Naar beginpagina

Kwartierstaat SLUIJK - DE JONG

>index



Generatie I (>II)

1a Arent SLUIJK, impost op begr. Krommenie 3 dec. 1798 (impost ƒ 3).
1b Grietje SLUIJK, geb. Krommenie 3 febr. 1800, overl. ald. 21 maart 1863, tr. ald. 16 juni 1822 Jasper van EDEN, geb./ged. (nederd. geref.) Wormerveer 18/25 febr. 1798, timmerman, zn van Pieter Jaspersz van EDEN en Grietje Dirksdr WENNIS.
1c Arend SLUIJK, geb. ca. 1802.
1d Jannetje SLUIJK, geb. Krommenie 14 febr. 1804, overl. ald. 8 mei 1824.
1e Engeltje SLUIJK, geb. Krommenie 24 febr. 1805.
1f Klaasje SLUIJK, geb. Krommenie 7 aug. 1808, ged. (nederd. geref. (bij doop: 'de vader van de Menn. Gem.')) ald. 4 sept. 1808, overl. Heemskerk 9 sept. 1887, tr. 1° Uitgeest 1 nov. 1835 Hendrik WESTERVELD, geb. Zwolle 11 okt. 1811, onderwijzer, overl. Uitgeest 8 juli 1850, zn van Evert Jan WESTERVELD, metselaar, en Suzanna MOLENBEEK, tr. 2° ald. 11 mei 1851 Jan TIJMS, geb. ca. 1815, schilder, zn van Jacob TIJMS en Dirkje HEKELAAR, wedn. van Margaretha ZAADNOORDIJK.


Generatie II (<I, >III)

2. (>4, >5) Simon Arentsz SLUIJK, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 maart 1769, overl. ald. 19 jan. 1810, ondertr. (impost) ald. 31 aug. 1798 (impost ieder 30 gld), tr. Krommenie 16 sept. 1798
      Op 12 maart 1822 vindt familieberaad plaats ten verzoeke van Gerrit Bakker, toeziend voogd, ter benoeming van een voogd over de minderjarige kinderen van wijlen Simon Sluyk, overleden te Krommenie op 19 januari 1810, en Engeltje de Jong, overleden te Krommenie op 17 januari 1810, met namen Arent, 19 jaar, Jannetje, 17 jaar, en Klaasje, 13 jaar, zulks in plaats van hun overlden voogd Gerrit Klaasz van Leyden, de familieraad bestaande uit Klaas Winter, arbeider, 45 jaar, oom, IJsbrand de Jong, arbieder, 50 jaar, Jacob Oosterhoorn, fabrikeur, 44 jaar, Pieter de Jong, arbeider, 41 jaar, Jan Oosterhoorn, landmeter, 37 jaar, en Fredrik Bloemendaal, fabrikeur, 33 jaar, de 5 laatstgenoemden neven, allen wonende te Krommenie; tot voogd is benoemd Fredrik Bloemendaal 2.
3. (>6, >7) Engeltje Klaas de JONG, geb./ged. Krommenie 8/14 maart 1773, overl. ald. 7 jan. 1810.
         Uit dit huwelijk:
    1. Arent SLUIJK, zie 1a.
    2. Grietje SLUIJK, geb. Krommenie 3 febr. 1800, zie 1b.
    3. Arend SLUIJK, geb. ca. 1802, zie 1c.
    4. Jannetje SLUIJK, geb. Krommenie 14 febr. 1804, zie 1d.
    5. Engeltje SLUIJK, geb. Krommenie 24 febr. 1805, zie 1e.
    6. Klaasje SLUIJK, geb. Krommenie 7 aug. 1808, ged. (nederd. geref. (bij doop: 'de vader van de Menn. Gem.')) ald. 4 sept. 1808, zie 1f.


Generatie III (<II, >IV)

4. (<2) (>8, >9) Arent IJsbrandsz SLUIJK, geb. ca. 1733, ged. (mennon.) Westzaandam 16 jan. 1756, koopman, diaken van de Doopsgezinde Gemeente te Krommenie, aandeelhouder van de papiermolen 'de Koot' te Assendelft voor 1/32 part en van de hennepkloppersmolen 'de Haan' te Krommenie voor 1/40 part, impost op begr. Krommenie 19 okt. 1798 (impost ƒ 30), begr. ald. 20 okt. 1798, ondertr. (impost) 1° Westzaandam 5 sept. 1760 (impost ieder ƒ 30) Maritje Jans SCHILP (alias SCHULP), impost op begr. ald. 28 jan. 1765 (impost ƒ 6; aangever Willem Sluik), begr. ald. (graf 347) 31 jan. 1765, ondertr. (impost) 2° Krommenie 22 okt. 1767 (impost 30 gld voor haar), ondertr. (impost) Westzaandam 23 okt. 1767 (impost ƒ 30 voor hem, zij weduwe te Krommenie)
      In 1782 geeft Trijntje Baas, weduwe van Jan Kopjes, wonende te Krommenie, volmacht aan Pieter Koekebakker, koopman mede aldaar, om haar houtzagersmolen genaamd D'olijphant met erf, schuren, gereedschappen en verdere aanhorigheden, staande aldaar aan en bezuiden het Watermoolenspad, beoosten 't huis en erf van de weduwe van Cornrelis Schods, mitsgaders 6 akkers land, naast en bezuiden mitsgaders beoosten de molen, samen met 't erf van de molen groot 617 roeden, verkocht aan Arent Sluijk, koopman te Krommenie, voor 2000 gld, aan de koper te transporteren en de kooppenningen te ontvangen 3.
      In Uitgeest verklaren op 29 januari 1788 Dirk Swart wonende te Krommenie, meerderjarige nagelaten zoon van Cornelis Dirksz Swart, voor zichzelf, Arent Dingman, Thijs Kat en Poulis Pluijm, de twee eersten te Krommenie, de laatste te Marken-Binnen, als aangestelde voogden over de twee nog minderjarige kinderen van de genoemde Cornelis Dirksz Swart gewoond hebbende en overleden te Krommenie, diens gezamenlijke erfgenamen, in publieke veiling verkocht te hebben en dienvolgens bij dezen over te dragen aan Arent Sluijk, te Krommenie woonachtig, een Uijtterdijk in de Wouderpolder, groot 1733 roeden, belend ten zuiden de weduwe van J. Oosterhoorn, ten noorden Jacob Lakeman, tot primo januari 1789 in huur bij Jacob Groot, voor 660 gld 14 st 2 penn 4.
           Uit het eerste huwelijk:
      1. IJsbrand Arentsz SLUIJK, geb. ca. 1761, impost op begr. Westzaandam 28 sept. 1776 (impost ƒ 15), begr. Krommenie 2 okt. 1776.
      2. (kind) SLUIJK, impost op begr. Westzaandam 23 nov. 1762 (impost ƒ 6).
      3. (kind) SLUIJK, impost op begr. Westzaandam 2 maart 1765 (impost ƒ 6; aangever Woutertje Voorn).
    5. (<2) (>10, >11) Grietje Simons OOSTERHOORN, geb. Krommenie 12 maart 1731, overl. ald. 14 dec. 1801, impost op begr. ald. 16 dec. 1801 (impost ƒ 30), ondertr. (impost) 1° Krommenie 27 dec. 1755 (impost ieder ƒ 6), tr. (schepenbank) ald. Claas Gerritsz van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) ald. 22 juli 1728, impost op begr. Krommenie 30 juni 1766 (impost ƒ 15), zn van Gerrit Claasz van LEIJDEN en Guurtje Willems BAKKER.
        Op 9 november 1801 testeert Grietje Simons Oosterhoorn, weduwe van Arent Sluijk, wonende alhier, ziek te bedde. Zij prelegateert aan haar zoon Simon haar houtzaagmolen genaamd de Oliphant met al deszelfs gereedschappen en schuren, alsmede haar woonhuis en erf benevens de houtschuur, beide te Krommenie in 't Noordend, en eindelijk haar pakhuizen achter het Blok te Krommenie, en nomineert tot haar universele erfgenamen haar kinderen Gerrit Klaasz van Leijden en Simon Sluijk, of ieders zaad bij vooroverlijden, ieder de helft. 5
             Uit het eerste huwelijk:
        1. Gerrit Claasz van LEIJDEN, impost op begr. Krommenie 4 okt. 1756 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
        2. Gerrit Claasz van LEIJDEN, geb./ged. Krommenie 16/23 april 1758, zeildoekfabrikeur, overl. ald. 25 jan. 1822, ondertr. (impost) ald. 27 juni 1783 (impost ieder ƒ 30) Maartje Pieters van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 april 1759, overl. ald. 23 juni 1820, dr van Pieter Cornelisz van LEIJDEN, schepen ald., en Duijfje Gerrits IJFF.
        3. Aagje Claas van LEIJDEN, geb. Krommenie 15 juli 1759, ged. (nederd. geref.) ald. 15 juli 1759 (gedoopt als Aafje), begr. ald. 17 juni 1784 (in de kerk, ƒ 4; impost ƒ 15, aangever Klaas Haan).
        4. Aafje Claas van LEIJDEN, impost op begr. Krommenie 13 juni 1764 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
             Uit het tweede huwelijk:
        1. Simon Arentsz SLUIJK, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 maart 1769, zie 2.
      6. (<3) (>12, >13) Klaas IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 20 sept. 1744, overl. Steenwijk 18 dec. 1818, ondertr. (impost) Krommenie 5 sept. 1766 (pro deo)
      7. (<3) (>14, >15) Jannetje Hendriks BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 1 april 1742 (doopgetuige Maritje Fredriksdr; op dezelfde dag geeft de vader het lijk aan van Jannitie Doyties), volgens het lidmatenboek van Assendelft op 12 mei 1810 vertrokken naar Steenwijk, overl. Steenwijk 23 april 1828.
             Uit dit huwelijk:
        1. Trijntje de JONG, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 26 febr. 1769.
        2. IJsbrand de JONG, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 9/10 febr. 1771, impost op begr. ald. 25 sept. 1772 (pro deo, begr. op het kerkhof 10 st).
        3. Engeltje Klaas de JONG, geb./ged. Krommenie 8/14 maart 1773, zie 3.
        4. IJsbrant Klaasz de JONG, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 nov. 1775, ondertr. (impost) ald. 8 juli 1797 (hij pro deo, voor haar ƒ 3) Antje Cornelis SWART, geb. 28 maart 1777, ged. (nederd. geref.) ald. 30 maart 1777, overl. Krommenie 17 jan. 1854, dr van Cornelis Dirksz SWART en Aagje Jacobs PLUIJM.
            Op 8 januari 1823 verklaren, ten verzoeke van Klaas IJsbrands de Jong jongeman wonende te Limmen, Pieter Palmboom, arbeider, 56 jaar, Dirk Rol, arbeider, 43 jaar, Pieter de Jong, arbeider, 56 jaar, Cornelis Koning, arbeider, 38 jaar, allen wonende te Krommenie, dat IJsbrand Klaasz de Jong, vader van de verzoeker, zich in juni 1810 heeft geabsenteerd. In een bijlage verklaart de schout van Krommenie op de getuigenis van Jacob Lakeman Oosterhoorn, fabrikeur, en Hendrik Kuyper, koekebakker, dat Klaas IJsbrands de Jong, arbeider, en Engeltje Blik, dienstbaar, beiden te Krommene woonachtig, onvermogend zijn tot het betalen van de bewijzen en schrifturen die gevorderd worden tot het aangaan van hun voorgenomen huwelijk. 6
        5. Ariaantje Klaas de JONG, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 sept. 1777, ondertr. (impost)/tr. ald. 7/21 juni 1807 Klaas Jansz WINTER, geb./ged. (nederd. geref.) ald. 13/17 maart 1776, zn van Jan Teunisz WINTER en Dieuwertje Claas WIT.
        6. Hendrik de JONG, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 31 juli/1 aug. 1779, impost op begr. ald. 13 aug. 1779 (pro deo).
        7. Hendrik de JONG, geb. Krommenie 4 maart 1780, overl. ald. 16 maart 1781.
        8. Trijntje de JONG, geb./ged. (nederd. geref.) Krommenie 24/25 jan. 1784.


      Generatie IV (<III, >V)

      8. (<4) (>16, >17) IJsbrant Arentsz SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 25 jan. 1714, houtkoper, overl. ald. 26 febr. 1750, impost op begr. ald. 27 febr. 1750 (impost ƒ 3; aangever Maarten Voogd), ondertr. (impost) 1° Westzaandam 11 maart 1713 (pro deo) Maritje Dirks NOMEN, ged. (mennon.) ald. 19 jan. 1709, overl. ald. 30 nov. 1717, impost op begr. Westzaandam 1 dec. 1717 (impost ƒ 3; met haar dood ter wereld gekomen kind in haar arm), ondertr. (impost) 2° ald. 27 jan. 1719 (impost ƒ 6 samen) Trijntje Cornelis Alders BLOK, ged. (mennon.) ald. 19 jan. 1725, overl. Westzaandam 23 juni 1726, ondertr. (impost) 3° ald. 24 april 1727 (impost ieder ƒ 3)
          Op 5 februari 1750 testeren IJsbrant Sluijk en Jacobje Aris, man en en vrouw wonende te Westzaandam op de Cadijk, hij onpasselijk. Als hij sterft met achterlating van nazaad van voorgaande bedde benoemt hij tot universele erfgenamen de kinderen van voorgaande bedde, zijn tegenwoordige huisvrouw en de kinderen uit deze bedde, anders zijn tegenwoordige huisvrouw en de kinderen uit deze bedde. Als voogden over minderjarige kinderen stelt hij Simon Willemsz Spier en Claas Jansz Backer, mr scheepstimmerlieden aldaar, sluitende de weeskamer uit. Gepasseerd ten woonhuize van de testateur. 7
               Uit het eerste huwelijk:
          1. Guurtje IJsbrands SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 21 jan. 1735, begr. ald. (graf 21) 2 jan. 1743, ondertr. (impost) ald. 25 jan. 1738 (impost ieder ƒ 6) Hendrik Roelofs VOORN, ged. (mennon.) Westzaandam 21 jan. 1735, overl. ald. 22 dec. 1764, zn van Roelof Hendriks VOORN en Woutertje TIJS.
               Uit het tweede huwelijk:
          1. (kind) IJsbrants SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 20 febr. 1721 (impost ƒ 3).
          2. (kind) SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 23 febr. 1722 (impost ƒ 3).
          3. (kind) IJsbrants SLUIJCK, impost op begr. Amsterdam 12 juni 1724, begr. (impost ƒ 3).
          4. (kind) IJsbrants SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 21 aug. 1726 (impost ƒ 3).
        9. (<4) (>18, >19) Jacobje Aris SEIJLEMAKER, ged. (mennon.) Westzaandam 21 jan. 1729, overl. ald. 5 okt. 1781.
            In Uitgeest hebben in 1722 Claas Cornelis Smit en Luijkes Gerritsz Schoute, wettige voogden over Jacobje Aris, minderjarige dochter van Aris Cornelisz Cooij verwekt bij Aaltje Cornelis, ter weeskamer gebracht ƒ 300 voor vaderlijke en moederlijke erfenis, welke penningen zijn gekomen van het verkochte huis en verkochte meubelen. Op 1 juli 1727 bekent Jacobje Aris, dochter van Aris Cornelisz Cooij en Aaltje Cornelis, geassisteerd met haar voogden Claes Cornelisz Smit en Lucas Schouten, van de bovenstaande somme van 300 gld voldaan te zijn. 8
                 Uit dit huwelijk:
            1. (kind) IJsbrants SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 12 febr. 1732 (pro deo).
            2. (kind) IJsbrants SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 20 okt. 1732 (pro deo).
            3. Arent IJsbrandsz SLUIJK, geb. ca. 1733, ged. (mennon.) Westzaandam 16 jan. 1756, zie 4.
            4. Aaltje IJsbrands SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 16 jan. 1750, impost op begr. ald. 14 okt. 1797 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 29 jan. 1757 (impost ƒ 6 samen) Jan Claasz CRAMER.
                In 1766 testeren Jan Kramer en Aaltje IJsbrands Sluijk, wonende te Wormerveer, op de langstlevende. Als de testatrice zonder kinderen als eerste sterft wil zij dat haar moeder Jacobje Aris Sylemaker, weduwe van IJsbrand Sluijk, woonachtig te Zaandam, een blote legitieme portie zal krijgen. Gepasseerd ten huize van de testateurs. 9
            5. Aris IJsbrandsz SLUIJK, ged. (mennon.) Westzaandam 18 jan. 1760, overl. Krommenie 30 maart 1810, ondertr. (impost) 1° ald. 23 jan. 1765 (impost 3 gld voor hem, zij jongedochter van Schermerhorn) Maartje Jans de GROOT, overl. vóór 1773, ondertr. (impost) 2° ald. 12 maart 1773 (impost 6 gld voor hem, zij weduwe van Wormerveer) Aaltje Jans LIETS, wed. van N.N.
                In Krommenie verkopen schepenen in 1763 aan Aris IJsbransz Sluijk een huis en erf met een barg en erf op 't Blok, belend ten oosten en westen de erven van de weduwe van Aris Visser, met een hoekje land daarachter op 't Vierland, groot 172 roeden, voor 540 gld gereed 10.
            6. Grietje IJsbrands SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 23 jan. 1763, overl. ald. 9 jan. 1784, ondertr. (impost) ald. 3 juni 1763 (impost 6 gld samen) Jacob Teunisz TIN, ged. (mennon.) Westzaandam 18 jan. 1760, overl. ald. 21 dec. 1798.
            7. Willem IJsbrandsz SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 22 jan. 1764, overl. ald. 11 april 1770, impost op begr. ald. 12 april 1770 (impost ƒ 6, ongehuwd, dubbeld recht).
            8. Guurtje IJsbrands SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 22 jan. 1768, overl. ald. 26 april 1787.
          10. (<5) (>20, >21) Simon Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 april 1696, overl. ald. 18 jan. 1780, ondertr. (impost) ald. 22 nov. 1715 (impost ieder ƒ 6), tr. Krommenie 8 dec. 1715
              In Krommenie verkoopt in 1721 Cornelis Willemse Huijge aan Symon Janse Oosterhoorn een huis en erve aan het pad naar Wormerveer, belend ten oosten Roeloff Roeloffse, ten westen Cornelis Nol, voor 529 gld contant 11.
              Op 22 april 1733 geeft Symon Oosterhoorn, koopman en rolbereider te Krommenie, ook als mede-erfgenaam van zijn schoonvader za. Gerrit Willemsz Swart alhier overleden, ook voor de verdere erfgenamen, machtiging aan Sr van den Uijl secretaris te Sneek om penningen te ontvangen van Frans Seijlstra, majoor der stad Sneek 12.
              In Krommenie verkoopt in 1733 Symon Oosterhoorn aan Pieter Claasz de Jong 1/22 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschap genaamd de Witte Duijf, voor 25 gld, verkoopt in 1733 Neeltje Cornelis weduwe van Baltus Woutersen aan Sijmon Oosterhoorn 1/20 in een huis en erf alsmede in de asmolen met gereedschap staande op Duijnkerke, belend ten zuiden Claas Jansz Peer, ten noorden Hendrick Pietersz, voor 66 gld, en verkoopt in 1735 Symon Moeriaan aan Symon Oosterhoorn 1/22 in de Witte Duijf, voor 8 gld 10 st 13.
              In Krommenie verkopen in 1757 de erfgenamen van Iede David en Pieter Brugman aan Simon Oosterhoorn een stuk land bij de Kerksloot, groot 975 roeden, belend ten oosten een werfje toebehorende het gemene land, ten zuiden de weduwe van Jan Middelhoven, ten noorden de Kerksloot, voor 365 gld 12 st 14.
              Op 22 november 1715 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Sijmon Jansen Oosterhoorn, geassisteerd met zijn vader Jan Goosen Oosterhoorn, beiden wonende te Krommenie, en Aafje Gerrits, geassisteerd met haar vader Gerrit Willemse Swart en Willem Clasen Eyf, burgemeester, als haar wettige mede-voogd, allen woonachtig aldaar. Als hij vóór haar overlijdt zonder kinderen bij elkaar verwekt na te laten, dan zal er geen gemeenschap van goederen wezen en zal zij mogen volstaan met aan zijn erfgenamen uit te keren de goederen en effecten door hem ten huwelijk aangebracht alsmede hem staande huwelijk opgestorven. 15
              In 1733 testeren Sijmon Jansen Oosterhoorn en Aefje Gerrits, echte man en vrouw wonende te Krommenie, revocerende alle voorgaande testamenten en de huwelijkse voorwaarden, aan de langstlevende de ganse boedel, daarna aan de kinderen of kindskinderen met uitsluiting van de weeskamer van Krommenie 16.
          11. (<5) (>22, >23) Aafje Gerrits SWART (oorspronkelijk wel Aegje geheten), overl. 1746.
              Op 29 juli 1699 wordt voor de weeskamer van Krommenie en Krommeniedijk de inventaris opgemaakt van de goederen ingebracht door Gerrit Willem Gerritsen voor zijn onmondig kind Aefje Gerrits geprocureerd bij Magteltje Cornelis, voor haar moeders goed, ten overstaan van Willem Claesz Sondagh, wettige voogd. Deze bestaan uit een kapitaal van ƒ 1525, onder de vader berustende, een somme geld van ƒ 275 (op 9 mei 1708 geamplieerd met ƒ 25, uitgezet aan Claes Joop op interest, later aan Jacob Heyndricksz Jannes), en de kleren van haar moeder. De vader stelt voor het kapitaal van 1525 gld als onderpand zijn twee huizen en erven, naast elkaar op de Heijligewegh, belend ten oosten Cornelis Poulus Jansz, ten westen Willem Cornelisz Backer. Nog wordt op 19 juni 1715 door de vader benevens burgemeester Eijf als mede-voogd ingebracht een somme van ƒ 200 en nog ƒ 47 van de weduwe van Jan Handloop volgens een transportbrief. Hierop zal de vader interest tegen 4 gld van 't honderd in 't jaar betalen. Nota: deze somme is gekomen van de erfenis van Willem Clase Sondag en Mari Jans. [Het volgende, dd. 25 maart 1716, is doorgehaald en afgesloten met „Dit alles bij abuis”: de inventaris is geamplieerd met 500 gld waarvan 300 gld spruitende uit de erfenis van haar grootvader en de andere 200 gld uit de legitieme portie van haar overleden grootmoeder, welke somme van ƒ 500 onder de vader Gerrit Willemsz is berustende, waarvoor hij tot securiteit speciaal 2 stukken land op de Melcksloot verbindt, groot tezamen 1262 roeden.] Op 2 december 1716 verklaart Sijmons Jansz Oosterhoorn, getrouwd zijnde met Aefje Gerrits, van de inventaris ten volle voldaan te zijn. 17
                   Uit dit huwelijk:
              1. Aagje Simons OOSTERHOORN, impost op begr. Krommenie 12 juli 1721 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
              2. Lijsbet Simons OOSTERHOORN, impost op begr. Krommenie 21 juli 1721 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
              3. Grittie Simons OOSTERHOORN, impost op begr. Krommenie 27 juli 1723 (ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
              4. Aagje Simons OOSTERHOORN, geb. ca. 9 maart 1723, overl. Westzaan 1748, ondertr. (impost) ald. 11 nov. 1747 (zij te Krommenie, hij te Westzaan, impost ƒ 6 voor hem) Cornelis Pietersz van ZANEN.
              5. Jan Simonsz OOSTERHOORN, geb. ca. juli 1724, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 juli 1749, overl. 7 juli 1777, impost op begr. ald. 7 juli 1777 (impost ƒ 30, begr. in de kerk ƒ 4), begr. ald. 10 juli 1777 (op zijn grafzerk: Hier leyt begraven / Jan Oosterhoorn / in sijn Ed. leven regent / te Krommenie obiit 1777 7m/7d / oud circa 53 Jaaren. / Aaltje van Vliet. De aangifte geschiedde 10 Juli d.a.v. classe ƒ 30-; op 29 Jan. 1797 werd Aaltje van Vliet ter begraving aang.) 18), ondertr. (impost) 1° Krommenie 19 juli 1749 (impost ieder ƒ 6) Lijsbet Dirks OOMS, ged. (nederd. geref.) ald. 29 aug. 1723, dr van Dirk Dirksz OOMS en Antje CLAAS, ondertr. (impost) 2° ald. 14 april 1759 (impost ieder ƒ 30) Aaltje Gerrits van VLIET, ged. (nederd. geref.) Krommenie 20 mei 1734, impost op begr. ald. 29 jan. 1797, dr van Gerrit Hendriksz van VLIET en Lijsbet PIETERS, die hertr. met Gerrit Claasz ROOD.
                  In Krommenie verkoopt in 1756 Cornelis Huijbertsz aan Jan Oosterhoorn een huis en erf op 't Weijver, belend ten oosten de weduwe van Pieter Papier, ten westen Jacob Lugt, voor 135 gld, verkoopt in 1756 Pieter de Vries wonende te Wormer aan Jan Oosterhoorn een stuk land genaamd Jorisven, groot 595 roeden, belend ten zuiden en noorden de weduwe van Claes de Boer, voor 178 gld 10 st gereed, verklaart in 1757 Johannes Beets als last en procuratie hebbende van Pierre des Madures wonende te 's-Gravenhage op 22 december 1756 verkocht te hebben aan Jan Oosterhoorn een stuk land op de Kerksloot, groot 608 roeden, belend ten oosten, westen en noorde de koper, voor 205 gld gereed, verkopen in 1758 Simon Oosterhoorn en Cornelis Klink(?), weesmeester en armenvoogden, aan Jan Oosterhoorn een huis en erf te Krommeniedijk, belend ten noorden Cornelis Zwan, ten zuiden Jacob Swiep of een leeg erf, voor 30 gld gereed, verkoopt in 1762 Willem Bermo als last hebbende van de erfgenamen van wijlen Harmen Gerritsz aan Jan Oosterhoorn een huis en erf op 't end van 't Weijver oversloot, belend ten westen Jacob Duijn, ten oosten Jan Tysz Cot(?), voor 240 gld, en verkoopt in 1762 Cornelis Spaans, ook voor de erfgenamen van Dirk Tulp en Trijntje Spaans, aan Jan Oosterhoorn een huis en erf op 't Vermaningspat, belend ten oosten Jacob Middelhoven en Gerbrant Haseven, voor 300 gld 19.
                  In Krommenie bewijst in 1759 Jan Oosterhoorn, weduwnaar van Lijsbet Dirks Ooms, hun 2 onmondige kinderen Dirk, oud 4, en Simon, 2 jaar, ten overstaan van Jan Hekelaar en Cornelis Schenk hun voogden, hun moeders erfenis, nl. aan ieder 6500 gld blijvende onder de vader die gehouden is van de renten zijn kinderen op te brengen tot hun mondige dagen, waarvoor hij verbindt zijn woonhuis en erf met een pakhuis daarachter op de Wal in 't Zuijdend, belend ten zuiden Trijntje Pieters, ten noorden Wieric Riedeman, idem een huis en erf gelegen als voren benoorden de kerk, belend ten zuiden Gerrit van Orden, ten noorden de weduwe van Pieter Gorter, item 3 stukken land aan elkaar gedamd, tezamen groot ca. 2800 roeden, gelegen bij de kerksloot, belend ten zuiden dito sloot, ten noorden de weduwe van Jan Middelhoven, item een snuiftabaksmolen met het land waar de molen op staat, genaamd de Huijsman, onder de banne van Assendelft, item een dito molen met zijn land genaamd de Huijsvrouw, gelegen als voren naast de voorgaande, item 2 stukken buitendijks land gelegen als voren, groot 2000 roeden, genaamd Lelieven en Lapslandt, belend ten zuiden de erven Jan Cabel, ten noorden Engel Knaap, item een stuk land in deze banne op de Indijk, groot 588 roeden, belend ten zuiden de weduwe van Jan Middelhoven, ten noorden de weduwe van Jan Jasperse Reijne. Op 23 juli 1755 compareert Jan Oosterhoorn als vader en erfgenaam van Dirk Oosterhoorn die op 31 augustus 1761 is overleden, en bewijst nu zijn zoon Simon Jansz Oosterhoorn ƒ 10000 inclusief het erfdeel van Simon wegens diens broer, welk bedrag de vader in obligatiën op 't Gemeneland zal fourneren, geaccepteerd door de voogd Jan Hekelaar. 20
                  Op 16 oktober 1752 testeren Jan Symonsen Oosterhoorn en Lijsbet Dirks Ooms, echteluiden te Krommenie, aan de langstlevende en daarna aan de kinderen met uitsluiting van de weeskamer 21.
                  In Uitgeest bekent op 15 april 1779 Willem Cornelisz de Jong schuldig te wezen ten behoeve van Juffr. Aaltje van Vliet, weduwe van de heer Jan Oosterhoorn, 1500 gld, ter zake van door de heer Cornelis van Vliet aan comparant opgeschoten penningen, tegen 3 gld van 't honderd in 't jaar, verbindende specialijk al zijn landerijen in de banne van Uitgeest, groot in 't geheel 10 morgen 471 roeden (geroyeerd op 20 april 1793) 22.
              6. Grietje Simons OOSTERHOORN, impost op begr. Krommenie 21 nov. 1727 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
              7. Willem Simonsz OOSTERHOORN, geb. 6 dec. 1729, overl. Krommenie 25 maart 1783, impost op begr. ald. 28 maart 1783 (impost ƒ 30, begr. in de kerk ƒ 4), begr. ald. 1 april 1783, ondertr. (impost) 1° Krommenie 16 april 1762 (impost ƒ 15 voor hem, zij jongedochter te Oostzaandam), tr. (schepenbank) 2 mei 1762 Lijsbet Pieters ALE, overl. ald. 20 juni 1772, impost op begr. ald. 22 juni 1772 (impost ƒ 30, aangever Simon Oosterhoorn), ondertr. (impost) 2° Krommenie 4 nov. 1774 (impost ieder ƒ 30) Aafje Jacobs LAKEMAN, geb. ald. 9 april 1738, overl. ald. 12 jan. 1795, impost op begr. Krommenie 14 jan. 1795 (impost ƒ 30, aangever Jacob Lakeman), dr van Jacob Jansz LAKEMAN en Bregje Jacobs MIDDELHOVEN, wed. van Dirk HOOFD.
                  In Uitgeest verkopen in 1780 Jan Lakeman, als last en procuratie hebbende van Pieter Sevenhuijse, voor een derdepart, Jacob Lakeman voor een zesdepart, en Willem Oosterhoorn in huwelijk hebbende Afie Lakeman, tezamen de enige erfgenamen ab intestato van wijlen Antje Jacobs Bus te Krommenie overleden, aan Jacob Lakeman, wonende te Krommenie, 5 zesdeparten in een stuk land in de polder van de Broek, genaamd Aagt Moijesven, groot 1654 roeden, met de uiterdijk daarvoor gelegen in de Wouderpolder, groot 513 roeden, belend ten zuiden Cornelis Dirks Swart, ten noorden Huijbert Eenhoorn in compagnie, voor ƒ 564:7:10 23.
              8. Grietje Simons OOSTERHOORN, geb. Krommenie 12 maart 1731, zie 5.
              9. Lijsbeth Simons OOSTERHOORN, geb. juli 1733, impost op begr. Krommenie 7 okt. 1797 (impost ƒ 15; aangever haar zoon Gerrit Bakker), ondertr. (impost) ald. 30 april 1756 (impost ieder ƒ 6) Harmen Gerritsz BAKKER, ged. (nederd. geref.) ald. 17 sept. 1730, overl. 1782, impost op begr. Krommenie 6 april 1782 (impost ƒ 15, begr. in de kerk ƒ 4), zn van Gerrit Harmensz BAKKER en Neeltje Willems KARMEN.
              10. Cornelis Simonsz OOSTERHOORN, impost op begr. Krommenie 18 april 1743 (impost ƒ 6).
            12. (<6) (>24, >25) IJsbrant Claasz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 aug. 1694, doet belijdenis ald. 22 aug. 1721 als IJsbrant Klaasz, impost op begr. ald. 14 maart 1763 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever Willem de Jong), ondertr. (impost) Krommenie 18 mei 1725 (pro deo)
            13. (<6) (>26, >27) Trijntie CLAAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 mei 1700, impost op begr. ald. 17 nov. 1754 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever Symon Clase).
                   Uit dit huwelijk:
              1. Grietje IJsbrands de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 3 febr. 1726, impost op begr. ald. 10 febr. 1779 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 27 nov. 1766 (impost ƒ 3 voor hem, zij pro deo) Claas Nansz van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 maart 1718, zn van Nan Jansz van LEIJDEN en Grietje CLAAS, wedn. van Guurtje JANS.
              2. Klaas IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 2 nov. 1727.
              3. Dirk IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 10 juli 1729.
              4. Maartje IJsbrands de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 2 sept. 1731, impost op begr. ald. 6 dec. 1796 (pro deo, aangever haar zoon Jacob Pietersz Visser), tr. Pieter Jacobsz VISSER.
              5. Ariaantje IJsbrands de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 25 okt. 1733, tr. Simon Mattheusz NOLTUS.
              6. Willem IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 jan. 1736.
              7. Dirk IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 maart 1738, impost op begr. ald. 18 maart 1738 (pro deo, begr. op het kerkhof 10 st).
              8. Dirk IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 17 jan. 1740, ondertr. (impost) ald. 9 juni 1764 Grietje Claas ROOD, ged. (nederd. geref.) ald. 30 sept. 1742, impost op begr. Krommenie 27 juni 1796, dr van Claas Cornelisz ROOD en Antje Jans STOP.
              9. Klaas IJsbrandsz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 20 sept. 1744, zie 6.
            14. (<7) (>28) Hendrick Jacobsz BAKKER, ondertr. (impost) Assendelft 25 aug. 1719 (pro deo)
                In Assendelft verkopen in 1722 de voogden van de huiszittende armen te Assendelft aan Heijndrick Jacobsz een huis en erf in 't Noortent bij de Sluijs, met een leeg erf aan 't vorige vast, belend ten noordoosten en zuidwesten Claes de Kat, voor 162 gld 24.
                In Assendelft verkoopt in 1732 Heijndrik Jakobsz aan Guurtje Jans Al een leeg erf in 't Noortent, belend ten noordoosten de verkoper, ten zuidwesten Dirk de Backer, voor 100 gld 25.
            15. (<7) Engeltje PIETERSDR.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Antie Hendriks BAKKER, impost op begr. Assendelft 10 sept. 1726 (pro deo).
              2. Aentie Hendriks BAKKER, impost op begr. Assendelft 12 mei 1750 (pro deo).
              3. Trijntie Hendriks BAKKER, impost op begr. Assendelft 3 dec. 1727 (pro deo).
              4. Jacob Hendriksz BAKKER, impost op begr. Assendelft 18 febr. 1729 (pro deo).
              5. Pieter Hendriksz BAKKER, ondertr. (impost) Assendelft 9 mei 1749 (pro deo, beiden van Assendelft) Lysebet SYBOUTS.
              6. Trijntje Hendriksdr BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 12 febr. 1730 (doopgetuige Aagt Claasdr).
              7. Jacob Hendriksz BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 14 okt. 1731 (doopgetuige Aagje Jacobsdr), ondertr. (impost) 1° ald. 5 maart 1756 (pro deo, zij bejaarde dochter) Engeltie Maartens KIT, ondertr. 2°/tr. ald. 14/30 aug. 1761 Guurtje Cornelisdr VERDONK, ged. (nederd. geref.) Assendelft 6 juli 1737.
              8. Isaak Hendriksz BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 8 maart 1733 (doopgetuige Marijtje Frederiksdr).
              9. Marijtje Hendriksdr BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 5 jan. 1735 (doopgetuige Jannetje Dooytjes).
              10. Lijsbeth Hendriksdr BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 19 mei 1737 (doopgetuige Trijntje Jochemsdr).
              11. Jan Hendriksz BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 31 aug. 1738 (doopgetuige Aagje Jansdr).
              12. Detje Hendriksdr BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 11 okt. 1739 (doopgetuige Marijtje Frederiksdr), impost op begr. ald. 9 febr. 1740 (pro deo).
              13. Jannetje Hendriks BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 1 april 1742, zie 7.
              14. Detje Hendriksdr BAKKER, ged. (nederd. geref.) Assendelft 22 aug. 1745 (doopgetuige Antje Hendriksdr), impost op begr. ald. 27 sept. 1752 (pro deo, aangever Pieter Heijnderiksz).


            Generatie V (<IV, >VI)

            16. (<8) (>32, >33) Arent Dircksz SLUIJCK, geb. ca. 1664, ged. (mennon.) Westzaandam 13 dec. 1685, mr grootscheepmaker, houtkoper, reder, ondertr. (impost) 2° ald. 12 dec. 1711 (pro deo, hij weduwnaar te Westzaandam, zij weduwe te Jisp) Pietertje CLAES, tr. 1°
                In 1671 verklaart Aeff Dircx Sluycq, weduwe en boedelhoudster van Jacob Claesz Broocker, wonende te Zaandam, dat haar naam bij erreur is gesteld in zekere lijfrentebrief ten laste van het Gemeneland van Holland en Westfriesland dd. 6 juni 1671, ten lijve van Arent Dircxz van wie moeder was Neeltje Arents, toebehorende Isbrant en Dirck Pietersz Breeuwer. Present waren Cornelis Dircksz Sluycq en Theeuwis Arentsz Sluycq koopman te Zaandam 26
                In 1699 heeft Arent Dircksz Sluijck, mr scheepstimmerman te Zaandam, bij contract verkocht aan Hero Moij, koopman te Zaandam, en de verdere gemene reders, een fluitschipshol, lang over steven 128½ voet, wijd 27 voet, hol 11 voet 9 duim daarboven 6 voet 9 duim, Amsterdamse houtmaat, voor 10350 gld, met conditie dat de verkoper het fluitschipshol zal moeten aftimmeren tot klamp gereed toe en kielen, doch het lichtergeld en de „schouwerk” zijn voor rekening van de koper 27.
                Op 1 februari 1700 bekent Arent Dircsz Sluijck, scheepstimmerman te Zaandam, op 31 januari 1700 verkocht te hebben aan Cornelis Arentsz en Jan Pietersz Sluijck, Cornelis Sijmons Mues, Jannetje Dircs weduwe van Jan Pietersz Kist, Arent IJsbrantsz Fijn, Pieter Pietersz Mens en Pieter Dircsz Breuwer, een nieuw fluitschipshol, volgens contract door de makelaar Jacob Corver genoteerd, en van de kooppenningen contant voldaan te zijn 28.
                Op 7 mei 1700 is aan Arent Dircsz Sluijck te Zaandam, ten verzoeke van Meijndert Arentsz en Claas Arentsz, koopluiden aldaar, als protest vertoond 2 wisselbrieven, die ten antwoord gaf „ik ben in onmagt, ik en kan niet betaalen, en mitsdien niet gesint de voorsz wissel te accepteren, veel minder te betaalen” 29.
                Op 24 november 1683 worden huwelijkse voorwaarden gesloten tussen Arent Dircsz Sluyck, jongeman, geassisteerd met Jan Dircsz Gysen en Cornelis Arentsz Sluyck, zijn cozijn en oom resp., en Guurtje Isbrants, geassisteerd met Barbertje Willems, weduwe, haar moeder, en Arent Isbrantsz Fijn, haar broer, allen wonende te Zaandam. Indien het huwelijk mocht gescheiden worden zonder kinderen of verdere descendenten en hij de langstlevende was, zal hij gehouden wezen uit te keren alle zodanige goederen aan de erfgenamen ab intestato van haar als door haar ten huwelijk van haar zijde zal worden aangebracht en staande huwelijk aangeërfd, daarop aftrekkende de helft van de schade dewelke zij conthoralen staande huwelijk mogen hebben geleden. Present als getuige Lubbert Lourisz, houtkoper, en Pieter Dircsz Breuwer. 30
            17. (<8) (>34, >35) Guurtje IJsbrands FIJN, impost op begr. Westzaandam 20 dec. 1707 (pro deo), begr. ald. (graf 21) 22 dec. 1707.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Dirk Arentsz SLUIJCK, geb. ca. 1686, ged. (mennon.) Westzaandam 25 febr. 1714, reder, in compagnie met zijn broeders onder de naam 'Sluyck en van Broek', houtkoper, impost op begr. Westzaandam 22 sept. 1742 (impost ƒ 30), begr. ald. 27 sept. 1742, ondertr. (impost) ald. 18 maart 1713 (impost 12 gld) Grietje Dircks VOOGT, ged. (mennon.) Westzaandam 29 jan. 1700, overl. ald. 7 nov. 1737, dr van Dirck Jacobsz VOOGT en Aagte CLAAS.
                  Op 19 november 1742 te Westzaandam inventaris van de boedel van Dirk Arent Sluyck, koopman in houtwaren, en zijn vrouw Grietje Voogd, op aangeving van Jan Arents Sluyck; o.a. 16 parten in het schip 'Pieter', schipper Simon Plas, nu van Riga, 14¼ part in het fluitschip 'Adriana', nieuw in 1734, nu de 'Vrouw Alida' geheten, schipper Claas Johannes, nu naar Lissabon onder directie van 'Sluyck en van Broek', 14¾ part in het fluitschip 'De Witte Roos' onder Christiaan Meijnert, directie Albert Gerrits Bonk, naar Bordeaux, ½ boeier, gemeen met Broek, de plaats van Jan Rat, in deling aangenomen bij Jan Sluyck voor f 4.500,-, een grafstede in de Herv. Kerk te Westzaandam. Erfgenamen zijn broeders, kinderen van zijn zuster Neeltje, en familie van zijn moeders zijde. (RA Haarlem NA 5981/179.)
                  Op 6 januari 1715 genoemd onder de kinderen en kindskinderen van Dirck Jacobsz Voogt: Dirck Arentsz Sluijck getrouwd met Grietie Dircks 31.
              2. IJsbrant Arentsz SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 25 jan. 1714, zie 8.
              3. Neeltje Arents SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 17 jan. 1721, overl. mei 1738, tr. Jan Pietersz RAT.
                  In Krommenie worden in 1739 tot voogden aangesteld over de 3 onmondige kinderen van Jan Pieterse Rat geteeld bij zal. Neeltje Arents Sluijk, genaamd Antje (11 jaar), Guurtje (10 jaar) en Barbertje (9 Jaar), de personen van IJsbrant Sluijk en Jan Sluijk, beiden te Westzaandam, ooms van moederszijde 32.
              4. Jan Arentsz SLUIJCK, ged. (mennon.) Westzaandam 18 juli 1726, houthandelaar, commissionair te Lissabon voor 'Vogelbosch en Sluyck', voor 1/6 mede-eigenaar in de zaak 'Sluyck en van Broek', overl. Westzaandam 20 sept. 1773, impost op begr. ald. 23 sept. 1773 (pro deo, weduwnaar op 't Kuiperspad, zonder achterlating van zaad), begr. ald. (graf 21) 25 sept. 1773, ondertr. (impost) Westzaandam 1 april 1747 (impost ieder ƒ 6) Catharina Andries JANNINGH, bij huw. 'van Enschedé', overl. Westzaandam 6 april 1771.
              5. Willem Arentsz SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 11 okt. 1704 (pro deo).
              6. Jannetje Arents SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 27 mei 1702 (pro deo).
              7. (kind) Arents SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 20 dec. 1697 (impost ƒ 6).
              8. Guurtje Arents SLUIJCK, impost op begr. Westzaandam 13 maart 1708 (impost ƒ 6).
            18. (<9) (>36, >37) Aris Cornelisz SEIJLMAECKER, alias Cooij, doet belijdenis (nederd. geref.) Uitgeest 14 febr. 1700 als Aris Cornelisz, overl. ald. 29 april 1721 (volgens lidmatenlijst), impost op begr. ald. 3 mei 1721 (pro deo), ondertr. (impost) Uitgeest 20 febr. 1701 (pro deo)
                In Uitgeest zijn in 1715 Claas Cornelisz Smit en Maarten Pietersz als wettige voogden over de minderjarige dochter nagelaten door wijlen Aeltje Cornelis en nog in leven zijnde vader Aris Cornelisz, ter eenre, en de voornoemde vader ter andere zijde, geaccordeerd dat zij wegens haar moederlijke erfportie alleen maar de somme van ƒ 50 zal hebben, en dat de vader het kind zal onderhouden tot de ouderdom van 25 jaren of huwelijkse staat toe. Op 1 september 1722 bekent Claas Cornelisz Smit, voogd van Jacobje Aris, de 50 gld ontvangen te hebben en heeft hij dit geld bij haar vaderlijke goed op het weesboek gebracht. 33
            19. (<9) (>38, >39) Aeltje CORNELIS, overl. Uitgeest 11 febr. 1713 (volgens lidmatenlijst), impost op begr. ald. 13 febr. 1713 (pro deo, aangever Claas Cornelisz).
                   Uit dit huwelijk:
              1. Jacobje Aris SEIJLEMAKER, ged. (mennon.) Westzaandam 21 jan. 1729, zie 9.
            20. (<10) (>40, >41) Jan Goossensz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 17 aug. 1664, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 23 jan. 1695, impost op begr. ald. 4 juni 1728 (impost pro deo, begr. in de kerk ƒ 4; aangever zijn zoon Claas Jansz Oosterhoorn), tr. Krommenie 14 jan. 1685
                In Krommenie verkopen in 1685 Garmet Cornelisz benevens de voogden van de onmondige kinderen van zal. Kees Jan en Erm Garmetse aan Jan Gosen een huis en erf op de Heijligewegh, belend ten oosten Trijn Jacobsz, ten Jan Pietersz Veer, voor 712 gld, te betalen in twee termijnen 34.
                In Assendelft verkoopt in 1686 Jan Goosz Oosterhoorn wonende te Krommenie, als mede-erfgenaam van Jan Abrahamsz Oosterhoorn zijn grootvader, en zulks bij scheiding hem aanbedeeld, aan Sijmon Jansz Oosterhoorn te Zaandam de helft in een stuk land groot in 't geheel 771 roeden genaamd de Boveegh, in de Noorderpolder, belend ten noordoosten Trijn Jochems, ten zuidwesten de kinderen van Gerrit Huijgen, voor 200 gld 35.
                In de banne van Westzaan verkoopt in 1686 Jan Goossenz Oosterhooren, wonende te Krommenie, aan Sr Meynders Arentz te Zaandam een stuk land genaamd het Ventje, groot 413 roeden, item een stukje land genaamd Drieacker, groot 163 roeden, naast elkaar op en over de Gouw, achter Pieter Janz Borrits uit, belend ten zuiden Dirck Jacobsz Vet, ten noorden de weduwe van Heyndrick Gerritsz Snier, voor 226 gld 36.
                In Krommenie verkopen in 1698 Weijntie Crelis, laatst weduwe van Cornelis Jansz Cartis, en de kinderen van dezelfde Cartis, aan Jan en Pieter Goosen Oosterhoorn 1/16 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschappen genaamd de Witte Duijff, mitsgaders 1/16 in een stuk land genaamd de Velt bij de voorschreven molen, belend ten zuiden de Noordtdijck, ten noorden verkopers, voor 37 gld contant; de koper zal gehouden zijn elk jaar 7000 lb te laten beuken 37.
                In Krommenie bekent in 1703 Jan Goosen Oosterhoorn wonende op de Heijligewegh schuldig te zijn Gerrit Eggisz Haantje wonende te Wormerveer 500 gld, spruitende 300 gld uit aangetelde gelden, en 200 gld over leverantie van winkelwaren, tegen 3 gld 10 st van 't honderd in 't jaar, waaraan hij verbindt zijn huis en erf op de Heijligewegh, belend ten oosten Claas Mighielsz, ten westen de weduwe van Jan Veen 38.
                In Krommenie verkopen in 1721 Jan Goosens Oosterhoorn voor hemzelf en Goose Pietersz de rato caverende voor zijn moeder Guurt Pieters weduwe van Pieter Oosterhoorn, aan Arijs Claese Heijnes en Jan Gerritse de Vries 1/16 in een hennepkloppersmolen genaamd de Witte Duijf, voor 17 gld 39.
                Op 28 december 1684 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Jan Goossensz Oosterhooren, jongeman wonende te Krommenie, geassisteerd met Simon Jansz Oosterhooren, koopman te Zaandam, zijn voogd, en Griet Nannings, bejaarde dochter, wonende te Krommenie. Als zij komt te overlijden zonder kinderen zal hij mogen volstaan met aan haar erfgenamen uit te keren de goederen en effecten die zij ten huwelijk aangebracht heeft. 40
            21. (<10) (>42, >43) Grietje NANNINGS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 aug. 1655, impost op begr. ald. 3 dec. 1720 (pro deo, begr. in de kerk ƒ 4).
                   Uit dit huwelijk:
              1. Neeltje Jans OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 juli 1685.
              2. Goose Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 maart 1687.
              3. Lysbet Jans OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 23 juli 1690, impost op begr. ald. 12 aug. 1709 (pro deo, begr. in de kerk ƒ 4).
              4. Goosen Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 okt. 1692.
              5. Claas Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 okt. 1692.
              6. Claas Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 juni 1694, ondertr. (impost) 1° ald. 19 juli 1720 (impost elk ƒ 3), tr. ald. 11 aug. 1720 Aagtje Claas van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 jan. 1695, impost op begr. ald. 10 maart 1735 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 4; aangever Sijmon Claase de Jong), dr van Claas Gerritsz van LEIJDEN en Trijntje IJSBRANTS, ondertr. (impost) 2° ald. 12 dec. 1744 (impost ƒ 3 voor hem, zij jongedochter van Zaandijk), ondertr. (impost) Zaandijk 11 dec. 1744 (impost ƒ 3 voor haar, weduwe) Maartje HENDRIKS.
                  In Krommenie verkopen in 1625 Claes Heijndriksz Jannes en Jacob Heijndriksz Jannes, ook voor hun moeder Jannetje Claas weduwe van Heijndrik Clase Jannes, aan Claas Jansen Oosterhoorn een huis en erf op de Heijligeweg, belend ten oosten IJsbrant Baertsen, ten westen Jeijes de Vries, voor 700 gld 41.
                  In Krommenie worden in 1727 als erfgenamen van Engeltje Claas genoemd Claas Gerritse van Leije voor de helft, als vader en voogd van zijn onmondige zoon Claas Clase van Leije voor 1/6, Gerrit Clase van Leije voor 1/6 en Claas Janse Oosterhoorn in huwelijk hebbende Aegje Claas mede voor 1/6 42.
                  In 1728 geven erfgenamen van wijlen Claes Gerretsen van Leijden, onder wie Claas Jansen Oosterhoorn in huwelijk hebbende Aagje Claes van wie moeder is Trijntje IJsbrants, volmacht aan Gerrit Claesen van Leije om van alle debiteuren, zo binnen Amsterdam als elders, de penningen te ontvangen 43.
                  In Krommenie verkopen in 1745 de voogden over de onmondige erfgenamen van wijlen Cornelis Grootewal aan Claes Oosterhoorn en Guertje Willems weduwe van Gerret Claesz 1/20 in een huis, erf en asmolen op Duijnkerken, belend ten zuiden Claes Jansz Paeu, ten noorden de weduwe van Jacob Dirksz, voor 51 gld 44.
              7. Simon Jansz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 april 1696, zie 10.
            22. (<11) (>44, >45) Gerrit Willemsz SWART, koopman, rolbereider, ondertr. 2° Krommenie 22 aug. 1699, ondertr. (impost) ald. 15 aug. 1699 (impost samen ƒ 6), tr. (schepenbank) ald. 6 sept. 1699 Dieuwer Jaspers CUIJPER, impost op begr. Krommenie 18 febr. 1708 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 4; aangever haar man Gerrit Willemsz), dr van Jasper Jacobsz CUIJPER en Liesbet CORNELIS, tr. 1°
                In Krommenie verkoopt in 1692 Gerrit Willemsz aan Claes Michielsz 1/20 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschappen genaamd de Kersseboom bij de Noordersluijs, voor 60 gld gereed geld, verkoopt in 1695 Heijndrick Dircksz Appel, instaande voor zijn broer en zusters, aan Gerrit Willemsz een stuk land op de Melcksloot genaamd Costerlant, groot 528 roeden, belend ten zuiden Jan Aegt Willemsz, ten noorden Tryn Gerrit Oomsz, voor ƒ 268:18:0 contant, verkoopt in 1695 Claes Pieters Haenels[?], de rato caverende voor zijn schoonmoeder Maertje Crelis, wonende op de Stirop, aan Gerrit Willemsz een stukje land op de Melcksloot, groot 456 roeden, belend ten zuiden Heijndrick Jacobsz, ten noorden de Melcksloot, voor 108 gld 6 st contant, en verkoopt in 1698 Heijndrick Jacobsz backer aan Gerrit Willemsz een stuk land omtrent de Melcksloot, groot 278 roeden, belend ten zuiden Jacob Jansz Lakeman, ten noorden de koper, voor 139 gld contant 45.
                In Krommenie verkopen in 1701 Gerrit Jansz Wit voor hemzelf en Jan Symonsz Cuijper en Engel Jacobsz Lakeman als voogden over de kinderen van Heyndrick Symons Heijn, aan Gerrit Willemsz 1/22 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschap genaamd de Witte Duijf, staande bewesten Krommenie, voor 40 gld 46.
                In Krommenie verkopen in 1714 Jan Pietersz Wit, Willem Pietersz Smit, Jan Jacobsz Lakeman en Cornelis Matt. Neeltjes, als de gemachtigden van de crediteuren van wijlen Pieter Pietersz Smit, aan Gerrit Willem Gerritsz een [geknoei] part in een hennepkloppersmolen genaamd de Witte Duijf, voor 75 gld, verkoopt in 1716 Jan Pietersz Buijs aan Gerrit Willemsz Swart, Cornelis Poulus Jansz, Walich Jansz en Cornelis Blau een huis en erf gelegen over de sloot, belend ten oosten Cornelis Brouwersz, ten westen Jacob Middelhoven, voor 460 gld 10 st, verkopen in 1716 Gerrit Willem Gerritse voor zichzelf, en Gaaf Jacobse Foor, de rato caverende voor Trijn Jacobs weduwe van Dirck Gerritse, aan Claas Jacobse Foor 1/20 in een hennepkloppersmolen genaamd de Blauwe Arent gelegen bij de Nauwermasevaart, voor 50 gld, en verkoopt in 1717 Jan Clasen, de rato caverende voor Aag Jaspers weduwe van Jan Gerritsz, aan Gerrit Willemsz Swart 1/20 in een hennepkloppersmolen genaamd de Karsseboom, voor 46 gld 47.
                In Krommenie verkopen in 1715 Gerrit Willemse Swart als vader en voogd van zijn dochter (Aagje Gerrits) benevens burgemeester Willem Eijf, ook voor de weduwe van Jacob Sondag, Pieter Clase Joop, Claas Sijmonse Sluijs en Claas Nannisse Oomes, als voogden van de kinderen van Jacob Sondagh, aan Jacob Dirkse Blau en Jacob Jacobse Middelhoven 1/12 in de Witte Duijf alias Pagter, voor 52 gld, aan Claas Gerritse Spinder een stuk land over de Vaart op de Boeksloot, groot 303 roeden, belend ten zuiden de Boeksloot, ten noorden een weduwe van Wormerveer, en aan Dirk Gerritse Decker 2 huizen met hun erf op het West-end van het Madt, belend ten oosten Josep Josepse, ten westen de Matsloot, voor 358 gld, en verkopen in 1717 Gerrit Willemsz Swart en Aris van Broeck aan Jan Gerritsz Al 1/10 in de hennepkloppersmolen de Karsseboom voor 100 gld 48.
                In Krommenie wordt op 25 maart 1716 de inventaris van de goederen van de 2 onmondige kinderen van Gerrit Willemsz Swart geteeld bij Dywer Jaspers, genaamd Martje Gerrits en Willem Gerritsz, ter weeskamer gebracht door Jan Allertsz Backer en Pieter Pietersz Smit als wettige voogden, inhoudende ƒ 300 de 2 kinderen opgestorven van hun grootvader Jasper Jaobsz Cuyper, ƒ 200 uit de legitieme portie van hun overleden grootmoeder Liesbet Cornelis, deze ƒ 500 berustende onder de vader die hieraan verbindt 2 stukken land op de Melcksloot, tezamen groot 1262 roeden. Op 26 augustus 1716 is deze inventaris geamplieerd met 14 gld gekomen uit de voorschreven boedel en mede onder de vader berustende. Op 23 juli 1721 bekent Johannis Middelhoven in huwelijk hebbende Martje Gerrits van de vorenstaande inventaris voor zo veel zijn portie aangaat voldaan te zijn. Op 11 december 1726 bekent Willem Gerritsz mede van de vorenstaande inventaris voor zijn portie voldaan te zijn. 49
                Op 5 sept. 1730 legateert Gerrit Willems Swart, wat onpasselijk, aan zijn tegenwoordige dienstmaagd Aeltje Jacobs ƒ 1000 mits zij zijn dienstmaagd blijft tot zijn dood toe. Zij zal na zijn overlijden in zijn boedel mogen blijven zitten zo lang als zijn erfgenamen de 1000 gld niet hebben voldaan. Als zij overlijdt zonder kinderen zal wat er van de 1000 gld over is aan zijn erfgenamen gaan.\NHA ONA Krommenie 3057 (notaris Jacob Beets) akte 892, 5 sept. 1730./
                Op 29 november 1731 hebben Willem Gerritse Swart, Sijmon Oosterhoorn als in huwelijk hebbende Aefje Gerrits Swart en Johannes Middelhoven als in huwelijk hebbende Maertje Gerrits Swart, wonende allen te Krommenie, gezamenlijke kinderen en erfgenamen ab intestato van wijlen Gerrit Willemse Swart, de nalatenschap als volgt verdeeld: aan Willem Gerritsen 1/20 in de hennepkloppersmolen, erf en gereedscxhappen alsmede in 't huis, genaamd de Blauwe Arent, staande te Krommenie, aan Sijmon Oosterhoorn 2 huizen en erven met de aanhorigheden op de Heijligeweg, belend ten oosten Reijer Wiele, ten westen Roelof Roelofse, item een erf erachter over de sloot, item 1/22 in de hennepkloppersmolen, erf etc. genaamd de Pagter of Witte Duijf, item 1/40 in een dito molem genaamd de Karsseboom, aan Johannes Middelhoven 2 stukken land gelegen aan elkaar op de Melksloot groot 1262 roeden, belend ten noorden dito sloot, ten zuiden Mighiel Ruts en Claes de Boer, nog een stuk land op de Kerksloot groot 742 roeden, belend ten noorden Gerrit Blau, ten zuiden dito sloot, item 1/20 in de hennepkloppersmolen, erf en huis genaamd de Blauwe Arent, item 1/22 in de hennepkloppersmolen, erf etc genaamd de Witte Duijf alias Pagter. Met gerede penningen of andere effecten hebben zij verschillen in waarde geëgaliseerd. Ook de meubilaire goederen als rolrederswaren, huisraad en inboedel, goud, zilver, gereed geld hebben zij verdeeld. 50
                Op 16 augustus 1699 wordt een huwelijkscontract opgesteld tussen Gerrit Willem Gerritsz, weduwnaar, en Dieuwer Jaspers, bejaarde dochter, beiden wonende te Krommenie 51.
                In 1715 wordt de inventaris opgemaakt van de boedel nagelaten door wijlen Jasper Jacobsz Cuijper en Lysbet Cornelis, echteluiden te Krommenie overleden, ten verzoeke van o.a. Gerrit Willemse Swart, in huwelijk gehad hebbende Dieuwer Jaspers Cuijper, en de wettige voogden over de 2 onmondige kinderen van Gerrit Willemsz Swart geteeld bij wijlen Dieuwer Jaspers Cuijper 52.
                     Uit het tweede huwelijk:
                1. Martje Gerrits SWART, impost op begr. Krommenie 16 juni 1700 (impost ƒ 3).
                2. Marietje Gerrits SWART, impost op begr. Krommenie 3 aug. 1701 (impost ƒ 3).
                3. Maartje Gerrits SWART, ondertr. (impost) Krommenie 4 april 1721 (impost voor elk ƒ 3) Johannes 'Jan' MIDDELHOVEN, zn van Jacob Jansz MIDDELHOVEN en N.N. Jacobs FOOR.
                    In 1721 testeren Johannis Middelhoven en Maartje Gerrits, echte man en vrouw wonende te Krommenie, zij wat onpasselijk te bedde liggende, indien zonder kinderen aan de langstlevende en na diens dood half en half aan de vrienden. Als zij de eerststervende is krijgt haar vader Gerrit Willemse Swart de legitieme portie. 53
                    In Krommenie verkoopt in 1742 Jan Middelhoven, ook voor zijn broer Jacob Middelhoven, aan Goose Oosterhoorn en Dirk Jonkers een huis en erf op 't Blok, belend ten oosten de weduwe van Jan Tuijck, ten westen de kinderen van Pieter Jansz Krook, en nog 2 akkers beoosten de Vaert, de ene 235 roeden, de ander 162 roeden, belend als hiervoor, voor 405 gld 5 st 54.
                4. Tryntje Gerrits SWART, impost op begr. Krommenie 10 okt. 1703 (impost ƒ 3).
                5. (doodgeb. kind) Gerrits SWART, impost op begr. Krommenie 2 jan. 1705 (pro deo).
                6. Aegt Gerrits SWART, impost op begr. Krommenie 9 juli 1705 (pro deo).
                7. Willem Gerritsz SWART, impost op begr. Krommenie 27 mei 1706 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 2).
                8. Willem Gerritsz SWART, overl. 19 aug. 1749, tr. Neeltje Dirks van ASSUM, overl. 19 april 1749, dr van Dirck Cornelisz van ASSUM en Duyfje.
                    In Krommenie verkoopt in 1734 Willem Gerritsz Swart aan Gerrit van Vliet 1/20 in een hennepkloppersmolen genaamd de Blauwe Arent, voor 60 gld, en verkoopt in 1737 Claas Root aan Willems Gerritsz Swart een erf gelegen op het Patlaan, belend ten oosten Claas Baartsz, ten westen verkoper, voor 72 gld 55.
                    Op 18 oktober 1726 worden huwelijkse voorwaardem gemaakt tussen Willem Gerritsen, jongeman, geassisteerd met zijn vader Gerrit Willemsz Swart, en Neeltje Dirks, jongedochter, geassisteerd met haar vader Dirk van Assum (ondertekeningen o.a. Willem Gerritsz, Neeltje Dirks, Gerrit Willemsz Swart, Dirck Cornelisse van Assum) 56.
              23. (<11) (>46, >47) Magtelt CORNELIS, overl. vóór 29 juni 1699.
                  In Krommenie wordt in 1683 de inventaris ingebracht van de goederen door Marrij Jans bewezen aan Machtelt Cornelis voor haar vaderlijk goed, ter presentie van Cornelis Jillesz Back en Jan Louwersz van Uitgeest als voogden gesteld door de weesmeesters, als volgt: de helft van een huis en erf op de Heijligewegh, belend ten oosten Jan Pietersz Breuder, ten westen Jan Pietersz Glas, zijnde gekocht voor 550 gld in 't geheel op 26 april 1675 (op 5 augustus 1687 is de helft op interest genomen door Pieter Claesz Gorter staande ter somme van 275 gld in 't renteboek), nog 175 gld berustende onder Dirck Jansz als koper van 't voorschreven huis en erf ( op 3 augustus 1684 doorgehaald), nog een weefgetouw met zijn toebehoren, laatst gebruikt door Cornelis Claesz Ammerael, verder een kast van eikenhout, en een bijbel met koperbeslag. Op 28 maart 1685 nog 35 gld berustende onder Willem Claesz Sonnendagh als getrouwd hebbende Marrij Jans moeder van 't voorschreven kind. Nog een brief op 't gezegde huis en erf waarvan haar de helft toekomt van 6 oktober 1684 (overgekomen over de vorenstaande post van dato 7 augustus 1682 [?]). Op 25 maart 1699 compareerde Gerrit Willemsz als getrouwd geweest zijnde met Magtelt Cornelis dewelke bekende van de inventaris voldaan te zijn exempt een obligatie op Pieter Claesz Gorter van 275 gld; hiervan is op 21 juli 1699 voldaan. 57
                  In Krommenie wordt in 1699 als voogd van het onmondige kind van Gerrit Willemsz geprocureerd bij wijlen Magteltje Cornelis, genaamd Aefje Gerrits, gesteld Willem Claesz Sondagh, [stief]grootvader van het voorschreven kind. Op 20 december 1713 wordt in plaats van Willem Sondag tot voogd gesurrogeerd Willem Claasz Eijf, oud-burgemeester. 58
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Aafje Gerrits SWART, zie 11.
                24. (<12) (>48, >49) Claes MICHIELSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 mei 1661, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 25 okt. 1693, impost op begr. ald. 26 sept. 1718 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1), tr.
                    In Krommenie verkoopt in 1692 Gerrit Willemsz aan Claes Michielsz 1/20 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschappen genaamd de Kersseboom staande bij de Noordersluijs, voor 60 gld gereed geld, en verkoopt in 1795 Gerrit Jansz de Vries aan Claes Michielsz een tuintje gelegen achter de Heijligewegh, groot 24 roeden, belend ten westen Cornelis van Assum, ten oosten IJsbrant Nannis, voor 91 gld 59.
                    In Krommenie verkoopt in 1699 Jasper Artsz Visser aan Claes Michielsz 1/16 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschap bewesten de Horn aan de Vaerdijck, voor 30 gld 60.
                    In Krommenie verkoopt in 1705 Claas Mighielsz aan Jan Dircksz Kaar wonende te Krommeniedijk 1/16 in de hennepkloppersmolen de Duijff staande beoosten de Horn, voor 16 gld, en bekent in 1706 Claas Mighielsz wonende te Krommenie op de Heijligewegh schuldig te zijn aan Pieter Claasz Joop en Jacob Willemsz Sondagh, elk voor de helft, 500 gld, mitsgaders aan Trijntje Dircx, meerderjarige dochter mede te Krommenie woonachtig, 150 gld, tegen 4 gld van 't honderd in 't jaar, met speciale conditie dat Pieter Joop, Jacob Sondagh en Trijntje Dircx deze schepenkennisse niet zullen mogen verkopen of aan anderen transporteren, waaraan comparant verbindt een huis en erf op de Heijligewegh met een overworf en pakhuis achter het voorschreven huis en erf over de sloot, belend ten oosten Heijn Claasz Jannes, ten westen Jan Goosen Oosterhooren 61.
                    In Krommenie verkoopt in 1710 Claes Mighielsz wonende op de Heyligewegh te Krommenie aan Jan Bastiaansz 1/20 in een hennepkloppersmolen genaamd de Karsseboom staande aan de Nauwernase Vaart, voor 50 gld, en verkoopt in 1711 Claas Mighielsz wonende te Krommenie aan Jeijes Sibles de Vries wonende te Amsterdam een huis, erf, overworf en garenhuis op de overworf, staande en gelegen op de Heijligewegh, belend ten oosten Heijndrick Claasz Jannes, ten westen Jan Goosz Oosterhoorn, voor 700 gld 62.
                25. (<12) Grietje IJSBRANTS, doet belijdenis (nederd. geref.) Krommenie 23 jan. 1695 (na voorgaande doop), impost op begr. ald. 16 aug. 1712 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever Jacob IJsbranse).
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Aryana CLAAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 14 sept. 1692.
                  2. IJsbrant Claasz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 aug. 1694, zie 12.
                  3. Sijmon Claasz de JONG, ged. (nederd. geref.) Krommenie 18 okt. 1699, impost op begr. ald. 21 juni 1756 (impost ƒ 3, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever zijn zoon Claas de Jong), ondertr. (impost) ald. 7 aug. 1733 (pro deo) Duijfje Cornelis MOSTERT, ged. (nederd. geref.) Krommenie 18 nov. 1703, impost op begr. ald. 1 maart 1765 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever Claas de Jongh), dr van Cornelis Jansz MOSTERT en Grietje FRANSEN.
                      Op 7 augustus 1733, 's avonds over 10 uur, testeert Sijmon Claasz de Jong, bejaarde jongeman, wat onpasselijk naar lichaam. Indien hij zonder nazaten mocht komen te overlijden, gehuwd of ongehuwd, legateert hij aan zijn broer IJsbrant Claasz 200 gld, aan zijn broer Tijs Claasz 150 gld, aan de voorschreven IJsbrant en Tijs Claasz zijn kleren tot zijn lijf behorende, bij vooroverlijden van de gelegateerden aan hun kinderen of de langstlevende van beiden, en stelt tot enige erfgenaam Duijfje Cornelis, dochter van Cornelis Jansen Mostert. 63
                      In Krommenie verkoopt in 1734 Gaaf Jacobsz Foor aan Sijmon Claasz de Jong 1/22 in een hennepkloppersmolen genaamd de Witte Duijf, voor 25 gld, en verkopen in 1737 Cornelis Blau en Claes Jacobsz als procuratie hebbende van Bregje Jacobs, weduwe van Claes Casparsz Bot, aan Symon Claasz de Jong een huis en erf op de Heyligeweg, belend ten oosten Gerrit Harmense, ten westen Reijer Jansz Wiele, voor 500 gld 64.
                      In Krommenie verklaart op 1 december 1756 Duyfje Cornelis, weduwe van Simon Claasz de Jong, bij dezelve hebbende verwekt 4 onmondige kinderen, bij namen Claas oud 22, Grietje 20, Cornelis 17 en Maartje 14 jaar, ten overstaan van IJsbrand de Jong [tekent als IJsbrant Klaasz] en Claas Michiels Bakker, beiden alhier woonachtig. bewijs voor vaders erfenis te doen, nl. tezamen ƒ 100 die onder de moeder als administrerende voogdesse zal blijven berusten, die gehouden zal wezen voor de renten en vruchten haar kinderen op te brengen, verbindende specialijk daarvoor haar woonhuis en erf alhier, belend ten oosten de weduwe van Gerrit Harmentsz, ten westen Claas van der Hoven. Op 21 februari 1759 verklaart Claas Simonsz de Jong voldaan, op 16 maart 1763 verklaart Grietje Simons de Jong voldaan te zijn. Op 16 maart 1763 heeft de weduwe in de weeskas ƒ 50 gelegd voor Cornelis en Maartje, waarmee het huis van zijn verband is ontslagen. Op 15 augustus 1764 verklaart Cornelis Symons de Jongh, door huwelijk meerderjarig, voldaan te zijn. Op 8 april 1676 verklaren Claas Jas en Jacob Grood, armenvoogden en in die kwaliteit alimenterende Maartje Simons de Jongh, de somme van ƒ 25 ontvangen te hebben. 65
                      Op 7 augustus 1733 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Sijmon Claesz de Jong en Duijfje Cornelis, beiden meerderjarig. Indien zij de eerststervende is zonder nazaten in dit aanstaande huwelijk geteeld achter te laten, zo zal verstaan worden geen gemeenschap van goederen plaats te hebben en zal hij kunnen volstaan aan haar erfgenamen uit te keren de goederen die zijn inbrengt (bestaande uit alleen haar kleren tot haar lijf behorende) en haar staande huwelijk aangekomen. Alle andere gevallen laten de comparanten aan het beloop van het landrecht. 66
                  4. Marij CLAAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 18 okt. 1699.
                  5. Tijs CLAASZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 26 aug. 1703, impost op begr. ald. 16 juni 1746 (pro deo, begraven pro deo, aangever van Tijs Clase is IJsbrant Clase), ondertr. (impost) ald. 10 aug. 1731 (pro deo, getrouwd in de kerk) Fokel CLAES, impost op begr. Krommenie 7 jan. 1750 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever van Fookel is Syme Clase de Jong).
                26. (<13) (>52, >53) Claes PIETERSZ, tr. Krommenie 6 mei 1696 (hij van Krommeniehorn, zij van Krommeniedijk)
                    In Krommenie wordt in 1667 de inventaris opgesteld van de goederen van Claes Pietersz [invoegen „ zoon van Pieter Claasz Backer”] en Dieuer Claas, geëchte luiden, hier overleden, ten weesboek gebracht door Jan Claasz Raapkonst en Jan Claasz Backer, deszelfs omen en bloedvoogden, zo van vaders- als moederszijde respective [andersom], als volgt: een actie behelzende 200 gld, met veel conditiën als in het renteregister vermeld, nog 180 gld berustende onder Jan Claasz Raapkunst, een weefgetouw, riet en de aankleve vandien, en enige kleding. Op 3 december 1670 compareren Huijbert Pietersz en IJsbrant Jansz Raepkonst en hebben rekening gedaan als in zijn leven ingevorderd en uitgegeven door Jan Clasen Raepkonst, en is bevonden dat het weeskind tegoed is 205 gld 14 st. 67
                    In Krommenie bekent op 14 januari 1671 Gerrit Dircxz Reijnties wonende op de Horn schuldig te zijn Claes Pietersz zijn zwager, nagelaten weeskind van zal. Pieter Clasen Backer, 100 gld, tegen een jaarlijkse interest van 4 gld, waarvoor hij verbindt de helft van een huis en erf op de Horn, belend ten oosten Dirck Willems, ten westen Jan Bangerts (geroyeerd op 27 april 1678), en op 14 april 1671 eenzelfde bedrag tegen dezelfde interest met als onderpand eenzelfde helft, maar nu met borgen Dirck Gerritsz Reijnties wonende op de Horn en Allert Clasen Backer wonende te Krommenie (geroyeerd op 27 april 1678) 68.
                    In Uitgeest is op 3 september 1686 Fredrick van der Spang, schout te Uitgeest, eiser contra Claes Pietersz wonende op de Horn in de banne van Krommenie. De eiser concludeert tot condemnatie van een boete van ƒ 25:0:0 ter zake van verboden en schadelijk visgewant op donderdag 29 augustus laatstleden in de Wouderpolder, voor de tweede keer, en verbeurte van de viswant, schuit en verdere toebehoren. De zaak is geaccordeerd. 69
                    In Krommenie verkoopt in 1704 Sijmon Claesz Fikijerije [?] aan Claes Pietersz een erfje gelegen op de Horn, belend ten noorden de koper, ten zuiden de Herenweg, voor 9 gld 12 st 70.
                27. (<13) (>54, >55) Marij HILLEBRANDS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 okt. 1672, impost op begr. ald. 27 juli 1721 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever haar zoon Pieter Clasen).
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Pieter CLAASZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 3 maart 1697.
                  2. Trijntie CLAAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 mei 1700, zie 13.
                  3. Dirk CLAASZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 30 mei 1700.
                  4. Grietje CLAAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 april 1708.
                  5. Neeltje CLAAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 3 nov. 1709.
                  6. Willem CLAASZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 mei 1712.
                28. (<14) waarsch. Jacob Jansz BACKER, impost op begr. Assendelft 27 mei 1704 (pro deo, aangever Jacob Pietersz), tr. N.N.
                    In Assendelft op 11 juni 1690 verkoopt Jacob Jansz Backer, onze buurman, aan Pieter Hendricksz van Nouwernae, mede onze buurman, de helft van een huis met het erf in de Heijt waarvan de andere helft de koper is toebehorende, belend ten noordoosten Servaes Verdonck, ten zuidwesten de weduwe van Pieter Jan Wouter, voor 100 gld, en verkoopt Quirijn Floris Dammis, onze buurman, aan Jacob Jansz Backer, mede onze buurman, een huis met het erf in 't Noortend en de helft van de steeg liggende aan de zuidzijde van het huis, dezelve steeg 8½ voet zo ver het erf van de verkoper heeft gestrekt, mits dat dezelve steeg niet nader mag worden betimmerd als tegenwoordig, volgens de oude koopbrief van 20 juni 1669, belend ten noordoosten Dirck Jansz, ten zuidwesten Engel Sijmonsz, voor 180 gld, te betalen 98 gld gereed, en de resterende 82 gld zal de koper onder zich mogen houden tegen 4 gld van 't honderd 71.
                         Uit dit huwelijk:
                    1. waarsch. Hendrick Jacobsz BAKKER, zie 14.
                    2. waarsch. Aagje Jacobsdr BAKKER.
                    3. waarsch. Antje Jacobsdr BAKKER.
                    4. waarsch. Claas Jacobsz BAKKER, alias Tack, impost op begr. Assendelft 21 dec. 1742 (pro deo, aangever Heijndrick Jacobsz), tr. 1° N.N., ondertr. (impost) 2° ald. 30 april 1729 (pro deo), tr. ald. 25 mei 1729 Trijntje JOCHEMSDR.
                        In Assendelft verkoopt in 1728 Claas Jakobsz Backer aan Jan Gerritsz Kuijper een huis en erf in 't Zuijtent, belend ten noordoosten de weduwe van Jan Gerritsz Weenes, ten zuidwesten Maarten Claasz Schoon, voor 110 gld 72.
                    5. waarsch. Willem Jacobsz BAKKER, ondertr. (impost) 1° Assendelft 24 sept. 1728 (pro deo) Antje JOCHEMSDR, ondertr. (impost) 2° ald. 11 sept. 1734 (pro deo), tr. ald. 3 okt. 1734 Pietertje PIETERSDR.
                    6. Niesje JACOBS, impost op begr. Assendelft 17 febr. 1703 (pro deo, aangever de vader Jacob Jansz Backer).


                  Generatie VI (<V, >VII)

                  32. (<16) (>64, >65) Dirck Pietersz BREEUWER, mr scheepstimmerman, overl. vóór 13 juni 1681, tr. 2° Marij JACOBS, dr van Jacob Jansz NOMEN, tr. 1°
                      In de banne van westzaan worden in 1668 over de nagelaten weeskinderen van zal. Neeltje Arents geprocreëerd bij Dirck Pietersz Breeuwer tot voogden gesteld Teuwis Arentsz Sluyck over Arent Dircks Sluyck, Pieter Arentsz Sluyck over Jan Dircks Sluyck, Cornelis Dircsz Sluyck over Pieter Dircs Breeuwer, maar wordt de vader geauthoriseerd voor zijn kinderen de deling van de goederen van zal. Dirck Sluycq waar te nemen en de aan te delen goederen over te brengen 73.
                      In de banne van Westzaan verkopen in 1670 Theeuwis Gerritsz Roeles, en IJsbrant Pietersz Breeuwer voor zijn broer Dirck Pietersz Breuwer, aan de gemene participanten en eigenaars van de rinmolen staande aan de buitendijk aan 't Kerckrack een hoekje rietland bij de voorschreven molen, belend ten zuiden de rinmolen, ten noorden de verkopers, voor 25 gld 74.
                      In de banne van Westzaan in 1679 verkoopt Dirck Breuwer wonende te Zaandam aan Claes Jacobsz Backer wonende op 't eiland van Wieringen een tuin met opstal aan de Hoogendijck bij Zaandam, belend ten westen Cornelis Jacobsz Nen, ten oosten Jan Boogaert, voor 400 gld, en bekent Gerrit Cornelisz Koemen van Dirck Breuwer, beiden wonende te Zaandam, gekocht te hebben een huis en erf op de Damstraat, belend ten oosten Jan Outgers, ten westen Trijn Pieters, voor 1060 gld 75.
                      In 1683 geven Cornelis Arentsz Sluijck, voor hemzelf en nog benevens Jan Dircsz Gijsen, die mede compareerde, als voogd over Jan en Arent Dircsz Breuwer, nagelaten weeskinderen van zal. Dirck Pietersz Breuwer en Neeltje Arents, Jan Pietersz Sluijck en Pieter Dircsz Breuwer, allen wonende te Zaandam, als geraakt in de boedels van zal. Baeffje Gerrits weduwe van Claes Garbrants en van Theuwis Arentsz Sluijck, machtiging aan Isbrant Haijndricsz [„Sijbrants” doorgehaald] Breuwer, mede aldaar woonachtig, om hun zaken aangaande de differenten tussen dezelve en Claes Tijsz Otjes in huwelijk hebbende Trijn Claes eertijds weduwe van Dirck Cornelisz Theuwis, voor zoveel dezelve kinderen ab intestato daarin zijn geraakt, waar te nemen 76.
                      Op 12 juni 1697 hebben Pieter Dircsz Breuwer, mr scheepstimmerman wonende te Oostzaandam, ter eenre, en Arent Dircsz Sluijck, mr scheepstimmerman te Westzaandam, ter andere zijde, enige erfgenamen van hun vader zal. Dirck Pietersz Breeuwer, van hun oom Ijsbrant Pietersz Breeuwer zal., en van Jan Dircsz Breeuwer hun overleden broer, allen te Westzaandam gestorven, nog gemeen gebleven goederen verdeeld. Volgt de deling, ieder ter waarde van ƒ 8600. Ook de roerende goederen, huisraad, inboedel en gelden zijn verdeeld. Onverdeeld blijven 5 stukken land en 2 lijfrentebrieven. 77
                      Op 8 mei 1676 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld door Dirck Pietersz Breeuwer, weduwnaar, en Mary Jacobs geassisteerd met haar vader Jacob Jansz Nomen, allen wonende in de banne van Westzaan. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn, de bruid brengt niets ten huwelijk behalve haar kleren. Winst en verlies staande huwelijk zullen genoten en gedragen worden half en half, aanbestorven goederen horen hier niet toe. Bij vooroverlijden van hem krijgt zij 2000 gld uit zijn nalatenschap. Dit alles ook als er kinderen uit het huwelijk geboren worden. (Hij tekent als Dirck Pieterszoon Breuwer, zij stelt een merk.) 78
                      Op 13 juni 1681 verklaart Marij Jacobs, weduwe van Dirck Pietersz Breuwer in zijn leven mr scheepstimmerman te Zaandam, door handen van de voogden over de kinderen van haar voorschreven man, na gedane rekening, volkomn voldaan te zijn van zodanige somme van 2000 gld en halve winst en verlies als haar uit kracht van zeker huwelijkscontract dd. 8 mei 1676 toekomt 79.
                      In 1684 testeert Wentje Jans, laatst weduwe van Claes Stoffelsz, wonende in de Molenbuirt, ziek; zij legateert aan Dieuwer Jans haar zuster, Reijm Pieters haar snaar, Cornelis en Roeloff Jansz Nomen haar broers, Maritje Jacob Jan Nomes, en de Friese doopsgezinde vermaning te Zaandam 80.
                  33. (<16) (>66) Neeltje Arents SLUIJCK, overl. vóór 10 jan. 1668.
                      In de banne van Westzaan worden op 10 januari 1668 tot voogden aangesteld, over de nagelaten kinderen van zal. Neeltje Arents geprocreëerd bij Dirck Pieters Breeuwer, Theeuwis Arents Sluyck over Arent Dircks Sluyck, Pieter Arents Sluyck over Jan Dircks Sluyck en Cornelis Dircks Sluyck over Pieter Dircks Breeuwer, tevens voor het deel van de kinderen in de nagelaten goederen van hun oom Dirck Arents Sluyck zal. 73.
                      In de banne van Westzaan wordt op 10 juli 1668 de inventaris opgemaakt van de goederen die de nagelaten weeskinderen van zal. Neeltje Arents geprocreëerd bij Dirck Pietersz Breeuwer zijn opgestorven bij overlijden van hun oom Dirck Arentsz Sluycq, nl. 3001 gld 5 st 7 penn, nog diverse parten scheeps die voor de erfgenamen gemeen en onverdeeld zullen blijven. Aldus gedaan door Dirck Pietersz Breeuwer en Cornelis Dircsz Sluyck, hen sterk makende voor Heyndrick Dircsz Sluyck, die de deling gedaan en bijgewoond hebben ten overstaan van Teeuwis, Pieter en Cornelis Arentsoonen Sluyck, rechte omen en bloedvoogden van de voorschreven kinderen. Op 12 mei 1676 compareerden Dirck Pietersz Breeuwer als vader en voogd van de voorschreven kinderen, ter eenre, en Cornelis Arentsz Sluyck voor hemzelf en instaande voor Theuwis en Pieter Arentsz Sluyck als omen en bloedvoogden, ter andere zijde, en verklaarden nopende moeders erfenis derzelve kinderen bij vorm van uitkoop veraccordeerd te wezen dat de voorschreven kinderen zulen genieten de volgende goederen: (1) een stuk land op de Zuyer Wateringh bij Zaandam gemeen met Aeff Dircx, groot dezelve helft 789 roeden, genaamd Sijmen Piet Maijenven, (2) een ven bij de Noorder Wateringh te Zaandam, groot 420 roeden, (3) een half stuk land genaamd de Kleyne Koijen liggende buitendijk bij de runmolen bij Zaandam, groot 559 roeden, (4) een erf op 't Vinckepadt te Zaandam op 't Westendt, (5) een handschrift of obligatie ten laste van Marij Pieters weduwe van Jan Cornelisz Ouwe Jan inhoudende 1000 gld, (6) nog een dito ten laste van Rebecca Heyndricx weduwe en[?] Marij Goderis te Haarlem inhoudende 670 gld, (7) een obligatie ten laste van 't gemeneland van Holland monterende 300 gld, (8) de helft in 3 lijfrentebrieven monterende in 't geheel 600 gld, alles berustende onder de vader die gehouden blijft de voorschreven kinderen met behouden goed op te brengen. 81
                      In de banne van Westzaan bekennen in 1668 Teeuwis Arentsz Sluyck, Pieter Arentsz Sluycq, Dirck Pietersz Breeuwer en Cornelis Arentsz Sluycq, allen koopluiden te Zaandam, schuldig te wezen aan de nagelaten weeskinderen van zal. Neeltje Arents geprocreëerd bij Dirck Pietersz wonende te Zaandam, 3001 gld 5 st 7 penn, onder verband van een timmerwerf te Zaandam aan de Voorsaen, belend ten zuiden Walig Cornelisz, ten westen 's Heerenwech, en nog een halve ven land gelegen bij de Hoogendyck, belend ten zuiden de weduwe van Willem Jaep Mens, ten noorden de kinderen van Neeltje Arents Sluyck 82.
                           Uit dit huwelijk:
                      1. Pieter Dircksz BREEUWER, geb. ca. 1658, mr grootscheepmaker, begr. Westzaandam (graf 314) 3 juli 1714, tr. Guirtje Pieters KORVER, impost op begr. ald. 4 dec. 1717 (impost ƒ 30), begr. Oostzaandam, dr van Pieter Dircksz KORVER en Maritje ARENTS.
                          In de banne van Westzaan verkopen in 1683 Theunis Gerritsz Roelen en Pieter Dircksz Breuwer voor hemzelf en zijn andere mede-broers, aan Claes Sijmonsz Moij als mede-participant van de runmolen te Zaandam buitendijks aan 't Kerckrack, voor hemzelf en alle andere participanten, te Zaandam woonachtig, 9½ voet uit het rietland benoorden en aan de worf van de voorschreven molen, en beoosten de Kadijck, belend ten noorden de verkopers, ten zuiden de kopers, volgens de opdrachtbrief van 4 april 1670, voor 23 gld, en verkoopt in 1684 Pieter Dircksz Breuwer, ook instaande voor zijn andere broers, aan Jan Dircksz Gijsen, allen te Zaandam woonachtig, een erfje te Westzaandam achter 't Blauwe Padt, breed bij 't pad langs te meten 61½ voet, belend ten westen Cees Horn, ten noorden de koper, voor 40 gld 83.
                          Op 26 oktober 1696 testeren Pieter Dircsz Breeuwer en Guirtje Pieters Korvers, geëchte luiden wonende te Zaandam. Zij approberen alsnog het huwelijkscontract van 28 augustus 1683. Zij testeren aan hun kinderen die zij al hebben en namaals procreëren en in 't leven nalaten zullen, mits de langstlevende blijft zitten in de volle possessie van de ganse boedel, die geobligeerd zal zijn hun kinderen op te voeden tot hun mondige dagen, huwelijk of andere geapprobeerde staat. Als de langstlevende hertrouet zal die de kinderen hun vaders of moeders goed moeten bewijzen. De langstlevende zal voogd zin, met uitsluiting van de weesmeesters van Oostzaan en Oostzaandam waaronder de testateurs wonen. Als er geen kinderen zijn testeren zij op de langstlevende, en als die hertrouwt zullen de goederen half en half wederzijds gaan. 84
                          In 1688 is er een boedelscheiding tussen de drie kinderen en erfgenamen van Pieter Dircksz Korver en Maritje Arens, onder wie Pieter Dircksz Breeuwer in huwelijk hebbende Guirtje Pieters Korver 85.
                          Op 13 april 1714 geeft Guirtie Pieters, weduwe van Pieter Dircksz Breuwer, machtiging aan haar zoon Dirck Pietersz Breuwer en haar zwager Gerrit Jansz Ales 86.
                      2. Jan Dircksz SLUIJCK.
                      3. Arent Dircksz SLUIJCK, geb. ca. 1664, ged. (mennon.) Westzaandam 13 dec. 1685, zie 16.
                    34. (<17) (>68, >69) IJsbrant Arentsz FIJN, alias Breeuwer, houtkoper, overl. vóór 12 mei 1682, tr.
                        In de banne van Westzaan bekent in 1662 Isbrant Arentsz Breeuwer te Zaandam wonende gekocht te hebben van Gerrit Pouwelsz mede aldaar wonende een stukje land of erf, groot 117 roeden, liggende op de Mallegatssloot bewesten Rosbeijaart, belend ten noorden Pieter Jansz Horen, ten zuiden de verkoper, met de bepaling dat de verkoper noch zijn nakomelingen meer van dit land annex aan Maerten Dircx of anderen zullen mogen verkopen om dat te betimmeren of met hout te beleggen, voor 468 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1662, 1663 en 1664, telkens een derdepart 87.
                        In de banne van Westzaan verklaart in 1663 IJsbrant Arentsz wonende te Westzaandam het recht van de wind verkregen te hebben voor een windoliemolen genaamd Reijnout te Zaandam op zijn eigen grond, belend ten noorden de Mallegatsloot, ten zuiden Gerrit Pouwelsz, onder een erfpacht van 5 gld 's jaars 88.
                        In de banne van Westzaan in 1664 verkoopt Jan Roelen wonende in de Crabbelbuijrt aan Isbrant Arentsz Fijn wonende te Zaandam een stuk land genaamd het Tweebientie, groot 130 roeden, liggende op en over de Watering, belend ten noorden Pieter Eggesz Steur, ten westen Coopman Jan, voor 162 gld, en verkopen Cornelis Dircxz Speck c.s. wonende te Wormerveer aan IJsbrant Arentsz Fijn wonende te Zaandam een vrije overgang om van zijn molen genaamd Rosbaijert af en aan 's Heeren weg te gaan over het land genaamd de Mallegatsstrepen, te Zaandam aan de Zuidzijde van de Mallegatssloot, belend ten oosten de molen de Vogelstruijs, ten westen de molen genaamd Rosbaijert, voor 15 gld 89.
                        In de banne van Westzaan bekent in 1668 Lubbert Lourisz van IJsbrant Arentsz, beiden wonende te Zaandam, gekocht te hebben een balkzagersmolen en alle deszelfs gereedschappe, genaamd d'Roo Wildeman, met de helft in 't land waar dezelve op staat, zo beoosten als bewesten, te Zaandam bij de Hoogendijck, belend ten zuiden de Togtsloot, ten oosten Claes Claesz Vrient, ten westen de Corte Watering, ten noorden Gerrit Sijmonsz Wildeboer, item nog de helft in een akkertje op en bezuiden de Togtsloot, eindelijk nog een erf gelegen bij of aan de Hoogendijck, belend ten oosten Lambert Jansz, ten westen Thomas Adrijaensz Crabbedam, voor 2300 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telkens een derdepart, waarna de overdracht volgt 90.
                        In de banne van Westzaan in 1672 verkopen IJsbrant Arentsz Fijn en Cornelis Lourisz als zoon en voogd van zijn moeder Neeltje Jacobs weduwe van Lourus Lubbertsz, aan Sijmon Jopsz Krom, allen wonende te Zaandam, een erf te Zaandam op Rustenburgh, belend ten noorden Jacob Jansz Warius, ten zuiden de erfgenamen van Dirck Meijn, voor 182 gld 10 st, die het aan de verkopers terugverkoopt voor 170 gld, die dit erf, breed omtrent 28 voeten, weer verkopen, aan Jacob Claes Route, voor 250 gld, te betalen een derdepart mei 1672, een derdepart een jaar daarna en 't resterende derdepart na 2 jaar 91.
                        Op 11 februari 1710 geven Arent IJsbranntsz Fijn, Claas IJsbrantsz Fijn, Cornelis Gerritsz Thuijn getrouwd met Grietie IJsbrants, Arent Dircksz Sluijck in huwelijk gehad hebbende Guirtie IJsbrants mitsgaders Pieter Dircksz Breuwer en Pieter Pietersz Corver als door weesmeesters van de banne van Westzaan aangesteld tot voogden over de 4 minderjarige kinderen van de voornoemde Guirtie IJsbrants verwekt bij de gemelde Arent Dircksz Sluijck, wonende de voornoemde comparanten zo te Oost- als Westzaandam, tezamen erfgenamen van wijlen IJsbrant Arentsz Fijn en Barbertie Willems, in tijden echteluiden te Westzaandam, machtiging aan de voornoemde Cornelis Gerritsz Thuijn om te compareren voor het gerecht van de banne van Westzaan om op te dragen alle zodanige vaste goederen als door comparanten verkocht 92.
                        Op 7 mei 1710 hebben de kinderen en kindskinderen van IJsbrant Arentsz Fijn en Barbertie Willems de nagelaten boedel verdeeld, een vierdepart aan Arent IJsbrantsz Fijn, nl. een huis en erf te Westzaandam op het Dampat, belend ten westen, noorden en oosten Cornelis Claasz Vis, nog een grafstede te Westzaandam op het Mennonistenkerkhof, en een somme van penningen volgens de gesloten rekening hem competerende, een vierdepart aan Claas IJsbrantsz Fijn, nl. een derdepart in de zaagmolen, erf, schuren en gereedschap genaamd Pro Patria, nog een derdepart in zeker eiland genaamd de Fock gelegen recht tegenover de voorschreven zaagmolen, nog een grafstede alhier op het Mennonistenkerkhof, een achtstepart aan Arent Dircksz Sluijck, nl. een huis en erf te Westzaandam op Rustenburg, een achtstepart aan Pieter Pietersz Korver en Pieter Dircksz Breuwer voor rekening van hun minderjarige pupillen, nl. een obligatie op naam van IJsbrant Arentsz Fijn dd. 28 januari 1675 en nog een somme van penningen volgens de gesloten rekening hun competerende, een vierdepart aan Cornelis Gerritsz Thuijn, nl. een derdepart in de molenworf waar de voorschreven molen Pro Patria op staat alsmede een derdepart in 't vorengemelde eiland genaamd de Fock, en nog een grafstede in de Nieuwe Kerck; zij verklaarden de verdere losse en meubilaire goederen, als geld en inboedel, te hebben verdeeld 93
                        Op 5 januari 1657 worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt door IJsbrant Arentsz, bejaarde jongeman, en Barbertje Willems, jongedochter, beiden wonende te Zaandam. Voor elk zal een specificatie van de ingebrachte goederen gemaakt worden. De langstlevende zal de ingebrachte en de staande huwelijk opgekomen en opgestorven goederen krijgen en een douarie van 250 gld uit de goederen van de eerstaflijvige. De goederen van de eerstaflijvige gaan voor het overige naar diens erfgenamen ab intestato. Goederen geërfd door een kind gaan bij diens overlijden naar de andere kinderen. Winst en verlies staande huwelijk zullen komen aan wederzijden half en half. Gedaan ten huize van Willem Jacobsz (die tekent als Willem Jacobsz Mensen). 94
                    35. (<17) (>70, >71) Barbertje WILLEMS, begr. Westzaandam (graf 123) 22 sept. 1709.
                        In Zaandam zijn in 1665 IJsbrant Arentsz getrouwd hebbende Barbertje Willems, nagelaten dochter van zal. Willem Jacob Menssen, ter eenre, en Aeltje Jansdr, nagelaten weduwe van Willem Jacobsz voornoemd, geassisteerd met Pieter Cornelisz Vat en Dirck Claesz Lamberts haar wettige voogden, ter andere zijde, allen woonachtig alhier, geaccordeerd nopende de deling van de nalatenschap, nl. dat Aeltje Jans zal hebben de helft van inboedel en huisraad van de twee huizen en erven, 't ene op Jaep Mensespat en 't andere op Gerrit Ariszven, mits de huurpenningen op mei toekomende daarvan te ontvangen ten profijte van de voorschreven Aeltje Jans zullen komen, en daarenboven nog 2000 gld waarvan voorschreven Aeltje Jans bekent betaald te wezen; present waren Lourens Lubbertsz en Pieter Arentsz Fijn 95.
                        Op 12 mei 1682 geven Barbertje Willems, weduwe en boedelhoudster van Isbrant Arentsz Fijn, Cornelis Ariaansz Volger en Willem Jans Sonnewyser, allen wonende te Zaandam, machtiging aan Sr Daniel Leijts, notaris en procureur aldaar, om te vorderen van Jan Jansz Schilp wonende op de Koog zodanige somme als hun toekomende volgens de bescheiden daarvan zijnde 96.
                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1684 Barbertje Willems, weduwe van IJsbrant Arentsz Fijn, geassisteerd met haar zoon Arent IJsbrantsz Fijn, wonende beiden te Zaandam, 1/6 van 2 hoekjes land zijnde tezamen groot in 't geheel 450 roeden, liggende te Zaandam op of aan het Westeijnde van de Damstraet, belend ten noorden een gemene vaarsloot, ten zuiden Cornelis Jansz Swager, ten westen Rustenburgh, item nog een erf mede aldaar op het Noordeijnde van Rustenburgh, voor 315 gld 97.
                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1684 Barber Willems, weduwe en boedelhoudster van IJsbrant Arentsz Fijn, geassisteerd met haar meerderjarige zoon Arent IJsbrantsz Fijn, mitsgaders met Pieter Arentsz Fijn als oom en bloedvoogd van haar minderjarige kinderen, allen te Zaandam woonachtig, aan Jan Cornelisz Gast, wonende mede aldaar, een huis en erf te Westzaandam aan de Zaan, belend ten zuiden de weduwe van Cornelis Claasz Gast, ten noorden de erven Jacob Claasz Broocker, voor 2050 gld, en aan Pieter Arentsz Fijn (zonder met hem geassisteerd) een achtstepart in een ven liggende vooraan op de Koogh aan de weg, waar de molen het Varcken op staat, belend ten zuiden de koopster [sic], ten noorden de erven Cornelis Jansz Bouman, voor 105 gld 98.
                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1686 Barbara Willems, weduwe van IJsbrant Arents Fijn, wonende te Zaandam, aan Jan Hendricxz Zeeuw, mede wonende te Zaandam, een huis en erf te Zaandam op het Zopjenspadt, belend ten oosten Pieter Hendricxz Aken, ten westen Pieter Cornelisz de Jongh, voor 300 gld 99.
                        Op 15 januari 1707 testeert Barbertie Willems, weduwe van Isbrand Arentsz Fijn, wonende te Westzaandam vooraan in de Koog. Zij prelegateert aan haar jongste zoon genaamd Claas Isbrantsz Fijn „de groote silvere lapebeecker, een bedt, peluws, kussens, laackens ende deeckens dartoe behorende, een half eijcken kasje, ende dan nog zoo vele linnen en wollen klederen als haere andere kinderen ten huwelijk gaande hebben gehadt ende genoten”, mitsgaders daarenboven 150 gld in geld. Verder is haar begeerte dat haar voornoemde zoon na haar overlijden op taxatie van onpartijdige mannen in deling zal mogenhebben zodanige gedeelte in de houtzagersmolen genaamd Pro Patria staande op de Suijder Wateringh staande op land dat de testatrice in eigendom is toebehorende (met verdere bepalingen). Het is haar begeerte dat wat haar zwager [=schoonzoon] Arent Sluijk als beschadigde borg voor haar zoon Arent Fijn mocht hebben betaald uit de portie van haar zoon Arent Fijn zal moeten worden voldaan. 100
                             Uit dit huwelijk:
                        1. Guurtje IJsbrands FIJN, zie 17.
                        2. Grietje IJsbrands FIJN, begr. Westzaandam (graf 123) 22 sept. 1715, tr. Cornelis Gerritsz TUYN.
                        3. Arent IJsbrantsz FIJN, commandeur (ter walvisvangst), impost op begr. Westzaandam 15 dec. 1710 (pro deo), begr. ald. 16 dec. 1710 (graf 42, ƒ 3), tr. Trijntje PIETERS.
                            Op 17 september 1686 verklaren Arent Fijn als commandeur, Rutger Eertwijken stuurman, Claes Hoorn harpoenier en Claes Joosten, allen te Zaandam, ten verzoeke van Cornelis Cornelisz Oude Kees als reder en boekhouder van 't schip de Bootschap van Maria, dat het schip deze zomer varende op 11 juni jl. in het ijs op de hoogte van 77 graden verloren is, en van alle goederen niets is geborgen 101.
                            Op 30 september 1686 verklaren Arent IJsbrantsz Fijn voor commandeur, Willem Adriaensz Popjes en Claes Hoorn, harpoeniers, en Claes Gerrit Joostes, bootsgezel, met het schip De Bootschap van Maria ter walvisvangst op Groenland, ten verzoeke van Cornelis Dircsz Pieter Jannes meester timmerman, dat zij tussen 11 en 12 juni jl. op de hoogte van 70½ graad met zeer zwaar weer en harde deining hun hoogste mast hebben verloren, zulks dat zijluiden daarvan niets hebben geborgen alzo zijluiden ter nauwernood hun personen konden salveren 102.
                            In de banne van Westzaan verklaart in 1689 Arent Isbrantsz Fijn wonende te Zaandam het recht van de wind verkregen te hebben voor een zaagmolen gebouwd op eigen grond beoosten de Korte Wateringh, genaamd Pro Patria, voor een erfpacht van 4 ponden jaarlijks 103.
                            Op 21 augustus 1718 delen IJsbrand Arentsz Fijn, Nicolaas Arentsz Fijn [ondertekent als Bleeker], en Klaartje Arents Fijn weduwe van Teeuwes Jansz Muysse, allen meerderjarige kinderen en erfgenamen van Arent IJsbrandse Fijn en Trijn Pieters, en Adriaen Volkertsz Bakker en Klaas IJsbrandse Brooker als representerende en assisterende Neetltje Arents Fijn, oud bij de 23 jaren, en Maritje Arentsz Fijn, oud 21 jaren, beiden nog minderjarige kinderen. Klaartje heeft een dochter Baafje Teeuwes Muesse. 104
                        4. Claas IJsbrandsz BROOCKER, alias Fijn, geb. ca. 1677 105, ged. (mennon.) Westzaandam 18 jan. 1708, houtkoper, overl. ald. 20 okt. 1758, impost op begr. Koog aan de Zaan 20 nov. 1758 (pro deo), ondertr. (impost) Westzaandam 5 febr. 1707 (impost ƒ 3 voor hem, zij jongedochter te Oostzaanam) Jannetje Jacobs VIJSSELAAR.
                            In 1738 geven in Westzaandam Claas Broocker, houtkoper, ter eenre en IJsbrand Claasz Broocker, meerderjarig, aan Pieter Dirkse Bouwe in huwelijk hebbende Maritje Claas Broocker voor moederlijk goed ƒ 250; hun oom was Cornelis Jacobs Vijsselaar 106.
                      36. (<18) (>72, >73) Cornelis Arisz SEIJLMAECKER, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 11 febr. 1635, tr. ald. 21 sept. 1664
                          In Heemskerk verkopen in 1669 Conelis Arisz Seylemaecker, buurman te Uitgeest, en Claes Japsersz, buurman te Krommenie, aan Pieter Tamisz buurman te Uitgeest op Assum de helft van een stuk land genaamd Evertscamp, groot in 't geheel 840 roeden, belend ten oosten de banscheiding van Uitgeest, ten zuiden Pieter Jacobsz Snijer, ten westen de Tocht, ten noorden de Groote Evertscampen, voor ƒ 494-2-8 107.
                          In Uitgeest verkopen in 1672 Jacob en Cornelis Otsen, Pieter Sijmenssen, buurluiden alhier, ook voor de verdere erfgenamen van zal. Dirck Otsen, aan Cornelis Arisse Seijlmaecker. mede onze buurman, een huis met zijn erf op 't Nieuwelant, belend ten westen Jan Arissen Hen, ten oosten Jacob Steffensse, ten noorden de straat, ten zuiden de sloot, voor een custingbrief van ƒ 550, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1672, 1673, 1674 108.
                          In Uitgeest verkopen in 1682 Jan en Andries Arissen, Heijndrick IJsbrantsz, wonende binnen dit dorp, item Claes Jaspersz en Sijmen Claesz, beiden wonende te Krommenie, omen en bloedvoogden van 3 kinderen van zal. Cornelis Arissen Seijlmaecker en Jacobje Claes zal., voor 3 vijfdeparten, en Fredrick Cornelisz wonende alhier, als buitenvader van 't weeshuis van dit dorp, voor 2 vijfdeparten, aan Jan Claesz Nannen een huis en erf op Mijeuwelandt, belend ten zuiden de Sloot, ten noorden het Nijeuwelandt, ten oosten Jan Jansz Hen, ten westen Sijtie Claes, voor een custingbrief waarin de koper verklaart dit gekocht te hebben van de kinderen van zal. Cornelis Arissen Seijlmaecker voor 300 gld, te betalen in 3 termijnen 109.
                          in uitgeest heeft in 1683 Jan Arisse als oom en voogd van de 3 oudste kinderen van zal. Cornelis Arisz Seylemaecker en Jacobje Claes, met namen Maertien, Claes en Aris Cornelisz, de erfenis doen registreren van hun vader en moeder. Op 3 mei 1689 verklaart IJsbrant Joosten, in huwelijk hebbende Maertien Cornelis, van de 125 gld 25 gld uitgegeven te zijn en van de resternede 100 gld een derdepart ontvangen te hebben. Op 5 oktober 1694 verklaren Claes en Aris Cornelisz hun portie ontvangen te hebben. 110
                      37. (<18) (>74, >75) Jacobje CLAESDR, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 20 dec. 1637 (dochter van Claesje den Ouwen op Assum).
                             Uit dit huwelijk:
                        1. Maertien CORNELIS, ondertr. Uitgeest 8 aug. 1688, tr. Koog aan de Zaan IJsbrant JOOSTEN, wedn. van N.N.
                        2. Aris Cornelisz SEIJLMAECKER, zie 18.
                        3. Claes Cornelisz SEIJLMAECKER.
                        4. N.N. CORNELIS.
                        5. N.N. CORNELIS.
                      38. (<19) Cornelis AEMCKERSZ, tr.
                          In Uitgeest testeren in 1677 Cornelis Aemkersz en Aechte Cornelis Smackendochter, man en vrouw wonende alhier in Westergeest, aan elkaar het vruchtgebruik, de renten en de inkomsten van alle goederen, die desnoods verkocht mogen worden. Bij het aangaan van het huwelijk van hun zoon Cornelis Cornelisz hebben zij dezelve gegeven een bed met zijn toebehoren, of de waarde vandien, en 50 gld aan geld. Comparanten verklaren het ene kind zo wel te willen doen als het andere, en omdat nu bij hen geen gelegenheid is om aan hun dochter Antie Cornelis, alrede mede getrouwd, alsmede aan de verdere kinderen, zulks te doen, verklaren zij testateuren te begeren dat na hun overlijden de voornoemde Antie Cornelis, getrouwd met Jacob Abrahamsz, item Aemker Cornelis, Claes Cornelis en Aeltje Cornelis ieder vooruit zullen trekken een gelijke somme van 50 gld mitsgaders met bed en toebehoren indien hetzelve alsdan nog niet genoten. De boedel en de legaten zullen niet gedeeld of genoten worden alvorens het jongste kind 23 jaar of ten huwelijk zal zijn. 111
                      39. (<19) (>78, >79) Aechte Cornelisdr SMACK.
                          In Uitgeest bekent in 1642 Thijs Pietersz, buurman op de Marcken, schuldig te zijn aan Aechte Cornelisdr, de nagelaten dochter van wijlen Cornelis Cornelisz Smack en Anna Cornelisdr, in hun leven buurluiden binnen dit dorp, een jaarlijkse losrente van 2 gld, hoofdgeld 50 gld, met als onderpand een akkertje land in 't Woudervelt, groot 211 roeden, belend ten oosten de kinderen van Marij Claes Vasterts, ten zuiden de banscheiding, ten westen Aechte Tijssen, ten noorden Dirck Claesz 112.
                          In Uitgeest verkopen op 27 maart 1706 Jacob Abrahamsz, Claes Cornelisz Smit en Aris Cornelisz, en de rato caverende voor de weduwe van Aemker Cornelisz, allen erfgenamen van Aaght Cornelis Smacke, aan Jacob Jansz Visser een huis en erf in Westegeest, belend ten noorden Dirk Albertsz, ten zuiden Wouter Claasz, voor 140 gld 113.
                               Uit dit huwelijk:
                          1. Cornelis CORNELISZ.
                          2. Antie CORNELIS, tr. Jacob ABRAHAMSZ.
                          3. Aemcker CORNELISZ.
                              In Uitgeest verkoopt in 1698 Jan Pietersz Spijcker aan Aemck Cornelis een huis en erf op Assum, het erf groot 97 roeden, belend ten westen IJsbrant IJsbrantsz, ten oosten Pieter Jansz Huijsman, voor 180 gld, en verkoopt in 1701 Aemcker Cornelisz aan Heijndrick Jansz van Heemskerk een huis en erf op Assum, groot het erf 82 roeden, belend ten oosten Pieter Jacobsz, ten westen IJsbrant Kegom, voor 210 gld 114.
                              In Uitgeest certificeren in 1703 schout en schepenen, dat Aemker Cornelisz en Louris Nanne bij een verkoping bij executie kopers gebleven zijn van een stuk land genaamd Schepmeersven, groot 1467 roeden, in de polder van de Broeck, belend ten noorden Neel Pieters, ten westen de Tocht, toebehorende Huijbert Dircxe, geëxecuteerde, bij kracht van vonnis dd. 23 februari 1703, voor 440 gld, en verkoopt in 1704 Aemker Cornelisz aan Louris Nanne de helft van een stuk land in de Broeck, belend ten noorden Neeltie Pieters, ten zuiden de Wijde Busch, groot dezelve helft 733½ roede, voor 280 gld 115.
                              In Uitgeest verkoopt in 1705 Aamker Cornelisz aan Cornelis Pietersz een huis en erf in de Scheevelstraat, belend ten westen Frederick Stamme, ten oosten Aefje Harmens, voor 152 gld, en heeft in 1706 Fokeltje Mighielse verkocht aan Aemker Cornelisz voor de ene helft en aan Pieter Stamme en Jan Cole voor de andere helft, een huis en erf op Assum, belend ten oosten Jacob Brinko, ten westen Nies Bartelsz, voor 35 gld 116.
                          4. Claes Cornelisz SMIT, overl. Uitgeest 22 aug. 1728 (volgens lidmatenlijst), impost op begr. ald. 25 aug. 1728 (pro deo), tr. ald. 7 febr. 1683 (hij: Klaas Kornelisz Smak) Digna PIETERS, bij huwelijk jongedochter van Heiloo, in Uitgeest op 2 april 1684 op de lidmatenlijst als Digna Pieters, huisvrouw van Klaas Krelisz, op vertoon van attestatie van Limmen, overl. Uitgeest 4 dec. 1732 (volgens lidmatemlijst), impost op begr. ald. 5 dec. 1732 (pro deo).
                              In Uitgeest verkoopt in 1699 Claes Cornelis Smidt aan Jan Tijmens Backer een huis en erf, item een smidshuis met al het smidsgereedschap, al zijn huisraad en inboedel, in Westergeest, belend ten zuiden Jan Lourisz, ten noorden Cornelis de Groot, voor 500 gld 117.
                          5. Aeltje CORNELIS, zie 19.
                        40. (<20) (>80, >81) Goossen Jansz OOSTERHOORN, alias Sturc, verwer te Krommenie, overl. ca. 1670, tr. 1° Westzaandam 14 aug. 1661 (beiden van hier) Griete JACOBS, tr. 2° ald. 11 nov. 1662 (zij jongedochter aan de Oostzijde)
                            In Krommenie verkoopt in 1666 Cornelis Jansz te Krommeniedijk aan Goossen Jansz Oosterhooren, verwer, een losrente van 6 gld 's jaars 118.
                            In 1666 verzoekt Goossen Jansz Oosterhooren aan notaris Sijmon Oosterhooren een insinuatie te bezorgen aan Arent Alberts Neef, notaris en koopman te Zaanda, om te verzoeken de penningen, zoals die nog onder hem heeft als voogd en administrateuer van de goederen van zijn huisvrouw, te betalen of anderszins te verzekeren, en aan te bieden zo er nog enige kwestie tussen hen is die op te lossen door uitspraak van rechtsgeleerden of goede mannen 119.
                            In 1669 geven Goosen Jansz Oosterhooren, en de notaris Arent Albertsz Neef voor Aechtien Garmits als oom en last hebbende van Pieter Gerritsz, volmacht aan de procureuer Frederick Meyer wonende te Amsterdam om uit hun naam Cornelis Jansz Maeslandt, indien hij onwillig is cautie te stellen voor de vermindering van 't kapitaal, met middel van recht daartoe te constringeren 't welk hij als vruchtgebruik is bezittende, mitsgaders Michiel Koedijck te constringeren de inventaris door hem gemaakt van de goederen door zal. Marij Jans nagelaten bij ede te versterken 120.
                            Op 13 januari 1672 worden de goederen ten weesboek ingebracht van Jan, Pieter en Gerrit Goosens, nagelaten weeskinderen van zal. Goose Jansz Oosterhoorn verwekt bij Geertje Gerrits tegenwoordig hertrouwd met Gerrit Engelsz Man en door dezelve ingebracht, bestaande uit de somme van 9 gld 9 st. Op 9 mei 1708 compareren Jan Goosen Oosterhoorn, Pieter Goosen Oosterhoorn, instaande voor hun broer Gerrit Goosen Oosterhoorn, en bekennen hiervan voldaan te zijn. 121
                            In Krommenie verkopen in 1690 de kinderen en voogden [van de kinderen] van Gosen Jansz aan Gerret Engels Man een huis en erve op 't Made, belend ten westen Karsie van 't Padtje, ten oosten de weduwe van J. Mostert, voor 750 gld 122.
                        41. (<20) (>82, >83) Geertruijt 'Geertje' GERRITS, geb. ca. 1644, impost op begr. Krommenie 22 sept. 1705 (pro deo), ondertr. 2° ald. 6 dec. 1671 Gerrit Engelsz MAN, ged. (nederd. geref.) ald. 4 sept. 1644 (doopgetuige Tryn Gerrits), doet belijdenis (nederd. geref.) Krommenie 17 aug. 1681, overl. in Ierland vóór 28 juli 1722, zn van Engel GERRITSZ en Aechie CORNELIS.
                            In 1672 testeert Gerrit Engelsz Man, buurman te Krommenie, ziek te bedde. Hij verklaart indien hij zonder wettige descendenten komt te overlijden te legateren aan Gerrit Goossensz, de jongste zoon van testateurs huisvrouw geprocreëerd bij Goossen Jansz Oosterhooren, al zijn kleren, en tot zijn enige erfgenaam nadrukkelijk te constitueren Geertje Gerrits zijn lieve huisvrouw, om zonderlinge liefde hen daartoe porrende, en ook omdat bijkans al hetgeen hij nu in eigendom heeft van haar, zijn huisvrouw, gekomen is. 123
                            In Krommenie verkopen in 1708 Cornelis Gerritsz, Isack Jans Cake en Jan Baartsz Schouten, allen als last hebbende van Gerrit Engelsz Man, onze gewezen buurman maar thans uitlandig naar Schotland, volgens akte gepasseerd te Assendelft voor Claas Tijsz Heines op 16 februari 1707, aan Pieter Garbrantsz een huis en erf op het Mat, belend ten oosten Dirck Pietersz Clomp, ten westen Claas Aldertsz Schouten, voor 490 gld 124.
                            Op 28 juli 1722 is ten verzoeke van Cornelis Gerritse, Engel Gerritse, Lijsbet Gerrits en Gerrit Cornelis Spel getrouwd met Aagte Gerrits, kinderen en gezamenlijke erfgenamen ab intestato van wijlen hun vader Gerrit Engelse Man laatst gewoond hebbende in Ierland en aldaar overleden, een insinuatie gedaan aan Gerrit Goosen Oosterhoorn wonende op de Heijligeweg te Krommenie, dat hij bevorens Gerrit Engelse Man naar Ierland is gegaan van hem omtrent maart 1719 heeft ontvangen om te bewaren enige meubilaire goederen, onder conditie deze te houden totdat Gerrit Man weergekomen of overleden zou wezen, welke goederen waren 11 kussenslopen, 18 lakens, 2 bedkussens, een deken, een ...saar..[?], en 7 kopjes „pasteleijn”, een bakje „straats” en in een koperen ketel een geschilderd bord, dat hij de goederen tot nu toe weigerde terug te geven, en dat bij nalatigheid van de geïnsinueerde dezelve kinderen genoodzaakt zullen wezen middelen van justitie bij de hand te nemen en de kosten en de schade op hem te te verhalen. De geïnsinueerde zegt dat hij de goederen nog niet zal overgeven. 125
                                 Uit het eerste huwelijk:
                            1. Jan Goossensz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 17 aug. 1664, zie 20.
                            2. Pieter Goossensz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 aug. 1666, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 23 jan. 1995, impost op begr. ald. 17 nov. 1711 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 4), tr. Guert PIETERS, impost op begr. Krommenie 4 maart 1728 (pro deo, begr. in de kerk ƒ 4).
                                In Krommenie verkoopt in 1699 Cornelis Pietersz Bokis, de rato caverende voor zijn moeder Alet Gerrit Keijsers weduwe van Pieter Bokis, aan Pieter Goosz Oosterhoorn 1/44 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschappen genaamd de Witte Duijf, staande bewesten Krommenie, voor 35 gld contant 126.
                                In Krommenie verkoopt in 1718 IJsbrant Brantse aan Guert Pieters weduwe van Pieter Oosterhoorn een [venwousje?] achter het huis van comparant achter de sloot van de Heyligeweg, groot 26 roeden, belend ten oosten Griet Jans, ten westen Jeyes Febbes de Vries, voor 98 gld 127.
                                Op 22 april 1689 wordt een huwelijkscontract gesloten tussen Pieter Goossensz Oosterhooren, jongeman, geassisteerd met de notaris [Simon Oosterhooren], en Guirtje Pieters, jongedochter, geaasisteerd met Thijs Jacobs Kuijper haar oom, allen wonende te Krommenie. Als zij zonder kinderen uit dit huwelijk verwekt de eerststervende is, zal hij aan haar erfgenamen moeten uitkeren hetgeen zij ten huwelij zal hebben aangebracht, dat alleen bestaande in de kleren van linnen en wollen tot haar lijf behorende. 128
                            3. Gerrit Goossensz OOSTERHOORN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 15 juni 1670, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 3 juni 1696, attestatie om te trouwen 1° Westzaan 7 mei 1690 (zij jongedochter te Westzaan in de Krabbelbuurt), tr. Krommenie 7 mei 1690 Maartje PIETERS, tr. 2° ald. 18 juli 1694 (zij jongedochter van Westgraftdijk) Maartje JACOBS, impost op begr. ald. 7 sept. 1725 (pro deo, begr. in de kerk ƒ 4).
                                In Krommenie verkopen in 1692 Jasper Jacobsz Cuijper, Dirck Gerritsz met de verdere erfgenamen, aan Gerrit Goosen Oosterhoorn een huis en erf op het Westeijnt van de Heijligewegh, belend ten oosten Cornelis Heijndricksz van Assem, ten westen Pieter Claesz Gorter, voor 661 gld 129.
                                In 1725 testeren Gerrit Gose Oosterhoorn en Maertje Jacobs, echte man en vrouw wonende te Krommenie, hij zwak en pijnlijk te bedde liggende, aan de langstlevende en aan hun dochter of deszelfs zaad de legitieme portie; bij hertrouwen van de langstlevende zal die aan hun dochter de helft van de boedel moeten geven 130.
                                   Uit het tweede huwelijk:
                              1. Engel Gerritsz MAN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 jan. 1673.
                              2. Cornelis Gerritsz MAN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 febr. 1679, tr. 1° Maartje DIRKS, ondertr. (impost) 2° ald. 27 febr. 1720 (pro deo), tr. ald. 14 maart 1720 (hij weduwnaar op Krommeniehorn, zij jongedochter van Krommeniedijk) Guurtje FREDRIKS.
                                  In 1725 wordt de inventaris opgemaakt van de boedel van wijlen Cornelis Gerritsen Man op Krommeniehorn overleden, tussen hem en zijn achtergelaten huisvrouw Guurtje Vreriks in gemeenschap bezeten (o.a. allerlei winkelwaren); er zijn minderjarige kinderen 131.
                              3. Klaas Gerritsz MAN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 juli 1682 (de vader wordt Gerrit Engelsz Kuijper genoemd).
                              4. Aegje Gerrits MAN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 aug. 1684, tr. Gerrit Cornelisz SPEK.
                              5. Engel Gerritsz MAN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 5 okt. 1687, ondertr. (impost) ald. 16 aug. 1710 (pro deo), tr. ald. 31 aug. 1710 (beiden op de Horn) Sijbrig MAERTENS.
                                  In 1733 testeren Engel Gerritsen Man en Sijbrig Maertens, op de langstlevende, en daarna als er geen kinderen zijn half en half aan hun vrienden en magen 132.
                              6. Klaes Gerritsz MAN, ged. (nederd. geref.) Krommenie 5 febr. 1690.
                            42. (<21) (>84) Nanning IJSBRANTSZ, regent van 't weeshuis te Krommenie 133, komenijhouder, kramer, tr. ald. 18 sept. 1644
                                In Krommenie bekent in 1645 Nanning IJsbrantsz gekocht te hebben van Jan Jacopsz Laeckeman, onze geburen, een huis met erf op de Heiligewech, belend ten oosten de kinderen van IJsbrant Jacopsz, ten westen Cornelis Pouwels, voor 1040 gld, te betalen 1/3 gereed en 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen 1646 en 1647 (op 12 februari 1655 betaald en geroyeerd) 134.
                                In Assendelft verkoopt in 1647 Nan IJsbrantsz, buurman te Krommenie, aan Cornelis Cornelisz, buurman te Krommenie, een akker land genaamd Thijsenacker, groot 234 roeden, liggende op 't Noorteynd, belend ten noordoosten Claes Jansz Banning, ten zuidoosten de Delft, ten zuidwesten en noordwesten Claes Dignums, voor 284 gld, te betalen op 2 eerstkomende meidagen telkens een helft 135.
                                In Krommenie bekent op 12 juni 1647 Nanning IJsbrantsz, buurman te Krommenie, schuldig te wezen Bouwen Jansz, mede wonende te Krommenie en staande onder de weeskamer, 300 gld, met nog 15 gld voor de rente, terug te betalen op 13 juni 1648, met als onderpand een stuk land groot omtrent 668 roeden, belend ten noorden Engel Gavijsz, ten zuiden Gerrijt Joosepsz met Guerte Claesdr (op 14 juni 1651 doorgehaald als voldaan) 136.
                                In Krommenie verkoopt in 1649 Garmet Aeryaensz aan Nanningh IJsbrantsz, onze geburen, een hoekje land van Walichlant gelegen achter de Heiligewech, groot 26 roeden, belend ten oosten Jan Willemsz, ten westen de verkoper, voor 86 gld 10 st, en koopt in 1650 Henderyck Jansz Backer van Nanningh IJsbrantsz, onze geburen, een stuk land buiten de Heiligewech, groot 668 roeden, belend ten zuiden Guerte Claesdr, voor 1300 gld, te betalen 1/3 gereed, 2 derdeparten op 2 eerstkomende vrouwenlichtmisdagen 137.
                                In Krommenie bekent in 1654 Nan Isbrantsz wonende alhier op de Heiligewech schuldig te wezen aan Adriaen Cornelisz Kat wonende te Driebruggen een jaarlijkse losrente van 25 gld, kapitaal 500 gld, met als onderpand zijn huis en erf op de Heiligewech, belend ten westen Hilgont Jans, ten oosten Neel Jans, weduwe (op 17 maart 1657 voldaan en geroyeerd) 138.
                                In Krommenie in 1657 bekent Nan Isbrantsz schuldig te wezen aan Pieter Claasz Oosterhoorn, secretaris alhier, een jaarlijkse losrente van 18 gld, hoofdsom 450 gld, met als onderpand zijn huis en erf op de Heiligewech, belend ten oosten Neeltje Oomis, weduwe, ten westen Hilgont Jans (voldaan in 1706), en aan Pieter Kuijper, koopman te Alkmaar, een jaarlijkse losrente van 8 gld, hoofdsom 200 gld, met als onderpand zijn huis en erf op de Heiligewech, belend ten oosten Neeltje Ooms, ten westen Hilgont Jans, mitsgaders een tuintje daarover gelegen, groot omtrent 26 roeden 139.
                                Op 13 juni 1659 is in Krommenie de secretaris eiser namens de schout contra Nan IJsbrantsz, wonende alhier op de Heijligewegh, die zonder consent van de rooimeesters zijn wal voor zijn huis heeft gerepareerd; de eis is dat de gedaagde gecondemneerd zal worden de zonder consent gemaakte wal wederom af te halen en af te breken binnen 24 uur, anders zal dezelve wal op zijn kosten worden opgehaald en in de vorige staat gesteld. De gedaagde compareert niet. Op 8 augustus 1659 verklaart Nan IJsbrantsz zich bereid zijn wal volgens de order van de rooimeesters op te maken, en verzoekt hij de heer officier gratieuselijk over de boete te accorderen alzo het door onweten geschied is. 140
                                In 1660 verklaart Giljame Giljames, linnewever te Castricum, ten verzoeke van Gerrit Jansz Backer te Castricum, dat in de voorzomer van 1658 ten huize van requirant is geweest ene kaaskoper van Krommenie met zijn huisvrouw, dezelve genaamd Nan IJsbrantsz, dewelke met de requirant in handeling was om des requirants koeiekaas te kopen die hij de aanstaande zomer zou maken (met enkele voorwaarden), en dat de voornoemde kaaskoper zei „die ick niet en ontfangen en sal ick niet betalen”, en is eindelijk de koop daarop aangegaan op 14-10-0 „tsippont” 141.
                                In Krommenie is in 1660 Gerrit Jansz Bakker, buurman te Castricum, eiser contra Nan IJsbrantsz alhier, om betaling van 15-19-10 over geleverde koeiekaas in 1658. De gedaagde zegt de kaas voor 't gehele jaar te hebben gekocht, doch de eiser hem dezelve alleen in 't begin en 't laatst van 't jaar te hebben geleverd en de beste tijd die aan een ander te hebben geleverd. Schepenen renvoyeren de partijen naar goede mannen. 142
                                In Krommenie zijn op 18 maart 1661 de weduwe en erfgenamen van Sijmon Cornelis Tuni[?], in zijn leven houtkoper alhier, eisers contra Nan IJsbrantsz, komenijhouder alhier, om betaling van 20 gld 5 st; op 30 september 1661 wordt de gedaagde gecondemneerd 143.
                                In Krommenie zijn in 1662 Nan IJsbrantsz, komenijhouder op de Heijligewegh, en Aagje Cornelis, weduwe van Engel Gerritsz, wonende alhier, eisers contra Claas Gerritsz Keys, wonende mede alhier, om betaling aan ieder 1/3 van 2 derdeparten van de waarde van een huisje en erf op de Heijligewegh, hun, eisers, toebehorende, bewoond geweest door Pieter Olbrantsz. De gedaagde legt een koopbrief over van 30 augustus 1658 en zegt dat de eisers niet zullen bewijzen enig eigendom aan 't huis te hebben. Schepenen verwijzen naar goede mannen. 144
                                In Krommenie is op 10 november 1662 Nan IJsbrantsz, komenijhouder , eiser contra Cornelis Willemsz, timmerman, om betaling van 9-15 voor geleverde waren; de gedaagde doet een eis in reconventie van 11-6-0 over arbeidsloon door de gedaagde en zijn huisvrouw aan de eiser verdiend 145.
                                In Krommenie is in 1665 Kornelis Pietersz Heijn, koopman te Wormer, eiser contra Nan IJsbrantsz, kramer op de Heijligewegh, om betaling van 3-19-0 als rest over geleverde beschuit 146.
                                Op 10 september 1644 worden huwelijkse voorwaarden gesloten tussen Naningh IJsbrantsz, jonggezel, en Trijn Gerrits, jongedochter, geassisteerd met Cornelis Cornelisz haar oom en voogd, geburen te Krommenie. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn, winst staande huwelijk zal half om half verdeeld worden, en bij overlijden zonder kinderen gaan de goederen terug naar afkomst. 147
                            43. (<21) (>86, >87) Trijn GERRITS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 febr. 1622 (doopgetuige Duijf Cornelis).
                                   Uit dit huwelijk:
                              1. Gerrit NANNINGSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 juli 1645.
                              2. Gerrit NANNINGSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 21 juni 1648.
                              3. Grietje NANNINGS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 24 april 1650 (doopgetuige Claesie Pieters).
                              4. Sijmon NANNINGSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 28 april 1652.
                              5. Sijmon NANNINGSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 7 nov. 1653, tr. Alet PIETERS, dr van Pieter BESSE.
                                  In Krommenie verkopen in 1717 Nan Sijmonse, Jan Sijmonse, Jan Cornelis Spaans in huwelijk hebbende Heijmetje Sijmons en de rato caverende voor Gerrit Sijmonse, allen kinderen van Sijmon Nanningse en Alet Pieters, met approbatie van de crediteuren van Sijmon Nanningse en Alet Pieters, ten overstaan van Jacob Sijmonse Matselaer, aan Pieter Pieterse van der Laan wonende te Coogh een huis en erf op het Mat, belend ten oosten Jacob Rol, ten westen Nan Pieters Oomes, voor 275 gld 148.
                                  In Krommenie verkoopt in 1704 Jan Cornelis Spaans aan Alet Pieters, weduwe van Sijmon Nan, een huis en erf op 't Mat, belend ten oosten de weduwe van Buijs, ten westen Willem Claesz Eijff, voor 300 gld 149.
                              6. Grietje NANNINGS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 29 aug. 1655, zie 21.
                              7. Aegt NANNINGS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 20 april 1658, tr. Jan Gerritsz van LEIJDEN, ged. (nederd. geref.) ald. okt. 1662, impost op begr. ald. 6 nov. 1726, zn van Gerrit JANSZ en Aegtje CORNELIS.
                              8. IJsbrant NANNINGSZ, verwer, weesvader van Krommenie 150, tr. Marie Jans RAAPKONST, ged. (nederd. geref.) ald. 9 mei 1641 (doopgetuige Diewer Claes), dr van Jan Claesz RAEPKONST, diaken ald., en Aeriaentgen IJSBRANTS.
                                  In Krommenie verkoopt in 1705 Isbrant Nanusse aan Nannigh Maertse een huis en erf op Krommeniehorn, belend ten oosten het pad van Adriaen Heijndrijckse Louwe, ten westen Jan Commo [?], voor 249 gld 151.
                                  In Krommenie zijn in 1711 overeengekomen Marie Jans Raapkonst, weduwe van Isbrant Nanse Verwer, geassisteerd met Jan Huijbertsz Schipper en Jan Sijmonse Sluijs, ter eenre, en Cornelis Nanningsz Verwer, ook als mede-voogd van de minderjarige kinderen van Sijmon Nanningsz geteeld bij Alet Piet Besses, Jan Goosen Oosterhoorn getrouwd zijnde met Griete Nannings, Jan Gerritsz van Leije getrouwd zijnde met Aagt Nannes, Gerrit Sijmonse, Jan Cornelisz Spaans in huwelijk hebbende Heijmetje Sijmons, en Nan Pietersz Oomes, oud-burgemeester alhier, als mede-voogd van de minderjarige kinderen van Sijmon Nanninse bovengemeld, allen erfgenamen van wijlen de voorschreven Isbrant Nanse Verwer, ter andere zijde, over de deling van de boedel van Isbrant Nannisse en Marie Jans Raapkonst, als volgt. De erfgenamen van Isbrant Nannisse zullen aanbedeeld worden de helft in een huis, erf en tuin en wat tot de ververij behoort, met een grote verfketel, staande en gelegen op de Heijligeweg, belend ten oosten de weduwe van Isbrant Cornelisz Meester, ten westen Heijndrick Clase Hopman, item het huisraad, de inboel en kleren die Isbrant Nanningsz ten huwelijk heeft ingebracht, en zullen tot hun last nemen alle schulden die Isbrant Nannisse Verwer vóór het sluiten van het huwelijk met Marie Jans Raapkonst heeft gemaakt. De erfgenamen doen afstand van zodanige pretentie als zij sustineerden te hebben vanwege zekere huwelijkse voorwaarden door Isbrant Nanninfsz Verwer en Marie Jans Raapkonst gemaakt voor notaris Claas Tijse Heines op 6 februari 1704, en ook vanwege zeker contract tussen Isbrant Nannisse Verwer en zijn erfgenamen gemaakt onder de hand op 8 mei 1697. Marie Jans zal de wederhelft hebben en ook alles wat zij heeft ingebracht. In 1712 verkopen de erfgenamen van Isbrant Nannisz aan Marie Jans Raapkunst hun deel voor 340 gld 10 st. 152
                                  In Krommenie verkopen in 1714 Jan Heijndricksz Raapkunst, Jan Sijmonsz Sluijs getrouwd zijnde met Adrijaantje Huijberts, mede-erfgenamen van wijlen Marie Jans Raapkunst, ook voor de verdere erfgenamen, aan Jacob Jacobsz Middelhoven een huis en erf op de Heijligeweg, belend ten oosten Heijndrick Claas Jannes, ten westen de weduwe van IJsbrant Meester, item de worf over de sloot achter het voorschreven huis, belend ten westen de weduwe voorschreven, ten oosten Jeijes de Vries, voor 551 gld 153.
                              9. Cornelis NANNINGSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 19 maart 1662, verwer.
                            44. (<22) (>88, >89) Willem GERRITSZ, rolreder aan de Heijligeweg in Krommenie, ondertr. 1° (schepenbank) ald. 14 nov. 1655, tr. ald. Aagt JACOBS, dr van Jacob Cornelisz KEESEN, ondertr. 2° (schepenbank) Krommenie 14 dec. 1664 Aaff JANS, bij huwelijk jongedochter van Oostzaandam, ondertr. 3° (schepenbank) Krommenie 18 nov. 1668, tr. ald. Marij GERRITS, tr. 4°
                                In Krommenie koopt in 1657 Willem Gerritsz, wonende in 't Noortent, van Baltus Cornelisz, mede-erfgenaam van wijlen Cornelis Gerritsz, voor hemzelf en voor anderen, mitsgaders Willem Gavisz de Jongh als voogd van de weduwe van Cornelis Gerritsz voornoemd, een huis en erf op de Heyligeweg, belend ten oosten Engel Gerritsz, ten westen Neeltje Maertens, voor 1000 gld 154.
                                In Krommenie wordt in 1665 de inventaris opgesteld van 't gene Willem Gerritsz, op de Heijligewegh woonachtig, zijn onmondig kind genaamd Annetge verwekt bij Aagt Jacobs tot moeders erfenis bewezen heeft, in 't bijzijn van Jacob Cornelisz Keesen 's kinds grootvader van de verstorven zijde, als volgt: eerst 212½ roede land in het land van Jacob Cornelisz Keesen voornoemd, door elkaar gerekend, zijnde de helft van de portie die Willem Gerritsz uit de landerijen van dezelve Jacob Keesen voor moeders erfenis te beurt is gevallen, nog alle kleren ten lijve van 's kinds moeder hebbende behoord; voorts zal de vader het kind onderhouden tot zijn mondige dagen of huwelijke staat toe (geroyeerd vanwege een nieuwe inventaris), en wordt een afgebroken nieuwe inventaris gemaakt tussen 12 september 1668 en 23 januari 1669, waarin alleen sprake is van de helft van een ven land groot in 't geheel 1043 roeden gelegen voor de Vlus, belend ten zuiden de weduwe van Hendrick van Assum 155.
                                In Krommenie wordt op 29 mei 1669 de inventaris opgemaakt van de goederen van 't kind van Aef Jans zal. genaamd Aegte verwekt bij Willem Gerritwsz, door hem en Jan Jansz Koop oom, van 's moeders zijde als voogd, ten weesboek gebracht: eerstelijk een stuk land in de banne van Oostzaan bij de Noorder Valdeursloot in Ares Jannenweer genaamd Bleeckers, groot 100 roeden, belend ten zuiden Cornelis Adams, nog een stuk land ten noorden van 't bovenstaande genaamd de Maeslootskamp, groot 62½ roede, belend ten noorden Jan Dircxz Beemster, ten oosten de Maesloot, ten westen de Weegouw, alles Rijnlandse maat, nog aan contant geld 53 gld 11 st berustende onder de vader (op 13 december 1673 geroyeerd daar Aegte Willems onlangs is komen te overlijdemn en de goederen zijn geërfd door de vader) 156.
                                In Krommenie verkoopt in 1670 Cornelis Jacobsz aan Willem Gerritsz 1/64 in een hennepkloppersmolen genaamd de Karsseboom, voor 31 gld 5 st contant, en verkopen in 1671 Willem Gaves dJong, Jan Kristiaensz, Allert Barentsz Backer, Dieuwer Dircx en Cornelis Jan Poulusz de helft en 1/40 in een hennepkloppersmolen genaamd de Karseboom aan 15 personen, waaronder Willem Gerritsz, voor 787 gld 10 st contant 157.
                                In 1675 maken Pieter Jans Suyth, Symon Cornelisz Heynes, Willem Gerritsz, Dirck Gerritsz, Willem Sevenhuysen, Josup Cornelisz Gorter c.s. een contract met Pouwels Jansz Woude om hem van tijd tot tijd ter hand te stellen een goede kwantiteit hennep, as, carrel [=vlas] en verder alle zodanige materialen en gereedschappen die tot de rolrederij behoren, waarmee Pouwelsz Jansz Woude voor de eerste comparanten goede bekwame rollen Hollands canvas en zeildoek zal maken voor 2 gld, maar zo lang het contract zal duren voor niemand anders deze rollen mag maken 158.
                                In Krommenie verkopen in 1680 Willem Gerritsz en Pieter Jacobsz Lakeman aan Willem Engelsz, allen wonende te Krommenie, een stuk land bewesten de Vlus, groot 1043 roeden, belend ten zuiden Cornelis van Assum, ten noorden Aegte Willems, voor 677 gld 19 st, verkopen in 1683 Willem Dircksz Aten en Jan Cornelisz Gorter aan Willem Gerritsz en verdere consorten, allen reders aan de hennepkloppersmolen genaamd de Karseboom, 3/40 in de voorschreven molen staande aan de Noortsluys, belend ten zuiden de voorschreven sluis, voor 100 gld, en verkoopt in 1687 Cornelis Willemsz Backer aan Willem Gerritsz een huis en erf op de Heijligewegh, belend ten oosten de koper, ten westen de verkoper, voor 640 gld 159.
                                     Uit het eerste huwelijk:
                                1. Annetge WILLEMS.
                                     Uit het tweede huwelijk:
                                1. Aagte WILLEMS.
                              45. (<22) (>90) Aegje DIRCX, impost op begr. Krommenie 22 april 1707 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 4; aangever haar zoon Gerrit Willems Gerritsz).
                                  In Krommenie wordt in 1699 de inventaris opgemaakt van de goederen tot nu toe gemeenschappelijk bezeten door Aegje Dircx, weduwe van Willem Gerritsz, in zijn leven rolreder te Krommenie, en haar enige zoon Gerrit Willemsz, meerderjarig, geprocreëerd bij voornoemde Willem Gerritsz, als volgt. Twee huizen en erven naast elkaar gelegen op de Heijlegeweg met een tuin daarachter, tezamen waard 2600 gld, drie stukjes land naast elkaar gelegen op de Melcksloot tezamen groot 1262 roeden, waard 700 gld, 1/10 in een hennepkloppersmolen genaamd de Blauwe Arent, waard 90 gld, 1/20 in een hennepkloppersmolen genaamd de Kersseboom, waard 90 gld, de rolrederij als garen, rollen, as, mitsgaders al het rolredersgereedschap, waard in het geheel 8200 gld, en een boeier en een kleine schuit, waard 350 gld. Voorschreven weduwe Aegje Dircx ter eenre, en Gerrit Willemsz voornoemd ter andere zijde, ten overstaan van Willem Dircksz, broer van Aegje Dircx, wonende te Wormerveer, en Jacob Isbrantsz Wiggers, verklaren met elkaar minnelijk schifting en deling gedaan te hebben, waarbij alle genoemde goederen aan Gerrit Willemsz komen, die aan Aegje Dircx 6100 gld zal uitkeren, en waarbij huisraad en inboedel afzonderlijk is verdeeld. 160
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Gerrit Willemsz SWART, zie 22.
                                46. (<23) Cornelis DIRCKSZ, ondertr. (schepenbank) Krommenie 10 febr. 1669 (hij jonggezel van Assendelft, zij jongedochter van Krommenie)
                                    In Krommenie koopt in 1670 Cornelis Dircxz wonende alhier op de Heijligeweg van Cornelis Jaspersz mede aldaar een huis en erf op de Heijligeweg, belend ten oosten Pieter Jansz Breuder, ten westen de weduwe van Lambert Pietersz Balig, voor 682 gld, te betalen op 7 opeenvolgende Meidagen 161.
                                    In Krommenie zijn in 1683 tot voogden gesteld over 't onmondige kind van Cornelis Dircksz als getrouwd geweest zijnde met Marrij Jans de personen van Jan Louwersz Back wonende te Uitgeest en Cornelis Jillisz 162.
                                47. (<23) (>94) Marij JANS, impost op begr. Krommenie 18 juni 1706 (impost ƒ 3, begr. in de kerk ƒ 4; aangifte door Jacob Willemsz Sondagh van zijn [stief]moeder Marietje Jans), tr. 2° Willem Claesz SONDAGH.
                                    In Krommenie verkoopt in 1675 Jan Willemsz Groot, als vader en voogd van zijn dochter Marij Jans weduwe van Cornelis Dircksz, wonende alhier op de Heijligewecht, aan Dirck Jansz mede wonende alhier op de Heijligewecht een huis en erf op de Heijligewecht, belend ten oosten Jan Pietersz Breuder, ten westen Jan Pietersz Glas, voor 550 gld, te betalen op 4 meidagen, in 1675, 1676, 1677 en 1678 163.
                                    In Krommenie verkopen in 1684 Willem Claesz Sonnendagh en Allert Teuwisz aan Sijmen Claesz, allen wonende te Krommenie, een huis en erf op de Heijoige Wegh, belend ten oosten Cornelis Willemsz Backer, ten westen Stijntje Omes, voor ƒ 735, te betalen in 4 termijnen 164.
                                    In Krommenie verkoopt in 1684 Willem Claesz Sonnendagh, met approbatie van de heren weesmeesters, aan Jan Woutersz, allen wonende te Krommenie, een huis en erf op de Heijligewegh, belend ten oosten Jan Pietersz Breuder, ten westen de weduwe van Lammert Pieter Baligen, voor 550 gld (geroyeerd op 5 augustus 1687). [Ditzelfde huis en erf was al in i675 verkocht door de vader van Marij Jans namens zijn dochter; het lijkt er op dat die voorafgaande verkoop teniet gedaan is, bijv. vanwege insolvabiliteit van de koper of door tussenkomst van de weesmeesters.] 165
                                    In Krommenie testeert op 20 april 1713 Willem Claasz Sondagh, ziekelijk te bedde liggende. Hij revoceert zijn testament gemaakt op 4 juni 1707 voor notaris Claas Tijse Heijnes, maar zijn testament van 28 april 1698 bij dezelfde notaris zal in zijn geheel blijven. Verder is het zijn wil dat zijn zoon Jacob Willemsz Sondagh zal hebben en behouden het huis en erf waar hij Jacob thans in woont, gelegen in 't Westend van Tona…[?], voor een somme van 900 gld. 166
                                         Uit het eerste huwelijk:
                                    1. Magtelt CORNELIS, zie 23.
                                  48. (<24) (>96, >97) Michiel WILLEMSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 sept. 1626 (doopgetuige Rysch Adriaens), schuitvoerder, overl. vóór 21 febr. 1663, ondertr. 1° ald. 16 febr. 1653 Trijn CLAES, dr van Claes Cornelisz BOLIJ en Annetgen CLAESDR, ondertr. 2° ald. 18 maart 1660
                                      In 1654 verklaart Michiel Willemsz schuitvoerder te Krommenie, in huwelijk gehad hebbende Tryntge Claes dochter van Claes Cornelisz Bolij, en overzulks mede-erfgenaam voor een vierdepart van dezelve, uit handen van Jan Claesz, tegenwoordig wonende te Amsterdam, zijn zwager, ontvangen te hebben de somme van 80 gld, in volle betaling hem comparant door het overlijden van voornoemde Claes Cornelisz Boolij, zijn vrouws vader, aangeërfd 167.
                                           Uit het eerste huwelijk:
                                      1. Claes MICHIELSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 8 febr. 1654.
                                    49. (<24) Arijaentje CLAES, geb. ca. 1639, impost op begr. Krommenie 6 mei 1717 (pro deo, begraven pro deo, aangever haar zoon Claas Mighielse), ondertr. 2° ald. 28 maart 1666 (hij jonggezel van Wijk op Zee) Elias JACOBSZ, tr. 3° ald. 30 sept. 1682 Tijs Sijmonsz CORTIS.
                                        Op 28 april 1663 wordt in Krommenie een attestatie geleverd door Ariaantje Claas, weduwe van Mighiel Willemsz schuitvoerder, oud omtrent 23 jaar, en Diewer Claas, jongedochter 168.
                                        In Krommenie verkopen in 1707 Gerrit van Manen onze secretaris en Claas Mighielsz, als last en procuratie hebbende van Adrijaentke Claas, laatst weduwe en boedelhoudster van Tijs Sijmonsz Cortis, alsmede van deszelfs crediteuren, aan Pieter Baartsz Biersteeker te Krommenie een huis en erf met een bierstal staande op het oostend van de Heijligewegh, belend ten oosten de Durcksloot, ten westen de weduwe van Claas Claasz Schouten, voor 1000 gld 169.
                                             Uit het eerste huwelijk:
                                        1. Claes MICHIELSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 1 mei 1661, zie 24.
                                        2. Michiel MICHIELSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 21 febr. 1663, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 23 jan. 1695, impost op begr. ald. 22 april 1707 (pro deo, begr. op het kerkhof ƒ 1; aangever zijn broer Claas Mighielsz), tr. Krommenie 6 jan. 1697 Marij Claes van LIMMEN.
                                            In Krommenie verkoopt in 1698 Pieter Jans Besz wonende in Marken-Binnen aan Michiel Michielsz 1/40 in een hennepkloppersmolen, erf en gereedschappen genaamd de Kersseboom, bij de Noordersluijs aan de Nieuwe-Vaartdijck, voor 30 gld, welk part in 1698 door Martje Claas, weduwe van Mighiel Mighielsz, geassisteerd met Claas Mighielsz, verkocht wordt aan Pieter Marten Baas voor 30 gld 170.
                                               Uit het tweede huwelijk:
                                          1. Marijtje ELIAS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 31 okt. 1666.
                                        52. (<26) (>104, >105) Pieter Claesz BACKER, ged. (nederd. geref.) Krommenie 31 jan. 1618, overl. vóór april 1667, tr. 2° ald. 26 dec. 1666 (hij weduwnaar van Krommeniehorn, zij bejaarde dochter van Krommenie) Duijf WOUTERS, geb. ca. 1620, tr. 1° ald. 1 dec. 1641 (hij jonggezel van Krommenie, zij jongedochter wonende op de Horn)
                                            In 1653 bekent Pieter Claesz Allertsz wonende te Krommenie op de Horn schuldig te wezen de armenvoogden van de huiszittenarmen van Krommenie 200 gld tegen 5 gld in 't honderd jaarlijks, met als borgen Claes Jansz van de Horn en Jan Claesz mede aldaar 171.
                                            Op 8 februari 1658 verklaart Jan Maartsz, jongeman, wonende te Krommenie in de Krommenieër watermolen, oud omtrent 24 jaar, ten verzoeke van Pieter Claasz Backer, mede aldaar op de Horn woonachtig, dat hij op zaterdagavond op de 2e dezer laatstleden ten huize van de requirant is geweest, alwaar mede was Jan Claasz Raapconst zwager van dezelve, waar sprake was tussen de requirant en dito Raapconst over de deling van het huis en erf dat zij benevens Symon Claasz Raapconst met hun drieën van Claes Jansz van de Horn, hun vader en schoonvader, hebben geërfd, rakende eindelijk met hun beiden zo ver heen dat de voormelde Jan Raapconst het gehele huis en erf te neem of te geef stelde voor tien guldens, daarbij expresselijk belovende, dat hij, Raapconst, het voorschreven huis en erf de requirant (zo hij het huis voor de prijs door hem te noemen aannam) in 't geheel zonder fout zou leveren en absoluut doen hebben. Hetwelk alles zo gepasseerd zijnde dito Raapconst de prijs begrootte op 590 gld contant of 605 gld op 2 eerstkomende meidagen, tot keus van de requirant, waarop ten laatste het huis en erf van de requirant is aangenomen voor de hoogste som op 2 meidagen alsvoren, waarop de wijnkoop terstond volkomen is gegeten en gedronken van welke hij, getuige, verklaarde mede genoten te hebben 172.
                                            In Krommenie bekent in 1658 Pieter Claasz wonende op de Horn schuldig te zijn de diaconie der Gereformeerde Gemeente alhier een jaarlijkse losrente van 4 gld, hoofdsom 100 gld, met als onderpand een huis en erf op de Horn, belend ten westen Sijmon Willemsz Waart, ten oosten Jan Claasz Raapconst 173.
                                            In Krommenie wordt in 1670 in plaats van Jan Clasen Raepkonst als voogd over 't kind van Pieter Clasen Backer gesurrogeerd Allert Claesen Backer 174.
                                            In 1666 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Pieter Claesz Backer, weduwnaar, em Duijfje Wouters, bejaarde dochter, beiden woonachtig te Krommenie, zij geassisteerd met Joris Jansz Coperslager te Zaandam. Als zij vóór hem overlijdt zonder wettig nazaad na te laten zal hij de ganse boedel door haar nagelaten hebben, zonder enig onderscheid. Als hij als eerste overlijdt zal zij de ene helft van de gemeenschappelijke boedel genieten en de erfgenamen ab intestato van hem de wederhelft. 175
                                            Op 23 juni 1668 worden verklaringen geleverd door Duijf Wouters, weduwe van Pieter Claasz Bakker, oud 47, Sijmon Willemsz Waarts, oud 52, en Gerrit Dircxz, in huwelijk hebbende Bregje Pieters dochter van dezelve Pieter Claasz bakker, oud 30 jaren, allen wonende te Krommenie op de Horn, ten verzoeke van Guirtje Dircx, weduwe en boedelhoudster van Jan Claasz Bakker in zijn leven oud-schepen van Krommenie. Eerstelijk verklaart Gerrit Dircxz dat een week of twee voor Pasen 1667 de goederen van de overledene gedeeld zijn, tussen hem en de voogden van zijn vrouws broer ter eenre, en de voormelde weduwe ter andere zijde; het huis op de Horn is de voorschreven weduwe aangedeeld met een vrij pad over de westkant van de worf van Claas Jansz van 5 voet breed volgens de brief daarvan zijnde voor 540 gld. Sijmon Willemsz Waarts verklaart te weten dat het pad hiervoor vermeld door Pieter Claasz zal. van zijn schoonvader is gekocht en dat mitsdien 't zelve pad bij 't voormelde huis behorende is. De voornoemde Duijff Wouters verklaart het huis en erf met het voorschreven pad, haar aangedeeld zijnde, wederom aan zal. Jan Claasz Bakker, man vaqn de requirante, verkocht te hebben zoals het haar aangedeeld is, voor 600 gld. 176
                                        53. (<26) (>106, >107) Diewer CLAES, ged. (dochter van Clas Janssen op den Horren en Duijffken Symons).
                                               Uit dit huwelijk:
                                          1. Aechie PIETERS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 4 okt. 1642 (doopgetuige Jannitgen Claes).
                                          2. Brechje PIETERS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 5 mei 1647 (doopgetuige Duyf Symons), tr. ald. 19 dec. 1666 Gerrit Dircxz REIJNTIES, geb. ca. 1637, zn van Dirck Gerritsz REIJNTIES.
                                          3. Claes PIETERSZ, zie 26.
                                        54. (<27) (>108, >109) Hillebrant DIRCKSZ, geb. ca. 1643, ondertr. (impost) 2° Krommenie 4 juli 1696 (pro deo) Grietje GARMETS, tr. 1°
                                            In 1675 verklaren Pieter Jansz Baijer, oud 32 jaar, Claes Symonsz 27 jaar en Hillebrant Dircksz 32 jaar, allen bootsgezellen, en Jan Engelsz oud 40 jaar, schieman, gevaren hebbende op het schip de Vergulde Wortel, allen wonende te Krommeniehorn, ten verzoeke van de commandeur Wouter Jansz van Uitgeest dat, toen zij deze zomer in Groenland in 't ijs zaten, omtrent een scheepslengte van hen mede in 't ijs vast zat een schip genaamd de Taenderije waar commandeur op was Jan Maertensz wonende op Jisp, welke schip zodanig beschadigd was dat het daar heeft moeten blijven. Aan de zij van dat schip lagen 2 walvissen. De twee commandeurs zijn toen overeengekomen dat het schip van de deposanten de 2 vissen binnen boord nam, waarbij de commandeur van dat schip schriftelijk afstand deed van de 2 vissen, en uiteindelijk ook 13 man van het scheepsvolk. 177.
                                            In 1675 verklaren een groot aantal schepelingen op het schip de Vergulde Wortel, o.a. Hillebrant Dircsz van Krommeniehorn, ten verzoeke van hun commandeur Wouter Jansz van Uitgeest, dat zij, ter walvisvangst op Groenland dit jaar op de hoogte van 76 graden 12 minuten, op 25 juni zodanig door 't ijs zijn geperst dat zij daardoor een groot gat in 't stuurboord bekwamen waardoor in een ommezien 't schip vol water was en op zijn zij raakte, dat zij genoodzaakte waren zoveel victualie en andere behoeften als hun mogelijk was te bergen, en op het ijs te vluchten, en ondertussen bezig waren de masten te korten om alzo te voorkomen dat het schip helemaal om zou vallen en om het gat boven water te krijgen. Zeer geholpen door het scheepsvolk van commandeur Cornelis Pietersz Pronck van Uitgeest, dat met alle macht te hulp kwam, hebben zij het gat dichtgetimmerd en 't schip weer rechtop gekregen. Door welk ongemak wel enige goederen en gereedschappen zijn verloren en vermist geworden. Eindelijk verklaren zij nog dat commandeur Jan Maertensz van Jisp, hebbende zijn schip verloren op 12 juni laatstleden, aan boord is gekomen, van wie zij 2 walvissen overgnomen hebben die 3 etmalen in zee los gedreven hadden. Gedaan en verleden in 't schip de Vergulde Wortel liggende in de Holle Sloot, ter presentie van Pieter Symonsz Bonckenburg van Uitgeest en Dirck Jansz uit De Rijp, als getuigen. 178
                                            In Krommenie wordt in 1696 tot voogd van de 2 onmondige kinderen van Hillebrant Dircksz geprocreëerd bij zal. Trijn Pieters, genaamd Martje en Neeltje, aangesteld Pieter Reijersz wonende te Krommeniedijk 179.
                                            In Krommenie verkoopt in 1697 Hillebrant Dircksz wonende te Krommeniedijk aan Pieter Willemsz mede wonende aldaar een huis en erf te Krommeniedijk, belend ten oosten Gerrit Jansz Oud Mansen, ten westen Pieter Reijersz, voor 200 gld 180.
                                        55. (<27) Trijn PIETERS.
                                               Uit dit huwelijk:
                                          1. Marij HILLEBRANDS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 okt. 1672, zie 27.
                                          2. Neeltje HILLEBRANTS.


                                        Generatie VII (<VI, >VIII)

                                        64. (<32) (>128) Pieter IJsbrantsz BREUWER, geb. ca. 1592, armenvoogd te Zaandam, mr scheepstimmerman, overl. vóór 2 mei 1652, tr.
                                            In de banne van Westzaan is in 1617 Reyer Jacobsz Smidt op Zaandam eiser contra Pieter IJsbrantsz wonende op Zaandam, om betaling van 21 gld 10 st, ter cause dat de gedaagde heeft genomen tot zijn wil een schuitje hetwelk de eiser gekocht had voor de voorschreven somme, waarover de gedaagde de schuit genomen en „gespillieerd” heeft. Partijen hebben de zaak gelaten aan ene Cornelis Luytsz kistemaker te Westzaan, mits dat de gedaagde timmerman daartegen zal nemen wie hij wil, welverstaande dat Cornelis Luytsz te Zaandam moet komen. 181.
                                            In de banne van Westzaan op 8 maart 1622 bekent Michiel Jansz Crosijn wonende op Zaandam gekocht te hebben van Pieter en Cornelis IJsbrantssooen c.s., mede buurluiden aldaar, een erf in de Ghrote Ven te Zaandam achter de Horn, groot 24 roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Sarel Jansz, ten noorden de voorschreven Pieter en Cornelis IJsbrantssoonen c.s., voor 228 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1622, 1623 en 1624 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, en verkopen Jacob Pietersz als voogd van Stijntgen Dircxdr, weduwe van Cornelis Cornelisz Zeeman, Jan Cornelisz Dobber en Willem Jansz Smidt, alle voogden van de kinderen van Stijntgen voorschreven, wonende op Zaandam, aan Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurluiden aldaar, een hoekje erf, breed 5 voeten, lang aan de Dyck of Herenwech tot de Dycksloot toe, belend ten zuiden Stijntgen Dircxdr voorschreven, ten noorden Evert Jansz, voor 90 gld 182.
                                            In de banne van Westzaan in 1623 verkoopt Cornelis Pietersz wonende op Zaandam aan Jacob Mensen, smid, mede buurman aldaar, een vierdepart in een stuk land groot omtrent 840 roeden, liggende gemeen met Jan Luytsz c.s. achter de Horn te Zaandam, belend ten noorden Jan Gerretsz, ten zuiden Gerret Aresz, voor 321 gld 10 st, en bekent Jacob Mentsz, smid, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Jan Luijtsz en Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurmannen aldaar, 3 vierdeparten van een stuk land groot in 't geheel 840 roeden, liggende achter de Horn, belend ten noorden Jan Gerretsz, ten zuiden Ghriete Ares, voor 918 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625, gevolgd door de opdracht door Jan Luytsz voor hemzelf, en Pieter IJsbrantsz c.s. als voogden van de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz zal. ged. [in tegenspraak met latere vermeldingen van Cornelis IJsbrantsz], wonende op Zaandam 183.
                                            In de banne van Westzaan bekent in 1623 Cornelis Jansz van 't End, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurluiden aldaar, 20 roeden land in de Ghroote Ven bij Zaandam, belend ten oosten de Nieuwe Sluijs, ten zuiden de Braeck, ten westen en noorden de [Ghroote] Ven, voor 210 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, bekent in 1623 Dirck Cornelisz Sluijck, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurluiden aldaar, 28 roeden land uit de Ghroote Ven, belend ten oosten Willem Jansz Smidt, ten westen Cornelis Jansz Steves, ten noorden de Ven, ten zuiden de Dycksloodt, voor 198 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, bekent in 1623 Cornelis Jansz Steves , wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurluiden aldaar, 30 roeden liggende in de Ghroote Ven, belend ten oosten Dirck Claesz Sluijck, ten zuiden de Dijcksloot, ten westen en noorden de [voorschreven] Ven, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, verkoopt in 1624 Pieter IJsbrantsz „comsocius” wonende op Zaandam aan Jacob Willemsz onze buurman aldaar een erfje in de Groote Ven bij Zaandam, belend ten westen Jacob Jansz Steves, ten oosten de Braeck, ten zuiden de Hoogendijck, voor 128 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1624, 1625 en 1626, en bekent in 1624 Claes Heyndericxz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Pieter en Cornelis IJsbrantssoonen onze buurluiden aldaar een erfje in de Groote Ven, belend ten zuiden de Braeck, ten oosten de Dycksloot, yen noorden het Pat, ten westen de Nieuwe Sloot, voor 554 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op eerstkomende meidagen daaraanvolgend, te weten 1625 en 1626 (op 16 juni 1633 voldaan door de erfgenamen van Claes Heyndericxz), gevolgd door de opdracht 184.
                                            In de banne van Westzaan verkopen in 1625 Pieter IJsbrantsz c.s. wonende te Zaandam aan Garbrant Gerretsz mede buurman aldaar een erfje in de Groote Ven, belend ten oosten de weduwe van Dirck Cornelisz Breeuwer, ten westen de verkoper, mits dat dit erfje een vrije gemene gang heeft aan de zuidzijde van 't erf van 5 voeten wijd, om naar en van 's Heerenwech te gaan, onder conditie dat er nog 5 voeten erf benoorden 't pad naast het bleekveld van Jeroen moet blijven liggen, hetwelk de verkopers niet zullen mogen verkopen, noch betimmeren, voor 165 gld 15 st 185.
                                            In de banne van Westzaan verkoopt in 1628 Claes Heyndericxz wonende op Zaandam aan Pieter en Cornelis IJsbrantssoonen mede buurluiden aldaar een erfje in de Grote Ven, belend ten noorden de kopers, ten zuiden Jan Claesz, voor 200 gld, en verkopen in 1629 Aerian Claesz en Pieter IJsbrantsz c.s. wonende op Zaandam aan Pouwels Walichsz wonende op Buiksloot 4 vijfdeparten in de Groote Ven liggende achter de Dam bij Zaandam, groot in 't geheel omtrent 4½ mad, belend ten noorden Pieter Claesz, ten zuiden de Hoogendyck, onder conditie dat Aerian Claesz nog 6 jaren 2 „roeyen” in de voorschreven ven mag „vennen” mits jaarlijks daarvoor te betalen 28 gld huur, voor 3373 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1630 en 1631 186.
                                            In de banne van Westzaan is in 1629 Jan Barentsz schout eiser contra Pieter IJsbrantsz [timmerman] wonende op Zaandam. De eiser heeft bevonden dat de gedaagde met zijn broer hun hout voor het huis van Willem Schilder hebben laten liggen binnen 7 voeten van de straat, contrarie een keur van schout en schepenen, waarvoor de gedaagde bekeurd is op 7, 17 en 20 januari, alwaar schepenen op 20 januari inspectie hebben genomen. Gedaagde heeft het hout toen laten ligeen waarvoor de schout gedaagde weer bekeurd heeft in de laatstleden week. Op 10 mei 1629 eist de schout een boete van 42 stuivers [waarna de zaak niet meer op de rol verschijnt]. 187
                                            In de banne van Westzaan in 1631 verkoopt Pieter IJsbrantsz wonende op Zaandam aan Jan Luytsz mede buurman aldaar een erfje te zaandam op Krumpenburch, groot 12 roeden, belend ten zuiden Aeff Claesdr, ten noorden Jacob van Spernwou, onder conditie dat het erf een vrije gang heeft van 4 voeten breed (met verdere bepalingen), voor 114 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1631, 1632 en 1833, en verkopen Pieter IJsbrantsz c.s. wonende op Zaandam aan Leenert Claesz mede buurman aldaar een huisje en dijkerf op de Hoogendyck, belend ten oosten [onleesbaar], ten westen de weduwe van Cornelis Albertsz, voor 58 gld 10 st 188.
                                            In de banne van Westzaan verkopen in 1633 Pieter IJsbrantsz c.s. wonende op Zaandam aan Jacob Willemsz en Jacob Spernwou mede buurluiden aldaar een erfje groot 50 roeden te Zaandam op Krimpenburch, belend ten noorden IJsbrant Aeriansz, ten zuiden Pieter IJsbrantsz, voor 487 gld 10 st 189.
                                            In juli 1633 wordt getuigenis geleverd door o.a. Pieter IJsbrantsz, oud omtrent 31 jaar [moet zijn: 41 jaar], tegenwoordig armenvoogd te Zaandam, ook in 1626 en 1627 armenvoogd geweest, en in december 1633 door o.a. Pieter IJsbrantsz, 41 jaar, buurman te Zaandam (in beide gevallen ondertekend als Pieter Isbrantsoon) 190.
                                            In de banne van Westzaan in 1641 verkoopt Dirck Michielsz als voogd van Claes Jansz wonende bij de Dijck aan Pieter IJsbrantsz en Cornelis Pietersz wonende op Zaandam 2 akkers land liggende bij de Dyck, belend ten zuiden de Hoogendijck, ten noorden Jan Claesz Schouten, voor 250 gld, en verkoopt Jan Symonsz Cuijper wonende op Zaandam aan Pieter IJsbrantsz en Cornelis Pietersz mede buurluiden aldaar een huis en erf op Zaandam in de Molenbuert, belend ten zuiden de erfgenamen van Lijsbet Pietersdr, ten noorden Neel Pieters Booses, onder conditie dat het huis en erf een vrije gang heeft aan de zuidzijde, volgens de brief daarvan zijnde, voor 1575 gld, te betalen 575 gld gereed mei eerstkomende, de rest op 2 meidagen 1642 en 1643 191.
                                            In Zaandam levert in 1642 Pieter IJsbrantsz Breuwer, mr scheepstimmerman, oud 49 jaar, een attestatie over afmetingen van smalschepen, geeft in 1643 Pieter IJsbrantsz mr scheepstimmerman, voor hemzelf en voor de nagelaten kinderen van zijn broer Cornelis IJsbrantsz, volmacht aan Pieter Stoffelsz Knollaert, poorter te Bergen op Zoom, om teniet te doen alzulke bijlbrief als Thijs Ariaensz Knollaert, poorter aldaar, ten behoeve van hem constituant en wijlen zijn broer heeft gemaakt over de koop en timmeragie van 't hol van een nieuwe smalschip, en getuigen in 1646 Pieter IJsbrantsz Breuwer, oud 58, en IJsbrant Pietersz, oud 25 jaar, ter requisitie van Raijer Ariaensz, poorter te Amsterdam, dat de requirant aan deposanten heeft aanbesteed in april 1645 het maken en optimmeren van 't hol van een smalschip (ondertekeningen Pieter Isbrantsz Breuer, IJsbrant Pietersen Breuwer) 192
                                            In Zaandam getuigt in 1643 Pieter IJsbrantsz, meester scheepstimmerman alhier, ten verzoeke van schepenen en regenten van Zaandam aan de Westzijde, hoe dat wel meer als twintig jaar geleden is dat als de schippers van hem deposant enige nieuwe schepen uithaalden daarvan verlij deden en bijlbrieven passeerden in 't bijwezen van schout en schepenen (hij ondertekent als Pieter Isbrantsoon Breuer) 193.
                                            In de banne van Westzaan verkoopt in 1643 Jan Jansz Viscooper wonende in de Cooch, als procuratie hebbende van IJsbrant Bastijaensz wonende te Zierikzee, aan Pieter IJsbrantsz, timmerman wonende op Zaandam, de navolgende percelen van landen, eerst een vijftigstepart van een stuk land genaamd de Zuijerven liggende bij de Cooch achter Gerret Claesz, groot in 't geheel omtrent 700 roeden, belend ten noorden Sr Bancken te Amsterdam, ten zuiden Jacop Jacopsz Bol, nog een vijftigstepart in Gerret Sijmonszacker liggende benoorden het voorgaande voor Heertge Pieters, groot in 't geheel omtrent omtrent 300 roeden, belend ten noorden Gerret Jansz, ten zuiden Mr Jan, nog een vijfdepart op Noom Japenstreep liggende bij de Cooger Valdeursloot, groot in 't geheel omtrent 170 roeden, belend ten zuiden Claes Pietersz, ten noorden Gerret Jansz, nog een vijfdepart in de 3 Corte Campjes, groot tezamen in 't geheel 170 roeden, liggende op de Cooger Valdeursloot, belend ten zuiden Cornelis Arisz, ten noorden de erfgenamen van Jan Jansz, voor 115 gld 194.
                                            In Zaandam in 1643 is Pieter IJsbrantsz Breeuwer een van de voogden van de weduwe van Ghysbert Pietersz, in een geschil tussen de mondige en de voogden van de onmondige voorkinderen van zal. Ghysbert Pietersz ter eenre en de voogden van de verdere en onmondige kinderen ter andere zijde, en is Pieter IJsbrantsz Breeuwer een van de arbiters in een geschil tussen de heemraden van 't „nieuwe werck” genaamd de Hem te Zaandam en enkele bezitters van land in de Hem 195.
                                            In Zaandam wordt in 1648 getuigenis afgelegd door o.a. Pieter IJsbrantsz meester scheepmaker, oud 56 jaar, dat hij omtrent 3½ jaar geleden heeft verkocht aan de requirant Claes Juriaensz, mede meester scheepmaker alhier, een stuk hout tot een voorsteven van een smalschip voor 18 gld, en dat het is geweest goed, gaaf en wel bekwaam om tot zodanige voorsteven gebruikt te worden 196.
                                            In Zaandam geeft op 24 juli 1662 Dirck Pietersz Breuwer, nagelaten zoon van zal. Pieter IJsbrantsz Breuwer in zijn leven meester scheepstimmerman alhier, machtiging aan IJsbrant Pietersz Breuwer zijn broer, mede alhier woonachtig, om te vorderen van al zijn debiteuren alle zodanige penningen en achterwezen als hem benevens zijn voorschreven broer zijn competerende (hij tekent als Dirck Pieterszoon Breuwer) 197.
                                            In Zaandam verklaren in 1663 Pieter Jansz en Gerrit Jansz, meester scheepstimmerluiden, mitsgaders IJsbrant Pietersz Breuwer en Dirck Pietersz Breuwer nagelaten zonen en erfgenamen van zal. Pieter IJsbrantsz Breuwer, allen woonachtig alhier, eendrachtelijk dat in de zomer van 1644 door de voornoemde Pieter Jansz en Gerrit Jansz is gemaakt en getimmerd een hol van een smalschip, de voorschreven timmerluiden en de voornoemde Pieter IJsbrantsz zal. in compagnie toebehorende, welk smalschip door henluiden gezamenlijk omtrent de maand november van hetzelfde jaar is verkocht en ten „contemente” geleverd aan Willem Jansz Schoen zal., in zijn leven woonachtig geweest te Amsterdam, waarvan de voornoemde comparanten conform een scheepscustingbrief bekennen voor dato dezes wel betaald te wezen en de koper dezelve scheepscustingbrief in plaats van quitantie overgeleverd te hebben, en alzo gemelde scheepscustingbrief vermist werd beloven zij de erfgenamen van de voornoemde koper te vrijwaren van alle aanspraken 198.
                                        65. (<32) Stijntje JANSDR.
                                            Op 2 mei 1652 verklaren Stijntjen Cornelisdr, weduwe van Cornelis IJsbrantsz, en Styntjen Jansdr, weduwe van Pieter IJsbrantsz, in hun leven mr scheepstimmerluiden te Zaandam, dat hun overleden mannen getimmerd en geleverd hebben aan Gerrit Theunisz poorter te Amsterdam een hol van een nieuw pontschip, door dezelve na voorgaande leverantie ten dank ontvangen, waarover hun nu per rest competeren 116 gld blijkende bij zekere scheepscustingbrief berustende onder N. van der Pulle procureur te Haarlem, die zij machtigen om die voor het gerecht van Haarlem te vorderen, ter presentie van o.a. Dirck Pieterszoon Breuwer 199.
                                                 Uit dit huwelijk:
                                            1. IJsbrant Pietersz BREEUWER, geb. ca. 1621 200, grootscheepmaker.
                                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1668 Willem Dircsz Nomen aan IJsbrant en Dirck Pietersz Breeuwer, mr timmerluiden en gebroeders, allen wonende te Zaandam, de helft van 2 strepen land genaamd d'Matselaers, achter Jaep Dircsz Gijsen in de Molenbuirt, een kamp bewesten de Wateringh, belend ten noorden Adrijaen Willem Arisses, ten zuiden de verkoper, groot tezamen in 't geheel 489 roeden, item nog de helft van een stukje land bezuiden de voorgaande, in 't geheel groot 172 roeden, mitsgaders nog de helft in een streep land op de Koog, neffens de molen de Reus uit met 't oostend op de Watering, belend ten zuiden de jonge kinderen van Gijs Pieter Gijsen, ten noorden Jan Sijmon Claesz, groot in 't geheel 796 roeden, voor 546 gld 6 st 12 penn 201.
                                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1669 IJsbrant Pietersz Breuwer, grootscheepmaker, wonende te Zaandam, ook voor zijn broer Dirck Pietersz, aan Gerrit Claesz van den Busch mede wonende aldaar, een erfje te Zaandam bij de Hoogendijck, belend ten oosten Pieter Arentsz Sluijck, ten westen Lambert Jansz, voor 127 gld 202.
                                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1671 Willem Dircxz Nomen aan IJsbrant Pitersz Breeijwer, beiden wonende te Zaandam, een erfje te Zaandam achter 't Blauwe Padt, belend ten westen Cornelis Horn, ten zuiden de sloot, ten oosten Jan Dircxz Gijsen, ten noorden 't pad bij het pad langs, breed omtrent 60½ voet, voor 77 gld 203.
                                                In de banne van Westzaan bekent in 1671 IJsbrant Pietersz Breeuwer, voor hemzelf en voor zijn broer Dirck Pietersz Breeuwer, wonende te Zaandam, van Pieter Arentsz Fijn, als mede-voogd van de minderjarige kinderen van zal. Gerrit Jan Garbrantses, wijders instaande voor zijn consorten, gekocht te hebben 2 akkers land ten ende aan elkaar neffens de Koogh achter Gerrit Claesz af, belend ten zuiden Jacob Lourisz Muses, ten noorden Jacob de Verwer, 't ene genaamd het Ooster, groot 287 roeden, 't andere 't Wester Kinder, groot 268 roeden, voor 692 gld, te betalen 133 gld gereed, alreeds betaald, 40 gld primo novembris aan Trijn Jacob Roo Clases te Westzaan, en voorts alle jaren op Allerheiligen aan dezelve gelijk 40 gld, zo lang de voorschreven Trijn Jacobs leeft tot de voorschreven somme toe 204.
                                                In 1673 bekent Gerrit Gerritsz wonende op de Koog schuldig te zijn aan IJsbrant en Dirck Pietersz Breuwer, koopluiden te Zaandam, 700 gld, tegen een jaarlijkse interest van 3 gld 10 st ten honderd 205.
                                                In 1673 draagt Alit Pieters, weduwe en boedelhoudster van Gerrit Jansz Grootschoen, wonende op de Stierp in de banne van Akersloot, op aan IJsbrant Pietersz Breuwer, koopman te Zaandam, een grafstede op 't Nieuwe of anders 't Menniste-kerckhoff bij de Nieuwe Kerk te Westzaandam, zijnde No 28, die de eerstkomende 14 à 15 jaar niet zal mogen worden geopend of geruimd 206.
                                                In 1680 bekent Isbrant Pietersz Breuwer, mr scheepstimmerman te Zaandam, verkocht te hebben en te transporteren aan Sr Dirck van Domburgh, koopman te Amsterdam, een fluitschipshol, lang 113 voeten, wijd 25¾ voet, hol 117 en daarboven 5 voeten 10 duimen, en van de penningen voldaan te zijn 207.
                                            2. Dirck Pietersz BREEUWER, zie 32.
                                          66. (<33) (>132, >133) Arent Dircksz SLUIJCK, geb. ca. 1598 208, mr grootscheepmaker, houtkoper, reder, kerkmeester, schepen van Westzaan (als zodanig o.a. vermeld in 1641 209 en in 1644 210) en burgemeester te Westzaandam, overl. tussen 1663 en 13 aug. 1665, tr. N.N.
                                              In de banne van Westzaan bekent in 1631 Arent Dircxz Sluyck wonende op Zaandam gekocht te hebben van Jacob Cornelisz Croeger mede buurman aldaar een half stuk land genaamd de Koopven, groot omtrent 1 mad, liggende buitendijks bij Zaandamn, belend ten noorden Theuwis Cornelisz, ten zuiden Jan Gerretsz, voor 950 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1632 en 1633, gevolgd door de opdracht, en verkoopt in 1632 Pieter Willemsz Smidt wonende op Zaandam aan Arent Dircxz Sluijck mede buurman aldaar een erfje op Zaandam, belend ten westen Sluijcken Dircken erfgenamen, ten oosten Jan Cornelisz Dobber, voor 152 gld 10 st, te betalen de helft gereed, de rest op Vrouwlichtmisdagen 1633, 1634 en 1635 211.
                                              In de banne van Westzaan verkoopt in 1636 Jacob Cornelisz Croeger wonende op Zaandam aan Jacob Willemsz alias Jaep Oom en Arent Dircxsz Sluijck, mede buurluiden aldaar, een stuk land genaamd Ronckesven, groot 1458 roeden, liggende op en bewesten de Dielwateringh, belend ten zuiden Arent Dircxsz, ten noorden Jacob Mieusz, voor 1800 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1637 en 1638 212.
                                              In de banne van Westzaan verkoopt in 1640 Arent Dircxsz Sluijck wonende op Zaandam aan Claes Pietersz wonende op de Cooch een stuk land groot 260 roeden liggende op de Valdeursloot bij de Cooch, belend ten noorden Gerret Jansz, ten zuiden Jan Jacobsz, voor 350 gld, verkoopt in 1640 Gerret Cornelisz Stickel als voogd van Griete Cornelisdr wonende op Zaandam aan Arent Dircxsz Sluijck mede buurman aldaar een vierdepart in Jannenven groot 105 roeden, liggende bij de veersloot van Jan Gerretsz, belend ten noorden Pieter Cornelisz, ten zuiden Pieter Luijtsz, voor 136 gld 10 st, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1640 en 1641, verkopen in 1640 Sybrant Cornelisz en Claes Claesz wonende te Zaandam aan Arent Dircxsz Sluyck mede buurman aldaar een halve streep land groot 120 roeden, liggende bij de veersloot van Jacob Dircxsz, belend ten noorden Pieter Jacobsz, ten zuiden Jan Cornelisz Keesen, voor 165 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1640, 1641 en 1642, verkoopt in 1641 Claes Jelisz wonende te Zaandam aan Arent Dircxsz Sluijck cum socio mede buurluiden aldaar een half hooihuis en 't halve erf in de Rietvinck te Zaandam, belend ten zuiden Arent Dircxsz Sluijck, ten noorden Jan Cornelisz Backer, voor 1180 gld, te betalen op 2 meidagen 1641 en 1642, en verkoopt in 1642 Gerret Jansz wonende op Zaandam aan Arent Dircxsz Sluyck mede buurman aldaar een vierdepart van het molenerf liggende buitendijks, voor 850 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Sint Jacobsdagen 1643 en 1644 213.
                                              In de banne van Westzaan in 1644 verkoopt Arent Dircksz Sluyck, mede-schepen, voor hem en zijn consorten, aan Claes Claesz Nel, allen wonende te Zaandam, een hoekje van Veennysven, groot 50 roeden, liggende bij de Hoogendyck, belend ten norden de verkopers, ten zuiden de Dycksloot, voor 117 gld 10 st, en bekent Claes Claesz Nel, biersteker op Zaandam, aan Arent Dircksz Sluijck en Jacop Willemsz Jaepoom c.s. mede aldaar schuldig te wezen een jaarlijkse losrente van 6 gld, losbaar met 117 gld 10 st 214.
                                              In de banne van Westzaan bekent in 1647 Claes Dircxz wonende te Zaandam gekocht te hebben van Arent Dircxz Sluyck mede aldaar een erf liggende buitedijks, belend ten noorden Cornelis Theuwisz, ten zuiden de weduwe van Gerrtet Jansz, voor 900 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 meidagen 1648 en 1649 telkens 300 gld, gevolgd door de opdracht door Claes Claesz Stickel als last hewbbende van Arent Dircxz Sluyck, verkoopt in 1648 Walich Claesz Noomen wonende op Zaandam aan Arent Dircxz Sluyck mede aldaar een derdepart in een stuk land genaamd Crossijnenven, groot in 't geheel 1753 roeden, liggende bij de Dyck, belend ten zuiden Pieter Aeriansz, ten noorden de koper, voor 480 gld, en verkoopt in 1648 Roeloff Heynen c.s. als voogden van de weduwe en kinderen van zal. Pieter Willemsz Nijntges wonende op Zaandam aan Arent Dircxz Sluyck mede aldaar een hoekje rietland liggende buitendijks bij Jan Willemsz, belend ten oosten de verkopers, ten westen de erfgenamen van Kees van Uytgeest, voor 70 gld 215.
                                              In de banne van Westzaan bekent in 1648 Claes Claesz Nel wonende te Zaandam schuldig te wezen Pieter Reijnertsz en Arent Dircxz Sluijck, mede buurluiden aldaar, een jaarlijkse losrente van 20 gld, losbaar met 400 gld, stellende tot onderpand een huis en erf aan de Hoogendijck, belend ten zuiden Hendrickgen Reyers, ten noorden Gerrit Meijnertsz c.s., en verkoopt in 1650 Cornelis Gijsen wonende te Zaandam aan Arent Dircxz Sluijck c.s. mede wonende aldaar een erf liggende te Zaandam op't Vinckepadt met de tuin daaraan, belend ten oosten Jan Kock Jannen, ten westen Harmen Schilder c.s., voor 3000 gld 216.
                                              In de banne van Westzaan verkopen in 1653 Arent Florisz c.s. als last hebbende van de erfgenamen van Jochem Pieters Katt wonende op Zaandijk aan Mr Arent Dircxe Sluijck wonende in de Hoorn aan de Hoogendijck een zesdepart in een stuk land genaamd de Boeringsvenne te Zaandam, belend ten zuiden de Dijcksloot, ten noorden de koper, voor 158 gld 217.
                                              In de banne van Westzaan in 1655 verkopen Jan Abramsz Oosterhoorn oud-schepen c.s., als voogden van kinderen van Nanning Jansz zal., aan Mr Arent Dircxe Sluijck oud-schepen en Haijndrick Dircxe Sluijck, allen wonende te Zaandam, een halve werf te Zaandam op het Nieuwe Werck, belend ten oosten Jan Louwen c.s., ten westen de gemene kaai, voor 450 gld, en bekent Pieter Arentsz Sluijck, als last en procuratie hebbende van zijn vader Mr Arent Dircxe Sluijck, gekocht te hebben van Cornelis Egge, mede last hebbende van Maerten Jansz en Trijntien Gerrits, zeker huis en erf te Zaandam aan de Hogendijck, belend ten oosten Jan Thijsz, ten westen Claes Jansz, voor 1032 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op meidagen 1656 en 1657 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht door Maerten Jansz en Trijntien Gerrits 218.
                                              In de banne van Westzaan verkoopt in 1656 Haijndrick Reijers, als last en procuratie hebbende van Nicolaes Nocke brouwer van 't Gecroonde Ancker te Haarlem, aan meester Arent Dircxe Sluijck, grootscheepmaker te Zaandam, een gedeelte van een erf groot bij de weg 20 voeten, te Zaandam op Rustenburgh, belend ten noorden Alewijn Fransz, ten zuiden Claes Cornelisz Joor, voor 185 gld 219.
                                              In 1657 verklaren Jan Pietersz oud 26 jaar, Claes Jansz Egge 20 jaar en Wiggert Douwensz 26 jaar, allen woonachtig te Zaandam, ten verzoeke van Arent Dircxz Sluijck mede woonachtig aldaar, dat hij duidelijk gehoord heeft dat Theuwis Arentsz, zoon van de requirant, heeft aangesproken ene Jan Claesz alias Jan Thijsz, hem verzoekende dat hij zou komen om de rooiing te zien die door de buren tussen requirants erf en het erf van de voornoemde Jan Thijsz zou worden gedaan, waarop dito Jan Thijsz promptelijk zei „dat komt mij niet gelegen om daar een schoft [=schaft] om te verzuimen, ik ben tevreden met de rooiing die de buren daarover zullen doen” 220.
                                              In de banne van Westzaan verkoopt in 1661 Cornelis Arentsz Sluijck als last hebbende van zijn vader Arent Dircxz Sluijck wonende te Zaandam, aan Claes Thijssen Otjes als last hebbende van Cornelis Pieter Jacobsz c.s. mede wonende te Zaandam, een halve worf op de Nieuwehaven te Zaandam, volgens „die ordre” op de Nieuwehaven gemaakt, belend ten westen de koper, ten oosten Meijndert Arentsz, voor 700 gld 221.
                                              In de banne van Westzaan verkopen in 1662 Heijndrick Dircxz Sluijck voor een achtstepart, en als voogd van Hillegont Gijsen weduwe van Claes Arentsz Koeman en deszelfs nagelaten kinderen voor een tweedepart, en Cornelis Jansz Swager en Walich Keesen voor een achtstepart, aan Teeuwis Arentsz Sluijck c.s., allen wonende te Zaandam, 3 vierdeparten in een timmerwerf in de Rietvinck te Zaandam, belend ten noorden Jan Cornelisz Backer, ten zuiden Luijckes Claesz, voor 4200 gld 222.
                                              In 1683 verkopen Cornelis Arentz Sluyck, IJsbrant Hendricxz, Cornelis Dircsz Theuwisz, Pieter Claesz Garbrants en Gijsbert Claesz Koeman, tezamen mede-erfgenamen van zal. Theuwis en Pieter Arentz Sluyk mitsgaders van zal. Jannetje Claes Garbrants, allen te Zaandam overleden, wijders voor alle verdere erfgenamen, aan Theuwis en Jan Gerritsoonen Schouten mede te Zaandam woonachtig een zeer wel gelegen scheepstimmerwerf te Westzaandam in de Nieuwe Haven, belend ten oosten de kopers, ten westen Cornelis Claesz Backer, voor 2750 gld te betalen in 3 termijnen, en aan Jacob Cornelisz Kop, Aris Maertsz Noomen, Jan Janz Rog, Jan Janz Kardinael, Gerrit Claesz Groenvelt en Cornelis Dircsz Sluyk, allen mede te Zaandam woonachtig, een „extraordinarij wel bebout huys ende erff dat seer slegt is”, omtrent de Schans aan de Hoogenzeedijck te Westzaandam, belend ten westen de Schans, ten oosten de weduwe van Pieter Abrahamsz, voor 175 gld 223.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Dirck Arentsz SLUIJCK, overl. vóór 10 juli 1668.
                                              2. Claes Arentsz SLUIJCK, alias Koeman, mr grootscheepmaker, overl. Westzaandam vóór 13 dec. 1661, tr. Hillegont GIJSEN, dr van Gijsbert Pietersz GIJSEN en Griet CORNELIS.
                                                  In Zaandam is in 1643 Claes Arentsz Koeman als man en voogd van Hillegont Ghysberts betrokken in een geschil tussen de mondige en de voogden van de onmondige voorkinderen van zal. Ghysbert Pietersz ter eenre en de voogden van de verdere en onmondige kinderen ter andere zijde 224.
                                                  In de banne van Westzaan belijdt in 1648 Claes Arentsz Koeman, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Arent Dircxz Sluyck en Roeloff Heynen Smit c.s., als voogden van de weduwe en kinderen van Pieter Willemsz Nijntjes mede aldaar, een huis en erf te Zaandam op de Fock, belend ten noorden Jan Evertsz, ten zuiden Dirck Aeriansz, voor 450 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1648, 1649 en 1650, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 225.
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1652 Pieter Cornelisz Al wonende te Zaandam aan Claes Arentsz Koeman mede wonende aldaar een vierdepart van een huis en timmerworf te Zaandam op de Rietvinck, belend ten noorden Jan Backer, ten zuiden de rinmolen, met het timmergereedschap, voor 1450 gld, 't voorschreven vierdepart van 't huis en timmerworf t.b.v. de 40e penning getaxeerd op 1200 gld 226.
                                                  In Zaandam geven in 1656 de kinderen van Gijsbert Pietersz Gijsen geprocreëerd bij Griet Cornelis zijn eerste wijf, onder wie Claes Arentsz Koeman, mr scheepstimmerman alhier, als getrouwd hebbende Hillegont of Hilletje, machtiging aan Adriaen Copmoijer, procureur bij het Hof van Holland, jegens Augustijn Poelenburch, mede wonende te Zaandam, mitsgaders de nakinderen van wijlen Roeloff Hendricksz Smith 227.
                                                  In de banne van Westzaan worden op 13 december 1661 aangesteld: Teuwis Arensz Sluijck als voogd van Griete Claes, Pieter Arensz Sluijck als voogd van Gijsbert Claes, Dirck Pieters Breeuwer als voogd van Jan Claesz, minderjarige kinderen van zal. Claes Arensz Sluijck en Hiltje Gijsen, en worden 1663 aangesteld Heyndric Sluijc als voogd over Grietje Claes, Cornelis Sluijc als voogd over Gysbert Claesz, Jacob Claesz Broker als voogd over Jan Claesz, minderjarige kinderen van Claes Arentsz Koeman 228.
                                                  In de banne van Westzaan worden op 10 januari 1668 tot voogden over de kinderen van zal. Claes Arentsz Sluycq gesteld Teuwis Arents Sluycq en Pieter Arents Sluycq, maar worden Heyndrick Dircsz Sluycq en Cornelis Dircsz Sluycq als oudomen van de kinderen gemachtigd de deling van de nagelaten goederen van zal. Dirck Sluycq hun oom waar te nemen, en worden op 9 oktober 1668, naast de voogden van 's vaders zijde, tot voogden van 's moeders zijde gesteld Jan Gerritsz Ouwekees over Griete Claes en Jan Dircsz over Gys Claes Koeman, nagelaten kinderen van zal. Hillegont Gysen en Claes Arentsz Koeman 229.
                                                  In de banne van Westzaan wordt op 10 juli 1668 de inventaris ingebracht van de goederen die de nagelaten weeskinderen van zal. Claes Arentsz Sluycq, te Zaandam overleden, geprocreëerd bij Hillegont Gysen, genaamd Griet en Gysbert, bij versterf van hun oom Dirck Arentsz Sluyck zijn opgestorven, nl. de somme van 2501 gld 1 st 3 penn, nog berustende onder de voogden, item nog diverse scheepsparten die voor de gemene erfgenamen gemeen blijven. Alzo gedaan door Cornelis Dircsz Sluycq, ook hem sterk makende voor zijn broer Heyndrick Dircsz Sluycq, dewelke de deling gedaan en bijgewoond hebben ten overstaan van Teeuwis Arentsz Sluycq, Pieter Arentsz Sluycq en Cornelis Arentsz Sluycq en Dirck Pietersz Breeuwer, als omen. Op 5 januari 1672 bekenden Gijs Claesz Coeman en Jacob Cornelisz Emenes in huwelijk hebbende Griet Claes voldaan te zijn. 230
                                                  In 1671 verklaren Gys Claesz Sluijcq en Jacob Cornelisz Eemenes als man en voogd van Griete Claes, ter eenre, en Theuwis Arentsz Sluycq, Pieter Arentsz Sluycq, Dirck Pietersz Breeuwer en Cornelis Arentsz Sluycq, allen wonende te Zaandam, ter andere zijde, minnelijk veraccordeerd (door tussenspreken van Hendrick Dircsz Sluycq, Cornelis Bartelsz, Jan Dircsz No en de notaris [Simon Oosterhooren]) ter zake van rekeningen, in dier voege dat de laatste comparanten aan de eerste comparanten zullen betalen 175 gld, waarmee alle kwesties zullen zijn gemortficeerd (buiten de gemene rederij en alsnog gemeen uitstaande gelden) 231.
                                              3. Cornelis Arentsz SLUIJCK, mr grootscheepmaker, reder, houtkoper, koopman, impost op begr. Westzaandam 13 okt. 1702 (impost ƒ 60 vermits vrijer, aangifte door Jan Pietersz Sluijck van zijn oom).
                                                  In 1668 wordt een contract afgesloten tussen Cornelis Arentsz Sluyck, koopman te Zaandam, als bewindhebber en benevens Meyndert Arentsz, mede ter plaatse voorschreven, als hoofdreder in zeker Groenlands vistuig, ook voor de verdere reders, als huurder ter eenre, en Jacob Pietersz van Bovende mede wonende ter plaatse vermeld, zullende als commandeur met 't voorschreven vistuig van hem eerste comparant ter walvisvangst in Groenland dienen, als verhuurder, voor 6 achtereenvolgende seizoenen van nu af aan 232.
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1669 Cornelis Jan Poulusz, ook voor Gerrit Jansz, aan Sr Cornelis Arentsz Sluijck, koopman, allen wonende te Zaandam, een kaai te Zaandam in de Nieuwe Haven in de Noordzijde, belend ten westen Cornelis Poulusz en Aris Cornelisz Mataris, ten oosten de verkopers, op de conditiën dat de voorschreven kaeij niet zal mogen betimmerd worden met enige huizen of pakhuizen hoger dan de stelling van de molen van de verkopers en ook geen schepen met masten op voor de wal zullen mogen „winterlaagh” liggen tot verhindering van de voorschreven molen, wijders zal de sloot blijven in eigendom van de verkopers doch zal deze door de koper wel mede worden gebruikt in 't op- of afschepen van goederen en koopmanschappen, voor 961 gld 10 st 12 penn 233.
                                                  In 1674 geeft Cornelis Arentsz Sluyck, koopman te Zaandam, machtiging aan Jacob Denijs en zijn zoon Cornelis Jacobsz Denijs, wonende te Vlissingen, teneinde te compareren op de houdersrederij van 't schip de Meermin waarin comparant een tweeëndertigstepart toebehoort, en met de verdere reders en eigenaars te delibereren en concluderen 234.
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1679 Dirck Cornelisz Haringh, als gemachtigde van de crediteuren van zal. Cornelis Jansz Haringh, aan Cornelis Arentsz Sluijck, beiden wonende te Zaandam, 2 erven naast elkaar te Zaandam op 't Haringpadt, tezamen breed 62 voeten, met een schuur daarop staande, belend ten westen Jan Gerritsz Ouwekees, ten oosten de verkopers, voor 187 gld 4 st 235.
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1675 Jan Jansz Rogh d'Jonge als mede-erfgenaam van Magdalena Gerrits zal., wijders instaande voor alle verdere erfgenamen, aan Cornelis Arentsz Sluijck, allen wonende te Zaandam, 2 erven, ieder breed 29 voeten, beide gelegen op 't pad ten noorden van de Nieuwe Kerck te Zaandam, belend ten oosten en westen de erfgenamen van Claes Stiekel, voor 95 gld 12 st 236.
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1679 Jan Jansz Rog wonende te Zaandam aan Cornelis Arentsz Sluijck mede aldaar woonachtig de helft in een erf in de Nieuwe Haven aan de Noordzijde, belend ten oosten de koper, ten westen Jan Boogaert cum socio, alles op de order van de voorschreven haven, voor 250 gld 237.
                                                  Op 19 februari 1681 geeft Cornelis Arentsz Sluijck, koopman in houtwaren, machtiging aan Sr Roeloff Swavinck, procureur wonende in 's-Gravenhage, om te vorderen van Johannes Vanius, kapitein van 't „Roeij-Jagt” van zijn hoogheid de heer Prince van Orangie, zodanige somme van penningen als hem, comparant, van dezelve Vanius volgens rekening zijn competerende 238.
                                                  In de banne van Westzaan verkopen op 10 juni 1681 Meijndert Arentsz Coopman alhier, Pieter Dircsz Pet koopman te Oostzaandam, Reijnier Cramer te Graft, ieder voor een vierdepart, en Heijndrick Dircsz Sluijck, ook voor zijn consorten, voor een achtstepart, tezamen 7 achtsteparten, aan Cornelis Arentsz Sluijck, koopman, mede te Zaandam, een groot en een klein pakhuis en erven te Zaandam op 't Vinckepadt, belend ten oosten Cornelis Jansz Swager, ten westen IJsbrant Jan Luijtsz, genaamd de Walrusch, waarvan de koper het resterende achtstepart toebehoort, voor 700 gld 239.
                                                  In de banne van Westzaan verkopen op 19 maart 1682 Jan en Albert Cornelisz Emenes, mitsgaders Gijsbert Claesz Koeman, omen en voogden over de kinderen van Jacob Cornelisz Emenes en Griet Claes Koemans zal., aan Cornelis Arentsz Sluijck, allen te Westzaandam woonachtig, een erf te Zaandam op 't Vinckepadt, belend ten noorden de weduwe van Jan Gerritsz Ouwekees, ten oosten de erfgenamen van Theuwis Arentsz Sluijck, groot volgens het maatboek 66½ roede, voor 103 gld 240.
                                                  Op 15 mei 1682 wordt ten verzoeke van Jacob Garbrantsz [Bourgondien] een insinuatie gedaan aan Cornelis Arentsz Sluijck, koopman te Zaandam, om na 8 of 14 dagen te ontvangen en te betalen aan de insinuant een wisselbrief van 500 gld, waarop de geïnsinueerde antwoordde niet genegen te zijn die te accepteren, veel min te betalen 241.
                                                  In de banne van Westzaan verkopen op 20 april 1684 Jan Claesz Loen, meerderjarige zoon van zal. Claes Jansz Loen en deszelfs huisvrouw te Zaandam, item Cornelis Jacobsz Loen en Claas Heyndricksz Schoen als wettige gestelde voogden over de nagelaten minderjarige kinderen van de opgemelde overledenen, aan Cornelis Arentsz Sluijck, koopman, allen te Zaandam, een werkhuis en dijkerf te Westzaandam in de Hoogendijck, belend ten westen Sieuwert Eelckens, ten oosten Sijmon Evertsz, voor 230 gld 242.
                                                  Op 30 januari 1698 wordt door de Grafelijkheidsrekenkamer, ten verzoeke van Cornelis Arentsz Sluijk wonende te Westzaandam, hem vergund het gebruik van enig water gelegen aan de westzijde van de runmolen genaamd de Rietvink te Zaandam, ter lengte van 150 en breedte van 250 voeten, zoals 't zelve bij akte dezer kamer van 5 maart 1671 aan ene Lucas Claasz Draeij, mastenmaker te Zaandam, die afstand daarvan heeft gedaan, vergund is geweest, om 't zelve met houtwaren te beleggen, mits jaarlijks daarvoor betalende 5 ponden 243.
                                                  Op 24 november 1701 bekent Sr Cornelis Arentsz Sluijck, koopman te Zaandam, uit handen van Maritje Willemsz, zijn dienstmaagd, ontvangen te hebben deugdelijke rekening en verantwoording, voor zo veel zij in haar gemelde kwaliteit zijn huishouding, als anders, heeft waargenomen, en verklaart deze te approberen en alles overgenomen te hebben 244.
                                                  Op 2 oktober 1702 exhibeert Cornelis Arentsz Sluijck, koopman te Zaandam, redelijk gezond, aan de notaris een besloten testament dat naar hij verklaart met een andere hand geschreven is, door hemzelf ondertekend en met zijn signet gezegeld. Op 15 oktober 1702 presenteren Jan Pietersz Sluijk, Pieter Dircksz Breuwer, Arent Dircsz Sluijck, Arent Pietersz Sluijck, Dirck Pietersz Sluijck, Claas Jacobsz Koeman, Cornelis Jacobsz Emenes en Jan Claasz Leertouwer in huwelijk hebbende Hilletje Jacobs Emenes, erfgenamen ab interstato van Cornelis Arentsz Sluijck, het besloten testament. Hierin stond o.a. dat de testateur tot zijn mede-erfgenamen, telkens voor een zesdepart, stelt Jan Pietersz Sluijck, Pieter Dircsz Breuwer of bij vooroverlijden diens descendanten, Arent Pietersz Sluijck of bij afsterven diens kinderen met aan deszelfs huisvrouw Aagie Lubberts tot haar eventueel hertrouwen, de kinderen van Arent Dircsz Sluijck met eventueel aan zijn huisvrouw eerst de vruchten, de kinderen van Dirck Pietersz Sluijck (met verdere, uitgebreide, bepalingen). 245 Op 22 november 1703 wordt de inventaris en specificatie opgemaakt van de goederen, effecten en nalatenschap van zal. Cornelis Arentsz Sluijck, te Westzaandam overleden (zeer uitgebreid, met aantekeningen in de marge dd. 9 januari 1705) 246.
                                                  Op 12 november 1702 verklaren Jan Pietersz Sluijck, Pieter Dircksz Breuwer, Arent Dircksz Sluijck, Arent Pietersz Sluijck, Dirck Pietersz Sluijck en Diewer Dircx, allen wonende te Zaandam, dat zij vanwege Jan Jacobsz Nomen wonende te Zaandam, door Cornelis Arentsz Sluijck zal., hun gewezen oom, aangesteld tot executeur en directeur over diens nalatenschap mitsgaders tot administrateur over de goederen van de respectieve erfgenamen, ingevolge het besloten testament op 2 oktober dezes jaars opgericht, met Willem Arijaensz Volger en Isbrant Jochumsz Kleijnsorgh, mede ter plaatse woonachtig, door schout en schepenen tot mede-directeurs, executeurs en administrateurs gecommitteerd, al dezen ten opzichte van hun commissie te zullen bevrijden en schadeloos te houden 247.
                                                  Op 30 april 1703 geven Jan Jacobsz Nomen, Willem Adrijaensz Volger en Isbrant Jochimsz Kleijnsorgh, als executeurs van het testament van zal. Cornelis Arentsz Sluijck, item nog Jan Pietersz Sluijck, allen wonende te Zaandam, eigenaars van zeker huis en erf op het Rosent van Kudelstaart, door dezelven verkocht aan ene Cornelis Arentsz Gouderock, machtiging om het huis en erf aan de koper op te dragen en de kooppenningen in te vorderen 248.
                                                  Op 8 juni 1709 compareren Jan Pietersz Sluijk, Pieter Dircksz Breuwer, Arent Pietersz Sluijk, item Jan Jacobsz Nomen, regerend burgemeester te Westzaandam, en IJsbrant Jochimsz Kleijnsorg, als directeurs over de goederen van de kinderen van Arent Dircksz Sluijck alsmede over de kinderen van Dirck Pietersz Sluijck, allen wonende te Zaandam en erfgenamen van zal. Cornelis Arentsz Sluijck, in zijn leven koopman te Zaandam en aldaar overleden, welke comparanten te kennen geven dat de voornoemde Cornelis Arentsz Sluijck bij zijn uiterste wil van 2 oktober 1702 heeft gewild dat Diewer Dirx, weduwe van Gijsbert Claasz Koeman, na zijn overlijden haar leven lang gedurende zou genieten de jaarlijkse interest van een zesdepart van zijn nalatenschap, en dat na haar overlijden alle zodanige goederen wederom zouden keren op zijn na te noemen erfgenamen, zijnde de comparanten in dezen te beurt gevallen 5 obligatiën, ieder van 1000 gld op naam van de erfgenamen van Cornelis Arentsz Sluijk dd. 20 april 1703, en een losrentebrief van 600 gld. De voorschreven Diewer Dircx dezer wereld zijnde overleden zijn de comparanten getreden tot scheiding en deling, waarbij de losrentebrief ongedeeld is gebleven. 249
                                                  Op 20 juni 1714 verklaren Arent Dircksz Sluijck en Dirck Pietersz Sluijck, wonende te Westzaandam, ten verzoeke van Jan Jacobsz Nomen en IJsbrand Jochimsz Kleijnsorg als executeurs van de boedel van Cornelis Arentsz Sluijck, dat enige jaren geleden Cornelis Arentsz Sluijck zwarigheid maakte om tot voortzetting van de procedures in de zaak van de erven van Baaffie Gerrits contra Cornelis Dircksz Theuwis meer gelden te verstrekken, dat echter de deposanten met en benevens de verdere mede-erfgenamen met Cornelis Arentsz Sluijck zijn overeengekomen dat de gemelde Sluijk tot voortzetting zodanige penningen zou verstrekken als vereist mits dezelve gelden in de eerste plaats zouden worden gerembourseerd met een interest van 4 pro cento en in de tweede plaats met 5 procento, ingevolge de 2 aktes daarvan opgericht voor notaris Simon Oosterhooren 250.
                                              4. Theuwis Arentsz SLUIJCK, geb. ca. 1628 200, mr grootscheepmaker, overl. vóór 22 nov. 1680, tr. Jannetje CLAES GARBRANTS, overl. vóór 13 nov. 1680, dr van Claes GARBRANTS en Baefje GERRITS.
                                                  In de banne van Westzaan verkopen in 1667 Heijndrick Dircxz Sluijck, als mede-curateur van de boedel van zal. Wouter Jansz Rences, ook voor Jacob Claesz Broocker zijn mede-curateur, mitsgaders Pieter van Beeckesteijn, onze schout, als last en procuratie hebbende van Lijssje Jan Rencis, aan Teeuwis Arentsz Sluijck, allen wonende te Zaandam, een huis en erf te Zaandam op de Noorder Nieuwendijck of Kuijperspadt, belend ten oosten Johannes Angillis m.d., ten westen Dirck Sijmonsz Gort, voor 2400 gld 251.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1671 Cornelis Dircxz Sluijck, als gelaste van Teuwis Arentsz Sluijck, van Jan Maertsz Smit, als gelaste van de voogden van de kinderen en gemachtigde van de crediteuren van zal. Willem Pietersz Nijntjes, allen wonende te Zaandam, gekocht te hebben een erfje in de Rietvinck te Zaandam, belend ten oosten de Kadijck, ten zuiden de sloot, ten noorden Aris Pietersz c.s., voor 39 gld, te betalen op de eerstkomende en de volgende meidag 252.
                                                  Op 13 november 1680 wordt machtiging gegeven door Pieter Arentsz Sluijck, Jacob Cornelis Emenes in huwelijk hebbende Griete Claes Coemans, Isbrant Pietersz Breuwer als voogd over de kinderen van Neeltje Arents zal., Pieter Claes Garbrants, Claes Tijsz Otjes in huwelijk hebbende Trijn Claes Garbrantses, en Isbrant Hayndrick Sijbrants getrouwd met Aaltje Claes Garbrants, tezamen benevens Cornelis Arentsz Sluijck en Gijsbert Claesz Koeman erfgenamen ab intestato van zal. Theuwis Arentsz Sluijck en Jannetje Claes Garbrants alhier te Zaandam overleden, allen aldaar woonachtig, aan de voorschreven Cornelis Arentsz Sluijck en Gijsbert Claesz Koeman om te innen van ene Dirck Schaap, grootschipper te Amsterdam, of van deszelfs gemene reders, de kooppenningen van zeker pinasschip door voorschreven Theuwis Arentsz Sluijck aan dito Schaap of zijn reders verkocht 253.
                                                  In 1682 wordt een insinuatie gedaan, vanwege Gijsbert Claesz Koeman voor hemzelf, Jan Pietersz Sluijck, zoon en mede-erfgenaam van zal. Pieter Arentsz Sluijck, ook benevens Cornelis Arentsz Sluijck en Lubbert Lourisz als voogden over de minderjarige kindern van de voorschreven Pieter Arentsz Sluijck, ook mede-erfgenamen van Theuwis Arentsz Sluijck, aan Cornelis Claesz Backer, koopman te Westzaandam, dat hunluiden vreemd is voorgekomen dat het de geïnsinueerde gelust heeft om de betaling van ƒ 1190:3:12, dewelke hem van de insinuanten als restant van kooppenningen van houtwaren competeert, in recht te betrekken, alsof zij, insinuanten, onwillig waren geweest hetzelve restant te voldoen, om welke voldoening insinuanten nooit aangesproken waren. De penningen zijn al lang onder de voorschreven Cornelis Arentsz Sluick paraat geweest gelijk die nog gereed liggen. De geïnsinueerde gaf tot antwoord dat diverse aanmaningen vruchteloos waren gedaan en dat hij 't geld wilde halen. 254
                                                  Op 22 april 1683 geven Jan Dircsz Gijsen, mede-voogd over de kinderen van zal. Neeltje Arents Sluijck benevens Cornelis Arentsz Sluijck nagenoemd, Gijsbert Claesz Koeman voor hemzelf en benevens Albert en Jan Eemenes voogden over de kinderen van Jacob Eemenes en Griet Claes Coemans zal., tezamen benevens de voorschreven Cornelis Arentsz Sluijck, en Jan Pietersz Sluijck voor hemzelf, en dan nog als voogden over Arent en Dirck Pietersz Sluijck, minderjarige kinderen van zal. Pieter Arentsz Sluijck en Maritje Claes Garbrants, erfgenamen van zal. Theuwis Arentsz Sluijck in zijn leven mr timmerman te Zaandam, in huwelijk gehad hebbende Jannetje Claes Garbrantsz zal., en uit dien hoofde erfgenamen van Claes Garbrantsz en Baeffje Gerrits te Oostzaandam overleden, uit wiens boedel 't nagemelde huis en erf is gekomen, machtiging aan Cornelis Arentsz Sluyck hun mede-erfgenaam en Lubbert Lourisz, koopluiden te Zaandam, teneinde voor schepenen van Amsterdam zo veel de boedel van de voorschreven Theuwis Arentsz Sluyck aangaat op te dragen zeker huis en erf op de Prince-graft, verkocht voor 2900 gld contant, en de penningen te innen 255.
                                                  In 1683 geeft Cornelis Arentsz Sluijck, broer en mede-erfgenaam van zal. Theuwis Arentsz Sluijck dewelke in huwelijk heeft gehad Jannetje Claes Garbrants, uit dien hoofde mede gerechtigd tot de erfenis van Claes Garbrantsz en Baeffje Gerrits, ook als mede-voogd over de kinderen van zijn overleden broer Pieter Arentsz en zuster Neeltje Arents, item als mede-voogd over de kinderen van Griet Claes Koemans, volmacht aan Jan Pietersz Sluijck om voor schepenen van Amsterdam te transporteren zeker huis en erf op de Princegraft gekomen uit de boedel van Claes Garbrantsz en Baeffje Gerrits, verkocht voor 2900 gld contant, en de penningen te ontvangen 256.
                                                  Op 17 juli 1706 wordt een insinuatie bezorgd aan Cornelis Dirck Theuwis, koopman te Oostzaandam, uit naam van Aaltje Claas Garbrants, weduwe van Isbrant Hendricksz Breuwer, en Jan Pietersz Sluijck, beiden voor henzelf en tezamen voor de volgende personen, nl. Arent Pietersz Sluijck, Dirck Pietersz Sluijck, Diewer Dircx weduwe van Gijsbert Claasz Koeman, Claas Jacobsz Koeman, Pieter Dircksz Breuwer, Arent Dircksz Sluijck, Jan Claasz Leertouwer getrouwd met Hilletjer Jacobs Emenes, instaande voor Cornelis Jacobsz Emenes, item nog Jan Jacobsz Nomen, Willem Adrijaensz Volger en Isbrant Jochimsz Kleynsorgh als executeurs van het testament van zal. Cornelis Arentsz Sluijck, allen mede-erfgenamen van zal. Theuwis Arentsz Sluijck en Jannetje Claas Garbrants. De insinuanten doen zeggen dat de vader van de geïnsinueerde met Pieter Claas Garbrants op 1 juni 1662 van ene Adriaen Pietersz Bierot op interest hebben genomen de somme van 10000 gld, welke originele obligatie door geïnsinueerdes vader zelf was geschreven en ondertekend. De insinuanten willen de obligatie hebben, en hebben die nodig. 257
                                                  Op 24 november 1667 hebben Teeuwis Arentsz Sluyck en Jannetje Claes Garbrantsdr, geëchte luiden wonende te Zaandam, de notaris ter hand gesteld hun met eigen handen ondertekend testament, op vier plaatsen bezegeld, begerende dat zulks effect sorteren zal 258.
                                                  Op 21 november 1680 geven Gijsert Claesz Koeman voor hemzelf, Jacob Cornelisz Emenes in huwelijk hebbende Griet Claes Koemans, Isbrant Pietersz Breuwer als voogd over de kinderen van Neeltje Arents zal., Pieter Claesz Garbrants voor hemzelf, Claes Tijsz Otjes in huwelijk hebbende Trijn Claes Garbrants, en Isbrant Haijndricsz Breuwer getrouwd met Aeltje Claes Garbrantses, tezamen benevens Pieter en Cornelis Arentsz Sluijck erfgenamen van zal. Theuwis Arentsz Sluijck en Jannetje Claes Garbrants te Zaandam overleden, machtiging aan, benevens de voorschreven Pieter en Cornelis Arentsz Sluyck, Haijndrick Dircsz Sluijck, teneinde om, zo veel de portie van dito Theuwis Arentsz Sluijk in het bouwen van zeker groot schip, te Amsterdam onder handen zijnde, aangaat, zulks waar te nemen en gade te slaan, enz., de bedongen gelden van de besteders te innen, enz. 259.
                                              5. Pieter Arentsz SLUIJCK, geb. okt. 1630, mr grootscheepmaker en reder, houtkoper, overl. Zaandam 1 jan. 1681 (oud 50 jaar 3 maanden 260), begr. Westzaandam (Westerkerk), tr. Marij CLAES GARBRANTS, overl. 27 sept. 1679 (oud 45 jaar 7 maanden 18 dagen 260), begr. ald. (Westerkerk), dr van Claes GARBRANTS en Baefje GERRITS.
                                                  In Westzaan wordt in 1681 Lubbert Lourus wonende te Westzaandam gesteld tot voogd over de minderjarige kinderen van zal. Pieter Arentsz Sluyck, en dat om de delen waar te nemen van de boedel van Theuwis Arentsz Sluyck en en ook van Pieter Arentsz Sluyck 261.
                                                  Op 27 februari 1681 zijn door schepenen van de banne Westzaan Cornelis Arentsz Sluyck en Jan Pietersz Sluijck gesteld tot voogden over de minderjarige kinderen van zal. Pieter Arentsz Sluyck en Marij Claes Garbrants, gewoond hebbende te Zaandam, zo de weesmeesters bij testament gesecludeerd 262.
                                                  Op 5 januari 1682 besluiten de kinderen en erfgenamen van zal. Claes Garbrantsz en Baafje Gerrits te Oostzaandam overleden over de te volgen procedure bij de deling, onder wie Jan Pietersz Sluijck en de voogden Cornelis Arentsz Sluijk en Lubbert Lourisz over de onmondige kinderen van zal. Pieter Arentsz Sluijck en Marij Claes Garbrantsz, welke Cornelis Arentsz Sluijk ook optreedt als voogd en namens de andere voogden over de kinderen van Dirck Pietersz Breuwer en Neeltje Arents zal. als erfgenamen van Theuwis Arentsz Sluijk en Jannetje Claes Garbrants 263.
                                                  In 1684 getuigen Jan Cornelisz, timmerman, en Gijsbert Claesz Koeman, mede timmerman, beiden wonende te Zaandam, ten verzoeke van de meerderjarige en voogden van de minderjarige kinderen van zal. Pieter Arentsz Sluijck, in zijn leven grootscheepmaker te Zaandam, dat zij de voorschreven Pieter Arentsz Sluijck in de jaren 1680 en 1681 als meesterknecht binnen de stad Amsterdam hebben gediend in 't maken van zeker pinasschip (met bijzonderheden over de bouw); compareerde mede Claes Dircsz Stolp, timmerman wonende te Zaandam 264.
                                                  In 1696 zijn Jan, Arent en Dirck Pietersz Sluijck, gebroeders van vollen bedde, verdragen dat van de goederen hun aangekomen bij het overlijden van hun ouders en nog gemeen zijnde, het huis en erf te Westzaandam op de Hoogendijck, belend ten westen Cornelis Arentsz Sluijck, ten oosten Sijmon Sijmonsz Louw, ter loting wordt gesteld tegen een somme van 300 gld, met het beding dat degene op wie het valt gehouden zal wezen het huis en erf zelf te bewonen of het tegen dezelfde prijs aan een andere comparant (of beide comparanten) af te staan, voor wie dan dezelfde voorwaarde blijft bestaan. Dit geldt ook voor descendenten. Bij overgang van bezitter moeten 2 onpartijdige goede mannen de aangebrachte verbeteringen taxeren. Degene aan wie het huis toekomt moet de portie van de comparanten in de oude worf, kaai en bleekveld tot taxatie van goede mannen of na veiling overnemen. Het huis mag nooit uit hun geslacht of maagschap vervreemd worden, en als de bezitter zonder descendenten sterft zal hetzelve voor de voorschreven somme door de naaste in bloede mogen worden overgenomen. 265
                                                  Op 15 juli 1703 verklaart Willem Cornelisz Deugt, oud omtrent 38 jaren, wonende te Oostzaandam op het Bogartpat, ten verzoeke van Sr Jan Pietersz Sluijck c.s., koopman te Westzaandam, dat hem nog zeer wel indachtig is dat hij zijn vader, zal. Cornelis Deugt, in zijn leven zeer veel malen heeft horen zeggen dat het huis staande te Westzaandam op Rustenburgh, alwaar hij, deposant, met zijn ouders een lange reeks van jaren heeft gewoond, door Pieter Arentsz Sluijck, in zijn leven mr scheepstimmerman te Westzaandam, is gebouwd en aldaar doen timmeren, met het oogmerk dat deposants vader en moeder daarin zo lang zouden mogen blijven als zij leefden, zonder daarvoor enige huur te betalen, voegende de gemelde Cornelis Deugt daar nog bij „wij hebben geen eijgendom aan het huijs, mar het komt Pieter Arentsz Sluijck toe”. Compareerde mede Trijntie Aams, weduwe wonende te Westzaandam op Rustenburg, die dit bevestigde. 266
                                                  Op 19 september 1708 wordt uit naam van Jan Pietersz Sluijck, als zoon en mede-erfgenaam van zal. Pieter Arentsz Sluijck, een insinuatie gedaan aan Sr Cornelis Dircksz Theuwis, beiden te Zaandam woonachtig, dat insinuant gereed is zijn portie, zijnde een derdepart, te voldoen van zekere sententie, ten voordele van opgemelde Theuwis en ten nadele van de kinderen en erfgenamen van gemelde Pieter Arentsz Sluijck, door de Hoge Raad van Holland gewezen op 17 januari 1708 267.
                                              6. Neeltje Arents SLUIJCK, zie 33.
                                            68. (<34) (>136) Arent DIRCXZ, tr.
                                                In 1619 wordt aan Arent Dircxz, buurman te Zaandam, tenderende om te hebben consent van een houtzagersmolentje te mogen stellen aan de Westzijde van de Zaan mitsgaders 't recht van de wind daartoe nodig hem in erfpacht verleend te worden, hierin geconsenteerd door de meesters van de rekening van de Grafelijkheid van Holland mits jaarlijks voor het recht van de wind betalende een recognitie in erfpacht van 2 ponden 10 schellingen 268.
                                                In de banne van Westzaan bekent in 1632 Thijs Pietersz, timmerman, wonende op Zaandam, vermangeld te hebben tegen Arent Dircxz mede buurman aldaar, een derdepart van een stuk land groot in 't geheel 1162 roeden, liggende voor Arent Dircxz op de Dycksloot, belend ten noorden de erfgenamen van Cornelis Jansz, ten zuiden Jan Willemsz, voldaan met een stuk land in de banne van Zunderdorp, des het voorschreven derdepart getaxeerd door het gerecht, op 350 gld 269.
                                                In de banne van Westzaan wordt op 21 maart 1635 de inventaris opgemaakt van de goederen die Arent Dircxs Sybrants zijn kinderen Pieter Arents, Neeltgen Arents, Maertgen Arents, Theuwis Arents, Grietgen Arents en IJsbrant Arents, heeft bewezen, allen geprocreëerd bij Geer Jansdr zal. ged., als volgt. De kinderen hebben met hun allen in geld 2700 gld, onder de vader berustende, mitsgaders een bed met zijn toebehoren, een kleerbank, een „kespraetgen”, een klein „schrientgen” en een stoel met het kussen daarop. De vader is met Gerrit Jans, Henrick [moet zijn: Dirck] Claes Baerts en Thijs Pieters als omen en voogden van de kinderen, ook vervangende de absente voogden van de kinderen, geaccordeerd. De vader heeft aangenomen voor de rente op te brengen de „knechgens” tot hun 20 jaren, de „meijskes” tot hun 18 jaren toe. Als een kind als eerste komt te overlijden vóór de vader, dan zal Arent Dircxs de enige erfgenaam van dat kind zijn, bij overlijden van meer kinderen vóór de vader zal de erfenis gaan als de dode hand uitwijzen zal. Omdat Dirck Sybrants nog met zijn kinderen ongedeeld zit komt als hij komt te overlijden de weeskinderen nog hun portie in de goederen toe. Als onderpand stelt Arent Dircxs een huis en erf op de Kooch, belend ten noorden Maery Dircxsdr, weduwe van Claes Nonnen, ten zuiden Jan Janschert Jannen, mitsgaders nog een stuk land liggende voor Arent Dircxs op de dijksloot, groot ruim 2 maden, belend ten noorden Jan Janssloot, ten zuiden Jan Willems Tobberich. De ondertekeningen zijn: Arent Dircks, Gerrijt Janssoon Roelis, Dirck Claes Baertsz, Tys Pietersen. Op 28 juni 1639 compareerde Gerrit Jans (ondertekent als Gerrijt Jansoon Roelys) als oom en voogd van de kinderen en heeft in het weesboek gesteld 200 gld staande aan 't kantoor te Haarlem. Op 30 april 1641 compareerden Arent Dircxsz als vader, Gerret Jansz en Dijrck Claes Baerts als omen en voogden en hebben nog in 't weesboek gesteld wat de kinderen toebehoort aanbestorven van hun bestemoeder, te weten 3 Noorder streepjes van de Willes, groot omtrent 300 roeden, belend ten zuiden de vader, ten noorden de erfgenamen van Gerret Cornelisz (ondertekend door Arent Dircksen, Gerrij Jansoon Roelis, Dirrick Claes Baertsz). 270
                                                In de banne van Westzaan daagt in 1639 de schout Arent Dirck Sybrantsz, met als eis 2 maal 42 schellingen over „het onstuer” [de baldadigheid] door de zoon van de gedaagde en die van zijn huisvrouw bedreven „met het vast maecken met een tou ande Mallegatsbregh ende daer beyde ante hangen om die bregh opte trecken en apparentelyck die selve hart neer te laeten vallen tot merckelycke schaede vande bregh”. De gedaagde verschijnt niet, maar wel op een volgende zitting diens gemachtigde die zegt niet in de boeten vervallen te zijn door de jonkheid van de kinderen. De schout persisteert, en schepenen condemneren de gedaagde tezamen in de hoogste boete. 271
                                                Op 4 november 1641 wordt aan Arent Dircxz, buurman te Zaandam, toestemming verleend om een houtzagersmolentje te mogen stellen in de banne van Westzaan op zijn eigen land, voor een jaarlijkse erfpacht van 3 ponden voor het recht van de wind 272.
                                                In de banne van Westzaan verklaart in 1642 Arent Dircksz wonende op Zaandam dat hem verleend is de gerechtigheid van de wind voor zijn houtzagersmolen die hij gezet en gesteld heeft, belend ten zuiden Walich Claesz, ten noorden Cornelis Claesz Nomen, onder een erfpacht van 3 ponden 's jaars, met als onderpand molen en erf 273.
                                                In de banne van Westzaan in 1645 verkoopt Arent Dirck Sijbrants wonende op de Cooch aan Jan Ariansz mede buurman aldaar een erfje liggende voor Arent Dircksz, belend ten zuiden de verkoper, ten noorden de erfgenamen van Cornelis Jan Claes Aerts, voor 408 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1645, 1646 en 1647, bekent Dirck Pietersz wonende in 't Suijtent vermangeld te hebben aan Arent Dircksz op de Cooch 3 stukjes land liggende bij Kees Maet zij onder zij, groot tezamen 269 roeden, belend ten noorden Cornelis Gerritsz Ris, ten zuiden de erfgenamen van Kees Piet Meijnsz, voor 270 gld als door het gerecht getaxeerd, bekent Arent Dircksz wonende op de Cooch vermangeld te hebben aan Dirck Pietersz wonende in 't Suytendt een stuk land groot 218 roeden liggende in de Nieuwe Broeck, belend ten zuiden Alewel Claesz, ten noorden Claes Jansz Vet, voor 130 gld door het gerecht daarop getaxeerd, op welke mangeling de voorschreven Arent Dircksz moet toegeven 141 gld 18 st, en bekent Jan Ariansz wonende op de Cooch gekocht te hebben van Arent Dirck Sybrants mede aldaar een erfje liggende op de Cooch voor Arent Dircksz, belend ten zuiden de verkoper, ten noorden de erfgenamen van Cornelis Jan Claes Aertsz, mits conditie dat de erfgenamen een vrije en onverhinderde overgang hebben op de Zuidkant van de ven, ook zal de Noordersloot niet mogen versperd worden en zal moeten diep wezen 3½ voet, voor 408 gld te betalen op 3 meidagen 1645, 1646 en 1647, gelijk ook de kwijtschelding van 9 februari laatstleden (bij welke de 40e penning is verantwoord 274.
                                                In de banne van Westzaan bekennen in 1671 Jan Jacobsz Mens voor 2 zesden, Neeltie Jacobs weduwe van Louris Lubbertsz voor een zesde, Cornelis Claasz Kalff voor een zesde, Theunis Arentsz Breuwer voor een zesde en IJsbrant Arentsz voor 't resterende zesdepart, gekocht te hebben van Meijndert Arentsz Coopman, allen wonende te Zaandam, ook voor Jan Arentsz Meijn en Trijntje Arents, zijn broer en zuster, 3 partijtjes land tot erven te Zaandam, het eerste op Rustenburgh beoosten 't gemene pad of gang, belend ten zuiden de erfgenamen van Dirck Meijnertsz zal, ten noorden de gemene sloot, 't andere partijtje bewesten 't voorschreven pad, belend ten zuiden dito erfgenamen, ten noorden de weduwe van Dirck Pietersz, en 't laatste partijtje bewesten het huis van dito weduwe, belend ten oosten dezelve weduwe, ten westen de verkopers, voor 1700 gld, te betalen op 3 eerstkomende en achtereenvolgende meidagen bij egale portiën 275.
                                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1672 IJsbrant Arentsz Fijn, ook instaande voor zijn broer Theuwis Arents Breeuwer, aan Jan Jacobsz Mens, allen wonende te Zaanadam, een zesdepart in 2 erven te Zaandam op 't Westendt van de Damstraet, 't ene ten zuiden en 't andere ten noorden van de sloot, belend het zuider ten oosten de koper, ten westen de slot van Rustenburgh, het noorder ten oosten de verkoper, ten westen de Rustenburgersloot, voor 50 gld 276.
                                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1680 Theuwis Arentsz Breuwer aan zijn broer Pieter Arentsz Fijn, beiden wonende te Zaandam, 123 roeden land zijnde een achtstepart in een stuk land genaamd de Verckesven gelegen op de Koog, belend ten zuiden de koper, ten noorden Aris Kornelisz Mataris, voor 150 gld, en aan zijn broer IJsbrant Arentsz Fijn, beiden wonende te Zaandam, de helft in 2 stukjes land op de Koog, groot tezamen in 't geheel 155 roeden, belend ten zuiden Jan Koopman, ten noorden Willem Arentsz, voor 50 gld 277.
                                            69. (<34) (>138, >139) Geer JANSDR.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Pieter Arentsz FIJN, geb. ca. 1618 278, overl. 22 febr. 1691 279, tr. 1° Allet CORNELIS, tr. 2° Trijn JANS, dr van Jan MIEUSZ.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1653 Pieter Arentsz Fijn wonende te Zaandam schuldig te wezen het weeskind van Claes Cornelisz Zaijlmaecker zal. ged. en Trijn Claes een jaarlijkse losrente van 44 gld, hoofdsom 1100 gld, verbindende een huis en erf op Zaandam in de Molebuiert, belend ten noorden Claes Gerritsz van den Busch, ten zuiden Dirck Cornelisz, nog 2 strepen land, groot omtrent 400 roeden, belend ten noorden Jan Maertsz, ten zuiden Allert Cornelisz (betaald op 5 november 1658) 280.
                                                  In de banne van Westzaan wordt op 22 november 1660 de inventaris opgesteld van de goederen die Pieter Arentse Fijn zijn kind Trijn Pieters, geprocreëerd bij zal. Allet Cornelis zijn overleden huisvrouw, bewezen heeft, nl. een derdedeel in een ven genaamd de Noorderven, groot omtrent 1500 roeden in 't geheel, liggende bij zijn erf aan de weg, een stuk land genaamd Peetooms Streep, op en bewesten de Wateringh, belend ten zuiden Alet Meus Gijses, ten noorden Griete Cornelis, groot omtrent 260 roeden, een streep land op en beoosten de Wateringh, belend ten noorden de weduwe van Pieter Cornelisz Tuijn, ten zuiden de weduwe van Jan Cornelisz Keses, groot omtrent 200 roeden, een halve streep land op en bewesten de Wateringh, belend ten oosten Griete Cornelis, ten noorden Ariaen Willemse Arisses, groot omtrent 230 roeden in 't geheel, nog alleen tot zij tot haar mondige jaren gekomen is een nieuw bed met toebehoren, en als de staat van Pieter Arensz Fijn niet merkelijk verergerd is 200 gld. De vader is met de voogd Dirck Cornelisz veraccordeerd dat hij zijn kind zal alimenteren tot haar monige of huwbare jaren toe. 281
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1664 Pieter Arentsz Fijn wonende te Zaandam gekocht te hebben van Gerrit Germetsz wonende op de Koogh 3 vierdeparten in de ven genaamd Varckesvenn waar de molen genaamd het Varcken op staat, op de Coogh, belend te zuiden Jan de Muijser, ten noorden de erfgenamen van Jan Claes Arisz, groot 718 roeden, onder de conditie dat de molen genaamd het Varcken zal behouden een vrije onverhinderde sloot aan de Zuidkant van de ven tot aan 's Heeren weg toe, mitgaders een vrij pad om af en aan 's Heeren weg te gaan, mits dat de molen zelf voor zijn eigen zal moeten schutten of „sloten”, voor 1648 gld, te betalen op 5 meidagen 1664, 65, 66, 67 en 1668 282.
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1667 Pieter Arentsz Fijn aan Jan Jansz Haes, beiden wonende te Westzaandam, de helft in een stuk land, groot deze helft 306 roeden, gelegen bij 't einde van 't Papepadt, bij Zaandam, genaamd de Botterkamp, belend ten zuiden de erfgenamen van Claes Jan Gysen, ten noorden de Veersloot, voor 650 gld 283.
                                                  In 1667 is Pieter Arentsz Fijn als getrouwd met Tryn Jans, dochter van zal. Jan Mieusz, mede-erfgenaam van Pieter Dircxz en Hillegont Mieusdr 284.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1670 Pieter Arentsz Fijn van Dirck Jansz Muijser, ook voor alle verdere erfgenamen van Jan Jansz Muijser, allen wonende te Zaandam, gekocht te hebben een stuk land, groot volgens 't maatboek in 't geheel 500 roeden, waarvan het erf van Niel Roeloffsz moet afgaan, op 't Zuydent van de Koogh, over en aan de dijksloot, belend ten zuiden 't Breetweer, ten westen de koper, met bepalingen over 't erf van Niell Roeloffsz, zoals de ligging van een gemene gang en het onderhoud van de brug, voor 1250 gld, te betalen op 3 meidagen vanaf mei 1670 al verleden 285.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1671 Niel Roeloffsz van Pieter Arentsz Fijn wonende te Zaandam gekocht te hebben een erf in Smaelven op de Koogh aan de dijksloot, belend ten oosten dito dijksloot, ten noorden de sloot van de verkoper waarin de koper 3 voeten gerekend van 't vaste land toekomt, ten westen de koper, ten zuiden 't Breedtspoor, met de conditie dat langs over 't erf van de koper, strekkende voor van de dijksloot af westwaarts aan, 35 voeten bewesten deszelfs huis zal moeten blijven open blijven liggen een vrij pad of gang breed 6 voeten, bij de Zuijdersloot langs, tot gerief en gebruik van de verkoper, voor 412 gld 10 st, te betalen op 3 eerstkomende en achtereenvolgende meidagen 1671, 72 en 73, telkens een derdepart 286.
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1672 Cornelis IJsbrantsz aan Pieter Arentsz Fijn, beiden wonende te Zaandam, een akker land op en beoosten de Wateringh op de Koogh, belend ten zuiden de erfgenamen van Hendrick Pieter Willemses, ten noorden Jan Koopman, groot 141 roeden, voor 155 gld 287.
                                                  Op 15 november 1679 zegt Pieter Arentsz Fijn, woonachtig te Westzaandam, onderricht te wezen dat Theywis en Jan Jansz Rogh, timmerluiden te Zaandam, op de tweede dag van deze maand door het gerecht van Westzaan zijn geappointeerd om te consigneren onder het gerecht een kapitale somme van 1392-10-0 met enige interest vandien, welke gelden de kooppenningen zijn van 19 5/6 eiken balken die comparants schoonzoon Dirck Gerretsz Daen voor zijn deel waren ten lote gevallen en dezelve op 1 september 1678 aan de gemelde Theywis en Jan Rogh verkocht, en dat Dirck Gerretsz Daen van mening is de voorschreven gelden te lichten, zo verklaart comparant zich borg voor de lichting mitsgaders wederom restitutie van die gelden mocht bevonden worden iemand anders daar beter recht toe te hebben 288.
                                                  In de banne van Westzaan verkopen in 1681 Engel Nielen en Claes Poulusz Span nomine uxoris, kinderen en mede-erfgenamen van zal. Niel Roelen, ook voor alle verdere kinderen en erfgenamen, aan Pieter Arantsz Fijn, allen wonende te Zaandam, een custingbrief inhoudende pro resto 262 gld 10 st ten laste van Jacob Jansz Kuijper wonende op de Koogh (op 8 april 1683 voldaan) 289.
                                                  In de banne van Westzaan verkopen in 1686 de armenvoogden van Koog en Zaandijk aan Pieter Arentsz Fijn, te Zaandam woonachtig, een huis en erf te Koog, binnendijks aan de Dijcksloot, op de Varckesven, voor 202 gld 290.
                                                  In 1688 wordt ten verzoeke van Pieter Arentsz Fijn een attestatie gegeven door Gerrit Claesz van der Busch wonende te Zaandam, hoe dat omtrent 39 jaar geleden de requirant naast het huis van de ouders van deposant zijn huis timmerde aan de Dijcksloot binnen dijk in 't Noortent van de Molenbuurt te Zaandam dat hij nog bewoont, en met Claes Gerritsz, vader van deposant, is geaccordeerd dat Pieter Arentsz voorschreven een vrije gang zou hebben over 't erf van zijn voorschreven vader 291.
                                                  Op 10 februati 1691 testeert Pieter Arentsz Fijn wonende in 't Noordtendt van de Molenbuirt te Zaandam, ziek te bedde liggende, om alle dispuut en onenigheid te voorkomen dewelke bij zijn overlijden tussen zijn huisvrouw Trijn Jans en zoon bij dezelve verwekt, en Dirck Gerritsz Daen in huwelijk hebbende zijn dochter Trijn Pieters, door hem in vorig huwelijk geteeld. Hij vermaakt aan zijn dochter, of bij vooroverlijden haar kinderen of verdere descendenten, in volle voldoening van het vierdepart dewelke dezelve ab intestato uit de gemene boedel van hem, comparant, en zijn huisvrouw zou competeren, de volgende goederen en effecten. Eerst een stuk land genaamd Smaelven op de Koog, belend ten oosten het huis en erf van zal. Gerrit Moijwittes, ten zuiden het Breedweer, ten westen de Dors, ten noorden de sloot genaamd Varckeressloot, eigendom van de eigenaars van de molen het Varcken die dezelve sloot mogen laten uitheinen en modderen, welk land bewesten de molen het Varcken niet mag worden betimmerd. Ten andere een stuk land land bij de comparant genaamd 't Schoenmaekerslantje met het westend op de Watering in de banne van Westzaan. Ten derde het erf waar het huis van Dirck Gerritsz Daen op staat, gelegen op de Koog aan de Dijcksloot, belend ten oosten dito sloot, ten zuiden het pad van de molen het Varcken, breed 8 à 9 voeten, ten westen het pad naar het oude huis gelijk het Dorsje bewesten het huis van de kinderen van Haijndrick Dircsz Blanck uitwijst, ten noorden het slootje van ditzelve huis. Ten vierde een achtstepart in de Rodtven, nog 2 grafsteden op het kerkhof van de nieuwe kerk, een vierdepart van het huisraad en inboedel behalve de boeken en hetgeen tot de visserij behoort, en laatstelijk in geld 1000 gld in 5 eerstkomende en achtereenvolgende maanden na zijn dood door zijn vrouw en zoon te voldoen. Comparant verzoekt zijn zwager Dirck Gerritsz Daen en zijn dochter Trijn Pieters hiermee genoegen te willen nemen. Als zij er geen genoegen mee nemen institueert hij als zijn erfgenamen zijn huisvrouw Trijn Jans en zoon Arent Pietersz Fijn, of de langstlevende van beiden, in 2 derdeparten, en zijn dochter Trijn Pieters in 't resterende derdepart uit bovenstaande goederen op behoorlijke prijs. Compareerde Trijn Pieters, dochter van de testateur en huisvrouw van Dirck Gerritsz Daen, dewelke verklaarde vermits de absentie van haar man en met zijn toestemming aan te nemen voor haar erfdeel de goederen hierboven uitgedrukt. (Ondertekend door Pieter Arentsz Fijn en Trijn Pieters Fijn.) 292
                                              2. Neeltgen ARENTS, tr. Gerrit GARBRANTSZ.
                                                  In de banne van Westzaan wordt op 25 januari 1667 de inventaris opgemaakt van de goederen van Willemtje [doorgehaald], Guurtie, Trijn [doorgehaald], Aagt, Arent [doorgehaald], Jan en Symon Gerritszonen en -dochteren, nagelaten weeskinderen van zal. Gerrit Garbrantsz en Neeltje Arents onlangs op de Koog overleden, nl. de helft van alles wat volgt, nl. een stuk land groot 407 roeden bij de Koog, belend ten zuiden Aagte Pieters, ten noorden Jacob Pietersz, een stuk land genaamd Dyckcamp, groot 244 roeden, belend ten zuiden Dirck All, ten noorden Cornelis Jansz Molekees, een stuk land genaamd d'Oosterkegge, groot 363½ roede, belend ten zuiden Claes Cornelisz Muses, ten noorden Tryn Claes, een streepje genaamd Gerret Adrijaensz, groot 269 roeden, belend ten zuiden dezelve, ten noorden Cornelis Claesz Styffselmaker, een stukje land genaamd Jacob Claesses, groot 115 roeden, belend ten zuiden Gerrit Jansz, ten noorden Jacob Quack, 2 bientjes genaamd Jan Meijnen, groot 136 roeden, belend ten zuiden Claes Jansz Viscooper, ten noorden Trij Aaf Nannings, een stuk land genaamd Oosterkinderen, groot 267 roeden, belend ten zuiden de voorschreven kinderen, ten noorden Jacob d'Verwer, een stuk land genaamd de Westerkinderen, groot 268 roeden, belend alsvoren, een huis en erf op de Koog, belend ten zuiden Claes Cornelisz Mues, ten noorden Willem Tysz, een houtzagersmolen staande Overzaen op de Poel met het erf in de banne van Oostzaan, geïnventariseerd door Pieter Arentsz Fijn, IJsbrandt Pietersz Breuwer en Claes Jansz Viscooper als voogden van de voorschreven kinderen, zich sterk makende voor hun medebroeders absent zijnde 293.
                                                  Op 12 juli 1671 is er een deling tussen de 6 kinderen van zal. Gerrit Garmetsz en deszelfs huisvrouw op de Koog overleden, nl. tussen Willemtje getrouwd met Jan Jansz Schilp, Guirt getrouwd met Jan Egbertsz, en de onmondige kinderen Trijn, Arent, Jan en Symon vertegenwoordigd door hun voogden Pieter Arentsz Fijn, IJsbrant Pietersz Breuwer, Claes Jansz Viscooper, Pieter Dircsz van Rieck, Theuwis Arentsz Breuwer en IJsbrant Arentsz Fijn, ieder kinds aandeel ter waarde van ƒ 856 294.
                                                  In de banne van Westzaan worden in 1665 tot voogden over de nagelaten weeskinderen van Gerret Garbrantsz en Neeltje Arents, beiden op de Koog overleden, gesteld Pieter Arentsz Fijn, Teuwis Arentsz Breeuwer, IJsbrant Arentsz Fijn, Pieter Dircsz van Rieck, IJsbrant Pietersz Breeuwer in de Horn, Claes Jansz Viskooper 295.
                                              3. Maertgen ARENTS.
                                              4. Theeuwis Arentsz FIJN, alias Breeuwer, tr. Jannetje Jacobs MENS, overl. vóór 23 jan. 1680, dr van Jacob MENSZ 296, smid, molenaar en koopman van wagenschot te Zaandam, houtkoper, het eerst vermeld op 3 juni 1612, als belender, bij verkoopt door Claes Pietersz aan Willem Cornelisz alias Willem Slommer van een huis en erf op Zaandam, belend ten zuiden Jacop Mensz smidt, ten noorden Willem Jansz smidt, welk huis en erf staande in de Molenbuert op 28 februari 1614 weer verkocht wordt door Pieter Cornelisz Slommes aan Pieter Claesz Smit 297, eerder gehuwd met Claes Cornelisz KALFF, houtkoper, schepen in de banne van Westzaan.
                                                  In 1679 verklaren Sijmon Claesz Oosterhoorn, mede notaris, en Heijnderick Jansz Kardinael, ten verzoeke van Claes Heijndricxz Schueckelaer oud-burgemeester van Oostzaandam, dat Theuwis Arentsz Fijn en zijn huisvrouw Jannetje Jacobs eerder weduwe van Claes Cornelisz Calff, contrarie hun belofte in gebreke waren gebleven af te lossen een losrente-obligatie van 2000 gld gepasseerd voor schout en schepenen van Westzaan door voornoemde Claes Cornelisz Calff op 2 september 1664. Teuwis Arentsz Fijn en Jannetje Jacobs gaven tot antwoord dat zij zo mogelijk zullen zorgdragen dat de verschenen interest, tenminste het grootste gedeelte, en ook het kapitaal, binnenkort betaald wordt bij verkoop van hun vaste goederen. 298
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1670 Theuwis Arentsz Fijn wonende op Zaandam schuldig te wezen de weeskinderen van zal. Claes Jansz Schoen alias Claes Baertsz mede te Zaandam, 1000 gld tegen 4 gld ten 100, met als onderpand een ven land groot omtrent 2100 roeden, gelegen bij Zaandam bewesten de Nieuwe Vaert, belend ten zuiden de schout, ten noorden Claes Jaap Mensis (op 14 april 1671 bekent IJsbrant Pietersz Breeuwer als voogd over 't weeskind voldaan te zijn), en bekent in 1675 Theuwis Arentsz Breeuwer te Zaandam schuldig te wezen het weeskind van zal. Cornelis Cornelisz Block 600 gld à 5%, verbindende een stuk land groot 1104 roeden liggende te Zaandam bezuiden Claes Jaep Mensis, ten noorden Pieter Stickels molen (op 2 september 1681 betaald door de erfgenamen van Jannetje Jacobsz Menses) 299.
                                                  Op 29 november 1668 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Teeuwis Arents Breeuwer, bejaarde jongeman wonende te Zaandam, en Jannetje Jacobs, weduwe van Claes Kalff, mede aldaar, geassisteerd door Meijndert Arentsz, koopman aldaar, haar wettige voogd. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn, elk zal een inventaris maken van diens goederen, te augmenteren met erfenissen staande huwelijk. Indien hij overlijdt vóór haar zonder kinderen bij elkaar gegenereerd te hebben zal zij naast haar eigen goederen ook huisraad en inboedel door hem ingebracht of samen gekocht nemen, daarenboven alle winst door de bruidegom gemaakt. Als zij als eerste overlijdt zonder kinderen als voren zullen haar goederen en ook de goederen staande huwelijk aangekocht naar haar erfgenamen gaan. De bruidegom zal niet hebben noch zich aanmatigen enige administratie van haar goederen of de vruchten daarvan, en niets ervan verkopen, verpanden of anderzins vervreemden. 300
                                                  In de banne van Westzaan verkoopt in 1665 Jannetie Jacobs, huisvrouw van Claes Cornelisz Kalff (daarin consenterende gebleken bij missive), wonende te Zaandam, aan Gerrit Fransz wonende te Zaandam een erfje gelegen op Jaep Mensenpadt, groot 25 roeden, belend ten oosten Lourens Lubbertsz, ten westen Joost de Backer, voor 360 gld 301.
                                                  Op 21 maart 1665 geeft Jannetje Jacobsdr, weduwe van Claes Cornelisz Kalf, geassisteerd met Lourens Lubbertsz haar zwager en voogd in dezen, beiden woonachtig te Zaandam, machtiging aan Jan Garbrantsz Langh, mede aldaar woonachtig, om in Duitsland, zo te Munster IJffel en elders, te verrichten al haar affairen, mede om te vervoeren, verschepen en verkopen alle goederen, waren en gereedschappen als de voornoemde haar zal.man aldaar heeft gehad en door hem nagelaten, en van al zijn debiteuren hun achterwezen te ontvangen 302.
                                                  Op 25 januari 1667 zijn Meijndert Arentsz, koopman te Zaandam, als voogd over Jannetje Jacobs, weduwe van Claes Cornelisz Kalff, ter eenre, en Michiel Cornelisz Kalff, Garbrant Jansz Plock als getrouwd hebbende Dieuwer IJsbrants, Allert Kempesz voor zijn schoonmoeder Grietje IJsbrants, Willem IJsbrantsz voor hemzelf, IJsbrant Pietersz voor hemzelf wijders voor zijn broes en zusters, Jan Keesen als getrouwd hebbende Bregje Cornelis en wijders voor de broers en het broerskind van zijn vrouw, Cornelis Jansz Kalff voor hemzelf en voor zijn zusters, Cornelis Kop voor hemzelf en voor de kinderen van zijn zuster, Claes Gerritsz Nel als getrouwd hebbende Marij Alewijns, Heyndrick Gerritsz Specq in huwelijk hebbende Syje K...[?], en Cornelis Claesz Kalff voor hemzelf en benevens vermelde Specq als voogden over de kinderen van Jan Claesz Hasens, allen wonende te Zaandam, samen erfgenamn ab intestato van de voorschreven Claes Cornelisz Kalff, zich samen sterk makende voor de alsnog absente erfgenamen of ook diegenen die zulks in toekomende tijden mochten voorgeven, ter andere zijde, overeengekomen over de erfenis van de voorschreven overledene, nl. dat de voorschreven weduwe alle goederen van de boedel zal blijven behouden, waartegen zij aan de andere gezamenlijke erfgenamen zal uitreiken alle kleren van de overledene en daarenboen 670 gld benevens nog 30 gld tot een wijnkoop, waarvan de comparanten bekennen voldaan te zijn 303.
                                                  In de banne van Westzaan in 1667 verkoopt Jannetje Jacobs, weduwe van Claes Cornelisz Kalff, wonende te Zaandam, aan Arent Jansz Kistemaker aldaar een erfje op Zuijder Jaap Mensenpadt te Zaandam, belend ten oosten Jacob Cornelisz Winckelhaeck, ten westen Louris Lubbertsz, voor 195 gld 12 st 8 penn, en een erfje op't Suijderste Jaep Mensenpadt, belend ten oosten Louris Lubbertsz, ten westen Jacob Jansz Bloem, voor 155 gld 3 st, en bekent Jacob Jansz Bloem wonende te Oostzaandam van Jannetje Jacobs, weduwe van Claes Cornelisz Kalff, wonende te Westzaandam, gekocht te hebben een erf aldaar op Jaap Mensenpadt, breed 125 voeten, lang van de ene sloot naar de andere, belend ten oosten Joost de Backer, ten westen de Ven, voor 262 gld, te betalen in egale portiën primo mei 1667, 1668 en 1669 304.
                                                  Op 23 januari 1680 verklaart Cornelis Claesz Kalff wonende te Zaandam, als vader en voogd van zijn kinderen dewelke ab intestato voor een vijfdepart erfgenaam zijn van zal. Jannetje Jacob Menses, onlangs aldaar overleden, het niet raadzaam gevonden te hebben de nagelaten boedel te helpen aanvaarden aangezien de boedel met veel schulden is bezwaard, maar dezelve voor de voorschreven portie te repudiëren ten behoeve van Jan Jacobsz Mens, Isbrant Arentsz Fijn en Lubbert Lourisz voor zijn moeder Neeltje Jacob Menses, mede-erfgenamen, die verklaarden genegen te wezen het gemelde gedeelte te honoreren en zulks hebben geaccepteerd 305.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1680 Cornelis Cornelisz Noomen van Claes Jacobsz Mens, Jan Jacobsz Mens en IJsbrant Arentsz Fijn, mede-erfgenamen van zal. Jannetje Jacob Menses, ook voor alle verdere erfgenamen, allen wonende te Zaandam, gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam op de Damstraet aan de Zuidzijde, belend ten oosten een gemene gang, ten westen de erfgenamen van Keesje Block, voor 995 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt, en verkopen dezelfde verkopers, zonder Jan Jacobsz Mens, aan Jan Jacobsz Mens 3 achtsteparten in een huis en erf te Zaandam, belend ten zuiden Heijndrick Kraij, ten noorden de Damstraet, waarvan de resterende 5 achtsteparten de koper toebehoren, voor 787 gld 12 st 306.
                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1681 Jan Gerritsz Swager van de erfgenamen van zal. Jannetie Jacobs Menses gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam vooraan op de Nieuwendijck anders genaamd het Kuijperspadt, belend ten zuiden Frans Cornelisz Haen, ten noorden de gemene sloot, voor 1900 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de opdracht volgt, door Jan Jacobsz Mens, IJsbrant Arentsz Fijn en Lubbert Louris, mede-erfgenamen van zal. Jannetje Jacobsz Menses 307.
                                              5. Grietgen ARENTS.
                                              6. IJsbrant Arentsz FIJN, zie 34.
                                            70. (<35) (>140) Willem Jacobsz MENS, geb. ca. 1611 308, houtkoper, overl. 30 okt. 1665 (oud 54 jaar 309), begr. Westzaandam (Westerkerk), tr. 2° Aeltje JANS, tr. 1°
                                                In de banne van Westzaan bekent in 1646 Willem Jacob Menses wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis Jansz Heeringh c.s., erfgenamen van Jan Claesz Schout zal. ged., mede aldaar, de helft van een stuk land groot in 't geheel 1563 roeden, liggende bij de Hoogendyck op de Groote Braet, belend ten zuiden de Braeck, ten noorden Alewyn Fransz c.s., voor 1055 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1647 en 1648 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 310.
                                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1651 Cornelis Pieter Jacobsz wonende te Zaandam aan Willem Jaep Mensz mede wonende aldaar de helft van 2 akkers land bij de Dijck, belend ten westen Claes Jan Arisz, ten oosten Gerrit Albertsz, voor 186 gld, te betalen een derdepart gereed, de resterende 2 op Vrouwlichtmisdagen 1652 en 1653, bekent in 1652 Jacob Adriaensz wonende te Zaandam schuldig te wezen aan Willem Jacob Mentses mede wonende aldaar een jaarlijkse losrente van 20 gld, losbaar met 400 gld, met als onderpand een huis en erf te Zaandam op Rustenburch, belend ten zuiden Dirck Claesz, ten noorden Gerrit Gerritsz (voldaan op 2 januari 1664), verkoopt in 1652 Pieter Dirxz Corver wonende te Zaandam aan Willem Jacobsz Mentses mede aldaar 2 akkers, groot tezamen 185 roeden, liggende bewesten Westzaan bij de Broeck, voor 205 gld, en verkoopt in 1652 Heijndrick Pietersz Meij, mede-erfgenaam van Symon Pietersz Meij, ook voor de verdere erfgenamen. mitsgaders voor Cornelis Cornelis Jonge Trijns, aan Willem Jacob Mentses c.s. wonende te Zaandam een stuk land groot 1128 roeden buiten de Dijck, belend ten noorden de erfgenamen van Gerrit Jacobsz Snier, ten zuiden de weduwe van Kees Heijn van de Stadt, voor 1400 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1653 en 1654 311.
                                                In Zaandam compareren in 1655 Jacob Claesz Broocker en Willem Jacobsz Menssen, beiden woonachtig alhier, reders van 't schip de Gulde Halwe Maan waar schipper op is geweest Symon Symonsz Sloof uit De Rijp, ook voor de gemene reders van 't schip, welk schip in 't vervolgen van zijn reis van [La] Rochelle in Frankrijk naar deze landen op 29 augustus 1653 in zee door een Engels oorlogsschip veroverd zijnde des anderen daags daaraanvolgende de voorschreven Engelsman daaruit gejaagd en hernomen door drie Zeeuwsw commissievaarders, waarvan kapiteins waren Daniel Wilboursz, Pieter en Cornelis Aldertsz van Vlissingen, die het schip naar Brest hadden gebracht in Bretagne, zonder dat comparanten tot restitutie van 't voorschreven schip hebben kunnen geraken, waartoe zij nu machtigen Pieter Pietersz Molemaker alhier (om alles terug te eisen, inclusief vergoeding) 312.
                                                In de banne van Westzaan verkoopt in 1656 Willem Jacobsz Menses wonende te Zaandam aan Claes Heijndricxx Groot wonende te Westzaan 2 akkertjes land achter de Noorderse Laen op de Broeck, belend ten zuiden Claes Jaep Decker, ten noorden de weduwe van Cornelis Thijsen, voor 50 gld, en bekent in 1657 Jacob Claesz Broocker, hem sterk makende voor de Waterlandse gemeente te Westzaan, gekocht te hebben van Willem Jacobsz Mensch c.s., allen wonende te Zaandam, een erfje te Zaandam op Jaep Menszpadt, belend ten oosten Jan Spiegelman, ten westen de koper, voor 250 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1657, 1658 en 1659 313.
                                                In de banne van Westzaan in 1660 bekent Willem Jacobsz Mens wonende te Zaandam in ruiling gekocht te hebben van Lammert Jansz Mede aldaar woonachtig een erf, groot 23 roeden bij de weg breed, op Rustenburgh, belend ten zuiden Marij meester Gerris, ten noorden Dirck Meijndertsz, door het gerecht getaxeerd waardig te zijn 100 gld, waarvoor de koper in betaling overdraagt aan gemelde Lammert Jansz zeker 35 voeten land of erf bij de dijksloot heen te meten, liggende in het midden van 2 akkertjes land aan de dijksloot te Zaandam, belend ten oosten IJsbrant Pietersz, ten westen Willem Jacobsz Menses, met een vrij pad over het erf en de brug van Willem Jacobsz, mits dat hij de brug buren gelijk zal moeten helpen onderhouden, welk erf mede getaxeerd is waardig te zijn 100 gld, en verkoopt Willem Jacobsz Mens wonende te Zaandam aan Cornelis Claesz Kalff mede woonachtig aldaar een half stuk land te Zaandam bezuiden de dijk, belend ten noorden Jacob Claesz Broocker, voor 760 gld 314.
                                                In de banne van Westzaan bekent in 1660 Jan Claesz Bille, wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Willem Jacobsz Mens, mede wonende aldaar, een erfje, groot aan het noordeinde 15 voeten, 2 of 3 duimen, aan het zuideinde 24 voeten breed, liggende te Zaandam op de ven van Griet Aris, belend ten oosten Jan Jacobsz Mensch, ten westen Joost d'Backer, voor 280 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1661, 1662 en 1663, telkens een derdepart 315.
                                            71. (<35) (>142, >143) Cornelisge Claes BROOCKER.
                                                   Uit dit huwelijk:
                                              1. Barbertje WILLEMS, zie 35.
                                              2. Cornelis WILLEMSZ, overl. 20 juli 1643 309, begr. Westzaandam (Westerkerk).
                                              3. Guertjen WILLEMS, overl. 23 april 1645 309, begr. Westzaandam (Westerkerk).
                                            72. (<36) (>144, >145) Aris Theunisz SEIJLMAECKER, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 29 maart 1630 (volwassenendoop), tr. 1° Aechgen DIRCXDR, dr van Dirck CLAESEN en Annetie DIRCX, ondertr. 2°/tr. ald. 25 april/9 mei 1632
                                                In Uitgeest wordt voor de 200e penning in 1625 onder Kerckbuyert Arys Seylemaecker gesteld op 5£ 316.
                                                In Uitgeest zijn in 1625 Cornelis Arentsz, Pijeter Arysz, Maerten Jansz van Krommenie en Arijs Thuenisz Seylemaecker, allen reders van Albert Cornelisz Bosman, eisers contra dezelve Albert Cornelisz Bosman, over uitbetaling van een haringschip dat op 5 februari jongstleden aan Fop Cornelisz te Wijk op Zee voor 1625 gld verkocht zou zijn, waarna op een latere zitting de gedaagde ontkent een haringschip of haring verkocht te hebben en de zaak op nog 2 datums dient, en is in 1626 Cornelis Jacobsz, varkensdrijver, eiser contra Arijs Tuenisz Seylemaecker, om betaling van 41 gld 4 st ter zake van zekere koopmanschap 'op zijn huwelijk' (geaccordeerd) 317.
                                                Bij de doop van Aris Theunisz Seijlmaker door Ds Abdias Widmarius: Arijs Teunijs, weduwenaer ende seylemaeker, de halff broeder van Jan Jansen (van wien hiervoren), nu een langen tijdt mede ter kercke gecomen sijnde, is na verscheyden onderwijss ende gedaene belijdenis ende belofften mede in den naeme Christi gedoopt des vrijdaechs avonts voor paeschen na de predicatie sijnde 29 Martii anno 1630.
                                                In Uitgeest verkopen in 1629 Aris Thuenisz Seylmaecker en Thuenis Thuenisz, gebroeders. beiden onze buurluiden, aan Louris Cornelis Welbooren, olieslager, onze buurman, een huis met zijn erf op de Meldijck, belend ten oosten Willem Pouwelsz, ten zuiden de Binnendijcxmeer, ten westen zijn zwager Floris Garbrantsz, ten noorden de gemene straat 318.
                                                In Uitgeest in 1632 is Thijmon Pietersz, onze buurman, als last hebbende van Jan Pietersz zijn broer burger te Haarlem, eiser contra Aris Thonisz Seijlemaecker alhier, om betaling van 12 gld 5 st uit zake van 'aftervaert' of rederij door eisers broer van Cornelis Claesz zijn zwager overgenomen, waarna de gedaagde zegt dat hij met Jan Pietersz, scheepmaker te Haarlem, niets heeft uitstaan en schepenen de gedaagde absolveren, is Aris Thonisz Seijlmaecker eiser contra Cornelis Claesz Benes, om betaling van 4 gld voor oud zeildoek door gedaagde gekocht onder conditie dat hij alleen gehouden zou zijn te betalen als de eiser een vrouw trouwde, waarop schepenen verwijzen naar goede mannen op hoop van een accoord binnen 24 uur, en verzoekt Aris Thonisz Seijlmaecker, onze buurman, om een voogd voor zijn zoon Thonis Arisz, waartoe Heyndrick Hesselsz wordt gekozen 319.
                                                In Uitgeest verkoopt in 1637 Jan Claesz Backer, ook voor al degenen die dit enigszins zouden mogen aangaan, aan Aris Thonisz Seijlmaecker een rentebrief dd. 13 december 1626 ten laste van schipper Jan IJsbrantsz onze buurman 320.
                                                In 1639 authoriseert Aris Thonisz Seijlmaecker, buurman te Uitgeest, Willem Pouwelsz Koster en Cornelis Cornelisz Locq, buurluiden binnen Uitgeest, om aan de Hooge Vierscheijt te verzoeken octrooi om benevens de nagelaten kinderen van Thonis Thonisz, zijn overleden broer, te mogen verkopen zekere partijen land in de banne van de Schermer die hij van Jacob Heertges en Guyrt Arisdr, zijn grootvader en grootmoeder, ten erve ontvangen heeft 321.
                                                In Uitgeest bekent in 1648 Aris Thonisz Seijlemaecker 200 gld ontvangen te hebben van de weesmeesters, welke penningen hij volgens de testamentaire dispositie van Jacob Heertjes, zijn overleden grootvader, in lijftocht mag bezitten zijn leven lang en na het overlijden van hem, comparant, moeten komen op zijn kinderen of verdere descendenten, waarvoor hij als onderpand stelt zijn huis met zijn erf waar hij tegenwoordig in woont, belend ten oosten de Buijtendycxmeer, ten zuiden de Nieulanderwech, ten westen Claes Cornelisz, ten noorden de Noorder Nieulanderwech 322.
                                                In 1657 attesteren Gerrit Bruynsz Alckemade, oud 65 jaar, en Jan Cornelisz Molenaer, oud 30 jaar, beiden buurluiden te Uitgeest, ten verzoeke van Aris Thonisz Seijlmaecker, mede buurman, over de molen in de Dorregeester polder, dat die na de brand opnieuw gebouwd is en waarvan de zeilen door de requirant gemaakt en geleverd zijn volgens het bestek, en betaald door de molenmeesters, waarna de aannemer nog aan ieder uiteinde van de roeden een los hek heeft bevestigd, waardoor de zeilen verlengd moesten wezen 323.
                                                In 1666 testeren Cornelis Arisz, Jan Arisz, Andries Arisz, Marijtjen Aris en Jacobjen Aris, broers en zusters wonende in Uitgeest. Bij overlijden zonder wettelijke geboorte na te laten testeren zij op elkaar, zonder dat Thonis Arisz, hun halve broer, of zijn descendenten, iets van hun goederen mogen erven. 324
                                                In 1647 wordt een verklaring geleverd over wijlen Annitie Dircx, o.a. dat zij bij haar tweede man Dirck Claesen 5 kinderen had, onder wie Aechien die een zoon Theunis Aersen nagelaten heeft, met Aris Theunissen als vader, nog wonende te Uitgeest 325.
                                                     Uit het eerste huwelijk:
                                                1. Thonis ARISZ.
                                                    In Uitgeest wordt in 1635 de inventaris opgemaakt van de goederen van Thonis Arisz, de nagelaten zoon van zal. Aechgen Dircxdr geprocreëerd bij Aris Thonisz Seijlmaecker te Uitgeest. Deze bestaat uit 125 gld berustende onder Aris Thonisz de vader, en een bed met toebehoren, ook berustende onder Aris Thonisz. Verder zal Aris Thonisz de voornoemde Thonis Arisz onderhouden. Na het overlijden van zijn vader en Claertgen Andries zijn stiefmoeder zal het kind delen als de kinderen van de voornoemde Aris Thonis bij Claertgen Andries geprocreëerd. Aldus gedaan door voornoemde Aris Thonisz en Claertgen Andries, ter eenre, en Heyndrick Hessels wettelijke voogd en Jacob Heyndricxz oom van de voorschreven Thonis Arisz, ter andere zijde. 326
                                                    In 1651 verklaren Aris Thonisz Seylemaecker binnen Uitgeest, aan de ene, en Thonis Arisz, zoon van de voornoemde Aris Thonisz aan de andere zijde, door tussenspreken van Henrick Hesselsz, Cornelis Bruynsz de Jongh en Jan Jacobsz Vennen, buurluiden binnen Uitgeest, te zijn geaccordeerd ter zake van de moederlijke goederen van Thonis Arisz mitsgaders hetgeen van zijn grootvader en grootmoeder gekomen is, te weten dat voornoemde Thonis Arisz zal genieten een bed met zijn toebehoren en bovendien een somme van 295 gld, waarvan voornoemde Thonis Arisz bekent voldaan te zijn 327.
                                              73. (<36) (>146) Clara ANDRIES.
                                                     Uit dit huwelijk:
                                                1. Aechtjen ARIS, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 23 jan. 1633.
                                                2. Cornelis Arisz SEIJLMAECKER, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 11 febr. 1635, zie 36.
                                                3. Jan Arisz SEIJLMAECKER, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 28 sept. 1636.
                                                    in Uitgeest bekent in 1683 Jan Arissen Seijlmaecker gelicht te hebben uit de penningen toekomende de kinderen van Cornelis Arissen Seijlmaecker, met namen Maertien, Aris en Claes Cornelisz, een hoofdsom van 125 gld, met als onderpand zijn huis en erf op 't Nieuwelant, belend ten oosten de Meer, ten westen Garbrant Claesz Kabel, ten noorden de Sloot, ten zuiden de weg (geroyeerd op 5 oktober 1694) 328.
                                                4. Jacob ARISSEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 10 okt. 1638.
                                                5. Maritje ARIS, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 9 dec. 1640.
                                                6. Jacobje ARIS, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 4 okt. 1643.
                                                7. Andries ARISZ, tr. Jannetie CLAAS.
                                                    In Uitgeest verkoopt in 1710 Jannetie Claas, weduwe van Andries Arisz, aan Maarten Pietersz een huis en erf aan de Zuidoostzijde van de Kerckbuijrt, het erf groot 11 roeden, belend ten zuiden Pieter Cornelisz, ten noorden de erfgenamen van Pieter Jansz Coogh c.s., voor 190 gld 329.
                                              74. (<37) (>148, >149) Claes Cornelisz WELBOOREN, doet belijdenis (nederd. geref.) Uitgeest 24 dec. 1628, overl. vóór 19 juni 1654, ondertr. 1° ald. 2 jan. 1628, tr. ald. 16 jan. 1628 (Claes Cornelijs, de zoon van zal. Cornelijs Jacobs den Ouden op Assum, en Jannetje Cornelijs, dochter van zal. Cornelijs Cornelijssen, ook op Assum) Jannetgen CORNELISDR, dr van Cornelis Cornelisz WENNEN, alias Smack, en Trijn CORNELISDR, tr. 2° Uitgeest 11 jan. 1637 (zij dochter van Jan Jacobsz op Assum)
                                                  In Uitgeest wordt op verzoek van Claes Cornelisz als vader van Tryntgen Claes, bij hem hebbende Cornelis Cornelisz Smack als oom en naaste bloedvoogd van moederszijde, tot voogd over zijn kind vercoren Claes Jansz Alen, en is vervolgens op verzoek van Claes Cornelis Welboren op Assum in plaats van Claes Jansz Alen, dewelke de zaak enigszins was aangaande, als voogd over zijn kind Trijntgen Claesdr vercoren Willem Jacobsz Cossen 330.
                                                  In Uitgeest in 1632 verkopen Claes Cornelissoon Welbooren, voor hemzelf en hem sterk makende voor Jacop Cornelisz zijn broer, buurman op Zaandam, Sijmon Harmensz als man en voogd van Aechte Cornelisdr, Lourens Heijndricxz Backer als man en voogd van Griet Jansdr, Jan Cornelisz Goesinnen als wettelijk gekoren voogd van Marijtgen Jansdr, altezamen onze buurluiden, mitsgaders Willem Allertsz buurman te Krommenie als man en voogd van Trijn Cornelisdr en Dirck Claesz buurman op de Nieuwendam als man en voogd van Aecht Jansdr, samen ook voor Jacop Jansz woonachtig te Amsterdam, altezamen erfgenamen van zal. Jan Jacopsz anders Jonge Jan, in zijn leven buurknecht op Assum, aan Willem Sijmonsz, mede onze buurman, een akker zaadland op de Geest in de Lange Voetackers, groot volgens 't morgenboek 7 snees, belend ten oosten de gemene Heerewech, ten westen de Schouwateringe, ten zuiden Hessel Pietersz, ten noorden Marijtgen Jacopsdr, en verkopen Claes Cornelisz Welbooren voor hemzelf, Symon Harmenssoon als man en voogd van Aechte Cornelisdr, beiden onze buurluiden op Assum. en interveniërende voor alle andere mede-erfgenamen van zal. Jan Jacopsz anders Jonge Jan, in zijn leven onze buurknecht, aan Pieter Aerjansz, mede onze buurman aldaar, omtrent 10 snees 31 roeden, gemeen en onverdeeld in een stuk land genaamd de Cooch, groot het gehele land omtrent 11 koeven, belend het gehele land ten oosten Cornelis Willemencooch, ten zuiden Siericxven, ten westen Eenecooch, ten noorden de Haegen 331.
                                                  In Uitgeest verkopen in 1633 Claes Cornelisz Welbooren als vader en Willem Jacobsz alss wettelijke voogd van Trijntgen Claesdr, allen onze buurluiden op Assum, aan Arent Dircxz, mede buurman aldaar, een huis met zijn erf op Assum, belend ten oosten Gerrit Claesz Wennen, ten zuidend het Assemerveer, ten westen Rem Hesselsz, ten noorden de Korendijck 332.
                                                  In Uitgeest verkoopt in 1639 Claes Cornelisz Welbooren, onze buurman op Assum, aan Pieter Aerjansz, mede onze buurman aldaar, 12½ snees in een stuk land in de Broeck achter Assum, genaamd de Groote Cooch, groot in 't geheel omtrent 8 maden, belend ten oosten Salienven, ten zuiden Cornelis Willemencooch en Siericxven, ten westen Eenencooch, ten noorden de Haegen, met een vrije notweg over het voorschreven stuk land genaamd Eenencooch 333.
                                                  In Uitgeest compareren voor weesmeesters in 1654 Sijmon Harmensz als oom, en Jan Woutersz en Willem Sweeren, wettelijke gecoren voogden, van Jacobjen Claesdr, Aerjan Claesdr, Dieuwer Claesdr en Jannetgen Claesdr, achtergelaten onmondige kinderen van zal. Claes Cornelisz Welbooren en Marij Jansdr, in hun leven buurluiden op Assum, en hebben doen registreren de goederen van de voorschreven kinderen, uit de erfenis van hun grootvader, moeder en vader. Als grootvaders erfenis een vierdepart van een stuk land in de Groote Sien op 't Westendt van Assum. genaamd Aftervegers, belend ten oosten de werf van Jan Ooms en Arenden werf, ten westen Dirck IJvenven, nog een derdepart van een hofstede genaamd Jan Oomswerff gelegen beoosten het voorschreven stuk land (op 2 mei 1656 is aangetekend dat dit hofsteedje is verkocht aan Willem Sweeren voor ƒ 150), nog 430 gld waarvan Jan Fransz 43 gld 8 st competeert. Als moeders erfenis een huis en erf op Assum, belend ten oosten Sijmon Harmensz, ten westen Jan Woutersz (verkocht in publieke veiling voo ƒ 656), nog een half snees land voor de deur, nog 2 tuintjes over de vaart achter het huis ('t ene verkocht aan Willem Joosten en 't andere aan Joost Gerritsz, tezamen voor ƒ 90), nog de Noorderacker in de Binnenven, groot 4 snees, belend ten oosten Coomen Jaepenbinneven, ten westen Schaepven, nog het kleine akkertje in de Binneven, groot 1 snees (Aftervegers verkocht aan Willem Sweeren voor ƒ 320). Als vaders erfenis de Suijderacker in de Binneven, groot 4 snees, belend ten oosten de Binneven, ten westen Schaepven, item nog de helft van een stuk land in de banne van Heemskerk, groot in 't geheel 22 snees, belend ten oosten Pieter Jacobsz, ten zuiden de Tocht, ten westen Evertscamp, ten noorden Ruijssen Vuijtterdijck. Op 2 juni 1665 heeft Willem Sweeren als voogd van Dieuwer Claes rekening gedaan aan Claes Jaspers getrouwd hebbende de voornoemde Dieuwer Claesdr. 334
                                                  Op 7 juni 1661 bekent in Uitgeest Jan Gerritsz Seur wonende te Krommenie ontvangen te hebben van de weesmeesters in totaal 90 gld 5 st, onder hem te houden voor 2 jaren, toebehorende Jannetjen Claes, met als borg Sijmon Harmensz, onze buurman op Assum, en Cornelis Willemsz Backer, schepen te Krommenie, als borg voor zijn oom Sijmon Harmensz (op 7 juni 1667 op verzoek van Jannetgen Claes geroyeerd). Op 7 juni 1661 hebben Jan Woutersz en Willem Sweeren, als voogden van Jacobjen Claes en Dieuwer Claes, 100 gld ontvangen (geroyeerd op 5 juni 1663 als afgelost). Op 6 juni 1662 heeft Jan Gerritsz Seur nog 68 gld 10 st van custingpenningen van de tuintjes en Achtervegers ontvangen, toebehorende Jannetjen Claes, voor een jaar, met als borg Mr Wijbrant, chirurgijn binnen ons dorp (op 7 juni 1667 geroyeerd). Op 5 juni 1663 heeft Jan Gerritsz Seur 68 gld ontavngen voor de laatste termijn van 't land genaamd Achtervegers en de tuintjes gekocht door Willem Sweeren, Joost Gerritsz en Willem Sweeren, voor een jaar op interest naast de eerdere 90 gld 5 st, tegen de penning 25, met als borg Cornelis Willemsz Backer. 335
                                                  In Uitgeest wordt in 1623 op verzoek van Cornelis Cornelisz Smack, als naaste bloedvoogd van zijn moeder, zusters en zusterskind, vercoren als voogd o.a. Albert Jacobsz voor Trijn Cornelisdr zijn moeder, en Willem Jacobsz Veerman voor Jannetgen Cornelisdr 336.
                                                  In Uitgeest hebben op 6 februari 1637 Claes Cornelisz Welbooren, vader van zijn onmondige dochter genaamd Trijntgen Claesdr geprocreëerd bij zal. Jannetgen Cornelisdr, aan de ene, Willem Jacobsz Cossen, wettelijke voogd, en Pieter Jacobsz van de zijde van zijn huisvrouw oom, van 't kind, aan de andere zijde, aangebracht de goederen 't voorschreven kind toebehorende, nl. een vierdepart van een stuik land in de banne van Heemskerk genaamd Evertscamp, groot in 't geheel omtrent 1400 roeden, belend ten oosten Siericxven, ten zuiden de Tocht, ten westen de Evertscampen, ten noorden de banscheiding, nog 500 gld berustende onder Arent Dircxz op Assum (op 12 juni 1643 afgelost en door Claes Cornelisz Welbooren ontvangen), nog 40 gld berustende onder de voornoemde Claes Cornelisz die daarvoor als onderpand stelt 2 snees land op Assum genaamd Fredericx Hoogelant, belend ten oosten en westen Eggenven (later uit dit verband ontslagen en verkocht aan Symon Harmensz), en de voornoemde Claes Cornelisz zal het kind onderhouden om behouden goed. Op 31 mei 1650 heeft Gerrit Claesz Wennen, buurman op Assum, de 500 gld gelicht tot nu toe onder de vader berustende. Op 19 juni 1654 is door de voogden aangebracht een akkertje van omtrent 2 snees in de Cleyne Sien, belend ten oosten Claes Garbrantsz, ten zuiden het Afterwechjen, ten westen Jan Sweeren, ten noorden Schaepven, het weeskind ter zake van haar zal. vader competerende. (Op 6 juni 1656 bekent Pieter Tamisz, man en voogd van Tryntgen Claesdr, voldaan te zijn.) 337
                                                       Uit het eerste huwelijk:
                                                  1. Trijntgen CLAESDR, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 4 maart 1629, tr. Pieter TAMISZ.
                                                      In Uitgeest bekent in 1650 Gerrit Claesz Wemmen, buurman op Assum, schuldig te wezen aan Trijntgen Claesdr, onmondige achtergelaten dochter van wijlen Jannitgen Cornelisdr geprocreëerd bij Claes Cornelisz Welbooren op Assum, een jaarlijkse losrente van 15 gld, losbaar met 300 gld, met als speciale hypotheek een stukje land in de Broeck genaamd het Verndel, groot omtrent 28½ snees, belend ten oosten Aemker Willemsz, ten zuiden Joost Gerritsz, ten westen Claes Jansz, ten noorden Aechte Goevanesven 338. In 1654 en 1655 zijn er nog 4 schuldbekentenissen vanwege losrenten aan haar, onmondige dochter van zal. Claes Cornelisz Welbooren en Jannetgen Cornelisdr, in hun leven buurluiden (op Assum), nl. door Cornelis Gerritsz en Aechte Gerritsdr zijn zuster, beiden buurluiden op Assum, geassisteerd met Jan Allertsz Bonckenburgh als haar gecoren voogd in dezen, voor 13 gld 10 st, losbaar met 300 gld, op 4 mei 1655 met 100 gld gedeeltelijk en op 8 juni 1660 geheel afgelost aan Pieter Tamisz, man en voogd van Trijn Claes, door Pieter Remmen, buurman op Assum, voor 12 gld 12 st 8 penn, losbaar met 280 gld, op 6 juni 1656 afgelost aan Pieter Tamisz man en voogd van Tryntje Claes, door Gerrit Cornelisz Neessen, buurman op Assum, voor 4 gld 10 st, losbaar met 100 gld, op 8 juni 1660 voldaan aan Pieter Tamisz, man en voogd van Trijn Claes, en door Claes Sweeren, buurman op Assum, voor 4 gld 10 st, losbaar met 100 gld, op 5 juni 1657 betaald aan Pieter Tamisz 339.
                                                75. (<37) (>150, >151) Marij JANSDR, doet belijdenis (nederd. geref.) Uitgeest 14 sept. 1628 als Marjete Jans, jonge dochter van Jan Jacobs op Assum, aldaar bij haar vader wonende.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Jacobje CLAESDR, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 20 dec. 1637, zie 37.
                                                  2. Aerjan CLAESDR.
                                                  3. Dieuwer CLAESDR, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 2 maart 1642, ondertr. (schepenbank) Krommenie 3 mei 1665 Claes Jaspersz JAS, zn van Jasper JANSZ en Trijn JANSDR.
                                                      In Uitgeest bekent in 1664 Hillegont Dircxdr, weduwe van Jan Jacobsz in zijn leven buurman in dit dorp, schuldig te zijn aan Dieuwer Claes, onmondige dochter van zal. Claes Cornelisz Welbooren en Marij Jans, in hun leven onze buurluiden op Assum, een jaarlijkse losrente van 5 gld 5 st, losbaar met 150 gld, en stelt tot onderpand haar huis met zijn erf waar zij tegenwoordig in woont, in de Schevelstraet, belend ten oosten Cornelis Cornelisz, ten zuiden het Achterpadtjen, ten westen Wouter Allertsz, ten noorden de gemene straat. Op 2 juni 1665 heeft Claes Jaspersz, getrouwd hebbende Dieuwer Claes, ontvangen van de weesmeesters van de penningen Jannetje Claes, zuster van Dieuwer Claes, toebehorende, ƒ 118:14:0, zodat Dieuwer Claes niet meer aan deze obligatie heeft dan ƒ 31-6-0 die Hillegont Dircx opgezegd zijn aan de voornoemde Claes Jaspersz te voldoen. Deze obligatie is afgelost en opnieuw op 1 juni 1666 belegd aan Jan Pietersz tot 160 gld. 340
                                                      In Uitgeest bekent in 1667 Dirck Claesz, buurman op Krommeniedijk, schuldig te wezen aan Cornelis Jansz Hen, zoon van Jan Jansz Hen, 150 gld, en aan Dieuwer Claesdr, onmondige dochter van zal. Claes Cornelisz Welbooren in zijn leven onze buurman op Assum, 97 gld, ontvangen van Willem Sweeren als voogd van dezelve kinderen, tegen de penning 25 in 't jaar, met als onderpand een stuk land in de Broeck genaamd de Begineven, groot 4½ gars 37 snees 9 roeden, belend ten oosten Dirck Cornelisz Gorter, ten zuiden 't Hartvelt, ten westen Bruijn Gerritsz Alckemade, ten noorden Aechte Arentsdr 341.
                                                      In Krommenie worden op 9 februari 1695 tot voogden van de 3 onmondige kinderen van Claes Jaspersz geprocreëerd bij wijlen Dijver Claes, met namen Claes Claesz, Pieter Claesz en Jan Claesz, gesteld Sijmon Claes Sluijs als oom van 's moeders zijde en Cornelis Willems Joor 342.
                                                      In Krommenie bekent in 1666 Claes Jaspersz, rolbereider alhier, schuldig te zijn aan Aefje Jans, nagelaten dochter van zal. Jan Mighielsz Dekeman, 83 gld 16 st tegen ƒ 3-5-0, met als onderpand de helft van een huis en erf in de Kerkbuiert, belend ten zuiden Willem Gerritsz, ten noorden de kinderen van Claas Gavisz d'Jongh zal. (op 3 maart 1677 opgeëist, op 9 juni 1677 betaald) 343.
                                                  4. Jannetje CLAESDR, impost op begr. Krommenie 19 febr. 1705 (pro deo, aangever haar zoon Claas Symonsz Sluys), tr. Uitgeest 13 maart 1667 (beiden van Uitgeest) Sijmon Claesz SLUIJS.
                                                78. (<39) (>156, >157) Cornelis Cornelisz SMACK, alias Wennen, smakschipper, ondertr. 2°/tr. Uitgeest 13/27 febr. 1628 Lijsbeth GERRITS, dr van Gerrit GERRITSEN, tr. 1°
                                                    In Uitgeest is in 1622 Cornelis Cornelisz Jonge Smack, buurman alhier, eiser contra Cornelis Dircxz Cuijper, mede buurman alhier, om leverantie van 37 voeten erf, 106 voeten lang; schepenen wijzen voor vonnis dat de gedaagde gehouden zal wezen de breedte en lengte te leveren naar ordonnantie van 2 landmeters, met namen Aerjan Nanninghsz en Gerbrant Mijesz 344.
                                                    In Uitgeest worden op verzoek van Cornelis Pietersz, als bestevader van de onmodige kinderen van zal. Cornelis Cornelisz Smack, met namen Aechte, Beertgen en Anna Cornelisdochteren, tot voogden gecoren Heijndrick FlorisZ, Willem Jacopsz en Claes Garbrantsz 345.
                                                    In Uitgeest verzoekt in 1631 Pieter Jacobsz als oom van Cornelis Cornelisz, de nagelaten zoon van zal. Cornelis Cornelisz Wennen en Lijsbet Gerrijts, om voogden, namelijk Louris Woutersz en Rem Remsz, buurluiden op Assum 346.
                                                    In Uitgeest wordt in 1635 de inventaris opgemaakt van de goederen van Aechgen en Anna Cornelisdochteren, de nagelaten weeskinderen van zal. Cornelis Cornelisz Wennen en Anna Cornelisdr. Deze bestaat uit tezamen 984 gld 4 st, waarvan onder Pieter Jacobsz Snijder berustende een somme van 442 gld 2 st en onder Cornelis Cornelisz wonende te Alkmaar 542 gld 2 st blijkens een bezegelde brief gepasseerd voor schepenen der stad Alkmaar. De voornoemde Pieter Jacobsz stelt tot onderpand de helft van een stuk land in de banne van Heemskerk genaamd Everscamp, groot in 't geheel 3 maden, belend ten oosten Siericxven, ten zuiden de Tocht, ten westen de Groote Evertscamp, ten noorden Frans Dircxz' Vuijtterdijck. De voornoemde Pieter Jacobsz en Cornelis Cornelisz, omen van de voorschreven kinderen, en de voogden, Willem Jacobsz Cossen, Heijndrick Florisz Snel en Claes Garbrantsz, zullen zich hebben te reguleren naar het accoord gemaakt op 19 juni 1633. Op 10 juni 1642 is door Pieter Jacobsz ƒ 50 afgelost, en op 1 juni [zonder jaar] verklaart Cornelis Aenckers voldaan te zijn (betreft de eerstgenoemde somme). Op 31 mei 1650 bekent Adriaen Clopper [hij ondertekent als Aerijaen Aerijaenssen Clopper], man en voogd van Anna Cornelisdr, gelicht te hebben de verbandbrief van 541 gld 12 st voor schepenen der stad Alkmaar op 25 januari 1636 t.b.v. zijn voornoemde huisvrouw gepasseerd door Cornelis Cornelisz Borsjen. 347
                                                    In Uitgeest verklaart in 1675 Jacob Hendricxe Schipper wonende te Uitgeest afstand te doen van vruchtgebruik van 2 percelen land, als eerste een perceel in de banne van Heemskerk genaamd Evertscamp, groot 1 morgen, belend ten oosten de banscheiding, ten westen Pieter Tamisz, nog een akkertje zaadland op Assum groot 2 snees genaamd Gaukelandt, belend ten westen Claes Jansz Alen, ten noorden Nan Willemsz Cos, als hem toekomende uit kracht van huwelijkse voorwaarden met Trijn Pieters zal., zijn overleden huisvrouw, op 23 augustus 1673 voor dezelfde notaris [akte niet gevonden], en dat ten behoeve van Cornelis Cornelisz Smack voor 1/3, Cornelis Aemkersz in huwelijk hebbende Aechte Cornelis Smacke mede voor 1/3, item Gerrit Symensz Groen in huwelijk hebbende Antje Cornelis Smacke wonende te Alkmaar; Gerrit Sijmens Groen machtigt Jacob Heijndricxe om zijn derdepart van Evertscamp te transporteren aan Pijeter Jansz Verhammen te Heemskerk voor 615 gld, waarvan hij verklaart voldaan te wezen 348.
                                                    In Heemskerk verkoopt in december 1675 Jacob Heyndricxz Schipper te Uitgeest, uit kracht van een procuratie door Cornelis Cornelisz Smack voor 1/3, Cornelis Amkersz in huwelijk hebbende Aecht Cornelis Smacken wonende te Uitgeest voor 1/3, en Gerrit Sijmonsz Groen wonende te Alkmaar in huwelijk hebbende Annitje Cornelis Smacken voor 1/3, aan Pieter Jansz Verhammen wonende in de Kerckbuiert een perceel land genaamd Evertscamp, belend ten oosten de banscheiding van Uitgeest, ten zuiden de Tocht, ten westen Pieter Tamesz, voor 600 gld 349.
                                                    In Uitgeest wordt op 9 december 1634 de inventaris opgesteld van de goederen van het nagelaten weeskind van zal. Cornelis Cornelisz Wennen, in zijn leven buurman op Assum, geprocreëerd bij Lijsbet Gerritsdr, genaamd Cornelis Cornelisz, nl. eerst een somme van 200 gld berustende onder Lourens Woutersz op Assum (later afgelost en berustende onder Cornelis IJsbrantsz), nog een stuk land liggende achter Assum, groot omtrent 9 snees, genaamd Worichen, belend ten zuiden de Haegen, ten noorden de Assemrvaert, voorts zijn de wettelijke voogden Rem Remsz en Lourens Woutersz met Cornelis IJsbrantsz als man en voogd van de voornoemde Lijsbet Gerritsdr overeengekomen dat Cornelis IJsbrantsz of zijn huisvrouw voornoemde Cornelis Cornelisz zal onderhouden om behouden goed tot zijn 18 jaren toe mits deze zijn winning zal inbrengen. Zo het gebeurde dat Cornelis Cornelisz eerder kwam te overlijden zo zullen Cornelis IJsbrantsz en Lijsbet Gerrits al zijn goederen voor vrij eigen hebben. (Het land is naderhand verkocht voor ƒ 510.) 350
                                                    In Uitgeest in 1635 bekent Lourens Pietersz onze buurman op Assum schuldig te zijn Cornelis Cornelisz, het nagelaten weeskind van zal. Cornelis Cornelisz Wennen geprocreëerd bij Lijsbet Gerritsdr tegenwoordig huisvrouw van Cornelis IJsbrantsz, een jaarlijkse losrente van 10 gld, te lossen met 200 gld, met als onderpand een akker zaadland liggende voor Assum, groot omtrent 3 snees, belend ten oosten Grietgen Jansdr, ten zuiden de Koorendijck, ten westen de Gansackers, ten noorden de Binneven (op 26 augustus 1636 ƒ 100 afgelost, op 9 juni 1637 ten volle afgelost), en bekent IJsbrant Cornelisz onze buurman op Westergeest schuldig te zijn hetzelfde weeskind een jaarlijkse losrente van 10 gld, te lossen met 200 gld, met als onderpand een akker zaadland op de Geest, groot omtrent 4½ snees, belend ten oosten de Breedewech, ten zuiden het Coochpadt, ten noorden Claes Symonsz (geroyeerd op 9 juni 1637) 351.
                                                    In 1648 testeren Cornelis IJsbrantsz en Lijsbet Gerrits, geëchte man en wijf, zij ziekelijk te bedde. Zij begeert dat haar voorzoon Cornelis Cornelisz, geprocreëerd bij Cornelis Cornelisz Smack, bij vooroverlijden zijn kinderen, zal genieten al haar kleren, uitgenomen een „wacht” [vacht?] gekomen van haar voornoemde mans zuster, en dat het huisraad dat zij nu samen zijn bezittende met de voornoemde Cornelis IJsbrantsz half en half gedeeld zal worden, met de verdere goederen die zij, comparanten, hebben aan de langstlevende. Gepasseerd ten huize van de voornoemde comparanten te Uitgeest aan de Lange Buiert, ter presentie van Cornelis Bruijnsz (Alckemade) en Gerrit Bruijnsz (Alckemade), houtkopers aldaar. 352
                                                         Uit het tweede huwelijk:
                                                    1. Cornelis Cornelisz SMACK, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 4 maart 1629, overl. vóór 6 april 1683, tr. Trijntje CORNELIS.
                                                        In Uitgeest hebben op 6 april 1683 Pieter Cornelisz Alckemade en Cornelis Aemkersz, als omen van de 2 minderjarige onmondige kinderen van zal. Cornelis Cornelisz Smack en Trijntje Cornelis, met namen Cornelis Cornelisz Smack de Jonge en Antie Cornelis, op de weeskamer doen registreren de goederen van hun vader en moeder en hun overleden zusters, nl. de helft in een stuk land in de Dorregeester polder genaamd de Bovenven, een tuin op Hoornergeest groot omtrent 8 snees, een bedrag van ƒ 142 aan geld dat Cornelis Cornelisz Smack de Oude onder zich heeft, een bed met toebehoren waarop Cornelis Cornelisz Smack de Jonge slaapt en zal mogen gebruiken, item van Antie Cornelis (alles ontvangen door IJsbrant Jansz Ruys en daarom geroyeerd) 353.
                                                        In Uitgeest verkoopt in 1694 IJsbrant Jansz Ruijs, ook voor Antie Smacken, Cornelis en Cornelis Cornelisz Smack de Oude en Jonge, Griete Cornelisz Smack weduwe van Volckert Jansz, ook voor de verdere erfgenamen van zal. Pieter Cornelisz Alckemade, een huis en erf op de Meldijck, groot het erf 42 roeden, belend ten oosten Cornelis Jansz Pronck, ten westen Dirck Gerritsz Alckemade, item een stukje land in de Broeck genaamd Groentiesven, groot 818½ roede, belend ten oosten de Wijebusch, ten westen Cornelis IJsbrantsz Broensen, voor een custingbrief van ƒ 980, te betalen in 3 termijnen 354.
                                                        In Uitgeest verkopen in 1699 Cornelis Cornelisz Smak en Antje Cornelis Smak aan Pieter Abrams Coogh een tuin in de Hoornergeest, groot omtrent 3 snees, belend ten noorden Pieter Dircxz, ten zuiden de koper, voor 100 gld 355.
                                                  79. (<39) (>158) Anna CORNELISDR.
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Aechte Cornelisdr SMACK, zie 39.
                                                    2. Beertgen CORNELISDR.
                                                    3. Anna Cornelisdr SMACK, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 10 mei 1626, tr. Gerrit Sijmensz GROEN.
                                                  80. (<40) (>160, >161) Jan Abrahamsz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1610 356, schepen van Westzaan, in 1671 vermeld als schepen van Westzaan in het kwartier van Westzaandam 357, verwer, ouderling, overl. tussen 9 sept. 1680 en 16 okt. 1680, tr. 1° Lysbeth CLAES, overl. vóór 25 jan. 1639, tr. 2°
                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1637 Jan Abramsz onze buurvrijer wonende in de Kerckbuert gekocht te hebben van Symon Abramsz, die zeide procuratie te hebben van Sr Pieter Gerretsz Hooff koopman te Amsterdam, de helft van een huis en erf in de Crabbelbuert te Westzaan, belend ten noorden Aerian Baertsz, ten zuiden de weduwe van Dirck Claesz, voor 800 gld, te betalen 200 gld mei eerstkomende, de rest op 5 meidagen daaraanvolgende 1638-1642, telkens 120 gld, gevolgd door de opdracht, en bekent in 1640 Hendrick Dircxsz Wou wonende in de Crabbelbuert gekocht te hebben van Jan Abramsz wonende te Zaandam in de Molenbuert een half huis en 't halve erf in de Crabbelbuert, belend ten zuiden Lysbet Pieters, weduwe, ten noorden Aerian Baertsz, voor 750 gld, te betalen 150 gld Kerstmis eerstkomende, de rest op 6 meidagen 1642-1647 (betaald op 10 april 1686) 358.
                                                      In de banne van Westzaan zijn op 25 januari 1639 Jan Abramsz als vader van Lysbet Jans geprocreëerd bij Lysbet Claes zijn overleden huisvrouw, ter eenre, en Engel Claesz en Huybert Cornelisz als omen en voogden ter andere zijde, overeengekomen dat de moeders erfenis zal zijn 200 gld onder de vader berustende, die het kind zal opbrengen met behouden goed tot haar 18 jaren of tot zij komt te huwelijken, met als onderpand een half huis en erf in de Crabbelbuyert, belend ten noorden Arian Baertsz, ten zuiden Lysbet Pietersdr 359.
                                                      In de banne van Westzaan verkoopt in 1644 Claes Teuwesz, als last hebbende van Teuwis Claesz scheepstimmerman zijn vader wonende op Zaandam, aan Cornelis Pietersz en Jan Abramsz Oosterhooren mede buurluiden aldaar een erf groot 69½ roede te Zaandam achter de Slootemaeckers, belend ten oosten en westen de verkoper, voor 1285 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1644, 1645 en 1646 360.
                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1647 Jan Abramsz Oosterhooren, voor hemzelf en als last hebbende van Cornelis Pieter Jacobses, beiden op Zaandam, vermangeld te hebben aan Mr Abram Lenersz, chirurgijn aldaar, een erf te Zaandam op 't Seemanspadt, belend ten westen Cornelis Pietersz Kistemaecker, ten oosten Maerten Cornelisz Seeman c.s., en dat aan een part scheeps, op welke mangeling Mr Abram Lenertsz moet uitkeren 180 gld, te betalen op 2 eerstkomende Sint Jacobsdagen 1648 en 1649, waarbij het voorschreven erf getaxeerd is op 200 gld gereed geld, en bekent in 1648 Mr Abram Lenertsz, chirurgijn wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Cornelis Pietersz en Jan Abramsz, mede aldaar, een erfje liggende te Zaandam op 't Seemanspadt, breed 4 roeden, lang aan de rooipalen toe, belend ten westen Cornelis Pietersz Kistemaecker, ten oosten de koper, voor 250 gld die de koper onder zich mag houden op interest jaarlijks tegen 4 ten honderd 361.
                                                      In de banne van Westzaan in 1649 bekent Jan Abramsz wonende te Zaandam gemangeld te hebben aan Cornelis Cornelis Swager mede aldaar een erfje groot omtrent 12 roeden liggende achter Jan Maertses, belend ten westen de erfgenamen van Theuwis Claesz, ten westen Jan Abramsz voorschreven, en dat aan hem liggende als voren onder conditie dat Cornelis Cornelisz aanneemt [een straat] te maken en te onderhouden voor twee derden, voor 100 gld door het gerecht getaxeerd (op 4 april 1662 gebleken voldaan te zijn), bekent Jan Maertsz Slootemaecker als last hebbende van Cornelis Cornelisz Swager, allen wonende op Zaandam, vermangeld te hebben aan Jan Abramsz Oosterhooren wonende te Zaandam een erf groot omtrent 7 roeden liggende achter Jan Maertsz, belend ten noorden en oosten Cornelis Cornelisz Swager, en dat aan een erf liggende als voren, onder conditie dat Jan Maertsz uit naam van Cornelis Cornelis Swager aanneemt een straat te maken en te onderhouden voor 2 derden, voor 50 gld door het gerecht getaxeerd, en bekent Jan Maertsz Slootemaecker te Zaandam gekocht te hebben van Jan Abramsz Oosterhooren mede aldaar een erfje groot omtrent 7 roeden liggende achter de koper, belend ten oosten Jan Abramsz voorschreven, ten noorden de erfgenamen van Theuwis Claesz, voor 150 gld, te betalen een derde gereed, de rest op 2 Sint Jacobsdagen 1650 en 1651, gevolgd door de opdracht 362.
                                                      In de banne van Westzaan wordt op 6 december 1650 opgesteld een inventaris van de goederen die Jan Abramsz Oosterhooren wonende te Zaandam, zijn kinderen, met namen Pieter Jansz, Goosen Jansz, Abram Jansz en Symon Jansz, die hij geprocreëerd en gewonnen heeft bij Womken Pieters zijn overleden huisvrouw, tot 's moeders erfenis bewezen heeft. Elk kind krijgt als geld een som van 500 gld berustende onder de vader, die verder met Pieter Pietersz Wals en Willem Pietersz wonende te Jisp als omen veraccordeerd is over de opvoeding. De vader stelt tot onderpand een huis en erf te Zaandam in de Molenbuert, belend ten zuiden Nan Jansz Muijs, ten noorden Cornelis Jacobsz Schoen. De zoon Goossen Jansz haalt zijn deel op op 8 juli 1664, Pieter Jansz Wals op 4 januari 1667, Abraham Jansz Oosterhooren op 29 mei 1668, en Symon Janse Oosterhoorn op 29 januari 1669. 363
                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1651 Jan Abramsz Oosterhooren wonende te Zaandam, voor hem en zijn mede-consorten, gekocht te hebben van Nanningh Jansz Muijser mede wonende aldaar de helft van een stuk land groot in 't geheel 1029 roeden, liggende achter de weduwe van Barent Bartensz Grol uit op de Wateringh, belend ten noorden Jelle Jansz, ten zuiden Trijntjen Aecht Jansz, voor 1050 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht aan Claes en Jan Abramsz, en bekent in 1652 Claes Abramsz Oosterhooren, zeggende last te hebben van Jan Abramsz Oosterhooren zijn broer, gekocht te hebben van Thieleman Heyndricksz c.s., voogden over de onmondige kinderen van zal. Nan Jansz Muyser, de helft van zeker huis en erf te Zaandam in de Molenbuert, zijnde de Noordzijde, belend ten noorden de originele koper, ten zuiden de kinderen voorschreven, voor 2000 gld, te betalen op 5 eerstkomende meidagen, telkens een vijfdepart, gevolgd door de overdracht aan Jan Abrahamsz Oosterhooren (voldaan op 4 april 1662 364.
                                                      In de banne van Westzaan bekent Jan Abramsz Oosterhoorn, schepen van Westzaan, gekocht te hebben in 1653 van Tielman Heijndricxe, als voogd van de onmondige kinderen van zal. Nanning Jansz Muijser en ook procuratie hebbende van de andere voogden, allen wonende te Zaandam, een helft van een stuk land groot in 't geheel 1028 roeden liggende achter Barent Grols weduwe achteruit met de zijde op 's Heeren Wateringh, belend ten zuiden de erfgenamen van Trijntjen Aecht Jans, voor 875 gld, en in 1654 van Jacob Janse Ommekome, beiden wonende te Zaandam, een stuk land achter Kees Smits uit op en beoosten de Wateringh, belend ten zuiden Reijer Claese, ten noorden Jan Koenen, voor 749 gld, gevolgd door de opdracht 365.
                                                      In de banne van Westzaan bekennen in 1655 Cornelis Pieter Jacobsz en Jan Abramsz Oosterhoorn oud-schepen, beiden wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Jan Jansz swager c.s., mede wonende te Zaandam, als erfgenamen van Jan Kees Baerenden, zekere stuk land te Westzaan achter Kees Schoen, groot 815 roeden, belend ten noorden Neel Pieters, ten zuiden de erfgenamen van Trijntien Aecht Jans, voor 1691 gld 2 st 8 penn, te betalen op 3 eerstkomende Vrouwendagen 1655, 1656 en 1657, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 366.
                                                      In de banne van Westzaan verkopen in 1657 Jan Abramsz Oosterhoorn oud-schepen en Cornelis Jacobsz Schoen c.s. aan Sebastiaen Huijs als last hebbende van Jan Pietersz Gijsen, allen wonende te Zaandam, een huis en erf op het Voochtepadt naast aan de Dijcksloot, belend ten zuiden Jacob Heeremansz, ten noorden de gemene sloot van 't pad, voor 750 gld 367.
                                                      In Uitgeest bekent in 1657 Sieu Claesdr, weduwe van Claes Jacobsz, wonende in onze banne in de Wouden, geassisteerd met Pieter Garbrantsz onze buurman aldaar, schuldig te wezen aan Jan Abrahamsz Oosterhoorn wonende in Zaandam in de Blauwe Hant, een jaarlijkse losrente van 5 gld, te lossen met 120 gld, met als onderpand een huis en erf in de Wouden, belend ten oosten Gerrit Gerritsz, ten zuiden en noorden de Notsloot, ten westen Sijmon Dircxz 368.
                                                      In 1658 bekent Poulus Engelsz buurman te Krommenie schuldig te zijn aan Jan Abrahamsz Oosterhooren wonende te Westzaandam 1000 gld tegen 4 gld ten honderd, met als borg voor haar zoon Jannitge Poulus, weduwe van Engel Jacobsz 369.
                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1659 Sebastiaen Huijs, secretaris ondergeschreven, als last hebbende van Jan Abramsz Oosterhoorn, presiderende schepen van Westzaan, gekocht te hebben van Dirck Haijndricxz Copjes te Westzaandam een ven, groot 675 roeden, op en bewesten de Gouwe, belend ten noorden de koper, ten zuiden Aris Arisz Bes, voor 1080 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1659, 1660 en 1661, telkens een derdepart 370.
                                                      In 1661 bekent Vredrik Krispiaansz Visscher wonende te Krommeniedijk schuldig te zijn aan Jan Abrahamsz Oosterhooren wonende te Zaandam in de jurisdictie van Westzaan 200 gld tegen 4 gld ten honderd 371.
                                                      In de banne van Westzaan verkopen in 1661 Abram Theunisz voor hemzelf, Claes Jansz 't Hooft als voogd, ook zij beiden voor de andere erfgenamen van zal. Claes Claesz Machaije, wonende te Westzaan, aan Jan Abramsz Oosterhoorn, oud-schepen, woonachtig te Westzaandam, een stuk land genaamd de Halve Vijffmadt, groot 1083 roeden, liggende op Ruijghoort, belend ten oosten Klaes Kees Dirck Baerts, ten westen Pieter Aris Dieuwer, voor 1287 gld 372.
                                                      In Assendelft verkopen in 1661 Duijff Claes Gysse weduwe van Jan Cornelisz Engelen, geassisteerd met Sijmon en Claes Jansz de Nouwers haar 2 zonen, mitsgaders Willem Dirk Huygen en Claes Adriaensz als mede-erfgenamen van Jan Cornelisz Engelen en voor de verdere erfgenamen, aan Jan Abrahamsz Oosterhoorn wonende te Westzaandam en Pieter Claesz Oosterhoorn secretaris te Krommenie elk de helft in een stuk land genaamd de Boveegh achter 't huis, groot in 't geheel 741 roeden, liggende in 't Noortent beoosten de weg, belend ten noordoosten Cornelis Jansz Coninck, ten zuidoosten Cornelis Cornelisz Muessen, ten zuidwesten de weduwe van Gerrit Gerritsz Huygen met haar kinderen, ten noordwesten Arent Pietersz Stort, voor 1263 gld 1 st 373.
                                                      In 1661 zijn Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen te Westzaan, en Cornelis Dircksz Huijgen, oud-schepen te Westzaan, gecontracteerd dat, alzo dezelve Huijgen aan voornoemde Oosterhooren een obligatie van 1000 gld schuldig is, boven een somme van 1500 gld, dezelve Huijgen aan voornoemde Oosterhooren „in 't verlopen van 4 jaren, 1661, 62, 63, 64” zal transporteren een stuk land van 1070 roeden gelegen op de Gouw, belend ten zuiden dito Huygen, ten noorden Adriaen Pietersz 374.
                                                      In 1661 testeert Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen van het kwartier van Westzaandam behorende onder de jurisdictie van Westzaan, ziekelijk. Eerstelijk verklaart hij zijn 4 kinderen bij zijn laatst overleden huisvrouw Wumke Pieters geprocreëerd en alsnog levende zonen en enige kinderen, genaamd Pieter, Goossen, Abraham en Sijmon, hun moeders erfenis bewezen te hebben. Hij legateert aan Bregtje Jacobs, zijn oudste dienstmaagd, de interest van 400 gld, haar leven lang of tot haar huwelijk. Hij wil dat zijn oudste zoon Pieter in eigendom zal hebben terstond na testateurs overlijden beide huizen en erven met de aankleve vandien die hij comparant tegenwoordig bewonende is, liggende bij elkaar te Westzaandam, belend ten noorden Cornelis Jacobsz Schoen, ten zuiden Adriaen Cornelisz Kaaskooper, mitsgaders een bleekveld achter Jan Maertsz Smit, daarenboven al het gereedschap tot de verwerij behorende, waarvoor die 7500 gld in de gemene boedel zal inbrengen. Hij institueert Goosen in de legitieme portie tenzij die bepaalde strikte voorwaarden betreffende zijn erfopvolging goedkeurt. Verder institueert hij in 3 vierdeparten van zijn na te laten goederen, mitsgaders in wat de legitieme portie van Goossen te boven gaat bij diens disapprobatie, zijn zonen Pieter, Abraham en Sijmon, waarbij voor de laatste geldt, evenals eventueel voor Goossen, dat hij zijn verkregen middelen niet mag beheren vóór hij 30 jaar is; in alle gevallen bij vooroverlijden aan hun descendenten. Gepasseerd ten huize van de testateur. 375
                                                      In de banne van Westzaan in 1662 bekent Jan Abramsz Oosterhoorn, schepen van Westzaan, wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Claes Pietersz, hem sterk makende voor de andere voogden van de erfgenamen van zal. Grietje Pieters, wonende te Westzaan, een stuk land, groot 719 roeden, liggende in een kamp over de Gouw, belend achter Dirck Heynen uit ten noorden de koper, ten zuiden Cornelis Gerritsz Jonghkees, voor 1185 gld, te betalen op 3 vrouwendagen 1662, 1663 en 1664, telkens een derdepart (gevolgd door de opdracht), en verkoopt Jan Abramsz Oosterhoorn, voor hemzelf en als last hebbende van Cornelis Pieter Jacobsz, wonende te Zaandam, aan Jan Gerritsz Kegh, mede aldaar wonende, een erfje, groot 18 roeden, te Zaandam aan de weg voor Jacob Claesz Broocker uit, belend ten westen de koper, ten oosten de verkopers, voor 90 gld 376.
                                                      In de banne van Westzaan verkopen in 1663 Claes IJsbrantsz en Ariaen IJsbrantsz, voor henzelf voor de ene helft en als omen en voogden van de jonge kinderen van Gijs Pieter Gijsen en zal. Dieuwer IJsbrants voor de andere helft, aan Jan Abramsz Oosterhoorn en Cornelis Pieter Jacobsz, allen wonende te Zaandam in de Molenbuert, een stukje land, groot in 't geheel 679 roeden, te Zaandam in de Molenbuert, voor 1595 gld, te betalen op 3 vrouwendagen 1663, 1664 en 1665, telkens een derdepart 377.
                                                      In de banne van Westzaan verkopen in 1664 Jan Abramsz Oosterhoorn c.s. aan Pieter Cornelisz Twat, als voogd van Hillegunt Cornelis weduwe van Willem Joresz te Zaandam, een erf op Jacob Schoenenpad, belend ten oosten Ariaen Jansz Pitt, ten westen de verkopers, groot 30 voeten bij de sloot langs, voor 195 gld 378.
                                                      In Krommenie verkoopt in 1664 Kornelis Willemsz Backer, oud-schepen, aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen van Westzaan, een huis en boomgaard tot het nieuwe huis toe op 't Madt, belend ten westen Jan Jacobsz Mostaet, ten oosten Pieter Claesz, voor 1355 gld 379.
                                                      In de banne van Westzaan belijden in 1665 Jan en Claes Gerritsz Ouwekees wonende te Zaandam van Jan Abrahamsz Oosterhoorn gekocht te hebben een akker land, groot 229 roeden, op 't einde van de Watering, belend ten noorden Gerrit Ouwekees, ten oosten Pieter Willemsz Reus, voor 360 gld 13 st 8 penn, te betalen op 3 eerstkomende vrouwendagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart (op 4 september 1669 bekent Jan Abrahamsz Oosterhooren betaald te wezen) 380.
                                                      In 1665 testeert Jan Abrahamsz Oosterhooren, ziekelijk. Eerstelijk verklaart hij aan zijn 4 bij zijn reeds overleden huisvrouw Wumke Pieters geprocreëerde en alsnog levende zonen en enige kinderen, genaamd Pieter, Goosen, Abraham en Sijmon Jansz Oosterhooren, hun moeders erfenis bewezen te hebben. Ten tweede revoceert hij zijn testament bij dezelfde notaris van 1661. Ten derde legateert hij vooruit aan Bregje Jakobs zijn oudste dienstmaagd, als zij in zijn dienst op zijn overlijden is, de interest van 400 gld haar leven lang of tot haar huwelijk toe. Ten vierde prelegateert hij aan Abraham en Sijmon, zijn 2 jongste zonen, elk 600 gld om redenen dat Pieter en Goosen zijn 2 oudste zoenen elk zo veel of meer ten huwelijk hebben genoten. Ten vijfde nomineert hij in alle verdere goederen als universele erfgenamen Pieter, Goosen, Abraham en Sijmon Oosterhooren. 381
                                                      In 1666 testeert Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen en regerend vroedschap van het kwartier van Westzaandam behorende onder de jurisdictie van Westzaan. [Dit testament verschilt weinig van dat van 1661; nu legateert testateur aan Bregje Jacobs de interest van 800 gld.] 382
                                                      In de banne van Westzaan bekent op 25 maart 1666 Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen en secretaris, gekocht te hebben van de voogden van de minderjarige kinderen van zal. Jan Jacobsz Vet en Hillegont Pieters te Zaandam overleden, een stuk land gelegen achter de kinderen van Jan IJsbrantsz uit een kamp over de Gouw, belend ten zuiden de Koper, ten noorden Griet Claes Ettes, groot 488 roeden, voor 793 gld, te betalen primo mei 1667 383.
                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1669 Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen, van Lourus Bouwensz Ket wonende te Zaandam gekocht te hebben de helft van een huis en erf te Zaandam bij de Overtoom, belend ten zuiden Ewout van Vliet, ten noorden d'Oude Hollantsche Tuyn, gemeen met ene Jan Cornelissen, voor 2100 gld, te betalen de helft gereed mei eerstkomende en de wederhelft mei 1670 (waarna de opdracht door Simon Oosterhooren als last en procuratie hebbende van Lourens Bouwenz Ket) 384.
                                                      In 1670 wordt vanwege Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud- schepen en -vroedschap te Westzaandam, een insinuatie gedaan aan Pieter Dircsz van Frederikstad, mede wonende te Zaandam, dat zij op 4 juni 1654 een contract hebben gesloten voor notaris Adriaen Albertus Schagen, waarin de insinuant zou geobligeerd zijn de geïnsineerde te leren en volkomen te onderrichten 't ambacht van verwen, waarvoor de geïnsinueerde zekere somme van penningen zou betalen, en was gestipuleerd dat de geïnsinueerde nooit in de banne van Westzaan, noch ook aan de Oostzijde van Zaandam, zou mogen zelf een verwerij op te zetten of iemand anders te leren met het voornemen zulks te doen, en dat insinuant is bericht geworden dat de geInsinueerde van mening zou zijn een verwerij op Oostzaandam op te richten en te dien fine alreeds aldaar woonachtig was, wat niet behoort; het antwoord was dat de insinuant doen mocht wat hij kon 385.
                                                      In de banne van Westzaan verkoopt in 1670 Jan Abramsz Oosterhooren, oud-schepen alhier, ook instaande voor Cornelis Pieter Jacobsz wonende te Zaandam, aan Guirte Dircx, weduwe, mede wonende aldaar, een erfje te Zaandam op Jacob Schrenenpad, belend ten oosten Pieter Jacobsz Papier, ten westen de verkoper, breed zijnde bij de sloot langs 25 voeten, voor 134 gld 10 st 386.
                                                      Op 26 augustus 1671 compareren Jan Abrahamsz Oosterhooren, regerend schepen, ook voor Jan Cornelisz en Willem Willems Boekebinder, allen wonende te Zaandam, ter eenre, en Ewout van Vliet, notaris te Delfshaven, ter andere zijde, en verklaren hun geschil over de osendrop ter wederzijden van zeker huis en erf bij de Overtoom aldaar, gebouwd door de voorschreven Van Vliet en nu toebehorende de notaris [Simon Oosterhooren], te submitteren aan 't oordeel van Floris Cloeck, advocaat te Amsterdam, en Jan Gerritsz Ouwekees en Meyndert Arentsz, koopluiden te Zaandam. Op 12 september 1671 approberen de partijen de uitspraak. 387
                                                      In de banne van Westzaan in 1672 verkoopt Arent Aukes Metselaer aan Jan Abrahamsz Oosterhooren en Jan Hendrixsz Kardinael, regerende schepenen alhier, een huis en erf te Zaandam op 't Zuijder Jaep Mensenpadt, belend ten oosten Maerten Naijer, ten westen Jan Dircxz Verveen, en verkoopt Sijmon Cornelisz Huijgen, ook voor de verdere kinderen en erfgenamen van zal. Cornelis Dircsz Huijgen en Niesje Abrahams, wonende te Westzaan, aan Jan Abrahamsz Oosterhoorn, regerend schepen wonende te Zaandam, een stuk land te Westzaan in de Crabbelbuirt, op en bezuiden de Mallegatssloot, belend ten zuiden de weduwe van Jan Garbrantsz en Pieter Aeghte Heijnis, ten noorden dito sloot, strekkende van de huizen af tot de Gouw toe, groot 752 roeden, voor 940 gld 388.
                                                      In de banne van Westzaan verkoopt in 1674 Dirck Cornelisz Huygen wonende te Zaandam, als mede-erfgenaam van zijn broer Symon Cornelisz Huygen, wijders instaande voor alle verdere erfgenamen, aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen, wonende te Zaandam, 2 stukken land op en beoosten de Gouw, naast elkaar, belend ten zuiden Dirck Jacobsz Vet, ten noorden Willem Gerritsz Snie c.s., tezamen groot 576 roeden, voor 576 gld 389.
                                                      In 1675 is er een certificatie door o.a. Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud 64 jaar, diverse malen geweest zijnde schepen en ook ouderling van de Gereformeerde Kerk aan de Westzijde van Zaandam 390.
                                                      In de banne van Westzaan verkoopt in 1675 Jan Dircsz No, als speciaale last en procuratie hebbende van Aagje Pieters, weduwe van Maerten Claesz Nomen, aan Jan Abrahamsz Oosterhooren en Pieter IJsbrantsz Leest, elk voor de helft, allen wonende te Zaandam, een custingbrief houdende ten laste van Wouter Lourisz Smit zal. gewoond hebbende op de Koogh 1000 gld 391.
                                                      In 1676 testeert Jan Abrahamsz Oosterhoorn, oud-schepen van Westzaandam, ziek zijnde naar lichaam doch volkomen gebruikende zijn zinnen en verstand. Hijn heeft kinderen bij zijn laatst overleden huisvrouw Wumke Pieters. Hij prelegateert aan Bregje Jacobs, zijn oudste dienstmaagd, indien zij op zijn overlijden in zijn dienst is, de rente van 800 gld haar leven lang of tot haar huwelijk toe. Hij verklaart tot zijn mede-erfgenamen de 3 kinderen van zijn overleden zoon Goossen en de 2 kinderen van zijn overleden zoon Abraham, en dat in hun legitieme portie. Het is zijn wil dat zijn oudste zoon Pieter in eigendom zal hebben terstond na zijn overlijden beide huizen en erven, met alle aankleve van dien, die hij tegenwoordig bewonende is, staande bij elkaar te Westzaandam, belend ten noorden Cornelis Jacobsz Schoen, ten zuiden Ariaen Cornelis Kaeskooper, nog het bleekveld achter het huis van Jan Pietersz, en nog alle kuipen, ketels, „boeije”, kleinschuit en al het verdere gereedschap tot de ververij. Hij institueert tot universele erfgenamen Pieter en Simon Jansz Oosterhooren, zijn 2 zonen. 392
                                                      In Assendelft heeft in 1676 Jan Abrahamsz Oosterhooren wonende te Westzaandam gekocht van de curateures van de geabandonneerde boedel van Anna Gerrits Hamm, weduwe van Jan Gerritsz Huijgen, een stuk land genaamd het Corte Ventje met het vierde in de Vuijtkaijck in Maerte Sijmesweer, groot tezamen 1497¼ roeden, liggende in de Noorderpolder, belend ten noordoosten Marijtje en Cornelis Miessis, ten zuidwesten Bartholomeus Willemsz en Gerrit Jellissen, voor 1197 gld 16 st, te betalen op 3 meidagen 1676, 1677 en 1678, en verkoopt in 1677 Louris Claesz Croon alhier aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, wonende aan de Westzijde te Zaandam, een stuk land genaamd d'Halvemaatje in de Noorderpolder, groot 509½ roede, belend ten noordoosten Jacob Jan Meijndertsz, ten zuidwesten Marij Crelis Miessis, voor 300 gld 393.
                                                      In 1677 geeft Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-burgemeester in de banne van Westzaan, volmacht aan Aris Arisz, korenmolenaar te Zaandam, om voor het gerecht van Kalverdijk te compareren om aldaar aan te nemen de opdracht van 11 geerzen land in het gebied van Kalverdijk die Evert Cornelisz Beeck, korenmolenaar te Warmenhuizen, ten behoeve van hem comparant zal passeren, en de opdracht of kwitantie over te nemen 394.
                                                      In Assendelft in 1677 verkoopt Pieter Claesz Oosterhooren aan Jan Abramsz Oosterhooren zijn oom de helft van een stuk land genaamd de Booveegh, groot in 't geheel 741 roeden, belend ten noordoosten Jochem Jacobsz, ten zuidwesten Gerrit Gerritsz Huijgen, voor 350 gld, en verkoopt Cornelis Pietersz Floren alias Schudje aan Jan Abrahamsz Oosterhooren wonende te Westzaan een stuk land in de Noorderpolder genaamd Noomkelandt, groot 624 roeden, belend ten noordoosten de kinderen can Claes Bouwissen, ten zuidwesten Jan Joosten, voor 550 gld 395.
                                                      In de banne van Westzaan verkoopt in 1677 Claes Claesz Jas wonende te Wormerveer aan Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen alhier, een stuk land, groot omtrent 550 roeden, achter Wormerveer aan de Dijcksloot, belend ten noorden de weduwe van Jan Visscher, ten zuiden Dirck Cornelis Blauw, voor 700 gld, en aan Jan Abrahamsz Oosterhooren voor 6/29, Aerjan Jansz d'Wit en Aegte Pieters weduwe van Haijmo Jansz Zanen elk voor 8/29, Marij Jans weduwe van Jan Visscher voor 5/29, en Marij Jans weduwe van Pieter Claesz Prins voor de resterende 2/29, allen wonende in deze banne, een huis en erf te Wormerveer, belend ten westen Alit Alberts, weduwe, ten oosten Neeltje Bruijnen, waarbij de koper een pad van 4 voeten over dit erf bewesten het huis om moet gedogen, met de conditie dat de verkoper zo lang hij leeft in het huis zal mogen wonen, mits doende behoorlijk onderhoud en hij de verponding en elk jaar 20 gld huur betaalt, voor 700 gld 396.
                                                      Op 5 november 1679 maakt Jan Abrahamsz Oosterhooren, oud-schepen in de banne van Westzaan, woonachtig te Zaandam, tamelijk gezond, een codicil. Hij approbeert het testament van 7 juni 1676 uitgezonderd hetgeen hierna volgt. Al hetgeen hij op zijn zoon Pieter Jansz Oosterhooren had gemaakt boven de legitieme portie en onder afslag van hetgeen daarop in rekening kan worden gebracht, zal komen op deszelfs [twee] kinderen, welke kinderen hij verklaarde in 't overige van dezelve filiale portie tot zijn mede-erfgenamen te institueren, waarvan de interest tot hun mondigheid aan de vader of moeder zal komen. 397
                                                      Op 16 oktober 1680 verklaren Pieter Cornelisz Vat, oud-schepen, Pieter en Simon Jansonen Oosterhooren, allen te Zaandam, te kennen gevende dat zij benevens Dirck Dircksz Maetjes zal. bij testament van zal. Jan Arahamsz Oosterhooren, in zijn leven oud-schepen aldaar, op 7 juni 1676 waren gesteld tot voogden over de kinderen van zal. Goossen en Abraham Jansonen Oosterhooren en tot administrateurs van hun goederen, in plaats van Dirdck Doirksz Maetjes te stellen tot voogd Jochem Isbrants Kleijnsorgh, mede oud-schepen aldaar 398.
                                                      Op 9 janauri 1682 geven Sijmon Jansz Oosterhooren en Lijsbet Pieters, weduwe en boedelhoudster van Pieter Jansz Oosterhooren, wonende te Zaandam, tezamen erfgenamen van zal. Jan Abrahamsz Oosterhooren, machtiging aan Sr Daniel Leijts, notaris en procureur aldaar, teneinde in hun rechten waar te nemen en te vervolgen zodanige zaken als zijluiden zouden mogen goed vinden 399.
                                                           Uit het eerste huwelijk:
                                                      1. Lysbet JANS, ged. (nederd. geref.) Westzaan 25 april 1638.
                                                    81. (<40) (>162, >163) Wollement Pieters 'Womke' WALS, ged. (nederd. geref.) Jisp 20 nov. 1611, overl. vóór 6 dec. 1650, tr. 1° Goosen Jansz MARLING, zn van Jan Pietersz MARLING, schepen van Wormer.
                                                        In de banne van Westzaan wordt in 1640 ingebracht door Jan Abramsz als man en voogd van Wumken Pieters ten behoeve van haar voorkind Stijntgen Gooses, in presentie van Jan Pietersz (ondertekent als Jan Pietersen Marling), oud-schepen van Wormer, als bestevader van 't voorschreven weeskind, 250 gld berustende onder de voorschreven Jan Abramsz, zijnde de voorschreven Jan Abramsz ter eenre en de voorschreven Jan Pietersz als bestevader en voogd van 't voorschreven kind, ter andere zijde, overeengekomen dat Jan Abramsz aanneemt het kind op te brengen met behuden goed voor de rente van de voorschreven somme, tot zijn 18 jaren toe, met als onderpand een huis en erfje te Zaandam in de Molenbuyert, belend ten noorden Cornelis Jacobsz, ten zuiden Nan Jansz. Op 24 januari 1651 compareren Jan Abramsz in dezen genomineerd, ter eenre, en Pieter Pietersz (ondertekent als Pieter Pietersz Wals) en Willem Pietersz als omen en voogden van Stijntgen Gooses hun overleden zusters kind, ter andere zijde, en is geaccordeerd dat het kind zal hebben tot moeders erfenis 500 gld berustende onder de stiefvader (met voorwaarden als hiervoor). Op 1 juni 1655 bekent Claes Cornelisz als man en voogd van Stijntien Goosen van de somme van 750 gld uit handen van Jan Abramsz voldaan te zijn. 400
                                                        In Krommenie bekent in 1657 Claes Willemsz Boontje wonende in de Vlus schuldig te zijn de nagelaten kinderen van zal. Wumke Pietersdr verwekt door Jan Abrahams Oosterhorn wonende te Zaandam 500 gld tegen 4 gld ten honderd (op 8 februari 1670 wettelijk opgeëist van de debiteur, op 30 januari 1691 wettelijk opgeëist van de erfgenamen van zal. Claes Willemsz Boontje uit order van Pieter Gose, en op 13 februari bekende Pieter Goosen voldaan te zijn) 401.
                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1658 Sijmon Symonsz wonende te Westzaan schuldig te wezen de nagelaten weeskinderen van zal. Wimpje Pieters een losrente van 7 gld, hoofdgeld 200 gld, met als borg Griete Baerts geassisteerd met Cornelis Claesz Keesen (op 28 januari 1671 bekent Jan Abrahamsz Oosterhoorn, vader van de kinderen, voldaan te zijn) 402.
                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1635 Goossen Jansz van Wormer gekocht te hebben van Heertgen Joosepsz wonende te Zaandam een huis en erf op Zaandam in de Molebuyert, belend ten noorden Jacob Gerretsz, ten zuiden Nan Jansz, onder conditie dat de verkoper de spijker aan hem houdt, voor 2950 gld, te betalen een derdepart mei eerstkomende, de rest op 2 meidagen daaraanvolgende 1636 en 1637 (op 9 juni 1637 voldaan door Goosen Jansz), gevolgd door de opdracht aan Goosen Jansz wonende te Wormer 403.
                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1637 Goossen Jansz, verwer, wonende op Zaandam in de Molenbuert, schuldig te wezen aan Jan Pietersz, verwer te Wormer, een jaarlijkse losrente van 50 gld, losbaar met 1000 gld, met als onderpand zijn huis en erf in de Molenbuert, belend ten noorden Jacob Gerretsz Kool, ten zuiden Nan Jansz (op 30 december 1644 afgelost door Jan Abramsz Oosterhooren) 404.
                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1641 Aris Jansz als zoon en voogd van Dieuwer Cornelisdr wonende in de Kerckhuyert schuldig te wezen Styntgen Gooses, nagelaten weeskind van Goosen Jansz, wonende te Zaandam, een jaarlijkse losrente van 5 gld, hoofdsom 100 gld, met als onderpand een stuk land, groot omtrent 350 roeden, in de Middel, belend ten zuiden Pieter Claesz van 't Kalff, ten noorden Cornelis Claesz 405.
                                                             Uit het eerste huwelijk:
                                                        1. Stijntgen GOOSENS, tr. Claes CORNELISZ.
                                                             Uit het tweede huwelijk:
                                                        1. Pieter Jansz OOSTERHOOREN, alias Wals (aanvankelijk), overl. tussen 16 okt. 1680 en 23 mei 1681, tr. Lijsbeth Pieters BLEECKER, overl. Amsterdam 23 aug. 1715 (oud 72 jaar, weduwe 406), begr. Westzaandam (Westerkerk), die hertr. met Pieter Claesz MENS.
                                                            Bij de deling van de boedel nagelaten door Jan Abrahamsz Oosterhooren tussen de geïnstitueerde erfgenamen Pieter en Sijmon Jansonen Oosterhooren volgens het testament van 7 juni 1676 verkrijgt Pieter Jansz Oosterhooren: 2 huizen, erven, bleekveld, schuit, boeier en gereedschappen in de Molenbuirt te Zaandam, aan de Zaan, belend ten zuiden Arijaen Cornelisz, ten noorden Cornelis Jacobsz Schoen, voor ƒ 7500, 3 lijfrentebrieven ten lijve van Wumke, Stijntje en Pieter, kinderen van Pieter Jansz Oosterhooren en Lijsbet Pieters, voor ƒ 1500, een ton indigo voor ƒ 400, totaal ƒ 9400, waarvoor tekent Lijsbet Pieters, weduwe en boedelhoudster van Pieter Jansz Oosterhooren, geassisteerd met haar broer Jan Pietersz Bleecker, koopman 407.
                                                            In 1702 geven Pieter Pietersz Oosterhooren, wonende te Zaandam, en Pieter Pietersz Mens, wonende te Amsterdam, als in huwelijk hebbende Styntie Pieters, kinderen van Pieter Jansz Oosterhooren verwekt aan Lijsbeth Pieters, te kennen dat zij alle goederen als hun aangekomen zijn van hun vader en van hun grootvader Jan Abrahamsz Oosterhooren, tot nu toe door hen gemeen bezeten, nu verdelen, nl. aan de eerste comparant een huis en erf, verwerij en alle gereedschappen vandien, door hem tegenwoordig bewoond te Westzaandam in de Molenbuurt, belend ten noorden Arend Cornelisz Bont, ten zuiden de tweede comparant, aan de tweede comparant een huis en erf ter plaatse als voren, naast aan en ten zuiden van het eerstgenoemde huis, belend ten zuiden Baardt Adrijaensz Ransdorp; de verdere effecten zijn ook verdeeld 408.
                                                            Op 16 juni 1688 zijn Lijsbeth Pieters Bleeckers, weduwe van Pieter Jansz Oosterhooren, voornemens zich in een ander huwelijk te begeven, ter eenre, en Sijmon Jansz Oosterhooren, oom, en Simon Claesz Oosterhooren, neef, van haar kinderen en naastbestaande bloederwanten, ter andere zijde, overeengekomen bij vorm van uitkoop, dat zij haar 4 kinderen voor vaders goed zal bewijzen ieder 350 gld en daarenboven dezelve behoorlijk behoudens goed opvoeden, blijvende zij eigenaresse van de verdere gemene boedel 409.
                                                            Op 15 december 1715 hebben Pieter Pietersz Oosterhooren wonende te Westzaandam, ter eenre, en Pieter Pietersz Mens in huwelijk hebbende Stijntie Pieters Oosterhooren wonende te Amsterdam, ter andere zijde, kinderen en dienvolgens ieder voor de helft erfgenaam van hun moeder Lijsbet Pieters Bleeckers, in haar leven gewoond hebbende te Westzaandam doch te Amsterdam overleden, haar nalatenschap verdeeld, nl. aan de eerste comparant een obligatie onder de hand ten laste van hemzelf van 2500 gld kapitaal waarvan afgelost 500 gld, blijvende overzulks 2000 gld, aan de laatste comparant een obligatie op naam van Lijsbeth Pieters Bleecker dd. 6 april 1707 van ƒ 600 en idem dd. 9 oktober 1702 van 1000 gld, en is het verschil vereffend 410.
                                                        2. Goossen Jansz OOSTERHOORN, zie 40.
                                                        3. Abraham Jansz OOSTERHOOREN, geb. ca. 1634 411, mr zeilemaker 412, tr. Guijrtie JACOBS, dr van Jacob Gerritsz NEL, koopman in houtwaren te Zaandam, schepen, die hertr. met Jochem Arentsz KADT, koopman te Amsterdam.
                                                            In de banne van Westzaan wordt op 8 maart 1678 de inventaris opgesteld van de goederen die Guijrtie Jacobs haar 2 kinderen Grietie Abrams, oud 9, en Wempie Abrams, 6 jaar, geprocreëerd bij zal. Abram Jansz Oosterhooren, tot hun vaders erfenis bewezen heeft, ten overstaan van Jan Abramsz Oosterhooren, bestevader en voogd van de voorschreven kinderen, nl. elk 25 gld. De moeder, geassisteerd met haar vader Jacob Gerritsz Nel, neemt op zich de kinderen behoudens goed op te brengen tot hun mondige of huwbare jaren toe. 413
                                                        4. Sijmon Jansz OOSTERHOOREN, koopman en houtkoper te Zaandam, weesvader van 't Armenweeshuis te Zaandam 414, diaken (van de gereformeerde kerk te Westzaandam 415), impost op begr. Westzaandam 16 juni 1704 of 29 sept. 1712 (impost ƒ 30, aangever Pieter Oosterhoorn, of ƒ 6, aangever Dirck Oosterhooren), tr. 1° Dieuwer WALIGS, overl. vóór 22 mei 1674, tr. 2° ald. 27 sept. 1676 (hij weduwnaar in de Molenbuurt, zij jongedochter in de Kerckbuurt) Trijn CLAES, dr van Claes Arentsz JOOR, tr. 3° ald. 14 sept. 1681 (hij weduwnaar op het Haringpad, zij weduwe in de Molenbuurt) Eeffje JANS, wed. van Cornelis Cornelisz KEESEN.
                                                            Op 22 mei 1674 zijn Sijmon Jansz Oosterhooren, weduwnaar van Dieuwertje Waligs, ter eenre, en Claes Arentsz Joor als voogd over Abraham Sijmons oud 7, Claes Cornelisz Nomen als voogd over Wentje Sijmons oud 4, Claes Sijmonsz Decker als voogd over Dirck Sijmonsz oud 6, en Jan Dircsz No als voogd over Claes Sijmonsz oud 2 jaren, allen nagelaten kinderen van zal. Dieuwertje Waligs aan dezelve verwekt door de gemelde Sijmon Jansz, allen wonende te Zaandam, ter andere zijde, veraccordeerd nopende 't moedersgoed, nl. dat de eerste comparant aanneemt zijn kinderen op te voeden tot hun trouwdag of mondigheid toe, en belooft alsdan elk voor moedersgoed te voldoen met 50 gld. Op 4 januari 1695 verklaren Abaham Sijmonsz, Pieter Pietersz Spaens getrouwd met Wumpje Sijmons, en Claes Sijmonsz voldaan te wezen, en is ook getoond bij quitantie van Dirck Sijmonsz Oosterhooren dat die mede voldaan is. Echter moet nog opgebracht worden aan de eerste drie kinderen de somme van 100 gld, die uitgezet is. 416
                                                            In de banne van Westzaan bekent in 1681 Simon Jansz Oosterhooren wonende te Zaandam van de kinderen van zal. Rem Jacobsz, te Zaandam overleden, gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam op 't Haringpadt, belend ten westen Grietje Davits, ten oosten Geertje Willems, voor 1155 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt door Pieter Sijmons Kalff als voogd van Jacob Remmenszoon en de mede-erfenamen van zal. Rem Jacobsz, in zijn leven grootschipper te Zaandam 417.
                                                            Bij de deling van de boedel nagelaten door Jan Abrahamsz Ooterhooren tussen de geïnstitueerde erfgenamen Pieter en Sijmon Jansonen Oosterhooren volgens het testament van 7 juni 1676 verkrijgt Sijmon Jansz Oosterhooren: een stuk land op Ruijgoort groot 1083 roeden, voor ƒ 812, een stuk land in de Krabbelbuirt te Westzaan op de Mallegatssloot, strekkende van de huizen tot de Gouw toe, groot 752 roeden, voor ƒ 705, een half huis en erf bij de Overtoom te Zaandam gemeen met Jan Cornelisz Kleijbroeck, belend ten zuiden Simon Oosterhooren, ten noorden Jan Jochemsz Leenen, voor ƒ 1900, een stuk groesland[?] in de Speceterpolder in Harenkarspel, groot omtrent 11 geers, voor ƒ 1100, een stuk land genaamd Korteventje met ...[?]part in de Buijtenkaijck, tezamen groot 1497¾ roeden, in de Noorderpolder te Assendelft, gekomen van Anna Gerrit Hammes, een stuk land gelegen als voren genaamd 't Noomkelant gekomen van Claes Pietersz Schudt, groot 6249 roeden, een stuk land genaamd het Halve Meetje aan de Lagendijck gelegen als voren, groot 509 roeden, gekomen van Lou Kroon, tezamen voor ƒ 2047, de helft van een obligatie van 600 gld, komt alhier ƒ 300, een custingbrief ten laste van Haijndrick Dircsz Wouw te Westzaan pro reste ƒ 200, 5 obligaties samen ƒ 636, een vierenzestigste scheepspart ƒ 125, in geld ƒ 75, totaal ƒ 9400 407.
                                                            In 1684 compareren Grietje Cornelis Ouwekees, weduwe en boedelhoudster van Cornelis Jansz Kesen, geassisteerd met Claes Cornelisz Groot, regerend burgemeester te Zaandam, haar zoon en gekoren voogd in dezen, ter eenre, en Simon Jansz Oosterhooren in huwelijk hebbende Eeffje Jans die weduwe was van Cornelis Cornelisz Kesen gewezen zoon van de eerste comparante, allen wonende te Zaandam, ter andere zijde. De eerste comparante geeft te kennen dat zij met haar voorschreven zoon Cornelis Cornelisz in 1670 of vóór die tijd is veraccordeerd dat hij voor 't gebruik van 't erf voor zo veel hij dat met huizing, schuren en hout zou betimmeren en bezetten, item voor 't gebruik van de zaagmolen genaamd het Roodt Hart, aan haar toebehorende, jaarlijks boven de erfpacht van 't molenerf aan haar 200 gld zou betalen, naderhand verminderd tot 180 gld. Hij, de tweede comparant, belooft die 180 gld jaarlijks te betalen. Na haar overlijden krijgt hij de molen voor 500 gld. 418
                                                            In de banne van Westzaan verkopen in 1684 Jacob Claasz Schaepherder voor de helft, Jan Heijndricksz, Claas Heijndricksz en Dirck Pietersz Louw ieder voor hemzelf voor een achtste, nog tezamen instaande voor Cornelis Jansz Bouman mede voor een achtste, allen te Zaandam en Aalsmeer woonachtig, aan Sr Sijmon Jansz Oosterhooren, houtkoper te Zaandam, een stuk land, groot omtrent 706 roeden, te Zaandam op en bewesten de Nieuwe Vaart, belend ten zuiden de weduwe van Walich Claesz Nomen, ten noorden de erfgenamen van Gerret Oudekees, voor 500 gld, te betalen de helft gereed, de andere helft over een jaar na dato dezes 419.
                                                            In de banne van Westzaan verkoopt in 1685 Sijmon Jansz Oosterhoorn, koopman wonende te Zaandam, aan Jan Jansz Tip, wonende te Westzaan, een ven, groot 752 roeden, te Westzaan op en bezuiden de Mallegatssloot achter de worf van Claes Theunisz van Graft, belend ten zuiden de erfgenamen van Pieter Kees Heijnes, ten noorden de erven Cornelis Aegte Heijnes, voor 515 gld 18 st 420.
                                                            In de banne van Westzaan verkoopt in 1686 Sr Simon Jansz Oosterhooren, koopman te Zaandam, aan Theunis Claesz Draij, mede aldaar, een huis en erf te Westzaandam op het Haringpadt, belend ten oosten Geesje Davidts, ten westen Griet Symons, voor 1200 gld, te betalen in 3 termijnen 421.
                                                            In 1703 geeft Sijmon Jansz Oosterhooren, koopman in houtwaren te Westzaandam, volmacht aan Sr Pieter Mattheusz, mr timmerman te Veere in Zeeland, om in te vorderen van de erven van ene Jacob Jansz te Veere zodanige somme van penningen als hem, constituant, van de gemelde erfgenamen deugdelijk is competerende 422.
                                                            Op 23 september 1676 worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Simon Jansz Oosterhooren, weduwnaar, en Trijn Claes, jongedochter, geassisteerd met haar vader Claes Arentsz Joor, allen wonende te Zaandam. Als zij vóór hem overlijdt zonder kinderen, zullen haar erfgenamen alles hebben wat zij heeft aangebracht en staande huwelijk aangeërfd. 423
                                                            Op 12 september 1681 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Simon Jansz Oosterhooren, weduwnaar, en Eeffje Jans, weduwe, wonende te Westzaandam, nl. dat op 't scheiden van 't huwelijk, al of niet kinderen uit dit huwelijk nagelaten, de langstlevende uit hun gemene boedel vóór alle deling zal trekken 1000 gld 424.
                                                      82. (<41) (>164, >165) Gerrit PIETERSZ, geb. ca. 1611, zeilmaker (bij huwelijk), varentman, ondertr. (pui) Amsterdam 4 okt. 1636 (hij wonende op Ulenborch, geassisteerd met zijn vader Pieter Willemsz, zij wonende als voren, geassisteerd met Jan Jansz Rijser haar vader [in de tekst staat abusievelijk „Rijder” i.p.v. „Rijser”])
                                                          In Krommenie bekent in 1649 Jan Jansz, koperslager en ketelmaker, onze buurman, 1200 gld schuldig te wezen aan de nagelaten weeskinderen van zal. Gerrijt Pietersz en Lijsbet Rijsersdr, beiden van Amsterdam, met namen Pieter Gertse en Geertruij Gertsdr, ontvangen van Mr Heinderick Adryaensz van der Put en Claes Pietersz van de Sed, wonende beiden op Zaandam in de banne van Oostzaan, voogden van de voorschreven kinderen, op een jaarlijkse losrente van 4 gld 10 st van elke 100 gld, komt in alles 54 gld, waaraan comparant heeft verbonden zijn huis met zijn erf waar hij in woont te Krommenie tegenover de kerk op een gemene muur met de secretaris, belend ten noorden Heinderick van den Hoove, ten zuiden de secretaris. Claes Pietersz van de Sed, voogd, heeft zich borg gesteld voor de betaling. Op 20 mei 1654 bleek de schuld voldaan te zijn. 425
                                                          In Krommenie heeft in 1651 een gemachtigde van Jan Jansz Cooperslager onze buurman, tot meer vastigheid en verzekering van de hoofdsom vamn 1200 gld en interest vandien aankomende de nagelaten weeskinderen van zal. Gerrijt Pietersz en Eelijsabet Rijsersdr, speciaal verbonden zijn huis en erf waarin hij, Jan Jansz Cooperslager, tegenwoordig woont, tegenover en beoosten de kerk, belend ten noorden Heinderick van de Hove, brouwer in de Ene Ster tw Haarlem, ten zuiden de secretris te Krommenie (op 20 mei 1654 geroyeerd als zijnde de originele van dezen voldaan) 426.
                                                      83. (<41) (>166, >167) Lijsbeth Jansdr RIJSER, geb. ca. 1611, overl. Oostzaandam.
                                                          In Amsterdam in 1660 heeft Claes van den Driessche, als in handen hebbende een obligatie van 4000 gld ten laste van Dirck Jacobsz Clapmuts en Ryckland Jacobsdr dd. 31 okt. 1641 ten behoeve van Niclaes Ryser wonende te Sevilla in Spanje, ingebracht 1000 gld door hem op heden van Ryckland ontvangen op afkorting van deze obligatie, en dat ten behoeve van Pieter, oud 19, en Geertruijt, oud 16 jaar, de 2 nagelaten kinderen van Lijsbet Rijser en Gerrit Pietersz varentman, welke penningen door de voorschreven Niclaes Rijser, de oudoom van de voorschreven kinderen, zijn geschonken zoals Jan van Os en Jan IJsbrantsz, mede comparerende, hebben verklaard, en dat volgens zekere missive van de voorschreven Niclaes Ryser en de conditiën in dezelve missive geëxprimeerd. Op 19 maart 1666 zijn deze 1000 gld overhandigd aan Pieter Gerritsz en Goosen Jansz als getrouwd hebbende Annetje Gerrits, in 't bijzijn van Arent Albertsz Neef hun voogd. 427
                                                          In 1688 verklaren Willem Abrahamsz Backer en Huijbert Heijndricsz Kadt, buurluiden te Oostzaandam, ten verzoeke van Pieter Gerritsz en Gerrit Engelsz wonende te Krommenie, waarachtig te wezen dat er niet meer kinderen of erfgenamen van Lijsbet Reijsers zal., hun, getuigen, zeer wel bekend geweest, te Oostzaandam na haar man Gerrit Pietersz zal. overleden, in 't leven zijn dan de voornoemde Pieter Gerritsz en Geertruijdt Gerrits getrouwd aan de voorschreven Gerrit Engelsz 428.
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Pieter GERRITSZ, geb. ca. 1641, ondertr. (schepenbank) Krommenie 31 jan. 1666 (hij jonggezel van Oostzaandam, zij jongedochter van Krommenie) Aagte GARBRANTS.
                                                          2. Geertruijt GERRITS, geb. ca. 1644, zie 41.
                                                        84. (<42) IJsbrant, alleen bekend van een zoon en een dochter, tr. N.N.
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Nanning IJSBRANTSZ, zie 42.
                                                          2. Aagt IJSBRANTSDR, tr. Jacob HEIJNDRICKSZ, die hertr. met Duijffje ADRIAENS.
                                                              In Krommenie wordt in 1656 de inventaris opgemaakt vann hetgeen Jacob Heijndricksz wonende alhier te Krommenie zijn 3 onmondige kinderen geprocreëerd bij Aagt Isbrantsdr zijn overleden huisvrouw tot hun moeders erfenis bewezen heeft, in 't bijzijn en met approbatie van Nan Isbrantsz en Claes Jansz, omen en bloedvoogden van de kinderen, nl. ieder kind 500 gld berustende onder de vader en een bed, waartegen de vader de kinderen zal onderhouden, die hiervoor zijn huis en erf verbindt in de Kerckbuert waar hij in woont, belend ten zuiden Cornelis Josepsz, ten noorden Jan Jacobsz Lakeman. Op 13 februari 1675 bekenden Hendrick Jacobsz, IJsbrant Jacobsz en Neel Jacobs, zijnde nu allen mondig, van hun moeders erfenis voldaan te zijn. 429
                                                              In Krommenie in 1650 bekent Pieter Claesz gekocht te hebben van Jacop Heindericksz, onze geburen, een huis en erf in 't Noordend, belend ten noorden Willem Allertsz, ten zuiden Jacop Piet Vastes, voor 909 gld, te betalen een derdepart gereed, 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen, en bekent Jacop Heindericksz gekocht te hebben van Claes Gertsz Appeteecker een huis met erf bezuiden de kerk, belend ten noorden Jan Laeckeman, ten zuiden Cornelis Josephsz, voor 1000 gld, te betalen een derdepart gereed, 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen 430.
                                                              In Krommenie bekent in 1657 Jacob Heijnricksz wonende alhier in de Kerckbuirt gekocht te hebben van Claes Gerritsz Keijs ook voor diens consorten 4/7 van een stuk land genaamd de Groote-Laan, groot in 't geheel 400 roeden, zijnde het oostend 228 roeden, achter de kerk, belend ten zuiden Claes Cornelisz Libertijn, ten noorden de verkoper, voor 570 gld, te betalen meidagen 1657, 1658 en 1659, en verkoopt in 1658 Claas Pietersz wonende in de Vlus aan Jacob Heijnderiksz in de Kerkbuurt een akkertje land groot 75 roeden, gelegen tussen de wegen, belend ten noorden Pieter Maartsz Swaardemaker, ten zuiden de kinderen van Engel Gavisz, voor 80 gld 431.
                                                              In Krommenie in 1660 verkoopt Jakob Hendriksz wonende in de Kerkbuirt aan Kornelis Baartsz wonende in de Vlus een derde van een huisje en erf in de Vlus waar de koper alsnu in woont, belend ten noorden Kornelis te Piets, ten zuiden Kornelis Klaasz t'Aren, voor 110 gld, en bekent Kornelis Baartsz schuldig te zijn Jakob voornoemd, zijn zwager, 7 gld jaarlijks, hoofdsom 150 gld 432.
                                                              In Krommenie in 1661 bekent Jakob Hendriksz, buurman alhier, gekocht te hebben van Klaas Kornelisz Gorter nu wonende te assendelft, een stuk land genaamd 't Onderwater, groot 462 roeden, gelegen bij 't taanhuis bewesten de Vaart, belend ten zuiden Kornelis Josepsz Gorter, ten noorden de Noordijk, voor 485 gld, boven de last van 7 gld 's jaars aan de kerkmeesters van Krommenie, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1661, 62 en 63, en verkoopt Klaas Jansz, meelmolenaar alhier, aan Jakob Hendriksz een akkertje land, groot 142 roeden, gelegen tussen wegen bewesten de Vaart, belend ten noorden Pieter Jan Maartsz, ten zuiden Jan Claasz Kuijp, voor 177 gld 10 st 433.
                                                        86. (<43) Gerret CORNELISZ, tr. Krommenie 29 dec. 1610
                                                        87. (<43) (>174, >175) Grietgen OLLEBRANTS.
                                                            In Krommenie heeft in 1628 Allert Olbrantsz, als voogd van zijn zuster Grietgen Olbrantsdr, gekocht van Gaef Willemsz, als voogd van de nagelaten weeskinderen van zal. ged. Pouwels Willemsz, een stuk land op de Kercksloot, groot 513 roeden, belend ten noorden Baerent Claesz, ten zuiden de Kercksloot, voor ƒ 769-10-0, te betalen 1/3 gereed, 2/3 op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen (op 4 mei 1630 geroyeerd) 434.
                                                            In Krommenie heeft in 1630 Pieter Cornelisz, voogd van Griet Ollebrantsdr, gekocht van Pieter Pouwelsz, altezamen onze geburen, een stuk land groot 748 roeden buiten de Heyligenwech, belend ten noorden Erm Reijntgis, ten zuiden Guert Jans, ten westen Cornelis Allertsz, voor 1148 gld 2 st, te betalen op 3 meidagen, en verkopen in 1631 Tryntgen Gaevis en Griet Olbrantsdr, met Pieter Jansz Heergerders hun beider voogd, aan Gaef Wilmsz c.s. wonende op 't Madt een hoekje worf op de Heiligewech, op de erven van Tryntgen en Griet waar nutertijd de brug van 't voorschreven Madt is liggende, voor 18 gld 435.
                                                            In Krommenie geeft IJsbrant Jacopsz, molenaar van de meelmolen alhier, als onderpand voor een losrente o.a. zijn meelmolen buiten de Heijligewech, belend ten noorden de Kerckesloot, ten oosten Gaef Willemsz, ten zuiden Griete Olbrants, ten westen Cornelis Jacopsz, en verkoopt in 1639 Engel Gerritsz, voor hemzelf en als voogd van zijn moeder Griet Olbrants, aan Pouwels Willemsz, meelmolenaar, altezamen onze geburen, een hoekje land bezuiden Pouwels Willemsz, groot 3 roeden, voor 19 gld 436.
                                                            In Krommenie verkoopt in 1634 IJsbrant Woutersz als voogd van zijn moeder Guert Jansdr aan Cornelis Heinricksz en Griet Olbrantsdr, onze geburen, een hoekje land achter de Heiligewech, belend ten oosten Gaef Willemsz met Jan Jacopsz, ten westen voornoemde Guert Jansdr, voor 81 gld 437.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Engel GERRITSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 9 okt. 1611 (doopgetuige Janken Pieters Janse), overl. 1 aug. 1658 (volgens lidmatenboek van Krommenie), tr. Aechie CORNELIS.
                                                                In Krommenie bekent in 1639 Engel Gerritsz gekocht te hebben van Gaeven Claesz een huis met erf op de Heiligewech, belend ten oosten Frans Pietersz, ten westen Cornelis Gertsz, voor 1300 gld, te betalen een derdepart gereed, de andere 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen 438.
                                                                In Krommenie bekent in 1653 Engel Gerritsz wonende op de Heijligewech schuldig te zijn aan Hendrick Allertsz, rolmeter wonende aldaar, een jaarlijkse losrente van 16 gld, hoofdsom 320 gld, met als onderpand een stuk land genaamd het Ventgen, groot 440 roeden, op de Kercksloot, belend ten westen de weduwe van Fredrick Jacobsz, ten oosten Cornelis Woutersz 439.
                                                                In Krommenie bekent in 1654 Engel Gerritsz wonende op de Heiligewech schuldig te wezen Adriaen Cornelisz Kat, koopman te Driebruggen, een jaarlijkse losrente van 40 gld, hoofdsom 800 gld, met als onderpand een stuk land genaamd het Ventgen, groot omtrent 500 roeden, bewesten 't Noortendt, belend ten zuiden Gerrit Arisz, ten noorden Jan Jorisz 440.
                                                                In krommenie bekent in 1656 Engel Gerritsz wonende op de Heijligewech schuldig te wezen de armenvoogden van Krommenie een jaarlijkse losrente van 25 gld 8 st 12 penn, hoofdgeld 508 gld 17 st, met als onderpand omtrent450 roeden land op de Kercksloot, belend ten zuiden de Kercksloot, ten noorden Jacob Jacobsz Kobus, mitsgaders een huis en erf op de Heijligewech, belend ten westen Cornelis Gerritsz, ten oosten Jan Claas Jannes (voldaan op 16 april 1659) 441.
                                                                In Krommenie bekent in 1657 Engel Gerritsz wonende op de Heijligewech schuldig te zijn Jan Cornelisz Stolwijk, koopman van hennep wonende te Haastrecht, een jaarlijkse losrente van 12 gld, hoofdgeld 300 gld, stellende tot onderpand een stuk land in de Kerksloot, groot omtrent 450 roeden, belend ten zuiden de Kerksloot, ten noorden Jacob Jacobsz Kobus, mitsgaders een huis en erf op de Heijligewech, belend ten westen Willem Gerritsz, ten oosten Jan Claas Jannes 442.
                                                                Bij huisbezoek in Krommenie op 4 en 5 oktober 1656 worden Engel Gerritsz wonende op de Heijligeweg en Aagje Cornelis zijn vrouw als lidmaten genoemd.
                                                                In 1659 bekent Aegie Cornelisdr, weduwe en boedelhoudster van Engel Gerritsz, wonende alhier op de Heijligewech, schuldig te zijn aan de armenvoogden van Krommenie een jaarlijkse losrente van 500 gld, met als onderpand een huis en erf met de aankleven vandien op de Heijligewech, belend ten oosten Jan Claasz, ten westen Willem Gerritsz, mitsgaders een twaalfdepart van de nagelaten goederen van Adriaen en Pieter Cornelissoonen, als haar boedel alreeds door 't overlijden van dezelven is aangeërfd, hoewel die nog door Marij Cornelis, zuster van de overledenen, in lijftocht worden gepossideerd, met als borgen Mr Engel Wigboudt, chirurgijn, en Claas Gerritsz Keis, beiden alhier woonachtig. Op 16 december 1697 heeft Poulus Jansz, tegenwoordig possesseur van dit huis en erf, hierop 100 gld afgelost, blijft een schuld van 400 gld waarover hij 3 gld 12 st van 't honderd in 't jaar zal betalen, met als borgen Pieter Claesz Joop en Willem Cornelisz Backer. 443
                                                                In Krommenie zijn in 1662 Nan IJsbrantsz, komenijhouder op de Heijligewegh, en Aagje Cornelis, weduwe van Engel Gerritsz, wonende alhier, eisers contra Claas Gerritsz Keys, wonende mede alhier, om betaling aan ieder 1/3 van 2 derdeparten van de waarde van een huisje en erf op de Heijligewegh, hun, eisers, toebehorende, bewoond geweest door Pieter Olbrantsz. De gedaagde legt een koopbrief over van 30 augustus 1658 en zegt dat de eisers niet zullen bewijzen enig eigendom aan 't huis te hebben. Schepenen verwijzen naar goede mannen. 144
                                                            2. Claes Gerritsz KEIJS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 7 dec. 1616 (doopgetuige Janken Pieters Janse), ondertr. 1° ald. 30 sept. 1646 (zij jongedochter van Uitgeest) Trijn WOUTERS, ondertr. 2° ald. 7 febr. 1649 Claesie PIETERS.
                                                                In Krommenie verkoopt in 1656 Claas Gerritsz Keijs wonende op de Heijligewech aan Mr Engel Pietersz Wigbout, chirurgijn wonende in de Kerckbuirt, een tuintje groot omtrent 10 roeden, achter de verkoper, belend ten oosten Cornelis Heyndriksz, ten westen Jelis Jansz Schoemaker, voor 35 gld 444.
                                                                In Krommenie verkoopt in 1658 Claes Gerritsz Keijs wonende op de Heijligewech, ook voor Engel Gerritsz zijn broer, aan Cornelis Heijndriksz mede aldaar een stuk land groot 438 roeden op de Kerksloot, belend ten noorden Jacob Jacobsz Kobus, ten zuiden de Kerksloot, voor 700 gld 445.
                                                                In Krommenie in 1658 verkoopt Jan Pietersz d'Oude, wonende in de Kerckbuirt, aan Pieter Pietersz van der Laan en Claas Gerritsz Keijs voor de helft, en Lambert Pietersz voor de helft, een huis en erf in de Kerckbuirt, belend ten zuiden Pieter Jansz d'Jonge, te noorden de gemeente, en verkoopt Albert Pietersz Schipper aan Pieter Pietersz van der Laan, Claes Gerretsz Keijs, Jan Jansz d'Jonge, Olbrant Allertsz, Huybert Pietersz en Lammert Pietersz, elk voor een zesdepart, een huis en erf in de Vlus, belend ten zuiden Pieter Dircksz Schapemelcker, ten noorden Jannitje Mighiels, voor 600 gld 446.
                                                                In Krommenie verkopen in 1659 Lambert Pietersz voor de helft, en Pieter Pietersz van der Laan en Claes Gerritsz Keijs tezamen tezamen voor de helft, aan Lijsbeth Jans, weduwe van Pieter Dircksz Pos, wonende te Zaandam in de jurisdictie van Oostzaan, een huis en erf in de Kerckbuirt, belend ten noorden de gemeente, ten zuiden Jan Pietersz d'Jonge, voor 490 gld 447.
                                                            3. Trijn GERRITS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 febr. 1622, zie 43.
                                                          88. (<44) Gerrit DIRCKSZ, woonde op het Noortent van Krommenie, tr.
                                                              In Krommenie bekent in 1624 Gerrit Dircksz, onze buurman, gekocht te hebben van Pieter Pietersz, mede onze buurman, een huis met erf, belend ten noorden Gerrit Maertsz, ten zuiden de weduwe met haar kinderen van zal. Jonge Jan Grootsses, voor 728 gld, te betalen op 4 eerstkomende meidagen bij egale portiën. In de daarop volgende opdracht staat dat blijkens een ceduul van 27 februari 1603 de eigenaar van het land achter en beoosten het huis een notweg heeft over het voorschreven erf en de eigenaar van het huis en erf over 't land achter 't huis mag gaan om water te halen, en dat blijkens aan akte van 30 augustus 1606 Gerrit Dircksz een zekere notsloot of vaart mag gebruiken. 448
                                                              In Krommenie bekent in 1675 Aerijaen Gerritsz wonende te Krommenie schuldig te wezen het nagelaten weeskind van zal. Neel Gerrits, in haar leven gewoond hebbende te Krommenie, een somme van 444 gld, tegen 5 gld van 't honderd in 't jaar, met als onderpand een huis en erf te Krommenie, belend ten noorden Jan Cooper, ten zuiden Jacob Jansz Laeckeman. Compareerden mede Willem Gerritsz en Dirck Gerritsz dewelke verklaarden zich te stellen als borgen. Op 24 maart 1683 verklaart Jan Klaesz, nu mondig zijnde, de 444 gld van zijn oom Aerjaen Gerritsz ontvangen te hebben met alle verschenen interest. 449
                                                          89. (<44) (>178, >179) Aefgen JANSDR.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Willem GERRITSZ, zie 44.
                                                            2. Dirck GERRITSZ, rolbereider, tr. 1° Haesje ENGELS, tr. 2° Trijn Jacobs FOOR, dr van Mari CLAES.
                                                                In Krommenie in 1691 verkopen IJsbrant Pietersz Visscher en Bendert Theunisz van der Heijden aan Dirck Gerritsz rolbereider, allen te Krommenie, ook voor de gemene reders en participanten van de hennepkloppersmolen als op het navolgende hoekje land zal worden gezet en gebouwd, een stukje land groot 110 roeden liggende achter de Vlus, een kamp van de huizen, belend ten noorden Willem Pietersz Bal, ten zuiden Pieter Jacobsz Hooft, voor 92 gld, verkoopt Dirck Gerritsz rolbereider aan Jacob IJsbrantsz 1/44 in de hennepkloppersmolen de Witte Duyff voor 35 gld en aan Jan Symonsz Heynes 1/22 in de Witte Duijff 450.
                                                                In Krommenie verkoopt in 1693 Dirck Gerritsz wonende in het Noortent aan Pieter Baertsz wonende te Krommenie een stukje land over de Vaert, groot 531 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden Pieter Dirckse, voor 170 gld, verkoopt in 1695 Anna Gerrits wonende op de Zaendijck aan Dirck Gerritsz wonende te Krommenie de helft van 4 stukjes land, alle gelegen over de Vaart, het ene groot in 't geheel 918 roeden, belend ten zuiden de weduwe van Willem Sevenhuysen, ten noordenn Jan Gavisz, 't tweede groot 393 roeden, belend ten zuiden de weduwe van Willem Sevenhuijsen, ten noorden Pieter Baertsz, 't derde groot 314 roeden, belend ten noorden de erfgenamen van Jasper Maartsz, het vierde groot in 't geheel 491 roeden, belend ten noorden Cees Jeroensz, ten zuiden Pieter Jan Jorisz, voor 220 gld, verkoopt in 1695 Willem Dircksz de Graaf aan Dirck Gerritsz een stuk land over de Vaart, groot 338 roeden, belend ten noorden de voorschreven sloot, ten zuiden de koper, voor 43 gld 5 st, en verkoopt in 1695 Dirck Gerritsz aan Jochem Michielsz Versmitten een stuk land over de Vaart, groot 314 roeden, belend ten noorden de erfgenamen van Sitge Jaspers, ten zuiden de erfgenamen van Pieter Jansz Brouwer, komt te boek als wel voldaan te zijn met niets 451.
                                                                In Krommenie verkoopt in 1698 Dirck Heyndricksz Backer aan Pieter Jacobsz Foor, Claes Jacobsz Foor, Gaaf Jacobsz Foor, Jan Willemsz Kruijt, Dirck Gerritsz, Jacob Jansz Middelhoven en Pieter Woutersz Mijsen, allen wonende te Krommenie, een erfje op het westend van de Heijligewegh, groot 17 roeden, belend ten westen de verkoper, ten oosten Dirck Jansz Wout, voor 40 gld, en verkoopt in 1699 Claes Jansz Tuijck aan Dirck Gerritsz land op de Haansloot genaamd de Uijleven, groot 132 roeden, met een perceel op de Uijtwech in de Vlus, groot 15 voet, voor 600 gld 452.
                                                                In 1683 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Dirck Gerritsz, weduwnaar van Haesje Engels, en Trijntje Jacobs, bejaarde dochter, geassisteerd met haar moeder Mari Claes, weduwe, allen wonende te Krommenie. Indien er geen kinderen zijn gaat alles naar de langstlevende, en na 't overlijden van de langstlevende moet er deling zijn in 2 gelijke delen. 453
                                                                In 1697 testeren Dirck Gerritsz en Trijntje Jacobs, geëchte luiden wonende te Krommenie; zij persisteren bij de huwelijkse voorwaarden van 9 januari 1683. Hij begeert dat zo ooit enige goederen van zijn zijde moesten komen dat die door zijn zuster Anna Gerrits, zo die dan in 't leven is, en/anders door de kinderen van zijn broers en zusters, bij vooroverlijden de kinderen in de plaats van hun ouders bij representatie, hoofd voor hoofd zullen moeten worden gedeeld. 454
                                                                In Krommenie verkopen in 1716 Jan Willemsz Kruijt, Claas Jacobsz Foor, (Gaaff Jacobsz Foor), Marten (Gerritsz) Spinder, Gerrit Willemsz Swart en Claas Groen, mede-erfgenamen van Dirck Gerritsz en Trijn Jacobs, ook als last en procuratie hebbende van de verdere erfgenamen, aan Jacob Middelhoven een gedeelte in 2 stukken land bij elkaar gelegen aan de Westdijck, groot tezamen 3375 roeden, met nog de Uijtterdijck groot 45 roeden, belend ten noorden het kind van Cornelis Plugh, ten zuiden Dirck de ..., waarin Gaaff Jacobsz Foor de helft toekomt, als hem bij deling aanbedeeld, en Middelhoven voorschreven de wederhelft, zo bij koop als aanbedeeld, voor 343 gld, aan Pieter Bleeker een stuk land gelegen over de Vaart, groot 1311 roeden, belend ten zuiden Jan Lakeman, voor 289 gld, en aan Jan Gerritsz een huis en erf en tuin, mitsgaders de laan daarachter gelegen, in de Noordendakker, belend ten zuiden Claas Pietersz Mighielsz, ten noorden de kinderen van Cees Jaap, idem 1/20 in de hennepkloppersmolen de Blauwen Arent staande aan de Nieuwe Vaartdijck, 3/20 in de hennepkloppersmolen de Karsseboom staande bij de Noorder Sluijs, voor 2407 gld 455.
                                                                In Krommenie verklaren in 1718 de volgende personen in min en vriendschap geschift en gedeeld te hebben: Gerrit Willemse Swart voor 1/4, Claas Sijmonse Groen in huwelijk hebbende Neeltje Jans Crook en de rato caverende voor zijn zwager Engel Janse Crook, kinderen van wijlen Jan Clasen Crook, tezamen voor 1/4, Gerrit Adriaense voor 1/4, en Maarten Gerritse in huwelijk hebbende Neeltje Adriaans mede voor 1/4, en zulks tezamen erfgenamen van wijlen Dirck Gerritsz te Krommenie overleden, Cornelis Pieterse instaande voor zijn schoonvader Pieter Jacobse Foor voor 1/7, Claas Jacobse Foor voor 1/7, Gaaf Jacobse Foor voor 1/7, Jacob Jacobse Middelhoven voor zichzelf en nog benevens Gaaf Jacobse Foor als voogden van Jan Jacobse en Maartje Jacobs, allen kinderen van wijlen Neeltje Jacobs Foor, mede voor 1/7, Jacob Janse Kruijt voor zichzelf en de rato caverende voor zijn zuster Maartje Jacobs Kruijt, item Jan Cornelisse van der Hove in huwelijk hebbende Neeltje Jans Kruijt, tezamen kinderen van wijlen Duijfje Jacobs Foor, mede voor 1/7, Jacob Pieterse Mijsen zoon van wijlen Claasje Jacobs Foor mede voor 1/7, mitsgaders Isbrant Baartse getrouwd zijnde met Haasje Claas, tezamen kinderen van wijlen Aaltje Jacobs Foor, mede voor 1/7, en zulks tezamen enige erfgenamen van wijlen Trijn Jacobs Foor, mede te Krommenie overleden, in haar leven huisvrouw van Dirck Gerrits en de langstlevende geweest 456.
                                                                In 1683 verkoopt Trijn Jacobs, weduwe van Dirk Gerritse, wonende te Krommenie, aan Gaaf Jacobse Foor een welbezeilde boeier, die Trijn Jacobs zal mogen gebruiken tot haar nering zo lang zij leeft, voor 110 gld 457.
                                                            3. Jan GERRITSZ.
                                                                In Krommenie verkoopt in 1675 Jan Gerritsz aan Dirck Gerritsz zijn broer, beiden wonende te Krommenie, een half huis en erf in 't Noortendt van Krommenie, belend ten zuiden de weduwe van Jan Jansz Oomtges, ten noorden de kinderen van Jan IJsbrantsz, voor 280 gld 458.
                                                            4. Neel GERRITS, tr. 1° (schepenbank) Krommenie 24 nov. 1647 Cornelis GARMETSZ, ondertr. 2° (schepenbank) ald. 21 nov. 1653 (hij weduwnaar wonende in de Vlus, zij weduwe wonende in 't Noortendt) Claes BAERTSZ, wedn. van Aeff ALBERTS.
                                                                In Krommenie bekent in 1649 Allert Baertsz gekocht te hebben van Gerrit Dircksz, voogd van zijn dochter Neel Gerryts, altezamen onze geburen, een huis met erf op de Heiligewech, belend ten oosten Garmet Aerijans, ten westen Anne Dircks, voor 783 gld, te betalen een derdepart gereed, de resterende 2 derdeparten op 2 eerstkomende meidagen 459.
                                                                In Krommenie wordt op 8 april 1675 de inventaris opgesteld van de goederen van 't nagelaten weeskind Jan Claes Baertsz van zal. Neel Gerrits geprocreëerd bij Claes Baertsz, in haar leven wonende te Krommenie, wegens moeders erfenis, eerst een half huis en erf in de Vlus waar Claes Baertsz tegenwoordig in woont, een bed met een peluw en kevij, de helft van de inboedel, de helft van het gereedschap dienende de rolrederij, nog 500 gld, gedaan ter presentie van Willem Gerritsz en Dirck Gerritsz, omen en bloedvoogden van 's moeders zijde (op 9 mei 1688 bekent Jan Claesz Croock, in deze inventaris vermeld, voldaan te zijn), en ook de inventaris van de goederen van 't nagelaten weeskind hem aangekomen door overlijden van zal. Gerrit Dircksz en Aeff Jans, deszelfs kinds grootvader en grootmoeder van 's moeders zijde, nl. een somme van 1050 gld, ten weesboek gebracht door Claes Baertsz, vader, en Willem Gerritsz en Dirck Gerritsz, als omen en bloedvoogden, van 't voornoemde weeskind (op 19 mei 1688 bekent Jan Claes Baers voldaan te zijn) 460.
                                                            5. Aeriaen GERRITSZ.
                                                            6. Anna GERRITS.
                                                          90. (<45) (>180, >181) Dirck Willemsz KROMHUIJSEN, ook Crommert, geb. 1615 of 1616 461 462, wijnverkoper 461 te Wormerveer, overl. tussen 1 april 1670 en 13 jan. 1671, tr. N.N.
                                                              In 1654 bekent Baart Poulusz anders Baart Jan, schuitvoerder, schuldig te wezen aan Dirck Willemsz Crommert wonende te Wormerveer in de jurisdictie van Westzaan 500 gld, spruiten uit zake als rest van meerdere somme van koop van een damschuit met zijn toebehoren, groot omtrent 4 lasten, te betalen 22 augustus 1655 en 22 augustus 1656, telkens de helft 463.
                                                              In de banne van Westzaan bekent in 1659 Dirck Willemsz Crommert gekocht te hebben van Cornelis Dircxz Keijser c.s. wonende op Wormerveer een huis en erf te Wormerveer, belend ten zuiden Garmet Jansz, ten noorden de erfgenamen van Jan Krijnsz, voor 1504 gld, te betalen op 3 eerstkoemende meidagen 1659, 1660, 1661, telkens een derdepart 464.
                                                              In 1663 bekent Claas Dircxz Olijslager op Wormerveer te transporteren aan Dirck Willemsz Kromhuijsen, wijnkoper aldaar, 2 bedden met peluwen, 8 oorkussens en meerder toebehorende, een eiken klerenkast, een kast met „cleynder …”, een derde [kast] van vurenhout, geschilderd, 3 koperen ketels, 10 à 12 groene stoelen, 12 stoelkussens, 1 klein roeischuitje, 5 à 6 Indische schotels, omtrent 50 andere schotels, 1 „lant van beloften kaart”, voorts al het andere huisraad dat hij op heden is bezittende, waarvoor hij met 300 gld voldaan is 465.
                                                              In de banne van Westzaan belijdt in 1664 Jan Claesz wonende op de Koogh gekocht te hebben van Dirck Willemsz Krommert wonende op Wormerveer, voor hemzelf an als last hebbende van Trijn Arents weduwe van Claes Prins, Daniel Pietersz en Baert Pietersz, een huis en erf te Wormerveer, belend ten zuiden de weduwe van Dirck Pietersz, ten noorden de weduwe van Cornelis Sijmonsz, voor 370 gld, te betalen op 2 meidagen 1664 en 1665 466.
                                                              Op 16 juli 1664 wordt een attestatie gegeven door Dirck Wilmsz Krommert [ondertekent als Dirck Willems Kromhuijsen], oud omtrent 50 jaren, en Johannis Alewijnsen, oud omtrent 31 jaren, beiden wonende te Wormerveer, ten verzoeke van Cornelis Jansen Ris, koopman, hun buurman, hoe dat Wormerveer bestaat uit omtrent 300 huisgezinnen, en dat niemand is besmet of besmet geweest of overleden ter cause van pestilentiale ziekte, en verklaren zij wijders dat de requirant tegenwoordig anders geen koopmanschappen bestaande in kaas en boomolie [=olijfolie] heeft geladen 467.
                                                              In de banne van Westzaan bekent in 1667 Sijmon Jacobsz, wonende te Wormerveer, gekocht te hebben van Dirck Willemsz Kromhuysen en deszelfs broers en zusters, mede aldaar wonende, een huis en erf op 't Noordtendt van Wormerveer, belend ten zuiden Sijmon Jansz Gorter, ten noorden Jan Claesz Ruijs, voor 800 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, nl. mei 1667, 1668 en 1669, telkens een derdepart 468.
                                                              In Westzaan verkopen in 1686 Cornelis Dircsz Krommert, Allert Claesz Root in huwelijk hebbende Mary Dircx, Dirck Dircsz Krom, Jan Gerritsz Kick in huwelijk hebbende Trijn Dircx, Willem Dircsz Krom, Griette Dircx en Aegte Dircx, allen voor henzelf en verder instaande voor de kinderen van Jan Dircsz Kromhuysen, tezamen kinderen en erfgenamen van zal. Dirck Willemsz Kromhuysen en deszelfs huisvrouw, beiden te Wormerveer overleden, aan Gerrit Eggesz Haantjes te Wormerveer mede woonachtig een huis en erf te Wormerveer aan de weg, belend ten zuiden Jan Cornelisz, ten noorden de kinderen van Aarjen Cramer, voor 1200 gld, te betalen de helft contant, de wederhelft op 24 januari 1687 469.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Jan Dircsz KROM(HUIJSEN), alias Crommert, tr. Engeltje JANS, dr van Jan Cornelisz SMIT en Guirt JANSDR.
                                                                  In 1668 is Jan Dircxz Cromhuysen, in huwelijk hebbende Engeltje Jans een van de kinderen van Jan Cornelisz Smit en Guirt Jansdr in hun leven geëchte luiden te Wormerveer, betrokken bij de deling 470.
                                                                  In Krommenie verkoopt in 1682 Jan Dirksz Krom wonende op Wormerveer aan Jan Lugtsz wonende op Texel een damschuit van 45 voeten, wijst op de grootte van de Cleijne Sluijs op Sardam, voor 460 gld 471.
                                                                  In 1683 bekent Jan Dirckxz Crommert wonende op Wormerveer, zijnde mede-erfgenaam ab intestato van zal. Bregje Pieters Wit onlangs te Wormerveer overleden, van zijn portie voldaan te zijn 472.
                                                                  In 1728 testeren Dirk Janse Crom en Guurtje Jans Crom, broer en zuster wonende bij elkaar te Wormerveer, aan de langstlevende en na diens dood aan Engeltje Claas, de jongste dochter van Claas Prinsen en Lysbet Cornelis (gepasseerd te Wormerveer ten huize van Claas Prinsen) 473.
                                                              2. Cornelis Dircksz CROM(MERT), bakker te Wormerveer, tr. Griet JANS, wed. van Dirck Jansz WENNES.
                                                                  In de banne van Westzaan in 1676 bekent Cornelis Dircsz Crommert wonende op Zaandijk gekocht te hebben van Gijsbert Cornelisz Backer wonende op Wormerveer een huis en erf op Wormerveer, belend ten zuiden Claes Jansz Groot, ten noorden Poulus Jan Poulusz, mitsgaders 't bakkersgereedschap daarbij zijnde, voor 1824 gld, te betalen een derdepart contant en de rest in 2 termijnen, hem opgedragen op dezelfde dag, en bekent Cornelis Dircsz Krommert van Reijer Jansz Coornkooper wonende te Wormerveer gekocht te hebben een huis en erf te Wormerveer, belend ten zuiden Albert Gellius, ten noorden de weduwe van Claes Garbrantsz, voor 900 gld, te betalen een derdepart gereed en de rest in 2 termijnen, hem opgedragen op dezeldfde, op dezelfde dag weer door de koper verkocht aan Sijmon Cornelis Jannes voor dezelfde prijs en onder soortgelijke betalingsvoorwaarden 474.
                                                                  Bij afvraging op 1 en 2 juli 1679 van de bakkers waarmee zijlieden hun ovens stookten wordt o.a. vermeld Cornelis Dircsz Crom te Wormerveer, bij wie bevonden is in de schuur een grote kwantiteit rap [houtafval], zeggende daarmee dagelijks te stoken 475.
                                                                  In 1696 ondertekent Cornelis Dircksz Krommert als mede-dienaar van de vermaning op Wormerveer 476.
                                                                  In de banne van Westzaan is er op 29 januari 1675 een specificatie van de goederen nagelaten door Dirc Jansz Wennes ten behoeve van zijn 2 nagelaten kinderen Jan Dircx, 9½ jaar, en Jannetje Dircx, 4¼ jaar, aangegeven door de moeder Griet Jans, ten overstaan van haar man Cornelis Dircx Crommert, waarover met de voogden Nanning Jansz Wennes en Reijer Jansz van Wormer geaccordeerd is 477.
                                                              3. Alet DIRCX.
                                                              4. Marij Dircx KROM, tr. Allert Claesz ROOT.
                                                                  In 1694 geven de wettige voogden, nl. Jan Pietersz Wit te Krommenie, Jan Jacobsz Roodt te Krommeniedijk, Cornelis Dircksz Krom, Dirck Dircksz Krom en Huijbert Claasz Gorter, allen te Wormerveer, mitsgaders Jacob Pietersz Banning wonende te Wormer, van de nagelaten alle minderjarige kinderen van Allart Claasz Root en deszelfs huisvrouw, beiden te Wormerveer overleden, volmacht aan Sijmon de Ras, procureur voor het gerecht te 's-Hertogenbosch, om te ontvangen penningen van ene Jacobus de Bacquer volgens het schuldenboek 478.
                                                                  Ten verzoeke van de voogden van de kinderen van zal. Allart Claasz Roodt en deszelfs huisvrouw verklaren in 1695 Jan Claasz Groot, 67 jaar, Jan Jacobsz Kaaskooper 47 jaar, Claas Jansz Groot 44 jaar, en Aris Jansz Brouwer, 38 jaar oud, allen wonende te Wormerveer, dat zij vele en diverse koopmanschappen hebben gedaan met zal. Roodt, en dat het een oprecht, eenvoudig, vroom en getrouw koopman was; hij hield een apart boekje, en hun was ook vertoond een schuldboekje tussen hem en ene Jacobus de Bacquers begonnen op 4 september 1680 479
                                                                  Op 14 juli 1695 geven Cornelis Dircsz Krom en Dirck Dircsz Krom, wonende te Wormerveer, mede-voogden over de kinderen van zal. Allert Claesz Roodt en Marij Dircx Krom, machtiging aan Huijbert Claesz Gorter, Jan Pietersz Wit, Jan Jacobsz Roodt en Jacob Pietersz Banningh, hun mede-voogden, om in Den Haag voor het Hof van Holland, de Raad van Brabant, of ander college, hun zaak waar te nemen tegen Maria Sels, weduwe van Jacob de Backer, te 's-Hertogenbosch 480.
                                                                  Op 3 mei 1698 verklaren Huijbert Claasz Gorter, Cornelis Dircsz Crom, Jan Pietersz Wit, Jan Jacobsz Roodt, Dirck Dircz Crom en Jacob Pietersz Banningh als voogd over de nagelaten onmondige kinderen van zal. Allart Claasz Rood en Marij Drcs, beiden te Wormerveer overleden, tegenwoordig geassisteerd met Jacob Claasz Smit in huwelijk hebbende Grietje Allarts, een van de voornoemde gewezen onmondige kinderen, allen wonende te Wormerveer, Krommenie, Krommeniedijk en Jisp resp., van alle penningen volgens een accoord gekomen van ene Maria Sels, weduwe van Jacob Bacquers wonende te Den Bosch, ten volle voldaan te zijn 481.
                                                              5. Dirck Dircsz KROM, tr. N.N.
                                                                  In Westzaan verkoopt in 1685 Trijn Heyndricks, weduwe van Symon Cornelis Jannes, wonende te Wormerveer, aan Dirk Dirksz Krom voor de ene en aan Cornelis Dircsz Krommert en Allerts Claesz Root voor de wederhelft, een huis en erf te Wormerveer aan de weg, belend ten zuiden Jan Jacobsz Smit, ten noorden Claes Nanningsz, voor 275 gld 482.
                                                                  In 1711 zijn Dirk Dirkse Krom wonende te Wormerveer ter eenre, en Symon Dirkse Kuijper wonende mede aldaar ter andere zijde, veraccordeerd dat Symon Kuijper het huis van zijn vader zal aannemen voor 900 gld, liggende aldaar, waarop Klaas Prince nog een hypothecaire brief heeft van 200 gld en Jan Lakeman in compagnie mede een hypothecaire brief heeft van 200 gld. En al het kuipersgereedschapo zal Symon Kuyper van zijn vader hebben en behouden. En Symon de Kuyper zal zijn vader Dirk Dirkse Krom gans zijn leven onderhouden, en als de vader voor zijn zoon voor een dag kuipt zal hij 9 st krijgen. Symon Kuijper zal de inboedel krijgen, en als de vader sterft moet Symon aan zijn broer en zuster 10 gld elk betalen. Symon moet de schulden van zijn vader betalen (waaronder 100 gld aan Gerrit Willem Gerrits te Krommenie). 483
                                                              6. Trijn DIRCX, tr. Jan Gerritsz KICK.
                                                              7. Willem Dircksz KROM, tr. N.N.
                                                                  In 1698 verkoopt Trijn Heijndricks, weduwvrouw wonende te Wormerveer, aan Willem Dirks Crom een huis en erf te Wormerveer, belend ten noorden het huis van Griet Maartes, ten zuiden het huis van meester Albert, gedaan ten huize van Dirk Dirksz Crom wonende te Wormerveer 484.
                                                                  In 1713 verklaart Willem Dirkse Krom wonende te Wormerveer ten verzoeke van Kornelis Gerritse, meester timmerman wonende aldaar, en Klaas Willemse Backer, houtkoper te Krommenie, dat in 't jaar 1703 in december door een harde stormwind een deel van zijn huis is omgewaaid en beschadigd. De requiranten hebben zijn huis gerepareerd en hij verklaart in het huis nu zijn werk te doen. 485
                                                              8. Griet DIRCX, tr. Teunis Jacobsz KUYPER.
                                                                  In de banne van Westzaan bekent in 1684 Gerret Cornelis Blauw, wonende te Wormerveer, van Griete Dircx, weduwe van Theunis Jacobsz, mede aldaar woonachtig, te kopen een huis en erf te Wormerveer aan 's Heeren weg, belend ten zuiden Jacob Gerretsz, ten noorden Dirck Heyn, voor 1275 gld, te betalen de helft contant, de wederhelft primo mei 1685 (waarna de opdracht) 486.
                                                              9. Aegje DIRCX, zie 45.
                                                            94. (<47) (>188, >189) Jan Willemsz GROOT, geb. ca. 1607, tr. 1° Marijtgen CLAESDR, dr van Claes MAERTSZ en Haes ENGELSDR, tr. 2° N.N.
                                                                In Krommenie heeft in 1630 Jan Willemsz gekocht van Claes Allertsz een huis en erf op de Heijligewech, belend ten oosten Jacop Allertsz, ten westen IJsbrant Molenaer, voor 675 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 meidagen, en van Dirck Pietersz, beiden onze geburen, een stuk land groot 413 roeden, belend ten noorden Jan Maertsz Decker, ten zuiden Pieter Claesz Timmerman, voor 630 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen (geroyeerd op 30 april 1634) 487.
                                                                In Krommenie compareren in 1631 Jan Willemsz, vader van Willem Jansz nagelaten weeskind van zal. Marij Claesdr zijn overleden huisvrouw, ter eenre, en Claes Maertsz grootvader van 't voorschreven kind ter andere zijde, en hebben te boek laten stellen 200 gld berustende onder de vader die daaraan zijn huis en erf verbindt op de Heijligewech, belend ten oosten Jacob Oom, ten westen IJsbrant Molenaer; voorts is geconditoneerd dat de vader zijn kind zal onderhouden en de rente zal mede genieten van de goederen die het voorschreven kind zullen komen op te sterven 488.
                                                                In Krommenie compareren in 1640 Jan Willemsz, vader van Willem Jansz nagelaten weeskind van Marijtgen Claesdr zal. ged. door hen tezamen geprocureerd, ter eenre, en Maerten Claesz en Engel Gavijsz als omen en bloedvoogden van 't voorschreven weeskind ter andere zijde, en hebben te boek doen stellen de goederen die het voorschreven weeskind zijn toekomende, als volgt: een stuk land in de banne van Krommenie genaamd Walichsweer, groot 320 roeden, belend ten noorden Willem Dircksz, ten zuiden Jan Meynertsz, 702 gld 11 st 8 penn aan geld die de vader onder heeft waarvoor hij als onderpand geeft zijn huis en erf waar hij nutertijd in woont op de Heiligewech, belend ten oosten Jacop Allertsz Jacop Oom, ten westen Neeltgen Jans met haar kinderen, voor de renten van deze goederen de vader zijn kind zal onderhouden tot zijn mondige jaren, nog competeert het kind een zesdepart van een rentebrief van 1000 gld hoofdsom waarvan de kinderen van Engel Gavijsz de rest competeert 489.
                                                                In Krommenie bekent in 1649 Garmet Arijaensz gekocht te hebben van Jan Willemsz, onze geburen, een hoekje land van Walichslant, gelegen achter de Heiligewech, groot 23 roeden min een voet, belend ten oosten Cornelis Willemsz, ten westen Nanningh IJsbrantsz, voor 76 gld 490.
                                                                In Krommenie verkoopt in 1656 Jan Claasz Kuyp, armenvoogd, aan Jan en Claas Willemsoonen, beiden wonende op de Heijligewech, de helft, zijnde het voorhuis, van een huis en erf benoorden het voetpad naar Wormerveer, belend ten noorden Claas Cornelisz Libertijn, voor 170 gld 491.
                                                                In Krommenie verkoopt in 1656 Jan Willem Grootes aan Claes Jacobsz Cooperslager, beiden wonende te Krommenie op de Heijlige Wecht, een stukje land zijnde tegenwoordig een tuintje, groot omtrent 24 roeden, liggende achter de Heijlige Wecht, belend ten oosten Cornelis Willemsz Backer, ten westen de weduwe van Nan IJsbrantsz, voor 60 gld 492.
                                                                In 1677 wordt een verklaring afgelegd door lidmaten en dienaren der Waterlands Doopsgezinde Gemeente te Krommenie en Krommeniedijk, onder wie Jan Willemsz Groot, oud 70 jaar (hij tekent als Jan Willemsz Grotis) 493.
                                                                In Krommenie wordt in 1629 bij de kinderen van Claes Maertsz geprocureerd bij Haes Engelsdr, zijn overleden huisvrouw, ook het weeskind van Marij Claesdr vermeld 494.
                                                                     Uit het eerste huwelijk:
                                                                1. Willem Jansz GROOT.
                                                                     Uit het tweede huwelijk:
                                                                1. Marij JANS, zie 47.
                                                              96. (<48) Willem JANSZ, ged. (vrij geref.) Krommenie 18 febr. 1624 (op belijdenis), tr. ald. 18 febr. 1624 (hij van Knollendam)
                                                              97. (<48) (>194, >195) Prijne MICHIELS.
                                                                  In Krommenie verkopen op 19 maart 1649 Jan Jacopsz Laeckeman en Cornelis Thijsz schoolmeester, procuratie hebbende van Perijntgen Michiels, huisvrouw van Willem Jansz die uitlandig is naar de „Straet”, vanwege Willems Jansz en Perijntgen Michiels aan Maerten Dircksz van Westzaan een huis met erf waarvan Willem Jansz possesseur is geweest in 't Suijdend, belend ten noorden Henderick Schoen, ten zuiden Cornelis Claesz Raechels, voor ƒ 658-14-0 495.
                                                                  Bij huisbezoek in Krommenie op 4 en 5 oktober 1656 wordt Prijne Michiels op 't Madt als lidmaat genoemd. [Haar man zal dan overleden zijn.]
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Baefien WILLEMS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 12 jan. 1625 (doopgetuige de bestemoeder Risch Adriaens).
                                                                  2. Michiel WILLEMSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 sept. 1626, zie 48.
                                                                  3. Cornelis WILLEMSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 16 aug. 1631.
                                                                  4. Pieter WILLEMSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 10 nov. 1641 (doopgetuige Anna Maechiels).
                                                                104. (<52) (>208) Claes Allertsz BACKER, tr. Krommenie 11 febr. 1615
                                                                    In Krommenie bekent in 1616 Claes Allertsz gekocht te hebben van Cornelis Nanningsz mede buurman een huis en erf in ons dorp, voor 450 gld, te betalen terstond 262 gld, de rest op 2 eerstkomende meien 496.
                                                                    In Krommenie heeft in 1619 Claes Allertsz onze buurman gekocht van Claes Jansz Kaeck een stuk land, belend ten zuiden de voornoemde comparant, ten noorden Pieter Claesz, voor 100 gld, te betalen 60 gld gereed, de rest de eerste midwinter, en bekent in 1625 Willem Allertsz gekocht te hebben van Claes Allertsz, beiden buurman, een huis en erf in 't Noordent, belend ten noorden Allert Claesz, te zuiden Cornelis Jacopsz, voor 775 gld, te betalen op 3 meidagen 497.
                                                                    In Krommenie zijn op 7 mei 1655 bij de verkoop door de erfgenamen van Jan Arisz Gorter van een huis en erf op 't Noortendt de kinderen van Claas Allert de Backers aan het zuiden belend 498.
                                                                105. (<52) Maertgen CORNELIS.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Helisabet CLAES, ged. (GL) 10 jan. 1616.
                                                                  2. Pieter Claesz BACKER, ged. (nederd. geref.) Krommenie 31 jan. 1618, zie 52.
                                                                  3. Jan Claesz BACKER, ged. (GL) Krommenie 28 febr. 1621, schepen ald. 499, tr. Guijrte DIRCX, die hertr. met Jan Cornelisz MANTIES.
                                                                      In Krommenie heeft in 1661 Joghem Mighielsz, mr glazemaker alhier, gekocht van Jan Claesz Backer mede alhier een erfje groot omtrent 9 roeden in de Kerckbuiert, belend ten noorden de verkoper, ten zuiden Wouter Gavis d'Jongh, voor 455 gld, te betalen de helft op primo mei 1662 en de helft op primo mei 1663 500.
                                                                      In Krommenie is in 1669 Guyrtie Dircz, weduwe van Jan Clasen Backer, eiser contra Duijff Wouters, weduwe van Pieter Clasen Backer (over het vrije pad hetwelk de gedaagdesse bij 't huis daartegenover aan de eiseresse heeft verkocht op 6 mei 1667 501.
                                                                      In Krommenie wordt in 1670 de inventaris opgemaakt van de goederen van Claes en Dirck Jansz, nagelaten weeskinderen van zal. Jan Clasen Backer verwekt bij Guijrtie Dircx tegenwoordig getrouwd met Jan Cornelis Mantie(s), ten overstaan van Lambert en Allert Clasen Backer, omen en voogden van 's vaders zijde, bestaande uit een huis en erf in de Kerckbuijrt, belend ten zuiden Willem Gavesz d'Jong, ten noorden zijluiden zelf, item ieder kind 400 gld benevens elk kind een nieuw bed met toebehoren, wanneer zij gekomen zijn ten mondige dage, huwelijk of andere geapprobeerde state, en de kinderen blijven middelertijd tot onderhoud van de vruchten aan de voornoemde Jan Cornelisz Mantie die verbindt hun huis en erf in de Kerckbuijrt waarin zij [d.w.z. hij en zijn vrouw] tegenwoordig wonen. Op 26 juni 1686 hebben Claes Jansz en Dirck Jansz Backer benevens hun voogden bekend van Jan Crelisz Manties van de inhoud van deze inventaris voldaan te zijn. 502
                                                                      In Krommenie is op 2 augustus 1669 Guijrte Dircx, weduwe van Jan Clasen Backer, eiser contra Duijff Wouters, weduwe van Pieter Clasen, Lammert Claesz Backer mitsgaders deszelfs huisvrouw Maria Molenens, Sijmen Willemsz Waert en Gerrit Dircxz, allen gedaagden om getuigenis der waarheid te geven. Duijff Wouters zegt dat het pad, waarover de waarheid te geven wordt gerequireerd, breder genarreerd in de verklaring voor notaris Pieter Oosterhoorn op 23 juli 1669 gepasseerd, op haar huis niet is aanbedeeld, noch aan Jan Clasen Backer zal. verkocht, en dat er in deling noch in verkoping is van gerept. 503
                                                                  4. Trijntie CLAES, ged. (GL) Krommenie 19 maart 1625.
                                                                  5. Lambert Claesz BACKER, ged. (nederd. geref.) Krommenie 26 mei 1630, impost op begr. ald. 18 sept. 1731 (begr. in de kerk ƒ 4), tr. ald. 1 mei 1655 Maria MOLENENS.
                                                                      In Krommenie bekent in 1658 Lambert Claasz Backer, wonende alhier in 't Noordtendt, schuldig te zijn aan Trijntje Dircx, weduwe van Claas Abrahamsz Oosterhooren, 8 gld, Grietje Claas haar dochter, beiden te Westzaan, 4 gld, en Pieter Oosterhooren, secretaris, 8 gld, tezamen een jaarlijkse losrente van 20 gld, losbaar met 200 gld aan de eerstgenoemde en de laatstgenoemde, 100 gld aan de als tweede genoemde, met als speciale onderpand een huis en erf met alle aankleven vandien in 't Noordtendt, belend ten zuiden Dirck Poulusz, ten noorden Floris Willemsz. Op 3 juli 1684 is door order van Pieter van den Broeck als mede-erfgenaam van de houders dezes door mij, secretaris, wettelijk opzeggen gedaan aan Lammert Claesz Backer te Krommenie. 504
                                                                      In Krommenie is in 1661 Lambert Klaasz Bakker schuldig aan Klaas Vastersz, houtkoper te Wormerveer, een jaarlijkse losrente van 11 gld, hoofdsom 275 gld, met als onderpand zijn huis en erf waar hij in woont in 't Noortent, belend ten noorden Floris Willemsz, ten zuiden Dirck Poulusz (geroyeerd op 25 januari 1662) 505.
                                                                      In Krommenie is in 1666 Pieter Cornelisz Goudsbloem, dorpsdienaar, eiser contra Lambert Claasz Backer, om betaling van 2 maal 13 gld boete, voor hem en zijn knecht Allert Claasz over vissen op verboden tijden 506.
                                                                      In Krommenie zijn in 1672 de baljuw van Blois en de aanhaalders van de visserij van Westzaan [en Krommenie] eisers contra Lambert Claesz Backer, om betaling van 2 keer 10 Kennemer ponden ter zake dat hij op 2 juni jl. met zijn jongen met het beunnet gevist heeft. Gedaagde zegt geen boeten schuldig te zijn doordien andere personen, op dezelfde tijd bekeurd zijnde, geen boeten hebben betaald. 507
                                                                  6. Allert Claesz BACKER, alias Back, ged. (GL) Krommenie 3 juli 1633, tr. ald. 2 nov. 1659 Maritje MICHIELS.
                                                                      In Krommenie bekent in 1660 Maartje Michiels, huisvrouw van Allert Klaasz Bakker wonende alhier nu buitenslands op zee, geassisteerd met Pieter Klaasz Bakker haar mans broer, schuldig te zijn de opzienders van het weeshuis van Krommenie een jaarlijkse losrente van 8 gld, hoofdsom 200 gld, met als onderpand een huis en erf in de Vlus, belend ten zuiden Jan Kristiaensz, ten noorden Wijngaert Hendriksz, met als borgen Pieter en Jan Klaassoonen Backer mitsgaders Joris Jansz Koperslager te Zaandam in den gebiede van Westzaan, broers en zwager van de originele debiteur Allert Claesz 508.
                                                                      In Krommenie is op 6 juni 1670 Huijbert Dircxz eiser contra Allert Clasen Backer, om betaling van 7 gld 14 st als rest over geleverde lijnkoeken 509.
                                                                      Op 7 november 1670 zijn de regenten van Krommenie eisers contra Allert Clasen Backer, om betaling van 66 gld 19 st als rest van meerdere somme over huur van de Noordersluijs die de gedaagde tot zijn contentement heeft geschut. Gedaagde bekent maar sustineert afslag te moeten hebben van 31 gld 10 st ter zake dat de sluis een week heeft dichtgestaan en dat de voerders zonder iets te betalen zijn „door weder gevallen”, tegen de conditie waarop hem, gedaagde, de sluis is verpacht. Op 5 december 1670 condemneren schepenen de gedaagde tot betaling van 66 gld 19 st, met een afslag van 6 gld 6 st omdat de sluis een week heeft dichtgestaan. 510
                                                                      In Krommenie verkopen in 1674 de weesregenten alhier aan Allert Claesz Back alhier een huis en erf in de Vlus, belend ten noorden Jan Dircxz, ten zuiden Gerrit Jacobsz, voor 570 gld, te betalen op 2 meidagen, mei 1674 en mei 1675 511.
                                                                      In Beverwijk bekent in 1683 Allert Claesz Back wonende te Krommenie schuldig te zijn aan Jan Cornelisz van Tooren wonende te Beverwijk 600 gld, ter cause van koop van een speeljacht met zijn rondhout, touwwerk, zeilen en toebehoren, te betalen de helft gereed en de wederhelft op mei 1684 512.
                                                                      In Krommenie is aan de gerechtsbode gebleken dat aan het interdict van Jacob Claesz, koopman te Westzaan, als arrestant van de boedel van Martje Michielsdr, weduwe van Allert Back, en deszelfs zoon Claes Allertsz Back, onder conditie is voldaan, en zijn daarom 't interdict en de arrestant ten volle ontslagen op 18 juli 1694 513.
                                                                106. (<53) Claes JANSZ, wever, tr.
                                                                    In het lidmatenboek van Krommenie worden bij huisbezoek op 4 en 5 oktober 1656 als lidmaten op de Horn o.a. genoemd: Pieter Klaasz en zijn vrouw Diewer Klaas, Simon Klasz, Duijf Simons, Jan Klaasz en zijn vrouw Ariaentjen IJsbrants.
                                                                107. (<53) Duijf SYMONS, overl. 15 mei 1657 (volgens lidmatenboek van Krommenie).
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Brechtgen CLAES, ged. (nederd. geref.) Krommenie 12 jan. 1615.
                                                                  2. Jan Claesz RAEPKONST, ged. (nederd. geref.) Krommenie 18 dec. 1616, diaken ald., tr. Aeriaentgen IJSBRANTS.
                                                                      In 1660 verklaren Klaas Hendriksz Boender, oud omtrent 60 jaar, en Jan Kristiaansz, oud omtrent 48 jaar, beiden gewezen ouderlingen van de Gereformeerde Kerk te Krommenie, ten verzoeke van Jan Klaasz Raapkonst, gewezen diaken van de Gereformeerde Kerk voormeld, dat omtrent 2 jaar geleden zij in kwaliteit als ouderlingen geweest zijn op de Horn te Krommenie in 't huis nagelaten door Klaas Jansz wever en zijn huisvrouw, des requirants vader en moeder, over een zekere kwestie die de requirant mitsgaders zijn broer en zwager waren hebbende te verdragen, dat hieruit gevolgd is dat de requirant 't voorgemelde huis en erf van zijn broer en zwager heeft aangenomen voor 600 gld of daar dichtbij, met expresse conditie dat alle dezelve penningen tot betaling van de schulden van hun voorschreven ouders voor zover die strekken mochten en niet anders zouden worden gebruikt, in voege dat geen van de kinderen daar iets van genieten of beuren kon 514.
                                                                      In Krommenie verkoopt in 1663 Jan Claasz Raapkonst aan Gerrit Claasz Kil, beiden wonende op de Horn, een stuk land groot 326 roeden, gelegen in de Honderden achter de Horn, belend ten zuiden de gemene weg, ten noorden de weduwe van Pieter Albertsz, voor 245 gld, bekent in 1664 Jan Klaasz Raapkonst gekocht te hebben van Klaas Ariaansz wonende te Akersloot 2 akkers land in de Honderden, groot omtrent 405 roeden, belend ten oosten en westen Diewertje Allerts, weduwe, voor 595 gld, te betalen op 3 meidagen 1664, 1665 en 1666, en verkoopt in 1664 Jan Klaasz Raapkonst aan Jasper Thonisz, koopman te Haastrecht, 1/4 in een taanhuis liggende ten ende de Horn, belend ten oosten Jan Dircxz, ten westen de gemene weg of Twisch, voor 21 gld 5 st 515.
                                                                      In Krommenie is in 1668 Jan Claesen Raepkonst eiser contra Guyrte Dircx [weduwe van Jan Clasen Backer]. De eiser zegt dat hij bij provisie heeft moeten wegbreken zeker schuthek dat hij gesteld had op zijn vrij eigen grond en erf, belend ten oosten de eiser, ten westen Jacob Gerritsz Rellick, op de Horn, zonder dat zij, gedaagdesse, enige actie op 't voorschreven erf heeft te pretenderen. Op 14 februari 1670 ontzeggen schepenen de eiser zijn eis en condemneren hem ten behoeve van de gedaagdesse te gedogen de vrije overgang van 't pad in kwestie, en wijders in de kosten. Op 23 februari 1670 heeft de zoon van Jan Clasen Raepkonst, uit naam van zijn vader, door 't bovenstaande vonnis hem vindende bezwaard, daarvan hem gesteld appellant van hogere rechters. 516
                                                                  3. Diewer CLAES, ged., zie 53.
                                                                  4. Symon Claesz RAEPKONST, ged. (nederd. geref.) Krommenie 2 mei 1621.
                                                                  5. Brechtgen CLAES, ged. (nederd. geref.) Krommenie 10 april 1623.
                                                                108. (<54) (>216, >217) Dirck HILBRANTSZ, tr.
                                                                109. (<54) Marij MAERTENS.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Hillebrant DIRCKSZ, geb. ca. 1643, zie 54.
                                                                  2. Gerrit DIRCKSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 15 jan. 1640.
                                                                  3. Gerrit DIRCKSZ, ged. (nederd. geref.) Krommenie 22 okt. 1645 (doopgetuige Maritgen Matheus).
                                                                  4. Mayke DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 6 okt. 1647.
                                                                  5. Duijfje DIRCKS, ged. (nederd. geref.) Krommenie 5 juni 1650 (doopgetuige Mary Cornelis; de vader abusievelijk (?) Dirck Ollebrantsz genoemd, de moeder niet genoemd).


                                                                Generatie VIII (<VII, >IX)

                                                                128. (<64) (>256) IJsbrant Dircxz BREUWER, tr. 1° Alit GIJSSEN, dr van Ghijsbert JANSZ 517, tr. 2° N.N.
                                                                    In de banne van Westzaan hebben in 1588 IJsbrant Dirickxz van Zaandam, als vader van Trijntgin en Dirick zijn 2 kinderen geteeld bij Alit Gijsen zijn huisvrouw was zal. mem., ter eenre, en Muies Gijssen mitsgaders Cornelis Gijssen als omen en voogden van de voorschreven kinderen, bewijs gedaan van de goederen van de weeskinderen. Ten eerste heeft hun vader bewezen tot hun moeders erfenis (doorgehaald: de helft van het derdepart van Blaeukoeijen) 2 stukken land op en over de Watering, groot samen omtrent 1½ mad, het ene genaamd Petamsstuck, het andere Westzaenerstucking, liggende bezijden elkaar, nog de helft van het tiendepart in de Groote Ven liggende voor Pieter Teuwissis bij de Hoogendijck, nog een hoekje rietland in de Hem, nu waard omtrent 16 gld, (doorgehaald: nog de helft van het achterend van het huis en de helft van de noorderworf, nog 41½ gld die de kinderen nog hebben zullen van hun vader voor berekend geld), en dit accoord is geschied op 17 maart 1587 (doorgehaald zijn bepalingen over verrekening van verbeteringen en van schade zoals brand van het huis of de worf). De vader zal de kinderen opbrengen tot hun mondige jaren met behouden goed. Er zijn verder nog bepalingen over wat er met de goederen gebeuren moet bij aflijvigheid van betrokkenen. 518
                                                                    In de banne van Westzaan verkopen in 1600 Isbrant Dircxz wonende op Zaandam en Jacob Symonsz als man en voogd van Griete Dircx, beiden onze geburen, aan Cornelis Gerritsz wonende te Zaandam op de Suydyck binnen de banne van Oostzaan 2 derdeparten van een stuk land genaamd de Breekoyen, groot omtrent in 't geheel 4½ mad, gelegen buiten de Hoogendyck in de Hooge Vuyterdijck, belend ten zuiden de Twaelffmaet, ten westen Trapperskoyen 519.
                                                                    In de banne van Westzaan verkoopt in 1600 Isbrant Dircxz wonende nutertijd te Amsterdam, mede vervangende zijn broer Jacob Dircxz mede woonachtig aldaar, overmits de uitlandigheid van dezelve, aan Claes Jacobsz hun oom, eerst de helft van een stuk land genaamd de Dyckcamp, groot omtrent in 't geheel 3½ mad min een zestiendedeel, liggende te Zaandam in de Molenbuert achter Hendrick Fransz, belend ten zuiden Claes Sybrantsz, ten noorden Pieter Sybrantsz en Baernt Fransz tezamen, strekkende van de Zaandijk tot 't land van de erfgenamen van Henrick Willemsz toe, nog een stuk land genaamd de Halve Zesmaed liggende buiten de Hoogendyck van Zaandam, groot omtrent 3 mad min een hond, belend ten zuiden Claes Sybrantsz, ten westen een stuk land genaamd de Drystal, ten noorden Aris Cornelisz, ten oosten Pieter Cuyper 520.
                                                                    In de banne van Westzaan compareren in 1603 Isbrant Dircxz ter eenre, en Mies en Cornelis Ghyssen ter andere zijde als omen van de voorkinderen van de voorschreven Isbrant Dircxz, allen wonende te Zaandam. Zij brengen aanvullingen aan in het accoord van 1588 betreffende wat de kinderen is opgestorven bij de dood van hun moeder Alyt Ghyssen. Nopende de helft van het achterhuis en de noorderworf waar Isbrant Dircxz nu tegenwoordig woont mitsgaders het gebruik ervan wordt het bewijs teniet gegaan, mits Isbrant Dircxz 422 gld 10 st betaalt, een vierdepart gereed, de rest op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen telkens een vierdepart. Nog is verkocht door de voorschreven IJsbrant Dircxz van de bewezen goederen, met consent van de voogden, de helft van het derdepart van Blaeukoyen liggende buiten de Hoogendyck, waarvoor hij aan de voogden 475 gld betaald heeft, die ook nog 73 gld onder zich hebben opgestorven van moederszijde. Op 11 juni 1605 verklaart Cornelis Pietersz als man en voogd van Trijn IJsbrantsdr betaald te wezen van zijn huisvrouw haar matrimoniale goederen, en bekennen Cornelis Gijsen en Mies Gijsen betaald te wezen van IJsbrant Dircksz van de koop van het huis en worf met het land, en ook onder zich te hebben van het weeskind Dirck van de custing van het huis en de helft van de 41 gld 10 st, en de somme van 180 gld 19 st die in 't oude weesboek staat. 521
                                                                    In de banne van Westzaan koopt in 1615 IJsbrant Dircksz op Zaandam van Jan Aeriansz, teerkoper, onze buurman op Zaandam, een achtstepart in een stuk land groot in 't geheel 4 koeven, liggende achter Guerte Pouwels op Zaandam, belend ten noorden Pieter Teuwesz, ten zuiden Pieter Claesz, voor 200 gld 522.
                                                                    In de banne van Westzaan bekent in 1619 IJsbrant Dircxz c.s. wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis Jacobsz mede buurman aldaar 1½ koeven liggende gemeen in de Ghroote Ven aan de Hogendyck, belend ten noorden Pieter Claesz, ten zuiden de voorschreven Hoogendyck, voor 742 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1620 en 1620, gevolgd door de opdracht, en bekent in 1620 Isbrant Dircxz Breuwer wonende op Zaandam gekocht te hebben van Meynert Heyndricxz poorter van Amsterdam een tiendepart van een stuk land genaamd de Groote Ven, groot in 't geheel 4000 roeden, liggende achter de Horn, belend ten noorden Pieter Claesz, ten zuiden de Hoogendyck, voor 485 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1621 en 1623, gevolgd door de opdracht door Arent Meynertsz wonende op Zaandam in de banne van Oostzaan als volmacht van Meynert Heyndricxz zijn vader 523.
                                                                    Bij de verkoop in 1626 van een stuk land in Zaandam genaamd Baskoyen worden als zuidelijke belenders de erfgenamen van IJsbrant Dircxz Breuwer genoemd 524.
                                                                         Uit het eerste huwelijk:
                                                                    1. Trijn IJSBRANTS, tr. Cornelis Pietersz JANVAER, zn van Pieter JANVAERS en Griete NENNEN.
                                                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1617 Claes Jansz oom van Thryn IJsbrantsdr wonende op Zaandam aan Jan Luytsz mede wonende op Zaandam een erfje in de Molenbuert op Zaandam, belend ten noorden Symon Gerretsz, ten zuiden de voornoemde Thryn IJsbrantsdr, voor 257 gld 10 st 525.
                                                                        In de banne van Westzaan bekennen in 1615 Cornelis Pietersz alias Kees Pieter Jan Vaers en Pieter Garbrantsz, onze geburen op Zaandam, gekocht te hebben van Claes Maertsz mede wonende op Zaandam een stuk land genaamd de Ouwe Ven, groot 75 roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Albert Jansz, ten noorden Jan Gysen, een stuk land genaamd de Wateringsstreep, groot 303 roeden, belend ten zuiden Jan Jansz, ten noorden Pieter Jan Vaers, en een stuk land genaamd Symons, groot 500 roeden, voor 1720 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 achtereenvolgende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1616 en 1617, verkoopt in 1616 Claes Garmetsz onze buurman wonende op 't Suytend aan Cornelis Pieter Jan Vaers mede onze buurman wonende op Zaandam een stuk land op de Watering achter Kees Nomis uit, groot 624 roeden, belend ten zuiden Jacob Pietersz, ten noorden Cornelis Aeriansz, voor 764 gld, en verkopen in 1616 Jacob Cornelisz en Jan Cornelis Slommes, geburen op Zaandam, aan Cornelis Pietersz Jan Vaers, mede onze buurman op Zaandam, een stuk land liggende achter Kees Slommes uit op en beoosten de Watering, groot 196 roeden, belend ten zuiden en noorden Jan Gerretsz Stam, voor 250 gld 526.
                                                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1623 Cornelis Pietersz wonende op Zaandam aan Jacob Mensen, smid, mede buurman aldaar, een vierdepart in een stuk land groot omtrent 840 roeden, liggende gemeen met Jan Luytsz c.s. achter de Horn te Zaandam, belend ten noorden Jan Gerretsz, ten zuiden Gerret Aresz, voor 321 gld 10 st 527.
                                                                        In de banne van Westzaan zijn in 1637, ten behoeve van de nagelaten weeskinderen Dirck, Alydt, Guert en Pieter van Cornelis Pieter Jan Vaers z.g., Cornelis Pietersz als oom en voogd van de weeskinderen, ter eenre, en Pieter IJsbrantsz [die ondertekent als Pieter Isbrantsoon Breuer] als voogd van Tryn IJsbrantsdr, weduwe, wonende te Zaandam, ter andere zijde, overeengekomen dat de voorschreven Thrijn IJsbrantsdr met haar kinderen zal blijven zitten in de gemene boel de tijd van 5 jaren en verwacht schaad en baat zo 't de Goede God belieft 528.
                                                                    2. Dirck IJSBRANTSZ.
                                                                         Uit het tweede huwelijk:
                                                                    1. Pieter IJsbrantsz BREUWER, geb. ca. 1592, zie 64.
                                                                    2. Cornelis IJsbrantsz BREUWER, mr scheepstimmerman, tr. Stijntge CORNELISDR.
                                                                        In de banne van Westzaan in 1622 verkoopt Sarel Jansz wonende op Zaandam, ook voor Aeffgen Aerjansdr mede buurvrouw aldaar, een vrije gang aan Cornelis IJsbrantsz c.s. mede wonende op Zaandam, van 5 voeten wijd, tussen de huizen van Sarel Jansz c.s. en Aeffgen Aerjansdr, strekkende van de Dyck af tot de Dycksloot toe (met bepalingen), voor 200 gld, bekent Sarel Jansz [Croossijn] gekocht te hebben van Cornelis IJsbrantsz c.s. mede buurman aldaar een erf uit de Grote Ven [liggende achter de Horn], belend ten zuiden en noorden de voorschreven Cornelis IJsbrantsz c.s., voor 228 gld, te betalen 120 gld gereed, de rest op 2 meien, te weten 1623 en 1624 telkens de helft, gevolgd door de opdracht, bekent Jacob Coenesz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis IJsbrantsz en Claes Heyndericxz c.s. mede buurluiden aldaar, een erf in de Grote Ven, groot 24 roeden, liggende achter de Horn te Zaandam, belend ten noorden Jan Jansz Lopges, ten zuiden IJsbrant Aeriansz, voor 216 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1622, 1623 en 1624 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, bekent Jan Jansz Lopgis wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis IJsbrantsz en Claes Heyndericxz c.s. mede buurluiden aldaar, een erf groot 24 roeden in de Grote Ven achter de Horn te Zaandam, belend ten noorden de erfgenamen van Sarel Jansz, ten zuiden Jacob Coenesz, voor 216 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1622, 1623 en 1624 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, bekent Jacob Jansz Stevis wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis IJsbrantsz en Claes Heyndericxz c.s. mede buurluiden aldaar, een erf in de Ghrote Ven achter de Horn te Zaandam, groot 12 roeden, belend ten noorden de werf, ten oosten de voorschreven verkoperds ten zuiden de Braeck, voor 105 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1622, 1623 en 1624 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, met een vrije gang van zijn erf naar de Horn, en bekent IJsbrant Aerjansz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis IJsbrantsz en Claes Heyndericxz c.s. een erf in de Grote Ven, groot 24 roeden, liggende achter de Horn te Zaandam, voor 216 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1622, 1623 en 1624 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 529.
                                                                        In de banne van Westzaan op 17 november 1622 bekent Pieter Pietersz Cas, schoolmeester te Zaandam wonende in de ban van Oostzaan, gekocht te hebben van Cornelis en Pieter IJsbrantssoonen mede wonende op Zaandam, een erf op Zaandam achter de Leege Horn op de noordoosthoek van de Groote Ven, belend ten oosten de Dycksloot, ten westen Jasper Aerjansz, ten zuiden het gemene koepad, ten noorden Pieter Claesz, voor 290 gld, te betalen 75 gld op i november van dit jaar, gelijke somme op mei 1623, de resterende 140 gld op mei 1624, gevolgd door de opdracht, op conditie dat de verkopers 2 bruggen zullen maken op hun kosten over de Dycksloot en vrije gemene gangen van de voorschreven bruggen zullen leveren tot de Dyck, een gang van 5 voeten breed tussen het huis en erf van Aeffgen Slommer ten noorden en de huizinge met het erf van Claes Cornelisz Cley en de weduwe van Sarel Jansz Croyssyn ten zuiden, met nog een gemene gang of koepad tussen het erf van de koper en Jasper Aeriansz ter ene en 't huis en erf van Pietertgen Gerretsdr ter andere zijde, strekkende voor van de straat westaan tot achter aan de brug van de Westersloot toe (met verdere bepalingen), bekent Dirck Cornelisz Breuwer wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis en Pieter IJsbrantssoonen mede buurluiden aldaar een hoekje erf in de Ghrote Ven, lang 3 roeden, 25 voeten breed, belend ten westen en zuiden de Ghroote Ven, ten oosten Jasper Aerjansz, voor 60 gld, te betalen een derdepart mei eerstkomende 1623, de rest op 2 meidagen daaraanvolgende, te weten 1624 en 1625, gevolgd door de opdracht, met een vrije gang van de straat naar het erf, en bekent Jasper Aerjansz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis en Pieter IJsbrantssooen mede buurluiden aldaar een erf uit de Ghrote Ven, belend ten oosten Pieter Pietersz Cas, ten westen Dirck Cornelisz Breuwer, voor 120 gld, te betalen een derdepart mei eerstkomende 1623, en 1624 em 1625, gevolgd door de opdracht met een vrije gang van de Dijck over de straat naar het erf 530.
                                                                        In de banne van Westzaan wordt in 1639 de inventaris opgemaakt van de goederen die Styntge Cornelisdr, weduwe van Cornelis Isbrantsz, haar drie kinderen bewezen heeft tot vaders erfenis, met namen Neel Cornelis, Mary Cornelis en Alydt Cornelis dochteren. Deze kinderen hebben met elkaar met de moer een voorhuis met het erf waar het op staat te Zaandam in de Horn, belend ten zuiden Jacob Dircxz Kop, ten noorden Pieter IJsbrantsz, nog de helft van een bleekveld met hun moer op Krimpenburch, belend ten zuiden Claes Arentsz Smit, ten oosten Jan Luytsz, met nog de helft van al de huisraad en inboel, nog hebben de kinderen met de moer aan brieven en geld 14260 gld, nog aan het schip van Jan Luytsz hebben de kinderen met de moer een 32e part, nog aan Arian Jansz met hun moer een vierenzestigstepart, nog aan Jacob Remmen van Akersloot een half zestigstepart, aldus aangegeven door Gerrit Arisz als voogd van Styntge Cornelisdr, Dirck Dircxz voogd van Neel Cornelisdr, Pieter IJsbrantsz [tekent als Pieter Isbrantssoon Brever] voogd van Aeltgen Cornelisdr, Jan Cornelisz voogd van Mary Cornelisdochter. Op 28 december 1649 compareert Claes Jansz alias Claes Baertsz als man en voogd van Neel Cornelis, en bekent ontvangen te hebben van zijn vouws moeder 2000 gld en dat op rekening van de erfenis van zijn vrouws vader. 531
                                                                        In de banne van Westzaan zijn in 1640 aan de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz zal. ged. wonende te Zaandam schuldig, Cornelis Pietersz Engel wonende in de Kerckbuyert een jaarlijkse losrente van 25 gld, hoofdsom 500 gld, met als onderpand 1/4 van een stuk land achter Claes Teunisz aan de weg, groot in 't geheel 550 roeden, belend ten noorden Claes Claesz, ten zuiden Dirck Jan Michielsz, nog land achter Lucas Claesz, een half huis en erf in de Kerckbuyert, belend ten zuiden Jan Pietersz, ten noorden Pouwels Ariansz, Abel Heyndricz wonende te Zaandam een jaarlijkse losrente van 10 gld, hoofdsom 200 gld, met als onderpand een balkhoutzaagmolen en erf op het end van de Gouwe, belend ten noorden Pieter Claesz Louwe, ten zuiden Jacob Roeloffsz (op 10 oktober 1651 bekent Claes Abrahamsz Oosterhooren als last hebbende van Wouter Gaves man en voogd van een van de weeskinderen betaald te zijn van de hoofdsom, en zijn op 26 maart 1652 de renten betaald), en Dirck Jansz en Claes Willemsz wonende op de Koog een jaarlijkse losrente van 17 gld 10 st, hoofdsom 350 gld, verbindende een stuk land groot omtrent 670 roeden op de Crommesloot, belend ten noorden Gerrit Jansz, ten zuiden Mr Jan te Akersloot (op 5 mei 1643 door Dirck Jansz hierop 175 gld betaald met verschenen renten) 532.
                                                                        In de banne van Westzaan in 1640 verklaart Jacob Jansz Omcomen wonende te Zaandam schuldig te wezen de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz zal. ged., met namen Neeltgen, Marij en Alydt, wonende aldaar, een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld, met als onderpand een stuk land genaamd de Twiemaedt, groot 858 roeden, liggende voor Pieter Deckers uit tussen de Gouw en de Watering, belend ten noorden Reijnu Cornelisz, ten Sybrant Cornelis Boven, (wettelijk opgeëist op 29 juli 1653 en door Willem Gavisz van Krommenie ontvangen op 16 januari 1654), en bekent Jan Claesz Slom wonende te Zaandam schuldig te wezen Neel, Marij en Aeltgen Cornelisdochteren, weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz zal. ged., een jaarlijkse losrente van 10 gld, hoofdsom 200 gld, met als onderpand de helft van een stuk land bij Zaandam, belend ten noorden Trijn Arents, ten zuiden de Hoogendijck 533.
                                                                        In de banne van Westzaan zijn in 1642 schuldig aan de weeskinderen [Neel(tgen), Mary en Alij(d)t] van Cornelis IJsbrantsz z.g. wonende te Zaandam, Cornelis Jacobsz wonende bij de Hoogendyck een jaarlijkse losrente van 22 gld 10 st, hoofdgeld 500 gld, met als borg Jacob Claesz wonende in de Crabbelbuyert, Heijndrick Sijmonsz timmerman wonende aan de Dijck een jaarlijkse losrente van 18 gld 10 st, hoofdsom 400 gld, met als borg Symon Pietersz Mey (voldaan met een andere brief op folio 192v), Jan IJsbrantsz wonende op Wormerveer een jaarlijkse losrente van 5 gld, hoofdgeld 100 gld, verbindende een hooihuis en erf op Wormerveer, belend ten noorden Pieter Jacobsz, ten zuiden Claes Jansz (op 12 december 1651 betaald aan Claes Abramsz als last hebende van Wouter Gavesz man en voogd van een van de weeskinderen), Ariaen Jacobsz wonende te Zaandam een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld (op 1 juni 1649 bekent IJsbrant Pietersz wonende op Zaandam 200 gld ontvangen te hebben van Jacob Ariaensz, zoon van de voorschreven Ariaen, op 6 december 1652 is de resterende 100 gld betaald) 534.
                                                                        In de banne van Westzaan zijn in 1643 schuldig aan de weeskinderen [Neel, Mary en Alijdt] van Cornelis IJsbrantsz z.g. wonende te Zaandam, Pieter Cornelisz wonende op de Koog een jaarlijkse losrente van 19 gld, hoofdgeld 400 gld, met als borg Cornelis Gerritsz Isses mede wonende op de Koog, Huybert Jansz wonende te Zaandam een jaarlijkse losrente van 18 gld, hoofdsom 400 gld, met als onderpand een huis en erf op Zaandam, belend ten noorden Sybrant Dircxz, ten zuiden Cornelis Claesz Gorter, en Sybert Arisz wonende op de Zaendyck een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdgeld 300 gld, met als borg Aris Sybertsz wonende over Zuyderweel 535.
                                                                        In de banne van Westzaan is in 1645 Abel Heyndricxz wonende bij de Hoogendijck schuldig aan de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld, met als onderpand een huis en erf met de houtzagersmolen bij de Hoogendijck, belend ten zuiden de Hoogendijck, ten noorden Aechte Dircx, met Pieter IJsbrants op Zaandam als borg (op 10 oktober 1651 bekent Claes Abramsz secretaris, als last hebbende van Wouter Gavesz man en voogd van een van de weeskinderen, de 300 gld ontvangen te hebben; de rente is betaald op 26 maart 1652), is in 1654 Barent Pietersz Smit wonende op Saendijck schuldig aan de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz z.g. een jaarlijkse losrente van 15 gld, hoofdsom 300 gld, met als onderpand een huis en erf op de Saendijck, belend ten zuiden Aerian Gerretsz, ten noorden Jacob Heyndricksz, en bekent in 1648 Frans Karelsz wonende op de Koog schuldig te wezen de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz, met namen Marij en Alydt, een jaarlijkse losrente van 33-10-0, hoofdsom 750 gld, met als onderpand zijn huis en erf op de Koog, belend ten zuiden de voornoemde Frans Karelsz, ten noorden 't Vermaenhuijs (op 2 juni 1654 bekent Jan Dircxz als man en voogd van Aeltjen Cornelis, ook voor de andere zuster, betaald te zijn) 536.
                                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1648 Claes Jansz Viscooper wonende te Koog schuldig te wezen de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz z.g., met namen Marij en Aleydt Cornelisdochters wonende op Zaandam, een jaarlijkse losrente van 27 gld, af te lossen met 600 gld, met als speciale hypotheek 2 elfdeparten van een oliemolen en erf genaamd Die Paep gelegen bij de Koog, belend ten zuiden de Valdeursloot, ten Claes Cornelis Mieus, met als borgen Pieter IJsbrantsz wonende op Zaandam en Cornelis Jevitsz wonende op Wormerveer (Jan Dircxz Gijsen bekent voldaan te zijn [zonder datumvermelding]), bekent in 1649 Claes Jacobsz wonende te Zaandam schuldig te wezen Marij Cornelis en Alydt Cornelis, weeskinderen van z.g. Cornelis IJsbrantsz wonende op Zaandam, een jaarlijkse losrente van 10 gld, hoofdsom 200 gld (op 17 augustus 1655 ontvangen door Jan Dircxz Gijsen), en bekent in 1652 Heijndrick Symonsz Mey aan de Hoogendyck schuldig te wezen Alydt Cornelis, nagelaten weeskind van z.g. Cornelis IJsbrantsz wonende te Zaandam, een jaarlijkse losrente van 18 gld, hoofdsom 400 gld (op 2 juni 1654 bekent Jan Dircksz als man en voogd van 't weeskind Aeltien Cornelis voldaan te zijn) 537.
                                                                        In de banne van Westzaan worden in 1649 tot voogden over de [onmondige] kinderen van Cornelis IJsbrantsz Breuwer aangesteld: Dirck Kees Piet Jannen als voogd van Alyt Cornelis, Arent Dirck Sybrants als voogd van Marij Cornelis 538.
                                                                  132. (<66) Dirck Claesz SLUIJCK  539, mr scheepstimmerman, koopman, overl. Westzaandam 19 nov. 1631 540, begr. Oostzaandam (Oosterkerk), tr. 2° Trijn ARENTS, tr. 1°
                                                                      In de banne van Westzaan verkopen in 1611 Pieter Claesz, Cornelis Dircxz, Jan Gerretsz en Claes Cornelisz Iudt, wonende te Zaandam, allen voogden van de kinderen van Gerret Cornelisz Iudt zal. ged., aan Dirck Claesz Sluyck wonende te Zaandam een tiendepart in een stuk land genaamd de Ven, groot omtrent het voorschreven tiendepart ½ mad 2½ zestiendedelen, liggende te Zaandam, belend ten noorden Pieter Claesz, ten zuiden de Hoogendyck 541.
                                                                      Getaxeerd in 1612, Saerdammer Verndel: Diric Claesz Sluyck zijn huis, nog de helling ƒ 900 542.
                                                                      In de banne van Westzaan is op 9 juni 1616 Jan Barentsz schout eiser contra Dirck Claes Sluyck op Zaandam. De eiser heeft de gedaagde bekeurd op 5 juli laatstleden omdat zijn vlot met het end omtrent voor de steiger kwam te liggen, contrarie de keur meldende dat niemand versperringen mag doen op 30 voeten aan weerszijden van de steiger, op boete van 42 schellingen. Schepenen ontzeggen de schout zijn eis met compensatie van de kosten. 543
                                                                      In de banne van Westzaan is op 14 juli 1616 Jan Barentsz schout eiser contra Dirck Claesz Sluyck op Zaandam. De eiser heeft in de week na Pinksteren bevonden 3 buizen, liggende de een aan de plating van de dijk bij Zaandam omtrent 14 voeten van de steiger, de andere elk dicht op de zijde, die de gedaagde in bewaring had. De eis is een boete van 42 schellingen. De gedaagde compareert niet en de eiser eist hiervoor op 18 augustus 1616 de hoogste boete. Schepenen stellen de zaak 14 dagen uitt [waarna de zaak niet meer op de rol komt. 544
                                                                      In de banne van Westzaan verkoopt in 1616 Willem Jansz Smit onze buurman wonende op Zaandam aan Dirck Claesz Sluijck onze buurman een erfje gelijk het tussen zijn „wypaelen” ligt buiten dijk bij Zaandam, belend ten noorden de voorschreven Willem Jansz, ten zuiden Aris Cornelisz, voor 41 gld 5 st 545.
                                                                      In de banne van Westzaan is op 10 augustus 1617 de schout eiser contra Dirck Claesz Sluyck te Zaandam. De eiser als dijkgraaf heeft op 3 augustus laatstleden bevonden dat de gedaagde poogde in de kant van de Hoogendyck verscheidene grote palen te smijten, zonder consent van de dijkgraaf. De eis is om de palen weer op te breken en een boete van 42 schellingen. Op 25 augustus refereert de gedaagde naar zeker contract van schout en schepenen van 2 maart 1587. Op 7 september verzoekt de gedaagde beter bewijs, en als de eiser beter bewijs inbrengt is hij tevreden te betalen. 546
                                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1623 Dirck Claesz Sluijck, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurluiden aldaar, 28 roeden land uit de Ghroote Ven, belend ten oosten Willem Jansz Smidt, ten westen Cornelis Jansz Steves, ten noorden de Ven, ten zuiden de Dycksloodt, voor 198 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 547.
                                                                      In de banne van Westzaan wordt op 2 januari 1624 de inventaris opgesteld van de weeskinderen van Dirck Claesz Sluyck die hij geprocreëerd heeft bij Aeff Arents zal. ged., genaamd Thryn, Heyndrick, Aeltgen, Cornelis en Dieuwer Dircxdr, namelijk aan geld elk kind 750 gld berustende onder de vader; de voorschreven Dirck Claesz ter eenre, Jan Gerritsz (ondertekent als Jan Gerretsz Roeles) als voogd van Heyndrick, Thewis Cornelisz voogd van Thryntgen, Dirck Cornelisz voogd van Cornelis, Willem Claesz als voogd van Aeltgen en Pouwels Symonsz als voogd van Dieuwer Dircxdr, ter andere zijde, zijn geaccordeerd dat Dirck Claesz zijn kinderen met behouden goed zal opbrengen tot hun 18 jaren toe 548.
                                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1627 Dirck Claesz Sluijck wonende op Zaandam gekocht te hebben van Fredrick Claesz wonende aan de Dijck de helft van een stuk land liggende bij Zaandam, groot omtrent de helft 580 roeden, belend ten noorden Adrian Claesz, ten zuiden Jonge Jan Floor, voor 924 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 meidagen, te weten 1628 en 1629, gevolgd door de opdracht 549.
                                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1629 Dirck Claesz Sluyck wonende op Zaandam gekocht te hebben van Symon Pietersz Mey wonende op de Dijck een stuk land genaamd Mary Moetgesven, groot 1628 roeden, liggende achter Lange Egges, uit een breetweer van de Dijck, belend ten noorden Claes Cornelisz Joor, ten zuiden Jacob Pietersz, voor 2060 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1629, 1630 en 1631 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, en verkoopt in 1631 Albert Pietersz wonende op Zaandam aan Dirck Claesz Sluyck onze buurman aldaar de helft van een stuk land genaamd het Vierdelmadt, liggende buitendijks aan 't hoofd, groot in 't geheel omtrent 2½ mad, belend ten noorden de Crommesloot, ten zuiden Theuwis Cornelisz, voor 1124 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Vrouwlichtmisdagen 1631 en 1632 550.
                                                                      In de banne van Westzaan verklaren in 1633 Heyndrick Dircxz wonende op Zaandam, ook voor zijn consociis mede buurluiden aldaar, ter eenre, en Jacob Arentsz als voogd van Thrijn Arentsdr weduwe van Dirck Claesz Sluyck in zijn leven scheepstimmerman op Zaandam, ter andere zijde, veraccordeerd te wezen dat de voorschreven Thrijn Arentsdr zal hebben in deling het hooihuis en erf achter Sluijcke Dircks oude huis over de Dycksloot, met een vrije gang voorbij het oude huis heen aan de Oostzijde om naar en van de Hoogendyck of Seeburch te gaan 551.
                                                                      In de banne van Westzaan bekennen in 1655 Arent Dircxe Sluijck en Haijndrick Dircxe Sluijck wonende te Zaandam gekocht te hebben van Cornelis Dircxe Sluijck en Teuwis Arentsz als opzienders van 't Nieuwe Werck c.s. zekere einde kaai, groot omtrent 44 roeden, lang aan de dijk 163 voeten, op de waterkant van Walich Cornelis tot de oude dijk toe, van Claes Loenen af tot de Oosterdijck tot 48 voeten, liggende op de Nieuwe Haven, belend ten zuiden Walich Cornelisz, ten noorden de Hoogendijck, voor 1369 gld, te betalen op 3 eerstvolgende meidagen telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 552.
                                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1655 Claes Jansz Backer wonende in de Rietvinck te Westzaandam schuldig te wezen aan Mr Arent Dircxe, Haijndrick Dircxe en Cornelis Dircxe Sluijck woonachtig te Zaandam 2880 gld, spruitende uit oorzake van koop van zekere halve werf en gereedschappen in de Rietvinck te Zaandam, belend ten zuiden Pieter He[...] en Willem Steevensz, ten noorden Claes Arentsz Koeman, waarvoor hij belooft interest te betalen tegen 4 gld ten honderd 's jaars, gevolgd door de opdracht 553.
                                                                      In de banne van Westzaan transporteren in 1673 Cornelis Dircsz Sluijck, ook voor zijn broer Heijndrick Dircsz Sluicq en zuster Aaff Dircx, allen wonende te Zaandam, aan de gemeente in de ganse banne 226 1/6 roede land, om door de regenten gebruikt te worden tot het maken van een borstwering en sloot daarnaast bij Zaandam buitendijks, conform 't accoord daarvan gemaakt (nopende questiën en verschillen, o.a. nopende 't verdelven van landen), dat de Sluicken zullen hebben een vrije, bekwame en onverhinderde gang of pad van de Hoogendijck af door de schans, aan en van hun land, en dat de regenten de pomp of sluis in de Kaedijck op een bekwame plaats zullen leggen om vervolgens door opgemelde Sluicken onderhouden te worden, voor 142 gld 16 st, accoord door contractanten getekend op 23 mei 1673 554.
                                                                      In 1704 zijn geaccordeerd Claas Hendricse Sluijck voor hemzelf, Lubbert Lourisz, Cornelis Sijmonsz Mues en Dirck Claasz Blauw als voogden over de minderjarige kinderen van Sijmon Hendricsz Sluijck, en nog de voorschreven comparanten als last en procuratie hebbende van alle gezamenlijke erfgenamen van zal. Hendrick Dircksz Sluijck en Hillegont Sijmons, beiden te Westzaandam overleden, ter eenre, en Jan Pietersz Sluijck, Arent Pietersz Sluijck, Dirck Pietersz Sluijck, Pieter Dircsz Breuwer en Arend Dircksz Sluijck, allen voor henzelf, item nog Jan Jacobsz Nomen, Willem Adrijaensz Volger en Isbrant Jochimsz Kleijnsorgh als gestelde en gesurrogeerde executeurs van het testament van zal. Cornelis Arentsz Sluijck, mede te Westzaandam overleden [nakomelingen van Arent Dircksz Sluijck], ter andere zijde. De overblijvende geschillen hadden zij ter arbitrage en decisie gesubmitteerd aan Claas Arentsz Bloem, Jan Pietersz Kist en Cornelis Michielsz Kalff, die mede compareren en hun besluiten meedelen 555
                                                                      In de banne van Westzaan bekent in 1653 Jacob Claesz Broocker als voogd van Trijn Arents zijn schoonmoeder wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Jansz anders Claes Tijssen wonende in De Rijp c.s. een vierdepart van een stuk land, groot het vierdepart 306 roeden, liggende buitendijks, belend ten noorden Aris Pieters, ten zuiden Cornelis Teuwisz, voor 516 gld, te betalen de helft gereed, de rest op Vastenavond 1654, gevolgd door de opdracht aan Trijn Arents wonende op Zaandam 556.
                                                                      In Zaandam machtigt op 23 februari 1656 Trijn Arents, weduwe en boedelhoudster van Claes Jansz Broocker in zijn leven koopman alhier, Jacob Cornelis van Assem en Arent Dircksz Sluijck, mede alhier woonachtig, om haar zaken waar te nemen (getekend door Jacob Claesz Broocker uit last van zijn schoonmoeder) 557.
                                                                           Uit het tweede huwelijk:
                                                                      1. Aefje Dircks SLUIJCK, geb. ca. 1625, overl. vóór 13 maart 1681, tr. Jacob Claesz BROOCKER, geb. ca. 1616 558, mr grootscheepmaker, reder, houtkoper, opziender bij de Waterlandse Doopsgezinde Gemeente, overl. vóór 21 mei 1671, zn van Claes Jansz BROOCKER 559, mr scheepstimmerman, houtkoper, reder, tot ca 1628 te Oostzaandam, daarna te Westzaandam, en Barbara JACOBS.
                                                                          Op 21 mei 1671 geeft Aaffje Dircx, weduwe en boedelhoudster van Jacob Claesz Broocker, wonende te Zaandam, machtiging aan Willem Jacobsz Jaapoom, mede aldaar, om de erfenis voor 't omtrent vierdepart haar toebehorende te verkopen (notarisgetuige o.a. Pieter Jansz Oosterhooren) 560.
                                                                          In 1672 verklaren Aris Cornelisz Veen, mr scheepstimmerman, en IJsbrant Pietersz Breuwer, insgelijks mr scheepstimmerman, als voogd over Aeff Dirckx Sluycqs weduwe van Jacob Claesz Broocker, allen wonende te Zaandam, alsnog te persisteren bij het contract van koop door henluiden als verkopers, met Jan Willemsz Ongeluck en Douwe Cornelisz wonende te Amsterdam als kopers, van zeker nieuw fluitschipshol, lang 104, wijd 24 en 2 duim, hol 11¼, daarenboven 5 voeten, Amsterdamse maat, op 7 september 1671 binnen Amsterdam opgericht voor notaris Arijaen van Santen, en bekenden van de kooppenningen voldaan te zijn; compareerden mede Hendrick Dircsz Sluyck benevens de voorschreven IJsbrant Pietersz Breeuwer als borgen 561.
                                                                          In 1675 geven Aaff Dircx Sluycq, weduwe en boedelhoudster van Jacob Claesz Broocker, en Aris Cornelisz Veen, mr scheepstimmerman, machtiging aan IJsbrant Pietersz Breuwer, koopman te Zaandam, om te ontvangen zodanige somme van penningen als hun, comparanten, als mede-reders voor 1/64 in zeker schip genaamd de Admirael Wrangel, gevoerd door schipper Mighel de Langh, competeert 562.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1680 Dirck Jacobsz Broocker, als gelaste van zijn moeder Aeff Dircx Sluijck, wonende te Zaandam, gekocht te hebben van de curateuren van de boedel van Aris Cornelisz Mataris als geauthoriseerde van Pieter Cornelisz Bois en nu van deszelfs weduwe en erfgenamen, een stuk land genaamd de Madt gelegen binnendijks op de Wateringh, groot 480 roeden, en hiervoor schuldig te zijn 312 gld, te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt 563.
                                                                          In 1644 in een akte van comparitie voor schout en schepenen van Westzaan door reders en participanten van 't schip de Grooten Christoffel, waar schipper op is Stoffel Pietersz van Zaandam, verklaart Claes Jansz Broocker, inwoner te Zaandam, in 't schip 1/32 te „herideren” 210.
                                                                          In Zaandam compareren in 1655 Jacob Claesz Broocker en Willem Jacobsz Menssen, beiden woonachtig alhier, reders van 't schip de Gulde Halve Maan waar schipper op is geweest Symon Symonsz Sloof uit De Rijp, ook voor de gemene reders van 't schip, welk schip in 't vervolgen van zijn reis van [La] Rochelle in Frankrijk naar deze landen op 29 augustus 1653 in zee door een Engels oorlogsschip veroverd zijnde des anderen daags daaraanvolgende de voorschreven Engelsman daaruit gejaagd en hernomen door drie Zeeuwsw commissievaarders, waarvan kapiteins waren Daniel Wilboursz, Pieter en Cornelis Aldertsz van Vlissingen, die het schip naar Brest hadden gebracht in Bretagne, zonder dat comparanten tot restitutie van 't voorschreven schip hebben kunnen geraken, waartoe zij nu machtigen Pieter Pietersz Molemaker alhier (om alles terug te eisen, inclusief vergoeding) 312.
                                                                          In 1660 maken in Zaandam Willem IJsbrantsz en Jacob Claesz Broocker, voor henzelf en ook voor de absente gemene reders van het fluitschip genaamd de Visscher waar schipper op is Jan Symonsz Elleman van Vlieland tegenwoordig buitenslands zijnde, als verhuurders ter eenre, en Mr Elias van Houwert, commandeur op de Groenlandse visserij, als huurder ter andere zijde, een contract (volgen de voorwaarden, o.a. 2450 gld voor 5 weken, voor elke dag meer 2 gld 10 st) 564.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1671 Jacob Claasz Broocker gekocht te hebben van Dorck Cornelisz Haringh als gemachtigde van de gemene crediteuren van zal. Cornelis Jansz Haringh, beiden wonende te Zaandam, een erf breed 38 voeten op 't Haringhpadt, belend ten oosten Cornelis Schoenmaker, ten westen Jan Jansz Rogh d'Jonge, te Zaandam, voor 103 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen bij egale portiën 565.
                                                                          Op 13 maart 1671 verklaren Cornelis Jansz Kegh, IJsbrant Pietersz Breeuwer en Claes Tijsz Otjes, koopluiden te Zaandam, ten verzoeke van Jacob Claesz Broocker, mede aldaar, dat zij deze dag met de requirant zijn geweest te Amsterdam in 't stadhuis bij de persoon van Aris Cornelisz Mataris, en dat de requirant met dezelve Mataris door tussenspreken van de deposanten is gecontracteerd dat de requirant aan de voorschreven Mataris zal transporteren zodanig stuk land als door de requirant onlangs bij executie van de justitie van 't gerecht van Oostzaan gekocht is, liggende in de jurisdictie van Oostzaan in de Noordt bij 't vermaanhuis, voor dezen toebehoord hebbende Trijntje Jans Boumans, met de conditie dat voorschreven Mataris binnen een maand binnen 't huis van de requirant zal doen brengen zo veel geld als hetzelve hem requirant met alle onkosten kost, daarenboven 100 gld tot een verering 566.
                                                                          In de banne van Westzaan verkopen in 1687 Dirck Jacobsz Broocker en zijn zuster Barbertje Jacobs, beiden meerderjarig, ook voor hun minderjarige broer Claes Jacobsz Broocker met toestemming van deszelfs voogden genaamd Cornelis Arentsz Sluyck en Lubbert Lourusz, allen te Zaandam woonachtig, aan Meijnderts Arentsz, Lubbert Lourusz, Jan Jansz Louwe en Jan Pietersz Kist, allen koopluiden alhier op Zaandam, voor henzelf en als last hebbende van hun mede-dienaren, mitsgaders voor rekening van de ganse Verenigde Doopsgezinde Gemeente te Zaandam, een huis en erf in de Molenbuert, belend ten zuiden Jan Cornelisz Gast, ten noorden de Gemeene Steeg, ten westen 's Heerenwegh, ten noorden de rivier de Zaan, voor 6700 gld 567.
                                                                    133. (<66) (>266) Aeff ARENTSDR, overl. vóór 2 jan. 1624.
                                                                           Uit dit huwelijk:
                                                                      1. Arent Dircksz SLUIJCK, geb. ca. 1598 208, zie 66.
                                                                      2. Heijndrick Dircksz SLUIJCK, geb. ca. 1607 568, mr grootscheepmaker en houtkoper, opziender van de Waterlandse Doopsgezinde Gemeente, koopman, armenvoogd van Zaandam 569, overl. tussen 12 maart 1686 en 21 maart 1686, tr. Hillegont Simons BORDING, impost op begr. Westzaandam 1 sept. 1698 (impost ƒ 30, aangever haar kleinzoon Lourens Pietersz Louw), begr. ald. (graf 27) 2 sept. 1698, dr van Sijmon Cornelisz BORDINGH, mastemaker.
                                                                          In de banne van Westzaan bekennen in 1635 Jan Claesz Schouten en Gerrit Jansz, Heyndrick Dircxz Sluijck en Pieter Pietersz Sas, timmerluiden, allen wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Claes Claesz als voogd van de weduwe van Jan Albertsz Houwen mitsgaders uit naam van Claes Joostensz, Pieter Cornelisz en Jan (Maet) Arisz als voogden van de kinderen, een huis en erf en helling op Zaandam in de Rydtvinck, belend ten noorden Jan Claesz Schouten, ten zuiden Jacob Gerretsz Kool, voor 2254 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1635, 1636 en 1637, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 570.
                                                                          In de banne van Westzaan verkopen in 1644 Willem Pietersz c.s. wonende op Zaandam aan Heyndrick Dircksz Sluyck c.s. mede aldaar 2 stukken land genaamd de Peertgen met nog een gedeelte in Bruynskamp, groot tezamen 1271 roeden, liggende buitendijks, belend ten zuiden Pieter Ariansz, ten noorden Ariantgen Cornelis, voor 1555 gld, te betalen op 3 meidagen 1644, 1645 en 1646 571.
                                                                          In 1644 in een akte van comparitie voor schout en schepenen van Westzaan door reders en participanten van 't schip de Grooten Christoffel, waar schipper op is Stoffel Pietersz van Zaandam, verklaart Heyndrick Dircksz Sluijck, inwoner te Zaandam, in 't schip 1/64 te „herideren” 210.
                                                                          In de banne van Westzaan koopt in 1648 Heyndrick Dircxz Sluyck wonende te Zaandam van Jacob Claesz [Broocker] als voogd van Trijn Arents zijn schoonmoder mede aldaar een achtstepart in een worf liggende buitendijks te Zaandam, belend ten noorden de Dyck, ten zuiden Pieter Claesz, voor 750 gld, te betalen op 3 meidagen 1648, 1649 en 1650, en van Arent Dircxz Sluyck als last hebbende van Pieter Cornelisz Al mede aldaar een achtstepart van een timmerworf liggende te Zaandam in de Rietvinck genaamd de Molenworf, belens ten zuiden de verkoper, ten noorden Jan Cornelisz Backer, voor 400 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1648, 1649, 1650, telkens een derdepart 572.
                                                                          I(n de banne van Westzaan koopt in 1648 Heijnderick Dircxz Sluijck wonende te Zaandam, van Jan Jacobsz IJff mede aldaar een hoekje erf liggende bij Zaandam aan de Dijck, belend ten oosten de koper, ten westen de verkoper, voor 300 gld, van Cornelis Dircxz Sluijck mede aldaar een half huis en een halve worf op de Hoogendijck te Zaandam, belend ten oosten Arent Dircxz, ten westen Jan Jacobsz IJff, voor 525 gld, en van Rieuwert Sijbrants c.s. erfgenamen van zal. Guert Jans wonende te Zaandam een huis en erf achter Jan Jacobsz IJff, belend ten oosten Trijn Arents, ten westen Claes Egbertsz Coningh, voor 1025 gld 573.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1654 Haijndrick Dircxe Sluijck wonende te Zaandam gekocht te hebben van Jan Jansz Muijser als oom en voogd van de kinderen van zal. Nan Jansz wonende te Zaandam een erf, zijnde een vierentwintigstepart van 't hele werk liggende aan de Zuidzijde van de Zuijerdijck te Zaandam, belend ten oosten Cornelis Pouwelsz, ten westen Jacob Claesz Broocker, voor 1500 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telkens een derdepart 574.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1655 Heijndrick Dircx Sluijck wonende te Zaandam gekocht te hebben van Cornelis Nanningsz als man en voogd van Francie Pieters mitsgaders Jan Abramsz Oosterhoorn en Dirck Claesz als voogden van de onmondige kinderen van zal. Dirck Jansz Leenaerts, allen wonende te Zaandam, zekere halve werf liggende op de Nieuwe Haven aan de Suijderdijck gemeen met Cornelis Pouwelsz, belend ten westen Heijndrick Dircx Sluijck, ten oosten de gemene sloot, en een kaai lang in 't geheel 170 voeten, breed 150 voeten zo op de waterkant als op de dijk, voor 1560 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telkens een derdepart 575.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1657 Haijndrick Dircxe Sluijck te Zaandam gekocht te hebben van Claes Claesz Nel, als last hebbende van Claes Heijndricxe Noppe brouwer te Haarlem van 't Gecroonde Ancker, een huis en erf te Zaandam op Rustenburgh, belend ten zuiden de Dycksloot, ten noorden de weduwe van Geryt de Snijder, voor 1470 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen telkens een derdepart, waarna de opdracht 576.
                                                                          In Amsterdam op 29 maart 1666 bestelt de heer du Maes, agent-generaal van zijn koninklijke majesteit van Frankrijk, en bekennen Cornelis Michielsz en Cornelis Raven, beiden wonende binnen dezer stede, item Hendrick Dircksz Sluijck c.s. en Jan Hendricksz Cardinael, wonende te Zaandam, als meester scheepstimmerluiden, gezamenlijk in bestek aangenomen te hebben, als namelijk Cornelis Michielsz 2 schepen, Cornelis Raven 1 schip, item Hendrick Dircksz Sluijck 2 schepen, mitsgaders Jan Hendricksz Cardinael 1 schip, alle te maken om voor oorlogsschepen gebruikt te worden, uitwijzende het volgende charter. (Volgt een uitgebreide beschrijving, o.a. lang 160 voeten over steven, wijd 41½ voet hol in 't ruim). Bovengenoemde meester scheepstimmerluiden en aannemers beloven dit charter wat betreft het houtwerk te achtervolgen en de schepen op te leveren binnen 6 maanden na de eerste april, voor welke opbouwing van ieder schip de heer besteder belooft te betalen 60000 gld Hollands geld, te weten een derdepart wanneer de stevens van de schepen opgesteld zullen wezen, 't tweede derdepart als de schepen in 't water liggen, en 't resterende derdepart wanneer dezelve gereed zullen zijn en volkomen gemaakt. (O.a. ondertekend door Claes Heijndrickse Sluijck). 577
                                                                          In 1668 geven Claes Jaspersz, Pieter Reijndertsz schipper van 't schip Pro Patria, benevens Hendrick Dircxz Sluijck en Cornelis Dircxz Sluijck, machtiging aan Jan Pietersz Korver wonende te La Rochelle in Frankrijk om hun recht te sustineren 578.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1668 Jan Heyndricsz Boogaert voor hemzelf en voor Mr Heijndrick Dircsz Sluijcq en Dirck Jacobsz Kopjes, allen wonende te Zaandam en aan de Hoogendijck respectieve, gekocht te hebben, elk voor een derdepart, van Cornelis Baartsz Pronck te Zaandam en Jan Claesz van Dijck te Amsterdam wonende, de helft in een balkzagersmolen, erf en gereedschappen te Zaandam in de Nieuwe Haven, belend ten westen de Kadijk, ten oosten Cornelis Poulusz, genaamd de Paauw, voor 3300 gld, te betalen 900 gld gereed en de rest op 3 termijnen, vervallende de eerste op primo januari 1669, waarna de overdracht volgt (van een eike-balkzagersmolen genaamd de Pauw) 579.
                                                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1669 Booij Tijsz Smit aan Mr Heijndrick Dircksz Sluijk, meester timmerman, beiden wonende te Zaandam, een huis en erf mitsgaders smidsgereedschap en handwerk, op of aan de Hoogendijck te Zaandam, belend ten oosten Juriaen van Osenbrugh, ten westen Aaltje van Jisp, voor 500 gld 580.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1675 Jan Cornelisz Mennist gekocht te hebben van Haijndrick Dircsz Sluijck, koopluiden te Zaandam, een werf in de Nieuwe Haven te Westzaandam aan de Zuidzijde, belend ten oosten de verkoper, ten westen de weduwe van Jacob Claesz Broocker, voor 2750 gld, te betalen in 3 termijnen, hem op dezelfde dag opgedragen 581.
                                                                          In 1676 geven Haijndrick Dircsz Sluycq, Cornelis Dircsz Sluycq, Theuwis, Pieter en Cornelis Arentsz Sluycq, mitsgaders Dirck Cornelisz Veen, allen koopluiden te Westzaandam, als mede-reders en eigenaars in 't schip genaamd St Jan gevoerd door schipper Willem Turri, machtiging aan Cornelis Willemsz Kat wonende te Rotterdam, om alle zaken voor schepenen van Rotterdam waar te nemen tussen de gemene reders van 't voorschreven schip, en Jacob Cudde en Jan Abrahamsz, koopluiden te Rotterdam 582.
                                                                          In Amsterdam op 9 juni 1681 verklaren Jean Francisco Berli[a], koopman alhier, ter eenre, en Hendrick Sluijck, mr scheepstimmerman, ter andere zijde, dat de heer Berli[a] al op de derde dezer besteed en de voornoemde Sluijck aangenomen hebben te Zaandam te maken en alhier in Amsterdam te leveren een nieuw fregatschip, in volgen en manieren als volgt. (Volgt een uitgebreide beschrijving, o.a. lang over de steven 143 voeten, binnen zijn huid 38¼ voet, hol in 't ruim 16 voeten 2 duim.) Te maken vóór het expireren van de maand december van dit jaar, voor 30500 gld en een verering van 100 gld mitsgaders een oxhoofd wijn of 250 gld, ter diligentie van de besteder, te betalen een derdepart als de steven staat, een derdepart als het schip in 't water gelopen is, en het resterende derdepart als het schip volkomen afgetimmerd zal wezen, (Ondertekend door o.a. Heijndrick Dijrck Sluijck.). Op 1 maart 1683 bekent Nicolas Sluijck voor zijn vader Henry Sluijck wel betaald te zijn (welke akte in het Frans gesteld is, ondertekend door Claes Heijnderikse Sluijck.). 583
                                                                          In de banne van Westzaan in 1681 verkoopt Jan Sijmonsz Floor, als last en procuratie hebbende van de weduwe van Willem Cornelisz Haen, aan Mr Heijndrick Dircsz Sluijck en Dirck Jacobsz Kopjes, allen te Oostzaandam, Westzaandam en Westzaan respectievelijk woonachtig, een zesdepart in een molen, erf en gereedschappen genaamd de Pauw, in de Nieuwe Haven, belend ten westen de Dijck, ten oosten Cornelis Arentsz Sluijck, voor 535 gld, verkopen Meijndert Arentsz Coopman alhier, Pieter Dircsz Pet koopman te Oostzaandam, Reijnier Cramer te Graft, ieder voor een vierdepart, en Heijndrick Dircsz Sluijck, ook voor zijn consorten, voor een achtstepart, tezamen 7 achtsteparten, aan Cornelis Arentsz Sluijck, koopman, mede te Zaandam, een groot en een klein pakhuis en erven te Zaandam op 't Vinckepadt, belend ten oosten Cornelis Jansz Swager, ten westen IJsbrant Jan Luijtsz, genaamd de Walrusch, waarvan de koper het resterende achtstepart toebehoort, voor 700 gld, en verkoopt Willem Gerritsz Prins aan Heijndrick Dircsz Sluijck en Griet Wijnings, allen wonende te Zaandam, een zesdepart in een houtzagersmolen, erf en gereedschappen, genaamd d'Pauw, te Zaandam in 't Westent van de Nieuwe Haven, belend ten oosten Arent Cornelisz Sluijck, ten westen de Kadijck, voor 800 gld, waarbij bedongen is dat de koper deze somme 4 jaar zal mogen houden op interest tegen 4 pro cento 's jaars 584.
                                                                          In de banne van Westzaan bekennen in 1683 Meijndert Arentsz en Cornelis Arentsz Sluyck ieder voor een achtste, Jan Jansz Rog voor een achtste, Poulus Jansz Poulusz voor een vierde, Vegter Jan Poulusz voor een achtste, en Griet Wijninghs voor een twaalfdepart waarvan het resterende tot een vierdepart incluis haar in eigendom is toebehorende, gekocht te hebben van Jan Heijndricksz Boogaert voor de helft, Heijndrick Dircksz Sluyck voor een zesdepart, Willem Gerritsz Prins voor een zesde en Griet Wijnings voor een resterende zesdepart, allen woonachtig in Oost- of Westzaandam, een erf met een puinhoop van een verbrande balkzagersmolen, op en aan 't Westeijnde van de Nieuwe Haven aan de Hoogen Seedijck te Westzaandam, groot omtrent 225 roeden, voor 1675 gld, te betalen de helft gereed, de wederhelft over een jaar na dato dezes (waarna de opdracht) 585.
                                                                          Op 27 maart 1685 geeft Jan Reijndertsz Mes, mr smid wonende te Westzaandam vooraan in de Molenbuirt, volmacht aan Jacob Gruijs notaris te Westzaan, om te vorderen zodanige penningen als hem competerende van Heyndrick Dirck Sluijck, mr timmerman te Zaandam, over leverantie van ijzerwerk, arbeidsloon en anders 586.
                                                                          In de banne van Westzaan verkopen op 21 maart 1686 Jan Jacobsz Jaepoom en Jan Pietersz Sluijk, allen te Zaandam, ook voor alle verdere participanten, aan Hilgont Sijmons, weduwe van Hendrik Dircxz Sluijck, voor de ene, en Jan Hendricxz Sluijk voor de andere helft, 5 zesdeparten in een ven, groot in 't geheel 1154 roeden, liggende te Zaandijk aan de Dijcksloot, bij de Hoogendijck, genaamd de Weeringsven, bij de papiermolen van de kinderen Cramer Alders, voor 348 gld 587.
                                                                          Op 16 januari 1700 compareren Claes Heijndrickse Sluijck wonende aan de Hoogendijck aan de Westzijde van Zaandam, ter eenre, en Louris Simonse Gorter in huwelijk hebbende Grietjen Heijndricx Sluijck, Jan Janssen Aerdigh als getrouwd hebbende Lijsje Dircx dochter van Dirck Heijndrickse Sluijck zal., Jacob Aldertse als getrouwd hebbende Neeltje Lubberts, Aechje Lubberts huisvrouw van Arent Pietersz Suijck tegenwoordig uitlandig, Louris Lubbertse Louwe, kinderen van Aefje Heijndricx Sluijck, Gerrit Jansse Rogge in huwelijk hebbende Aeghje Pieters, Lourens Pietersz Louwe, kinderen van Trintje Heijndricx Sluijck, Dirck Jacobse Buijck als getrouwd hebbende Neeltje Pieters Puts eerder weduwe van Jan Heijndrickse Sluijck, Aeghje Wijbrants weduwe van Simon Heijndrickse Sluijck geassisteerd met Gerrit Simonse Honingh haar verzochte voogd in dezen, Lubbert Lourense, Cornelis Simonse Muijsse en Dirck Claesse Blaeu als voogden over 't kind van Jan Heijndrickse Sluijck en over de kinderen van Simon Heijndrickse Sluijck, in die qualite allen tezamen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van zal. Heyndrick Dirckse Sluijck en Hillegont Simons, in hun leven echteluiden gewoonde hebbende en overleden te Zaandam aan de Hoogendijck, de comparanten te Oost- en Westzaandam, Zaandijk en buiten Amsterdam, ter andere zijde. Zij verklaren geaccordeerd te wezen over 't different of ongenoegen over de testamentaire dispositie door de voornoemde Hilgont Simons op 30 mei 1698, wijders ook over zeker contract van scheepstimmeragie, door de eerste comparant Claes Sluijck met zijn moeder Hilgont Simons op 23 november 1686 opgericht, met alle gevolgen vandien. De eerste comparant zal een derdepart van de boedel krijgen, de andere 6 stammen de andere 2 derdeparten, in afwijking van allerlei beschikkingen in testamenten en codicillen. 588
                                                                          Op 28 januari 1700 compareren nogmaals de kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Heyndrick Dirckse Sluijck en Hilgont Simons. Voor de uitvoering van zaken de nagelaten boedel betreffende keuren zij goed dat alles bij meerderheid van stemmen zal gebeuren en dat afwezigen volmacht geven aan aanwezigen om te besluiten. Wat de verkoping van schepen, scheepsrederijen, landen, pakhuizen, huizen, erven, parten in molens en wat dies meer zij aangaat, maken zij volmachtig Claes Heijndrickse Sluijck, Lubbert Lourense, Cornelis Simonse Muijsse en Dirck Claesse Blaeuw om alles te doen. 589
                                                                          Op 28 januari 1700 compareren Dirck Jacobsz Buijck als in huwelijk hebbende Neeltje Pieters Puts eerder weduwe van Jan Heijndrickse Sluijck, wonende buiten Amsterdam, mitsgaders Lubbert Lourisse, Cornelis Simonse Muijsse en Dirck Claesse Blaeu, koopluiden te Zaandam, als testamentaire voogden over 't kind van de voornoemde Jan Heijndrickse Sluijck, ter eenre, en de andere erfgenamen van Heijndrick Dirckse Sluijck en Hilgont Simons ter andere zijde. Door tussenspreken van Jan Jansse Louwe, Isbrant Jochemse Kleijnsorgh en Pieter Claesse Blau, allen koopluiden te Zaandadm, zijn zij geaccordeerd wegens 't different over de rekening van de scheepsbouw gemaakt door de voornoemde Jan Heijndrickse Sluijck, als directeur en voor zichzelf, en voor zijn vader zal., in compagnie getimmerd, ieder voor de helft, en over zekere aanspraken, dat de eerste comparanten aan de hele boedel 900 gld schuldig zullen zijn. 590
                                                                          Op 4 april 1700 bekennen Claas Hendricsz Sluijck voor hemzelf, Lubbert Lourisz, Cornelis Sijmonsz Mues en Dirck Claasz Blauw, allen koopluuiden te Zaandam, als gestelde voogden over de minderjarige, en nog gezamenlijk als gelasten van de verdere meerderjarige, erfgenamen van zal. Hendrick Dircsz Sluijck en Hillegont Sijmons, te Zaandam overleden, door tussenspreken van Meijndert Arentsz, Hendrick Dircksz Meijn, Jan Jansz Louwe en Cornelis Michielsz Kalff, mede koopluiden te Zaandam, verkocht te hebben aan Pieter Claesz Blauw, mede koopman aldaar, een tweeëndertigstepart in 't schip en vleet genaamd de Noortse Bos, met al deszelfs gereedschappen vandien als walvisvaarder mitsgaders de gelden, waar commandeur op is Claas Claasz Kenchen, evenzo in 't schip genaamd de Vijversberg waar commandeur op is Zijmen Jansz Walig, en idem d'Blauwe Arent waar commandeur op is Gerrit Claasz Pranger, alles onder de administratie van Dirck Claasz Blauw, voor 1775 gld 591.
                                                                          Op 16 september 1700 verkopen Claas Hendricsz Sluijck voor hemzelf, Lourens Symonsz Louwe in huwelijk hebbende Grietje Hendrics Sluijck, Jan Jansz Aardigh getrouwd met Lijsje Dircs Sluijck, Lourens Lubbertsz, Jacob Aldertsz getrouwd met Neeltje Lubberts, Arent Pietersz Sluijck als man en voogd van Aagie Lubberts, Lourens Pietersz Louwe, Gerrit Jansz Rogge in huwelijk hebbende Aagie Pieters, Dirck Jacobsz Buyck getrouwd met Neeltje Pieters Put eertijds weduwe van Jan Hendricsz Sluijck, en Aagje Wijbrants weduwe van Symon Hendricsz Sluijck geassisteerd met Gerrit Sijmonsz Honing, Cornelis Sijmons Emnesse en Dirck Claasz Blauw, koopluiden te Zaandam, als voogden van de nagelaten kinderen van Jan en Sijmon Hendricsz Sluijck, allen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van zal. Hendrick Dircsz Sluijk en Hillegont Sijmons te Zaandam overleden, aan Sr Lubbert Lourensz, mede koopman te Zaandam, 14/64 in 't fluitschip genaamd de Fortuijn voor 1793 gld 15 st 592.
                                                                          In 1705 compareren Claes Heijndriksz Sluijk, Grietje Heyndriks Sluijk huisvrouw van Lourens Symonsz Gorter, zijnde vermits de uitlandigheid van haar man geassisteerd met Symon Lourisz haar meerderjarige zoon, Jan Jansz Aerdigh als getrouwd hebbende Lijsje Dirks, dochter van Dirk Heyndriksz Sluyk, Jacob Aldertsz als getrouwd hebbende Neeltje Lubberts, Arent Pietersz Sluyk als getrouwd aan Aegje Lubberts, Lubbert Lourisz voor Louris Lubbertsz zijn uitlandige zoon, kinderen van Aeffje Heijndriksz Sluijk, Gerrit Jansz Rogh als in huwelijk gehad hebbende Aegje Pieters en als vader van zijn onmondig kind, Lourens Pietersz Louwe, kinderen van Trijntje Heijndriks Sluijk, Dirck Jacobsz Buijk als getrouwd hebbende Neeltje Pieters eerder weduwe van Symon Heijndriksz Sluijk, mitsgaders Lubbert Lourisz, Cornelis Symonsz Muusz en Dirk Claesz Blau als testamentaire voogden over de kinderen van Sijmon Heijndriksz Sluijk, allen tezamen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Heyndrik Dirksz Sluijk en Hilgond Symons, te kennen gevende dat zijluiden op 13 december 1698 en enige volgende dagen ten huize van de voornoemde overledenen onder de hand hadden geïnventariserd de nalatenschap volgens de opgeving en aanwijzing van Claes Heijndrickse Sluijck voornoemd, als volgt. (Volgt een lange lijst van huizen, een pakhuis, een part in een molen en in een ankersmederij, parten in de oude timmerwerf, een timmerwerf, parten in stukken land, 3 en 1/3 graven in de Nieuwe Kerck, parten in schepen, alles zonder waarde-aanduiding.) 593
                                                                          In 1715 verklaart Claas Hendricksz Sluijk, mr scheepstimmerman wonende te Zaandam, dat zijn vader Hendrick Dircksz Sluijck, in zijn leven mede meester scheepstimmerman te Zaandam, heeft gemaakt en gebouwd in het jaar 1679 een fluitschip, lang 108½ voet, wijd 24¾ voet, hol in 't ruim 11½ voet, 't voordek hoog aan boord 5¾ voet, alles Amsterdamse houtmaat, verkocht en geleverd aan Lucas de Lange, in zijn leven koopman te Jisp, zijnde hetzelve schip genaamd het Witte Paart, welk fluitschip nog aan de erfgenamen in eigendom is toebehorende, wordende hetzelve ter walvisvangst bevaren door commandeur Jan Sijmonsz Walig wonende op de Helder 594.
                                                                          Op 3 oktober 1670 maken Hendrick Dircsz Sluijck, koopman, en Hillegont Sijmonsdr, geëchte luiden wonende te Zaandam, een codicil, waarbij zij persisteren bij hun dispositie van 19 september 1658 bij notaris Jacob van Loosdregt te Amsterdam, maar daarbij willen dat als de langstlevende overlijdt met nog kinderen van hen ongetrouwd en minderjarig die kinderen uit hun gezamenlijke nalatenschap opgevoed zullen worden tot hun mondige dagen of huwelijkse staat toe, met nog een voorziening over een huwelijksgift, 250 gld voor iedere zoon, 150 gld voor ieder dochter 595.
                                                                          Op 20 oktober 1679 maken Haijndrick Dircsz Sluijck, mr timmerman, en Hillegont Sijmonsdr, geëchte luiden wonende te Zaandam op de Hoogendijck, een codicil, waarin zij persisteren bij het testament van 19 juli 1658 bij notaris Jacob van Loosdregt binnen Amsterdam en bij het codicil van 3 oktober 1670, alleenlijk daarbij begerende dat Grietje Hendricx hun dochter, Jan Heijndricsz, Claes Hayndricsz en Symon Hayndricksonen Sluijck, hun 3 zonen, bij vooroverlijden hun descendenten in de plaats van hun ouders bij representatie, mitsgaders de kinderen van hun overleden dochters Aeffje Hendricx en Trijntje Haijdricx mede bij represantatie, en overzulks ieder van de 6 staken, zullen vooraf hebben na het overlijden van de langstlevende 1600 gld als prelegaat, en begerende dat hun voorschreven zonen nog ongetrouwd zijnde uit hun boedel zullen genieten zodanige somme als de getrouwden 596.
                                                                          Op 12 maart 1686 maken Haijndrick Dircsz Sluijck en Hillegont Sijmons, geëchte luiden wonende op de Hogendijck te Zaandam, een codicil waarbij zij het testament van 19 juli 1658 en de codicillen van 3 oktober 1670 en 20 oktober 1679 approberen, alleenlijk teniet doende hetgeen daarmee met de inhoud van dezen zou mogen strijden. Aan hun 3 zonen Jan, Claes en Sijmon vermaken zij vóór alle deling, boven hetgeen hun eerder is vooruit gemaakt, een vierdepart in een timmerworf in de Nieuwe Haven tegenover de Rustenburgerbrugh waarvan hun de overige 3 vierdeparten mede toekomen, en verklaren zij Lysje Dircx, zijnde een dochter van hun overleden zoon Dirck Haijndricsz Sluijck, tot hun mede-erfgename in de blote legitieme portie, onder afslag van alles dat daarop in rekening kan worden gebracht, doch dat op 't overlijden van de langstlevende aan de voorschreven Lysje of haar voogden de keus is om in plaats van de legitieme portie te genieten de jaarlijkse vruchten van hetgeen zij ingevolge de voorgaande dispositiën zou hebben geërfd. 597
                                                                          Op 23 november 1686 gaan Hillegont Sijmons, weduwe en boedelhoudster van Haijndrick Dircsz Sluijck, en Claes Haijndricsz Sluijck haar zoon, wonende te Zaandam, een sociëteit of gemeenchap van scheepstimmeren aan, waarbij hij de directie zal voeren en ieder zal komen voor de helft in winst en verlies 598.
                                                                          Van de gemeenschap van scheepstimmeren opgericht op 23 november 1686 door Hillegont Symons, weduwe en boedelhoudster van Hendrick Dircsz Sluijck, en haar zoon Claes Hendricsz Sluijck, wonende te Zaandam, heeft hij rekening gedaan vanaf het begin tot ultimo december 1691; op 13 januari 1592 keurt zij die goed en bedankt zij haar zoon 599.
                                                                          Op 21 november 1695 testeert Hillegont Sijmons, weduwe van Hendrick Dircsz Sluijck, wonende op de Hogendijck te Westzaandam, ziekelijk. Zij approbeert het testament van haar en haar man van 19 juli 1658 alsmede de codicillen van 3 oktober 1670, 20 oktober 1679 en 12 maart 1686, ook haar codicil van 22 mei 1693, met de volgende verandering, nl. dat zij boven hetgeen aan haar zoon Claes Hendricsz Sluijck al vooraf gemaakt is aan dezelve prelegateert de hele huisraad en inboedel, item scheepsrederij, zijn leven lang gedurende, mits dat dezelve op zijn overlijden zal geërfd worden door haar erfgenamen, en als zij hiertoe niet geqalificeerd is de helft van huisraad en inboedel mitsgaders scheepsrederij haar particulier toebehorende. Belangende het kind door haar zoon Ian en de kinderen door haar zoon Sijmon nagelaten, alles zoals hun vader genoten zou hebben. Als een kind ongetrouwd en onmondig overlijdt gaat zijn goed naar eventuele broers en zusterd, ander naar comparantes linie, wat hetgeen boven de legitieme portie betreft. 600
                                                                      3. Trijntje Dircx SLUIJCK, overl. vóór 1687, tr. Jan Cornelisz DOLPHIJN, geb. ca. 1603 601, schipper (op de Dolphijn), overl. vóór 2 jan. 1653.
                                                                          In 1668 bekent Heyndrick Dircsz Sluijck, koopman en meester timmerman te Zaandam, als voogd over zijn zuster Tryn Dircx Sluyck, weduwe van Jan Cornelisz Dolphijn, in zijn leven schipper en mede-reder in zeker schip genaamd de Dolphijn, ook voor alle verdere reders van 't voornoemde schip, te kennen gevende dat Jan Pietersz Gysen, koopman te Zaandam, gequalficeerd zijnde geweest om wegens 't voorschreven schip en verscheidene andere schepen die in 't jaar 1628 door zijn majesteit van Frankrijk aan hem genomen waren en voor La Rochelle doen zinken, om de penningen die voor de voorschreven schepen waren toegezegd in Frankrijk te vorderen, ook enige penningen na veel moeite ontvangen heeft, waarvan de gemelde Jan Pietersz Gijsen al lang geleden aan de reders provisionele uitbetaling had gedaan, en nu aan hem comparant voor rekening van de gemene reders heeft betaald 237 gld 7 st 8 penn, en indemneert bij dezen Jan Pietersz Gijsen 602.
                                                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1674 Trijn Dircx Sluijcx, weduwe van Jan Cornelisz Dolphijn, aan Aaff Dircx Sluijcx, weduwe van Jacob Claesz Broocker, beiden wonende te Zaandam, 2 akkertjes land, aan elkaar gelegen over de Zuyder Wateringh, belend ten zuiden Cornelis Jansz Swager, ten noorden Pieter Cornelisz Bois, groot tezamen 362 roeden, voor 416 gld 6 st 603.
                                                                          Het schip 'De Dolphijn' wordt in 1628 met verschillende andere schepen op bevel van zijne Majesteit van Frankrijk bij Rochelle tot zinken gebracht. Jan Pietersz Gijsen is daarna verschillende keren naar Frankrijk gereisd en heeft met grote moeite nog een kleine vergoeding voor de schepen ontvangen. 602
                                                                          In 1641 verklaart Cornelis Zegersz, stuurman van Huisduinen, ter instantie van Jan Cornelisz, schipper van 't schip de Dolphijn van Zaandam, dat hij deze laatste reis met de voorschreven schipper en met het voorschreven schip voor stuurman heeft gevaren, en dat in het schip werd ingescheept door ene Pieter Boudijn te St. Maarten 40 vat en 3 oxhoofden wijnen, welke wijnen hij weder heeft doen uitleveren te Amsterdam aan Sr Pieter Gesen, zonder dat daarvan enig vat of oxhoofd is afgegaan of vermist 604.
                                                                          In 1642 geeft schipper Jan Cornelisz Dolphijn, buurman te Zaandam, machtiging aan Heijndrick Dircksz Sluijk tegenwoordig armenvoogd binnen dit dorp, om in te vorderen van Jan Pietersz Boom 17 gld 10 st hem constituant competerende voor een halve huur wegens 't weglopen en uitscheiden van de oudste zoon van de voorschreven Jan Boom 569.
                                                                          In de banne van Westzaan worden op 2 januari 1653 tot voogden benoemd: Pieter Cornelisz Tuijn van Cornelis Jansz Dolphijn, Maerten Cornelisz Steeman van Marij Jans, Heijndrick Dircxz Sluijck van Dirck Jans, en Cornelis Dircxz Sluijck van Alydt Jans 605.
                                                                      4. Cornelis Dircksz SLUIJCK, alias Oom Kat, geb. Zaandam ca. 1614 606, scheepstimmerman, koopman ald., overl. vóór 21 jan. 1687, tr. Aegje GIJSBERTS, overl. tussen 11 juli 1643 en 29 nov. 1653, dr van Gijsbert Pietersz GIJSEN en Griet CORNELIS.
                                                                          In Krommenie bekennen in 1643 Willem Claesz Heergerdes met Dirck Wouetersz onze geburen gekocht te hebben van Tijs Pietersz onze buurman en van Cornelis Ghijsen, Cornelis Dircksz Sluijck en Claes Aerentsz c.s., zoon en zwagers [schoonzoons] van zal. ged. Ghijs Pieter Gijssen van Zaandam, een stuk land buiten Indijck, groot 1943 roeden, belend ten oosten voornoemde Dirck Woutersz, ten zuiden de Clamdijck, ten westen de weduwe van Maerten IJsbrantsz, voor 3401 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op eerstkomende Vrouwlichtmis 607.
                                                                          In Zaandam is in 1643 Cornelis Dircksz Sluyck als man en voogd van Aechtje Ghysberts betrokken in een geschil tussen de mondige en de voogden van de onmondige voorkinderen van zal. Ghysbert Pietersz ter eenre en de voogden van de verdere en onmondige kinderen ter andere zijde 224.
                                                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1656 Claes Huijbertsz van der St[adt?], als gecoren voogd in dezen van de weduwe van Claes Claesz Stickel, aan Cornelis Dircxe Sluijck een halve oliemolen genaamd den Uijl, met zijn erf, schuur en lading, te Zaandam, belend ten zuiden de erfgenamen van Willem Pouwelsz, ten noorden Pieter Cornelisz Thuijn, voor 1440 gld 608.
                                                                          In 1656 verklaren, ten verzoeke van Cornelis Dircxz Sluijck woonachtig te Zaandam, Cornelis Sijmonsz Poort, ou 37 jaar, en Claes Cornelisz Kalf, oud 35 jaar, beiden woonachtig te Zaandam, dat zij op dinsdag 7 maart benevens Barent van der Spijck, wijnverkoper, ten huize van de requirant zijn geweest, dat de requirant en de voornoemde Van der Spijck redenen hadden nopende ruiling van wijn die de requirant in zijn kelder had, en dat zij daarover hadden verdragen mits dat de voorschreven Van der Spijck des rquirants wijn niet zou leveren voor dezelve aan de collecteur aangegeven zou zijn 609.
                                                                          In de banne van Westzaan in 1657 bekent Dirck Ariaensz Sluijck wonende te Westzaandam gekocht te hebben van Cornelis Dircxe Sluijck mede wonende aldaar een achtstepart van een timmerwerf met zijn kaai en toebehoren te Zaandam aan de Hoogendijck, belend ten noorden Arent Dircxe Sluijck, ten zuiden Walich Cornelisz, voor 800 gld, en bekent Jan Cornelisz Haringh wonende te Zaandam van dezelfde verkoper gekocht te hebben een halve oliemolen genaamd den Uijll te Zaandam achter de Nieuwe Kerck uit, belend ten zuiden Isbrant Cas zijn ven, ten noorden Duijff Marij Zeemans, met zijn lading, voor 1700 gld, te betalen 500 gld gereed, de rest op 3 meidagen te weten 1658, 1659 en 1660 610.
                                                                          In de banne van Westzaan belijdt in 1665 Sijmon Dircksz Noomen, ook voor Gerrit Ouwekees, wonende te Zaandam, gekocht te hebben van Cornelis Dircksz Sluijck en hem sterk makende voor Aris Jansz Mataris wonende mede aldaar, een erf op de Nieuhaven, belend ten westen Gerrit Ouwekees, ten oosten Sijmon Dircx Nomen koper in dezen, voor 1000 gld, te betalen op 3 meidagen 1665, 1666 en 1667, telkens een derdepart 611.
                                                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1666 Willem Pietersz Nijntjes aan Dirck Arentsz Sluijck, beiden wonende te Zaandam, ten behoeve van Cornelis Dircsz Sluijck, een huis en erf op de Hoogendijck, belend ten oosten schipper Jan Drost, ten westen de kopers, met beding dat in 't verkochte huis of op deszelfs grond de nering of ambacht van smeden bij het leven van verkopers oudste zoon Pieter Nijntjes niet zal mogen worden gedaan, voor 1600 gld 612.
                                                                          In de banne van Westzaan verkopen in 1671 Meijndert Arentsz, Cornelis Claasz Gast en Jan Gerritsz Ouwekees, ook instaande voor alle verder participanten van 't Vinckepadt, aan Cornelis Dircxz Sluijck, allen wonende te Zaandam, een erf te Zaandam op 't Vinckepadt, belend ten oosten Cornelis van der Stadt, ten noorden Jacob Jansz Harponier, voor 300 gld 613.
                                                                          Op 26 september 1672 verklaart Cornelis Dircsz Sluyck, koopman te Zaandam, vrijwillig af te zien van zodanig vonnis door het Hof van Holland tussen comparant en de curateuren over de boedel van Aris en Cornelis Jansz Mataris nopende de koop van zekere halve timmerworf in de Nieuwe Haven te Zaandam, en verklaart volkomen tevreden te zijn dat dito halve timmerworf door de curateuren wordt verkocht, behoudens zijn recht op de penningen daarvan te procederen 614.
                                                                          In 1674 belijdt Aris Cornelis Mattaris woonachtig te Westzaandam getransporteerd te hebben zekere twee gereedschappen voor de Groenlandse walvisvangst, liggende te Westzaandam in de pakhuizen van de comparant en van Pieter Maijndersz, aan Cornelis Dirckx Sluijck, waarvoor comparant bekent voldaan te zijn met 1401 gld 15 st mitsgaders enige interest, doch ingeval hij comparant binnen 6 maanden dit bedrag en de interest aan hem Sluijk kwam te betalen hij Sluyck dezelve gereedschappen aan Aris Cornelis zal laten volgen, door comparant te betalen binnen 2 maanden alle door Sluyck te maken kosten 615.
                                                                          Op 14 december 1674 bekent Cornelis Dircsz Sluyck, koopman te Zaandam, ontvangen te hebben van Jan Gerritsz Ouwekees, mede koopman aldaar, 1200 gld in volle betaling van zeker walvisvangstgereedschap op 21 november 1674 door de deurwaarder Pieter de Ruyter op verzoek van comparant in publieke veiling verkocht en naderhand geleverd, zijnde de resterende 38 gld ter zake van wanleverantie gekort (getuige o.a. Claes Hendricsz Sluijck) 616.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1675 Cornelis Dircsz Sluijck, ook voor zijn broer Haaijndrick Dircsz Sluijcq, koopluiden te Zaandam, van de curateuren van de curateuren over de boedel van Aris en Cornelis Jansz Mataris gekocht te hebben de helft in de timmerwerf en schuur in de Nieuwe Haven te Westzaandam recht over Rustenburgh aan de dijk, belend ten oosten Haijndrick Dircsz Sluijck voorschreven, ten noorden de weduwe van Willem Jaapoom, voor 1460 gld te betalen in 3 termijnen, gevolgd door de opdracht 617.
                                                                          In 1675 bekent Cornelis Dircs Sluijcq, koopman te Zaandam, uit handen van Auwel Pietersz Prins, koopman in De Rijp, ontvangen te hebben 1243 gld 10 st in volle betaling van zeker walvisvangersgereedschap op 21 november 1674 door de deurwaarder Pieter de Ruyter op verzoek van comparant in publieke veiling verkocht en naderhand geleverd, zijnde de resterende ƒ 56-10 ter zake van wanleverantie gekort 618.
                                                                          In 1681 hebben Cornelis Dircsz Sluijck, ter eenre, en Jan en Claes Haijndricsz Sluijck voo henzelf, wijders instaande voor hun broer Sijmon Haijndricsz Sluijck, ieder voor een derde, ter andere zijde, een contract gesloten waarbij de eerste comparant verkoopt aan de laatste comparanten op 't lijf van de eerste comparant 3 vierdeparten van een timmerworf en opstal in de Nieuwe Haven nevens Rustenburgh, aan de Noordzijde, belend ten oosten Haijndrick Dircksz Sluijck, ten westen de weduwe van Willem Jaapooms, waarvan 't resterende vierdepart voorschreven Haijndrick Dircsz Sluijck toebehoort, waarbij de kopers daarvoor, behalve de jaarlijkse verponding en andere ongelden dan de 40e penning armengled, aan de verkoper zo lang hij leeft zullen gehouden zijn te betalen jaarlijks 150 gld, ingaande 15 december 1682 619.
                                                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1682 Cornelis Dircsz Sluijck aan Jan Claesz Langebaert, beiden te Zaandam woonachtig, een erf te Zaandam op 't Vinckepadt, belend ten oosten Jeroen van de Stat, ten westen Cornelis Jansz Vinck, voor 175 gld, te betalen in zodanige termijnen als in het verlijboek genoteerd 620.
                                                                          In 1682 heeft de notaris, ten verzoeke van de voogden over de onmondige kinderen van zal. Claes Cornelisz alias Claes Hansz, in zijn leven gewoond hebbende te Zaandam en overleden aldaar, zich vervoegd aan de persoon van Cornelis Dircsz Sluyck alias Oom Kat, of hij de voorschreven Claes Hansz wel gekend heeft (voornamelijk over diens drankzucht; zijn vrouw was Lysbet Abrahams). Oom Kat wilde verder niet veel zeggen also hij enigszins maagschap rekende met de vrunden van de voorschreven Lysbet Abrahams. 621
                                                                          In 1682 geeft Cornelis Dircsz Sluijck, koopman te Zaandam, volmacht aan Haijndrick Isbrantsz Spaans, notaris en procureur te Zaandijk, om in rechte waar te nemen de zaak die comparant voornemens is te institueren voor het gerecht van Westzaan tegen Jacob Corneliz Kop, oud-burgemeester aldaar, als last en procuatie hebbende van Hendrick van Zanen als man en voogd van Aagje Theuwis gewezen weduwe van Dirck Haijndricsz Sluijck 622.
                                                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1684 Cornelis Dircsz Sluyck aan Jan, Claes en Sijmon Heijndrickszonen Sluyck, allen te Zaandam woonachtig, 3 vierdeparten in een timmerworf te Westzaandam aan de Hoogendijck in de Nieuwe Haven, recht tegenover de Rustenburgerbrugh, belend ten westen de weduwe van Willem Jaapooms, ten oosten Heijndrick Dircksz Sluyck, voldaan met een notariële akte voor notaris Sijmon Oosterhooren te Westzaandam 623.
                                                                          In de banne van Westzaan verkopen in 1684 Sr Cornelis Dirksz Sluijck voor een zesde, Aris Maertsz Noomen voor een zesde, en Jacob Cornelisz Kop voor hemzelf voor een zesde mitsgaders voor Jan Jansz Kardinael mede voor een zesde, allen koopluiden te Zaandam, aan Gerret Claesz Groenveldt voor een zesdepart, Jan Jansz Rog voor een zesdepart en Cornelis Cornelisz Oudekees voor een derdepart, mede allen koopluiden te Westzaandam, 2 derdeparten in een huis en erf te Westzaandam aan de Hoogenzeedijck omtrent de Schans, belend ten noorden dito Schans, ten oosten de erfgenamen van zal. Pieter Abrahamsz, waarvan het resterende derdepart Groenveldt en Rog tezamen voor dezen hebben toebehoord 624.
                                                                          In Zaandam compareren op 21 januari 1687 Cornelis Arentsz Sluijck en Jan Pietersz Sluijck voor henzelf en als voogden over de onmondige kinderen van zal. Pieter Arentsz Sluijck, Gijsbert Claesz Koeman, Pieter Dircsz Breuwer en Arent Dircsz Sluijck, allen mede voor henzelf en verder voor alle verdere kindskinderen en descendenten zan zal. Arent Dircsz Sluijck, Jan en Claes Haijndricsz Sluijck voor henzelf en nog voor Hillegont Sijmons hun moeder en voor Simon Haijndricsz Sluijck hun broer mitsgaders voor alle verdere descendenten van Haijndrick Dircsz Sluijck, Cornelis Dolphijn en Mr Alexander Stalman in huwelijk hebbende Aaltje Jans, voor henzelf en voor Marij Jans, kinderen van Trijn Dircx Sluijck, Cornelis Lourisz in huwelijk hebbende Trijntje Claes, Abraham Claesz Stoel, voor henzelf en Willem Claesz Nel als vader en voogd van zijn kinderen geprocreëerd bij zijn overleden huisvrouw Aeff Claes Stoel, allen kinderen en descendenten van Dieuwer Dircx Sluijck, Dirck Jacobsz Broocker alias Sluijck voor hemzelf en voor zijn zuster Barber Jacobs, Lubbert Lourisz benevens de voorschreven Cornelis Arentsz Sluijck als voogden over Claes Jacobsz Broocker, kinderen van Aaft Dircx Sluijck, allen wonende te Zaandam, tezamen erfgenamen ab intestato van zal. Cornelis Dircksz Sluijck onlangs te Zaandam overleden, hun gewezen oom en oudoom, te kennen gevende dat in de voorschreven boedel diverse vaste goederen waren onder de jurisdictie van Westzaan en van de Beemster, van welke reeds in openbare veiling is verkocht aan Gerrit Visscher, of degene die dezelve zal aanwijzen, een huis en erf te Zaandam op 't Vinckepadt, voor 2400 gld te betalen in 3 termijnen, en verklaren comparanten te machtigen Cornelis Lourisz, Mr Alexander Stalman en Claes Heyndricsz Sluijck dit huis en erf en alle andere vaste goederen die vervolgens zouden mogen worden verkocht te transporteren en alle penningen te ontvangen 625.
                                                                          Op 23 november 1653 wordt, in een verdrag tot arbitrage van een geschil over de rekening voor de kinderen van zal. Ghysbert Pietersz, Cornelis Dircksz Sluyck genoemd als weduwnaar van Aecht Gysen 626.
                                                                      5. Aeltgen Dircks SLUIJCK, overl. vóór 1631, begr. Oostzaandam (Oosterkerk) 540.
                                                                      6. Dieuwer Dircx SLUIJCK, overl. vóór 1687, tr. Claes Claesz STOEL, oprichter van de paltrokhoutzaagmolen 'De Groene Stoel' (windbrief op 4.11.1641).
                                                                          In Zaandam geeft in 1674 Dieuwer Dircxdr, weduwe van Claes Claesz Stoel, woonachtig alhier, geassisteerd met Jan Jansz van Velsen haar voogd in dezen, haar sterk makende voor Abraham Claesz haar zoon, machtiging aan Theunis Pietersz, mede alhier woonachtig, om te vorderen van Adriaen Adriaensz, kapitein op 't schip de Liefde, woonachtig te Amsterdam, zodanige penningen als zijluiden (als moeder en erfgenaam van zal. Dirck Claesz Sluijck, haar overleden zoon) tegoed hebben wegens 't aanhalen en vervoeren van zekere „suijckerprijs” door de kapitein en zijn matrozen in de zomer van verleden jaar 627
                                                                          In de banne van Westzaan belijden in 1664 Claes Elijasz wonende in de Molenbuijrt gekocht te hebben van Pieter Abramsz als voogd van Abram Claesz, minderjarige zoon van Claes Claesz Stoel zal., ook voor de andere voogden van de minderjarige kinderen, en Heijndrick Dircxcz Sluijck als voogd van Dieuwer Dircx deszelfs nagelaten weduwe te Zaandam, een tuin op het Zeemanspadt te Zaandam in de Molenbuijrt, strekkende oost en west van Ouwestamsmolen af, oostaan tot de molensloot van Claes Claesz Stoel toe, belend ten noorden Willem Jansz Joor, ten zuiden de Lijnbaen, met een vrije uitgang neffens zijn buren om af en aan 's Heeren weg te gaan, en nog is geconditioneerd dat de koper noch zijn nakomelingen vermogen de molen te betimmeren met een huis zo lang de molen daar staat, voor 370 gld, te betalen op 3 meidagen 1664, 1665, 1666 628.
                                                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1675 Abraham Claesz Stoel, als zoon en voogd van zijn moeder Dieuwer Dircx Sluijcx, weduwe te Zaandam, aan Jan Dirck Reijersz wonende te Zaandam een houtzagersmolen, erf en gereedschappen, genaamd de Stoell, in de Molenbuirt bij Zaandam, belend ten zuiden de erfgenamen van Augustijn Poelenburgh, ten noorden Sarel Jansz, met een vrij pad naar en van 's Heeren weg, voor 500 gld 629.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1680 Lijns Claesz Schaap van Diewer Dircx Sluijcx, weduwe, beiden wonende te Westzaan, gekocht te hebben een huis en erf te Zaandam in de Molenbuirt aan de Zaan, belend ten zuiden de erfgenamen van Cornelis Pietersz Jacobses, ten noorden Jan Cornelisz Mennist c.s., voor 3150 gld, waarvan een vierdepart op heden voldaan, de overige 2362 gld 10 st te betalen in 3 termijnen, waarna de overdracht volgt 630.
                                                                          Op 22 februari 1681 prelegateert bij codicil Dieuwer Dircx Sluijck, weduwe, wonende te Zaandam in debanne van Westzaan, ziekelijk, aan haar dochter Trijntje Claes, huisvrouw van Cornelis Lourisz, bij vooroverlijden haar kinderen, comparantes beste bed en peluw, haar spiegel en haar pers 631.
                                                                          In de banne van Westzaan stelt Claes Claesz Stoel wonende op Zaandam, vanwege verleende gerechtigheid van de wind tot zijn houtzagersmolen, belend ten zuiden Jacob Mentsz, ten noorden Jacob Pietersz Schoen, onder een erfpacht van 3 ponden 's jaars, tot onderpand de voornoemde molen en erf 632.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1654 Claes Jansz Schaep wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Claesz Stoel mede wonende aldaar een stuk land groot 31 roeden te Zaandam ten einde het Zeemanspadt, belend ten oosten de verkoper, ten westen de koper, voor 279 gld, te betalen de helft gereed, de rest een jaar na dato dezes 633.
                                                                    136. (<68) (>272) Dirck SIJBRANTSZ, geb. ca. 1565, weesmeester 634 in de banne van Westzaan, schepen ald., tr. N.N.
                                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1611 Dirck Sybrantsz wonende te Zaandam gekocht te hebben van Griet Cornelisdr weduwe van Jan Cuypers, ten overstaan van IJsbrant Dircxz haar wettelijke gecoren voogd, wonende te Zaandam, een stuk land genaamd Dieucamp liggende tussen 's Heeren Watering en de Suyder Watering, belend ten zuiden Pieter Cornelisz, ten noorden Simon Pietersz Han [of Hem], waarvoor comparant bekent schuldig te wezen 220 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1612 en 1613 telkens een derdepart 635.
                                                                        In 1612 getaxeerd, op den Horn: Dirick Sijbrantsz zijn huizen ƒ 2400, nog de molen ƒ 1350 636.
                                                                        In 1614 hebben de heren van de rekening van de Grafelijkheidsrekenkamer op het verzoek van Dirck Zybrantszoon van Zaandam, van mening om te stellen een molen om daarmee hout te zagen op de Zaendyck aan de Zaen op 't einde van de Molenbuert, hem daarvoor toestemming gegeven, hem daartoe verlenende het recht van de wind daartoe nodig mits jaarlijks daarvoor betalende tot een erfpacht 6 ponden, onder expresse conditie zo wanneer dezelve molen in enige manier vervreemd wordt dat die van de rekening dezelve mogen naasten 637.
                                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1615 Dirck Sybrantsz onze buurman wonende op Zaandam, als voogd van Griete Dircxdr weduwe van Jacob Symonsz, voor de weduwe gekocht te hebben van Frans Dircksz Poort wonende op Zaandam een huis en dijkerf bij Zaandam op de Hoogendyck, belend ten oosten Meycken het Laekewyff, ten westen Gerret Arisz, voor 450 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1615, 1616 en 1617 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht 638.
                                                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1615 Pieter Claesz, onze buurman wonende op Zaandam, aan Dirck Sybrants, mede onze buurman wonende op Zaandam, een stukje Saendycx, belend ten zuiden Willem Arisz, ten noorden Jan Gysbertsz, voor 354 gld 10 st, bekent in 1617 Dirck Sybrantsz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Cornelis Pietersz mede wonende op Zaandam een hooihuis en erf op Zaandam in de Nieuwe Molenbuert, belend ten zuiden Jan Pietersz, ten noorden Pouwelus Garbrantsz, voor 1400 gld, te betalen op 4 eerstkomende meidagen, te weten 1617, 1618, 1619 en 1620 telkens een vierdepart, gevolgd door de opdracht, en van Jacob Pietersz mede wonende op Zaandam 3 vierdeparten in een stuk land genaamd het Madt, liggende voor de voorschreven Jacob Pietersz uit een kamp over de Suydlander Watering, groot in 't geheel omtrent 500 roeden, belend ten zuiden Pieter Pietersz Cuyper, ten noorden Cornelis Ghysbertsz, voor 345 gld, te betalen 100 gld gereed, de rest op meidag 1618 639.
                                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1618 Dirck Sybrantsz wonende op Zaandam schuldig te wezen Willem Roeloffsz, het weeskind van Roeloff Jaspersz zal. ged., mede wonende op Zaandam, een jaarlijkse losrente van 21 gld, hoofdgeld 350 gld, verbindende tot onderpand zijn huis en erf in de Molenbuyert, belend ten zuiden Arian Pietersz, ten noorden Jan Jan Vaers 640.
                                                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1620 Dirck Sybrantsz onze buurman wonende op Zaandam aan Heyndrick Dircxz zijn zoon, mede buurman aldaar, een vierdepart van een houtzagersmolen en erf op Zaandam in de Nieuwe Molenbuert, belend ten noorden de erfgenamen van Jan Gysbertsz, ten zuiden Willem Arisz, voor 625 gld, en bekent in 1622 Dirck Sybrantsz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Pieter Ghijsbertsz mede buurman aldaar een halve houtzagersmolen en erf op de Saendijck, belend ten noorden Jonghe Jan Berchouwer, ten zuiden de Overtoom, voor 800 gld, te betalen een vierdepart mei eerstkomende 1623, de rest op 3 jaren daaraanvolgende, te weten 1624, 1625 en 1626, gevolgd door de opdracht door Jan Pietersz Ghijsen als volmacht van Pieter Ghysbertsz zijn vader 641.
                                                                        In de banne van Westzaan verkoopt in 1626 Dirck Sybrantsz onze buurman aan Arent Dircxz zijn zoon, mede buurman aldaar, een oliemolen, huisje en erf op Zaandam in de Nieuwe Molenbuert, belend ten noorden Dirck Claesz Nomen, ten zuiden Jan Jansz Berchouwer, voor 1250 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1626, 1627 en 1628, verkoopt in 1626 Sybrant Dircksz, die zeide procuratie te hebben van zijn vader Dirck Sybrantsz (beiden wonende op Zaandam), aan Claes Dircksz mede buurman aldaar een halve houtzagersmolen en erf in de Noorder Moolenbuyert, belend ten noorden Dirck Jan Ghijsen, ten zuiden Heinderijck Dircksz, voor 1200 gld, te betalen op 2 meidagen 1627, 1628 en 1629, en aan Heijnderick Dircksz mede buurman aldaar een half huis en erf op Zaandam in de Noorder Moolenbuyert, belend ten noorden Claes Dircksz c.s., ten zuiden Cornelis Willemsz Wit, voor 600 gld, en verkoopt in 1627 Claes Dircksz wonende op Zaandam aan Heynderick Dircksz mede buurman aldaar een halve houtzagersmolen en erf op Zaandam in de Moolebuijert, belend ten noorden Dirck Jansz Gijsen, ten zuiden Heijnderick Dircksz voorschreven, voor 1450 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Sint Jacobsdagen, te weten 1628 en 1629 642.
                                                                        In de banne van Westzaan verkopen in 1628 Jan Mieusz c.s. wonende op Zaandam aan Dirck Sybrantsz en Gerret Cornelisz c.s., mede buurluiden aldaar, een erfje in de Molenbuyert, belend ten zuiden de voorschreven Jan Mieusz c.s., ten noorden de erfgenamen van Jacob Molenaer zal. ged., voor 300 gld 643.
                                                                        In de banne van Westzaan bekent in 1630 Dirck Sybrantsz, die zeide procuratie te hebben van Symon Michielsz zijn zwager wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Corrnelis Claesz Joor c.s., mede buurluiden aldaar, een huis en erf op Zaandam in de Molenbuyert, belend ten zuiden Jan Lammertsz Molenaer, ten noorden Maerten Cornelisz, voor 1950 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende meidagen 1631 en 1632, gevolgd door de opdracht 644.
                                                                        In 1630 wordt in de banne van Westzaan een verklaring afgelegd door oud-schepenen, onder wie Dirck Sybrantsz, oud omtrent 65 jaar 645.
                                                                        In de banne van Westzaan daagt in 1640 de schout 2 knechtjes van de oliemolen van de zoon(s) van Dirck Sybrants (de zaak wordt niet uitgelegd en is af) 646.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Arent DIRCXZ, zie 68.
                                                                        2. Claes DIRCK SIJBRANTS, tr. 1° Guert JANS, dr van Jan GHIJSEN, tr. 2° Marij CORNELIS.
                                                                            In de banne van westzaan verkoopt in 1633 Claes Dircxz Sybrants wonende op Zaandam aan Jan Willemsz c.s., mede buurluiden aldaar, een houtzagersmolen en erf met het land achteraan te Zaandam, belend ten noorden Jacob Dircxz, ten zuiden Claes Pietersz Sijmis, onder conditie dat de molen en erf het Westerslootgen heel toekomt alzo het geheel uit de molenerf gedolven is, voor 1800 gld, te betalen op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1634, 1635 en 1536 647.
                                                                            In de banne van Westzaan verkoopt in 1645 Claes Dirck Sijbrants wonende te Zaandam aan Arian Cornelisz c.s. wonende op Wormerveer een oliemolen en erf met de schuur en de roerende goederen daarbij te Zaandam, bij de Valdeursloot, belend ten noorden Jan Mieusz c.s., ten zuiden Cornelis Claesz c.s., voor 2900 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1645, 1646 en 1647, de oliemolen, erf en schuur door het gerecht getaxeerd op ƒ 1933-10-0 648.
                                                                            In de banne van Westzaan bewijst in 1652 Claes Dirck Sijbrantsz zijn 8 kinderen, met namen Jan Claesz, Claes Claesz, Dirck Claesz, Marij Claes, Pieter Claesz, Sijbrant Claesz, Cornelis Claesz en Guert Claesdr, geprocureerd bij zijn overleden huisvrouw Guert Jans, een som van 1600 gld tot hun moeders erfenis, berustende onder de vader. Verder zijn Claes Dircxz als vader en Dirck Jansz Ghijsen als oom en voogd van de kinderen veraccordeerd dat de vader aanneemt de kinderen met behouden goed op te brengen van de rente tot hun mondige jaren toe, verbindende tot onderpand een huis en erf te Zaandam in de Molenbuert, belend ten noorden Jan Jansz Bleecker, ten zuiden Cornelis Claesz Gast. Op 12 mei 1665 bekennen Jan en Claes voldaan te zijn, op 23 februari 1666 Pieter, Cornelis en Guertje, en op 24 januari 1668 Dirck Jacobsz Kuijper, als getrouwd hebbende Marij Claes, en Sijbrant. 649
                                                                            In de banne van Westzaan verkopen in 1666 Jan en Pieter Claessonen, beiden wonende op Zaandam, als erfgenamen van zal. Claes Dircksz Sijbrants, hen sterk makende voor de verdere erfgenamen, aan Gijsbert Gijsen wonende mede aldaar 2 akkers land genaamd de Seven Hont, groot samen 600 roeden, gelegen bewesten de veersloot van Gerrit Ouwekees, bezijden elkaar, belend ten zuiden Gerrit Ouwekees voorschreven, ten noorden Cornelis Claesz Nomen, mitsgaders nog een vijfdepart van 't streepje (te meten van 't achterend) waar de koper op woont, voor 1047 gld 650.
                                                                            In de banne van Westzaan worden in 1666 Waligh Jan Cornelisz Sem van Oostzaandam en Sijbrant Dircsz van Westzaandam tot voogden gesteld over 't nagelaten weeskind van zal. Claes Dirck Sybrantsz en Marij Cornelis te Westzaandam overleden, ook Pieter Arentsz Fijn en Jan Dircsz de Goede over Guirte Claes, nagelaten dochter van Claes Dirc Zijbrantsz en Guirt Jan Gijsen te Zaandam overleden, en wordt in 1670 Jan Claesz Olij gesteld tot voogd over Cornelis Claesz, minderjarige zoon van Claes Dirck Sijbrants, bij overlijden van Sybrant Dircx in deszelfs plaats 651.
                                                                            Op 3 juli 1667 wordt uit naam van de weesmeesters van Westzaan als oppervoogden van 't nagelaten weeskind van zal. Claes Dirck Sybrantsz en Marij Cornelis een interdictie [=beslaglegging] uitgebracht aan Walich Cornelisz, mr scheepstimmerman te Zaandam, waarbij geïnterdiceerd is zijn timmerworf, 't schip waaraan hij tegenwoordig is arbeidende, 't overblijvende hout en 't hout dat hij ondertussen zou kopen, en wordt op 19 juli 1667 namens de genoemde weesmeesters en Sybrant Dircks mede-voogd een insinuatie gedaan aan Jan Cornelisz Oom, over zeker „mandement van relief” geïmpetreerd door de voorkinderen van zal. Claes Dirck Sijbrants volgens een uitspraak van de Hoge Raad van Holland dd. 30 april 1667. 652.
                                                                            Op 17 november 1667 wordt een uitspraak gedaan door Willem Jansz Joor, regerend weesmeester in de banne van Westzaan, Hayndrick Jacobsz Nen, IJsbrant Pietersz Breeuwer, Meyndert Arentsz en Teeuwis Arentsz Sluyck, allen koopluiden en schepedoenmakers te Zaandam, in zekere kwestie tussen Jan Cornelisz Cem en Sybrant Dircsz, geassisteerd met Pieter Heijndricksz Sybrantsz, als voogden over Cornelis Claesz, nagelaten minderjarige zoon van zal. Claes Dirck Sijbrants en Marij Cornelis alhier te Zaandam overleden, ter eenre, en Cornelis en Jan Jansz Bruijn, halve broers van de voorschreven Cornelisz Claesz, ter andere zijde 653.
                                                                            In de banne van Westzaan wordt op 27 december 1667 de inventaris opgemaakt van de goederen van Cornelis Claesz, minderjarige zoon van Claes Dirck Sybrantsz en Marij Claes, beiden te Zaandam overleden, bestaande uit een stuk land genaamd Klaes Braeuskamp, groot 271 roeden, in de banne van Oostzaan, belend ten zuiden Cornelis en Jan Jansz Bruyn, een stuk land zijnde 3 strepen in de banne van Westzaan bij Zaandam, groot 335 roeden, een brief van ƒ 200, een van ƒ 700 en nog een van 330 gld, en roerende goederen. Op 12 oktober 1683 bekent Cornelis Claesz Bos nevengemeld ten volle voldaan te zijn 654
                                                                            In 1669 testeert Waligh Cornelisz Sem, mr grootscheepmaker te Zaandam in de Rietvinck, ziekelijk te bedde liggende. Hij ordonneert dat Cornelis Claesz, zijn zusters zoon geprocreëerd bij Claes Dirck Sijbrantsz, 1000 gld zal ontvangen, die daarmee tevreden moet zijn, en als die vóór testateur overlijdt zal deze 1000 gld devolveren op Cornelis Jansz Bruijn en Jan Jansz Bruijn, zijn halve broers, of hun wettige descendenten bij representatie. 655
                                                                            In 1666 testeert Marij Cornelis, weduwe te Zaandam in de Molenbuijrt, in redelijke lichamelijke dispositie; zij wil dal al hetgeen haar zoon genaamd Cornelis Claesz geprocreëerd bij Claes Dirck Sijbrants van haar, comparante, zal komen te erven, zal devolveren op haar andere twee zonen als hij zonder wettige nakomelingen komt te overlijden 656.
                                                                        3. Willem DIRCK SIJBRANTS.
                                                                            In de banne van Westzaan verkoopt in 1655 Willem Dirck Sijbrants wonende aan de Oostzijde van Zaandam aan Ariaen Willemsz Volger woonachtig te Westzaandam een erf liggende te Zaandam, belend ten westen de koper en Haijndrick Jansz Bouwen, ten oosten Maerten Claesz Noomen, groot bij het pad langs 66 voeten, voor 93 gld 657.
                                                                        4. Heijndrick DIRCK SIJBRANTS, tr. Griet PIETERSDR.
                                                                            In de banne van Westzaan bekent in 1633 Heijndrick Dircxz Sybrantsz wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Pietersz wonende op de Cooch een houtzagersmolen en erf op de voorschreven Kooch, belend ten westen de weduwe van Jacob Jansz, ten zuiden Dirck Claesz Nomen c.s., voor 1900 gld, te betalen een vierdepart gereed, de rest op 3 eerstkomende Sint Jacobsdagen 1634, 1635 en 1636 telkens een vierdepart, gevolgd door de opdracht 658.
                                                                            In de banne van Westzaan verkoopt in 1645 Jan Ariansz wonende op de Cooch aan Heijndrick Dirck Sijbrants wonende op Zaandam een erf liggende op de Cooch, belend ten zuiden de koper, ten noorden Aris Jansz, voor 1000 gld, te betalen 400 gld gereed, de rest op 2 meidagen 1646 en 1647 659.
                                                                            Op 30 augustus 1681 testeert Cornelis Haijndrick Sijbrantses, bejaarde jongeman, wonende in de Molenbuirt, ziek zijnde naar lichaam. Hij legateert aan Guirte Haijnricx, Isbrant Haijndricsz, Marij Haijndricx en Griete Haijndricx, zijn zusters en broer, bij vooroverlijden hun wettige descendenten in de plaats van hun ouders, ieder 200 gld, aan de kinderen van Pieter Haijndricsz zal. zijn overleden broer mede tezamen 200 gld, en aan de kinderen van zijn overleden broer Pieter Haijndricsz Eijt gelijke 200 gld. Voor het overige nomineert hij tot zijn algehele erfgenaam zijn broer Dirck Haijndricsz Sijbrants, bij vooroverlijden deszelfs descendenten. 660
                                                                            In 1666 testeren Hendrick Dircxz en Griet Pietersdr, echteluiden wonende te Zaandam in de Molenbuijrt, aan hun kinderen, met namen Guijrt Hendricxdr, Pieter Hendricxz, IJsbrant Hendricxz, Marij Hendricxdr, Cornelis Hendricxz, Grietje Hendricxdr en Dirck Hendricxz, of derzelver kinderen en wettige erfgenamen bij representatie, mitsgaders aan de nagelaten kinderen van zal. Jan Hendricxz en Pieter Hendricxz Eijt in plaats van hun overleden vaders, met expresse conditie dat de langstlevende van hen beiden zijn of haar leven lang de lijftocht zal bezitten zonder gehouden te wezen enige inventaris van de goederen te geven, veel min enige cautie te stellen. Degene die contrarie zou komen te doen uit de nalatenschap van de eerst overledene zal niet meer dan de simpele legitieme portie genieten. Verder is het de begeerte van de testanten dat hun twee zonen Cornelis Hendricxz en Dirck Hendricxz vóór alle deling eerst genieten de waarde van penningen als hun getrouwde kinderen ten huwelijk hebben gehad, en daarenboven nog 700 gld tot redemptie van hun getrouwe arbeid en verdiend loon, welke twee kinderen ook in koop zullen mogen aannemen 't huis en erf mitsgaders de houtzagersmolen en de schuren op 't voorschreven erf, belend ten noorden de weduwe van Dirck Jansz Gijsen, ten zuiden Claes Jacobsz Matselaer. 661
                                                                        5. Sijbrant DIRCKSZ, geb. ca. 1599, houtkoper, molenaar, overl. vóór 30 sept. 1670, tr. Jannetje GERRITS.
                                                                            In de banne van Westzaan bekent op 8 april 1628 Sybrant Dircxz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Gerrit Cornelisz c.s. mede buurluiden aldaar een erfje op Zaandam in de Molenbuyert, belnd ten noorden Willem Arisz, ten zuiden Gerrit Cornelisz voorschreven, voor 465 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1628, 1629 en 1630 telkens een derdepart; de opdracht vindt plaats op 24 september 1628 en is doorgehaald 662.
                                                                            Op 20 april 1641 verkrijgt Sijbrant Dircxz, buurman in Zaandam in de banne van Westzaan, een windbrief voor 3 pond jaarlijks voor het stellen van een houtzagersmolentje, en op 1 oktober 1646 is het recht van de wind verleend voor een jaarlijkse erfpacht van 3 ponden aan Sijbrant Dircxz voor een houtzagersmolentje op zijn eigen grond in de banne van Westzaan 663.
                                                                            In de banne van Westzaan verklaart in 1641 Sybrant Dircxz wonende op Zaandam dat hem verleend is de gerechtigheid van de wind tot een houtzagersmolen die hij gezet heeft te Zaandam op 't Noortendt van de Molenbuert, belend ten zuiden Ghysbert Jansz, ten noorden Jan Mieusz c.s., onder een erfpacht van 3 ponden 's jaars, verbindende tot speciale hypotheek de voorschreven houtzagersmolen en erf, evenzo in 1647 voor een houtzagersmolen te Zaandam belend ten zuiden Aeriaentgen Cornelisdr, ten noorden Jan Jansz Niesen, volgens de brief van 16 januari 1646 664.
                                                                            In de banne van Westzaan bekent in 1643 Aerian Willemsz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Sybrant Dircksz mede buurman aldaar een huis en erf in de Molenbuert, belend ten zuiden Willem Arisz, ten noorden Pieter Jacop Molenaers, voor 1550 gld, te betalen op 5 eerstkomende meidagen, te weten 1644, 1645, 1646, 1647 en 1648 telkens een vijfdepart 665.
                                                                            Op 18 juni 1653 wordt getuigenis geleverd door o.a. Sijbrant Dircxz Molenaer, 54 jaar oud, houtkoper 666.
                                                                            Op 1 januari 1664 wordt een verklaring gegeven door Sybrant Dircksz, molenaar, oud 64 jaar 667.
                                                                            In 1680 testeren Cornelis Jansz Swager en Grietje Sybrantsdr, geëchte luiden tr Zaandam, waarbij vermeld wordt dat haar staande huwelijk aangeërfd is een vierdepart in het halve huis en erf van haar vader zal. in de Molenbuirt, belend ten zuiden de kinderen van Pieter Ariaansz, ten noorden de kinderen van Willem Gerritsz Nelen 668.
                                                                        6. Neeltje DIRCX.
                                                                            In 1676 testeert Neeltje Dircx, bejaarde dochter, wonende in de Molenbuirt te Zaandam, Zij begeert dat Jannetje Gerrits, of bij vooroverlijden haar kinderen, zal hebben de helft in de huizing en worf in de Molenbuirt, belend ten zuiden de erfgenamen van Pieter Arijaansz, ten noorden de kinderen van Willem Gerritsz Nel, comparante toebehorende, waar zij naast Jannetje Gerrits is wonende, waarvoor die aan comparantes boedel zal goed doen 600 gld contant. Haar nalatenschap zal verdeeld worden in 6 staken, alzo zij 6 broers en zusters gehad heeft, voor iedere staak een zesdepart, waaronder mede de kinderen van de voorschreven Jannetje Gerrits. 669
                                                                            In 1679 doet Neeltje Dircx, ziek naar lichaam, haar testament van 8 december 1676 teniet. Zij begeert dat de kinderen van Jannetje Gerrits zal. zullen mogen aannemen de helft in de huizinge en erf testatrice toebehorende, waar zij naast de kinderen van Jannetje Gerrits is wonende, die aan haar boedel zullen goed doen 600 gld contant. Zij nomineert tot haar algehele erfgenamen Dirck Sijbrantsz en Trijn Sijbrants, bij vooroverlijden hun wettige descendenten in de plaats van hun ouders, en dit in erkentenis van de veelvuldige vriendschappen, diensten, moeiten en kosten dewelke de voorschreven Dick Sijbrantsz en Trijn Sijbrants haar alrede hebben bewezen en nog verder zo 't God belieft bewijzen zullen. 670
                                                                      138. (<69) Jan Gerritsz ROELIS, is op 2 januari 1624 voogd van een kind van Dirck Claesz Sluijck en wijlen Aeff Arents 548, tr.
                                                                          In de banne van Westzaan verkoopt in 1615 Albert Pietersz, van Zaandam nu wonende te Hoorn, aan Jan Gerretsz timmerman, nu wonende op Zaandam, een stuk land liggende buitendijk benoorden 't Ouwe Hoff, groot omtrent 7 hond, belend ten zuiden Pieter Teuwisz, ten noorden de erfgenamen van Stoffel Stoffelsz, voor 700 gld 671.
                                                                          In de banne van Westzaan verkopen in 1632 Gerret Jansz Timmerman, Jan Jansz, hen ook sterk makende voor Arent Dircksz, Thijs Pietersz en Dirck Claesz, onze buurluiden wonende op de Laghendyck, aan Arent, Gerret en Dirck Meynertssonen, gebroeders, allen houtkopers te Zaandam in de banne van Oostzaan, een stuk land achter op Michgiel Jansz Crossijn aan zijn huis op de Dycksloot, groot omtrent 1400 roeden, belend ten noorden de erfgenamen van Lysgen Jan Jansz, ten zuiden Jacob Mentsz smid 672.
                                                                      139. (<69) (>278) Neel TEUWIS.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Gerrit Jansz ROELIS, timmerman, overl. 12 aug. 1646 673, begr. Westzaandam (Westerkerk), tr. N.N.
                                                                            In de banne van Westzaan bekent in 1616 Gerret Jansz wonende op Zaandam gekocht te hebben van Pieter Teuwisz mede wonende op Zaandam een half huis, hooihuis en 't halve erf en al 't gereedschap dat tot die voorschreven halve helling is, mitsgaders al 't staande getimmerte dat op 't halve erf staat, uitgenomen het nieuwe huis dat Pieter Teuwisz en Jan Gerret Roeles tezamen getimmerd hebben, op Zaandam in de Horn, belend ten noorden Jacob Willemsz en Heynderick Jansz, ten zuiden Barent Heyndericxz en Evert Jansz, voor 2200 gld, te betalen een zesdepart op Pasen of 14 dagen daarna anno 1618, de rest 5 jaren daarna, te weten 1619-1623, telkens een zesdepart, gevolgd door de opdracht door Jan Gerretsz timmerman vanwege Pieter Teuwisz dewelke ziek te bedde ligt 674.
                                                                            In de banne van Westzaan bekent in 1617 Claes Jacobsz Nomis wonende op Zaandam gekocht te hebben van Gerrit Jansz timmerman mede wonende op Zaandam een huis en erf op Zaandam in de Molenbuert, belend ten noorden Claes Jacobsz, ten zuiden Houweris Ronkesz, voor 400 gld, te betalen 266 gld 6 st 8 penn gereed, de rest op 2 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen, te weten 1618 en 1619, gevolgd door de opdracht 675.
                                                                        2. Jan Jansz (ROELIS), geb. ca. 1602, overl. nov. 1676 (oud 74 jaar 676), begr. Westzaandam (Westerkerk), tr. Mary JANS, overl. 12 jan. 1659 676, begr. ald. (Westerkerk).
                                                                        3. Geer JANSDR, zie 69.
                                                                        4. N.N. JANS, tr. Thijs PIETERSZ.
                                                                        5. N.N. JANS, tr. Dirck Claesz BAERTS, geb. vóór of in 1592 677, schepen, zn van Claes BAERTSZ en Neel JANSDR.
                                                                            In de banne van Westzaan verkoopt in 1629 Dirck Claesz Baertsz als zoon en voogd van Neel Jansdr wonende op Wormerveer aan Jan Huybertsz mede buurman aldaar, een ventje Saendycx, groot omtrent 4 roeden, bezuiden Wormerveer, belend ten noorden Neel Jans voorschreven, ten zuiden Jan Huybertsz, voorschreven, voor 9 gld 678.
                                                                            In de banne van Westzaan verkoopt in 1631 Pieter Jansz van Bergen wonende op Wormerveer aan Dirck Claesz Baerts mede buurman aldaar een erfje op Wormerveer, belend ten oosten Pieter Jansz, ten westen Hillegond Dircxdr, voor 70 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Sint Pietersdagen 1632 en 1633, en verkoopt in 1634 Cornelis Dircxz wonende op Wormerveer aan Dirck Claesz Baerts mede buurman aldaar een stuk land groot omtrent 264 roeden, achter de Ghoren, belend ten noorden Jan Jansz Waecker, ten zuiden Allert Baertsz, voor 475 gld 4 st, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 Allerheiligendagen 1635 en 1636 679.
                                                                            In de banne van Westzaan verkoopt in 1635 Jan Jacobsz wonende te Krommenie aan Dirck Claesz Baerts wonende op Wormerveer een stuk land genaamd de Hoorn, groot 562 roeden, liggende op Bullemans Rydt, belend ten noorden Jan Cornelis Styvelysmaecker, ten zuiden Pieter Jansz Lysgen, mitsgaders nog een een akker land genaamd de Sniepel liggende bij Wormerveer, groot 168 roeden, ten betalen op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1636, 1637 en 1638, verkoopt in 1636 Claes Pietersz Neijer met procuratie van Jan Claesz wonende op Wormerveer aan Dirck Claesz Baertsz mede buurman aldaar een stuk land groot 768 roeden, liggende voor Jacob Jansz Backer uit een kamp aan de weg, belend ten noorden Auwel Florisz, ten zuiden Jan Claesz Broers, voor 1440 gld, te betalen op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1636, 1637 en 1638, vermangelt in 1636 Dirck Claesz Baerts wonende op Wormerveer aan Jan Jansz Waecker wonende in de Middel een stuk land land liggende voor de akkers van Jacob Jansz in de Middel uit een kamp binnen de Watering, groot 775 roeden, belend ten noorden Auwel Flooriesz, ten zuiden Jan Claesz Broers, getaxeerd op 1200 gld, en omgekeerd een akker land groot 276 roeden op de Soete Dwersloot, belend ten noorden Pieter Jansz, ten zuiden Jan Jansz voorschreven, getaxeerd op 300 gld 680.
                                                                            In de banne van Westzaan bekent in 1637 Dirck Claesz Baerts wonende op Wormerveer schuldig te wezen Maria Vlaminck weduwe van Cornelis van Meeckeren, poorteresse van Haarlem, een jaarlijkse losrente van 100 gld, hoofdsom 2000 gld, met als onderpand een stuk land groot 660 roeden bezuiden Krommenie in de ban van Westzaan, belend ten oosten Pieter Jansz Lijsjes, ten westen Jan Smit, nog 2 akkers op de Soete Dwersloot, groot tezamen 756 roeden, belend ten oosten Symon Jacobsz en Allert Baertsz, ten westen Pieter Jansz Lysjes en Jan Jansz Waecker, nog een akker land als voren groot 307 roeden, belend ten oosten Cornelis Pietersz Timmerman, ten westen Claes Jansz 681.
                                                                            In Krommene bekent in 1646 Claes Barentsz, onze buurman, schuldig te wezen Dirck Claesz Baertsses op Wormerveer een jaarlijkse losrente van 4 gld, hoofdgeld 100 gld, met als onderpand zijn huis met 't erf op 't Madt, belend ten oosten Dirck Crispiaensz, ten westen Aerijs Michielsz 682.
                                                                            In de banne van Westzaan in 1649 bekent Dirck Claesz Baertsz, wonende op Wormerveer, uit naam van zijn zoon Cornelis Dircxz Keyser, schuldig te wezen Aechte Claes, nagelaten weeskind van Claes Pieter Jacobsz op Zaandijk, een jaarlijkse losrente van 20 gld, hoofdsom 400 gld, verbindende een huis en erf op Wormereer, belend ten zuiden Jevit Pietersz, ten noorden Pieter Claesz (op 28 mei 1652 wettelijk opgezegd, op 29 juli 1653 betaald), en bekent Dirck Claesz Baertses schuldig te wezen Trijn Claes, nagelaten weeskind van z.g. Claes Gerretsz in 't Suytent, een jaarlijkse losrente van 20 gld 5 st, hoofdsom 500 gld, verbindende een stuk land genaamd Hovelyngsweer, groot omtrent 600 roeden, belend ten oosten Jan Can, ten westen Claes Arisz (op 17 september [zonder jaar] is de hoofdsom met interest voldaan; de rente aan Trijn Louwen geleverd) 683.
                                                                            In de banne van Westzaan in 1650 bekent Dirck Claes Baertses, mede-schepen wonende op Wormerveer, schuldig te wezen de weeskinderen van Cornelis Jacobsz Cop wonende te Zaandam een jaarlijkse losrente van 30 gld, hoofdsom 668 gld, verbindende een stuk land groot 600 roeden liggende achter Dirck Claesz voorschreven, belend ten zuiden Jan Cornelisz Wennes, ten noorden Claes Arisz (op 17 september [zonder jaar] voldaan), bekent Dirck Claes Baertsz, mede broeder in officie, schuldig te wezen Marij Dircx, nagelaten weeskind van z.g. Dirck Dircxz Butter en Aeffgen Gerrets, 200 gld, te betalen aan Claes Willemsz, verbindende een akkertje land groot omtrent 150 roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Jan de Waeck, ten noorden bruikland van Jevit Pietersz (betaald op 23 juli 1652), bekent Pieter Dirck Claes Baertsz (tekent als Pieter Dirrickx Hil) wonende op Wormerveer schuldig te wezen Aecht Jans, weeskind van Aecht Claes Noomen aldaar, een jaarlijkse losrente van 27 gld, hoofdsom 600 gld, verbindende een huis en erf op Wormerveer, belend ten zuiden Pieter Claesz Prins, ten noorden Dirck Staets (opgezegd op 4 juli 1656; Claes Aris bekent voldaan op 11 maart 1657), en bekent Dirck Claes Baertsz wonende op Wormerveer schuldig te wezen Claes Arisz, wonende in 't Suijtent, een jaarlijkse losrente van 42 gld 10 st, hoofdsom 1000 gld, verbindende een stuk land van 500 roeden, belend ten zuiden Cornelis Dircxz, ten noorden Gys Hes, nog een stuk land van 260 roeden, belend ten zuiden Heynne Jansz, ten noorden Jan Jansz Waecker (opgebracht) 684.
                                                                            In de banne van Krommenie is in 1668 Pieter Willemsz, zaadmeter te Krommenie, eiser contra Dirck Claes Baertsz, zaadmeter te Wormerveer, met zijn zetter Willem Jansz 685.
                                                                      140. (<70) Jacob MENSZ  296, smid, molenaar en koopman van wagenschot te Zaandam, houtkoper, het eerst vermeld op 3 juni 1612, als belender, bij verkoopt door Claes Pietersz aan Willem Cornelisz alias Willem Slommer van een huis en erf op Zaandam, belend ten zuiden Jacop Mensz smidt, ten noorden Willem Jansz smidt, welk huis en erf staande in de Molenbuert op 28 februari 1614 weer verkocht wordt door Pieter Cornelisz Slommes aan Pieter Claesz Smit 297, overl. vóór 4 okt. 1656, tr. N.N.
                                                                          In 1612 getaxeerd, op den Horn: Jacop Mensen zijn huis op ƒ 825 542.
                                                                          In de banne van Westzaan in 1623 verkoopt Cornelis Pietersz wonende op Zaandam aan Jacob Mensen, smid, mede buurman aldaar, een vierdepart in een stuk land groot omtrent 840 roeden, liggende gemeen met Jan Luytsz c.s. achter de Horn te Zaandam, belend ten noorden Jan Gerretsz, ten zuiden Gerret Aresz, voor 321 gld 10 st, en bekent Jacob Mentsz, smid, wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Jan Luijtsz en Pieter IJsbrantsz c.s., mede buurmannen aldaar, 3 vierdeparten van een stuk land groot in 't geheel 840 roeden, liggende achter de Horn, belend ten noorden Jan Gerretsz, ten zuiden Ghriete Ares, voor 918 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625, gevolgd door de opdracht door Jan Luytsz voor hemzelf, en Pieter IJsbrantsz c.s. als voogden van de weeskinderen van Cornelis IJsbrantsz zal. ged. [in tegenspraak met latere vermeldingen van Cornelis IJsbrantsz], wonende op Zaandam 183.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1623 Jacob Pietersz uit naam van zijn vader wonende op Zaandam gekocht te hebben van Jacob Mentsz smid, mede buurman aldaar, een huis en erf op Zaandam in de Molenbuiert, belend ten noorden Wining Wuertsz[?], ten zuiden Cornelis Jansz, voor 1245 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen, te weten 1623, 1624 en 1625 telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht aan Pieter Gijsbertsz, houtkoper 686.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1625 Iacop Mentsz, smid wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Claes Heyndericxz mede buurman aldaar een vrije gemene gang van 5 voeten breed, strekkende van de Dijck of 's Heerenwech af tot de Dijcksloot toe, belend ten noorden Claes Heyndericxz voorschreven, ten zuiden Barber Theuwesdr, welke gang zij tezamen zullen onderhouden en gebruiken om naar en van de Heerenwech te gaan, ook zal Jacob Mentsz of zijn nakomelingen mogen uithangen op de hoek [van de steeg] van 't huis van Claes Heynen een bord op zijn eigen kosten, voor 700 gld, te betalen 2 derdeparten gereed, de rest over een jaar op mei 1626 (betaald door Jacob Mentsz op 12 juni 1631), gevolgd door de opdracht van de gang over 't erf van de oude werf van Guerte Pouwels 687.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1630 Cornelis Allertsz Bloockemaecker wonende op Zaandam gekocht te hebben van Jacob Mentsz, smid, mede buurman aldaar, een erfje op de zuidkant van Jacob Mentszven, belend ten noorden Jacob Mentsz voorschreven, ten zuiden Gerrit Arisz, voor 375 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 jaren, telkens 4 juli, 1631 en 1632, gevolgd door de opdracht, bekent in 1630 Claes Jacobsz wonende te Zaandam gekocht te hebben van Jacob Mentsz, smid, mede buurman aldaar, een erfje uit de ven, belend ten noorden Jacob Mentsz voorschreven, ten zuiden Gerrit Arisz, voor 270 gld, te betalen een derdepart gereed, de rest op 2 eerstkomende Sint Jacobsdagen 1631 en 1632, gevolgd door de opdracht, en bekent in 1631 Lambert Jacobsz Waert wonende op Zaandam gekocht te hebben van Jacob Mentsz, smid, mede buurman aldaar, een erfje in Jacob Mensesven, belend ten noorden de verkoper, ten zuiden Gerrit Arisz, voor 270 gld, ten betalen een derdepart gereed, de rest op 2 meidagen 1632 en 1633, gevolgd door de opdracht, onder conditie over de gemene sloot, zo de ene de sloot wil uitdiepen de ander dat ook moet doen, mitsgaders dat aan weerszijden van de erven elk 3 voet van de straat moet onderhouden, en ook de gemene brug, „penning ponts gelyck” 688.
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1631 Jacob Mentsz [ondertekent als Jacop Mensen] wonende te Zaandam schuldig te zijn Guert en Lysbet Jansdochteren, de nagelaten weeskinderen van Jan Claesz alias Groot Jan, mede wonende te Zaandam, een jaarlijkse losrente van 20 gld, te lossen met 400 gld, verbindende hiervoor tot onderpand zijn huis en erf met het land achteraan, belend ten zuiden Gerrit Arissen, ten noorden Jan Gerretsz 689.
                                                                          In de banne van Westzaan verklaren in 1632 Gerret Meynertsz c.s., houtkopers in de banne van Oostzaan, ter eenre, en Jacob Mentsz, molenaar en koopman van wagenschot wonende in de banne van Westzaan, ter andere zijde, veraccordeerd te wezen vanwege hun land, zijd aan zijd te Zaandam beneven de Dam of de Overtoom in de ban van Westzaan met de oostenden op de dycksloot, dat zij de sloot tussen hen beiden zullen opschieten en wijd maken 20 voeten breed blijvend als hij beplaat zal wezen, diep 5 voet uit het maaiveld, welke sloot door alle mensen vrij en gemeen zal mogen gebruikt worden (met verdere bepalingen) 690.
                                                                          In de banne van Westzaan is in 1637 Jacob Mentsz buurman op Zaandam eiser contra Jan Fransz Fraaey, biersteker op Zaandam, om betaling bij provisie van 56 gld, als 30 gld over rest van huishuur en 26 gld over 't maken van glazen. Op 2 juli 1637 bekent de gedaagde de huishuur schuldig te zijn, en wat belangt de glazen loopt hem de eis te hoog. Schepenen condemneren de gedaagde in de geëiste somme, compenserende de kosten om redenen. 691
                                                                          In de banne van Westzaan bekent in 1639 Jacob Mentsz wonende te Zaandam gekocht te hebben van Claes Dircxsz van 't Calff een stuk land genaamd de ven met een stukje land daarbij gelegen genaamd het Vockgen, groot tezamen [leeg] roeden, belend ten zuiden de erfgenamen van Jan Maet Aris c.s., ten noorden Reijer Claesz, voor 3606 gld, te betalen op 3 eerstkomende Vrouwlichtmisdagen 1639, 1640 en 1641, gevolgd door de opdracht 692.
                                                                          In de banne van Westzaan bekennen in 1641 Jacob Mentsz met zijn zoon Claes Jacobsz, beiden wonende op Zaandam, gekocht te hebben van Claes Jaspersz c.s. als voogden van 't nagelaten weeskind van Lysbet Pieters genaamd Claes claesz mede onze buurluiden, een huis en erf te Zaandam in de Molenbuert, belend ten zuiden Neel Pieters, weduwe, ten noorden Cornelis de Kistemaecker, voor 3000 gld, te betalen op 3 eerstvolgende meidagen 1641, 1642 en 1643, telkens een derdepart, gevolgd door de opdracht, verkoopt in 1641 Jan Gerretsz wonende te Oostzaan aan Jacob Mentsz, houtkoper, wonende te Zaandam, 3 vierdeparten van een huis en erf te Zaandam voor de Overtoom, belend ten zuiden de gang van Jacob Mentsz, ten norden Jacob Mentsz voorschreven, voor 2800 gld, en verkoopt in 1643 Sr Loth Schouten, brouwer in de Twe Gecroonde Steenen te Haarlem, aan Jacob Mentsz houtkoper wonende te Zaandam een vierdepart van een huis en erf tegenover de Dam waar tegenwoordig de Valck uithangt, belend ten zuiden en noorden de koper, voor 1200 gld 693.
                                                                          In de banne van Westzaan verkopen in 1644 Willem Pietersz c.s. wonende op Zaandam aan Jacop Mentsz en Alewijn Fransz mede wonende aldaar een stuk land genaamd Buijven, groot 738 1/3 roede, liggende bij de Dijck, belend ten zuiden Pieter Claesz Timmerman, ten noorden Brecht Jacobs, voor 1081 gld, te betalen op 3 eerstkomende meidagen 1644, 1645 en 1646, en aan Jacob Mentsz houtkoper een stuk land genaamd de Groote Ven, groot 1333 roeden, liggende bij de Dijck, belend ten zuiden de Dijck, ten noorden Trijn Arents, voor 1624 gld, te betalen op 3 meidagen 164