Naar beginpagina
Parenteel DANIEL
(6 generaties)
>index
I. Daniel, alleen bekend van twee zoons en twee dochters, tr. N.N.
In Wijk aan Duin is op 30 maart 1560 een testament opgemaakt door Jan Danielsz, Minnetgen Daniels en Duijfgen Daniels voor notaris Symon Thijbault. Van dit testament wordt op verschillende plaatsen melding gemaakt 1.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter DANIELSZ, volgt II.
2. Jan DANIELSZ.
In Wijk aan Duin wordt in 1641 door Claes Jacobsz Lakeman, lakenkoper, een stuk hooiland verkocht genaamd Jan Danielsweijtgen, groot 1347 roeden, belend ten zuiden met de Suijer, ten oosten de Sint Aechtendijck, ten noorden Gerrit Jansz Wildeman, ten westen de stad Haarlem; hierbij is sprake van een getransfixeerde brief waardoor eerst de verkoop geen doorgang kon vinden 2.
3. Minnetgen DANIELS.
4. Duijfgen DANIELS.
II. (van I) Pieter DANIELSZ, wielmaker te Beverwijk, tr. N.N.
In het kohier van de 10e penning van Beverwijk, van 1553: Pieters Danielsz' huis en erf getaxeerd 's jaars huurwaar op 6 gld, de 10e penning 14 st, van 1556: Pieter Danielsz wielmaker bewoont zijn eigen huis, getaxeerd op 10 gld, de 10e penning 20 st (op 6 september 1558 handtekening door o.a. Pijeter Daenilsoen), van 1569: Pieter Danielsz bewoont zijn eigen huis met een schuur, getaxeerd op 9£ 's jaars, facit 28sc 12d 4[?] 3.
In Heemskerk bekent in 1557 Pieter Danielsz, wielmaker in de Beverwijk, ontvangen te hebben van IJsbrant IJsbrantsz 140 keysersguldens en 10 stuivers, ter cause van zekere custingpenningen, en bekent IJsbrant IJsbrantsz hierenboven schuldig te wezen Pieter voorschreven de somme van 37 voorschreven guldens, te betalen op mei eerstkomende anno 58 4.
In het kohier van de 10e penning van Wijk aan Duin, van 1561: Pieter Danielsz in de Wijk gebruikt zijn eigen morgen land hem getaxeerd op 5£ 10sc, facit 10e penning 11sc, en Pieter Danielsz en Florys Adriaensz uit de Wijk gebruiken hun eigen 2 morgen 46 roeden getaxeerd op 11£ 5sc, facit de 10e penning 22½sc, van 1569: Pijeter Danielsz zijn eigen land 2 morgen 42 roeden weiland getaxeerd op 15 gld 5 st, facit 3 gld 7 st 2 penn, nog eigen geestland 3 morgen 87 roeden, getaxeerd voor 17 gld, facit 3 gld 14 st 13 penn, gebruikt nog van Dirck Claesz te Uitgeest en Claes Maertensz te Egmond en van Adam Willemsz te Beverwijk 5.
In Beverwijk is in 1562 Pieter Danelsz wielmaker, poorter van Beverwijk, schuldig aan de memorieheren 3 gld 's jaars, hoofdsom 50 gld, met als onderpand zijn huis in de Breestraet, strekkende van de halve straat tot dat Meer, belend ten zuiden Dyewer Jans, ten noorden die Steech 6.
In Alkmaar verkopen in 1662 Lucas Gerritsz Helderman en Willem Jacobsz Cuijper, erfgenamen voor 2 negendeparten van Pieter Gerritsz Sleutel, mitsgaders als last en procuratie hebbende van Claes Jacobsz [moet zijn: Gerritsz] Helderman wonende in Beverwijk, Daniel Schouten wonende te Haarlem, Heijndrick Mouthaen wonende te Delft als getrouwd hebbende Geertien Gerrits Helderman, en Annitge Gerrits Helderman wonende te Amsterdam, kinderen van zal. Gerrit Jansz Helderman [wiens moeder was Aechte Pietersdr], Sijmon Cornelisz wonende te Haarlem en Anna Cornelis wonende te Wijk op Zee geassisteerd met voornoemde Sijmon Cornelisz haar broer, ook vervangende Aechte Cornelis hun zuster wonende te Enkhuizen, kinderen van Aechte Sijmons [wier moeder was Cornelisgen Pietersdr], allen tezamen erfgenamen ab intestato elk voor een negendepart van wijlen Pieter Gerritsz Sleutel [wiens moeder was Maritgen Pietersdr] die zusterling over henluiden stond, aan Cornelis Jansz Plugh een huis en erf aan de Noordzijde van 't Dronckenoort, belend ten oosten de koper, ten westen Maritge Jacobs met een gemene muur, ten weerszijden de gemene loden goten, inbegrepen de kwijtschelding van 21 juni 1630, voor 1420-0-0 in 5 termijnen (betaald op 12 december 1668) 7.
In de 'Blaffaert' van de abdij van Egmond van 1568 wordt Pieter Danielsz in de Beverwijk vermeld als oom van de kinderen van Jan Danielsz, wederom land ingehuurd voor 3£ 11sc 1d 8.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelisgen PIETERSDR, volgt IIIa.
2. Aechte PIETERSDR, volgt IIIb.
3. Maritgen PIETERSDR, volgt IIIc.
4. Trijntgen PIETERSDR, tr. Jan Mathysz SCHOENMAECKER, wedn. van Duyffgen.
In 1606 testeren Jan Mathysz Schoenmaecker en Trijntgen Pietersdr echteluiden, poorter en poorteresse van Alkmaar, het vruchtgebruik van de eerstaflijvige aan de langstlevende, zowel in geval van wederhuwelijk als ongehuwd blijvend, onder de volgende voorwaarden. Als Jan Mathysz als eerste overlijdt, dan zal Trijntgen Pietersdr gehouden zijn een legaat van 50 gld aan Duyffgen Allertsdr, 't kind van Allert Gerijtsz Lijndrayer genoemd naar zijn eerste huisvrouw, uit zijn goederen te laten volgen. En als Tryntge Pietersdr 't eerst kwam te overlijden, dan zal Jan Mathysz gehouden zijn uit haar goederen een legaat van 100 gld aan Hilgont Outgersdr, 't nagelaten kind van Hilgont Jansdr zijn overleden dochter, geprocreëerd bij Outger Harcxz bakker te Alkmaar, te laten volgen, met zekere gouden ringen. En na de dood van de langstlevende institueert hij als erfgenaam Hilgont Outgersdr, met de voorwaarde dat als zij zonder kinderen achter te laten overlijdt de aanbestorven goederen zullen gaan aan Trijn Jans, Maritgen Jans en Griet Jans, testateurs zusters, of, bij aflijvigheid, hun kinderen bij representatie. En Trijn Pieters ten zijde van haar, te weten Cornelisgen Pieters haar zuster, de kinderen van Aechte Pieters haar overleden zuster, en Pieter Gerijtsz de nagelaten zoon van Maritgen Pietersdr haar zuster, bij overlijden van hem zonder kinderen na te laten aan de kinderen van haar zusters Cornelisgen Pieters en Aechte Pieters. 9
In 1606 legateren Jan Mathysz Schoenmaecker en Trijntge Pietersdr, echteluiden, poorter en poorteresse van Alkmaar, uit uitzonderlijke liefde aan Hilgont Outgersdr, het nagelaten kind van Hilgont Jansdr zijn dochter, geprocreëerd bij Outger Harcxz bakker te Alkmaar, uit de gemene boedel 150 gld, te ontvangen wanneer het kind tot zijn mondige jaren gekomen zal zijn, eventueel te geven door hun erfgenamen. Tot meerdere vastigheid is een stipulatie in handen van Aechte Barentsdr, 's kinds moei, gegeven. 10
IIIa. (van II) Cornelisgen PIETERSDR, tr. Sijmon CLAESZ.
In Beverwijk verkopen in 1610 Cornelisge Pietersdr weduwe van Simon Claesz ten overstaan van Pieter Jansz van Dyck haar gecoren voogd, Cornelis Adriaensz Mansdyck te Wijk op Zee als vader en Pieter Pietersz als voogd van de kinderen van voornoemde Mansdyck, en Tryn Simons ten overstaan van voornoemde van Dyck haar gecoren voogd, aan Floris Willemsz een huis en erf waarvan Cornelisgen Pietersdr de helft en de kinderen van voornoemde Mansdyck en Tryn Simons de wederhelft is competerende, belend ten zuiden de Wagenwech, ten noorden de Bagyne Heyecrocht, ten oosten Lenaert Jansz, ten westen de Schoubeeck 11.
In 1625 belijden voor schepenen van Wijk op Zee Cornelis Aryaens Mansdick, als man en voogd van Aechte Symonsdr, en Sijmon Coddeus als gecoren voogd van Trijn Sijmontsdr, nagelaten kinderen van Sijmon Claesz, dat zij tot hun beider genoegen de nagelaten goederen van hun voornoemde vader of ouders gedeeld hebben 12.
Uit dit huwelijk:
1. Aechte SIJMONS, volgt IVa.
2. Trijn SIJMONS, volgt IVb.
IIIb. (van II) Aechte PIETERSDR, overl. vóór 26 aug. 1606, tr. Jan Lucasz HELDERMAN, schout van Beverwijk, als zodanig vermeld vanaf 1600, in 1602 vermeld als schout van Heemskerk, overl. verm. tussen 6 juni 1606 en 13 okt. 1606 13, die hertr. met Jannitgen IJSBRANTSDR.
In Heemskerk verkopen in 1591 de burgemeesters van Beverwijk aan hun poorter Jan Luijcasz 2 akkers zaadland, groot omtrent 839 roeden, belend ten zuiden Heyndrick Willemsz en Willem Willemsz, ten westen de Cleyne Houtwech, ten noorden Weyntgen Jansdr en Heyndrick Cornelisz, ten oosten de Groote Houtwech, verkoopt in 1596 Jan Luycasz de originele opdrachtbrief hiervan aan Louris Thonisz, en wordt in 1602 Jan Lucas Helderman als schout van Heemskerk vermeld 14.
In Beverwijk is in 1608 Lambert IJsbrantsz als broer en voogd van Jannetge IJsbrants zijn zuster, weduwe van Jan Lucasz, eiser contra Gerrit en Pieter Jansz gebroeders, erfgenamen van wijlen Jan Lucasz; op 14 december laatstleden was bij schepenvonnis gewezen dat partijen zouden rekenen en bewijs doen van schuld en onschuld, maar ondanks verscheidene verzoeken van de eiser en gerechtelijke informatie door de bode zijn de gedaagden nog in gebreke gebleven 15.
In Beverwijk zijn in 1611 Gillis Aelbertsz en Lambert IJsbrantsz, als voogden van Claesgen Iansdochter, onmondig weeskind, eisers contra Pieter Jansz van Dijck en Gerrit Jansz gebroeders, om betaling van 165 gld voor de eerste betaling van de uitkoop van de huizinge en inboedel verschenen mei laatstleden. Ook is Lambert IJsbrantsz als voogd van Jannetgen IJsbrantsdr zijn zuster eiser contra Pieter Jansz van Dijck om betaling van 225 gld over de laatste custingbrief en uitkoop van 't huis en de inboedel. Op 26 november laat Gerrit Jansz Helderman zich willig condemneren 16
In Beverwijk eisen op 13 juli 1612 Gillis Aelbertsz burgemeester, als geordonneerde voogd van Claesgen Jansdr, mitsgaders de weesmeesters, van Pieter en Gerrit Janssoonen betaling van 165 gld van de uitkoop van huis en inboedel 17.
In Wijk aan Duin verkopen in 1669 Anthonij Dorregeest, burger van Beverwijk, voor 2/3, en Claesgen Jans, bejaarde dochter wonende te Beverwijk, voor 1/3, aan Wouter Arentsz mede wonende in Beverwijk een stuk weiland genaamd Hooge Vennitjen, in 't geheel groot 1136 roeden, in Wijckbroeck, belend ten oosten de Cleijne Sluijs-sloot, ten zuiden Pieter Cornelisz van Poelenburgh, ten westen de erfgenamen van Claes Cornelisz Calf, ten noorden Barent Cornelisz, voor 1725 gld 18.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Jansz van DIJCK, volgt IVc.
2. Gerrit Jansz HELDERMAN, volgt IVd.
IIIc. (van II) Maritgen PIETERSDR, tr. Gerrit Bartholomeusz SMIT, smid, die hertr. met Guirte GERRITS.
In Alkmaar heeft op 8 juni 1582 Gerrit Bartelmiesz Smit voor zijn kind Pieter geprocreëerd bij zijn overleden huisvrouw Maritgen Pietersdr voor de erfenis van de moeder, ter presentie van Symon Claesz, Jan Lucasz en Jan Thysz Scoenmaker als omen vanwege hun huisvrouwen van 't kind van moederszijde, de nabeschreven goeden onder protectie van de weesmeesters gebracht, (1) 2 zevendeparten, samen groot omtrent 1 morgen, in een stuk land in de banne van Wijk aan Duin waarvan Jan Thoenisz 3 zevendeparten en Lenert Jansz de 2 resterende zevendeparten competeren, (2) een achtstepart, groot omtrent 1 koegang, van een stuk land genaamd de Hoge Venne in de banne van Wijk aan Duin in Wyckbroeck waarvan Pieter Pietersz, Jan Lucasz en Dirck Claesz c.s. de andere achtsteparten competeren, (3) de helft van een lijfrentebrief van 22 gld 's jaars sprekende op Dirck Garbrantsz in Beverwijk, te lossen met 396 gld, waarvan Cornelisgen Claesdr wonende in Beverwijk de andere helft toebehoort onder wie ook de brief is berustende (op 16 februari 1583 bekent Cornelis Lambertsz, scholkoper, dat die brief berust onder Cornelisgen Claesdr de moeder van zijn huisvrouw), (4) een obligatie van 30 st 's jaars sprekende op Louris Willemsz in Beverwijk, te lossen met 24 gld, dd. 8 oktober 1562 (in plaats hiervan heeft Gerrit Bertelmiesz een gezegelde brief van 24 gld hoofdsom ingebracht), (5) 480 gld die de vader voor de helft van 't huis en erf, inboedel en meesterij uitkeren zal op meidagen 1583-1588, telkens 80 gld, breder blijkende bij een brief gezegeld door Jan Cornelisz van der Nyenburch en Doedt Jansz Medemblick, schepenen in Alkmaar, op 9 juni 1582, (6) 42 gld die de vader uitkeren zal voor zekere linnen en wollen kleren op meidagen 1583 en 1584, (7) 22 gld die Jan Thysz mede van zekere linnen en wollen kleren op 2 gelijke meidagen uitkeren zal, (8) evenzo 22 gld door Symon Claesz uit te keren, (9) evenzo 5 gld 10 st door Jan Lucasz uit te keren, (10) Gerrit Bartelmiesz heeft aangenomen zijn kind te onderhouden in kost en klederen, eerlijk naar zijn staat, de tijd van 4 jaar ingaande St. Jansmisse 1582, 's jaars voor 45 gld. Op 9 juni 1583 heeft de vader, ter presentie van Symon Claesz en Jan Lucasz uit de Wyck, Jan Thysz Schoenmaker te Alkmaar en Dirck Symonsz van Limmen, als naaste vrunden van moederszijde van 't kind, ten behoeve van het kind in de weeskamer gebracht een termijnbrief van 571 gld 16 st die hij zijn kind betalen zal als hij huwelijkt of van hem gaat, te weten 200 gld gereed en voorts alle jaren daaraanvolgende 100 gld en 't laatste jaar 71 gld 10 st, blijkende bij de bezegeld brief van 9 juni 1583, in de plaats van de 480 gld in 't vijfde artikel mitsgaders van de penningen in de artikelen 6, 7, 8 en 9 begrepen, en belooft hij 't kind te onderhouden om behouden goed tot zijn mondige jaren, blijkende bij de voorschreven brief, ergo ook het laatste artikel doorgeslagen. Op 13 november 1602 heeft Guirte Gerrits, de huisvrouw van Gerrit Bartholomiesz, ter presentie van de voorschreven Pieter Gerritsz en Jan Tijssen deszelfs oom. de 200 gld betaald als gereed bedongen, zijn nog 100 gld in de weeskamer gebleven en heeft de voorschreven Pieter de andere penningen naar hem genomen. Op 19 februari 1603 heeft Pieter Gerritsz ter presentie en met bewilliging van Gerrit Bartholomeusz zijn vader 50 gld uit de weeskamer gelicht om te gebruiken op zijn voorgenomen reis in Frankrijk. Op 6 mei 1606 bekent Pieter Gerritsz nog 300 gld op de 571-16-0 ontvangen te hebben vermits zijn mondigheid. Op 18 februari 1609 bekent Pieter Gerritsssoon ter presentie van zijn vader van de weeskamer voldaan te zijn. 19
In Velsen verkopen in 1594 Thys Hendricxzoon voor hemzelf en als voogd van zijn moeder, ter eenre, en Marytgen Gerrytsdr, geassisteerd met Aernt Engels haar gecoren voogd in dezen, en haar sterk makende voor Gerryt Bartholomeusz haar zwager en Haesgen Gerrytsdr haar zuster, aan Aeff Tamisdr, weduwe van Claes Cornelisz van Velzerduyn, met haar kinderen, een croft land in Aercom, groot omtrent 1½ morgen 1½ hond, belend ten oosten de Schoubeecke, ten zuiden Cornelis Cornelisz Lueter over de wal die aan de croft blijft, ten westen de Zeewech, ten noorden Aeff Tames zelf met de hele wal 20.
In Velsen verkoopt in 1598 Gerrijt Bartholomeusz, smid te Alkmaar, aan Claes en Gerijt Freecxzonen, buurluiden te Velsen, een morgen geestland, belend ten zuiden Auwel Jansz, ten westen de Schoubeecke, ten oosten de Buerwech, ten noorden Claes Claes Jong, vrij land in Aercommerthiende genaamd Die Vyffende; compareerde mede Willem Florisz, poorter in de Beverwijk, en heeft hem waarborg gesteld voor Gerrijt Bartholomeusz, zijn zwager 21.
In 1614 testeert in Alkmaar Gerrit Bartholomeusz smith, ziek te bedde; hij prelegateert aan zijn zoon Bartholomeus de meesterije vant smiths hantwerck, institueert zijn zoon Pieter Gerritsz in zijn blote legitieme portie, en nomineert tot universele erfgenamen zijn twee jongste kinderen Bartholomeus en Claes Gerritsz, waarbij Bartholomeus Gerritsz in koop zal hebben het huis en erf waarin testateur tegenwoordig woont 22.
Uit dit huwelijk:
1. Pieter Gerritsz SLEUTEL, alias Cramer, kistemakersgezel bij eerste huwelijk, ondertr. 1° Alkmaar 18 dec. 1605 Guert JACOBSDR, woont bij tweede huwelijk op de Leet over de Butterstraet, dr van Jacob PIETERSZ en Maeritgen JANSDR, wed. van Jacob Jansz COOPMAN, tr. 2° Anna GARBRANTSDR, dr van Garbrant JOPPEN en Aeffgen GERRITS.
In Alkmaar wordt in 1618 een codicil gemaakt door Claes Gerritsz, caffawercker, nagelaten zoon van wijlen Gerrit Bartholomeus smith, waarin hij, omdat hij geen ouders of kinderen heeft en om andere pregnante redenen, prelegateert aan Pieter Gerritsz zijn halve broer 500 gld als hij op zijn voorgenomen reis met kapitein Ruijter van Meijninge kwam te overlijden 23.
In Akmaar verkoopt in 1612 Guyrt Jacobsdr, uitdraagster, poorteresse dezer stede, met consent van Maerten Engelsz stoeldreyer, aan Pieter Gerritsz Cramer een huis en erf op 't hoekje van de Butterstraet aan de Zuidzijde van de Leedt, belend ten westen de voorschreven Butterstraet, ten oosten Jan Jacobsz lepelmaker, verkoopt in 1612 Pieter Gerritsz Cramer aan Jan Vrericxz glasemaker een huis en erf aan de Oostzijde van de Hoffstraedt, belend ten noorden de kinderen van Cornelis Cornelisz timmerman, ten zuiden Duyff Reyers, voor 390 gld, en verkoopt in 1613 Pieter Gerritsz Sleutel aan Luykes Hendricxz schoenmaker een huis en erf aan de Noordzijde van de Leedt, belend ten westen de erfgenamen van Symon Pietersz lyndreyer, ten oosten Maerten Engelsz stoeldreyer, voor 1050 gld , met de oude kwijtschelding van 23 mei 1612 24.
In Alkmaar verkoopt in 1612 Jacob Cornelisz Scipper aan Pieter Gerritsz Cramer een vrije camer met een zomerkeukentje en erf met een halve put aan de Noordzijde van de Leedt, belend ten westen de erfgenamen van Symon Pietersz Lijndreijer, ten oosten Maerten Engelsz, voor 675 gld waarvan 150 gld gereed, mei 1613, 14, 15, 16, 17 100 gld en mei 1618 de resterende 25 gld, en verkoopt in 1627 Pieter Gerretsz Sleutel aan Reynert Thysz schoenmaecker een huis en erf aan de Noordzijde van de Leet op gemene muren ten wederzijden met een halve put, belend ten westen Dirck Jansz, ten oosten Maerten Engelsz stoeldreyer, voor 1000 gld te betalen 1/8 gereed en de rest op 7 meidagen, met als borg voor de twee eerste custingen Jan Pietersz in 't St. Pietersscheepgen 25.
In Alkmaar verkoopt in 1613 Arent Sweers Cramer aan Pieter Gerritsz in de Sleutel een huis en erf met een bak en put aan de Westzijde van de Butterstraet, belend ten noorden Gerrit Hendricxsz, ten zuiden de weduwe van Jan Jansz Schoenmaker, met voorwaarden over waterlozingen, voor 1000 gld, te betalen op 8 meidagen vanaf 1613, telkens 1/8. De koper verbindt boven de custing zijn huis en erf aan de Zuidzijde van de Leedt, belend ten westen Heyndrick Gerritsz Mandemaker, ten oosten Trijn Meynerts, de verkoper zijn huis en erf aan de Oostzijde van de Meent, belend ten noorden Pieter Garbrantsz, ten zuiden Euwout Joosten Backer. 26
In 1633 hebben Willemtgen Lourisdr, huisvrouw van Pieter Dircxz Wittebroot, wonende te Alkmaar, en Pieter Gerritsz Sleutel als oom en bloedvoogd mitsgaders Adriaen Jacobsz van der Wijck, fabriekmeester van Alkmaar, mede voogd van Gerrit Bartholomeusz, zoon van voornoemde Willemtgen Lourisdr geprocreëerd bij Bartholomeus Gerritsz haar eerste overleden man, een accoord gesloten 27.
In Alkmaar verkopen in 1638 PIeter Garbrants en Pieter Gerritsz als getrouwd hebbende Anna Garbrants, kinderen en erfgenamen van Aeffgen Gerrits, aan Maerten Harmans wijncooper een huis en erf aan de Noordzijde van de Oude Graft, belend ten oosten de koper, ten westen Trijn Sijmons, met de oude kwijtschelding van 20 juni 1624, voor 960 gld, te betalen 1/6 greed, de rest op 5 eerstkomende meidagen (op 29 augustus 1643 voldaan) 28.
In 1662 zijn te Alkmaar voor een notaris gecompareerd Jan Vredericxz van de Landen als getrouwd hebbende Syburgh van Riedewijck, Neeltje Jans weduwe van Lourus Gerritsz Kabel, geassisteerd met de notaris als haar voogd in dezen, Claes Geritsz Schoutten als getrouwd hebbende Cornelisjen Jans, en Cornelis Fredericxz Kinneman, voor hemzelf en voor Jan Vrericxz Kinneman zijn broer, allen wonende binnen deze stede, zusterlingen en erfgenamen ab intestato van zal. Gerrit Barholomiesz Smit, ter eenre, en Lucas Gerritsz Helderman, Claes Gerritsz Helderman, en Daniel Gerritsz Schoutten gezegd Helderman, voor henzelf en tezamen vervangende Anna Gerrits Helderman en Geertje Gerrits Helderman, hun zusters, kinderen van zal. Gerrit Jansz Helderman, item Willem Jacobsz Kuijper als getrouwd hebbende Aechje Pieters van Dijck nagelaten dochter van wijlen Pieter van Dijck, mitsgaders Sijmon Cornelisz, [mede] vervangende Aechte Cornelis en Anna Cornelis zijn zusters, kinderen van wijlen Aechte Sijmons, altezamen erfgenamen ab intestato van de fideïcommissaire of verbonden goederen van Pieter Gerritsz Sleutel, die zusterling over hen stond, laatst bezeten geweest zijnde door de voornoemde Gerrit Bartholomiesz Smit, ter andere zijde, en nadat het testament van wijlen Pieter Gerritsz Sleutel was voorgelezen, waarin hij institueerde tot zijn enige erfgenaam Gerrit Bartholomiesz zijn broers zoon of diens descendenten, en bepaalde dat bij afwezigheid daarvan de goederen van hem komen zullen succederen aan zijn bloede, wezende het testament gepasseerd voor Cornelis Jansz Baert notaris binnen Alkmaar op 27 augustus 1629, en alzo de laatste partij zich qualificeerde als de enige naaste erfgenamen ab intestato van de voornoemde Pieter Gerritsz Sleutel, en Gerrit Bartholomiesz Smit zonder descendenten overleden is, zijn de voornoemde partijen in min en vriendschap geaccordeerd dat de erfgenamen van Pieter Gerritsz Sleutel in voldoening van het voorschreven fideïcommis zullen aanvaarden een huis en erf binnen deze stede aan de Noordzijde van Dronckenoort, belend ten oosten Jan Plugh, ten westen Maritjen Jacobs in de Rycklelick, wezende gekomen uit de boedel van de voornoemde Pieter Gerritsz Sleutel, en daarenboven nog van de voornoemde erfgenamen van Gerrit Bartholomiesz 250 gld zullen ontvangen 29.
In Alkmaar verkoopt in 1676 Jan Claasz Woorthouwer, stadsbode aldaar, als last en procuratie hebbende van Annitge Everts 30, weduwe van Pieter Garbrantsz Spiegel die een erfgenaam was van Pieter Gerritsz Sleutel, aan Jelis van der Putten een huis en erf met een bak en put, aan de Westzijde van de Botterstraat, belend ten noorden de erfgenamen van Dirck IJsbrandtsz, ten zuiden de erfgenamen van Josina Jans weduwe van Claas Jansz Woorthouwer, voor 505 gld; de oude kwijtschelding was van 6 mei 1613 31.
In 1610 testeren in Alkmaar Pieter Gerritsz Cramer en Guijert Jacobsdr echteluiden, poorter en poorteresse dezer stede. Elk institueert tot erfgenaam de vrucht, kind of kinderen waarmee voormoemde Guijrt Jacobsdr tegenwoordig zwanger of bevrucht gaat, en anders de kinderen bij elkaar te telen. Mocht Pieter Gerritsz zonder kinderen vóór haar komen te overlijden, bespreekt hij zijn broers alsdan in leven zijn kleren, institueert hij Gerrit Barthelmieusz zijn vader in zijn legitieme portie en Guijrt Jacobsdr voornoemd in de resterende goederen. Als zijn zonder kinderen als eerste overlijdt institueert zij Jacob Pietersz en Maeritgen Jansdr, haar vader en moeder, in hun legitieme portie, en haar man Pieter Gerritsz in de resterende goederen, behoudens uit te reiken aan Pieter Jansz en Digum Jansdr, kinderen van haar halve zuster, tezamen 300 gld bij het bereiken van 18 jaar, en nog Digum haar kleren, juwelen, zilver, goud, enz. 32
In 1629 testeren Pieter Gerritsz Sleutel en Anna Garbrantsdr geëchte man en wijf, poorter en poorteresse van Alkmaar, zij ziek te bedde. Hij prelegateert aan zijn vrouw het gebruik van al zijn goederen en benoemt tot zijn universele erfgenaam Gerrit Bartholomeusz, zijn broeders kind. Zij benoemt tot haar universle erfgenaam Pieter Gerritsz, het nagelaten kind van haar broer Gerrit Garbrants. Op 22 januari 1639 herroept Anna Garbrants haar testament. 33
IVa. (van IIIa) Aechte SIJMONS, tr. Cornelis Adriaensz MANSDICK.
In Krommenie bekent Claes Dircksz, voor hemzelf en als voogd van zijn 2 zusters Elsgen en Dirckgen Dirxdr, wonende altezamen op Krommeniedijk, schuldig te wezen Claes Cornelisz Mandick, sleper wonende te Haarlem, mitsgaders alle kinderen en erfgenamen van zal. Aecht Sijmonsdr, in haar leven wonende te Wijk op Zee, een jaarlijkse losrente van 16 gld 10 st, hoofdsom 300 gld 34.
Op 10 oktober 1621, voor schepenen van Wijk op Zee, is Gerrit Willemsz Haecken, waard in Beverwijk, eiser contra Cornelis Adriaensz Mansdicht, om 40 gld van een obligatie en nog 2 gld 2 st verteerde kosten. Op 17 november 1621 verklaart Anna Cornelis, een dochter van Cornelis Aeryaens Mansdicht, voor notaris Pieter van Assomvijle te Haarlem op 27 mei 1620 geconsenteerd te hebben in al hetgeen haar broers en zusters ten behoeve van hun vader toegestaan hebben, en bekent Cornelis Aerijaens Mansdicht voldaan te wezen uit handen van Huijbert Aerijaens zijn broer nopende de erfenis van zijn vader en moeder. Op 19 mei 1624 is Jan Cornelisz, waard te Wijk op Zee, eiser contra Cornelis Aeryaensz Mansdick, om 20 gld van de koop lang geleden van een merriepaard. Op 26 janauari 1625 is voor schepenen van Wijk aan Duin de collecteur van de verponding en de Hondsbossche morgen eiser contra Cornelis Aeryaentsz Mansdick als eigenaar van Gerrit Lubbencroft en Bannincklant in Wijk aan Duin, om 15 gld 12 st. Op 25 mei 1629 is voor schepenen van Wijk op Zee Gerrit Arusz, waard te Heemskerk, eiser contra Cornelis Aeryiaensz Mansdickt, om 1 gld 16 st impost op paarden. 35
Uit dit huwelijk:
1. Sijmon CORNELISZ.
2. Anna CORNELIS.
3. Aechte CORNELIS.
IVb. (van IIIa) Trijn SIJMONS, tr. Arent DIRCKSZ.
In Wijk aan Duin verkoopt in 1624 Trijn Symonsdr, weduwe van Arent Dircksz, poortersse van Beverwijk, geassisteerd met [Mr] Sijmon Coddeeus [secretaris der voornoemde stede], in 1624 aan Jooris Cornelisz haar mede-poorter een stukje geestland genaamd Trijn Everencroftgen, belend ten noordwesten en noordoosten Jooris Cornelisz zelf, ten zuidoosten de Cleijne Houtwech, ten zuidwesten Gerrit Jacopsz wielemaker, groot ruim 1 morgen, voor 811 gld 6 st, en in 1625 aan Jan Arusz Hardebol, koopman te Amsterdam. een stukje geestland genaamd 't Naerdercroftgen, groot omtrent 319 roeden, belend ten zuidwesten de Naerderwech, ten noordoosten en noordwesten 't gasthuis van Beverwijk, ten zuidoosten de Schoubeeck, voor 240 gld 36.
In Beverwijk machtigt in 1646 Trijn Sijmonsdr, weduwe van Arent Dircksz, geassisteerd met de notaris, Claes Jacobsz Laeckeman oud-burgemeester, om uit haar naam te vorderen en te ontvangen alzulke erfenis of erfgoederen als haar competerende zijn van Pieter Gerritsz zal. die in lijftocht had bezeten de goederen van Trijn Pieters zal. haar moei, in hun leven poorter en poorteresse van Alkmaar, mitsgaders haar gedeelte van een stuk land in de Wijckerbroeck waarvan Pieter van Dijck 'polleleut'[?] is, bij testament van Aechten [moet zijn: Jan Daneelsz], Minnetgen en Duijfgen Daneelsdochteren, haar, constituante, nagelaten, van Pieter Garbrantsz en Gerrit Bartholmieusz, erfgenamen van de voorschreven Pieter Gerritsz en de voornoemde Aechtgen, Minnetgen en Duijfgen Daneelsdochteren, tegen dezelven te accorderen of is nood dezelven ook in rechte te beroepen voor de schepenen van Alkmaar 37.
In 1651 is Claes Jacobsz Laeckeman, procuratie hebbende van Trijn Symons weduwe van Arent Dircksz, overeengekomen met Gerrit Bartolmeesz als erfgenaam van zijn oom Pieter Gerritsz Sleutel en Pieter Garbrantsz als erfgenaam van Anna Garbrants zijn zuster die huisvrouw geweest is van voornoemde Pieter Gerritsz Sleutel, altezamen wonende te Alkmaar, vanwege zekere erfenis van Jan Danielsz, Duyfgen en Minneken Danielsdochteren volgens een testament gepasseerd voor notaris Symon Thijbault in de banne van Wijk aan Duin op 30 maart 1560; Lakeman bekent ontvangen te hebben 300 gld, quiterende voorschreven erfenis. Mede compareerde Jan Jansz, schoonzoon en enige erfgenaam van Trijn Symons voorschreven, en verklaarde zich hiermee accoord. 38
Uit dit huwelijk:
1. Sybrecht ARENTSDR, volgt Va.
IVc. (van IIIb) Pieter Jansz van DIJCK, cijnspachter, tollenaar van Beverwijk, overl. ald. 22 nov. 1649, tr. 1° (schepenbank) ald. 6 aug. 1610 (hij uit Beverwijk, zij uit Egmond-Binnen) Maritgen AELBERTSDR, tr. 2° (schepenbank) Beverwijk 29 april 1618 (zij van Velsen) Tonisgen CLAESDR, geb. Velsen, dr van Claes CORNELIS PHILLIPSZ en Aeff THAMIS.
In 1612 bekent Pieter Jansz van Dijck poorter van Beverwijk, voor schepenen van Wijk aan Duin, schuldig te wezen aan Thonis Willemsz poorter van Haarlem, een jaarlijkse losrente van 25 gld, 400 gld kapitaal; anno 1613 heeft comparant daarvoor tot onderpand gesteld een stuk land, groot omtrent 825 roeden, genaamd de Moolenaerscroft, belend ten oosten de Schoubeeck, ten westen en zuiden Kryn Dircxz, ten noorden Gerrit Jansz, met nog een stuk land in Wyckerbrouck, groot 438 roeden, belend ten oosten Tryn Dircxdr te Haarlem, ten westen de Swaensmeer, ten zuiden des Graeven Camp toebehorende de erfgenamen van Claes Fransz, ten noorden Cornelis Dircxz Ghyses (afgelost 7 juni 1661) 39.
In het proces in Beverwijk begonnen op 13 juli 1612 tegen Pieter en Gerrit Janssoonen worden op 25 augustus 1612 door Gillis Aelbertsz c.s. ten huize van Van Dijck goederen in beslag genomen. Op 31 augustus stelt de schout een vervolging in tegen Pieter Jansz van Dyck wegens resistentie van executie mitsgaders fulminerende woorden en dreigingen met een blote coutelasse [kortelas] of zijdgeweer. Op 13 december 1612 stellen schepenen voor om de gedaagde in bewaring te stellen voor 3 opeenvolgende dagen op water en brood. 40
In Velsen is in 1617 Pieter Jansz van Dijck, wonende te Beverwijk, eiser contra Dirck Sijmonsz aan Velserduijn om betaling van 47 gld over een obligatie 41.
In Wijk aan Zee en Duin is in 1620 Pieter Jansz van Dijck, poorter van Beverwijk, eiser contra Gerrit Jaspersz, buurman van Wijk aan Duin, om betaling van 25 gld met interest van 25 augustus 1619, en is Pieter Jansz van Dijck, gewezen pachter van het hoorngeld van Beverwijk en de gehuchten daaronder ressorterende, eiser contra Cornelis Gerritsz te Wijk aan Duin, om betaling van 4 gld 4 st 6 penn 42.
In Velsen verkoopt in 1624 Heijndrick Engelsz wonende te Velsen aan Pieter Jansz van Dijck poorter van Beverwijk, een croft geest- of teelland in Aercom, groot 1 morgen 1½ hond, belend ten oosten Jan Jansz Roos c.s., ten zuiden de kinderen van Cornelis Cornelisz Ouwekees, ten westen de Zeewech, ten noorden de Schoubeeck, voor 600 gld, te betalen 285 gld gereed, de resterende 315 gld op Luijcasmarckt 1625 43.
In Velsen zijn in 1628 de kinderen en kindskinderen van Claes Cornelisz Phillipsz en Magtelt Engelsdr (dochter van Engel Aelbertsz) eisers contra de 4 kinderen van Claes Cornelisz Phillipsz en diens tweede vrouw Aeff Thamisdr, onder wie Pieter Jansz van Dijck als getrouwd met Theunisgen Claesdr 44.
In 1629 is gecompareerd voor de schepenen van Wijk aan Duin Dirck van Dam wonende in Wassenaar, die heeft verklaard verkocht te hebben aan Pieter van Dijck, tollenaar van Beverwijk, een kwart van de helft in een veertigste deel van een stuk land genaamd 't Breevelt waarvan de Heer van Assendelft de wederhelft in 't veertigste deel in de helft [?] is competerende, belend in 't geheel ten oosten Aerijken Pieters, ten zuiden Cornelis Cornelisz Leenman, ten westen de Swaensmeer, ten noorden Jr Ruijsch of de banscheiding van Heemskerk 45.
In Velsen transporteert op 31 maart 1632 Pieter Jansz van Dijck, man en voogd van Teunisgien Claesdr, wonende te Beverwijk, aan Pieter Pietersz zijn zwager wonende te Wijk op Zee, man en voogd van Claesgien Claesdr, een croft geest- of teelland, eertijds gekomen van Mr Nicolaes Woutersz, burgemeester, groot 1 morgen 1½ hond, belend ten oosten Jan Jansz Roos en Cornelis Willemsz Leuter, ten zuiden Engel Huijgen, ten westen de Seewech, als hem, comparant, heeft toebehoord en aan de voorschreven Pieter Pietersz zijn zwager verruild is, al in 1626, tegen en voor de erfenis van hun schoonouders en door hun schoonmoeder Aeff Thamis laatst was nagelaten, en de erfenis van Jacob Claesz welke hun zou mogen competeren, voor 400 gld (op dezelfde dag verkoopt Pieter Pietersz dit land voor 600 gld), en transporteert Pieter Pietersz de vermelde erfenissen aan Pieter Jansz van Dijck 46.
In 1632 wordt Pieter Jansz van Dijck genoemd als tollenaar van de Grafelijkheidstollen in de Beverwijk en deurwaarder extraordinaris over Holland en Westfriesland 47.
In 1622 wordt in Beverwijk Pieter van Dijck met een gezin van 4 hoofden vermeld 48. Op 14 februari 1637 komt in de staat van de grootte der landerijen in Wijk op Zee en Duin Pieter van Dijck voor, voor 879 (roeden) tussen cleijne Houtwech en Kuyckerswech, voor 979 met de Heer van Assendelft tussen Kuickerswech en Groote Houtwech, voor 690, met de Heer van Assendelft voor 527 en met Gerrit Jans Helderman en Claesgen Jans 't hooge Vennitgen voor 1136, tussen de cleyne en groote Sluyssloot en Sint Aechtendijck 49. In Beverwijk wordt in 1645 een verklaring afgelegd door o.m. Pieter Jansz van Dijck, 's grafelijkheids tollenaar, en geven in 1647 Willem Bartholomeus, oud burgemeester, Cornelis Lambertsz, schoenmaker en schepen, en Pieter Jansz van Dijck een machtiging aan Garbrant Cornelisz 50.
In Wijk aan Duin heeft Pieter van Dijck in 1641 gekocht van Jan Thomasz een stukje geestland genaamd de Buyten-kans, belend ten oosten Sijmon Cornelisz Hogeduijn, ten noorden Cornelis Engelsz Dielofs, ten zuiden Engel Dircksz, ten westen de Schouheining, voor 210 gld, en hebben in 1642 de weduwe en erfgenamen van Gerrit Barentsz aan Pieter van Dijck een hoekje land verkocht aan de Swaensmeer, voor 65 gld 51.
In Velsen is op 15 april 1643 Engel Engelsz te Velsen, ook voor zijn mede-erfgenamen van Aeff Thamis, eiser contra Jan Cornelisz Post, schout te Velsen, als borg voor Pieter Jansz van Dijck in de Beverwijk als koper van land, voor 216 gld 13 st 6 penn; op 17 april 1643 toont Van Dijck bewijs van betaling 52.
In Velsen verkoopt in 1643 Claes Gerritsz Reijn te Velsen, man en voogd van Guijrte Cornelisdr, dochter van Maritgen Sijmons in haar leven mede een dochter van Sijmon Claesz Luijt, aan Pieter van Dijck in de Beverwijk een stuk land van omtrent 2 morgen, benoorden de Kerckbuyert op de Meer, belend ten oosten de Meer, ten noorden de Groene Laen, met de lasten van 4 gld 6 penn 's jaars en nog van 1800 gld kapitaal, voor 850 gld 53.
In Beverwijk wordt op [zaterdag] 9 april 1644 een extraordinaire rechtdag gehouden, vanwege de eis van Pieter Iansen van Dijck, die stelt dat hij als oudste zoon van zijn zal. vader Jan Lucassen Helderman in eigendom 2 grafsteden in de kerk van Beverwijk bezit en verlangt dat Louris Gerritsen Helderman en zijn mede-erfgenamen van voorschreven Jan Lucassen bevolen wordt hun handen te trekken van die 2 grafsteden. Op de zitting wordt eiser vertegenwoordigd door zijn zoon Jan van Dijck. Louris Gerritsen zegt dat eiser verzuimd heeft grafrechten te betalen en die zelf betaald te hebben, waarmee eisers rechten als vervallen beschouwd moeten worden. Schepenen ordonneren provisioneel dat het dode kind van de gedaagde in het geopende graf begraven zal worden en stellen de zaak verder uit tot de volgende ordinaire rechtdag op vrijdag. 54
In Velsen zijn in 1647 de ouwe kinderen of erfgenamen van Claes Cornelis Fhillipsz, mede-erfgenaam van Aeff Thamisdr, eisers contra Thomis en Engel Claessen als borgen voor Pieter Jansen van Dijck, om te hebben 330 gld 10 st uit kracht van borgtocht; schepenen verklaren de condemnatie executabel 55.
Op 22 november 1649 vindt in Beverwijk verzegeling plaats in het sterfhuis van Pieter Jansz Helderman van Dijck, die op dezelfde dag overleden is, op verzoek van de weesmeesters voor Anthony Claesz, onmondig weeskind van wijlen Maritgen Pietersdr die een dochter was van voorschreven Pieter van Dijck; in de periode van 5 februari tot 10 mei 1650 wordt de inventaris opgemaakt, waarin o.m. een opdrachtbrief van het huis en erf van Pieter van Dijck van 12 juni 1579, een opdrachtbrief van 8 maart 1587 van het derde part van het Hooghe Vennetgen, een testament van 26 augustus 1606 van Jan Thys en Tryntgen Pieters, een testament van 13 maart 1560 van Jan, Duijfgen en Minnicken Daniels, en een inventaris van de goederen van Maritgen Pietersdr 56.
In 1655 geven Willem Jacobsz Kuijper als man en voogd van Aechte Pieters van Dijck, mitsgaders Jeroen Jansz van Cruijsveldt en Lucas Gerrits Helderman, beiden schepenen van Beverwijk en voogden over Anthony Claesz, nagelaten onmondige zoon van wijlen Marija Pieters van Dijck, machtiging om voor het Hof van Holland te ageren jegens Susanna Robbrechts Vermeulen, tegenwoordig huisvrouw van Sijmon Jansz, schout te Wijk op Zee, en vindt scheiding plaats van de boedel van Pieter Jansz van Dijck, tussen Willem Jacobsz Kuijper, man en voogd van Aechte Pieters van Dijck, ter eenre, en Jeroen Jansz van Cruijsveldt en Lucas Gerritsz Helderman, voogden van Anthonij Claesz nagelaten zoon van Maria van Dijck, ter andere zijde. Aan Willem Jacobsz komt nomine uxoris het huis en erf in de Breestraet, een akker teellland in een croft in Wijk aan Duin aan de Arentswegh, een stuk geestland genaamd Doorncroft in Wijk aan Duin, het elsbos aan Wijk en Duin en het gedeelte in 't Baccumer Bosch. Aan Anthonij Claesz een stuk weiland genaamd het Breveldt, 2/3 in een stuk weiland genaamd de Hooge Ven waarvan het resterende derdepart competeert Claesje Jansdochter, het Laegh aan de Swaensmeer en het Suiwetie[?] van Gerrit Barenden, alle liggende in Wijckerbroeck in Wijk aan duin, mitsgaders een stuk weiland genaamde de Bisseweijdt te Egmond aan de Hoogendijck, groot omtrent 18 roeden, item een morgen land en een stuk weiland genaamd het Wilsnes te Egmond benoorden de Hoogendijck, waarvoor de voogden zullen betalen aan Willem Jacobsz 800 gld, en de voogden bekenden voldaan te wezen van 600 gld aan het weeskind gelegateerd door Teunisje Claes, laatste huisvrouw van Pieter van Dijck. Blijven nog onverdeel 2 morgen land in Wilsnes, een stuk weiland te Koedijk zijnde subject restitutie en fideicommis gemaakt door de grootvader en grootmoeder te Egmond. 57.
Uit het eerste huwelijk:
1. Aechte Pietersdr, volgt Vb.
2. Maritgien Pieters, volgt Vc.
Uit het tweede huwelijk:
1. Jan Pietersz, pachter van de wagens der stad Haarlem en het bestiaal over Velsen.
In Beverwijk in 1642 worden voor de notaris verklaringen afgelegd, op 20 oktober door Pieter Jeroens raad en oud-schepen, Claes Pietersz Molenaer timmerman en Louris Gerritsz Helderman ten verzoeke van Jan Pietersz van Dijck pachter van de wagens van de stad Haarlem, en ten verzoeke van Jan van Dijck pachter van het bestiaal over Velsen op 22 november door Jan Cornelisz Post, Cornelis Hendricksz en Arij Claesz schepenen te Velsen mitsgaders Claes Jansz Dorgeest deurwaarder der gemene middelen en op 29 november door Jan Cornelisz Post schout te Velsen en Claes Jansz Dorregeest deurwaarder 58.
IVd. (van IIIb) Gerrit Jansz HELDERMAN, glazenmaker te Beverwijk, waard in de Morinne, overl. vóór 21 mei 1635, tr. Maritgen CLAESDR, overl. vóór 11 juni 1650, dr van Claes Engelsz HERTOCH en Anna ARENTSDR.
In Beverwijk verkoopt in 1603 Cornelis Arentsz aan Gerrit Jansz Helderman een huis en erf binnen Beverwijk, belend ten westen de Koningswech ofte Heerewech, ten oosten Mr Jacop Pietersz chirurgijn, ten noorden de Peperstraet, ten zuiden Lambert Willemsz decker, en verkoopt in 1616 Gerrit Jansz Helderman aan Louris Pietersz cousmaker een huis en erf op de hoek van de Peperstraet strekkende voor van de Coninxwech tot achter Hr. Jacques Michiel[?], belend ten noordoosten de Peperstraet, ten zuidwesten David Lambertsz met eigen heiningen, voor 800 gld gereed geld, met als waarborgen voor de vrijwaring Annetgen Arents weduwe van Claes Hartoch in Velsen geassisteerd met Arent Claesz haar zoon, en Pieter Jansz van Dijck broer van de comparant 59.
In 1605 is Gerrit Jans Glaesemaecker eiser contra Cornelis Jansz de Boer, om betaling van 13 gld 10 st van geleverd lijnzaad 60.
In 1610 bekent in Wijk aan Duin Gerrit Jansz Helderman of Gerrit Schouten, poorter van Beverwijk, schuldig te wezen aan Jonkvr. Petronella van Dorp een jaarlijkse losrente van 25 gld, hoofdsom 400 gld, en stelt hij tot onderpand een kroft land genaamd Pieter van Dycxcrofgen of 't Cruyscrofgen, groot 930 roeden, belend ten oosten de weduwe of haar voorkinderen van Dieloff Dieloffsz, ten zuiden Pieter van Dyc comparants broer, ten westen en noorden Albert Jans 61.
In Wijk aan Duin verkopen in 1612 Pieter Jansz van Dijck en Gerrit Jansz Helderman ofte Gerrit Schouten, gebroeders, beiden poorters in Beverwijk, aan Cryn Dircxz mede poorter in Beverwijk 5 achtsteparten van een stuk weiland in Wijk aan Duin in Wyckerbrouck, zowel binnen- als buitendijks, gemeen met Goedelieff Jooris en Claes Cornelisz van 't Calff, belend in 't geheel ten oosten de Heer van Assendelft, ten noordwesten de Cleyne Sluyssloot, ten zuidwesten de Wyckermeer, voor 2 custingbrieven, en verkopen Jacop Jacopsz en Claes Jansz Verwer als gasthuismeesters van Haarlem aan Gerrit Jansz Glasemaecker in Beverwijk 2 akkers land, groot 578 roeden, belend ten zuiden de Reguliers in Beverwijk, ten noorden de kerk in Beverwijk, ten westen de Hooge Hofflanderwech, ten oosten de Leege Hofflanderwech, laatst gebruikt door Griet Jacopsdr weduwe van Claes Gerritsz Block die daaraan nog een jaar huur heeft, voor een custingbrief van 432 gld 62.
In Beverwijk wordt op 27 januari 1612 Gerrit Janz Glasemaker, als koper bij decreet van de huizinge en erf van Pieter Jansz van Dijck, geïnsinueerd door de voogden Lambert IJsbrantsz en Gillis Aelbertsz dat hij het door de voogden bedongen bedrag onder schepenen consigneert. Gerrit Jansz laat zich willig condemneren. Op 23 februari 1612 verzoekt Gerrit Jansz Helderman om een maand uitstel. 63
In 1614 verklaart voor schepenen van Beverwijk Gerrit Jansz Helderman, glazemaker, onze medepoorter, schuldig te zijn aan Jacob Cornelisz Nobel, poorter te Haarlem, een jaarlijkse losrente van 25 gld, hoofdsom 400 gld, met als onderpand zijn huis en erf op de Noordhoek van de Peperstraet strekkende van de Conincxswech tot achter aan 't erf van Jackques Nicquet, belend ten oosten de Peperstraet, ten westen Lambert Willemsz, en nog een croft land groot omtrent 600 roeden in Wijk aan Duin, belend ten noorden de kerk van Beverwijk, ten zuiden de monniken in Beverwijk, ten oosten de Hooge Hofflanderwech, ten westen de Eemskerckerwech, nog een derdepart in een stuk land in Wyckerbrouck genaamd Jan Luycasz' Hoogeven, met zijn mede-erfgenamen gemeen, groot in 't geheel omtrent 1100 roeden, belend ten oosten de weduwe van Barent Claesz, ten westen Baiatris Jansz, ten zuiden Pieter Pietersz, ten noorden de kinderen van Gerrit Dircxz te Haarlem 64.
In Beverwijk verkoopt in 1616 Michiel Joncker, poorter dezer stede, aan Gerrit Jansz Helderman een huis en erf en schuur aan de Breestraet op de hoek van de Bagijnensteech, belend ten zuidwesten Court van IJperen (voldaan door Maertie Claesdr op 14 juni 1636, 2000 gld) 65.
In 1617 verkoopt voor schepenen van Wijk aan Duin Gerrit Jansz Helderman, poorter van Beverwijk, aan Cornelis Fransz zijn medepoorter een stuk land genaamd Tuenencroft groot omtrent 800 roeden, belend ten oosten die Schoubeeck, ten zuiden en westen voornoemde Cornelis Fransz zelf, ten noorden Pieter van Dijck, voor 774 gld 66. In Beverwijk verkoopt in 1618 Michiel Joncker, nu wonende in Duitsland, aan Jacob Heyndrikcsz, koperslager, een custingbrief van 800 gld op Gerrit Jansz Helderman, poorter van Beverwijk, gepasseerd op 1 april 1616 67.
In Velsen is in 1622 Geryt Jansz Helderman eiser contra Thewes Schoterman, om betaling van 4 gld 10 st verteerde kosten, en is in 1624 Gerryt Jansz Helderman, waard in de Beverwijk, eiser contra Thewes Schoterman, om condemnatie tot 30 st en 16 st kosten 68.
In Beverwijk verkoopt in 1622 Geraert Jansz Helderman, waard in de Moerinne, aan Cornelis Garbrandsz Borst, brouwer te Haarlem, en Jannetie Pietersdr, poorteresse alhier, weduwe van Willem Cornelisz, biersteker, een losrente van 21 gld 17 st 8 penn, hoofdsom 350 gld, met als onderpand zijn huis en erve aan de Breestraet genaamd de Morinne, alwaar comparant tegenwoordig zelf in woont, en nog o.m. een derdepart in een stuk land gelegen in de Wijckerbrouck genaamd Jan Lucasz' Hooge Ven, met zijn mede-erfgenamen gemeen, groot omtrent 1100 roeden, belend ten oosten de weduwe van Barent Claesz, ten westen Beatrix Jacobs, ten zuiden Pieter Pietersz, ten noorden de kinderen van Gerrit Dirricksz te Haarlem (geroyeerd 8 mei 1695) 69. In 1635 belenden de weduwe en erfgenamen van Gerrit Jansz Helderman in de Breestraet, in 1637 bezit in Wijk aan Duin Gerrit Jansz Helderman een tuin van 607 roeden, tussen de Hoge en de Lage Hoflanderweg, en samen met Pieter van Dijck en Claesgen Jans 't Hooge Vennitgen, groot 1136 roeden 70.
In Beverwijk verkoopt in 1638 Maritgien Claesdr, weduwe van Gerrit Janssoon Helderman, geassisteerd met Jan Gerritsz Helderman haar zoon, aan Maritgien Cornelisdr, weduwe van Augustyn van Teijlingen, een jaarlijkse losrente van 12 gld 71, en is in 1642 Maritgien Claesdr, weduwe van Gerrit Jansz Helderman, geassisteerd met Gerrit Jans Wildeman, een jaarlijkse losrente van 20 gld schuldig aan Cornelis Garbrandtsz Borst, brouwer in de Passer tot Haarlem, met haar huis en erf in de Breestraet [De Moriaen] als onderpand 72.
In Wijk aan Duin heeft in 1640 Maertgen Claesdr, weduwe en boedelhoudster van Gerrit Jansz Helderman poorter van Beverwijk, geassisteerd met Lucas Gerritsz Helderman haar oudste zoon, bij openbare veiling verkocht aan Maerten en Aerijaen Wouterszonen en Aechtjen en Wendeltgen Woutersdochters, allen kinderen van zal. Wouter Gerritsz, poorters en poortersen van Beverwijk, een stukje geestland ofte een wel geordonneerden ende plaijsanten tuijn genaamd dat Plaijsant, groot omtrent 600 roeden, belend ten zuidwesten de steden Haarlem en Beverwijk, ten noordwesten de Eemskerckerwech, ten noordoosten de kerk van Beverwijk, ten zuidoosten de Hoflanderwech, voor 665 gld 73.
In Beverwijk is in 1642 Wouter Petersz Veerman eiser contra Maertie Claes weduwe van Gerrit Jansz Helderman waardin in de Moriaen. Eiser had van de gedaagde haar schuur gehuurd om daar zijn hooi te leggen, zijn paarden, koeien en wagen te zetten, voor één jaar beginnende 1 mei, voor 10 gld. Op verscheiden dagen heeft gedaagde goederen van hem op straat geworpen. De gedaagde bekent een gedeelte van de schuur aan eiser verhuurd te hebben en stelt dat eiser niet aan overeengekomen verplichtingen voldaan heeft. 74
In 1645 verkopen Maertie Claes weduwe van Gerrit Jansz Helderman, geassisteerd met Lucas Gerritsz Helderman haar zoon, ook voor zichzelf, mitsgaders Jan, Claes en Lauris Gerrits, die zich nevens Lucas Gerritsz ook sterk maken voor Geertie, Aechie, Anne en Daniel Gerritsz, aan Jan Cornelis Bennebroeck, brouwer in de twee Ruyten tot Haarlem, voor de ene helft, en Willem Bouwens, waard in 't Block, voor de andere helft, een huis, erf en paardestal, genaamd de herberg van de Morinne, in de Breestraet, voor 5175 gld 75.
In Haarlem verkopen in 1650 Lucas Gerritsz Helderman en Jan Gerritsz Helderman, mitsgaders Aechte Gerrit Heldermans dochter, weduwe van Huijch Florisz, Anna Gerrit Heldermans dochter, huisvrouw van Henrick Barentsz Cleijn, wegens de absentie van haar man geassisteerd met haar twee broers Lucas en Jan Helderman voornoemd, nog Claes Gerritsz Helderman, Daniel Gerritsz Helderman, Laurens Gerritsz Helderman en Henrick Hermansz Mouthaen man en voogd van Geertgen Gerrit Heldermans dochter, allen kinderen en erfgenamen van wijlen Maritgen Claesdr, in haar tijd weduwe van zal. Gerrit Jansz Helderman, aan joffrouw Maut van der Meulen, voor wie de Heer Carel du Molijn compareert, twee obligaties ten laste van het gemene land van Hollandt en West Vrieslandt, gedateerd 16 juli 1646 en 5 april 1648 76.
Uit dit huwelijk:
1. Lucas Gerritsz, geb. Beverwijk ca. 1600, volgt Vd.
2. Jan Gerritsz, geb. ca. 1607, volgt Ve.
3. Aechtje Gerrits, volgt Vf.
4. Anne Gerrits, tr. Henrick Barentsz CLEYN.
5. Claes Gerritsz, volgt Vg.
6. Daniel Gerritsz, volgt Vh.
7. Laurens Gerritsz, volgt Vi.
8. Geerken Gerrits, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 30 juli 1617 (doopgetuige Dieuwerken).
9. Frans Gerritsz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 sept. 1620.
10. Geertje Gerrits, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 april 1624, begr. Delft 11 mei 1675, tr. Henrick Hermanus MOUTHAAN, koetsier, Leids schipper, begr. Delft 24 mei 1675.
Gerrit Daniels Schoute wonende te Haarlem en Anthony Mathysz gehuwd met Elisabeth Huygen te Haarlem, voor zichzelf en namens Jan Jansz Verlaen, Willem van Ernst, Jan Hendricx van Westbeeck en Maritje Louweris, tantezeggers en mede-erfgenamen van Geertje Gerrits gehuwd met Hendrick Mouthaan schipper op Delft op het Leidse veer, machtigen op 18 augustus 1675 Cathelyntgen Harmens, gehuwd met Gerrit Daniels Schoute voornoemd, om namens hen te verkopen een huis met erf te Delft, dat deel uitmaakt van de nalatenschap 77.
Va. (van IVb) Sybrecht ARENTSDR, tr. Jan Jansz OOSTINDIES.
Uit dit huwelijk:
1. Arent Jansz OOSTINDIES, geb. ca. 1612 78.
In Beverwijk verklaart in 1662 Jeroen Jansz van Cruysvelt ten verzoeke van Arent Jansz Oostindies dat hij enige tijd geleden verzocht is geweest door Pietertje Laurens, weduwe van Laurens Gerritsz Helderman, wonende alhier, om te gaan ten huize van requirant om te lezen het testament van wijlen Jan Danielsz en zijn twee zusters, hebbende ook tevoren gelezen een testament van wijlen Pieter Gerritsz Sleutel berustende onder Lucas Gerritsz Helderman, en daar ten huize zijnde bevonden heeft te wezen een authentieke kopie, en dat hij tegen Cornelisje Jans, zuster van requirant, heeft gezegd dat voor zover hij kan zien er voor hen of voor Pietertje niets aan gelegen is, zijnde de requirant met zijn zusters en de kinderen van de gemelde Pietertje Laurens erven in eenzelfde graad 79.
2. Cornelisje Jans OOSTINDIES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 aug. 1615.
3. Johannes Jansz OOSTINDIES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 19 aug. 1618.
4. Janneken Jans OOSTINDIES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 april 1621.
5. Pietertge Jans OOSTINDIES, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 febr. 1630 (doopgetuige Tryn Symons).
Vb. (van IVc) Aechte Pietersdr van DIJCK, tr. Willem Jacobsz KUIJPER (later Hageling(en) genaamd).
In Wijk aan Duin verkoopt in 1662 Willem Jacobsz Kuijper wonende in Beverwijk, voor hemzelf en voor zijn kinderen geprocreëerd bij wijlen Aechte Pieters van Dijck die dochter en mede-erfgenaam was van wijlen Pieter van Dijck, aan Gerrit Dircksz, schepen van Beverwijk, een stukje geestland genaamd de Doorncroft, groot 879 roeden, belend ten noordwesten en noordoosten Dirck Claesz, ten zuidoosten Claes Cornelisz metselaer, ten zuidwesten de koper, voor 1125 gld 80.
In Beverwijk verkoopt in 1650 Willem Jacobsz Kuijper aan Sara Jacobs, weduwvrouw aldaar, een huis en erf in de Bagijnestraet, belend Sr. Marees, Hendrick Jansz Backer, Guyrtgen Claes 81. In 1650 testeren Willem Jacobsz Kuijper en Aechte Pieters, o.a. aan hun zoon Jan Willemsz 82.
In Oudkarspel verkoopt in 1654 Willem Lourensz wonende te Noord-Scharwoude, als last en procuratie hebbende van Willem Jansz [moet zijn: Jacobsz] Kuijper wonende in Beverwijk [procuratie door Willem Jacobsz Kuijper gepasseerd voor notaris Jan Cornelisz Velsen te Beverwijk 83], erfgenaam van wijlen Pieter van Dijck zijn schoonvader, aan Cornelis Lambertsz burgemeester van Beverwijk een zesdepart in een stuk weiland genaamd Ooms Jansslijck, groot in 't geheel 10 geerzen bewesten de Kerckmeer, belend ten zuiden de erfgenamen van Dirck Lubbrantsz, ten noorden de erfgenamen van Roo Ariaens Willems 84.
In Koedijk verkopen in 1664 Willem Jacobs Haegelingen en zijn volmondige zoon Jan Willemsz, beiden wonende in de Beverwijk, tezamen ook voor de andere, onmondige, kinderen, namelijk Jacob Willems, Maertien Willems en Claes Willemsz, mede kinderen van de voorschreven Willem Jacobs geprocreëerd bij Aechtie Pieters zijn overleden huisvrouw, aan Jacob Gerrits Rijplant de helft in een stuk weiland aan de Noorder Veersloot, groot die helft omtrent 2½ gars, belend ten noorden voorschreven Veersloot, ten zuiden de grafelijkheid, en heeft Willem Jacobs de lijftocht op dit land hem besproken door voorschreven Aechtie Pieters gerenuncieerd 85.
In Beverwijk verkopen op 24 maart 1668 Jan en Jacob Willemsz Hageling, en Gijsbert Gerritsz Verlaen burgemester en Jan Dircksz Smit als voogden over Claes Willemsz Hageling, kinderen en erfgenamen van Willem Jacobsz Hageling in zijn leven burger dezer stede, aan Cornelis Pietersz metselaer een huis en erf aan de Breestraet, belend ten noordoosten de erfgenamen van Willem Cornelisz Poelenburgh, ten zuidwesten de erfgenamen van Wildeman, bezeten door de voornoemde Willem Jacobsz Hageling, voor 1700 gld 86.
Uit dit huwelijk:
1. Guiert Willems KUIJPER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 31 okt. 1638 (doopgetuige Claes Jacobs).
2. Jan Willemsz HAGELING, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 16 febr. 1640 (doopgetuige Cornelis Gerrets), ziekentrooster te Alkmaar, op 28 november 1668 in Alkmaar ingekomen, als Jan Willemsen Hagelingh, in 't Sint-Annastraetien met attestatie uit Beverwijk, ondertr. 1° Alkmaar 2 sept. 1668 Trijntje Roelants van HERLAER, wed. van N.N., ondertr. 2°/tr. ald. 14/28 juli 1680 Marijtje Abrahams de HAAN, bij huwelijk jongedochter te Wormerveer.
In 1695 geeft Jan Willemsz Hagelingh, ziekentrooster te Alkmaar, als in huwelijk hebbende Maartie Abrahams de Haan geboortig van Wormerveer, als mede-erfgenaam ab intestato van zijn vrouws broer zal. Tijs Abrahams de Haan op 5 juni 1694 te Colombo in India overleden, volmacht aan de regenten van Wormerveer om bij de VOC-kamer te Zeeland het maandgeld te ontvangen 87.
In 1701 geeft Jan Willemsz Hagelingh, ziekentrooster van Alkmaar, in huwelijk hebbende Maartie Abrams de Haan geboortig van Wormerveer, als mede-erfgenaam ab intestato van zijn vrouws broer zal. Ysaak Abrahamsz de Haan overleden in India, volmacht aan Poulus Jansz Stierman om van de Oost-Indische Compagnie in Zeeland te innen comparants portie in 't maandgeld en verder hetgeen van zal. Ysaak aldaar berustende 88.
3. Jacob Willemsz KUIJPER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 15 sept. 1641 (doopgetuigen Claes Jacobsz en Styntien Willems).
4. Jacob Willemsz HAGELINGEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 8 okt. 1642 (doopgetuige Guertgen Pieters).
In Beverwijk verkoopt in 1668 Floris Pietersz Boschman aan Jacob Willemsz Hagelingen een huis en erf in de Bagijnestraet, strekkende tot Arent Groenhout en Cornelis van Bennebroeck, belend ten zuidoosten Wouter Lambertsz, ten noordwesten de Coningstraet, voor een schuldbekentenis van 600 gld 89.
In Beverwijk verkoopt in 1669 Jacob Willemsz Hagelingen, mede zoon en erfgenaam van Willem Jacobsz Hagelingen, aan Hessel Bonckenburgh, schout en secretaris te Heemskerk, 188:18:0 zijnde een derdedeel in de laatste termijn van een custingbrief 90.
5. Maria Willems HAGELINGEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 2 maart 1646 (doopgetuige Duyfge Cornelis).
6. Guertge Willems KUIJPER, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 20 juni 1647 (doopgetuigen Gerrit Jacobsz en Styntge Willems, echtelieden).
7. Claes Willemsz HAGELINGEN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 mei 1650 (doopgetuige Guerte Claes).
Vc. (van IVc) Maritgien Pieters van DIJCK, overl. tussen 10 jan. 1643 en 21 juli 1643, tr. Claes Jansz DORREGEEST, deurwaarder.
Op 21 juli 1643 machtigt Claes Jansz Dorregeest, als getrouwd gehad hebbende Maritgien Pieters van Dijck zaliger, Pieter Jansz van Dijck, vader van voornoemde Maritgien Pieters van Dijck 91.
Op 10 januari 1643 wordt door de notaris uit naam van Claes Jansz Dorregeest en Maritgien Pieters aan Pieter van Dyck, vader van voornoemde Maritgien Pieters, een insinuatie gedaan: alzo de voornoemde Claes Jansz Dorregeest met Maritgien Pieters met formele trouwbeloften is verbonden om dezelve tot zijn echte en wettige huisvrouw te nemen, doet derhalve hij, insinuant, aanzegging of geïnsinueerde toestaat en begeert dat hij, insinuant, op morgen met voornoemde Maritgien Pieters de geboden mag laten inschrijven alhier in Beverwijk om na 3 wettige proclamatiën in facie ecclesiae te trouwen. Gekomen ten huize van Van Dyck heeft dezelve de binnendeur in 't huis toegesloten, verklarende aan de akte van insinuatie geen gehoor te willen geven. 92
Uit dit huwelijk:
1. Anthony Claesz DORREGEEST, doet belijdenis (nederd. geref.) Beverwijk 1 sept. 1675 samen met zijn huisvrouw Wijntje Harmans, tr. Wijntje HARMANS.
In Oudkarspel verkoopt in 1655 Gerret Cornelisz Velsen notaris te Beverwijk, als last en procuratie hebbende van Jeroen Jansz van Cruijsveldt en Luckas Gerretsz Helderman, wettig geordonneerde voogden over Anthonij Claesz nagelaten onmondige zoon van Maria van Dijck die een dochter was van wijlen Pieter van Dijck, aan Cornelis Lambertsz burgemeester van Beverwijk een zesdepart in een stuk land genaamd Ooms Jansslijck, in 't geheel 10 geerzen benoordwesten de Kerckmeer, belend ten zuiden de erfgenamen van Dirck Lubbrantsz, ten noorden Roo Arijen Willemsz 93.
Op 31 december 1665 verklaren Machtelt Pieters, vroedvrouw, Catharina Berckmans, Maartje Willems en Jannitje van Heijningen, ten verzoeke van Frans Claesz Kistemaker als vader van Anna Frans, dat zijn dochter in barensnood Anthonij Dorregeest als vader van haar zoon noemde 94.
In 1675 verkoopt Anthonij Dorregeest wonende in de Beverwijk aan Jacob Gerritsz Rijplant te Koedijk de helft van een stuk land hem in 't gemeen toebehoord hebbende genaamd Pieter van Dycxweijtie, door de koper aangenomen, voor 890 gld te betalen Kerstmis 1676, de eerste comparant belovende middelerwijl voor het gerecht van Koedijk de opdrachtbrief te laten maken, en transporteert in Koedijk in 1677 Anthonij Dorregeest wonende in Beverwijk aan Jacob Gerritsz Rijplant de helft in een stukje weiland genaamd Pieter van Dijckxlant groot voorschreven helft omtrent schaars 2¼ gars, aan de Noorder Veersloot, belend ten noorden de voorschreven Noorder Veersloot, ten zuiden de grafelijkheid, onderdeel en gemeen met de koper 95.
Vd. (van IVd) Lucas Gerritsz HELDERMAN, geb. Beverwijk ca. 1600, glazenmaker, schepen ald., gasthuismeester 96 ald., overl. vóór 23 sept. 1666, ondertr. (nederd. geref.) Amsterdam (Oude Kerk) 8 mei 1627 als Luycas Gerritsz uit de Beverwijk, glazemaker, oud 26 jaar, wonende in de Beverwijk, met, als Teuntie Gerrits van Amsterdam, oud 24 jaar, geassisteerd met haar moeder Aecht Wienis, weduwe, in de Korte Tuynstraet, Teunisge GERRITSDR, dr van Gerrit en Aecht WIENIS.
In Beverwijk verkoopt in 1646 Dirck Pietersz Brugman aan Lucas Gerritsz Helderman een huis en erf in de Nieuwe Steech 97, leggen in 1648 Lucas en Claes Gerritsz Helderman een getuigenis af ten verzoeke van Jan Willemsz te Petten, over een kwestie tussen requirant en de schout van Castricum, ten huize van Laurens Gerritsz Helderman, en is in 1664 Lucas Gerritsz Helderman regent van het armenweeshuis 98.
In 1663 verkoopt in Beverwijk Lucas Gerritsz Helderman, oud-schepen, als mede-erfgenaam van Pieter Gerritsz Sleutel, voor een negendepart, alsook procuratie hebbende van de anderen voor 7/9, aan Willem Jacobsz Kuijper, mede-erfgenaam, de voorschreven 8/9 in een huiscustingbrief ten laste van Cornelis Jansz Plugh te Alkmaar (gevolgd door een kopie van de procuratie voor notaris Cornelis van Heijmenberch te Alkmaar dd. 21 januari 1662) 99.
In Beverwijk verkopen op 21 oktober 1668 Jan Gerritsz Verlaen, thesaurier van Beverwijk, als testamentaire voogd van Marritjen Isaacs, nagelaten minderjarige dochter van Neeltje Lucas Helderman geprocreëerd bij Isaac Egbertsz, bloockemaeker te Amsterdam, en Cornelis Theunisz van Stenis, vleeshouwer, als man en voogd van Aechtjen Lucas Helderman, dochter en dochterskind en mede erfgenaam, elk voor een vierdepart, van wijlen Lucas Gerritsz Helderman en Teuntjen Gerrits, in hun leven echte man en vrouw, aan Marritjen en Annetjen Lucas Heldermans, bejaarde dochters, de gerechte helft in een huis met het erf in de Nieuwe Steegh, strekkende achter tot aan de erfgenamen van Cruijsveldt, belend ten zuidoosten Cornelis Hermansz, ten noordwesten Maritjen Willems, voor 200 gld, waarvan de wederhelft de koopsters competeert, zoals het door hun ouders bewoond en bezeten geweest is 100.
In Beverwijk hebben in 1668 Maritje Lucas Heldermans, Annetie Lucas Heldermans, Cornelis Theunis van Stenis vleeshouwer, man en voogd van Aechtje Lucas Heldermans, en Jan Gerrits Verlaen als voogd van Maeritje Isaacs nagelaten minderjarige dochter van wijlen Neeltje Lucas Heldermans, allen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van wijlen Lucas Gerrritsz Helderman en Teuntjen Gerrits, alle roerende goederen geschift en gescheiden, belovende dat Maritgen en Annetie voornoemd zullen genieten de boelgave en de uitzet van Neeltje Lucas uit de goederen van Maeritje Isaacs, de somme van 25 gld 101.
In Beverwijk testeren in 1658 Lucas Gerritsz Helderman, glazemaker, en Teuntje Gerrits, zijn huisvrouw, op elkaar, en nomineren in 1665 Lucas Gerritsz Helderman en Theuntje Gerrits zijn vrouw Jan Gerritsz Verlaen tot voogd over Maritjen Isaecs, minderjarige dochter van Neeltje Lucas, die hun dochter was, wonende te Amsterdam 102.
In Beverwijk getuigt in 1655 Theuntjen Gerrits, huisvrouw van Lucas Gerritsz Helderman, ten verzoeke van Trijn Jans, vroedvrouw 103.
In Beverwijk testeert op 23 september 1666 Teuntjen Gerrits, weduwe van Lucas Gerritsz Helderman, ziek te bedde. Zij begeert dat al haar roerende oederen zullen blijven aan Marittjen, Aechtjen en Annetje Lucas, haar drie dochters, mits zij zullen uitkeren aan Marittjen Isaacs haar dochters dochter 60 gld, en dat Marittjen en Annetjen in de nering zullen blijven zitten als comparante is doende en vooruit zullen trekken als haar dochters Neeltje zal. en Aechtje voor bruiloft en uitzet hebben genoten. 104 Op 21 juli 1668 wil Teuntjen Gerrits, weduwe van Lucas Gerritsz Helderman, dat haar dochters Maritjen en Annitje na dode van haar, comparante, zullen blijven huurdersen van het Gemeneland 105.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit Lucasz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 april 1628 (doopgetuige Claes Gerritsen).
2. Maria Lucas, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 dec. 1629 (doopgetuige Trijn Pieters).
3. Maritge Lucas, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 febr. 1631 (doopgetuige Maritge), bewaarster van de Waag te Beverwijk in 1670 106, ondertr./tr. ald. 28 nov./14 dec. 1681 Jan Cornelisz VELSEN, wedn. van N.N.
In Beverwijk testeren in 1669 Annetie Lucas Heldermans, bejaarde dochter, en Maritje Lucas Heldermans, bejaarde dochter, op de langstlevende 107.
4. Grietge Lucas, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 febr. 1633 (doopgetuige Grietgen Francen).
5. Johannes Lucasz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 9 okt. 1634.
6. Aegje Lucas, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 nov. 1635, volgt VIa.
7. Neeltje Lucas, volgt VIb.
8. Gerret Lucasz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 april 1640 (doopgetuigen Maertien Claes en Geertien Gerrits).
9. Annetje Lucas, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 sept. 1641, volgt VIc.
10. Gerret Lucasz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 sept. 1643 (doopgetuigen Jan Gerritsz en Geertje Reijniers).
Ve. (van IVd) Jan Gerritsz HELDERMAN, geb. ca. 1607, schoenmaker, ondertr. (schepenbank) Beverwijk 25 juni 1634 (zij van Amsterdam), ondertr. (pui) Amsterdam 1 juli 1634 (hij uit de Beverwijk, zij van Amsterdam, oud 21 jaar, geassisteerd met haar moeder Aeft Jans), attestatie om te trouwen Beverwijk 11 juli 1634 Lijsbeth TEUNISDR, geb. Amsterdam ca. 1613, dr van Aeft JANS.
In 1652 is Jan Gerritsz Helderman, in de Peperstraat, bij de schutterij in Beverwijk. In 1653 levert Jan Gerritsz Helderman, oud 46 jaar, getuigenis in Beverwijk 108.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit Jansz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 7 febr. 1635 (doopgetuige Gryetge Cornelisdr).
2. Aagje Jans, geb. ca. 1636, begr. Amsterdam 4 aug. 1712, ondertr. ald. 14 april 1668 Willem van ENST, geb. Emmerik, schoenmaker, begr. Amsterdam 1 dec. 1712.
3. Neeltje Jans, ondertr. (schepenbank) Beverwijk 29 maart 1665 (hij van Amsterdam), tr. ald. 12 april 1665 Aerijaen Jansz BALANS.
4. Jannitje Jans.
5. Gerrit Jansz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 jan. 1643, volgt VId.
6. Theunis Jansz, geb. ca. 1644, volgt VIe.
7. Lysebeth Jans, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 dec. 1647 (doopgetuige Geertge Wouters, weduwe).
8. Pieter Jansz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 5 april 1651 (doopgetuige Lucas Gerritsz Helderman).
Vf. (van IVd) Aechtje Gerrits HELDERMAN, tr. 1° Pieter Arijaensz HAGESTEIJN, overl. vóór 27 febr. 1636, tr. 2° (schepenbank) Beverwijk 19 april 1636 Huijgh FLORISZ.
In 1636 verkoopt Aechtie Gerritsdr, weduwe van Pieter Aryaensz, met haar voogden Nicolaes van Ryck, schout van Ryeetwijck, en Lucas Gerritsz Helderman, haar broer, aan Jan Hansz van Nesse een huis en erf gelegen eensdeels binnen Beverwijk en anderdeels binnen Wijk aan Duin, strekkende van de Achterwech tot aan de Heerewech, belend ten zuiden Gerrit Woutersz, ten noorden Gerri Claesz Block, belast met een erfpacht van 21 gld 's jaars, voor 1700 gld 109.
Uit het eerste huwelijk:
1. Pietertje PIETERS, volgt VIf.
Uit het tweede huwelijk:
1. Lijsbet HUIJGEN, volgt VIg.
2. Annitje HUIJGEN, tr. Adolf Gerritsz van der VLUCHT.
Vg. (van IVd) Claes Gerritsz HELDERMAN, wagenmaker, tr. 1° Beverwijk 13 juni 1633 (zij van Jacobj Parochie opter Bildt in Vrieslandt) Geertge Reyniers UITERWYCK, geb. ca. 1605 110, overl. vóór 29 dec. 1674, ondertr. 2° ald. 29 dec. 1674 Lydia PENNE, wed. van Cornelis de MUNCK.
In 1652 is te Beverwijk Claes Gerritsz Helderman bij de schutterij, in de Peperstraat. In 1664 wordt een verklaring afgelegd door o.m. Claas Gerritsz Helderman, wagenmaker, in 1669 is Claes Gerritsz Helderman een jaarlijkse losrente van 12 gld schuldig, van 300 gld kapitaal, aan de diaconie van de gereformeerde kerk, met als onderpand zijn huis en erf aan de Breestraet, strekkende tot de Coningswegh, belend ten noordoosten Erm Gerrits, ten zuidwesten Jan Dircksz Smit, en treden in 1670 treden Claes Gerrits Helderman en Gerrit Claes Helderman op als getuigen 111.
In Beverwijk verklaart op 31 januari 1663 Claes Gerritsz Helderman schuldig te zijn aan Jan Jansz Kuijper en Wouter Arents als voogden over Maritgen Cornelis, minderjarige erfgenaam van wijlen Cornelisjen Reijers, in haar leven weduwe van Dirck Jacobsz Caterbeeck, haar grootmoeder, 900 gld volgens de custingbrioef van 27 augustus 1644, met als onderpand zijn huis aan de Breestraet (voldaan op 20 mei 1674) 112.
In Beverwijk verkopen in 1677 Mr Franchois Helderman, chirurgijn te Amsterdam, en Isaack Jacobsz wonende alhier in huwelijk hebbende Marrij Claes Helderman, ook als mede-voogden ovr de minderjarige kinderen van Gerrit Claesz Helderman, mitsgaders Trijn Claes Helderman mede wonende als voren als last en procuratie hebbende van haar man Ds Jacobus van Breen, tegenwoordig uitlandig in dienst van de West-Indische Compagnie in Guinea op de kust Delmina (akte gepasseerd te Amsterdam op 27 augustus 1674), en Reynier Helderman, in dienst van deze staat doch thans zijnde hier ter stede, tezamen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van wijlen Claes Gerritsz Helderman, in zijn leven wonende alhier, aan Claes Willemsz Wagenmaacker wonende alhier een huis en erf op de Breestraet, strekkende tot aan de Achterwech toe, belend ten noordoosten Erm Gerrits, ten zuidwesten Jan Dircksz Smit, voor 800 gld, te betalen een derde gereed, een derde mei 1678, een derde mei 1679 113.
Bij de doop van Catharina in 1634 en van Maria in 1636 wordt als naam van de moeder Grietge Cornelisdr opgegeven. In 1645 wordt Geertgen Reyniers, oud omstreeks 40 jaar, in Beverwijk vermeld als vrouw van Claes Gerritsz Helderman 110.
Uit het eerste huwelijk:
1. Catharina Claes, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26 nov. 1634, volgt VIh.
2. Maria Claes, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 juli 1636 (doopgetuige Aefgen Willemsdr), tr. Isaack JACOBSZ, winkelier ald.
In Beverwijk wordt op 8 oktober 1679 geregistreerd een transport te Amsterdam voor Wilhelmus Gillius notaris aldaar dd. 6 oktober 1679, waarin Isaasc Jacobsz, winkelier te Beverwijk, en Maria Heldermans deszelfs huisvrouw bekennen schuldig te wezen aan Willem Plock Junior 647 gld en hem in eigendom opdragen al hun meubile goederen, huisraad, inboedel, winkel rn winkelwaren 114.
3. Gerrit Claesz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 okt. 1638, volgt VIi.
4. Frans, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 14 april 1640, volgt VIj.
5. Reynier Claesz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 maart 1647, volgt VIk.
Vh. (van IVd) Daniel Gerritsz HELDERMAN, alias Schouten, ondertr. 1° Haarlem 17 april 1634, ondertr. Beverwijk april 1634 (zij van Haarlem, betoog verleend om te Haarlem te mogen trouwen), tr. Haarlem 30 april 1634 Jacomijntje JACOBS, ondertr. 2°/tr. ald./Alkmaar 24 sept./1 okt. 1656 Sophia van den BURGH, dr van Johan van den BURGH, piqueur, wed. van Jacobus van OIRSCHOT.
In Alkmaar testeren Daeniel Helderman wonende te Haarlem en jkvr. Sophia van den Burch weduwe van Jacobus van Oorschot; hij noemt haar als zijn enige universele erfgenaam behoudens de legitieme portie voor zijn kinderen, zij legateert aan Daeniel Helderman voor de helft en aan haar kinderen voor de andere helft 115.
In Alkmaar bewijst op 1 november 1656 Sophia van der Burch, geassisteerd met Daniel Schoute, haar tegenwoordige man, aan Jacoba (3½ jaar), 't kind van wijlen Jacob van Oirschot geteeld bij Sophia van der Burch zijn huisvrouw, een lange lijst van obligaties, ter presentie van Jan van Everdingen als procuratie hebbende van Griet Jacobs de Swert, weduwe van Aert van Oirschot, als grootmoeder, en IJsbrant van Oirschot, oom van het kind, ook met procuratie van zijn broer Thomas van Oirschot, schepen te Breda 116.
Uit het eerste huwelijk:
1. Gerrit Danielsz SCHOUTEN, tr. Cathalyntge HARMENS.
Vi. (van IVd) Laurens Gerritsz HELDERMAN, ondertr. Beverwijk 3 mei 1643 Pietertje LOURENS, ged. (nederd. geref.) ald. 1 maart 1620, dr van Lourens PIETERSZ en Maritgen GERBRANTS, die hertr. met Jan Jansz de BOER.
In Beverwijk verkoopt in 1644 Engel Dircksz Maggitie alhier aan Lauris Gerritsz Helderman een huis en erf in de Kerckstraet, en verkoopt in 1645 Frans Cornelisz Poelenburgh aan Lauris Gerrits Helderman de helft van een huis en erf in de Kerckstraet waar de koper tegenwoordig in woont, voor 540 gld 117.
In 1650 verkoopt in Beverwijk Cornelis Arijaens Blom aan Laurens Gerritsz Helderman, burger en herbergier alhier, een hoeckgen erfs in de Kerckbuert 118, en is Laurens Gerritsz Helderman 1:10:0 verschuldigd wegens de achtste penning voor de verbetering van een Camertje 119. Kort vóór en in 1652 is Laurens Gerritsz Helderman als lanspessaet in Beverwijk bij de schutterij, met een musket, in 1652 met de vermelding 'Breestraat'. In 1653 is Laurens Gerritsz Helderman een jaarlijkse losrente van 30 schuldig aan Evert Harmansz Claver, met zijn huis in de Kerckstraet als onderpand 120.
In 1662 treden in Beverwijk Pietertje Louwerens, weduwe van van Louwerens Gerrits Helderman, en Lysbet Huygen, nagelaten dochter van Aecht Gerrits Helderman, op als eisers jegens Arent Jans alias Arent Oostingie, over zekere testamentaire dispostie; zij, Lysbet Huygen geassisteerd met haar man Anthony Matthijs, wonende te Haarlem, geven volmacht aan Adolph Gerrits van der Vlucht 121. Verder legt in 1662 Jeroen Jansz van Cruysveldt ten verzoeke van Arent Jansz Oostindies een verklaring af betreffende o.m. een testament van Jan Danielsz, waarin geïnteresserd zijn Arent Jansz Oostindies, zijn zuster Cornelisje Jans, en Pietertje Laurens, nagelaten weduwe van Laurens Gerritsz Helderman 79.
In Beverwijk verkoopt op 19 mei 1659 Jan Jansz de Boer, als man en voogd van Pietertje Laurens die weduwe en boedelhoudster was van Laurens Gerritsz Helderman, aan Jeronimus Harinck, brouwer in de brouwerij van de Twee Haringen te Haarlem, een huis met het erf genaamd den Hollandtsen Tuijn in de Kerckbuerdt, strekkende tot achter aan 't erf van Wouter Barentsz Kuyijper, belend ten zuidwesten Jan Evertsz Klaver en Dirck Symonsz Castricum, ten noordoosten Cornelis Aeriaensz Blom en de Toorenstraet, voor 2100 gld 122.
In Beverwijk verkoopt in 1670 Pietertje Laurens, weduwe van Laurens Gerritsz Helderman, aan Aeltje Laurens, bejaarde dochter, haar zuster, een hoek erf in de Toorenstraet, strekkende tot de voorschreven Pietertje Laurens, belend ten zuidwesten Siewert Sijmonsz, waarop de voorschreven Aeltje Laurens alreeds 2 woninkjes getimmerd heeft 123.
Uit dit huwelijk:
1. Gerrit Laurensz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 29 maart 1644 (doopgetuigen Geertje Gerrits en Lucas Gerritsz), begr. ald. 9 april 1644.
2. Maritge Laurens, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 30 april 1645 (doopgetuige Grietge Louweris).
3. Gerrit Laurensz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 15 april 1646 (doopgetuigen Lucas en Geertge Gerrits).
4. Maritge Laurens, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 1 sept. 1647 (doopgetuigen Claes Gerritsz Helderman en Maritge Louweris).
5. Geertruyt Laurens, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 april 1650 (doopgetuigen Lucas Gerritsz Helderman, Geertge Reyniers en Geertge Gerrits).
6. Geertje Laurens, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 11 febr. 1652 (doopgetuige Geertge Gerrits).
7. Aaltje Laurens, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 sept. 1654 (doopgetuige Grietge Louweris), volgt VIl.
8. Teunisje Laurens, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 25 mei 1656 (doopgetuigen Lucas Gerritsen Helderman en Teunisje Gerrits).
VIa. (van Vd) Aegje Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 nov. 1635 (doopgetuige Elbert Claesz Elandt), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 8 sept. 1660, ondertr./tr. Amsterdam/Beverwijk 19 april/11 mei 1664 Cornelis Theunisz van STEENIS, doet in Beverwijk op 7 juni 1665 belijdenis als Cornelis Theunisz van Steeninghs, vleeshouwer (poorterboek Amsterdam 28 sept. 1666: Cornelis Teunisse van Stenes van Geldermalsen, vleeshouwer, heeft eed gedaan en 't klein recht betaald), zn van Antonis Cornelisz van STEENHUIS 124, schout van Wadenoyen, in 1645 buurmeester van Geldermalsen.
In Beverwijk verkoopt in 1688 Aechje Lucas, weduwe van Cornelis Teunisz van Steenis, wonende binnen dezer stede, zuster en erfgenaam van Maritje Lucas Helderman in haar leven wonende binnen dezer stede, aan Jan Jansz Verlaen alhier de helft van een huis en erf in de Nieuwe Steegh, strekkende tot achter aan het erf van Jan van Toorn, belend ten zuiden Jan Jansz van den Boogaert en de erfgenamen van Cruijsvelt, ten noordwesten Jan Gerritsz Gorter, waarin de koper de wederhelft is competerende als in huwelijk hebbende Antje Lucas, zuster en mede-erfgenaam van Maritje Lucas voornoemd, voor 300 gld 125.
Uit dit huwelijk:
1. Theunis Cornelisz van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 febr. 1665, ondertr./tr. ald. 14/31 aug. 1689 Sara Jacobs de HART.
In Beverwijk verkopen in 1692 de drie zonen en erfgenamen van Grietje Maertens en Jan Willemsz Heerencarspel die zoon was van Willem Jansz Heerencarspel en Maartje Cornelis, aan Teunis Cornelisz Steenis, mede wonende in dezer stede, een huis, erf en tuin daarachter annex aan de Coningswegh, strekkende tot achter aan de Achterwegh, belend ten zuiden Cornelis de Bruijn, ten noorden de dochter van Jan Willemsz Heemskerck, doende dit huis 7 gld jaarlijks in de verponding, zonder de opstal van de tuinderij in huur gebruikt door Aerijen Eliasz, voor 1075 gld, te betalen 1/3 mei 1692, 1/3 mei 1693, 1/3 mei 1694, en verkoopt in 1693 Teunis Cornelisz Steenis dit aan Maria Braanhorst, mede alhier, voor 1000 gld 126.
2. Neeltje van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 25 juli 1666.
3. Teuntje Cornelis van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 11 dec. 1667, ondertr. Beverwijk 3 juli 1689 (beiden van Amsterdam), tr. ald. 20 juli 1689 Cornelis Bartholomeusz BLOCK.
4. Marritje Cornelis van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 11 dec. 1667, impost op begr. Beverwijk 9 mei 1725 (pro deo), ondertr. 1° ald. 30 dec. 1689 (hij uit de Kaag, zij van Amsterdam), tr. ald. 15 jan. 1690 Dirck Jansz IJSELENDOORN, tr. 2° Willem Evertsz van STRAATEN, overl. vóór 25 sept. 1720.
In Beverwijk bekent in 1714 Marritje Cornelis Stenis, weduwe wonende binnen dezer stede, schuldig te zijn aan Grietje Gerrits, weduwe van Adryaen Cornelisz van de Trappen, 300 gld, tegen een interest van 4 gld van iedere honderd gulden, en verbindt daarvoor haar huis en erf in de Nieuwe Steegh, belend ten noordwesten de erfgenmen van Cornelis Pietersz Backer, ten zuidoosten Claes Paulus Langevelt (op 4 maart 1726 voldaan) 127.
Op 25 september 1720 128 testeert Maritje Cornelis van Steenis, weduwe van Willem Evertsz van Straaten, aan Neeltje en Aaghje Cornelis, en 50 aan de 5 kinderen van Sara de Hardt.
5. Neeltje van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 30 okt. 1669.
6. Neeltje Cornelis van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 22 maart 1671, impost op begr. Beverwijk 19 okt. 1723 (pro deo), ondertr. 1°/tr. ald. 16/31 maart 1697 Gerrit Bartolomeusz KLOK, tr. 2° Aerijen SCHAGEN.
In Beverwijk verkoopt in 1706 Neeltje Steenis, weduwe van Gerrit Bartelmiesz Klock, wonende binnen dezer stede, aan Maartje Robberts, weduwe alhier, een huis en erf aan de Breestraat, strekkende tot de Achterwegh, belend ten noordoosten Cellitje Harmans, ten zuidwesten Cornelis Jansz Poorter, voor 277 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 op mei 1707, 1/3 op mei 1708 129.
In Beverwijk verkoopt in 1720 Neeltje Cornelis Steenis, laatst weduwe van Aerijen Schagen, wonende alhier, aan Gerrit van Laar, broodbakker alhier, een huis en erf in de Cloosterstraat, belend ten zuiden de erfgenamen van Gerrit Antonisz Scheepmaacker, ten noorden de koper, voor 42, te betalen de helft gereed, de helft Nieuwjaar 1721 130.
7. Luijcas van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 15 juni 1672.
8. Aegje Cornelisdr van STEENIS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 13 juni 1673, impost op begr. Beverwijk 12 juni 1739, ondertr. (schepenbank)/tr. ald. 27 juni/13 juli 1692 Jacob Louisz de MUNCK., tuinman ald., overl. vóór 2 mei 1732, zn van Louwijs Cornelisz de MUNCK en Henrickien HENDRIXS, wedn. van Maritje Paulusdr HUYSMAN.
In Beverwijk verkoopt in 1726 Aechje Cornelis Steenis, weduwe alhier, zuster en enige erfgenaam van wijlen Marritje Cornelis Steenis indertijd weduwe en erfgenaam van Dirck Jansz Swager, aan Marritje Jacobs van der Meulen wonende te Westzaandam een huis en erf in de Nieuwe Steegh, belend ten zuidoosten Claes Lourisz, ten noordwesten de erfgenamen van Cornelis Pietersz Backer, voor 375 131.
In Haarlem machtigt in 1703 Jacob Louwisse de Munck, tuinman wonende in Beverwijk, zijn neef Huijgh Nagtegaal, wonende te Haarlem, voor hem op te treden in de boedel van wijlen Jan van der Graes, zijn neef, gewoond hebbende en overleden in Haarlem 132.
In Beverwijk wordt op 31 maart 1681 en op 31 maart 1682 Jacob Louisz als mennist aangeslagen voor 5:0:0, waarvan 3:10:0 voor vrijstelling van de schutterij en 1:10:0 voor vrijstelling van de burgerwacht 133.
VIb. (van Vd) Neeltje Lucas HELDERMAN, overl. vóór 29 maart 1665, ondertr. (nederd. geref.) Amsterdam 31 maart 1660 (ingetekend op de acte van Simon van Breen, predikant te Beverwijk) Isaec EGBERTSZ, geb. ald. ca. 1633, bij huwelijk bloockemaker in de Binnenbroidziedersstraet.
Uit dit huwelijk:
1. Merritien ISACKSDR, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Westerkerk) 11 nov. 1661 (doopgetuige Luijckas Helderman).
2. Maritjen ISAECS, ged. (nederd. geref.) Amsterdam (Noorderkerk) 18 maart 1663 (doopgetuigen Willem van Eijckelenberg en Grietjen Theunis).
VIc. (van Vd) Annetje Lucas HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 sept. 1641 (doopgetuige Guiert Meijnderts), ondertr./tr. ald. 20 sept./6 okt. 1669 Jan Jansz VERLAEN, ged. (nederd. geref.) ald. 2 nov. 1644 (doopgetuigen Wouter Gerritsz [Verlaen], Lysebeth Gerrits), schoenmaker, zn van Jan Gerritsz VERLAEN en Maritge GERRITSDR.
Op 5 maart 1662 doet Annetie Lucas te Beverwijk belijdenis.
In Beverwijk verkoopt in 1669 Jan Jansz Verlaen, schoenmaker, man en voogd van Annetje Lucas Helderman, aan Marritjen Lucas Helderman zijn schoonzuster de helft in een huis en erf in de Niewe Steegh, strekkende tot de erfgenamen van Cruijsveldt, belend ten zuidoosten Cornelis Hermansz, ten noordwesten Maritie Willems, waarvan de koperse de wederhelft competerende is, voor 400 gld 134.
In Beverwijk bekent in 1690 Annitje Lucas Helderman weduwe van Jan Jansz Verlaan, wonende binnen dezer stede, schuldig te zijn aan Claes de Groot, oud-schepen alier, 300 gld, waarvan 200 gld ontvangen is door haar vooornoemde man op 24 april 1784 en door haar 100 gld, tegen 4 gld van de honderd gld in 't jaar, verbindende haar huis en erf in de Nieuwe Steegh tot achteraan het erf van Jan van Toorn, belend ten noordwesten Jan Gerritsz Gorter, ten zuidosten Jacob Jansz Boogaert, en bekent in 1692 Antje Luijcas Helderman, weduwe en boedelhoudster van Jan Jansz Verlaen, wonende binnen dezer stede, schuldig te zijn aan de heren burgemeesters dezer stede 131 gld over pacht van de waag van het jaar 1690, tegen 4 gld ten honderd interest, met als onderpand haar huis en erf in de Nieuwe Steegh, belend ten noordwesten Jan Gerritsz Gorter, ten zuidoosten Jacob Jansz Boogaerdt 135.
In Beverwijk verkoopt in 1697 Annitje Luycas, weduwe van Jan Jansz Verlaen en mede als voor de helft erfgenaam van Marritje Luijcas, wonende binnnen dezer stede, aan Jan Blom alhier een huis en erf in de Nieuwe Steegh, strekkende tot achter aan 't erf van Jan van Toorn, belend ten zuidoostem Jacob Jansz van den Boogaert en de erfgenamen van Cruijsvelt, ten noordwesten Cornelis Pietersz Backer, voor 500 gld 136.
Uit dit huwelijk:
1. Lucas Jansz VERLAAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 7 mei 1671 (doopgetuigen Jan Gerritse Verlaen en Maritje Lucas).
2. Theunisje Jans VERLAAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 14 mei 1673 (doopgetuigen Jan Gerritse Verlaen en Maritje Lucas Helderman).
3. Jan Jansz VERLAAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 febr. 1675 (doopgetuigen Jan Gerritse Verlaen en Grietje Jans).
4. Maritje Jansdr VERLAAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 7 juli 1679 (doopgetuigen Jan Gerritse Verlaen en Grietje Jans Verlaen).
VId. (van Ve) Gerrit Jansz HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 21 jan. 1643 (doopgetuigen Geertruijt Claes, Grietge Reyniers, Lucas Gerrits), hovenier te Amsterdam (poorterboek Amsterdam, 31 augustus 1672: Gerrit Janse Helderman, hovenier, herkomst de Beverwijk), begr. ald. 6 april 1707, tr. 1° Maritje Teunis van der VELDE, begr. ald. 17 aug. 1683, ondertr. 2° Amsterdam 11 dec. 1683 Eva Michiels HARTOGS, wed. van Claas Dirx SWAARBROEK.
Uit het eerste huwelijk:
1. Antonius Gerritsz, ged. (r.-k.) Amsterdam 6 nov. 1667, tr. Seytje van BLOEMEN.
2. Lijsbeth Gerrits, geb. ca. 1671, begr. Amsterdam 2 jan. 1725, ondertr. ald. 16 okt. 1705 Jan van VLEUTEN, knijper, eerder gehuwd met N.N.
3. Lucas Gerritsz, geb. ca. 1674, begr. Amsterdam 28 dec. 1729, ondertr. ald. 10 nov. 1696 Trijntje Lourens VALCK, geb. ca. 1670, dr van Marretje DIRCX.
4. N.N. Gerrits, begr. Amsterdam 31 okt. 1680.
Uit het tweede huwelijk:
1. Machiel Gerritsz, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 13 sept. 1684.
2. Claes Gerritsz, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 17 aug. 1687, varensman, overl. vóór 29 nov. 1750, tr. Marretje Jacobs BRUIJN, begr. ald. 29 nov. 1750.
VIe. (van Ve) Theunis Jansz HELDERMAN, geb. ca. 1644, doet belijdenis (nederd. geref.) Beverwijk 3 juni 1691, in 1701 schepen ald., huistimmerman, begr. ald. 10 juli 1710, ondertr. 1°/tr. Beverwijk/Castricum 30 mei/15 juni 1664 Guurtje ADAMS, wed. van Jacob MIEUSSEN, ondertr. 2°/tr. Beverwijk 2/18 sept. 1690 Geertrui WOLFS.
In Beverwij bekent in 1679 Teunis Jansz Helderman, wonende alhier, schuldig te wezen aan Moises de Pas, wonende te Amsterdam, en Moises de Pas als in huwelijk hebbende Cipera de Pas dochter en erfgenaam van Jan de Pas, 600 gld, ter cause van koop van een huis en erf aan de Breestraet (voldaan op 29 mei 1725).\.
In 1672 is Theunis Jansz Helderman bij de schutterij in Beverwijk, onder het oranje vaandel. Op 19 november 1697 wordt als leeftijd van Teunis Jansz Helderman 53 jaar opgegeven. Op 6 augustus 1706 wordt hij te Beverwijk aangesteld als brandmeester over spuit nr 1.
In Beverwijk verkoopt op 2 mei 1688 Teunis Jansz Helderman, wonende binnen dezer stede, aan Claes Poulusz, huistimmerman alhier, een huis en erf aan de Breestraet, belend ten zuidwesten de erfgenamen van Jan Cornelisz van Poelenburgh, ten noordoosten het weeshuis, voor 600 gld, te betalen 1/3 gereed, mei 1689 en 1690 telkens 1/3 137.
In Beverwijk verkoopt op 24 mei 1688 Coenraet Kies, wonende binnen dezer stede, aan Teunis Jansz Helderman een huis en erf aan de Breestraet, strekkende tot achter aan 't erf van Joris Jansz Verbint die ook ten noordoosten belender is, belend ten zuidwesten Willem van der Burgh, voor 650 gld, te betalen 200 gld gereed mei 1688, 250 gld mei 1689, 200 gld mei 1690 138.
In Beverwijk verkoopt in 1693 Jan Gerritsz Gorter wonende te Haarlem aan Teunis Jansz Helderman wonende binnen dezer stede, een huis, erf en de smederij in de Cloosterstraet, strekkende tot achter aan 't erf van Claes Jansz de Bruijn, belend ten zuidoosten Jan Jansz van Nes, ten noordwesten Cornelis Willemsz lijndraijer, belast met 4 gld 10 st jaarlijkse erfpacht, voor 300 gld, te betalen 1/3 gereed, 1/3 mei 1694, 1/3 mei 1690, en verkoopt in 1703 Pieter Tijmonsz de Vries alhier aan Teunis Janz Helderman, regerend schepen, een 'dijmpschip' met zijn 2 zeilen (enz.), voor 700 gld, betaald met 200 gld gereed, en 100 gld 's jaars, de eerste keer op 31 januari 1704 139.
Uit het eerste huwelijk:
1. Johannes Theunisz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 juni 1668 (doopgetuigen Lysbet Adams, Annetje Lucas).
2. Adam Theunisz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 juni 1668 (doopgetuigen Lysbeth Adams en Annetje Lucas), overl. ald. 6 maart 1689.
3. Jan Theunisz, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 18 mei 1670 (doopgetuigen Jan Janse Verlaen en Anna Lucas).
4. Eva Theunis, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 mei 1671 (doopgetuige Heindrick Houthaen).
5. Sara Theunis, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 3 dec. 1673 (doopgetuige Jannetje van Heiningen), begr. Alkmaar 20 mei 1724 (in de klasse van 6, 10 gld 18 st), ondertr./tr. ald./Beverwijk 26 maart/10 april 1701 Adolph CROMHOUT, ged. (nederd. geref.) Alkmaar 1 nov. 1678, begr. ald. 24 febr. 1716 (in de klasse 6, 9 gld 12 st), zn van Diert CROMHOUT en Catrina TIELMANS.
In Uitgeest verkoopt op 15 mei 1725 Caspar Seullijn, als door het gerecht van Alkmaar gestelde curateur van de insolvente boedel van Juffr. Sara Helderman, weduwe van Adolph Cromhout, aan Gerrit van der Krocht wonende alhier een stuk land in de polder van de Broeck, genaamd Hesselenacker, groot 774 roeden, belend ten oosten Cornelis van den Bergh, ten noorden de Aghterven, voor 110 gld, en aan de heer Jacob van Schuijlenburgh, officier te Wijk op Zee, een stuk land in de polder van de Broeck, genaamd de Uijtterdijck op de Moor, groot 1354 roeden, belend ten zuiden de heer van Assendelft, ten noorden de stad Haarlem, voor 350 gld 140.
In Beverwijk verkoopt op 17 mei 1725 Casper Sulijn, notaris te Alkmaar, als curateur over de boedel van wijlen Sara Helderman, binnen Alkmaar overleden, nagelaten dochter van wijlen Teunis Jansz Helderman, aan Jan Barreveldt, burgemeester, een huis en erf aan de Breestraat strekkende tot achter aan 't erf van de kinderen van Jan Gerritsz Bordewis ook ten noordoosten belend, belend ten zuidwesten Jan Joosten en Karolus Schulterus, voor 425, en aan Rijck Aeryensz Pas binnen dezer stede een huis en erf vanouds genaamd de Sanderije in de Cloosterstraat, strekkende tot achter aan 't erf van Gerrit Bladt, belend ten zuidoosten Maarten Janse Stavast, ten noordwesten 't erf van de koper, voor 46 141.
VIf. (van Vf) Pietertje PIETERS, ondertr. Noordwijk 19 okt. 1654, tr. ald. 13 nov. 1654 (met attestatie van Beverwijk) Cornelis Dircksz WASSENAER.
Uit dit huwelijk:
1. Aechjen Cornelis WASSENAER, ged. (nederd. geref.) Noordwijk 20 febr. 1656 (doopgetuige Lysbet Huyge).
2. Dirk Cornelisz WASSENAER, ged. (nederd. geref.) Noordwijk 9 febr. 1659 (doopetuigen Jacob Dirkxz van Wassenaer, Anneken Huygen).
3. Maartje Cornelis WASSENAER, ged. (nederd. geref.) Noordwijk 2 okt. 1661 (doopetuigen Huyg Dirkx van Wassenaer, Hantje Andries).
4. Pieter Cornelisz WASSENAER, ged. (nederd. geref.) Noordwijk 22 april 1663 (doopgetuigen Willem Dircxz, Geertruyt Cornelis).
5. Evert Cornelisz WASSENAER, ged. (nederd. geref.) Noordwijk 28 okt. 1665 (doopgetuigen Cornelis Cornelis Wassenaer en Neeltge Jans [zijn vrouw]).
6. Maertje Cornelis WASSENAER, ged. (nederd. geref.) Noordwijk 5 aug. 1668 (doopetuige Geertge Gerrits).
7. Marijtje Cornelis WASSENAER, ged. (nederd. geref.) Noordwijk 15 nov. 1671 (doopgetuigen Huijg Klaesz, Leentge Iacobs).
VIg. (van Vf) Lijsbet HUIJGEN, tr. Anthonij Matthijsz NACHTEGAEL, hoedemaker.
In Haarlem verkopen in 1677 Dirck en Cornelis Jacobsz Groteclock, gebroeders, enige erfgenamen van Cornelis Dircxz Smith hun grootvader maternel, aan Anthonij Matthijsz hoedemaecker een camer met erve in de Nieuwe Spaerwouderstraet, belend Adriaen Heussen Corenkoper aan de ene zijde, Jan Jansz Levens aan de andere zijde, achter strekkende aan Anna Packarus, belast met 125 gld die de weduwe en erfgenamen van Jan Portgijs daarop te spreken hebben, tegen 5 ten honderd 's jaars, voor 155 gld contant, en verkoopt in 1678 Sara Wolpherts, weduwe van Abraham Cornelisz, geassisteerd met David Vrients, aan Anthony Matthysz een camer met erve in de Molesteegh, belend ten zuiden Anthonij Ravensberge, ten noorden de koper, achter strekkende aan gemelde Ravensberge, voor 80 gld contant 142.
In Haarlem verkopen in 1693 Annetje Anthonis huisvrouw van Bastiaen van Swieten, als last en procuratie hebbende van haar man, Huijch Anthonisz Nachtegael, Dirck de Goijer als getrouwd met Lijsbeth Anthonis Nachtegael en Jan de Decker in huwelijk hebbende Aechje Anthonis Nachtegael, tezamen kinderen en erfgenamen van Anthonij Matthijsz Hoedemaker, aan Jan Abrahamsz van Dijl in huwelijk hebbende Jacobmijntie Anthonis Nachtegael, hun zwager, 4/5 van een camer met erve in de Nieuwe Sparwouderstraet, belend de erfgenamen van Adriaen Heersz corencoper aan de ene zijde, Jan Jansz Levens aan de andere zijde, achter strekkende aan Anna Packaris, voor 160 gld contant, en verkopen in 1704 Bastiaen van Swieten als getrouwd met Anna Nachtegael, Jan van Dijl als in huwelijk hebbende Jacobijntie Nachtegael, Dirck de Goyer als te echte hebbende Elisabeth Nachtegael, Jan Decker als getrouwd met Aegje Nachtegael, allen ook voor Huijgh Nagtegael hun zwager, allen kinderen en erfgenamen van Anthonij Matthysz Hoedemaker, aan Elias van Panhuijs een huis met erve in de Sparwouderstraet op de hoek van de Molenbergh, voor 483 gld, waarvan 2/3 contant en de rest op mei 1705 143.
Uit dit huwelijk:
1. Annetje NACHTEGAEL, tr. Bastiaen van SWIETEN.
2. Huijg Anthonisz NACHTEGAEL, ondertr. 1°/tr. (nederd. geref.) Haarlem 26 nov./10 dec. 1690 Marijtie ROMBOUTS, bij huwelijk jongedochter van Haarlem, overl. vóór 18 april 1694, ondertr. 2°/tr. (nederd. geref.) Haarlem 18 april/2 mei 1694 Anthonia MACHARIS, bij huwelijk jongedochter van Dordrecht.
3. Jacobijntie NACHTEGAEL, tr. Jan Abrahamsz van DIJL.
4. Elisabeth NACHTEGAEL, tr. Dirck de GOYER.
5. Aegje NACHTEGAEL, tr. Jan de DECKER.
VIh. (van Vg) Catharina Claes 'Trijntje' HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 26 nov. 1634 (doopgetuige Mary van Dyck van Wilsnes(?)), ondertr. Leiden 5 maart 1665 Jacobus van BREEN 144, geb. Texel 1640, doet belijdenis (nederd. geref.) Beverwijk 5 dec. 1660 (jongman), predikant, zn van Simon van BREEN, predikant, te Koog (Texel) 1637-1641, in Oost-Indië 1641-1655, te Beverwijk (hulppredikant) 1655 145, en Regina de BONT.
Op 2 december 1674 neemt te Beverwijk deel aan het heilig avondmaal met attestatie uit Groningen Trijntje Claes Heldermans, huisvrouw van Jacobus van Breen die als predikant is vertrokken naar de kust van Guynea.
In het register van de aangewonnen communicanten te Veendam vermeld: op 20 augustus 1667 Jacobus van Breen en Catharina Heldermans van Franeker (vertrokken).
Uit dit huwelijk:
1. Simon Aegidius van BREEN, ged. (nederd. geref.) Veendam 26 sept. 1669, begr. Haarlem 30 sept. 1731, tr. ald. 4 april 1694 Helena de DECKER.
2. Regina Catarina van BREEN, ged. (nederd. geref.) Groningen 29 nov. 1671, begr. Haarlem (Noorderkerk) 22 mei 1729, tr. 1° ald. 18 sept. 1695 Jan Theunisz KWARTIER, zn van Theunis JANSZ en Trijntje JANSDR, tr. 2° ald. dec. 1725 Dammas JANSZ.
3. Nicolaas Gerardus van BREEN, ged. (nederd. geref.) Haarlem 28 mei 1673.
VIi. (van Vg) Gerrit Claesz HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 17 okt. 1638 (doopgetuige Aeres Tysen), doet belijdenis (nederd. geref.) ald. 7 dec. 1671 samen met zijn vrouw Lysbeth Carels, wagenmaker, is samen met zijn huisvrouw Lysbeth Carels op 3 juni 1668 in Beverwijk met attestatie van Alkmaar, overl. vóór 22 febr. 1676, ondertr./tr. Beverwijk 28 juli/12 aug. 1663 Lysbeth Carels SCHEPENS, overl. vóór 22 febr. 1676.
In 1672 is Gerrit Claes Helderman bij de schutterij van Beverwijk, onder het oranje vaandel, met een musket.
In Beverwijk wordt in 1676 de inventaris gemaakt door de regenten van het Armenweeshuis van de goederen nagelaten door Gerrit Claesz Helderman en Lijsbet Carels, in hun leven echte man en vrouw alhier, o.a. in 't schuurtje een draaibank en draaigereedschap, in de winkel steekbeitels, mallen, dissels, en nog meer in de schuur van Philps Jans 146.
Uit dit huwelijk:
1. Annetje, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 27 febr. 1665 (doopgetuigen Klaes Gerritsen Helderman en Jannetje Carpentier).
2. Geertje, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 22 jan. 1670 (doopgetuigen Pieter Gysberts en Geertje Reyniers).
In Beverwijk is in 1711 Geertruij Heldermans een van de crediteuren van Hendrick van den Bergh, schoolmeester te Haarlem, en diens vrouw Aletta van Kerckhoven 147.
3. Claas, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 4 nov. 1674 (doopgetuigen Isaac Jacobsz Burghgraaf en Magdaleentje Kataet(?)), schepen ald., begr. Haarlem 19 sept. 1752, ondertr. ald. 18 nov. 1715 Aaltje van LOOSDRECHT, geb. Beverwijk, begr. Haarlem 24 sept. 1739.
Op 9 oktober 1716 is in Haarlem Klaas Helderman als lidmaat ingekomen met attestatie van Amsterdam.
VIj. (van Vg) Frans HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 14 april 1640 (doopgetuige Geert, meid van Sr. Jeronimus), chirurgijn, ondertr. 1° Amsterdam 23 maart 1662 Josijna LEIJDSTERRE, geb. Gouda ca. 1641, tr. 2° Segwaart 24 april 1681 Marijtje MAERTENS.
Uit het eerste huwelijk:
1. Maria, geb. Segwaart, begr. Gouda 27 juli 1758, ondertr. ald. 10 aug. 1688 Willem van OS.
2. Ariaantje, ondertr./tr. Rotterdam/Segwaart 15/29 dec. 1697 Pieter de LEEUW.
VIk. (van Vg) Reynier Claesz HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 6 maart 1647 (doopgetuigen Lucas Gerritsz en Geertge Gerrits), chirurgijn, overl. vóór 26 nov. 1704, tr. 1° Breda 17 jan. 1678 Digna van VECHELEN, ged. (nederd. geref.) ald. 16 febr. 1654, tr. 2° Jannetje MICHIELS, begr. Delft 26 nov. 1704.
Uit het eerste huwelijk:
1. Nicolaas, ged. (nederd. geref.) Breda 16 aug. 1679.
VIl. (van Vi) Aaltje Laurens HELDERMAN, ged. (nederd. geref.) Beverwijk 13 sept. 1654 (doopgetuige Grietge Louweris), begr. Amsterdam 16 maart 1693, ondertr. ald. 20 april 1685 Elbert van LIESVELT, geb. Abcoude ca. 1661, makelaar, die hertr. met Sijtje DORLAND.
Uit dit huwelijk:
1. Alida van LIESVELT, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 24 febr. 1686 (Anthoniskerk).
2. Alida van LIESVELT, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 4 mei 1687 (Anthoniskerk), ondertr. ald. 22 april 1717 Fikko van MEKEREN, geb. ca. 1693, zn van Jan van MEKEREN.
3. Geertruij van LIESVELT, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 7 jan. 1689 (Westerkerk).
4. Jacob van LIESVELT, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 2 mei 1690 (Noorderkerk).
5. Petronella van LIESVELT, ged. (nederd. geref.) Amsterdam 27 febr. 1693 (Westerkerk).
Noten
NA = Nationaal Archief te Den Haag
NHA = Noord-Hollands Archief te Haarlem
RAA = Regionaal Archief Alkmaar
ZSA = Zaans Streekarchief/Gemeentearchief Zaanstad, te Koog a/d Zaan
1. NHA ONA Beverwijk 237 (notaris Jan Cornelisz Velsen) akte 74, 17 juli 1646, 242 akte 237, 2 aug. 1651.
2. NHA ORA Wijk aan Duin 1346, fol. 16 17 mei 1641, fol. 18v 30 mei 1641.
3. NA Staten van Holland vóór 1572, 575 fol. 1, 909 fol. 4, 1542 fol. 2v.
4. NHA ORA Heemskerk 302 (Enkele schepenakten), 21 nov. 1557.
5. NA Staten van Holland vóór 1572, 1483 fol. 9v en 15, 1582 fol. 23.
6. NHA ORA Beverwijk 1206 blz. 128, 10 jan. 1562.
7. RAA ORA Alkmaar 158 fol. 234v, 10 juni 1662.
8. NA Abdij van Egmond 172 (Blaffaert 'De vrucht 67 verschenen anno 1568') fol. 22v.
9. RAA NA Alkmaar 14 (notaris Willem Pietersz van Limmen) fol. 139, 26 aug. 1606.
10. RAA NA Alkmaar 14 (notaris Willem Pietersz van Limmem) fol. 141, 29 aug. 1606.
11. NHA ORA Beverwijk 1208 fol. 95, 6 juni 1610.
12. NHA ORA Wijk aan Zee en Duin 1313 (Schepenrol), 11 jan. 1625.
13. NHA ORA Beverwijk 1163 (Schepenrol): op 6 juni 1606 is Jan Lucasz Helderman nog schout van Beverwijk, op 13 oktober 1606 is dat Court van IJperen.
14. NHA ORA Heemskerk 279 (nw 247), blz. 84 26 dec. 1591, 280 (nw 248) blz. 61, 1 nov. 1596, 281 (nw 249) blz. 13, 5 dec. 1602.
15. NHA ORA Beverwijk 1163 (Schepenrol), 15 febr, 1608.
16. NHA ORA Beverwijk 1164 (Schepenrol), 2 aug. en 26 nov. 1611.
17. NHA ORA Beverwijk 1164 (Schepenrol), 13 juli 1612.
18. NHA ORA Wijk aan Duin 1348 blz. 126, 30 mei 1669.
19. RAA ORA Alkmaar 15 (Weeskamer) fol. 51, 8 juni 1582.
20. NHA ORA Velsen 955 blz. 210, 12 jan. 1594.
21. NHA ORA Velsen 955 blz. 349, 3 nov. 1598.
22. RAA NA Alkmaar 61 (notaris Jacob Cornelisz van der Geest) fol. 159, 2 maart 1614.
23. RAA NA Alkmaar 63 (notaris Jacob Cornelisz van der Geest) fol. 72v, 27 nov. 1618.
24. RAA ORA Alkmaar 141, fol. 216v 18 aug. 1612, fol. 220 19 sept. 1612, fol. 249 1 mei 1613.
25. RAA ORA Alkmaar 141 fol. 179, 23 mei 1612, 146 fol. 92v, 2 juni 1627.
26. RAA ORA Alkmaar 141 fol. 250v, 3 mei 1613.
27. RAA NA Alkmaar 59 (notaris Jacob Cornelisz van der Gheest) fol. 320v, 1633.
28. RAA ORA Alkmaar 151 (Transporten) fol. 16, 4 mei 1638.
29. RAA NA Alkmaar 214 (notaris Cornelis Heijmenbergh) akte 183, 9 jan. 1662.
30. RAA NA Alkmaar 265 (notaris Cornelis Kessel) akte 270, 23 mei 1676.
31. RAA ORA Alkmaar 101 fol. 258, 19 juni 1676.
32. RAA NA Alkmaar 60 (notaris Jacob Cornelisz van der Geest) fol. 83, 22 mei 1610.
33. RAA NA Alkmaar 83 (notaris C.J. Baert) fol. 116v, 27 aug. 1629.
34. ZSA ORA Krommenie 1396 fol. 3v, 20 mei 1632.
35. NHA ORA Wijk aan Zee en Duin 1313 (Schepenrol).
36. NHA ORA Wijk aan Zee en Duin 1326, blz. 73 27 dec. 1624, blz. 76 12 jan. 1625.
37. NHA ONA Beverwijk 237 (notaris Jan Cornelisz Velsen) akte 74, 17 juli 1646.
38. NHA ONA Beverwijk 242 (notaris Jan Cornelisz Velsen) akte 371, 2 aug. 1651.
39. NHA ORA Wijk aan Zee en Duin 1322 blz. 150, 8 april 1612.
40. NHA ORA Beverwijk 1164 (Schepenrol), vanaf 13 juli t.e.m. 13 dec. 1612.
41. NHA ORA Velsen 930 (Schepenrol), 28 juni en 2 aug. 1617.
42. NHA ORA Wijk aan Zee en Duin, 1312 30 dec. 1620 en 1313 29 jan. 1622 (Schepenrol).
43. NHA ORA Velsen 759 fol. 100v, 18 dec. 1624.
44. NHA ORA Velsen 931 (Schepenrol), 5 april 1628.
45. NHA ORA Wijk op Zee en Wijk aan Duin 1326 blz. 269, 9 dec. 1629.
46. NHA ORA Velsen 959, fol. 260v en 261, 31 maart 1632.
47. RAA NA Alkmaar 59 (notaris Jacob Cornelisz van der Gheest) fol. 231, 12 dec. 1632.
48. NHA OA Beverwijk 202, 17 okt. 1622.
49. NHA OA Wijk aan Zee en Duin, Staat van de grootte der landerijen opgemeten 1633-1636, datum 14 febr. 1637.
50. NHA ONA Beverwijk 236 (notaris Jan Cornelis Velsen) blz. 55, 6 febr. 1645, 237 blz. 97, 8 juni 1647.
51. NHA ORA Wijk aan Duin 1346, fol. 28 23 sept. 1641, fol 37v 28 maart 1642.
52. NHA ORA Velsen 933 (Schepenrol), 15 april 1643.
53. NHA ORA Velsen 961 fol. 4v, 16 sept. 1643.
54. NHA ORA Beverwijk 1168 (Schepenrol) fol. 37v, 9 april 1644.
55. NHA ORA Velsen 933 (Schepenrol), 10 april 1647.
56. NHA ORA Beverwijk 1237 (Diverse schepenakten), blz. 17 22 nov. 1649, blz. 19-39 5 febr. 1650 t.e.m. 10 mei 1650.
57. NHA ONA Beverwijk 244 (notaris Jan Cornelis Velsen), blz. 191 8 april 1655, blz. 199 27 mei 1655.
58. NHa ONA Beverwijk 234 (notaris Simon Lantskneght), 30 okt., 22 nov. en 29 nov. 1642.
59. NHA ORA Beverwijk 1208 fol. 28, 14 april 1603, 1207 fol. 143, 6 april 1616.
60. NHA ORA Beverwijk 1163 (Schepenrol), 25 okt. 1605.
61. NHA ORA Wijk aan Zee en Duin 1322 blz. 108, 23 maart 1610.
62. NHA ORA Wijk aan Zee en Duin 1322, blz. 144 22 jan. 1612, blz. 157 30 mei 1612.
63. NHA ORA Beverwijk 1164 (Schepenrol), 27 jan. 1612 en 23 febr. 1612.
64. NHA ORA Wijk aan Zee en Duin 1323 blz. 53, 27 juni 1614.
65. NHA ORA Beverwijk 1207 fol. 142, 1 april 1616.
66. NHA ORA Wijk op Zee en Wijk aan Duin 1325 blz. 5, 21 mei 1617.
67. NHA ORA Beverwijk 1209 blz. 34, 4 mei 1618.
68. NHA ORA Velsen 931 (Schepenrol), 6 april 1622, 17 april 1624 en 22 mei 1624.
69. NHA ORA Beverwijk 1209 blz. 152, 30 april 1622, en ORA Wijk aan Zee en Duin 1326 blz. 6, 17 april 1622.
70. NHA ORA Beverwijk 1211 blz. 19, 21 mei 1635, OA Wijk aan Zee en Duin 35, Grootte der landerijen, 14 febr. 1637.
71. NHA ORA Beverwijk 1211 blz. 175, 12 nov. 1638.
72. NHA ORA Beverwijk 1212 blz. 86, 13 mei 1642.
73. NHA ORA Wijk aan Duin 1346 fol. 2v, 26 febr. 1640.
74. NHA ORA Beverwijk 1168 (Schepenrol) fol. 32, 24 juli 1642.
75. NHA ORA Beverwijk 1212 blz. 223, 1 mei 1645.
76. NHA ONA Haarlem 142 (notaris Jacob Schoudt) fol. 195, 11 juni 1650.
77. NHA ONA Haarlem 331 (notaris Henrick van Gellinchuysen) fol. 141, 18 aug. 1675.
78. NHA ORA Beverwijk 1243 (Diverse schepenakten), 12 febr. 1684: Arent Jansz Oostindies, omtrent 71 jaren.
79. NHA ONA Beverwijk 247 (notaris Jan Cornelisz Velsen) blz. 118, 23 okt. 1662.
80. NHA ORA Wijk aan Duin 1348 blz. 31, 4 juni 1662.
81. NHA ORA Beverwijk 1213 blz. 85, 17 mei 1650.
82. NHA ONA Beverwijk 240 (notaris Jan Cornelisz Velsen) nr 258, 17 mei 1650.
83. NHA ONA Beverwijk 244 (notaris Jan Cornelisz Velsen) blz. 88, 19 mei 1654.
84. RAA ORA Oudkarspel 6057 blz. 168, 4 aug. 1654.
85. RAA ORA Koedijk 6220 2e stuk blz. 160, 10 jan. 1664.
86. NHA ORA Beverwijk 1216 blz. 9, 24 maart 1668.
87. RAA NA Alkmaar 436 (notaris Abraham de Vos) fol. 104, 15 sept. 1695.
88. RAA NA Alkmaar 252 (notaris Abraham de Vos) fol. 252, 27 juni 1701.
89. NHA ORA Beverwijk 1216, blz. 18 en 19, 24 mei 1668.
90. NHA ORA Beverwijk 1216 blz. 96, 10 dec. 1669.
91. NHA ONA Beverwijk 234 (notaris Simon Lantskneght), 21 juli 1643.
92. NHA ONA Beverwijk 234 (notaris Simon Lantskneght), 10 jan. 1643.
93. RAA ORA Oudkarspel 6057 blz. 188, 17 juli 1655.
94. NHA ONA Beverwijk 254 (notaris Cornelis Jansz Velsen) blz. 32, 31 dec. 1665.
95. RAA NA Alkmaar 293 (notaris Pieter van Everdingen) fol. 91v, 23 maart 1675, ORA Koedijk 6221 2e stuk blz. 36, 11 febr. 1677.
96. NHA ORA Wijk aan Duin 1346 fol. 113v, 23 juli 1649.
97. NHA ORA Beverwijk 1212 blz. 267, 11 juni 1646.
98. NHA ONA Beverwijk 238 (notaris Jan Cornelisz Velsen) akte 129, 12 maart 1648, 248 blz. 52, 8 sept. 1664.
99. NHA ORA Beverwijk 1215, blz. 312 en 313, 29 aug. 1663.
100. NHA ORA Beverwijk 1216 blz. 48, 21 okt. 1668.
101. NHA ORA Beverwijk 1241 (Diverse schepenakten) blz. 6, 3 dec. 1668.
102. NHA ONA Beverwijk 245 (notaris Jan Cornelisz Velsen) blz. 172, 28 sept. 1658, ORA Beverwijk 1240 blz. 150, 29 maart 1665.
103. NHA ONA Beverwijk 244 (notaris Jan Cornelisz Velsen) akte 177, 5 febr. 1655.
104. NHA ORA Beverwijk 1240 (Diverse schepenakten) blz. 241, 23 sept. 1666.
105. NHA ORA Beverwijk 1240 (Diverse schepenakten) blz. 367, 21 juli 1668.
106. NHA ORA Beverwijk 1241 (Diverse schepenakten) blz. 112, 6 sept. 1670.
107. NHA ONA Beverwijk 248 (notaris Jan Cornelisz Velsen) blz. 335, 19 mei 1669.
108. NHA ONA Beverwijk 243 (notaris Jan Cornelis Velsen) akte 538, 24 jan. 1653.
109. NHA ORA Beverwijk 1211 blz. 49, 27 febr. 1636, en ORA Wijk aan Zee en Duin 1327 fol. 21v, 27 febr. 1636.
110. NHA ONA Beverwijk 236 (notaris Jan Cornelisz Velsen) akte 41, 10 sept. 1645.
111. NHA ONA Beverwijk 254 (notaris Cornelis Jans Velsen) blz. 12, 8 aug. 1664, ORA Beverwijk 1216 blz. 69, 9 mei 1669, ONA Beverwijk 254 blz. 111, 5 juli 1670.
112. NHA ORA Beverwijk 1215 blz. 254, 31 jan. 1663.
113. NHA ORA Beverwijk 1216 blz. 435, 22 jan. 1677.
114. NHA ORA Beverijk 1217 blz. 2, 8 okt. 1679.
115. RAA NA Alkmaar 147 (notaris J. van Everdingen) fol. 69, 18 sept. 1656.
116. RAA Weeskamer Alkmaar 23 fol. 276, 1 nov. 1656.
117. NHA ORA Beverwijk 1212, blz. 178 8 mei 1644, blz. 229 3 juni 1645.
118. NHA ORA Beverwijk 1213 blz. 88, 27 mei 1650.
119. NHA OA Beverwijk 198, Lijst van nieuw gebouwde huizen.
120. NHA ORA Beverwijk 1213 blz. 271, 9 mei 1653.
121. NHA ONA Beverwijk 252 (notaris Jan Cornelisz Poorter), 15 en 26 okt. 1662.
122. NHA ORA Beverwijk 1215 blz. 28, 19 mei 1659.
123. NHA ORA Beverwijk 1216 blz. 159, 6 nov. 1670.
124. Voor een genealogie 'van Steenis' zie Ned. Patriciaat 45.
125. NHA ORA Beverwijk 1217 blz. 429, 5 juni 1688.
126. NHA ORA Beverwijk 1218, blz. 162 en 164, 11 maart 1692, blz. 222 4 mei 1693.
127. NHA ORA Beverwijk 1220 blz. 493, 23 juli 1714.
128. NHA ONA Beverwijk 262 (notaris Jan Barrevelt) akte 42, 25 sept. 1720.
129. NHA ORA Beverwijk 1220 blz. 71, 28 mei 1706.
130. NHA ORA Beverwijk 1221 bz. 301, 19 mei 1720.
131. NHA ORA Beverwijk 1222 blz. 268, 21 febr. 1726.
132. NHA ONA Haarlem 409 (notaris Cornelis Rens) akte 301, 2 april 1703.
133. NHA OA Beverwijk 383 (Lijst van mennisten aangeslagen voor de vrijheid van schutterij en burgerwacht.
134. NHA ORA Beverwijk 1216 blz. 93, 30 nov. 1669.
135. NHA ORA Beverwijk 1218, blz. 67 23 juni 1690, blz. 185 23 aug. 1692.
136. NHA ORA Beverwijk 1219 blz. 74, 22 mei 1697.
137. NHA ORA Beverwijk 1217 blz. 403, 2 mei 1688.
138. NHA ORA Beverwijk 1217 blz. 417, 24 mei 1688.
139. NHA ORA Beverwijk, 1218 blz. 226, 20 mei 1693, 1219 blz. 481, 31 jan. 1703.
140. NHA ORA Uitgeest 211, fol. 197 en fol. 197v, 15 mei 1725.
141. NHA ORA Beverwijk 1222, blz. 224 en blz. 227, 17 mei 1725.
142. NHA ORA Haarlem 76.82 fol. 112v, 30 jan. 1677, 76.83 fol. 101, 21 dec. 1678.
143. NHA ORA Haarlem 76.94 fol. 80, 8 dec. 1693, 76.99 fol. 79, 11 juni 1704.
144. De meeste gegevens over de familie Van Breen komen van de heer H.J. Zwart te Leersum.
145. F.A. van Lieburg, Repertorium van Nederlandse hervormde predikanten tot 1816, Dordrecht 1996, dl 1 blz. 34.
146. NHA ORA Beverwijk 1241 blz. 336, 23 febr. 1676.
147. NHA ONA Beverwijk 258 (notaris Jan Barrevelt) akte 11, 5 okt. 1711.
Cuijk, 28 juni 2011.
H. & A.B. de Vries-Doyle
Jan van Cuijkstraat 46,
5431 GC Cuijk.
Tel. 0485-313614.
Elektronisch adres: hab.devries-doyle@home.nl
>index
Terug naar het begin.
# # # G E N K W A # # #