Naar beginpagina

Kwartierstaat DE VRIES - KEIJZER

>index



Generatie I (>II)

1a Maartje de VRIES, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 12/31 okt. 1830, overl. Velsen 13 juni 1873, tr. ald. 2 febr. 1851 Elis de BIE, geb. Driebergen 4 maart 1824, arbeider, landbouwer, overl. Velsen 18 jan. 1900, begr. Uitgeest, zn van Elis de BIE, landman, en Adriana VERVAT, die hertr. met Teuntje VERMEER.
1b Grietje de VRIES, geb. Heemskerk 28 juni 1833, overl. ald. 29 juni 1833.
1c Teunis de VRIES, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 23 mei/8 juni 1835, dagloner, landbouwer, tuinder, tussen 15 januari 1876 en 6 augustus 1876 wonend in Wijk aan Zee en Duin, in welk tijdvak zijn afgebrand huis herbouwd is, overl. Heemskerk 25 nov. 1908, tr. 1° Wijk aan Zee en Duin 18 nov. 1860 Suzanna WESTERVELD, geb. Uitgeest 12 nov. 1837, overl. Heemskerk 2 juni 1898, dr van Hendrik WESTERVELD, onderwijzer, en Klaasje SLUIJK, tr. 2° ald. 19 nov. 1898 Dorothea Alberdina KOSTER, geb. Amsterdam 25 jan. 1853, overl. Heemskerk 13 mei 1901, dr van Jurgen Heinrich KOSTER en Maria Louisa SCHROEDER, tr. 3° ald. 26 sept. 1901 Petronella Maria MENSE, geb. Amsterdam 13 juni 1846, op 20 februari 1908 uit Heemskerk vertrokken naar Amsterdam, overl. Amsterdam 8 jan. 1919, dr van Jan MENSE en Cornelia de ROOIJ, wed. van Hendrik REURS.
1d Hendrik de VRIES, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 22 nov./10 dec. 1837, bouwman, tuinder, overl. Wijk aan Zee en Duin 24 juni 1908, tr. ald. 16 juni 1870 Eybertje van der KOLK, geb. ald. 29 maart 1840, dr van Christiaan van der KOLK, dagloner, tuinder, en Jansje PLETTING.

Generatie II (<I, >III)

2. (>4, >5) Antonius de VRIES, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 sept. 1799, tuinder, vertrok in 1828 met attestatie van Beverwijk naar Heemskerk, woonde in Heemskerk in de Noorddorperbuurt, overl. Heemskerk 22 mei 1837, tr. 1°/tr. kerkel. (nederd. geref.) Beverwijk/Wijk aan Zee 21/24 dec. 1826 Evertje GAUKES, geb./ged. Velsen 13/18 febr. 1798, overl. Heemskerk 7 maart 1828, dr van Jan GAUKES en Albertje HARMSEN, kindermeid, tr. 2° Velsen 24 jan. 1830
      Op de oorspronkelijke aanwijzende tafel van het kadaster van Heemskerk uit 1832 wordt Teunis de Vries vermeld als eigenaar of vruchtgebruiker van het perceel sectie D, nr 416a, bestaande uit huis en erf (niet afzonderlijk op de kaart aangegeven, nr 416 loopt van de Straatweg tot achter de batterij aan de Kuikensweg).
      In 1858 wordt bij openbare verkoping bijna 4 ha tuinland in Heemskerk, bestaande uit de percelen D414, D415 en D146, verkocht door de erfgenamen van Johannes Wigeri, predikant te Beverwijk, aan de ned. herv. diaconie van Heemskerk, huis en opstal van perceel D146 niet inbegrepen, welk land voor in totaal ƒ 110 per jaar verhuurd was aan de wed. Pieter Blad tot 31 december 1862; in de marge is later bijgeschreven dat aan T. de Vries een gedeelte van 0.5.86 ha van D416 overgedragen is, met nieuw nummer D758 van de Vries en D759 van de diaconie 4.
3. (>6, >7) Neeltje KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 22/25 juli 1802, overl. Heemskerk 21 jan. 1858, tr. 2° ald. 30 dec. 1838 Pieter BLAD, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22/29 maart 1801, bouwman, arbeider, overl. Heemskerk 9 jan. 1849, zn van Gerrit Pietersz BLAD, tuinder, en Henderica van AMERSFOORT.
         Uit het eerste huwelijk:
    1. Maartje de VRIES, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 12/31 okt. 1830, zie 1a.
    2. Grietje de VRIES, geb. Heemskerk 28 juni 1833, zie 1b.
    3. Teunis de VRIES, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 23 mei/8 juni 1835, zie 1c.
    4. Hendrik de VRIES, geb./ged. (ned. herv.) Heemskerk 22 nov./10 dec. 1837, zie 1d.
         Uit het tweede huwelijk:
    1. Gerrit Pietersz BLAD, geb. Heemskerk 27 jan. 1841, tuinder, tr. Wijk aan Zee en Duin 26 aug. 1866 Petronella van der KOLK, geb. ald. 10 nov. 1840, dr van Hendrik van der KOLK en Anna van ERLKOM.


Generatie III (<II, >IV)

4. (<2) (>8, >9) Teunis de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 12/20 okt. 1771, bouwman, venter, overl. ald. 16 juni 1835, ondertr. (impost)/tr. ald. 6/21 sept. 1800
      In 1814 machtigt Teunis de Vries, bouwman wonende te Beverwijk aan de Breestraat in huis 100, zijn broer Siebrand de Vries inzake de nalatenschap van hun moeder Neeltje Schaap, weduwe van Jan de Vries 5.
5. (<2) (>10, >11) Grietje de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 4 febr. 1777, ventster, overl. ald. 6 okt. 1821.
         Uit dit huwelijk:
    1. Antonius de VRIES, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 sept. 1799, zie 2.
    2. Neeltje de VRIES, geb. Beverwijk 30 sept. 1800, ged. (nederd. geref.) ald. 5 okt. 1800 (doopgetuige Elizabeth van den Noort), impost op begr. ald. 27 maart 1801 (impost ƒ 3).
    3. Jan de VRIES, geb. Beverwijk 26 dec. 1801, ged. (nederd. geref.) ald. 6 jan. 1802 (doopgetuige Neeltje de Vries geb. Schaap), landman, jachtopziener, rijksveldwachter, overl. Velsen 29 nov. 1866, tr./tr. kerkel. (nederd. geref.) Wijk aan Zee en Duin/Wijk aan Zee 26/28 dec. 1828 Catharina de RUIJTER, alias Zondervan, geb. waarsch. Castricum ca. 1808, overl. Velsen 15 juni 1892.
        Bij het huwelijk in Wijk aan Zee en Duin op 26 december 1828 wordt de bruid aangeduid als Catharina Zondervan, zich noemende en schrijvende Catharina de Ruyter, oud naar gissing 20 jaar, zijnde de plaats der geboorte en de namen der ouders onbekend. Tot haar huwelijk wordt toestemming verleend door het armbestuur van Castricum. In een bijlage van 20 november 1828 verklaart de burgemeester van Castricum dat op 14 maart 1812 in zijn gemeente gevonden is een dood mens, welke bij zich had een kind welke nauwelijks nog praten kon maar wel wist te beduiden dat het haar vader was, dat hij Dirk en zij Kaatje heette. Als vondeling is het kind aan het armbestuur overgedragen en is haar de naam Catharina Zondervan gegeven. Bij de aanifte van haar overlijden op 15 juni 1892 wordt zij Catharina de Ruijter genoemd, 83 jaar oud, dochter van Dirk de Ruijter en Catharina Hooymans.
    4. Neeltje de VRIES, geb. Beverwijk 21 jan. 1803, ged. (nederd. geref.) ald. 2 febr. 1803 (doopgetuige Neeltje Schaap), overl. Wijk aan Zee en Duin 21 sept. 1848, tr./tr. kerkel. (nederd. geref.) Beverwijk 31 okt./4 nov. 1827 Lammert ALBERTS, geb./ged. (nederd. geref.) ald. 26/31 juli 1803, tuinder, tuinman, tuinier, zn van Albert ALBERTS, omroeper, en Antje SMIT.
    5. Sibrand de VRIES, geb. Beverwijk 3 maart 1804, ged. (nederd. geref.) ald. 11 maart 1804 (doopgetuige Neeltje Schaap nu de Vries), venter, tuinder, overl. ald. 3 febr. 1869, tr. 1°/tr. kerkel. (nederd. geref.) Beverwijk 4 mei 1834 Eijbertje PLETTING, geb./ged. (nederd. geref.) ald. 18 febr./3 maart 1805, dienstbode (bij huwelijk), overl. ald. 22 april 1838, dr van Eijbert Lubbertsz PLETTING, landbouwer, en Elisabeth DASSELAAR, tr. 2° Beverwijk 4 nov. 1838 Marijtje BLOM, geb./ged. (nederd. geref.) Noordwijk-Binnen 10/19 febr. 1809, dienstbode (bij huwelijk), overl. Beverwijk 14 okt. 1848, dr van Pieter BLOM en Martijntje van HUIGEN, tr. 3° Velsen 4 mei 1851 Guurtje WAGENAAR, geb. ald. 20 april 1825, boerin, overl. Beverwijk 8 juni 1858, dr van Abraham WAGENAAR en Jannetje ASJES, tr. 4° ald. 5 mei 1861 Ida SCHUIJLEMAN, geb. Uitgeest 30 nov. 1824, overl. Beverwijk 2 okt. 1863, dr van Thimotheus SCHUIJLEMAN, broodbakker, bouwman, en Johanna MUNTJEWERFF, wed. van Willem van der LINDE.
        In 1837 testeren Sijbrand de Vries wonende aan de Arendsweg en Eijbertje Pletting zijn huisvrouw op elkaar, in 1846 testeert Sibrand de Vries, tuinder, wonende aan de Arendsweg, aan zijn huisvrouw Marijtje Blom, in 1851 verkoopt Maria Marietta Baum, geassisteerd door haar man Jan Kleyn, wonende te Haarlem, aan Sijbrand de Vries, tuinder in Beverwijk, een huis, erf en tuinland aan de Arendsweg 6.
    6. Hendrik de VRIES, geb. Beverwijk 27 nov. 1805, ged. (nederd. geref.) ald. 4 dec. 1805 (doopgetuige Neeltje de Vries geb. Schaap), bouwman, werkman, boer, overl. Ouder-Amstel 9 dec. 1846, tr. 1°/tr. kerkel. Wijk aan Zee en Duin/Beverwijk 29 april 1832 Aaltje OLDENBURG, geb. Velsen 19 okt. 1813, overl. ald. 25 mei 1833, dr van Lodewijk OLDENBURG en Jannetje ASSIES, bouwvrouw, tr. 2° ald. 16 maart 1834 Aaltje KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 24/28 okt. 1804, dienstbode (bij huwelijk), overl. Ouder-Amstel 21 aug. 1851, dr van Cornelis Jansz KEIJZER, dagloner, bij impost op trouwen in Koedijk jongeman van Oudkarspel, en Neeltje Cornelis WILLEGRIJP.
    7. Arie de VRIES, geb. Beverwijk 9 mei 1807, ged. (nederd. geref.) ald. 17 mei 1807 (doopgetuige Evertje van 't Veld), overl. ald. 23 juni 1811 (voor de successie: 4 jaar, aangever Teunis de Vries).
    8. Eliza de VRIES, geb. Beverwijk 22 okt. 1808, ged. (nederd. geref.) ald. 30 okt. 1808 (doopgetuige Evertje de Jong geb. van 't Veld), warmoezenier, tuinder, venter, op 13 december 1870 met zijn vrouw Anna Meyer en hun kinderen Teun, Pieter, Hendrik, Neeltje, Margaretha en Jan, in Beverwijk uitgeschreven naar Wijk aan Zee en Duin, overl. Wijk aan Zee en Duin 16 sept. 1890, tr. Beverwijk 1 dec. 1844 Anna 'Naatje' MEIJER, geb. ald. 21 nov. 1820, overl. Wijk aan Zee en Duin 17 juli 1894, dr van Pieter MEIJER, dagloner, bouwman, en Alida 'Aaltje' KNOOP, dienstbode (bij huwelijk).
        In 1895 compareerden in de zaal van het kantongerecht te Haarlem voor C.H. Moens, notaris te Beverwijk, in tegenwoordigheid van de kantonrechter, Teunis de Vries, bloemkweker, wonende te Wijk aan Duin, voor zichzelf en als gemachtigde van Pieter de Vries, tuinder, wonende te Heemskerk, Hendrik de Vries, tuinder, wonende te Wijk aan Duin, Gerrit van der Wel, tuinder, wonende te Heemskerk, als in gemeenschap van goederen gehuwd met Cornelia de Vries, en Jan de Vries, tuinder, wonende te Wijk aan Duin, en verder Augustinus Johannes van Thiel als curator van de failliete boedel van Gerrit Wernke Albertszoon, handelaar in bloembollen en afgesneden bloemen, wonende te Wijk aan Duin, in gemeenschap van goederen gehuwd met Margaretha de Vries, die wensen over te gaan tot scheiding en deling van de gemeenschappelijke nalatenschap van Eliza de Vries en Naatje Meijer, overleden opv. oktober 1890 en 17 juli 1894. Deze nalatenschap bestaat hoofdzakelijk uit de opbrengst van een moestuin met woonhuis en opstal, kadastraal gemeente Wijk aan Zee en Duin D587 en D955, samen groot 74.46 a. Te verdelen is ƒ 3289,62, dus ieder krijgt ƒ 548,27. 7
6. (<3) (>12, >13) Cornelis Jansz KEIJZER, geb. 6 aug. 1773, ged. (nederd. geref.) Koedijk 8 april 1798 ('mennist'), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 2 april 1798, dagloner, bij impost op trouwen in Koedijk jongeman van Oudkarspel, overl. Koedijk 22 juli 1820 (in huis nr 7, zoon van Jan Kijzer en Aaltje Houdewind, echtelieden gewoond hebbende in de gemeente van Oudkarspel), ondertr. (impost) ald. 28 febr. 1802 (impost ƒ 3 voor haar)
      In Oudkarspel verkoopt in 1807 Jan Keizer aan Cornelis Jansz Keizer een huis en erf op 't Noordeind van Koedijk onder de banne van Oudkarspel, belend ten noorden Jacob Blaauw, ten zuiden Jacob Nierop, voor 350 gld, waarvan 200 gld gereed en voorts in 6 achtereenvolgende jaren elk jaar 25 gld met de interest van 5 procento, dus mei 1808 32 gld 10 st, mei 1809 31 gld 5 st [enz.] 8.
      In april 1828 komt ten verzoeke van Arien Hartland, landman wonende te Koedijk, als aanbehuwde van Cornelia, oud 14 [moet „17” zijn], Jannetje, 12, en Jacoba Keyzer, mede 12 jaar, minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Cornelis Keyzer, overleden op 24 juli 1820, in leven landman te Koedijk, en van wijlen Neeltje Willigrijp, overleden op 29 december 1827 te Koedijk, een familieraad bijeen bestaande uit voornoemde Arien Hartland, Jacob de Graaf, molenaarsknecht wonende te Schoorldam gemeente Warmenhuizen, aanbehuwd oom, alle drie [sic] van vaderszijde, Cornelis Zuyen, landman wonende te Velsen, aanbehuwd oom, Jacob Ruyter, landman wonende te Oudkarspel, laatstgenoemde van moederszijde, en nog de goede bekenden Pieter Butter, landman wonende te Koedijk, en Jan Kalverdijk, landman wonende te Noord-Scharwoude. Als voogd wordt benoemd Arien Hartland, landman wonende te Koedijk, oom, en als toeziend voogd Jacob Ruiter, neef van moederszijde. In mei 1828 vindt beëdiging plaats van Matthijs Kroon, burgemeester van Oudkarspel, als taxateur van de roerende goederen in de boedel van wijlen Neeltje Willegrijp. In juli 1828 wordt Arien Hartland door de familieraad geauthoriseert om de nalatenschap te repudiëren. 9
7. (<3) (>14, >15) Neeltje Cornelis WILLEGRIJP, geb. Koedijk 27 nov. 1779, ged. (nederd. geref.) ald. 24 juni 1804 ('mennist'), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 18 juni 1804, overl. Koedijk 30 dec. 1827.
         Uit dit huwelijk:
    1. Neeltje KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 22/25 juli 1802, zie 3.
    2. Aaltje KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 24/28 okt. 1804, dienstbode (bij huwelijk), overl. Ouder-Amstel 21 aug. 1851, tr. Velsen 16 maart 1834 Hendrik de VRIES, geb. Beverwijk 27 nov. 1805, ged. (nederd. geref.) ald. 4 dec. 1805 (doopgetuige Neeltje de Vries geb. Schaap), bouwman, werkman, boer, overl. Ouder-Amstel 9 dec. 1846, zn van Teunis de VRIES, bouwman, venter, en Grietje de MUNK, ventster, wedn. van Aaltje OLDENBURG.
    3. Cornelis KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 27 maart/12 april 1807.
    4. Cornelisje (Cornelia) KEIJZER, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 25 nov./2 dec. 1810, boerendienstbode (bij eerste huwelijk), boerin (bij tweede huwelijk), landbouwster, overl. Velsen 15 nov. 1888, tr. 1° ald. 7 mei 1837 Willem Jacobus KLEIJN, geb. ald. 21 sept. 1810, ged. (nederd. geref.) Velsen 21 okt. 1810 (doopgetuigen Willem Klijn en Cornelia Wilhelmina Klijn), boerenknecht (bij huwelijk), arbeider, landman ald. (io de Hofgeest), overl. ald. (op de Hofgeest) 28 jan. 1849, zn van Jacobus KLEIJN en Mensje ROODBEEN, tr. 2° Velsen 21 juli 1850 (met erkenning van een kind) Simon MOOIJ, geb. Egmond-Binnen 31 maart 1826, landman, landbouwer te Velsen (op Rooswijk), overl. ald. 23 febr. 1916, zn van Klaas MOOIJ, arbeider, en Aafje BEEKMAN, die hertr. met Maria Jacoba ten HAM.
    5. Jansje KEIJZER, geb. Koedijk 25 nov. 1814 als Jansje, ged. (nederd. geref.) ald. 1 dec. 1814 als Jannetje, dienstbode (bij huwelijk), overl. Velsen 22 dec. 1885, tr. ald. 13 febr. 1848 Jacob GRAVE(N)KAMP, geb. Valkenburg, gem. Beide Katwijken 7 nov. 1817, landman, veldwachter, landbouwer, zn van Adrianus GRAVEKAMP en Pietertje van der VALK, werkster, wedn. van Willemijntje MESSELAAR.
    6. Jacoba KEIJZER  10, geb. Koedijk 25 nov. 1814, ged. (nederd. geref.) ald. 1 dec. 1814 als Jaapje, boerendienstbode (in het schrijven van de burgemeester van Velsen, onvermogend tot het betalen van de zegel- en legeskosten bij huwelijk), dienstbode (bij huwelijk), overl. Velsen 11 okt. 1884, tr. ald. 20 febr. 1842 (getuigen o.a. Willem Jacobus Klein, arbeider, en Pieter Blad, arbeider, zwagers van de bruid) Gerrit de BIE, geb. Langbroek 30 juli 1817, boerenknecht (bij inschrijving voor de Nationale Militie), arbeider (bij huwelijk), zn van Elis de BIE, landman, en Adriana VERVAT.
    7. Klaas KEIJZER, geb. Koedijk 27 april 1820, overl. ald. 1 juni 1821.


Generatie IV (<III, >V)

8. (<4) (>16, >17) Jan de VRIES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 febr. 1745, overl. ald. 5 maart 1806 (voor de successie: 61 jaar, 4 kinderen uit 1 huwelijk), tr. ald. 26 juni 1768
9. (<4) (>18, >19) Neeltje SCHAAP, ged. Beverwijk 19 juli 1739 (doopgetuige Heyltje Salm), overl. 's-Gravenhage 24 dec. 1813.
      In 1815 11 compareren Sybrand de Vries, chirurgijn te Amsterdam, ook als gemachtigde van ten eerste Hendrik Menkel en Elisabeth de Vries wonende in 's-Gravenhage, en ten tweede Jan Beuning, timmermansknecht, en Arnolda Geertruida Simmerlink, weduwe van Arie de Vries en voogdesse over haar minderjarige kinderen Neeltje, Barendina en Jan de Vries, wonende in Amsterdam, en voorts Teunis de Vries, bouwman, wonende te Beverwijk aan de Breestraat in huis 100, kinderen en kleinkinderen van wijlen Neeltje Schaap, weduwe van Jan de Vries, tevoren gewoond hebbende te Beverwijk, daarna bij afwisseling bij haar zoon te Amsterdam en haar zoon alhier, laatstelijk ten huize van haar dochter te 's-Gravenhage op 24 december 1813 overleden, ingevolge testament van 1 december 1809 bij notaris Ludovicus Albertus Holtz te Amsterdam, en verder Bartholomeus Josephus Craijenschot, boekverkoper te Amsterdam, benoemd als toeziende voogd. Zij zullen op 10 juni 1815 de navolgende percelen doen veilen die volgens mutueel testament van 22 augustus 1768, gepasseerd voor notaris Jan van der Cocq, Neeltje Schaap als enige erfgenaam van wijlen Jan Sijbrands de Vries had verkregen, namelijk (1) huis enz., met pakhuis, aan de Breestraat, gequoteerd 99 en 100, verhuurd aan Teunis de Vries tot 1 november 1815, (2) huis aan de Meerstraat, (3) huis in de Kloosterstraat, (4)-(7) vier stukken wei- of hooiland in de Wijkerbroek.
           Uit dit huwelijk:
      1. Sibrand de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 14/17 okt. 1769, chirurgijn, winkelier, overl. Amsterdam 13 febr. 1834, tr. Maria HULTZER, ged. (nederd. geref.) ald. 17 aug. 1785, overl. ald. 2 juli 1840, dr van Pieter Johannes HULTZER en Anna Geertruy KUIJPER.
          In 1815 verkoopt Sybrand de Vries namens de erfgenamen van Neeltje Schaap publiek: (1) een huis met pakhuis aan de Breestraat, opgehouden op ƒ 600, maar op 28 december 1815 verkocht aan Christiaan Stumphius, (2) een huis aan de Meerstraat voor ƒ 360, (3) een huis in de Kloosterstraat voor ƒ 55, aan Christiaan Stumphius, makelaar, (4)-(7) vier stukken wei- of hooiland voor ƒ 1880 aan Otto Willem Jan Berg, koopman te Amsterdam 12.
      2. Teunis de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 12/20 okt. 1771, zie 4.
      3. Arie de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 28/31 okt. 1773, impost op begr. ald. 11 nov. 1773 (impost ƒ 6), begr. ald. 11 nov. 1773 (onder de classis van 6 gld: 1:16:-, bij avond begraven).
      4. Arie de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 okt./6 nov. 1774, winkelier, overl. Amsterdam 22 juli 1813, ondertr. Beverwijk 8 april 1804 (zij wonende te Amsterdam, toestemming verleend om in Amsterdam te trouwen), tr. Amsterdam 15 april 1804 Arnolda Geertruy SIMMELINK, geb./ged. (nederd. geref.) Eibergen 16 juli 1775, overl. Amsterdam 10 okt. 1861, dr van Wolter SIMMELINK en Berendina ROELEVINK, die hertr. met Jan BEUNING, timmermansknecht.
      5. Elisabet de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26/29 juni 1777, overl. 's-Gravenhage 9 febr. 1833, ondertr. (impost) 1°/tr. Beverwijk 8/24 april 1803 Johan Hendrik MENKEL, geb. Neederdorf (Hessen) 1766, voorheen gediend hebbende als sergeant, tapper, overl. 's-Gravenhage 16 dec. 1822, zn van Nicolaas MENKEL en Maria KRAUT, tr. 2° ald. 3 dec. 1823 Jan Wilhelm BATENBURG, geb. ald. ca. 1778, metselaar, zn van Pieter BATENBURG en Pieternella LA GRANG, wedn. van Johanna Hendrica VINNEBERGER.
      6. Trijntje de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 14/18 april 1779, impost op begr. ald. 1 juli 1780, begr. ald. 1 juli 1780 (onder de classis van 6 gld: 2:2:-, grote klok 1/2 uur 5:-:-).
      7. Trijntje de VRIES, geb./ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21/23 juni 1782, impost op begr. ald. 22 sept. 1783, begr. ald. 22 sept. 1783 (onder de classis van 6 gld: 2:2:-, grote klok 1/2 uur 5:-:-).
    10. (<5) (>20, >21) Jan de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 6 okt. 1743 (doopgetuige Maartie Bankras), overl. ald. 16 nov. 1816, ondertr. (schepenbank) ald. 27 nov. 1772 (zij geboortig van Bennebroek), ondertr. (impost) Beverwijk 27 nov. 1772 (hij pro deo, zij te Bennebroek), tr. ald. 13 dec. 1772
        Op 6 december 1816 verklaart Jan Beekman, armenmeester van de Roomsch Catholijke Gemeente te Beverwijk, dat Jan de Munk tot aan deszelfs dood gealimenteerd is geweest, en dienvolgens deszelfs boedel van de betaling van het recht van successie is geëximeerd 13.
    11. (<5) (>22, >23) Johanna van JESSEN, geb. Bennebroek, ged. (r.-k.) Berkenrode 24 jan. 1746, impost op begr. Beverwijk 4 juni 1785 (pro deo), begr. ald. 4 juni 1785 (classis pro deo, 1:4:-, de kleine klok 1/2 uur 1:-:-).
           Uit dit huwelijk:
      1. Elisabeth de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk mei 1773 (doopgetuigen Balten van Jeps en Cornelia van Jeps), heeft niet-huwelijkse relatie 1° met Julius WAABER, tr. 2° ald. 19 juni 1803 (hij geboren te Haarlem) Pieter WYTOOGEN, geb. Haarlem, wedn. van Jansje van SCHAGEN.
      2. Ariaantje de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 5 mei 1775 (doopgetuigen Cornelis van Jesse en Leena Munsterman), ventster (van fruit en groenten), werkster, koekverkoopster, overl. ald. 18 aug. 1823, heeft niet-huwelijkse relatie 1° met Hendrik BLIJENDAAL, heeft niet-huwelijkse relatie 2° met Klaas EDELMAN, ondertr. 3° ald. 9 nov. 1804, tr. Beverwijk 25 nov. 1804 (met verklaring dat Jan hun beider kind is) Jan DEKKER, geb. Schoten 24 juni 1768, dagloner, modderman, tuinier, overl. Beverwijk 26 febr. 1836, zn van Jan Jansz DEKKER en Geertje Cornelis van BREDEROO.
      3. Grietje de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 4 febr. 1777, zie 5.
      4. Hendrik de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 16 april 1778, impost op begr. ald. 11 okt. 1805 (pro deo), begr. ald. 12 okt. 1805 (classis pro deo, voor steken en opmaken 1:10:-, de klok 1/2 uur 1:4:-).
      5. Hermyntje Jans de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 febr. 1782, naaister, overl. ald. 29 jan. 1813, begr. ald. 12 febr. 1813 (Hermyntje de Munk 1:4:-, voldaan door de Roomsche armen), ondertr. Beverwijk 13 maart 1803 (hij geboren en wonende in de Zijp, toestemming verleend om in de Zijp te trouwen), tr. Zijpe Jan Aarjensz MUL, geb. ald.
      6. Agatha de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 11 mei 1785 (doopgetuigen Jan de Munc en Jannetje van Nesse), impost op begr. ald. 20 mei 1785 (pro deo), begr. ald. 20 mei 1785 (classis pro deo, 1:4:-, bij avond begraven).
    12. (<6) (>24, >25) Jan Cornelisz KEIJZER, geb. ca. 1751, ged. (mennon.) Langedijk 20 maart 1774, in 1784 en 1789 vermeld als voorzanger in Koedijk van de mennonistische gemeente in Langedijk en omgeving, ondertr. (impost) Schoorl 18 juni 1773 (impost ƒ 3 voor haar), ondertr. (impost) Koedijk 19 juni 1773 (impost ƒ 3 voor hem)
        In Broek op Langedijk verkoopt in 1775 Jan Cornelisz Ceijser wonende te Koedijk aan Arien Schuytemaker een akker zaadland groot 6 snees 13½ roe, belend ten oosten de Oosterdijk van de Geestmerambacht, ten westen de weduwe van Cornelis Wagemaar, voor 133 gld 10 st, en aan Jacob Volkerstsz een akker zaadland genaamd Aaltgenackertje van IJff, groot 5 snees 15 roeden, belend ten noorden Willem Blocker, ten zuiden Teunis Canne, voor 174 gld, verkoopt Jan Keijzer wonende te Koedijk in 1781 aan Jan van der Werff een akker zaadland groot 9 snees 3 roeden, belend ten noorden Jan Cantsen, ten zuiden Willem Blokker, voor ƒ 292:16:0, en aan Dirk Bergen twee akkers zaadland genaamd Remmesland[?], groot 6 snees 16 roeden, belend ten westen Aarjen Bijl, ten oosten de weduwe van Dirk Jansz Keijzer, en de helft in de Biene, groot 7 snees 10 roeden, belend ten noorden Pieter Miesz, ten zuiden de Mennoniete gemeente van Broek, voor ƒ 486:4:0, en in 1784 aan Frans Burger een akkertje zaadland van 3 snees, belend ten zuiden Aarjen Wagenaar, ten noorden Willem Blokker, voor twee stuivers[!] 14.
        In Oudkarspel verkoopt in 1781 Pieter Lourisz Rus wonende in de Woudmeer aan Jan Cornelisz Keijser wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 6 geerzen, belend ten noorden Dirk Garmentsz, voor ƒ 650, verkopen in 1785 Joost Symonsz Molenaar en Dirk Keyser, als last en procuratie hebbende van de gezamenlijke erfgenamen van Dirk Garmentsz, en de voogden van de minderjarige erfgenamen van Lysbeth Slootemaker, beiden op 't Noordeijnde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel overleden, o.a. aan Jan Keijser wonende op 't Noordeynde van Koedijk een huis en erf aldaar onder de banne van Oudkarspel, belend ten noorden de weduwe van Symon Blauw, voor ƒ 1115, bekent in 1785 Jan Keyser wonende te Koedijk schuldig te zijn aan Pieter Butter 1200 gld, tegen 3½ percent, waaraan hij 2 stukken weiland verbindt, groot tezamen 15 geerzen (op 4 maart 1788 hiervan ƒ 700 en op 10 augustus 1795 alles afgelost), verkoopt in 1786 de weduwe van Pieter Letes aan Jan Keyser wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 7 geerzen 3 snees, voor ƒ 1250, en verkoopt in 1788 Jan Keijser aan Jacob Symonsz, beiden op 't Noordeijnde van Koedijk onder de banne van Oudkarspel, een stuk weiland aldaar, groot 7½ gars, belend ten noorden Jacob Nierop, ten zuiden de weduwe van Gerrit Zevenhuijsen, voor ƒ 1000 15.
        In Oudkarspel verkoopt in 1795 Jan Keijzer, wonende ten noorden Koedijk, aan Dirk Hoogwater te Koedijk een stuk weiland, belend ten zuiden Teunis Visscher, ten noorden Gerrit Diepsmeer, groot 4 geerzen 7 snees 16 roeden, voor 397 gld 15 st, bekent in 1800 Jan Keijzer, wonende in deze banne ten noorden Koedijk, schuldig te zijn aan de municipaliteit van Oudkarspel 500 gld, spruitende uit onbetaalde huurpenningen van dorpslanden, voorgeschoten gelden tot betaling der ordinaire en extraordinaire verpondingen, dijk-, sluis- en molengelden, dorpslasten en door hem ontvangen gelden, tegen 4 ten honderd 's jaars, verbindende een stuk weiland, groot circa 9 geerzen aan de Saskerslot, belend ten zuiden de comparant, ten noorden de Saskersloot(geroyeerd op 5 april 1800), en bekent in 1802 Jan Keijzer, wonende in deze banne aan het Noordeinde van Koedijk, schuldig te zijn aan de gezamenlijke erfgenamen van Pieter Louwrisz Rus, aan het Noordeinde van Oudkarspel in de banne van Haringcarspel gewoond hebbende, 600 gld tegen interest van 4 gld ten honderd, verbindende speciaal een stuk weiland ten noorden van Koedijk, belend ten oosten Klaas Appetijd, ten westen de comparant, groot 7 geerzen 3 snees (geroyeerd 2 april 1806) 16.
        In Oudkarspel verklaart in 1798 Jan Keijzer, wonende ten noorden Koedijk in deze banne, ontvangen te hebben 212 gld 10 st toebehorende de minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Louris Bies in huwelijk verwekt bij Aaltje Bouwens, tegen jaarlijks 5 gld ten honderd. Op 20 maart 1801 is dit bedrag verminderd tot 124 gld vermits het overlijden van een der twee genoemde kinderen en afdeling van deszelfs erfportie voor de helft aan de moeder en de andere helft voor 2/3 aan de halve broer en zusters en 1/3 aan het nu nog levende kind verbleven. 17 Pieter IJfsz en Cornelis Rus zijn de administrateurs. Op 8 maart 1803 is het resterende bedrag van 124 gld nog niet betaald en verbindt Jan Keijzer hieraan een stuk weiland in deze banne, groot 5 geerzen 9 snees 7 roeden. 18
        In Oudkarspel in 1803 verkoopt Jan Keijzer, in deze banne aan het Noordeinde van Koedijk wonende, aan Guurtje Pietersdr Diepsmeer, weduwe van Jan Stam, te Koedijk wonende, een stuk weiland aan de Saskersloot, groot 9 geerzen, belend ten zuiden de verkoper, ten noorden de voorschreven sloot, voor 1053 gld, stelt dezelfde Jan Keijzer tot securiteit van 124 gld, als hij per resto schuldig is aan de minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Louwris Bies en Aaltje Bouwens speciaal een stuk weiland groot volgens de legger 5 geerzen 9 snees 7 roeden op kohier fol. 45 No. 8, en is hij schuldig aan Willem Zevenhuizen te Schoorldam 250 gld, rente 5 gld ten honderd, verbindende speciaal datzelfde stuk weiland 19.
        In Oudkarspel verkoopt in 1806 Jan Keizer aan Cornelis Diepsmeer een stuk weiland groot 7 geerzen 3 snees, belend ten zuiden Klaas Luit, ten noorden Pieter Hoogwater, voor 1320 gld 20.
        In 1773 testeren Jan Cornelisz Keijser en Aaltje Harks Houwdewindt, echte man en vrouw wonende te Koedijk, op elkaar; de langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen behoorlijk op te voeden, en voor het geval dat er geen kinderen zijn worden voorzieningen voor eventuele overlevende ouders getroffen 21.
    13. (<6) (>26, >27) Aaltje Harks HOUDEWIND, ged. (nederd. geref.) Schoorl 25 april 1751, impost op begr. Koedijk 27 mei 1805 (pro deo).
           Uit dit huwelijk:
      1. Cornelis Jansz KEIJZER, geb. 6 aug. 1773, ged. (nederd. geref.) Koedijk 8 april 1798, zie 6.
      2. Dieuwertje Jans KEIJSER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 nov. 1774, overl. ald. 25 nov. 1843, ondertr. (impost) ald. 21 april 1798 (impost ƒ 3 voor hem, zij onder de banne van Oudkarspel), ondertr. (impost) Zijpe 22 april 1798 (impost ƒ 3 voor haar, hij van Koedijk) Arien Pietersz HARTLAND, geb. 8 okt. 1771 (volgens het Registre civique van 1812, 'cultivateur'), ged. (nederd. geref.) Koedijk 13 okt. 1771, overl. ald. 29 jan. 1846, zn van Pieter Ariensz HARTLAND, landbouwer, schepen (1779-1781) 22 ald., volgens het Registre civique van 1812 geboren op 29 oktober 1729, 'cultivateur', en Trijntje Jans WILLIGRIJP.
          Op 31 maart 1846 wordt de nalatenschap aangegeven van Arie Hartland, overleden ab intestato te Koedijk op 29 januari 1846, door Aaltje Hartland, huisvrouw van, en in dezen geassisteerd door, Hendrik Schoonhoven, arbeider, wonende te Koedijk. Zijn enige erfgename is zijn dochter Aaltje Hartland. Tot de nalatenschap is geen vast goed behorende. 23
      3. Maartje KEIJSER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 4 mei 1777, impost op begr. ald. 4 mei 1777 (impost ƒ 3).
      4. Maartje KEIJZER, geb. Koedijk 26 mei 1787, ged. (nederd. geref.) ald. 3 juni 1787 (doopgetuige Antje Harksdr Houdewind, i.p.v. de vader die van de Menno-godsdienst is), dagloonster (bij huwelijk), tr. Warmenhuizen 24 jan. 1813 Jacob de GRAAF, geb. ald. ca. 1791, dagloner, zn van Jan de GRAAF en Neeltje ZWAKMAN.
      5. Hark KEIJZER, impost op begr. Koedijk 24 mei 1784 (impost ƒ 3).
    14. (<7) (>28, >29) Cornelis Jansz WILLEGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 2 april 1741, is in 1771 pachter van vier percelen land van Bartholomies Jansz Krook 24, overl. Koedijk 1 mei 1780, ondertr. ald. 3 febr. 1770, ondertr. (impost) ald. 3 febr. 1770 (impost samen ƒ 6), tr. Koedijk 18 febr. 1770
        In Koedijk verkoopt in 1769 Aaltje Ariaansdr weduwe van Cornelis Kooning aan Cornelis Jansz Wilgrijp een huis en erf in 't midden van Koedijk, belend ten zuiden Jan Ariensz Hartland, ten noorden Joost de Visser, voor ƒ 100 25.
    15. (<7) (>30, >31) Neeltje Jacobsdr de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 22 april 1770, impost op begr. Koedijk 24 jan. 1789 (impost ƒ 3), tr. 2° ald. 20 nov. 1785 Harmen KLAASZ.
        In Koedijk verkopen in 1789 Pieter Hartland, Jan Molenaar en Laurens Butter als voogden over de minderjarige kinderen van Geertje [zal moeten zijn: Neeltje] Jacobs de Vries aan Harmen Claasz een half huis en erf, belend ten zuiden Jan Hartland, ten noorden Cornelis Swaan, voor ƒ 237-10-0 26.
             Uit het eerste huwelijk:
        1. Jan Cornelisz WILLEGRIJP, ged. (nederd. geref.) Koedijk 18 nov. 1770, overl. Oterleek 27 aug. 1825, tr. Trijntje Klaasdr STROMER, Schoenmaker, overl. ald. 27 juni 1833, dr van Klaas STROMER en Lijsbeth RUIJTER, wed. van Pieter OOTJERS.
            Op 30 november 1829 erkent Trijntje Klaasdochter Stroomer, weduwe van Jan Willegrijp, wonende te Oterleek, verkocht te hebben aan Jacob Willegrijp, landman wonende te Koedijk, ten dezen de koop aannemende, drie vierde gedeelten in 4 akkers zaadland in Oudkarspel, te weten 2 akkers groot tezamen 87 roeden en 97 ellen [87 a 97 ca], aan de Zuidersloot, belend ten zuiden Willem Winter, ten noorden Pieter Rus, een akker genaamd Keizelenberg, groot 29 roeden 32 ellen [29 a 32 ca], aan de Onweersloot, belend ten zuiden het volgende perceel, ten noorden de weduwe van Hillebrand Lammerschaag, een akker genaamd Costerbon, groot 46 roeden 91 ellen [46 a 91 ca], mede aan de Onweersloot, belend ten zuiden dezelve sloot, ten noorden het laatst voorgaande perceel, waarvan het overige vierde de koper en zijn broers toebehoort, welke drie vierde gedeelten door wijlen Jan Willegrijp zijn aangekocht van Ariaantje Boldewijn weduwe van Klaas Willegrijp blijkens akte van koop van 25 september 1812 voor notaris Michiel Johan de Lange, waarvan volgens de gemeenschap van goederen de ene helft comparante toebehoort terwijl de wederhelft door haar geërfd is uit kracht van haar man's testament op 21 juni 1807 voor schepenen van Oterleek gepasseerd, waarbij hij haar tot zijn enige erfgenaam heeft gesteld en welk testament hij op 27 augustus 1825, zonder bloedverwanten in rechte lijn na te laten, met de dood heeft bekrachtigd. Deze koop is aangegaan voor 600 gld, ter gedeeltelijke voldoening waarvan verkoopster 200 gld heeft ontvangen, terwijl de comparanten zijn overeengekomen dat de overige 400 gld als kustingschuld ten behoeve van de verkoopster op het verkochte gevestigd zal blijven, tegen een rente van 5 percent in het jaar, en door de verkoopster ter voldoening gevorderd kan worden mits de koper tenminste 3 maanden tevoren gewaarschuwd wordt 27.
            Jan Cornelisz Willigrijp en Trijntje Stromers, echteluiden, komen op 25 mei 1800 in Oterleek met attestie van Oudorp
        2. Jacob WILLEGRIJP, ged. (nederd. geref.) Koedijk 4 okt. 1772, overl. Noord-Scharwoude 27 april 1807 (volgens opgave bij het huwelijk van zijn dochter Neeltje), ondertr. (impost) Koedijk 2 jan. 1801 (impost ƒ 6, zij weduwe van Noord-Scharwoude), ondertr. (impost) Noord-Scharwoude 3 jan. 1801 (impost ƒ 6 voor haar) Antje Dirks LANDMEETER, geb. ald. ca. 1759 (bij aangifte van haar overlijden wordt haar leeftijd vermeld als 63 jaar), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 5 mei 1782, overl. Noord-Scharwoude 23 juni 1823, dr van Dirk Cornelisz LANDMEETER en Grietje LEEUWEN, wed. van Pieter KALVERDIJK.
            In Oudkarspel verklaren in 1798 Aaltje Bouwens weduwe van Louris Bies, Pieter IJfs en Cornelis Rus alsmede Jan Keijzer en Jacob Sijmonsz Blaauw als gezamenlijke geordonneerde voogden over de minderjarige kinderen van wijlen dezelve Louris Bies ten noorden Koedijk in deze banne gewoond hebbende, in publieke veiling verkocht te hebben o.a. aan Jacob Willigrijp een akker zaadland aan de Onweersloot genaamd Costerban, belend ten zuiden dezelve sloot, ten noorden de koper, groot in verponding 16 snees, voor ƒ 372, en een akker zaadland aan de Onweersloot genaamd Keijzelenberg, groot 10 snees, belend ten zuiden Cornelis Duijn, ten noorden Pieter Diepsmeer, voor ƒ 206 28.
            In Noord-Scharwoude verkoopt in 1802 Jacob Willigrijp aan Pieter Art 2 akkertjes bouwland in de Polder naast elkaar, belend ten noorden de gemene vaart, ten zuiden Jacob Bruyn, groot tezamen 15 snezen voor 10 gld in gereed aangeteld geld 29.
            In Oudkarspel verkoopt in 1809 Antje Lantmeter, weduwe van Jacob Willegrijp, wonende te Noord-Scharwoude, aan Ariantje Boudewijn weduwe van Klaas Willegrijp, wonende te Koedijk, de helft in een akker zaadland groot tezamen 30 snees, aan de Snijdersloot, belend ten zuiden Louris Bies, ten noorden Pieter Rus, alsmede een akker zaadland aan de Onweersloot genaamd Keizelenberg, groot 10 snees, belend ten zuiden Cornelis Duin, ten noorden Pieter Diepsmeer, en eindelijk een akker zaadland groot 16 snees gelegen als voren genaamd 't Costerbon, belend ten zuiden dezelve sloot, ten westen het vorige perceel, voor 500 gld, volgens het permissiebiljet tot toeeigening des boedels van Jacob Willegrijp afgegeven op 26 januari 1809 vallend „in de bepaalde uitzondering” 30.
            In 1824 verkopen de nagelaten kinderen van Antje Landmeter overleden op 23 juni 1823, namelijk Dirk, Jan en Cornelis Kalverdijk verwekt met haar eerste man Pieter Kalverdijk, en Meeltje Willegrijp huisvrouw van Jacob Ruiter landbouwert te Noord-Scharwoude en door hem geassisteerd en geauthoriseerd, verwekt met haar tweede man Jacob Willegrijp, aan Pieter Bouwens landbouwer te Zuid-Scharwoude een akker zaadland in Zuid-Scharwoude, groot omtrent 14 roeden 65 ellen, belend ten noorden Pieter de Graaf, ten zuiden de Vaartsloot, voor 60 gld 31.
        3. Klaas Cornelisz WILLEGRIJP, ged. (nederd. geref.) Koedijk 23 okt. 1774, overl. 28 mei 1807, tr. Ariaantje Jacobsdr BOLDEWIJN, geb. ca. 1774, overl. ald. 26 aug. 1841, dr van Jacob Jansz BOLDEWIJN en Belijtje Jacobs HENSBROEK.
            Voor de benoeming van voogden over Cornelis 8 jaar, Jacob 7 jaar en Klaasje 5 jaar, kinderen van wijlen Klaas Willegrijp overleden op 28 mei 1807, wordt op verzoek van de moeder Ariaantje Boldewijn in 1812 een familieraad bijeengeroepen bestaande uit Jan Willegrijp boer in Heer Huigenwaard, broer van de overledene, Cornelis Keizer in huwelijk hebbende Neeltje Willegrijp zuster van de overledene, dagloner te Koedijk, Hendrik Butter bouwman te Koedijk neef van de kinderen van vaderszijde, Jan Nirop dagloner te Koedijk in huwelijk hebbende Guurtje Boldewijn zuster van de moeder, Fredrik Sluis boer te Koedijk in huwelijk hebbende Grietje Boldewijn zuster van de moeder, en Hendrik Lol boer in Heer Huigenwaard, neef 32.
        4. Maartje WILLEGRIJP, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk/Groet 5 okt. 1778/11 jan. 1807, doet belijdenis (nederd. geref.) Schoorl 8 jan. 1807 (als Maartje Wilgrijp, uit de Mennoniete gemeente tot ons gekomen en op 11 januari 1807 te Groet gedoopt), boerendienstmaagd (bij huwelijk), overl. Velsen 15 okt. 1837, tr. ald. 28 okt. 1822 Cornelis ZUIJEN, geb. Wijk aan Zee 1774, bouwman, landbouwer, overl. Velsen (op Watervliet) 18 febr. 1859, zn van Klaas ZUIJEN en Ariaantje Cornelis de JONG.
            In 1822 verklaren ten verzoeke van Maartje Willegrijp wonende te Velsen, voornemens een huwelijk aan te gaan met Cornelis Zuien landbouwer te Velsen, 7 personen uit Koedijk zeer wel te kennen Maartje Willegrijp dochter van wijlen Cornelis Willegrijp en wijlen Neeltje de Vries, en dat hun zeer wel voor staat dat zij op 5 oktober 1778 is geboren in Koedijk, dat zij tot de doopsgezinde gemeente behoorde en op haar 21e te Schoorl gedoopt is 33.
            Ten verzoeke van Cornelis Zuyen, bouwman wonende onder Velsen, verklaren op 13 september 1822 Jan Hogeduyn, visventer, Jan Kryne Kors, zonder beroep, Carel van der Waerdt, arbeider, Albert Nagel, zeilemaker, Jan Danielsz Schoon, nachtwacht, Jan van der Meij, omroeper, en Pieter van Rosse, arbeider, allen te Wijk aan Zee, dat Cornelis Zuyen een zoon is van wijlen Klaas Zuyen en Ariaantje de Jong, indertijd echtelieden te Wijk aan Zee, en hij, Cornelis, geboren is in 1774 34.
        5. Neeltje Cornelis WILLEGRIJP, geb./ged. (nederd. geref.) Koedijk 27 nov. 1779/24 juni 1804, zie 7.


      Generatie V (<IV, >VI)

      16. (<8) (>32) Siebrand de VRIES, geb. ca. 1711, impost op begr. Beverwijk 1 nov. 1763 (pro deo), ondertr. Amsterdam 11 mei 1742, ondertr. (impost) ald. 9 mei 1742 (impost ƒ 3 voor haar), ondertr. (impost) Beverwijk 4 mei 1742 (impost ƒ 3 voor hem), attestatie om te trouwen ald. 26 mei 1742 (zij wonende te Amsterdam, attestatie naar Amsterdam)
          In Beverwijk verkoopt in 1739 Hendrik Claasz, veerschipper van hier op Amsterdam, aan Siebrandt Voeckes mede wonende alhier een boeierschuit met deszelfs zeil, touwwerken, ankers, staande en lopend want en verdere bijzijnde gereedschappen, zo hetzelve reilt en zeilt, liggende tegenwoordig in de haven dezer stede, voor 193 gld 35
          In Beverwijk verkoopt in 1740 Agge Roskam Kool, koopman alhier, aan Siebrand de Vries wonende alhier een huis, erf en kaai op de Meerstraat, strekkende tot aan 't Maartenhoek, belend ten zuidwesten de azijnschuur van de verkoper, ten noordoosten de uitgang van de herberg de Prins, voor 340 gld 36.
          In 1740 37 verklaart te Beverwijk Sijbrant Fockes, wonende alhier, schuldig te wezen aan Theodorus van Hollandt, meester timmerman, ƒ 250 à 4 procent in 't jaar, met Gerrit Fockes en Jan Wijngaart tot borgen; geroyeerd op 5 juni 1743, als op 28 maart 1743 ten volle voldaan. Op 1 augustus 1753 wordt in Beverwijk Job van Egmont aangesteld om, naast vier anderen waaronder Sybrand de Vries, de groente van hier op de stad Amsterdam te mogen varen; in 1755 wordt Siebrand de Vries en in 1768 zijn weduwe vermeld als beurtschipper op Amsterdam 38.
          Ondertrouw Amsterdam 11 mei 1742: Sijbrand de Vries van de Sandvoort, oud 31 jaar, woond in de Beverwijk, geasst. met zijn vader Voeke de Vries, en Trijntje Jans van der Ende van de Beverwijk, oud 31 jaar, in de Lendest., ouders doot, geasst. met Cornelis Decker.
      17. (<8) (>34, >35) Trijntje Jans van den ENDE, geb. ca. 1711, impost op begr. Beverwijk 23 jan. 1768, begr. ald. 23 jan. 1768 (onder de classis van 6 gld: 1:16:-, grote klok 1/2 uur 5:-:-).
             Uit dit huwelijk:
        1. Gerrit de VRIES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 nov. 1743, impost op begr. ald. 14 okt. 1760 (impost ƒ 3).
        2. Jan de VRIES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 febr. 1745, zie 8.
        3. Arie de VRIES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 maart 1748, impost op begr. ald. 29 dec. 1773 (impost ƒ 6, aangifte door Gijsbert Krak van zijn schoonzoon), begr. ald. 29 dec. 1773 (onder de classis van 6 gld: 1:16:-, grote klok 1/2 uur 5:-:-), tr. Beverwijk 23 okt. 1768 Gerritje KRAK, ged. (nederd. geref.) ald. 8 maart 1750, impost op begr. ald. 23 mei 1799 (impost ƒ 3), dr van Gijsbert KRAK, kastelein (in de Zwaan), en Trijntje KNAP, die hertr. met Thomas de WOLF.
            In Uitgeest verkoopt in 1772 Johannes Rollerus, als last en procuratie hebbende van zijn vader Melgior Rollerus, aan Teunis van Steenis en Arie de Vries wonende in de Beverwijk, een stuk land in de polder van de Broek, genaamd de Zieriksven, groot 3033 roeden, voor 800 gld, en (verkoper nu ook met procuratie van Cornelis Schaap) 2 stukken land in de polder van de Broek, genaamd de Groote Koog, groot 2159 roeden, voor 600 gld 39.
            In Beverwijk testeren op 18 februari 1779 Thomas de Wolff, mr timmerman en molenaar, en Grietje Krack, zij ziek te bedde. De testateur benoemd tot enige erfgenaam zijn huisvrouw, en de kinderen in de legitieme portie. De testatrice benoemt tot haar enige erfgenaam haar voorkind genaamd Siebrand de Vries, oud 8 jaren, in eerder huwelijk verwekt bij Arie de Vries, en haar man en kinderen uit hun huwelijk in de volle filiale portie, noemende als voogden over de moederlijke goederen van de genoemde minderjarige Gijsbert Krak, haar vader, en Jan de Vries, oom paternel. Thomas de Wolff verklaart zijn moeder, Johanna Thomas, weduwe van Geerloff fe Wolff, te institueren in de blote legitieme portie, de testatrice evenzo haar ouders bij vooroverlijden van haar zoon. 40
      18. (<9) (>36, >37) Theunis Jansz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 okt. 1707, vleeshouwer, schepen van Beverwijk, schepen van Beverwijk, impost op begr. ald. 23 mei 1765 (impost ƒ 30), ondertr. (impost) ald. 11 sept. 1731 (impost ƒ 3 voor hem, zij pro deo), tr. Beverwijk 30 sept. 1731
          In Wijk aan Duin verkoopt in 1734 Poulus Akersloot, hoofdofficier en raad van Haarlem, rentmeester der stad Haarlem, aan Teunis Schaap wonende te Beverwijk een stuk geestland genaamd de Groote Croft, groot 4 morgen 112 roeden, belend ten oosten de Houtweg, ten zuiden Baltus Boekholt, ten westen de Kuijkensweg, ten noorden Jan Dominicus, laatst in huur gebruikt door Pieter Claasz Scavemaker, doende in de verponding ƒ 19-9-4, voor ƒ 370, te betalen de helft gereed en de wederhelft op mei 1735, waarvoor een schuldbekentenis 41.
          In Beverwijk verkoopt in 1737 Cornelis Jansz Coeleveld aan Teunis Jansz Schaap mede wonende aldaar een huis en erf aan de Agterweg, belend ten noordoosten Cornelis Flipsz Crygsman en Acht Hendrik van Halmaal, ten zuidwesten [leeg] en Carel Evertsz Verhagen, voor 525 gld 42.
          In Beverwijk verkoopt in 1740 Agge Roscam Kool, koopman alhier, aan Teunis Jansz Schaap een schuur met erf en kaai op de Meerstraat, strekkende tot het erf van Jan Bont, belend ten noordoosten Jan de Harder, ten zuidwesten het Brandsteegje, genaamd het Swaansnest, voor 150 gld 43.
          In Wijk aan Duin verkoopt in 1744 Mejuffr. Lieta Rooseboom, weduwe van Jan Jansz Verbint, wonende te Alkmaar, aan Teunis Jansz Schaap wonende te Beverwijk een stuk land genaamd de Koogeten[?], groot in 't geheel 1320 roeden, belend ten zuiden, westen en noorden de Schouwwetering, ten oosten kerkland genaamd de Ranken, belast met een notweg, in de verponding doende ƒ 10-10-4, voor ƒ 305, en verkopen in 1747 de executeurs van wijlen Carlos Antonie Cocq aan Teunis Schaap wonende te Beverwijk 3 stukken weiland, bij elkaar gelegen, nu binnenbedijkte landen, strekkende van de St. Aagtendijk oost achter aan de Kil, groot 9 morgen 110 roeden, belend ten westen de St. Aagtendijk, tern zuiden Joffr. Vollenhoven, ten noorden Claes Jacobsz van Dort[?], ten oosten de voorschreven kil, voor ƒ 695 44.
          In Beverwijk verkoopt in 1746 Joannes van der Clock, koperslager te Beverwijk, aan Teunis Schaap mede wonende alhier een huis en een schuurtje in de Breestraat, strekkende tot achter aan het Agterwegje, belend ten zuiden Jan Damen, ten noorden Doris van Holland, voo ƒ 1200 45.
          In 1752 verkoopt te Wijk aan Duin Teunis Schaap, vleeshouwer te Beverwijk, een stuk land, genaamd de Hooge Ven, groot 1320 roeden, belend ten zuiden en noorden de Schouwweteringe, ten oosten het land genaamd Rahuyssyntie[?] voor 350 gulden 46.
          In Wijk op Zee en Duin wordt in 1757 als Hondsbos morgengeld ontvangen van Theunis Schaap ƒ 38.7.4 voor 42 morgen 507 roeden 47.
          Op 26 februari 1735 testeren Theunis Jansz Schaap en Lijsbet Lourens Zalm, op elkaar 48.
      19. (<9) (>38, >39) Elisabeth SALM, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 okt. 1707 (doopgetuige Neeltje Jacobs de Groot), impost op begr. ald. 20 april 1767 (impost 30 gld), begr. ald. 20 april 1767 (onder de classis van 30 gld: 2:2:-, grote klok 1 uur 9:-:-).
             Uit dit huwelijk:
        1. Jan Teunisz SCHAAP, geb. Beverwijk 16 dec. 1731, ged. (nederd. geref.) ald. 18 dec. 1731 (doopgetuige Guurtje Schaap), doet belijdenis ald. 20 mei 1754, schepen van Beverwijk, overl. ald. 13 juli 1808 (voor de successie: 77 jaar, gehuwd, 1 kind), begr. ald. 15 juli 1808, ondertr. (impost) 1° Beverwijk 27 dec. 1752 (impost voor beiden ƒ 60), tr. ald. 12 jan. 1753 Anna Jansdr BARREVELT, ged. (nederd. geref.) ald. 25 febr. 1731, impost op begr. Beverwijk 22 aug. 1769 (impost ƒ 6), dr van Jan BARREVELD, burgemeester van Beverwijk, en Anna van COEVENHOVEN, ondertr. 2° Beverwijk 18 maart 1770 (betoog gegeven om in Oegstgeest te trouwen), tr. Oegstgeest 18 maart 1770 (ondertr. Oegstgeest 1 maart 1770; impost 15.0.0) Maria van KONIJNENBERG, ged. (nederd. geref.) ald. 19 nov. 1741, overl. Beverwijk 25 juli 1815 (voor de successie: weduwe van J. Schaap, 75 jaar), dr van Cornelis van KONIJNENBERG en Adriana HOOGENDOORN.
            In Wijk aan Duin verkoopt in 1785 Jan Schaap Teunisz wonende in de stede Beverwijk aan de heer Jan George Matthes wonende te Amsterdam een vinkehuis met en stukje land en het houtgewas daarop staande, staande en gelegen op het land genaamd het Noorderwijk toebehorende de verkoper (met uitvoerige beschrijving van de ligging van het verkochte), onder conditie dat de eigenaar van het vinkehuis ten allen tijde de vrijheid zal hebben om te voet of met rijtuig over het land te mogen gaan of rijden van de verkoper naar de vinkebaan, en verder verbindt de verkoper zich, ook voor een rechtverkrijgende, om zijn land dat om gemelde vinkebaan gelegen is nooit met enig houtgewas of iets hetwelk tot enig nadeel van dezelve mocht zijn te beplanten, daartegen zal de koper gebonden zijn aan de verkoper jaarlijks tot recognitie te betlen 5 gld waarvoor de verkoper zich verbindt om het voorgemelde perceel van alle lasten vrij te houden, en verder heeft de koper de vrijheid om zijn stukje land waar de vinkebaan op staat op zijn kosten af te zetten met een houten schutting of schering naar zijn goeddunken, voor een somme van 200 gld 49.
            In 1758 testeren Jan Schaap en Anna Barreveld, op de langstlevende 50.
        2. Lourens SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 dec. 1733 (doopgetuige Trijntje Zalm), bode te Velsen 5 sept. 1762, overl. ald. 9 sept. 1767, impost op begr. ald. 11 sept. 1767 (impost ƒ 15), ondertr. Krommenie 3 okt. 1761, ondertr. (impost) ald. 2 okt. 1761 (impost ƒ 30 voor haar), tr. ald. 2 okt. 1761 Aagje Jansdr KABEL, ged. Krommenie 30 jan. 1737, impost op begr. ald. 3 dec. 1798 (impost ƒ 30), dr van Jan Poulusz KABEL, schoolmeester en voorzanger ald., en Aaltje Jans GROOTSANT.
        3. Trijntje Teunis SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 19 juni 1735 (doopgetuige Heyltje Zalm), impost op begr. Krommenie 29 sept. 1772 (impost ƒ 6, begr. in de kerk ƒ 4), ondertr. Beverwijk 21 nov. 1756, ondertr. (impost) Krommenie 5 nov. 1756 (impost ƒ 30; kerk), tr. ald. Jacob Jansz de ROO, ged. (nederd. geref.) ald. 28 aug. 1735, impost op begr. Krommenie 21 april 1791 (pro deo), zn van Jan Jacobsz de ROO, rolreder, en Jannetje DIRKS, die hertr. met Lijsbeth Gerrits WESTERVELD.
            In Krommenie op 7 oktober 1772 worden tot voogden over de 3 minderjarige kinderen van Jacob de Roo geteeld bij wijlen Trijntje Schaap aangesteld Jan Schaap en Bartel van der Noort, oom en behuwdoom der kinderen, beiden in de Beverwijk, in relatie tot het moederlijke erfdeel der kinderen, en bewijst Jacob de Roo zijn 3 minderjarige kinderen Dirk de Roo, oud 3, Teunis de Roo, 12, en Jan de Roo, 9 jaar oud, ten overstaan van de aangestelde voogden, hun moederlijk erfdeel, nl. elk ƒ 400, voor de rente waarvan de vader gehouden zal zijn de kinderen op te brengen tot hun mondige dagen (op 31 oktober 1772 uitgezet à 3 per cento). Op 6 oktober 1784 bekent Dirk Jacobsz de Roo zijn moederlijk erfdeel ontvangen te hebben, op 2 november 1785 doet Teunis Jacobse de Roo dit, en op 7 januari 1787 Jan Jacobse de Roo 51
        4. Willem SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 7 april 1737 (doopgetuige Guurtje Schaap), impost op begr. ald. 11 juli 1743 (impost ƒ 3).
        5. Neeltje SCHAAP, ged. Beverwijk 19 juli 1739, zie 9.
        6. Susanna SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 juni 1741 (doopgetuige Heyltje Salm), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 29 mei 1760, impost op begr. ald. 3 okt. 1776 (impost ƒ 6), begr. Beverwijk 30 nov. 1776 (onder de classis van 6 gld: 1:16:-, grote klok 1 uur 9:-:-), tr. ald. 26 april 1767 Bartel van den NOORT.
        7. Cornelis SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 mei 1743 (doopgetuige Maria Hartsinck), impost op begr. ald. 10 april 1766 (impost ƒ 30).
        8. Jacob SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 mei 1743 (doopgetuige Maria Hartsinck), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 26 mei 1766, impost op begr. ald. 27 sept. 1768 (impost 2 keer ƒ 6, ongehuwd, aangever zijn broer Jan Schaap), begr. Beverwijk 27 sept. 1768 (onder de classis van 3 gld: 2:2:-, grote klok 1 uur 9:-:-; dit niet betaald).
        9. Sieuwtje SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 10 juli 1746 (doopgetuige Maria Hartsinck), impost op begr. ald. 29 sept. 1778 (impost ƒ 3), begr. ald. 29 sept. 1778 (onder de classis van 3 gld: 1:16:-, het graf schoongemaakt 3:-:-, grote klok 1 uur 9:-:-), tr. Beverwijk 19 juli 1772 Jan SMALBROEK, zn van Hendrik SMALBRAAK en Magteld.
            In Beverwijk testeren op 3 april 1778 Jan Smalbraak en Ziewtje Schaap, wonende op de Meerstraat, zij ziek te bedde, op de langstlevende, eventueel aan zijn moeder Magteld Sch...[?], weduwe van Hendrik Smalbraak, de legitieme portie 52.
      20. (<10) (>40, >41) Hendrick Jacobsz de MUNCK, geb. Beverwijk ca. 1700, ged. (r.-k. ('mennonist, 24')) ald. 2 mei 1725, tuinman ald., impost op begr. Beverwijk 29 mei 1752 (pro deo), ondertr. (schepenbank) ald. 20 april 1725, attestatie om te trouwen ald. 6 mei 1725, tr. (schepenbank)/tr. kerkel. (r.-k.) Haarlem 8 mei 1725
          In Beverwijk verkoopt in 1726 IJff Cornelisz Knap alhier aan Hendrick Jacobsz de Munck wonende alhier een huis en erf bestaande uit 2 woninkjes staande aan het Eijlant of anders op 't Weghje, strekkende van 't voorschreven Weghje tot achter tegen de erven van Dirck Borte, Rijck Pas en Hendrick Davitsz Krack, belend ten oosten Rijck Pas, ten westen de voornoemde Krack, voor ƒ 120, te betalen ƒ 30 gereed en voorts ƒ 30 's jaars op meidagen, 3 termijnen 53.
          In Beverwijk verkoopt in 1737 Hendrik Jacobsz de Munk, tuinman alhier, aan Jan Bastiaansz, mede wonende alhier, een huisje en erf aan het Eiland, of anders 't Wegje, zijnde ten noordwesten het huisje en erf van de verkoper staande, zijnde de helft van 2 woningen, strekkende tot achter tegen de erven van Dirk Borte, Gerret Ryke en Hendrik Davitsz Krak, belend ten oosten de koper, ten westen de voorschreven Hendrik Krak, voor 70 gld 54.
      21. (<10) (>42, >43) Ariaantje Bancras HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 25 juli 1702 (doopgetuige Pieter Pieterse), impost op begr. Beverwijk 28 okt. 1762.
             Uit dit huwelijk:
        1. Aaghje de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 juni 1726 (doopgetuige Maartie Bankras).
        2. Jannitie de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 27 jan. 1728 (doopgetuige Maartie Bankers), impost op begr. ald. 22 jan. 1732.
        3. Grietje Hendriks de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 10 dec. 1730 (doopgetuigen Pieter Bankrasse en Griete Bankrasse), impost op begr. ald. 7 okt. 1761 (pro deo), ondertr. (schepenbank) ald. 15 sept. 1752, ondertr. (impost) Beverwijk 15 sept. 1752 (beiden pro deo, getuige Ariaantje Bancras), tr. ald. 1 okt. 1752 Jan Cornelisz de WIT.
            In 1763 55 verklaart Jan de Wit, wednuwnaar van Grietje Henriks Munk, geassisteerd met Jacob de Munk als naaste bloedvrind van zijn overleden vrouw, geen goederen te hebben om zijn kinderen Trijntje en Aagje te bewijzen.
        4. Jacob Hendriksz de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 12 febr. 1733 (doopgetuige Jacob Jacobse), impost op begr. ald. 15 april 1791, begr. ald. 15 april 1791 (classis pro deo 1:4:-, de buren geluid), ondertr. (impost) 1° Beverwijk 20 aug. 1751 (beiden pro deo), tr. (schepenbank) ald. 5 sept. 1751 Hendrina van KOTEN, impost op begr. ald. 22 okt. 1760, ondertr. 2° (schepenbank) Beverwijk 18 juli 1761, tr. ald. 2 aug. 1761 (hij weduwnaar van Hendrina van Koten, wonende alhier, zij weduwe van Jacop Jansz Kuijp, wonende te Wijk op Zee, beiden met RK betoog) Aaltje Ariens KEUNING, ged. (r.-k.) Wijk aan Zee 27 dec. 1734, impost op begr. Beverwijk 13 dec. 1786, begr. ald. 13 dec. 1786 (classis pro deo 1:4:-, de buren geluid), dr van Arie JOPPEN en Baafie KRIJNEN, wed. van Jacob Jansz KUIJP.
            Jacob de Munck verkoopt op 5 april 1785 aan Reijn van Putten voor 385 gld zijn huis met erf aan de peperstraat, door hem aangekocht op 6 februari 1773.
            Op 4 december 1786 werd het mutueel testament gemaakt van Jacob de Munnik en Aaltje Arends Koning, echtelieden in de Peperstraat te Beverwijk, zij ziek te bedde liggend.
        5. Bankras de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 18 mei 1736 (doopgetuigen Crelis Bankrasse en Huijgje Evers).
        6. Jannetje Hendricks de MUNCK, ged. (r.-k.) Beverwijk 19 nov. 1740 (doopgetuige Maartie Pankras), impost op begr. ald. 1 febr. 1743 (pro deo).
        7. Aaghje de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 22 juli 1742 (doopgetuige Maartie Claas), impost op begr. ald. 15 okt. 1763.
        8. Jan de MUNK, ged. (r.-k.) Beverwijk 6 okt. 1743, zie 10.
        9. Thomas Hendriksz de MUNCK, ged. (r.-k.) Beverwijk 5 febr. 1746 (doopgetuige Marijtje Bankras), ondertr. (schepenbank) ald. 8 juni 1770 (zij geboortig van Bloemendaal), ondertr. (impost) ald. 8 juni 1770 (beiden pro deo), tr. Beverwijk 24 juni 1770 Maria BIJVOET, geb. Bloemendaal 19 sept. 1737, overl. Beverwijk 28 okt. 1807, begr. ald. 29 okt. 1807 (Mietje Pieters Bijvoet, voor het opmaken van een graf 1:4:-), dr van Lammert BIJVOET en Agatha van BEMMEL.
      22. (<11) (>44, >45) Abraham Baltensz van JESSEN, begr. Bennebroek 21 nov. 1755, tr. 1° (schepenbank)/tr. kerkel. (r.-k.) ald./Berkenrode 4/20 jan. 1699 Lysbeth Cornelis BOXELAER, overl. vóór 1731, tr. 2° (schepenbank) Bennebroek 28 jan. 1731 Jannetje NIJSEN, overl. vóór 1741, wed. van Maarten van EEDEN, van Brussel, tr. 3° (schepenbank)/tr. kerkel. (r.-k.) Bennebroek/Heemstede 4 juni 1741
             Uit het eerste huwelijk:
        1. Balthasar van JESSEN, geb. Bennebroek, ged. (r.-k.) Berkenrode 2 april 1699.
        2. Cornelius van JESSEN, ged. (r.-k.) Berkenrode 5 sept. 1700.
        3. Balten Abrahamse van JESSEN, ged. (r.-k.) Bloemendaal 20 dec. 1707, tr. (schepenbank)/tr. kerkel. (r.-k.) Bennebroek/Berkenrode 23 juni 1726 Marijtje CORNELIS.
      23. (<11) (>46, >47) Elisabet Cornelisse WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 2 aug. 1713, begr. Bennebroek 8 juli 1749.
             Uit dit huwelijk:
        1. Balten van JESSEN, geb. Bennebroek, ged. (r.-k.) Berkenrode april 1742.
        2. Cornelis van JESSEN, geb. Bennebroek, ged. (r.-k.) Berkenrode 2 okt. 1743, tr. 1° Heemstede 30 april 1769 Helena MEESTERMAN, dr van Dirk MEESTERMAN en Aaltje HENDRIKX, tr. 2° Cornelia TEUNISSE, dr van Johannes TEUNISZ.
            Op 23 februari 1777 is er te Heemstede boedelscheiding tussen Gijsbert Meesterman, Cornelis van Jessen in huwelijk hebbende Helena Meesterman en Pieter Jans Maris in huwelijk hebbende Grietje Steeman, kinderen en erfgenamen van Aaltje Hendrikx, eerst weduwe van Dirk Munsterman en later weduwe van Jan Steeman 56.
            Op 27 juni 1791 testeren te Heemstede 57 Cornelis van Jessen en Cornelia Teunisse, op elkaar; hij is ziek.
        3. Kornelia van JESSEN, geb. Bennebroek, ged. (r.-k.) Berkenrode 24 sept. 1744.
        4. Johanna van JESSEN, geb. Bennebroek, ged. (r.-k.) Berkenrode 24 jan. 1746, zie 11.
      24. (<12) (>48, >49) Cornelis Jansz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 2 okt. 1740, op 9 januari 1750 gekozen tot diaken van de mennonistische gemeente van Langedijk en omgeving, impost op begr. Koedijk 27 mei 1762 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 26 maart 1741 (impost ƒ 3 voor haar)
          In Broek op Langedijk verkoopt in 1750 Aarjen Kaas aan Kornelis Jansz Keijser zaadland genaamd de helft van de Biene, groot 7 snees 10½ roe, belend ten oosten de weduwe van Dirk Duijn, ten westen Jan en Grietje de Waal, voor ƒ 203:3:8, verkopen in 1752 de erfgenamen van Pieter Jansz Bijl aan Cornelis Jansz Keijser een akker zaadland in 't Wout, groot 1 gars 6 snees 2 roeden, belend ten noorden Cornelis Gluur, ten zuiden de weduwe van Cornelis Wagenaar, voor ƒ 343:18:0, verkoopt in 1754 Cornelis Jansz Keijser aan Cornelis Dirksz Keijser een akker zaadland genaamd het Venendje, groot 4 snees 15 roeden, belend ten oosten de weduwe van Dirk Jansz Keijser, ten westen de kinderen van Zeger Kostelijk, voor 100 gld, verkoopt in 1759 Cornelis Jansz Keijser wonende te Koedijk aan Pieter Ellen een akker zaadland in 't Wout, groot 18 snees 2 roeden, belend ten noorden de weduwe van Dirk Jansz Keijser, ten zuiden de weduwe van Cornelis Wagenaer, voor 325 gld 10 st, en verkopen in 1765 Kornelis Backer wonende te Oude Niedorp voor de ene helft, en de erven Pieter Pietersz Rus en de erven Kornelis Jansz Keijser tezamen voor de wederhelft, aan Pieter Ellen een stukje weiland voor de huizen aan 't Grafje, groot 2 geerzen 6 snees, belend ten noorden Simon Slot, ten zuiden de erven Pieter Boogert, voor 187 gld 10 st 58.
          In Koedijk worden in 1767, ten verzoeke van Maartje Laurens Rus voornemens te hertrouwen, over Jan Keijser, oud 15 jaar, minderjarige nagelaten zoon van Cornelis Keijser in huwelijk verwekt bij Maartje Laurens Rus, tot voogden aangesteld Pieter Laurens Rus en Cornelis Rus de Jonge, beiden wonende alhier, om met haar en haar meerderjarige dochter Dieuwertje Keijser de gemene boedel te verdelen van wijlen Cornelis Keijser en Maartje Laurens Rus. Aan de voornoemde Jan Keijser is bij scheiding op 3 april 1767, voor ondergetekende secretaris [Bootsman] als notaris te Alkmaar gepasseerd en op 4 april 1767 door weesmeesters geapprobeerd, in voldoening van zijn vaders erfdeel toebedeeld: (1) een stuk land onder Oudkarspel, groot ruim 9 geerzen, genaamd de Margriets Hoogeweyd, belend ten westen Dirk Jansz Dirkemaat, ten noorden de Saskersloot, (2) een akker zaadland onder Broek op Langedijk, groot ruim 7 snees, belend ten zuiden Oloff Cornelisz, ten oosten de Oosterdijk, (3) een bed met zijn toebehoren zoals hij Jan Keijser hetzelve ten huize van zijn moeder gebruikt en beslaapt 59
          In Broek op Langedijk hebben in 1770 de weesmeesters aangesteld Pieter Ellen en Cornelis Keijser, beiden wonende alhier, tot voogden over het minderjarige kind van Cornelis Jansz Keijzer overleden te Koedijk. De voogden brengen in een akker zaadland genaamd Boogertendt, belend ten oosten de erven van Cornelis Bakker annex, nog 231 gld 11 st contante penningen berustende onder Cornelis Keijser. Op 6 maart 1774 verklaart het weeskind Jan Cornelisz Keijser zich voldaan en bedankt hij de voogden. 60
      25. (<12) (>50, >51) Maartje Louris RUS, ged. (mennon.) Langedijk 2 okt. 1740, impost op begr. Koedijk 13 nov. 1779 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) 2° ald. 21 maart 1767 (impost ƒ 6), tr. ald. 5 april 1767 Sijmon Cornelisz GRAAFFSANT, alias Schuytemaker.
          In 1767 maken Sijmon Cornelisz Graafsant, weduwnaar, en Maartje Laurens Rus, weduwe van Cornelis Keijser, wonende te Koedijk, huwelijkse voorwaarden waarin bepaald wordt dat er geen gemeenschap van goederen zal zijn en dat van de wederzijdse inbreng een inventaris opgemaakt zal worden, en schiften en delen Maartje Lourens Rus weduwe van, en in gemeenschap van goederen getrouwd geweest met, wijlen Cornelis Keijzer, zijnde thans de bruid van Sijmon Cornelis Graafsand, ten deze met haar bruidegom geassisteerd, ter eenre, en Dieuwertje Cornelis Keijzer meerderjarige dochter van voornoemde Cornelis Keijser, thans de bruid van Cornelis Claasz Pover, ook met haar bruidegom geassisteerd, en Pieter Laurensz Rus en Cornelis Rus de Jonge als door de weesmeesters van Koedijk aangestelde voogden over de minderjarige nagelaten zoon van voornoemde Cornelis Keijser genaamd Jan Keijser, bij de comparante ter eenre in huwelijk geprocreëerd, ter andere zijde, waarbij o.a. aan de weduwe toegewezen wordt een huis en erf aan 't noordeinde van Koedijk, belend ten noorden Jacob Volkerts, ten zuiden Pieter Laurens Rus 61.
               Uit het eerste huwelijk:
          1. Jan Cornelisz KEIJZER, geb. ca. 1751, ged. (mennon.) Langedijk 20 maart 1774, zie 12.
          2. Dieuwertje Cornelisdr KEIJSER, impost op begr. Koedijk 7 nov. 1767 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 21 maart 1767 (impost samen ƒ 6), tr. ald. 5 april 1767 Cornelis Klaasz POVER, impost op begr. Koedijk 20 jan. 1805 (impost ƒ 3), verm. zn van Klaas Jansz POVER en Trijntje Jans BUTTER, die hertr. met Neeltje Pieters IJFS.
        26. (<13) (>52, >53) Hark Ariensz HOUDEWIND, schepen (verschillende keren in de periode 1751-1773) van Schoorl, impost op begr. ald. 26 nov. 1777 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) Koedijk 14 maart 1744 (impost ƒ 3 voor haar)
            In het lidmatenboek van Schoorl, onder Bregtdorp en Catrijp: op 25 februari 1745 Hark Arijense Houdewind met attestatie van Groet. Op 30 april 1747 is Hark Houdewind diaken. In 1754 zijn Hark Houdewind en Divertje Ariensd lidmaat te Bregtdorp.
            In Schoorl verkoopt in 1754 de gemachtigde van Mr Gerardus Bernardus Heijmenbergh wonende binnen Alkmaar aan Hark Houdewint wonende alhier een akker geestland te Aagtdorp, groot 53 roeden, belend ten zuiden de erve Pieter Kraak, ten westen de Heereweg, voor 1½ st iedere roede, dus 3 gld 16 st 8 penn, en verkoopt in 1766 bij mangeling aan Hendrik Dalenberg mede wonende alhier een akker geestland, groot 125 roeden, te Catrijp, belend ten zuiden en noorden de koper, voor een akker geestland groot 100 roeden in Bregtdorp (getaxeerd op ƒ 60:0:0) 62.
            Op 14 februari 1744 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Hark Ariensz Houdewind, minderjarige jongman geassisteerd mer Sijmon Dalenbergh zijn oom en ten dezen verkozen voogd, wonende te Groet en Schoorl, en Dieuwertje Ariens Meegh, minderjarige jonge dochter geassisteerd met haar vader Arien Jansz Meegh, beiden wonende te Koedijk. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Bij overlijden zonder kinderen testeren zij op de langstlevende mits de toekomende bruidegom als langstlevende aan de vader van de toekomende bruid zijn legitieme portie zal uitkeren; bij kinderen zal de langstlevende voogd of voogdesse zijn, met uitsluiting van de weeskamer. (Hij tekent als Hark Aarjensz Houdewint, zij als Diewer Aeryens Meegh.) 63
        27. (<13) (>54, >55) Dieuwertje Ariensdr MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 sept. 1720, impost op begr. Schoorl 19 nov. 1786 (impost ƒ 3).
               Uit dit huwelijk:
          1. Arijen HOUDEWIND, ged. (nederd. geref.) Schoorl 2 mei 1745.
          2. Aaltje Harks HOUDEWIND, ged. (nederd. geref.) Schoorl 25 april 1751, zie 13.
          3. Antje HOUDEWIND, geb. ca. 1754, overl. Groot-Schermer 18 mei 1807, ondertr. (impost)/tr. Schoorl 9 nov./1 dec. 1782 Simon BROUWER, schoolmeester, voorzanger, zn van Pieter Joffer BROUWER en Jannetje BRUIJN.
              In Zuid- en Noordschermer testeren in 1790 Simon Brouwer, schoolmeester van dit dorp, en Antje Houdewint, echtelieden wonende alhier, zij ziekelijk te bedde, op de langstevende, legaterende aan ieder kind 50 gld bij meerderjarig worden, met uitsluiting van de weeskamer 64.
          4. Arian Harksz HOUDEWIND, ged. (nederd. geref.) Schoorl 29 juni 1756, schepen ald., impost op begr. Koedijk 8 sept. 1803 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) Schoorl 19 nov. 1791 (impost ƒ 3, zij jongedochter van Koedijk), ondertr. (impost) Koedijk 19 nov. 1791 (impost ƒ 3 voor haar), tr. ald. 4 dec. 1791 (hij met betoog van Schoorl) Neeltje Pieters BURGERS, ged. (nederd. geref.) ald. 1 mei 1768, dr van Pieter Klaasz BURGER en Antje KLAAS.
              In Schoorl bekennen in 1787 Arian en Jacob Houdewind wonende alhier schuldig te wezen aan Dirk Duyn mede alhier woonachtig 600 gld tegen 3 per cento in 't jaar, met als speciale hypotheek een stuk weiland in de Grootdammerpolder, groot 396 roeden, belend ten oosten Cornelis Boertjes, ten westen Breelaen, nog een stuk weiland gelegen als voren, groot 375 roeden, belend ten westen Dirk Hoogvorst, ten oosten Pieter Kruyf, en nog een stuk zaadland te Bregtdorp, groot 420 roeden, belend ten noorden Cornelis Dalenberg, ten zuiden de erven Hendrik Dalenberg (geroyeerd 12 juni 1807), en bekent in 1791 Arian Cornelis Groenveld wonende aan de Oude Sluys in de Zijpe in publieke veiling verkocht te hebben en nu op te dragen aan Arian en Jacob Houdewind wonende alhier de helft in een stukje Rekerland in de Grootdammerpolder gemeen met de kopers, zijnde helft groot 388½ roe, belend ten westen de Tarwdyk, ten oosten de erven Jan Schravezand, voor 308 gld 65.
          5. Jacob HOUDEWIND, geb./ged. (nederd. geref.) Schoorl 11/24 juni 1759, boer, tussen 1786 en 1792 verscheidene keren genomineerd als armmeester en als schepen (2 keer met „Bregtdorp”), landbouwer, volgens het Registre civique van 1812 geboren op 17 juni 1759, „paijsan”, overl. Schoorl 28 sept. 1827, ondertr. (impost) ald. 5 nov. 1791 (impost voor beiden ƒ 3) Antje Jans MODDER, ged. (nederd. geref.) ald. 6 jan. 1770 (doopgetuige Maartje Garmondsdr Wieringh), dr van Jan Cornelisz MODDER en Ariaantje Cornelis VISSER.
              In Schoorl verkoopt in 1799 Hendrik Groot wonende alhier aan Jacob Houdewind mede alhier woonachtig een akker geestland te Bregtdorp, groot 72½ roe, belend ten zuiden Dirk Hoogvorst, ten noorden Gerrit Egbertsz, item nog een akkertje dito land aldaar, groot 41½ roe, belend ten noorden Louris Kos, ten zuiden Pieter Blankendaal, boven het Middelpad, voor 20 gld 66.
        28. (<14) (>56, >57) Jan Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 19 nov. 1706, diaken ald. (als zodanig vermeld in 1733 en 1740), impost op begr. Graft 11 febr. 1745 (onvermogen), ondertr. (impost) ald. 13 jan. 1731 (impost elk ƒ 3)
            In de banne van Graft compareerden op 4 november 1749 Neeltje Arians woende te Westgraftdijk, als moeder van haar 4 kinderen geprocreëerd bij Jan Claesz Willigrijp te Westgraftdijk overleden, met namen Trijntje oud 18, Arian 11, Jan 10 en Cornelis 8 jaren, ter eenre, en Jacob Claesz Willigrijp, oom en wettige voogd over de voornoemde kinderen, mede wonende te Westgraftdijk. Zij zijn geaccordeerd dat de kinderen voor vaders erfenis zullen genieten ieder een zilveren ducaton blijvende onder de moeder zo lang de weesmeesters dat willen. De moeder zal de kinderen opvoeden en onderhouden. Op 2 maart 1762 bekennen Pieter Hartland in huwelijk hebbende Trijntje Jans en Arian Jans thans meerderjarig, van hun voogd Jacob Claasz Willigrijp elk de bewezen ducaton ontvangen te hebben. Op 6 maart 1770 bekennen Jelle Jans en Cornelis Jans, thans meerderjarig, van hun voogd en oom Jacob Claasz Willigrijp een zilveren ducatom voor hun vaders erfenis ontvangen te hebben. 67
        29. (<14) Neeltje Ariens FAES, doet belijdenis (nederd. geref.) Westgraftdijk 2 april 1733 als Neeltje Aris, impost op begr. Graft 25 febr. 1754 als Neeltje Ariens te Westgraftdijk (impost ƒ 3).
               Uit dit huwelijk:
          1. Trijntje Jans WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 28 okt. 1731, impost op begr. Koedijk 2 mei 1796 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 20 dec. 1760 (impost samen ƒ 6), tr. ald. 4 jan. 1761 Pieter Ariensz HARTLAND, ged. (nederd. geref.) Koedijk 21 okt. 1731, landbouwer, schepen (1779-1781) 22 ald., volgens het Registre civique van 1812 geboren op 29 oktober 1729, 'cultivateur', overl. Koedijk 16 april 1817, zn van Arien Jansz HARTLAND, weesmeester (1747-1748) ald., en Neeltje Gerrits KLEIJENBURGH.
              In Koedijk verkopen in 1802 Pieter Rus, Hendrik Butter, Arie Hartland Pietersz diaken der gereformeerde kerk, gevolmachtigd door Kllas Klaas Bakker volgens akte van 20 januari 1802 voor schepenen, aan Pieter Hartland Ariensz bouwland groot 12 snees, bij de Daalmeersmolen, belend ten westen Pieter Garmonsz, ten oosten Jan Nierp de Oude, voor ƒ 133 68.
              In Koedijk in 1803 verkoopt Jesse van Wijk te Alkmaar aan Pieter Ariensz Hartland een weiland genaamd de Molen- of Foppenweid, groot 11 geerzen, aan de Nieuwe Togt, belend ten westen Pieter Hartland, ten oosten voornoemde tocht, voor ƒ 1300, nog een weiland genaamd Het Haagje groot 5 geerzen, aan 't Laantje, belend ten zuiden de weduwe van Jan Visser, ten noorden de koper, voor ƒ 1000, aan Jan, Jacob en Klaas Hartland in compagnie een stuk bouwland van 8 snees aan 't Laantje, belend ten noorden Pieter Hartland en 't Laantje, belast met een erfpacht van ƒ 3, voor ƒ 100, verkoopt Pieter Ariensz Hart[land] aan Pieter Garmontsz een stuk land genaamd de Oudie , gelegen in het Oudie, groot omtrent 6 geerzen, belend ten zuiden Jan Groenewoud, ten noorden de Molensloot, voor ƒ 495, en verkoopt Jan Koeman wonende in de Minnemeer onder Groot Schermer, als procuratie hebbende van zijn zuster Aafje Koeman weduwe van Klaas Pronk te Zuid-Scharwoude, aan Pieter Ariensz Hartland een weiland genaamd de Laage Weide groot 11 geerzen, bezuiden 't Laantje, belend ten oosten Jesse van Wijk, ten westen de erven Jacob Houtkoper, voor ƒ 1000 69.
              In 1817 wordt Jan Groenewoud, schout van Koedijk, beëdigd als taxateur van de roerende goederen van wijlen Pieter Ariensz Hartland 70.
          2. Maartje Jans WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 10 mei 1733.
          3. Cornelis Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 30 mei 1734, impost op begr. Graft 12 sept. 1739.
          4. Maartje Jans WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 24 juli 1735, impost op begr. Graft 22 okt. 1748.
          5. Adriaan Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 3 maart 1737, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 2 april 1764, impost op begr. Graft 8 aug. 1783 (pro deo, Arian Jansz Willigrijp te Westgraftdijk), ondertr. (impost) ald. 1 mei 1762 (onvermogen, beiden te Oostgraftdijk) Neeltje Pieters TUYN.
          6. Symon Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 18 mei 1738, impost op begr. Graft 14 sept. 1739.
          7. Jelle Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 16 aug. 1739, doet belijdenis (nederd. geref.) Oterleek 30 jan. 1774, vertrekt op 1 mei 1791 met attestie van Oterleek naar Alkmaar (volgens het lidmatenregister van Oterleek voor Noord-Schermer en Stompetoren), begr. Alkmaar 14 okt. 1808, ondertr./tr. Zijpe/Alkmaar 13/28 april 1771 Neeltje Jans STEKELBOS, ged. (nederd. geref.) Oterleek 20 sept. 1751, komt op 31 januari 1773 met attestatie in Oterleek van Alkmaar, gaat op 1 mei 1791 met attestatie naar Alkmaar (volgens lidmatenregister van Oterleek voor Noord-Schermer en Stompetoren), begr. Alkmaar 17 dec. 1805 (in de Grote Kerk, Noordergang No 337), dr van Jan Gerritsz STEKELBOS en Jantje Jans TROMPEN.
              In Koedijk verkoopt in 1779 Meindert Deugd gehuwd met Geertje Krook te St. Pancras aan Jelle Jans Willigrijp in de Schermeer 2 akkertjes zaadland, groot 21 snees, belend 't ene ten zuiden en noorden Diepsmeer, 't andere ten zuiden Jan Miesz Gleynis, ten noorden IJff Pieters, voor ƒ 330 71.
              In Koedijk is in 1783 Cornelis Simonsz Visser wonende te Alkmaar ƒ 200 schuldig aan Jelle Jansz Willegrijp in de Schermeer vanwege geleend geld, met als onderpand 1/8 in enige geerzen land gemeen met Pieter Eenigeburg c.s. 72.
              In Koedijk verkoopt Jelle (Jansz) in de Schermeer in 1788 aan Jan Ariensz Hoogwater 7 snees zaadland, belend ten zuiden Jan Hoogwater, ten noorden Gerrit IJffsz, voor ƒ 151, en in 1791 aan Pieter Ariensz Hoogwater 14 snees zaadland, belend ten zuiden en noorden Pieter Diepsmeer, voor ƒ 262 73.  
              In 1773 testeren Jelle Jansz Willegrijp en Neeltje Jans Stekelbos, echtelieden wonende aan de Zuidzijde van de Noordervaart in de bedijkte Schermeer, op elkaar, met aan eventuele kinderen de legitieme portie, in welk geval de langstlevende als voogd of voogdesse zal optreden met uitsluiting van de weeskamer 74.
          8. Cornelis Jansz WILLEGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 2 april 1741, zie 14.
          9. Symon Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 8 juli 1742.
          10. Willem Jansz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 10 okt. 1743.
        30. (<15) (>60, >61) Jacob Cornelisz de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 20 mei 1725, op 5 augustus 1731 vermeld als diaken van de mennonistische gemeente van Langendijk en omgeving, overl. tussen 18 aug. 1747 en 18 mei 1749, tr.
            In Broek op Langedijk worden in 1730 Gerrit Slommer en Jacob de Vries vermeld als regenten van 't Mennopreekhuis, en verkoopt in 1730 Willem Cornelisz Slot aan Jacob de Vries een akkertje zaadland, groot 5 snees 4 roeden, belend ten westen de erven van Jan Ettes, ten zuiden Pieter Boogert, voor ƒ 228:16:0 75.
            In Broek op Langedijk verkopen in 1747 de erfgenamen van Magdaleen Jans aan Jacob de Vries een akker zaadland genaamd Snijderskoog, groot omtrent 5 snees 8 roeden, belend ten oosten Adriaan Blocker, ten westen Seger Kostelijk, voor ƒ 83:14:0, verkoopt in 1749 de weduwe van Jacob de Vries aan Dirk Dirkmaat een akkertje zaadland genaamd in Snijderscoog, groot omtrent 5 snees, belend ten oosten Adriaan Blocker, ten westen Zeger Kostelijk, aan Jan Dirksz Werff een akker zaadland genaamd de Paleweijd, groot 6 snees, belend ten zuiden Maartje Hensbroek, ten westen de Veert, voor 96 gld, en de helft in een akker zaadland genaamd de Veerse Werff, groot 10 snees 13½ roede, belend ten noorden Dirk de Vries, ten oosten de Geestmerambagtsdijk, voor ƒ 64:1:0 contant, en aan Dirk Boogert een boomgaardje aan 't Snijderdel genaamd Nolacker, groot 4 snees 2 (of 3) roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden de Snijderdel, voor ƒ 70:11:0 contant 76.
            In Broek op Langedijk hebben op 24 maart 1752 de weesmeesters als voogden over de minderjarige kinderen van Jacob de Vries geprocreëerd bij Maartje Dirks aangesteld Dirk de Vries en Willem Kliffen. Maartje Dirks, weduwe van Jacob de Vries, is voornemens in de huwelijkse staat te treden met Aarjen Koekebakker, is geaccordeerd met de voogden dat haar kinderen geteeld bij Jacob de Vries tezamen 100 gld zullen genieten, met als onderpand een akker zaadland voor de huizen bewesten het Grafterwijdje, groot omtrent 5 snees, en zal de kinderen onderhouden. Op 3 januari 1773 verklaren Cornelis Willigrijp in huwelijk hebbende Neeltje de Vries, Jan [Dirksz] Vetman in huwelijk hebbende Tryntje de Vries, Pieter [Aaren] Luijkes in huwelijk hebbende Maartje de Vries, en Cornelisje de Vries de voornoemde penningen ontvangen te hebben. 77.
        31. (<15) (>62) Maartje Dirks KOOPMAN, tr. 2° Aarjen Pietersz LUIJKES, alias Koekebakker.
            In Broek op Langedijk verkopen in 1771 de erven Maartje Dirks Koopman aan Aarjen Pieter Luijkes een halve portie in een huis en erf staande op de Kerckebuurt, belend ten zuiden Jan Wit, ten noorden Symon Ridder, voor 125 gld, en verkopen Aarjen Pietersz Luijkes en de erven Maartje Dirks Koopman aan Jan Wit een akker bouwland genaamd de Dwarsakker, belend ten noorden Pieter Ellen, ten westen Sijmon Krijnen, groot 5 snees 5 roeden, nog een akker genaamd de Kleijne Akker, belend ten zuiden Pieter Ellen, ten noorden Pieter Ploeger, groot 2 snees, en nog een akkertje genaamd de Krijn, belend ten zuiden de kerk, ten noorden Cornelis Slot, groot 1 snees 10 roeden, voor 200 gld 78.
            In Broek op Langedijk verkoopt in 1774 Aarjen Pietersz Luijkes aan Pieter Cornelisz Twisk een huis en erf op de Kerkebuurt, belend ten noorden Sijmon Ridder, ten zuiden Jan Wit, voor 275 gld 79.
                 Uit het eerste huwelijk:
            1. Maartje Jacobsdr de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 1757 (paasdag), overl. vóór 6 dec. 1773, tr. Pieter Aarjensz LUIJKES.
                In Broek op Langedijk worden in 1773 Aarjen Pieter Luijkes wonende te Broek op Langedijk en Cornelis Willigrijp wonende te Koedijk aangesteld als voogden over het minderjarige kind van Pieter Aarjensz Luijkes geprocreëerd bij Maartje Jacobs de Vries. Op 15 december 1773 worden wegens zijn moeders bewijs ingebracht 2 zilveren ducatons, een kerkboek met 2 zilveren krammen, en een tweestrengketting koralen. De vader zal het kind onderhouden. 80
            2. Cornelisje Jacobsdr de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 22 april 1770, impost op begr. Koedijk 2 juni 1803 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 1 febr. 1772 (pro deo), tr. ald. 16 febr. 1772 Louwris Hendriksz BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 28 nov. 1751 (gedoopt als 'Krelis'), overl. ald. 27 juni 1816, zn van Hendrik Jansz BUTTER en Geertje Jans KUIPER.
            3. Neeltje Jacobsdr de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 22 april 1770, zie 15.
            4. Trijntje Jacobsdr de VRIES, tr. Jan Dirksz VETMAN.


          Generatie VI (<V, >VII)

          32. (<16) Foeke (of Focke) de VRIES, getuige bij ondertrouw in Amsterdam van zijn zoon Sibrand, tr. N.N.
                 Uit dit huwelijk:
            1. Gerrit Foekes de VRIES, begr. Beverwijk 15 nov. 1774 (onder de classis pro deo: 1:16:-, grote klok 1/2 uur 5:-:-), ondertr. (impost) ald. 30 april 1734 (beiden pro deo), tr. ald. 16 mei 1734 Grietje Jans van den ENDE, impost op begr. Beverwijk 14 jan. 1774 (pro deo), begr. ald. 14 jan. 1774 (onder de classis pro deo: 1:16:-, grote klok 1/2 uur 5:-:-), dr van Jan Ariensz van den ENDE en Philippijntje Philps van KAIJEREN.
                In 1739 81 bekent Gerrit Focke de Vries een schuld van ƒ 200 aan Aarnout Langeveldt; zijn borgen zijn Jan Janse van der Ende en Sybrant Focke de Vries, broer en zwager. In 1747 82 leggen Jan Kloppenburgh, Gerret Fockes de Vries en Job Gerrese van Egmond te Beverwijk een verklaring af.
                Op 5 juni 1749 verklaren Engel Cornelisz, Gerret Dircx van Egmond en Bruyn Aersen Schuyten, ter requisitie van Gerret de Vries, schipper op Amsterdam, dat Claas Crentebol tegen Gerret de Vries had gezegd: „Gij sijt een dieff van het veer en een dieff van mijn, gij heb van drie coopluij goet in gehadt.”; op 15 september 1749 herroept Claas Crentebol, veerschipper van Beverwijk op Amsterdam, zijn woorden, als versierd en tegen de waarheid, en vraagt Gerret de Vries om vergiffenis 83.
                In 1740 testeren Gerrit Fockes en Grietje Jans van der Ende op de langstlevende en eventueel op zijn vader en haar moeder 84.
                In 1759 testeren Gerret Fockes de Vries en Grietje Jans van der Enden, op de langstlevende 85.
            2. Siebrand de VRIES, geb. ca. 1711, zie 16.
            3. mog. Johannes de VRIES, tr. N.N.
          34. (<17) (>68, >69) Jan Ariensz van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 12 okt. 1670, impost op begr. ald. 28 april 1733 (pro deo), ondertr./tr. ald. 17 sept./3 okt. 1694
              In Beverwijk bekent in 1699 Aerijen Eliasz, tuinman alhier, schuldig te wezen aan Jan Aeryensz van der Enden 150 gld, waarvan interest te betalen 4 gld van de 100 gld in 't jaar 86.
              Op 18 oktober 1732 testeren Jan Arijensz van der Ende, ziekelijk, en Fullepijntje Fulphs, op elkaar 87.
          35. (<17) (>70, >71) Philippijntje Philps van KAIJEREN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 30 sept. 1668, impost op begr. ald. 16 sept. 1741 (pro deo).
              In Beverwijk verkoopt in 1736 Abraham van der Enden aan Fulpijntje Fulps van Kaijeren, weduwe van Jan van der Enden, een huis en erf aan de Cloosterstraat, strekkende tot Joannes van Coevenhoven, belend ten noordwesten Abraham Sueetton[?], voor ƒ 80, en verkoopt in 1738 Fullepijntje Fulps van Kaijeren, weduwe van Jan van der Enden, aan Claas Aeryensz een huis en erf in de Cloosterstraat, strekkende tot het erf van Joannes van Coevenhoven, belend ten noordwesten Gerret Cornelisz van Bergen, ten zuidoosten de diaconie van de Gereformeerde Kerk alhier, voor ƒ 150 88.
                   Uit dit huwelijk:
              1. Margrietje van den ENDE, ged. Velsen 16 mei 1697.
              2. Grietje Jans van den ENDE, impost op begr. Beverwijk 14 jan. 1774 (pro deo), begr. ald. 14 jan. 1774 (onder de classis pro deo: 1:16:-, grote klok 1/2 uur 5:-:-), ondertr. (impost) ald. 30 april 1734 (beiden pro deo), tr. Beverwijk 16 mei 1734 Gerrit Foekes de VRIES, begr. ald. 15 nov. 1774 (onder de classis pro deo: 1:16:-, grote klok 1/2 uur 5:-:-), zn van Foeke (of Focke) de VRIES, getuige bij ondertrouw in Amsterdam van zijn zoon Sibrand.
                  In 1740 testeren Gerrit Fockes en Grietje Jans van der Ende op de langstlevende en eventueel op zijn vader en haar moeder 84.
                  In 1759 testeren Gerret Fockes de Vries en Grietje Jans van der Enden, op de langstlevende 85.
                  In 1739 81 bekent Gerrit Focke de Vries een schuld van ƒ 200 aan Aarnout Langeveldt; zijn borgen zijn Jan Janse van der Ende en Sybrant Focke de Vries, broer en zwager. In 1747 82 leggen Jan Kloppenburgh, Gerret Fockes de Vries en Job Gerrese van Egmond te Beverwijk een verklaring af.
                  Op 5 juni 1749 verklaren Engel Cornelisz, Gerret Dircx van Egmond en Bruyn Aersen Schuyten, ter requisitie van Gerret de Vries, schipper op Amsterdam, dat Claas Crentebol tegen Gerret de Vries had gezegd: „Gij sijt een dieff van het veer en een dieff van mijn, gij heb van drie coopluij goet in gehadt.”; op 15 september 1749 herroept Claas Crentebol, veerschipper van Beverwijk op Amsterdam, zijn woorden, als versierd en tegen de waarheid, en vraagt Gerret de Vries om vergiffenis 83.
              3. Lijsbeth Jans van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 juli 1700, begr. ald. 19 okt. 1779 (onder de classis van 30 gld: 1:16:-, grote klok 1 uur 9:-:-), ondertr./tr. ald. 7/26 sept. 1734 Jan Pietersz van WIJNGAARDEN.
                  Op 9 december 1735 testeren Jan Pietersz Wijngaardt en Lijsbet Jans van der Ende, op elkaar 89.
              4. Dirkje Jans van den ENDE, impost op begr. Beverwijk 26 juli 1758 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 12 mei 1730 (beiden pro deo), tr. ald. 28 mei 1730 Lammert Jansz van den BOSSCHELLE, begr. Beverwijk 20 dec. 1773 (onder de classis van 6 gld: 1:16:-, graf schoongemaakt 3:-:-, grote klok 1 uur 9:-:-), zn van Jan Davidsz van de BOSSCHELLE en Maartje LAMMERTS.
                  In 1736 testeren Lammert Jansen, ziekelijk, en Dirckje van der Ende, op de langstlevende 90. In 1757 testeren Lammert Janse van de Bosschele en Dirkje van der Ende op elkaar, met als legaat aan Pieter van Wijngaart, zoon van Jan van Wijngaard, een stuk weiland in Wijk aan Duin aan de Bankenlaan 91.
                  In Beverwijk heeft in 1737 Lowis Vosmeer openbaar verkocht aan Lammert Jansz van Bosschele, mede tuinman alhier, een huis en erf met een schuur aan de Cloosterstraat, strekkende tot aan de tuin van de heer Joannis van Coevenhoven, belend ten noordwesten de baan, voor 250 gld 92.
              5. Jan Jansz van den ENDE, impost op begr. Beverwijk 28 mei 1751 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 30 april 1734 (hij pro deo, zij wonende te Amsterdam), tr. ald. 16 mei 1734 (zij van Amsterdam) Gerritje WEELINK, die hertr. met Pieter Jacobsz VROEGOP.
                  In 1737 testeren Jan Janse van der Ende en Gerardina Welinck op de langstlevende 93.
                  In 1752 stelt Gerredina Weeningh, weduwe van Jan van der Enden, haar zwagers Lambert Jans van den Bosschelle en Jan van Wijngaarden aan tot voogden over haar minderjarige kinderen Jan en Philippijntje van der Enden 94.
                  In Beverwijk delen op 15 maart 1777 Pieter Vroegop als in gemeenschap van goederen getrouwd geweest met wijlem Gerardina Welig, in leven eerder weduwe van Jan Jansz van den Ende, ter eenre, en Jan van den Ende en Philippina van den Ende geassisteerd met haar tegenwoordige man Sjoers Hamersma, nagelaten kinderen van de overledene Gerardina Weelig verwekt bij de voornoemde Jan Jansz van den Ende, beiden wonende te Amsterdam, ter andere zijde, de gemene boedel van Pieter Vroegop en Gezina [sic] Weelings. De kinderen krijgen alle kleren, goud, zilver, kerkboeken met zilver, en daarenboven in contante gelden 1030 gld en de interest die voornoemde Gerardina volgens een erfenis of het vruchtgebruik haar leven lang moest genieten. 95
              6. Ariaan van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 sept. 1702.
              7. Trijntje Jans van den ENDE, geb. ca. 1711, zie 17.
            36. (<18) (>72, >73) Jan Cornelisz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 juli 1672 (doopgetuige Annetje Jacobs), schepen, raad en burgemeester ald., overl. ald. 18 dec. 1748, impost op begr. Beverwijk 23 dec. 1748 (impost ƒ 6), ondertr. (impost) 2° ald. 31 jan. 1743 (impost ieder ƒ 30), tr. ald. 21 febr. 1743 Maria HARTSINCK, geb. Amsterdam 4 febr. 1690, overl. Beverwijk 21 juli 1751, dr van Karel HARTSINCK, bezat de buitenplaats Zeewijk te Beverwijk, en Anna Rebecca AMYA, ondertr. 1° Beverwijk 2 maart 1697, ondertr. (impost) ald. 2 maart 1697 (impost ieder ƒ 3 [wat haar betreft ten onrechte]), ondertr. (impost) Uitgeest 2 maart 1697 (impost ƒ 3 voor haar), tr. Beverwijk 17 maart 1697
                In Uitgeest verkoopt in 1704 Willem Cornelis Schilder, wonende in de Schermeer, aan Jan Cornelis Schaap wonende te Beverwijk een stukje land, groot omtrent 1 morgen, gelegen buiten de dijk, belend ten westen Sijmen Dircxe Capiteijn, ten zuiden Jan Havixe en Jacob de Groot, voor 50 gld 96.
                In Wijk aan Duin heeft in 1707 Pieter Tijmonsz de Vries wonende binnen Beverwijk openbaar verkocht aan Jan Cornelisz Schaap en Willem Cornelisz Schaap, mede wonende in Beverwijk, een stuk geestland genaamd de Kuijperscroft, groot omtrent 1561 roeden, belend ten oosten de erven van Sr Jan van Tooren, ten zuiden Antonij de Jongh, ten westen de erven van Dirck Claesz van den Hoeff, ten noorden de Kreuckenlaan, voor 400 gld, en hebben in 1709 Lauris Sijmonsz, Alders Curijnen als man en voogd van Aeghje Sijmons, en Grietje Sijmons meerderjarige dochter, allen erfgenamen van Neelte Louris en Sijmon Mighgielsz, hun vader en moeder was, openbaar verkocht aan Jan Cornelisz Schaap en Willem Cornelisz Schaap, de eerste regerend schepen en raad, de laatste oud-schepen, van Beverwijk, een stuk geestland genaamd de Hooge Croft, groot omtrent 1138 roeden, belend ten oosten de Leencroft, ten zuidoosten het notwegje van de Leencroft, hebbende aan die zijde de hele wal, ten zuidwesten de Groote Houtwegh, ten noordwesten de Kuijckerswegh, voor 141 gld 97.
                In Uitgeest verkopen in 1709 de curateuren van de gerepudieerde boedel van Johannes Boelkens aan Jan en Willem Schaap, wonende in de Beverwijk, een stuk land in de polder van Broeck bij de Vroonsloot, groot 1055 roeden, belend ten oosten het Weeshuijs, ten zuiden de Vroonsloot, ten westen Jacob Nanne, voor 62 gld 98.
                In Wijk aan Duin verkoopt in 1711 Isnout van Veen wonende te Beverwijk, als universele erfgenaam van jonkvr. Geertruijt van Veen die universele erfgenaam was van wijlen Dirck Claesz van den Hoef, aan Jan Cornelisz Schaap en Willem Cornelisz Schaap, beiden wonende te Beverwijk, een stuk land genaamd 't Westendt over de Kuyperscroft, groot 1384 roeden, belend ten noorden de Kreuckenlaan, ten zuiden Bartelmies Willemsz Heemskerck, ten oosten de kopers, ten westen Mies Aelbertsz Schotten, voor 282 gld, en bekent in 1723 Jan Cornelisz Schaap schuldig te zijn Jan Barrevelt als rentmeester dezer stede [Beverwijk] 40 gld en aan de meerderjarige zoon en minderjarige kinderen en gezamenlijke erfgenamen van wijlen Catharina Valckenburgh en Adrianis van Coevenhoven 160 gld, ter cause van achterstallige landhuren, belovende te betalen 4 gld van elke 100 gld, nl. 42 st van de 40 gld, 6 gld 8 st van de 160 gld, verbindende een stuk land 't Westend van Kuijperscroft, belend ten noorden de Keuckenlaan, ten zuiden de erfgenamen van Bartelmies Willemsz Heemskerck, ten oosten het navolgende stuk land, ten westen Cornelis Velsen, en Pieter Riewertsz, item de helft in een stuk geestland genaamd Kuijperscroft, belend ten oosten de erfgenamen van Jan van Toorn, ten zuiden Antonio de Jongh, ten westen het bovengenoemde land, ten noorden de Keuckenlaan, item de helft van een stuk geestland genaamd de Hooge Croft, belend ten noordoosten de Leencroft van Van der Lijn, ten zuidoosten het notwegje van de voornoemde Leencroft, ten zuidwesten de Groote Houtwegh, ten noordwesten de Kuijckerswegh (op 24 augustus 1738 afgedaan en geroyeerd) 99.
                In Uitgeest verkoopt in 1712 Teunis Stevisse Barrevelt te Beverwijk aan Jan Cornelisz Schaap, mede wonende binnen der stede Beverwijk, een stuk land in de polder van de Broeck genaamd de Buschke, groot 1567 roeden, belend ten zuiden Jan Claasz de Groot, ten oosten de Nannelaen, ten noorden de Noorderkolck, voor 300 gld 100.
                In Uitgeest verkopen in 1715 Arent Groot, oud-schepen van Hoorn, Maria Groot en Mr Jan Groot, secretaris der stad Hoorn, voor 5/8, en Jacob van der Werff als in huwelijk hebbende Diewertje Wyk te Schagen, de voogd van Pieter en Cornelis Smit achtergelaten kinderen van Trijntje Pieters Wyk, Cornelis Pietersz Wyk en Cornelis Pietersz Visser en Michiel Jansz Broer als getrouwd aan Guertje van Wyk, allen te Schagen woonachtig, voor 3/8, aan Jan Cornelisz Schaap wonende in de Beverwijk een stuk land buiten de St. Aagten- of Laagendyk genaamd het Buytendammerlant, groot 2143 roeden, met nog 11 roeden aan de Cadijk, belend ten oosten de koper [blanco voor de andere belenders], voor 23 gld 11 st 101.
                In Beverwijk verkoopt in 1715 Jacob Dircksz Vis aan Jan Cornelisz Schaap, schepen, een huis en erf aan de Groote Houtstraat, beend ten zuidwesten Cornelis Huijbertsz, ten noordoosten Jacob Sluijs, voor ƒ 385, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1716, 1/3 mei 1717 102.
                In Uitgeest verkoopt in 1728 Jan Schaep wonende in de Beverwijk aan Claes Jansz Wercker wonende op Assum een stuk land in de Broek, genaamd de Bussche, groot 1567 roeden, belend ten zuiden Claes de Groot, ten oosten de Noorderkolck, ten volle betaald (40e penning ƒ 10) 103.
                In Wijk aan Duin in 1729 verkopen Aldert Dam en Teunis Barreveldt, als administrateurs over de nagelaten boedel van wijlen Jan Aldertsz Dam, aan Jan Cornelisz Schaap, raad en oud-schepen te Beverwijk, een stuk land genaamd de Bolt, groot omtrent 1192 roeden, belend ten oosten de Heemskerckerwegh, ten westen de Schouwbeek, ten zuiden Jacob Aldertsz, ten noorden de weduwe van Curijn Claesz, voor ƒ 50, verkopen Joannis van Coevenhoven, Adrianis van der Meij in huwelijk hebbende Debora van Coevenhoven, en Pieter van Coevehoven, tezamen kinderen van Catherina Valckenburgh en Adrianis van Coevehoven, in hun leven burgers van Beverwijk, aan Jan Cornelisz Schaap wonende te Beverwijk een stuk geestland genaamd 't Cruijscrofje, groot 814 roeden, belend ten zuiden Jan Heemskerck, ten oosten Jan Cornelisz Velsen, ten westen de Groote Houtwegh, ten noorden de Kuyckerswegh, zijnde nog een jaar in huur van de koper tot Kerstmis 1729 voor 7 gld, voor ƒ 90, te betalen de helft mei, de helft Allerheiligen 1729 toekomende, en verkoopt Hendrick Bijvoet, zoon van Grietje Pieters Blocker, en zulks mede-erfgenaam van wijlen Claes Elberts Blocker gewoond en overleden te Schagen, een stuk geestland genaamd Teunencroft, groot 2623 roeden, laatst gebruikt door Pieter Schavemaker, belend ten noorden de erfgenamen van Willem Claasz Sonnevelt, ten zuiden Jan Heemskerck, ten oosten de Schouwbeek, ten westen de Clijne Houtwegh, voor ƒ 295, te betalen de helft mei, de helft Allerheiligen 1729 toekomende 104.
                In Warmenhuizen bekent in 1730 Bastiaen Pietersz Kuijper wonende alhier schuldig te zijn aan Jan Cornelisz Schaep wonende te Beverwijk 600 gld, tegen 4 gld interest ten honderd, met als speciale hypotheek zijn huis en erf met de schuur annex, belend ten noorden Cornelis Groedt chirurgijn, ten oosten de Heerevaert, ten westen de Heerestraet, waarvoor de 40e penning aan de gaarder betaald wordt (geroyeerd op 17 mei 1735) 105.
                In Beverwijk sluit op 20 april 1730 106 Jan Cornelisz Schaap, oud-schepen en raad in de vroedschap, een overeenkomst met Bastiaan Pietersz Cuyper, wonende te Warmenhuizen, om koopmansschap te doen en te drijven met varkens in Noord-Holland en op andere plaatsen. Op 26 december 1731 107 is er een financiële regeling tussen Jan Cornelisz Schaap, raad in de vroedschap, en juffr. Gerrebreght Valckenburgh, laatst weduwe en erfgenaam van wijlen Willem Cornelis Schaap, met Pieter Cornelis Verheul en mr Jan Salm als borgen.
                In Wijk aan Duin verkoopt in 1730 Jan Cornelisz Schaap, raad in de vroedschap van Beverwijk, aan Jan Gerritsz Kissema te Beverwijk een stuk land genaamd het Westendt van de Kuyperscroft, groot 1384 roeden, belend ten noorden de Kreusienlaan, ten zuiden Jan Heemskerck, ten oosten de verkoper, ten westen Cornelis Velsen en de erfgenamen van Pieter Rieuwerts, voor 300 gld, waarvoor een schuldbekentenis (betaald op 5 november 1731), verkopen in 1732 Reyer Claasz wonende te Castricum en Jan Jacobsz wonende te Heemskerk, als geauthoriseerd door de crediteuren van de boedel van Jannetje Schouten alhier overleden, aan Jan Cornelisz Schaap, raad in de vroedschap en oud-schepen van Beverwijk, een stuk weiland genaamd de Horn, groot omtrent 850 roeden, belend ten noorden Louris Jacobsz, ten oosten de weg, ten zuiden de koper, ten westen de Schouwbeek, voor 90 gld, verkoopt in 1732 Jan Cornelisz Schaap, raad en oud-schepen van Beverwijk, aan Gerrit Gerritsz Blad mede wonende te Beverwijk een stuk geestland genaamd de Kuyperscroft, groot 1561 roeden, belend ten oosten Jacob Moerbeek, ten zuiden de weduwe van Pieter Kool, ten westen Jan Kissema, ten noorden de Kreusienlaan, voor 300 gld, te betalen 1/3 gereed op Allerheiligen 1732 en op Allerheiligen 1733 en 1734, waarvoor een schuldbekentenis door Gerrit Gerritsz Bladt met als borgen Abraham van der Ende en Gerrit Willemsz Blad, beiden wonende te Beverwijk, en verkoopt in 1734 Jan Koos wonende te Amsterdam, in huwelijk hebbende Juffr. Adriana van Coevenhoven, voor de helft, en als last hebbende van Jan Deutsz van Assendelft voor de helft, aan Jan Cornelisz Schaap, Hendrik Davitsz Krack, Sijmon Willemsz Mantje en Aerijan van Wijk een korentiende genaamd de Kerk- of Dullartstiende, ressorterende in of onder de Vrijheid van Beverwijk en in de banne van Wijk aan Duin, doende in de verponding ƒ 29-0-8, voor 3 gld 108.
                In Uitgeest verkoopt in 1737 een gemachtigde van de heer Fransiskus Bernardus Cousebant aan Jan Cornelisz Schaep wonende in de Beverwijk een stuk land in de polder van de Broek, genaamd Werdijn, groot 2675½ roeden, en de Uijterdijk van hetzelve groot 347 roeden, belend ten westen de Hemsloot, ten oosten Jan Heemstede, voor 245 gld 109.
                In Wijk aan Duin verkoopt in 1737 Jan Cornelisz Schaap, burgemeester en raad van Beverwijk, aan Mr Jonas Witzen, schepen en raad van Amsterdam, een stuk land genaamd het Cuijlcroftje, groot omtrent 814 roeden, belend ten zuiden Jan Heemskerk, ten oosten Cornelis Velsen, ten westen de Groote Houtweg, ten noorden de Kuikensweg, doende in de verponding ƒ 4-15-11, voor ƒ 160 110.
                In 1738 testeert Jan Schaap, oud-burgemeester en raad van de stad Beverwijk, hij prelegateert aan Cornelis Schaep zijn zoon voor 800 gld comparants huis, erf en schuur waarin hij tegenwoordig de slachtersnering is exercerende, aan de Breestraet te Beverwijk, genaamd het Moeriaanshooft, strekkende voor van de straat tot achter aan de Achterweg toe, item het huis en erf binnen de gemelde stad op de Achterweg, strekkende voor van de straat tot achter aan Christoffel Hazewinckel, mitsgaders alle de gereedschappen tot de voorschreven slachtersnering behorende, en begeert voorts dat de voorschreven 800 gld en testateurs verdere nalatenschap door deszelfs gezamenlijke descendenten bij representatie zal worden genoten in egale portiën gedeeld, te weten door Cornelis Schaap voornoemd, Teunis Schaap, Guurtje Schaap, de kinderen van Sieuwtje Schaep, van Trijntje Schaap en de kinderen van Neeltje Schaep, en verklaart tot executeurs en voogden over zijn minderjarige erfgenamen te committeren zijn zonen Cornelis en Teunis Schaap, met zijn behuwdzoon Pieter Verheul, met uitsluiting van de weeskamer 111.
                In Beverwijk verkoopt in 1739 Jan Cornelis Schaap, regerend burgemeester en raad, aan Teunis Gerrits Knaap, mede wonende alhier, een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot het erf van Salemon Beutiker die ook ten zuidwesten beled is gelijk ook het erf van het huisje van Klopje Backer daaraan gelegen zijn en ten noordoosten komen, voor 400 gld, en verkoopt in 1743 Jan Schaap, regerend burgemeester en raad, aan Cornelis Schaap zijn zoon, oud-schepen, een huis, erf en schuur aan de Breestraat genaamd het Moriaanshooft, strekkende tot de Agterweg, belend ten noordoosten de erfgenamen van Cornelis Berkhout en Jan Janse Sluys, ten zuidwesten de heer Petrus Hollebeek, voor 800 gld (vanwege een erfpacht is de totale koopsom 900 gld) 112.
                In Uitgeest verkoopt in 1742 Jan Schaap wonende in de Beverwijk aan Jan Barentsz wonende op de Dam een Uijterdijk in de Buijtendamme, groot 347 roeden, voor 80 gld 113.
                In Uitgeest verkoopt in 1743 Monsieur Cornelis Heemskerk aan Jan Schaep wonende in de Beverwijk een stuk land genaamd de Sijpershem, groot 2429 roeden, belend ten zuiden Flip Bosvelt, ten oosten de weduwe van Gerrit de Jong, voor 260 gld 114.
                In 1749 compareren Maria Hartsink, weduwe van Jan Cornelisz Schaap en verder Cornelis Cornelisz Schaap, Teunis Schaap, Gijsbert Krak als in huwelijk hebbende Trijntje Knap, dochter van Trijntje Schaap, en Jan Verheul, meerderjarige zoon van Pieter Verheul en Sieuwtje Schaap, ingevolge testament van Jan Cornelisz Schaap van 12 november 1738 te Alkmaar bij notaris Arent Klaver, en wordt de inventaris opgemaakt van Jan Cornelisz Schaap overleden in Beverwijk op 18 december 1748 115. De inventaris bestaat o.m. uit 4 huizen met erf in Beverwijk, 3 stukken teelland in Wijk aan Duin, 4 stukken teelland in Heemskerk en 3 stukken weiland in Uitgeest.
                In Wijk aan Duin bekennen in 1749 Cornelis Schaap, oud-schepen der stede Beverwijk, en Teunis Schaap, meerderjarige kindern en ex testamento erfgenamen ieder voor 1/6 van hun vader Jan Cornelisz Schaap, Gysbert Krak als in huwelijk hebbende Trijntje Knap, dochter van Trijntje Schaap verwekt bij IJff Knap mede een kind geweest van gemelde Jan Cornelisz Schaap, bij representatie voor een zesdepart erfgenaam, Jan Verheul meerderjarige zoon van Pieter Verheul verwekt aan Sieuwje Schaap mede een dochter geweest van meergemelde Jan Schaap, bij representatie voor een vijfdepart van een zesdepart, en dezelve Cornelis Schaap, Teunis Schaap en Pieter Verheul als aangestelde voogden van de verdere minderjarige erfgenamen van Jan Cornelis Schaap mitsgaders administrateurs derzelver goederen, alles ingevolge de testamentaire dispositie van 12 november 1738, alle comparanten wonende binnen de stede Beverwijk, bij openbare verkoop verkocht te hebben en bij dezen opdragen aan Mr Nicolaas Geelvink, heer van Castricum, oud-burgemeester der stede Amsterdam, een stuk teellland genaamd Teunencroft, groot 2623 roeden, belend ten zuiden Sievert Moniels[?], ten noorden Lammert Jansz, ten oosten de Schouwbeek, ten westen de Clyne Houtweg, voor 250 gld, idem aan Teunis Venhuijsen wonende in de jurisdictie van Heemskerk een stuk teelland genaamd de Hooge Croft, groot 1138 roeden, belend ten westen de Grote Houtweg, ten noorden de Kuijkersweg, ten oosten de Leencroft, ten zuiden het notwegje en de Leencroft, voor 160 gld, idem (zonder Gijsbert Krak) aan Gijsbert Krak wonende binnen de stede Beverwijk een stuk teelland genaamd Belt en de Kom, groot tezamen 2042 roeden, belend ten oosten de Heemskerkerweg, ten westen de Schouwbeek, ten zuiden Cornelis Klaver, ten noorden de weduwe van Louris Jacobsz, zijnde nog een jaar in huur aan Hendrik Davits Krak voor 15 gld 15 st, voor 5 zesdeparten, de koper al een zesdepart competerende, 66 gld 13 st 10 penn 116, idem voor schout en schepenen van Uitgeest aan Cornelis Schaap wonende in de Beverwijk 2 aan elkaar gelegen stukken land in de polder van de Broek, genaamd 't Werdijn en Sijpershem, tezamen groot 5104½ roeden, belend ten zuiden Flip Bosvelt, ten westen de Hemsloot, ten oosten de weduwe van Gerrit d'Jong, voor 125 gld 117.
                In Uitgeest verkopen in 1749 Cornelis en Theunis Schaap, meerderjarige kinderen en ex testamento erfgenamen, ieder voor 1/6 part, van hun vader Jan Schaap, Gijsbert Krak in huwelijk hebbende Trijntje Knap dochter van Trijntje Schaap verwekt bij IJff Cnap, bij representatie insgelijks voor 1/6 part erfgenaam, Jan Verheul, meerderjarige zoon van Pieter Verheul verwekt bij Siewtje Schaap, insgelijks voor 1/5 part in 1/6 part erfgenaam, Cornelis Schaap, Theunis Schaap en Pieter Verheul als aangestelde voogden over de verdere minderjarige erfgenamen van hem, Jan Cornelisz Schaap, mitsgaders administrateurs over derzelver goederen, alles volgens testament dd. 12 november 1738 voor notaris Arent Claver te Alkmaar en geauthoriseerd door schepenen van Beverwijk in januari 1749, verkopen aan Cornelis Vierhuijse wonende aan de Hogendijk een stuk land in, bevorens buiten doch nu binnrn, bedijkt land, groot 2954 roeden, belend ten zuiden Gijsbert de Haas, ten oosten de schout Coevenhoven, ten noorden de koper, ten westen de dijk, voor 600 gld, aan Cornelis Schaap wonende in de Beverwijk 2 aan elkaar gelegen stukken land in de polder van de Broek, genaamd 't Werdeijn en Sijpershem, tezamen groot 5104½ roeden, belend ten zuiden Flip Bosvelt, ten westen de Hemsloot, ten oosten de weduwe van Gerrit de Jong, voor 195 gld, en aan Gijsbert Crak een stuk land in de polder van de Broek, genaamd het Langeland, groot 1055 roeden, belend ten oosten Claas Blauw, ten westen Pieter Wagemaker, ten zuiden de Vroomsloot, voor 10 gld 118.
                Op 28 januari 1743 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Jan Cornelis Schaap, raad in de vroedschap en regerend burgemeester van Beverwijk, en Maria Hartsink, laatst weduwe van Joannes Alderkerk 119.
                Op 22 mei 1743 120 wordt de inventaris opgemaakt van de boedel van Maria Hartsink, huisvrouw van Jan Cornelisz Schaap, raad en regerend schepen. Op 9 december 1743 121 verandert Maria Hartsink, huisvrouw van Jan Cornelisz Schaap, haar beschikking van 22 oktober 1742 te Haarlem voor Sara de Vries, nu huisvrouw van Antony Scheepmaker, en legateert aan haar zoon Carolus Schulerus.
                In Wijk aan Duin verkoopt in 1749 Hendrik Kessel wonende te Beverwijk aan Mejuffrouw Maria Hartsinck, huisvrouw van Jan Schaap wonende aldaar, een stuk geestland genaamd de Bogterscroft[?], groot 907 roeden, belend ten oosten de Clijne Houtweg, ten zuiden en westen de kopersse, ten noorden de weduwe van Cornelis Heemskerk, voor ƒ 130 122.
                In 1751 wordt de inventaris opgemaakt van Maria Hartsink, overleden te Beverwijk op 21 juli 1751, laatst weduwe van Jan Cornelisz Schaap, ten verzoeke van Antonie Ruygrok de Jonge en Teunis Schaap 123; hierin wordt o.m. vermeld een huis, tuin en stalling in de Breestraat, en de buitenplaats Noorderwijk in Wijk aan Duin groot 14 morgen en 394 roeden, met nog meer nabij gelegen landerijen.
            37. (<18) (>74, >75) Trijntje Theunis HEN, geb. ca. 1674, impost op begr. Beverwijk 12 juli 1723 (impost ƒ 3).
                   Uit dit huwelijk:
              1. Cornelis SCHAAP, geb. ca. 1698, schepen van Beverwijk, in 1740 rentmeester van de Gereformeerde Kerk te Beverwijk, impost op begr. ald. 16 nov. 1772 (impost ƒ 15), begr. ald. 16 nov. 1772 (onder de classis van 15 gld: 1:16:-, grote klok 1 uur 9:-:-), ondertr. (impost) Beverwijk 5 april 1752 (impost ƒ 6 voor hem, zij pro deo), tr. (schepenbank) ald. 23 april 1752 Marijtje WELAGEN, impost op begr. ald. 27 okt. 1768 (impost ƒ 15).
                  In Uitgeest verkopen in 1754 de executeurs van het testament van Neeltje Braspoot, indertijd weduwe van Jan Bos, aan Cornelis Schaap wonende in de Beverwijk een stuk land in de polder van de Broek, genaamd de Helle, groot 1033 roeden, belend ten noorden Ziewert Willemsz, ten zuiden Claas Bel, voor 185 gld 124.
                  In Wijk op Zee en Duin wordt in 1757 als Hondsbos morgengeld ontvangen van Cornelis Schaap ƒ 3.13.2 voor 4 morgen 54 roeden 47.
                  In Uitgeest draagt in 1761 een gemachtigde van de heer Jacob Adriaan van Leewaarde, beiden wonende in de Beverwijk, op aan Cornelis Jansz Schaap wonende in de Beverwijk een stuk land in de polder van de Broek, genaamd het Calvergras, groot 1638 roeden, belend ten oosten Cornelis Vierhuijsen, ten westen de weduwe van Nan Gorter, op 25 maart 1761 bij publieke veiling verkocht voor 14 gld 10 st 125.
                  In Uitgeest verkoopt in 1771 Cornelis Bak, als last en procuratie hebbende van Cornelis Jansz Schaap wonende in de Beverwijk, aan Jan Bogaart wonende op Assum een stuk land in de polder van de Broek, genaamd de Helle, groot 1033 roeden, belend ten noorden Ziewert Willems, ten zuiden Claas Belten, voor 270 gld, te betalen 70 gld gereed en met een custingbrief van 200 gld te betalen in 4 termijnen 126.
                  In 1759 testeren Cornelis Schaap, leenman van de hoge vierschaar van Blois, en Marijtje Wijlaagen, op de langstlevende 127.
              2. Teunis SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 maart 1699 (doopgetuigen Dirck Teunisz en Aaltje Claas), jong gestorven.
              3. Trijntje SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 april 1700 (doopgetuigen Willem en Neeltje Schaap), impost op begr. ald. 29 juni 1701 (impost ƒ 3).
              4. Sieuwtje Jans SCHAAP, ged. Beverwijk 2 juni 1701 (doopgetuigen Dirck Teunis en Aaltje Claas), impost op begr. ald. 15 juni 1734 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 20 febr. 1722 (impost ƒ 3 voor haar, hij pro deo), tr. Beverwijk 8 maart 1722 128 Pieter Cornelisz VERHEUL.
                  In 1734 testeren Pieter Cornelis Verheul en Ziewtje Jans Schaap, op elkaar 129.
                  In Beverwijk verkoopt in 1736 Claas Robberts Onstee aan Pieter Verheul een huis, stalling en erf in de Bagijnesteeg, strekkende tot achter de stal van Jan Cornelisz Schaap, belend ten westen Hendrik Sanebeek, ten oosten de weduwe van Olfert Pietersz, ten zuiden Jan Cornelisz Schaap, voor ƒ 150 130.
                  In Uitgeest verkoopt in 1773 Willem Verheul, ook als last hebbende van zijn zuster Trijntje Verheul, aan Daam Boekholt, wonende in de Beverwijk, een stuk land in de polder den Broek, genaamd het Kleijvelt, groot 1372 roeden, voor 150 gld 131.
                  In Uitgeest verklaren in 1780 Adriaan van Coevenhoven en Pieter Wijngaarde, als executeurs van de boedel en voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Willem Verheul, in veiling verkocht te hebben en nu op te dragen, aan Cornelia van Rolte weduwe van Pieter Verhagen in de Beverwijk, de helft in een stuk land in de polder den Broek, genaamd Dirk Hannisven, groot in 't geheel 2606 roeden, belend ten westen de verkopers q.q., ten oosten Jan Cornelisz Schaap, voor 250 gld, en aan Trijntje Verheul, weduwe van Cornelis Knegjes in de Beverwijk, de helft in een stuk land in de polder van de Broek, genaamd het Osselant en Vijfgeers, groot in 't geheel 3556 roeden, belend ten zuiden Stekelhorn, ten noorden de Nauwe Laan, item de helft van een stuk land gelegen als voren, genaamd de Voorbruijnsven, groot in 't geheel 3773 roeden, belend ten westen Hendrik Kok, ten oosten de Molesloot, nog de helft in een stuk land gelegen als voren, genaamd de Kruijnven, groot in 't geheel 1526½ roeden, belend ten noorden de Nauwe laan, ten zuiden het Osselant en Vijfgeers, tezamen voor 1245 gld 132.
              5. Trijntje Jans SCHAAP, geb. 1 jan. 1703 128, ged. Beverwijk 7 jan. 1703 (doopgetuige Neeltje Schaap), impost op begr. ald. 12 sept. 1727 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 6 mei 1721 (impost ieder ƒ 3) IJf Cornelisz KNAP, veerschipper, gasthuismeester te Beverwijk, overl. 4 april 1729, wedn. van N.N., en die hertr. met Teuntje Mies SCHOTTEN.
                  Op 26 februari 1729 compareren IJff Cornelisz Knap, veerschipper van Beverwijk op Amsterdam, weduwnaar van wijlen Trijn Jans Schaap, ter eenre, en Jan Cornelisz Schaap, als grootvader en bloedvoogd over de nagelaten kinderen van wijlen de voorsz. Trijn Jans Schaap, ter andere zijde. De eerste comparant is voornemens te hertrouwen; hij verklaart aan zijn kinderen samen ƒ 200, elk ƒ 100, uit te zullen reiken bij hun meerderjarigheid of huwelijk 133. Op 7 juni 1729 wordt de inventaris opgemaakt van de nalatenschap van wijlen IJff Cornelisz Knap, ten verzoeke van Jan Cornelisz Schaap als voogd over zijn nagelaten minderjarige kinderen verwekt bij Trijntje Jans Schaap; deze bestaat o.m. uit een huis, schuur en erf op de Meerstraat en een schuit met zeil en treil 134.
                  Op 13 mei 1722 testeren IJff Cornelisz Knap en Trijntje Jans Schaap; hij heeft een voordochter 135.
                  In Beverwijk verkoopt in 1712 Joost Joosten Varenhorst, meester schoenmaker alhier, aan IJff Cornelisz Knap, veerschipper, een huis en erf bestaande uit 2 woningen aan het Eijlant of anders op 't Weghje, belend ten oosten Cornelis Noom, ten westen Claes Pas, voor 145 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 Allerheiligen 1712, 1/3 mei 1713 136.
                  In Beverwijk verkopen in 1721 Cornelis Velsen, secretaris, als curateur over de insolvente boedel van wijlen Trijntje Hendricx Ras, laatst huisvrouw van Jan Janse van Gent, voor de helft, en Jacob Claesz Langevelt, gasthuismeester, het recht verkregen hebbende van voornoemde Jan Jansz van Gent, voor de helft, aan IJff Cornelisz Knap, veerschipper en mede gasthuismeester, een huis en schuur in de Bagijnestraat, belend ten zuidoosten Adrianis van Coevenhoven, ten noordwesten Jan Willemsz Valck, voor ƒ 105 137.
                  In Beverwijk verkoopt in 1726 IJff Cornelisz Knap alhier aan Hendrick Jacobsz de Munck wonende alhier een huis en erf bestaande uit 2 woninkjes staande aan het Eijlant of anders op 't Weghje, strekkende van 't voorschreven Weghje tot achter tegen de erven van Dirck Borte, Rijck Pas en Hendrick Davitsz Krack, belend ten oosten Rijck Pas, ten westen de voornoemde Krack, voor ƒ 120, te betalen ƒ 30 gereed en voorts ƒ 30 's jaars op meidagen, 3 termijnen 53.
              6. Theunis Jansz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 okt. 1707, zie 18.
              7. Pieter Jansz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 jan. 1709 (doopgetuige Aaltje Schaap), impost op begr. ald. 25 jan. 1709 (impost ƒ 3).
              8. Neeltje SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 april 1710 (doopgetuige Aaltje Schaap), impost op begr. ald. 1 maart 1734 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 29 sept. 1730 (impost elk ƒ 6), tr. Beverwijk 15 okt. 1730 Jan SALM, ged. (nederd. geref.) ald. 17 aug. 1698 (doopgetuige Trijntje Edelmans), schoolmeester ald., impost op begr. Beverwijk 10 april 1752 (impost ƒ 6), zn van Laurens Jacobsz SALM, schoolmeester, eerst in Wijk op Zee, vanaf 1507 in Beverwijk, koster, voorzanger, en Susanna Jans van de VELDE, die hertr. met Maria van ZANTEN.
                  In 1735 testeren Jan Zalm en Maria van Zanten, op elkaar; hij benoemt Teunis Schaap en Jeroen Reghtdoorzee tot voogden over zijn voorkinderen 138.
              9. Guurtje Jans SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 sept. 1711 (doopgetuige Aaltje Schaap), impost op begr. ald. 2 jan. 1747 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 15 jan. 1734 (impost ƒ 3 voor haar, hij wonende te Heemskerk), ondertr. (impost) Heemskerk 16 jan. 1734 (impost ƒ 3 voor hem), tr. Beverwijk 31 jan. 1734 (hij van Heemskerk) Teunis Gerritsz KNAAP, burgemeester ald.
              10. Willempje SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 nov. 1712 (doopgetuige Juffr. Schaap), impost op begr. ald. 15 febr. 1713 (impost ƒ 3).
              11. Willem Jansz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 8 juli 1714 (doopgetuige Juffr. Schaap), impost op begr. ald. 21 aug. 1714 (impost ƒ 3).
            38. (<19) Laurens Jacobsz SALM, schoolmeester, eerst in Wijk op Zee, vanaf 1507 in Beverwijk, koster, voorzanger, overl. Beverwijk 29 juni 1729 139, impost op begr. ald. 3 juli 1729 (impost ƒ 6), begr. ald. (Ned. Herv. Kerk), ondertr. Alkmaar 17 aug. 1687 (hij jongeman, koster en voorzanger in de kerk van Oosterleek, zij jongedochter van Vianen, hebbende gewoond te Alkmaar in de Langestraat)
                Op 6 juni 1683 doet Lourens Jacobse Salm belijdenis in Beverwijk. Op 22 april 1686 vertrekt Lourens Jacobse Salm met attestatie naar Oosterleek. Op 2 maart 1694 wordt te Haarlem door de Classis van de Hervormde Gemeente Laurens Salm als schoolmeester tot Wijk op Zee erkend en tekent Laurens Salm de formulieren. Op 8 april 1706 in BeverwijK 140: uyt midden van de vijff genomineerde schoolmeesters, geeligeert tot schoolmeester deser stede Lauris Salm, schoolmeester tot Wijck op Zee.
                In Wijk op Zee verkoopt in 1697 Cornelis Luijte aan Lauris Salm, koster en voorzanger van de gereformeerde kerk alhier, een huis en erve in de Kerckstraet, strekkende tot achter aan het erve van de weduwe van Engel Reijersz en Jan Pietersz, belend ten westen Jacob Pietersz Haacken, ten oosten Engel Claesz, voor 260 gld, en verkoopt in 1709 Lauris Salm, schoolmeester en voorzanger te Beverwijk, aan Jan Willem de Cooger een huis en erve in de Kerckstraet, strekkende tot achter aan het erve van de weduwe van Engel Reijertsz en Jan Pietersz, belend ten westen Claes Riewertsz, ten oosten Engel Claesz, voor 250 gld 141.
                In Beverwijk testeert in 1728 Laurens Salm aan zijn kinderen en zijn zoons dochter Jacobje, onder speciale vermelding van zijn ongehuwde dochter Lijsbet en van zijn zoon Jan, met als executeurs Jan Salm, Cornelis Busscher en Jeroen Cornelis Reght door Zee 142.
            39. (<19) (>78, >79) Susanna Jans van de VELDE, ged. (nederd. geref.) Vianen 20 sept. 1666, overl. Beverwijk 4 april 1728 139, impost op begr. ald. 8 april 1728 (impost ƒ 6), begr. ald. (Ned. Herv. Kerk).
                   Uit dit huwelijk:
              1. Marijtje Laurens SALM, impost op begr. Beverwijk 10 febr. 1762 (pro deo), ondertr. (impost) ald. 12 maart 1728 (hij pro deo, voor haar ƒ 6), tr. ald. 29 maart 1728 Jeroen Cornelisz REGTDOORZEE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 mei 1698 (doopgetuigen Jan Jeroensz en Aafje Joppen), impost op begr. ald. 28 maart 1760 (impost ƒ 3), zn van Cornelis Jeroensz REGTDOORZEE, huistimmerman, en Aaltje Cornelis SCHAAP.
                  In Beverwijk testeren in 1733 Jeroen Cornelisz Reghtdoorzee en Marijtje Louris Salm, zij ziekelijk, op elkaar 143.
              2. Trijntje Laurens SALM, overl. Beverwijk 6 maart 1737, ondertr. (impost) 1° ald. 12 april 1714 (impost ƒ 6 voor haar, hij te Velsen), tr. ald. Jan Evertsz GRASKAMP, overl. vóór 1722, ondertr. (impost) 2° Beverwijk 12 juni 1722 (beiden pro deo) Cornelis Klaasz BUSSCHER, overl. 1735.
                  Op 10 maart 1737 wordt de inventaris opgemaakt van Trijntje Louris Zalm, overleden Beverwijk 6 maart 1737, laatst weduwe van Cornelis Busscher, ten verzoeke van Jan Zalm, Theunis Schaap en Jeroen Reghtdoorzee als voogden over de minderjarige kinderen 144.
                  In 1735 wordt de inventaris opgemaakt van Cornelis Busscher, ten verzoeke van Jan Zalm, Jeroen Reghtdoorzee en Teunis Janse Schaap, als voogden over Jan Cornelis Busscher, volgens opgave van de weduwe Trijntje Lourens Zalm 145.
              3. Heyltje SALM, impost op begr. Beverwijk 15 sept. 1759 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) 1°/tr. ald. 14 april/6 mei 1736 Egbert MEIJBERGH, overl. vóór 1744, ondertr. 2°/tr. ald. 9/25 okt. 1744 Gerrit BERSLOO, broodbakker, impost op begr. Beverwijk 29 juli 1761 (impost ƒ 6).
                  In Beverwijk bekent in 745 Gerret Bersloo, broodbakker te Beverwijk, in huwelijk hebbende Hylge Salm tevoren weduwe van Egbert Mijbergh, schuldig te wezen Nanning Cornelisz, koopman op de Koog, 200 gld, met als onderpand zijn huis op de Agterweg op de hoek van de Peperstraat (voldaan op 24 april 1758) 146.
                  In 1738 testeren Egbert Meybergh en Heyltje Salm op de langstlevende 147.
              4. Jan SALM, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 aug. 1698 (doopgetuige Trijntje Edelmans), schoolmeester ald., impost op begr. ald. 10 april 1752 (impost ƒ 6), ondertr. (impost) 1° Beverwijk 29 sept. 1730 (impost elk ƒ 6), tr. ald. 15 okt. 1730 Neeltje SCHAAP, ged. (nederd. geref.) ald. 2 april 1710 (doopgetuige Aaltje Schaap), impost op begr. Beverwijk 1 maart 1734 (impost ƒ 3), dr van Jan Cornelisz SCHAAP, schepen, raad en burgemeester ald., en Trijntje Theunis HEN, ondertr. (impost) 2° ald. 15 april 1735 (impost voor hem 6 gld, zij pro deo), tr. Beverwijk 1 april 1735 Maria van ZANTEN.
                  In 1735 testeren Jan Zalm en Maria van Zanten, op elkaar; hij benoemt Teunis Schaap en Jeroen Reghtdoorzee tot voogden over zijn voorkinderen 138.
              5. Lijsbeth SALM, impost op begr. Beverwijk 7 sept. 1706 (impost ƒ 6).
              6. Elisabeth SALM, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 okt. 1707, zie 19.
            40. (<20) (>80, >81) Jacob Louisz de MUNCK., tuinman te Beverwijk, overl. vóór 2 mei 1732, ondertr. 1° (schepenbank) ald. 8 nov. 1672 (Jacob Loysz de Munck, jongeman van Haarlem, wonende in Amstelveen, met Marijtje Paulus, jongedochter van Beverwijk, wonende alhier; ook ondertrouw in Nieuwer-Amstel), tr. ald. 4 dec. 1672 Maritje Paulusdr HUYSMAN, impost op begr. Beverwijk 30 aug. 1682, ondertr. 2° (schepenbank)/tr. ald. 27 juni/13 juli 1692
                In Haarlem machtigt in 1703 Jacob Louwisse de Munck, tuinman wonende in Beverwijk, zijn neef Huijgh Nagtegaal, wonende te Haarlem, voor hem op te treden in de boedel van wijlen Jan van der Graes, zijn neef, gewoond hebbende en overleden in Haarlem 148.
                In Beverwijk wordt op 31 maart 1681 en op 31 maart 1682 Jacob Louisz als mennist aangeslagen voor ƒ 5:0:0, waarvan ƒ 3:10:0 voor vrijstelling van de schutterij en ƒ 1:10:0 voor vrijstelling van de burgerwacht 149.
                     Uit het eerste huwelijk:
                1. Louis Jacobsz de MUNK, geb. ca. 1675, ged. (r.-k.) Beverwijk 8 jan. 1727 (catechisatie doorlopen, daarna gedoopt; zoon van Jacob de Munk en Marijtje Paulus Huysman, peter: Paulus de Munk), begr. Haarlem 19 april 1736, ondertr. 1°/tr. ald. 30 aug./13 sept. 1716 Anna GRAVE, overl. ald. 17 jan. 1722, wed. van Hendrik HELA, ondertr. 2°/tr. Haarlem 21 nov./5 dec. 1723 Christina 'Stijntje' MICHIELSDR, geb. Enkhuizen.
                    In het Nederduitsch Gereformeerde lidmatenboek van Haarlem, op 10 januari 1727: gedoopt Louis Jacobse de Munk, echteman in de Beverwijk, op de Cingel buiten de Kleine Houtpoort, getuige Paulus de Munk, de broeder. [Dit is een opmerkelijk, gezien de Rooms-Katholieke doop in Beverwijk met dezelfde getuige 2 dagen eerder.]
                2. Paulus Jacobsz de MUNCK, geb. ca. 1679, ged. (nederd. geref.) Haarlem 5 jan. 1713 (doopgetuige Jan van Beveren), begr. ald. 5 juli 1729, ondertr./tr. ald. 3/17 juli 1712 Geertrui VERBRUGGE, ged. (nederd. geref.) Haarlem 6 nov. 1674, begr. ald. 4 juni 1741, wed. van Jan VLASBLOM.
              41. (<20) (>82, >83) Aegje Cornelisdr van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 13 juni 1673, impost op begr. Beverwijk 12 juni 1739.
                  In Beverwijk verkoopt in 1726 Aechje Cornelis Steenis, weduwe alhier, zuster en enige erfgenaam van wijlen Marritje Cornelis Steenis indertijd weduwe en erfgenaam van Dirck Jansz Swager, aan Marritje Jacobs van der Meulen wonende te Westzaandam een huis en erf in de Nieuwe Steegh, belend ten zuidoosten Claes Lourisz, ten noordwesten de erfgenamen van Cornelis Pietersz Backer, voor ƒ 375 150.
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Cornelis Jacobsz de MUNK, ged. (nederd. geref.) Haarlem 9 april 1727 ('bejaerde'), tuinman, ondertuinman op de plaats van de heer Dutry in 1721, in 1727 met attestatie uit Haarlem in Heemstede gekomen, begr. Heemstede 24 nov. 1780, tr. ca. 1720 Caatje Jans van TRIEST, begr. ald. 7 mei 1759, dr van Jan van TRIEST en Marijtje LOUIS BOUDEWIJNS.
                      In het lidmatenboek van Haarlem, 11 april 1727: gedoopt Cornelis Jacobse de Munk, uit de Beverwijk, en Kaatje Jans van Triest van Haarlem, echtelieden aan de Heereweg, getuige Dirk Machielse van El.
                      Cornelis de Munck, weduwnaar van en in gemeenschap van goederen gehuwd geweest met Caatje van Triest, voor de helft eigenaar, en Jan de Munk en Dirk Otter gehuwd met Aagje de Munck, enige kinderen en erfgenamen ab intestato van Caatje, tezamen eigenaars van de wederhelft, verkopen een huis aan de Meester Lottelaan of Napelslaan onder Heemstede voor 600 gld.
                  2. Hendrick Jacobsz de MUNCK, geb. Beverwijk ca. 1700, ged. (r.-k. ('mennonist, 24')) ald. 2 mei 1725, zie 20.
                  3. Jacob Jacobsz de MUNCK, geb. ca. 1705, ged. (r.-k. 'mennonist, 23') Beverwijk 23 jan. 1729, impost op begr. ald. 2 maart 1737 (pro deo), ondertr. (schepenbank) ald. 14 jan. 1729, ondertr. (impost) Beverwijk 14 jan. 1729 (beiden pro deo), tr./tr. kerkel. (r.-k.) ald. 30 jan. 1729 Antje Willems KLEYBROECK, overl. Overveen 12 april 1776, dr van Willem KLEIJBROECK en Maartje ARYENS, die hertr. met Albert Jansz van DIEREN.
                      Akte van huwelijkstoestemming te Beverwijk op 14 januari 1729: Jacob Jacobsz de Munck, jongeman, wonende te Beverwijk, geassisteerd met zijn moeder Aeghje Cornelis Stenis, en Antje Willems Kleybroek, geassisteerd met haar moeder Maartje Aeryens.
                  4. Abraham Jacobsz de MUNCK, geb. ca. 1692, ged. (doopsgezind) Beverwijk 30 okt. 1718, ondertr. (pui) Amsterdam 26 mei 1726 (hij 33 jaar, zij 31 jaar), ondertr. (schepenbank) Beverwijk 10 mei 1726, ondertr. (impost) Amsterdam 8 mei 1726 (zij onvermogend), betoog verleend Beverwijk 26 mei 1726 Trijntje van der KRUYKE, geb. Monnickendam ca. 1694.
                      Op 2 juni 1727 kreeg Abraham de Munk attestatie van de doopsgezinde gemeente te Beverwijk, aldaar tot lid gedoopt op 30 oktober 1718 151.
                  5. Isaack Jacobsz de MUNCK, begr. Bennebroek 14 jan. 1762, ondertr. 1° 9 juli 1723, tr. ald. 25 juli 1723 Geertruid van MINNE, overl. vóór 1732, tr. 2° Catharina van HEUKELOM, ged. Haarlem 26 dec. 1710, begr. Bennebroek 16 maart 1789.
                      Op 2 mei 1732 testeren Isaack de Munck en zijn vrouw Catharina van Heukelom, echteluiden wonende te Bennebroek, op de langstlevende, bij kinderen met uitsluiting van de weesmeester, anders als Isaack als eerste zou komen te overlijden zijn moeder Aagje Krelis van Stenis, weduwe van Jacob Louisz de Munck, in de enkele legitieme portie 152.
                42. (<21) (>84, >85) Panchras Thomisse HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 1 aug. 1673 (doopgetuige Cornelis Banchrisse), overl. ald. 15 mei 1734, tr. 2° (r.-k.) ald. 19 mei 1716 Huijgje EVERS, overl. Heemskerk 13 juli 1753, tr. 1° (r.-k.) ald. 30 aug. 1702
                       Uit het tweede huwelijk:
                  1. Grietje Bancris HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 11 juni 1716, overl./begr. ald. 2 sept. 1799, ondertr./tr. ald. 1/16 juni 1743 Theunis Engelsz HENNEMAN, zn van Engel CORNELISZ en Cornelisje JANS.
                  2. Antje Bancras HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 15 nov. 1717, ondertr. (impost)/tr. (schepenbank) ald. 3/26 april 1744, tr. kerkel. (r.-k.) ald. 26 april 1744 Jacob Laurisse STUIJFBERGEN.
                      In Heemskerk trouwt voor schepenen op 26 april 1744 Jacob Lourisz Stuijfbergen, j.m. van Castricum, met Antje Banckrisz, j.d. alhier.
                  3. Maertje HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 1 febr. 1719.
                  4. Cornelis HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 4 maart 1720.
                  5. Marijtje Bancris HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 5 mei 1721, overl. ald. 12 april 1762, tr. (schepenbank)/tr. kerkel. (r.-k.) ald. 4 juni 1748 Crelis Engelse (HENNEMAN), ged. (r.-k.) Heemskerk 7 juli 1705, overl. ald. 15 nov. 1762, zn van Engel CORNELISZ en Cornelisje JANS, wedn. van Antie THEUNIS.
                  6. Crelis HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 19 okt. 1722.
                  7. Aegtje Bancris HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 9 jan. 1724, impost op begr. Beverwijk 29 febr. 1760 (pro deo).
                  8. Cornelis Banckeris HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 31 jan. 1725, ondertr. (schepenbank) Beverwijk 24 aug. 1748 (hij van Heemskerk), tr./tr. kerkel. (r.-k.) ald. 8 sept. 1748 Aegje Lourens CLEYBROECK, wed. van Gerrit Jansz BOS.
                  9. Symen Bancrisz HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 6 dec. 1728, ondertr. (schepenbank) Beverwijk 21 juni 1754, ondertr. (impost) ald. 21 juni 1754 (impost voor haar ƒ 3, hij pro deo), tr. ald. 7 juli 1754 Jannetje van DIJK, ged. (r.-k.) Beverwijk 6 nov. 1724, dr van Arijen Jacobsz van DIJCK en Fronica Symons SLOTEMAKER.
                43. (<21) (>86, >87) Jannitje LAURENS, overl. Heemskerk 13 nov. 1713, tr. 1° Jan FLORISSEN.
                       Uit het eerste huwelijk:
                  1. Laurens JANSEN, ged. (r.-k.) Heemskerk 24 april 1701.
                       Uit het tweede huwelijk:
                  1. Ariaantje Bancras HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 25 juli 1702, zie 21.
                  2. Thomas Bancrasse HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 21 juli 1704 (doopgetuige Simen Thomisse).
                  3. Maria Bancras HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 5 nov. 1705 (doopgetuige Jacob Laurense Decker).
                  4. Pieter Bankrasse HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 5 aug. 1707 (doopgetuige Lisbet Crelis), tr. Maertie.
                  5. Anna Bancras HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 2 maart 1709 (doopgetuige Breghtje Laurens).
                  6. Cornelis Bancrasse HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 18 maart 1711 (doopgetuige Breghtje Laurens).
                  7. Anna Bancras HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 17 nov. 1712 (doopgetuige Breghtje Laurens).
                44. (<22) (>88, >89) Balten Jansz van JESSEN, begr. Heemstede 6 juli 1697 (arbeidsman wonende bij de duinmeijer aan de Heereweg), ondertr./tr. (schepenbank) ald. 15 mei/12 juni 1661
                    Op 15 juli 1702 153 leggen te Heemstede twee personen een verklaring af: „ter requisitie van Hendrick Bastiaensz in huwelijck hebbende Luytje Balten, Jan van Borsele in huwelijck hebbende Rijckje Baltes ende Hendrick Jans in huwelijck hebbende Antje Baltes item Abraham Baltesz, woonende alsoo alhier tot Heemstede uytgesondert Abraham Baltesz welcke tot Bennbroek woont, dat de voornoemde Luytje, Rijckje, Antje en Abraham Baltes zijn kinderen en eenige universele erffgenamen van Balte Jans en Cornelia Gerrits in haer leeven echteluyden en gewoont hebbende alhier tot Heemstede, dat de voornoemde Baltes Jansz alhier tot Heemstede is overleeden in den Jaere 1697 ende de voornoemde Cornelia Gerrits in den maent junij laastleeden”... .
                45. (<22) Cornelia GERRITS, bij huwelijk „van Overveen”, begr. Heemstede 24 juni 1720 (weduwe aan de Manpadsbrug).
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Luitje BALTES, geb. Heemstede, ondertr./tr. (schepenbank) ald. 26 sept./17 okt. 1688, tr. kerkel. (r.-k.) Bloemendaal 17 okt. 1688 Heinric BASTIAENS, duinmeijer, bleker op de Glip.
                  2. Abraham Baltensz van JESSEN, zie 22.
                  3. Anna Baltens van JESSEN, geb. Heemstede, ondertr./tr. (schepenbank) ald. 25 april/16 mei 1700, tr. kerkel. (r.-k.) Berkenrode 16 mei 1700 Hendrik Jansz van DAERLE, bij huw. te De Glip.
                  4. Rijckje Baltens van JESSEN, geb. Heemstede, ondertr./tr. (schepenbank) ald. 6 maart 1701/28 maart 1710, tr. kerkel. (r.-k.) Berkenrode 29 maart 1701 Jan Jansz van BORSELE, geb. Heijningen, bij huw. te Berkenrode.
                46. (<23) (>92, >93) Cornelis WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 2 nov. 1677 (vermoedelijk), ondertr./tr. (schepenbank) ald. 10/27 jan. 1699
                47. (<23) (>94, >95) Johanna Adams van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 3 aug. 1680.
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Walterus WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 25 mei 1699.
                  2. Maria Elizabetha WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 18 nov. 1700.
                  3. Catharina WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 2 jan. 1703.
                  4. Joanna WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 8 april 1704.
                  5. Adamus WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 2 dec. 1706.
                  6. Cornelius WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 12 febr. 1709.
                  7. Helena WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 1 mei 1711.
                  8. Elisabet Cornelisse WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 2 aug. 1713, zie 23.
                  9. Hendrina WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 9 juni 1715.
                  10. Cornelia WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 9 juni 1717.
                  11. Cornelia WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 11 mei 1719.
                  12. Catharina Petronella WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 14 juli 1720.
                  13. Cornelia WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 4 mei 1721.
                48. (<24) (>96) Jan Cornelisz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709, tot leraar gekozen van de mennonistische gemeente ald. op 2 april 1714, tr.
                    In Broek op Langedijk verkopen in 1713 Jan Cornelisz Backer wonende in de Beemster, Jan Olofsz gerechtsbode te Hensbroek in huwelijk hebbende Maertje Cornelisdr, en Pieter Cornelisz de Boer getrouwd met Aeltje Cornelis wonende te Broek, aan Jan Cornelisz Keijser een huis en erf, belend ten noorden Jan Aelbertsz Blocker met de baan, ten zuiden Pieter Jansz Werf, ten westen de Burghsloot met [?], voor 160 gld, verkoopt in 1716 Frans Dirkse de Jonge aan Jan Dirxen [bedoeld is: Cornelisz] Keijser, Mennoleraar, een huis en erf in 't Noordeijnde, belend ten noorden Dirk Sijmons, ten zuiden de weduwe Griet Hendriks, ten westen verkoper met een voorhuis annex, voor 170 gld, verkoopt in 1717 Jan Kornelisz Keijser, mennon. leraar te Broek, aan Louris Jans Hillen een huis en erve op 't Noordeinde, belend ten zuiden Pieter Jansz Werf, ten noorden de weduwe van Jan Aelbertsz Blocker, voor 135 gld, en verkoopt in 1719 Frans Dirksz de Jong wonende op Texel aan Jan Kornelis Keijzer, mennon. leraar te Broek, een voorhuis en erve in 't Noordend, belend ten oosten de koper, ten noorden Dirk Sijmonsz 154.
                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1725 Willem Pietersz wonende te Wormerveer aan Jan Cornelisz Keijser, Mennogezinde leraar, 3 percelen zaadland, het eerste benoorden de Meijerssloot, groot 5 snees, belend ten oosten Aaltje Cornelis, ten westen Pieter Ellen, het ander in 't Lutjeland, groot 5 snees, belend ten oosten de Armen van Broek, ten westen Pieter Kaas, het laatste genaamd het War, groot 2 snees, belend ten oosten Aarjen Blocker, ten westen Frans Dirksz de Jong, voor 300 gld, en verkoopt in 1725 Cornelis Sijmonsz Kot aan Jan Cornelisz Keijser een endje zaadland groot 2 snees 8 roeden, belend ten oosten de koper mede ten westen annex, voor 60 gld 155.
                    In Broek op Langedijk wordt in 1730, vermits het overlijden van Dirk Gerritsz Bergen, voogd over de kinderen van wijlen Jan Cornelisz Keijser, door de weesmeesters Dirk Kornelisz de Vries als voogd aangesteld, om nevens Willem Kornelisz zijn mede-voogd en de moeder te regeren 156.
                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1731 IJff Heijlemans aan Dieuwer Dirx, weduwe van Jan Cornelisz Keijser, een akkertje zaadland genaamd Aalt Jansackertje, groot 2 snees 18 roeden, belend ten westen de koopster, ten oosten Teunis Spoors, voor ƒ 104:0:0, verkoopt in 1731 Frans Jansz Backer, regerend schepen, met aggreatie van zijn mede-confraters, aan Dieuwer Dircx weduwe van Jan Cornelisz Keijser een leeg erfje in 't Noordend genaamd Daniels hofstede, beldn ten oosten de Heerestraat, ten westen de Burgsloot, ten zuiden de koopster, voor 4 gld, en verkopen in 1738 de voogden over de kinderen van Jan Cornelisz Keijser en Dieuwer Dirx aan Jan Hendriksz Salm een stukje land van omtrent 6 roeden, belend ten oosten voornoemde kinderen, ten westen de Agtergragt 157.
                    In Broek op Langedijk verkopen in 1764 Aarjen Adamsz, Jantje Jans Keijsers, de weduwe van Dirk Jansz Keijser, en de weduwe van Kornelis Jansz Keijser wonende te Koedijk, aan Jan de Boer wonende te Zuid-Scharwoude een stuk weiland achter de huizen aan de Agterburgsloot, groot 6 geerzen 2 snees, belend ten zuiden Willem Keijsers erven, ten noorden Jacob Boogert, voor 524 gld 3 st 16 penn 158.
                49. (<24) (>98, >99) Dieuwer DIRX, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709.
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Dirk Jansz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 22 maart 1739, tr. Maartje Dirks DUIJN, overl. Broek op Langedijk tussen 24 febr. 1785 en 13 mei 1785, dr van Dirk Pietersz DUIJNMAN.
                      In Broek op Langedijk zijn in 1749 Aagje Aarjens [Boekjes] weduwe van Dirk Duijnman met en benevens Jan [Dirksz] Keijser en Cornelis Slot als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Dirck Duijnman geprocreëerd bij Aagje Aarjens, Pieter Dirksz Ellen voor zichzelf, Dirk Jansz Keijser in huwelijk hebbende Maartje Dirks, overeengekomen over de deling van de nalatenschap van hun vader wijlen Dirk Duijnman tussen de weduwe Aagje Aaryens van hun voornoemde vader overleden te Broek op Langedijk 159.
                      In Broek op Langedijk hebben de weesmeesters in 1753 Pieter Dirksz Ellen en Kornelis Dirksz Keijser aangesteld als voogden over de minderjarige kinderen van Dirk Jansz Keijser geprocreëerd bij Maartje Dirks Duijn, om benevens de moeder te regeren, en brengen in 1754 de voogden in 't weesboek een erfportie uit de boedel van hun oudoom Sijmon Dirksz Bergen, bestaande uit land en 33 gld 160.
                      In Broek op Langedijk in 1785 wordt door Maartje Dirks Duijn een codicil opgemaakt met een lijst van goederen voor haar zoon Willem Keizer en haar kleinzoon Jan Pietersz Swager, en delen Willem Keijzer en Willem Blokker als voogd met Pieter Swager als vader van Jan Swager, erfgenamen van Maartje Dirks Duijn alhier overleden, waarvan Willem Keijzer een zoon en Jan Swager een kleinzoon is, land 161.
                  2. Cornelis Jansz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 2 okt. 1740, zie 24.
                  3. Jantje Jansdr KEIJZER, ged. (mennon.) Langedijk 3 april 1746.
                50. (<25) (>100, >101) Louris Pietersz RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, op 24 april 1743 gekozen tot diaken van de mennonistische gemeente in Langedijk, ondertr. (impost) Koedijk 16 nov. 1718 (impost ƒ 6)
                    In 1714 en 1721 is Louris Pietersz Rus pachter van vroonland, in 1723/4 koper van „'t Slick”, groot 1 morgen en 364 roeden, in de Vroonlanden. In 1738 162 heeft Louris Pieters Rus de 20e penning en 10e verhoging betaald over de nalatenschap van Grietie Cornelis, zonder descendenten overleden.
                    In Koedijk verkopen in 1724 Gerrit Bouwentsz Slommer en Jan Pietersz Rus, samen voogden over de kinderen van Huijbert Bouwentsz Slommer overleden alhier, aan Jan Maertensz Slommer een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten noorden Louris Pietersz Rus [in 1710 de weduwe van Pieter Jansz Rus], ten zuiden Jan IJffsz Schotvanger [in 1710 Jan IJffsen] 163.
                    In Oudkarspel in 1729 transporteert Christiaan Blom, deurwaarder van het thesaurierscomptoir van Alkmaar, aan Lourens Pietersz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd Jan Allertsven bewesten en benoorden de Diepsmeer, groot in de verponding 8 geerzen 3 snees 10 roeden, belend ten noorden de weduwe van Jan Pietersz Rus, ten oosten en zuiden de ringsloot van dezelve meer, voor 105 gld contant en een custingbrief van 210 gld, gekocht in publieke veiling op het raadhuis van Alkmaar op 10, 11 en 15 december 1728, transporteert Louwris Pietersz Rus wonende te Koedijk, als last en procuratie hebbende van Pieter Jansz Wagenmaacker en Albert Pietersz Keijzer wonende op het eiland Wieringen gepasseerd aldaar (aan Den Oever) op 13 april 1729, aan Gerrit Bouwens Slommer mede te Koedijk woonachtig een stuk weiland in de Diepsmeer, groot omtrent 7 geerzen, belend ten westen Johannes Rijpland, ten oosten de erve Pieter Cornelisz Rus, in publieke veiling gekocht voor 85 gld, en verkopen Jan Hartland wonende te Koedijk als vader en voogd van zijn minderjarige kinderen geteeld bij zijn overleden huisvrouw Maartje Ariens, Pieter Almertsz Boer wonende te Oudkarspel als voogd over de minderjarige kinderen van Anna Maartens Breeland en Jan van Twuijver wonende te Zuid-Scharwoude als voogd over het minderjarige kind van Jan Maartens Breeland, elk voor een derdepart, aan Louwris Pietersz Rus mede wonende te Koedijk een akkertje zaadland in de Diepsmeer, aan de Westkant, groot omtrent 14 snees, belend ten zuiden de erven van de Vrouw van Maasdam, ten noorden de erve Cornelis Aldertsz, voor 2 gld 164.
                    In Koedijk verkopen in 1729 Pieter Almaertsz de Boer te Oudkarspel en Hendrick Bregman te Harenkarspel als voogden over de kinderen van Jan Pietersz Kuyper en Anne Maertens, overleden onder de banne van Harenkarspel, voor 1/3, de eerste comparant nog van het kind van Jan Maertensz Breeland overleden te Zuid-Scharwoude, voor 1/3, en Jan Hartland te Koedijk voor 1/3, aan Louris Pietersz Rus een boomgaardje van 1 snees op 't Noordeinde, belend ten westen de koper, ten oosten Pieter Jacobsz, voor 16 gld, en verkopen Louris Willemsz voor de ene helft en de eerder genoemde kopers als hiervoor voor de andere helft aan Louris Pieters Rus zaadland op het Noordeinde, groot 7 snees, belend ten westen de koper, ten oosten Pieter Jansz Diepsmeer, voor 91 gld 165.
                    In Warmenhuizen verkopen in 1735 de gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en Westfriesland, inzake verkoping van geabandonneerde huizen en landerijen, aan Louris Pietersz Rus wonende te Koedijk grasland genaamd het land van Aris Schuijt, groot 9 geerzen 10 roeden, in de Greb, belend ten oosten de erven van Huijbert Slommer, ten westen Koddebos, ten noorden de ringsloot 166, waarvoor op 12 mei 1735 aan de gaarder over ƒ 2-2-0 de 40e penning en 10e verhoging betaald wordt.
                    In Oudkarspel verkoopt in 1735 Theodorus Heijmenbergh woonachtig te Alkmaar, als last en procuratie hebbende van Matthias Franciscus Cloet tegenwoordig wonende te Utrecht, aan Lourus Pietersz Rus wonende te Koedijk 2 stukken land het ene genaamd de Vuijle Greb, groot 4½ gars, belend ten noorden de koper, ten zuiden de Vuijle Greb-sloot, het andere genaamd Oom Anges-land, groot 5 geerzen 8 snees 13 roeden, belend ten noorden Garment Dirksz, ten zuiden en westen de kinderen van Huijbert Slommer, voor 400 gld 167.
                    In Koedijk verkoopt in 1740 Pieter Croon aan Lourus Rus een huis en erf op 't Noordend, belend ten zuiden de koper, ten noorden Pieter Garments, voor 100 gld, verkoopt in 1742 Jan Jansz de Groot getrouwd met Maartje Cornelis aan Louris Rus een hofsteetje, belend ten noorden Arie Dickstaal, ten oosten de koper, voor 40 gld, en verkoopt in 1747 Arien Grootzant te Nieuwe Niedorp aan Lourens Rus 1 gars 9 snees 8 roe in land genaamd de Benneweijt, groot in 't geheel 2½ morgen, op 't Noordend, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden Hillebrand Schipper, voor ƒ 20:12:8 168.
                    In Oudkarspel transporteren schout en schepenen, vanwege publieke verkoping door gecommitteerden op 12 januari 1741, aan Lourus Rus wonede te Koedijk 2 stukken land in de Diepsmeer, groot tezamen 17 geerzen 8 snees 13 roeden, afkomstig van Claas Hanse en Jan Vader, voor 10 gld, verkoopt in 1744 Claas Pover wonende te Koedijk onder onze banne aan Lourus Rus wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 10 snees, belend ten zuiden Cornelis Stam, ten noorden de erven van de heer Gerrit Warmenhuijsen, voor ƒ 90, verkoopt in 1741 Lourus Rus wonende te Koedijk aan Anne Jansz weduwe van Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig, de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 8 geerzen 4 snees, belend ten noorden de koopster, ten zuiden de ringsloot van de Diepsmeer, voor ƒ 122:10:0, verkoopt in 1747 Adriaan Groodsant wonende te Nieuwe Niedorp aan Lourus Rus wonende te Koedijk, eerstelijk ¾ in een stuk weiland gemeen met 't Gemene Land, groot 5 geerzen 11 snees 5 roeden, belend ten oosten de heer Heijmenberg, ten westen het Gemene Land, met nog een stuk weiland genaamd de Bennewijd, groot 4 geerzen 7 snees 16 roeden, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden de Kleijmeersringsloot, voor ƒ 71, en verkoopt in 1750 Cornelis Baanman wonende te Koedijk aan Lourus Rus mede te Koedijk woonachtig een akker zaadland, groot 11 snees, belend ten zuiden Jan Jansz de Groot, ten noorden de Onweerssloot, voor ƒ 110 169.
                51. (<25) (>102, >103) Trijntje Jansdr RUS, ged. (mennon.) Langedijk 6 nov. 1718.
                       Uit dit huwelijk:
                  1. Pieter Lourisz RUS, impost op begr. Koedijk 21 okt. 1720 (impost ƒ 3).
                  2. Maartje Louris RUS, ged. (mennon.) Langedijk 2 okt. 1740, zie 25.
                  3. Pieter Lourisz RUS, gedoopt als bejaarde en aangenomen (nederd. geref.) Koedijk 1755, overl. Harenkarspel, impost op begr. ald. 3 dec. 1781 (impost ƒ 6, om te Oudkarspel begraven te worden), impost op begr. Oudkarspel 3 dec. 1781 (impost ƒ 6), impost op begr. Koedijk 170 2 april 1782 (impost ƒ 3), begr. Oudkarspel 6 dec. 1781 (graf in de kerk gekocht voor ƒ 7:5:0, 't grote doodkleed ƒ 0:12:0), ondertr. (impost) Koedijk 2 maart 1754 (impost ƒ 6, samen), tr. ald. 17 maart 1754 Aaltje Jans GORTER, ged. (nederd. geref.) Oudkarspel 27 febr. 1729, begr. ald. 7 april 1800 als de weduwe van Pieter Rus (in de kerk, ƒ 12:13:0), dr van Jan GORTER.
                      In Oudkarspel verkoopt in 1759 heer Henricus van Wijk wonende te Alkmaar aan Pieter Lourisz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd Dirk Jacobszweyd, groot 7 geerzen 3 snees, voor 590 gld 171.
                      In Koedijk verkoopt in 1769 Pieter Laurentsz Rus aan Cornelis Croon te Huijskebuurt onder Warmenhuizen een huis en erf op 't Noordend, belend ten noorden Maartje Laurens Rus, ten zuiden Dirk Pietersz, voor 500 gld, en verkoopt in 1770 Pieter Laurens Rus aan Jacob Volkers een akker zaadland gelegen in Del, belend ten westen Maartje Laurens, ten zuiden schout Diepsmeer, groot 8 snees, voor 142 gld 172.
                      In Oudkarspel verkoopt in 1770 Pieter Lourisz Rus wonende te Koedijk aan de weduwe van Jacob Butter wonende te Koedijk in de banne van Oudkarspel een akker zaadland, groot 10 snees, belend ten noorden Cornelis Bies, ten zuiden Cornelis Stam, voor ƒ 116, verkoopt in 1770 Pieter Lourisz Rus aan Cornelis Jansz IJffs, beiden wonende te Koedijk, een stuk weiland, groot 7 geerzen 3 snees, genaamd Dirk Jacobsweijd, belend ten zuiden IJff Bouwens, ten noorden Jan d'Groot, voor ƒ 290, en omgekeerd koper aan verkoper een stuk weiland, groot 7 geerzen 2 snees, belend ten zuiden Pieter Boldewijn, ten noorden Arien Hoogwater, voor ƒ 225, verkoopt in 1770 Pieter Rus aan Cornelis en Gerrit Rus, allen wonende te Koedijk, een akker zaadland, groot 10 snees 18 roeden, belend ten noorden de Snijdersloot, ten zuiden Cornelis Rus, voor ƒ 240, en verkoopt in 1771 de rentmeester-generaal van Westfriesland en het Noorderkwartier o.m. aan Pieter Lourisz Rus een vierdepart in een stuk weiland gemeen met de koper, genaamd Rentenaar, groot 2 geerzen 2 snees 18 roeden, voor nihil 173.
                      In 1777 compareren Jan Keyser en Cornelis Tijsse als voogden over de vier minderjarige kinderen van Pieter Laurens Rus wonende in de Woutmeer; deze kinderen krijgen elk 200 gld als legaat van de onlangs overleden Cornelis Rus de Oude volgens het testament van 18 april 1771 voor notaris Bootsman; de vader Pieter Laurentsz Rus stelt tot zekerheid 7 geers land onder Oudkarspel en 6 geers land genaamd Ouwejansweid 174.
                      In Schoorl bekende in 1777 Pieter Lourisz Rus van Langedijk bij publieke veiling verkocht te hebben en bij dezen op te dragen aan Dirk Garmentsz te Koedijk, een stukje bosland in de Aagtdorperpolder, groot 67 roeden, belend ten oosten de erven van Reyer Kruyf, ten westen de kerk van Schoorl, voor 20 gld, item groot 25 roeden, belend ten zuiden IJff Bouwensz, ten noorden de erven van Guurtje Cornelis, voor 42 gld, item groot 11¾ roe, belend ten oosten Jacob Spierdijk, ten westen Cornelis Stam, voor 18 gld 175.
                      In Oudkarspel verkoopt in 1781 Pieter Lourisz Rus wonende in de Woudmeer aan Cornelis Pietersz Kroone wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 9 geerzen, belend ten zuiden de koper, voor ƒ 777, en aan Jan Cornelisz Keijser wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 6 geerzen, belend ten noorden Dirk Garmentsz, voor ƒ 650 176.
                      In Oudkarspel is in 1802 Jan Keijzer wonende in deze banne aan het Noordeinde van Koedijk 600 gld schuldig, tegen een interest van 4 gld ten honderd, aan de gezamenlijke erfgenamen van Pieter Louwrisz Rus, aan het Noordeinde van Oudkarspel in de banne van Harenkarspel gewoond hebbende, verbindende daarvoor een stuk weiland in deze banne ten noorden van Koedijk gelegen, belend ten oosten Klaas Appetijd, ten westen de comparant, groot 7 geerzen 3 snees (geroyeerd op 2 april 1806) 177.
                      In 1772 geven Jan Gorter de Jonge, Pieter Rus als in huwelijk hebbende Aaltje Gorter en Cornelis Bijpost als getrouwd met Maartje Gorter, dezelve Aaltje Gorter en Maartje Gorter elk door haar man geassisteerd en gequalificeerd, broer en zusters en tezamen voor de helft erfgenamen ab intestato van wijlen Cornelis Gorter, wonende de eerste comparant in de Zijp en de andere onder Haringcarspel, machtiging aan hun vader Jan Gorter [wonende te Oudkarspel], voor de wederhelft erfgenaam van zijn zoon Cornelis Gorter, om hun aandeel in 3 huizen en een stukje land in Alkmaar te verkopen 178.
                52. (<26) (>104, >105) Arien Harksz HOUDEWIND, in 1718 diaken te Schoorl, tr. 2° Maertje Pieters COSTER, tr. 1°
                    In Warmenhuizen verkoopt in 1721 Adriaan Harksz Houdewindt wonende te Groet aan Teunis Sijmensz Overs[loodt], weesmeester, de helft in een stukje rietland, geroot in 't geheel omtrent 3 geerzen, gemeen met de koper, in de Greb, genaamd de Bijlkamp, belend ten zuiden de diaconie van Koedijk, ten noorden Pieter Decker, ten oosten de ringsloot, met de oude waarbrieven, voor 75 gld 179.
                    Op 18 januari 1724 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Arie Harksz Houdewint, weduwnaar te Groet, en Maertje Pieters Coster, meerderjarige jongedochter. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Als hij als eerste sterft zonder kinderen uit dit of eerder huwelijk, zal zij de helft van zijn nalatenschap krijgen. Als zij de eerststervende is zonder kinderen, zal hij alles hebben wat zij met de dood omntruimt. De langstlevende zal eventueel voogd of voogdesse over de kinderen zijn, met uitsluiting van de weeskamer. 180
                    In 1745 transporteren Pieter Huijsman wonende te Groet als in huwelijk hebbende Maartje Pieters Koster eerder weduwe van Arien Harkze Houdewind, mitsgaders dezelve Maartje Pieters Koster geassisteerd met haar voornoemde man, aan Dirk Kruijt een obligatie van 900 gld gesteld op de naam van Evert Teunisz als voogd van Adriaan Harksz Voordewind dd. 1 juli 1704, welke obligatie aan de voornoemde Maartje Pieters Coster bij afdeling tussen haar en haar kinderen in huwelijk verwekt bij de voornoemde Adrien Harksz Houdewind dd. 22 juni 1745 in eigendom is aanbedeeld 181.
                    In 1718 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Arien Harksz Houdewint wonende in de banne van Schoorl, geassisteerd met Jan Kuijper zijn oom en voogd mede wonende aldaar, en Aeltje Fredricks, geassisteerd met Fredrick Jansz haar vader insgelijks wonende in de jurisdictie van Schoorl. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Als hij als eerste sterft zonder kinderen krijgt zij de helft van zijn nalatenschap. Als zij als eerste sterft zonder kinderen zal hij de goederen door haar ingebracht en de goederen staande huwelijk door haar aangeërfd aan haar erfgenamen moeten uitkeren. 182
                         Uit het tweede huwelijk:
                    1. Neeltje Ariaansdr HOUDEWIND, impost op begr. Schoorl 1 febr. 1800 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 6 mei 1752 (impost ƒ 3 voor beiden) Hendrik Aalbertsz WOLBRINK, impost op begr. ald. 28 febr. 1763 (pro deo).
                        In Schoorl bekent in 1782 Maartje Pieters Schouten weduwe van Luytje de Jongh wonende te Hargen 500 gld schuldig te zijn aan Neeltje Arians Houdewint wonende te Bregtdorp, tegen 3 percent in 't jaar, met als onderpand een huis en erf te Hargen en 2 stukken weiland in de Hargerpolder (voldaan 22 febr. 1789). 183.
                        In 1754 zijn Hendrik Wolbrink & Neeltje Ariensdr Houdewind lidmaten in Bregtdorp.
                    2. Antje Ariens HOUDEWIND, impost op begr. Bergen (N.-H.) 17 febr. 1775 (impost ƒ 3, overleden in de Molenbuurt), ondertr. Alkmaar 8 juli 1753, attestatie om te trouwen ald. 22 juli 1753 (naar Bergen), tr. Bergen (N.-H.) 22 juli 1753 Pieter BEEMSTER.
                        In 1766 testeren Pieter Beemster en Antje Ariens Houdewind, echtelieden, wonende te Bergen. Indien er geen kinderen zijn op de langstlevende, maar na dode van de langstlevende zal de gemeenschappelijke boedel half om half verdeeld worden onder hun naaste vrienden. Als zij als eerste overlijdt en haar moeder dan nog leeft krijt die de blote legitieme portie. 184
                        In 1781 testeert in Bergen Pieter Beemster. Hij herroept zijn eerdere beschikkingen, in het bijzonder die van 30 september 1766. Als erfgenaam van zijn helft (de andere helft komt aan de vrienden van zijn overleden huisvrouw) benoemt hij zijn neef Arie Maartensz, bij diens vooroverlijden zijn huisvrouw Jannetje Jansdr Krap, en als die ook overleden is Antje Aarjens hun dochter. 185
                    3. Trijntje Ariensdr HOUDEWIND, overl. Schagen (aan de Slikkerdijk) 31 mei 1794, impost op begr. ald. 1 juni 1794 (impost ƒ 3), ondertr. Zijpe 31 dec. 1757, ondertr. (impost) ald. 31 dec. 1757 (pro deo), tr. ald. 15 jan. 1758 Cornelis Jansz HOUVAST, impost op begr. Zijpe 26 juli 1776 (impost ƒ 3).
                        In Schoorl bekent in 1782 Maartje Pieters Schouten weduwe van Luytje de Jonge wonende te Hargen schuldig te zijn aan Tryntje Arians Houdewind wonende aan de Wieringerwaard 500 gld, met als onderpand 2 stukken land in de Hargerpolder en nog 7 stukjes land 186.
                        In 1793 compareerde voor weesmeesters van Wieringerwaard Trijntje Ariens Oude-wind, weduwe van Cornelis Houvast, met een verklaring van de bewindhebbers van de Oost-Indische Compagnie te Amsterdam dat haar zoon Jan Cornelisz Houvast, die naar Oost-Indië was uitgevaren, op 6 november 1786 was overleden, en verzocht de gelden van voornoemde zoon in de weeskamer berustende, namelijk 3 gld 3 st voor het bewijs van zijn vader en 36 gld 4 st wegens een vierde gedeelte in de erfenis van Pieter Cornelisz Voorman die een oom is geweest van haar zoon, tezamen bedragende ƒ 39:7:0, aan haar te geven 187.
                        In 1794 bekent Cornelis Pietersz Slik wonende in de Wieringerwaard 200 gld schuldig te zijn aan Trijntje Ariensdr Houdewind, weduwe van Cornelis Houvast, wonende aan de Slikkerdijk tussen Schagen en de Zijpe, geleend op 1 januari 1794 en af te lossen op 1 januari 1795, prelegateert Trijntje Ariensdr Houdewind, weduwe van Cornelis Houvast, wonende aan de Slikkerdijk bij de Westvriesche Dijk, ziek te bedde liggende, aan haar zoon Arien Houvast het huis dat zij thans bewoont en stelt tot voogd over haar na te laten kinderen Cornelis Queldam, hoofdingeland van de Wieringerwaard, en wordt de waarde van de boedel van wijlen Trijntje Ariensdr Houdewind, gewoond hebbende aan de Slikkerdijk en aldaar op 31 mei 1794 overleden, gesteld op ƒ 562:2:0, door Arien Houvast, Arien Gerritsz Smit in huwelijk hebbende Maartje Houvast wonende te Oudkarspel en Cornelis Queldam als voogd over Antje Houvast, welke Arien, Maartje en Antje de enige nagelaten kinderen en erfgenamen ab intestato zijn 188.
                    4. Sijtje Ariens HOUDEWIND, ondertr. (impost) Koedijk 21 dec. 1765 (impost ƒ 6 samen), tr. ald. 5 jan. 1766 Jan Cornelisz SMIT, ged. (nederd. geref.) ald. 2 jan. 1735, zn van Cornelis Jansz SMIT en Maartje JANS.
                    5. Maartje Ariens HOUDEWIND, impost op begr. Bergen (N.-H.) 16 sept. 1794 (pro deo, overleden op Oudburg), tr. Zijpe 3 april 1763 Cornelis NEEF, geb. ald., die hertr. met Ariaantje KWAK.
                  53. (<26) (>106, >107) Aaltje FREDRIKS, geb. Bregtdorp, ged. (nederd. geref.) Schoorl 8 okt. 1690, doet belijdenis ald. 23 nov. 1711, overl. vóór 1724.
                         Uit dit huwelijk:
                    1. Hark Ariensz HOUDEWIND, zie 26.
                  54. (<27) (>108) Arien Jansz MEEG, schepen (1745-1753) 22, weesmeester (1741-1763) 22 van Koedijk, pacht vroonland in 1720 en 1721, impost op begr. ald. 20 aug. 1772 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) 2° ald. 7 febr. 1722 (impost samen ƒ 6), tr. Koedijk 22 febr. 1722 Maartje Jacobs BOBELDIJK, ged. (nederd. geref.) ald. 8 nov. 1693, impost op begr. ald. 10 jan. 1767 (impost ƒ 3), dr van Jacob Pietersz BOBELDIJCK en Celij LUBBERTS, ondertr. (impost) 1° Koedijk 28 dec. 1715 (impost samen ƒ 6), tr. ald. 12 jan. 1716
                      In Koedijk verkoopt in 1723 Jan Cornelisz Hoogwater wonende in Uitgeest aan Arien Jansz Meegh een huis en erf op het Noordeijnde, belend ten zuiden de Blauwe Camer, ten noorden Cornelis Jansz Visser, met een tuintje liggende over de Agtergraft, belend ten noorden Jan de Groot, ten zuiden de Veersloot, voor ƒ 312, en verkoopt in 1729 Cornelis Heijlemantse zoon van Heijleman Cornelisz wonende in de Schermeer aan Arien Jansz Meegh een akker zaadland genaamd Pajebos, groot omtrent 20 snees gelegen bezuiden de Diepsmeer, belend ten noorden Pieter Jansz Diepsmeer, ten zuiden de heer de Graeff, voor ƒ 60 189.
                      In 1759 190 testeert Jacob Jansz Tomas te Koedijk aan zijn broeders zoon Jan Ariensz Meeg, diens zuster Dieuwertje Meeg, in huwelijk hebbende Hark Ariensz Houwdewind, en hun halve broeder Pieter Ariensz Meeg. In 1771 191 testeert te Alkmaar Arien Jansz Meeg, won. te Koedijk, laatste huisvrouw Maartje Jacobs Bobeldijk, aan Jan Ariens Meeg, aan Dieuwer Meeg huisvrouw van Hark Houdewind, en de rest aan zijn zoon Pieter Meeg.
                      In Koedijk hebben op 31 januari 1760 Jan Ariensz Meegh ter eenre, Pieter Ariensz Meegh ter tweeder zijde en Hark Houdewind als in huwelijk hebbende Dieuwertje Ariens Meegh ter derder zijde, de laatste woonachtig te Schoorl, tezamen geïnstitueerde erfgenamen van hun oom Jacob Jansz Tomas, alhier op 9 september 1759 overleden, volgens testament van 1 september 1759 voor notaris Croll te Alkmaar, provisioneel gedeeld de meubelen, huisraad, boeren- en bouwgereedschap en wat dies meer is door hun voornoemde overleden oom met de dood ontruimd. Zij verklaren dat de eerste comparant in eigendom genomen heeft het huis en erf onder Koedijk en 't stuk land te Bergen, aan hem geprelegateerd, dat zij samen verkocht hebben de helft in een akker zaadland in Oudkarspel, groot in t'geheel 18 snees, genaamd 't Breedje, belend ten noorden Koutoord, ten westen Arie Hendriksz, en alsnu in alle min en vriendschap verdragen zijn over de deling van de andere goederen (bestaande uit 3 stukken land in Koedijk, 4 stukken land in Oudkarspel en een geldbedrag van ƒ 225:12:0). 192
                      In 1722 verklaarde Arien Jansz Meegh voor hun moeders erfenis te bewijzen aan Jan (4 jaar) en Dieuwer Ariens (1 jaar), zijn kinderen geprocreëerd bij wijlen zijn huisvrouw Anne Hendricks, met genoegen van Cornelis Claesz Groot en Cornelis Ariensz Nierop als aangestelde voogden, eerstelijk al hun moeders kleren, met de bloedkoralen ketting en goudslotje daaraan, en daarenboven voor ieder kind 50 gld, te betalen ten mondigen dage of huwelijksen staat. Op 6 juli 1761 is bij kwitantie van Hark Ariensz Houdewint als in huwelijk hebbende Dieuwertje Ariens Meegh in dato 5 maart 1774 en van Jan Ariensz Meegh in dato 2 mei 1751 gebleken dat zij door hun vader zijn voldaan. 193
                           Uit het tweede huwelijk:
                      1. Aaltje Ariens MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 11 april 1723.
                      2. Jacob Ariensz MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 nov. 1724, impost op begr. ald. 6 jan. 1725 (impost ƒ 3).
                      3. Trijntje Ariens MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 21 juli 1726, impost op begr. ald. 13 maart 1728 (impost ƒ 3).
                      4. Aaltje Ariens MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 15 febr. 1728.
                      5. Pieter Ariensz MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 4 sept. 1729.
                      6. Jacob Ariensz MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 juli 1732, impost op begr. ald. 13 april 1801 (pro deo).
                    55. (<27) (>110, >111) Anna Hendriks BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 27 april 1687, impost op begr. ald. 9 sept. 1720.
                           Uit dit huwelijk:
                      1. Jan Ariensz MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 mei 1718, boer, impost op begr. ald. 24 april 1793 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) 1° ald. 18 april 1750 (impost samen ƒ 6), tr. Koedijk 3 mei 1750 Maartje Klaas APPETIJD, ged. (nederd. geref.) ald. 24 maart 1726, impost op begr. ald. 16 sept. 1765 (impost ƒ 3), dr van Claas Jansz APPETIJT en Dieuwer JANS, bij huwelijk jongedochter van Noord-Scharwoude, ondertr. (impost) 2° Koedijk 27 juli 1771 (impost samen ƒ 6), tr. ald. 11 aug. 1771 Maartje Pieters HARTLAND, ged. (nederd. geref.) ald. 21 mei 1741, overl. Koedijk, impost op begr. ald. 14 febr. 1800 (impost ƒ 3), dr van Pieter Jansz HARTLAND en Guurtje ARIENS.
                          In Noord-Scharwoude verkoopt in 1751 Cornelis Hoogschagen, gerechtsbode in de Zuid-Zijpe wonende in Putten, met procuratie van de erfgenamen van heer Theodorus Heijmenbergh te Alkmaar overleden, aan Jan Aarjens Meegen wonende te Koedijk een akker zaadland van 16 snees gelegen in de Diepsmeer, belend ten zuiden Claas Luijt, ten noorden Cassels Pietje, voor 4 gld ieder snees, bedragende een somme van 64 gld in contant aangeteld geld, en verkoopt in 1764 Elbert Hoogcarspel wonende te Enkhuizen aan Jan Aarjensz Meeg wonende te Koedijk een akker zaadland bezuiden de Diepsmeerse molen, groot 12 snees, belend ten zuiden Claas Luijt, ten noorden Aarjen Meeg, voor 14 gld gereed geld 194.
                          In Koedijk bewijst in 1771 Jan Ariensz Meeg, voornemens te hertrouwen, aan Jacob, oud 20, en Arien Jansz Meeg, 12 jaar, minderjarige nagelaten kinderen van wijlen Maartje Claas Appeteyt in huwelijk verwekt bij Jan Ariensz Meeg, hun moeders erfdeel, waarvoor tot voogden aangesteld zijn Cornelis Appeteijt, Pieter Meegh en Jan Jansz Nierop, allen wonende alhier, nl. (1) een stuk land genaamd de Boog in de Middel Reekerpolder onder Bergen, groot 3 geerzen, belend ten oosten de Jaagweg, ten westen Jan Hendriksz van Brussel, (2) een akker zaadland onder Noord-Scharwoude aan de Somersloot, groot 16 snees, belend ten zuiden Cornelis Appeteijt, ten noorden de weduwe van Pieter Sinter, (3) een derdepart in het levendige vee dat hij Jan Meeg op meerderjarigheid of eerdere trouwdag van zijn voornoemde zoons zal hebben, (4) elk een bed met toebehoren 195.
                          In Koedijk verkopen in 1722 schepenen als regenten van Koedijk aan Jan Meeg 2 geerzen 9 snees 2¼ roe in een stuk land genaamd 't Rijpland, in 't geheel 5 geerzen 8 snees 16 roeden, voor ƒ 150 196.
                          In Koedijk worden in 1800 Jan Ariensz Hartland en IJf Gerretsz IJfsz wonende alhier tot voogden aangesteld over Pieter Jansz Meegh, nagelaten minderjarig kind van Jan Meegh en Maartje Pieters Hartland; op 14 februari 1805 is de rekening geapprobeerd in presentie van Pieter Jansz Meeg, thans meerderjarig 197.
                      2. Dieuwertje Ariensdr MEEG, ged. (nederd. geref.) Koedijk 1 sept. 1720, zie 27.
                    56. (<28) (>112, >113) Claes Adriaensz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 15 okt. 1673, schoenmaker, diaken te Westgraftdijk (als zodanig vermeld in 1797 en 1708), ouderling ald. (in 1720 en 1728), impost op begr. Graft 2 sept. 1749, begr. (onvermogen, Claas Ariaansz te Westgraftdijk), tr. 1° N.N., ondertr. (impost) 2° ald. 22 aug. 1699
                        In april 1699 verkoopt Claes Jansz Anderman, meerderjarige jongeman wonende op Sardam, aan Claes Adriaensz Willigrijp, buurman op Graftdijk, een huis en erf met akker op Graftdijk benoorden de sluis, voor 110 gld 198. In 1697 en 1698 heeft Claes Adriaensz Willigrijp onder Driehuizen en de Schermeer land in Koenensven, Wigger en Ariskamp, met in 1698 bovendien een huis in Graftdijk („extra verponding Claes Adr: Willigrijp vant huijs 1:4:-, 't land 3 huysen te amplieren”), in 1699 wordt behalve het huis ook het land onder Graftdijk vermeld, met „Anne Pieters en haer kinderen” bij „Wigger”, in 1700 wordt onder Graftdijk behalve het huis als land genoemd „in Koekemeed”, „Ariskamp naar Claes Sloten” en „nog koekemeed” 199.
                        In Zuid- en Noordschermer veilt in 1700 Claes Adriaensz Willigrijp een stuk land in de Buremade in de banne van Graft genaamd de Lange Acker, groot omtrent 3½ achel, belend ten zuiden Jacob Gerretsz, ten noorden Jan Cornelis de Wit, ten westen Willem Dirxz Smith; koper is gebeleven Claes Sloten Oremus op ƒ 32, borgen zijn Jacob Collis en Claes Voormaij 200.
                        In Graft in 1700 verkoopt Claes Adriaen Willigrijp, buurman op Graftdijk, aan Anna Pieters, buurvrouw op Driehuizen, en haar kinderen geprocreëerd bij Jan Adriaensz, een stuk land genaamd Wigger, groot 5 achelen 34 roeden 8 voeten, nevens het Westerse Leigat, belend ten oosten de koper, ten westen Jacob Jansz Collis, voor ƒ 205-3-12, verkoopt Jan Dircksz Jonker, buurman te Graft, aan Claes Adriaensz Willigrijp buurman op Graftdijk een akker land, groot omtrent 1¼ achel, bij Koekemeed, belend ten oosten de vaarsloot, ten westen en noorden de verkoper, ten zuiden Willem Dirksz Smit, voor ƒ 45, en verkoopt Claes Adriaensz Willigrijp aan Claes Pietersz Slooten, buurman in 't Noorteijnt, een akker land genaamd Ariskamp, groot ruim 3 achelen, in de West, belend ten zuiden de koper, ten noorden Jan Cornelisz Wit, voor ƒ 106 201.
                        In Graft verkoopt in 1719 Willem Adriaans Voogt wonende te Westgraftdijk, namens de voorzoon Jan Kornelisz wonende te Krommeniedijk van zijn vrouw, aan Klaas Ariaansz Willigrijp wonende te Westgraftdijk een huis en erf aldaar, belend ten noorden Kornelis IJsbrantsz, ten zuiden Kornelis Jacobsz Groen, voor ƒ 33-7-0 gereed en een custingvrief van ƒ 116-13-0 202.
                        In 1709 en in 1718 zijn Claas Adriaansz Willigrijp en Weijntje Jacobs in 't Noordend lidmaat te Westgraftdijk.
                    57. (<28) (>114) Wijntje JACOBS, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 22 jan. 1673, impost op begr. Graft 26 jan. 1737 (impost ƒ 3, Wijntje Jacobs, huisvrouw van Claes Willigrijp schoenmaker te Westraftdijk).
                           Uit dit huwelijk:
                      1. Jacob Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 26 sept. 1700.
                      2. Jacob Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 22 okt. 1702, impost op begr. ald. 30 dec. 1774, tr. Pietertje CORNELIS, impost op begr. Graft 29 juni 1752.
                          In Graft is in 1759 Jacob Claesz Willigrijp, weduwnaar van Pietertje Cornelis, als vader van zijn 2 minderjarige kinderen verwekt bij gemelde Pietertje Cornelis, met namen Cornelis, oud 22 jaar, en Claes, 21 jaar, met Harmen Claesz oom van de kinderen en Cornelis Graftdijk, als aangestelde voogden, overeengekomen dat hij als moederlijke erfenis zal bewijzen aan Cornelis het hekelhok te Westgraftdijk bewesten comparants huizinge bij de Sluijs en aan Claas een stukje land, groot omtrent 5 achelen, in de banne van Graft bij de Vinckhuijsen aan de dijk, belend ten westen Jacob Voogd, ten oosten de Zeevarende-buulvoogden, en verder de kinderen zal onderhouden, enz. 203.
                          Op 28 maart 1768 is Jacob Willigrijp op de Sluijs lidmaat in Westgraftdijk, op 29 september 1769 is Jacob Willigrijp op de Sluijs met twee zoons en twee dochters lidmaat in Westgraftdijk, in 1770 wordt Jacob Willigrijp 'broeder' genoemd.
                      3. Jan Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 19 nov. 1706, zie 28.
                      4. Dirk Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 13 dec. 1711.
                      5. Maartje Claes WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 20 nov. 1712.
                      6. Arien Claesz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 27 sept. 1716, doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 4 maart 1735, tr. N.N.
                    60. (<30) (>120, >121) Cornelis Feddesz de VRIES, in 1716 gekozen tot leraar van de mennonistische gemeente in Langedijk, in 1722 vermeld als diaken van de mennonistische gemeente ald., in 1716 is Cornelis de Vries pachter van vroonland, tr.
                        In Broek op Langendijk verkoopt in 1688 Cornelis Jansz Maat wonende te Noord-Scharwoude aan Cornelis Feddes een huis en erf waarin hij tegenwoordig woont, aan de Geestmerambagts Oosterdijk, belend ten oosten voorschreven dijk, ten westen Zuyderdel, met 4 st jaarlijkse erfpacht aan het grafelijkheidscomptoir, verkopen in 1690 Dirck Jansz Hensbroek en Cornelis Symonsz Hensbroek als voogden over de kinderen van Jan Willem Ettes bij wijlen Tryn Louris, aan Cornelis Feddesz een huis en erf in de Kerkebuurt, belend ten oosten de heer Araat, ten westen de Burgsloot, ten zuiden Aarjen Reus, ten noorden Jan Maerten Post, en verkoopt in 1693 Aegt Louris, weduwe en boedelhoudster van Pieter Garbrantsz, aan Cornelis Feddesz een huis en erf in de Kerckebuirt, belend ten noorden Aerjan Post, ten zuiden Hendrik Ridder, ten westen de Burgsloot met de voorwerf 204.
                        In Broek op Langedijk verkoopt in 1696 Cornelis Feddes aan Jan Pietersz Rijswijk chirurgijn een erfje aan de Geestmerambachts Oosterdijk naast 't Zuijderdel waar door de koper het huis erop gekocht en afgebroken is, belast met 4 st erfpacht aan de Grafelijke Domeinen, verkoopt in 1697 Dirk Claesz Backer burgemeester te Oude Niedorp aan Cornelis Feddesz een stukje zaadland van omtrent 24 roeden, belend ten westen Guurt Aris annex, ten oosten Jan Aelberts Blocker, verkopen in 1697 de erfgenamen van zal. Hendrik van Bronkhorst wonende te Amsterdam aam Dirk Gerritsz Bergen en Cornelis Feddes een akker zaadland van omtrent 17 snees 17 roe 4½ voeten, belend ten oosten Geestmerambachts Swartedijk, ten noorden Cornelis Langedijk, verkoopt in 1698 Jacob Feddesz wonende te Purmerend, ook als vader en voogd over zijn onmondige kinderen bij zal. Maartje Dircx, aan Cornelis Feddesz zijn broer een stukje zaadland, belend ten westen Anna Gerrits, ten zuiden Reyer Baertsz, ten noorden Taams Proper, en verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Cornelis Feddesz een stukje zaadland van omtrent 2 snees, belend ten westen de koper, ten oosten Dirck Pietersz Sloover 205.
                        In Broek op Langedijk verkopen in 1705 Hendrik Borst getrouwd met Maartje Cornelis wonende te Koedijk, Jacob Dircxz Quant getrouwd met Lijsbett Cornelis, Govert Pelt en Teunis Claasz als voogden over het kind van Jan Cornelisz Hansses, benevens Ambrosius van Lierip getrouwd met Neel Teunisdr nagelaten weduwe van voornoemde Jan Cornelisz Hansses, aan Cornelis Feddes een noordend akker zaadland, belend ten zuiden Neel Baarts, ten oosten Cornelis Lansman, ten westen Pieter Boom, groot 4 snees 1 roe, voor 16½ gld 's jaars, bedraagt 66 gld 1 st 206.
                        In Broek op Langedijk verkoopt in 1711 Claas Boldewijn getrouwd met Neel Alberts wonende te Koedijk aan Cornelis Feddes een akkertje zaadland, groot 5 snees 11 roe 8 voeten, belend ten zuiden Baart Egbertsz, ten noorden Anna Maartens, voor 296 gld 11 st 10 penn, verkoopt in 1712 Sr Niclaas Blydensius aan Cornelis Feddesz een akkertje zaadland, belend ten oosten Willem Ellen, ten westen Aelbert Spoor, groot 4 snees 7 roe 3 voeten, voor 117 gld 8½ st, en verkoopt in 1713 Aagt Lourisdr weduwe van Pieter Garbrantsz aan Cornelis Feddes een stuk westend akker zaadland, groot 4 snees, voor 56 gld 207.
                        In Broek op Langedijk verkopen de gezamnelijke erfgenamen van Dieuwer Cornelis Rooderbant aan Cornelis Veddes een akkertje zaadland genaamd het Kuijnsberge, groot 1 snees 12 roeden, belend ten oosten Cornelis Groot, ten noorden Maartje Willems c.s., voor 11½ gld het snees, is groot gemeten 1 snees 7 roeden 3 2/5 voeten, de kooppenningen zijn ƒ 15:14:14 [rekenfout?], en in 1727 transporteert Cornelis Veddes aaqn Willem Cornelisz Keijser de helft in een stukje weiland voor de huizen, groot 1 gars 3 snees, belend ten zuiden Willem Klif, tenn noorden Gerrit Kopper, voor 60 gld 208.
                    61. (<30) (>122, >123) Jantje Jansdr KEIJSER.
                           Uit dit huwelijk:
                      1. Jan Cornelisz de VRIES, alias Keijser, ged. (mennon.) Langedijk 24 nov. 1715, tr. 1° Trijntje JACOBS, dr van Grietje GERRITS, tr. 2° Dieuwertje Dirks KEIJSER, dr van Dirck Jansz KEIJSER, genoemd in 1722 als leraar van de mennonistische gemeente ald., en Aefje WILLEMS.
                          Ten behoeve van Jacob Jansz, 9 jaren, zoon van Jan Cornelisz Keijser en zijn vrouw Trijntie Jacobs overleden aan de Pettemerwegh, compareert in de weeskamer van de Zijpe op 7 mei 1728 Jan Cornelisz Keijser wonende in de Zijpe, en verklaart ter presentie van Broer Gerrits als getrouwd met Grietie Gerrits, grootmoeder van de voorschreven Jacob Jans, voor moeders erfenis te bewijzen 100 gld berustende onder Grietie Gerrits. Op 21 mei 1728 heeft Grietie Gerrits gefourneerd 50 gld als de portie van het kind opgestorven door 't overlijden van zijn moei Diewer Pieters. Boven de 100 gld moeders erfenis bewaart zij nog 100 gld voor 1/8 in een stuk weiland groot in 't geheel 9 geerzen gelegen onder Oudkarspel op het Noordeijnde van Koedijk. Op 6 september 1743 verklaart Jacob Jansz, oud 24½ jaar, vanwege zijn moeder 200 gld ontvangen te hebben, en de 50 gld hier liggende gelicht te hebben. 209
                          In Zijpe komen voor de weeskamer op 3 december 1728 Jan Cornelisz Keijser wonende aan de Belkmerwegh bij de Pettemerkluft als vader, en Jan Dirksz te Broek op Langedijk oom maternel en Jan Out van de Zijpe benoemd tot voogden over Cornelis Jansz Keijser geprocreëerd bij zijn overleden huisvrouw Dieuwer Dirks, om te delen en het kinds portie ter weeskamer te doen registreren [verder geen gegevens] 210.
                          Ten behoeve van Cornelis Jansz Keijser, 3 jaar, zoon van Jan Cornelisz Keijser geteeld bij zijn overleden huisvrouw Diewer Dircx overleden in de Zijpe, compareert op 3 juni 1729 in de weeskamer van de Zijpe Jan Cornelis Keijser wonende in de Zijpe, en heeft voor moeders erfenis van voornoemd zoontje 400 gld bewezen, verbindende een akker land groot 6 snees getaxeerd op ƒ 175, een dito groot 8 snees op ƒ 100, een stukje grasland groot 33 snees op ƒ 125, alle gelegen te Broek op Langedijk. Op 17 maart 1747 compareren Jan Dircksz Keijser en Jan Pietersz Out, voogden over het voornoemde kind, klagende dat zij het kind over 4 jaar hadden thuis gekregen, naakt en bloot, dat zij het tot nog toe hadden onderhouden van de vruchten van het vorenstaande bewijs, dat zij het nu niet langer konden houden. Zij verzoeken en verkrijgen toestemming om enige penningen van het bewijs te gebruiken, omdat zij het kind hadden besteed bij een schoenmakersbaas om dat handwerk te leren, gevende voor het eerste jaar aan de gemelde baas 50 gld en het tweede jaar 40 gld, hebbende daarvoor tegelijk de kost. 211
                          In Broek op Langedijk verbindt in 1729 Jan Cornelisz de Vries tot securiteit van 400 gld op de weeskamer van de Oude Zijpe wegens de moederlijke erfportie van zijn minderjarige zoon Cornelis Jansz Keijser in huwelijk geprocreëerd bij zijn overleden huisvrouw Dieuwer Dircx Keijsers, (1) een akker zaadland aan de Trogveert, groot 6 snees, belend ten noorden IJff Heijleman, ten zuiden Adriaan Bik, (2) een akker zaadland aan de Breesloot, groot 8 snees, belend ten noorden de erven van Jacob Zeuns, ten oosten Jan Dircxz Keijser, (3) een stukje weiland groot 2 geerzen 6 snees, belend ten oosten de Woudsloot, ten westen Jan de Boer 212.
                      2. Dirk Cornelisz de VRIES, geb. ca. sept. 1699, ged. (mennon.) Langedijk 10 mei 1721, bij de mennonistische gemeente van Langendijk en omgeving op 17 november 1726 tot leraar verkozen en op 23 maart 1727 als zodanig bevestigd, op 7 juli 1771 emeritus predikant te Alkmaar, overl. Alkmaar 2 febr. 1776 (76 jaar 4 maanden), tr. kerkel. (mennon.) Langedijk 7 april 1726 Dieuwer Willemsdr BAKKER, geb. ca. 1702, overl. 21 juli 1775 (75 jaar), dr van Willem Jansz BACKER en Dieuwer FEDDES, neemt op 3 december 1702 deel aan het Heilig Avondmaal bediend door D. J. Soutman, in Langedijk.
                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1728 Sijmon Sijmonsz in huwelijk hebbende Dieuwer Jans aan Dirk Cornelisz de Vries de helft in een akkertje zaadland gemeen en onverdeeld met de koper, groot 1 snees 11 roeden, belend ten oosten Cornelis Veddes annex, ten zuiden Maartjen Jans, verkopen in 1730 de erfgenamen van Sijmon Pietersz Slooves aan Dirk Cornelisz de Vries een akker zaadland aan de Burgsloot, groot 7 snees 13 roeden, belend ten zuiden de Burgsloot, ten noorden de erven van Hendrik Backer, voor ƒ 218:0:8, verkoopt in 1730 Dirk Cornelisz de Vries aan Jan Cornelisz Joncker een zijde van een akker in 't Wout, groot 3 snees 9 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden Willem Maat, voor ƒ 40:0:0, verkoopt in 1736 Dirk de Vries wonende te Alkmaar aan zijn broer Jacob de Vries wonende alhier 2 snees 1½ roe zaadland in de Nolacker over 't Zuidendel, belend ten zuiden Adriaan Oostwoud c.s., ten oosten Anne Dircx, voor ƒ 40:0:0, en verkoopt Dirk de Vries voornoemd als last hebbende van Trijntje Fredrix wonende te Alkmaar aan Willem Jansz Backer een middelmootje zaadland genaamd het Zandbou, groot 2 snees 10 roeden, belend ten oosten Hendrik Zeeuwen, ten westen Cornelis Nierop, voor ƒ 60:0:0 213.
                          In Broek op Langedijk verkopen in 1747 de erfgenamen van Magdaleen Jans aan Dirk de Vries wonende te Alkmaar een stukje weiland genaamd de zuidelijkste akker in Admiraals, groot 13 snees 14 roeden, belend ten zuiden Maarten Spoor, ten noorden de verkopers, voor ƒ 246:12:0 contant, en ook de middelste akker, groot 13 snees 16 roeden, belend ten zuiden de verkopers, ten noorden Pieter Bijl de Oude, en verkopen de erfgenamen van Dirk Sussen te Warmenhuizen aan Dirk de Vries wonende te Alkmaar zaadland genaamd het Schapelant, groot 1 gars 1 snees 6½ roede, belend ten westen Louwris Ploeger, ten oosten Dirk Duijntens, voor ƒ 346:9:0 contant 214.
                          In Broek op Langedijk verkopen in 1756 de weduwe van Pieter Wagenaars en de voogden over de minderjarige kinderen aan Dirk de Vries wonende te Alkmaar een endakker zaadland achter de kerk, groot 4 snees 2 roeden, belend ten oosten de koper, ten zuiden de Cauwacker, voor 102 gld 10 st, en verkoopt in 1763 Dirk de Vries wonende te Alkmaar aan Jan de Vries hospes een akker bouwland genaamd het Mansackertje, groot 5 snees 12 roeden, belend ten noorden Cornelis Zeun, ten zuiden Kornelis Krynen, voor 32 gld 4 st 215.
                          In Broek op Langedijk testeren in 1727 Dirck Cornelisz de Vries en Dieuwer Willems, echte man en vrouw, op de langstlevende, met eventueel een legitieme portie aan zijn of haar vader 216. In 1763 testeren in Alkmaar Dirk Cornelis de Vries en Dieuwertje Willems, echtelieden wonende even buiten de Kennemerpoort, op de langstlevende, met als universele erfgenamen hun reeds meerderjarige zonen of hun descendenten 217.
                      3. Jacob Cornelisz de VRIES, ged. (mennon.) Langedijk 20 mei 1725, zie 30.
                    62. (<31) (>124, >125) Dirk Sijmonsz KOOPMAN, in juli 1725 van Langedijk overgedragen naar de Doopsgezinde Gemeente in Alkmaar, overl./begr. Alkmaar/Langedijk 19/22 juli 1739, tr. 1° N.N., ondertr. 2° (schepenbank) Alkmaar 30 dec. 1730 (hij weduwnaar wonende op 't Zeglis, zij weduwe wonende op de Schulphoek), tr. ald. 14 jan. 1731 Ariaentje ROELOFS.
                        In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1721 Dirk Sijmonsz Coopman, onze inwonende buurman, aan Jacob Arijaansz Oudes wonende te Broek op Langedijk een huis en erf op 't Zuijteijnde, belend ten zuiden Aagtje Gerrits, weduwe, ten noorden Pieter Hendriksz van der Goor, voor 300 gld 218.
                        In Alkmaar verkoopt in 1723 Jan van Weijl Tuijnman aan Dirk Sijmonsz Coopman een voorend van een huis en erf met een gemeen bleekveld, plaats, loods en put, item een regenwaterbak, buiten de Boompoort op 't Zeglis voor aan de straat, belend ten westen Engelbert Brouwer, ten oosten en zuiden Maria Jans, met een verponding van 15 gld 's jaars, voor 224 gld, en verkoopt in 1731 Dirk Sijmonsz Coopman aan Jan Brinkman een voorend van een huis met een bleekveld, loods en put, staande buiten de Boompoort op 't Zeglis aan de straat, belend ten westen Claas Hoogeboom, ten oosten en zuiden de koper, voor 250 gld 219.
                        Op 5 januari 1731 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Dirk Symonsz Koopman, weduwnaar, en Ariaantje Roelofs, weduwe. Als hij de eerstaflijvige wordt, dan zal zij vóór alle deling het huisje en erf op de Schulphoek hebben, tegenwoordig door haar bewoond, met het comenijswinkeltje en de winkelwaren. Als zij de eerstaflijvige wordt, dan zal hij vóór alle deling zodanig jacht of schuit met toebehoren hebben als dan door hem zal worden bevaren; aan haar dochter zal haar linnen en wollen kleding overhandigd worden. (Hij tekent als Dirck Sijmensz Coopman.) 220
                             Uit het eerste huwelijk:
                        1. Maartje Dirks KOOPMAN, zie 31.


                      Generatie VII (<VI, >VIII)

                      68. (<34) (>136, >137) Adriaen Abrahamsz van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 maart 1640, ondertr. (schepenbank)/tr. ald. 11/25 mei 1664
                          In 1672 is Adrijaen Abrahams van Enden te Beverwijk bij de schutterij, onder het oude vendel, met een musket.
                          In 1660 221 verklaart het stadsbestuur van Beverwijk, dat Aerijaen Abrahamsz van Enden de jongste zoon is van Abraham van Enden, die een nagelaten zoon en enige erfgenaam was van Isabeau Vercruce van Menen in Vlaanderen. Aerijaen Abrahamsz van Enden geeft Jan Vercruce te Haarlem volmacht om de helft van de heerlijkheid De Vischhoeck, gelegen onder Geluwe en Moorsele en op 12 juni 1651 door zijn vader aan Pieter Thierssone filius Jan, notaris publicq tot Menen, verkocht, te vernaderen en op hem, constituant, te verheffen. (De akte is doorgehaald.)
                          Bij ondertr./tr. voor het gerecht te Beverwijk: Adrijaen Abrahamsz, jongesel, en Dirckgen Jans, jongedochter, beijde van Beverwijck ende woonende alhier.
                      69. (<34) Dirckgen JANS.
                             Uit dit huwelijk:
                        1. Abraham Adriaensz van der ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 maart 1665.
                        2. Abraham Adriaansz van der ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 maart 1666, baander ald., overl./impost op begr. ald. 11/17 nov. 1739, tr. Beverwijk 13 juli 1698 Dieuwertje Pieters DELFT, ged. (nederd. geref.) ald. 8 dec. 1676 (doopgetuige Aegt Jans), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. sept. 1691 (als Dieuwertje Pieters), overl. vóór 2 nov. 1738, dr van Pieter Adriaensz DERKS en Aeltje Jans VELSEN.
                            In Beverwijk verkoopt in 1708 Tomas Sijmonsz Bom, wonende binnen dezer stede, aan Abram Aerijensz alhier een huis en erf met een lijnbaan daarachter, zo in Beverwijk als in Wijk aan Duin zijnde de zuidzijde van de banen, belend ten noorden Claes Jansz van Nes en Evert Verlaen, ten zuiden de weduwe van Cornelis Grasbos, zijnde gemeen met Evert Verlaen de wagenweg met de put, tot beider gebruik en onderhoud, voor ƒ 400, te betalen de helft gereed, de wederhelft mei 1709 222.
                            In Beverwijk verkopen in 1715 de erfgenamen van Hendrick Teunisz [Ras] en Maartje Robberts aan Abram Aeryaensz van der Ende binnen dezer stede een huis en erf in de Cloosterstraat, strekkende tot achter aan 't erf van Claes Jansz van Nes, belend ten noordwesten de erfgenamen van wijlen Dirck van der Stoel, ten zuidwesten de diaconie, voor ƒ 80, te betalen de helft gereed, de helft mei 1716 223.
                            In Beverwijk verkoopt in 1719 Adrianis van Coevenhoven, curateur over de gerepudieerde boedel van wijlen Claes Jansz van Nes, aan Abram Arijensz van der Ende, wonende alhier, een huis, erf en land daaraan gelegen met de opstal van tuinderij en houtgewas, liggende zowel in Beverwijk als in Wijk aan Duin aan de banen, strekkende tot achter aan de Heerewech, belend ten zuiden de baan van Lambert Woutersz, ten noorden Jan Maarte Kesen als bruiker, belast met een erfpacht van 10 gld 10 st, welke koper de ongelden over 1719 tot zijn last heeft genomen, voor ƒ 200, te betalen de helft gereed, de helft mei 1720 224.
                            In 1740 225 wordt de inventaris opgemaakt van Abram Arijense van der Ende, overleden Beverwijk 11 november 1739, ten verzoeke van Jan van der Ende en Arijen Abramse van der Ende, als voogden over Pieter van der Ende, minderjarige nagelaten zoon van Abram van der Ende, volgens akte van 2 november 1738 bij Abraham Henrij Kastelijn. Hierin, op de Kloosterstraat, een huis en erf met een baanhuis en een baan, een baanhuis met een baan, een huis en erf, een loods met erf. Als mobiele goederen o.m. de gehele winkel in 't voorhuis.
                            Op 30 april 1722 testeren Abram Arijens van der Ende en Dieuwertje Pieters, ziekelijk, op elkaar 226. Op 2 november 1738 treft Abraham Arijensz van der Enden voorzieningen betreffende het testament van 30 april 1722 met zijn overleden huisvrouw Diewertje Pieters; hij heeft twee kinderen, Ary van der Enden en Pieter van der Enden, waarvan de laatste minderjarig is en over wie Arij van der Enden en Jan Janse van der Enden tot voogden aangesteld worden 227.
                        3. Jan Ariensz van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 12 okt. 1670, zie 34.
                      70. (<35) Philps CORNELISZ, herbergier te Wijk aan Duin, overl. 1668, tr.
                          In Wijk aan Duin is op 26 juli 1663 Jasper Jansz, bakker te Beverwijk, eiser contra Philps Cornelisz, herbergier te Wijk aan Duin, om betaling van ƒ 18-3-8 ter cause van geleverd brood, met de kosten, en is op 29 mei 1664 Philps Cornelisz, gewezen herbergier te Wijk aan Duin, eiser contra Jan Aerijaen Dircken, om betaling van 1 gld 18 st vanwege gelagen 228.
                      71. (<35) (>142, >143) Lijsbeth Jans KOLTHOF, geb. ca. 1637, overl. na 24 mei 1730, ondertr. 2°/tr. Beverwijk 23 nov./12 dec. 1674 Adriaan ELIASZ, impost op begr. ald. 19 maart 1732.
                          Op 1 december 1669 doet Lysbeth Jans, weduwe van Phlips Cornelisz, te Beverwijk belijdenis.
                          In Beverwijk verklaart in mei 1671 Tanneken Bastyaens, huisvrouw van Maerten Dircksz, wonende alhier, dat, toen zij in april laatstleden als kraamvrouw in bed lag, Trijn Willems haar kraambewaarster is geweest, en dat zij, deposante, 3 vrouwenhemden heeft vermist; Trijn geeft toe die hemden naar de lomberd in Haarlem te hebben gebracht. Lijsbeth Jans Colthof, weduwe van Philps Cornelisz, wonende alhiet, verklaart dat zij bij Trijn is geweest en, gevraagd over de hemden, Tryn zie „Lieve lieve Lijbe, het is myn schuldt niet", en dat Trijn haar, Lysbet, heeft geholpen toen haar man was gestorven en nog boven aarde lag en Lysbet in bed lag curende met een stekend been. 229
                          In 1730 leggen Gerrit Dirksz de Boer, wonende in de Breesaap, oud 73 jaren, en Lijsbet Jans Kolthoff, weduwe van Aryen Eliasz, oud 93 jaren, ten verzoeke van Aarnout Langevelt, raad in de vroedschap, een verklaring af over zijn uitgang naar de Meerstraat; de tweede deposante verklaart dat zij omtrent 70 jaar geleden voor omtrent 4 jaren bij haar vader naast de requirant gewoond heeft 230.
                          In 1676 231 transporteert Jan Pieters Block te Beverwijk aan Aeryaen Elyas de opstal van zijn tuin, met kersen, aalbessen, kruisbessen en andere vruchtbomen, staande op een stuk land toebehorend aan Arent Wildeman, genaamd de Brouwerscroft, gelegen in Wijk aan Duin aan de Zeewech, belend ten westen de Wildernis. In 1697 en 1699 232 bekent Ary Eliasz schuld, aan opv. Jan Dirckx Halfswaagh en Jan Aerentsz.
                               Uit het eerste huwelijk:
                          1. Philippijntje Philps van KAIJEREN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 30 sept. 1668, zie 35.
                               Uit het tweede huwelijk:
                          1. Elias Adriaansz van der MEER, ondertr./tr. Beverwijk 12/29 sept. 1698 Cornelia Claas van NES, ged. (nederd. geref.) ald. 15 juli 1674, dr van Claes Jansz van NES en Claartje Willems van der MAAR.
                          2. Grietje Adriaans van der MEER, ged. Beverwijk 23 mei 1675.
                          3. Aefje Adriaans van der MEER, ged. Beverwijk 14 maart 1677.
                          4. Cornelis Adriaansz van der MEER, ged. Beverwijk 5 febr. 1679.
                          5. Jan Adriaansz van der MEER, ged. Beverwijk 1682, ondertr. 1°/tr. ald. 20 mei/8 juni 1701 Maartje GERRITS, overl. vóór 19 juni 1729, tr. 2° ald. 19 juni 1729 Marijtje GERRITS, eerder gehuwd met N.N.
                          6. Jacob Adriaansz van der MEER, ged. Beverwijk 12 okt. 1683.
                        72. (<36) (>144, >145) Cornelis Dircksz SCHAEP, ondertr./tr. (nederd. geref.) Beverwijk 16 nov./2 dec. 1668
                            In Beverwijk bekent in 1669 Cornelis Dirksz Schaep, als man en voogd van Trijntie Jans die weduwe was van Jan Gijsbertsz Verlaen, schuldig te zijn aan Trijntje Aelberts, bejaarde dochter, een jaarlijkse losrente van 24 gld, hoofdsom 600 gld 233.
                            In 1672 is in Beverwijk Cornelisz Dircksz Schaap met een musket bij de schutterij, onder het witte vaandel.
                            In Beverwijk in 1679 verkoopt Jan Hoogendorp wonende alhier aan Cornelis Dircksz Schaep wonende alhier een huis, erf en schuur aan de Breestraet genaamd het Moerjaens Hooft, strekkende tot aan de Achterwech toe, belend ten noordoosten Willem Jansz Groenhout en Cornelis van Bennebroeck, ten zuidwesten Pieter Poulus, belast met een erfpacht van 4 gld jaarlijks, voor ƒ 1147-5-0, te betalen een derde gereed, een derde mei 1680 en 1681, met als borgen voor Cornelis Dircksz Schaep bij de opdracht Ds Fredericus Moleris, predikant, en Wouter Lambertsz, timmerman, en verkoopt Cornelis Dircksz Schaep aan Ootger Jacobs Hellingman een huis, schuur en erf op de Achterwech, strekkende tot aan het erf van de koper, belend ten noordoosten de koper, ten zuidwesten Cornelis Cruijsveldt, voor 440 gld, te betalen een derde gereed, een derde mei 1680 en 1681 234
                            In Beverwijk verkoopt in 1684 Jan Baptist, die op dezelfde dag 2 huizen gekocht had van Jan en Grietje Jans Verlaen, kinderen en erfgenamen van Jan Gerrytsz Verlaen, een van die twee aan Cornelis Dirksz Schaap, belend ten zuidwesten Pieter Poulusz en Willem Evertsz Claver, ten noordoosten de koper, voor 350 gld 235.
                            In Beverwijk verkoopt in 1686 Claes Jansz van Uitgeest aan Cornelis Dirksz Schaap, beiden wonende alhier, een huis en erf aan de Houtwech, belend ten noorden Willem Jansz Roobol, voor 245 gld, te betalen 1/3 gereed, mei 1687 en 1688 telkens 1/3 236.
                            In Beverwijk verkoopt in 1686 Pieter Jansz Vroegop aan Cornelis Dircksz Schaap, beiden alhier, een huis en erf aan de Nieuwe Wech, belend ten noordoosten de koper, ten zuidwesten de kinderen van Trijn Claes van 't Calff, voor 250 gld, te betalen 1/3 gereed, 2/3 op 2 meidagen 237.
                            In Beverwijk verkopen in 1702 Dirck Cornelisz Schaap, vleeshouwer, Cornelis Jeroensz Reghtdoorzee, man en voogd van Aeltje Cornelis Schaap, beiden wonende binnen dezer stede, Cornelis Cornelisz Schaap, bakker te Akersloot, voor henzelf, Arent Rollerus, notaris, en Jan Cornelisz Schaap, beiden wonnde binnen dezer stede, als wettige voogden over Neeltje Cornelis Schaap die bijna meerderjarig is, alsmede over Jacob Cornelisz Schaap, allen kinderen en erfgenamen van Trijn Jans in haar leven weduwe van Cornelis Dircksz Schaap, en nog als hen sterk makende voor Willem Cornelisz Schaap, aan Jan Cornelisz Schaap en Willem Cornelisz Schaap hun broers, beiden wonende binnen dezer stede, 5 zevendeparten in een huis, erf en schuur aan de Breestraat genaamd het Moerijaenshooft, strekkende tot achter aan de Achterswegh, belend ten noordoosten Willem van Groenhout en Cornelis van Bennebroeck, ten zuidwesten Claes Pietersz Langevelt en de verkopers en koper met het navolgende kleine huisje, item nog ee huis en erf op de Achterwegh, strekkende tot achter aan Claes Paulusz Langevelt, belend ten zuidwesten Langevelt voornoemd met de gemene gang van de weduwe van Claes van Gaelen, ten noordoosten het grote huis in dezen, voor 1196 gld 8 st 8 penn, belast met 4 gld 's jaars erfpacht wat de koopsom vergroot met ƒ 100 238.
                            In Beverwijk verkopen in 1708 Cornelis Jeroense, meester timmerman binnen dezer stede, man en voogd van Aeltje Cornelis, Zijtje Rollerus weduwe van Dirck Cornelisz binnen dezer stede, Maarten Koevanger wonende te Alkmaar als in huwelijk gehad hebbende Neeltje Cornelis, en Jacob Cornelisz Schaap binnen dezer stede, kinderen en erfgenamen ieder voor een zesdepart van wijlen Cornelis Dirksz Schaap en Trijntje Jans, aan Jan Cornelis, oud-schepen en Willem Cornelisz Schaap, regerend schepen, (aan wie de resterende zesdeparten toebehoren), een huis en erf aan de Houtwegh strekkende tot achter aan 't huis en erf van 't navolgende huis, belend ten noordoosten het huis en erf van Dirck Willemsz Boonacker nu verkocht aan Jan Pietersz Kobus, ten zuidwesten het tuintje van Jacob Dircksz Vis, welk huis geen uitgang zal hebben achteruit op het Nieuwe Weghjen, voor ƒ 77-6-12, te betalen de helft gereed, de helft mei 1709, belast met een erfpacht van ƒ 1-10-0 's jaars, wat de koopsom vergroot met ƒ 37, en nog een huis en erf aan het Nieuwe Weghjen voor ƒ 90-13-6, te betalen de helft gereed, de helft mei 1709, belast met 4 gld 's jaars, wat de koopsom vergroot met ƒ 100 239.
                        73. (<36) (>146, >147) Trijntje JANSDR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 aug. 1643 (doopgetuige Neeltge Claes), komt in 1665 met attestatie uit Velsen als huisvrouw van Jan Gysbertse Verlaen, ondertr. 1° Beverwijk 21 maart 1665 (zij van Beverwijk wonende te Velsen, ondertrouw te Velsen is geschied), tr. ald. 6 april 1665 Jan Gijsbertsz VERLAEN, ged. (nederd. geref.) ald. 15 april 1639 (doopgetuige Tryn Gerrets), overl. vóór 2 dec. 1668, zn van Gijsbert Gerritsz VERLAEN, huistimmerman, burgemeester van Beverwijk, en Maritgen WILLEMSDR.
                            Op 29 december 1653 verklaren Cornelis Claesz Borst bakker, wonende te Beverwijk, oom en wettige voogd van Tryn Jans, onmondige nagelaten dochter van wijlen Aeltje Claes zijn zuster, ter eenre, en Neeltje Claes, moei van 's moeders zijde, ter andere zijde, dat Cornelis Claesz Borst aan Neeltje Claes had aanbesteed, en zij aangenomen, de voorschreven Trijn Jans, nu oud zijnde 10 jaar, te onderhouden op haar kosten in kost en kleren, te laten leren lezen, schrijven en linnen naaien tot Tryn Jans 20 jaren oud geworden zal wezen, waarvoor Neeltjen Claes alreeds heeft genoten 200 gld en nog jaarlijks zal genieten de interest van 900 gld staande van het voorschreven kind tot de weeskamer van Beverwijk 240.
                            Op 19 augustus 1661 testeert Trijntjen Jans, jongedochter, wonende te Velsen; ingeval zij zonder kinderen komt te overlijden nomineert zij tot haar enige erfgenamen Dirckjen Arus en Neeltgen Claes, haar moeien, bij vooraflijvigheid de wettige kinderen in hun moeders plaats, alleenlijk dat haar moeien, tot de erfenis komende, daarvan zullen uitreiken aan de kinderen van de voornoemde Dirckjen Arus 50 gld samen 241.
                            In 1674 testeert in Beverwijk ten huize van Cornelis Dircksz Schaep, Annetie Jacobs, bejaarde dochter, met als enige en universele erfgenaam Trijntje Jans, haar broers dochter, en bij vooroverlijden aan Cornelis Dircksz Schaep; zij moeten haar alimenteren 242.
                            In 1667 testeren Jan Gijsbertsz Verlaen en Trijntje Jans op elkaar 243.
                                 Uit het tweede huwelijk:
                            1. Aaltje Cornelis SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 aug. 1669 (doopgetuige Neeltje), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 4 maart 1691, impost op begr. ald. 31 dec. 1726, ondertr./tr. (nederd. geref.) Beverwijk 9/25 april 1694 Cornelis Jeroensz REGTDOORZEE, ged. (nederd. geref.) ald. 20 okt. 1669 (doopgetuige Aefje Cornelis), huistimmerman, zn van Jeroen PIETERSZ en Aefjen JANS.
                                In Beverwijk bekent in 1727 Jeroen Cornelisz Reghtdoorzee, zoon en erfgenaam van wijlen Aeltje Cornelis Schaap indertijd weduwe van Cornelis Jeroensz Reghtdoorzee, schuldig te zijn Anthonij Barrevelt 200 gld, tegen 4 gld van 100 gld in 't jaar, verbindende zijn huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot de Achterwegh, belend ten zuidwesten de erfgenamen van Cellitje Harmens, ten noordoosten de Molensteegh 244.
                            2. Dirck Cornelisz SCHAEP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 mei 1671 (doopgetuige Neeltje Claes), overl. 17 febr. 1706 128, ondertr. (impost) ald. 24 mei 1697 (impost elk ƒ 6), tr. ald. 8 juni 1698 Lucia 'Sijtje' ROLLERUS, geb. Beverwijk 13 april 1671, ged. (nederd. geref.) Velsen 19 april 1671 (doopgetuigen Niesje en Hilletje Bronswinckel), overl. Beverwijk 28 okt. 1732, impost op begr. Krommenie 1 nov. 1732 (impost ƒ 3), dr van Arent Engelsz ROLLERUS, voorzanger te Velsen, notaris te Beverwijk, en Hilletje HONGER.
                                In Beverwijk verklaart in 1699 Cornelis Cruijsvelt in openbare veiling verkocht te hebben aan Dirck Cornelisz Schaep, vleeshouwer binnen dezer stede, een huis en erf met een schuur aan de westzij van de Breestraat, strekkende tot de Achterwegh, belend ten noordoosten Jan Evertsz Verwer en Hendrick de Bruijn, ten zuidwesten 't kleine huisje van de verkoper, voor 1050 gld 245.
                                In Uitgeest is in 1701 Dirck Cornelisz Schaep, wonende in de Beverwijk, eiser contra Cent Jans die volgens de eiser op 18 mei 1701 in plaats van een gezond een ziek kalf aan de eiser geleverd heeft voor 14 gld 8 st; schepenen condemneren de gedaagde om 7 gld 4 st te betalen aan de eiser 246.
                                In Beverwijk bekent in 1625 Lucia Rollerus, weduwe van Dirck Cornelisz Schaap, schuldig te zijn aan Pieter Kool 400 gld, interest tegen 4 per 100, met als onderpand haar huis en erf aan de Breestraat, belend ten noordoosten Joost Varenhorst en Jan Gerritsz timmerman, ten zuidwesten comparante met Johannis Rollerus (op 15 februari 1735 betaald) 247.
                                In Beverwijk verkoopt in 1718 Hilletje Hongers wonende alhier, weduwe van Arent Rollerus, [schoon]zuster en universele erfgenaam van wijlen Lucia Rollerus indertijd weduwe en erfgenaam geweest van Adriaen Wijbertsz, aan Johannis Rollerus, procureur, en Lucia Rollerus, weduwe van Dirck Cornelisz Schaap, beide wonende alhier, haar zoon en dochter, een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot achter aan 't erf van voornoemde weduwe Schaap dewelke ook ten noordoosten belend is, belend ten zuidwesten de erfgenamen van Fulps Jansz, voor ƒ 300 248.
                            3. Jan Cornelisz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 juli 1672, zie 36.
                            4. Willem Cornelisz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 okt. 1673 (doopgetuige Annetje Jacobs), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. maart 1702, schepen ald., impost op begr. Beverwijk 10 april 1711 (impost ƒ 6), ondertr. (impost) ald. 27 maart 1706 (impost ƒ 6 voor haar, ƒ 3 voor hem) Gerbrecht VALCKENBURGH, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Eilandskerk) 27 juli 1670, overl. Beverwijk 29 maart 1740, dr van Cornelis VALCKENBURGH en Lambertina van SCHERFFEN, wed. van Johannes van COEVENHOVEN.
                                Op 17 november 1717 249 benoemt Gerrebreght Valckenburgh, weduwe van Willem Schaap, als voogden over haar kinderen Adriaan van Coevenhoven te Beverwijk en Pieter van Coevenhoven te Amsterdam. In 1721 250 benoemt Gerrebreght Valkenburgh, weduwe van Willem Cornelisz Schaap, haar dochter Anna van Coevenhoven als gequalificeerde en als voogdesse over haar jongste dochter Johanna van Coevenhoven.
                            5. Cornelis SCHAEP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 7 nov. 1675 (doopgetuige Annetje Jacobs).
                            6. Neeltje Cornelis SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 sept. 1678, begr. Alkmaar 10 juni 1706, ondertr./tr. ald. 26 april/10 mei 1705 Maarten KOEVANGER, begr. ald. 30 april 1728 (Grote Kerk, ƒ 13:8:-), die hertr. met Annitje AERJENS.
                            7. Jacob SCHAEP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 okt. 1679 (doopgetuige Maritje Thijssen).
                            8. Jacob SCHAEP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 okt. 1682 (doopgetuigen Claas Claasz Bakker, Maritje Tijs).
                            9. Jacob Cornelisz SCHAAP, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 12 mei 1686 (doopgetuigen Claas Claasz Bakker, Maritje Tijs), impost op begr. ald. 1 maart 1730 (pro deo), ondertr. (impost) ald. 8 nov. 1707 (impost ƒ 6, beiden wonende alhier) Celia Jans BRAAK, impost op begr. Beverwijk 7 febr. 1728 (pro deo), dr van Jan Jansz BRAECK.
                                In Beverwijk bekent in 1709 Jacob Cornelisz Schaap schuldig te zijn aan Abram de Jongh, azijnmaker alhier, 500 gld tegen interest van 4 gld voor iedere 100 gld, verbindende zijn huis, erf en kaai aan de Meerstraat, strekkende tot achter aan de erven van de baljuw Harencarspel en Pieter Roelofsz, belend ten zuiden de gang van de Prins, ten noorden de gang van IJff Cornelisz Knap 251.
                                In Beverwijk verkoopt in 1710 Jacob Cornelisz Schaep wonende te Velsen, zoon en mede-erfgenaam van Cornelis Dircksz Schaap en Trijntje Jans, hem het navolgende huis en erf aanbedeeld, aan Jan Cornelisz Schaap een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot achter aan 't erf van de weduwe en het kind van Maerten Poulusz en 't erf van het huisje waar Pieter Cornelisz Backer in woont, belend ten noordoosten de erfgenamen van Gillis Aelbertsz, belast met een jaarlijkse losrente van 24 gld af te lossen met 600 gld, betaald met 200 gld boven de voornoemde aangenomen last, verklaart in 1711 Jacob Cornelisz Schaap wonende te Velsen, in huwelijk hebbende Celitje Jans Braak dochter en erfgenaam van Jan Jansz Braack, in openbare veiling verkocht te hebben aan Mies Aelbertsz Schooten alhier een huis en erf aan de Meijrstraat, strekkende tot achter aan het Achterweghje toe, belend ten zuidwesten Lauris Pietersz, ten oordoosten de gemene gang tussen dit huis en 't huis van Jopje Thijs, voor ƒ 400, te betalen de helft gereed, de helft mei 1712 (voldaan op 27 december 1721), en bekent in 1711 Jacob Cornelisz Schaap wonende te Velsen, in huwelijk hebbende Celitje Jans Braack, dochter en mede-erfgenaam van Jan Jansz Braak die in eerste huwelijk gehad heeft Raackgel de Hart die dochter en mede-erfgenaam is geweest van wijlen Jacob de Hart, in openbare veiling verkocht te hebben aan Tamis Janse Valck, tuinman alhier, een huis en erf in de Toornstraat, belend ten zuidwesten Jan Cornelisz Krol, ten oosten Dirck Cornelisz Knaap, voor 261 gld, te betalen de helft gereed, de helft mei 1712  252.
                                In Beverwijk bekent in 1711 Jacob Cornelisz Schaap, wonende te Velsen, schuldig te zijn aan Jan Cornelisz Schaap, schepen alhier, 200 gld tegen 4 gld ieder honderd, verbindende zijn huis en kaai op de Meerstraat, strekkende tot achter aan de erven van de heer baljuw Jacob van Harencarspel en Pieter Roelofsz, belend ten zuiden de gang van de Prins, ten noorden de gang van IJff Cornelisz Knap (geroyeerd op 26 april 1724), en verkoopt in 1712 Jacob Cornelisz Schaap aan Pieter Roelofsz, hospes in de Prins, een hoek of strook erf, strekkende van de Meerstraat tot achter aan 't erf van de koper, belend ten noorden de verkoper, ten zuiden 't erf van de koper en de gang van de Pins (met bepalingen over onderhoud van muren en secreet), voor 300 gld 253.
                                In Beverwijk verkoopt in 1724 Jacob Cornelsz Schaap wonende alhier, man en voogd van Zelia Braack, aan Pieter Kool alhier een huis, erf, schuur en kaai op de Meijrstraat, strekkende tot achteraan 't erf van Pieter Roelofsz, belend ten noorden IJff Cornelisz Knap, ten zuidwesten de gang van de Prins, voor het huis, erf en schuur door schout en schepenen getaxeerd op ƒ 300 contant, daarenboven nog met een somme van ƒ 900 contant, tezamen twaalfhonderd gld 254.
                                In Beverwijk bekent in 1724 Jacob Cornelisz Schaap wonende binnen dezer stede schuldig te zijn aan Jan Cornelisz Schaap 600 gld, ter cause van geleend geld, interest van 200 gld kapitaal, leverantie van hooi, stro, gras, huur van paarden en wagens, te betalen met interest 4 ten honderd in 't jaar, verbindende zijn huis, erf en schuur aan de Zeewegh, belend ten westen Hendrick Muilman, ten oosten de Steebeeck, en daarboven zijn bolderwagen, koetswagen, 2 open wagens, een speelwagentje, een chaise, 4 paarden, 2 witte 1 vos 1 vaal, met alle rijtuigen, kammen, bitten, spoorstokken etc., wijders al zijn meubelen, huisraad en inboedel 255.
                                Op 18 mei 1729 verklaart Jacob Cornelisz Schaap zijn broer Jan Cornelisz Schaap en zijn zwager Hendrick Berckhuijs te committeren en te authoriseren over zijn minderjarige dochter Jannetje Schaap 256.
                                In Beverwijk verkopen in 1731 Hendrik Berkhuijsen als geauthoriseerde over de nagelaten boedel van wijlen Jacob Cornelisz Schaap mitsgaders de voogden over zijn minderjarige nagelaten dochter Jannetje Jacobs aan Lowies Vosmeer wonende alhier een huis, erf en schuur aan de Zeewegh, strekkende tot aan de hofstede genaamd de Eenhoorn, belend ten westen burgemeester Muilman, ten oosten de Steebeek, voor 200 gld 257.
                                Op 25 februari 1730 258 schrijft het gemeentebestuur van Beverwijk een brief van indemniteit voor Jacob Cornelisz Schaap, onze burger doch tegenwoordig metterwoon te Velsen, en zijn vrouw Celia Jans.
                          74. (<37) (>148, >149) Theunis Jansz HEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 27 okt. 1640, impost op begr. ald. 26 april 1697 (impost ƒ 6, aangifte door zijn zoon Dirck Theunis), tr. ald. 21 dec. 1664
                              In Uitgeest verkoopt in 1680 Reijer Gerrit Jannen wonende alhier aan Teunis Jansz Hen wonende binnen deze banne aan de St. Aeghtendijck, de helft van een huis en erf aan de St. Aeghtendijck, belend ten oosten de verkoper, ten westen Jacob Luijtsz, ten zuiden de St. Aeghtendijck, ten noorden de Hoijcamp, voor 150 gld 259.
                              In Uitgeest verkoopt in 1694 Cornelis Mieusz Blaeu wonende alhier, als last en procuratie hebbende van Frans de Verwer wonende op de Nieuwendam, aan Teunis Jans Hen wonende aan de Hoogendijck een stuk land in de Broeck genaamd Greijnenkamp, groot 1606½ roede, belend ten zuiden de kinderen van Neel Jacobsz als bruikers, ten noorden Huijbert Dircxe, voor ƒ 96 260.
                              In Uitgeest verkopen in 1700 de voogden van de kinderen en de verdere erfgenamen van Theunis Jansz Hen [zonder vermelding van namen] aan Jan Nielen Joncker een stuk land genaamd Greijnencamp, groot 1606½ roeden, belend ten zuiden Pieter Tijmensz, ten westen Huijbert Dircxe, voor 415 gld, en aan Jan Tijmensz een stuk land in de Zien, genaamd Fijenven, groot 570 roeden, belend ten zuiden Jan Tijmensz, ten noorden Pieter Claesz, voor 415 gld 261.
                              In Uitgeest doen op 24 april 1672 belijdenis: Teunis Jansz en Sieuwtje Pieters zijn vrouw, wonende aan de Hogendijk. Volgens het lidmatenboek woont het echtpaar op 12 augustus 1685 aan de Hogendijk, en op 16 november 1692 op Dorregeest.
                          75. (<37) (>150, >151) Sieuwtje Pieters WELBOREN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 12 maart 1634 (dochter van Pieter Pieterssen Welboren aan de Hogendijk), impost op begr. ald. 12 maart 1699 (impost ƒ 6, aangever Dirck Foppen), tr. 1° Claes THOMASZ, zn van Thomas CLAESZ en Sybrich CORNELISDR.
                              In Uitgeest wordt op 16 januari 1665 Jan Claesz van 't Sant gekozen tot wettige voogd van Sijberch Claesdr, achtergelaten onmondige dochter van Claes Thomasz geprocreëerd bij Sieutjen Pietersdr aan de Hoogendijck 262.
                              In Uitgeest hebben in 1665 Jan Claesz van 't Sant, wettelijke gecoren voogd, en Sijmon Thomasz, als oom en bloedvoogd, van Sijberich Claes, minderjarig dochtertje van zal. Claes Thomasz, aan de ene, en Thonis Jansz als man en voogd van Sieutjen Pieters, moeder van hetzelve kind, aan de andere zijde, het vaderlijke bewijs van het kind aangebracht, te weten 800 gld aan geld, waarvan 500 gld berustende onder de voornoemde Thonis Jansz en Sieutjen Pietersdr, waarvoor zij speciaal verbinden een huis met zijn erf aan de Sint Aechtendijck, belend ten oosten Dirck Willemszven, ten zuiden Claes Willemsz, ten westen de Havercamp, ten noorden de Hemsloot, en 300 gld onder Nan Louwerisz Backer (op 8 mei 1668 door hem afgelost, en wederom uitgezet op Alijt Willems, weduwe van Dirck Pietersz), nog een bed, met toebehoren. Is nog geconditioneerd dat de voornoemde Thonis Jansz en Sieutjen Pieters het kind zullen onderhouden en opvoeden tot de ouderdom van 20 jaar. Op 3 juli 1691 verklaarde Claes Pietersz Moerijaen van de goederen van zijn vrouw Sijbrigh Claes voldaan te zijn. 263
                              In Uitgeest bekent in 1676 Gaaff Engelsse wonende op Krommeniedijk te hebben gelicht uit de penningen toekomende het kind Sijberich Claes van Sieutie Pieters 46 gld tegen 5 ten honderd, met als onderpand een stuk land in de Brouck genaamd Lulligenhem, groot 1275½ roe, belend ten noorden de erfgenamen van Muijs Jans, ten zuiden de kinderen van Reijm Jonge Jacobs, ten oosten de dijk, ten westen Jan Metselaer (op 9 januari 1680 geteld aan Theunis Jansz Hen met consent van de weesmeesters), en bekent in 1683 Cornelis Cornelis Breghman gelicht te hebben uit de penningen toekomende het onmondige weeskind van zal. Claes Thomas geprocreëerd bij Sieutje Pieters 300 gld tegen 4 ten honderd, met als onderpand zijn huis en erf in de Kerckbuijert, belend ten zuiden Maerten Claes Oots, ten noorden Jan Harmensz Backer (afgelost op 21 mei 1686) 264.
                                   Uit het eerste huwelijk:
                              1. Sijberich CLAESDR, tr. Claes Pietersz MOERIAEN, zn van Pieter Jansz MOERIJAEN.
                                  In 1733 compareren Claas Claassen Bol wonende achter Krommeniedijk, Poulus Bruynse Visscher wonende te Krommeniedijk in huwelijk gehad hebbende Guirtje Claas Bol, Jacob Pietersz Hartman in huwelijk hebbende Cieutje Claas Bol, allen voor zichzelve en de rato caverende voor Jan Cornelissen Schaep wonende te Beverwijk, als bij testament door wijlen Sijbregt Claes, in haar leven weduwe van Claes Pietersz Moeriaen, aangesteld om haar boedel te helpen delen en om de belangen van deszelfs minderjarige dochtersdochter Wijntje Poulis waar te nemem 265.
                                  In Uitgeest verkoopt in 1692 Jacob Pietersz Backer wonende alhier aan Claes Pietersz Moerijaen wonende op Krommeniedijk een stuk land genaamd Scheteven, groot 934½ roede, belend ten oosten Jan Zijp, ten westen Cornelis Moerijaen, ten zuiden „de Stiere van Amsterdam”, ten noorden Willem Hendrijcxz Moij, voor ƒ 140:3:8 266.
                                  In Uitgeest verkoopt in 1696 Pieter Jansz Moeriaan aan zijn zoon Claas Pietersz Morriaan zekere huizinge en erf achter Krommeniedijk benevens het voetpad bewesten van het huis, belend de banscheiding, ten oosten de Neertsloot, voor 300 gld 267.
                                     Uit het tweede huwelijk:
                                1. N.N. Theunis HEN, tr. Ariaen Cornelisz GOESINNEN, schepen (o.a. in 1698 268) van Uitgeest, zn van Cornelis GARBRANTSZ, anders Cornelis Fanten, en Grietje FOPPEN.
                                    In Uitgeest zijn op 7 juni 1695 Thuenis Jansz Hen, oud-schepen te Uitgeest, en Arijen Cornelisz Goesinne als vader en voogd van Cornelis Arijensz zijn onmondige zoon, geaccordeerd over de erfenis van de moeder, eerstelijk dat de vader zal geven 200 gld in geld, met de bloedkoralen ketting van deszelfs overleden moeder en de gouden ring zijnde zonder stenen, en voort zal Arijen Cornelisz het kind moeten onderhouden en mede hetzelve laten leren lezen en schrijven, tot zijn mondige jaren, huwelijkse of andere geapprobeerde staat, waarvoor tot zekerheid verbonden het stuk land genaamd de Kerckebusch. Op 1 mei 1699 hebben Aerian Cornelis, als vader, en Dirck Foppe ter weeskamer gebracht een somme van 400 gld het voorschreven weeskind van zijn grootvader en grootmoeder aanbestorven. Op 15 juni 1700 hebben zij nog gebracht ƒ 1534-4-0, item 12 lakens, 11 kussenslopen, 3 peluwlakens, 7 hemden, 5 neusdoeken, 4 dassen en 2 oorkussens. Op 1 juni 1717 machtigt de zoon zijn vader Aerjen Cornelisz om zijn goederen van de weeskamer op te eisen. 269
                                    In Uitgeest verkoopt in 1699 Engel Arentsz wonende te Limmen aan Aerjaen Cornelis Goesinnen, regerend schepen alhier, een stuk land in de Broeck genaamd de Bagijnenbusch, groot omtrent 25½ roede, belend ten zuiden de koper, ten noorden de gemene vaart, voor 320 gld 270.
                                    In Uitgeest verkoopt in 1714 Jan Nanne Backer aan Aerjen Cornelisz Goesinne een akker zaadland op de Geest genaamd de Kruysacker, groot 150 roeden, belend ten zuiden en noorden de koper, voor 106 gld 270.
                                2. Dirck Theunisz HEN, tr. Aaltje CLAES.
                                    In Beverwijk verkopen in 1721 Jan Cornelisz Schaap, mede-schepen, Claes Pietesz Boll en Dirck Cornelisz Waeter, beiden wonende te Uitgeest, als wettige voogden over Zieuwtje Dirckx en Teunis Dircksz, minderjarige kinderen van wijlen Dirck Teunisz en Aaltje in hun leven wonende te Uitgeest, aan Teunis Jacobsz van der Schaack wonende op Schoten een huis, erf en wagenhuis aan de Coningstraat, belend ten zuidwesten de Blockers, ten noordoosten Antonij de Jongh, voor ƒ 360, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1722 en 1723 271.
                                    In Uitgeest hebben in 1722 Dirck Cornelisz Water, Claes Bol en Jan Cornelisz Schaap, voogden over de nagelaten onmondige kinderen van wijlen Dirck Theunisz Hen en Aeltje Claes, aangetoond dat in deszelfs boedel nog aan gerede penningen zijn achtergebleven ƒ 400; dit geld is voldaan en geroyeerd op 3 augustus 1623. Op 1 april 1733 bekent Cornelis Vierhuijsen in huwelijk hebbende Zieuwtjen Dircks als erfgenaam van Tuenis Dircksz voldaan te zijn. 272
                                3. Trijntje Theunis HEN, geb. ca. 1674, zie 37.
                              78. (<39) (>156, >157) Hans Jansz van de VELDE, bakker te Vianen, op 20 augustus 1656 in Vianen burgerrecht toegekend 273, overl. tussen 27 juni 1668 en 2 febr. 1676, tr.
                                  In Vianen transporterrt in 1648 Johannis Leijdecker wonende te Amsterdam aan Hans Jansz van der Velden, burger en bakker dezer stede, een huis en erf bij de Lantpoort aan de Westzijde van de Voorstraet tegenover de kerk, belend ten noorden Steven Christoffelsz Slootemaecker, ten zuiden de Moolestraet, belast met 1 gld 10 st, waarvoor de koper aan de verkoper een schuld bekent van 400 gld als rest van de kooppenningen, tegen de penning 20, af te lossen 1 mei 1652, met als onderpand de huizinge van het voorgaande transport (waarvan op 10 december 1650 Geertgen Adriaens bekende betaald te zijn), bekent in 1650 Hans van der Velde, burger en bakker alhier, schuldig te wezen aan Gijsbert Gerritsz 350 gld tegen een jaarlijkse losrente de penning 16, met als hypotheek een huis en erf aan de Westzijde van de Voorstraet tegenover de kerk, belend ten zuiden de gemene straat, ten noorden Steven Christoffelsz Slootmaecker (waarvan op 10 december 1650 Gijsbert Gerritsz bekende voldaan te zijn), en bekent nog in 1650 Hans Jansz van der Velde schuldig te wezen aan Joffr. Johanna de Chantraine geseijt Brouckhout 1000 gld, overzulks te betalen een jaarlijkse losrente tegen de penning 20, stellende tot een speciale hypotheek een huis en erf aan de Westzijde van de Voorstraet, belend ten noorden Steven Christoffelsz, ten zuiden de gemene straat 274
                                  In Vianen verklaart in 1653 Dirck Cornelisz zich borg voor Ernst Hoffman om 35 gld te voldoen aan Hans Jansz Backer over huishuur, en bekent in 1668 Hans Jansz van de Velde, burger en bakker alhier, schuldig te wezen aan Steven, uitlandige zoon en mede-erfgenaam van Barbara Dalen, 280 gld 15 st ter zake van een vierdepart in een rentebrief van 1300 gld met de renten van dien door de verdere erfgenamen te Vianen getransporteerd op Nathan van Vogelsangh, in zijn leven predikant alhier, waarvan alvorens afgetogen 189 gld 19 st, blijvende 280 gld 15 st, ontvangen van Louise Maria de Chatraine geseght Broucksault weduwe van voornoemde Vogelsangh, volgens obligatie daarvan gepasseerd op 20 mei 1662 die bij dezen is gecasseerd, belovende daarvan te betalen een jaarlijkse losrente tegen de penning 20, verbindende als onderpand 2 huizingen en erven aan de Westzijde van de Voorstraet tegenover de kerk, belend ten noorden Jacob Stevens van Oldenmerck, ten zuiden de Moelenstraet, met in de kantlijn 2 aantekeningen, namelijk: (1) Willem van Dalen, een broer en alzulks voor een derdepart erfgenaam van Steven van Dalen, bekende op 2 februari 1676 door handen van Lijsbeth weduwe van Hans Jans van de Velde een derdepart van nevenstaande plecht met de verlopen renten ontvangen te hebben, (2) Lijsberth weduwe van Hans Jansz van de Velde exhibeerde de originele plecht met in dorso een quitantie waarin Thomas Coenraet als getrouwd hebbende Maria van Dalen op 30 mei 1677 in Amsterdam verklaarde een derdepart van 280 gld 15 st ontvangen te hebben; gecasseerd op 28 mei 1677[?] 275.
                              79. (<39) Lijsbeth JANS.
                                  In Vianen transporteert in 1678 Lijsbeth Jans, weduwe en boedelhoudster van Han s van de Velde, aan Abraham van de Velde haar zoon een huizinge en erf aan de Westzijde van de Voorstraet tegenover de kerk op de hoek van de Molestraet, belend ten zuiden de Molestraet, ten noorden Jacob Stevensz Oldemerck, strekkende westwaarts tot achter aan 't erf van voornoemde Jacob Stevens toe, belast met 1000 gld kapitaal ten behoeve van Joffr. Johanna de Chantraines geseyt Broucqhault en 90 gld kapitaal ten behoeve van 't onmondige kind van Jan Dalen 276.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Jan Hansen van de VELDE, tr. Janneken.
                                  2. Jacobus van de VELDE, tr. 1° Aeltien Joosten van den BOSCH, ondertr. 2° 14 okt. 1683, tr. Vianen 1 nov. 1683 Geertruijt Adams MULDERS.
                                  3. Jannigjen van de VELDE, tr. (nederd. geref.) Vianen 4 mei 1676 (hij jongeman van Mele..., wonende te Groot-Schermer) Herman Jansz DOCTOR.
                                  4. Abraham van de VELDE, ondertr./tr. Vianen 3/17 juni 1688 Janneke Jacobs van OLDENMERCK, dr van Jacob Stevensz van OLDENMERCK en Weijntje Daniels van HARDICHSVELT.
                                      In Vianen compareert in 1673 o.a. Jacob Stevensz van Oldenmerck als vader en voogd van Jannichjen Jacobs zijn onmondige dochter geprocreëerd bij Weijne Daniels van Hardichsvelt als een van de erfgenamen van Daniels Reijersz van Hardichsvelt, hun vader en grootvader 277.
                                      In Vianen repudiëren in 1699 de naaste bloedverwanten van zal. Reijnier van Hartevlet, overleden op 11 auustus 1699, diens nagelaten boedel, onder wie Abraham van de Velde als in huwelijk hebbende Jannichien van Oldenmerck, die een dochter is van Weijntje van Hartevelt, en verkopen in 1700 de universele erfgenamen van Geertruijd van Hertigsvelt, onder wie Abraham van de Velde als in huwelijk hebbende Jannichien van Oldenmerck, aan Willem de Koningh, burger alhier, een huizinge en erf aan de Oostzijde van de Voorstraet, belend ten noorden het stadhuis, ten zuiden Joost van Asch, strekkende voor van de straat tot achter aan het stadserf toe, belast met jaarlijks 3 gld 12 st, en nog met 105 gld aan Claas van der Goot wegens reparaties (betaald op 31 maart 1702) 278.
                                  5. Susanna van de VELDE, ged. (nederd. geref.) Vianen 4 okt. 1665.
                                  6. Susanna Jans van de VELDE, ged. (nederd. geref.) Vianen 20 sept. 1666, zie 39.
                                  7. Flipijnis van de VELDE, ged. (nederd. geref.) Vianen 22 dec. 1668.
                                80. (<40) Louwijs Cornelisz de MUNCK, geb. Meulebeke (Vlaanderen), ged. (doopsgezind, bij 't Lam 279) Amsterdam 17 okt. 1655 als Louijs Cornelesz (doopgetuigen Hans Vlaminck en Abram van den Ende), begr. ald. (Heiligeweg en Leidsche Kerkhof) 16 mei 1667, ondertr./tr. Haarlem 30 jan./13 febr. 1639
                                    Louwijs Cornelisz de Munck woonde in 1639 buiten de Sint Janspoort onder Haarlem. Bij begraven in Amsterdam op 16 juni 1667: Louwijs Cornelisz de Munck buiten de Uterse poort op 't Breeverewerspadt; laat zeven kinderen na. Op 21 juni 1669 wordt op het Karthuizer Kerkhof een kind van Louwies de Munk in de Korte Tuynstraet begraven.
                                81. (<40) Henrickien HENDRIXS, geb. Utrecht, ged. (doopsgezind, bij 't Lam 279) Amsterdam 17 okt. 1655, overl. na 1670.
                                       Uit dit huwelijk:
                                  1. Cornelis Louisz de MUNCK, ged. (doopsgezind, bij 't Lam 279) Amsterdam 17 febr. 1669 (doopgetuigen de moeder Hendrickje Hendrixe en Hendrick Claasz Hoochvelt), tuinman in Amsterdam aan de Anjeliersgracht in 1683, ondertr. 1° Amsterdam 22 jan. 1683 Pietertje MARKES, geb. ald. ca. 1649, tr. 2° Wybrich Cornelisdr VALCK.
                                      Op 7 november 1685 kregen Cornelis Louwys en zijn huisvrouw Pietertie Markes, enige tijd geleden metterwoon uit Amsterdam gekomen en nu geresolveerd om weer naar Amsterdam te gaan, attestatie vanuit de doopgezinde gemeente te Beverwijk 151. Op 21 april 1686 werden zij lidmaat van de gemeente Lam en Toren. Bij de ondertrouw met zijn tweede vrouw, Wybrich Cornelisdr Valck, werd Cornelis Louisz de Munck geassisteerd met zijn broer Abraham de Munck; zij had haar peet Baafje Ridder bij zich.
                                      In 1696 testeren in Oostzaandam Cornelis Louise de Munck en Wijbrich Cornelis Valck, echtelieden wonende in Oostzaandam, op de langstlevende als er geen kinderen zijn 280.
                                  2. Abraham Louisz de MUNCK, geb. ca. 1644, ged. (doopsgezind, bij 't Lam 279) Amsterdam 17 febr. 1669 (doopgetuigen de moeder Hendrickje Hendrixe en Hendrick Claasz Hoochvelt), hovenier, werd op 5 december 1670 poorter van Amsterdam, begr. Amsterdam 26 maart 1724, ondertr. 1° ald. 21 maart 1670 Teuntje Jacobsdr GORSCAMP, geb. ald. ca. 1651, begr. Amsterdam 21 juli 1709, dr van Jacob GORSCAMP en Leuntje Salomons de BOIS, ondertr. 2° ald. 27 juni 1698, ondertr. (impost) ald. 25 juni 1698 (impost ƒ 6 samen) Dieuwertje Jacobsdr SCHOL, geb. Amsterdam ca. 1653, ged. (doopsgezind) ald. 28 sept. 1698, begr. ald. 12 april 1743.
                                      Abraham Louisz de Munck was in 1670 hovenier buiten de Utrechtse poort onder Amsterdam, en in 1698 aan de Anjeliersgracht. Bij zijn overlijden in 1724 was hij meester hovenier in de Boomdwarsstraat bij de Anjeliersgracht.
                                      Abraham Louysz, hovenier, wonende buiten de Utrechtse poort op het nieuwe Verwerspad, oud zo hij verklaarde 25 jaar, en Teuntje Jacobsz Gorskam, jongedochter op de Singel, bijgestaan door haar moeder Leuntje Salomons de Bois en haar tante Salomons de Bois, weduwe van Joris Samuelsz van den Boogaert, sluiten maken huwelijksvoorwaarden op, waarbij de bruidegom zijn kleding inbrengt en de bruid een huis en erf aan de Anjeliersgracht „daer de Stad ter Veere uythangt” en voorts kleding, huisraad, enz.
                                      Abraham Louisz, hovenier, en zijn vrouw Teuntje Jacobs Gorskam, woonachtig aan de Anjeliersgracht, testeren op elkaar; zij verklaren dat zij niet in de 200e penning zijn aangeslagen en herroepen de huwelijksvoorwaarden voor dezelfde notaris verleden op 12 maart 1670.
                                      Abraham Louisz de Munck, weduwnaar van Teuntje Jacobs Gorskam, hovenier te Amsterdam, sluit een overeenkomst over de verdeling van de nalatenschap van zijn vrouw met Jacob de Munck en Louis de Munck, zijn inmiddels meerderjarige zoons, en voorts met Christoffel van der Walle en Matthijs Bodisco, de voogden van de nog minderjarige dochters Jannetje en Marike. Jacob en Louis, die beiden reeds bij wijze van uitzet een deel van hun moeders erfdeel hadden ontvangen, hebben nog recht op 225 gld opv. 250 gld. Voor hun minderjarige dochters wordt een bedrag van 800 gld gereserveerd, dat door Abraham zal worden beheerd tot zij meerderjarig zijn.
                                      Abraham Louisz de Munck en Dieuwertje Jacobs Schol stellen huwelijksvoorwaarden op; als de bruidegom als eerste overlijdt zonder kinderen na te laten, dan heeft de bruid recht op de helft van de huisraad, inboedel enz., plus een bedrag van 400 gld.
                                  3. Jannetje Louis de MUNCK, ged. (doopsgezind, bij 't Lam 279) Amsterdam 18 nov. 1663 (doopgetuigen de vader Louys Cornelisz en Hendrick Clasz Hoogfelt), overl. 1680, tr. (schepenbank) Haarlem 21 jan. 1680 Andries Jansz van HOORN, geb. ald., die hertr. met Lijsbeth VOOGT.
                                  4. Jacob Louisz de MUNCK., zie 40.
                                  5. Isaack Louisz de MUNCK, begr. Amsterdam 4 nov. 1691, tr. Jannetje ANDRIESDR.
                                      Isaac woonde in 1678 en 1680 aan het Verwerspad buiten de Utrechtse poort, in 1686 en 1689 op de Prinsengracht, in 1691 op het Kruitmolenpad buiten de Utrechtse poort onder Amsterdam. Kinderen van hem werden in Amsterdam begraven op 28 april 1686, 2 juni 1689 en 12 februari 1692.
                                82. (<41) (>164) Cornelis Theunisz van STEENIS, doet in Beverwijk op 7 juni 1665 belijdenis als Cornelis Theunisz van Steeninghs, vleeshouwer (poorterboek Amsterdam 28 sept. 1666: Cornelis Teunisse van Stenes van Geldermalsen, vleeshouwer, heeft eed gedaan en 't klein recht betaald), ondertr./tr. Amsterdam/Beverwijk 19 april/11 mei 1664
                                83. (<41) (>166, >167) Aegje Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 nov. 1635 (doopgetuige Elbert Claesz Elandt), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 8 sept. 1660.
                                    In Beverwijk verkoopt in 1688 Aechje Lucas, weduwe van Cornelis Teunisz van Steenis, wonende binnen dezer stede, zuster en erfgenaam van Maritje Lucas Helderman in haar leven wonende binnen dezer stede, aan Jan Jansz Verlaen alhier de helft van een huis en erf in de Nieuwe Steegh, strekkende tot achter aan het erf van Jan van Toorn, belend ten zuiden Jan Jansz van den Boogaert en de erfgenamen van Cruijsvelt, ten noordwesten Jan Gerritsz Gorter, waarin de koper de wederhelft is competerende als in huwelijk hebbende Antje Lucas, zuster en mede-erfgenaam van Maritje Lucas voornoemd, voor 300 gld 281.
                                         Uit dit huwelijk:
                                    1. Theunis Cornelisz van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 febr. 1665, ondertr./tr. ald. 14/31 aug. 1689 Sara Jacobs de HART.
                                        In Beverwijk verkopen in 1692 de drie zonen en erfgenamen van Grietje Maertens en Jan Willemsz Heerencarspel die zoon was van Willem Jansz Heerencarspel en Maartje Cornelis, aan Teunis Cornelisz Steenis, mede wonende in dezer stede, een huis, erf en tuin daarachter annex aan de Coningswegh, strekkende tot achter aan de Achterwegh, belend ten zuiden Cornelis de Bruijn, ten noorden de dochter van Jan Willemsz Heemskerck, doende dit huis 7 gld jaarlijks in de verponding, zonder de opstal van de tuinderij in huur gebruikt door Aerijen Eliasz, voor 1075 gld, te betalen 1/3 mei 1692, 1/3 mei 1693, 1/3 mei 1694, en verkoopt in 1693 Teunis Cornelisz Steenis dit aan Maria Braanhorst, mede alhier, voor 1000 gld 282.
                                    2. Neeltje van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 25 juli 1666.
                                    3. Teuntje Cornelis van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 11 dec. 1667, ondertr. Beverwijk 3 juli 1689 (beiden van Amsterdam), tr. ald. 20 juli 1689 Cornelis Bartholomeusz BLOCK.
                                    4. Marritje Cornelis van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 11 dec. 1667, impost op begr. Beverwijk 9 mei 1725 (pro deo), ondertr. 1° ald. 30 dec. 1689 (hij uit de Kaag, zij van Amsterdam), tr. ald. 15 jan. 1690 Dirck Jansz IJSELENDOORN, tr. 2° Willem Evertsz van STRAATEN, overl. vóór 25 sept. 1720.
                                        In Beverwijk bekent in 1714 Marritje Cornelis Stenis, weduwe wonende binnen dezer stede, schuldig te zijn aan Grietje Gerrits, weduwe van Adryaen Cornelisz van de Trappen, 300 gld, tegen een interest van 4 gld van iedere honderd gulden, en verbindt daarvoor haar huis en erf in de Nieuwe Steegh, belend ten noordwesten de erfgenmen van Cornelis Pietersz Backer, ten zuidoosten Claes Paulus Langevelt (op 4 maart 1726 voldaan) 283.
                                        Op 25 september 1720 284 testeert Maritje Cornelis van Steenis, weduwe van Willem Evertsz van Straaten, aan Neeltje en Aaghje Cornelis, en ƒ 50 aan de 5 kinderen van Sara de Hardt.
                                    5. Neeltje van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 30 okt. 1669.
                                    6. Neeltje Cornelis van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 22 maart 1671, impost op begr. Beverwijk 19 okt. 1723 (pro deo), ondertr. 1°/tr. ald. 16/31 maart 1697 Gerrit Bartolomeusz KLOK, tr. 2° Aerijen SCHAGEN.
                                        In Beverwijk verkoopt in 1706 Neeltje Steenis, weduwe van Gerrit Bartelmiesz Klock, wonende binnen dezer stede, aan Maartje Robberts, weduwe alhier, een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot de Achterwegh, belend ten noordoosten Cellitje Harmans, ten zuidwesten Cornelis Jansz Poorter, voor 277 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 op mei 1707, 1/3 op mei 1708 285.
                                        In Beverwijk verkoopt in 1720 Neeltje Cornelis Steenis, laatst weduwe van Aerijen Schagen, wonende alhier, aan Gerrit van Laar, broodbakker alhier, een huis en erf in de Cloosterstraat, belend ten zuiden de erfgenamen van Gerrit Antonisz Scheepmaacker, ten noorden de koper, voor ƒ 42, te betalen de helft gereed, de helft Nieuwjaar 1721 286.
                                    7. Luijcas van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 15 juni 1672.
                                    8. Aegje Cornelisdr van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 13 juni 1673, zie 41.
                                  84. (<42) (>168, >169) Thomas BANCKERISZ, ged. (r.-k.) Heemskerk 6 jan. 1638, overl. ald. 3 juli 1685, tr. 2° (r.-k.) ald. 1 nov. 1677 Lijsbeth WILLEMS, tr. 1°
                                      In Wijk aan Duin zijn in 1667 Thomas Pancrasz en Annetje Panchras, jongeluiden, broer en zuster, wonende op het Hofland, aan Jr Jacob van Mierop, baljuw van Bloijs, een jaarlijkse losrente van 20 gld schuldig, hoofdsom 500 gld, met als onderpand hun huis en werf op het Hofland, strekkende van de Lage tot de Hoge Hoflanderwegh, belend ten zuidwesten Laurens Jacobsz, ten noordoosten Cornelis Claesz 287.
                                      In Beverwijk bekent in 1669 Thomas Pancrasz, jongeman wonende op het Hoflandt, schuldig te wezen Jan Gerritsz Verlaen als voogd over Cornelis Jacobsz minderjarige nagelaten zoon van wijlen Jacob Jacob Outgersz, 100 gld tegen de penning 25 in 't jaar, met als borgen Cornelis Pancrasz wonende op het Hoflandt en Frans Thomasz [kleinzoon van hun oom maternel Frans Thomasz] wonende alhier 288.
                                      In Wijk aan Duin verkopen in 1670 Cornelis Claesz, buurman op het Hoflandt, voor de ene helft, mitsgaders Claes Cornelisz onze mede-buurman, Jan Symonsz Bom als man en voogd van Maritgen Cornelis, wonende te Beverwijk, Phlips Engelsz man en voogd van Foockel Cornelis, wonende aan de St. Aechtendijck, en Jan Aerijaensz Kil als man en voogd van Jannetjen Cornelis, wonende in de Schermer, allen nagelaten kinderen en erfgenamen van Cornelisje Cornelis Smackers geprocreëerd bij Cornelis Claes voornoemd, voor de andere helft, aan Thomas Banckeris onze buurman op het Hoflandt een hoek erfs groot 66 roeden 8½ voet, zoals nu van het erf van verkopers afgeheind is, liggende op het Hoflandt, strekkende van de verkopers tot aan de Achterwech, belend ten zuidwesten de koper, ten noordoosten de verkopers, voor 106 gld 289.
                                      In 1673 290 verklaren Symon Pietersz Schuyt, 50 jaar, wonende te Wijk aan Duyn, en Jacob Jansz Boogaerdt, 23 jaar, wonende te Beverwijck, dat in de zomer 1671 Thomas Pancrasz, wonende te Wijk aan Duin, aan Symon Miesz Schotten 400 pond peulerwten of planterwten verkocht had, te leveren in de zomer van 1672; de medegetuige Cornelis Bankerisz te Wijk aan Duin verklaart dat de weduwe van Symon Mieusz Schotten hem was komen vertellen dat hij (Schotten) overleden was en dat zij de erwten nog wel wilde hebben.
                                      In 1675 291 is Thomas Pancrasz, buurman op het Hofland, geld schuldig aan Willem Dircksz van Tooren, met als borgen Cornelis Pancrasz, mede wonende op het Hofland, en Court Barentsz, bakker te Beverwijk.
                                      In 1680 292 bekent Tomas Bankersz, buurman op het Hofland in de banne van Wijk aan Duin, 40 gulden schuldig te zijn aan de boedel van wijlen Gerrit Theunis Plemp over koop van een hof die hij van Plemp had gekocht. Hij geeft nu een paard en wagen in pand.
                                      In Wijk aan Duin is in 1680 Tomas Banckerisz, wonende op 't Hofland, aan Rochus van Veen wonende te Beverwijk 225 gld schuldig, met als onderpand zijn huis en erf, belend ten oosten de werf van Jacob Cornelisz, ten westen de Hooge Hoflanderwech, ten noorden Laurens Jacobsz, ten zuiden de vrouwe van Hogersmilde, en nog een akkertje land aan dezelfde weg, strekkende tot aan de erven van Cornelis Banckerisz en Laurens Hendricksz, belend ten noorden Cornelis Michielsz, ten zuiden Cornelis Banckerisz voornoemd (in de kantlijn: op 21 april 1680 wegens insolventie van de boedel ontslagen uit het verband door Irnout van Veen), en verkoopt in 1683 Thomas Banckerisz, buurman op 't Hofland, aan Jacob van Mijerop, baljuw van Bloijs, al zijn roerende goederen, als koebeesten, paarden, schapen varkens, al zijn huisraad, inboedel, linnen enz., zoals hij die al verkocht vorige zomer had, voor 1050 gld, die hij bij afrekening achter was over verschenen renten en landhuren 293.
                                      In Uitgeest bekennen in 1681 de voogden van de kinderen van Thomas Bancrissen gelicht te hebben van de kinderen, de penningen toekomende Ryer Janszoon ƒ 256-15-0, toekomende Claes Pietersdochter ƒ 200-0-0, toekomende Abraham Pieters ƒ 93-5-0, toekomende de kinderen van Styntje Heijndricx ƒ 49-0-0, totaal ƒ 600 [sic] (ten volle voldaan op 1 april 1692) 294.
                                      In Wijk aan Duin in 1686 hebben Jacob van Mijerop, baljuw van Bloijs en officier der stede Beverwijk, en Cornelis Banckerisz wonende op 't Hoflandt, als geordonneerde curateuren over de insolvente boedel van wijlen Tomis Banckerisz, in zijn leven wonende op 't Hoflandt, openbaar verkocht aan Isnout van Veen, wonende binnen Beverwijk, een stukje land van omtrent 66 roeden op 't Hoflandt achter het huis van Cornelis Banckerisz aan de Hooge Hoflanderwech, belend ten oosten en zuiden het voorschreven huis en erf, ten westen de voorschreven Hooge Hoflanderwech, ten noorden Cornelis Michielsz, voor 103 gld, en Jacob vam Mijerop als mede-curateur alleen aan Cornelis Banckerisz, mede-curateur, een huis en erf op 't Hoflandt aan de Wagenwech, strekkende tot achter aan het stukje land van Isnout van Veen de Hooge Hoflanderwech toe, belend ten zuiden de weduwe van Laurens Jacobsz, ten noorden Laurens Garrebrantsz, voor 405 gld 295.
                                           Uit het tweede huwelijk:
                                      1. Sijmen THOMISSE, ged. (r.-k.) Heemskerk 10 sept. 1678 (doopgetuige Gerrit Dirckse Bosman), overl. ald. 21 nov. 1727, tr. (r.-k.) ald. 16 febr. 1700 Trijn BALTEN.
                                      2. Maria THOMAS, ged. (r.-k.) Heemskerk 20 okt. 1680 (doopgetuige Maertie Claes), tr. Cornelis JANSEN.
                                      3. Neeltje THOMISSE, ged. (r.-k.) Heemskerk 4 juli 1682 (doopgetuige Afje Dircks).
                                      4. Cornelis THOMISSE, ged. (r.-k.) Heemskerk 10 april 1684 (doopgetuige Antie Laurens).
                                    85. (<42) Ariaentie PIETERS, overl. Heemskerk 18 juni 1676.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Panchras Thomisse HOFLAND, ged. (r.-k.) Heemskerk 1 aug. 1673, zie 42.
                                      2. Pieter THOMISSE, ged. (r.-k.) Heemskerk 25 jan. 1675 (doopgetuige Jannetie Jans).
                                    86. (<43) Lauris Arisse (DECKER), tr.
                                    87. (<43) Grietie PIETERS.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Jannitje LAURENS, zie 43.
                                      2. Breghtie LAURENS, ged. (r.-k.) Heemskerk 2 okt. 1672 (doopgetuige Maertien Gijsberts), overl. ald. 30 juli 1719, tr. (r.-k.) ald. 4 aug. 1698 Aldert CRELISSE.
                                      3. Jan Laurens DECKER, ged. (r.-k.) Heemskerk 27 juni 1675 (doopgetuige Antie Ariens), tr. (r.-k.) ald. 30 april 1698 Lisbet CRELIS.
                                      4. Jacob Laurense DECKER, ged. (r.-k.) Heemskerk 27 okt. 1675 (doopgetuige Jannitie Gerrits).
                                    88. (<44) Jan Pietersz van JESSEN, alias Sander, bleker, tr.
                                        In 1662 is in Heemstede Jan Pietersz Sander op de Princesantvaert aan Juffr. Elisabeth Pauw een jaarlijkse losrente van 12 gulden schuldig, af te lossen met 300 gulden, met als onderpand „alle syn guet specialick syn bleijckhuijs mette appenditien ende dependitien vandien staende opden ondergront vanden Heere Panhuijs aende de Princesantvaert”, geroyeerd op 13 febr. 1699 296
                                        Op 17 februari 1695 compareren te Heemstede 297 Isacq Jansz, Balte Jansz, Anna Jansz ende Cornelis Jansz ter eenre, en Dirk Hendrixe Oostdorp in huwelijk hebbende Lijsbet Janse ter andere zijde, allen kinderen en erfgenamen van Jan Pietersz Sander en Luijkje Baltes, woonende allen hier te Heemstede en Bennebroek; de hele erfenis en nalatenschap, bestaande uit een kleerblekerij aan de Prince Sandvaert met alle toebehoren, wordt overgedragen aan Dirk Hendrixe Oostdorp; hij en zijn vrouw moeten Anne Jansz bij zich houden en behoorlijk van kleren en kost voorzien.
                                    89. (<44) (>178) Luijtje BALTENS.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Isaac Jansz van JESSEN, tr. N.N., overl. Heemstede 17 maart 1695.
                                      2. Balten Jansz van JESSEN, zie 44.
                                      3. Anne JANS.
                                      4. Cornelis Jansz van JESSEN, ondertr. Heemstede 23 april 1690 (voor schepenen), tr. (schepenbank) Jannetje Gijsberts VAILJANT, eerder gehuwd met N.N.
                                      5. Lijsbet JANS, tr. Dirk Hendrixe OOSTDORP.
                                    92. (<46) Wouter CORNELIS, tr.
                                        In 1685 verkoopt Maijken weduwe van Henrick Jansz, geassisteerd met Philips Alewijns haar momboir, aan Wouter Cornelis met Heyltje zijn wettige huisvrouw, een akker genaamd de Meulenwegh, en verkopen deze uit kracht van naderschap aan Jacob Hoebers en Anneken zijn huisvrouw 298.
                                    93. (<46) Helena Jans WIJNANTS.
                                           Uit dit huwelijk:
                                      1. Joannes WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 4 sept. 1672.
                                      2. Wouter WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 17 aug. 1675, tr. Maria Anna de LELI.
                                      3. Cornelis WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 2 nov. 1677 (vermoedelijk), zie 46.
                                      4. Joanna WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 19 febr. 1680.
                                      5. Margareta WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 11 juli 1682.
                                      6. Nicolaas WOUTERS, ged. (r.-k.) Eersel 15 sept. 1685, tr. Wilhelmina WIJNANTS.
                                    94. (<47) (>188, >189) Adam Anthonis van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 29 dec. 1630, overl. tussen 9 maart 1691 en 24 april 1697, tr.
                                        In 1682 verpacht Adam Anthonis van Oerle een huizinge en hof gelegen in Eersel aan de Plaets voor een jaar aan Aelbert Willemsz van Buel, in 1691 verkoopt Geertruyt dochter van Bartel Dircx Deijssens, geassisteerd met Adriaen Bruijnens haar man en momboir, aan Adam van Oers en Heyltien zijn huisvrouw twee beemden 299.
                                    95. (<47) (>190, >191) Heldewich (Helena) Hendriks STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 24 jan. 1646.
                                        In 1697 transporteert Heyltjen weduwe van Adam van Oers, geassisteerd met Wouter Goossen haar gecoren momboir, uit kracht van een decreet van schepenen van Eersel, Duysel en Steensel, aan Corstiaen van Oers en aan Reynier Bartel Schellens een helft van een timmerplaats gelegen aan de Plaets 300.
                                             Uit dit huwelijk:
                                        1. Catharina van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 23 juli 1675.
                                        2. Hendrik Adams van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 1 juni 1677, begr. ald. 30 okt. 1751, tr. Johanna OTTERDIJCX.
                                        3. Catharina van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 20 nov. 1678.
                                        4. Johanna Adams van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 3 aug. 1680, zie 47.
                                        5. Antonius van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 29 april 1683.
                                        6. Anthonius van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 4 okt. 1684.
                                        7. Elisabeth Catharina van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 25 mei 1687.
                                        8. Antonius van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 17 maart 1689.
                                      96. (<48) (>122, >123) Cornelis Jansz KEIJSER, leraar van de mennonistische gemeente in 1702 in Langedijk, tr. N.N.
                                          In Broek op Langedijk in 1696 verkoopt Aerjan Sijmonsz wonende in de Woudmeer aan Cornelis Jansz Keijser zijn neef een huis en erf waarin hij tegenwoordig woont, belend ten zuiden Cornelis Matselaar c.s., ten noorden Willem Klijf, en verkoopt Cornelis Jansz Keyser aan Anna Gerrits weduwe en haar kinderen nagelaten door zal. Fedde Volckertsz een huis en erve waarin koopster tegenwoordig woont, belend ten noorden Aerjan Bick, ten westen Jan Jansz Dotter die met zijn huis overtsloot een vrije toegang heeft 301
                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1710 Jan Gleynsz wonende in de Schermer nomine uxoris aan Cornelis Jansz Keyser een stuk zaadland gemeen en onverdeeld met Jan Jansz Hent, belend ten noorden de Mennogezinde gemeente, ten zuiden Sijmon Posser, groot 7 snees 9 roeden 3 voet, voor ƒ 164:5:4, verkoopt in 1712 Rens Gerritsz wonende in de Wieringerwaard, in huwelijk hebbende Tryn Gerrits, aan Cornelis Jansz Keijser, mennonistisch gezinde leraar alhier, een westend akker zaadland, belend ten oosten Jan Aelberts Blocker annex, ten zuiden het Kalfke, ten noorden de Gildenacker, groot 6 snees 6 roe 9 voeten, voor 190 gld 2½ st, en Sr Niclaas Blydenius aan Cornelis Jansz Keijser, mennonistisch leraar alhier, een akker zaadland, belend ten noorden Jan Tuynman, ten zuiden Dirk Sloof, groot 9 snees 12 roe 6 voeten, voor 168 gld ½ st, en verkopen in 1717 Adriaan Visser en Jannitje Bos, beiden wonende te Alkmaar, aan Cornelis Jansz Keijser en Cornelis Veddesz een stukje weiland van 2½ geersen gelegen voor de huizen, belend ten westen Jan Willemsz Klif, ten oosten Jan Boogert, voor ƒ 107:4:6 302.
                                          In Broek op Langedijk transporteren in 1726 Bastiaan Bosman wonende te Alkmaar en Dirk Kornelis Keijser, voor henzelf en de rato caverende voor hun mede-erfgenamen van zal. Cornelis Jansz Keijser, in zijn leven geweest Mennogezinde leraar in ons dorp, aan Willem Cornelisz Keijser 4 vijfdeparten in het huis en erve in 't Noordend, belend ten zuiden Klaas Hillen, ten noorden Trijntje Jans Bos, voor 200 gld, verkopen in 1727 Frans Dirksz de Jong en de kinderen en erfgenamen van Cornelis Jansz Caijser aan Dirk Aarjans Bik een akkertje zaadland genaamd het Smalte, groot 2 snees 15 roeden, belend ten westen de erven van Dirk Sijmonsz, ten oosten de Trogveert, voor 2 gld ['t snees], en verkopen in 1737 Willem en Dirk Cornelisz Keijser, mitsgaders de rato caverende voor Bastiaan Bosman in huwelijk hebbende Guurtje Jans Keijser, en Maartje Cornelis Keijsers en nog voor de erven van Jan Cornelisz Keijser, aan Kornelis Jacobsz Mul een derde in 3 geerzen 11 snees weiland, een derde in 1 gars 3 snees 4 roeden wei- zeg zaadland in 't bedijkte buitenland, belend ten oosten de Ringsloot van de Heerhugowaard, ten westen de Oostendijk, voor ƒ 0:6:0 ['t snees] 303.
                                               Uit dit huwelijk:
                                          1. Jan Cornelisz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709, zie 48.
                                          2. Guurtje Cornelis KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709, bij huwelijk jongedochter van Langedijk, ondertr. Alkmaar 28 mei 1719, tr. kerkel. (mennon.) ald. 18 juni 1719 (voor de „Vries Doopges. Gemeente”) Bastiaen Jansz BOSMAN, stoelenmaker ald., zn van Immetie BASTIAENS, wedn. van Dieuwertie CORNELIS.
                                              In 1714 testeren Bastiaen Jansz Bosman en Dieuwertie Cornelis, echteluiden, op de langstlevende (zijn moeder is Immetie Bastiaens), en in 1722 testeren Bastiaen Bosman en Guurtie Cornelis Keijser, met de bepaling dat als zij zonder kinderen overlijdt en haar vader Cornelis Jansz Keijser dan nog leeft, haar vader zijn blote legitieme portie van 20 gld krijgt 304.
                                              In Alkmaar verkoopt in 1736 Huijbert Ariens, weduwnaar en erfgenaam van Dieuwertje Jans, aan Bastiaen Boschman een kamer en erf op de Schulphoek bezuiden het Pleijn, belend ten oosten de weduwe van Crijn Sijmonsz Coopman, ten westen Dirk Sijmonsz Coopman, voor 50 gd 305.
                                          3. Willem Cornelisz KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 11 april 1717, bevestigd als leraar van de mennonistische gemeente ald. 23 maart 1727, tr. 1° N.N., tr. 2° Anne DIRKS.
                                              In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1727 Bastiaen Bosman, stoelenmaker te Alkmaar, aan Willem Cornelisz Keijser wonende te Broek op Langedijk een akker zaadland genaamd het Breetje gelegen in 't Zuijtendt van de Koog, groot omtrent 10 snees 10 roeden, belend ten oosten Fredrik Swaag, ten zuiden Pieter de Graaf, ten westen Dirk van der Meer, voor 200 gld 306.
                                              In Broek op Langedijk verkoopt in 1726 Bastiaan Jacobsz Bosman wonende te Alkmaar aan Willem Kornelisz Keijser 2 stukjes zaadland, het ene groot 5 snees 4 roeden bij Pieter Huybers' molensloot, belend ten westen IJff Heijlemans annex, ten noorden Pieter Dirksz Ellen, het andere in Harckeweijd, groot 2 snees, belend ten zuiden het Mennopreekhuis, ten noorden het Oosterdel, voor 115 gld, verkoopt in 1727 Cornelis Veddes aan Willem Cornelisz Keijser de helft in een stukje weiland voor de huizen, groot 1 gars 3 snees, belend ten zuiden Willem klif, ten noorden Gerrit Kopper, voor 60 gld, verkoopt in 1727 Frans Dirksz de Jong aan Willem Cornelisz Keijser een akker zaadland genaamd het Rottenest groot 6 snees 7 roeden, belend ten zuiden de koper, ten zuiden zeg noorden Anne Dircx, nog een akker zaadland bezuiden Jan de Waal, groot 5 snees 4 roeden, belend ten westen Klaas Dotter, ten oosten Louris Hillen, voor 425 gld, idem nog een akkertje zaadland genaamd 't Coningshoff, groot 4 snees 4 roeden, belend ten oosten zeg westen Nan Madderoom annex, ten oosten Sijmon Gerritsz de Boer, voor 140 gld, verkoopt in 1731 IJff Heijlemans aan Willem Keijser een akkertje zaadland groot 5 snees 2 roeden, belend ten oosten de koper, ten westen Dirk Slooves, voor ƒ 135:0:0, verkoopt in 1736 Sijmon Gerritsz de Boer aan Willem Cornelisz Caijser een akker zaadland van 6 snees 1 roe, belend ten westen de koper, ten oosten Aaltje Cornelis, voor ƒ 193:12:0, verkopen in 1737 de voogden over de onmondige kinderen van Jacob Jonkers en Teetje Garbrands mitsgaders Adriiaan Pietersz Gorter aan Willem en Dirk Keijser een boomgaardje van 1 snees 11 roeden, belend ten westen de Agtergragt, ten noorden de Evertsweijd, voor ƒ 110:0:0, en verkoopt in 1737 Jan Jansz Bouwens aan Willem Caijser een akker zaadland genaamd de Jongenije, groot 5 snees, belend ten oosten de erven van Dirk Slooves, ten westen Jan Jonckers kinderen, en nog een akkertje zaadland genaamd Piet Pol, groot 6 snees 7 roeden, belend ten zuiden de Meijerssloot, ten noorden Jacob Kaan, voor ƒ 200:0:0 307.
                                              In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1737 Willem Cornelisz Keijser wonende te Broek aan Jan Jansz Bouwens een akker zaadland in de Koog tussen Moeije-Peete en Sybouts Ette-sloot, groot 10 snees 10 roeden, belend ten oosten de erven Fredrik Swaag, ten westen Aldert Jacobsz Kaas, voor 200 gld 308.
                                              In Broek op Langedijk testeren in 1753 Willem Keijzer en Anne Dirks, echte man en vrouw wonende te Broek op Langedijk, op de langstlevende, met de bepaling dat des testanten dochter, of haar descendenten, de langstlevende tot overlijden of hertrouwen in rust en vrede zal laten bezitten 309.
                                          4. Cornelis Cornelisz KEIJSER.
                                          5. Maartje Cornelisdr KEIJSER, ged. (mennon.) Langedijk 31 maart 1720.
                                          6. Dirk Cornelisz KEIJZER, ged. (mennon.) Langedijk 31 maart 1720, op 25 december 1722 gekozen als leraar van de mennonistische gemeente in Langedijk, maakt huwelijksvoorw. Broek op Langedijk 31 dec. 1720 310 met, tr. kerkel. (mennon.) Langendijk 12 jan. 1721 Trijntje Pieters WERF, dr van Pieter Jansz WERF en Guurtje WILLEMS.
                                              In Broek op Langedijk verkoopt in 1727 Frans Dirksz de Jong aan Dirk Cornelisz Keijser een stukje weiland voor de huizen, groot 2 geerzen, genaamd het Schijtweijdje, belend ten noorden Jan de Boer, ten zuiden de Backerssloot, voor 119 gld, en verkoopt in 1741 Dirk Jansz Backer als last en procuratie hebbende van Jacob Cornelisz Mollevanger voor de helft, de voogden over Maartje Cornelis Mollevanger voor de andere helft, aan Dirk Cornelisz Keijser een noordend zaadland groot 5 snees 3 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden Willem de Boer, voor ƒ 126:3:8 311.
                                        98. (<49) (>196) Dirck SIJMONSZ, overl. vóór 1 april 1727 312, tr.
                                            In Broek op Langedijk verkoopt in 1676 Jacob Aerjansz Schouten oud-regent, procuratie hebbende van Trijn Cornelisdr weduwe van Pieter Reyertsz Hooft, mitsgaders volmacht van de weesmeesters Cornelis Pietersz patroon en Dirk frans, voogden van haar kinderen, aan Dirk Symonsz en Frans Sijmonsz gebroeders een westend akker zaadland, belend ten oosten de kopers, ten westen Jan Pietersz Werff, groot 5 snees 1 roe 2 voet, verkopen in 1677 Dirk Fransz en Sijmon Pietersz Werff wonende alhier, voor de helft voor henzelf, en Pieter Gerritsz Officier als voogd en Aerjan Cornelisz als oom van de nagelaten weeskinderen van wijlen Cornelis Cornelisz geprocreëerd bij Aefjen Dirx voor de wederhelft ten overstaan van Bartelmies Christiaens weesmeester, allen te Bergen, aan Dirk Sijmonsz en Frans Sijmonsz gebroeders een akkertje zaadland, belend ten zuiden Aerjan Schouten, ten noorden Aerjan IJfsz, groot 4 snees 2 roeden 1½ voet, verkopen in 1684 Dirk Cornelisz Ellen en Frerik Louwrisz, als wettige voogden over de weduwe en 't nagelaten kind van Sijmon Pietersz Werff, aan Dirk Sijmonsz een akker zaadland genaamd 't Breedt, groot 9 snees 9 roeden 10½ voet, belend ten oosten Dirk Fransz, ten westen Jan Pietersz Werff, verkopen in 1693 Jan Baartsz Groot voor hemzelf, Pieter Cornelisz Rooderbant en Willem Gerritsz IJfkes, voogden over Reijnert Jansz Groen, aan Dirk Sijmonsz een westend akker zaadland, groot 3 snees 2 1/6 voet, belend ten noorden Pieter Rooderbant, ten oosten Meyert Madderoom, en nog een stukje zaadland, groot 3 snees 5 roeden 6 1/3 voet, belend ten oosten Bartelmies Aerjansz, ten westen Griet Aerjans 313.
                                            In Broek op Langedijk verkopen in 1696 Dirck Sijmonsz en Pieter Ellen voor henzelf en de rato caverende voor hun mede-consorten, erfgenamen van wijlen Jacob Willemsz Buijsman, aan Jan Jacobsz Mollevanger, president schepen van Zuid-Scharwoude, een akker zaadland, belend ten westen Cornelis Bosman, ten oosten Cornelis Duijnman, groot 6 snees 5 roeden 5 voet, verkopen in 1696 Dirk Sijmonsz en Willem Jansz Klijf als erfgenamen van wijlen Jacob Willemsz Buysman en de rato caverende voor hun mede-erfgenamen, aan Pieter Dirxz Ellen, mede-erfgenaam, een akker zaadland groot 8 snees 6 roeden 9 voet, belend ten noorden 't Oosterdel, ten zuiden Dirk Hensbroek, verkoopt in 1696 Gerrit Pietersz Koedijk, regent te Warmenhuizen, aan Dirk Sijmonsz een akker zaadland genaamd de Zeylmaker, groot 11 snees 6 roeden 10½ voet, belend ten noorden Gerrit Claesz, ten zuiden Dirk Keysers kinderen, verkoopt in 1696 Cornelis Willemsz Langedijker, oud-burgemeester van Warmenhuizen, aan Dirk Sijmonsz een akker zaadland groot 7 snees 6 roeden 2½ voet, belend ten noorden Sijmon Posser, ten zuiden Dirk Fransz, genaamd 't Rottenest, verkoopt in 1699 Aerjan Sijmonsz wonende te Harenkarspel aan Dirk Sijmonsz zijn broer een akker zaadland genaamd Gerrit Claesacker, groot 11 snees 14 roeden 10 1/6 voet, belend ten noorden Pieter Ellen, ten zuiden Louijs de Waels erve, verkoopt in 1704 Jan Warmenhuijsen als oppervoogd over Maartje Jansdr, onmondige dochter van Jan Winter, aan Dirk Sijmonsz een akkertje zaadland genaamd de Leynsacker, belend ten noorden Jacob Mollevangers zoon, ten zuiden Pieter Rooderbaarts erve, groot 3 snees 9 roeden 1/3 voet, à 11½ gld 't snees, bedraagt 39 gld 17¼ st, verkoopt in 1705 Jan Jacobsz Kaar aan Dirk Sijmonsz omtrent 30 roeden zaadland genaamd 't Venentje, belend ten westen de koper annex, ten oosten Sijmon de Boer, voor 45 gld, en verkopen in 1705 de erfgenamen van wijlen Taems Jansz Out aan Dirk Sijmonsz een zuidend akker zaadland genaamd de Pulbos, belend ten noorden Will. Snorl, ten westen Jan Baertsz Hillen, ten oosten Pieter Boogert, groot 4 snees 2 roeden 7 voet, voor 34 gld 't snees, is 140 gld 7 st 12 penn 314.
                                            In Broek op Langedijk verkoopt in 1707 Jan Cornelisz Schoenmaker te Koedijk, in huwelijk hebbende Anna Aelbers Korn, aan Dirk Symonsz een akkertje zaadland, groot 2 snees 16 roden 4 1/3 voet, belend ten oosten Frans Dirksz, ten westen en zuiden de heer van Boningues, voor 31 gld, verkoopt in 1708 Pieter Jansz Backer wonende te Niedorp aan Dirk Symonsz een stukje weiland achter aan de Wal, groot 6 geerzen 2 snees, belend ten westen de Agtergragt, ten oosten Dirk Ellens zoon, ten noorden Cornelis Duynman, voor 863 gld 10½ st, 140 gld 't snees, en verkoopt in 1714 de burgemeester van Wadway, namens de voogden en nagelaten kinderen van Maartje Cornelisdr en Jacob Lourisz te Wadway, aan Dirk Symonsz een akkertje zaadland, groot 4 snees 14 roeden 8 voet 7 duimen, belend ten noorden Huijberts Molensloot, ten zuiden Jan Blocker, voor 139 7/10 gld 315.
                                        99. (<49) (>198, >199) Guertje GERRITSDR.
                                               Uit dit huwelijk:
                                          1. Sijmon Dirksz BERGEN, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709.
                                              In Broek op Langedijk verkoopt in 1727 Frans Dirksz de Jong aan Symon en Kornelis Bergen een akker zaadland genaamd Keijsersacker, groot 8 snees 16 roeden, belend ten noorden Dirk Duijnman, ten zuiden Pieter Ellen, voor 292 gld, verkoopt in 1727 Claas Cornelisz Huijsman als in huwelijk hebende Trijntje Gerrits aan Sijmon en Cornelis Dirksz bergen een akker zaadland groot 9 snees, belend ten zuiden Jan Madderoom, ten noorden Pieter Ellen, voor ƒ 292:10:0, en verkopen in 1737 de erfgenamen van Sijmon Braak aan Symon Dirksz Bergen een akker zaadland van 1 gars 3 snees 15 roeden, belend ten zuiden Trijn Pieters Korn, ten noorden Maartje Cornelis, voor 472:15:0 316.
                                              In Broek op Langedijk verkopen in 1754 de erfgenamen van Sijmon Dirksz Bergen aan Jan Jacobsz Jonker een huis en erf op het Noordeijnde, belend ten zuiden de erven Jan Keijser, ten noorden Gerrit Gluur en Jacob de Vries 317.
                                          2. Cornelis Dirksz BERGEN, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709, tr. Trijntje RENS.
                                              In Broek op Langedijk verkopen in 1728 de erfgenamen van Griet Cornelis gewezen huisvrouw van Barend Egbertsz, overleden te Noord-Scharwoude, aan Cornelis Dircxz Bergen een akker zaadland, groot 8 snees 13 roeden, belend ten zuiden Sijmon Braak, ten noorden Pieter Stofregens erve, voor 336 gld (dezelfde verkoop ook door Barend Egbertsz), verkoopt in 1729 Trijn Pieters weduwe van Pieter Aalbertsz Korn aan Cornelis Dircxz Bergen een westend zaadland, groot 4 snees 10 roeden, belend ten oosten de koper annex, ten noorden Trijntje Bos, voor ƒ 199:7:9, en verkoopt in 1734 Trijntje Rens, weduwe van Kornelis Bergen, met aggregatie van de voogden over de minderjarige kinderen van Kornelis Bergen, aan Sijmon Dirksz Bergen een half huis en erf gemeen met de koper in 't Noordend, belend ten zuiden Dieuwer Dircx, ten noorden Aaltje Cornelis, voor ƒ 275:0:0 318.
                                              In 1725 worden in Broek op Langedijk huwelijkse voorwaarden opgesteld door Cornelis Dirksz Bergen enerzijds, en Trijntje Rens geassisteerd met Cornelis Capiteij wonende onder de banne van Haringhuizen anderzijds 319.
                                          3. Dieuwer DIRX, ged. (mennon.) Langedijk 27 okt. 1709, zie 49.
                                        100. (<50) (>200) Pieter Jansz RUS, impost op begr. Koedijk 16 nov. 1705 (impost ƒ 3, betaald door Pieter Cornelisz Molenaer), tr.
                                            In Oudkarspel belendt in 1685 Pieter Jansz ten oosten aan 't Rinkelant verkocht door Trijn Jansz, weduwe van Jacob Rijplant, aan Pieter Cornelisz Rus 320,
                                            In Koedijk verkoopt in 1687 Jacob Veddis te Broek op Langedijk, getrouwd met [ontbrekend] van hier, aan Aerjen Cornelis Nieudorp en Pieter Jansz Rus twee akkertjes zaadland, samen 10 snees, in 't Cromdel annex elkaar, belend ten zuiden Jan Arents Prins, ten westen Dirck Jansen Muller, voor 100 gld 321.
                                            In Koedijk zijn in 1689 Pieter Jansen Rus en Pieter Cornelisz Rus borgen voor Bouwen Slommer 322.
                                            In Oudkarspel verkopen in 1692 de erfgenamen van zal. Pieter Adriaansz Paardebos en Guurt Jans te Noord-Scharwoude aan Pieter Jansz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland in de Diepsmeer groot omtrent omtrent 9 geerzen, voor 25 gld en de lasten over 1691, verkoopt in 1695 Gerrit Jacobsz Rijplant wonende te Koedijk, ook voor Maaritie Jacobs weduwe aldaar zijn zuster, Ds Johannes Rijplandt predikant in Eenigenburg en Cornelis Harcsz mede aldaar als getrouwd geweest zijnde met zijn zuster Neel Jacobs en erfgenaam van het overleden kind daarbij verwekt, aan Pieter Jansz Rus wonende te Koedijk een akker zaadland genaamd Twee Saadackers, groot tezamen omtrent 2 geerzen 14 roeden, belend ten zuiden de stad Alkmaar, ten westen het Hoefjen, en verkoopt in 1699 Jan Hendriksz Hartlant wonende te Koedijk aan Pieter Jansz Rus mede wonende te Koedijk een akker zaadland groot omtrent 10 snees in de Vuijle Greb, belend ten noorden Cornelis Jansz Nierop, ten zuiden Cornelis Stammes c.s., voor ƒ 245:0:0 323.
                                            In Warmenhuizen verkoopt in 1707 Roelof Clasz Hoogeboom in huwelijk hebbende Maartje Halfswaagh wonende te Schagen aan Cornelis Jansz Koningh de helft van een stuk rietland beoosten de Riedgreb genaamd Lucasweijdt, groot de helft omtrent 6 geerzen, gemeen met de weduwe van Pieter Jansz Rus, belend ten noorden Gerret Jansz Leenman, ten zuiden voorschreven weduwe 324.
                                            In Oudkarspel verkoopt in 1709 Maartje Louwris, weduwe en boedelhoudster van Pieter Jansz Rus, wonende te Koedijk, voor haarzelf voor de ene helft, en voor Aaltje Jans weduwe en boedelhoudster van Jan Leendertsz, wonende op 't eiland Wieringen, voor de andere helft, aan Gerrit Bouwensz Slommer mede te Koedijk wonende een akker zaadland benoorden de Snijderssloot groot omtrent 10 snees, belend ten zuiden Huijbert Slommer, ten noorden de koper 325.
                                        101. (<50) (>202) Maartje LOURIS, impost op begr. Koedijk 2 febr. 1715 (impost ƒ 3).
                                               Uit dit huwelijk:
                                          1. Louris Pietersz RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, zie 50.
                                          2. Jan Pietersz RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, impost op begr. Koedijk 8 juli 1724 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 13 april 1715 (impost ƒ 6) Anna Jans RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, dr van Jan Cornelisz RUS en Maartje FEDDES 326.
                                              In Koedijk verkoopt in 1723 Diewertie Maertens weduwe van Willem van Campen aan Jan Pietersz Rus een huis en erve op 't Noordeijnde, belend ten noorden Claes Pietersz, ten zuiden comparante en Harmen Barentsz, voor ƒ 115, en verkoopt in 1727 Anne Jans, weduwe van Jan Pietersz Rus, aan Pieter Jansz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Claas Pietersz, ten zuiden Harmen Barentsz, met een oude kwijtschelding van 1723, voor ƒ 75 327.
                                              In Koedijk verkoopt in 1741 Juff. Margaretha van Daverveld te Alkmaar, weduwe van Gerrit Rijpperland in leven dienaar van Gods woord te Petten, aan de kinderen van Jan Rus weiland achter de huizen van 't Noordeind genaamd de Bon, groot 4 geers, belend ten zuiden de kinderen van Ds Rijpperlandt, ten noorden de kinderen van Hendrik Levendich, voor 700 gld, verkoopt in 1748 Arent Jansz Volkers aan de kinderen van Jan Rus rietland van 2 geers in de Noorder Cleijmeer, belend ten noorden de erven van Cornelis Nierop, ten zuiden het Wildemansbos, belast met een jaarlijkse lijfrente van 23 gld per jaar voor de verkoper, en kopen in 1750 de kinderen van Jan Rus van de erfgenamen van Ds Rijpperland 7 geers 9 snees 10 roe weiland achter de huizen van 't Noordeind, belend ten noorden de kopers, ten zuiden de erven van Gerrit Slommer, voor 1000 gld 328.
                                              In Oudkarspel verkoopt in 1744 Lourus Rus wonende te Koedijk aan Anne Jans weduwe van Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 8 geerzen 4 snees, belend ten noorden de koopster, ten zuiden de ringsloot van de Diepsmeer, voor ƒ 122:10:0 329.
                                          3. (doodgeb. kind) Pieters RUS, impost op begr. Koedijk 25 juni 1698 (impost ƒ 3).
                                          4. Grietje Pieters RUS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 19 maart 1719 (als volwassen dochter, haar vader en moeder, overleden zijnde, behoorden tot de Mennonieten), ondertr. (impost) ald. 10 maart 1719 (impost ƒ 3) N.N.
                                        102. (<51) (>204) Jan Cornelisz RUS, geb. ca. 1662, impost op begr. Koedijk 26 maart 1740 (oud 77 jaar, 3 gld, aangever Cornelis Jansz Rus), tr.
                                            In Koedijk verkoopt in 1695 Jan Arentsz Prins aan Bouwen Gerritsz Slommer en Jan Cornelis Rus een weiland van 5 geers 2 snees bewesten de Cleijmeer, belend ten zuiden Nanningh Gesteranus, ten noorden Jan Poulus, ten westen Hendrick Levendigh, ten oosten de Ringsloot, tegen een lijfrente van 200 gld per jaar, getaxeerd op 1312 gld, en verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus aan Pieter Cornelisz een half weiland genaamd de Platven, groot in 't geheel 5 geers 3 snees 6 voet, waarvan de koper de wederhelft bezit, belend ten oosten de Ringsloot van de Noorder Cleijmeer, ten zuiden Gerrit Jacobsz Rijplant, voor ƒ 951:18:12 330.
                                            In Oudkarspel verkopen in 1698 Aalt Dirks, weduwe van Hendrik Butter overleden op 't Noorteijndt van Koedijk, Pieter Butter en Dirk Mulder beiden als omen en bloedvoogden van de kinderen van voornoemde Hendrik Butter, aan Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk een vijfdepart in een stuk grasland genaamd de Buijne, groot in 't geheel omtrent 10 geerzen, gemeen met de kinderen van Adriaan Kuijper te Groet c.s., belend ten zuiden Adriaan Schagen Hoogelant, ten noorden Cornelis Stammes, bij Koedijk 331.
                                            In Broek op Langedijk verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Cornelis Feddes een stukje zaadland van omtrent 2 snees, belend ten westen de koper, ten oosten Dirck Pieters Slooves 332.
                                            In Oudkarspel transporteert in 1723 de lasthebber van de kinderen en erfgenamen van Jr Jacob van Foreest en Vrouwe Maria Sweers, echtelieden gewoond hebbende te Hoorn, na verkoop bij publieke veiling aan Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland in de Zuidwesthoek van de Diepsmeer, groot omtrent 9 geerzen, belend ten westen de ringsloot van dezelve meer, ten oosten de koper, zijnde het tweede stuk bezuiden de Westerwegh, voor 3 gld 333.
                                            In Koedijk verkopen in 1734 de 7 kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Pietersz Volkers aan Jan Cornelisz Rus een huis en erf op het Noordeijnde, belend ten zuiden Arien Dirksz Dickstael, ten noorden Jan Pietersz Butter, voor ƒ 84 334.
                                        103. (<51) (>120, >121) Maartje FEDDES  326, impost op begr. Koedijk 7 april 1731 (impost ƒ 3, betaald door Jan Cornelisz Rus).
                                               Uit dit huwelijk:
                                          1. Anna Jans RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, ondertr. (impost) Koedijk 13 april 1715 (impost ƒ 6) Jan Pietersz RUS, ged. (mennon.) Langedijk 7 april 1715, impost op begr. Koedijk 8 juli 1724 (impost ƒ 3), zn van Pieter Jansz RUS en Maartje LOURIS.
                                              In Koedijk verkoopt in 1723 Diewertie Maertens weduwe van Willem van Campen aan Jan Pietersz Rus een huis en erve op 't Noordeijnde, belend ten noorden Claes Pietersz, ten zuiden comparante en Harmen Barentsz, voor ƒ 115, en verkoopt in 1727 Anne Jans, weduwe van Jan Pietersz Rus, aan Pieter Jansz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Claas Pietersz, ten zuiden Harmen Barentsz, met een oude kwijtschelding van 1723, voor ƒ 75 327.
                                              In Koedijk verkoopt in 1741 Juff. Margaretha van Daverveld te Alkmaar, weduwe van Gerrit Rijpperland in leven dienaar van Gods woord te Petten, aan de kinderen van Jan Rus weiland achter de huizen van 't Noordeind genaamd de Bon, groot 4 geers, belend ten zuiden de kinderen van Ds Rijpperlandt, ten noorden de kinderen van Hendrik Levendich, voor 700 gld, verkoopt in 1748 Arent Jansz Volkers aan de kinderen van Jan Rus rietland van 2 geers in de Noorder Cleijmeer, belend ten noorden de erven van Cornelis Nierop, ten zuiden het Wildemansbos, belast met een jaarlijkse lijfrente van 23 gld per jaar voor de verkoper, en kopen in 1750 de kinderen van Jan Rus van de erfgenamen van Ds Rijpperland 7 geers 9 snees 10 roe weiland achter de huizen van 't Noordeind, belend ten noorden de kopers, ten zuiden de erven van Gerrit Slommer, voor 1000 gld 328.
                                              In Oudkarspel verkoopt in 1744 Lourus Rus wonende te Koedijk aan Anne Jans weduwe van Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 8 geerzen 4 snees, belend ten noorden de koopster, ten zuiden de ringsloot van de Diepsmeer, voor ƒ 122:10:0 329.
                                          2. Trijntje Jansdr RUS, ged. (mennon.) Langedijk 6 nov. 1718, zie 51.
                                          3. Cornelis Jansz RUS, alias Cornelis Rus de Oude, geb. ca. 1704, impost op begr. Koedijk 29 nov. 1776 (impost ƒ 12, ongehuwd).
                                              In Oudkarspel verkopen in 1749 Garbrand en Jacob Ferdinand Rijpland wonende te Alkmaar aan Cornelis Rus wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 5 snees, voor ƒ 67, en verkoopt in 1764 Cornelis Men wonende te Koedijk o.a. aan Cornelis en Gerrit Rus, mede aldaar woonachtig, een stuk weiland genaamd Wisemslik, groot 7½ gars, belend ten noorden Pieter Hartog, ten zuiden IJff Bouwens, voor ƒ 880 335.
                                              In 1750 testeren Cornelis en Gerrit Jansz Rus, volle broers wonende te Koedijk, op de langstlevende 336.
                                              In Oudkarspel verkoopt in 1766 Cornelis Dalenberg als last en procuratie hebbende van Arien Kuijper aan Cornelis en Gerrit Rus wonende te Koedijk de helft in een stuk weiland, groot in 't geheel 10 geerzen, belend ten noorden IJff Bouwens, ten zuiden Pieter Rus d'Jonge, voor ƒ 500, verkoopt in 1767 heer Wigbold Adriaan Grave van Nassau Woudenberg, rentmeester-generaal van de domeinen van Westvriesland en het Noorderquartier, o.a. aan Cornelis en Gerrit Jansz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd de Bagijneweijd geabandonneerd door Antje Jans, groot 9 geerzen 3 snees 10 roeden, en een stuk weiland in de Diepsmeer aan de Westkant geabandonneerd door Tijs Tijsz Slootemaker, groot 9 geerzen, voor ƒ 450, verkoopt in 1770 Pieter Rus aan Cornelis en Gerrit Rus, allen wonende te Koedijk, een akker zaadland, groot 10 snees 18 roeden, belend ten noorden de Snijdersloot, ten zuiden Cornelis Rus, voor ƒ 240, en verkoopt in 1773 Cornelis Rus d'Oude wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede aldaar woonachtig een akker zaadland aan de Snijderssloot, groot 11 roeden, belend ten zuiden Cornelis Bies, ten noorden de Snijderssloot, met nog een akker zaadland in de Vuijle Greb, groot 7 snees, belend ten zuiden Jacob Volkerts, ten noorden de verkoper, voor een lijfrentebrief inhoudende een jaarlijkse lijfrente van 30 gld ten lijve van comparant, oud 68 jaar, 't eerst op 11 mei 1774 337.
                                              In 1771 testeren Cornelis Rus en Gerrit Jansz Rus, volle broers, op elkaar; van de langstlevende zijn de enige erfgenamen Pieter Rus de Jonge, Maartje Jans Rus huisvrouw van Willem Pietersz en Cornelis Rus de Jonge, buiten de volgende legaten: aan de vier kinderen van Pieter Laurentsz Rus elk 200 gld, het kind van Maartje Rus in huwelijk verwekt bij Cornelis Keijser 200 gld, de vier kinderen van Cornelis Bies en Antje Croon elk 200 gld, de drie kinderen van Jan Croon elk 200 gld, het kind van Cornelis Rus en Maartje Croon 200 gld, en aan Cornelis Croon 50 gld en daarenboven het vruchtgebruik van een stuk land in Oudkarspel genaamd het Botje, groot omtrent 3 geersen, waarvan hij Cornelis Croon gedurende zijn vruchtgebruik de verponding en verdere lasten zal moeten betalen 338.
                                              In Koedijk verkoopt in 1772 Cornelis Rus de Oude, oud omtrent 82[?] jaar, aan zijn neef Cornelis Rus de Jonge land groot 6 geers, belend ten noorden Jan Stam, ten zuiden Gerbrand Levendig, ten westen de Agtergragt, voor een lijfrente van 200 gld 's jaars gedurende het leven van de verkoper 339.
                                              In Koedijk verkoopt in 1773 Cornelis Rus de Oude, oud 68 jaar, aan Jan Pietersz Rus een huis en erf op het Noordeinde, belend ten zuiden IJff Pietersz, ten noorden Jan Men, en 3 morgen 2 geers 9 snees land achter het huis, belend ten zuiden Willem Pietersz, ten noorden Jan Men, voor een lijfrente van 225 gld 's jaars ten behoeve van de verkoper zijn leven lang 340.
                                              In Schoorl verkoopt in 1773 Cornelis Rus de Oude wonende te Koedijk aan Jan Pietersz Rus mede te Koedijk woonachtig een akkertje bosland te Aagtdorp, groot 27 roeden, belend ten zuiden Joost Klaasz, ten noorden de weduwe van Klaas de Geus, met nog een akkertje bosland als voor, groot 16 roeden, belend ten zuiden Cornelis Pover, ten noorden de erven van Jacob Spierdijk, voor 30 gld 341.
                                              In Oudkarspel verkopen in 1784 de gezamenlijke erfgenamen van Cornelis en Gerrit Jansz Rus aan Jan Rus wonende te Koedijk 20/21 in een stuk weiland genaamd Botslik, groot circa 3 geerzen, belend ten zuiden 't dorp van Oudkarspel, ten noorden de Botsoolsloot, voor ƒ 500 342.
                                          4. Gerrit Jansz RUS, impost op begr. Koedijk 21 nov. 1705 (impost ƒ 3).
                                          5. Maartje Jans RUS, ged. (mennon.) Langedijk 10 mei 1721, impost op begr. Koedijk 21 aug. 1762 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 6 febr. 1723 (impost ƒ 3 voor haar) Pieter Arentsz CROON, ged. (mennon.) Langedijk 31 maart 1720, impost op begr. Koedijk 25 mei 1768 (impost ƒ 3).
                                          6. Gerrit Jansz RUS, impost op begr. Koedijk 10 mei 1771 (impost ƒ 12, dubbeld recht).
                                              In Oudkarspel verkoopt in 1762 Mr Gerardus Bernardus Heijmenberg wonende te Alkmaar o.a. aan Gerrit en Cornelis Rus wonende te Koedijk een stuk weiland genaamd de Vuijle Greb met een akker zaadland, tezamen groot 10 geerzen 6 snees, belend ten noorden Oom Aalbert, ten zuiden de verkoper, ten oosten Stapel Hendrik, voor ƒ 535:10:0 343.
                                              In Koedijk verkopen in 1762 Gerrit en Cornelis Rus aan Cornelis Rus de Jonge en Pieter Rus de Jonge 4/6 van een rietbos groot geheel 2 geers 9 snees 18 roe, waarvan Cornelis Rus de overige 2/6 bezit; die verkrijgt nu 1/6 en Pieter Rus de Jonge 3/6, belend ten zuiden de erven van Lourens Schouten, ten zuiden Maarten Mulder, voor 50 gld 344.
                                          7. Pieter Jansz RUS, alias Pieter Rus de Oude, impost op begr. Koedijk 10 aug. 1778 (impost ƒ 3), ondertr. (impost) ald. 10 mei 1727 (impost ieder ƒ 3), tr. ald. 25 mei 1727 Magtelt Ariens GLEIJNIS, ged. (nederd. geref.) Koedijk 30 dec. 1696, impost op begr. ald. 3 nov. 1761, dr van Arian HENDRICKSEN en Treyn JANS.
                                              In Koedijk verkoopt in 1727 Anne Jans, weduwe van Jan Pietersz Rus, aan Pieter Jansz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Claas Pietersz, ten zuiden Harmen Barentsz, met een oude kwijtschelding van 1723, voor 75 gld 345.
                                              In Koedijk wordt op 7 september 1727 Nederduits-gereformeerd gedoopt Pieter, een meerderjarige, na gedane belijdenis; „de ouders Jan Pietersz Rus en Maartje Feddis waren gelijk hij geweest was Mennonieten”. Het is aannemelijk dat feitelijk Jan Cornelisz Rus, en niet ene (verder onbekende) Jan Pietersz Rus, de vader was van de dopeling. Een van de argumenten voor deze aanname is dat Jan Cornelisz Rus in 1699 in Broek op Langedijk aan Cornelis Feddes [broer van Maartje Feddis] een stuk zaadland verkoopt, belend o.a. de koper.
                                              In Oudkarspel verkoopt in 1733 de lasthebber van de gezamenlijke erfgenamen van Maartje Aalberts overleden te Zuid-Scharwoude aan Pieter Jansz Rus wonende te Koedijk een akkertje zaadland, groot 7 snees, belend ten zuiden de Saskerssloot, ten noorden Pieter Pietersz Rus, voor 42 gld (ook vermeld in Zuid-Scharwoude 346), en verkoopt in 1743 IJff Cornelisz Stam wonende te Akersloot aan Pieter Janz Rus wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 10 snees 18 roeden, belend ten noorden de Snijerssloot, ten zuiden Poulus de Backer, voor ƒ 200 347.
                                              In Warmenhuizen verkopen in 1734 de voogden over de innocente zoon Pieter Jansz Breelandt van wijlen Jan Pietersz Breelant en de voogden van Jan Cornelisz Breelandt minderjarige zoon van Cornelis Jansz Breelandt die mede een zoon was van Jan Pietersz Breelant aan Gerrit Slommer en Pieter Jansz Rus te Koedijk, een stuk rietland zijnde de helft in de Noordzijde van de Kieftekamp, groot 3 geerzen 2 snees, gelegen in de Rietgreb, belend ten zuiden Adriaen Hardlandt, ten noorden de diaconie van Koedijk 348, voor 46 gld waarover aan de gaarder de 40e penning en 10e verhoging betaald wordt.
                                              In Warmenhuizen verkoopt in 1743 IJff Cornelisz Stammes aan Pieter Rus wonende te Koedijk een stuk grasland in de Oude Greb, groot 7 geerzen, belend ten oosten Jacob Cooten, ten westen de weduwe van Jan Boon 349.
                                              In Oudkarspel verkoopt de rentmeester-generaal van de domeinen in Westfriesland en het Noorderkwartier o.m. een stuk weiland in de Diepsmeer geabandonneerd door Pier Jansz Rus, groot 9 geerzen, voor ƒ 100, en verkopen in 1778 Pieter Rus d'Oude en Magteld Adriaans aan Jan Stam wonende te Koedijk een akker zaadland, groot 7 snees, belend ten noorden Jan Keijser, ten zuiden de Zaskersloot, voor ƒ 126 350.
                                              In Koedijk heeft in 1778 Pieter Rus de Oude, weduwnaar van Magteld Adriaan, als erfgenamen ab intestato de kinderen en kindskinderen van 3 overleden zusters van hem voor de helft, en de kinderen en kindskinderen van een vooroverleden zuster en van twee vooroverleden broers van Magteld Ariens voor de andere helft 351. De nalatenschap bestaat uit een huis op 't Noordeinde, belend ten noorden Pieter Klaasz, ten zuiden Pieter Men (450 gld), in Warmenhuizen weiland in de Oude Greb van 7 geerzen, belend ten westen Jan Men, ten oosten de weduwe van Jacob Butter (500 gld), in Oudkarspel zaadland aan de Zaskersloot van 7 snees, belend ten noorden Jan Keiser, ten zuiden de Saskersloot (100 gld).
                                              In Koedijk verkopen in 1778 de erfgenamen van Pieter Rus de Oude en Machteld Ariaans, echtelieden alhier overleden, aan Mies Sijmons een huis en erf op 't Noordeinde, belend ten noorden Pieter Claasz Volkers, ten zuiden Pieter Men, voor 655 gld 352.
                                              In 1733 testeren voor de notaris in Zuid-Scharwoude Pieter Jansz Rus en Magteld Adriaans wonende te Koedijk, op de langstlevende; bij overlijden zonder kinderen testeert hij aan zijn broers Cornelis en Gerrit Jansz Rus, zij aan haar 2 zusters Maartte en Lijsbet Adriaans, maar als die beiden overleden zijn aan testateurs zusters Trijntje, Antje en Maartje Jans, of de langstlevende van hen, behalve dat de langstlevende van laatstgemelden moet uitkeren aan testatrices broer Jan Adriaansz indien nog in leven 10 gld eens 353.
                                              In Bergen verklaren in 1759 Reijer Gerritsz Bakker wonende te Petten, als zoon en erfgenaam van Gerrit Reijertsz Bakker aldaar overleden, voor de ene helft, en Jan Aarjensz Gleijnis en Lijsbeth Aarjens mitsgaders Pieter Rus d'Oude als in huwelik hebbende Magteld Aarjens, allen wonende te Koedijk, zijnde broer en zusters en enige erfgenamen van Maartje Aarjens, in leven laatst huisvrouw van voorgemelde Gerrit Reijersz Bakker, tezamen voor de wederhelft, in publieke veiling verkocht te hebben en nu opdragen aan Jan Croon mede te Koedijk woonachtig een stuk weiland in de Middel Reekerpolder, groot omtrent 7 geerzen, genaamd de Blauw, belend ten oosten de koper, ten zuiden Cornelis Stam, ten westen de Togt, ten noorden de Prince van Rubemprê, voor 212 gld 354.
                                          8. Jan Jansz RUS, impost op begr. Koedijk 26 okt. 1724 (impost ƒ 3).
                                        104. (<52) (>208, >209) Harck Adriaensz HOUDEWIND, in 1694 te Groede vermeld als belendend (zie Gens Nostra '48-'49, blz. 38), tr.
                                            Op 20 december 1693 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Harck Adriaensz Houtdewindt, jongeman wonende tot Schoorl, toekomende bruidegom, en Anna Hendrix, mede wonende als voren 355.
                                        105. (<52) (>210) Anna HENDRICKS.
                                               Uit dit huwelijk:
                                          1. Arien Harksz HOUDEWIND, zie 52.
                                        106. (<53) (>212) Fredrick JANSZ, in 1700 diaken te Schoorl, lidmaat (steeds samen met Trijn Claes) in 1788 en 1694 (Bregtdorp),en in 1708 en 1713 (Bregtdorp en Catrijp), tr. Schoorl 27 jan. 1686
                                            Bij het nederduits gerefomeerde huwelijk in Schoorl: Freek Jansz jongeman uit Bregdorp met Trijn Claes jongedochter uit Catrijp.
                                            In 1730 testeren Fredrick Jansz Miessen en Trijn Claes Schotvanger, man en vrouw te Catrijp onder Schoorl, aan hun kinderen de legitieme portie en aan de langstlevende van hun beiden de verdere boedel. En aan hun dochter Trijntje Fredrics of deszelfs zoon Sijmon Jansz de Jongh, mitsgaders Harck Ariaans Houdewint, zoon van hun bereids overleden dochter Aeltje Fredrics, al hetgeen ieder van de testateurs zal komen te erven, elks legitieme portie inbegrepen. 356
                                        107. (<53) (>214) Trijntje CLAES.
                                            In Schoorl maakt in 1739 Tryntje Claas, weduwe van Fredrik Jansz, wonende te Katrijp in de banne van Schoorl, een schikking en verdeling van de goederen welke zij met de dood zal komen achter te laten, waarbij aan haar dochter Tryntje Fredriks toekomt een huis en erve te Bregdorp, belend ten oosten de Heereweg, ten noorden Willem Kraak, waar zij tegenwoordig in woont, aan haar dochter Maartje Fredriks een huis en erve te Katrijp, belend ten westen de Heereweg, ten noorden de erven van Dirk Boertjes, ten zuiden Reyer Timmerman. mitsgaders nog haar paard, koebeesten en al haar vee, aan haar dochters zoon Hark Adriaansz Houdewint een stukje weiland in de Groeder polder groot omtrent 3 geerzen, belend ten zuidoosten Jacob Claasz Schotvanger, en waarbij als erfgenamen voornoemde Trijntje Fredriks, Maartje Fredriks en Hark Adriaansz Houdewint met gelijke portiën genomineerd worden, en machtigt in 1746 Trijntje Klaas, weduwe van Fredrik Jansz Meesz, wonende aldaar te Catrijp, haar schoonzoon Pieter Harksz, mede aldaar woonachtig, om in haar plaats vermits haar hoge ouderdom en gedurige zwakheid bij de burgemeesteren van Alkmaar te doleren over de middelen op het zout, zeep, Heren- en redemptiegeld geëmaneerd en onder ede te bevestigen dat zij tot geen 800 gld gegoed is of jaarlijk geen 250 gld in inkomen heeft 357.
                                                 Uit dit huwelijk:
                                            1. Trijntje FREDRIKS, geb. Bregtdorp, ged. (nederd. geref.) Schoorl 10 jan. 1687, tr. Symon JANSZ.
                                            2. Cornelis FREDRIKS, geb. Bregtdorp, ged. (nederd. geref.) Schoorl 22 mei 1688.
                                            3. Aaltje FREDRIKS, geb. Bregtdorp, ged. (nederd. geref.) Schoorl 8 okt. 1690, zie 53.
                                            4. Maartje FREDRIKS, ged. (nederd. geref.) Schoorl 16 okt. 1695, doet belijdenis ald. 20 dec. 1720, overl. ald. 2 maart 1763, tr. Pieter HARKSEN, overl. vóór 1763.
                                          108. (<54) Jan TOMAS.
                                                 Uit onbekende relatie(s):
                                            1. Jacob Jansz TOMAS, overl. Koedijk 9 sept. 1759 358, impost op begr. ald. 13 sept. 1759 (ƒ 6, dubbeld recht).
                                            2. Arien Jansz MEEG, zie 54.
                                          110. (<55) (>220, >221) Hendrik Jansz BUTTER, impost op begr. Koedijk 3 april 1698 (onder Oudkarspel, pro deo), tr. ald. 29 nov. 1682
                                              In Oudkarspel verkoopt in 1677 Heijndrik Jansz Butter wonende op 't Noorteijnde van Koedijk in onze banne, mede-erfgenaam van zal. Poulus Butter overleden aldaar, ook voor de andere erfgenamen, aan Bouwen Gerritsz Slommer wonende te Koedijk een derdepart in een stuk weiland groot in 't geheel omtrent 10½ gars, genaamd Ouwejansweijt, belend ten noorden Hendrick Joosten, ten zuiden de koper, ten westen Cornelis Jacobsz, ten oosten Jan Croonen, en verkoopt in 1687 Hendrik Jansz Butter wonende in onze banne op Koedijk aan Pieter Pietersz Volckers mede van Koedijk een akker zaadland groot omtrent 1 gars bewesten de Diepsmeer, belend ten westen de koper, ten oosten Bouwen Jansz 359.
                                              In Oudkarspel verkopen in 1698 Aalt Dirks, weduwe van Hendrik Butter overleden op 't Noorteijndt van Koedijk, Pieter Butter en Dirk Mulder beiden als omen en bloedvoogden van de kinderen van voornoemde Hendrik Butter, aan Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk een vijfdepart in een stuk grasland genaamde de Buijne, groot in 't geheel omtrent 10 geerzen, gemeen met de kinderen van Adriaan Kuijper te Groet c.s., belend ten zuiden Adriaan Schagen Hoogelant, ten noorden Cornelis Stammes, bij Koedijk 331.
                                          111. (<55) Aeltje DIRKS, tr. 2° Oudkarspel 18 dec. 1701 (beiden wonende op 't Noord-eynde van Koedijk in deze banne) Pieter Adriaensz SCHIETNET.
                                              In Oudkarspel heeft op 2 december 1701 Aalt Dirks, weduwe van Hendrik Butter, woonachtig op 't Noorteijnde van Koedijk binnen deze heerlijkheid, voornemens wederom een huwelijk op te richten, haar 5 kinderen, met namen Aagt, Anne, Maartjen, Neeltjen en Jan Hendriksz, hun vaderlijke erfenis bewezen, namelijk 1½ gars rietland in de Nieuwe Greb in de banne van Warmenhuizen, gemeen met Pieter Rus, nog 2 geerzen rietland in de voorschreven Greb, belend Dirk Mulder, mits zij hiervan de renten en vruchten zal genieten tot het jongste kind 18 jaar oud zal geworden zijn, waartegen zij gehouden is de kinderen tot de ouderdom van 18 jaar op te voeden en te alimenteren, een bekwaam handwerk te laten en te leren lezen en schrijven, als met Dirk Mulder en Pieter Butter, omen van het kind, is besloten 360.
                                              In Warmenhuizen verkoopt in 1703 Pieter Adriaensz Schietnet, in huwelijk hebbende de nagelaten weduwe van Hendrik Butter, wonende op 't Noorteynde van Koedijk, aan Juffr. Agatha Cromhout wonende te Amsterdam het Noorderste gedeelte van een stuk land genaamd Koddebos in de Oude Greb zoals het thans afgespleten is, groot 4 geerzen 10 snees 6 roeden 6 voet, belend ten oosten de verkopers, ten westen de tochtsloot, ten noorden Adriaen Groots[an]t 361.
                                              In Warmenhuizen hebben in 1706 schepenen, uit kracht van een sommatie door een gemenelandsdeurwaarder gericht aan Pieter Adriaensz Schietnet wonende op het Noordeijnde van Koedijk in de banne van Oudkarspel wegens onbetaalde verpondingen in de jaren 1699-1705, bij openbare veiling aan de burgemeesters en kerkmeesters verkocht een stuk land genaamd Koddebosch in de Ouwe Greb, groot omtrent 5 geerzen, belend ten noorden Agatha Cromhout, ten oosten Volkert Cornelisz, nog een derdepart rietland in de Zuidzijde van de Ruijgecamp in de Nieuwe Greb, groot omtrent 2 geerzen 1 snees, belend ten zuiden Gerret Cornelisz Roomolen, ten noorden Dirck Jansz Mulder, nog een vierdepart in de Noordzijde van de voorschreven Ruijgecamp, groot voorschreven gedeelte omtrent 1 gars 6 snees, gemeen met Pieter Rus, belend ten zuiden Dirck Mulder, en een zestiendepart in de Swaanskamp, groot voorschreven gedeelte omtrent 8 snees, gelegen als voren, belend ten oosten Trijn Jacobs, ten westen Claas Molenaar; de kooppenningen bedragende 222 gld zijn ten volle betaald en aan de schotgaarder alhier gegeven 362.
                                              In Oudkarspel verkopen in 1735 de administrateurs van de spagestoken landen een door Pieter Schietnet spagestoken erf of hofstede op 't Noordeynde van Koedijk, belend ten zuiden Pieter Butter, ten noorden de kinderen van Cornelis Butter, voor 4 gld 363.
                                                   Uit het eerste huwelijk:
                                              1. Aaghje Hendriks BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 12 nov. 1684.
                                              2. Anna Hendriks BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 27 april 1687, zie 55.
                                              3. Maertje Hendriks BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 5 dec. 1688.
                                              4. Neeltje Hendriks BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 26 april 1690.
                                              5. Jan Hendriksz BUTTER, ged. (nederd. geref.) Koedijk 6 nov. 1695, ondertr. (impost) Oudkarspel 28 maart 1721 (pro deo), tr. ald. 3 april 1721 Anna JANS, bij huwelijk jongedochter uit de Wieringerwaard.
                                                  In Koedijk verkoopt in 1725 Daniel de Vrij, koopman te Alkmaar, als last en procuratie hebbende van Hillebrant Claesz Lammertschagen wonende te Uitdam, aan Neel Symons voor 1/3 en Jan Hendriksz Butter voor 2/3 een huis en erve, belend ten zuiden Luijkas Gerritsz Voorstenbos, ten noorden Gerrit Jansz, voor ƒ 142 364.
                                            112. (<56) (>224, >225) Aerjen Cornelisz WILLIGRIJP, alias Kil 365, begr. Driehuizen 11 aug. 1718 (in graf 34), tr. 2° Anna CORNELIS, tr. 3° Trijntje HEERTJES, doet op 26 december 1683 als huisvrouw van Aarjen Cornelis Kil belijdenis in Driehuizen, begr. Driehuizen 12 dec. 1716 (in graf 34), tr. 1°
                                                In 1681 testeert Anna Cornelis, wonende te Driehuizen, vrouw van Adriaen Cornelis, op haar man, behalve als zij zonder kinderen achter te laten komt te overlijden 366. In de periode 1690-1696 heeft Adriaen Cornelisz onder Driehuizen en Schermeer land in Koenensven, Wigger en Ariskamp, met in 1696 de aantekening dat dit toebedeeld is aan Claes Adriaens Willigrijp 367. In 1707 testeert te Graftdijk Maritie Jans, bejaarde dochter, tegenwoordig tot Driehuizen, ten huize van Adriaan Cornelisz Willegreep, aan haar neef Adriaan Cornelisz Wilgreep haar roerende goederen en de helft van haar vaste goederen, en de andere helft daarvan aan haar andere neef Jacob Pieters te Groot-Schermer 368.
                                                In Zuid- en Noordschermer doen op 17 april 1685 Aerjan Kornelis Kil, vader en voogd, benevens Bartel Dircksz en Jacob Pietersz Dokkum, voogden, over Claes Aerjans, onmondig zoontje van Aerjan Kornelis voorschreven geteeld bij Maertjen Gerrets, rekening sedert de vertichting der goederen. In kas onder de vader is gebleven ƒ 26-3-8, nog uit de boedel gekomen ƒ 50-0-9, totaal ƒ 76-3-8, uitgaven ƒ 15-6-8, over ƒ 60-17-0, waarvan nog 5 st onkosten afgetrokken. Op 8 januari 1697 compareerde Claes Ariansz Willigrijp met zijn vader Arian Cornelisz Willighrijp en Bartel Dircxz, zijn wettelijke voogden, door de huwelijksband meerderjarig geworden, en bekende alle goederen en effecten ontvangen te hebben door de voorschreven voogden ter weeskamer gebracht (hij tekent: Claes Aerijansen). 369
                                                In Zuid-Schermer transporteren in 1686 Bartel Dirksz te Driehuizen en Jacob Pietersz Dokkum te Zuid-Schermer, voogden over Klaas Aerjansz Kil, onmondig zoontje van Aerjan Kornelisz Kil te Driehuizen geteeld bij zal. Martje Gerrets, aan Aerjan Kornelisz des kinds vader voorgemeld een huis en erf te Driehuizen, belend ten oosten Bartel Dirksz, ten westen Trijn Dirks, waarvoor koper 125 gld schuldig is (afgelost op 22 maart 1695) 370. Dit huis en erf was op 3 januari 1686 geveild, getrokken door Harmen Aerjansz op 101 gld, koper is gebleven Aerjan Cornelisz Kil voor 125 gld, met borgen Cornelis Heertjes en Commandeur Bartel Dircksz 371.
                                                In Schermerhorn verkoopt in 1710 Aerjan Cornelisz Willigrijp wonende te Driehuizen aan Pieter Jansz Boon woonachtig in de Woude een stuk land gelegen in de „Noordermeen Wer” genaamd de Noorderweijd, groot 9 achelen 3 vierling ½ metje, belend ten noorden de Dijck, ten zuiden, oosten en westen Juffr. Lucretia IJflens, voor iedere achel 12 gld (de 40e penning is ƒ 2:18:12) 372.
                                                Op 3 april 1678 doen Aarjen Cornelis Kil en zijn huisvrouw Anna Cornelis belijdenis in Driehuizen.
                                                Op 17 juni 1707 zijn Ariaan Crelisz en Trijn Heertjes zijn huisvrouw, en op 27 maart 1710 Arien Cornelisz Willigrijp en Trijn Heertjes, lidmaat in Driehuizen.
                                                     Uit het tweede huwelijk:
                                                1. Griet Aerjens KIL, ged. (nederd. geref.) Zuid-Schermeer, banne Akersloot 14 nov. 1678 (de vader is Aarjen Crelisz Kil te Driehuizen).
                                                2. Cornelis Adriaensz KIL, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 8 nov. 1682.
                                                     Uit het derde huwelijk:
                                                1. Aachtie Adriaens KIL, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 28 jan. 1685.
                                                2. Jan Adriaansz WILLIGRIJP, doet belijdenis (nederd. geref.) Westgraftdijk 28 maart 1725.
                                              113. (<56) (>226) Maertje GERRETS.
                                                     Uit dit huwelijk:
                                                1. Claes Adriaensz WILLIGRIJP, ged. (nederd. geref.) Driehuizen 15 okt. 1673, zie 56.
                                              114. (<57) Jacob CORNELISZ, tr. N.N.
                                                     Uit dit huwelijk:
                                                1. Wijntje JACOBS, ged. (nederd. geref.) Westgraftdijk 22 jan. 1673, zie 57.
                                              120. (<60) (>240) Fedde VOLKERTSZ  373, in 1666 lid van de mennonistische gemeente in Langedijk, overl. vóór 21 dec. 1696, tr.
                                                  In Broek op Langedijk verkopen in 1657 Cornelis Dircksz gebuurman, Jan IJffsz wonende te St. Pancras in de banne van Koedijk, Aerian Jacobsz schoenmaecker en Jacob Aeriansz Schouten weesmeesters alhier voor het weeskind van Jan Aeriansz Slap in „Seelant in drijtster”, aan Fedde Volckersz buurvrijer een akker zaadland van omtrent 6 snees genaamd Sijverstuijn, belend ten zuiden de Paelweijt, ten noorden IJsbrant IJsbrantsz, ten oosten Marijtje Jacobs annex, verkopen in 1665 Jacob Teunisz en Maerten Jansz Heijmenssen secretaris als voogden van de weeskinderen van wijlen Willem Cornelis Neeses, en Dirck Dircksz Joncker, aan Fedde Volckersz een achterhuis en erf, ook 't erf van Kloeijers Horren op 't Suitendt, belend ten zuiden de Bonte Koe, ten westen Michiel Jansz, belast met 2 snees ouwedijck, aan welk huis de noordkant van 't laantje voor de Bonte Koe toekomt, verkoopt in 1667 Fedde Volckertsz aan Teunis Reijertsz een achterhuis en erf, belend ten westen Mighiel Jansz annex, ten zuiden de Bonte Koed, belast met 2 snees ouwedijck, met het erf van Kloyers Horn in 't geheel aan voornoemd huis toekomend, en verkopen in 1667 Marijtgen Hendrixdr weduwe van Jan Claes Harcx en haar meerderjarige zoon Harck Claesz aan Fedde Volckertsz een huis en erve overtsloot, belend ten zuiden Jan Dircksz Keijser, ten noorden Oom Jan met zijn tuintje, ten oosten de Burgsloot, met een half snees ouwedijck, met 12 voeten erf aan de noordzijde van de weg af te meten 374.
                                                  In 1676 en 1686 is Vedde Volkertsz pachter van vroonland.
                                                  In Broek op Langedijk verkoopt in 1696 Cornelis Jansz Keyser aan Anna Gerrits weduwe en haar kinderen nagelaten door Fedde Volckertsz een huis en erve waarin koopster tegenwoordig woont, belend ten noorden Aerjan Bick, ten westen Jan Jansz Dotter die met zijn huis overtsloot een vrije toegang heeft 375.
                                              121. (<60) (>198, >199) Anna GERRITSDR.
                                                     Uit dit huwelijk:
                                                1. Jacob FEDDESZ, tr. 1° Maertje Dircx DIRCKMAET, overl. vóór 24 april 1698, dr van Dirck Aerjens DIRCKMAET, ondertr. 2°/tr. Purmerend 24 mei/12 juni 1698 Sophia YSAAKS, bij eerste huwelijk jongedochter van Bommel, wed. van Seger KNOPPEN, bij huwelijk jongeman van Arnhem, en die hertr. met Jan MARTENSZ.
                                                    In Koedijk verkoopt in 1686 Jacob Veddis te Broek op Langendijk, getrouwd met Maertjen Dirckx dochter van Dirck Aerjensz Dirckmaet, aan Dirck Heertjes een weiland genaamd 't Nieuwe Laantje, groot omtrent 1 geers 10½ snees, achter de huizen in 't midden van het dorp, belend ten noorden Bouwen Gerrets Slommer, ten westen de koper, voor 186 gld 't gars, en verkoopt in 1687 Jacob Veddis te Broek op Langendijk, getrouwd met [ontbrekend] van hier, aan Aerjen Cornelis Nieudorp en Pieter Jansz Rus twee akkertjes zaadland, samen 10 snees, in 't Cromdel annex elkaar, belend ten zuiden Jan Arents Prins, ten westen Dirck Jansen Mullers, voor 100 gld 376.
                                                    In Broek op Langedijk is in 1688 Jan Warmenhuisen, schotvanger, eiser contra Jacob Feddes om te betalen 4 gld 9 st 10 penn als restant te contribueren van ongeld van zijn huis en land 377.
                                                    In Broek op Langedijk transporteert in 1686 Jacob Feddes een akker zaadland aan Aeltje Cornelis en Jan Cornelisz haar zoon, welke akker aan hem op dezelfde dag overgedragen was door Guurt Aris, weduwe van Jan Dircxz Keijser, en hun kinderen, verkopen in 1687 Jan Gerritsz Warmenhuizen secretaris, als last en procuratie hebbende van Anna Jans weduwe van Pieter Cornelisz Boom, en Dirk Gerritsz Slooff, als voogden over 't kind van Anna Jans voornoemd bij wijlen Allert Pietersz Cling, aan Jacob Feddes een huis en erf waarin hij woont in de Kerckebuurt oversloot, belend ten zuiden Jantje Jacobs, ten oosten en noorden de Burgsloot, verkoopt in 1687 Pieter Barentsz metselaar aan Jacob Feddes een akker zaadland, belend ten noorden de Manste-acker, ten zuiden de weduwe van Jacob Balders, verkoopt in 1688 Jacob Feddesz aan Cornelis Jansz Madderoom een akker zaadland van 10 snees 6 roe, belend ten noorden Hansse weduwe, ten zuiden Jan Janster, verkopen in 1692 Jacob Jacobsz Zeun en Dirk Pietersz Sloovers als voogden over de nagelaten kinderen van zal. Jan Pietersz Keijser een Jacob Feddesz een end-akker zaadland, belend ten westen Claes Visser, ten zuiden Willem Freecsz, groot 5 snees 16 roeden, verkoopt in 1692 Jacob Feddesz aan Cornelis Feddesz zijn broer een end-akker zaadland liggende in Syvertstuyn van omtrent 2 snees gemeen met de koper c.s., belend ten zuiden de Paelweyd, ten noord de Bylacker, en verkoopt in 1693 Jacob Feddesz aan Jan Jansz Dotter een erfje of hofstee in de Kerckebuirt achter de herberg de Swaan oversloot van omtrent 2½ snees, belend ten zuiden Jantje Jacob Zeunsz, ten oosten en noorden de Burgsloot 378
                                                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1698 Jacob Feddesz wonende te Purmerend, ook als vader en voogd over zijn onmondige kinderen bij zal. Maartje Dircx, aan Cornelis Willems Engels een huis en erf in de Kerkebuirt, belend ten oosten Anna Wernaars, ten noorden Jan Achterthuijs, ten zuiden Gerrit Admirael, ten westen de Burgsloot met de voorwerf, met een aanleg, aan Jan Cornelisz Joncker een oostend-akker zaadland van omtrent 5 snees 16 roe, belend ten westen Claes Cisser, ten zuiden Willem Freexsz, ten noorden Teunis Jansz, met een erfpacht van 3 gld 's jaars, en aan Cornelis Feddesz zijn broer een stukje zaadland, belend ten westen Anna Gerrits, ten zuiden Reyer Baertsz, ten noorden Taams Proper 379.
                                                2. Cornelis Feddesz de VRIES, zie 60.
                                                3. Maartje FEDDES  326, impost op begr. Koedijk 7 april 1731 (impost ƒ 3, betaald door Jan Cornelisz Rus), tr. Jan Cornelisz RUS, geb. ca. 1662, impost op begr. ald. 26 maart 1740 (oud 77 jaar, 3 gld, aangever Cornelis Jansz Rus), zn van Cornelis Gerritsz RUS.
                                                    In Koedijk verkoopt in 1695 Jan Arentsz Prins aan Bouwen Gerritsz Slommer en Jan Cornelis Rus een weiland van 5 geers 2 snees bewesten de Cleijmeer, belend ten zuiden Nanningh Gesteranus, ten noorden Jan Poulus, ten westen Hendrick Levendigh, ten oosten de Ringsloot, tegen een lijfrente van 200 gld per jaar, getaxeerd op 1312 gld, en verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus aan Pieter Cornelisz een half weiland genaamd de Platven, groot in 't geheel 5 geers 3 snees 6 voet, waarvan de koper de wederhelft bezit, belend ten oosten de Ringsloot van de Noorder Cleijmeer, ten zuiden Gerrit Jacobsz Rijplant, voor ƒ 951:18:12 330.
                                                    In Oudkarspel verkopen in 1698 Aalt Dirks, weduwe van Hendrik Butter overleden op 't Noorteijndt van Koedijk, Pieter Butter en Dirk Mulder beiden als omen en bloedvoogden van de kinderen van voornoemde Hendrik Butter, aan Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk een vijfdepart in een stuk grasland genaamd de Buijne, groot in 't geheel omtrent 10 geerzen, gemeen met de kinderen van Adriaan Kuijper te Groet c.s., belend ten zuiden Adriaan Schagen Hoogelant, ten noorden Cornelis Stammes, bij Koedijk 331.
                                                    In Broek op Langedijk verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Cornelis Feddes een stukje zaadland van omtrent 2 snees, belend ten westen de koper, ten oosten Dirck Pieters Slooves 332.
                                                    In Oudkarspel transporteert in 1723 de lasthebber van de kinderen en erfgenamen van Jr Jacob van Foreest en Vrouwe Maria Sweers, echtelieden gewoond hebbende te Hoorn, na verkoop bij publieke veiling aan Jan Cornelisz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland in de Zuidwesthoek van de Diepsmeer, groot omtrent 9 geerzen, belend ten westen de ringsloot van dezelve meer, ten oosten de koper, zijnde het tweede stuk bezuiden de Westerwegh, voor 3 gld 333.
                                                    In Koedijk verkopen in 1734 de 7 kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Pietersz Volkers aan Jan Cornelisz Rus een huis en erf op het Noordeijnde, belend ten zuiden Arien Dirksz Dickstael, ten noorden Jan Pietersz Butter, voor ƒ 84 334.
                                                4. Grietje FEDDES  380, overl. vóór 1720, tr. Jan Dircksz DIRKMAAT, zn van Dirck Aerjens DIRCKMAET, die hertr. met Trijntje Dirksdr KEIJSER.
                                                    In 1720 compareert voor de weesmeesters van Koedijk Jan Dirksz Dirkmaet, in presentie van Jan Cornelisz Rus, oom van moederszijde, en Dirck Claesz Blokdijck, als voogden van Diewer Jans (17 jaar), dochter van Jan Dirksz Dirkmaet en Grietie Vettis, en brengt in voor haar moeders erfenis een obligatie van 350 gld, 1½ snees land onder Broek op Langedijk gemeen en onverdeeld met Diewer Willems, belend Cornelis Vettis, en 500 gld waaronder 200 gld bij testament van haar grootmoeder Anne Gerrits (op 29 december 1727 compareert Simon Simontsz Molenaer als getrouwd met Diewer Jans en verklaart voldaan te zijn) 381.
                                                    In Oudkarspel verkoopt in 1725 Gerard van Egmond van der Nijenburgh, heer van Egmond etc., ook voor Jan Adriaan van Egmond van der Nijenburgh, heer van Petten, Schoorl etc., en voor de jonkvrouwen Catarina en Maria van Egmond van der Nijenburgh, zijn broer en zusters, 2 stukken weiland in de zuidoosthoek van de Diepsmeer, naast elkaar, oost en west, tezamen groot 18 geerzen, belend ten westen de Middelwegh, ten oosten de Kadijk, ten noorden de vrouwe van Maesdam, voor ƒ 180 382.
                                                    In Koedijk verkoopt in 1729 Gerrt Bouwentsz Slommer, met procuratie van Pieter Jansz Wagemaker en Albert Pietersz Keijser, aan het kind van Jan Dirksz Dirckmaet genaamd Dirk Jansz Dirkmaet een akker zaadland, groot 15 snees 17 roeden 6 voet, belend ten zuiden Jacob Tomasz, ten westen de ringsloot van de Kleimeer, voor ƒ 151 383.
                                                5. Dieuwer FEDDES, ged. (mennon.) Langedijk 3 dec. 1702, neemt op 3 december 1702 deel aan het Heilig Avondmaal bediend door D. J. Soutman, in Langedijk, tr. Willem Jansz BACKER, die hertr. met Trijn JANS.
                                                    In 1728 testeren in Broek op Langedijk Willem Jansz Backer en Trijn Jans, echteluiden te Broek op Langedijk, waarbij hij zijn voordochter Dieuwer Willems, in huwelijk geteeld bij zijn vooroverleden huisvrouw Dieuwer Feddes, tot zijn mede-erfgenaam in haar legitieme portie zonder meer verklaart 384.
                                              122. (<61) (>244) Jan Dircksz KEIJSER, in 1666 lid van de mennonistische gemeente in Langedijk, tr. 1° Maertje Jansdr ETTES, dr van Jan Willemsz ETTES en Anne SIJGERS, tr. 2°
                                                  In Broek op Langedijk verkoopt Jan Dircksz Keijsers ,gebuurman te Broek op Langedijk, aan Anna Sijgers, weduwe van Jan Willemsz Ettes, mede alhier, een akkertje zaadland van omtrent 6 snees in de Beunen, belend ten westen de kinderen van Jaep Seunten, ten oosten comparant zelf, met 4½ snees ouwedijck, verbindend een akkertje zaadland in de Beunen ten oosten van het verkochte land, transporteert en scheldt kwijt in 1652 Jan Dircksz Keijser aan Jan Reijersz een voorhuis en erf in 't Suijtent, belend ten noorden Sijmen Dircksz Hensbroeck, ten zuiden Cornelis Jansz, ten oosten Aerian Dircksz Keijser annex, en 't voorschreven achterhuis heeft een vrije aanleg en opgang tussen de brug en 't hek, 't voorhuis belast met 1 snees ouwedijck, verbindend als onderpand een akker zaadland van omtrent 7 snees in de Beunen, belend ten westen Anna Sijgersdr, ten oosten comparant, en is er in 1652 een kopie van een overeenkomst luidend „Jan Dircksz Keijsers ende Hendrick Jacobsz groot Jaeps beyde buierluyden tot Broeck op Langedijck oversloot in Broeck verclaerden wt eenen monde dat sy tsamen hebben geleijt ende bekosticht eenen bregh over de burghsloot om alle beijde daer over te gaen ende staen met haere familie ende huijsgesinnen ende die selve bregh tsamen met gelijcke hant te onderhouden” 385.
                                                  In Broek op Langedijk verkoopt in 1658 Jan Dircksz Keijser aan Cornelis Jansz Dorn(?) een schuur, keuken en erf, belend ten westen Jacob Sijmensz backer met het voorhuis annex, ten noorden Sijmen Dircksz Hensbroeck, ten oosten de Achtergraft, ten zuiden Jan Dircksz Keijser met zijn grond, eigen gang en aanleg aan de Achterwal, met als onderpand twee akkers zij aan zij, belend ten oosten Jan Cornelisz Valefit, ten westen Willem Jansz, verkoopt in 1661 Jan Dircksz Keijser aan Sijmen Aelbertsz een akker zaadland van omtrent 10½ snees, genaamd Jonge Reyers Hoffstee, belend ten noorden Willem Jansz, ten zuiden Sijmen Aelbertsz, belast met 8 snees ouwedijck, met als onderpand een westend-akker van omtrent 10 snees, belend ten zuiden Aerian Pietersz Lul, ten noorden Jacob Allertsz, ten oosten Jacob Pietersz annex, verkopen in 1667 de erfgenamen van Jan Claesz Kuijper aan Jan Dircksz Keijser een akker zaadland van omtrent 10 snees, belend ten zuiden Jacob Pietersz Lul, ten noorden Jan Cornelisz Valefit, belast met 5 snees ouwedijck, zijn in 1669 o.a. Willem Jansz Ettes en Jacob Jansz Ettes, mede voor hun zwager Cornelis Jansz Joncker te Dirkshorn, mitsgaders Jan Dirxz Keijser als vader en Jacob Aerjansz Schouten benevens de vader mede-voogd van de kinderen geteeld bij zal. Maertje Jansdr, kinderen en kindskinderen en samen voor een derdepart erfgenaam van wijlen Willem Jansz Ettes, schuldig aan Bregje Cornelis nagelaten dochtertje en weeskind van wijlen Cornelis Jansz Bos met zijn goederen ter weeskamer te Alkmaar, 150 gld, waaraan zij verbinden een akker zaadland van omtrent 8 snees, belend ten westen Dirk Allertsz 'met hannemaker', ten zuiden Cornelis Jacobsz Jop, ten noorden Willem Albertsz c.s. (deze hypotheek van Anna Willemsz Ettes c.s. is voldaan en betaald op 27 januari 1677) 386.
                                                  In Noord-Scharwoude verkoopt in 1664 Jan Dircksz Keijser wonende te Broek op Langedijk aan Claes Jansz Vogelaer een akkertje zaadland van omtrent 4 snees, belend ten westen Cornelis Cornelisz Boertges, ten noorden de Molensloot, ten oosten de kinderen van Claes Aengaende 387.
                                                  In Broek op Langedijk verkoopt in 1679 Jan Dircsz Keijser aan Hendrik Jacobsz Min een huis met erve overtsloot, belend ten noorden Feddde Volckertsz, ten zuiden Jacob A. Schouten met het voortuintje van het huis van Maertjen Zoetelief mede overtsloot, verkopen in 1686 Guurt Aris, weduwe en boedelhoudster van zal. Jan Dirxz Keijser, ook als moeder en voogdesse van haar onmondig kind, mitsgaders Cornelis Jansz Keijser deszelfs mondige zoon, Dirck Gerritsz Bergen getrouwd met Sijmontje Jans en Cornelis Feddes getrouwd met Jantje Jans, aan Jacob Feddes een westend-akker zaadland gelegen over 't Zuijderdel genaamd Boeve-end, groot omtrent 9 snees 4 roe, belend ten noorden Jacob Haes en ten oosten annex, ten zuiden Claes Jacobsz, verkoopt in 1690 Guurt Arisdr weduwe en boedelhoudster van Jan Dirxz Keyser, geassisteerd met Cornelis Jansz Keyser haar oudste, mondige, zoon, aan Louris Jansz Slotemaecker een huis en erf op het Noordend, belend ten oosten Neel Hilbrantsdr, ten noorden Dieuwer Jans, ten zuiden Dirck Symonsz, ten westen de Burgsloot met de voorwerf, en verkoopt in 1693 Dirk Jansz Keijser aan Guurt Aris weduwe van Jan Dircksz Keijser met haar kinderen een boomgaardje van omtrent 1 snees 16 roe, belend ten oosten Dirck Backer c.s., ten westen Jan Litkelen 388.
                                                  In Broek op Langedijk transporteren in 1701 Dirck Jansz Keyser als vader en voogd over zijn onmondige zoon Jan Dircxz Keyser, Cornelis Jans Keyser, Cornelis Feddesz in huwelijk hebbende Jantje Jans, Jan Cornelisz Joncker getrouwd met Maartje Jans, Mathys Steven Jacobsz wonende te Boskoop in huwelijk hebbende Maartje Jans nagelaten dochter van zal. Jan Jansz Keyser, allen erfgenamen ab intestato als bij testament van zal. Sijmontje Jans, overleden huisvrouw van Dirck Gerritsz Bergen aan wie het gebruik van de nalatenschap van zijn huisvrouw zijn leven lang gelegateerd was volgens testament bij de secretaris als notaris op 15 december 1682, aan Dirck Gerritsz Bergen een half huis en erf 389.
                                                       Uit het eerste huwelijk:
                                                  1. Dirck Jansz KEIJSER, genoemd in 1722 als leraar van de mennonistische gemeente van Langedijk, tr. 1° Aeltje ALBERTS, tr. 2° Aefje WILLEMS, dr van Willem GLEIJNIS.
                                                      In Broek op Langedijk is op 27 oktober 1668 het weeskind Evert Cornelisz besteed bij Dirk Jansz Keijser voor in 't jaar 2 hemden, 1 „geverst” gemaakt linnen pak kleren, 2 paar kousen, 1 paar schoenen, 1 paar klompen, 1 blauw hoedje en 1 [...], en 50 gld; gecontinueerd op 6 december 1670 390.
                                                      In Broek op Langedijk verkopen in 1671 Jan Heijmensz, notaris en schoolmeester te Berkhout, en Allert Cornelisz wonende te Bergen nomine uxoris, erfgenamen van wijlen Maerten Heymens secretaris alhier, aan Dirk Jansz Keyser een huis en erf, belend ten zuiden Oom Jans erve, ten noorden Rijke Mies met Heerooms huis 391.
                                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1678 Aerjan Schouten aan Dirck Jansz Keyser een akkertje zaadland bij 't Oosterdel, belend ten zuiden Lysbet Cornelis, ten noorden Jan Reyertsz, groot omtrent 5 snees 8 roe, verkoopt in 1691 Dirk Jansz Keijser aan Aaf Cornelis Mooij met haar kinderen nagelaten door Jan Pietersz timmerman, een huis en erf waarin koopster tegenwoordig woont, belend ten noorden Aarjan Reus, ten zuiden voorschreven weduwe met Oomjanne huis, en verkoopt in 1691 Dirck Fransz als voogd en Jacob Willem Buysman als oom over de nagelaten weeskinderen van zal. Jan Pietersz Werff, mitsgaders Dirck Jansz Werff meerderjarige zoon, aan de voorkinderen van Dirck Jansz Keijser bij zal. Aeltje Alberts geprocreëerd een akker zaadland, groot 9 snees 10 roe 2½ voeten, belend ten zuiden de transportanten, ten noorden de Seijlmakersacker 392.
                                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1692 Jan Willemsz Ettes aan Dirck Jansz Keijser een huis en erf in de Kerckebuurt, belend ten zuiden het predikantshuis en het kerkhof, ten oosten de Agtergraft, ten noorden Hendrik Ridder, ten westen de Heerstraat met de voorwerf, verkoopt in 1693 Dirk Jansz Keijser aan Guurt Aris weduwe van Jan Dircksz Keijser met haar kinderen een boomgaardje van omtrent 1 snees 16 roe, belend ten oosten Dirck Backer c.s., ten westen Jan Litkelen, verkoopt in 1695 Pieter Cornelisz wonende op de Koepoortsweg onder Hoorn aan de voorkinderen van Dirck Jansz Keijser bij zal. Aeltje Alberts geteeld een zuidzijde-akker zaadland van omtrent 11 snees 10 roe, belend ten noorden Cornelis Taemen Connix, ten zuiden Jan Kaer, en verkoopt in 1696 Dirk Jansz Keyser aan Grietje Cornelis Posters, nagelaten weeskind van Cornelis Willemsz Posters, een akker zaadland van omtrent 6 snees 11 roe, belend ten noorden de possesseurs van Poulus Pos' erve, ten zuiden de possesseurs van Pieter Zyts erve, en Claes Alberts wonende te Koedijk, man en voogd van Guurt Jans, de rato caverende voor de mede-consorten, aan Dirk Jansz Keyser een akkertje zaadland van omtrent 3 snees 12 roe, belend ten noorden de Voorhuijskerkeweijd, ten zuiden de kinderen van Jan Hillen 393.
                                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1710 Pieter Dirxz Sibert wonende te Wormerveer, in huwelijk hebbende Maartje Dirx Keysers, aan Dirck Jansz Keyser zijn schoonvader een vierdepart in een akker zaadland, diens portie groot 2 snees 18¼ roe, belend ten zuiden Meynertsweyd, ten noorden Claes Pieters, verkoopt in 1712 Sr Niclaas, landmeter te Alkmaar, c.s. aan Dirk Jansz Keijser een akkertje zaadland, belend ten zuiden Jan Dotter, ten noorden de Waalsloot, groot 4 snees 12 roe 1/5 voet, voor 106 gld 12½ st, verkoopt in 1718 Maartjen Jans weduwe van Reijer Baart wonende op het Zuijdend aan Dirk Jansz Keyzer een end zaadland bij IJfkeweijd, groot 3 snees 17½ roe voor 18 gld het snees, d.i. ƒ 69:15:0, belend ten zuiden Aalbert Dirks Spoor, ten westen Kornelis Veddes, en verkoopt in 1719 Jacob Pieters Buijsman aan Dirk Jansz Keijzer een akkertje zaadland in 't Wart, belend ten noorden Sijmon Pietersz Slooves, ten westen Adriaan Jacobsz Kaas, voor 87 gld 6 st 394.
                                                      In Broek op Langedijk compareren in 1722 Jan Dirksz Dirkmaat wonende te Koedijk in huwelijk hebbende Trijntje Dirx Keijsers, Jan Dirksz Keijser en Dieuwertje Dirx Keijsers te Broek, nagelaten kinderen van Aafje Willems die een dochter en voor een vijfde erfgename is geweest van zal. Willem Gleijnis, alsmede Dirk Jansz Keijser als op 't overlijden van gezegde Willem Gleinisz in gemeenschap van goederen getrouwd geweest zijnde met genoemd Aafje Willems en vervolgens voor de helft in bovenstaande portie participerende, de (met namen genoemde) nagelaten kinderen van zal. Anne Willems, mede dochter en voor een vijfde erfgename van wijlen Willem Gleinis, vertegenwoordigd door Cornelis Veddes en Dirk Gerritsz Bergen, diakenen van de Mennogezinde gemeente te Broek, alsmede Guurtje Willemsdr insgelijks erfgename voor een vijfde van voornoemde Willem Gleinis mitsgaders Dirk Cornelis Keijser in huwelijk hebbende Trijntje Pieters enige dochter en erfgename van zal. Pieter Jansz Werf die in gemeenschap van goederen getrouwd is geweest met gezegde Guurtje Willems en uit dien hoofde mede in laatstgenoemde erfportie beredderende; zij geven machtiging tot verkoop van 3/5 van 8 geerzen weiland in Winkel en van 3/5 van omtrent 1½ gars weiland in Kolhorn 395.
                                                      In Oudkarspel verkoopt in 1731 Cornelis Dircxz Keijzer, wonende te Alkmaar, ook voor zijn zuster Maartje Dircx Keijzers, wijders als voogd over de minderjarige kinderen van zijn zuster Neeltje, en broer Maarten Dircxz Keijzer, aan Jan Jansz Breeland, wonende te Alkmaar, de helft in een stuk weiland in de Vuijle Greb, belend ten zuiden Gerrit Slommer, ten westen de erve Pieter Rus, groot 6 geerzen, genaamd Kuijpers of Fredericx Slijk, waarvan de wederhelft de voornoemde koper toebehoort, voor 150 gld 396.
                                                  2. Jan Jansz KEIJSER, molenaar te Koedijk, overl. vóór 10 mei 1679, tr. Trijn VREDERICKX, die hertr. met Dirck Gerritsz BERGEN.
                                                      In 1662 te Koedijk 397 komt Jan Keyser voor ƒ 90:0:0 voor op een lijst van betalingen inzake verpondingen te Alkmaar. In 1679 verkopen op 10 mei 1679 398 voogden van het kind van zal. Jan Jansen Keyser land. Op de schepenrol van 30 november: Reyer Vredrickx, Jan Dirckx IJffs en Bouwen Jacobs als beschadigde borgen voor Jan Jans Keijser gewezen molenaar alhier, eisers, contra Trijn Vredrickx weduwe van wijlen Jan Jans Keyser voornoemd, Garbrant Levendich en Hendrick Theeues wettige voogden over 't kind van gemelde Jan Keyser. Op 14 december 399 compareerde o.m. Jan Dirckx van Broeck 't kinds grootvader.
                                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1676 Jan Jansz Keyser, tegenwoordig molenaar te Koedijk, aan IJf Jansz Madderoom een akker zaadland, belend ten westen Symon Jansz, ten oosten Dieuwer Bartelmies, groot omtrent 6 snees 15 roe 400.
                                                      In Koedijk verkoopt in 1677 Jan Cornelis poorter van Beverwijk, als last en procuratie hebbende van de principaalste crediteuren van Cornelis Jansen Molennaer zijn overleden vader, aan Jan Jansen Keijser, tegenwoordig onze molenaar, al het recht van zijn vader op huis, erf en korenmolen, belend ten zuiden Pieter Gerrits Cock, ten zuiden [noorden] Cornelis Cornelis Broers c.s., voor een custingbrief van 4160 gld. In hetzelfde jaar is Jan Jansz Keijser, onze molenar, schuldig aan Jan Poorter wonende in de Beverwijk wegens zijn vaders gemene crediteuren 4160 gld over de koop van een huis, erf of korenmolen, belend ten zuiden Pieter Cocken, ten noorden Pieter Vurwer c.s. (geroyeerd op 2 november 1684). 401
                                                      In Koedijk verkopen in 1679 Trijn Vrederickx, weduwe van Jan Jansen Keijser in zijn leven onze molenaar, geassisteerd met Reijer Vredrickx haar oudste broer, Garbrant Hendrickx Levendich en Henrick Theeus Hertlant als voogden over Maertgen Jans, kind van Jan Jan Keijser en Trijn Vrederickx, aan Claes Cornelis van Nieuwe Niedorp, nu onze bejaarde buurvrijer, een huis en erf en korenmolen, belend ten noorden Pieter Jansen Verwer c.s., ten zuiden Pieter Gerrets Cock, met als borgen Reijer Vredrickx molenaar te Alkmaar, Jan Vredrickx te Heerhugowaard, Jan Dirck IJffs en Bouwen Jacobs beiden te Koedijk, voor een custingbrief van 3258 gld, met 't gaand en lopend werk getaxeerd op ƒ 630. Voor de custingbrief van ƒ 3258 compareerden Pieter Cornelis Stootschoef te Nieuwe Niedorp voor zichzelf en Cornelis Cornelis Broers als procuratie hebbende van Aerjen Heinsen Wit wonende te Niedorp als borgen voor Claes Cornelis Molenaar (doorgehaald op 25 oktober 1685). 402
                                                      In Broek op Langedijk compareren in 1581 Cornelis Hendrixz Stammes schout, Aerjan Pietersz Brouwer en Dirck Gerritsz Slooff schepenen, IJf Reyersz Stammes en Jan Aerjansz Boon als geordonneerde curateurs van de gerepudieerde boedel en goederen van de weduwe en kinderen nagelaten door Jan Jansz Keijser wonende te Koedijk door het gerecht van Koedijk op 15 december 1679 403.
                                                      In Broek op Langedijk testeert in 1730 Trijntje Fredricx, weduwe van Dirk Gerritsz Bergen; zij prelegateert aan Dieuwer Dircx nagelaten weduwe van Jan Cornelisz Keijser of diens zaad 200 gld, aan Jan Cornelisz Joncker 100 gld, aan Sijmontje Jansdr dochter van voornoemde Jan Cornelisz Joncker 100 gld, aan Willem Jansz Tuijnman haar broers zoon 300 gld, aan Kornelis Dirksz de Vries zoon van Dirk Cornelisz de Vries en Dieuwer Willems een akker zaadland in de Beunen, en benoemt tot haar universele erfgenamen Dirk Cornelis de Vries en Dieuwer Willemsdr bij testatrice inwonende 404.
                                                123. (<61) Guurt CORNELIS, alias Arisdr.
                                                       Uit dit huwelijk:
                                                  1. Cornelis Jansz KEIJSER, leraar van de mennonistische gemeente in 1702 in Langedijk, tr. N.N.
                                                      In Broek op Langedijk in 1696 verkoopt Aerjan Sijmonsz wonende in de Woudmeer aan Cornelis Jansz Keijser zijn neef een huis en erf waarin hij tegenwoordig woont, belend ten zuiden Cornelis Matselaar c.s., ten noorden Willem Klijf, en verkoopt Cornelis Jansz Keyser aan Anna Gerrits weduwe en haar kinderen nagelaten door zal. Fedde Volckertsz een huis en erve waarin koopster tegenwoordig woont, belend ten noorden Aerjan Bick, ten westen Jan Jansz Dotter die met zijn huis overtsloot een vrije toegang heeft 301
                                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1710 Jan Gleynsz wonende in de Schermer nomine uxoris aan Cornelis Jansz Keyser een stuk zaadland gemeen en onverdeeld met Jan Jansz Hent, belend ten noorden de Mennogezinde gemeente, ten zuiden Sijmon Posser, groot 7 snees 9 roeden 3 voet, voor ƒ 164:5:4, verkoopt in 1712 Rens Gerritsz wonende in de Wieringerwaard, in huwelijk hebbende Tryn Gerrits, aan Cornelis Jansz Keijser, mennonistisch gezinde leraar alhier, een westend akker zaadland, belend ten oosten Jan Aelberts Blocker annex, ten zuiden het Kalfke, ten noorden de Gildenacker, groot 6 snees 6 roe 9 voeten, voor 190 gld 2½ st, en Sr Niclaas Blydenius aan Cornelis Jansz Keijser, mennonistisch leraar alhier, een akker zaadland, belend ten noorden Jan Tuynman, ten zuiden Dirk Sloof, groot 9 snees 12 roe 6 voeten, voor 168 gld ½ st, en verkopen in 1717 Adriaan Visser en Jannitje Bos, beiden wonende te Alkmaar, aan Cornelis Jansz Keijser en Cornelis Veddesz een stukje weiland van 2½ geersen gelegen voor de huizen, belend ten westen Jan Willemsz Klif, ten oosten Jan Boogert, voor ƒ 107:4:6 302.
                                                      In Broek op Langedijk transporteren in 1726 Bastiaan Bosman wonende te Alkmaar en Dirk Kornelis Keijser, voor henzelf en de rato caverende voor hun mede-erfgenamen van zal. Cornelis Jansz Keijser, in zijn leven geweest Mennogezinde leraar in ons dorp, aan Willem Cornelisz Keijser 4 vijfdeparten in het huis en erve in 't Noordend, belend ten zuiden Klaas Hillen, ten noorden Trijntje Jans Bos, voor 200 gld, verkopen in 1727 Frans Dirksz de Jong en de kinderen en erfgenamen van Cornelis Jansz Caijser aan Dirk Aarjans Bik een akkertje zaadland genaamd het Smalte, groot 2 snees 15 roeden, belend ten westen de erven van Dirk Sijmonsz, ten oosten de Trogveert, voor 2 gld ['t snees], en verkopen in 1737 Willem en Dirk Cornelisz Keijser, mitsgaders de rato caverende voor Bastiaan Bosman in huwelijk hebbende Guurtje Jans Keijser, en Maartje Cornelis Keijsers en nog voor de erven van Jan Cornelisz Keijser, aan Kornelis Jacobsz Mul een derde in 3 geerzen 11 snees weiland, een derde in 1 gars 3 snees 4 roeden wei- zeg zaadland in 't bedijkte buitenland, belend ten oosten de Ringsloot van de Heerhugowaard, ten westen de Oostendijk, voor ƒ 0:6:0 ['t snees] 303.
                                                  2. Sijmontje Jansdr KEIJSER, overl. vóór 30 juli 1701, tr. Dirck Gerritsz BERGEN, zn van Gerrit Claesz van BERGEN, alias Kramer, en Diewertie PIETERS, die hertr. met Trijn VREDERICKX.
                                                      In Broek op Langedijk wordt in 1701 een extract gemaakt van een testament van 15 december 1682, voor de secretaris als notaris, van Dirk Bergen en Symontje Jans, waarin bepaald wordt dat hij de helft van de boedel krijgt en het vruchtgebruik van de onroerende goederen, vee, vaartuig, boeren- en bouwgereedschap, zaad, teling, meubelen en huisraad, en zij al de contante penningen 389.
                                                      In Broek op Langedijk verkopen de erfgenamen van wijlen Taems Jansz Out aan Dirk Gerritsz Bergen een oostend akker zaadland, belend ten westen Jacob Zeun, ten zuiden Albert Gerritsz Cling, ten noorden Cornelis Keijser, groot 4 snees 1 voet, voor 32 gld 't snees, is 128 gld 2 st 10 penn 405.
                                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1709 Claas Bergen wonende te Wognum aan Dirk Gerritsz Bergen een akkertje zaadland genaamd Mansackertje, belend ten noorden Jan Kaar, ten zuiden Jan Madderoom, groot 5 snees 11¼ roe, voor 11 gld 5 st 406.
                                                  3. Jantje Jansdr KEIJSER, zie 61.
                                                  4. Maartje Jansdr KEIJSER, tr. Jan Cornelisz JONCKER.
                                                      In Broek op Langedijk verkoopt in 1698 Jacob Feddesz wonende te Purmerend voor zichzelf, en als vader en voogd over zijn onmondige kinderen bij zal. Maartje Dircx, aan Jan Cornelisz Joncker een oostend akker zaadland van omtrent 5 snees 16 roeden, belend ten westen Claes Visser, ten zuiden Willem Freexsz, ten noorden Teunis Jansz, belast met 3 gld 's jaars erfpacht, en verkoopt in 1730 Dirk Cornelisz de Vries aan Jan Cornelisz Joncker een zijde van een akker in 't Wout, groot 3 snees 9 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden Willem Maat, voor ƒ 40:0:0 407.
                                                124. (<62) (>248) Sijmon KRIJNEN, tr.
                                                    In 1670 bekent Sijmon Crijnen wonende te Broek op Langedijk 175 gld schuldig te wezen aan Cornelis Jeroensz wonende in de Kaag over de rest van de kooppenningen van een bezeilde kaag, groot omtrent 3 lasten, met zijn gewand en toebehoren, belovende te betalen in 1671 100 gld en een jaar later 75 gld 408.
                                                    In Broek op Langedijk verkopen in 1679 Reyer Albertsz geometrist voor zichzelf en Jan Dircxz Doncker nomine uxoris voor Jan Jansz Oomes voorkinderen bij voorschreven Reyers zuster verwekt wonende te Winkel, aan Symon Krijnen een akkertje zaadland achter de huizen, groot 6 snees 7 roeden, belend ten noorden de Meijerssloot, ten zuiden Teunis Spoor, verkopen in 1684 de voogden van de weduwe en het kind van Symon Pietersz Werff aan Jan Pietersz Timmerman, en die aan Sijmon Crijnene, een stukje zaadland groot 2 snees 8 roeden 4½ voet, belend ten noorden Dieuwer Jans, ten zuiden Anna Werves, verkoopt in 1685 Willem Pietersz Doeren wonende te Zuid-Scharwoude aan Sijmon Krijnen wonende aldaar een akker zaadland groot 15 snees 10 roeden 6 voet 8 duim, belend ten noorden Cornelis Pietersz Hoofts erven, ten oosten Jan Hillen annex, en verkoopt in 1693 Sijmon Krijnen wonende te Zuid-Scharwoude aan Arent Jacobsz Kroon een huis en erf op het Noordend waar de koper tegenwoordig in woont, belend ten zuiden Hendrik Dulker, ten noorden het mennogezinde gemeente-preekhuis met een grond eigen gang, met een vrije gang bezuiden het voorschreven preekhuis oostelijk er langs tot de Oostwal toe en een aanleg aan die wal 409.
                                                    In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1684 Maertje Jans weduwe van Aelbert Teunissen Nel wonende in 't Zijp, geassisteerd met Jan Gerritsz Gorter van Dirkshorn en Cornelis Theunisz haar zwager, aan Sijmon Crijnen wonende te Broek een akkertje zaadland op Moeije Peetesloot, groot omtrent 5 snees, belend ten westen Willem Dircksz Hensbroeck, ten oosten Jacob Jansz Groot, verkopen in 1687 Aarjan Pietersz Rens voor zichzelf, Pieter Jacobsz Boogaart voor zichzelf en zijn moeder, Jacob Aarjansz Oudes vervangende zijn vader Aarjan Pietersz Lul, allen wonende te Broek, mitsgaders Aalt Cornelisde tegenwoordig wonende te Oudkarspel geassisteerd met Jan Warmenhuijsen, allen erfgenamen van Willem Pietersz Doeven, aan Sijmon Crijnen, onze inwonende buurman, een westend van een akker zaadland groot 5 snees 14 roeden, belend ten noorden Jan Jansz Hente, ten westen de Achtergracht (de 40e penning is ƒ 2:4:11), verkopen in 1688 Vrederick Louwersz en Jan Baertsz, beiden wonende te Broek, aan Sijmon Crijnen een huis en erf op 't Zuijdeijnde, belend ten noorden Pieter Jansz Obdam, ten zuiden Aarjan Jansz Pas, verkopen in 1691 Jan Vreeksz Swaagh en Jan Gerrit Bouwens als voogden over Maartje Adriaens weduwe van Reyer Mieuszoon en Aarjen, Mieus en Neel Reyers deszelfs kinderen, aan Simon Crijnen een stuk zaadland, belend ten noorden Pieter Hoofssloot, ten zuiden de weduwe van Dirk Duijn, verkopen in 1692 Adriaan Jansz wonende te Broek als last hebbende van zijn moeder, Adriaan Gerritsz mede aldaar, Jan Adriaansz wonende te Zuid-Scharwoude, allen kinderen en erfgenamen van Dirk Jansz Fraijgeest overleden alhier, aan Simon Crijnen burger alhier aan akker zaadland van 6 snees, belend ten oosten Pieter Cornelisz Blocker, ten noorden Gerrit Adriaansz Henten, verkopen in 1693 de erfgenamen van wijlen Pieter Jansz Obdam aan Simon Krijnen een akkertje zaadland van 5 snees 4 roeden op Pieter 't Hoofssloot, belend ten oosten Jan Baertsz, ten westen Adriaan Dirksz Klooster, en verkoopt in 1695 Anna Jans weduwe, en Jan Vrederiksz zoon, van Vrederik Louwersz overleden te Broek, aan Simon Krijnen een akker zaadland van 5 snees 17 roeden voor de huizen, genaamd 't Boomgaartje, belend ten oosten Jan Backer, ten westen Willem Houwen 410.
                                                    In Zuid-Scharwoude verkopen in 1719 Quirijn Sijmonsz Koopman en Magdalena Sijmons Koopman, weduwe, alsmede Willem Sijmonsz Koopman, allen wonende te Alkmaar, mitsgaders Dirk Sijmonsz Koopman wonende alhier, en eindelijk Louris Beets in huwelijk hebbende Aafjen IJvens wonende te Alkmaar en Gerrit Schermer in huwelijk hebbende Maartjen [aangenomen dat dit 'Trijntje' had moeten zijn] IJvens wonende op 't Seggelis buiten Alkmaar, allen kinderen en kindskinderen van Sijmon Krijnen en Neel Willems, beiden alhier overleden, aan Mr Alewijn Bot en Jan Maartensz Breelant, als voogden over Gerrit Rensz Oosterbrug weeskind alhier, een akkertje zaadland op Pieter Cornelisz 't Hoofts Sloot, groot 8 snees 16 roeden, belend ten oosten Barent Engbertsz, ten westen Teunis Cornelisz Bakker, voor 15 gld ieder snees, aan Cornelis Jansz Cardinaal een westend van een akker zaadland in de Koog op de Breggesloot, groot 5 snees 2 roeden 6 voet, belend ten oosten Cornelis Langewerf annex, ten zuiden voornoemde sloot, ten noorden Jan Kentens erven, voor 18 gld [ieder snees], aan Jan Arijaansz Pas een endakker zaadland voor de huizen op Pieter Cornelisz 't Hoofts Sloot, groot [], belend ten oosten Cornelis Gerritsz annex, ten zuiden Fredrik Swaag, ten noorden Griet Arijaans Kenten, voor 10 gld ieder snees, aan Jan Willemsz Kolles een akker zaadland voor de huizen op Pieter Cornelisz 't Hoofts Sloot, groot [], belend ten oosten Maartje Cornelis, weduwe, ten noorden Mr Pieter Haringcarspel, ten zuiden voornoemde sloot, voor 18 gld ieder snees, aan Jan Cornelis Bouwens regerend schepen een akker zaadland op Moeije Peete Sloot, groot 5 snees 16 roeden, belend ten oosten Claas van Twuijver, ten westen Jan Gerrits Bouwen, voor 14 gld ieder snees, en aan Jan Jansz Bouwen oud-schepen een akker zaadland op Moeije Peete Sloot, groot [], belend ten oosten Reijer Willemsz Houwen, ten westen Claas Eckens weduwe, voor 12 gld ieder snees 411.
                                                    In Broek op Langedijk verkopen in 1719 Krijn Sijmonsz Koopman wonende te Alkmaar, Willem Sijmonsz Koopman wonende te Alkmaar, Dirk Sijmonsz Koopman wonende te Zuid-Scharwoude, Louris Beets in huwelijk hebbende Aafje IJven en Gerrit Jacobsz Schermer in huwelijk hebbende Trijntje IJven, nog Magdaleentje Sijmons wonende te Alkmaar, gezamenlijke erfgenamen van Sijmon Krijnen en zijn huisvrouw Neel Willems, beiden overleden te Zuid-Scharwoude, aan Sijmons Adriaansz Braak, schoolmeester, een akker zaadland, belend ten noorden Louris Jansz Hillen, ten zuiden Pieter Korn, voor 32 gld 't snees, groot 1 gars 2 snees, 8 1/3 roeden, bedraagt ƒ 462:2:12, aan Willem Jansz Bakker een akkertje genaamd het Kromme Stuijtje, belend ten oosten Jacob Jonkers annex, ten westen Dirk Sijmonsz, voor 14 gld 't snees, groot 1 snees 13 1/3 roeden, voor ƒ 23:6:0, aan Krijn Sijmonsz Koopman wonende te Alkmaar 1/5 [vermoedelijk 4/5] in een akkertje zaadland genaamd het Venisge, belend ten westen Jan Vredrikse de Boer, ten noorden Jacob Jonkers, voor 10 gld 't snees, groot 1 snees 13 1/3 roeden 5 duimen, voor 22 gld 7 st 14 penn, en aan Dirk Sijmonsz Koopman wonende te Zuid-Scharwoude 4/5 in een akkertje zaadland belend ten noorden de Meijerssloot, ten zuiden Griet Adriaans, voo 11½ gld 't snees, groot 5 snees 7 roeden, voor ƒ 61:10:6 412.
                                                125. (<62) Neel WILLEMSDR.
                                                    In Broek op Langedijk testeert in 1716 Neel Willemsdr, nagelaten weduwe van Sijmon Krijnen; zij prelegateert aan haar zoon Dirk Symonsz voor gedane diensten en weldaden het huis en erf in Zuid-Scharwoude waar zij tegenwoordig woont, haar vermaakt door haar voornoemde man bij testament op 16 februari 1690 voor notaris Pieter Cornelisz Zoetelief, mitsgaders het gerechte deel van haar inboedel en huisraad en nog haar kleren, en institueert voor het overige tot haar universele erfgenamen al haar kinderen of hun descendenten bij representatie 413.
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Maartje SIJMONS, ondertr. (schepenbank) Alkmaar 3 dec. 1690 (hij jongeman, zij jongedochter van Zuid-Scharwoude, beiden wonende op het Zeggelis), tr. ald. 17 dec. 1690 IJff Jansz BOSCH, begr. Oudorp 24 dec. 1711.
                                                        In Alkmaar testeren in 1703 IJff Jansz Bos en Maertie Symons, echteluiden wonende buiten de Boompoort op 't Zeglis, beiden ziekelijk te bedde liggende, op de langstlevende met aan de kinderen de blote legitieme postie, welke langstlevende ook voogd zal zijn, met zonodig na dode van de langstlevende Pieter Jansz Bosch en Sijmon Jansz als voogden 414.
                                                    2. Krijn Sijmonsz KOOPMAN, op 7 april 1690 overgedragen van Langedijk naar de Doopsgezinde Gemeente in Alkmaar, overl./begr. Alkmaar/Langedijk 14/21 maart 1731, tr. 1° Anna Dirks DUIJNMAN, dr van Dirck Cornelisz DUIJNMAN en Guurt AARJANSDR, tr. 2° Guertje Fredricx van VEEN, ondertr. 3° (schepenbank) Alkmaar 15 juni 1721 (hij weduwnaar, zij weduwe, beiden wonende op de Schulphoek), tr. ald. 29 juni 1721 Aaltje PIETERS.
                                                        In Broek op Langedijk wordt in 1687 Kryn Zymonsz wonende te Zuid-Scharwoude genoemd als man en voogd van Anna Duijnmans, onder de kinderen en erfgenamen van Dirk Cornelisz Duynman 415.
                                                        In Zuid-Scharwoude hebben in 1689 Cornelis Dircksz Duijnman als oom en bestorven voogd, en Crijn Sijmonsz als vader van zijn kind Dirck Crijnen geprocreëerd bij zal. Anna Dircks Duijnman alhier overleden, 50 gld in het weesboek laten registreren; in 1708 bekent Dirck Crijnen uit handen van zijn vader 50 gld ontvangen te hebben 416.
                                                        In Alkmaar verkoopt in 1712 Pieter Willemsz Minkes aan Crijn Sijmonsz Coopman een eigen groentetuin, groot omtrent 60 roeden, met opstal gelegen aan de Keeten, belend ten zuiden de stadswal, ten oosten Maarten Post, ten noorden de verkoper, ten westen Adriaen van der Mieden, voor 167 gld 10 st, verkoopt in 1713 deze groentetuin aan Pieter Jansz Blom, voor 200 gld 4d 3t [?], verkoopt in 1715 Willem Sijmonsz aan Krijn Sijmonsz Coopman een huis en erf aan de Oostzijde van de Zanthoek, belend ten zuiden Sijmon Gerritsz kalkmeeter, ten noorden Hendrik Spekman, voor 200 gld, en verkoopt in 1716 Jan Anthonisz van den Abelen aan Krijn Sijmonsz Coopman een huis en erf aan de Noordzijde van de Santhoek op 't Pleijn, belend als in oude brieven, voor 12 gld [?] 417.
                                                        In Broek op Langedijk verkoopt in 1722 Krijn Sijmonsz Koopman wonende te Alkmaar aan Aalbert Jansz Blocker 4 percelen zaadland, namelijk (1) in 't Swartvelt 6 snees 10 roeden belend ten westen Jacob Jacobsz Zeun, ten noorden Aalbert Spoor, (2) aan de Wal 6 snees belend ten zuiden Jan Hooft, ten noorden Teunis Koopman, (3) 3 snees 5 roeden belend ten westen de koper, ten noorden Gerrit Maartens, (4) een akkertje zaadland genaamd het Venusje, groot 2 snees 8 roeden, belend ten westen Jan Vredriksz, ten noorden Jacob Jonkers, voor ƒ 213:3:0 418.
                                                        In Alkmaar verkoopt in 1727 Dirk Weijtman aan Crijn Sijmonsz Coopman een stukje erf van omtrent 2 roeden achter de huizinge van de koper op de Schulphoek, belend ten zuiden Gerrit Stul, ten noorden Pieter Dirksz Dubbelt, voor 23 gld 419.
                                                        In Alkmaar verkopen in 1732 Dirk Symonsz Koopman, Jan Bosch en Gerrit Post, als door weesmeesters aangesteld tot voogden over de minderjarige erfgenamen van Krijn Sijmonsz Koopman alhier overleden, item Aeltje Pieters weduwe van voorschreven Krijn Sijmonsz, aan Jan Pietersz Market een huis en erf aan de Oostzijde van de Schulphoek bij 't Pleijn, belend ten zuiden Dirk Sijmonsz voornoemd, ten noorden Pieter Dirksz, met een leeg erf dicht bij het voorschreven huis, voor 425 gld, en aan Dirk Sijmonsz Koopman voornoemd een pakhuis aan de Oostzijde van de Schulphoek, belend ten zuiden en noorden Magdaleentie Centen, voor 40 gld 420.
                                                        In 1702 testeren Quiryn Symonsz Koopman en Guertje Fredricx, echtelieden wonendete Alkmaar, bij overlijden zonder kinderen op de langstlevende. Maar als hij vóór zijn vrouw sterft met achterlating van zijn kind van eerdere bedde, dan zal zijn huisvrouw een filiale portie hebben. Hij stelt Cornelis Willemsz Doot, wonende te Alkmaar, aan als voogd, en sluit de weeskamer uit. 421
                                                        In 1721 testeren in Alkmaar Crijn Sijmonsz Coopman en Aeltje Pieters, echte man en vrouw. Hij maakt tot zijn universele erfgenamen zijn descendenten; zijn tegenwoordige huisvrouw krijgt een kindsgedeelte. Verder begeert testateur dat bij vooroverlijden van zijn voorzoon Dirk Crijnsz, tegenwoordig naar of in Nederlands Oostindië, diens nakomelingen 250 gld wordt toebedeeld wegens een borgtocht die voornoemde Dirk Crijnsz heeft moeten betalen. Zij maakt haar descendenten tot universele erfgenamen, met voor haar man een kindsgedeelte. (Hij tekent Krijn Sijmensz Koopman.) 422
                                                        In Alkmaar verkoopt in 1735 Cornelis Raets, eerder weduwe van Annetje Edele dochter van Heyndrick Dirx Wettinge die weduwnaar en erfgenaam is geweest van Reijndert Jansz Rin, aan Aeltje Pieters weduwe van Crijn Sijmonsz Coopman een kamer en erf in 't Raedje aan de stadsvesten, belend ten noorden Bastiaan Bosman, ten zuiden 't Pleijn, ten westen koopster, voor 70 gld 423.
                                                    3. Magdalena SIJMONS, ondertr. (schepenbank) Oudorp 25 april 1694 (hij jongeman wonende op het Seggelis, zij jongedochter wonende te Zuid-Scharwoude; betoog gegeven) Pieter Jansz BOSCH, begr. ald. 19 juli 1717.
                                                        In Alkmaar testeren in 1714 Pieter Jansz Bos en Magdaleentie Sijmons, echte man en vrouw wonende buiten de Boompoort op 't Zeglis, hij ziekelijk te bedde, op de langslevende, met de blote legitieme portie aan de kinderen of hun descendenten 424.
                                                    4. Willem Sijmonsz KOOPMAN, bij huwelijk Willem Sijmonsz van Langedijk, overl. Alkmaar, begr. Bergen (N.-H.) 13 febr. 1720, tr. kerkel. (mennon.) Alkmaar 12 juni 1695 Trijntje JACOBS, bij huwelijk van de Wognummerbuurt.
                                                    5. Dirk Sijmonsz KOOPMAN, zie 62.


                                                  Generatie VIII (<VII, >IX)

                                                  136. (<68) (>272, >273) Abraham Adriaensz van den ENDE, geb. ca. 1595 of ca. 1598 425, linnenwever, overl. tussen 22 maart 1664 en 1 juni 1665, tr. 1° (schepenbank) Beverwijk 1 juni 1625 Jannitgen JANSDR, ondertr. 2° (schepenbank) ald. 25 maart 1629 (zij van Haarlem), attestatie om te trouwen ald. 14 april 1629 (om te Haarlem te trouwen), tr. (schepenbank) Haarlem 16 april 1629
                                                      In Beverwijk is in 1629 Claes Gerritsz Wildtschut te Velsen eiser contra Abraham van den Ende, om verteerd kostgeld, en zijn in 1630 Neeltgien en Lijsbet Jacobsdr eisers contra Abraham Adriaense Manaut, om 17 gld die hij de eisers schuldig is ter zake van een weefgetouw dat zij en hun broer aan hem verkocht hebben 426.
                                                      In 1652 is Abraham van Enden, op de Meijr, in Beverwijk bij de schutterij. Op 12 februari 1648 wordt te Beverwijk gereformeerd gedoopt een bejaarde, genaamd Abraham van den Ende. In 1659 is Abram van Enden lidmaat van de gereformeerde gemeente van Beverwijk.
                                                      In Beverwijk verkoopt in 1643 Cornelis Willemsz lakenbereider aan Abram van Ende linnenwever een huis en erf op 't Achterwechie, voor ƒ 312:10:11 427. In 1644 428 is er een verklaring door Arent Pieters Hofflant, en Cornelis Willems te Edam, van ontvangst van Abraham van Ende van ƒ 212:10:0 over vier jaar. In 1654 429 is Abraham van Enden, linnenwever, aan Michiel Gillis 200 gld schuldig; op 22 maart 1664 is deze schuld omgezet in een rentebrief. Op 13 december 1655 430 leggen Abraham van Enden, 57 jaar, en Josijntie Frans zijn huisvrouw, 53 jaar, een verklaring af.
                                                      In Beverwijk bekent op 22 maart 1664 Abraham van Enden, inwonder dezer stede, schuldig te zijn aan Michiel Gillis, wonende te Amsterdam, 200 gld, op 13 maar 1654 ontvangen in zijn „noodtoorboor” bekend te hebben. Onderpand is zijn huis en erf op het Achterweghie, strekkende tot achter aan 't erf van Cornelis Jansz van Wormer, belend ten zuiden Lambert Jansz Capelle, ten noorden de erven Elias de Haas. 431
                                                      In Beverwijk verklaren op 1 juni 1665 Arijaen Abrahamsz van Enden en Willem IJven, man en voogd van Lysbet Abrahams van Enden, nagelaten kinderen van Abraham van Enden, de rato caverende voor Frans Abrahamsz van Enden hun broer wonende te Amsterdam, verkocht te hebben aan Willemtie Jacob Blauwenhelms, huisvrouw van Jan Cornelisz Kick, wonende te Amsterdam, een huis en erf aan het Achterstraetjen, strekkende tot achter aan 't erf van de erfgenamen van wijlen Claes Jansz Beverwijck, belend ten zuidwesten Lambert Jansz Capelle, ten noordoosten de wagenweg, voor 260 gld 432.
                                                      In Beverwijk vindt voor schepenen op 25 maart 1629 ondertrouw plaats van Abraham Adriaensz, weduwnaar, met Syntgien Frans, jongedochter van Haarlem; op 14 april 1629 is attestatie gegeven om te Haarlem te trouwen.
                                                  137. (<68) Josijntje FRANSSEN, geb. ca. 1602.
                                                         Uit dit huwelijk:
                                                    1. Frans Abrahamsz van den ENDEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 maart 1640, ondertr. ald. 7 febr. 1658 (zij van Oostzaan), tr. Velsen 10 maart 1658 (met attestatie van Beverwijk en Oostzaan) Aafje JANS, j.d. van Oostsaenen.
                                                    2. Adriaen Abrahamsz van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 maart 1640, zie 68.
                                                    3. Rijck Abrahamsz van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 maart 1640.
                                                    4. Lijsbeth Abrahams van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 maart 1640, overl. vóór 1667, ondertr. ald. 15 febr. 1664 (hij van Castricum), tr. Castricum 2 maart 1664 Willem IJven van der MAER, geb. ca. 1634 433, overl. vóór 25 maart 1678, zn van IJff Bouwensz van der MAER, wagenmaker, biersteker ald., en Lijsbeth WILLEMS, turfvolster te Beverwijk in 1666, die hertr. met Neeltje JANS, en Aeghje Cornelis BORST.
                                                        In Beverwijk verkopen op 24 april 1670 Cornelis Claesz Borst voor de ene helft, Aris Cornelisz Borst en Arent Cornelisz Fluijt als man en voogd van Anna Cornelis Borst, kinderen van wijlen Dirckjen Aris geprocreëerd bij de voorschreven Cornelis Claesz Borst, elk voor een derdepart van de wederhelft, aan Willem IJven als man en voogd van Aechtie Cornelis de helft en 2 derdeparten van een huis en erf aan de Breestraet, belend ten zuidwesten de erfgenamen van Symon Hansz van Nes, ten noordoosten Jan Dircksz Smit 434.
                                                        In 1672 is in Beverwijk Willem IJven bij de schutterij, onder het blauwe vaandel, met een musket; vermoedelijk kort daarna is hij vervangen door Michiel Willems van der Maar.
                                                        In Beverwijk compareert in 1685 Floris Jansz van Groet, geassisteerd met Jan Dircks van Groet zijn vader; hij trekt belediging en beschuldiging tegen het dochtertje van wijlen Willen IJven van der Maer in en zal de proceskosten betalen (hij had gezegd dat haar vader kleren van iemands land had gestolen) 435.
                                                    5. Rijckge Abrahams van den ENDE, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 mei 1644.
                                                    6. Magdaleentje Abrahams van den ENDEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 okt. 1647.
                                                  142. (<71) (>284) Jan Thijsz COLTHOFF, geb. ca. 1613 436, schoenmaker, sergeant, ijkmeester, sergeant, ondertr. 2° Beverwijk 17 april 1654 (zij van Deventer, wonende alhier), tr. (nederd. geref.) ald. 3 mei 1654 Annetje BARENTSDR, overl. vóór 2 juli 1655, ondertr. 3°/tr. ald. 2/18 juli 1655 Maritge IJSBRANTS, dr van IJsbrant PIETER DAMMISZ en Hillegont PIETERS, tr. 1° (schepenbank) Beverwijk 25 jan. 1637 (hij van Emmerik, wonende te Amsterdam)
                                                      In 1644 wordt Grietien Jacobs huisvrouw van Jan Tijsz genoemd 437, en verkoopt Pieter Jacobsz linnewever aan Jan Thyssz schoenmaecker een huis en erf in 't Clooster voor ƒ 750 438, in 1646 koopt Jan Tyssen schoelapper van Pieter Jacobsz linnewever een huis en erf in 't Clooster en van de erfgenamen van Floris Laurissen wonende te Amsterdam eveneens een huis en erf in 't Clooster 439, in 1647 verkoopt Jan Tyssen schoelapper aan Elias Jacobsz schoelapper een huis en erf in 't Clooster, verkoopt Pieter Jacobsz linnewever aan Jan Thysz schoenmaecker een huis en erf in 't Clooster, weer doorverkocht aan Hendrick Gerritsz droogscheerder, verkoopt Claes Cornelis Boersen aan Jan Tyssen schoelapper een huis en erf aan de Houtwech, en betaalt Jan Tyssens huisvrouw de 40e penning ad ƒ 4-6-4 over het huis verkocht aan Jacob Gerritsz lijndraaier bij de kerk 440.
                                                      In 1648 verkoopt Jan Tyssen schoelapper aan Maertie Baerts weduwe van Dirck Gerritsz Cuyper alhier een huis en erf aan de Groote Houtwech, verkoopt Gerrit Jacobsz lijndraaier aan Jan Tysz schoenlapper een huis aan de Heemkerckerwech, verkoopt Jan Tysz schoenlapper aan Jan van den Bogaert een erfje aan de Heemskerckerweg, en verkoopt Simen Laurisz voerman alhier aan Jan Tyssen een erf aan de Coningswech 441. In 1649 verkoopt Simen Lauris voerman aan Jan Tysz schoenlapper een erf aan de Paterswech, verkoopt Jan Tysz schoelapper aan Claes Rutgersz Hessing alhier een erf aan het einde van de Paterswech bij de Lijnbaen, verkoopt Jan Tysz schoenlapper aan Gerbrent Claesz Calf een erf aan de Paterswech, en verkoopt Jan Thysz schoenlapper aan Paulus Juriaensz te Amsterdam een erf waarop de koper een huis getimmerd heeft 442. In 1651 heeft Jan Thysz schoenlapper in het openbaar een damschuit met toebehoren gekocht uit de verlaten boedel van Gerrit Jansz scheepmaecker 443.
                                                      In 1653 wordt de inventaris opgemaakt van de goederen van Philps d'Assonville gecondemneerde wegens Jan Thijsz over impost en accijns 444.
                                                      In 1654 verkoopt Claes Cornelis Borst aan Jan Thysz een huisje met een halve gang aan de Houtwech, voor 75 gld 10 st, die dit voor 100 gld doorverkoopt 445. Jan Thysz Colthoff koopt in 1655 van Wouter Arentsz van Beest een stuk land aan de Paterswech, voor 325 gld, betaald op 27 april 1659, verkoopt een stuk land aan de Paterswech aan Gillis van Ryckenroij voor 150 gld, ruilt met Gysbert Gerritsz Verlaen een huis met erve aan de Coningswegh, belend o.m. comparants zuster Marritgen Thys, voor 900 gld, koopt voor 110 gld een huis en erve aan de Houtwegh, voor 540 gld een huis en erve aan de Cloosterstraet, bekent een schuld (voldaan op 10 juni 1656), en koopt in 1656 van Anna Jansdr, weduwe van Hendrick Jansz backer, een huis, camer en erve in de Bagijnestraet voor 1300 gld 446.
                                                      Jan Thysz Colthoff verkoopt in 1657 een huis enz. in de Cloosterstraet aan Dirck Nanningsz backer voor 298 gld contant, een huis in de Cloosterstraet aan Jan Dircksz Scherp voor 700 gld contant, is belend als erfgenaam van Maritje Thys, en verkoopt aan Maijcke Symonsdr, weduwe van Claes Jansz Waecker een huis in de Bagijnestraet voor 1600 gld contant 447. In 1658 verkopen de erfgenamen van Aechtgen Laurens, weduwe van Cornelis Cornelisz Huysman, aan Jan Thysz Colthof een huis en erf op de Meyr voor een schuldbekentenis van 825 gld (voldaan op 30 april 1660), en verkopen de erfgenamen van Claes Cornelisz Laper aan Jan Thysz Colthof recht en eigendom van een opdrachtbrief 448. In 1659 ruilt Jan Thysz Colthoff met Symon Cornelisz Symonsz een erf of tuin aan de Paterswegh tegen een erf gelegen aan Eemskerckerduyn, en verkoopt Willem Aerijaensz lijndraijer aan Jan Thijsz Colthoff een huis met erf in de Kerckbuerdt voor 425 gld, voor een schuldbrief af te betalen in 3 jaarlijkse termijnen 449.
                                                      In Heemskerk verkoopt in 1659 Sijmon Cornelis Sijmonsz wonende te Beverwijk aan Jan Thijsz Colthof een erf aan Duijn in de wildernis, strekkende uit het westen oostwaarts tot aan de hoek van de wal van het oostend van de tuin van Sijmon Lourisz, strekkende ten zuiden tot aan de wal van dezelve Sijmon Lourisz, en verkoopt in 1664 Jan Tyssen Colthoff aan Jacob van Mierop, baljuw van Beverwijk, een elsbos aan Heemskerckerduijn, beheind en beplant, belend ten oosten de secretaris der stede Beverwijk, ten zuiden Sijmon Lourisz, ten noorden en westen de wildernis, voor 150 gld 450.
                                                      In 1660 verklaart Guijrtjen Steves, huisvrouw van Jan Arisz, vleeshouwer, woonachtig ter stede Beverwijk, schuldig te wezen aan Jan Thijsen Kolthof 655 gld 7 st 11 penn, edoch in mindering van de voorschreven schuld en interest cedeert zij, zo zij zegt met kennis en approbatie van haar absente man, en belooft zij Jan Thijsen te leveren zodanige goederen als haar voorschreven crediteur in arrest [=beslag] heeft genomen waarvan het register bij dit gerecht is berustende, mitsgaders te transporteren nog in mindering als voren 2 gouden ringen, en een tuigje, nog een „kaffejack” en een zilveren oorijzer, met 2 gouden baggen, welk transport Jan Thijsen, die mede compareert, accepteert in mindering van de voorschreven schuld, en als zij niet binnen deze week de voorschreven somme restitueert zal hij de voorschreven goederen als zijn vrij eigen verkopen en de penningen daarvan procederende tot afslag van de voorschreven voorschoten somme inhouden 451.
                                                      Jan Thysz Colthoff transporteert in 1660 aan Jan Dircksz buurman aan Wijk aan Duin een huis met erve op de Meijr, voor 900 gld contant, koopt van Willem van Groenhout advocaat voor het Hof van Holland en Frederick Vroom, procuratie hebbende van Claes Dircksz Hoijpoel, gewoond hebbende hier ter stede maar nu in Amsterdam, een huis met erf aan de Breestraet voor 1580 gld te betalen in 3 jaarlijkse termijnen, is aan Cornelis van Groenhout wonende te Vijanen een jaarlijks losrente van 80 gld op een lening van 2000 gld schuldig, met als onderpand een huis in de Cloosterstraet, een huis aan de Paterswegh (verkocht op 21 juni 1670) en een huis aan de Bagijnenstraet (op 6 juni 1671 verkocht aan Jacob de Groot), en koopt van Geertjen Hendrix, weduwe van Claes Hissting, een hoek erf aan de Patersweg voor 62 gld 10 st 452. In 1662 verkoopt Jan Thysz Colthof, buurman aan Wijk aan Duin, aan Jacob van Myerop, officier, en Jacob de Groot, medeschepen, de rechten op twee transportbrieven, voor 300 gld, te betalen in drie jaarlijkse termijnen 453.
                                                      In Wijk aan Duin is op 4 december 1662 Jan Thijsz Colthof, wonende te Beverwijk, aan Anthonij Chasteleijn, bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie en brandewijnhandelaar te Amsterdam, 550 gld schuldig, gesproten uit leverantie van brandewijn, met als onderpand zijn huis, erf en elsbosje in Wijk aan Duin aan de Noordzijde van de Zeewegh, belend ten westen de Wildernis, ten noorden Jacob Adrijaensz, ten oosten de Notwegh, ten zuiden de voorschreven Zeewegh (afgelost op 14 augstus 1665), verkoopt in 1663 Jan Thijsz Colthof, wonende in deze banne aan Duin, aan Cornelis Cornelisz Broer wonende te Beverwijk een huis, erf en hoekje land, genaamd de Herberg van de Weijmen, aan duin, belend ten oosten en westen Anna Gerrits, ten noorden de Seewegh, ten zuiden de weduwe van Cornelis Engelsz, voor 850 gld, en verkoopt in 1664 Jan Thijsz Colthof, wonende binnen Beverwijk, aan Dirck Engelsz wonende in Wijk aan Duin een huis met erf met het elsbosje daaraan gelegen, belend ten westen de Wildernis, ten noorden Jacob Adrijaensz en Jan Dircksz, ten oosten de Notwegh, ten zuiden de Zeewegh, belast met een rentebrief ten behoeve van Anthonij Casteleijn dd. 4 december 1662, voor 292 gld 8 st 454.
                                                      In 1663 worden op 3 en 6 maart verklaringen afgelegd ten verzoeke van Jan Thijsz Colthof, ten huize van opv. Philps Cornelisz, herbergier aan Wijk aan Duin, en Aecht van Tooren, over de verkoop van een huis van Jan Thijsz Colthof aan Cornelis Cornelisz Broer, waarbij een zwager van de requirant betrokken is 455.
                                                      In 1662 en in 1663 wordt de inventaris opgemaakt van de goederen van de gecondemneerde Jan Thijsz Colthof, bestaande uit o.m. een huis en erf bestaande uit twee woningen op de Baanen, ten verzoeke van opvolgend Trijntje Cornelis, steenkoopster en biersteekster, en Dirck Nanningsz, bakker 456.
                                                      Jan Thysz Colthof, wonende alhier, koopt in 1663 van Dirck Cornelisz Dieloven een huis met de grond aan de Coningstraet voor 575 gld, en geeft hiervoor een schuldbrief, verkoopt Jan Thysz Colthoff aan Willem Dircksz van Tooren, houtkoper, een jaarlijkse losrente van 8 gld, 10 st, verkoopt Jan Thysz Colthoff in 1664 aan Jacob van Myerop een huis en erf in de Houtstraet voor 150 gld contant, en tranporteert Maritje IJsbrants, huisvrouw van Jan Thijsz Colthof, wonende te Alphen, met procuratie van haar man gepasseerd in Alphen op de achtste van de lopende maand juni, aan Willem van Groenhout wonende te Haarlem een huis en erf aan de Breestraet, door haar man afgelopen winter aan de koper verkocht, betaald met de somma van 1500 gld, en nog een huis en smederij in de Cloosterstraet aan Jan Jansz van Egmondt en Cornelis Pietersz Metselaer, die hiervoor aan Jan Thysz Colthof 750 gld schuldig zijn 457.
                                                      In Wijk aan Duin in 1663 is Cornelis Cornelisz Broer eiser contra Jan Thijsz Colthoff wonende te Wijk aan Duin, vanwege dat eiser een huis en erf gekocht heeft van Colthoff die nalatig blijft het te transporteren en eiser 2/3 van de prijs betaald heeft, en is Jan Thysz Colthoff eiser contra Aefge (2e keer Annetje Arents), weduwe van Claes Sijmonsz Bom, en contra Gijsbert Jansz (2e keer Jansz Kaij), om huishuur van 15 gld en 18 gld 458.
                                                      In Beverwijk worden op 23 april 1663 verklaringen afgelegd over een ruzie in herberg de Swaen, waar aanwezig waren o.a. Jan Thysz Colthof en zijn huisvrouw Maritje Isbrants, tegenwoordig wonende in Wijk aan Duin. Colthof heeft Cornelis Broer uitgescholden voor een gauwdief en hem aan zijn hoofd met een kan geslagen, zodat Broer bebloed was en zijn hoofd en hals „bestookt” met bier; de huisvrouw van Jan Thysz zei dat zij hem betalen zou. 459.
                                                      In 1670 verkoopt Jan Cornelisz Poorter [notaris] als last en procuratie hebbende van Jan Thijsz Colthoff, sergeant der compagnie van de heer kapitein Mordant, garnizoen houdende in Maastricht, aan Hendrick Theunisz schoenmaker een huis en erf aan de Coningstraet, die hiervoor een schuld van 302 gld bekent, af te lossen in drie jaarlijkse termijnen, aan Dirck Symonsz Castricum een huis en erf bestaande uit twee woningen aan de Patersweg, aan Hendrick Bieling, schepen, een huis en erf in de Kerckbuert, aan Trijntje Cornelis, bejaarde dochter, een huis en erf aan de Achterwegh, en aan Mr Jacob de Groot, regent van het weeshuis, een camer met erf in de Bagijnestraet 460.
                                                      In 1655 testeert Annetje Barentsdr, huisvrouw van Jan Thijsz Colthoff, aan haar man, die aan zijn dochter Lijsbet Jans haar blauwe lakense rok moet uitkeren 461.
                                                           Uit het tweede huwelijk:
                                                      1. Maria Jans COLTHOFF, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 7 febr. 1655.
                                                           Uit het derde huwelijk:
                                                      1. Mattheis Jans COLTHOFF, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 sept. 1656.
                                                      2. Mattheus Jans COLTHOFF, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 nov. 1658.
                                                    143. (<71) Grietgen JACOBSDR, overl. vóór 17 april 1654.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Lijsbeth Jans KOLTHOF, geb. ca. 1637, zie 71.
                                                      2. Jacob Jansz COLTHOF, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 10 sept. 1645, Franse schoolmeester te Alphen aan den Rijn, tr. 1° Koudekerk 1666 Judith Baerents van OLPHEN, overl. vóór 1668, tr. 2° Valkenburg (Z.-H.) 1668 Maria de la COURT, overl. vóór 27 juli 1670, tr. 3° (nederd. geref.) Alphen aan de Rijn 27 juli 1670 Elisea Gillis BARMENTLOO.
                                                    144. (<72) (>288, >289) Dirck Cornelisz SCHAEP, geb. tussen 15 maart 1613 en 15 dec. 1613, collecteur van het gemaal (vanaf 1654), pachter van de Wage, gecommitteerde van de pacht van de bieren over Beverwijk en accijsmeester van de stede accijs, overl. tussen 31 okt. 1661 en 6 juni 1663, ondertr./tr. (schepenbank) Beverwijk 31 jan. 1638/23 jan. 1639
                                                        In Beverwijk is in 1643 Neeltgien Coemen ƒ 11:10:0 schuldig aan Dirck Cornelisz Schaep voor geleverde eetbare waren 462.
                                                        In Beverwijk is in 1652 is Dirck Schaep bij de schutterij. In 1654 leggen Joannes Croesen, notaris, en Cornelis Hermensz, gerechtsbode, ten verzoeke van Dirck Cornelisz Schaep, tegenwoordig collecteur van 't gemaal alhier, een verklaring af over Court Barentsz, heeft in 1655 Pieter Jansz Tuynman van Dirck Cornelisz Schaep en Baefgen Pietersdr, weduwe en boelhoudster van Engel Dircksz, een som van ƒ 123:3:0 ontvangen (op 9 januari 1652 waren Dirck Cornelisz en Engel Dirksz borgen voor Tomas Cornelisz, broer van Dirck Cornelisz, bij de koop van een huis en erf in de Paterssteeg), leggen in 1657 Sweer Jansz en Dirck Cornelisz Schaep, pachters van verscheiden stukken gemeen land, een verklaring af ten verzoeke van Cornelis Gerbrantsz 't Lam, pachter van de warmoeslanden, en verklaren in 1657 Willem Bartholomieus, Frans Cornelis van Poelenburgh en Cornelis Jansz van Wormer ten verzoeke van Dirck Cornelisz Schaep dat hij op 23 december 1656 van de voogden van de kinderen van Gerbrant Claes Calf een huis en erf gekocht heeft 463.
                                                        In Beverwijk verkopen in 1659 bij openbare veiling Cornelis Jansz van Wormer en Willem Bartholmeus, als voogden over de kinderen en erfgenamen van wijlen Gerbrant Claesz Calf, aan Sweer Jansz, Dirck Symonsz en Dirck Cornelisz Schaep, elk voor een derdedeel, een huis met het erf aan de Paterswegh, met nog 2 woningen onder 1 dak daaraan annex, strekkende tot aan het erf van Maritgen Cornelis toe, belend ten zuidoosten Wouter Arentsz, ten noordwesten de weduwe van Claes Hissing, voor 1700 gld, te betalen 31 mei 1659 de helft, de andere helft in 3 jaartermijnen 464.
                                                        In 1660 bekent Evert Wilmsz Schuijt, woonachtig ter stede Beverwijk, ter zake van geleende penningen schuldig te wezen aan Dirck Cornelisz Schaep, mede buurman in Beverwijk, 50 gld, edoch in mindering van de voorschreven schuld cedeert hij, debiteur, aan de voorschreven Dirck Cornelisz Schaep, zijn crediteur, een partij schelpen [steeds „schilp” i.p.v. „schelp”] omtrent 10 karren vol, liggende in Beverwijk op de Meer, mitsgaders daarenboven nog zijn nieuwe schelpkar die hij nog voor een wijle tijds mag gebruiken, en belooft nog aan zijn voornoemde crediteur tot voldoening van de voorschreven schuld te leveren 20 karren schelpen. Compareerde mede de crediteur Dirck Cornelisz Schaep die verklaarde het transport aan te nemen met belofte dat hij Evert Willemsz dienvolgens niet meer zal hebben te manen als om die 20 karren schelpen. 465
                                                        In Beverwijk getuigt in 1661 Dirck Cornelis Schaep, omtrent 48 jaren, ten verzoeke van Jan Claes Laydecker, legt in 1661 Dirck Cornelis Schaep op verzoek van de diakenen van de Gereformeerde Kerk van Beverwijk een verklaring af, en wordt in 1663 een verklaring afgelegd ten verzoeke van Willem Bouwens van der Maar, schout van Heemskerk en Castricum, waarin sprake is van een bemiddeling twee jaar geleden door Dirck Cornelisz Schaep, in zijn leven te Beverwijk woonachtig 466.
                                                        In Beverwijk transporteert op 19 augustus 1662 Neeltje Cornelis, bejaarde dochter wonende hier ter stede, als haar „onderworden” hebbende de boedel van zal. haar broer Dirck Cornelisz Schaep vanwege deszelfs nagelaten kinderen, aan Symon Cornelisz van Schoorl, schoenmaker, een huis en erf met het schuurtje aan de Breestraet, strekkende tot achter aan het erf van Cornelis Evertsz die ook ten noordoosten belend is, belend ten zuidwesten Wouter Arentsz. De achtergevel van het huis is een gemene muur met de voornoemde Cornelis Evertsz geslagen om de goot op te leggen, is bij gedoging en tot wederzeggen toe, mitsgaders het pothuis aan het schuurtje staande behoort aan de voornoemde Wouter Arentsz, voor 825 gld 467
                                                        In Beverwijk verkopen in 1675 de wettige curateurs van de desolate boedel van Sweer Jansz in zijn leven wonende alhier, en Neeltjen Cornelis Schaep, bejaarde dochter wonende alhier, als haar „onderwonden” hebbende de boedel van wijlen haar broer Dirck Cornelisz Schaep, elk voor een derdedeel, aan Dirck Sijmonsz Castricum wonende alhier 2/3 van een huis en erf in de Paterswegh met nog twee woningen onder één dak daaraan annex, strekkende tot achter het erf van Wouter Arentsz, belend ten zuidoosten Court Barentsz backer, ten noordwesten voornoemde Sweer Jansz met de koper, waarin de koper het resterende derdedeel competerende is, belast in 't geheel met 953 gld 2 st toebehorende de kinderen en erfgenamen van wijlen Gerbrandt Claes Calf, volgens een rentebrief van 7 augustus 1659, voor ƒ 635-8-0 468.
                                                    145. (<72) (>290, >291) Aeltgien WILLEMS.
                                                           Uit dit huwelijk:
                                                      1. Cornelis Dircksz SCHAEP, zie 72.
                                                      2. Claas Dircksz SCHAEP, ondertr. Beverwijk 11 dec. 1694 (zij van Amsterdam), tr. ald. 26 dec. 1694 Swaantje Claas de BRUYN.
                                                    146. (<73) (>292, >293) Jan JACOBSZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 april 1616, slotemaker, smid, overl. tussen 18 nov. 1646 en 21 okt. 1647, ondertr. 2°/tr. ald./Amsterdam 25 okt./17 nov. 1645 Machtelt JANS, ondertr. 1°/tr. Beverwijk 5/21 sept. 1642
                                                        Op 20 april 1643 bekent Jan Jacobsz Slootemaecker schuldig te wezen Claes Claesz zijn zwager 250 gld, belovende deze te restitueren binnen 6 jaar met interest tegen de penning 20 in 't jaar, verbindende al zijn smidsgereedschap en voorts al zijn goederen die hij van Joris Jansz en Dirck Jansz wonende te Heemskerk te erve zal komen te nemen 469.
                                                        In Beverwijk verkoopt in 1643 Arent Jansz Schout aan Jan Jacobsz slootemaecker een huis en erf in de Peperstraet, belend Sr Schepel, Sr Jan Brugman, Pieter Mijesz Lijndraeijer, voor 700 gld, en verkopen in 1647 Machtelt Jans, weduwe van Jan Jacobsz smit, geassisteerd met Jacob Jans Slommer oud-burgemeester en dominee Matthias Hasard, en Cornelis Claesz backer als oom en voogd van het nagelaten kind van wijlen Jan Jacobsz, aan Pieter Fassijn te Amsterdam een huis en erf in de Peperstraet voor 930 gld 470.
                                                        In 1647 worden in Beverwijk huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Arie Jansen de Wolff, jongeman van Velsen, ongeveer 29 jaar, en Machtelt Jans van Amsterdam, weduwe van Jan Jacobsen smit (doorgehaald) 471, in 1648 testeren Arie Jansen de Wolff, linnewever, en Machtelt Jans 472.
                                                             Uit het tweede huwelijk:
                                                        1. Jacob JANSZ, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 nov. 1646 (doopgetuigen Adriaen Jacobs en Annetge Jacobs).
                                                      147. (<73) (>294, >295) Aeltgen CLAES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 8 jan. 1617, overl. vóór 25 okt. 1645.
                                                             Uit dit huwelijk:
                                                        1. Trijntje JANSDR, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 23 aug. 1643, zie 73.
                                                      148. (<74) (>296, >297) Jan Jansz HEN, ondertr./tr. Uitgeest 2/16 okt. 1639
                                                          In Uitgeest in 1635 bekennen Cornelis Bruynsz Welbooren en Frans Cornelisz, armenvoogden, schuldig te zijn aan Jan Jansz, het nagelaten weeskind van zal. Trijn Gerritsdr geprocreëerd bij Jan Jansz Coopman op Assum, een jaarlijkse losrente van 9 gld 10 st, losbaar met 190 gld 2 st 8 penn (waarop op 17 mei 1639 Philips Cornelisz, weesmeester, in mindering ƒ 9-2-8 betaald heeft), en bekent Heijndrick Hesselsz Scheepmaecker te Uitgeest schuldig te zijn aan Jan Jansz de zoon van Jan Jansz Coopman Jan op Assum 300 gld, te betalen te weeskamer mei eerstkomende, en stelt tot onderpand zijn huis en erf genaamd het Bockumhuijs, belend ten oosten de Buijtendijcxmeer, ten zuiden Dirck Baert, ten westen Otto Dircxz, ten noorden de Nieuwlandtsloot (op 15 mei 1635 ten volle betaald) 473.
                                                          In Uitgeest bekent in 1635 Joris Maertsz, onze buurman op Assum, schuldig te zijn aan Jan Jansz, het nagelaten weeskind van zal. Trijn Gerritsdr geprocreëerd bij Jan Jansz Coopman op Assum, een jaarlijkse losrente van 15 gld, losbaar met 300 gld, met als borg Dieuwer Gerritsdr, de moeder van zijn huisvrouw, die tot onderpand stelt de helft van een stuk land genaamd de Haegen op Assum, groot in 't geheel omtrent 2 morgen 2 snees, belend ten oosten de Haegen, ten zuiden Geesemeer, ten westen de Veert, ten noorden de Tuijntgens. Op 5 april 1659 stelt Joris Maertsz tot een speciale hypotheek 2 akkers land op Assum, genaamd de Gansackers, groot omtrent 10 snees, belend ten oosten de comparant, ten zuiden de Keerdyck, ten westen Hessel Jansz, ten noorden de Binneven. Op 11 juni 1641 compareerde Jan Jansz Hen als getrouwd zijnde en bekende van deze voldaan te zijn. 474
                                                          Op 27 mei 1640 bij de doop in Uitgeest van Theunis Janssen heette de vader Jonge Jan Jansen Hen op Assum; op 5 mei 1644 bij de doop van Jacob Jansz was de vader Jan Jansz Hen op 't Nieuwlant.
                                                          In Uitgeest is in 1641 Jan Jansz Jonge Jan Hen, buurman te Uitgeest, eiser contra Pieter Jansz aldaar, om betaling van 6 gld 15 st hem competerende van de penningen die de eiser onder hem heeft van de boomgaard van de Heer van Jaersvelt; de gedaagde zegt tevreden te zijn met de eiser (zij hebben kersen verkocht in Amsterdam, en hadden een „gemene buyl” 475.
                                                          In Uitgeest verkopen in 1643 Steffen Jansz en Cornelis Fredericxz, beiden onze buurluiden, ook voor alle andere erfgenamen van Duijff Jansdr, in haar leven onze buurmeid, aan Jan Jansz Hen onze buurman een huis met zijn erf op de Nieuwendam, belend ten oosten Jan Jacobsz Vennen, ten zuiden de Nieulandersloot, ten westen Dirck Otsen, ten noorden de Nieulanderwech 476.
                                                          In Uitgeest verkoopt in 1650 Dirck Fransz aan Jan Jansz Hen mede onze buurman een stuk land in de Dieleven, groot omtrent 11 meermorgen, belend ten oosten Gerrit Bruijnsz Alckemade, ten zuiden en westen de Ringsloot, ten noorden Cornelis Bruijnsz Alckemade 477, en bekent in 1651 Jan Jansz Hen, onze buurman op 't Nieuwelant, schuldig te zijn aan Wouter Jansz, onmondige zoom van Jan Woutersz op Assum geprocreëerd bij zal. Neeltjen IJsbrants zijn eerste huisvrouw, een jaarlijkse losrente van 4 gld 10 st, te lossen met 100 gld, met als onderpand een stuk land in de Dieleven, groot omtrent 1 meermorgen, belend ten oosten Gerrit Bruijnsz, ten zuiden en westen de Ringhsloot, ten noorden Cornelis Bruijnsz Welbooren (op 29 april 1657 is 50 gld afgelost, op 27 april 1660 de andere 50 gld) 478.
                                                          In Uitgeest verkoopt in 1666 Jan Jacobsz Nes, als getrouwd hebbende Elsjen Jansdr, wonende in de Beverwijk, aan Jan Jansz Hen, onze buurman, halve broer van de voornoemde Elsjen Jans, een zevendepart in een stuk land in de Groote Sien, genaamd Fijenven, groot in 't geheel 17 snees 5 roeden, belend ten oosten de weg, ten zuiden 't Schijtenest, ten westen de Coochdijck, ten noorden Jan Sweeren, voor 140 gld, zo ook in 1667 Gerrit Jansz Hen, wonende op Assum, aan zijn [halve] broer 479.
                                                          In Uitgeest verkopen in 1667 Phillipsz Claesz Prins, oud-schepen binnen dit dorp, en Jan Jansz Hen, elk voor henzelf en samen voor al degenen dit engiszins aangaande, aan Pieter Baertsz Matselaer, mede onze buurman, 5 zesdeparten van een huis met zijn erf op de Loet, waarvan de voornoemde Pieter Baertsz het resterende zesdepart toebehoort, belend ten noordwesten en noordoosten de gemene weg, ten zuiden de voornoemde Pieter Baertsz zelf, voor 416 gld 14 st, en verder Phillips Claesz Prins, oud-schepen binnen ons dorp, Pieter Baertsz Metselaer en Jan Jansz Hen, beiden onze buurluiden, voor henzelf en samen voor al degenen dit enigszins competerende, aan Gerrit Tijmonsz, waard in de Swan binnen ons dorp, 5 zesdeparten in een stuk land in Benes genaamd Adroven [?], waarvan de voornoemde Gerrit Tijmonsz 't resterende zesdepart toekomt, groot in 't geheel in 't morgenboek 25½ snees 8 roeden, belend ten oosten het land van Claes van den Rijn en de Benesserdijck, ten zuiden een notsloot, ten westen de Diesloot, ten noorden de schout alhier, voor 1333 gld 7 st 480.
                                                          In Uitgeest verkoopt in 1670 Claes Jansz Buijs wonende te Wijk op Zee aan Jan Jansz Hen onze buurman een zevendepart in een stuk land in de Groote Sien, groot in 't geheel 17 snees 5 roeden, belend ten zuiden Jan Gerrit Baertsz, ten westen Jan Sweren, ten noorden de weg, voor 134 gld 481.
                                                          In 1672 bekent Theunis Pietersz, buurman te Uitgeest, een schuld van 130 gld, tegen een jaarlijkse interest van 5 gld 4 st, met als borgen Jan Jansz Hen, zijn schoonvader, en Theunis Jansz Hen, broer (boven staat 'zwager') 482.
                                                          In Uitgeest verkoopt in 1674 Claes Jansz Hen wonende in Beverwijk aan Jan Jansz Hen een zevendepart in een stuk land in de Sijen genaamd Fijenven, groot in 't geheel omtrent 18 snees, belend ten westen Jan Sweren, ten zuiden Jan Gerrits Borts, ten noorden de weg, voor 129 gld 483.
                                                          In Uitgeest bekent in 1683 Jan Jansz Hen wonende alhier gelicht te hebben uit de penningen toekomende de 3 kinderen van Cornelis Teunis en Aeffien Alberts 100 gld tegen 4 ten honderd, met als onderpand een stuk land in de Sijen genaamd Fijenaert, groot omtrent 18 snees, belend ten zuiden 't Schijttenest, ten noorden Jan Sweeren (50 gld afgelost op 1 januari 1686 en nog 50 gld op 1 juni 1686), en evenzo in 1686 uit de penningen toekomende de dochter van Sijmen Lemmeringh op Marcken 50 gld tegen 4 ten honderd, met als onderpand hetzelfde land (op 3 juli 1687 afgelost) 484.
                                                          In Uitgeest verkoopt in 1687 Jan Jansz Hen wonende alhier aan Cornelis Gerritsz Alckemade een stuk land in de Dielevenmeer, groot 1 meermorgen, belend ten noorden Pieter Cornelisz, ten zuiden de vaart, voor ƒ 180 485.
                                                          In Uitgeest zijn in 1690 Jan Jansz Hen, Gerrit Cornelisz, Trijn Cornelis van Neck, wonende alhier, Dieuwer Bonsies wonende op Krommeniedijk en de erven van Dieuwer Dircx wonende in de Rijp, elk voor een vijfdepart erfgenaam [volgens hen] van zal. Gerrit Tijmonsz alhier overleden, eisers, contra Cornelis Gerritsz Alckemade en Garbrant Gerritsz Smit, mede alhier, als bij testament van zal. Anne Claes (gewezen weduwe en boedelhoudster van de voornoemde Gerrit Tijmonsz) gesteld tot executeurs. De eisers willen de nagelaten goederen van Gerrit Tijmonsz of het geld ervan. In hetzelfde jaar zijn Jacob Otse c.s., zich sterk makende voor de verdere erfgenamen van Gerrit Tijmonsz zal., eisers contra Jan Jansz Hen en consorten. Deze eisers maken ook aanspraak op de erfenis; de ouders van Jacob Otse c.s. waren zusterlingen van Gerrit Tijmons. Op de zitting van 23 januari 1691 verlangen schepenen dat de partijen elk 4 zilveren ducatons inleggen om rechtsgeleerden te consulteren [einde verhaal]. 486
                                                          In Uitgeest trouwt gereformeerd op 16 oktober 1639 Jan Janssen, jonggezel van Assum, met Aechte Jans, jongedochter van Akersloot; proclamaties gedaan op 2 oktober in Uitgeest en Akersloot. Op 17 februari 1647 doen Jan Jansz en zijn wijf Aechte Jans belijdenis in Uitgeest.
                                                      149. (<74) Aechte JANS.
                                                             Uit dit huwelijk:
                                                        1. Theunis Jansz HEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 27 okt. 1640, zie 74.
                                                        2. Jacob Jansz HEN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 5 mei 1644.
                                                        3. N.N. Jans HEN, tr. Theunis PIETERSZ, geb. ca. 1647 487.
                                                        4. Gerrit Jansz HEN, geb. ca. 1648 487.
                                                      150. (<75) (>300, >301) Pieter Pietersz WELBOREN, geb. ca. 1590 488, overl. vóór 28 april 1643, tr.
                                                          In Uitgeest in 1623 verkoopt Pieter Pietersz Welboren, onze buurman aan de Hoendijck, aan Jacob Nyelen, mede onze buurman, omtrent 2 mad land liggende gemeen in een stuk land genaamd Dirck Willemenven, groot in 't geheel 4 morgen, belend in 't geheel ten noorden de ven in de hoek, ten zuiden de Hoogendicjk, ten noorden het Kerkhoff, met de bepaling dat Jacob Nyelen altijd de vrijheid zal hebben om zijn koeien over de werf van de comparant te drijven mits Jacob altijd zijn koeien zal drijven voor zijn huis om en bewesten het huis heen tot 't water toe, en verkoopt Fop Oodewynsz aan Pieter Pietersz Welboren, beiden onze buurluiden, omtrent 1 morgen land wezende een vierdepart van de Hoycamp, het gehele land groot geweest 4 morgen, belend ten noorden Claes Jacobsz met zijn vierde, ten oosten de Nijenhemsloot, ten westen de Nauwelaen, ten noorden de Rooven 489.
                                                          In Uitgeest is in 1624 Pijeter Pietersz, welboren man wonende te Uitgeest, eiser contra Aerjan Cornelis Goesinnen, waard in de Vergulde Valck alhier, om betaling van 18 gld 12 st ter zake van koop van een vet varken, en nog 6 st 8 penn van voorgeschoten waaggeld (schepenen condemneren de gedaagde) 490.
                                                          In Uitgeest wordt in 1625 voor de 200e penning onder de Leegen ende Hoogendyck Pieter Pietersz Welboren aangeslagen voor ƒ 15 491.
                                                          In Uitgeest verkoopt in 1633 Claes Gerritsz Visscher onze buurman aan Pieter Pietersz Welbooren mede onze buurman een stuk land in de Broeck genaamd de Langehemmen, groot omtrent 2 maden 1 snees, belend ten oosten Fillipsenven, ten noorden en zuiden mede de Lange Hemmen, ten westen de Hemsloot, en Pieter Pietersz Welbooren aan Cornelis Fopsoon onze buurknecht een half mad land gemeen in een stuk land in de Broeck genaamd de Groote Cooch, belend in 't geheel ten oosten Joorijsencooch, ten westen Jannencooch, ten zuiden Siericxven, ten noorden de Cleijne Hagen en Salienven 492.
                                                          In Uitgeest bekennen in 1650 Guijrte Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz Welbooren, geassisteerd met Claes Jansz haar wettelijke gecoren voogd, Jan Pietersz, zoon van de voornoemde Guijrte Cornelisdr, Sijmon Harmensz, wettelijke voogd van Sieutgen Pietersdr, en Claes Cornelisz Welbooren, wettelijke voogd van Guijrtgen Pieters, beiden mede kinderen van de voornoemde Guijrte Cornelisdr, samen ook voor Dirck Pietersz en Wouter Pietersz hun broers, schuldig te wezen aan Wouter Jansz, nagelaten onmondige zoon van wijlen Neeltgen IJsbrants geprocreëerd bij Jan Woutersz, allen buurluiden alhier, een jaarlijkse losrente van 13 gld 10 st, hoofdgeld 300 gld, met als onderpand een stuk land in de Broeck genaamd de Langen Hemmen, groot omtrent 2 maden, belend ten oosten Jonge Willem, ten zuiden Duijffgen Gerrits, ten westen de Hemsloot (geroyeerd op 4 december 1654, de penningen betaald zijnde aan Claes Jansz lakenkoper, voogd van Wouter Jansz) 493.
                                                          In Uitgeest verkopen in 1654 Jan Pietersz voor hemzelf, Sijmen Harmensz als voogd van Sieutgen Pietersdr, Jan Claesz van 't Sant als voogd van Guijrtjen Pietersdr, en Dirck Jansz als man en voogd van Neeltjen Pietersdr, allen achtergelaten kinderen van zal. Pieter Pietersz Welbooren en Guyrte Cornelisdochter, in hun leven buurluiden binnen ons dorp, tezamen ook voor Wouter Pietersz hun broer, aan Dirck Pietersz, mede zoon van de voornoemde Pieter Pietersz en Guijrte Pieters, een stuk land in de Broeck genaamd de Langen Hemmen, groot omtrent 33 snees 8½ roede, belend ten oosten Willem Claesz, ten zuiden mede de Langen Hemmen, ten westen de Hemsloot, ten noorden Amcker Huijgen. Compareerde mede Dirck Pietersz en verklaarde ten volle voldaan te zijn van zijn vaderlijke en moederlijke erfenis, verklarende mitsdien niet meerdere actie te hebben op de boedel van zijn vader en moeder, maar dat de verdere goederen altemaal zijn voornoemde broers en zusters toebehoren. 494
                                                          In Uitgeest bekent in 1658 Ghijsbert Jacobsz Welbooren, buurman aan de Sint Aechtendijck, schuldig te wezen aan Sieutjen Pieters en Guijrtje Pieters dochteren, onmondige nagelaten kinderen van zal. Pieter Pietersz Welbooren en Guijrte Cornelis, in hun leven mede buurluiden aldaar, een jaarlijkse losrente van 200 gld, met als onderpand een morgen land gemeen in een stuk land in de Vuijtgeeterbroeck genaamd Dirck Willemenven (op 24 juni 1661 geroyeerd ten bijwezen van Gijsbert Gerritsz van Assendelft, broer van de huisvrouw van Gijsbert Jacobsz Welbooren) 495.
                                                          In Uitgeest bekent in 1658 Claes Bruijnsz Alckemade, buurman alhier, schuldig te wezen aan Sieutjen Pieters en Guijrtjen Pieters dochteren, onmondige achtergelaten kinderen van zal. Pieter Pietersz Welbooren, in zijn leven wonende aan de Sint Aechtendijck, een jaarlijkse losrente van 8 gld, hoofdgeld 200 gld, met als onderpand een stuk land in de Broeck genaamd Huijgenven, groot 35 snees, belend ten oosten het Matje, ten zuiden Pelsbroeck, ten westen Cornelis Roeleven kinderen, ten noorden het gasthuisland (afgelost op 5 april 1667) 496.
                                                          In Uitgeest in 1658 verkopen Sijmon Harmensz en Jan Claesz van 't Sant, oud-schepenen binnen ons dorp, als wettelijke gecoren voogden van Sieutje Pieters en Guijrtjen Pieters, achtergelaten kinderen van zal. Pieter Pietersz Welbooren in zijn leven onze buurman, aan Claes Tomasz van Heemskerk, tegenwoordig wonende binnen ons dorp, een huis met zijn erf aan de Sint Aechtendijck, zijnde annex het huis toebehorende Gijsbert Jacobsz Welboren en zijn zuster, belend ten oosten Dirck Willemszven, ten zuiden voornoemde Gijsbert Jacobsz Welbooren, ten westen de Notsloot, ten noorden de Hemsloot, bezwaard met een losrente van 8 gld jaarlijks, losbaar met 200 gld, door de voornoemde comparanten ten voordele van de voornoemde kinderen gelicht blijkende bij een constitutiebrief voor dit gericht gepasseerd op 10 juni 1657 ten behoeve van Cornelis Coeslager predikant te Hem, en bekent Claes Thomasz van Heemskerk, tegenwoordig binnen ons dorp, de voorgaande koop voor 675 gld, te betalen op 3 termijnen 497.
                                                      151. (<75) Guyrte CORNELISDR.
                                                          In Uitgeest verkoopt in 1643 Guyrte Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz Welbooren, onze buurvrouw, geassisteerd met Claes Jansz Alen onze buurman haar gecoren voogd in dezen, aan Jr Jacob Nobel, poorter te Alkmaar, een stuk land in de Broeck genaamd de Hoeijcamp, groot omtrent 8 geerzen 3 snees 7½ roede, belend ten oosten het Soerlant, ten zuiden de Hemsloot, ten westen de Nauwelaen, ten noorden de Roeven 498.
                                                          Op 4 september 1652 testeert Guijrtgen Cornelisdr, weduwe van Pieter Pietersz Welbooren, wonende aan de Sint Aechtedyck, op haar bedde liggende en naar lichaam niet wel te passen. Zij benoemt tot universele erfenamen Jan Pietersz, Dirck Pietersz en Wouter Pietersz, haar 3 zonen, mitsgaders Neltgen Pieters, Sieutgen Pieters en Guyrtgen Pieters, haar 3 dochters, in gelijke portiën, mits conditie dat haar na te laten goederen ongescheiden zullen moeten blijven totdat haar 2 jongste dochters gekomen zullen zijn tot de ouderdom van 25 jaren, die ook uit de gemene boedel onderhouden zullen moeten worden. 499
                                                               Uit dit huwelijk:
                                                          1. Jan Pietersz WELBOREN.
                                                              In Uitgeest is in 1662 Jan Pietersz Welboren eiser contra Cornelis Fransz wonende aan de Sinte Aechtendyck, om betaling van 40 gld als beschadide borg 500.
                                                          2. Dirck Pietersz WELBOREN, schipper.
                                                              In Uitgeest verkoopt in 1661 Lijsbet Jans, onze buurvrijster, zo nodig geassisteerd met onze secretaris als voogd in dezen, aan Dirck Pietersz Welbooren, schipper, onze buurman, een huis met zijn erf in Bonckenburch, het erf breed 14 voeten, lang 119 voeten, belend ten oosten de Smaelwegh, ten zuiden Neeltjen Jacobs, ten westen Joost Jansz, ten noorden Guijrt Jan Swans, waarna de koper de koop bekent voor ƒ 537:10:0 en betaling belooft in 3 termijnen met als onderpand het gekochte 501.
                                                          3. Wouter Pietersz WELBOREN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 23 maart 1631, tr. Claartje JANS.
                                                              In Wijk aan Duin hebben in 1709 Jan Woutersz Welboren, zoon van Claartje Jans, Pieter Florisz als in huwelijk hebbende Maart Jans, en Lysbet Jans meerderjarige dochter, allen wonende te Uitgeest, ieder voor 1/3 erfgenaam van wijlen Huijgh Jansz, openbaar verkocht aan Jan Symonsz Boon, mede wonende te Uitgeest, 1 morgen land van 800 roeden Hontsbosse maat, in Wijckbroeck, zijnde een vogelkooi, belend ten noordoosten de „Naarden” van heer Isnout van Veen, ten zuiden de Weligenberg en stadsland, ten westen Maart Jans op Hoogdorp, voor 1900 gld 502.
                                                          4. Neeltje Pieters WELBOREN, tr. Dirck JANSZ.
                                                          5. Sieuwtje Pieters WELBOREN, ged. (nederd. geref.) Uitgeest 12 maart 1634, zie 75.
                                                          6. Guijrtje Pieters WELBOREN.
                                                        156. (<78) Jan van de VELDE, tr.
                                                        157. (<78) (>314, >315) Philippijntgen COLPAERTS.
                                                            In Vianen verklaarden in 1646 Peter van Venlo als de administratie gehad hebbende van Hans jansz Geerts, door hem, benevens Jan van de Velde zal. in zijn leven man en voogd van Philippijntgen Colpers en Engel Tienpont geërfd, van de nagelaten goederen van Lysbetgen en Tannegen Vermeer, mitsgaders voornoemde Philippijntgen Colpers nu weduwe van voornoemde Jan van de Velden, tezamen ten verzoeke van Hans Jansz Geerts, waarachtig te zijn dat zijn aangedeelde erfenis niet meer is dan volgens de staat van de voorschreven goederen door ons gemaakt 503.
                                                            In Vianen transporteert in 1649 Philippijntgen Colperts, geassisteerd met Hendrick van Westervelt schepen als haar gecoren voogd in dezen, als het recht bij erfenis verkregen hebbende van deze annexe rentebrief door dode van Elijsabeth Vermeers haar moei, aan Marichgen Frans weduwe van Adriaen Dircxz Brouwer zekere rentebrief van 150 gld kapitaal gepasseerd dd. 21 september 1627 504.
                                                            in Vianen transporteert in 1657 Philippijntgen Colpaerts weduwe van Jan van de Velden wonende binnen deze stede, als 't recht bij loting verkregen hebbende van Hans Jansz Gerrits, aan Daniel Jans Dorpels mede wonende alhier een rentebrief van 30 ponden van 40 groten 't pond 's jaars, sprekende op 't comptoir van Johan van Berckel ontvanger-generaal over de gemene middelen van Holland en Westfriesland in dato 24 februari 1644, en transporteert in 1660 Philippijntjen Vermeer [sic] weduwe van Jan [ ], geassisteerd met Hans Hanssen Backer haar zoon, aan Joffr. Commerina van Zasburg weduwe van Cornelis van der Haven een rentebrief van 250 gld kapitaal renterende jaarlijks 50 gld, door Cornelis Hermansz van Wesel voor schout en schepenen alhier ten behoeve van Anneken Vermeer op 11 februari 1633 gepasseerd, waarvan comparante door erfenis 't recht verkregen had, gevestigd op zeker huis en erf binnen dezer stede aan de Oostzijde van de Voorstraet, en bekende door handen van Johan van de Wege met gelijke somme betaald te zijn 505.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Hans Jansz van de VELDE, zie 78.
                                                          164. (<82) (>328) Antonis Cornelisz van STEENHUIS  506, geb. Geldermalsen ca. 1600, schout van Wadenoyen, in 1645 buurmeester van Geldermalsen, overl. Geldermalsen (woonde bij overlijden op 't Westerhout), tr. N.N.
                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                            1. Cornelis Theunisz van STEENIS, zie 82.
                                                            2. Hendrick van STENIS, geb. Geldermalsen ca. 1645, overl. 1717, tr. ald. Maria Gobelsdr van VERSENDAAL, overl. 1721, dr van Gobel van VERSENDAAL.
                                                                Hendrick van Stenis kocht op 28 februari 1696 het door hem gepachte Gelderse leen 't Klein Westerholt te Geldermalsen, en werd op 10 augustus 1696 daarmee beleend.
                                                            3. Beatrix van STEENIS, tr. Claes BROUWER, zn van Hendrick BROUWER.
                                                            4. Melchior van STEENIS.
                                                            5. Aagte van STEENIS, tr. Goosen Gobelsz van VERSENDAAL, zn van Gobel van VERSENDAAL.
                                                            6. Antonya van STEENIS.
                                                          166. (<83) (>332, >333) Lucas Gerritsz HELDERMAN, geb. Beverwijk ca. 1600, glazenmaker, schepen ald., gasthuismeester 507 ald., overl. vóór 23 sept. 1666, ondertr. (nederd. geref.) Amsterdam (Oude Kerk) 8 mei 1627 als Luycas Gerritsz uit de Beverwijk, glazemaker, oud 26 jaar, wonende in de Beverwijk, met, als Teuntie Gerrits van Amsterdam, oud 24 jaar, geassisteerd met haar moeder Aecht Wienis, weduwe, in de Korte Tuynstraet,
                                                              In Beverwijk verkoopt in 1646 Dirck Pietersz Brugman aan Lucas Gerritsz Helderman een huis en erf in de Nieuwe Steech 508, leggen in 1648 Lucas en Claes Gerritsz Helderman een getuigenis af ten verzoeke van Jan Willemsz te Petten, over een kwestie tussen requirant en de schout van Castricum, ten huize van Laurens Gerritsz Helderman, en is in 1664 Lucas Gerritsz Helderman regent van het armenweeshuis 509.
                                                              In 1663 verkoopt in Beverwijk Lucas Gerritsz Helderman, oud-schepen, als mede-erfgenaam van Pieter Gerritsz Sleutel, voor een negendepart, alsook procuratie hebbende van de anderen voor 7/9, aan Willem Jacobsz Kuijper, mede-erfgenaam, de voorschreven 8/9 in een huiscustingbrief ten laste van Cornelis Jansz Plugh te Alkmaar (gevolgd door een kopie van de procuratie voor notaris Cornelis van Heijmenberch te Alkmaar dd. 21 januari 1662) 510.
                                                              In Beverwijk verkopen op 21 oktober 1668 Jan Gerritsz Verlaen, thesaurier van Beverwijk, als testamentaire voogd van Marritjen Isaacs, nagelaten minderjarige dochter van Neeltje Lucas Helderman geprocreëerd bij Isaac Egbertsz, „bloockemaeker” te Amsterdam, en Cornelis Theunisz van Stenis, vleeshouwer, als man en voogd van Aechtjen Lucas Helderman, dochter en dochterskind en mede erfgenaam, elk voor een vierdepart, van wijlen Lucas Gerritsz Helderman en Teuntjen Gerrits, in hun leven echte man en vrouw, aan Marritjen en Annetjen Lucas Heldermans, bejaarde dochters, de gerechte helft in een huis met het erf in de Nieuwe Steegh, strekkende achter tot aan de erfgenamen van Cruijsveldt, belend ten zuidoosten Cornelis Hermansz, ten noordwesten Maritjen Willems, voor 200 gld, waarvan de wederhelft de koopsters competeert, zoals het door hun ouders bewoond en bezeten geweest is 511.
                                                              In Beverwijk hebben in 1668 Maritje Lucas Heldermans, Annetie Lucas Heldermans, Cornelis Theunis van Stenis vleeshouwer, man en voogd van Aechtje Lucas Heldermans, en Jan Gerrits Verlaen als voogd van Maeritje Isaacs nagelaten minderjarige dochter van wijlen Neeltje Lucas Heldermans, allen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van wijlen Lucas Gerrritsz Helderman en Teuntjen Gerrits, alle roerende goederen geschift en gescheiden, belovende dat Maritgen en Annetie voornoemd zullen genieten de boelgave en de uitzet van Neeltje Lucas uit de goederen van Maeritje Isaacs, de somme van 25 gld 512.
                                                              In Beverwijk testeren in 1658 Lucas Gerritsz Helderman, glazemaker, en Teuntje Gerrits, zijn huisvrouw, op elkaar, en nomineren in 1665 Lucas Gerritsz Helderman en Theuntje Gerrits zijn vrouw Jan Gerritsz Verlaen tot voogd over Maritjen Isaecs, minderjarige dochter van Neeltje Lucas, die hun dochter was, wonende te Amsterdam 513.
                                                          167. (<83) (>334, >335) Teunisge GERRITSDR.
                                                              In Beverwijk getuigt in 1655 Theuntjen Gerrits, huisvrouw van Lucas Gerritsz Helderman, ten verzoeke van Trijn Jans, vroedvrouw 514.
                                                              In Beverwijk testeert op 23 september 1666 Teuntjen Gerrits, weduwe van Lucas Gerritsz Helderman, ziek te bedde. Zij begeert dat al haar roerende oederen zullen blijven aan Marittjen, Aechtjen en Annetje Lucas, haar drie dochters, mits zij zullen uitkeren aan Marittjen Isaacs haar dochters dochter 60 gld, en dat Marittjen en Annetjen in de nering zullen blijven zitten als comparante is doende en vooruit zullen trekken als haar dochters Neeltje zal. en Aechtje voor bruiloft en uitzet hebben genoten. 515 Op 21 juli 1668 wil Teuntjen Gerrits, weduwe van Lucas Gerritsz Helderman, dat haar dochters Maritjen en Annitje na dode van haar, comparante, zullen blijven huurdersen van het Gemeneland 516.
                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                              1. Gerrit Lucasz HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 april 1628 (doopgetuige Claes Gerritsen).
                                                              2. Maria Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 dec. 1629 (doopgetuige Trijn Pieters).
                                                              3. Maritge Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 febr. 1631 (doopgetuige Maritge), bewaarster van de Waag te Beverwijk in 1670 517, ondertr./tr. ald. 28 nov./14 dec. 1681 Jan Cornelisz VELSEN, wedn. van N.N.
                                                                  In Beverwijk testeren in 1669 Annetie Lucas Heldermans, bejaarde dochter, en Maritje Lucas Heldermans, bejaarde dochter, op de langstlevende 518.
                                                              4. Grietge Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 febr. 1633 (doopgetuige Grietgen Francen).
                                                              5. Johannes Lucasz HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 okt. 1634.
                                                              6. Aegje Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 nov. 1635, zie 83.
                                                              7. Neeltje Lucas HELDERMAN, overl. vóór 29 maart 1665, ondertr. (nederd. geref.) Amsterdam 31 maart 1660 (ingetekend op de acte van Simon van Breen, predikant te Beverwijk) Isaec EGBERTSZ, geb. ald. ca. 1633, bij huwelijk bloockemaker in de Binnenbroidziedersstraet.
                                                              8. Gerret Lucasz HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 april 1640 (doopgetuigen Maertien Claes en Geertien Gerrits).
                                                              9. Annetje Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 sept. 1641 (doopgetuige Guiert Meijnderts), ondertr./tr. ald. 20 sept./6 okt. 1669 Jan Jansz VERLAEN, ged. (nederd. geref.) ald. 2 nov. 1644 (doopgetuigen Wouter Gerritsz [Verlaen], Lysebeth Gerrits), schoenmaker, zn van Jan Gerritsz VERLAEN en Maritge GERRITSDR.
                                                                  Op 5 maart 1662 doet Annetie Lucas te Beverwijk belijdenis.
                                                                  In Beverwijk verkoopt in 1669 Jan Jansz Verlaen, schoenmaker, man en voogd van Annetje Lucas Helderman, aan Marritjen Lucas Helderman zijn schoonzuster de helft in een huis en erf in de Niewe Steegh, strekkende tot de erfgenamen van Cruijsveldt, belend ten zuidoosten Cornelis Hermansz, ten noordwesten Maritie Willems, waarvan de koperse de wederhelft competerende is, voor 400 gld 519.
                                                                  In Beverwijk bekent in 1690 Annitje Lucas Helderman weduwe van Jan Jansz Verlaan, wonende binnen dezer stede, schuldig te zijn aan Claes de Groot, oud-schepen alier, 300 gld, waarvan 200 gld ontvangen is door haar vooornoemde man op 24 april 1784 en door haar 100 gld, tegen 4 gld van de honderd gld in 't jaar, verbindende haar huis en erf in de Nieuwe Steegh tot achteraan het erf van Jan van Toorn, belend ten noordwesten Jan Gerritsz Gorter, ten zuidosten Jacob Jansz Boogaert, en bekent in 1692 Antje Luijcas Helderman, weduwe en boedelhoudster van Jan Jansz Verlaen, wonende binnen dezer stede, schuldig te zijn aan de heren burgemeesters dezer stede 131 gld over pacht van de waag van het jaar 1690, tegen 4 gld ten honderd interest, met als onderpand haar huis en erf in de Nieuwe Steegh, belend ten noordwesten Jan Gerritsz Gorter, ten zuidoosten Jacob Jansz Boogaerdt 520.
                                                                  In Beverwijk verkoopt in 1697 Annitje Luycas, weduwe van Jan Jansz Verlaen en mede als voor de helft erfgenaam van Marritje Luijcas, wonende binnnen dezer stede, aan Jan Blom alhier een huis en erf in de Nieuwe Steegh, strekkende tot achter aan 't erf van Jan van Toorn, belend ten zuidoostem Jacob Jansz van den Boogaert en de erfgenamen van Cruijsvelt, ten noordwesten Cornelis Pietersz Backer, voor 500 gld 521.
                                                              10. Gerret Lucasz HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 sept. 1643 (doopgetuigen Jan Gerritsz en Geertje Reijniers).
                                                            168. (<84) (>336, >337) Banckeris CORNELISZ, geb. ca. 1601, schepen van Wijk aan Duin, overl. Heemskerk 24 nov. 1682, tr. 1° Maritje THOMAS, dr van Thomas AERIAENSZ en Aeff FLORISDR, tr. 2°
                                                                In 1651 heeft Banckeris Cornelisz, schepen van Wijk aan Duin, wonende op 't Hofland, een schuld aan Caspar Swaen, advocaat te Haarlem, en in Heemskerk verkopen in april 1652 Cornelis Claesz Borst, poorter van Beverwijk, en Bancras Cornelisz, buurman op 't Hofland, erfgenamen van Joris Jansz en Dirck Jansz, ook voor alle andere erfgenamen, aan Garrebrant Laurisz, bakker en buurman te Heemskerk, een huis en erf in de Kerckbuyrt, belend ten westen de Kerckwech, ten noorden Pieter Jansz, ten zuiden Maritje Baertsdr, ten oosten de koper, voor 700 gld te betalen op twee eerstkomende meidagen, aan Cornelis Laurisz Stuyffzant twee akkertjes land liggende zij aan zij, genaamd Pieter Willemszacker, belend ten zuiden de heer van Assendelft, ten westen de Waterackerhoffbeeck, ten noorden de kerkmeesters van Heemskerk, en aan Reynier Claesz, poorter van Beverwijk, drie krochten land in 't Breetslach, belend ten westen de Grote Houtwech, ten noorden de weduwe van Gerrit Wildeman en de kinderen van Neel Jans, ten oosten Cornelis Willemsz, ten zuiden het Breetslachbeeckje, Dirck Frerixs Kayser en Cornelis Willemsz 522.
                                                                In 1661 wordt in Beverwijk een verklaring afgelegd door o.m. Pancras Cornelisz op 't Hofland, omtrent 60 jaar, die 32 jaar op zijn woonplaats heeft gewoond, en heeft in Wijk aan Duin Ytien Tomas, weduwe van Jan Pietersz, thans wonende te Heemskerk, aan Bankris Cornelisz, buurman op het Hoflant, een huis en erf op het Hofland verkocht, belend ten oosten Cornelis Tomasz, ten zuiden de heer van Hogersmilde, ten westen de Achterwegh, ten noorden Laurens Jacobsz, voor 975 gld, te betalen over drie jaar 523.
                                                                     Uit het eerste huwelijk:
                                                                1. Anne BANCKRISSE, ged. (r.-k.) Heemskerk 22 aug. 1630.
                                                              169. (<84) (>338, >339) Neeltje THOMAS.
                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                1. Thomas BANCKERISZ, ged. (r.-k.) Heemskerk 6 jan. 1638, zie 84.
                                                                2. Cornelis BANCKERISZ, schepen van Wijk aan Duin 524, tr. (r.-k.) Heemskerk 18 sept. 1682 Annetie LAURIS.
                                                                    In Uitgeest verkopen in 1661 de weduwe en erfgenamen van zal. Dirck Sijmonsz en de kinderen van zal. Duijff en Acht Sijmons, allen onze buurluiden, onder wie Anna Jansrdr weduwe van Dirck Symonsz en Jan Claesz, beiden onze buurluiden, mitsgaders Cornelis Banckerisz wonende op 't Hofflant in de banne van Wijk aan Duin, elk ook voor Symon Claesz broer van Jan Claesz, (enz.), aan Cornelis Boeckensz schepen te Beverwijk een stuk land in de Broeck genaamd Claes de Nielsven, groot in 't morgenboek 46 snees, belend ten oosten Tijmon Pietersz en de weduwe van Claes Aemkertsz met Lotsven, ten zuiden en westen de Heenacker, ten noorden Remkeven, voor een custingbrief van 1550 gld 525.
                                                                    In Wijk aan Duin is in 1671 Cornelis Pancrasz, wonende op het Hofland, 400 gld schuldig aan Juffr. Catharina van Mijerop wonende te Beverwijk, tegen 4¼ ten honderd, met als onderpand zijn huis en erf op het Hofland, belend ten oosten Cornelis Thomasz, ten zuiden de heer van Hogersmilde, ten westen de Achterwech, ten noorden Lourens Jacobsz 526.
                                                                    In Uitgeest verkopen in 1679 Jan Claesz van de Hoeck voor een derdepart, Sijmen Claes van de Hoeck voor een derdepart, beiden wonende alhier, en Cornelis Bancrisz wonende op 't Hofflandt voor een derdepart, aan Guijrtie Maertens mede wonende alhier 3 koeven land in de Broeck, genaamd Papeven, belend ten oosten de Laenbalgh, ten noorden Jan Willemsz Castricum, ten westen de Hellen, ten zuiden IJsbramt Bruijnsz Broens, voor 725 gld 527.
                                                                    In Wijk aan Duin is Cornelis Banckerisz, buurman op 't Hoflant, 350 gld schuldig aan Jacob van Mijerop, baljuw van Bloijs en officier van Beverwijk, als wettige curateuren over de desolate boedel van wijlen Tomas Banckerisz in zijn leven wonende op 't Hoflandt, ten behoeve van dezelve boedel, ter cause van koop van een huis en erf op 't Hoflandt, door hem in openbare veiling gekocht 528.
                                                                    In Wijk aan Duin verkoopt in 1704 Cornelis Banckeritsz „huijsman” wonende in deze banne op 't Hoflandt aan Mej. Catarina van Mijerop, huisvrouw van Nicolaes Cock wonende te Alkmaar, een huismanswoning op 't Hoflandt, belend ten zuidoosten Juffr. Elisabeth de Bruijn, ten noorden Jacob Louritsz, ten zuiden of zuidwesten Adriaen Paauw, ten westen de Hoge Hoflanderwegh, voor 150 gld 529.
                                                                    In Uitgeest verkoopt in 1710 Cornelis Banckertsz, wonende op het Hofflant in de banne van Wijk aan Duin, aan Cornelis Claesz van den Bergh wonende aldaar een stuk land in de polder van de Zien genaamd de Campen, groot 16½ snees 3 roeden, belend ten oosten de Cleijswegh, ten noorden en zuiden de koper, voor 350 gld 530.
                                                                    In Wijk aan Duin heeft in 1714 Cornelis Banckeritsz openbaar verkocht aan Banckeris Cornelisz een huis en werf op 't Hoflandt, strekkende tot achter aan de Achterwegh, belend ten zuidwesten Jacob Louritsz, ten noordoosten Jan Pontsz, voor 60 gld 531.
                                                              178. (<89) Balten, alleen bekend van 3 dochters, tr. N.N.
                                                                  Op 26 juni 1681 geven Jan Pietersz van Jesse, bleker, wonende in de jurisdictie van Heemstede, als in huwelijk hebbende Luijtie Baltens die een zuster is van wijlen Mettje Baltens in haar tijd huisvrouw van wijlen Goort Jacobsz overleden te Ewijk in Maeswael, Cornelis Wouters en Maritie Wouters, beiden wonende te Amsterdam, kinderen van wijlen Teunisje Baltes een medezuster van de voorschreven Mettie Baltens, machtiging aan Balte Wouters van der Graest, zijnde een medezoon van Teunisje Baltens, Cornelis Jans van Jesse zoon van de eerste comparant, en Jannetie Hermans, huisvrouw van de voorschreven Cornelis Wouters van der Graest, specialijk om zich te transporteren naar Doddendael bij Ewijk in Maeswael en elders daar het van node zou mogen zijn, en aldaar namens hen, comparanten, en als gezamenlijke mede-erfgenamen van de voorschreven Mettie Baltens, te aanvaarden alle zodanige goederen als van Metje Baltens zijn gekomen en door de voorschreven Goort Jacobse in lijftocht zijn bezeten geweest en nu na zijn dood aan de comparanten verstorven, dezelve goederen te verkopen, die te gelde maken, de penningen te ontvangen, daarvan quitantie te passeren, (enz.) 532.
                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                  1. Metje BALTENS, overl. vóór 31 okt. 1671, tr. Geurt JACOBSZ, overl. vóór 26 juni 1681, die hertr. met Elisabeth PETERS.
                                                                      In Ewijk bekennen op 18 september 1654 Geurt Jacobs en Metgen Baltens, eheluiden, schuldig te zijn aan Adam van Wanraij en Harnsken van den Steenhoff, eheluiden, de somme van 900 gld kapitaal tegen 6 van 't honderd, daarvoor verbindende eerst een huis en hofstad, belend ten oosten de gemene Ewijckse Steegh, ten zuiden Jan Gijsberts brouwer, ten westen de Regulieren, ten noorden Frans van der Heijden en Hendrick Jansz sleedrijwer, nog een morgen bouwland 't Noochmorgen genaamd, belend ten oosten de Regulieren, ten zuiden Adam van Wanraij, Hendrick van Darts erven, ten noorden Willem Barten c.s., item een kampke weiland van 1 morgen, belend ten oosten de Ewijckse Steegh, ten zuiden Jan Bernts, ten westen Hendrick Dercx Sweers, ten noorden Tunnis Poelen, laatstelijk een hofstad van land van 1 morgen, belend ten oosten Girrit Jansz, ten zuiden Alart Willems' erven, ten noorden de Henwegh te Ewijk, in 't Rijck tezamen gelegen (geregistreerd op 9 mei 1667). Adam van Wanraij en Harnsken van den Steenhoff bekenden op 17 oktober 1671 de voorstaande vestenis getransporteerd te hebben aan Christina Gijsberts weduwe van Frans Palmers (geregistreerd op 19 maart 1672). Geurt Jacobs en Elisabett Peters, eheluiden, bekenden op 31 oktober 1671 voor het voorschreven kapitaal van 900 gld nog verbonden te hebben een morgen genaamd Engelenackers, belend ten oosten Willem Jansz aan den Toorn, ten westen Girrit Jansz, ten zuiden de Vrouw van Walbeeck, ten noorden Girrit Jansz, nog een halve morgen aan de Ewijckse Steegh, belend ten oosten dezelve steeg, ten zuiden Hendrick Sweers, ten westen het Kerckekempken, ten noorden Jan Bernts, beide te Ewijk gelgen (gergistreerd dito). Op 17 april 1697 bekent F. Palmers onder zijn hand getekend binnen Nijmegen van het voorstaande door Elisabeth weduwe van Aelt Jansen te zijn voldaan (dienvolgens hier doorgeslagen). 533
                                                                      Op 4 januari 1667 heeft de burgemeester Willsem van Nijmegen met de burggraaf gepeind [= beslag gelegd op] alle goederen als Geurt Jacobs te Ewijk en voorts is hebbende aan 4½ morgen aan de Ewickse Steegh gelegen en door hemzelf bewoond en gebruikt wordende, om van hem als borg voor Cornelis Thonissen te hebben voldoening van 3 jaren pacht ieder tot 100 gld jaarlijks wegens gepacht land, vermogens overgifte voor de burggraaf op 12 februari 1661 gedaan. Op 15 juli 1667 heeft de burgemeester Den Com[?] hierop met de burggraaf 'geschud' [= lossing] aangeboden en heeft de scholtus Peter van Ingen verklaard dat hij de 'weet' [= aanzegging] van het voorschreven geschud aan Geurt Jacobs geïnsinueerd heeft. 534
                                                                  2. Luijtje BALTENS, zie 89.
                                                                  3. Teunisje BALTENS, tr. Wouter van der GRAEST.
                                                                188. (<94) (>376) Anthonis Gerarts van OERLE, overl. vóór 17 aug. 1661, tr.
                                                                    In 1639 heeft Anthonis, zoon van wijlen Gerit Jansen van Oerle, drie wettige kinderen bij Catharina, en Catharina een wettige voordochter genaamd Mayken Peters; zij zullen gelijke kinderen zijn. In 1661 is er scheiding en deling tussen de drie kinderen van Antonis Gerarts van Oerle, namelijk Gerit, Michiel en Adam. 535
                                                                189. (<94) Catharina ADAMS, tr. 1° Peter FLEYSER.
                                                                       Uit het eerste huwelijk:
                                                                  1. Mayken Peter FLEYSER, tr. Robbrecht CORNELISSEN.
                                                                      In 1661 heeft Mayken dochter van wijlen Peeter Fleyser, geassisteerd met Robbrecht Cornelissen haar man en momboir, haar patrimoniale gedeelte opgedragen aan Geraert, Michijel en Adam Antonissen haar halfbroeders tegen een jaarlijkse erflosrente van vijf gulden 536.
                                                                         Uit het tweede huwelijk:
                                                                    1. Gerart Antonis van OERLE, tr. Jenneken JOOSTEN.
                                                                        In 1662 is er scheiding en deling tussen Gerart Antonijs van Oirle en Michijel zijn broeder, van de de Corst Nijsbocht die hun samen ten deel is gevallen 537.
                                                                    2. Michiel Antonis van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 30 maart 1628.
                                                                    3. Adam Anthonis van OERLE, ged. (r.-k.) Eersel 29 dec. 1630, zie 94.
                                                                  190. (<95) (>380, >381) Hendrick Corstiaens STAPPARTS, overl. vóór 20 juli 1658, tr. (r.-k.) Eersel 11 okt. 1631
                                                                      In 1639 is Henrick Corstiaens ƒ 200 schuldig aan Jan Corstiaens zijn broeder, terugbetaald in 1644 538.
                                                                      In 1675 machtigen Peter Henrix, Arian Henrix, Jan Henrix en Bartel Dircx als man en momboir van Cathalijn Henrix, allen gelijke kinderen van wijlen Henrick Corstjaens, Adam Anthonis van Oerle hun zwager om hen in Endhoven te vertegenwoordigen in een zaak met Jenneken van Dommelen 539.
                                                                  191. (<95) (>382, >383) Maria Wynant GOYAERTS, tr. 2° Anthonij HAESENBOSCH.
                                                                      In 1658 wordt in Eindhoven specificatie van kosten van recht opgemaakt tussen Jan Hendrik Hermans coopman van peerden binnen Geldrop en Anthonis Janssen Hasenbosch wonende te eersel, man en momboir van Maijken Wijnants weduwe van Hendrick Corstiaens 540. In 1666 verkoopt Mayken nagelaten weduwe van Hendrick Corstiaen, geassisteerd met Anthonij Haesenbosch haar tegenwoordige man en momber, aan Anthonij Janssen Copal en Liesabeth zijn huisvrouw zeker land, waarbij ook haar kinderen Wynant, Peter, Corstiaen, Bartholomeus en Arian Henrix compareren, ook voor de onmundige kinderen 541.
                                                                           Uit het eerste huwelijk:
                                                                      1. Catharina STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 25 nov. 1632, overl. ald. 8 dec. 1632.
                                                                      2. Wynant STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 30 okt. 1636.
                                                                      3. Peter Henrix STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 6 jan. 1636.
                                                                      4. Corstiaen STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 29 april 1640.
                                                                      5. Bartholomeus STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 25 maart 1642.
                                                                      6. Cornelius STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 18 dec. 1643.
                                                                      7. Heldewich (Helena) Hendriks STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 24 jan. 1646, zie 95.
                                                                      8. Cathalijn Henrix STAPPARTS, tr. Bertel DIRCX.
                                                                      9. Arian Henrix STAPPARTS.
                                                                      10. Jan Henrix STAPPARTS, ged. (r.-k.) Eersel 12 mei 1649.
                                                                    192-193=122-123.
                                                                    196. (<98) (>392, >393) Sijmon FRANSZ, tr. N.N.
                                                                        In Broek op Langedijk verkoopt in 1646 Eevert Weijties wonende te Schermerhorn aan Sijmen Fransz een akker zaadland van omtrent 8 snees met 5 snees ouwedijck, liggende over de Breesloot, belend ten zuiden Cornelis Jansz, ten noorden Claes Jansz, verkopen in 1648 Pieter Cornelisz voor hemzelf, en Cornelis Aerientsz en Cornelis Willemsz Wittendel als voogden voor Griete Cornelisdr, aan Sijmen Fransz een akker zaadland achter de huizen, groot omtrent 8½ snees, belend ten zuiden Willem Jansz met de Katuij-acker, ten zuiden 't Rootie, met 6 snees ouwedijck, verkoopt in 1649 Dirck Jacobsz getrouwd hebbende Marijtie Pietersdr, wonende te Hoorn, aan Sijmon Fransz een huis en erf in 't Noortent, belend ten noorden Jan Jacobsz, ten zuiden Marijtie Cornelisdr, verkoopt in 1650 Sijmen Fransz aan Louwers Vrericksz een akker zaadland van omtrent 8 snees belast met 5 snees ouwedijck, over de Breesloot, belend ten zuiden Cornelis Jansz, ten noorden Claes Jansz, verkoopt in 1650 Jacob Pietersz Lul aan Sijmen Fransz een akker zaadland genaamd de Boelweijtsacker in de Oosterkoogh, groot omtrent 7½ snees, met 6 snees ouwedijck, belend ten westen Pieter Pietersz Werff, ten oosten Jonge Jans Dirck, verkoopt in 1650 Gerard Hasselael wonende te Amsterdam aan Sijmen Fransz ¼ van een akker zaadland genaamd het Breet achter de huizen, groot omtrent 5 snees, belend ten oosten de bocht van de Heerewaert, ten noorden Pieter Baertsz, met een essenboom gescheiden, met 4 snees ouwedijck, en verkoopt in 1651 Aerian Cornelisz wonende te Barsingerhorn aan Sijmen Fransz een oostend akker zaadland in de Oosterkoogh genaamd Moeijesend, groot omtrent 6½ snees, belend ten zuiden Cornelis Jans Ent, ten noorden Willem Jansz Boer, belast met ordinaris ouwedijck 542.
                                                                        In Zuid-Scharwoude verkoopt in 1650 Jacob Maijnertsz Boode, de oudste zoon en voogd van Aech Aerins van Tessel, aan Sijmon Vransen van Broek een akkertje zaadland zonder de dam, groot 4 snees 11 roeden 7 voet, „voor te Lijssebets Allers uijt”, belend ten westen Cornelis Pietersz Buer, ten oosten Aeff Aerins, en verkopen in 1651 Sijmon Vransen en Dirck Pieters Sloove met hun maat, allen te Broek op Langedijk, aan Taems Jansz Molenaer alhier 6½ snees zaadland, belend ten westen Dirck Heyn, ten oosten de Miskooch 543.
                                                                        In Broek op Langedijk verkoopt in 1653 Sijmen Fransz aan Tames Dircksz te Zuid-Scharwoude een Zuidzijde van een akker zaadland genaamd het Breet, groot omtrent 5 snees, met 3½ snees ouwedijck, achter de huizen, belend ten oosten de Troch[vaert], ten westen Sloove Kees, ten noorden de koper, waaraan hij verbindt een oostend akker zaadland van omtrent 6 snees achter de huizen, belend ten noorden Willem Jansz Boer, ten zuiden Cornelis Jansz 544.
                                                                        In Broek op Langedijk verkopen in 1658 de erfgenamen van Jan Jansz Quant, in zijn leven wonende buiten Alkmaar op 't Seggelis, aan Sijmen Fransz een akker zaadland van omtrent 12 snees, bij de Taemse molen, belend ten oosten de Oosterdijck, ten westen Aris Remmersz, belast met 10 snees ouwedijck, verkoopt in 1658 Aeff Dirckxdr, weduwe van Jan Jacobsz, wonende te Edam, geassisteerd met Dirck Cornelisz Duijnman wonende te Zuid-Scharwoude, ook voor haar zwager Henderick Jacobsz wonende te Edam, aan Sijmen Fransz een hoekje weiland van omtrent 3 snees genaamd Straetsen, belend ten westen de Achtergraft, ten zuiden de gemene sloot, belast met 1½ snees ouwedijck, verkoopt in 1668 Cornelis Jansz Schoorl wonende te Niedorp aan Sijmon Fransz een akkertje zaadland achter de huizen van omtrent 4½ snees, belend ten noorden Jan Pietersz Immes, ten zuiden Cornelis Aerjansz Duijnman, met de achterstallige en toekomstige lasten van de Drechterdijk, verkoopt in 1669 Sijmon Swart wonende in Zuid-Scharwoude of herbergier in de Jonge Prins in Heerhugowaard aan het Oude Niedorpse Verlaet, aan Sijmon Fransz een akker zaadland in 't Mostertweijtje van omtrent 10 snees, belend ten noorden Jan Pietersz Werf, ten zuiden Jonckers erve, met de lasten van de Drechterdijk 545.
                                                                        In Broek op Langedijk verkopen in 1670 Sijmon Fransz en Dirk Cornelisz Duijnman, als voogden of voor henzelf, en voor hun mede-erfgenamen van wijlen Cornelis Aerjansz Duijnman, aan Sijmon Pieters Werf een huis en erf, belend ten westen Jan Aerjansz linnenwever, ten zuiden Jacob Jansz Jonckers, verkoopt in 1671 Pieter Jonasz Taarling getrouwd hebbende Trijn Cornelis Hases, wonende te Beverwijk, aan Sijmon Fransz een akkertje zaadland van omtrent 5¾ snees bij Heijne Piette molen, belend ten zuiden Reije Piette weduwe, ten noorden de verkoper, verkopen in 1671 Sijmon Fransz en Dirk Fransz, voor henzelf en voor hun mede-erfgenamen van zal. Cornelis Aerjansz Duijnman, aan Sijmon Pietersz Werff een middelmootje akker zaadland achter Smeers(?) voor de huizen, groot omtrent 2½ snees, belend ten westen de koper, ten oosten Jan Pietersz Ellen, en verkoopt in 1672 Cornelis Louwrisz wonende op de Langereijs, nomine uxoris, aan Sijmon Fransz een endakker zaadland bij Huijberts molen, groot omtrent 5 snees, belend ten westen de weduwe van Pieter Reijersz, ten zuiden Aerjan IJffsz, voor 135 gld 546.
                                                                        In Broek op Langedijk verkoopt in 1675 Jan Willemsz wonende te Amsterdam aan Sijmon Fransz een westend akker zaadland bij Huijbertsmolen, belend ten oosten Aerjan Aerjansz annex, ten westen Pieter Werff, groot 7 snees 18 roeden 2 voet, en verkoopt in 1676 Jan Willemsz wonende te Amsterdam aan de kinderen van Sijmon Fransz een endakker zaadland achter 't Coninxhoff, groot 5 snees 17 roeden 2 voet 9 duimen, belend ten westen Aerjan Pietersz Ellen annex, ten zuiden Pieter Werff, ten noorden Cornelis Jansz Schoorl 547.
                                                                             Uit dit huwelijk:
                                                                        1. Dirck SIJMONSZ, zie 98.
                                                                        2. Frans SIJMONSZ.
                                                                            In Broek op Langedijk verkoopt in 1686 Aerjan Maartensz regent te Zuid-Scharwoude aan Frans Sijmonsz twee akkertjes zaadland bezijden elkaar, tezamen 11 snees 10 roeden, belend ten noorden Aerjen IJfsz Blocker, ten oosten de Oosterdijck, ten westen de koper 548.
                                                                        3. Aerjan SIJMONSZ.
                                                                            In Broek op Langedijk verkopen in 1678 Jan Pietersz Werff en Jacob Hendrixz Munus(?) als testamentaire voogden over de nagelaten boedel en goederen van wijlen Aerjan Cornelis de Haes aan Aerjan Sijmonsz een akker zaadland achter de huizen genaamd Gerrit Claeszacker, groot 11 snees 14 roeden 10 1/6 voet, belend ten zuiden het weeskind van Jan Allertsz, ten noorden de erve Cornelis Jonckers, verkopen in 1684 Dirk Cornelisz Ellen en Frerik Louwrisz, wettige voogden over weduwe en weeskind van Sijmon Pietersz Werff, aan Aerjan Sijmonsz een huis en erf, belend ten westen Dieuwer Jans, ten zuiden Neel Hilbrants, verkoopt in 1691 Jan Cornelis Jonckers aan Aerjan Sijmonsz een stukje zaadland van 1 snees 5 roeden, belend ten zuiden Cornelis Jansz Schoorl, ten noorden Neel Hilbrants, verkopen in 1691 Dirk Fransz en Dirk Jansz Keijser als voogden over de nagelaten onmondige kinderen van wijlen Jan Pietersz Werff mitsgaders Dirck Jansz Werff meerderjarige zoon, aan Aarjan Sijmonsz een huis en erf, belend ten zuiden Cornelis Matselaer, ten noorden Willem Klijf, verkopen in 1692 Cornelis Jansz Tol regent te Winkel en Adriaen Claesz Toll wonende te Aartswoud, beiden voor zichzelf en de rato caverende voor hun consorten, erfgenamen van wijlen Maartje Aerjans Tol overleden te Noord-Scharwoude, aan Aarjan Sijmonsz een akker zaadland, belend ten noorden de kinderen van Anna Hendriks, ten zuiden Jan de Boer, groot 10 snees 18 roeden, verkopen in 1692 Jan Willemsz Suevert en Cornelis Volckers als voogden over de kinderen van wijlen Cornelis Garbrantsz aan Aarjan Sijmonsz een akkertje zaadland groot 6 snees 8 roeden 1/3 voet, belend ten oosten Allert Gerritsz, ten westen de erve Neel Louris, verkoopt in 1696 Aerjan Sijmonsz wonende in de Woudmeer aan Cornelis Jansz Keijser zijn neef een huis en erf waar koper tegenwoordig in woont, belend ten zuiden Cornelis Matselaar c.s., ten noorden Willem Klijf, verkoopt in 1698 Aerjan Sijmonsz wonende te Harenkarspel aan Gerrit Claesz een akker zaadland groot 6 snees 2 roeden ½ voet, belend ten zuiden Dirk Sijmonsz, ten noorden Jan Aalbertsz, en verkoopt in 1699 Aerjan Sijmonsz wonende te Harenkarspel aan Dirk Sijmonsz zijn broer een akker zaadland genaamd Gerrit Claeszacker, groot 11 snees 14 roeden 10 1/6 voet, belend ten noorden Pieter Ellen, ten zuiden Louijs de Waels erve, en aan voorschreven Dirk Sijmons en Pieter Ellen als voogden over Grietje Cornelis Poskers een akkertje zaadland genaamd de Jeugenije, groot 5 snees, belend ten zuiden Trijn Louris, ten noorden Cornelis Taemsz 549.
                                                                      198. (<99) (>396) Gerrit Claesz van BERGEN, alias Kramer, overl. tussen 26 maart 1670 en 21 sept. 1671, tr.
                                                                          In Bergen verkoopt in 1642 Gerrit Claesz wonende in Broek op Langedijk aan Sebastiaen Jans Geersbergen een akker geestland op de Suijergeest, groot omtrent 40 roeden, belend ten zuiden Gleijn Dirckz, ten westen Jr Egbert Tanix[?], ten noorden de gemene weg, ten oosten Sieuwerdewech 550.
                                                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1636 Cornelis Jansz Duijnmans aan Willem Arentsz Croon een achterhuis en keuken in 't Noorteijnde, belend ten westen Pieter IJffsz in 't voorhuis en erf, ten noorden Jan Pietersz, ten zuiden Griet Hendricx, zijnde de muur tussen voorhuis en achterhuis de scheiding, de laan aan 't achterhuis tot de straat toe (in de kantlijn: Willems Aerentsz Croon verkoopt deze gang en aanleg bewesten de Heerstraat aan Gerrit Claesz van Bergen op 16 juli 1646), verkoopt in 1642 Gerrit Claesz kramer aan Tames Dircksz kramer een end akker voor de huizen van omtrent 5½ snees, belend ten noorden Frans Fransz, ten zuiden Claes Jacopsz, waarna de koper aan de verkoper een huis en erf verkoopt, belend ten noorden Jan Pietersz oude Jan met zijn erf, ten zuiden Jan Goovers met zijn erf (in de kantlijn: dat Tames Dircksz geen koopmanschap zal mogen houden tussen Puppes en het huis waar Gerrit Claesz gewoond heeft), verkoopt in 1642 Cornelis Cornelisz Nopke aan Gerrit Claesz kramer een oostend akker zaadland van omtrent 5½ snees met 4 snees ouwedijck, voor de huizen, belend ten noorden de erfgenamen van Cornelis Sijmensz, ten zuiden Claes Jacobsz, verkopen in 1642 Iff Reijersz en Frans Fransz vanwege de gemene Mennisten te Broek aan Gerrit Claesz Kramer een huis en erf op 't Noortent, belend ten zuiden Frans Fransz voornoemd, ten noorden Reijer Cornelisz, ten oosten 't Mennistenpreekhuis en erf, met bepalingen over de toegang tot het preekhuis (zo zal de laan benoorden het verkocht huis aan het preekhuis toekomen), en verkoopt in 1642 Gerrit Claesz Kramer aan Frans Fransz een hoekje gang gaande vanaf het achterend van Willem Pietersz tot het voorerf aan de Burghsloot, belend ten noorden Jan Maertens, ten zuiden Frans Frans voorschreven 551.
                                                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1643 Gerrit Claesz kramer aan Anne Claesdr, weduwe [van Pieter Cornelisz Hals], een achterhuis met erf zonder gang of aanleg op 't Noortent, belend ten westen Jan Maertensz met het voorhuis, ten noorden de laan van het Mennistenpreekhuis, ten zuiden Frans Fransz, verkoopt in 1645 Gerrit Claesz kramer aan Jan Maertensz een voorhuis en erf, belend ten zuiden Hendrick Jansz, ten noorden de laan van het Mennistenpreekhuis, met een vrije gang langs de voorschreven laan naar de achterwal bezuiden het voornoemde preekhuis langs met een aanleg aan de voorschreven achterwal, verkoopt in 1645 Gerrit Claes kramer aan Hendrick Cornelisz Quacksalver een westendje akker zaadland genaamd Roode Entie, van omtrent 2 snees, belend ten westen Reijnu Aeriansdr, ten noorden Griet Aelberts, verkoopt in 1646 Sijbet Pietersz wonende op 't Seggelis buiten Alkmaar aan Gerrit Claesz kramer een akker zaadland voor de huizen, groot omtrent 8½ snees, belend ten noorden Bartelmies Willemsz, ten zuiden Ette Willems Volck, en verkoopt in 1646 Pieter Jansz Kleijn wonende op Koedijk aan Gerrit Claesz kramer een end akker zaadland genaamd Jaep Kemmesacker, groot omtrent 7 snees 12 roeden, achter de huizen, belend ten zuiden Vriendtacker, ten noorden Woutersweijt, ten westen Aerian Pieter Ellens 552.
                                                                          In Broek op Langedijk verkoopt in 1655 Gerrit Claesz Kramer aan Allert Dircksz Hensbroek een akker zaadland van omtrent 7½ snees genaamd Jaap Kemmes, achter de huizen, belend ten zuiden Vrientacker, ten noorden Woutersweijdt, ten westen Aerian Pietersz Ellen, verkoopt in 1660 Gerrit Claesz Kramer aan Cornelis Cornelisz Haes een akker zaadland van omtrent 12 snees, belast met 6½ snees ouwedijck, belend ten noorden Neel Jans weduwe van Jan Maddelien, ten zuiden de erven Anne Sijgers, en verkoopt in 1670 de gemeente van Broek op Langedijk aan Gerrit Claesz van Bergen, kramer alhier, een huis en erf, belend ten noorden Gerrit Claesz en Willem Arentsz, ten zuiden Aerjan IJffsz 553.
                                                                          In Broek op Langedijk verkopen in 1683 Claes Gerritsz Bergen wonende op de Boekel onder Alkmaar, Pieter Gerritsz Bergen wonende in de Beemster, Dirck Symonsz nomine uxoris Guurte Gerritsz wonende te Broek, allen ook voor Anna Gerrits en haar kinderen wonende alhier, aan Dirk Gerritsz Bergen hun broer, die een vijfdepart erft, een huis en zijn erve, belend ten noorden Taams Jansz Put c.s. met de voorwerf, ten zuiden Pieter Jansz Raper met de vrije grond en eigen gang van 6 voeten tussen het huiserf en het erf van Hendrik Sijmonsz, ten oosten de Heerestraat, ten westen de Burgsloot 554.
                                                                          In Broek op Langedijk in 1668 is Hendrik Sijmonsz Posker eiser contra Gerrit Claesz van Bergen om betaling van ƒ 4-15-0 ter cause van een mondeling „appoinctement ende verwys”, is Gerrit Claesz van Bergen eiser contra Hendrik Sijmonsz Posker, is Gerrit Claesz van Bergen eiser contra Gerrit Reijersz om betaling van ƒ 16-9-0 ter zake van gehaalde rogge, en is Gerrit Claesz van Bergen eiser contra Teuwis Jacobsz om betaling van ƒ 10-12-10 van gehaalde [...] 555.
                                                                      199. (<99) (>398) Diewertie PIETERS.
                                                                          In 1671 testeert Diewertie Pieters, kraamster te Broek op Langedijk, weduwe van Gerrit Claesz van Bergen, kloek en gezond. Zij verklaart te ratificeren het testament door haar en haar zal. man op 7 mei 1668 gemaakt en verleden voor notaris Jan Gerritsz Warmenhuijsen te Broek voorschreven, onder de navolgende veranderingen. Te weten dat nu haar wille en begeren is dat haar jongste kinderen, met namen Guijrtie, Anna en Dirck Gerritsz, of hun kinderen, niets bij prelegaat uit haar goederen genieten zullen, maar met haar oudste kinderen Claes en Pieter Gerritsz, of hun descendenten bij representatie, al haar nagelaten goederen in gelijke delen zullen schiften en scheiden. Voor zoveel haar jongste kinderen zouden mogen zijn gebeneficieerd vanwege het testament van testrices man prelegateert zij aan haar oudste kinderen [de daar direct op volgende tekst is doorgekrast en onleesbaar]. 556
                                                                               Uit dit huwelijk:
                                                                          1. Claes Gerritsz BERGEN, tr. N.N.
                                                                              In Alkmaar verkopen in 1695 opzienders van de armen der Friese doopsgezinde gemeente in de Ridderstraat, alimenterende Diewer Claes en zich sterk makende voor Jacob Claesz Bergen, tezamen kinderen en erfgenamen van Claes Gerritsz Bergen, aan Jacob Ruijg en Gerrit Egberts een stuk land tussen de Boekelersluijs en de Schans, groot 520 roeden, belend ten oosten de weg aan de Ringsloot, ten westen de uitwatering van de watermolens, verkregen door dezelfde Claes Gerritsz op 12 mei 1675, voor 260 gld 3 st 2 penn(?) 557.
                                                                          2. Pieter Gerritsz BERGEN.
                                                                          3. Guertje GERRITSDR, zie 99.
                                                                          4. Anna GERRITSDR, tr. Fedde VOLKERTSZ  373, in 1666 lid van de mennonistische gemeente in Langedijk, overl. vóór 21 dec. 1696, zn van Volckert FEDDESZ.
                                                                              In Broek op Langedijk verkopen in 1657 Cornelis Dircksz gebuurman, Jan IJffsz wonende te St. Pancras in de banne van Koedijk, Aerian Jacobsz schoenmaecker en Jacob Aeriansz Schouten weesmeesters alhier voor het weeskind van Jan Aeriansz Slap in „Seelant in drijtster”, aan Fedde Volckersz buurvrijer een akker zaadland van omtrent 6 snees genaamd Sijverstuijn, belend ten zuiden de Paelweijt, ten noorden IJsbrant IJsbrantsz, ten oosten Marijtje Jacobs annex, verkopen in 1665 Jacob Teunisz en Maerten Jansz Heijmenssen secretaris als voogden van de weeskinderen van wijlen Willem Cornelis Neeses, en Dirck Dircksz Joncker, aan Fedde Volckersz een achterhuis en erf, ook 't erf van Kloeijers Horren op 't Suitendt, belend ten zuiden de Bonte Koe, ten westen Michiel Jansz, belast met 2 snees ouwedijck, aan welk huis de noordkant van 't laantje voor de Bonte Koe toekomt, verkoopt in 1667 Fedde Volckertsz aan Teunis Reijertsz een achterhuis en erf, belend ten westen Mighiel Jansz annex, ten zuiden de Bonte Koed, belast met 2 snees ouwedijck, met het erf van Kloyers Horn in 't geheel aan voornoemd huis toekomend, en verkopen in 1667 Marijtgen Hendrixdr weduwe van Jan Claes Harcx en haar meerderjarige zoon Harck Claesz aan Fedde Volckertsz een huis en erve overtsloot, belend ten zuiden Jan Dircksz Keijser, ten noorden Oom Jan met zijn tuintje, ten oosten de Burgsloot, met een half snees ouwedijck, met 12 voeten erf aan de noordzijde van de weg af te meten 374.
                                                                              In 1676 en 1686 is Vedde Volkertsz pachter van vroonland.
                                                                              In Broek op Langedijk verkoopt in 1696 Cornelis Jansz Keyser aan Anna Gerrits weduwe en haar kinderen nagelaten door Fedde Volckertsz een huis en erve waarin koopster tegenwoordig woont, belend ten noorden Aerjan Bick, ten westen Jan Jansz Dotter die met zijn huis overtsloot een vrije toegang heeft 375.
                                                                          5. Dirck Gerritsz BERGEN, tr. 1° Sijmontje Jansdr KEIJSER, overl. vóór 30 juli 1701, dr van Jan Dircksz KEIJSER, in 1666 lid van de mennonistische gemeente in Langedijk, en Guurt CORNELIS, alias Arisdr, tr. 2° Trijn VREDERICKX, wed. van Jan Jansz KEIJSER, molenaar te Koedijk.
                                                                              In Broek op Langedijk verkopen de erfgenamen van wijlen Taems Jansz Out aan Dirk Gerritsz Bergen een oostend akker zaadland, belend ten westen Jacob Zeun, ten zuiden Albert Gerritsz Cling, ten noorden Cornelis Keijser, groot 4 snees 1 voet, voor 32 gld 't snees, is 128 gld 2 st 10 penn 405.
                                                                              In Broek op Langedijk verkoopt in 1709 Claas Bergen wonende te Wognum aan Dirk Gerritsz Bergen een akkertje zaadland genaamd Mansackertje, belend ten noorden Jan Kaar, ten zuiden Jan Madderoom, groot 5 snees 11¼ roe, voor 11 gld 5 st 406.
                                                                              In Broek op Langedijk wordt in 1701 een extract gemaakt van een testament van 15 december 1682, voor de secretaris als notaris, van Dirk Bergen en Symontje Jans, waarin bepaald wordt dat hij de helft van de boedel krijgt en het vruchtgebruik van de onroerende goederen, vee, vaartuig, boeren- en bouwgereedschap, zaad, teling, meubelen en huisraad, en zij al de contante penningen 389.
                                                                              In Broek op Langedijk testeert in 1730 Trijntje Fredricx, weduwe van Dirk Gerritsz Bergen; zij prelegateert aan Dieuwer Dircx nagelaten weduwe van Jan Cornelisz Keijser of diens zaad 200 gld, aan Jan Cornelisz Joncker 100 gld, aan Sijmontje Jansdr dochter van voornoemde Jan Cornelisz Joncker 100 gld, aan Willem Jansz Tuijnman haar broers zoon 300 gld, aan Kornelis Dirksz de Vries zoon van Dirk Cornelisz de Vries en Dieuwer Willems een akker zaadland in de Beunen, en benoemt tot haar universele erfgenamen Dirk Cornelis de Vries en Dieuwer Willemsdr bij testatrice inwonende 404.
                                                                        200. (<100) (>400) Jan Gerritsz RUS, overl. vóór 5 febr. 1685 558, tr. N.N.
                                                                            In augustus 1653 wordt in Oudkarspel door de baljuw een proces aangespannen tegen een aantal inwoners van de banne van Koedijk die (in Oudkarspel) tijdens de predicatie van de gewone wekelijkse bededag bevonden waren te werken, onder andere tegen Jan Gerritsz de Mennoniete predikant [ongetwijfeld is dit Jan Gerritsz Rus], samen met Reijer Sijmonsz, Pieter Pietersz en Cornelis Pietersz in zijn gezelschap. De eis tegen Jan Gerritsz was betaling van 4 keer 6 gld, dus 6 gld per persoon. Het proces stond in de periode van 28 augustus 1653 t.e.m. 28 april 1654 6 keer op de baljuwsrol van Oudkarspel, zonder vermelding van een vonnis. Op 26 september 1653 verklaarden Jan Aeriaensz Stammis en Dirck Pieter IJffsz, schepenen van Koedijk als gemachtigden van de schepenen en regeerders van Koedijk, dat in Koedijk met speciale toestemming de predicatie om 9 uur gehouden werd, en dat daarom de gedaagden niet in overtreding waren omdat zij bevonden waren dit uur van de bededag niet overtreden te hebben. De baljuw persisteert bij zijn eis. Op 10 maart 1654 houden schepenen van Oudkarspel de zaak in advies tot de naaste rechtdag, mits de gedaagden de schout van Koedijk voor hen zal brengen om onder ede een verklaring te doen. 559
                                                                            Op 1 oktober 1653 heeft Jan Gertsz van Koedijk te Edam de vermaning gedaan, waarbij ook een afvaardiging van Zaandam en Westzaan aanwezig was; kennelijk kwam Jan Gertsz van Koedijk vaker in Edam op uitnodiging van Jasper Jansz, zoals tussen 2 en 9 september 1657 560.
                                                                            In Koedijk verkoopt in 1653 Jan Gerritsz Rus aan Cornelis Jacob Volckersz c.s. een hoekje erf vóór de huizen van het dorp, belend ten noorden de koper, ten oosten de Heerwech, ten zuiden verkoper, ten westen de gemene vaart, wordt in 1665 Jan Gerrets Rus genoemd als diaken van de gereformeerde kerk [wat hoogst onwaarschijnlijk is omdat hij mennoniet was, vrij zeker zelfs Mennoniets predikant; bedoeld zal zijn zijn neef Jan Pietersz Rus die op 28 september 1664 als diaken genoemd wordt], en verkopen in 1679 de kinderen en kindskinderen van zal. Pieter Cornelisz Meech aan Jan Gerrets Rus een huis en erf op 't Noordend, belend ten zuiden Pieter Jacob Volckers, ten noorden Jacob Pietersz Rus 561.
                                                                            In Koedijk heeft op 30 mei 1657 Jan Gerritsz Rus ter presentie van Gerrit Reijersz Slommer en Jan Dircxz, voogden over zijn drie kinderen, wegens hun moeders erfenis te weesboek gebracht een akker zaadland groot omtrent 11 snees, belend ten zuiden de Wester IJde, ten noorden Hendrick Jansz huijsbruijer, en nog 1050 gld aan geld berustende onder de vader 562.
                                                                            In Oudkarspel verkoopt in 1668 Jan Gerritsz Noom wonende te Koedijk, ook voor Gerrit Pietersz Koster en Willem Pietersz wonende in de Limmercoogh, aan Jan Gerritsz Rus wonende te Koedijk een akker zaadland groot omtrent 17 snees aan de Diepsmeer, belend ten noorden de koper, ten zuiden de erfgenamen van Geertje Pieters, en verkopen in 1680 Symon en Jan Pietersz Meegh, beiden wonende te Koedijk, ook voor Cornelis Pietersz Volkertsz op Koedijk en voor Aerjen Willemsz wonende te Schermerhorn, mitsgaders Claes Jacobsz mede wonende te Koedijk, tezamen erfgenamen van de weduwe van Pieter Cornelisz Meegh, aan Jan Gerritsz Rus wonende te Koedijk een akker zaadland beoosten de nieuwe Greb, belend ten noorden de erven van Jacob Gerritsz Rijpland, ten zuiden Cornelis Gerritsz Rus, groot in 't geheel omtrent 2 geerzen 563.
                                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                                            1. Pieter Jansz RUS, zie 100.
                                                                            2. Cornelis Jansz RUS, impost op begr. Koedijk 21 juli 1702 (impost ƒ 3, betaald door Pieter IJffs).
                                                                            3. Aaltje JANS, tr. Jan LEENDERTSZ, overl. vóór 24 dec. 1709.
                                                                          202. (<101) Louris, bekend van twee zoons, Willem Lourisz en Jan Lourisz Winder, en twee dochters, Guurtje Louris en Maartje Louris, tr. N.N.
                                                                                 Uit dit huwelijk:
                                                                            1. Jan Lourisz WINDER, metselaar en steenkoper te Schoorldam, banne van Warmenhuizen, impost op begr. Warmenhuizen 20 febr. 1730 (impost ƒ 3, voor Jan Louris Winder te Schoorldam, alhier begraven, aangegeven door Louris Pietersz Rus), tr. 1° Dieuwer DIRCKS, dr van Dirck DIRCKSZ en Maertjen PIETERSDR, tr. 2° Trijntje DIRCKX, dr van Dirck DIRCKSZ en Maertjen PIETERSDR.
                                                                                In 1670 zijn Aelbert Dircksz buurman te Schoorldam ter eenre, en Jan Louwers metselaar als man en voogd van Dieuwer Dircks mede wonende te Schoorldam ter andere zijde, overeengekomen dat uit de nagelaten goederen van Dirck Dircksz en Maertjen Pietersdr, hun ouders, Jan Louwers zal hebben het huis en erf te Schoorldam, belend ten zuiden de Heerewech, ten noorden Jacob Cornelisz, waar Jan Louwers thans in woont, met alle meubelen en losse goederen, en dat Jan Louwers zal uitkeren voor het vierdepart van 't huis 85 gld aan Aelbert Dircksz 564.
                                                                                In 1703 testeren Jan Lourisz, steenkoper en metselaar, en Trijntje Dirckx, geëchte man en vrouw, en Annitje Dirckx hun inwonende zuster en snaar, wonende te Schoorldam in de banne van Warmenhuizen, Trijntje Dirckx ziekelijk. Voor na het overlijden van de langstlevende institueert hij tot zijn universele erfgenamen zijn broer Willem Lourisz en zijn zusters Guurt Louris en Maartje Louris, bij vooroverlijden hun kinderen of nakomelingen bij representatie, met nog een legaat van 25 gld aan Grietje Claes zijn zusters kind, nomineert Trijntje Dirckx haar broers dochter Maertje Aelberts tot universele erfgename, en nomineert Annitje Dirckx voornoemde Maertje Aelberts voor de 200 gld die zij, Annitje, in de boedel heeft. Gedaan ten huize van de testateur. 565
                                                                                In Warmenhuizen verkoopt in 1727 Jan Lourisz Matzelaer wonende te Schoorldam aan Jan Willemsz Beur wonende te Krabbendam een huis en erf met de werf te Schoorldam, belend ten oosten Adriaen Schagen, ten zuiden de Heerwegh, ten westen Pieter Sieuwertsz, met alle steen, kalk en tegeltjes, mitsgaders 4 kruiwagens, belast met een jaarlijkse erfpacht van 10 st, voor 630 gld, te betalen 100 gld gereed, de rest op meidagen 1728-1733 telkens 30 gld 566.
                                                                            2. Willem LOURISZ.
                                                                                In Warmenhuizen verkoopt in 1709 Willem Lourisz Matselaer, gealimenteerde, aan de armenmeesters zijn huis en erf op de Lootjes, belend tenn oosten de weduwe van Cornelis Dircksz Beur, ten zuiden de Scheur, ten westem Cornelis Dircksz Pronck, met al hetgeen daaraan op aan aard en nagelvast is, mitsgaders zijn huisraad en inboedel 567.
                                                                            3. Guurtje LOURIS, tr. Claes.
                                                                            4. Maartje LOURIS, zie 101.
                                                                          204. (<102) (>400) Cornelis Gerritsz RUS, overl. vóór 2 maart 1685 568 en 569, tr. N.N.
                                                                              In Koedijk verkoopt in 1651 Cornelis IJsbrants aan Cornelis Gerritsz Rus een huis en erf op 't Noordeind, belend ten noorden Gerrit Reijersz Slommer, ten zuiden de weduwe van Pieter IJffsz 570.
                                                                              In Oudkarspel verkoopt in 1678 Maerten Cornelisz Soetelief wonende te Zuid-Scharwoude aan Cornelis Gerritsz Rus wonende te Koedijk de helft van een stuk weiland in onze banne te Koedijk, belend ten westen de Vaert, ten zuiden de banscheiding van Oudkarspel en Koedijk, ten noorden Dr Coorn, groot in 't geheel omtrent 4 geerzen 9 snees en onderdeel met Pieter Soetelief secretaris te Zuid-Scharwoude, voor een custingbrief 571.
                                                                              In Warmenhuizen verkoopt in 1682 Theuwis Meyertsz geassisteerd met Adriaen Jacobsz Stroper aan Cornelis Gerritsz Rus wonende te Koedijk een perceel land binnen de Oude Greb, groot 4 geerzen 9 snees, belend ten noorden de koper 572.
                                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                                              1. Pieter Cornelisz RUS, te Koedijk pachter van vroonland in 1689,1700,1709,1716 en 1721, overl. Koedijk 9 juni 1727, impost op begr. ald. 13 juni 1727 (impost ƒ 3), tr. 1° N.N., tr. 2° Maartje Pieters SLOMMER, dr van Pieter Gerritsz SLOMMER en Trijntje JACOBS.
                                                                                  In Koedijk is in 1681 Trijn Jans weduwe van Jacob Gerrets Rijplant, ook als moeder en voogdesse van haar kinderen, aan Pieter Cornelis Rus 1100 gld schuldig per rest van meerdere somme blijkende ter weesboek door Jacob Gerrets haar man debet gebleven aan crediteurs enige tijd geleden getrouwde vrouw, op te brengen op 25 november 1681 met een jaar interest tegen 4 percent 573.
                                                                                  In Oudkarspel verkopen in 1680 Symon Pietersz Meegh en Dirck Jansz Molenaer als voogden over de nagelaten kinderen van zal. Cornelis Jacobsz Bruijneman aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een stuk weiland groot omtrent 3 geerzen 3 snees, belend ten zuiden de gemeente van Oudkarspel, ten noorden de Grebmeer of de Ringsloot vandien, verkoopt in 1684 Pieter Cornelisz Soetelief wonende te Zuid-Scharwoude aan Pieter Cornelisz Rus wonenende te Koedijk de helft in een stuk grasland in 't Noordeijnde van Koedijk, groot in 't geheel 4 geerzen 8 snees 53 roeden 6 voeten, gemeen en onverdeeld met de koper voor de wederhelft, belend ten zuiden de banscheiding van Oudkarspel en Koedijk, ten westen de Agtergragt, ten noorden doctor Kooms erve, verkoopt in 1685 Mr Claas Wringh chirurgijn wonende te Alkmaar, als executeur van de boedel van Dr Cornelis Coornhart, aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een akkertje zaadland groot 10 snees 5 voeten in 't Noordeinde van Koedijk in dezen bedrijve, belend ten westen het Nieuwelant, ten noorden 't Breelant, ten oosten de scheiding, en Joannis Rijplant bedienaar des Goddelijken Woords in Eenigenburg, als last hebbende van Trijn Jans weduwe van Jacob Rijplant, zijn moeder, wonende te Koedijk, aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een stukje weiland genaamd Rinkelant groot 4 geerzen en een half, belend ten oosten Pieter Jansz Rus, ten westen de Ringsloot van de Nieuwe Greb 574.
                                                                                  In Warmenhuizen verkoopt in 1685 Cornelis Claesz, ook voor Anne Sijverts zijn moeder en Lijsbet Claes zijn zuster, allen wonende te Koedijk, en voor Jacob Claesz zijn broer wonende in de Beemster, aan Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk een perceel land in de Nieuwe Greb genaamd Jan Brouwersven, groot omtrent 10 geerzen, belend ten zuiden erve Jan Gerritsz Rus, ten oosten Jan Cornelisz Grootsant c.s., ten westen de Heerevaert, met de oude waarbrieven, de jongste van 30 januari 1641 575.
                                                                                  In Bergen verkoopt in 1685 Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Gerrit Lambertsz onze buurman een akker geestland, belend ten noorden de koper, ten oosten de schouwbeek, ten zuiden Jacob Adriaensz Groot 576.
                                                                                  In 1686 worden verklaringen afgelegd door o.a. Pieter Cornelisz Rus en Dirck Jansz Mulder, beiden wonende aan het Noordeijnde en in de banne van Koedijk (over een geschil met de ingelanden van de beide Grebben) 577.
                                                                                  In Broek op Langedijk verkoopt in 1688 Jan Willemsz Ettes, regent alhier, ook als vader van zijn onmondige kinderen bij zal. Tryn Louris, aan Pieter Cornelisz Rus te Koedijk een stuk weiland genaamd Aef Jansweytje aan 't Graftje, groot 5 snees, belend ten noorden Jan Aelbrechts, ten zuiden Pieter Boogert 578.
                                                                                  In Oudkarspel verkopen in 1690 de executeurs van het testament van zal. Adriaen Koorn aan Claes Albertsz Blocdijck en Pieter Cornelisz Rus, beiden wonende te Koedijk, een stuk weiland genaamd d'Hoogeweijdt achter het Noordeijnde van Koedijk, belend ten zuiden en noorden Bouwen Gerritsz Slommer, ten westen de Botsoolsloot, ten oosten de mient van Kalverdijck, groot omtrent 16 geerzen 6 snees, voor een custingbrief van 3630 gld, en verkoopt in 1701 Cornelis Adriaensz Man wonende op St. Pancras, ook voor Cornelis Jansz en Jan Jacobsz Dapper zijn omen en Joris Hendriksz zijn neef, aan Pieter Cornelisz Rus te Koedijk een akker zaadland groot 10 snees beoosten de Zuijder Greb, belend ten zuiden Jan Pietersz Volckers, ten noorden Jan Hoogwater, voor ƒ 100:0:0 579.
                                                                                  In 1696 verklaren Jacob Pietersz Nellis [hij ondertekent 'Nelles'] wonende in de Zijpe en Pieter Cornelisz Rus in huwelijk hebbende Maertje Pieters, voor henzelf en voor hun zusters en snaars Dieuwer Pieters en Neltje Pieters, tezamen kinderen van zal. Trijn Jacobs die een enige dochter was van zal. Nel Reijersz, en mitsdien gerechtigd tot een legaat van 2500 gld van Griete Reijers weduwe van Willem Jansz van t Kalff te Wormerveer overleden, bij haar testament dd. 11 december 1694 voor notaris Simon Oosterhooren gepasseerd, hiervan wel betaald te zijn 580.
                                                                                  In Koedijk verkoopt in 1698 Bouwen Gerritsz Slommer aan Pieter Cornelisz Rus de helft in een stuk weiland, in 't geheel groot 5 geerzen 3 snees 6 roeden, belend ten noorden Jan Poulusz, ten westen Hendrick Levendigh, ten zuiden Gerrit Jacobsz Rijplant, voor 965 gld, en verkoopt in 1699 Jan Cornelisz Rus aan Pieter Cornelisz Rus een half weiland genaamd de Platven, groot in 't geheel 5 geers 3 snees 6 voet, waarvan de koper de wederhelft bezit, belend ten oosten de Ringsloot van de Noorder Cleijmeer, ten zuiden Gerrit Jacobsz Rijplant, voor ƒ 951:18:12 581.
                                                                                  In Oudkarspel verkoopt in 1714 Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk aan Cornelis Dircxz wonende in de Zijpe een stuk weiland op 't Noordeijnde van Koedijk in onze banne benoorden de Greb genaamd Breeland, belend ten westen Maarten Kleijboer, ten oosten Volckert Cornelisz, voor ƒ 100 582.
                                                                                  Op 4 juni 1727 bekent Pieter Cornelisz Rus wonende te Koedijk schuldig te wezen aan Pieter van Singelen wonende te Alkmaar 250 gld en aan Gerret Bouwensz Slommer te Koedijk 200 gld, spruitende beide schulden uit deugdelijk aangetelde penningen de eerste met een interest van 8 gld in 't jaar, waarvoor comparant niet alleen verbindt zijn roerende en onroerende goederen, maar per rato der somme cedeert al zijn koebeesten mitsgaders al zijn meubiele goederen, boeren- en bouwgereedschap, hooi en stro enz., en dat in mindering der voorschreven schulden 583.
                                                                                  In 1722 Pieter Cornelisz Rus en Maartje Pieters, echte man en vrouw wonende te Koedijk, aan hun kinderen Trijntje, Anna, Pieter en Aagje Pieters Rus, verklarende dat hun dochter Trijntie Pieters Rus getrouwd met Arie Jacobs Voller heeft genoten 2000 gld of de waarde vandien, Anne Pieters Rus getrouwd met Harment Dircks Tesselaar 200 gld en Pieter Pieters Rus 200 gld, al die gelden zonder rente 584.
                                                                                  In Koedijk zijn in 1684 Bouwen Gerrets Slommer, ter eenre, en Pieter Cornelis Rus getrouwd met Maertjen Pieters een broers dochter van Bouwen Slommer voornoemd, ten andere zijde, geaccordeerd over de erfenis die Maertjen Pieters bestorven was door overlijden van haar peet Aecht Gerrets, volgens een testament door haar met haar broer Bouwen Gerrets gemaakt voor notaris Jacob van Beijeren te Alkmaar op 7 juni 1670 585.
                                                                              2. Jan Cornelisz RUS, geb. ca. 1662, zie 102.
                                                                            206-207=120-121.
                                                                            208. (<104) (>416, >417) Ariaen Ariaensz HOUDEWINT, ged. (nederd. geref.) Warmenhuizen 11 sept. 1639 (Ariaen, zn van Ariaen Ariaensz, getuige Teet Ariaens), in 1688 en 1694 samen met Trijn Harks vermeld als lidmaat te Catrijp, tr.
                                                                                Adriaen Adriaensz Houdewint komt omstreeks 1668 enkele keren voor op de schepenrol van Schoorl, o.m. als aangewezen voogd. Voor de 200e penning wordt onder Catrijp Aerien Aeriensz op 13 april 1665 aangeslagen op ƒ 20-0-0, en Aerien Aeriensz Houdewint met het erf van Neel Harcxz op 31 juli 1677, 8 april 1678 en 20 augustus 1678 Aanslagen op ƒ 23-7-6 586. In het nieuwe meetboek van 1682 zijn de vermeldingen van Adriaen Adriaensz Houdewint: onder I, Catryper geestland, aan de Noorderlaen, 246 r, bewesten de Heerewech zijn hofstee, 25 r, onder K, weiland te Catryp, aan de weg, 548 r, onder S (Straet), bos aan de Heerewech, 55 r, onder IJ, de Reeckers, over de nieuwe sloot aan de sloot, 471 r 587.
                                                                                In Koedijk is in 1678 Hendrick Bouwensz Clercq 500 gld schuldig aan zijn zwager Aerjen Aerjens Houdewint te Schoorl, tegen 5 percent, en is in 1679 Pieter Gerrets Loots, buurman en herbergier te Schoorldam, aan Aerjen Aerjens wonende te Catrijp onder Schoorl, Sijmen Aerjensz te Warmenhuizen en hun zwager Hendrick Bouwens Clerck te Koedijk, 400 gld schuldig ter zake van verschenen en onbetaalde landhuur, van land achter zijn huis in de Reecker verscheiden jaren in huur gebruikt, voor welke schuld een afbetalingsregeling getroffen wordt 588.
                                                                            209. (<104) (>418) Trijn HARCKS.
                                                                                   Uit dit huwelijk:
                                                                              1. Aerjen Aerjens HOUDEWINT, overl. vóór 1688, ondertr. Schoorl 31 dec. 1684 (huwelijkse voorstellingen te Schoorl op 31 dec. 1684, 7 jan. 1685 en 14 jan. 1685: Ariaen Ariaensz jongeman van Schoorel tot Catrijp met Maertje Cornelis jonge dochter tot Coedijk), tr. Koedijk 14 jan. 1685 Maertje Cornelis CLERCK, ged. (nederd. geref.) ald. 17 aug. 1659, overl. ald. 22 sept. 1699 589, impost op begr. Koedijk 25 sept. 1699 (impost 6 gld), dr van Cornelis Bouwensz CLERCK, secretaris ald., en Neel PIETERSDR, die hertr. met Jacob Jansz STAMMIS, schepen ald. vanaf 1658 tot 1720, weesmeester vanaf 1697 tot 1728.
                                                                                  In Koedijk worden in 1684 huwelijkse voorwaarden opgesteld door Aerjen Aerjens jonggezel toekomende bruidegom wonende te Catrijp onder Schoorl, geassisteerd met Aerjen Aerjens Houdewint zijn vader, en Maertje Cornelis jongedochter bruid alhier, geassisteerd met onze secretaris haar vader; indien er geen kinderen zijn is er geen gemeenschap van goederen, in welk geval het vruchtgebruik van de goederen van de eerstoverledene aan de langstlevende komt tot diens overlijden of hertrouwen 590.
                                                                              2. Harck Adriaensz HOUDEWIND, zie 104.
                                                                              3. Jan Ariaansz HOUDEWIND, doet belijdenis Schoorl 31 okt. 1701, diaken ald. 13 mei 1703, ouderling ald. 16 april 1713, lidmaat in Catrijp en Bregdorp in 1708 en 1713, tr. 1° Schoorl 4 dec. 1695 Maertjen CLAES, overl. vóór 1700, tr. 2° 1700 Neeltje JANS.
                                                                                  In Koedijk verkoopt in 1708 Bouwen Hendriksz Clercq aan Jan Ariensz Houdewint te Katrijp in de banne van Schoorl, een stuk land in de Mare groot omtrent 12 geerzen, belend ten noorden de erfgenamen van Ds Lieranus, ten zuiden de heer Theodorus Groenhorst, voor 550 gld 591.
                                                                                  In Warmenhuizen verkoopt in 1717 Theunis Sijmonsz Oversloodt aan Jan Adriaensz Houdewint een derde in een stuk Reeckerlandt genaamd de Eerste Reecker, groot omtrent 4 geerzen, gemeen en onderdeel met de koper c.s., belend ten zuidoosten Hendrick Jansz, ten noorden Hoogtwoud de houtkoper 592.
                                                                                  In 1700 worden huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Jan Adriaansz Houdewint, weduwnaar wonende te Katrijp in de banne van Schoorl, en Neeltje Jans, meerderjarige jongedochter wonende te Hargen. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn, en als hij als eerste sterft zonder kinderen zal zij behalve haar eigen inbreng de helft van zijn nalatenschap krijgen 593
                                                                            210. (<105) Hendrick Adriaensz KUIJPER, tr. N.N.
                                                                                In 1677 en 1678 wordt Hendrick Adriaens Kuijper onder Hargen voor de 200e penning aangeslagen op ƒ 10, van 2000 gld 586. In het nieuwe meetboek van Schoorl van 1682 wordt Hendrick Adriaensz Kuijper als volgt vermeld: onder G, het geestland van Hargen, van de Slaper af, 60 r, tussen de Lydtwech en het Slaperpat zijn hofstee, 25 r, onder H, weiland tussen de Slaperkuyle en de Hargerwech (in Segersven, volgend op Jacob Dircxz out sgotvanger, in de Noord, 335 r) in dezelfde Noord 335 r 587.
                                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                                1. Anna HENDRICKS, zie 105.
                                                                                2. Neeltje HENDRICKS, tr. Jan Adriaensz KUIJPER, zn van Adriaen Adriaensz KUIJPER en Neel JANS.
                                                                                    In 1710 worden Jan Adriaens en Claes Adriaensz Cuijper vermeld als wonende te Groet, meerderjarige kinderen van Neel Jans die mede een zuster was van Claes Jansz overleden in d'Hale onder Schagen 594.
                                                                              212. (<106) (>424) Jan MIESSEN, tr. N.N.
                                                                                     Uit dit huwelijk:
                                                                                1. Pieter Jansz MIESSEN, schepen van Schoorl 595.
                                                                                2. Fredrick JANSZ, zie 106.
                                                                              214. (<107) (>428) Claes Jacobsz SCHOTVANGER, tr. N.N.
                                                                                  Voor de 200e penning wordt onder Catrijp Claes Jacobsz Schotvanger op 31 juli 1667, 8 april 1678 en 20 augustus 1678 aangeslagen op ƒ 5-17-0 586.
                                                                                  In 1682 is het meetboek van Schoorl vernieuwd door Claes Jacobsz Schotvanger te Schorel en Claes Jansz landmeter aldaar; de vermeldingen van Claes Jacobsz Sgotvanger hierin zijn: onder A, in Camp, aan de Laveersloot, 557 r, tussen de Plaetsloot en de Nessendyck de Heynstecamp aan de Kamper Kaij, 250 r, onder E, zijn camer aan de Nessendyck 385 r, onder I, Catryper geestland aan Richtenslaen, werf en hofstede, 107 r, in de Oosterbroecke aan de laan, 110 r 587.
                                                                                  Onder de goederen toebehorende het Huisarmenweeshuis van Alkmaar: een stuk land onder Groet genaamd de Kerckerven, in onkosten 568 roeden 587[?] voeten Schoorlse maat, gehuurd door Claes Jacobs Schotvanger voor ƒ 58-0-0, en een stuk land in de banne van Groet genaamd de Horn, groot 528 Groetse maat, met nog een stuk land daaraangevoegd van de kerk van Petten, groot 205 roeden, gehuurd door Claes Jacobs Schotavnger voor ƒ 72-0-0; in 1683 ƒ 130-0-0 betaald door Claes Jacobsz Schotvanger te Groet voor 2 percelen 596.
                                                                                  Op de lidmatenlijst van Schoorl van 1688 staan onder 'Catrijp' vermeld Jan Jacobs Schotvanger en Claes Jacobs Schotvanger, in 1694 Claes Jacobs Schotvanger en Jan Jacobs, en op 22 januari 1708 onder 'Bregtdorp en Catrijp' Jan Japikse Schotvanger obiit en Claes Japikse Schotvanger obiit.
                                                                                       Uit dit huwelijk:
                                                                                  1. Jacob Claasz SCHOTVANGER, burgemeester, notaris en landmeter van Schoorl, tr. Trijntje TEUNIS, dr van Teunis RIJKWAARTSZ.
                                                                                      In 1730 benoemt Jacob Claes Schotvanger, oud-burgemeester en regerend weesmeester van Schoorl, Hendrick Jans Bruijn te Hargen en Ariaen Dircs Hoogvorst te Catrijp tot voogden over zijn enige kind geprocreëerd bij Trijntje Theunis Richters 597.
                                                                                      In Schoorl machtigen in 1735 Jacob Claasz Schotvanger, als vader en voogd over zijn dochter Jannetje Jacobs Schotvanger, en Aderiaan Harksz Houdewindt en Sijmon Dalenbergh als voogden over Antje Jans, minderjarige dochter van Jan Evertsz en benevens de voornoemde Jannetje Jacobs een nazaat van Teunis Rijkwaartsz, Trijntje Cornelis weduwe van Willem Triest wonende te Hoorn om de helft van een graf in Hoorn te verkopen waarvan zij de helft bezit, testeert in 1743 Jacob Claasz Schotvanger, oud-burgemeester mitsgaders notaris en landmeter te Schoorl wonende in de limieten van Katrijp, waarbij hij legateert aan Jacobus Koedijker, testateurs overleden dochters nagelaten man wonende te Hargen, een stuk weiland in de banne van Groet, groot 14 geerzen 70 roeden, belend ten zuiden Anna Jans, ten weste de Hargerwegh, en voor al zijn verdere goederen nomineert Trijntje Vredriks en Maartje Vredriks, beiden dochter van zijn zuster Trijntje Claas, om zijn nalatenschap in twee gelijke delen te verdelen, eventueel hun kinderen bij representatie, en machtigt in 1748 Jacob Claasz Schotvanger wonende te Catrijp Pieter Harksz en Sijmon Jansz de Jongh, beiden wonende aldaar, om alle vier termijnen van de 'liberale gifte' te fourneren aan de commissarissen gesteld tot ontvangst van de 50e penning en de liberale gifte te Schoorl 598.
                                                                                      In het lidmatenboek van Schoorl van 1713 worden onder Catrijp en Bretgdorp als lidmaten genoemd: Japik Claasz Schotvanger en Trijntie Teunis, man en vrouw.
                                                                                  2. Trijntje CLAES, zie 107.
                                                                                  3. Jan Claesz SCHOTVANGER, schoolmeester in de Zijpe, overl. ald.
                                                                                      In Zijpe heeft op 30 september 1712 Jacob Claesz Schotfanger, mede-erfgenaam van zijn broer Jan Claesz Schotfanger, de inventaris opgemaakt van de nalatenschap de 20e penning subject van Jan Claes Schotvanger, schoolmeester in de Zijpe, in de Zijpe overleden, als volgt: (1) de helft in een stuk weiland in de Hargerpolder, groot in 't geheel 1095 roeden, belend ten zuiden de Camperwech, ten noorden Jan Eeuwoutsz, (2) een stukje weiland in de Grootdammerpolder, groot 395 roeden, belend ten noorden de Breelaen, ten zuiden Jan Jacobs Schotvanger, (3) een akker geestland te Katrijp, groot 110 roeden, belend ten noorden Dirck Maertensz Backer, ten zuiden de weduwe van Pieter Claesz Schotvanger, (4) een akker geestland, groot 83 roeden, belend ten noorden Willem Jansz Heerschap, ten zuiden de kinderen Jan IJsbrants, (5) een akker geestland te Bregtdorp, groot 200 roeden, belend ten oosten het Middelpat, ten noorden Haesje Vrerikx, (6) een stukje bosland, groot 171 roeden, belend ten oosten de Hargerweg, ten westen de Wildernis, (7) een stukje bosland te Katrijp, groot omtrent 20 roeden, belend ten oosten de Achterwegh, ten westen de Wildernis, (8) een derdepart van 4 vijfdeparten van een huis en erf en 287 roeden land daaraan gelegen te Hargen, belend ten noorden de Heerewech, ten zuiden en westen de Wildernis, (9) een derdepart van 4 vijfdeparten van een krochtje geestland, groot omtrent 150 roeden, belend ten zuiden de Heerewech, ten Sieuwert Aeftis 599. Op 3 december 1712 is ontvangen van Jacob Schotfanger te Schoorl wegens de erfenis van zijn broer Jan Claesz Schotfanger, in zijn leven schoolmeester in de Zijpe, 63 gld 8 st 6 penn, voor de 20e penning en 10e verhoging voor deszelfs nalatenschap, getaxeerd op totaal ƒ 1153, met de 9 onderdelen achtereenvolgens getaxeerd op ƒ 218:5:0, ƒ 592:10:0, ƒ 110:0:0, ƒ 62:5:0, ƒ 80:0:0, ƒ 17:2:0, ƒ 6:0:0, ƒ 61:0:0, ƒ 6:0:0 600.
                                                                                220. (<110) (>440, >441) Jan Hendricksz BUTTER, overl. tussen 4 febr. 1644 en 9 maart 1658, tr.
                                                                                    Op 13 november 1638 verklaren Jan Gerritsz Driesman, herbergier, oud 53 jaren, Jacob Dircksz Boeckweyt, oud 48 jaren, en Jan Heyndricksz Cramer, oud 39 jaren, of elk daaromtrent, poorters van Alkmaar, rechtelijk gedaagd om getuigenis der waarheid te geven ten verzoeke van Jan Heyndricksz Butter, wonende te Koedijk in de banne van Oudkarspel, waar te wezen dat zij gisteren een maand geleden ten huize van Aerien Cornelisz Aerienmaet bij de Waech binnen Alkmaar hebben gehoord dat de requirant, zijnde in onderhaneling met Reijer Maertsz c.s., pachters van de impost op de Waech, om te accorderen nopende de contraversie [=overtreding] door de requirant gecommitteerd [=begaan] met 40 stuks hobbekazen die hij zonder ze te hebben laten wegen had geleverd, heeft bedongen van alles bevrijd te zullen zijn 601.
                                                                                    In Oudkarspel zijn in 1659 Heijndrick Joosten en Jacob Aerienz Bruijneman als voogden over de onmondige kineren van zal. Jan Heijndricxz Butter geprocreëerd bij Acht Pieters, met approbatie van de vrunden van dezelve kinderen, ter eenre, en Sijmen Pietersz als getrouwd hebbende voorschreven Acht Pieters moeder van de voornoemde kinderen, ter andere zijde, veraccordeerd over de erfenis van de kinderen, en hebben de goederen van de kinderen onder de bescherming van het weesboek gebracht. Op 10 maart 1664 hebben de voogden Jacob Arienz Bruijneman en Heijndrick Joosten een akte van deling getoond. Op 19 januari 1666 heeft Dirck Janz als getrouwd hebbende Anne Jans verklaard haar deel genoten te hebben. 602
                                                                                221. (<110) (>442, >443) Aecht Pietersdr AENGES, tr. 2° 1658 Sijmon Pietersz MEEGH, schepen van Oudkarspel, zn van Pieter Cornelisz MEEGH en Reynu SIJMENS.
                                                                                    In Koedijk verkoopt in 1666 Sijmon Pietersz Meech, buurman op 't Noortent van Koedijk in de banne van Oudkarspel, als getrouwd hebbende Aecht Pieters de nagelaten weduwe van Jan Hendrickx Butter, aan Gerret Jansz Cuijper een gars grasland gemeen met de koper, belend ten noorden de Delsloot, ten zuiden de heer van Cabou 603.
                                                                                    In 1658 worden huwelijkse voorwaarden gesloten tussen Symon Pietersz Meegh, jongman wonende op 't Noortendt van Koedijk, toekomende bruidegom, en Aecht Pietersdr, weduwe; de bruid heeft vier voorkinderen aan wie het huis op 't Noortend van Koedijk in de banne van Oudkarspel zal toevallen bij haar overlijden voor hun moeders erfenis. Als er kinderen uit dit huwelijk nagelaten worden zullen goede mannen uitmaken hoeveel die krijgen. Anders krijgen haar voorkinderen het huis vooruit en wordt de rest verdeeld onder haar kinderen en haar man. 604
                                                                                    In Oudkarspel verkopen in 1662 Gerrit Garmentsz wonende te Zuid-Scharwoude, ook voor zijn zuster Trijn Garments, Jacob Aerjensz Schouten en Cornelis Pietersz Patroon wonende te Broek voogden van de weduwe en kinderen van Aelbert Garmentsz, aan Sijmen Pietersz Meegh wonende te Koedijk een stuk weiland, groot 5½ gars, bij de Grep, belend ten oosten Jan Aengesz, ten westen Jan Pietersz 605.
                                                                                    In Oudkarspel is in 1672 Sijmen Pietersz Meegh wonende te Koedijk in onze banne 400 gld schuldig aan Trijntje Pieters, weeskind van Neeltje Pieters staande met haar goederen ter weeskamer van Alkmaar, ontvangen van haar vader Pieter Jansz Wijn, tegen interest van 5 ten honderd, met als onderpand een stuk land genaamd Noomke-akkers, belend ten oosten Jan Aengesz, ten noorden de Greb (afgelost op 2 april 1676), is in 1676 Sijmen Pietersz Meegh wonende op 't Noorteijnde van Koedijk in de banne van Oudkarspel 500 gld schuldig aan Annitje en Hester IJsbrants Hensbergh wonende te Alkmaar, tegen 5 gld 't honderd 's jaars, met als onderpand een weiland genaamd Noomke-akkers, groot ruim 2 morgen, bezuiden de Greb, belend ten noorden de sloot van Huijskebuijrt, ten oosten Jan Aengesslick (afgelost op 7 aug. 1685), en stelt in 1680 de weduwe van Cornelis Jacobsz Bruijneman een stuk weiland en een akker zaadland tot securiteit van een borgtocht van 400 gld aangegaan door Sijmen Pietersz Meeght schepen aldaar en wijlen haar man (welke constitutiebrief van 20 april 1673 op 15 okt. 1680 getoond wordt door Cornelis Gerritsz Rus, als afgelost door hem of zijn zoon) 606.
                                                                                    In Oudkarspel verkoopt in 1686 Sijmon Pietersz Meegh onze burger in 't Noordeijnde van Koedijk aan Bouwen Gerritsz Slommer te Koedijk een zaadakker groot omtrent 36 snees 16 roeden, belend ten zuiden de koper, ten noorden de Haijweijd 607.
                                                                                    In Warmenhuizen verkopen in 1689 de testamentaire erfgenamen van zal. Guurtie Pieters Altena, allen wonende te Purmerend, aan Symon Pietersz Meegh op 't Noortent van Koedijk de helft van een stuk land in de Oude Greb genaamd Coddebos, gemeen met Jan Dircksz, de helft groot 4 geerzen 11 snees, belend ten noorden Sasker Pietersz, ten zuiden Volkert Cornelisz 608.
                                                                                         Uit het eerste huwelijk:
                                                                                    1. Hendrik Jansz BUTTER, zie 110.
                                                                                    2. Pieter Jansz BUTTER, schepen van Oudkarspel 609, impost op begr. Koedijk 23 febr. 1738 (impost ƒ 3), tr. ald. 31 jan. 1672 Trijn Cornelisdr VOLCKERS, dr van Cornelis Jacobsz VOLCKERTS.
                                                                                        In Oudkarspel verkopen in 1675 de erfgenamen van zal. Pieter Claesz Verburgh aan Pieter Jansz Butter op 't Noordeijnde van Koedijk in onze banne, een akker zaadland groot 14 snees 11 roeden 10 voeten, belend ten noorden de Snijderssloot, ten zuiden Allert Jansz Clons 610.
                                                                                        In Warmenhuizen verkoopt in 1691 Willem Hendriksz wonende te Koedijk aan Pieter Jansz Butter aldaar een vierdepart in een stuk weiland in de Oude Greb, schaars 6 geerzen, gemeen met de koper, belend ten zuiden Bouwen Jansz als bruiker, ten westen de gemene vaart, en verkoopt in 1698 Pieter Jansz Butter wonende op t'Noorteijnde van Koedijk aan Jan Jacobsz