IJsbrant van Rijetwyck voor hemzelf en als voogd van zijn onmondige broer en zusters, allen erfgenamen van zal. Willem van Rietwyck [volgens diens testament dd. 30 april 1589 458], aan Cornelis van Rietwyck, mede erfgenaam van dezelve Willem van Rietwyck, de helft van een huis en erf aan de Zuidzijde van de Langestraet, strekkende tot de Breestraat toe, belend ten oosten Anthonis Willemsz Souck, rentmeester van de Grafelijkheid van Egmond, ten westen Claes Jorisz Princen stadsbode, waarvan Symon Cornelisz Comans nomine uxoris en Cornelis Claesz Heck de andere helft toebehoort, voor 772 gld 10 st, te betalen op 3 naastkomende meidagen, te weten mei 92, 93 en 94, telkens een derdepart 459.
Door het Hof van Holland, in het geschil tussen Guerte IJevendr als bestemoeder en Bouwen IJeffsz als oom van 's moeders zijde van IJsbrant van Rijetwijck, nagelaten weeskind van wijlen IJsbrant van Rijetwijck Willemsz geprocreëerd bij Maritgen IJevendr, impetranten, ter ene zijde, en Boudewijn van Rijetwijck wonende te Alkmaar, oom van 't voorschreven kind van 's vaders zijde, gedaagde, ter andere zijde, wordt de weeskamer der stede Alkmaar geordonneerd te leveren staat en inventaris van de goederen van 't voorschreven weeskind van wijlen IJsbrant van Rijetwijck Willemsz en daarvan voor commissaris van dit hof te doen rekening van de administratie door hen tot nog toe van dezelve goederen gehad, en verklaard dat er geen verdere provisie voor de impetranten vooralsnog valt 460.
In Alkmaar heeft in 1621 Boudewijn van Rietwyck, oom van 's vaders zijde en voogd van 't nagelaten weeskind van wijlen Isbrant van Rietwyck zijn broer, geleverd zekere inventaris van de goederen van het kind, dit ten verzoeke van Adriaen van Veen, en [gevraagd] of hij niet begeerde dat de goederen daarin verhaald te weesboek gesteld zouden worden 461.
4. Willem IJFFVENSZ, tr. N.N.
Voor het haardstedengeld in Heemskerk voor 1604 wordt Wilm Ivesz aangeslagen voor 1 schoorsteen 368.
In Heemskerk verkoopt in 1607 Cornelis Claesz alias Jongkees, buurman aan Duyn, met Bouwen IJffvensz en Lourens Jansz, mede buurluiden binnen deze banne, als oom en voogden van IJffve Willemsz, nagelaten zoontje van Willem IJffvensz zal., aan Gerridt Cornelisz, mede buurman te Heemskerk, een huis met het erf met al de aankleve met nog 200 roeden land, belend ten noorden Jacob Pietersz, ten westen de wildernis, ten zuiden Cornelis Jeroensz, ten oosten de Schilpweg, belast met 2 gld 10 st jaarlijkse losrente 462.
In Heemskerk verkopen in 1634 Maerten Aeriansz, schepen en buurman van Heemskerk, als broer en voogd in dezen van Neelighe Aeriansdr, Cornelis Willemsz voor hemzelf, Frans Joostensz als man en voogd van Anna Claesdr zijn tegenwoordige huisvrouw, henluiden sterk maken voor Cornelis Cornelisz hun zwager als man en voogd van Willemtge Willemsdr, Bouwen Iffsoen, buurman en wagenmaker te Heenskerk, als voogd in dezen van Marijtghen Willemsdr zijn overleden broers dochter, aan Jaecop Huijghens buurman te Heemskerk een huis, erf en werf in de Kerckbuert waar hij, Jaecop, tegenwoordig in woont, belend ten zuiden Ghijsbert Claesz, Gerrit Aerisz en Neeltgen Lourensdr, ten westen de gemene Buierwech, ten noorden Jan Woutersz, ten oosten de Affterwech, met lasten aan de heer van Marquette en de interest van 200 gld aan de armen van Heemskerk; Neell Aeriansdr mag in het huis blijven wonen tot meidagen 1635 463.
1010. (<505) (>2020, >2021) Willem Lourensz van der MAER, geb. ca. 1545, schout van Heemskerk, tr.
Uit het kasboek van een lakenkoper: gerekend met Willem Lourensz, Griet Niellen zoon van 't Hoflant, wonende met Bouwen Willemsz, schuldig van zwart laken 4 Rijnse gld 12 schellingen 1 blank, op 13 maart 1568, nog voor het maken van 14 franjeknopen 2 Rijnse gld 10½ schelling op 20 maart 1568, nog heeft Willem Lourensz gekocht op 19 mei 1568 een el en een half vierendel rood laken tot een wollen hemd voor 32 schellingen, van scheren 1 schelling, van linnen 3 schellingen, van zijden franjeknopen aan de mouwen 3 schellingen, nog Willem Lourensz gehad 3 ellen en een half vierendel linnen tot een kazak, dat voor 3 schellingen, van maken 4 schellingen. Op de laatste juni 1568 dit schrift bedraagt 10 k[arolusguldens] 4 schellingen, en nog Willem Lourensz gekocht een el en een half vierendel blauw laken tot ghelij bocx, dat voor 24 schellingen, van een band piessack 1 schelling, nog Willem Lurensz gekocht anderhalf vierendel rood laken tot voethozen voor 14 schellingen, van scheren, maken, gestikt 3½ schelling 464.
In Heemskerk verkoopt in 1582 Claes Pouwelsz van Crabbedam, ook als gemachtigde van zijn moeder de weduwe van Pouwels Cornelisz, aan Willem Lourisz (in de kantlijn: Willem van der Maer) een erf en werf op 't Veer waar Dirck Claes Hugen placht te wonen, belend ten zuiden en westen de heer van Assendelft, ten noorden de Veerlaen, ten oosten Cornelis Dircxz Ketghen, en verkoopt in 1613 Willem Lourensz van de Maer, tegenwoordig schout van ons dorp, aan Bouwen IJffvensz zijn zwager [schoonzoon] een huis met erve en werve enz. op 't Veer, tegenwoordig door Bouwen IJffvensz bewoond, belend ten oosten, zuiden en westen de heer van Assendelft, ten noorden de erfgenamen en bezitters van 't huis te Reedtwijck 465.
In Heemskerk verkoopt in 1589 Louris Jansz, tegenwoordig schout te Heemskerk, aan Willem Lourysz (in de marge: Willem van de Maer) de helft van zeker weiland genaamd de Matten, belend ten zuiden de Maer, ten westen de Necksloot, ten noorden Elijas de Haes, ten oosten de erfgenamen van Aeryaen Gerritsz te Wijk op Zee 466.
Voor het haardstedengeld in Heemskerk voor 1604 wordt Wilm Vermaer aangeslagen voor 2 schoorstenen, evenzo voor 1606 Willem Lourensz van der Maer 455.
In 1608 legt o.a. Willem Lourisz van der Maer, schout te Heemskerk, oud 63 jaar, een verklaring af ten verzoeke van Cornelis Cornelisz Limmen en Aelbert Jansz Vachtecoper c.s. (over de bekostiging van de hertenheiningen in Heemskerk langs de Wildernis) 467.
1011. (<505) Wen CLAESDR, overl. Heemskerk dec. 1620, tr. 1° N.N.
Uit het tweede huwelijk:
1. Claer WILLEMSDR, zie 505.
1012. (<506) Lourens, alleen bekend van 2 zoons, tr. N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Willem Louwerisz van 't HECK, zie 506.
2. Theunis Laurensz van der HECK, grutter, tr. Lijsbet ARENTS.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1643 Theunis Louwerisz, poorter van Beverwijk, aan Joris Cornelisz, oud-burgemeester van Beverwijk, een stuk geestland genaamd Sijmon Duijnencroft, groot omtrent 1251 roeden, belend ten oosten de Kleijne Houtwegh, ten zuiden de Zeewegh, ten westen de Schouwbeecq, ten noorden de koper, voor 1850 gld, te betalen in 2 termijnen, St. Jacob 1643 en St. Jacob 1644, gevolgd door een schuldbekentenis (voldaan op 6 oktober 1645) 468.
In Wijk aan Duin verkoopt 1645 Theunis Laurensz van der Heck, poorter van Beverwijk, aan Frans Cornelisz (van) Poelenburgh, mede poorter van Beverwijk, in 1645 3/4 in een kroft geestland genaamd de Twee Ackerscroft, gemeen en onverdeeld met de steden Haarlem en Beverwijk, groot in 't geheel omtrent 1065 roeden, belend ten oosten de Groote Houtwegh, ten zuiden de steden Haarlem en Beverwijk, ten westen Claes Cornelis Ceesoom, voor 1110 gld, te betalen op 2 eerstkomende Lucasmarkten, gevolgd door een schuldbekentenis (voldaan op 25 augustus 1656), en in 1646 een zeker gedeelte van 578½ roeden in een stuk hooiland in Wijckbroeck, zo binnen als buitendijks, genaamd de Havercamp, groot in 't geheel 2571 roeden, gemeen en onverdeeld met de steden Haarlem en Beverwijk en Cornelis Aerijaensz Natteboer mitsgaders de kerk van Beverwijk, belend in 't geheel ten zuiden de stad Haarlem en Jacob Cijen, ten westen de steden Haarlem en Beverwijk, ten noorden de erfgenamen van Gerrit Barentsz en Jacob Jansz Slommer, voor 800 gld 469.
In 1653 hebben Claes Pietersz wonende in 't Noordeijndt van Assendelft, man en voogd van Aecht Frans laatst weduwe van Maerten Pietersz Voocht, ter eenre, en Theunis Laurensz van der Heck, grutter, wonende te Beverwijk, ter andere zijde, een accoord bereikt over de penningen die Theunis Laurensz, als borg voor de voornoemde Maerten Pietersz Voocht, van huur van geestelijke landen toebehorende de stad Haarlem in Beverwijk, lange jaren geleden had moeten opleggen ter somme van 442 gld gld 12 st 470.
Op 14 april 1654 verklaren Maritgen Gerrits vrouw van Jan Maertensz, oud 44 jaar, en Maritje Douwen vrouw van Pieter Jansz tuinier, 50 jaar, ten verzoeke van Theunis Lourensz gorter, dat toen zijn huisvrouw Lysbet Arents overleden was zij, deposanten, een nieuwe hemd gebracht werden [brachten?] en de buren hebben gezegd dat het nieuwe hemd daartoe te goed was en een zekere meid uit Amsterdam zei dat zij de kast niet kon openen omdat de overledene de sleutel van de kast te Amsterdam gelaten had 471.
Generatie XI (<X, >XII)
1920. (<960) (>3840, >3841) Sijmon Miesz SCHOTTEN, geb. ca. 1556 472, tr.
In 1574 wordt bij verpachting van land voor het jaar 1574 Symen Myes Jonge Schotgen vermeld als borg voor Jan Cornelisz van Egmont op de Hoeve 473.
In Egmond-Binnen bekent Symon Miesz Schotten schuldig te zijn aan Loeff van Harlaer, onze schout, 180 gld ter cause van koop van des heren accijns te Egmond op Zee, door de voornoemde Harlaer eerst gepacht om te ontvangen van het jaar 1606, te betalen op 21 februari 1607, zo ver de voorschreven Haerlaers zeven kinderen, als bij namen Geldoff, Annetgen, Floris, Nan, Ariaen, Frederick en Maritgen op die datum nog in leven zijn 474.
Op 15 juli 1610 verkoopt Sijmon Miesz Schotten, onze buurman te Egmond op de Hoeve, aan Cornelis van Egmont Aelbertsz een hooibarg met zijn toebehoren en erf op het westeinde van de Caffgen zo 't afgepaald is, belend ten oosten de comparant, ten zuiden Sijmon Pietersz Heeroom, ten westen Ariaen Jansz Coopman, ten noorden de weg naar Egmond op Zee, waaraan de comparant heeft verbonden zijn huis met toebehoren te Egmond op de Hoeve, belend ten noorden en oosten de Wagenwech, ten zuiden Sijmon Pietersz, ten westen voornoemde Cornelis van Egmont met het gekochte west zijnde van 't tuintje met de barg, en nog een croft land te Rinnegum groot omtrent 12000 roeden, belend ten oosten Reyn Huygen, ten zuiden de Laen, ten westen de Wildernis, ten noorden Comen Ghijs Diercksz 475.
Op 20 maart 1611 verkoopt Sijmon Miesz Schotten, buurman te Egmond op de Hoeve, aan Gerrit Jansz Bijl, buurman te Egmond op de Hoeve, een croft land te Rinnegum groot omtrent 2 morgen, belend ten oosten Reyn IJsbrantsz, ten zuiden de gemene weg, ten westen de Wildernis, ten noorden Comen Ghijs Diercksz, met als onderpand zijn huis te Egmond op de Hoeve 476.
Op 29 oktober 1611 verklaart Fredrick Cornelisz Kinnemans, buurman te Egmond-Binnen, ontvangen te hebben van Sijmon Miesz Schotten, buurman te Egmond op den Hoef, de somme van 50 gld, onder conditie dat indien Sijmon Miesz wettelijk huwelijkt vóór Vastenavond eerstkomende comparant gehouden zal zijn hem 98 gld 10 st te betalen 477.
In 1616 heeft Pieter Lourisz Coman, poorter van Alkmaar, ter instantie van Thijs Jansz van Koedijk getuigd dat hij ten tijde Sijmon Miesz Schotten gevangen lag van deszelfs wegen meer dan eens betaling heeft ontvangen, van de zoon van Gerrit Hasen of van de zoon van diens huisvrouw, van de obligatie van de uitkoop van 33 tonnen bier, iedere ton 54 stuiver, door de voorschreven Gerrit Hasen ten behoeve van de voorschreven Sijmon Schotten verleden, waarvoor hij, getuige, quitantie heeft gegeven, en verklaart getuige nog present geweest te zijn in de herberg van de Blinde Werelt op de Nieuwesloot benevens Dirck Heindricxz schout van Warmenhuizen, toen de voornoemde Sijmon Schotten uit de gevangenis was ontslagen, te welken tijde voorschreven Gerrit Hasen en Sijmon Schotten afgerekend hebben van heteen de voorschreven Hasen op de obligatie betaald had, en alsdan bevonden werd dezelve betalingen met de betaling door Cornelis Pietersz Kintge te bedragen 70 gld 4 st, en verklaart getuige verder dat dezelve Hasen bevonden werd ook een som van penningen over de collecte van de huisluiden van Warmenhuizen aan de voorschreven Sijmon Schotten schuldig te zijn en zei dat zijn zoon de collecte had bewaard en nog verscheidene penningen openstonden 478.
In Alkmaar verklaart in 1616 Pieter Adriaensz Graeff, herbergier en kramer in 't Ooch, rechtelijk gedaagd om der waarheid getuigenis te geven ter instantie van Sijmon Meusz Schotten pachter geweest zijne van de bieren en wijnen over de dorpen onder Alkmaar sorterende, ingegaan 1 april 1611, dat hij, getuige, de boeten ter somme van 100 gld, die hij bij accoord beloofd had te betalen aan de requirant met Adam Hinderduijn c.s. over zekere fraude waarvan hij door de requirant c.s. achterhaald is, voldaan en betaald heeft, te weten Pouwels Cornelisz Halffbergen een koe en de rest met geld ten huize van Adam Hinderduijn 479.
In 1621 verklaart Claes Harcxz, waard in de Eenigenburg, oud omtrent 42 jaar, ten verzoeke van Sijmon Mieusz Schotten wonende op de Hoeve, dat hij, getuige, van de imposters van de bieren achterhaald geweest is van zekere contraventie enige jaren geleden, toen Pieter Laedge en Dirck Harcx pachters of medestanders waren, en ter zake vandien met de pacht is verdragen geweest voor over de 100 gld, en dat hij die boete betaald heeft aan Pieter Jansz Laedges 480.
1921. (<960) (>3842) Jannetgen AELBERTSDR, overl. vóór 29 okt. 1611.
Uit dit huwelijk:
1. Mieus Sijmonsz SCHOTTEN, zie 960.
2. Jan Sijmonsz SCHOTTEN, tr. N.N.
3. Maartje SIJMONS, tr. Pieter Jacobsz WALENBURG, zn van Jacob Cornelisz WALENBURG, notaris.
In Egmond-Binnen compareren op 8 juni 1672, behalve de erfgenamen van Pieter Sijmonsz Walenburg voor de helft, als erfgenamen van Maartje Sijmons zal., gewezen huisvrouw van Pieter Jacobsz Walenburg, tezamen voor de andere helft, Claas Miesz Scotten en Pieter Sijmons Nieuwpoordt, voor henzelf en voor Jacob Miessen Scotten, mitsgaders als omen en bloedvoogden van de onmondige kinderen van Aelbert en van Trijntje Miessen, en Jannitje Pieters, moeder en voogdesse van haar kinderen geprocreëerd bij Sijmon Miessen Scotten, geassisteerd met de secretaris haar voogd in dezen, voor 2 elfdeparten, Teunis Pietersz Valk, voor hemzelf en voor Claas Jansz zoon van Jan Sijmonsz Scotten en voor Sijmin Jansz Scotten, en Tunisje Jans weduwe van Ysaack van Scin, geassisteerd met Teunis Pietersz Valk haar voogd in dezen, voor 2 elfdeparten, Jacob Willemsz Speck, zoon van Willem Aarjensz, voor hemzelf en voor Trijn Sijmons, voor 2 elfdeparten, Reijn Pietersz, timmerman, voor hemzelf, Tijmon IJsbrantsz mede voor hemzelf, Floris Cornelisz Welboren, vader en voogd van zijn 3 kinderen geprocreëerd bij Jannitje IJsbrants, en Louris Aarjensz getrouwd met Annitje IJsbrants, voor 2 elfdeparten, Neeltje Jans, huisvrouw van Harmen Willemsz te Dordrecht voor wie zij intervenieert, dochters dochter van Maartje Sijmonsz, geasisteerd met Jan Pontiaansz, wagenmaker, haar voogd in dezen, voor een elfdepart, Cnier Aris, weduwe van Jacob van Egmondt, geassisteerd met de secretaris haar voogd in dezen, voor haarzelf en voor haar broer Sijmon Arisz Scotten, Anna Aris, huisvrouw van Joost Garbrantsz die uit zijn dienst niet kunnende zelf niet compareert, geassisteerd met Louris Aerjensz haar voogd in dezen, voor haarzelf en voor Maartje Aris getrouwd met Reijer Cuijper, en Teunis Pietersz Valk interveniërende voor Alidt Aris weduwe van Claas Jansz, voor een elfdepart, Tomas Sijmensz Bom, voor hemzelf, voor Jan Sijmonsz Bom, voor de kinderen van Claas Sijmonsz Bom, voor Trijn, Lambert en Griet Sijmons, voor het rersterende elfdepart, bij de verkoop van een huis en erf en kroft [van 300 roeden] te Egmond op den Hoef aan Teunis Pietersz Valk, biersteker te Egmond op den Hoef, belend ten oosten Jacob Jacobsz, wever, ten zuiden Mr Cornelis Neeringh en Helena Jans, weduwe, ten westen dezelfde weduwe, ten noorden Pieter Ariensz Valk, belast met 1 gld 8 penn jaarlijkse erfpacht, voor 450 (afgelost op 27 juni 1674) 481.
4. Maartje SIJMONS, tr. N.N.
5. Trijn Sijmons SCHOTTEN, tr. Willem Aerjensz SPECK, overl. vóór 1672.
6. N.N. Sijmons SCHOTTEN, tr. Symon BOM.
7. Arij Sijmonsz SCHOTTEN, tr. N.N.
Op 4.6.1685 (hist. kad. Binnen-Egmonden Q fo. 122vo) is er transport van huis en erf te Egmond-Binnen door Sijmon Arisz Schotten, Maartje Aris en Alidt Arisdr en Cornelis Gerritsz metselaar te Alkmaar, getr. met Maartje Jansdr, dochter van Anna Arisdr, samen erfgenaam van hun overleden zuster Cnier Arisdr, wed. Jacob Jansz van Egmond, aan Jacob Willemsz Biersteker, oud schepen; prijs 100 gld.
8. Anna Sijmons SCHOTTEN, overl. vóór 10 juni 1672, tr. 1° IJsbrant TYMONSZ, te Egmond a/d Hoef, tr. 2° Pieter REIJNEN, overl. vóór 1664.
Op 10 juni 1672 vindt er scheiding plaats van de nagelaten boedel van wijlen Annitje Symonsdr door Louris Aerjensz getrouwd met Annetje IJsbrantsdr, Floris Cornelisz Welboren als voogd en vader van zijn kinderen bij Jannetje IJsbrantsdr, en Tijmon IJsbrantsz ter ene zijde, als kinderen van IJsbrant Tijmonsz en Annitje Sijmonsdr, en Reyn Pietersz, zoon van Annitje Sijmonsdr bij Pieter Jonge Reynen, ter andere zijde.
1952. (<976) (>3904, >3905) Cornelis Jansz COELENBIER, geb. te Kortrijk in Vlaanderen 1558 482, koperslager, tr. 2° Josyne KIECKENS, tr. 1°
In Haarlem verkoopt op 31 december 1594 Abraham Cornelisz, garentwijnder, aan Cornelis Jansz Coelenbier, koperslager van Kortrijk, een huis met erf in de Warmoesstraet tussen Magdalena Basgens aan de ene zijde en Andries Jansz Cristal aan de andere zijde, achter strekkende met een vierkante plaats aan de dwarsmuur van 't erf van voorschreven Magdalena Basgens, met voorwaarde dat Cornelis Jansz Coelenbier de zomerkeuken die uit de gronste [?] van de voornoemde Magdalena getimmerd is gehouden zal wezen ten believe van Magdalena en haar nakomelingen af te breken, met nog veel meer voorwaarden, o.a. over goten, licht en afwatering, en op de vierkante plaats geen varkens te mogen houden; voor 4300 gld, te betalen op 8 eerstkomende meien, anno 1595 de eerste 483.
In Haarlem stelt op 23 maart 1601 Cornelis Jansz Coelenbeier, koperslager, zich borg voor Abraham Coelenbier voor 't namptissement van 15 ponden 11 schellingen Vlaams door hem op 21 november 1600 geobtineerd ten laste van Passchier Lammertyn, om dezelve somme in 't geheel of deel te restitueren indien namaals bevonden wordt zulks te behoren 484.
Op 18 maart 1604 testeren Cornelis Jansz Coelembier, koperslager geboren van Kortrijk, en Jozyna Kyeckens van Roeselare. Zij verklaren dat de voorkinderen genoten hebben hun overleden moeders goederen in Vlaanderen zodat Cornelis Jansz Coelembier daarin part noch deel gehad heeft, willende dat de nakinderen vooruit zullen hebben al hun moeders goederen in Vlaanderen. 485
Op 18 maart 1604 verklaren Cornelis Jansz Coelembier ter eenre, en Pieter Bouckaert, kozijn van de voorkinderen van de voornoemde Cornelis Jansz Coelembier geprocreëerd bij Levijntgen Stampers, als voogd, ter andere zijde, dat zij op 20 mei 1595 geaccordeerd waren, en dat Cornelis Jansz, nog weduwnaar wezende, op het bewijs van de moederlijke erfenis van de kinderen wezende vijf, met namen Jan, Barbara, Pieter, Cornelis en Anneken, de kinderen tezamen boven hun moeders goederen bewezen heeft met de somme van 1500 gld, en hij daarenboven voor de vruchten der voorschreven goederen de voorschreven kinderen zal opbrengen tot hun mondige jaren of huwelijkse staat toe en daar toegevende elk hun portie in de voorschreven 1500 gld. En Jozyna Kyeckens bekende dat zij voor de aanvang van haar huwelijk van deze bewijzing wel verwittigd is geweest. 486
In Haarlem verkopen in 1613 Cornelis Jansz Coelembijer en Barbara Coelembiers met Mr Wouter Govertsz als haar voogd, aan Adriaen Jansz Coelembijer hun broer twee derdeparten van een huis met erf in de Aneganck, tussen Willem Fransz linnewever en Reyer Baltensz smid, achter strekkende aan Dr Augustijn van Teijlingen, met 10 schellingen 9 penningen 's jaars daarop te huur staande, voor 2000 gld 487.
In Haarlem constitueert Pieter Marynsz, oom en bloedvoogd van Jeremius Govert Thielmansz' zoon, nog onmondig, in die qualité op 7 maart 1619 Matthys van Lievendael, procureur, om zijn recht en actie te vervolgen benevens Thielman Govertsz zijn broer, op en jegens Cornelis Jansz Coelembier, en stelt Symon Henricxz op 22 maart 1619 zich borg voor 't namptissement van 200 gld door Thielman Govertsz zijn zwager op de 15e dezer maand voor schepenen dezer stad geobtineerd ten laste van Cornelis Jansz Coelembier, om dezelve somme te allen tijde wederom in 't geheel of deel te restitueren indien bij sententie ten principale zulks bevonden wordt te behoren 488.
In 1620 testeert in Haarlem Cornelis Jansz Coelenbier, koperslager, geboren in Kortrijk in Vlaanderen, inwoner van Haarlem, gezond, ten eerste 30 gld aan het oudemannenhuis in Haarlem. Hij heeft nog 10 kinderen in leven, namelijk vijf, Jan, Barbel, Peter, Cornelis en Tanneken, uit zijn eerste huwelijk met Livyntgen Stampen, die allen behalve Peter gehuwd zijn en elk hun moederlijke erfenis genoten hebben, en nog vijf bij Josyne Kieckens zijn tegenwoordige huisvrouw, namelijk Jacques die al getrouwd is en Janneken, Mayken, Beelken en Adriaen nog ongetrouwd. Omdat hij de vijf kinderen van den voorbedde voor hun moederlijke erfenis gezien zijn staat destijds te veel heeft gegeven, en zijn staat en conditie na het opkomen van de goederen in Vlaanderen wat beter was geworden, wil hij dat bij zijn overlijden de voornoemde Jacques vooruit 50 gld zal hebben, overmits hij zijn huwelijksgoed genoten heeft, Janneken Coelenbier 600 gld, en Mayken, Beelken en Adriaen, de drie jongste kinderen, elk 800 gld. Verder zullen zijn 10 kinderen in gelijke mate erven, maar Josyne Kieckens, zijn tegenwoordige huisvrouw, de helft. In 1621 wordt er nog een codicil opgemaakt ten huize van Cornelis Jansz Coelenbier in de Kerckstraet, waarin hij, krank te bedde liggende, aan Peter Coelenbier die nog ongetrouwd is gebleven 50 gld eens bespreekt, boven zijn kindsgedeelte. Hij vertrouwt erop dat zijn kinderen zich naar zijn wensen zullen regulieren. Ieder die dat niet doet krijgt slechts de legitieme portie, en testateur machtigt Adriaen Jans Coelenbier zijn broer en Abraham Mathysz garentwijnder om hierop toe te zien. 489
Op 24 mei 1624 testeert Cornelis Jans Colombier [tekent als Cornelys Jansz Coelombier], koperslager binnen Haarlem, ziekelijk. Hij legateert aan zijn 4 nakinderen Janneken, Maycken, Beelcken en Aeryan, behalve hetgeen tot hun lijven behoort, elk 500 gld, mitsgaders aan Josyna, de dochter van Jaques Colembier, om zonderlinge redenen 100 gld, en institueert in de verdere goederen Jan, Barbar, Pieter, Cornelis en Tanneken, zijn voorkinderen, en Jacques, Janneken, Maycken, Beelcken en Adriaen, zijn 5 nakinderen, bij vooroverlijden hun kinderen bij representatie in plaats van de ouder, elk evenveel. 490
In Haarlem verkopen op 12 maart 1626 Jaques Coelembier voor hemzelf mitsgaders Janneken Coelembier voor haarzelf, met Joost de Wolff en voorschreven Jaques Coelembier tezamen voogden over Beelken en Adriana [sic] nog onmondig, geauthoriseerd door de heren weesmeesters op 12 december 1625, alle vier kinderen en mede-erfgenamen van wijlen Cornelis Jansz Coelembier en Josina Kieckens, aan Jan Heymansz [doorgehaald: 4 vijfdeparten, alzo hem vanwege zijn huisvrouw Maeycken Coelembiers 't laatste vijfdepart toekomt, van] een huis met het erf waar de Brouketel uithangt in de Warmoesstraet tussen de erfgenamen van zal. Magdalena Basgers en Bastiaen Abels, achter strekkende met een vierkant plaats aan de dwarsmuur van 't erf van voorschreven erfgenamen van Magdalena Basgers, met de last van 1000 gld hoofdsom toekomende voornoemde Adriaen en Belyken, met een jaarlijkse rente tegen 5 ten honderd tot hun mondige jaren of huwelijk, voor 3700 gld, te betalen op 5 eerstkomende en achtereenvolgende meidagen. Borgen voor de eerste 2 termijnen zijn Adriaen Jansz Coelembier en Joost de Wolff. (De 4 laatste custingen te maken bij assignatie op Gerrit, Frans en Magdalena, nagelaten kinderen van zal. Hans van der hulst mits dat Jaques Coelembier zich zal verbinden als borg.) 491
In 1639 verkopen Jan, Pieter, Cornelis, Jaecques en Adriaen Coelenbier, gebroeders, mitsgaders Jan Jansz timmerman getrouwd hebbende Barbara Coelenbier, Pouwels Marchelis in huwelijk gehad hebbende Belitgen Coelenbier, en voorschreven Jan vanwege Gillis Bockou, nagelaten zoon van zal. Tanneken Coelenbier, tezamen erfgenamen van Barbara Coelenbier hun moeie en oudmoeie, aan Jan Heijmansz Vinckensteijn, koperslager, hun zwager, 8 negende parten van een huis met erf waarvan de koper het laatste negendepart competeert, gelegen in de Aneganck tussen Thonis Wolphertsz slootemaecker en Ysaack Anthonis backer, strekkende tot achter Dr Augustijn van Teijlingen, voor 2582 gld 4 st 8 penn, te betalen op 5 eerstkomende meidagen; het huis is verhuurd aan Willem Melsers, koperslager. Er is melding van een accoord op 26 januari 1589 en van een accoord op 2 juni 1611 tussen Cornelis Jansz Coelenbier, koperslager, vanwege zijn moeder, en Reyer Balthensz, smid. Barbara Coelenbier heeft op 18 oktober 1634 voor notaris Pieter d'Assonville een codicil gemaakt waarin staat dat als voorschreven Bockou komt te overlijden zonder wettelijke nakomelingen, de goederen die hij van haar zal erven, inbegrepen die haar van haar zal. broer Adriaen Jansz Coelenbier aanbestorven zijn en door Maeycken Aerts zijn weduwe in lijftocht bezeten worden, wederom aan haar andere erfgenamen zullen komen. 492
Uit het tweede huwelijk:
1. Jacques Cornelisz COELEMBIER, koperslager, tr. 1° vóór 27 mei 1620 Franchijntgen de HONDT, dr van Pieter de HONDT en Jannetgen Jansdr de LEEUW, tr. 2° (schepenbank) Haarlem 22 okt. 1633 Maeijcken LIJBAERTS, tr. 3° (schepenbank) ald. 15 jan. 1640 Geertje GERRITS, bij haar huwelijk met Jaccques Coelenbie weduwe van Tarnon.
In Haarlem verkoopt in 1614 Abraham Ampe aan Cornelis Coelembyer, ten behoeve van Jacob Cornelisz Coelembyer zijn zoon, een tuin met de geboomten, potinge, plantinge en tuinhuisje, gelegen buiten de Cleyne Houtpoort binnen de vrijheid van Haarlem, groot 14 roeden 12 voeten, belend ten westen Pieter de Hont, ten oosten Jan Segersz, ten zuiden de gemene laan van Henrick Coninck, Frans Theunisz en Henrick Vestersz, voor 216 gld, te betalen een vierdepart gereed en de rest op 3 eerstkomende meien 493.
Op 6 mei 1633 heeft bij codicil Jannetgen Jansdr de Leeuw van Antwerpen, wonende binnen Haarlem, weduwe van Pieter de Hondt van Roeselare, ziekelijk te bedde liggende, verklarende hoe zij Jaques Coelembier, getrouwd hebbende Franchyntgen de Hondt haar dochter, bij codicil dd. 10 juli 1620 gesteld had, benevens Vincent de Hondt en Abraham Mathysz, tot voogd over Henrickgen en Cathalyntgen, haar 2 onmondige kinderen bij voornoemde Pieter de Hondt, hem nu bij zekere consideratie van dezelve last bevrijd en ontslagen 494.
In Haarlem verkoopt op 19 december 1635 schepen Arnoult Fabricius, uit kracht van zijn verkregen recht van condemnatie ten laste van Jaques Coelembier, koperslager, bij executue van justitie ten profijte van de crediteuren, aan Lambert Reyniersz ten behoeve van Aeffgen en Lysbeth Jansdochteren, onmondige kinderen van zijn broer Jan Reynier Claesz, een huis met erf in de Groote Houtstraet, belend aan de ene zijde Ypolitus Pieters, aan de andere zijde de Guldeberchspoort, voor 6000 gld, te betalen op 5 eerstkomende meiendagen 495.
In Haarlem verkoopt op 13 februari 1636 Salomon Cousaert, als geordonneerde curateur over de gecedeerde boedel van Jaques Coelembier, bij executie van justitie ten profijte van de crediteuren, aan Pieter de Graeff een tuin met het opgetimmerde vandien buiten de Cleyne Houtpoort, belend aan de ene zijde Gerrit Dircxz Schepers, aan de andere zijde de bezorgers van de gemeente van zal. Vincent de Hont, voor 300 gld, te betalen op 3 eerstkomende meiendagen 496.
Op 10 januari 1642 hebben de weesmeesters van Haarlem op zijn verzoek Jan Scheersz ontslagen van zijn voogdij over de kinderen van Jacques Coelenbier, in presentie van de vader (tekent als Jackes Cornelisz Coelembie coperslager) 497.
In Haarlem in 1642 slechten Jan Heijmansz van Vinckensteijn en Jackes Cornelisz Coelombie, beiden koperslager, een geschil 498.
In velsen is in 1643 Jacques Cornelisz Coelembier, koperslager binnen Haarlem, eiser contra Maerten Pietersz, bleker te Velsen, om betaling van 18 gld 10 st over geleverd koperwerk en blekerijgereedschap; gedaagde bekent de schuld 499.
In 1645 wordt door de schatbewaarders van Haarlem 90 pond uitbetaald aan Jacques Coelenbier, koperslager, voor het model van een kerk zonder pilaren, met toebehoren 500.
Op 2 september 1633 is er een deling van de nagelaten goederen van wijlen Jannetgen Jansdr de Leeuw van Antwerpen, in haar tijd weduwe van Pieter de Hondt van Roeselare, ter presentie van Vincent de Hondt en Abraham Mathysz als testamentaire voogden over Hendricgen en Cathalyntge de Hont, mitsgaders Jaques Coelembier en Charl de Hont als voogden van de 6 onmondige kinderen van wijlen Franchyntgen de Hont waar vader van is voornoemde Jaques Coelembier, allen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van Jannetgen Jans de Leeuw en Pieter de Hondt. Aan Franchyntgen de Hondt was door haar ouders 1200 gld ten huwelijk gegeven. De 6 onmondige kinderen van Franchyntgen krijgen 2097 gld 9 st 9 penn min de genoemde 1200 gld, en ook nog de helft van een obligatie van 500 gld ten laste van Jan Jansz de Leeuw en van een obligatie van 150 gld ten laste van Aeltgen Jans de Leeuw. 501
2. Janneken Cornelisdr COELENBIER.
Op 16 mei 1626 bekent Janneken Cornelis Coelenbiers dochter, mondig, uit handen van Jaques Coelenbier haar broer en Pieter Bouckaert ontvangen te hebben de somme van 700 gld en daarmee van moeders erfenis ten volle voldaan te zijn 502.
3. Maycken Cornelisdr COELENBIER, tr. Jan Heijmansz VINCKENSTEIJN, koperslager.
Op 21 juli 1626 testeren Jan Heymans, koperslager, en Maycken Cornelis Coelembiersdr, poorter en poortersse binnen Haarlem, zonder blijkende geboorte op de langstlevende 503.
4. Belijtgen Cornelisdr COELEMBIER, tr. (schepenbank) Haarlem 18 aug. 1629 Pauwels MARCELIS, koperslager.
Op 15 augustus 1629 geeft Pouwelis Marcelis, koperslager, getrouwd hebbende Belytje Cornelis Colenbier, machtiging aan Barbara Jan Colembier, moei van zijn huisvrouw, om te ontvangen van Jan Heymansz, mede koperslager, zijn zwager, alzulke 500 gld als Jan Heymansz aan Belytge Cornelis schuldig is 504.
5. Adriaen Cornelisz COELEMBIER, tr. 1° Haarlem 14 mei 1634 Janneke de HONT, ondertr. 2°/tr. ald./Heemstede 28 dec. 1642/11 jan. 1643 Grietjen MAERTENS, wed. van Simon SIMONSZ.
In Haarlem verkoopt op 21 november 1635 Johan Polle, korenkoopman te Amsterdam, als actie en transport hebbende van Gerard Sas, aan Adriaen Coelembier een huis met erf buiten de Cleyne Houtpoorte, getekend nr 8, belend ten westen nr 7, ten oosten nr 9, voor 205 gld, te betalen op 3 eerstvolgende meiendagen, met als borgen Matthijs van Lievendael en Jan Heymansz, en verkoopt op 10 januari 1636 Gillis de Coockere aan Adriaen Coelembier een grote, schone, welbeplante tuin, groot omtrent 60 roeden, buiten de Cleyne Houtpoorte in de Rozenpriel, voor 1000 gld, te betalen op 3 eerstkomede meiendagen, met als borg Henrick van Breemen 505.
In het verpondingskohier van Haarlem van 1650 wordt Adriaen Coelembier in de Gasthuijsstraet aangeslagen voor 10-11-8 506.
1953. (<976) (>3906, >3907) Livijntgen STAMPAERT/STAMPEN, overl. vóór 20 aug. 1595.
Uit dit huwelijk:
1. Janneken Cornelisdr COELEMBIER, overl. vóór 31 jan. 1639, tr. Jacob BOUCKAU 507, geb. Middelburg 20 maart 1577, zn van Remeus BACKAU en Tanneke JACOBS.
2. Pieter Cornelisz COELEMBIER.
In 1639 testeert in Haarlem Pieter Cornelisz Coelembier, ongehuwde persoon, wonende hier ter stede, ziek van lichaam te bedde liggende; hij legateert aan de armen van de gemeente waarvan hij tegenwoordig lidmaat is 100 gld, aan het nagelaten kind van zal. Tanneken Coelembier zijn zuster, genaamd Gillis Bouckau, 200 gld, waarmee het kind afgesloten is van de verdere nalatenschap, en nomineert tot universele erfgenamen Jan Cornelisz Coelembier, Barbara Coelembier Cornelisdr, thans huisvrouw van Jan Jansz Tinneman backer, en Cornelis Cornelisz Coelembier, zijn twee gebroeders en zuster 508.
3. Jan Cornelisz COELEMBIER, zie 976.
4. Barbara Cornelisdr COELEMBIER, tr. Jan Jansz TINNEMAN, bakker.
Op 31 mei 1639 testeren in Haarlem Jan Jansz Tinneman backer en Barbara Cornelis Coelembiers dochter, echteluiden, zij ziek van lichaam te bedde liggende, op de langstlevende, die de kinderen van de eerst gestorvene moet opvoeden, met eventueel Jan Cornelisz Coelembier en Cornelis Cornelisz Coelembier, haar broers, als voogden; Jan Jansz Tinneman de Jonge hun zoon zal vooruit 1000 gld hebben, met uitsluiting van de weeskamer, welk testament grotendeels herhaald wordt op 31 mei 1640 509.
5. Cornelis Cornelisz COELEMBIER, geb. ca. 1592, garentwijnder, overl. tussen 4 jan. 1635 en 23 jan. 1635, tr. Maeycken LIEMANS.
In Haarlem verkoopt in 1614 Jan Jansz Braam aan Cornelis Cornelisz Coelenbyer een huis met erf en achterhuis in de Nieuwe Doelstraet op de hoek van de Laeckenstraet, belend dezelve Laeckenstraet onder dit huis gaande aan de ene zijde, Pieter de Coninck met gemene muur, achter strekkende aan de huizinge van Barent Anthonisz Cruijthoff, voor 2200 gld, te betalen op 8 eerstkomende meidagen 510.
In Haarlem verkoopt op 13 augustus 1621 Cornelis Cornelisz Coelenbier aan Colaert Jansz Braem een huis met het achterhuis in de Nyeuwe Doelstraet op de hoek van de Laeckenstraet, belend dezelve Laeckenstraet onder dit huis gaande aan de ene zijde, Pieter de Coninck met gemene muren en loden goten aan de andere zijde; de waterput zal gemeen wezen en er is de voorwaarde dat de verkoper naar hem zal mogen nemen het uithangbord van de Groene Olijffboom, met alle winkelgereedschappen en alle twijngereedschappen, met de last van 800 gld die Claes Cornelisz timmerman daarop heeft, met tevens 100 gld tot aflossing, voor 1800 gld, te betalen op 6 achtereenvolgende meien, de eerste in 1621 511.
In Haarlem verkoopt op 20 januari 1632 Cornelis Cornelisz Coelembier aan Olivier de Boeriere[?] een huis met erf buiten de Cleyne Houtpoorte, belend ten zuiden de Spyckermaeckerslaen, ten noorden de kinderen en erfgenamen van zal. Pieter van Campen, met de last van 5 gld 's jaars pachtgeld aan Cornelis Gerritsz Quackel c.s., voor 57 gld gereed geld 512.
In Haarlem getuigt in 1637 Cornelis Coelembier, garentwijnder, oud omtrent 45 jaar, en wordt in 1645 een verklaring afgegeven door Cornelis Coelembier, garentwijnder, waarin o.a. staat dat hij ongeveer tien jaar geleden is begonnen te werken en te twijnen voor de oude Pieter van Regemorter, en later voor de jonge Pieter van Regemorter, tot nu toe 513. In 1639 verkopen de erfgenamen van Maria van Berckenrode van der Nyenburch aan Cornelis Coelenbier een huis en erf in de Groote Houtstraet, belend ten zuiden Symon Raphelsz, ten westen de plaats en poort in de Gierstraet, ten noorden Neeltgen Jans de weduwe van Walich Pietersz, voor 2730 gld, te betalen de eerstkomende 5 meidagen 514.
Op 20 maart 1650 testeren Cornelis Cornelisz Coelenbier en Maeijcken Liemans, geëchte luiden binnen Haarlem. Aan Wijntgen Cornelis Coelenbier, hun dochter getrouwd met Pieter de Wael, zowel hetgeen dezelve voor haar uitzet, bruiloftskosten, kleding en anderszins heeft genoten, alsook hetgeen de voorschreven Pieter de Wael sedert hij met de voorschreven Wyntge Cornelis getrouwd van testanten aan geld of contante penningen heeft ontvangen, en dat in plaats van haar legitieme portie die meer is belopende dan haar voorschreven legitieme portie zou mogen importeren, en alle andere goederen aan de langstlevende (hij tekent als Cornelis Cornelissen Coelombye). 515
In Haarlem testeren op 4 janauari 1653 Cornelis Cornelisz Coelembier, poorter dezer stede, en Maeycken Liemans, echteluiden, hij krank van lichaam, aan Vijntgen Cornelis Coelembier, hun enige dochter en enig kind, haar legitieme portie, inbegrepen wat zij bij haar huwelijk of anderszins genoten heeft, en institueren zij als universele erfgenamen Pieter Lijemans of Jan de Meijer 516. Op 23 januari 1653 geeft Maeijcken Liemans, weduwe en boedelhoudster van Cornelis Coelenbier, garentwijnder, machtiging om van Joachim Bousius 286 gld 8 penningen verdiend twijnloon te innen, en wordt op 17 november 1653 ten verzoeke van Maeijcken Liemans, weduwe van Cornelis Coelembier, in zijn leven garentwijnder, een verklaring afgelegd door Anna Jansdr, huisvrouw van Gerrit Jansz, meester kleermaker in de Lange Begynestraet, dat zij van 1650 to 1652 gediend heeft bij Joachim Boutius en menigmaal ten huize van Cornelis Coelenbier gekomen is waar Coelenbier lange tijd in huis zat [enz.] 517.
1960. (<980) (>3920, >3921) Menno Rychartsz BRAKENBURG, cornet, overl. vóór 1604, tr. vóór 1580 N.N.
Menno Rychartsz Brakenburg diende als cornet, nam deel aan de slagen bij Heiligerlee en Jemmingen, werd door Alva bij vonnis van 20 mei 1569 verbannen en vluchtte naar Oost-Friesland.
Uit dit huwelijk:
1. Rijckje MENNESDR, tr. Amsterdam Pyter RYWERTS.
2. Rijck MENNESZ, geb. ca. 1580, zie 980.
1962. (<981) Evert du CROCQUIE, tr.
1963. (<981) Marguérite le CLERC.
Uit dit huwelijk:
1. Esther Evertsdr du CROCQUIE, geb. ca. 1586, zie 981.
1966. (<983) Claes WILLEMSZ, korendrager, tr.
1967. (<983) Pietertgen AGGES, ondertr. 2° Amsterdam 3 sept. 1588 (hij geasssiteerd met Trijn Jansen zijn bestemoeder, zij twee en een half jaar weduwe geweest van Claes Willemsen) Jacob JACOBSZ, geb. ca. 1568, metselaar, van Alkmaar.
Uit het eerste huwelijk:
1. Lysbet CLAES, ged. Amsterdam (Oude kerk) 1578, ondertr. 1° ald. 9 sept. 1600 (zij geassisteerd met Pietertgen Aggesdr haar moeder) Barent Jansz ter VELDHUIS, geb. ca. 1574, kleermaker (van Munster), overl. ca. 1602, ondertr. 2° Amsterdam 6 dec. 1608 (zij 6 jaar weduwe geweest, geassisteerd met Pietertgen Agges haar moeder) Jan JANSZ, geb. ca. 1584, kuipersgezel, van Slochteren.
2. Marry CLAES, geb. ca. 1584, zie 983.
3. Sara CLAES, ged. Amsterdam (Oude Kerk) 19 juni 1583 (doopgetuige Trijn Vreryckx), ondertr. ald. 17 maart 1607 (zij geassisteerd met Pietertje Agges haar moeder) Lieven de BRUIJN, geb. ca. 1581, van Middelburg.
Uit het tweede huwelijk:
1. Trijn JACOBS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 19 april 1589 (doopgetuige Trijn Jacobs).
2. Weijn JACOBS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Nieuwe Kerk) 18 april 1593 (doopgetuige Frow Jans).
1986. (<993) (>3972, >3973) Claes CORNELISZ, scheepstimmerman, schepen van Beverwijk, timmerman, leverancier van bouwmaterialen, overl. 1 april 1614 518, begr. Beverwijk (Ned. Herv. Kerk), tr. 2° vóór 20 okt. 1566 Duijffgen Jeroensdr van LANGEVELT, overl. 4 sept. 1617 518, begr. ald. (Ned. Herv. Kerk), dr van Jeroen Claesz van LANGEVELT, tr. 1°
In Velsen voor de 10e penning van 1561, fol. 4, onder 'landen tussen de Houtwech en de Heerenwech van Wyckerban tot aan de Schilpwech' Claes Cornelisz uit Beverwijk huurt van Gerritgen Kay in de Wyck 1½ morgen teelland, 's jaars om 7 gld (10e penning 14 st) 519.
In Beverwijk verkoopt in 1560 Lysbet Jacopsdr weduwe van Gerryt Claesz, met Claes Gerrytsz alias Braeck haar zoon, aan Claes Cornelisz een losrente van 10 st 's jaars, is in 1560 Jelis Bartolmies 400 gld schuldig aan Claes Cornelisz ter cause van een karveelschip, met als borgen zijn vader Bartolmies Jelisz en Pieter Jansz als zwager van Jelis, is in 1563 Anthonis Jacopsz schipper, de zoon van Jacop Hendricxz, 200 gld schuldig aan Claes Cornelisz ter cause van een karveelschip, heeft in 1565 Pieter Cornelisz wonende te Spaarndam van Claes Cornelisz een karveelschip gekocht voor 758 gld, betaald met een scheepsbrief van 425 gld waarna nog 333 gld schuld overblijft, en is in 1566 Baert Jan Schipper aan Claes Cornelisz 333 gld schuldig, met Gerryt Pietersz grootschipper als borg 520.
Op 20 oktober 1566 verklaart Claes Cornelisz, medeschepen van Beverwijk, aan zijn zes kinderen bij zijn eerdere overleden huisvrouw Marytgen Maertensdr, namelijk Gerryt, Jelis, Cornelis, Tryn, Anna en Rusgen, 5 carolusguldens 's jaars, elk gelijk aan 40 groot vlaams, schuldig te zijn, aflosbaar met 84 carolusgulden, welke hoofdsom afkomstig is van de bestemoeder van de kinderen. Als onderpand stelt hij zijn huis en erf in de Nieuwe Steech strekkende tot de erfgenamen van Jacob Jansz, belend ten noordwesten de Achterwech, ten zuidoosten Pieter Hendricxz en Arent Pieters. 521
In Noordwijk bekent op 20 oktober 1577 Jan van Heusden, baljuw en schout van Noordwijk, ter presentie van schepenen van Noordwijk opgedragen te hebben aan Claes Cornelisz van Beverwijk, volgende de naasting door deze gedaan en schepenvonnis daarop dd. 4 september 1577, alzulke erfenis als Dirck Willemsz van Sassenheim, bij overlijden van Jeroen Claesz, en Claes Jeroensz, zoon van de voorschreven Jeroen Claesz, aanbestorven is, en als aan hem, Jan van Heusden, door Pieter Pietersz, schepen van Leiden, en de voorschreven Dirck Willemsz verkocht is 522.
In Haarlem op 26 mei 1579 constitueert Claes Cornelisz uit de Wijk Louff [Gerritsz] ad lites contra quoscumque, en Jacob Anthonisz uit de Wijk Auwel contra Claes Cornelisz uit de Wijk 523.
In Lisse verkoopt in 1585 Claes Cornelisz, scheepstimmerman, thans woonachtig in de Beverwijk, als man en voogd van Duijffgen Jeroensdr van Langevelt, aan Cornelis Gerritsz, tegenwoordig duinmeier te Langevelt, 2 derde parten van 9½ hond land genaamd Ruycherve, waarvan het andere derde part nu competeert Claes Willemsz te Leiden, eertijds gekomen van wijlen Jeroen Claesz van Langevelt 524.
In Heemskerk koopt in 1579 Claes Cornelisz scheepmaecker te Beverwijk de desolate boedel van Balich Dircxdr, zijnde twee akkers teelland groot 678 roeden, belend ten westen de Beecke, ten oosten de Reguliers van Beverwijk, ten zuiden de erfgenamen van Guert Splintersdr, ten noorden de weduwe van Louris Wijnants te Haarlem, bij opslag voor 61 gld, waarbij Maerten Claesz Schoudt in Beverwijk zijn borg is geworden, verkoopt in 1587 Cornelis Jansz Hoegeduijn aan Claes Cornelisz in Beverwijk een stuk hooiland op de Hem in de gemene maden van omtrent 1 morgen, wandelende jaer om jaer over de Zedt, belend west over de voorschreven Zedt ten zuiden het armenland van Heemskerk, ten westen de commandeur te Haarlem, ten noorden de heer van Assendelft, ten oosten het Dijewater, voorts oost over de voorschreven Zedt ten zuiden de erfgenamen van Dirck Jansz op 't Hoflandt, ten noorden Engel Dircxz, met voornoemde Engel Dircxz als waarborg, verkoopt in 1590 Jasper Gerritsz aan Claes Cornelisz scheepmaecker in Beverwijk een jaarlijkse losrente van 4 gld 7 st, hoofdsom 62 gld 10 st, en droeg in 1609 Claes Cornelisz scheepmaecker, poorter binnen Beverwijk, aan Pieter Cornelisz buurman te Heemskerk een huis of getimmerte op, met al de materialen daaraan behorende, liggende op de grond van de heer van Assendelft buiten de Kerckbuijert op een kroft land genaamd Stuyffsant, voor een termijnbrief van 840 gld 525.
In Beverwijk bekent in 1592 Pieter Dammisz, poorter van Beverwijk, 94 gld schuldig te zijn aan Claes Cornelisz, zijn medepoorter, met als onderpand zijn huis, erf en schuur in de Breestraet, strekkende tot het Achterwechge, belend ten noorden Jan Jaecop, ten zuiden Jelys Albertsz, en in 1593 Grietgen Jacopsdr wonende te Beverwijk, weduwe van Claes Gerritsz Block, met Claes Jansz als voogd, een jaarlijkse losrente van 3 gld 1 st, aan Claes Cornelisz, poorter van Beverwijk, met als onderpand haar huis en erf in de Breestraet, strekkende tot achter aan de Heerwech, belend ten zuiden Hillegont Joesten, ten noorden Symon Claessen 526.
In Haarlem verklaart op 3 mei 1595 Joseph van Triet, als procureur van Claes Jansz buurman te Spaarndam, hem te bevoelen grotelijken bezwaard door zeker vonnis ten achterdele van de voorschreven Claes Jansz en ten voordele van Claes Cornelisz in de Beverwijk door het gerecht van Spaarndam op 25 april laatstleden gewezen, en heeft hem gesteld appellant aan het Hof van Holland 527.
In Wijk op Zee in 1600 is Gerit Aeryens 850 gld schuldig aan Claes Cornelys, timmerman, poorter van Beverwijk, ter cause van timmerage en oplevering van een nieuw huis (op 5 juni 1616 betaald), en is Huijbert Pieters onze buurman 330 gld schuldig aan Claes Cornelijs wonende te Beverwijk voor timmerage van een nieuw huis (betaald op 18 mei 1643) 528.
In Beverwijk is in 1600 Oetger Fransz, poorter van Beverwijk, een jaarlijkse losrente van 6 gld, en Hans Jansz, bode te Beverwijk, een jaarlijkse losrente van 7 gld, schuldig aan Claes Cornelisz, poorter van Beverwijk, testeert in 1601 Claes Cornelisz, poorter van Beverwijk, aan Outger Claesz zijn zoon vooruit een rentebrief van 25 gld 15 st staande op de stad Rotterdam, en zijn boeken behalve het schuldboek, aan elk van zijn kindskinderen 100 gld met aan Guertgen Rieuwertsdr bovendien nog een lijfrentebrief van 18 gld 's jaars en een rentebrief van 6 gld 10 st, en aan Marytgen Cornelisdr zijn oudste zuster 25 gld 's jaars zo lang zij leeft, is in 1601 Leenert Jansz poorter van Beverwijk aan Claes Cornelisz een jaarlijkse losrente schuldig van 3 gld 10 st (afgelost op 24 november 1611), en is in 1603 Griete Jacopsdr, poorteresse van Beverwijk, met Gerrit Claesz als haar momber, 100 gld, en Mr Jan Bluesz, schoolmeester, 593 gld schuldig aan Claes Cornelisz, medepoorter 529.
In Wijk aan Duin is op 25 februari 1607 Dirrick Oodgertsz alias Dirrick Cuyper, onze buurman, schuldig aan Claes Cornelisz, timmerman, poorter der stede Beverwijk, 742 gld 10 st ter cause van geleverde materialen voor het opmaken van een nieuw huis waar Dirrick nu in woont, te betalen op St. Jansdagen 50 gld tot de penningen geheel betaald zijn, met als onderpand zijn huis, belend ten oosten de Cleynen Houtwech, ten zuiden Cornelis Pietersz Bosman, ten westen de Schouheiningh, ten noorden Auwel Jansz (op 18 mei 1637 bekenden Jan Barentsz en Pieter Jeroensz als mede-erfgenamen van Claes Cornelisz voldaan te zijn) 530.
In Wijk op Zee is op 12 juni 1607 Dirrick Dirricksz te Wijk aan Duin schuldig aan Claes Cornelisz, timmerman, poorter der stede Beverwijk, 517 gld, ter cause van geleverde materialen tot het maken van een nieuw huis, belend ten oosten, noorden en westen de Heerenwech, ten zuiden Jan Gerritsz, bekent op 10 december 1608 Tielleman Jansz schuldig te zijn aan Claes Cornelisz, timmerman, poorter der stede Beverwijk, 158 gld, ter cause van geleverde materialen, hout, steen, kalk, ijzerwerk, dak en arbeidsloon, voor een nieuw huis, belend ten oosten de droogtuin van Pieter Jansz, ten zuiden de Heerenwech, ten westen en noorden de duin, en is op 23 mei 1610 Symon Dircxz alhier schuldig aan Claes Cornelisz, poorter van Bevewijk, 950 gld, ter cause van geleverd materiaal, zo hout, steen, kalk, dak, ijzerwerk, en arbeidsloon 531.
In Beverwijk is op 20 februari 1608 Gillis Fredericks Cuyper schuldig aan Claes Cornelisz scheepstimmerman, oud-burgemeester dezer stede, een jaarlijkse losrente van 3 gld 10 st, met als onderpand zijn huis en erf, strekkende van de Breestraet tot de Achterwech, belend ten oosten Gillis Jacobs, ten westen Dirck Jansz, bekent op 20 februari 1609 Cornelis Cornelisz Halen den Ouden schuldig te wezen aan Claes Cornelisz, oud-burgemeester, 32 gld, met als onderpand zijn huis en erf, strekkende van de halve straat tot achter aan Cock zijn tuin, belend ten noorden Maerten Gerritsz, ten zuiden Lourys Andriesz, en bekent op 10 juni 1609 Gerrit Claesz Blocklyn wonende ten Wijk aan Duin schuldig te wezen aan Claes Cornelisz, oud-burgemeester, een jaarlijkse losrente van 10 gld, met als borg Jan Claesz, comparants broer 532.
In Beverwijk verkoopt op 18 juni 1609 Claes Cornelisz, oud-burgemeester, aan Frans Tomasz een zesdepart van een croft land vóór bij de kerk, waarvoor Frans Tomasz bekent schuldig te wezen een jaarlijkse losrente van 14 gld, met als onderpand het gekochte, strekkende van de Meerwech tot achter aan de Heemskerckerwech, belend ten westen Claes Cornelisz zelf, ten noorden Cornelis Karstiaensz 533.
In Beverwijk verkoopt op 1 mei 1610 Claes Cornelisz, oud-burgemeester, aan Jan Heyndricksz wollewever een erf met een camer, strekkende van de halve straat tot achter aan het erf van Claes Cornelisz, belend ten zuidwesten Aert Jansz, ten noordoosten Jan Heyndricksz 534.
In Beverwijk heeft op 22 maart 1611 Claes Cornelisz, scheepstimmerman, in eeuwige erfpacht gegeven aan Leyn Furensz, zijn medepoorter, 4 egale parten van 700 roeden land, belend ten westen en noorden 't Sieckhuys, ten oosten de Eemskerckerwech, ten zuiden Gerrit Claesz Block, voor 20 gld 's jaars 535.
In Beverwijk heeft op 5 mei 1611 Claes Cornelisz, scheepstimmerman, verkocht aan Heyndrick Arentsdr decker een huis en erf in de Peprerstraet, strekkende tot achter Heyndrick Willemsz, belend ten zuiden Heyndrick voorschreven, ten noorden Hubert Hubertsz, voor een custingbrief (welke koper het verkocht heeft aan Annetgen Dierten, weduwe van Diert Claesz) 536.
In Beverwijk testeert op 8 juni 1611 Claes Cornelisz, scheepstimmerman, woende alhier, verklarende te hebben 6 kinderen, bij namen Maerten, Gerrit en Otger Claesz, Trijn, Anna en Maritgen Claesdochteren, mitsgaders de kinderen achtergelaten door wijlen Jeroen Claesz, zijn overleden zoon, welke kinderen die door de voornoemde zijn kinderen geprocreëerd zijn of die zij nog bij hun leven zullen procreëren bespreekt hij na zijn overlijden uit zijn gereedste goederen, elk hoofd voor hoofd, 100 gld. Omdat zijn zoon Otger Claesz 100 gld ten huwelijk gehad heeft vermaakt hij zijn voornoemde andere kinderen, of hun kinderen in plaats van hun ouders, elk 100 gld uit zijn goederen vóór deze gedeeld zullen worden. Alzo zijn overleden zoon Jeroen Claesz 't huis staande in de Nieuwe Steech, 't welk door diens weduwe en kinderen bewoond wordt en door hem, testateur, goedkoop gegeven was, begeert hij, testateur, dat tegen Maerten en Gerrit Claesz, of hun kinderen in de plaats van hun ouders, elk 100 gld hebben zullen, insgelijks Trijn, Anna en Maritgen Claesdr en Otger Claesz, of hun kinderen, elk gelijke 100 gld. Hij vermaakt nog aan Otger Claesz alleen al het timmergereedschap. met al zijn boeken, uitgescheiden zijn schuldboek, en vermaakt nog na zijn overlijden aan Guertgen Rieuwertsdr 25 gld jaarlijks haar leven lang. Voor al zijn verdere goederen die hij met de dood achter laten zal institueert hij als erfgenamen de voornoemde zijn kinderen en kindskinderen of hun kinderen in de plaats van hun ouders, mits dat als kinderen door Jeroen Claesz achtergelaten overlijden zonder kinderen de goederen zullen succederen van het ene kind op de andere, en allen tezamen overlijdende zonder blijkende geboorte zullen de goederen succederen aan de naaste zijde van de testateur. 537
In Beverwijk bekent op 28 juni 1611 Frans Tomasz, poorter dezer stede, schuldig te wezen Claes Cornelisz scheepstimmerman, zijn medepoorter, een losrente van 7 gld 's jaars, hoofdsom 100 gld, waaraan hij verbindt zijn huis en erf bij de kerk, strekkende van de Heerwech tot achter aan de Heemskerckerwech, belend ten westen Gerrit Claesz Block, ten noorden Cornelis Korstiaensz 538.
In Beverwijk is op 1 oktober 1612 (Copie) Hubert Hubertsz de la Motte, inwoner dezer stede, schuldig aan Claes Cornelisz timmerman, mede-poorter, 125 gld ter zake van geleverde materialen als steen, kalk, vloer, verkoopt en is schuldig op 25 mei 1613 Hubert Hubertsz de la Motte aan Claes Cornelisz scheepstimmerman, zijn mede-poorter, een jaarlijkse losrente van 3 gld 10 st, hoofdsom 50 gld, met als hypotheek zijn huis en erf in de Peperstraet, en verkoopt op 8 september 1613 Hans Jansz Stockman, oud-stadsbode dezer stede, aan Claes Cornelisz timmerman, zijn mede-poorter, de custingbroef op Jacques Grummen ... [?], baljuw van Beverwijk, gepasseerd op 1 mei 1600 voor schepenen dezer stede 539.
In Velsen is op 4 en 18 maart 1615 Duijffgen Jeroensdr, weduwe van Claes Cornelisz in zijn leven poorter te Beverwijk, geassisteerd met Outger Claesz haar zoon, eiser contra Heijndrick Arentsz, brouwer te Velsen, om betaling van 200 gld verschenen op 1611, 1612, 1613 en 1614 en onbetaald; schepenen condemneren de gedaagde 540.
In Heemskerk hebben in 1615 Maerten Claesz en Jeroen Gerritsz, poorters van Haarlem, als mede-erfgenamen van wijlen Claes Cornelisz, in zijn leven poorter van Beverwijk, tezamen verkocht aan Dirck Symonsz wonende aan Velserduijn een stuk hooiland op de Hem, groot omtrent 700 roeden, belend ten zuiden de armen van Heemskerk, ten westen de Commandeur van St. Jans in Haarlem, ten noorden de heer van Assendelft, ten oosten Cornelis Jansz 541.
In 1617 verkopen in Beverwijk Jan Barentsz, medeschepen, en Outger Claesz, ook voor de nagelaten kinderen van Jeroen Claesz, allen poorters dezer stede en erfgenamen van wijlen Claes Cornelis en Duyffgen zijn huisvrouw, aan Lysbet Cornelis, weduwe van Frans Tomasz, mede poorteresse alhier, een erf in de Kerkcroft 542.
In 1636 543 compareren in Beverwijk Jan Barentsz en Claes Cornelisz Calff, beiden oud-burgemeester en tegenwoordig weesmeesters, vanwege de twee nagelaten weeskinderen van wijlen Jeroen Jeroensz, en de heren burgemeesters als oppervoogden van de voorschreven kinderen, Jan Barentsz ook vanwege Marijtge Claesdr zijn huisvrouw en als voogd in dezen van Anna Claesdr, weduwe van Rieuwert Aeriaensz, en Pieter Jeroensz, oud-schepen dezer stede, broeder van Jeroen Jeroensz, voor zichzelf en als vader en voogd van zijn kinderen, allen erfgenamen van wijlen Claes Cornelisz scheepstimmerman en Duyffgen Jeroens zijn huisvrouw zaliger.
In Beverwijk testeert op 19 april 1613 (ten huize van Claes Cornelisz en Duyfgen Jeroensdr, echte man en wijf) Duyfgen Jeroensdr, wat ziekelijk. Zij benoemt tot haar universele erfgenamen haar twee kinderen Otger Claesz en Maritgen Claesdr, mitsgaders Pieter, Frans, Jeroen Jeroenszoon en Neeltgen Jeroensdr, alle vier kinderen van Jeroen Claesz haar zoon, voor een derdepart, met een legaat van een jaarlijkse lijfrente van 6 gld aan Guertgen Rieuwertsdr 544.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1616 Cornelis Gerritsz Schoemaecker, poorter van Beverwijk, aan Duyffien Jeroensdr, weduwe vn Claes Cornelisz, mede wonende te Beverwijk, 2 akkers land, belend ten oosten Eevert Maertensz, ten zuiden de Zeewech, ten westen het Achterwechien, voor 375 gld 545.
Uit het tweede huwelijk:
1. Jeroen CLAESZ, overl. vóór 23 maart 1617, tr. Aeffgen JEROENSDR, die hertr. met Pieter Dirck JOOSTEN.
In Beverwijk verkoopt in juni 1608 Claes Cornelisz, oud-burgemeester, aan Pieter Dircksz een huis en erf in de Nieuwe Steech, strekkende tot achter aan het erf en de schuur van Claes Cornelisz, belend ten zuidoosten Claes Cornelisz, ten noordwesten Mens van Toren; Pieter Dircksz zal moeten gedogen dat de wijngaard op het huis zal moeten blijven liggen en hij afstand zal moeten doen wanneer de kinderen van Aefghen zijn huisvrouw geprocureerd bij Jeroen Claesz tot hun mondige jaren zullen zijn gekomen 546.
In Beverwijk compareert op 23 maart 1617 Outger Claesz als oom en bloedvoogd van de nagelaten kinderen van Jeroen Claesz zijn broer, met namen Pieter, Frans, Jeroen en Neeltgen, Jeroens zonen en dochter (volgt deling), en nog compareerde Aeffgen hun moeder 547.
2. Oetger CLAESZ, overl. vóór 8 mei 1637.
In Wijk aan Zee is in 1615 Outgert Claesz, als zoon en erfgenaam van Claes Cornelisz, eiser contra Cornelis Jacobsz Kyves, om betaling van 19 gld 10 st renten over lang verschenen, met de kosten 548.
In Beverwijk verkoopt in 1617 Cornelis Cornelisz alias Maerts aan Outger Claesz een jaarlijkse losrente, en verkoopt en is schuldig in 1618 Outger Claesz een lijfrente van 25 gld 's jaars aan Guertgen Rieuwertsdr, de dochter van Rieuwert Adriaensz zaliger, met als onderpand huis en erf en timmerhuis in de Nieuwe Steech 549.
In Beverwijk verkopen in 1637 Jan Barentsz, weesmeester, Pieter Jeroensz, oud schepen, Jacop Teunissoon en Gerrit Jeroensz tot Haarlem, voogden van Martgien Willemsdr, ook voor mede-erfgenamen van Outger Claesz, aan Claes Jansz Clapmaeker een huis en erve in de Bagijnestraet 550.
3. Marijtje CLAESDR, tr. Jan Barentsz (CRUYSVELT), burgemeester en weesmeester van Beverwijk, overl. vóór 29 sept. 1641, wedn. van Maritgen DIRCKSDR.
In Beverwijk verkopen in 1649 Martie Claesz, weduwe van Jan Barentsz, en Jeroen Jansz burgemeester aan Wouter Gerritsz lijndraaier een erf of de grond waarop het nieuwe huis van Wouter Gerritsz staat, en verkoopt in 1652 Maritje Claesz, weduwe van Jan Barentsz, geassisteerd met haar zoon Jeroen Jansz Cruijsveldt, aan Dirck Cornelisz huistimmerman een hoekje erf 551. In 1651 maakt Maritgen Claes, weduwe van Jan Barentsz, een codocil voor de kinderen van Cornelis Jansz Cruijsveldt, haar overleden zoon 552.
In Beverwijk maakt op 11 maart 1655 Maritgen Claesdr, weduwe van Jan Barentsz in zijn leven burgemeester, ziekelijk, een codicil, waarbij zij het prelegaat, gemaakt dd. 9 september 1644 bij Jacob Baert, notaris te Alkmaar, van een half huis en halve schuur vermaakt aan Jeroen Jansz haar zoon en Grietjen Jans haar dochter, nu vermaakt aan de descendenten in geval van vooroverlijden, en aan Jeroen Jansz 2000 gld met de rente als in het testament dd. 29 september 1638 en 100 gld jaarlijks zijn leven lang of tot de huwelijkse staat toe 553.
In 1638 maken Jan Barentsz, burgemeester der stede Beverwijk, en Maritje Claesdr, geëchte man en wijf, een codicil waarin zij prelegateren aan Jeroen Jansz hun zoon en Grietje Jans hun dochter elk 600 gld, en dat boven hetgeen zij, comparanten, de voorschreven kinderen hebben geprelegateerd tot vergelijking van hetgeen hun andere kinderen gaande in de echte staat gehad en genoten hebben 554.
In Beverwijk verkopen in 1610 de burgemeesters aan Jan Barentsz, oud-burgemeester, en Pieter Claesz, koopman te Amsterdam, 4 erven op de Meer, strekkende van de Meerwech tot aan de Nieuwe Molensloodt, belend ten noorden Willem Cornelisz en het erf van Jan Ibesz, ten oosten de platingedijk van Louris Claesz, heeft in 1618 Jan Barentsz, burgemeester, als vader van Barent Jansz uit zekere autoriteit van het hof van Holland van 26 maart 1615, aan Sr Heyndrick de Haes, koopman te Amsterdam, opgedragen een huis en erf aan de Breestraet, strekkende tot achter Sr Jacques Niquet, belend ten zuidwesten Bartholomees Cornelisz en Joris Cornelisz, ten noordoosten Gerrit Barthelmeesz Cuyper, en verkoopt in 1618 Jan Barentsz, burgemeester, aan Ryck Cornelisz Houffsmit een erf achter het huis van de koper in de Breestraet, en aan Dirck Willemsz van Toren een erf achter het huis van de koper in de Nieuwe Steech 555.
In Beverwijk is in 1635 Christian Wolterings, ook voor Pieter Wolterings zijn broeder, aan Jan Barentsz, burgemeester, een jaarlijkse losrente van 96 gld schuldig (voldaan op 17 juli 1666), verkoopt in 1638 verkoopt Neeltgen Jansdr, weduwe van Jan Pieters anders Jan van Emden, geassisteerd met IJsbrandt Dircksz schoenmaeker, aan Jan Baerentsz weesmeester een custingbrief, verkoopt in 1638 Jan Barentsz weesmeester aan Cornelis Gerritsz Block een huis en erf tegen het Leprooshuijs, en verkopen in 1639 Jan Barentsz burgemeester en Pieter Jeroensz schepen aan Maerten Pietersz Voocht een huis en erf met de kaai op de Meijr 556.
1987. (<993) Marytgen MAERTENSDR, overl. vóór 20 okt. 1566.
Uit dit huwelijk:
1. Maerten CLAESZ.
2. Gerryt CLAESZ, tr. N.N.
3. Jelis CLAESZ.
4. Cornelis CLAESZ.
5. Tryn CLAESDR, tr. Jan POUWELSZ, boomsluiter te Haarlem.
Op 2 juli 1617 testeert Trijn Claesdr, weduwe van Jan Pouwelsz boomsluiter in zijn leven op Sinte Caterynenbrugge binnen Haarlem, wezende naar haar ouderdom redelijk te passen behalve dat zij wat qualick quick en wat doofachtig was. Zij heeft in leven 4 kinderen als Cornelis, Jannetgen, Gillis en Symon Jansz. Zij maakt vooruit aan Symon haar jongste zoon 100 gld, onverminderd zijn recht kindsgedeelte, en aan Marijtgen Gillis 't kind van haar zoon Gillis 100 gld, en nomineert haar 4 kinderen als erfgenamen, met conditie dat de portie van voorschreven Cornelis Jansz indien hij zonder kinderen geraakt te sterven niet zal mogen gaan aan de zijde van Aechte Cornelisdr zijn tegenwoordige huisvrouw. Gepasseerd binnen Haarlem ten woonhuize van testatrice op Oude Haerlem. 557
In Haarlem verkopen in 1583 Jan Hubertsz scipper man en voogd van Cornelia Jacobsdr, Sophia Jacobsdr weduwe van Thielman Jacobsz, voor haarzelf en geassisteerd met Jan Hubertsz voornoemd haar zwager, Jan Arysz man en voogd van Maritgen Jacobsdr en vervangende de 2 achtergelaten kinderen van wijlem Dirick Jacobsz. allen erfgenamen van wijlen Jacob Jansz Sack scipper, hun vader en grootvader, aan Jan Pouwelsz boomsluyter een camer met erf op Oude Haerlem, tussen burgemeester Pieter Kies en Fye Jacobsdr voornoemd, al vrij, voor 140 gld, te betalen 25 gld gereed en de rest op 5 eerstkomende meien 558.
In Haarlem verkoopt op 26 januari 1587 Jan Pouwelsz, boomsluyter aan St. Katherynenbrugh binnen deze stad, aan Claes Cornelisz uit de Beverwijk een huis met erf op Oude Haerlem in een steegje tussen de cameren van Fye Jansdochter en Fye Jacobsdochter, achter strekkende een Maritgen Jacobsdochter, al vrij, losbaar met 100 gld hoofdsom waarvan jaarlijks rente te betalen 6 gld 5 st 559.
6. Anna CLAESDR, zie 993.
7. Rusgen CLAESDR.
1988. (<994) (>3976) Dirck PIETERSZ, tr. N.N.
In Heemskerk in 1562 verkoopt Dirck Pietersz aan Dirck Maertsz buurknecht te Heemskerk een jaarlijkse losrente van 3 gld, met als onderpand een akker zaadland in de Wateracker, belend ten zuiden voornoemde Dirck Maertsz, ten noorden de erfgenamen van Pieter Allartsz, ten westen de erfgenamen van de weduwe van Joest Splinter IJsbrantsz, en verkopen Huijch Heijndricxz en Willem Gerritsz voogd van de weeskinderen van zal. Anthonis Gerritsz aan Dirck Pieter Allartsz een akker zaadland, belend ten zuiden Dirck Maertsz, ten noorden Dirck Pietersz voornoemd, ten westen de erfgenamen van de weduwe van Joest Splinters, ten oosten een schouwbeek 560.
Uit het kasboek van een lakenkoper: Dirck Pieter Allertsz van Heemskerk heeft gekocht drie vierendel grauw [laken] tot een paar voeteinden aan een zeemse broek voor 30 schellingen, van scheren ½ schelling, [...?] zij tot die voeteinden 1 schelling, van het maken van de voeteinden aangezet aan de broek 4 schellingen [ingeschreven in de periode mei-september 1572, of eerder] 561.
In Heemskerk in 1576 verkoopt Jan Pietersz aan Philps Bruijnsz poorter te Amsterdam de helft van een stuk hooiland in de Zuijdtmaedt, genaamd de Hulstenaer, waarvan het weerdeel de erfgenamen van Dirck Pietersz Aerts van Uitgeest toebehoort, zonder maat, zo groot en klein als van zijn ouders bestorven, belend ten zuiden de erfgenamen van Risghen de weduwe van Willem Willemsz, ten westen de Breecamp, ten noorden de Lanckcamp, ten oosten de Tochtsloet, met als waarborg Cornelis Dirck Pietersz, zijn broers zoon, en verkopen Cornelis Dircxz voornoemd en Jan Pietersz als oom en voogd van Trijntgen en Maritghen Dircxdr, aan voornoemde Philps Bruijnsz een stuk hooiland in de Zuijdtmaede genaamd Dirck Pietersz' buufweer, belend ten zuiden de vrouwe van Assendelft, ten westen de erfgenamen van Jan Maertensz in Beverwijk, ten noorden de weduwe en erfgenamen van Lourijs Willem Arijsz, ten oosten de Baelliuscamp, met als waarborg Jan Pietersz voornoemd 562.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis DIRCK PIETERSZ, geb. ca. 1549, zie 994.
2. Trijntghen DIRCXDR.
3. Maritghen DIRCXDR, tr. Dirck Gerritsz COPER.
In Heemskerk verkoopt in 1583 Dirck Gerritsz van Akersloot als man en voogd van Maritgen Dircxdr aan Maritgen Cornelisdr wonende te Haarlem zaadland in de Wateracker, belend ten zuiden de erfgenamen van Garbrant Gerritsz, ten westen en noorden de erfgenamen van Louris Splintersz en de Commandeur te Haarlem, ten oosten het Schoubeeckgen (in de kantlijn: Dirck Paerdecopers van Aeckersloet nomine uxoris), en verkoopt in 1587 Dirck Gerritsz, buurman te Akersloot, aan Maerten Claesz (in de kantlijn: Maerten Schouten), poorter van Beverwijk, de helft van een stuk weiland en van zeker zaailand waarvan het weerdeel ten westen daarvan toebehoort Cornelis Dircxz, de broer van zijn huisvrouw, belend ten zuiden de pastorie van Heemskerk, ten westen de Oesterwech, ten noorden Johan van de Riviere met zaadland, ten noorden en oosten Mr Dirck van Bekesteijn te Haarlem met weiland, met als waarborg Jan Pieter Allertsz, voor een termijnbrief van 687 pond, met drie termijnen 563.
1990. (<995) Dirck, alleen bekend van 2 zoons en 3 dochters, tr. N.N.
Uit dit huwelijk:
1. Neeltgen DIRCXDR.
In Wijk aan Duin in 1617 verkoopt Cryn Dircxz, poorter van Beverwijk, ook als procuratie hebbende van Cornelis Maertsz, Eewoudt Gerritsz, Wessel Phillipsz, Cornelis Rieuwertsz, Cornelis Tyssen en Gerrit Pietersz, allen tezamen erfgenamen van wijlen Neeltgen Dircxdr, vervangende hun mede-erfgenamen, bij procuratie gepasseerd voor schepenen van Beverwijk op 27 januari 1617, aan Jan Claesz Kotgien, lakenkoper en oud-burgemeester van Beverwijk, een croft land aan de Cleyne Houdtwech, groot omtrent 1000 roeden, belend ten zuiden het gasthuis van Beverwijk, ten westen Maritgen Dircxdr te Haarlem, ten noorden de heer van Assendelft, ten oosten de Cleyne Houdtwech, voor 800 gld gereed geld, en verkoopt Quyrin Dirckxz, poorter van Beverwijk, mede procuratie hebbende van alle erfgenamen van zal. Neel Dircks in haar leven wonende te Haarlem, aan Cornelis Cornelisz Leenman wonende op 't Hofflant een negendepart van een stuk land genaamd Breevelt gemeen met Pieter Pietersz in de Beverwijk, de 'cappelrye' en de voornoemde Leenman zelf, belend ten noorden de heer van Assendelft, ten oosten Pieter Pietersz voorschreven met de erfgenamen van Gerrit Dirckxz te Haarlem, ten zuiden Pieter van Dijck, ten westen de Swaensmeer, voor 600 gld 564.
2. (Oude) Cornelis DIRCKSZ, tr. N.N.
In Beverwijk verkoopt in 1611 Jacob Lievensz backer aan Nanning Jacopsz van Uitgeest een huis en erf op de Achterwech, strekkende tot achter het erf van Cornelis Dircksz, belend ten noordoosten de laan van Cornelis Dircksz voorschreven, ten zuidwesten Louris Florysz 565. In 1616 stelt Cornelis Dircksz Garrebranden als onderpand een huis en erf in de Breestraet, strekkende tot aan de Cooninckswech, belend ten zuidwesten de erfgenamen van Cornelis Dircksz, ten noordoosten Wouter Lambertsz, zo ook in 1617 met dezelfde belenders maar strekkende tot achter Cornelis Willemsz en Nanning de bakker met een [uit?]weg op de Cooningswech 566. In Beverwijk verkoopt in 1618 Cornelis Dirck Garrebrants aan Cornelis Luijts, poorter te Haarlem, een huis en erf, en verkoopt in 1619 Cornelis Luijtsz Groen, poorter te Haarlem, aan Harmen Jansz, slotemaker te Amsterdam, een huis en erf, belend als in de originele brieven 567. In 1632 verkoopt Jacob Jacobsz wonende te Petten, als man en voogd van Hillegund Cornelisdr, aan Aechte Thomasdr, weduwe van Cornelis Cornelisz, een huis en erf in de Breestraet, strekkende tot achter het erf van de erfgenamen van Harmen Jansz die ook ten noorden belend zijn 568.
3. Jonge Cornelis DIRCKSZ, [opgevoerd als tegenhanger van Oude Cornelis Dircksz], heeft mogelijk schoonzoons Cornelis Maertsz en Eewoudt Gerritsz.
4. Aechte DIRCXDR, tr. 1° Frans CORNELISZ, tr. 2° Crijn DIRCKSZ, zn van Dirck GERBRANTSZ, alleen bekend van 3 dochters en 3 zoons.
In Beverwijk compareren voor de weesmeesteren in 1587 Aechte Dircxdochter, eertijds weduwe van Frans Cornelisz, ten overstaan van Crijn Dirricksz haar man en voogd, geassisteerd met Cornelis Dirricksz haar broer, ter andere zijde, mitsgaders Jan Jansz als voogd over het nagelaten weeskind van Frans Cornelisz genaamd Cornelis Fransz, wiens moeder Achte Dirrix voornoemd volgens akkoord en bewijs van zijn vaderlijke erfenis van 2 januari jongstleden nu overgeleverd heeft [of is] de rentebrief van 3 gld 's jaars sprekende op Jan Rennen te Wijk op Zee, te lossen met 50 gld, welke 50 gld op 17 mei 1590 bij de weeskamer is afgelost en overgegeven is aan Cryn Dirricksz; in de marge bekent Cornelis Fransz de doos met brieven ontvangen te hebben 569.
Op 16 september 1593 testeert Cornelis Fransz, de zoon van Frans Cornelisz uit de Beverwijk, oud over de 15 jaren, wat ziekelijk zijnde, verklarende dat indien hij vóór Aechte Dircxde, weduwe van Frans Cornelisz, zijn zeer lieve moeder, zou sterven, hij haar benoemt tot zijn universele erfgenaam, mits dat zij alleenlijk zal uitkeren aan Marytgen Cornelisdr en Guertgen Cornelisdr, zijn moeien van vaderszijde, elk 50 gld eens zonder meer 570.
In Haarlem testeert in 1597 Cornelis Fransz de zoon van Frans Cornelisz uit de Beverwijk, oud omtrent 18 jaar, aan Aechte Dircxdr zijn zeer lieve moeder, indien zij hem overleeft, de lijftocht en het gebruik van al zijn goederen, dit evenzo, als zij vóór haar tegenwoordige man Cryn Dircxz aflijvig wordt, aan voorschreven Cryn Dircxz zijn oom [stiefvader], en vermaakt de goederen aangekomen van vaders zijde aan Marytgen en Guerte Cornelisdochteren, zijn moeien van vaders zijde 571.
In Velsen verkopen in 1585 Cornelijs Dircksz en Wyllem Claes als man en voogd van Trijn Dircksdr, ook voor Crijn Dircksz, Engel Dircksz en Jan Dircksz, allen kinderen en erfgenamen van Dirck Gerbrans zal. ged., een werf met een croft land 572.
In Heemskerk verkoopt in 1591 Cryn Dircksz aan Maerten Claesz, procureur en notaris, beiden wonende in Beverwijk, de zuidelijke helft van Laechlant, belend ten zuiden de erfgenamen van Louris Gerritsz, ten westen de Weteringe, ten noorden de erfgenamen van Guert Luytges, ten oosten de Liencamp, en verkoopt in 1609 Marijtgen Jacobsdr wonende te Alkmaar, geassisteerd met Gerridt Woutersz Lack, poorter van Beverwijk, aan Quiryn Dirckxz en Cornelis Fransz, beiden poorters van Beverwijk, een stuk paardeland, groot 1300 roeden, belend ten zuiden Jasper Pietersz, ten westen de graaf van Holland, ten noorden het gasthuis te Haarlem en Reyer Thymansz, ten oosten de Wyde Wateringe, voor een termijnbrief van 454 gld 573.
In 1598 verkopen in Wijk aan Duin Claes Bastiaensz wonende te Haarlem, ook als procuratie hebbende van Bastiaene Claesdr weduwe van Melchior Woutersz wonende te Enkhuizen, en Guerte Gerritsdr weduwe van Willem Bastiaensz, en Sybrant Jansz man en voogd van Alydt Willemsdr en Jacob Adriaensz als man en voogd van Claesgen Willemsdr, vervangende voorts Dirckgen en Gerritgen Willemsdochteren hun moeder en bestemoeder resp., aan Crijn Dircxz wonende te Beverwijk 4 croften land genaamd Aechte Pieterscroftgens, belend ten noorden Crijn Dircxz zelf en Jan Lucasz, ten oosten de Schoubeeck, ten westen de Cleyne Houtwech, ten zuiden Maerten Evertsz en Gerryt Jansz, voor een schuldbekentenis van 1700 gld 574.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1599 Crijn Dijrcxz wonende te Beverwijk aan Joffr. Maria Burgh wonende op het Huis Adrichem 2 akkers land, belend ten oosten de Lage Hofflanderwech, ten zuiden Joffr. Maria zelf, ten westen de Hoegen Hofflanderwech, ten noorden de Commandeur van St. Jan binnen Haarlem, en aan Joffr. Elijsabeth van der Mijle een croft geestland, belend ten oosten de Hoghe Hofflanderwech, ten zuiden 't gasthuis van Wijk op Zee, ten westen Jan Dircxz, ten noorden Aeriaen Claesdr wonende op Hoechdorp, waarbij Jan Dircxz recht heeft op een notweg\NHA ORA Wijk aan Zee en Duin 1321, blz. 32 en blz. 33, 26 dec. 1599,
In Wijk aan Duin verkoopt in 1606 Crijn Dirricxz, poorter der stede Beverwijk, aan Jan Aryants Bloem, buurman te Heemskerk aan Duin, een stuk land, groot omtrent 1 morgen, belend ten oosten de Munnicken en 't ziekenhuis uit de Wijk, ten zuiden 't gasthuis van Beverwijk, ten westen en noorden de Bagijnen, voor een custingbrief van 550 gld 575.
In Wijk aan Duin geven in 1610 burgemeesters en regeerders van Haarlem en Beverwijk in eeuwige erfpacht aan Quyryn Dircxz en Pieter Dammensz, beiden wonende in de Beverwijk, 382 roeden land, belend ten zuiden het Gasthuyslant der stad Haarlem, ten westen Pieter Dammensz voornoemd, ten noorden Pieter Dammensz en Quyryn Dircxz voornoemd, ten oosten de Lywech, voor 7 gld 10 st 's jaars 576.
In Wijk aan Duin verkopen in 1612 Pieter Jansz van Dijck en Gerrit Jansz Helderman ofte Gerrit Schouten, gebroeders, beiden poorters in Beverwijk, aan Cryn Dircxz mede poorter in Beverwijk 5 achtsteparten van een stuk weiland in Wijk aan Duin in Wyckerbrouck, zowel binnen- als buitendijks, gemeen met Goedelieff Jooris en Claes Cornelisz van 't Calff, belend in 't geheel ten oosten de Heer van Assendelft, ten noordwesten de Cleyne Sluyssloot, ten zuidwesten de Wyckermeer, voor 2 custingbrieven 577.
In Wijk aan Duin verkopen in 1612 gasthuismeesteren van Haarlem aan Pieter Dammensz en Kryn Dircxz in de Beverwijk een akker zaadland groot 456 roeden, belend ten zuiden de nonnen in de Wijk, ten noorden de reguliers in de Wijk, ten westen de Cleyne Houdtwech, ten oosten de Lytwech, laatst gebruikt door Kryn Dircxz die daar nog 3 jaar huur aan heeft tot 8 gld 's jaars (van Pieter Dammensz 250 gld ontvangen) 578.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1612 Mies Jansz, scheepmaker in Beverwijk, ook voor Gerrit Garbrantsz, mede scheepmaker in Beverwijk, aan Krijn Dircxz, mede in de Beverwijk, een perceel land, belend ten noordoosten de koper, ten zuidwesten Ymertgen Cornelisdr, ten zuidoosten Willem Cornelisz backer, ten noordwesten de Zeewech 579.
5. Gryete DIRCXDR, geb. ca. 1546, zie 995.
1992. (<996) (>3984) Cornelis (Ouwe Neel) PIETERSZ, tr. N.N.
In Velsen voor de 10e penning in 1543, onder 'dit zijn de Bresaper croften' Cornelis Pietersz van een duincroft 12 gld 580.
In Velsen in 1544 voor de 10e penning, onder 'de tiende penning van de croften van Bresaep 'Cornelis Pietersz een huisje met een duincroft voor 12 gld 581.
In Velsen voor de 10e penning in 1555, blz. 16 (volgend op Griet Jans weduwe van Cornelis Pietersz) Cornelis Pieter Aelbrechtsz gebruikt zijn eigen land groot 2½ morgen, jaarlijks getaxeerd op 15 gld (10e pennng 30 st), en blz. 44, onder 'croften in de wildenis genaamd Bresaep' Cornelis Pieter Aelbertsz gebruikt 8 morgen jaarlijks om 13 gld 10 st (10e penning 27 st) 582.
In Velsen voor de 10e penning in 1561, fol. 6, onder 'landen bezuiden de Schilpwech tussen de Houtwech en de Herenwech' Claes Zymons huurt van Cornelis Pietersz cum cociis [?] te Velsen 1½ morgen teelland 's jaars om 8 gld (10e penning 16 st), fol. 57, onder 'landen gelegen in de Velser Broucke, te weten in de Westbrouck dewelke alle hooilanden en weilanden van eender kwaliteit' (volgend op Willem Pietersz) Cornelis Pietersz gebruikt zijn eigen morgen hooiland getaxeerd op 6 gld (10e penning 12 st), fol. 65v, ondr 'duyncroften genaamd Bresaep toebehorende Claes van Mathenesse, gelegen buiten de Schouheyninge, zijn dorre snode landen die tot de Hontsbosche niet contribueren' Cornelis Pietersz 8 morgen om 13 gld 10 st (10e penning 27 st), fol. 66, onder 'huyskens in de Bresaep zonder eigendom in de grond te hebben' Cornelis Pietersz gebeuikt zijn eigen huis getaxeerd op 3 gld (10e penning 6 st) 583.
In Velsen voor de 100e penning van 1570, fol. 54v, onder 'duijncroften geheten Bresaep toebehorende de erfgenamen van Claes van Matenesse, liggende buiten de Schouheijninge' Cornelis Pieters 16 morgen 's jaars om 32 gld 10 st (100e penning 7 gld 3 st 1 mijt[?]), fol. 55, onder 'huijskens staande in de voorschreven Bresaep zonder eigendom van de grond te hebben' Cornelis Pietersz' huizinge getaxeerd op 2 gld 10 st (100e penning 8 st) 584.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Cornelisz alias OUWE NEELEN, zie 996.
2. Frederyck CORNELISZ, geb. ca. 1548 585.
In Velsen verkoopt in 1581 Frederyck Cornelys aan Cornelys Dircksz Baenman een stuk weiland, groot omtrent 1½ morgen, genaamd de Cruysseven, belend ten oosten de Laen, ten zuiden Cornelys Cornelysz en Claes Beningen, ten westen de Heyligengeest te Haarlem, ten noorden Jan Claesz c.s., met als waarborg Claes Dircks Roe, houtkoper 586.
In het verpondingsboek van Velsen beginnende 1584, onder 'Breesaep' Freerck Cornelisz huurt van Aernt Gysbertsz c.s. 2 morgen hooiland buitendijks (vervangen door: van Claes Fransz in de Wyck 1 morgen gelegen op de Meer bij Ladderbeeck), 's jaars getaxeerd op 5 gld 11 st (later alles doorgehaald), en onder 'duijncroften geheten Breesaep' Freerck Cornelisz gebruikt 8 morgen, 's jaars getaxeerd op 8 gld 388.
2008. (<1004) Willem Dircksz van TOOREN, tr.
In Beverwijk verkoopt in 1591 Dirck Allertsz wonende te Spaarndam aan Willem Dirckxz van Toren poorter binnen Beverwijk een erf met materialen van steen erop in de Breestraet, strekkende tot achter zo ver Nicolaes Jansz zijn erf van de schuur, met een berriegang tot op de Meer, verkoopt in 1593 Thonis Cornelisz wonende binnen Amsterdam aan Willem Dirckxz van Thoren zijn zwager, poorter binnen Beverwijk, een kroft land groot omtrent 600 roeden, belend ten zuidoosten Jan Harinckx, ten zuidwesten Claes Cornelisz, ten noordwesten Philips Wesselsoon, ten noordoosten Wouter Janssen, belast met 30 st aan de schutterij van Beverwijk, met de belofte Willem Dircksz te vrijwaren naar uitwijzen van hun scheidbrief tussen hun broers en zuster bij het delen van de erfenis van hun ouders, verkoopt in 1597 Thonis Cornelisz poorter van Amsterdam aan Willem Dirck van Thoren zijn zwager een kroft land, belend ten oosten de Lywech, ten zuiden Claes Harmansz, ten westen Gerrit Jacopsz wielmaker, ten zuiden de Zeewech, belast met 6 gld 's jaars, hoofdgeld 100 gld, aan de weduwe van Garbrant Nanninckxz, en nog 4 st 's jaars aan erfpacht aan de memoriemeesters van Beverwijk 587.
In Haarlem constitueert Willem Diricxz van Toorn uit de Beverwijk op 28 februari 1594 [Dirck] de Weent ad lites contra Jan Pietersz olyslager 588.
In Haarlem constitueren Symon Claesz en Willem Cornelisz, beiden poorters der stede Beverwijk, voor henzelf en hen sterk makende voor Willem Diricxz van Thoren hun medestander, op 23 mei 1598 Mr Jacob van Medenblick ad lites contra quoscumque (etc.) 589.
In Beverwijk verkopen in 1599 de weesmeesters aan Willem Dircksz van Thoren een huis en erf genaamd Die Roe Leeuw, toekomende jonge Jan Jansz het nagelaten weeskind van Machtelt Jacopsdr, in de Breestraet strekkende tot achter aan Claes Cornelisz zijn tuin, belend ten zuiden de Nieuwe Steech, ten noorden Claes Cornelisz zelf, belast met 17 st 's jaars erfpacht aan Claes Cornelisz, met als borg Griete Pietersdr met Jacop Oetgersz haar oudste zoon en bestorven voogd dat een oude custingbrief betaald zal worden, wordt in 1599 nogmaals deze verkoop vermeld volgens procuratie van jonge [Jan] Jansz Ruien in de herberg van Jan Jansz Ruien den Ouden, en verkoopt in 1599 Willem Dircksz van Thoren aan Pieter Jansz een huis en erf in de Breestraet strekkende tot achter aan Jacop Cornelisz zijn tuin, belend ten zuiden Jacop Jansz in de drie Kaersen, ten noorden Claes Velt van Amsterdam 590.
In 1600 komt Willem Dircksz van Thoren twee keer voor op de schepenrol van Beverwijk contra Willem die Vlaeming, op 22 februari en 13 maart 591.
2009. (<1004) (>4018) Meijnsgen CORNELISDR, biersteekster te Beverwijk.
In 1605 wordt getuigenis geleverd door Cornelis Claesz van Rijck, brouwer in de Oliphant binnen Haarlem, oud omtrent 49 jaren, ten verzoeke van Meijns Cornelisdr, biersteekster in de Beverwijk, dat hij in april laatstleden op 6 april uit zijn brouwerij heeft geleverd een half last vijf-guldensbier, en wel met zijn volle bier, wat hij en andere brouwers binnen deze stad gewoon zijn op 7 wannen tonnen te pompen geleverd heeft, in de schuit van de voorschreven Meijns Cornelisdr, zonder dat de voorschreven Meijns Cornelisdr of Maerten Evertsz of iemand anders vanwege hen, tussen 6 of 16 april enig ander bier dan het voorschreven half last van hem hebben gehad, noch ook daarvoor, noch daarvoor betaald is geweest, dan voor 6 tonnen bier of een half last en niet meer 592.
Voor het Hof van Holland dient op 10 maart 1605 een proces van Styn Jansdr, weduwe van Gerrit Ghysbrechtsz, te Amsterdam, als moeder en voogdesse van Cornelisge Gerritsdr, mitsgaders als bestemoeder en voodesse van Cornelisge Gerritsdr kind van haar overleden dochter, impetrante, tegen de weduwe van Willem Dircxz van Thoorn wonende in de Beverwijk, als possiderende zekere croft land aldaar, groot omtrent 600 roeden, wezende een legaal hypotheek van de impetrante, om betaling van 100 gld met de interest vandien tegen de penning 16 sedert het overlijden van Symon Cornelisz Seylmaecker. De gedaagde compareert niet en haar procureur begeerde niet te occuperen. Het hof condemneert defaillante de gevraagde som aan de impetrante voorlopig te namptiseren, behoudelijk dat de defaillante binen 14 dagen het voorschreven default zal mogen purgeren. 593
In Wijk aan Duin verkoopt in 1606 Dirrick Oodtgertsz wonende te Wijk aan Duin aan Meynsie Cornelisdr, poorteresse der stede Beverwijk, weduwe van Willem Dirricxz van Tooren, een halve croft land gemeen en ongedeeld in de Langhe Ackers met Cornelis Willemsz van Tooren, belend ten zuiden 't gasthuisland van Beverwijk, ten westen de Schoubeeck van de Cleyne Houtwech, ten noorden 't Begijnelant van Beverwijk, ten oosten de Lywech, voor een obligatie van 563 gld; Oodgert Symonsz, buurman te Heemskerk op 't Noordtdorp, als vader van de voornoemde Dirrick Oodtgertsz, stelt zich borg voor zijn zoon 594.
Uit dit huwelijk:
1. Dirck Willemsz van TOOREN, timmerman, houtkoper, collecteur van de wijnen en brandewijnen van Beverwijk, overl. tussen 29 april 1636 en 11 maart 1638, tr. (schepenbank) ald. 1 febr. 1611 Willempgien ARIJAENSDR, dr van Aeriaen PIETERSZ, burgemeester ald., en Cuniertgen JANS.
In Beverwijk verkoopt in 1613 Aris Meyndertsz slotemaker aan Pieter Dirck Joosten en Dirck Willemsz van Toorn een huis en erf op de Meer, strekkende tot aan het Achterwechgen, belend ten westen Jan Gerrits, ten oosten de Blocksteech, voor een custingbrief van 900 gld, en verkoopt in 1618 Jan Barentsz burgemeester aan Dirck Willemsz van Toren een erf achter het huis van de koper in de Nieuwe Steech, belend ten noorden Pieter Pas en Ryck Cornelisz houffsmit, ten oosten de verkoper 595.
In Beverwijk verkoopt op 11 augustus 1616 Dirck Willemsz van Toorn, poorter dezer stede, aan Niclaes Heys, koopman te Amsterdam, een custingbrief sprekende op Harman Bruijns, poorter dezer stede, gepasseerd op 12 mei 1616 596.
Belendend in Beverwijk: in 1618 Dirck van Toren achter een huis aan de Breestraet, in 1620 Dirck van Toorn in de Nieuwe Steech, in 1622 Dirrick van Toorn in de Blocksteech, in 1623 Dirrick van Toorn achter een huis aan de Breestraet, in 1638 de weduwe van Dirck Willemsz van Toorn in de Blocksteech, in 1639 de weduwe en erfgenamen van Dirck van Toorn in de Cloosterstraet, in 1642 Willempgien Arijansdr weduwe van Dirck Willemsz van Toorn in de Cloosterstraet, in 1644 de erfgenamen van Dirck van Toorn in de Nieuwe Steech 597.
In Velsen is in 1619 en 1620 Dirck van Thoorn, houtkoper en timmerman in de Beverwijk, eiser contra Dirck Dammisz te Velsen om betaling van 65 gld 5 st vanwege gehaald hout en arbeidsloon; schepenen condemneren gedaagde 598.
In Heemskerk is in 1623 Dirck Willemsz van Thoorn, timmerman in de Beverwijk, eiser contra Zeeger Zegersz, hoefsmid te Heemskerk, om betaling van 28 gld 14 st 12 penn, ter cause van koop van een varken op de Wijker varkensmarkt; schepenen condemneren de gedaagde 599.
In Velsen is in 1624 Dirck Willemsz van T(h)oorn eiser contra Adryaen Jansz (Roothooft) (van de Hoffgeest), om betaling van 21 gld 5 st evenals 7 gld 7 st berekend geld volgens eisers boek; schepenen condemneren gedaage 600.
In Beverwijk is in 1627 Dirck Willemsz van Thooren notarisgetuige, waarbij hij tekent 'Dyrck Wyllems van Toren', compareren in 1628 Dirck Willemsz en Cornelis Willemsz van Thoren, gebroeders, als verhuurders, en Symon Jansz [schoenmaker] als voogd van Jannetgen Nanningsdr, weduwe van Claes Symonsz als huurder, van een kroft geestland, legt in 1629 Nicolaes Heyndricxsz een verklaring af over een vaatje Spaanse wijn ten verzoeke van Dirck Willemsz van Thooren, wordt nog een verklaring afgelegd ter requisitie van Dirck Willemsz van Thoren als collecteur van de wijnen en brandewijnen in de Beverwijk ingegaan oktober 1628, en wordt een verklaring afgelgd door Pieter Jansz van Dyck, collecteur van de grafelijke tollen te Beverwijk, ten verzoeke van Dirck Willemsz van Thoren als collecteur van de wijnen en brandewijnen, worden in 1635 penningen over dat jaar huishuur betaald aan Dirck Willemsz van Toren, is in 1636 Dyrck Wyllemsz van Toren notarisgetuige 601.
In Heemskerk verkoopt in 1628 Dijrck Willemsz van Thooren, burger der stede Beverwijk, aan Jan Lourensz vant Veen, tegenwoordig onze schout, een kroft teelland van 1610 roeden, belend ten zuiden Maerten Aeriansz, ten westen de Groote Houdtwech, ten noorden de Groote Hoff te Haarlem, ten oosten de Butteracker 602.
In Uitgeest is in 1633 Louris Claesz Matselaer alhier eiser contra Dirck Willemsz van Thooren, om betaling van 12 gld 12 st als rest van arbeidsloon hetwelk eiser van gedaagde heeft verdiend aan het bouwhuis van de Heer van Marquette. Eiser en gedaagde compareerden eerst niet. Op 11 maart 1633 zegt gedaagde een poorter binnen de stad Beverwijk te wezen, en dat hij uit kracht van het privilege door Johan, Graaf van Holland, in het jaar 1298 verleend, aan geen recht in eerste instantie onderworpen is dan schepenen aldaar. Schepenen renvoyeren partijen aan schepenen der stad Beverwijk. 603
In Beverwijk verkoopt in 1640 Willempgien Arijansdr, weduwe van Dirck Willemsz, geassisteerd met Willem Dircksz van Toorn haar zoon, aan Cornelis Willemsz van Toorn een schuit, verkoopt in 1642 Louris Arijansz, molenaar op de korenmolen, aan Willempgien Aryansdr, weduwe van Dirck Willemsz van Toorn, een leeg erf in de Cloosterstraet, compareert in 1642 Willempgien Aryansdr, weduwe van Dirck Willemsz van Toorn, geassisteerd met Willem Dircksz van Toorn haar zoon, over mindering van een rentebrief die Pieter Dirckxzoon Spaerpot schuldig is, verkoopt in 1642 Willemtie Ariaens, weduwe van Dirck Willemsz van Toorn, aan Claes Jansz Waecker een huis en erf in de Cloosterstraet, verkoopt in 1643 Willemtie Ariaens, weduwe van Dirc Willemsz van Toorn, aan haar zuster Maertie Ariens, jongedochter, een erf in de Blocksteech, en verkoopt in 1644 Willemtie Ariens, weduwe van Dirck Willemsz van Tooren, aan Elias Jacobsz Schoelapper een erf 604.
In 1652 verkoopt Willempje Aeriaens, weduwe van Dirck Willemsz van Tooren, wonende te Beverwijk, met Willem Dircksz van Tooren haar zoon, aan Sr Cornelis Duijves, raad van Haarlam, een tweeëndertigstepart van een haringbuis genaamd St. Pieter 605.
Op 1 januari 1627 testeren Aeriaen Pietersz, oud-burgemeester van Beverwijk, en Cuniertgen Jans zijn huisvrouw, ziekelijk, aan hun 2 zoons en 3 dochters onder wie Willempgen Aeriaensdr 606.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1640 Mr Dirck Bont, chirurgijn en poorter der stad Haarlem, procuratie hebbende van Neeltgen Adriaensdr, weduwe van Cors Dircksz, poortersse der voorschreven stad, aan Willempgen Aerijaensdr, weduwe van Dirck Willemsz van Thoorn, poortersse der stad Beverwijk, 1/4 van een stuk geestland genaamd de Berchlingscroften liggende gemeen en onverdeeld met de kinderen van Pieter Aerijaensz, de kinderen van Jan Aerijaensz en Willempgen Aeriaens zelf, groot in 't geheel omtrent 2700 roeden, belend ten noordwesten de Cuijckerswech, ten noordoosten Jr Pieter Ruijs, ten zuidoosten de weduwe en kinderen van Cornelis Cornelisz Leenman, ten zuidwesten de bruiker van Cornelis Dircksz Decker, voor 1000 gld 607.
Op 19 maart 1658 testeert Willempjen Aeryaens, weduwe van Dirck Willemsz van Tooren, wonende op de Meijr. Zij nomineert Willem Dircksz van Tooren haar zoon voor 1/3, mitsgaders de nagelaten kinderen van Cornelis Dircksz van Tooren en het nagelaten kind van Sijbrichjen Dircks van Tooren elke staak mede voor 1/3, met de bepaling dat de goederen zullen erven van 't ene kind op het andere tot op het laatste toe, met als voogden over de voorschreven onmondige kinderen haar zoon Willem van Tooren en Jan Cornelisz van Poelenburgh 608.
2. Cornelis Willemsz van TOOREN, geb. ca. 1584, zie 1004.
2010. (<1005) (>4020, >4021) Oetger SIJMONSZ, schepen 347 van Heemskerk, kuiper, tr. 2° (schepenbank) ald. 7 maart 1604 Neeltgen ORLEWIJNS, dr van Orlewijn SIJMONSZ, tr. 1°
In Velsen verkoopt in 1590 Outger Symens cuyper in de Beverwijk aan Willem Cornelis backer aldaar een stuk land in deze banne in Aercom, belend ten oosten de Schoubeecke, ten zuiden Jacop Engelsz timmerman, ten westen Aerndt Heydricxz brouwer c.s., ten noorden een akker abtsland met als gebruiker Willem Cornelisz voorschreven 609.
In Beverwijk verkopen in 1599 Oetger Symonsz als vader en voogd van Anna Oetghersdr voor de ene helft en Pieter Cornelisz Voocht als vader van zijn twee voorkinderen geprocreëerd bij Lysbet Claesdr voor de andere helft, aan Ryck Dircksz backer het huis met het erf waar Claes Jansz oude schout zal. in placht te wonen, in de Breestraet, strekkende tot achter aan de Conincxswech, belend ten zuiden Symon Jansz Plagger, ten noorden Dirck Garbrantsz, en verkoopt in 1608 Otger Simonsoon wonende te Noortdorp in Heemskerk aan Frans Tomasz poorter dezer stede een huis en erf met de boomgaard aan de Breestraet, strekkende tot achter aan Jacop van Foreest, ten westen Jan Hendricksz, en mede compareerde Cornelis Willemsz van Toren, poorter dezer stede 610.
Voor het haardstedengeld in Heemskerk voor 1604 wordt Outger Symonsz aangeslagen voor 4 schoorstenen, evenzo voor 1606 Oetger Sijmonsz 455.
In Heemskerk verkoopt in 1608 Jacob Maertsz wonende te Alkmaar aan Outgert Simonsz buurman te Heemskerk een vierde van een stuk hooiland genaamd Laechlant, groot in 't geheel 2 morgen 56 roeden, waarvan 3 vierdeparten toebehoren Jonge Pieter Cornelisz Voocht te Beverwijk, belend in 't geheel ten noorden de Cleyne Maedt, ten oosten Maerten Francken c.s., ten zuiden de wederhelft van voorschreven Laechlant, ten westen Symon Lambrechtsz, en verkoopt in 1610 Outgert Symonsz, buurman te Noortdorp, man en voogd van Neeltgen Orlewijnsdr, aan Pieter Sebastiaensz wonende te Wijk op Zee een croft zaadland, groot omtrent 1½ morgen, belend ten zuiden Maerten Francken, ten westen de Luttick Cije, ten noorden Cornelis Aeriaensz, ten oosten Reyer Sebastiaensz en Outger Symonsz c.s. 611.
In Heemskerk verkoopt in 1613 Cornelis Lourensz Oosterling buurman te Noortdorp aan Oetgert Sijmonsz mede buurman aldaar, samen met Neeltgen Orlowijnsdr zijn huisvrouw in hun gemene boedel, een kroft zaailand gelegen tussen de Groote en Cleijne Houdtweegen genaamde de Ghyere, groot 1197 roeden, belend ten zuiden de armen van Heemskerk, ten westen de Cleyne Houtwech, ten noorden Symon Lambertsz, ten oosten de Groote Houtwech, met de noorderwal die in 't geheel bij deze kroft hoort, belast met een jaarlijkse losrente van 12 gld 10 st, losbaar met 200 gld, verkoopt in 1622 Oetger Sijmonsz, eertijds onze buurman en waard in 't Heck te Noertorp, nu wonende in Beverwijk, aan Sijmon Aertsz als oom en Floeris Jaspersz als rechterlijk gecoren voogd, van de nagelaten kinderen van Gerrit Aerentsz Jongmans, beiden wonende in Heemskerk, alle rechten die comparant heeft gehad op deze tegenwoordige opdrachtbrief [niet verder vermeld], en verkoopt in 1624 Oetger Sijmonsz, eertijds buurman te Noortorp en nu wonende te Beverwijk, aan Willeboort Jansz een perceel hooiland aan de Breetweersloot, groot 1245 roeden, belend ten zuiden Jan Claesz met de Seven Hoeven, ten westen Dijrck Willemsz, ten noorden de voorschreven Breetweersloot, ten oosten Lambrecht Frericksz 612.
In Velsen is in 1617 Oetger Symonsz, met de kinderen van Neeltgen Orlewijns, eiser contra Dirck Symonsz wonende te Velserduyn, om betaling van 9 gld 6 st verteerde kosten en wijnkoop 613.
In Velsen verkoopt in 1625 Auwel Jansz, poorter van Beverwijk, aan Otgert Sijmonsz, mede poorter van Beverwijk, en Reijer Bastiaensz wonende te Wijk op Zee, ieder de helft van een croft geest- of teelland, groot omtrent 1½ morgen, belend ten oosten Cornelis Pietersz Oude Neel, ten zuiden Aeff Thamis, ten westen de Waterwech, ten noorden Heijndrick Engelsz, voor 925 gld, te betalen 400 gld gereed, de resterende Luijcasmarckt 1625 614.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1627 Jan Gerritsz Roos, buurman te Velsen aan Velserduin, aan Ootger Sijmonsz, poorter van Beverwijk, een stukje geestland genaamd Jan Michielscroft, groot omtrent 734 roeden, belend ten oosten de weduwe van Jan Cornelisz Post te Velsen, ten zuiden en westen Gijsbertgen Claesdr weduwe van Gerrit Jansz Duijnmeijer, ten noorden de Leencroft, voor 575 gld, te betalen de helft gereed, de andere helft Kerstmis 1627 615.
In Heemskerk verkopen in 1632 Pieter Rieuwertsz, schepen van Beverwijk, als man en voogd van Guirtgen Oetgersdr, Cornelis Willemsz van Thooren als man en voogd van Annitgen Oetgersdr, burgers van Beverwijk, ook voor Dijrck Oetgersz, broer van hun huisvrouwen, en Joris Cornelisz als voogd en Claes Jaecopsz laeckencooper als noom van de nagelaten onmondige weeskinderen van zal. Sijmon Oetgersz, mede burger der voorschreven stede, allen tezamen erfgenamen van Oetger Sijmonsz, aan Cornelis Cornelisz leenman van het huis van Assendelft, buurman op 't Hofland in de ban van Wijk aan Duin, een kamp hooiland benoorden de Zuijdtmaetwech, groot 1040 roeden, belend ten zuiden Jan Lourensz schout te Heemskerk, ten westen de koper, ten noorden de heer van Assendelft, ten oosten de ban van Uitgeest, met een vrije notweg over 't land nu van Cornelis Cornelisz zelf en het land van Gerrit Oetgersz gemeen met de stad Haarlem, tot op de Maetwech 616.
In Velsen verkopen op 11 februari 1632 Reijer Bastiaensz wonende te Wijk op Zee, Pieter Riewertsz man en voogd van Guertgien Outgers, Cornelis Willemsz van Thoorn man en voogd van Anneken Outgers, Dirck Outgersz, en Joris Cornelisz uit de naam en als voogd benevens Adrijaen Dirxz die hij in dezen vervangt, over de kinderen van Sijmon Outgersz zal. ged., altezamen poorters van Beverwijk, nl. Reijer Bastiaensz voor de helft en de verdere comparanten voor de andere helft, gemeen en onverdeeld, aan Cornelis Pietersz Oude Neel, buurman in Bresaep, een croft geest- of teelland, groot 1½ morgen, belend ten oosten Cornelis Pietersz Oude Neel voornoemd, ten zuiden de erfgenamen van Aeff Thamis, ten westen de Nattewecht, ten noorden Hans Gerrijtsz van Goor. Cornelis Pietersz voornoemd zal moeten laten volgen 2 jaar huur nog aan Jan Cornelisz Post voor 34 gld 's jaars, die hij ieder jaar daarvan zal trekken. Voor 1500 gld, te betalen 400 gld gereed, en de rest op 2 Lucasmarktdagen 1632 en 1633. 230
In Wijk aan Duin verkoopt in 1638 Cornelis Willemsz van Thoorn, poorter der stede Beverwijk, aan Cornelis Dircksz Havick, mede poorter der voornoemde stede, een stukje geestland genaamd de Gier, groot omtrent 328 roeden, belend ten oosten de Lywech, ten zuiden de Scherpe Hoeck, ten westen de Schoubeeck, ten noorden de koper, lopende het voorschreven land met een scherpe hoek zuidwaarts tot op de weg, bij de Kennipcroft, hem comparant bij erfenis aangekomen van Ootger Symonsz, zijns huisvrouws zal. [vader], voor 400 gld 617.
Bij de verkoop van een huis en erf in Beverwijk in 1677 worden als erfgenamen van moederszijde van Claes Jansz Beverwijck via zijn halve broer Ootger Sijmonsz vermeld: (1) Cornelis Willemsz Poelenburch, David Wes als man en voogd van Neeltje Willems Poelenburch, Sijmon, Aeltjen, Aechtjen en Maritje Willems Poelenburch, kinderen van Maritjen Sijmons dochter van Sijmon Ootgers die een zoon was van Ootger Sijmonsz, (2) Aecht van Tooren weduwe, Meijns van Tooren, Floris Pietersz Boschman als man en voogd van Deliaentje Willems, en Gerrit Hendricksz Schaafmaker als man en voogd van Claesje Willems, nagelaten dochters van Willem van Tooren, kinderen en kindskinderen van Anna Ootgers die een dochter was van Ootger Sijmonsz, (3) Cornelis Pietersz, ook voor de kinderen van wijlen Claes Pietersz, Geertje Cornelis weduwe dochter van Aechtje Pieters, ook voor haar minderjarige broers en zuster Riewert, Claasje, Antje en Pieter Pietersz[sic], kinderen en kindskinderen van Guert Ootgers die mede een dochter was van Ootger Sijmonsz 618.
2011. (<1005) (>4022) Aechtgen CLAESDR 348.
Uit dit huwelijk:
1. Guirtgen OETGERSDR, overl. vóór 16 april 1644, tr. (schepenbank) Beverwijk 27 april 1614 Pieter RIEUWERTSZ, schepen ald., overl. vóór 13 mei 1635 346, zn van Rieuwert AERIAENSZ, biersteker ald., en Anna CLAESDR.
In Castricum is in 1603 Symon Garbrantsz alhier aan Guyrtgen Ougers wonende in de Beverwijk een losrente van 35 gld 's jaars schuldig, te lossen met 500 gld 353.
In 1619 transporteert in Beverwijk Maerten Claes, notaris en procureur, poorter der stede Beverwijk, aan Pieter Rieuwerts en Geurtgen Otgers, zijn zuster zwager [schoonzoon] en dochter, die tegenwoordig bij hem inwonen, een huis en erf met originele brief van opdracht van 25 april 1594, en verkoopt in 1626 in Heemskerk Pieter Rieuwertsz, burger van Beverwijk en voogd van Guiertgen Oetgersdr als erfgename van zal. Maerten Claesz, in zijn leven notaris dezer stede, aan Cornelis Sijmonsz wonende in Noortorp een kroft van omtrent 1812 roeden, belend ten zuiden de Schoubeeck en Willem Pietersz, ten westen de wildernis, ten noorden 't gasthuis te Wijk op Zee, ten oosten de koper 354.
In Beverwijk verkoopt in 1635 Geurtgie Outgers, weduwe van Pieter Rieuwerts, geassisteerd met Jan Barentsz weesmeester, aan Enoch Coymans een stuk land, en verkoopt in 1642 Geurt Outgersdr, weduwe van Pieter Rieuwertsz, in zijn leven schepen, geassisteerd met Willem Cornelisz tresorier, aan Andries Hellerus, apothecaris wonende tot Amsterdam, een huis, erf, schuur, boomgaard en kroft land aan de Zeeweg, voor 4500 gld 355.
In Wijk aan Duin in 1642 verkoopt Guert Ootgersdr, weduwe van Pieter Rieuwertsz, poortersse van Beverwijk, geassisteerd met Rieuwert Pietersz haar zoon, aan Claes Jacobsz Lakeman, poorter van Beverwijk, een stukje geestland genaamd 't Wintglop, groot omtrent 612 roeden, belend ten oosten de Kleijne Houtwegh, ten zuiden Dirck Ootgersz, ten westen de Schoubeecq, ten noorden 't Comisgilt van Haarlem, voor 680 gld, en verkoopt Guertgen Outgersdr, weduwe van Pieter Rieuwertsz, eertijds poortersse van Beverwijk, nu wonende in Amsterdam, geassisteerd met Claes Pietersz haar zoon, aan Dirck Thamisz, poorter van Beverwijk, en stukje geestland, belend ten oosten de Schoubeecq, ten zuiden Willem Florisz, ten westen de Kuijckerswegh, ten noorden St. Theunisacker, voor 670 gld 356.
In Wijk aan Duin verkopen in 1645 Rieuwert en Claes Pieterszoonen, mitsgaders Cornelis Pietersz getrouwd hebbende Aechtgen Pietersdr, allen kinderen en erfgenamen van zal. Pieter Rieuwertsz en Guertgen Outgersdr, allen wonende te Amsterdam, elk voor 1/3, aan Claes Jacobsz Lakeman, burgemeester der stede Beverwijk, de helft van een stuk buitendijks land gemeen en onverdeeld met het Gasthuijs binnen Beverwijk, groot in 't geheel omtrent 1200 roeden, belend ten westen de Sluijssloot, ten noorden Jr Anthony van Burch, strekkende uit het oosten van de St. Aechtendiujck af zuid op tot in de Wijckermeijr toe, hun bij loting uit de erfenis van hun moeder toegevallen, en verkoopt in 1646 de erfgenaam van Guert Outgers Cornelis Pietersz wonende te Amsterdam, ook als last en procuratie hebbende van Rieuwert Pietersz zijn broer als voogd over de 2 onmondige kinderen van Pieter Rieuwertsz en Guertgen Outgers zal., genaamd Maritgen en Annetgen, procuratie gepasseerd voor Jan de Graef notaris te Amsterdam op 11 januari 1646, aan Jan Dircksz Duyn, poorter van Beverwijk, een stuk geestland genaamd Katsenlant, groot 1470 roeden, belend ten oosten Joris Cornelisz, ten zuiden en westen de koper, hem comparant met zijn 2 zusters aangekomen, voor 1960 gld, te betalen in 4 achtereenvolgende termijnen, mei eerstkomende de eerste 357.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1649 Cornelis Pietersz, ook als procuratie hebbende van Maritgen Pieters en Annetgen Pieters, zijn zusters, allen wonende te Amsterdam, aan Evert Evertsz Backer, poorter van Beverwijk, een stuk geestland groot 1526 roeden, belend ten oosten de Kleijne Houtwegh, ten zuiden Frans Cornelisz Poelenburgh, ten westen Cornelis Engelsz en Jan Thomasz, ten noorden 't gasthuis van Beverwijk, voor 800 gld, te betalen 1/3 gereed, en op mei 1650 en 1651 nog een derdepart 358.
In Heemskerk verkoopt in 1656 Cornelis Willemsz, tegenwoordig schepen van Heemskerk, aan Aefgen Willems, bedaagde dochter binnen Haarlem, de helft van een kroft land genaamd de Halve Croft en nog de helft van een stuk weiland genaamd de Halve Weijt, aan elkaar gelegen, gemeen en onverdeeld met de kinderen en erfgenamen van Guiert Ootgers, groot de helft 1147 roeden, belend ten zuiden de heer van Meeresteijn, ten westen de Oosterwech, ten noorden de erfgenamen van Pieter Riviere in Den Haag, ten noorden en oosten Pieter Jacopsz Bruijn c.s., voor 1800 gld 359.
Op 26 juni 1614 testeren Pieter Rieuwertsz en Guertgen Outgers uit de Beverwijk, soe wel zyluyden noch wesende jonck van jaeren evenwel considereerden de broscheyt des menschen levens op desen aerden als een schaduwe verganckelick zynde, op hun eventuele kinderen, en anders op de langstlevende 349.
In Wijk aan Duin in 1627 verkoopt Willem Willemsz Schipper, poorter van Haarlem, aan Pieter Rieuwertsz, poorter van beverwijk, eerst 2 zesdeparten in een stuk land in Wijckbrouck genaamd Sluijscamp, liggende gemeen en onverdeeld met Anna Claesdr, weduwe van Rieuwer Aerijaentsz en moeder van de voornoemde Pieter Rieuwertsz, belend in 't geheel ten oosten de Sluijssloot, ten westen de St. Aechtendijck, ten noorden Jacob Jansz Slommer poorter van Beverwijk, item 2 zesdeparten in een stukje geestland, eensdeels in Beverwijk, genaamd de Twee Ackers, belend ten oosten Meins Cornelisdr met haar kinderen, ten zuiden een gemene wagenweg, ten westen 't gasthuis van Beverwijk, ten noorden Maritgen Cornelisdr weduwe van Wessel Phillipsz poortersse van Beverwijk, en nog Wouter van Lievendael procureur der stad Haarlem, als curateur over de desolate boedel van Lijsbet Aedryaens Terriers, weduwe van Jelis Jansz in zijn leven poorter van Haarlem, aan Pieter Rieuwertsz 2 zesdeparten in beide voorschreven stukjes land 350.
In Beverwijk vindt in 1644 boedelscheiding plaats tussen Riewert Pietersz, Claes Pietersz en Cornelis Pietersz als getrouwd hebbende Aechien Pieters, ter eenre, en Joost Jansz Cruijsvelt en Willem Cornelisz Poelenburgh als voogden van Cornelis Pietersz, Maritgien Pieters en Annitgen Pieters, allen kinderen van wijlen Pieter Riewertsz en wijlen Guijrtgen Outgerts 351.
In Wijk aan Duin bekent in 1645 Jan Dircksz Duijn, poorter van Beverwijk, schuldig te zijn Cornelis, Maritge en Annetge Pieters, kinderen en erfgenamen van zal. Pieter Rieuwertsz en Guertgen Outgersdr, wonende allen te Amsterdam, 1960 gld ter cause van een stuk geestland genaamd Aertsenlandt, groot 1470 roeden, belend ten oosten Joris Cornelisz, ten zuiden en westen de comparant en Willem Cornelis Lans, ten noorden de comparant (geroyeerd) 352.
2. Annitgen OETGERSDR, geb. ca. 1582, zie 1005.
3. Dirck OETGERSZ, overl. tussen 25 maart 1648 en 18 aug. 1648, tr. Kenier JANSDR, wed. van Cornelis Jansz van EGMONT.
In Wijk aan Duin is op 25 februari 1607 Dirrick Oodgertsz alias Dirrick Cuyper, onze buurman, schuldig aan Claes Cornelisz, timmerman, poorter der stede Beverwijk, 742 gld 10 st ter cause van geleverde materialen voor het opmaken van een nieuw huis waar Dirrick nu in woont, te betalen op St. Jansdagen 50 gld tot de penningen geheel betaald zijn, met als onderpand zijn huis, belend ten oosten de Cleynen Houtwech, ten zuiden Cornelis Pietersz Bosman, ten westen de Schouheiningh, ten noorden Auwel Jansz (op 18 mei 1637 bekenden Jan Barentsz en Pieter Jeroensz als mede-erfgenamen van Claes Cornelisz voldaan te zijn) 530.
In Wijk op Zee is op 12 juni 1607 Dirrick Dirricksz te Wijk aan Duin schuldig aan Claes Cornelisz, timmerman, poorter der stede Beverwijk, 517 gld, ter cause van geleverde materialen tot het maken van een nieuw huis, belend ten oosten, noorden en westen de Heerenwech, ten zuiden Jan Gerritsz 619.
In Wijk op Zee verkoopt in 1611 Dirck Outgersz, buurman te Wijk op Zee, aan Jan Dircxz wonende te Heemskerk een huis en erf in de Wyckstraet, belend ten oosten het erf dat Jacop Huygen placht toe te behoren welk erf nu mede aan 't voorschreven huis en erf toebehoort, ten zuiden de Wyckstraet, ten westen dat glop, ten noorden de Heerewech, alles zo als hij comparant 't gekocht heeft van Maritgen Aelberts, betaald met een obligatie, op dezelfde dag doorverkocht aan Jan Cornelisz Hoogeduyn 620.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1613 Dirck Oetgertsz, tegenwoordig buurman te Wijk op Zee, aan Claes Cornelisz van 't Calff, poorter van Beverwijk een huis, erf en boomgaard, met een stuk land, groot omtrent 1½ morgen, belend ten oosten de comparant met Jan Thonisz, ten zuiden Cornelis Pietersz Bosman, ten westen de Wildernis, ten noorden de comparant, welke hofstede een vrije notweg zal hebben over de laan zoals die tegenwoordig ligt tot de Houtwech toe, belast met 1152 gld, waarvan 4 rentebrieven en 1 custingbrief, welke laatste, van 492 gld, is toebehorende Claes Cornelisz, timmerman in Beverwijk (afgelost volgens verklaring op 18 mei 1637 van Jan Barentsz, oud-burgemeester van Beverwijk, en Pieter Jeroensz, oud-schepen van Beverwijk, als mede-erfgenamen van Claes Cornelisz), voor 1750 gld, te betalen op 4 eerstkomende meidagen 621.
In Wijk aan Duin verkopen en zijn schuldig in 1615 Dirck Oetgers en Kenier Jansdr zijn huisvrouw, buurluiden te Wijk op Zee, aan Griete Nanningsdr alias Griete Kenus, poorteresse binnen Haarlem, een jaarlijkse losrente van 12 gld 10 st, te lossen met 200 gld, met als onderpand eerst 2 akkers land strekkende van de Cleyne Houdtwech tot de Wildernis, belend ten noorden een akker waarin aan comparant 4 delen toebehoren en Jan Thonis 3 delen, ten zuiden Claes Cornelisz van 't Calff en voornoemde Jan Thonisz, met nog 4 akkers in de Oostersche Croften, belend ten noorden Jan Thonisz voornoemd, ten zuiden Cornelis Pietersz Bosman, ten oosten de Cleyne Houdtwech, ten westen voornoemde Claes van 't Calff, met nog 4 delen in een akker land liggende gemeen met voornoemde Jan Thonisz, belend ten noorden Auwel Jansz, ten zuiden de comparant, ten oosten de Houdtwech, ten westen de wildernis (afgelost op 14 sept. 1636), en verkoopt in Wijk aan Zee in 1615 Jan Claesz Stuyerman aan Dirck Oetgertsz mede onze buurman een voorcamer met erf, met nog een leeg erf vooraan dezelfde camer, mitsgaders nog een leeg erf aan de noordzijde van de voorschreven camer, voor een kustingbrief van 300 gld 622.
In Wijk aan Duin verkopen in 1636 Claes Cornelisz van 't Kalff, oud-burgemeester van Beerwijk, en Dirck Ootgersz, wonende binnen de vrijdom van Haarlem, gezamenlijk aan Balthazar Coijmans, koopman te Amsterdam, al hun recht met de landen gementioneerd in de brieven, gelegen in Wijk aan Duin, in 't geheel 5650 roeden, genaamd Rosentreeders, liggende aan verscheidene kroften verdeeld, mitsgaders 45 roeden duinvelt binnen de Schouheininge, als te weten de voornoemde burgemeester is opdragende in de gemelde Rosentrederszaet 3/7, mitsgaders de voornoemde Dirck Ootgers 4/7, alles onverdeeld, met nog 2 akkers land daarin gelegen, strekkende van de Cleijne Houtwech af westwaarts tot aan de duinen toe, dewelke de voornoemde Dirck Ootgersz apart waren toebehorende (belend o.a. Maritgen Sijmonts weduwe van Cornelis Pietersz Boschman), voor 5673 gld 623.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1642 Dirck Outgersz, buurman in de vrijdom van Haarlem, aan Claes Jacobsz Lakeman, poorter van Beverwijk, een stuk geestland genaamd 't Wintglop, groot omtrent 615 roeden, belend ten oosten de Kleyne Houtwech, ten zuiden Claes Cornelisz Calf en Willem Gerritsz, ten westen de Schoubeecq, ten noorden de koper met het land hem op dato dezes door Guert Outgersdr opgedragen, voor 700 gld 624.
In Wijk aan Duin verkoopt op 25 maart 1648 Dirck Outgersz wonende bij Haarlem aan Jan Pietersz Kaij, waard aan 't Zeeheck van Wijk aan Duin, een stuk geestland genaamd Jan Michielencroft, groot omtrent 734 roeden, belend ten westen en noorden Jacob Jansz Slommer, ten oosten Cornelis Engelsz Duijnmeijer [volgens de schuldbekentenis andersom], ten zuiden Jan Dircksz Duijn, voor 986 gld, te betalen 1/3 gereed, de andere 2/3 in 2 achtereenvolgende termijnen mei 1649 en 1650, gevolgd door een schuldbekentenis 625.
Op 29 november 1593 bekent Cornelis Jansz van Egmont, buurman te Wijk aan Duin, man en voogd van Cunier Jansdr, schuldig te wezen aan Mathys Pietersz Herenga, secretaris en schoolmeester te Velsen, 100 gld, terug te betalen op Allerheiligen 1596 626.
In Wijk aan Duin verkopen in 1605 Pieter Gerritsz en Symons Claesz, poorter der stede Beverwijk als voogd van Pieter Gerritsz voornoemd, aan Kenier Jansdochter, weduwe van Cornelis Jansz in zijn leven buurman van Wijk aan Duin, 2 percelen land waarvan het eerste perceel gelegen is in de saet van wijlen Cornelis Jansz nu toebehorende Kenier Jans voornoemd, belend ten zuiden Cornelis Pietersz Bosman, ten westen en noorden Kenier Jans voornoemd, ten oosten de Cleyne Houdtwech, het tweede perceel ook in de saet groot omtrent 1 morgen, gedeeld in 7 delen, waarvan Kenier Jans 2 delen en nog 2 delen verkocht mogen worden en 3 delen toebehoren Jan Tuenisse 627.
In Wijk aan Duin verkopen op 13 december 1648 Jan Cornelisz Dod van Velserduyn en Dirck Jansz Roos van Haarlem, beiden ook voor Arent Gijsbertsz van Castricum, en mede procuratie hebbende van hun mede-erfgenamen van zal. Cuniera Jans, huisvrouw geweest van zal. Dirck Outgersz, in hun leven wonende te Haarlem (machtiging bij notaris Jan Cornelisz Velsen in Beverwijk op 18 augustus 1648), aan Cornelis Hendricsz Marnis wonende te Haarlem hun recht aan een custingbrief van 657 gld 6 st 12 penn dd. 25 maart 1648, hun bij loting tegen de erfgenamen van Dirck Outgersz ten deel gevallen, voor 620 gld 628.
4. Sijmon OETGERSZ, overl. vóór 26 sept. 1624, tr. Aeltgen JACOBSDR, overl. 22 sept. 1623 629, begr. Beverwijk (in de Grote Kerk), dr van Jacob AERIJAENSZ en Maritgen JORISDR, alias Everts.
In Wijk aan Duin verkoopt op 26 september 1624 Ootger Sijmonsz, poorter van Beverwijk, als bestevader en bestorven bloedvoogd van de nagelaten en onmondige weeskinderen van zal. Sijmon Ootgersz, in zijn leven poorter binnen Rotterdam, aan Maritgen Eevertsdr, weduwe van Jacop Aerijaensz in zijn leven poorter van Beverwijk, een stukje geestland genaamd Realencroftgen, groot omtrent 1 morgen, belend ten zuidwesten de comparant, ten zuidoosten Jan Cornelisz Post te Velsen en Jooris Cornelisz, ten noordoosten Gijsgen Claesdr, ten noordwesten Willem Florisz, voor 600 gld, te betalen op 3 St. Lucasmarkten 630.
Op 27 september 1624 testeert Maritgen Jorisdr alias Everts o.a. een vijfdepart aan de twee onmondige kinderen van wijlen Sijmon Outgersz geprocreëerd bij zal. Aeltgen Jacobsdr haar overleden dochter, en nomineert zij tot voogden over de twee onmondige kinderen Adriaen Jacobsz haar zoon en Joris Cornelisz haar goede bekende en vrund, beiden wonende te Beverwijk 631.
In Heemskerk verkopen op 24 februari 1632 Jooris Cornelisz, oud burgemeester van Beverwijk, als voogd over de nagelaten weeskinderen van Sijmon Oetgersz, en Claes Jaecopsz Laeckencooper te Beverwijk als oom van moederszijde, Pieter Rieuwertsz als oom vanwege Guiertgen Oetgersdr zijn huisvrouw, van vaderszijde, aan Willeboort Jansz de helft van een kroft genaamd Baertenscroft, eertijds gemeen en onverdeeld met Reijer Bastiaensz te Wijk op Zee, in 't geheel 1626 roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Frans Claesz, ten westen Reijer Bastiaensz c.s., ten noorden Lourens Cornelisz, ten oosten de Cleijne Houdtwech 632.
2016. (<1008) Zeger, alleen bekend van 2 zoons, tr. N.N.
Uit dit huwelijk:
1. IJef ZEGERSZ, zie 1008.
2. Pieter SEGERSZ.
2020. (<1010) Louris GIJSBERTSZ, overl. vóór 19 jan. 1575 633, tr.
In Wijk aan Duin in 1561 gebruikt Lourys Ghysbertsz, onder 'landen benoorden de Grote Kerckbeeck tussen de Hoghe Hoflanderwech en de Grote Houtwech, hoog geestland' zijn eigen huis met een vierendeel van 1 morgen 50 roeden, hem getaxeerd op 6 gld 10 st, maakt de 10e penning 13 st, en onder 'landen tussen de beide Hofflanderwegen' van Dirck Jansz op 't Hoflant een half morgen land 's jaars om 4 gld, maakt de 10e penning 8 st, nog van de kerk van Beverwijk een vierendeel van een morgen en 50 roeden 's jaars om 51 st, maakt de 10e penning 5 st 1½ penn, komt voor 't derdedeel 3 groot 3 penn 634.
Uit het kasboek van een lakenkoper: Lourens Ghijsberts van Heemskerk, woont nuterijd op 't Hoflant, zijn huisvrouw Griet Niellen [Trijn doorgehaald] heeft gekocht met haar zoon Willem Lourensz, woont met Bouwen Willemsz, een grauw-rood laken, gerekend 3 Rijnsgulden 3 schellingen 1 blank, 21 december 1566, nog Willem Lourensz gekocht op 29 februari 1567, 25 oktober 1567 en 12 maart 1568, nog Lourens Ghijsbertsz zijn huisvrouw Trijn [sic] Niellen voor haar zoon Cornelis Lourensz, 3 augustus 1568 635.
Volgens een kopie in Heemskerk is er op 7 augustus 1581 een verkoop geweest van de desolate boedel van Louris Gijsbertsz en Griete Nielen, in hun leven buurluiden op 't Hoflandt, door Simon Dircsz Steijn, curateur, waaronder een akker land genaamd de Vrijacker, groot omtrent ½ mad, belend te oosten de Groeten Houdtwech, ten westen 't Wendt, ten zuiden de erfgenamen van Joris Jansz, ten noorden de pastorie van Heemskerk; koper is gebleven Burger Reijersz van Naerden 636.
In Heemskerk verkopen in 1585 Willem Lourisz alias Willem Vermaer met Niel Lourisz zijn broer vervangende Griete Lourisdr hun zuster, mitsgaders Willem Jansz van Dijck, allen erfgenamen van Niesghen Willemsdr, aan Dirck Cornelisz Buets een croftje land in Noertdorp waar voornoemde Niesghen Willemsdr placht te wonen, belend ten zuiden de weduwe en erfgenamen van Jan Jacobsz wonende te Alkmaar, ten westen de Schouheijning, ten noorden Adriaen Cornelisz van Coeckelenberch, ten oosten de Heerenwech, belast met 25 gld hoofdsom 637.
2021. (<1010) Griet NIELEN.
Uit dit huwelijk:
1. Willem Lourensz van der MAER, geb. ca. 1545, zie 1010.
2. Niel LOURISZ.
3. Griete LOURISDR.
4. Cornelis LOURISZ.
Generatie XII (<XI, >XIII)
3840. (<1920) Meeus Symonsz SCHOTGEN 638, overl. vóór 21 aug. 1574, tr.
Bij de verkoop van nieuw bedijkte landen in Egmond in 1567 koopt Myes Symonsz Schotge te Egmond voor 9£ een stuk land van de Visserij-watermolentocht af strekkende aan de Koetemeersdyck en zo opgaande tot de Beerhemmer watermolen, al begrepen tussen de Groote-watermolentocht en de Beerhemmer-watermolentocht, met als borg Dierick Cornelisz Clopper te Egmond 639.
De volgende vermeldingen komen uit het Verhuyrbouck van Egmond beginnende in 1572. In 1572 heeft Severyn Jans te Egmond op de Hoeve gekocht de Hoeverthienden voor 53£, met als borgen Meus Symonsz Schotgen en Albrecht Pietersz Bylen op de Hoeve, en Meeus Symonsz Schotgen, waard in St, Aelbrecht op de Hoeve, de thienden van enige oude landen, voor 26£, met als borg Severyn Jansz mede aldaar, en heeft Meeus Symensz Schotgen, waard in St. Aelbrecht op de Hoeve, gepacht voor 3 jaar de bieraccijns te Egmond op de Hoeve voor 80£, met als borgen Aelbrecht Pietersz Bylen op de Hoeve en Willem Jansz van Egmont te Egmond-Binnen, en de wijnaccijns te Egmond Binnen en op de Hoeve voor 22£. In 1573 wordt Myes Symonsz (Schotge) 4 keer vermeld als eerdere pachter van land, en heeft Myes Symonsz Schotge(n), waard in St. Aelbrecht te Egmond, gepacht voor 1573 4 akkers die Aelbrecht Pietersz Byl op de Hoeve in pacht gehad heeft, groot ½ morgen 245 roeden 10 voeten, voor 4£ (met als borg Aeriaen Joosten moelenaer), een half kalfgars dat Willem Louwen op de Hoeve in pacht gehad heeft, voor 5 st (borg is Frans Boon), een weide ten westen van de Hoffweyde die Albert van der Nol van Wimmenum laatst in pacht gehad heeft, groot 1539 roeden Hondbossche maat en naar de maat van Egmond 636 roeden waarvan 300 roeden 1 morgen maken, voor 13£ (borg is Jonge Jan Riddersz op de Hoeve, zijn zwager), het westerstuk aan de Vaert van de vierendelen in de Noortma beoosten de Hoffweyde, groot 2974 roeden 4 voeten Hondsbossche maat, naar de roeden te Egmond 1299 roeden, voor 28£ (borg is Jonge Jan Riddersz zijn zwager), en de Laege Weyde, groot 2½ morgen 9 roeden Geestmerambachtse maat, die Albert Albertsz van der Nol van Wimmenum laatst in pacht gehad heeft, voor 35£ (met als borg Pieter Florisz Glaesemaecker op de Hoeve). Ook is in 1573 Myes Symonsz Schotge enkele malen borg, o.a. voor Jonge Jan Riddersz te Egmond op de Hoeve.\NA Grafelijkheidsrekenkamer